ECLI:NL:CRVB:2015:2828
|
|
|
- Eva Bosman
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ECLI:NL:CRVB:2015:2828 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/5439 WW Socialezekerheidsrecht Hoger beroep Niet aannemelijk geworden dat appellant ontslag heeft genomen. Geen grondslag voor het blijvend geheel weigeren van de WW-uitkering. Appellant heeft geloofwaardig en consistent verklaard dat hij geen ontslag heeft genomen terwijl juist werkgeefster op dit punt tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak 13/5439 WW Datum uitspraak: 12 augustus 2015 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 28 augustus 2013, 13/3021 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. S.H.J. Raessens, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juli Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.E.J.P.M. Rutten. OVERWEGINGEN
2 1.1. Appellant is van 1 augustus 2012 tot en met 16 november 2012 als koerier in dienst geweest van [naam werkgeefster] (werkgeefster) op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Volgens de arbeidsovereenkomst zou het dienstverband eindigen op 1 februari Op 9 december 2012 heeft appellant een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) aangevraagd. In de aanvraag heeft appellant als reden voor het einde van de dienstbetrekking gegeven dat hij ontslag had gekregen binnen de proeftijd en dat hij een halfjaar contract had dat niet meer werd verlengd Uit een telefoonnotitie van 18 december 2012 van het Uwv, afkomstig uit de KCC contacthistorie, blijkt het volgende: Gebeld met werkgever. Verz. zegt dat hij in de proeftijd is ontslagen, dit kan natuurlijk niet, want hij heeft er drie maanden gewerkt. Verz. had contract voor 6 maanden. Werkgever vertelt dat verz. weg wilde, met werkgever afgesproken dat hij mocht blijven werken totdat hij iets anders had gevonden. Na deze afspraak kreeg werkgever echter veel klachten van klanten. Pakketten te laat bezorgd, en te laat op het werk komen. Toen de afspraak gemaakt dat het beter was om het contract te ontbinden omdat het zo niet meer werkte. En Gesproken met verz. Geeft toe dat hij bij werkgever weg wilde, en gaf ook toe dat hij een paar x te laat was gekomen. Van die klachten van klanten kon hij zich niets herinneren. Is het er niet mee eens toen ik zei dat hij dan geen uitkering kan krijgen. [. ] 1.4. Bij besluit van 20 december 2012 heeft het Uwv de WW-uitkering met ingang van 16 november 2012 blijvend geheel geweigerd op de grond dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden (artikel 24, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW) Naar aanleiding van het door appellant gemaakte bezwaar heeft het Uwv vragen gesteld aan werkgeefster. Deze heeft bij brief van 21 februari 2013 als volgt gereageerd: Zoals ik ook in het telefonisch aan uw instantie heb doorgegeven is dat ik de heer [Appellant] niet heb ontslagen. Hij heeft zelf op 16 oktober 2012 mondeling aangegeven dat het werk niets voor hem is en dat hij wil stoppen. Ik heb hem aangegeven dat hij één maand moet uitwerken en dat hij daarna mag stoppen zodat ik ook ruimte heb om iemand anders in plaats van hem aan te nemen. Ook hij vond dit prima zodat hij in de tussentijd ander werk kon vinden en tot die tijd alsnog inkomen zou hebben. Echter nadat hij ontslag had genomen is de kwaliteit van zijn werkzaamheden achteruit gegaan. Vaker te laat komen op werk, het werk dat ik hem gaf vond hij teveel (terwijl het veel minder was dat wat van hem verwacht wordt) en tussendoor ging hij met de bedrijfswagen naar zijn nieuwe woning omdat hij daar zaken moest regelen terwijl hij geen toestemming had gevraagd aan ons de leidinggevenden. Dit alles heeft ertoe geleid dat ik tegen hem op heb verteld dat hij niet meer terug moest komen om te werken. Echter ik heb hem wel tot doorbetaald. Dus formeel gezien heb ik hem niet ontslagen. Ik heb na de incidenten na zijn zelf genomen ontslag hem eerder de deur gewezen, maar heb hem zijn uitwerktijd netjes uitbetaald. ( ) 1.6. Het tegen het besluit van 20 december 2012 door appellant gemaakte bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 27 maart 2013 (bestreden besluit) ongegrond verklaard, met dien verstande dat het Uwv de blijvend gehele weigering van de WW-uitkering nu heeft gegrond op artikel 24, tweede lid, aanhef en onder b, van de WW: de arbeidsovereenkomst is door of op verzoek van de
3 werknemer beëindigd, terwijl voortzetting daarvan in redelijkheid van de werknemer had kunnen worden gevergd. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat het Uwv voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellant zelf ontslag heeft genomen. Daartoe heeft de rechtbank redengevend geacht dat werkgeefster geloofwaardig en consistent heeft verklaard, terwijl appellant op diverse punten tegenstrijdig heeft verklaard Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij nimmer zelf ontslag heeft genomen bij werkgeefster. Ter zitting heeft appellant nader toegelicht dat hij wel weg wilde bij werkgeefster, omdat hij elke ochtend anderhalf uur in de file stond om op zijn werk te komen en daardoor ook wel eens te laat op het werk verscheen. Hij wilde echter voordat hij wegging eerst ander werk zoeken en dat was ook de afspraak. Het was niet in zijn belang om ontslag te nemen en dit heeft hij ook zeker niet gedaan, aldus appellant Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit. Het Uwv heeft betwist dat werkgeefster in het telefoongesprek van 18 december 2012 en de brief van 21 februari 2013 tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Volgens het Uwv heeft werkgeefster consistent verklaard dat appellant wilde stoppen met werken en dat appellant zelf ontslag heeft genomen. Appellant heeft ook zelf verklaard dat hij bij werkgeefster weg wilde en toegegeven dat hij een paar keer te laat is gekomen. 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling 4.1. Op grond van artikel 24, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de WW voorkomt de werknemer dat hij verwijtbaar werkloos wordt. Ingevolge artikel 24, tweede lid, aanhef en onder b, van de WW is de werknemer verwijtbaar werkloos geworden indien de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de werknemer zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd. Op grond van artikel 27, eerste lid, van de WW weigert het Uwv de uitkering blijvend geheel indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, aanhef en onderdeel a opgelegd, niet is nagekomen, tenzij het niet nakomen van de verplichting de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten Ter zitting heeft het Uwv bevestigd dat alleen nog de vraag aan de orde is of de WW-uitkering van appellant terecht is geweigerd omdat hij verwijtbaar werkloos is geworden zoals bedoeld in de b-grond (zie 4.1). Het standpunt dat de uitkering ook op andere gronden geweigerd kan worden, waaronder de a-grond, is verlaten. Daarom is alleen nog aan de orde de vraag of het Uwv terecht heeft aangenomen dat appellant zelf ontslag heeft genomen bij werkgeefster De enkele omstandigheid dat appellant werkgeefster heeft verteld weg te willen, betekent nog niet dat hij ook daadwerkelijk ontslag heeft genomen. Appellant heeft consistent verklaard dat hij nooit ontslag heeft genomen. Dit is in lijn met hetgeen hij heeft gemeld in zijn aanvraagformulier WW. Appellant heeft verder consistent verklaard dat hij pas weg wilde bij werkgeefster nadat hij nieuw werk had gevonden. Ook dit is conform de eerste verklaring van werkgeefster, zoals weergegeven onder 1.3. Vervolgens heeft werkgeefster in de brief van 21 februari 2013, opgenomen onder 1.5, verklaard dat appellant één maand moest uitwerken en dat hij daarna mocht (cursief Raad) stoppen zodat zij ruimte had om iemand anders in plaats van hem aan te nemen. Ook dit is een bevestiging van het verhaal van appellant. Hierop heeft werkgeefster in diezelfde brief voor het eerst verklaard dat appellant op 16 oktober 2012 zelf ontslag zou hebben genomen. Het is juist deze verklaring, die haaks staat op de eerdere verklaringen van appellant en haarzelf. De eerste verklaring van werkgeefster (zie 1.3) roept eveneens vragen op. Volgens
4 deze verklaring zouden er na de afspraak (de Raad begrijpt: van 16 oktober 2012) met appellant klachten zijn binnengekomen, waarna het contract zou zijn ontbonden. Klachten van na 16 oktober 2012 ontbreken echter in het dossier Uit het voorgaande volgt dat appellant geloofwaardig en consistent heeft verklaard dat hij geen ontslag heeft genomen en dat juist werkgeefster op dit punt tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Zodoende is niet aannemelijk geworden dat appellant ontslag heeft genomen. Dit betekent dat geen grondslag bestond voor het blijvend geheel weigeren van de WW en dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 27 van de WW. De rechtbank heeft dit niet onderkend Het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep gegrond verklaren, het bestreden besluit vernietigen en het Uwv opdragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van appellant tegen het besluit van 20 december 2012 met inachtneming van deze uitspraak Met het oog op een voortvarende afdoening van het geschil ziet de Raad aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht te bepalen dat tegen het door het Uwv te nemen nieuwe besluit op het bezwaar van appellant slechts bij hem beroep kan worden ingesteld. 5. Aanleiding bestaat om het Uwv te veroordelen in de kosten van appellant. Deze kosten worden begroot op 490,- in bezwaar, 980,- in beroep en 490,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, in totaal 1.960,-. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - vernietigt de aangevallen uitspraak; - verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 27 maart 2013; - draagt het Uwv op een nieuw besluit op het bezwaar van appellant te nemen met inachtneming van deze uitspraak en bepaalt dat beroep tegen dit besluit slechts bij de Raad kan worden ingesteld; - veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van ; - bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal 162,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door A.I. van der Kris als voorzitter en C.C.W. Lange en G. van der Wiel als leden, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 augustus (getekend) A.I. van der Kris (getekend) W. de Braal UM
5
ECLI:NL:CRVB:2017:1859
ECLI:NL:CRVB:2017:1859 Instantie Datum uitspraak 12-04-2017 Datum publicatie 23-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4501 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:4659
ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2017:3973
ECLI:NL:RBMNE:2017:3973 Instantie Datum uitspraak 17-07-2017 Datum publicatie 07-08-2017 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer UTR 17/196 en 17/197 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
ECLI:NL:CRVB:2015:872
ECLI:NL:CRVB:2015:872 Instantie Datum uitspraak 24-03-2015 Datum publicatie 25-03-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14-2865 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:246
ECLI:NL:CRVB:2017:246 Instantie Datum uitspraak 10-01-2017 Datum publicatie 30-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/6800 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1820
ECLI:NL:CRVB:2017:1820 Instantie Datum uitspraak 17-05-2017 Datum publicatie 19-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8607 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:95. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Inhoudsindicatie
ECLI:NL:CRVB:2017:95 Instantie Datum uitspraak 11-01-2017 Datum publicatie 17-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2861 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:4258
ECLI:NL:CRVB:2015:4258 Instantie Datum uitspraak 26-10-2015 Datum publicatie 03-12-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/3047 WAO Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:1273
ECLI:NL:CRVB:2016:1273 Instantie Datum uitspraak 06-04-2016 Datum publicatie 11-04-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/5380 ZW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1708
ECLI:NL:CRVB:2017:1708 Instantie Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 11-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5106 AWBZ Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:2341
ECLI:NL:CRVB:2016:2341 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak 22-06-2016 Datum publicatie 23-06-2016 Zaaknummer 14-6489 WW Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep
ECLI:NL:CRVB:2017:1283
ECLI:NL:CRVB:2017:1283 Instantie Datum uitspraak 23-03-2017 Datum publicatie 07-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4862 ANW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1551
ECLI:NL:CRVB:2017:1551 Instantie Datum uitspraak 11-04-2017 Datum publicatie 26-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/1071 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:3593
ECLI:NL:CRVB:2016:3593 Instantie Datum uitspraak 28-09-2016 Datum publicatie 29-09-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/1219 WIA Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2013:2879
ECLI:NL:CRVB:2013:2879 Instantie Datum uitspraak 17-12-2013 Datum publicatie 19-12-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-211 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2833
ECLI:NL:CRVB:2017:2833 Instantie Datum uitspraak 09-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8007 ZVW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:39. Uitspraak. Centrale Raad van Beroep. Datum uitspraak Datum publicatie
ECLI:NL:CRVB:2014:39 Instantie Datum uitspraak 15-01-2014 Datum publicatie 17-01-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-7549 WAJONG Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:218
ECLI:NL:CRVB:2016:218 Instantie Datum uitspraak 20-01-2016 Datum publicatie 21-01-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/4909 WIA Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:1613
ECLI:NL:CRVB:2014:1613 Instantie Datum uitspraak 09-05-2014 Datum publicatie 15-05-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-673
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179 Instantie Datum uitspraak 04-01-2012 Datum publicatie 05-01-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-4246 WMO Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2016:6366
ECLI:NL:RBZWB:2016:6366 Instantie Datum uitspraak 10-10-2016 Datum publicatie 14-10-2016 Zaaknummer AWB 16_2223 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Bestuursrecht
