Videofeedback bij Techniektraining. Trainer / instructeur 3

Vergelijkbare documenten
INFORMATIE VOOR OUDERS. De actieve start van een leven lang zwemmen

Peter Beek Hoogleraar coördinatiedynamica Vrije Universiteit Amsterdam

Progressie en plezier met impliciet leren

Lineair- en non lineair

KADERBELEID. Werven, behouden en waarderen van kader

Didactiek. Didactiek. Algemeen gedeelte Initiator. Inleiding: Bouwstenen van het didactisch proces

Human Performance Contextscan Persoonlijke rapportage

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport

Opleiding Trainer 2 Wedstrijdzwemmen

Waarom doe je die oefening? Als je niet weet wat je er mee wilt bereiken niet doen

Samenvatting Impliciet leren van kunstmatige grammatica s: Effecten van de complexiteit en het nut van de structuur

Deelopdracht 1: Beginsituatie

AGRESSIE EN WEERBAARHEID. Overzicht Elementen Training

ONDERSTEUNING BIJ HET LEZEN

Schaatstechniek Martijn Carol TCT 2008

Effectief motorisch leren een mix van impliciete en expliciete methoden

Sneller over de Hordes Brendan Troost

Concluderend is deze module gericht op trainers/coaches die in reguliere groepen werken met enkele sporters met een autistisch spectrum stoornis.

Mindfulness-Based Cognitieve Therapie (MBCT) Aandachttraining/Mindfulnesstraining

In 4 stappen leren golfen

COACHEN EN TRAINEN Korte weergave

VERDIEPINGSSTOF LEEREENHEID 2

Sportaanbod Ouders van Jonge Kinderen Handleiding voor organisaties

Hoe help je leerlingen. hún motivatie. te (her)vinden

Wensen voor mijn leven in de laatste fase

Fabel Positieve feedback in het schrijfschrift zorgt ervoor dat kinderen leesbaar leren schrijven.

Spel in training. Tom De Gersem Pijpelheide 9 juni

Train de trainer HKC Haarlem

KNSB Verenigingsdag. Papendal, 3 oktober 2015 MJOP

Thema. Kernelementen. Oplossingsgericht taalgebruik Voorbeeld van communiceren 10 communicatie-tips

tijdsbesteding/week trainingsweken/jaar Gemiddelde sporttechnische opleiding Groei per jaar Optimale Selectie VZF Aantal Leeftijd Fase focus

Helpende gedachten. (Deel 2)

E-book. 5 werkvormen voor een krachtig actieplan. Mastering Change

Zoveel verschillende. mensen,. zoveel verschillende. uitvaarten...

Hoe leer ik beter lopen? Motorisch leren Bart Raijmakers

De opleiding tot topsporter en het waterpolo opleidingscentrum

Rubrics vaardigheden

Eindrapportage APC project Huisartsopleidingen. Onderwijsproduct: 8 Training doelgericht communiceren

Eindverslag Academische Opleidingsschool Sophianum, juni 2011

How to present online information to older cancer patients N. Bol

Rubrics vaardigheden

Toepassingen van digitale middelen in het bewegingsonderwijs

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking.

D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen

Epilepsie. Wat de docent moet weten.

weken na het ontstaan van het hersenletsel niet zinvol is. Geheugen Het is aangetoond dat compensatietraining (het aanleren van

SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL PLUS Versie in eenvoudig Nederlands

INFORMATIE VOOR VERENIGINGEN. Leren zwemmen doe je bij de zwemvereniging

Een conflict maakt je een ander mens

SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL PLUS - Bladzijde 1 / 7

DE ROL VAN TRAINER EN COACH BIJ MOTORISCH LEREN

Motorisch Leren Principes

COACHING Het planmatig beïnvloeden van spelers. Met als doel de speler en het team beter te maken.

Werkt confrontatie met eigen vooroordelen tegen discriminatie op de arbeidsmarkt?

TRAINER/INSTRUCTEUR 2. voor alle zwemdisciplines. Het FUNdament voor het geven van trainingen

SCHATTEN VAN ADVOCATEN

Leerwerktaak: Verhaaltjessom oplossen aanleren

Algemene Analyse. Analyse Individuele atleten

Vaardigheids- trainingen

Begeleiders in Beeld Een training voor begeleiders van mensen met een verstandelijke beperking en gedragsproblemen. Linda Zijlmans Jill van den Akker

SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL

Nederlandse samenvatting

SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL - Bladzijde 1 / 6

Denken om te leren Een praktische aanpak voor leraren om evalueren om te leren te integreren in het dagelijkse onderwijs.

TRAINING DESLY HILL : VOORBEREIDING OP HET NIEUWE SEIZOEN

Voor de definitie van een superpromoter van overheidsbeleid sluiten we zoveel mogelijk aan bij de definitie van Vogelaar:

KWALIFICATIESTRUCTUUR SPORT IJSHOCKEYTRAINER/COACH 2 (Teambegeleider) HOOFDSTUK 2. TECHNIEKANALYSE

Rapportage. Vertrouwelijk. De volgende tests zijn afgenomen: Motivatie en Leerstijlenvragenlijst (MLV-H) D Demo. Naam. 5 januari 2014

20 Tips die elke turncoach moet weten. Door: Maarten Verkuijlen 13 oktober 2018

SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL PLUS Versie in eenvoudig Nederlands

Creativiteit, kun je dat afdwingen?

Talentontwikkeling medische kansen en valkuilen

RECENTE INZICHTEN OVER MOTORISCH LEREN

DE MEEWERKENDE LEIDINGGEVENDE

Nederlandse samenvatting

Leren door samen te doen Workshop ouderbetrokkenheid 3 juni

Video Interactie Begeleiding (VlB) bij de omgangsregeling van verstandelijk beperkte ouders en hun kind(eren) in pleegzorg.

SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL

SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL PLUS Versie in eenvoudig Nederlands

Gymnastiek gaat digitaal 24 augustus 2009

Veel plezier en succes!

25 juni 2014 Masterclass Training within Industry

VISIE, OPLEIDINGSSTRUCTUUR EN SELECTIEPROFIELEN. Visie afdeling wedstrijdzwemmen ZV WESTLAND

Uitdeler Basisspelvormen voor een touw

Kidsrunning Motorisch leren Bart Raijmakers

kinderen keuzes leren maken

Voor elke competentie dient u ten eerste aan te geven in welke mate deze vereist is om het stageproject succesvol te (kunnen) beëindigen.

BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 5 Persoonlijke ontwikkeling Reflecteren

Opbrengsten van CNV thema onderwijsdag 20 april 2016 Masterclass leerstrategieën door Karin Nijman & Inge Verstraete

Is snel starten wel effectief?

Plastraining. Adviezen voor ouders. Ploeppoli. Poli Kindergeneeskunde Route 49

1. Mobiliteitscoach, van idee tot project: Inleiding

4 INZICHTEN. De vier inzichten in dit boekje zijn gebaseerd op de uitkomsten van het Trainer-Kind-Interactieonderzoek,

Transcriptie:

Videofeedback bij Techniektraining Trainer / instructeur 3 1

KNZB 2007 Opleiding Trainer / Instructeur 3 2

Colofon Deze reader is een uitgave van de Koninklijke Nederlandse Zwembond Wattbaan 31 49, 3439 ML EX Nieuwegein. Tekstbijdrage: André Cats Met medewerking van: Opmaak: Druk: Eindredactie: Annemieke Beute KNZB Huis van de Sport Annemieke Beute KNZB Niets uit deze uitgave mag vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de KNZB. KNZB 2007 Opleiding Trainer Wedstrijdzwemmen 3 3

Inhoudsopgave 1 Inleiding...5 2 Eigenschappen van de aan te leren beweging...6 3 Eigenschappen van de sporter...7 4 De wijze van aanbieden...8 5 Aanbevelingen voor de trainingspraktijk...9 KNZB 2007 Opleiding Trainer / Instructeur 3 4

1 Inleiding Ieder leerproces, dus ook het motorische, kan onmogelijk plaatsvinden zonder dat de sporter feedback tot zijn beschikking krijgt (o.a. Schmidt, 1982). Feedback is informatie over de uitvoering of het resultaat van een beweging ontvangen. Deze informatie kan gebruikt worden bij het plannen/uitvoeren van de volgende beweging. Feedback is voor een deel van nature aanwezig, bijvoorbeeld het lichaamsgevoel. Naast deze van nature aanwezige feedback is er ook de zogenaamde extrinsiek toegevoegde feedback. Een vorm daarvan is videofeedback. In dit artikel staan we stil bij: eigenschappen van de aan te leren beweging eigenschappen van de sporter de wijze van videofeedback aanbevelingen voor de trainingspraktijk KNZB 2007 Opleiding Trainer Wedstrijdzwemmen 3 5

2 Eigenschappen van de aan te leren beweging Bewegingen kunnen worden verdeeld in open bewegingen en gesloten bewegingen. Bij open bewegingen moeten we denken aan bewegingen die met name voorkomen in spelsporten. Bij deze sporten is de omgeving onvoorspelbaar. Bij gesloten bewegingen denken we aan sporten als schaatsen, zwemmen, schoonspringen. Bij deze sporten is de omgeving voorspelbaar en kan van tevoren een goede inschatting gemaakt worden hoe en waar de bewegingen uitgevoerd dienen te worden. Uit onderzoeken is gebleken dat videofeedback bij het aanleren van gesloten beweging het meeste effect heeft. KNZB 2007 Opleiding Trainer / Instructeur 3 6

3 Eigenschappen van de sporter Een sporter leert een beweging in drie fases: 3a. de cognitieve fase In de cognitieve fase vormt het kind zich op grond van instructie en voorbeelden van een trainer een globaal beeld van de beweging en onderneemt daarna met veel nadenken de eerste pogingen de beweging daadwerkelijk uit te voeren. In het zwemmen noemen we dit ook wel de aanleerfase. Videofeedback lijkt in deze fase nog niet zinvol. Het kind is waarschijnlijk nog niet in staat om de stortvloed aan video informatie op juiste manier te verwerken. Bovendien is in onderzoek aangetoond dat videofeedback bij kinderen tot 7 jaar zinloos is. In deze periode is het wel zeer zinvol om naar andere video of live beelden te kijken met het correcte voorbeeld. 3b. de associatieve fase In de associatieve fase krijgt de sporter een exacter beeld van de totale beweging en leert hij aandacht besteden aan alle afzonderlijke onderdelen in de zwemslag. Deze fase wordt ook wel de verbeter fase genoemd. In deze tweede fase blijkt feedback, en videofeedback in het bijzonder, van zeer groot belang. In onderzoek (Van Ingen Schenau 1986) is aangetoond dat informatie door middel van visuele beelden het effectiefst is. Belangrijk is wel dat vooral de positieve aspecten benadrukt worden en niet alleen de negatieve aspecten aan bod komen. 3c. de autonome fase In de autonome fase verloopt de beweging min of meer automatisch. De beweging is 'ingeslepen'. Bij het uitvoeren van de beweging wordt vaak niet meer bewust nagedacht. In deze fase kan videofeedback, op korte termijn, een verstorend karakter hebben. De sporter wordt weer gedwongen na te denken bij het uitvoeren van de beweging. Houterig en inefficiënt bewegen kan hiervan het gevolg zijn. Toch kan, op lange termijn, ook in deze fase door middel van videofeedback, techniekverbetering bewerkstelligd worden. In feite wordt de sporter door middel van de feedback gedwongen (tijdelijk) terug te gaan naar fase 2. Samenvattend is dus met name de associatieve fase bij uitstek geschikt voor videofeedback. Bij het toepassen in de autonome fase moet men rekening met een instabiele periode met soms een tijdelijke verslechtering van de techniek. In de eerste fase van het aanleren is videofeedback af te raden, maar is het tonen van andere videobeelden met het goede voorbeeld van grote waarde. 3d. de leerstijl Er zijn sporters met sterke en zwakke structureringstendentie. Structurereringstendentie is vermogen van iemand om structuur aan te brengen in een complexe beweging. Sporters die vanuit zichzelf al structuur aanbrengen in hun bewegingen zijn vanuit zichzelf al druk bezig met het analyseren van de diverse aspecten van de beweging. Sporters met een zwakke structureringstendentie zijn vaak alleen maar gefocused op het resultaat van de beweging. Deze laatste groep sporters kan geholpen door altijd eerst te vragen hoe de beweging aanvoelde, en dan aan de hand van videobeelden te controleren of dit gevoel juist is. Bij sporters met een sterke structureringstendentie is de effectiviteit van videofeedback het grootst. 3e. fysieke mogelijkheden Een trainer dient zich uiteraard altijd af te vragen of de sporter fysiek al in staat is de complexe beweging naar behoren uit te voeren. Het is bijvoorbeeld bekend dat jonge kinderen nog niet in staat met een armdoorhaal te maken met ideaal S patroon. Dit kost nog teveel kracht. KNZB 2007 Opleiding Trainer Wedstrijdzwemmen 3 7

4 De wijze van aanbieden 4a. het moment van aanbieden Videofeedback is het zinvolst als de feedback direct na de beweging gegeven wordt als het 'gevoel' van de beweging nog aanwezig is. Na het tonen en bespreken van de videobeelden is er enige tijd nodig om tot een nieuwe bewegingsplan te komen. Met andere woorden de sporter moet in zijn hoofd de opgedane indrukken verwerken alvorens weer een nieuwe poging te ondernemen. Alle andere vormen van videogebruik en videofeedback zijn minder effectief. Aandachtspunten: 1. Videofeedback is het meest zinvol als de beelden direct na de beweging getoond worden. Dit maakt werken met een individuele sporter of eventueel een klein groepje noodzakelijk. 2. Videobeelden van een hele groep na een training in het clubhuis tonen vinden sporters vaak zeer onplezierig. (ze kunnen geen verbetering aanbrengen. 3. Videobeelden van een vorige training tonen voorafgaand aan de volgende training lijkt zinvoller. Bij deze vorm van video gebruik kun je beter spreken van video forward in plaats van videofeedback. 4b. globaal of gedetailleerd In onderzoek is aangetoond dat videofeedback zonder commentaar van een trainer in minder dan 30% van de gevallen positief effect heeft. Als de videobeelden ondersteund worden met commentaar is in meer dan 60% van de gevallen videofeedback succesvol. Het commentaar van een trainer lijkt erg belangrijk om hij kan aangeven op welke aspecten van de beweging de aandacht gefocused dient te zijn. Een sporter alleen 'verzuipt' in de indrukken. Daarnaast is het van groot belang dat slechts een of hooguit twee aspecten van de beweging per keer worden behandeld. Als er op meerdere onderdelen in de beweging wordt geconcentreerd zal de verwarring bij de sporter alleen maar toenemen. 4c. gebruik van ideaal/voorbeeld model Veel positieve ervaringen zijn opgedaan met het vergelijken van een uitgevoerde beweging met die van een topper. Dit geldt vooral voor de minder ervaren sporter die op deze wijze zijn eigen tekortkomingen in techniek gemakkelijker kan constateren. Toch is het belangrijk om met het vergelijken van beelden enige voorzichtigheid in te bouwen. Sommige kinderen zullen door middel van het vergelijken gemotiveerd raken. Ze willen ook zo goed worden. Andere kinderen zullen misschien gedemotiveerd raken en denken dat ze die kloof nooit zullen dichten en gooien het bijltje erbij neer. 4d. de feedback frequentie Aan de ene kant weten we dat het tonen van videobeelden het verbeteren van de beweging positief beïnvloed. Aan de andere kant is het niet de bedoeling dat de sporter afhankelijk wordt van videofeedback en zijn intrinsieke feedback verwaardeloost. In de literatuur wordt aangegeven dat het waarschijnlijk het beste is als gedurende een langere periode van trainen op een beweging de frequentie van videofeedback dient af te nemen. Bij aanvang dient de frequentie hoog te zijn, naarmate het proces vordert moet de sporter een steeds groter beroep doen op zijn eigen intrinsieke feedback. 4e. slowmotion en stilstaand beeld Het gebruik van slowmotion en stilstaand beeld is in de trainingspraktijk niet weg te denken. In theorie kleven hieraan zowel voor als nadelen. Details zijn beter waarneembaar, maar essentiële informatie als ritme en snelheid van bewegen gaan verloren. Het lijkt verstandig slowmotion beelden en beelden op normale snelheid veel af te wisselen. KNZB 2007 Opleiding Trainer / Instructeur 3 8

5 Aanbevelingen voor de trainingspraktijk 1. Beschouw videofeedback niet als het middel ter verbetering van techniek. In combinatie met andere vormen van feedback komt videofeedback waarschijnlijk het best tot haar recht. 2. Staar niet teveel blind op het ideaal beeld. Kijk goed of de huidige manier van bewegen effectief is en kijk dan of het zinvol is aspecten te veranderen. Vergelijk met ideaal beeld kan in veel gevallen frustrerend werken. 3. Bij jonge en beginnende sporters heeft het geven van videofeedback geen zin. 4. Bij sporters van hoog niveau kan videofeedback zinvol zijn bij het perfectioneren van de techniek. Houdt wel rekening met een tijdelijke terugval. 5. Laat de sporter altijd eerst vertellen hoe hij de beweging zelf ervaarde/aanvoelde en toon daarna de videobeelden. 6. Wees er als trainer altijd van overtuigd dat de sporter de fysieke mogelijkheden heeft de beweging uit te voeren. 7. Biedt videofeedback snel na een poging aan, het gevoel van de beweging is dan nog aanwezig. 8. Geef videofeedback altijd over de laatst uitgevoerde poging. Het tonen van eerder uitgevoerde pogingen leidt slechts tot verwarring. 9. Vestig de aandacht op de belangrijke onderdelen van de beweging. En beperk de aandacht tot een of hooguit twee onderdelen. Vestig eerst de aandacht op wat niet goed. Praat in tweede instantie pas over adviezen hoe dit verbeterd kan worden. 10. Geef bij gevorderde sporters niet na ieder poging videofeedback, maar bijvoorbeeld na iedere derde poging. Op deze wijze wordt hij niet afhankelijk van videofeedback en blijft hij zijn eigen intrinsieke feedback systeem stimuleren. 11. Wissel slowmotion beelden en normale beelden veelvuldig af om niet het totaalbeeld uit het oog te verliezen. KNZB 2007 Opleiding Trainer Wedstrijdzwemmen 3 9