ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179
|
|
|
- Petrus de Smet
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep WMO Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht Hoger beroep Afwijzing aanvraag verlenging en uitbreiding huishoudelijke hulp. De CIZ-arts heeft de feitelijke belasting van de zoon van appellante in relatie tot diens draagkracht niet kenbaar onderzocht, waardoor niet aannemelijk is gemaakt dat anders dan in 2007 en 2008 geen sprake meer is van een zodanig verminderde draagkracht dat van hem geen gebruikelijke zorg kan worden gevergd voor het zware huishoudelijke werk. De verslaglegging van de CIZ beoordelingis in ieder geval ook onvolledig geweest door niet te vermelden dat de zoon (ook) verwezen is geweest naar een psychiater. Ondeugdelijke motivering. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak 10/4246 WMO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante) tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 15 juni 2010, 10/797 (hierna: aangevallen uitspraak) in het geding tussen appellante en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem (hierna: College).
2 Datum uitspraak: 4 januari 2012 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. V.J.M. Janszen, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld. Het College heeft een verweerschrift ingezonden. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober Voor appellante zijn verschenen mr. Janszen en mr. N.R. Janszen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Koedooder, werkzaam bij de gemeente Haarlem. II. OVERWEGINGEN 1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden Appellante, geboren in 1960, is een alleenstaande ouder met drie inwonende kinderen (een dochter geboren in 1986, een zoon geboren in 1989 en een dochter geboren in 1997). Zij is bekend met fibromyalgie en psychische klachten. Het College heeft haar in verband met haar beperkingen op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een voorziening in de vorm van huishoudelijke hulp (niveau 1) naar de klasse 2 (2 tot en met 3,9 uur per week) toegekend, laatstelijk tot en met 9 maart Daarnaast kreeg appellante hulp van haar kinderen bij het lichte huishoudelijke werk, het boodschappen doen en de maaltijdbereiding Appellante heeft bij een op 14 januari 2009 ondertekend formulier verlenging en uitbreiding van de huishoudelijke hulp aangevraagd In afwachting van medisch onderzoek naar de situatie van appellante heeft het College bij besluit van 24 april 2009 huishoudelijke hulp (niveau 2) naar de klasse 2 toegekend voor de periode van 10 maart 2009 tot en met 9 augustus Op 18 juni 2009 heeft J. Visser, indicatiesteller bij de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (hierna: CIZ), op basis van dossieronderzoek, een door Visser zelf afgelegd huisbezoek, informatie van de huisarts van appellante en na overleg met J. Oliveiro, arts bij CIZ, aan het College advies uitgebracht. Het advies houdt in dat appellante geen zware huishoudelijke werkzaamheden kan verrichten, maar dat er niettemin geen reden is om op grond van de Wmo huishoudelijke hulp te verstrekken nu de zoon deze werkzaamheden kan overnemen. Weliswaar is deze zoon bekend met een depressie, waarvoor hij hulp van en psycholoog zal gaan krijgen, maar hij gebruikt geen medicatie, waardoor de ernst van de problematiek discutabel is. Nu verder geldt dat bij depressies een activerend beleid noodzakelijk is, is er geen contra-indicatie voor het verrichten van huishoudelijk werk. Dit betekent dat van de zoon van appellante kan worden gevergd dat hij het zware huishoudelijke werk overneemt Bij besluit van 6 juli 2009 heeft het College de aanvraag van appellante afgewezen, omdat haar zoon geacht wordt de huishoudelijke taken over te nemen. Dit kan als binnen de leefeenheid te verrichten gebruikelijke zorg van hem worden gevergd Bij uitspraak van 26 augustus 2009 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem het in het kader van het tegen het besluit van 6 juli 2009 gemaakte bezwaar ingediende verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter heeft daartoe - kort weergegeven - overwogen dat het College het advies van CIZ aan het besluit van 6 juli 2009 ten grondslag heeft kunnen leggen en op grond van dat advies de aanvraag van appellante heeft kunnen afwijzen.
3 2.7. Bij ongedateerde brief heeft de indicatiesteller Visser, hangende bezwaar, op verzoek van het College vragen over de gezondheidstoestand van de zoon van appellante beantwoord De commissie beroep- en bezwaarschriften van de gemeente Haarlem heeft op 12 november 2009 advies uitgebracht. Geadviseerd is om het bezwaar ongegrond te verklaren. Daartoe is overwogen dat - mede gelet op het door appellante overgelegde journaal van haar huisarts - in het advies van CIZ geen andere informatie is opgenomen dan door de huisarts van appellante is verstrekt. Verder is overwogen dat de psychische problemen van de zoon van appellante in de beoordeling zijn betrokken. Ten slotte heeft de commissie in aanmerking genomen dat uit de beschikbare informatie, waaronder de brief van de zoon van appellante, niet blijkt dat het standpunt van het College dat voor de zoon van appellante geen contra-indicatie bestaat voor het verrichten van huishoudelijk werk, onjuist is Bij besluit van 4 januari 2010 heeft het College het tegen het besluit van 6 juli 2009 gemaakte bezwaar overeenkomstig het advies van de commissie beroep- en bezwaarschriften van 12 november 2009 ongegrond verklaard. 3. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep tegen het besluit van 22 december 2009 ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat niet is gebleken dat het advies van CIZ gebreken vertoont of dat er andere gronden zijn om dat advies niet te volgen. Daarbij heeft zij erop gewezen dat appellante de door CIZ bij de huisarts opgevraagde informatie betwist, maar dat zij die betwisting niet heeft onderbouwd. Verder heeft de rechtbank overwogen dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat de psychische klachten van haar zoon hem zodanig beperken dat hij geen bijdrage kan leveren aan het huishouden. Nu de zoon van appellante, gezien het advies van CIZ, in staat moet worden geacht om de noodzakelijke huishoudelijke taken te verrichten, is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het College terecht toepassing heeft gegeven aan artikel 10 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2007 (hierna: Verordening) en de aanvraag van appellante om huishoudelijke hulp terecht heeft afgewezen Appellante heeft zich in hoger beroep - daarmee grotendeels herhaald hebbende hetgeen zij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd - op het standpunt gesteld dat haar zoon vanwege zijn school, zijn werk en zijn gezondheidstoestand niet in staat is om huishoudelijke werkzaamheden over te nemen. Appellante heeft aangevoerd dat het aan de besluitvorming van het College ten grondslag gelegde onderzoek niet voldoende is geweest, dat het advies van CIZ gebreken vertoont en dat onvoldoende is gemotiveerd op grond waarvan haar zoon - anders dan voorheen - thans wel in staat moet worden geacht huishoudelijk werk te verrichten. Het onderzoek van CIZ rammelt omdat creatief wordt omgegaan met de door de huisarts verstrekte informatie. Deze heeft niet verklaard dat geen medicatie wordt gebruikt, dat de ernst van de problematiek discutabel is, dat bij depressies altijd activering nodig is en dat (slechts) sprake zou zijn van sombere gevoelens. Appellante heeft een rapport van 1nP te Rotterdam overgelegd waarin gerefereerd wordt aan dysthyme klachten met zelfmoordgedachten gefundeerd in gezinsperikelen Het College heeft in hoger beroep aangevoerd dat appellante het standpunt dat haar zoon geen huishoudelijk werk kan verrichten niet met objectieve stukken heeft onderbouwd. Volgens het College is de aanvraag van appellante op zorgvuldige en juiste wijze afgedaan De Raad komt tot de volgende beoordeling De Raad stelt voorop dat het geschil zich beperkt tot de vraag of het College zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat van de inwonende zoon van appellante, op grond van gebruikelijke zorg, mag worden verwacht dat hij de zware huishoudelijke werkzaamheden overneemt, daarom zal hij zich daartoe beperken Artikel 10 van de Verordening bepaalt dat de aanvrager niet voor hulp bij het huishouden in aanmerking komt als tot de leefeenheid, waar deze persoon deel van uitmaakt, een of meer
4 huisgenoten behoren die wel in staat zijn om het huishoudelijk werk te verrichten De Raad stelt vast dat uit de CIZ-rapporten van 3 juli 2007 en 8 mei 2008 blijkt dat van de kinderen van appellante geen gebruikelijke zorg wordt gevergd, omdat hun belastbaarheid/draagkracht in verband met gezinsperikelen gering is. In het aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde rapport van CIZ van 18 juni 2009 stelt de indicatieadviseur J. Visser dat de draagkracht van de kinderen is veranderd ten opzichte van de vorige aanvraag. Enige onderbouwing daarvoor in het licht van de gezinsperikelen ontbreekt echter Ten aanzien van de zoon van appellante wordt in het rapport van 18 juni 2009 gesteld dat diens draagkracht door psychische belasting gering is, maar dat dit niet van dien aard is dat er geen activiteiten van hem kunnen worden gevraagd. Hij is bekend met een depressie, waarvoor hij psychologische hulp gaat krijgen en waarvoor hij is verwezen naar een psycholoog. Hij gebruikt daarvoor echter geen medicatie. De ernst van de problematiek kan volgens CIZ-arts J. Oliveira dan ook als discutabel worden aangemerkt. Deze arts heeft voorts verklaard: Daarbij is bij depressies bekend dat een activerend beleid noodzakelijk is. Het doen van de huishoudelijke taken op eigen tempo is dan ook niet gecontra-indiceerd en betrokkene zou gebruikelijke zorg moeten kunnen leveren. De Raad stelt op grond van de stukken vast dat deze conclusie van de CIZ-arts niet berust op een eigen onderzoek van de zoon in diens concrete individuele omstandigheden, maar gebaseerd is op algemene ervaringsgegevens die in het voorliggende geval niet van toepassing hoeven te zijn. De CIZ-arts heeft de feitelijke belasting van (de activiteiten van) de zoon van appellante in relatie tot diens draagkracht niet kenbaar onderzocht, waardoor niet aannemelijk is gemaakt dat anders dan in 2007 en 2008 geen sprake meer is van een zodanig verminderde draagkracht dat van hem geen gebruikelijke zorg kan worden gevergd voor het zware huishoudelijke werk. De Raad heeft daarbij verder nog meegewogen dat de verslaglegging van de CIZ beoordeling in ieder geval ook onvolledig is geweest door niet te vermelden dat de zoon (ook) verwezen is geweest naar een psychiater Hetgeen is overwogen in en leidt tot de conclusie dat het besluit van 22 december 2009 ondeugdelijk is gemotiveerd en wegens strijd met de wet dient te worden vernietigd. Dit betekent dat het beroep gegrond is en dat ook de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Nu er geen aanknopingspunten zijn dat de voorafgaande toekenning van huishoudelijke hulp onvoldoende is geweest, zal de Raad het College opdragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, inhoudende dat aan appellante huishoudelijke hulp van de categorie 1 wordt verstrekt naar een omvang van 3 uur per week. 6. De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van de proceskosten van appellante. Deze worden voor rechtsbijstand begroot op 874,-- in beroep en 874,-- in hoger beroep. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Vernietigt de aangevallen uitspraak; Verklaart het beroep gegrond; Vernietigt het besluit van 22 december 2009; Draagt het College op binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak; Veroordeelt het College tot vergoeding van de proceskosten tot een bedrag van in totaal 1.748,--; Bepaalt dat het College het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal 152,-- aan appellante vergoedt.
5 Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari (get.) R.M. van Male. (get.) P.J.M. Crombach. RB
ECLI:NL:CRVB:2010:BO7264
ECLI:NL:CRVB:2010:BO7264 Instantie Datum uitspraak 10-12-2010 Datum publicatie 14-12-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-3338 WSF Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:4659
ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:246
ECLI:NL:CRVB:2017:246 Instantie Datum uitspraak 10-01-2017 Datum publicatie 30-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/6800 WWB Socialezekerheidsrecht
het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.
LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij
ECLI:NL:CRVB:2016:4664
ECLI:NL:CRVB:2016:4664 Instantie Datum uitspraak 07122016 Datum publicatie 09122016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2455 WMO Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:872
ECLI:NL:CRVB:2015:872 Instantie Datum uitspraak 24-03-2015 Datum publicatie 25-03-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14-2865 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2833
ECLI:NL:CRVB:2017:2833 Instantie Datum uitspraak 09-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8007 ZVW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RVS:2015:3038
ECLI:NL:RVS:2015:3038 Instantie Raad van State Datum uitspraak 30-09-2015 Datum publicatie 30-09-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201500566/1/A2 Bestuursrecht Hoger
ECLI:NL:CRVB:2014:39. Uitspraak. Centrale Raad van Beroep. Datum uitspraak Datum publicatie
ECLI:NL:CRVB:2014:39 Instantie Datum uitspraak 15-01-2014 Datum publicatie 17-01-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-7549 WAJONG Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2017:2675
ECLI:NL:RBNNE:2017:2675 Instantie Datum uitspraak 19-06-2017 Datum publicatie 19-07-2017 Zaaknummer LEE 17/863 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2017:2525
ECLI:NL:RBDHA:2017:2525 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 16-03-2017 Datum publicatie 12-05-2017 Zaaknummer 16_6475 Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg -
ECLI:NL:CRVB:2015:4258
ECLI:NL:CRVB:2015:4258 Instantie Datum uitspraak 26-10-2015 Datum publicatie 03-12-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/3047 WAO Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:3181
ECLI:NL:CRVB:2016:3181 Instantie Datum uitspraak 22-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/3877 PW-VV Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2013:2879
ECLI:NL:CRVB:2013:2879 Instantie Datum uitspraak 17-12-2013 Datum publicatie 19-12-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-211 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2007:BA2284
ECLI:NL:CRVB:2007:BA2284 Instantie Datum uitspraak 28-03-2007 Datum publicatie 05-04-2007 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 04-5151 WAO Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2739
ECLI:NL:CRVB:2017:2739 Instantie Datum uitspraak 28-07-2017 Datum publicatie 10-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/6155 WAJONG Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2015:2828
ECLI:NL:CRVB:2015:2828 Instantie Datum uitspraak 12-08-2015 Datum publicatie 28-08-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/5439 WW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580
ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 Instantie Datum uitspraak 05-09-2006 Datum publicatie 06-10-2006 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer AWB 05/37675 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:CRVB:2012:BW7913
ECLI:NL:CRVB:2012:BW7913 Instantie Datum uitspraak 06-06-2012 Datum publicatie 11-06-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep + Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2012:BY4292
ECLI:NL:CRVB:2012:BY4292 Instantie Datum uitspraak 27-11-2012 Datum publicatie 28-11-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-1813 WWB + 11-1953
ECLI:NL:CRVB:2017:1803
ECLI:NL:CRVB:2017:1803 Instantie Datum uitspraak 17-05-2017 Datum publicatie 18-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/3344 WMO15 Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:1035
ECLI:NL:CRVB:2014:1035 Instantie Datum uitspraak 20-03-2014 Datum publicatie 07-04-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-4228 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:3463
ECLI:NL:CRVB:2014:3463 Instantie Datum uitspraak 21-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-3170
ECLI:NL:CRVB:2017:2487
ECLI:NL:CRVB:2017:2487 Instantie Datum uitspraak 18-07-2017 Datum publicatie 24-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 17/3961 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1708
ECLI:NL:CRVB:2017:1708 Instantie Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 11-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5106 AWBZ Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1551
ECLI:NL:CRVB:2017:1551 Instantie Datum uitspraak 11-04-2017 Datum publicatie 26-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/1071 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2013:1259
ECLI:NL:CRVB:2013:1259 Instantie Datum uitspraak 31-07-2013 Datum publicatie 05-08-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-2423 AWBZ Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RVS:2012:BY2512
ECLI:NL:RVS:2012:BY2512 Instantie Raad van State Datum uitspraak 07-11-2012 Datum publicatie 07-11-2012 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201203945/1/A2 Eerste
ECLI:NL:RVS:2016:2348
ECLI:NL:RVS:2016:2348 Instantie Raad van State Datum uitspraak 31-08-2016 Datum publicatie 31-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201506454/1/A3 Bestuursrecht Hoger
ECLI:NL:CRVB:2016:3143
ECLI:NL:CRVB:2016:3143 Instantie Datum uitspraak 23-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2337 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932
ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932 Instantie Datum uitspraak 21-03-2012 Datum publicatie 28-03-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10/7012 TW + 10/7013 TW
ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d
ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d Instantie Raad van State Datum uitspraak 01-10-2014 Datum publicatie 01-10-2014 Zaaknummer 201309659/1/A3 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Hoger
