Probleeminventarisatie. Behandelplan



Vergelijkbare documenten
Het schrijven van een N=1 studie voor de VGCt: tips en pitfalls

Het schrijven van een N=1 studie voor de VGCt: tips en pitfalls

GT diagnostiek Analyse van klassiek geconditioneerd gedrag Analyse van operant geconditioneerd gedrag DSM-IV Evidence based behandelingen

Frustratietolerantie-training bij stotterende kleuters

De Obsessief-Compulsieve stoornis: behandeling in de praktijk Universitair Ziekenhuis Gent

SYMPOSIUM NAJAARSCONGRES VGCT 2009

Omgaan met (onbegrepen) lichamelijke klachten. Prof. dr. Sako Visser Universiteit van Amsterdam Pro Persona GGZ Dr. Michel Reinders GGZinGeest

E M D R een inleiding

Dwang en autisme. Cognitieve gedragstherapie bij jongeren met een obsessief compulsieve stoornis en een stoornis uit het autistische spectrum.

Zinnig en minder zinnig gebruik van functie-analyse en betekenis-analyse binnen (G)CGt

EXPOSURE BIJ KINDEREN EN JONGEREN. Eric Heyns

PTSS - diagnostiek en behandeling. drs. Mirjam J. Nijdam psycholoog / onderzoeker Topzorgprogramma Psychotrauma AMC De Meren

Doen bij Depressie. Module 2 voor cognitief beperkte cliënten Fase 4 - Behandelen

De behandeling van de dwangstoornis. Else de Haan & Lidewij Wolters UvA / AMC / De Bascule Veldhoven, VGCT, november 2013

EMDR bij adolescenten

Geïntegreerde cognitieve gedragstherapie

Van een drakenhol naar een koninkrijk

Nicolette Martel, Bascule Manon Mostert Uijterwijk, Virenze Mariken Braber, GGZ-Centraal en Het Lindehuis

Au-tomutilatie. Een groot probleem, een grote uitdaging. Carmen van Bussel Orthopedagoog/GZ-psycholoog

PSYCHIATRIE & PSYCHOLOGIE. Zelfbeeldmodule BEHANDELING

GGZ aanpak huiselijk geweld

De behandeling van complexe rouw. Jantien Piekstra GZ psycholoog / cognitief gedragstherapeut

Traumabehandeling Emergis kinder- en jeugdpsychiatrie

Post-hbo cognitief gedragstherapeutisch werker. Kinderen en jeugdigen

Metacognitieve therapie voor GAS vanuit een geïntegreerd cognitief gedragstherapeutisch perspectief: Een gevalsbeschrijving

Colin van der Heiden

EMDR Therapie voor mensen met een traumatische ervaring

Angststoornissen bij ouderen. Arjan Videler GGz Breburg SeneCure

Haïti. Anneke Vinke, 19 januari 2010

Zorgprogramma Angststoornissen

Cognitieve gedragstherapie en bipolaire stoornissen Thema s uit de praktijk Máasja Verbraak GZ-psycholoog SCBS 19 juni 2018

Psychologische ondersteuning en behandeling bij interstitiële longaandoeningen

EMDR. Afdeling Psychiatrie en Medische Psychologie

WERKWIJZE VOOR HET VERANDEREN VAN (KERN)OPVATTINGEN MET EMDR ( RECHTSOM )

Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën. praktijktoetsen. cognitief gedragstherapeut in opleiding

Rode Kruis ziekenhuis. Patiënteninformatie. Psychotherapeutische Deeltijdbehandeling. rkz.nl

Het effect van de FOCUS op exposure bij OCS CGT nonresponders

Complexe rouw. Prof. dr. Jos de Keijser. 8 oktober Zorg Diensten Groep. Symposium Kennis & kunde delen in de postmortale zorg

Narratieve Exposure Therapie

Posttraumatische-stressstoornis en NET therapie. Sabina Brinkman, verpleegkundig specialist i.o Khady Sagna, sociaal psychiatrisch verpleegkundige

U gezondheid, onze uitdaging!

EMDR EYE MOVEMENT DESENSITIZATION AND REPROCESSING REINA MARCHAND, ORTHOPEDAGOOG-GENERALIST DE TWENTSE ZORGCENTRA

DSM-IV. Literatuur. Vragenlijsten

Goede, minder goede en echt foute analyses

3 De G van Gebeurtenis 45 1 Verschillende soorten Gebeurtenissen 45 2 Keuze van te analyseren Gebeurtenissen: ernst en chronologie van de klacht 47

Individuele Cognitieve Gedragstherapie bij Middelengebruik en Gokken. Dagdeel 1 1-1

COMET: wat is het en wanneer pas je het toe? Inleiding op het symposium. Dr. Kees Korrelboom, klinisch psycholoog-psychotherapeut

Herstel en Balans. Kanker zet je leven op zijn kop. De rol van de psycholoog. Maria Poppe GZ-psycholoog De Vruchtenburg maart 2010

Voor wie zijn de kind-jongere trainingen bedoeld? Hulpaanbod

Behandeling na seksueel trauma bij kinderen: STEPS, TF-CBT of EMDR?

Kanker en Werk Begeleiding en Re-integratie Stap.nu in mogelijkheden

recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst

Patricia van Oppen De impact van depressie op de behandeling van de Obsessieve compulieve Stoornis op lange termijn

Toepassing van mindfulness in het ziekenhuis

NEUROFEEDBACK. Ger Loots

Meer informatie MRS

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp

Zorgpad Jeugd Intake

HOARDING CARE. Hoarding. hoe te herkennen en hoe te behandelen. Ron de Joode Cognitief gedragstherapeutisch werker / verpleegkundig consulent

Gecompliceerde rouw na verlies van een dierbare. basis-ggz

Het schrijven van een N=1 studie voor de VGCt: tips en pitfalls

VERLIES VAN EEN DIERBARE INFORMATIE OVER ROUWVERWERKING FRANCISCUS VLIETLAND

Zelfbeschadiging bij leerlingen Een inleiding

Boek Slapende honden? Wakker maken!

Informatie over het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van psychologische behandeling bij dwangklachten.

Behandeling informatie.

Metacognitieve therapie voor de Gegeneraliseerde Angst Stoornis. Colin van der Heiden. Workshop NJC-VGCt Zwolle, 12 april 2013

Angstige leerlingen in de klas en het Vriendenprogramma. Drs. N.E. de Vries

Complexe PTSS Zoek als PMTer samenwerking met EMDR-therapeuten

Cognitieve gedragstherapie een effectieve psychotherapie

TOOLKIT ROUW EN VERDRIET

Traumatische rouw Peta Schotanus juni 2017

Het verlies van een dierbare

Aandachtgerichte Cognitieve Leertherapie. Leertherapie. Disfunctionele denkpatronen : Cognitieve gedragstherapie. Willem Fonteijn & Teun Bekkers

Pathologisch huidpulken

Hans-Jaap Oppenheim.

Ronald van Assen. Een ervaringsverhaal. 40 dagen, 40 angsten Uitgeverij Tobi Vroegh 1e druk Ronald van Assen ISBN

ANGST. Dr. Miriam Lommen. Zit het in een klein hoekje? Assistant professor Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie

Heeft positieve affectregulatie invloed op emotionele problemen na ingrijpende gebeurtenissen?

De kracht om te veranderen wat ik kan veranderen. De moed om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen. De wijsheid om het verschil te zien

Body Dysmorphic Disorder The self detested body image which no mirror or surgeon can correct Kan EMDR het lichaamsbeeld wel corrigeren?

COMET bij negatief zelfbeeld. Edie symposium Kees Korrelboom Roos de Valk

EENDAAGSE GROEPSPSYCHOTHERAPEUTISCHE DAGBEHANDELING

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Symposium Angststoornissen en? Den Haag, 10 oktober Chantal Dommanschet Klinisch psycholoog psychotherapeut PsyQ Angststoornissen Den Haag

Zorgpad Angst. Angst. Behandelmethode

Inhoud. Nieuw in de NHG Standaard Angst. Vraag 2. Vraag 1. Vraag 3. Nieuw in de NHG standaard in beleid. Nieuw?! Diagnose en beleid RCT Implementatie

Inhoud: Eye Movement Desensitisation and Reprocessing (EMDR) bij Autisme. Wat is EMDR?

Zorgpad Persoonlijkheidsproblematiek

Een dierbare verliezen

therapieën [ therapie voor positieve gedragsverandering ]

Het gevolgenmodel. SOLK Carolien Kruyff, GZ-psycholoog Praktijk Kruyff, Den Haag

Verschijningsvormen en basisassumpties

Posttraumatische stressstoornis na uitzending

CoRPS COMET VOOR CRAVING BIJ VERSLAAFDE ANGSTIGEN EN ANGSTIGE VERSLAAFDEN. prof. dr. Kees Korrelboom. klinisch psycholoog en psychotherapeut

Een Introductie Dolf lf van der Haven

Nederlandse Samenvatting

Te bang voor behandeling Marietta van Mastrigt Klinisch psycholoog/psychotherapeut OuderenPsychiatrie Parnassia

Kinderen & huiselijk geweld. Fransien Jans & Anke van Schooten

Cognitieve gedragstherapie bij autisme

Transcriptie:

Probleeminventarisatie Behandelplan

1. PROBLEEMINVENTARISATIE EN BEHANDELPLAN 1.1. Inleiding Binnen de (cognitieve) gedragstherapie zijn er verschillende modellen om de klachten van cliënten overzichtelijk weer te geven en te analyseren. Voor deze N=1 studie is gekozen voor het model van Korrelboom en Kernkamp (1993), verder uitgewerkt door Korrelboom en ten Broeke (GCGT -model, 2004). Hoewel in de richtlijnen van de N=1 studie een holistische theorie wordt gedicteerd, is hier weloverwogen vanaf gezien aangezien alle noodzakelijke informatie helder en overzichtelijk kan worden weergegeven in de analyses van het GCGT model, met als groot voordeel dat de interventies direct kunnen worden afgeleid, hetgeen bij een holistische theorie niet of in ieder geval minder het geval is (Korrelboom & ten Broeke, 2004). Hier volgt een korte uitleg van het model en de specifieke weegave van de analyses over cliënte. Daarna wordt het behandelplan geformuleerd. 1.2. Algemene probleemanalyse volgens het GCGT- model In dit model wordt gekozen voor een functieanalyse (FA) en/of een betekenisanalyse (BA). De FA is geïnspireerd op het operante leerparadigma, de BA is een praktische vertaling van het klassieke leerparadigma. Het vertrekpunt is afhankelijk van welke problematiek centraal staat, waarbij de wijze waarop de patiënt de klacht(en) formuleert sterk van invloed is. Wanneer het (in principe intentionele) probleemgedrag voorop staat, wordt gestart met een FA. Wanneer met name moeilijke situaties of gebeurtenissen ofwel problematische emoties voorop staan, wordt gestart met een BA. Wanneer als vertrekpunt wordt gekozen voor een FA, volgt een schema dat in woorden als volgt kan worden uitgelegd. In een bepaalde context (Sd) volgt het gedrag (R) omdat verwacht wordt dat dit gedrag een aantal positieve gevolgen heeft (Sr). Hierbij wordt een relatief positieve, belonende uitkomst verwacht, ook al heeft dit gedrag ook negatieve consequenties, vaak maar niet altijd op langere termijn. Een BA kan als volgt in woorden worden weergegeven: het waarnemen van een bepaalde situatie of gebeurtenis (CS), activeert kennis over andere gebeurtenissen en situaties (UCS-UCRrepresentatie). Dit leidt tot een niet bij de oorspronkelijke situatie passende, emotionele reactie (CR). In de BA wordt een onderscheid gemaakt tussen sequentiële en referentiele verbanden tussen de CS en de UCS-UCR. Een sequentieel verband omvat een voorspelling; wanneer een bepaalde CS optreedt, wordt een bepaalde UCS-UCR verwacht. Wanneer een bepaalde CS doet denken aan een soortgelijke ervaring (UCS-UCR), is er sprake van een referentieel verband. Ook als de CS gevoelsmatig gelijk is aan de UCS-UCR, is deze associatie referentieel. Het kennisbestand (UCS-UCR) dat wordt geactiveerd dient in alle gevallen nauwkeurig te worden uitgevraagd. Aangezien de UCS-UCR niet zo concreet is doordat deze zich voornamelijk in het hoofd van de cliënt bevindt (bijvoorbeeld herinneringen, fantasieën),wordt ervoor gepleit de UCS-UCR op te splitsen in stimulus, respons en betekenisrepresentaties (Korrelboom & ten Broeke, 2004). De referentiële en sequentiële verbanden leiden tot verschillende implicaties voor behandeling.

1.3. Probleemanalyse van cliënte Zoals eerder is gesteld, vormt de PTSS de hoofddiagnose gezien het klachtenbeeld en de reden van aanmelding. De analyses waarmee wordt gestart, hebben betrekking op deze diagnose. Tevens komen daarbij de depressieve klachten aan bod. Achtereenvolgens worden daarna de obsessieve-compulsieve klachten schematisch weergegeven en het beschadigd zelfbeeld. Dit zelfbeeld komt tevens terug in de analyses over het intrapsychisch conflict, kernthema en nabijheid/sociaal contact. PTSS-analyses in woord De intrusies waar cliënte onder lijdt, hebben betrekking op haar bevalling van 27 jaar geleden. Dit geeft reden om te starten met een BA, waarin een referentieel verband wordt weergegeven. De eerste BA is opgesplitst in twee BA s omdat er bij dezelfde CS een ander, doch gerelateerde UCS-UCR-kennisbestand wordt geactiveerd, wat leidt tot een andere CR. Concreet houdt dit in dat bij het zien van een baby (CS) het kennisbestand van de bevalling (UCS-UCR) wordt geactiveerd. Deze levendige herinneringen ziet zij voor zich en leiden direct tot gevoelens van schaamte (BA 1). Een ander maar gerelateerd kennisbestand leidt tot gevoelens van verdriet (BA 2). Om deze gevoelens en beelden te voorkomen (Sr) houdt zij baby s of zaken die met baby s te maken hebben (Sr:oS-) op afstand (R). Dit is weergegeven in de FA1. Bovenstaande wordt als volgt schematisch weergegeven. BA 1: PTSS: Denken aan/ zien van een baby De bevalling, o.a. S: tijdens weeën ik háát je roepen naar kindje R: perst harder B: ik ben schuldig Schaamte V: ik ben slecht PF: hoofdpijn R: vermijding

BA 2: PTSS/Depressieve klachten: Denken aan/ zien van een baby Verlies zoon S: Kindje weggedragen in doekje R: Weg willen kruipen B: Minderwaardig Somber/verdriet FA 1: PTSS : Zien van een baby : Vluchten; op afstand houden verdriet/somberheid ~Sdeels voorkomen beelden +S- Angst voor toekomst (kinderwens dochters) Vermoeidheid

Obsessieve-compulsieve klachten en beschadigd zelfbeeld in woord Ook bij de obsessieve-compulsieve klachten staat de betekenisverlening met betrekking tot de intrusies centraal en wordt gestart met een BA. Bij het ervaren van de agressieve intrusies (CS) wordt het UCS-UCR kennisbestand geactiveerd van de thought action fusion (TAF; Wells, 1995, 1997), hetgeen de intrusie een negatieve betekenis geeft. Dit verband wordt hier gezien als referentieel en leidt tot angst, welke staat weergegeven in de CR (BA3). TAF kan overigens eveneens goed in een sequentiële BA worden weergegeven, waarbij de intrusie (CS) het uitvoeren ervan (UCS-UCR) voorspelt. Hier wordt niettemin gekozen de TAF te zien als een kennisbestand dat als geheel wordt geactiveerd in de UCR-UCR representatie van een referentiële BA. Deze benadering doet het meest recht aan de metacognitieve theorie van OCS volgens Wells (1997). BA 4 komt voort uit BA3, en geeft de morele veroordeling in de UCS-UCR weer, die bij cliënte plaatsvindt nadat BA3 is opgetreden. Dit heeft sombere en schaamtevolle gevoelens tot gevolg (CR). Om de intrusies en de afwijzing die optreden te voorkomen, vermijdt zij waar mogelijk situaties waarin zij geconfronteerd wordt met een baby. Hierdoor neemt haar vermoeidheid en somberheid toe en blijft haar negatieve kijk op zichzelf bestaan (FA 2). BA 3: obsessieve compulsieve klachten: Agressieve intrusies over een baby (door triggers) Ik denk het dus ik ga het doen (Ik gooi het kind door de kamer) TAF Angst

BA 4: obsessieve compulsieve klachten en beschadigd zelfbeeld: Agressieve intrusies Ik denk het, dus ik ben een slecht mens Moral TAF Somber, schaamte FA 2: obsessieve compulsieve klachten : Situaties met een baby : Vermijden; op afstand houden agressieve intrusies tot fysiek geweld overgaan +S- Somberheid Vermoeidheid Opvatting slecht mens wint aan kracht

Intrapsychisch conflict, en de daaruit voortvloeiende OCS-klachten in woord Wanneer één CS tegelijkertijd een positief en een negatief kennisbestand activeert, raakt de cliënte in een aversieve toestand van frustratie (Korrelboom & Kernkamp 1993). Wanneer zij zich bevindt in een situatie van nabijheid, raakt cliënte in een conflict tussen enerzijds het verlangen naar geborgenheid en anderzijds de tekortkomingen die zij op dat gebied heeft geleden (BA5). Deze frustratie leidt bij haar tot een intrusie. De intrusie (BA6; CS) activeert het kennisbestand TAF (zie ook beschrijving BA3), wat leidt tot een gevoel van angst. Zij probeert deze angst te kanaliseren door het beeld in gedachten een roos te geven en te laten gaan of zelf te vluchten door afleiding te zoeken (FA3+4). BA 5: intrapsychisch conflict: Nabijheid in contact; begrip ontvangen (vriendschappen, therapie, ouders?) Conflict tussen: Positief: verlangen Negatief: Ervaringen moeder, vriendinnen Frustratie Intrusie BA 6: obsessieve compulsieve klachten: Intrusie zichzelf of anderen pijn doen TAF denken leidt tot doen Angst

FA 3: obsessieve klachten en beschadigd zelfbeeld: Intrusie anderen pijn doen : Vluchten door iets anders te gaan doen tot fysiek geweld te over te gaan afwijzing +S- Somberheid Vermoeidheid Opvatting slecht mens Isolement FA4: obsessieve klachten en beschadigd zelfbeeld: Intrusie anderen pijn doen : Dwanghandeling; beeld een roos geven fysiek geweld +S- Somberheid Vermoeidheid Opvatting slecht mens

Kernthema en nabijheid in woord Sociaal contact waarin nabijheid optreedt en cliënte begrip ontvangt, zoals gebeurde met haar haptonoom, voorafgaand aan de aanmelding bij onze praktijk, raken aan haar emotioneel tekort, weergegeven in BA7. Sociaal contact probeert ze waar mogelijk te vermijden, zodat het conflict en afwijzing door anderen uitblijven. Dit leidt tot haar sombere stemming en haar toenemend isolement (FA5). BA 7: Kernthema: Situaties van nabijheid waarin zij zich kwetsbaar opstelt en begrip ontvangt Kernthema: Minderwaardigheid ( ik ben waardeloos ) (vriendschappen, therapie, ouders?) Somberheid Verdriet FA 5: Nabijheid/Contact : Sociaal contact Oppervlakkig houden intrapsychisch conflict : nabijheid +S- Somberheid Vermoeidheid Isolement

1.4. Behandelplan De aangrijpingspunten voor behandeling die voortkomen uit bovengenoemde analyses, worden in het onderstaande behandelplan weergegeven. Er is sprake van een gefaseerd beloop, waarbij er na enkele sessies kort wordt geëvalueerd over het vervolg. Behandeldoelen: Herbelevingen en intrusies verminderen; Normale rouwverwerking op gang brengen; Verbetering van de stemming; BEHANDELPLAN Vermindering dwangklachten/toename positieve zelfcontrole; Toename van de zelfwaardering, opbouw van realistisch zelfbeeld door het opdoen van corrigerende ervaringen in het heden en correcte interpretatie daarvan en door eventueel de invloed van de bewijskracht van ervaringen uit het verleden te doen afnemen. Behandelmethoden: - Traumabehandeling middels EMDR Conform hulpvraag cliënte Conform Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen - Cognitief gedragstherapeutische interventies gericht op dwangklachten Conform hulpvraag cliënte Conform Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen Inhoud: behandelrationale, responspreventie en exposure in vivo - Cognitief gedragstherapeutische interventies gericht op het beschadigd zelfbeeld, mogelijk ook door toepassing van de methode EMDR Conform hulpvraag cliënte Uit eerste socratische gesprekken komt telkens naar voren dat cliënte gehinderd wordt door haar opvatting minderwaardig te zijn - Inventarisatie en bijstelling resterende hinderende gedachten middels socratische dialoog en gedachterapporten - Opbouw en consolideren van reële opvattingen middels gedragsexperimenten - Evaluatie en afsluiting