De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag
|
|
|
- Lotte de Meyer
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 REEKS WERVING EN SELECTIE De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born * Deze studie beschrijft een nieuw type video-assessment ontwikkeld voor het meten van sociale competenties, de zogeheten webcamtest. Het doel van deze studie was het bepalen van de criteriumgerelateerde validiteit van de webcamtest en de incrementele validiteit ten opzichte van een cognitieve capaciteitentest, een persoonlijkheidsvragenlijst en een situationele beoordelingstest in videovorm. Onderzoek onder 106 psychologiestudenten liet zien dat de webcamtest een significante correlatie heeft met het professioneel gedrag van studenten tijdens werkgroepen, zoals dit beoordeeld is door hun docenten. Ook had de webcamtest incrementele validiteit ten opzichte van de andere instrumenten met betrekking tot het criterium professioneel gedrag. De kandidaten beschouwden de webcamtest als een indruksvalide test, maar beschouwden de situationele beoordelingstest in videovorm als een test met een hogere indruksvaliditeit. Beperkingen van dit onderzoek en suggesties voor verder onderzoek naar de webcamtest worden besproken. 1 Inleiding In de inleiding op de nieuwe reeks Werving en Selectie beschrijven Derous, Van der Velde en Born (2011) dat meer aandacht besteed mag worden aan onderzoek naar specifieke thema s binnen werving en selectie. Trends in werven en selecteren (zoals contextualisatie, diversiteit en technologische innovatie) roepen interessante onderzoeksvragen op. Door de groei van de dienstverlenende sector in Nederland is er steeds meer vraag naar selectietests waarmee sociale vaardigheden gemeten worden (Ardts, 2006). Dipboye, Wooten en Halverson (2004) geven aan dat organisaties blijven zoeken naar nieuwe instrumenten voor het meten van sociale vaardigheden omdat veel van de gebruikte selectietests, zoals cognitieve capaciteitentests, niet toetsen hoe de werknemer met collega s en klanten omgaat. Derous en collega s (2011) beschrijven de mogelijkheden die geboden worden door multimedia. Het meten van bijvoorbeeld sociale vaardigheden, integriteit, leidinggeven en conflicthantering, is lastiger met traditionele tests dan met tests die gebruikmaken van multimediatoepassingen. Deze nieuwe (multi * Marit R.E. Op de Beek is verbonden aan Cubiks en Maxit Psychology. Janneke K. Oostrom en Marise Ph. Born zijn verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Instituut voor Psychologie, Sectie Arbeids- en Organisatiepsychologie. Correspondentieadres: M.R.E. Op de Beek, Rodenrijsestraat 14a, 3037 NG Rotterdam, [email protected], Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 257
2 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born media) instrumenten moeten wel kritisch onderzocht worden (Derous et al., 2011). Voor het meten van sociale vaardigheden wordt de steeds bekendere situationele beoordelingstest (situational judgment test [SJT]) ingezet. Een SJT is een test waarbij verschillende uitdagende werkgerelateerde situaties en antwoordopties worden aangeboden. Afhankelijk van de soort SJT moeten kandidaten de verschillende antwoordopties individueel beoordelen op effectiviteit, het beste antwoord kiezen uit de antwoordopties of het antwoord kiezen dat omschrijft hoe de kandidaat zelf zou handelen (McDaniel, Morgeson, Finnegan & Campion, 2001; McDaniel, Hartman, Whetzel & Grubb III, 2007). Uit meta-analyses van McDaniel en collega s (2001, 2007) blijkt dat SJT s een voorspellende waarde hebben voor werkprestatie. Daarnaast hebben Oswald, Schmitt, Kim, Ramsey en Gillespie (2004) aangetoond dat een SJT incrementele validiteit heeft ten opzichte van andere metingen bij het voorspellen van studieprestaties. Ook bleek uit een meta-analyse van Hausknecht, Day en Thomas (2004) dat situationele tests als meer indruksvalide worden gezien dan cognitieve capaciteitentests en persoonlijkheidsvragenlijsten. Indruksvaliditeit geeft aan hoe valide de test er op het eerste oog uitziet, dat wil zeggen hoe relevant de test lijkt voor het meten van de vaardigheden die de test beoogt te meten (Cook, 2004). Als de kandidaat bij voorbaat al een negatief beeld zou hebben van een test, zouden motivatie en prestatie kunnen dalen (Lievens, Van Dam & Anderson, 2002). SJT s kunnen op een aantal aspecten van elkaar verschillen, bijvoorbeeld op de afnamevorm. Zo zijn er SJT s waarin de situaties en antwoordopties schriftelijk of mondeling worden aangeboden, maar er bestaan ook zogenaamde video-sjt s waarin de situaties en antwoordopties door middel van videofragmenten worden aangeboden (Chan & Schmitt, 1997). SJT s kunnen ook verschillen wat betreft de instructies die gegeven worden aan de kandidaat met betrekking tot de manier van antwoorden (McDaniel et al., 2007; Van der Maesen, 2005). Deze aspecten kunnen van invloed zijn op de meetpretentie (bijv. Lievens & Sackett, 2006), de begripsvaliditeit (McDaniel et al., 2007; Ployhart & Ehrhart, 2003) en de voorspellende waarde (bijv. McDaniel et al., 2001). De afnamevorm van SJT s is van belang omdat bij het gebruik van een schriftelijke afnamevorm wellicht een groter beroep gedaan wordt op cognitieve vaardigheden dan op sociale vaardigheden (Van der Maesen, 2005). Het gebruik van video-assessment is een manier om het cognitieve aspect van de test te verminderen (Chan & Schmitt, 1997). Ook spelen de instructies van een SJT een cruciale rol. Als de kandidaat geïnstrueerd werd om de reacties te beoordelen op effectiviteit, vonden McDaniel en collega s (2007) een relatief hoge correlatie tussen cognitieve capaciteiten en een SJT (r =.32). Volgens McDaniel en collega s meet een SJT met dit soort instructies vooral het kennisniveau van de kandidaat. Echter, als de kandidaat geïnstrueerd werd om aan te geven welke reactie het beste bij het eigen gedrag past, correleerde de SJT niet met cognitieve capaciteiten (McDaniel et al., 2007). Motowidlo, Brownlee en Schmit (2008) maken een duidelijk onderscheid tussen tests die kennis over vaardigheden meten en tests die daadwerkelijk vaardigheden meten. Zo kan een kandidaat middels een SJT met gesloten antwoordvorm wel aangeven 258 Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
3 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag wat hij denkt of vindt, maar of de kandidaat daadwerkelijk het desbetreffende gedrag zal, wil en kan vertonen, is iets wat niet gemeten kan worden met de SJT. De responsinstructies van SJT s zijn dus ook van invloed op het type prestatie dat gemeten wordt; maximale prestatie (maximum performance) of typische prestatie (typical performance; McDaniel et al., 2007). Een SJT waarbij de kandidaat de reacties beoordeelt op effectiviteit meet maximale prestatie, terwijl een SJT waarbij de kandidaat aangeeft welke reactie het best bij het eigen gedrag past typische prestaties meet. Een relatief nieuw instrument dat is ontwikkeld om sociale vaardigheden in werkgerelateerde situaties te meten, is de zogeheten webcamtest (Van der Maesen, 2005). Een webcamtest lijkt qua opzet op een video-sjt, aangezien in beide situationele beoordelingstests videofragmenten aan de kandidaat worden gepresenteerd. Maar waar een SJT de kandidaat meerdere antwoordopties aanbiedt, moet de kandidaat in een webcamtest een mondelinge spontane reactie geven. De reactie van de kandidaat wordt opgenomen met een webcam en achteraf beoordeeld aan de hand van algemene en specifieke situatiegerelateerde indicatoren. Bij een SJT kan de kandidaat aangeven wat hij of zij het beste zou vinden om in die situatie te doen, bij een webcamtest moet de kandidaat ook daadwerkelijk dit gedrag tonen. In figuur 1 staat een voorbeeld van een situatie zoals deze in een video-sjt en in een webcamtest wordt gepresenteerd. Dit voorbeeld illustreert zowel de overeenkomsten als de verschillen tussen beide tests. Stricker (1982) heeft onderzoek gedaan naar een meetinstrument dat lijkt op een webcamtest. Dit Interpersonal Competence Instrument (ICI) bevatte ook verschillende videogepresenteerde situaties met een open responsvorm. De reactie van de kandidaat werd echter alleen met een microfoon opgenomen. Er was dus geen videomateriaal van de kandidaat beschikbaar, zoals bij een webcamtest. De reacties van de kandidaten werden door twee onafhankelijke experts beoordeeld. Stricker concludeerde dat de ICI geschikt zou zijn voor het meten van sociale competenties. Door de filmopname kan bij een webcamtest ook non-verbale communicatie worden meegenomen in de beoordeling. Dit kan een voordeel zijn omdat er meer informatie beschikbaar is. Tegelijkertijd kan dit een nadeel zijn omdat er eerder beoordelaarseffecten kunnen optreden. Oostrom, Born, Serlie en Van der Molen (2010) hebben onderzoek gedaan naar een webcamtest die speciaal ontwikkeld was als onderdeel van een certificeringsproces voor een arbeidsbureau in Nederland. Deze webcamtest trachtte de vaardigheden met betrekking tot het adviseren van werkzoekenden te meten en bestaat uit werkgerelateerde situaties, die verzameld zijn door middel van criteriumgerichte interviews met ervaren werknemers. De kandidaten werden beoordeeld op een 5-puntsschaal door onafhankelijke beoordelaars op voor de situatie relevante indicatoren. Als andere voorspeller werd een kennistoets ingezet, waarmee gemeten werd of de werknemer genoeg vakinhoudelijke kennis heeft om zijn of haar werk naar behoren uit te voeren. Als werkprestatiemaat werd enerzijds een managersbeoordeling ingezet en anderzijds een objectieve werkprestatiemaat die bestond uit een berekening van zowel het aantal geplaatste werkzoekenden dat nog geen uitkering ontving als het aantal geplaatste werkzoekenden dat al een Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 259
4 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born Figuur 1 Een voorbeeld van een situatie uit de webcamtest (WCT-L) en uit de video-sjt (SQ-leidinggeven). Opgesteld met toestemming van Van der Maesen Koch HRM-advies Het beeld is bevroren en de volgende inleidende tekst wordt gesproken aangeboden: Een werknemer meldt zich regelmatig ziek wegens verkoudheid. Ook nu komt zij zeggen dat zij naar huis wil gaan, terwijl het erg druk is. Vervolgens start het filmpje, de medewerker zegt: Ja, ik denk dat ik maar beter naar huis kan gaan, ik heb het even aangezien, maar dit gesnotter is ook helemaal niks. Bij de webcamtest wordt de opname gestart en moet de kandidaat een reactie geven in de webcam, alsof deze medewerker recht tegenover de kandidaat zit (afbeelding links). Bij de video-sjt krijgt de kandidaat vier filmpjes aangeboden met een reactie van de leidinggevende. De kandidaat moet iedere reactie beoordelen op effectiviteit op een schaal van 1 (niet-effectief) tot 5 (effectief). De volgende vier reacties worden verfilmd weergegeven (afbeelding onder): 1) Ja, ik begrijp best dat dat niet gemakkelijk voor je is, maar eigenlijk vind ik het ook heel onplezierig voor ons hier als je nu weggaat, met al dat werk dat we hier hebben liggen, ik hoop dat je dat begrijpt. 2) Ja, dat zal allemaal wel, maar ik vind toch echt dat jij te vaak afwezig bent. Ik vind dat jij maar eens naar de dokter langs moet gaan om te kijken of er niet iets met jouw weerstand aan de hand is, want zo kan dat echt niet langer. Op deze manier komt al het werk achter. 3) Joh, ik vind het heel vervelend voor je, maar er moet mij toch iets van het hart, je bent de laatste tijd heel veel ziek wegens verkoudheid, is er soms iets anders aan de hand? Ik vind het toch moeilijk om dit steeds weer te accepteren. 4) Ja, het valt me toch echt een beetje van je tegen dat jij je om elke kleinigheid ziek meldt, zie je, je hebt ook je collega s ermee, die zadel je met een hoop werk op. Realiseer je je dat wel? 260 Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
5 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag uitkering ontving. De webcamtest had een voorspellende waarde voor deze laatste objectieve werkprestatiemaat (r =.26) en incrementele validiteit boven op de kennistoets. In totaal verklaarden de twee voorspellers 20% van de variantie in werkprestatie. Met uitzondering van dit onderzoek is er nog geen onderzoek verricht naar dit type selectietest. Het doel van de huidige studie is om de voorspellende waarde van een webcamtest met betrekking tot professioneel gedrag van studenten in kaart te brengen. Professioneel gedrag is een gemiddelde beoordeling van docenten over de studiegerelateerde inzet en gedragingen van een student. Aanvullend zal worden nagegaan of een webcamtest incrementele validiteit heeft ten opzichte van meer gangbare instrumenten, zoals een cognitieve capaciteitentest en een persoonlijkheidsvragenlijst. Ook zal worden onderzocht of een webcamtest incrementele validiteit heeft ten opzichte van een video-sjt. Tot slot zal worden bekeken hoe indruksvalide de kandidaten een webcamtest vinden. Allereerst wordt besproken wat tot op heden bekend is over de voor- en nadelen van video-assessment als afnamevorm. Daarna worden de voor- en nadelen van een open responsvorm in tests behandeld. In deze paragrafen wordt theoretisch onderbouwd waarom een webcamtest een goede voorspeller zou zijn voor professioneel gedrag. In tabel 1 staat een overzicht van deze bevindingen. 1.1 Voor- en nadelen van video-assessment Bij een video-assessment, zoals een webcamtest of een video-sjt, worden uitdagende werksituaties gepresenteerd door middel van videofragmenten. Het onderzoek naar video-assessment is schaars, maar de resultaten die er zijn, zijn veelbelovend. In dergelijk onderzoek (bijv. Chan & Schmitt, 1997; Lievens & Sackett, 2006) worden verschillende voordelen van video-assessment beschreven en met resultaten ondersteund. Volgens Chan en Schmitt (1997) kan video-assessment adverse impact tegengaan. Adverse impact is een voorkeursbehandeling van leden uit meerderheidsgroepen, waarbij de selectieratio van de meerderheidsgroep substantieel groter is dan de selectieratio van de minderheidsgroep (Ironson, Guion & Ostrander, 1982). Een verschil in selectieratio s kan veroorzaakt worden door scoreverschillen bij tests waar een beroep gedaan wordt op leesvaardigheid. Zo kan het zijn dat de leesvaardigheid van minderheidsgroepen, bijvoorbeeld bij immigranten die de taal al wel spreken, maar nog niet goed schriftelijk beheersen of bij mensen met dyslexie, de prestatie op een test verlagen omdat zij simpelweg meer tijd nodig hebben om een instructie of opgave te lezen en te begrijpen. Video-assessment kan de mate van adverse impact reduceren, doordat er geen beroep wordt gedaan op de leesvaardigheid van kandidaten (Chan & Schmitt, 1997; Van der Maesen, 2005). Verder lijkt video-assessment ook een toegevoegde waarde te hebben ten opzichte van andere instrumenten bij de voorspelling van werkprestatie. Uit een metaanalyse van Christian, Edwards en Bradley (2010) bleek bijvoorbeeld dat SJT s afgenomen middels video-assessment beter werkprestatie voorspellen dan schriftelijke SJT s. Dit resultaat werd gevonden bij alle beoordeelde constructen, waaronder leiderschapsvaardigheden en interpersoonlijke vaardigheden. Lievens en Sackett (2006) hebben onderzoek gedaan naar de voorspellende waarde van een Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 261
6 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born SJT die in videovorm en in schriftelijke vorm werd aangeboden. Het eerste te voorspellen criterium betrof het gemiddelde cijfer van de student (grade point average [GPA]) en het tweede te voorspellen criterium betrof de prestatie van de student op interpersoonlijke georiënteerde vakken (interpersoonlijke criterium). Lievens en Sackett vonden een significante correlatie tussen de video-sjt en het interpersoonlijke criterium (r =.34), maar niet tussen de schriftelijke SJT en dit criterium. Ten tweede bleek de video-sjt incrementele validiteit te hebben ten opzichte van een werksimulatie en een cognitieve test in het voorspellen van het interpersoonlijke criterium. De schriftelijke SJT had daarentegen een significante incrementele validiteit in het voorspellen van GPA. Lievens en Sackett concludeerden daarom dat wanneer interpersoonlijke capaciteiten gemeten worden, zoals bij SJT s vaak het geval is, het aan te raden is om dat in videovorm te doen. Een ander voordeel van video-assessment is dat het een positieve invloed lijkt te hebben op de reacties van kandidaten. De waardering van video-assessment is vaak hoog (bijv. O Reilly, Hubbard, Lessler, Biemer & Turner, 1994). Bij een vergelijking van dezelfde test in schriftelijke vorm en videovorm vonden Chan en Schmitt (1997) dat kandidaten de test in videovorm als meer indruksvalide beschouwden. Cartney (2005) concludeerde in een kwalitatief onderzoek dat de meeste deelnemers een video-assessment een betere manier vonden om communicatieve vaardigheden te meten dan een schriftelijk assessment. Ook Richman- Hirsch, Olson-Buchanan en Drasgow (2000) hebben onderzocht of de manier van testafname invloed heeft op de testpercepties van de kandidaat. Zij vergeleken de percepties van de kandidaten op een inhoudelijk gelijke test die of op papier werd afgenomen, of via een computer, of in videovorm. Het betrof een SJT met conflictsituaties op de werkplek. Afhankelijk van de geselecteerde reactie kreeg de kandidaat een volgende situatie aangeboden. De kandidaten, 131 managers van verschillende organisaties, vonden de video-assessment meer indruksvalide dan de papieren test en de computertest. Een nadeel van video-assessment is dat de opstartkosten hoog zijn. Hierbij valt te denken aan het inhuren van acteurs en apparatuur (Weekley & Jones, 1997), de kosten voor de softwareapplicaties en het uitgebreide voortraject van het maken van een functieanalyse en het schrijven van de scripts. Na deze initiële kosten zijn de operationele kosten veelal echter gering (Van der Maesen, 2005). Zo hoeven bijvoorbeeld de assessoren en acteurs niet ter plaatse aanwezig te zijn zoals bij rollenspellen of werksimulaties in een assessmentbureau (Chan & Schmitt, 1997). 1.2 Voor- en nadelen van een open responsvorm De voordelen van video-assessment in het algemeen zijn in diverse onderzoeken aangetoond. Echter, de vraag wat de meerwaarde is van een webcamtest ten opzichte van een video-sjt blijft daarmee nog onbeantwoord. Ondanks de voorspellende waarde van video-assessment stellen Lievens en Thornton (2005) dat een SJT met reacties in videovorm geen werkelijke weergave is van interacties op de werkplek. In een echte situatie kan een medewerker of manager niet kiezen uit de beste reactie. Bij het moeten beoordelen van reacties zoals in een SJT, is het wellicht makkelijker om een maximale prestatie te leveren dan wanneer de reactie zelf bedacht en gegeven moet worden. Zeker in een situatie waarin er veel op het 262 Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
7 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag spel staat (bijv. het al dan niet aangenomen worden voor een functie) zal de kandidaat eerder neigen naar het tonen van maximale prestatie in plaats van typische prestatie (Sackett, Zedeck & Fogli, 1988). Voorwaarde voor deze maximale prestatie is wel dat de kandidaat weet dat hij of zij geëvalueerd wordt en dat de kandidaat dusdanig de tijd krijgt dat hij of zij in staat is om een maximale prestatie te leveren. Een test met een open responsvorm kan weleens een realistischer beeld geven van de daadwerkelijke werkprestatie dan een SJT met gesloten responsvorm. Omdat een webcamtest een open responsvorm heeft, zou deze test wel eens eerder typische dan maximale prestatie kunnen meten. Het onderzoek van Motowidlo en collega s (2008) ondersteunt deze veronderstelling. Uit dit onderzoek bleek dat een gedragtest (rollenspel) de werkprestatie van winkelmedewerkers voorspelt (r =.26), maar een situationele kennistoets niet. Het onderzoek van Klehe en Latham (2007) ondersteunt deze veronderstelling gedeeltelijk. Zij onderzochten of een situationeel interview en een criteriumgericht interview (waarin specifiek gevraagd werd naar het gedrag in persoonlijk ervaren situaties) een andere mate van voorspellende waarde hadden voor maximale en typische prestatie. Zij lieten medestudenten anoniem maximale en typische prestatie beschrijven van de deelnemers. Wat bleek was dat het beschrijven van daadwerkelijk vertoond gedrag met name typische prestatie voorspelt en dat een situationeel interview zowel maximale als typische prestatie voorspelt. Nadelen van een open responsvorm hebben met name betrekking op de beoordelaarseffecten die kunnen optreden (Kunda, 1999; Lievens, 1998). Zo zou een beoordelaar bewust of onbewust beïnvloed kunnen worden door vooroordelen over etnische minderheden. Of als een beoordelaar zichzelf herkent in de kandidaat (similar-to-me-effect) of de beoordelaar de kandidaat in eerste instantie goed vindt reageren of hem of haar aantrekkelijk vindt (halo-effect) kan dit de beoordeling van het gehele assessment (onterecht) positief beïnvloeden ongeacht de verdere prestatie van de kandidaat. Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 263
8 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born Tabel 1 Een overzicht van vormen van SJT s, (type afnamevorm, responsvorm en instructie) en de mogelijke voor- en nadelen zoals besproken in dit artikel Afnamevorm Responsvorm Geschreven Gesloten Instructies Voordelen Nadelen De meest effectieve reactie kiezen/ de reacties rangordenen De beoordeling wordt niet beïnvloed door de mening van assessoren en beoordelaarseffecten zoals het halo-effect m n Meer indruksvalide dan cognitieve capaciteitentest of persoonlijkheidsvragenlijsten p Correleert veelal met cognitieve capaciteiten b º Kan een groot beroep doen op leesvaardigheid h d De reactie kiezen die het beste het eigen gedrag weergeeft De beoordeling wordt niet beïnvloed door de mening van assessoren en beoordelaarseffecten zoals het halo-effect m n Meer indruksvalide dan cognitieve capaciteitentest of persoonlijkheidsvragenlijsten p Kan een groot beroep doen op leesvaardigheid h d Open Beschrijven wat een effectieve reactie zou zijn De beoordeling wordt niet beïnvloed door de mening van assessoren en beoordelaarseffecten zoals het halo-effect m n Correleert veelal met cognitieve capaciteiten Kan een groot beroep doen op lees- en schrijfvaardigheid d Interview/ rollenspel Beschrijven hoe een eigen reactie in het verleden is geweest Open Een passende reactie geven De beoordeling wordt niet beïnvloed door de mening van assessoren Kan een groot beroep doen op lees- en en beoordelaarseffecten zoals het halo-effect m n schrijfvaardigheid d De assessor heeft de mogelijkheid om dieper in te gaan op het onderwerp en om door te vragen bij twijfel l Voorspelt werkprestatie beter dan een situationele kennistoets l Kan beïnvloed worden door beoordelaarseffecten m n Bij geen standaardisatie van items en beoordeling, kan de (on)kunde van de assessor de prestatie beïnvloeden k n Beschrijven hoe een eigen reactie in het verleden is geweest De assessor heeft de mogelijkheid om dieper in te gaan op het onderwerp en om door te vragen bij twijfel l Voorspelt werkprestatie beter dan een situationele kennistoets j Kan beïnvloed worden door beoordelaarseffecten m n Bij geen standaardisatie van items en beoordeling, kan de (on)kunde van de assessor de prestatie beïnvloeden k n 264 Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
9 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag Tabel 1 (Vervolg) Afnamevorm Responsvorm Video Gesloten Instructies Voordelen Nadelen De meest effectieve reactie kiezen/ de reacties rangordenen Kan adverse impact tegengaan a b Toegevoegde waarde ten opzichte van andere instrumenten bij het voorspellen van werkprestatie c Wordt als meer indruksvalide beschouwd dan schriftelijke tests b g h Voorspelt eerder interpersoonlijke vaardigheden dan schriftelijke SJT s, heeft incremenetele validiteit t.o.v. andere instrumenten bij het voorspellen van interpersoonlijke criteria c Productiekosten zijn hoog a d Geen goede werkelijkheidsweergave van interacties op de werkplek k De reactie kiezen die het beste het eigen gedrag weergeeft Kan adverse impact tegengaan a b Toegevoegde waarde ten opzichte van andere instrumenten bij het voorspellen van werkprestatie c Wordt als meer indruksvalide beschouwd dan schriftelijke tests b g h Voorspelt eerder interpersoonlijke vaardigheden dan schriftelijke SJT s, heeft incremenetele validiteit t.o.v. andere instrumenten bij het voorspellen van interpersoonlijke criteria c Productiekosten zijn hoog a d Geen goede werkelijkheidsweergave van interacties op de werkplek k Open Een passende reactie geven Kan adverse impact tegengaan a b Toegevoegde waarde ten opzichte van andere instrumenten bij het voorspellen van werkprestatie c Mogelijkheid om door meerdere onafhankelijke beoordelaars te laten beoordelen d Wordt als meer indruksvalide beschouwd dan schriftelijke tests b g h Voorspelt werkprestatie beter dan een situationele kennistoets j Geen standaardisatie van beoordeling, ondanks de eventuele beoordelaarinstructies kunnen oordelen gekleurd worden door beoordelaarseffecten m n Productiekosten zijn hoog a d Noot : a Weekley & Jones, 1997; b Chan & Schmitt, 1997; c Lievens & Sackett, 2006; d Van der Maesen, 2005; e Christian, Edwards & Bradley ; f O Reilly, Hubbard, Lessler, Biemer & Turner, 1994; g Cartney, 2005; h Richman-Hirsch, Olson-Buchanan & Drasgow, 2000; j Motowidlo, Brownlee & Schmit, 2008; 2006; k Lievens & Thornton, 2005; l Klehe & Latham, 2007; m Kunda, 1999; n Lievens, 1998; o McDaniel, Hartman, Whetzel & Lee Grubb III, 2007; p Hausknecht, Day & Thomas, Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 265
10 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born 1.3 Het huidige onderzoek Het doel van dit onderzoek is om de criteriumgerelateerde validiteit van een webcamtest met betrekking tot twee criteria na te gaan, namelijk het gemiddelde tentamencijfer en het gemiddelde cijfer op professioneel gedrag van studenten tijdens werkgroepen. Onder professioneel gedrag wordt verstaan een actieve deelname aan de werkgroepbijeenkomsten, vaardigheden als groepsvoorzitter, luistervaardigheden en betrokkenheid. Studenten worden door docenten in verplichte werkgroepen op deze vaardigheden beoordeeld. In tegenstelling tot een tentamen waarin maximale prestatie wordt gemeten, is professioneel gedrag een meting van typische prestatie. In het huidige onderzoek wordt gebruikgemaakt van een webcamtest die leiderschapsvaardigheden in verschillende situaties meet waarbij het onder andere gaat om het motiveren en stimuleren van anderen, professioneel gedrag dat een student ook moet tonen in de werkgroepen. Daarnaast wordt de incrementele validiteit van een webcamtest ten opzichte van een cognitieve capaciteitentest, een persoonlijkheidsvragenlijst en een video-sjt onderzocht. Bij deze video-sjt krijgen de studenten de opdracht om de reacties te beoordelen op effectiviteit. Tot slot wordt de indruksvaliditeit van een webcamtest onderzocht. 1.4 Hypothesen Zowel de video-sjt als de webcamtest trachten leiderschapsvaardigheden in verschillende werkgerelateerde situaties te meten. Om deze reden wordt verwacht dat scores op beide video-assessments positief gerelateerd zijn aan het criterium professioneel gedrag. Aangezien een SJT waarbij de kandidaat reacties beoordeelt op effectiviteit maximale pretatie meet (McDaniel et al., 2007), wordt verwacht dat scores op de video-sjt in het huidige onderzoek tevens gerelateerd zijn aan tentamencijfers. Vanwege de open responsvorm is de verwachting dat de webcamtest voorspellende waarde zal hebben voor typische prestatie, maar niet voor maximale prestatie. Hypothese 1a: De video-sjt heeft zowel criteriumgerelateerde validiteit met betrekking tot het criterium professioneel gedrag als voor het criterium gemiddeld tentamencijfer. Hypothese 1b: De webcamtest heeft criteriumgerelateerde validiteit met betrekking tot het criterium professioneel gedrag, maar niet met betrekking tot het criterium tentamencijfer. De meerwaarde van het gebruik van video-assessment bleek op verschillende manieren uit het eerder omschreven onderzoek. Zo hebben deze onderzoeken aangetoond dat videotests incrementele validiteit hebben ten opzichte van cognitieve tests (Lievens & Sackett, 2006; Salgado & Lado, 2000) en een kennistest (Oostrom et al., 2010). Dit was vooral het geval wanneer het criterium een maat is voor sociaal gedrag (Lievens & Sackett, 2006). In lijn met deze bevindingen valt het volgende te verwachten. 266 Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
11 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag Hypothese 2a: De video-sjt heeft incrementele validiteit ten opzichte van de cognitieve capaciteitentest en de persoonlijkheidsvragenlijst met betrekking tot het criterium professioneel gedrag. Binnen de categorie video-assessment is de mogelijk incrementele validiteit van de webcamtest ten opzichte van de video-sjt interessant. Omdat er een duidelijk verschil bestaat tussen de video-sjt, waarin de kandidaat moet weten hoe hij zich moet gedragen, en de webcamtest, waarin de kandidaat ook daadwerkelijk het gedrag moet vertonen, is de verwachting dat de webcamtest variantie in professioneel gedrag kan verklaren boven op de variantie die verklaard wordt door een video-sjt. Hypothese 2b: De webcamtest heeft incrementele validiteit ten opzichte van de video-sjt, de cognitieve capaciteitentest en de persoonlijkheidsvragenlijst met betrekking tot het criterium professioneel gedrag. Het is interessant voor potentiële gebruikers van de webcamtest om te weten of de test wordt beschouwd als een indruksvalide test. Uit enkele eerdere studies over video-assessment kwam naar voren dat video-assessment als indruksvalide wordt beschouwd (bijv. Cartney, 2005; Chan & Schmitt, 1997; O Reilly et al., 1994). Omdat de video-sjt en de webcamtest beide situationele videotests zijn, kan de volgende hypothese worden opgesteld. Hypothese 3: De webcamtest wordt door de kandidaat als een meer indruksvalide test beschouwd dan de cognitieve capaciteitentest en de persoonlijkheidsvragenlijst en als een tenminste even indruksvalide test als de video-sjt, voor het meten van leidinggevende kwaliteiten. 2 Methode 2.1 Participanten en procedure In totaal namen 106 psychologiestudenten (37 mannen en 69 vrouwen) deel aan het onderzoek. Zij waren gemiddeld jaar (SD = 2.85). Vijftig studenten zaten in het eerste jaar, 20 studenten in het tweede jaar en 36 studenten in het vierde jaar van de studie psychologie in de periode van testafname. Er deden geen studenten uit het derde jaar mee. Als criteria zijn alle beschikbare studiecijfers (tentamencijfers en cijfers op professioneel gedrag) vanaf het begin van de studie tot aan twee maanden na het afnamemoment van de gebruikte predictoren meegenomen. Omdat enkele studenten zijn ingestroomd van een andere studie of universiteit zijn niet van alle studenten de resultaten uit het eerste jaar beschikbaar. Van de onderzoeksgroep was 93% geboren in Nederland en de rest elders. De volgorde van de afname van de tests was at random, maar werd wel geregistreerd. De studenten kregen allen dezelfde instructies over het verloop van de afname. De indruksvaliditeit werd na afloop van iedere test gemeten. Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 267
12 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born 2.2 Instrumenten Predictoren Webcamtest Voor dit onderzoek is een webcamtest voor leidinggevende vaardigheden gebruikt (WCT-L). Bij de WCT-L zit de kandidaat voor het computerscherm. De kandidaat krijgt op het scherm eerst een uitgebreide uitleg van een acteur. De instructies zijn voor alle kandidaten gelijk en benadrukken het belang van het geven van een spontane reactie alsof de persoon uit het filmpje echt tegenover de kandidaat zit. Daarna krijgt de kandidaat de gelegenheid om een situatie te oefenen voordat de test begint. Per situatie krijgt de kandidaat eerst een gesproken inleiding te horen. Vervolgens verschijnt er een acteur op het scherm die rechtstreeks tegen de kandidaat spreekt. Daarna is het de bedoeling dat de kandidaat een reactie geeft in de webcam. De kandidaat heeft maximaal één minuut de tijd om een reactie in te spreken, maar kan de opname ook afbreken indien de reactie binnen de minuut is gegeven. De reacties worden opgenomen en achteraf beoordeeld door vier getrainde beoordelaars (een mannelijke en een vrouwelijke psychologiestudent en twee mannelijke sociologiestudenten, leeftijd: M = jaar, SD = 3.83). Deze beoordelaars kregen een training bestaande uit twee dagdelen waarin de nadruk werd gelegd op de inhoud van de competenties, het gebruik van de beoordelingsindicatoren en het eventueel verwoorden van de prestatie van de kandidaten op de situaties. Ook werden beoordelaarseffecten besproken en de mogelijkheden om deze te reduceren. Zo is er bij de WCT-L de mogelijkheid om verticaal te beoordelen, dat wil zeggen dat beoordelaars per situatie kunnen beoordelen in plaats van per kandidaat wat bijvoorbeeld het halo-effect kan tegengaan. Tussen de bijeenkomsten door kregen de beoordelaars de gelegenheid om het beoordelen te oefenen door de opnames van vier kandidaten te beoordelen. De beoordelaarsovereenstemming werd bekeken en de situaties waarbij er weinig consensus was tussen de beoordelingen werden uitvoerig besproken. Na deze training kregen de beoordelaars iedere week 10 kandidaten toegewezen die zij verticaal moesten beoordelen op een 5-puntsschaal van 1 (zeer ineffectief) tot 5 (zeer effectief). Voor het bepalen van de interbeoordelaarsovereenstemming is een intra-klasse correlatiecoëfficiënt (ICC) berekend. Iedere kandidaat werd beoordeeld door drie beoordelaars die willekeurig gekozen waren uit de vier beoordelaars. De beoordelaarsovereenstemming bleek voldoende hoog (ICC =.82). Voor dit onderzoek werd gebruikgemaakt van een webcamtest die speciaal was ontwikkeld voor het meten van leidinggevende kwaliteiten. De situaties zijn geschreven aan de hand van 10 criteriumgerichte interviews met ervaren leidinggevenden, ook de beoordelingsinstructies zijn gebaseerd op deze interviews. De test is afgenomen bij zes ervaren leidinggevenden om de beoordelingsinstructies uit te breiden en te verfijnen. Op advies van vier adviseurs (drie psychologen/leidinggevenden (m) en een leidinggevende (v), leeftijd: M = jaar, SD = 10.46) waren 10 situaties geselecteerd uit een set van 20 situaties. De adviseurs beoordeelden iedere situatie op drie criteria: (1) persoonsgericht leiderschap, (2) taak 268 Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
13 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag gericht leiderschap en (3) praktische relevantie. Met praktische relevantie werd aangeduid in welke mate een situatie beeldend is voor de realiteit. De uiteindelijke selectie bevat situaties die hoog scoorden op elk van deze criteria. De alfacoefficiënt voor deze 10 situaties is.83. De WCT-L beoogt de competenties persoonsgericht en taakgericht leidinggeven te meten. Bij iedere situatie wordt de reactie beoordeeld op deze twee competenties. Voor iedere situatie worden dus twee scores gegeven op een 5-puntsschaal. De keuze voor deze twee competenties is gebaseerd op de meta-analyse van Judge, Piccolo en Ilies (2004) waarin zij met behulp van statistische correcties 163 correlaties met persoonsgericht leidinggeven (Consideration) en 159 correlaties met taakgericht leidinggeven (Initiating Structure) bekeken. Hieruit bleek dat deze competenties beide hoog correleren met leiderschapsuitkomsten zoals de motivatie van de medewerker en de effectiviteit van de leider. Daarnaast bleken beide competenties duidelijk losse constructen te zijn. Judge en zijn collega s benadrukten de indrukwekkende consistentie van deze resultaten bij verschillende criteria en metingen, in verschillende bronnen en over een lange tijdsspanne. In de WCT-L correleerden persoonsgericht en taakgericht leidinggeven hoog met elkaar (r =.80, p <.01). Naar aanleiding van een principale componentenanalyse met varimax rotatie is ervoor gekozen om de situaties in de WCT-L niet op te splitsen in twee competenties. Zelfs bij het forceren van twee componenten blijven de resultaten erop duiden dat er geen sprake is van twee competenties. Ondanks dat de eerste vijf componenten een eigenwaarde hebben van meer dan één (respectievelijk EW1 = 6.73; EW2 = 1.91; EW3 = 1.68; EW4 = 1.44; EW5 = 1.09), is zichtbaar in een scree plot dat de webcamtest slechts één competentie lijkt te meten. Deze competentie heeft een verklaarde variantie van 33.65%. In de discussie wordt dieper ingegaan op dit gegeven. Voor het onderzoek zijn de scores van een kandidaat op beide competenties per situatie samengenomen als één score. Als totaalscore is een gemiddelde score over alle situaties op de WCT-L berekend. Video-SJT De video-sjt betreft de SQ-leidinggeven (Situational Questionnaire-leidinggeven, Van der Maesen & Koch, 2007). De SQ-leidinggeven meet inzicht in de vaardigheden van een leidinggevende. Net als de WCT-L is de SQ-leidinggeven gebaseerd op uitdagende praktijkgerichte situaties die vervaardigd zijn aan de hand van criteriumgerichte interviews met ervaren leidinggevenden. Iedere kandidaat krijgt voorafgaand aan de test dezelfde gesproken en geïllustreerde instructie. Er wordt duidelijk aangegeven dat de kandidaat de situaties moet beoordelen op effectiviteit. Daarna krijgen de kandidaten de gelegenheid om te oefenen alvorens de test begint. Zowel de situaties als de reacties worden in videovorm aangeboden. De test bestaat uit 17 situaties (α =.83). Bij elke situatie worden vier reacties gegeven die onafhankelijk van elkaar beoordeeld moeten worden op effectiviteit op basis van een 5-puntsschaal van 1 (niet effectief) tot 5 (effectief). De beoordeling van de kandidaat wordt vergeleken met de gemiddelde beoordeling van een expertgroep (15 ervaren managers die tezamen een interbeoordelaarsbetrouwbaarheid hadden van α =.93). Hoe hoger de overeenstemming tussen de kandidaat en het Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 269
14 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born gemiddelde van de expertgroep, hoe hoger de score van de kandidaat op de test. De score wordt weergegeven op een 100-puntsschaal. De dimensies die aan bod komen zijn aanspreken op resultaten, aanspreken op sociaal gedrag, motiveren en coachen. Zoals Judge en collega s (2004) omschrijven is taakgericht leidinggeven gericht op het behalen van resultaten en het aanbrengen van structuur en persoonsgericht leidinggeven gericht op het welzijn van de medewerker en het stimuleren en complimenteren van hem of haar. De eerste twee dimensies zouden daarom theoretisch aansluiten op taakgericht leidinggeven en de laatste twee op persoonsgericht leidinggeven. Omdat bij de WCT-L gekozen is voor het gebruik van de totaalscore op de test, is voor dit onderzoek ook alleen de totaalscore op de SQ-leidinggeven meegenomen. Cognitieve capaciteitentest Om de cognitieve capaciteiten van de kandidaten te meten, is gebruikgemaakt van de Captain test. De Captain test is een cognitieve capaciteitentest ontwikkeld door GITP en bestemd voor mensen met een hbo-opleiding of hoger (Van Leeuwen, 2006). De test beoogt de cognitieve capaciteiten van de kandidaat te meten. De test bestaat uit drie delen: (1) Figuren met een tijdslimiet van 15 minuten (30 items, α =.83; gebaseerd op een normgroep tot 2006, N = 248; niveau: 3% lbo, 28% mbo, 37% hbo, 32% universitair ), (2) Verbale analogieën met een tijdslimiet van 15 minuten (39 items, α =.90; gebaseerd op een onderzoeksgroep uit 2002, N = 1347; niveau: 100% wo) en (3) Cijferreeksen met een tijdslimiet van 18 minuten (25 items, α =.59; gebaseerd op een onderzoeksgroep uit 2002, N = 1167; niveau: 100% wo). Voor ieder correct item krijgt de kandidaat één punt. De onderlinge correlaties tussen de testonderdelen waren r =.28, p <.01 (Cijferreeksen en Verbale analogieën), r =.24, p <.01 (Cijferreeksen en Figuurreeksen) en r =.41, p <.01 ( Figuurreeksen en Verbale analogieën). Vanwege de lage betrouwbaarheid en de lagere intercorrelaties met de andere twee testonderdelen, is Cijferreeksen niet meegenomen in de totaalscore. Persoonlijkheidsvragenlijst De GITP Big Five-persoonlijkheidsvragenlijst G5R (Koch, 2003, zoals beschreven in Hoekstra, 2006) is gebruikt om de persoonlijkheidstrekken van de kandidaten in kaart te brengen. De vragenlijst beoogt vijf factoren te meten: (1) extraversie (27 items, α =.92), (2) vriendelijkheid (28 items, α =.83), (3) consciëntieusheid (40 items, α =.92), (4) stabiliteit (23 items, α =.88), en (5) openheid voor nieuwe ervaringen (47 items, α =.90). De interne consistentie is gebaseerd op een onderzoeksgroep uit 2002 (N = 1071; selectiecontext 60%; man 69%). Daarnaast wordt een score gegeven op zelfpresentatie (35 items, α =.93). Zelfpresentatie staat voor de gretigheid en de ambitie waarmee men zichzelf wil presenteren, zichzelf als krachtig, ambitieus, energiek en zelfverzekerd neerzetten (Koch, 2003, zoals beschreven in Hoekstra, 2006, p. 3). Zelfpresentatie correleerde daarnaast hoog met een aparte schaal die ingezet was voor het meten van sociale wenselijkheid. Resultaten op deze schaal dienen dan ook als aanvullende informatie bij de scores op de Big Five. Iedere factor wordt beoordeeld op een 5-puntsschaal. Soortgenootvaliditeit is onder andere aangetoond met de NEO (Hoekstra, 2006). De 270 Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
15 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag correlaties tussen de corresponderende schalen variëren van r = (p <.01, N = 260). Indruksvaliditeit Indruksvaliditeit geeft weer in hoeverre een kandidaat de test relevant vindt voor het bepalen van het niveau van werkrelevante kennis, vaardigheden en kwaliteiten (Cook, 2004). De indruksvaliditeit is gemeten door middel van een vertaalde en verkorte schaal van Smither, Reilly, Millsap en Stoffey (1993). De schaal bestaat uit zes items en is afgenomen na iedere test (WCT-L, SQ-leidinggeven, Captain en G5R). De alfacoëfficiënt wisselde per afnamemoment (α = ). Voorbeelditems zijn: Deze test is voor een leidinggevende functie relevant en Deze test voorspelt prestaties in een leidinggevende functie goed. Er is gebruikgemaakt van een 5-puntsschaal van 1 (helemaal niet akkoord) tot 5 (helemaal akkoord). Criteria Tentamencijfer Het gemiddelde tentamencijfer is berekend uit de cijfers (op een schaal van 1 tot 10) van tenminste vijf tentamens. De eerstejaars studenten hadden op het moment van meting vijf blokken afgerond. Voor de tweedejaars studenten kon het gemiddelde van maximaal 13 tentamencijfers worden genomen en voor de vierdejaars studenten kon het gemiddelde van maximaal 22 tentamencijfers worden genomen. Professioneel gedrag De cijfers voor professioneel gedrag worden door verschillende universitaire docenten gegeven aan de hand van een gestandaardiseerd scoreformulier. Iedere blokperiode begeleidt de docent een andere werkgroep. Aan het einde van ieder blok beoordeelt de docent alle studenten van zijn of haar werkgroep op professioneel gedrag. Dit gebeurt aan de hand van een gestandaardiseerd scoreformulier met 19 stellingen (bijlage 1). Dit scoreformulier bevat onderwerpen als vaardigheden als gespreksleider/voorzitter, vaardigheden als notulist en vaardigheden als groepslid. De stellingen worden beoordeeld op een 5-puntsschaal 1 (geheel oneens) tot 5 (geheel eens). Uit deze gegevens wordt automatisch een schoolcijfer berekend. Ook wordt de score per vraag berekend, deze wordt weergegeven op een 5-puntschaal. Uit een principale componentenanalyse met varimax rotatie bleek dat 18 van de 19 vragen op drie factoren laden. De verklaarde variantie is 75.81%. Slechts één stelling, die betrekking heeft op het al dan niet op tijd komen van de student, is buiten beschouwing gelaten. De factoren zijn literatuurbegrip (verklaarde variantie = 60.1%), voorzitterschap (verklaarde variantie = 9.6%) en betrokkenheid bij de groep (verklaarde variantie = 6.1%). Literatuurbegrip is het kunnen verwoorden, uitleggen en ter discussie stellen van de literatuur in de werkgroep. Deze schaal bestaat uit vijf items (α =.94) en bestaat uit items als De student creëerde diepgang in de discussie door bijvoorbeeld kritische vragen te stellen. De factor voorzitterschap (α =.92) bestaat ook uit vijf items. Een voor Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 271
16 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born beeld van een item is: De student stimuleerde als gespreksleider alle groepsleden om bij te dragen. Tot slot bestaat de schaal betrokkenheid uit 8 items (α =.93). Een voorbeeld van een item dat bij deze factor hoort is: De student had een geïnteresseerde, betrokken houding ten opzichte van de groep. Het gemiddelde van deze factoren (op een schaal van 1-5) is ook meegenomen in de analyses. 3 Resultaten 3.1 Beschrijvende resultaten Uit de correlatiematrix (zie tabel 2) komen enkele significante correlaties naar voren tussen geslacht en scores op de G5R (persoonlijkheidsvragenlijst) en op de SQ-leidinggeven (video-sjt met gesloten responsvorm). Vrouwen scoren beter op de SQ-leidinggeven (t = -2.12, p <.05), maar zijn minder extravert (t = 2.34, p <.01), minder emotioneel stabiel (t = 2.97, p <.01) en scoren lager op de factor zelfpresentatie (t = 3.56, p <.01) en openheid voor nieuwe ervaringen (t = 2.36, p <.05). Er bleek een verschil te zijn tussen de kandidaten die eerst de SQ-leidinggeven hadden gemaakt en de kandidaten die eerst de WCT-L (webcamtest) hadden gemaakt. Negenenveertig kandidaten hadden eerst de WCT-L en 56 kandidaten hadden eerst de SQ-leidinggeven gemaakt. De kandidaten die eerst de SQ-leidinggeven hadden gemaakt scoren significant hoger op de WCT-L (t = 2.35, p <.05). Andersom scoren de kandidaten die eerst de WCT-L hadden gemaakt niet significant beter op de SQ-leidinggeven (t = -0.27, ns). De score op de WCT-L en de score op de SQ-leidinggeven zijn ook significant met elkaar gecorreleerd (r =.22, p <.05). Scores op de WCT-L bleken verder gecorreleerd te zijn met extraversie (r =.24, p <.05), emotionele stabiliteit (r =.20, p <.05) en zelfpresentatie (r =.23, p <.05). Werkervaring noch leidinggevende ervaring bleek invloed te hebben op WCT-L scores (respectievelijk r =.15, ns; r =.16, ns). Leeftijd bleek wel significant gerelateerd te zijn aan de WCT-L (r =.32, p <.01), net als studiejaar (r =.47, p <.01). Werkervaring is significant gecorreleerd met de factor literatuurbegrip van het criterium professioneel gedrag. Leeftijd en studiejaar bleken, tot slot, gecorreleerd met de factor betrokkenheid van het criterium professioneel gedrag (resp. r =.22, p <.05; r =.24, p <.05). In de verdere analyses is gecontroleerd voor geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, werkervaring, leidinggevende ervaring en het volgordeeffect (dat wil zeggen of de kandidaat eerst de WCT-L of eerst de SQ-leidinggeven had gemaakt). 272 Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
17 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag Tabel 2 Intercorrelaties 1 Geslacht M SD Leeftijd Studiejaar ** - 4 Opleidingsniveau **.92** - 5 Werkervaring **.22*.19-6 Leidinggevende ervaring Volgorde-effect Figuurreeksen (.83) 9 Analogieën ** (.90) 10 Cognitieve capaciteiten **.84** - 11 SQ-leidinggeven * (.83) 12 WCT-L **.47**.46** * * (.83) 13 Extraversie *.08.23*.21* * (.92) 14 Vriendelijkheid * * (.83) 15 Consciëntieusheid *.33**.31** * -.23* * (.92) 16 Stabiliteit **.22* *.14.20* *.30** (.88) 17 Openheid * **.43**.16.35** (.90) 18 Zelfpresentatie ** *.67**.14.38**.41**.59** (.93) 19 Tentamencijfer *.15.20*.28** ** * ᵅ 20 Professioneel gedrag **.36** * ** (.88) 21 Voorzitterschap ** ** **.82** (.92) 22 Betrokkenheid *.24* *.36** * **.93**.77** (.93) 23 Literatuurbegrip *.23* **.23*.31**.26**.44**.20* **.90**.71**.82** (.94) Noot: * p <.05, ** p <.01 (tweezijdig getoetst). N = 106; M = gemiddelde; SD = standaarddeviatie; Geslacht (1 = man, 2 = vrouw); Leeftijd (min = 19, max = 35); Studiejaar (jaar 1 t/m 4); Werkervaring (schaal 1-5); Leidinggevende ervaring (schaal 1-5); Volgorde-effect ( = eerst de WCT-L gemaakt, 2 = eerst de SQ-leidinggeven gemaakt); Figuurreeksen (min = 75, max = 118); Analogieën (min = 79, max = 124); Cognitieve capaciteiten (min =78, max = 120); SQ-leidinggeven (situationele beoordelingstest, min =1, max = 100); WCT-L = webcamtest leidinggeven (min = 1, max = 100); Extraversie (5-puntsschaal ); Vriendelijkheid (5-puntsschaal); Consciëntieusheid (min = 5-puntsschaal); Emotionele stabiliteit (5-puntsschaal); Openheid voor nieuwe ervaringen (5-puntsschaal); Zelfpresentatie (5-puntsschaal); Tentamencijfer (min = 1, max = 10); Professioneel gedrag (min = 1, max = 10); Literatuurbegrip (5-punstschaal); Voorzitterschap (5-punstschaal); Betrokkenheid (5-punstschaal). Op de diagonaal zijn de betrouwbaarheden weergeven; a : betrouwbaarheid van het tentamen is irrelevant omdat ieder blok andere onderwerpen getoetst worden. Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 273
18 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born 3.2 De criteriumgerelateerde validiteit van de WCT-L De eerste hypothese stelde dat de SQ-leidinggeven met betrekking tot beide criteria criteriumgerelateerde validiteit zou hebben. Daarnaast werd verondersteld dat de WCT-L alleen criteriumgerelateerde validiteit zou hebben met betrekking tot het criterium professioneel gedrag. De WCT-L heeft volgens deze hypothese geen criteriumgerelateerde validiteit met betrekking tot het criterium gemiddeld tentamencijfer. Om deze hypothesen te toetsen werden allereerst correlaties berekend. De WCT-L bleek hoog gecorreleerd met het criterium professioneel gedrag (r =.36, p <.01), maar niet significant met het gemiddelde tentamencijfer (r =.11, ns). Uit een Fisher z-transformatie bleek dat de correlaties significant van elkaar verschillen (z = -2.80, p <.01). Vervolgens is een regressieanalyse uitgevoerd voor zowel de SQ-leidinggeven als de WCT-L met de criteria gemiddeld tentamencijfer en professioneel gedrag. Hierbij is gecontroleerd voor geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, werkervaring, leidinggevende ervaring en het volgorde-effect. De resultaten staan in tabel 3. Hier is zichtbaar dat de WCT-L wel met betrekking tot professioneel gedrag criteriumgerelateerde validiteit heeft (ΔR² =.09; F = 10.50, p <.01; β =.37, p <.01), maar niet met betrekking tot het tentamencijfer. De SQleidinggeven daarentegen heeft zowel criteriumgerelateerde validiteit met betrekking tot professioneel gedrag (ΔR² =.06; F = 6.63, p <.05; β =.26, p <.05), als met betrekking tot het tentamencijfer (ΔR² =.07; F = 7.77, p <.01; β =.28, p <.01). Met deze onderzoeksresultaten kan de eerste hypothese bevestigd worden. 3.3 Incrementele validiteit van de WCT-L Hypothese 2a voorspelde dat de SQ-leidinggeven incrementele validiteit zou hebben ten opzichte van cognitieve capaciteiten en persoonlijkheid in de voorspelling van het criterium professioneel gedrag. Hypothese 2b voorspelde dat de WCT-L incrementele validiteit zou hebben ten opzichte van de Captain (cognitieve capaciteitentest), de G5R (persoonlijkheidsvragenlijst) en de SQ-leidinggeven in de voorspelling van het criterium professioneel gedrag. Een stapsgewijze lineaire regressieanalyse werd uitgevoerd, waarbij de SQ-leidinggeven in de op één na laatste en WCT-L in de laatste stap is toegevoegd. Tabel 4 geeft de resultaten weer. 274 Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
19 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag Tabel 3 Voorspellende waarde van de WCT-L en de SQ-leidinggeven voor het gemiddelde cijfer op professioneel gedrag en het gemiddelde tentamencijfer Onderzochte predictor Professioneel gedrag Tentamencijfer Predictor β R² ΔR² F Change β R² ΔR² F Change WCT-L Geslacht , ,74 Stap 1 Leeftijd Studiejaar Opleiding (vwo/bachelor) Werkervaring Leidinggevende ervaring Volgorde-effect Stap 2 WCT-L.37** ,50** ,05 SQ-leidinggeven Geslacht , ,81 Stap 1 Leeftijd Studiejaar Opleiding (vwo/bachelor) Werkervaring Leidinggevende ervaring Volgorde-effect Stap 2 SQ-leidinggeven.26* ,63*.28** ,77** Noot * p <.05, ** p <.01 (eenzijdig getoetst). N = 106; Bèta-gewichten zijn van de laatste stap. Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 275
20 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born Tabel 4 Incrementele validiteit van de WCT-L met betrekking tot de criteria professioneel gedrag en voorzitterschap Professioneel gedrag Voorzitterschap Predictor β R² ΔR² F Change β R² ΔR² F Change Stap 1 Geslacht , ,54 Leeftijd Studiejaar Opleiding (vwo/bachelor) Werkervaring Leidinggevende ervaring Volgorde-effect Stap 2 Cognitieve capaciteiten , ,18 Stap 3 Extraversie.33* , ,08 Vriendelijkheid Consciëntieusheid.33**.40** Stabiliteit Openheid Zelfpresentatie Stap 4 SQ-leidinggeven.30* ,26** ,45 Stap 5 WCT-L.35** ,81**.38** ,84** Noot * p <.05, ** p <.01 (eenzijdig getoetst). N = 106; Bèta-gewichten zijn van de laatste stap. 276 Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
21 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag Tabel 5 Indruksvaliditeit: een vergelijking van de WCT-L met de Captain, de G5R en de SQ-leidinggeven Indruksvaliditeit M SD M-verschil met WCT-L t WCT-L Captain ** G5R ** SQ-leidinggeven * Noot * p <.05, ** p <.01 (eenzijdig getoetst). N = 106. Indruksvaliditeit wordt weergegeven op een schaal van 1 = helemaal niet akkoord tot 5 = helemaal akkoord. M-verschil met WCT-L = het gemiddelde van de WCT-L minus het gemiddelde van de desbetreffende test. De toevoeging van de SQ-leidinggeven (β =.30, p <.05) aan het model resulteerde in een totale verklaarde variantie van 26%, met een toename van 9% (F = 9.26, p <.01) boven op de demografische gegevens, de Captain en de G5R. De verklaarde variantie van het volledige model, inclusief de WCT-L (β =.35, p <.01) is 34% (ΔR² =.08), wat een sterk effect suggereert (F = 9.81, p <.01). Bij het voorspellen van professioneel gedrag onder studenten bleek de SQ-leidinggeven naast een Captain en de G5R toegevoegde waarde te hebben, maar ook het toevoegen van de WCT-L had meerwaarde. Zowel hypothese 2a als 2b kan dus bevestigd worden. Het meest interessante aspect van professioneel gedrag in relatie tot de WCT-L is de factor voorzitterschap van het criterium professioneel gedrag. Daarom is met deze factor als afhankelijke variabele nog een afzonderlijke stapsgewijze lineaire regressieanalyse uitgevoerd. Wanneer alleen de factor voorzitterschap (tabel 4) wordt voorspeld door de verschillende predictoren, bleek dat alleen consciëntieusheid van de G5R een significant bèta-gewicht heeft (β =.40, p <.01). De G5R in het geheel en de SQ-leidinggeven voegden aan de voorspelling van voorzitterschap niets toe. De WCT-L verklaarde wel extra variantie in voorzitterschap ten opzichte van de demografische gegevens, de Captain, de G5R en de SQ-leidinggeven (ΔR² =.09; F = 9.84, p <.01; β =.38, p <.01). Dit model verklaart 28% van de variantie. 3.4 Indruksvaliditeit De derde hypothese stelde dat de WCT-L door de student als een meer indruksvalide test beschouwd zou worden in vergelijking met de Captain en de G5R, en dat de WCT-L als tenminste even indruksvalide beschouwd zou worden als de SQleidinggeven voor het meten van leidinggevende kwaliteiten. Voor een vergelijking met de SQ-leidinggeven, de Captain en de G5R is een gepaarde t-toets uitgevoerd (zie tabel 5). Hieruit bleek dat de kandidaten de WCT-L (M = 3.90, SD = 0.58) significant meer indruksvalide vonden voor het meten van leidinggevende kwaliteiten dan de Captain (M = 3.17, SD = 0.75) en de G5R (M = 3.69, SD = 0.57; respectievelijk: t = 7.45, p <.01 en t = 3.09, p <.01), maar minder dan de SQ-leidinggeven (M = 4.02, SD = 0.48; t = 1.90, p <.05). Op basis van deze resultaten wordt de hypothese gedeeltelijk ondersteund. Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 277
22 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born 4 Discussie en conclusie 4.1 De belangrijkste bevindingen Dit onderzoek had als doel om de voorspellende waarde na te gaan van een nieuw selectie-instrument, namelijk de webcamtest. Daarnaast is bestudeerd of deze test een toegevoegde waarde heeft ten opzichte van gangbare selectie-instrumenten, namelijk een cognitieve capaciteitentest en een persoonlijkheidsvragenlijst. Ook is nagegaan of de webcamtest incrementele validiteit heeft ten opzichte van een video-sjt. Hiervoor zijn twee criteria bekeken, het gemiddelde cijfer op professioneel gedrag, een meting van typische prestatie, en het gemiddelde cijfer op tentamens, een meting van maximale prestatie. Tot slot is onderzocht hoe indruksvalide de studenten de webcamtest vonden ten opzichte van de andere instrumenten. De video-sjt had criteriumgerelateerde validiteit met betrekking tot zowel professionel gedrag als tentamencijfers. De webcamtest bleek alleen met betrekking tot professioneel gedrag criteriumgerelateerde validiteit te hebben. Dit is een interessante bevinding voor de veronderstelling dat de webcamtest voorspellende waarde zou hebben voor een maat van typische prestatie, maar niet voor een maat van maximale prestatie. Daarentegen had de video-sjt naast voorspellende waarde voor de maat voor typische prestatie ook voorspellende waarde voor de maat voor maximale prestatie. Dit sluit aan bij de onderzoeksresultaten van Klehe en Latham (2007) die aantoonden dat een situationeel interview (in vergelijking met de video-sjt) zowel typische als maximale prestatie voorspelde en dat het gedragsbeschrijvende interview (in vergelijking met de webcamtest) alleen typische prestatie voorspelde. Daarnaast kan een vergelijking getrokken worden met de onderzoeksresultaten van Lievens en Sackett (2006). Zij toonden aan dat video-assessment beter een interpersoonlijk criterium voorspelt dan cognitieve capaciteiten. Uit het huidige onderzoek bleek ook dat beide video-assessments (webcamtest en video-sjt) voorspellende waarde hebben voor de totaalscore op professioneel gedrag maar de cognitieve capaciteitentest niet. Een stapsgewijze regressieanalyse toonde aan dat de video-sjt toegevoegde waarde had in de voorspelling van professioneel gedrag. Zowel voor professioneel gedrag als voor de factor voorzitterschap verklaarde de webcamtest variantie boven op de variantie die verklaard werd door demografische gegevens, de cognitieve capaciteitentest, de persoonlijkheidvragenlijst en de video-sjt. De stijging in verklaarde variantie is weliswaar niet bijzonder hoog (voor de video-sjt 9% en voor de webcamtest 8%), toch kan een paar procenten meer in verklaarde variantie een aanzienlijke toename in utiliteit betekenen (Van der Maesen de Sombreff, 1992). De webcamtest bleek naast de persoonlijkheidsfactor consciëntieusheid, de enige test die het gedrag als voorzitter in een werkgroep goed voorspelde. Dit heeft een belangrijke implicatie voor de begripsvaliditeit van de webcamtest, die leidinggevende vaardigheden beoogde te meten. Een kanttekening hierbij is dat de webcamtest ook hoog correleerde met literatuurbegrip. Een verklaring zou kunnen 278 Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
23 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag zijn dat de factor literatuurbegrip een ruimer begrip meet, namelijk het vermogen om grote hoeveelheden informatie te begrijpen, te integreren, te verwoorden en uit te leggen. Salgado en Lado (2000) stelden al dat er veelal vakinhoudelijke kennis nodig is om een adequate reactie te geven in situationele tests. Met deze bredere interpretatie van de component literatuurbegrip zou dit kunnen betekenen dat om een hoge score te behalen op een situationele test, de kandidaat inzicht in en begrip van informatie nodig heeft. Literatuurbegrip correleert namelijk ook hoog met de cognitieve capaciteitentest en de video-sjt. De deelnemers vonden de webcamtest meer indruksvalide dan de cognitieve capaciteitentest en de persoonlijkheidsvragenlijst, maar zij vonden de video-sjt meer indruksvalide dan de webcamtest. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat kandidaten het onnatuurlijk vinden om tegen een beeldscherm te praten wat als gevolg heeft dat zij de test minder indruksvalide vinden. Een andere verklaring hiervoor kan zijn dat de kandidaten meer bekend zijn met SJT s, meer van de validiteit van SJT s afweten en daarom de video-sjt als meer indruksvalide beoordelen dan de webcamtest. 4.2 Beperkingen van dit onderzoek en suggesties voor verder onderzoek Een eerste onderwerp dat van belang is om verder te onderzoeken is het feit dat taakgericht en persoonsgericht leidinggeven (de competenties van de WCT-L) niet als afzonderlijke factoren uit de factoranalyse zijn gekomen. De hoge correlatie tussen deze twee competenties is te verwachten, immers een goede reactie in een bepaalde situatie vraagt om zowel een persoonsgerichte als een taakgerichte aanpak (Judge et al., 2004). Judge en collega s (2004) toonden aan dat de correlatie tussen persoonsgericht leidinggeven en taakgericht leidinggeven erg verschilt per meetinstrument. Bij de ene vragenlijst was de gemiddelde geobserveerde correlatie tussen de twee competenties r =.36 en bij een andere vragenlijst r = Dit is lang niet zo hoog als de correlatie die in dit onderzoek naar voren kwam (r =.80), maar het kan zijn dat, bij het beoordelen van geobserveerd gedrag, het lastiger is om de competenties te scheiden dan bij het beoordelen van een schriftelijke test of vragenlijst. De beoordelaars beoordeelden wel verticaal per situatie, maar iedere situatie werd op twee verschillende competenties beoordeeld. Het kan zijn dat door beoordelaarseffecten als het halo-effect de beoordelaars zowel de taakgerichte component als de persoonsgerichte component gelijkwaardig hebben beoordeeld ondanks het eventuele verschil in prestatie op beide competenties. Een interessant gegeven dat naar voren is gekomen in dit onderzoek is dat de webcamtest onderhevig lijkt aan leereffecten. Oudere studenten, studenten uit een hoger studiejaar en studenten die eerst de video-sjt hadden gemaakt, scoorden significant hoger op de webcamtest. In de analyses is weliswaar gecontroleerd voor deze variabelen, maar het feit dat een kandidaat door ervaring beter kan worden in het maken van de webcamtest is een gegeven dat benoemd moet worden. Anderzijds is dit ook een interessante implicatie voor video-sjt s. In lijn met de sociale leertheorie (Bandura, 1977) leren studenten blijkbaar van simpelweg situaties en reacties observeren. Een video-sjt kan daarmee een interessante trainingstool zijn. Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 279
24 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born Ook zijn enkele significante correlaties gevonden tussen de score op de webcamtest en schalen van de persoonlijkheidsvragenlijst. De score op de webcamtest is bijvoorbeeld positief gecorreleerd met emotionele stabiliteit. Wanneer een kandidaat een lage emotionele stabiliteit heeft, is hij of zij angstiger, zelfbewuster en gevoeliger (Judge, Higgins, Thoreson & Barrick, 1999). Deze eigenschappen kunnen het presteren op een webcamtest beïnvloeden. Daarnaast was zelfpresentatie positief gecorreleerd met scores op de webcamtest. Hogere scores op de facetten dominantie en energie zijn positief gecorreleerd met scores op de webcamtest. Het zou kunnen zijn dat deze studenten energieker en overtuigender overkomen dan mensen met lagere scores op deze facetten, waardoor zij beter hebben gepresteerd op de webcamtest. Ook extraversie is positief gecorreleerd met scores op de webcamtest. Het gaat hier dan met name om de facetten zelfvertoon en onbeschroomdheid. Een onbeschroomde student vindt het wellicht minder eng om zichzelf te presenteren voor een webcam en is daardoor in staat tot het geven van een effectievere reactie. In de huidige studie zijn de criteriumscores voor, tijdens en na de afname van de predictorscores verzameld. Het tegelijkertijd meten van voorspeller en criterium (concurrente validiteit) of het verzamelen van criteriumgegevens voordat de predictoren gemeten worden (retrospectieve validiteit) kan echter andere resultaten opleveren dan wanneer de voorspeller eerder gemeten wordt dan het criterium (McDaniel et al., 2001). Cook (2004) noemt de veronderstelde problemen met betrekking tot concurrente validiteit. Zo is causaliteit een verondersteld probleem, maar bijvoorbeeld ook restriction of range. Van Iddekinge en Ployhart (2008) beschrijven in hun overzicht van ontwikkelingen in de criteriumgerelateerde validiteit van selectieprocedures, dat er bij het verzamelen van criteriumscores ook rekening gehouden dient te worden met de dynamiek van prestatie (werknemers gaan bijvoorbeeld na verloop van tijd beter presteren door persoonlijke groei). Van Iddekinge en Ployhart benadrukken echter dat ondanks deze dynamiek, concurrente validiteitsgegevens gebruikt kunnen worden om prestaties te voorspellen. Daarnaast vonden Weekley, Ployhart en Harold (2004) in hun onderzoek geen verschil in concurrente en predictieve validiteit van SJT s. Niet alleen in het kader van onderzoek naar de psychometrische kwaliteiten van webcamtests, maar ook in het kader van verschillen tussen concurrente validiteit en predictieve validiteit is het interessant om bij dezelfde groep studenten over enkele jaren nogmaals criteriumgegevens te verzamelen om de voorspellende waarde van de webcamtest op lange termijn in kaart te brengen. Een ander methodologisch punt dat aangehaald moet worden is het gegeven dat de cognitieve capaciteitentest al niet correleerde met het criterium professioneel gedrag. Het is dan een logisch gevolg dat bij een regressieanalyse de video-sjt en de webcamtest, die wel correleerden met professioneel gedrag, een toegevoegde waarde hebben bij de voorspelling van dit criterium. Critici zouden zich kunnen afvragen of hier daarom wel gesproken mag worden van incrementele validiteit. De reden dat de cognitieve capaciteitentest toch is meegenomen in de analyses en in de conclusie is tweeledig. Enerzijds is de waarde van cognitieve capaciteiten bij de voorspelling van werk en studiesucces veelal aangetoond (bijv. Schmidt & Hunter, 1998). Theoretisch ligt het daarmee in de lijn der verwachtingen dat cog 280 Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
25 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag nitieve capaciteiten invloed zouden hebben op professioneel gedrag dat, ondanks de sociale component, nog steeds een maat van studiesucces is. Anderzijds blijkt dat één factor van professioneel gedrag, literatuurbegrip, wel correleert met de cognitieve capaciteitentest (r =.31, p <.01). Het weglaten van de cognitieve capaciteitentest uit de analyses alsmede de conclusie zou daarmee een onvolledig beeld scheppen. Een andere beperking van dit onderzoek is dat de onderzoeksgroep enkel uit studenten bestond. In deze studie was het niet haalbaar om andere proefpersonen dan studenten mee te nemen in de onderzoeksgroep. Het nadeel hiervan is dat er voor de studenten niets afhing van de tests. Dit kan op verschillende manieren invloed hebben gehad op de resultaten. Zo kunnen de studenten minder gemotiveerd zijn geweest dan wanneer zij in een echte selectiecontext de tests zouden moeten maken. Ryan en Ployhart (2000) benadrukken dat studenten geen goede surrogaten zijn voor echte sollicitanten. Het is daarom raadzaam om onderzoek naar de webcamtest te doen in een selectiecontext. Verder kwam in dit onderzoek naar voren dat het aantal jaren werkervaring en het aantal jaren ervaring in een leidinggevende functie geen invloed had op de prestatie op de webcamtest. Omdat het type werk erg kan verschillen tussen studenten, zou het kunnen zijn dat er wel degelijk een effect is van werk- en leidinggevende ervaring, maar dat dat in dit onderzoek niet naar voren komt. Vaak hebben studenten een bijbaan van middelbaar niveau waar zij wellicht niet zwaar aan tillen, denk hierbij aan bijvoorbeeld werk in de horeca of in een kledingwinkel. Voor toekomstig onderzoek zou het interessant zijn om werknemers uit verschillende branches te testen, met en zonder ervaring als leidinggevende. Tot slot zijn de kandidaat-percepties interessant om verder uit te diepen. Onderwerpen waar aan gedacht kan worden zijn testmotivatie, testangst, computerangst, prestatieangst en het al dan niet leuk vinden van de test. Gekeken kan worden naar de invloed van percepties op prestatie en indruksvaliditeit. Dit onderzoek kan verder geen uitsluitsel geven over de redenen waarom kandidaten de webcamtest minder indruksvalide vonden dan de video-sjt. Het zou met betrekking tot verdere testontwikkeling interessant kunnen zijn om een kwalitatief onderzoek te doen naar de meningen van de kandidaten over de webcamtest. Onderzoek naar de webcamtest staat in de kinderschoenen, maar de resultaten tot nu toe zijn veelbelovend. Deze studie heeft een aanzet gegeven om de kwaliteiten van de webcamtest verder te onderzoeken. Praktijkbox De webcamtest is een innovatief video-assessment dat net als een rollenspel en een werksimulatie gericht is op het meten van gedrag van kandidaten. De webcamtest is een betrouwbaar instrument dat een voorspellende en toegevoegde waarde heeft ten aanzien van een cognitieve capaciteitentest, een persoonlijkheidsvragenlijst en een video- SJT met gesloten responsvorm bij het meten van professioneel gedrag (deze studie). Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 281
26 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born Testgebruikers kunnen eerder de webcamtest gebruiken dan het rollenspel en een werksimulatie wanneer assessoren en/of kandidaten bijvoorbeeld niet ter plaatse aanwezig kunnen zijn, als de beoordelaars onafhankelijk van elkaar (zonder elkaar te beïnvloeden) willen beoordelen of als zij standaardisatie verkiezen boven interactie. De webcamtest lijkt eerder typische prestatie dan maximale prestatie te meten. Testgebruikers kunnen in het geval waarin zij op zoek zijn naar een meting van typische prestatie beter een webcamtest dan een video-sjt met gesloten responsvorm inzetten. The webcam test as a predictor of professional behavior Marit Op de Beek, Janneke Oostrom & Marise Born, Gedrag & Organisatie, volume 24, September 2011, nr 3, pp The webcam test is a new video assessment designed to measure social competencies. The main purpose of this study was to investigate the criterion-related validity of the webcam test and its incremental validity over and above a cognitive ability test, a personality questionnaire and a video-based situational judgment test. The sample consisted of 106 psychology students. In line with our expectations, the webcam test showed a significant correlation with the criterion professional behavior, a questionnaire about students motivation, chairmanship and preparation. Furthermore, the webcam test showed incremental validity over and above the other selection tests. Participants perceived the webcamtest as more face valid than the cognitive ability test and the personality questionnaire. However, the video-based situational judgment test was perceived as more face valid than the webcamtest. Limitations of this study and suggestions for further study are discussed. Keywords: personnel selection, webcam testing, multimedia testing, video testing, face validity Literatuur Ardts, J. (2006). De nieuwe context. In G. Smit, H. Verhoeven & A. Driessen (Eds.), Personeelsselectie en assessment: Wetenschap in de praktijk (p. 2-10). Assen, Nederland: Koninklijke Van Gorcum BV. Bandura, A. (1977). Self-efficacy: Toward a unifying theory of behavioral change. Psychological Review, 84, Barrett, G.V., Phillips, J.S., & Alexander, R.A. (1981). Concurrent and predictive validity designs: A critical reanalysis. Journal of Applied Psychology, 66, 1-6. Cartney, P. (2006). Using video interviewing in the assessment of social work communication skills. British Journal of Social Work, 36, Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
27 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag Chan, D. & Schmitt, N. (1997). Video-based versus paper-and-pencil method of assessment in situational judgment tests: Subgroup differences in test performance and face validity perceptions. Journal of Applied Psychology, 82, Christian, M.S., Edwards, B.D., & Bradley, J.C. (2010). Situational judgment tests: Constructs assessed and a meta-analysis of their criterion-related validity. Personnel Psychology, 63, Cook, M. (2004). Personnel selection: Adding value through people (4 th ed.). Chichester: John Wiley & Sons Ltd. Derous, E., Van der Velde, M.E.G., & Born, M.P. (2011). Terug van nooit weggeweest: Inleiding op de nieuwe reeks Werving en Selectie. Gedrag en Organisatie, 24, Dipboye, R.L., Wooten, K., & Halverson, S.F. (2004). Behavioral and situational interviews. In M. Hersen (Ed.), Comprehensive Handbook of Psychological Assessment (pp ). Hoboken, New Jersey: John Wiley & Sons Inc. Hausknecht, J.P., Day, D.V., & Thomas, S.C. (2004). Application reactions to selection procedures: An updated model and meta-analysis. Personnel Psychology, 57, Hoekstra, H. (2006). Test informatie G5R. GITP INTERNATIONAL BV Versie 1.0.doc. Ironson, G.H., Guion, R.M., & Ostrander, M. (1982). Adverse impact from a psychometric perspective. Journal of Applied Psychology, 67, Judge, T.A., Higgins, C.A., Thoreson, C.J., Barrick, M.R. (1999). The Big Five personality traits, general mental ability, and career success across the life span. Personnel Psychology, 3, Judge, T.A, Piccolo, R.F., & Ilies, R. (2004). The forgotten ones? The validity of consideration and initiating structure in leadership research. Journal of Applied Psychology, 89, Klehe, U.C. & Latham, G. (2006). What would you do really or ideally? Constructs underlying the behavior description interview and the situational interview in predicting typical versus maximum performance. Human Performance, 19, Kunda, Z. (1999). Social cognition: Making sense of people. Cambridge, Mass.: MIT Press. Lievens, F. (1998). Factors which improve the construct validity of assessment centers: A review. International Journal of Selection and Assessment, 6, Lievens, F., Van Dam, K., & Anderson, N. (2002). Recent trends and challenges in personnel selection. Personnel Review, 31, Lievens, F. & Sackett, P.F. (2006). Video-Based versus written situational judgement tests: A comparison in terms of predictive validity. Journal of Applied Psychology, 91, Lievens, F. & Thornton, G.C., III. (2005). Assessment centers: Recent developments in practice and research. In A. Evers, O. Smit-Voskuijl & N. Anderson (Eds.), Handbook of selection (pp ). London: Blackwell. McDaniel, M.A., Hartman, N.S., Whetzel, D.L., & Grubb III, W.L. (2007). Situational judgment tests, response instructions, and validity: A meta-analysis. Personnel Psychology, 6, McDaniel, M.A., Morgeson, F.P., Finnegan, E.B. & Campion, M.A. (2001). Use of situational judgment tests to predict job performance: A clarification of the literature. Journal of Applied Psychology, 86, Motowidlo, S.J., Brownlee, A.L., & Schmit, M.J. (2008). Effects of personality characteristics on knowledge, skill, and performance in servicing retail customers. International Journal of Selection and Assessment, 16, Oostrom, J.K., Born, M.Ph., Serlie, A.W., & Van der Molen, H.T. (2010). Webcam testing: Validation of an innovative open-ended multimedia test. European Journal of Work and Organizational Psychology, 19, Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 283
28 Marit R.E. Op de Beek, Janneke K. Oostrom & Marise Ph. Born O Reilly, J.M., Hubbard, M.L., Lessler, J.T., Biemer, P.P., & Turner, C.F. (1994). Audio and video computer assisted self-interviewing: Preliminary tests of new technologies for data collection. Journal of Official Statistics, 1, Ployhart, R.E. & Ehrhart, M.G. (2003). Be careful what you ask for: Effects of response instructions on the construct validity and reliability of situational judgement tests. International Journal of Selection and Assessment, 11, Richman-Hirsch, W.L., Olson-Buchanan, J.B., & Drasgow, F. (2000). Examining the impact of administration medium on examinee perceptions and attitudes. Journal of Applied Psychology, 85, Ryan, A.M. & Ployhart, R.E. (2000). Applicants perceptions of selection procedures and decisions: A critical review and agenda for the future. Journal of Management, 26, Sackett, P.R., Zedeck, S., & Fogli, L. (1988). Relations between measures of typical and maximum job performance. Journal of Applied Psychology, 73, Salgado, J.F. & Lado, M. (2000). Validity generalization of video tests for predicting job performance ratings. Paper presented at the 15th Annual Conference of the Society of Industrial and Organisational Psychology, April, New Orleans. Schmidt, F.L. & Hunter, J.E. (1998). The validity and utility of selection methods in personnel psychology: Practical and theoretical implications of 85 years of research findings. Psychological Bulletin, 124, Smither, J.W., Reilly, R.R., Millsap, R.E., & Stoffey, R.W. (1993). Applicant reactions to selection procedures. Personnel Psychology, 46, Stricker, L.J. (1982). Interpersonal competence instrument: Development and preliminary findings. Applied Psychological Measurement, 6, Van der Maesen de Sombreff, P.E.A.M. (1992). Het rendement van personeelsselectie. Proefschrift Rijksuniversiteit Groningen. Van der Maesen, P.E.A.M. (2005). Webcamtest voor actieve sociale vaardigheden. Gedownload op 30 oktober 2007 van: %20algemeen.pdf Van der Maesen, P.E.A.M. & Koch, B.P.N. (2007). Achtergrond & onderzoek. Gedownload op 3 maart 2008 van: Van Iddekinge, C.H., & Ployhart, R.E. (2008). Developments in the criterion-related validation of selection procedures: A critical review and recommendations for practice. Personnel Psychology, 61, Van Leeuwen, R. (2006). Test informatie Captain. GITP INTERNATIONAL BV Versie 1.0.doc. Weekley, J.A. & Jones, C. (1997). Video-based situational testing. Personnel Psychology, 50, Weekley, J.A., Ployhart, R.E., & Harold, C.M. (2004). Personality and situational judgment tests across applicant and incumbent settings: An examination of validity, measurement, and subgroup differences. Human Performance, 17, Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3
29 De webcamtest als voorspeller van professioneel gedrag Bijlage 1 Naam factor Voorzitterschap Betrokkenheid Literatuurbegrip Factoren van professioneel gedrag Vragen behorende bij de factor 1) Als gespreksleider had de student zich goed voorbereid en had hij/zij een duidelijk overzicht van wat er besproken moest worden. 2) Als gespreksleider zorgde de student voor duidelijke structuur in de bespreking van het probleem. 3) De timing en de kwaliteit van de samenvattingen van de student als gespreksleider waren goed. 4) De student stimuleerde als gespreksleider alle groepsleden om bij te dragen. 5) De student stelde als gespreksleider concrete vragen aan de groep om diepgang in de discussie te stimuleren. 6) De student slaagde erin als notulist zelfstandig bijdragen van groepsleden kort en helder samen te vatten op het bord. 7) De student gaf blijk van goede zelfstudie. 10) De student had extra, relevante literatuur bestudeerd boven op de minimale eis van twee bronnen per probleem. 13) De student nam actief deel aan de brainstorm en de probleemanalyse. 14) De student nam actief deel aan de nabespreking van de problemen. 15) De student was tijdens de voor- en nabespreking gemotiveerd om de problemen tot in de details uit te werken. 18) De student luisterde actief naar de bijdragen van andere groepsleden. 19) De student had een geïnteresseerde, betrokken houding ten opzichte van de groep. 8) De bijdragen van de student aan de nabespreking waren inhoudelijk van hoog niveau. 9) De student was in staat onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken in de literatuur. 11) De student was in staat de bestudeerde stof in eigen woorden uit te leggen. 16) De student creëerde diepgang in de discussie door bijvoorbeeld kritische vragen te stellen. 17) De student zocht uit zichzelf naar verbanden tussen theorieën en/of bijdragen van groepsleden. Gedrag & Organisatie 2011 (24) 3 285
De ontwikkeling van een video-
De ontwikkeling van een video- based Situational Judgment Test Lonneke A. L. de Meijer en Marise Ph. Born Erasmus Universiteit Rotterdam Jaap van Zielst De Politieacademie Henk T. van der Molen Erasmus
Moderne technologie bij assessment en selectie van personeel
Moderne technologie bij assessment en selectie van personeel prof.dr. Marise Ph. Born, Erasmus Universiteit Rotterdam, Instituut voor Psychologie en Vrije Universiteit Amsterdam, Vakgroep Sociale & Organisatiepsychologie
Een onderzoek naar de predictieve, incrementele en indruksvaliditeit van de webcamtest
De Webcamtest Een onderzoek naar de predictieve, incrementele en indruksvaliditeit van de webcamtest Masterthesis Augustus 2008 Door: Marit Op de Beek Studentnummer: 288172 Begeleiding: Janneke Oostrom
Alles over Assessments: Validiteit, Referenties, Cv s en Contextualisatie. NIP 11 september 2015 Marise Born
Alles over Assessments: Validiteit, Referenties, Cv s en Contextualisatie NIP 11 september 2015 Marise Born [email protected] de validiteitsbijbel van Schmidt& Hunter 1998: Onderzoeksresultaten geïntegreerd
03.03.2010 Conferentie Studiesucces
03.03.2010 Conferentie Studiesucces Anita de Vries [email protected] [email protected] 1/40 03.03.2010 Conferentie Studiesucces Persoonlijkheid als voorspeller van Studieprestatie & Contraproductief
Personeelsselectie: Van de theorie naar de praktijk
Personeelsselectie: Van de theorie naar de praktijk Janneke K. Oostrom 01-10-2015 NOA Symposium 1 Interviews Personnel Psychology, 1949 01-10-2015 NOA Symposium 2 Gestructureerde interviews Baseer vragen
Multiculturele sensitiviteit in selectieprocedures
Multiculturele sensitiviteit in selectieprocedures Marise Born Zeist, 9 oktober 2018 Psychologen in Bedrijf Erasmus University Rotterdam Selectieprocedures Overview Deductie-keten (ISO 10667) Organisatiedoelen
6DPHQYDWWLQJ. De studie psychologie aan de Open Universiteit Nederland (OUNL) kent een hoge uitval.
6DPHQYDWWLQJ De studie psychologie aan de Open Universiteit Nederland (OUNL) kent een hoge uitval. Van de ongeveer 1200 studenten die per jaar instromen, valt de helft binnen drie maanden af. Om een antwoord
Predictieve validiteit van Cebirtests. Studie 1: criteriumvaliditeit in de bewakingsector
Predictieve validiteit van Cebirtests Inleiding Het bepalen van de predictieve validiteit van een test is in het selectiegebeuren van uitzonderlijk belang. Spijtig genoeg zijn de gelegenheden daartoe uitermate
Individuele rapportage Webcamtest Leidinggeven (middelmanagement)
wct134417 pagina 1 Individuele rapportage Webcamtest Leidinggeven (middelmanagement) Login: wct134417 Testdatum: 2 december 2008 U heeft deelgenomen aan de Webcamtest-leidinggeven voor middelmanagement.
Management Summary. Auteur Tessa Puijk. Organisatie Van Diemen Communicatiemakelaars
Management Summary Wat voor een effect heeft de vorm van een bericht op de waardering van de lezer en is de interesse in nieuws een moderator voor dit effect? Auteur Tessa Puijk Organisatie Van Diemen
Vaardigheidsmeter Communicatie
Vaardigheidsmeter Communicatie Persoonlijke effectiviteit Teamvaardigheden Een goede eerste indruk Zelfempowerment Communiceren binnen een team Teambuilding Assertiviteit Vergaderingen leiden Anderen beïnvloeden
Inleiding Deel I. Ontwikkelingsfase
Inleiding Door de toenemende globalisering en bijbehorende concurrentiegroei tussen bedrijven over de hele wereld, de economische recessie in veel landen, en de groeiende behoefte aan duurzame inzetbaarheid,
Rapport SQ-Leid. Lucien Beelders 21 juli 2011 V1.1
Rapport SQ-Leid Lucien Beelders 21 juli 2011 V1.1 Rapportage SQ-test leidinggeven Gebruikersnaam: lbeelders Naam: Lucien Beelders Geslacht: Man Geboortejaar: 1965 Opleiding: WO Testdatum: 21 juli 2011
De constructvaliditeit van de dimensie Integriteit van een Situational Judgment Test
De constructvaliditeit van de dimensie Integriteit van een Situational Judgment Test Annemieke Los 265499 Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit Sociale Wetenschappen Instituut voor Psychologie Juli
Assessment Center voor Teamleiders
Assessment Center voor Teamleiders Wilt u weten of uw teamleider(s) werkelijk leidinggevende(n) zijn, of bent u daarvan al overtuigd maar vraagt u zich af of hij/zij past binnen de ontwikkelingen die uw
Rapportage Capaciteiten. Bea Voorbeeld. Naam: Datum:
Rapportage Capaciteiten Naam: Bea Voorbeeld Datum: 07.07.2016 Email: [email protected] Bea Voorbeeld / 07.07.2016 / Capaciteiten (QCM) 2 Inleiding Wat is jouw werk- en denkniveau? Hoe goed kun je
Determinanten van Leiderschap-Succes: Ontwikkeling van een Integratief. Model van Persoonlijkheid, Overtuigingen, Gedrag, en Diversiteit
SAMENVATTING Determinanten van Leiderschap-Succes: Ontwikkeling van een Integratief Model van Persoonlijkheid, Overtuigingen, Gedrag, en Diversiteit Leiders zijn belangrijke leden van organisaties. De
het minder belangrijk om ergens bij te horen en belangrijker om elkaar te helpen en hulp te ontvangen, terwijl het omgekeerde patroon gevonden werd
Samenvatting Het onderzoek dat in dit proefschrift wordt gepresenteerd is een verkenning van de samenhang tussen de motivatie, gerepresenteerd door persoonlijke doelen, en de kwaliteit van het samenwerkend
Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013
Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 212-21 In academiejaar 212-21 namen 5 mantelzorgers en 5 studenten 1 ste bachelor verpleegkunde (Howest, Brugge) deel aan het project Mantelluisten.
Handleiding. SQ-sales
- Handleiding SQ-sales Een multimedia SJT voor commercie en accountmanagement Paul van der Maesen de Sombreff Barend Koch Versie juni 2011 INHOUD Bladzijde 1. Inleiding 2 2. Gebruiksdoel 2 2.1. Meetpretentie
Online oefenen van sociale vaardigheden
Online oefenen van sociale vaardigheden Paul van der Maesen en Barend Koch juli 2011 Dit artikel beschrijft een methode die mensen in staat stelt intensief te oefenen met het verbeteren van actieve sociale
mt&v HR Services mt&v Assessment Services
mt&v HR Services Organisaties hebben ambities. Het concretiseren van de ambitie van een organisatie door middel van een heldere, missie, met concrete doelstellingen en strategie, is cruciaal voor elke
Samenvatting (Summary in Dutch)
Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale
Voorspellen van Studiesucces. Welkom! Vergeet niet na het seminar je mobiel aan te zetten!! www.noa-vu.nl
Voorspellen van Studiesucces Welkom! Vergeet niet na het seminar je mobiel aan te zetten!! Programma Welkomstwoord dr. Remko van den Berg Presentatie drs. Anita de Vries: Voorspellers van studiesucces
Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving
Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving De relatie tussen leesvaardigheid en de ervaringen die een kind thuis opdoet is in eerder wetenschappelijk onderzoek aangetoond: ouders hebben een grote invloed
Rapport SQ-Sales. Lydia Beelders 07 juli 2011 V1.1
Rapport SQ-Sales Lydia Beelders 07 juli 2011 V1.1 Rapportage SQ-test voor commerciële competenties. Gebruikersnaam: proef Naam: Lydia Beelders Geslacht: Vrouw Geboortejaar: 1988 Opleiding: HBO Testdatum:
Bijlage 1: Vragenlijst factoren en items
Bijlage 1: Vragenlijst factoren en items Factoren Alle studenten die zich vooraanmelden via Studielink krijgen een online vragenlijst aangeboden via een link die in de aanmeldingsprocedure van Studielink
Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject
Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject Augustus 2011 Waar werknemers onderdeel zijn van een organisatie, wordt beoordeeld.
Vragenlijst voor masterstudenten
Vragenlijst voor masterstudenten Digitale toetsing en beoordeling in de universitaire lerarenopleiding Intro Het komende studiejaar besteden opleiders van alle universitaire lerarenopleidingen speciale
De sociale psychologie van waargenomen rechtvaardigheid en de rol van onzekerheid
Kees van den Bos De sociale psychologie van waargenomen rechtvaardigheid en de rol van onzekerheid In deze bijdrage wordt sociaal-psychologisch onderzoek naar sociale rechtvaardigheid besproken. Sociaal-psychologen
Psychometrie Nederlandse persoonlijkheidstest
Psychometrie Nederlandse persoonlijkheidstest Versie 1.0 (c) Mei 2008, Dr Edwin van Thiel Copyright 123test alle rechten voorbehouden [email protected] 1 Over de Nederlandse persoonlijkheidstest Dit document
Studiekeuzecheck Rapportage
Studiekeuzecheck Rapportage Vertrouwelijk School Naam E-mail Demo School Demo NOA [email protected] Geboortedatum 1-3 - 1989 Datum assessment 1-9 - 2016 Inleiding Sterke punten Je hebt meegedaan aan de studiekeuzecheck
Competency Check. Datum:
Competency Check Naam: Sample Candidate Datum: 08-08-2013 Over dit rapport: Dit rapport is op automatische wijze afgeleid van de resultaten van de vragenlijst welke door de heer Sample Candidate is ingevuld.
Rijsimulator onderzoek
Rijsimulator onderzoek In 2006 is de TU Delft gestart met onderzoek naar rijsimualtors in samenwerking met simulator producent Green Dino BV. De onderzoeksgroep DATA (Data Automated Training and Assessment)
Achtergronden bij het instrument
Achtergronden bij het instrument P E O P L E I M P R O V E P E R F O R M A N C E Computerweg 1, 3542 DP Utrecht Postbus 1087, 3600 BB Maarssen tel. 0346-55 90 10 fax 0346-55 90 15 www.picompany.nl [email protected]
Vragen gesteld in het evaluatieformulier + Antwoorden
Verslag Studenten Evaluatie Videoproject Door Tonny Mulder, [email protected], 26 sept 213 De studenten van de opleidingen Biologie, Biomedische Wetenschappen en Psychobiologie krijgen in het 1 ste jaar
Marcq Coaches & Supervisors B.V. Conradstraat 38 (Groothandelsgebouw) Postbus 19252 3001 BG Rotterdam KvK Rotterdam: 24442233 btw: NL 8198.43.258.
Marcq Supervisor Assessment Kandidaat Marcq Coaches & Supervisors B.V. Conradstraat 38 (Groothandelsgebouw) Postbus 19252 31 BG Rotterdam KvK Rotterdam: 24442233 btw: NL 8198.43.258.B1 Rabobank: 1643157
Appraisal. Datum:
Appraisal Naam: Sample Candidate Datum: 08-08-2013 Over dit rapport: Dit rapport is op automatische wijze afgeleid van de resultaten van de vragenlijst welke door de heer Sample Candidate is ingevuld.
Programma. - Construct-> dimensies -> indicatoren -> items vragenlijst. - Pilot met de vragenlijst. - Plannen van het onderzoek.
Bijeenkomst 3 1 Programma Mini-presentaties Vragenlijst maken Kwaliteit van de vragenlijst: betrouwbaarheid en validiteit Vooruitblik: analyse van je resultaten Aan de slag: - Construct-> dimensies ->
TMA Talentenanalyse. Kandidaat-rapportage samenvatting. Demo Kandidaat 29 augustus 2011
TMA Talentenanalyse Kandidaat-rapportage samenvatting Demo Kandidaat 29 augustus 2011 Waddenring 24 2993 VE Barendrecht T 0180 848044 I www.priman.nl E [email protected] Inhoudsopgave: 1. Inleiding 3 2. Betekenis
Rapportage. Ontwikkelingsgericht Assessment Center Voorbeeldfunctie, Voorbeeldorganisatie. A. Voorbeeldpersoon. drs. K. Hofkes
Rapportage Ontwikkelingsgericht Assessment Center Voorbeeldfunctie, Voorbeeldorganisatie Naam: Datum OAC: Adviseur: de heer A. Voorbeeldpersoon 1 januari. de heer drs. K. Hofkes Inhoudsopgave 1 INLEIDING...
Het Assessment Center is zeer praktisch opgezet en onze instrumenten en werkwijze zorgen ervoor dat zichtbaar wordt:
Inleiding Wilt u weten of uw Teamleider werkelijk een leidinggevende is, of bent u daar al van overtuigd, maar vraagt u zich af of hij/zij past binnen de ontwikkelingen die uw organisatie doormaakt? Wellicht
Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting
xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het
Gastcollege SJT s, Vrije Universiteit Amsterdam 18 september
Gastcollege SJT s, Vrije Universiteit Amsterdam 18 september 2014 [email protected] www.vandermaesenkoch.nl Itemstam SJT Situatiebeschrijving: Een adviseur heeft een klant op kantoor uitgenodigd
360 feedback assessment
360 feedback assessment Naam : Jan Voorbeeld Datum rapportage : oktober 2013 Opdrachtgever : Organisatie Contactpersoon : Ellen Roosen Mpact Training & Advies Overwaard 13, 4205 PA Gorinchem Nederland
Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak
Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak 1 Achtergrond van het onderzoek Bedrijven vertrouwen meer en meer op social media om klanten te betrekken
Inhoud. Introductie... 2. Bridge Abstract... 3. Bridge Abstract Scores...4
John Sample Inhoud Introductie... 2 Bridge Abstract... 3 Bridge Abstract Scores...4 Introductie De resultaten uit dit rapport zijn vertrouwelijk en alleen bedoeld voor de persoon die de test heeft ingevuld.
Nederlandse samenvatting
Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor
Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test
Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test Respondent: Jill Voorbeeld Email: [email protected] Geslacht: vrouw Leeftijd: 39 Opleidingsniveau: wo Vergelijkingsgroep: Normgroep marketing
Programma 31 oktober 2008
Programma 31 oktober 2008 14.00 Inleiding - Remko van den Berg 14.15 Persoonlijkheid & Studiesucces -Anita de Vries 14.35 Motivatie & Studiekeuze - Thomas de Zeeuw 14.55 Selectiegesprekken -IndraNewton
Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties
Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties De afgelopen decennia zijn er veel nieuwe technologische producten en diensten geïntroduceerd op de
Simon Voorbeeld VERTROUWELIJK. Competentietest
Simon Voorbeeld Competentietest 2015 Testcentrum Groei De Algemene Voorwaarden van Testcentrum Groei B.V., die zijn na te lezen op www.testcentrumgroei.nl zijn van toepassing op het gebruik van deze testrapportage.
Onderzoeksrapportage Leadership Connected 2016
Onderzoeksrapportage Leadership Connected 2016 Zaltbommel 30 mei 2016 Leadership Connected! Where Business meets Science 1 Inleiding Onderzoeksrapport Leadership Connected In tijden waarin ontwikkelingen
Maak de juiste keuze. Coaching. Selectie/Promotie. Management Ontwikkeling. Loopbaanbegeleiding. Copyright 2005 Alert Management Consultants
Maak de juiste keuze - Selectie/Promotie Coaching Management Ontwikkeling Loopbaanbegeleiding Waarschijnlijk vindt u het net als de meeste mensen in uw vakgebied wel eens moeilijk om iemands persoonlijkheid
Gebruik ICT binnen Content and Language Integrated Learning
Evaluatierapport Gebruik ICT binnen Content and Language Integrated Learning Bevindingen van leraren en leerlingen Drs. Gerard Baars Inleiding In de tweede helft van 2008 is op zes basisscholen in Rotterdam
Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie
Toetsvormen Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie 1 Waarom wordt er getoetst? Om te beoordelen in hoeverre de student in staat is te handelen zoals op academisch
Seminar matching en selectie in het hoger onderwijs
Seminar matching en selectie in het hoger onderwijs Van studie naar arbeidsmarkt Rutger Kappe, Hogeschool Inholland Corine Sonke, NOA Van studie naar arbeidsmarkt Seminar matching en selectie in het HO
Kenneth Smit Consulting 1
Competences Assessment is een effectieve manier om kwaliteiten en ontwikkelbaar potentieel van (nieuwe) medewerkers zeer betrouwbaar en objectief in kaart te brengen middels de inzet van professionele
De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht
De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht Claudia de Graauw Bo Broers Januari 2015 1 Inhoudsopgave
Detector Ability Achtergronden bij het instrument
Detector Ability Achtergronden bij het instrument P E O P L E I M P R O V E P E R F O R M A N C E Computerweg 1, 3542 DP Utrecht Postbus 1087, 3600 BB Maarssen tel. 0346-55 90 10 fax 0346-55 90 15 www.picompany.nl
SPEELWIJZE WERKPLEZIER SPEL - Bladzijde 1 / 11
SPEELWIJZE WERKPLEZIER SPEL - Bladzijde 1 / 11 SPEELWIJZE Werkplezier Spel Heb je plezier in je werk? Dat is een vraag die regelmatig wordt gesteld. Is je antwoord ja, dan is de kunst dit zo te houden.
Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen)
Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Tabel 1, schematisch overzicht van abstracte begrippen, variabelen, dimensies, indicatoren en items. (Voorbeeld is ontleend aan de masterscriptie
Traditionele tests die nu nog in hoofdzaak gebruikt worden schieten op deze aspecten te kort. De voordelen van de Connector Ability zijn:
P E O P L E I M P R O V E P E R F O R M A N C E Com puterw eg 1,3542 D P U trecht Postbus 1087,3600 BB Maarssen tel.0346-55 90 10 fax 0346-55 90 15 w w w.picom pany.nl servicedesk@ picom pany.nl Connector
Rapportage Capaciteiten. Bea het Voorbeeld. [email protected]. Naam: Datum: 09.03.2015. Email:
Rapportage Capaciteiten Naam: Bea het Voorbeeld Datum: 09.03.2015 Email: [email protected] Bea het Voorbeeld / 09.03.2015 / Capaciteiten (QCB) 2 Inleiding Wat is jouw werk- en denkniveau? Hoe goed kun
Handleiding Nederlandse Werkwaardentest
Handleiding Nederlandse Werkwaardentest Versie 1.0 (c), mei 2008 Dr Edwin van Thiel Nederlandse werkwaardentest De Nederlandse werkwaardentest is eind 2006 ontwikkeld door 123test via een uitgebreid online
Werkbelevingsonderzoek 2013
Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:
Capaciteiten scan. Mw A. Demo. Naam. Datum assessment
Capaciteiten scan Naam Datum assessment Mw A. Demo 4-4 - 2014 Gegevens kandidaat Naam E-mail Mw A. Demo [email protected] Geboortedatum 23-2 - 1986 Organisatie ABC BV Datum assessment 4-4 - 2014 Doel en reikwijdte
Samenvatting (Summary in Dutch)
Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Een goede hand functie is van belang voor interactie met onze omgeving. Vanaf het moment dat we opstaan, tot we s avonds weer naar bed gaan,
Dutch summary (Samenvatting van hoofdstukken)
Dutch summary (Samenvatting van hoofdstukken) 101 102 Hoofdstuk 1. Algemene introductie Het belangrijkste doel van dit proefschrift was het ontwikkelen van de Interactieve Tekentest (IDT), een nieuwe test
EVC-tool: instructie voor leidinggevende
EVC-tool: instructie voor leidinggevende Wat is EVC? Een van uw medewerkers heeft zich aangemeld voor een EVC-procedure bij NCOI Opleidingsgroep. EVC staat voor het Erkennen van eerder Verworven Competenties
Beroepsprestaties beoordelen volgens een driepuntschaal: Verantwoording en procedure
Beroepsprestaties beoordelen volgens een driepuntschaal: Verantwoording en procedure Versiebeheer Versie Datum Auteurs Status Wijzigingen 1 9-1-2013 WvD Concept 2 15-1-2013 WvD Concept Opmaak / criteria
STAGES IN ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE: FEEDBACKINSTRUMENT
STAGES IN ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE: FEEDBACKINSTRUMENT Naam stagiair(e):... Stageplaats (+ adres):...... Tussentijdse evaluatie Eindevaluatie Stageperiode:... Datum:.. /.. / 20.. Stagementor:...
Rapportage. Mevrouw A. Noniem
Rapportage Mevrouw A. Noniem Deze rapportage is vertrouwelijk. Deze rapportage is opgesteld inzake het in kaart brengen van de werknemersvaardigheden van betrokkene. Het huidige onderzoek betreft een momentopname.
www.tma-methode.nl Talentenanalyse annemieke de Kuijper 21 april 2009
annemieke de Kuijper 21 april 2009 Talentenanalyse ceylonpoort 5-25 2037 AA Haarlem T 023-5463747 I www. E webdiscussie@ Inhoudsopgave: 1. Inleiding 3 2. Betekenis van de scores 3 3. Consistentie 3 4.
Rapport voor deelnemers M²P burgerpanel
Rapport voor deelnemers M²P burgerpanel Weergaven van publieke opinie in het nieuws en hun invloed op het publiek Dit rapport beschrijft de resultaten van een onderzoek over weergaven van publieke opinie
Persoonlijkheid en competenties: wat kun je ontwikkelen?
Persoonlijkheid en competenties: wat kun je ontwikkelen? NOA: Drs. Daniël Elzas (afdeling Onderzoek en Ontwikkeling) Rabobank: Drs. Karel van der Burgt (Directoraat Personeel, Rabobank Nederland) Donderdag
Competenties kwaliteitsvol beoordelen
27/04/2017 Competenties kwaliteitsvol beoordelen Netwerksessie Stem-Evaluatie Maarten Goossens Universiteit Antwerpen www.d-pac.be [email protected] Competenties Beleidsnota Onderwijs 2014-2019 Competentiegericht
LEERGANG MIDDLE MANAGEMENT
LEERGANG MIDDLE MANAGEMENT Voor wie? Deze leergang is ontwikkeld voor middle managers in een productieomgeving, die de operatie via bijvoorbeeld lijnmanagers aansturen, motiveren en stimuleren. Wat levert
HOOFDSTUK 7. SAMENVATTING & DISCUSSIE
HOOFDSTUK 7. SAMENVATTING & DISCUSSIE Inleiding Dit proefschrift staat in het teken van de professionaliteit van de jeugdzorgwerker in de Provinciale residentiële Jeugdzorg, de Justitiële residentiële
Assessment van Gespreksvaardigheden via de Webcamtest: Onderzoek naar Betrouwbaarheid, Beleving en de Samenhang met Persoonlijksfactoren
: Onderzoek naar Betrouwbaarheid, Beleving en de Samenhang met Persoonlijksfactoren Assessment of Counseling Communication Skills by Means of the Webcamtest: A Study of Reliability, Experience and Correlation
Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers
ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen
STEPHANIE VOORBEELD Beoordelingsrapport
! STEPHANIE VOORBEELD Beoordelingsrapport 2pir%is%de%houder%van%de%exclusieve%rechten% voor%de%nederlandstalige%gebieden%van%de% wereld%voor%mtq48.% www.2pirr.eu% % Dit beoordelingsrapport bevat tenminste
Het onderzoeken van Persoonlijke Kwaliteiten
Het onderzoeken van Persoonlijke Kwaliteiten De Leeuw Consult Leerdam Persoonlijke kwaliteiten zijn bepalend voor succes De kwaliteiten en mogelijkheden (capaciteiten, persoonlijkheid en vaardigheden)
De invloed van inductie programma's op beginnende leraren
De invloed van inductie programma's op beginnende leraren Op basis van door NWO gefinancierd wetenschappelijk onderzoek heeft Chantal Kessels, Universiteit Leiden in 2010 het proefschrift 'The influence
Aansluiting Engels Een onderzoek naar de aansluitingsproblematiek van het vwo-vak Engels met de universiteit
Aansluiting Engels Een onderzoek naar de aansluitingsproblematiek van het vwo-vak Engels met de universiteit 1 2 Aansluiting Engels Een onderzoek naar de aansluitingsproblematiek van het vwo-vak Engels
TECHNISCHE HANDLEIDING IQ TEST
TECHNISCHE HANDLEIDING IQ TEST 12 December 2011 INHOUDSOPGAVE TESTOVERZICHT Meetpretentie Theoretische achtergrond Kenmerken Samenstelling Toepassingsgebied Voorbeelditems TESTKENMERKEN Vraag die voor
OCAI. veelgestelde vragen
OCAI veelgestelde vragen OCAI, veelgestelde vragen OCAI online Vrouwenlaan 106 8017 HS Zwolle 038-2301503 www.ocai-online.nl OCAI online, september 2008 3 [ Over de uitslag Hoe kan het dat mijn collega
3.1 Itemanalyse De resultaten worden eerst op itemniveau bekeken. De volgende drie aspecten dienen bekeken te worden:
Werkinstructie Psychometrische analyse Versie: 1.0 Datum: 01-04-2014 Code: WIS 04.02 Eigenaar: Eekholt 4 1112 XH Diemen Postbus 320 1110 AH Diemen www.zorginstituutnederland.nl T +31 (0)20 797 89 59 1
Niveaudrempelbepaling potentiële MCPM-studenten die niet beschikken over een hbo-/bachelordiploma
Niveaudrempelbepaling potentiële MCPM-studenten die niet beschikken over een hbo-/bachelordiploma Inleiding De Master of Crisis and Public Order Management (MCPM) is een opleiding op masterniveau. Om tot
