Zwemwaterprofiel De Rietplas
1 Methode 1 1.1 Aanpak 1 2 Beschrijving van de zwemlocatie 3 2.1 Algemene omschrijving 3 2.2 Kenmerken van de locatie 3 2.3 Hydromorfologie en hydrologie 4 2.3 Risicobronnen 5 2.5 ZWEMPROF 5 3 Analyse historische waterkwaliteit 7 3.1 Meetlocatie en parameters 7 3.2 Bacteriologische waterkwaliteit 7 3.2.1 Totaal colibacteriën en thermotolerante colibacteriën 7 3.2.2 Escherichia coli (E-coli) en intestinale enterococcen 7 3.3 Eutrofiëringparameters 9 3.4 Blauwalgen (cyanobacteriën) 9 3.5 Overige gezondheidsrisisco s; zwemmersjeuk en botulisme 9 4 Conclusies 9
Voorwoord In 2006 is de Europese zwemwaterrichtlijn (2006/7/EG) van kracht geworden. Het doel van de richtlijn is het beschermen van de gezondheid van zwemmers in oppervlaktewateren. In de richtlijn worden bepalingen neergelegd met betrekking tot de monitoring en de indeling van de zwemwaterkwaliteit in kwaliteitsklassen, alsmede de verstrekking van informatie daarover aan het publiek en de Europese Commissie. Ten opzicht van de oude zwemwaterrichtlijn wordt bij de nieuwe richtlijn de nadruk verlegd van uitsluitend monitoring van de zwemwaterkwaliteit naar een meer proactief beheer. Mogelijke risico s en bedreigingen moeten in kaart worden gebracht in een zwemwaterprofiel en maatregelen moeten worden uitgevoerd om voor 2015 minimaal een aanvaardbare kwaliteit te kunnen bereiken. Het profiel bevat een beschrijving van de locatie en een analyse van (historische) meetdata. Daarnaast wordt ingeschat welke emissiebronnen via welke verspreidingsroutes de zwemwaterkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden. Hierbij spelen de locatiespecifieke eigenschappen van het zwemwater een belangrijke rol. Een zwemwaterprofiel is in eerste instantie bedoeld om inzicht te krijgen in de fecale verontreinigingsbronnen en -routes en richt zich op de indicatoren voor fecale verontreinigingen (escherichia coli en intestinale enterococcen). Daarnaast worden in de zwemwaterprofielen andere gezondheidsrisico s, zoals cyanobacteriën (blauwalgen), zwemmersjeuk en botulisme in kaart gebracht. Alle bevindingen komen samen in het zwemwaterprofiel van de desbetreffende zwemwaterlocatie. Op basis hiervan kan de beheerder maatregelen nemen om de risico s voor de gezondheid van de zwemmer (verder) te reduceren. Het zwemwaterprofiel maakt het mogelijk om eventuele beheersmaatregelen goed te onderbouwen. Tevens kan het zwemwaterprofiel gebruikt worden voor communicatie over de kwaliteit van de zwemwater(locatie) en de genomen beheersmaatregelen naar het publiek. heeft in 2007 voor het eerst zwemwaterprofielen opgesteld. De richtlijn schrijft regelmatige actualisatie van de profielen voor wanneer de beoordeling van de locatie goed, aanvaardbaar of slecht is of wanneer er bij een eerder uitstekend beoordeelde locatie sprake is van achteruitgang. Ook bij een wijzigingen in de infrastructuur in of rond het zwemwater (bv uitgevoerde maatregelen) moet volgens de richtlijn het profiel geactualiseerd worden. Voor u ligt de derde editie van het zwemwaterprofiel van De Rietplas in Houten.
Zwemwaterlocatie: Zwembad De Rietplas in Houten Datum beoordeling: juli 2012 Beoordelingsperiode: 4 badseizoenen, 2008-2011 Beoordeling zwemwaterkwaliteit volgens EU 2006/7/EG: escherichia coli (E-coli): goed intestinale enterococcen: uitstekend Risico voor gezondheid zwemmers: blauwalgen, watervogels 1 Methode 1.1 Aanpak Bij het opstellen van dit zwemwaterprofiel is gebruik gemaakt van de Handreiking voor het opstellen van een zwemwaterprofiel (Grontmij, RWS-RIZA 21 juni 2005). Zoveel mogelijk zijn de stappen van de routekaart (fig. 1) uit de handreiking gevolgd. Op basis van reeds aanwezige kennis, informatie verstrekt door de locatiebeheerder en verzameld tijdens een veldbezoek is een locatiebeschrijving opgesteld. Aanvullend zijn de beschikbare historische waterkwaliteitsgegevens geanalyseerd en is een lijst van alle potentiële verontreinigingsbronnen en routes opgesteld. Na deze inventarisatie is met behulp van het spreadsheetmodel ZWEMPROF geschat in hoeverre bepaalde bronnen een bijdrage leveren aan fecale verontreiniging van het betreffende water. Figuur 1 Routekaart voor het opstellen van een zwemwaterprofiel (bron: Handreiking voor het opstellen van een zwemwaterprofiel (Grontmij, RWS-RIZA 21 juni 2005) 1
2
2 Beschrijving van de zwemlocatie 2.1 Algemene omschrijving De Rietplas ligt in het zuidoosten van Houten. De plas is rond 2000 ontstaan door zandwinning voor de bouw van Houten-zuid. De plas bestaat uit twee door een weg gescheiden delen, het noordelijke en het zuidelijke deel. De beide delen staan met duikers met elkaar in verbinding. In het noordelijke deel van de plas is aan de westzijde een zwemgedeelte ingericht. De gemeente Houten is de beheerder van de locatie. Vanaf 2003 wordt er in De Rietplas officieel gezwommen. Het zwemgedeelte ligt aan de westkant van het noordelijke deel van de plas. Er is een zandstrand van ca. 150 meter lang. De zwemzone is afgebakend met een drijflijn. Binnen de zwemzone is de diepte maximaal 1,40 meter. Het zwemgedeelte beperkt zich tot dit deel van de plas, is vrij toegankelijk en er is geen toezicht. Noord van het strand staan op de oever en op een eiland woningen. Ook ten zuiden van de badzone staan huizen op een soort kunstmatig eiland, de zogenaamde vissershuizen. De oevers van de plas wordt op meerdere plaatsen met loop/fietsbruggen met elkaar verbonden. Figuur 2 De Rietplas met in de rode cirkel het zwemgedeelte met het strand. Rechts het strand met het wooneiland 2.2 Kenmerken van de locatie In de onderstaande tabellen worden de belangrijkste kenmerken van de locatie samengevat. Algemeen Locatiebeheerder Waterkwaliteitsbeheerder Provincie KRW waterlichaam Wateroppervlakte Oppervlakte badzone Gemeente Houten Utrecht nee ± 14 ha. ± 0.3 ha. 3
Diepte Lengte strand Bezoekersaantallen Aantal per badseizoen Aantal op een topdag Voorzieningen Strand Ligweide Drijflijnen Kiosk Kleedhokken Toiletten Douches Vuilnisbakken Speeltoestellen Steigers Toezicht Bijzonderheden Algemene indruk Meldingen/klachten maximaal ca. 14 meter, rond de wooneilanden 2 á 3 meter 150 meter Onbekend, op een mooie dag wordt De Rietplas door honderden badgasten bezocht. Vooral bij de jeugd uit Houten is de locatie erg in trek. Het betreft hier dus een drukke zwemlocatie. idem ja ja ja, binnen drijflijnen is de diepte maximaal 1.40 meter nee nee Wanneer de gemeente Houten veel publiek verwacht (goede weerverwachtingen, temperatuur > 20 C) worden op het strand mobiele toiletunits geplaatst. Bij slecht weer worden de units weer verwijderd. nee ja nee ja, meerdere loop/fietsbruggen nee goed onderhouden locatie aanwezigheid van blauwalgen 2.3 Hydromorfologie en hydrologie De plas is ontstaan door zandwinning en is creatief in de woonwijken ingepast. De breedte varieert van enkele tientallen meters tot maximaal ca. 350 meter. De totale lengte van de noordelijke plas is ongeveer 600 meter. Het totale oppervlakte van de plas is ca 14 ha. De diepte van de plas is maximaal ongeveer 14 meter, maar de delen rond de wooneilanden zijn veel ondieper (2 á 3 meter). De oevers van de plas zijn deels verhard beschoeid maar deels ook strandachtig en natuurvriendelijk ingericht. De plas is geïsoleerd zodat er geen voedselrijk landbouw water in kan komen. De plas is dus volledig regenwater en grondwater gevoed. Het peil fluctueert met de grondwaterstand mee (+0,40 +1,30 meter NAP). Aan de westzijde is net ten noorden van de vissershuizen in de Leesloot een stuw aangelegd die als noodoverloop kan dienen. De gemeente Houten is beheerder van deze stuw. Aan de noordzijde van de plas is een kleine pomp geïnstalleerd (ca. 45 m 3 /uur) waarmee het mogelijk is water vanuit de plas in een hoger gelegen sloot te brengen. Het water stroomt vervolgens via twee stuwtjes in oostelijk richting naar het Domein waar het weer De Rietplas in stroomt. De gemeente Houten beheert de pomp. 4
2.3 Risicobronnen Risicobronnen Wateraanvoer RWZI's Riooloverstorten Ongerioleerde lozingen Regenwaterlozingen Afstromend wegwater Dieren Watervogels Agrarisch achterland Beroepsvaart Recreatievaart Bladval Menselijke belasting Milieugevaarlijke stoffen De plas is geïsoleerd van het overige watersysteem. Aan de westzijde van de plas is in de Leesloot een stuw aangelegd die als noodoverloop kan dienen. Er bestaat een risico dat wanneer het peil in de Leesloot te hoog is er voedselrijk water de plas inloopt. Ja, er zijn enkele regenwaterafvoeren aanwezig Rond de plas geldt een hondenuitlaat verbod, er worden echter regelmatig fecaliën aangetroffen In en rond de plas verblijven veel watervogels (ganzen, zwanen, meerkoeten, etc.). Badgasten, belasting met bestrijdingsmiddelen en andere milieugevaarlijke stoffen, anders dan via droge en/of natte depositie, is niet aan de orde. 2.5 ZWEMPROF De Handreiking voor het opstellen van een zwemwaterprofiel geeft de mogelijkheid gebruik te maken van het spreadsheetmodel ZWEMPROF waarmee ingeschat kan worden hoe groot de impact is op de bacteriologische waterkwaliteit van de locatie. Uit het model volgt dat zelfs op topdagen het aantal zwemmers geen invloed op de waterkwaliteit zal hebben. Wel kan de aanwezigheid van watervogels een wezenlijke invloed hebben; gemiddelde onder de norm, maar incidenteel overschrijdingen te verwachten (E-coli 500 - >900KVE/100ml en intestinale enterococcen tussen 200 - >330KVE/100ml). 5
6
3 Analyse historische waterkwaliteit 3.1 Meetlocatie en parameters In De Rietplas wordt tijdens het badseizoen tweewekelijks de waterkwaliteit bepaald. Het water wordt vanaf het strand bemonsterd. Meetpunt waterkwaliteit code x-coordinaat y-coordinaat omschrijving z01 in Houten 20815 141.380 448.195 bemonsteren vanaf strand Tot 2006 zijn conform de toen geldende richtlijnen de parameters thermotolerante colibacteriën, de totaal colibacteriën, doorzicht, geur, kleur, de zuurgraad, zuurstof en de watertemperatuur gemeten. Vanaf 2006 is het parameterpakket uitgebreid met chlorofyl-a en de stikstof- en fosforparameters en bovendien zijn de eerdergenoemde bacteriologisch parameters bij het van kracht worden van de nieuwe Europese Zwemwaterrichtlijn eerst uitgebreid met en later vervangen door escherichia coli (E-coli) en intestinale enterococcen. 3.2 Bacteriologische waterkwaliteit 3.2.1 Totaal colibacteriën en thermotolerante colibacteriën Tot 2008 werd de bacteriologische waterkwaliteit beoordeeld op basis van de bacteriëngroepen totaal colibacteriën en thermotolerante colibacteriën. Figuur 3 laat zien dat beide bacteriëngroepen tussen 2003 en 2008 over het algemeen ruimschoots aan de normen voldeden. In 2008 werd de norm voor de thermotolerante colibacteriën weliswaar één keer overschreden maar toch mag de bacteriologische waterkwaliteit in die periode als goed beoordeeld worden. totaal coli bacterien thermotolerante colibacterien 10000 5000 Norm = < 10000 kve/100ml Norm = < 2000 kve/100ml 7500 4000 kve/100ml 5000 kve/100ml 3000 2000 2500 1000 0 0 1-4-2003 1-10-2003 1-4-2004 1-10-2004 1-4-2005 1-10-2005 1-4-2006 1-4-2003 1-10-2003 1-4-2004 1-10-2004 1-4-2005 1-10-2005 1-4-2006 1-10-2006 1-4-2007 1-10-2007 1-4-2008 1-10-2008 1-10-2006 1-4-2007 1-10-2007 1-4-2008 1-10-2008 Figuur 3 De oude bacteriëngroepen totaal colibacteriën en thermotolerante colibacteriën in de periode 2003-2008 in De Rietplas 3.2.2 Escherichia coli (E-coli) en intestinale enterococcen De Europese zwemwaterrichtlijn 2006/7/EG beoordeelt de zwemlocatie op basis van twee bacteriologische parameters te weten: escherichia coli (E-coli) en intestinale enterococcen. De indeling in vier verschillende kwaliteitscategorieën vindt plaats op basis van de gegevensreeksen van de vier voorgaande badseizoenen. De vier klassen zijn uitstekend, goed, aanvaardbaar en slecht. 7
Parameter Uitstekend* Goed* Aanvaardbaar** Slecht** Intestinale enterococcen (kve/100ml) 200 400 330 >330 Eschcherichia coli (kve/100ml) 500 1000 900 >900 * = gebaseerd op de beoordeling van 95-percentiel ** = gebaseerd op de beoordeling van 90 percentiel Figuur 4 Kwaliteitsklassen en normen Locaties die niet minimaal aan de aanvaardbare kwaliteit voldoen vallen in de klasse slecht. Voor elk als slecht ingedeeld zwemwater worden met ingang van het badseizoen volgend op dat van de indeling, passende beheersmaatregelen genomen. Dit kunnen o.a. het instellen van een zwemverbod of negatief zwemadvies zijn om blootsteling aan de verontreiniging te voorkomen. Passende maatregelen behelzen ook het opsporen van de oorzaak van de verontreiniging en het nemen van realistische en evenredige maatregelen om de oorzaak van de verontreiniging te voorkomen, te verkleinen of weg te nemen. Indien een zwemwater vijf opvolgende jaren als slecht ingedeeld is wordt een permanent zwemverbod ingesteld. Als echter het oordeel is dat de verwezenlijking van de kwaliteit aanvaardbaar onhaalbaar of onevenredig duur is kan al vóór het einde van de periode van vijf jaar een permanent verbod worden ingesteld. Voor zwemwater dat als goed, aanvaardbaar of slecht is ingedeeld, wordt het profiel regelmatig beoordeeld om na te gaan of er aspecten zijn die intussen zijn gewijzigd. Indien nodig moet het profiel worden aangepast. Voor de beoordeling van de bacteriologische kwaliteit tijdens het badseizoen worden de resultaten van escherichia coli gebruikt. Voor deze bacteriëngroep heeft VROM in 2009 een norm vastgesteld. Deze is gelijk gesteld aan de norm die tot dan gold voor de thermotolerante bacteriën te weten: 2000 kve/100ml. Voor intestinale enterococcen is voorlopig geen norm voor actuele beoordeling vastgesteld. In het Interprovinciaal Overleg is afgesproken om bij een waarde van > 400 kve/100ml een waarschuwing af te geven. escherichia-coli (E-coli) De Rietplas intestinale enterococcen De Rietplas 5000 3000 4500 4000 2500 kve/100ml 3500 3000 2500 2000 1500 2000 1500 1000 1000 500 500 0 0 1-4-2008 1-10-2008 1-4-2009 1-10-2009 1-4-2010 1-10-2010 1-4-2011 1-4-2008 1-10-2008 1-4-2009 1-10-2009 1-4-2010 1-10-2010 kve/100ml 1-4-2011 Figuur 5 De bacteriëngroepen escherichia coli (E-coli) en intestinale enterococcen in de periode 2008-2011. De rode lijn geeft de norm voor E-coli tijdens het badseizoen aan en de blauwe lijn de waarschuwingsgrens voor Intestinale enterococcen. Vanaf 2008 wordt de bacteriologische waterkwaliteit op deze nieuwe parameters beoordeeld. Meestal voldoet het water van De Rietplas ruimschoots aan de normen. In 2008 en in 2009 werd de norm een keer overschreden. In figuur 6 staat de Europese beoordeling op basis van de meetperiode 2008-2011. Het eindoordeel van de locatie is goed omdat de slechtst scorende parameter maatgevend is. 8
beoordeling 2008-2011 bacteriëngroep beoordeling z01 De Rietplas te Houten E-coli goed Enterococcen uitstekend Figuur 6 Europese beoordeling van escherichia coli (E-coli) en intestinale enterococcen over de periode 2008-2011 in De Rietplas 3.3 Eutrofiëringparameters Vanaf 2006 zijn in De Rietplas de nutriënten stikstof (totaal-n) en fosfor (totaal-p) gemeten. De concentratie totaal-n was in de periode gemiddeld 0,8 mg/l en de totaal-p concentratie gemiddeld 0,03 mg/l. Voor beide parameters is dit ruim onder de norm die respectievelijk 2,2 en 0,15 mg/l bedraagt. Het water in de plas is dus voedselarm. totaal-n z01 De Rietplas totaal-p z01 De Rietplas 3 0,25 2,5 0,2 2 0,15 mg/l 1,5 mg/l 0,1 1 0,5 0,05 0 apr-06 apr-07 apr-08 apr-09 apr-10 apr-11 0 apr-06 apr-07 apr-08 apr-09 apr-10 apr-11 Figuur 7 Meetresultaten totaal-n en totaal-p in De Rietplas De rode lijn geeft de norm aan. 3.4 Blauwalgen (cyanobacteriën) Vanaf dat er in de Rietplas officieel gezwommen werd worden er in de zomer met enige regelmaat blauwalgen aangetroffen in de ondiepere delen rond het wooneiland aan de noordzijde van de plas. De drijflagen beperken zich meestal tot gedeelten van de plas die geen deel uitmaken van de zwemzone. 3.5 Overige gezondheidsrisisco s; zwemmersjeuk en botulisme Zwemmersjeuk Er zijn in De Rietplas geen meldingen van zwemmersjeuk bekend. Botulisme Er zijn in De Rietplas geen meldingen van botulisme bekend. 4 Conclusies Bacteriologisch goed maar watervogels vormen een risico Op basis van intestinale enterococcen en escherichia coli wordt De Rietplas over een periode van 4 jaar bacteriologisch als goed beoordeeld. De hoeveelheid aanwezige watervogels kan problemen veroorzaken. Grootste knelpunt, blauwalgen! In de wat meer stagnantere delen van de plas ontwikkelen zich vaak blauwalgen die bij een ongunstige windrichting de badzone kunnen bedreigen. 9