aantal stroken van euro

Vergelijkbare documenten
3 Vul in Kijk goed op welke plaats het cijfer staat. aantal stroken van Hoeveel euro s? Vier briefjes van 100 is 400 euro. 50 euro.

10 Les 1. 1 Hoe groot is het verschil in hoogte? Welke sommen passen hierbij? Hoe reken je? 2 Hoeveel nog sparen? Hoe reken je?

naam werkboek groep 5

rekenboek 5a taken

6 116 = 696. som: = som: = som: = zo groot één 0 erbij = = 7 600

= = = = = = = = = = = =

Accenten blok = 7 = 7 = 7 = 7 = 7 = 1 minder. de helft. 1 meer 1 meer. 1 minder

3 Reken uit (met cijferen of kolomsgewijs) = = = = = = 4 Van verhaal naar rekentaal

Les 1. 2 Maak vast aan de getallenlijn. a Waar liggen de getallen ongeveer? b Welke schatting past het best bij de som?

2 Maak vast aan de getallenlijn Welke getallen horen bij de streepjes? a

De supermarkt. a Welk karretje heeft de duurste boodschappen? Leg uit waarom je dat denkt. b Hoeveel klanten nog tot de 1000ste klant? Reken uit.

opdrachtenboek groep 6

rekenboek 8a taken

les 1 1 Welke breuk is het grootst? 2 Hoe kun je een meter veterdrop in zes gelijke stukken verdelen? Hoe vergelijk je de breuken?

les 1 1 Hoeveel kost de vakantie? 2 Hoe rekenen de kinderen? 3 Reken uit 4 Van verhaal naar rekentaal Hoe reken je? Ntumba cijferen Marit kolomsgewijs

lesboek groep 6 blok 1

a Hoeveel zijn dat er ongeveer per jaar? = b Hoeveel zijn dat er precies? = Eerst rekenden we zo: 5 2 x

2 Reken uit. 3 Maak er rekentaal van. Probeer het in één sprong. Denk aan de getallenlijn = = = = = =

Opgave 1 Stel je eens een getal voor, bijvoorbeeld: 504,76. a b c

Hoeveel betaal je in totaal? Hoe kun je dat bedrag narekenen? Hoe bereken je het bedrag dat je van de 20 euro terug krijgt?

C 2. blok 1. Reken snel en goed. M remediëring bij toetsopgave 1. naam... Reken uit het hoofd. d 18 : 6 = = x 7 = 14.

C 1 C 2 C 3 C 4. les 1 en 2. 2 blok 5. Reken uit. a. Maak sommen bij de plaatjes. Reken ze uit op een blaadje.

Rekenregels van machten

Bewerkingen met eentermen en veeltermen

Ajodakt. Rekenen. Breuken. Breuken groep 8. Colofon. Zelfstandig werken. Antwoorden. Rekenen. Groep 8

Lucht in je longen. Streep de foute woorden door. Hoe komt lucht in je longen? Zet een cirkel om de dieren met longen.

Natuurlijke getallen op een getallenas en in een assenstelsel

Opgave 1. Waarom kun je bij het Noorden twee getallen neerzetten? Geldt dit ook voor andere windrichtingen? Hoeveel graden hoort er bij het Oosten?

Nu precies. Het kan zo: Hulpsommen Maar het kan ook korter: = = = : : 26

C 1 C 2 C 3. C 4 Vul aan tot 1 l. les 1 en blok 4. Hoeveel heb je nodig van elk gewicht? Kijk goed naar het voorbeeld.

5 a. naam Hulp. blad 1. Hoeveel euro? Vul in. Rekenrijk 5a Noordhoff Uitgevers bv

Gemiddelde en mediaan

OP GETAL EN RUIMTE KUN JE REKENEN

8 april. 30 april. 1 juni. 29 december

Werkkaarten GIGO 1184 Elektriciteit Set

blok 8 De supermarkt Preteaching Bespreek aan de hand van de praatplaat van les 1 met de taalen/of rekenzwakke kinderen het thema en de nieuwe doelen

Een feestmaal. Naam: -Ken jij nog een ander speciaal feest? Typ of schrijf het hier. a

6.0 INTRO. 1 a Bekijk de sommen hiernaast en ga na of ze kloppen = = = = = 2...

m Taak 1 Weet je het nog? m s8r antwoord: antwoord: antwoord:... antwoord * il I

Rekenrijk. Antwoordenboek. Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs. Derde editie. Noordhoff Uitgevers

Ajodakt. Rekenen Tijd groep 5. Colofon. Tijd. Zelfstandig werken. Antwoorden. Rekenen. Groep 5

= = De bibliobus heeft boeken. Er zijn 487 boeken uitgeleend. Hoeveel boeken staat er nog in de bibliobus?

1a Een hoeveelheid stof kan maar op één manier veranderen. Hoe?

a _ (15 ( 2) 4 ) = ( ) = ( ) = = = = = 126

Route F - Desert. kangoeroerat

De oppervlakte van de rechthoek uit de vorige opgave hangt van dezelfde variabelen af.

Deze les krijgen de leerlingen een introductie over ongelijke breuken. Dit met name gericht op het vergelijken met een bemiddelende grootheid.

Inhoudsmaten. Verkennen. Uitleg. Opgave 1. Dit is een kubus met ribben van 1 m lengte. Hoeveel bedraagt de inhoud ervan?

Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs. Rekenrijk. Handleiding. Derde editie. Ceciel Borghouts Nicole Bus. Noordhoff Uitgevers

Je gaat naar de winkel en koopt 4 pakken melk van 1,40 per stuk.

Exact periode 2.2. Gemiddelde en standaarddeviatie Betrouwbaarheidsinterval Logaritme ph lettersommen balansmethode

a Op de leeftijd van 12 jaar zijn jongens en meisjes even lang/ niet even lang. b Hoe lang zijn jongens gemiddeld als ze 18 zijn?

1 Splits de getallen. Vul het DHTE-schema in.

De standaard oppervlaktemaat is de vierkante meter. Die is afgeleid van de standaard lengtemaat, de meter.

Inhoudsopgave LES 1: NAAR SCHOOL LES 2: VRIJE TIJD LES 3: THUIS LES 4: NEDERLAND LES 5: TOEKOMST 126

Hoofdstuk 2: Bewerkingen in R

rekenboek 5a lessen

Gehele getallen: vermenigvuldiging en deling

Handig rekenen met eigenschappen G ( ) + (3 19) = 6 (6 + 14) + (5 + 55) = 80 ( ) + ( ) = 11

GETALLENLEER 1 Wandelen door de soorten getallen

CD van het jaar 15,- NU voor de helft van de prijs LOVE HITS LOVE HITS

Verschil zal er zijn hv bovenbouw WERKBLAD

Ajodakt. Rekenen. Hoofdrekenen Tot Hoofdrekenen groep 6 Optellen en aftrekken tot Colofon. Zelfstandig werken. Antwoorden.

rekenboek 6a lessen

naam blad : 37 = 299 : 23 = 882 : 63 = 364 : 26 = : 47 = : 43 = 47 kan keer van af kan keer van af 47 = =

Routeboekje. bij Rekenrijk. Groep 5 Blok 1. Van...

Het kwadraat van een tweeterm a+b. (a+b)²

1.3 Wortels. x x 36 6 = x = 1.5 Breuken. teller teller noemer noemer. Delen: vermenigvuldig met het omgekeerde.

Ajodakt. Rekenen. Hoofdrekenen. Tot Hoofdrekenen groep 5 Optellen en aftrekken tot Colofon. Zelfstandig werken. Antwoorden.

Ajodakt. Rekenen. Tafels t/m 10 en hoger. Hoofdrekenen. Hoofdrekenen groep 5-6. Tafels t/m 10 en hoger. Colofon. Zelfstandig werken

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 20 mei uur

De formule van het opslagpercentage voor alle producten luidt:

Lijn, lijnstuk, punt. Verkennen. Uitleg. Opgave 1

Les. Hoe groot is het verbruik? Reken uit. Hoeveel elektriciteit wordt er op school elke week gebruikt? Welke aftreksommen vind je moeilijk?

blok 7 les 6 In elke zak 10 poffertjes In 1 zak 10. Lekker! Vul de open plaatsen in. borden glazen zakken dozen

1 Splits de getallen. Vul het DHTE-schema in.

handleiding groep 8 blok 1

Leerwerkboek rekenen deel A. Op weg naar 1F. Startrekenen Vooraf

DOEL: Weten wat de gevolgen en risico s kunnen zijn van het plaatsen van (persoonlijke) informatie op internet.

1.3 Wortels. = a b c. x = 1.5 Breuken. teller teller. noemer noemer. Delen: vermenigvuldig met het omgekeerde.

Welke van de volgende beweringen over de kromme snavel is of welke zijn juist voor jonge flamingo's? Maak het hokje met een juiste bewering zwart.

Havo B deel 1 Uitwerkingen blok 1 Moderne wiskunde

C 1 C 2 CD 3 CD 4. les 1 en 2. blok 6. aa 10 9,2 8,4 7,6 6,8 6,0 5,2 4,4. bc 18,01 15,71 13,41 11,11 8,81 6,51 4,21 1,91. Appelsap.

Zwijsen. jaargroep 4. naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs. rekentrainer. jij. Bezoek alle leuke dingen. Teken de weg.

Zelfstudie practicum 1

Transcriptie:

Les 1 Vul in ntl vellen vn 1 ntl stroken vn 1 ntl losse zegels 42 zegels 47 zegels 4 zegels 4 Hoeveel s? 25 4 5 15 45 5 Vul in 27 7 752 9 444 Reken uit 5 + = 2 + 7 = = 9 4 = 5 + = 2 + 7 = = 9 4 = 5 + = 2 + 7 = = 9 4 = 7 Shrijf met ijfers 1.1 zevenhonderd en vijftig vijfhonderd en zeventig zevenhonderd en vijf vijfhonderd en zeven

Les 2 1 Weet je nog? 25 5 2 74 42 51 2 Welk edrg? edrg 4 5 2 7 Reken uit 4 + 5 = 9 + 2 = 9 4 = 12 = 4 + 5 = 9 + 2 = 9 4 = 12 = 4 + 5 = 9 + 2 = 9 4 = 1 2 = 4 Mk gelijke sprongen Spring steeds 1 verder. 29-9 - - - - - - 125-225 - - - - - - - 24-424 - - - - - Spring steeds 1 terug. - - - - - - 5-75 - - - - - - -77-7 - - - - - 525-25 1.17 1

Les 4 Vul in De tfel vn 7. 1 7 = 9 7 = 4 7 = extr oefenen 2 7 = 1 7 = de helft 5 7 = 7 7 = 7 = 7 = 7 = De tfel vn. 1 = 9 = 4 = extr oefenen 2 = 1 = de helft 5 = 7 = = = = De tfel vn 9. 1 9 = 9 9 = 4 9 = extr oefenen 2 9 = 1 9 = de helft 5 9 = 7 9 = 9 = 9 = 9 = 5 Reken uit = 7 = = 9 = 7 = 7 7 = 7 = 9 7 = = 7 = = 9 = 9 = 7 9 = 9 = 9 9 = Reken uit 4 5 7 4 5 7.2 2 4 7 5

Les 4 1 Reken uit 4 4 = = 4 5 = 7 = 5 5 = 9 9 = 5 = 9 = = 7 7 = 7 = 9 11 = 2 Wt kn er op de stippen stn? Vul steeds ndere getllen in. 1 = 24 = 4 = = 9 1 = 24 = 4 = = Welke getllen komen uit de tfel vn? Trek een lijn vn het getl nr de doos. 52 5 1 2 2 4 2 4 4 7 24 2 4 72 4 Vn pltje en verhl nr rekentl De loemist mkt ossen vn ht loemen. Hoeveel loemen zitten er in zes ossen? In één doos zitten vier krsen. Hoeveel krsen zitten er in zes dozen? In elk doosje zitten negen ppels. Hoeveel ppels gn er in ht doosjes? som: som: som: ntwoord: ntwoord: ntwoord: 5 Oefen keersommen Oefen in tweetllen de moeilijke sommen uit je doosje..

Les 5 1 Vul in 4 924 1 5 2 Reken uit + 4 = 7 + 2 = 9 = 5 = + 4 = 7 + 2 = 9 = 5 = + 4 = 7 + 2 = 9 = 5 = Reken uit = 7 = = 9 = = 7 = = 9 = 9 = 9 7 = 9 = 9 9 = 4 Shrijf met ijfers hthonderd en veertig vierhonderd en thtig hthonderd en vier vierhonderd en ht 5 Welk edrg? edrg 9 4 1 7 2 5 4

Reken uit 7 = 7 7 = 7 = 9 7 = = 7 = = 9 = 9 = 7 9 = 9 = 9 9 = 7 Teken de letters twee keer zo groot Hoeveel minuten moet je whten? De us vertrekt om hlf tien. Je moet minuten whten. De us vertrekt om vijf minuten over tien. Je moet minuten whten. d De us vertrekt om kwrt over tien. Je moet minuten whten. De us vertrekt om vijf minuten over tien. Je moet minuten whten. 5

Les Hoeveel netjes? Shrijf de som op en reken uit. Hoe vk kn ik fhlen vn? ntl sinsppels in rekentl ntl netjes : = 24 4 4 Hoeveel sprongen? Reken uit; vul de wolk steeds in. 9 Spring nr 45. Mk sprongen vn 9. Spring nr 1. Mk sprongen vn. 45 : 9 = 9 1 : = 7 d Spring nr 5. Mk sprongen vn 7. Spring nr 2. Mk sprongen vn. 5 : 7 = 7 2 : = 5 Wt hoort ij elkr? : = 24 : = 49 : 7 = 5 : = : 9 = = 7 7 = 5 = 7 9 = 7 = Reken uit 4.1 2 : 4 = 4 27 : = 4 : = 42 : = 2 : 7 = : 9 = 1 : 9 = : 7 =

1 7 Les Weet je nog? 4 24 24 : = 4 Reken uit. 2 1 : = 5 : 5 = 2 : 4 = 2 : = 21 : 7 = 4 : = : = 2 : 5 = Vn pltje nr rekentl Er kunnen ht kinderen in een ootje. Er stn kinderen te whten. Hoeveel ootjes zijn er nodig? Er gn zeven shriften in een pk. Er zijn 49 shriften. Hoeveel pkken shriften zijn er? som: som: ntwoord: ntwoord: Hoeveel doosjes? ntl ppels in rekentl 1 : 4 = 1 4 ntl doosjes rest 1 rest 19 rest 21 rest 2 rest Wt hoort ij elkr? 5 : 7 = : = 21 : = 45 : 9 = 4 : = 7 = 5 7= 5 = = 5 9= 22271 Flijn 5A lok.indd 7 4.2 7 1-12-1 14:1

Les Hoeveel weegt het ongeveer? Kies uit: 1 kg, 5 kg, 1 kg, 5 kg Kies uit: 1 g, 1 g, 1 g, 5 g gewiht gewiht een emmer wter Peter vn 12 jr een y een pk melk een spirientje een pkje hm een pot jm een rief 4 Smen 1 kg Welke rtikelen wegen smen 1 kg? Er zijn veel ntwoorden mogelijk. Wt kn ze het est kiezen? d e f g h i j Mevrouw Json vrgt om 2 g ks. Mevrouw Krum vrgt om 75 g ks. Mevrouw Dnel vrgt om 12 kg ks. d Mevrouw Annn vrgt om 1 kg ks. 7 Zet op volgorde vn liht nr zwr 1 kg 1 g 1 kg 125 g 47 g 75 g 1 1 kg 2 2 5. 25 g 1 kg 5 g 1 kg 2 kg 15 g 9 g 2

Les 1 9 Weet je nog? 1 kg = 1 kg 12 kg = 5 kg Zet op volgorde vn liht nr zwr. 2 Hoe zwr is het? Breng de weegshl in evenwiht Welke gewihten geruik je? 4 Teken de wijzers in de klok d e 5.9 9 22271 Flijn 5A lok.indd 9 1-12-1 14:1

Les 1 1 Vul in 45 49 57 79 2 Vul in ntl vellen vn 1 ntl stroken vn 1 ntl losse zegels 95 zegels 4 zegels 9 zegels Welk edrg? edrg 5 1 9 1 4 Reken uit + 4 = 7 + 5 = 9 = 12 = + 4 = 7 + 5 = 9 = 12 = + 4 = 7 + 5 = 9 = 12 = 5 Vul in 1 7 = 9 7 = 4 7 = extr oefenen 2 7 = 1 7 = de helft 5 7 = 7 7 = 4 7 = 7 = 7 =

Hoeveel sprongen? Reken uit; vul de wolk steeds in. 5 5 2 : 5 = 15 : = d 7 7 2 : 7 = 24 : = 7 Zet op volgorde vn liht nr zwr Teken de wijzers in de weegshl 41 22271 Flijn 5A lok.indd 41 1-12-1 14:1

Weer 1 Hoeveel s? 12 42 2 24 21 2 Hoeveel is het ij elkr? 2 9 7 5 1 2 4 7 9 Reken uit + 4 = 5 + 4 = = 9 5 = + 4 = 5 + 4 = = 9 5 = + 4 = 5 + 4 = = 9 5 = 4 Reken uit 1 = 1 = 1 7 = 1 = 1 9 = 9 = 9 = 9 7 = 9 = 9 9 = 5 = 5 = 5 7 = 5 = 5 9 = = = 7 = = 9 = 5 Vn verhl nr rekentl Mk deelsommen. Erik heeft dropjes. Hij mkt rijen vn zes dropjes. Ali heeft 24 tegels. Hij mkt rijen vn zes tegels. deelsom: : = deelsom: : = 42 Kim heeft 2 dropjes. Zij mkt rijen vn ht dropjes. d Kwsi heeft 25 plnten. Hij poot de plnten in rijen vn vijf. deelsom: 2 : = deelsom: : =

Hoeveel sprongen? Reken uit; vul de wolk steeds in. 5 7 Spring nr 25. Mk sprongen vn 5. Spring nr 21. Mk sprongen vn 7. 25 : 5 = 5 21 : 7 = 7 d Spring nr 1. Mk sprongen vn. Spring nr 2. Mk sprongen vn. 1 : = 2 : = 7 Reken uit : 2 = 9 : = : 4 = 15 : 5 = 1 : 2 = 1 : = 1 : 4 = 25 : 5 = 14 : 2 = 24 : = 2 : 4 = 5 : 5 = 1 : 2 = 27 : = : 4 = 45 : 5 = Reken uit 12 : = 21 : 7 = 1 : = 27 : 9 = 24 : = 5 : 7 = 4 : = : 9 = : = 49 : 7 = 4 : = 54 : 9 = 42 : = 7 : 7 = 72 : = : 9 = 9 Hoeveel weegt het ongeveer? Kies uit: 1 kg, 5 kg, 1 kg, 5 kg Kies uit: 1 g, 1 g, 1 g, 5 g gewiht gewiht een grote kt een kinderfiets Jsmijn vn 12 jr een pk suiker een lpen een hmurger dit F-shrift een eukennootje 2.4 4 Noordhoff Uitgevers v