INLEIDING Om objectief zicht te krijgen op de resultaten en de geleverde kwaliteit van onze patiëntenzorg, heeft het A.Z. St.-Dimpna in 2013 besloten in het Vlaamse indicatorenproject voor patiënten en professionals (VIP 2 ) te stappen. Met zo'n indicator kan ons ziekenhuis een welbepaald onderdeel van de kwaliteit van zorg meten en dat vergelijken met de resultaten van andere ziekenhuizen. Dit vormt een stimulans om de kwaliteit van onze zorg te verbeteren. Tevens kunnen we zo op een proactieve en transparante manier de patiënt informeren over de geleverde kwaliteit. Binnen het VIP 2 -indicatorenproject wordt een basisset gedefinieerd van kwaliteitsindicatoren. Hieronder worden de resultaten van de 13 indicatoren voor invasieve borstkanker uit het domein oncologie besproken. Deze resultaten zijn gebaseerd op gegevens van 2007-2008 toen het borstcentrum in het A.Z. St.-Dimpa startte. Ondanks een net startend borstcentrum, kan het A.Z. St.-Dimpna voor 2007-2008 mooie cijfers voorleggen die beantwoorden aan de vooropgestelde Vlaamse streefwaarden. Intussen is het centrum uitgegroeid tot een uitstekend uitgeruste en functionerende entiteit. Per indicator is een tabel toegevoegd met de aantallen van het A.Z. St.-Dimpna, het gemiddelde resultaat van het A.Z. St.- Dimpna en de Vlaamse streefwaarden (bepaald door het Kankerregister). We hebben achteraan nog een woordenlijst toegevoegd ter verduidelijking van een aantal vaktermen.
TUMORENCLASSIFICATIE Omdat er zeer veel verschillende soorten tumoren zijn en kanker bovendien bij iedere patiënt een uniek verloop kent, is het soms zeer moeilijk om een kanker bij een bepaalde patiënt op een eenvoudige manier te beschrijven. Toch zijn er enkele hulpmiddelen waarmee artsen kanker zeer nauwkeurig beschrijven en classificeren. Zo is er een classificatie die tumoren in stadia indeelt. Stadium I Betekent dat de tumor zich nog precies op die plek bevindt waar hij ontstaan is en nog niet in de omliggende weefsels is doorgegroeid. Dit wordt ook "in situ" genoemd. Stadium II De kanker is in het omliggende weefsel doorgegroeid maar blijft zeer dicht bij die primaire tumor zitten. Er zitten nog geen kwaadaardige cellen in de lymfeklieren of in andere organen. Stadium III Kankercellen hebben zich verspreid in de lymfeklieren in de omgeving van de originele tumor. Stadium IV De tumor heeft zich ook verspreid in de rest van het lichaam. Een andere manier om de graad van kanker te bepalen is op basis van een TNM-classificatie. Bij deze methode wordt beschreven hoe het gesteld is met de primaire tumor (T), de dichtbijgelegen lymfeklieren (N van het Engelse nodes of lymfeklieren) en de metastasen (M) of uitzaaiingen op afstand: T (1-4): grootte of directe uitbreiding van de primaire tumor. Een hogere waarde duidt op een slechtere prognose. N (0-3): uitbreiding naar regionale lymfeklieren. '0' betekent geen lymfekliermetastasen, 1-3 betekent dat er metastasen in de regionale lymfeklieren voorkomen (waarde afhankelijk van aantal en locatie). M (0-1): metastasen op afstand. '0' betekent geen metastase op afstand, '1' betekent metastasen op afstand. Bij een T2-3 N0-1 M0 is de primaire tumor dus al niet meer zo onschuldig, zijn er ook lymfeklieren gevonden met kankercellen in, maar gaat men er vanuit dat er geen metastasen zijn.
TER VERDUIDELIJKING Op de volgende pagina s vindt u onze resultaten. Per indicator is er een pagina. Waar nodig en nuttig zijn woorden of termen klikbaar gemaakt. Zo kan u bijvoorbeeld makkelijk onze verklarende woordenlijst achteraan raadplegen. Als u achter de verklaring aanklikt komt u weer terecht op de laatst bekeken pagina. Hier kan u een filmpje bekijken dat door ICURO* over dit onderwerp werd gemaakt. * ICURO is de Vlaamse koepel van 23 ziekenhuizen met publieke partners die op 1 juni 2010 officieel is gestart. ICURO heeft een samenwerkingsakkoord gesloten met Zorgnet Vlaanderen, de koepel van private ziekenhuizen in Vlaanderen. Hierdoor worden de beschikbare middelen op de meest efficiënte wijze aangewend. Elke koepel behoudt zijn zelfstandigheid, maar er zijn complementaire aandachtsdomeinen. Concreet betekent dit dat ICURO zich, naast de focus op de publieke aspecten voor de eigen leden, voluit richt op de ondersteuning van alle Vlaamse ziekenhuizen in de realisatie van kwaliteitsvolle zorg. Stimuleren van Ziekenhuisaccreditatie, best practices en werken met indicatoren zijn daarvan concrete voorbeelden.
ONZE RESULTATEN Bekijk hier onze resultaten voor 13 indicatoren (voor de behandeling van borstkanker) Indicator 1: statusbepaling Indicator 2: cel- en weefselbepaling Indicator 3: medische beeldvorming Indicator 4: multidisciplinair overleg Indicator 5: radiotherapie Indicator 6: borstsparende chirurgie Indicator 7: hormonale therapie Indicator 8: chemotherapie Indicator 9: systemische behandeling bij uitgezaaide borstkanker Indicator 10: neo-adjuvante systemische therapie Indicator 11: geobserveerde 5-jaars overleving Indicator 12: geobserveerde 5-jaars overleving gecorrigeerd voor leeftijd en stadium Indicator 13: relatieve 5-jaars overleving
BORSTKANKER INDICATOR 1: STATUSBEPALING Het aandeel van patiënten met borstkanker waarbij een oestrogeen, progesteron en/of HER2 1 - statusbepaling werd uitgevoerd voor systemische 2 behandeling. Indien kankercellen gevoelig zijn aan oestrogeen, progesteron of HER-2 kunnen deze bestreden worden met een hormonale therapie, die de werking van de hormonen blokkeert. Deze patiënten hebben minder kans op terugkeer van de ziekte en hebben een betere overlevingskans. Daarom is deze statusbepaling een belangrijk onderdeel van de diagnosestelling en het bepaalt de verdere behandeling. Het A.Z. St.-Dimpna Geel behaalt een score van 97.9 % dat ruim aan de Vlaamse doelstellingen voldoet ( 90%). Ons ziekenhuis streeft ernaar om bij alle borstkankerpatiënten bovenstaande statusbepaling uit te voeren.
BORSTKANKER INDICATOR 2: CEL -EN WEEFSELBEPALING Het aandeel van patiënten met borstkanker bij wie cel- of weefselonderzoek naar kwaadaardige cellen plaatsvond voor een eerste chirurgische ingreep. Voor een chirurgische ingreep is het stellen van een diagnose door middel van een biopsie met weefselonderzoek heel belangrijk. Deze informatie geeft een duidelijker beeld, in combinatie met andere gegevens, over het type en de ernstgraad van het gezwel. Al deze informatie maakt het mogelijk om de patiënt volledig te kunnen informeren. Bijkomend kunnen de artsen op basis van de resultaten van het cel -of weefselonderzoek een geschikte behandeling instellen. Het A.Z. St.-Dimpna Geel behaalt een score van 93.1 % dat ruim boven het Vlaamse gemiddelde ligt. Hiermee beantwoorden we bijna aan de bovengrens van de Vlaamse streefwaarden (80-95%).
BORSTKANKER INDICATOR 3: MEDISCHE BEELDVORMING Het aandeel van patiënten met een klinisch stadium 3 I-III borstkanker die een mammografie 4 en/of borstechografie 5 hebben gekregen binnen drie maanden voor een eerste chirurgische ingreep (afwezigheid neo-adjuvante 6 therapie). Een mammografie en/of echografie zijn een van de belangrijkste onderzoeken om een aandoening of een gezwel in de borst op te sporen en goed te kunnen beoordelen. De resultaten uit bovenstaande onderzoeken zijn erg belangrijk om een volledige diagnose te kunnen stellen en om tot de juiste keuze van chirurgische ingreep te komen. Met een resultaat van 95.3 % behaalt het A.Z. St.-Dimpna een resultaat dat vergelijkbaar is met het Vlaamse gemiddelde. Bij het percentage patiënten die geen mammografie of echografie kregen voor een ingreep, werd grotendeels een NMR 7 onderzoek uitgevoerd om een volledige diagnose te kunnen stellen. Wij streven er in het A.Z. St.-Dimpna naar om bij alle patiënten een mammografie, echografie en zo nodig een NMR te laten uitvoeren binnen de vooropgestelde periode voorafgaand aan een chirurgische ingreep.
BORSTKANKER INDICATOR 4: MULTIDISCIPLINAIR OVERLEG Het aandeel van patiënten met een diagnose van invasieve 8 borstkanker die binnen 1 maand vóór t.e.m. 2 maanden na incidentiedatum 9 besproken werden op een multidisciplinair oncologisch consult (MOC). Het behandelen van een patiënt met borstkanker is een complex proces. Samenwerking en overleg tussen alle betrokken artsen in de zorg voor borstkankerpatiënten is essentieel om een juiste behandeling in te kunnen stellen. Dergelijke multidisciplinaire benadering van individuele patiënten heeft in belangrijke mate een invloed op de patiëntentevredenheid. Het A.Z. St.-Dimpa behaalt in 2007-2008 een score van 68,3%, wat onder het Vlaamse gemiddelde en de Vlaamse richtwaarden ligt. Quasi alle patiënten kregen een multidisciplinair oncologisch consult, maar door de onderbestaffing en werkdruk bij een net opstartende borstkliniek waren de MOC verslagen niet altijd binnen het tijdsinterval van 2 maanden opgesteld en aldus geregistreerd. In 2007-2008 was het doel om de verslagen binnen 6 maanden in te dienen, het huidig doel is binnen 4 weken. Wij streven er als ziekenhuis naar om voor al onze patiënten een multidisciplinair teamoverleg te organiseren. In 2012 werd ons streefdoel van 100% bereikt.
BORSTKANKER INDICATOR 5: RADIOTHERAPIE Aandeel van patiënten met een diagnose van invasieve borstkanker die radiotherapie 10 kregen na een borstsparende chirurgie. In een vroeg stadium van invasieve borstkanker is aanvullende radiotherapie aangewezen na borstsparende chirurgie. Een veelvoud van wetenschappelijke studies bevestigen een kleiner risico op het opnieuw ontwikkelen van een kwaadaardig gezwel wanneer een borstsparende ingreep aangevuld wordt door radiotherapie. Met een resultaat van 91,2% behalen we A.Z. St.-Dimpna (2007-2008) de richtwaarde van 90% tot 98%.
BORSTKANKER INDICATOR 6: BORSTSPARENDE CHIRURGIE Aandeel van patiënten met een diagnose van invasieve borstkanker (klinisch stadium I of II) die borstsparende chirurgie (BSC) ondergingen, niet gevolgd door mastectomie 11 binnen 6 maanden na de BSC. In sommige gevallen moet een keuze gemaakt worden tussen het volledig wegnemen van de borst (mastectomie) of het wegnemen van een gedeelte van de borst (borstsparende chirurgie). Borstsparende heelkunde gevolgd door radiotherapie geeft hetzelfde resultaat als een volledige borstamputatie bij vrouwen met borstkanker in stadium I of II die hiervoor in aanmerking komen. De uiteindelijke keuze voor het type ingreep moet door de individuele patiënt worden gemaakt wanneer deze volledig geïnformeerd is door de arts over de verschillende mogelijkheden. Met een resultaat van 54.3% scoort het A.Z. St.-Dimpna binnen de norm die vooropgesteld is voor de Vlaamse ziekenhuizen (50-60%).
BORSTKANKER INDICATOR 7: HORMONALE THERAPIE Aandeel van patiënten gediagnosticeerd met invasieve borstkanker die hormonale therapie kregen na een chirurgische ingreep. De keuze voor een hormonale behandeling bij patiënten met invasieve borstkanker is afhankelijk van verschillende parameters zoals de hormonale gevoeligheid van de tumor, leeftijd, risicoprofiel van de tumor, stadium van menopauze en comorbiditeit 12 van de patiënt. Het al dan niet opstarten van een hormonale behandeling bij patiënten met een hormoongevoelige tumor vormt onderdeel van de besprekingen gevoerd binnen het wekelijkse multidisciplinair team overleg. Met een score van 78.2% zit het A.Z. St.-Dimpna net op het gemiddelde resultaat van de Vlaamse ziekenhuizen. Het streefcijfer van 70 tot 80% wordt op die manier ruimschoots gehaald.
BORSTKANKER INDICATOR 8: CHEMOTHERAPIE Aandeel van patiënten gediagnosticeerd met invasieve borstkanker die chemotherapie kregen na een chirurgische ingreep. De keuze voor een chemotherapie bij patiënten met invasieve borstkanker is afhankelijk van verschillende parameters zoals de hormonale gevoeligheid van de tumor, leeftijd, risicoprofiel van de tumor, stadium van menopauze en comorbiditeit van de patiënt. Het al dan niet opstarten van chemotherapie bij patiënten met invasieve borstkanker vormt onderdeel van de besprekingen gevoerd binnen het wekelijkse multidisciplinair team overleg. Met een resultaat van 35.6% behaalt het A.Z. St.-Dimpna een score dat erg dicht aanleunt bij het globaal Vlaamse gemiddelde en voldoet aan de Vlaamse streefwaarden (35 en 55%).
BORSTKANKER INDICATOR 9: SYSTEMISCHE BEHANDELING BIJ UITGEZAAIDE BORSTKANKER Het aandeel van patiënten die een systemische behandeling kregen bij uitgezaaide borstkanker (cstadium IV of pstadium IV 13 ). Bij vrouwen met een snel evoluerende, symptomatische of levensbedreigende borstkanker, waarbij hormonale behandeling geen goed resultaat geeft of bij uitgezaaide borstkanker (gemetastaseerd) die niet gevoelig is voor groeihormoon, is chemotherapie aangewezen. Het A.Z. St. -Dimpna scoort voor deze indicator 100%. Dit betekent dat we elke patiënt met een uitgezaaide borstkanker een systemische behandeling hebben aangeboden binnen ons ziekenhuis.
BORSTKANKER INDICATOR 10: NEO-ADJUVANTE SYSTEMISCHE THERAPIE Aandeel van geopereerde patiënten met borstkanker ct2-3 cn0-1 cm0 die een neo-adjuvante systemische behandeling kregen. Chemo- of hormonale therapie voorafgaand aan een chirurgische ingreep doet een kwaadaardig gezwel in sommige gevallen verkleinen waardoor de kans op een borstsparende ingreep kan vergroot worden. Bijkomend kan informatie bekomen worden over de gevoeligheid van de tumor voor een bepaalde therapie. Anderzijds kan dit gepaard gaan met een toename van herval op en rond de plaats van de tumor. Het A.Z. St.-Dimpna behaalt een score van 21.4%. De richtlijnen voor dit type behandeling zijn nog steeds in evolutie. Voor deze indicator is tot op heden geen bewezen voordeel op vlak van overlevingskans. De keuze om over te gaan tot deze behandeling wordt binnen ons ziekenhuis multidisciplinair besproken.
BORSTKANKER INDICATOR 11: GEOBSERVEERDE 5-JAARS OVERLEVING De geobserveerde 5-jaarsoverleving 14 (%) van vrouwen met een diagnose van invasieve borstkanker De cijfers in deze grafiek geven de overlevingskans weer van vrouwen vijf jaar na een diagnose van borstkanker zonder correctie. Dat wil zeggen dat de patiënten na vijf jaar ook kunnen gestorven zijn ten gevolge van andere doodsoorzaken zoals andere ziekten of trauma s, hogere leeftijd,... Zo zou men kunnen stellen dat ziekenhuizen die veel jonge patiënten behandelen met een vroeg stadium van de ziekte, vanzelf een betere overleving kunnen aantonen. Zo merken we bijvoorbeeld op dat 28.1% van onze patiënten met invasieve borstkanker (2007-2008) een leeftijd had van 70 jaar en 23.1% had een klinisch stadium III of IV. Met 72,2% ligt het A.Z. St.-Dimpna Geel onder het Vlaams gemiddelde (81%). In de volgende indicator wordt daarom een gecorrigeerde overleving berekend die met beide factoren, leeftijd en stadium van ziekte, rekening houdt.
BORSTKANKER INDICATOR 12: GEOBSERVEERDE 5-JAARS OVERLEVING GECORRIGEERD VOOR LEEFTIJD EN STADIUM De geobserveerde 5-jaarsoverleving (%) van vrouwen met een diagnose van invasieve borstkanker, gecorrigeerd voor leeftijd en stadium. De cijfers in deze grafiek geven de overlevingskans weer van vrouwen 5 jaar na een diagnose van borstkanker met correctie voor leeftijd en het stadium waarin de kanker zich bevindt. De geobserveerde 5-jaars overleving is na correctie op leeftijd en stadium gestegen van 72.2% naar 74.9%. Met 74,9% ligt het A.Z. St.-Dimpna Geel net onder het Vlaams gemiddelde (81%) maar binnen de vooropgestelde Vlaamse referentiewaarden.
BORSTKANKER INDICATOR 13: RELATIEVE 5-JAARS OVERLEVING De relatieve 5-jaarsoverleving 15 (%) van vrouwen met een diagnose van invasieve borstkanker. De cijfers in deze grafiek geven de ziekte-specifieke overlevingskans weer van vrouwen 5 jaar na een diagnose van borstkanker. Dat betekent na het weglaten van een overlijden door andere oorzaken dan borstkanker. Bijkomend kan opgemerkt worden dat het resultaat een cijfer is zonder correctie voor leeftijd en het stadium waarin de kanker zich bevindt. Met een behaalde score van 80.3% ligt het A.Z. St.-Dimpna onder het Vlaams gemiddelde van 88%. In de detailrapporten van het Kankerregister (2007-2008) zien we dat de relatieve 5-jaars overleving, mits een correctie voor leeftijd en stadium, stijgt van 80.3% naar 85%. Met 85% ligt het A.Z. St.-Dimpna Geel net onder het Vlaamse gemiddelde (88%) maar binnen de vooropgestelde Vlaamse referentiewaarden.
VERKLARENDE WOORDENLIJST 1. HER2-statusbepaling: HER2 is de afkorting voor Humane Epidermale groeifactor Receptor 2". Het is een eiwit dat borstkanker agressiever maakt 2. Systemische behandeling: medicamenteuze behandeling die kan opgesplitst worden in 4 categorieën: chemotherapie, hormonale behandeling, moleculaire behandeling, immunotherapie 3. Klinisch stadium of cstadium: Een stadium (ernst van de kanker) toegekend aan een tumor op basis van medische beeldvorming van voor de chirurgische ingreep 4. Mammografie: RX foto van de borst 5. Borstechografie: Onderzoek op basis van geluidsgolven 6. Neo-adjuvante therapie: Een chemotherapie, of hormonale therapie om de tumor eerst kleiner te krijgen zodat een operatie mogelijk wordt 7. NMR: De Nucleaire Magnetische Resonantie maakt gebruik van een sterk magnetisch veld en radiogolven om gedetailleerde beelden in het lichaam te maken 8. Invasief: Kwaadaardige cellen die doorgedrongen zijn in de omliggende weefsels 9. Incidentiedatum: Datum van eerste microscopische bevestiging van kwaadaardige cellen 10. Radiotherapie: Radiotherapie (ook bestraling genoemd) is een medische behandelingstechniek die werkt met straling. Deze stralen maken kwaadaardige cellen stuk 11. Mastectomie: Een mastectomie of borstamputatie is het chirurgisch verwijderen van de borstklier, tepel en de lymfeknopen in de oksel 12. Comorbiditeit: is het tegelijkertijd hebben van twee of meer stoornissen of aandoeningen bij een patiënt 13. Pathologisch stadium of pstadium: Een stadium (ernst van de kanker) toegekend aan een tumor op basis van een analyse op het weefsel weggenomen tijdens een chirurgische ingreep 14. Geobserveerde 5-jaars overleving: Is de geschatte proportie van patiënten die 5 jaar na hun diagnose van invasieve borstkanker nog in leven zijn 15. Relatieve 5-jaars overleving: Is de overleving van kankerpatiënten 5 jaar na diagnose, wanneer de sterfte door andere doodsoorzaken wordt verwijderd