SAMENVATTING UITSPRAAK
|
|
|
- Helena de Wit
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 SAMENVATTING Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; De werknemer is sinds indiensttreding werkzaam op basis van een (verlengde) arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, wegens het niet bezitten van de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid. De werkgever heeft de werknemer meegedeeld dat het dienstverband van rechtswege afloopt. De werknemer stelt in vaste dienst te zijn. Er is sprake van een verlengd tijdelijk dienstverband dat op grond van artikel 9.a.1 lid 2 aanhef en onder a CAO opgezegd had moeten worden. De bestreden mededeling van de werkgever kan worden aangemerkt als een opzegging die voldoet aan de daarvoor in de CAO gestelde formaliteiten. De onbevoegdheid van de werknemer geldt als voldoende reden voor de opzegging. Er zijn geen feiten of omstandigheden die zouden moeten leiden tot een andersluidend oordeel. Beroep gegrond. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te B, appellante, hierna te noemen A gemachtigde: mevrouw mr. C en het College van Bestuur van D, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mevrouw mr. F 1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE Bij beroepschrift met bijlage van 22 augustus 2012, ingekomen op 31 augustus 2012 en aangevuld bij brief met bijlagen van 20 september 2012, heeft A beroep ingesteld tegen de schriftelijke mededeling van de werkgever van 2 april 2012 dat het tijdelijk dienstverband met haar op 31 juli 2012 van rechtswege eindigt. De werkgever heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend, gedateerd 11 oktober 2012 en ingekomen op 12 oktober De mondelinge behandeling van het beroep vond plaats op 29 november 2012 te Utrecht. A verscheen in persoon, vergezeld van haar moeder en werd bijgestaan door haar gemachtigde. De werkgever werd vertegenwoordigd door mevrouw G, kernteamleider, en mevrouw H, P&Oadviseur, daartoe bijgestaan door de gemachtigde. Beide partijen hebben een pleitnotitie overgelegd. 2. DE FEITEN A, is sinds 7 november 2007 werkzaam als docent Engels bij D in een (verlengd) tijdelijk dienstverband met een betrekkingsomvang van 0,4175 fte. A heeft een tijdelijk dienstverband omdat Pagina 1 van 6
2 zij niet beschikt over de vereiste onderwijsbevoegdheid. Op de arbeidsverhouding is van toepassing de CAO (hierna: CAO ). Bij brief van 15 juni 2011 heeft de werkgever het tijdelijk dienstverband met A nogmaals verlengd voor de duur van één schooljaar. In deze brief heeft de werkgever A tevens meegedeeld dat het dienstverband op 31 juli 2012 van rechtswege zou aflopen als zij op deze datum niet beschikte over de vereiste onderwijsbevoegdheid. Op 2 april 2012 heeft de werkgever A schriftelijk meegedeeld dat het tijdelijk dienstverband met haar van rechtswege afloopt op 31 juli 2012, vanwege het ontbreken van zowel de onderwijsbevoegdheid als een studieplan. Bij brief van 7 mei 2012 heeft A tegen deze mededeling bezwaar gemaakt bij de werkgever. In het kader daarvan hebben A en de werkgever op 31 mei 2012 een gesprek gehad. Op 11 juli 2012 heeft de werkgever schriftelijk gereageerd op het bezwaar van A. De werkgever heeft A daarbij meegedeeld niet terug te komen op de eerdere mededeling van 2 april 2012 over het aflopen van het dienstverband. A is op 24 mei 2012 op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de bedrijfsarts geweest omdat zij van oordeel was dat medische klachten in de weg stonden aan de mogelijkheid voor haar om werk en studie te combineren. De bedrijfsarts heeft geoordeeld dat A medisch niet ongeschikt was voor haar werk als docent. Op 9 augustus 2012 heeft A een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV. Het UWV heeft op 27 augustus 2012 geoordeeld dat A op medische gronden niet in staat werd geacht in de periode medio 2011 tot medio 2012 haar eigen werkzaamheden te combineren met een studie eerstegraads lesbevoegdheid. 3. STANDPUNTEN VAN PARTIJEN Standpunt A A voert aan dat zij op 7 mei 2012 bij de werkgever een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de overigens niet aangetekend verzonden brief van 2 april De werkgever heeft pas op 11 juli 2012 zijn beslissing op bezwaar genomen, hetgeen niet binnen de in artikel 7:10 Awb bepaalde termijn van 6 weken is. De werkgever heeft voorts in geen enkele brief een rechtsmiddelenverwijzing opgenomen. Uitgaande van 11 juli 2012 heeft A tijdig beroep ingesteld bij de Commissie. A voert aan dat, met 7 november 2007 als datum van indiensttreding, haar dienstverband als onbevoegde docent uiterlijk op 7 november 2011 had moeten eindigen. Immers, op grond van artikel 8.a.3 lid 1 en 4 CAO kan een onbevoegde docent maximaal vier jaar in dienst zijn. Indien aansluiting wordt gezocht bij artikel 8.a.2 lid 2 CAO had A uiterlijk twee maanden voor 7 november 2011 een schriftelijke aankondiging van het eindigen van het dienstverband moeten ontvangen. Dit bericht is achterwege gebleven. Aangezien de werkgever heeft nagelaten het dienstverband tijdig te beëindigen en het dienstverband na 7 november 2011 is voortgezet, is A sedertdien werkzaam op basis van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Subsidiair stelt A dat bij een dienstverband voor bepaalde tijd volgens de CAO een opzegging geboden was. Voor zover er sprake zou zijn van een opzegging als bedoeld in de CAO, hetgeen A betwist, geldt dat het opzegverbod wegens ziekte is overtreden. A is in 2008 met haar studie begonnen bij het Universitair Onderwijscentrum Groningen. In het begin heeft de werkgever A niet echt aangezet tot het afronden van de studie, pas later heeft hij A te kennen gegeven dat zij binnen vier jaar bevoegd moest zijn. Het ontbreken van de onderwijsbevoegdheid is te wijten aan burn-outverschijnselen die bij A zijn geconstateerd. Deze klachten waren het gevolg van de zeer ongezonde werksituatie binnen de vakgroep Engels. De werkgever heeft deze klachten niet serieus genomen, met als gevolg dat de situatie binnen de vakgroep uiteindelijk uit de hand is gelopen. Op advies van de bedrijfsarts heeft A zich onder behandeling gesteld van een maatschappelijk werkster en een neuropsycholoog. Op dringend advies van de maatschappelijk werkster heeft A vervolgens haar studieplan voor het schooljaar tijdelijk stopgezet. A heeft op advies van de bedrijfsarts alsnog een studieplan opgesteld en had dit tijdens het gesprek van 31 mei 2012 willen inleveren, maar de kernteamleider weigerde om voor A onbekende redenen dit Pagina 2 van 6
3 studieplan in ontvangst te nemen. Een en ander leidt hoe dan ook tot de conclusie dat A redelijkerwijs niet in staat is geweest om vóór 1 augustus 2012 haar onderwijsbevoegdheid te halen en een studieplan op te stellen. Zij heeft hieraan dus geen schuld. Het deskundigenoordeel van het UWV bevestigt dit. Inmiddels gaat het beter met de gezondheid van A. Zij hoeft voor het behalen van haar lesbevoegdheid nog maar twee vakken en één onderzoek af te ronden; zij schat in dat zij hier nog ongeveer drie maanden voor nodig heeft. Punt is echter wel dat zij een baan nodig heeft om haar studie af te kunnen ronden. Standpunt werkgever De werkgever voert primair aan dat bezwaar en beroep in de zin van de Algemene wet bestuursrecht in het bijzonder onderwijs niet voorkomen. A heeft derhalve onverplicht bezwaar ingediend en ook de reactie op het bezwaar van de werkgever van 11 juli 2012 is onverplicht gegeven. De mededeling van niet-verlenging van het dienstverband dateert van 2 april A heeft daartegen op 22 augustus 2012 beroep ingesteld, ruim buiten de daarvoor geldende termijn van zes weken (dertien weken te laat). Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk. Er zijn geen omstandigheden aangevoerd voor eventuele verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Subsidiair voert de werkgever aan dat artikel 24.5 CAO vermeldt dat de cao-partijen met de bepalingen van hoofdstuk 8a en 9a beogen af te wijken van de artikelen 7:668a en 7:669 BW. Dat is gebeurd, onder meer bij de werknemer zonder onderwijsbevoegdheid. De cao-partners hebben in dat kader een maximumduur verbonden aan het tijdelijke dienstverband (of de reeks daarvan). Dat leidt tot de conclusie dat de werkgever een onbevoegde werknemer eenvoudigweg niet in vaste dienst kan benoemen. Derhalve is in geval van A sprake van een tijdelijke benoeming die van rechtswege is geëindigd. Een rechtsmiddelenclausule is niet nodig bij een beëindiging van rechtswege. De bezoeken die A aan de bedrijfsarts heeft gebracht waren alle in het kader van het arbeidsomstandighedenspreekuur een spreekuur in het kader van verzuimpreventie, bestemd voor niet-arbeidsongeschikte werknemers. Uit de verslagen van deze bezoeken blijkt klip en klaar dat er geen sprake is geweest van arbeidsongeschiktheid voor de eigen functie. Dit blijkt ook uit het deskundigenoordeel van het UVW. Omdat A nooit arbeidsongeschikt is verklaard voor de eigen functie, is het vreemd dat zij zich op het opzegverbod tijdens ziekte beroept, temeer nu opzegging in casu helemaal niet aan de orde is. Overigens heeft de werkgever de medische klachten van A wel degelijk serieus genomen en heeft hij haar in dat kader ook diverse handreikingen gedaan. Zo is A een aangepast rooster aangeboden, welk aanbod zij echter heeft afgeslagen. De werkgever voert voorts aan dat hoe meer de teamleider aandrong op het tonen van een studieplan en het halen van de onderwijsbevoegdheid, hoe meer A zich terugtrok heeft minstens twee jaar geen serieuze pogingen gedaan om haar onderwijsbevoegdheid te halen. Van het niet in ontvangst willen nemen van het studieplan is geen sprake. De kernteamleider heeft tijdens het bewuste gesprek wel gezien dat A een drieregelig briefje voor zich had, maar dit briefje is niet overhandigd en evenmin besproken. Los daarvan kan een dergelijk briefje niet als serieus studieplan opgevat worden. Het deskundigenoordeel is pas door A aangevraagd nadat het dienstverband geëindigd was. Dit oordeel is eenzijdig tot stand gekomen, aangezien het beginsel van hoor en wederhoor niet is toegepast. Het UWV heeft namelijk op geen enkele wijze contact gezocht of overleg gehad met de werkgever en/of de bedrijfsarts. De werkgever weigert daarom betekenis te hechten aan het deskundigenoordeel. Al met al concludeert de werkgever dat A gedurende het schooljaar de voor haar geldende verplichtingen onvoldoende is nagekomen. Voorts is gedurende het schooljaar niet komen vast te staan dat de geclaimde klachten een belemmering zouden vormen voor het overleggen van een studieplan dan wel het behalen van de onderwijsbevoegdheid, zodat de werkgever in redelijkheid heeft kunnen beslissen de tijdelijke benoeming niet te verlengen. De werkgever voert ten slotte nog aan dat er te praten valt over mogelijkheden voor A om op vrijwillige basis haar studie af te ronden op Het Assink. Pagina 3 van 6
4 4. OVERWEGINGEN VAN DE COMMISSIE De bevoegdheid De instelling is aangesloten bij deze Commissie. A stelt dat zij ontslagen is uit een vast dienstverband dan wel uit een dienstverband voor bepaalde tijd waarvoor opzegging nodig was, zodat het beroep gericht is tegen één van de beslissingen, genoemd in artikel 52 lid 1 W. Dientengevolge is de Commissie bevoegd is van het beroep kennis te nemen. De ontvankelijkheid De werkgever heeft als meest verstrekkende verweer gevoerd dat geen sprake is van ontslag, maar van het van rechtswege eindigen van een verlengd tijdelijk dienstverband wegens onbevoegdheid, waartegen geen beroep open staat. De Commissie overweegt hierover het volgende. Artikel 8.a.3 lid 4 CAO luidt: Indien de onbevoegde leraar na twee jaar geen wettelijke onderwijsbevoegdheid heeft behaald, eindigt het dienstverband van rechtswege. In bijzondere gevallen kan het dienstverband daarna ten hoogste nog twee keer met een jaar worden verlengd. Deze bepaling ziet naar het oordeel van de Commissie op de leraar die op of na 1 augustus 2011 (de datum van inwerkingtreding van de CAO ) in dienst is gekomen en niet op de leraar die op 31 juli 2011 al in dienst was. Uit lid 8 van artikel 8.a.3 CAO volgt dat deze leraar vanaf 1 augustus 2011 nog voor ten hoogste twee jaar in dienst kan blijven, met daarna eventueel nog maximaal twee keer een verlenging van één jaar. Uit artikel 8.a.3 lid 4 juncto artikel 9.a.1 lid 3 CAO volgt echter niet dat (ook) het (verlengd) tijdelijk dienstverband van de onbevoegde leraar die op 31 juli 2011 reeds in dienst was na ten hoogste twee jaar van rechtswege eindigt. Derhalve is in dit geval geen sprake van een einde van rechtswege uit hoofde van artikel 8.a.3 lid 4 CAO. De Commissie ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of in geval van A sprake is van een verlengd dienstverband voor bepaalde tijd of van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Dienaangaande overweegt de Commissie dat artikel 7:668a leden 1 tot en met 4 van het BW de maximale duur vaststelt van opeenvolgende tijdelijke dienstverbanden. Lid 5 van voornoemd artikel geeft aan dat bij cao van dit artikel kan worden afgeweken. In de (verlengde) CAO is dit gebeurd door in artikel 8.a.2 lid 1 op te nemen dat een dienstverband voor bepaalde tijd in elk geval wordt overeengekomen indien de werknemer met een onderwijsgevende functie geen onderwijsbevoegdheid bezit. Aan de totale duur van een dergelijk dienstverband waren in de CAO geen beperkingen gesteld. In artikel 24.5 van de CAO is opgenomen dat de cao-partijen met de bepalingen van hoofdstuk 8a en 9a CAO voor het bijzonder onderwijs beogen af te wijken van de artikelen 7:688a en 7:669 BW. Dit is gebeurd in de artikelen 8.a.1 tot en met 8.a.4 CAO. In artikel 8.a.3 lid 1 is opgenomen dat met een docent die geen wettelijke onderwijsbevoegdheid bezit een dienstverband voor ten hoogste twee jaar wordt overeen gekomen. De duur van dit dienstverband mag op grond van lid 4 van dit artikel in bijzondere gevallen ten hoogste twee keer met een jaar worden verlengd. De Commissie verstaat deze bepaling aldus dat na inwerkingtreding van de nieuwe CAO per 1 augustus 2011 de onbevoegde leraar, ongeacht de periode die hij daarvoor vanwege onbevoegdheid in tijdelijke dienst was, maximaal nog vier jaar in tijdelijke dienst wegens onbevoegdheid kan worden benoemd. Dientengevolge kon A per 1 augustus 2011 benoemd worden in een (verlengd) dienstverband voor bepaalde tijd en ontstond er door dat verlengde dienstverband voor bepaalde tijd niet (automatisch) een dienstverband voor onbepaalde tijd. In geval van A, die op 1 augustus 2011 al in dienst was, is derhalve sprake van een verlengd tijdelijk dienstverband. Een verlengd tijdelijk dienstverband moet op grond van artikel 9.a.1 lid 2 aanhef en onder a CAO opgezegd worden. Pagina 4 van 6
5 Aldus komt de bestreden mededeling van 2 april 2012 neer op een ontslagbeslissing waartegen beroep bij de Commissie openstaat zodat het beroep in zoverre ontvankelijk is. De Commissie overweegt voorts dat de brief met daarin de bestreden beslissing dateert van 2 april Het beroepschrift is op 22 augustus 2012 ter post bezorgd, ruim dertien weken na 2 april Aangezien op grond van artikel 52a lid 1 W en artikel 19 lid 3 CAO binnen een termijn van zes weken beroep ingesteld moet worden, derhalve uiterlijk 14 mei 2012, heeft A te laat beroep ingesteld. Op grond van artikel 52a lid 1 W en artikel 14 lid 1 van het Reglement van de Commissie laat de Commissie niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding achterwege indien de werknemer aantoont dat hij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden. Vaststaat dat A op 9 mei 2012, zijnde binnen de beroepstermijn, bij de werkgever schriftelijk bezwaar heeft gemaakt tegen de opzegging van het dienstverband. Dat bezwaar geldt niet als een beroep in de zin van de CAO. Vaststaat dat A niet door de werkgever is gewezen op de mogelijkheid om beroep in te stellen en dat A gedurende de beroepstermijn nog niet werd bijgestaan door een rechtskundig geleerd gemachtigde. Onder deze omstandigheden is de Commissie van oordeel dat het beroep van A tijdig is ingesteld. De Commissie acht de termijnoverschrijding derhalve verschoonbaar zodat het beroep ook op dit punt ontvankelijk is. De ontslagbeslissing De Commissie heeft hierboven reeds overwogen dat de bestreden beslissing neerkomt op de opzegging van een verlengd tijdelijk dienstverband. Wat betreft het door A ingeroepen opzegverbod tijdens ziekte overweegt de Commissie dat artikel 9.a.1 lid 4 CAO bepaalt dat het opzegverbod tijdens ziekte ex artikel 7:670 BW niet geldt bij de opzegging van een verlengd dienstverband voor bepaalde tijd. Het door A ingeroepen opzegverbod kan op deze grond dan ook niet slagen. De Commissie overweegt voorts dat artikel 9.a.3 lid 1 CAO voorschrijft welke formaliteiten bij een opzegging van een verlengd tijdelijk dienstverband in acht genomen dienen te worden. Zo dient de opzegging te geschieden bij aangetekend schrijven dan wel door middel van persoonlijke overhandiging om ervoor te zorgen dat de opzegging de ontvanger ook daadwerkelijk bereikt. Hoewel aan dit voorschrift niet is voldaan, zal de Commissie deze omissie passeren nu in de procedure is gebleken dat A de brief heeft ontvangen. Voorts bepaalt artikel 9.a.3 lid 1 CAO dat een opzegtermijn in acht genomen moet worden. Op grond van artikel 9.a.4 lid 1 sub c CAO bedraagt de opzegtermijn in geval van A drie maanden. Uitgaande van een ontslagbeslissing van 2 april 2012 en een ontslagdatum van 31 juli 2012 kan geconcludeerd worden dat de werkgever feitelijk de geldende opzegtermijn in acht heeft genomen. Ten slotte bepaalt artikel 9.a.3. lid 1 CAO dat de opzegging met redenen omkleed moet zijn. Ook daarvan is in casu sprake: de werkgever noemt in de brief van 2 april 2012 expliciet de redenen voor de opzegging, te weten het niet in bezit zijn van de onderwijsbevoegdheid alsmede het ontbreken van een studieplan. De Commissie merkt in dat kader nog op dat de werkgever niet gebonden was aan de opzeggingsgronden van artikel 9.a.5 CAO, omdat dit artikel alleen ziet op de opzegging van een dienstverband voor onbepaalde tijd of de tussentijdse opzegging van een dienstverband voor bepaalde tijd. Van geen van beide situaties is hier sprake. Dat de werkgever de in artikel 19 lid 2 CAO voorgeschreven rechtsmiddelenverwijzing niet in de bestreden beslissing heeft vermeld, is weliswaar onzorgvuldig, maar A is hierdoor niet in haar belangen geschaad. De Commissie heeft A immers ontvankelijk verklaard in haar beroep. Op grond van het voorgaande is de Commissie van oordeel dat de beslissing van de werkgever d.d. 2 april 2012 kan worden aangemerkt als een opzegging die in voldoende mate voldoet aan de daarvoor in de CAO gestelde formaliteiten. De werkgever heeft aan het ontslag ten grondslag gelegd de onbevoegdheid van A alsmede het ontbreken van een studieplan. Dienaangaande overweegt de Commissie dat dit bij terughoudende toetsing van een beslissing als deze en gelet op de duidelijke waarschuwing op 15 juni 2011 na de Pagina 5 van 6
6 eerdere tijdelijke aanstellingen wegens onbevoegdheid als voldoende reden voor opzegging zou kunnen gelden. Evenwel kunnen er omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een afwijkend oordeel, namelijk dat de onbevoegdheid van A alsmede het ontbreken van een studieplan niet als voldoende grond voor de opzegging zouden dienen. A heeft zich dienaangaande beroepen op het deskundigenoordeel van het UWV d.d. 27 augustus Dit oordeel houdt in dat A van medio 2011 tot medio 2012 niet in staat is geweest haar werkzaamheden te combineren met een studie. Omdat de werkgever op geen enkele wijze bij de totstandkoming van dit oordeel is betrokken, dient de vraag zich aan of dit oordeel wel op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Wat daar echter verder van zij, de Commissie ziet de inhoud van het deskundigenoordeel niet als een zodanige omstandigheid die maakt dat het dienstverband in redelijkheid niet opgezegd had kunnen worden. De problemen van A om werk en studie te combineren liggen naar het oordeel van de Commissie in beginsel in de risicosfeer van A. Voorts is de Commissie van oordeel dat het belang van de werkgever om een bevoegde docent Engels voor de klas te hebben in dit geval prevaleert boven het belang van A bij verlenging van het dienstverband. Daarenboven schetst het deskundigenoordeel geen enkel perspectief over wanneer A wel in staat is om haar bevoegdheid te halen. Onder die omstandigheden kan in redelijkheid niet van de werkgever gevergd worden het tijdelijke dienstverband met A nogmaals te verlengen. Dientengevolge zal de Commissie het beroep ongegrond verklaren. 5. OORDEEL Op grond van bovenstaande overwegingen verklaart de Commissie het beroep ongegrond. Aldus gedaan te Utrecht op 14 februari 2013 door mr. T.M.J. Smits, voorzitter, drs. J.A.M. van Agt, mr. C.H. Kemp-Randewijk, mr. K.P. Piena en mr. M.Th. van Wel, leden, in aanwezigheid van mr. J.J. van Beek, secretaris. mr. T.M.J. Smits, voorzitter voorzitter mr. J.J. van Beek secretaris Pagina 6 van 6
SAMENVATTING. het College van Bestuur van de Stichting D, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr.
SAMENVATTING 105421 - Beroep tegen beëindiging dienstverband; De werkgever stelt dat geen sprake is van ontslag maar van het van rechtswege eindigen van een verlengd tijdelijk dienstverband wegens onbevoegdheid.
het College van Bestuur van C, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. dr. J.H. van Gelderen
104967 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; De werknemer is 50% arbeidsongeschikt en de werkgever ontslaat hem voor 0,5 fte. De werkgever heeft ter zitting gesteld dat de ontslagbeslissing
Beroep tegen onthouden promotie ongegrond omdat er geen aanspraak op een benoeming in een LD-functie.
108067 Beroep tegen onthouden promotie ongegrond omdat er geen aanspraak op een benoeming in een LD-functie. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw [appellant], wonende te [plaatsnaam], appellante, hierna
Verzoek voorlopige voorziening tot wedertewerkstelling, vacant houden functie en loondoorbetaling; HBO SAMENVATTING
106426 - Verzoek voorlopige voorziening tot wedertewerkstelling, vacant houden functie en loondoorbetaling; SAMENVATTING De werkgever heeft de werknemer meegedeeld dat de (verlengde) arbeidsovereenkomst
Commissie van Beroep PO
106226 - Beroepen tegen vermindering betrekkingsomvang; SAMENVATTING Werknemers zijn bij de werkgever in vaste dienst met een betrekkingsomvang boven de normbetrekking van 1 wtf. Omdat de werkgever vele
Commissie van Beroep PO
106228 - Beroep tegen vermindering betrekkingsomvang; SAMENVATTING De werkgever heeft vele werknemers in dienst die, om verschillende redenen, een betrekkingsomvang van meer dan 1,0 wtf hebben. De werkgever
105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo
105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; De werknemer is geschorst vanwege het opnemen van gesprekken met leidinggevenden en het delen van deze opnamen.
SAMENVATTING. 106233 - Beroep ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, subsidiair wegens gewichtige redenen; BVE
SAMENVATTING 106233 - Beroep ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, subsidiair wegens gewichtige redenen; De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst wegens blijvende arbeidsongeschiktheid opgezegd op het
Commissie van Beroep VO SAMENVATTING
SAMENVATTING 106377 - Beroep tegen onthouden promotie (entreerecht); Het beroep is gericht tegen de beslissing van de werkgever met betrekking tot de urenverdeling voor het schooljaar 2014-2015 waaruit
UITSPRAAK. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mevrouw mr. F.J.
107289 UITSPRAAK in het geding tussen: A, wonende te B, verzoeker, hierna te noemen A gemachtigde: de heer mr. S.L. Knols en het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen
SAMENVATTING. 106049/106052 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige reden en tegen vrijstelling van werkzaamheden; HBO
SAMENVATTING 106049/106052 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige reden en tegen vrijstelling van werkzaamheden; De aan het ontslag ten grondslag gelegde gewichtige reden houdt verband met het functioneren
SAMENVATTING U I T S P R A AK. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever
SAMENVATTING 104467 - Beroep tegen een ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; Werkneemster is sedert 2002 arbeidsongeschikt en ontvangt een WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%.
vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad vanstate 201108441/1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het
SAMENVATTING. 105493 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid/gewichtige redenen; HBO
SAMENVATTING 105493 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid/gewichtige redenen; De werkgever heeft het dienstverband met de werknemer beëindigd, primair wegens ongeschiktheid voor de
het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever
Samenvatting 02073 Commissie voor geschillen Geschil omtrent inschaling van de functie. De werknemer treedt in tijdelijke dienst van de werkgever en ontvangt eerst een salarisstrook met vermelding van
SAMENVATTING. 104206 - Beroep tegen mededeling beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; HBO
SAMENVATTING 104206 - Beroep tegen mededeling beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; Werknemer voert aan dat er sprake is geweest van een doorlopend dienstverband waardoor er na 36 maanden een dienstverband
SAMENVATTING. 105871/105939 - Beroep (2) tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging schorsing; BVE
SAMENVATTING 105871/105939 - Beroep (2) tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging schorsing; Gelet op de mogelijke onregelmatigheden in leerlingdossiers bestond er op zichzelf voldoende reden voor
Beroep tegen berisping is gegrond omdat het plichtsverzuim niet ernstig genoeg is. UITSPRAAK
107912 - Beroep tegen berisping is gegrond omdat het plichtsverzuim niet ernstig genoeg is. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te C, appellante, hierna te noemen A, gemachtigde: mevrouw
SAMENVATTING U I T S P R A AK
SAMENVATTING 105044 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; De arbeidsongeschiktheid van werkneemster heeft langer dan twee jaar geduurd en herstel binnen zes maanden is niet te verwachten.
SAMENVATTING UITSPRAAK
SAMENVATTING 105600 - Ontslag op staande voet wegens werkweigering; Naast haar functie bij de werkgever is werkneemster werkzaam in haar eigen agrarisch bedrijf. In verband met oogstwerkzaamheden heeft
106593 - Docente terecht op staande voet ontslagen omdat zij stagebezoeken heeft gefingeerd en hiervoor reiskostendeclaraties heeft ingediend.
106593 - Docente terecht op staande voet ontslagen omdat zij stagebezoeken heeft gefingeerd en hiervoor reiskostendeclaraties heeft ingediend. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te B, appellante,
Commissie van Beroep BVE SAMENVATTING
SAMENVATTING 105700 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; De functie van de werknemer is vanwege een formatiereductie komen te vervallen. Hij is daarom boventallig verklaard en uiteindelijk
Beroep tegen een disciplinaire overplaatsing is niet-ontvankelijk omdat de overplaatsing geen disciplinair karakter heeft.
108604 - Beroep tegen een disciplinaire overplaatsing is niet-ontvankelijk omdat de overplaatsing geen disciplinair karakter heeft. in het geding tussen: UITSPRAAK [appellant], wonende te [woonplaats],
SAMENVATTING UITSPRAAK
SAMENVATTING 105659 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking/gewichtige reden; De werknemer kan na een periode van detachering niet terugkeren in zijn oude functie van manager bedrijfsvoering.
Beroep tegen overplaatsing gegrond vanwege het ontbreken van de instemming van de werkneemster.
108379 - Beroep tegen overplaatsing gegrond vanwege het ontbreken van de instemming van de werkneemster. in het geding tussen: UITSPRAAK [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, hierna te noemen
Commissie van Beroep PO
106978 - De plaatsing van de schoonmaker-functie in het rddf is juist omdat de functiegroep schoonmaak vanwege formatietekort wordt opgeheven. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te E, appellante,
SAMENVATTING. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. J.M. Frons
SAMENVATTING Beroep tegen ontslag wegens andere redenen van gewichtige aard; De reden van gewichtige aard is het niet meewerken aan re-integratie als gevolg waarvan het vertrouwen in een verdere samenwerking
Ontslag uit vast dienstverband wegens onbevoegdheid. Beroep gegrond
COMMISSIE VAN BEROEP VOOR HET CHRISTELIJK VOORTGEZET ONDERWIJS EN HOGER BEROEPSONDERWIJS UITSPRAAK CvB.VO/HBO.2013.124-167 U. 2013.13 13 oktober 2013 Ontslag uit vast dienstverband wegens onbevoegdheid.
SAMENVATTING UITSPRAAK. het College van Bestuur van het ROC D, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer F
SAMENVATTING 105474 - Geschil over toepassing van art. H-60 CAO BVE Werknemer heeft jarenlang gewerkt als docent maar is, na een periode van arbeidsongeschiktheid, werkzaam als onderwijsassistent. De werkgever
Commissie van Beroep VO
105924 - Beroep tegen schriftelijke berisping; SAMENVATTING De gymleraar heeft bezittingen van leerlingen in bewaring genomen. Na de les ontbreekt een ipod. De werkgever stelt dat de werknemer in strijd
Commissie van Beroep BVE
SAMENVATTING 105083 De werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij zich niet op correcte wijze had ziek gemeld, omdat hij ondanks deze ziekmelding en zonder toestemming op studiereis naar Londen is
UITSPRAAK. in het geding tussen: de heer A, wonende te B, appellant, hierna te noemen A gemachtigde: mevrouw mr. S.K. Oskam
107544 Terugplaatsing in de functie docent LB is onthouding van promotie. De terugplaatsing is redelijk omdat de werknemer niet voldeed aan de functievereisten van docent LD en omdat hij de aangeboden
Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim/gewichtige omstandigheden en tegen schorsing als ordemaatregel; PO
106238- Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim/gewichtige omstandigheden en tegen schorsing als ordemaatregel; SAMENVATTING Het dienstverband is primair opgezegd wegens plichtsverzuim, kortweg bestaande
UITSPRAAK. het College van Bestuur van C, gevestigd te B, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. drs. C.A.H.
104900 SAMENVATTING Ontslag is primair gebaseerd op plichtsverzuim, subsidiair op onbekwaamheid of ongeschiktheid en meer subsidiair op grond van andere redenen van gewichtige aard, zijnde een vertrouwensbreuk.
Commissie van Beroep HBO
105956 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; SAMENVATTING De werkneemster wordt in verband met reorganisatie ontslagen. Een eerder ontslag is ingetrokken vanwege formele gebreken. Partijen
Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging daarvan is gegrond, omdat de werknemer niet vooraf zijn zienswijze kon indienen
108216 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging daarvan is gegrond, omdat de werknemer niet vooraf zijn zienswijze kon indienen in het geding tussen: UITSPRAAK [appellant], wonende te [woonplaats],
ECLI:NL:CRVB:2017:1283
ECLI:NL:CRVB:2017:1283 Instantie Datum uitspraak 23-03-2017 Datum publicatie 07-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4862 ANW Socialezekerheidsrecht
Beroep tegen onthouding promotie gegrond omdat de werkgever de procedure niet correct heeft gevolgd.
108508 - Beroep tegen onthouding promotie gegrond omdat de werkgever de procedure niet correct heeft gevolgd. UITSPRAAK in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, hierna te
Commissie van beroep vo
107458 - Een zij-instromer die per eerste schooldag ná 1-8-2014 is benoemd en het hele schooljaar les gaf, heeft redelijkerwijze recht op het entreerecht. in het geding tussen: UITSPRAAK de heer A, wonende
Commissie van Beroep VO
107363 - Terugplaatsing in functie docent LB is onthouding van promotie; terugplaatsing is niet redelijk omdat niet gebleken is dat niet voldaan is aan de functievereisten docent LD in het geding tussen:
UITSPRAAK. het College van Bestuur van het ROC D, gevestigd te B, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr. A.
106562 - Ontslag wegens gewichtige omstandigheden (verstoorde arbeidsrelatie) dan wel ongeschiktheid niet toegestaan omdat deze onvoldoende zijn gebleken. Beroep tegen de schorsing houdt evenmin stand
het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder.
Zaaknummer : 2013/068 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 6 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : Beleidsvrijheid, in stand laten rechtsgevolgen,
UITSPRAAK. in het geding tussen: mevrouw A, wonende te B, appellante, hierna te noemen A
107607 - De overplaatsing als gevolg van boventalligheid houdt geen stand omdat de werkgever de regels die hij hiervoor heeft opgesteld niet juist heeft toegepast. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw
107502/ De twee schorsingen van de werknemer zijn onjuist; de eerste vanwege een vormfout en de tweede omdat daarvoor onvoldoende grond was.
107502/107581 - De twee schorsingen van de werknemer zijn onjuist; de eerste vanwege een vormfout en de tweede omdat daarvoor onvoldoende grond was. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te
106099 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige reden/plichtsverzuim/onbekwaamheid; BVE
106099 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige reden/plichtsverzuim/onbekwaamheid; SAMENVATTING De werknemer is docent en is primair ontslagen wegens gewichtige reden, bestaande uit een verlies aan vertrouwen,
SAMENVATTING. 105658 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid/gewichtige redenen; HBO
SAMENVATTING 105658 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid/gewichtige redenen; De werkgever heeft het dienstverband met de werknemer beëindigd, primair wegens ongeschiktheid voor de
LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB
LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB Datum uitspraak: 20-01-2009 Datum publicatie: 04-02-2009 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure:
SAMENVATTING. het College van Bestuur van het ROC B te C, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr. G
SAMENVATTING 106442 - Verzoek voorlopige voorziening ontslag op staande voet; De werkgever heeft de werknemer op staande voet ontslagen vanwege het plegen van valsheid in geschrifte. Hij zou twee documenten,
SAMENVATTING UITSPRAAK. het College van Bestuur van het ROC C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever
SAMENVATTING 106147 - Geschil over toepassing reparatiebeleid onbevoegde docenten; BVE De werknemer heeft met goedvinden van de werkgever een geschil aan de Commissie voorgelegd met betrekking tot de toepassing
