Servicedocument Planning Datum: juli 2016 Alle rechten voorbehouden Niets uit deze uitgave mag worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een dataverwerkend systeem of uitgezonden in enige vorm door middel van druk, fotokopie of welke andere vorm dan ook zonder toestemming van de Nederlandse Associatie voor eaminering en EIN. Pag. 1 van 15
Inhoud 1. Leeswijzer... 3 2. Beschrijving van het eamen... 4 Naam eamen... 4 Plaats in iea raamwerk... 4 Globale inhoud... 5 Doelgroep... 5 Voorkennis/niveau... 5 Competenties... 5 Toetsvorm... 5 Indicatie studielast... 5 3. Eamenspecificaties... 6 Eamenonderwerpen... 6 Eindtermen en eamenspecificaties... 6 Toelichting... 8 4. Toetsmatrijs... 15 Eamengegevens... 15 Matrijs... 15 Pag. 2 van 15
1. Leeswijzer Elk iea eamen heeft een servicedocument. Een servicedocument beschrijft welke onderwerpen worden getoetst en op welke wijze het eamen is opgebouwd. Het document biedt daarmee voor opleiders en studenten een handvat bij de voorbereiding op het eamen. Het servicedocument bevat de volgende onderwerpen: de beschrijving van het eamen; de eamenspecificaties; de toetsmatrijs. Beschrijving van het eamen In de beschrijving van het eamen komen aan de orde: Plaats in het iea raamwerk; Globale inhoud: een korte beschrijving van de onderwerpen waaruit het eamen bestaat; Doelgroep: voor wie het eamen is bedoeld; Voorkennis: welke kennis vooraf als bekend wordt verondersteld; Vervolg: welk eamen aansluitend op dit eamen gedaan kan worden; Competenties: welke competenties in termen van het e-competence Framework (e-cf) worden getoetst; Toetsvorm: met welk type vragen de toetsing plaatsvindt; Studielast: een indicatie van het aantal studiebelastingsuren. Eamenspecificaties In dit hoofdstuk worden de onderwerpen, eindtermen, nadere eamenspecificaties en een toelichting hierop weergegeven. Het eamen is geconcentreerd rondom een aantal hoofdonderwerpen. Deze worden vervolgens vertaald in eindtermen, c.q. eameneisen. De eindtermen geven op hoofdlijnen aan wat een kandidaat moet kennen en kunnen. De eamenspecificaties zijn een gedetailleerde beschrijving van deze termen. Gebruikmakend van de taonomie van Bloom zijn er vier soorten specificaties: 1. specificaties waarbij een kandidaat iets moet kennen met als doel zaken te reproduceren, op te sommen, te herkennen, verbanden te leggen en/of te definiëren. Dit leidt tot kennisvragen. 2. specificaties waarbij een kandidaat inzicht dient te hebben in zaken met als doel te selecteren en samen te vatten, te verklaren, te onderbouwen, uit te leggen (in eigen woorden), te beschrijven, verschillen te duiden en/of voorbeelden te geven. Dit leidt tot begripsvragen. 3. specificaties waarbij een kandidaat zaken toe moet kunnen passen met als doel oplossingen voor te stellen, een situatie met kennis van zaken aan te pakken, een test uit te voeren en/of concrete gevallen te toetsen aan abstracte definities. Dit leidt tot toepassingsvragen. 4. specificaties waarbij een kandidaat een analyse moet kunnen uitvoeren met als doel het beschrijven van patronen, het leveren van bewijzen voor een conclusie, het classificeren en/of vergelijken van ingewikkelde problemen. In de toelichting op de eamenspecificaties wordt aangegeven wat een kandidaat geacht wordt te kennen of kunnen bij de betreffende specificatie. Toetsmatrijs Tot slot geeft de toetsmatrijs de opbouw van het eamen weer. In de toetsmatrijs wordt aan de hand van het belang van elke eameneis aangegeven welk deel van de toets hierop betrekking heeft. Daarbij kent elk onderdeel een minimaal en een maimaal aantal vragen. Pag. 3 van 15
2. Beschrijving van het eamen Naam eamen iea eamen Planning Plaats in iea raamwerk Dit eamen heeft betrekking op het e-cf gebied Plan en op een aantal van de daarin voorkomende competenties op e-cf niveau 3. Het eamen richt zich op alle drie de architectuurlagen: Business processes, Applications en Infrastructure. In het onderstaande raamwerk is de positie van dit eamen weergegeven: Pag. 4 van 15
Globale inhoud Dit eamen kent vijf hoofdonderwerpen die aansluiten bij de betreffende e-cf competenties. Als eerste wordt aandacht besteed aan service level management. Daarna volgt het onderwerp bedrijfsplannen ontwikkelen. Vervolgens is er aandacht voor product- of projectplanning en ontwerp van architectuur. Tenslotte wordt duurzame ontwikkeling behandeld. Doelgroep Dit eamen is bestemd voor mensen die zich willen verdiepen in vaak voorkomende planningsonderwerpen op het gebied van ICT zoals business plan development, product service planning of architecture design. Het betreft kennis en vaardigheden die relevant zijn voor alle ICT ers en met name voor degenen die door willen groeien naar functies op het gebied van architectuur, consultancy en management binnen de ICT. Voorkennis/niveau De kennis van de basiseamens dient beheerst te worden. Het betreft een eamen op e-cf 3 niveau en daarmee op EQF 6 niveau. Competenties In dit eamen worden verschillende elementen van competenties van het e-cf getoetst. Het betreft kennis- en vaardigheidscomponenten zoals deze in e-cf worden genoemd. Het gaat hierbij om componenten die zich op niveau e-cf 3 bevinden. Dit is vergelijkbaar met EQF 6, oftewel bachelorniveau. Met het eamen worden de in een eamensetting te toetsen aspecten van een competentie afgetoetst. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het kunnen behalen van de betreffende competentie. Het betreft in dit eamen de volgende competenties uit het e-cf: A.2. Service Level Management A.3. Business Plan Development A.4. Product Service Planning A.5. Architecture Design A.8. Sustainable Development Toetsvorm De toetsing bestaat uit een computergestuurd eamen met gesloten vragen. Indicatie studielast De gemiddelde studielast voor dit eamen is 280 uur. Pag. 5 van 15
3. Eamenspecificaties Eamenonderwerpen In het eamen komen de volgende hoofdonderwerpen aan de orde: 1. Service level management/ Service level management 2. Ontwikkelen van bedrijfsplannen/ Business Plan Development 3. Product- of serviceplanning/ Product Service Planning 4. Architectuurontwerp/ Architecture Design 5. Duurzame ontwikkeling/ Sustainable Development Eindtermen en eamenspecificaties Overlappingen en verdiepingen In het e-cf komen sommige kennis- en vaardigheidselementen in dezelfde of vergelijkbare vorm terug in meerdere competenties. Om een volledig beeld van een competentie te schetsen wordt in dat geval het element bij beide competenties opgenomen. Om aan te geven om welke specificaties het gaat, is achter het nummer van de betreffende specificatie een * geplaatst. In dit eamen betreft het de volgende specificaties: Toetsterm in dit eamen = eact gelijk aan bij benadering gelijk aan A3 A3-K2 E1-K1 A4 A4-K6 E2-K6 A5 A5-S1 B4-S4 De specificaties waar achter de tekst van die specificatie een ** is geplaatst, zijn een verdieping op specificaties in de basiseamens. In dit eamen betreft dit de volgende specificaties: Toetsterm Verdieping op toetsterm basiseamen A2 A2-K1 B.3.12, 1.6.6 A5 A5-K5 I.1.6 A8 A8-K1 I.2.1 A8-K2 B.2.5 Pag. 6 van 15
k B t a A2 Service Level Management A2.1 De kandidaat heeft inzicht in Service Level Agreements (SLA s) en de infrastructuur van de dienstverlening. A2-K1.1 De kandidaat kan Service Level Agreement documentatie beoordelen.** A2-K3.1 De kandidaat kan meeteenheden van Service Level Agreements beoordelen. A2-K4.1 De kandidaat kan de infrastructuur van de dienstverlening beschrijven. A2-K5.1 De kandidaat kan de impact op de bedrijfsprestatie aangeven als wordt afgeweken van de afgesproken service levels. A2.2 De kandidaat kan principes mbt het nakomen van SLA toepassen A2-S1.1 De kandidaat kan servicerapportages analyseren. A2-S2.1 De kandidaat kan de geleverde dienst evalueren aan de hand van het SLA. A2-S5.1 De kandidaat kan aangeven welke procedure(s) bij onderbrekingen in de dienstverlening belangrijk zijn. A2-S5.2 De kandidaat kan technieken in verband met service delivery toepassen. k b t a A3 Business Plan Development A3.1 De kandidaat kent de inhoud van een bedrijfsplan en heeft inzicht in technieken om deze op te stellen A3-K1.1 De kandidaat kan de elementen van een bedrijfsplan beschrijven. A3-K2.1* De kandidaat kan principes die samenhangen met marktomvang en fluctuaties herkennen. A3-K3.1 De kandidaat kan technieken voor concurrentieanalyses benoemen A3-K3.2 De kandidaat kan technieken voor SWOT analyses benoemen A3-K7.1 De kandidaat kan de principes van financiële planning toelichten. A3.2 De kandidaat kan onderdelen van een bedrijfsplan opstellen A3-S1.1 De kandidaat kan waardeproposities voor producten en oplossingen herkennen A3-S3.1 De kandidaat kan een SWOT analyse opstellen. A3-S4.1 De kandidaat kan berekeningen uitvoeren ten behoeve van korte- en langetermijn rapportages A3-S5.1 De kandidaat kan de belangrijkste mijlpalen in een bedrijfsplan identificeren. k b t a A4 Product / Service Planning A4-K1.1 De kandidaat kan standaarden en raamwerken van beheersplannen beschrijven. A4-K6.1* De kandidaat kan de planningsmethoden en -technieken van een aantal projectmanagement methoden onderscheiden. A4-K7.1 De kandidaat kan optimalisatie methoden onderscheiden. A4-S2.1 De kandidaat kan een communicatieplan opstellen. A4-S3.1 De kandidaat kan een kwaliteitsplan opstellen. A4-S4.1 De kandidaat kan informatie voor besluitvormers opstellen. A4-S5.1 De kandidaat kan het proces van wijzigingsverzoeken inrichten. Pag. 7 van 15
k b t a A5 Architecture Design A5-K1.1 De kandidaat kan architectuurframeworks, methoden en hulpmiddelen voor systeemontwerp onderscheiden. A5-K3.1 De kandidaat kan kosten, voordelen en risico s van een systeemarchitectuur onderscheiden. A5-K5.1 De kandidaat kan technologische ontwikkelingen herkennen die verband houden met architectuur. A5-S1.1 De kandidaat kan rollen onderscheiden die onderkend worden bij architectuur. A5-S2.1 A5-S3.1 A5-S5.1 De kandidaat kan de verschillende onderdelen van een enterprise architectuur onderscheiden. De kandidaat kan bedrijfsdoelstellingen en richtinggevende factoren onderscheiden die de architectuurcomponent beïnvloeden. De kandidaat kan ontwerppatronen en modellen onderscheiden die systeemanalisten helpen om consistente applicaties te ontwerpen. A8 Sustainable Development A8.1 De kandidaat heeft inzicht in duurzame ontwikkeling en maatschappelijk verantwoord ondernemen A8-1 De kandidaat kan de belangrijkste onderwerpen op het gebied van duurzame ontwikkeling op gebied van ICT benoemen. A8-K1.1 De kandidaat kan meeteenheden en indicatoren i.v.m. duurzame ontwikkeling onderscheiden.** A8-K2.1 De kandidaat kan onderwerpen mbt maatschappelijk verantwoord ondernemen binnen de IT-sector beschrijven. ** A8-S1.1 De kandidaat kan meeteenheden en benchmarks voor het energieverbruik van de ICT systemen onderscheiden. A8-S3.1 De kandidaat kan wettelijke voorwaarden en internationale normen i.v.m. duurzaamheid onderscheiden Toelichting k b t a A2 Service Level Management A2.1 De kandidaat heeft inzicht in SLA s en de dienstverleningsinfrastructuur A2-K1.1 De kandidaat kan SLA documentatie beoordelen.** Aan de hand van een voorbeeld kan worden beoordeeld of de SLA documentatie compleet is en of de inhoud (op globaal niveau) juist is. A2-K3.1 De kandidaat kan meeteenheden van service level agreements beoordelen. Meeteenheden (performance indicators) moeten voldoen aan (meta)eisen op het gebied van: Validiteit Geldigheid Eenduidigheid Meetbaarheid Vergelijkbaarheid Pag. 8 van 15
A2-K4.1 De kandidaat kan de infrastructuur van de dienstverlening beschrijven. De kandidaat kent rol, functies en onderlinge relaties van de volgende partijen: gebruikersorganisatie (klant/gebruiker) systeemontwikkel- en onderhoudsorganisatie verwerkingsorganisatie derden zoals leveranciers A2-K5.1 De kandidaat kan de impact op de bedrijfsprestatie aangeven als wordt afgeweken van de afgesproken service levels. De kandidaat kan aan de hand van een beschrijving van een dienst en de punten waarop deze niet is nagekomen gedurende een bepaalde periode, aangeven hoe dit effect kan hebben op werk van de medewerkers, een bepaald bedrijfsonderdeel of bedrijfsproces. A2.2 De kandidaat kan principes mbt het nakomen van SLA toepassen A2-S1.1 De kandidaat kan servicerapportages analyseren. De kandidaat kan aan de hand van een servicerapport uitspraken doen over de geleverde diensten. Het betreft hier servicerapporten over: Beschikbaarheid en niet-beschikbaarheid (downtime) over bepaalde periode met percentages van (niet-)beschikbaarheid aan de hand van: o Gemiddelde storingstijd (mean time to repair, MTTR) o Gemiddeld storingsvrij interval (mean time between failures, MTBF) o Gemiddelde tijd tussen incidenten (mean time between system incidents, MTBSI) Recovery Point Objective (RPO) en Recovery Time Objective (RTO) Gemiddelde responstijden tijdens piekbelastingen Transactiesnelheden gedurende piekbelastingen Aantal functionele fouten in de IT dienst frequentie en duur van degradatie als diensten beneden hun afgesproken niveau draaien Gemiddeld aantal gebruikers gedurende de piekbelastingtijden Aantal al dan niet succesvolle pogingen om de beveiliging te omzeilen Capaciteitsbeslag van de service Aantallen mutaties uitgevoerd en in behandeling Kosten van verleende diensten A2-S2.1 De kandidaat kan de geleverde dienst evalueren aan de hand van het SLA. De kandidaat kan aan de hand van een beschrijving of weergave van de dienstverlening (eventueel aangevuld met grafieken e.d.) gedurende een (langere) periode, deze beoordelen aan de hand van de afspraken in de SLA. Hier gaat het erom of kandidaat trends kan herkennen in de dienstverlening. Kandidaat kan de meerdere meetwaarden per performance indicator vergelijken met de gestelde norm. Hieruit moet hij in ieder geval de conclusie kunnen trekken of afwijkingen incidenteel of structureel zijn. Indien de gegevens in de beschrijving deze mogelijkheid bieden, zou hij moeten kunnen aangeven tot in hoeverre incidentele afwijkingen acceptabel zijn (dit hangt af van de prestatieindicator en de situatie, hiervoor zijn geen algemeen geldende uitspraken mogelijk). Pag. 9 van 15
A2-S5.1 De kandidaat kan aangeven welke procedure(s) bij onderbrekingen in de dienstverlening belangrijk zijn. Escalatieprocedure Communicatieprocedure Backup procedure Recovery procedure A2-S5.2 De kandidaat kan technieken in verband met service delivery toepassen. Component Failure Impact Analysis (CFIA) Fault Tree Analysis (FTA) k b t a A3 Business Plan Development A3.1 De kandidaat kent de inhoud van een bedrijfsplan en heeft inzicht in technieken om deze op te stellen. A3-K1.1 De kandidaat kan de elementen van een bedrijfsplan beschrijven. Een bedrijfsplan bevat in ieder geval de onderdelen: Managementsamenvatting Aanleiding of contet Analyse van de situatie Visie, missie en arden Doelen Strategie A3-K2.1* De kandidaat kan principes die samenhangen met marktomvang en fluctuaties herkennen. Market demand function Market minimum Market potential Market penetration inde Market forecast Total market potential (chain ratio method) A3-K3.1 De kandidaat kan technieken voor concurrentieanalyses benoemen Speelveld bepalen (Playing fields) Benchmarking Vijfkrachtenmodel (Porter) A3-K3.2 De kandidaat kan technieken voor SWOT analyses benoemen Intern aan de hand van: Bestaande diensten Financiële analyse Human resources Operations Resources Huidige projecten Pag. 10 van 15
Etern aan de hand van: Marktanalyse Klanten Leveranciers Partners Concurrenten Wet- en regelgeving Politiek Sociaal-economische factoren Technologie A3-K7.1 De kandidaat kan de principes van financiële planning toelichten. Aan de hand van de termen: Investering Financiering Winst Return on investment (ROI) A3.2 De kandidaat onderdelen van een bedrijfsplan opstellen A3-S1.1 De kandidaat kan waardeproposities voor producten en oplossingen herkennen In een casus kunnen essentiële elementen van waardeproposities worden aangegeven. A3-S3.1 De kandidaat kan een SWOT analyse opstellen. Met behulp van de in specificatie A3-K3.2 genoemde technieken, kan de kandidaat op basis van een casus een SWOT analyse opstellen. A3-S4.1 De kandidaat kan berekeningen uitvoeren ten behoeve van korte- en langetermijn rapportages. Berekeningen inzake financiën, winstgevendheid, verbruik en waardecreatie. A3-S5.1 De kandidaat kan de belangrijkste mijlpalen in een bedrijfsplan identificeren. Op basis van een casus kunnen de belangrijkste mijlpalen in een bedrijfsplan worden aangeduid. A4 Product Service Planning K b t a A4-K1.1 De kandidaat kan standaarden en raamwerken van beheersplannen beschrijven. ISO 38500 ISO 20000 COBIT ITIL ASL BiSL Pag. 11 van 15
A4-K6.1 De kandidaat kan de planningsmethoden en -technieken van een aantal projectmanagement methoden onderscheiden. Prince2 Agile Projectmanagement Scrum PMBOK Guide ISO 21500 A4-K7.1 De kandidaat kan optimalisatie methoden benoemen. Lean management A4-S2.1 De kandidaat kan een communicatieplan opstellen Een communicatieplan bestaat uit de onderdelen: Organisatievraag en probleemanalyse Interne analyse, eterne analyse, SWOT analyse Doelgroepen, doelstellingen Boodschap Strategie Middelen, tijd, budget Uitvoering en evaluatie A4-S3.1 De kandidaat kan een kwaliteitsplan opstellen. Een kwaliteitsplan bestaat uit de onderdelen: Inleiding Organisatiebeschrijving Huidige situatie Analyse huidige situatie Kwaliteitsbeleid Nieuwe situatie Projecten en maatregelen A4-S4.1 De kandidaat kan informatie voor besluitvormers opstellen. Informatie voor besluitvorming met voldoen aan de volgende kwaliteitseisen: Accuraat Tijdig Relevant Compleet Vergelijkbaar Begrijpelijk toegankelijk A4-S5.1 De kandidaat kan het proces van wijzigingsverzoeken inrichten. Het proces bestaat uit de stappen: (later toegevoegd ITIL termen) identificeer wijzigingsverzoek (registreren) valideer wijzigingsverzoek (accepteren) analyseer impact (classificeren) beheer wijzigingsverzoek (plannen) voer wijzigingsverzoek uit (coördineren van bouwen, testen en implementeren) sluit het verzoek af (evalueren en afsluiten) Pag. 12 van 15
A5 A5-K1.1 Architecture Design De kandidaat kan architectuurframeworks, methoden en hulpmiddelen voor systeemontwerp onderscheiden. ISO/IEC/IEEE 42010 TOGAF Zachman framework ArchiMate UML RM-ODP k b t a A5-K3.1 De kandidaat kan kosten, voordelen en risico s van een systeemarchitectuur onderscheiden. Aan de hand van een casus kunnen de kosten en risico s worden aangegeven tegenover de opbrengsten (oa. op het gebied van performance, beveiliging, aanpasbaarheid en gebruiksvriendelijkheid). A5-K5.1 De kandidaat kan technologische ontwikkelingen herkennen die verband houden met architectuur. Distrtibuted systems Virtualisation models Mobile systems A5-S1.1 De kandidaat kan rollen onderscheiden die onderkend worden bij architectuur. Enterprise architect Organisatie architect Service architect IT-infrastructuur architect Informatie architect Applicatie architect A5-S2.1 A5-S3.1 De kandidaat kan de verschillende onderdelen van een enterprise architectuur onderscheiden. Service architectuur Applicatie architectuur Data/informatie architectuur Omgevingsarchitectuur IT-infrastructuur architectuur Management architectuur Product architectuur De kandidaat kan bedrijfsdoelstellingen en richtinggevende factoren onderscheiden die de architectuurcomponent beïnvloeden. Gegevens Toepassing Beveiliging Ontwikkeling Pag. 13 van 15
A5-S5.1 De kandidaat kan ontwerppatronen en modellen onderscheiden die systeemanalisten helpen om consistente applicaties te ontwerpen. Creational patterns Structural patterns Behavioural patterns Concurrency patterns k b t a A8 Sustainable Development A8.1 De kandidaat heeft inzicht in duurzame ontwikkeling en maatschappelijk verantwoord ondernemen A8.1-1 De kandidaat kan de belangrijkste onderwerpen op het gebied van duurzame ontwikkeling op gebied van ICT benoemen. Green IT Ecologie van informatietechnologie Gevolgen van hardware, operating systems, applicaties, gadgets, informative opslag. Afval en hergebruik A8-K1.1 De kandidaat kan meeteenheden en indicatoren i.v.m. duurzame ontwikkeling onderscheiden.** Green performance indicators (GPI s) kunnen worden onderverdeeld in: IT resource usage GPI s Application lifecycle GPI s Energy impact GPI s Organizational GPI s A8-K2.1 De kandidaat kan onderwerpen mbt maatschappelijk verantwoord ondernemen binnen de IT-sector beschrijven.** WEEE (waste electrical and electronic equipment) Eco-design Environmental management systems Supply chain management A8-S1.1 De kandidaat kan meeteenheden en benchmarks voor het energieverbruik van de ICT systemen onderscheiden. Meeteenheden voor energie effiency: Power usage effectiveness (PUE) Green power usage effectiveness (GPUE) Telco efficiency Server efficiency Absolute energy efficiency metric Energy-per-useful-bit Benchmarks voor energie effiency: Powerlib SPECpower JouleSort Pag. 14 van 15
A8-S3.1 De kandidaat kan wettelijke voorwaarden en internationale normen i.v.m. duurzaamheid onderscheiden ISO 14001 ISO 26000 EU-richtlijnen WEEE en RoHS Eco-design richtlijn Europese verordening overbrenging afvalstoffen (EVOA) REACH-verordening 4. Toetsmatrijs Eamengegevens Eamenvorm: schriftelijk eamen met gesloten vragen. Aantal vragen: 35 vragen Eamentijd: 120 min. Matrijs De toetsmatrijs geeft een overzicht van het minimaal en maimaal aantal vragen per eindterm en per vraagsoort. Eindterm Specificatie Puntenverdeling in % Vorm Soort min ma K B T A A2 K4.1 2 5 A2 K1.1,K3.1,K5.1 5 10 A2 S1.1,S2.1,S5.1,S5.2 7 15 A3 K1.1,K2.1,K3.1,K3.2 7 15 A3 K7.1,S1.1 5 10 A3 S3.1,S4.1,S5.1 5 10 A4 K1.1 2 5 A4 K6.1,K7.1 5 10 A4 S2.1,S3.1,S4.1,S5.1 7 15 A5 K5.1 2 5 A5 K1.1,K3.1,S1.1,S2.1,S3.1,S5.1 10 20 A8 1,K2.1 5 10 A8 K1.1,S1.1,S3.1 5 10 Kennisvragen 18 40 Begripsvragen 30 60 Toepassingsvragen 19 40 Totaal 100% Pag. 15 van 15