Docentenhandleiding bij ISBN 978 90 5905 095 2
2 1. Introductie De cursushandleiding gaat uit van een lessenschema dat bestaat uit negen punten. Deze punten zijn in drie groepen verdeeld. In principe ziet een cursusbijeenkomst er als volgt uit: A Inleiding B Instructie C Afsluiting 1. Zorgen dat de cursisten aandacht hebben voor de les 2. Uitleggen wat de leerdoelen van deze les zijn 3. Noodzakelijke voorkennis in herinnering brengen 1. De informatie (leerstof) aanbieden 2. De cursisten helpen bij het leren 3. Cursisten gevraagde handelingen laten tonen 4. Terugkoppeling geven over de getoonde prestaties 1. Het eindresultaat vaststellen van het leren (toetsing) 2. Herhaling en wijzen op toepassingen Het schema wordt van begin tot eind stap voor stap doorlopen. De stappen B1 tot B4 worden steeds herhaald, dat wil zeggen dat de leerstof steeds in kleine delen wordt aangeboden (B1). Er zullen dus vele momenten zijn waarop de cursist hulp nodig kan hebben (B2). Daaruit volgt ook dat tijdens een cursusbijeenkomst cursisten meerdere handelingen aanleren die ze kunnen demonstreren (B3), waarop de cursusleider kan reageren met goedkeuring of eventueel noodzakelijke corrigerende opmerkingen (B4). Op de volgende pagina vindt u nogmaals het schema aangevuld met extra informatie om de inhoud en het waarom van elke stap te verduidelijken. De uitwerking van de acht cursusbijeenkomsten wordt namelijk binnen dit schema gegeven. Reserveer voor: de Inleiding 10-15% de Instructie 60-70% de Afsluiting 20-25% van de beschikbare tijd.
3 Lesschema A Inleiding 1. Zorgen dat de cursisten aandacht hebben voor de les De cursusleider kan om stilte verzoeken, de deur dichtdoen, een aankondiging op het bord schrijven of op een andere manier de aandacht op zijn persoon en de komende les richten. 2. Uitleggen wat de leerdoelen van deze les zijn Voor cursist en leraar is het van belang precies te weten wat de gewenste resultaten voor een les zijn. De werkhouding van de cursist tijdens de les is er van afhankelijk of bijv. de behandelde stof herkend moet worden, uit het hoofd geleerd moet worden, of toegepast moet kunnen worden. Alleen maar noemen van onderwerpen die behandeld gaan worden is onvoldoende. De docent moet dit in begrijpelijke termen doen. 3. Noodzakelijke voorkennis in herinnering brengen De docent moet in het begin van de les zorgen dat de nieuwe informatie aansluit op en voortbouwt op eerder verworven begrippen en regels. De betreffende kennis van de cursisten moet dan eerst opgehaald (geactiveerd) worden. B Instructie 1. De informatie (leerstof) aanbieden De kern van het onderwijsleerproces is het aanbieden van de informatie door de docent of door het studieboek. 2. De cursisten helpen bij het leren De docent blijft tijdens het leerproces niet op zijn plaats maar is bezig de verrichtingen van de cursisten te observeren en waar nodig te ondersteunen. De toegepaste didactische opvatting kan worden gekenschetst als begeleid ontdekkend leren. 3. Cursisten de gevraagde handeling laten tonen Het gaat hier niet om het controleren of de cursisten hun huiswerk hebben gedaan, maar om een oefenmogelijkheid voor het uitvoeren van de gewenste (eind)handeling. Een gerichte vraag geeft de cursist de mogelijkheid om zichzelf en de docent te tonen dat hij of zij het weet of kan.
4 4. Terugkoppeling geven over de getoonde prestaties Het geven van informatie over de getoonde prestaties aan cursisten is informatief en versterkend. Terugkoppeling van informatie over de uitvoering van de handeling van de lerende gaat in vele gevallen vanzelf: het werkt of het werkt niet. Terugkoppeling moet in ieder geval informatie geven over de correctheid van het uitvoeren van de handelingen die tijdens het leren zichtbaar zijn. C Afsluiting 1. Het eindresultaat vaststellen van het leren (toetsing) De bedoeling van deze gebeurtenis is vast te stellen of de cursist het leerdoel heeft bereikt en of hij of zij met zekerheid de gewenste eindhandelingen kan uitvoeren. Voor dit doel zijn verschillende toetsingsvormen mogelijk: bijvoorbeeld een opdracht uitvoeren of een opgave maken. Ze hoeven niet allemaal op hetzelfde tijdstip te worden afgenomen. Uiteraard behoort de toets afgestemd te zijn op de gestelde leerdoelen. 2. Herhaling en wijzen op toepassingen Deze laatste stap is gericht op het bevorderen van het beklijven op de wat langere termijn. Daarom dienen deze aanwijzingen lesoverstijgend te zijn en gericht op het zichtbaar maken van cursusverbanden. 2. Voorkennis Om deze cursus te kunnen volgen, moet de cursist beschikken over basisvaardigheden Windows en tekstverwerking. Als zij daar nog niet over beschikken, kunnen zij het beste een van de volgende boeken doornemen: Basisboek Windows Vista deel 1 Studio Visual Steps ISBN 978 90 5905 384 7 Basisboek Windows XP Addo Stuur ISBN 978 90 5905 311 3
5 3. Algemeen Technische zaken als het op de juiste wijze geïnstalleerd zijn van Windows Vista / Windows XP en Microsoft Outlook 2007, mede als het correct zijn aangesloten bij een internetprovider en de beschikbaarheid van e-mailadressen, gebruikersnamen en wachtwoorden zijn essentieel voor het geven van deze cursus. Daarnaast hebben de cursisten een werkende printer nodig. Dit alles valt echter buiten het bestek van deze handleiding. 4. Referenties: E. Warries en J.M. Pieters. Inleiding Instructietheorie. Swets en Zeitlinger b.v. Amsterdam/Lisse, 1992 J. Molter en A. Borg, Onderwijs en leerpsychologie. Intro Nijkerk, 1990 5. Overzicht van de cursusbijeenkomsten Vijf bijeenkomsten, waarbij gebruik wordt gemaakt van hoofdstuk 1 tot en met 5 uit het Basisboek Outlook 2007.
6 Eerste bijeenkomst A Inleiding 1. Zorgen dat de cursisten aandacht hebben voor de les 2. Uitleggen wat de leerdoelen van deze les zijn Geef eerst onderstaande informatie; schrijf de vet gedrukte woorden ergens in grote letters zodat iedereen ze goed kan zien (bijvoorbeeld op een bord) Eén van de meestgebruikte toepassingen van internet is de elektronische post: e-mail. Als u een abonnement heeft op internet via een internetaanbieder (provider), krijgt u een e-mailadres. Met dit e-mailadres kunt u e-mailberichten versturen en ontvangen. De internetaanbieder heeft daarvoor een speciale computer ingericht die het versturen en ontvangen van uw mailverkeer regelt. Deze speciale computer wordt ook wel mailserver genoemd. Om een e-mail naar iemand te kunnen sturen, moet de geadresseerde ook een e-mailadres hebben. Het maakt verder niet uit waar de geadresseerde woont. Een e-mail kunt u net zo gemakkelijk naar iemand in Australië verzenden als naar een adres in Nederland. Aan het verzenden van mail zijn geen andere directe kosten per bericht verbonden dan uw abonnement bij uw internetaanbieder en het aantal telefoontikken als u een internetverbinding via de gewone telefoonverbinding heeft. Als u beschikt over een ADSL- of kabelverbinding betaalt u geen aparte telefoontikken. Er is geen limiet aan het aantal berichten dat u mag versturen of ontvangen. In deze les gaat u e-mailberichten versturen en ontvangen met het programma Outlook 2007. In deze bijeenkomst leert u het volgende: (zet ook dit ergens goed leesbaar neer) starten van Outlook 2007; een e-mailbericht maken; e-mail verzenden en ontvangen; een e-mail openen; bijlagen openen en toevoegen; werken met urgente en niet-urgente berichten; een handtekening maken en aan uw berichten toevoegen; een leesbevestiging vragen; berichten opmaken; briefpapier gebruiken; een e-mailbericht afdrukken.
7 3. Noodzakelijke voorkennis in herinnering brengen Omdat dit de eerste bijeenkomst is, kunt u niet terugwijzen naar de vorige bijeenkomst. B Instructie 1. De informatie (leerstof) aanbieden Pagina s 13-53. 2. De cursisten helpen bij het leren 3. Cursisten het gevraagde gedrag laten tonen 4. Terugkoppeling geven over de getoonde prestaties C Afsluiting 1. Het eindresultaat vaststellen van het leren (toetsing) Bespreek in het kort eventuele veel voorkomende problemen die zich tijdens B Instructie voordeden. Laat de cursisten de oefening Maken van een e-mail op pagina 54 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. Laat de cursisten de oefening E-mail in de map Concepten op pagina 54 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. Laat de cursisten de oefening Verzenden van een bijlage op pagina 55 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. Laat de cursisten de oefening De bijlage bekijken op pagina 55 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. Laat de cursisten de oefening E-mailberichten verwijderen op pagina 55 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. 2. Herhaling en wijzen op toepassingen Keer terug naar de doelstellingen en lees ze nog eenmaal door. Moedig de cursisten aan de opgedane kennis en vaardigheden thuis te herhalen. Aanvullende lesstof: Aandachtspunten: Achtergrondinformatie en tips op pagina 56 t/m 60. Pagina 50 Wel of niet afdrukken.
8 Tweede bijeenkomst A Inleiding 1. Zorgen dat de cursisten aandacht hebben voor de les 2. Uitleggen wat de leerdoelen van deze les zijn Geef eerst onderstaande informatie; schrijf de vet gedrukte woorden ergens in grote letters zodat iedereen ze goed kan zien (bijvoorbeeld op een bord) In de jaren zeventig werd gedacht dat de computer zo n centrale positie zou krijgen dat een papierloze maatschappij zou ontstaan. Alle informatie zou van (draagbare) beeldschermen gelezen kunnen worden. Papier zou overbodig worden. De praktijk blijkt echter anders te zijn. Er wordt misschien zelfs wel meer papier gebruikt dan ooit. Het is immers heel gemakkelijk om even een e-mailbericht te laten afdrukken en dat gebeurt dan ook veel. Toch zien we door de komst van internet wel een verschuiving in de communicatie. E-mail kan de functie van de telefoon, de brief en de fax vervangen. Dat komt onder andere doordat met e-mail niet alleen tekstberichtjes, maar ook allerlei andere soorten digitale informatie kan worden verstuurd, zoals foto s, tekeningen en tekstbestanden. Ook de snelheid van de communicatie is aanzienlijk toegenomen. Een e-mail kan binnen enkele seconden ter plekke zijn. Ook als er omvangrijke bijlagen meegestuurd worden. In dat geval is een snelle internetverbinding (ADSL of kabel) uiteraard een voorwaarde. In werksituaties vindt dan ook vaak een intensieve uitwisseling van e-mailberichten plaats. Door de toename van het gebruik van e-mail wordt ook de administratie daarvan belangrijker. De computer krijgt steeds meer de functie van archief van uw correspondentie en van adresgegevens van de personen met wie u contact heeft via e-mail. In deze bijeenkomst leert u het volgende: (zet ook dit ergens goed leesbaar neer) Postvak IN en Verzonden Items beheren; een nieuwe map maken; e-mailberichten sorteren; e-mailberichten verplaatsen; e-mails markeren; een herinnering toevoegen; zoeken in uw e-mails; uitgebreide zoekcriteria gebruiken; werken met zoekmappen; e-mailregels instellen; e-mailberichten terugzetten; omgaan met ongewenste e-mail; archiveren.
3. Noodzakelijke voorkennis in herinnering brengen Breng in het kort de leerstof van de vorige bijeenkomst in herinnering. starten van Outlook 2007; een e-mailbericht maken; e-mail verzenden en ontvangen; een e-mail openen; bijlagen openen en toevoegen; werken met urgente en niet-urgente berichten; een handtekening maken en aan uw berichten toevoegen; een leesbevestiging vragen; berichten opmaken; briefpapier gebruiken; een e-mailbericht afdrukken. 9 B Instructie 1. De informatie (leerstof) aanbieden Pagina s 61-90. 2. De cursisten helpen bij het leren 3. Cursisten het gevraagde gedrag laten tonen 4. Terugkoppeling geven over de getoonde prestaties C Afsluiting 1. Het eindresultaat vaststellen van het leren (toetsing) Bespreek in het kort eventuele veel voorkomende problemen die zich tijdens B Instructie voordeden. Laat de cursisten de oefening Mappen en berichten op pagina 91 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. Laat de cursisten de oefening Markeren van berichten op pagina 91 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. Laat de cursisten de oefening Zoeken op pagina 91 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. 2. Herhaling en wijzen op toepassingen Keer terug naar de doelstellingen en lees ze nog eenmaal door. Moedig de cursisten aan de opgedane kennis en vaardigheden thuis te herhalen. Aanvullende lesstof: Achtergrondinformatie en tips op pagina 92 t/m 100.
10 Derde bijeenkomst A Inleiding 1. Zorgen dat de cursisten aandacht hebben voor de les 2. Uitleggen wat de leerdoelen van deze les zijn Geef eerst onderstaande informatie; schrijf de vet gedrukte woorden ergens in grote letters zodat iedereen ze goed kan zien (bijvoorbeeld op een bord) Wie e-mailberichten wil versturen en ontvangen heeft een account nodig bij een internetaanbieder (provider). Het woord account betekent letterlijk rekening. De fysieke verbinding met het internet kan worden gelegd met behulp van een modem en een telefoonlijn, een ADSL-verbinding of via de kabelaansluiting. In alle gevallen heeft u een abonnement nodig. Inbellen -verbinding maken met het internet- via een modem over een telefoonlijn raakt langzamerhand in onbruik. Het komt echter nog steeds voor, voornamelijk in situaties waar een ADSL- of kabelverbinding niet leverbaar is. Inbellen via een telefoonlijn is kostbaar, want u betaalt behalve het abonnementsgeld ook nog telefoontikken. Daar komt bij dat de verbinding traag is en u niet telefonisch bereikbaar bent tijdens het internetten. Een ADSL- of kabelabonnement is duurder. Daar staat tegenover dat de verbinding vele malen sneller is en u altijd telefonisch bereikbaar blijft. En u betaalt bij deze abonnementen geen telefoontikken. Of u dagelijks kort of lang gebruikmaakt van de verbinding, maakt dus niet uit. Als u een abonnement op internet heeft via een provider, krijgt u een e-mailadres. Met dit e-mailadres kunt u post versturen en ontvangen. Om berichten te kunnen versturen moet er echter ook het nodige op uw pc worden ingesteld. In deze bijeenkomst leer u hoe u accountsinstellingen binnen Outlook 2007 regelt of wijzigt. In deze bijeenkomst leert u het volgende: (zet ook dit ergens goed leesbaar neer) het instellen van een nieuwe e-mailaccount; het instellen van een tweede e-mailaccount van een andere provider; kiezen welke accounts u gebruikt; e-mailaccounts verwijderen.
11 3. Noodzakelijke voorkennis in herinnering brengen Breng in het kort de leerstof van de vorige bijeenkomsten in herinnering: Postvak IN en Verzonden Items beheren; een nieuwe map maken; e-mailberichten sorteren; e-mailberichten verplaatsen; e-mails markeren; een herinnering toevoegen; zoeken in uw e-mails; uitgebreide zoekcriteria gebruiken; werken met zoekmappen; e-mailregels instellen; e-mailberichten terugzetten; omgaan met ongewenste e-mail; archiveren. B Instructie 1. De informatie (leerstof) aanbieden Pagina s 101-115. 2. De cursisten helpen bij het leren 3. Cursisten het gevraagde gedrag laten tonen 4. Terugkoppeling geven over de getoonde prestaties C Afsluiting 1. Het eindresultaat vaststellen van het leren (toetsing) Bespreek in het kort eventuele veel voorkomende problemen die zich tijdens B Instructie voordeden. Laat de cursisten de oefening Naam e-mailaccount wijzigen op pagina 116 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. Laat de cursisten de oefening Kiezen welke account u gebruikt op pagina 116 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. 2. Herhaling en wijzen op toepassingen Keer terug naar de doelstellingen en lees ze nog eenmaal door. Moedig de cursisten aan de opgedane kennis en vaardigheden thuis te herhalen. Aanvullende lesstof: Achtergrondinformatie op pagina 117.
12 Vierde bijeenkomst A Inleiding 1. Zorgen dat de cursisten aandacht hebben voor de les 2. Uitleggen wat de leerdoelen van deze les zijn Geef eerst onderstaande informatie; schrijf de vet gedrukte woorden ergens in grote letters zodat iedereen ze goed kan zien (bijvoorbeeld op een bord) De lijst met Contactpersonen bevat een verzameling gegevens over personen of organisaties. Bijvoorbeeld de naam van de contactpersoon of de organisatie, het e-mailadres, het telefoonnummer en het adres. Contactpersonen worden opgeslagen in de map Contactpersonen. U kunt nieuwe contactpersonen toevoegen aan Contactpersonen in Outlook 2007 door alle gegevens direct in een contactpersoonformulier te typen. U kunt ook andere Outlookfuncties gebruiken die automatisch een gedeelte van die gegevens voor u invullen. Zo is het mogelijk de afzender van een e-mailbericht direct aan de lijst Contactpersonen toe te voegen. De lijst Contactpersonen kan op vele manieren worden gebruikt. Bijvoorbeeld voor het adresseren van nieuwe e-mailberichten. Of voor het opzoeken van bijvoorbeeld een telefoonnummer of een adres van een contactpersoon. Ook kunt u zo n lijst afdrukken in de vorm van een telefoonlijst of als visitekaartjes. Werkte u eerder met een ander programma waarin u gegevens over personen heeft opgeslagen, dan is het soms mogelijk om die gegevens in de map Contactpersonen in Outlook te importeren. U hoeft dan niet alles opnieuw in te voeren. In deze bijeenkomst leert u het volgende: (zet ook dit ergens goed leesbaar neer) werken met het deelvenster Contactpersonen; contactpersonen toevoegen; een afbeelding toevoegen aan de gegevens van een contactpersoon; werken met diverse weergaven van de lijst Contactpersonen; een distributielijst maken; een contactpersoon zoeken; contactpersonen ordenen; contactpersonen afdrukken.
13 3. Noodzakelijke voorkennis in herinnering brengen Breng in het kort de leerstof van de vorige bijeenkomst in herinnering. het instellen van een nieuwe e-mailaccount; het instellen van een tweede e-mailaccount van een andere provider; kiezen welke accounts u gebruikt; e-mailaccounts verwijderen. B Instructie 1. De informatie (leerstof) aanbieden Pagina s 119-136. 2. De cursisten helpen bij het leren 3. Cursisten het gevraagde gedrag laten tonen 4. Terugkoppeling geven over de getoonde prestaties C Afsluiting 1. Het eindresultaat vaststellen van het leren (toetsing) Bespreek in het kort eventuele veel voorkomende problemen die zich tijdens B Instructie voordeden. Laat de cursisten de oefening Contactpersoon invoeren op pagina 137 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. Laat de cursisten de oefening Zoeken van een contactpersoon op pagina 137 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. Laat de cursisten de oefening Afdrukken van een telefoonlijst op pagina 138 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. 2. Herhaling en wijzen op toepassingen Keer terug naar de doelstellingen en lees ze nog eenmaal door. Moedig de cursisten aan de opgedane kennis en vaardigheden thuis te herhalen. Aanvullende lesstof: Aandachtspunten: Achtergrondinformatie en tips op pagina 139 t/m 142. Pagina 134 Wel of niet afdrukken. Pagina 138 Oefening wel of niet afdrukken.
14 Vijfde bijeenkomst A Inleiding 1. Zorgen dat de cursisten aandacht hebben voor de les 2. Uitleggen wat de leerdoelen van deze les zijn Geef eerst onderstaande informatie; schrijf de vet gedrukte woorden ergens in grote letters zodat iedereen ze goed kan zien (bijvoorbeeld op een bord) Naast de functies op het gebied van e-mail en adresgegevens van contactpersonen bijhouden, beschikt Outlook over meer mogelijkheden. Zo kunt u bijvoorbeeld afspraken noteren in de Agenda, taken vastleggen en notities maken. Outlook biedt zoveel mogelijkheden dat het uitstekend kan functioneren als uw persoonlijke planner. Zo helpt het programma u een inschatting te maken voor de tijd die nodig is voor projecten, vergaderingen en taken. De Outlook-agenda werkt samen met de andere functies van Outlook, die u in eerdere bijeenkomsten heeft leren kennen: e-mail en contactpersonen. Hierdoor wordt het uitvoeren van taken verder vereenvoudigd. In deze bijeenkomst leert u het volgende: (zet ook dit ergens goed leesbaar neer) werken met het deelvenster Agenda; de Agenda aan uw eigen voorkeuren aanpassen; werken met de Datumnavigator; een afspraak invoegen; uw agenda afdrukken; werken met het deelvenster Taken; een taak invoegen; uw Takenlijst afdrukken; werken met het deelvenster Notities; een notitie invoeren; uw notities afdrukken. 3. Noodzakelijke voorkennis in herinnering brengen Breng in het kort leerstof van de vorige bijeenkomsten in herinnering. werken met het deelvenster Contactpersonen; contactpersonen toevoegen; een afbeelding toevoegen aan de gegevens van een contactpersoon; werken met diverse weergaven van de lijst Contactpersonen; een distributielijst maken; een contactpersoon zoeken; contactpersonen ordenen;
15 contactpersonen afdrukken. B Instructie 1. De informatie (leerstof) aanbieden Pagina s 143-180. 2. De cursisten helpen bij het leren 3. Cursisten het gevraagde gedrag laten tonen 4. Terugkoppeling geven over de getoonde prestaties C Afsluiting 1. Het eindresultaat vaststellen van het leren (toetsing) Bespreek in het kort eventuele veel voorkomende problemen die zich tijdens B Instructie voordeden. Laat de cursisten de oefening Afspraak noteren in Agenda op pagina 181 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. Laat de cursisten de oefening Taak vastleggen op pagina 181 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. Laat de cursisten de oefening Een notitie maken op pagina 182 maken. Ze mogen daarbij gebruik maken van Bijlage A "Hoe doe ik dat ook alweer?" op pagina 189 en verder. 2. Herhaling en wijzen op toepassingen Keer terug naar de doelstellingen en lees ze nog eenmaal door. Moedig de cursisten aan de opgedane kennis en vaardigheden thuis te herhalen. Aanvullende lesstof: Aandachtspunten: Achtergrondinformatie en tips op pagina 183 t/m 185. Pagina 160 Wel of niet afdrukken. Pagina 170 Wel of niet afdrukken. Pagina 177 Wel of niet afdrukken. Pagina 182 Oefening wel of niet afdrukken.
16 6. De eindtoets Er is een afsluitende toets - Computerbrevet Outlook 2007 beschikbaar. Deze bestaat uit meerkeuzevragen. De toets kan online gemaakt worden op de website www.computerbrevet.nl. Als de cursist een voldoende resultaat behaald, krijgt hij/zij gratis een Computerbrevet per e-mail toegestuurd naar het opgegeven e-mailadres. 7. Ander cursusmateriaal De populaire boeken van het Studio Visual Steps-auteursteam vormen de basis voor deze cursusboeken. Ze zijn geoptimaliseerd voor het gebruik als cursusmateriaal. Voor meer informatie, kijk op www.visualsteps.nl. Bij de meeste boeken zijn docentenhandleidingen beschikbaar. Deze zijn door de docent te downloaden na aanmelding op de website www.visualsteps.nl/docent.