RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN DE GOEDE PROCESORDE



Vergelijkbare documenten
Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba

Bundel procesrecht. Verzameld door Mr. F.C.P. Teeuw Bewerkt door Mr. M.G. Hofman H U U R G E S C H I L. N L

BINDEND ADVIES PROEFSCHRIFT

actualiteiten hoger beroep

Hoger beroep, verdieping.

Uitgebreide inhoudsopgave

Gerechtelijk Privaatrecht

2 Omschrijving van enkele begrippen

De grenzen van de rechtsstrijd in het bestuursrechtelijk beroep en hoger beroep in rechtsvergelijkend perspectief

Vrijwaring & Interventie

DEEL III. Het bestuursprocesrecht

INHOUD. Voorwoord... v Verkorte inhoudsopgave... vii Lijst van verkort geciteerde werken... xv DE CORRECTIONELE TERECHTZITTING

Artikel 3:40 Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt.

HET DESKUNDIGENADVIES IN DE CIVIELE PROCEDURE. mr. drs. G. de Groot

A26a Overheidsprivaatrecht

Nederlands burgerlijk procesrecht. prof. mr. HJ. Snijders mr. M. Ynzonides mr. GJ. Meijer

Tussen waarheid en onzekerheid: over het vaststellen van feiten in de civiele procedure

ECLI:NL:GHSHE:2017:3619

Examenprogramma Burgerlijk Procesrecht 1

EVALUATIE VAN HET HERZIENE FISCALE PROCESRECHT. Erasmus Universiteit Rotterdam Oktober 2004 Dr E.B. Pechler; prof. dr M.W.C.

Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips. 18 december 2015 Dirk Vergunst

jurisprudentie burgerlijk procesrecht tegenstrijdige uitspraken

ASSER-SERIE PROCESRECHT CASSATIE IN BURGERLIJKE ZAKEN MR. D.J. VEEGENS MR. E. KORTHALS ALTES MR. H.A. GROEN KLUWER DEVENTER 2005

DE GEWONE RECHTER EN DE BESTUURSRECHTSPRAAK. mr. J.A.M. van Angeren. Tweede druk

Rechtsbescherming en bestuurlijke voorprocedure

VERKORTE INHOUDSOPGAVE

Stand van zaken wetgeving. Uitgangspunten KEI wetgeving. Wat is nodig? 4 wetten en 1 AMvB: Modernisering van de rechtspraak

3 Onrechtmatige overheidsdaad

DEEL 7. DE STRAFRECHTELIJKE SANCTIES 335

2. Soorten en verband

Ongelijkheidscompensatie bij stelplicht en bewijslast in het civiele arbeidsrecht en het ambtenarenrecht

Hof van Cassatie van België

Arresten en documenten Gerechtelijk recht

INHOUD. Hoofdstuk 1 Toepassingsgebied van het Gerechtelijk Wetboek 3

Dagvaarding en dagvaarden: wat is het en hoe gaat in zijn werk?

ECLI:NL:GHSHE:2016:2505

De Toekomst van het Nederlands burgerlijk procesrecht

10 OKTOBER GERECHTELIJK WETBOEK

Een nieuwe balans. Interimrapport Fundamentele herbezinning Nederlands burgerlijk procesrecht

De adviescommissie in bezwaar

Eerste afdeeling. Van de Vorderingszaken aan hooger beroep onderworpen

ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht

PARLEMENTAIRE GESCHIEDENIS

Hof van Cassatie van België

Verzet, verstek en hoger beroep na Potpourri V

Brummen en de omvang van de devolutieve werking in het bestuursrechtelijk appel

Hoofdstukken strafprocesrecht. mr. LE.M. Hendriks mr. J.H. Klifman prof. mr. G.P.M.F. Mols prof.mr. Th.A. de Roos mr. J.

Procedures en procesvoering voor het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg van de EG

DE TRUST. Beschouwingen over invoering van de trust in het Nederlandse recht EEN WETENSCHAPPELIJKE PROEVE OP HET GEBIED VAN DE RECHTSGELEERDHEID

Burgerlijk procesrecht praktisch belicht

Hieronder volgt dus de beknopte verklaring van enkele termen die in de arresten van het Hof worden gebruikt.

Bewijsrechtelijke verhoudingen in het verzekeringsrecht. Evidence in Insurance contract law

SECOND OPINION REGLEMENT. Herbeoordeling op basis van de stukken in de eerste aanleg. april 2013

Onrechtmatige overheidsdaad

Rechtsbescherming en bestuurlijke voorprocedure

Civiele Procespraktijk

Publicatie JBPR 2012 afl. 1 Publicatiedatum 07 maart 2012 College. Gerechtshof Leeuwarden Uitspraakdatum 06 september 2011

6 De taak van de rechter in het burgerlijk geding

The Impact of the ECHR on Private International Law: An Analysis of Strasbourg and Selected National Case Law L.R. Kiestra

IMPASSEZAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN BINNEN HET ENQUÊTERECHT. Mr. F. Veenstra

Hof van Cassatie van België

Rolnummer Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T

ECLI:NL:RBGEL:2017:1643

Hoofdstuk 1 Beginselen van en ontwikkelingen in het Nederlands burgerlijk procesrecht A.W. Jongbloed

Doeltreffend verweren in de bezwaar- en beroepsfase. Mr. R. Snel

Transcriptie:

RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN DE GOEDE PROCESORDE Een onderzoek naar de betekenis van de goede procesorde als normatief begrip in het burgerlijk procesrecht PROEFSCHRIFT ter verkrijging van het doctoraat in de Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen op gezag van de Rector Magnificus, dr. F. Zwarts, in het openbaar te verdedigen op donderdag 7 december 2006 om 14.45 uur door Vincent Cord Adriaan Lindijer geboren op 19 september 1976 te Benthuizen

INHOUDSOPGAVE Voorwoord 7 Lijst van afkortingen 19 Iijst van aangehaalde literatuur 23 1 lnleiding 47 1.1 Introductie: orde, procesrecht en een goede procesorde 47 1.2 Haarlemmerolie ofstoplap: opvattingen in de rechtsliteratuur over de goede procesorde als normatief begrip 52 1.3 Belang van een onderzoek naar de eisen van een goede procesorde 57 1.4 Doel van het onderzoek 59 1.5 Méthode van onderzoek en beperkingen binnen het onderzoek 59 Î.6 Opzet van het onderzoek en plan van behandeling 63 1.7 Slotopmerkingen 64 2 Verwijzingen naar een goede procesorde in de regelgeving11 65 2.1 Algemene inleiding 65 2.2 Verwijzingen naar een goede procesorde 65 2.2.1 Inleiding 65 2.2.2 Art. 130 Rv. Verandering of vermeerdering van eis of verzoek 66 2.2.3 Art. 2.12.2 Eerste Ontwerp. Royement (verval van instantie) 69 2.2.4 Art. 1.3 en 1.6 LRR 72 2.2.5 Art. 1.2 LRK 75 2.3 Verwijzingen naar een goede procesorde ofbehoorlijke rechtspleging 76 2.3.1 Inleiding 76 2.3.2 Art. 27 Rv. Openbaarheid van de terechtzitting 77 2.3.3 Art. 191 Rv. Procesafspraken na voorlopig getuigenverhoor 79 2.3.4 Conflictenrechtelijke wetgeving. lnachtneming beginselen behoorlijke rechtspleging als voorwaarde voor erkenning van een buitenlandse beslissing 80 2.4 Enige algemene opmerkingen over verwijzingen in de regelgeving \\ 81 2.4.1 Inleiding 81 2.4.2 Terminologie 81

2.4.3 Aard van de verwijzingen: aanvullende voorwaarde, gedragsnorm en open norm [ 82 2.4.4 Achterliggende eisen en belangen 85 2.4.4.1 Inleiding 85 2.4.4.2 Voorkomen van een onredelijke vertraging van het geding 85 2.4.4.3 Voorkomen onredelijke bemoeilijking van de procesvoering en het beginsel van hooren wederhoor 86 2.4.4.4 Een doelmatig verloop van de procédure 86 2.4.5 Functies van verwijzingen in de regelgeving 87 3 Toegang tôt de burgerlijke rechter11 95 3.1 Algemene inleiding 95 3.2 Verdragsrechtelijk en wettelijk kader van de toegang tôt burgerlijke rechter 95 3.2.1 Art. 6 EVRM 95 3.2.2 De externe toegankelijkheid in de wettelijke regeling van het burgerlijk procesrecht 97 3.2.3 De interne toegankelijkheid in de wettelijke regeling van het burgerlijk procesrecht 98 3.3 Crenzen aan het recht om een rechtsvordering in te stellen op grond van de eisen van een goede procesorde 99 3.3.1 Voldoendebelang 99 3.3.1.1 Inleiding 99 3.3.1.2 Voldoende belang bij een zuiver declaratoire vordering 101 3.3.2 Een eerder gegeven beslissing van een Nederlandse rechter 105 3.3.2.1 Inleiding 105 3.3.2.2 Afwijzing van herkansingsvorderingen in kort geding 106 3.3.2.3 Goede procesorde, gezag van gewijsde en de rechtskracht van een uitspraak vanwege het gesloten stelsel van rechtsmiddelen 109 3.3.2.4 Ne bis in idem als beginsel 116 3.3.2.5 Geen doorbraak van de subjectieve begrenzing van het gezag van gewijsde op grond van een goede procesorde 118 3.3.2.6 Geen verkapte ambtshalve toepassing van het gezag van gewijsde op grond van een goede procesorde 121 3.3.3 Samenvatting 124 3.4 Complicaties bij de inleiding van een procédure \\ 126 3.4.1 Inleiding 126 3.4.2 Het aanbrengen van een zaak in procédures die met een dagvaarding moeten worden ingeleid 127 3.4.2.1 Schets van de wettelijke regeling 127 3.4.2.2 Herstel van een gebrek in een herstelexploot 129 3.4.2.3 Verzuimen bij inschrijving ter rolle 133 3.4.2 A Herstel van verzuimen bij inschrijving ter rolle 133 3.4.2.5 Stilzwijgende toestemming in het later aanbrengen van de zaak 139 3.4.2.6 Verzuim om de complète dagvaarding ter inschrijving over te leggen 145 3.4.3 Verstek van eiser 148 3.4.3.1 Wettelijke regeling 148 10

3.4.3.2 Herstel van het verzuim van eiser om ter terechtzitting te verschijnen 150 3.4.4 Formaliteiten bij de aanvang van een verzoekschriftprocedure 155 3.4.4.1 Inleiding 155 3.4.4.2 Indiening verzoekschrift per fax 156 3.4.4.3 Verwijzing naar de bevoegde rechter bij onbevoegdheid van de aangezochte rechter 159 3.4.5 De oproeping van belanghebbenden in een verzoekschriftprocedure 162 3.4.5.1 Inleiding 162 3.4.5.2 Oproeping van belanghebbenden en eisen van een behoorlijke rechtspleging 163 3.4.6 Samenvatting 165 3.5 Slot: toegang tôt de rechter en eisen van een goede procesorde of rechtspleging 166 4 Stellen en bewijzen 11169 4.1 Algemene inleiding 169 4.2 Verdragsrechtelijk en wettelijk kader van het stellen en bewijzen 170 4.2.1 Art.6EVRM 170 4.2.2 Wettelijk kader 171 4.3 Eisen van een goede procesorde of rechtspleging en stellingname doorpartijen 173 4.3.1 Duidelijkheid van stellingen 173 4.3.1.1 Inleiding 173 4.3.1.2 Aanvullende gelegenheid tôt opheldering inleidende stellingen 173 4.3.1.3 Beroep op feiten en omstandigheden vermeld in een overgelegd dossier van een andere procédure 175 4.3.2 Mededelingsplichten voor partijen 176 4.3.2.1 Inleiding 176 4.3.2.2 Een op de goede procesorde gebaseerde mededelingsplicht 176 4.3.3 Verandering of vermeerdering van eis of verzoek 177 4.3.3.1 Inleiding 177 4.3.3.2 Eisen van een goede procesorde en verandering of vermeerdering van eis of verzoek 178 4.3.4 Beperkingen aan de mogelijkheid om bepaalde stellingen te betrekken 182 4.3.4.1 Inleiding 182 4.3.4.2 Invloed proceshouding in verwante zaak voor de mogelijkheid om bepaalde stellingen te betrekken 182 4.3.5 De last om tijdig stelling te nemen 184 4.3.5.1 Inleiding 184 4.3.5.2 De uiterste gelegenheid om stellingen aan te voeren 185 4.3.5.3 Nieuwe feitelijke stellingen in een laat stadium van de procédure 186 4.3.6 Stellen in hoger beroep 196 4.3.6.1 Inleiding 196 4.3.6.2 Verzuim appellant om van grieven te dienen in dagvaardingsprocedure 200 11

4.3.6.3 Mogelijkheid tôt aanvulling van een beroepschrift dat nog geen of nog niet aile gronden voor beroep behelst 202 4.3.6.4 Grenzen aan de mogelijkheid om grieven aan te voeren 203 4.3.6.5 Uitzonderingen in alimentatiezaken 206 4.3.6.6 De verplichting om stukken in het geding te brengen als onderdeel van de stellast in hoger beroep 209 4.3.6.7 Geen fuik tussen eerste aanleg en hoger beroep 211 4.3.6.8 Verwerking van het recht om in hoger beroep een nieuwe stelling op te werpen 214 4.3.6.9 Verandering of vermeerdering van eis of verzoek in hoger beroep 217 4.3.6.10 Laat in de procédure aangevoerde stellingen die geen nieuwe grieven inhouden 221 4.3.6.11 Tardief verweer tegen exceptie van niet-ontvankelijkheid 222 4.3.7 Stellen in cassatie 222 4.3.7.1 Inleiding 222 4.3.7.2 Mogelijkheden tôt aanvulling van de gronden opgenomen in het verzoekschrift 224 4.3.7.3 Tardief verweer tegen exceptie van niet-ontvankelijkheid in cassatie 225 4.3.7.4 Nieuwe stelling die betrekking heeft op een kwestie van openbare orde 227 4.3.7.5 Partijreacties op de conclusie van de Procureur-Generaal 227 4.3.8 Stellen in de procédure na verwijzing in cassatie 230 4.3.8.1 Inleiding 230 4.3.8.2 Beroep na verwijzing op strijdigheid met de goede procesorde van een proceshandeling verricht vôor de procédure in cassatie 230 4.3.9 Samenvatting 232 4.4 Eisen van een goede procesorde of rechtspleging en bewijslevering doorpartijen 234 4.4.1 Bewijs door stukken en overige bescheiden 234 4.4.1.1 Inleiding 234 4.4.1.2 Een op de goede procesorde gegronde plicht om stukken in het geding te brengen 238 4.4.1.3 Wegwijsplicht van partijen bij omvangrijke hoeveelheid bewijsmateriaal 240 4.4.1.4 Door enkel tijdsverloop geen verlies van het recht om zich op bewijsmateriaal te kunnen beroepen 242 4.4.1.5 Uitsluiting van stukken 243 4.4.1.6 De uiterste gelegenheid om bewijsmateriaal aan te voeren 243 4.4.1.7 Uitsluiting van stukken en art. 85 Rv 245 4.4.1.8 Nieuwe stukken in cassatie ] 251 4.4.1.9 Vertrouwelijke stukken 252 4.4.2 Bewijs door getuigen 255 4.4.2.1 Inleiding 255 4.4.2.2 Eisen waaraan het bewijsaanbod moet voldoen 258 4.4.2.3 Heropening getuigenverhoor in zelfde instantie 261 4.4.2.4 Getuigenbewijs na verwijzing in cassatie 263 4.4.2.5 De rechter als getuige 264 12

4.4.3 Bewijs door deskundigen 266 4.4.3.1 Inleiding 266 4.4.3.2 Eisen gesteld aan het deskundigenonderzoek 266 4.4.4 Voorlopige bewijsverrichtingen 270 4.4.4.1 Inleiding 270 4.4.4.2 Afwijzing verzoek om voorlopige bewijsverrichting op grond van de eisen van een goede procesorde 271 4.4.5 Samenvatting 277 4.5 Slot: stellen en bewijzen en de eisen van een goede procesorde 279 5 Afronding van de procédure 283 5.1 Afgemene inleiding \\ 283 5.2 Recht oppleidooi 283 5.2.1 Verdragsrechtelijk en wettelijk kader 283 5.2.2 Beperking van het recht op pleidooi met een beroep op de goede procesorde 287 5.2.3 Recht op pleidooi na verwijzing in cassatie 291 5.2.4 Recht op pleidooi na beantwoording prejudiciële vragen 292 5.2.5 Samenvatting 292 5.3 De beslissing van de rechter 293 5.3.1 Inleiding en verdragsrechtelijk en wettelijk kader 293 5.3.2 Beslissing door dezelfde rechter als de rechter ten overstaan van wie terechtzitting heeft plaatsgevonden 295 5.3.3 Aanhouding uitspraak ten einde tegenstrijdige beslissingen te voorkomen 299 5.3.4 De gebondenheid van de rechter aan een rolreglement 301 5.3.5 Gebondenheid aan eerder gegeven eindbeslissingen 304 5.3.6 Ontoelaatbare verrassingen 307 5.3.6.1 Inleiding 307 5.3.6.2 Oneigenlijke verrassingsbeslissing in strijd met een goede procesorde 308 5.3.6.3 Verrassingsbeslissingen in strijd met een goede procesorde 310 5.3.6.4 Ontoelaatbare verrassing doordat de beslissing is gebaseerd op als vaststaand beschouwde, want onbetwist gebleven stellingen in een laatste processtuk 315 5.3.6.5 Ontoelaatbare verrassing doordat de rechter essentiële stellingen onbesproken laat 317 5.3.6.6 Ontoelaatbare verrassingen in Wet Bopz-zaken 317 5.3.6.7 Geen ontoelaatbare verrassingen 319 5.3.6.8 Betekenis van de goede procesorde als grond voor de ontoelaatbaarheid van verrassingsbeslissingen 325 5.3.7 De eis van hoor en wederhoor 329 5.3.7.1 Inleiding 329 5.3.7.2 De rechter dient te waarborgen dat partijen voldoende gelegenheid tôt hoor en wederhoor krijgen 330 5.3.7.3 Gevolgen van niet-verschijnen ter comparitie 335 5.3.8 Motivering van de uitspraak 335 5.3.8.1 Inleiding, verdragsrechtelijk en wettelijk kader 335 13

5.3.8.2 Het motiveringsvereiste als grondbeginsel van een behoorlijke rechtspleging 338 5.3.8.3 Inhoud en omvang van de motiveringsplicht 340 5.3.8.4 Motiveringseisen in hoger beroep 345 5.3.9 Samenvatting 347 5.4 Herstel van kennelijke fouten in de uitspraak 349 5.4.1 Inleiding 349 5.4.2 Verbetering van kennelijke fouten in de uitspraak vôôr de inwerkingtreding van art. 31 Rv 350 5.4.3 Samenvatting 353 5.5 Tenuitvoerlegging van uitspraken 353 5.5.1 Inleiding 353 5.5.2 Tenuitvoerlegging vonnis tegen derden 353 5.5.3 Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen 357 5.5.4 Samenvatting 364 5.5 Slot: de eisen van een goede procesorde en het recht op pleidooi, de beslissing van de rechter en de tenuitvoeriegging van (buitenlandsej uitspraken 365 6 Rechtsmiddelen 367 6.1 Inleiding 367 6.2 Verdragsrechtelijk en wettelijk kader \\ 367 6.3 Doorbraak van wettelijke rechtsmiddeluitsluitingen en -beperkingen 370 6.3.1 De 'doorbraakregel' 370 6.3.2 Schending van fundamentele beginselen van een behoorlijke rechtspleging als grond voor een doorbraak van rechtsmiddeluitsluitingen 373 6.3.3 Asymmetrische rechtsmiddeluitsluitingen en de eisen van een goede procesorde 378 6.3.4 Doorbraak van de subjectieve beperking van het cassatieberoep tegen beschikkingen 380 6.3.5 Samenvatting 382 6.4 Tussentijds beroep tegen tussenuitspraken 383 6.4.1 Inleiding 383 6.4.2 Verzoek om tussentijds beroep open te stellen 385 6.4.3 Verbod van herhaling van beroep 386 6.4.4 Samenvatting 389 6.5 Verlenging van de beroepstermijn 389 6.6 Voorwaardelijk hoger beroep \ 393 6.7 Vereniging van afzonderlijkegedingen in beroep 394 6.7.1 Hoofdregel: geen eigenmachtige vereniging van afzonderlijke gedingen 394 6.7.2 Uitzonderingen op de hoofdregel 397 6.7.3 Grondslag voor uitzonderingen op de hoofdregel: materiële of processuele verbondenheid 398 6.7.4 Samenvatting 402 6.8 Hoger beroep in gevallen waarin in eerste aanleg een eis in reconventie is ingesteld 402 14

6.9 Complicaties bij een incidenteel hoger beroep ofincidenteel cassatieberoep 407 6.9.1 Inleiding 407 6.9.2 Problemen in verband met de samenhang tussen principaal en incidenteel beroep 408 6.9.3 Geen last om zo mogelijk tussentijds incidenteel beroep in te stellen 414 6.9.4 Incidenteel beroep ingesteld ter gelegenheid van een zuivering van verstek in cassatie 415 6.9.5 Samenvatting 416 6.10 Vordering tôt ongedaanmaking van een prestatie die is verricht ingevolge het bestreden vonnis 417 6.11 Herroeping wegens valsheid van de stukken waarop het vonnis berust 418 6.12 Slot: rechtsmiddelen en de eisen van een goede procesorde 419 7 Terminologie en aard11 421 7.1 Inleiding 421 7.2 Terminologie 422 7.3 Aard van de verwijzingen 426 7.3.1 Inleiding 426 7.3.2 Beginselen, regels en eisen 427 7.3.3 De eis van een goede procesorde is zelf geen beginsel 431 7.3.4 Normen van ongeschreven procesrecht 431 7.3.5 De eisen van een goede procesorde als open norm 435 7.3.6 lus in causa en algemene regels 436 7.3.7 Goede procesorde in enge en ruime zin 439 7.3.8 Publiek- en privaatrechtelijke aspecten van de eisen van een goede procesorde 440 7.3.9 Mogelijkheden tôt ambtshalve toetsing aan de eisen van een goede procesorde 441 7.3.10 Beroep op de goede procesorde in cassatie. Eisen van de goede procesorde als substantiële vormvoorschriften 448 7.3.11 Toetsing in cassatie van oordelen gegrond op de goede procesorde 452 7.4 Rechtsgevolgen van de toepassing van de eisen van een goede procesorde \\ 457 7.4.1 Onderscheid naar aanvullende, interpretatieve of beperkende werking en preventieve of redresserende functie 457 7.4.2 Preventieve functie. Verplichtingen die voor partijen uit de eisen van een goede procesorde voortvloeien, zijn te kwalificeren als lasten 458 7.4.3 Redresserende functie: vernietiging en schadevergoeding 460 7.5 Samenvatting 462 8 De inhoud van de goede procesorde aïs normatief begrip 11467 8.1 Inleiding 467 8.2 Achterliggende argumenten en belangen 467 8.2.1 Inleiding 467 8.2.2 Het belang van een toegankelijke procédure 470 8.2.3 Het belang van hoor en wederhoor 471 15

8.2.4 Het belang van de autonomie van partijen ten aanzien van de omvang van het geschil 473 8.2.5 Het belang van een doelmatige en voortvarende rechtspleging 474 8.2.6 Het belang van gelijke kansen 477 8.2.7 Het belang van een praktische, van nodeloze complicaties gespeende rechtspleging 477 8.2.8 Het belang van een toereikende verantwoording van de rechterlijke beslissing 479 8.2.9 Het belang van de waarheidsvinding in rechte 479 8.2.10 Het belang van de mogelijkheid om verzuimen begaan in eerste aanleg in hoger beroep te herstellen 480 8.2.11 Het belang van rechtszekerheid 11480 8.3 Factoren die bepalend zijn voor hetgeen de goede procesorde eist 11481 8.3.1 Een kader ter vaststelling van de inhoud van een goede procesorde in het concrète geval 481 8.3.2 Rechtsbeginselen en rechtsovertuigingen die betrekking kunnen hebben op een goede procesorde 486 8.3.2.1 Beginselen van Nederlands burgerlijk procesrecht 486 8.3.2.2 Processuele rechtsovertuigingen blijkend uit de wetsgeschiedenis, topica van procesrecht, rechtspraak en gedragsregels voor advocaten 487 8.3.3 Behoorlijkheidsopvattingen en rechtsovertuigingen 490 8.3.4 Afweging van conflicterende belangen. De juiste beslissing 491 8.3.5 Relevante omstandigheden 495 8.3.5.1 Inleiding 495 8.3.5.2 Aard van (het onderwerp van) de procédure en de omvang van de belangen betrokken bij de vordering of het verzoek 495 8.3.5.3 De hoedanigheid van procespartijen 497 8.3.5.4 Betekenis van gedragsnormen die de materieelrechtelijke verhouding tussen partijen beheersen 499 8.3.5.5 Gewekt vertrouwen 501 8.3.5.6 Verwijtbaarheid van procesgedrag 503 8.4 Samenvatting 506 9 Verhouding van de eisen van een goede procesorde tôt andere leerstukken 509 9.1 /n/eiding 509 9.2 Art. 6 EVRM 509 9.2.1 Inleiding 509 9.2.2 Rechtstreekse werking 511 9.2.3 Verschil in objectief geldingsbereik 511 9.2.4 Verschil in subjectief geldingsbereik 513 9.2.5 Verschil in normatieve kracht 518 9.2.6 Verschil in normatieve inhoud 519 9.3 De eisen van een goede procesorde en eisen van redelijkheid en billijkheid 523 9.3.1 Inleiding 523 16

9.3.2 Redelijkheid en billijkheid of goede procesorde? Meer dan een terminologische kwestie 525 9.3.3 Redelijkheid en billijkheid in het procesrecht: opvattingen in de literatuur 530 9.3.4 Eigen opvatting: redelijkheid en billijkheid geen algemene norm voor procesgedrag 534 9.4 Rechtsverwerking \\ 542 9.4.1 Inleiding 542 9.4.2 Toepassingsbereik van het leerstuk rechtsverwerking 544 9.4.3 Processuele rechtsverwerking en de eisen van een goede procesorde 546 9.5 Misbruik van procesbevoegdheid 552 9.5.1 Inleiding 552 9.5.2 Het leerstuk misbruik van bevoegdheid 555 9.5.3 Werking van het leerstuk in het procesrecht 558 9.5.3.1 In beginsel overeenkomstige toepassing 558 9.5.3.2 Criteria voor misbruik van procesbevoegdheid 560 9.5.4 Verhouding tôt de eisen van een goede procesorde 573 9.5.4.1 Inleiding 573 9.5.4.2 Verschil in werkingssfeer 574 9.5.4.3 Toetsing van de bevoegdheidsuitoefening door de rechter 576 9.5.4.4 Verschil in aard en betekenis 577 9.5.4.5 Ambtshalve toetsing 582 9.5.4.6 Rechtsgevolgen 583 9.6 Schendingen van een goede procesorde en aansprakelijkheid uit hoofde van onrechtmatige daad 584 9.6.1 Inleiding 584 9.6.2 Voorwaarden voor aansprakelijkheid 586 9.6.3 Aansprakelijkheid partijen voor schending van de goede procesorde 586 9.6.3.1 Onderscheid tussen veronachtzaming van lasten en schending van plichten 586 9.6.3.2 Strijd met de rechtens gevergde betamelijkheid; misbruik van procesbevoegdheid 588 9.6.3.3 Schadeplichtigheid 592 9.6.4 Aansprakelijkheid van de Staat voor schendingen van een goede procesorde door de rechter 595 9.7 Samenvatting 596 10 Funcries van verwijzingen naar de eisen van een goede procesorde11 601 10.1 /nieiding 601 10.2 instrumenteelperspectiefw 601 10.2.1 De regelgever: delegatie van rechtsvorming en recht voor het geval 601 10.2.2 De rechter: legitimerende en argumentatieve functie 604 10.2.3 Procespartijen 607 10.3 NormatiefperspectiefW 609 10.3.1 Gedragsregels voor partijen en rechter. Bran van buitenwettelijke eisen.. aan de uitoefening van wettelijke bevoegdheden 609, 17

10.3.2 Bron van buitenwettelijke bevoegdheden 611 10.3.3 Drie functies van de eisen van een goede procesorde ten opzichte van het wettelijk recht: aanvullend, interpreterend en beperkend 612 10.3.3.1 Inleiding 612 10.3.3.2 Aanvullende functie 612 10.3.3.3 Interpretatieve functie 614 10.3.3.4 Beperkende functie 616 10.3.4 Functies ten opzichte van rolreglementen 620 10.4 Systeemperspectief 621 10.4.1 Inleiding 621 10.4.2 Procesrecht voor elk geval 621 10.4.3 Van 'toepassingsjurisprudentie' naar 'belangenjurisprudentie': deformalisering van het procesrecht 625 10.4.4 Verantwoord procederen: aanvullende medewerkingsplichten 628 10.4.5 Een 'gevaar voor recht en staat'? Bedenkingen bij het toenemend belang van de goede procesorde als normatief begrip 629 10.4.6 Kan een beroep op de eisen van een goede procesorde worden gemist? 635 10.4.7 Rechtsontwikkeling en codificatie van uitgekristalliseerde regels van een goede procesorde 639 10.5 Samenvatting 642 11 Samenvatting: de goede procesorde als normatief begrip in het Summary 657 burgerlijk procesrecht 645 Artikelenregister 665 Jurisprudentieregister 671 Trefwoordenregister 689 18