ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932
|
|
|
- Hans Lemmens
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10/7012 TW + 10/7013 TW + 10/7014 TW Socialezekerheidsrecht Hoger beroep Herziening en intrekking TW-uitkering. Terugvordering. Boete. Er zijn geen dringende redenen op grond waarvan het Uwv had kunnen besluiten geheel of gedeeltelijk af te zien van herziening, intrekking of terugvordering. Het oordeel van de rechtbank dat de Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006 in het geval van appellant op consistente wijze zijn toegepast, is juist. Het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. De hoogte van de opgelegde boete is evenredig aan de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van appellant. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak 10/7012 TW 10/7013 TW 10/7014 TW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 10 november 2010, 08/2541, 08/2554 en 08/2555 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en
2 de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Datum uitspraak: 21 maart 2012 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. C.T.W. van Dijk, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 februari Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. R. Veerkamp, advocaat. Namens het Uwv is verschenen mr. A.J.G. Lindeman. II. OVERWEGINGEN 1. Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar overweging 2.1 van de aangevallen uitspraak. Met het volgende wordt volstaan Bij besluit van 23 april 2008 heeft het Uwv de uitkering van appellant op grond van de Toeslagenwet (TW) over de periode van 30 november 2005 tot 23 oktober 2007 herzien en met ingang van 23 oktober 2007 ingetrokken. Bij een tweede besluit van eveneens 23 april 2008 heeft het Uwv de volgens hem aan appellant onverschuldigd betaalde TW-uitkering over de periode van 30 november 2005 tot en met 30 april 2008 tot een bedrag van ,98 van appellant teruggevorderd. Bij besluit van 5 mei 2008 heeft het Uwv appellant een boete opgelegd van 95,- wegens schending van de inlichtingenplicht De tegen deze besluiten gemaakte bezwaren van appellant zijn bij drie afzonderlijke besluiten van 18 juli 2008 (bestreden besluiten) ongegrond verklaard. 3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat vaststaat dat appellant een te hoog bedrag aan uitkering op grond van de TW heeft ontvangen. Gelet hierop was het Uwv gehouden tot herziening en intrekking van de uitkering over te gaan. Met betrekking tot de terugwerkende kracht van de herziening en de intrekking heeft de rechtbank overwogen dat het Uwv de Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006 (Beleidsregels) in het geval van appellant consistent heeft toegepast. Naar het oordeel van de rechtbank heeft appellant met een te late melding van werkzaamheden zijn inlichtingenplicht geschonden en had het hem vanaf 1 januari 2006 redelijkerwijs duidelijk kunnen zijn dat hij als gevolg van een fout van het Uwv teveel TWuitkering ontving. De rechtbank is niet gebleken van dringende redenen op grond waarvan het Uwv had kunnen afzien van terugvordering of van het opleggen van de boete. 4. Appellant heeft in hoger beroep - samengevat - aangevoerd dat hij vanaf 30 november 2005 werkzaam was via een re-integratiebureau dat door het Uwv was ingeschakeld. Appellant ging er daarom van uit dat het Uwv op de hoogte was van zijn werkzaamheden. Van schending van de inlichtingenplicht is volgens appellant dan ook geen sprake. Daarnaast is appellant van mening dat het hem niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat hij een te hoog bedrag aan TW-uitkering ontving, aangezien hij in de periode van 2002 tot begin 2007 onder bewind stond. De uitkering werd aan de bewindvoerder betaald en appellant kreeg van de bewindvoerder alleen zakgeld, waarvan de hoogte niet veranderde. Tot slot heeft appellant aangevoerd dat zijn slechte financiële situatie een dringende reden is om af te zien van herziening, intrekking en terugvordering.
3 5.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling Voor de in dit geding van toepassing zijnde wet- en regelgeving wordt verwezen naar overweging 2.4 van de aangevallen uitspraak Tussen partijen is niet in geschil dat appellant over de periode van 30 november 2005 tot 23 oktober 2007 een te hoge TW-uitkering heeft ontvangen en vanaf 23 oktober 2007 ten onrechte TWuitkering heeft ontvangen. Over de periode van 30 november 2005 tot 1 januari 2006 heeft appellant een te hoge TW-uitkering ontvangen omdat appellant niet direct aan het Uwv heeft gemeld dat hij vanaf 30 november 2005 inkomsten uit arbeid had. Met ingang van 1 januari 2006 heeft appellant teveel TW-uitkering ontvangen wegens een fout van het Uwv Op grond van artikel 11a, eerste lid, van de TW was het Uwv verplicht de TW-uitkering vanaf 30 november 2005 te herzien en vanaf 23 oktober 2007 in te trekken. Op grond van artikel 20, eerste lid, van de TW was het Uwv gehouden tot terugvordering van de onverschuldigd betaalde uitkering Er zijn geen dringende redenen op grond waarvan het Uwv had kunnen besluiten geheel of gedeeltelijk af te zien van herziening, intrekking of terugvordering. Van dringende redenen in de zin van de artikelen 11a, tweede lid en 20, vierde lid, van de TW is slechts sprake indien door de herziening, de intrekking of de terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële consequenties voor de betrokkene optreden. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Met de slechte financiële situatie van appellant heeft het Uwv in het kader van de invordering rekening gehouden bij het vaststellen van de aflossingscapaciteit, die tijdelijk op nihil is gesteld. De stelling van appellant dat het hem in verband met zijn onderbewindstelling niet redelijkerwijs duidelijk was dat hij teveel TWuitkering ontving, ziet op het ontstaan van de terugvordering en kan daarom niet als een dringende reden worden aangemerkt De onder 3 genoemde Beleidsregels laten zien dat het Uwv ook in gevallen waarin dringende redenen in de zin van de wet niet aanwezig zijn, afziet van intrekking of herziening met terugwerkende kracht indien het de verzekerde niet redelijkerwijs duidelijk was of duidelijk kon zijn dat hem ten onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering werd verstrekt. De Beleidsregels van het Uwv dienen te worden aangemerkt als buitenwettelijk, begunstigend beleid. De rechtbank heeft terecht de aanwezigheid en de toepassing daarvan als een gegeven aanvaard en getoetst of de Beleidsregels op consistente wijze zijn toegepast Het oordeel van de rechtbank dat de Beleidsregels in het geval van appellant op consistente wijze zijn toegepast, is juist. Verwezen wordt naar de in overweging 2.6 van de aangevallen uitspraak gegeven overwegingen. Daaraan wordt toegevoegd dat het feit dat appellant met ingang van 30 november 2005 werkzaam was via een re-integratiebureau dat door het Uwv was ingeschakeld, hem niet ontsloeg van de verplichting om zelf onverwijld aan het Uwv te melden dat hij werkzaamheden was gaan verrichten. Door dit pas op 26 januari 2006 te doen, heeft appellant de inlichtingenverplichting geschonden. De beroepsgrond van appellant dat het hem niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat hij teveel toeslag ontving omdat hij onder bewind stond en daardoor geen inzicht had in zijn financiële zaken, slaagt niet. Het had de bewindvoerder, gelet op de hoogte van de toeslag vanaf 1 januari 2006, redelijkerwijs duidelijk kunnen zijn dat appellant teveel TW-uitkering ontving. Nalatigheid van de bewindvoerder om het Uwv tijdig op de hoogte te brengen van voor de TWuitkering relevante gegevens komt voor rekening van appellant. Na de opheffing van de onderbewindstelling had het appellant, gelet op de hoogte van de betaalde toeslag en de inkomsten uit arbeid, redelijkerwijs duidelijk kunnen zijn dat hem teveel en later, toen zijn partner betaalde arbeid ging verrichten, ten onrechte TW-uitkering werd verstrekt Het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel slaagt evenmin. De omstandigheid dat
4 het Uwv onverschuldigd TW-uitkering aan appellant heeft betaald, maakt niet dat appellant erop mocht vertrouwen dat inkomsten uit arbeid niet van invloed zouden zijn op zijn recht op uitkering. Daarover zijn door het Uwv aan appellant geen rechtens relevante mededelingen gedaan Voor de wijze van toetsing van een bestuurlijke boete wordt verwezen naar de uitspraken van de Raad van 11 maart 2009, LJN BH7780 en van 27 mei 2010, LJN BM5914. Het Uwv heeft appellant een boete opgelegd omdat hij het Uwv niet tijdig heeft gemeld dat zijn echtgenote met ingang van 23 oktober 2007 inkomsten uit arbeid had. Hierdoor heeft appellant vanaf 23 oktober 2007 ten onrechte een TWuitkering ontvangen. Van deze overtreding valt appellant niet alleen objectief maar ook subjectief een verwijt te maken. Appellant wist dan wel had moeten weten dat hij het Uwv direct moest meedelen dat zijn echtgenote inkomsten uit arbeid had. Bij de aanvraag voor een TW-uitkering heeft ook de echtgenote van appellant een aanvraagformulier ingevuld en ondertekend. In dit formulier wordt de aanvrager erop gewezen dat een verandering in de leefsituatie of het inkomen direct aan het Uwv moet worden gemeld. Daarbij is vermeld dat als dit niet gebeurt, het Uwv een maatregel of een boete kan opleggen. Ook met het besluit van 3 december 2004 waarbij aan appellant een TW-uitkering is toegekend, is hij erop geattendeerd dat een wijziging in het inkomen van de partner direct moet worden doorgegeven aan het Uwv. Dat appellant wist dat hij een inlichtingenverplichting had, blijkt uit het feit dat hij met een wijzigingsformulier op 29 februari 2008 alsnog aan het Uwv heeft gemeld dat zijn echtgenote inkomsten uit arbeid had Het Uwv heeft de boete wegens verminderde verwijtbaarheid verlaagd met 50% omdat appellant uit eigen beweging, voordat het Uwv de overtreding had geconstateerd, heeft gemeld dat zijn echtgenote inkomsten uit arbeid ontving. De door appellant aangevoerde omstandigheden, te weten zijn psychische problematiek en zijn slechte financiële situatie, geven geen aanleiding om het boetebedrag verder te matigen. Appellant was vanaf juni 2007 niet meer in behandeling voor zijn psychische klachten en ook de bewindvoering was op 23 oktober 2007 al geruime tijd opgeheven. Ter zitting is komen vast te staan dat appellant de boete heeft voldaan voordat de invordering in verband met het ontbreken van aflossingscapaciteit tijdelijk op nihil werd gesteld. De hoogte van de opgelegde boete acht de Raad evenredig aan de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van appellant. 7. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. 8. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, recht doende: bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en H.G. Rottier en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 maart (get.) G.A.J. van den Hurk. (get.) H.L. Schoor. JL
5
ECLI:NL:CRVB:2017:95. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Inhoudsindicatie
ECLI:NL:CRVB:2017:95 Instantie Datum uitspraak 11-01-2017 Datum publicatie 17-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2861 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1859
ECLI:NL:CRVB:2017:1859 Instantie Datum uitspraak 12-04-2017 Datum publicatie 23-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4501 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:872
ECLI:NL:CRVB:2015:872 Instantie Datum uitspraak 24-03-2015 Datum publicatie 25-03-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14-2865 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:3993
ECLI:NL:CRVB:2015:3993 Instantie Datum uitspraak 13-11-2015 Datum publicatie 18-11-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/2153 WIA Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:4659
ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:3143
ECLI:NL:CRVB:2016:3143 Instantie Datum uitspraak 23-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2337 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071 Instantie Datum uitspraak 04-06-2009 Datum publicatie 01-07-2009 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 07-5093 WWB Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:3593
ECLI:NL:CRVB:2016:3593 Instantie Datum uitspraak 28-09-2016 Datum publicatie 29-09-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/1219 WIA Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2007:BA2284
ECLI:NL:CRVB:2007:BA2284 Instantie Datum uitspraak 28-03-2007 Datum publicatie 05-04-2007 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 04-5151 WAO Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2012:BY4292
ECLI:NL:CRVB:2012:BY4292 Instantie Datum uitspraak 27-11-2012 Datum publicatie 28-11-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-1813 WWB + 11-1953
ECLI:NL:CRVB:2017:2487
ECLI:NL:CRVB:2017:2487 Instantie Datum uitspraak 18-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 17/3961 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:1812
ECLI:NL:CRVB:2014:1812 Instantie Datum uitspraak 27-05-2014 Datum publicatie 03-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-4126 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2012
ECLI:NL:CRVB:2017:2012 Instantie Datum uitspraak 06-06-2017 Datum publicatie 12-06-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/5652 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:246
ECLI:NL:CRVB:2017:246 Instantie Datum uitspraak 10-01-2017 Datum publicatie 30-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/6800 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:39. Uitspraak. Centrale Raad van Beroep. Datum uitspraak Datum publicatie
ECLI:NL:CRVB:2014:39 Instantie Datum uitspraak 15-01-2014 Datum publicatie 17-01-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-7549 WAJONG Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:218
ECLI:NL:CRVB:2016:218 Instantie Datum uitspraak 20-01-2016 Datum publicatie 21-01-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/4909 WIA Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:2828
ECLI:NL:CRVB:2015:2828 Instantie Datum uitspraak 12-08-2015 Datum publicatie 28-08-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/5439 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2833
ECLI:NL:CRVB:2017:2833 Instantie Datum uitspraak 09-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8007 ZVW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:881
ECLI:NL:CRVB:2017:881 Instantie Datum uitspraak 03-03-2017 Datum publicatie 06-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5389 AOW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2494
ECLI:NL:CRVB:2017:2494 Instantie Datum uitspraak 11-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/2600 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179 Instantie Datum uitspraak 04-01-2012 Datum publicatie 05-01-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-4246 WMO Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2013:2879
ECLI:NL:CRVB:2013:2879 Instantie Datum uitspraak 17-12-2013 Datum publicatie 19-12-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-211 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:1273
ECLI:NL:CRVB:2016:1273 Instantie Datum uitspraak 06-04-2016 Datum publicatie 11-04-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/5380 ZW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:2191
ECLI:NL:CRVB:2014:2191 Instantie Datum uitspraak 26-06-2014 Datum publicatie 01-07-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-1859 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:3181
ECLI:NL:CRVB:2016:3181 Instantie Datum uitspraak 22-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/3877 PW-VV Socialezekerheidsrecht
