BECO: DE BALANS - THEORIE

Vergelijkbare documenten
Inhoud VII. 1. De balans Veranderingen in de balans Grootboekrekeningen Hulprekeningen van het eigen vermogen...

Debet Balans per 9 januari Credit Gebouw Eigen vermogen

Bedrijfsadministratie Deel I

Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16

Een lening met een onroerend goed als onderpand. 5. Waarom is het handig een boekhouding bij te houden (noem 2 redenen).

Verdieping Management en Organisatie (M&O) 3havo/vwo

EENMANSZAAK DEEL 1. Periode 3 Hoofdstuk 2

De Balans. Laten we aan de hand van een voorbeeld een balans opbouwen.

fun house fun house fun house Pink

Uitwerkingen Basiskennis Boekhouden Convoy Uitgevers 2016

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Bedrijven zijn verplicht 1 maal per jaar een balans op te stellen en een winst & verliesrekening te maken. (voor de belastingdienst)

1 De inventarislijst en de balans

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 7

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting.

- Op gebouwen en machines die op 1 januari 2008 aanwezig zijn wordt in 2008 respectievelijk ,- en ,- afgeschreven.

Grootboekrekening Debet Credit

Elementaire kennis Bedrijfsadministratie Deel 1 Werkboek

Uitwerkingen vragen en opgaven. 1 De balans. BA. H 1 Vragen. Uitwerking vragen

M & O Case 3.10 Plentium De berekeningen staan in volgorde van hoe het op de begroting en op de balans staat.

1 De inventarislijst en de balans

Elementaire kennis Bedrijfsadministratie

Kamer van Koophandel (KvK): hier kom je meer te weten over vergunningen, wetgeving en btw.

Kennis Bedrijfseconomie. Werkboek

Lesbrief Kopen en Werken 2 e druk Hoofdstuk 6 Het koeriersbedrijf van Ewout 6.1 Het hele vermogen van

Bij een resultatenbegroting (ook wel exploitatiebegroting genoemd) wordt een overzicht gemaakt van de opbrengsten en van de kosten.

Antwoorden hoofdstuk 4

a. Stel de beginbalans op 1 januari 2006 samen volgens het model van bijlage I.

9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2

Examen VWO. Bedrijfseconomie, ondernemerschap en financiële zelfredzaamheid. Voorbeeldopgaven Händel

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 2

Uitwerkingen PDB Financiering met resultaat hoofdstuk 4

Inleiding financiële administratie Ondersteunende administratieve beroepen Werkboek

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 5 OPGAVE 3

1 De inventarislijst en de balans

Eindexamen havo m&o 2013-I

1. GROOTBOEKREKENINGEN EN DE KOLOMMENBALANS

Bedrijfsadministratie

> Een praktijkvoorbeeld van de openingsbalans staat in de CASE achterin het boek. Rechterkant, passiva, credit Vaste activa. 7.

De resultatenrekening

Hoe werkt een balans?

1. Debet 020 Inventaris Credit Datum Omschrijving Bedrag Datum Omschrijving Bedrag 1 feb Van balans ,-

Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden. Correctiemodel voorbeeldexamen

2 Veranderingen in de balans

Samenvatting Management & Organisatie Hoofdstuk 1 t/m 3.3

LANDBOUW EN NATUURLIJKE OMGEVING AGRARISCHE BEDRIJFSECONOMIE CSE KB

UIT balans en resultatenrekening

Financiële aspecten van de planning

Basiskennis Boekhouden / Elementair Boekhouden Uitwerkingen. Hoofdstuk 5. Opgave 5.1 en 5.2

Samenvatting Management & Organisatie Hoofdstuk 21 en 22

Balans "Rescue Service" per 1 juli Inventaris ,- Eigen vermogen ,- Voorraad Goederen ,- Crediteuren - 60.

Kennis Bedrijfseconomie

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 5

Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte. Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen.

Beginbalans. Grootboek

de basis van bedrijfsadministratie

1 De inventarislijst en de balans

Boekingsboek. Overzicht van een aantal soorten boekingen.

M&O VWO 2011/

Debet Inventaris Credit Datum Omschrijving Bedrag Datum Omschrijving Bedrag 1 apr Van balans

Management & Organisatie

Toets 3 HAVO 5 g Diagnostische toets 2012

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 5 DEEL 1

Bedrijfsadministratie Deel 1

Kennis Bedrijfseconomie. Werkboek

FINANCIEEL MANAGEMENT IN JOUW HORECABEDRIJF. Waar je geld vandaan komt, en waar het naartoe gaat. En vooral ook: waarom!

Vlottende activa: Kas Totaal investering

Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren

Debet Balans per 10 januari Credit Inventaris Eigen vermogen Bank Totaal Totaal

Dit uitwerkingenformulier bestaat uit 11 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Taak 1 en 2 opdracht 3 De Balans deel 1

Inventaris Kassa Keuken Beelden om de inrichting gezelliger te maken Tafels en stoelen Totaal

ANTWOORDEN OPGAVEN HOOFDSTUK 3

Antwoorden hoofdstuk 19

Collegeaantekeningen Bedrijfseconomie voor Notariëlen Week 1

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken.

TOELATINGSTOETS M&O. Datum

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 1

Uitwerkingen Basiskennis Boekhouden Convoy Uitgevers 2016

Investerings en financieringsprobleem

Internetopgaven hoofdstuk 3

Q1 Q2 Q3 Q4. Liquide middelen begin kwartaal Verkopen

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43

Hoofdstuk 31. Ondernemingsplan. Persoonlijk plan Marketingplan Financieel plan Organisatieplan

Te betalen omzetbelasting Aan Te vorderen omzetbelasting Aan Af te dragen omzetbelasting 2.100

Uitwerkingen PDB Financiering met resultaat hoofdstuk 6. Opgave 6.1 a. Gemiddeld eigen vermogen = ( ) / 2 =

3-jan. 850 Opbrengst verkopen huishoudelijke artikelen Verschuldigde omzetbelasting 19% 114 aan 130 Debiteuren 714

Samenvatting Management & Organisatie H11 en 12

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 8

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 13

Eindexamen m&o vwo II

1 DE BALANS 1 UITWERKINGEN VOOR STUDENTEN /07 kas neemt toe met 300,- bank neemt toe met 300,-

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 5 tot en met 8. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 24 vragen en geeft een beeld van het examen Basiskennis Boekhouden (BKB ) / Elementair Boekhouden.

Beginner. Beginner. Beginner

c. 071 Onderhandse lening credit 153 Nog te betalen bedragen 900 credit: 3 maanden schuld 300

Uitwerkingen PDB Bedrijfsadministratie met resultaat hoofdstuk 1

Annuïteit= Elke maand een vast bedrag terugbetalen. Eerste periode is vooral rente, later wordt het aflossingsdeel steeds groter

Hoofdstuk 25, 30 en 31

Begin Balans 1 januari 2008

Transcriptie:

BECO: DE BALANS - THEORIE W a t i s e e n b a l a n s? Een balans is een overzicht waarin staat welke bezittingen een organisatie heeft én met wat voor soort vermogen deze bezittingen zijn gefinancierd. Voorbeelden van bezittingen kunnen zijn: gebouwen, machines, voorraden en geld. Een bedrijf begint eigenlijk zonder bezittingen; dus met niets. Om bezittingen in het bedrijf te krijgen kan zowel door de eigenaren als door uitleners bezittingen in het bedrijf worden gestort (vaak geld = liquide middelen). Als er bijvoorbeeld geld (=liquide middelen) in het bedrijf wordt gestort dan kan het bedrijf dit zelf weer omzetten in andere bezittingen (vaak voorraad). Alleen zo raakt het bedrijf het zicht kwijt op hoeveel waarde van de bezittingen afkomstig is uit stortingen van de eigenaren en hoeveel uit stortingen van uitleners. Dat overzicht moet er wel zijn, want uiteindelijk moet het deel dat is gestort door uitleners aan de uitleners worden teruggestort door het bedrijf. Daarom houden we op de rechterkant van de balans bij hoeveel waarde er door de eigenaren is gestort/geïnvesteerd in de bezittingen (= Gestort Eigen Vermogen) en hoeveel waarde er door de uitleners is gestort/geïnvesteerd in de bezittingen (=Gestort Vreemd Vermogen). De eigenaren hopen op hun storting nettowinst te verdienen. Uitleners hopen op hun storting interest te verdienen. Interest verdwijnt altijd uit de bezittingen, maar nettowinst blijft net zo lang in de bezittingen totdat de eigenaren besluiten het eruit te halen (=uitkeren). Het kan zo zijn dat de bezittingen die een bedrijf vandaag heeft morgen weer veranderd zijn. De balans is daarom een momentopname. Hoe je een balans moet opstellen is wettelijk vastgelegd. Er is dus een vaste volgorde, namelijk: VOORBEELD BALANS (1-10-2015) Bezittingen (=debet óf activa) Vermogen (=credit óf passiva) 1) Vaste activa Totaal Eigen Vermogen: Vb: gebouwen, machines, auto s, inventaris 1a) (Gestort) Eigen vermogen (door eigenaren) 1b) Reserves=niet uitgekeerde winsten uit het verleden 2) Vlottende activa Vb: voorraad goederen, debiteuren, te ontvangen bedragen, vooruitbetaalde bedragen 3) Liquide middelen Vb: kas en bank(tegoed) 1 1c) Winstsaldo=beschikbare winst uit het heden om uit te keren 2) (Gestort) Lang vreemd vermogen Vb: hypotheek 3) (Gestort) Kort vreemd vermogen Vb: crediteuren, te betalen bedragen, bankkrediet (=bankschuld = rood staan), vooruit ontvangen bedragen Totale waarde bezittingen Totale financiering van bezittingen H o e s t e l j e e e n b a l a n s o p? De linkerkant van de balans noemen we debet óf activa. Hier staan alle bezittingen van de organisatie. De rechterkant van de balans noemen we credit óf passiva. Dit geeft aan met welk vermogen de bezittingen in het bedrijf zijn gefinancierd: via eigen vermogen of via vreemd vermogen. Als je niet weet waar iets op de balans thuishoort of onder welk kopje, dan kun je jezelf steeds de volgende vragen stellen: GEEFT DIT GEGEVEN AAN WAT IK BEZIT HOE IK MIJN BEZIT HEB GEFINANCIERD? VOORBEELD BALANS (1-10-2015) Bezittingen (=debet óf activa) Vermogen (=credit óf passiva) 1) Gaat dit bezit langer dan 1 jaar mee? 1) Is er eigen vermogen in een bezit gestort? = VASTE ACTIVA = (GESTORT) EIGEN VERMOGEN 2) Gaat dit bezit korter dan 1 jaar mee? 2) Is er geleend vermogen in een bezit gestort en = VLOTTENDE ACTIVA mag je dit langer dan in 1 jaar terugstorten? = (GESTORT) LANG VREEMD VERMOGEN 2) Is dit bezit geld wat ik in beheer heb? 3) Is er geleend vermogen in een bezit gestort en = LIQUIDE MIDDELEN moet je dit in 1 jaar terugstorten? = (GESTORT) KORT VREEMD VERMOGEN Totale waarde bezittingen Totale financiering van bezittingen Een veel gemaakte fout is dat mensen denken dat (Gestort) Eigen Vermogen het geld is wat het bedrijf nog kan uitgeven. Dat is onjuist. Het (Gestort) Eigen Vermogen geeft namelijk aan hoeveel aan waarde er in de bezittingen is geïnvesteerd vanuit het vermogen dat eigenaren zelf in het bedrijf hebben gestort. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de voorraad (debet) is gefinancierd met het (gestort) eigen vermogen (credit) en dat het geld op de bank (debet) gefinancierd met vreemd vermogen (credit).

W a a r o m h e e t h e t e e n b a l a n s? De totale waarde van de linkerkant is altijd gelijk aan de totale waarde van de rechterkant. De balans is dus altijd in evenwicht óf zoals je ook kunt zeggen: het is in balans! Hoe kan dit dan? Nou, de rechterkant geeft aan hoe de linkerkant is gefinancierd. Als je een huis koopt van 200.000 (bezit: vaste activa) dan moet je rechts aangeven hoe je aan die 200.000 bent gekomen, bijvoorbeeld 50.000 met (gestort) eigen vermogen en 150.000 geleend voor 30 jaar (lang vreemd vermogen). Controleer maar, de balans is bij dit voorbeeld weer in evenwicht. W a t h e b i k a a n e e n b a l a n s? Een balans geeft je overzicht. Je kunt in één oogopslag zien hoe het met jouw organisatie is gesteld. Dat is bijvoorbeeld ook handig voor banken die jou vreemd vermogen willen lenen. Zij willen immers weten of jij niet al te veel leningen hebt. Doordat de volgorde van de balans wettelijk is vastgelegd, kun je ook eenvoudig balansen van eerdere jaren of zelfs van andere bedrijven met elkaar vergelijken. Daarnaast is een balans handig om te weten hoeveel waarde er in het bedrijf aanwezig is voor als bijvoorbeeld je organisatie in vlammen opgaat en de verzekering het gaat vergoeden. Samengevat: 1. Het geeft overzicht; 2. Je kunt balansen eenvoudig met elkaar vergelijken; 3. Je ziet wat er aan waarde in de organisatie aanwezig is. W a t i s e e n ( b a l a n s ) m u t a t i e o v e r z i c h t? Zoals je inmiddels weet, is een balans een momentopname. Een balans kan iedere dag wijzigen. Om al die wijzigingen (=mutaties) bij te houden, gebruiken we een kladblaadje. Dit kladblaadje noemen we een mutatieoverzicht. Hierbij moet het totaal van links altijd weer gelijk zijn aan het totaal van rechts. Zo n overzicht ziet er dus uit als een balans, maar je geeft in feite aan wat er debet en credit moet gaan veranderen op de oude balans. Als je uiteindelijk de oude balans wijzigt aan de hand van de balansmutaties, ontstaat de nieuwe balans! Hieronder een voorbeeld van een mutatieoverzicht: VOORBEELD (BALANS)MUTATIEOVERZICHT 5/1/2015 Bank 5/1/2015 Voorraad + 5.000-3.000 5/1/2015 Winstsaldo (opbrengst) 5/1/2015 Winstsaldo (kosten) 5/1/2015 Winstsaldo (brutowinst) 2 + 5.000-3.000 + 2.000 Totale waarde mutaties debet: + 2.000 Totale waarde mutaties credit: + 2.000 M o e i I i j k e b e g r i p p e n Zowel aan de debetkant als op de creditkant kom je soms moeilijke begrippen tegen. Hieronder even een opsomming daarvan. DEBETKANT CREDITKANT - Inventaris: de spullen van onze inrichting - Crediteuren: onze organisatie heeft goederen - Lening u/g: Uitgeleend Geld (onze organisatie ontvangen, maar de rekening nog niet geeft een ander een lening) betaald. : onze organisatie heeft goederen - Ontvangen leverancierskrediet: = crediteuren geleverd, maar de klant heeft nog niet betaald. - Onze organisatie koopt op rekening : - Verstrekt leverancierskrediet: = debiteuren = crediteuren - Een klant koopt op rekening : = debiteuren - Ontvangen afnemerskrediet: de klant heeft - Verstrekt afnemerskrediet: onze organisatie vooruit betaald, maar onze organisatie heeft heeft vooruit betaald, maar nog geen nog geen tegenprestatie geleverd. tegenprestatie ontvangen. - Lening o/g: Ontvangen Geld (onze organisatie : contant geld ontvangt van een ander een lening) - Bank(tegoed): in het groen/in de plus staan - Bank(schuld): in het rood/in de min staan (=rekeningcouranttegoed) (=rekeningcourantkrediet)

BECO: DE BALANS - OPGAVEN OPGAVE 1: Oefenen met de volgorde van de balans Moeilijkheid: Rox heeft moeite met de volgorde van de balans. Stel met behulp van onderstaande gegevens de balans van de eenmanszaak Rox samen per 1 september; plaats de balansposten in de juiste volgorde en onder de juiste categorie. (Tip: gebruik het tweede blokje op p. 1 van de theorie). Balansposten (bedragen in euro's). - Gebouwen 4.800.000,- - Crediteuren 1.400.000,- 900.000,- - Bestelauto's 350.000,- - Liquide middelen 150.000,- - Voorraden 2.300.000,- - Bank (schuld) 700.000,- - Reserves 2.900.000,- - Hypothecaire lening o/g 1.400.000,- - Inventaris 1.000.000,- 1.700.000,- - Gestort vermogen eigenaren 3.000.000,- OPGAVE 2: Oefenen met het opstellen van de balans Moeilijkheid: De eenmanszaak Sloos zal per 1 januari 2019 officieel worden opgericht bij de KvK. De eigenaar heet Wessel. Hij heeft besloten om na 1 januari 2019 ook te starten met het kopen van bezittingen voor het bedrijf. Hij besluit daarom op 1 januari 2019 alvast een bedrag van 42.400 van zijn privébankrekening over te maken naar zijn zakelijke bankrekening. We noemen dit ook wel een privéstorting of storting van het eigen vermogen. a) Stel de balans van de eenmanszaak op van 1 januari 2019 (einde van de dag). Wessel wil gedurende januari het geld van de zakelijke bankrekening deels omzetten naar andere bezittingen, met andere woorden: hij wil het geld van de zakelijke bankrekening in andere bezittingen steken, namelijk: 35.000 aan inventaris en 2.000 in de kas. b) Stel de balans van de eenmanszaak op van eind januari. Wessel wil gedurende februari ter waarde van 57.000 keukenmachines kopen en voor 8.000 aan voorraad. Deze worden betaald met het restant aan geld op de zakelijke bankrekening. Het geld wat hij tekort komt dat stort een goede vriend in de zaak in de vorm van een lening met een looptijd van 5 jaar. We noemen dit ook wel een vreemd vermogen storting. c) Stel de balans van de eenmanszaak op van eind februari. d) Wat geeft de post Gestort Eigen Vermogen op de balans van vraag C ons aan? Hoeveel daarvan is nog liquide (=geld)? OPGAVE 3: Oefenen met het opstellen van de balans Moeilijkheid: Janneke de Jong wil op 1 januari 2014 een bakkerij beginnen. Zij heeft hiervoor de volgende gegevens verzameld: - Het winkelpand, inclusief bakkerij, bedraagt 300.000. Hierop sluit zij een 4,5% hypothecaire lening van 80% van de aanschafprijs. De rest wordt gefinancierd met een storting van eigen vermogen. - Janneke stort voor 5.500 aan privévermogen in de kas van de bakkerij. Zij zal dit gedeeltelijk gebruiken voor de aanschaf van voorraad. - Janneke heeft 10.000 aan voorraad nodig. De helft van deze voorraad wordt door de leveranciers op rekening geleverd; de andere helft betaalt Janneke contant. - Voor een bedrag van 25.000 schaft Janneke een oven aan en voor 15.000 de inventaris. Beide bezittingen wordt gefinancierd met een rekeningcourantkrediet bij de Fortisbank. Stel de openingsbalans voor Janneke de Jong op. (Tip: kijk eerst eens op p. 2 naar de Moeilijke begrippen om te weten te komen wat op rekening betekent (zowel debet als credit) en lees daar ook wat het begrip rekeningcourantkrediet betekent.) 3

OPGAVE 4: Oefenen met balansmutaties Moeilijkheid: Nel de Vries is 1 januari 2014 een bedrijf gestart. Haar openingsbalans was als volgt: Balans Nel de Vries per 1 januari 2014 2015 2014 2015 Vaste activa 10.000 Eigen vermogen: 10.100 - Goederen LVV - Bank 100 - Crediteuren Totaal debet 10.100 Totaal credit 10.100 In 2014 doen zich de volgende mutaties (=veranderingen) voor: 1 augustus Gekocht goederen voor 100. Er is betaald per bank. 5 augustus Verkocht op rekening goederen voor 200 De inkoopwaarde van deze producten was 100. Dit zijn kosten. a) Geef de balansmutaties (=balansveranderingen) over 2014. b) Stel nu in bovenstaande tabel de balans op per 1 januari 2015. c) Wat zou er zijn gebeurd als je de voorraad had verlaagd tegen de verkoopwaarde? Kan dat? OPGAVE 5: Oefenen met balansmutaties Moeilijkheid: Anouk is op 1 januari 2014 een bedrijf gestart. Haar openingsbalans was als volgt: Balans Anouk per 1 januari 2014 2015 2014 2015 Vaste activa 200.000 Eigen vermogen : 140.000 - Goederen 10.000 LVV 65.000 - Bank 7.000 3.000 - Crediteuren - Bankschuld 50.000 Totaal debet 260.000 Totaal credit 260.000 In 2014 doen zich de volgende mutaties (=veranderingen) voor: 4 februari Gekocht op rekening goederen voor 10.000. 7 augustus Verkocht op rekening goederen voor 15.000 De inkoopwaarde van deze producten was ooit 10.000. 12 december Er wordt 2.000 geleend per bank en in de kas gestopt. a) Waarom is het handig om nu eerst alle veranderingen van de balansposten op een rijtje te zetten? b) Maak een overzicht over 2014 zoals bedoeld bij vraag a. c) Stel nu in bovenstaande tabel de balans op per 1 januari 2015. Ben je het eens met vraag a? 4

OPGAVE 6: Oefenen met balansmutaties Moeilijkheid: Peter de Vries is op 1 januari 2014 een bedrijf gestart. Zijn openingsbalans was als volgt: Balans Peter de Vries per 1 januari 2014 2015 2014 2015 Vaste activa 725.000 150.000 - Voorraad - Rabobank 360.000 215.000 16.000 LVV: - 6% Hypoth. Lening - 7% Lening - Te betalen belasting - Crediteuren - ABN-Amro 440.000 600.000 70.000 21.000 Totaal debet 1.321.000 Totaal credit 1.321.000 In 2014 doen zich de volgende mutaties (=veranderingen) voor: 4 januari Gekocht op rekening goederen voor 36.000. 7 februari Contant verkocht goederen voor 1.800; de inkoopwaarde is 900. 12 maart Via ABN-Amro 20.000 opgenomen en afgelost op de 7% lening. 18 april Verkocht op rekening goederen voor 56.000; de inkoopwaarde is 42.000. 24 mei Per kas betaald aan diverse kosten 3.500 25 augustus Opgenomen bij de Rabobank en in de kas gestort 2.000. 26 september Betaald loonkosten 6.100, waarvan 1.100 per kas en per Rabobank. 27 november Per Rabobank 10.000 betaald aan de belastingdienst waarbij nog een schuld open stond. 30 december De vaste activa is minder waard geworden. Er wordt daarom daarop afgeschreven. Deze afschrijvingskosten bedragen 2.000. 31 december Betaald per Rabobank de interestkosten over de maand december van de hypothecaire lening. a) Stel een (balans)mutatieoverzicht op over 2014. b) Stel nu in bovenstaande tabel de balans op per 1 januari 2015. c) Wat is er gebeurd met de balanspost Rabobank in de nieuwe balans? 5

BECO: DE BALANS - ANTWOORDEN OPGAVE 1: Oefenen met de volgorde van de balans Moeilijkheid: Balans per 1 september (x 1.000 euro) Vaste activa (> 1 jaar): Gebouwen 4.800 Bestelauto s 350 Inventaris 1.000 Vlottende activa (< 1 jaar): Voorraad 2.300 Debiteuren 1.700 Liquide middelen (geld): 150 Kort vreemd vermogen (< 1 jaar): Crediteuren Bankschuld Gestort EV 3.000 Reserves 2.900 Winstsaldo 900 Lang vreemd vermogen (> 1 jaar): Hypothecaire lening 1.400 6 1.400 700 Totaal debet: 10.300 Totaal credit: 10.300 OPGAVE 2: Oefenen met het opstellen van de balans Moeilijkheid: a) Balans Sloos - Eind 1 januari 2019 Liquide middelen (geld): Bank 42.400 Gestort EV 42.400 Totaal debet: 42.400 Totaal credit: 42.400 b) Vaste activa (> 1 jaar): Inventaris 35.000 Liquide middelen (geld): Bank Kas Balans Sloos - Eind januari 2019 5.400 2.000 Gestort EV 42.400 Totaal debet: 42.400 Totaal credit: 42.400 c) Vaste activa (> 1 jaar): Keukenmachines 57.000 Inventaris 35.000 Vlottende activa (< 1jaar): Voorraad 8.000 Liquide middelen (geld): Bank Kas Balans Sloos - Eind februari 2019 0 2.000 Gestort EV 42.400 Lang Vreemd Vermogen (> 1 jaar): Lening bij goede vriend 59.600 Totaal debet: 102.000 Totaal credit: 102.000 d) Dat er voor 42.400 aan eigen vermogen in de bezittingen is gestort. Slechts 2.000 hiervan is nog maar liquide.

OPGAVE 3: Oefenen met het opstellen van de balans Moeilijkheid: Openingsbalans van Janneke de Jong per 1 jan. 2014 Vaste activa ( > 1 jaar): Winkelpand 300.000 Oven 25.000 Inventaris 15.000 Vlottende activa (< 1 jaar): Voorraad 10.000 Liquide middelen (geld): Kas 500 Gestort EV 65.500 Lang vreemd vermogen (> 1 jaar): Hypothecaire lening 240.000 Kort vreemd vermogen (< 1 jaar): Crediteuren 5.000 Fortisbank 40.000 Totaal debet: 350.500 Totaal credit: 350.500 OPGAVE 4: Oefenen met balansmutaties Moeilijkheid: a) Balansmutaties 2014 Nel de Vries Mutaties Mutaties 1/8 Bank - 100 1/8 Goederen + 100 5/8 Debiteuren + 200 5/8 Goederen - 100 1/8 Winstsaldo (opbrengst) 1/8 Winstsaldo (kosten) 1/8 Winstsaldo (brutowinst) + 200-100 + 100 Totaal debet + 100 Totaal credit + 100 b) Balans Anouk per 1 januari 2014 2015 2014 2015 Vaste activa 10.000 10.000 10.100 10.100 100 LVV - Goederen 200 - Bank 100 - Crediteuren Totaal debet 10.100 10.200 Totaal credit 10.100 10.200 c) Dan was de voorraad op de balans negatief (in de min) komen te staan. Dat kan niet! 7

OPGAVE 5: Oefenen met balansmutaties Moeilijkheid: a) Anders blijf je iedere keer een nieuwe balans opstellen of je moet alle veranderingen gaan onthouden. b) Balansmutaties 2014 Anouk Mutaties Mutaties 4/2 Goederen + 10.000 4/2 Crediteuren + 10.000 7/8 Debiteuren + 15.000 7/8 Winstsaldo (opbrengst) + 15.000 7/8 Goederen - 10.000 7/8 Winstsaldo (kosten) - 10.000 7/8 Winstsaldo (brutowinst) + 12/12 Kas + 2.000 12/12 Bankschuld + 2.000 Totaal debet + 17.000 Totaal credit + 17.000 c) Balans Anouk per 1 januari 2014 2015 2014 2015 Vaste activa 200.000 200.000 140.000 140.000 LVV 65.000 65.000 - Goederen 10.000 25.000 - Bank 7.000 3.000 7.000 - Crediteuren - Bankschuld 50.000 60.000 7.000 Totaal debet 260.000 277.000 Totaal credit 260.000 277.000 8

OPGAVE 6: Oefenen met balansmutaties Moeilijkheid: a) Balansmutaties 2014 Anouk Mutaties Mutaties 4/1 Voorraden + 36.000 4/1 Crediteuren + 36.000 7/2 Kas + 1.800 7/2 Winstsaldo (opbrengst) + 1.800 7/2 Voorraden - 900 7/2 Winstsaldo (kosten) - 900 7/2 Winstsaldo (brutowinst) + 900 12/3 7% lening - 20.000 12/3 ABN-Amro + 20.000 18/4 Debiteuren 18/4 Voorraden + 56.000-42.000 18/4 Winstsaldo (opbrengst) 18/4 Winstsaldo (kosten) 18/4 Winstsaldo (brutowinst) + 56.000-42.000 + 14.000 24/5 Kas - 3.500 24/5 Winstsaldo (kosten) - 3.500 25/8 Rabobank 25/8 Kas - 2.000 + 2.000 26/9 Rabobank 26/9 Kas - - 1.100 26/9 Winstsaldo (kosten) - 6.100 27/11 Rabobank - 10.000 27/11 Te betalen belasting - 10.000 30/12 Vaste activa - 2.000 30/12 Winstsaldo (kosten) - 2.000 31/12 Rabobank - 2.200 31/12 Winstsaldo (kosten) - 2.200 Totaal debet + 27.100 Totaal credit + 27.100 b) Balans Peter de Vries per 1 januari 2014 2015 2014 2015 Vaste activa 725.000 723.000 150.000 150.000 1.100 - Voorraad - Rabobank 360.000 215.000 16.000 353.100 271.000 4.200 LVV: - 6% Hypoth. Lening - 7% Lening - Te betalen belasting - Crediteuren - ABN-Amro - Rabobank 440.000 600.000 70.000 21.000 440.000 580.000 30.000 106.000 41.000 3.200 Totaal debet 1.321.000 1.351.300 Totaal credit 1.321.000 1.351.300 c) De post Rabobank kwam in de min. Je kunt geen negatief bezit hebben en daarom hebben we ons bezit Rabobank weer laten volstorten totdat we precies op uitkwamen. Dit gebeurt eigenlijk standaard met rood staan (=Storting KVV) en daarom springt de post Rabobank van de debetzijde naar de creditzijde. We gaan uiteraard niet meer rood staan dan nodig is. 9