1 Motor en randorganen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "1 Motor en randorganen"

Transcriptie

1 1 Motor en randorganen 10A MOTORBLOK EN ONDERZIJDE 11A CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE 12A MENSELSAMENSTELLING 12B DRUKVULLING 13A BRANDSTOFAANVOER 13B DIESELINSPUITING 13C VOORVERWARMING 14A ANTILUCHTVERONTREINIGING 16A STARTEN - LADEN 19A KOELSYSTEEM 19B UITLAAT X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 APRIL 2005 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op het tijdstip dat dit document werd samengesteld. Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de constructeur tussentijds constructiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft aangebracht. Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan Renault. Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document evenals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen schriftelijke toestemming van Renault. Renault s.a.s. 2005

2 19C TANK 19D MOTOROPHANGING X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 APRIL 2005 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen geldend op het tijdstip dat dit document werd samengesteld. Deze methoden zijn aan verandering onderhevig indien de constructeur tussentijds constructiewijzigingen op onderdelen of accessoires heeft aangebracht. Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan Renault. Reproduceren en/of vertalen, zelfs gedeeltelijk, van dit document evenals het overnemen van de indeling van dit document en/of wijze van aanduiden van de onderdelen is verboden zonder vooraf ontvangen schriftelijke toestemming van Renault. Renault s.a.s. 2005

3 LAGUNA II PHASE II - Hoofdstuk 1 InhoudBlz. LAGUNA II PHASE II - Hoofdstuk 1 Inhoud Blz. 10A MOTORBLOK EN ONDERZIJDE 12A MENSELSAMENSTELLING Ondercarter: Uitbouwen - Inbouwen 10A-1 Oliefilter: Uitbouwen - Inbouwen 10A-9 Inlaatluchtverdeler: Uitbouwen - Inbouwen 12A-23 Uitlaatspruitstuk: Uitbouwen - Inbouwen 12A-34 Oliepomp: Uitbouwen - Inbouwen 10A-14 Hulporganensteun: Uitbouwen - Inbouwen 10A-21 Krukaskeerring distributiezijde 10A-26 Geheel motorversnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A-29 12B DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B-1 Drukregelaar: Controle 12B-16 Klep turbodrukregeling 12B-19 Tussenkoeler: Uitbouwen - Inbouwen 12B-20 11A CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Aandrijfriem hulporganen: Uitbouwen - Inbouwen 11A-1 13A BRANDSTOFAANVOER Dieselbrandstofaanvoercircui t 13A-1 12A MENSELSAMENSTELLING Luchtinlaat 12A-1 Brandstoffilter: Uitbouwen - Inbouwen 13A-3 Inlaatgeluiddemper: Uitbouwen - Inbouwen 12A-8 Luchtfilter: Vervangen 12A-9 Luchtfilterhuis: Uitbouwen - Inbouwen 12A-13 Inlaatluchtklep: Uitbouwen - Inbouwen 12A-19 Inlaatspruitstuk: Uitbouwen - Inbouwen 12A-21 13B DIESELINSPUITING Gegevens 13B-1 Dieselinspuitsysteem: Voorzorgen bij de reparatie 13B-13 Plaats van de onderdelen 13B-19 Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B-26

4 Inhoud 13B DIESELINSPUITING 19A KOELSYSTEEM Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B-42 Opname element brandstoftemperatuur: Uitbouwen - Inbouwen 13B-57 Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B-62 Hogedrukleiding: Vervangen 13B-88 Potentiometer gaspedaal: Algemeen 13B-97 Potentiometer gaspedaal: Uitbouwen - Inbouwen 13B-98 Schema 19A-1 Koelcircuit: Aftappen - Bijvullen 19A-7 Koelradiateur: Uitbouwen - Inbouwen 19A-12 Waterpomp: Uitbouwen - Inbouwen 19A-16 Thermostaat: Uitbouwen - Inbouwen 19A-28 Koelvloeistofuitgang: Uitbouwen - Inbouwen 19A-30 13C VOORVERWARMING Rekeneenheid voornaverwarming: Uitbouwen - Inbouwen 13C-1 Voorverwarmingsstiften: Uitbouwen - Inbouwen 13C-3 19B UITLAAT Overzicht van het uitlaatsysteem 19B-1 Voorkatalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B-5 Katalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B-14 14A ANTILUCHTVERONTREINIGING Demper: Uitbouwen - Inbouwen 19B-21 Roetfilter: Prestatie 19B-23 EGR-systeem: Beschrijving 14A-1 EGR-huis 14A-7 EGR-elektroklep Uitbouwen - Inbouwen 14A-9 EGR-koeler: Uitbouwen - Inbouwen 14A-13 Roetfilter: Overzicht van de onderdelen 19B-25 Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B-27 Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B-49 16A STARTEN - LADEN Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B-60 Dynamo: Identificatie 16A-1 Dynamo: Uitbouwen - Inbouwen 16A-2 Flexibele verbinding: Uitbouwen - Inbouwen 19B-69 Roetfilter: Reinigen 19B-72 Startmotor: Identificatie 16A-9 Startmotor: Uitbouwen - Inbouwen 16A-10

5 Inhoud 19C TANK Brandstoftank: Beschrijving 19C-1 Brandstoftank: Uitbouwen - Inbouwen 19C-7 Vulhals: Uitbouwen - Inbouwen 19C-13 Leegpompen van de brandstoftank 19C-15 Tankelement: Uitbouwen - Inbouwen 19C-19 Tankelement: Karakteristiek 19C-21 19D MOTOROPHANGING Pendelophanging 19D-1

6 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Ondercarter: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R bevestigingsbouten van het ondercarter bevestigingsbouten van het ondercarter verbindingsbouten ondercarter-versnellingsbak bevestigingsbouten van de koppelreactiestang op de motor Aantrekkoppelsm 18 N.m 15 Nm 44 Nm 180 Nm - de bevestigingsbouten van de aandrijfasflens op het steunlager, - de bevestigingsbouten van het steunlager op het ondercarter, - de bevestigingsbouten van het ondercarter op de versnellingsbak, - de bevestigingsbouten van het ondercarter op het motorblok, - het ondercarter. INBOUWEN bevestigingsbout van de koppelreactiestang op het subframe UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. 105 Nm N.B.: De pakkingvlakken moeten volkomen schoon, droog en vetvrij zijn (niet aanraken). Het overschot van de pakkingpasta kan bij het vastzetten van de onderdelen naar buiten worden geperst. Door het mengsel product-vloeistof kunnen bepaalde onderdelen beschadigen (motor, radiateur). 1 - de bescherming onder de motor, - de kappen van de motor, - de peilstaaf. Tap de motorolie af. Maak de stekker van de oliepeilzender los. 2 - de koppelreactiestang, Breng een strook silicone RHODORSEAL 5661 aan: - bij (1) aan elke kant van het lagerblok N 1, bij (2), op het snijpunt van de krukasafsluitplaat en het motorblok. Monteer het ondercarter met een nieuwe afdichting. 10A-1

7 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Ondercarter: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen) Let op bij het vastzetten van de bouten dat er geen bout in de gaten in het ondercarter valt (deze staan in verbinding met de koppelomvormer). Gebeurt dit toch, haal dan beslist de bout eruit door het ondercarter indien nodig weer uit te bouwen. Vastzetten van het ondercarter : - zet de bevestigingsbouten van het ondercarter met de hand vast tot zij aanliggen, - zet de verbindingsbouten van het ondercarter - automatische transmissie met de hand vast tot zij aanliggen, - zet vast in volgorde en met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van het ondercarter (18 N.m)(8),(15),(4),(19),(11),(12),, - de bevestigingsbouten van het ondercarter (15 Nm)(10), (13), (9), (14), (8), (15), (7), (16), (6), (17), (5), (18), (3), (20), (2), (21), (1) en (22), - zet vast met het aantrekkoppel: de verbindingsbouten ondercarter-versnellingsbak (44 Nm). Zet vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: - de bevestigingsbouten van de koppelreactiestang op de motor (180 Nm), - de bevestigingsbout van de koppelreactiestang op het subframe (105 Nm), Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vul de motorolie bij. 10A-2

8 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Ondercarter: Uitbouwen - Inbouwen 10A F9Q INBOUWEN Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van het ondercarter 15 N.m De pakkingvlakken moeten volkomen schoon, droog en vetvrij zijn (niet aanraken). UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de bescherming onder de motor, - de sierkap van de motor, - de peilstaaf. Tap de motorolie af. Maak de stekker van de oliepeilzender los. - de bevestigingsbouten van de aandrijfasflens op het steunlager, - de bevestigingsbouten van het steunlager op het ondercarter, - de bevestigingsbouten van het ondercarter op de versnellingsbak, Het overschot van de pakkingpasta kan bij het vastzetten van de onderdelen naar buiten worden geperst. Door het mengsel product-vloeistof kunnen bepaalde onderdelen beschadigen (motor, radiateur). N.B.: Er zijn twee methodes voor het voorbereiden van het pasvlak van het motorblok bij het inbouwen: - de eerste methode geldt als de afdichting van de afsluitplaat van de krukas is gemonteerd met silicone RHODORSEAL 5661, - de tweede methode geldt als de afdichting van de afsluitplaat van de krukas is gemonteerd met een afdichting. I - EERSTE METHODE 1 - de bevestigingsbouten van het ondercarter op het motorblok, - het ondercarter. 2 Breng een strook silicone RHODORSEAL 5661 aan: - bij (1) aan elke kant van het lagerblok N 1, bij (2), op het snijpunt van de krukasafsluitplaat en het motorblok. Monteer het ondercarter met een nieuwe afdichting. 10A-3

9 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Ondercarter: Uitbouwen - Inbouwen 10A F9Q II - TWEEDE METHODE N.B.: Knip niet de twee lipjes af van de afdichting van de afsluitplaat van de krukas die uitsteken buiten het pasvlak van het motorblok (4). Breng een strook silicone RHODORSEAL 5661 aan bij (3), op het snijpunt van de afsluitplaat van de krukas en het motorblok. Monteer het ondercarter met een nieuwe afdichting Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: - de bevestigingsbouten van het ondercarter (8), (15), (4), (19), (11) en (12) (18 N.m), -de bevestigingsbouten van het ondercarter (10), (13), (9), (14), (8), (15), (7), (16), (6), (17), (5), (18), (3), (20), (2), (21), (1) en (22) (15 N.m.). Zet vast in volgorde en met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van het ondercarter (15 N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vul de motorolie bij. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen) 10A-4

10 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Ondercarter: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T INBOUWEN bevestigingsbouten van het ondercarter Aantrekkoppelsm 9 N.m 1 UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de bescherming onder de motor, - de kappen van de motor, - de peilstaaf. Tap de motorolie af. Maak de stekker van de oliepeilzender los. Bouw de steun van de leidingen van de stuurbekrachtiging uit. Maak de stuurbekrachtigingsleidingen los. Druk de stuurbekrachtigingsleidingen opzij Breng twee stroken silicone RHODORSEAL 5661 aan bij (1). Monteer het ondercarter met een nieuwe afdichting de bevestigingsbouten van de aandrijfasflens op het steunlager, de bevestigingsbouten van het steunlager op het ondercarter, - de bevestigingsbouten van het ondercarter op het motorblok, - het ondercarter Span voor in volgorde en met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van het ondercarter (5 N.m). Zet vast in volgorde en met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van het ondercarter (9 N.m). Monteer de bevestigingen van de stuurbekrachtigingsleidingen. 10A-5

11 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Ondercarter: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vul de motorolie bij. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen- inbouwen). 10A-6

12 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Ondercarter: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en 740 Onmisbaar speciaal gereedschap Mot Trekker voor deksels met siliconenafdichting. Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van het ondercarter 16 N.m UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). - de oliepeilstaaf, - de bescherming onder de motor. Tap de motorolie af Bouw de bouten van het ondercarter uit. Maak het ondercarter los met behulp van het gereedschap (Mot. 1716). Bouw de onderste kap uit. INBOUWEN Controleer of het ondercarter niet is: - gekrast, - vervormd. Als dit wel het geval is, vervang het ondercarter de bevestigingsbouten (1) van de plaat onder de koppelreactiestang, - de plaat op de koppelreactiestang, - de dwarsstang tussen de langsbalken voor. 10A-7

13 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Ondercarter: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en 740 Controleer of de versterkingsplaat niet gekrast is. BELANGRIJK: - De aluminium pakkingvlakken mogen niet worden schoongekrabd. - Draag een bril. - Draag hierbij handschoenen. Het overschot van de pakkingpasta kan bij het vastzetten van de onderdelen naar buiten worden geperst. Door het mengsel van het product kunnen bepaalde onderdelen beschadigen (motor, radiateur). De pakkingvlakken moeten volkomen schoon, droog en vetvrij zijn (niet aanraken) Zet vast in volgorde en met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van het ondercarter (16 N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vul de motorolie bij. Start de motor tot het waarschuwingslampje motorolie dooft. Controleer het oliepeil Breng een strook ZELFKLEVENDE SILICONE AFDICHTING ( ) met een diameter van 5 ± 2 mm aan op het ondercarter voor de afdichting. Plaats het ondercarter. 10A-8

14 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Oliefilter: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Tap de motorolie af. Bouw het oliefilter uit met behulp van het gereedschap (Mot 1329). INBOUWEN Smeer de nieuwe afdichting van het oliefilter met olie. Schroef de afdichting van het oliefilter vast tot de afdichting van het oliefilter de motor raakt. Zet het oliefilter met de hand 3/4 omwenteling vast. 10A-9

15 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Oliefilter: Uitbouwen - Inbouwen 10A B74 of K74, en L7X, en 733 Onmisbaar speciaal gereedschap Mot Oliefiltersleutel diameter 76 mm UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Verwijder de beschermplaat onder de motor Bouw het oliefilter uit met behulp van het gereedschap (Mot. 1329). INBOUWEN Smeer de afdichtring van het nieuwe oliefilter in met motorolie. Zet de oliefilter vast tot het aanligt. Zet vast: het oliefilter met 3/4 omwenteling. 10A-10

16 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Oliefilter: Uitbouwen - Inbouwen 10A B74 of K74, en G9T, en 600 of 706 of 707 Onmisbaar speciaal gereedschap Mot Kap voor oliefilter Ø 96 mm. UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Verwijder de beschermplaat onder de motor. Bouw het oliefilter uit met behulp van het gereedschap (Mot ). INBOUWEN Smeer de afdichtring van het nieuwe oliefilter in met motorolie. Zet de oliefilter vast tot het aanligt. Zet vast: het oliefilter met 3/4 omwenteling. 10A-11

17 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Oliefilter: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en 740 Aantrekkoppelsm deksel van het filterelement 25 N.m UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). Verwijder de beschermplaat onder de motor het deksel (2) van het filterelement met het filterelement (3), - de O-ring (4) van het deksel van het filterelement. INBOUWEN Reinig het deksel van het filterelement Zet het deksel (1) van het filterelement lichtjes los. Laat het straaltje motorolie wegvloeien. Plaats de nieuwe O-ring (5) goed in zijn houder op het deksel van het filterelement. Monteer het filterelement in het deksel A-12

18 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Oliefilter: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en 740 Zet vast met het aantrekkoppel: het deksel van het filterelement (25 N.m). Controleer altijd het oliepeil met de oliepeilstaaf. Vul nooit tot boven het maximum peil van de oliepeilstaaf (hierdoor kan ernstige motorschade ontstaan). Voor het afleveren van de auto aan de klant moet u de olie indien nodig op het juiste peil brengen. Monteer de beschermplaat onder de motor. 10A-13

19 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Oliepomp: Uitbouwen - Inbouwen 10A F9Q, en 674 bevestigingsbouten van de oliepomp bevestigingsbout van de anti-emulsieplaat Aantrekkoppelsm 25 N.m 25 N.m Monteer het ondercarter (zie hoofdstuk 10A, Motorblok en onderzijde, Ondercarter). Vul de motorolie bij. Controleer het oliepeil. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Verwijder de beschermplaat onder de motor. Tap de motorolie af. Bouw het ondercarter uit (zie 10A, Motorblok en onderzijde, Ondercarter: Uitbouwen - inbouwen) de bevestigingsbout (1) van de anti-emulsieplaat, - de anti-emulsieplaat, - de bevestigingsbouten (2) van de oliepomp, - de oliepomp. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de oliepomp (25 N.m), - de bevestigingsbout van de anti-emulsieplaat (25 N.m). 10A-14

20 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Oliepomp: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T bevestigingsbouten van de oliepomp Aantrekkoppelsm 25 N.m 3 UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). Maak de accu los, te beginnen met de positieve pool. Verwijder de beschermplaat onder de motor. Tap de motorolie af Kantel het deksel van de oliepomp waarbij het tandwiel (3) op zijn plaats moet blijven. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 2 Zet met het aantrekkoppel vast: de bevestigingsbouten van de oliepomp (25 N.m). Monteer het ondercarter (zie hoofdstuk 10A, Motorblok en onderzijde, Ondercarter). Vul de motorolie bij. Controleer het oliepeil Bouw de bevestigingsbouten (1) van de oliepomp uit. Zet de bevestigingsbout (2) los. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen- inbouwen). 10A-15

21 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Oliepomp: Uitbouwen - Inbouwen 10A L7X Tap de motorolie af. bevestigingsbouten van de oliepomp UITBOUWEN Aantrekkoppelsm 8 N.m - de distributieriem (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Distributieriem), - de blokkeerstift van de krukas, - de onderste geleiderol van de distributieriem, Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accu los, te beginnen met de positieve pool. - de krukaspoelie, - de bevestigingen van de steun van de compressor, - de oliepomp. Bouw de bevestigingsbouten van de oliepomp uit N.B.: De oliepomp wordt afgedicht met een composietpakking die diverse keren gebruikt kan worden. Een beschadigde pakking, kan gerepareerd worden met pakkingpasta AUTOJOINT OR. 10A-16

22 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Oliepomp: Uitbouwen - Inbouwen 10A L7X INBOUWEN Monteer de oliepomp A-17

23 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Oliepomp: Uitbouwen - Inbouwen 10A L7X Zet in volgorde en met het aantrekkoppel vast: de bevestigingsbouten van de oliepomp (8 N.m) Monteer de distributieriem (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Distributieriem). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vul de motor met de voorgeschreven hoeveelheid en soort olie. Controleer het oliepeil. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen- inbouwen). 10A-18

24 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Oliepomp: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en 740 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de oliepomp op het motorblok bevestigingsbout van de oliepomp op de antiemulsieplaat bevestigingsbouten van de oliezeef 25 N.m 10 N.m 10 N.m UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw het ondercarter uit (zie 10A, Motorblok en onderzijde, Ondercarter: Uitbouwen - Inbouwen) de bevestigingsbout van de oliepomp op de antiemulsieplaat, - de bevestigingsbouten (2) van de oliepomp op het motorblok, - de oliepomp. - de bevestigingsbouten (1) van de oliezeef, - de oliezeef INBOUWEN Gebruik indien nodig een zelfgemaakte haak om de ketting van de oliepomp op het tandwiel van de oliepomp te plaatsen. Zet met de hand vast: - de bevestigingsbout van de oliepomp op de antiemulsieplaat, - de bevestigingsbouten van de oliepomp op het motorblok. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de oliepomp op het motorblok (5 N.m). Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de oliepomp op het motorblok (25 N.m), - de bevestigingsbout van de oliepomp op de anti-emulsieplaat (10 N.m), Vervang de O-ring van de oliezeef. 10A-19

25 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Oliepomp: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en Plaats de oliezeef in de oliepomp en zet de twee bevestigingsbouten van de oliezeef met de hand vast in de volgende aantrekvolgorde (3)-(4). Zet vast: de bevestigingsbouten van de oliezeef (10 N.m) in de volgende aantrekvolgorde (3)-(4). Monteer het ondercarter (zie hoofdstuk 10A, Motorblok en onderzijde, Ondercarter: Uitbouwen - Inbouwen). Vul de motorolie bij. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. N.B.: Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Start de motor tot het waarschuwingslampje motorolie dooft. Controleer het oliepeil. 10A-20

26 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Hulporganensteun: Uitbouwen - Inbouwen 10A F9Q, en 674 bevestigingsbouten van de hulporganensteun bevestigingsbouten van de aircocompressor Aantrekkoppelsm 44 N.m 25 N.m -de bevestigingsbouten van de aircocompressor (25 N.m). Monteer de dynamo (zie 16A, Starten - Laden, Dynamo: Uitbouwen - Inbouwen). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw de dynamo uit (zie 16A, Starten - Laden, Dynamo: Uitbouwen - Inbouwen). Maak los: - de stekker van de aircocompressor, - de stekker van het drukcontact. Bouw de bevestigingsbouten van de aircocompressor uit. Bind de aircocompressor vast aan de radiateurdwarsbalk de bevestigingsbouten (1) van de hulporganensteun, - de hulporganensteun. INBOUWEN Monteer de hulporganensteun. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de hulporganensteun (44 N.m), 10A-21

27 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Hulporganensteun: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T bevestigingsbouten van de hulporganensteun Aantrekkoppelsm 44 N.m Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de hulporganensteun (44 N.m), -de bevestigingsbouten van de aircocompressor (25 N.m) bevestigingsbouten van de aircocompressor UITBOUWEN 25 N.m Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw de dynamo uit (zie 16A, Starten - Laden, Dynamo ). Monteer de dynamo (zie 16A, Starten - Laden, Dynamo). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen- inbouwen). Maak los: - de stekker van de aircocompressor, - de stekker van het drukcontact. Bouw de bevestigingen van de aircocompressor uit. Bind de aircocompressor vast aan de radiateurdwarsbalk de bevestigingen van de hulporganensteun, - de hulporganensteun. INBOUWEN Monteer de hulporganensteun. 10A-22

28 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Hulporganensteun: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R bevestigingsbouten van de hulporganensteun bevestigingsbouten van de aircocompressor bevestigingsbouten van de dynamo UITBOUWEN Aantrekkoppelsm 44 Nm 25 N.m 25Nm - de hulporganensteun. INBOUWEN Zet vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: de - bevestigingsbouten van de hulporganensteun (44 Nm), - bevestigingsbouten van de aircocompressor (25 N.m), - bevestigingsbouten van de dynamo (25Nm). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen ). Maak de kabelbundel van de dynamo los van de hulporganensteun. - de aandrijfriem hulporganen (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriem hulporganen), - de dynamo (zie 16A, Starten - Laden, Dynamo), - de bevestigingen van de stuurbekrachtigingspomp en duw deze opzij, - de bevestigingen van de aircocompressor en bind deze vast aan de bovenste dwarsbalk de bevestigingen van de hulporganensteun, 10A-23

29 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Hulporganensteun: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en 740 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de hulporganensteun bevestigingsbouten van de aircocompressor bevestigingsbouten van de dynamo 44 N.m 25 N.m 25 N.m UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - De stuurbekrachtigingspomp (zie 36A, Stuurinrichting, Stuurbekrachtigingspomp : Uitbouwen - Inbouwen). - de dynamo (zie 16A, Starten - Laden, Dynamo:. Uitbouwen - Inbouwen) Bouw de bevestigingsbouten (2) van de aircocompressor uit. Bind de compressor aan de bovenste dwarsbalk Maak de stekkers (1) op de aircocompressor los de bevestigingsbouten (3) van de hulporganensteun, - de hulporganensteun. 10A-24

30 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Hulporganensteun: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en 740 INBOUWEN Plaats de hulporganensteun Zet de drie bevestigingsbouten met de hand vast tot ze aanliggen in de volgende aantrekvolgorde (4-1- 2). Zet de twee resterende bevestigingsbouten (3-5) met de hand vast tot ze aanliggen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de hulporganensteun (44 N.m) in de volgende aantrekvolgorde ( ), -de bevestigingsbouten van de aircocompressor (25 N.m), - de bevestigingsbouten van de dynamo (25 N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. N.B.: Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 10A-25

31 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Krukaskeerring distributiezijde 10A M9R, en 740 Onmisbaar speciaal gereedschap Mot Blokkeergereedschap krukaspoelie Aantrekkoppelsm krukaskeerring aan distributiezijde bevestigingsbouten van de krukaspoelie van de aandrijfriem hulporganen bevestigingsbouten van de trekstang van de langsbalk rechts 47 N.m 50 N.m + 85 ± 6 44 N.m UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). - het rechter voorwiel, - de spatplaat rechts voor, - de bevestigingsbouten van de trekstang van de langsbalk rechts, - de trekstang van de langsbalk rechts de aandrijfriem hulporganen (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriem hulporganen), Uitbouwen - Inbouwen) de bevestigingsbout van de krukaspoelie van de aandrijfriem hulporganen met behulp van het gereedschap (Mot. 1770)(1), - de krukaspoelie van de aandrijfriem hulporganen. 10A-26

32 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Krukaskeerring distributiezijde 10A M9R, en Bouw de krukaskeerring uit met behulp van het gereedschap (2) dat geleverd wordt in de set onderdelen van de nieuwe keerring INBOUWEN de pakkingvlakken moeten volkomen schoon, droog en vetvrij zijn (niet aanraken) Plaats de uitsparingen (3) van de afdichting tegenover de uitsparingen (4) van het distributiedeksel. 10A-27

33 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Krukaskeerring distributiezijde 10A M9R, en 740 Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de krukaspoelie van de aandrijfriem hulporganen (50 N.m + 85 ± 6 ). Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de trekstang van de langsbalk rechts (44 N.m) Breng de uitsparingen van de afdichtring in de uitsparingen van het distributiedeksel. Zet de krukaskeerring met de hand vast met behulp van het gereedschap dat geleverd wordt in de set onderdelen van de nieuwe keerring Zet vast met het aantrekkoppel met behulp van het gereedschap (5) dat geleverd wordt in de set onderdelen van de nieuwe afdichting: de krukaskeerring aan distributiezijde (47 N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 10A-28

34 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en JR5 of PK6 Onmisbaar speciaal gereedschap Aantrekkoppelsm Mot Klembandtang voor slangklem (groot model) moeren van het tussenstangetje van de stabilisatorstang 44 N.m Mot Klembandtang voor slangklem (klein model) Tav. 476 Kogeltrekker Onmisbaar materiaal veiligheidsriem vulstation gewichtsverdeler bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken op de onderste dwarsbalk bevestigingsbouten van de trekstangen van de aluminium langsbalken UITBOUWEN 44 N.m 44 N.m Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). bevestigingsbouten van de pendelsteun op de carrosserie bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor bevestigingsbouten van de bovenste stang van de motorsteun bevestigingsbouten van de pendelsteun op de bak bevestigingsmoer van de pendelsteun op de bak koppelreactiestang moer van onderste fuseekogel moer van de spoorstangkogel bevestigingsbouten van de schokdemperpoot kolombouten van de remklauw bevestigingsbouten van de aandrijfasstofhoes Aantrekkoppelsm 21 N.m 62 N.m 105 N.m 62 N.m 44 N.m 105 N.m 110 N.m 37 N.m 180 N.m 7 N.m 30 N.m N.B.: Hierbij moet u de auto met een veiligheidsriem aan de hefbrugarmen vastzetten om te voorkomen dat de auto van de hefbrug kantelt. Voor het plaatsen van de riem, (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Maak de zekeringplaat los. Duw de zekeringplaat opzij. - de kappen van de motor, - de accu, - de voorwielen, - de beschermingen onder de motor, - de spatplaten in de wielkuipen voor. Tap af: - het aircocircuit met behulp van een vulstation, - het koelcircuit via de onderste radiateurslang met behulp van het gereedschap (Mot ), (Mot ), - de versnellingsbak indien nodig, - de motor indien nodig. I - AAN DE RECHTER ZIJDE - de remklauw, 10A-29

35 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en JR5 of PK6 - het opname element ABS Bind de remklauw aan de veerpoot de onderste fuseekogel. - de bevestigingsbouten (1) van de beugel van het steunlager van de aandrijfas, - de moer van de spoorstangkogel (2), - de spoorstangkogel met behulp van het gereedschap (Tav. 476). - de bevestigingsbouten van de schokdemperpoot (3), - het geheel aandrijfas rechts-fusee de moer van de onderste fuseekogel, - de moer van de spoorstangkogel (4), - de spoorstangkogel met behulp van het gereedschap (Tav. 476), - de bevestigingsbouten van de schokdemperpoot (5), - het geheel aandrijfas links-fusee. N.B.: Controleer de staat van het draagvlak van de keerring. Vervang altijd de differentieelkeerring bij het uitbouwen van de aandrijfas (zie 21A, Handgeschakelde versnellingsbak, Differentieelkeerring). 4 3 II - AAN DE LINKER ZIJDE - de remklauw, - het opname element ABS, Bind de remklauw aan de veerpoot Bouw de schildbumper uit (zie 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor: Uitbouwen-Inbouwen). 10A-30

36 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en JR5 of PK de stekkers van de kabelbundels van de motor en van het interieur (9), - de bevestigingsbouten van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. - de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem, - de rekeneenheid (8) - de bevestigingen van de gevlochten massastrips (10), - de steun van de rekeneenheid, Maak het reservoir van de stuurbekrachtiging los. Bouw het stuurbekrachtigingsreservoir uit van zijn steun. Bouw de relaisplaat uit bij (5). Maak de zekeringhouders (6) los. - de bevestigingsbouten van de accubak (7), - de accubak, - de vulhals van het ruitensproeierreservoir Bescherm de gevoelige zones tegen de wegstromende stuurbekrachtigingsvloeistof. Bouw de slang van de stuurbekrachtiging uit en plaats beschermdoppen. Maak de kabelbundel op de bovenste dwarsbalk los de slang van de rembekrachtiger op de vacuümpomp, 10A-31

37 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en JR5 of PK6 - de bovenste dwarsbalk. - de bevestigingsbouten van de onderste dwarsbalk, - de onderste dwarsbalk. Plaats de werkplaatstakel met een gewichtsverdeler of met een ketting. 12 De onderste dwarsbalk draagt bij aan de stijfheid van de motorruimte. Voor alle werkzaamheden aan de onderste dwarsbalk, moet de motor ondersteund worden bij zijn steunpunten. Maak los: - de benzineaanvoerleiding van de hoofdinspuitbuis, Maak los: de stekkers van de koplampen, de stekker van het motorkapcontact (indien aanwezig). - de stekker op de elektroklep van de dampafzuiging, - de slang op de elektroklep van de dampafzuiging. Bouw het luchtfilterhuis uit (zie 12A, Inlaatspruitstuk, Luchtfilterhuis : Uitbouwen - Inbouwen). - de onderste bevestigingen van de radiateur, - de bovenste radiateurslang, - de stekker op de ventilateurmotor, - de slangen op het expansievat, - de stekker op de condensor, - de bevestigingen van de leidingen van de airconditioning op de compressor en op de waterafscheider. N.B.: Sluit de leidingen en het ontlastventiel af met doppen zodat er geen vocht in het circuit komt. - de onderste bevestigingsbout van de koplampen (11), - de bovenste bevestigingsbouten van de koplampen (12), - de koplampen. - de bevestigingsbouten (13) van de bovenste dwarsbalk, - de kabel voor het openen van de motorkap, 10A-32

38 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en JR5 of PK6 F4R, en PK Bouw de koeleenheid uit. Zuig het remvloeistofreservoir leeg met een spuitje tot het peil van de wartel van de slang van de koppelingshoofdcilinder. F4R, en JR5 - de klemmetjes op de koppelingswerkcilinder, - de leiding op de koppelingswerkcilinder, - de kabels van de versnellingsbak, de klemmetjes op de koppelingswerkcilinder, - de leiding op de koppelingswerkcilinder, - de kabels van de versnellingsbak, Bouw de bevestigingsbout (20) uit. Draai de schroef (21) los. Tap het stuurbekrachtigingsreservoir af. - de retourslang op het stuurbekrachtigingsreservoir, - de stuurbekrachtigingsleidingen op het stuurhuis, 10A-33

39 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en JR5 of PK6 - de stekker van de lambda sonde. - de bevestigingen van de voorste uitlaatbuis, Maak de kabelbundel van de lambda sonde los uit de bevestigingen. Bouw het geheel «motor-versnellingsbak» uit de bevestigingen van de oliekoeler van de stuurbekrachtiging op de onderste dwarsbalk. Monteer de onderste dwarsbalk weer na het uitbouwen van het geheel «motor-versnellingsbak» INBOUWEN Bouw de onderste dwarsbalk uit. Plaats het geheel «motor - Versnellingsbak» in de auto. Monteer de onderste dwarsbalk. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de carrosserie (21 N.m), - de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor (62 N.m), - de langsbalken (22), - de dwarsbalk (23). - de pendelophanging van de motor, - het steunrubber van de bak, - de pendelophanging van de versnellingsbak de bevestigingsbouten van de bovenste stang van de motorsteun (105 N.m), - de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de bak (62 N.m), - de bevestigingsmoer van de pendelsteun op de bak (44 N.m), - de koppelreactiestang (105 N.m), - de moer van onderste fuseekogel (110 N.m), - de moer van de spoorstangkogel (37 N.m), - de twee bevestigingsbouten van de schokdemperpoot (180 N.m), 10A-34

40 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en JR5 of PK6 - de kolombouten van de remklauw (7 N.m), -de bevestigingsbouten van de aandrijfasstofhoes (30 N.m), - de moeren van het tussenstangetje van de stabilisatorstang (44 N.m), -de bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken op de onderste dwarsbalk (44 N.m), Als de auto xenon koplampen heeft, moet het systeem worden geïnitialiseerd en de koplampen worden afgesteld (zie 80C, Xenonlampen, Xenon koplampen : Afstellen). BELANGRIJK: Ontsteek nooit een lamp buiten de koplamp (gevaar voor de ogen). - de bevestigingsbouten van de trekstangen van de aluminium langsbalken (44 N.m). Vervang de antidiefstalbouten door nieuwe antidiefstalbouten. Vul remvloeistof bij in het reservoir. Doe het volgende: - ontlucht de koppelingsbediening (zie 37A, Mechanische bedieningsorganen, Ontluchten koppelingscircuit - vul het oliepeil bij van de versnellingsbak, - vul de motor met de voorgeschreven olie (indien nodig), - vul en ontlucht het koelcircuit (zie 19A, Koeling, Ontluchten van het koelcircuit), - vul het stuurbekrachtigingsreservoir, - vul het aircocircuit met behulp van een vulstation. BELANGRIJK: Druk een paar keer op het rempedaal zodat de remzuigers, de remblokken en de remschijven aanliggen. Zet de remslang en de bedrading van het opname element ABS correct vast. De remslang mag niet worden verdraaid. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu). Stel de koplampen af (zie 80B, Verlichting voorzijde, Halogeen koplampen: Afstellen). 10A-35

41 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en DP0 of SU1 Onmisbaar speciaal gereedschap Aantrekkoppelsm Mot Mot Tav. 476 Klembandtang voor slangklem (groot model) Klembandtang voor slangklem (klein model) Kogeltrekker bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken op de onderste dwarsbalk bevestigingsbouten van de trekstangen van de aluminium langsbalken 44 N.m 44 N.m Mot Steun voor uit/ inbouwen aandrijfgroep veiligheidsriem vulstation gewichtsverdeler bevestigingsbouten van de pendelsteun op de carrosserie Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm 21 N.m UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). BELANGRIJK: Hierbij moet u de auto met een veiligheidsriem aan de hefbrugarmen vastzetten om te voorkomen dat de auto van de hefbrug kantelt. Voor het plaatsen van de riem, (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Verwijder de kappen op de motor. bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor bevestigingsbouten van de bovenste stang van de motorsteun bevestigingsbouten van de pendelsteun op de bak bevestigingsmoer van de pendelsteun op de bak koppelreactiestang moer van onderste fuseekogel moer van de spoorstangkogel bevestigingsbouten van de schokdemperpoot bouten van de remklauw 62 N.m 105 N.m 62 N.m 44 N.m 105 N.m 110 N.m 37 N.m 180 N.m 105 N.m Maak los: - de accu te beginnen met de negatieve pool, - de stekker (1) van de rekeneenheid van de automatische transmissie. Maak de zekeringplaat (2) los. Duw de zekeringplaat opzij A-36

42 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en DP0 of SU1 - de voorwielen, - de spatplaten in de wielkuipen voor, - de beschermingen aan de zijkanten, - de beschermingen onder de motor, Tap af: - het aircocircuit met behulp van een vulstation, - het koelcircuit via de onderste radiateurslang met behulp van het gereedschap (Mot ), (Mot ), - het geheel aandrijfas rechts-fusee. II - AAN DE LINKER ZIJDE - de remklauw, - het opname element ABS, Bind de remklauw aan de veerpoot. - de motor indien nodig. I - AAN DE RECHTER ZIJDE - de remklauw, - het opname element ABS, Bind de remklauw aan de veerpoot. - de moer van de onderste fuseekogel, de moer van de onderste fuseekogel, - de moer(6) van de spoorstangkogel, - de spoorstangkogel met behulp van het gereedschap (Tav. 476), - de bevestigingsbouten (7) van de schokdemperpoot, - het geheel aandrijfas links-fusee. Bouw de schildbumper uit (zie 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor). Maak het reservoir van de stuurbekrachtiging los. Bouw het stuurbekrachtigingsreservoir uit van zijn steun. - de bevestigingsbouten (3) van de beugel van het steunlager van de aandrijfas, - de moer (4) van de spoorstangkogel, - de spoorstangkogel met behulp van het gereedschap (Tav. 476), - de bevestigingsbouten (5) van de schokdemperpoot, Bescherm de gevoelige zones tegen de wegstromende stuurbekrachtigingsvloeistof. Bouw de slang van de stuurbekrachtiging uit en plaats beschermdoppen. Maak de kabelbundel op de bovenste dwarsbalk los. 10A-37

43 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en DP0 of SU1 - de kabel voor het openen van de motorkap, F4R, en SU1 - de bovenste dwarsbalk, - de bevestigingen van de onderste dwarsbalk, - de onderste dwarsbalk. Plaats de werkplaatstakel met een gewichtsverdeler of met een ketting. De onderste dwarsbalk draagt bij aan de stijfheid van de motorruimte. Voor alle werkzaamheden aan de onderste dwarsbalk, moet de motor ondersteund worden bij zijn steunpunten. - de bevestigingen van de onderste dwarsbalk, - de onderste dwarsbalk Maak los: - de stekkers van de koplampen, - de stekker van het motorkapcontact (indien aanwezig). - de onderste bevestigingsbout van de koplampen, - de bovenste bevestigingsbouten van de koplampen, - de koplampen. - de bevestigingsbouten (10) van de bovenste dwarsbalk, Bouw de relaisplaat uit bij (11). Maak de zekeringhouders (12) los. - de bevestigingsbouten van de accubak (13), - de accubak A-38

44 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en DP0 of SU1 - de slang van de rembekrachtiger op de vacuümpomp, - de stekkers (14) van de kabelbundels van de motor en van het interieur, - de stekkers van de rekeneenheid van het inspuitsysteem, - de rekeneenheid van het inspuitsysteem (15), - de massadraden op de langsbalken (16), - de steun van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Bouw het luchtfilterhuis uit (zie 12A, Inlaatspruitstuk, Luchtfilterhuis : Uitbouwen - Inbouwen) het kogeldraaipunt (17) van de kabel van de meerstandenschakelaar, - de bedieningskabel (18) van de meerstandenschakelaar van zijn kabelstop. N.B.: Kom hierbij niet aan de oranje ring (19). Deze kan bij het uit- en inbouwen breken. In dit geval vervangt u niet de bedieningskabel, de afwezigheid van dit onderdeel heeft geen nadelige invloed op de werking van het systeem. Bouw de bout (20) van de klembeugel van de stuurbekrachtigingsleiding uit. Maak de koelslangen (21) los van hun steun. 10A-39

45 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en DP0 of SU Bouw de stuurbekrachtigingsleiding uit bij (23). Bouw de stekkers van de ventilateurmotor uit. Maak de stekker los van de compressor (24). F4R, en SU1 Bouw de slang luchthuis - turbocompressor uit. Maak de bovenste slang op de radiateur los. Bouw de luchtgeleiders van de radiateur uit. Maak de condensor los van de tussenkoeler. Zorg ervoor dat de leidingen van de airconditioning niet vervormd worden. Sluit de airconditioningsleidingen en de condensor af met doppen zodat er geen vocht in het circuit komt. - de trekstang aan de zijkant (25), - de aluminium langsbalken (26), - de koppelreactiestang, - de bevestigingen van de uitlaat op het spruitstuk. Maak los: de slang van de stuurbekrachtiging op de langsbalk, - de slang van de stuurbekrachtiging op het subframe. Bouw de condensor uit. Maak de tussenkoeler los van de radiateur. Bouw de tussenkoeler uit. Ontgrendel de twee onderste bevestigingen van de radiateur. Bouw het geheel radiateur-ventilateurmotor uit. Maak de bescherming los van kabelbundel (27) van de lamda sonde. Maak de stekker (28) van de lambda sonde los A-40

46 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en DP0 of SU1 - de kachelslangen op het schutbord, - de kachelslang op het koelvloeistofhuis, - de bovenste slang op het koelvloeistofhuis. Plaats beschermdoppen op het koelvloeistofhuis. - de wartel van de stuurbekrachtiging op de stuurbekrachtigingspomp, - de bevestiging van de stuurbekrachtigingsleiding op de bak, - de bevestiging van de stuurbekrachtigingsleiding op het motorcarter. Maak de kabelbundel van de airconditioning op de stuurbekrachtigingsleiding los. Plaats beschermdoppen op de pomp van de stuurbekrachtiging. Bouw de wartels van de airconditioningsleidingen op de compressor uit. Plaats beschermdoppen op de compressor. Bouw de pendelsteun van de motor uit Controleer of de motor bijna rust op het gereedschap (Mot. 1390) voordat u de bouten compleet losdraait. Bouw de moer van de pendelsteun van de versnellingsbak uit. Tik het tapeind los met een bronzen drevel. N.B.: De poten van het gereedschap (Mot. 1390) moeten nu de motor raken Plaats het gereedschap (Mot. 1390) onder de motor, de poten moeten onder de grijze zones (29) zijn geplaatst. Breng de motor zo dicht mogelijk bij het gereedschap zonder het te raken. Zet de poot tussen het steunrubber van de bak en het expansievat los. - het steunrubber van de bak, - de pendelophanging van de versnellingsbak. Zet de auto omhoog en druk daarbij de motor iets naar voren om de doorgang tussen het subframe en de versnellingsbak mogelijk te maken. Maak de motor vrij met behulp van het gereedschap (Mot. 1390). INBOUWEN Plaats het geheel motor - Versnellingsbak in de auto. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 10A-41

47 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en DP0 of SU1 Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: (zie 19B, Pendelophanging). -de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de carrosserie (21 N.m), -de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor (62 N.m), - de bevestigingsbouten van de bovenste stang van de motorsteun (105 N.m), -de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de bak (62 N.m), - de bevestigingsmoer van de pendelsteun op de bak (44 N.m), - de koppelreactiestang (105 N.m), Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, Accu, Accu). Stel de koplampen af (zie 80B, Verlichting voorzijde, Halogeen koplampen: Afstellen). Als de auto xenon koplampen heeft, moet het systeem worden geïnitialiseerd en de koplampen worden afgesteld (zie 80C, Xenonlampen, Xenon koplampen : Afstellen). BELANGRIJK: Ontsteek nooit een lamp buiten de koplamp (gevaar voor de ogen). - de moer van onderste fuseekogel (110 N.m), - de moer van de spoorstangkogel (37 N.m), - de twee bevestigingsbouten van de schokdemperpoot (180 N.m), - de bouten van de remklauw (105 N.m). -de bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken op de onderste dwarsbalk (44 N.m), - de bevestigingsbouten van de trekstangen van de aluminium langsbalken (44 N.m). Doe het volgende: - vul en ontlucht het koelcircuit (zie 19A, Koeling, Ontluchten van het koelcircuit), - vul het stuurbekrachtigingsreservoir, - het aircocircuit met behulp van een vulstation. BELANGRIJK: Druk een paar keer op het rempedaal zodat de remzuigers, de remblokken en de remschijven aanliggen. Zet de remslang en de bedrading van het opname element ABS correct vast. De remslang mag niet worden verdraaid. 10A-42

48 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F4R, en DP0 of SU1 10A-43

49 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T, en 703 of 707 Mot veiligheidsriem vulstation Onmisbaar speciaal gereedschap gewichtsverdeler Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm Gereedschap losmaken kachelradiateur op schutbord. bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken op de onderste dwarsbalk bevestigingsbouten van de trekstangen van de aluminium langsbalken UITBOUWEN Aantrekkoppelsm 44 N.m 44 N.m Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). bevestigingsbouten van de pendelsteun op de carrosserie bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor bevestigingsbouten van de bovenste stang van de motorsteun bevestigingsbouten van de pendelsteun op de bak bevestigingsmoer van de pendelsteun op de bak koppelreactiestang moer van onderste fuseekogel moer van de spoorstangkogel bevestigingsbouten van de schokdemperpoot bevestigingsbouten van de remklauw bevestigingsbouten van de aandrijfasstofhoes moeren van het tussenstangetje van de stabilisatorstang 21 N.m 62 N.m 105 N.m 62 N.m 44 N.m 105 N.m 110 N.m 37 N.m 180 N.m 105 N.m 30 N.m 44 N.m N.B.: Hierbij moet u de auto met een veiligheidsriem aan de hefbrugarmen vastzetten om te voorkomen dat de auto van de hefbrug kantelt. Voor het plaatsen van de riem, (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de accu, 1 - de rekeneenheid van de automatische transmissie (1), - de voorwielen, - de bescherming onder de motor, A-44

50 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T, en 703 of de spatplaten in de wielkuipen voor, - de zijbeschermingen. Tap af: - het aircocircuit met behulp van een vulstation, - het koelsysteem via de onderste radiateurslang, - de versnellingsbak indien nodig, - de motor indien nodig de brandstofaanvoerslang (2) op het brandstoffilter, - de brandstofretourslang (3) op het brandstoffilter, - de stekker (4). I - AAN DE RECHTER ZIJDE - de remklauw, - het opname element ABS, Bind de remklauw aan de veerpoot de moer van de onderste fuseekogel, - de bevestigingsbouten (5) van de beugel van het steunlager van de aandrijfas, - de moer (6) van de spoorstangkogel, - de spoorstangkogel met behulp van het gereedschap..., - de bevestigingsbouten (7) van de schokdemperpoot, - het geheel aandrijfas rechts-fusee. II - AAN DE LINKER ZIJDE - de remklauw, - het opname element ABS, Bind de remklauw aan de veerpoot A-45

51 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T, en 703 of de grille, - de schildbumper, - de slang van de koplampsproeiers (indien aanwezig) de moer van de onderste fuseekogel, - de moer (8) van de spoorstangkogel, - de spoorstangkogel met behulp van het gereedschap..., - de bevestigingsbouten (9) van de schokdemperpoot, - het geheel aandrijfas links-fusee. Bouw de relaisplaat uit bij (11). Maak de zekeringhouders (12) los Boor de antidiefstalbouten (13) in met een boor van 5 mm in de as van de bout. - de antidiefstalbouten met behulp van het gereedschap... - de accubak. Maak het reservoir van de stuurbekrachtiging los. Bouw het stuurbekrachtigingsreservoir uit van zijn steun. Maak los : - de kabelbundel van de bovenste dwarsbalk, - de bevestigingen van de gevlochten massastrips. 10 Maak de stekkers van de mistlichten los bij (10) Bouw de steun van de rekeneenheid van het inspuitsysteem uit. Maak los: - de stekkers van de koplampen, - de stekker van het motorkapcontact (indien aanwezig). 10A-46

52 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T, en 703 of Bouw de bovenste geleiders (14) van de schildbumper uit. Maak los : - de stekkers (18), Maak de klemmetjes (15) los. - de bevestigingsbouten (16) van de koplampen, - de koplampen. - de bevestigingen van de gevlochten massastrips (19), - het luchtfilterhuis, - de inlaatluchtslang, - de luchtslang op de smoorklep, - de onderste bevestigingen van de radiateur, 17 - de bovenste slang, - de stekkers van de ventilateurmotor, - de condensor, - de bevestigingen van de leidingen van de aircocompressor, - de waterafscheider. N.B.: Sluit de leidingen en het ontlastventiel af met doppen zodat er geen vocht kan binnendringen. - de bevestigingsbouten (17) van de bovenste dwarsbalk, - de kabel voor het openen van de motorkap, - de bovenste dwarsbalk. - de koeleenheid, - de vacuümslang van de rembekrachtiger, - de slangen van het expansievat, - de kachelslangen. 10A-47

53 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T, en 703 of Bouw de stuurbekrachtigingsleiding uit bij (24) Verwijder de koppel-reactiestang het kogeldraaipunt (20) van de kabel van de meerstandenschakelaar, - de bedieningskabel (21) van de meerstandenschakelaar van zijn kabelstop. 25 N.B.: Kom hierbij niet aan de oranje ring. Deze kan bij het uit- en inbouwen breken. In dit geval vervangt u niet de bedieningskabel, de afwezigheid van dit onderdeel heeft geen nadelige invloed op de werking van het systeem. Maak los: - de stekker (22) van het opname element ingaand toerental, - de stekker (23) van het opname element uitgaand toerental de zijdelingse trekstangen (25), - de aluminium langsbalken (26), de bevestigingen van de beschermplaat van de ABS-eenheid, - de bevestigingen van de voorste uitlaatbuis, - de bevestigingen van de oliekoeler van de stuurbekrachtiging op de onderste dwarsbalk. Maak de slangen van de kachelradiateur los met behulp van het gereedschap (Mot. 1599). Plaat een takel boven de motor. Ondersteun de motor met de versnellingsbak met een gewichtsverdeler. - de pendelsteun van de motor, - de moer van de pendelsteun van de versnellingsbak. 10A-48

54 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T, en 703 of 707 Tik het tapeind los met een bronzen drevel. Bouw de onderste dwarsbalk (27) uit. Bouw het geheel «motor-versnellingsbak» uit. INBOUWEN Bouw de onderste dwarsbalk uit. Plaats het geheel «motor - Versnellingsbak» in de auto. Monteer de onderste dwarsbalk De onderste dwarsbalk (27) draagt bij aan de stijfheid van de motorruimte. Voor alle werkzaamheden aan de onderste dwarsbalk, moet de motor ondersteund worden bij zijn steunpunten. Monteer de onderste dwarsbalk weer na het uitbouwen van het geheel «motor-versnellingsbak». Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de carrosserie (21 N.m), - de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor (62 N.m), -de bevestigingsbouten van de bovenste stang van de motorsteun (105 N.m), - de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de bak (62 N.m), - de bevestigingsmoer van de pendelsteun op de bak (44 N.m), - de koppelreactiestang (105 N.m), - de moer van onderste fuseekogel (110 N.m), - de moer van de spoorstangkogel (37 N.m), - de twee bevestigingsbouten van de schokdemperpoot (180 N.m), - de bevestigingsbouten van de remklauw (105 N.m), - de bevestigingsbouten van de aandrijfasstofhoes (30 N.m), - de moeren van het tussenstangetje van de stabilisatorstang (44 N.m), - de bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken op de onderste dwarsbalk (44 N.m), - de bevestigingsbouten van de trekstangen van de aluminium langsbalken (44 N.m). Vervang de antidiefstalbouten door nieuwe antidiefstalbouten. Vul remvloeistof bij in het reservoir. Doe het volgende: - ontlucht de koppelingsbediening (zie 37A, Mechanische bedieningsorganen, Ontluchten koppelingscircuit - vul het oliepeil bij van de versnellingsbak, - vul de motor met de voorgeschreven olie (indien nodig), - vul en ontlucht het koelcircuit (zie 19A, Koeling, Ontluchten van het koelcircuit), - het aircocircuit met behulp van een vulstation. BELANGRIJK: Druk een paar keer op het rempedaal zodat de remzuigers, de remblokken en de remschijven aanliggen. Zet de remslang en de bedrading van het opname element ABS correct vast. De remslang mag niet worden verdraaid. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu). 10A-49

55 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T, en 703 of 707 Stel de koplampen af (zie 80B, Verlichting voorzijde, Halogeen koplampen: Afstellen). Als de auto xenon koplampen heeft, moet het systeem worden geïnitialiseerd en de koplampen worden afgesteld (zie 80C, Xenonlampen, Xenon koplampen : Afstellen). BELANGRIJK: Ontsteek nooit een lamp buiten de koplamp (gevaar voor de ogen). 10A-50

56 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T, en 702 of 706 Mot veiligheidsriem vulstation Onmisbaar speciaal gereedschap gewichtsverdeler Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm Gereedschap losmaken kachelradiateur op schutbord. bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken op de onderste dwarsbalk bevestigingsbouten van de trekstangen van de aluminium langsbalken UITBOUWEN Aantrekkoppelsm 44 N.m 44 N.m Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). bevestigingsbouten van de pendelsteun op de carrosserie bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor bevestigingsbouten van de bovenste stang van de motorsteun bevestigingsbouten van de pendelsteun op de bak bevestigingsmoer van de pendelsteun op de bak koppelreactiestang moer van onderste fuseekogel moer van de spoorstangkogel bevestigingsbouten van de schokdemperpoot bevestigingsbouten van de remklauw moeren van het tussenstangetje van de stabilisatorstang 21 N.m 62 N.m 105 N.m 62 N.m 44 N.m 105 N.m 110 N.m 37 N.m 180 N.m 105 N.m 44 N.m N.B.: Hierbij moet u de auto met een veiligheidsriem aan de hefbrugarmen vastzetten om te voorkomen dat de auto van de hefbrug kantelt. Voor het plaatsen van de riem, (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). - de accu, - de voorwielen, - de bescherming onder de motor, - de spatplaten in de wielkuipen voor, - de zijbeschermingen. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Tap af: - het aircocircuit met behulp van een vulstation, - het koelsysteem via de onderste radiateurslang, - de versnellingsbak indien nodig, - de motor indien nodig. 10A-51

57 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T, en 702 of de brandstofaanvoerslang (1) op het brandstoffilter, - de brandstofretourslang (2) op het brandstoffilter, - de stekker (3). I - AAN DE RECHTER ZIJDE - de remklauw, - het opname element ABS, Bind de remklauw aan de veerpoot de moer van de onderste fuseekogel, - de bevestigingsbouten (4) van de beugel van het steunlager van de aandrijfas, - de moer (5) van de spoorstangkogel, - de spoorstangkogel met behulp van het gereedschap..., - de bevestigingsbouten (6) van de schokdemperpoot, - het geheel aandrijfas rechts-fusee. II - AAN DE LINKER ZIJDE - de remklauw, het opname element ABS, Bind de remklauw aan de veerpoot. 10A-52

58 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T, en 702 of de grille, - de schildbumper, - de slang van de koplampsproeiers (indien aanwezig) de moer van de onderste fuseekogel, - de moer (7) van de spoorstangkogel, - de spoorstangkogel met behulp van het gereedschap..., - de bevestigingsbouten (8) van de schokdemperpoot, - het geheel aandrijfas links-fusee. Bouw de relaisplaat uit bij (10). Maak de zekeringhouders (11) los Boor de antidiefstalbouten (12) in met een boor van 5 mm in de as van de bout. - de antidiefstalbouten met behulp van het gereedschap... - de accubak. Maak het reservoir van de stuurbekrachtiging los. Bouw het stuurbekrachtigingsreservoir uit van zijn steun. Maak los : - de kabelbundel van de bovenste dwarsbalk, 9 - de bevestigingen van de gevlochten massastrips. Maak los: - de stekkers van de koplampen, Maak de stekkers van de mistlichten los bij (9) de stekker van het motorkapcontact (indien aanwezig). 10A-53

59 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T, en 702 of Bouw de bovenste geleiders (13) van de schildbumper uit. Maak de klemmetjes (14) los. - de bevestigingsbouten (15) van de koplampen, - de koplampen Maak los : - de stekkers (17), - de bevestigingen van de gevlochten massastrips (18). - de steun (19) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem, - het luchtfilterhuis, - de inlaatluchtslang, - de luchtslang op de smoorklep, - de onderste bevestigingen van de radiateur, - de bovenste slang, de stekkers van de ventilateurmotor, - de condensor, - de bevestigingen van de leidingen van de aircocompressor, - de waterafscheider. - de bevestigingsbouten (16) van de bovenste dwarsbalk, - de kabel voor het openen van de motorkap, - de bovenste dwarsbalk N.B.: Sluit de leidingen en het ontlastventiel af met doppen zodat er geen vocht kan binnendringen. - de koeleenheid, - de vacuümslang van de rembekrachtiger, - de slangen van het expansievat, 10A-54

60 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T, en 702 of de kachelslangen. - de bevestigingen van de voorste uitlaatbuis, - de bevestigingen van de oliekoeler van de stuurbekrachtiging op de onderste dwarsbalk. Maak de slangen van de kachelradiateur los met behulp van het gereedschap (Mot. 1599). Plaat een takel boven de motor. Ondersteun de motor met de versnellingsbak met een gewichtsverdeler de pendelsteun van de motor, - de moer van de pendelsteun van de versnellingsbak. Tik het tapeind los met een bronzen drevel de klemmetjes (20), - de koppelingswerkcilinder, de bedieningskabel (21) van de bak. - de retourslang op het stuurbekrachtigingsreservoir, - de stuurbekrachtigingsleiding op het stuurhuis. Bouw de koppelreactiestang uit. Bouw de onderste dwarsbalk (25) uit De onderste dwarsbalk (25) draagt bij aan de stijfheid van de motorruimte. Voor alle werkzaamheden aan de onderste dwarsbalk, moet de motor ondersteund worden bij zijn steunpunten. Bouw het geheel «motor-versnellingsbak» uit Monteer de onderste dwarsbalk weer na het uitbouwen van het geheel «motor-versnellingsbak» de zijdelingse trekstangen (23), - de aluminium langsbalken (24), - de bevestigingen van de beschermplaat van de ABS-eenheid, INBOUWEN Bouw de onderste dwarsbalk uit. Plaats het geheel «motor - Versnellingsbak» in de auto. Monteer de onderste dwarsbalk. 10A-55

61 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A G9T, en 702 of 706 Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: -de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de carrosserie (21 N.m), -de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor (62 N.m), - de bevestigingsbouten van de bovenste stang van de motorsteun (105 N.m), -de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de bak (62 N.m), - de bevestigingsmoer van de pendelsteun op de bak (44 N.m), - de koppelreactiestang (105 N.m), - de moer van onderste fuseekogel (110 N.m), - de moer van de spoorstangkogel (37 N.m), - de twee bevestigingsbouten van de schokdemperpoot (180 N.m), - de bevestigingsbouten van de remklauw (105 N.m), - de moeren van het tussenstangetje van de stabilisatorstang (44 N.m), -de bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken op de onderste dwarsbalk (44 N.m), - de bevestigingsbouten van de trekstangen van de aluminium langsbalken (44 N.m). Vervang de antidiefstalbouten door nieuwe antidiefstalbouten. Vul remvloeistof bij in het reservoir. Doe het volgende: - ontlucht de koppelingsbediening (zie 37A, Mechanische bedieningsorganen, Ontluchten koppelingscircuit - vul het oliepeil bij van de versnellingsbak, - vul de motor met de voorgeschreven olie (indien nodig), - vul en ontlucht het koelcircuit (zie 19A, Koeling, Ontluchten van het koelcircuit), - het aircocircuit met behulp van een vulstation. BELANGRIJK: Druk een paar keer op het rempedaal zodat de remzuigers, de remblokken en de remschijven aanliggen. Zet de remslang en de bedrading van het opname element ABS correct vast. De remslang mag niet worden verdraaid. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, Accu, Accu). Stel de koplampen af (zie 80B, Verlichting voorzijde, Halogeen koplampen: Afstellen). Als de auto xenon koplampen heeft, moet het systeem worden geïnitialiseerd en de koplampen worden afgesteld (zie 80C, Xenonlampen, Xenon koplampen : Afstellen). BELANGRIJK: Ontsteek nooit een lamp buiten de koplamp (gevaar voor de ogen). 10A-56

62 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F9Q, en 674 Onmisbaar speciaal gereedschap Mot Klembandtang voor slangklem (groot model) Mot Klembandtang voor slangklem (klein model) Mot Lange klembandtang Tav. 476 Kogeltrekker Onmisbaar materiaal veiligheidsriem vulstation bevestigingsbouten van de schokdemperpoot kolombouten van de remklauw bevestigingsbouten van de aandrijfasstofhoes moeren van het tussenstangetje van de stabilisatorstang bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken op de onderste dwarsbalk Aantrekkoppelsm 180 N.m 7 N.m 30 N.m 44 N.m 44 N.m gewichtsverdeler bevestigingsbouten van de pendelsteun op de carrosserie bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor bevestigingsbouten van de bovenste stang van de motorsteun bevestigingsbouten van de pendelsteun op de bak bevestigingsmoer van de pendelsteun op de bak bevestigingsbout van de koppelreactiestang op het subframe bevestigingsbout van de koppelreactiestang op de motor moer van onderste fuseekogel moer van de spoorstangkogel Aantrekkoppelsm 21 N.m 62 N.m 105 N.m 62 N.m 44 N.m 105 N.m 180 N.m 110 N.m 37 N.m bevestigingsbouten van de trekstangen van de aluminium langsbalken UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). Voor het plaatsen van de riem, (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de sierkap van de motor, - de accu, - de voorwielen, - de bescherming onder de motor, - de spatplaten rechts en links. 44 N.m BELANGRIJK: Hierbij moet u de auto met een veiligheidsriem aan de hefbrugarmen vastzetten om te voorkomen dat de auto van de hefbrug kantelt. Tap af: - het aircocircuit met behulp van een vulstation, - het koelcircuit via de onderste radiateurslang met behulp van het gereedschap (Mot ), (Mot ) en (Mot. 1448). - de versnellingsbak indien nodig, - de motor indien nodig. 10A-57

63 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F9Q, en 674 I - AAN DE LINKER ZIJDE - de remklauw, - het opname element ABS, Bind de remklauw aan de auto de onderste fuseekogel. - de moer van de spoorstangkogel (1), de onderste fuseekogel. - de moer van de spoorstangkogel (3), - de spoorstangkogel met behulp van het gereedschap (Tav. 476), - de bevestigingsbouten (4) van de beugel van het steunlager van de aandrijfas, - de beugel van het steunlager van de aandrijfas, - de bevestigingsbouten (5) van de schokdemperpoot, - het geheel «aandrijfas rechts-fusee». - de spoorstangkogel met behulp van het gereedschap (Tav. 476), - de bevestigingen van de aandrijfasstofhoes, - de bevestigingsbouten (2) van de schokdemperpoot, - het geheel «aandrijfas links-fusee». N.B.: Controleer de staat van het draagvlak van de keerring. Vervang altijd de differentieelkeerring bij het uitbouwen van de aandrijfas (zie 21A, Handgeschakelde versnellingsbak, Differentieelkeerring). II - AAN DE RECHTER ZIJDE - de remklauw, - het opname element ABS, Bind de remklauw aan de auto. 10A-58

64 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F9Q, en 674 Maak de kabelbundel op de bovenste dwarsbalk los. Maak los: - de stekkers van de koplampen, - de stekker van het motorkapcontact (indien aanwezig) Maak de stekkers van de mistlichten los bij (6) Bouw de schildbumper voor uit (zie 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor: Uitbouwen - inbouwen) Bouw de bovenste bevestigingsbouten (10) van de koplampen uit Bouw de relaisplaat uit bij (7). Maak de zekeringhouders (8) los. - de bevestigingsbouten van de accubak (9), - de accubak. Maak het reservoir van de stuurbekrachtiging los Bouw de onderste bevestigingsbout (11) van de koplampen uit. Maak de koplamp los van zijn centreerder (12). Bouw de koplampen uit. 10A-59

65 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F9Q, en het geheel «luchtfilterhuis-inlaatluchtslang», - de onderste bevestigingen van de radiateur, - de bovenste radiateurslang, - de stekker op de ventilateurmotor, - de slangen op het expansievat, - de stekker op de condensor, - de bevestigingsbouten (13) van de bovenste dwarsbalk, - de kabel voor het openen van de motorkap, - de bovenste dwarsbalk de bevestigingen van de leidingen van de airconditioning op de compressor en op de waterafscheider. N.B.: Sluit de leidingen en het ontlastventiel af met doppen zodat er geen vocht in het circuit komt. Bouw de koeleenheid uit de bevestigingsbouten (14) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. - de bevestigingsbout (15) van de kabelbundel, - de stekkers (16) van de kabelbundel van de motor, - de moeren van de massadraden op de langsbalk (17), - de steun van de rekeneenheid (18) Maak los: - de brandstofslangen (19) op het brandstoffilter, - de wartel van de brandstofretourleiding op het opname element brandstoftemperatuur, - de stekkers (20) van het brandstoffilter Zuig het remvloeistofreservoir leeg met een spuitje tot het peil van de wartel van de slang van de koppelingshoofdcilinder. 10A-60

66 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F9Q, en 674 Maak de stekker los van de lambda sonde onder de auto. - de bevestigingen van de voorste uitlaatbuis, - de bevestigingen van de oliekoeler van de stuurbekrachtiging op de onderste dwarsbalk de klemmetjes op de koppelingswerkcilinder, - de leiding op de koppelingswerkcilinder, 25 - de kabels (21) van de versnellingsbak de bevestigingsbout (22), - de bevestigingsbout (23), - de koppelreactiestang. Tap het stuurbekrachtigingsreservoir af de langsbalken (24), - de dwarsbalk (25). Plaats de werkplaatstakel met een gewichtsverdeler of met een ketting. Ondersteun het geheel «motor-versnellingsbak». - de pendelophanging van de motor, - het steunrubber van de bak, - de pendelophanging van de versnellingsbak. - de retourslang op het stuurbekrachtigingsreservoir, - de stuurbekrachtigingsleidingen op het stuurhuis. 10A-61

67 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F9Q, en de bevestigingsbout van de koppelreactiestang op het subframe (105 N.m), - de bevestigingsbout van de koppelreactiestang op de motor (180 N.m), - de moer van onderste fuseekogel (110 N.m), - de moer van de spoorstangkogel (37 N.m), - de twee bevestigingsbouten van de schokdemperpoot (180 N.m), - de kolombouten van de remklauw (7 N.m), Bouw de onderste dwarsbalk (26) uit. Bouw het geheel «motor-versnellingsbak» uit. INBOUWEN Bouw de onderste dwarsbalk uit. Plaats het geheel «motor - Versnellingsbak» in de auto. Monteer de onderste dwarsbalk. 26 Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: De onderste dwarsbalk (26) draagt bij aan de stijfheid van de motorruimte. Voor alle werkzaamheden aan de onderste dwarsbalk, moet de motor ondersteund worden bij zijn steunpunten. Monteer de onderste dwarsbalk weer na het uitbouwen van het geheel «motor-versnellingsbak». - de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de carrosserie (21 N.m), - de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor (62 N.m), -de bevestigingsbouten van de bovenste stang van de motorsteun (105 N.m), - de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de bak (62 N.m), - de bevestigingsmoer van de pendelsteun op de bak (44 N.m), - de bevestigingsbouten van de aandrijfasstofhoes (30 N.m), - de moeren van het tussenstangetje van de stabilisatorstang (44 N.m), - de bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken op de onderste dwarsbalk (44 N.m), - de bevestigingsbouten van de trekstangen van de aluminium langsbalken (44 N.m). Vul remvloeistof bij in het reservoir. Doe het volgende: - ontlucht de koppelingsbediening (zie 37A, Mechanische bedieningsorganen, Ontluchten koppelingscircuit - vul het oliepeil bij van de versnellingsbak, - vul de motor met de voorgeschreven olie (indien nodig), - vul en ontlucht het koelcircuit (zie 19A, Koeling, Ontluchten van het koelcircuit), - het aircocircuit met behulp van een vulstation. BELANGRIJK: Druk een paar keer op het rempedaal zodat de remzuigers, de remblokken en de remschijven aanliggen. Zet de remslang en de bedrading van het opname element ABS correct vast. De remslang mag niet worden verdraaid. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). 10A-62

68 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A F9Q, en 674 Stel de koplampen af (zie 80B, Verlichting voorzijde, Halogeen koplampen: Afstellen). Als de auto xenon koplampen heeft, moet het systeem worden geïnitialiseerd en de koplampen worden afgesteld (zie 80C, Xenonlampen, Xenon koplampen : Afstellen). BELANGRIJK: Voor oogletsel te voorkomen, mag u nooit naar een xenonlamp kijken bij het inschakelen (ontstekingsspanning V). 10A-63

69 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A L7X, en 733 Onmisbaar speciaal gereedschap Aantrekkoppelsm Mot Mot Mot Tav. 476 Klembandtang voor slangklem (groot model) Klembandtang voor slangklem (klein model) Lange klembandtang Kogeltrekker moer van onderste fuseekogel moer van de spoorstangkogel bevestigingsbouten van de schokdemperpoot kolombouten van de remklauw 110 N.m 37 N.m 180 N.m 7 N.m Mot Set voor het verwijderen van de antidiefstal bouten van de inspuitpomp bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken op de onderste dwarsbalk 44 N.m veiligheidsriem Onmisbaar materiaal bevestigingsbouten van de trekstangen van de aluminium langsbalken 44 N.m vulstation gewichtsverdeler bevestigingsbouten van de pendelsteun op de carrosserie bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor bevestigingsbouten van de bovenste stang van de motorsteun bevestigingsbouten van de pendelsteun op de bak bevestigingsmoer van de pendelsteun op de bak bevestigingsbout van de koppelreactiestang op het subframe bevestigingsbout van de koppelreactiestang op de motor Aantrekkoppelsm 21 N.m 62 N.m 105 N.m 62 N.m 44 N.m 105 N.m 180 N.m UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). N.B.: Hierbij moet u de auto met een veiligheidsriem aan de hefbrugarmen vastzetten om te voorkomen dat de auto van de hefbrug kantelt. Voor het plaatsen van de riem, (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de kappen van de motor, - de accu, - de voorwielen, - de bescherming onder de motor, - de spatplaten rechts en links. Tap af: - het aircocircuit met behulp van een vulstation, - het koelcircuit via de onderste radiateurslang met behulp van het gereedschap (Mot ), (Mot ) en (Mot. 1448). - de versnellingsbak indien nodig, - de motor indien nodig. 10A-64

70 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A L7X, en 733 I - AAN DE LINKER ZIJDE - de remklauw, - de opname elementen ABS. Bind de remklauw aan de auto de onderste fuseekogel de onderste fuseekogel. - de moer van de spoorstangkogel, - de spoorstangkogel (3) met behulp van het gereedschap (Tav. 476), - de bevestigingsbouten (4) van de beugel van het steunlager van de aandrijfas, - de beugel van het steunlager van de aandrijfas, - de bevestigingsbouten (5) van de schokdemperpoot, - het geheel aandrijfas rechts-fusee. - de moer van de spoorstangkogel, - de spoorstangkogel (1) met behulp van het gereedschap (Tav. 476), - de bevestigingsbouten (2) van de schokdemperpoot, - het geheel aandrijfas links-fusee. N.B.: Controleer de staat van het draagvlak van de keerring. Vervang altijd de differentieelkeerring bij het uitbouwen van de aandrijfas (zie 21A, Handgeschakelde versnellingsbak, Differentieelkeerring). II - AAN DE RECHTER ZIJDE - de remklauw, - de opname elementen ABS. Bind de remklauw aan de auto. 10A-65

71 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A L7X, en Maak de stekkers van de mistlichten los bij (6). - de grille, - de schildbumper Bouw de relaisplaat uit bij (7). Maak de zekeringhouders (8) los. Boor de antidiefstalbouten (9) in met een boor van 5 mm in de as van de bout. - de antidiefstalbouten met behulp van het gereedschap (Mot. 1372), - de accubak, - de vulhals van het ruitensproeierreservoir. Maak het reservoir van de stuurbekrachtiging los. Bouw het stuurbekrachtigingsreservoir uit van zijn steun. Maak de kabelbundel op de bovenste dwarsbalk los. Maak los: - de stekkers van de koplampen, - de stekker van het motorkapcontact (indien aanwezig). 10A-66

72 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A L7X, en Bouw de bovenste geleiders (10) van de schildbumper uit. Maak de klemmetjes (11) los. - de bevestigingsbouten (12) van de koplampen, - de koplampen de bevestigingsbouten (14) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem, - de bevestigingsbout (15), - de stekkers (16), - de bevestigingen van de gevlochten massastrips (17), - de steun van de rekeneenheid (18). - het geheel luchtfilterhuis-inlaatluchtslang, - de onderste bevestigingen van de radiateur, - de bovenste radiateurslang, - de stekker op de ventilateurmotor, de slangen op het expansievat, - de stekker op de condensor, - de bevestigingen van de leidingen van de airconditioning op de compressor en op de waterafscheider. - de bevestigingsbouten (13) van de bovenste dwarsbalk, - de kabel voor het openen van de motorkap, - de bovenste dwarsbalk N.B.: Sluit de leidingen en het ontlastventiel af met doppen zodat er geen vocht in het circuit komt. Bouw de koeleenheid uit. Maak los: - de stekker op de elektroklep van de dampafzuiging, 10A-67

73 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A L7X, en de slang op de elektroklep van de dampafzuiging, - de brandstofslang bij de bovenste stang van de motorsteun. Zuig het remvloeistofreservoir leeg met een spuitje tot het peil van de wartel van de slang van de koppelingshoofdcilinder Verwijder de bevestigingsbout (26) van de koppelreactiestang op de motor. Zet de bout (27) van de koppelreactiestang op het subframe los. Tap het stuurbekrachtigingsreservoir af de retourslang op het stuurbekrachtigingsreservoir, - de stuurbekrachtigingsleidingen op het stuurhuis, de bevestigingen van de oliekoeler van de stuurbekrachtiging op de onderste dwarsbalk. - het kogeldraaipunt (19) van de kabel van de meerstandenschakelaar, - de bedieningskabel (20) van de meerstandenschakelaar van zijn kabelstop. N.B.: Kom hierbij niet aan de oranje ring (21). Deze kan bij het uit- en inbouwen breken. In dit geval vervangt u niet de bedieningskabel, de afwezigheid van dit onderdeel heeft geen nadelige invloed op de werking van het systeem. Bouw de bout (22) van de klembeugel van de stuurbekrachtigingsleiding uit. Maak de koelslangen (23) los van hun steun Maak los: - de stekker (24) van het opname element ingaand toerental van de automatische transmissie, - de stekker (25) van het opname element uitgaand toerental van de automatische transmissie. - de langsbalken (28), - de dwarsbalk (29) A-68

74 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A L7X, en de bevestigingen van het inlaatspruitstuk, - het inlaatspruitstuk in de richting van de pijlen de stekkers (31) van de lambda sondes, - de bevestigingen (32) van de voorkatalysator Bouw de moeren (30) van de flenzen katalysatorvoorkatalysator uit via het subframe de bevestigingsbouten (33) van de beugel op de motor, - de voorkatalysator. 10A-69

75 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A L7X, en 733 Bouw het geheel «motor-versnellingsbak» uit. Monteer de onderste dwarsbalk weer na het uitbouwen van het geheel «motor-versnellingsbak». INBOUWEN Bouw de onderste dwarsbalk uit. Plaats het geheel «motor - Versnellingsbak» in de auto. Monteer de onderste dwarsbalk. 34 Bouw de steun (34) uit. Plaats de werkplaatstakel met een gewichtsverdeler of met een ketting. Ondersteun het geheel «motor-versnellingsbak». - de pendelophanging van de motor, - het steunrubber van de bak, - de pendelophanging van de versnellingsbak Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de carrosserie (21 N.m), - de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor (62 N.m), -de bevestigingsbouten van de bovenste stang van de motorsteun (105 N.m), - de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de bak (62 N.m), - de bevestigingsmoer van de pendelsteun op de bak (44 N.m), - de bevestigingsbout van de koppelreactiestang op het subframe (105 N.m), - de bevestigingsbout van de koppelreactiestang op de motor (180 N.m), - de moer van onderste fuseekogel (110 N.m), - de moer van de spoorstangkogel (37 N.m), Bouw de onderste dwarsbalk (35) uit de twee bevestigingsbouten van de schokdemperpoot (180 N.m), - de kolombouten van de remklauw (7 N.m), - de bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken op de onderste dwarsbalk (44 N.m), De onderste dwarsbalk (35) draagt bij aan de stijfheid van de motorruimte. Voor alle werkzaamheden aan de onderste dwarsbalk, moet de motor ondersteund worden bij zijn steunpunten. - de bevestigingsbouten van de trekstangen van de aluminium langsbalken (44 N.m). Vervang de antidiefstalbouten door nieuwe antidiefstalbouten. Vul remvloeistof bij in het reservoir. 10A-70

76 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A L7X, en 733 Doe het volgende: - ontlucht de koppelingsbediening (zie 37A, Mechanische bedieningsorganen, Ontluchten koppelingscircuit - vul het oliepeil bij van de versnellingsbak, - vul de motor met de voorgeschreven olie (indien nodig), - vul en ontlucht het koelcircuit (zie 19A, Koeling, Ontluchten van het koelcircuit), - het aircocircuit met behulp van een vulstation. BELANGRIJK: Druk een paar keer op het rempedaal zodat de remzuigers, de remblokken en de remschijven aanliggen. Zet de remslang en de bedrading van het opname element ABS correct vast. De remslang mag niet worden verdraaid. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, Accu, Accu). Stel de koplampen af (zie 80B, Verlichting voorzijde, Halogeen koplampen: Afstellen). Als de auto xenon koplampen heeft, moet het systeem worden geïnitialiseerd en de koplampen worden afgesteld (zie 80C, Xenonlampen, Xenon koplampen : Afstellen). BELANGRIJK: Ontsteek nooit een lamp buiten de koplamp (gevaar voor de ogen). 10A-71

77 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en 740 Onmisbaar speciaal gereedschap Aantrekkoppelsm Mot Klembandtang voor slangklem (groot model) bevestigingsbout van de koppelreactiestang op het subframe 110 N.m Mot Klembandtang voor slangklem (klein model) bevestigingsbout van de koppelreactiestang op de motor 190 N.m Mot Tav. 476 Lange klembandtang Kogeltrekker bevestigingsbouten van de onderste plaat van de koppelreactiestang 62 N.m Mot Steun voor uit/ inbouwen aandrijfgroep Onmisbaar materiaal vulstation moer van onderste fuseekogel moer van de spoorstangkogel bevestigingsmoeren van de schokdemperpoot 110 N.m 37 N.m 180 N.m Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de remklauw 105 N.m bevestigingsmoer van de pendelsteun op de motor 44 N.m bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken 44 N.m bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor bevestigingsmoer van de pendelsteun van de versnellingsbak op de versnellingsbak 62 N.m 44 N.m de bevestigingsbouten van de flens van het steunlager van de aandrijfas klemband van de luchtslang bij de ingang van de turbocompressor 44 N.m 5,5 N.m bevestigingsbouten van de pendelsteun van de versnellingsbak op de versnellingsbak bevestigingsbouten van het ophangrubber op de carrosserie bevestigingsmoer van het ophangrubber op de bak bevestigingsbout van de bovenste koppelreactiestang op de carrosserie bevestigingsbout van de bovenste koppelreactiestang op de motor 105 N.m 105 N.m 44 N.m 105 N.m 115 N.m bevestigingsbout van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler klemband van de luchtslang bij de uitgang van de tussenkoeler bevestigingsbout van de voorste slang van het luchtfilter op de accubak bevestigingsmoer van het opname element turbodruk op de steun van de inlaatluchtklep 8 N.m 5,5 N.m 4 N.m 8 N.m 10A-72

78 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en 740 UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). BELANGRIJK: Hierbij moet u de auto met een spanriem aan de hefbrugarmen vastzetten om te voorkomen dat de auto van de hefbrug kantelt. Voor de procedure van het plaatsen (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekoloms hefbrug). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de sierkap van de motor, - de voorwielen, - de spatplaten in de wielkuipen voor, - de bescherming onder de motor. Tap af: - de versnellingsbak, - de motor indien nodig (zie 10A, Motorblok en onderzijde, Motorolie: Aftappen - Vullen), - het aircocircuit met behulp van het gereedschap vulstation, - het koelcircuit van de motor af via de onderste slang van de koelradiateur met behulp van het gereedschap (Mot ) of (Mot ) of (Mot. 1448). Bouw de accu uit (zie 80A, Accu, Accu : Uitbouwen - Inbouwen) Bouw de elektroklep (1) van de turbodrukregeling op de accubak uit Bouw de kap van de zekeringdoos uit. Maak de zekeringdoos los (2) van de accubak. Bouw de bevestigingsbout van de voorste slang van het luchtfilter op de accubak uit. Bouw de voorste slang van het luchtfilter uit. - de accubak (3), 10A-73

79 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en de beschermplaat van de rekeneenheid van het inspuitsysteem Bouw de bevestigingsmoeren (4) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem uit de kap van de zekeringplaat, - de zekeringen van de zekeringdoos, - de zekeringhouders van de plaat, - de schildbumper voor (zie MR 396 Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor: Uitbouwen - Inbouwen). - de koplampen (zie 80B, Verlichting voorzijde, Halogeen koplampen: Uitbouwen - Inbouwen) Maak de stekkers (5) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem los. Bouw de rekeneenheid van het inspuitsysteem uit. Maak de kabelbundel los van de steun van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Bouw de steun van de rekeneenheid van het inspuitsysteem uit. 10A-74

80 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en 740 Maak de stekkers los van de motor.(6) Bouw de bevestigingsbouten van de bovenste dwarsbalk uit. Maak de kabelbundel van de bovenste dwarsbalk los. Bouw de bovenste dwarsbalk uit Bouw de moeren van de massadraden (7) op de langsbalk uit. Bouw de klembanden (9) van de luchtinlaatslang uit. Maak los: de luchthapper (8) op de langsbalk links voor, - de afdichting van de motorkap, de ontgrendelkabel van de motorkap op de bovenste dwarsbalk. - de koelslang (10) op de luchtinlaatslang, - de vacuümslang (11) op de luchtinlaatslang, - de slang van carterventilatie op de luchtslang. Maak de stekker (12) los van de luchtdoorstroommeter. - de luchtinlaatslang, 10A-75

81 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en het luchtfilterhuis (zie 12A, Inlaatspruitstuk, Luchtfilterhuis) Maak de stekker (13) van het opname element turbodruk los. Bouw de bevestigingsmoer van het opname element turbodruk op de steun van de inlaatluchtklep uit. Zet de klemband (14) van de inlaatluchtslang op de inlaatluchtklep los. Maak de inlaatluchtslang van de inlaatluchtklep los Bouw de klemband (15) van de bovenste slang uit, met behulp van het gereedschap (Mot ) of (Mot ) of (Mot. 1448). Maak los: - de stekkers op de ventilateurmotor, - de bovenste slang. Maak de kabelbundel van de ventilateurmotor los. Maak de stekker los van het drukcontact. 10A-76

82 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en de klembanden (16) van de tussenkoeler, - de tussenkoeler (zie 12B, Drukvulling, Tussenkoeler: Uitbouwen - Inbouwen). - de klemmen van de condensor op de koelradiateur, - de bouten waarmee de airconditioningsleidingen vastzitten op de condensor, Maak de stekker (17) los van het opname element van het ABS. Maak de bedrading los van het opname element van het ABS. - de aircocondensor, - de borgpennen van de onderste bevestiging van de koelradiateur, - de koeleenheid. N.B.: Sluit de airconditioningsleidingen af met doppen zodat er geen vocht in het circuit komt. Plaats en afknijpklemmen tussen het stuurbekrachtigingsreservoir en de stuurbekrachtigingspomp. Bouw de klemband van de stuurbekrachtigingsleiding op de stuurbekrachtigingspomp uit. N.B.: Vang uitstromende vloeistof op, om beschadiging van organen in de omgeving van het systeem te voorkomen. Maak de stuurbekrachtigingsleiding op de stuurbekrachtigingspomp los. 10A-77

83 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en 740 I - AAN DE RECHTER ZIJDE - de onderste fuseekogel van de astap. - de bevestigingsmoeren (20) van de schokdemperpoot, - de bouten van de schokdemperpoot, - het geheel aandrijfas rechts-fusee. II - AAN DE LINKER ZIJDE Maak de remslang los. Bouw de bevestigingsbouten van de remklauw uit. Bind de remklauw aan de auto. - de moer (18) van de spoorstangkogel. - de moer (19) van de onderste fuseekogel, Maak de remslang los. Bouw de bevestigingsbouten van de remklauw uit. Bind de remklauw aan de auto. - de moer (22) van de spoorstangkogel. - de moer van de onderste fuseekogel, Bouw de bevestigingsbout (21) van de flens van het steunlager van de aandrijfas uit. Duw de flens van het steunlager van de aandrijfas opzij de spoorstangkogel met behulp van het gereedschap (Tav. 476), - de spoorstangkogel met behulp van het gereedschap (Tav. 476), - de onderste fuseekogel van de astap. - de bevestigingsmoeren (23) van de schokdemperpoot, - de bouten van de schokdemperpoot, - het geheel aandrijfas links-fusee. 10A-78

84 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en de bevestigingsbout (24) van de koppelreactiestang op het subframe, - de bevestigingsbout (25) van de koppelreactiestang op de motor, - de bevestigingsbouten (26) van de onderste plaat van de koppelreactiestang, - het geheel onderste plaat van de koppelreactiestang de bevestigingsmoeren (27) van de uitlaatlijn op de katalysator, - de bevestigingsmoeren van de uitlaatlijn op het subframe achter. Druk het silentbloc van de uitlaat weg van het subframe. Druk de uitlaatlijn naar achteren Maak de stekker (28) los van de rekeneenheid van de voorverwarming. 10A-79

85 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en 740 Maak de kabelbundel los van de rekeneenheid van de voorverwarming Maak de stekker (29) los van de koelvloeistofverwarmingselementen. - de bevestigingsbouten (30) van de koelvloeistofverwarmingselementen op de steun, - de bevestigingsbouten van de steun van de koelvloeistofverwarmingselementen op de onderste dwarsbalk, - de steun van de koelvloeistofverwarmingselementen, - de bevestigingsbout van de airconditioningsleiding tussen de waterafscheider en de compressor op de compressor, - de airconditioningsleiding op de aircocompressor, - de bevestigingsbout van de airconditioningsleiding tussen de condensor en de compressor op de compressor, - de airconditioningsleiding compressor-condensor, - de slangklemmen van de koelslangen op het expansievat. Maak los: - de koelslangen op het expansievat, - de kachelslangen de bedieningskabels (31) op de versnellingsbak door te drukken bij (A), - de bedieningskabels van de versnellingsbak (31) van de kabelstoppen door te drukken bij (B). Zuig het remvloeistofreservoir leeg met een spuitje tot het peil van de wartel van de slang van de koppelingshoofdcilinder. Maak de koppelingsleiding los op de koppelingswerkcilinder (zie 37A, mechanische bedieningsorganen, Koppelingsleiding). 10A-80

86 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en de vacuümslang op de vacuümpomp, - de bevestigingsbouten van de stuurbekrachtigingsleiding op de versnellingsbak, - de bevestigingsbout van de stuurbekrachtigingsleiding op de olie-waterkoeler, - de bevestigingsbout van de stuurbekrachtigingsleiding op de stuurbekrachtigingspomp, - de wartel van de stuurbekrachtigingsleiding op de stuurbekrachtigingspomp. Maak de stuurbekrachtigingsleiding los op de langsbalk links. Druk de stuurbekrachtigingsleiding opzij Draai het klemmetje (37) van de luchtslang op de turbocompressor een kwart slag. Maak los: de snelkoppeling (32) van de brandstofretourleiding, - de snelkoppeling (33) van de brandstofaanvoerleiding op het brandstoffilter, de bevestigingsbouten (38) van de luchtslang op de inlaatluchtverdeler, - de luchtslang turbocompressor-tussenkoeler. Bind het geheel kabelbundel-koelslangen op de motor. - de stekker (34) op het brandstoffilter. Maak los: - de brandstofleidingen bij (35), - de stekker (36) op de steun van het stuurbekrachtigingsreservoir. 10A-81

87 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en de dwarsbalk (39) tussen de langsbalken, - de bovenste bevestigingsbout (40) van de zijdelingse trekstangen, - de bevestigingsbouten (41) van de aluminium langsbalken, - het geheel langsbalken-zijdelingse trekstangen de bevestigingsmoer (43) van de versnellingsbak op het ophangrubber, - de bevestigingsbouten (44) van het ophangrubber van de pendelophanging, - de moer (45) op de versnellingsbak. Zet de moer (46) onder het expansievat los. Kantel de stang (47). - het ophangrubber van de pendelophanging, - de bevestigingsbouten van de versnellingsbaksteun op de versnellingsbak Ondersteun het geheel «motor-versnellingsbak» door het gereedschap (Mot. 1390)(42). Noteer de positie van de pendelophangingen op de carrosserie. 10A-82

88 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en de bevestigingsbouten van het ophangrubber op de carrosserie (105 N.m) - de bevestigingsmoer van het ophangrubber op de bak (44 N.m) - de bevestigingsbout van de bovenste koppelreactiestang op de carrosserie (105 N.m), - de bevestigingsbout van de bovenste koppelreactiestang op de motor (115 N.m), - de bevestigingsbout van de koppelreactiestang op het subframe (110 N.m), - de bevestigingsbout van de koppelreactiestang op de motor (190 N.m), - de bevestigingsbouten (48) van de bovenste koppelreactiestang, - de bevestigingsbouten (49) van de pendelophanging van de motor, - de bevestigingsmoer (50) van de pendelophanging van de motor, - de pendelophanging van de motor, - het geheel «motor - versnellingsbak» INBOUWEN Plaats het geheel «motor - Versnellingsbak» in de auto. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vervang de afdichting van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor. Draai het klemmetje (37) in zijn houder. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsmoer van de pendelsteun op de motor (44 N.m), - de bevestigingsbouten van de pendelsteun op de motor (62 N.m), - de bevestigingsmoer van de pendelsteun van de versnellingsbak op de versnellingsbak (44 N.m) - de bevestigingsbouten van de pendelsteun van de versnellingsbak op de versnellingsbak (105 N.m) - de bevestigingsbouten van de onderste plaat van de koppelreactiestang (62 N.m), - de moer van onderste fuseekogel (110 N.m), - de moer van de spoorstangkogel (37 N.m), -de bevestigingsmoeren van de schokdemperpoot (180 N.m), -de bevestigingsbouten van de remklauw (105 N.m), - de bevestigingsbouten van de aluminium langsbalken (44 N.m), - zet vast met het aantrekkoppel:de bevestigingsbouten van de flens van het steunlager van de aandrijfas (44 N.m), - de klemband van de luchtslang bij de ingang van de turbocompressor (5,5 N.m), -de bevestigingsbout van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler (8 N.m), - de klemband van de luchtslang bij de uitgang van de tussenkoeler (5,5 N.m), -debevestigingsbout van de voorste slang van het luchtfilter op de accubak (4 N.m), - de bevestigingsmoer van het opname element turbodruk op de steun van de inlaatluchtklep (8 N.m). Vul remvloeistof bij in het reservoir. 10A-83

89 MOTORBLOK EN ONDERZIJDE Geheel motor-versnellingsbak: Uitbouwen - Inbouwen 10A M9R, en 740 Doe het volgende: - ontlucht de koppelingsbediening (zie 37A, Mechanische bedieningsorganen, Koppelingscircuit: Ontluchten), - vul het oliepeil bij van de versnellingsbak, - vul de motorolie bij, indien nodig (zie 10A, Motorblok en onderzijde, Motorolie: Aftappen - Vullen), - vul (zie 19A, Koeling, Koelcircuit : Aftappen - Vullen), - het aircocircuit met behulp van een vulstation. Zet de remslang en de bedrading van het opname element ABS correct vast. De remslang mag niet worden verdraaid. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 10A-84

90 CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Aandrijfriem hulporganen: Uitbouwen - Inbouwen 11A L7X UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen- inbouwen). - de spatplaat rechts voor, - de zijbescherming rechts voor, - de steun van de stuurbekrachtiging. Draai de automatische spanrol van de aandrijfriem hulporganen rechtsom met een vierkant van 9,53 mm. Bouw de aandrijfriem hulporganen uit INBOUWEN Borstel de groeven van de krukaspoelie schoon om alle vuil te verwijderen. Een uitgebouwde riem moet altijd worden vervangen. Bij het vervangen van de riem, moet u altijd de spanrol vervangen. Laat de motor niet draaien zonder aandrijfriem hulporganen, om de voorkomen dat de krukaspoelie van de hulporganen beschadigt. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 11A-1

91 CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Aandrijfriem hulporganen: Uitbouwen - Inbouwen 11A F4R INBOUWEN bevestigingsmoer van de spanrol UITBOUWEN Aantrekkoppelsm Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de spatplaat rechts voor, - de zijbescherming rechts voor, - de steun van de stuurbekrachtiging. 50 N.m Borstel de groeven van de krukaspoelie schoon om alle vuil te verwijderen. Een uitgebouwde riem moet altijd worden vervangen. Bij het vervangen van de riem, moet u altijd de spanrol vervangen. Laat de motor niet draaien zonder aandrijfriem hulporganen, om de voorkomen dat de krukaspoelie van de hulporganen beschadigt. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsmoer van de spanrol (50 N.m). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen- inbouwen) Draai de automatische spanrol van de aandrijfriem hulporganen rechtsom met een sleutel van 16 mm. Bouw de aandrijfriem hulporganen uit. 11A-2

92 CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Aandrijfriem hulporganen: Uitbouwen - Inbouwen 11A M9R, en 740 Onmisbaar speciaal gereedschap Mot Blokkeergereedschap krukaspoelie Aantrekkoppelsm bevestigingsbout van de geleiderol bevestigingsbouten van de spanrol bevestigingsbout van de krukaspoelie voor de aandrijfriem hulporganen bevestigingsbouten van de trekstang van de langsbalk rechts 44 N.m 25 N.m 50 N.m + 85 ± 6 44 N.m UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de bevestigingsbouten (1) van de trekstang van de langsbalk rechts, - de trekstang van de langsbalk rechts. - het rechter voorwiel, - de spatplaat rechts voor. Plaats een inbussleutel van 3 mm in het gat van de spanrol (2). Verdraai de spanrol van de aandrijfriem hulporganen naar rechts tot de inbussleutel erin steekt. Bouw de aandrijfriem hulporganen uit A-3

93 CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Aandrijfriem hulporganen: Uitbouwen - Inbouwen 11A M9R, en de bevestigingsbouten (3) van de spanrol, - de spanrol de bevestigingsbout van de krukaspoelie van de aandrijfriem hulporganen met behulp van het gereedschap (6)(Mot. 1770) - de ring, - de krukaspoelie voor de aandrijfriem hulporganen de plastic kap (4) op de bevestigingsbout van de geleiderol, - de bevestigingsbout (5) van de geleiderol, - de geleiderol. 11A-4

94 CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE Aandrijfriem hulporganen: Uitbouwen - Inbouwen 11A M9R, en 740 INBOUWEN Reinig, in geval van hergebruik, de groeven van de krukaspoelie van de aandrijfriem hulporganen om het vuil te verwijderen. Gebruik alleen borstels met plastic haren of een zachte metaalborstel (messing). Vervang altijd de uitgebouwde aandrijfriem hulporganen. Bij het vervangen van de distributieriem, moet u altijd de geleiderollen en de spanrol vervangen. Laat de motor niet draaien zonder aandrijfriem hulporganen, om de voorkomen dat de krukaspoelie van de hulporganen beschadigt. Bij het vervangen van de distributieriem moet u altijd vervangen: - de aandrijfriem hulporganen, - de span- en geleiderollen, - de bout van de krukaspoelie voor de aandrijfriem hulporganen. Monteer de ring aan de binnenkant van de krukaspoelie voor de aandrijfriem hulporganen door hem in de twee platte kanten van de krukas te schuiven. Controleer of de ring goed op de platte kanten van de krukas is geschoven. Zet de bevestigingsbout van de krukaspoelie voor de aandrijfriem hulporganen met de hand vast. Zet vast met het aantrekkoppel en de hoek: de bevestigingsbout van de krukaspoelie voor de aandrijfriem hulporganen (50 N.m + 85 ± 6 ) met behulp van het gereedschap (Mot. 1770). Monteer de aandrijfriem hulporganen. Bouw het borgpen op de spanrol uit. Draai de krukas twee omwentelingen. Controleer of de V's van de aandrijfriem hulporganen goed in de groeven van alle poelies liggen. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de trekstang van de langsbalk rechts (44 N.m). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). - de krukaspoelie voor de aandrijfriem hulporganen. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. N.B.: Het magazijn levert de spanrol met borgpen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbout van de geleiderol (44 N.m), - de bevestigingsbouten van de spanrol (25 N.m), Monteer de plastic kap op de bevestigingsbout van de geleiderol, Monteer de krukaspoelie voor de aandrijfriem hulporganen door hem in de twee platte kanten van de krukas te schuiven. 11A-5

95 MENSELSAMENSTELLING Luchtinlaat 12A B74 of K74, en F9Q, en 750 Schema van het inlaatluchtcircuit (1) Tussenkoeler (2) Luchtfilterhuis (3) Doorstroommeter (4) Inlaatspruitstuk (5) Turbocompressor (6) Luchtinlaat 12A-1

96 MENSELSAMENSTELLING Luchtinlaat 12A B74 of K74, en L7X, en 731 Schema van het inlaatluchtcircuit (1) Inlaatgeluiddemper (2) Luchtfilterhuis (3) Smoorklephuis 12A-2

97 MENSELSAMENSTELLING Luchtinlaat 12A B74 of K74, en K4M, en 710 B74 of K74, en F4P, en 770 of (1) Inlaatgeluiddemper (2) Luchtfilterhuis 12A-3

98 MENSELSAMENSTELLING Luchtinlaat 12A F9Q, en 674 Schema van het inlaatluchtcircuit (1) Ingang luchtinlaat (2) Luchtfilterhuis (3) Smoorklephuis (4) Turbocompressor (5) Tussenkoeler (6) Inlaatspruitstuk 12A-4

99 MENSELSAMENSTELLING Luchtinlaat 12A B74 of K74, en L7X, en (1) Luchtaanzuigslang (2) Inlaatgeluiddemper (3) Luchtfilterhuis (4) Luchtdoorstroommeter (5) Inlaatspruitstuk (6) Inlaatluchtverdeler 12A-5

100 MENSELSAMENSTELLING Luchtinlaat 12A B74 of K74, en G9T, en 600 of 706 of (1) Luchtaanzuigslang (2) Luchtfilterhuis (3) Doorstroommeter inlaatlucht (4) Turbocompressor (5) Tussenkoeler (6) Afslagklep (7) EGR-huis (8) Inlaatluchtverdeler (9) Leiding van de oliedampaanzuiging 12A-6

101 MENSELSAMENSTELLING Luchtinlaat 12A M9R, en 740 Schema van het inlaatluchtcircuit (1) Luchtinlaat (2) Inlaatgeluiddemper (3) Luchtfilterhuis (4) Luchtdoorstroommeter (5) Turbocompressor (6) Tussenkoeler (7) Inlaatluchtklep (8) EGR-elektroklep (9) Naar inlaatluchtverdeler 12A-7

102 MENSELSAMENSTELLING Inlaatgeluiddemper: Uitbouwen - Inbouwen 12A M9R, en 740 UITBOUWEN Bouw het voorwiel links uit (zie 35A, Wielen en banden, Wiel: Uitbouwen - Inbouwen ). Bouw de linker spatplaat uit Bouw de inlaatgeluiddemper uit (1), te beginnen aan de kant van de voorste slang van het luchtfilter. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 12A-8

103 MENSELSAMENSTELLING Luchtfilter: Vervangen 12A B74 of K74, en K4M, en 710 B74 of K74, en F4P, en 770 of 771 I - FILTERELEMENT VERVANGEN 1 2 Bouw de inlaatgeluiddemper uit Maak de vacuümslang (1) van de rembekrachtiger los van de inlaatluchtverdeler. Beschadig niet de vacuümuitgang op de inlaatluchtverdeler. Als hij beschadigt moet de inlaatluchtverdeler worden vervangen. Bouw de bevestigingsbouten (2) van het deksel van het luchtfilterhuis uit. II - INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 12A-9

104 MENSELSAMENSTELLING Luchtfilter: Vervangen 12A B74 of K74, en L7X, en 731 B74 of K74, en F9Q, en 750 I - FILTERELEMENT VERVANGEN 1 Bouw de bevestigingsbouten (1) van het deksel van het luchtfilterhuis uit II - INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 12A-10

105 MENSELSAMENSTELLING Luchtfilter: Vervangen 12A F9Q, en 674 I - FILTERELEMENT VERVANGEN de bevestigingsbouten (1) van het luchtfilterdeksel, - het deksel van het luchtfilter, - het luchtfilter. II - INBOUWEN Plaats het filterelement correct in het patroon. Door een verkeerde stand kan de motor ongefilterde lucht aanzuigen. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 12A-11

106 MENSELSAMENSTELLING Luchtfilter: Vervangen 12A M9R, en 740 II - INBOUWEN klemband van de slang van het luchtfilter bij de ingang van de turbocompressor VERVANGEN Aantrekkoppelsm I - FILTERELEMENT VERVANGEN 5,5 N.m Plaats het filterelement weer goed in het luchtfilterhuis. Door een verkeerde stand in het luchtfilterhuis kan de motor ongefilterde lucht aanzuigen. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met het aantrekkoppel: de klemband van de slang van het luchtfilter bij de ingang van de turbocompressor (5,5 N.m) Bouw de klemband (1) van de luchtslang op het luchtfilterhuis uit. Maak los: - de stekker (2) van de luchtdoorstroommeter, - de luchtslang van het luchtfilterhuis. - de bevestigingsbouten van het luchtfilterdeksel, - het deksel van het luchtfilter, - het luchtfilter. 12A-12

107 MENSELSAMENSTELLING Luchtfilterhuis: Uitbouwen - Inbouwen 12A B74 of K74, en K4M, en 710 B74 of K74, en F4P, en 770 of 771 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van het luchtfilterhuis 9 N.m UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. 3 Bouw de inlaatgeluiddemper uit Bouw de bevestigingsbouten(3) van het luchtfilterhuis uit Maak de vacuümslang (1) van de rembekrachtiger los van de inlaatluchtverdeler. Beschadig niet de vacuümuitgang op de inlaatluchtverdeler. Als hij beschadigt moet de inlaatluchtverdeler worden vervangen. - de beugel (2) van de stekker van de lambda sonde, - het luchtfilter. Bouw het luchtfilterhuis naar rechts uit INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van het luchtfilterhuis (9 N.m). 12A-13

108 MENSELSAMENSTELLING Luchtfilterhuis: Uitbouwen - Inbouwen 12A B74 of K74, en K4M, en 710 B74 of K74, en F4P, en 770 of 771 Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, Accu : Uitbouwen - inbouwen). 12A-14

109 MENSELSAMENSTELLING Luchtfilterhuis: Uitbouwen - Inbouwen 12A F9Q, en 674 UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. 1 2 Bouw de klemband (1) op het luchtfilterhuis uit. Maak de stekker (2) los van de luchtdoorstroommeter. Duw de slang luchtfilterhuis-turbocompressor van het luchtfilterhuis opzij. - de bevestigingsflens van de accu, - de accu. Duw de zekeringkastje van de accubak opzij. Bouw de bevestigingsbout van de inlaatluchtleiding op de accubak uit. Duw de inlaatluchtleiding van het luchtfilterhuis opzij. Bouw het luchtfilterhuis uit INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). 12A-15

110 MENSELSAMENSTELLING Luchtfilterhuis: Uitbouwen - Inbouwen 12A F4R, en 714 of 715 bevestigingsbouten van het luchthuis UITBOUWEN Aantrekkoppelsm 9 Nm 2 4 Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool Maak de vacuümslang van de rembekrachtiger (2) op de inlaatluchtverdeler los. - de beugel (3) van de stekker van de lambda sonde zodat het luchthuis er beter langs kan, - de bevestigingsbouten (4) van het luchtfilterdeksel, - het filterelement. Bouw de inlaatgeluiddemper (1) uit Beschadig de vacuümuitgang op de inlaatluchtverdeler niet. Als hij beschadigt moet de inlaatluchtverdeler worden vervangen. 12A-16

111 MENSELSAMENSTELLING Luchtfilterhuis: Uitbouwen - Inbouwen 12A F4R, en 714 of Verwijder de bevestigingsbouten (5) van het luchthuis Maak het luchthuis vrij door het een halve slag te draaien in de richting van de pijl. INBOUWEN Vervang: 6 - de afdichting van het gemotoriseerd smoorklephuis bij iedere demontage. Gebruik wat vet om de montage te vergemakkelijken. 7 - de plastic popnagels en klemmetjes bij iedere montage. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van het luchthuis (9 Nm). Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouweninbouwen) Bouw het luchthuis uit (6) (in de richting van de pijlen). Plaats het luchthuis tussen de twee slangen (7) van de verwarming van het interieur. 12A-17

112 MENSELSAMENSTELLING Luchtfilterhuis: Uitbouwen - Inbouwen 12A M9R, en 740 klemband van de slang van het luchtfilter bij de ingang van de turbocompressor bout van de luchthapper op de accubak Aantrekkoppelsm 5,5 N.m 4 N.m INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de klemband van de slang van het luchtfilter bij de ingang van de turbocompressor (5,5 N.m), - de bout van de luchthapper op de accubak (4 N.m). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Bouw de klemband (1) op het luchtfilterhuis uit. Maak de stekker (2) los van de luchtdoorstroommeter. Duw de slang luchtfilterhuis-turbocompressor op het luchtfilterhuis opzij. - de bevestigingsbeugel van de accu, - de accu. Duw de zekeringkastje van de accubak opzij. Bouw de bevestigingsbout van de inlaatluchtleiding op de accubak uit. Duw de inlaatluchtleiding van het luchtfilterhuis opzij. Bouw het luchtfilterhuis uit A-18

113 MENSELSAMENSTELLING Inlaatluchtklep: Uitbouwen - Inbouwen 12A M9R, en 740 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de steun op de inlaatluchtklep bevestigingsbouten van de steun op de inlaatluchtverdeler klemband van de luchtslang bij de ingang van de inlaatluchtklep bevestigingsmoer van het opname element turbodruk op de steun van de inlaatluchtklep 12 N.m 12 N.m 5,5 N.m 8 N.m UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Maak de stekker (3) van de inlaatluchtklep los de bevestigingsbouten (4) van de steun van de inlaatluchtklep, - de inlaatluchtklep, - de afdichting tussen de inlaatluchtklep en de EGRelektroklep. INBOUWEN Vervang de afdichting tussen de inlaatluchtklep en de EGR-elektroklep. Zet met de hand vast tot zij aanliggen: - de vier bouten aan de kant van de inlaatluchtklep, - de twee bouten aan de kant van inlaatluchtverdeler. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen Maak de stekker (2) van het opname element turbodruk los. Bouw de bevestigingsmoer van het opname element turbodruk op de steun van de inlaatluchtklep uit. Zet de klemband (1) van de inlaatluchtslang op de inlaatluchtklep los. Maak de inlaatluchtslang van de inlaatluchtklep los. Verwijder de luchtinlaatslang. Zet in volgorde vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: - de bevestigingsbouten van de steun op de inlaatluchtklep (12 N.m), - de bevestigingsbouten van de steun op de inlaatluchtverdeler (12 N.m). Zet het merkteken van de luchtslang in lijn met het merkteken van de inlaatluchtklep. de klemband van de luchtslang bij de ingang van de inlaatluchtklep (5,5 N.m). 12A-19

114 MENSELSAMENSTELLING Inlaatluchtklep: Uitbouwen - Inbouwen 12A M9R, en 740 de bevestigingsmoer van het opname element turbodruk op de steun van de inlaatluchtklep (8 N.m) Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Herinitialiseer de inlezingen volgens het scenario van het commando SC036 (zie MD 397 Diagnose, betekenis van de commando's). 12A-20

115 MENSELSAMENSTELLING Inlaatspruitstuk: Uitbouwen - Inbouwen 12A B74 of K74, en L7X, en 733 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van het inlaatspruitstuk 8 N.m UITBOUWEN Verwijder de kappen op de motor. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool de bevestigingsbouten van het inlaatspruitstuk, - het inlaatspruitstuk door dit omhoog te trekken en naar de accu te drukken. - de afdichtring tussen het spruitstuk en de inlaatverdeler. INBOUWEN Plaats het inlaatspruitstuk door de tegengestelde beweging van uitbouwen te doen Bouw het gemotoriseerd smoorklephuis uit (zie 12A, Inlaatspruitstuk - smoorklephuis, Gemotoriseerd smoorklephuis). Maak los: - de depressiesensor van het inlaatspruitstuk bij (1), Vervang altijd de afdichtring tussen het spruitstuk en de inlaatverdeler de slang van de rembekrachtiging (2). Maak de vulhals van de kabelbundel los en duw opzij (3) Span voor in volgorde met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van het inlaatspruitstuk (5 N.m). Zet in volgorde vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van het inlaatspruitstuk (8 N.m). 12A-21

116 MENSELSAMENSTELLING Inlaatspruitstuk: Uitbouwen - Inbouwen 12A B74 of K74, en L7X, en 733 Monteer het gemotoriseerd smoorklephuis (zie 12A, Inlaatspruitstuk - smoorklephuis, Gemotoriseerd smoorklephuis). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). 12A-22

117 MENSELSAMENSTELLING Inlaatluchtverdeler: Uitbouwen - Inbouwen 12A B74 of K74, en K4M, en 710 B74 of K74, en F4P, en 770 of 771 INBOUWEN Aantrekkoppelsm bouten van de inlaatluchtverdeler 9 N.m Vervang altijd alle afdichtingen. UITBOUWEN 5 Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool het luchtfilterhuis (zie 12A, Inlaatspruitstuk - smoorklephuis, Luchtfilterhuis). - het smoorklephuis (zie 12A, Inlaatspruitstuk - smoorklephuis, Smoorklephuis) Zet vast in de juiste volgorde en met het aantrekkoppel: de bouten van de inlaatluchtverdeler (9 N.m) Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Maak los: Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, Accu : Uitbouwen - inbouwen). - de stekker (1) van het opname element van de absolute druk van de inlaatluchtverdeler, - de stekkers (2) van de bobines, - de stekker (3) van de luchttemperatuurzender. - De bouten van de inlaatluchtverdeler. - de inlaatluchtverdeler. 12A-23

118 MENSELSAMENSTELLING Inlaatluchtverdeler: Uitbouwen - Inbouwen 12A B74 of K74, en L7X, en 731 Aantrekkoppelsm bouten van de inlaatluchtverdeler 8 N.m UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw het smoorklephuis uit (zie 12A, Inlaatspruitstuk - smoorklephuis, Smoorklephuis) De bouten van de inlaatluchtverdeler. - de inlaatluchtverdeler door deze omhoog te trekken en naar rechts te drukken. INBOUWEN Vervang altijd alle afdichtingen. Bouw de kabelgoot (1) uit. Maak los: de stekker van het opname element van de absolute druk van de inlaatluchtverdeler, - de vacuümslang van de rembekrachtiger (2) bij de inlaatluchtverdeler. Beschadig niet de vacuümuitgang op de inlaatluchtverdeler. Als hij beschadigt moet de inlaatluchtverdeler worden vervangen Span voor in volgorde met het aantrekkoppel: de bouten van de inlaatluchtverdeler (5 N.m). Zet vast in de juiste volgorde en met het aantrekkoppel: de bouten van de inlaatluchtverdeler (8 N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 12A-24

119 MENSELSAMENSTELLING Inlaatluchtverdeler: Uitbouwen - Inbouwen 12A B74 of K74, en L7X, en 731 Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, Accu : Uitbouwen - inbouwen). 12A-25

120 MENSELSAMENSTELLING Inlaatluchtverdeler: Uitbouwen - Inbouwen 12A F4R, en 784 of 786 of 787 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de inlaatluchtverdeler bout van de hoofdinspuitbuis 25 N.m 8 N.m bouten van het smoorklephuis bout van de luchtslang tussenkoeler-turbocompressor klemband van de luchtslang tussenkoeler-turbocompressor 10 N.m 10 N.m 5 N.m Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Verwijder de kappen op de motor de bevestigingsbouten van het smoorklephuis (6), - het smoorklephuis met de slang van het benzinedampabsorptiesysteem en van de carterventilatie Zet de klemband (1) los Maak los: - de stekker van het gemotoriseerd smoorklephuis (2). - de stekker van het opname element turbodruk (3). - de stekker van het opname element luchttemperatuur (4) de slangklem en de bevestigingsschroef van de luchtslang van tussenkoeler-turbocompressor. - de luchtslang tussenkoeler-smoorklephuis (5) 12A-26

121 MENSELSAMENSTELLING Inlaatluchtverdeler: Uitbouwen - Inbouwen 12A F4R, en 784 of 786 of Maak los: - de carterventilatieslang van de inlaatluchtverdeler (8), - de bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis (12), - de vacuümslang van de rembekrachtiger (9), - de stekker van het opname element inlaatluchtdruk (10), - de hoofdinspuitbuis. - de stekker van de inspuitstukken (11), - de gevlochten massastrip op de langsbalk, - de aanvoerleiding van de hoofdinspuitbuis de bevestigingsbouten van de inlaatluchtverdeler (13), - de inlaatluchtverdeler. 12A-27

122 MENSELSAMENSTELLING Inlaatluchtverdeler: Uitbouwen - Inbouwen 12A F4R, en 784 of 786 of 787 INBOUWEN Vervang de afdichting van de inlaatluchtverdeler. Zet de bouten van de inlaatluchtverdeler vast. - bout van de luchtslang tussenkoeler-turbocompressor (10 N.m), - klemband van de luchtslang tussenkoeler-turbocompressor (5 N.m), Zet in volgorde en met het aantrekkoppel vast: de bevestigingsbouten van de inlaatluchtverdeler (25 N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: de - bout van de hoofdinspuitbuis (8 N.m), - bouten van het smoorklephuis (10 N.m), A-28

123 MENSELSAMENSTELLING Inlaatluchtverdeler: Uitbouwen - Inbouwen 12A B74 of K74, en L7X, en 733 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de inlaatluchtverdeler 10 N.m UITBOUWEN Verwijder de kappen op de motor. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw de inlaatspruitstuk uit (zie 12A, Inlaatspruitstuk - smoorklephuis, Inlaatspruitstuk : Uitbouwen - inbouwen) de bevestigingsbout (3) van de slangen van de carterventilatie, Maak de wartels los (1) van de benzineaanvoer van de hoofdinspuitbuizen Let op wegspuitende benzine bij het losmaken van de aanvoerwartels. - de bevestigingsbouten van de inlaatluchtverdeler, - de inlaatluchtverdeler, - de afdichtringen tussen de inlaatluchtverdeler en de cilinderkoppen. INBOUWEN Plaats de inlaatluchtverdeler. Vervang altijd de afdichtingen tussen de inlaatluchtverdeler en de cilinderkoppen. - de bevestigingsbouten (2) van de hoofdinspuitbuis, - de hoofdinspuitbuizen. Houd bij het uitbouwen van de inspuitstukken of van de hoofdinspuitbuizen, rekening met de brandstof die zich in de hoofdinspuitbuizen en de aansluitingen bevindt. 12A-29

124 MENSELSAMENSTELLING Inlaatluchtverdeler: Uitbouwen - Inbouwen 12A B74 of K74, en L7X, en Span voor in volgorde met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de inlaatluchtverdeler (5 N.m). Zet in volgorde en met het aantrekkoppel vast: de bevestigingsbouten van de inlaatluchtverdeler (10 N.m). Monteer het inlaatspruitstuk (zie 12A, Inlaatspruitstuk - smoorklephuis, Inlaatspruitstuk : Uitbouwen - inbouwen). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 12A-30

125 MENSELSAMENSTELLING Inlaatluchtverdeler: Uitbouwen - Inbouwen 12A F4R, en 714 of 715 bevestigingsbouten van de inlaatluchtverdeler bouten van het luchtfilterhuis Aantrekkoppelsm 11 N.m 9 N.m bevestigingsbouten van het smoorklephuis 13 N.m UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw het luchtfilterhuis uit (zie 12A, Inlaatspruitstuk, Luchtfilterhuis : Uitbouwen-Inbouwen) de bevestigingsbouten van de inlaatluchtverdeler, - de inlaatluchtverdeler. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 2 Vervang: - de O-ring van de afdichting van de inlaatluchtverdeler, - de O-ring van het smoorklephuis. Maak los: - de stekker van het gemotoriseerd smoorklephuis (1), - het opname element absolute luchtdruk (2), - de bobines (3), - het opname element luchttemperatuur (4) de bevestigingsbouten van het gemotoriseerd smoorklephuis, Zet vast in volgorde en met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de inlaatluchtverdeler (11 N.m) Zet vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: - bouten van het luchtfilterhuis (9 N.m), - bevestigingsbouten van het smoorklephuis (13 N.m). Sluit de accu aan; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen. - het smoorklephuis. 12A-31

126 MENSELSAMENSTELLING Inlaatluchtverdeler: Uitbouwen - Inbouwen 12A M9R, en 740 Aantrekkoppelsm tapeinden van de inlaatluchtverdeler bevestigingsbouten en moeren van de inlaaterdeler bevestigingsbouten van de oliepeilstaafbuis op de inlaatluchtverdeler 9 N.m 25 N.m 10 N.m Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de inlaatluchtklep (zie 12A, Inlaatspruitstuk, Inlaatluchtklep : Uitbouwen - Inbouwen). - de EGR-elektroklep (zie 14A, Antiluchtverontreiniging, EGR-elektroklep: Uitbouwen - Inbouwen). - de aandrijfriem hulporganen (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriem hulporganen), Uitbouwen - Inbouwen). - De stuurbekrachtigingspomp (zie 36A, Stuurinrichting, Stuurbekrachtigingspomp : Uitbouwen - Inbouwen). - de dynamo (zie 16A, Starten - Laden, Dynamo:. Uitbouwen - Inbouwen). - de hulporganensteun (zie 10A, Motorblok en onderzijde, Hulporganensteun : Uitbouwen - Inbouwen). - de oliepeilstaaf, - de bevestigingsbout van de oliepeilstaafbuis op de inlaatluchtverdeler, - de oliepeilstaafbuis de bevestigingsbouten en -moeren van de inlaatluchtverdeler, - de inlaatluchtverdeler, - de afdichting van de inlaatluchtverdeler. INBOUWEN Vervang systematisch de tapeinden als deze tijdens het uitbouwen los gegaan zijn. Vervang systematisch de afdichting van de inlaatluchtverdeler. Vervang systematisch: - de afdichting van de EGR-leiding, - de afdichting van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor, - de afdichting tussen de inlaatverdeler en de EGRelektroklep, - de afdichting tussen de EGR-elektroklep en de inlaatluchtklep, - de aandrijfriem hulporganen en de span- en geleiderollen, - de afdichting van de oliepeilstaafbuis. Reinig en ontvet de steunvlakken: - van de inlaatluchtverdeler in geval van hergebruik, - van het cilinderkopvlak, - van de EGR-leiding, - van de EGR-elektroklep, - van de inlaatluchtklep. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Plaats de tapeinden en zet vast: de tapeinden van de inlaatluchtverdeler (9 N.m). 12A-32

127 MENSELSAMENSTELLING Inlaatluchtverdeler: Uitbouwen - Inbouwen 12A M9R, en 740 Plaats de afdichting van inlaatluchtverdeler. Plaats de inlaatluchtverdeler. Zet de bevestigingsmoeren van de inlaatluchtverdeler met de hand vast tot ze aanliggen. Zet de bevestigingsbouten van de inlaatluchtverdeler met de hand vast tot ze aanliggen. Zet vast in volgorde en met de aantrekkoppels: (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8) : - de bevestigingsbouten en -moeren van de uitlaatverdeler (15 N.m), - de bevestigingsbouten en moeren van de inlaaterdeler (25 N.m). Smeer de afdichting van de oliepeilstaafbuis met motorolie. Plaats de oliepeilstaafbuis in het motorblok. Zet de bevestigingsbout van de oliepeilstaafbuis met de hand vast tot deze aanligt. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de oliepeilstaafbuis op de inlaatluchtverdeler (10 N.m). Plaats de oliepeilstaaf Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 12A-33

128 MENSELSAMENSTELLING Uitlaatspruitstuk: Uitbouwen - Inbouwen 12A B74 of K74, en G9T, en 600 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van het uitlaatspruitstuk 27 N.m UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Verwijder de kappen op de motor. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool de katalysator (zie 19B, Uitlaat, Voorkatalysator), - de turbocompressor (zie 12B, Drukvulling, Turbocompressor), Zet in volgorde vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van het uitlaatspruitstuk (27 N.m). Plaats: - de turbocompressor (zie 12B, Drukvulling, Turbocompressor), - de katalysator (zie 19B, Uitlaat, Voorkatalysator). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de benodigde inlezingen uit (zie MR 339, 80, Accu, Bijzonderheden) de bevestigingsmoeren van het uitlaatspruitstuk, - de vulstukken voor de bevestiging van het uitlaatspruitstuk, - het uitlaatspruitstuk, - de afdichting van het uitlaatspruitstuk. INBOUWEN Plaats: - het uitlaatspruitstuk, - de vulstukken voor de bevestiging van het inlaatspruitstuk. Vervang altijd de afdichting van het uitlaatspruitstuk. 12A-34

129 MENSELSAMENSTELLING Uitlaatspruitstuk: Uitbouwen - Inbouwen 12A F4R, en 786 of 787 INBOUWEN Aantrekkoppelsm bevestigingsmoeren van het spruitstuk 20 N.m 2 bevestigingsmoeren van de turbocompressor 10 N.m UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Maak de stekker los van de voorste lambda sonde de katalysator (zie 19B, Uitlaat, Katalysator ), - de turbocompressor (zie 12B, Drukvulling, Turbocompressor), - de moeren van het uitlaatspruitstuk Vervang de afdichtingen van het spruitstuk en de moeren van het spruitstuk. Zet in volgorde vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsmoeren van het spruitstuk (20 N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de slangklem van de luchtslang van de tussenkoeler - turbocompressor vast om de compressor te plaatsen, Plaats: - de turbocompressor op het uitlaatspruitstuk (zie 12B,Drukvulling,Turbocompressor). - de olieaanvoerleiding op de turbocompressor. - de olieretourleiding naar het motorblok. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsmoeren van de turbocompressor (10 N.m + 90 ). Controleer de afdichting van de olieaanvoer en - retour van de turbocompressor (zie 12B, Drukvulling, Turbocompressor). Plaats de katalysator door de steunen van de katalysator vast te zetten en daarna de flenzen van de turbocompressor en de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Katalysator). 12A-35

130 MENSELSAMENSTELLING Uitlaatspruitstuk: Uitbouwen - Inbouwen 12A M9R, en 740 tapeinden van het uitlaatspruitstuk Aantrekkoppelsm 9 N.m bevestigingsbouten van de onderste steun van de katalysator Aantrekkoppelsm 21 N.m bevestigingsmoeren van het uitlaatspruitstuk bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de EGR-koeler 30 N.m 30 N.m bevestigingsbouten van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler 8 N.m bevestigingsbouten van de EGR-leiding op het uitlaatspruitstuk bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de cilinderkop bevestigingsbouten van het hitteschild van de EGR-leiding bevestigingsbouten van de olieleiding op de turbocompressor holle bout van de olieleiding op het motorblok bevestigingsmoeren van de turbocompressor op het uitlaatspruitstuk dwarse bevestigingsbout van de turbocompressor bevestigingsbouten van de klemmen van de katalysator bevestigingsmoeren van de katalysator op de turbocompressor bevestigingsmoeren van de katalysator op de katalysator 30 N.m 10 N.m 10 N.m 10 N.m 21 N.m 25 N.m 25 N.m 21 N.m 21 N.m 21 N.m UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool Verdraai het klemmetje (1) van de luchtslang op de turbocompressor. 12A-36

131 MENSELSAMENSTELLING Uitlaatspruitstuk: Uitbouwen - Inbouwen 12A M9R, en 740 Bouw de bevestigingsbouten (2) van de luchtleiding op de inlaatluchtverdeler. Duw de inlaatluchtleiding op de tussenkoeler opzij. - de katalysator (zie 19B, Uitlaat, Katalysator: Uitbouwen - Inbouwen). - de turbocompressor (zie 12B, Drukvulling, Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen). - de accu (zie 80A, Accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen) de relaisplaat bij (3), - de bevestigingsbouten van de accubak (4), - de bevestigingsbouten van de inlaatleiding op de accubak, - de elektroklep van de turbodrukregeling van de accubak, - de accubak, 12A-37

132 MENSELSAMENSTELLING Uitlaatspruitstuk: Uitbouwen - Inbouwen 12A M9R, en 740 Duw het hitteschild van de EGR-leiding opzij Bouw de bevestigingsbouten (8) van de EGR-leiding op de EGR-koeler uit de bevestigingsbouten (5) van het hitteschild van de EGR-leiding op het uitlaatspruitstuk, - de bevestigingsbout (6) van het hitteschild van de EGR-leiding op het cilinderkop Bouw de bevestigingsbouten (9) van de EGR-leiding op het uitlaatspruitstuk uit. Bouw de EGR-leiding uit. - de afdichting tussen de EGR-koeler en de EGR-leiding, - de afdichting tussen de EGR-leiding en het uitlaatspruitstuk Bouw de bevestigingsbout (7) van de EGR-leiding op de cilinderkop uit. 12A-38

133 MENSELSAMENSTELLING Uitlaatspruitstuk: Uitbouwen - Inbouwen 12A M9R, en de afdichting van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor, - de olieleiding van de turbocompressor en zijn afdichtingen. - de afdichting tussen turbocompressor en uitlaatspruitstuk, - de afdichting tussen turbocompressor en katalysator, - de bevestigingsmoeren van het uitlaatspruitstuk Reinig en ontvet de steunvlakken: - van het uitlaatspruitstuk in geval van hergebruik, - de bevestigingsmoeren en de vulstukken van het uitlaatspruitstuk, - het uitlaatspruitstuk, - de afdichting van het uitlaatspruitstuk. INBOUWEN Vervang systematisch de tapeinden als deze tijdens het uitbouwen los gegaan zijn. - van het cilinderkopvlak, - van de EGR-leiding. Plaats de tapeinden en zet vast: de tapeinden van het uitlaatspruitstuk (9 N.m). Plaats de afdichting van het uitlaatspruitstuk. Vervang systematisch de afdichting van het uitlaatspruitstuk Vervang systematisch: - de afdichting van de EGR-leiding, N.B.: Controleer of de afdichting van het spruitstuk goed geplaatst is. Het lipje moet geplaatst zijn bij (10). N.B.: Controleer of de afdichting van het spruitstuk goed geplaatst is. Het lipje moet geplaatst zijn bij (11). Plaats het uitlaatspruitstuk. Plaats de vulstukken. Zet de bevestigingsmoeren van het uitlaatspruitstuk met de hand vast tot ze aanliggen. 12A-39

134 MENSELSAMENSTELLING Uitlaatspruitstuk: Uitbouwen - Inbouwen 12A M9R, en 740 -de bevestigingsmoeren van de katalysator op de katalysator (21 N.m), - de bevestigingsbouten van de onderste steun van de katalysator (21 N.m), - de bevestigingsbouten van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler (8 N.m). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Zet vast in volgorde en met de aantrekkoppels: (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8) : - de bevestigingsbouten en -moeren van het uitlaatspruitstuk (15 N.m), - de bevestigingsmoeren van het uitlaatspruitstuk (30 N.m), Zet de bevestigingsbouten van de EGR-leiding op het uitlaatspruitstuk en op de EGR-koeler met de hand vast tot ze aanliggen. Zet de bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de cilinderkop met de hand vast tot ze aanliggen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de EGR-koeler (30 N.m), - de bevestigingsbouten van de EGR-leiding op het uitlaatspruitstuk (30 N.m), - de bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de cilinderkop (10 N.m), - de twee bevestigingsbouten van het hitteschild van de EGR-leiding (10 N.m), - de bevestigingsbouten van de olieleiding op de turbocompressor (10 N.m), - de holle bout van de olieleiding op het motorblok (21 N.m), -de bevestigingsmoeren van de turbocompressor op het uitlaatspruitstuk (25 N.m), - de dwarse bevestigingsbout van de turbocompressor (25 N.m), - de bevestigingsbouten van de klemmen van de katalysator (21 N.m), - De bevestigingsmoeren van de katalysator op de turbocompressor (21 N.m), 12A-40

135 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B B74 of K74, en G9T, en 600 diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm bevestigingsmoeren van de turbocompressor 25 N.m bevestigingsbouten van de bevestigingssteun van de turbocompressor 25 N.m bevestigingsbouten van de olieretourleiding op de turbocompressor 8 N.m 1 3 wartel van de olieaanvoerleiding op de turbocompressor wartel van de olieaanvoerleiding op het motorblok UITBOUWEN 20 N.m 23 N.m Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Verwijder de kappen op de motor. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw de katalysator uit (zie 19B, Uitlaat, Voorkatalysator). Maak van de turbocompressor los: - de luchtaanvoerbuis, - de luchtafvoerbuis Zet de wartel van de olieaanvoerleiding van de turbocompressor (1) los. Bouw de olieretourleiding van de turbocompressor (2) uit. Maak de slang van de turbodrukregelklep (3) los Bouw de bevestigingssteun van de turbocompressor (4) uit. 12B-1

136 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B B74 of K74, en G9T, en 600 INBOUWEN 5 Vervang beslist alle afdichtingen: - tussen de turbocompressor en het uitlaatspruitstuk, - van de olieaanvoerleiding van de turbocompressor, - van de olieretourleiding van de turbocompressor de bevestigingsbouten (5) van de turbocompressor, - het geheel «turbocompressor-olieaanvoerleiding van de turbocompressor», - de afdichting tussen de turbocompressor en het uitlaatspruitstuk, - de olieaanvoerleiding van de turbocompressor. - Controleer voor de montage of de lagerblokken van de turbocompressor correct smering krijgen. Maak hiertoe de stekker van de hogedrukregelaar los (houd er een opvangbak onder) en laat de startmotor draaien. De olie moet overvloedig uit de olieaanvoerleiding stromen. - Controleer goed of er tijdens de montage geen vuil bij het turbinewiel of bij het compressorwiel binnendringt. - Als de turbo defect is (olieverbruik), controleer dan altijd of de tussenkoeler zich niet met olie heeft gevuld. Bouw in dat geval de tussenkoeler uit, reinig deze met een schoonmaakmiddel en laat hem goed uitdruppelen. - Controleer ook of de olieretourleiding niet door aanslag verstopt is. Controleer ook of er absoluut geen lekkage is. Zo ja, vervang hem dan. Plaats de nieuwe afdichting van de turbocompressor. Plaats de turbocompressor. Plaats de bevestigingssteun van de turbocompressor. Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: -de bevestigingsmoeren van de turbocompressor (25 N.m), - de bevestigingsbouten van de bevestigingssteun van de turbocompressor (25 N.m), Plaats de olieretourleiding met de nieuwe afdichtingen en smeer de O-ring vooraf met motorolie. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de olieretourleiding op de turbocompressor (8 N.m) 12B-2

137 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B B74 of K74, en G9T, en 600 Plaats de olieaanvoerleiding met nieuwe afdichtingen. Span voor tot het aanliggen: - de wartel van de olieaanvoerleiding op de turbocompressor, - de wartel van de olieaanvoerleiding op het motorblok, Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: - de wartel van de olieaanvoerleiding op de turbocompressor (20 N.m), - de wartel van de olieaanvoerleiding op het motorblok (23 N.m), Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Bouw de katalysator in (zie 19B, Uitlaat, Voorkatalysator). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de benodigde inlezingen uit (zie MR 339, 80, Accu, Bijzonderheden). - Voordat u de motor start maakt u de stekker los van de hogedrukregelaar op de hogedrukpomp. - Laat de startmotor enkele secondes draaien tot het waarschuwingslampje van de oliedruk uitgaat. - Sluit de hogedrukregelaar weer aan, verwarm voor en start de motor. - Laat de motor stationair draaien en controleer alle wartels en aansluitingen op lekkage. - Wis de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen metbehulp van het diagnoseapparaat. 12B-3

138 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B F4R, en 786 of 787 Aantrekkoppelsm 1 bouten van de olieretourleiding naar het motorblok 12N.m bouten van de koelleiding van de turbocompressor 12 N.m bouten van de koelleiding van de turbocompressor 27 N.m bevestigingsmoeren van de turbocompressor 15 N.m + 75 Maak los: UITBOUWEN BELANGRIJK: Houd u bij het uitbouwen-inbouwen van de turbocompressor zorgvuldig aan de reparatiemethodes om een perfecte afdichting van het systeem te kunnen garanderen. Het negeren van de voorschriften kan ernstige gevolgen hebben voor de veiligheid van de bestuurder. - de slang van de elektroklep voor de bediening van de wastegate (1), - de slang van de elektroklep - turbocompressor (2), - de slang van de rembekrachtiger (3). Bouw de slang van het luchtfilter - turbocompressor (4) uit. De moeren waarmee de turbocompressor vastzit aan het uitlaatspruitstuk, kunt u gemakkelijk losdraaien als u, vlak voor het demonteren, deze nog warme moeren bespuit met kruipolie. 5 Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw de katalysator uit (zie 19B, Uitlaat, Katalysator) Plaats afknijpklemmen en verwijder de koelslangen van de turbocompressor (5). 12B-4

139 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B F4R, en 786 of de bouten van het huis van de koelvloeistofverwarmingselementen, - de bout van het hitteschild (6), - de bouten van de koelleiding, - de olieaanvoerleiding (7) van de turbocompressor, - de bevestigingsbouten (9) van de olieretourleiding van de turbocompressor, - de olieretourleiding van de turbocompressor (11), - de olieaanvoerleiding (10) van de turbocompressor. - de steun van de sierkap van de motor en de steun van de turbocompressor (8), - de luchtslang tussenkoeler-turbocompressor Bouw het hitteschild van de startmotor uit de bevestigingsmoeren (12) van de turbocompressor op het spruitstuk, - de turbocompressor. 12B-5

140 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B F4R, en 786 of 787 OPBOUWEN - Vervang altijd de bevestigingstapeinden en - moeren van de turbocompressor en de afdichtingen. - Bijzondere voorzorgen: - Controleer goed of er tijdens de montage geen vuil bij het turbinewiel of bij het compressorwiel binnendringt. - Als de turbo defect is (olieverbruik), controleer dan altijd of de tussenkoeler zich niet met olie heeft gevuld. Bouw deze indien nodig uit, reinig hem met het schoonmaakmiddel en laat hem goed uitdruppelen. - Controleer ook of de olieretourleiding niet door aanslag verstopt is. Controleer ook of er absoluut geen lekkage is, vervang hem anders. Plaats en zet met de hand vast: de bevestigingen van de turbo aan het uitlaatspruitstuk, de bevestigingen van de olieaanvoerleiding op de turbocompressor, - de retourleiding naar het motorblok, - de luchtslang van de tussenkoeler-turbocompressor, - de bevestiging van de steun van de turbocompressor Monteer op de werkbank en zet vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: 17 - de bouten van de olieretourleiding naar het motorblok (12N.m)(13) - de bout (14) van de olieretourleiding. Span voor: de bouten van de koelleiding van de turbocompressor (12 N.m)(15), Zet vast met het aantrekkoppel: de bouten van de koelleiding van de turbocompressor (27 N.m). Zet vast: - de slangklem (16) van de luchtslang van de tussenkoeler - turbocompressor om de turbocompressor te plaatsen, - de steun van de turbocompressor (17) B-6

141 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B F4R, en 786 of 787 Voordat de motor wordt gestart, sluit u het diagnoseapparaat aan en vergrendelt u het inspuitsysteem. - Laat de startmotor draaien tot het waarschuwingslampje van de oliedruk dooft (dit kan enkele secondes duren) en ontgrendel daarna het inspuitsysteem Start de motor en geef een paar keer onbelast gas. - Zet het contact uit en controleer of er nergens olielekkage is. - laat de motor stationair draaien tot de koelventilateur inschakelt, - Geef een paar keer onbelast gas en maak daarna een proefrit Zet vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: -de bevestigingsmoeren van de turbocompressor (15 N.m + 75 )(18), - Wis de storingen met behulp van het diagnoseapparaat. - Zet het contact uit en controleer of er nergens olielekkage is. - de olieaanvoer- en retourleidingen. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vervang altijd alle uitgebouwde afdichtingen, inclusief die van de koelleiding en de luchtslangen tussen tussenkoeler - turbocompressor. Vul en ontlucht het koelsysteem (zie 19A, Koeling, Vullen - Ontluchten). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, Accu : Uitbouwen-Inbouwen). 12B-7

142 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B F9Q, en 674 diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal 2 3 bevestigingsmoeren van de katalysator op de turbocompressor Aantrekkoppelsm 26 N.m ± 2 4 bevestigingsmoer van de steun van de katalysator aan distributiezijde bout van de steun van de katalysator aan distributiezijde 30 N.m 50 N.m 1 5 bevestigingsbouten op de steun van de katalysator aan vliegwielzijde bevestigingsmoeren van de turbocompressor 21 N.m 24 N.m de bevestigingsbouten (1) van de olieretourleiding op de turbocompressor, holle bout van de olieleiding op de turbocompressor wartel van de olieleiding op de motor bouten van de flens van de olieretourleiding UITBOUWEN 24 N.m 22,5 N.m 12 N.m Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Verwijder de beschermkap op de motor. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de onderste bevestigingsmoer van de turbocompressor. Maak de slang (2) los van de regelklep van de turbodruk. Bouw de bevestigingsbout (3) van de olieaanvoerleiding op het inlaatspruitstuk uit. Draai los: - de wartel (4) van de olieaanvoerleiding op de turbocompressor, - de wartel (5) van de olieaanvoerleiding op het motorblok. Bouw de olieaanvoerleiding van de turbocompressor uit. Maak de slangen los op de ingang en de uitgang op de turbocompressor. - de bescherming onder de motor, - de katalysator (zie 19B, Uitlaat, Katalysator: Uitbouwen - inbouwen). 12B-8

143 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B F9Q, en 674 Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsmoeren van de katalysator op de turbocompressor (26 N.m ± 2) de bovenste bevestigingsmoeren van de turbocompressor, - de turbocompressor. INBOUWEN Bijzondere voorzorgen: - Controleer goed of er tijdens de montage geen vuil bij het turbinewiel of bij het compressorwiel binnendringt Monteer de steun aan distributiezijde door de bouten met de hand vast te zetten: - de moer (6) van de steun van de katalysator, - de bout (7) van de steun van de katalysator. Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: - de bevestigingsmoer van de steun van de katalysator aan distributiezijde (30 N.m), - de bout van de steun van de katalysator aan distributiezijde (50 N.m). - Controleer ook of de olieretourleiding niet door aanslag verstopt is. Controleer ook of er geen lekkage is. Zo ja, vervang hem dan. Vervang altijd: - de olieaanvoerleiding van de turbocompressor, - de afdichting van de olieretourleiding, - de afdichtingen van de katalysator door nieuwe afdichtingen, - ieder beschadigd hitteschild. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Monteer de katalysator (zie 19B, Uitlaat, Katalysator: Uitbouwen - Inbouwen). 12B-9

144 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B F9Q, en 674 Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 8 Maak de stekker van de drukregelaar los (om het aanslaan van de motor te voorkomen). Laat de startmotor enkele secondes draaien tot het waarschuwingslampje van de oliedruk uitgaat. Zet het contact uit. Sluit de stekker van de drukregelaar weer aan. Start de motor Monteer de bevestigingsbouten (8) (zonder ze vast te zetten) van de katalysator op de steun bij het vliegwiel. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten op de steun van de katalysator aan vliegwielzijde (21 N.m), Laat de motor met stationair toerental draaien een geef daarna een paar keer onbelast gas. Zet het contact uit. Controleer of er geen olie lekt. Sluit het diagnoseapparaat aan en wis de storingen in het geheugen. -de bevestigingsmoeren van de turbocompressor (24 N.m), -de holle bout van de olieleiding op de turbocompressor (24 N.m), - de wartel van de olieleiding op de motor (22,5 N.m), -de bouten van de flens van de olieretourleiding (12 N.m). Na het uitbouwen - inbouwen of vervangen van de katalysator, moet u altijd een proefrit maken (waarbij de ventilateurmotor van de motor twee keer moet inschakelen). 12B-10

145 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B M9R, en 740 Onmisbaar materiaal Bouw de katalysator uit (zie 19B, Uitlaat, Katalysator: Uitbouwen - Inbouwen). diagnoseapparaat Aantrekkoppelsm tapeind op het uitlaatspruitstuk tapeinden op de turbocompressor bevestigingsmoeren van de turbocompressor bevestigingsbout van de steun van de turbocompressor aan vliegwielzijde dwarse bevestigingsbout van de turbocompressor bevestigingsbout van de steun van de turbocompressor aan distributiezijde bevestigingsbouten van de olieleiding op de turbocompressor holle bout van de olieleiding op het motorblok bevestigingsbout van de olieaanvoer op het carter klemband van de luchtslang bij de ingang van de turbocompressor bevestigingsbouten van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler 9 N.m 14,5 N.m 25 N.m 28 N.m 25 N.m 25 N.m 10 N.m 16 N.m 25 N.m 5,5 N.m 8 N.m - de slang (1) van de commandobalg van de turbodrukregelklep, - de klemband (2) van de luchtinlaatslang bij de ingang van de turbocompressor. Maak los: - de luchtaanvoerslang op de turbocompressor, de slang (3) van de carterventilatie op de olieafscheider. UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool Verdraai het klemmetje (4) van de luchtslang op de turbocompressor. 12B-11

146 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B M9R, en Bouw de bevestigingsbouten (5) van de luchtleiding op de inlaatluchtverdeler. Duw het luchtkanaal naar de tussenkoeler de onderste bevestigingsmoeren (9) van de turbocompressor op het uitlaatspruitstuk, - de bovenste bevestigingsmoer (10) van de turbocompressor op het uitlaatspruitstuk, - de dwarse bevestigingsbout (11) van de turbocompressor, - de turbocompressor, - de afdichting tussen de turbocompressor en het uitlaatspruitstuk, - de steun van de turbocompressor. INBOUWEN Reinig en ontvet de steunvlakken: - van het uitlaatspruitstuk, - van de turbocompressor als deze opnieuw gebruikt wordt. Vervang altijd: de bevestigingsbouten (6) van de olieretourleiding op de turbocompressor, - de bevestigingsbout (7) van de olieleiding op het motorblok, - de holle bout (8) van de olieleiding van de turbocompressor op het motorblok, - de olieleiding van de turbocompressor. - de afdichting van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor. - de bevestigingsmoeren van de katalysator en van de turbocompressor, - de olieleiding van de turbocompressor en zijn afdichtingen. - de steun van de turbocompressor. - de dwarse bevestigingsbout van de turbocompressor, 12B-12

147 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B M9R, en de afdichting tussen de turbocompressor en het uitlaatspruitstuk, - de afdichting tussen de turbocompressor en de katalysator, - de afdichting tussen de katalysator en de uitlaatlijn, - het tapeind van het uitlaatspruitstuk - de klemband van de demper. Zet vast met het aantrekkoppel: het tapeind op het uitlaatspruitstuk (9 N.m). Zet vast met het aantrekkoppel: de tapeinden op de turbocompressor (14,5 N.m) 12B-13

148 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B M9R, en 740 Zet de bevestigingsbout van de steun van de turbocompressor los aan distributiezijde (12). Zet vast: de dwarse bevestigingsbout van de turbocompressor (25 N.m). Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbout van de steun van de turbocompressor aan distributiezijde (25 N.m) en (12) Plaats de nieuwe steun van de turbocompressor. Zet de bevestigingsbouten (12) en (13) van de steun van de turbocompressor met de hand vast. De steun van de turbocompressor moet vrij kunnen bewegen. Plaats de turbocompressor zonder zijn afdichting en houd de turbocompressor tegen het uitlaatspruitstuk gedrukt. Verschuif de steun van de turbocompressor zodat deze aanligt tegen de turbocompressor aan vliegwielzijde. Zet de bevestigingsbout van de steun van de turbocompressor lichtjes vast aan distributiezijde (12). Draai de bout niet te snel zodat de steun van de turbocompressor niet verdraait. Bouw de turbocompressor uit. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbout van de steun van de turbocompressor aan vliegwielzijde (25 N.m) en (13). Plaats de nieuwe afdichting en de turbocompressor. Zet de dwarse bevestigingsbout van de turbocompressor enkele omwentelingen met de hand vast. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsmoeren van de turbocompressor (28 N.m). 12B-14

149 DRUKVULLING Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen 12B M9R, en 740 aantrekkoppels vast: - de bevestigingsbouten van de olieleiding op de turbocompressor (10 N.m) bij (15), - de holle bout van de olieleiding op het motorblok (16 N.m) bij (16), - de bevestigingsbout van de olieaanvoer op het carter (25 N.m) bij (17). Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de klemband van de luchtslang bij de ingang van de turbocompressor (5,5 N.m), - de bevestigingsbouten van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler (8 N.m). Monteer de katalysator (zie 19B, Uitlaat, Katalysator: Uitbouwen - Inbouwen). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen Smeer de O-ring van de olieleiding van de turbocompressor bij het motorblok met olie. Controleer de aanwezigheid van de platte afdichting tussen de turbocompressor en de olieleiding van de turbocompressor. Verwijder de beschermdop van de banjoaansluiting. Plaats de olieleiding van de turbocompressor door hen eerst in het motorblok te persen bij (14). Verdraai niet de O-ring van de olieleiding van de turbocompressor bij het motorblok tijdens het inpersen. Controleer of de O-ring van de olieleiding van de turbocompressor bij het motorblok niet uit zijn houder is geschoven na het plaatsen. Controleer de aanwezigheid van de twee koperen afdichtringen van de banjoaansluiting. Zet vast in volgorde en met de hand: - de bevestigingsbouten (15) van de olieretourleiding op de turbocompressor, Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Maak de stekker van de drukregelaar van de hoofdinspuitbuis los (zodat de motor niet kan aanslaan). Laat de startmotor vervolgens enkele secondes draaien tot het waarschuwingslampje van de oliedruk uitgaat. Zet het contact uit. Sluit de stekker van de drukregelaar weer aan op de hoofdinspuitbuis. Start de motor. Laat de motor met stationair toerental draaien een geef daarna een paar keer onbelast gas. Zet het contact uit. Controleer of er geen olie lekt. Sluit het diagnoseapparaat aan en wis de storingen in het geheugen. - de holle bout (16) van de olieleiding van de turbocompressor op het motorblok, - de bevestigingsbout (17) van de olieleiding op het motorblok. Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven 12B-15

150 DRUKVULLING Drukregelaar: Controle 12B B74 of K74, en G9T, en Waarde De steel van de klep voor de regeling van de turbodruk mag beslist niet worden versteld. REGELKLEP TURBODRUK Bij een onderdruk van 300 mbar, moet de slag van de steel liggen tussen 1 en 4 mm. Bij een onderdruk van 550 mbar, moet de slag van de steel liggen tussen 9 en 11 mm. Bij een onderdruk hoger dan 600 mbar, moet de steel in de uiterste stand staan. 1 - Controle Bouw de turbocompressor uit (zie 12B, Drukvulling, Turbocompressor). N.B.: De controle is niet mogelijk met de turbocompressor op zijn plaats. Plaats de turbocompressor in een bankschroef Installeer beschermingstangen in de bankschroef om de turbocompressor te beschermen. Plaats een meetklokje met een magnetisch voetstuk tegen het eind van de steel van de wastegate (zo veel mogelijk in het verlengde van de steel). Breng geleidelijk een depressie op de balg van de regelklep van de turbodruk met behulp van een «overdruk-onderdruk» pomp met een manometer. 12B-16

151 DRUKVULLING Drukregelaar: Controle 12B F9Q, en 674 De steel van de klep voor de regeling van de turbodruk mag beslist niet worden versteld. REGELKLEP TURBODRUK 1 - Controle Bouw de turbocompressor uit (zie 12B, Drukvulling, Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen). De controle is niet mogelijk met de turbocompressor op zijn plaats Plaats een meetklokje met een magnetisch voetstuk op het eind van de steel van de regelklep (zo veel mogelijk in de as van de steel). Zet geleidelijk een overdruk op de capsule van de turbodrukregelklep met behulp van een onderdruk/ overdrukpomp. 2 - Waarde Bij een onderdruk van 200 mbar, moet de slag van de steel liggen tussen 0,5 en 3,5 mm. Bij een onderdruk hoger dan 600 mbar, staat de steel in de uiterste stand. 12B-17

152 DRUKVULLING Drukregelaar: Controle 12B M9R, en 740 De steel van de regelaar van de turbodruk mag beslist niet worden versteld. REGELAAR VAN DE TURBODRUK 1 - Controle Bouw de turbocompressor uit (zie 12B, Drukvulling, Turbocompressor: Uitbouwen - Inbouwen). N.B.: De controle is niet mogelijk met de turbocompressor op zijn plaats. Sluit een overdruk/onderdrukpomp (1) aan op de drukregelaar (2). Plaats een meetklokje met een magnetisch voetstuk op het eind van de steel van de regelklep (zo veel mogelijk in de as van de steel). Zet geleidelijk een onderdruk op de drukregelaar met behulp van de onderdruk/overdrukpomp. 2 - Waarde Controlepunten : - bij een onderdruk van 250 mbar, moet de slag van de steel liggen tussen 3 en 6 mm. - bij een onderdruk van meer dan 600 mbar mag de stift zich niet meer verplaatsen. 12B-18

153 DRUKVULLING Klep turbodrukregeling 12B F9Q, en 674 Noteer altijd de aanvoer- en retourslangen op de elektroklep van de turbodruk, voordat u de elektroklep van de turbodruk uitbouwt. As X Y Omschrijving Tijd in secondes (S) Koelvloeistoftemperatuur in celsius ( C) De balg (1) van de regelklep van de turbodruk wordt bediend door een elektroklep (2) die wordt aangestuurd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. De rekeneenheid kan de onderdruk, waarmee de balg de turbodruk regelt, naar de behoefte van de motor variëren. De regelklep van de turbodruk staat open in de ruststand. De motor werkt dan als een atmosferische motor. De elektroklep, die in ruststand dicht staat, krijgt na het starten van de motor voeding, na een vertraging die afhankelijk is van de koelvloeistoftemperatuur B-19

154 DRUKVULLING Tussenkoeler: Uitbouwen - Inbouwen 12B F9Q, en 674 UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. 3 Bouw de schildbumper voor uit (zie MR 396 Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor: Uitbouwen - Inbouwen). Maak de stekkers los van de koplampen Bouw de onderste bevestigingsbout (2) van de koplampen uit. Maak de koplamp los van zijn centreerder (3). Bouw de koplampen uit Bouw de bovenste bevestigingsbouten (1) van de koplampen uit Bouw de bevestigingsbouten (4) van de bovenste dwarsbalk uit. Maak de ontgrendelkabel van de motorkap los op de bovenste dwarsbalk. Bouw de bovenste dwarsbalk uit. 12B-20

155 DRUKVULLING Tussenkoeler: Uitbouwen - Inbouwen 12B F9Q, en Bouw de bevestigingsklemmetje van de condensor uit. Duw het condensor naar de tussenkoeler Maak de tussenkoeler los aan de bovenkant. Bouw de tussenkoeler uit. INBOUWEN 6 Controleer of er geen olie in de tussenkoeler is. Bouw deze in dit geval uit, reinig hem met het schoonmaakmiddel en laat hem goed uitdruppelen. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen- inbouwen) de klemband (5) van de luchtaanvoerslang op de tussenkoeler, Stel de koplampen af (zie 80B, Verlichting voorzijde, Halogeen koplamp: Afstellen ). - de klemband (6) van de luchtafvoerslang van de tussenkoeler Maak de slangen los op de ingang en de uitgang van de tussenkoeler. 12B-21

156 DRUKVULLING Tussenkoeler: Uitbouwen - Inbouwen 12B M9R, en 740 klemband van de luchtslang bij de ingang van de tussenkoeler klemband van de luchtslang bij de uitgang van de tussenkoeler bevestigingsbout van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler Aantrekkoppelsm 5,5 N.m 5,5 N.m 8 N.m - de accubak, - de schildbumper voor (zie 55A, Bescherming buitenkant - Schildbumper voor: Uitbouwen - Inbouwen). - Stel de koplampen af (zie 80B, Verlichting voorzijde, Koplampen: Uitbouwen - Inbouwen). Maak de kabelbundel los van de bovenste dwarsbalk. UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Verwijder de beschermkap op de motor. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw de accu uit (zie 80A, Accu, Accu : Uitbouwen - Inbouwen). 2 - het motorkaprubber op de bovenste dwarsbalk, de bevestigingsbouten (4) van de bovenste dwarsbalk. Duw de bovenste dwarsbalk van de motor. 1 3 Bouw de relaisplaat uit bij (1) Bouw de klembanden (5) van de slangen van de tussenkoeler uit. Maak de luchtslangen op de tussenkoeler los de elektroklep van de turbodrukregeling (2) op de accubak, - de bevestigingsbouten (3) van de accubak, Til de tussenkoeler op door de koeleenheid naar achteren te bewegen. Bouw de tussenkoeler uit. 12B-22

157 DRUKVULLING Tussenkoeler: Uitbouwen - Inbouwen 12B M9R, en 740 INBOUWEN Controleer of er geen olie in de tussenkoeler is. Bouw deze in dit geval uit, reinig hem met het schoonmaakmiddel en laat hem goed uitdruppelen. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de klemband van de luchtslang bij de ingang van de tussenkoeler (5,5 N.m), - de klemband van de luchtslang bij de uitgang van de tussenkoeler (5,5 N.m), -de bevestigingsbout van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler (8 N.m). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Stel de koplampen af (zie 80B, Verlichting voorzijde, Halogeen koplamp: Afstellen). 12B-23

158 BRANDSTOFAANVOER Dieselbrandstofaanvoercircuit 13A F9Q, en 674 Schematisch overzicht van het brandstofaanvoercircuit Het circuit bestaat uit: - een opvoerpomp (1) (in de motorruimte), - een brandstoffilter (2), eventueel met een waterdetector, - een hogedrukregelaar (3) op de pomp, - een hogedrukpomp (4), - een hoofdinspuitbuis (5) met een opname element brandstofdruk, - vier elektromagnetische verstuivers (6), - verschillende opname elementen, - een rekeneenheid van het inspuitsysteem. BELANGRIJK: Maak hogedrukleidingen absoluut nooit los bij draaiende motor. Het is niet toegestaan het inwendige van de hogedrukpomp en van de verstuivers te demonteren. 13A-1

159 BRANDSTOFAANVOER Dieselbrandstofaanvoercircuit 13A M9R, en 740 Schematisch overzicht van het brandstofaanvoercircuit Het circuit bestaat uit: een tankelement (1), - een handopvoerpomp (2), - een brandstoffilter (3), eventueel met een waterdetector, - een drukregelaar (4) op de hogedrukpomp, - de hogedrukpomp (5), - een hoofdinspuitbuis (6) met een drukregelaar (7) en een opname element druk (8), - vier piëzo-elektrisch verstuivers (9), - verschillende opname elementen, - een rekeneenheid van het inspuitsysteem. 13A-2

160 BRANDSTOFAANVOER Brandstoffilter: Uitbouwen - Inbouwen 13A F9Q, en 674 diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal UITBOUWEN Het brandstoffilter bevindst zich in de motorruimte, achter de koplamp rechts. 3 BELANGRIJK: 2 Voor alle werkzaamheden: - sluit het diagnoseapparaat aan, - begin de communicatie met de rekeneenheid van het inspuitsysteem, - controleer of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - houd rekening met de temperatuur van de brandstof, - bestel de set met speciale afsluitdoppen voor het hogedruk inspuitsysteem. Houd u stipt aan de voorschriften inzake een schone werkomgeving. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool Maak los: - de stekker (1) op het brandstoffilter, - de wartel (2) van de aanvoerleiding naar de hogedrukpomp, - de wartel (3) van de brandstofaanvoer op het brandstoffilter. De wartels van de leidingen mogen niet in contact komen met vuil in de omgeving. Sluit de openingen van leidingen en van het brandstoffilter af met schone doppen. 13A-3

161 BRANDSTOFAANVOER Brandstoffilter: Uitbouwen - Inbouwen 13A F9Q, en Noteer de stand van het deksel ten opzichte van de bol. - de bout (4) van het filterdeksel, - het filterpatroon. INBOUWEN Plaats het nieuwe brandstoffilter (verwijder de doppen pas op het laatste moment) Vul het brandstofsysteem met behulp van de opvoerpomp (5). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. $voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). Plaats het merkteken op het deksel met de doppen in lijn met de bol. Let op de juiste aansluiting van de leidingen op het brandstoffilter. Sluit de wartels van de brandstofleidingen weer aan. Beschadig de brandstofleidingen niet. N.B.: Tap regelmatig het water in het brandstoffilter af via de aftapplug. Bepaalde uitvoeringen hebben op het filter een opname element voor de detectie van water in het brandstoffilter. Als water wordt gedetecteerd in het circuit, licht het waarschuwingslampje inspuitsysteem op. 13A-4

162 BRANDSTOFAANVOER Brandstoffilter: Uitbouwen - Inbouwen 13A M9R, en 740 Aantrekkoppelsm bevestigingsbout van het deksel 6 N.m UITBOUWEN Het brandstoffilter bevindst zich in de motorruimte, achter de koplamp rechts. Houd u bij alle werkzaamheden altijd stipt aan veiligheids- en reinheidsvoorschriften (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Voorzorgen voor de reparatie). Bij deze werkzaamheden is het volgende belangrijk: - het is verboden te roken of met gloeiende voorwerpen (lasspatten) in de nabijheid te komen, - let op de uitstromende brandstof bij het losmaken van de wartel, - bescherm de plaatsen die gevoelig zijn voor de uitstromende brandstof Maak los: - de stekker (1) op het brandstoffilter, - de snelkoppeling van de voeding (2) van de hogedrukpomp op het brandstoffilter, - de snelkoppeling van de brandstofaanvoer (3) op het brandstoffilter. Vang uitstromende vloeistof op, om beschadiging van organen in de omgeving van het brandstoffilter te voorkomen. De wartels van de leidingen mogen niet in contact komen met vuil in de omgeving. Sluit de openingen van leidingen en van het brandstoffilter af met schone doppen. 13A-5

163 BRANDSTOFAANVOER Brandstoffilter: Uitbouwen - Inbouwen 13A M9R, en Noteer de stand van het deksel ten opzichte van de kom Draai de ontluchtingsnippel (5) een omwenteling. - de bout (4) van het deksel met zijn afdichting, - de afdichting van de bak, - het filterpatroon. INBOUWEN Plaats het nieuwe filterpatroon in de kom (verwijder de doppen pas op het laatste moment). Plaats de nieuwe afdichtingen op de bak en op de bout van het deksel. Zet het merkteken van het deksel op één lijn met de kom. Let op de juiste aansluiting van de leidingen op het brandstoffilter. Zet vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: de bevestigingsbout van het deksel (6 N.m), Sluit de wartels van de brandstofleidingen aan Bedien de handopvoerpomp (6) tot de brandstof zonder luchtbellen naar buiten stroomt. Zet de ontluchtingsnippel weer vast. Beschadig de brandstofleidingen niet. 13A-6

164 BRANDSTOFAANVOER Brandstoffilter: Uitbouwen - Inbouwen 13A M9R, en 740 Ontlucht het brandstofcircuit een laatste keer met behulp van de handopvoerpomp. N.B.: Tap regelmatig het water in het brandstoffilter af via de aftapplug (7). Bepaalde uitvoeringen hebben op het filter een opname element voor de detectie van water in het brandstoffilter. Als water wordt gedetecteerd in het circuit, licht het waarschuwingslampje inspuitsysteem op. 13A-7

165 DIESELINSPUITING Gegevens 13B B74 of K74, en G9T, en 600 diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Model Versnellingsbak Motor Technisch Type Type Type Indice Boring (mm) Slag (mm) Inhoud (cm 3 ) Compressieverhoudi ng Emissienorm BG09 KG09 PK6 002 PK6 052 G9T /1 Euro 4 IF 2005 Toerental (tr/min) Rookgaswaarden (m -1 ) Stationair Max. onbelast Max. belast Homologatiewaarde 850 ± ± ,5 Omschrijving Merk/type Bijzonderheden Hogedrukpomp BOSCH/CP3.2 + Druk van 0 tot 1800 bar Opname element brandstofdruk BOSCH Geschroefd op de hoofdinspuitbuis Aantrekkoppels : 3,5 ± 5 N.m Verstuivers BOSCH Elektromagnetische verstuivers Weerstand : 0,22 Ω bij 20 C Werkdruk: 1600 bar Inspuitdrukregelaar BOSCH Ingebouwd in de hogedrukpomp Weerstand : 3 ± 0,1 Ω bij 20 C Aantrekkoppel : 6 N.m Rekeneenheid van het inspuitsysteem BOSCH/EDC 16 Rekeneenheid 112-polig Rekeneenheid voor-naverwarming NAGARES BED/7-12 Met naverwarmingsfunctie aangestuurd via de rekeneenheid van het inspuitsysteem Voorverwarmingsstiften BERU Weerstand : 0,6 Ω stekker losgenomen Opname element vliegwiel MGI Weerstand: 200 tot 270 Ω bij 23 C Opname element nokkenas (opname element van de fase) ELECTRIFIL Opname element met Hall effect 13B-1

166 DIESELINSPUITING Gegevens 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Omschrijving Merk/type Bijzonderheden Opname element gaspedaal HELLA Potentiometer met twee banen Weerstand: - baan 1 : 1200 ± 480 Ω - baan 2 : 1700 ± 680 Ω Opname element inlaatluchttemperatuur Opname element brandstoftemperatuur Opname element koelvloeistoftemperatuur SIEMENS ELTH ELTH Ingebouwd in luchtdoorstroommeter Weerstand: 100 Ω in werking Ingebouwd in brandstofretourleiding (niet afzonderlijk te demonteren) Weerstand : 2050 Ω bij 25 C Weerstand : 2252 Ω ± 112 bij 25 C Luchtdoorstroommeter SIEMENS Luchtdoorstroommeter met ingebouwd opname element luchttemperatuur - aansl. 1 : signaal luchttemperatuur - aansl. 2 : gemeenschappelijke massa - aansl. 3: 5 V referentiespanning - aansl. 4 : + 12 V na relais inspuitsysteem - aansl. 5 : signaal luchtdoorstroommeter - aansl. 6 : massa Opname element turbodruk BOSCH Uitgangsspanning contact aan stilstaande motor (tussen de aansluitingen 2 en 3): - 1,9 V bij een atmosferische druk van 1013 mbar ->1,9 V bij een atmosferische druk <1013 mbar Afdichting bij iedere demontage vervangen Opname element atmosferische druk - Ingebouwd in rekeneenheid inspuitsysteem 13B-2

167 DIESELINSPUITING Gegevens 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Omschrijving Merk/type Bijzonderheden EGR-elektroklep SIEMENS Klep bediend door een gelijkstroommotor met ingebouwd opname element voor de stand van de klep Weerstand van de motor: 2,9 Ω ± 0,3 Weerstand van het opname element: 6,5 kω ± 2,6 Elektroklep turbulentieklep («swirl»-elektroklep) EATON/ESVV Weerstand : 46 Ω ± 3 bij 25 C Luchtinlaatklep (motor uit) VDO Luchtinlaatklep gelijkstroommotor met geïntegreerde electronica Veer normaal in open stand Elektroklep turbodrukregeling PIERBURG Weerstand : 15,4 ± 0,7 Ω bij 20 C Turbocompressor GARRET Turbocompressor met variabele geometrie Afstelling van de turbodrukregelklep : - Bij een druk van 250 ± mbar, moet de slag van de steel zijn: 2 mm - voor een onderdruk van meer dan 550 mbar moet de steel in de uiterste stand staan Opname element drukverschil voor - achter het roetfilter Opname element temperatuur voor het roetfilter Opname element temperatuur achter het roetfilter BOSCH DENSO DENSO De slangen van de drukmeting zijn uitsluitend te demonteren bij hun op de uitlaatlijn geschroefde adapters Weerstand: - 33,5 kω bij 100 C - 2,57 kω bij 300 C - 0,673 kω bij 500 C Weerstand: - 52,6 kω bij 300 C - 11,5 kω bij 400 C - 3,53 kω bij 500 C Elektroklep van EGR-verdelerhuis EATON/ESVV Weerstand : 46 Ω ± 3 bij 25 C Diagnose - diagnoseapparaat : uitsluitend CLIP 13B-3

168 DIESELINSPUITING Gegevens 13B F9Q, en 674 of 758 Motor Auto Type Index Boring (mm) Slag (mm) Emissienorm Cilinderinhoud (mm) Compressieverhoudi ng Versnellingsbak XG0G PK6 F9Q 674 EU 03 XG07 XG1A PK6 F9Q 758 EU /1 XG1V XG1E DP0 F9Q 759 EU 04 TOERENTAL (tr/min) ROOKGASWAARDEN Stationair Max. belast Max. onbelast Homologatiewaarde Wettelijk max. 800 ± ± ± 150 1,2 m -1 3 m -1 OMSCHRIJVING MERK/TYPE BIJZONDERHEDEN Hogedrukpomp F9Q 758 / 759 BOSCH CP3.2 Druk van 0 tot 1600 bar Hogedrukpomp F9Q 674 BOSCH CP3 Druk van 0 tot 1350 bar Opname element brandstofdruk 758 / 759 Opname element brandstofdruk674 BOSCH Geschroefd op de hoofdinspuitbuis 1600 bar Geschroefd op de hoofdinspuitbuis 1350 bar Verstuivers F9Q 674 BOSCH CRIP 1 Elektromagnetische verstuivers Weerstand : 0.33 Ω bij 20 C Werkdruk: 1350 bar Verstuivers F9Q 758 / 759 BOSCH CRI 2 Elektromagnetische verstuivers Weerstand : 0.23 Ω bij 20 C Werkdruk: 1600 bar Drukregelaar F9Q 758 / 759 BOSCH CP3.2 Ingebouwd in de hogedrukpomp Weerstand : 3 Ω ± 0,1bij 20 C Drukregelaar F9Q 674 BOSCH CP3 13B-4

169 DIESELINSPUITING Gegevens 13B F9Q, en 674 of 758 OMSCHRIJVING MERK/TYPE BIJZONDERHEDEN Rekeneenheid inspuitsysteem F9Q 674 Rekeneenheid inspuitsysteem F9Q 758 / 759 BOSCH EDC 15 C13 BOSCH EDC 16C3 Rekeneenheid 112-polig Rekeneenheid voor-naverwarming NAGARES BED7 Met naverwarmingsfunctie aangestuurd via de rekeneenheid van het inspuitsysteem Voorverwarmingsstiften CHAMPION / BERU Weerstand : 0,6 Ω Opname element vliegwiel MGI Weerstand spoel : 800 Ω ± 80 Opname element nokkenas (opname element van de fase) ELECTRICFIL Opname element met Hall effect Opname element gaspedaal HELLA Potentiometer met twee banen Weerstand: - baan 1 : 1200 Ω ± baan 2 : 1700 Ω ± 680 Opname element inlaatluchttemperatuur Opname element brandstoftemperatuur SIEMENS ELTH Ingebouwd in luchtdoorstroommeter Weerstand: 100 Ω in werking Ingebouwd in de brandstofretourverzamelbuis Weerstand: Opname element koelvloeistoftemperatuur Opname element atmosferische druk Opname element turbodruk F9Q 674 Opname element turbodruk F9Q 758 / 759 ELTH BOSCH BOSCH Weerstand: Ω ± 112 bij 25 C Ω ± 40 bij 50 C Ω ± 8 bij 80 C Ω ± 3 bij 110 C Ingebouwd in rekeneenheid Voedingsspanning : + 5V Drukgebied : 0.2 tot 3 bar Voedingsspanning : + 5V Drukgebied : 0.5 tot 3.5 bar 13B-5

170 DIESELINSPUITING Gegevens 13B F9Q, en 674 of 758 OMSCHRIJVING MERK/TYPE BIJZONDERHEDEN Luchtdoorstroommeter SIEMENS Luchtdoorstroommeter met ingebouwd opname element luchttemperatuur 6-polige stekker: - aansl. 1 : signaal luchttemperatuur - aansl. 2 : massa doorstroommeter en opname element luchttemperatuur - aansl. 3: 5 V refrentiespanning - aansl. 4 : + 12 V na relais inspuitsysteem - aansl. 5 : signaal luchtdoorstroommeter - aansl. 6 : Accumassa EGR-klep F9Q 674 PIERBURG Voedingsspanning + 12 V 6-polige stekker Weerstand tussen aansl. 1 en 5 : 8 Ω ± 0.5 EGR-elektroklep F9Q 758 / 759 SIEMENS Klep bediend door een gelijkstroommotor Weerstand van de motor : 2.9 Ω ± 0,3 Weerstand van het opname element : 6.5 Ω ± 2.6 Elektroklep regeling turbocompressor PIERBURG Voedingsspanning : 13.5 V Weerstand : 15.4 Ω ± 0.7 Afslagklep F9Q 758 / 759 VDO Luchtinlaatklep gelijkstroommotor met geïntegreerde electronica Veer normaal in open stand Opname element drukverschil voor - achter het roetfilter Opname element temperatuur voor het roetfilter Opname element temperatuur achter het roetfilter BOSCH DENSO DENSO De slangen van de drukmeting zijn uitsluitend te demonteren bij hun op de uitlaatlijn geschroefde adapters Weerstand: - 33,5 kω bij 100 C - 2,57 kω bij 300 C - 0,673 kω bij 500 C - 0,155 kω bij 900 C Weerstand: - 33,5 kω bij 100 C - 2,57 kω bij 300 C - 0,673 kω bij 500 C - 0,155 kω bij 900 C 13B-6

171 DIESELINSPUITING Gegevens 13B F9Q, en 674 of 758 OMSCHRIJVING MERK/TYPE BIJZONDERHEDEN Opname element temperatuur van de uitlaatgassen voor turbine DENSO Weerstand: kw bij 200 C - 52,6 kω bij 300 C kω bij 400 C - 3,53 kω bij 500 C - 0,21 kω bij 900 C Diagnose - CLIP alleen 13B-7

172 DIESELINSPUITING Gegevens 13B M9R, en 740 Motor Toerental (tr/min) Rookgaswaarden Type auto Type Indice Stationair (onbelast) Maximum (onbelast) Maximum (belast) Homologatiewaar de Wettelijk maximum BG1T KG1T M9R ± ± ± 150 1,5 m -1 afhankelijk van het land Omschrijving Merk-Type Bijzonderheden Hogedrukpomp BOSCH CP3.2 Druk van 0 tot 1600 bar Opname element brandstofdruk BOSCH RDS 3 Voedingsspanning + 5 V 3-polige stekker: - 1: massa - 2: signaal - 3: voeding + 5 V Verstuivers BOSCH Piëzo-elektrische verstuiver Werkdruk: 250 tot 1600 bar Voedingsspanning + 12 V 2-polige stekker: - 1: commando + verstuiver - 2: commando - verstuiver Drukregelaar op de hogedrukpomp BOSCH MPROP Voedingsspanning + 12 V Belasingsweerstand : 3 Ω ± 0,1 bij 20 C 2-polige stekker: - 1: +accu - 2: commando Rekeneenheid van het inspuitsysteem BOSCH EDC 16+ CP 33 Rekeneenheid 112-polig 13B-8

173 DIESELINSPUITING Gegevens 13B M9R, en 740 Omschrijving Merk-Type Bijzonderheden Rekeneenheid voor-naverwarming NAGARES BED 7 Werkspanning : + 5,5-16 V Met naverwarmingsfunctie via de rekeneenheid 9-polige stekker: - 1: voeding voorverwarmingsstift n 3-2: voeding voorverwarmingsstift n 4-3: +accu - 6: Voeding voorverwarmingsstift n 1-7 : Voeding voorverwarmingsstift n 2-8 : commando rekeneenheid inspuitsysteem (controle) - 9 : diagnose Voorverwarmingsstiften BOSCH Voedingsspanning + 12 V Belastingsweerstand >0,7 Ω Opname element vliegwiel SIEMENS VDO Opname element met variabele reluctantie Weerstand spoel bij 20 C : 850 Ω ± 127,5 2-polige stekker: - 1: signaal + - 2: signaal - Opname element cilinderherkenning (nokkenas) ELECTRIFIL Opname element met Hall effect Weerstand (voeding/uitgang): Ω ± 512,5 3-polige stekker: - 1: massa - 2: signaal - 3: +accu 13B-9

174 DIESELINSPUITING Gegevens 13B M9R, en 740 Omschrijving Merk-Type Bijzonderheden Opname element inlaatluchttemperatuur SIEMENS VDO Ingebouwd in luchtdoorstroommeter Weerstand tussen aansl. 2 en 3 : Ω ± bij - 30 C Ω ± 900 bij - 20 C Ω ± 400 bij - 10 C Ω ± 250 bij - 0 C Ω ± 150 bij 10 C Ω ± 100 bij 20 C Ω ± 60 bij 30 C Ω ± 30 bij 40 C Ω ± 20 bij 50 C Ω ± 14 bij 60 C Ω ± 9 bij 70 C Ω ± 6 bij 80 C Ω ± 3 bij 100 C 6-polige stekker: - 1: signaal temperatuur - 2: massa - 4: +accu - 5: + 5 V - 6: Signaal brandstofverbruik Koelvloeistoftemperatuurzender VALEO Temperatuurgevoelige weerstand NTC Weerstand nominaal : Ω ± bij - 40 C Ω ± bij - 10 C Ω ± 112 bij 25 C Ω ± 39 bij 50 C Ω ± 8 bij 80 C Ω ± 3 bij 110 C - 88 Ω ± 2 bij 120 C Luchtdoorstroommeter SIEMENS VDO Luchtdoorstroommeter met ingebouwd opname element luchttemperatuur 13B-10

175 DIESELINSPUITING Gegevens 13B M9R, en 740 Omschrijving Merk-Type Bijzonderheden Opname element turbodruk BOSCH LDF Voedingsspanning + 5 V 3-polige stekker: - 1: + 5 V - 2: massa - 3: uitgangsspanning Opname element atmosferische druk BOSCH Ingebouwd in rekeneenheid Elektroklep EGR-klep SIEMENS VDO Klep bediend door een gelijkstroommotor Weerstand motor : 2,96 Ω ± 300 bij 20 C (aansl. 1 en 5) Weerstand potentiometer : Ω ± bij 20 C (aansl. 2 en 4) 6-polige stekker: - 1: +accu - 2: voedingsspanning + 5 V - 4: massa potentiometer - 5: Massa motor - 6: Signaal opname element Elektroklep regeling turbocompressor Opname element brandstoftemperatuur Drukregelaar op de hoofdinspuitbuis BITRON ELTH BOSCH DRVP2 Weerstand: - 20 Ω ± 2 bij 23 C Ω ± 1,8 bij - 30 C - 18 Ω ± 1,8 bij 110 C 2-polige stekker: - 1: uitgang rekeneenheid - 2: +accu 2-polige stekker: - 1: signaal - 2: massa 2-polige stekker: - 1: +accu - 2: commando Waterdetector in brandstof ZERTAN 3-polige stekker: - 1: +accu - 2: massa - 3: signaal 13B-11

176 DIESELINSPUITING Gegevens 13B M9R, en 740 Omschrijving Merk-Type Bijzonderheden Elektroklep bypass EGR-koeling EATON of BITRON Weerstand: - 46 Ω ± 3 bij 25 C - 35 Ω ± 2 bij - 40 C 2-polige stekker: - 1: commando - 2: +accu Inlaatluchtklep BOSCH Gelijkstroommotor : - voedingsspanning: + 12 V - Weerstand : 1,5 Ω ± 0,3 Opname element: - voedingsspanning : + 5 V - Weerstand : Ω ± polige stekker: - 1: Signaal opname element - 2: + 5 V (voeding opname element) - 3: + motor - 5: Massa motor - 6: Massa opname element Diagnose - diagnoseapparaat : CLIP alleen 13B-12

177 DIESELINSPUITING Dieselinspuitsysteem: Voorzorgen bij de reparatie 13B F9Q of G9T of M9R I - DE GEVAREN VAN EEN VUILE OMGEVING Het hogedruk inspuitsysteem is bijzonder gevoelig voor vuildeeltjes. Door vuil bestaat gevaar voor: - onherstelbare beschadigingen aan het hogedruk inspuitsysteem, - vastlopen van onderdelen, - lekkage van onderdelen. Bij alle werkzaamheden is een schone werkomgeving van het grootste belang. Door het goed opvolgen van de voorschriften zal er tijdens demontage geen vuil (deeltjes ter grote van enkele microns zijn al funest) in het systeem binnendringen. De voorschriften gelden vanaf het filter tot en met de verstuivers. Waaruit bestaan de schadelijke vuildeeltjes? - metaaldeeltjes of plastic deeltjes, - lak, - vezels: van karton, van kwasten, van papier, van kleding, van doeken, - kleine objecten als haren, - (vervuilde) omgevingslucht, - enz. De motor mag niet met een hogedrukspuit worden schoongespoten omdat dit de stekkerverbindingen beschadigt. Bovendien kan het vocht in het stekkerblok achterblijven en storingen veroorzaken. 1 - Schoonmaakdoekjes Gebruik pluisvrije doeken (bestelnummer ). Poetslappen of gewoon papier zijn verboden. deze verliezen pluizen en materiaal, die het brandstofcircuit vervuilen. De schoonmaakdoekjes zijn slechts geschikt voor eenmalig gebruik. 2 - Afsluitdoppen De schone afsluitdoppen worden geplaatst op de geopende delen van het brandstofcircuit en voorkomen dat er vuil in kan binnendringen. De schone afsluitdoppen zijn slechts geschikt voor eenmalig gebruik en moeten na gebruik worden weggegooid: door het gebruik worden zij vuil en schoonmaken is niet voldoende om ze weer te kunnen gebruiken. Ook de niet gebruikte doppen moeten worden weggegooid en mogen niet bewaard worden voor andere werkzaamheden aan een inspuitsysteem. Nummer van de set schone doppen: - F9Q : G9T : M9R : Beschermingszakken Gebruik plastic zakken die verschillende keren hermetisch zijn af te sluiten, met behulp van tape bijvoorbeeld, voor het bewaren van de uitgebouwde onderdelen die opnieuw gebruikt moeten worden. Door onderdelen hierin te bewaren bestaat er minder kans dat zij vuil worden. Deze zakken mogen maar één keer worden gebruikt: na gebruik moeten zij worden weggegooid. 4 - Reinigingsproducten Twee reinigingsproduct mogen worden gebruikt: - verstuiverreiniger (nummer ), - remmenreiniger in een spuitbus (nummer ). Voor de verstuiverreiniger moet u een schone en goede kwast gebruiken (die niet zijn haren verliest) en een schoon bakje. N.B.: Gebruik nieuwe verstuiverreiniger bij alle werkzaamheden (een gebruikt schoonmaakmiddel is vuil). II - VOORSCHRIFTEN VÓÓR DE WERKZAAMHEDEN 1) Werk op en schone werkplek en bescherm de uitgebouwde onderdelen tegen stof, bijvoorbeeld met behulp van plastic zakken die een aantal keren hermetisch kunnen worden afgesloten. 13B-13

178 DIESELINSPUITING Dieselinspuitsysteem: Voorzorgen bij de reparatie 13B F9Q of G9T of M9R 2) Bestel systematisch en voor alle werkzaamheden bij het magazijn : - une collection de bouchons de propreté neuve, specifiek voor de motor, - een voldoende aantal pluisvrije lingettes de nettoyage. - een van de twee produits de nettoyage van de wartels van de brandstofleidingen, - les pièces à remplacer systématiquement na ieder uitbouwen en genoemd in de methodes de specifiek zijn voor de auto (zie het betreffende werkplaatshandboek). 3) Draag een veiligheidsbril met kappen aan de zijkanten om te voorkomen dat stappen van het reinigingsproduct in de ogen terechtkomen. 4) Draag beschermende rubber handschoenen om langdurig contact met de huid te voorkomen. N.B.: Trek rubber handschoenen aan over leren werkhandschoenen. 5) Bescherm voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, bijvoorbeeld met schone plastic zakken of doeken: - de aandrijfriem hulporganen en de distributieriem, - de elektrische hulporganen (startmotor, dynamo, stuurbekrachtigingspomp, opname elementen en stekker), - de vliegwielkant van de motor. III - VOORSCHRIFTEN TIJDENS DE WERKZAAMHEDEN Was uw handen voor en tijdens de werkzaamheden. Vervang de rubber handschoenen als deze vuil of beschadigd zijn. Uitgebouwde onderdelen moeten, na met doppen te zijn afgesloten, in de hiervoor bestemde hermetisch afsluitbare plastic zakken worden opgeborgen. Sluit de zak hermetisch, bijvoorbeeld met behulp van tape, ook als deze even later weer geopend moet worden: ook de omgevingslucht is een bron van verontreiniging. Na het openen van het brandstofcircuit is het streng verboden kwast, ragers, reinigingsproduct, perslucht of gewone doeken te gebruiken: hierdoor kunnen vuildeeltjes in het circuit komen. Bij het vervangen van een onderdeel door een nieuw, of bij het inbouwen na bewaren in een plastic zak, verwijdert de verpakking pas vlak voor de montage op de auto. IV - REINIGEN Er zijn twee methodes voor het reinigen van het brandstofcircuit alvorens het te openen voor werkzaamheden in de werkplaats. Door deze methodes kan het brandstofcircuit worden gereinigd om te voorkomen dat er vuil in binnendringt: de resultaten zijn gelijk en de enen is dus niet beter dan de andere. 1 - Reinigen met verstuiverreiniger Maak de toegang naar te openen verbinding vrij, volgens de methodes die specifiek zijn voor de auto (zie het betreffende werkplaatshandboek). Bescherm de delen die gevoelig zijn voor de uitstromende brandstof. Giet de verstuiverreiniger in een schoon bakje. BELANGRIJK: Draag beschermende rubber handschoenen bij het werken met het reinigingsmiddel. Doop een schone kwast die geen haren verliest in het bakje met verstuiverreiniger. BELANGRIJK: Draag een bril met zijkleppen tijdens de werkzaamheden. Maak de te openen aansluitingen zorgvuldig schoon met de kwast met verstuiverreiniger. Blaas gereedschap, werkblad en onderdelen, wartels en omgeving van het inspuitsysteem droog met perslucht. Controleer of er geen haren van de kwast zijn achtergebleven en of de zone schoon is. Veeg de gereinigde delen af met behulp van nieuwe doeken. Open het circuit bij de verbinding en plaats direct de passende schone doppen. Als het brandstofcircuit open is, mag geen perslucht worden gebruikt omdat er vuil kan binnendringen. Gebruik indien nodig alleen de schoonmaakdoekjes. 13B-14

179 DIESELINSPUITING Dieselinspuitsysteem: Voorzorgen bij de reparatie 13B F9Q of G9T of M9R 2 - Reinigen met remmenreiniger Maak de toegang naar te openen verbinding vrij, volgens de methodes die specifiek zijn voor de auto (zie het betreffende werkplaatshandboek). Bescherm de delen die gevoelig zijn voor de uitstromende brandstof. BELANGRIJK: Draag beschermende rubber handschoenen bij het werken met het reinigingsmiddel. BELANGRIJK: Draag een bril met zijkleppen tijdens de werkzaamheden. Spuit de remmenreiniger op de te openen verbindingen. Reinig de te openen verbindingen zorgvuldig met behulp van nieuwe doeken. Blaas gereedschap, werkblad en onderdelen, wartels en omgeving van het inspuitsysteem droog met perslucht. Controleer of er geen haren van de kwast zijn achtergebleven en of de zone schoon is. Open het circuit bij de verbinding en plaats direct de passende schone doppen. Als het brandstofcircuit open is, mag geen perslucht worden gebruikt omdat er vuil kan binnendringen. Gebruik indien nodig alleen de schoonmaakdoekjes. 13B-15

180 DIESELINSPUITING Dieselinspuitsysteem: Voorzorgen bij de reparatie 13B F9Q of G9T of M9R V - GEBRUIKSAANWIJZING VAN DE SET DOPPEN M9R 13B-16

181 DIESELINSPUITING Dieselinspuitsysteem: Voorzorgen bij de reparatie 13B F9Q of G9T of M9R Nummer B-17

182 DIESELINSPUITING Dieselinspuitsysteem: Voorzorgen bij de reparatie 13B F9Q of G9T of M9R F9Q of G9T Nummer B-18

183 DIESELINSPUITING Plaats van de onderdelen 13B F9Q, en (1) Handopvoerpomp (2) Elektroklep turbodrukregeling (3) Opname element cilinderherkenning (4) Elektromagnetische inspuitstuk (5) Vacuümreservoir van het afslagsysteem (6) Elektroklep van het afslagsysteem (7) Afslagklep (8) Bedieningsbalg van de afslagklep (9) Rekeneenheid van het inspuitsysteem (10) Luchtdoorstroommeter met opname element luchttemperatuur (11) Opname element turbodruk (12) Opname element brandstoftemperatuur (13) Opname element druk hoofdinspuitbuis (14) Brandstofdrukregelaar (15) Hogedrukpomp (16) Dieselbrandstoffilter B-19

184 DIESELINSPUITING Plaats van de onderdelen 13B F9Q, en 674 (17) Opname element cilinderherkenning (18) Turbocompressor (19) Katalysator (20) Elektroklep turbodrukregeling (22) Luchtdoorstroommeter met opname element luchttemperatuur (23) Opname element turbodruk (24) Smoorklephuis (afslagklep) (25) Vacuümreserve (26) Commandobalg van de afslagklep (27) Elektroklep van de afslagklep (28) EGR-elektroklep (21) Voorverwarmingsrekeneenheid 13B-20

185 DIESELINSPUITING Plaats van de onderdelen 13B F9Q, en (29) Handopvoerpomp (30) Dieselbrandstoffilter 13B-21

186 DIESELINSPUITING Plaats van de onderdelen 13B M9R, en 740 (1) Handopvoerpomp (2) Drukregelaar op de hoofdinspuitbuis (3) Inspuitstukken (4) Opname element druk hoofdinspuitbuis (5) Opname element brandstoftemperatuur (6) Hogedrukpomp (7) Luchtdoorstroommeter met ingebouwd opname element luchttemperatuur (8) Rekeneenheid van het inspuitsysteem (9) Elektroklep regeling turbocompressor (10) Opname element cilinderherkenning (nokkenas) (11) EGR-elektroklep (12) Inlaatluchtklep (13) EGR-koeler (14) Opname element turbodruk (15) Dieselbrandstoffilter B-22

187 DIESELINSPUITING Plaats van de onderdelen 13B M9R, en 740 (1) Inlaatluchtklep (2) EGR-elektroklep (3) Opname element druk hoofdinspuitbuis (4) Drukregelaar op de hoofdinspuitbuis (6) Opname element cilinderherkenning (nokkenas) (7) Opname element brandstoftemperatuur (5) Luchtdoorstroommeter met ingebouwd opname element luchttemperatuur (8) Opname element turbodruk B-23

188 DIESELINSPUITING Plaats van de onderdelen 13B M9R, en (9) Turbocompressor (10) Katalysator (12) Rekeneenheid voorverwarming (13) Koelvloeistofuitgang (14) Koelvloeistoftemperatuurzender (15) Hogedrukpomp (11) Elektroklep regeling turbocompressor 13B-24

189 DIESELINSPUITING Plaats van de onderdelen 13B M9R, en (16) Inlaatluchtverdeler (17) EGR-koeler (18) Startmotor (21) Rekeneenheid van het inspuitsysteem (19) Koelvloeistofverwarmingselementen (20) Oliefilter B-25

190 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Mot Mot Mot Mot Onmisbaar speciaal gereedschap diagnoseapparaat BDP-afstelstift Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm Trekker van de inspuitpomp of -poelie Sleutel voor het uitbouwen van hogedrukleidingen vervangt Mot.1383 Montagegereedschap voor de dop van het kleppendeksel BELANGRIJK: Voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem: controleer met behulp van het diagnoseapparaat: - of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - of de brandstoftemperatuur niet te hoog is. Het is streng verboden een wartel van een hogedrukleiding los te maken voordat u heeft gecontroleerd of de hoofdinspuitbuis niet langer onder druk staat of wanneer de motor draait. Zorg dat u beschikt over de set speciale doppen voor het hogedruk inspuitsysteem en houd u stipt aan de reinheidsvoorschriften (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Reinheidsvoorschriften). BDP-plug bevestigingsbouten van de hogedrukpomp bevestigingsbouten van de achterste steun van de hogedrukpomp moer van de poelie van de hogedrukpomp wartels van de hogedrukleiding bout van de beugel van de hogedrukleiding bevestigingsbout van het opname element nokkenas wielbouten bevestigingsmoeren van het EGR-huis 31 N.m 30 N.m 30N.m 90 N.m 27 N.m 3 N.m 10 N.m 110 N.m 25 N.m Het is niet toegestaan het inwendige van de hogedrukpomp te demonteren. UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Verwijder de kappen op de motor. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de EGR-koeler (zie 14A, Antiluchtverontreiniging, EGR-koeler), - het EGR-huis (zie 14A, Antiluchtverontreiniging, EGR-huis), - de bescherming onder de motor. 13B-26

191 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en de bevestigingsbouten van de steun van het EGRhuis, - de steun van het EGR-huis, 1 Maak los: - de stekker (3) van de brandstofdrukregelaar, de stekker van de brandstofverwarming op het brandstoffilter, - de aanvoerleiding van het brandstoffilter en sluit de openingen af met schone doppen. 2 Bouw de brandstofaanvoerleiding (4) uit tussen het brandstoffilter en de hogedrukpomp en sluit de openingen af met schone doppen. Maak de carterventilatieslang (1) los Maak het plastic deksel (2) van de bescherming van de hoofdinspuitbuis los en bouw het uit Maak de brandstofretourleiding (5) los op de hogedrukpomp en plaats de afsluitdop. 13B-27

192 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Maak los : - het stuurbekrachtigingsreservoir los en druk het opzij, - het brandstoffilter en bouw het uit. 9 - de twee bevestigingsbouten van de steun va het brandstoffilter, - de steun van het brandstoffilter. 8 7 Bouw de BDP-controleplug (9) uit Bouw uit, voor het uitbouwen van de hogedrukleiding tussen de hogedrukpomp en de hoofdinspuitbuis: - de bout van de beugel (6) van de hogedrukleiding, - het bevestigingsklemmetje (7) van de hogedrukleiding, - de wartels (8) van de hogedrukleiding, - de hogedrukleiding en sluit de openingen af met schone afsluitdoppen. Bouw het rechter voorwiel uit Maak de kap aan de zijkant van de motor los en duw die opzij. 13B-28

193 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en Plaats het BDP merkteken (10) van de krukaspoelie voor de hulporganen in het verticale vlak van de motor, zoals op de tekening. Zet de BDP-stift (Mot. 1536) op zijn plaats. Draai de krukas rechtsom (distributiezijde), waarbij u tegen de BDP-stift (Mot. 1536) blijft drukken, tot het afstelpunt Maak de stekker van het opname element nokkenas los. - het opname element nokkenas (12), - de dop van de naaf van de hogedrukpomp (13). Let op, bij het uitbouwen van het opname element van de stand van de nokkenas dat de O- ring niet in de tandwielgroep valt de (11) bevestigingsbouten van de achterste steun van de hogedrukpomp, - de achterste steun van de hogedrukpomp. 13B-29

194 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en Plaats het gereedschap (Mot. 1548), zonder de centrale dop. Verwijder de BDP-stift (Mot. 1536). Bouw de centrale bevestigingsmoer van de naaf van de hogedrukpomp uit. Plaats de centrale dop van het gereedschap (Mot. 1548). Verwijder de hogedrukpomp door de centrale dop van het gereedschap vast te zetten (Mot. 1548) de bevestigingsbouten van de hogedrukpomp, - de hogedrukpomp. 14 INBOUWEN Verwijder pas op het laatste moment de beschermdoppen van ieder onderdeel. Vervang altijd: - de hogedrukleiding tussen de hoofdinspuitbuis en de hogedrukpomp, Zet de bevestigingsbouten (14) van de hogedrukpomp los. - de dop van de naaf van de hogedrukpomp, - de O-ring van het opname element nokkenas, - de O-ring van de hogedrukpomp. Monteer de BDP-plug met RHODORSEAL 5661 op de schroefdraad. Zet vast met het aantrekkoppel: de BDP-plug (31 N.m). 13B-30

195 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Gebruik de centrale moer van het tandwiel van de hogedrukpomp om de hogedrukpomp te plaatsen een nieuwe afdichting. Zet de bevestigingsbouten van de hogedrukpomp met de hand vast, met een of twee druppels LOCTI- TE FRENETANCH op de schroefdraad. Wijziging van het montagegereedschap van de plaatjes (Mot. 1503) : X Zet de bevestigingsbouten van de achterste steun van de hogedrukpomp met de hand vast. Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: Y - de bevestigingsbouten van de hogedrukpomp (30 N.m), - de bevestigingsbouten van de achterste steun van de hogedrukpomp (30N.m), -de moer van de poelie van de hogedrukpomp (90 N.m) Maak een platte kant van X = 17 mm en Y = 40 mm. Verwijder het gereedschap (Mot. 1548). Plaats de nieuwe hogedrukleiding tussen de hoofdinspuitbuis en de hogedrukpomp. Zet de wartels van de hogedrukleiding met de hand vast. Plaats het bevestigingsklemmetje van de hogedrukleiding. Plaats de bout van de bevestigingsbeugel van de hogedrukleiding. Zet de bout van de bevestigingsbeugel van de hogedrukleiding met de hand vast. Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: - de wartels van de hogedrukleiding (27 N.m), met behulp van het gereedschap (Mot. 1566). - de bout van de beugel van de hogedrukleiding (3 N.m), Zet de bevestigingsbouten van het bevestigingsklemmetje van de hogedrukleiding vast Monteer de naafdop van de nieuwe hogedrukpomp, met behulp van het gewijzigde gereedschap (Mot. 1503). Monteer het opname element van de stand van de nokkenas met een nieuwe O-ring. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbout van het opname element nokkenas (10 N.m) Sluit de brandstofretourleiding weer aan op de hogedrukpomp. Gooi de zak met gebruikte doppen weg na de reparatie. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met het aantrekkoppel: de wielbouten (110 N.m). 13B-31

196 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Monteer de steun van het EGR-huis. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsmoeren van het EGR-huis ( 25 N.m). Plaats: - de EGR-koeler (zie 14A, Antiluchtverontreiniging, EGR-koeler.) - het EGR-huis (zie 14A, Antiluchtverontreiniging, EGR-huis). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de benodigde inlezing uit (zie MR 339, 80, Accu, Bijzonderheden). Vul het brandstofcircuit met behulp van de opvoerpomp. Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. Controleer na alle werkzaamheden, op de volgende manier of er geen lekkage van het dieselbrandstofcircuit is: - laat de motor stationair draaien tot de ventilateurmotor inschakelt, - geef en paar keer onbelast gas, - maak een proefrit, - zet het contact af en controleer of er nergens brandstoflekkage is, - maak het plastic deksel los van de bescherming van de hoofdinspuitbuis en bouw het uit. - controleer of de absorberende geluiddemping niet nat is door brandstof, - monteer het plastic deksel van de bescherming van de hoofdinspuitbuis. 13B-32

197 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en 674 Mot Mot Onmisbaar speciaal gereedschap Blokkeren van het tandwiel van de hogedrukpomp Trekker voor inspuitpomppoelie met conische naaf Mot Bekken voor Mot (voor poelie met 33 tanden) Onmisbaar materiaal BELANGRIJK: Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, met behulp van het diagnoseapparaat : - of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - of de temperatuur van de brandstof niet te hoog is. Houd u bij alle werkzaamheden altijd stipt aan veiligheid- en Reinheidsvoorschriften in dit document. Maak hogedrukleidingen absoluut nooit los bij draaiende motor. diagnoseapparaat bevestigingsbouten van de hogedrukpomp op de voorste steun van de hogedrukpomp moer van de poelie van de hogedrukpomp bevestigingsbouten van de voorste steun van de hogedrukpomp op de cilinderkop bevestigingsbouten van de achterste steun van de hogedrukpomp op het motorblok bevestigingsbouten van de hogedrukpomp op de achterste steun van de pomp bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis moer van de hogedrukleiding «pomp - hoofdinspuitbuis» op de pomp moer van de hogedrukleiding «pomp - hoofdinspuitbuis» op de pomp Aantrekkoppelsm 30 N.m 70 N.m 20 N.m N.m 30 N.m 25 N.m 29 N.m 25 N.m - Gebruik de set speciale afsluitdoppen voor het hogedruk inspuitsysteem. - Vervang altijd alle uitgebouwde hogedrukleidingen en de klemmetjes van de hogedrukleidingen. UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de aandrijfriem hulporganen (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriem hulporganen), Uitbouwen - Inbouwen). - de distributieriem (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Distributieriem: Uitbouwen - Inbouwen). 13B-33

198 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en Maak de stekker (1) los van het opname element druk hoofdinspuitbuis. - de bevestigingsbouten van de beschermkap van het brandstofsysteem, - de beschermkap van het brandstofsysteem Maak los: - de wartel (3) van de aanvoerleiding op de hogedrukpomp, - de wartel (4) van de brandstofretourleiding op de hogedrukpomp. Sluit de openingen af met schone doppen. Bouw het bevestigingsklemmetje uit van de brandstofleidingen op de voorste steun van de hogedrukpomp. 2 Maak de stekker los (2) van de drukregelaar B-34

199 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en Bouw de hogedrukleiding pomp - hoofdinspuitbuis uit. Sluit de openingen af met schone doppen de bevestigingsbouten (6) van de voorste steun van de hogedrukpomp, - de hogedrukpomp met de steun van de hogedrukpomp Bouw de twee bevestigingsbouten (5) van de hogedrukpomp uit op de achterste steun van de hogedrukpomp. Plaats het gereedschap (Mot. 1668)(7) Verwijder de moer (8) van de poelie van de hogedrukpomp 13B-35

200 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en 674 INBOUWEN 10 Verwijder pas op het laatste moment de beschermdoppen van ieder onderdeel. 9 Monteer de hogedrukpomp op de steun van de pomp. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de hogedrukpomp op de voorste steun van de hogedrukpomp (30 N.m), -de moer van de poelie van de hogedrukpomp (70 N.m) waarbij u de poelie tegenhoudt met het gereedschap (Mot. 1668) Druk de centreerbus op de achterste steun van de hogedrukpomp. Plaats de poelietrekker (Mot. 1525)(9) met klauwen (Mot ) op de poelie van de pomp. Trek de poelie los uit door de drukbout (10) van de poelietrekker vast te draaien. Verwijder de gereedschappen (Mot. 1525), (Mot ), (Mot. 1668) Draai de twee bevestigingsbouten van de achterste steun van de hogedrukpomp op het motorblok los. Monter het geheel «hogedrukpomp - voorste steun van de pomp» de bevestigingsbouten (11) van de hogedrukpomp, - de hogedrukpomp. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de voorste steun van de hogedrukpomp op de cilinderkop (20 N.m + 80 ). Monteer de hogedrukleiding pomp - hoofdinspuitbuis en de achterste steun van de pomp spanningsvrij. 13B-36

201 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en 674 I - INBOUWEN VAN DE ACHTERSTE STEUN VAN DE HOGEDRUKPOMP Zet de bevestigingsbouten met de hand vast zodat de steun contact maakt met de hogedrukpomp en het motorblok. II - INBOUWEN VAN DE HOGEDRUKLEIDING «POMP - HOOFDINSPUITBUIS» Verwijder de afsluitdoppen. Zet de bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis los (de hoofdinspuitbuis moet «zweven»). - Voor het monteren van een nieuwe hogedrukleiding, smeert u de schroefdraad van de moer met de olie uit de dosis die met het nieuwe onderdeel wordt geleverd. - Smeer de hogedrukleidingen die zonder dosis geleverd worden niet in, deze hogedrukleidingen zijn zelfsmerend. - Let op dat er geen olie in de hogedrukleiding komt. Verwijder pas op het laatste moment de beschermdoppen van ieder onderdeel Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de achterste steun van de hogedrukpomp op het motorblok (44 N.m), - de bevestigingsbouten van de hogedrukpomp op de achterste steun van de pomp (30 N.m) met behulp van de opzetsleutel Crowfoot 13. Plaats het drukstuk van de hogedrukleiding in de conus van de uitgang van de hogedrukpomp. Plaats het drukstuk van de hogedrukleiding in de conus van de hogedrukingang op de hoofdinspuitbuis. Zet de moeren van de hogedrukleiding met de hand vast, te beginnen met die aan de kant van de hoofdinspuitbuis. Zet de moeren van de hogedrukleiding lichtjes met de hand vast. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis (25 N.m). 13B-37

202 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en 674 Zet in volgorde vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: - de moer van de hogedrukleiding «pomp - hoofdinspuitbuis» op de pomp (29 N.m), - de moer van de hogedrukleiding «pomp - hoofdinspuitbuis» op de pomp (25 N.m), N.B.: Zet een leiding geheel vast voordat u met de volgende leiding verder gaat. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Monteer: - de distributieriem (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Distributieriem: Uitbouwen - Inbouwen) Bij het vast zetten van de wartels (12)van de hogedrukleidingen op de verstuiverhouders, moet u de (13)bevestigingsmoeren van de filterstelen met een contrasleutel tegenhouden. Raak bij het vastzetten de hogedrukleidingen niet met de sleutel. - de aandrijfriem hulporganen (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriem hulporganen), Uitbouwen - Inbouwen). Vul het inspuitsysteem met behulp van de opvoerpomp. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Controleer of er geen brandstof lekt: - Controleer de afdichting na de reparatie (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Hogedrukleiding : Controle). - Laat de motor stationair draaien tot de ventilateurmotor inschakelt. - Geef en paar keer onbelast gas. - Maak een proefrit. - Zet het contact uit. - Controleer of er geen brandstof lekt. 13B-38

203 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B M9R, en 740 Mot Mot Onmisbaar speciaal gereedschap diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm Sleutel voor het uitbouwen van hogedrukleidingen vervangt Mot.1383 Verzette sleutel voor vastzetten hogedrukpomp BELANGRIJK: Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, met behulp van het diagnoseapparaat : - of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - of de temperatuur van de brandstof niet te hoog is. Houd u bij alle werkzaamheden altijd stipt aan veiligheids- en reinheidsvoorschriften (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Voorzorgen voor de reparatie). Maak hogedrukleidingen absoluut nooit los bij draaiende motor. bevestigingsbouten van de hogedrukpomp wartel van de hogedrukleiding op de hogedrukpomp wartel van de hogedrukleiding op de hoofdinspuitbuis bevestigingsbout van de beugel van de hogedrukleiding op het lagerkapdeksel klembanden van de slang van het luchtfilter bij de ingang van de turbocompressor bevestigingsbouten van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler 25 N.m 32 N.m 32 N.m 10 N.m 5,5 N.m 8 N.m Gebruik de set speciale afsluitdoppen voor het hogedruk inspuitsysteem. Vervang altijd alle uitgebouwde hogedrukleidingen. UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw de hogedrukleiding tussen de hogedrukpomp en de hoofdinspuitbuis uit (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Hogedrukleiding : Vervangen). 13B-39

204 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B M9R, en de bevestigingsbouten van de hogedrukpomp, - de hogedrukpomp Maak de snelkoppeling (1) van de brandstofaanvoer op de hogedrukpomp los. INBOUWEN Sluit de openingen af met schone doppen. Vervang altijd: de O-ring van de hogedrukpomp, - de (4) bevestigingsbout van de hogedrukpomp Maak de wartel (2) van de brandstofretour los. Sluit de openingen af met schone doppen. Maak de stekker (3) van de drukregelaar op de hogedrukpomp los. Verwijder pas op het laatste moment de beschermdoppen van ieder onderdeel. Smeer de nieuwe afdichting van de hogedrukpomp met motorolie. 13B-40

205 DIESELINSPUITING Hogedrukpomp: Uitbouwen - Inbouwen 13B M9R, en 740 Plaats de nieuwe hogedrukpomp. Zet geen kracht op de tanden van het tandwiel van de hogedrukpomp. Controleer of de hogedrukpomp aanligt tegen de cilinderkop voor u de bouten plaatst. Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: -de wartel van de hogedrukleiding op de hogedrukpomp (32 N.m), met behulp van het gereedschap (Mot. 1566), - de wartel van de hogedrukleiding op de hoofdinspuitbuis (32 N.m), met behulp van het gereedschap,(mot. 1746) -debevestigingsbout van de beugel van de hogedrukleiding op het lagerkapdeksel (10 N.m). Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de klembanden van de slang van het luchtfilter bij de ingang van de turbocompressor (5,5 N.m), - de bevestigingsbouten van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler (8 N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Ontlucht het brandstofcircuit met behulp van de handpomp. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool Zet de bevestigingsbouten van de hogedrukpomp met de hand vast tot hij aanligt. Zet vast in volgorde en met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de hogedrukpomp (25 N.m) ( ). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Duw het geheel «kabelbundel-brandstofleiding» weg. Smeer de hogedrukleidingen die zonder dosis geleverd worden niet in, deze hogedrukleidingen zijn zelfsmerend. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Controleer of er geen brandstof lekt: - laat de motor stationair draaien, - geef en paar keer onbelast gas, - maak een proefrit, - zet het contact uit, - Controleer of er geen brandstof lekt. Er mag geen olie in de hogedrukleiding komen. Controleer de juiste stand van de afdichting op de hogedrukleiding. Zet in volgorde en met de hand vast tot zij aanliggen: - de wartel van de hogedrukleiding op de hogedrukpomp, - de wartel van de hogedrukleiding op de hoofdinspuitbuis, - de bevestigingsbout van de beugel van de hogedrukleiding op de lagerkapdeksel. 13B-41

206 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Mot Onmisbaar speciaal gereedschap diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Sleutel voor het uitbouwen van hogedrukleidingen vervangt Mot.1383 dop voor het vastzetten van de hogedrukleiding pomp-hoofdinspuitbuis (sleutel "Crowfoot 19-17") BELANGRIJK: Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, met behulp van hetdiagnoseapparaat : - of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - of de brandstoftemperatuur niet te hoog is. Het is streng verboden een wartel van een hogedrukleiding los te maken voordat u heeft gecontroleerd of de hoofdinspuitbuis niet langer onder druk staat of wanneer de motor draait. wartels van de hogedrukleidingen op de hoofdinspuitbuis bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis wartels van de hogedrukleidingen op de verstuivers wartels van de hogedrukleidingen op de hoofdinspuitbuis wartels van de hogedrukleiding tussen de hoofdinspuitbuis en de hogedrukpomp bout van de beugel van de hogedrukleiding tussen de hogedrukpomp en de hoofdinspuitbuis bevestigingsbouten van de achterste steun van de hogedrukpomp Aantrekkoppelsm voorspannen met: 22 N.m 25 N.m 25 N.m 25 N.m 27 N.m 3 N.m 30 N.m Zorg dat u beschikt over de set speciale doppen voor het hogedruk inspuitsysteem en houd u stipt aan de reinheidsvoorschriften (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Reinheidsvoorschriften). UITBOUWEN Verwijder de kappen op de motor. 1 2 Maak los: - de accu te beginnen met de negatieve pool, - de slang (1) van de carterventilatie Maak het plastic deksel los (2) van de bescherming van de hoofdinspuitbuis en bouw uit.. 13B-42

207 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en Maak los: - de stekker (3)van de elektroklep van de bediening van de turbulentieklep, - de slangen van de elektroklep van de bediening van de turbulentieklep, - de verzette stekker (4) van de elektromotor van de bediening van de EGR-klep. Maak de drie kabelbundels los (5) op de steun tussen de hulporganensteun en het EGR-huis. Maak los: - de stekker(6) van het opname element brandstoftemperatuur, - de stekker (7) van de brandstofdrukregelaar, de brandstofretourleiding op het opname element brandstoftemperatuur (8) en plaats schone afsluitdoppen. Bouw de steun tussen de hulporganensteun en het EGR-huis uit Maak de brandstofaanvoerleiding (9)van de hogedrukpomp los en sluit de opening af met schone afsluitdoppen. 13B-43

208 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en Maak de brandstofretourleiding (10)van de hogedrukpomp los en sluit de opening af metschone afsluitdoppen Maak de brandstofretourleiding van de inspuitstukken op de volgende manier los: Bouw de klemmetjes niet uit. Druk op de klemmetjes en trek de wartels van de brandstofretourleiding verticaal. Plaats schone afsluitdoppen. De wartels zijn breekbaar, let op dat u ze niet breekt door er te hard aan te trekken. Bij het uitbouwen van een klemmetje moet hij altijd vervangen worden. 13B-44

209 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en Maak los: - de brandstofretourleiding bij (11), Maak de stekker los (14)van het opname element druk van de hoofdinspuitbuis. - het opname element brandstoftemperatuur bij(12). Maak de brandstofretourleiding van de hoofdinspuitbuis (13) los. Bouw de brandstofretourleiding uit. 17 Het opname element brandstoftemperatuur is onlosmakelijk verbonden aan de brandstofretourleiding, deze twee elementen kunnen niet apart uitgebouwd worden Bouw uit, voor het uitbouwen van de hogedrukleiding tussen de hogedrukpomp en de hoofdinspuitbuis: - de bout van bevestigingsbeugel hogedrukleiding(15). - het bevestigingsklemmetje van de hogedrukleiding(16), - de wartels van de hogedrukleiding (17), B-45

210 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en de hogedrukleiding en sluit de openingen af met schone afsluitdoppen. 13B-46

211 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Bij het losdraaien van de wartels van de hogedrukleidingen op de verstuiverhouders, (19)moet u de bevestigingsmoeren van de filterstelen (20)met een contrasleutel tegenhouden de (21) bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis, - de hoofdinspuitbuis. INBOUWEN de absorberende geluidskappen rond de verstuivers, - de hogedrukleidingen (18)tussen de verstuivers en de hoofdinspuitbuis en sluit de openingen af met schone afsluitdoppen. Vervang altijd: - alle hogedrukleidingen, - de klemmetjes van de brandstofretourleiding op de verstuivers, uitsluitend als zij uitgebouwd zijn. Verwijder pas op het laatste moment de afsluitdoppen van ieder onderdeel. Monteer de hoofdinspuitbuis door de bevestigingsbouten met de hand vast te draaien. 13B-47

212 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Plaats de nieuwe hogedrukleidingen tussen de hoofdinspuitbuis en de verstuivers. Zet alle wartels van de hogedrukleidingen met de hand vast. Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: - de wartels van de hogedrukleidingen op de hoofdinspuitbuis (voorspannen met: 22 N.m), met behulp van het gereedschap (Mot. 1566), -de bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis (25 N.m), - de wartels van de hogedrukleidingen op de verstuivers (25 N.m), met behulp van het gereedschap (Mot. 1566), - de wartels van de hogedrukleidingen op de hoofdinspuitbuis (25 N.m), met behulp van het gereedschap (Mot. 1566), Plaats het bevestigingsklemmetje van de hogedrukleiding. Plaats de bout van de bevestigingsbeugel van de hogedrukleiding. Zet de bout van de bevestigingsbeugel van de hogedrukleiding met de hand vast. Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: - de wartels van de hogedrukleiding tussen de hoofdinspuitbuis en de hogedrukpomp (27 N.m), met behulp van het gereedschap (Mot. 1566) en de dop voor het vastzetten van de hogedrukleiding pomp-hoofdinspuitbuis (sleutel "Crowfoot 19-17"), - de bout van de beugel van de hogedrukleiding tussen de hogedrukpomp en de hoofdinspuitbuis (3 N.m). Zet de bevestigingsbouten van het bevestigingsklemmetje van de hogedrukleiding vast. Monteer de achterste steun van de stuurbekrachtigingspomp. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de achterste steun van de hogedrukpomp (30 N.m). Monteer de absorberende geluidskappen om de verstuivers, die moeten worden vervangen als zij beschadigd of met dieselolie doordrenkt zijn. Monteer de brandstofretourleiding. 22 Zorg dat de klemmetjes van de brandstofretourleiding goed geplaatst zijn bij de verstuivers. Gooi de zak met gebruikte doppen weg na de reparatie. Bouw uit, voor het vastzetten met het aantrekkoppel van de hogedrukleiding bij de hogedrukpomp, met behulp van dedop voor het vastzetten van de hogedrukleiding pomp-hoofdinspuitbuis (sleutel "Crowfoot 19-17"): - de bevestigingsbouten (22) van de achterste steun van de hogedrukpomp, - de achterste steun van de hogedrukpomp Plaats de nieuwe hogedrukleiding tussen de hoofdinspuitbuis en de hogedrukpomp. Zet de wartels van de hogedrukleiding met de hand vast. 13B-48

213 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de benodigde inlezingen uit (zie MR 339, 80, Accu, Bijzonderheden). Controleer na alle werkzaamheden, op de volgende manier of er geen lekkage van het dieselbrandstofcircuit is: - laat de motor stationair draaien tot de koelventilateur inschakelt, - geef en paar keer onbelast gas, - maak een proefrit, Plaats de hulzen op de nieuwe hogedrukleidingen(23). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vul het brandstofcircuit met behulp van de opvoerpomp. - zet het contact af en controleer of er nergens brandstoflekkage is, - maak het plastic deksel los van de bescherming van de hoofdinspuitbuis en bouw uit.. - controleer of de absorberende geluiddemping niet nat is door brandstof, - monteer het plastic deksel van de bescherming van de hoofdinspuitbuis. 13B-49

214 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en 674 Mot Onmisbaar speciaal gereedschap diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Sleutel voor het uitbouwen van hogedrukleidingen vervangt Mot.1383 Gebruik de speciale set doppen nummer voor hoge druk inspuitsysteem. UITBOUWEN Maak de accu los, te beginnen met de positieve pool. Verwijder de beschermkap op de motor. bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis Aantrekkoppelsm 25 N.m 2 moeren van de hogedrukleidingen op de hoofdinspuitbuis moeren van de hogedrukleidingen op de verstuivers moeren van de hogedrukleidingen op de pomp bevestigingsbouten van de achterste steun van de hogedrukpomp op het motorblok bevestigingsbouten van de hogedrukpomp op de achterste steun BELANGRIJK: 29 N.m 25 N.m 25 N.m 44 N.m 30 N.m Maak de stekker (1) van het opname element turbodruk los. - de bevestigingsbouten (2) van de beschermkap van het brandstofsysteem, Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, met behulp van het diagnoseapparaat : of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - de beschermkap van het brandstofsysteem. of de brandstoftemperatuur niet te hoog is. - Houd u bij alle werkzaamheden aan de veiligheids- en reinheidsvoorschriften (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Veiligheidsvoorschriften). - Maak hogedrukleidingen absoluut nooit los bij draaiende motor. 13B-50

215 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en de brandstofretourleiding aan de kant van het opname element brandstoftemperatuur. Sluit de openingen af met de doppen. Duw het opname element brandstoftemperatuur opzij. N.B.: Het opname element brandstoftemperatuur vormt een geheel met de brandstofretourleiding, deze twee onderdelen kunnen niet afzonderlijk uitgebouwd worden. 3 Bouw het klemmetje van de verstuiver niet uit. Druk op het klemmetje van de verstuiver. Maak los: Trek verticaal aan het einde van de brandstofretourleiding. Bouw de brandstofretourleiding uit. Sluit de openingen af met schone doppen. - de wartel (3) van de retourleiding op de hoofdinspuitbuis, - de stekkers van de voorverwarmingsstiften. Duw de bedrading van de voorverwarmingsstiften weg Bouw de hogedrukleidingen uit met behulp van het gereedschap (Mot. 1566) Maak los: - de stekker (4) van het opname element brandstoftemperatuur, - de brandstofretourleiding (5) aan de kant van de inspuitpomp, Bij het losdraaien van de wartels (6) van de hogedrukleidingen op de verstuiverhouders, moet u de bevestigingsmoeren (7) van de filterstelen met een contrasleutel tegenhouden. Sluit de openingen af met schone doppen. Bouw de oliepeilstaaf uit. 13B-51

216 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en de wartel (8) van de carterventilatieslang verbonden met de luchtinlaatleiding, - de carterventilatieslang (9) op de uitgang van het motorblok, - de olieretourleiding van de olieafscheider, - de bevestigingsbouten van de olieafscheider, - de olieafscheider. - de bevestigingsbouten (10) van de achterste pompsteun, - de achterste pompsteun. - de bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis, - de hoofdinspuitbuis. INBOUWEN Plaats de hoofdinspuitbuis. Verwijder pas op het laatste moment de beschermdoppen van ieder onderdeel. Vervang beslist altijd de uitgebouwde hogedrukleidingen. Na iedere reparatie, controleert u of er geen brandstoflekkage is. Zet de bouten van de hoofdinspuitbuis voorlopig vast maar laat ruimte tussen de boutkoppen en de hoofdinspuitbuis. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vervang altijd de brandstofretourleiding. Plaats de verbindingsleiding pomp-hoofdinspuitbuis en zet de moeren vast tot zij aanliggen op de pomp en de hoofdinspuitbuis. 13B-52

217 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en 674 Doe dit voor alle andere leidingen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: -de bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis (25 N.m), - de moeren van de hogedrukleidingen op de hoofdinspuitbuis (29 N.m), - de moeren van de hogedrukleidingen op de verstuivers (25 N.m), - de moeren van de hogedrukleidingen op de pomp (25 N.m). Monteer de hogedrukleidingen zonder spanning. Raak bij het vastzetten de hogedrukleidingen niet met de sleutel. Houd bij het vastzetten altijd de bevestigingsmoeren van de filterstelen van de verstuiverhouder tegen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Controleer of er geen brandstof lekt: - laat de motor stationair draaien tot de koelventilateur inschakelt, - geef en paar keer onbelast gas, - maak een proefrit, - zet het contact uit, - Controleer of er geen brandstof lekt Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de achterste steun van de hogedrukpomp op het motorblok (44 N.m). - de bevestigingsbouten van de hogedrukpomp op de achterste steun (30 N.m) met behulp van de opzetsleutel Crowfoot 13. Vul het inspuitsysteem met behulp van de opvoerpomp. 13B-53

218 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B M9R, en 740 Mot Mot Onmisbaar speciaal gereedschap diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm Sleutel voor het uitbouwen van hogedrukleidingen vervangt Mot.1383 Verzette sleutel voor vastzetten hogedrukpomp BELANGRIJK: Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, met behulp van het diagnoseapparaat : - of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - of de brandstoftemperatuur niet te hoog is. Houd u bij alle werkzaamheden altijd stipt aan veiligheids- en reinheidsvoorschriften (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Voorzorgen voor de reparatie). Maak hogedrukleidingen absoluut nooit los bij draaiende motor. bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis wartels van de hogedrukleidingen op de verstuivers wartel van de hogedrukleiding op de hogedrukpomp wartels van de hogedrukleidingen op de hoofdinspuitbuis bevestigingsbout van de leiding pomp-hoofdinspuitbuis op het lagerkapdeksel klembanden van de slang van het luchtfilter bij de ingang van de turbocompressor bevestigingsbouten van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler 25 N.m 32 N.m 32 N.m 32 N.m 10 N.m 5,5 N.m 8 N.m Gebruik de set speciale afsluitdoppen voor het hogedruk inspuitsysteem. Vervang altijd alle uitgebouwde hogedrukleidingen. UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw alle hogedrukleidingen uit (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Hogedrukleidingen : Vervangen) Maak de wartel (1) van de brandstofretourleiding op de hoofdinspuitbuis los. 13B-54

219 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B M9R, en 740 Duw het geheel «kabelbundel-hijsoog» weg. Maak de brandstofleidingen op de steun van de stuurbekrachtigingspomp los. Duw de brandstofleidingen opzij. Bouw de hoofdinspuitbuis met zijn afdichtring uit. INBOUWEN Plaats de hoofdinspuitbuis met zijn afdichtring. Maak los: - de stekker (2) van de drukregelaar, - de stekker (3) van het opname element druk, - de voorverwarmingsstiften de luchtinlaatklep (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, luchtinlaatklep: Uitbouwen - Inbouwen). - de EGR-elektroklep (zie 14A, Antiluchtverontreiniging, EGR-huis). Verwijder pas op het laatste moment de beschermdoppen van ieder onderdeel. Vervang beslist altijd de uitgebouwde hogedrukleidingen. Na iedere reparatie, controleert u of er geen brandstoflekkage is. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet in volgorde en met de hand vast tot zij aanliggen: - de bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis, - de wartels van de hogedrukleidingen hoofdinspuitbuis-verstuivers. Monteer de hogedrukleidingen zonder spanning. Controleer de juiste stand van de afdichting op de hogedrukleiding pomp-hoofdinspuitbuis. Zet in volgorde en met de hand vast tot zij aanliggen: - de wartels van de hogedrukleiding pomp-hoofdinspuitbuis, - de bevestigingsbout van de hogedrukleiding pomphoofdinspuitbuis op het lagerkapdeksel. Monteer de hogedrukleidingen zonder spanning de bevestigingsmoer (4) van de kabelbundel, - de bevestigingsbouten van de kabelbundel op het hijsoog, - bevestigingsbout van het hijsoog. 13B-55

220 DIESELINSPUITING Hoofdinspuitbuis: Uitbouwen - Inbouwen 13B M9R, en 740 Zet beslist in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: -de bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis (25 N.m), - de wartels van de hogedrukleidingen op de verstuivers (32 N.m) met behulp van het gereedschap (Mot. 1566), -de wartel van de hogedrukleiding op de hogedrukpomp (32 N.m), met behulp van het gereedschap (Mot. 1566), - de wartels van de hogedrukleidingen op de hoofdinspuitbuis (32 N.m), met behulp van het gereedschap (Mot. 1566) en met behulp van het gereedschap (Mot. 1746), - de bevestigingsbout van de leiding pomphoofdinspuitbuis op het lagerkapdeksel (10 N.m). Raak bij het vastzetten de hogedrukleidingen niet met de sleutel. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de klembanden van de slang van het luchtfilter bij de ingang van de turbocompressor (5,5 N.m), - de bevestigingsbouten van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler (8 N.m). Ontlucht het circuit met behulp van de handovierpomp. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Controleer of er geen brandstof lekt: - laat de motor stationair draaien tot de koelventilateur inschakelt, - geef en paar keer onbelast gas, - maak een proefrit, - zet het contact uit, - Controleer of er geen brandstof lekt. 13B-56

221 DIESELINSPUITING Opname element brandstoftemperatuur: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en 674 Onmisbaar materiaal diagnoseapparaat 2 BELANGRIJK: 1 Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, met behulp van het diagnoseapparaat : - of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - of de brandstoftemperatuur niet te hoog is. Houd u bij alle werkzaamheden altijd stipt aan veiligheid- en Reinheidsvoorschriften in dit document. Maak hogedrukleidingen absoluut nooit los bij draaiende motor. Gebruik de set speciale afsluitdoppen voor het hogedruk inspuitsysteem. UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Verwijder de beschermkap op de motor Maak de stekker (1) los van het opname element druk hoofdinspuitbuis. - de bevestigingsbouten (2) van de beschermkap van het brandstofsysteem, - de beschermkap van het brandstofsysteem. N.B.: Bouw het klemmetje van de brandstofretourleiding op de verstuiver niet uit. 13B-57

222 DIESELINSPUITING Opname element brandstoftemperatuur: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en Bouw de wartel (3) van de brandstofretour op de hoofdinspuitbuis uit. Druk op het klemmetje van de verstuiver. Trek verticaal aan het einde van de brandstofretourleiding (4) Maak de wartel van de brandstofretourleiding op het opname element brandstoftemperatuur los Maak de stekker (5) los van het opname element brandstoftemperatuur Maak de wartel (6) van de retourleiding op de hogedrukpomp los. Maak het opname element brandstoftemperatuur los van de achterste steun van de hogedrukpomp. Sluit de openingen af met de doppen. 13B-58

223 DIESELINSPUITING Opname element brandstoftemperatuur: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en 674 Bouw de brandstofretourleiding uit. N.B.: Het opname element brandstoftemperatuur vormt een geheel met de brandstofretourleiding, deze twee onderdelen kunnen niet afzonderlijk uitgebouwd of van elkaar gescheiden worden. INBOUWEN - Verwijder pas op het laatste moment de doppen. Ver vang altijd de brandstofretourleiding. Monteer de nieuwe brandstofretourleiding. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Gooi de zak met gebruikte doppen weg na de reparatie. Vul het inspuitsysteem met behulp van de opvoerpomp. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Controleer of er geen brandstof lekt: - laat de motor stationair draaien tot de koelventilateur inschakelt, - geef en paar keer onbelast gas, - maak een proefrit, - zet het contact uit, - Controleer of er geen brandstof lekt. 13B-59

224 DIESELINSPUITING Opname element brandstoftemperatuur: Uitbouwen - Inbouwen 13B M9R, en 740 diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal BELANGRIJK: Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, met behulp van het diagnoseapparaat : - of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - of de brandstoftemperatuur niet te hoog is. Houd u bij alle werkzaamheden altijd stipt aan veiligheids- en reinheidsvoorschriften (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Voorzorgen voor de reparatie). Maak hogedrukleidingen absoluut nooit los bij draaiende motor. Gebruik de set speciale afsluitdoppen voor het hogedruk inspuitsysteem. UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Maak de snelkoppeling van de aanvoerleiding naar de hogedrukpomp op het brandstoffilter los. Maak los: - de snelkoppeling (1) van de aanvoerleiding op de hogedrukpomp, - de stekker (2) van het opname element brandstoftemperatuur. Sluit de openingen af met schone doppen. Maak los: - de brandstofslang (3) op de bevestigingsbeugel, - de brandstofleidingen. Bouw het opname element brandstoftemperatuur uit. INBOUWEN Verwijder pas op het laatste moment de doppen. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Ontlucht het brandstofcircuit met behulp van de handpomp. 13B-60

225 DIESELINSPUITING Opname element brandstoftemperatuur: Uitbouwen - Inbouwen 13B M9R, en 740 Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Controleer of er geen brandstof lekt: - laat de motor stationair draaien tot de koelventilateur inschakelt, - geef en paar keer onbelast gas, - maak een proefrit, - zet het contact uit, - Controleer of er geen brandstof lekt. 13B-61

226 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Mot Mot Onmisbaar speciaal gereedschap Sleutel voor het uitbouwen van hogedrukleidingen vervangt Mot.1383 Zorg dat u beschikt over de set speciale doppen voor het hogedruk inspuitsysteem en houd u stipt aan de reinheidsvoorschriften (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Reinheidsvoorschriften). Mot Mot Onmisbaar materiaal Verstuivertrekker Steun voor verstuivertrekker Momentschroevendraaier Het demonteren van het inwendige van een verstuiver of het scheiden van de verstuiverhouder van de buis is niet toegestaan. diagnoseapparaat tapeindes van de verstuiverflens moer van de verstuiverflens vliegwielzijde moer van de verstuiverflens distributiezijde wartel van de hogedrukleiding op de hoofdinspuitbuis wartel van de hogedrukleiding op de verstuiver wartel van de hogedrukleiding op de hoofdinspuitbuis Aantrekkoppelsm 2 N.m 6 N.m 6 N.m 22 N.m voorspannen 25 N.m 27 N.m Na het vervangen van een of meer verstuivers, moet u de IMA-code (verstuiveropbrengstcorrectie) van de betreffende verstuiver(s) inlezen in de rekeneenheid van het inspuitsysteem met behulp van het diagnoseapparaat. N.B.: de verstuivers kunnen afzonderlijk worden vervangen. Bouw in dat geval alleen de betreffende hogedrukleiding uit. UITBOUWEN VAN EEN VERSTUIVER Verwijder de kappen op de motor. BELANGRIJK: Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, met behulp van het(mot. 1566): - of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - of de brandstoftemperatuur niet te hoog is. Het is streng verboden een wartel van een hogedrukleiding los te maken voordat u heeft gecontroleerd of de hoofdinspuitbuis niet langer onder druk staat of wanneer de motor draait. 13B-62

227 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en Maak los: - de accu te beginnen met de negatieve pool, - de slang (1) van de carterventilatie. Maak het plastic deksel los (2)van de bescherming van de hoofdinspuitbuis en bouw uit Maak de brandstofretourleiding van de verstuiver los en bouw op de volgende manier uit: Verwijder niet het klemmetje. Druk op het klemmetje en trek de wartel van de brandstofretourleiding verticaal. Plaats schone afsluitdoppen. De wartel is breekbaar, let op dat u hem niet breekt door er te hard aan te trekken. Bij het uitbouwen van een klemmetje moet hij altijd vervangen worden Maak de stekker los van de uit te bouwen verstuiver. 13B-63

228 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Houd bij het losdraaien van de wartel (3) van de hogedrukleiding op de verstuiverhouder, altijd de (4)bevestigingsmoer van de filtersteel met een sleutel tegen. Zet de bouten van de uit te bouwen verstuiverbeugel los. Gebruik voor het uitbouwen van een verstuiver, een speciale trekker (Mot. 1730). Bouw nooit een in zijn boring in de cilinderkop vastzittende verstuiver uit anders dan met het gereedschap (Mot. 1549) Beschrijving van het gereedschap (Mot en Mot. 1730) : de absorberende geluidskappen rond de verstuivers, (5) Steunchassis van de trekker; dit wordt geplaatst op de bevestigingsbouten van het kleppendeksel. Controleer voor het gebruik de juiste plaatsing. (6) Trekker (7) Trekkerbout - de hogedrukleiding tussen de uit te bouwen verstuiver en de hoofdinspuitbuis, sluit de openingen af met schone afsluitdoppen. 13B-64

229 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en (8) Aanpassingspoot voor steunchassis van trekker (Mot. 1730) Vervang de poot van het steunchassis van de trekker door de aanpassingspoot (Mot. 1730)(8). Breng kruipolie aan rondom de verstuiver. 9 Plaats de trekker op de uit te bouwen verstuiver Zet de gekartelde ring vast om de twee kaken dichterbij op de platte kanten van de verstuiver te brengen zonder te veel vast te zetten Om de chassis van het gereedschap door te kunnen laten (Mot. 1549) bouwt u de bevestigingsbouten (9) van de stijve luchtslang uit en zet hem opzij Plaats het chassis van het gereedschap (Mot. 1549) op de bevestigingsbouten van het kleppendeksel. Zet de trekkerbout vast tot de verstuiver vrijkomt van de cilinderkop. Verwijder de ring onder in de schacht van de verstuiver. 13B-65

230 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 MONTEREN VAN EEN VERSTUIVER Ver vang altijd: - de uitgebouwde hogedrukleiding, - de moeren en de tapeinden van de verstuiverflens, 11 - de O-ring en de plastic ring van de verstuiver, - de ring onder de verstuiver, - iedere geopende verstuiver, - het klemmetje van de brandstofretourleiding op de verstuiver, uitsluitend als hij uitgebouwd is. 10 Verwijder pas op het laatste moment de afsluitdoppen van ieder onderdeel. Reinig de verstuiverschachten met nieuwe doeken, nummer , gedrenkt in nieuwe ontvetter. Droog de gereinigde onderdelen met een andere nieuwe doeken. Maak een verstuiver nooit schoon met behulp van: - een metalen borstel, - schuurpapier, - een ultrasoon trilapparaat. Reinig een van de oude bouten van de verstuiverflens en draai hem geheel in de boringen van de bevestiging om de schroefdraad te reinigen. Gebruik de bouten van de verstuiverflens nooit opnieuw. Een specifieke set tapeinden is leverbaar in het magazijn. Smeer de schroefdraad van de nieuwe tapeinden van de verstuiverflens met olie. Plaats de tapeindes (10) en de plaatjes (11) van de verstuiverflens. Zet vast met het aantrekkoppel: met behulp van het gereedschap (Mot. 1608) de tapeindes van de verstuiverflens (2 N.m). Plaats op de nieuwe verstuiver: - de O-ring, - de plastic ring, Controleer, voor het plaatsen van de tapeinden op de cilinderkop, of de moeren zonder zwaar punt op de tapeindes draaien, vervang anders het geheel. Houd u altijd aan het aantrekkoppel van de tapeindes anders loopt u het risico ze door te knippen. - de ring onder de verstuiver. Monteer de nieuwe verstuiver met zijn flens en de borgveer. Smeer de schroefdraad van de moeren van de verstuiverflens met olie. 13B-66

231 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Sluit de brandstofretourslang aan op de verstuiver. Zorg dat het klemmetje van de brandstofretourleiding op de verstuiver goed geplaatst is Zet in volgorde vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: -demoer van de verstuiverflens vliegwielzijde (6 N.m)(12), -demoer van de verstuiverflens distributiezijde (6 N.m)(13), Zet met hoek vast: uitsluitend de moer vliegwielzijde (360 ± 30)(13). Houd u stipt aan de in het voorafgaande beschreven methode (volgorde, aantrekkoppel en hoekverdraaiing). Plaats de nieuwe hogedrukleiding tussen de hoofdinspuitbuis en de nieuwe verstuiver. Zet de wartels van de hogedrukleiding met de hand vast. Zet vast in de volgorde en met de aantrekkoppels, met behulp van het gereedschap (Mot. 1566) : Plaats indien nodig de huls (14)op de hogedrukleiding. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vul het brandstofcircuit met behulp van de opvoerpomp. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool; Voer de benodigde inlezingen uit (zie MR 339, 80, Accu, Bijzonderheden). Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat,de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. -de wartel van de hogedrukleiding op de hoofdinspuitbuis (22 N.m voorspannen), - de wartel van de hogedrukleiding op de verstuiver (25 N.m), -de wartel van de hogedrukleiding op de hoofdinspuitbuis (27 N.m ), Monteer de absorberende geluidskappen rondom, vervang ze als zij beschadigd of met dieselolie doordrenkt zijn. 13B-67

232 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Lees altijd de IMA-code in van elke vervangen verstuiver (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Verstuivers: Configuraties). Controleer na alle werkzaamheden, op de volgende manier of er geen lekkage van het dieselbrandstofcircuit is: - laat de motor stationair draaien tot de koelventilateur inschakelt, - geef en paar keer onbelast gas, - maak een proefrit, - zet het contact af en controleer of er nergens brandstoflekkage is, - maak het plastic deksel los bouw het weer uit van de bescherming van de hoofdinspuitbuis en bouw het uit, - controleer of de absorberende geluiddemping niet nat is door brandstof, - monteer het plastic deksel van de bescherming van de hoofdinspuitbuis. 13B-68

233 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Onmisbaar speciaal gereedschap Aantrekkoppelsm Mot Mot Sleutel voor het uitbouwen van hogedrukleidingen vervangt Mot.1383 Steun voor verstuivertrekker bout van de beugel van de hogedrukleiding bevestigingsbouten van de achterste steun van de hogedrukpomp 3 N.m 30 N.m Mot Verstuivertrekker BELANGRIJK: Mot diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Momentschroevendraaier dop voor het vastzetten van de hogedrukleiding pomp-hoofdinspuitbuis (sleutel "Crowfoot 19-17") Aantrekkoppelsm Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, met behulp van het gereedschap(mot. 1566): - of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - of de brandstoftemperatuur niet te hoog is. Het is streng verboden een wartel van een hogedrukleiding los te maken voordat u heeft gecontroleerd of de hoofdinspuitbuis niet langer onder druk staat of wanneer de motor draait. tapeindes van de verstuiverflens moeren van de verstuiverflenzen vliegwielzijde moeren van de verstuiverflenzen distributiezijde wartels van de hogedrukleidingen op de hoofdinspuitbuis bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis wartels van de hogedrukleidingen op de verstuivers wartels van de hogedrukleidingen op de hoofdinspuitbuis wartels van de hogedrukleiding tussen de hoofdinspuitbuis en de hogedrukpomp 2 N.m 6 N.m 6 N.m 22 N.m voorspannen 25 N.m 25 N.m 27 N.m 27 N.m Zorg dat u beschikt over de set speciale doppen voor het hogedruk inspuitsysteem en houd u stipt aan de reinheidsvoorschriften (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Reinheidsvoorschriften). Het demonteren van het inwendige van een verstuiver of het scheiden van de buis van de verstuiverhouder is niet toegestaan. Na het vervangen van een of meer verstuivers, moet u de IMA-code (verstuiveropbrengstcorrectie) van de betreffende verstuiver(s) inlezen in de rekeneenheid van het inspuitsysteem met behulp van het diagnoseapparaat. In geval van inbouwen van de oude verstuivers, moet u altijd de verstuivers markeren die weer op dezelfde cilinder als oorspronkelijk gemonteerd moeten worden. UITBOUWEN VAN DE VIER VERSTUIVERS Verwijder de kappen op de motor. 13B-69

234 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en Maak los: Maak los: de accu te beginnen met de negatieve pool, - de slang (1) van de carterventilatie. Maak het plastic deksel los (2) van de bescherming van de hoofdinspuitbuis en bouw uit. - de stekker(3) van de elektroklep van de bediening van de turbulentieklep, - de slangen van de elektroklep van de bediening van de turbulentieklep, - de verzette stekker (4)van de elektromotor van de bediening van de EGR-klep. Maak de drie kabelbundels los (5) op de steun tussen de hulporganensteun en het EGR-huis. Bouw de steun tussen de hulporganensteun en het EGR-huis uit. 13B-70

235 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en Maak los: de stekker (6)van het opname element brandstoftemperatuur, Maak de brandstofretourleiding van de hogedrukpomp los (10) en sluit de opening af met schone afsluitdoppen. - de brandstofretourleiding (7) op het opname element brandstoftemperatuur, - de stekker (8) van de brandstofdrukregelaar Maak de brandstofaanvoerleiding van de hogedrukpomp los (9) en sluit de opening af met schone afsluitdoppen. 9 13B-71

236 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en Maak de brandstofretourleiding van de inspuitstukken op de volgende manier los: Het is niet nodig om de klemmetjes uit te bouwen. Druk op de klemmetjes en trek de wartels van de brandstofretourleiding verticaal. Plaats schone afsluitdoppen. De wartels zijn breekbaar, let op dat u ze niet breekt door er te hard aan te trekken Bouw de slang van de brandstofretour uit (11)en sluit de openingen af met schone afsluitdoppen. Het opname element brandstoftemperatuur vormt een geheel met de brandstofretourleiding, deze twee onderdelen kunnen niet afzonderlijk uitgebouwd worden. Bij het uitbouwen van een klemmetje moet hij altijd vervangen worden. 13B-72

237 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en Bouw uit, voor het uitbouwen van de hogedrukleiding tussen de hogedrukpomp en de hoofdinspuitbuis: - de bout (12) van bevestigingsbeugel hogedrukleiding, - het bevestigingsklemmetje (13) van de hogedrukleiding - de wartels (14)van de hogedrukleiding, - de hogedrukleiding en sluit de openingen af met schone afsluitdoppen Maak de stekkers (15) van de verstuivers los B-73

238 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Houd bij het losdraaien van de wartels (17)van de hogedrukleiding op de verstuiverhouder, altijd de (18)bevestigingsmoer van de filtersteel met een sleutel tegen. Zet de bouten van de flens van elke verstuiver los. Gebruik voor het uitbouwen van de verstuivers, een speciale trekker (Mot. 1730). 16 Bouw nooit een in zijn boring in de cilinderkop vastzittende verstuiver uit anders dan met het gereedschap (Mot. 1549) Beschrijving van het gereedschap (Mot en Mot. 1730) : (19) Steunchassis van de trekker; dit wordt geplaatst op de bevestigingsbouten van het kleppendeksel. Controleer voor het gebruik de juiste plaatsing. (20) Trekker (21) Trekkerbout - de absorberende geluidskappen rond de verstuivers, - de hogedrukleidingen (16)tussen de verstuivers en de hoofdinspuitbuis en sluit de openingen af met schone afsluitdoppen. 13B-74

239 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en (22) Aanpassingspoot voor steunchassis van trekker (Mot. 1730) Vervang de poot van het steunchassis van de trekker door de aanpassingspoot (Mot. 1730)(22). Breng kruipolie aan rondom de verstuivers Plaats de trekker op een uit te bouwen verstuiver. Zet de gekartelde ring vast om de twee kaken dichterbij op de platte kanten van de verstuiver te brengen zonder te veel vast te zetten Om de chassis van het gereedschap door te kunnen laten (Mot. 1549) bouwt u de bevestigingsbouten (23) van de stijve luchtslang uit en zet hem opzij Plaats het chassis van het gereedschap (Mot. 1549) op de bevestigingsbouten van het kleppendeksel. Zet de trekkerbout vast tot de verstuiver vrijkomt van de cilinderkop. 13B-75

240 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Herhaal dit voor de drie andere verstuivers. In geval van inbouwen van de oude verstuivers, moet u altijd de verstuivers markeren die weer op dezelfde cilinder als oorspronkelijk gemonteerd moeten worden. Verwijder de ringen onder in de boring van iedere verstuiver. 25 MONTEREN VAN DE VIER VERSTUIVERS 24 Ver vang altijd: - alle hogedrukleidingen, - de moeren en de tapeinden van de verstuiverflenzen, - de O-ringen en de plastic bussen van de verstuivers, - de ringen onder de verstuivers, - iedere geopende verstuiver, - de klemmetjes van de brandstofretourleiding op de verstuivers, uitsluitend als zij uitgebouwd zijn. Verwijder pas op het laatste moment de afsluitdoppen van ieder onderdeel. Reinig met in nieuw oplosmiddel gedrenkte doeken, nummer : - de verstuiverschachten, - de verstuiverhuizen, - de verstuiverflenzen. Reinig een van de oude bouten van de verstuiverflens en draai hem geheel in alle boringen van de bevestiging om de schroefdraad te reinigen. Smeer de schroefdraad van de nieuwe tapeinden van de verstuiverflens met olie. Plaats de tapeindes (24)en de bevestigingsplaatjes (25) van de verstuiverflens. Zet vast met het aantrekkoppel: met behulp van het gereedschap (Mot. 1608) de tapeindes van de verstuiverflens (2 N.m). Plaats op de verstuivers: - de nieuwe O-ringen, - de nieuwe plastic ringen, - de nieuwe ringen onder de verstuivers, Controleer, voor het plaatsen van de tapeinden op de cilinderkop, of de moeren zonder zwaar punt op de tapeindes draaien, vervang anders het geheel. Houd u altijd aan het aantrekkoppel van de tapeindes anders loopt u het risico ze door te knippen. Gebruik de bouten van de verstuiverflens nooit opnieuw. Een specifieke set tapeinden is leverbaar in het magazijn. 13B-76

241 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Monteer de verstuivers met hun flenzen en borgringen. In geval van inbouwen van de oude verstuivers, moet u altijd de verstuivers inbouwen op dezelfde cilinders. Smeer de schroefdraad van de moeren van de verstuiverflenzen met olie Zet de twee bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis los (deze moet iets kunnen bewegen).(28) Zet in volgorde vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: -demoeren van de verstuiverflenzen vliegwielzijde (6 N.m)(27), -demoeren van de verstuiverflenzen distributiezijde (6 N.m)(26), Zet met hoek vast: uitsluitend de moeren vliegwielzijde (360 ± 30)(26). Houd u stipt aan de in het voorafgaande beschreven methode (volgorde, aantrekkoppel en hoekverdraaiing). Plaats de nieuwe hogedrukleidingen tussen de hoofdinspuitbuis en de verstuivers. Zet alle wartels van de hogedrukleidingen met de hand vast. Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: - de wartels van de hogedrukleidingen op de hoofdinspuitbuis (22 N.m voorspannen), met behulp van het gereedschap (Mot. 1566), - de bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis (25 N.m), - de wartels van de hogedrukleidingen op de verstuivers (25 N.m), met behulp van het gereedschap (Mot. 1566), - de wartels van de hogedrukleidingen op de hoofdinspuitbuis (27 N.m), met behulp van het gereedschap (Mot. 1566), 13B-77

242 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Zet de bouten van het bevestigingsklemmetje van de hogedrukleiding vast. Monteer de achterste steun van de stuurbekrachtigingspomp. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de achterste steun van de hogedrukpomp (30 N.m). Monteer de absorberende geluidskap om de verstuivers, die moet worden vervangen als hij beschadigd of met dieselolie doordrenkt is. 29 Sluit de brandstofretourslang aan op de verstuivers. Zorg dat de klemmetjes van de brandstofretourleiding goed geplaatst zijn op de verstuivers Bouw uit, voor het vastzetten met het aantrekkoppel van de hogedrukleiding bij de hogedrukpomp, met behulp van dedop voor het vastzetten van de hogedrukleiding pomp-hoofdinspuitbuis (sleutel "Crowfoot 19-17"): Gooi de zak met gebruikte doppen weg na de reparatie de bevestigingsbouten (29) van de achterste steun van de hogedrukpomp, - de achterste steun van de hogedrukpomp. Plaats de nieuwe hogedrukleiding tussen de hoofdinspuitbuis en de hogedrukpomp. Zet de wartels van de hogedrukleiding met de hand vast. Plaats: - het bevestigingsklemmetje van de hogedrukleiding, - de bout bevestigingsbeugel hogedrukleiding. Zet de bout van de bevestigingsbeugel van de hogedrukleiding met de hand vast. Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: - de wartels van de hogedrukleiding tussen de hoofdinspuitbuis en de hogedrukpomp (27 N.m), met behulp van het gereedschap (Mot. 1566) en de dop voor het vastzetten van de hogedrukleiding pomp-hoofdinspuitbuis (sleutel "Crowfoot 19-17"), - de bout van de beugel van de hogedrukleiding (3 N.m), Plaats de hulzen (30) op de hogedrukleiding Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vul het brandstofcircuit met behulp van de opvoerpomp. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool; Voer de benodigde inlezingen uit (zie MR 339, 80, Accu, Bijzonderheden). 13B-78

243 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B B74 of K74, en G9T, en 600 Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat, de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. Lees altijd de IMA-codes in van alle vervangen verstuivers (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Verstuivers: Configuraties). Controleer na alle werkzaamheden, op de volgende manier of er geen lekkage van het dieselbrandstofcircuit is: - laat de motor stationair draaien tot de koelventilateur inschakelt, - geef en paar keer onbelast gas, - maak een proefrit, - zet het contact af en controleer of er nergens brandstoflekkage is, - maak het plastic deksel los van de bescherming van de hoofdinspuitbuis en bouw het uit. - controleer of de absorberende geluiddemping niet nat is door brandstof, - monteer het plastic deksel van de bescherming van de hoofdinspuitbuis. 13B-79

244 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en 674 Onmisbaar speciaal gereedschap Mot Onmisbaar materiaal Sleutel voor het uitbouwen van hogedrukleidingen vervangt Mot diagnoseapparaat Aantrekkoppelsm bevestigingsflens van de verstuiver moer bij de verstuiver 25 N.m 25 N.m moer bij de hoofdinspuitbuis BELANGRIJK: 25 N.m Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, met behulp van het diagnoseapparaat : of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, of de temperatuur van de brandstof niet te hoog is Maak de stekker (1) van het opname element turbodruk los. - de bevestigingsbouten van de beschermkap van het brandstofsysteem, - de beschermkap van het brandstofsysteem. - Houd u bij alle werkzaamheden aan de veiligheids- en reinheidsvoorschriften (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Veiligheidsvoorschriften). - Maak hogedrukleidingen absoluut nooit los bij draaiende motor. Het is verboden de verstuivers te openen. Gebruik de set speciale afsluitdoppen voor het hogedruk inspuitsysteem. de verstuivers kunnen afzonderlijk worden vervangen. Bouw alleen de betreffende hogedrukleiding uit. UITBOUWEN Verwijder de beschermkap van de motor. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. 13B-80

245 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en Maak de stekker los van de verstuiver Druk op het klemmetje van de verstuiver N.B.: Bouw het klemmetje van de brandstofretourleiding op de verstuiver niet uit. Trek verticaal aan het einde van de brandstofretourleiding (2). Maak de stekker los van het opname element brandstoftemperatuur. - de wartel (3) van de brandstofretour op de hoofdinspuitbuis, - de wartel op het opname element brandstoftemperatuur, - de wartel van de aanvoerleiding op de hogedrukpomp. Maak het opname element brandstoftemperatuur los op de achterste steun van de hogedrukpomp. Bouw de brandstofretourleiding uit. Sluit de openingen af met de doppen. 13B-81

246 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en 674 INBOUWEN I - REINIGEN VAN DE VERSTUIVERS (BIJ HERGEBRUIK) 4 5 Het is streng verboden de verstuivers te reinigen met: - een metalen borstel, - schuurlinnen, - een ultrasoon trilapparaat. Reinig met nieuwe doeken, nummer gedrenkt in schoon ontvettingsmiddel: - de verstuiverschachten, 1327 Bouw de hogedrukleiding uit met behulp van het gereedschap (Mot. 1566). Bij het losdraaien van de wartels (4) van de hogedrukleidingen op de verstuiverhouders, moet u de bevestigingsmoeren (5) van de filterstelen met een contrasleutel tegenhouden. Sluit de openingen af met de doppen. - de bevestigingsbout van de verstuiverflens, - de verstuiver met zijn flens, - de hittewerende ring. Markeer altijd de positie van de verstuivers. - de verstuiverhuizen, - de verstuiverflenzen. Droog de gereinigde onderdelen met een nieuwe doek. II - INBOUWEN VAN DE VERSTUIVER Verwijder pas op het laatste moment de beschermdoppen van ieder onderdeel. Bij vervangen van een verstuiver : - Lees de alfanumerieke code van zes tekens (IMA) van de nieuwe verstuiver in de rekeneenheid van het inspuitsysteem in voor het monteren, met behulp van de diagnoseapparaat(zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Verstuivers: Configuratie). 13B-82

247 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en 674 Zet vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: - de moer bij de verstuiver (25 N.m), - de moer bij de hoofdinspuitbuis (25 N.m) Vervang de hittewerende ring. Monteer de verstuiver met zijn flens. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsflens van de verstuiver (25 N.m). Monteer de hogedrukleidingen zonder spanning. Zet de bouten van de hoofdinspuitbuis lichtjes los (de hoofdinspuitbuis moet iets kunnen bewegen). Vervang beslist altijd alle uitgebouwde hogedrukleidingen. Voor het monteren van een nieuwe hogedrukleidiing, smeert u de schroefdraad van de moer met de olie uit de dosis die met het nieuwe onderdeel wordt geleverd. Smeer de hogedrukleidingen die zonder dosis geleverd worden niet in, deze hogedrukleidingen zijn zelfsmerend. Let op dat er geen olie in de hogedrukleiding komt. Monteer de hogedrukleiding (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Hogedrukleiding : Vervangen). 13B-83

248 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en Vervang altijd de brandstofretourleiding. Monteer de nieuwe brandstofretourleiding (6). Bouw het klemmetje van de verstuiver niet uit. Druk op het klemmetje van de verstuiver. Duw het einde van de retourverzamelbuis verticaal omhoog. Vul het inspuitsysteem met behulp van de opvoerpomp. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool Controleer of er geen brandstof lekt: - Laat de motor stationair draaien tot de ventilateurmotor inschakelt. - Geef en paar keer onbelast gas. - Maak een proefrit. - Zet het contact uit. - Controleer of er geen brandstof lekt. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 13B-84

249 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B M9R, en 740 Verwijder de beschermkap op de motor. diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Bouw de hogedrukleidingen «hoofdinspuitbuis - verstuivers» uit (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Hogedrukleidingen : Vervangen). Aantrekkoppelsm bevestigingsbout van de verstuiverflens bevestigingsbouten van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler 35 N.m 8 N.m Het is streng verboden de stekker van een verstuiver los te maken bij draaiende motor. BELANGRIJK: Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, met behulp van het diagnoseapparaat : de bevestigingsbout van de verstuiverflens, - de verstuiverflens, - de verstuiver, - de hittewerende ring. - of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - of de temperatuur van de brandstof niet te hoog is. Houd u bij alle werkzaamheden altijd stipt aan veiligheids- en reinheidsvoorschriften (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Voorzorgen voor de reparatie). Maak hogedrukleidingen nooit los bij draaiende motor. Het openen van een verstuiver is verboden. Gebruik de set speciale afsluitdoppen voor het hogedruk inspuitsysteem. Vervang altijd alle uitgebouwde hogedrukleidingen. UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. 13B-85

250 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B M9R, en 740 INBOUWEN I - REINIGEN VAN DE VERSTUIVERS (BIJ HERGEBRUIK) Zet vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: de bevestigingsbout van de verstuiverflens (35 N.m). Monteer de hogedrukleidingen zonder spanning. Vervang altijd: - de hittewerende ring, - alle uitgebouwde hogedrukleidingen, - de afdichting van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor Smeer de hogedrukleidingen die zonder dosis geleverd worden niet in, deze hogedrukleidingen zijn zelfsmerend. Er mag geen olie in de hogedrukleiding komen. Plaats en zet vast met het aantrekkoppel: de hogedrukleidingen (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Hogedrukleiding : Vervangen). Het is streng verboden de verstuivers te reinigen met: - een metalen borstel, - schuurlinnen, - een ultrasoon trilapparaat. Reinig met nieuwe doeken, nummer gedrenkt in schoon ontvettingsmiddel: - de verstuiverschachten, - de verstuiverhuizen, - de verstuiverflenzen. Droog de gereinigde onderdelen met een nieuwe doek. II - INBOUWEN VAN DE VERSTUIVER Verwijder pas op het laatste moment de beschermdoppen van ieder onderdeel. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. de bevestigingsbouten van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler (8 N.m). Ontlucht het brandstofcircuit met behulp van de handpomp. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Controleer of er geen brandstof lekt: - laat de motor stationair draaien tot de koelventilateur inschakelt, - geef en paar keer onbelast gas, - maak een proefrit, - zet het contact uit, - Controleer of er geen brandstof lekt. 13B-86

251 DIESELINSPUITING Dieselverstuiver: Uitbouwen - Inbouwen 13B M9R, en 740 Voer de verstuivercodes in na het vervangen van (een van) de verstuiver(s) volgens het scenario van het commando SC002 (zie MR 397 Diagnose, Dieselinspuitsysteem, Diagnose - Betekenis van de commando's). Herinitialiseer de inlezingen na het vervangen van (een van) de verstuiver(s) volgens het scenario van het commando SC036 (zie MR 397 Diagnose, Dieselinspuitsysteem, Diagnose - Betekenis van de commando's). 13B-87

252 DIESELINSPUITING Hogedrukleiding: Vervangen 13B F9Q, en 674 Mot Onmisbaar speciaal gereedschap diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm Sleutel voor het uitbouwen van hogedrukleidingen vervangt Mot.1383 Gebruik de set speciale afsluitdoppen voor het hogedruk inspuitsysteem. Vervang altijd alle uitgebouwde hogedrukleidingen. UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Verwijder de beschermkap op de motor. bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis moer van de hogedrukleidingen «pomp - hoofdinspuitbuis» op de hoofdinspuitbuis 25 N.m 29 N.m 1 2 moer van de hogedrukleiding «pomp - hoofdinspuitbuis» op de hoofdinspuitbuis 29 N.m moer van de hogedrukleidingen «pomp - hoofdinspuitbuis» op de verstuivers 25 N.m moer van de hogedrukleiding «pomp - hoofdinspuitbuis» op de pomp BELANGRIJK: 25 N.m Maak de stekker (1) van het opname element druk los. Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, met behulp van het diagnoseapparaat : - of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - de bevestigingsbouten (2) van de beschermkap van het brandstofsysteem, - de beschermkap van het brandstofsysteem. - of de temperatuur van de brandstof niet te hoog is. Houd u bij alle werkzaamheden altijd stipt aan veiligheid- en Reinheidsvoorschriften in dit document. Maak hogedrukleidingen nooit en te nimmer los bij draaiende motor. 13B-88

253 DIESELINSPUITING Hogedrukleiding: Vervangen 13B F9Q, en 674 Draai los: - de moer van de hogedrukleiding bij de verstuiver met behulp van het gereedschap (Mot. 1566), - de moer van de hogedrukleiding bij de hoofdinspuitbuis met behulp van het gereedschap (Mot. 1566). N.B.: Zet de moeren leiding voor leiding los. Verplaats de moeren over de leiding waarbij het drukstuk tegen de conus gedrukt moet blijven Maak de wartel (3) van de retourleiding op de hogedrukpomp los. Draai de bevestigingsmoeren van de hoofdinspuitbuis enkele slagen los. 4 5 Bouw de hogedrukleidingen één voor één uit. Sluit de openingen af met schone doppen Verwijder pas op het laatste moment de doppen van ieder onderdeel. INBOUWEN 1327 Bij het losdraaien van de wartels (4) van de hogedrukleidingen op de verstuiverhouders, moet u de bevestigingsmoeren (5) van de filterstelen met een contrasleutel tegenhouden. I - INBOUWEN VAN DE HOGEDRUKLEIDING «POMP - HOOFDINSPUITBUIS» Verwijder de afsluitdoppen. Plaats het drukstuk van de hogedrukleiding in de conus van de uitgang van de hogedrukpomp. Plaats het drukstuk van de hogedrukleiding in de conus van de hogedrukingang op de hoofdinspuitbuis. 13B-89

254 DIESELINSPUITING Hogedrukleiding: Vervangen 13B F9Q, en 674 Zet de moeren van de hogedrukleiding met de hand vast, te beginnen met die aan de kant van de hoofdinspuitbuis. Zet de moeren van de hogedrukleiding lichtjes met de hand vast. II - INBOUWEN VAN DE HOGEDRUKLEIDING «HOOFDINSPUITBUIS - VERSTUIVERS» Verwijder de afsluitdoppen. 6 7 Plaats het drukstuk van de hogedrukleiding in de conus van de verstuiver. Plaats het drukstuk van de hogedrukleiding in de conus van de uitgang op de hoofdinspuitbuis. Zet de moeren van de hogedrukleiding met de hand vast, te beginnen met die aan de kant van de verstuiver. Zet de moeren van de hogedrukleiding lichtjes met de hand vast N.B.: De montagevolgorde van de leidingen hoofdinspuitbuis-verstuiver is niet belangrijk. III - VASTZETTEN VAN DE HOGEDRUKLEIDINGEN Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de hoofdinspuitbuis (25 N.m). Raak bij het vastzetten de hogedrukleidingen niet met de sleutel. Zet vast in de volgorde en met de aantrekkoppels met behulp van het gereedschap (Mot. 1566): - de moer van de hogedrukleidingen «pomp - hoofdinspuitbuis» op de hoofdinspuitbuis (29 N.m), - de moer van de hogedrukleiding «pomp - hoofdinspuitbuis» op de hoofdinspuitbuis (29 N.m). Bij het losdraaien van de wartels (6) van de hogedrukleidingen op de verstuiverhouders, moet u de bevestigingsmoeren (7) van de filterstelen met een contrasleutel tegenhouden. Zet vast in de volgorde en met het aantrekkoppel met behulp van het gereedschap (Mot. 1566) : - de moer van de hogedrukleidingen «pomp - hoofdinspuitbuis» op de verstuivers (25 N.m), - de moer van de hogedrukleiding «pomp - hoofdinspuitbuis» op de pomp (25 N.m). N.B.: Zet een leiding geheel vast voordat u met de volgende leiding verder gaat. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vul het inspuitsysteem met behulp van de opvoerpomp. 13B-90

255 DIESELINSPUITING Hogedrukleiding: Vervangen 13B F9Q, en 674 Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Controleer of er geen brandstof lekt: - controleer de afdichting na de reparatie, - laat de motor stationair draaien tot de koelventilateur inschakelt, - geef en paar keer onbelast gas, - maak een proefrit, - zet het contact uit, - Controleer of er geen brandstof lekt. 13B-91

256 DIESELINSPUITING Hogedrukleiding: Vervangen 13B M9R, en 740 Mot Mot Onmisbaar speciaal gereedschap diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm Sleutel voor het uitbouwen van hogedrukleidingen vervangt Mot.1383 Verzette sleutel voor vastzetten hogedrukpomp BELANGRIJK: Controleer voor alle werkzaamheden aan het inspuitsysteem, met behulp van het diagnoseapparaat : - of de hoofdinspuitbuis niet meer onder druk staat, - of de temperatuur van de brandstof niet te hoog is. Houd u bij alle werkzaamheden altijd stipt aan veiligheids- en reinheidsvoorschriften (zie 13B, Dieselinspuitsysteem, Voorzorgen voor de reparatie). Maak hogedrukleidingen nooit en te nimmer los bij draaiende motor. bevestigingsmoer van de hogedrukleidingen «hoofdinspuitbuis - verstuivers» bevestigingsmoeren van de hogedrukleidingen «hoofdinspuitbuis - pomp» bevestigingsbout van de hogedrukleiding pomphoofdinspuitbuis op het lagerkapdeksel klembanden van de slang van het luchtfilter bij de ingang van de turbocompressor bevestigingsbouten van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler 32 N.m 32 N.m 10 N.m 5,5 N.m 8 N.m Gebruik de set speciale afsluitdoppen voor het hogedruk inspuitsysteem. Vervang altijd alle uitgebouwde hogedrukleidingen. UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Verwijder de beschermkap op de motor Verdraai het klemmetje (1) van de luchtslang op de turbocompressor. 13B-92

257 DIESELINSPUITING Hogedrukleiding: Vervangen 13B M9R, en 740 I - HOGEDRUKLEIDING «HOOFDINSPUITBUIS - VERSTUIVERS» Maak los: Bouw de bevestigingsbouten (2) van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler uit. Duw de luchtslang op de uitgang van de turbocompressor opzij. - de carterventilatieslang (3) op de olieafscheider, - de stekker (4) van de verstuiver. Maak de bedrading van de verstuivers op de olieafscheider los. - de bevestigingsbouten (5) van de olieafscheider, - de olieafscheider de bevestigingsbouten van de beschermkap van het brandstofsysteem, - de beschermkap van het brandstofsysteem Bouw de bevestigingsbout (6) van de brandstofretourleiding op het kleppendeksel uit. Maak de snelkoppeling (7) van de brandstofretourleiding los. Til het beweegbare deel van de brandstofretourleiding op de verstuivers omhoog. Bouw de brandstofretourleiding uit. 13B-93

258 DIESELINSPUITING Hogedrukleiding: Vervangen 13B M9R, en 740 II - HOGEDRUKLEIDINGEN «HOOFDINSPUITBUIS - POMP» Zet los met behulp van het gereedschap (Mot. 1566): - de moer van de hogedrukleiding bij de verstuiver, - de moer van de hogedrukleiding bij de hoofdinspuitbuis. N.B.: Zet de moeren leiding voor leiding los. Verplaats de moeren over de leiding waarbij het drukstuk tegen de conus gedrukt moet blijven. Bouw de hogedrukleidingen één voor één uit. Sluit de openingen af met schone doppen Bouw de klembanden (8) op de inlaatluchtslang uit. Maak los: - de koelslang (9) op de inlaatluchtslang, - de commandoslang (10) van de turbodrukregelaar op de inlaatluchtslang. Maak los: - de stekkers van de inspuitstukken, - de slang van carterventilatie op de inlaatluchtslang, - de stekker (11) van de luchtdoorstroommeter. 13B-94

259 DIESELINSPUITING Hogedrukleiding: Vervangen 13B M9R, en 740 Sluit de openingen af met schone doppen. INBOUWEN Smeer de hogedrukleidingen die zonder dosis geleverd worden niet in, deze hogedrukleidingen zijn zelfsmerend. Er mag geen olie in de hogedrukleiding komen. Verwijder pas op het laatste moment de beschermdoppen van ieder onderdeel. - de inlaatluchtslang, I - HOGEDRUKLEIDING «HOOFDINSPUITBUIS - VERSTUIVERS» Verwijder de afsluitdoppen. - de bescherming (12) van de moer van de hogedrukleiding op de inspuitpomp. Plaats: - het drukstuk van de hogedrukleiding in de conus van de verstuiver, - het drukstuk van de hogedrukleiding in de conus van de uitgang van de hoofdinspuitbuis. Zet de moeren van de hogedrukleiding met de hand vast, te beginnen met die aan de kant van de hoofdinspuitbuis. II - HOGEDRUKLEIDINGEN «HOOFDINSPUITBUIS - POMP» Maak de stekker (13) van het opname element cilinderherkenning (nokkenas) los. Druk de bedrading opzij. Zet los met behulp van het gereedschap (Mot. 1566): de moer van de hogedrukleiding bij de hoofdinspuitbuis, - de moer van de hogedrukleiding bij de inspuitpomp. Bouw de bevestigingsbout (14) van de hogedrukleiding op het lagerkapdeksel uit. Verwijder de afsluitdoppen. Plaats: - het drukstuk van de hogedrukleiding in de conus van de hogedruk ingang van de hoofdinspuitbuis, - het drukstuk van de hogedrukleiding in de conus van de uitgang van de inspuitpomp. Plaats de afdichting correct tussen de hogedrukleiding en het lagerkapdeksel. Zet de moeren van de hogedrukleiding met de hand vast, te beginnen met die aan de kant van de hoofdinspuitbuis. 13B-95

260 DIESELINSPUITING Hogedrukleiding: Vervangen 13B M9R, en 740 III - VASTZETTEN VAN DE HOGEDRUKLEIDINGEN Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Raak bij het vastzetten de hogedrukleidingen niet met de sleutel. Zet vast in volgorde en met het aantrekkoppel met behulp van het gereedschap (Mot. 1566) de bevestigingsmoer van de hogedrukleidingen «hoofdinspuitbuis - verstuivers» (32 N.m) : - op de verstuivers, - op de hoofdinspuitbuis. N.B.: Zet een leiding geheel vast voordat u met de volgende leiding verder gaat. Zet vast in volgorde en met het aantrekkoppel de bevestigingsmoeren van de hogedrukleidingen «hoofdinspuitbuis - pomp» (32 N.m) : Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Controleer of er geen lekkage is: - laat de motor stationair draaien tot de koelventilateur inschakelt, - geef en paar keer onbelast gas, - maak een proefrit, - zet het contact uit, - Controleer of er geen brandstof lekt. - op de inspuitpomp met behulp van het gereedschap (Mot. 1566), - op de inspuitpomp met behulp van het gereedschap (Mot. 1746). Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: -debevestigingsbout van de hogedrukleiding pomp-hoofdinspuitbuis op het lagerkapdeksel (10 N.m), - de klembanden van de slang van het luchtfilter bij de ingang van de turbocompressor (5,5 N.m), - de bevestigingsbouten van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler (8 N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Ontlucht het brandstofcircuit met behulp van de handpomp. 13B-96

261 DIESELINSPUITING Potentiometer gaspedaal: Algemeen 13B F9Q, en 674 Het opname element gaspedaal vormt een geheel met het pedaal. Bij vervanging ervan moet ook het gaspedaal worden vervangen. Er zijn twee types pedalen: met of zonder zwaar punt. Auto's met een snelheidsregelaar / snelheidsbegrenzer, hebben een gaspedaal met een zwaar punt aan het einde van de slag. Met dit zware punt wordt de begrenzerfunctie uitgeschakeld als de bestuurder sneller moet rijden. Een pedaal met een zwaar punt kan gemonteerd worden in plaats van een pedaal zonder een zwaar punt. Het ie echter niet toegestaan een pedaal zonder een zwaar punt te monteren in plaats van een pedaal met een zwaar punt. 13B-97

262 DIESELINSPUITING Potentiometer gaspedaal: Uitbouwen - Inbouwen 13B F9Q, en 674 UITBOUWEN Maak los: - de accu te beginnen met de negatieve pool, - de stekker van het gaspedaal de bevestigingsbouten (1) van het pedaal, - het pedaal. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). N.B.: Een storing in het opname element gaspedaal veroorzaakt een verandering in het stationair toerental of in de werking van de motor. 13B-98

263 VOORVERWARMING Rekeneenheid voor-naverwarming: Uitbouwen - Inbouwen 13C F9Q, en 674 of 758 De rekeneenheid voor/naverwarming is een elektronisch relais met een vermogenscircuit voor iedere voorverwarmingsstift. Hij wordt aangestuurd door de aansluiting C E2 van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool Maak de stekker (1) van de rekeneenheid van de voor-naverwarming los. Verwijder de rekeneenheid van de voor-naverwarming. - het linker voorwiel, - de spatplaat links voor INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 13C-1

264 VOORVERWARMING Rekeneenheid voor-naverwarming: Uitbouwen - Inbouwen 13C M9R, en 740 UITBOUWEN Bouw het voorwiel links uit (zie 35A, Wielen en banden, Wiel: Uitbouwen - Inbouwen ). Bouw de linker spatplaat uit Maak de stekker (1) van de rekeneenheid van de voor-naverwarming los. Verwijder de rekeneenheid van de voor-naverwarming. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 13C-2

265 VOORVERWARMING Voorverwarmingsstiften: Uitbouwen - Inbouwen 13C F9Q, en 674 of 758 INBOUWEN Aantrekkoppelsm voorverwarmingsstiften UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool N.m Let op dat hierbij absoluut geen vuil in de cilinder terechtkomt. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met het aantrekkoppel: de voorverwarmingsstiften (15 N.m). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen) Maak de stekker (1) van het opname element brandstofdruk los. - de bevestigingsbouten (2) van de beschermkap van het brandstofsysteem, - de beschermkap van het brandstofsysteem. Maak de stekkers los van de voorverwarmingsstiften. Maak de omgeving van de stift schoon zodat er geen vuil in de cilinders terecht kan komen. Draai de stiften los en bouw ze uit met een lange radiodop van 10 mm en een universeel cardangewricht. Draai de stiften het laatst stuk los met behulp van een rubber slang. 13C-3

266 VOORVERWARMING Voorverwarmingsstiften: Uitbouwen - Inbouwen 13C M9R, en 740 Onmisbaar materiaal sleutel met kniegewricht voor uitbouwen/inbouwen van de voorverwarmingsstiften Aantrekkoppelsm voorverwarmingsstiften 16.5 N.m UITBOUWEN Verwijder de beschermkap op de motor. Maak de stekkers van de voorverwarmingsstiften los. Reinig de omgeving van de voorverwarmingsstiften en blaas deze met perslucht schoon om te voorkomen dat er vuil in de cilinders komt. Bouw de voorverwarmingsstiften uit met behulp van een sleutel met kniegewricht voor uitbouwen/inbouwen van de voorverwarmingsstiften of een lange radiodop 1/4" van 10 mm met een universeel cardangewricht. Gebruik indien nodig een slang voor het compleet losdraaien de voorverwarmingsstiften. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Let op dat hierbij absoluut geen vuil in de cilinder terechtkomt. Zet vast met het aantrekkoppel: de voorverwarmingsstiften (16.5 N.m). De voorverwarmingsstift beschadigen door een aantrekkoppel van meer dan 20 N.m. Sluit de voorverwarmingsstiften aan. 13C-4

267 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-systeem: Beschrijving 14A B74 of K74, en G9T, en 600 I - PRINCIPESCHEMA (1) By-pass (2) Balg voor de bediening van de by-pass (3) Koeler van de uitlaatgassen (4) EGR-klep (5) Elektromotor voor de bediening van de EGR-klep (6) Inlaatluchtverdeler (7) Uitlaatspruitstuk II - DOEL VAN HET EGR-SYSTEEM Door de uitlaatgassen terug te voeren naar de luchtinlaat vermindert de hoeveelheid stikstofoxydes (NO X )in de uitlaatgassen. De rekeneenheid van het inspuitsysteem staat de doorlaat van gassen toe door een elektromotor te voeden die een klep bedient in een verbinding tussen het uitlaatspruitstuk en het inlaatspruitstuk. III - WERKINGSPRINCIPE Het principe van het EGR-systeem berust op het terugvoeren van een deel van de uitlaatgassen naar de luchtaanzuigcyclus van de motor. De elektromotor die de EGR-klep bedient, wordt aangestuurd door een cyclisch stuursignaal (RCO) van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Het cyclisch stuursignaal maakt het mogelijk de doorlaat van de klep te variëren en daarmee de hoeveelheid uitlaatgassen die naar het inlaatspruitstuk wordt herleid te regelen. De rekeneenheid voert permanent een test uit om de stand te kennen van de EGR-klep. Dit systeem heeft als bijzonderheid de warmtewisselaar uitlaatgassen/water, de zogenaamde EGR-koeler, met een by-pass, voor het wel of niet koelen van de teruggevoerde uitlaatgassen. Onder bepaalde temperatuursomstandigheden, kan de koeling van de teruggevoerde uitlaatgassen de hoeveelheid stikstofoxyde (NO X ) in de uitlaatgassen verder verminderen. 14A-1

268 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-systeem: Beschrijving 14A B74 of K74, en G9T, en 600 De by-pass wordt bediend door een balg die gestuurd wordt door een elektroklep die op zijn beurt wordt gestuurd door de rekeneenheid van het inspuitsysteem, om de teruggevoerde uitlaatgassen wel of niet te koelen, afhankelijk van de temperatuur van de koelvloeistof en van de lucht. - van het opname element luchttemperatuur, - van het opname element atmosferische druk, - van het opname element turbodruk. IV - VOORWAARDEN VOOR DE WERKING De parameters voor het activeren van de EGR-elektroklep zijn: - de temperatuur van de koelvloeistof, - de luchttemperatuur, - de atmosferische druk, - het toerental van de motor. - de luchthoeveelheid, - de inspuithoeveelheid (detectie vol gas). De elektroklep van het EGR-systeem wordt onderbroken als: - de accuspanning lager is dan8,9 V, - als het gas wordt losgelaten, - de drempel van het kenveld motortoerental - belasting is overschreden, - het motortoerental hoger is dan 3000 tr/min, - het roetfilter bezig is te regenereren. De EGR-elektroklep wordt niet aangestuurd na het starten van de motor naargelang een kenveld volgens de temperatuur van de koelvloeistof in de motor. X : Tijd in s Y : Temperatuur van de koelvloeistof in C Het EGR-systeem wordt uitgeschakeld bij een storing: - van het opname element koelvloeistoftemperatuur, 14A-2

269 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-systeem: Beschrijving 14A F9Q, en 674 I - DE ONDERDELEN VAN HET SYSTEEM (1) Motor (2) Rekeneenheid van het inspuitsysteem (3) Inlaatspruitstuk (4) Uitlaatspruitstuk (5) Turbocompressor (6) Elektroklep EGR-klep (7) Luchtdoorstroommeter (8) Luchtinlaat (9) Uitlaatuitgang (10) Ingang warmtewisselaar (11) Uitgang warmtewisselaar II - DOEL VAN HET EGR-SYSTEEM Door de uitlaatgassen terug te voeren naar de luchtinlaat vermindert de hoeveelheid stikstofoxydes (NOx) in de uitlaatgassen. De rekeneenheid van het inspuitsysteem geeft de terugvoer vrij via het aansturen van een elektroklep. III - WERKINGSPRINCIPE De elektroklep wordt aangestuurd door een cyclisch stuursignaal (RCO) dat afkomstig is van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Het cyclisch stuursignaal maakt het mogelijk de doorlaat van de klep te variëren en daarmee de hoeveelheid uitlaatgassen die naar het inlaatspruitstuk wordt herleid te regelen. De rekeneenheid voert permanent een test uit om de stand te kennen van de EGR-elektroklep. IV - WERKOMSTANDIGHEDEN De parameters voor het activeren van de EGR-elektroklep zijn: - de koelvloeistoftemperatuur, - de luchttemperatuur, - de atmosferische druk, - de inspuithoeveelheid, - het toerental Het EGR-systeem wordt uitgeschakeld: - als de accuspanning lager is dan 9 V, 14A-3

270 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-systeem: Beschrijving 14A F9Q, en als het motortoerental hoger is dan 2950 tr/min met gas los (lage pedaalwaarde), N.B.: Er is geen EGR op grote hoogte (>1200). - als het kenveld (motortoerental/belasting) boven een bepaalde drempel ligt, - na een vertraging van 40 secondes als de rijsnelheid lager is dan 12 km/u, het motortoerental lager is dan 1000 tr/min, de temperatuur van de koelvloeistof hoger is dan 60 C. De EGR-elektroklep wordt aangestuurd na het starten van de motor, afhankelijk van het kenveld van de koelvloeistoftemperatuur Aansl. Omschrijving 1 Voeding solenoïde (+Bat) 2 Voeding opname element (+5 V) 4 Massa opname element 5 Massa spoel 6 Uitgang opname element X Y Tijd in secondes Koelvloeistoftemperatuur in C De EGR-elektroklep krijgt geen voeding meer bij een storing: - van het opname element koelvloeistoftemperatuur, - van het opname element luchttemperatuur, - van de turbodruk, - van het opname element atmosferische druk. 14A-4

271 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-systeem: Beschrijving 14A M9R, en 740 I - DE ONDERDELEN VAN HET SYSTEEM (1) Motor (2) Luchtfilterhuis (3) Turbocompressor (4) Tussenkoeler (5) Inlaatluchtklep (6) EGR-elektroklep (7) Inlaatluchtverdeler (8) Uitlaatspruitstuk (9) EGR-koeler (10) Rekeneenheid II - DOEL VAN HET EGR-SYSTEEM Door de uitlaatgassen terug te voeren naar de luchtinlaat vermindert de hoeveelheid stikstofoxydes (NOx) in de uitlaatgassen. De rekeneenheid geeft de terugvoer vrij via het aansturen van een elektroklep. III - WERKINGSPRINCIPE De klep wordt aangestuurd door een cyclisch stuursignaal (RCO) dat afkomstig is van de rekeneenheid van het inspuitsysteem. Het cyclisch stuursignaal maakt het mogelijk de doorlaat van de klep te variëren en daarmee de hoeveelheid uitlaatgassen die naar de inlaatluchtverdeler wordt teruggevoerd te regelen. De rekeneenheid controleert permanent de stand van de EGR -klep. IV - WERKOMSTANDIGHEDEN De factoren die bepalend zijn voor het aansturen van de EGR-klep zijn: - de koelvloeistoftemperatuur, - de luchttemperatuur, - de atmosferische druk, - de stand van het gaspedaal, de hoeveelheid ingespoten brandstof, - het toerental. 14A-5

272 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-systeem: Beschrijving 14A M9R, en 740 Opmerking over de werking voor het controleren van de EGR-klep De punten voor de controle van de EGR-klep staan in het diagnosehandboek (zie MR 397 Diagnose, 13B, Dieselinspuitsysteem, Diagnose - Werking van het systeem). 14A-6

273 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-huis 14A B74 of K74, en G9T, en 600 Onmisbaar materiaal Bouw de steun tussen de hulporganensteun en het EGR-huis uit. diagnoseapparaat Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de steun op het motorblok 25 N.m 7 5 bevestigingsbouten van het EGR-huis 25 N.m 4 4 UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw het geheel «van slangen op de uitgang cilinderkop-rekeneenheid by-pass-koeler van de uitlaatgassen uit» (zie 14A, Antiluchtverontreiniging, Koeler van de uitlaatgassen), Bouw de bevestigingsbouten (4) van het geheel «EGR-huis-voorziening van motor uit» uit. Draai los: - de klembanden van de slang voor het EGR-huis (5), - de klemband van de slang voor de voorziening van motor uit (6). Bouw de slang voor(7) het EGR-huis uit, Maak los: de stekker van de elektroklep van de bediening van de turbulentieklep (1), - de slangen van de elektroklep van de bediening van de turbulentieklep, - de verzette stekker van de elektromotor van de bediening van de EGR-klep(2). Maak de drie kabelbundels los (3)op de steun tussen de hulporganensteun en het EGR-huis Om het uitbouwen en inbouwen te vergemakkelijken, bouwt u de twee bevestigingsbouten (8)van de steun uit. Maak de stekker van de voorziening van motor uit los. 14A-7

274 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-huis 14A B74 of K74, en G9T, en 600 Bouw het geheel «EGR-huis-voorziening van motor uit» uit. Bouw de kabelbundel van de elektromotor van de bediening van de EGR-klep uit. INBOUWEN Plaats het geheel «EGR-huis-voorziening van motor uit» door het als eerste in de voorste slang te persen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: -de bevestigingsbouten van de steun op het motorblok (25 N.m), - de bevestigingsbouten van het EGR-huis (25 N.m). Bouw het geheel «van slangen op de uitgang cilinderkop-rekeneenheid by-pass-koeler van de uitlaatgassen in» (zie 14A, Antiluchtverontreiniging, Koeler van de uitlaatgassen), Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. - activeer het commando RZ010, - Na afloop van het commando, controleert u of de volgende parameters en de staten de volgende status hebben: ET225 «Inlezen eerste offset EGR-klep» : Niet uitgevoerd, PR583 «Offset nieuwe EGR-klep» = 0 V, PR584 «Laatste offset EGR-klep» = 0 V, PR088 «Opname element stand EGR-klep» : 0,75 V < X < 1,6 V, - sluit het diagnoseprogramma af, - zet het contact uit, - wacht tot het knipperen van de startvergrendeling op het instrumentenpaneel, - zet het contact beslist weer aan om de nieuwe EGR-klep te initialiseren: - als de initialisatie klaar is, geeft de functie inlezen van de EGR-klep aan: ET225 : Klaar, PR583, PR584 en PR088 : 0,75V<X<1,6V. Voer de benodigde inlezing uit (zie MR 339, 80, Accu, Bijzonderheden). Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat, de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. INLEZEN VAN DE EGR-KLEP Het commando RZ010 «Adaptatieve waarden op storing EGR» van de diagnoseapparaat zorgt voor het wissen van de offset in geheugen zodat de strategie van de EGR met de nieuwe offset waarde werkt. N.B.: Dit commando wordt alleen gegeven na het vervangen van de EGR-klep: Behandel alle storingen die geen betrekking hebben op de EGR-klep voordat u de klep inleest. Ga als volg te werk na het vervangen van de EGRklep: - zet het contact aan, - sluit de diagnoseapparaat aan en kies het commando wissen RZ010, 14A-8

275 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-elektroklep Uitbouwen - Inbouwen 14A F9Q, en 674 bevestigingsbouten van de EGR-elektroklep Aantrekkoppelsm 9 N.m 2 UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Verwijder de beschermkap op de motor. 1 Maak de stekker (2) los van de EGR-elektroklep Bouw de klemband (1) van de inlaatluchtslang op de afslagklep uit. Bouw de inlaatluchtslang van de afslagklep uit de bevestigingsbouten (3) van de EGR-elektroklep, - de EGR-elektroklep. 14A-9

276 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-elektroklep Uitbouwen - Inbouwen 14A F9Q, en 674 INBOUWEN Vervang altijd de afdichting van de EGR-elektroklep. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de EGR-elektroklep (9 N.m). Sluit de accu aan te beginnen bij de negatieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 14A-10

277 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-elektroklep Uitbouwen - Inbouwen 14A M9R, en 740 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de EGR-elektroklep bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de EGR-koeler bevestigingsbouten van de EGR-elektroklep op de inlaatluchtverdeler klemband van de luchtslang bij de ingang van de inlaatluchtklep klemband van de luchtslang bij de ingang van de turbocompressor bevestigingsbout van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler 25 N.m 25 N.m 21 N.m 5,5 N.m 5,5 N.m 8 N.m Bouw de bevestigingsbouten (2) van de luchtleiding op de inlaatluchtverdeler. Duw het luchtkanaal naar de tussenkoeler. UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw de inlaatluchtklep uit (zie 12A, Inlaatspruitstuk - smoorklephuis, Inlaatluchtklep: Uitbouwen - Inbouwen) Bouw de bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de EGR-elektroklep uit Verdraai het klemmetje (1) van de luchtslang op de turbocompressor. 14A-11

278 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-elektroklep Uitbouwen - Inbouwen 14A M9R, en 740 INBOUWEN Reinig de pasvlakken. Vervang altijd: - de afdichtingen aan de uiteinden van de EGR-leiding, - de afdichting tussen de inlaatluchtverdeler en de EGR-elektroklep, - de afdichting tussen het EGR-elektroklep en de inlaatluchtklep, - de afdichting van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor. Monteer de EGR-elektroklep. Zet de bevestigingsbouten van de EGR-elektroklep met de hand vast Bouw de bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de EGR-koeler uit. Monteer de EGR-leiding. Zet vast met het voorgeschreven aantrekkoppel: - de bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de EGR-elektroklep (25 N.m), - de bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de EGR-koeler (25 N.m), - de bevestigingsbouten van de EGR-elektroklep op de inlaatluchtverdeler (21 N.m), - de klemband van de luchtslang bij de ingang van de inlaatluchtklep (5,5 N.m), - de klemband van de luchtslang bij de ingang van de turbocompressor (5,5 N.m), -de bevestigingsbout van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler (8 N.m). Verdraai het klemmetje (1) van de luchtslang op de turbocompressor. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Maak de stekker (3) los van de EGR-elektroklep. - de bevestigingsbouten (4) van de EGR-elektroklep op de inlaatluchtverdeler, - de EGR-elektroklep, de afdichting tussen de EGR-elektroklep en de inlaatluchtverdeler. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Herinitialiseer de inlezingen na het vervangen van (een van) de verstuiver(s) volgens het scenario van het commando SC036 (zie MR 397 Diagnose, Dieselinspuitsysteem, Diagnose - Betekenis van de commando's). 14A-12

279 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-koeler: Uitbouwen - Inbouwen 14A G9T, en 600 diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal bevestigingsbouten van de koeler van de uitlaatgassen Aantrekkoppelsm 25 N.m bevestigingsbouten van de slang bij de cilinderkopuitgang bevestigingsbouten van de koeler van de uitlaatgassen op het EGRhuis Aantrekkoppelsm 25 N.m 25 N.m bevestigingsbout van de steun van de by-pass op de by-pass bevestigingsbout van de steun van de by-pass op de steun 10 N.m 25 N.m De onderdelen van het systeem (1) Slang op uitgang cilinderkop (2) By-pass (3) Balg voor de bediening van de by-pass (4) Koeler van de uitlaatgassen (5) EGR-klep (6) Elektromotor voor de bediening van de EGR-klep 14A-13

280 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-koeler: Uitbouwen - Inbouwen 14A G9T, en 600 (7) Steun (8) Steun van de by-pass 14 UITBOUWEN Verwijder de kappen op de motor (14)de bevestigingsbouten van de steun van de elektroklep van de bediening van de by-pass, - de bevestigingssteun van de elektroklep van de bediening van de by-pass, 10 - de bevestigingsbouten (15)van de slang op de uitgang van de cilinderkop, Maak los: - de accu te beginnen met de negatieve pool, de bevestigingsbouten (16)van de EGR-koeler op het EGR-huis, - de stekker (9)van de elektroklep van de bediening van het verdelerhuis, - de slang (10) van de bediening van de balg van de by-pass. Maak de slang van de lage druk (11) los. - (12)de bevestigingsbouten van de stijve luchtslang, - de (13)bevestigingsbout van de steun van de bypass op de steun. 17 Plaats de afknijpklemmen op de koelvloeistofslangen van de EGR-koeler. Maak de koelvloeistofslangen los van de EGR-koeler de bevestigingsbouten (17)van de EGR-koeler op de steun, - het geheel «van slangen op de uitgang van de cilinderkop - by-pass - EGR-koeler». 14A-14

281 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-koeler: Uitbouwen - Inbouwen 14A G9T, en 600 INBOUWEN Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Vervang altijd de slang cilinderkopuitgang met zijn klikklemband en zijn afdichting evenals alle andere uitgebouwde keerringen. Voer de benodigde inlezingen uit (zie MR 339, 80, Accu, Bijzonderheden). Reinig altijd en zorgvuldig alle raakvlakken van ieder uitgebouwd onderdeel. Plaats de EGR-koeler. Zet met de hand vast: - de bevestigingsbouten van de slang op de uitgang van de cilinderkop, - de bevestigingsbouten van de EGR-koeler op het EGR-huis, 18 - de bevestigingsbouten van de EGR-koeler op de steun, Let op dat het geheel van de EGR-koeler en de slang op de uitgang van de cilinderkop spanningsvrij zijn voordat u de klikklemband monteert. Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: - de bevestigingsbouten van de slang bij de cilinderkopuitgang (25 N.m), - de bevestigingsbouten van de koeler van de uitlaatgassen op het EGR-huis (25 N.m), -de bevestigingsbouten van de koeler van de uitlaatgassen (25 N.m), - de bevestigingsbout van de steun van de bypass op de by-pass (10 N.m) (uitsluitend op degene die uitgebouwd is), - de bevestigingsbout van de steun van de bypass op de steun (25 N.m). Vul en ontlucht het koelcircuit (zie S.M. 3620A) Om de koelvloeistofverwarmingselementen te beschermen, maakt u altijd de stekker van de koelvloeistofverwarmingselement los (18) voordat u het koelcircuit gaat ontluchten. N.B.: Het koelcircuit heeft een extra ontluchtingsnippel op de onderste slang van de EGR-koeler (zie 19A, Koelsysteem, Schema). Sluit de stekker van de koelvloeistofverwarmingselementen weer aan. Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat, de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. Als de steun van de by-pass uitgebouwd is geweest, monteert u deze als laatste, door eerst de bout op de by-pass vast te zetten en daarna de bout op de steun. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zorg dat de koelslangen correct gericht zijn zodat zij niet knikken. 14A-15

282 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-koeler: Uitbouwen - Inbouwen 14A M9R, en 740 Onmisbaar speciaal gereedschap Mot Klembandtang voor slangklem (groot model) UITBOUWEN Tap het koelcircuit van de motor af via de onderste slang van de koelradiateur met behulp van het gereedschap (Mot ) of (Mot ) of (Mot. 1448). Mot Mot Klembandtang voor slangklem (klein model) Lange klembandtang Mot Gereedschap voor diagnose en vullen van het koelcircuit Aantrekkoppelsm de bevestigingsbouten van de EGR-koeler bevestigingsbouten van de EGR-leiding van het uitlaatspruitstuk op de EGR-koeler bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de EGR-elektroklep bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de EGR-koeler bevestigingsbouten van de EGR-elektroklep op de inlaatluchtverdeler klemband van de luchtslang bij de ingang van de inlaatluchtklep klemband van de luchtslang bij de ingang van de turbocompressor bevestigingsbout van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler 25 N.m 30 N.m 25 N.m 25 N.m 21 N.m 5,5 N.m 5,5 N.m 8 N.m Maak de stekker (1) van het opname element turbodruk los. Bouw de bevestigingsbout van het opname element turbodruk op de steun van de inlaatluchtklep uit. Zet de klemband (2) op de inlaatluchtslang los. Bouw de inlaatluchtslang op de inlaatluchtklep uit. Duw de inlaatluchtslang van de inlaatluchtklep opzij. 14A-16

283 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-koeler: Uitbouwen - Inbouwen 14A M9R, en 740 Maak de stekker (3) op de inlaatluchtklep los de bevestigingsbouten (4) van de steun van de inlaatluchtklep, de bevestigingsbouten (6) van de EGR-leiding op de EGR-koeler, - de EGR-leiding. - de inlaatluchtklep, - de afdichting tussen de inlaatluchtklep en het EGRelektroklep Draai het klemmetje (7) van de luchtslang op de turbocompressor een kwart slag Bouw de bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de EGR-elektroklep (5) uit. 14A-17

284 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-koeler: Uitbouwen - Inbouwen 14A M9R, en Bouw de bevestigingsbouten (8) van de luchtslang uit Bouw de bevestigingsbouten (11) van de EGR-leiding van het uitlaatspruitstuk op de EGR-koeler uit. Duw de luchtslang van het uitlaatspruitstuk opzij de accu, - de accubak, Maak de stekker (9) los van de EGR-elektroklep de bevestigingsbout (12) van de EGR-leiding op de cilinderkop. Zet de bevestigingsbout (13) van het hitteschild van de EGR-leiding op de cilinderkop los. Maak de vacuümslang op de EGR-koeler los. - de bevestigingsbouten (10) van de EGR-elektroklep op de inlaatluchtverdeler, - de EGR-elektroklep, - de afdichting tussen de EGR-elektroklep en de inlaatluchtverdeler. 14A-18

285 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-koeler: Uitbouwen - Inbouwen 14A M9R, en de afdichting tussen EGR-leiding van het uitlaatspruitstuk en de EGR-koeler, - de afdichtingen van de EGR-leiding tussen de EGR-koeler en de EGR-elektroklep, - de afdichting tussen de EGR-elektroklep en de inlaatluchtverdeler, - de afdichting tussen de EGR-elektroklep en de inlaatluchtklep. Sluit de uitgaande slang van de koelvloeistof op de EGR-koeler aan. Monteer de EGR-koeler op het motorblok Bouw de klembanden van de koelslangen op EGRkoeler uit. Bescherm de startmotor tegen wegstromende koelvloeistof. Maak de ingaande slang (14) van de koelvloeistof op de EGR-koeler los. Zet vast met het aantrekkoppel:de bevestigingsbouten van de EGR-koeler (25 N.m). Sluit de ingaande slang van de koelvloeistof op de EGR-koeler aan. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de EGR-leiding van het uitlaatspruitstuk op de EGR-koeler (30 N.m). Monteer de EGR-elektroklep. Zet de bevestigingsbouten van de EGR-elektroklep met de hand vast. Monteer de EGR-leiding. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de EGR-elektroklep (25 N.m), - de bevestigingsbouten van de EGR-leiding op de EGR-koeler (25 N.m), - de bevestigingsbouten van de EGR-elektroklep op de inlaatluchtverdeler (21 N.m), - de klemband van de luchtslang bij de ingang van de inlaatluchtklep (5,5 N.m), Bouw de bevestigingsbouten van de EGR-koeler uit. Duw de EGR-koeler opzij. Maak de uitgaande slang (15) van de koelvloeistof op de EGR-koeler los. Bouw de EGR-koeler uit. INBOUWEN Vervang altijd: de afdichting van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor, - de klemband van de luchtslang bij de ingang van de turbocompressor (5,5 N.m), -de bevestigingsbout van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler (8 N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Draai het klemmetje (7) in zijn houder. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 14A-19

286 ANTILUCHTVERONTREINIGING EGR-koeler: Uitbouwen - Inbouwen 14A M9R, en 740 Vul het koelcircuit met behulp van het gereedschap (Mot. 1700)(zie 19A, Koelsysteem, Koelcircuit: Aftappen - Bijvullen, blz. 19A-7). 14A-20

287 STARTEN - LADEN Dynamo: Identificatie 16A M9R, en 740 Identificatie Motor Index TYPE DYNAMO Leverancier Stroomsterkte (in A) M9R 740 TG15 C058 VALEO 150A 8GM 142H Mitsubishi 210A 16A-1

288 STARTEN - LADEN Dynamo: Uitbouwen - Inbouwen 16A F4R UITBOUWEN INBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de kappen van de motor, - het reservoir en de steun van de stuurbekrachtiging, - de aandrijfriem hulporganen (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriem hulporganen), Maak de elektrische aansluitingen los van de dynamo Druk de ringen (1) met een tang of bankschroef samen om hem gemakkelijker in te bouwen. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Sluit de accu aan, te beginnen bij de positieve pool; voer de benodigde inlezingen uit (zie 80A, Accu : Uitbouwen-inbouwen) Bouw de bevestigingen van de dynamo uit en maak hem los van zijn steun met behulp van een schroevendraaier. 16A-2

289 STARTEN - LADEN Dynamo: Uitbouwen - Inbouwen 16A F9Q, en 674 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de dynamo bevestigingsbout van de geleiderol 25 N.m 25 N.m UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug ) Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw de aandrijfriem hulporganen uit (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriem hulporganen : Uitbouwen - Inbouwen). Maak de elektrische aansluitingen los van de dynamo. Bouw de geleiderol van de aandrijfriem hulporganen uit Bouw de dynamo uit met behulp van een schroevendraaier. INBOUWEN Bouw de bevestigingsbouten (1) van de dynamo uit. Druk de ringen (2) met een tang of bankschroef naar binnen om hem gemakkelijker in te bouwen. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: de bevestigingsbouten van de dynamo (25 N.m), 16A-3

290 STARTEN - LADEN Dynamo: Uitbouwen - Inbouwen 16A F9Q, en de bevestigingsbout van de geleiderol (25 N.m). Monteer de aandrijfriem hulporganen (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriem hulporganen : Uitbouwen - Inbouwen). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). 16A-4

291 STARTEN - LADEN Dynamo: Uitbouwen - Inbouwen 16A B74 of K74, en L7X, en 733 UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Verwijder de kappen op de motor. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool Maak de stekker van de koppeling van de aircocompressor los. - de bevestigingsbouten van de steun van de aircocompressor, - de bevestigingsbouten van de aircocompressor, Bind de aircocompressor vast aan de onderste radiateurdwarsbalk. INBOUWEN Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 16A-5

292 STARTEN - LADEN Dynamo: Uitbouwen - Inbouwen 16A M9R, en 740 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de dynamo bevestigingsbouten van de poelie van de stuurbekrachtigingspomp klemband van de luchtslang bij de ingang van de turbocompressor klemband van de luchtslang bij de ingang van de inlaatluchtklep bevestigingsmoer van het opname element turbodruk op de steun van de inlaatluchtklep bevestigingsbout van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler 25 N.m 10 N.m 5,5 N.m 5,5 N.m 8 N.m 8 N.m Bouw de aandrijfriem hulporganen uit (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriemen hulporganen : Uitbouwen - Inbouwen). UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool de bevestigingsbouten van de poelie van de stuurbekrachtigingspomp, - de poelie van de stuurbekrachtigingspomp. 16A-6

293 STARTEN - LADEN Dynamo: Uitbouwen - Inbouwen 16A M9R, en Maak de stekker (1) van het opname element turbodruk los. Bouw de bevestigingsmoer van het opname element turbodruk op de steun van de inlaatluchtklep uit Zet de bevestigingsbouten(4) van de dynamo los. Bouw de dynamo uit. INBOUWEN Zet de klemband (2) van de inlaatluchtslang op de inlaatluchtklep los. Maak de inlaatluchtslang van de inlaatluchtklep los. Verwijder de luchtinlaatslang Druk de ringen met een tang of bankschroef naar binnen om hem gemakkelijker in te bouwen. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen Maak de elektrische (3) aansluitingen van de dynamo los. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de dynamo (25 N.m). Monteer de poelie van de stuurbekrachtigingspomp. 16A-7

294 STARTEN - LADEN Dynamo: Uitbouwen - Inbouwen 16A M9R, en 740 Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de poelie van de stuurbekrachtigingspomp (10 N.m), - de klemband van de luchtslang bij de ingang van de turbocompressor (5,5 N.m), - de klemband van de luchtslang bij de ingang van de inlaatluchtklep (5,5 N.m), - de bevestigingsmoer van het opname element turbodruk op de steun van de inlaatluchtklep (8 N.m), -de bevestigingsbout van de luchtslang bij de uitgang van de turbocompressor op de inlaatluchtverdeler (8 N.m). Monteer de aandrijfriem hulporganen (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriem hulporganen : Uitbouwen - Inbouwen). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 16A-8

295 STARTEN - LADEN Startmotor: Identificatie 16A M9R, en 740 Motor Index Type startmotor Leverancier M9R 740 TS22 E5 VALEO 16A-9

296 STARTEN - LADEN Startmotor: Uitbouwen - Inbouwen 16A M9R, en 740 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de startmotor 44 N.m UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Verwijder de beschermkap op de motor de bevestigingsbouten (3)van de startmotor, - de startmotor. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de startmotor (44 N.m). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool Maak de elektrische aansluitingen (1) van de startmotor los. Bouw de bevestiging van de massadraad op de startmotor uit. Duw de kabelbundel van de startmotor opzij. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, Accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 16A-10

297 KOELSYSTEEM Schema 19A B74 of K74, en G9T, en (1) Motor (2) Waterpomp (3) Radiateur (4) Thermostaat (5) Kachelradiateur (6) Expansievat (7) Koeler van de uitlaatgassen (8) Houder koelvloeistofverwarmingselementen (9) Olie/waterkoeler (10) Ontluchtingsnippel (11) Doseur 14 mm (12) Doseur 7,5 mm (13) Doseur 3 mm N.B.: De bruine expansievatdop is afgesteld op 1,4 bar. 19A-1

298 KOELSYSTEEM Schema 19A F4R of K4M HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK (1) Motor (2) Radiateur (3) Doorstroom«expansievat» met ontluchting achter thermostaat (4) Kachelradiateur (5) Thermostaatsteun (6) Doseur diameter 3 mm (7) Doseur diameter 8,5 mm (8) Waterpomp (9) Thermostaat (10) Ontluchtingsnippel De bruine expansievatdop is afgesteld op 1,2 bar. 19A-2

299 KOELSYSTEEM Schema 19A F4R AUTOMATISCHE TRANSMISSIE (1) Motor (2) Radiateur (3) Doorstroom«expansievat» met ontluchting achter thermostaat (4) Kachelradiateur (5) Thermostaatsteun (6) Oliekoeler automatische transmissie (7) Doseur diameter 3 mm (8) Doseur diameter 8,5 mm (9) Doseur diameter 10 mm (10) Waterpomp (11) Thermostaat (12) Ontluchtingsnippel De bruine expansievatdop is afgesteld op 1,2 bar. 19A-3

300 KOELSYSTEEM Schema 19A B74 of K74, en L7X, en (1) Motor (2) Radiateur (3) «Doorstroom» expansievat met per manente ontluchting (4) Kachelradiateur (5) Oliekoeler automatische transmissie. (6) Koelvloeistofuitgang (7) Doseur diameter 3 mm (8) Doseur diameter 14 mm (9) Waterpomp (10) Dubbelwerkende thermostaat (11) Ontluchtingsnippel N.B.: De expansievatdop is afgesteld op 1,4 bar. 19A-4

301 KOELSYSTEEM Schema 19A F9Q, en (1) Motor (2) Radiateur (3) Expansievat (4) Kachelradiateur (5) Thermostaat (6) Koelvloeistofverwarmingselementen (7) Olie/waterkoeler (8) Waterpomp (9) Ontluchtingsnippel (10) Doseur 8 mm (11) Doseur 3,5 mm 19A-5

302 KOELSYSTEEM Schema 19A M9R, en (1) Motor (2) Radiateur (3) expansievat (4) Kachelradiateur (5) Thermostaat (6) Koelvloeistofverwarmingselementen (7) EGR-koeler (8) Olie/waterkoeler (9) Waterpomp (10) Ontluchtingsnippel (11) Doseur 3 mm 19A-6

303 KOELSYSTEEM Koelcircuit: Aftappen - Bijvullen 19A F9Q, en 674 Mot Mot Mot I - AFTAPPEN - SPOELEN 1 - Voorzorgen Onmisbaar speciaal gereedschap Klembandtang voor slangklem (groot model) Klembandtang voor slangklem (klein model) Lange klembandtang Mot Gereedschap voor diagnose en vullen van het koelcircuit BELANGRIJK: Omdat de circuits onder druk staan, moet u bedacht zijn op de temperatuur (gevaar van ernstige brandwonden). Verwijder nooit de dop van het expansievat als de motor warm is. bij werkzaamheden onder de motorkap, houd rekening met het onverwachts draaien van de ventilateur(s) van de radiateur. Draai de ontluchtingsnippel(s) nooit open als de motor draait. - Het aftappen moet gebeuren bij lauwe motor. - Het spoelen en vullen moet geburen bij lauwe of koude motor. - Spoel nooit een warme motor door (gevaar van een grote thermische schok). Bij werkzaamheden waarbij het circuit helemaal afgetapt moet worden, moet u het circuit met helder water spoelen, het circuit met perslucht uitblazen om het water te verwijderen, het vullen en ontluchten om te meten of de bescherming effectief is. De criteria die moeten worden aangehouden, zijn: - Bescherming tot -25 C ± 2 voor de koude en gematigde landen, - Bescherming tot -40 C ± 2C voor de zeer koude landen. N.B.: Bescherm de elektrische organen in de motorruimte met plastic zakken. N.B.: De motor moet gestopt zijn en de airconditioning uitgeschakeld om te voorkomen dat de ventilateurmotors gaan werken bij het starten van de motor. 2 - Onmisbaar materiaal Persluchtblazer, - Aftapbak, - Plastic zakken. 3 - Aftappen van het koelsysteem Bouw de expansievatdop uit. Open het koelcircuit bij de onderste slang van de koelradiateur met behulp van het gereedschap (Mot ) of (Mot ) of (Mot. 1448). Blaas het circuit door de opening van het expansievatdop met perslucht door om zo zoveel mogelijk vloeistof te verwijderen. 19A-7

304 KOELSYSTEEM Koelcircuit: Aftappen - Bijvullen 19A F9Q, en Spoelen van het koelsysteem Vul het koelcircuit via het expansievat met kraanwater om te spoelen. N.B.: Maak, in bepaalde gevallen de bovenste radiateurslang los om de koelradiateur van de motor goed door te spoelen. Blaas het circuit, door de opening van het expansievat, met perslucht door om zo zoveel mogelijk water te verwijderen. Sluit de onderste en bovenste slangen aan. II - VULLEN Gebruik het vul- en diagnosegereedschap van het koelcircuit (Mot. 1700). Voor het gebruik van dit gereedschap (zie SM 3857, Gebruik van het vul- en diagnosegereedschap van het koelcircuit). Vul koelvloeistof bij in het expansievat tot dit overstroomt. Monteer de expansievatdop. 19A-8

305 KOELSYSTEEM Koelcircuit: Aftappen - Bijvullen 19A B74 of K74, en L7X, en 733 Onmisbaar speciaal gereedschap Mot Mot Mot Klembandtang voor slangklem (groot model) Klembandtang voor slangklem (klein model) Lange klembandtang Mot Gereedschap voor diagnose en vullen van het koelcircuit I - AFTAPPEN Het aftappen van het koelcircuit van de motor gebeurt via de onderste radiateurslang met behulp van het gereedschap (Mot ) of (Mot ) of (Mot. 1448). II - VULLEN Het vullen van het koelcircuit gebeurt met behulp van het gereedschap (Mot. 1700) (zie 19A-9

306 KOELSYSTEEM Koelcircuit: Aftappen - Bijvullen 19A M9R, en 740 Mot Mot Mot I - AFTAPPEN - SPOELEN 1 - Voorzorgen Onmisbaar speciaal gereedschap Klembandtang voor slangklem (groot model) Klembandtang voor slangklem (klein model) Lange klembandtang Mot Gereedschap voor diagnose en vullen van het koelcircuit BELANGRIJK: Omdat de circuits onder druk staan, moet u bedacht zijn op de temperatuur (gevaar van ernstige brandwonden). Verwijder nooit de dop van het expansievat als de motor warm is. bij werkzaamheden onder de motorkap, houd rekening met het onverwachts draaien van de ventilateur(s) van de radiateur. Draai de ontluchtingsnippel(s) nooit open als de motor draait. - Het aftappen moet gebeuren bij lauwe motor. - Het spoelen en vullen moet geburen bij lauwe of koude motor. - Spoel nooit een warme motor door (gevaar van een grote thermische schok). Bij werkzaamheden waarbij het circuit helemaal afgetapt moet worden, moet u het circuit met helder water spoelen, het circuit met perslucht uitblazen om het water te verwijderen, het vullen en ontluchten om te meten of de bescherming effectief is. De criteria die moeten worden aangehouden, zijn: - Bescherming tot -25 C ± 2 voor de koude en gematigde landen, - Bescherming tot -40 C ± 2C voor de zeer koude landen. N.B.: Bescherm de elektrische organen in de motorruimte met plastic zakken. N.B.: De motor moet gestopt zijn en de airconditioning uitgeschakeld om te voorkomen dat de ventilateurmotors gaan werken bij het starten van de motor. 2 - Onmisbaar materiaal Persluchtblazer, - Aftapbak, - Plastic zakken. 3 - Aftappen van het koelsysteem Bouw de expansievatdop uit. Open het koelcircuit bij de onderste slang van de koelradiateur met behulp van het gereedschap (Mot ) of (Mot ) of (Mot. 1448). Blaas het circuit door de opening van het expansievatdop met perslucht door om zo zoveel mogelijk vloeistof te verwijderen. 19A-10

307 KOELSYSTEEM Koelcircuit: Aftappen - Bijvullen 19A M9R, en Spoelen van het koelsysteem Vul het koelcircuit via het expansievat met kraanwater om te spoelen. N.B.: Maak, in bepaalde gevallen de bovenste radiateurslang los om de koelradiateur van de motor goed door te spoelen. Blaas het circuit, door de opening van het expansievat, met perslucht door om zo zoveel mogelijk water te verwijderen. Sluit de onderste en bovenste slangen aan. II - VULLEN Gebruik het vul- en diagnosegereedschap van het koelcircuit (Mot. 1700). Voor het gebruik van dit gereedschap (zie SM 3857A, Gebruik van het vul- en diagnosegereedschap van het koelcircuit). Vul koelvloeistof bij in het expansievat tot dit overstroomt. Monteer de expansievatdop. 19A-11

308 KOELSYSTEEM Koelradiateur: Uitbouwen - Inbouwen 19A F9Q, en 674 Mot Mot Mot Onmisbaar speciaal gereedschap Klembandtang voor slangklem (groot model) Klembandtang voor slangklem (klein model) Lange klembandtang Beschadig de lamellen van de koeleenheid (radiateur, condensor, enz.) niet. Bij werkzaamheden waarbij het circuit helemaal afgetapt moet worden, moet u het circuit met helder water spoelen, het circuit met perslucht uitblazen om het water te verwijderen, het vullen en ontluchten om te meten of de bescherming effectief is. De criteria die moeten worden aangehouden, zijn: - bescherming tot - 25 C ± 2 voor de koude en gematigde landen, - bescherming tot - 40 C ± 2C voor de zeer koude landen. Voor u de accu aansluit: - zet het contact uit, - schakel alle elektrische stroomverbruikers uit, - wacht tot de ventilateurmotor gestopt is, - als de auto het Carminat-systeem heeft, wachten tot het systeem is uitgeschakeld na uitzetten van + na contact (ongeveer 1 minuut). BELANGRIJK: Omdat de circuits onder druk staan, moet u bedacht zijn op de temperatuur (gevaar van ernstige brandwonden). Verwijder niet de dop van het expansievat als de motor warm is. bij werkzaamheden onder de motorkap, houd rekening met het onverwachts draaien van de ventilateur(s) van de radiateur. draai de ontluchtingsnippel(s) nooit open als de motor draait. UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug ) Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de sierkap van de motor, - de bescherming onder de motor. Tap het koelcircuit van de motor af via de onderste radiateurslang met behulp van het gereedschap (Mot ) of (Mot ) of (Mot. 1448) (zie 19A, Koeling, Koelcircuit : Aftappen - Vullen). - de schildbumper voor (zie 55A, Bescherming buitenkant - Schildbumper voor: Uitbouwen- Inbouwen). - de koplampen (zie 80B, Verlichting voorzijde, koplamp: Uitbouwen - Inbouwen) Bouw de bevestigingsbouten van de bovenste dwarsbalk uit. 19A-12

309 KOELSYSTEEM Koelradiateur: Uitbouwen - Inbouwen 19A F9Q, en 674 Duw de bovenste dwarsbalk van de motor. Bouw de klemband van de bovenste slang van de radiateur uit, met behulp van het gereedschap (Mot ) of (Mot ) of (Mot. 1448). Maak los: - de stekkers van de ventilateurmotor, - de bovenste radiateurslang. Scheid de condensor van het geheel «tussenkoeler-koeleenheid». - de tussenkoeler (zie 12B, Drukvulling, Tussenkoeler: Uitbouwen- Inbouwen). - de borgpennen van de onderste bevestiging van de koelradiateur, - de koeleenheid. Scheid de ventilateurmotor van de koelradiateur. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. BELANGRIJK: Om oogletsel te voorkomen, mag u nooit naar een xenonlamp kijken bij het inschakelen (ontstekingsspanning V). Als de auto met xenonlampen uitgerust is, moet u het systeem initialiseren (). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool; voer de noodzakelijke inlezingen uit. Vul en ontlucht het koelsysteem (zie 19A, Koeling, Koelcircuit: Ontluchten.). 19A-13

310 KOELSYSTEEM Koelradiateur: Uitbouwen - Inbouwen 19A M9R, en 740 Mot Mot Mot Onmisbaar speciaal gereedschap Klembandtang voor slangklem (groot model) Klembandtang voor slangklem (klein model) Lange klembandtang Mot Gereedschap voor diagnose en vullen van het koelcircuit BELANGRIJK: Omdat de circuits onder druk staan, moet u bedacht zijn op de temperatuur (gevaar van ernstige brandwonden). Verwijder niet de dop van het expansievat als de motor warm is. bij werkzaamheden onder de motorkap, houd rekening met het onverwachts draaien van de ventilateur(s) van de radiateur. draai de ontluchtingsnippel(s) nooit open als de motor draait. Beschadig de lamellen van de koeleenheid (radiateur, condensor, enz.) niet. Bij werkzaamheden waarbij het circuit helemaal afgetapt moet worden, moet u het circuit met helder water spoelen, het circuit met perslucht uitblazen om het water te verwijderen, het vullen en ontluchten om te meten of de bescherming effectief is. De criteria die moeten worden aangehouden, zijn: - bescherming tot - 25 C ± 2 voor de koude en gematigde landen, - bescherming tot - 40 C ± 2C voor de zeer koude landen. Voor u de accu aansluit: - zet het contact uit, - schakel alle elektrische stroomverbruikers uit, - wacht tot de ventilateurmotor gestopt is, - als de auto het Carminat-systeem heeft, wachten tot het systeem is uitgeschakeld na uitzetten van + na contact (ongeveer 1 minuut). UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de sierkap van de motor, - de bescherming onder de motor. Tap het koelcircuit van de motor af via de onderste radiateurslang met behulp van het gereedschap (Mot ) of (Mot ) of (Mot. 1448) (zie 19A, Koeling, Koelcircuit : Aftappen - Vullen). - de schildbumper voor (zie MR 396 Carrosserie, 55A, Bescherming buitenkant, Schildbumper voor: Uitbouwen - Inbouwen). - de koplampen (zie 80B, Verlichting voorzijde, koplamp: Uitbouwen - Inbouwen) Bouw de bevestigingsbouten van de bovenste dwarsbalk uit. 19A-14

311 KOELSYSTEEM Koelradiateur: Uitbouwen - Inbouwen 19A M9R, en 740 Maak de kabelbundel van de bovenste dwarsbalk los. Duw de bovenste dwarsbalk van de motor. Scheid de condensor van de koelradiateur. - de borgpennen van de onderste bevestiging van de koelradiateur, - de koeleenheid, Scheid de ventilateurmotor van de koelradiateur. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Als de auto met xenonlampen uitgerust is, moet u het systeem initialiseren (). BELANGRIJK: Om oogletsel te voorkomen, mag u nooit naar een xenonlamp kijken bij het inschakelen (ontstekingsspanning V ). Bouw de klemband(1) van de bovenste slang uit, met behulp van het gereedschap (Mot ) of (Mot ) of (Mot. 1448). Maak los: - de stekkers op de ventilateurmotor, - de bovenste slang, Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool; voer de noodzakelijke inlezingen uit. Vul het koelcircuit met behulp van het gereedschap (Mot. 1700) (zie 19A, Koeling, Koelcircuit: Aftappen - Vullen). - de stekker van het drukcontact de tussenkoeler (zie 12B, Drukvulling, Tussenkoeler: Uitbouwen - Inbouwen). - de klemmen van de condensor op de koelradiateur. 19A-15

312 KOELSYSTEEM Waterpomp: Uitbouwen - Inbouwen 19A F4R of K4M UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Tap het koelsysteem af via de onderste radiateurslang. Breng het product aan op de te reinigen delen, laat het ongeveer tien minuten inwerken en veeg het metaal met een houten spatel schoon. Laat het product niet op de lak van de auto terechtkomen. INBOUWEN Plaats de waterpomp. K4M C de distributieriem (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Distributieriem ), - de spanrol van de distributieriem (motor K4M), - de waterpomp Dicht de waterpomp af met LOCTITE 518, de strook (C) moet een breedte van 0,6 tot 1 mm hebben en volgens bovenstaande tekening aangebracht worden. REINIGEN De pasvlakken van de onderdelen mogen beslist niet schoon worden geschraapt. Los de achtergebleven pakkingresten op met DÉ- CAPJOINT. BELANGRIJK: Draag hierbij de gehele tijd handschoenen. 19A-16

313 KOELSYSTEEM Waterpomp: Uitbouwen - Inbouwen 19A F4R of K4M F4R Span de bouten M6 en M8 voor met 8 N.m, zet daarna vast met 11 N.m: de bouten M6, en met 2,2 N.m: de bouten M8 in de voorgeschreven volgorde. Monteer de nieuwe afdichting N.B.: Smeer 1 tot 2 druppelsloctite FREETANCH op de bouten (1) en (4) van de waterpomp. Span de bouten van de waterpomp in de hierboven aangegeven volgorde voor tot zij aanliggen, en zet ze daarna vast met een aantrekkoppel van 9 N.m in dezelfde aantrekvolgorde. N.B.: Smeer een druppel LOCTITE FRENETANCH op de bouten (3) en (4). Bouw de distributieriem in (houd u beslist aan de methode beschreven in hoofdstuk 11A, Cilinderkop en distributie, distibutieriem. A Vul en ontlucht het koelcircuit (zie 19A, Koeling, Ontluchten van het koelcircuit) Monteer de spanrol van de distributieriem, met de nok van de rol in de groef (A). 19A-17

314 KOELSYSTEEM Waterpomp: Uitbouwen - Inbouwen 19A F9Q Aantrekkoppelsm bouten UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. 9 N.m 1 Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Verwijder de beschermplaat onder de motor. Tap het koelsysteem af via de onderste radiateurslang Plaats: de waterpomp met een nieuwe afdichting en zet vast met een aantrekkoppel: de bouten (9 N.m). - de distributieriem (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Distributieriem), Vul en ontlucht het koelcircuit (zie 19A, Koeling, Ontluchten van het koelcircuit) de distributieriem (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Distributieriem), - de waterpomp. INBOUWEN N.B.: Smeer een druppel LOCTITE FRENETANCH op de bouten van de pomp. 19A-18

315 KOELSYSTEEM Waterpomp: Uitbouwen - Inbouwen 19A B74 of K74, en L7X, en 733 Onmisbaar speciaal gereedschap Mot Mot Verstelbare motorsteun, met bevestigingsriemen Set van 5 afstelkalibers voor de poelies van nokkenas en krukas 1 Mot Mot Blokkeergereedschap nokkenaspoelie. Blokkeergereedschap inlaatnokkenaspoelie met nokkenasversteller. 3 2 bevestigingsbouten van de waterpomp bevestigingsbouten van de naven van de nokkenassen bevestigingsbouten van het deksel van de uitlaatnokkenas Aantrekkoppelsm 8 N.m 80 N.m 10 N.m Maak los: - de stekker (1) van de lambda sonde, - de wartel (2) van de carterventilatieslang Bouw het deksel van de uitlaatnokkenas van de voorset cilinderkop (3) uit. UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Verwijder de kappen op de motor. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Tap het koelsysteem af via de onderste radiateurslang. Breng het motorsteungereedschap (Mot. 1453) aan de distributieriem (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Distributieriem), 19A-19

316 KOELSYSTEEM Waterpomp: Uitbouwen - Inbouwen 19A B74 of K74, en L7X, en de afstelpen (Mot. 1430) van de voorste cilinderkop. (4) (naaf van de uitlaatnokkenas) en van het gereedschap (Mot. 1555) bij (5) (naaf van de inlaatnokkenas) De bevestigingsbouten van de naven van de nokkenas hebben linkse schroefdraad; het los zetten gebeurt rechtsom. De pijl op de koppen geven de vastzetrichting aan. Bouw het geheel poelie-naaf van de nokkenas van de voorste cilinderkop uit door de naven te blokkeren met behulp van het gereedschap (Mot. 1428) bij 19A-20

317 KOELSYSTEEM Waterpomp: Uitbouwen - Inbouwen 19A B74 of K74, en L7X, en het binnenste distributiedeksel (6), - de geleiderol (7), - de steun (8), breng indien nodig de motor met behulp van de motorsteun (Mot. 1453) omhoog in volgorde de bouten van de waterpomp, - de waterpomp, 19A-21

318 KOELSYSTEEM Waterpomp: Uitbouwen - Inbouwen 19A B74 of K74, en L7X, en de afdichtring van de waterpomp. INBOUWEN Monteer de waterpomp met een nieuwe afdichting Zet in volgorde vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van het deksel van de uitlaatnokkenas (10 N.m) Zet vast: - in volgorde en met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de waterpomp (8 N.m), - met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de naven van de nokkenassen (80 N.m). Monteer de distributieriem (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Distributieriem). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vul en ontlucht het koelcircuit (zie 19A, Koeling, Aftappen - vullen van het koelcircuit en 19A, Koeling, Ontluchten van het koelcircuit). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). 19A-22

319 KOELSYSTEEM Waterpomp: Uitbouwen - Inbouwen 19A F9Q, en 674 Mot Mot Mot Onmisbaar speciaal gereedschap bevestigingsbouten van de waterpomp Aantrekkoppelsm Klembandtang voor slangklem (groot model) Klembandtang voor slangklem (klein model) Lange klembandtang 9 N.m Bij werkzaamheden waarbij het circuit helemaal afgetapt moet worden, moet u het circuit met helder water spoelen, het circuit met perslucht uitblazen om het water te verwijderen, het vullen en ontluchten om te meten of de bescherming effectief is. De criteria die moeten worden aangehouden, zijn: - bescherming tot - 25 C ± 2 voor de koude en gematigde landen, - bescherming tot - 40 C ± 2C voor de zeer koude landen. Voor u de accu aansluit: - zet het contact uit, - schakel alle elektrische stroomverbruikers uit, - wacht tot de ventilateurmotor gestopt is, - als de auto het Carminat-systeem heeft, wachten tot het systeem is uitgeschakeld na uitzetten van + na contact (ongeveer 1 minuut). BELANGRIJK: Omdat de circuits onder druk staan, moet u bedacht zijn op de temperatuur (gevaar van ernstige brandwonden). Verwijder niet de dop van het expansievat als de motor warm is. bij werkzaamheden onder de motorkap, houd rekening met het onverwachts draaien van de ventilateur(s) van de radiateur. draai de ontluchtingsnippel(s) nooit open als de motor draait. UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug ) Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - de sierkap van de motor, - de bescherming onder de motor. Tap het koelcircuit van de motor af via de onderste slang van de koelradiateur met behulp van het gereedschap (Mot ) of (Mot ) of (Mot. 1448) (zie 19A, Koeling, Koelcircuit : Aftappen - Vullen). - de aandrijfriem hulporganen (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriem hulporganen), Uitbouwen - Inbouwen). - de distributieriem (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Distributieriem: Uitbouwen - Inbouwen). 19A-23

320 KOELSYSTEEM Waterpomp: Uitbouwen - Inbouwen 19A F9Q, en de bevestigingsbouten van de waterpomp, - de waterpomp. INBOUWEN Zet in volgorde en met het aantrekkoppel vast: de bevestigingsbouten van de waterpomp (9 N.m). Plaats: - de distributieriem (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Distributieriem: Uitbouwen - Inbouwen). - de aandrijfriem hulporganen (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriem hulporganen), Uitbouwen - inbouwen). BELANGRIJK: - De aluminium pakkingvlakken mogen niet worden schoongekrabd. - Draag een bril. - Draag hierbij handschoenen. -Maak de pasvlakken schoon met DECAPJOINT om de achtergebleven pakkingresten op te lossen. - Breng het product aan op het te reinigen deel; laat het ongeveer tien minuten inwerken en verwijder de resten met een houten spatel. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool; voer de noodzakelijke inlezingen uit. Voer de volgende werkzaamheden uit: - vul het koelcircuit (zie 19A, Koeling, Koelcircuit: Aftappen - Vullen), - ontlucht het koelcircuit (zie 19A, Koeling, Koelcircuit: Ontluchten). N.B.: Smeer een of twee druppels LOCTITE FRENE- TANCH op de bevestigingsbouten van de waterpomp. Plaats een nieuwe afdichting van de waterpomp. Plaats de waterpomp. 19A-24

321 KOELSYSTEEM Waterpomp: Uitbouwen - Inbouwen 19A M9R, en 740 Mot Mot Mot Onmisbaar speciaal gereedschap Klembandtang voor slangklem (groot model) Klembandtang voor slangklem (klein model) Lange klembandtang Mot Gereedschap voor diagnose en vullen van het koelcircuit Voor u de accu aansluit: - zet het contact uit, - schakel alle elektrische stroomverbruikers uit, - wacht tot de ventilateurmotor gestopt is, - als de auto het Carminat-systeem heeft, wachten tot het systeem is uitgeschakeld na uitzetten van + na contact (ongeveer 1 minuut). bevestigingsbouten van de waterpomp bevestigingsbouten van de waterpomppoelie bevestigingsbouten van de poelie van de stuurbekrachtigingspomp Aantrekkoppelsm 25 N.m 21 N.m 10 N.m BELANGRIJK: Omdat de circuits onder druk staan, moet u bedacht zijn op de temperatuur (gevaar van ernstige brandwonden). Verwijder niet de dop van het expansievat als de motor warm is. bij werkzaamheden onder de motorkap, houd rekening met het onverwachts draaien van de ventilateur(s) van de radiateur. draai de ontluchtingsnippel(s) nooit open als de motor draait. Bij werkzaamheden waarbij het circuit helemaal afgetapt moet worden, moet u het circuit met helder water spoelen, het circuit met perslucht uitblazen om het water te verwijderen, het vullen en ontluchten om te meten of de bescherming effectief is. De criteria die moeten worden aangehouden, zijn: - bescherming tot - 25 C ± 2 voor de koude en gematigde landen, - bescherming tot - 40 C ± 2C voor de zeer koude landen. UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Tap het koelcircuit van de motor af via de onderste koelradiateurslang met behulp van het gereedschap (Mot ) of (Mot ) of (Mot. 1448) (zie 19A, Koeling, Koelcircuit : Aftappen - Vullen). 19A-25

322 KOELSYSTEEM Waterpomp: Uitbouwen - Inbouwen 19A M9R, en de waterpomppoelie de aandrijfriem hulporganen (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriem hulporganen: Uitbouwen - Inbouwen). - de bevestigingsbouten(1) van de poelie van de stuurbekrachtigingspomp, - de poelie van de stuurbekrachtigingspomp. Maak het brandstoffilter vrij van zijn steun de bevestigingsbouten van de waterpomp, - de waterpomp. INBOUWEN Vervang altijd de O-ring van de vacuümpomp. Maak het gat van de koeling van de pompas op het motorblok schoon. Breng zeepwater op de afdichting aan voor het inbouwen van de waterpomp. Plaats de waterpomp. Controleer of de waterpomp steunt op het motorblok voordat u de bouten vastzet de bevestigingsbouten (2) van de poelie van de waterpomp, 19A-26

323 KOELSYSTEEM Waterpomp: Uitbouwen - Inbouwen 19A M9R, en Zet in volgorde en met het aantrekkoppel vast: de bevestigingsbouten van de waterpomp (25 N.m). Zet in volgorde en met het aantrekkoppel vast: de bevestigingsbouten van de waterpomppoelie (21 N.m). Monteer de poelie van de stuurbekrachtigingspomp. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de poelie van de stuurbekrachtigingspomp (10 N.m). Monteer de aandrijfriem hulporganen (zie 11A, Cilinderkop en distributie, Aandrijfriem hulporganen : Uitbouwen - Inbouwen). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool; voer de noodzakelijke inlezingen uit. Vul het koelcircuit met behulp van het gereedschap (Mot. 1700) (zie 19A, Koeling, Koelcircuit: Aftappen - Vullen). 19A-27

324 KOELSYSTEEM Thermostaat: Uitbouwen - Inbouwen 19A B74 of K74, en L7X, en 733 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de koelslangen X N.m UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Tap het koelsysteem af via de onderste radiateurslang Maak de bedrading (4) los en bouw de bevestiging (5) uit, duw daarna de kabelbundel opzij. Maak los: de stekker (1) van het opname element luchttemperatuur, - de wartel (2) van de carterventilatieslang. Bouw de (3) luchtinlaatslang uit. 19A-28

325 KOELSYSTEEM Thermostaat: Uitbouwen - Inbouwen 19A B74 of K74, en L7X, en 733 Voer de volgende werkzaamheden uit: - vul het koelcircuit (zie 19A, Koeling, Koelcircuit: Aftappen - Vullen). - ontlucht het koelcircuit (zie 19A, Koeling, Koelcircuit: Ontluchten), de bevestigingsbouten (6) van de koelslangen, - de thermostaat. INBOUWEN Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de koelslangen (X N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 19A-29

326 KOELSYSTEEM Koelvloeistofuitgang: Uitbouwen - Inbouwen 19A M9R, en 740 Mot Mot Mot Onmisbaar speciaal gereedschap Klembandtang voor slangklem (groot model) Klembandtang voor slangklem (klein model) Lange klembandtang Mot Gereedschap voor diagnose en vullen van het koelcircuit BELANGRIJK: Omdat de circuits onder druk staan, moet u bedacht zijn op de temperatuur (gevaar van ernstige brandwonden). Verwijder niet de dop van het expansievat als de motor warm is. Bij werkzaamheden onder de motorkap, houd rekening met het onverwachts draaien van de ventilateur(s) van de radiateur. Draai de ontluchtingsnippel(s) nooit open als de motor draait. bevestigingsbouten van de koelvloeistofuitgang op de cilinderkop Aantrekkoppelsm 11 N.m Bij werkzaamheden waarbij het circuit helemaal afgetapt moet worden, moet u het circuit met helder water spoelen, het circuit met perslucht uitblazen om het water te verwijderen, het vullen en ontluchten om te meten of de bescherming effectief is. De criteria die moeten worden aangehouden, zijn: - bescherming tot C ± ±2 voor de koude en gematigde landen, - bescherming tot C ± ±2C voor de zeer koude landen. UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Tap het koelcircuit van de motor af via de onderste radiateurslang met behulp van het gereedschap (Mot ) of (Mot ) of (Mot. 1448) (zie 19A, Koeling, Koelcircuit : Aftappen - Vullen ). - de accu, - de bak onder de accu. Voor u de accu aansluit: - zet het contact uit, - schakel alle elektrische stroomverbruikers uit, - wacht tot de ventilateurmotor gestopt is, - als de auto het carminat-systeem heeft, wachten tot het systeem is uitgeschakeld na uitzetten van + na contact (ongeveer 1 minuut ) Maak de stekker (1) van de koelvloeistoftemperatuurzender los. Bouw de slangklemmen van de koelslangen op de koelvloeistofuitgang uit. Maak de koelslangen van de koelvloeistofuitgang los. Maak de kabelbundel op de koelvloeistofuitgang los. 19A-30

327 KOELSYSTEEM Koelvloeistofuitgang: Uitbouwen - Inbouwen 19A M9R, en de bouten van de koelvloeistofuitgang, - de koelvloeistofuitgang. INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen Zet vast in volgorde en met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de koelvloeistofuitgang op de cilinderkop (11 N.m). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool; voer de noodzakelijke inlezingen uit. Vul het koelcircuit met behulp van het gereedschap (Mot. 1700) (zie 19A, Koeling, Koelcircuit: Aftappen - Vullen). 19A-31

328 UITLAAT Overzicht van het uitlaatsysteem 19B B74 of K74, en G9T, en (5) Drukmeetleiding achter (6) Demper (1) Opname element drukverschil voor - achter (2) Flexibele verbinding (3) Roetfilter (4) Drukmeetleiding voor 19B-1

329 UITLAAT Overzicht van het uitlaatsysteem 19B F9Q, en B-2

330 UITLAAT Overzicht van het uitlaatsysteem 19B M9R, en B-3

331 UITLAAT Overzicht van het uitlaatsysteem 19B G9T, en (1) Opname element drukverschil voor - achter (2) Flexibele verbinding (3) Roetfilter (4) Drukmeetleiding voor (5) Drukmeetleiding achter (6) Demper 19B-4

332 UITLAAT Voorkatalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en 600 de bevestigingsbouten van de steunen van de voorkatalysator moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator bevestigingsbouten van het lagerblok van de aandrijfas bevestigingsmoeren van het silentbloc van het roetfilter op het subframe UITBOUWEN Aantrekkoppelsm Zet de auto op een tweekoloms hefbrug N.m 21 N.m 62 N.m 25 N.m - de bevestigingsbouten (2) van het steunlager van de aandrijfas, - het lagerblok van de aandrijfas. 4 - de moeren (3) van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator, - de (4) bevestigingsmoeren van het silentbloc van het roetfilter. Maak de flexibele verbinding los van de voorkatalysator: - duw het roetfilter omhoog om het silentbloc los te maken van de twee tapeinden op het subframe, trek de uitlaatlijn naar de achterzijde van de auto en naar beneden om de flexibele verbinding los te maken van de tapeinden van de voorkatalysator de bescherming onder de motor, - de aandrijfas rechts voor (zie MR 339, 29A, Aandrijfassen, Aandrijfas voor), - de bevestigingsbouten (1) van de koppelreactiestang, - de koppelreactiestang, 19B-5

333 UITLAAT Voorkatalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en de verbindingsklem, - de voorkatalysator. BELANGRIJK: De katalysatoren bevatten keramische vezels; deze bevinden zich in een afgesloten eenheid en kunnen zich niet verspreiden. Boor of zaag niet in de katalysatoren. INBOUWEN Vervang altijd: - de afdichting tussen de voorkatalysator en de flexibele verbinding, - de verbindingsklem, - ieder beschadigd hitteschild. 7 6 Reinig altijd en zorgvuldig de raakvlakken van de verbindingsflens van de flexibele verbinding - voorkatalysator. Plaats de voorkatalysator met zijn nieuwe klem op de turbocompressor. Span de verbindingsklem voor (laat de katalysator vrij bewegen). Plaats de steunen van de voorkatalysator Bouw de twee (5) steunen van de voorkatalysator uit. Buig de drie bladen open van de bevestigingsveer (6) van de verbindingsklem (7) tussen de turbocompressor en de voorkatalysator. 5 Span voor tot er de bevestigingsbouten van de steunen aanliggen tegen het motorblok en de voorkatalysator. Controleer de speling tussen de voorkatalysator en de olieretourleiding van de turbocompressor met behulp van een boor met diameter 6 mm. Zet vast: de verbindingsklemband tot de twee oren elkaar raken. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de steunen van de voorkatalysator (21 N.m). Buig de drie bladen terug van de bevestigingsveer van de verbindingsklem tussen de turbocompressor en de voorkatalysator. 19B-6

334 UITLAAT Voorkatalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en 600 Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator (21 N.m), - de bevestigingsbouten van het lagerblok van de aandrijfas (62 N.m), -de bevestigingsmoeren van het silentbloc van het roetfilter op het subframe (25 N.m). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de benodigde inlezingen uit (zie MR 339, 80, Accu, Bijzonderheden). Controleer of er nergens contact is met de onderkant van de carrosserie. Controleer altijd de uitlijning van de achterste drukmeetleiding van het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Opname elementen druk van roetfilter), 19B-7

335 UITLAAT Voorkatalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 Aantrekkoppelsm klemband van de verbinding Aantrekkoppelsm 18 N.m bevestigingsbout van de koppelreactiestang op de aandrijfgroep 190 dan.m bevestigingsmoeren van de bovenste steun van de voorkatalysator op de cilinderkop 30 N.m bevestigingsbout van de koppelreactiestang op het subframe 110 N.m bevestigingsmoeren van de bovenste steun van de voorkatalysator op de voorkatalysator bevestigingsbouten van de steun links onder van de voorkatalysator op het motorblok bevestigingsbouten van de steun links onder van de voorkatalysator op de voorkatalysator bevestigingsmoeren van de steun rechts onder van de voorkatalysator op het motorblok bevestigingsmoeren van de steun rechts onder van de voorkatalysator op de voorkatalysator moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator bevestigingsmoeren van het silentbloc van het roetfilter op het subframe bevestigingsbouten van de steun van de koppelreactiestang bevestigingsbouten van de antischuifstang 30 N.m 50 N.m 50 N.m 30 N.m 30 N.m 21 N.m 25 N.m 62 N.m 62 N.m UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. - de bescherming onder de motor, - de kappen van de motor. Maak de accu los, te beginnen met de positieve pool de bevestigingsbouten (1) van de koppelreactiestang, - de koppelreactiestang, - de (2) bevestigingsbouten van de antischuifstang, - de antischuifstang. 19B-8

336 UITLAAT Voorkatalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 Maak de flexibele verbinding los van de voorkatalysator: - duw het roetfilter omhoog om het silentbloc los te maken van de tapeinden op het subframe, - trek de uitlaatlijn naar de achterzijde van de auto en naar beneden om de flexibele verbinding los te maken van de tapeinden van de voorkatalysator de bevestigingsbouten (3) van de steun van de koppelreactiestang, - de steun van de koppelreactiestang de bevestigingsmoeren (6) van de voorkatalysator op de bovenste steun van de voorkatalysator, - de bovenste steun van de voorkatalysator, - de verbindingsklem (7) de moeren (4) van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator, - de bevestigingsmoeren (5) van het silentbloc van het roetfilter op het subframe. 19B-9

337 UITLAAT Voorkatalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 BELANGRIJK: De katalysatoren bevatten keramische vezels; deze bevinden zich in een afgesloten eenheid en kunnen zich niet verspreiden. Boor of zaag niet in de katalysatoren. INBOUWEN Vervang altijd: - de afdichting tussen de voorkatalysator en de flexibele verbinding, - de verbindingsklem, ieder beschadigd hitteschild. Maak altijd en zorgvuldig de voorste en achterste raakvlakken van de voorkatalysator schoon de bevestigingsbout (8) van de steun rechts onder van de voorkatalysator op het motorblok, - de bevestigingsmoeren (9) van de voorkatalysator op de steun rechts onder van de voorkatalysator, - de steun rechts onder van de voorkatalysator, - de bevestigingsbouten (10) van de steun links onder van de voorkatalysator, - de steun links onder van de voorkatalysator, - de voorkatalysator via de onderzijde Plaats de voorkatalysator met zijn nieuwe klemband op het motorblok, ga als volgt te werk: plaatst de steun links onder van de voorkatalysator (11) door met de hand de bevestigingsbouten vast te zetten (laat de katalysator vrij bewegen). Plaats de steun rechts onder van de voorkatalysator door met de hand de bevestigingsbouten vast te zetten (laat de katalysator vrij bewegen). 19B-10

338 UITLAAT Voorkatalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 Span de verbindingsklem voor (laat de katalysator vrij bewegen). Ver vang een gebruikte klem door een nieuwe. Plaats de bovenste steun van de voorkatalysator door met de hand de bevestigingsbouten vast te zetten (laat de katalysator vrij bewegen). Controleer of de voorkatalysator niet tegen de olieretourleiding van de turbocompressor komt. 19B-11

339 UITLAAT Voorkatalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: - de klemband van de verbinding (18 N.m) bij (12), - de bevestigingsmoeren van de bovenste steun van de voorkatalysator op de cilinderkop (30 N.m) bij (13), - de bevestigingsmoeren van de bovenste steun van de voorkatalysator op de voorkatalysator (30 N.m) bij (14), - de bevestigingsbouten van de steun links onder van de voorkatalysator op het motorblok (50 N.m) bij (15), - de bevestigingsbouten van de steun links onder van de voorkatalysator op de voorkatalysator (50 N.m) bij (16), de bevestigingsmoeren van de steun rechts onder van de voorkatalysator op het motorblok (30 N.m) bij, (17) -de bevestigingsmoeren van de steun rechts onder van de voorkatalysator op de voorkatalysator (30 N.m) bij (18). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator (21 N.m), -de bevestigingsmoeren van het silentbloc van het roetfilter op het subframe (25 N.m), - de bevestigingsbouten van de steun van de koppelreactiestang (62 N.m), 19B-12

340 UITLAAT Voorkatalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en de bevestigingsbouten van de antischuifstang (62 N.m), - de bevestigingsbout van de koppelreactiestang op de aandrijfgroep (190 dan.m), - de bevestigingsbout van de koppelreactiestang op het subframe (110 N.m). Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie M.R. 402, 80A, Accu, Accu : Uitbouwen - Inbouwen). Controleer of er nergens contact is met de onderkant van de carrosserie. Controleer altijd de uitlijning van de achterste drukmeetleiding van het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Opname elementen druk van roetfilter), 19B-13

341 UITLAAT Katalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B F9Q, en 674 Aantrekkoppelsm bevestigingsmoeren van de katalysator op de turbocompressor moer van de voorste steun van de katalysator bevestigingsbout van de voorste steun op de katalysator bevestigingsbouten van de achterste steun van de katalysator tapeinden van de uitlaatflens op de uitgang van de katalysator moeren van de uitlaatflens op de uitgang van de katalysator 30 N.m 30 N.m 44 N.m 21 N.m 7 N.m 21 N.m Bouw de moeren (1) van de uitlaatflens uit (bij de uitgang van de katalysator). UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug ) Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - het rechter voorwiel, 2 - de bescherming onder de motor Bouw de bevestigingsbouten (2) van de katalysator op de achterste steun uit. 19B-14

342 UITLAAT Katalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B F9Q, en 674 INBOUWEN Vervang de afdichtingen altijd door nieuwe. Zet in volgorde vast tot zij aanliggen: - de bevestigingsbouten van de voorste steun van de katalysator, - de bevestigingsbouten van de achterste steun, - de moeren van de katalysator op de turbocompressor. 3 Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsmoeren van de katalysator op de turbocompressor (30 N.m). Monteer de katalysatorsteunen in de juiste volgorde Inbouwen van de voorste steun - de bevestigingsbouten (3) van de voorste steun van de katalysator, - de voorste steun van de katalysator Zet in de juiste volgorde en met de voorgeschreven aantrekkoppels vast: - de moer van de voorste steun van de katalysator (30 N.m)(5), - de bevestigingsbout van de voorste steun op de katalysator (44 N.m)(6), de bevestigingsmoeren (4) van de katalysator op de turbocompressor, - de katalysator via de onderzijde. 19B-15

343 UITLAAT Katalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B F9Q, en 674 Inbouwen van de achterste steun Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de achterste steun van de katalysator (21 N.m)(7). Gebruik een gebruikte huls niet opnieuw. Draai de «bouten en de moeren van de montagehuls» zo dat ze niet in contact komen met de carrosserie. Ieder beschadigd hitteschild moet beslist worden vervangen. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de tapeinden van de uitlaatflens op de uitgang van de katalysator (7 N.m), - de moeren van de uitlaatflens op de uitgang van de katalysator (21 N.m). Controleer of alle hitteschilden van de uitlaat aanwezig zijn en goed vast zitten. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). 19B-16

344 UITLAAT Katalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B M9R, en 740 Aantrekkoppelsm tapeinden op de turbocompressor bevestigingsbouten van de klembanden op het motorblok bevestigingsbouten van de steun op de katalysator bevestigingsmoeren van de katalysator op de turbocompressor bevestigingsbouten van de halve klembanden van de katalysator bevestigingsmoeren van de achterste steun op het motorblok bevestigingsmoeren van de achterste steun op de katalysator bevestigingsmoeren van de katalysator op de uitlaatlijn voorste bevestigingsbout van de koppelreactiestang achterste bevestigingsbout van de koppelreactiestang 14,5 N.m 21 N.m 8 N.m 21 N.m 21 N.m 21 N.m 21 N.m 21 N.m 190 N.m 110 N.m - de bevestigingsbouten (1) van het hijsoog, - het hijsoog, - de bevestigingsbouten (2) van het hitteschild op de olieafscheider, - het hitteschild UITBOUWEN Plaats de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug : Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool Bouw de bevestigingsmoeren (3) van de katalysator op de turbocompressor uit. 19B-17

345 UITLAAT Katalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B M9R, en de bevestigingsbouten van de koppelreactiestang, - de bevestigingsmoeren (7) van de uitlaatlijn op de - de koppelreactiestang, katalysator, - de bevestigingsbout (4) van de achterste steun op - de bevestigingsmoeren van de uitlaatlijn op het de katalysator, subframe. - de bevestigingsmoeren (5) van de achterste steun op de katalysator, - de bevestigingsmoeren (6) van de achterste steun op het motorblok, - de klemband van de demper. Druk de uitlaatlijn naar achteren. - de achterste steun van de katalysator de bevestigingsbouten (8) van de klembanden van de katalysator, 19B-18

346 UITLAAT Katalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B M9R, en de halve klembanden (9) van de katalysator. Duw de motor naar voren. Bouw de katalysator uit. Bouw de klembanden uit. INBOUWEN Reinig en ontvet de steunvlakken: - van de turbocompressor, - van de uitlaatlijn, - van de katalysator als deze opnieuw gebruikt wordt. Vervang altijd: - de afdichting tussen de katalysator en de turbocompressor, - de afdichting tussen de katalysator en de uitlaatlijn, - de klemband van de demper. - de halve klembanden, - de klembanden. Zet vast met het aantrekkoppel: de tapeinden op de turbocompressor (14,5 N.m) Plaats de klembanden op het motorblok. Breng met de hand dichterbij tot de bevestigingsbouten van de klembanden tegen het motorblok komen. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de klembanden op het motorblok (21 N.m). Plaats: - de afdichting tussen de katalysator en de turbocompressor, - de katalysator op de turbocompressor. - de achterste steun onder de katalysator. 19B-19

347 UITLAAT Katalysator: Uitbouwen - Inbouwen 19B M9R, en de achterste bevestigingsbout van de koppelreactiestang (110 N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - Inbouwen) Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de steun op de katalysator (8 N.m)(4). Plaats: - de moeren van de katalysator op de turbocompressor. - de halve klembanden van de katalysator, - de bevestigingsbouten van de halve klembanden van de katalysator, Zet met de hand vast tot zij aanliggen: - de bevestigingsmoeren van de steun op de katalysator, - de bevestigingsmoeren van de steun op het motorblok, Zet vast met het aantrekkoppel en houd u altijd aan de volgorde: - De bevestigingsmoeren van de katalysator op de turbocompressor (21 N.m), - de bevestigingsbouten van de halve klembanden van de katalysator (21 N.m), - de bevestigingsmoeren van de achterste steun op het motorblok (21 N.m), - de bevestigingsmoeren van de achterste steun op de katalysator (21 N.m), -de bevestigingsmoeren van de katalysator op de uitlaatlijn (21 N.m), -de voorste bevestigingsbout van de koppelreactiestang (190 N.m), 19B-20

348 UITLAAT Demper: Uitbouwen - Inbouwen 19B F9Q, en 674 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de steun van het silentbloc op de carrosserie 21 N.m UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug ) Veiligheid) de bevestigingsmoeren (2) van de demper, - de demper. N.B.: Als de silentblocs zijn beschadigd: - markeer de stand van de steun op de carrosserie, - vervang het geheel «steun - silentbloc». Bouw de klemband (1) van de demper uit. Plaats de uitlaatlijn op de achtertrein INBOUWEN Bouw de uitlaatdemper in. Vervang een gebruikte klem door een nieuwe. Vervang altijd de klemband van de demper. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de steun van het silentbloc op de carrosserie (21 N.m). Controleer of alle hitteschilden van de uitlaat aanwezig zijn en goed vast zitten. Controleer of er nergens contact is met de onderkant van de carrosserie. Ieder beschadigd hitteschild moet beslist worden vervangen. 19B-21

349 UITLAAT Demper: Uitbouwen - Inbouwen 19B M9R, en 740 Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de steun van het silentbloc op de carrosserie 21 N.m UITBOUWEN Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug ) Veiligheid) de bevestigingsmoeren (2) van de demper, - de demper. N.B.: Als de silentblocs zijn beschadigd: - markeer de stand van de steun op de carrosserie, - vervang het geheel «steun - silentbloc». Bouw de klemband (1) van de demper uit. Plaats de uitlaatlijn op de achtertrein INBOUWEN Bouw de uitlaatdemper in. Vervang een gebruikte klem door een nieuwe. Vervang altijd de klemband van de demper. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de steun van het silentbloc op de carrosserie (21 N.m). Controleer of alle hitteschilden van de uitlaat aanwezig zijn en goed vast zitten. Controleer of er nergens contact is met de onderkant van de carrosserie. Ieder beschadigd hitteschild moet beslist worden vervangen. 19B-22

350 UITLAAT Roetfilter: Prestatie 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal I - VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Vanwege de hoge temperaturen, gelden er veiligheidsvoorschriften die moeten worden opgevolgd, onder andere dat het circuit van de drukmeting nooit mag worden geopend en losgemaakt, behalve bij de aansluitingen op de uitlaatlijn (alleen de leverancier kan de dichtheid van het circuit van de drukmeting garanderen). Bovendien zorgt een verkeerde ligging van de drukleiding voor een kronkelige ligging van het soepele deel: als er daardoor lage punten ontstaan, blijft het in de uitlaatlijn aanwezige water staan, met gevaar van stukvriezen. BELANGRIJK: Parkeer de auto niet en laat de motor niet draaien op een plaats waar brandbaar materiaal, zoals hoog gras of bladeren, in contact kan komen met het hete uitlaatsysteem. de mate van vervuiling van het roetfilter is afhankelijk van de rijstijl van de gebruiker: - op een gemiddeld traject (type gemengde cyclus en meer dan 15 min snelweg), verbrandt het roetfilter automatisch de deeltjes zonder dat de klant het merkt (behalve eventuele witte rook) : dit is de «spontane regeneratie», - wanneer de bedrijfstemperatuur niet de omstandigheden bereikt die nodig zijn voor de spontane regeneratie, neemt de vervuiling toe en als deze meer dan 35 gram is geworden, krijgt de gebruiker een signaal via een lampje op het instrumentenpaneel om sneller te gaan rijden zodat de spontane regeneratie kan beginnen, dit gebeurt ook na een aantal mislukte regeneratiepogingen. - als deze omstandigheden nog steeds niet aanwezig zijn en de vervuiling meer wordt dan 45 g. Is een «statische regeneratie», met behulp van het diagnoseapparaat in de werkplaats nodig (brandend waarschuwingslampje «SERVICE» en boodschap «ANTILUCHTVERONTREINIGING CONTROLEREN» : (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter : Reinigen). II - WERKINGSPRINCIPE Het roetfilter, onder de carrosserie achter de voorkatalysator, vermindert de luchtverontreiniging door het opvangen van de onverbrande deeltjes van de uitlaatgassen (opvullen of filtreren), vervolgens worden deze deeltjes geëlimineerd door ze te verbranden (regeneratie). Via opname elementen, meet de rekeneenheid van het inspuitsysteem de temperatuur en de druk van de uitlaatgassen voor en achter het roetfilter. De rekeneenheid van het inspuitsysteem beoordeelt, dankzij het verschil in druk tussen de voorkant en de achterkant van het roetfilter, permanent de mate van vervuiling ervan. Wanneer het vol is, informeren de twee waarden van de temperatuur de rekeneenheid van het inspuitsysteem of de temperaturen hoog genoeg zijn (ongeveer 600 C) om de regeneratie te beginnen. Dit laatste bestaat uit het verbranden van de deeltjes die in het roetfilter gevangen zijn: hiervoor gaat het inspuitsysteem over op «late inspuiting» en de niet gebruikte brandstof in de verbrandingskamers verbrandt de deeltjes in de holtes van het roetfilter. 19B-23

351 UITLAAT Roetfilter: Prestatie 19B G9T, en 600 diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal I - VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Vanwege de hoge temperaturen moet u de volgende voorschriften naleven: - Open nooit het drukmeetcircuit, behalve bij de wartels op de uitlaatlijn (alleen de leverancier kan de afdichting van het drukmeetcircuit garanderen), - richt de drukmeetleidingen in de juiste stand. Door een verkeerde stand kunnen in de slangen lage punten gevormd worden, waardoor deze bij vost kunnen stukvriezen. BELANGRIJK: Parkeer de auto niet en laat de motor niet draaien op een plaats waar brandbaar materiaal, zoals hoog gras of bladeren, in contact kan komen met het hete uitlaatsysteem. de mate van vervuiling van het roetfilter is afhankelijk van de rijstijl van de gebruiker: - op een gemiddeld traject (type gemengde cyclus en meer dan 15 min snelweg), verbrandt het roetfilter automatisch de deeltjes zonder dat de klant het merkt (behalve eventuele witte rook) : dit is de «spontane regeneratie», - wanneer de bedrijfstemperatuur niet de omstandigheden bereikt die nodig zijn voor de spontane regeneratie, neemt de vervuiling toe en als deze meer dan 35 gram is geworden, krijgt de gebruiker een signaal via een lampje op het instrumentenpaneel om sneller te gaan rijden zodat de spontane regeneratie kan beginnen, dit gebeurt ook na een aantal mislukte regeneratiepogingen. - Als deze omstandigheden nog steeds niet aanwezig zijn en de vervuiling wordt meer dan 45 g. Is een «statische regeneratie», met behulp van het diagnoseapparaat in de werkplaats nodig (brandend waarschuwingslampje «SERVICE» en boodschap «ANTILUCHTVERONTREINIGING CONTROLEREN» : (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter : Reinigen). II - WERKINGSPRINCIPE Het roetfilter, onder de carrosserie achter de voorkatalysator, vermindert de luchtverontreiniging door het opvangen van de onverbrande deeltjes van de uitlaatgassen (opvullen of filtreren), vervolgens worden deze deeltjes geëlimineerd door ze te verbranden (regeneratie). Via opname elementen, meet de rekeneenheid van het inspuitsysteem de temperatuur en de druk van de uitlaatgassen voor en achter het roetfilter. De rekeneenheid van het inspuitsysteem beoordeelt, dankzij het verschil in druk tussen de voorkant en de achterkant van het roetfilter, permanent de mate van vervuiling ervan. Wanneer het vol is, informeren de twee waarden van de temperatuur de rekeneenheid van het inspuitsysteem of de temperaturen hoog genoeg zijn (ongeveer 600 C) om de regeneratie te beginnen. Dit laatste bestaat uit het verbranden van de deeltjes die in het roetfilter gevangen zijn: hiervoor gaat het inspuitsysteem over op «late inspuiting» en de niet gebruikte brandstof in de verbrandingskamers verbrandt de deeltjes in de holtes van het roetfilter. 19B-24

352 UITLAAT Roetfilter: Overzicht van de onderdelen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 PRESENTATIE VAN HET SYSTEEM (1) Opname element druk van het roetfilter (in de motorruimte) (2) Flexibele verbinding (3) Roetfilter (4) Opname element temperatuur voor het roetfilter (5) Opname element temperatuur achter het roetfilter (6) Drukmeetleiding voor (7) Drukmeetleiding achter (8) Silentbloc 19B-25

353 UITLAAT Roetfilter: Overzicht van de onderdelen 19B G9T, en 600 PRESENTATIE VAN HET SYSTEEM (1) Opname element druk van het roetfilter (in de motorruimte) (2) Flexibele verbinding (3) Roetfilter (4) Opname element temperatuur voor het roetfilter (5) Opname element temperatuur achter het roetfilter (6) Drukmeetleiding voor (7) Drukmeetleiding achter (8) silentbloc 19B-26

354 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en 600 diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm bevestigingsmoer van het silentbloc op het roetfilter op de uitlaatlijn geschroefde adapter voorste drukmeetleiding op zijn op de uitlaaatlijn geschroefde adapter moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator bevestigingsmoeren van het silentbloc op het subframe 25 N.m 44 N.m 21 N.m 21 N.m 25 N.m 19B-27

355 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en 600 PRESENTATIE VAN HET SYSTEEM (1) Opname element druk van het roetfilter (in de motorruimte) (2) Flexibele verbinding (3) Roetfilter (4) Opname element temperatuur voor het roetfilter (5) Opname element temperatuur achter het roetfilter (6) Drukmeetleiding voor (7) Drukmeetleiding achter (8) Silentbloc Via opname elementen, meet de rekeneenheid van het inspuitsysteem de temperatuur en de druk van de uitlaatgassen voor en achter het roetfilter. De rekeneenheid van het inspuitsysteem beoordeelt, dankzij het verschil in druk tussen de voorkant en de achterkant van het roetfilter, permanent de mate van vervuiling ervan. Wanneer het vol is, informeren de twee waarden van de temperatuur de rekeneenheid van het inspuitsysteem of de temperaturen hoog genoeg zijn (ongeveer 600 C) om de regeneratie te beginnen. Dit laatste bestaat uit het verbranden van de deeltjes die in het roetfilter gevangen zijn: hiervoor gaat het inspuitsysteem over op «late inspuiting» en de niet gebruikte brandstof in de verbrandingskamers verbrandt de deeltjes in de holtes van het roetfilter. WERKINGSPRINCIPE Het roetfilter, onder de carrosserie achter de voorkatalysator, vermindert de luchtverontreiniging door het opvangen van de onverbrande deeltjes van de uitlaatgassen (opvullen of filtreren), vervolgens worden deze deeltjes geëlimineerd door ze te verbranden (regeneratie). De mate van vervuiling van het roetfilter is afhankelijk van de rijstijl van de gebruiker: - op een gemiddeld traject (type gemengde cyclus en meer dan 15 min snelweg), verbrandt het roetfilter automatisch de deeltjes zonder dat de klant het merkt (behalve eventuele witte rook) : dit is de «spontane regeneratie», 19B-28

356 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en wanneer de bedrijfstemperatuur niet de omstandigheden bereikt die nodig zijn voor de spontane regeneratie, neemt de vervuiling toe en als deze 40 gram is geworden, krijgt de gebruiker een signaal via een lampje op het instrumentenpaneel om sneller te gaan rijden zodat de spontane regeneratie kan beginnen, - als de omstandigheden nog steeds niet bereikt zijn en de vervuilingsgraad 45 g heeft bereikt, is een «statische regeneratie» nodig met behulp van het diagnoseapparaat in de werkplaats (oplichten van de waarschuwingslampjes «Service» en verzoek snelheid op het instrumentenpaneel). 10 VEILIGHEIDSMAATREGELEN 9 Vanwege de hoge temperaturen, gelden er veiligheidsvoorschriften die moeten worden opgevolgd, onder andere dat het circuit van de drukmeting nooit mag worden geopend en losgemaakt, behalve bij de aansluitingen op de uitlaatlijn (alleen de leverancier kan de dichtheid van het circuit van de drukmeting garanderen). Bovendien zorgt een verkeerde ligging van de drukleiding voor een kronkelige ligging van het soepele deel: als er daardoor lage punten ontstaan, blijft het in de uitlaatlijn aanwezige water staan, met gevaar van stukvriezen de (9) bevestigingsmoeren van het silentbloc op het subframe, - de moeren (10) van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator. BELANGRIJK: Parkeer de auto niet en laat de motor niet draaien op een plaats waar brandbaar materiaal, zoals hoog gras of bladeren, in contact kan komen met het hete uitlaatsysteem. UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. - de kappen van de motor, - de bescherming onder de motor. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. 19B-29

357 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en Bouw de voorste drukmeetleiding (11) uit van zijn op de uitlaaatlijn geschroefde tussenadapter (12) Maak de stekker van het opname element van de druk van het roetfilter (13) in de motorruimte los. Bouw de bevestigingsmoer van de steun van het opname element druk van het roetfilter (14) in de motorruimte uit. Verwijder het opname element druk van het roetfilter met zijn steun. Bij het uitbouwen van de drukmeetleiding, moet u de adapter (12) tegenhouden met een contrasleutel. Het drukmeetcircuit mag nooit worden geopend, behalve bij de adapters op de uitlaatlijn. Maak de achterste drukmeetleiding los van het hitteschild van het roetfilter. Voer de achterste drukmeetleiding in de motorruimte zonder deze los te maken van het opname element druk. 15 Bouw de klemmoer (15) uit B-30

358 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en Maak de verzette stekker van het opname element temperatuur achter het roetfilter (16) los Bouw de verbindingsklem (18) tussen de achterste demper en het roetfilter uit. Bouw het geheel «roetfilter-flexibele verbinding-opname elementen druk-opname elementen temperatuur» uit: - duw het roetfilter omhoog om het silentbloc los te maken van de tapeinden op het subframe, - trek de uitlaatlijn naar de achterzijde van de auto en naar beneden om de flexibele verbinding los te maken van de tapeinden van de voorkatalysator. Bouw het complete roetfilter uit : - het silentbloc, - de voorste en achterste opname elementen van de temperatuur bij hun adapters op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname elementen temperatuur roetfilter ), Maak de verzette stekker van het opname element temperatuur voor het roetfilter los.(17) - de voorste drukmeetleiding bij zijn adapter op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname element druk van het roetfilter), - de flexibele verbinding (zie 19B, Uitlaat, Flexibele verbinding). 19B-31

359 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en 600 INBOUWEN Smeer de schroefdraad van de achterste drukmeetleiding met hittebestendig ANTI-SEIZE vet. Ver vang altijd: - de afdichting tussen de flexibele verbinding en het roetfilter, - de afdichting tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator, - de verbindingsklem tussen de achterste demper en het roetfilter, Zorg dat het vet niet voorbij de schroefdraad uitsteekt. Vervang altijd elke op de uitlaatlijn vervangen adapter. - elke op de uitlaatlijn uitgebouwde adapter, - ieder beschadigd hitteschild. Reinig altijd en zorgvuldig de raakvlakken van de flenzen van de «flexibele verbinding-voorkatalysator» en van de flenzen van de «flexibele verbinding-roetfilter». Roetfilter uitgebouwd, monteer: - de voorste en achterste opname elementen van de temperatuur bij hun adapters op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname elementen temperatuur roetfilter ), - de voorste drukmeetleiding bij zijn adapter op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname element druk van het roetfilter), - de flexibele verbinding met een nieuwe afdichting zie (19B, Uitlaat, Flexibele verbinding), - het silentbloc. Zet vast met het aantrekkoppel: debevestigingsmoer van het silentbloc op het roetfilter (25 N.m). Plaats het roetfilter. Zorg ervoor, bij het plaatsen van het roetfilter, dat de achterste drukmeetleiding achter het hitteschild van het roetfilter ligt. 19B-32

360 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en 600 Plaats het starre deel van de voorste drukmeetleiding zo dat het evenwijding (± 3 ) ligt met de lengteas van de uitlaatlijn. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de op de uitlaatlijn geschroefde adapter (44 N.m) uitsluitend als hij vervangen is, - de voorste drukmeetleiding op zijn op de uitlaaatlijn geschroefde adapter (21 N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator (21 N.m), - de bevestigingsmoeren van het silentbloc op het subframe (25 N.m). Zorg ervoor, na het vastzetten van de drukmeetleidingen, dat de gehele drukmeetlijn geen laag punt (sifon) heeft waarin water zich kan verzamelen. Ga als volgt te werk: - controleer de correcte stand van de drukmeetleiding ten opzichte van de lengte-as van de uitlaatlijn, - verdraai de drukmeetleidingen in de bevestigingsklemmetjes op het hitteschild (zodat er geen lage punten in de leiding zijn). 19B-33

361 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en 600 Controleer of er nergens contact is met de onderkant van de carrosserie. Ieder beschadigd hitteschild moet beslist worden vervangen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de benodigde inlezingen uit (zie MR 339, 80, Accu, Bijzonderheden). Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. Doe een lektest, bij draaiende motor en controleer met behulp van een lekdetector gedurende 5 minuten, of er geen lekkage is bij de adapters op de uitlaatlijn. HERINITIALISEREN VAN DE PARAMETERS VAN HET ROETFILTER Met het commando RZ008 van het diagnoseapparaat kunnen de parameters van het roetfilter in de rekeneenheid van het inspuitsysteem worden geherintitialiseerd. N.B.: Dit commando wordt alleen gegeven na het vervangen van het roetfilter. De parameters van het roetfilter zijn: - PR596 : afgelegde km sinds de regeneratie, - PR605 : tijd sinds de laatste regeneratie, - PR559 : massa roet in roetfilter Controleer na afloop van het commando of deze parameters 0 zijn, zodat de rekeneenheid van het inspuitsysteem een nieuwe strategie voor de regeneratie tijdens het rijden opstelt en storingen in het systeem kan signaleren. 19B-34

362 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm bevestigingsmoer van het silentbloc op het roetfilter op de uitlaatlijn geschroefde adapter voorste drukmeetleiding op zijn op de uitlaaatlijn geschroefde adapter moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator bevestigingsmoeren van het silentbloc op het subframe 25 N.m 44 N.m 21 N.m 21 N.m 25 N.m de (1) bevestigingsmoeren van het silentbloc op het subframe, - de moeren (2) van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator. UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. - de kappen van de motor, - de bescherming onder de motor. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. 19B-35

363 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en Bouw de voorste drukmeetleiding (3) uit van zijn op de uitlaaatlijn geschroefde tussenadapter (4). Bij het uitbouwen van de drukmeetleiding, moet u de adapter tegenhouden met een contrasleutel Maak de achterste drukmeetleiding los van het hitteschild van het roetfilter. Voer de achterste drukmeetleiding in de motorruimte zonder deze los te maken van het opname element druk. Het drukmeetcircuit mag nooit worden geopend, behalve bij de adapters op de uitlaatlijn. 19B-36

364 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en Maak de stekker van het opname element van de druk van het roetfilter (5) in de motorruimte los. Bouw de klemmoer (7) uit N.B.: Om de stekker los te maken: - trek aan het lipje om het te ontgrendelen, - schuif de stekker op het klemmetje, aan de kant van de elektrische verbinding. Bouw de bevestigingsmoer (6) van de steun van het opname element druk van het roetfilter in de motorruimte uit. Verwijder het opname element druk van het roetfilter met zijn steun Maak de verzette stekker van het opname element temperatuur achter het roetfilter (8) los. N.B.: Om de stekker los te maken: - trek aan het lipje om het te ontgrendelen, - schuif de stekker op het klemmetje, aan de kant van de elektrische verbinding. 19B-37

365 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en Maak de verzette stekker van het opname element temperatuur voor het roetfilter los.(9) N.B.: Maak de draad van de verzette stekker van het opname element temperatuur voor het roetfilter los bij (10). Om de stekker los te maken: - trek aan het lipje om het te ontgrendelen, - schuif de stekker op het klemmetje, aan de kant van de elektrische verbinding Bouw de verbindingsklem (11) tussen de achterste demper en het roetfilter uit. Bouw het geheel «roetfilter-flexibele verbinding-opname elementen druk-opname elementen temperatuur» uit: - duw het roetfilter omhoog om het silentbloc los te maken van de tapeinden op het subframe, 19B-38

366 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en trek de uitlaatlijn naar de achterzijde van de auto en naar beneden om de flexibele verbinding los te maken van de tapeinden van de voorkatalysator. Bouw het complete roetfilter uit : - het silentbloc, - de voorste en achterste opname elementen van de temperatuur bij hun adapters op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname elementen temperatuur roetfilter ), - de voorste drukmeetleiding bij zijn adapter op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname element druk van het roetfilter), - de flexibele verbinding (zie 19B, Uitlaat, Flexibele verbinding). Zet vast met het aantrekkoppel: debevestigingsmoer van het silentbloc op het roetfilter (25 N.m). Plaats het roetfilter. Zorg ervoor, bij het plaatsen van het roetfilter, dat de achterste drukmeetleiding achter het hitteschild van het roetfilter ligt. Smeer de schroefdraad van de achterste drukmeetleiding met hittebestendig ANTI-SEIZE vet. Zorg dat het vet niet voorbij de schroefdraad uitsteekt. INBOUWEN Vervang altijd elke op de uitlaatlijn vervangen adapter. Ver vang altijd: - de afdichting tussen de flexibele verbinding en het roetfilter, - de afdichting tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator, - de verbindingsklem tussen de achterste demper en het roetfilter, - elke op de uitlaatlijn uitgebouwde adapter, - ieder beschadigd hitteschild. Reinig altijd en zorgvuldig de raakvlakken van de flenzen van de «flexibele verbinding-voorkatalysator» en van de flenzen van de «flexibele verbinding-roetfilter». Roetfilter uitgebouwd, monteer: - de voorste en achterste opname elementen van de temperatuur bij hun adapters op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname elementen temperatuur roetfilter ), - de voorste drukmeetleiding bij zijn adapter op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname element druk van het roetfilter), - de flexibele verbinding met een nieuwe afdichting zie (19B, Uitlaat, Flexibele verbinding), - het silentbloc. 19B-39

367 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 Plaats het starre deel van de achterste drukmeetleiding zo dat het evenwijding (± 3 ) ligt met de lengteas van de uitlaatlijn. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de op de uitlaatlijn geschroefde adapter (44 N.m) uitsluitend als hij vervangen is, - de voorste drukmeetleiding op zijn op de uitlaaatlijn geschroefde adapter (21 N.m). Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator (21 N.m), - de bevestigingsmoeren van het silentbloc op het subframe (25 N.m). Zorg ervoor, na het vastzetten van de drukmeetleidingen, dat de gehele drukmeetlijn geen laag punt (sifon) heeft waarin water zich kan verzamelen. Ga als volgt te werk: - controleer de correcte stand van de drukmeetleiding ten opzichte van de lengte-as van de uitlaatlijn, - verdraai de drukmeetleidingen in de bevestigingsklemmetjes op het hitteschild (zodat er geen lage punten in de leiding zijn). 19B-40

368 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 Controleer of er nergens contact is met de onderkant van de carrosserie. Ieder beschadigd hitteschild moet beslist worden vervangen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie M.R. 402, 80A, Accu, Accu : Uitbouwen - Inbouwen). Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. Doe een lektest, bij draaiende motor en controleer met behulp van een lekdetector gedurende 5 minuten, of er geen lekkage is bij de adapters op de uitlaatlijn. HERINITIALISEREN VAN DE PARAMETERS VAN HET ROETFILTER Het commando SC030 «Adaptieve waarde roetfilter» van de diagnoseapparaat maakt het mogelijk de parameters van de roetfilter te initialiseren in de rekeneenheid van het inspuitsysteem. N.B.: Dit commando wordt alleen gegeven na het vervangen van het roetfilter. De parameters van het roetfilter zijn: - PR391 : km afgelegd sinds het vervangen van de roetfilter, - PR596 : afgelegde km sinds de regeneratie, - PR605 : tijd sinds de laatste regeneratie, - PR559 : massa roet in roetfilter Controleer na afloop van het commando of deze parameters 0 zijn, zodat de rekeneenheid van het inspuitsysteem een nieuwe strategie voor de regeneratie tijdens het rijden opstelt en storingen in het systeem kan signaleren. 19B-41

369 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en 600 Aantrekkoppelsm de bevestigingsmoer van het silentbloc op het roetfilter adapter bovenste bevestigingsbouten van de akoestische stang bout van de verbindingsklem tussen de achterste demper en het roetfilter moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator bevestigingsmoeren van het silentbloc op het subframe 25 N.m 44 N.m 62 N.m 25 N.m 21 N.m 25 N.m UITBOUWEN Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. - de kappen van de motor, - de bescherming onder de motor. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. 19B-42

370 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en de twee bevestigingsmoeren (1) van het silentbloc op het subframe, - de twee moeren (2) van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator. 19B-43

371 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en Bouw de voorste drukmeetleiding (3) uit van zijn op de uitlaaatlijn geschroefde tussenadapter (4). Bij het uitbouwen van de drukmeetleiding, moet u de adapter (4) tegenhouden met een contrasleutel Maak de stekker (5) van het opname element van de druk van het roetfilter in de motorruimte los. Bouw de bevestigingsmoer (6) van de steun van het opname element druk van het roetfilter in de motorruimte uit. Verwijder het opname element druk van het roetfilter met zijn steun. Het drukmeetcircuit mag nooit worden geopend, behalve bij de adapters op de uitlaatlijn. Maak de achterste drukmeetleiding los van het hitteschild van het roetfilter. Voer de achterste drukmeetleiding in de motorruimte zonder deze los te maken van het opname element druk. Bouw de klemmoer (7) uit B-44

372 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en Maak de verzette stekker los van het achterste opname element temperatuur (8) en maak de kabelbundel vrij Maak los van de op de uitlaatlijn moet systematisch worden vervangen.: - de twee remleidingen, - de bedrading, - de handremkabel. - de bevestigingsmoer van het hitteschild op de akoestische stang, - de vier bevestigingsbouten (9) van de akoestische stang, - de akoestische stang, - de verbindingsklem (10) tussen de achterste demper en het roetfilter. Bouw het geheel "roetfilter - flexibele verbinding- opname elementen druk - opname elementen temperatuur" uit, ga als volgt te werk: - duw het roetfilter omhoog om het silentbloc los te maken van de twee tapeinden op het subframe, Maak de verzette stekker los van het voorste opname element temperatuur en maak de kabelbundel vrij. - trek de uitlaatlijn naar de achterzijde van de auto en naar beneden om de flexibele verbinding los te maken van de tapeinden van de voorkatalysator. Bouw het complete roetfilter uit : - het silentbloc, - de voorste en achterste opname elementen van de temperatuur bij hun adapters op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B-60), 19B-45

373 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en de voorste drukmeetleiding bij zijn adapter op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B- 49), - de flexibele verbinding (zie 19B, Uitlaat, Flexibele verbinding: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B- 69). Plaats het roetfilter. Zorg ervoor, bij het plaatsen van het roetfilter, dat de achterste drukmeetleiding achter het hitteschild ligt. INBOUWEN Ver vang altijd: - de afdichting tussen de flexibele verbinding en het roetfilter, - de afdichting tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator, - de verbindingsklem tussen de achterste demper en het roetfilter, - iedere adapter die is uitgebouwd geweest. Reinig altijd en zorgvuldig de raakvlakken van de verbindingsflenzen van de flexibele verbinding - voorkatalysator en van de verbindingsflenzen flexibele verbinding - roetfilter. Roetfilter uitgebouwd, monteer: - de flexibele verbinding met nieuwe afdichtingen (zie 19B, Uitlaat, Flexibele verbinding: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B-69), - de voorste en achterste opname elementen van de temperatuur op hun adapters op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B-60), - de voorste drukmeetleiding bij zijn adapter op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B- 49). - het silentbloc op het roetfilter. Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsmoer van het silentbloc op het roetfilter (25 N.m). 19B-46

374 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en Smeer de schroefdraad van de achterste drukmeetleiding in met hittebestendig vet ANTI-SEIZE of koper - aluminium smeermiddel. Zorg dat het vet niet voorbij de schroefdraad uitsteekt. Elke losgezette tussenadapter (4) op de uitlaatlijn moet systematisch worden vervangen. Na het vervangen, zet vast met het aantrekkoppel: de adapter (44 N.m). Plaats het starre deel van de voorste drukmeetleiding zo dat het evenwijding ± 3 ligt met de lengteas van de uitlaatlijn. Zet vast met het aantrekkoppel: de voorste drukmeetleiding op zijn adapter21 N.m die is geschroefd op de uitlaatlijn. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bovenste bevestigingsbouten van de akoestische stang (62 N.m), - de bout van de verbindingsklem tussen de achterste demper en het roetfilter (25 N.m), - de moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator (21 N.m), - de bevestigingsmoeren van het silentbloc op het subframe (25 N.m). Zorg ervoor, na het vastzetten van de drukmeetleidingen, dat de gehele drukmeetlijn geen laag punt (sifon) heeft waarin water zich kan verzamelen. Ga als volgt te werk: - controleer de correcte stand van de drukmeetleiding ten opzichte van de lengte-as van de uitlaatlijn, - verdraai de drukmeetleidingen in de bevestigingsklemmetjes op het hitteschild (zodat er geen lage punten in de leiding zijn). 19B-47

375 UITLAAT Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en 600 Ieder beschadigd hitteschild moet beslist worden vervangen. Controleer of er nergens contact is met de onderkant van de carrosserie. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. Doe een lektest, bij draaiende motor en controleer met behulp van een lekdetector gedurende 5 minuten, of er geen lekkage is bij de adapters op de uitlaatlijn. HERINITIALISEREN VAN DE PARAMETERS VAN HET ROETFILTER Om de parameters van het roetfilter weer te initialiseren zie: MR Diagnose. 19B-48

376 UITLAAT Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en 600 diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal op de uitlaatlijn geschroefde adapter voorste drukmeetleiding op zijn op de uitlaaatlijn geschroefde adapter Aantrekkoppelsm 44 N.m 21 N.m (1) Opname element druk van het roetfilter (2) Wartel van voorste drukmeetleiding (3) Wartel van achterste drukmeetleiding UITBOUWEN Bouw het roetfilter uit (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter). 19B-49

377 UITLAAT Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en Bouw de voorste drukmeetleiding (4) uit van zijn op de uitlaaatlijn geschroefde tussenadapter (5). Bij het uitbouwen van de drukmeetleiding, moet u de adapter (5) tegenhouden met een contrasleutel. Het drukmeetcircuit mag nooit worden geopend, behalve bij de adapters op de uitlaatlijn. 19B-50

378 UITLAAT Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en Bouw het opname element druk van het roetfilter van zijn steun uit Maak de drukmeetleidingen nooit los (6) van het opname element druk (7) van het roetfilter. Vervang het geheel «opname element-leidingenwartel», indien nodig, dit wordt geassembleerd geleverd door het magazijn (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter). INBOUWEN Smeer de schroefdraad van de achterste drukmeetleiding met hittebestendig ANTI-SEIZE vet. Zorg dat het vet niet voorbij de schroefdraad uitsteekt. Vervang altijd elke op de uitlaatlijn vervangen adapter. 19B-51

379 UITLAAT Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en Plaats het starre deel van de voorste drukmeetleiding zo dat het evenwijding ((± 3 ) ligt met de lengteas van de uitlaatlijn. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. - de op de uitlaatlijn geschroefde adapter (44 N.m) uitsluitend als hij vervangen is, - de voorste drukmeetleiding op zijn op de uitlaaatlijn geschroefde adapter (21 N.m). Monteer het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter). Zorg ervoor, na het vastzetten van de drukmeetleidingen, dat de gehele drukmeetlijn geen laag punt (sifon) heeft waarin water zich kan verzamelen. Ga als volgt te werk: - controleer de correcte stand van de drukmeetleiding ten opzichte van de lengte-as van de uitlaatlijn, - verdraai de drukmeetleidingen in de bevestigingsklemmetjes op het hitteschild (zodat er geen lage punten in de leiding zijn). 19B-52

380 UITLAAT Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal op de uitlaatlijn geschroefde adapter voorste drukmeetleiding op zijn op de uitlaaatlijn geschroefde adapter Aantrekkoppelsm 44 N.m 21 N.m (1) Opname element druk van het roetfilter (2) Wartel van voorste drukmeetleiding (3) Wartel van achterste drukmeetleiding UITBOUWEN Bouw het roetfilter uit (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter). 19B-53

381 UITLAAT Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en Bouw de voorste drukmeetleiding (4) uit van zijn op de uitlaaatlijn geschroefde tussenadapter (5). Bij het uitbouwen van de drukmeetleiding, moet u de adapter (5) tegenhouden met een contrasleutel Bouw het opname element druk van het roetfilter (6) uit van zijn steun bij (7). Het drukmeetcircuit mag nooit worden geopend, behalve bij de adapters op de uitlaatlijn. Maak de drukmeetleidingen nooit los van het opname element druk van het roetfilter. Vervang het geheel «opname element-leidingen-wartel», indien nodig, dit wordt geassembleerd geleverd door het magazijn (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter). INBOUWEN Smeer de schroefdraad van de achterste drukmeetleiding met hittebestendig ANTI-SEIZE vet. Zorg dat het vet niet voorbij de schroefdraad uitsteekt. Vervang altijd elke op de uitlaatlijn vervangen adapter. 19B-54

382 UITLAAT Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en Plaats het starre deel van de voorste drukmeetleiding zo dat het evenwijding ((± 3 ) ligt met de lengteas van de uitlaatlijn. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. - de op de uitlaatlijn geschroefde adapter (44 N.m) uitsluitend als hij vervangen is, - de voorste drukmeetleiding op zijn op de uitlaaatlijn geschroefde adapter (21 N.m). Monteer het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter). Zorg ervoor, na het vastzetten van de drukmeetleidingen, dat de gehele drukmeetlijn geen laag punt (sifon) heeft waarin water zich kan verzamelen. Ga als volgt te werk: - controleer de correcte stand van de drukmeetleiding ten opzichte van de lengte-as van de uitlaatlijn, - verdraai de drukmeetleidingen in de bevestigingsklemmetjes op het hitteschild (zodat er geen lage punten in de leiding zijn). 19B-55

383 UITLAAT Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en 600 Aantrekkoppelsm adapter voorste drukmeetleiding op zijn op de uitlaatlijn geschroefde wartel 44 N.m 21 N.m (A) (B) (C) Opname element druk van roetfilter Wartel van voorste drukmeetleiding Wartel van achterste drukmeetleiding UITBOUWEN Bouw het roetfilter uit (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B-27). 19B-56

384 UITLAAT Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en 600 Bouw de voorste drukmeetleiding (1) uit van zijn op de uitlaaatlijn geschroefde tussenadapter (2) Bij het uitbouwen van de drukmeetleiding (1), moet u de adapter (2) tegenhouden met een contrasleutel. Het drukmeetcircuit mag nooit worden geopend, behalve bij de adapters op de uitlaatlijn. 19B-57

385 UITLAAT Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en 600 Bouw het opname element druk van het roetfilter van zijn steun uit. Maak de drukmeetleidingen nooit los (3) van het opname element druk van het roetfilter (4), vervang het geheel opname element - leidingen - wartels, indien nodig, die het magazijn geassembleerd levert (zie Veiligheidsvoorschriften) Zorg dat het vet niet voorbij de schroefdraad uitsteekt. INBOUWEN Elke uitgebouwde tussenadapter (2) op de uitlaatlijn moet systematisch worden vervangen. Na het vervangen, zet vast met het aantrekkoppel: de adapter (44 N.m). Smeer de schroefdraad van de voorste drukmeetleiding in met hittebestendig vet ANTI-SEIZE of koper - aluminium smeermiddel. 19B-58

386 UITLAAT Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en Plaats het starre deel van de voorste drukmeetleiding zo dat het evenwijding + 3 ligt met de lengte-as van de uitlaatlijn. Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. Zet vast met het aantrekkoppel: de voorste drukmeetleiding op zijn op de uitlaatlijn geschroefde wartel (21 N.m). Monteer het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B-27). Zorg ervoor, na het vastzetten van de drukmeetleidingen, dat de gehele drukmeetlijn geen laag punt (sifon) heeft waarin water zich kan verzamelen. Ga als volgt te werk: - controleer de correcte stand van de drukmeetleiding ten opzichte van de lengte-as van de uitlaatlijn, - verdraai de drukmeetleidingen in de bevestigingsklemmetjes op het hitteschild (zodat er geen lage punten in de leiding zijn). 19B-59

387 UITLAAT Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en 600 Onmisbaar materiaal diagnoseapparaat 4 Aantrekkoppelsm op de uitlaatlijn geschroefde adapter opname element temperatuur voor het roetfilter op zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter op de uitlaatlijn geschroefde adapter opname element temperatuur achter het roetfilter op zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter 44 N.m 30 N.m 44 N.m 30 N.m Bouw het opname element temperatuur voor het roetfilter (3) uit van zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter (4) Bij het uitbouwen van het opname element temperatuur van het roetfilter, moet u de adapter tegenhouden met een contrasleutel. INBOUWEN VAN HET OPNAME ELEMENT TEMPERATUUR VOOR HET ROETFILTER Smeer de schroefdraad van het opname element temperatuur voor het roetfilter met hittebestendig ANTI-SEIZE vet Zorg dat het vet niet voorbij de schroefdraad uitsteekt. (1) Opname element temperatuur voor het roetfilter (2) Opname element temperatuur achter het roetfilter UITBOUWEN VAN HET OPNAME ELEMENT TEMPERATUUR VOOR HET ROETFILTER Bouw het roetfilter uit (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter). Vervang altijd elke op de uitlaatlijn vervangen adapter. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de op de uitlaatlijn geschroefde adapter (44 N.m) uitsluitend als hij vervangen is, - het opname element temperatuur voor het roetfilter op zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter (30 N.m). 19B-60

388 UITLAAT Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en 600 Controleer: - of er geen contact is met de kabelbundel, - de slijtage van de kabelbundel. Vervang deze indien nodig. Monteer het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter). Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. 6 UITBOUWEN VAN HET OPNAME ELEMENT TEMPERATUUR ACHTER HET ROETFILTER Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool Maak de verzette stekker van het opname element temperatuur achter het roetfilter (6) los. Bouw het opname element temperatuur achter het roetfilter uit van zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter. Bij het uitbouwen van het opname element temperatuur van het roetfilter, moet u de adapter tegenhouden met een contrasleutel. 5 Bouw de klemmoer (5) uit INBOUWEN VAN HET OPNAME ELEMENT TEMPERATUUR ACHTER HET ROETFILTER Smeer de schroefdraad van het opname element temperatuur achter het roetfilter met hittebestendig ANTI-SEIZE vet. Zorg dat het vet niet voorbij de schroefdraad uitsteekt. Vervang altijd elke op de uitlaatlijn vervangen adapter. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de op de uitlaatlijn geschroefde adapter (44 N.m) uitsluitend als hij vervangen is, 19B-61

389 UITLAAT Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en het opname element temperatuur achter het roetfilter op zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter (30 N.m). Controleer: - of er geen contact is met de kabelbundel, - de slijtage van de kabelbundel. Vervang deze indien nodig. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de benodigde inlezingen uit (zie MR 339, 80, Accu, Bijzonderheden). 19B-62

390 UITLAAT Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal op de uitlaatlijn geschroefde adapter Aantrekkoppelsm 44 N.m op de uitlaatlijn geschroefde adapter Aantrekkoppelsm 44 N.m opname element temperatuur achter het roetfilter op zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter 30 N.m opname element temperatuur voor het roetfilter op zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter 30 N.m B-63

391 UITLAAT Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 (1) Opname element temperatuur voor het roetfilter (2) Opname element temperatuur achter het roetfilter UITBOUWEN VAN HET OPNAME ELEMENT TEMPERATUUR VOOR HET ROETFILTER Bouw het roetfilter uit (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter). Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de op de uitlaatlijn geschroefde adapter (44 N.m) uitsluitend als hij vervangen is, - het opname element temperatuur voor het roetfilter op zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter (30 N.m). Controleer: - of er geen contact is met de kabelbundel, - de slijtage van de kabelbundel. Vervang deze indien nodig. Monteer het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter). Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. UITBOUWEN VAN HET OPNAME ELEMENT TEMPERATUUR ACHTER HET ROETFILTER Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool Bouw het opname element temperatuur voor het roetfilter (3) uit van zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter (4). Bij het uitbouwen van het opname element temperatuur van het roetfilter, moet u de adapter tegenhouden met een contrasleutel. INBOUWEN VAN HET OPNAME ELEMENT TEMPERATUUR VOOR HET ROETFILTER Smeer de schroefdraad van het opname element temperatuur voor het roetfilter met hittebestendig ANTI-SEIZE vet. Zorg dat het vet niet voorbij de schroefdraad uitsteekt. Bouw de klemmoer (5) uit Vervang altijd elke op de uitlaatlijn vervangen adapter. 19B-64

392 UITLAAT Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 INBOUWEN VAN HET OPNAME ELEMENT TEMPERATUUR ACHTER HET ROETFILTER Smeer de schroefdraad van het opname element temperatuur achter het roetfilter met hittebestendig ANTI-SEIZE vet. Zorg dat het vet niet voorbij de schroefdraad uitsteekt. Vervang altijd elke op de uitlaatlijn vervangen adapter. Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: Maak de verzette stekker van het opname element temperatuur achter het roetfilter (6) los. N.B.: Om de stekker los te maken: - trek aan het lipje van het klemmetje om het te ontgrendelen, - schuif de stekker op het klemmetje, aan de kant van de elektrische verbinding. Bouw het opname element temperatuur achter het roetfilter uit van zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter. Bij het uitbouwen van het opname element temperatuur van het roetfilter, moet u de adapter tegenhouden met een contrasleutel. - de op de uitlaatlijn geschroefde adapter (44 N.m) uitsluitend als hij vervangen is, -het opname element temperatuur achter het roetfilter op zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter (30 N.m). Controleer: - of er geen contact is met de kabelbundel, - de slijtage van de kabelbundel. Vervang deze indien nodig. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de benodigde inlezingen uit (zie MR 339, 80, Accu, Bijzonderheden). 19B-65

393 UITLAAT Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en 600 Aantrekkoppelsm adapter opname element temperatuur voor het roetfilter opname element temperatuur achter het roetfilter 44 N.m 30 N.m 30 N.m Bouw het opname element temperatuur voor het roetfilter (1) uit van zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter (2). Bij het uitbouwen van het opname element temperatuur van het roetfilter (1), moet u de adapter (2) tegenhouden met een contrasleutel. INBOUWEN (A) (B) UITBOUWEN VAN HET OPNAME ELEMENT TEMPERATUUR VOOR HET ROETFILTER Opname element temperatuur voor het roetfilter Opname element temperatuur achter het roetfilter Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Bouw het roetfilter uit (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B-27). Elke losgezette tussenadapter (2) op de uitlaatlijn moet systematisch worden vervangen. Na het vervangen, zet vast met het aantrekkoppel: de adapter (44 N.m). Smeer de schroefdraad van het opname element temperatuur voor het roetfilter met hittebestendig vet ANTI-SEIZE of koper - aluminium smeermiddel. Zorg dat het vet niet voorbij de schroefdraad uitsteekt. Zet vast met het aantrekkoppel: het opname element temperatuur voor het roetfilter (30 N.m). Controleer: - of er geen contact is met de kabelbundel, - de slijtage van de kabelbundel. Vervang deze indien nodig. Monteer het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B-27). 19B-66

394 UITLAAT Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en 600 Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. UITBOUWEN VAN HET OPNAME ELEMENT TEMPERATUUR ACHTER HET ROETFILTER Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool Maak de verzette steker van het opname element temperatuur achter het roetfilter los (4) en maak de kabelbundel vrij. Bouw de klemmoer (3) uit B-67

395 UITLAAT Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en Bouw het opname element temperatuur achter het roetfilter (5) uit van zijn op de uitlaatlijn geschroefde adapter (6). Bij het uitbouwen van het opname element temperatuur van het roetfilter (5), moet u de adapter (6) tegenhouden met een contrasleutel. INBOUWEN Elke losgezette tussenadapter (6) op de uitlaatlijn moet systematisch worden vervangen. Na het vervangen, zet vast met het aantrekkoppel: de adapter (44 N.m).. Smeer de schroefdraad van het opname element temperatuur achter het roetfilter met hittebestendig vet ANTI-SEIZE of koper - aluminium smeermiddel. Zorg dat het vet niet voorbij de schroefdraad uitsteekt. Zet vast met het aantrekkoppel: het opname element temperatuur achter het roetfilter (30 N.m). Controleer: - of er geen contact is met de kabelbundel, - de slijtage van de kabelbundel. Vervang deze indien nodig. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Voordat u de motor start, wist u met het diagnoseapparaat de eventueel in het geheugen van de rekeneenheid opgeslagen storingen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool; voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie Accu: Uitbouwen - Inbouwen). 19B-68

396 UITLAAT Flexibele verbinding: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en G9T, en 600 INBOUWEN Aantrekkoppelsm moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en het roetfilter UITBOUWEN - het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter), 21 N.m - het opname element temperatuur voor het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Opname elementen temperatuur van de roetfilter), - de voorste drukmeetleiding van het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Opname element druk van het roetfilter), Reinig altijd en zorgvuldig de raakvlakken van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator en de raakvlakken van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en het roetfilter. Vervang altijd alle afdichtingen. Monteer de flexibele verbinding met een nieuwe afdichting. Zet vast met het aantrekkoppel: de moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en het roetfilter (21 N.m). Plaats: - de voorste drukmeetleiding van het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Opname element druk van het roetfilter), - het opname element temperatuur voor het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Opname elementen temperatuur van de roetfilter), 1 - het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter) de moeren (1) van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en het roetfilter, - de flexibele verbinding. 19B-69

397 UITLAAT Flexibele verbinding: Uitbouwen - Inbouwen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 Aantrekkoppelsm moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en het roetfilter 21 N.m UITBOUWEN Bouw het roetfilter uit (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter). - de moeren (1) van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en het roetfilter, - de flexibele verbinding INBOUWEN Reinig altijd en zorgvuldig de raakvlakken van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator en de raakvlakken van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en het roetfilter. Ver vang altijd alle afdichtingen. Monteer de flexibele verbinding met een nieuwe afdichting. Zet vast met het aantrekkoppel: de moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en het roetfilter (21 N.m). Monteer het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter). 19B-70

398 UITLAAT Flexibele verbinding: Uitbouwen - Inbouwen 19B G9T, en 600 INBOUWEN Aantrekkoppelsm de moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en het roetfilter de moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator 21 N.m 21 N.m UITBOUWEN - het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B-27), - het voorste opname element temperatuur bij zijn adapter op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B-60), - de voorste drukmeetleiding bij zijn adapter op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B- 49). Vervang altijd de afdichting van de verbindingsflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator en de afdichting van de verbindingsflens tussen de flexibele verbinding en het roetfilter. Reinig altijd en zorgvuldig de raakvlakken van de verbindingsflenzen van de flexibele verbinding - voorkatalysator en van de verbindingsflenzen flexibele verbinding - roetfilter. Plaats: - de flexibele verbinding met nieuwe afdichtingen, - het voorste opname element temperatuur bij zijn adapter op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname elementen temperatuur van het roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B-60), - de voorste drukmeetleiding bij zijn adapter op de uitlaatlijn (zie 19B, Uitlaat, Opname element druk van roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B- 49). Zet vast met het aantrekkoppel: de moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en het roetfilter (21 N.m). Zet vast met het aantrekkoppel: de moeren van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en de voorkatalysator (21 N.m). Monteer het roetfilter (zie 19B, Uitlaat, Roetfilter: Uitbouwen - Inbouwen, blz. 19B-27). - de twee moeren (1) van de uitlaatflens tussen de flexibele verbinding en het roetfilter, - de flexibele verbinding B-71

399 UITLAAT Roetfilter: Reinigen 19B B74 of K74, en G9T, en 600 Ga als volgt te werk: diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal GEFORCEERDE REGENERATIE VAN HET ROETFILTER MET BEHULP VAN HET DIAGNOSEAPPARAAT CLIP Met het commando SC010 : «Regeneratie van het roetfilter» van het diagnoseapparaat kan het roetfilter in de werkplaats worden geregenereerd, als de rijomstandigheden deze regeneratie niet mogelijk maken. - geef het commando SC010, - tijdens de regeneratie, is het toerental van de motor vast 1500 tr/min, en verandert het geluid van de motor (late inspuiting), - de uitlaatgassen worden heter en verbranden het roet in het roetfilter. - het commando duurt ongeveer 30 minuten, - als het toerental van de motor terugkomt op het stationair toerental is het commando afgelopen, - controleer of de hoeveelheid roet in het roetfilter 0 is met behulp van het commando PR559. N.B.: Geef dit commando alleen onder de volgende omstandigheden: - storing DF217 : «Roetfilter verstopt», of DF220 : «Overschrijding van het aantal regeneraties», of DF221 : «Regeneratie roetfilter onmogelijk» aanwezig, - massa roet in het roetfilter groter dan 45 g. N.B.: De regeneratie van het roetfilter gaat gepaard met stank en rookontwikkeling. Na afloop van de geforceerde regeneratie van het roetfilter: - behandel de aanwezige storingen, - Wis het storingsgeheugen. Laat de motor afkoelen. BELANGRIJK: Tijdens de geforceerde regeneratie van het roetfilter, wordt de uitlaatlijn zeer heet. Doe dit indien mogelijk buiten of gebruik een afzuiger voor uitlaatgassen die is goedgekeurd voor deze hoge temperaturen. Controleer het peil van de motorolie voordat u het commando geeft om te voorkomen dat de motor op hol slaat. Het peil mag niet boven het maximum staan. Tap de motorolie af. Vervang het oliefilter. Vul de motor met olie. N.B.: Het motoroliepeil moet liggen tussen de merktekens «MINI» en «MAXI» van de peilstaaf. Voor dit commando selecteert u «Specifieke commando» in het diagnoseapparaat, en kiest u het commando SC010. Indien nodig kan de regeneratie worden gestopt door op de startknop van de auto te drukken. 19B-72

400 UITLAAT Roetfilter: Reinigen 19B B74 of K74, en F9Q, en 758 Ga als volgt te werk: diagnoseapparaat Onmisbaar materiaal GEFORCEERDE REGENERATIE VAN HET ROETFILTER MET BEHULP VAN HET DIAGNOSEAPPARAAT CLIP Met het commando SC017 of VP040 : «Regeneratie van het roetfilter» van het diagnoseapparaat kan het roetfilter in de werkplaats worden geregenereerd, als de rijomstandigheden deze regeneratie niet mogelijk maken. N.B.: Geef dit commando alleen onder de volgende omstandigheden: - storing DF308 : «Roetfilter verstopt», - storing DF312 : «Regeneratie roetfilter onmogelijk», - storing DF383 : «roetmassa in het roetfilter» meer dan 45 g. BELANGRIJK: Tijdens de geforceerde regeneratie van het roetfilter, wordt de uitlaatlijn zeer heet. Doe dit indien mogelijk buiten of gebruik een afzuiger voor uitlaatgassen die is goedgekeurd voor deze hoge temperaturen. Controleer het peil van de motorolie voordat u het commando geeft om te voorkomen dat de motor op hol slaat. Het peil mag niet boven het maximum staan. - geef het commando SC017 of VP040, - tijdens de regeneratie, is het toerental van de motor vast 1500 tr/min, en verandert het geluid van de motor (late inspuiting), - de uitlaatgassen worden heter en verbranden het roet in het roetfilter. - het commando duurt ongeveer 30 minuten, - als het toerental van de motor terugkomt op het stationair toerental is het commando afgelopen, - controleer of de hoeveelheid roet in het roetfilter minder is dan 10 g met behulp van het commando PR383. N.B.: De regeneratie van het roetfilter gaat gepaard met stank en rookontwikkeling. Na afloop van de geforceerde regeneratie van het roetfilter: - behandel de aanwezige storingen, - Wis het storingsgeheugen. Laat de motor afkoelen. Tap de motorolie af. Vervang het oliefilter. Vul de motor met olie. N.B.: Het motoroliepeil moet liggen tussen de merktekens «MINI» en «MAXI» van de peilstaaf. Om dit commando uit te voeren, kies «Specifieke commando's» in het diagnoseapparaat, en kies het commando SC017 of VP040. Indien nodig kan de regeneratie worden gestopt door op de startknop van de auto te drukken. 19B-73

401 UITLAAT Roetfilter: Reinigen 19B G9T, en 600 GEFORCEERDE REGENERATIE VAN HET ROETFILTER MET BEHULP VAN HET DIAGNOSEAPPARAAT CLIP Voor de geforceerde regeneratie van het roetfilter (zie : MR diagnose). BELANGRIJK: Tijdens de geforceerde regeneratie van het roetfilter, wordt de uitlaatlijn zeer heet. Doe het in de open lucht of gebruik een uitlaatgasafzuiginstallatie die is goedgekeurd voor deze hoge temperaturen. Controleer het peil van de motorolie voordat u het commando geeft om te voorkomen dat de motor op hol slaat. Het peil moet zich tussen de merktekens «MINI» en «MAXI» op de peilstaaf bevinden. N.B.: Indien nodig kan de regeneratie worden gestopt door twee keer achter elkaar op startknop van de motor te drukken. N.B.: De regeneratie van het roetfilter gaat gepaard met stank en rookontwikkeling. Na afloop van de geforceerde regeneratie van het roetfilter: - behandel de aanwezige storingen, - Wis het storingsgeheugen. Laat de motor afkoelen. Tap de motorolie af. Vervang het oliefilter. Vul de motor met olie. N.B.: Het peil moet zich tussen de merktekens «MINI» en «MAXI» op de peilstaaf bevinden. 19B-74

402 TANK Brandstoftank: Beschrijving 19C F9Q, en 674 of (1) Tank (2) Bevestigingsgaten (3) Vulhals (4) Klembanden van de vulhals (5) Vulplug (6) Brandstofaanvoerslang (7) Brandstofretourslang (8) Ventilatie van de tank en afsluitklep bij omslaan (9) Antiterugstroomslang (ontluchting bij het vullen) (10) Aanzuigsysteem Diesel 19C-1

403 TANK Brandstoftank: Beschrijving 19C F9Q, en 674 of (11) Buitenlucht (12) Overvulbegrenzingskogel (13) Antiterugstroomslang (14) Luchtafvoer tijdens het vullen (15) Ruimte voor het uitzetten van de brandstof (16) Vulopening (17) Nuttig brandstofvolume (18) Ventilatie van de tank en afsluitklep bij omslaan 19C-2

404 TANK Brandstoftank: Beschrijving 19C F9Q, en 674 of 758 TAAK VAN DE KLEPPEN EN VAN DE VULHALS 1 - Vulbegrenzingsklep en anti-lekkageklep als de auto onderste boven ligt De kogel werkt als een vulbegrenzingsklep. Tijdens het tanken rust de kogel op zijn zetel en sluit zo een hoeveelheid lucht op in de tank. Auto in beweging, de kogel verlaat zijn zetel waardoor ventilatie mogelijk is. Het is van belang dat er altijd een bepaalde hoeveelheid lucht in de tank is om te voorkomen dat de tank openscheurt als de brandstof (door het warmer worden) uitzet. De afsluitklep voorkomt bij omslaan dat de tank leegloopt via de ventilatieslang. 2 - Vulhals De vulhals voor loodvrije brandstof heeft een dichte dop. 19C-3

405 TANK Brandstoftank: Beschrijving 19C M9R, en (1) Tank (2) Bevestigingsgaten (3) Vulhals (4) Klembanden van de vulhals (5) Vulplug (6) Brandstofaanvoerslang (7) Brandstofretourslang (8) Ventilatie van de tank en afsluitklep bij omslaan (9) Antiterugstroomslang (ontluchting bij het vullen) (10) Aanzuigsysteem Diesel 19C-4

406 TANK Brandstoftank: Beschrijving 19C M9R, en C-5

407 TANK Brandstoftank: Beschrijving 19C M9R, en (11) Buitenlucht (12) Overvulbegrenzingskogel (13) Antiterugstroomslang (14) Luchtafvoer tijdens het vullen (15) Ruimte voor het uitzetten van de brandstof (16) Vulopening (17) Nuttig brandstofvolume (18) Ventilatie van de tank en afsluitklep bij omslaan TAAK VAN DE KLEPPEN EN VAN DE VULHALS 1 - Vulbegrenzingsklep en anti-lekkageklep als de auto onderste boven ligt De kogel werkt als een vulbegrenzingsklep. Tijdens het tanken rust de kogel op zijn zetel en sluit zo een hoeveelheid lucht op in de tank. Auto in beweging, de kogel verlaat zijn zetel waardoor ventilatie mogelijk is. Het is van belang dat er altijd een bepaalde hoeveelheid lucht in de tank is om te voorkomen dat de tank openscheurt als de brandstof (door het warmer worden) uitzet. De afsluitklep voorkomt bij omslaan dat de tank leegloopt via de ventilatieslang. 2 - Vulhals De vulhals voor loodvrije brandstof heeft een dichte dop. 19C-6

408 TANK Brandstoftank: Uitbouwen - Inbouwen 19C F9Q, en 674 of 758 orgaansteun Onmisbaar materiaal Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de tank bevestigingsbouten van de akoestische stang 21 N.m 80 N.m BELANGRIJK: Bij deze werkzaamheden is het volgende belangrijk: - verboden te roken of met gloeiende voorwerpen (lasspatten) in de nabijheid te komen, - let op de uitstromende brandstof bij het losmaken van de wartel, - bescherm de plaatsen die gevoelig zijn voor de uitstromende brandstof. Bouw de dop (1) van het controleluik uit UITBOUWEN Tap de auto af (zie 19C, Tank, Leegpompen van de brandstoftank). Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Til de zitting van de achterbank omhoog. Maak los: - de stekker (2) van het tankelement, de snelkoppeling (3) van de brandstofaanvoerleiding, - de snelkoppeling (4) van de brandstofretourleiding. - de bescherming onder de motor, - de bevestigingsmoeren van de uitlaatflens bij de uitgang van de katalysator. 19C-7

409 TANK Brandstoftank: Uitbouwen - Inbouwen 19C F9Q, en 674 of 758 Maak het opname element wagenhoogte van de carrosserie los (afhankelijk van de uitrusting van de auto). Maak de bedrading los van het systeem voor het controleren van de bandenspanning op de akoestische stang. Verwijder de akoestische stang tussen de bevestigingspunten van de achtertrein door de bouten één voor één te verwijderen en weer terug te plaatsen(9) Bouw de uitlaatklem (5) van de demper uit. Plaats de uitlaatlijn tegen het subframe en op de achtertrein. Bouw het hitteschild uit (6). Maak de antiterugstroomslang (10)los Bouw de klemband (11) van de vulhals uit de klemmetjes (7) van de remleiding, - het bekledingsklemmetje (8)van het hitteschild. Verwijder de remleidingen van de akoestische stang. 19C-8

410 TANK Brandstoftank: Uitbouwen - Inbouwen 19C F9Q, en 674 of of alle hitteschilden van de uitlaat aanwezig zijn en goed vastzitten, - of er geen contact is onder de carrosserie, Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). Plaats de orgaansteun onder de tank de bevestigingsbouten (12) van de tank, - de brandstoftank door het te laten draaien om de uitlaatlijn (dit moet met twee monteurs gedaan worden). INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vervang systematisch: - de afdichting van de uitlaatflens, - de klemband van de vulhals, - de uitlaatklem van de demper, Ieder beschadigd hitteschild moet beslist worden vervangen. Let op dat er geen brandstofleidingen worden afgeknepen (gevaar van lekkage). Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de tank (21 N.m), -de bevestigingsbouten van de akoestische stang (80 N.m). Controleer: - of de verbindingen van de brandstofleidingen goed ingeklikt zijn, 19C-9

411 TANK Brandstoftank: Uitbouwen - Inbouwen 19C M9R, en 740 Onmisbaar materiaal orgaansteun Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de tank bevestigingsbouten van de akoestische stang 21 N.m 80 N.m BELANGRIJK: Bij deze werkzaamheden is het volgende belangrijk: - verboden te roken of met gloeiende voorwerpen (lasspatten) in de nabijheid te komen, - let op de uitstromende brandstof bij het losmaken van de wartel, - bescherm de plaatsen die gevoelig zijn voor de uitstromende brandstof. Bouw de dop (1) van het controleluik uit UITBOUWEN Tap de auto af (zie 19C, Tank, Leegpompen van de brandstoftank). Zet de auto op een tweekolomshefbrug (zie 02A, Hefmiddelen, Tweekolomshefbrug: Veiligheid). Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Til omhoog: - de zitting van de achterbank, - de vloerbekleding onder de achterbank. Maak los: - de stekker (2) van het tankelement, de snelkoppeling (3) van de brandstofaanvoerleiding, - de snelkoppeling (4) van de brandstofretourleiding. - de bescherming onder de motor, - de bevestigingsmoeren van de uitlaatflens bij de uitgang van de katalysator. 19C-10

412 TANK Brandstoftank: Uitbouwen - Inbouwen 19C M9R, en 740 Maak het opname element wagenhoogte van de carrosserie los (afhankelijk van de uitrusting van de auto). Maak de bedrading los van het systeem voor het controleren van de bandenspanning op de akoestische stang. Verwijder de akoestische stang tussen de bevestigingspunten van de achtertrein door de bouten één voor één te verwijderen en weer terug te plaatsen(9) Bouw de klemband (5) van de uitlaatdemper uit. Plaats de uitlaatlijn tegen het subframe en op de achtertrein. Bouw het hitteschild uit.(6) Maak de antiterugstroomslang (10)los Bouw de klemband (11) van de vulhals uit de klemmetjes (7) van de remleiding, - het bekledingsklemmetje (8)van het hitteschild. Verwijder de remleidingen van de akoestische stang. 19C-11

413 TANK Brandstoftank: Uitbouwen - Inbouwen 19C M9R, en 740 Controleer: - of de verbindingen van de brandstofleidingen goed ingrijpen, - of alle hitteschilden van de uitlaat aanwezig zijn en goed vastzitten, - of er geen contact is onder de carrosserie, Ieder beschadigd hitteschild moet beslist worden vervangen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen) Plaats de orgaansteun onder de tank. - de bevestigingsbouten (12)van de tank, - de brandstoftank door hem te laten draaien om de uitlaatlijn (dit moet met twee monteurs gedaan worden). INBOUWEN Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Vervang systematisch: - de afdichting van de uitlaatflens, - de klemband van de vulhals, - de uitlaatklem van de demper, Let op dat er geen brandstofleidingen worden afgeknepen (gevaar van lekkage). Zet vast met de voorgeschreven aantrekkoppels: - de bevestigingsbouten van de tank (21 N.m), -de bevestigingsbouten van de akoestische stang (80 N.m). 19C-12

414 TANK Vulhals: Uitbouwen - Inbouwen 19C F9Q, en 674 of 758 BELANGRIJK: Bij deze werkzaamheden is het volgende belangrijk: - het is verboden te roken of met gloeiende voorwerpen (lasspatten) in de nabijheid te komen, - let op de uitstromende brandstof bij het losmaken van de wartel, 4 - bescherm de plaatsen die gevoelig zijn voor de uitstromende brandstof. UITBOUWEN Maak de tank leeg (zie 19C, Tank, Leegpompen van de brandstoftank). Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - het rechter achterwiel, - de spatplaat rechts achter, - de bevestigingsbouten (4) van de vulhals, - de vulhals. INBOUWEN Vervang alle slangklemmen door nieuwe Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. 3 Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen) Maak de antiterugstroomslang (1)los. Bouw de slangklemmen van de vulslang (2) uit. Bouw de bevestigingsbout (3) van de vulhals uit. 19C-13

415 TANK Vulhals: Uitbouwen - Inbouwen 19C M9R, en 740 BELANGRIJK: Bij deze werkzaamheden is het volgende belangrijk: - het is verboden te roken of met gloeiende voorwerpen (lasspatten) in de nabijheid te komen, - let op de uitstromende brandstof bij het losmaken van de wartel, - bescherm de plaatsen die gevoelig zijn voor de uitstromende brandstof. UITBOUWEN Maak de tank leeg (zie 19C, Tank, Leegpompen van de brandstoftank). Zet de auto op een tweekoloms hefbrug. Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. - het rechter achterwiel, - de spatplaat rechts achter, - de bevestigingsbouten (4) van de vulhals, - de vulhals. INBOUWEN Vervang alle slangklemmen door nieuwe Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen) Maak de antiterugstroomslang (1)los. Bouw de slangklemmen van de vulslang (2) uit. Bouw de bevestigingsbout (3) van de vulhals uit. 19C-14

416 TANK Leegpompen van de brandstoftank 19C F9Q, en 674 of 758 Onmisbaar materiaal pneumatische pomp voor het leegpompen van de brandstoftank (benzine of dieselolie) 1 BELANGRIJK: Bij deze werkzaamheden is het volgende belangrijk: - het is verboden te roken of met gloeiende voorwerpen (lasspatten) in de nabijheid te komen, - let op de uitstromende brandstof bij het losmaken van de wartel, - bescherm de plaatsen die gevoelig zijn voor de uitstromende brandstof. LEEGPOMPEN VAN DE BRANDSTOFTANK Bouw de dop (1) van het controleluik uit Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. N.B.: Bij de uitvoeringen met dieselmotor moet u, vanwege het ontbreken van een elektrische brandstofpomp, de brandstof met een externe pomp pneumatische pomp voor het leegpompen van de brandstoftank (benzine of dieselolie) wegpompen. Til de zitting van de achterbank omhoog. Maak de snelkoppeling los.(2) Vang de uitstromende brandstof op Sluit de aanzuigslang van de pneumatische pomp voor het leegpompen van de brandstoftank (benzine of dieselolie) op de snelkoppeling (2) en terugstroomslang van de overhevelingspomp in de opvangbak. Schakel de pneumatische pomp voor het leegpompen van de brandstoftank (benzine of dieselolie) in. 19C-15

417 TANK Leegpompen van de brandstoftank 19C F9Q, en 674 of 758 Laat de brandstof wegstromen tot deze met onderbrekingen naar buiten stroomt. Na het uitstromen van de brandstof: - maak de aanzuigslang van de overhevelpomp op de snelkoppeling van het tankelement los, - sluit de snelkoppeling weer aan (2) op het tankelement, - bouw de dop van het controleluik in, - plaats de achterbank. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). 19C-16

418 TANK Leegpompen van de brandstoftank 19C M9R, en 740 Onmisbaar materiaal pneumatische pomp voor het leegpompen van de brandstoftank (benzine of dieselolie) BELANGRIJK: Bij deze werkzaamheden is het volgende belangrijk: - het is verboden te roken of met gloeiende voorwerpen (lasspatten) in de nabijheid te komen, - let op de uitstromende brandstof bij het losmaken van de wartel, - bescherm de plaatsen die gevoelig zijn voor de uitstromende brandstof. LEEGPOMPEN VAN DE BRANDSTOFTANK Bouw de dop (1) van het controleluik uit Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. N.B.: Til omhoog: - de zitkussens van de achterbank, - de vloerbekleding onder de achterbank.. Bij de uitvoeringen met dieselmotor moet u, vanwege het ontbreken van een elektrische brandstofpomp, de brandstof met een externe pomp pneumatische pomp voor het leegpompen van de brandstoftank (benzine of dieselolie) wegpompen. Maak de snelkoppeling los.(2) Vang de uitstromende brandstof op Sluit de aanzuigslang van de pneumatische pomp voor het leegpompen van de brandstoftank (benzine of dieselolie) op de snelkoppeling (2) en terugstroomslang van de overhevelingspomp in de opvangbak. Schakel de pneumatische pomp voor het leegpompen van de brandstoftank (benzine of dieselolie) in. 19C-17

419 TANK Leegpompen van de brandstoftank 19C M9R, en 740 Laat de brandstof wegstromen tot deze met onderbrekingen naar buiten stroomt. Na het uitstromen van de brandstof: - maak de aanzuigslang van de overhevelpomp op de snelkoppeling van het tankelement los, - sluit de snelkoppeling weer aan (2) op het tankelement, - bouw de dop van het controleluik in, - plaats de achterbank. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool. Voer de noodzakelijke inlezingen uit (zie 80A, accu, Accu: Uitbouwen - inbouwen). 19C-18

420 TANK Tankelement: Uitbouwen - Inbouwen 19C F9Q of G9T of M9R Onmisbaar speciaal gereedschap Mot Universele sleutel voor het losmaken van de moer van het tankelement Aantrekkoppelsm bevestigingsbouten van de kap van de accu 4 N.m. BELANGRIJK: Bij deze werkzaamheden is het volgende belangrijk: - het is verboden te roken of met gloeiende voorwerpen (lasspatten) in de nabijheid te komen, - let op de uitstromende brandstof bij het losmaken van de wartel, - bescherm de plaatsen die gevoelig zijn voor de uitstromende brandstof. Bouw de dop (1) van het controleluik uit UITBOUWEN Maak de accukabels los, te beginnen met de negatieve pool. Til omhoog: - de zitting van de achterbank, - de vloerbekleding onder de achterbank. Maak los: - de stekker (3) van het tankelement, de snelkoppeling (2) van de brandstofaanvoer, - de snelkoppeling (4) van de brandstofretour. Vang de uitstromende brandstof op. Sluit de openingen af met de beschermdoppen uit de set schone doppen (zie 13B, Dieselinspuiting, Dieselinspuitsysteem: Voorzorgen bij de reparatie, blz. 13B-13). 19C-19

421 TANK Tankelement: Uitbouwen - Inbouwen 19C F9Q of G9T of M9R Bouw de bevestigingsmoer uit van het geheel pomp - tankelement met behulp van het gereedschap (Mot. 1397)(5). Bouw het tankelement uit, let op de vlotter. Om vervorming van de tank te voorkomen, plaats u weer de moer van het tankelement zodra het tankelement is uitgebouwd. INBOUWEN Monteer het tankelement met het merkteken (6) van het tankelement bij het merkteken (7) van de tank. Plaats de moer (9). Zet de moer (9) vast tot het merkteken (8) van de moer samenvalt met het merkteken (7) van de tank en met het merkteken (6) van het tankelement. Ga te werk in omgekeerde volgorde van uitbouwen. Zet de accukabels vast, te beginnen met de positieve pool (zie Accu: Uitbouwen - Inbouwen). Zet vast met het aantrekkoppel: de bevestigingsbouten van de kap van de accu (4 N.m.). Vervang de afdichtring. 19C-20

422 TANK Tankelement: Karakteristiek 19C F9Q, en 674 of 758 I - TANKELEMENT: AANSLUITING Voor de aansluiting van het tankelement (zie S.M.Elektrische schema's, Laguna II, Orgaan 199). II - CONTROLE VAN HET TANKELEMENT Bouw het tankelement uit (zie 19C, Tankelement : Uitbouwen - inbouwen). Tank, Waarde tussen de 2 aansluitingen (in Ω ± 10 Inhoud Hoogte H (in mm ± 5 mm) 20 tank vol Bovenste aanslag 87 tank 3/ tank 1/ tank 1/ reserve tank leeg Onderste aanslag Controleer de weerstandsverandering door de vlotter te verplaatsen. III - METEN VAN DE HOOGTE H Plaats het tankelement op een vlakke ondergrond. H is de hoogte tussen de vlotteras en de vlakke ondergrond. Bouw het tankelement in (zie 19C, Tank, Tankelement : Uitbouwen - inbouwen). 19C-21

423 TANK Tankelement: Karakteristiek 19C M9R, en 740 I - TANKELEMENT: AANSLUITING Voor de aansluiting van het tankelement (zie S.M.Elektrische schema's, Laguna II, Orgaan 199). II - CONTROLE VAN HET TANKELEMENT Bouw het tankelement uit (zie 19C, Tankelement : Uitbouwen - inbouwen). Tank, Waarde tussen de 2 aansluitingen (in Ω ± 10 Inhoud Hoogte H (in mm ± 5 mm) 20 tank vol Bovenste aanslag 87 tank 3/ tank 1/ tank 1/ reserve tank leeg Onderste aanslag Controleer de weerstandsverandering door de vlotter te verplaatsen. III - METEN VAN DE HOOGTE H Plaats het tankelement op een vlakke ondergrond. H is de hoogte tussen de vlotteras en de vlakke ondergrond. Bouw het tankelement in (zie 19C, Tank, Tankelement : Uitbouwen - inbouwen). 19C-22

424 MOTOROPHANGING Pendelophanging 19D F9Q, en 674 E G I J F 2 3 G H 1 C B A D Aantrekkoppels (in N.m) (A) 21 (B) 62 (C) 105 (D) 44 (E) 110 (F) 190 (G) 62 (H)* 105 (I) 105 (J) 44 * Zet vast in volgorde en met aantrekkoppel": de bouten (H) : (1), (2) en (3). 19D-1

425 MOTOROPHANGING Pendelophanging 19D M9R, en Aantrekkoppels (in N.m) D-2

6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 62A

6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 62A 6 Airconditioning AIRCONDITIONING X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de technische richtlijnen

Nadere informatie

2 Aandrijving KOPPELING HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X74 20A 21A 23A 29A

2 Aandrijving KOPPELING HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X74 20A 21A 23A 29A 2 Aandrijving 20A KOPPELING 21A HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK 23A AUTOMATISCHE TRANSMISSIE 29A AANDRIJFASSEN X74 DECEMBER 2004 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden,

Nadere informatie

2 Aandrijving KOPPELING HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK AANDRIJFASSEN X90 20A 21A 29A

2 Aandrijving KOPPELING HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK AANDRIJFASSEN X90 20A 21A 29A 2 Aandrijving 20A KOPPELING 21A HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK 29A AANDRIJFASSEN X90 DECEMBER 2005 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document

Nadere informatie

2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 23A 29A

2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 23A 29A 2 Aandrijving AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens

Nadere informatie

1 Motor en randorganen

1 Motor en randorganen 1 Motor en randorganen 10A MOTORBLOK EN ONDERZIJDE 11A CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE 12A MENSELSAMENSTELLING 13B DIESELINSPUITSYSTEEM 13C VOORVERWARMING 16A STARTEN - LADEN 17A ONTSTEKING 17B BENZINE-INSPUITSYSTEEM

Nadere informatie

Motor en randorganen

Motor en randorganen Motor en randorganen MOTORBLOK EN ONDERZIJDE CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE INLAATSPRUITSTUK SMOORKLEPHUIS - DRUKVULLING BRANDSTOFTOEVOER - DIESELINSPUITING ANTI-LUCHTVERONTREINIGING STARTEN - LADEN ONTSTEKING

Nadere informatie

0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 01A 01D 02A 04A 04B

0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 01A 01D 02A 04A 04B 0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 01D MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN 04A SMEERMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven

Nadere informatie

Motor en randorganen

Motor en randorganen Motor en randorganen MOTORBLOK EN ONDERZIJDE CILINDERKOP EN DISTRIBUTIE INLAATSPRUITSTUK SMOORKLEPHUIS DRUKVULLING BRANDSTOFTOEVOER DIESELINSPUITING VOORVERWARMING ANTI-LUCHTVERONTREINIGING STARTEN - LADEN

Nadere informatie

0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH HEFMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 01A 02A 04B 05A

0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH HEFMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 01A 02A 04B 05A 0 Algemeen 01A GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH 02A HEFMIDDELEN 04B INGREDIËNTEN - PRODUCTEN 05A OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN X74 DECEMBER 2004 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven

Nadere informatie

6 Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING GEREGELDE AIRCONDITIONING HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING. X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 61A 62A 62B 62C

6 Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING GEREGELDE AIRCONDITIONING HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING. X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 61A 62A 62B 62C 6 Airconditioning 6A VERWARMING 62A AIRCONDITIONING 62B GEREGELDE AIRCONDITIONING 62C HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING X74, en DOCUMENTATIEFASE 2 APRIL 2005 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven

Nadere informatie

Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A

Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A SERVICE MEDEDELING Edition néerlandaise (wit) SAFRANE JANUARI 1997 77 11 192 134 Type B 54 L, F 2697A Service 0422 S/Chapitre 29 Vervangt hoofdstuk 29 van Service Mededelingen 2639A en 2651A 29 BIJZONDERHEDEN

Nadere informatie

0 Algemeen HEFMIDDELEN CARROSSERIE INNOVATIES X91 02A 02B

0 Algemeen HEFMIDDELEN CARROSSERIE INNOVATIES X91 02A 02B 0 Algemeen HEFMIDDELEN 02B CARROSSERIE INNOVATIES X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven, zijn gemaakt volgens de

Nadere informatie

8 Elektrische installatie

8 Elektrische installatie 8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 81A VERLICHTING ACHTER 81C ZEKERING X91 MAART 2007 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit

Nadere informatie

HANDELING Nr. H : Werkzaamheden aan de distributie. VERVANGING VAN DE STOTERBUSSEN UITBOUWEN.

HANDELING Nr. H : Werkzaamheden aan de distributie. VERVANGING VAN DE STOTERBUSSEN UITBOUWEN. 1 VERVANGING VAN DE STOTERBUSSEN UITBOUWEN. 1. Tap de radiateur af, verwijder vervolgens de motorkap en laat het cilinderblok leeglopen via de aftapplug (1). Om het koelsysteem volledig af te tappen, moet

Nadere informatie

Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V FEBRUARI 2004 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2004

Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V FEBRUARI 2004 EDITION NEERLANDAISE RENAULT 2004 Airconditioning VERWARMING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0M - BJ0P - BJ0V 77 11 311 084 FEBRUARI 2004 EDITION NEERLANDAISE "De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden, zoals in dit document beschreven,

Nadere informatie

Aandrijving KOPPELING HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJVING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0P - BJ0V - BJ0M

Aandrijving KOPPELING HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJVING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0P - BJ0V - BJ0M Aandrijving KOPPELING HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJVING BJ0E - BJ0J - BJ0K - BJ0P - BJ0V - BJ0M 77 11 311 044 DECEMBER 2001 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur

Nadere informatie

CONTROLESYSTEEM VAN DE BANDENSPANNING STUURBEKRACHTIGING MECHANISCHE BEDIENINGSORGANEN AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN

CONTROLESYSTEEM VAN DE BANDENSPANNING STUURBEKRACHTIGING MECHANISCHE BEDIENINGSORGANEN AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN Chassis ALGEMEEN VOORTREIN ACHTERTREIN WIELEN EN BANDEN CONTROLESYSTEEM VAN DE BANDENSPANNING STUURINRICHTING STUURBEKRACHTIGING MECHANISCHE BEDIENINGSORGANEN AUTOMATISCHE PARKEERREM ANTIBLOKKEERSYSTEEM

Nadere informatie

Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 EDITION NEERLANDAISE NOVEMBER 2000 RENAULT 2000

Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 EDITION NEERLANDAISE NOVEMBER 2000 RENAULT 2000 Airconditioning VERWARMING AIRCONDITIONING BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 77 11 297 444 NOVEMBER 2000 EDITION NEERLANDAISE De door de constructeur voorgeschreven reparatiemethoden,

Nadere informatie

Aandrijving KOPPELING HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04

Aandrijving KOPPELING HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 Aandrijving KOPPELING HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK AUTOMATISCHE TRANSMISSIE AANDRIJFASSEN BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 77 11 297 364 NOVEMBER 2000 EDITION NEERLANDAISE De door

Nadere informatie

S.M. 2634A. Bijzonderheden van de uitvoeringen met motortype G8T Turbo Diesel

S.M. 2634A. Bijzonderheden van de uitvoeringen met motortype G8T Turbo Diesel S.M. 2634A B54 G Behoort bij: M.R. 302 Bijzonderheden van de uitvoeringen met motortype G8T Turbo Diesel 77 11 190 990 SEPTEMBER 1996 Edition néerlandaise De door de konstrukteur voorgeschreven reparatiemethoden,

Nadere informatie

De RENAULT ONDERHOUDSBEURT

De RENAULT ONDERHOUDSBEURT Pagina 5. De Renault onderhoudsbeurt 6. Motor 7. Benzine en dieselmotor / roetfilter 8. Turbo & intercooler 9. Smeersysteem 10. Koelvloeistof systeem 11. In- & uitlaatsysteem 12. Aandrijflijn 13. Handgeschakelde

Nadere informatie

INTERIEURBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK

INTERIEURBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK Bekleding ALGEMEEN INTERIEURBEKLEDING PORTIERBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN HOEDENPLANK STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK STOELACCESSOIRES

Nadere informatie

S.M. 2651A. Bijzonderheden van de SAFRANE met motortypen N7U 700 N7U 701

S.M. 2651A. Bijzonderheden van de SAFRANE met motortypen N7U 700 N7U 701 S.M. 2651A B54F Behoort bij: M.R. 302 Bijzonderheden van de SAFRANE met motortypen N7U 700 N7U 701 Voor onderwerpen die hier niet nader worden toegelicht, verwijzen wij u naar het werkplaatshandboek M.R.

Nadere informatie

4 Plaatwerk ALGEMEEN BODEMPLAAT VOOR CENTRALE BODEMPLAAT ZIJKANT BODEMPLAAT BODEMPLAAT ACHTER BOVENBOUW VOOR BOVENBOUW ZIJKANT BOVENBOUW ACHTERZIJDE

4 Plaatwerk ALGEMEEN BODEMPLAAT VOOR CENTRALE BODEMPLAAT ZIJKANT BODEMPLAAT BODEMPLAAT ACHTER BOVENBOUW VOOR BOVENBOUW ZIJKANT BOVENBOUW ACHTERZIJDE 4 Plaatwerk 40A ALGEMEEN 41A BODEMPLAAT VOOR 41B CENTRALE BODEMPLAAT 41C ZIJKANT BODEMPLAAT 41D BODEMPLAAT ACHTER 42A BOVENBOUW VOOR 43A BOVENBOUW ZIJKANT 44A BOVENBOUW ACHTERZIJDE 45A BOVENKANT CARROSSERIE

Nadere informatie

VERVANGING VAN DE MOTOR-VERSNELLINGSBAK COMBINATIE

VERVANGING VAN DE MOTOR-VERSNELLINGSBAK COMBINATIE VERVANGING VAN DE MOTOR-VERSNELLINGSBAK COMBINATIE ( voortrein niet uitgebouwd ) UITBOUWEN. 1. Leg blokken voor en achter de achterwielen. 2. Maak de handrem los en controleer dat de versnellingshandel

Nadere informatie

SCdefault. 9-5 Montagerichtlijn

SCdefault. 9-5 Montagerichtlijn SCdefault 9-5 Montagerichtlijn SITdefault Wielophangingskit MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces

Nadere informatie

HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN AFSTELWAARDEN AANDRIJFGROEP AFSTELWAARDEN VOOR- EN ACHTERTREINHOEKEN

HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN AFSTELWAARDEN AANDRIJFGROEP AFSTELWAARDEN VOOR- EN ACHTERTREINHOEKEN Algemeen GEGEVENS HEFMIDDELEN SLEPEN SMEERMIDDELEN PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN AFSTELWAARDEN AANDRIJFGROEP AFSTELWAARDEN VOOR- EN ACHTERTREINHOEKEN BJ0F - BJ0G - BJ0J - BJ0K - BJ0V 77 11 311 004

Nadere informatie

BEKLEDING VAN KAPPEN EN KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERSTOELEN

BEKLEDING VAN KAPPEN EN KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERSTOELEN 7 Bekleding 71A INTERIEURBEKLEDING 72A BEKLEDING DEUREN 73A BEKLEDING VAN KAPPEN EN KLEPPEN 75A STOELFRAME EN STELRAILS VOOR 76A STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER 77A BEKLEDING VOORSTOELEN 78A BEKLEDING ACHTERSTOELEN

Nadere informatie

VERVANGING VAN EEN CILINDERKOP

VERVANGING VAN EEN CILINDERKOP HANDELING Nr. H78.112-1: Vervanging van een cilinderkop. 1 VERVANGING VAN EEN CILINDERKOP UITBOUWEN. 1. Tap de radiateur af, verwijder vervolgens de motorkap en laat het cilinderblok leeglopen via de aftapplug.

Nadere informatie

Elektrische motorverwarming (auto's zonder extra verwarming op brandstof)

Elektrische motorverwarming (auto's zonder extra verwarming op brandstof) Installation instructions, accessories Instructienr. 31664496 Versie 1.1 Ond. nr. 31664494 Elektrische motorverwarming (auto's zonder extra verwarming op brandstof) IMG-432838 Volvo Car Corporation Elektrische

Nadere informatie

KDP Montage-/demontage-instructies

KDP Montage-/demontage-instructies KDP459.510/NL/01 07-2014 KDP459.510 Montage-/demontage-instructies CITROËN: FIAT: LANCIA: PEUGEOT: Berlingo (M49 en M59), Dispatch, Jumpy, Xsara FL, Xsara Picasso, C4. Scudo, Ulysse (U6) Zeta 206, 306

Nadere informatie

VERPLICHT : Neem de voorschriften voor veiligheid en schoon werken in acht. [0197-M] A1Z]

VERPLICHT : Neem de voorschriften voor veiligheid en schoon werken in acht. [0197-M] A1Z] VERPLICHT : Neem de voorschriften voor veiligheid en schoon werken in acht. 1. Gereedschap gereedschap Referentie Omschrijving [0197-A] [0197- A1Z] Mal voor nokkenassen Montagegereedschap voor uitlaatnokkenas

Nadere informatie

HANDELING Nr. H : Werkzaamheden aan de cilinderkop. VERVANGING VAN EEN TUIMELAARAS VAN DE INLAATKLEPPEN UITBOUWEN.

HANDELING Nr. H : Werkzaamheden aan de cilinderkop. VERVANGING VAN EEN TUIMELAARAS VAN DE INLAATKLEPPEN UITBOUWEN. 1 VERVANGING VAN EEN TUIMELAARAS VAN DE INLAATKLEPPEN UITBOUWEN. 1. Laat de radiateur leeglopen. Verwijder de motorkap. 2. Verwijder de aftapplug (1) om het cilinderblok leeg te laten lopen. Om het koelwater

Nadere informatie

5 Mechanismes en accessoires

5 Mechanismes en accessoires 5 Mechanismes en accessoires 51A ORGANEN IN PORTIEREN 52A ORGANEN IN MOTORKAP ACHTERKLEP - OPEN DAK 54A RUITEN 55A BESCHERMINGEN BUITENKANT 56A ACCESSOIRES BUITENKANT 57A ACCESSOIRES INTERIEUR 59A VEILIGHEIDSORGANEN

Nadere informatie

MOTOR - K SERIE 34 REPARATIES. 1 of 1 07/04/ :02 DISTRIBUTIE-RIEM - NOKKENAS - K SERIE

MOTOR - K SERIE 34 REPARATIES. 1 of 1 07/04/ :02 DISTRIBUTIE-RIEM - NOKKENAS - K SERIE wmln000d_169 1 of 1 07/04/2015 20:02 DISTRIBUTIE-RIEM - NOKKENAS - K SERIE Service-reparatienr. - 12.65.18 Verwijderen - motoren met niet-automatische distributieriem-spanner 1. Maak de negatieve accukabel

Nadere informatie

Richtlijnen voor een langere motor levensduur

Richtlijnen voor een langere motor levensduur Richtlijnen voor een langere motor levensduur Behandel een aantal belangrijke montage aanwijzingen. Het biedt u de kennis om risico s omtrent de VW Transporter 2.5 TDI motor te voorkomen. Dit type motor

Nadere informatie

3 Chassis ALGEMEEN VOORTREIN ACHTERTREIN WIELEN EN BANDEN STUURINRICHTING STUURBEKRACHTIGING MECHANISCHE BEDIENINGSORGANEN

3 Chassis ALGEMEEN VOORTREIN ACHTERTREIN WIELEN EN BANDEN STUURINRICHTING STUURBEKRACHTIGING MECHANISCHE BEDIENINGSORGANEN 3 Chassis 30A ALGEMEEN 31A VOORTREIN 33A ACHTERTREIN 35A WIELEN EN BANDEN 36A STUURINRICHTING 36B STUURBEKRACHTIGING 37A MECHANISCHE BEDIENINGSORGANEN 38C ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN X90 DECEMBER

Nadere informatie

37A. MECHANISCHE BEDIENINGSORGANEN Bedieningseenheid van de versnellingen: Afstellen 37A-82. JR5 of PK4 of PK6

37A. MECHANISCHE BEDIENINGSORGANEN Bedieningseenheid van de versnellingen: Afstellen 37A-82. JR5 of PK4 of PK6 JR5 of PK4 of PK6 132481 a Zet een permanente vulring (2) 7 mm dik tussen de inschakeling en de bedieningseenheid van de versnellingen. 18655 a Blokkeer het geheel met een band (3) tijdens de rest van

Nadere informatie

Stappenplan Audi A2 (8z0) 2.2000 8.2005 1.6FSI 1.6 Fsi (2002 2005) BAD motor. Waarschuwingen en aanbevelingen

Stappenplan Audi A2 (8z0) 2.2000 8.2005 1.6FSI 1.6 Fsi (2002 2005) BAD motor. Waarschuwingen en aanbevelingen Stappenplan Audi A2 (8z0) 2.2000 8.2005 1.6FSI 1.6 Fsi (2002 2005) BAD motor. Waarschuwingen en aanbevelingen Tenzij de fabrikant aanraadt zijn de volgende procedures aanbevolen: Altijd een nieuwe distributieriem

Nadere informatie

Saab 900 2,0/2,3 M94-, Saab 9-3 2,0/2,3

Saab 900 2,0/2,3 M94-, Saab 9-3 2,0/2,3 MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE 900 Motorverwarming Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces 400 126 611 9:87-18 Dec 99 51 96

Nadere informatie

Garantietijden MC1, MC2, City, Cargo, Campus, Highland S = schade G = garantie CODE Werkzaamheden Tijd O = onderhoud

Garantietijden MC1, MC2, City, Cargo, Campus, Highland S = schade G = garantie CODE Werkzaamheden Tijd O = onderhoud Garantietijden MC1, MC2, City, Cargo, Campus, Highland S = schade G = garantie CODE Werkzaamheden Tijd O = onderhoud EXTERIEUR C03 De en montage van de achterklep accessoires 0,50 S C12 Vervangen van portierslot

Nadere informatie

1 of 4 20/01/ :42

1 of 4 20/01/ :42 1 of 4 20/01/2013 20:42 Uitgegeven: 16-nov-2012 Voorwielophanging - Voorwiellager en wielnaaf Auto's gebouwd vanaf 01/1999 Verwijderen en aanbrengen Verwijderen 1. Krik de voorkant van het voertuig op.

Nadere informatie

MODELJAAR 2004 TYPE GOEDKEUR ( R115 ) PLAATSING GOEDKEUR STICKER SET NUMMER 337/

MODELJAAR 2004 TYPE GOEDKEUR ( R115 ) PLAATSING GOEDKEUR STICKER SET NUMMER 337/ AUTOMERK CHRYSLER TYPE 300C CILINDERINHOUD 3500 CC AANTAL KLEPPEN 24V MOTORCODE V6 TRANSMISSIE TYPE AT TYPE VSI INJECTOREN ( RAIL NUMMER + KLEUR ) 2 x 180/30340 GEEL RETROFIT VERSIE ( LPG / CNG ) LPG BRANDSTOF

Nadere informatie

Probleemoplossingsgids

Probleemoplossingsgids NL Probleemoplossingsgids BF115D, BF135A, BF150A Inhoud *Tik of klik op de relevante uitgave. - Controlelampje gaat aan / uit - Motor start niet - Motor stopt na te zijn gestart / Motor stopt terwijl deze

Nadere informatie

KD Montage-/demontage-instructies

KD Montage-/demontage-instructies KD459.51/NL/02-07-2014 KD459.51 Montage-/demontage-instructies CITROËN: FIAT: LANCIA: PEUGEOT: Berlingo (M49 en M59), Dispatch, Jumpy, Xsara FL, Xsara Picasso, C4 Scudo, Ulysse (U6) Zeta 206, 307, 307

Nadere informatie

5 Mechanismes en accessoires

5 Mechanismes en accessoires 5 Mechanismes en accessoires 51A ORGANEN IN PORTIEREN 52A ORGANEN IN MOTORKAP ACHTERKLEP - OPEN DAK 54A RUITEN 55A BESCHERMINGEN BUITENKANT 56A ACCESSOIRES BUITENKANT 57A ACCESSOIRES INTERIEUR 59A VEILIGHEIDSORGANEN

Nadere informatie

KD Montage-/demontage-instructies

KD Montage-/demontage-instructies KD455.62/NL/01-06-2014 KD455.62 Montage-/demontage-instructies OPEL: RENAULT: Movano (A, FL, FL2), Vivaro (A, A FL) Avantime, Espace (IV, IV.2) Laguna (II, II.2), Master (II, II.2) Trafic (II, II.2) VAUXHALL:

Nadere informatie

Algemeen GEGEVENS HEFMIDDELEN SLEPEN SMEERMIDDELEN - PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN WAARDEN EN AFSTELLINGEN

Algemeen GEGEVENS HEFMIDDELEN SLEPEN SMEERMIDDELEN - PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN WAARDEN EN AFSTELLINGEN Algemeen GEGEVENS HEFMIDDELEN SLEPEN SMEERMIDDELEN - PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04 77 11 297 324 NOVEMBER 2000 EDITION NEERLANDAISE De door

Nadere informatie

Koelvloeistofuitlaat voor externe verwarming. Algemeen

Koelvloeistofuitlaat voor externe verwarming. Algemeen Algemeen Algemeen Koelvloeistof kan worden gebruikt voor het verwarmen van externe elementen. Voorbeelden: gesloten opbouw, kraancabines en gereedschapskisten. Warmte wordt onttrokken aan de stroom in

Nadere informatie

ALGEMEEN Maten van het remsysteem 30

ALGEMEEN Maten van het remsysteem 30 ALGEMEEN Algemeen principeschema van het remsysteem 30 ALGEMEEN Maten van het remsysteem 30 VOOR T R E I N ALGEMEEN Aantrekkoppels (dan.m) 30 VOOR T R E I N ALGEMEEN Aantrekkoppels (dan.m) 30 A C H T E

Nadere informatie

KD Montage/demontagerichtlijnen

KD Montage/demontagerichtlijnen KD459.42/NL /01-06/2014 KD459.42 Montage/demontagerichtlijnen CITROEN: FORD: MAZDA: MINI: PEUGEOT: SUZUKI: VOLVO: Berlingo (B9, M59), C2, C3 (I, II and A51), C4, C5 (X7 and Fl), Dispatch II, Jumpy II,

Nadere informatie

Tussentijden voor vervanging distributieriemen

Tussentijden voor vervanging distributieriemen Naam: Adres: Model: Jaar: 2000 Registratie: Tel - Privé: Tel - Werk: Aantal kilometers: Opdrachtnummer: Belangrijke opmerking Belangrijke opmerking De gegeven intervallen en procedures kunnen door de producent

Nadere informatie

Chrysler Voyager ,5 CRD / 2,5 / 104 / / / R2516C Land van productie - Cilinderinhoud/Vermogen 2,5 / 104 kw Motoraanduiding

Chrysler Voyager ,5 CRD / 2,5 / 104 / / / R2516C Land van productie - Cilinderinhoud/Vermogen 2,5 / 104 kw Motoraanduiding 1 04-09-2010 15:24:28 Voertuig Chrysler Voyager 01-08 2,5 CRD / 2,5 / 104 / / 2001-2008 / R2516C Land van productie - Cilinderinhoud/Vermogen 2,5 / 104 kw Motoraanduiding R2516C Bosch-sleutel CHR 497 (CHR12987)

Nadere informatie

Richtlijnen voor een langere motor levensduur

Richtlijnen voor een langere motor levensduur VOLKSWAGEN VOLVO Nummer 16 2013 VKMC 01270 VKMC 01258-1 VKMC 01258-2 Richtlijnen voor een langere motor levensduur Veel technici nemen risico s door niet consequent de fabrieksaanwijzingen op te volgen.

Nadere informatie

Elektrische motorverwarming, 230 V

Elektrische motorverwarming, 230 V Installation instructions, accessories Instructienr. 31399509 Versie 1.1 Ond. nr. 31260698 Elektrische motorverwarming, 230 V IMG-378302 Volvo Car Corporation Elektrische motorverwarming, 230 V- 31399509

Nadere informatie

MOTOR. 1 of 1 22/01/ :48 REVISEREN 1 DISTRIBUTIERIEM, SPANINRICHTING EN TANDWIELEN. Distributieriem - verwijderen

MOTOR. 1 of 1 22/01/ :48 REVISEREN 1 DISTRIBUTIERIEM, SPANINRICHTING EN TANDWIELEN. Distributieriem - verwijderen 300tdid_28 1 of 1 22/01/2013 20:48 DISTRIBUTIERIEM, SPANINRICHTING EN TANDWIELEN Distributieriem - verwijderen 4. Plaats gereedschap LRT-12-049 en de drukknop - een onderdeel van gereedschap LRT-12-031

Nadere informatie

Mogelijke Proeve- of BPV-opdrachten Bedrijfsautotechnicus (BAT)

Mogelijke Proeve- of BPV-opdrachten Bedrijfsautotechnicus (BAT) Mogelijke Proeve- of BPVopdrachten Bedrijfsautotechnicus (BAT) Cohort: vanaf augustus 2016 Crebo: 25243 versie: 1v1 1 / 14 Inhoud Inleiding... 3 Basis kerntaak 1: Voert onderhoud uit aan voertuigen...

Nadere informatie

Chassis ALGEMEEN VOORTREIN ACHTERTREIN WIELEN EN BANDEN STUURINRICHTING MECHANISCHE BEDIENINGSORGANEN ELEKTRONISCH GESTUURDE HYDRAULISCHE SYSTEMEN

Chassis ALGEMEEN VOORTREIN ACHTERTREIN WIELEN EN BANDEN STUURINRICHTING MECHANISCHE BEDIENINGSORGANEN ELEKTRONISCH GESTUURDE HYDRAULISCHE SYSTEMEN Chassis ALGEMEEN VOORTREIN ACHTERTREIN WIELEN EN BANDEN STUURINRICHTING MECHANISCHE BEDIENINGSORGANEN ELEKTRONISCH GESTUURDE HYDRAULISCHE SYSTEMEN BG0A - BG0B - BG0D - BG0G - KG0A - KG0B - KG0D - KG04

Nadere informatie

Saab 9-5 B205, B Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE.

Saab 9-5 B205, B Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE. SCdefault 9-5 Montagerichtlijn SITdefault Motorverwarming MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces

Nadere informatie

Remmen: blokken, schijven, klauwen, slangen, remolie verversen en ontluchten

Remmen: blokken, schijven, klauwen, slangen, remolie verversen en ontluchten Remmen: blokken, schijven, klauwen, slangen, remolie verversen en ontluchten 31/01/2013 : Copyright BMW 7-Series Club Nederland Deze procedure geldt voor de 740 en de 750, de 735 heeft andere remklauwen.

Nadere informatie

Saab 9-3 B284 M Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE.

Saab 9-3 B284 M Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE. SCdefault 900 Montagerichtlijn SITdefault Motorverwarmer MONTRINGSNVISNING INSTLLTION INSTRUCTIONS MONTGNLITUNG INSTRUCTIONS MONTG ccessories Part No. Group ate Instruction Part No. Replaces 32 026 189

Nadere informatie

Vouwdak: montage-overzicht. Vouwdak: montage-overzicht

Vouwdak: montage-overzicht. Vouwdak: montage-overzicht Vouwdak: montage-overzicht Vouwdak: montage-overzicht 1 - Stoffering q Uit- en inbouwen Subhoofdstuk 2 - Bekleding q Uit- en inbouwen Subhoofdstuk 3 - Afdichting q Om deze te vervangen dient het vouwdak

Nadere informatie

VERVANGING VAN EEN TORSIESTAAF VOOR

VERVANGING VAN EEN TORSIESTAAF VOOR HANDELING Nr. H78.433-1a: Vervanging van een torsiestaaf voor. 1 VERVANGING VAN EEN TORSIESTAAF VOOR ZEER BELANGRIJK: Gezien de nogal grote kracht die met behulp van een hefboom moet worden uitgeoefend

Nadere informatie

MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE

MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE SCdefault 9-5 Montagerichtlijn SITdefault Motorverwarming MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces

Nadere informatie

Koelvloeistofuitlaat voor externe verwarming. Algemeen

Koelvloeistofuitlaat voor externe verwarming. Algemeen Koelvloeistof kan worden gebruikt voor het verwarmen van externe elementen. Voorbeelden: gesloten opbouw, kraancabines en gereedschapskisten. Warmte wordt onttrokken aan de stroom in het cilinderblok en

Nadere informatie

Verwijder de deksel van het remvloeistofreservoir onder de buddyseat. Zuig met een injectiespuit zoveel mogelijk remvloeistof uit het reservoir.

Verwijder de deksel van het remvloeistofreservoir onder de buddyseat. Zuig met een injectiespuit zoveel mogelijk remvloeistof uit het reservoir. Revisie voetrempomp Materiaal: Brembo revisieset voetrempomp 98.5029.70 Remvloeistof: 0,25 liter DOT4 Verwijder de zijtassen. Verwijder de zijdeksels. Remvloeistof is een agressief en giftig goedje dat

Nadere informatie

Saab 9-3 M03- 900 Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE.

Saab 9-3 M03- 900 Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE. SCdefault 900 Montagerichtlijn SITdefault Motor-/interieurverwarming MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction Part

Nadere informatie

SCdefault. 900 Montagerichtlijn. Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces :87-46 Sep

SCdefault. 900 Montagerichtlijn. Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces :87-46 Sep SCdefault 900 Montagerichtlijn SITdefault Motorverwarmer MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces

Nadere informatie

Onderhoudsprogramma, update

Onderhoudsprogramma, update Volvo Car Corporation Göteborg, Sweden Service Bulletin Personenauto s S70/V70/C70 1997- Hoofdgroep Groep No. Jaar Maand 1 17 0008 98 09 Pagina 1(12) Onderhoudsprogramma, update NL S70/V70/C70-1-17-0008

Nadere informatie

Mercedes-Benz personenwagens

Mercedes-Benz personenwagens onderhoudsysteem voor type 123 servicebeurt na elke 7.500*/10.000 km of ieder jaar onderhoudsbeurt na elke 15.000*/20.000 km of iedere twee jaar extra werkzaamheden na elke 45.000*/60.000 km of iedere

Nadere informatie

1. Uitbouwen UITBOUWEN - INBOUWEN : VOORSCHERM. http://public.servicebox.peugeot.com/docapv/affiche.do?ref=c4ag1sf1&refaff=c4a...

1. Uitbouwen UITBOUWEN - INBOUWEN : VOORSCHERM. http://public.servicebox.peugeot.com/docapv/affiche.do?ref=c4ag1sf1&refaff=c4a... 206 (T1) - C4AG1SF1 - Uitbouwen - inbouwen : Voorscherm http://public.servicebox.peugeot.com/docapv/affiche.do?ref=c4ag1sf1&refaff=c4a... Page 1 of 4 UITBOUWEN - INBOUWEN : VOORSCHERM 1. Uitbouwen Open

Nadere informatie

Td4 - dieselmotor - aanzicht onder de motorkap

Td4 - dieselmotor - aanzicht onder de motorkap _Td4 - dieselmotor - aanzicht onder de motorkap_99.htm http://topix.landrover.jlrext.com/topix/service/archive/182140/_td4 - d... 1 of 1 09/03/2013 15:03 Td4 - dieselmotor - aanzicht onder de motorkap

Nadere informatie

pagina 1 van 5 Motor - 2.0 l Duratorq-Di (Puma) diesel/2,4 l Duratorq-TDCi (Puma) diesel - Nokkenassen Reparaties aan de wagen Speciaal Gereedschap Afstelgereedschap, BDP krukas 303-675 Transit 2000.5

Nadere informatie

Algemeen GEGEVENS HEFMIDDELEN SLEPEN SMEERMIDDELEN PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN AFSTELWAARDEN AANDRIJFGROEP

Algemeen GEGEVENS HEFMIDDELEN SLEPEN SMEERMIDDELEN PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN AFSTELWAARDEN AANDRIJFGROEP Algemeen GEGEVENS HEFMIDDELEN SLEPEN SMEERMIDDELEN PRODUCTEN OLIE VERVERSEN - BIJVULLEN AFSTELWAARDEN AANDRIJFGROEP AFSTELWAARDEN VOOR- EN ACHTERTREINHOEKEN 77 11 315 104 FEBRUARI 2002 EDITION NEERLANDAISE

Nadere informatie

voertuigentechniek CSPE BB

voertuigentechniek CSPE BB Examen VMBO-BB 2012 gedurende 380 minuten voertuigentechniek CSPE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 45 opdrachten. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Cabine verwijderen. Gereedschap. Werkinstructie. Voorbeelden van geschikte gereedschappen van Scania:

Cabine verwijderen. Gereedschap. Werkinstructie. Voorbeelden van geschikte gereedschappen van Scania: Gereedschap Gereedschap Voorbeelden van geschikte gereedschappen van Scania: Artikelnummer Benaming 99 242 Hijsgereedschap 99 431 Cabinesteun 1. Open het bovenste frontluik en verwijder de hefboom waarmee

Nadere informatie

Elektrische motorverwarmer, 230 V, 6 cil.

Elektrische motorverwarmer, 230 V, 6 cil. Installation instructions, accessories Instructienr. 30730080 Versie 1.2 Ond. nr. 30730078 Elektrische motorverwarmer, 230 V, 6 cil. Volvo Car Corporation Elektrische motorverwarmer, 230 V, 6 cil.- 30730080

Nadere informatie

KD Montage-/demontage-instructies

KD Montage-/demontage-instructies AUDI: SKODA: VOLKSWAGEN: KD457.48/NL/01-05-2016 KD457.48 Montage-/demontage-instructies A4 (serie 2, 2 FL, cabriolet), A6 (serie 2, 2FL, allroad), A8 Superb Passat MOTOREN 2.5TDi SCHEMA DISTRIBUTIERIEMSET

Nadere informatie

Examen VMBO-BB. voertuigentechniek CSPE BB. gedurende 360 minuten. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-BB. voertuigentechniek CSPE BB. gedurende 360 minuten. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VMBO-BB 2017 gedurende 360 minuten voertuigentechniek CSPE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 32 opdrachten. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

GEGEVENS VAN DE AUTO - CARROSSERIE GEREEDSCHAP EN MATERIAAL - CARROSSERIE

GEGEVENS VAN DE AUTO - CARROSSERIE GEREEDSCHAP EN MATERIAAL - CARROSSERIE 0 Algemeen 01C GEGEVENS VAN DE AUTO - CARROSSERIE 02A HEFMIDDELEN 03B BOTSING 04E SPUITEN 05B GEREEDSCHAP EN MATERIAAL - CARROSSERIE X90 MEI 2004 Edition néerlandaise De door de constructeur voorgeschreven

Nadere informatie

BARCHETTA CATALOGUS INDEX

BARCHETTA CATALOGUS INDEX BARCHETTA CATALOGUS INDEX 1. Motor 2. Brandstof systeem 3. Koeling 4. Uitlaat systeem 5. Klokken panelen 6. Stuurinrichting 7. Versnellingsbak en toebehoren 8. Schokbrekers en veren 9. Velgen en toebehoren

Nadere informatie

SCdefault. 900 Montagerichtlijn. Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces :87-35 Mar Sep 02

SCdefault. 900 Montagerichtlijn. Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces :87-35 Mar Sep 02 SCdefault 900 Montagerichtlijn SITdefault Motorverwarmer MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces

Nadere informatie

RICHTTIJDEN WERKZAAMHEDEN MICROCAR

RICHTTIJDEN WERKZAAMHEDEN MICROCAR RICHTTIJDEN WERKZAAMHEDEN MICROCAR EXTERIEUR C015 De- en monteren binnenslot portier 0,50 C020 Vervangen van een portier- of achterkleprubber 0,25 C026 De en monteren van de buitenspiegel 0,25 C030 Vervangen

Nadere informatie

SCdefault. 900 Montagerichtlijn. Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces :87-44 Mar Aug 03

SCdefault. 900 Montagerichtlijn. Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces :87-44 Mar Aug 03 SCdefault 900 Montagerichtlijn SITdefault Motorverwarmer MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction Part No. Replaces

Nadere informatie

NUMMER : 076/ DATUM : VERSIE NR : B

NUMMER : 076/ DATUM : VERSIE NR : B AUTOMERK TYPE VOYAGER CILINDERINHOUD 3300 AANTAL KLEPPEN 12 MOTORCODE 3.3V6 TRANSMISSIE TYPE AT TYPE VSI INJECTOREN ( RAIL NUMMER + KLEUR ) 2 x 180/30330 Oranje RETROFIT VERSIE ( LPG / CNG ) LPG BRANDSTOF

Nadere informatie

Saab 9-3 M Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE. SITdefault.

Saab 9-3 M Montagerichtlijn MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE. SITdefault. 12 788 439 1 SCdefault 900 Montagerichtlijn SITdefault Timerset MONTERINGSANVISNING INSTALLATION INSTRUCTIONS MONTAGEANLEITUNG INSTRUCTIONS DE MONTAGE Accessories Part No. Group Date Instruction Part No.

Nadere informatie

ContiTech: Deskundige Tips voor vervanging van distributieriemen

ContiTech: Deskundige Tips voor vervanging van distributieriemen ContiTech: Deskundige Tips voor vervanging van distributieriemen Gedetailleerde instructies voor Ford Focus 2.0-liter 16V met motor code EDDB, EDDC, EDDD ContiTech toont hoe fouten bij het vervangen van

Nadere informatie

8 Elektrische installatie

8 Elektrische installatie 8 Elektrische installatie 80A ACCU 80B VERLICHTING VOORZIJDE 81A VERLICHTING ACHTER 81B BINNENVERLICHTING 81C ZEKERING 82A STARTVERGRENDELING 82B CLAXON 83A INSTRUMENTEN - DASHBOARD 84A SCHAKELAARS 85A

Nadere informatie

Revisie stuurbekrachtings pomp (63-82)

Revisie stuurbekrachtings pomp (63-82) Revisie stuurbekrachtings pomp (63-82) Dutch Corvette Supplies Het reviseren van de pomp is, met behulp van het goede gereedschap eventueel zelf te doen. De hieronder beschreven revisie heeft betrekking

Nadere informatie

Auto Onderhoud Tips. Het uitvoeren van algemene onderhoud technieken op het '98 -'02 Accord. Geschreven door: Miroslav Djuric

Auto Onderhoud Tips. Het uitvoeren van algemene onderhoud technieken op het '98 -'02 Accord. Geschreven door: Miroslav Djuric Auto Onderhoud Tips Het uitvoeren van algemene onderhoud technieken op het '98 -'02 Accord Geschreven door: Miroslav Djuric INTRODUCTIE Deze gids zal u tonen hoe te kleine onderhoudstechnieken op uw voertuig

Nadere informatie

Elektrische installatie

Elektrische installatie Elektrische installatie Vdiagnr.: 09, 08 Diagnose - Inleiding - 2 Diagnose - Configuratie en inleren - 7 Diagnose - Conformiteitscontrole - 8 Diagnose - Overzicht van de staten - 9 Diagnose - Betekenis

Nadere informatie

Copyright 2010: Donkervoort.info, Jasper D. Steffens. Handleiding. Distributieriem vervangen Donkervoort Audi 1.8T 20V motor

Copyright 2010: Donkervoort.info, Jasper D. Steffens. Handleiding. Distributieriem vervangen Donkervoort Audi 1.8T 20V motor Handleiding Distributieriem vervangen Donkervoort Audi 1.8T 20V motor Noodzakelijk speciaal- gereedschap Voorbereidende werkzaamheden OEM # nummer Midlock aftermarket # nummer 3387 VW- 1(Z- 3576) T10008

Nadere informatie

KD Montage/demontage richtlijnen

KD Montage/demontage richtlijnen KD469.22/FR/01-06/2014 KD469.22 Montage/demontage richtlijnen TOYOTA: Avensis, Avensis verso, Corolla, Corolla verso, Picnic, Previa, RAV4 MOTOREN 2.0 D4-D OE REFERENTIE Zie onder MONTAGESCHEMA VAN KIT

Nadere informatie

Gereedschap. Renault Laguna II 2,0 IDE (F5R 700) - Distributieriem

Gereedschap. Renault Laguna II 2,0 IDE (F5R 700) - Distributieriem Gereedschap A = Gereedschap "Mot. 1054". Blokkeergereedschap voor krukas. B = Gereedschap " Mot. 1543". Gereedschap voor het voorspannen van de tandriem. C = Gereedschap " Mot. 1505". Frequentiemeter voor

Nadere informatie

HANDELING Nr. H : Werkzaamheden aan de voorremmen. VERVANGING VAN EEN REMTROMMEL

HANDELING Nr. H : Werkzaamheden aan de voorremmen. VERVANGING VAN EEN REMTROMMEL HANDELING Nr. H78.451-1: Werkzaamheden aan de voorremmen. 1 VERVANGING VAN EEN REMTROMMEL NB: Met ingang van februari 1967, zijn de remtrommels van een ander materiaal gemaakt. Het is noodzakelijk om twee

Nadere informatie

(zie afbeelding 3) 39-49 Nm (65 mm) 39-49 Nm (57 mm) (zie afbeelding 3) 39-49 Nm (60 mm) 29-39 Nm (11 mm)

(zie afbeelding 3) 39-49 Nm (65 mm) 39-49 Nm (57 mm) (zie afbeelding 3) 39-49 Nm (60 mm) 29-39 Nm (11 mm) 1 Montagehandleiding versnellingsbak demontage en montage Standaard NISSAN; TERRANO II (R20); 2.7 TDi 4WD Aanwijzing(en) De motor is in de lengterichting gemonteerd met aangeflenste overbrenging en daarmee

Nadere informatie

A170 / A200 AANTAL KLEPPEN MOTORCODE M / M TRANSMISSIE TYPE TYPE VSI INJECTOREN (RAIL NUMMER + KLEUR) RETROFIT VERSIE ( LPG / CNG ) LPG

A170 / A200 AANTAL KLEPPEN MOTORCODE M / M TRANSMISSIE TYPE TYPE VSI INJECTOREN (RAIL NUMMER + KLEUR) RETROFIT VERSIE ( LPG / CNG ) LPG AUTOMERK TYPE A170 / A200 CILINDERINHOUD 1700cc / 2000cc AANTAL KLEPPEN 8V MOTORCODE M266.940 / M266.960 TRANSMISSIE TYPE MT TYPE VSI INJECTOREN (RAIL NUMMER + KLEUR) 180/30430 ORANJE RETROFIT VERSIE (

Nadere informatie