SAMENVATTING UITSPRAAK
|
|
|
- Samuël Meijer
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 SAMENVATTING Ontslag op staande voet wegens werkweigering; Naast haar functie bij de werkgever is werkneemster werkzaam in haar eigen agrarisch bedrijf. In verband met oogstwerkzaamheden heeft de werkneemster niet deelgenomen aan een aantal niet lesgebonden schoolactiviteiten. Zij beroept zich daarbij op een bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst gemaakte afspraak. De werkgever ontkent de afspraak en sommeert de werkneemster het werk te hervatten. Werkneemster meldt zich ziek en gesprekken leiden niet tot een oplossing. De bedrijfsarts acht werkneemster niet arbeidsongeschikt, welk oordeel door de deskundige van het UWV wordt bevestigd. Werkneemster weigert, ook na herhaalde sommatie, de arbeid te hervatten alvorens een oplossing voor het geschil is gevonden. Ontslag op staande voet volgt. De werkneemster heeft gedurende 12 jaar in het oogstseizoen uitsluitend haar lesgevende taken verricht zodat gesproken kan worden van een bestendige praktijk, die de werkgever niet zonder meer eenzijdig mocht wijzigen. Eerst ter zitting heeft de werkgever nader onderbouwd waarom het van belang zou zijn dat werkneemster alle vergaderingen, ook tijdens het oogstseizoen, zou moeten bijwonen. Onder de geschetste omstandigheden had het op de weg van de werkgever gelegen om niet rechtstreeks op de nu ontstane situatie af te stevenen, maar om andere manieren te beproeven om het conflict op te lossen. De school maakt onderdeel uit van een grote onderwijsorganisatie en van de werkgever had mogen worden verwacht dat hij zou proberen het probleem op een ander niveau binnen die organisatie op te lossen alvorens over te gaan tot het opleggen van de zwaarste arbeidsrechtelijke sanctie. Van enige poging in die richting is niet gebleken. Gelet op alle genoemde omstandigheden van het geval dient het beginsel dat hardnekkige werkweigering aanleiding vormt voor het verlenen van ontslag op staande voet in deze uitzondering te lijden. Beroep gegrond. in het geding tussen: A, wonende te B, appellante, hierna te noemen A gemachtigde: de heer mr. M.H.G. de Neef en UITSPRAAK het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr. S.G. van der Galiën 1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE Bij beroepschrift met bijlagen van 1 november 2012, ingekomen op 6 november 2012 en aangevuld d.d. 21 november 2012, heeft A beroep ingesteld tegen de beslissing van de werkgever van 17 oktober 2012 om de dienstbetrekking met haar met onmiddellijke ingang te beëindigen. De werkgever heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend, ingekomen op 11 december De mondelinge behandeling van het beroep vond plaats op 17 december 2012 te Utrecht. A verscheen in persoon en werd bijgestaan door haar gemachtigde. De werkgever werd vertegenwoordigd door E, regiodirecteur, en F, teamleider. De werkgever werd bijgestaan door zijn gemachtigde. Pagina 1 van 5
2 A heeft een pleitnotitie overgelegd. 2. DE FEITEN A, geboren 13 oktober 1971, is sinds 28 augustus 2000 als -docent werkzaam bij (een rechtsvoorganger van) de werkgever in een vast dienstverband met een betrekkingsomvang van fte. A verricht haar werkzaamheden doorgaans op zes dagdelen, verdeeld over vier dagen. Op de arbeidsverhouding is van toepassing de CAO. Naast haar functie bij de werkgever is A werkzaam in haar eigen agrarische bedrijf. Op 28 augustus 2012 heeft A niet deelgenomen aan een vergadering omdat zij aan het oogsten was op haar eigen bedrijf. Haar teamleider heeft A daar op aangesproken, waarna A meedeelde dat zij bij mooi weer op 11 september 2012 ook niet op een vergadering zou komen vanwege de perenpluk. Ook een studiemiddag op 20 september 2012 heeft A niet bijgewoond. Nadat A op 21 september 2012 door haar teamleider was aangesproken op haar afwezigheid en zij het niet eens konden worden over de invulling van haar werkzaamheden door A, heeft zij zich ziek gemeld per 24 september A deelde de werkgever mee niet in staat te zijn om een gesprek te voeren. Bij brief van 24 september 2012 heeft de regiodirecteur van de werkgever A gesommeerd het werk te hervatten en in gesprek te gaan met haar teamleiders. Tevens deelt de werkgever in deze brief mee de loonbetaling aan A te hebben stop gezet. De bedrijfsarts heeft op 2 oktober 2012 geoordeeld dat A niet arbeidsongeschikt was, maar dat er wel sprake was van een arbeidsconflict. Op 5 oktober 2012 heeft een gesprek tussen A, haar echtgenoot en de werkgever plaatsgevonden, maar dit heeft niet tot overeenstemming geleid. Daarop heeft de werkgever A gesommeerd haar werkzaamheden per 16 oktober 2012 te hervatten en in gesprek te gaan met haar teamleiders. A heeft op 15 oktober 2012 laten weten daar niet toe in staat te zijn, waarop de werkgever de bedrijfsarts verzocht heeft de arbeidsgeschiktheid van A nogmaals te beoordelen. Op 16 oktober 2012 heeft de bedrijfsarts verklaard dat er aan de afwezigheid van A geen medische redenen ten grondslag lagen. Na een sommatie daartoe heeft A ook op 17 oktober 2012 haar werkzaamheden niet hervat. Bij brief van 17 oktober 2012 heeft de werkgever A op staande voet ontslag verleend vanwege werkweigering. A heeft bij het UWV op 2 november 2012 een deskundigenoordeel omtrent haar arbeidsgeschiktheid aangevraagd. Ter zitting van de Commissie heeft de werkgever het oordeel van het UWV van 10 december 2012 overgelegd. Het UWV is van oordeel dat de afwezigheid van A niet werd veroorzaakt door ziekte. Het beroep van A is gericht tegen de beslissing van de werkgever van 17 oktober STANDPUNTEN VAN PARTIJEN A stelt dat bij haar indiensttreding bij de werkgever is afgesproken dat zij bij goed weer gedurende de oogstperiode alleen beschikbaar zou zijn voor haar primaire taak, het lesgeven. Dat is twaalf jaar goed gegaan en A begrijpt niet waarom daar dit jaar verandering in zou moeten komen. Vervanging voor de oogstperiode op het bedrijf lukt niet op het niveau van bedrijfsleider. In eerdere jaren maakte de werkgever er geen probleem van als A vergaderingen aan het begin van het schooljaar niet bijwoonde. Weliswaar bevat haar jaartaak in vergelijking met eerdere jaren meer indirecte uren, maar bij de invulling van die uren kan gemakkelijk rekening worden gehouden met persoonlijke omstandigheden, zoals bij A de oogstperiode. Er is weliswaar een andere onderwijsaanpak op de school geïntroduceerd, maar dat hoeft aan het nakomen van de gemaakte afspraak volgens A niet in de weg te staan. A voelde zich door de werkgever zwaar onder druk gezet en achtte zichzelf door die spanning niet in staat haar werkzaamheden voor de werkgever te verrichten. A heeft nog voorgesteld Pagina 2 van 5
3 gedurende de oogstperiode onbetaald verlof te nemen of eerder gewerkte uren gedurende de oogstperiode te compenseren, maar daar wilde de werkgever niet aan meewerken. Evenmin bleek de werkgever bereid om mee te werken aan een oplossing met behulp van mediation, zoals door de bedrijfsarts was voorgesteld. Dat de werkgever heeft geweigerd om te praten over de afspraak is in strijd met goed werkgeverschap; dit dient ertoe te leiden dat het beroep tegen het ontslag gegrond wordt verklaard, temeer daar de financiële gevolgen van het ontslag ernstig zijn en zij niet gemakkelijk een andere baan in het onderwijs zal kunnen vinden, aldus A. De werkgever stelt dat er geen afspraak met A is gemaakt over het niet beschikbaar zijn voor andere dan lesgevende werkzaamheden gedurende de oogstperiode. Weliswaar werd daar in het verleden coulant mee omgegaan, maar bij de bespreking van de jaartaak van A voor het studiejaar is duidelijk aangegeven dat zij beschikbaar diende te zijn voor het bijwonen van vergaderingen. In dat gesprek heeft A zich niet beroepen op de volgens haar bestaande afspraak. Het gesprek vond plaats voor de zomervakantie 2012, zodat A ruimschoots in de gelegenheid is geweest om voorzieningen te treffen voor de oogstperiode, bijvoorbeeld door extern personeel in te huren. Wat daar ook van zij, het ontslag is niet gegrond op de afwezigheid van A bij vergaderingen en de studiemiddag, maar op de weigering van A om haar werkzaamheden voor de werkgever te hervatten, ook nadat zij daartoe verschillende keren door de werkgever was gesommeerd. A stelt als voorwaarde voor werkhervatting dat de werkgever de volgens haar bestaande afspraak nakomt. Dat is voor de werkgever onaanvaardbaar en is in strijd met de verplichting van A zich als goed werknemer te gedragen. Voor de werkgever is het stellen van deze voorwaarde niet onderhandelbaar zodat mediation geen optie is. Nu A meer dan eens is gesommeerd te komen werken en zij dat steeds geweigerd heeft, restte de werkgever geen andere mogelijkheid dan haar wegens werkweigering op staande voet te ontslaan. 4. OVERWEGINGEN VAN DE COMMISSIE De bevoegdheid en de ontvankelijkheid Aangezien de instelling is aangesloten bij deze Commissie en het beroep is gericht tegen één van de beslissingen, genoemd in artikel lid 1 WEB en binnen de daartoe geldende termijn is ingesteld, is de Commissie bevoegd van het beroep kennis te nemen en is het beroep ontvankelijk. Het ontslag A heeft zich beroepen op arbeidsongeschiktheid ten tijde van het ontslag. De bedrijfsarts heeft A geschikt bevonden voor het verrichten van haar werkzaamheden, welk oordeel naderhand door het UWV is bevestigd bij beslissing van 10 december De Commissie stelt derhalve vast dat A ten tijde van het ontslag niet arbeidsongeschikt was zodat het beroep op arbeidsongeschiktheid geen doel treft. De Commissie zal beoordelen of de feiten waarop het ontslag is gebaseerd vast staan en indien dat het geval is of het ontslag, gelet op alle omstandigheden van het geval, in stand kan blijven. Artikel 6:678 lid 2 onder j BW bepaalt dat als dringende reden voor de werkgever om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen aangemerkt wordt dat de werknemer hardnekkig weigert te voldoen aan redelijke bevelen of opdrachten. De werkgever heeft aan het ontslag ten grondslag gelegd dat A herhaaldelijk heeft geweigerd haar werkzaamheden te verrichten. Niet in discussie is dat A geweigerd heeft haar werkzaamheden te hervatten zolang het geschil over het verrichten van haar werkzaamheden gedurende de oogstperiode niet was opgelost. De Commissie gaat er daarom van uit dat de feiten, waarop het ontslag is gebaseerd, vast staan. Pagina 3 van 5
4 De belangrijkste verplichting die voor de werknemer voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst is het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden. Uitgangspunt is dan ook dat de opdracht om de werkzaamheden te verrichten als redelijk kan worden aangemerkt. Dit beginsel kan uitzondering lijden indien de werkgever in redelijkheid niet kan verwachten dat de werknemer gehoor geeft aan de opdracht. Als belangrijke omstandigheid merkt de Commissie aan dat tussen A en de werkgever verschil van mening is ontstaan over een afspraak, inhoudend dat A gedurende het oogstseizoen uitsluitend lesgevende taken zou verrichten. De werkgever heeft het bestaan van deze afspraak onvoldoende weersproken. De Commissie gaat er daarom van uit dat A gedurende 12 jaar in het oogstseizoen uitsluitend haar lesgevende taken heeft verricht zodat naar het oordeel van de Commissie gesproken kan worden van een bestendige praktijk, die de werkgever niet zonder meer eenzijdig mocht wijzigen. Dat het wijzigen van deze praktijk expliciet onderwerp van gesprek is geweest bij de bespreking van de jaartaak heeft A weersproken en is door de werkgever onvoldoende aannemelijk gemaakt. Eerst ter zitting van de Commissie heeft de werkgever nader onderbouwd waarom het van belang zou zijn dat A alle vergaderingen, ook tijdens het oogstseizoen, zou moeten bijwonen. Het is begrijpelijk dat A ontdaan was over het feit dat de werkgever het bestaan van de afspraak ontkende en de gegroeide praktijk zonder meer eenzijdig wenste te beëindigen. Ook moet het voor de werkgever duidelijk zijn geweest dat A zeer gespannen raakte door deze situatie, ook al leidde dat naar het oordeel van de bedrijfsarts niet tot arbeidsongeschiktheid. Niet is gebleken dat de werkgever op enig moment de belangen van A heeft meegewogen in de aanloop naar het verleende ontslag op staande voet. Daar was temeer reden voor omdat A zich ten opzichte van haar collega s in een uitzonderlijke positie bevindt nu zij de enige is die naast haar werkzaamheden voor de school een eigen agrarisch bedrijf heeft. Onder de geschetste omstandigheden had het naar het oordeel van de Commissie op de weg van de werkgever gelegen om niet rechtstreeks op de nu ontstane situatie af te stevenen, maar om andere manieren te beproeven om het conflict op te lossen. De school maakt onderdeel uit van een grote onderwijsorganisatie en van de werkgever had mogen worden verwacht dat hij zou proberen het probleem op een ander niveau binnen die organisatie op te lossen alvorens over te gaan tot het opleggen van de zwaarste arbeidsrechtelijke sanctie, ontslag op staande voet. Van enige poging in die richting is niet gebleken. De brief van de regiodirecteur van 24 september 2012 bevat slechts een herhaling van het reeds eerder door de teamleiders ingenomen standpunt zonder dat aan A enig zicht wordt geboden op een oplossing van haar probleem. Gelet op alle genoemde omstandigheden van het geval dient naar het oordeel van de Commissie het beginsel dat hardnekkige werkweigering aanleiding vormt voor het verlenen van ontslag op staande voet in deze uitzondering te lijden. Op grond van bovenstaande komt de Commissie tot het oordeel dat de werkgever niet in redelijkheid heeft kunnen overgaan tot het verlenen van ontslag op staande voet van A. Zij zal daarom het beroep gegrond verklaren. Pagina 4 van 5
5 5. OORDEEL Op grond van bovenstaande overwegingen verklaart de Commissie het beroep gegrond. Aldus gedaan te Utrecht op 31 januari 2013 door mr. L.C.J. Sprengers, voorzitter, mr. E.M.W.P. Hermans, mr. C.H. Kemp-Randewijk, drs. P. Koppe en mr. K.P. Piena, leden, in aanwezigheid van mr. M. Smulders, secretaris. mr. L.C.J. Sprengers voorzitter mr. M. Smulders secretaris Pagina 5 van 5
het College van Bestuur van C, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. dr. J.H. van Gelderen
104967 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; De werknemer is 50% arbeidsongeschikt en de werkgever ontslaat hem voor 0,5 fte. De werkgever heeft ter zitting gesteld dat de ontslagbeslissing
Commissie van Beroep BVE
SAMENVATTING 105083 De werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij zich niet op correcte wijze had ziek gemeld, omdat hij ondanks deze ziekmelding en zonder toestemming op studiereis naar Londen is
Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging daarvan is gegrond, omdat de werknemer niet vooraf zijn zienswijze kon indienen
108216 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging daarvan is gegrond, omdat de werknemer niet vooraf zijn zienswijze kon indienen in het geding tussen: UITSPRAAK [appellant], wonende te [woonplaats],
106593 - Docente terecht op staande voet ontslagen omdat zij stagebezoeken heeft gefingeerd en hiervoor reiskostendeclaraties heeft ingediend.
106593 - Docente terecht op staande voet ontslagen omdat zij stagebezoeken heeft gefingeerd en hiervoor reiskostendeclaraties heeft ingediend. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te B, appellante,
SAMENVATTING U I T S P R A AK
SAMENVATTING 105044 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; De arbeidsongeschiktheid van werkneemster heeft langer dan twee jaar geduurd en herstel binnen zes maanden is niet te verwachten.
UITSPRAAK. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mevrouw mr. F.J.
107289 UITSPRAAK in het geding tussen: A, wonende te B, verzoeker, hierna te noemen A gemachtigde: de heer mr. S.L. Knols en het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen
Beroep tegen berisping is gegrond omdat het plichtsverzuim niet ernstig genoeg is. UITSPRAAK
107912 - Beroep tegen berisping is gegrond omdat het plichtsverzuim niet ernstig genoeg is. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te C, appellante, hierna te noemen A, gemachtigde: mevrouw
Beroep tegen overplaatsing gegrond vanwege het ontbreken van de instemming van de werkneemster.
108379 - Beroep tegen overplaatsing gegrond vanwege het ontbreken van de instemming van de werkneemster. in het geding tussen: UITSPRAAK [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, hierna te noemen
SAMENVATTING. 105871/105939 - Beroep (2) tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging schorsing; BVE
SAMENVATTING 105871/105939 - Beroep (2) tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging schorsing; Gelet op de mogelijke onregelmatigheden in leerlingdossiers bestond er op zichzelf voldoende reden voor
SAMENVATTING. het College van Bestuur van de Stichting D, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr.
SAMENVATTING 105421 - Beroep tegen beëindiging dienstverband; De werkgever stelt dat geen sprake is van ontslag maar van het van rechtswege eindigen van een verlengd tijdelijk dienstverband wegens onbevoegdheid.
105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo
105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; De werknemer is geschorst vanwege het opnemen van gesprekken met leidinggevenden en het delen van deze opnamen.
SAMENVATTING. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. J.M. Frons
SAMENVATTING Beroep tegen ontslag wegens andere redenen van gewichtige aard; De reden van gewichtige aard is het niet meewerken aan re-integratie als gevolg waarvan het vertrouwen in een verdere samenwerking
SAMENVATTING UITSPRAAK
SAMENVATTING 105659 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking/gewichtige reden; De werknemer kan na een periode van detachering niet terugkeren in zijn oude functie van manager bedrijfsvoering.
Commissie van Beroep PO
106226 - Beroepen tegen vermindering betrekkingsomvang; SAMENVATTING Werknemers zijn bij de werkgever in vaste dienst met een betrekkingsomvang boven de normbetrekking van 1 wtf. Omdat de werkgever vele
SAMENVATTING. 106233 - Beroep ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, subsidiair wegens gewichtige redenen; BVE
SAMENVATTING 106233 - Beroep ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, subsidiair wegens gewichtige redenen; De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst wegens blijvende arbeidsongeschiktheid opgezegd op het
UITSPRAAK. in het geding tussen: de heer A, wonende te B, appellant, hierna te noemen A gemachtigde: mevrouw mr. S.K. Oskam
107544 Terugplaatsing in de functie docent LB is onthouding van promotie. De terugplaatsing is redelijk omdat de werknemer niet voldeed aan de functievereisten van docent LD en omdat hij de aangeboden
107502/ De twee schorsingen van de werknemer zijn onjuist; de eerste vanwege een vormfout en de tweede omdat daarvoor onvoldoende grond was.
107502/107581 - De twee schorsingen van de werknemer zijn onjuist; de eerste vanwege een vormfout en de tweede omdat daarvoor onvoldoende grond was. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te
Commissie van beroep vo
107458 - Een zij-instromer die per eerste schooldag ná 1-8-2014 is benoemd en het hele schooljaar les gaf, heeft redelijkerwijze recht op het entreerecht. in het geding tussen: UITSPRAAK de heer A, wonende
UITSPRAAK. het College van Bestuur van het ROC D, gevestigd te B, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr. A.
106562 - Ontslag wegens gewichtige omstandigheden (verstoorde arbeidsrelatie) dan wel ongeschiktheid niet toegestaan omdat deze onvoldoende zijn gebleken. Beroep tegen de schorsing houdt evenmin stand
UITSPRAAK. in het geding tussen: mevrouw A, wonende te B, appellante, hierna te noemen A
107607 - De overplaatsing als gevolg van boventalligheid houdt geen stand omdat de werkgever de regels die hij hiervoor heeft opgesteld niet juist heeft toegepast. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw
SAMENVATTING. het College van Bestuur van het ROC B te C, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr. G
SAMENVATTING 106442 - Verzoek voorlopige voorziening ontslag op staande voet; De werkgever heeft de werknemer op staande voet ontslagen vanwege het plegen van valsheid in geschrifte. Hij zou twee documenten,
Commissie van Beroep PO
106228 - Beroep tegen vermindering betrekkingsomvang; SAMENVATTING De werkgever heeft vele werknemers in dienst die, om verschillende redenen, een betrekkingsomvang van meer dan 1,0 wtf hebben. De werkgever
Beroep tegen een disciplinaire overplaatsing is niet-ontvankelijk omdat de overplaatsing geen disciplinair karakter heeft.
108604 - Beroep tegen een disciplinaire overplaatsing is niet-ontvankelijk omdat de overplaatsing geen disciplinair karakter heeft. in het geding tussen: UITSPRAAK [appellant], wonende te [woonplaats],
Beroep tegen onthouden promotie ongegrond omdat er geen aanspraak op een benoeming in een LD-functie.
108067 Beroep tegen onthouden promotie ongegrond omdat er geen aanspraak op een benoeming in een LD-functie. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw [appellant], wonende te [plaatsnaam], appellante, hierna
Commissie van Beroep VO
105924 - Beroep tegen schriftelijke berisping; SAMENVATTING De gymleraar heeft bezittingen van leerlingen in bewaring genomen. Na de les ontbreekt een ipod. De werkgever stelt dat de werknemer in strijd
Verzoek voorlopige voorziening tot wedertewerkstelling, vacant houden functie en loondoorbetaling; HBO SAMENVATTING
106426 - Verzoek voorlopige voorziening tot wedertewerkstelling, vacant houden functie en loondoorbetaling; SAMENVATTING De werkgever heeft de werknemer meegedeeld dat de (verlengde) arbeidsovereenkomst
Beroep tegen onthouding promotie gegrond omdat de werkgever de procedure niet correct heeft gevolgd.
108508 - Beroep tegen onthouding promotie gegrond omdat de werkgever de procedure niet correct heeft gevolgd. UITSPRAAK in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, hierna te
het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever
Samenvatting 02073 Commissie voor geschillen Geschil omtrent inschaling van de functie. De werknemer treedt in tijdelijke dienst van de werkgever en ontvangt eerst een salarisstrook met vermelding van
SAMENVATTING UITSPRAAK. A, B, C, D, E, F, G, werknemers van ROC H, gevestigd te I, verzoekers, hierna te noemen de werknemers gemachtigde: de heer J
SAMENVATTING 106262 - Geschil over toepassing vakantieregeling werkgever; BVE Het geschil is in goed overleg tussen partijen aan de Commissie voorgelegd (N-7 cao bve). De werkgever heeft gaandeweg het
UITSPRAAK in het geding tussen: de heer A, wonende te B, bezwaarde, hierna te noemen A gemachtigde: mevrouw mr. J.G.T.M. Bekkers-Van Heumen
107336 UITSPRAAK in het geding tussen: de heer A, wonende te B, bezwaarde, hierna te noemen A gemachtigde: mevrouw mr. J.G.T.M. Bekkers-Van Heumen en het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder,
SAMENVATTING U I T S P R A AK. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever
SAMENVATTING 104467 - Beroep tegen een ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; Werkneemster is sedert 2002 arbeidsongeschikt en ontvangt een WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%.
108490/ Beroep tegen schorsingen als ordemaatregel gegrond vanwege niet volgen verweerprocedure respectievelijk gebrek aan noodzaak.
108490/108540 - Beroep tegen schorsingen als ordemaatregel gegrond vanwege niet volgen verweerprocedure respectievelijk gebrek aan noodzaak. in het geding tussen: UITSPRAAK [appellante], wonende te [woonplaats],
JJuridische aspecten arbeidsongeschiktheid / arbeidsconflict
JJuridische aspecten arbeidsongeschiktheid / arbeidsconflict. Ziekmelding na een arbeidsconflict En dan? ARBODIENST STECR WERKWIJZER ARBEIDSCONFLICTEN Deze werkwijzer wordt gebruikt voor de beoordeling
UITSPRAAK. het College van Bestuur van C, gevestigd te B, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. drs. C.A.H.
104900 SAMENVATTING Ontslag is primair gebaseerd op plichtsverzuim, subsidiair op onbekwaamheid of ongeschiktheid en meer subsidiair op grond van andere redenen van gewichtige aard, zijnde een vertrouwensbreuk.
SAMENVATTING / Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en ontslag wegens gewichtige redenen; VO
SAMENVATTING 105229/105230 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en ontslag wegens gewichtige redenen; Werkneemster is uitgevallen als gevolg van een arbeidsconflict. Het re-integratieproces verloopt
Commissie van Beroep BVE SAMENVATTING
SAMENVATTING 105700 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; De functie van de werknemer is vanwege een formatiereductie komen te vervallen. Hij is daarom boventallig verklaard en uiteindelijk
105077 - Beroep tegen ontslag op staande voet, subsidiair ontslag wegens gewichtige redenen; VO
105077 - Beroep tegen ontslag op staande voet, subsidiair ontslag wegens gewichtige redenen; Werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij een langdurige vertrouwelijke relatie met een minderjarige
Commissie van Beroep HBO
105956 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; SAMENVATTING De werkneemster wordt in verband met reorganisatie ontslagen. Een eerder ontslag is ingetrokken vanwege formele gebreken. Partijen
Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim/gewichtige omstandigheden en tegen schorsing als ordemaatregel; PO
106238- Beroep tegen ontslag wegens plichtsverzuim/gewichtige omstandigheden en tegen schorsing als ordemaatregel; SAMENVATTING Het dienstverband is primair opgezegd wegens plichtsverzuim, kortweg bestaande
Commissie van Beroep VO
107363 - Terugplaatsing in functie docent LB is onthouding van promotie; terugplaatsing is niet redelijk omdat niet gebleken is dat niet voldaan is aan de functievereisten docent LD in het geding tussen:
SAMENVATTING. 105493 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid/gewichtige redenen; HBO
SAMENVATTING 105493 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid/gewichtige redenen; De werkgever heeft het dienstverband met de werknemer beëindigd, primair wegens ongeschiktheid voor de
SAMENVATTING UITSPRAAK. het College van Bestuur van het ROC D, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer F
SAMENVATTING 105474 - Geschil over toepassing van art. H-60 CAO BVE Werknemer heeft jarenlang gewerkt als docent maar is, na een periode van arbeidsongeschiktheid, werkzaam als onderwijsassistent. De werkgever
