Semantiek 1 college 1

Vergelijkbare documenten
Semantiek 1 college 2

Semantiek 1 college 8. Jan Koster

Semantiek 1 college 3

Semantiek 1 college 10. Jan Koster

Semantiek 1 college 4. Jan Koster

Achtergrond bij de pragmatiek

Inleiding op de Semiotiek

TAALFILOSOFIE. Overkoepelende vraag: WAT IS BETEKENIS?

Semantiek en pragmatiek

Semantiek en pragmatiek

Indexicale Problemen voor Frege

Betekenis I: Semantiek

De naïeve betekenistheorie. De betekenis van een woord is het object waar dat woord voor staat.

TAALFILOSOFIE. Overkoepelende vraag: WAT IS BETEKENIS?

TAALFILOSOFIE. Overkoepelende vraag: WAT IS BETEKENIS?

8. Logogrammen. Soemer. Uitbreiding

Woord en wereld Een inleiding tot de taalfilosofie

TAALFILOSOFIE. Overkoepelende vraag: WAT IS BETEKENIS?

Semantiek 1 college 9. Jan Koster

Inleiding taalkunde. Inleiding - 23 april 2013 Marieke Schouwstra

Formele Semantiek Van de predicatenlogica naar gegeneraliseerde kwantoren. Jeroen Van Craenenbroeck en Guido Vanden Wyngaerd

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

2. Syntaxis en semantiek

Gottlob Frege, Über Sinn und Bedeutung. [1892] Uit: Gottlob Frege, Funktion, Begriff, Bedeutung. Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen, 1980, pp

Hoofdstuk 2. Kennis en geloof

Semantiek van predicatenlogica en Tractatus

Inleiding: Combinaties

Betekenis 2: lambda-abstractie

Logica 1. Joost J. Joosten

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw

n filosofie n wetenschapsfilosofie n soorten wetenschap n filosofie van de informatica n inhoud college n werkwijze college

Opdrachten Werkcollege 4

1. TRADITIONELE LOGICA EN ARGUMENTATIELEER

Grammatica op school

TAALFILOSOFIE SYLLABUS

Ludwig Wittgenstein ( ) Filosofie in de twintigste eeuw

Ludwig Wittgenstein ( ) Filosofie in de twintigste eeuw (part II)

College 4: Gegeneraliseerde Kwantoren

Vaksubkernen Inhouden vwo kerndoelen onderbouw. kiezen. De leerling kan referentiële verwijzingen expliciteren.

Gegeneraliseerde Kwantoren

Semantiek 1 college 12. Jan Koster

Studentnummer: Inleiding Taalkunde 2013 Eindtoets Zet op ieder vel je naam en studentnummer!

Formeel Denken. Herfst 2004

Pragmatiek. 6 juni 2009

INLEIDING Over verwondering, contingentie en denken-als-ordenen 13

Nederlandse Samenvatting

8. Afasie [1/2] Bedenk tenminste drie verschillende problemen die je met taal zou kunnen hebben (drie soorten afasie).

De actualiteit van een vergeten filosoof: Charles S. Peirce ( ) dr. mr. Kees Schuyt Vereniging voor Wijsbegeerte 17 oktober 2017

Toelichting bij geselecteerde opdrachten uit Betekenis en Taalstructuur

Geest, brein en cognitie

Visuele geletterdheid

Samenvatting A.J. Gelderblom, Ceci n est pas une pipe.

Kripke's puzzel, Quine en Davidson

Vandaag. literatuur college 5. Oorsprong v.h. woord symbool. Symbolen. Termen en begrippen. Deel I. Symbolen

Wat heeft het schoolvak Nederlands te winnen bij taalkunde? Hans Hulshof Maaike Rietmeijer Arie Verhagen

SYNTAXIS EN SEMANTIEK: BEREIK IN HET NEDERLANDS

Voortgezette Logica, Week 2

Inleiding Logica voor CKI, 2013/14

Tegenvoorbeeld. TI1300: Redeneren en Logica. De truc van Gauss. Carl Friedrich Gauss, 7 jaar oud (omstreeks 1785)

Kennisrepresentatie & Redeneren. Piter Dykstra Instituut voor Informatica en Cognitie

Kijk eens in het brein!

Logica voor Informatica. Propositielogica. Syntax & Semantiek. Mehdi Dastani Intelligent Systems Utrecht University

Taalhandelingen (speech acts)

Maak automatisch een geschikte configuratie van een softwaresysteem;

Collectie KLA: Griekse en Latijnse taal- en letterkunde

Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp

Samenvatting in het Nederlands

HANDLEIDING EUROGLOT TRANSLATOR MODULE

LTX016B05. Nieuwe ontwikkelingen in de syntaxis. College 7

Mededelingen. TI1300: Redeneren en Logica. Waarheidstafels. Waarheidsfunctionele Connectieven

Kind, Taal & Ontwikkeling. Taalontwikkeling & taalproblemen Prematuur geboren kinderen en hun verdere ontwikkeling (film)

Geloven en redeneren. Samenvatting

Vorm en Betekenis. Jan van Eijck. Inleiding Taalkunde, Juni 2006

HANDLEIDING EUROGLOT TRANSLATOR MODULE

Inleiding: Semantiek

Logica Les 1 Definities en waarheidstabellen. (Deze les sluit aan bij les 1 van de syllabus Logica WD_online)

Logica 1: formele logica

Glossary Begrijpelijke Taal

Een hele eenvoudige benadering van de oplossing van dit probleem die men wel voorgesteld heeft, is de volgende regel:

Essay. Norbert Vogel* Morele feiten bestaan niet

PROPOSITIELOGICA. fundament voor wiskundig redeneren. Dr. Luc Gheysens

Titel: Wittgenstein s Tractatus Logico Philosophicus Door: G.J.E. Rutten, Amsterdam 3 Augustus Inleiding

Is de predikaatopvatting van eigennamen definitief weerlegd?

1. ALGEMENE BEELD-THEORETISCHE BESCHOUWINGEN

Semantiek 1 college 6. Jan Koster

Transcriptie:

Semantiek 1 college 1 Jan Koster 1

Boek 2

Wat is semantiek? Betekenisleer: Conceptueel-intentioneel of: Referentieel? 3

Wat is taal? Sinds Aristoteles: Systeem dat klank en betekenis verbindt Vraag: is klank noodzakelijk? 4

Modulair systeem Fonetiek-fonologie Morfologie Syntaxis Semantiek Pragmatiek 5

Discreet vs. niet-discreet Discrete elementen: foneem, morfeem, woord, zin Is spraak discreet? Zijn betekenissen discreet? Vgl. boek, krant, tijdschrift: semantisch veld 6

Wat maakt betekenis interessant? Verbonden met denken en wereldbeeld Op het eerste gezicht dichter bij de kern van de menselijke levensvorm dan fonologie of syntaxis Filosofie: wat is kennis? Uitdaging: weinig vooruitgang sinds oudheid. Waarom? 7

Entailment Henry murdered his bank manager Henry s bank manager is dead Waar in alle conteksten of hangt het mede af van wereldbeeld? 8

Semiotiek: taal als tekensysteem Tekens tweeledig: zijn waarneembaar (klank, schrift, etc.) en hebben een betekenisaspect Interface-elementen: stoplichten, verkeersborden, taaltekens, etc. Morfemen (lexemen, affixen) zijn kleinste tekens in taal 9

Ferdinand de Saussure (1857-1913) Cours de Linguistique Générale (1916) Taal is een systeem van onderling contrasterende tekens Tekens ontlenen waarde aan systeem Systeem is een sociaal-culturele institutie Meer nadruk op woorden en uitdrukkingen dan op recursieve syntaxis (vgl. Chomsky) 10

Tekenleer van Saussure Twee aspecten: signifiant en signifié Relatie tussen die twee is arbitrair: Le signe linguistique est arbitraire Signifiant waarneembaar teken (ontleent waarde aan systeem), signifié is concept (in conceptueel systeem) 11

Arbitrair = conventioneel Le signe linguistique est arbitraire Arbitraire relatie tussen klankvorm en betekenis (ook al bij Aristoteles) Verschillende talen verdelen de conceptuele ruimte op verschillende manieren (benadrukt in de Duitse Romantiek (Herder, Von Humboldt, etc., cf. Sapir-Whorf hypothese) 12

Voorbeeld: kleurentermen Spectrum: continuum op verschillende manieren verdeeld Niet alle talen hebben een verschillend woord voor blauw en groen Conventioneel, maar niet arbitrair (Berlin & Kay): één woord voor blauw en groen komt vaak voor, één woord voor blauw en geel nooit 13

Voorbeeld van Saussure Engels: sheep (dier), mutton (vlees) Frans: mouton (zowel dier als vlees) 14

Niet arbitrair volgens Saussure Samenstellingen (gemotiveerd) als: koektrommel, fietsband, etc. Onomatopeeën: klanknabootsingen zoals dierengeluiden (vgl. waf-waf, bow-wow, arf-arf, boe, moe, kukeleku, etc.) Onomatopeeën zijn iconische tekens (vgl. Het Chinese schrift) 15

Tekens volgens C.S. Peirce Charles Sanders Peirce (1839-1914), vader semiotiek, belangrijk Amerikaans taalfilosoof en logicus Iconen (gelijkenis: afbeeldingen) Indexen (verband: rook voor vuur) Symbolen (geheel conventioneel) Types en tokens 16

Woord- vs. zinssemantiek Lexicale semantiek: betekenis individuele woorden; definities, parafrases Zinssemantiek: afgeleid op productieve wijze van woorden volgens de combinatieregels van de syntaxis 17

Drie problemen voor de lexicale semantiek Definities vaak circulair: moeilijk = niet-makkelijk; makkelijk is niet-moeilijk Taalkennis of kennis van de wereld? pork = meat from pigs, water = H 2 O Rol context/situatie: Vgl.: Paul en Witteman is om 11 uur en Paul en Witteman zijn ziek 18

Hilary Putnam (1975): Linguistic division of labor Beuk, eik, iep, etc.: expert kan er meer over zeggen dan leek (vgl. water en H 2 O) Kennis gespreid over taalgemeenschap: velen weten meer dan één 19

Zinssemantiek (1) Productiviteit dankzij combinatieregels (morfologie, syntaxis) Compositionaliteit: Combineer betekenis van oude en van man tot samengestelde betekenis van oude man Volgt syntaxis: *de oude man zag de vrouw 20

Zinssemantiek (2) Wat is de betekenis van specifieke zinstypen: vragen, bevelen, wensen, betrekkelijke bijzinnen, etc. Wat is het bereik van operatoren, zoals kwantoren (elke, sommige, alle, etc.)? 21

Betekenis: conceptueel of referentieel? Conceptueel: semantiek bestudeert kennis (in iemands hoofd, in een cultuur, in een abstract domein) Referentieel: semantiek bestudeert relatie tussen taal en de wereld buiten de taal 22

Gottlob Frege Duits wiskundige en filosoof (1848-1925), grondlegger van logicisme en moderne referentiële semantiek Maakte onderscheid tussen Sinn (sense, betekenis, intensie) en Bedeutung (reference, denotatie, extensie) Voorbeeld: morgenster en avondster (= Venus) 23

Extensies (denotaties) volgens Fregeaanse traditie Zelfstandige naamwoorden als boek verwijzen meestal naar entiteiten Adjectieven en werkwoorden verwijzen naar verzamelingen (bv. groen verwijst naar de verzameling groene dingen) Zinnen (althans proposities) verwijzen naar waarheidswaarden (waar of onwaar) 24

Semantische onderscheidingen op het gebied van de zin Utterances (uitingen): concrete gebruiksgevallen (tokens) Zinnen zijn wat die gebruiksgevallen gemeen hebben (types) Proposities zijn klassen van zinnen die dezelfde waarheidswaarde hebben 25

Dezelfde propositie in: (1) Marie leest het boek (2) Het boek wordt gelezen door Marie (3) Het is Marie die het boek leest (4) Het is het boek dat Marie leest (1) en (2): actief-passief-paar (3) en (4): variaties in informatiestructuur 26

Semantiek en Pragmatiek (1) Klassiek (volgens semioticus Charles Morris): Syntaxis: formele relaties tussen tekens Semantiek: relaties tussen tekens en de objecten waarop zij van toepassing zijn Pragmatiek: de relatie van tekens tot interpretatoren (spreker, hoorder) 27

Semantiek en Pragmatiek (2) Onderscheid vooral in Fregeaanse traditie en later in het logisch positivisme Frege: betekenis is objectief, staat los van individuele kennis of subjectiviteit Logisch positivisme: zinnen zijn óf analytisch (tautologisch) óf gekoppeld aan extensies (brugprincipes, I-functies) 28

Logisch positivisme Wiener Kreis, groep Weense wiskundigen en filosofen met o.a. Moritz Schlick en Rudolf Carnap (jaren 20 en 30 van de 20 ste eeuw). Anti-metafysisch Onwikkeling referentiële semantiek 29

Semantiek en Pragmatiek (3) Onderscheid is twijfelachtig: het is de vraag of er betekenis is zonder contextuele interpretatie door mensen Wisselend wereldbeeld onderdeel van context Probleem van groot belang voor de omgang met teksten (wetenschappelijke theorieën, wetsteksten, religieuze teksten) 30