Operationeel Management



Vergelijkbare documenten
Hoofdstuk 6 Magazijnadministratie

Module 3 Gegevens verwerken

Hoofdstuk 3 Bedrijfs- en afdelingsorganisatie

Informatie voor ondernemers

1 Contante boekingen en kortingen

TRAININGSGIDS 2014 REYNOLDS AND REYNOLDS OPLEIDINGSCENTRUM

Hoofdstuk 11 Exploitatiekengetallen

Het berekenen van kortingen en toeslagen, theorie

3 Consumentenprijs, BTW en inkoopwaarde van de omzet

Welke BTW tarieven zijn er? 21% luxe goederen 6% primaire levensbehoefte 0% vrijgesteld (export, overheidsdiensten)

E-Book: Eerste Hulp bij Factureren

2 Constante en variabele kosten

Handel in gebruikte goederen

TIPS. Internationaal zaken doen en BTW (deel 2)

Administratieve verplichtingen. Marja van den Oetelaar

De BTW-verhoging van 1 oktober 2012 in UNIT4 Multivers Service Manager

ANTWOORDEN HOOFDSTUK 4

Samenwerken met icounting. Beschrijving in- en verkooprol

UITWERKINGEN OPGAVEN

Cliëntenbrief Nieuwe factureringsregels vanaf 1 januari 2013: alle wijzigingen op een rij

Heterogene productie (meerdere producten) De directe kosten hebben een rechtstreeks verband met de productie/verkoop van een product.

Workshop Penningmeesters. Mischa Boeren

TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC)

"Ervaring krijg je wanneer je niet krijgt wat je wilt."

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 9

Nationale Administrateursdag Carola van Vilsteren

BTW-verhoging 21% CASH en de btw-verhoging per 1 oktober 2012 Wat verandert er voor u en uw boekhouding?

TRAININGSGIDS 2013 REYNOLDS AND REYNOLDS OPLEIDINGSCENTRUM

Werkplaatsefficiency binnen het service proces. Oskar Bronsgeest

Samenwerken met icounting. Beschrijving samenwerken compleet

Examenopgaven VMBO-GL 2003

Btw-percentage aanpassen per 1 januari 2019

ALGEMENE VOORWAARDEN INHOUDSOPGAVE

ALGEMENE LEVERINGS- EN BETALINGSVOORWAARDEN VERSIE 1.0 MEI 2015

Samenvatting Economie Hoofdstuk 4

In vijf minuten aangifte omzetbelatisting.

De administratie. Administratie Noodzaak en nuttig. Kortom een (goede) administratie. De administratie. Eisen van een verkoopfactuur

Algemene Voorwaarden BeeDirect. 1) Algemene voorwaarden

Bedrijfsadministratie Deel I

Nieuw in versie Autoflex 9.1

Module 3 Gegevens verwerken. Geleerd in vorige presentaties. Les 2. Wat is boekhouden? Wat zijn transacties? Les 2. Leer het boekhoudproces

In deze Algemene Voorwaarden hebben de volgende begrippen, zowel in enkelvoud als in meervoud, de volgende betekenis:

Infomobiel v.a. versie 12.00

OEFENOPGAVEN LESBRIEF INDUSTRIE

BTW verhoging oktober 2012

: 295 per persoon exclusief BTW, inclusief lesmateriaal en broodjes Locatie : Heelsum

DE EENMANSZAAK DEEL 2 VWO SAMENVATTING. Jannes Timmers. De Eenmanszaak deel 2 VWO

Standaard functies FashionBase ERP. Boekhouding. FashionBase. Boekhouding, telebankieren en automatische BTW aangifte. Facturatie.

1. Uw boekhouding praktisch en overzichtelijk opzetten en inrichten... 1

Urenregistratie login Menu selectie... 5 Week selectie... 6 Urenregistratie Backoffice... 8

Verhoging BTW tarief

TOELATINGSTOETS M&O. Datum

Hoofdstuk 1. Opgave , ,57. Opgave ,078. Opgave , ,

b- opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon die met Roodbosch interieurstyling een overeenkomst sluit.

Verwerken van financiële mutaties met betrekking tot voorraden, inkopen en verkopen

BTW-gevolgen verhoging verlaagd BTW-tarief van 6% naar 9% per 1 januari 2018

Hoofdstuk 1. Opgave , ,57. Opgave ,078. Opgave , ,

AMF BTW OMZETTEN. Versie 1.0. Datum aangemaakt 31 augustus 2012 Datum laatste wijziging 12 september Microsign bv.

Hoofdstuk 13 Kostensoorten

Special wijziging BTW- factureringsregels Per 1 januari 2013

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 26 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Administratieve aanpassingen als gevolg van BTW-verhoging van 19 naar 21%

Eindexamen havo m&o 2013-I

Productbeschrijving ABC4U-pakket

Samenwerken met icounting. Beschrijving financiële rol

Algemene voorwaarden

b. Materiaal Loonkosten Opslag indirecte kosten: 125%

de Coöperatie expert

Boekhouden en financiële administratie Examennummer: Datum: 8 februari 2014 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Samenwerken met icounting. Beschrijving verkooprol

Visma.net Financieel. Zaken doen in de cloud

Handleiding Factureren 7x24

ALGEMENE VOORWAARDEN. Van: Albij administratieve dienstverlening Iroko PM Dordrecht KvKnr hierna te noemen de opdrachtnemer.

Algemene Voorwaarden. Een Vorkje Meeprikken

Praktisch boekhouden Examennummer: Datum: 2 februari 2013 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Inhoudsopgave. Hoofdstuk 1. Administratie

Cursus financieel management

Btw staat voor: "Belasting toegevoegde waarde", ook wel "Omzetbelasting"

SnelFact Handleiding. SnelFact. Handleiding. Jerrisoft Pagina 1 van 13

Behecam is een beheerssysteem voor KMO s, Zelfstandigen en winkeliers Jet beheersysteem ondersteunt volgende processen

Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte. Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen.

VERKOOP. Microsoft Dynamics Entrepreneur Solution 2008 VOORDELEN:

Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs

Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden van Brandenburg electric

Examentermen Vakman-ondernemer / editie Titel: Financieel plan

2.2 CMS: Content Management System, het systeem waarmee de Content van de website beheerd kan worden.

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 5

In deze release notes vindt u informatie omtrent de aanpassingen in de software in Product Update 396 ten opzichte van voorgaande releases.

VOORDAT JE START ALS ZZP ER

Het nieuwe factureren

BTW Unit 4 Multivers Extended BTW december 2009 Blad: 1 van 46

Instellingen orders met margeregeling (mogelijk vanaf SnelStart Nota 3). Stap 1: Verkoopsjabloon voor de margeregeling:

Goed voorbereid zakendoen met het buitenland De kansen en valkuilen!

HOOFDSTUK 1 Een systematiek voor het oplossen van btw-problemen

Handleiding. Exact Online Boekhouden Premium- Prestashop. iwebdevelopment B.V. Klokgebouw AC Eindhoven E:

Handleiding AdminSys. Toolbar versie 1.7 Werkboek versie 1.4

Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.

De BTW in de Europese Gemeenschap TOEPASSING IN DE LIDSTATEN INFORMATIE TEN BEHOEVE VAN OVERHEDEN, BEDRIJVEN, INFORMATIENETWERKEN ENZ.

Transcriptie:

Operationeel Management Module 16 Management & Autowerkplaats Vragen & Opdrachten ISBN 97894 92062 987 16.1 WERKPLAATSADMINISTRATIE... 4 16.1.1 WERKPLAATSADMINISTRATIE: DOEL... 4 16.1.2 MODULAIRE WERKPLAATSADMINISTRATIE... 4 16.1.3 KENTEKENDATABASE... 5 16.1.4 RELATIEDATABASE... 5 16.1.5 EXTERNE DATABASE... 5 16.1.6 FLATRATEDATABASE... 6 16.1.7 OFFERTEMODULE... 6 16.1.8 WERKORDERMODULE... 7 16.1.9 FACTUURMODULE... 7 16.1.10 PLANNINGSMODULE... 7 16.1.11 URENREGISTRATIEMODULE... 7 16.1.12 KLANTRELATIEBEHEERMODULE, RELATIEMANAGEMENTSYSTEEM... 8 16.1.13 FINANCIËLE ADMINISTRATIEMODULE... 8 16.1.14 MANAGEMENTINFORMATIESYSTEEM (MIS)... 8 16.2 OFFERTE... 9 16.2.1 OFFERTE: WAT HET IS... 9 16.2.2 OFFERTE: OPSTELLEN... 9 16.2.3 OFFERTE: HANDELSGEBRUIKEN... 9 16.2.4 CONTRACTMANAGEMENT... 10 16.3 WERKORDER... 11 16.3.1 WERKORDER: DOEL EN EFFECT... 11 16.3.2 WERKORDER... 11 16.3.3 WERKORDER: GEAUTOMATISEERD AFSLUITEN... 11 16.3.4 WERKORDER: HANDMATIGE VERSIE... 11 16.3.5 INTERNE WERKORDER... 12 16.4 FACTUUR... 13 16.4.1 FACTUUR: OPBOUW... 13 16.4.2 FACTUUR: UITREIKING... 13 16.4.3 FACTUUR: WETTELIJKE REGELS... 14 Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 1

16.4.4 FACTUUR: SPECIFIEKE VERMELDINGEN... 14 16.4.5 VEREENVOUDIGDE FACTUUR... 15 16.4.6 VERZAMELFACTUUR... 16 16.4.7 CREDITFACTUUR... 16 16.4.8 KREDIETBEPERKING... 16 16.4.9 FACTUUR: BEWAARTERMIJN... 16 16.4.10 BETAALMOGELIJKHEDEN... 17 16.5 PRIJSVASTSTELLING... 18 16.5.1 PRIJSVASTSTELLING VAN GOEDEREN... 18 16.5.2 VERKOOPADVIESPRIJS... 18 16.5.3 DOOR DE LEVERANCIER VERLEENDE KORTINGEN... 18 16.5.4 PRIJSVASTSTELLING VAN DIENSTEN... 20 16.6 WERKPLAATSPLANNING... 21 16.6.1 ROOSTERPLANNING... 21 16.6.2 CAPACITEITSPLANNING... 21 16.6.3 BEZETTINGSGRAAD... 21 16.6.4 OPVOLGING VAN DE PLANNING... 22 16.6.5 POSITIEVE EFFECTEN TEN GEVOLGE VAN PLANNEN... 22 16.6.6 PLANSYSTEMEN... 23 16.6.7 TRAJECT VAN AFSPRAAK TOT NAZORG... 24 16.6.8 PLANNING DOOR EXTERNE PARTIJEN... 24 16.6.9 UITVOERING ORDER EN NAZORG... 24 16.7 URENREGISTRATIE... 25 16.7.1 URENREGISTRATIE: PERSONEELSADMINISTRATIE... 25 16.7.2 URENREGISTRATIE: COMPONENTEN... 25 16.7.3 URENREGISTRATIE: MOGELIJKHEDEN... 25 16.7.4 URENREGISTRATIESYSTEMEN... 25 16.7.5 AANWEZIGHEIDSREGISTRATIE... 26 16.7.6 REGISTRATIE BESTEDE UREN... 26 16.7.7 VERLOFREGISTRATIE... 26 16.7.8 VERZUIMREGISTRATIE... 26 16.7.9 URENREGISTRATIE: URENVERANTWOORDINGSSTAAT... 27 16.7.10 URENADMINISTRATIE... 27 16.8 AUTOHISTORIE... 28 16.8.1 AUTOHISTORIE... 28 16.8.2 KLANTENBINDING... 28 16.8.3 KLANTENBINDINGSPRODUCTIVITEIT... 29 16.8.4 AUTOHISTORIE: MOGELIJKHEDEN... 30 16.8.5 AFZET- EN OMZETBEVORDERENDE MOGELIJKHEDEN... 32 16.9 MANAGEMENT INFORMATIE SYSTEEM (MIS)... 36 16.9.1 KENGETALLEN... 36 16.9.2 ARBEIDSPRODUCTIVITEIT... 36 16.9.3 ARBEIDSEFFICIENCY... 37 16.9.4 PRODUCTIE... 37 16.9.5 LEEGLOOP... 37 16.9.6 RENTABILITEIT... 38 16.9.7 RELATIE TUSSEN DE KENGETALLEN... 38 16.9.8 TOEPASSING KENGETALLEN... 39 16.9.9 WERKPLAATSRAPPORT... 39 16.9.10 VERZUIM: WAT IS DAT EIGENLIJK?... 41 16.9.11 VERZUIMREGISTRATIESYSTEEM... 41 16.9.12 VERZUIMPERCENTAGE... 42 Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 2

16.9.13 VERZUIMFREQUENTIE... 42 16.9.14 GEMIDDELDE VERZUIMDUUR... 43 16.9.15 VERZUIMREGISTRATIE: NOODZAKELIJKE INPUT... 43 16.9.16 VERZUIMVENSTER... 45 16.10 KLANTRELATIEBEHEER... 47 16.10.1 CRM... 47 16.10.2 KLANTTEVREDENHEID... 48 16.10.3 KLANTTEVREDENHEIDSONDERZOEK (KTO)... 49 16.10.4 KLANTTEVREDENHEIDSMONITOR... 50 16.10.5 KLACHTEN ALS OORZAAK VAN KLANTENVERLIES... 50 16.10.6 KLACHTENMANAGEMENT... 51 16.10.7 TEKORTKOMINGEN IN HET AUTOBEDRIJF... 53 16.10.8 GARANTIE... 54 Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 3

16.1 Werkplaatsadministratie 16.1.1 Werkplaatsadministratie: Doel 1. Administreren a. Omschrijf wat administreren in zijn algemeenheid inhoudt. b. Omschrijf ten minste twee zaken waaruit het belang van administreren blijkt. 2. Doel administreren a. Omschrijf waarom de hoofddoelen van de werkplaatsadministratie zijn: het behouden respectievelijk verbeteren van de servicegraad, de efficiency, de arbeidsproductiviteit en dus de rentabiliteit. b. Noem ten minste vijf hiervan afgeleide doelen. 3. Maak duidelijk dat zowel onder- als overorganisatie van de werkplaatsadministratie tot rendementsdaling leidt. 16.1.2 Modulaire werkplaatsadministratie 1. Leveranciers van garagesoftware bieden deze software meestal aan als een modulair systeem. a. Wat houdt een modulair werkplaatsadministratiesysteem (WAS) in? b. Welke functie heeft hierin het standaard basispakket? c. Noem ten minste 3 toegevoegde modules en hun functies. 2. Database a. Wat is een database? b. Waartoe dient een database (functie)? c. Noem ten minste 3 databases die in werkplaatsen van motorvoertuigbedrijven voorkomen. d. Wat is een databasebox? 3. Databasemanagementsysteem a. Wat is een databasemanagementsysteem en welke functies heeft het? b. Wat is een plug-in en is deze van toepassing? c. Wat is een gebruikersinterface en welke functie heeft dit in de WAS? d. Teken het databasesysteem waarin je de software, de hardware, de DBSM en de gebruikersinterfase een plaats geeft. e. Probeer te beredeneren waarom een administratiemodule in het DBSM opgenomen is. f. De effectiviteit van de communicatie tussen de databasemodulen is afhankelijk van het databasemodel. Wat wordt er binnen dit kader verstaan onder het databasemodel? g. Teken het blokschema van een modulair werkplaatsadministratiesysteem, waarin is opgenomen: een databasebox met een kentekendatabase, autohistoriedatabase, flatratedatabase, artikeldatabase, relatiedatabase en technische database; een databasemanagementsysteem met de offertemodule, werkordermodule, factuurmodule, planningsmodule, urenmodule en klantrelatiebeheermodule; Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 4

een financiële administratiemodule (niet gespecificeerd); een managementinformatiemodule (niet gespecificeerd); een relatiemanagementsysteemmodule (niet gespecificeerd). Teken in het blokschema de input- en outputrelaties tussen de modules. h. Alleen geautoriseerde gebruikers van de bedrijfsafdelingen mogen de databases vullen en onderhouden. Motiveer waarom dit zo geregeld is. 16.1.3 Kentekendatabase 1. De kentekendatabases is een bestand (database) waaruit metadata voor het werkplaatsadministratiesystemen te openen is. a. Definieer het begrip metadata. b. Wat is het kentekenregister voor een soort systeem? c. Welke metadata is er via het RDW-kentekenregister te openen? d. Welke metadata is er via de motorvoertuigfabrikant te openen? 16.1.4 Relatiedatabase 1. Relatiedatabase a. Noem ten minste 2 groepen van personen die in een relatiedatabase opgenomen kunnen zijn. b. Motiveer waarom de eigennaam geschikter is om metagegevens aan te koppen dan de soortnaam. c. Noem ten minste 5 metagegevens die aan de eigennaam te koppelen zijn. d. Noem ten minste 3 privacygevoelige gegevens waarmee je voorzichtig moet zijn om deze in de relatiedatabase op te nemen en vooral voorzichtig om deze te gebruiken. e. Als je toch privacygevoelige informatie in de relatiedatabase hebt staan, welke maatregelen moet je dan nemen om te voorkomen dat anderen niet bij deze gegevens kunnen komen? f. Niet iedere persoonsnaam is uniek; er zijn meer mensen die Jansen heten. Hoe kun je ervoor zorgen dat dit wel het geval zal zijn. g. Met een eigennaam van een organisatie moet je rekening houden dat er verschil kan bestaan in eigenaar en gebruiker van het voertuig. Welke naam (of namen) voer je dan in in de relatiedatabase? h. Waarom zou je passanten in een relatiedatabase opnemen? i. Motiveer waarom de relatiedatabase een krachtig instrument is, vooral als deze aan de kentekendatabase is gekoppeld. 16.1.5 Externe database 1. Je kan gebruik maken van externe kentekendatabases. Noem er ten minste 2 en omschrijf welke functie(s) deze voor je hebben. 2. Je kan ook gebruik maken van externe relatiedatabases. Omschrijf hoe dit mogelijk is. 3. Je kunt ook gebruik maken van (online) databases van onderhoud-, reparatie- en servicesystemen. Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 5

a. Noem 2 mogelijkheden om toegang tot deze databases te krijgen. b. Welke gegevens kun je dan zoal beschikbaar krijgen? 16.1.6 Flatratedatabase 1. Flatratesysteem a. Wat houdt het flatratesysteem in? b. Waarom zijn bij het flatratesysteem de te onderscheiden werkzaamheden door middel van codes ingedeeld? c. In hoeveel delen is een uur ingedeeld? d. Uit hoeveel delen bestaat een arbeidseenheid (AE)? e. Uit hoeveel minuten bestaat een eenheid volgens het flatratesysteem? f. Voor een reparatie staat 0.40. Het werkplaatsuurtarief bedraagt 80,C. Hoeveel eenheden is dit? Hoeveel minuten staat er voor deze reparatie? Bereken het werkplaatsuurtarief wat voor deze reparatie staat. g. Hoe is de fabrikant aan de codetijden gekomen? h. Kan het flatratesysteem op alle werkzaamheden toegepast worden? Motiveer het antwoord. i. Welke voordelen biedt het flatratesysteem? j. Welke nadelen zijn er aan het flatratesysteem verbonden? k. In hoeverre zullen de genoemde nadelen op den duur verdwijnen? l. In hoeverre is een klant gesteld op een juiste prijsopgave voor de reparatie? m. Hoe gaat men bij het opstellen van een schadecalculatie om met het flatratesysteem? n. Wat is het voordeel, dat voor eenzelfde reparatie altijd dezelfde tijd doorberekend wordt? o. Waarom gebruikt de leiding van een bedrijf de flatratetijden als normtijden voor de autotechnici? p. Flatratetijden kunnen gebruikt worden om autotechnici onder druk te zetten. In bepaalde situaties kan dit positief werken. Omschrijf zo'n situatie. q. In de overige situaties zal dit negatief werken. Omschrijf zo'n situatie. r. In hoeverre kunnen de flatratetijden bijdragen in het toekennen van een prestatiebeloning? s. Waarom zal het flatratesysteem kunnen bijdragen tot rentabiliteitsverbetering in geval van efficiencyverbetering? t. Wat gebeurt er als een normtijd onvoldoende overeenstemt met de kloktijd? u. Waarom tolereert de klant een groot verschil tussen norm- en kloktijd niet? v. Welke reparaties kunnen niet onder het flatratesysteem vallen? Motiveer het antwoord. 2. Omschrijf hoe er m.b.v. de flatratedatabase realistische offertes en facturen kunnen worden opgesteld. 16.1.7 Offertemodule 1. De offertemodule kan operationeel gemaakt worden door deze aan andere databasemodulen te koppelen. Motiveer om welke databasemodulen het gaat. Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 6

2. Als je een offerte voor een bestaande of nieuwe relatie maakt, hoe maak je dan de opvolging van de offerte mogelijk? 16.1.8 Werkordermodule 1. Met behulp van de werkordermodule zijn werkorders op te maken. Welke relatie ligt er tussen de werkordermodule en de offertemodule? 2. Wat zijn combinatiewerkorders en waardoor ontstaan deze? 3. Wat is een interne werkorder en welke functie heeft deze? 4. Welke relatie heeft de werkordermodule met: a. de autohistoriemodule; b. de planningsmodule; c. urenregistratiemodule; d. het managementinformatiesysteem; e. de financiële administratie. 16.1.9 Factuurmodule 1. Relatie factuurmodule met andere modules a. Welke relatie(s) heeft de factuurmodule met de offerte- en de werkordermodulen? b. Welke gegevens worden er t.b.v. de factuur uit de offerte- of de werkordermodule gehaald? 2. Relatie factuurmodule met de financiële administratie a. Welke zaken worden na facturering in de financiële administratie verwerkt? b. Welke outputgegevens produceert de financiële administratie t.b.v. het relatiebeheer? 16.1.10 Planningsmodule 1. Geef ten minste 3 planningmogelijkheden van een planningsmodule. 2. Op welke wijze wordt er rekening gehouden met het inplannen volgens de beschikbare uren c.q. de urenregistratie? 3. Welke 2 mogelijkheden biedt de planningsmodule bij het vullen van de beschikbare uren en competentiecapaciteit? 4. Welke relatie bestaat er tussen de planningsmodule en de relatie- en kentekendatabases? 16.1.11 Urenregistratiemodule 1. Welke soorten tijden worden er in de urenregistratiemodule opgenomen? 2. Omschrijf de relatie die de urenregistratiemodule heeft met: a. de planningsmodule? b. de managementinformatiemodule? Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 7

c. de personeelsadministratiemodule? 16.1.12 Klantrelatiebeheermodule, relatiemanagementsysteem 1. Omschrijf de functie van de klantenregistratiemodule. 2. Motiveer waarom alle bedrijfsonderdelen inputleveranciers zijn van deze database. 3. Het klantrelatiebeheer wordt ook Customer Relationship Management (CRM) genoemd. a. Welke mogelijkheden biedt het klantrelatiebeheer als het als CRM wordt ingezet? b. Wat is het doel van het CRM? 16.1.13 Financiële administratiemodule 1. Financiële administratiemodule a. Welke functie heeft de financiële administratiemodule? b. Welke functie heeft het datamanagementsysteem daarin? c. Noem het specifieke voordeel dat deze module levert. 2. Globale werking financiële administratie a. Wat is een debiteur en hoe ontstaat deze in de financiële administratie en wanneer verdwijnt deze weer? b. Wat is een crediteur en hoe ontstaat deze in de financiële administratie en wanneer verdwijnt deze weer? c. Hoe verlopen de boekingen van de debiteuren en crediteuren in de financiële administratie bij contante betaling en bij betaling per bank? 3. Alle financiële feiten worden daarna naar het journaal overgebracht, waarna de journaalposten worden doorgeboekt naar het grootboek. Uit dit geheel aan handelingen kunnen als laatste de nieuwe balans en resultatenrekening worden opgesteld. a. Wat is een journaal en welke functie heeft het in de financiële administratie? b. Wat is een grootboek en welke functie heeft het in de financiële administratie? c. Wat is een balans en welke functie heeft het in de financiële administratie? d. Wat is een resultatenrekening en welke functie heeft het in de financiële administratie? 16.1.14 Managementinformatiesysteem (MIS) 1. Module managementinformatyiesysteem (MIS) a. Wat is een managementinformatyiesysteem (MIS) en welke functie heeft de module managementinformatyiesysteem (MIS) o.a. binnen de WAS? b. Noem ten minste 2 informatiebronnen die het MIS voeden en geef daarvan de informatie die daaruit voortkomt. c. Geef een presentatievorm waarop het MIS getoond kan worden. Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 8

16.2 Offerte 16.2.1 Offerte: Wat het is a. Offerte a. Omschrijf de definitie van offerte. b. Als je bij het offreren over het product hebt, welke productcategorieën kunnen er dan bedoeld worden? c. Bij het aanvragen en uitbrengen van een offerte speelt marktwerking een belangrijke rol. Wat verstaan we in relatie met de offerte onder marktwerking en welke factoren spelen daarbij een rol? d. Wat is offerte shoppen? e. Hoe kun je offerte shoppen tegengaan, waardoor je niet wordt misbruikt door de klant. 16.2.2 Offerte: Opstellen 1. Een offerte moet aan bepaalde voorwaarden voldoen. Noem ten minste 7 elementen die een offerte moet bevatten. 2. Noem ten minste 3 hoofdregels voor het opstellen van een aantrekkelijke offerte. 3. Algemene voorwaarden a. Wat zijn algemene voorwaarden en welke rol spelen deze bij de offerte? b. Waarom moet de algemene voorwaarden bij de offerte worden gevoegd en niet bij de factuur? 4. Online offerte a. Omschrijf hoe de aanmaak van een online offerte verloopt. b. Omschrijf hoe de verzending en ontvangst van de online offerte verloopt. c. Omschrijf de elektronische procedure verloopt na acceptatie van de online offerte. d. Stel een online offerte op voor bijvoorbeeld een autoreparatie. 5. Noem ten minst 3 factoren die een offerte succesvol maken. Motiveer je gegeven antwoorden. 16.2.3 Offerte: Handelsgebruiken 1. In hoeverre is een offerte een koopovereenkomst? 2. In veel andere koopsituaties gaan aan het sluiten van de definitieve koopovereenkomst onderhandelingen vooraf. Noem ten minste 3 onderwerpen die tot de onderhandelingen kunnen behoren. 3. Motiveer waarom er een uiterste datum van geldigheid in de offerte staat vermeld. 4. Wat is het verschil tussen vaste en vrijblijvende offertes? 5. Betalingsvoorwaarden a. Noem de mogelijke betalingsvoorwaarden die in een offerte opgenomen kunnen zijn en Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 9

motiveer wanneer je welke betalingsvoorwaarde zult toepassen. b. Noem de mogelijke leveringscondities die in een offerte opgenomen kunnen zijn en motiveer wanneer je welke leveringsconditie zult toepassen. c. Op welke moment is er sprake van eigendomsoverdracht van het product wanneer het onder rembours wordt verzonden en er bij aflevering contant betaald moet worden aan de bezorger? d. Welk risico zit er voor de ontvanger aan de verzending onder rembours? 6. Tot de leveringsvoorwaarden behoren ook de afspraken die gemaakt zijn tussen verkoper en koper omtrent de plaats van levering en het tijdstip waarop geleverd zal worden. Noem 2 veel voorkomende leveringscondities (plaats van levering). 7. Leveringstermijn a. Noem de mogelijke leveringstermijnen die in een offerte opgenomen kunnen zijn en motiveer wanneer je welke leveringstermijnen zult toepassen. 16.2.4 Contractmanagement 1. Definieer het begrip contractmanagement. Dat mag in eigen woorden. 2. Wat is de reden om aan contractmanagement te doen? 3. Wat is een goede werkwijze voor een effectief contractmanagement? Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 10

16.3 Werkorder 16.3.1 Werkorder: Doel en effect 1. Werkorder a. Wat is een werkorder? b. Wat is het doel van de werkorder? c. Welke voordelen zijn er te behalen bij een goed gebruik van werkorders? 16.3.2 Werkorder 1. Geautomatiseerd aanmaken werkorder a. Omschrijf hoe de aanmaak van een werkorder plaatsvindt voor een klant die reeds bij ons staat geregistreerd. b. Hoe gaat dat bij een nieuw te registreren klant? c. Hoe komt de order tot stand zodat de klant voor de uitvoering de kosten van de opdracht krijgt. 2. Als er een koppeling is met de planningdatabase, welke mogelijkheden zijn er dan voor het tot stand komen van de planning, rekening houdend met de tijdsplanning en eventueel de capaciteitsplanning? 3. Welke handelingen worden er verricht op het moment dat de werkorder uitgevoerd gaat worden? 16.3.3 Werkorder: Geautomatiseerd afsluiten 1. Op het moment dat de autotechnicus uitklokt en aangeeft dat hij de werkorder heeft afgerond, vinden er diverse handelingen plaats. Noem deze handelingen en geef er een beknopte beschrijving bij. 16.3.4 Werkorder: Handmatige versie 1. Werkordersysteem a. Uit hoeveel delen bestaat een werkorder met directe facturering? b. Voor wie zijn de afzonderlijke delen bestemd? 2. Werkorderrouting a. Teken de routing van een werkordersysteem. b. Via welke medewerkers van het bedrijf gaan de delen van de werkorder (één of meer delen) volgens deze methode? c. Voor een werkplaatsmanager, die meewerkt aan het directe productieproces, is het doorgaans beter om een wat minder efficiënte verwerking van het werkorder-/factureringssysteem te hanteren. Motiveer dit. Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 11

d. Omschrijf de routing volgens deze methode. e. Via welke medewerkers van het bedrijf gaan de delen van de werkorder (één of meer delen) volgens deze methode? 3. Notaties op werkorder a. Noteer acht belangrijke gegevens die op een werkorder genoteerd moeten worden. b. Wat is in algemene zin het doel van de diverse noteringen op een werkorder? c. Waarom is het vermelden van de juiste kilometerstand op de werkorder belangrijk? d. Wat is het doel van het vermelden van de gewerkte uren van de autotechnicus op de werkorder? 16.3.5 Interne werkorder 1. Interne werkorder a. Wat is het doel van een interne werkorder? b. Wat is een gecombineerde werkorder? c. Noem ten minste 3 soorten activiteiten waarvoor een interne werkorder wordt gebruikt. Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 12

16.4 Factuur 16.4.1 Factuur: Opbouw 1. Factuurbegrippen a. Geef de definitie of een omschrijving van factuur. b. Geef de definitie of een omschrijving van creditfactuur. c. Welke synoniemen worden er voor factuur gebruikt? d. Geef de definitie of een omschrijving van gespecificeerde factuur. e. Wat is een elektronische facturen (e-factuur)? f. Wat is een pro forma factuur? g. Welke functie heeft het factuurnummer op de factuur? h. Welke functie heeft het debiteurennummer op de factuur? i. Wat is het doel van een factuurkop? j. Wat is het doel van een factuurvoet? k. Wat is een factuurregel? l. Welke functie heeft de kredietbeperking op de factuur? m. Welke functie heeft de betalingstermijn op de factuur? n. Wat is het verschil tussen het netto- en bruto factuurbedrag? o. Wat wordt er onder btw verstaan en welke btw-tarieven kunnen er op een factuur staan? 2. In het economisch verkeer zijn er geen regels hoe een factuur er uit moet zien: een factuur is een factuur. a. Motiveer waarom het wenselijk is dat klanten direct zien dat het om een factuur gaat. b. Geef een voorbeeld van een factuur waaruit direct blijkt dat het om een factuur gaat. 16.4.2 Factuur: Uitreiking 1. Factuurverplichting a. Welke eisen stelt de Belastingdienst aan de juistheid aan facturering? b. Aan welke rechtspersonen is een ondernemer volgens de Belastingdienst te factureren? c. Aan welke natuurlijke personen is een ondernemer volgens de Belastingdienst te factureren? 2. Ondernemers zijn verplicht facturen uit te reiken wanneer het o.a. gaat om afstandsverkoop en intracommunautaire levering. Wat wordt er verstaan onder: afstandsverkoop; intracommunautaire levering? 3. Facturatie kan ook d.m.v. self billing gedaan worden. Wat is self billing? 4. Factureringstermijn a. Wat is de termijn waarbinnen een factuur moet zijn uitgereikt? b. Kan er ook sprake zijn van verjaring? Dus: Het kan gebeuren dat je pas na zeer lange tijd een factuur krijgt. Ben je dan nog verplicht de rekening te betalen of is er sprake van verjaring? Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 13

5. Welke factuurregels gelden er wat betreft: a. factuurdatum; b. doorlopende prestaties; c. periodieke factuur; d. vooruitbetaling; e. verzamelfactuur? 6. Elektronisch factureren a. Aan welke extra voorwaarde moet een digitale factuur voldoen boven die van een papieren factuur? b. Welke eisen stelt de Belastingdienst aan elektronische facturen? c. Noem ten minste 2 voordelen van e-factureren t.o.v. schriftelijk factureren. 7. Geef in stappen weer om tot een factuur te komen die aan de wettelijke eisen voldoet. 16.4.3 Factuur: Wettelijke regels 1. Als een ondernemer zich niet aan de factuurregels houdt, welke invloed kan dat dan hebben op de aftrek van de voorbelasting? 2. In sommige situaties gelden aangepaste regels voor facturen, zoals bij de verleggingsregeling en margegoederen. Wat verstaan we onder: a. verleggingsregeling: b. margegoederen? 3. Noem de wettelijke gegevens waaruit de factuurkop moet bestaan. 4. Wat wordt er bij de factuurkop verstaan onder: a. naw-gegevens; b. btw-identificatienummer; c. KvK-nummer; d. factuurnummer? 5. Factuurmidden a. Waaruit bestaat het factuurmidden? b. Welke wettelijke verplichtingen gelden er t.a.v. het factuurmidden? c. Licht toe wat er binnen dit kader wordt verstaan onder vergoeding en eenheidsprijs. 6. Factuurvoet a. Noem ten minste 4 zaken die op een factuurvoet staan. b. Licht de volgende uitdrukkingen toe: munteenheid; btw-vrijstelling; margeregeling. c. Welke waarde heeft het afdrukken van de algemene voorwaarden op de factuur? 16.4.4 Factuur: Specifieke vermeldingen 1. Bij bepaalde transacties moet je specifieke vermeldingen op facturen opnemen. Noem ten minste 2 van dergelijke transacties inclusief de verplichte vermelding. Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 14

2. Noem de geldende btw-tarieven en omschrijf voor welke goederen en diensten deze in rekening moeten worden gebracht. 3. Btw-aangifte a. Welke regels zijn ter t.a.v. de aangifte van de btw? b. Welke indelingen zijn t.a.v. het btw-aangiftetijdvak en wanneer geldt welk tijdvak? c. Welke regels zijn er t.a.v. van het administreren van de btw? 4. Btw-afdracht Een ondernemer heeft gedurende het btw-aangiftetijdvak een bruto omzet gehad van 60.500,. Hij hanteerde het 21% btw-tarief. Aan voorbelasting betaalde hij in het aangiftetijdvak 5.500,. Bereken de omzetbelasting die hij over het aangiftetijdvak aan de Belastingdienst moet afdragen of terug ontvangt. 5. Btw-afdracht Een ondernemer heeft gedurende het btw-aangiftetijdvak een netto omzet gehad van 40.000,. Hij hanteerde het 21% btw-tarief. Aan voorbelasting betaalde hij in het aangiftetijdvak 10.400,. Bereken de omzetbelasting die hij over het aangiftetijdvak aan de Belastingdienst moet afdragen of terug ontvangt. 6. Margeregeling a. Welke regels zijn er t.a.v. het factureren van margegoederen? b. Omschrijf wat er onder margegoederen wordt verstaan. c. Hoe moet de btw op margegoed worden berekend? d. En als je verlies lijdt, hoe wordt dan de btw op margegoed berekend en verrekend met de Belastingdienst? 7. Een ondernemer heeft een margeauto verkocht voor 12.000,. Deze margeauto heeft hij ingekocht voor 10.000,. a. Wat is de brutomarge die de ondernemer over deze transactie heeft gemaakt? b. Hoeveel btw moet hij hiervan afdragen aan de Belastingdienst? c. Bereken de nettomarge die de ondernemer over deze transactie heeft gemaakt. d. Bereken de brutowinstmarge van deze transactie over de inkoopprijs. e. Bereken de nettowinstmarge van deze transactie over de inkoopprijs. f. Hetzelfde als d. en e. maar dan uitgedrukt in de verkoopprijs. 8. Berekening winstmarge a. Een ondernemer berekent zijn winstmarge t.o.v. de verkoopprijs. Stel dat hij hierop een winstmarge heeft van 30% en hij geeft 25% korting, hoeveel bedraagt dan nog zijn winstmarge? b. Een ondernemer berekent zijn winstmarge t.o.v. de inkoopprijs. Deze bedraagt op een transactie 30%. Hij geeft 25% korting op basis van de verkoopprijs. Als hij een inkoop van 1.000, doet, wat is dan zijn winst of verlies? 16.4.5 Vereenvoudigde factuur 1. Vereenvoudigde figuur a. Wat is een vereenvoudigde factuur? b. In welke situaties mag je een vereenvoudigde factuur uitreiken? c. In welke situaties mag je geen vereenvoudigde factuur uitreiken? d. Welke gegevens moet een vereenvoudigde factuur bevatten? Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 15

16.4.6 Verzamelfactuur 1. Verzamelfactuur a. Wat is een verzamelfactuur? b. Geef een voorbeeld van wanneer je een verzamelfactuur zou uitreiken. c. Geef de voorwaarden voor de opmaak van een verzamelfactuur. 16.4.7 Creditfactuur 1. Creditfactuur a. Wat is een creditfactuur? b. Aan welke voorwaarden dient een creditfactuur te voldoen? c. Wanneer zou je een creditfactuur aanmaken? d. Waarom zou je een creditfactuur maken? e. Hoe maak je een creditfactuur? 2. Maak een voorbeeld van een creditfactuur voor een bedrag van 200, exclusief 21% btw. 16.4.8 Kredietbeperking 1. Kredietbeperking a. Wat is kredietbeperking? b. Waarom past een ondernemer wel kredietbeperking toe? c. Op welke manier kan de afnemer hiermee omgaan? d. Welk nadeel kleeft er aan het voeren van kredietbeperking? e. Wat is het verschil tussen kredietbeperking en betalingskorting? 2. Op een factuur van een leverancier staat een kredietbeperking. Als de klant binnen 20 dagen betaalt, mag hij dit bedrag van de factuur aftrekken. En dan? Hoe boek je deze factuur? Moet je opnieuw de btw uitrekenen? Of mag je het volledige bedrag aftrekken? Wie weet antwoord op deze vraag? 3. Van een factuur met een bruto factuurbedrag van 121, krijgt de afnemer 2% korting bij betaling binnen 14 dagen. Als de afnemer hiervan gebruik maakt, bereken dan: a. het door de afnemer te betalen bedrag; b. de btw die de ondernemer hierover moet afdragen aan de Belastingdienst en hoeveel btw hij van de afnemer ontvangt. 16.4.9 Factuur: Bewaartermijn 1. Voor (elektronische) facturen geldt een bewaartermijn. Welke regeling(en) geldt(gelden) hiervoor? Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 16

16.4.10 Betaalmogelijkheden 1. Sinds 2014 zijn betalingen alleen nog mogelijk met het langere IBAN nummer en gebruikt iedereen de Europese SEPA standaarden voor betaalmiddelen als overschrijvingen en incasso s. Wanneer je de factuur naar een buitenlandse afnemer stuurt, vermeld je behalve het IBAN nummer ook de BIC code (SWIFT code). Omschrijf wat het IBAN nummer, de SEPA standaarden, de BIC code en de SWIFT code betekenen en welke functie deze hebben. 2. De betalingstermijn wordt meestal onder aan de factuur gezet. Ook in de algemene voorwaarden is meestal de betalingstermijn opgenomen. a. Motiveer het belang van het opnemen van de betalingstermijn. b. Welke wettelijke regel bestaat er t.a.v. de betaaltermijn? 3. Betalingsherinnering en aanmaning a. Wat kun je doen als jouw klant niet (op tijd) betaalt? Geef een respectvolle methode. b. Wat wordt er onder incassokosten verstaan? c. Geef een voorbeeld van een betalingsherinnering, een eerste aanmaning en een tweede aanmaning gericht aan klant X waarvan nog een rekening open staat ten bedrage van 1.000,- euro. 4. Dubieuze debiteuren a. Geef ten minste 2 maatregelen waarmee dubieuze debiteuren kunt voorkomen of in ieder geval tot een minimum kunt beperken. b. Probeer als niet-betalende klant (dus als debiteur) ten minste 3 smoezen te verzinnen om onder de betaling uit te komen. Speel daarna de rol van de eisende partij (dus de crediteur) en probeer de door jou gegeven smoezen te pareren (te weerleggen). c. Geef ten minste 2 algemene tips om de door je genoemde smoezen te pareren. Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 17

16.5 Prijsvaststelling 16.5.1 Prijsvaststelling van goederen 1. De kostprijs van goederen wordt bepaald door de directe en indirecte kosten. a. Definieer het begrip kostprijs (dat mag met eigen woorden). b. Definieer het begrip directe kosten (dat mag met eigen woorden) en geef aan waaruit deze bestaan. c. Definieer het begrip indirecte kosten (dat mag met eigen woorden) en geef aan waaruit deze bestaan. 2. Om tot de verkoopprijs te komen, moet de kostprijs met een bepaald percentage winst verhoogd worden. Dat kan met een netto winstopslag of een bruto winstopslag. Wat is het verschil tussen beide? 3. Maak een overzicht van de factoren waarmee een ondernemer rekening moet houden voor de berekening van de inkoopprijs exclusief btw van een artikel tot en met de bruto verkoopprijs van dat artikel. 4. Verkoopprijs a. Hoe wordt de bruto verkoopprijs ook wel genoemd? b. Wat is het verschil tussen netto verkoopprijs en bruto verkoopprijs? 5. Rekenopgave bruto verkoopprijs Gegeven Een magazijnfunctionaris koopt voor 3.900, (exclusief btw) aan accessoires. De vrachtkosten bedragen 100, (exclusief btw). Om de totale inkoop-, opslag- en verkoopkosten te dekken, is het opslagpercentage voor de indirecte kosten vastgesteld op 25%. Het opslagpercentage voor de winst is vastgesteld op 20%. De btw bedraagt 21%. Gevraagd a. Bereken de bruto verkoopprijs 16.5.2 Verkoopadviesprijs 1. Prijsbinding a. Wat wordt er onder prijsbinding verstaan? b. Wat is de reden dat fabrikanten en groothandels aan (verticale) prijsbinding willen doen? c. Welke rol speelt de prijsbinding bij de verkoopadviesprijs? 16.5.3 Door de leverancier verleende kortingen 1. Leveranciers kunnen hun detaillisten diverse soorten kortingen leveren. a. Wat is kwantumkorting voor een soort korting? Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 18

b. Wat verstaat men onder `rabat`? c. Wat is de feitelijke reden dat een toeleverancier rabat verleent? d. Wat verstaat men onder `korting voor contant`? e. Waarom moet in verband met korting voor contant op een factuur de datum en de krediettermijn vermeld staan? f. Korting voor contant wordt berekend nadat het rabat op de verkoopprijs in mindering gebracht is. Maar maakt het eigenlijk uit of de korting voor contant over de netto verkoopprijs of bruto verkoopprijs berekend wordt? Motiveer dit. 2. Rekenopgave rabat en korting voor contant Gegeven De logistiek manager van een autobedrijf koopt van een grossier 10 sets (á 4 stuks) aluminium velgen in met een netto verkoopprijs van 400, per set. Het rabat bedraagt 30%. Bij betaling binnen 8 dagen geeft de grossier 2% voor contant. De btw bedraagt 21%. Gevraagd a. Bereken de inkoopprijs. b. Bereken het factuurbedrag. c. Bereken de korting voor contante betaling. d. Bereken het te betalen bedrag als contant betaald wordt. 3. Wat zal de overweging van de detaillist zijn om voor korting voor contant te kiezen of voor het gegeven krediettermijn. 4. Rekenopgave korting voor contant of krediettermijn Gegeven: krediettermijn 2 maanden; termijn voor korting contant 2 weken (0,5 maand); korting contant 2%; de bankrente bedraagt 10%. Gevraagd a. Hoeveel procent is het voor- of nadeliger als we van korting contant gebruik maken? 5. Opdracht Aan de ondernemer van een garagebedrijf is gevraagd een offerte te maken voor het monteren van 15 trekhaken. De ondernemer moet een berekening maken van de kostprijs en de bruto verkoopprijs. De inkoopprijs van een trekhaak is 240, per stuk exclusief btw. Bij een aantal van boven de 10 is het kortingspercentage 45% voor alle in te kopen trekhaken. Er wordt per trekhaak een complete kabelset gebruikt van 20, netto exclusief btw. Per trekhaak is 1,5 uur nodig voor montage. Het uurtarief 54, exclusief btw. De indirecte kosten bedragen 10% van de directe kosten. De ondernemer wil tevens 25% winst maken op de kostprijs. Gevraagd a. Bereken de kostprijs per stuk. b. Bereken de bruto verkoopprijs per stuk bij een btw-percentage van 21%. Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 19

6. Opdracht De ondernemer van een automaterialenzaak koopt bij een fabrikant 40 autoradio's. De netto verkoopprijs per autoradio is 245,, waarop 40% rabat verleend wordt. Om concurrerend te zijn, wordt de klant 30% korting op een autoradio verleend. De btw bedraagt 21%. Gevraagd a. Bepaal het factuurbedrag voor de ondernemer van de automaterialenzaak. b. Bepaal de verkoopprijs per radio voor de consument. c. Hoe groot is de brutowinst per radio? 16.5.4 Prijsvaststelling van diensten 1. De verkoopprijs in productie-afdelingen a. Welk verschil in verkoopprijsberekening bestaat er tussen een handelsafdeling en een productie-afdeling? b. Geef de opbouw van de verkoopprijs van het werkplaatsuurtarief en omschrijf de invloed van de aspecten hierop. c. Omschrijf welke relatie er bestaat tussen de verkoopprijs en de marktprijs. 2. Opdracht Een garagebedrijf heeft in de werkplaats 6 monteurs. Er wordt gemiddeld 36 uur per week productief gewerkt, tegen een bruto uurloon van 18,. Het werkgeversaandeel sociale verzekeringen bedraagt 25% over het bruto uurlonen van de monteurs. Iedere monteur heeft per jaar 5 weken verlof. Voor feestdagen, bijscholing en verzuim wordt per monteur 2 weken verlies gerekend. Het gewaardeerd loon is gesteld op 60.000,. De directe kosten worden op 80.000, geschat. De winstopslag bedraagt 25% en de btw 21%. a. Bereken het uurtarief voor de klant. 3. Opdracht Een garagehouder ontvangt van de leverancier een factuur voor 8 car audio systems. De netto verkoopprijs bedraagt 1.000,. Het rabat is 35%. De btw bedraagt 21%. De korting voor contante betaling is 2%. a. Stel de factuur samen, die de garagehouder ontvangt, bij contante betaling. 4. Welke twee mogelijkheden zijn er om de hoogte van de verkoopprijs vast te stellen? Uitgeverij Streutker Operationeel Management, Module 16 Management & Autowerkplaats 20