Commissie van Beroep HBO
|
|
|
- Carla Sanders
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; SAMENVATTING De werkneemster wordt in verband met reorganisatie ontslagen. Een eerder ontslag is ingetrokken vanwege formele gebreken. Partijen hebben na de eerste opzegging het dienstverband voortgezet, ook na de ontslagdatum. Derhalve kan worden aangenomen dat zij gezamenlijk, stilzwijgend, teruggekomen zijn op de beëindiging van het dienstverband. Het Sociaal Plan had een looptijd tot 1 juli De werkgever heeft reeds op 29 juni 2012 meegedeeld dat de functie van de werknemer zou komen te vervallen. Voorts heeft hij reeds op 18 december 2012 in eerste instantie het dienstverband met de werknemer opgezegd. Omdat het voor de werkneemster tijdig kenbaar was dat haar functie zou worden opgeheven en haar reeds ontslag was aangezegd is de opzegging van het dienstverband na afloop van het Sociaal Plan toegestaan. Daarbij wordt meegewogen dat op meerdere plaatsen in het Sociaal Plan en het reorganisatieplan is aangegeven, dat met de afloop van het Sociaal Plan niet de gehele reorganisatie afgerond is en dat tussen de werkgever en met ontslag bedreigde werknemers wederzijds plichten en rechten blijven bestaan. De functie van de werkneemster is niet, zoals zij beweert, feitelijk in stand gebleven en evenmin is gebleken dat er een andere passende functie voor haar bij de werkgever is. Aan het toepassen van de afvloeiingslijst kan niet worden toegekomen, omdat de hele functiecategorie opgeheven is. Beroep ongegrond. UITSPRAAK in het geding tussen: mevrouw A, wonende te F, appellante, hierna te noemen A en het College van Bestuur van B, gevestigd te G, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr. E.C.M. Roelvink 1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE Bij beroepschrift met bijlagen, gedateerd 10 augustus 2013 en ingekomen op 9 augustus 2013 heeft A beroep ingesteld tegen de beslissing van de werkgever van 19 juli 2013 om het dienstverband met haar met ingang van 1 februari 2014 op te zeggen wegens opheffing van de functie. De werkgever heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend, ingekomen op 1 oktober 2013 en aangevuld op 10 oktober De mondelinge behandeling van het beroep vond plaats op 28 november 2013 te Utrecht. A verscheen in persoon. De werkgever werd vertegenwoordigd door mevrouw C, senior-beleidsadviseur en mevrouw D, arbeidsjurist, bijgestaan door de gemachtigde en mevrouw E, kantoorgenoot van de gemachtigde. A heeft een pleitnotitie met bijlagen overgelegd. De werkgever heeft een pleitnotitie overgelegd. 2. DE FEITEN / uitspraak d.d, 17 januari 2014 pagina 1 van 5
2 A, geboren 30 juni 1952 is sinds 29 augustus 1988 werkzaam in het domein Marketing Toerisme en Vrijetijdsmanagement (MTV) binnen de eenheid International Business and Management Studies (IBMS) bij de (rechtsvoorgangers van de) B in een vast dienstverband met een volledige betrekkingsomvang. Op de arbeidsverhouding is van toepassing de cao hbo. In verband met een inkomstendaling ten gevolge van een verminderde instroom van studenten en door de overheid opgelegde bezuinigingen heeft de werkgever in 2011 een reorganisatie ingezet. Hierbij is besloten een kanteling te laten plaatsvinden ten behoeve van het primaire proces om op die wijze ook een directe impuls aan de uitvoering van het onderwijs te geven. Het voornemen tot reorganisatie is met de vakorganisaties en de medezeggenschapsraad besproken. Op 15 september 2011 is een Sociaal Plan met de vakorganisaties overeengekomen. De herinrichting van B in het kader van de reorganisatie is beschreven in vier met elkaar samenhangende documenten die tezamen het Herontwerp B vormen. Deel 4 van dit plan betreft de uitgangspunten, de aanpak en de planning van de laatste fase van de reorganisatie om te komen tot het plaatsingsplan dat op 1 juli 2012 gerealiseerd diende te zijn. Dit plan, dat op 15 mei 2012 in overeenstemming met de vakorganisaties is vastgesteld, bevat de omvang van de reorganisatie, de afvloeiingscriteria alsmede de procedure en de criteria waarlangs de boventalligheid leidt tot het aanwijzen van de medewerkers die met ontslag worden bedreigd. Hierbij wordt uitgegaan van het afspiegelingsprincipe waarbij voorts uitgangspunt is dat de procentuele verdeling in de formatie naar leeftijd vóór en ná de reorganisatie zoveel mogelijk gelijk is. De medewerkers worden per eenheid geordend naar overeen te komen leeftijdscohorten. Binnen deze cohorten worden de medewerkers met het kortste dienstverband als eerste voor ontslag in aanmerking gebracht. In het formatieplan voor het domein MTV is beschreven hoe de ondersteuning is ingericht en voorts is een schets van de nieuwe organisatie gegeven. Daarbij is besloten dat de functie van manager O & O 1 tot en met 4 in de nieuwe organisatie zou komen te vervallen en daarbij is het verzoek aan de desbetreffende werknemers gedaan om ten behoeve van de selectieprocedure hun eventuele belangstelling kenbaar te maken voor de nieuwe functies die na de reorganisatie zouden ontstaan. Binnen IBMS zou na de reorganisatie nog ruimte zijn voor één manager O & O 2 met een geheel nieuw functieprofiel. A heeft niet op deze functie gesolliciteerd. De werkgever heeft A vervolgens bij brief van 29 juni 2012 meegedeeld dat zij niet binnen de nieuwe organisatie zou worden geplaatst. A heeft bij brief van 10 juli 2012 de werkgever verzocht zijn besluit te heroverwegen. De werkgever heeft dit verzoek bij brief van 9 augustus 2012 afgewezen. Hierop heeft A op 27 augustus 2012 bezwaar gemaakt bij de Commissie Bezwaar Reorganisatie B. Deze interne commissie heeft bij advies van 24 september 2012 de werkgever geadviseerd het bezwaar van A ongegrond te verklaren. Bij brief van 9 november 2012 heeft de werkgever A meegedeeld het advies van de interne bezwarencommissie over te nemen. Vervolgens heeft A op 5 december 2012 een vordering bij de rechtbank Den Haag ingediend inhoudende primair veroordeling van de werkgever om A te werk te stellen in haar functie en subsidiair inhoudende veroordeling van de werkgever tot betaling van een schadevergoeding. Bij vonnis van 3 juni 2013 is de vordering door de rechtbank afgewezen. Bij brief van 18 december 2012 heeft de werkgever het dienstverband met A per 1 juli 2013 opgezegd. Omdat het de werkgever vervolgens pas later duidelijk werd dat het Besluit Buitengewone Arbeidsverhoudingen (BBA) op het onderwijsondersteunend personeel van toepassing was, heeft hij bij brief van 10 maart 2013 A hiervan op de hoogte gesteld en heeft daarbij aangegeven zich te oriënteren op de gevolgen hiervan. Daarbij heeft de werkgever meegedeeld A te zullen informeren over de te zetten vervolgstappen. Nadat aanpassing van het BBA per 1 juli 2013 heeft plaatsgevonden behoefde vanaf deze datum voor het onderwijsondersteunend personeel werkzaam in het Hoger Beroepsonderwijs vanaf deze / uitspraak d.d, 17 januari 2014 pagina 2 van 5
3 datum geen ontslagvergunning meer aangevraagd te worden indien de werkgever over wenste te gaan tot ontslag. Vervolgens heeft de werkgever bij brief van 19 juli 2013 het dienstverband met A opnieuw opgezegd. Tegen deze beslissing richt zich het beroep. 3. STANDPUNTEN VAN PARTIJEN A stelde in haar beroepschrift voorop dat zij de functie van teamleider IBMS vervult en dat de werkgever haar functie ten onrechte kwalificeert als die van manager Onderwijs & Onderzoek 4 (manager O & O 4). Voorts voert A aan dat het sociaal plan een looptijd had van 1 oktober 2011 tot 1 januari Het ontslag dateert van ruim na deze datum. Dat is niet toegestaan zodat reeds daarom het beroep gegrond verklaard dient te worden. Voort is de functie van A in stand gebleven. Deze functie wordt nu door een collega ingevuld. Er is nooit aan de hand van een afvloeiingslijst concreet gemaakt wie er wel en wie er niet voor afvloeiing in aanmerking dienden te komen, zodat A geen inzicht in de juistheid van het ontslag kan hebben. Daarbij heeft de werkgever de toetsing van de juistheid van het ontslag omzeild door geen ontslagvergunning aan te vragen. Een eventuele tweede opzegging dient op het tweede sociaal plan gebaseerd te zijn. Het is nog niet duidelijk wie boventallig zullen zijn op grond van dit tweede sociaal plan, zodat het ontslag voortijdig is gegeven. Ter zitting heeft A aangevoerd dat het haar op 18 december 2012 door de werkgever aangezegde ontslag rechtsgeldig is en dat dit niet eenzijdig door de werkgever ingetrokken kan worden om vervolgens een nieuw ontslag te geven. De werkgever voert aan dat A de functie van manager O & O 4 uitoefent en niet die van teamleider IBMS. A is in allerlei procedures bij de rechtbank over de door haar vervulde functie in het ongelijk gesteld. Daarbij is ook vastgesteld dat de functie van manager O & O 4 ten gevolge van de reorganisatie is komen te vervallen en dat IBMS in de nieuwe organisatie wordt aangestuurd door een manager O & O 2 met een nieuw functieprofiel. Omdat de functie manager O & O 1 t/m 4 verdwijnt zijn de afvloeiingscriteria op haar niet van toepassing. Bemiddeling is niet succesvol geweest, mede omdat A niet meewerkte. Het ontslag was daarom onvermijdbaar. De opzegging van 19 juli 2013 vormde het sluitstuk van de reorganisatie. Er is niet gepoogd de toetsing van de juistheid van de opzegging te omzeilen door geen ontslagvergunning aan te vragen. Tot slot voert de werkgever aan dat het niet nodig is dat het ontslag afgerond is voor de afloop van fase 2 omdat in sommige gevallen het ontslag niet eerder geëffectueerd kan worden. 4. OVERWEGINGEN VAN DE COMMISSIE De bevoegdheid en de ontvankelijkheid Aangezien de instelling is aangesloten bij deze Commissie en het beroep is gericht tegen één van de beslissingen, genoemd in artikel 4.7 WHW, en binnen de daartoe geldende termijn is ingesteld, is de Commissie bevoegd van het beroep kennis te nemen en is het beroep ontvankelijk. Het ontslag / uitspraak d.d, 17 januari 2014 pagina 3 van 5
4 A heeft ter zitting haar stelling, als zou zij de functie van teamleider IBMS vervullen, ingetrokken zodat als uitgangspunt voor de Commissie geldt dat zij werkzaam is in de functie van manager O & O 4. A heeft gesteld dat de werkgever niet eenzijdig op de opzegging van 18 december 2012 heeft kunnen terugkomen. De Commissie overweegt hierover dat dit in beginsel juist is. Echter, in casu heeft de werkgever, nadat hij er kennis van had genomen dat wellicht een ontslagvergunning van UWV vereist was, A meegedeeld dat hij zich op de gevolgen hiervan zou oriënteren en dat hij hierop nog zou terugkomen. Vervolgens is A feitelijk in dienst gebleven, ook na de voorgenomen ontslagdatum van 1 juli De Commissie oordeelt dat partijen door deze handelwijze gezamenlijk, stilzwijgend, teruggekomen zijn op de beëindiging van het dienstverband. Aldus is sprake van een feitelijke voortzetting van het dienstverband na 1 juli 2013, zodat de opzegging van het dienstverband op 17 juli 2013 niet wordt belemmerd door de eerdere opzegging. De Commissie volgt A ook niet in haar standpunt dat de werkgever met opzet het vragen van een ontslagvergunning heeft omzeild. In eerste instantie is de werkgever er van uitgegaan dat een ontslagvergunning niet nodig was omdat dit voor het onderwijzend personeel ook niet nodig was. Pas nadat hem bleek dat dit anders was, is de werkgever overgegaan tot het vergaren van informatie en heeft hij de desbetreffende medewerkers hiervan op de hoogte gesteld. Nadat na de aanpassing van het BBA alsnog tot ontslag kon worden overgegaan, heeft de werkgever alsnog de arbeidsovereenkomst schriftelijk opgezegd waarbij hij A er op heeft gewezen dat zij de juistheid van het ontslag kon laten toetsen door de Commissie. De Commissie is, het geheel overziend, niet gebleken dat de werkgever toetsing van de juistheid van het ontslag opzettelijk heeft omzeild door geen ontslagvergunning aan te vragen. De Commissie stelt voorts vast dat het Sociaal Plan, blijkens de preambule en artikel 2.2 van het Sociaal Plan, niet een looptijd heeft tot 1 januari 2013, maar tot 1 juli De Commissie overweegt dat onweersproken is dat de mededeling van de werkgever van 29 juni 2012, dat de functie van A zou komen te vervallen, zijn grond vindt in het Sociaal Plan Daarbij heeft de werkgever reeds op 18 december 2012 in eerste instantie het dienstverband met A opgezegd. Omdat het voor A tijdig kenbaar was dat haar functie zou worden opgeheven en A reeds ontslag was aangezegd is de Commissie van oordeel dat de opzegging van het dienstverband met A na afloop van het Sociaal Plan is toegestaan. De Commissie neemt daarbij ook in overweging dat op meerdere plaatsen in het Sociaal Plan en het reorganisatieplan is aangegeven, dat met de afloop van het Sociaal Plan niet de gehele reorganisatie afgerond is en dat tussen de werkgever en met ontslag bedreigde werknemers wederzijds plichten en rechten blijven bestaan. Dat de functie van A feitelijk in stand is gebleven, is naar het oordeel van de Commissie niet gebleken. De functie van A, manager O & O 4, is in de reorganisatie opgeheven. Onderdelen van de functie zijn ondergebracht bij andere functies, namelijk docent 1 en manager O & O 2. Daarbij geldt dat de functie van manager O & O 2 (waaronder IBMS valt) wezenlijk verschilt van de door A vervulde functie van manager O & O 4 omdat de nieuwe functie zich uitstrekt over drie instellingen op drie locaties terwijl de verantwoordelijkheden van A in haar functie zich louter uitstrekten over één instelling. Desgevraagd door de werkgever heeft A aangegeven niet te willen solliciteren op de functie van manager O & O 2, juist omdat deze functie zich uitstrekte over drie instellingen op drie locaties. Het voorgaande betekent dat de oorspronkelijke functie van A niet meer voor haar beschikbaar is en evenmin is gebleken dat er een andere passende functie voor haar bij de werkgever is. Aan het toepassen van de afvloeiingslijst kan niet worden toegekomen, omdat de hele functiecategorie opgeheven is. Op grond van bovenstaande overwegingen komt de Commissie tot het oordeel dat het beroep ongegrond is / uitspraak d.d, 17 januari 2014 pagina 4 van 5
5 5. OORDEEL Op grond van bovenstaande overwegingen verklaart de Commissie het beroep ongegrond. Aldus gedaan te Utrecht op 17 januari 2014 door mr. L.C.J. Sprengers, voorzitter, drs. K.A. Kool, drs. P. Koppe, mr. K.P. Piena en mr. M.Th. van Wel, leden, in aanwezigheid van mr. J.A. Breunesse, secretaris. mr. L.C.J. Sprengers voorzitter mr. J.A. Breunesse secretaris / uitspraak d.d, 17 januari 2014 pagina 5 van 5
SAMENVATTING UITSPRAAK
SAMENVATTING 105976 - Beroep tegen een ontslag wegens reorganisatie; Werknemer, projectleider, betwist de noodzaak tot ontslag niet, maar stelt dat de door hem verrichte werkzaamheden als accountmanager
SAMENVATTING UITSPRAAK
SAMENVATTING 105659 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking/gewichtige reden; De werknemer kan na een periode van detachering niet terugkeren in zijn oude functie van manager bedrijfsvoering.
het College van Bestuur van C, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. dr. J.H. van Gelderen
104967 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; De werknemer is 50% arbeidsongeschikt en de werkgever ontslaat hem voor 0,5 fte. De werkgever heeft ter zitting gesteld dat de ontslagbeslissing
Ontslag wegens reorganisatie houdt stand omdat de werkgever het Sociaal Plan correct heeft toegepast; HBO
106522 - Ontslag wegens reorganisatie houdt stand omdat de werkgever het Sociaal Plan correct heeft toegepast; in het geding tussen: UITSPRAAK de heer A, wonende te B, appellant, hierna te noemen A gemachtigde:
106706 - Ontslag wegens reorganisatie houdt stand omdat de functie van werkneemster is vervallen en er geen andere passende functie voor haar is.
106706 - Ontslag wegens reorganisatie houdt stand omdat de functie van werkneemster is vervallen en er geen andere passende functie voor haar is. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te B,
UITSPRAAK. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mevrouw mr. F.J.
107289 UITSPRAAK in het geding tussen: A, wonende te B, verzoeker, hierna te noemen A gemachtigde: de heer mr. S.L. Knols en het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen
UITSPRAAK. in het geding tussen: mevrouw A, wonende te B, appellante, hierna te noemen A
107607 - De overplaatsing als gevolg van boventalligheid houdt geen stand omdat de werkgever de regels die hij hiervoor heeft opgesteld niet juist heeft toegepast. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw
105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo
105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; De werknemer is geschorst vanwege het opnemen van gesprekken met leidinggevenden en het delen van deze opnamen.
SAMENVATTING. 105871/105939 - Beroep (2) tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging schorsing; BVE
SAMENVATTING 105871/105939 - Beroep (2) tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging schorsing; Gelet op de mogelijke onregelmatigheden in leerlingdossiers bestond er op zichzelf voldoende reden voor
Commissie van Beroep PO
106226 - Beroepen tegen vermindering betrekkingsomvang; SAMENVATTING Werknemers zijn bij de werkgever in vaste dienst met een betrekkingsomvang boven de normbetrekking van 1 wtf. Omdat de werkgever vele
SAMENVATTING. 106233 - Beroep ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, subsidiair wegens gewichtige redenen; BVE
SAMENVATTING 106233 - Beroep ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, subsidiair wegens gewichtige redenen; De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst wegens blijvende arbeidsongeschiktheid opgezegd op het
106593 - Docente terecht op staande voet ontslagen omdat zij stagebezoeken heeft gefingeerd en hiervoor reiskostendeclaraties heeft ingediend.
106593 - Docente terecht op staande voet ontslagen omdat zij stagebezoeken heeft gefingeerd en hiervoor reiskostendeclaraties heeft ingediend. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te B, appellante,
Beroep tegen overplaatsing gegrond vanwege het ontbreken van de instemming van de werkneemster.
108379 - Beroep tegen overplaatsing gegrond vanwege het ontbreken van de instemming van de werkneemster. in het geding tussen: UITSPRAAK [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, hierna te noemen
het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. W. Brussee
103469 S AMENV ATTING Bezwaar tegen de waardering als programmacoördinator/docent 10 BVE Werknemer is in het kader van de invoering van FUWA-BVE benoemd als programmacoördinator/docent schaal 10 opleiding
UITSPRAAK. het College van Bestuur van het ROC D, gevestigd te B, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr. A.
106562 - Ontslag wegens gewichtige omstandigheden (verstoorde arbeidsrelatie) dan wel ongeschiktheid niet toegestaan omdat deze onvoldoende zijn gebleken. Beroep tegen de schorsing houdt evenmin stand
Commissie van Beroep BVE
SAMENVATTING 105083 De werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij zich niet op correcte wijze had ziek gemeld, omdat hij ondanks deze ziekmelding en zonder toestemming op studiereis naar Londen is
Commissie van Beroep BVE SAMENVATTING
SAMENVATTING 105700 - Beroep tegen ontslag wegens opheffing betrekking; De functie van de werknemer is vanwege een formatiereductie komen te vervallen. Hij is daarom boventallig verklaard en uiteindelijk
SAMENVATTING. het College van Bestuur van de Stichting D, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr.
SAMENVATTING 105421 - Beroep tegen beëindiging dienstverband; De werkgever stelt dat geen sprake is van ontslag maar van het van rechtswege eindigen van een verlengd tijdelijk dienstverband wegens onbevoegdheid.
SAMENVATTING U I T S P R A AK. het College van Bestuur van het ROC C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever
SAMENVATTING 104000 Geschil toepassing FPU-suppletieregeling BVE De werkneemster maakt aanspraak op de FPU-suppletieregeling op basis van het Sociaal Plan van de instelling. Werkneemster was werkzaam in
Commissie van Beroep PO
106978 - De plaatsing van de schoonmaker-functie in het rddf is juist omdat de functiegroep schoonmaak vanwege formatietekort wordt opgeheven. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te E, appellante,
Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging daarvan is gegrond, omdat de werknemer niet vooraf zijn zienswijze kon indienen
108216 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging daarvan is gegrond, omdat de werknemer niet vooraf zijn zienswijze kon indienen in het geding tussen: UITSPRAAK [appellant], wonende te [woonplaats],
SAMENVATTING. 106049/106052 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige reden en tegen vrijstelling van werkzaamheden; HBO
SAMENVATTING 106049/106052 - Beroep tegen ontslag wegens gewichtige reden en tegen vrijstelling van werkzaamheden; De aan het ontslag ten grondslag gelegde gewichtige reden houdt verband met het functioneren
Commissie van beroep vo
107458 - Een zij-instromer die per eerste schooldag ná 1-8-2014 is benoemd en het hele schooljaar les gaf, heeft redelijkerwijze recht op het entreerecht. in het geding tussen: UITSPRAAK de heer A, wonende
Commissie van Beroep PO
106228 - Beroep tegen vermindering betrekkingsomvang; SAMENVATTING De werkgever heeft vele werknemers in dienst die, om verschillende redenen, een betrekkingsomvang van meer dan 1,0 wtf hebben. De werkgever
SAMENVATTING. 105800 - Bezwaar tegen de waardering als Docent B, schaal 10; HBO
SAMENVATTING 105800 - Bezwaar tegen de waardering als Docent B, schaal 10; HBO Partijen zijn verdeeld over: A. De aard van de werkzaamheden van bezwaarde op de resultaatgebieden: 1. Optreden als expert/inhoudsdeskundige,
Beroep tegen onthouding promotie gegrond omdat de werkgever de procedure niet correct heeft gevolgd.
108508 - Beroep tegen onthouding promotie gegrond omdat de werkgever de procedure niet correct heeft gevolgd. UITSPRAAK in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, hierna te
SAMENVATTING UITSPRAAK
SAMENVATTING 105600 - Ontslag op staande voet wegens werkweigering; Naast haar functie bij de werkgever is werkneemster werkzaam in haar eigen agrarisch bedrijf. In verband met oogstwerkzaamheden heeft
SAMENVATTING Geschil met betrekking tot het taakbelastingsbeleid van de opleiding; HBO
SAMENVATTING 105154 - Geschil met betrekking tot het taakbelastingsbeleid van de opleiding; HBO Het taakbelastingsbeleid van de opleiding is van toepassing op de personeelsleden en heeft gevolgen voor
het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever
Samenvatting 02073 Commissie voor geschillen Geschil omtrent inschaling van de functie. De werknemer treedt in tijdelijke dienst van de werkgever en ontvangt eerst een salarisstrook met vermelding van
UITSPRAAK. in het geding tussen: de heer A, wonende te B, appellant, hierna te noemen A gemachtigde: mevrouw L. Toering
107623 107644 De overplaatsingen als gevolg van boventalligheid houden geen stand omdat de werkgever de regels die hij hiervoor heeft opgesteld niet juist heeft toegepast. in het geding tussen: UITSPRAAK
UITSPRAAK. het Bestuur van de stichting C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mevrouw mr. M.
106928 - De plaatsing van de functie van de werknemer in het rddf is niet juist omdat de werkgever ten onrechte uitgaat van één afvloeiingslijst voor al zijn werknemers terwijl er per school als bedrijfsvestiging
UITSPRAAK in het geding tussen: de heer A, wonende te B, bezwaarde, hierna te noemen A gemachtigde: mevrouw mr. J.G.T.M. Bekkers-Van Heumen
107336 UITSPRAAK in het geding tussen: de heer A, wonende te B, bezwaarde, hierna te noemen A gemachtigde: mevrouw mr. J.G.T.M. Bekkers-Van Heumen en het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder,
SAMENVATTING U I T S P R A AK
SAMENVATTING 105044 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; De arbeidsongeschiktheid van werkneemster heeft langer dan twee jaar geduurd en herstel binnen zes maanden is niet te verwachten.
Beroep tegen berisping is gegrond omdat het plichtsverzuim niet ernstig genoeg is. UITSPRAAK
107912 - Beroep tegen berisping is gegrond omdat het plichtsverzuim niet ernstig genoeg is. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te C, appellante, hierna te noemen A, gemachtigde: mevrouw
SAMENVATTING. het College van Bestuur van de D, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mevrouw F
SAMENVATTING 106011 - Beroep tegen ontslag primair wegens plichtsverzuim, subsidiair wegens ongeschiktheid voor de functie en meer subsidiair om andere redenen van gewichtige aard, te weten verlies van
SAMENVATTING. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. J.M. Frons
SAMENVATTING Beroep tegen ontslag wegens andere redenen van gewichtige aard; De reden van gewichtige aard is het niet meewerken aan re-integratie als gevolg waarvan het vertrouwen in een verdere samenwerking
SAMENVATTING. 104206 - Beroep tegen mededeling beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; HBO
SAMENVATTING 104206 - Beroep tegen mededeling beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; Werknemer voert aan dat er sprake is geweest van een doorlopend dienstverband waardoor er na 36 maanden een dienstverband
Verzoek voorlopige voorziening tot wedertewerkstelling, vacant houden functie en loondoorbetaling; HBO SAMENVATTING
106426 - Verzoek voorlopige voorziening tot wedertewerkstelling, vacant houden functie en loondoorbetaling; SAMENVATTING De werkgever heeft de werknemer meegedeeld dat de (verlengde) arbeidsovereenkomst
SAMENVATTING. het College van Bestuur van het ROC B te C, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr. G
SAMENVATTING 106442 - Verzoek voorlopige voorziening ontslag op staande voet; De werkgever heeft de werknemer op staande voet ontslagen vanwege het plegen van valsheid in geschrifte. Hij zou twee documenten,
Nalevingsgeschil; als MR-leden weigeren af te treden, kan een bevoegd gezag niet de MR ontbinden en eigenmachtig MR-verkiezingen organiseren.
108524 - Nalevingsgeschil; als MR-leden weigeren af te treden, kan een bevoegd gezag niet de MR ontbinden en eigenmachtig MR-verkiezingen organiseren. UITSPRAAK in het geding tussen: de medezeggenschapsraad
105050 - Verzoek voorlopige voorziening, doorbetaling salaris; VO.
105050 - Verzoek voorlopige voorziening, doorbetaling salaris;. De werknemer is op staande voet ontslagen wegens beweerde fraude bij het digitale eindexamen van de school, bestaande uit het vroegtijdig
107502/ De twee schorsingen van de werknemer zijn onjuist; de eerste vanwege een vormfout en de tweede omdat daarvoor onvoldoende grond was.
107502/107581 - De twee schorsingen van de werknemer zijn onjuist; de eerste vanwege een vormfout en de tweede omdat daarvoor onvoldoende grond was. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te
SAMENVATTING. 105493 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid/gewichtige redenen; HBO
SAMENVATTING 105493 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid/gewichtige redenen; De werkgever heeft het dienstverband met de werknemer beëindigd, primair wegens ongeschiktheid voor de
het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder.
Zaaknummer : 2013/068 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 6 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : Beleidsvrijheid, in stand laten rechtsgevolgen,
SAMENVATTING UITSPRAAK. A, B, C, D, E, F, G, werknemers van ROC H, gevestigd te I, verzoekers, hierna te noemen de werknemers gemachtigde: de heer J
SAMENVATTING 106262 - Geschil over toepassing vakantieregeling werkgever; BVE Het geschil is in goed overleg tussen partijen aan de Commissie voorgelegd (N-7 cao bve). De werkgever heeft gaandeweg het
Commissie van Beroep VO
105924 - Beroep tegen schriftelijke berisping; SAMENVATTING De gymleraar heeft bezittingen van leerlingen in bewaring genomen. Na de les ontbreekt een ipod. De werkgever stelt dat de werknemer in strijd
UITSPRAAK. het College van Bestuur van C, gevestigd te B, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. drs. C.A.H.
104900 SAMENVATTING Ontslag is primair gebaseerd op plichtsverzuim, subsidiair op onbekwaamheid of ongeschiktheid en meer subsidiair op grond van andere redenen van gewichtige aard, zijnde een vertrouwensbreuk.
SAMENVATTING UITSPRAAK. het College van Bestuur van het ROC D, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer F
SAMENVATTING 105474 - Geschil over toepassing van art. H-60 CAO BVE Werknemer heeft jarenlang gewerkt als docent maar is, na een periode van arbeidsongeschiktheid, werkzaam als onderwijsassistent. De werkgever
Interpretatiegeschil PO - artikel 13 onder k WMS (beleid t.a.v. uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders)
104466 - Interpretatiegeschil PO - artikel 13 onder k WMS (beleid t.a.v. uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders) Naar aanleiding van de start van een nieuwe school voor voortgezet onderwijs
UITSPRAAK. in het geding tussen: de heer A, wonende te B, appellant, hierna te noemen A gemachtigde: mevrouw mr. S.K. Oskam
107544 Terugplaatsing in de functie docent LB is onthouding van promotie. De terugplaatsing is redelijk omdat de werknemer niet voldeed aan de functievereisten van docent LD en omdat hij de aangeboden
SAMENVATTING. 105940 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid en wegens gewichtige redenen; BVE
SAMENVATTING 105940 - Beroep tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid en wegens gewichtige redenen; De werknemer, hoofd PZ, is ontslagen wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid voor zijn functie en
het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. M.J.A. de Bruijn
103376 S AMENV ATTING Bezwaar tegen indeling in profiel Docent 3 schaal 10 HBO De bezwaren tegen de gevolgde procedure kunnen naar het oordeel van de Commissie niet leiden tot gegrondheid van het bezwaar.
vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad vanstate 201108441/1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het
Bezwaarde benoemd in de functie van onderwijsassistent schaal 5: bezwaar gegrond
LANDELIJKE BEZWARENCOMMISSIE FUNCTIEWAARDERING CONFESSIONEEL BVE FUWA Confessioneel BVE 2014-01 18 november 2014 Bezwaarde benoemd in de functie van onderwijsassistent schaal 5: bezwaar gegrond Samenvatting
ECLI:NL:RBROT:2000:AA7327
ECLI:NL:RBROT:2000:AA7327 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 23-08-2000 Datum publicatie 21-01-2002 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie WW 98/559-DOP WW 98/916-DOP
Commissie van Beroep VO SAMENVATTING
SAMENVATTING 106377 - Beroep tegen onthouden promotie (entreerecht); Het beroep is gericht tegen de beslissing van de werkgever met betrekking tot de urenverdeling voor het schooljaar 2014-2015 waaruit
SAMENVATTING UITSPRAAK
SAMENVATTING 105540 - Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; De werknemer is sinds indiensttreding werkzaam op basis van een (verlengde) arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, wegens
