Re a ge re n dia @ha a rle m.nl Gemeente, afdeling Data, Informatie en Analyse In profiel - 2010-2015
1 - in vogelvlucht Het stadsdeel vormt - het woord zegt het al- het oostelijk deel van. Met een oppervlak van 774 ha. is het s op één na grootste stadsdeel. Het inwonertal van 21.700 is echter kleiner dan in alle andere stadsdelen behalve het Centrum. Oorzaak: s enige grote bedrijventerrein de Waarderpolder valt onder. Waarderpolder: s enige grote bedrijventerrein De Waarderpolder omvat maar liefst 480 ha.; anders gezegd iets meer dan 60% van heel. Alleen de Zuid-West punt doet dienst als woonbuurt, de rest biedt voornamelijk plaats aan bedrijven. In de Waarderpolder zorgen ruim 1.000 bedrijven en andere organisaties voor 13.500 arbeidsplaatsen. De Waarderpolder ligt duidelijk apart van de rest van, met de spoorbaan -Amsterdam als scheidslijn. Herstructurering troef in Het woongedeelte van de Waarderpolder onderging begin 21 e eeuw een stevige herstructurering. Oude woningen maakten plaats voor nieuwbouw, ook kwamen huizen op plekken die eerst plaats boden aan bedrijvigheid. Effect had het zeker: van een sociaal-economisch gezien zwakke buurt schoof de Waarderpolder op naar de middenmoot. Invulling vergde bijna 100 jaar De invulling van begon eind 19e, begin 20e eeuw met de Oude Amsterdamsebuurt en strekte zich over een periode van bijna 100 jaar uit van West naar. Het eindigde in de tweede helft van de jaren 80 met de Zuiderpolder, de laatste grote uitbreiding van. Alle buurten ademen de sfeer van de periode waarin de bouw plaatsvond. Zo behoren de Oude Amsterdamsebuurt en Potgieterbuurt tot de dichtstbevolkte en meest compact bebouwde buurten van de stad. Parkwijk stamt uit de jaren 60 en kent dan ook een ruime opzet: vooral flats met veel groen ertussen. De Slachthuisbuurt en Parkwijk behoren sociaal-economisch gezien tot de staartgroep van de veertig se buurten. De Potgieterbuurt en van Zeggelenbuurt samen staan ook bekend als Nieuwe Amsterdamsebuurt. Ook andere buurten in ondergingen recent een herstructurering. In Parkwijk, de Slachthuisbuurt en Van Zeggelenbuurt nam nieuwbouw de plaats in van onder meer flats uit de jaren 50. De herstructurering in de Oude Amsterdamsebuurt kende een noodgedwongen karakter; funderingsproblemen noopten tot de vervanging van veel woningen.
2 Opvallende scores profieltaart De profieltaart kleurt voor als geheel oranje, wat erop duidt dat het stadsdeel veel aandacht behoeft. Alle thema s behalve bewoners kleuren eveneens oranje. Ook vrijwel alle onderliggende onderwerpen hebben deze kleur en vragen dan ook veel attentie.
3 Gebied - beslaat met 774 ha. bijna een kwart van het se oppervlak. De bebouwingsgraad is hoger dan stedelijk, terwijl voor bevolkingsdichtheid en woningdichtheid het tegenovergestelde geldt. Bewoners In wonen bijna 22.000 mensen, rond 14% van de se bevolking. De leeftijdsopbouw komt in grote trekken overeen met het stedelijk beeld. Hetzelfde doet zich voor bij de opbouw naar type huishouden. Net als in de hele stad vormen alleenstaanden (45%) de grootste groep. In wonen verhoudingsgewijs meer eenoudergezinnen dan in heel, maar anders dan stedelijk nam het aandeel hiervan tussen 2010 en 2015 niet toe. Drie van de tien bewoners van zijn van buitenlandse herkomst. Van niet-westerse origine is 19%. Deze aandelen zijn wat groter dan stedelijk. Parkwijk herbergt een veel groter aandeel niet-westerse bewoners dan de andere buurten in. In wonen relatief veel geboren mers: 53% tegen 47% in de hele stad. Wonen De woningvoorraad in kwam tussen 1900 en 1960 redelijk gelijkmatig tot stand. In de tweede helft van de jaren 80 kreeg de woningbouw een impuls met de realisatie van de Zuiderpolder, se laatste nieuwe buurt. Vanaf 1990 vond woningbouw plaats op verschillende locaties die eerst een andere functie vervulden en maakten verouderde complexen plaats voor nieuwbouw. Vooral in de Oude Amsterdamsebuurt ruimden woningen met funderingsproblemen het veld voor nieuwe huizen. De samenstelling van de woningvoorraad naar type woning lijkt sterk op die in heel. De eengezinswoning komt het meest voor (52%). telt naar verhouding veel sociale huurwoningen en weinig koopwoningen. De gemiddelde woningwaarde bedraagt 185.100 en blijft hiermee bijna 20% onder het gemiddelde voor de stad. Bedrijvigheid In bevinden zich 2.000 bedrijven en instellingen die met elkaar voor bijna 17.000 arbeidsplaatsen zorgen, of anders gezegd voor 26% van de banen in. Dat relatief grote aandeel komt omdat de Waarderpolder, het enige grote bedrijventerrein van de stad, in ligt. Met gemiddeld 8 arbeidsplaatsen zijn de vestigingen in naar verhouding groot. De gemiddelde vestiging in telt 5 arbeidsplaatsen. Sociale staat Bewoners van waarderen hun eigen welzijn gemiddeld met een 6,3. Weliswaar een voldoende, maar lager dan de 6,9 in heel. Drie van de tien bewoners voelen zich door hun gezondheid in meer of mindere mate beperkt in de dagelijkse bezigheden. Een gemiddelde score. Groter dan stedelijk is het aandeel van de bevolking dat te weinig sociale contacten heeft of er meer wil hebben. De sociale staat oogt in minder rooskleurig dan in de hele stad. De werkloosheid, het beroep op bijstand en het percentage arbeidsongeschikten zijn alle bovengemiddeld. De inkomens liggen voor drie sociaal-economische eenheden inwoners, personen met een jaar inkomen en huishoudens- zo n 15% onder het peil in heel. Op alle drie fronten liep tussen 2010 en 2015 iets van de achterstand in. 12% van de huishoudens in heeft een laag inkomen. Stedelijk geldt dat voor 9%.
4 Ruimte en voorzieningen Over het openbaar vervoer in de buurt spreken bijna acht van de tien bewoners hun tevredenheid uit. Minder dan de helft toont zich content met de parkeergelegenheid, voorzieningen voor ouderen en voorzieningen voor jongeren. De scores verschillen met die voor heel. Vergeleken met vier jaar eerder liep de waardering voor de voorzieningen voor ouderen terug. Leefbaarheid Een zeer ruime meerderheid van 91% vindt zijn buurt (zeer) prettig om te wonen. Deze score komt overeen met die in de hele stad. Bewoners van kijken per saldo positief terug op de ontwikkeling van hun buurt het afgelopen jaar. Ook voorspellen ze vaker een positieve dan een negatieve toekomstige ontwikkeling van hun buurt. Het kencijfer voor de sociale kwaliteit geeft op basis van vier kenmerken aan hoe bewoners de onderlinge omgang in hun buurt ervaren. De bevolking van beoordeelt de sociale kwaliteit met een 5,6, een krappe voldoende en lager dan de score in heel (6,1). Twee van de tien bewoners van hebben zich het afgelopen jaar ingezet om de buurt te verbeteren. Een vergelijkbaar grote groep als in heel. Politiek, overheid en participatie De opkomst bij verkiezingen valt lager uit dan gemiddeld in. Bij de raadsverkiezingen van 2014 maakte 42% van de bewoners van de gang naar de stembus tegen 53% in heel. Zowel in 2010 als in 2014 haalde de PvdA bij de raadsverkiezingen de meeste stemmen binnen, Stedelijk won D66 beide keren, maar die partij deed het net als VVD en GroenLinks in minder goed. Beter dan in presteerden de Ouderenpartij, SP en Trots op. Veiligheid Twee van de drie bewoners van voelen zich (zeer) veilig in hun buurt. Een duidelijk lagere score dan in heel, waar acht van de tien bewoners hun buurt als veilig ervaren. Van de bewoners van blijft 21% 's avonds liever thuis vanwege een onveilig gevoel. Dat percentage komt hoger uit dan in alle stadsdelen behalve Schalkwijk. Net als alle mers samen zien bewoners van hondenpoep als de vorm van overlast die in hun buurt het meest voorkomt. Aan hondenpoep ergert men zich in bovendien bovengemiddeld vaak. Bewoners van deden relatief vaak aangifte van een misdrijf. Per 1.000 inwoners gebeurde dat in 2014 zo n 75 keer. Net als stedelijk leidden vernielingen tot de meeste aangiften en ging het aantal aangiften tussen 2010 en 2015 omlaag.
5 Lage woning- en bevolkingsdichtheid Met een oppervlakte van 774 ha. beslaat het stadsdeel bijna een kwart van het se grondgebied. De bebouwingsgraad is iets hoger dan over de hele stad genomen, maar zowel het aantal woningen als het aantal inwoners per km² komt in duidelijk lager uit. Oorzaak: de Waarderpolder die deel uitmaakt van doet voornamelijk dienst als bedrijventerrein. Kerncijfers oppervlakte en oppervlaktegebruik, 2014 Stadsdeel oppervlakte in hectare 774 3.209 oppervlakte als % stad 24,1 100 oppervlakte land 668 2.921 oppervlakte % (semi-) bebouwd (2010) 63 61 aantal inw oners per km 2 3.178 5.309 aantal w oningen per km 2 1.554 2.486 Bronnen: CBS/Cocensus
6 500 bewoners meer In - wonen anno 2015 ruim 500 mensen meer dan vijf jaar eerder. De leeftijdsopbouw vertoont in grote trekken gelijkenis met die in heel. Gemiddeld bijna een jaar ouder De gemiddelde bewoner is 40,8 jaar oud en hiermee een jaar ouder dan de doorsnee mer. Leeftijdsgroepen en gemiddelde leeftijd stadsdeel, 2010 vs 2015 leeftijdsopbouw stadsdeel 2010 2015 2010 2015. 0-19 jaar 4.350 20,6 4.189 19,3 32.502 21,7 34.317 21,9 20-44 jaar 7.678 36,4 7.924 36,5 54.357 36,3 54.778 35,0 45-64 jaar 5.700 27,0 5.906 27,2 39.868 26,7 41.568 26,5 65+ 3.388 16,0 3.674 16,9 22.849 15,3 25.972 16,6 aantal inw oners 21.116 14,1 21.693 13,8 149.576 100 156.635 100 75+ 1.588 7,5 1.665 7,7 11.014 7,4 11.439 7,3 peuters 0-3 jaar 947 4,5 1.016 4,7 7.207 4,8 7.673 4,9 basisschool 4-12 jaar 1.854 8,8 1.836 8,5 14.603 9,8 15.852 10,1 13-17 jaar 1.062 5,0 951 4,4 7.423 5,0 7.843 5,0 gemiddelde leeftijd 40,3 40,8 39,8 40,0 Bron: BRP
7 Huishoudens naar samenstelling stadsdeel, 2010 vs 2014 (in %) 2010 44 26 2014 45 26 30 30 Huishoudens conform s beeld herbergt 10.575 huishoudens. De samenstelling van de bevolking naar type huishouden komt nagenoeg overeen met het beeld in heel. Alleenstaanden nemen 45% van het totaal in en vormen daarmee de grootste groep. 2010 45 26 29 2014 44 25 31 0% 20% 40% 60% 80% 100% 1-persoon meer personen, geen kinderen meer personen, met kinderen Bron: CBS Eenoudergezinnen stadsdeel, 2010 vs 2015 (in % huishoudens) 8,7 8,5 Relatief veel eenoudergezinnen telt naar verhouding veel eenoudergezinnen: 8,5% van de huishoudens bestaat uit 1 ouder met 1 of meer kinderen. In is dat 7,3%. Anders dan in ging het percentage eenoudergezinnen in tussen 2010 en 2015 niet omhoog maar iets omlaag. 6,7 7,3 0 2 4 6 8 10 2010 2015 Bron: BRP
8 Aandeel niet-westerse bewoners vrijwel stabiel 1 op de 3 inwoners van - is van buitenlandse afkomst. Van niet-westerse origine is 19%. Deze aandelen zijn wat groter dan in. Turken de grootste buitenlandse groep Net als in de hele stad vormen de Turken in, de grootste niet-westerse bevolkingsgroep. Het aandeel van de niet-westerse bewoners binnen de bevolking van nam de afgelopen vijf jaar nauwelijks in omvang toe, terwijl deze groep in heel wel groter werd. Allochtonen naar herkomst stadsdeel, 2010 vs 2015 herkomst stadsdeel 2010 2015 2010 2015 autochtonen 15.163 71,8 15.240 70,3 112.216 75,0 114.648 73,2 allochtonen 5.953 28,2 6.453 29,7 37.360 25,0 41.987 26,8 niet-westerse allochtonen 3.919 18,6 4.048 18,7 20.419 13,7 22.920 14,6 aantal inwoners 21.116 14,1 21.693 13,8 149.576 100 156.635 100 afkomst Turkije 1.538 7,3 1.384 6,4 6.394 4,3 6.526 4,2 afkomst Marokko 810 3,8 841 3,9 4.606 3,1 5.096 3,3 afkomst Suriname 328 1,6 344 1,6 2.002 1,3 2.160 1,4 afkomst Ned Antillen 140 0,7 155 0,7 950 0,6 1.045 0,7 Bron: BRP
9 Veel geboren mers - telt naar verhouding veel geboren mers: 53% van de bewoners kwam in de stad zelf ter wereld, tegen 47% van alle mers. Bewoners van wonen gemiddeld wat korter op hetzelfde adres dan de doorsnee mer, maar gemiddeld wel wat langer in. Honkvastheid bewoners stadsdeel, 2010 vs 2015 honkvastheid 2010 2015 2010 2015 % in geboren 54,9 52,7 48,2 46,7 aantal jaar in w oonachtig (gemiddeld) 23,3 23,3 20,8 20,9 aantal jaar op zelfde adres (gemiddeld) 9,8 10,1 10,1 10,9 Bron: BRP
10 130 woningen erbij De woningvoorraad in nam tussen 2010 en 2015 licht toe. Om precies te zijn met 130 woningen. Ook in kwamen er woningen bij. Woningvoorraad stadsdeel, 2010 vs 2015 w oningvoorraad 2010 2015 2010 2015 aantal w oningen (abs) 10.371 10.500 70.506 72.998 in % 14,7 14,4 100 100 Bron: Cocensus Vanaf 1980 weer nieuwbouw De woningvoorraad in kwam tot 1960 redelijk gelijkmatig gespreid tot stand. Tussen 1960 en 1985 stonden de nieuwbouwactiviteiten op een laag pitje. In de tweede helft van de jaren 80 kreeg de woningbouw een impuls met de realisatie van de Zuiderpolder, s laatste nieuwe buurt. Andere impulsen vanaf medio jaren 90 waren: Woningbouw op plekken die eerst een andere functie vervulden zoals bij chocoladefabriek Droste; Nieuwbouw ter vervanging van verouderde woningcomplexen als de voormalige Woonschool in Parkwijk en de portiekflats aan de Hannie Schaftstraat in de Slachthuisbuurt; Vervanging van woningen met funderingsproblemen (vooral in de Oude Amsterdamsebuurt). Woningvoorraad naar bouwperiode, 2010 vs 2015 (in %) bouw periode 2010 2015 2010 2015 voor 1900 1,3 1,2 10,5 10,4 1900-1919 11,0 10,5 13,0 12,7 1920-1929 14,8 14,6 13,4 13,1 1930-1939 10,6 10,6 13,1 12,7 1940-1959 17,3 13,7 9,4 8,6 1960-1969 5,2 4,2 12,4 11,9 1970-1979 2,1 2,0 8,3 7,9 1980-1989 15,4 15,0 9,6 9,3 1990-nu 22,3 28,1 10,2 13,6 Bron: Cocensus
11 De helft bestaat uit eengezinswoningen Uitgesplitst naar type woning lijkt de samenstelling van de woningvoorraad in sterk op die in heel. Eengezinswoningen komen zowel in als stedelijk het meest voor en zijn in beide gebieden goed voor ongeveer de helft van de huizen. Woningvoorraad naar type woning stadsdeel, 2010 vs 2015 (in %) 2010 51 33 2015 50 34 13 13 3 4 Een op de drie woningen is flat. 2010 52 29 13 6 2015 51 31 12 7 0% 20% 40% 60% 80% 100% % eengezinswoningen % flatwoningen % boven-/benedenwoning % overige woningen Bron: Cocensus Woningvoorraad naar eigendomssituatie stadsdeel, 2010 vs 2015 (in %) 2010 33 54 13 Meer dan helft zit in sociale verhuur Iets meer dan de helft van de woningen in - zit in de sociale huursector. Stedelijk is de koopsector het grootst. 2015 35 52 13 In nam het aandeel koopwoningen tussen 2010 en 2015 licht toe, terwijl in heel het tegenovergestelde gebeurde. 2010 52 32 16 2015 51 32 18 0% 20% 40% 60% 80% 100% % Koopwoningen % sociale huurwoningen % particuliere huurwoningen Bron: Cocensus
12 Minder sterke ontwaarding woningen De gemiddelde taxatiewaarde voor de Onroerend Zaak Belasting (OZB) bedraagt in - 185.108. Dat is bijna 20% minder dan in heel. Net als stedelijk liepen de woningwaarden door de economische recessie terug. In deed zich een minder scherpe ontwaarding voor dan in hele stad; in 2010 was de gemiddelde woning nog 22,5% minder waard dan stedelijk, tegen 18,5% minder anno 2014. Gemiddelde woningwaarde, 2010 vs 2015 w oningw aarde 2010 2015 2010 2015 Gemiddelde w oningw aarde in 200.146 185.108 258.268 226.900 als % w aarde van 77,5 81,6 100 100 Bron: Cocensus
13 Waarderpolder als banenmagneet De economische ontwikkelingen kenmerkten zich door een toename van het aantal bedrijven (zzp-ers) en een dalende werkgelegenheid. Ook in en deed deze trend zich voor. Voor de werkgelegenheid in de stad is belangrijk. Immers: het enige grote bedrijventerrein van de Waarderpolder- ligt in dit stadsdeel. Relatief veel arbeidsplaatsen per vestiging Bedrijven in zijn relatief groot: gemiddeld telt een vestiging 8,3 arbeidsplaatsen. De gemiddelde onderneming of instelling in biedt er 5,3. Bedrijvigheid en werkgelegenheid (2010 vs 2014) vestigingen/ banen 2010 2014 2010 2014 vestigingen (abs) 1.936 2.044 11.041 12.198 in % 17,5 16,8 100 100 arbeidsplaatsen 17.507 16.894 66.569 64.196 in % 26,3 26,3 100 100 Bron: LISA
14 Voldoende voor eigen welzijn Bewoners van waarderen hun eigen welzijn met een voldoende, een 6,3. De gemiddelde mer waardeert zijn eigen welbevinden beter, namelijk met een 6,9. Ook in 2010 bleef de waardering in achter bij het stedelijk gemiddelde. Onder het eigen welzijn verstaan we de mate waarin iemand naar eigen wens en vermogen maatschappelijk actief is en kan zijn. Rapportcijfer eigen welzijn stadsdeel, 2010 vs 2014 6,4 6,3 Gemiddeld percentage bewoners voelt zich beperkt Net als in 2010 zegt 1 op de 3 bewoners van zich door zijn gezondheid ernstig, enigszins of soms beperkt te voelen bij zijn dagelijks bezigheden. Dat komt overeen met de score van drie jaar eerder. Ook doet zich geen verschil voor tegenover. 6,8 6,9 0 2 4 6 8 10 2010 2014 Beperkt bij dagelijkse bezigheden/ onvoldoende sociale contacten, 2010 vs 2014 (in %) beperkt voelt bij dagelijkse bezigheden 2010 beperkt voelt bij dagelijkse bezigheden 2014 28 28 30 31 Relatief veel behoefte aan meer contacten Vier van de tien bewoners van zeggen onvoldoende sociale contacten te hebben of zouden er graag meer hebben. Dat aandeel is groter dan in heel. onvoldoende sociale contacten 2010 onvoldoende sociale contacten 2014 27 29 29 41 0 10 20 30 40 50
15 Beroep op bijstand stijgt niet sterker dan stedelijk Het beroep op bijstandsuitkeringen is in groter dan in heel. Hetzelfde geldt voor de werkloosheid. Zowel in stadsdeel als stad steeg zowel het percentage inwoners met een bijstandsuitkering als het aandeel werklozen de afgelopen jaren. Arbeidsparticipatie stadsdeel, 2010 vs 2014/2015 arbeidsparticipatie 2010 2014/5 2010 2014/5 % niet-w erkende werkzoekend (2014) 4,3 7,2 3,6 5,8 % arbeidsongeschikten (2014) 10,7 10,3 8,4 7,9 Arbeidsongeschiktheid Arbeidsongeschiktheid speelt in duidelijk sterker dan in heel : 10,3% tegen 7,9%. Zowel in als stedelijk liep het percentage arbeidsongeschikten tussen 2010 en 2014 licht terug. inw oners (18-64 jaar) (2015) 13.865 14.216 97.494 99.295 % bijstandsontvangers (2015) 3,9 4,6 2,5 3,3 Bronnen: CBS; UWV; Gemeente -Sociale zaken Inkomensachterstand groeide De inkomens in liggen voor drie sociaal-economische eenheden ongeveer 15% onder het s gemiddelde. Echter: op alle drie fronten liep tussen 2008 en 2012 een deel van de achterstand in. % huishoudens met laag inkomen stadsdeel (2008 vs 2012) 9,6 11,6 7,4 Gemiddeld besteedbaar inkomen stadsdeel (2012) stadsdeel 9,2 2008 2012 2012 GBI personen, huishoudens abs. % tov H'lm abs. % tov H'lm abs. 0 3 6 9 12 15 2008 2012 personen met 52 w eken inkomen 25.500 81,7 28.000 83,8 33.400 Bron: CBS inkomen inwoners 19.000 81,9 21.300 86,2 24.700 inkomen huishoudens 27.800 83,7 29.400 85,7 34.300 Bron: CBS 12% van huishoudens heeft laag inkomen In wonen bovengemiddeld veel huishoudens met een laag inkomen. Net als stedelijk ging het percentage huishoudens met een laag inkomen omhoog. Een laag inkomen wil zeggen: tot 105% van het sociaal minimum.
16 Vooral tevreden reacties op OV Over het openbaar vervoer in de buurt toont driekwart van de bewoners van zich (zeer) tevreden. Over drie andere voorzieningen is minder dan de helft content: de parkeergelegenheid, de voorzieningen voor ouderen en de voorzieningen voor jongeren. Tevredenheid met voorzieningen voor ouderen daalde De waardering voor de vier soorten voorzieningen wijkt in niet betekenisvol af van het s gemiddelde. Vergeleken met vier jaar eerder liep de tevredenheid over de voorzieningen voor ouderen terug. % (zeer) tevreden over voorzieningen in de buurt, stadsdeel (2010 vs 2014) Openbaar Vervoer 2010 Openbaar Vervoer 2014 72 78 76 78 Voorz. voor jongeren 2010 Voorz. Voor jongeren 2014 32 32 28 32 Parkeergelegenheid 2010 Parkeergelegenheid 2014 49 51 42 47 Voorzieningen voor ouderen 2010 Voorzieningen voor ouderen 2014 52 41 38 36 0 20 40 60 80 100
17 Publieke ruimte oogst meer waardering scoort op de dimensie publieke ruimte van de landelijke Leefbaarometer positiever dan Nederland, maar wat minder gunstig dan stedelijk. Wel onderging de score van een duidelijke verbetering. Qua voorzieningenniveau zit iets boven de nationale score, maar duidelijk lager dan. Scores dimensies publieke ruimte en niveau voorzieningen (2008 2012); Nederland=0 pubieke ruimte 2008 pubieke ruimte 2012 11 21 22 27 niveau voorzieningen 2008 niveau voorzieningen 2012 7 9 29 28-20 0 20 40 60 Bron: Leefbaarometer, Ministerie Binnenlandse Zaken
18 Meeste bewoners vinden hun buurt prettig Zo n negen van de tien bewoners van zeggen in een prettige buurt te wonen. Deze score wijkt niet betekenisvol af van het s gemiddelde % dat zijn buurt (zeer) prettig vindt om te wonen stadsdeel (2010 vs 2014) 85 buurt (zeer) prettig om te wonen 2010 94 buurt (zeer) prettig om te wonen 2014 91 94 0 25 50 75 100 Inzet voor de buurt liep terug Bijna twee van de tien bewoners van hebben zich het voorafgaande jaar actief ingezet om hun buurt te verbeteren. Het deel van de bevolking dat zich voor de buurt inspant is vergelijkbaar met heel. % dat zich afgelopen jaar actief heeft ingezet om buurt te verbeteren (2010 vs 2014) 26 18 22 26 0 10 20 30 40 50 2010 2014
19 Anders dan in 2010: een positieve balans Een kwart van de bewoners van denkt dat zijn buurt het afgelopen jaar vooruit is gegaan, terwijl 20% een verslechtering waarnam. De balans slaat anders dan in 2010 naar de positieve kant door. Grootste groep zag geen verandering Net als in 2010 meent het grootste deel van de bewoners van en dat zich in de situatie van zijn buurt geen verandering heeft voorgedaan. Ontwikkeling buurt het afgelopen jaar? In stadsdeel 2010 vs 2014 (in %) vooruit 2010 vooruit 2014 18 16 25 17 gelijk 2010 gelijk 2014 57 55 67 68 achteruit 2010 achteruit 2014 25 17 20 15 0 20 40 60 80 100
20 Ook vooruitblik gunstiger dan in 2010 Een derde van de bevolking van verwacht dat zijn buurt zich de komende jaren positief zal ontwikkelen. Bijna een kwart voorziet het tegenovergestelde. Per saldo blikt men in positief vooruit. In 2010 telde het stadsdeel nog meer pessimisten dan optimisten. Ook stedelijk slaat de balans naar de optimistische kant door, maar dat gebeurde in 2010 ook al. Hoe ontwikkelt de buurt zich de komende jaren?, 2010 vs 2014 (in %) vooruit 2010 vooruit 2014 21 23 23 32 gelijk 2010 gelijk 2014 45 48 58 61 achteruit 2010 achteruit 2014 19 17 23 31 0 20 40 60 80 100
21 Vrij lage waardering voor onderlinge omgang De sociale kwaliteit van een buurt valt goed uit te drukken in een kencijfer. Dit cijfer brengt tot uitdrukking hoe bewoners hun onderlinge omgang ervaren. Berekening van het kengetal voor sociale kwaliteit vindt plaats op basis van de reacties op vier stellingen: De mensen in deze buurt kennen elkaar nauwelijks; De mensen gaan in deze buurt op een prettige manier met elkaar om; Ik woon in een gezellige buurt waar veel saamhorigheid heerst; Ik voel me thuis bij de mensen die in deze buurt wonen. Het kencijfer kan variëren van 1 tot en met 10. Hoe hoger het cijfer, des te beter bewoners de sociale kwaliteit van hun buurt waarderen. Bewoners van beoordelen de sociale kwaliteit van hun buurt met een 5,6. Deze score is lager dan de 6,1 waarmee alle mers samen de sociale kwaliteit van hun buurt beoordelen. Kerncijfer voor sociale kwaliteit buurt in stadsdeel, 2010 vs 2014 5,8 5,6 6,1 6,1 0 2 4 6 8 10 2010 2014 Minder vaker dan gemiddeld voelen bewoners van zich thuis bij de mensen die in hun buurt wonen.
22 Gevoel minder veilig dan gemiddeld Twee van de drie bewoners van voelen zich (zeer) veilig in hun buurt. Het gevoel van veiligheid blijft daarmee net als vier jaar eerder achter bij heel, waar acht op de tien zijn buurt als veilig ervaart. % dat zich (zeer) veilig voelt in eigen woonbuurt in, 2010 vs 2014 58 67 s avonds minder graag naar buiten 21% van de bewoners van gaat s avonds vanwege een onveilig gevoel liever niet meer naar buiten. Dat percentage is hoger dan in alle andere stadsdelen behalve Schalkwijk. 75 81 0 25 50 75 100 2010 2014 % dat 's avonds liever thuisblijft vanwege onveilig gevoel in, 2010 vs 2014 21 26 13 18 0 10 20 30 40 50 2010 2014
23 Bovengemiddeld hoge score van hondenpoep Van 16 soorten misdrijven en vormen van overlast komt hondenpoep volgens de bewoners van het meest in hun buurt voor. Ook in heel ziet de bevolking hondenpoep als het grootste buurtprobleem. Te hard rijden en zwerfvuil bezetten in de plaatsen twee en drie. Hondenpoep scoort in als buurtprobleem duidelijk hoger dan in alle andere stadsdelen en gemeten over de hele stad: 46% tegen 32%. Het percentage dat aangeeft dat te hard rijden in de buurt vaak voorkomt is groter dan in Zuid-West en Noord. Hetzelfde doet zich voor bij de overlast door jongeren. % dat zegt dat de meest voorkomende vormen van overlast vaak in de buurt voorkomen vormen van overlast, delicten stadsdeel 2010 2014 2010 2014 hondenpoep 49 1 46 1 36 1 32 1 rommel op straat 42 3 37 3 32 3 28 2 te hard rijden 43 2 39 2 32 2 28 3 geluidsoverlast verkeer 19 4 14 4 fietsendiefstal 25 5 15 6 16 5 14 5 overlast jongeren 18 6 19 5 18 4 13 6 inbraak w oningen 16 8 9 11 7 10 13 7
24 Ervaren buurtverloedering nam af De berekening van het kencijfer voor buurtverloedering vindt plaats op basis van de mate waarin vier problemen volgens de bewoners in hun buurt voorkomen. Het gaat hierbij om de volgende vormen van overlast: Hondenpoep; Rommel op straat; Vernieling van bushokjes; Bekladding van muren of gebouwen. Kerncijfer voor buurtverloedering stadsdeel, 2010 vs 2014 5,2 4,7 Het kencijfer kan variëren van 0 tot en met 10. Een lage score betekent dat verloedering volgens de bewoners minder vaak voorkomt. 4,1 3,9 Bewoners van ervaren minder verloedering in hun buurt dan in 2010: het kengetal daalde van 5,2 naar 4,7. Niettemin komt het net als in 2010 hoger uit dan in heel. De ervaren buurtverloedering is in dus bovengemiddeld. 0 2 4 6 8 10 2010 2014
25 Vernielingen grootste bron van aangiften Het aantal aangiften van misdrijven per 1.000 inwoners komt in hoger uit dan stedelijk en met een groter verschil dan in 2010. Wel liep het aantal aangiften in zowel als heel terug. Vernieling is het type misdrijf dat in tot de meeste aangiften leidde. Stedelijk geldt dat voor diefstal van (brom-) fiets, in misdrijf nummer drie. Vernielingen en diefstal vanaf of uit de auto spelen de bevolking van bovengemiddeld vaak parten. Aangiften misdrijven naar categorie totaal en per 1.000 inw., 2010 vs 2014 aangiften van een aantal vormen van delicten stadsdeel 2010 2014 2010 2014 diefstal uit woning 165 7,8 155 7,2 781 5,2 922 5,9 diefstal af/uit auto 181 8,6 173 8,1 1.337 8,9 837 5,4 diefstal af/uit winkel 16 0,8 31 1,4 391 2,6 538 3,5 diefstal af/uit bedrijf 96 4,5 46 2,1 291 1,9 221 1,4 diefstal af/uit school 2 0,1 3 0,1 51 0,3 32 0,2 diefstal van auto 24 1,1 20 0,9 113 0,8 112 0,7 diefstal van (brom) fiets 217 10,3 211 9,8 2.066 13,8 1.515 9,7 zakkenrollen 9 0,4 26 1,2 349 2,3 391 2,5 vernielingen van openbare gebouw en 24 1,1 1 0,0 297 2,0 29 0,2 overige vernielingen 220 10,4 236 11,0 1.380 9,2 1.388 8,9 lichamelijke integriteit: bedreigingen 58 2,7 53 2,5 326 2,2 304 2,0 lichamelijke integriteit: mishandelingen 66 3,1 79 3,7 573 3,8 489 3,1 overige lichamelijke integriteit 32 1,5 19 0,9 230 1,5 178 1,1 huiselijk geweld (2013) 48 2,3 38 1,8 238 1,6 210 1,3 totaal aangiften 1.955 92,6 1.604 74,8 13.700 91,3 10.643 68,3 Bron: Politie regio Noord-Holland
26 Lage opkomst bij verkiezingen De animo voor verkiezingen is in kleiner dan in de andere stadsdelen. Bij de verkiezingen voor de gemeenteraad in 2014 toog niet meer dan 42% van de stemgerechtigden naar de stembus. De PvdA haalde zowel in 2010 als in 2014 de meeste stemmen binnen, zij het de laatste keer maar nipt voor de SP. Plaatselijk was D66 beide keren nummer 1. Hoge score SP De SP, Ouderenpartij en andere partijen (Trots op ) presteerden in beter dan stedelijk. Het omgekeerde geldt voor VVD, D66 en GroenLinks. Verkiezingen gemeenteraad 2014, % stemmen per partij politieke parijen 2010 2014 2010 2014 PvdA 18,8 14,4 16,4 14,2 VVD 9,4 9,5 12,8 12,0 GroenLinks 12,1 9,3 15,1 11,3 D66 12,2 13,4 18,5 20,0 SP 16,0 14,0 12,3 10,8 CDA 6,9 9,6 7,9 9,5 Ouderenpartij 7,7 9,4 4,6 6,1 Overig 17,0 20,4 12,4 16,1 opkomst 42,4 41,8 53,0 53,0 Bron: Gemeente, Dienstverlening Vertrouwen in politie het grootst Bewoners van hebben net als de gemiddelde mer meer vertrouwen in de politie dan in drie onderdelen van de gemeente. Zes op de tien heeft onbeperkt tot veel vertrouwen in de politie, terwijl dat bij B&W, gemeenteraad en ambtelijke organisatie beduidend minder is. kreeg tussen 2010 en 2014 meer vertrouwen in de politie. Overigens heeft een ruime meerderheid van de inwoners van en minstens enig vertrouwen (= onbeperkt + veel + enig) in de vier overheidsorganen. In loopt dat op van 71% bij de ambtelijke organisatie tot 92% bij de politie. % met onbeperkt, veel vertrouwen in overheidsorganen overheidsorganen 2010 2014 2010 2014 B&W van 18 18 24 25 Gemeenteraad van 15 17 23 21 ambtelijke organisatie van gemeente 12 16 17 20 de politie 47 59 59 62
27 Zes op de tien doet aan sport Bijna zes van de tien bewoners van doen regelmatig aan sport. Regelmatig betekent: minstens één keer in de twee weken. Verder verricht 30% vrijwilligerswerk en zetten bijna twee van de tien zich in als mantelzorger. % bewoners dat op een aantal gebieden actief is activiteit 2010 2014 2010 2014 regelmatig sporten (min. 1 per 2 w eken) 55 59 61 68 vrijw illigersw erk 27 30 35 39 mantelzorg 15 18 15 18 % neutraal of positief oordeel over samenleven verschillende culturen 84 86 Waardering multicultureel Net als in 2010 oordeelt rond 85% van de bevolking van positief of neutraal over het feit dat in mensen uit verschillende culturen samenleven. De resterende ongeveer 15% spreekt zich negatief uit. De mening over de multiculturele samenleving wijkt niet betekenisvol af van die in heel. 90 91 0 20 40 60 80 100 2010 2014
Opdrachtgever Samenstelling Internet: Data Bronvermelding Gemeente Gemeente, DIA www.haarlem.nl/ Kees Otto Alles uit deze uitgave mag Data, Informatie en Analyse feitenencijfers vrij worden gebruikt, mits onder duidelijke vermel- Postbus 511/2003 ding van de samensteller Telefoon: 023-5113018 en de naam van de E-mail: dia@haarlem.nl rapportage