Reflectie van de nestor



Vergelijkbare documenten
Inhoud. Voorwoord 13 Inleiding 15

GROEIEN IN GROEP. Aanbod groepstherapie: Koningin Astridlaan Kessel-Lo.

Schemagerichte cognitieve gedragstherapie; de groepspsychotherapievariant

Interpersoonlijke groepstherapie

IPT in een ambulante groep, een evidence based behandeling voor depressie

Summer University Psychoanalyse 2017

2 De waarde van de Rorschach binnen het indicatieonderzoek gedemonstreerd aan de hand van de neurotische façade 10 Hanke de Haan

Competenties systeemtherapeutisch werker (STW) versie 15 januari 2015

Schematherapie in groepen

Interpersoonlijke psychotherapie

Een bruikbaar verleden

Mentaliseren Bevorderende Therapie (MBT) voor cliënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis

De Methode in de Groep: hoe doe je dat?

Boekbesprekingen. Tijdschrift Cliëntgerichte Psychotherapie /1

Deeltijdbehandeling groep 2

P S Y C H O D Y N A M I S C H E G R O E P S T H E R A P I E V O O R P E R S O N E N M E T E E N V E R S T A N D E L I J K E B E P E R K I N G

Soep van overdrachten

De dimensies van het coachen

In memoriam Tom J.C. Berk ( )

DIT NEDERLAND DYNAMIC INTERPERSONAL THERAPY (DIT) VOOR DEPRESSIE EN ANGSTSTOORNISSEN PERSOONLIJKHEIDSPROBLEMATIEK

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel

Gaat u elke ochtend fluitend aan de slag?

Liever assertiever op het werk

Over driehoeken, groepen en affectfobieën

Centrum voor Psychotherapie

Psychotherapie. brochure. Praktijk de Cocon

Mensvisie als uitgangspunt

Transactionele Analyse. Begrijpen en beïnvloeden. Nederlandse Vereniging voor Transactionele Analyse

De Psychoanalytische Ruimte(n) Feestelijke Ontvangst. Olympiaplein 4

Inhoud. Voorwoord 8 Ten geleide 10 Inleiding 12. Hoofdstuk 1 Persoonlijke grenzen: Wat we eronder verstaan en hoe ze worden gevormd 16

Voor informatie en bestellingen kunt u bellen met Bohn Stafleu van Loghum, tel. (030) ,

Affectfobietherapie KORTDURENDE PSYCHODYNAMISCHE BEHANDELING VAN ANGST, DEPRESSIE EN CLUSTER C PROBLEMATIEK NELLEKE HUSON ARNOUT TOLSMA

Leerboek groepspsychotherapie. Tom Berk

Masterclass Conflicten en Samenwerking

Kortdurende dynamische psychotherapie

Praktijkrichtlijnen groepsbehandeling

Intervisie Wat is het? Wanneer kun je het gebruiken?

SCHATTEN VAN ADVOCATEN

De Wondere Werking van Verhalen

Hoofdstuk 9 Oefeningen

Training Within Industry - Job Instruction

Mindfulness. Aandachtsgerichte Cognitieve Therapie

Ter inzage. Over psychodynamische groepspsychotherapie, één van de theoretische en therapeutische referentiekaders in de NVGP

Interpersoonlijke psychotherapie

Trainingen. Attitude en Mindset. Moraal Resultaatgericht Coachen

Een sterk team. Maatwerk van vakvrouwen

AFT. Affect Fobie Therapie. Dorien Philipszoon & Anouk Turksma NPI, Amsterdam

EENDAAGSE GROEPSPSYCHOTHERAPEUTISCHE DAGBEHANDELING

Informatie deeltijdbehandeling

Schematherapie in de groep

Stabilisatiegroep deeltijdbehandeling

Traumatische jeugdervaringen zijn belangrijke risicofactoren

4D organisatieontwikkeling & opleiding presenteert. Alumnidagen datum thema leiding

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C

SYLLABUS VORMING BEMIDDELINGSGERICHT WERKEN. 1. Ik en conflicten KIJK NAAR JE EIGEN CONFLICTSTIJL

Inhoud. Deel I Veranderen 25

door Michiel van Vreeswijk & Jenny Broersen

Sessie 1 19 Introductiebijeenkomst

VERSLAAFD: VAN ENGEL TOT KLEINMAN. Afscheidsrede Cor A.J. de Jong VERSLAAFD: VAN ENGEL TOT KLEINMAN. Afscheidscollege Cor A.J.

Wil je méér innerlijke balans en krachtiger persoonlijk leiderschap?

Voor welke toekomst leiden we op? Opleidersmiddag NVGP 5 februari 2015

Leerboek Groepspsychotherapie

Leergang Psychodynamisch Coachen en Adviseren

CoachWijzer Houvast bij het vormgeven van effectieve begeleiding

Compassie leven. 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie. PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman

Cognitieve gedragstherapie

Dialectische Gedrags Therapie Bij volwassenen met een lichte verstandelijke beperkingen

Bemiddeling een krachtige methodiek voor het hanteren van conflicten

Wil je professioneel leren coachen?

Werken dialoogbijeenkomsten tegen discriminatie?

CONCEPT.. ( datum) Versie:. ( nummer )

Rode Kruis ziekenhuis. Patiënteninformatie. Psychotherapeutische Deeltijdbehandeling. rkz.nl

adviseren vanuit je kern

COMMUNICEREN VANUIT JE KERN

EMDR. Afdeling Psychiatrie en Medische Psychologie

!!!! !!!! 1. Professioneel adviseren

Inhoud Inleiding Een nieuw beroep, een nieuwe opleiding Een nieuwe start bouwt voort op het voorgaande Relaties aangaan Omgaan met gevoelens

ReAttach een nieuwe schema therapie voor autisme PERSPECTIEF EN IMPLICATIES VOOR ONDERWIJS

Huiswerkbeleid

Opleidingsprogramma DoenDenken

Assertiviteitstest: kom jij op voor jezelf?

Het tussenmenselijke in groepspsychotherapie: een ontmoeting tussen psychoanalytische en existentiële visies

Postmaster opleiding systeemtherapeut

IOD Crayenestersingel 59, 2101 AP Heemstede Tel: Fax: Leiding geven aan verandering

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding

TOOLKIT ROUW EN VERDRIET

Werken met jouw eigen omgangsstijl. Arno Willems, GZ-psycholoog MFCG

EMDR Therapie voor mensen met een traumatische ervaring

Test over resultaatgericht managen en coachend leidinggevenden

TRAINING POSITIEVER DENKEN, LEVEN, WERKEN

Op de goede weg. Een voorstel tot een geprotocolleerde aanmeldingsroute voor groepstherapie.

Mindfulness bij volwassenen met een autismespectrumstoornis. Annelies Spek Klinisch psycholoog / Senior onderzoeker GGZ Eindhoven

Master in Personal. Leadership MAAK HET VERSCHIL VERBIND HART EN HARD START: ZIE AGENDA KLANTWAARDERING:

Paranormaal begaafden: wat kunnen psychologen van hen leren? Dr. M.J. Reinders, klinisch psycholoog Polikliniek Psychosomatiek GGZinGeest, Amsterdam

De Energetische Essenties van Persoonlijkheid

Transcriptie:

V o o r u g e l e z e n Reflectie van de nestor The Group Focal Conflict Theory Revisited Tom J.C. Berk lulu.com, 2011 Psychodynamische therapie in context Tom J.C. Berk lulu.com, 2011 60 In het eerste boek bespreekt Tom Berk, nestor van de groepspsychotherapie, de Group Focal Conflict Theory in haar historische context. In de jaren 1955-1964 vond het tweede grote onderzoeksproject plaats naar het proces dat zich afspeelt in psychotherapiegroepen. Whitaker en Lieberman analyseerden gedurende jaren protocollen en opnamen van een grote hoeveelheid groepen. Zij ontdekten dat ogenschijnlijk onsamenhangende uitspraken en gedragingen van groepsleden in een sessie uitingen kunnen zijn van een onder de oppervlakte liggend spanningsveld (Van der Laan, 1991). Dit spanningsveld ontstaat tussen enerzijds een vaak onbewuste wens of impuls die door meerdere groepsleden wordt gedeeld, en anderzijds de angst die hierdoor wordt opgeroepen. Gesproken wordt van een verontrustend motief (wens of impuls) dat in conflict komt met een reactief motief (angst of schuldgevoel). Het gaat om de klassieke botsing tussen impuls en angst.

Een focaal conflict kan op een productieve wijze maar ook op een inperkende wijze worden opgelost. Een bekend voorbeeld is dat groepsleden in een ongestructureerde groep graag allemaal aan bod willen komen terwijl de tijd beperkt is. Een productieve oplossing is het bespreken van dit spanningsveld waarbij gevoelens van jaloezie, schuld en schaamte genoemd mogen worden. Een inperkende oplossing is het verdelen van de tijd over de groepsleden, eventueel over de groepsleden die het meest in nood zitten. Deze laatste oplossing maakt het moeilijk gevoelens, wensen en impulsen te herkennen omdat de groepsleden deze terzijde schuiven. Berk stelt dat beide oplossingen functioneel zijn voor groepsleden omdat ze angst en onplezierige gevoelens verminderen. Een succesvolle oplossing reduceert angst en moeilijke gevoelens en wordt gedragen door de hele groep. Een onsuccesvolle oplossing ontstaat wanneer het de groep niet lukt om tot een breed gedragen oplossing te komen. Voor de therapie biedt dit echter belangrijke mogelijkheden tot ontwikkeling. Juist als een of meer individuen niet meegaan in de oplossing die de groep heeft gevonden, ontstaat de noodzaak om op zoek te gaan naar nieuwe wegen om met een bestaand spanningsveld om te gaan. Wanneer een groep heterogeen is samengesteld wordt verwacht dat het moeilijker is om tot oplossingen te komen. In een dergelijke groep komen eerder thema s naar voren waarin innerlijke conflicten van groepsleden geraakt worden, en tegelijk is het niet langer mogelijk de oude oplossingen in te zetten. Dat maakt de groep spannender dan een meer homogeen samengestelde groep. Het biedt groepsleden echter duidelijk meer mogelijkheden om tot ontwikkeling en verandering te komen. Productieve oplossingen Een focaal conflict komt voort uit de complexe processen die zich afspelen in een groep en heeft enige tijd nodig om zich te ontwikkelen. Vervolgens kost het de groep tijd om tot een oplossing te komen van het conflict. Het gaat daarbij steeds om een dynamisch evenwicht, een evenwicht in beweging. Een dergelijk evenwicht is instabiel en kan daarmee makkelijk veranderen en leiden tot nieuwe focale conflicten. Een groep is voortdurend in beweging onder invloed van de interactie tussen groepsleden onderling en de interactie tussen de therapeut en de groepsleden. Wanneer het groepsklimaat goed is, ontstaan in groepstherapiesessies steeds correctieve emotionele ervaringen waardoor angsten kunnen worden verminderd en focale conflicten kunnen worden opgelost. Whitaker en Lieberman zien het focaal groepsconflict als een kernelement in groepstherapie. Zij denken dat behoeften, wensen en verlangens maar ook angsten en schuldgevoelens gedurende de groep gelijk blijven, maar dat de groep en haar leden steeds beter in staat zijn om productieve oplossingen te vinden. Steeds beter kunnen, hoe spannend ook, verlangens direct wordt geuit en steeds minder staan gevoelens van angst en schuld daarbij in de weg. In het 61

62 begin van de groepsontwikkeling, de formatieve fase, overheersen vaak inperkende oplossingen. Maar in de gevestigde fase die doorloopt tot de groep ophoudt te bestaan, zullen steeds vaker productieve oplossingen gevonden worden. Mensen zoeken doorgaans hulp wanneer oude oplossingstrategieën niet langer werken. Groepstherapie biedt de mogelijkheid om bewust te worden van oude strategieën, om bekend te worden met de bijbehorende winst- en verlieskant en op zoek te gaan naar nieuwe strategieën en oplossingen en te oefenen met nieuwe gedragingen. De groepstherapeut faciliteert de groep door het uitspreken van gevoelens en wensen zoveel mogelijk aan te moedigen, en de angst voor afwijzing en schuldgevoelens onder ogen te zien en niet langer als belemmering te laten bestaan. Whitaker en Lieberman benadrukken dat de therapiegroep een veilige plaats moet zijn en zij besteden veel aandacht aan het neerzetten van een goede cultuur. Alleen in een veilige, holding environment kan een groepslid horen en innerlijk de feedback en interpretaties van medegroepsleden aanvaarden. Provider en sociaal ingenieur De veiligheid, zo stelt Berk, hangt voor een groot deel af van de houding van de groepstherapeut en zijn therapeutische stijl. Deze behoren tot een groepscultuur te leiden waarin groepsleden zich veilig kunnen voelen. Uit onderzoek van Lieberman, Yalom en Miles (1973) blijkt dat groepstherapeuten die worden gezien als provider (therapeut die betekenis geeft en die faciliteert) of als sociaal ingenieur de beste resultaten boeken. Groepstherapeuten die worden gezien als manager, laissez faire-leider, als onpersoonlijk of energieke aanjager krijgen de slechtste resultaten. Gesteld wordt dat de therapeut vier basisvaardigheden nodig heeft in groepstherapie: emotionele stimulering (aanmoedigen van het onderzoeken en uitspreken van gevoelens, waarden en persoonlijke meningen); zorg (betrokkenheid tonen bij het welzijn van groepsleden); het toekennen van betekenis (helpen van groepsleden om zichzelf, elkaar en mensen buiten de groep en hun leven te begrijpen); en leidinggeven (het bewaken van het therapeutisch kader: afspraken maken over de gehanteerde werkwijze, tijd, ruimte, zorgen voor begrenzing en indien nodig voor een tussenbeide komen). In de Practice Guidelines for Group Psychotherapy (2007) van de American Group Psychotherapy Association wordt gesteld dat bovengenoemde vaardigheden nog steeds het beste verwoorden waar groepstherapeuten aandacht aan moeten geven. Een combinatie van een matige score op emotionele stimulering en leidinggeven, met een hoge score op zorg en het toekennen van betekenis, levert de beste therapeutische resultaten. Ten slotte biedt Berk nog enige aanwijzingen voor het werken met het focaal conflict. De thera-

peut stimuleert de groep tot het zoeken van zoveel mogelijk productieve oplossingen, waarbij enige mate van angst wordt verdragen ten bate van het opdoen van nieuwe, corrigerende ervaringen. De therapeut dient niet te snel het focaal conflict te benoemen omdat hij daarmee in de rol van omnipotente moeder kan raken. De groep heeft ruimte nodig eigen ontdekkingen te doen en een eigen tempo aan te houden. Therapeuten worden getest door groepsgenoten in de hoop (vaak onbewust) dat de therapeut niet hun oude overtuiging over zichzelf zal bevestigen maar ruimte biedt voor een nieuwe betekenisgeving. Het is aan de therapeut om te slagen voor deze test. Wanneer de vraag is wat het focaal conflict is in de groep, helpt het te weten dat dit spanningsveld zich vaak het beste laat zien in de eerste onderwerpen van een sessie. Later in de sessie gebeurt er vaak zoveel tegelijk dat het focaal conflict moeilijker te herkennen is. Wanneer de therapeut zich zeer actief opstelt, is het focaal conflict ook moeilijker herkenbaar. Liever luistert de therapeut eerst naar de groep zonder iets te doen. Vaak gebeurt het dat de therapeut pas een dag later ziet wat het focaal conflict in de groep eigenlijk was in de vorige groepssessie. Een groep werkt therapeutisch wanneer groepsleden hun gevoelens meer leren toelaten, hun kinderlijke verlangens leren aanvaarden en hun angst en gevoelens van schuld en schaamte onder ogen leren zien. De authenticiteit en diepgang in het onderling contact zorgt ervoor dat het verschil tussen individuele kernconflicten en individuele focale conflicten verdwijnen. In de loop van de tijd wordt het makkelijker om nieuwe risico s te nemen en adequater gedrag uit te proberen (Berk, 2011, p.84). Niet voor beginners In zijn boek bespreekt Tom Berk het onderzoek dat is uitgevoerd door Whitaker en Lieberman en plaatst hij het in zijn tijd, door de samenhang te bespreken met resultaten van onderzoek van andere prominente wetenschappers binnen het veld van de groepspsychotherapie, onder wie Foulkes en Ezriel. Daarmee biedt hij veel waardevolle informatie en schetst hij een beeld van de ontwikkeling in het denken over de theorie van het focaal conflict. Mooi om te zien dat de ruimte die groepstherapeuten tegenwoordig hebben om interventies zowel te richten op de groep als geheel als op individuen in de groep, eerder niet vanzelfsprekend was. Zo vond ondermeer Bion dat interventies slechts gericht moesten worden op de groep als geheel. Anderen zoals Whitaker en Lieberman maar ook Yalom, vonden dat individuen daarmee te weinig aandacht krijgen en men het risico loopt hen weinig mee te nemen in het geheel van de groep. Ondertussen is er overeenstemming in de vaardigheden die de groepstherapeut dient in te zetten voor het creëren van een voldoende veilige groepscultuur. Maar ook hierover is uitbreid gediscussieerd voordat er consensus was. Duidelijk is dat de theorie over het focaal groepsconflict nog altijd van groot belang 63

64 is voor de groepspsychotherapie. Het boek is met zeer veel kennis van zaken geschreven, dat maakt het interessant en leerzaam. Tegelijkertijd is de informatie in het boek zo uitgebreid dat de lezer meer associatief door het onderwerp wordt heengeleid. Dat heeft als nadeel dat een overzicht uitblijft en de inhoud daardoor moeilijker is op te nemen en vast te houden. Daarmee is het boek meer geschikt voor reflectie voor een ervaren groepstherapeut dan voor de beginnende groepstherapeut die houvast zoekt in structuur en overzicht. Wandelen zonder route In Psychodynamische therapie in context (2011) wordt een overzicht geboden van een individuele, steunend-ontdekkende psychodynamische psychotherapie. Deze therapie ontstond in de jaren veertig en vijftig in de Verenigde Staten door de interactie tussen drie relatief grote therapiestromingen: de interpersoonlijke psychotherapie van Sullivan, de culturele analyse van Fromm en anderen, en de psychoanalyse. De therapie werkt met een breed indicatiegebied en ruimt een grote rol in voor het belang van de kwaliteit van de therapeutische relatie. De psychodynamische therapie gaat ervan uit dat (1) psychotherapeutische methoden ingebed zijn in de context van sociaalculturele processen, (2) dat de levensgeschiedenis, de ontwikkeling en de ervaringen van mensen een rol spelen in hun gedrag, (3) dat onbewuste processen voorkomen (determinanten van gedrag zijn meervoudig), (4) dat de interactie tussen patiënt en therapeut een essentiële is en (5) dat het inzicht of begrijpen dat in de therapie ontstaat een rol speelt in veranderingen die gedurende een therapie ontstaan. In het boek gaat Berk in op de vraag wat het belang is van psychodynamische psychotherapie. Hij beschrijft de geschiedenis van de psychotherapie en schetst daarna de grote diversiteit van methoden en doelgroepen in de tegenwoordige psychotherapie. In deel I staat de moderne psychotherapie centraal met als onderwerp het onderzoek naar effectiviteit van psychotherapeutische behandeling, algemene factoren die daartoe bijdragen, de relatie tussen patiënt en therapeut, en de diagnose en persoonlijkheid van de patiënt. In deel II wordt de theoretische basis besproken van de psychodynamische psychotherapie in een bredere wetenschappelijke context. Deel III behandelt thema s uit de praktijk waarbij achtereenvolgend aan de orde komen: intake, indicatie en doelstellingen, het begin van therapie en de werkrelatie, psychoanalytische modellen, en het werken met het dynamisch onbewuste. Voor het laatste worden drie Amerikaanse groepen van onderzoekers besproken die zich bezighouden met proces- en proceseffectonderzoek van psychotherapie. Tom Berk toont zich uitermate belezen en vaardig in het hanteren van wetenschapsfilosofische concepten op de terreinen van de psychoanalyse, en sociale en cultuurwetenschappen. Het boek bevat een schat aan theorieën en modellen en biedt daarmee een prachtige bron van informatie. Als lezer voelde ik mij als in een wandeling

meegenomen, maar miste ik wel een duidelijk uitgezette route waardoor ik mij regelmatig verwonderd en gecharmeerd door het uitzicht, maar toch ook wat verdwaald voelde. Silvia Pol Literatuur Laan, M.C. van der (1991). Het tussenmenselijke in groepspsychotherapie: een ontmoeting tussen psychoanalytische en existentiële visies. Tijdschrift voor Psychiatrie, 33, 8. Lieberman, M.A., Yalom, I.D en Miles, M.B. (1973). Encountergroups: First Facts. New York: Basic Books. American Group Psychotherapy Association (2007). Practice Guidelines for Group Psychotherapy: Therapist Interventions. http://www.agpa.org/guidelines/ therapistinterventions.html 65