Zwemwaterprofiel Milligerplas Waterschap Groot Salland Zwolle, 26 maart 2008
Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 1.1 Zwemwaterprofiel... 2 1.2 Kwaliteitsklassen en richtwaarden... 2 1.3 Routekaart zwemwaterprofiel... 3 2 Aanpak... 5 3 Gebiedsbeschrijving... 7 3.1 Algemeen... 7 3.2 Beheer en onderhoud... 8 3.3 Ecologie en hydromorfologie... 8 3.4 Begrenzing... 9 3.5 Gezondheidsrisico s... 9 4 Historische data... 10 4.1 Overschrijdingen van de richtwaarden... 11 4.2 Historische data-analyse in relatie tot weersomstandigheden... 13 5 Potentiële bronnen... 15 6 Zwemprof... 16 6.1 Zwemmers... 16 6.2 Watervogels... 16 6.3 Dieren op het strand... 17 6.4 Afstromend wegwater... 17 6.5 Gezamenlijke invloed bronnen... 17 7 Evaluatie en conclusies... 19 8 Maatregelen en aanbevelingen... 21 Literatuur 22 Bijlage 1: betrokken instanties Bijlage 2: begrenzingsprotocol zwemzone Bijlage 3: invulblad ZWEMPROF
1 Inleiding De nieuwe Europese Zwemwaterrichtlijn (2006/7/EG) is begin 2006 vastgesteld. Het doel van deze richtlijn is het beschermen van de gezondheid van zwemmers in oppervlaktewateren. In de nieuwe richtlijn worden bepalingen neergelegd met betrekking tot de monitoring en de indeling van de zwemwaterkwaliteit in kwaliteitsklassen (uitstekend, goed, aanvaardbaar en slecht) alsmede de verstrekking van informatie daarover aan het publiek en de Europese Commissie. Een pro-actief beheer van de zwemwaterkwaliteit wordt voorgeschreven, risico s moeten in kaart worden gebracht in een zwemwaterprofiel en maatregelen moeten worden uitgevoerd om minimaal een aanvaardbare kwaliteit te kunnen bereiken en blootstelling van zwemmers aan verontreiniging te voorkomen. 1.1 Zwemwaterprofiel Van iedere zwemwaterlocatie zal moeten worden ingeschat welke emissiebronnen via welke verspreidingsroutes de zwemwaterkwaliteit negatief beïnvloeden. Hierbij spelen de locatiespecifieke eigenschappen van het zwemwater een belangrijke rol. Alle bevindingen komen samen in een zwemwaterprofiel van de desbetreffende zwemwaterlocatie. Het opstellen van een zwemwaterprofiel is ook een verplichting volgens de nieuwe zwemwaterrichtlijn. Op basis hiervan kan de beheerder maatregelen nemen om het risico op besmetting van de zwemmer (verder) te reduceren. Op het ogenblik wordt hoofdzakelijk op basis van expert judgement geredeneerd. Het zwemwaterprofiel, eventueel aangevuld met een aantal extra metingen, maakt het mogelijk om eventuele beheersmaatregelen beter te onderbouwen. Financiële middelen worden hierdoor effectiever ingezet. Tevens kan het zwemwaterprofiel ingezet worden voor communicatie naar de maatschappij/burger over de kwaliteit van de zwemwater(locatie) en de genomen beheersmaatregelen. Een zwemwaterprofiel is in eerste instantie bedoeld om inzicht te verkrijgen in de fecale verontreinigingsbronnen en routes en richt zich op de indicatoren voor fecale verontreinigingen (Escherichia coli en intestinale enterococcen). In deze zwemwaterprofielen worden echter ook overige gezondheidsrisico s meegenomen, zoals cyanobacteriën, zwemmersjeuk en botulisme. 1.2 Kwaliteitsklassen en richtwaarden In de nieuwe Europese zwemwaterrichtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende kwaliteitsklassen. De indeling én de richtwaarden hierbij zijn weergegeven in Tabel 1-1.
Tabel 1-1Richtwaarden voor de verschillende kwaliteitsklassen voor zoet binnenwater wat betreft intestinale enterococcen en Escherichia coli Parameter Uitstekende kwaliteit * Goede kwaliteit * Intestinale enterococcen (KVE/100 ml) 200 400 330 Escherichia coli (KVE/100 ml) 500 1000 900 * gebaseerd op een 95-percentiel ** gebaseerd op een 90-percentiel Bevredigende/aanvaardbare kwaliteit ** Referentiemethoden voor de analyse ISO 7899-1 of ISO 7899-2 ISO 9308-1 of ISO 9308-3 Als een fecale verontreiniging via oppervlaktewater naar een zwemwater wordt getransporteerd treedt verdunning op. De locatiespecifieke eigenschappen van het ontvangende zwemwater zijn van belang bij een beoordeling van de invloed van diverse routes op de microbiologische kwaliteit van het zwemwater. Een belangrijke onderverdeling hierin is de verdeling tussen geïsoleerd of doorstroomd zwemwater. 1.3 Routekaart zwemwaterprofiel Het RIZA heeft een aantal pilot-onderzoeken laten uitvoeren en is gekomen tot een algemeen protocol voor het opstellen van een zwemwaterprofiel. Dit heeft geleid tot een routekaart (zie Figuur 1-1) welke voor het opstellen van de zwemwaterprofielen gebruikt is. Deze aanpak volgens de routekaart resulteert in een algemeen beeld van de zwemwaterlocatie, zijn omgeving en de mogelijke bronnen, met een indicatie van de grootte van bijdrage van deze bronnen op de waterkwaliteit in de zwemwaterlocatie. Beschrijving gebied/hydromorfologie Veldbezoek Historische waterkwaliteit Lijst: bronnen routes Meetprogramma Richtgetallen Analyseren Evalueren Zwemwater profiel Evalueren? Actieprogramma Figuur 1-1 Algemene routekaart om te komen tot een zwemwaterprofiel
Waterschap Groot Salland heeft Grontmij gevraagd een zwemwaterprofiel op te stellen voor de Milligerplas en daarbij gebruik te maken van de Handreiking voor het opstellen van een zwemwaterprofiel (Grontmij, RWS-RIZA 21 juni 2005).
2 Aanpak Voor het opstellen van het zwemwaterprofiel zijn, aan de hand van de in hoofdstuk 1 genoemde handreiking, alle stappen doorlopen. Hieronder is aangegeven in welke onderwerpen deze stappen terugkomen en waar in de rapportage deze zijn terug te vinden. De gepresenteerde aanpak kan dan ook worden gezien als leeswijzer. Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving Gebiedsbeschrijving algemeen. Hierin wordt de locatie, en de ligging van de locatie in de omgeving, beschreven op basis van de in de handreiking genoemde stappen locatiebeschrijving, gebiedsbeschrijving en veldbezoek. Hydromorfologie en ecologie. Deze paragraaf omvat de benodigde informatie over stromingen, peilen, flora en fauna (veldbezoek, hydromorfologie, gebiedsbeschrijving). Begrenzing. Het protocol binnenwater uit het rapport KRW en oppervlaktewater: Bescherming van zwemwater en oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding onder de Europese Kaderrichtlijn Water (V&W/RWS/RIZA, juni 2005) is gebruikt om de begrenzing van een zwemzone vast te stellen. Gezondheidsrisico s. In deze paragraaf wordt gemeld of er meldingen van gezondheidsklachten (zwemmersjeuk, botulisme, enz) zijn geweest op deze locatie en/of bloeien van cyanobacteriën. Hoofdstuk 4 Historische data Analyse historische data. De microbiologische data van de zwemwaterbemonsteringen van de laatste drie tot vijf jaar vormen de basis voor de analyse van de historische waterkwaliteit. Deze historische databestanden worden gebruikt om te zien of er een bepaalde trend zichtbaar is die wijst op: invloed van weersomstandigheden, bijvoorbeeld indien overschrijdingen of verhogingen altijd optreden na hevige neerslag; een relatie met bepaalde bronnen, bijvoorbeeld wanneer alleen hoge waarden gevonden worden bij een hoge recreatiedruk; de relatie met een bepaalde periode in het jaar waarop verhogingen plaatsvinden; verhogingen kunnen van jaar tot jaar plaatsvinden op verschillende tijdsstippen, maar ze kunnen ook altijd in dezelfde periode plaatsvinden. De historische databestanden zijn deels gebaseerd op de huidige zwemwaterrichtlijn en bevatten de daarin opgenomen indicator voor fecale verontreinigingen (thermotolerante bacteriën van de coligroep). Totaal bacteriën van de coligroep is niet meegenomen in deze analyse, omdat deze parameter geen duidelijke relatie heeft met fecale besmetting. Fecale streptococcen zijn niet gemeten. Hoofdstuk 5 Potentiële bronnen van microbiologische verontreiniging Potentiële bronnen van verontreiniging. Op basis van het veldbezoek, de analyse van de historische data, de gegevens van de waterkwaliteitsbeheerder en de plattegronden is een lijst van alle potentiële verontreinigingsbronnen en routes voor fecale verontreiniging opgesteld. Alle potentiële bronnen en routes zijn op deze
lijst gezet ook al lijken ze niet van belang. Soms blijkt dat juist een bron die vooraf niet als relevant werd beschouwd toch verhoogde waarden veroorzaakt óf dat door samenloop van omstandigheden meerdere bronnen samen verantwoordelijk zijn voor verhoogde waarden. Elke bron kan dan meetellen. Hoofdstuk 6 ZWEMPROF Invullen richtgetallen. Met behulp van een eenvoudig spreadsheetmodel (ZWEMPROF) wordt de invloed van bronnen geschat. Het model geeft als resultaat aan of er a) geen invloed, b) geringe invloed, c) wezenlijke invloed of d) grote invloed is van belangrijke fecale verontreinigingen. Hoofdstuk 7 Evaluatie en conclusies Analyse en evaluatie van gegevens. Alle gegevens die afkomstig zijn uit de voorgaande stappen zijn naast elkaar gelegd en bekeken. Hierbij is vooral onderzocht welke potentiële bronnen die uit de analyse van de data van de waterkwaliteitsbeheerders, het veldbezoek en de plattegronden volgen, relevant zijn voor de zwemwaterkwaliteit op de locatie en zijn de resultaten van de spreadsheet modellering (ZWEMPROF) gebruikt. Daarnaast is een soort rangschikking van belangrijke bronnen gemaakt. Op deze manier is duidelijk waar de mogelijke knelpunten zitten en waar eventueel maatregelen genomen zouden moeten worden. Conclusies. De belangrijkste bevindingen en de (mogelijke) consequenties hiervan zijn op een rij gezet. Hoofdstuk 8 Maatregelen en aanbevelingen Maatregelen en bevindingen. Indien er geen problemen zijn geconstateerd bestaat er in beginsel weinig aanleiding om maatregelen te nemen. Indien er wel relevante verontreinigingsbronnen zijn gevonden of indien er onduidelijkheid is over de betrouwbaarheid van (enkele) resultaten, wordt in deze paragraaf een doorkijk gegeven naar mogelijke maatregelen.
3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Algemeen De informatie in dit hoofdstuk is grotendeels gebaseerd op informatie van de Gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Waterschap Groot Salland. Er is geen veldbezoek geweest. De Milligerplas is een oude zandafgraving aan de noordwestkant van de wijk Stadshagen in Zwolle. De plas ligt tussen de Hasselterweg (N331) en de Werkerlaan ( Figuur 3-1). De zuidkant van de Milligerplas is bestemd voor recreatie, de noordkant is een natuurgebied. De plas wordt gebruikt om te zwemmen, zonnen, duiken en vissen en is gratis toegankelijk. Natuurgebie d Natuurgebie d Hasselterweg (N331) Hasselterweg (N331) Werkerlaan Werkerlaan Millingerplas Milligerplas Hondenuitlaatterein Wijk Stadshagen Wijk Stadshagen Figuur 3-1 Overzichtskaart met meetpunt Milligerplas Op het strand zijn bij elk van de drie ingangen informatieborden geplaatst. Het niet toegestaan om met honden of paarden de zwemwaterlocatie te betreden. Naast de zwemplas ligt echter een hondenuitlaatterrein dat met een hek is afgesloten. Honden zijn bij de plas waargenomen. Het is alleen toegestaan om met bootjes in de plas te varen die niet gemotoriseerd zijn. Bij de zwemwaterlocatie zijn parkeerplaatsen en een dames- en een herentoilet aanwezig. De zwemwaterlocatie heeft een zandstrand met ligweide met ondergrondse afvalbakken. Een deel van het gazon aangrenzend aan het zandstrand is ingericht met volleybal en basketbalfaciliteiten. In de toekomst wordt een horecagelegenheid gebouwd, nu is er geen horeca aanwezig.
Er vindt geen continu toezicht op recreanten plaats, er wordt gemiddeld tweemaal per dag een rondgang gemaakt. In en rondom de plas worden kleinschalige evenementen georganiseerd zoals een nieuwjaarsduik en beachvolleybaltoernooien. Waterschap Groot Salland heeft één microbiologisch/fysisch/chemisch meetpunt in de zwemzone. De officiële zwemzone bevindt zich aan de zuidzijde (meetpunt qmp01, x coördinaat: 200900 en y coördinaat: 507000) van de plas en is begrensd met een ballenlijn (Figuur 3-2). De oever loopt geleidelijk af tot en met de drijflijn. Voorbij de drijflijn loopt de bodem steil af. Figuur 3-2 Zwemzone zuidzijde (meetpunt qmp01) De exacte bezoekersaantallen zijn niet bekend, volgens de beheerder komen in totaal ca. 65.000 bezoekers per jaar. In een jaar met veel topdagen zijn in totaal ca. 80.000 bezoekers langs de gehele plas te vinden. 3.2 Beheer en onderhoud De gemeente Zwolle beheert en onderhoudt de speel- en ligweiden met bijbehorende voorzieningen, zandstranden, omliggend bosplantsoen, parkeerterrein en fietsenstalling. Daarnaast ziet zij toe op de veiligheid en waterkwaliteit in de plas. De waterkwaliteit wordt beheerd door Waterschap Groot Salland. De Milligerplas behoort tot categorie D van de WHVBZ. Het strand, de ligweide en het sanitair van de zwemplassen binnen deze categorie worden frequent onderhouden. In het zwemseizoen worden dagelijks elke ochtend door de gemeente de toiletten gereinigd. Het zwerfvuil wordt in het zwemseizoen dagelijks verwijderd door vakantiekrachten. Afhankelijk van de drukte worden de ondergrondse afvalbakken eenmaal per acht weken door een loonbedrijf geleegd. Graafkuilen worden geëlimineerd door de stranden regelmatig te egaliseren en/of te frezen. 3.3 Ecologie en hydromorfologie De waterbodem in de Milligerplas loopt vrij snel af en heeft een redelijk stevige structuur. In het water ligt veel bouwafval (waar vis zich graag bij ophoudt) en oude bomen. In het water zijn o.a. baars, brasem, karper, snoek, blankvoorn, kreeft en driehoeksmosselen aan te treffen. Aan het wateroppervlak is weinig vegetatie, er is onder water meer vegetatie aanwezig. Volgens de Zwolse Hengelsportvereniging is de exacte visstand op dit moment nog wat lastig in te schatten. Wel is duidelijk dat er veel snoeken en baarzen in de plas zitten. Van beide soorten kunnen forse exemplaren gevangen worden. Snoekbaars zit er, maar hierover zijn minder meldingen. Wat betreft witvissoorten zijn meldingen bekend van zeer grote brasems (tot 68 cm) en grove blankvoorns van ver boven de 30 cm. Over de karperstand is bij het waterschap geen informatie bekend. In zijn algemeenheid kan gezegd worden dat de Milligerplas van de genoemde soorten erg grote, maar niet erg veel exemplaren herbergt. Het noordelijk deel van de plas is een natuurgebied met veel eenden. Er is een wal voor oeverzwaluwen aangelegd.
De plas heeft een geïsoleerde ligging en het zuidelijke deel heeft een totaal wateroppervlak van ca. 29 ha. De maximale diepte in de Milligerplas is 26 m. De diepte varieert echter omdat er buiten het zwemseizoen zand uit de plas gewonnen wordt. Het water heeft een goed zicht tot ongeveer op een diepte van ca. 20 m. Op heldere dagen kan men zonder lamp duiken. De bodem in de omgeving van de plas wordt gekenmerkt door de bodemtypen rauwveengronden, moerige podzolgronden en rivierkleigronden met grondwatertrap II of III. Op 100 m ten oosten van de plas aan de Werkerlaan ligt een gemaal. In de directe omgeving van de plas zijn geen andere kunstwerken zoals duikers aanwezig. Op de plas vindt geen overstort van regen- of rioolwater plaats. 3.4 Begrenzing De begrenzing van de zwemwaterzone wordt voorgesteld aan de hand van het rapport KRW en oppervlaktewater, Bescherming van zwemwater en oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding onder de Europese Kaderrichtlijn Water, Ministerie V&W/RWS/RIZA (DHV, 2005). Op basis van het protocol zwemwaterlocaties in binnenwater (zie bijlage 2) is de zwemwaterzone vastgesteld. De zwemwaterzone is afgebakend met een ballenlijn. De diepte het zwemwater ter hoogte van de ballenlijn is 0,9 m. Het protocol hanteert bij aanwezigheid van een afbakening een waterdiepte van maximaal 1,5 m, daarom is ervan uitgegaan dat de aanwezige ballenlijn als begrenzing van de zwemwaterzone kan dienen (Figuur 3-3). Figuur 3-3 Begrenzing zwemzone (gearceerd vlak; bron: http://maps.google.com) 3.5 Gezondheidsrisico s Bij de Provincie Overijssel zijn in de periode 2002-2007 weinig gezondheidsklachten voor de Milligerplas gemeld. In 2005 zijn via de GGD twee meldingen van kinderen met rode bultjes bij de provincie binnengekomen. Er zijn zwemverboden of waarschuwingen uitgegaan. Cyanobacteriën
Drijflagen van cyanobacteriën, beter bekend als blauwalgen, kunnen een probleem op deze locatie zijn. De optimale omstandigheden voor een algenbloei zijn een temperatuur tussen de 20 C en 30 C, lichtarme en luwe (wind en stroming) omstandigheden, relatief ondiep, helder en mineraalrijk water. De Provincie Overijssel stelt een zwemverbod in voor haar zwemwateren als de concentraties microcystines (een door cyanobacteriën geproduceerde gifstof) de landelijke richtwaarde van 20 μg/l voor zwemwater overschrijden of als er een drijflaag is geconstateerd. Van 2002 tot 2007 zijn er door monsternemers geen drijflagen van blauwalgen in de Milligerplas aangetroffen. Doorzicht Het doorzicht is in het zwemseizoen van 2004 viermaal gemeten op het meetpunt qmp01. In de periode 2005-2007 is het doorzicht gedurende het zwemseizoen tweewekelijks op deze meetpunten bepaald. Het doorzicht van de Milligerplas op de meetpunten is in de periode 2004-2007 altijd hoger dan de gestelde richtwaarde van 100 cm. ph-waarden ph waarden hoger dan 9 kunnen huidirritaties veroorzaken. Deze richtwaarde is opgenomen in de huidige ( oude ) zwemwaterrichtlijn. Bij een ph van 10 zijn daadwerkelijk gezondheidseffecten denkbaar. In de Milligerplas is in de periode 2005-2007 de ph het gehele zwemseizoen lager dan 9 geweest (Figuur 3-4). Jaartrends van de ph (2002-2007) 2005 2006 2007 Richtwaarde 12 10 8 ph 6 4 2 0 apr mei jun jul aug sep Datum Figuur 3-4 Jaartrends van ph op meetpunt qmp01 van zwemwaterlocatie Milligerplas Zwerfvuil Zwerfvuil in het water en op de stranden kan verwondingen veroorzaken en vormt daardoor een veiligheidsrisico. Bij de Milligerplas wordt soms zwerfvuil aangetroffen wat incidenteel in de zwemzone terecht zal komen. Dagelijks wordt hierop gecontroleerd en wordt aangetroffen zwerfvuil van de stranden en ligweiden weggehaald. Chemische verontreiniging De gemeente Zwolle heeft onderzocht of chemische bodemverontreinigingen die binnen 100 m afstand van de Milligerplas aanwezig kunnen zijn invloed op de waterkwaliteit uitoefenen. Er werd geconcludeerd dat de huidige bodem van een voldoende kwaliteit was, zodat er geen nader onderzoek naar beïnvloeding van de waterkwaliteit nodig is. 4 Historische data
De analyse van de historische data is opgebouwd uit twee delen. Ten eerste is gekeken of er de afgelopen jaren overschrijdingen van de richtwaarden is geweest. Ten tweede is een historische data analyse uitgevoerd met de microbiologische data van de afgelopen zes jaar en vergeleken met de weergegevens in die periode. 4.1 Overschrijdingen van de richtwaarden De Milligerplas wordt gedurende het zwemseizoen minimaal 11 keer en tweewekelijks bemonsterd op meetpunt qmp01. De jaartrends van intestinale enterococcen, Escherichia coli en de thermotolerante bacteriën van de coligroep zijn in onderstaande figuren weergegeven voor de periode 2002-2007 voor het meetpunt. Escherichia coli en intestinale enterococcen zijn alleen in 2006 en 2007 gemeten. Jaartrends van Intestinale Enterococcen 2006 2007 Richtw aarde 600 Intestinale enterococcen (kve/100ml) 400 200 0 apr mei jun jul aug sep Datum
Jaartrends van E. Coli 2006 2007 Richtw aarde 1500 1250 E. coli (kve/100ml) 1000 750 500 250 0 apr mei jun jul aug sep Datum Jaartrends van thermotolerante bacteriën van de coligroep Richtw aarde 2002 2003 2004 2005 2006 2007 3000 Thermotolerante bact. v.d. coligr. (kve/100ml) 2000 1000 0 apr mei jun jul aug sep Datum Figuur 4-1 Jaartrends van intestinale enterococcen, Escherichia coli en de thermotolerante bacteriën van de coligroep voor meetpunt qmp01 Het 95-percentiel van de beschikbare gegevens van intestinale enterococcen en Escherichia coli van de zwemseizoenen van 2006 en 2007 is berekend en getoetst aan de kwaliteitsklassen uit de nieuwe zwemwaterrichtlijn. Met een 95-percentiel van 82 KVE/100 ml voor intestinale enterococcen en 337 KVE/100 ml voor Escherichia coli voldoet meetpunt qmp01 aan de kwaliteitsklasse 'uitstekend'.
4.2 Historische data-analyse in relatie tot weersomstandigheden Om een beeld te krijgen van mogelijke verontreinigingsbronnen en routes voor de zwemplas is een historische data-analyse uitgevoerd voor de periode 2002-2007. Om de weersinvloed te bepalen zijn microbiologische gegevens van het zwemwater vergeleken met de weergegevens van het KNMI in Twente. Als de microbiologische gegevens een relatie vertonen met de neerslagintensiteit gemeten op dit station, worden tevens neerslaggegevens van meetstation Heino van Waterschap Groot Salland beschouwd. Daarnaast is gekeken of een jaarlijks terugkerende gebeurtenis in een bepaald gedeelte van het seizoen invloed heeft op de waterkwaliteit. In deze analyse zijn de meetresultaten van intestinale enterococcen, Escherichia coli en de thermotolerante bacteriën van de coligroep meegenomen. Voor het meetpunt is de data-analyse uitgevoerd en de resultaten daarvan staan hieronder beschreven. In de periode 2002-2007 is voor geen van de drie indicatororganismen voor fecale verontreiniging een overschrijding geconstateerd en zijn slechts enkele verhogingen gemeten. Eenduidige relaties van de verhoogde concentraties met de weergegevens maximum luchttemperatuur, aantal zonne-uren een aantal dagen voorafgaand aan de bemonstering voor de bacteriegroepen, neerslagintensiteit en windrichting zijn niet geconstateerd in de periode 2002-2007 (zie als voorbeeld Figuur 4-2 t/m Figuur 4-4). Thermotolerante bacteriën van de coligroep en windrichting 2005 meetgegevens Richtwaarde 3000 2000 1000 0-3000 -2000-1000 0 1000 2000 3000-1000 -2000-3000 Figuur 4-2 Windrichting en concentraties Thermotolerante bacteriën van de coligroep in 2005 voor meetpunt qmp01
Neerslag en thermotolerante bacteriën v.d. coli-groep 2003 3000 14,00 Thermotolerante bact. v.d. coligr. (kve/100 ml) 2500 2000 1500 1000 500 12,00 10,00 8,00 6,00 4,00 2,00 Neerslag (mm/d) Richtwaarde TT coli Neerslag 0 0,00 sep aug jul jun mei apr Datum Figuur 4-3 Neerslagintensiteit gemeten op het KNMI station Twente en concentraties thermotolerante bacteriën van de coligroep in 2003 voor meetpunt qmp01 Neerslag en thermotolerante bacteriën v.d. coli-groep 2003 3000 25 Thermotolerante bact. v.d. coligr. (kve/100 ml) 2500 2000 1500 1000 500 20 15 10 5 Neerslag (mm/d) Richtwaarde TT coli Neerslag 0 0 sep aug jul jun mei apr Datum Figuur 4-4 Neerslagintensiteit gemeten op het meetstation Heino van Waterschap Groot Salland en concentraties thermotolerante bacteriën van de coligroep in 2003 voor meetpunt qmp01
5 Potentiële bronnen De totale lijst met verontreinigingsbronnen voor fecale verontreiniging wordt hieronder weergegeven aan de hand van de analyse van literatuurinformatie en kaarten, veldgegevens en historische data. Dit zijn voor de Milligerplas: Zwemmers Zwemmers kunnen voor fecale verontreiniging van de zwemwaterlocatie zorgen. Door activiteiten van zwemmers of waterorganismen kan tevens het sediment omgewoeld worden. Opwerveling en nalevering van sediment kunnen uitwisseling van stoffen tussen de sediment- en waterfase bewerkstelligen. Er komen in totaal ca. 65.000 bezoekers per jaar. In een jaar met veel topdagen zijn in totaal ca. 80.000 bezoekers langs de gehele plas te vinden. Er wordt geschat dat ¾ deel van deze bezoekers uit zwemmers bestaat en dat een zwemseizoen gemiddeld 20 dagen kent waarop de zwemmers van een zwemwaterlocatie gebruik maken. Vogels Het aantal vogels wat op het strand en in de zwemzone wordt waargenomen wisselt en is afhankelijk van de drukte. Gemiddeld worden er ca. 30 vogels per dag geteld die op het strand verblijven en ca. 50 die zich in de zwemzone bevinden. In totaal zijn per dag ca. 80 vogels in en om de stranden aanwezig. Waargenomen soorten zijn: Nijlganzen, Canadese ganzen, meerkoeten, aalscholvers, meeuwen en eenden. Dieren op het strand Naast de zwemplas ligt een hondenuitlaatterrein, er worden gemiddeld tien honden bij de plas waargenomen. Afstromend wegwater Water dat afstroomt van de wegen rondom de plas kan van invloed op de waterkwaliteit zijn.
6 Zwemprof Met behulp van het door Grontmij ontwikkelde spreadsheetmodel ZWEMPROF kan aan de hand van theoretische parameters voor het type systeem en potentiële verontreinigingsbronnen en routes de bijdrage van deze bronnen aan de zwemwaterkwaliteit van de Milligerplas worden bepaald. Een aantal parameters zijn bepaald aan de hand van gegevens van de beheerder of schattingen en gebruikt voor de berekeningen. In navolgende paragraaf worden de gebruikte parameters per bron of route weergegeven. 6.1 Zwemmers Het aantal bezoekers van de Milligerplas is niet bekend. Om de invloed van de zwemmers op de waterkwaliteit in beeld te brengen, is geschat dat er in totaal ca. 65.000 per jaar van de plas gebruik maken. In een jaar met veel topdagen zijn in totaal ca. 80.000 bezoekers langs de gehele plas te vinden. Het is niet bekend hoeveel van deze bezoekers gedurende het zwemseizoen aanwezig zijn. Om deze reden is voor de bepaling van de invloed van zwemmers op de zwemwaterkwaliteit uitgegaan van het aantal bezoekers wat gedurende een jaar de plas bezoekt. Een grove schatting is dat ¾ deel van deze bezoekers zich in het water bevindt en dat een zwemseizoen gemiddeld 20 dagen kent waarop de bezoekers van een zwemwaterlocatie gebruik maken. Op basis van deze gegevens is geschat dat er gedurende het zwemseizoen gemiddeld 2450 zwemmers per dag aanwezig zijn en op mooie dagen gemiddeld 3000. Het oppervlak van de zwemzone is geschat op 12300 m 2. Uit de resultaten van ZWEMPROF blijkt dat zwemmers bij gemiddelde of grote drukte geen invloed op de waterkwaliteit hebben. Zelfs 5000 zwemmers hebben geen invloed op de waterkwaliteit. 6.2 Watervogels Het aantal vogels wat op het strand en in de zwemzone door de beheerder wordt waargenomen wisselt en is afhankelijk van de drukte. Gemiddeld worden er ca. 30 vogels per dag geteld die op het strand verblijven en ca. 50 die zich in de zwemzone bevinden (totaal rond de 80 vogels in of om de plas). In het model zijn bovenstaande waarden ingevuld. Daarna is gevarieerd met de gemiddelde afstand tot de zwemzone. De toegerekende fractie naar het zwemwater is ingeschat op 1. Watervogels kunnen zowel als puntbron als diffuse bron gezien worden. Voor de analyse zijn watervogels in het model opgenomen als puntbron. Voor watervogels geldt dat door de samenstelling van de feces een overschrijding van de richtwaarde voor intestinale enterococcen eerder gemeten zal worden dan een overschrijding voor E coli. Een kleinere afstand tot de zwemzone vergroot de invloed op de waterkwaliteit. Wanneer bij 80 watervogels de gemiddelde afstand afneemt tot ca. 100 m zal de invloed volgens ZWEMPROF verwaarloosbaar zijn bij gemiddelde of grote drukte. Wanneer de gemiddelde afstand afneemt tot 0 m, is de invloed op de waterkwaliteit groot en zijn maatregelen noodzakelijk.
6.3 Dieren op het strand Naast de zwemplas ligt een hondenuitlaatterrein, waarschijnlijk wordt ook rond de plas met honden gewandeld. Hierbij is uitgegaan van dagelijks tien honden in het gebied. De afstand van het hondenuitlaatterrein tot de zwemzone is ca. 550 m. Omdat voor honden geen richtgetallen voor de biologische samenstelling van de feces beschikbaar zijn, is op basis van expert judgement de invloed van een hond gelijk gesteld aan vijf watervogels. Op basis van deze getallen is de dagelijkse belasting gelijk aan ongeveer 50 watervogels. Er is gekozen voor een gemiddelde afstand tot de zwemplek van 550 m en een fractie van 0,5. Net als bij watervogels is met honden in het model gevarieerd met de gemiddelde afstand tot de zwemzone. Wanneer tien honden dagelijks op een afstand van 550 m van de zwemzone aanwezig zijn, is volgens ZWEMPROF de invloed op de waterkwaliteit verwaarloosbaar. Een kleinere afstand tot de zwemzone vergroot de invloed op de waterkwaliteit. Wanneer de gemiddelde afstand tot de zwemzone afneemt tot ongeveer 40 m, zal de invloed op de waterkwaliteit verwaarloosbaar zijn bij geringe of grote drukte. Wanneer de gemiddelde afstand afneemt tot 0 m, is de invloed op de waterkwaliteit groot en zijn maatregelen noodzakelijk. 6.4 Afstromend wegwater Er is sprake van afstromend wegwater. Dit water is afkomstig van de parallelweg langs de Hasselterweg (N331) en andere locale wegen zoals de Werkerlaan. Met name de locale wegen kunnen verontreinigd zijn met honden- of vogelfeces omdat deze dieren in het gebied zijn aangetroffen. Voor ZWEMPROF is aangenomen dat de lengte van de parallelweg langs de Hasselterweg ten oosten van de plas en de Werkerlaan in totaal 1750 m is, de breedte van de weg gemiddeld 5 m en dat er een bui van 50 mm op de wegen valt. Buien van dit kaliber vallen echter niet zo vaak, daarom is dit een worst-case scenario. De gemiddelde afstand tot de zwemzone is geschat op minimaal 45 m en de toegekende fractie in ZWEMPROF is gesteld op 0.5 Uit de resultaten van ZWEMPROF blijkt dat afstromend wegwater geen invloed op de zwemwaterkwaliteit van de zwemzone heeft. 6.5 Gezamenlijke invloed bronnen Honden en watervogels hebben in de door de beheerder aangegeven aantallen de grootste invloed op de waterkwaliteit. De overige bronnen dragen nauwelijks bij aan de gezamenlijke invloed van de bronnen op de waterkwaliteit bij gemiddelde of grote drukte. Wanneer gevarieerd wordt met de gemiddelde afstand van de dieren tot de zwemzone, zal de invloed op de waterkwaliteit verhoogd worden. Wanneer de gemiddelde afstand van deze dieren tot de zwemzone afneemt tot 0 m, is de invloed op de waterkwaliteit het grootst (zie als voorbeeld Figuur 6-1).
Figuur 6-1 Uitslagblad ZWEMPROF zwemzone (meetpunt qmp01) voor watervogels en honden op een afstand van 0 m van de zwemzone
7 Evaluatie en conclusies De Milligerplas wordt gedurende het zwemseizoen minimaal 11 keer en tweewekelijks bemonsterd op meetpunt qmp01, waarbij de concentraties van intestinale enterococcen, Escherichia coli en de thermotolerante bacteriën van de coligroep zijn bepaald. Het 95-percentiel van de beschikbare gegevens van intestinale enterococcen en Escherichia coli van de zwemseizoenen van 2006 en 2007 is berekend en getoetst aan de kwaliteitsklassen uit de nieuwe zwemwaterrichtlijn. Met een 95-percentiel van 82 KVE/100 ml voor intestinale enterococcen en 337 KVE/100 ml voor Escherichia coli voldoet meetpunt qmp01 aan de kwaliteitsklasse 'uitstekend'. In de periode 2002-2007 is voor geen van de drie indicatororganismen voor fecale verontreiniging een overschrijding geconstateerd en zijn voor de organismen slechts enkele verhogingen gemeten. Eenduidige relaties van de verhoogde concentraties met de weergegevens maximum luchttemperatuur, aantal zonne-uren een aantal dagen voorafgaand aan de bemonstering voor de parameters, neerslagintensiteit en windrichting zijn niet geconstateerd in de periode 2002-2007. Aan de hand van de analyse van literatuurinformatie en kaarten, veldgegevens en historische data worden de volgende verontreinigingsbronnen- en routes van belang geacht voor fecale verontreiniging van de Milligerplas: Zwemmers Zwemmers kunnen voor fecale verontreiniging van de zwemwaterlocatie zorgen. Door activiteiten van zwemmers of waterorganismen kan tevens het sediment omgewoeld worden. Opwerveling en nalevering van sediment kunnen uitwisseling van stoffen tussen de sediment- en waterfase bewerkstelligen. Er komen in totaal ca. 65.000 bezoekers per jaar. In een jaar met veel topdagen zijn in totaal ca. 80.000 bezoekers langs de gehele plas te vinden. Er wordt geschat dat ¾ deel van deze bezoekers uit zwemmers bestaat en dat een zwemseizoen gemiddeld 20 dagen kent waarop de zwemmers van een zwemwaterlocatie gebruik maken. Vogels Het aantal vogels wat op het strand en in de zwemzone wordt waargenomen wisselt en is afhankelijk van de drukte. Gemiddeld worden er ca. 30 vogels per dag geteld die op het strand verblijven en ca. 50 die zich in de zwemzone bevinden. In totaal zijn per dag ca. 80 vogels in en om de stranden aanwezig. Waargenomen soorten zijn: Nijlganzen, Canadese ganzen, meerkoeten, aalscholvers, meeuwen en eenden. Dieren op het strand Naast de zwemplas ligt een hondenuitlaatterrein, er worden gemiddeld 10 honden bij de plas waargenomen. Afstromend wegwater Water dat afstroomt van de wegen rondom de plas kan van invloed op de waterkwaliteit zijn. Door middel van het spreadsheetmodel ZWEMPROF is inzicht gekregen over de invloed van deze verontreinigingsbronnen op de zwemwaterkwaliteit. Honden en watervogels hebben in de door de beheerder aangegeven aantallen de grootste invloed op de waterkwaliteit bij gemiddel-
de of grote drukte. De overige bronnen dragen nauwelijks bij aan de gezamenlijke invloed van de bronnen op de waterkwaliteit bij gemiddelde of grote drukte. Wanneer gevarieerd wordt met het aantal watervogels of honden en de gemiddelde afstand van deze dieren tot de zwemzone, zal de invloed op de waterkwaliteit verhoogd worden. Wanneer de gemiddelde afstand van deze dieren tot de zwemzone afneemt tot 0 m, is de invloed op de waterkwaliteit het grootst.
8 Maatregelen en aanbevelingen De identiteit en grootte van potentiële bronnen in dit rapport is gebaseerd op bevindingen van de gemeente. Er wordt aanbevolen om met onafhankelijke personen gedurende het zwemseizoen een veldbezoek aan de zwemwaterlocatie te brengen waarbij de focus ligt op het in kaart brengen van potentiële bronnen. Met een veldbezoek kan ook een onpartijdig oordeel over de grootte van deze bronnen verkregen worden. Voor een indeling van de concentraties intestinale enterococcen en Escherichia coli in een kwaliteitsklasse volgens de nieuwe zwemwaterrichtlijn zijn metingen uit minstens drieopeenvolgende jaren nodig. Het blijven analyseren van deze parameters is dan ook wenselijk. Op het gebied van blauwalgen of gezondheidsklachten kent de plas eveneens geen problemen. Ook zijn de sanitaire voorzieningen en de speelvoorzieningen goed onderhouden. Het is altijd belangrijk om de badgasten aan de hand van borden duidelijk te informeren over het gebruik van de zwemzone en te wijzen op het effect van hygiëne in de zwemzone. Het verbod voor honden voor de ligweide en zwemzone dient te worden gehandhaafd omdat deze dieren op de zwemwaterlocatie zijn gesignaleerd. Aangetroffen feces van deze dieren dient regelmatig te worden opgeruimd. Een aanbeveling voor de plas is om ligweiden minder aantrekkelijk voor ganzen te maken door het gras niet te kort te houden. Kort gras is namelijk aantrekkelijk als voedsel voor ganzen. Dit is echter moeilijk. Vogels zijn extra lastig uit de plas te weren omdat ze veelal uit het aangrenzende natuurgebied komen en in de plas fourageren. Tenslotte kan de kwaliteit van het regenwater dat via de ligweiden de zwemzone instroomt verbeterd worden. Dit kan bereikt worden door de vogelfeces dagelijks van het strand te verwijderen, bijvoorbeeld door deze te verzamelen bijvoorbeeld met een hark.
Literatuur DHV (2005): Rapport KRW en oppervlaktewater. Bescherming van zwemwater en oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding onder de Europese Kaderrichtlijn Water, Ministerie V&W/RWS/RIZA Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie (2006): Richtlijn 2006/7/EG betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot intrekking van Richtlijn 76/160/EEG. 15 februari 2006. Provincie Overijssel (2007): Openbare zwemgelegenheden in oppervlaktewateren Overijssel 2006. RIZA-Grontmij (2005): Handreiking bij het opstellen van een zwemwaterprofiel.
Bijlage 1 Betrokken instanties Terreinbeheerder Gemeente Zwolle Postbus 10007 8000 GA Zwolle telefoon:038-4989111 Waterbeheerder Waterschap Groot Salland Postbus 60 8000 AB Zwolle telefoon: 038-4557200 Provincie Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle telefoon: 038-4998899
Bijlage 2 Begrenzingsprotocol zwemzone 1. Is de locatie op een diepte van circa 1.50 m optisch afgebakend? nee 5. Bepaal de grenzen van het zwemstrand ja 2. Zijn er locatiespecifieke problemen? nee ja 3. Controleer de locatiespecifieke richtlijnen *, pas deze toe indien relevant 4. De zwemwaterzone is het gebied binnen de afscheiding 6. Markeer de punten waar de grenzen van het zwemstrand de waterlijn raken 7. Is het water 50 m uit de oever minder dan 1,50 m diep? ja nee 8. Is er sprake van een gevaarlijke functie binnen 50 m van de oever? nee ja 10. Is er sprake van een gevaarlijke functie voordat een diepte van 1,5 m wordt bereikt? ja nee 9. Markeer punten op 50 m vanaf de waterlijn 11. Markeer punten op een diepte van 1,50 m 12. Markeer punten op 50 m. vanaf de gevaarlijke zone 13. Verbind de punten in het water met een rechte lijn = = = 14. Zijn er locatiespecifieke problemen? Vraag Actie Zwemwaterzone ja nee 15. Controleer de locatiespecifieke richtlijnen *, pas deze indien relevant toe 16. De zwemwaterzone is het gebied binnen de twee punten op het zwemstrand en de twee punten in het water * Zie beschrijving op bladzijde 22
Bijlage 3 Invulblad ZWEMPROF