ECLI:NL:CRVB:2016:4659
|
|
|
- Wouter ten Hart
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht Hoger beroep Herzien en terugvorderen. Door ontslagvergoeding te weinig aan WW-uitkering met bijstand verrekend. Geen schending inlichtingenverplichting; verrekening met bruto bedrag dat bij college bekend was. Vindplaatsen Rechtspraak.nl SZR-Updates.nl JWWB 2017/62 Uitspraak 16/1577 PW, 16/1578 PW Datum uitspraak: 6 december 2016 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 26 januari 2016, 15/6176 en 15/7640 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant 1] (appellant 1) en [appellant 2] (appellant 2), beiden te [woonplaats] het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college) PROCESVERLOOP Namens appellanten heeft mr. R.G. Groen, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 oktober Appellant 1 is verschenen, bijgestaan door mr. Groen, die tevens namens appellant 2 is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Siemerink.
2 OVERWEGINGEN 1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden Appellanten ontvingen sinds 14 maart 2014 bijstand naar de norm voor gehuwden, laatstelijk op grond van de Participatiewet (PW) Met ingang van 1 mei 2014 is het dienstverband van appellant 2 met zijn werkgever [werkgever] (werkgever) met wederzijds goedvinden beëindigd. In de desbetreffende vaststellingsovereenkomst van 22 januari 2014 is onder meer opgenomen dat appellant 2 bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een ontslagvergoeding van 5.000,- bruto zal ontvangen als aanvulling op de door hem te ontvangen sociale verzekeringsuitkeringen, dan wel (lager) te verdienen salaris elders. Aan appellant 2 is met ingang van 1 mei 2014 een uitkering verstrekt ingevolge de Werkloosheidswet (WW) voor de duur van 26 maanden. Bij brief van 10 juni 2014 heeft het college appellanten verzocht om voor 24 juni 2014 onder meer gegevens over de hoogte van de ontslagvergoeding en een bewijs van de ontvangst van de ontslagvergoeding te verstrekken. Appellanten hebben hierop een kopie van de vaststellingsovereenkomst bij het college ingeleverd Bij brief van 26 februari 2015 heeft het college appellanten verzocht, voor zover hier van belang, om een kopie in te leveren van het bankafschrift waaruit blijkt welk bedrag aan ontslagvergoeding appellant 2 van de werkgever heeft ontvangen. Op 6 maart 2015 hebben appellanten een bankafschrift ingeleverd waarop te zien is dat de werkgever op 23 mei 2014 een nettobedrag van 2.890,68 aan appellant 2 heeft uitbetaald Bij besluit van 2 maart 2015 heeft het college de bijstand van appellanten herzien over de periode van 1 mei 2014 tot en met 28 februari 2015 en de over die periode gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van 1.967,22 van appellanten teruggevorderd. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant 2 een ontslagvergoeding van 5.000,- toekomt en dat dit moet worden aangemerkt als inkomen dat is toe te rekenen aan de periode waarover appellant 2 een uitkering ingevolge de WW ontvangt, te weten de periode van mei 2014 tot en met juni Het college heeft berekend dat vanaf mei 2014 maandelijks een bedrag van 192,31 ( 5.000,- verdeeld over 26 maanden WW) aan fictieve inkomsten op de bijstand in mindering moest worden gebracht Bij besluit van 9 april 2015 heeft het college de bijstand van appellanten herzien over de periode van 1 mei 2014 tot en met 30 september 2014 en de over die periode gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van 157,32 van appellanten teruggevorderd. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat over die periode een te laag bedrag aan WW-uitkering met de bijstand is verrekend Bij besluit van 13 juli 2015 (bestreden besluit 1) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 2 maart 2015 ongegrond verklaard. Het college heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de ontslagvergoeding als inkomen is aan te merken en dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden door niet direct uit eigen beweging van de feitelijke ontvangst van de ontslagvergoeding melding te maken Bij besluit van 14 september 2015 (bestreden besluit 2) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 9 april 2015, onder aanpassing van de terugvorderingsperiode, ongegrond verklaard. Appellanten hebben over de periode van 28 april 2014 tot en met 15 februari 2015, als gevolg van een onjuiste inhouding op de bijstand, een bedrag van 157,32 teveel bijstand ontvangen.
3 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de beroepen van appellanten tegen bestreden besluit 1 en bestreden besluit 2 ongegrond verklaard. 3. Appellanten hebben zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Ter zitting van de Raad hebben appellanten te kennen gegeven dat het hoger beroep zich beperkt tot de herziening en terugvordering over de periode van 1 mei 2014 tot en met 28 februari 2015, derhalve tot bestreden besluit De Raad komt tot de volgende beoordeling Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand (WWB) ingetrokken en vervangen door de PW. Op grond van het in artikel 78z, eerste lid, van de PW opgenomen overgangsrecht is in dit geval het toetsingskader zoals opgenomen in de PW van toepassing, welk kader voor zover hier van belang niet verschilt van dat van de WWB Gelet op wat onder 3 is overwogen staat de aangevallen uitspraak ter beoordeling voor zover deze ziet op bestreden besluit 1. De te beoordelen periode loopt van 1 mei 2014 tot en met 28 februari Ingevolge artikel 31, eerste lid, van de PW, voor zover hier van belang, worden alle inkomens- en vermogensbestanddelen waarover de alleenstaande beschikt of redelijkerwijs kan beschikken tot de middelen gerekend Appellanten hebben aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de betaling van de werkgever op 23 mei 2014 de ontslagvergoeding betrof. Zij hebben daartoe gewezen op de omschrijving op het bankafschrift salaris mei Zij stellen dat de werkgever geen ontslagvergoeding heeft uitbetaald. Deze grond slaagt niet. Het dienstverband van appellant 2 is met ingang van 1 mei 2014 beëindigd, zodat, anders dan appellanten stellen, van een salarisbetaling over de maand mei 2014 geen sprake kan zijn. Appellanten hebben voorts niet aannemelijk gemaakt dat het hier gaat om een nabetaling van vakantiedagen of opgebouwd vakantiegeld. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de betaling van 2.890,68 van de voormalig werkgever van appellant 2 moet worden geacht te strekken ter uitvoering van vaststellingsovereenkomst van 22 januari Appellanten hebben subsidiair aangevoerd dat de door appellant 2 ontvangen ontslagvergoeding tot zijn vermogen moet worden gerekend. Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar vaste rechtspraak (uitspraak van 3 januari 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AU9495) dient een vergoeding als hier aan de orde te worden aangemerkt als inkomen bestemd om te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan voor de periode na de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, tenzij voldoende en ondubbelzinnig blijkt dat deze vergoeding een andere bestemming heeft. Van dat laatste is in dit geval geen sprake. Dat bijstand een sociale voorziening is, terwijl in de vaststellingsovereenkomst is vermeld dat de ontslagvergoeding wordt verstrekt als aanvulling op de door de werknemer te ontvangen sociale verzekeringsuitkeringen, dan wel (lager) te verdienen salaris elders, leidt niet tot het oordeel dat de betaling niet is bestemd om te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan voor de periode na de ontbinding van de arbeidsovereenkomst Appellanten hebben voorts aangevoerd dat op grond van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder n, van de PW een vrijlating van toepassing is op de door appellant 2 ontvangen vergoeding. Deze grond slaagt evenmin. De hier bedoelde vrijlating ziet op inkomsten uit arbeid. Uit 4.4 volgt dat de vergoeding moet worden aangemerkt als inkomen bestemd om te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan voor de periode ná de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het betreft dus inkomsten in verband met arbeid en niet inkomsten uit arbeid Uit 4.3 tot en met 4.6 volgt dat het college de betaling van de werkgever op 23 mei 2014 op goede grond heeft aangemerkt als een ontslagvergoeding waarmee bij de vaststelling van het
4 recht op bijstand moet worden rekening gehouden Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden door niet uit eigen beweging te melden dat, en tot welk bedrag, de werkgever de aan appellant 2 toegekende ontslagvergoeding heeft uitbetaald, zodat het college daarmee bij de bijstandverlening geen rekening heeft gehouden en tot een te hoog bedrag bijstand heeft verleend Appellanten hebben daartegen aangevoerd dat zij de inlichtingenverplichting niet hebben geschonden. Zij wijzen in dit verband op het feit dat zij, zoals niet in geschil is, direct de vaststellingsovereenkomst aan het college hebben overgelegd en stellen dat zij naar aanleiding van de onder 1.2 genoemde brief van 10 juni 2014 ook direct de daarbij opgevraagde gegevens hebben ingeleverd Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, kon het college aan bestreden besluit 1 geen schending van de inlichtingenverplichting ten grondslag leggen. Het college heeft de bijstand over de periode van 1 mei 2014 tot en met 28 februari 2015 namelijk herzien en teruggevorderd op grond van een berekening van de bijstand die is gebaseerd op de bruto ontslagvergoeding van 5.000,-. Niet in geschil is dat dit bedrag blijkt uit de vaststellingsovereenkomst van 22 januari 2014, die appellanten direct hebben overgelegd. Appellanten kan op dit punt dan ook geen schending van de inlichtingenverplichting worden tegengeworpen. Weliswaar heeft het college terecht gesteld dat het op de weg van appellanten lag om de (netto) uitbetaling van de ontslagvergoeding onverwijld en uit eigen beweging bij het college te melden, maar dat doet aan het voorgaande niet af, nu de netto ontslagvergoeding niet bij het bestreden besluit is betrokken Indien de belanghebbende niet aan de inlichtingenverplichting voldoet, is ingevolge artikel 54, derde lid, eerste volzin, van de PW het college gehouden de bijstand te herzien, indien als gevolg van het niet nakomen van de inlichtingenverplichting tot een te hoog bedrag bijstand is verleend. Uit wat onder 4.10 is overwogen vloeit echter voort dat het college de bijstand over de periode van 1 mei 2014 tot en met 28 februari 2015 niet op grond van artikel 54, derde lid, eerste volzin, van de PW kon herzien. Het bestreden besluit berust dan ook op een ondeugdelijke motivering De Raad ziet echter aanleiding dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht te passeren, nu niet aannemelijk is dat appellanten door het gebrek in de motivering van het bestreden besluit zijn benadeeld. Gelet op wat onder 4.4 is overwogen, staat immers vast dat appellanten in de te beoordelen periode tot een te hoog bedrag bijstand hebben ontvangen. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde voor toepassing van artikel 54, derde lid, tweede volzin, van de PW, waarin is bepaald dat het college bevoegd is tot herziening indien anders dan als gevolg van een schending van de inlichtingenverplichting tot een te hoog bedrag aan bijstand is verleend Uit 4.12 volgt dat het college bevoegd was om de bijstand over de periode van 1 mei 2014 tot en met 28 februari 2015 te herzien. Geen grond bestaat voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik kon maken Appellanten hebben tegen de terugvordering geen zelfstandige beroepsgronden aangevoerd, zodat deze geen bespreking behoeft Wat onder 4.1 tot en met 4.14 is overwogen brengt mee dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd voor zover aangevochten en, gelet op 4.10 tot en met 4.12 met verbetering van gronden. 5. De verbetering van de gronden van de aangevallen uitspraak naar aanleiding van het hoger beroep geeft aanleiding om het college te veroordelen in de kosten die appellanten in het kader van deze procedure hebben moeten maken. Deze kosten worden begroot op 992,- voor
5 bezwaar, op 992,- voor beroep en op 992,- voor in hoger beroep verleende rechtsbijstand, in totaal 2.976,-. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten; - veroordeelt het college in de kosten van appellanten tot een bedrag van 2.976,-; - bepaalt dat het college aan appellanten de in beroep en hoger beroep betaalde griffierechten van 169,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door F. Hoogendijk, in tegenwoordigheid van J.L. Meijer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 december (getekend) F. Hoogendijk (getekend) J.L. Meijer HD
ECLI:NL:CRVB:2016:3143
ECLI:NL:CRVB:2016:3143 Instantie Datum uitspraak 23-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2337 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:1812
ECLI:NL:CRVB:2014:1812 Instantie Datum uitspraak 27-05-2014 Datum publicatie 03-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-4126 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:246
ECLI:NL:CRVB:2017:246 Instantie Datum uitspraak 10-01-2017 Datum publicatie 30-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/6800 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2487
ECLI:NL:CRVB:2017:2487 Instantie Datum uitspraak 18-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 17/3961 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2012:BY4292
ECLI:NL:CRVB:2012:BY4292 Instantie Datum uitspraak 27-11-2012 Datum publicatie 28-11-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-1813 WWB + 11-1953
ECLI:NL:CRVB:2017:2494
ECLI:NL:CRVB:2017:2494 Instantie Datum uitspraak 11-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/2600 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:1257
ECLI:NL:CRVB:2015:1257 Instantie Datum uitspraak 14-04-2015 Datum publicatie 23-04-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-4493 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2012
ECLI:NL:CRVB:2017:2012 Instantie Datum uitspraak 06-06-2017 Datum publicatie 12-06-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/5652 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:872
ECLI:NL:CRVB:2015:872 Instantie Datum uitspraak 24-03-2015 Datum publicatie 25-03-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14-2865 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071 Instantie Datum uitspraak 04-06-2009 Datum publicatie 01-07-2009 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 07-5093 WWB Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:3993
ECLI:NL:CRVB:2015:3993 Instantie Datum uitspraak 13-11-2015 Datum publicatie 18-11-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/2153 WIA Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1551
ECLI:NL:CRVB:2017:1551 Instantie Datum uitspraak 11-04-2017 Datum publicatie 26-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/1071 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1859
ECLI:NL:CRVB:2017:1859 Instantie Datum uitspraak 12-04-2017 Datum publicatie 23-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4501 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:95. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Inhoudsindicatie
ECLI:NL:CRVB:2017:95 Instantie Datum uitspraak 11-01-2017 Datum publicatie 17-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2861 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2013:2879
ECLI:NL:CRVB:2013:2879 Instantie Datum uitspraak 17-12-2013 Datum publicatie 19-12-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-211 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:3181
ECLI:NL:CRVB:2016:3181 Instantie Datum uitspraak 22-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/3877 PW-VV Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:1035
ECLI:NL:CRVB:2014:1035 Instantie Datum uitspraak 20-03-2014 Datum publicatie 07-04-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-4228 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1820
ECLI:NL:CRVB:2017:1820 Instantie Datum uitspraak 17-05-2017 Datum publicatie 19-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8607 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:2191
ECLI:NL:CRVB:2014:2191 Instantie Datum uitspraak 26-06-2014 Datum publicatie 01-07-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-1859 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:2288
ECLI:NL:CRVB:2016:2288 Instantie Datum uitspraak 24-05-2016 Datum publicatie 27-06-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14-440 WWB-S Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:2828
ECLI:NL:CRVB:2015:2828 Instantie Datum uitspraak 12-08-2015 Datum publicatie 28-08-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/5439 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:3593
ECLI:NL:CRVB:2016:3593 Instantie Datum uitspraak 28-09-2016 Datum publicatie 29-09-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/1219 WIA Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932
ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932 Instantie Datum uitspraak 21-03-2012 Datum publicatie 28-03-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10/7012 TW + 10/7013 TW
ECLI:NL:RBNHO:2017:3051
ECLI:NL:RBNHO:2017:3051 Instantie Datum uitspraak 04-04-2017 Datum publicatie 14-04-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 16 _ 22 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2013:BY9138
ECLI:NL:CRVB:2013:BY9138 Instantie Datum uitspraak 22-01-2013 Datum publicatie 24-01-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-937 WWB Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:4664
ECLI:NL:CRVB:2016:4664 Instantie Datum uitspraak 07122016 Datum publicatie 09122016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2455 WMO Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:3463
ECLI:NL:CRVB:2014:3463 Instantie Datum uitspraak 21-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-3170
ECLI:NL:CRVB:2017:2833
ECLI:NL:CRVB:2017:2833 Instantie Datum uitspraak 09-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8007 ZVW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2017:3973
ECLI:NL:RBMNE:2017:3973 Instantie Datum uitspraak 17-07-2017 Datum publicatie 07-08-2017 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer UTR 17/196 en 17/197 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
ECLI:NL:CRVB:2017:1708
ECLI:NL:CRVB:2017:1708 Instantie Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 11-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5106 AWBZ Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179 Instantie Datum uitspraak 04-01-2012 Datum publicatie 05-01-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-4246 WMO Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1253
ECLI:NL:CRVB:2017:1253 Instantie Datum uitspraak 21-03-2017 Datum publicatie 10-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5687 WWB Socialezekerheidsrecht
Uitspraak.
ECLI:NL:CRVB:2015:2617 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:crvb:2015:2617 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak 04-08-2015 Datum publicatie 05-08-2015 Zaaknummer
ECLI:NL:RBGEL:2014:6996
ECLI:NL:RBGEL:2014:6996 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 11-11-2014 Datum publicatie 20-11-2014 Zaaknummer AWB - 14 _ 1957 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:39. Uitspraak. Centrale Raad van Beroep. Datum uitspraak Datum publicatie
ECLI:NL:CRVB:2014:39 Instantie Datum uitspraak 15-01-2014 Datum publicatie 17-01-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-7549 WAJONG Socialezekerheidsrecht
