ECLI:NL:CRVB:2017:1283
|
|
|
- Floris Willemsen
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ECLI:NL:CRVB:2017:1283 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4862 ANW Socialezekerheidsrecht Hoger beroep Weigering een nabestaandenuitkering toe te kennen. De Raad is met de Svb van oordeel dat de echtgenoot van appellante ten tijde van diens overlijden niet verplicht verzekerd was voor de ANW en evenmin verzekerd was ingevolge de Marokkaanse wetgeving. Appellante kan niet aangemerkt worden als nabestaande op grond van de ANW. Wetsverwijzingen Vindplaatsen Algemene wet bestuursrecht Algemene nabestaandenwet Rechtspraak.nl ABkort 2017/122 JOM 2017/374 USZ 2017/206 JB 2017/110 met annotatie van J.H. Keinemans Uitspraak 15/4862 ANW, 16/6396 ANW Datum uitspraak: 23 maart 2017 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 juni 2015, 14/6909 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
2 De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.A. Buskens. Het onderzoek is ter zitting geschorst. De Svb heeft vragen beantwoord en nadere stukken overgelegd En appellante heeft daarop gereageerd. Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 9 februari Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. van der Weerd. OVERWEGINGEN 1.1. Appellante is geboren in 1958 en woont in [woonplaats] (Marokko). Haar echtgenoot, [naam echtgenoot], is geboren in 1946 en is werkzaam geweest in Nederland. Nadat aan hem een arbeidsongeschiktheidsuitkering was toegekend is [naam echtgenoot] in 1982 teruggekeerd naar Marokko. Hij is op 30 april 2011 in [woonplaats] overleden Bij besluit van 9 september 2011 heeft de Svb afwijzend beslist op een verzoek van appellante om haar een uitkering toe te kennen op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Daartoe is overwogen dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW, noch dat er op grond van afspraken tussen Marokko en Nederland voor appellante recht bestond op uitkering ingevolge de ANW Op 17 juni 2013 heeft appellante de Svb opnieuw verzocht om haar een uitkering op grond van de ANW toe te kennen. Op deze aanvraag heeft de Svb bij besluit van 22 juli 2014 afwijzend beslist onder verwijzing naar zijn besluit van 9 september Het bezwaar van appellante tegen het besluit van 22 juli 2014 is bij besluit van 3 oktober 2014 (bestreden besluit I) door de Svb ongegrond verklaard. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen bestreden besluit I ongegrond verklaard In hoger beroep heeft appellante opnieuw gesteld dat zij aanspraak heeft op een uitkering op grond van de ANW. Daartoe heeft zij in hoofdzaak aangevoerd dat zij haar echtgenoot tot zijn overlijden heeft verzorgd en gebruik wil maken van zijn pensioen De Svb heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen Tijdens het onderzoek ter zitting van 4 mei 2016 is gebleken dat de Svb een brief van appellante van 22 november 2011 ten onrechte niet heeft aangemerkt als een bezwaarschrift tegen het besluit van 9 september Vervolgens heeft de Svb een nieuwe beslissing op bezwaar van 29 september 2016 uitgereikt, waarbij de Svb het bezwaar tegen het besluit van 9 september 2011 wegens termijnoverschrijding alsnog niet-ontvankelijk heeft verklaard. 4. Het nadere besluit van 29 september 2016 (bestreden besluit II) wordt met toepassing van artikel 6:19, eerste lid, in verbinding met artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
3 mede in de beoordeling betrokken. 5. De Raad komt tot het volgende oordeel. 5.1 Bij bestreden besluit II heeft de Svb het volgende besloten. (. ) Het CNSS heeft ons meegedeeld dat onze beslissing van 9 september 2011 op 18 oktober 2011 door hen aan u is doorgezonden. U kon bezwaar maken tot 30 november Het bezwaar was op tijd geweest als het voor die datum op de post was gedaan en uiterlijk op 7 december 2011 door ons was ontvangen. Uw bezwaarschrift is op 13 december 2011 bij ons binnengekomen. Ons is niet bekend wat het poststempel is. Uw bezwaarschrift is gedateerd op 22 november Wij nemen aan dat u het op die datum op de post heeft gedaan. Uw bezwaarschrift was dus te laat. Wel heeft u kunnen aangeven waarom uw bezwaarschrift te laat was. Bij een goede reden zoals plotselinge ziekenhuisopname, behandelen we een bezwaarschrift alsnog. U gaf tijdens ons gesprek van 22 september 2016 aan dat de oorzaak van de te late indiening ligt in de postbezorging. Ook bij de verzending van post is er soms moeite. U heeft aangegeven dat u daarom regelmatig kiest voor het aangetekend verzenden van post, maar dat u zich niet meer herinnert of u het betreffende bezwaarschrift aangetekend heeft verzonden. Hetgeen u heeft aangevoerd levert voor ons geen reden op om uw bezwaarschrift alsnog inhoudelijk te behandelen. Wij behandelen uw bezwaarschrift niet inhoudelijk. Uw bezwaarschrift is niet-ontvankelijk. (.) Vaststaat dat het door appellante bij de Svb ingediende bezwaar tegen het besluit van 9 september 2011 na afloop van de op 30 november 2011 geëindigde bezwaartermijn is ingekomen. De Svb heeft geen reden gezien voor verschoonbaarheid van die termijnoverschrijding en heeft het bezwaar bij bestreden besluit II niet-ontvankelijk verklaard. 5.3 Wat betreft de overschrijding van de beroepstermijn oordeelt de Raad als volgt Niet in geschil is dat het besluit van 9 september 2011 conform artikel 3:41 van de Awb op de juiste wijze op 18 oktober 2011 door de Caisse Nationale de Sécurité Sociale (CNSS) aan appellante bekend is gemaakt Ingevolge artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Artikel 6:8 van de Awb bepaalt dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Het besluit is op 18 oktober 2011 aan appellante toegezonden waarmee de termijn op 19 oktober 2011 is gaan lopen en derhalve op 30 november 2011 is geëindigd. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ingevolge het tweede lid van dat artikel is bij verzending per post een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Het beroepschrift is gedateerd 22 november 2011 en de Svb gaat er blijkens bestreden besluit II van uit dat het bezwaarschrift ook op die dag ter post is bezorgd, dus ruimschoots binnen de gestelde termijn van zes weken. Het bezwaarschrift is echter pas op 13 december 2011 door de Svb ontvangen Wat betreft een na afloop van de gestelde termijn ingediend beroepschrift blijft ingevolge artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest Blijkens de wetsgeschiedenis van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb is door de wetgever onderkend dat de termijn van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb onvoldoende kan zijn voor
4 verzendingen vanuit het buitenland. Onder omstandigheden kan in die gevallen artikel 6:11 van de Awb worden toegepast. Daarvoor is wel vereist dat de betrokkene het beroepschrift heeft verzonden op een tijdstip dat en met gebruikmaking van een middel dat niet het ernstige risico in zich draagt dat de termijn van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb wordt overschreden Onder verwijzing naar de uitspraak van 4 mei 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:1640) is de Raad, anders dan de Svb, van oordeel dat niet (redelijkerwijs) geoordeeld kan worden dat appellante wat betreft het tijdig instellen van het bezwaar in verzuim is geweest. Appellante heeft immers het bezwaarschrift blijkens bestreden besluit II ook naar het oordeel van de Svb ruim binnen de gestelde termijn van zes weken verzonden, te weten ruim een week voor het einde van de bezwaartermijn, alsmede ruim twee weken voor het einde van de termijn ingevolge artikel 6:9, tweede lid, van de Awb. Aldus heeft appellante al datgene gedaan, wat van haar in de omstandigheden van dit geval redelijkerwijs verwacht mocht worden. Het feit dat onduidelijk is gebleven of appellante het bezwaarschrift aangetekend dan wel per gewone post heeft verzonden leidt niet tot een ander oordeel nu de Svb de enveloppe waarin het bezwaarschrift zich bevond niet heeft bewaard. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het besluit van 29 september 2016 voor vernietiging in aanmerking komt Gelet op wat is overwogen onder 5.3 tot en met 5.8 is tussen partijen in geschil of de Svb bij besluit van 9 september 2011 terecht afwijzend heeft beslist op het verzoek van appellante om haar een nabestaandenuitkering toe te kennen. Deze beslissing is gebaseerd op de grond dat haar echtgenoot, [naam echtgenoot], op de dag van zijn overlijden 30 april 2011 niet verzekerd was voor de ANW Op grond van de ter beschikking staande gedingstukken is de Raad met de Svb van oordeel dat de echtgenoot van appellante ten tijde van diens overlijden op 30 april 2011 niet verplicht verzekerd was voor de ANW en evenmin verzekerd was ingevolge de Marokkaanse wetgeving. Ook is uit de nadere door de Svb overgelegde stukken niet gebleken dat de echtgenoot van appellante zich vanaf 1 januari 2000 of enig ander moment voor die wet vrijwillig had verzekerd. Nu de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden dus niet verzekerd was voor de ANW, kan appellante niet aangemerkt worden als nabestaande op grond van die wet en is dus terecht geweigerd een nabestaandenuitkering aan haar toe te kennen. Dit betekent dat het beroep gericht tegen bestreden besluit II ongegrond moet worden verklaard Nu de aanspraak van appellante op een nabestaandenuitkering hiervoor onder 5.8 tot en met 6.2 reeds inhoudelijk is beoordeeld behoeft bestreden besluit I geen verdere bespreking. 7. Het hoger beroep van appellante slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. 8. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - verklaart het beroep tegen het besluit van 29 september 2016 gegrond en vernietigt dat besluit; - verklaart het bezwaar tegen het besluit van 9 september 2011 ongegrond en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 29 september 2016; - bevestigt de aangevallen uitspraak; - bepaalt dat de Svb aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal 167,- vergoedt.
5 Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van M.S.E.S. Umans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 maart (getekend) T.L. de Vries (getekend) M.S.E.S. Umans KP
ECLI:NL:CRVB:2013:2879
ECLI:NL:CRVB:2013:2879 Instantie Datum uitspraak 17-12-2013 Datum publicatie 19-12-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-211 WWB Socialezekerheidsrecht
vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad vanstate 201108441/1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het
ECLI:NL:CRVB:2016:3297
ECLI:NL:CRVB:2016:3297 Instantie Datum uitspraak 06-09-2016 Datum publicatie 12-09-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/1772 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:3463
ECLI:NL:CRVB:2014:3463 Instantie Datum uitspraak 21-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-3170
ECLI:NL:CRVB:2015:872
ECLI:NL:CRVB:2015:872 Instantie Datum uitspraak 24-03-2015 Datum publicatie 25-03-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14-2865 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2016:6366
ECLI:NL:RBZWB:2016:6366 Instantie Datum uitspraak 10-10-2016 Datum publicatie 14-10-2016 Zaaknummer AWB 16_2223 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:881
ECLI:NL:CRVB:2017:881 Instantie Datum uitspraak 03-03-2017 Datum publicatie 06-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5389 AOW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2833
ECLI:NL:CRVB:2017:2833 Instantie Datum uitspraak 09-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8007 ZVW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:1035
ECLI:NL:CRVB:2014:1035 Instantie Datum uitspraak 20-03-2014 Datum publicatie 07-04-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-4228 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:1003
ECLI:NL:CRVB:2015:1003 Instantie Datum uitspraak 31032015 Datum publicatie 02042015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 132022 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1242
ECLI:NL:CRVB:2017:1242 Instantie Datum uitspraak 04-04-2017 Datum publicatie 06-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/3178 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:4258
ECLI:NL:CRVB:2015:4258 Instantie Datum uitspraak 26-10-2015 Datum publicatie 03-12-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/3047 WAO Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:246
ECLI:NL:CRVB:2017:246 Instantie Datum uitspraak 10-01-2017 Datum publicatie 30-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/6800 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1486
ECLI:NL:CRVB:2017:1486 Instantie Datum uitspraak 19-04-2017 Datum publicatie 20-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4780 ZVW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:2828
ECLI:NL:CRVB:2015:2828 Instantie Datum uitspraak 12-08-2015 Datum publicatie 28-08-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/5439 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:95. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Inhoudsindicatie
ECLI:NL:CRVB:2017:95 Instantie Datum uitspraak 11-01-2017 Datum publicatie 17-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2861 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:3143
ECLI:NL:CRVB:2016:3143 Instantie Datum uitspraak 23-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2337 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RVS:2001:AB2287
ECLI:NL:RVS:2001:AB2287 Instantie Raad van State Datum uitspraak 31-05-2001 Datum publicatie 13-11-2001 Zaaknummer 200003521/1 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Omgevingsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:4659
ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580
ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 22-02-2011 Datum publicatie 06-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie AWB 10-504 AOW Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071 Instantie Datum uitspraak 04-06-2009 Datum publicatie 01-07-2009 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 07-5093 WWB Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1708
ECLI:NL:CRVB:2017:1708 Instantie Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 11-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5106 AWBZ Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:GHSHE:2015:1379
ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 Instantie Datum uitspraak 17-04-2015 Datum publicatie 17-04-2015 Zaaknummer 14/01065 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch
ECLI:NL:CRVB:2014:39. Uitspraak. Centrale Raad van Beroep. Datum uitspraak Datum publicatie
ECLI:NL:CRVB:2014:39 Instantie Datum uitspraak 15-01-2014 Datum publicatie 17-01-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-7549 WAJONG Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RVS:2017:1997
ECLI:NL:RVS:2017:1997 Instantie Raad van State Datum uitspraak 26-07-2017 Datum publicatie 26-07-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604542/1/A1 Eerste
ECLI:NL:CRVB:2014:1857
ECLI:NL:CRVB:2014:1857 Instantie Datum uitspraak 23-05-2014 Datum publicatie 03-06-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-2147
ECLI:NL:CRVB:2017:1859
ECLI:NL:CRVB:2017:1859 Instantie Datum uitspraak 12-04-2017 Datum publicatie 23-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4501 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2013:1259
ECLI:NL:CRVB:2013:1259 Instantie Datum uitspraak 31-07-2013 Datum publicatie 05-08-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-2423 AWBZ Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:4181
pagina 1 van 5 ECLI:NL:CRVB:2014:4181 Instantie Datum uitspraak 12-12-2014 Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Centrale Raad van Beroep 14-1024 AKW Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger
