Handleiding 3 (C), augustus 2007
3
1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1 Wat is nieuw... in 3 3 2 Inleiding... 5 3 Hoe is... 3 opgebouwd? 7 2 Leerlingen 7 1 Leerlingen... en leerlingroepen 7 2 Instellen leerlingen... 9 3 Oefenen 12 1 Hoe verlopen... de oefeningen? 12 2 Beginnen... met oefenen 13 3 Zelfstandig... werken 13 4 Voorbeelden... van oefeningen 16 4 Oefeningen 19 1 Oefeningenmappen... 19 2 Oefeningen... 21 5 Woordenlijstmappen 22 1 Woordenlijstmappen... 22 2 Woordenlijsten... 23 6 De tekstverwerker 25 1 De tekstverwerker... 25 7 Resultaten 28 1 Centrale... Zorgoverzicht 28 2 Tekstrapport... 29 3 Moeilijke... woorden 29 4 Grafisch... verslag 30 5 Typlijsten... 32 8 Werkbladen 33 1 Werkbladen... afdrukken 33 9 Huiswerk usb-stick 34
1 Huiswerk... usb-stick maken 34 2 Huiswerk... usb-stick bekijken 36 36 10 Instellingen 1 Lettergrepen... 36 2 Letters... 37 3 E-mail account... 39 4 Spellingsregels... 40 41 11 Verder 1 Product ondersteuning... 41 0 Index
1 Inleiding 1.1 Wat is nieuw in 3 3 In 3 komt u veel vernieuwingen tegen. Speciale remediërende oefeningenmappen voor na een Cito toets dictee of PI dictee Als een leerling een Cito toetsdictee onvoldoende maakt, dan kunt u met deze oefeningenmappen remedieërende oefeningen aanbieden die precies passen bij de spellingscategorieën van het betreffende dictee. U kunt zelfs aangeven welke categorieën de leerling precies moet oefenen. De woorden die geoefend worden zijn gekozen uit frequentielijsten voor het basisonderwijs. Er zijn ook speciale oefeningenmappen voor de PI dictees. Zelf de spelingscategorieën kiezen die de leerling moet oefenen Als u een leerling laat oefenen in een bepaalde oefeningenmap, dan kunt u zelf aangeven welke spellingscategorieën moeten worden geoefend. Gebruik spellingsregels Als de leerling een spellingfout maakt, dan zal nakijken of er bij de fout een spellingregel hoort. zal de leerling dan herinneren aan de spellingsregel. U kunt deze spellingsregels heel makkelijk aanpassen aan de regels van uw methode. Zo kunt u dus een onvoldoende Cito dictee oefenen met en dit indersteunen met de spellingsregels uit de methode. Importeren en exporteren van oefeningenmappen Met Spellinsgwerk 3 kunt u oefeningenmappen exporteren en importeren. Als u dus een oefeningenmap heeft gemaakt die u wilt delen met anderen, dan wordt dat nu wel heel gemakkelijk. Op het gebruikersplein van wordt naar deze pakketten verwezen (zie lerarenmodule: Gebruikersplein ). Huiswerkdiskette nu op usb-stick In vroegere versies werd de huiswerkdiskette altijd op een diskette geschreven. Veel computers hebben geen diskettestation meer. schrijft het huiswerk nu op een usb-stick schrijven. Vernieuwde oefenschermen Alle oefenschermen zijn vernieuwd en verbeterd. De oefenschermen zijn aantrekkelijk en uitdagend vorm gegeven.
4 Nieuwe lerarenmodule Alle functies van zijn met één klik bereikbaar. U hoeft niet meer te zoeken naar de huiswerk usb-stick, de werkbladen of de resultaten. In het startscherm van de lerarenmodule ziet u alles in één handig overzicht. De meeste functies worden al uitgelegd op het scherm en als dat niet genoeg is, dan raadpleegt u de help-functie.
5 Centrale Leerlingendatabase 3 maakt gebruik van een Centrale Leerlingendatabase. Dat betekent dat de gegevens van de groepen en de leerlingen op een centrale plek worden opgeslagen. Als u de Centrale Database heeft gevuld met de namen van de groepen en de leerlingen, dan hoeft u de leerlingen in 3 alleen nog op het juiste niveau in te stellen. Hiermee wordt het onderhoud van de leerlingen voor onze programma's een stuk eenvoudiger. De Centrale Database wordt automatisch voor u geïnstalleerd als u installeert. Op de clients hoeft u nog steeds niets te installeren. Buiten het gemak, merkt u niets van de Centrale Database. Meer zelfstandigheid voor de leerlingen Leerlingen kunnen nu meer activiteiten doen dan alleen oefenen. Ze kunnen ook zelf hun vooruitgang bekijken, een werkblad afdrukken of een huiswerk usbstick maken. U kunt deze activiteiten ook per activiteit en per leerling uitzetten. Kinderen worden zo actief betrokken bij hun oefeningen. Ze kunnen zelf veel extra doen en hun eigen vooruitgang bekijken. Deze activiteiten kunnen de leerling extra stimuleren en motiveren, maar u kunt deze activiteiten ook uitzetten. Overigens worden al deze acties van de leerling vastgelegd in een logboek. U kunt dus altijd nakijken of de leerlingen het goed gebruiken. 1.2 Inleiding Inleiding In groep drie van de basisschool zien we dat het lezen en spellen aanvankelijk hand in hand gaat. De kinderen in groep drie zijn al vrij snel in staat om via de weg van de auditieve analyse te komen tot het schrijven van klankzuivere mk, km en mkm-woorden. In het begin zullen ze deze woorden vooral op de letterdoos leggen. Later, als het schrijven van de letters is geleerd, zullen ze deze
6 woorden al snel op papier kunnen zetten. Een aantal deelvaardigheden spelen hierbij een rol: De temporele orde waarneming is het waarnemen van klanken op volgorde, wat nodig is om te komen tot auditieve analyse: het opsplitsen van een woorden in letters (klanken). Aan de klanken worden letters gekoppeld en deze worden één voor één gelegd of opgeschreven. De auditieve en visuele discriminatie spelen hun rol bij het benoemen van de letters die het kind hoort en de letters die het kind moet schrijven. Problemen met de temporele orde waarneming leidt tot fouten in de auditieve analyse waarbij de leerling letters 'vergeet' of de volgorde van letters omkeert. Moeilijkheden met de auditieve en visuele discriminatie kan leiden tot een onvoldoende letterkennis, de leerling weet niet goed welke letter bij welke klank hoort. Het bovenstaande schema is van toepassing op het aanvankelijk spelling, hierbij worden klankzuivere woorden geschreven. Al gauw echter verdwijnt de één op één relatie klank-teken en krijgt de leerling te maken met woorden die anders geschreven worden dan je hoort. Er staan de leerling verschillende strategieën ter beschikking: 1. Spellen aan de hand van het woordbeeld. Hierbij heeft de leerling het woord als beeld in zijn hoofd. 2. Spellen volgens analogie. De leerling schrijft het woord op dezelfde manier als vergelijkbare woorden. 'Tikken' wordt naar analogie van 'likken' met twee k's geschreven. 3. Spellen volgens regels. De leerling maakt gebruik van een regel om achter de schrijfwijze te komen. 'Hond' schrijf je met een 'd', omdat je een 'd' hoort als je het woord langer maakt. 4. Spellen als schrijfmotorisch patroon. Het woord vloeit als het ware uit de pen van de leerling. Het woord kan min of meer gedachteloos worden opgeschreven. Afhankelijk van de gebruikte taal- of spellingsmethode hanteert de leerling verschillende strategieën door elkaar. 3 is bestemd voor de basisschool en de speciale school voor basisonderwijs. Het programma is methode-onafhankelijk en kan naast elke methode gebruikt worden. De leerlingen kunnen met weinig instructie aan de gang en de leerkracht kan het programma op eenvoudige wijze naar zijn hand zetten om zo het leerproces van de leerling optimaal te sturen. Het programma is individueel gericht; leerlingen kunnen op hun eigen niveau en in hun eigen tempo de stof doorwerken. Het programma houdt de vorderingen bij. Het niveau van de oefeningen loopt van groep 3 tot en met groep 8 van de basisschool. U kunt de inhoud van de oefeningen wijzigen en/of het aantal oefeningen zelf uitbreiden. Tevens is het mogelijk om 3 werkbladen te laten afdrukken of een huiswerk usbstick te laten maken. De leerkracht kan snel voor iedere leerling op papier of met de computer een oefenpakket samenstellen, aangepast aan de mogelijkheden en vorderingen van de leerling.
1.3 7 Hoe is 3 opgebouwd? U kunt in 3 gebruik maken van verschillende oefeningenmappen: 1. 3 Dit is de standaard oefeningenmap. Deze oefeningenmap bestaat uit 490 oefeningen (niveaus). In deze oefeningenmap worden dus alle spellingsstappen van de Nederlandse taal geoefend, van mk en km tot en met de leenwoorden. Bij de indeling in spellingstappen is vooral uitgegaan van het OPES (Onderwijs Planning en Evaluatie Systeem). Het OPES is op zijn beurt weer gebaseerd op onderzoek van het CITO ten bate van hun SVS (Schaal Vorderingen in Spellingsvaardigheid). De woorden van de woordpakketten zijn gekozen uit frequentielijsten voor het basisonderwijs. 2. Oefeningenmappen bij de Cito testdictees. Als een leerling een Cito toetsdictee onvoldoende maakt, dan kunt u met deze oefeningenmappen remedieërende oefeningen aanbieden die precies passen bij de spellingscategorieën van het betreffende dictee. U kunt zelfs aangeven welke categorieën de leerling precies moet oefenen. De woorden die geoefend worden zijn gekozen uit frequentielijsten voor het basisonderwijs. 3. Oefeningenmappen bij de PI-dictees. Net als bij de Cito kunt u met deze oefeningenmappen remedieërende oefeningen aanbieden die precies passen bij de spellingscategorieën van het betreffende dictee. En ook hier kunt u precies aangeven welke categorieën moeten worden geoefend. De woorden die geoefend worden zijn gekozen uit frequentielijsten voor het basisonderwijs. 2 Leerlingen 2.1 Leerlingen en leerlingroepen 3 maakt gebruik van een Centrale Leerlingendatabase. Als de groepen en leerlingen hier zijn ingevoerd, hoeft u de leerlingen alleen nog in te stellen op het juiste niveau. U vindt de Centrale Leerlingendatabase hier:
8
2.2 9 Instellen leerlingen Kies in de lerarenmodule Niveau leerling instellen Niveau. Het volgende venster verschijnt: Tabblad: Algemeen Woordenlijstmap en woordenlijst Kies een oefeningenmap. Kies de standaardoefeningenmap " 3" of kies een oefeningenmap die hoort bij een Cito of PI dictee. Instellen voor meerdere leerlingen Klik op de knop om voor meerdere leerlingen in één keer een oefeningenmap in te stellen. Selecteer de oefeningen voor de leerling Klik op de knop Kies oefeningmap (het vergrootglas) om een oefeningenmap te kiezen. In het voorbeeld is de Cito E3 gekozen. Vink nu de spellingscategorieën aan die u wilt oefenen. Klik op de dikgedrukte kopjes zoals Categorie 2 MMKM en MKMM. U zult zien dat dan automatisch alle oefeningen die daarbij horen selecteert. Klik nogmaals om de keuzes waar ongedaan te maken. Klik op de knop Kies dit niveau als startniveau om aan te geven waar de leerling moet beginnen. In de regel is dit natuurlijk de eerste oefening die aangevinkt is. De oefeningen hoeven niet op elkaar aan te sluiten. U kunt ook een serie oefeningen erbij kiezen die verderop in de lijst staat. Bij het oefenen zoekt dit vanzelf op.
10 Tabblad: Oefenen Hier kunt u iedere oefening voor iedere leerling apart instellen. Alle oefeningen hebben al standaardinstellingen, maar u kunt deze hier eventueel aanpassen. Klik op Instellingen. Het volgende venster verschijnt:
11 Stel hier iedere oefening voor de betreffende leerling apart in. Dit is eigenlijk alleen nodig voor uitzonderingen. In het voorbeeld ziet u de instellingen voor de oefening Typ het woord dat de juffrouw zegt. Dit is een belangrijke oefening omdat deze de vorm van een auditief dictee heeft waarmee steeds iedere serie oefeningen wordt afgesloten. Bij deze oefening moeten de leerling een bepaald percentage woorden van de oefening twee keer achtereen correct natypen (Typlijst voldoende bij). Als een woord twee keer achtereen correct is (Woord voldoende na...) nagetypt, dan woord dit woord als het ware 'afgetekend' en komt niet meer in de oefening terug. Als de leerling een woord al een keer correct heeft ingetypt en de leerling typt het de tweede keer fout in, dan begint weer vanaf nul te tellen. houdt dit bij en bewaart dit op de vast schijf. Dit noemen we de typlijst van een leerling. Als een leerling de oefening voldoende maakt, dan wordt de typlijst weer verwijderd. U kunt de typlijst van iedere leerling bekijken in de lerarenmodule.
3 Oefenen 3.1 Hoe verlopen de oefeningen? 12 Leerlingen gaan zelfstandig aan de slag op het ingestelde niveau in de oefeningenmap. Als de leerling klaar is met een oefening en deze is voldoende gemaakt, dan zet de leerling zelf door naar de volgende oefening. Sommige oefeningen zoals Typ het woord dat de juffrouw zegt kunnen niet in één keer worden afgemaakt. Bij deze oefening moet de leerling de woorden 2 keer achtereen correct intypen. Hier zijn meestal 2 of meer beurten voor nodig. Als een oefening klaar is kan de leerling het volgende kind op de lijst waarschuwen. De leerling mag natuurlijk ook 2 of meer keren achter elkaar oefenen. Veel oefeningen trainen specifiek de auditieve vaardigheden. Deze oefeningen worden afgewisseld met visuele oefeningen waarbij de leerling de woorden moet inprenten. Daarnaast worden alle oefeningen ondersteund met spellingsregels. U kunt de spellingregels die 3 gebruikt heel eenvoudig aanpassen aan de spellingsregels van uw methode. De training van een spellingscategorie is bestaat altijd uit een serie oefeningen die de leerling auditief en visueel trainen. De nadruk ligt op de auditieve training. Iedere training wordt afgesloten met een einddictee. De juf spreekt het woord uit dat ingetypt moet worden. Als de leerling om hulp vraagt, dan wordt een volgende letter ingevuld. Bij deze oefening moet de leerling een woord tweemaal achtereen goed intypen, voordat het woord als correct wordt geteld. houdt precies bij welke woorden reeds tweemaal achtereen correct zijn nagetypt en traint door met de woorden die nog niet tweemaal achtereen corect zijn nagetypt. De leerling mag hier meerdere beurten aan werken. bewaart de woorden die de leerling al goed kent en weet dus precies welke woorden de volgende beurt weer geoefend moeten worden. Als de leerling 85% van de woorden tweemaal achtereen correct heeft ingetypt (dit is per leerling in te stellen), dan mag de leerling door naar de volgende oefening.
3.2 13 Beginnen met oefenen Om de leerlingen te laten oefenen start u de leerlingenmodule of u kies in de lerarenmodule Leerling laten werken aan het werk. Op het scherm verschijnt de leerlingenmodule: Hier kan de leerlingen kiezen om te gaan oefenen, zelf een huiswerk usb-stick te maken, een werkblad af te drukken of zijn/haar vooruitgang te bekijken. U kunt zelf bepalen of een leerling zelf deze acties mag uitvoeren. Zie Instellen leerling (tabblad: Zelfstandig). De leerling kan in 3 dus in ruime mate zelfstandig aan het werk en kan zichzelf verder helpen met oefenbladen en huiswerk usb-sticks. De mogelijkheden om de eigen vooruitgang zowel grafisch als in een rapport te bekijken kan de leerling stimuleren en motiveren. Zie: Zelfstandig werken. Met de knop Kies een groep kiest de leerling kiest eerst een groep. Dan klikt de leerling op zijn/haar naam en klikt op Oefenen. Nu verschijnt het oefenscherm van het niveau van de leerling. Als de leerling klaar is, dan kan hij/zij nogmaals oefenen of één van de andere activiteiten uitvoeren. De leerkracht maakt hierover afspraken met de groep. 3.3 Zelfstandig werken In 3 kan de leerling nog meer zelfstandig werken dan in voorgaande versies. De mogelijkheden om de eigen vooruitgang zowel grafisch als in een rapport te bekijken kan de leerling stimuleren en motiveren.
14 Knoppen Maak je usb-stick klaar Als de leerling hierop klikt, verschijnt het volgende venster. kijkt na of er verwisselbare schijven op de computer beschikbaar zijn. U maakt dus gebruik maken van usb-stick. Dan kiest de leerling OK. Nu wordt de woordenlijst waarmee de leerling op dat moment werkt op de usb-stcick gezet samen met een oefeniprogramma. Na het maken van de usb-stick kan de leerling deze mee naar huis nemen om thuis oefeningen te maken. Als de leerling klaar is met oefenen, dan zal het huiswerk programma dit melden en kan de leerling de stick weer mee naar school nemen. Druk een werkblad af. Hiermee kan de leerling een oefenblad afdrukken van het niveau waar hij/zij op dat moment aan werkt. Op het scherm verschijnt het volgende scherm:
15 Met het werkblad kan de leerling de woorden uit het ingestelde niveau oefenen. De leerling kiest een werkblad en klikt dan op Afdrukken. Hoever ben je al? De leerling kan de vooruitgang zowel in de vorm van een rapport als grafisch bekijken: Hierbij kan de leerling op een vierkantje klikken om te zien welke woorden hij/zij in dat niveau heel moeilijk vond.
3.4 16 Voorbeelden van oefeningen Typ het woord dat de band zingt De leerling hoort een woord dat in lettergrepen wordt uitgesproken. De leerling moet het woord moet intypen. Als de leerling om hulp vraagt, dan wordt een lettergreep nogmaals uitgesproken en deze blijft dan ook op het scherm staan. Wijs de lettergrepen aan De leerling hoort een woord. Daarna wijst de leerling de lettergrepen van het woord aan. Als de leerling om hulp vraagt, dan flitst de lettergreep op die de leerling moet kiezen.
17 Vul het woord aan De leerling hoort een woord. Dat woord is ook ingevuld in de vakjes, maar er is steeds een letter weggelaten. De leerling moet deze letter invullen. Als een leerling om hulp vraagt, dan wordt de gevraagde letter ingevuld. De normering, het aantal rijen (van één tot vier) en het aantal herkansingen na een fout is individueel in te stellen. Een woord wordt fout gerekend als de leerling om hulp vraagt. Typ het woord dat de juffrouw zegt Een oefeningenserie rond een bepaalde spellingscategorie wordt meestal afgesloten met een dictee. De leerling hoort het woord dat ingetypt moet worden. Bij deze oefening moet de leerling het woord 2 keer achtereen correct natypen. Dan ziet het woord als voldoende. De leerling mag hier hier meerder beurten aan werken. houdt bij welke woorden de leerling al beheerst en oefent steeds met de woorden die de leerling nog niet goed kent.
18 Schrijf het verdwenen woord op Bij deze oefening moet de leerling het woord op het schoolbord goed aankijken en daarna op de bordenwisser klikken, dan verdwijnt het woord en moet het woord worden ingetypt. Zo wordt de leerling al gedeeltelijk gedwongen om het woord in te prenten. Op en neer Een woord is als een slang geschreven. De leerling moet het woord intypen. De normering, en het aantal herkansingen na een fout is individueel in te stellen. Als de leerling om hulp vraagt, dan wordt het woord meer horizontaal geplaatst. Een woord wordt fout gerekend als het aantal vergissingen (verkeerd ingetypte woord) groter dan één is. Wijs de lettergrepen aan De leerling hoort een woord. Daarna wijst de leerling de lettergrepen van het woord aan. Als de leerling om hulp vraagt, dan flitst de lettergreep op die de
19 leerling moet kiezen. Kies de goede eekhoorn Dit is een sorteeroefening. De leerling hoort een woord. Daarna klikt de leerling de eekhoorn aan waar het woord bij hoort. 4 Oefeningen 4.1 Oefeningenmappen De oefeningen in 3 zijn verdeeld in oefeningenmappen. U kunt zelf deze oefeningenmappen uitbreiden en wijzigen. Kies in de lerarenmodule. Zelf oefeningen samenstellen oefeningen. Hier maakt u nieuwe oefeningenmappen aan. Om de naam van een oefening te wijzigen, moet u de map selecteren (klik op de regel met de naam) en vervolgens typt u de nieuwe naam. Als u een oefeningenmap verwijdert dan worden ook alle oefeningen van die map verwijderd.
20 Klik op Nieuw om een nieuwe oefeningenmap in te voeren. De cursor verschijnt onderaan de lijst. Hier typt u de naam van de map. U hoeft uw invoer niet te bevestigen; bewaart automatisch alles wat u invoert. U kunt ook een omschrijving van de map aangeven. U kunt een oefeningenmap nu ook exporteren en importeren. Hiermee is de mogelijkheid ontstaan oefeningenmappen met gebruikers uit te wisselen op het gebruikersplein 3 op onze site op www.nib.nl. Wijzig Hiermee kunt u de oefeningen van de geselecteerde map wijzigen, verwijderen of oefeningen toevoegen. Nieuw Voer een nieuwe map in. Onderaan de lijst verschijnt de cursor en u kunt de naam van de nieuwe oefeningenmap intypen. Verwijder Verwijdert de geselecteerde oefeningenmap. Voordat de map verwijdert wordt u eerst om bevestiging gevraagd. Pijl omhoog Verplaats de oefeningenmap een positie hoger in de lijst. Pijl omlaag Verplaats de oefeningenmap een positie lager in de lijst. Importeren Op het gebruikersplein kunt u oefeningenmappen ophalen en importeren. Exporteren U kunt een oefeningenmap exporteren. Zowel de sommen als de oefeningen worden geëxporteerd en geplaatst in de map "export" van. Afdrukken Drukt een overzicht af van de oefeningen in de geselecteerde map.
4.2 21 Oefeningen Kies in de lerarenmodule Zelf oefeningen samenstellen oefeningen Wijzig. Voeg hier eigen oefeningen toe of pas oefeningen aan. Om de naam van een oefening te wijzigen, moet u deze selecteren en vervolgens begint u te typen. U hoeft uw invoer niet te bevestigen; bewaart automatisch alles wat u invoert. Nieuw Voegt een nieuwe oefening toe. U ziet dat bij de oefeningen onderaan de lijst ruimte wordt gemaakt. U moet nu eerst een naam moet geven aan de oefening. U typt een naam en dan drukt u op de Enter. Nu kunt u de woordenlijst en het oefenscherm kiezen. Om een woordenlijst te kiezen klikt u op de knop met de vergrootglas. U kiest eerst een woordenlijstmap waaruit u de woordenlijst wilt selecteren, dan kiest u een woordenlijst en klikt daarna op OK. Om een oefenscherm waarmee de woordenlijst wordt geoefend te kiezen, klikt u op de vergrootglas naast het oefenscherm. Kies een oefenschermen en vervolgens op OK. Verwijder Verwijdert de geselecteerde oefening. Voordat de oefening verwijdert, wordt u eerst om bevestiging gevraagd. Naam Hiermee geeft het programma zelf aan de oefening een naam. Deze naam bestaat altijd uit de naam van de sommenlijst, een dubbele punt en de naam van het oefenscherm. Dit werkt erg handig, omdat het lastig kan zijn om steeds weer nieuwe betekenisvolle namen voor de oefeningen te bedenken. Pijl omhoog en pijl omlaag Met de pijltjesknoppen kunt u de volgorde van de oefeningen bepalen. De oefeningen staan namelijk niet alfabetisch, maar staan in een volgorde die u zelf bepaalt. Normaal gesproken zult u de makkelijke oefeningen bovenaan willen plaatsen.
22 Auditief aanbieden Door deze mogelijheid aan te vinken zal de oefening auditief aangeboden worden. Is deze mogelijkheid niet aangevinkt dan zal de oefening zonder geluid aanbieden. Hoofdkoppen en subkoppen U ziet dat de oefeningen zijn onderverdeeld. U ziet vetgedrukte/onderstreepte kopjes. U kunt zelf deze onderverdeling maken door in de keuzelijst met de oefeningen "koppen" in te voegen. Als u met de muiscursor in de keuzelijst staat en u drukt op de rechtermuisknop dan verschijnt een keuzemenu: Als u nu kiest: Invoegen hoofdkop, dan wordt een wordt de tekst die u invult automatisch vet en onderstreept. Invoegen subkop geeft alleen vet. Invoegen oefening geeft de mogelijkheid om een oefening op een specifieke plek in te voegen. Normaal gesproken worden nieuwe oefeningen onderaan geplaatst. Dit is wel handig als u een nieuwe oefeningenmap aan het opbouwen bent, maar als u de oefening eigenlijk meer aan het begin wilt plaatsen (omdat het bijvoorbeeld een makkelijke oefening is), dan is het verplaatsten met de pijltjes tijdrovend en kunt u beter gebruik maken van Invoegen oefening. De oefening wordt ingevoegd op de plaats van de geselecteerde oefening. 5 Woordenlijstmappen 5.1 Woordenlijstmappen De woordenlijsten van zijn opgeslagen in woordenlijstmappen. U kunt deze woordenlijsten aanpassen met de keuze Zelf oefeningen samenstellen woordenlijsten. op het scherm verschijnt het volgende venster:
23 Hier maakt u nieuwe woordenlijstmappen aan. Om de naam van een woordenlijstmap te wijzigen, moet u de map selecteren (klik op de regel met de naam) en vervolgens typt u de nieuwe naam. Als u een woordenlijstmap verwijdert dan worden ook alle woordenlijsten van die map verwijderd. Klik op Nieuw om een nieuwe woordenlijstmap in te voeren. De cursor verschijnt onderaan de lijst. Hier typt u de naam van de map. U hoeft uw invoer niet te bevestigen; bewaart automatisch alles wat u invoert. Knoppen Wijzig Hiermee kunt u de woordenlijsten met de woorden van de geselecteerde map wijzigen, verwijderen of lijsten toevoegen. Nieuw Voer een nieuwe map in. Onderaan de lijst verschijnt de cursor en u kunt de naam van de nieuwe woordenlijstmap intypen. Verwijder Verwijdert de geselecteerde woordenlijstmap. Voordat de map verwijdert wordt u eerst om bevestiging gevraagd. Pijl omhoog Verplaats de woordenlijstmap een positie hoger in de lijst. Pijl omlaag Verplaats de woordenlijstmap een positie lager in de lijst. Afdrukken Drukt een overzicht af van de woordenlijsten in de geselecteerde map. 5.2 Woordenlijsten Iedere woordenlijstmap bestaat uit een aantal woordenlijsten.
24 Klik op Wijzig om de woordenlijsten te wijzigen. Hier kunt u woordenlijsten met woorden invoeren, wijzigen, bekijken of verwijderen. Om de naam van een woordenlijst te wijzigen, moet u deze selecteren en vervolgens begint u te typen. U hoeft uw invoer niet te bevestigen; bewaart alles wat u invoert automatisch. In de lijst met de woordenlijsten kunt u met de rechtermuisknop klikken voor het volgende menu: Invoegen woordenlijst geeft de mogelijkheid om een sommenlijst op een specifieke plek in te voegen. Normaal gesproken worden nieuwe lijsten onderaan geplaatst. Dit is wel handig als u een nieuwe sommenmap aan het opbouwen bent, maar als u de sommenlijst eigenlijk meer aan het begin wilt plaatsen (omdat het bijvoorbeeld een makkelijke lijst is), dan is het verplaatsten met de pijltjes tijdrovend en kunt u beter gebruik maken van Invoegen woordenlijst. De lijst wordt ingevoegd op de plaats van de blauwe balk. Voor hoeven de sommenlijsten niet op een bepaalde volgorde te staan. Voor de gebruiker is het bij het invoeren van oefeningen wel handige als de sommenlijsten in een bepaalde volgorde staan. Als u nu kiest: Invoegen hoofdkop, dan wordt een wordt de tekst die u invult automatisch vet en onderstreept. Invoegen subkop geeft alleen vet. Knoppen Nieuw Voegt een nieuwe woordenlijst toe. U ziet dat bij de woordenlijsten onderaan de lijst ruimte wordt gemaakt. U moet nu eerst een naam moet geven aan de woordenlijst. U typt een naam en dan drukt u op Enter. Nu kunt u rechts de woordenlijst intypen. Verwijder Verwijdert de geselecteerde woordenlijst. Voordat de lijst verwijdert wordt u eerst om bevestiging gevraagd. Pijl omhoog Verplaats de woordenlijst een positie hoger in de lijst.
25 Pijl omlaag Verplaats de woordenlijst een positie lager in de lijst. 6 De tekstverwerker 6.1 De tekstverwerker Bij het wijzigen of invoeren van woordenlijsten, kunt u gebruik maken van een tekstverwerker. Zie in de lerarenmodule: Zelf woordenlijsten samenstellen Woordenlijsten Wijzig Wijzig. Hier typt u de woorden van de woordenlijst in. U kunt de woorden onder elkaar of naast elkaar intypen. Als een woord een spatie bevat, dan moet u daar een liggend streepje (Shift+-). voor gebruiken. Zo leest het woord als één geheel en weet ook dat u een spatie bedoeld in plaats van het liggende streepje. Bijvoorbeeld: "Den_Haag". Ook zinnen moeten worden ingevoerd met liggende streepjes Bijvoorbeeld: "Jan_fietst_naar_school". U kunt ook woordenlijsten door laten samenstellen. Dit betekent dat u naar woorden laat zoeken die aan bepaalde criteria voldoen. Zo kunt u bijvoorbeeld alle tweelettergrepige woorden laten opzoeken. Of alle woorden die beginnen met "sch". U kunt ook woordenlijsten importeren die u op een andere station heeft staan. Kies Bestand Openen en selecteer de woordenlijst die u wilt inlezen. U kunt alleen zoeken in de lijst met woorden die ook kan uitspreken (en de lettergreepverdeling van kent). Alleen de menuopties die afwijken van de Windows-standaard worden besproken. Bestand Openen U wordt gevraagd om de naam van een tekst. Nadat de tekst gelezen is, kunt u deze gaan bewerken of u klikt op OK. U kunt deze mogelijkheid goed gebruiken om woordenlijsten te importeren. maakt een kopie van het bestand en u kunt het originele bestand dus zelfs van de vaste schijf verwijderen. Lettergrepen In lettergrepen De tekst wordt verdeeld in lettergrepen. U heeft zo de mogelijkheid om te controleren of de woorden goed in lettergrepen kan verdelen. Bij een aantal oefeningen verdeelt de woorden in lettergrepen. Lettergrepen Opheffen lettergrepen De tekst wordt verdeeld in lettergrepen. Lettergrepen Nieuwe lettergreepverdeling Woorden die niet goed in lettergrepen kan verdelen moeten in een uitzonderingenbestand worden opgenomen. Dit doet u als volgt: u selecteert een woord in de woordenlijst en dan kiest u: Nieuwe lettergreepverdeling Nieuwe lettergreepverdeling. Woordenlijsten Hier kunt u zelf woordenlijsten samenstellen aan de hand van criteria die u opgeeft. In de tekstverwerker kunt u aan de hand van bepaalde criteria woordenlijsten laten samenstellen door.
26 Bij het samenstellen van woordenlijsten krijgt u het volgende venster. U kunt hiermee een woordenlijst samenstellen vanuit een andere woordenlijst. Eerst kiest u de woordenlijst waaruit u woorden wilt selecteren. U kunt alleen de woordenljst sw.txt kiezen. In deze lijst staan alle woorden waarvan de uitspraak kent en waarvan ook alle lettergrepen afzonderlijk kunnen worden uitgesproken. Nu vult u het spellingspatroon in. Met dit spellingspatroon geeft u aan welke woorden u wilt selecteren. Stel dat u alle woorden van drie klanken (=fonemen) wilt toevoegen aan uw woordenlijst, dan vult u hier in MKM. De hoofdletter M staat voor medeklinker en de hoofdletter K staat voor klinker. Bij het invullen van dit spellingspatroon kunt u verder gebruik maken van een ster (*) en een vraagteken (?). Met een ster geeft u aan dat de letters op de betreffende plaats niet ter zake doen. U kunt meerdere sterretjes in het spellingspatroon gebruiken, bijvoorbeeld: *kk*. Met een vraagteken geeft u aan dat het teken op de aangegeven plaats niet terzake doet. Het spellingspatroon:??? vindt dus alle woorden van drie letters (dus niet van drie klanken, maar van drie tekens). Verder kunt u ook nog gebruik maken van alle letters van het alfabet. Standaard ziet de volgende klanken als medeklinker. b,c,d,f,g,h,j,k,l,m, n,p,q,r,s,t,v,w,x,z,ch,ng,nk,sch De volgende klanken worden als klinker beschouwd. a,aa,e,ee,o,oo,u,uu,ie,ei,eu,oe,ui,ij,au,ou,i,è,é,ê,ë U kunt deze klanken wijzigen onder de menukeuze Instellingen Welke letters. We zullen een aantal voorbeelden geven om één en ander te verduidelijken.
27 Verder kunt u nog gebruik maken van de hoofdletter G. De G staat voor 'door gebruiker gedefinieerd teken'. U kunt net als bij de letter M en K geheel zelf aangeven welke klanken onder de Gebruiker tekens verstaan dienen te worden. Zo kunt u bijvoorbeeld heel makkelijk alle woorden met gesloten lettergrepen laten selecteren. U vult dan de Gebruiker-tekens als volgt in: Als het spellingspatroon vult u bijvoorbeeld in *KGK*. Nu zullen alle woorden zoals ballen, hakken, bokking, verstrekken etc. aan de woordenlijst worden toegevoegd. Als laatste kunt u ook een cijfer van 1 tot 9 invullen als spellingspatroon. U geeft hiermee aan dat u woorden met een bepaald aantal lettergrepen wilt selecteren. U ziet ook het aankruisvakje: Exclusief. Als u dit aanklikt dan worden alle woorden die juist niet voldoen aan dit spellingspatroon geslecteerd. Nu klikt u op Importeren. Na verloop van tijd zult u zien dat de geselecteerde woorden in de tekstverwerker verschijnen.
28 Extra Statistiek Geeft informatie over de woorden (of tekst) die u heeft ingevuld. 7 Resultaten 7.1 Centrale Zorgoverzicht Het Centrale zorgoverzicht geeft u in één overzicht de resultaten van een leerling in de programma's waarin gewerkt wordt. U hoeft dus niet meer alle programma's af te lopen om toch een goed overzicht te krijgen van de vooruitgang van de leerling. Daarmee is het Centrale zorgoverzicht een handige vinger aan de pols. Dit zorgoverzicht wordt altijd automatisch geïnstalleerd, zelfs als u maar met één programma werkt. Het centrale zorgoverzicht ziet welke programma's zijn geïnstalleerd en laat van deze programma's de resultaten zien. Dit is een samenvatting van de vooruitgang en vaak een overzicht van de moeilijke woorden of sommen. Als u gebruik maakt van Stelwerk 3, dan krijgt u ook een overzicht van de teksten die de leerling heeft geschreven. Klik op de knop Kopieer om de inhoud van het overzicht te kopiëren en te gebruiken in een verslag. Kortom, een buitengewoon handige centrale voorziening. Ga naar de updates om uw huidige Hoofdwerk 3 en Flits 3 op te waarderen.
7.2 29 Tekstrapport Klik in de lerarenmodule op Resultaten bekijken tekstrapport. U krijgt een overzicht in tekstvorm van de prestaties van de leerlingen. De laatste acht beurten worden bekeken en globaal geanalyseerd. Op grond van deze informatie geeft 3 een beoordeling voor het werk en enkele suggesties om de leerlinggegevens aan te passen. Met Tekstrapport krijgt u snel een indruk van de vorderingen en kunnen, eventueel aangevuld met de bevindingen in het werkoverzicht en het beurtenverslag, wijzigingen aangebracht worden in de instellingen van de oefening en/of leerling. Afdrukken Een tekstrapport op papier van de geselecteerde groep. 7.3 Moeilijke woorden Klik in de lerarenmodule op Resultaten bekijken moeilijke sommen. Bij het oefenen met 3 houdt het programma bij met welke woorden de leerling extra moeite heeft. Deze woorden worden vastgelegd in het bestand 'Moeilijke woorden' van de leerling. Dit bestand met moeilijke woorden breidt zich na iedere oefenbeurt steeds verder uit, maar fouten die meer dan 4 weken oud zijn worden automatisch weer gewist.
30 U ziet de leerlingengroepen met de leerlingen en rechts daarvan ziet u een overzicht van de woorden die de geselecteerde leerling moeilijk vindt. U ziet het betreffende woord en daarachter de schrijfwijze van het woord van de leerling. De eerste kolom geeft informatie over het aantal keren dat dit woord met deze foutieve schrijfwijze is ingevuld. Verwijder Verwijdert de moeilijke woorden. Bij de volgende oefenbeurt zal 3 weer een nieuwe lijst met moeilijke woorden aanmaken. 7.4 Grafisch verslag Klik in de lerarenmodule op Resultaten bekijken staafdiagram. U ziet hier hoever de leerlingen in de oefeningenmap gevorderd zijn. U ziet welke leerlingen ver zijn en welke leerlingen achterblijven. De registratiegegevens die 3 verschaft, zijn voor de leerkracht van belang om de juiste beslissingen te nemen. Er wordt voldoende informatie verschaft om het oefenverloop te volgen en een overzicht te krijgen van de vorderingen van de individuele leerling. Dat is belangrijk omdat voorkomen moet worden dat ongewenste oplossingsmethoden ingeslepen worden en leerlingen vastlopen of onnodig lang blijven hangen in oefeningen wegens gebrek aan uitleg of tijd. Met behulp van de menukeuzes Staafdiagram en Tekstrapport worden de vorderingen weergegeven. Naar aanleiding van het Tekstrapport kunt u een aantal leerlingen gedetailleerder bekijken met behulp van het Staafdiagram. Bovendien geven de werkoverzichten en beurtenverslagen een gedetailleerd overzicht van het werk van de leerlingen. Het werkoverzicht en beurtenverslag is een onderdeel van het Grafisch verslag. Het staafdiagram presenteert de vorderingen visueel met behulp van diagrammen. Na bestudering van de resultaten van een leerling kunnen deze eventueel met hem besproken worden. Om inzicht te krijgen in de manier waarop een leerling tot een oplossing komt, kunnen we deze bijvoorbeeld laten verwoorden hoe hij tot een antwoord komt. Deze gesprekken werken
31 verhelderend en motiveren en stimuleren de leerling. De verslagen kunnen naar wens afgedrukt of verwijderd worden. Staafdiagram 3 kan verschillende overzichten van de door de leerlingen behaalde resultaten presenteren. Eén daarvan is het staafdiagram. Deze kenmerkt zich doordat de prestaties zoveel mogelijk visueel gemaakt worden. Dit voorkomt dat u zich door eindeloze rijen van getallen moet worstelen om een indruk te krijgen van de prestaties van de leerlingen. Het tweede kenmerk van het staafdiagram is dat u stapsgewijs steeds gedetailleerder naar de prestaties van de verschillende leerlingen kunt kijken. Met het staafdiagram gaat u steeds uit van een globaal overzicht van de prestaties van de geopende leerlingengroep in de vorm van een horizontaal staafdiagram. Vanuit dit staafdiagram kunt u een lijndiagram bekijken en vanuit het lijndiagram bekijkt u het werkoverzicht. Als u de cursor over een staafje beweegt, dan zult u zien dat deze verandert in een vergrootglas. Op dat moment kunt u op de linkermuisknop drukken. Nu verschijnt er een lijndiagram van de betreffende leerling.
32 Als u met de cursor over de vakjes gaat, dan ziet u dat deze weer verandert in een vergrootglas. Als u nu op de linkermuisknop drukt, verschijnt het werkoverzicht met het beurtenverslag van die beurt op het scherm. In dit verslag vindt u zeer gedetailleerd terug welke opdrachten de leerling heeft gehad en welke fouten hij/zij gemaakt heeft. 7.5 Typlijsten Bij de oefening "Typ het woord dat de juffrouw zegt" moeten de leerling een bepaald percentage van een woordenlijst twee keer achtereen correct natypen. Als een woord twee keer achtereen correct is nagetypt, dan woord dit woord als het ware 'afgetekend' en komt niet meer in de oefening terug. Als de leerling een woord al een keer correct heeft ingetypt en de leerling typt het de tweede
33 keer fout in, dan begint 3 weer vanaf nul te tellen. 3 houdt dit bij en bewaart dit op de vast schijf. Dit noemen we de typlijst van een leerling. Als een leerling de oefening voldoende maakt, dan wordt de typlijst weer verwijderd. Verwijder Hiermee verwijdert u de typlijst. Dit betekent dat de leerling de volgende keer van voren af aan moet beginnen. 8 Werkbladen 8.1 Werkbladen afdrukken Kies in de lerarenmodule Werkbladen afdrukken niveau van een leerling of Werkbladen afdrukken niveau van uw keuze of kies in de leerlingenmodule de knop Druk een werkblad af. kan aan de hand van een niveau werkbladen afdrukken. De leerling kan het werkblad mee naar huis nemen om de sommen thuis nog eens te oefenen. De werkbladen geven samen met de huiswerk usb-stick de mogelijkheid om de leerling met rekenproblemen adequaat te helpen. Na uw keuze niveau van een leerling verschijnt het volgende venster:
34 Selecteer bij Type werkblad het werkblad dat het beste bij de woordenlijst past. Sommige werkbladen passen bijvoorbeeld beter bij woorden met lettergrepen en ander niet. Afdrukken Drukt het werkblad af. 9 Huiswerk usb-stick 9.1 Huiswerk usb-stick maken Regelmatig vragen ouders om oefeningen die het kind thuis kan doen. De huiswerk usb-stick van 3 geeft het kind deze mogelijkheid. U zult geen usb-stick in de doos vinden met de titel "Huiswerk usb-stick". Dit komt omdat zelf een huiswerk usb-stick kan aanmaken. kopieert daarbij het oefenprogramma naar een usb-stick en stelt de leerlinggegevens in. Hierbij neemt de instellingen over die u heeft aangegeven. U hoeft dus niet bang te zijn dat de ouders de verkeerde oefening kiezen. Kies in de lerarenmodule Huiswerk usb-stick maken huiswerk usb-stick of kies in de leerlingenmodule de knop Maak je usb-stick klaar. Na uw keuze huiswerk usb-stick verschijnt het volgende venster:
35 Kies een leerling en klik op Huiswerk. Het volgende venster verschijnt: Als de leerlingen klaar zijn met oefenen dan nemen ze hun diskette weer mee naar school. U kunt nu de resultaten bekijken. De huiswerk usb-stick vormt samen met de werkbladen een doeltreffend middel om de leerling met spelling extra te helpen. kijkt na of er verwisselbare schijven op de computer beschikbaar zijn. U maakt dus gebruik van een usb-stick. Kies het station waarop u de huiswerk usb-stick wilt maken en klik op OK. Nu worden de woordenlijst waar de leerling aan werkt op de usb-stick gezet. Om het oefenprogramma te oefenen starten de ouders het programma "hsw.exe" op de usb-stick (dit staat in de map "spellingswerk") starten. De leerling maakt een aantal oefeningen met de woordenlijst. Het programma waarschuwt als de leerling klaar is met werken en de huiswerk usbstick weer mee naar school kan. In het helpbestand bij de huiswerk usb-stick staat uitgelegd hoe het kind moet werken. Als de leerlingen klaar zijn met oefenen dan nemen ze hun huiswerk usb-stick weer mee naar school. U kunt nu de resultaten bekijken. De huiswerk usb-stick vormt samen met de werkbladen een doeltreffend middel om de leerling met rekenen extra te helpen. Over virussen Als u een huiswerk usb-stick van thuis terugkrijgt, moet u deze nooit op school starten. Als u geen viruscontrole op uw systeem heeft, kunt u eventueel besmet raken met virussen. U kunt wel altijd de resultaten bekijken. Dat kan geen kwaad, zelfs al zou de huiswerk usb-stick besmet zijn met een virus.
9.2 36 Huiswerk usb-stick bekijken Om de resultaten van de huiswerk usb-stick te bekijken kiest u in de lerarenmodule Huiswerk usb-stick maken bekijk de resultaten. Na uw keuze verschijnt het volgende venster: Kies het station en klik op OK. Op het scherm verschijnt het volgende venster. De leerling mag pas door naar de volgende oefening als het aangegeven percentage goede antwoorden is gehaald. Klik op Resultaten voor een overzicht van de sommen en de antwoorden van de leerling. 10 Instellingen 10.1 Lettergrepen Een aantal oefeningen in 3 maakt gebruik van lettergrepen. 3 kan zelf de meeste woorden goed in lettergrepen verdelen, maar er zijn ook een groot aantal uitzonderingen. Steeds als 3 een woord in lettergrepen moet verdelen, dan wordt eerst gekeken of het woord een uitzondering is. U heeft dit alleen nodig als u zelf nieuwe woordenlijsten toevoegt, alle uitzonderingen van de standaard geleverde lijsten kent 3 al. Kies Instellingen Lettergrepen Uitzonderingen om de uitzonderingen in te voeren.
37 Nieuw Geeft de mogelijkheid om een nieuwe uitzondering in te voeren. U ziet dat de cursor in het veld: Woord verschijnt. Nu typt u het woord in. Dan drukt u op de Tab-toets en vult u het woord in lettergrepen in. U hoeft de invoer niet te bevestigen. 10.2 Letters Bij het samenstellen van een nieuwe woordenlijst kunt u aangeven aan welk spellingspatroon een woord moet voldoen om in de lijst te worden opgenomen. Bij het invullen van spellingspatroon kunt u onder andere gebruik maken van de letter "K", "M" en "G" om aan te geven dat u respectievelijk een klinker, medeklinker of gebruikersteken verwacht wenst op een bepaalde positie Hier kunt u aangeven welke letters u als klinker, medeklinker en gebruikersteken ziet. U kunt letters toevoegen, wijzigen of verwijderen. U kunt zelf aangeven wat u onder de "K", "M" en "G" verstaat. Kies in de lerarenmodule Instellingen Letters. Op het hetscherm verschijnt het volgende venster.
38 Klinkers Hier vult u de letters in die moet beschouwen als klinker. Medeklinkers De letters die moet zien als medeklinkers. Gebruiker De letters die als gebruikersteken moet zien.
10.3 39 E-mail account Kies in de lerarenmodule: Instellingen venster. E-mailaccount. Op het scherm verschijnt het volgende Om de rapportage per e-mail te versturen, moet u de gegevens van uw e-mail account invullen. De gegevens die u hier moet invullen kunt u verkrijgen bij uw systeembeheerder. Host De naam van de Host. Dat is de naam van de mailserver die voor u post verzendt. Bijvoorbeeld "smtp.kennisnet.nl". Poort Normaal gesproken vult u hier 25 in. Gebruikersnaam Uw gebruikersnaam waaraan de "host" u herkent. Meestal hoeft u dit niet in te vullen, omdat het netwerk u herkent. Wachtwoord Het wachtwoord waarmee u zich in combinatie met de gebruikersnaam bij de "Host" identificeert. Voor deze server in identificatie verplicht Uw systeembeheerder weet of u dit moet aanvinken, dat is afhankelijk van de eisen die de "host" stelt. Deze computer als postkantoor gebruiken Als u het programma " Leerling" afsluit (dus na het oefenen), zal de computer nakijken voor welke groepen een e-mail moet worden verstuurd. Het is echter onnodig om dit iedere keer door alle clientcomputers te laten controleren. Dit veroorzaakt onnodig netwerkverkeer. U kunt één computer aanwijzen als het "postkantoor". Alleen deze computer zal dan iedere keer kijken of er mail moet worden verstuurd. Dit moet dan natuurlijk wel een computer zijn waar zeer regelmatig aan wordt gewerkt.
10.4 40 Spellingsregels kent alle fouten die leerlingen kunnen maken. Hier vult u in welke reactie geeft als de leerling een bepaalde spellingsfout maakt. Dit kunnen fouten zijn zoals een letter vergeten of twee letters omdraaien, maar het kunnen ook fouten zijn tegen bepaalde spellingsregels. Als de leerling een fout maakt, dan kijkt altijd eerst of het een fout is tegen de spellingsregels. Zo ja, dan zal de fout tonen met de spellingsregel erbij. In de tabbladen Spellingsregels 1-7 kunt u de spellingregels invullen die u wilt gebruiken. Als u bij een spellingsregels niet invult, dan wordt deze genegeerd en zal op de standaardwijze reageren op de fout van de leerling. Hierbij toont aan de leerling precies waar de fout zit, maar dan zonder de spellingsregel. In het tabblad Overige fouten geeft u aan wat moet zeggen als de leerling een fout maakt die niet aan een spellingregel is gekoppeld, maar wel onder één van de volgende fouten valt:
41 U ziet dat deze reacties standaard al zijn ingevuld. 11 Verder 11.1 Product ondersteuning Menu: Help Productondersteuning U kunt op verschillende manieren ondersteuning krijgen. Bezoek de homepage van 3 en bekijk de veel gestelde vragen. Kijk op www.nib.nl. Controleer met de optie Live Update of u de laatste versie van heeft. Stuur een e-mail met uw vraag naar helpdesk@nib.nl. Stuur een fax naar faxnummer 0174-610874 Neem contact op met de telefonische helpdesk tel: 0174-610052. Kijk op onze site voor de openingstijden van onze helpdesk. Als u telefonisch contact opneemt dan dient u de volgende informatie klaar te hebben: a. Het versienummer van. U vindt dit versienummer in het menu Help Info. b. Het operating systeem: Windows 98, Windows 2000, Windows XP of Vista.