De viervaardighedentest
|
|
|
- Tessa Bos
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 De viervaardighedentest Inhoud Inleiding. Tips bij het afnemen van de test. Organisatie van de test. Het afnemen en registreren van de test aan groep 3 Motivatie en uitleg van het onderdeel: Stilstaan -statisch evenwicht. Motivatie en uitleg van het onderdeel: Springen- dynamisch evenwicht. Motivatie en uitleg van het onderdeel: Springen- coördinatie. Motivatie en uitleg van het onderdeel: Stuiten - ooghand coördinatie. Inleiding Kinderen die veel (samen)spelen ontwikkelen hun motorische vaardigheden spelenderwijs en gemakkelijk. Niet samenspelen of helemaal niet (fysiek)spelen op jonge leeftijd kan een indicatie zijn dat een kind problemen heeft of krijgt met de motorische ontwikkeling. Voor deze kinderen is bewegen vaak niet leuk. Het risico is dan groot dat een kind op latere leeftijd uitvalt bij bewegingsactiviteiten. Dit kan gevolgen hebben voor de sociale- en gezondheidsontwikkeling van het kind. De viervaardighedentest kan ontwikkelingsachterstanden op het gebied van de motorische ontwikkeling signaleren. Door achterstanden in een vroeg stadium op te sporen, kan op tijd een passende remedie worden aangeboden. De omschreven vaardigheidsniveaus zijn zo gekozen dat ongeveer 80% van de kinderen de beschreven vaardigheid beheerst. Deze 80% norm is bepaald d.m.v. observaties van meer dan 2000 leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs (bron: Wim van Gelder). De testen kunnen worden afgenomen in een gymzaal of speellokaal en zijn ook uit te voeren door personen zonder opleiding in sport of beweging. Als blijkt dat een kind een achterstand heeft die groter is dan een jaar, op een (of meerdere) van deze testen, dan wordt aangeraden deskundige hulp in te schakelen zoals een motorisch remedial teacher of een therapeut. Als blijkt dat een kind een achterstand heeft van een jaar of minder dan biedt JUMP-in remediemateriaal aan, in de vorm van beweegopdrachtjes voor thuis en spelletjes voor op het schoolplein en in de gymzaal. Deze oefeningen vormen ook een leidraad voor de vakdocent. Als blijkt dat in een groep veel kinderen slecht scoren op een onderdeel dan kan een remedie gevonden worden door er tijdens de les L.O. aandacht aan te schenken.
2 Tips bij het afnemen van de viervaardighedentest. De accommodatie De gymzaal is de beste plek om te testen. Er is voldoende ruimte, de vloer is geschikt om te bewegen en het gewenste materiaal is bij de hand. Als er geen gymzaal is, zorg dan voor een rustige plek met voldoende ruimte en een geschikte vloer (niet te glad). Het materiaal Zorg dat alles klaar staat en dat het materiaal aanwezig is. Materiaal: Pilonnen of afzetpaaltjes, een stopwatch, 2 potloden met gum, 4 goed stuitende basketballen (junior), ballonen, meetlint of meetlat en het invulformulier voor de viervaardighedentest. Menskracht Het is aan te raden de test met z n tweeën af te nemen. De een kan testen, de ander registreren. Kleding en schoenen van de leerlingen Een sportshirt en een sportbroekje, (dit i.v.m. observatie van de benen). Verder is het aan te bevelen de leerlingen sportschoenen te laten dragen. De leerlingen Het is overzichtelijker als de leerlingen die getest worden ongeveer dezelfde leeftijd hebben. Het moment van testen In verband met de rust en concentratie die verwacht wordt van de kinderen is het prettig om niet al te grote groepjes tegelijk te testen. Als de situatie dit niet toe laat kun je de groep een opdracht geven en zelf een klein groepje gaan testen.
3 Organisatie van de test Het is niet aan te raden de test af te nemen tijdens de gymles. Dit gaat bijna altijd ten koste van de kwaliteit van de gymles of ten koste van de betrouwbaarheid van de uitkomst van de testgegevens. In de praktijk is het mogelijk de test binnen een dag af te nemen bij 25 tot 30 leerlingen. Sommige leerkrachten roosteren deze dag vrij voor het afnemen van de test, er wordt dan geen gymles gegeven. Dit is vanzelfsprekend niet ideaal! Een andere mogelijkheid is om op de testdag een bewegingsarrangement (circuit) uit te zetten en eenmalig de groepsleerkrachten te verzoeken hun eigen groep te begeleiden tijdens de gymles. Ook kan de test worden afgenomen op dagen dat er een project plaatsvindt of als er een stagiaire is. Aandachtspunten bij het afnemen van de test: - Zorg ervoor dat je de test vooraf goed hebt doorgelezen, zodat je weet waar je op moet letten. - Maak kleine groepjes van maximaal vier leerlingen. - Indien je de tijd hebt, begin dan met een spelletje, laat de kinderen daarna even rustig op een bank zitten. - Leg de test uit en geef een voorbeeld, maar praat niet te lang. - Laat de leerlingen voor elke test even kort oefenen en begin dan met de test. - Als er een of twee leerlingen actief zijn laat dan de andere leerlingen rustig op een bank zitten. - Begin bij de oefening die correspondeert met de leeftijd van de leerlingen, indien ze dit onderdeel niet beheersen, ga dan voor deze kinderen naar een lager niveau. - Doen ze een onderdeel goed volgens de leeftijdsnorm, dan is dit voor de uitkomst van de test voldoende. De test is niet bedoeld als wedstrijd. Mocht je willen, dan kan je doortesten naar een hoger niveau. - Er is geen bepaalde volgorde bij het testen. Het stilstaan op een been kost de meeste tijd. Om dit goed te observeren raden wij aan niet meer dan twee leerlingen tegelijk te testen. Bij andere onderdelen zoals hinkelen, wisselsprongen, skisprongen kun je wel meerdere leerlingen tegelijk observeren. - Geef leerlingen een herkansing. - Bij meerdere pogingen telt de beste poging. - Wees consequent! Hanteer bij alle leerlingen dezelfde criteria. - Bij erg drukke leerlingen kan het raadzaam zijn individueel te testen. Het invullen van het overzichtsformulier motorische vaardigheden - Noteer de naam van de leerling, de geboortedatum en de testdatum op dit formulier. - Gebruik hiervoor een potlood met gum. - Geef d.m.v. een kruis op dit formulier het behaalde niveau aan. Als dit correspondeert met de leeftijdsnorm is dit voor de uitkomst van de test voldoende. Je kan eventueel doortesten naar een hoger niveau. - Dit formulier kun je gebruiken bij het invullen van de score in het LVS van JUMP-in.
4 Het afnemen en registreren van de test aan groep 3 Onderdeel Stilstaan: (statisch evenwicht) groep 3 (6/7 jaar) Test Zesjarigen moeten 10 seconden stabiel op een been kunnen staan, zowel met het linker- als het rechterbeen (niveau III). Als dit niet lukt ga dan naar niveau II (vijf jaar): 10 seconden, waarbij wiebelen is toegestaan. Lukt dit ook niet, ga je nog een niveau terug. Als het niveau overeenkomt met de leeftijd van de leerling is de norm gehaald. Het is niet noodzakelijk een hoger niveau te screenen! Zevenjarigen moeten 30 seconden op een been kunnen staan, zowel met het linker- als het rechterbeen. Wiebelen is hierbij toegestaan. Organisatie Geef eerst het juiste voorbeeld en laat vervolgens maximaal twee leerlingen tegelijk deze oefening uitvoeren. Begin altijd met het rechterbeen, gevolgd door het linkerbeen. De andere leerlingen zitten rustig op een bank. Noteer Kruis het behaalde resultaat aan van zowel het linker- als het rechterbeen in het bijbehorende hokje. Het kan voorkomen dat met het ene been een ander niveau wordt gescoord dan met het andere been. Indien de leerling met een been niet in staat is 10 seconden (wiebelen) te blijven staan, ga je weer een niveau terug enz. Let op! Voor andere niveaus zie: Motivatie en uitleg Stilstaan -statisch evenwicht. Onderdeel Springen-Kracht: (dynamisch evenwicht) groep 3 (6/7 jaar) Test Zesjarigen moeten met beide benen 10 keer achter elkaar kunnen hinkelen (niveau III). Als dit niet lukt ga dan naar niveau II (vijf jaar): 10 keer hinkelen op een been. Lukt dit ook niet, ga je nog een niveau terug. Als het niveau overeenkomt met de leeftijd van de leerling is de norm gehaald. Het is niet noodzakelijk een hoger niveau te screenen! Zevenjarigen moeten hinkelen over een afstand van 9 meter in resp.11 of 12 hinkels. Organisatie Laat de leerlingen even kort hinkelen en geef vervolgens een voorbeeld door van punt A naar punt B te hinkelen in zo weinig mogelijk hinkels. Tel hardop, wandel terug en hinkel vervolgens op het andere been. Begin om misverstanden te voorkomen altijd met het rechterbeen. Leerling 1 start, tel en noteer, daarna leerling 2, tel en noteer enz. Noteer Kruis het behaalde resultaat aan van zowel het linker- als het rechterbeen in het bijbehorende hokje. Het kan voorkomen dat met het ene been een ander niveau wordt gescoord dan met het andere been. Dit is mogelijk bij niveau IV, VI en VIII. Als een leerling met een been meer dan 12 hinkels nodig heeft en met het andere been minder dan 12 hinkels dan wordt niveau III (6 jaar) ingevuld op het scoreformulier. Let op! Voor andere niveaus zie: Motivatie en uitleg Springen- dynamisch evenwicht.
5 Het afnemen en registreren van de test aan groep 3 Onderdeel Springen-coördinatie: groep 3 (6/7 jaar) Test Zesjarigen moeten 10 keer achter elkaar een skisprong over een lijn kunnen maken (niveau III). Als dit niet lukt, ga dan naar niveau II (vijf jaar): huppelen. Lukt dit ook niet, ga je nog een niveau terug. Als het niveau overeenkomt met de leeftijd van de leerling is de norm gehaald. Het is niet noodzakelijk een hoger niveau te screenen! Zevenjarigen moeten 10 keer achter elkaar wisselsprongen kunnen maken. Organisatie Bij dit onderdeel kun je meerdere leerlingen tegelijk observeren. Geef eerst het juiste voorbeeld en laat de leerlingen bij een lijn staan, niet te dicht bij elkaar. Observeer ze één voor één. Noteer Kruis het hokje aan behorend bij het niveau dat is gehaald. Let op! Voor andere niveaus zie: Motivatie en uitleg Springen- coördinatie. Onderdeel Stuiten: (oog handcoördinatie) groep 3 (6/7 jaar) Test Zesjarigen moeten 15 keer achterelkaar met een goedstuitende basketbal (junior) kunnen stuiten (niveau III). Als dit niet lukt, ga dan naar niveau II (vijf jaar): laat vallen-stuit-pak. Lukt dit ook niet ga je nog een niveau terug. Als het niveau overeenkomt met de leeftijd van de leerling is de norm gehaald. Het is niet noodzakelijk een hoger niveau te screenen! Zevenjarigen moeten dit met beide handen kunnen. Organisatie Geef het juiste voorbeeld en observeer de leerlingen één voor één. Laat de andere leerlingen de bal opbergen en op een bank zitten. Noteer Kruis het hokje aan behorend bij het niveau dat is gehaald. Noteer bij niveau III de voorkeurshand. Let op! Voor andere niveaus zie: Motivatie en uitleg Stuiten - ooghand coördinatie.
6 Motivatie en uitleg van de vier testonderdelen Stilstaan (statisch evenwicht) Waarom deze test? Alle bewegingen die je maakt, hebben in meer of mindere mate te maken met balanceren. Indien leerlingen uitvallen bij dit onderdeel betekent dit dat zij beschikken over een verminderd evenwichtsgevoel en/of dat zij spierkracht missen in romp en/of benen. Dit blijkt vooral in situaties waar er vanuit stand (afzetten, springen) bewogen moet worden. Voor dit onderdeel gelden de volgende testniveaus: Stilstaan 2 jaar Niveau -1 Zonder problemen over een verhoging van 4 cm stappen 3 jaar Niveau 0 Tegen een bal schieten zonder te vallen. 4 jaar Niveau 1 op een been (naar keuze van de leerling) staan 5 jaar Niveau 2 10 seconden op een been staan, wiebelen mag zowel links en rechts 10 seconden stabiel (zonder te wiebelen) op een been staan, zowel links als 6 jaar Niveau 3 rechts 7 jaar Niveau 4 30 seconden op een been staan, wiebelen mag zowel links als rechts. 9 jaar Niveau 6 30 seconden op een been staan (zonder te wiebelen) op een been, zowel links als rechts. 11 jaar Niveau 8 60 seconden stabiel (zonder te wiebelen) op een been staan, zowel links als rechts. 13 jaar Niveau seconden met ogen dicht op een been staan, zowel links als rechts. Let op Een kind beheerst het stilstaan op één been NIET als het: a. de andere voet op de grond zet b. de voet waarop gesteund wordt verschuift of hinkt c. met het andere been 'klemt' Niet stabiel is corrigerende bewegingen met armen romp en hoofd. Een enkele lichte correctie is normaal. Zorg voor een rustige omgeving en voldoende afstand van elkaar. Kinderen doen maximaal drie pogingen. De beste poging telt. Benodigd materiaal: Stopwatch Bal (alleen bij driejarigen)
7 Springen-kracht (dynamisch evenwicht) Waarom deze test? Leerlingen die een minder goed dynamisch evenwicht hebben zijn minder goed wendbaar, hebben een slechtere balans en/of missen vaak spierkracht in romp en/of benen. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar tijdens een tikspel: de leerling is als eerste af of weet anderen niet aan te tikken. Voor dit onderdeel gelden de volgende testniveaus: Springen kracht 2 jaar Niveau -1 Zonder te vallen van een verhoging van 20 cm stappen. 3 jaar Niveau 0 Van een bank (30 cm) springen en stil te blijven staan. 4 jaar Niveau 1 3 keer achter elkaar hinken op voorkeursbeen. 5 jaar Niveau 2 10 keer achter elkaar hinken op voorkeursbeen. 6 jaar Niveau 3 10 keer achter elkaar hinken op het andere been. Bij de volgende onderdelen moet een afstand van 9 meter afgemeten worden. Start met het rechterbeen vanachter de lijn/paaltjes of pionnen en tel het aantal hinkels tot de grens van 9 meter is overschreden. Test vervolgens het linkerbeen. 7 jaar Niveau 4 Hinkelen over een afstand van 9 meter in 11/12 hinkels. 9 jaar Niveau 6 Idem voor 7 jaar maar nu in 9/10 maal. 11 jaar Niveau 8 Idem voor 7 jaar maar nu in 7/8 maal. 13 jaar Niveau 10 Idem voor 7 jaar maar nu in 5/6/7 maal. Let op Hinkelen is een doorgaande beweging, waarbij er kort voetcontact met de grond wordt gemaakt. Met doorgaande beweging wordt bedoeld, dat er niet gestopt mag worden. Let op! Het kan voorkomen dat een leerling op het ene been afwijkend scoort t.o.v. het andere been. Noteer voor beide benen de score. Bij hinkelen over 9 meter (vanaf niveau 7 jaar): - starten vanuit stilstand voor de lijn bij de eerste pion. Zorg voor voldoende ruimte voor en achter de lijnen. - telling: het aantal voetcontacten tussen de lijnen- op 9 meter afstand van elkaar - wordt geteld. - als het laatste voetcontact op de lijn is, telt dit mee - noteer in de hokjes zowel het resultaat van het linkerbeen als het rechterbeen. Elk kind doet twee pogingen, waarbij de beste poging telt. Benodigd materiaal: Verhogingsmateriaal (balkjes, blokjes) 2 pilonnen Meetlint
8 Springen-coördinatie Waarom deze test? Bij deze test wordt gekeken naar de lichaamscoördinatie van de leerlingen. Dit is het al dan niet samenwerken van verschillende spiergroepen. Kinderen met weinig lichaamscoördinatie zijn vaak (een beetje) onhandig. Deze kinderen struikelen vaker en stoten zich vaker etc. Vooral bij complexe bewegingen zoals touwtje springen, zwemmen en fietsen kan dit een belemmering vormen. Voor dit onderdeel gelden de volgende testniveaus: Springen coordinatie 2 jaar Niveau -1 Leerling trappelt met de benen als, hij/zij met 2 benen omhoog wil springen. 3 jaar Niveau 0 Leerling kan met twee benen tegelijk omhoog springen. 4 jaar Niveau 1 Leerling kan met een kangaroesprong (dit is een sprong voorwaarts waarbij er met voeten tegelijk wordt afgezet, de armen mogen meebewegen). 3x vooruit springen. Er moet worden doorgesprongen (gekaatst). 5 jaar Niveau 2 Leerling kan huppelen. De armen mogen meebewegen. 6 jaar Niveau 3 Leerling maakt 10 skisprongen. (zijwaartse sprongen). Afwisselend links/rechts over een lijn. Er moet met twee benen tegelijk worden afgezet. Tijdens het springen, mag niet voorwaarts met de voeten worden bewogen. 7 jaar Niveau 4 Leerling staat rechtop met een been voor en een been achter. Actie: wisselsprongetjes waarbij het voorste en het achterste been telkens van positie wisselen. Tijdens het springen blijft de leerling op de plaats. 9 jaar Niveau 6 Leerling huppelt en begeleidt deze beweging met een ritmische (gelijkmatige) klap in de handen. 11 jaar Niveau 8 De leerling staat rechtop met gespreide benen. Actie: Sprongetjes waarbij afwisselend een been achterlangs kruist, vervolgens terug in spreidstand en dan voorlangs kruist. Deze beweging wordt ondersteund door een ritmische klap in de handen. 13 jaar Niveau 10 Hierbij moet de leerling een spreid-sluitsprong maken ondersteund door een ritmische klap op het moment dat de benen spreiden. Let op Jongens hebben over het algemeen meer moeite met deze vaardigheden dan meisjes. Jongens huppelen gemiddeld een jaar later dan meisjes. Bij deze vaardigheden is het mogelijk dat een hoger niveau wel en een lager niveau nog niet gehaald wordt. Benodigd materiaal: Stopwatch
9 Stuiten (oog-handcoördinatie) Waarom deze test? Bij deze test wordt een beroep gedaan op de balvaardigheid en het balgevoel van de leerling. Leerlingen met een slechte oog-handcoördinatie vallen vaak uit tijdens balspelen. Voor dit onderdeel gelden de volgende testniveaus: Stuiten (oog-handcoordinatie) 2 jaar Niveau -1 Een door iemand aangespeelde ballon een aantal malen achter elkaar met de hand raken. 3 jaar Niveau 0 Zelfstandig een ballon met de hand 3 tot 5 keer achter elkaar hoog houden zonder dat deze de grond raakt. 4 jaar Niveau 1 Zelfstandig een ballon met de hand 6 keer achter elkaar hoog houden zonder dat deze de grond raakt. 5 jaar Niveau 2 een bal op de grond laten vallen en deze na de stuit weer vangen. 6 jaar Niveau 3 Een bal 15 keer achter elkaar met de hand op de grond stuiten. Let op! Noteer de voorkeurshand. 7 jaar Niveau 4 Met een bal 15 keer achter elkaar stuiten met de andere hand. 9 jaar Niveau 6 Met de bal dribbelen. Dit betekent in looppas de bal stuitend onder controle houden. 11 jaar Niveau 8 Een bal op de plaats 10 seconden laten stuiten zonder naar de bal te kijken. Hij / zij kan de bal wel zien maar mag niet naar de bal kijken.[b1] TIP Aanwijzing: je moet naar mij kijken, je moet de bal wel kunnen zie, maar je mag niet naar de bal kijken. Noteer met welke hand(en) het lukt. 13 jaar Niveau 10 met de bal in een 8-baan dribbelen. Dit betekent in looppas in de richting van een acht om twee palen of pionnen de bal al stuitend onder controle houden. De palen of pionnen staan op 3 meter afstand van elkaar. Elke ronding om een paal of pion telt voor een. Binnen 30 seconden moeten 12 rondingen worden gemaakt. Let op: - De grootte van de ballon bepaalt de traagheid. Een grote ballon is trager dan een kleine ballon. - Brillen op. - Leerlingen met een pleister voor één oog moeten deze afdoen. Benodigd materiaal: Ballon voor de jongere leerlingen. Tijdens de test moet een goed stuitende bal worden gebruikt, die moet goed aansluiten bij de leeftijd van de leerling. Een basketbal stuit erg goed en is zeer geschikt Stopwatch Palen/Pilonnen
Leerlingvolgsysteem Bewegen en Spelen
Leerlingvolgsysteem Bewegen en Spelen Over observeren, registreren en extra zorg door Wim van Gelder & Hans Stroes Vaardigheidsverschillen tussen verschillende jonge kinderen zijn enorm. Hoe beter een
Beweeg A Gebruikershandleiding
Beweeg A Gebruikershandleiding Disclaimer Gebruik van deze handleiding en Beweeg ABC is voor eigen risico van de gebruikers. Resultaten kunnen per individu verschillen. Beweeg ABC is mogelijk niet geschikt
STIMULIZ Leerlingvolgsysteem 0 24 jaar Gezondheidsvolgsysteem 0 80?
www.stimuliz.nl STIMULIZ Leerlingvolgsysteem 0 24 jaar Gezondheidsvolgsysteem 0 80? Stimuliz is een softwaresysteem waarmee kinderen van 0 tot 24 jaar gevolgd kunnen worden in hun ontwikkeling. Een systeem
Onderwijsgeschikte Motorische Test (OMT 2005 van Gelder, van der Meer & van Weene) versie 9 september 2010
Onderwijsgeschikte Motorische Test (OMT 2005 van Gelder, van der Meer & van Weene) versie 9 september 2010 Scoreformulieren Pagina 1 Naam Geb.datum Testdatum Telefoonnummer Leeftijd jaar maanden Groep
Leerlingvolgsysteem bewegen en spelen. Hans Stroes & Wim van Gelder
Leerlingvolgsysteem bewegen en spelen Hans Stroes & Wim van Gelder Wat registreert het LVS bewegen en spelen Minimaal de 4 S-en: Stilstaan Springen Kracht Springen Coördinatie Stuiten Wat registreert het
Wim van Gelder Docent Hogeschool INHolland Scholings- en adviesbureau van Gelder in beweging Auteur van Basislessen bewegingsonderwijs Leerlingvolgsysteem Bewegen en spelen Zorg voor beweging Websites
LES 3. GROEP: 3 t/m 8 TENNIS.
LES 3. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 - De leerlingen letten heel de tijd goed op de bal/ blijven kijken naar de bal - De leerlingen kunnen de bal op het racket balanceren - De oog-hand coördinatie
LES 2 GROEP: 3 t/m 8 ATLETIEK DOELSTELLINGEN:
LES 2 GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4: Hardlopen: - De leerling is snel weg vanuit een zelfgekozen startpositie. Kogelstoten: - De leerling stoot de bal met twee handen vanaf de borst. Vortexen:
Ga naar je trainingen! De trainer helpt mee jouw zwakkere punten te ontdekken.
Enkele tips : training en opwarming Trainingen : Ga naar je trainingen! De trainer helpt mee jouw zwakkere punten te ontdekken. Geef nooit op. Het kan best even duren voor je conditie op peil is. Het belangrijkste
Handelingsplan Bewegen en spelen School
Naam kind (initialen) Handelingsplan Bewegen en spelen School 1b Geboortedatum Groep Naam behandelaar Ingangsdatum 1. Omschrijf het gesignaleerde gedrag/ de hulpvraag Plaats a. In de lessen bewegingsonderwijs
werkblad Basisopstelling 2 Vak 1 Glijden en klimmen Vak 2 Rollen op verhoogd vlak 1 Vak 3 Doeljagerbal Materiaal
werkblad Basisopstelling opstelling in 3 vakken klimramen aan de korte kant Vak 1 Glijden en klimmen Vak Rollen op verhoogd vlak 1 Vak 3 Doeljagerbal Materiaal 3 Groot -3 klimramen 6 banken 6 matten 1
MULTISKILLS MOTORIEK WARMING-UP
Stichting Instituut MultiSkills De Stichting Instituut MultiSkills is een initiatief van bezorgde ouders, (ex-)topsporters en -trainers, ondersteund door bekende personen en instellingen uit sport en samenleving.
PROTOCOL WARMING-UP V.V. Sprinkhanen. B junioren
PROTOCOL WARMING-UP V.V. Sprinkhanen DEEL 1. Loopvormen VOORAFGAAND: Algemeen deel: 1 ronde circa 300m inlopen. B junioren UITLEG AANDACHTSPUTNEN ORGANISATIE TIJD HH ACCENTEN: specifiek deel: in tweetallen)
LES 22. GROEP: 3 t/m 8 FITNESSLES
LES 22. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 - De leerling kan tijdens de inleiding bewegen op de maat van de muziek en gaat precies op tijd naar de volgende beweging. - De leerling heeft zich tijdens
Circus les 5. Doelen:
Circus les 5 Doelen: - De speler heeft snelle voeten - De speler kan jongleren - meerdere ballonnen in de lucht houden - De speler oefent oog-hand coördinatie - De speler oefent concentratie/focus door
LES 2. GROEP: 3 t/m 8 KORFBAL DOELSTELLINGEN:
LES 2. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 - De leerling gooit de bal niet op het moment dat er een verdediger in de afspeellijn staat. De leerling maakt soms de keuze om de bal over te spelen in
Instructie. Motor Assessment Scale Auteur: Carr J.H Scoring. Testvolgorde en instructies
Instructie Motor Assessment Scale Auteur: Carr J.H. 1985 3 Scoring De therapeut scoort ieder motorische vaardigheid op een schaal van o tot 6. De test moet in een rustige ruimte worden uitgevoerd. De patiënt
Om de bewegingsachterstand in te halen zijn er twee wegen.
Wat is Motorische Remedial Teaching? M.R.T. is samen met ouders en leerlingen d.m.v. het bewegen, werken aan achterstanden in de ontwikkeling van kinderen. Het uitgangspunt van M.R.T. is dat je kijkt naar
PROTOCOL WARMING-UP V.V. Sprinkhanen. C junioren
PROTOCOL WARMING-UP V.V. Sprinkhanen DEEL 1. Loopvormen VOORAFGAAND: Algemeen deel: 1 ronde circa 300m inlopen. C junioren UITLEG AANDACHTSPUTNEN ORGANISATIE TIJD HH ACCENTEN: specifiek deel: in tweetallen)
Richt je op 1 groep bij de finish, de plekken die overblijven zijn van de andere groep. Elke groep/leerling sprint twee keer.
Onderdeel SPRINT Uitleg onderdeel: Er komen iedere ronde twee groepjes, deze zijn terug te lezen in het schema. Doe team lintjes om. De en mogen allemaal sprinten. Er staan startblokken klaar. Drie met
Leerling. Volg. Systeem
Leerling Volg Systeem t Leerlingvolgsysteem Een leerlingvolgsysteem is een instrument om een beeld te krijgen van de mogelijkheden van een kind. Binnen dit leerlingvolgsysteem zijn de volgende aspecten
Sportkanjers in de gymles. Sportkanjers in de gymles. gy m 10 SPORTKANJERGYMLESSEN VOOR DE BASISSCHOOL BOVENBOUW
Sportkanjers in de gymles Sportkanjers in de gymles gy m gy m 10 SPORTKANJERGYMLESSEN VOOR DE BASISSCHOOL BOVENBOUW Leskaarten Les 1: Ik doe aan sport! VERTEL HET VOLGENDE VERHAAL: Het eerste wat je doet
Oefeningen voor beenspieren
Oefeningen voor beenspieren Borstpass op één been Gooi de bal heen en weer. Staan op je rechtervoet betekent gooien met de linkerarm en andersom. Vang de bal met beide handen en gooi hem terug met één
Statische rekoefeningen
Statische rekoefeningen Bovenlichaam Lage rugspieren Ga met je zitvlak op je hakken zitten. Duw je handen over de grond naar voren en buig je rug. Rek zover mogelijk uit. Kijk naar de grond. Houd deze
vv Woudenberg 26 oktober 2011
Agenda Samenvatting vorige bijeenkomst Aandachtspunten E-pupillen De behandelde oefeningen met een vervolg Looptraining Film Feyenoord Stabiliteitsoefeningen De meeste blessures op deze leeftijd zijn aan
Hoogbegaafde kinderen met een motorische ontwikkelingsachterstand
Hoogbegaafde kinderen met een motorische ontwikkelingsachterstand Oefentherapie Cesar kan uitkomst bieden Auteurs: Mignon Biesta Detti Steeman Het verschil zit hem in het aanbieden van de oefenstof De
groepsmrt Individuele MRT Groepsles Individueel handelingsplan in combinatie met groepslessen
groepsmrt Elise van Weene Motoriek.nl Individuele MRT Wat kan het voordeel zijn: - Geschikt voor kinderen die (nog) erg angstig zijn - Om te wennen aan de situatie en de volwassenen om daarna te vertrouwen
Les 3. GROEP: 3 t/m 8 Doelspelen, springen, balanceren
Les 3. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 Beoordelen Balanceren: O De leerling kan alleen met voortdurende steun omhooglopen over een omgekeerde bank. V De leerling loopt zelfstandig (zonder hulp)
Zorgverbreding 2 De minst vaardige bewegers
Zorgverbreding 2 De minst vaardige bewegers Vandaag 1 e bijeenkomst Wat is MRT? Motorische ontwikkeling Doornemen van de opdracht Wat te doen voor volgende keer? Wat is zorgverbreding? Waaruit kan zorgverbreding
joepla 3 De Spinnenweb hoogte van je stemming
De Spinnenweb hoogte van je stemming je niets lichaam Alle leerlingen staan in een kring en pakken elkaars handen vast. De kring moet zo groot zijn dat de armen op schouderhoogte hangen. Elke speler krijgt
9-2-2016. Het volgen en ontwikkelen van de kleine motoriek. Wat heb je met de kleine motoriek? MOTORISCHE ONTWIKKELING. Breda 2 februari 2016
MOTORISCHE ONTWIKKELING Wat heb je met de kleine motoriek? Het volgen en ontwikkelen van de kleine motoriek Breda 2 februari 2016 Hans Stroes Voorkennis? Hoe volg jij de kleinmotorische ontwikkeling? En
Bewegingsthema: Springen. Klimmen. Mikken
Lesonderdeel: Vak 1: Mikken Vak 2: Klimmen en rollen Vak 3: Touwtje/hoepel Springen Springen over zelf rondgedraaid touw Gooien, klimmen Bewegingsthema: Springen Klimmen Mikken Groep: 5 6 Lesweek 6 Les
Cock van Dijk Voetbaltechniek
Cock van Dijk Voetbaltechniek De DVD begint met een introductie door Cock van Dijk zelf. Het laat zien in de opbouw van het voetbaltechniekproces. Van de F-jes tot de A-tjes. Hoe van: niet vaardig naar
Hoogspringen. Rol van de begeleider
Hoogspringen De leerling mag zelf de techniek kiezen waarmee hij/zij over het lint gaat. De leerling mag zelf kiezen vanaf welke kant hij/zij aanloopt. De aanloop start bij de pion. Wanneer het lint wordt
Lessen 1 ste middelbaar
Lessen 1 ste middelbaar http://www.tourettesbenefit.com/art/art_v_050.gif Eindwerk basketbal Kim Weckx 5 Basketbal: Les 1 Lesonderwerp: kennismaking met basketbal DOELSTELLINGEN ACTIVITEITEN DIDACTISCHE
Bewegingsthema: Springen. Klimmen. Mikken
Lesonderdeel: Vak 1: Mikken Vak 2: Klimmen en rollen Vak 3: Touwtje/hoepel Springen Springen over zelf rondgedraaid touw Gooien, klimmen Bewegingsthema: Springen Klimmen Mikken Groep: 7 8 Lesweek 6 Les
Maak er een spel van! Loopscholing hoeft niet saai te zijn!
Loopscholing Bij loopscholing concentreer je je niet op de totale beweging van het hardlopen, maar focus je je op de verschillende spiergroepen die voor die totale beweging verantwoordelijk zijn. Door
LES 2. GROEP: 3 t/m 8 BASKETBAL
LES 2. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4: Dribbelen: O De leerling stuit minder dan 15 keer met de voorkeurshand V De leerling stuit 15 keer met de voorkeurshand G De leerling stuit 15 keer met
Trainers: Teamfunctie: Aanvallen
Trainers: Teamfunctie: Aanvallen Teamtaak: Het verbeteren van het afwerken van vrije trappen en het inslijpen van vaste patronen Oefening 1: warming up Inhoud Organisatie Aanwijzingen/ coaching 1A Heen
Bal in de hoepel gooien
Bal in de hoepel gooien Ga achter de lijn staan met een bal in je handen. Gooi de bal in de eerste hoepel vervolgens in de tweede dan de derde enz, enz. De bal mag de rand van de hoepel niet raken. Je
Kracht- en Coördinatiecircuit
Kracht- en Coördinatiecircuit Kracht en Coördinatiecircuit Het circuit wordt 2 keer uitgevoerd. Er worden tweetallen gevormd. De duur is ca. 30 minuten, steeds na 50 seconden wisselen van station. Zorg
Spel Floorball Individuele stick en balbehandeling 2. Doelgroep Voortgezet Onderwijs Domein Onderdeel Thema Aantal 24. Les. Beginopstelling veld
Doelgroep Voortgezet Onderwijs Domein Onderdeel Groep H2A Thema Aantal 24 Les Spel Floorball Individuele stick en balbehandeling 2 Beginopstelling veld Benodigdheden Groot Goaltjes klein 4x Sticks 24x
Bijlage 2: 3.2 onderzoek
Bijlage : 3. onderzoek Ik heb een onderzoek gedaan naar de fitheid van de kinderen van groep 7 en 8 van de Sint Lambertus school in Asten. Ik heb eerst een enquête afgenomen, en heb daarna testjes afgenomen
Clinic André Kuipers 15 oktober 2012 Avanti kunstgras A. Speler bij Warming-up
Clinic André Kuipers 15 oktober 2012 Avanti kunstgras A. André Kuipers heeft zich tijdens deze clinic vooral gericht op alle technische aspecten die je moet oefenen om makkelijk een bal te gooien, een
De motorische ontwikkeling van het jonge kind
De motorische ontwikkeling van het jonge kind Balanceren Loopt en trekt speelgoed achter zich aan. Hij kan dit ook achteruitlopend en zowel met de linker als rechter hand Draagt tijdens het lopen in zowel
Trainingsinhoud Coachaanwijzingen Tekening
Datum : 07-02-2016 (Evaluatie training) Teamfunctie : Aanvallen Doelstelling technisch : Passen en meenemen in combinatie met 1 tegen 1 actie frontaal Doelstelling inzichtelijk : Fase 1, 2 en 3 Bewegingsscholing
Trainers: Teamfunctie: Aanvallen
Trainers: Teamfunctie: Aanvallen Teamtaak: Opbouwen; het verbeteren van het uitspelen van een 4:3 situatie van achteruit Oefening 1A en 1B: warming up / coaching 1A Heen en terug: - 2x rustige looppas
Table groep 7/8
Table Stars @school groep 7/8 Tijd Activiteit Beschrijving 0-10 Uitleg oefeningen Een korte uitleg als voorbereiding op de oefeningen. Loop langs alle stations en leg per station uit wat te doen. Zorg
Teamtaak: Opbouwen; het verbeteren van het passen met de binnenkant voet Oefening 1A en 1B: warming up Inhoud Organisatie Aanwijzingen/ coaching
Trainers: Teamfunctie: Aanvallen Teamtaak: Opbouwen; het verbeteren van het passen met de binnenkant voet Oefening 1A en 1B: warming up / coaching 1A Heen en terug: - 2x rustige looppas - 1xArmen zwaaien
TIPS VOOR SPORT EN SPEL
TIPS VOOR SPORT EN SPEL Hier vindt u allerlei leuke sport en spel-tips voor zowel de onderbouw als de bovenbouw. Sommige spellen kunnen in het klaslokaal gedaan worden, andere zijn geschikt voor in de
LESFICHE. ORGANISATIE OEFENSTOF OPMERKING Vrij lopen in de zaal (10 )
Lesgever: Paul Corteyn, Eric Feyen, Nele Lesonderwerp: Coördinatie, afstand en timing Schouterden Club: VSB Specifiek thema: Actieve verdediging Datum: 27/12/2009 Doelstellingen Groep: Selectietraining
Circus les 6. Doelen:
Circus les 6 Doelen: - De speler heeft snelle voeten - De speler kan jongleren - meerdere ballonnen in de lucht houden - De speler oefent oog-hand coördinatie - De speler kan hardop de telling bijhouden
Leerlijnen peuters en jonge kind (MET extra doelen) - versie mei 2016. Naam leerling. Motoriek Grote motoriek. Grote motoriek-stap 1
Leerlijnen peuters en jonge kind (MET extra doelen) - versie mei 2016 Motoriek Grote motoriek Grote motoriek-stap 1 Naam leerling SPRINGEN: Springt met twee voeten tegelijk op van de vloer -20--20 GOOIEN
Leskaart les 5, ronde 3
Leskaart les 5, ronde 3 (De tweede les na schooltijd) B. Ronde 3. Spelen in kleine groepen: Station 1: Spel 2 2 + keeper Station 2: Spel 3 2 + keeper Organisatie: Kinderen verdelen over 2 stations Station
Methode Mini Volleyball
Methode Mini Volleyball Mini 0 Oefenstof Mini 0 A. Algemene bewegingsscholing: Coördinatieoefeningen, huppelen, buik- en rugspieroefeningen, rollen, klimmen en klauteren. Allerlei spelletjes, waarin veel
Neuro Cognitief en Sociaal
Neuro Cognitief en Sociaal wat is pathologie en wat normaal? Mijlpalen in de (ab)normale ontwikkeling KNP Praktijk Neurocognitie onderzoek [email protected] Dr. Annemaaike Serlier-van den Bergh Klinisch
Les 2 Talentontwikkeling Opdrachtenblad
Les 2 Talentontwikkeling Opdrachtenblad Opdracht 3: Hoi, mijn naam is Tessa. Eerst heb ik op hoog niveau geschaatst. Als extra training begon ik met wielrennen. Daar had ik meer plezier in en meer talent
Maak de afstand kleiner. Maak de afstand groter. Te makkelijk? afstand in een rechte lijn zo snel
Werkblad GROEP 1-2 LES 7: Sport 2 Activiteit Atletiekspelletjes Sprinten: zo snel mogelijk een afstand afleggen. Roeien: naar de overkant. Materialen & tekening Pionnen 2 skateboards Werkvorm Doel: leerlingen
LVS AFGENOMEN. en wat daarna?
LVS AFGENOMEN en wat daarna? Wim van Gelder Scholings- en adviesbureau Van Gelder in beweging Cursussen, lezingen, workshops op gebied van: Bewegingsonderwijs Schoolplein; inrichting, begeleiding (ped
FAQ LVS 2010. versie januari 2013
Updateversie 2.1.8. FAQ LVS 2010 versie januari 2013 Op http://www.nelissenadvies.nl/elsevier/lvsbs.htm kun je de laatste update 2.1.8 ophalen en over de oude versie installeren op 'C:\Elsevier'. N.B.
KNGF-richtlijn Beroerte
Bijlage 2.3 Berg Balance Scale De Berg Balance Scale (BBS) evalueert het evenwicht en bestaat uit 14 test-items. 5 De items worden gescoord op een 5-punts ordinale schaal (0-4 punten). In totaal zijn 56
Leer- en ontwikkelingslijnen 2-7 jaar (ZONDER extra doelen) - versie januari Naam leerling. Motoriek Grote motoriek
Motoriek Grote motoriek Grote motoriek-fase 4 Loopt stabiel -20--20 Loopt achteruit -20--20 Kruipt ergens op -20--20 Gooit/rolt een bal in een richting -20--20 Grote motoriek-fase 5 SPRINGEN: Springt met
Leerling Volg Systeem
Leerling Volg Systeem Wat bepaalt of een kind eindeloos beweegt of speelt in een situatie? - zijn/ haar mogelijkheden (vaardigheid) - de mate waarin een situatie aantrekkelijk en haalbaar is voor hem/haar
Train de trainers programma SDV Barneveld Sessie 2
Train de trainers programma SDV arneveld Sessie 2 Technische ommissie Jeugd Oktober 2006 SDV arneveld Vooraf een aantal tips Voor het versnellen van het leerproces zijn een aantal aanwijzingen van belang
Doelen groep 1 augustus tot januari
SPRINGEN: Landt op zijn voeten en kan meteen weer verder gaan. GOOIEN EN VANGEN: Vangt een grote, zachte bal. BALANCEREN: Loopt over de bank waarbij hij over een hindernis van 10 cm hoog kan stappen. Plaatst
KAMPHUIS "DE BLOKKEN" BAARLE - NASSAU
KAMPHUIS "DE BLOKKEN" BAARLE - NASSAU - zie spelformulieren. Tijd van voorbereiding: - ca 1 uur. Speeltijd: - ca 2-2 ½ uur. VOETBALCIRCUIT Bij het voetbalcircuit zijn negen activiteiten uitgezet op een
Teamtaak: opbouwen; het verbeteren van het creëren van kansen Oefening 1A en 1B: warming up Inhoud Organisatie Aanwijzingen/ coaching
Trainers: Teamfunctie: Aanvallen Teamtaak: opbouwen; het verbeteren van het creëren van kansen Oefening 1A en 1B: warming up / coaching 1A Heen en terug: - 2x rustige looppas - 1xArmen zwaaien vooruit
Teamfunctie: Aanvallen Teamtaak: Duel 2:1 Oefening 1A en 1B: warming up Inhoud Organisatie Aanwijzingen/ coaching
Trainers: Teamfunctie: Aanvallen Teamtaak: Duel 2:1 Oefening 1A en 1B: warming up / coaching 1A Heen en terug: - 2x rustige looppas - 1xArmen zwaaien vooruit ongelijk, - 1x terug armen zwaaien tegelijk
Developmental Coordination Disorder (DCD) Informatie en behandeling
Developmental Coordination Disorder (DCD) Informatie en behandeling Developmental Coordination Disorder Schrijven, met bestek eten, een bal vangen, een logisch verhaal vertellen of huiswerkopdrachten uitvoeren.
5.3. Opdracht door Iris 2624 woorden 28 januari keer beoordeeld. Inleiding
Opdracht door Iris 2624 woorden 28 januari 2015 5.3 15 keer beoordeeld Vak LO Inleiding Met BSM hebben wij de opdracht gekregen om een trainingsschema te maken om jezelf te verbeteren op verschillende
Lesthema Sprinten 3: Teamsprint Groep 5 6
Lesthema Sprinten 3: Teamsprint Groep 5 6 Inleiding Schaduwlopen Kinderen staan in tweetallen verspreid over de zaal. Nummer 2 volgt zo dicht mogelijk nummer 1, zonder botsingen. Na 20 seconden wisselen
Kamphuis De Blokken Baarle-Nassau
zie spelformulieren. Tijd om alles voor te bereiden: ca 1 uur. Speeltijd: ca 2-2 ½ uur. Kamphuis De Blokken Baarle-Nassau Voetbalcirquit Bij het voetbalcircuit zijn negen activiteiten uitgezet op een vaste
Oefening A: loslopen Acties: Spelers lopen in een vierkant aan de zijkant van het veld lichtjes los. Dit voor een 4-tal minuten.
EXCELSIOR ZEDELGEM SEIZOEN 2015-2016 WEDSTRIJDOPWARMING doelgroep vanaf U 15 doelstelling/thema wanneer opwarming duur in totaal 35 minuten benodigdheden ballen, kegels/potjes, richtlijnen coachingwoorden
zit met handen voor zich op grond, staat en springt met vasthouden van beide handen
Schema 16 www.vclb-koepel.be Bijlage 6: Overzicht beheersingsniveaus motorische ontwikkeling* vaardigheidsfamilie stilstaan balanceren in beweging springen - kracht springen - motorisch gebied evenwicht
Core stability training
Core stability training Oefening 1: Uitgangspositie: liggend op de buik. Plaats de ellebogen recht onder de schouders. De vuisten wijzen naar voren. Breng vervolgens de buik van de grond door te steunen
Klap, stamp en sla. Opmerking. Tijd: 1-5 min. Deelnemers: minimaal 2 Materiaal: niets Opstelling: kinderen vormen tweetallen. Verloop van het spel:
Klap, stamp en sla Deelnemers: minimaal 2 Opstelling: kinderen vormen tweetallen : De tweetallen tellen om de beurt tot 3. Eerst zegt de één 1, daarna de ander 2 en tot slot nummer één weer 3. Hierna begin
Blok 4 les 2 Groep 7,8
Blok 4 les 2 Groep 7,8 3 2 7 1 2 3 1 4 4 5 6 Wachter 1 2 13 4 Basketbalparcours 3 (jongleren)! Vier kinderen doen tegelijkertijd het dribble parcours. De anderen wachten op de bank. 1. Pak een bal uit
14.5. Impressie / Plattegrond
Alle groepen Materiaal: - 7 hoepels - Bank - 2 kasten - 5 5cm matten - 2 losse grote touwen - 2 springtouwen - Ringen - Wandrek - 20 pionnen - Korf - 2 meterstokken Impressie / Plattegrond Opdracht - De
Trainers: Teamfunctie: Aanvallen
Trainers: Teamfunctie: Aanvallen Teamtaak: Opbouwen; het verbeteren van het uitspelen van een 4:3 situatie van achteruit Oefening 1A en 1B: warming up Inhoud Organisatie Aanwijzingen/ coaching 1A Heen
Romp Hieronder volgen verschillende oefeningen ter versterking van de romp.
Gegevens te vinden op http://www.voorkomblessures.nl Romp Hieronder volgen verschillende oefeningen ter versterking van de romp. Oefening: Crunches Crunches versterken van de buikspieren voor het vergroten
Lesthema Sprinten 3: Teamsprint Groep 7 8
Lesthema Sprinten 3: Teamsprint Groep 7 8 Inleiding Schaduwlopen Kinderen staan in tweetallen verspreid over de zaal. Nummer 2 volgt zo dicht mogelijk nummer 1, zonder botsingen. Na 20 seconden wisselen
Onder schooltijd: groep 5-6
Onder schooltijd: groep 5-6 31 32 Overzichtskaart: Onder schooltijd, groep 5-6, groep van 30 leerlingen Zaalindeling Lesplan Na ontvangst worden de kinderen ingedeeld in vijf groepen van zes kinderen.
LES 2. GROEP: 3 t/m 8 TENNIS.
LES 2. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 - De leerlingen letten heel de tijd goed op de bal/ blijven kijken naar de bal - De leerlingen kunnen de bal op het racket balanceren - De oog-hand coördinatie
Datum : Bewegen in verdedigende houding
Datum : 1-11-2015 Teamfunctie : Verdedigen Doelstelling technisch : 1 tegen 1 actie alle kanten & en in ondertal 2 tegen 1 / 3 tegen 2 Doelstelling inzichtelijk : Fase 1, 2 en 3 Bewegingsscholing : Sprong
LES 3. GROEP: 3 t/m 8 BASKETBAL
LES 3. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4: Beoordelen Vangen O De leerling kan een goed aangegooide bal niet vangen. V De leerling vangt een goed aangegooide bal bijna altijd. G De leerling vangt
Lesbrief 5 VEILIG LEREN VALLEN VOOR LEERLINGEN IN HET BASISONDERWIJS
Lesbrief 5 VLLEN IS OOK EEN SPORT VEILIG LEREN VLLEN VOOR LEERLINGEN IN HET SISONDERWIJS In deze lesbrief: Een korte uitleg Naam onderdeel Pagina Onderdeel 1: Oefenen valtechnieken 3 Lesdoel: aanleren
Het volgen en ontwikkelen van de kleine motoriek. Anne Frank school Utrecht 19 april Wat heb je met de kleine motoriek?
MOTORISCHE ONTWIKKELING Wat heb je met de kleine motoriek? Het volgen en ontwikkelen van de kleine motoriek Anne Frank school Utrecht 19 april 2016 Hans Stroes Voorkennis? Hoe volg jij de kleinmotorische
Let s Smash! StreetSmash Spellenboek Voor Sportleiders. Superhandig. boekje
Let s Smash! StreetSmash Spellenboek Voor Sportleiders Superhandig boekje 1 Inleiding SMASH! SMASH! is het nieuwe volleybalprogramma voor kinderen en jongeren tot en met 18 jaar. Met SMASH! brengen we
Bewegen, bewegen, blijven bewegen. Doelstellingen. De leerlingen beleven plezier aan beweging.
Infofiche 2 Doelstellingen De leerlingen zien in dat bewegen belangrijk is om fit en gezond te zijn. De leerlingen beleven plezier aan beweging. De leerlingen kunnen de oefeningen goed en geconcentreerd
Voorbeeld van een logboek van J.
Voorbeeld van een logboek van J. Algemeen Wat? Hoe/wanneer? Hoe ging het na een paar dagen? Moeder schrijft: Zitbal Zitten op de zitbal als J. TV kijkt en mogelijk bij computeren. Af en toe aandacht voor
LES 1. GROEP: 3 t/m 8 VOETBAL. DOELSTELLINGEN:
LES 1. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 - De leerlingen hebben doormiddel van de 3 verschillende opdrachten kennis gemaakt met het dribbelen en mikken met een bal. - De leerlingen hebben hun eigen
Het bepalen van niveaus
Het bepalen van niveaus Niveaus van deelname binnen een situatie Het inschatten van de niveaus van deelname van verschillende kinderen Touwklimmen Beschrijf, teken en/of fotografeer minimaal 6 niveaus
Warming-up Dit is voor alle groepen geschikt: de warming-up bestaat uit verschillende trucjes met de bal.
Warming-up Dit is voor alle groepen geschikt: de warming-up bestaat uit verschillende trucjes met de bal. Alle leerlingen staan aan één helft van de gymzaal verspreid met allemaal een bal. De trainer staat
Teamtaak: Algemeen het verbeteren van de techniek Oefening 1A en 1B: warming up Inhoud Organisatie Aanwijzingen/ coaching
Trainers: Teamfunctie: Aanvallen Teamtaak: Algemeen het verbeteren van de techniek Oefening 1A en 1B: warming up / coaching 1A Heen en terug: - 2x rustige looppas - 1xArmen zwaaien vooruit ongelijk, -
Warming-Up/Techniekoefeningen
Legenda: Warming-Up/Techniekoefeningen Oefening 1: Door elkaar dribbelen en zo vaak mogelijk de bal raken Niet botsen, over de bal kijken en vrije ruimtes zoeken stimuleren Naar zijkant dribbelen en afkappen
bij kniegerelateerde
Naam: Datum Maatschap voor Sport-Fysiotherapie Manuele Therapie Medische Trainings Therapie en Echografie Stadtlohnallee 2 7595 BP WEERSELO Telefoon 0541-661590 Molemansstraat 52 7561 BE DEURNINGEN Telefoon
LES 3. GROEP 3 t/m 8 HANDBAL. DOELSTELLINGEN:
LES 3. GROEP 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 - De leerling vangt een goed aangegooide bal in een balspel. - De leerlingen kan de bal gericht naar een medespeler gooien. Tips: - Maak deze les groepen
