Interpretatie van de data

Vergelijkbare documenten
CQi Kortdurende ambulante geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg

CQi Kortdurende ambulante geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg (Verkort)

De zorgverzekeraar als innovator

Legenda. Sterrentabellen. Thema s en ervaringsvragen. Waarderingsvragen

Patiëntenervaringen in beeld : Wat kunnen we leren van de PROMs? Suzanne van der Meulen-Arts Symposium CQI-ziekenhuizen 9 oktober 2012

Managementsamenvatting

KWALITEITSRAPPORTAGE KNIEKLACHTEN Prothese

Hoe goed of slecht beleeft men de EOT-regeling? Hoe evolueert deze beleving in de eerste 30 maanden?

Vitamine B12 deficiëntie

Ervaringen met de zorg van de huisarts. Huisartsenpraktijk de Pelikaan

PROMs Heup Knie. Resultaten meting 2013

Uitleg van de figuren PO 1

Rapport Cliëntervaringsonderzoek. Hof en Hiem Totaal + spiegelinformatie. Bewoners intramuraal Verslagjaar 2014

Toelichting sterscores op Vergelijk en Kies. November 2014

Door Cliënten Bekeken voor Huisartsenpraktijken. Huisartsenpraktijk Wormerveer

De respons op het onderzoek was 57% en is daarmee representatief. Het aantal respondenten was 171 van de 300 genodigden.

Door Cliënten Bekeken voor Huisartsenpraktijken. Medisch Centrum 't Sant - Huisartsen van den Heuvel en de Koning

Project: Kennisdocument Onderwerp: p90 Datum: 23 november 2009 Referentie: p90 onzekerheid Wat betekent de p90 (on)zekerheid?

2. In de klassen 2A en 2B is een proefwerk gemaakt. Je ziet de resultaten in de frequentietabel. 2A 2B

Hypnotherapie als behandeling van het Prikkelbaredarmsyndroom

Door Cliënten Bekeken voor Huisartsenpraktijken. Huisartsenpraktijk Medistate - Huisarts Naber

Door Cliënten Bekeken voor Huisartsenpraktijken. Medisch Centrum 't Sant - Huisarts van Sichem

regio uw praktijk % % jaar 6.9 jaar % % % % % % mmhg

KWALITEITSRAPPORTAGE HEUPKLACHTEN

Rapport Cliëntervaringsonderzoek. Centraalzorg Vallei en Heuvelrug. Zorg Thuis Verslagjaar Uitgevoerd door Bureau De Bok, Franeker

Benchmark Klanttevredenheid

STATISTIEK. Een korte samenvatting over: Termen Tabellen Diagrammen

Vitamine B12 deficiëntie

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk Koro Enveloppen & Koro PackVision

Interfacultaire Lerarenopleidingen, Universiteit van Amsterdam

SAMENVATTING VAN DE RESULTATEN VAN DE FRKVA-INDICATOREN AGRESSIVITEIT

Examen Statistische Modellen en Data-analyse. Derde Bachelor Wiskunde. 14 januari 2008

2.1.4 Oefenen. d. Je ziet hier twee weegschalen. Wat is het verschil tussen beide als het gaat om het aflezen van een gewicht?

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2004-I

wiskunde A havo 2017-II

1 a Partij is een kwalitatieve variabele, kindertal een kwantitatieve, discrete variabele. b,c

Examen VWO wiskunde C. tijdvak 2 woensdag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Vragenlijstonderzoek bij richtlijn psoriasis

Wiskunde D Online uitwerking 4 VWO blok 5 les 3

RAPPORTAGE ONDERZOEK CLIËNTTEVREDENHEID 2012 CARE COMPANY. april 2012, uitgevoerd door: Wij maken het duidelijk.

Statistiek: Spreiding en dispersie 6/12/2013. dr. Brenda Casteleyn

Handleiding Van klinimetrie naar subdoel Versie 5.2 Juli HANDLEIDING Van klinimetrie naar subdoel

2 Data en datasets verwerken

Gebruikershandleiding BOOR

Ervaringen thuiszorgcliënten V&V Raffy Breda

BENCHMARK HUURINCASSO 2015/2016 BOEKJAAR 2015/2016 VERSIE 1.0 DATUM

Resultaten. 2. Heeft De Schutse Zorg Tholen voldoende aandacht voor uw verhaal? 33,3 56,3 23,5. Nee, helemaal niet Een beetje Grotendeels Ja, helemaal

Cliëntervaringsonderzoek

Door Cliënten Bekeken Huisartsenpraktijk. Huisartsenpraktijk Meijman en Pijbes

Door Cliënten Bekeken Huisartsenpraktijk. Huisartspraktijk Beenakker en Soerland

Leerlingtevredenheidsonderzoek De Kornalijn

Dorpsschool Rozendaal 7 februari 2014

Relatie met schoolleiding vraagt aandacht!

Handboek met indicatoren en normen Heup- en knievervanging, cataract, Infectie-revisies (Heup & Knie) en Bariatrische Chirurgie.

Publieksverslag CQ-index

Agrarische grondprijzen in soorten en maten

Ervaringen bewoners SWZ Willibrord Wassenaar

HANDLEIDING EXAMENRESULTATEN INTERACTIEF

Ervaringen met zorg van personen die thuiszorg ontvangen

CQI-Concernrapport Accolade Zorg

Door Cliënten Bekeken Huisartsenpraktijk. Huisartspraktijk Weidevenne - Huisarts Konijn

DEMO VERSIE. Enquêteresultaat Trainingsevaluatie Mirotek QuestionTool

OBS A.M.G. Schmidt 7 februari 2014

Transcriptie:

Interpretatie van de data De volgende paragraaf geeft verdere uitleg over de interpretatie van de grafieken en tabellen met fictieve data die gebruikt worden in dit document. PROM pre score In Tabel 1 zijn voor een zestal fictieve instellingen de PROM-scores vóór de ingreep ( pre ) met betrekking tot een willekeurige aandoening weergegeven. Het aantal waarnemingen waarop deze score is berekend wordt getoond in kolom N. Naast de gemiddelde en mediane PROM pre score wordt ook het eerste kwartiel (Q1) en derde kwartiel (Q3) getoond. De PROM pre score geeft een indruk van de ernst van de aandoening vooraf aan de operatie; Hoe hoger de score, hoe ernstiger de ervaren gezondheid. Instelling N PROM pre score Mediaan Q1 Q3 Instelling 1 150 29,87 30,00 24,80 35,50 Instelling 2 167 26,11 26,30 23,25 30,25 Instelling 3 131 25,98 26,30 20,80 31,50 Instelling 4 162 30,45 31,10 27,85 35,20 Instelling 5 136 23,13 24,20 18,25 27,40 Instelling 6 185 24,23 24,70 19,75 28,15 Tabel 1. Voorbeeldtabel met fictieve data van de PROM pre score per instelling voor een willekeurige aandoening. De mediaan representeert het midden van alle gemeten PROM-scores per instelling. In het geval van een normale verdeling zullen de gemiddelde PROM pre score en de mediaan vergelijkbaar zijn. Naarmate de scores schever verdeeld zijn (veel hoge of lage waarden), zullen deze twee maten meer uit elkaar gaan lopen. Het eerste kwartiel (Q1) definieert de grens waarbij 25% van de waarnemingen kleiner dan of gelijk zijn aan dit getal. Het derde kwartiel (Q3) stelt deze grens voor 75% van de waarnemingen.

Instelling 1 (N=120) Instelling 2 (N=95) Instelling 3 (N=153) Instelling 4 (N=75) Instelling 5 (N=103) Instelling 6 (N=98) Gecorrigeerd verschil in PROM-score Definitieve versie, november 2012 PROM-verschilscore In Figuur 1 zijn de vergelijkingsintervallen van fictieve instellingen voor de verandering in PROM-score met betrekking tot een willekeurige aandoening, weergegeven ten opzichte van het overall gemiddelde van alle gemeten instellingen. De verticale balkjes geven de grootte van het vergelijkingsinterval aan, de horizontale lijn in het midden van elk balkje representeert het instellingsgemiddelde. De horizontale lijn die door de gehele grafiek loopt laat het overall gemiddelde van alle gemeten instellingen zien. -21-20 -19-18 -17-16 -15-14 -13-12 Overall gemiddelde Instellingsgemiddelde 1 Ster 2 Sterren 3 Sterren Figuur 1. Voorbeeldgrafiek met fictieve data van de verandering in PROM-score per instelling voor een willekeurige aandoening, gecorrigeerd voor relevante patiëntkenmerken. De verandering in PROM-score wordt berekend als het verschil tussen de PROM-score na de ingreep ( post ) en de PROM-score vóór de ingreep ( pre ). Een negatief resultaat impliceert een verbetering in de gezondheidstoestand van de patiënt met betrekking tot de aandoeninggerelateerde klachten. De grafiek dient als volgt geïnterpreteerd te worden. Wanneer het gehele vergelijkingsinterval van een instelling onder het overall gemiddelde valt, dan scoort deze instelling 1 ster (paars). Dit impliceert dat deze instelling slechter scoort dan het overall gemiddelde van alle instellingen gemeten in de studie. Wanneer een instelling 3 sterren (groen) toegekend krijgt, dan scoort deze instelling beter dan het overall gemiddelde van alle instellingen en valt het gehele vergelijkingsinterval hierboven. Wanneer echter het vergelijkingsinterval van een instelling met 1 ster overlapt met het vergelijkingsinterval van een instelling met 2 sterren, kan niet geconcludeerd worden dat de instelling met 2 sterren beter is. Dit kan alleen geconcludeerd worden wanneer de volledige vergelijkingsintervallen niet met elkaar overlappen. Een instelling met een score van 3 sterren is dus wel altijd beter dan een instelling met een score van 1 ster.

Percentage verbetering in PROM-score In Figuur 2 wordt per fictieve instelling weergegeven bij welk percentage van de respondenten sprake is van respectievelijk geen verbetering, <=5% verbetering, 5-10% verbetering, 10-20% verbetering of >20% verbetering van de PROM-score na de ingreep. Instelling 1 (N=125) 37,60% Instelling 2 (N=160) 81,25% Instelling 3 (N=110) 59,09% Instelling 4 (N=180) 25,00% Instelling 5 (N=135) 37,04% Instelling 6 (N=130) 34,62% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Geen verbetering <=5% Verbetering 5-10% Verbetering 10-20% Verbetering >20% Verbetering Figuur 2. Voorbeeldgrafiek met fictieve data van de percentages respondenten voor de ervaren verbetering in PROM-score per instelling verdeeld over 5 categorieën (geen verbetering, <=5% verbetering, 5-10% verbetering, 10-20% verbetering of >20% verbetering) voor een willekeurige aandoening. Het percentage verbetering wordt berekend als het verschil tussen de PROM-score na de ingreep ( post ) en de PROM-score vóór de ingreep ( pre ), gedeeld door de maximaal haalbare PROM-verschilscore voor de betreffende aandoening.

Instelling 1 (N=150) Instelling 2 (N=167) Instelling 3 (N=131) Instelling 4 (N=162) Instelling 5 (N=136) Instelling 6 (N=185) Percentage respondenten met een complicatie Definitieve versie, november 2012 Percentage ervaren complicaties Figuur 3 toont per fictieve instelling hoe vaak respondenten een complicatie 1 hebben ervaren na de ingreep. 10,0% 9,0% 8,0% 7,0% 6,0% 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% Allergie/reactie medicatie Plasproblemen Bloedingen Wondproblemen Figuur 3. Voorbeeldgrafiek met fictieve data van de percentages respondenten per instelling met een ervaren allergie/reactie op medicatie, plasproblemen, bloedingen en wondproblemen na de ingreep voor een willekeurige aandoening. Het percentage wordt berekend als het aantal respondenten dat heeft aangegeven één van de betreffende complicaties te hebben ervaren gedeeld door het totaal aantal respondenten op deze vraag. 1 Allergie voor of reactie op medicatie, problemen bij het plassen, bloedingen en/of wondproblemen.

Aanbevelingsintentie (NPS) In Figuur 4 is per instelling weergegeven welk percentage van de respondenten behoort tot respectievelijk de klantcategorieën Criticaster en Promotor. Achter de naam van elke instelling wordt de Net Promotor Score (NPS) vermeld. Instelling 1 (N=150; NPS=31,9%) -14,2% 46,0% Instelling 2 (N=167; NPS=29,1%) -18,2% 47,3% Instelling 3 (N=131; NPS=16,2%) -27,0% 43,2% Instelling 4 (N=162; NPS=51,7%) -13,6% 65,3% Instelling 5 (N=136; NPS=5,3%) -26,3% 31,6% Instelling 6 (N=185; NPS=50,7%) -12,0% 62,7% -60% -40% -20% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Criticasters (cijfer 0-6) Promotors (cijfer 9-10) Figuur 4. Voorbeeldgrafiek met fictieve data van de percentages respondenten per instelling, dat behoort tot de klantcategorieën Criticaster en Promotor voor een willekeurige aandoening. De NPS wordt berekend door het percentage Criticasters af te trekken van het percentage Promotors. De N vertegenwoordigt het aantal respondenten dat de vraag heeft beantwoord op basis waarvan de NPS wordt berekend.