Case study 1: Contributiemarge 1) Wat vind je van de manier van berekenen van de kostprijs per eenheid door de financiële directeur. Wat vind je goed, wat mindergoed? Hoe zou je het eventueel anders doen en waarom. Op deze manier zie je niet wat de eigenlijke opbrengst is van iedere product. Je kan wel gemakkelijk zien wat de omzet is per productgroep, doelgroep en een product/markt matrix opstellen. Deze manier van berekenen geeft wel het belang aan van het segment door te laten zien hoeveel omzet het opbrengt. Maar indien je een bijdrageanalyse doet kan je ook zien welke activiteiten het meeste opbrengen. Het kan zijn dat een bepaalde productgroep, per stuk of per uur meer opbrengt dan de andere productgroepen. Door de omzetanalyse krijg je een vals beeld over de bijdrage vermits de indirecte vaste kosten te verdelen zijn. De winst laat zien wat de overschot van de omzet is na aftrek van alle kosten inclusief de indirecte vaste kosten. Terwijl de bijdrage analyse laat zien waar de kosten effectief naartoe gaan en welk product de meeste bijdrage biedt. Met deze manier van berekenen van de kostprijs per eenheid kunnen we denken dat de producten 1 en 2 altijd in verlies zijn. Eigenlijk is het niet juist, als we meer verkopen, zijn de vaste kosten lager, dus is de kostprijs per eenheid lager. Deze manier van berekenen is dus juist, maar alleen met een vaste hoeveelheid. 2) De financiële directeur wil product 1 schrappen uit het assortiment aangezien het verlieslatend is. Dit heeft geen enkel effect op de verkopen van de andere producten. Ondersteun je deze beslissing? Motiveer waarom. Reden 1: Netto contributiemarge is groter dan 0 Met behulp van de contributiemarge gaan we bekijken of het een goed idee is om product 1 te verwijderen. Eerst controleren we of er voldoende capaciteit is. Regel 1: Wanneer deze niet overschreden wordt, zouden we best het product behouden indien de nettocontributie groter of gelijk aan 0 is. Regel 2: Indien de maximumcapaciteit overschreden wordt, hebben we te maken met een bottlenecksituatie. Totaal 23.500 De maximumcapaciteit van 26.000 uren wordt niet overschreden dus we passen regel 1 toe. We berekenen de contributiemarge voor de huidige totale productie. Omzet 415.000 - Grondstofkosten 199.000 - Variabele marketingkosten 4.150 - Verpakkingskosten 9.000 - Variabele verzendingskosten 36.000 = 248.150 Bruto contributiemarge 166.850
- Directe fabricagekosten 23.000 Netto contributiemarge 143.850 De Netto contributiemarge bedraagt 143.850,00. Deze is dus groter dan 0 en bijgevolg is het goed om door te gaan met de productie van product 1. Reden 2: product 1 levert de meeste bijdrage per stuk per product Nu bekijken we contributiemarge voor elk product apart. Product 1 Per stuk Omzet 200.000 - Grondstofkosten 100.000 - Variabele marketingkosten 2.000 - Verpakkingskosten 5.000 - Variabele verzendingskosten 20.000 =127.000 12,7 Bruto contributiemarge 73.000 - Directe fabricagekosten 6.000 0,6 Netto contributiemarge 67.000 6,7 Netto contributiemarge per stuk per uur 6,7 Product 2 Per stuk Omzet 125.000 - Grondstofkosten 60.000 - Variabele marketingkosten 1.250 - Verpakkingskosten 2.500 - Variabele verzendingskosten 10.000 =73.750 14,75 Bruto contributiemarge 51.250 - Directe fabricagekosten 8.000 1,6 Netto contributiemarge 43.250 8,65 Netto contributiemarge per stuk per uur 5,77 Product 3 Per stuk Omzet 90.000 - Grondstofkosten 39.000 - Variabele marketingkosten 900 - Verpakkingskosten 1.500 - Variabele verzendingskosten 6.000 =47.400 15,8 Bruto contributiemarge 42.600
- Directe fabricagekosten 9.000 3 Netto contributiemarge 33.600 11,2 Netto contributiemarge per stuk per uur 5,6 We zien dat product 1 zelfs de meeste bijdrage per stuk per uur opbrengt. Reden 3: Product 1 draagt een gedeelte van de vaste kosten Vervolgens bekijken we ook nog de winst en verlies wanneer we al dan niet product 1 produceren. Product 1 Product 2 Product 3 Omzet 200.000 125.000 90.000 -* 127.000 73.750 47.400 -* 6.000 8.000 9.000 =Contributie aan de 67.000 43.250 33.600 Ind. Vaste kosten -Indirecte vaste kosten 68.469,62 44.123,30 32.407,08 =Verlies/winst -1.469,62-873,30 1.192,92 * berekening zie contributiemarge per product berekening: Indirecte fabricagekosten + beheerskosten + administratiekosten + vaste marketingkosten + vaste verzendingskosten + financiële kosten. Totale indirecte vaste kosten: 145.000 Als we product 1 wel produceren hebben we een verlies van - 1.150. Product 2 Product 3 Omzet 125.000 90.000 -* 73.750 47.400 -* 8.000 9.000 -Indirecte vaste kosten 84.302,33 60.697,67 =Verlies/winst -41.052,33-27.097,67 * berekening zie contributiemarge per product berekening: Totale indirecte vaste kosten verdelen onder de 2 producten Als we product 1 niet produceren hebben we een verlies van - 68.150. We zien dat de productie van product 1 ook een groot deel van de indirecte vaste kosten draagt, namelijk de indirecte vaste kosten. Daardoor hebben we aanzienlijk veel minder verlies dan wanneer we product 1 niet zouden produceren en verkopen. Het is dus een goed idee om de productie van product 1 door te zetten. We proberen de vaste kosten zoveel mogelijk te variabiliseren. De producten 1 en 2 maken verlies als we niet meer verkopen. Dus als het onmogelijk is de verkoopprijs of de hoeveelheden te verhogen, moeten we de vaste kosten variabiliseren en misschien kunnen we de andere kosten verminderen als we andere leveranciers vinden. 3) Veronderstel dat een bijkomende bestelling binnenkomt van 4000 stuks van product 1 aan dezelfde prijs (20 Euro). Dit betekent echter wel dat product 2 en 3 minder kunnen worden geproduceerd aangezien er een capaciteitsbeperking is op de gemeenschappelijke machine. Gaan we dit order aanvaarden? Motiveer waarom. We gaan de contributie berekenen voor de bijkomende order. Maar eerst controleren we of we de maximumcapaciteit niet overschrijden.
Product 1 4.000 x 1 = 4.000 Totaal 27.500 We overschrijden hiermee de maximumcapaciteit van 26.000 uren. Dus we passen regel 2. We zitten met een bottlenecksituatie. We moeten de hoogste contributie per stuk per uur zoeken en dat product eerst maken. Dan het product met 2 e hoogste contributie, etc. En het laatste product mag de overschot van de capaciteit vullen. a) Bijkomende contributie van extra product. Omzet 20* x 4.000 = 80.000-12,70 x 4.000 = 50.800 = Bruto contributiemarge 29.200-0,60 x 4.000 = 2.400 = Netto contributiemarge 26.800 Per stuk per uur 6,7 * De prijs per stuk van product 1 is niet gewijzigd, dus nog steeds 20. De berekening hiervan vind je bij oplossing van vraag 2. Deze extra productie van 4.000 stuks van product 1 komt op een gedeelde 1 e plaats wat betreft de contributiemarge. In de oplossing van vraag 2 zien we dat product 2 op de 2 e plaats komt en product 3 op de 3 e plaats. De nieuwe productieaantallen berekenen we als volgt. stuks uren Totaal Overschot van 26.000 aantal uren Product 1 10.000 1 10.000 16.000 Product 1 + 4.000 1 4.000 12.000 Product 2 5.000 1,5 7.500 4.500 We gaan aan de hand van deze overschot aan capaciteit (4.500) de hoeveelheid te produceren stuks van product 3 berekenen. 4.500 komt dus op de plaats van het totaal aantal uren van product 3. Dit delen we door het aantal uren besteedt per stuk. Product 3 2.250 2 4.500 b) Verlies aan contributie bij bestaande verkopen Omzet 30* x 750 = 22.500-15,80 x 750 = 11.850 = Bruto contributiemarge 10.650-3,00 x 750 = 2.250 = Netto contributiemarge 8.400 * De prijs van product 3. Huidige productieaantal product 3 nieuw productieaantal product 3 De berekening hiervan vind je bij oplossing van vraag 2
c) Netto effect Meer contributie uit nieuwe order 26.800 - Verlies aan contributie bij bestaand 8.400 = 18.400 Als we de order zouden aanvaarden zouden we 18.400 meer verdienen dan dat we nu verdienen. We kunnen de order beter wel aannemen. 4) Een supermarktketen wil voor product 1 een bestelling plaatsen voor 2.500 extra stuks. De prijs die ze willen betalen is 15 Euro per stuk. We hebben wel een extra kost van 0,5 Euro per stuk voor de extra bedrukking op de verpakking. Bovendien moet er een eenmalige investering in de aanmaak van een drukproef gemaakt worden die 1500 Euro kost. Nemen we deze bestelling aan? Waarom wel of waarom niet. Eerst bekijken we of we voldoende capaciteit hebben voor deze extra order. Product 1 2.500 x 1 = 2.500 Totaal 26.000 Er is voldoende capaciteit om deze order aan te nemen dus voeren we regel 1 uit. We stellen het contributieschema uit en controleren of de netto contributiemarge groter of gelijk is aan 0. Contributieschema voor bijkomende order: Omzet 15 x 2.500 = 37.500-13,20* x 2.500 = 33.000 = Bruto contributiemarge 4.500-0,60 x 2.500 +1.500 = 3.000 = Netto contributiemarge 1.500 * De variabele kosten van product 1 + 0,50 voor de extra bedrukking De nettocontributiemarge is groter dan 0, dus we nemen de opdracht aan. 5) Neem hetzelfde probleem als bij vraag 4, maar nu wil de supermarktketen een order plaatsen van 3.000 extra stuks van product 1 (in plaats van 2.500). We moeten het order in zijn geheel aannemen. Nemen we deze bestelling aan? Eerst controleren we of er voldoende capaciteit is voor de nieuwe bestelling. Product 1 3.000 x 1 = 3.000 Totaal 26.500 Vermits de maximumcapaciteit is overschreden, gaan we regel 2 toepassen voor de bottlenecksituatie. + a) Bijkomende contributie van extra product. Omzet 15* x 3.000 = 45.000-13,20 x 3.000 = 39.600 = Bruto contributiemarge 5.400
- 0,60 x 3.000 +1.500 = 3.300 = Netto contributiemarge 2.100 Per stuk per uur 0,70 * De prijs per stuk van product 1 is gewijzigd in 15 euro per stuk. De variabele kost van product 1 + 0,50 voor de extra bedrukking Dit betekent dat de nieuwe order de minste bijdrage levert per stuk per uur en bij de berekening van de nieuwe productieaantallen om de 4e plaats komt. Hiermee zouden we minder dan 3,000 produceren en in de opdracht staat dat we de order in zijn geheel moeten aannemen of helemaal niet. We nemen de order dus niet aan. Maar als we nu van product 3, dat op de 3 e plaats staat qua contributie, minder zouden produceren, zouden we de order misschien wel kunnen aannemen. We controleren of het netto-effect positief uitkomt voor de nieuwe order. Eerst berekenen we de nieuwe productieaantallen voor deze bottlenecksituatie. stuks uren Totaal aantal uren Overschot van 26.000 Product 1 10.000 1 10.000 16.000 Product 1 + 3.000 1 3.000 13.000 Product 2 5.000 1,5 7.500 5.500 We gaan aan de hand van deze overschot aan capaciteit (5.500) de hoeveelheid te produceren stuks van product 3 berekenen. 5.500 komt dus op de plaats van het totaal aantal uren van product 3. Dit delen we door het aantal uren besteedt per stuk. Product 3 2.750 2 5.500 Verlies aan contributie bij bestaande verkopen Omzet 30* x 250 = 7.500-15,80 x 250 = 3.950 = Bruto contributiemarge 3.550-3,00 x 250 = 750 = Netto contributiemarge 2.800 * De prijs van product 3. Huidige productieaantal product 3 nieuw productieaantal product 3 De berekening hiervan vind je bij oplossing van vraag 2 Netto effect Meer contributie uit nieuwe order 2.100 - Verlies aan contributie bij bestaand 2.800 = -700 Als we de order zouden aanvaarden zouden we 700 minder verdienen dan dat we nu verdienen. We kunnen de order beter niet aannemen.