Leefbaarheidsmonitor 2009 Nieuw Engeland september 2009 een onderzoek in opdracht van deelgemeente, Woonbron en Vestia Rotterdam
Onderzoeker Projectleider Veldwerk Opdrachtgever Interne begeleiding Andrea van der Meide Liesbeth Wendrich Paul van Wensveen Jolanda Verdurmen Mediad Data Deelgemeente Woonbron Vestia Rotterdam Herman Broers Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de auteurs vermenigvuldigd worden. Deze uitgave mag wel geheel of gedeeltelijk geciteerd worden, mits de auteurs daarbij vermeld worden en mits er geen wijzigingen in het geciteerde zijn aangebracht. Exemplaren zijn verkrijgbaar bij de deelgemeente BOOM, Rotterdam, september 2009 A. van der Meide, E.C.M. Wendrich, P. van Wensveen Bureau Onderzoek Op Maat (BOOM) Goudsesingel 184 Postbus 29027 3001 GA Rotterdam telefoon: 010 403 03 80 e-mail: info@boom-onderzoek.nl internet: www.boom-onderzoek.nl
Inhoudsopgave Samenvatting i 1 Leefbaarheidsmonitor Nieuw Engeland 1 1.1 Inleiding 1 1.2 De wijk Nieuw Engeland 1 1.3 Opzet van het onderzoek 3 1.4 Leeswijzer 3 2 Algemeen oordeel over de buurt 5 2.1 Oordeel over de buurt 5 2.2 Oordeel over de deelgemeente 8 2.3 Voorzieningen 10 2.4 Band met de buurt 12 2.5 Samenvatting 15 3 Situatie en problemen in de buurt 17 3.1 Problemen in de buurt 17 3.2 Overlast 20 3.3 Veiligheidssituatie 22 3.4 Aan te pakken problemen 25 3.5 Samenvatting 26 4 Inzet door de verschillende partijen 29 4.1 Inzet deelgemeente 29 4.2 Inzet verhuurder 31 4.3 Inzet bewoners 33 4.4 Gerealiseerde verbeteringen 36 4.5 Hondenbeleid 37 4.6 Kennis en tevredenheid over instellingen 38 4.7 Samenvatting 39 Bijlage 1 Methodische opmerkingen 41 Bijlage 2 Overzicht responsgroep 43 Bijlage 3 Overzicht voorzieningen 45 Bijlage 4 Overzicht voorvallen en misdrijven 47 Bijlage 5 Samenstelling schaalscores 49 Bijlage 6 Samenvatting ontwikkeling 51
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland i Samenvatting In het voorjaar van 2009 is de vijfde meting gehouden van de leefbaarheidsmonitor in. Met deze monitor willen deelgemeente en woningcorporaties een gedegen en gedetailleerd beeld krijgen van acht wijken en 23 buurten in. In de wijk Nieuw Engeland hebben 197 bewoners, verdeeld over drie buurten, meegewerkt aan het onderzoek. Nieuw Engeland is één van de kleinere wijken van. Er wonen relatief veel allochtonen. Een groot deel van de wijk verandert door de herstructurering. In buurt 1 (Digna Johanna) zijn de nieuwe woningen al opgeleverd. In de andere buurten is de verandering in volle gang. Op pagina 2 is een kaartje van Nieuw Engeland opgenomen. In het onderzoek is bewoners gevraagd naar de waardering van hun buurt. Daarnaast zijn mogelijke problemen in de buurt in kaart gebracht. Belangrijk is dat ook de beoordeling van de inzet van de deelgemeente, de verhuurders en natuurlijk de bewoners zelf in het onderzoek zijn opgenomen. In deze samenvatting worden eerst de belangrijkste resultaten op een rij gezet voor heel Nieuw Engeland. Vervolgens worden per buurt de belangrijkste verschillen beschreven, die afwijken van het gemiddelde van Nieuw Engeland. In bijlage 6 worden op hoofdlijnen de belangrijkste verschillen met 2007 schematisch weergegeven. Nieuw Engeland Bewoners van Nieuw Engeland hebben een positief oordeel over de ontwikkeling in hun buurt. Zowel de ontwikkeling in het verleden als de verwachting naar de toekomst is positief. Vooral de herstructurering wordt hierbij vaak genoemd. De score voor de evaluatie van de buurt is hoger dan in en ook hoger dan in de voorgaande metingen. Bewoners geven als rapportcijfer voor hun buurt een 7,2. Dat is vergelijkbaar met gemiddeld en met 2007. De voorzieningen worden in het algemeen goed gewaardeerd. Bij negen voorzieningen is men positiever dan gemiddeld in en bij vijf voorzieningen zijn meer bewoners tevreden dan in 2007. Men is het meest tevreden over de winkels voor dagelijkse boodschappen en het meest ontevreden over de voorzieningen voor jongeren. De ontevredenheid over de voorzieningen voor jongeren is wel afgenomen. Een grote meerderheid is gehecht aan de buurt. De score voor sociale cohesie is hoger dan in 2007. Veel mensen kennen hun buurtgenoten van gezicht. Er is weinig behoefte aan uitbreiding van de contacten. De voorvallen die in Nieuw Engeland volgens de bewoners vaak voorkomen zijn door de jaren dezelfde gebleven en komen overeen met de voorvallen die in heel worden genoemd. In Nieuw Engeland is het meest voorkomende probleem te hard rijden. Overlast van horeca komt het minst voor. Er zijn 13 voorvallen waar Nieuw Engeland beter scoort dan gemiddeld. In vergelijking met 2007 scoort Nieuw Engeland bij 18 voorvallen beter. Fietsers en brommers op de stoep laat sinds 2001 de grootste daling zien. Ook vernieling van telefooncellen en bushokjes is sterk gedaald. De schaalscores voor de indicatoren verloedering, verkeersoverlast, bedreiging en vermogensdelicten zijn in Nieuw Engeland beter dan in 2007. Met uitzondering van verkeersoverlast zijn de scores ook beter dan in gemiddeld. In Nieuw Engeland ervaren minder bewoners dan in 2007 overlast. Dit is vergelijkbaar met gemiddeld in. Het gaat voornamelijk om geluidsoverlast. Het probleem dat in Nieuw Engeland volgens de bewoners een directe aanpak nodig heeft is in de eerste plaats overlast/activiteiten voor de jeugd, gevolgd door verkeersveiligheid en onderhoud straten.
ii Bureau Onderzoek Op Maat In Nieuw Engeland voelen evenveel bewoners zich veilig als gemiddeld in. Dit is ook vergelijkbaar met voorgaande metingen. Het slachtofferschap is gedaald. 14% is slachtoffer geweest in de eigen buurt, dat was in 2001 nog 36%. Het slachtofferschap ligt in Nieuw Engeland ook lager dan in gemiddeld. De inzet van de deelgemeente om bewoners te informeren over veranderingen in de buurt wordt positiever beoordeeld dan de inzet van de deelgemeente om hen te betrekken bij veranderingen. Dit geldt ook voor de inzet van de verhuurder. De meeste bewoners van Nieuw Engeland voelen zich medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid in de buurt. Desondanks geeft tweederde van de bewoners aan geen actie te hebben ondernomen om problemen aan te pakken. Nieuw Engeland is hierin vergelijkbaar met gemiddeld. In Nieuw Engeland noemt tweevijfde van de bewoners verbeteringen op het gebied van leefbaarheid. De aanpak van woningen wordt voor het eerst niet meer het meest genoemd. Nu noemen de meeste bewoners het winkelaanbod als verbetering. De drie buurten In buurt 1 (Digna Johanna) geven bewoners de eigen buurt een 7,4. Dat is hoger dan in 2007 en het ligt ook hoger dan in de andere buurten. Een vijfde van de bewoners vindt dat de buurt in het afgelopen jaar vooruit is gegaan. De score voor de evaluatie voor de buurt is hoger dan in 2007. De score voor sociale cohesie is niet veranderd ten opzichte van 2007. Bewoners van buurt 1 zijn minder gehecht aan de buurt dan de bewoners van de andere twee buurten. Op de schaalscores vermogensdelicten, bedreiging en verkeersoverlast scoort buurt 1 beter dan in 2007. Opvallend is dat veel minder bewoners aangeven dat hondenpoep vaak voorkomt dan in 2007. Ruim een kwart van de bewoners ervaart overlast in de buurt. In buurt 1 gaat het vooral om geluidsoverlast, verkeersoverlast en overlast van de industrie. Minder bewoners vinden dat er problemen zijn die moeten worden aangepakt. Dit is ook minder dan in de andere buurten. Problemen die worden genoemd zijn parkeerproblemen, vervuiling en verkeersveiligheid. Bewoners voelen zich veilig in de eigen buurt, zeven op de tien bewoners voelen zich altijd veilig. Dit is vergelijkbaar met de voorgaande jaren en met de andere buurten. Net als voorgaande jaren vindt een ruime meerderheid van de bewoners dat de deelgemeente voldoende doet om hen bij veranderingen te informeren en betrekken. Er zijn meer bewoners tevreden over de wijze waarop de deelgemeente hen hierbij betrekt dan in de andere twee buurten. In buurt 1 zijn minder bewoners actief om de leefbaarheid van de buurt te vergroten dan bij de voorgaande metingen, Een vijfde heeft iets gedaan om de leefbaarheid te verbeteren. Dit is ook lager dan in de andere buurten. Het aantal bewoners dat verbeteringen ziet is sterk gedaald ten opzichte van 2001. Het meest genoemd zijn de aanpak van woningen, van groen en schoon en netjes maken. In buurt 2 (omgeving Venezuelaweg/Bahreinstraat) geven bewoners de eigen buurt een 6,9. De buurt scoort op een aantal punten minder gunstig dan de andere buurten. Meer bewoners in buurt 2 vinden dat hun buurt achteruit is gegaan en verwachten ook dat de buurt in de komende jaren achteruit zal gaan. Bij de indicatoren evaluatie van de buurt en sociale cohesie scoort de buurt ook lager dan de andere twee buurten. Er zijn wel meer bewoners gehecht aan de buurt dan in 2001. De score op verloedering is verbeterd ten opzichte van 2007. Buurt 2 scoort in vergelijking met de andere buurten het slechtst op bedreiging. Het valt op dat veel minder bewoners dan in 2007 vinden dat overlast van jongeren vaak voorkomt. Dit geldt ook voor rommel op straat. Eenderde van de bewoners ervaart overlast. Dat is minder dan in 2007. Geluidsoverlast en overlast van brommers wordt het meest genoemd. Overlast van jongeren wordt minder genoemd dan in 2007 en staat niet meer op de eerste plaats. Als eerste aan te pakken probleem noemen bewoners
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland iii van buurt 2 overlast/activiteiten voor de jeugd, verkeersveiligheid en verkeersproblemen. Overlast/activiteiten voor de jeugd worden minder genoemd als aan te pakken probleem dan in 2007. Drugs wordt nauwelijks genoemd als aan te pakken probleem, terwijl in 2001 nog 31% vond dat dit aangepakt moest worden. Bewoners voelen zich veilig in de eigen buurt, zes op de tien bewoners voelen zich altijd veilig. Dit is vergelijkbaar met de voorgaande jaren en met de andere buurten. Een ruime meerderheid van de bewoners vindt dat de deelgemeente voldoende doet om hen bij veranderingen te informeren en betrekken. In buurt 2 is het aantal bewoners dat zich verantwoordelijk voelt voor de buurt afgenomen ten opzichte van 2001. Het aantal bewoners dat verbeteringen ziet is sterk gedaald ten opzichte van 2001. Het meest genoemd zijn onderhoud speelplaatsen, schoon/netjes maken en bestrating. In buurt 3 (omgeving Achterpad/Texasweg/Voorweg) geven bewoners de eigen buurt een 7. Ruim een kwart van de bewoners vindt dat de buurt in het afgelopen jaar vooruit is gegaan. De score voor de evaluatie van de buurt en voor de sociale cohesie zijn in buurt 3 hoger dan in 2007. Het rapportcijfer voor de buurt ligt hoger dan in 2001. Buurt 3 scoort in vergelijking met de andere buurten beter bij de indicator voor de sociale cohesie. Driekwart van de bewoners is gehecht aan de buurt. Op de schaalscores vermogensdelicten, verloedering, bedreiging en verkeersoverlast scoort buurt 3 beter dan in 2007. Buurt 3 scoort in vergelijking met de andere buurten het slechtst op vermogensdelicten. In buurt 3 is vooral rommel op straat volgens de bewoners afgenomen. Fietsers en brommers op de stoep is ook gedaald. Te hard rijden komt nog steeds vaak voor. Twee op de vijf bewoners ervaart overlast in de buurt. Dat is minder dan in 2007. In buurt 3 gaat het vooral om overlast van jongeren en geluidsoverlast. Als eerst aan te pakken probleem noemen bewoners overlast/activiteiten voor de jeugd en onderhoud van straten. Overlast/activiteiten voor de jeugd wordt nu minder vaak genoemd dan in 2007. Bewoners voelen zich veilig in de eigen buurt, tweederde van de bewoners voelt zich altijd veilig. Dit is vergelijkbaar met de voorgaande jaren en met de andere buurten. Meer bewoners dan in de andere twee buurten zijn slachtoffer geweest van een vervelend voorval of misdrijf in de buurt. Net als voorgaande jaren vindt een ruime meerderheid van de bewoners dat de deelgemeente voldoende doet om hen bij veranderingen te informeren en betrekken. Er zijn minder bewoners tevreden over de wijze waarop de deelgemeente hen hierbij betrekt dan in de andere twee buurten. In buurt 3 zijn meer bewoners actief om de leefbaarheid van de buurt te vergroten dan in de andere buurten, ruim tweevijfde heeft iets gedaan om de leefbaarheid te verbeteren. Twee op de vijf bewoners ziet verbeteringen in de afgelopen twee jaar. Het meest genoemd zijn winkelaanbod, de aanpak van woningen en schoon en netjes maken. De aanpak van woningen wordt nu minder genoemd dan bij de voorgaande metingen.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 1 1 Leefbaarheidsmonitor Nieuw Engeland 1.1 Inleiding De deelgemeente en de woningcorporaties Woonbron en Vestia Rotterdam hebben voor een eigen leefbaarheidsmonitor ontwikkeld. De buurten in maken elk een eigen ontwikkeling door. In sommige buurten wordt gesloopt, andere buurten hebben te maken met een verhuurstop. Deze monitor is daarom zo opgezet, dat er uitspraken kunnen worden gedaan over de ontwikkeling in de leefbaarheid op wijk- en buurtniveau. De deelgemeente en de woningcorporaties willen, als daar aanleiding voor is, de uitkomsten van de monitor gebruiken om hun beleid op het gebied van leefbaarheid bij te stellen. In 2001 heeft de eerste meting van de leefbaarheidsmonitor plaatsgevonden. In 2003, 2005, 2007 en 2009 zijn de bewoners wederom ondervraagd over de leefbaarheid van hun buurt. In totaal zijn er inmiddels ruim 8.500 ers ondervraagd over de leefbaarheid in de buurt. De uitkomsten van de verschillende metingen worden met elkaar vergeleken. Op deze manier kan een beeld worden geschetst van de ontwikkelingen op het gebied van leefbaarheid in. Omdat de deelgemeente en de corporaties streven naar informatie op een gedetailleerd niveau wordt voor elk van de acht wijken in de deelgemeente een aparte rapportage gemaakt. De rapportage die voor u ligt beschrijft de wijk Nieuw Engeland. 1.2 De wijk Nieuw Engeland Nieuw Engeland is gelegen in het noorden van. De wijk wordt begrensd door de Venkelweg, de Aveling en de A15. In de leefbaarheidsmonitor worden drie buurten onderscheiden. De grenzen van deze buurten zijn vastgesteld in overleg met de opdrachtgever en professionals die in de wijk werkzaam zijn. In figuur 1.1 vindt u een kaartje van Nieuw Engeland. De grenzen van de drie buurten zijn: buurt 1: Klaasje Zevensterstraat - Digna Johannaweg - Ferdinand Huyckstraat - Woutertje Pietersepad buurt 2: Haifaweg - Mosoelstraat - Schoonebeekweg - Venezuelaweg buurt 3: Voorweg Oude Wal - Arubaplein - Curaçaoplein - Texasweg - Mosoelstraat - Gaarde Haifaweg In de wijk verandert veel door de herstructurering. Voor een deel, bijvoorbeeld in buurt 1 (Digna Johanna), is de nieuwbouw al klaar. Op de ontwikkellocaties Voorweg, Haifaweg en de Waaier worden de komende jaren nog woningen gebouwd.
2 Bureau Onderzoek Op Maat Figuur 1.1 Plattegrond van Nieuw Engeland met de indeling van de buurten In tabel 1.1 wordt een overzicht gegeven van de bewoners van elk van de drie buurten en van Nieuw Engeland als geheel. Tabel 1.1 Overzicht bevolking 18 jaar en ouder per buurt en totaal (peildatum 1 januari 2009) buurt 1 buurt 2 buurt 3 Nieuw Engeland aantal inwoners 1307 197 1108 2612 26515 geslacht mannen 46% 41% 49% 47% 47% vrouwen 54% 59% 51% 53% 53% leeftijd 18 tot en met 29 jaar 16% 21% 17% 17% 16% 30 tot en met 39 jaar 19% 12% 12% 15% 15% 40 tot en met 54 jaar 25% 35% 29% 28% 28% 55 jaar of ouder 40% 32% 42% 40% 41% etnische herkomst autochtoon 55% 38% 73% 62% 72% westers allochtoon 11% 11% 8% 9% 9% niet westers allochtoon 34% 51% 19% 29% 19% waarvan Surinaams 15% 20% 8% 12% 7% Antilliaans 5% 12% 4% 5% 4% overig 14% 19% 7% 11% 8% Bron: Bevolkingsregister, COS In Nieuw Engeland wonen ruim 2.600 mensen van 18 jaar en ouder. Het aantal bewoners van 18 jaar en ouder is in buurt 1 het grootst. In buurt 2 wonen in vergelijking met de andere buurten meer allochtonen. In buurt 1 en 2 wonen meer allochtonen dan in gemiddeld.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 3 1.3 Opzet van het onderzoek In april 2009 zijn 4006 bewoners van schriftelijk benaderd om mee te werken aan het onderzoek. Hiervoor is een steekproef getrokken uit het bevolkingsregister onder de inwoners van 18 jaar en ouder. In totaal hebben 1010 mensen de vragenlijst teruggestuurd en 298 mensen hebben de vragenlijst ingevuld via internet. Vooraf is per buurt bepaald hoeveel bewoners ondervraagd moesten worden. Dit minimum maakt het mogelijk om per buurt betrouwbare uitspraken te doen. In buurten waar er niet voldoende schriftelijk vragenlijsten zijn geretourneerd of via internet zijn ingevuld, zijn aanvullende interviews gehouden. Hiervoor zijn enquêteurs bij de bewoners langs gegaan. In totaal zijn er zo nog 337 ers ondervraagd. Tabel 1.2 geeft een overzicht van de deelname per wijk. De gegevens voor de drie buurten van Nieuw Engeland zijn apart in de tabel opgenomen. Tabel 1.2 Overzicht van de deelname per wijk verstuurde vragenlijsten teruggestuurd ingevuld via internet aanvullende interviews totaal aantal deelnemers Nieuw Engeland 556 132 35 30 197 buurt 1 200 47 15 13 75 buurt 2 117 24 6 10 40 buurt 3 239 61 14 7 82 Westpunt 500 99 38 65 202 Meeuwenplaat 650 189 42 37 268 Zalmplaat 650 207 56 6 269 Boomgaardshoek 300 65 32 53 150 Tussenwater 350 77 35 37 149 Oudeland 575 119 31 58 208 Kern-Middengebied 425 122 29 51 202 totaal 4006 1010 298 337 1645 In Nieuw Engeland hebben in totaal 197 bewoners meegewerkt aan het onderzoek. In totaal zijn er 556 vragenlijsten verspreid, drie op de tien vragenlijsten is ingevuld en teruggestuurd (132) of via internet ingevuld (35). Er zijn 30 aanvullende interviews gehouden. De deelnemers van het onderzoek zijn vergeleken met de hele bevolking van Nieuw Engeland. Het blijkt dat ouderen en autochtonen vaker mee doen. De verschillen zijn echter niet zo groot. Met andere woorden, de 197 ondervraagde bewoners vormen een goede afspiegeling van de bewoners van Nieuw Engeland. Bovendien is de responsgroep vergelijkbaar met die van de voorgaande metingen, daardoor zijn de resultaten in de tijd ook goed vergelijkbaar. 1.4 Leeswijzer Significante verschillen In dit rapport worden verschillende vergelijkingen gemaakt. De aandacht ligt op de vergelijking met de voorgaande meting van 2007 en de nulmeting van 2001. Er worden alleen verschillen vermeld als deze significant zijn. Dat betekent dat de kans dat het verschil op toeval berust klein is. Of een bepaald verschil significant is, is afhankelijk van de steekproefomvang, het aantal respondenten dat een bepaalde vraag heeft beantwoord en de spreiding van deze antwoorden over de bijbehorende antwoordcategorieën. Het kan dus zijn dat op het oog er verschillen zijn, maar dat deze toch niet significant zijn. Dan worden deze dus ook niet vermeld. Overige methodische opmerkingen bij het onderzoek zijn te vinden in bijlage 1.
4 Bureau Onderzoek Op Maat Inhoud rapport In de volgende hoofdstukken zijn de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek opgenomen. In het tweede hoofdstuk gaan we in op de beoordeling van de eigen buurt en. We bekijken de ontwikkeling in het verleden en de toekomst en gaan in op de voorzieningen in de buurt. Vervolgens wordt de band die bewoners met hun buurt hebben besproken. Het derde hoofdstuk gaat in op de mogelijke problemen die Nieuw Engeland kent. Naar aanleiding van een lijst met voorvallen en misdrijven hebben we een overzicht van de problemen gemaakt. Daarnaast konden de bewoners aangeven wat voor overlast zij ervaren. In hoofdstuk 3 is tevens aandacht voor de veiligheidssituatie in Nieuw Engeland. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een overzicht van de problemen die volgens de bewoners moeten worden aangepakt. De inzet door de verschillende partijen vormt het onderwerp van het vierde hoofdstuk. Hierbij worden de deelgemeente en de verhuurder beoordeeld en kijken we naar de eigen inzet van bewoners op het gebied van leefbaarheid. Tevens gaan we hier kort in op het hondenbeleid. In de bijlage wordt een beschrijving gegeven van de bewoners die hebben meegewerkt aan het onderzoek. Tevens worden op hoofdlijnen de belangrijkste verschillen met 2007 schematisch weergegeven.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 5 2 Algemeen oordeel over de buurt 2.1 Oordeel over de buurt We starten met een algemeen rapportcijfer van de eigen buurt. Aan de bewoners van Nieuw Engeland is gevraagd of zij de eigen buurt kunnen beoordelen aan de hand van een algemeen rapportcijfer, waarbij een 10 heel positief is en een 1 heel negatief. Figuur 2.1 Algemeen rapportcijfer voor de buurt, wijk en deelgemeente 9 8 7 6 6,9 6,7 7,1 6,8 6,9 6,8 7,0 7,0 7,2 7,0 5 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland Bewoners van Nieuw Engeland geven een 7,2 voor de buurt, dat is vergelijkbaar met het gemiddelde in en met 2007. Het gemiddelde rapportcijfer ligt wel hoger dan in 2001 en 2005. Figuur 2.2 Algemeen rapportcijfer voor de buurt, buurten buurt 1 7,4 buurt 2 6,9 buurt 3 7,0 Nieuw Engeland 7,0 7,2 2001 2007 2009 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
6 Bureau Onderzoek Op Maat De rapportcijfers lopen uiteen van een 6,9 in buurt 2 tot een 7,4 in buurt 1. Buurt 1 scoort daarmee hoger dan de andere twee buurten. In buurt 1 en buurt 3 wordt gemiddeld een hoger rapportcijfer gegeven dan in 2001. Naast de beoordeling van de bewoners van de buurt op dit moment, is het van belang om de ontwikkelingen in de buurt te bekijken. De bewoners is daarom gevraagd of zij vinden dat hun buurt het afgelopen jaar vooruit of achteruit is gegaan. Figuur 2.3 Ontwikkeling buurt in het afgelopen jaar buurt 1 22% 70% 8% buurt 2 19% 56% 25% buurt 3 29% 55% 16% Nieuw Engeland 24% 63% 13% 16% 60% 24% vooruit gegaan gelijk gebleven achteruit gegaan Een kwart van de bewoners van Nieuw Engeland vindt dat de buurt vooruit is gegaan. De bewoners van Nieuw Engeland beoordelen de ontwikkeling in hun buurt positiever dan gemiddeld in. In Nieuw Engeland zijn er meer bewoners van mening dat hun buurt vooruit is gegaan dan achteruit is gegaan. In is dit omgekeerd. Dit beeld zagen we bij de voorgaande metingen ook. De bewoners zijn wel minder positief over de ontwikkeling van de buurt dan in 2001, toen vond 45% van de bewoners dat de buurt vooruit was gegaan. Bewoners in buurt 2 zijn het meest negatief over de ontwikkelingen in hun buurt, een kwart van de bewoners ziet een achteruitgang. In buurt 1 is dat minder, daar ziet maar 8% van de bewoners een achteruitgang. Reden vooruitgang/achteruitgang Aan de bewoners die een verandering zien in het afgelopen jaar is gevraagd waaruit de vooruitgang of achteruitgang blijkt. Als reden voor de vooruitgang wordt in de drie buurten van Nieuw Engeland hoofdzakelijk de herstructurering genoemd, hoewel minder vaak dan in de voorgaande metingen. Bij achteruitgang van de buurt valt op dat bewoners uit buurt 3 vuil op straat niet meer zo vaak noemen als in 2007 en 2005. Nu noemen zij vaker het groen en de bestrating. In buurt 2 worden vooral de aanwezigheid van jongeren genoemd als reden voor de achteruitgang, dat was in 2007 ook al het geval. Er is ook gevraagd wat voor verwachtingen men heeft voor de komende jaren.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 7 Figuur 2.4 Ontwikkeling buurt in de komende jaren buurt 1 28% 63% 10% buurt 2 14% 64% 21% buurt 3 29% 54% 16% Nieuw Engeland 28% 59% 14% 24% 53% 24% zal vooruit gaan zal gelijk blijven zal achteruit gaan Ruim een kwart van de bewoners van Nieuw Engeland denkt dat de buurt er op vooruit zal gaan. Dat is vergelijkbaar met gemiddeld. De verwachtingen zijn minder positief dan bij de meting van 2001, toen nog 61% van de bewoners dacht dat de buurt er op vooruit zou gaan. Bewoners van buurt 2 denken vaker (21%) dat de buurt achteruit zal gaan dan de bewoners van de andere buurten. Aan de bewoners is een aantal stellingen voorgelegd met uitspraken over de buurt. Zij konden aangeven in hoeverre zij het met deze uitspraken eens zijn, variërend van helemaal mee eens tot helemaal mee oneens. Op basis van deze gegevens is een score berekend lopend van 0 tot 10. Een score van 0 staat voor een ongunstig oordeel over de buurt en een score van 10 staat voor een gunstig oordeel. Deze score mag niet beschouwd worden als een rapportcijfer. Een score van 5,4 betekent dus niet net onvoldoende, maar dient vergeleken te worden met de scores van andere gebieden en de vorige metingen. De stellingen op basis waarvan de evaluatie van de buurt is berekend luiden als volgt: De mensen in deze buurt blijven hier graag wonen; Het is vervelend om in deze buurt te wonen; Als het maar enigszins mogelijk is ga ik uit deze buurt verhuizen; Als je in deze buurt woont heb je het goed getroffen. Figuur 2.5 Schaalscore evaluatie van de buurt, wijk en deelgemeente 9 8 7 6 7,1 6,7 7,1 7,0 7,0 6,7 6,9 6,5 7,1 7,0 5 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland
8 Bureau Onderzoek Op Maat De beoordeling van de buurt door bewoners van Nieuw Engeland is vergelijkbaar met het gemiddelde in maar hoger dan bij de voorgaande metingen. De score voor gemiddeld is hoger dan in 2007. Figuur 2.6 Schaalscore evaluatie van de buurt, buurten buurt 1 7,2 buurt 2 6,4 buurt 3 7,2 Nieuw Engeland 7,1 7,0 2001 2007 2009 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 De score voor de evaluatie van de buurt ligt in buurt 2 lager dan in de andere twee buurten. Wel is de score hoger dan in 2001. In buurt 1 en 3 is de score voor de evaluatie van de buurt hoger dan in 2007. 2.2 Oordeel over de deelgemeente Naast het beeld dat bewoners hebben over hun buurt, hebben we gekeken naar het beeld dat zij hebben van de deelgemeente. Hiervoor hebben we vragen gesteld over het algemene oordeel over, de beoordeling van de ontwikkeling van het afgelopen jaar en de verwachte ontwikkeling in de komende jaren. Figuur 2.7 Algemeen rapportcijfer voor, wijk en deelgemeente 9 8 7 6 6,9 6,8 7,0 6,9 6,8 6,7 6,9 6,8 7,1 7,0 5 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 9 Het rapportcijfer dat de bewoners van Nieuw Engeland geven voor de deelgemeente is vergelijkbaar met het cijfer dat gemiddeld in wordt gegeven. In vergelijking met de voorgaande metingen is er geen verschil. Figuur 2.8 Algemeen rapportcijfer voor, buurten buurt 1 7,2 buurt 2 7,2 buurt 3 6,9 Nieuw Engeland 7,1 7,0 2001 2007 2009 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Bewoners van buurt 3 geven met een 6,9 een lager rapportcijfer aan de deelgemeente dan bewoners van de andere buurten. Er is geen verschil met voorgaande jaren. Naast een algemeen rapportcijfer voor, is de bewoners gevraagd naar de ontwikkeling van. Zij konden aangeven of zij vinden dat het afgelopen jaar is vooruit gegaan of achteruit gegaan. Figuur 2.9 Ontwikkeling in het afgelopen jaar buurt 1 41% 54% 5% buurt 2 46% 46% 8% buurt 3 51% 43% 6% Nieuw Engeland 45% 49% 6% 50% 38% 11% vooruit gegaan gelijk gebleven achteruit gegaan In Nieuw Engeland hebben de bewoners eenzelfde beeld over de ontwikkeling in de deelgemeente als gemiddeld in. Vier op de tien bewoners in Nieuw Engeland (45%) vindt dat het afgelopen jaar vooruit is gegaan. Dat was in 2007 meer, toen vond 61% dat vooruit
10 Bureau Onderzoek Op Maat was gegaan. Met name in buurt 1 zijn er minder bewoners dan voorheen die vinden dat vooruit is gegaan. De buurten verschillen onderling verder niet van elkaar. Reden vooruitgang Bewoners die een verandering zien in het afgelopen jaar is gevraagd waaruit de vooruitgang of achteruitgang van blijkt. De meest genoemde reden voor een vooruitgang van is de herstructurering. Dit was bij de voorgaande metingen ook het geval. Weinig bewoners zien een achteruitgang. Figuur 2.10 Ontwikkeling in de komende jaren buurt 1 57% 36% 8% buurt 2 57% 43% 0% buurt 3 49% 45% 7% Nieuw Engeland 53% 40% 7% 51% 40% 9% zal vooruit gaan zal gelijk blijven zal achteruit gaan De verwachting dat de komende jaren vooruit gaat ligt op hetzelfde niveau als gemiddeld. Ten opzichte van 2001 zijn bewoners van Nieuw Engeland minder positief. In 2001 dacht nog 82% dat vooruit zou gaan, dat is nu gedaald tot 53%. Tussen de buurten zijn geen verschillen. 2.3 Voorzieningen Aan de bewoners van Nieuw Engeland is een aantal vragen gesteld over voorzieningen in de buurt. Als eerste is gevraagd in hoeverre zij tevreden zijn met een twintigtal aangeboden voorzieningen. Daarnaast is gevraagd aan welke andere voorzieningen behoefte is. De uitkomsten van de tevredenheid dan wel ontevredenheid over voorzieningen in de buurt zijn weergegeven in twee tabellen. Deze tabellen geven een top vijf weer van de voorzieningen waarover de bewoners respectievelijk het meest tevreden of ontevreden over zijn. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van alle voorzieningen waarover een oordeel is gegeven. Over negen van de twintig voorzieningen zijn de bewoners van Nieuw Engeland vaker tevreden dan gemiddeld in. Ten opzichte van 2007 zijn meer bewoners tevreden over 5 voorzieningen.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 11 Tabel 2.1 Top 5 voorzieningen (% (zeer) tevreden) 2009 2007 Nieuw winkels voor dagelijkse boodschappen 97% winkels voor dagelijkse boodschappen 98% Engeland voorzieningen m.b.t. gezondheidszorg 94% voorzieningen m.b.t. gezondheidszorg 88% kinderboerderij 91% basisonderwijs 85% straatverlichting 86% kinderboerderij 82% basisonderwijs 84% straatverlichting 79% voorzieningen m.b.t. gezondheidszorg 88% voorzieningen m.b.t. gezondheidszorg 86% winkels voor dagelijkse boodschappen 86% basisonderwijs 82% basisonderwijs 82% winkels voor dagelijkse boodschappen 77% straatverlichting 80% straatverlichting 75% kinderboerderij 80% kinderboerderij 75% De voorzieningen waar men in Nieuw Engeland (zeer) tevreden over is, komen overeen met de voorzieningen die in worden genoemd. Wel zijn de bewoners van Nieuw Engeland meer tevreden over de winkels voor dagelijkse boodschappen en straatverlichting dan gemiddeld in. In als geheel zijn bewoners ook positiever dan in 2007 over de winkels voor de dagelijkse boodschappen, straatverlichting, groenvoorzieningen, de kinderboerderij en de sportmogelijkheden. In Nieuw Engeland zijn in vergelijking met 2007 meer bewoners tevreden over de voorzieningen voor jongeren, groenvoorzieningen, de sportmogelijkheden en de kinderboerderij. Tabel 2.2 Top 5 voorzieningen (% (zeer) ontevreden) 2009 2007 Nieuw voorzieningen voor jongeren 40% voorzieningen voor jongeren 53% Engeland speelmogelijkheden voor kinderen 31% speelmogelijkheden voor kinderen 42% horeca gelegenheden 21% horeca gelegenheden 32% onderhoud van wegen en fietspaden 21% onderhoud van wegen en fietspaden 29% parkeergelegenheid 17% parkeergelegenheid 21% voorzieningen voor jongeren 47% voorzieningen voor jongeren 50% horeca gelegenheden 31% speelmogelijkheden voor kinderen 33% speelmogelijkheden voor kinderen 28% onderhoud van wegen en fietspaden 31% onderhoud van wegen en fietspaden 24% horeca gelegenheden 28% parkeergelegenheid 22% parkeergelegenheid 23% Door de jaren heen zijn het steeds dezelfde voorzieningen waar bewoners het minst tevreden over zijn. Zowel in als in Nieuw Engeland zijn de bewoners het minst tevreden over de voorzieningen voor jongeren. In als geheel zijn bewoners minder negatief dan in 2007 over de speelmogelijkheden voor kinderen en over het onderhoud van wegen en fietspaden. In Nieuw Engeland zijn bewoners in vergelijking met 2007 minder negatief over de voorzieningen voor jongeren en de horecagelegenheden. Behoefte andere voorzieningen Vervolgens is gevraagd of bewoners nog behoefte hebben aan andere voorzieningen in de buurt. Een vijfde van de bewoners geeft aan behoefte te hebben aan andere voorzieningen. Dat is minder dan gemiddeld in. Degenen die aanvullende voorzieningen noemen, hebben vooral behoefte aan speelmogelijkheden voor kinderen of jongeren en horecagelegenheden. Wijkspecifieke voorzieningen De bewoners van Nieuw Engeland is tevens gevraagd naar de bekendheid met Speeltuinvereniging. Iets meer dan de helft van de bewoners is bekend met Speeltuinvereniging Hoog-
12 Bureau Onderzoek Op Maat vliet. In buurt 1 is de bekendheid lager dan in de andere buurten. In vergelijking met 2001 is de bekendheid in buurt 1 ook afgenomen. 2.4 Band met de buurt Belangrijk voor de sociale samenhang en de participatie van de bewoners in de buurt is de band die zij met de buurt hebben. We hebben onderzocht in hoeverre de bewoners gehecht zijn aan hun buurt, en in hoeverre zij sociale contacten onderhouden met buurtgenoten. Figuur 2.11 Gehechtheid aan de buurt (% (zeer) gehecht), wijk en deelgemeente 100% 90% 80% 70% 77% 70% 80% 74% 77% 77% 77% 71% 69% 71% 60% 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland Veel bewoners zijn gehecht aan hun buurt. De gehechtheid van de bewoners in Nieuw Engeland is vergelijkbaar met het gemiddelde in en is ook vergelijkbaar met voorgaande metingen. Figuur 2.12 Gehechtheid aan de buurt (% (zeer) gehecht), buurten buurt 1 63% buurt 2 80% buurt 3 77% Nieuw Engeland 71% 77% 2001 2007 2009 0% 20% 40% 60% 80% 100%
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 13 In buurt 1 zijn minder bewoners gehecht aan hun buurt dan in de andere twee buurten. In buurt 2 is de gehechtheid aan de buurt hoger dan in 2001. Toen was 60% van de bewoners gehecht aan de buurt, dat is nu gestegen naar 80%. Om de sociale samenhang van de buurtbewoners te onderzoeken, zijn aan de bewoners vier stellingen voorgelegd waaruit de sociale cohesie in de buurt blijkt. Het gaat hierbij om de volgende stellingen: De mensen kennen elkaar nauwelijks in deze buurt; De mensen gaan in deze buurt op een prettige manier met elkaar om; Ik woon in een gezellige buurt waar veel saamhorigheid is; Ik voel mij thuis bij de mensen in deze buurt. Op basis van deze stellingen is een score berekend. Deze score loopt van 0 (weinig sociale cohesie) tot 10 (veel sociale cohesie). Figuur 2.13 Schaalscore sociale cohesie in de buurt, wijk en deelgemeente 8 7 6 5 5,8 6,1 5,7 5,8 5,8 5,5 5,9 5,7 6,1 6,0 4 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland De score voor sociale cohesie in Nieuw Engeland is vergelijkbaar met het gemiddelde in. De score is in Nieuw Engeland hoger dan in 2007.
14 Bureau Onderzoek Op Maat Figuur 2.14 Schaalscore sociale cohesie in de buurt, buurten buurt 1 6,0 buurt 2 5,5 buurt 3 6,3 Nieuw Engeland 6,1 6,0 2001 2007 2009 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 De score voor sociale cohesie is het hoogst in buurt 3 en het laagst in buurt 2. De score voor sociale cohesie in buurt 3 is hoger dan bij de voorgaande metingen. Contacten buurtgenoten De sociale samenhang van de bewoners is ook onderzocht door een aantal vragen te stellen omtrent de relaties die zij onderhouden met buurtgenoten. Deze vragen hebben betrekking op de mate waarin zij hun buurtgenoten van naam of gezicht kennen en in hoeverre zij contacten onderhouden. Ook is gevraagd of zij familie of vrienden in de buurt hebben wonen. Uit de antwoorden die de bewoners geven, komt naar voren dat de meeste bewoners hun buurtgenoten in ieder geval oppervlakkig (van naam of gezicht) kennen en soms een praatje maken. Ongeveer een derde van de bewoners gaat wel eens op de koffie bij buurtgenoten of verzorgt de plantjes of huisdieren. In vergelijking met 2001 kennen minder bewoners in buurt 1 elkaar van gezicht. In buurt 2 verzorgen minder bewoners dan in de andere buurten de planten of huisdieren van de buren. Dat mensen veel contact hebben is positief, maar vinden bewoners het genoeg of hebben ze behoefte aan meer contact met buurtgenoten? Het blijkt dat de meeste bewoners tevreden zijn over de contacten met de buren, 14% wil meer contact. Dat is vergelijkbaar met gemiddeld. Zes op de tien bewoners van Nieuw Engeland heeft familie of vrienden in de buurt wonen, dit is vergelijkbaar met het gemiddelde in.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 15 2.5 Samenvatting Nieuw Engeland Bewoners geven als rapportcijfer voor hun buurt een 7,2. Dat is vergelijkbaar met gemiddeld en met 2007. Bewoners van Nieuw Engeland hebben een positief oordeel over de ontwikkeling in hun buurt. Zowel de ontwikkeling in het verleden als de verwachting naar de toekomst is positief. Vooral de herstructurering wordt hierbij vaak genoemd. De score voor de evaluatie van de buurt is hoger dan in en ook hoger dan in de voorgaande metingen. De voorzieningen worden in het algemeen goed gewaardeerd. Bij negen voorzieningen is men positiever dan gemiddeld in en bij vijf voorzieningen zijn meer bewoners tevreden dan in 2007. Men is het meest tevreden over de winkels voor dagelijkse boodschappen en met de voorzingen voor de gezondheidszorg en het meest ontevreden over de voorzieningen voor jongeren en de speelmogelijkheden voor kinderen. De ontevredenheid over de voorzieningen voor jongeren is wel afgenomen. De band die men heeft met de buurt is vergelijkbaar met. Een grote meerderheid is gehecht aan de buurt. De score voor sociale cohesie is hoger dan in 2007. Veel mensen kennen hun buurtgenoten van gezicht. Er is weinig behoefte aan uitbreiding van de contacten. De drie buurten Buurt 1 scoort op een aantal punten beter dan in 2007. Ze geven de eigen buurt een hoger rapportcijfer, het ligt ook hoger dan in de andere buurten. Ook is de score voor de evaluatie van de buurt hoger dan in 2007. In vergelijking met de andere buurten, zien minder bewoners van buurt 1 een achteruitgang van de buurt, wel zijn de bewoners minder gehecht aan de buurt. In buurt 2 is in vergelijking met 2007 geen verandering opgetreden. De buurt scoort op een aantal punten minder gunstig dan de andere buurten. Meer bewoners in buurt 2 vinden dat hun buurt achteruit is gegaan en verwachten ook dat de buurt in de komende jaren achteruit zal gaan. Bij de indicatoren evaluatie van de buurt en sociale cohesie scoort de buurt ook lager dan de andere twee buurten. Er zijn wel meer bewoners gehecht aan de buurt dan in 2001. De score voor de evaluatie van de buurt en voor de sociale cohesie zijn in buurt 3 hoger dan in 2007. Het rapportcijfer voor de buurt ligt hoger dan in 2001. Buurt 3 scoort in vergelijking met de andere buurten beter bij de indicator voor de sociale cohesie.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 17 3 Situatie en problemen in de buurt 3.1 Problemen in de buurt Om een beeld te krijgen van de problemen in de buurt waar de bewoners last van hebben, is hen een lijst met 28 voorvallen en misdrijven voorgelegd, met de vraag of deze naar hun eigen idee vaak, soms of (bijna) nooit voorkomen in hun buurt. Dit jaar is voor de eerste keer gevraagd naar overlast van vuurwerk en naar diefstal of vernieling van scootmobielen. In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van alle voorvallen waarover de bewoners een oordeel hebben gegeven. Algemeen beeld In vergelijking met het gemiddelde in scoort Nieuw Engeland beter bij 13 van de 28 voorvallen, bij 2 voorvallen scoort de wijk slechter. Er zijn veel verschuivingen ten opzichte van 2007. Bij 18 van de 26 voorvallen scoort Nieuw Engeland beter dan in 2007. Ook ten opzichte van 2001 zijn er veel verbeteringen te zien. De voorvallen waarbij de grootste verbeteringen te zien zijn in vergelijking met 2001 zijn weergegeven in de onderstaande figuur. Figuur 3.1 Grootste verbetering in voorvallen 2001-2009 Nieuw Engeland (% komt vaak voor) 60% 50% 40% 30% 54% 45% 37% 52% 47% 39% 38% 36% 37% 52% 43% 31% 35% 20% 19% 24% 16% 10% 0% 2001 9% 2003 2005 6% 9% 2007 2% 2009 fietsers/brommers op de stoep rommel op straat vernieling van telefooncellen/bushokjes drugsoverlast Fietsers en brommers op de stoep laat de grootste daling zien. In 2001 vond nog 45% van de bewoners dat dit vaak voorkwam in de buurt, dit is gedaald naar 24%. Ook vernieling van telefooncellen en bushokjes is sterk gedaald, van 37% naar 16%. Van drugsoverlast vindt nu nog maar 2% dat het vaak voorkomt, terwijl dit in 2001 nog 19% was. Ook rommel op straat komt nu veel minder vaak voor volgens de bewoners. Bij de meeste voorvallen is de grootste daling zichtbaar sinds 2007.
18 Bureau Onderzoek Op Maat De voorvallen die volgens de bewoners het meest voorkomen zijn weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1 Voorvallen (% komt vaak voor) 2009 2007 buurt 1 te hard rijden 45% hondenpoep op straat 53% rommel op straat 36% te hard rijden 51% hondenpoep op straat 34% rommel op straat 46% buurt 2 te hard rijden 53% te hard rijden 61% fietsers/brommers op de stoep 46% rommel op straat 50% rommel op straat 29% fietsers/brommers op de stoep 50% overlast van groepen jongeren 29% overlast van groepen jongeren 50% buurt 3 te hard rijden 62% te hard rijden 69% hondenpoep op straat 41% rommel op straat 63% rommel op straat 36% fietsers/brommers op de stoep 50% Nieuw te hard rijden 52% te hard rijden 59% Engeland hondenpoep op straat 36% rommel op straat 52% rommel op straat 35% hondenpoep op straat 47% geluidsoverlast door verkeer 24% fietsers/brommers op de stoep 43% fietsers/brommers op de stoep 24% geluidsoverlast door verkeer 36% te hard rijden 52% te hard rijden 56% hondenpoep op straat 43% vernieling telefooncellen/bushokjes 47% rommel op straat 41% rommel op straat 46% fietsers/brommers op de stoep 38% hondenpoep op straat 46% vernieling telefooncellen/bushokjes 37% fietsers/brommers op de stoep 42% Zowel in, als in Nieuw Engeland komt te hard rijden het meest voor volgens de bewoners. De voorvallen en misdrijven die in Nieuw Engeland het meest voorkomen, komen grotendeels overeen met als geheel. In Nieuw Engeland komen van de top 5 hondenpoep op straat, rommel op straat, fietsers/brommers op de stoep en geluidsoverlast door verkeer minder vaak voor dan in 2007. In komen van de top 5 vernielingen van telefooncellen en bushokjes, en rommel op straat volgens minder bewoners vaak voor dan in 2007. Binnen de buurten valt een aantal zaken op. In buurt 1 zijn er minder bewoners die aangeven dat hondenpoep vaak voorkomt dan in 2007. In buurt 2 is de overlast van jongeren afgenomen ten opzichte van 2007. Toen vond 50% van de bewoners dat overlast van jongeren vaak voorkomt, dat is nu 29%. Ook rommel op straat komt volgens de bewoners minder vaak voor dan in 2007. In buurt 3 is te hard rijden nog altijd een groot probleem. Rommel op straat komt volgens bewoners echter minder vaak voor dan in 2007. Fietsers/brommers op de stoep is ook gedaald. Nu denkt een kwart dat het vaak voorkomt, in 2007 was dit nog de helft van de bewoners.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 19 In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de voorvallen die volgens de bewoners het minst in de buurt voorkomen. Tabel 3.2 Voorvallen (% komt (bijna) nooit voor) 2009 2007 buurt 1 drugsoverlast 95% overlast van horeca 89% overlast van horeca 91% drugsoverlast 81% gewelddelicten 88% tasjesroof 78% buurt 2 tasjesroof 92% overlast van horeca 88% overlast van horeca 85% tasjesroof 73% overlast van vuurwerk* 83% bedreiging 71% buurt 3 overlast van horeca 97% overlast van horeca 88% gewelddelicten 85% tasjesroof 77% bedreiging 81% bedreiging 69% Nieuw overlast van horeca 93% overlast van horeca 88% Engeland drugsoverlast 86% tasjesroof 78% gewelddelicten 85% bedreiging 70% bedreiging 80% drugsoverlast 69% overlast van vuurwerk 80% dronken mensen op straat 67% overlast van horeca 91% overlast van horeca 88% bedreiging 77% drugsoverlast 73% gewelddelicten 76% tasjesroof 72% drugsoverlast 75% bedreiging 71% overlast van vuurwerk* 75% gewelddelicten 69% * Overlast van vuurwerk is dit jaar voor het eerst opgenomen in de vragenlijst. De voorvallen in Nieuw Engeland die volgens bewoners het minst voorkomen, komen vrijwel overeen met die van gemiddeld. Vooral overlast van horeca komt zelden voor. In vergelijking met 2007 geven minder bewoners aan dat drugsoverlast en gewelddelicten vaak voorkomen in Nieuw Engeland. In gemiddeld geldt dit voor overlast van horeca, gewelddelicten en bedreiging. In alle buurten is er een duidelijke verbetering te zien. In buurt 1 komen (van de top 3 van voorvallen die bijna nooit voorkomen) drugsoverlast en gewelddelicten volgens meer bewoners bijna nooit voor dan in 2007. In buurt 2 is dit het geval bij tasjesroof en in buurt 3 bij horecaoverlast en gewelddelicten. Naast de afzonderlijke voorvallen zijn ook schaalscores gemaakt van verloedering, verkeersoverlast, bedreiging en vermogensdelicten. Deze schaalscores geven de mate weer waarin bewoners deze problemen in hun buurt ervaren. De scores voor de wijk Nieuw Engeland staan vermeld in figuur 3.2. Een hogere score betekent dat deze problemen volgens bewoners vaker voorkomen. In bijlage 5 is de samenstelling van de verschillende schalen opgenomen.
20 Bureau Onderzoek Op Maat Figuur 3.2 Schaalscores voor de wijk 8 7 6 5 4 6,1 5,0 4,5 5,7 5,0 4,4 5,8 5,9 4,8 5,3 4,6 4,5 4,3 4,5 3 2,8 3,3 2 1 2,1 1,7 1,8 1,1 0 2001 2003 2005 2007 2009 verloedering verkeersoverlast bedreiging vermogensdelicten In vergelijking met 2007 is er in Nieuw Engeland een verbetering te zien bij alle schaalscores. Dit geldt ook voor gemiddeld. Met uitzondering van de schaalscore voor verkeersoverlast zijn de scores beter dan gemiddeld in. In buurt 3 zijn alle schaalscores beter dan in 2007, in buurt 1 geldt dit ook, behalve voor verloedering. In buurt 2 is alleen verloedering verbeterd ten opzichte van 2007. Als de buurten onderling worden vergeleken dan blijkt dat buurt 2 het slechts scoort op bedreiging. Buurt 3 scoort het slechtst op vermogensdelicten. 3.2 Overlast Naast de problemen in de buurt is de bewoners van Nieuw Engeland gevraagd of zij een vorm van overlast in de buurt ondervinden. In figuur 3.3 is het percentage weergegeven van bewoners dat aangeeft overlast in de buurt te ondervinden. Figuur 3.3 Overlast (% dat overlast ondervindt), wijk en deelgemeente 60% 50% 40% 30% 45% 50% 44% 44% 44% 43% 43% 37% 40% 33% 20% 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 21 Eenderde van de bewoners van Nieuw Engeland ervaart wel eens overlast. Dit is vergelijkbaar met gemiddeld. Dat is wel minder dan in 2007. Toen ondervond 44% van de bewoners wel eens overlast. Figuur 3.4 Overlast (% dat overlast ondervindt), buurten buurt 1 28% buurt 2 33% buurt 3 39% Nieuw Engeland 33% 40% 2001 2007 2009 0% 20% 40% 60% 80% 100% In buurt 2 en 3 ervaren minder bewoners overlast dan in 2007. Er is geen verschil tussen de buurten. Soorten overlast De bewoners konden aangeven waaruit de overlast die zij in hun buurt ondervinden bestaat. We hebben een overzicht gemaakt van de meest genoemde vormen van overlast in Nieuw Engeland. Tabel 3.3 Meest genoemde vormen van overlast 2009 2007 2001 buurt 1 geluidsoverlast 8% geluidsoverlast 9% verkeersoverlast 13% verkeersoverlast 5% overlast van jongeren 6% geluidsoverlast 5% overlast industrie (stank, geluid) 5% buurt 2 geluidsoverlast 10% overlast van jongeren 23% drugsoverlast 25% brommers / scooters 10% brommers / scooters 15% verkeersoverlast 22% buurt 3 overlast van jongeren 12% verkeersoverlast 20% verkeersoverlast 16% geluidsoverlast 11% geluidsoverlast 14% overlast kinderen 8% Nieuw Engeland geluidsoverlast 10% verkeersoverlast 11% verkeersoverlast 17% overlast industrie (stank, geluid) 6% geluidsoverlast 11% drugsoverlast 8% overlast van jongeren 6% overlast van jongeren 9% overlast kinderen 6% overlast van jongeren 10% overlast van jongeren 13% overlast van jongeren 10% geluidsoverlast 9% verkeersoverlast 9% parkeeroverlast 8% overlast industrie (stank, geluid) 6% geluidsoverlast 8% verkeersoverlast 7%
22 Bureau Onderzoek Op Maat In Nieuw Engeland wordt geluidsoverlast het meest genoemd, gevolgd door geluids- en stankoverlast van de industrie en overlast van jongeren. Verkeersoverlast staat niet meer in de top 3. Opvallend is de stijging van het aantal bewoners dat overlast ervaart van de industrie. Bij de vorige metingen werd dat bijna niet genoemd. Ook gemiddeld in wordt het meer genoemd dan bij de voorgaande metingen. Opvallend is de daling van het aantal bewoners dat jongerenoverlast noemt in buurt 2. Het wordt door 5% van de bewoners genoemd, in 2007 was dit 23%. In buurt 3 is de verkeersoverlast ten opzichte van 2007 opvallend gedaald, dit wordt door nu 5% genoemd, in 2007 was dit 20%. Locaties overlast De bewoners is niet alleen gevraagd welke vormen van overlast zij ervaren, maar ook op welke plekken deze overlast het ergst is. In alle drie de buurten van Nieuw Engeland wordt vooral de plek rondom de woning of een specifieke straat genoemd. 3.3 Veiligheidssituatie Aan de bewoners is gevraagd of zij zich, in het algemeen, wel eens onveilig voelen in de eigen buurt. Hierbij konden zij aangeven of dit nooit, zelden, soms of vaak het geval is. Figuur 3.5 Veiligheidsgevoel (% dat zich altijd veilig voelt), wijk en deelgemeente 80% 70% 60% 68% 62% 65% 58% 68% 62% 67% 61% 70% 67% 50% 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland In Nieuw Engeland voelt 70% van de bewoners zich altijd veilig. Dat is vergelijkbaar met gemiddeld in en met de voorgaande metingen.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 23 Figuur 3.6 Veiligheidsgevoel (% dat zich altijd veilig voelt), buurten buurt 1 74% buurt 2 60% buurt 3 67% Nieuw Engeland 67% 70% 2001 2007 2009 0% 20% 40% 60% 80% 100% Het aantal bewoners dat zich altijd veilig voelt verschilt niet per buurt. Er zijn ook geen verschuivingen ten opzichte van de voorgaande metingen. Voor twee locaties zijn aanvullende vragen gesteld over de veiligheidssituatie, het gaat om het winkelcentrum Oude Wal en de metrostations in. Winkelcentrum Oude Wal Bewoners van Nieuw Engeland komen vaak in het winkelcentrum Oude Wal, vooral bewoners uit de buurten 2 en 3 komen hier meerdere malen per week. Eén op de vijf bezoekers van het winkelcentrum voelt zich er wel eens onveilig. Het overgrote deel voelt zich zelden tot soms onveilig in het winkelcentrum. Een enkeling voelt zich er vaak onveilig. Dit is vergelijkbaar met de vorige meting. We hebben de mensen die zich wel eens onveilig voelen gevraagd naar de reden van het onveiligheidsgevoel. Het gaat vooral om mensen die rondhangen in het winkelcentrum, zoals jongeren en dronken mensen. Metrostations Een groot gedeelte van de bewoners van Nieuw Engeland (69%) maakt wel eens gebruik van de metro. Om een beeld te krijgen van de perceptie van veiligheid op het metrostation is de bewoners gevraagd een rapportcijfer te geven voor de veiligheid op de metrostations. Bewoners van Nieuw Engeland maken vooral gebruik van het metrostation Centrum, in mindere mate hebben ze een oordeel over de veiligheid op de metrostations Zalmplaat en Tussenwater. Daarom wordt alleen voor het metrostation Centrum een cijfer vermeld. De cijfers voor metrostation Centrum staan in de volgende figuur weergegeven.
24 Bureau Onderzoek Op Maat Figuur 3.7 Rapportcijfers veiligheid metrostation Centrum, wijk en deelgemeente 8 7 7,0 7,1 7,1 7,0 7,0 6,9 6,7 7,0 6 5 5,4 5,5 5,4 5,7 5,2 5,1 4,7 5,3 5,2 4 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland overdag overdag Nieuw Engeland avond avond De veiligheid op het metrostation Centrum wordt overdag positiever beoordeeld dan s avonds. Overdag krijgt het metrostation gemiddeld een zeven. s Avonds krijgt het metrostation een 5,4. Dit is vergelijkbaar met het gemiddelde van en met de voorgaande metingen. Mijden plekken Gevoelens van onveiligheid komen onder andere tot uiting doordat bewoners bepaalde plekken in hun buurt mijden. Bijna een vijfde van de bewoners van Nieuw Engeland (18%) mijdt bepaalde plekken in de buurt. Dat is minder dan bij de meting van 2001 en ook minder dan in gemiddeld. In buurt 1 zijn er minder bewoners die bepaalde plekken mijden dan in de andere twee buurten. Bij het mijden van plekken gaat het voornamelijk om een specifieke straat en het bos of park. Vooral in buurt 3 wordt bos of park genoemd. Slachtofferschap Naast de gevoelens van onveiligheid van bewoners staat het daadwerkelijke slachtofferschap van bewoners. We hebben de bewoners gevraagd of zij zelf wel eens slachtoffer zijn geweest van een vervelend voorval of misdrijf in hun buurt. Van de bewoners van Nieuw Engeland geeft 14% aan het afgelopen jaar wel eens slachtoffer te zijn geweest van een vervelend voorval of misdrijf in hun buurt. Dit is minder dan in 2001 (36%) en minder dan gemiddeld (22%). In als geheel is het slachtofferschap afgenomen ten opzichte van de voorgaande metingen. In buurt 3 zijn meer bewoners slachtoffer geweest dan in de andere twee buurten. In buurt 1 en 2 is het slachtofferschap gedaald. In Nieuw Engeland wordt slachtofferschap van diefstal vanaf/ vernieling aan de auto het meest genoemd.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 25 3.4 Aan te pakken problemen Aan de bewoners is gevraagd of zij vinden dat er problemen zijn in hun buurt zijn die snel aangepakt moeten worden. Figuur 3.8 Aan te pakken problemen (% dat problemen noemt), wijk en deelgemeente 70% 60% 50% 40% 52% 48% 58% 45% 55% 47% 52% 50% 46% 38% 30% 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland Tweevijfde van de bewoners van Nieuw Engeland geeft aan dat er problemen zijn die direct aangepakt moeten worden. Dat is minder dan gemiddeld in en ook minder dan in 2007. Figuur 3.9 Aan te pakken problemen (% dat problemen noemt), buurten buurt 1 27% buurt 2 50% buurt 3 48% Nieuw Engeland 38% 46% 2001 2007 2009 0% 20% 40% 60% 80% 100% In buurt 1 zijn er minder bewoners dan in 2007 die vinden dar er problemen zijn die moeten worden aangepakt. Het is ook minder dan in de andere buurten.
26 Bureau Onderzoek Op Maat In tabel 3.4 wordt een overzicht gegeven van de problemen die door de bewoners worden genoemd. Tabel 3.4 Direct aan te pakken problemen 2009 2007 2001 buurt 1 parkeerproblemen 5% verkeersproblemen 13% verkeersproblemen 9% vervuiling 5% overlast/activiteiten jeugd 10% verkeersveiligheid 9% verkeersveiligheid 5% overlast van honden/katten 10% buurt 2 overlast/activiteiten jeugd 18% overlast/activiteiten jeugd 30% drugsprobleem 31% verkeersveiligheid 10% drugsprobleem 18% renovatie/sloop/onderhoud 16% verkeersproblemen 10% buurt 3 overlast/activiteiten jeugd 13% overlast/activiteiten jeugd 24% drugsprobleem 12% onderhoud straten 12% verkeersproblemen 15% verkeersproblemen 11% onderhoud straten 15% Nieuw Engeland overlast/activiteiten jeugd 8% overlast/activiteiten jeugd 17% drugsprobleem 14% verkeersveiligheid 7% verkeersproblemen 13% verkeersprobleem 10% onderhoud straten 6% onderhoud straten 8% renovatie/sloop/onderhoud 9% vervuiling 8% overlast/activiteiten jeugd 10% overlast/activiteiten jeugd 14% overlast/activiteiten jeugd 14% aanpak verkeersproblemen 7% parkeerproblemen 10% parkeerproblemen 11% parkeerproblemen 7% onderhoud straten 8% onderhoud straten 10% De problemen in Nieuw Engeland die volgens de bewoners een directe aanpak nodig hebben zijn op de eerste plaats overlast/activiteiten voor de jeugd, gevolgd door de verkeersveiligheid en onderhoud straten. Opvallend is dat in buurt 2 drugs door nog maar 3% van de bewoners wordt genoemd, terwijl dit in 2001 nog door 31% van de bewoners werd genoemd. 3.5 Samenvatting Nieuw Engeland Nieuw Engeland is grotendeels vergelijkbaar met als geheel als het gaat om de problemen die de bewoners ervaren. Zowel in de wijk als in de deelgemeente noemen bewoners het hard rijden als probleem dat het meest voor komt. Overlast van horeca komt het minst voor. Bij 13 van de 28 voorvallen doet Nieuw Engeland het beter dan gemiddeld. In vergelijking met 2007 scoort Nieuw Engeland bij 18 van de 26 voorvallen beter. De grootste daling is te zien bij fietsers en brommers op de stoep. De score op verloedering, verkeersoverlast, bedreiging en vermogensdelicten is in Nieuw Engeland beter dan in 2007. Met uitzondering van de score voor verkeersoverlast zijn de scores in Nieuwe Engeland beter dan in gemiddeld. In Nieuw Engeland ervaren minder bewoners dan in 2007 overlast. Dit is vergelijkbaar met gemiddeld in. Het gaat voornamelijk om geluidsoverlast. Het probleem dat in Nieuw Engeland volgens de bewoners een directe aanpak nodig heeft is in de eerste plaats overlast/activiteiten voor de jeugd, gevolgd door verkeersveiligheid en onderhoud straten.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 27 In Nieuw Engeland voelen evenveel bewoners zich veilig als gemiddeld in. Dit is ook vergelijkbaar met voorgaande metingen. Het slachtofferschap is gedaald, 14% is slachtoffer geweest in de eigen buurt, dat was in 2001 nog 36%. Het slachtofferschap ligt in Nieuw Engeland ook lager dan in gemiddeld. De drie buurten In buurt 1 zijn er minder bewoners dan in 2007 die vinden dat hondenpoep vaak voorkomt. Op alle schaalscores, behalve verloedering, scoort buurt 1 beter dan in 2007. Minder bewoners vinden dat er problemen zijn die moeten worden aangepakt. Dit is ook minder dan in de andere buurten. In buurt 2 valt op dat veel minder bewoners dan in 2007 vinden dat overlast van jongeren vaak voorkomt. Overlast/activiteiten voor de jeugd wordt dan ook minder genoemd als aan te pakken probleem. De score op verloedering is verbeterd ten opzichte van 2007. Buurt 2 scoort in vergelijking met de andere buurten het slechtst op bedreiging. Minder bewoners ervaren overlast dan in 2007, vooral overlast van jongeren en drugsproblemen worden minder genoemd. In buurt 3 is vooral rommel op straat volgens de bewoners afgenomen. Op alle vier de schaalscores scoort buurt 3 beter dan in 2007. Buurt 3 scoort in vergelijking met de andere buurten het slechtst op vermogensdelicten. Minder bewoners ervaren overlast dan in 2007, vooral verkeersoverlast wordt minder genoemd. Meer bewoners dan in de andere twee buurten zijn slachtoffer geweest.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 29 4 Inzet door de verschillende partijen 4.1 Inzet deelgemeente De betrokkenheid van bewoners bij hun buurt komt van twee kanten: bewoners kunnen zich betrokken voelen, maar de deelgemeente kan de betrokkenheid van de bewoners ook verhogen. Dit kan zij doen door bewoners te betrekken bij en informeren over veranderingen en activiteiten in de buurt. In figuur 4.1 en 4.2 is opgenomen welk deel van de bewoners vindt dat de deelgemeente voldoende doet om de bewoners te informeren over veranderingen. Figuur 4.3 en 4.4 geven weer welk deel van de bewoners vindt dat de deelgemeente voldoende doet om de bewoners te betrekken bij veranderingen. Figuur 4.1 Inzet deelgemeente: informeren veranderingen (% dat dit voldoende vindt), wijk en deelgemeente 90% 80% 70% 60% 66% 60% 65% 62% 66% 68% 62% 64% 63% 58% 50% 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland Tweederde van de bewoners van Nieuw Engeland is tevreden over de informatie die de deelgemeente geeft over veranderingen in de buurt. In Nieuw Engeland is dit in de afgelopen jaren nauwelijks veranderd.
30 Bureau Onderzoek Op Maat Figuur 4.2 Inzet deelgemeente: informeren veranderingen (% dat dit voldoende vindt), buurten buurt 1 71% buurt 2 80% buurt 3 62% Nieuw Engeland 68% 63% 2001 2007 2009 0% 20% 40% 60% 80% 100% Er is geen verschil tussen de buurten onderling. Bewoners in buurt 2 zijn wel positiever over het informeren van de deelgemeente dan in 2001. Figuur 4.3 Inzet deelgemeente: betrekken veranderingen (% dat dit voldoende vindt), wijk en deelgemeente 80% 70% 60% 50% 58% 50% 56% 54% 54% 48% 57% 55% 60% 52% 40% 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland Zes op de tien bewoners van Nieuw Engeland is tevreden over de mate waarin bewoners door de deelgemeente bij veranderingen worden betrokken. Dat is meer dan in gemiddeld.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 31 Figuur 4.4 Inzet deelgemeente: betrekken veranderingen (% dat dit voldoende vindt), buurten buurt 1 67% buurt 2 57% buurt 3 52% Nieuw Engeland 60% 52% 2001 2007 2009 0% 20% 40% 60% 80% 100% Bewoners in buurt 1 zijn het meest positief over de deelgemeente, tweederde vindt dat de deelgemeente hen voldoende betrekt bij de veranderingen. Bewoners van buurt 3 zijn het minst positief, daar is de helft hierover tevreden. Tweederde van de bewoners van Nieuw Engeland vindt dat de aandacht van de deelgemeente voor de problemen in de buurt voldoende is. Dat is meer dan gemiddeld in. In buurt 1 vinden meer bewoners dan in 2007 dat de deelgemeente voldoende aandacht heeft voor de problemen. In 2007 vond nog 44% van de bewoners dat de deelgemeente te weinig aandacht had voor problemen in de buurt, in 2009 is dit 28%. 4.2 Inzet verhuurder Naast de mening over de inzet van de deelgemeente is de bewoners ook gevraagd naar hun mening over de inzet van de verhuurder om hen te informeren over en betrekken bij veranderingen in de buurt. Deze vragen zijn alleen voorgelegd aan bewoners van huurwoningen. In Nieuw Engeland is dit ongeveer de helft van de woningen. Daarmee worden de aantallen in de afzonderlijke buurten te laag om een goede vergelijking mogelijk te maken. In de volgende figuren worden alleen voor Nieuw Engeland als geheel gegevens vermeld.
32 Bureau Onderzoek Op Maat Figuur 4.5 Inzet verhuurder: informeren veranderingen (% dat dit voldoende vindt), wijk en deelgemeente 90% 80% 70% 60% 50% 68% 64% 64% 64% 67% 63% 62% 60% 55% 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland Tweederde van de huurders in Nieuw Engeland is tevreden over de mate waarin bewoners door de verhuurder over veranderingen worden geïnformeerd. Dat is vergelijkbaar met gemiddeld en met voorgaande metingen. Figuur 4.6 Inzet verhuurder: betrekken veranderingen (% dat dit voldoende vindt), wijk en deelgemeente 80% 70% 60% 50% 54% 50% 58% 57% 58% 52% 58% 56% 53% 40% 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland Net zoals bij de inzet van de deelgemeente wordt de inzet van de verhuurder om de bewoners te informeren over veranderingen in de buurt over het algemeen beter gewaardeerd dan de inzet om de bewoners te betrekken. De helft van de huurders vindt dat de verhuurder hen voldoende betrekt bij veranderingen. Dat is vergelijkbaar met en ook met de voorgaande metingen. Driekwart van de huurders in Nieuw Engeland vindt dat de aandacht van de verhuurder voor de problemen in de buurt voldoende is. Een kwart vindt dat er te weinig aandacht is. Gemiddeld in vindt tweevijfde van de huurders dat de verhuurder te weinig aandacht heeft voor de problemen in de buurt. Informatiecentrum In 2003 is het informatiecentrum aan de Sprong geopend. Daar geven deelgemeente samen met Woonbron en Vestia Rotterdam invulling aan de plannen die er voor de toekomst bestaan. We hebben de bewoners gevraagd of ze het centrum kennen en of ze
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 33 het wel eens bezocht hebben. In Nieuw Engeland kent 71% het centrum. De helft van de bewoners heeft het informatiecentrum ook bezocht. Dit is meer dan in 2007 en dan gemiddeld. 4.3 Inzet bewoners De leefbaarheid in de buurt is niet alleen afhankelijk van de inzet door de deelgemeente en de verhuurders, maar wordt ook bepaald door de mate waarin de bewoners zich betrokken voelen bij hun buurt. Deze betrokkenheid kan bijvoorbeeld tot uitdrukking komen door eigen inzet voor de buurt en deelname aan activiteiten in de buurt. De bewoners is gevraagd of zij zich medeverantwoordelijk voelen voor de leefbaarheid in de buurt. Figuur 4.7 Medeverantwoordelijkheid leefbaarheid (% dat zich medeverantwoordelijk voelt), wijk en deelgemeente 100% 90% 80% 88% 87% 88% 86% 83% 84% 82% 82% 81% 70% 60% 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland Een groot deel van de bewoners in Nieuw Engeland voelt zich verantwoordelijk voor hun buurt. Dit is vergelijkbaar met gemiddeld in en met voorgaande metingen.
34 Bureau Onderzoek Op Maat Figuur 4.8 Medeverantwoordelijkheid leefbaarheid (% dat zich medeverantwoordelijk voelt), buurten buurt 1 78% buurt 2 73% buurt 3 85% Nieuw Engeland 81% 82% 2001 2007 2009 0% 20% 40% 60% 80% 100% Er is geen verschil tussen de buurten. In buurt 2 voelen minder bewoners zich verantwoordelijk voor de eigen buurt dan in 2001, toen voelde 91% van de bewoners zich verantwoordelijk. De betrokkenheid bij de buurt kan tot uiting komen doordat men zich inzet om problemen in de wijk aan te pakken. Aan de bewoners is gevraagd of zij wel eens (alleen of samen met anderen) geprobeerd hebben iets aan de problemen in hun buurt te doen. Bijvoorbeeld door zelf iets praktisch te doen, door zelf klachten te melden bij de betreffende instantie of door zelf een voorstel te doen om het probleem aan te pakken. Figuur 4.9 Inzet bewoners (% dat zelf actie heeft ondernomen), wijk en deelgemeente 60% 50% 40% 30% 39% 46% 42% 42% 41% 39% 38% 36% 32% 20% 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland Terwijl in figuur 4.8 naar voren komt dat het grootste deel van de bewoners zich medeverantwoordelijk voelt voor de leefbaarheid in de buurt, blijkt uit figuur 4.9 dat de meerderheid van de bewoners zelf geen actie onderneemt om de leefbaarheid te vergroten. Dit is vergelijkbaar met gemiddeld en met de voorgaande metingen. Eenderde van de bewoners van Nieuw Engeland heeft wel eens actie ondernomen.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 35 Figuur 4.10 Inzet bewoners (% dat zelf actie heeft ondernomen), buurten buurt 1 19% buurt 2 33% buurt 3 45% Nieuw Engeland 32% 36% 2001 2007 2009 0% 20% 40% 60% 80% 100% In buurt 1 zijn minder bewoners actief om de leefbaarheid van de buurt te vergroten dan bij de voorgaande metingen. Dit ligt ook lager dan bij de andere buurten. In buurt 3 zijn de meeste bewoners actief. Bewoners die wel eens iets aan de problemen hebben gedaan, hebben hoofdzakelijk een klacht gemeld bij een instantie. In mindere mate hebben de bewoners iets praktisch gedaan of een voorstel gedaan om problemen aan te pakken. Nieuw Engeland en de buurten wijken hierin niet af van gemiddeld. Opzoomeren Ook is navraag gedaan naar de bekendheid met het Opzoomeren. Driekwart van de bewoners zegt er mee bekend te zijn, 16% van de bewoners heeft wel eens meegewerkt aan het Opzoomeren in de buurt. De bekendheid met en deelname aan Opzoomeren is in buurt 2 het hoogst, een derde van de bewoners hier heeft wel eens meegewerkt aan het Opzoomeren. Vrijwilligerswerk De inzet van bewoners voor hun buurt kan ook blijken uit het doen van vrijwilligerswerk of mantelzorg. In Nieuw Engeland verricht 15% van de bewoners vrijwilligerswerk of mantelzorg. Dit ligt op hetzelfde niveau als gemiddeld in. 9% van de bewoners van Nieuw Engeland verricht vrijwilligerswerk of mantelzorg in de eigen buurt.
36 Bureau Onderzoek Op Maat 4.4 Gerealiseerde verbeteringen Aan bewoners is gevraagd welke zaken er in de afgelopen twee jaar de leefbaarheid hebben verbeterd. In figuur 4.11 is weergegeven hoeveel bewoners een verbetering hebben genoemd. Figuur 4.11 Verbeteringen in de afgelopen twee jaar (% dat verbeteringen noemt), wijk en deelgemeente 70% 60% 58% 50% 40% 30% 20% 43% 39% 35% 38% 34% 31% 38% 29% 29% 2001 2003 2005 2007 2009 Nieuw Engeland Bijna tweevijfde van de bewoners in Nieuw Engeland noemt een verbetering. Dit is vergelijkbaar met het gemiddelde in. In Nieuw Engeland noemen minder bewoners dan in 2001 verbeteringen. Figuur 4.12 Verbeteringen in de afgelopen twee jaar (% dat verbeteringen noemt), buurten buurt 1 36% buurt 2 33% buurt 3 42% Nieuw Engeland 38% 38% 2001 2007 2009 0% 20% 40% 60% 80% 100% In Nieuw Engeland zien we vooral in buurt 1 en buurt 2 een sterke daling van het aantal bewoners dat verbeteringen noemt ten opzichte van 2001. Tussen de buurten onderling is er nu geen verschil.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 37 In de volgende tabel is vermeld welke verbeteringen de bewoners zien. Tabel 4.1 Verbeteringen in de afgelopen twee jaar 2009 2007 2001 buurt 1 aanpak woningen 5% aanpak woningen 9% aanpak woningen 43% aanpak groen 5% aanpak groen 9% aanpak verkeersproblemen 9% schoon/netjes maken 5% buurt 2 onderhoud speelplaatsen 10% schoon/netjes maken 13% aanpak woningen 41% schoon/netjes maken 5% winkelaanbod 8% onderhoud speelplaatsen 10% aanpak bestrating 5% buurt 3 winkelaanbod 16% aanpak woningen 21% aanpak woningen 36% aanpak woningen 6% winkelaanbod 15% aanpak verkeersproblemen 7% schoon/netjes maken 6% Nieuw Engeland winkelaanbod 9% aanpak woningen 13% aanpak woningen 39% aanpak woningen 5% winkelaanbod 9% aanpak verkeersproblemen 7% schoon/netjes maken 5% aanpak groen 6% aanpak bestrating 4% aanpak woningen 6% aanpak woningen 10% aanpak woningen 11% aanpak bestrating 5% aanpak groen 4% aanpak bestrating 7% aanpak groen 4% aanpak bestrating 3% aanpak verkeersproblemen 6% Voor het eerst in de afgelopen jaren is de aanpak van woningen niet meer de belangrijkste verbetering die bewoners noemen in Nieuw Engeland. Het winkelaanbod wordt nu als eerste genoemd. Dit speelt vooral in buurt 3 een rol. In buurt 2 wordt vaak het onderhoud van de speelplaatsen genoemd. 4.5 Hondenbeleid Er zijn dit jaar enige vragen gesteld over het hondenbeleid in de deelgemeente. In het hondenbeleid wordt onderscheid gemaakt in verschillende gebieden: losloopgebieden, uitlaatgebieden en verbodsgebieden. Elk gebied wordt gekenmerkt door zijn eigen regels. Van de bewoners van Nieuw Engeland is 39% bekend met deze indeling in gebieden. Dat is vergelijkbaar met gemiddeld. Aan de bewoners die bekend zijn met de indeling zijn nog enkele aanvullende vragen gesteld. Tweederde van deze bewoners vindt dat de regels per gebied duidelijk zijn. De helft van deze bewoners vindt dat de gebieden altijd duidelijk zijn aangegeven door de bebording, een derde vindt de bebording soms onduidelijk. Dit is vergelijkbaar met gemiddeld. Aan de bewoners die bekend zijn met de indeling in gebieden, is gevraagd of men tevreden is met het aantal losloopgebieden in de buurt en met de plekken waar deze gelegen zijn. In een losloopgebied mogen de honden loslopen en de hondenbezitter hoeft de hondenpoep niet op te ruimen.
38 Bureau Onderzoek Op Maat Figuur 4.13 Tevredenheid met losloopgebieden, wijk en deelgemeente Nieuw Engeland aantal 41% 11% 30% 18% Nieuw Engeland locaties 33% 26% 25% 16% aantal 32% 15% 34% 19% locaties 28% 27% 24% 20% tevreden neutraal ontevreden geen mening * De antwoorden zijn gepercenteerd op het aantal respondenten dat bekend is met de indeling in gebieden. Tweevijfde van de bewoners van Nieuw Engeland is tevreden over het aantal losloopgebieden en een derde over de locaties van de losloopgebieden. Dit is vergelijkbaar met gemiddeld in. Ook is gevraagd of men tevreden is met het aantal uitlaatgebieden in de buurt en met de plekken waar deze gelegen zijn. In een uitlaatgebied mogen honden niet loslopen, maar de hondenbezitter hoeft de hondenpoep niet op te ruimen. Figuur 4.14 Tevredenheid met uitlaatgebieden, wijk en deelgemeente Nieuw Engeland aantal 48% 15% 23% 14% Nieuw Engeland locaties 30% 33% 20% 17% aantal 42% 18% 23% 17% locaties 36% 25% 21% 18% tevreden neutraal ontevreden geen mening * De antwoorden zijn gepercenteerd op het aantal respondenten dat bekend is met de indeling in gebieden. In Nieuw Engeland is de helft van de bewoners tevreden over het aantal uitlaatgebieden. Eenderde is tevreden over de locaties van de uitlaatgebieden. Dat is vergelijkbaar met het gemiddelde in. 4.6 Kennis en tevredenheid over instellingen De kennis van bewoners over de verschillende instellingen in de buurt verschilt per instelling. De klachtentelefoon Openbare Ruimte, het telefoonnummer waar men klachten over vuil op straat, kapotte tegels, gaten in de weg, graffiti en dergelijke kan melden, is bekend bij 46% van de bewoners in Nieuw Engeland. Dit is vergelijkbaar met het gemiddelde in. Ongeveer een vijfde
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 39 van deze bewoners heeft wel eens een klacht ingediend. Dit is vergelijkbaar met de vorige metingen. De bewonersraad, bewonerscommissie of huurdersfederatie is bekend bij 25% van de huurders in Nieuw Engeland. Dit is vergelijkbaar met. Wel is de bekendheid gedaald ten opzichte van voorgaande metingen. Tweevijfde van de bewoners is bekend met het project Slachtofferhulp. Dat is vergelijkbaar met gemiddeld en met de voorgaande metingen. Naar een aantal projecten en instellingen is bij deze meting voor het eerst gevraagd. Mensen Maken de Stad is bij 19% van de bewoners bekend. Meld Misdaad Anoniem is bij tweevijfde van de bewoners bekend en het Meldpunt Huiselijk Geweld bij 29%. Dit is vergelijkbaar met het gemiddelde in en er zijn bijna geen verschillen tussen de buurten. Mensen Maken de Stad is bij meer bewoners van buurt 2 bekend dan in de andere buurten. 4.7 Samenvatting Nieuw Engeland De inzet van de deelgemeente om bewoners te informeren over veranderingen in de buurt wordt positiever beoordeeld dan de inzet van de deelgemeente om hen te betrekken bij veranderingen. Dit geldt ook voor de inzet van de verhuurder. De meeste bewoners van Nieuw Engeland (81%) voelen zich medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid in de buurt. Desondanks geeft tweederde van de bewoners aan geen actie te hebben ondernomen om problemen aan te pakken. Nieuw Engeland is hierin vergelijkbaar met de rest van. In Nieuw Engeland noemt tweevijfde van de bewoners verbeteringen op het gebied van leefbaarheid. De aanpak van woningen wordt voor het eerst niet meer het meest genoemd. Nu noemen de meeste bewoners het winkelaanbod als verbetering. Tweevijfde van de bewoners ia tevreden over het aantal losloopgebieden en een derde over de locaties. De helft van de bewoners is tevreden over het aantal uitlaatgebieden en een derde over de locaties. Dat is vergelijkbaar met het gemiddelde in. De drie buurten Wat betreft de inzet van de verschillende partijen zijn er geen grote verschillen tussen de buurten. Bewoners van buurt 1 zijn wel het meest positief over de wijze waarop de deelgemeente bewoners betrekt bij veranderingen. Minder bewoners zijn actief om de leefbaarheid van de buurt te vergroten dan bij de voorgaande metingen. Dit ligt ook lager dan in de andere buurten. Het aantal bewoners dat verbeteringen ziet is sterk gedaald ten opzichte van 2001. In buurt 2 zijn bewoners positiever over de wijze waarop de deelgemeente hen informeert over veranderingen dan in 2001. Het aantal bewoners dat zich verantwoordelijk voelt voor de buurt is afgenomen ten opzichte van 2001. Het aantal bewoners dat verbeteringen ziet is sterk gedaald ten opzichte van 2001. Bewoners van buurt 3 zijn het minst positief over de wijze waarop de deelgemeente hen betrekt bij veranderingen. In deze buurt zijn meer bewoners actief dan in de andere twee buurten.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 41 Bijlage 1 Methodische opmerkingen In deze bijlage wordt een aantal opmerkingen gemaakt om de resultaten uit dit rapport op de juiste manier te kunnen interpreteren. Deelgemeentegemiddelde In het rapport wordt het gemiddelde voor de deelgemeente gebruikt. Bij de berekening van dit gemiddelde is de verhouding tussen het aantal bewoners dat aan het onderzoek mee doet en het aantal bewoners dat in een wijk woont van belang. Bijvoorbeeld: in Nieuw Engeland woont ongeveer 8% van de bewoners van, terwijl in de steekproef 12% van de respondenten afkomstig is uit Nieuw Engeland. Bij de berekening van het deelgemeentegemiddelde wordt een correctie uitgevoerd voor het aantal inwoners van de verschillende wijken. Schaalscores De oordelen van respondenten over bepaalde aspecten van de leefbaarheid en veiligheid in de buurt worden in deze rapportage vaak weergegeven door een indicator. Deze indicator is samengesteld uit de antwoorden van verschillende vragen en heeft een schaalscore die loopt van 0 tot 10. De schaalscores mogen niet beschouwd worden als rapportcijfers omdat ze zijn berekend op basis van gegevens die zelf niet in de vorm van rapportcijfers zijn verzameld. Een schaalscore van 5,4 betekent dus niet net onvoldoende, maar dient vergeleken te worden met de andere scores van andere gebieden. Afrondingsverschillen Doordat afzonderlijke percentages afgerond worden, is het mogelijk dat het totaal van deze percentages optelt tot iets meer of minder dan 100%. Vergelijking en significantie In dit rapport worden vier vergelijkingen gemaakt. Eerst wordt gekeken naar de uitkomsten van deze meting. De buurten onderling worden met elkaar vergeleken en het gemiddelde van Nieuw Engeland wordt vergeleken met het gemiddelde van. Vervolgens worden de uitkomsten per buurt vergeleken met de vorige meting. Het gemiddelde van Nieuw Engeland in 2007 wordt vergeleken met dat in 2005, 2003 en 2001. Bij vergelijkingen kan worden vermeld of een gevonden verschil significant is. Dit betekent dat de kans dat het verschil op toeval berust klein is. Of een bepaald verschil significant is, is afhankelijk van de steekproefomvang, het aantal respondenten dat een bepaalde vraag heeft beantwoord en de spreiding van deze antwoorden over de bijbehorende antwoordcategorieën. Voor verschillen voor als geheel wordt een significantie van 99% gehanteerd. Dit houdt in dat de kans dat het gevonden verschil op toeval berust kleiner is dan 1%. Omdat het aantal respondenten bij de vergelijking op wijk- en buurtniveau lager is, hanteren we hier een betrouwbaarheidspercentage van 5% respectievelijk 15%. In de rapportage worden alleen die verschillen vermeld die significant zijn.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 43 Bijlage 2 Overzicht responsgroep Tabel B.1 Overzicht responsgroep Nieuw Engeland (1) buurt 1 buurt 2 buurt 3 Nieuw Engeland totaal aantal interviews 75 40 82 197 1645 Geslacht man 48% 31% 43% 45% 48% vrouw 52% 69% 57% 55% 52% Leeftijd in vier groepen 18 tot en met 29 jaar 4% 13% 12% 8% 4% 30 tot en met 39 jaar 14% 13% 18% 16% 14% 40 tot en met 54 jaar 22% 38% 25% 25% 22% 55 jaar of ouder 59% 38% 45% 51% 59% Etnische herkomst Nederland 69% 62% 90% 75% 69% Suriname 10% 15% 1% 7% 10% Antillen /Aruba 4% 8% 0% 3% 4% Indonesië 1% 0% 0% 1% 1% Turkije 5% 0% 0% 3% 5% Oost/Zuid Europa 0% 0% 1% 1% 0% Kaapverdië 5% 0% 1% 4% 5% Marokko 0% 8% 4% 3% 0% overig arm 0% 8% 3% 2% 0% overig rijk 5% 0% 0% 3% 5% Hoogst afgeronde schoolopleiding geen onderwijs 0% 7% 1% 1% 0% lager onderwijs 11% 20% 9% 11% 11% lbo 29% 27% 18% 24% 29% vmbo 3% 13% 5% 4% 3% mavo 14% 13% 23% 18% 14% mbo 23% 13% 22% 22% 23% havo/vwo 8% 0% 8% 7% 8% hbo 8% 7% 12% 9% 8% universiteit 4% 0% 1% 3% 4%
44 Bureau Onderzoek Op Maat Tabel B.2 Overzicht responsgroep Nieuw Engeland (2) buurt 1 buurt 2 buurt 3 Nieuw Engeland totaal aantal interviews 75 40 82 197 1645 Hoofdbezigheid overdag betaald werk 39% 33% 58% 47% 48% student/scholier 0% 7% 0% 1% 1% huisvrouw 20% 33% 14% 18% 19% werkloos/aww/wao 4% 7% 0% 3% 3% gepensioneerd 29% 13% 24% 26% 26% vrijwilligerswerk 3% 0% 0% 2% 1% geen antwoord 4% 7% 4% 4% 2% Werkt u meer dan 12 uur per week? ja 37% 33% 53% 44% 46% nee 3% 0% 5% 4% 2% ik heb geen betaald werk 56% 60% 39% 49% 50% geen antwoord 4% 7% 4% 4% 2% Waar werkt u? in de buurt waar ik woon 3% 13% 5% 4% 5% elders in 1% 0% 6% 4% 5% in het centrum van Rotterdam 5% 0% 4% 5% 5% elders in Rotterdam 14% 13% 18% 16% 14% buiten Rotterdam 12% 13% 16% 13% 13% geen vast werkadres 0% 0% 2% 1% 3% ik werk thuis 0% 0% 1% 1% 1% ik heb geen betaald werk 56% 60% 39% 49% 50% geen antwoord 8% 6% 10% 9% 5% Wat voor inkomen heeft u? laag inkomen 29% 43% 18% 25% 21% gemiddeld inkomen 62% 57% 75% 66% 70% hoog inkomen 10% 0% 7% 8% 8% Uit hoeveel personen bestaat uw huishouden? 1 persoon 28% 36% 17% 24% 19% 2 personen 40% 21% 45% 41% 45% 3 personen 11% 14% 16% 13% 14% 4 personen 17% 14% 18% 17% 16% meer dan 4 personen 4% 14% 4% 5% 5% Hoe lang woont u in deze buurt? minder dan 2 jaar 16% 6% 12% 13% 9% tussen de 2 en 5 jaar 10% 6% 13% 11% 14% tussen de 5 en 10 jaar 30% 13% 18% 24% 18% 10 jaar of langer 43% 75% 56% 52% 60%
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 45 Bijlage 3 Overzicht voorzieningen Winkels voor de dagelijkse boodschappen Speelmogelijkheden voor kinderen Straatverlichting Groenvoorzieningen Openbaar vervoer Parkeergelegenheid Onderhoud van de wegen en fietspaden Basisonderwijs Voorzieningen voor jongeren Sportmogelijkheden Kinderopvang Peuterspeelzalen Speeltuinverenigingen Voorzieningen voor gezondheidszorg (b.v. apotheek, huisartsen) Voorzieningen voor gehandicapten Horeca gelegenheden Voorzieningen voor ouderen Kinderboerderij Vrijetijds voorzieningen (muziek/dansvereniging/klaverjasclub e.d.) Buurthuis/multifunctioneel centrum
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 47 Bijlage 4 Overzicht voorvallen en misdrijven Fietsendiefstal Diefstal uit auto s Beschadiging of vernieling aan auto s en diefstal van auto s b.v. wieldoppen etc. Vernieling van telefooncellen of bushokjes Vernieling in de tuin Bekladding van muren en/of gebouwen Te hard rijden Aanrijdingen Stankoverlast door verkeer Parkeeroverlast Agressief verkeersgedrag Fietsers/brommers op de stoep Geluidsoverlast door verkeer Overlast van groepen jongeren Dronken mensen op straat Vrouwen en mannen die op straat worden lastig gevallen Overlast door omwonenden Overlast van horeca Drugsoverlast Gewelddelicten Bedreiging Inbraak in woningen Inbraak in schuur of kelder Tasjesroof Hondenpoep op straat Rommel op straat Diefstal van of vernieling aan scootmobielen Overlast van vuurwerk
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 49 Bijlage 5 Samenstelling schaalscores De schalen zijn samengesteld uit de volgende vragen Verloedering: bekladding van muren of gebouwen (graffiti); vernieling van telefooncellen of bushokjes; rommel op straat; hondenpoep op straat. Verkeersoverlast: agressief verkeersgedrag; geluidsoverlast door verkeer; te hard rijden; aanrijdingen; parkeeroverlast; stankoverlast door verkeer. Bedreiging: dronken mensen op straat; bedreigingen; mensen die op straat worden lastig gevallen; gewelddelicten; drugsoverlast; tasjesroof. Vermogensdelicten: fietsendiefstal; diefstal uit auto's; beschadiging of vernieling aan auto's; inbraak in woningen.
Leefbaarheidsmonitor 2009, Nieuw Engeland 51 Bijlage 6 Samenvatting ontwikkeling In de volgende tabel wordt op hoofdlijnen de volgende ontwikkeling weergegeven: Nieuw Engeland in 2009 in vergelijking met Nieuw Engeland in 2007; Buurt 1 (Digna Johanna) in 2009 in vergelijking met buurt 1 in 2007; Buurt 2 (omgeving Venezuelaweg/Bahreinstraat) in 2009 in vergelijking met buurt 2 in 2007; Buurt 3 (omgeving Achterpad/Texasweg/Voorweg) in 2009 in vergelijking met buurt 3 in 2007; Het gemiddelde van Nieuw Engeland in vergelijking met het gemiddelde van. Indien het jaar 2009 positief afwijkt van 2007, wordt een + weergegeven, indien 2009 negatief afwijkt van 2007 wordt een - weergegeven. Wat betreft de laatste kolom: als het gemiddelde van Westpunt positief afwijkt van het gemiddelde van wordt een + weergegeven, indien het gemiddelde van Westpunt negatief afwijkt van het gemiddelde van wordt een - weergegeven. Nieuw Engeland 2009-2007 Buurt 1 2009-2007 Buurt 2 2009-2007 Buurt 3 2009-2007 Nieuw Engeland 2009-2009 Rapportcijfer buurt Evaluatie buurt + + + Sociale cohesie + + Verloedering + + + + + Verkeeroverlast + + Bedreiging + + + + Vermogensdelicten + + + + Overlast + + + Veiligheidsgevoel Slachtofferschap + + +