Module C2300 Meten (hydraulisch functioneren) Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Verantwoording 3 1.2 Wat is veranderd? 3 1.3 Opstellers en begeleidingscommissie 4 1.4 Leeswijzer 4 2 Wat is meten? 5 3 Waarom meten? 10 3.1 Meerwaarde meten in riolering 10 3.2 Waarom juist nú meten? 11 4 Hoe meten? Van project naar proces 14 4.1 Planfase 14 4.2 Realisatiefase 15 4.3 Operationele fase 15 4.4 Evaluatiefase 16 4.5 Tussenevaluaties 16 Trefwoorden 17 Bijlage 1 Begrippenlijst 19 Meten (hydraulisch fuctioneren) C2300 Leidraad Riolering 1
Leidraad Riolering C2300 Meten (hydraulisch functioneren) 2
1 Inleiding 1.1 Verantwoording Meten verdient een belangrijke plaats in het rioleringsbeheer. Het meten van het hydraulisch gedrag van rioolstelsels is de pioniersfase voorbij. Met de huidige techniek op het gebied van sensoren, communicatietechnologie en dataverwerking is betaalbaar, routine matig en grootschalig meten in rioolstelsels mogelijk. De komende jaren ligt de uitdaging bij rioleringsbeheerders om deze mogelijkheden te gebruiken. De nadruk verschuift van afzonderlijke meetprojecten naar het meten als proces: een continu en integraal onderdeel van het rioleringsbeheer. De enorme vervangingswaarde van de riolering rechtvaardigt een professionele aanpak, waarvan meten een logisch onderdeel uitmaakt. Doel Deze module is een inleiding in meten voor rioleringsbeheerders of anderen die zich op hoofdlijnen gaan bezighouden met de opzet en uitvoering van metingen in rioolstelsels. De module beoogt een helder overzicht te geven van het gehele meetproces, zodat u met alle relevante aspecten rekening kunt houden. De vragen: wat willen we waarom weten? en hoe gaan we vervolgens meten? staan centraal. 1.2 Wat is veranderd? De actualisatie van module C2300 Meten (hydraulisch functioneren) is onderdeel van de nieuwe serie modules over meten. Deze gespecialiseerde meetmodules gaan dieper in op de techniek van het meten aan het hydraulisch functioneren van rioolstelsels. C2300: Meten (hydraulisch functioneren) C2305: Voorbeelden (meetprojecten) Figuur 1.1 Overzicht Meetmodules C2310: Meetplan C2320: C2330: C2340: C2350: C2380: Opzet meetnet Meetapparatuur Telemetrie Sturen functioneren (RTC) Controle, analyse Meten (hydraulisch fuctioneren) C2300 Leidraad Riolering 3
De nieuwe serie meetmodules bestaat uit: C2300 Meten (hydraulisch functioneren). Deze overkoepelende module geeft een inleiding meten voor de beheerder met geen of weinig meetervaring. C2305 Voorbeelden (meetprojecten). Deze module geeft voorbeelden van relevante meetprojecten. C2310 Meetplan. Deze module beschrijft de uitwerking van een meetplan als cyclisch document waarin het meten aan de riolering wordt vastgelegd. C2320 Opzet meetnet. Deze module gaat over het opzetten van een meetnet gericht op het toetsen van het hydraulisch functioneren van (afval)watersystemen. C2330 Meetapparatuur. Deze module geeft relevante informatie bij de keuze, installatie en beheer van meetapparatuur. C2340 Telemetrie. Deze module gaat over de technieken waarmee meetgegevens zijn in te zamelen en op te slaan. C2350 Sturen hydraulisch functioneren (RTC). Deze module gaat over de toepassing en het realisatie- en beheertraject van (eenvoudige) meet- en regelsystemen in de riolering. C2380 Verwerken en analyseren meetgegevens. Deze module gaat over het verwerken en analyseren van meetgegevens. Dit is een essentiële en vaak ontbrekende stap bij controle, interpretatie en nuttig gebruik van meetgegevens. 1.3 Opstellers en begeleidingscommissie Michel Moens (Arcadis), Jeroen Langeveld en Erik Liefting (beiden Royal Haskoning) hebben deze module opgesteld. De begeleidingscommissie bestond uit: Arie van der Vlies Waterschap Hollandse Delta, voorzitter Leon Dielen NLingenieurs - Breijn André de Haan Gemeente Buren Guy Henckens Waterschap Brabantse Delta Arjo Hof Gemeente Almere Kees Ploegman Gemeente Hoogezand-Sappemeer Harry van Luijtelaar Stichting RIONED 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 behandelt de vraag: wat is meten? Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de voordelen van meten in rioolstelsels en waarom meten juist nú aan te raden is. Hoofdstuk 4 doorloopt de fases van een meetproces en laat daarbij zien hoe u het meten in grote lijnen kunt organiseren. Bijlage 1 bevat een begrippenlijst. Deze module geeft alleen een korte inleiding in meten. In de tekst staan verwijzingen naar andere Leidraadmodules voor meer gespecificeerde informatie. Leidraad Riolering C2300 Meten (hydraulisch functioneren) 4
2 Wat is meten? Meten in de riolering omvat meer dan alleen het installeren van meetapparatuur. Het moet u als rioleringsbeheerder informatie opleveren over het werkelijke functioneren van het rioolstelsel. Dus om tot bruikbare informatie te komen, zijn behalve het verzamelen van meetgegevens ook het selecteren en interpreteren van deze gegevens noodzakelijk. In dit hoofdstuk leest u wat meten in de riolering allemaal omvat. Focus op hydraulisch functioneren Deze module en de overige modules in de C2300-serie helpen u zodanig te meten, dat u de gewenste informatie over het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel ook daadwerkelijk krijgt. Figuur 2.1 geeft een overzicht van de processen die hierbij een rol spelen. Figuur 2.1 Schematische weergave waterkwantiteitsaspecten riolering Inloop van afvalwater, hemelwater en vreemd water in rioolstelsel Berging en transport in de riolering Afvoer naar rwzi/ oppervlaktewater/ transportstelsel De modules zijn gericht op kwantiteitsmetingen. Kwantiteitsmetingen vormen ook de basis voor eventuele kwaliteitsmetingen, die de modulereeks in een later stadium zullen completeren. Neerslagmetingen De hydraulische belasting van de riolering bepaalt in sterke mate het hydraulisch functioneren van het stelsel. Om hier grip op te krijgen, is informatie over de neerslag erg belangrijk. Neerslagmetingen komen daarom vaak voor in meetprojecten in de afvalwaterketen. Figuur 2.2 laat hiervoor een veelgebruikt meetinstrument zien: de kantelbakneerslagmeter (of: tipping bucket-neerslagmeter). Links ziet u de kantelbakneerslagmeter in zijn geheel en rechts alleen de binnenkant met in het midden het kantelbakje. Overigens vullen neerslagradargegevens steeds vaker de lokale neerslagmetingen aan. Meten (hydraulisch fuctioneren) C2300 Leidraad Riolering 5
Figuur 2.2 Kantelbakneerslagmeter Niveaumeting In figuur 2.3 ziet u links een rioolput met een niveaumeter die de waterstand in de riolering meet. De niveaumeter zit onder in de put in het water. Deze plek is gekozen omdat de niveaumeter een zogenoemde drukopnemer is, die alleen kan meten als hij zelf in het water hangt. Rechts ziet u een ander soort niveaumeter. Deze meet door ultrasoon geluid en moet juist boven water blijven om te kunnen meten. De keuze van een meetprincipe stelt dus eisen aan de uitvoering. Andersom kunnen verschillende locaties soms ook verschillende meetprincipes vereisen. Meer informatie hierover vindt u in modules C2310 Meetplan en C2330 Meetapparatuur. Figuur 2.3 Niveaumeters: drukopnemer (links) en ultrasone niveaumeter (rechts) Debietmeting Figuur 2.4 laat een debietmeter zien die in een speciaal voor dat doel aangelegde put wordt geïnstalleerd. De debietmeter meet de snelheid van het water in de leiding en leidt hieruit het debiet af. Zoals u ziet, kan meten best wat inspanningen kosten. Ook zijn verschillende disciplines nodig om een meetnet op te tuigen (zie ook module C2310 Meetplan). In figuur 2.4 ziet u het werk van twee installateurs en een kraanmachinist (die zelf niet in beeld is). Daarnaast moet een veiligheidscoördinator toezien op het gebruik van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (helm). Leidraad Riolering C2300 Meten (hydraulisch functioneren) 6
Figuur 2.4 Bevestiging elektromagnetische debiet meter in hemelwaterriool Telemetrie Links in de figuren 2.2 en 2.3 ziet u een koffertje bij de meter. Hierin zitten een datalogger en telecommunicatieapparatuur. De datalogger bewaart de ingezamelde meetgegevens, de communicatieapparatuur verstuurt de meetgegevens elke dag automatisch naar een centrale computer. Zo is het niet nodig om de data van de neerslagmeter op locatie uit te lezen. Telemetrie (letterlijk: meten op afstand) is tegenwoordig onmisbaar bij het meten in de riolering. Meetopzet Vanwege de inspanningen die meten met zich meebrengt, is het praktisch niet mogelijk om in elke leiding en put te meten. Dit in tegenstelling tot rioolmodellen die wel in elke leiding en put een waterstand en snelheid kunnen berekenen. Elk meetproject probeert met minimale inspanningen een maximale informatieopbrengst te behalen door op enkele specifieke locaties bepaalde parameters te meten. Locaties waar vaak metingen plaatsvinden, zijn overstorten, gemalen, stuwputten en andere bijzondere constructies in de riolering. Met metingen op enkele goed gekozen locaties (zie module C2320 Opzet meetnet) kunt u rekenmodellen toetsen en verbeteren. In figuur 2.5 ziet u een voorbeeld van een schematische meetopzet. Naast het meetnet zelf moet u een organisatie voor het meten opzetten. Deze zaken beschrijft u voordat u gaat meten in een meetplan. (zie module C2310 Meetplan). 2 Figuur 2.5 Voorbeeld schematische meetopzet 4 1 overstort Meetpunten: 1 Waterstand op laagste punt stelsel 2 Neerslag op gebied 3 Afvoer via gemaal 4 Waterstand bij overstort 3 gemaal Meten (hydraulisch fuctioneren) C2300 Leidraad Riolering 7
Het volledige document is beschikbaar voor begunstigers. Dit document is volledig beschikbaar voor begunstigers van Stichting RIONED. Als uw organisatie begunstiger is, kunt u inloggen via http://www.riool.net/login. Vervolgens kunt u dit document volledig bekijken door hier te klikken. Meer informatie over het begunstigerschap van Stichting RIONED kunt u vinden op http://www.riool.net/-/info-over-begunstigerschap.