Portfolio Van: Groep:
Inleiding In de opleiding tot verpleegkundige gebruik je dit portfolio. Een portfolio is bedoeld om je ontwikkeling ten aanzien van opleiding en beroep inzichtelijk te maken. Het portfolio is jouw eigendom en je draagt er zelf de verantwoording voor dat je dit document steeds bij je hebt in alle leersituaties, zowel op school als in de praktijk. Het leerproces wordt zowel op school als in de praktijk begeleid door de docent, studieloopbaanbegeleider en praktijk-/werkbegeleider in de rol van coach. Het portfolio bestaat uit drie delen: 1. algemeen deel 2. ontwikkelingsgericht deel 3. bewijsdeel In het algemeen deel maak je een startprofiel met hierin o.a. opgenomen een Curriculum Vitae en een motivatiebeschrijving voor de opleiding. Voor het eerste Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP) dienen zelfbeeld, beroepsbeeld, leerstijlentest, sterkte zwakte analyse als uitgangspunt. Vervolgens is het de bedoeling dat jij, als student in staat bent tijdens je opleiding kritisch te kijken naar je eigen gedrag, dit heet reflecteren, zodat je eigen handelen desgewenst bijgesteld kan worden. Dit komt terecht in het ontwikkelingsgerichte deel van het portfolio. In het bewijsdeel bevat het portfolio een overzicht van behaalde toetsen en examens, zowel beroepsgericht als algemeen. TIP! Het is handig om naast je officiële portfolio een werkmap te gebruiken. Hierin kun je dan de beroepsopdracht stoppen waar je op dat moment aan werkt samen met het POP.
INDELING PORTFOLIO ALGEMEEN DEEL 1. Persoonlijke gegevens en praktijkgegevens - Zelfbeeld - Beroepsbeeld - Leerstijlentest - Sterkte- Zwakte Analyse ONTWIKKELINGSGERICHT DEEL 2. POP / PAP 3. Gespreksformulieren 4. Reflectieopdrachten BEWIJSDEEL 5. Resultatenoverzicht / Toetsen / Examen 6. Nederlands taalportfolio 7. Engels taalportfolio 8. Rekenportfolio
Algemeen deel - Persoonlijke - en praktijkgegevens - Zelfbeeld - Beroepsbeeld - Leerstijlentest - Sterkte- en zwakteanalyse
TAB 1: Persoonlijke- en praktijkgegevensgegevens en opdrachten zelfbeeld, beroepsbeeld, leerstijlentest en SWOTformat
Personalia Naam: Adres: Postcode en woonplaats: Telefoon: E-mail: Opleidingen: Diploma s: Werkervaring: Vrijetijdsbesteding: Naam studieloopbaanbegeleider: Telefoon: E-mail: Overige opmerkingen:
Zelfbeeld Je gaat je verdiepen in jezelf; welke ervaringen heb je ten aanzien van het volgen van een opleiding, wat is jouw leerstijl, welke sterke / zwakke punten weet je van jezelf en wat zien anderen als sterke / zwakke punten bij jou. Je gaat een zelfbeeld op papier zetten. Met deze gegevens krijg je zicht op je ontwikkeling en je ambities. Je kunt deze informatie gebruiken voor het opstellen van je ontwikkelingsplan (POP), zie onderdeel 2.1. Voor het opstellen van je zelfbeeld verzamel je de volgende gegevens: Informatie uit de vorige opleidingen; wat ging er goed en wat waren je aandachtspunten. Je kunt hiervoor het SWOT format invullen (zie volgende pagina) Informatie uit de intake en/of kennismakingsgesprek De resultaten van één of meerdere testen: Leerstijlentest, Presentatie motivatietest, kernkwadranten. Enneagramtest, Kerntalententest, enz. Informatie d.m.v. 360 graden feedback (volgt na het SWOT format. Het formulier laten invullen door minimaal 5 personen uit je directe omgeving. ( bijvoorbeeld studieloopbaanbegeleider, praktijkopleider, werkbegeleider, medeleerling, familielid). Zelf vul je ook een formulier in. Van deze gegevens maak je een verslag (maximaal 2 A-4tjes) waarin de volgende punten opgenomen zijn: Informatie over je achtergrond (opvoeding, school, cultuur en religie) Je persoonlijkheidskenmerken en je drijfveren Je sterke en je zwakke punten Je persoonlijke ontwikkeling (verleden, heden en toekomst) Je ambities Informatie van de 360 graden feedback Resultaten van de diverse testen Conclusie: waar ben je goed in en hoe houd je dat vast waar ben je minder goed in en waar moet je aan werken.
Vul onderstaand format in en bespreek dit met een medeleerling. SWOT-format (Strength Weakness Opportunities Threats) (Sterkten Zwakten Kansen Bedreigingen) Sterkten: Waar ben je goed in? Welke unieke kwaliteiten bezit je? Waar zien anderen je sterkten? Zwakten: Wat kun je verbeteren? Met welke vaardigheden heb je moeite? Waar zouden volgens anderen je zwakten liggen? Kansen: Welke kansen liggen voor jou in het vooruitzicht? Van welke (omgevings-)factoren kun je voordeel behalen? Hoe kun je van je sterkten kansen maken? Bedreigingen: Welke (omgevings-)factoren kunnen je kansen bedreigen? Welke bedreigingen kun je tegenkomen door je zwakten?
360º feedback Vul onderstaande lijst zelf in. Laat onderstaande lijst door minimaal 5 andere personen invullen: bijvoorbeeld studieloopbaanbegeleider, praktijkopleider, werkbegeleider, medeleerling, familielid. Eigenschap Zwak Matig Voldoende Goed Kunnen zeggen wat je bedoelt Luisteren Doorzettingsvermogen Discipline: je houden aan regels en afspraken Samenwerken Contact maken met anderen Omgaan met verschillende soorten mensen Anderen helpen Zelfstandigheid Tegen stress kunnen Omgaan met kritiek Zorg besteden aan je werk Nauwkeurigheid Technisch inzicht Lichamelijke belastbaarheid/ inspanning Aanpassingsvermogen/ flexibel zijn Collegialiteit/ om kunnen gaan met collega s Uiterlijke verzorging Geduld/ zelfbeheersing Handigheid
Beroepsbeeld Je bent begonnen aan de beroepsopleiding Verpleegkundige MBO 4. In het algemeen maak je deze keuze op basis van één of meerdere beelden en/of ideeën over dit beroep. Bij de start van de opleiding ga je kijken of het beeld wat je hebt overeenkomt met de werkelijkheid. Deze opdracht bestaat uit 3 onderdelen: 1. Beroepsbeeld 1.1 Zet je beroepsbeeld op papier: a. Wat houdt het beroep in b. Wat kan ik voor het beroep betekenen c. Wat wordt er van mij verwacht d. In welke settings kan ik werkzaam zijn e. Welke loopbaanmogelijkheden zijn er voor mij binnen je beroep f. Wat lijken mij de uitdagingen en wat de dilemma s 1.2 Bespreek bovenstaande punten met een aantal medestudenten uit de groep 2. Interview collega Hou een interview met één of meerdere collega s. Bedenk vooraf wat je aan de collega wil vragen, zet deze vragen op papier. Doel van het interview is het kennismaken met het beroep, de werkzaamheden, de doorgroeimogelijkheden, enz. 3. Interview zorgvrager/cliënt/mantelzorger Hou een interview met één of meerdere zorgvragers/cliënten/mantelzorgers. Bedenk vooraf wat je wilt vragen, zet deze vragen op papier Doel van het interview is het kennismaken met een ervaringsdeskundige in de zorg Van deze informatie maak je een verslag (maximaal 1 A-4tje) waarin de volgende punten opgenomen worden: Samenvatting van je beroepsbeeld Samenvatting van het gesprek over het beroepsbeeld met medestudenten Conclusies van het interview met een collega / collega s Conclusies van het interview met zorgvrager/cliënt/mantelzorger Portfolio 2013 BBL VP 21062013
ONTWIKKELINGSDEEL 2. POP/PAP 3. Gespreksformulieren 4. Reflectieopdrachten Portfolio 2013 BBL VP 21062013
TAB 2: POP en PAP Portfolio 2013 BBL VP 21062013
2.1 POP Het POP (persoonlijke ontwikkelingsplan) laat de individuele ontwikkeling van jou zelf zien. Het is persoonlijk aan jou gerelateerd. Tijdens de opleiding ontstaan er leervragen die specifiek zijn. Dit kan voortkomen uit gesprekken, opdrachten, praktijksituaties, reflectie of feedback die je gaat krijgen. Het gaat hier dus niet om de algemene competenties voor het beroep. Bijvoorbeeld in een project worden competenties genoemd waaronder samenwerken en overleggen. Door het maken van het project en de bijbehorende praktijksituaties en vaardigheden werk je aan deze competentie. Het wordt pas een onderdeel van het POP wanneer bij deze competentie een specifieke leervraag ontstaat. Bijvoorbeeld dat je aangeeft moeite te hebben met het overleggen met leidinggevenden. Dit kan dan als persoonlijk leerdoel worden uitgewerkt in het POP. Een POP ontwikkelt zich gedurende de opleiding en verandert door het volgen van de opleiding. In het begin van de opleiding heb je vaak nog geen concreet opleidingsbeeld en daardoor geen persoonlijke leervragen, maar dat zal veranderen in de latere leerjaren. Realiseer je dat een POP nooit klaar is en iets van jezelf is. Ondersteunende vragen om te komen tot een POP zijn: Waar ben je goed in? Wat weet je over een POP? Wat wil je leren? Wat vind je interessant? Waar heb je hulp bij nodig? Welke keuzes maak je? (met welke leervragen wil je aan de slag gaan ) Waar loop je tegenaan? Wat is moeilijk voor je? Wat boeit je in de opleiding? Waaraan vind je dat een leerdoel moet voldoen? Wat maakt jouw leervraag specifiek? Van jou wordt daarom een reflectieve houding verwacht. Dat wil zeggen dat je in staat moet zijn om kritisch na te denken over je eigen handelen Ook moet je dit handelen zo nodig bij kunnen stellen en hierin onderbouwde keuzes maken Knelpunten kunnen door persoonlijke leerdoelen vastgelegd en bijgesteld worden in je POP. Dit vaststellen en bijstellen kan op ieder moment van de opleiding. Uiteraard maak je hierover wel afspraken met je docenten/of praktijkbegeleiding. Verder neem je in je POP de leerdoelen/ praktijkopdrachten op, welke je gedurende een bepaalde periode moet afsluiten. Portfolio 2013 BBL VP 21062013
Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) Naam: Studierichting SLB Groep Leerdoel: Wat wil ik weten/kunnen? Motivatie: Waarvoor heb ik dat leerdoel gekozen en wat wil ik daarmee bereiken? Termijn: Wanneer ga ik dat doen, wanneer moet het doel bereikt zijn? Welke activiteiten ga ik hiervoor ondernemen Ondersteuning: Wie helpt mij daarbij, van welke mogelijkheden ga ik gebruik maken? Beoordeling: Hoe bewijs ik dat ik dit leerdoel heb behaald? Datum Naam student Handtekening en naam begeleider in de praktijk Handtekening student Handtekening en naam Studieloopbaanbegeleider Portfolio 2013 BBL VP 21062013
2.2 PAP In het POP heb je beschreven hoe je jezelf de komende periode gaat ontwikkelen in je beroep en hoe je gaat werken aan je beroepsopdrachten. Door het maken van een persoonlijk activiteitenplan heb jij als student zelf de regie in handen ten aanzien van je eigen leerproces. Doordat in het persoonlijk activiteitenplan zowel activiteiten vanuit de theorie en praktijk zijn beschreven, krijg je een goede integratie van deze twee. In het PAP beschrijf je de activiteiten die je gaat ondernemen om aan de opdrachten, toetsen en examen te voldoen. Dus wat wil je gaan doen, welke colleges, literatuur, workshops, praktijksituaties en observaties van handelingen en vaardigheden heb je hiervoor nodig. Welke hulp ga je inschakelen en wanneer moet het klaar zijn. Aan de hand van de wegwijzer kan je een PAP maken dat goedgekeurd moet worden door de praktijk en je studieloopbaanbegeleider. Voor het geven van feedback op het PAP kan er naar de fase oriënteren en plannen van de wegwijzer gekeken worden. Op welke aspecten let je in het PAP: Aan welke vaardigheden wil de student komende periode werken Persoonlijke leerdoelen uit het POP zijn omgezet in acties in het PAP Haalbaarheid op de afdeling, welke andere mogelijkheden zijn er De activiteiten passen bij de fase, leerstijl van de student Er is rekening gehouden met de haalbaarheid van de activiteiten Bij de activiteiten staat beschreven wat er gedaan gaat worden De activiteiten sluiten aan bij de opdracht, zijn relevant De gewenste begeleiding van de begeleiders is aangegeven van zowel op school als in de praktijk Het tijdspad is weergegeven en haalbaar op de afdeling en voor de student Het tijdspad met de bijbehorende activiteiten zijn logisch in opbouw Er wordt aangegeven door de student wanneer de verschillende onderdelen afgerond zijn In de activiteiten staat beschreven wanneer er evaluatiemomenten zijn Voortgangs-/ Portfoliogesprekken, reflectiemomenten en verslagen worden in de acties meegenomen ATTENTIE! Een POP en een PAP kun je op veel verschillende manieren opstellen. We geven je hier een methode mee zoals het zou kunnen doen. Het gaat er vooral om dat jij en je begeleider(s) hierdoor weten wat je gaat doen. Wanneer jij ervoor kiest het POP en PAP samen te voegen mag dat natuurlijk ook. Daarnaast is het een planning die je tijdens je voortgang in het leerproces kunt doornemen en bijstellen zodat je goed op schema blijft en tijdig bijstelt.. Portfolio 2013 BBL VP 21062013
PAP Periode Wat wil ik leren Wat moet ik daarvoor doen Welke begeleiding en van wie Waar uitvoeren Start Eind tijd (uur) Behaald Portfolio 2013 BBL VP 21062013
TAB 3: Gespreksformulieren
Toelichting gespreksformulieren Doel van het voortgangsformulier en beoordelingsformulier is: bewust aandacht besteden aan de ontwikkeling van de beroepspraktijk vorming. Bedoeld om de essentie van de beroepshouding van de verpleegkundige onder de aandacht te brengen en hierop te kunnen beoordelen. Bij het kader toelichting: beschrijf altijd voorbeelden waar zaken goed gaan en niet goed gaan. Beargumenteer in de toelichting waarom iets voldoende, onvoldoende of goed is. Criteria voor goed: als de ontwikkeling van de student, rekening houdend met de fase van zijn/haar opleiding, boven verwachting scoort: zelfstandigheid Voldoende: ontwikkeling van de student vordert en plan: onder begeleiding. Onvoldoende: er is stilstand of achteruitgang in de ontwikkeling van de student. De waardering wordt uitgesproken vanuit de waarneming van de werkbegeleider en concreet waarneem gedrag en bewijslast van de leerling.
Voortgangsformulier Praktijk Naam: Groepscode: Datum: Persoonlijke code: Houding G/ V/ O Toelichting 1 Betrokkenheid = actieve belangstelling, je neemt zelf initiatieven om contact te leggen, toont belangstelling voor het werk 2 Respect = je laat iemand in zijn waarde, je accepteert iemand zoals hij is, je hanteert omgangs- en beleefdheidsvormen 3 Empathie = je bent in staat je zodanig te verplaatsen en in te leven in de situatie van de ander, waardoor je de reacties van de ander begrijpt 4 Verantwoordelijkheid = je hebt je eigen verantwoordelijkheid voor de voortgang van de opleiding in de praktijk, je geeft aan waar je aan wilt werken, je houdt je aan de regels en afspraken uit je planning 5 Assertiviteit = opkomen voor jezelf zonder de ander daarbij te kwetsen, je durft je eigen mening en wensen naar voren te brengen en je eigen grenzen aan te geven 6 Feedback = je kunt omgaan met aandachtspunten van kritiek en waardering, zowel het geven als het ontvangen van kritiek en waardering 7 Samenwerken = je werkt collegiaal samen met collega s, komt afspraken na, je staat open voor de mening van teamgenoten, je doet actief mee aan het werkproces 8 Relatie met patiënten/ cliënten = je hebt een open en geïnteresseerde houding 9 Handelen = je voert je beroepsmatige handelingen zodanig uit als verwacht wordt en afgesproken is in je werkplanning, Je maakt problemen bespreekbaar
als het nodig is en je durft initiatieven te nemen, je kunt overleggen 10 Zorgvuldigheid = je werkt nauwkeurig en je gaat netjes om met eigen en andermans spullen / waarden en normen 11 Netheid = je uiterlijke verzorging is correct Aanwezigheid G/V/O Toelichting 12 op tijd komen = Je houdt je aan de afgesproken werktijden, meld je af volgens afspraken en regels, laat formulier aanwezigheid stage invullen (BOL) 13 vereiste aantal uren stage = heeft voldaan aan het aantal te behalen BPV uren volgens afspraak/contract (zie registratieformulier aanwezigheid stage) Behaalde resultaten G/V/O Toelichting 14 Beroepsopdrachten / projecten = je beroepsopdrachten, praktijktoetsen of projecten zijn afgerond volgens afspraak in het PAP 15 verpleegtechnische handelingen = je werkt naast je beroepsopdrachten/ projecten aan Verpleegtechnische vaardigheden/ voorbehoudenhandelingen. 16 Toetsen en examens = je hebt de examens behaald tijdens de stage/leerwerkperiode. Leerpunten voor de komende periode
Afspraken G = Goed V = Voldoende O = Onvoldoende Handtekening en naam student:. Handtekening en naam begeleider in de praktijk. Indien er bij het invullen van een beoordelingsformulier twee of meer onvoldoendes worden gescoord neemt je praktijkbegeleider contact op met je SLB-er (studieloopbaanbegeleider) om in overleg met jou te bekijken waar afspraken over gemaakt gaan worden, al of niet met behulp van een afsprakenformulier.
Beoordelingsformulier Praktijk Naam: Groepscode: Datum: Persoonlijke code: Houding G/ V/ O Toelichting 1 Betrokkenheid = actieve belangstelling, je neemt zelf initiatieven om contact te leggen, toont belangstelling voor het werk 2 Respect = je laat iemand in zijn waarde, je accepteert iemand zoals hij is, je hanteert omgangs- en beleefdheidsvormen 3 Empathie = je bent in staat je zodanig te verplaatsen en in te leven in de situatie van de ander, waardoor je de reacties van de ander begrijpt 4 Verantwoordelijkheid = je hebt je eigen verantwoordelijkheid voor de voortgang van de opleiding in de praktijk, je geeft aan waar je aan wilt werken, je houdt je aan de regels en afspraken uit je planning 5 Assertiviteit = opkomen voor jezelf zonder de ander daarbij te kwetsen, je durft je eigen mening en wensen naar voren te brengen en je eigen grenzen aan te geven 6 Feedback = je kunt omgaan met aandachtspunten van kritiek en waardering, zowel het geven als het ontvangen van kritiek en waardering 7 Samenwerken = je werkt collegiaal samen met collega s, komt afspraken na, je staat open voor de mening van teamgenoten, je doet actief mee aan het werkproces 8 Relatie met patiënten/ cliënten = je hebt een open en geïnteresseerde houding 9 Handelen = je voert je beroepsmatige handelingen zodanig uit als verwacht wordt en afgesproken is in je werkplanning, Je maakt problemen bespreekbaar
als het nodig is en je durft initiatieven te nemen, je kunt overleggen 10 Zorgvuldigheid = je werkt nauwkeurig en je gaat netjes om met eigen en andermans spullen / waarden en normen 11 Netheid = je uiterlijke verzorging is correct Aanwezigheid G/V/O Toelichting 12 op tijd komen = Je houdt je aan de afgesproken werktijden, meld je af volgens afspraken en regels, laat formulier aanwezigheid stage invullen (BOL) 13 vereiste aantal uren stage = heeft voldaan aan het aantal te behalen BPV uren volgens afspraak/contract (zie registratieformulier aanwezigheid stage) Behaalde resultaten G/V/O Toelichting 14 Beroepsopdrachten / projecten = je beroepsopdrachten, praktijktoetsen of projecten zijn afgerond volgens afspraak in het PAP 15 verpleegtechnische handelingen = je werkt naast je beroepsopdrachten/ projecten aan Verpleegtechnische vaardigheden/ voorbehoudenhandelingen. 16 Toetsen en examens = je hebt de examens behaald tijdens de stage/leerwerkperiode. Leerpunten voor de komende periode
Afspraken G = Goed V = Voldoende O = Onvoldoende Handtekening en naam student:. Handtekening en naam begeleider in de praktijk. Indien er bij het invullen van een beoordelingsformulier twee of meer onvoldoendes worden gescoord neemt je praktijkbegeleider contact op met je SLB-er (studieloopbaanbegeleider) om in overleg met jou te bekijken waar afspraken over gemaakt gaan worden, al of niet met behulp van een afsprakenformulier.
TAB 4: Reflectieopdrachten
BEWIJSDEEL 5. Resultatenoverzicht toetsen en examens, beroepsgericht en algemeen 6. Taalportfolio Nederlands 7. Taalportfolio Engels 8. Rekenportfolio
TAB 5: Resultatenoverzicht toetsen en examens: beroepsgericht en algemeen
TAB 6: Taalportfolio Nederlands
TAB 7: Taalportfolio Engels
TAB 8: Rekenportfolio