Werkblad beschrijving interventie
|
|
|
- Godelieve de Boer
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Werkblad beschrijving interventie Gebruik de handleiding bij dit werkblad of Contact NJi Contact RIVM Gert van den Berg Sandra van Dijk
2 Achtergrondgegevens Ontwikkelaar / licentiehouder van de interventie Naam Adres Postcode Plaats Telefoon Fax Website (van de interventie) Trimbos-instituut Da Costakade AS Utrecht [email protected] Contactpersoon Vul hier de contactpersoon voor de interventie in, wanneer deze afwijkt van de ontwikkelaar of licentiehouder Naam Adres Postcode Plaats Telefoon Fax Els Bransen, Trimbos-instituut Da Costakade AS Utrecht [email protected] Onderstaande in te vullen door Nederlands Jeugdinstituut /RIVM Documentatie voor de erkenningscommissie De volgende documentatie wordt in viervoud toegestuurd aan de erkenningscommissie: Aangekruiste documenten worden na de beoordeling geretourneerd. Deelcommissie Aankruisen welke deelcommissie de interventie zou moeten beoordelen. Documentnummer 1. Interventiebeschrijving Deelcommissie I. jeugdzorg, psychosociale en pedagogische preventie Deelcommissie II. jeugdgezondheidszorg, preventie en gezondheidsbevordering Deelcommissie III. ontwikkelingsstimulering, onderwijsgerelateerde hulpverlening en jeugdwelzijn Deelcommissie IV gezondheidsbevordering en preventie voor volwassenen en ouderen Werkblad beschrijving november
3 Voor u begint Check met behulp van onderstaande lijst of u alle vereiste informatie op het werkblad kunt invullen. Als u één of meer vragen met nee moet beantwoorden, maakt uw interventie geen kans op erkenning door de erkenningscommissie. Uw interventie moet eerst verder ontwikkeld worden. Neem bij twijfel contact op met het Nederlands Jeugdinstituut of RIVM (zie voorblad). De vraagnummers in de checklist corresponderen met de onderdelen van de beschrijving op dit werkblad en met de erkenningscriteria. Op de websites van het Nederlands Jeugdinstituut en van RIVM vindt u een meer uitgebreide lijst van de criteria voor erkenning en een toelichting daarop. Criteria voor erkenning op Niveau I: theoretisch goed onderbouwd Vraag 1 Is de aard, ernst, omvang of spreiding van het probleem of risico waar de interventie zich op richt duidelijk omschreven? X Ja Nee Vraag 2 Zijn er concrete doelen, zo nodig onderscheiden in einddoelen en voorwaardelijke doelen? X Ja Nee Vraag 3.1 Bevat de documentatie een definitie van de doelgroep met relevante kenmerken? X Ja Nee Vraag 4.1 Bevat de methodiek een handleiding of protocol waarin de benodigde handelingen, de volgorde ervan, de duur van de interventie, de frequentie en intensiteit van de contacten en materialen zijn vastgelegd? X Ja Nee Vraag 4.2 Zijn de verschillende onderdelen van de interventie beschreven op het niveau van concrete activiteiten? X Ja Nee Vraag 5 Is duidelijk wat de benodigde materialen, waaronder een Nederlandstalige handleiding of protocol, zijn en waar deze materialen verkrijgbaar zijn? X Ja Nee Vraag 6 Is een analyse gemaakt van met het probleem samenhangende factoren (oorzaken, directe en indirecte risico- en beschermingsfactoren)? X Ja Nee Is er een theoretische onderbouwing gegeven waarin de doelgroep, de doelen en de methodiek (de werkzame factoren) verantwoord worden op basis van de probleemanalyse? X Ja Nee Is duidelijk hoe de doelgroep, doelen en methodiek onderling op elkaar aansluiten? X Ja Nee Vraag 8 Is de interventie overdraagbaar, bijvoorbeeld door een systeem van trainingen, begeleiding, registratie, licenties, een overdrachtsprotocol, website, helpdesk of eerdere ervaringen? X Ja Nee Overige Is bekend wie de ontwikkelaar, licentiehouder is en wie de uitvoerende en of ondersteunende organisaties zijn? X Ja Nee Werkblad beschrijving november
4 Samenvatting Het is handig de samenvatting als laatste in te vullen. Gebruik voor de samenvatting als geheel maximaal 600 woorden. Beschrijf hoofddoel(en) of meest karakteristieke (sub)doelen van de interventie. Doel Voorkomen of verminderen van problematisch cannabisgebruik onder jongeren (14-21 jaar) die reeds cannabis gebruiken. Dit kan zowel hasj als wiet zijn. Subdoelen Bewustwording vergroten van de (problematische) rol die het eigen cannabisgebruik heeft in het leven van de jongere. Motivatie en zelfwerkzaamheid van de jongere vergroten om in actie te komen in geval van (zelf ervaren) problematisch cannabisgebruik (bijv. zelfhulp of verwijzing naar verslavingshulpverlening). Voorkomen of verminderen van (symptomen van) cannabisafhankelijkheid. Noem de doelgroep waarop de interventie direct gericht is. Beschrijf de structuur en de inhoud van de interventie. Doelgroep Jongeren van jaar waarvan een vermoeden is dat zij problematisch cannabis gebruiken, maar die zelf (nog) geen hulpvraag hebben geuit. Aanpak Het hoofdonderdeel van de bestaat uit twee één-op-één sessies van elk anderhalf uur. De wordt momenteel uitgevoerd door preventiewerkers van de verslavingszorg en kan zowel op de verslavingszorginstelling als op locatie (bijv. school, buurthuis, jongerencentrum) uitgevoerd worden. De twee sessies voor jongeren zijn 1) een assessment sessie en 2) een feedback sessie. De sessies vinden ongeveer een week na elkaar plaats. Tijdens de assessment sessie wordt informatie verzameld over het middelengebruik van de jongere en de rol die cannabisgebruik in het leven van de jongere speelt. Deze informatie wordt na afloop van het gesprek door de preventiewerker verwerkt in een voorgestructureerd persoonlijk feedback rapport (PFR). In de feedback sessie wordt het PFR met de jongere doorgenomen, waarbij de preventiewerker gebruik maakt van motivationele gespreksvoering. De balans wordt opgemaakt over de invloed van het persoonlijke cannabis gebruikspatroon van de jongere op onder andere zijn/haar dagelijkse leven en over de zelfgenoemde impact van het persoonlijke cannabis gebruikspatroon op zelfgenoemde toekomstdoelen. Het cannabisgebruik van de deelnemer wordt hierbij niet als problematisch bestempeld. Er wordt gezorgd voor een niet-veroordelende sfeer waarin vragen kunnen worden gesteld en de deelnemer wordt gezien als de deskundige over zijn eigen leven. Als de jongere daar open voor staat, worden aan het einde verandermogelijkheden besproken (waaronder zelfhulp of doorverwijzing naar behandeling bij de verslavingszorg) en krijgt de jongere daar informatie en advies over. Er wordt niet openlijk geprobeerd de deelnemer zijn gebruik te laten veranderen, tenzij hij daar zelf om vraagt. Werkblad beschrijving november
5 Geef aan of er een handleiding en ander materiaal is. Beschrijf concluderend de resultaten van Nederlands effectonderzoek, buitenlands effectonderzoek en procesevaluaties van de interventie in maximaal 200 woorden. Meld als er geen onderzoek is: Er zijn geen studies voorhanden. Materiaal - Handleiding voor uitvoerders - Ouderbrochure 'Praten met uw kind over hasj en wiet' - Minifolder voor jongere - Folder voor doorverwijzers en andere zorgprofessionals Onderzoek De is oorspronkelijk afkomstig uit Australië en is daar onderzocht in een haalbaarheidsstudie en een gerandomiseerd effectonderzoek. Uit beide onderzoeken bleek een significante reductie van cannabisgebruik in de experimentele conditie (ten opzichte van een controleconditie). In januari 2011 is een onderzoek gestart naar de effectiviteit van de in Nederland. Werkblad beschrijving november
6 Beschrijving voor erkenning op niveau I: theoretisch goed onderbouwd A. Interventiebeschrijving: probleem, doelgroep, doel, aanpak, materialen en uitvoering 1. Risico- of probleemomschrijving Geef aan wat het probleem of het risico is waarop de interventie zich richt. Beschrijf de aard, ernst, omvang en spreiding van het probleem, en de gevolgen bij niet ingrijpen. Als deze informatie er niet is, geef dat dan ook aan. Maximaal 400 woorden. Cannabis is in de Westerse wereld de door jongeren meest gebruikte drug. Het cannabisgebruik van Nederlandse scholieren van 15 en 16 jaar ligt boven het Europese gemiddelde (van Laar, Monshouwer, & van den Brink, 2010). Nationaal onderzoek onder middelbare scholieren laat zien dat 17% van de jarigen geëxperimenteerd heeft met cannabis en dat 8% in de afgelopen maand cannabis heeft gebruikt (Monshouwer et al., 2008). Van deze recente gebruikers is er een substantieel deel (8%) die meer dan twintig keer per maand cannabis gebruikt, jongens (11%) vaker dan meisjes (3,5%). Uit onderzoek blijkt verder dat in Amsterdam 24% van de eerstejaars leerlingen in het MBO recentelijk cannabis heeft gebruikt (Monshouwer, 2005). In kwetsbare groepen, zoals hangjongeren, jongeren in de (residentiële) jeugdzorg en jongens in justitiële jeugdinrichtingen, lijkt het risico op frequent cannabisgebruik nog groter. In een jeugdzorginstelling in Amsterdam gebruikte in 2006 bijvoorbeeld 31% van de adolescenten dagelijks cannabis (Nabben et al., 2007). Het aantal aanmeldingen bij de verslavingszorg van mensen met een primair cannabisprobleem is bijna verdubbeld in de afgelopen tien jaar (van Laar et al., 2011). In 2009 was 15% van de verslavingszorgcliënten tussen de jaar oud. Steeds meer onderzoek toont aan dat frequent cannabisgebruik schadelijke effecten heeft op de fysieke en psychosociale gezondheid. Negatieve effecten op de fysieke gezondheid zijn bijvoorbeeld een langzamere reactietijd, concentratieproblemen en problemen met het verwerken van complexe informatie (Ashton, 2001). Voorbeelden van effecten op de psychosociale gezondheid zijn een verhoogde kans op depressie, schizofrenie en zelfmoordneigingen (o.a. Henquet et al., 2004; Smits et al., 2004; Fergusson et al., 2002a). Negatieve effecten op de gezondheid lijken het grootst bij degenen die op jonge leeftijd (jonger dan 16 jaar) zijn begonnen met cannabisgebruik (Rigter, 2006; Stefanis et al., 2004; Arseneault et al., 2002; Fergusson et al., 2002a, 2002b). Cannabisgebruik tijdens sensitieve periodes van hersenontwikkeling kan leiden tot langdurige neurobiologische veranderingen (Pistis et al., 2004; Ehrenreich et al., 1999). Degenen die op jonge leeftijd starten met cannabisgebruik lopen een groter risico op het ontwikkelen van problematisch cannabisgebruik of ander druggebruik op latere leeftijd (Rigter, 2006; Lynskey et al., 2003; Grant & Dawson, 1998). Werkblad beschrijving november
7 2. Doel van de interventie Wat is het doel van de interventie? Beschrijf de einddoelen en eventuele sub- of voorwaardelijke doelen zo concreet mogelijk en bij voorkeur SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden). Hoofddoel Voorkomen of verminderen van problematisch cannabisgebruik onder jongeren (14-21 jaar) die minimaal wekelijks cannabis gebruiken. Subdoelen Voorkomen of verminderen van (symptomen van) cannabisafhankelijkheid Bewustwording vergroten van de (problematische) rol die het eigen cannabisgebruik heeft in het leven van de jongere Motivatie en zelfwerkzaamheid van de jongere vergroten om in actie te komen in geval van (zelf ervaren) problematisch cannabisgebruik (bijv. zelfhulp of verwijzing naar verslavingshulpverlening). 3. Doelgroep van de interventie Wat is de einddoelgroep van de hier beschreven interventie? Noem ook een eventuele intermediaire doelgroep. Geef een zo precies mogelijke beschrijving van relevante kenmerken van de doelgroep waarop de interventie zich direct richt. Beschrijf indicatie- en contra-indicatiecriteria indien van toepassing (indien van toepassing kunnen deze criteria vereist zijn voor erkenning; zie handleiding). Meld ook hoe de doelgroep wordt geselecteerd. Noem eventueel gebruikte selectie-instrumenten en vereiste scores. 3.1 Voor wie is de interventie bedoeld? De doelgroep bestaat uit jongeren tussen de 14 en 21 jaar die frequent cannabis gebruiken. Het criterium dat gehanteerd wordt voor frequent gebruik van cannabis is minimaal wekelijks gebruik. De interventie richt zich specifiek op jongeren die (nog) geen hulpvraag hebben geuit. De intermediaire doelgroep bestaat uit ouders en andere 'belangrijke anderen' (bijv. mentor, broer/zus, vriend(in)) van jongeren die cannabis gebruiken: er is een optionele sessie voor belangrijke anderen zoals ouders en een brochure voor ouders 'Praten met uw kind over hasj en wiet'. Doel van de sessie voor betrokken anderen is drieledig: a) betrokken anderen leren hoe zij effectief hun bezorgdheid kunnen communiceren over het cannabisgebruik van de jongere, b) hoe zij de jongere aan kunnen moedigen om deel te nemen aan de en c) hoe zij zelf de jongere kunnen helpen om veranderingen aan te brengen in problematisch cannabisgebruik. 3.2 Indicatie- en contra-indicatiecriteria Indicatiecriteria - De jongere is tussen de 14 en 21 jaar. - De jongere gebruikt frequent cannabis (minimaal wekelijks gebruik). - Aanwezigheid van een (actieve) hulpvraag bij de jongere is niet noodzakelijk. Contra-indicatie criteria - Alcoholproblematiek van de jongere speelt op de voorgrond (in plaats van een primair cannabisprobleem) - Gebruik van andere drugs dan cannabis of alcohol in een frequentie van meer dan 2 x per week in de afgelopen 3 maanden. - Er is sprake van meervoudige (psychosociale) problematiek waarbij de cannabisproblematiek niet op de voorgrond speelt. - De jongere heeft significante cognitieve beperkingen. - De jongere heeft onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal. Werkblad beschrijving november
8 Werving Preventiewerkers van de regionale instellingen voor verslavingszorg die de aanbieden spelen een belangrijke rol in de werving van jongeren voor deelname aan de. Deze preventiewerkers voeren activiteiten uit op scholen in het kader van het programma de Gezonde School en Genotmiddelen. Ook houden zij geregeld spreekuren voor jongeren op scholen in het kader van vroegsignalering van problematisch middelengebruik en/of in het kader van het Zorg Advies Team. Preventiewerkers komen aldus in contact met jongeren die risico lopen op overmatig cannabisgebruik. Zij kunnen de jongeren uitdagen de te doen door in een gesprek vrij van oordelen na te denken over wat hasj en wiet met je doen en wat de voor- en nadelen zijn van gebruik. Zo kunnen jongeren checken of hun ideeën over (de onschuldigheid van) hun eigen cannabisgebruik kloppen. In een vervolggesprek kunnen ze dan op basis van deze informatie zelf bepalen of ze hun gebruik willen veranderen of niet. Preventiewerkers komen niet alleen in aanraking met jongeren, maar ook met hun ouders,leerkrachten en GGD-medewerkers. Deze 'intermediairen' kunnen eveneens een belangrijke rol spelen in de werving. Een bruikbaar instrument daarvoor is de sessie voor betrokken anderen. In deze sessie van minuten krijgt de ouder, leerkracht, GGDmedewerker of andere belangrijke persoon in het leven van de jongere, naast informatie over cannabis(gebruik), informatie en instructie over praten met jongeren over cannabisgebruik en over het motiveren van jongeren voor deelname aan de op zo'n manier dat deelname voor jongeren aantrekkelijk wordt. Jongeren waarvan bekend is dat ze regelmatig blowen, kunnen zo ook door ouders, leerkrachten,mentoren en GGD-medewerkers worden gemotiveerd voor deelname aan de Wiet- Check. Preventiewerkers van de verslavingszorg hebben ook vaak contacten binnen de jeugdzorg en het jongerenwerk. Zij kunnen professionals uit deze settings informeren over de en hen de sessie voor betrokken anderen aanbieden. Deze professionals kunnen dan jongeren die veel blowen (en/of hun ouders) motiveren voor deelname aan de. Tenslotte verloopt de werving via de Drugs Infolijn. Jongeren (of bezorgde ouders) die via de telefoon, of chatservice vragen stellen over (veel) blowen worden standaard geïnformeerd over de.. Wanneer een jongere belangstelling toont voor deelname aan de Wiet- Check, kan met behulp van een screenerformulier met een aantal korte vragen worden nagegaan of de jongere voldoet aan de inclusiecriteria. De screener kan zowel face-to-face als telefonisch worden afgenomen. Indien een jongere niet voldoet aan de inclusiecriteria voor de, kan de preventiewerker de jongere alternatieve hulp aanbieden. De is geschikt voor jongeren zonder hulpvraag. Deze jongeren zien hun cannabisgebruik wellicht niet als een probleem. De Wiet- Check is niet confronterend en niet-veroordelend. Daarnaast is het doel van de het cannabisgebruik van de jongeren onbewust te verminderen en wordt voor de jongeren de nadruk gelegd op het 'op een relaxte manier praten over cannabisgebruik' (zie hoofdstuk 4). Hierdoor is de laagdrempelig en heeft het niet het karakter van een behandeling, wat deelname van jongeren kan bevorderen. Geef aan of de interventie 3.3 Toepassing bij migranten De interventie is niet speciaal ontwikkeld voor migrantengroepen. Het Werkblad beschrijving november
9 uitsluitend, mede of niet bedoeld is voor (specifieke) migrantengroepen en voor welke. Geef ook aan of er speciale aanpassingen of voorzieningen voor deze groepen zijn. programma heeft geen speciale faciliteiten (zoals vertaalde schriftelijke instructies of tolken) om migrantengroepen in het bijzonder te kunnen bedienen. Meld indien niet bekend of niet van toepassing: De interventie is niet speciaal ontwikkeld voor migrantengroepen. Meld indien niet bekend of niet van toepassing: Het programma heeft geen speciale faciliteiten (zoals vertaalde schriftelijke instructies of tolken) om migrantengroepen in het bijzonder te kunnen bedienen. 4. Aanpak van de interventie Beschrijf de structuur en de opbouw van de interventie. Denk aan de gebruikelijke duur, indien van toepassing de frequentie en intensiteit van de contacten, de volgorde van de onderdelen, handelingen of stappen, en de setting waarin de interventie wordt uitgevoerd. 4.1 Opzet van de interventie De bestaat uit twee één-op-één sessies van elk 90 minuten bedoeld voor jongeren die cannabis gebruiken. De wordt momenteel uitgevoerd door preventiewerkers van de verslavingszorg en kan zowel op de instelling voor verslavingszorg als op locatie (bijv. school, buurthuis, jongerencentrum) worden uitgevoerd. Ook andere instellingen op het gebied van jeugdzorg zouden de kunnen uitvoeren als zij daartoe opgeleide professionals kunnen inzetten. De twee sessies voor jongeren zijn 1) een assessment sessie en 2) een feedback sessie. Deze twee sessies vinden ongeveer een week na elkaar plaats. De totale interventie kan hierdoor al binnen 1 à 2 weken worden uitgevoerd. Naast de assessment sessie en de feedback sessie is er een optionele individuele sessie voor betrokken anderen van anderhalf uur waarin ouders of andere betrokkenen informatie krijgen over hasj en wiet en leren hoe zij de jongere kunnen motiveren om deel te nemen aan de. Deze sessie vindt plaats in het kader van de werving van jongeren. Assessment sessie Tijdens de assessment sessie wordt informatie verzameld over het middelengebruik van de jongere en de rol die cannabisgebruik in het leven van de jongere speelt. Hierbij wordt gekeken naar zaken als de hoeveelheid en frequentie van het gebruik; voordelen en nadelen van het cannabisgebruik; doelen (niet gerelateerd aan cannabisgebruik) van de persoon; verwachtingen van minderen/stoppen met cannabisgebruik en belangrijke relaties/de sociale omgeving van de jongere. De verschillende onderdelen van de assessment sessie zijn genoemd in paragraaf 4.2. De verzamelde informatie wordt na afloop van het gesprek door de preventiewerker verwerkt in een voorgestructureerd persoonlijk feedback rapport (PFR). Feedback sessie In de feedback sessie wordt het PFR met de jongere doorgenomen, waarbij de preventiewerker gebruik maakt van motivationele gespreksvoering. Werkblad beschrijving november
10 De balans wordt opgemaakt met betrekking tot de invloed van het persoonlijke cannabis gebruikspatroon van de jongere op onder andere zijn/haar dagelijkse leven en de zelf beschreven impact van zijn/haar persoonlijke cannabis gebruikspatroon op zelfgenoemde toekomstdoelen. Het cannabisgebruik van de deelnemer wordt hierbij niet als problematisch bestempeld. Er wordt gezorgd voor een niet-veroordelende sfeer waarin vragen kunnen worden gesteld en de deelnemer wordt gezien als de deskundige over zijn eigen leven. De meeste nadruk ligt op het aanmoedigen van de jongere om de persoonlijke betekenis en gevolgen van de informatie op een open en uitgebalanceerde manier te onderzoeken. Ambivalentie wordt als geaccepteerd en wordt uitgediept om de jongere te helpen expliciet zowel de voors als de tegens van het wel en niet gebruiken van cannabis te overwegen. Als de jongere daar open voor staat, worden aan het einde verandermogelijkheden besproken (waaronder zelfhulp of doorverwijzing naar behandeling bij de verslavingszorg) en krijgt de jongere daar informatie en advies over. Er wordt niet openlijk geprobeerd de deelnemer zijn gebruik te laten veranderen, tenzij hij daar zelf om vraagt. De preventiewerker kan dan de eigen kracht van de jongere ondersteunen door verschillende verandermogelijkheden te bespreken, inclusief zelfstandig veranderen, of verwijzen naar plaatselijke behandelaars. De verschillende onderdelen van de feedback sessie zijn genoemd in paragraaf 4.2. De is een kortdurende interventie met een groot doel. Dit komt overeen met de Australische interventie waar de op gebaseerd is. Deze Australische interventie (ACCU, zie hoofdstuk 6 en hoofdstuk 11) is daar effectief gebleken. Wat gebeurt er concreet bij de uitvoering? Beschrijf hoe de onderdelen van de interventie worden ingevuld of uitgevoerd, zo nodig met enkele typerende voorbeelden. 4.2 Inhoud van de interventie Hieronder staan de verschillende onderdelen per sessie genoemd, in chronologische volgorde waarin ze aan bod komen. Een aantal onderdelen zijn geïllustreerd met een voorbeeldvraag die gesteld kan worden tijdens het gesprek. Vervolgens wordt een voorbeeld gegeven van hoe een onderdeel van de feedback sessie concreet is uitgewerkt. Onderwerpen tijdens de assessment sessie (op chronologische volgorde): - Benoemen van de reden(en) voor deelname Voorbeeldvraag: Wat is de belangrijkste reden dat je hier vandaag bent? - Hasj of wietgebruik: positieve aspecten Voorbeeldvraag: Wil je om te beginnen een paar dingen noemen die je positief vindt aan het gebruiken van hasj of wiet? - Hasj of wietgebruik: minder positieve aspecten Voorbeeldvraag: Zijn er ook dingen in verband met je hasj of wietgebruik die minder positief of minder goed voor je zijn? Zo ja, welke dingen zijn dat? - Hasj of wietgebruik: wanneer, waar, met wie, hoeveel, hoe vaak, leeftijd eerste gebruik. Voorbeeldvraag: Wanneer gebruik je meestal cannabis? - Timeline Follow Back (tien weken) over cannabisgebruik - Historie stoppen/minderen met cannabisgebruik - Overig druggebruik - Risicoperceptie met betrekking tot cannabisgebruik (in te vullen door jongere) - Cannabis afhankelijkheidsschaal Werkblad beschrijving november
11 Item uit deze schaal: Heb je in de afgelopen drie maanden je angstig of bezorgd gevoeld bij het vooruitzicht niet te kunnen blowen? - Verwachte kosten en baten van stoppen/minderen met cannabisgebruik (in te vullen door jongere) - Vragenlijst problemen met hasj of wiet (in te vullen door jongere) - Lichamelijke gezondheid - 10 vragen over psychische gezondheid (in te vullen door jongere) - Demografische gegevens - Problemen en tevredenheid sociale omgeving (in te vullen door jongere) - Delinquentie afgelopen zes maanden - Belangrijke doelen (niet gerelateerd aan cannabisgebruik) - Belangrijke relaties - Onmiddellijke doelen met betrekking tot hasj en wiet Onderwerpen tijdens de feedback sessie (op chronologische volgorde): - Jongere voorbereiden op de feedback sessie - Reden(en) voor deelname aan de - Voordelen van cannabisgebruik - Gebruik van cannabis en andere soorten drugs - Minder leuke kanten aan cannabisgebruik - Veronderstelde gevolgen van minder (en meer) cannabis gebruiken - Relaties met anderen - Doelen en idealen - En nu? - Optie a: Waardoor zou je weten dat je teveel gebruikt? - Optie b: Hoe weet je dat je op dit moment teveel gebruikt? - Afronding Onderdeel: Minder leuke kanten aan cannabisgebruik Hoe gaat dit in zijn werk Bespreek de 'minder positieve' kanten die de jongere over cannabisgebruik genoemd heeft en gebruik daarbij zijn eigen woorden. (bv. "We hebben het gehad over de dingen die je prettig vindt aan blowen. Nu wil ik het met je over de andere kant hebben: de minder positieve dingen aan je hasj of wietgebruik. Dit is wat je in het vorige gesprek verteld hebt. ") Bespreek alle onderdelen en vraag elk onderwerp na, moedig de jongere aan overal uitleg bij te geven. Vraag na welke van deze minder positieve dingen belangrijke nadelen zijn of redenen vormen om niet te blowen. Vraag of er nog andere niet zo positieve dingen zijn die niet op de lijst staan. (bv. "Over welke andere dingen die met je cannabisgebruik te maken hebben, ben je bezorgd, of waar zijn de mensen in je omgeving bezorgd over? Wat heb je verder nog gemerkt?"). Noteer eventuele andere redenen die hierbij genoemd worden op uw exemplaar van het PFR. Geef zo kort mogelijke reflectieve samenvattingen. Bijvoorbeeld: "Dus het roken van cannabis zorgt ervoor dat je..." Geef aan het einde een zo volledig mogelijke samenvatting van de positieve en negatieve kanten die het roken van cannabis voor deze jongere heeft (bv. "Dus het roken van cannabis helpt je om je te ontspannen... je vindt het prettig om samen met je vrienden te blowen en het lijkt je te helpen als je ergens van baalt. Aan de andere kant ben je minder gemotiveerd, zeg je soms als je gerookt Werkblad beschrijving november
12 hebt dingen die je niet meent en heb je moeite om je te concentreren, waardoor je op school lagere cijfers haalt.") 5. Materialen en links Welke materialen zijn er en waar zijn deze verkrijgbaar? Noem ten minste de Nederlandse handleiding. Noem ook eventuele links naar relevante websites, rapporten of andere relevante bestanden. Vermeld eventueel ook of er aparte materialen zijn voor migranten en zo ja welke. Momenteel vindt effectonderzoek plaats naar de in Nederland. De materialen van de zijn tijdens de onderzoeksperiode (2011-eind 2012) alleen beschikbaar voor de verslavingszorginstellingen die meewerken aan het onderzoek naar de. Na afronding van het effectonderzoek zal de handleiding herschreven worden voor gebruik buiten de onderzoekssetting. Bij voldoende interesse zal er tevens een training worden aangeboden. Zodra de materialen te bestellen zijn, zal dit kenbaar worden gemaakt op en via de Trimbos nieuwsbrief Mentaal Alert (u kunt zich hiervoor aanmelden via Materialen in ontwikkeling: Handleiding voor uitvoerders - Linden, D. van der, Gee, A. de, & Bransen, E. (2010). Handleiding. Korte interventie voor jonge cannabisgebruikers. Utrecht: Trimbos-instituut. Foldermaterialen - Ouderbrochure 'Praten met uw kind over hasj en wiet' - Minifolder voor jongeren - Folder voor doorverwijzers en andere zorgprofessional B. Onderbouwing van de interventie 6. Verantwoording: doelgroep, doelen en aanpak Geef aan hoe probleemanalyse, doel, doelgroep en methodiek op elkaar aansluiten. In uw betoog moet antwoord gegeven zijn op de volgende vragen (zie ook de handleiding bij dit werkblad): Probleemanalyse Wat zijn de factoren (determinanten) die het probleem beïnvloeden? Onderbouw dit met theorieën en/of onderzoeksliteratuur, een redenering (ratio) of een visie. Als u hiervoor gebruik maakt van een algemene theorie over gedragsverandering, maak dan aannemelijk dat deze van toepassing is op het probleem. Geef aan hoe deze factoren Probleemanalyse Er zijn verschillende determinanten die problematisch cannabisgebruik beïnvloeden. Zo kan iemand genetisch kwetsbaar zijn voor (cannabis)verslaving (Matthys, Vanderschuren, Nordquist, & Zonnevylle- Bender, 2006). Iemand die op jonge leeftijd begint met alcoholgebruik, roken en/of cannabisgebruik heeft een verhoogd risico om problematisch cannabisgebruik te ontwikkelen (Rigter, 2006). Dit geldt ook voor mensen (jongeren) met andere psychische of verslavingsproblematiek (EMCDDA, 2010). Vanuit de omgeving zijn er ook invloeden te noemen die problematisch cannabisgebruik bevorderen. Zo zijn het omgaan met leeftijdsgenoten die drugs gebruiken (Godley, Kahn, Dennis, Godley, & Funk, 2005) en een ontwrichte gezinssituatie risicofactoren (EMCDDA, 2008; Huurre, Lintonen, Kaprio, Pelkonen, Marttunen, & Aro, 2010). Echter, wanneer jongeren een goede band hebben met ouders, familie, vrienden en school (Resnick, Bearman, Blum, Bauman, Harris, Jones e.a., 1997) en ouders een betrokken opvoedingsstijl hanteren (Stephenson & Helme, 2006), beschermt de sociale omgeving jongeren tegen het ontwikkelen van problematisch cannabisgebruik. Daar- Werkblad beschrijving november
13 met elkaar samenhangen. Noem oorzakelijke, risico-, instandhoudende, verzachtende en /of beschermende factoren. Beïnvloedbare factoren Welke factoren zijn beïnvloedbaar? Laat dit alles zien met theorie/ studies of voorbeelden. Op welke veranderbare factoren richt de interventie zich? Verbinding probleemanalyse, doel, doelgroep en aanpak Kan het doel met de gekozen aanpak worden bereikt? Maak dit aannemelijk aan de hand van studies en /of ervaringen. Laat zien dat de doelgroep aansluit bij de probleemanalyse. Werkzame factoren /mechanismen Wat zijn de werkzame factoren /mechanismen? Welke elementen mogen bij aanpassing van de interventie niet ontbreken? Verantwoording Voor de verantwoording kan gebruik worden gemaakt van Nederlands en /of internationaal onderzoek naar de theorie achter de interventie, naar onderdelen van de interventie en /of naar soortgelijke interventies, en van onderzoek naar buitenlandse versies van de interventie. naast is het risico op problematisch cannabisgebruik groter voor jongeren die problemen hebben op school (Bergen, Martin, Richardson, Allison, & Roeger, 2004; EMCDDA, 2008), terwijl de school een beschermde werking heeft als deze als veilig wordt beschouwd (Fletcher, Bonell, Sorhaindo, & Strange, 2009). Verder zijn er ook persoonlijke risicofactoren te noemen met betrekking tot problematisch cannabisgebruik. Jongeren met cannabisproblematiek hebben vaak een negatief zelfbeeld (Hammer & Vaglum, 1990), terwijl gevoel van eigenwaarde (EMCDDA, 2008) en een goede zelfcontrole/-regulatie (Wills, Cleary, Filer, Shinar, Mariani & Spera, 2001) beschermende factoren zijn. Verdere risicofactoren van problematisch cannabisgebruik zijn weinig gevoeligheid voor directe negatieve gevolgen (Matthys e.a., 2006), een voorkeur hebben voor winst op de korte termijn in plaats van rekening te houden met gevolgen op de lange termijn en het niet goed inschatten van risico's (Crone, 2008). Deze laatstgenoemde kenmerken zijn kenmerkend voor de adolescentie (Crone, 2008; Matthys e.a., 2006). Jongeren die cannabis gebruiken, zien hun cannabisgebruik niet zo snel als problematisch (Martin & Copeland, 2008). Zij zoeken daarom vaak geen hulp (Rigter, 2006). Beïnvloedbare factoren De beïnvloedbare factoren waar de zich op richt zijn voornamelijk zelfregulatie en de motivatie voor zelfregulatie, vertrouwen in eigen kunnen (zelfbeeld en zelfvertrouwen), besef van gevolgen van cannabisgebruik op de lange termijn en het inschatten van risico's. De factoren worden beïnvloed door het cannabisgebruik van de jongere in perspectief te zetten en te koppelen aan de doelen en bezigheden van de jongere en hierbij gebruik te maken van motivationeel interviewen (zie 'werkzame factoren'). Voor een overzicht van alle onderwerpen die aan bod komen, zie hoofdstuk 4. Werkzame factoren Motivationeel interviewen (MI) is een cliëntgerichte en directe manier van counsellen met een brede evidence base (Miller & Rollnick, 2002). MI probeert reflectie over druggebruik en over persoonlijke consequenties van druggebruik in de context van persoonlijke waarden en doelen te bevorderen. Tijdens het met de jongere doornemen van het persoonlijke feedback rapport (PFR) maakt de preventiewerker gebruik van de vijf principes voor motivationele gespreksvoering: empathie tonen, tegenstrijdigheden laten ontstaan, discussie vermijden, meebewegen met weerstand en zelfwerkzaamheid ondersteunen. Vanuit een perspectief van veranderstadia (Prochaska, DiClemente & Norcross, 1993) wordt met MI bekeken waar de jongere nu staat in het veranderingsproces en wordt hij ondersteund bij het zetten van de stappen naar een succesvolle en blijvende verandering. Gedragsverandering is geen lineair proces met een duidelijk begin- en eindpunt, maar een circulair proces. Prochaska en DiClemente onderscheiden vijf stadia van verandering: voorbeschouwing, overpeinzing, voorbereiding, actieve verandering en stabilisatie. Terugval is ook mogelijk en zou gezien kunnen worden als een zesde stadium. De preventiewerker herkadert de ambivalentie van de jongere, geeft de vraag of het probleem terug aan de jongere en geeft de jongere de kans te accepteren wat hij of zij van deze interactie wil. Daarnaast ondersteunt de preventiewerker het inzicht van de jongere dat de jongere in staat is keuzes te maken over zijn of haar gedrag. Zelfwerkzaamheid wordt gevoed door het optimisme van de preventiewerker en zijn vertrouwen in de jongere. Werkblad beschrijving november
14 Verbinding probleemanalyse, doel, doelgroep en aanpak De richt zich op het verminderen van cannabisgebruik bij jongeren die zich in een vroeg stadium van hun cannabis gebruikscarrière bevinden door het uitlokken van een intrinsieke motivatie om cannabisgebruik te verminderen. De heeft tot doel probleemherkenning van de (mogelijke) consequenties van cannabisgebruik te vergroten en bevordert het maken van geïnformeerde keuzes over cannabisgebruik. Lawendowsky (1998) beschouwt MI als zeer geschikt voor jongeren, juist omdat het niet-confronterend is en er geen specifieke uitkomsten worden opgedrongen. Minimalisatie van weerstand staat centraal bij MI en dit maakt het uitermate geschikt voor jongeren die (nog) niet actief behandeling zoeken voor hun druggebruik. Toepassing van MI in interventies voor adolescenten is ook aanbevolen in verschillende recente reviews (Grenard et al., 2006; Tait & Hulse, 2003). Voor veel jongeren die regelmatig cannabis gebruiken, blijkt een korte motivationele interventie van twee sessies voldoende te zijn om het eigen cannabisgebruik te verminderen of om zelfs te stoppen met cannabisgebruik (zie hieronder bij het kopje 'verantwoording'). Jongeren die willen veranderen maar (nog) onvoldoende vertrouwen hebben in hun zelfstandige mogelijkheden om te veranderen, kunnen in de laatste sessie doorverwezen worden voor cannabisbehandeling. Doordat de interventie zich richt op jongeren die (nog) geen hulp zoeken, kan het aantal jongeren dat vroegtijdig bereikt wordt, toenemen. Voor de beschrijving van de werving van deze jongeren, zie hoofdstuk 3.2. Verantwoording De is gebaseerd op het Check-Up model (Miller & Sovereign, 1989). De basis van het Check-Up model bestaat uit een interventie van twee sessies waarin een assessment en feedback door een preventiewerker de deelnemer helpen om geïnformeerde keuzes te maken met betrekking tot zijn middelengebruik. Het middelengebruik van de deelnemer wordt niet als problematisch bestempeld en er vindt geen confrontatie met betrekking tot het gebruik plaats. Er wordt gezorgd voor een niet-veroordelende sfeer waarin vragen kunnen worden gesteld, en de deelnemer wordt gezien als de deskundige over zijn eigen leven. Er wordt niet openlijk geprobeerd de deelnemer zijn gebruik te laten veranderen, tenzij hij daar zelf om vraagt. De effectiviteit van korte motivationele interventies in het reduceren van cannabisgebruik blijkt bij volwassenen aanzienlijk (Babor et al. 2004; Copeland et al., 2001; Stephens et al., 2000) en meerdere studies hebben de veelbelovendheid van korte motivationele behandelingen met adolescente middelengebruikers aangetoond (zie Monti et al., 2001 voor een review). Monti en collega's (1999) gebruikten bijvoorbeeld motivationeel interviewen met adolescente drinkers in een meldkamer en rapporteerden significante reducties in alcoholgebruik en alcoholgerelateerde problemen. De Check-Up methode is ook succesvol gebleken in het recruteren van adolescente cannabisgebruikers a) direct, b) via peers, of c) via betrokken anderen (Walker et al., 2006; Martin et al., 2005; McCambridge & Strang, 2004). In een gerandomiseerd onderzoek onder jongeren die Werkblad beschrijving november
15 geen behandeling zochten en werden geworven door peers, vonden Mc- Cambridge and Strang (2004) dat één MI-sessie geassocieerd is met significante reducties in zelfgerapporteerd cannabis-, alcohol- en tabaksgebruik na een follow-up van drie maanden en in vergelijking met een controlegroep die geen interventie kreeg (effectgrootte voor vermindering cannabisgebruik 0.75). De reducties in cannabisgebruik waren groter onder jongeren die als kwetsbaar of hoogrisico aangemerkt kunnen worden (zoals een hoge frequentie van cannabisgebruik en psychosociale kwetsbaarheid). 7. Samenvatting onderbouwing Beschrijf in één tot drie zinnen het verband tussen probleem, doelgroep, doel en methode. Jongeren die regelmatig cannabis gebruiken (doelgroep), zoeken niet actief naar hulp omdat zij zich vaak niet bewust zijn van de negatieve consequenties die hun cannabisgebruik kan hebben/heeft (probleem). De preventiewerker wil jongeren laten nadenken over hun cannabisgebruik (methode) om op deze manier jongeren te motiveren om bewust keuzes te maken over hun eigen cannabisgebruik (doel). Dit doet de preventiewerker door middel van het toepassen van motiverende gesprekstechnieken en het geven van gepersonaliseerde feedback aan de hand van een voorgestructureerd format (methode). C. Overdraagbaarheid 8. Randvoorwaarden voor uitvoering en kwaliteitsbewaking Welke eisen zijn er ten aanzien van opleiding, training, certificering, licenties en/of supervisie van de uitvoerend werkers? Beschrijf deze randvoorwaarden voor de toepassing. Meld indien van toepassing: Er zijn geen specifieke eisen voor de uitvoering en begeleiding van de uitvoerend werkers. Is er voor de overdracht van de interventie een handleiding of protocol? Zijn er eerdere ervaringen waaruit blijkt dat de interventie overdraagbaar is? 8.1 Eisen ten aanzien van opleiding Uitvoerders van de zijn tot nu toe preventiewerkers van verslavingszorginstellingen. Het is echter ook denkbaar dat de Wiet- Check in een andere setting wordt ingezet, bijvoorbeeld in de jeugdzorg. Uitvoerders dienen een aantoonbare (middels overhandiging van een certificaat of ander bewijs) basistraining te hebben gehad in motivationele gesprekvoering. Daarnaast dienen uitvoerders een 2-daagse training in de specifieke uitvoering van de te volgen en een opfrisbijeenkomst na twee à drie maanden. Na deelname aan de 2-daagse training en de opfrisbijeenkomst, ontvangt de deelnemer een certificaat ter bevestiging van deelname. Na afronding van het effectonderzoek zal de training, bij voldoende interesse, vanuit het Trimbos-instituut aangeboden worden. De training is in dat geval openbaar beschikbaar. Daarnaast zal de mogelijkheid voor een 'train-de-trainer'-principe worden onderzocht, zodat de training ook elders in Nederland gegeven kan worden. 8.2 Eisen ten aanzien van overdracht en implementatie De is gebaseerd op de Australische Adolescent Cannabis Check-Up (ACCU). De ACCU is ontwikkeld door the National Drug and Alcohol Research Centre (NDARC) te Sydney, Australië. Bij de ACCU hoort een uitgebreide handleiding voor uitvoerders en er kan een training voor gevolgd worden. De ACCU wordt in Australië o.a. uitge- Werkblad beschrijving november
16 Meld indien van toepassing: Er is geen handleiding of protocol voor overdracht of implementatie. voerd door behandelaars in de verslavingszorg, outreachend jongerenwerkers en counselors op scholen. Hieruit blijkt dat de interventie overdraagbaar is. Voor de uitvoering van de in Nederland tijdens de onderzoeksperiode (2011-medio 2012) is een uitgebreide en gedetailleerde onderzoeksversie van de Handleiding beschikbaar voor de uitvoerders van de. Deze handleiding is grotendeels gebaseerd op de oorspronkelijke handleiding voor de ACCU. Momenteel voeren, in het kader van het onderzoek naar de, 24 preventiewerkers van 8 verslavingszorginstellingen de uit. Te weten: 1. Brijder Noord-Holland 2. Centrum Maliebaan 3. Context 4. Iriszorg 5. Jellinek 6. Mondriaan 7. Novadic-Kentron 8. Tactus Naar aanleiding van de ervaringen tijdens het onderzoek en op basis van de onderzoeksresultaten, zal de handleiding voor uitvoerders aangepast worden om de overdraagbaarheid te kunnen maximaliseren. Deze aangepaste versie van de handleiding, die geschikt is voor uitvoering van de buiten een onderzoekssetting, zal vervolgens op ter bestelling aangeboden worden. Zodra de materialen te bestellen zijn, zal dit kenbaar worden gemaakt op en via de Trimbos nieuwsbrief Mentaal Alert (u kunt zich hiervoor aanmelden via Hoe wordt de kwaliteit van de interventie beoordeeld en bewaakt? Denk bijvoorbeeld aan registratie van activiteiten en resultaten. Meld indien niet bekend of niet van toepassing: De wijze van kwaliteitsbewaking wordt bepaald door de uitvoerder. Wat zijn de kosten van de uitvoering? Noem zo mogelijk kosten van licentie, materiaal, trainingen, kwaliteitsbewaking, Vermeld het jaartal waarvoor de prijzen gelden. Noem ook de tijdinvestering van betrokken professionals (uitvoering en coördinatie). Meld indien van toepassing: Er zijn bij deze interventie geen gegevens bekend over 8.3 Eisen ten aanzien van kwaliteitsbewaking De kwaliteit van de uitvoering wordt bewaakt door middel van de gedetailleerde Handleiding voor uitvoerders, standaard folders voor jongeren, ouders en intermediairen en de verplichte 2-daagse introductietraining en 1-daagse opfrisbijeenkomst. De wijze van kwaliteitsbewaking wordt verder bepaald door de uitvoerder. 8.4 Kosten van de interventie Hieronder staat een indicatie van de prijzen voor aanschaf van de interventie na afronding van het onderzoek (prijspeil 2011): Kosten handleiding: 20 euro per stuk Kosten 2-daagse training: 325 tot 500 euro afhankelijk van het aantal deelnemers Kosten opfrisbijeenkomst: 250 tot 350 euro, afhankelijk van het aantal deelnemers Kosten ouderbrochure (14 bladzijden): 0,95 euro per stuk Kosten minifolder voor jongeren: 0,35 euro per stuk Kosten folder voor intermediairen: 0,35 euro per stuk Werkblad beschrijving november
17 de kosten en /of de tijdsinvestering van professionals. De financiering van de interventie kan per instelling verschillen, afhankelijk van de regelingen die de instelling heeft getroffen (bijvoorbeeld financiering door de gemeente of door de zorgverzekering van de jongere). Eenmalige tijdsinvestering Twee keer 8 uur voor de basistrainingsdagen en 8 uur voorbereidingstijd (4 uur voorbereiding eerste trainingsdag, 4 uur voorbereiding tweede trainingsdag) = 24 uur. Tijdsinvestering voor uitvoering van de interventie Tijdsinvestering m.b.t. werving is afhankelijk van reguliere wervingsmethoden. Voor uitvoering van de geldt: 1 tot 1,5 uur voor de baseline assessment sessie 0,5 uur voor het invullen van het persoonlijk feedback rapport 1 tot 1,5 uur voor de feedback sessie Totale tijdsinvestering per jongere is dus 2,5 tot 3,5 uur excl. werving. 9. Onderzoek naar de uitvoering van de interventie Is er onderzoek gedaan naar de uitvoering van de interventie? Beschrijf doel, type onderzoek (bijvoorbeeld procesevaluatie, behoefteanalyse, nulmeting, haalbaarheidsonderzoek, tevredenheidsmeting etc.), methode en relevante uitkomsten. Geef aan wat het bereik is, de succes- en faalfactoren en waardering door de doelgroep. Geef ook aan hoe de interventie, indien noodzakelijk, wordt aangepast. Meld indien van toepassing: Er is geen onderzoek gedaan naar de uitvoering van de interventie. In Nederland is nog geen onderzoek gedaan naar de uitvoering van de. Een gerandomiseerd onderzoek naar de effectiviteit en uitvoerbaarheid van de in Nederland, is in januari 2011 gestart. In 2013 worden de resultaten van dit effectonderzoek verwacht. De is gebaseerd op de Australische Adolescent Cannabis Check-Up (ACCU). Naar deze interventie is een haalbaarheidsstudie verricht en een gerandomiseerd effectonderzoek (zie ook: paragraaf 11). Hieronder de resultaten uit de Australische haalbaarheidstudie (Martin, Copeland & Swift, 2005). Werving Tijdens de onderzoeksperiode (april 2001-september 2003) namen meer dan 300 mensen contact op met de uitvoerders van de ACCU voor informatie over de ACCU (ook behandelaars, onderzoekers en andere klinische medewerkers). Hiervan namen 178 mensen deel aan de screening voor geschiktheid. 135 mensen bleken geschikt om deel te nemen aan de ACCU. Het ging hierbij om 109 families: 73 jongeren en 62 bezorgde anderen. De meeste jongeren waren verwezen door ouders (n = 50, 68,5%), andere familieleden/partners (n = 5, 6,8%) en schoolpersoneel (n = 9, 12,3%). Negen jongeren gaven aan uit zichzelf mee te willen doen aan de ACCU (12,3%). Belangrijkste redenen om deel te nemen aan de ACCU: gevraagd/dringend verzocht door ouders/schoolpersoneel (n = 39, 53,4%), mee willen werken aan onderzoek en uit nieuwsgierigheid (n = 15, 20,5%), om meer kennis te verkrijgen (n = 5, 6,8%) of meer controle willen krijgen over eigen cannabisgebruik (n = 8, 11%). Hieruit blijkt dat het merendeel van de jongeren die deelnamen aan de ACCU, (nog) geen actieve hulpbehoefte had bij aanmelding. Dit betekent dat de beoogde doelgroep, jongeren die cannabis gebruiken maar (nog) geen behoefte hebben aan hulp, werd bereikt. Therapietrouw Negentig procent (66 van de 73 participanten) nam na de assessment Werkblad beschrijving november
18 sessie ook deel aan de feedback sessie. Kenmerken deelnemers - 77% man, 23% vrouw - Gemiddeld 16 jaar oud (M = 16.4, SD = 1.5, range = jaar) - Gemiddelde leeftijd eerste keer cannabisgebruik: 13 jaar (M = 13.2, SD = 1.7, range = 9-17 jaar). Gebruik in de afgelopen maand bij T0 - Dagelijks gebruik: n = 14 (19%) - Gemiddeld drie tot zes keer per week: n = 47 (64%) - Wekelijks of minder: n = 12 (16%) Tevredenheid deelnemers over de interventie Tevredenheid van deelnemers werd na de feedbacksessie gemeten. Hieruit bleek dat 68% van de deelnemers tevreden was over de lengte van de sessies en 28% neutraal; 98,5% was gemiddeld tot zeer tevreden met de hulpverlener en 97% beschreef de hulpverlener als gemiddeld tot zeer hulpvaardig; het ontvangen van feedback over cannabisgebruik en consequenties daarvan werd door 87% gezien als nuttig en door 11% als neutraal. Geen enkele deelnemer was het eens met de stelling: 'de feedback sessie was een verspilling van mijn tijd'. Verder gaf driekwart van de deelnemers aan geïnteresseerd te zijn in meet bijeenkomsten om te praten over hun cannabisgebruik als deze beschikbaar zouden zijn. Werkblad beschrijving november
19 Voor u verder gaat Check met behulp van onderstaande lijst of u de vereiste informatie op het werkblad kunt invullen. De vraagnummers corresponderen met de desbetreffende onderdelen van de beschrijving op dit werkblad en met de criteria voor erkenning op Niveau II en III. Op de sites van het Nederlands Jeugdinstituut en van RIVM kunt u een meer uitgebreide lijst van de criteria voor erkenning en een toelichting daarop vinden. Neem bij twijfel contact op met het Nederlands Jeugdinstituut of RIVM (zie voorblad). Criteria voor erkenning op Niveau II-III: waarschijnlijk of bewezen effectief Vraag 10.1 Is de interventie via Nederlandse studies met een matige tot sterke bewijskracht onderzocht en maken deze studies het aannemelijk dat de interventie de gestelde doelen bij de doelgroep daadwerkelijk bereikt? (Voor een overzicht van de bewijskracht van onderzoek, zie de handleiding bij dit werkblad.) Ja X Nee Vraag 11 Is er onderzoek naar buitenlandse versies van de interventies X Ja Nee LET OP Indien vraag 10 met ja beantwoord wordt, vul dan ook Bijlage 1 in: Beschrijving kenmerken en resultaten onderzoek. Indien vraag 10 en 11 met nee beantwoord moeten worden, komt uw interventie niet in aanmerking voor een beoordeling op niveau II of III. Vul in dat geval paragraaf 10.1 en 11 op de gevraagde manier in en ga verder met paragraaf 12 onder Overige informatie. Vergeet niet het logboek in te vullen aan het einde van dit werkblad. Werkblad beschrijving november
20 Beschrijving voor erkenning op niveau II-III: waarschijnlijk of bewezen effectief D. Effectiviteit 10. Nederlandse effectstudies Wat zijn de kenmerken en uitkomsten van onderzoek naar het effect van de interventie in Nederland? Noem per studie auteur(s) en publicatiejaar, onderzochte (primaire) doelen van de interventie, onderzoeksgroep, onderzoeksdesign en resultaten. Vermeld effectgroottes d of ES, of de gegevens om deze te berekenen (zie de handleiding bij dit werkblad) Studies naar de effectiviteit van de interventie in Nederland In Nederland is nog geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de Wiet- Check. Een gerandomiseerd onderzoek naar de effectiviteit van de Wiet- Check in Nederland is in januari 2011 gestart. In maart 2013 worden de resultaten van dit effectonderzoek verwacht. Beschrijf ook de kenmerken en resultaten van reviews en metaanalyses over de effectiviteit van de interventie in Nederland. Meld indien van toepassing: Er is geen Nederlands onderzoek naar de effectiviteit van de interventie. Vat elke studie in telegramstijl samen. Kies bij Bewijskracht voor: 1 zeer zwak; 2 zwak; 3 matig; 4 redelijk; 5 vrij sterk; 6 sterk; 7 zeer sterk Samenvatting Nederlandse effectstudies _ Kies bij Effectiviteit voor: 1 positieve resultaten 2 effectiviteit niet vastgesteld; 3 negatieve resultaten; 4. positieve en negatieve resultaten; of 5 effectiviteit onduidelijk of onbekend. (Zie de handleiding bij dit werkblad.) Werkblad beschrijving november
21 11. Buitenlandse effectstudies Wat zijn de kenmerken en uitkomsten van effectstudies, reviews of meta-analyses naar de effectiviteit van buitenlandse versies van de interventie? Noem per studie auteur(s) en publicatiejaar, onderzochte doelen van de interventie, methode en resultaten. Vermeld effectgroottes d of ES, of de gegevens om deze te berekenen (zie de handleiding bij dit werkblad). Gebruik per onderzoek niet meer dan 150 woorden. Meld indien van toepassing: Er zijn geen studies die de effectiviteit van buitenlandse versies van de interventie aantonen. Martin, G., Copeland, J., & Swift, W. (2005). The Adolescent Cannabis Check-Up: Feasibility of a brief intervention for young cannabis users. Journal of Substance Abuse Treatment, 29, Onderzochte interventiedoelen 1) Haalbaarheid m.b.t. werven en vasthouden van jongeren die cannabis gebruiken en geen actieve hulpbehoefte hebben (zie paragraaf 9). 2) Indicatie effectiviteit m.b.t. reduceren van hoeveelheid en frequentie van cannabisgebruik en reductie zelfgerapporteerde DSM-IV symptomen voor cannabisafhankelijkheid. Interventie en doelgroep Twee sessies (assessment en feedback) en een optionele derde sessie (cognitieve gedragstherapie) voor Australische jongeren tussen de 14 en de 19 jaar die in de afgelopen maand minstens 1x hadden geblowd. Methode Voormeting (n = 73) en twee follow-up metingen (drie (n = 54) en zes maanden (n = 46) na de interventie). Geen controlegroep. Uitkomstmaten en resultaten (zie ook onderstaande tabel) 1. Frequentie cannabisgebruik (aantal dagen cannabisgebruik afgelopen 90 dagen): na 3 & 6 maanden: significante afname vergeleken met voormeting 2. Kwantiteit cannabisgebruik (gemiddeld aantal cones per week, drie cones staat gelijk aan één joint): 3 maanden: significante afname vergeleken met voormeting 6 maanden: afname vergeleken met voormeting, niet meer significant (mogelijk door power) 3. Aantal zelfgerapporteerde DSM-IV symptomen voor cannabisafhankelijkheid: na 3 & 6 maanden: significante afname vergeleken met voormeting Werkblad beschrijving november
22 Martin, G. & Copeland, J. (2008). The adolescent cannabis-check-up (ACCU): randomized trial of a brief intervention for young cannabis users. Journal of Substance Abuse Treatment, 34, Onderzochte interventiedoelen Effectiviteit m.b.t. reduceren van hoeveelheid en frequentie van cannabisgebruik en reductie van symptomen voor cannabisafhankelijkheid bij Australische jongeren (14-19 jaar) die cannabis gebruiken. Methode Voormeting en één follow-up meting drie maanden na de interventie. Twee gerandomiseerde groepen: ACCU-groep (n = 20) en wachtlijst controlegroep (n = 20). NB: Dit is een andere steekproef dan de steekproef van de hiervoor genoemde studie. Uitkomstmaten 1. Frequentie cannabisgebruik (aantal dagen cannabisgebruik in afgelopen 90 dagen) 2. Kwantiteit cannabisgebruik (gemiddeld aantal cones p/wk, drie cones staan gelijk aan één joint) 3. DSM-IV symptomen cannabisafhankelijkheid Resultaten Na drie maanden werden significante verschillen tussen de twee groepen gevonden m.b.t. aantal dagen cannabisgebruik (F = 4.97, p = 0.3, d =.71), gemiddeld aantal cones p/wk (U = 111.0, p =.02, d =.22) en aantal afhankelijkheidssymptomen (F = 4.63, p =.04, d =.70). Walker et al. (2006). Motivational enhancement therapy for adolescent marijuana users: a preliminary randomized controlled trial. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 74(3), Onderzochte interventiedoelen 1) Haalbaarheid m.b.t. werven en vasthouden van jongeren die cannabis gebruiken en geen actieve hulpvraag hebben (zie paragraaf 9). 2) Effectiviteit m.b.t. reduceren van frequentie van cannabisgebruik. Werkblad beschrijving november
23 Methode Voormeting en één follow-up meting drie maanden na de interventie. Twee gerandomiseerde groepen met Amerikaanse jongeren: Teen Marijuana Check Up-groep (n = 47) en wachtlijst controlegroep (n = 97). Primaire uitkomstmaat Frequentie cannabisgebruik (aantal dagen cannabisgebruik in afgelopen 60 dagen) Resultaten Over de gehele groep (N = 97) een significante afname van frequentie cannabisgebruik over tijd F(1,81) = 11.10, p <.01. Geen significant verschil tussen de twee groepen (between Group effect sizes d =.08), zie ook onderstaande tabel. Dus: geen significant effect gevonden van de interventie vergeleken met een wachtlijst controlegroep. Werkblad beschrijving november
24 E. Overige informatie 12. Toelichting op de naam van de interventie Is de naam van de interventie helder? Noem de herkomst of diepere betekenis. Is de interventie bekend onder een andere naam? Noem de naam van de eventuele buitenlandse versie van de interventie. Meldt indien van toepassing: Over de naam van de interventie zijn geen bijzonderheden te vermelden. De is een Nederlandse versie van de van oorsprong Australische Adolescent Cannabis Check-Up. De Australische Adolescent Cannabis Check-Up is op zijn beurt gebaseerd op de Amerikaanse Teen Marijuana Check-Up. 'Wiet' is een van de bekendste straatnamen van cannabis en het is een bepaalde vorm van cannabis (net zoals hasj). Met 'check' wordt bedoeld dat de jongere inzicht krijgt in zijn persoonlijke cannabis gebruikspatroon, de invloed van zijn cannabisgebruik op zijn dagelijkse leven en op de (haalbaarheid van) doelen die hij of zij voor zichzelf heeft gesteld in de (nabije) toekomst. De jongere 'checkt' als het ware (samen met de verslavingszorgpreventiewerker) of voor hem/haar de voordelen van zijn/haar cannabisgebruik (op de langere termijn) opwegen tegen de nadelen van zijn/haar cannabisgebruik. 13. Uitvoering (uitvoerende en of ondersteunende organisaties en partners) Waar, door welk soort organisaties en op welke schaal wordt de interventie toegepast? Beschrijf op welke locatie de interventie wordt uitgevoerd. Noem eventueel lokale en/of regionale varianten. Noem eventueel ook samenwerkingspartners in de uitvoering. Meld indien van toepassing: De locatie waar de interventie dient te worden uitgevoerd is niet aangegeven. Er zijn geen gegevens over de uitvoerende organisatie bekend. Momenteel voeren in het kader van het onderzoek naar de, 24 preventiewerkers van 8 verschillende verslavingszorginstellingen de Wiet- Check uit. Te weten: 1. Brijder Noord-Holland (Haarlem, Purmerend) 2. Centrum Maliebaan (Utrecht) 3. Context (Den Haag) 4. Iriszorg (Arnhem, Nijmegen) 5. Jellinek (Amsterdam) 6. Mondriaan (Sittard e.o.) 7. Novadic-Kentron (Breda, Vught) 8. Tactus (Zwolle, Enschede, Deventer) Het Trimbos-instituut zorgt tijdens de onderzoeksperiode voor ondersteuning in de werving en bij de uitvoering van de o.a. door middel van de ontwikkeling en uitgave van wervingsmaterialen, landelijke coördinatie, landelijke nieuwsberichten over de en het beheren van een 'teamsite ' voor de uitvoerders en onderzoekers. Na afronding van het effectonderzoek zal de handleiding herschreven worden voor gebruik buiten de onderzoekssetting. Bij voldoende interesse zal het Trimbos-instituut tevens een training aanbieden voor professionals die de willen gaan uitvoeren. Zodra de materialen te bestellen zijn en de training wordt ingepland, zal dit kenbaar worden gemaakt op en via de Trimbos nieuwsbrief Mentaal Alert (u kunt zich hiervoor aanmelden via Werkblad beschrijving november
25 14. Overeenkomsten met andere interventies Zijn er soortgelijke interventies? Noem relevante en in het oog springende overeenkomsten en /of verschillen; beperk dit tot sterk vergelijkbare interventies. Meld indien van toepassing: Er zijn geen gegevens over soortgelijke interventies. Overeenkomsten met andere interventies in Nederland De Wiet-check (van der Linden, de Gee, & Bransen, 2010) heeft overeenkomsten met de Moti-4 (Kramer, Adriana & Heuperman, 2010). Overeenkomsten met de 1. Beiden zijn gebaseerd op motiverende gespreksvoering met gepersonaliseerde feedback. 2. Doelgroep is in beide gevallen jongeren met geïndiceerde problematiek op het gebied van middelengebruik. Aangehaalde literatuur Beschrijf de in dit document aangehaalde literatuur volgens APA-normen (zie de handleiding bij dit werkblad). Verschillen met de 1. Moti-4 bestaat uit vier gesprekken terwijl de uit twee gesprekken bestaat. 2. De is sterk voorgestructureerd, de Moti-4 is minder voorgestructureerd en geeft verschillende opties voor de invulling van de vier gesprekken. 3. De is specifiek gericht op het reduceren van cannabisgebruik terwijl Moti-4 zich meer algemeen richt op het reduceren van middelengebruik, gokken en/of gamen. Overeenkomsten met andere interventies in het buitenland De is gebaseerd op de Australische Adolescent Cannabis Check- Up (ACCU). De Adolescent Cannabis Check-Up is op zijn beurt gebaseerd op de Amerikaanse Teen Marijuana Check-Up. De is een vertaling van de ACCU, met enkele aanpassingen aan de Nederlandse situatie. Verschil is dat bij de ACCU ook een optionele sessie cognitieve gedragstherapie mogelijk was. Deze optionele sessie is niet naar het Nederlands vertaald omdat verslavingszorginstellingen zelf vergelijkbaar aanbod hebben waarnaar zij de jongere kunnen verwijzen als hij/zij na de nog extra hulp/ondersteuning wil. Arseneault, L., et al. (2002). Cannabis use in adolescence and risk for adult psychosis: longitudinal prospective study. British Medical Journal, 325, Ashton, H. (2001) Pharmacology and effects of cannabis: a brief review. British Journal of Psychiatry, 178, Babor, T., Carroll, K., Christiansen, K., Kadden, R., et al. (2004). Brief treatments for cannabis dependence: Finding from a randomised multisite trial. Journal of Clinical and Consulting Psychology, 72, Bergen, H. A., Martin, G., Richardson, A. S., Allison, S., & Roeger, L. (2004). Sexual abuse, antisocial behaviour and substance use: gender differences in young community adolescents. Australian and New Zealand Journal of Psychiatry, 38(1-2), Copeland J., et al. (2001). A randomized controlled trial of brief cognitivebehavioral interventions for cannabis use disorder. Journal of Substance Abuse Treatment 21, Crone, E. (2008). Het puberende brein. Over de ontwikkeling van de hersenen in de unieke periode van de adolescentie. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker. Ehrenreich, H., et al. (1999) Specific attentional dysfunction in adults following early start of cannabis use. Psychopharmacology, 142, Werkblad beschrijving november
26 EMCDDA (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction). (2008). Drugs and vulnerable groups of young people. Lissabon: European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction. EMCDDA (2010). Annual report 2010: the state of the drugs problem in Europe. Luxembourg: Publications Office of the European Union. Fergusson, D., et al. (2002a). Cannabis use and psychosocial adjustment in adolescence and young adulthood. Addiction, 97, Fergusson, D., et al. (2002b). Deviant peer affiliations, crime and substance use: a fixed effects regression analysis. Journal of Abnormal Child Psychology, 30, Fletcher, A., Bonell, C., Sorhaindo, A., & Strange, V. (2009). How might schools influence young people s drug use? Development of theory from qualitative case-study research. Journal of Adolescent Health, 45(2), Godley, M.D., Kahn, J.H., Dennis, M.L., Godley, S.H., & Funk, R.R. (2005). The stability and impact of environmental factors on substance use and problems after adolescent outpatient treatment for cannabis abuse or dependence. Psychology of Addictive Behaviors, 19, Grant, B.F., & Dawson, D.A. (1998). Age of onset of drug use and its association with DSM-IV drug abuse and dependence: results from the National Longitudinal Alcohol Epidemiologic Survey. Journal of Substance Abuse, 10, Grenard, J.L., Ames, S.L., Pentz, M.A., Sussman, S. (2006). Motivational interviewing with adolescents and young adults for drug-rekated problems. International Journal of Adolescent Mental Health, 18(1), Hammer, T., & Vaglum, P. (1990). Initiation, continuation or discontinuation of cannabis use in the general population. British Journal of Addictions, 85(7), Henquet, C., et al. (2004). Prospective cohort study of cannabis use, predisposition for psychosis, and psychotic symptoms in young people. BMJ, Available at Huurre, T., Lintonen, T., Kaprio, J., Pelkonen, M., Marttunen, M., & Aro, H. (2010). Adolescent risk factors for excessive alcohol use at age 32 years. A 16-year prospective follow-up study. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology, 45(1), Kramer, M., Heuperman, P., & Adriana, G. (2010). Moti-4. Motiverend traject bij middelengebruik, gokken of gamen. Draaiboek voor geïndiceerde preventiegesprekken met jongeren. Sittard: Mondriaan. Laar, M.W. van, et al. (2011). The Netherlands National Drug Monitor 2010 Annual report. Utrecht: Trimbos-instituut. Laar, M.W. van, Monshouwer, K., & Brink, W. van den (2010). Roken, drinken en blowen door de Nederlandse jeugd. Kind en Adolescent, 31, Lawendowsky, L.A. (1998). A motivational intervention for adolescent smokers. Preventive Medicine, 27, Linden, D. van der, Gee, A. de, Bransen, E. (2010). Handleiding Wiet- Check. Kortdurende interventie voor jonge cannabisgebruikers. Utrecht: Trimbos-instituut. Lynskey, M.T., et al. (2003). Escalation of drug use in early-onset cannabis users vs co-twin controls. JAMA, Martin, G., Copeland, J., & Swift, W. (2005). The Adolescent Cannabis Check-Up: Feasibility of a brief intervention for young cannabis users. Journal of Substance Abuse Treatment, 29, Martin, G. & Copeland, J. (2008). The adolescent cannabis-check-up (ACCU): randomized trial of a brief intervention for young cannabis us- Werkblad beschrijving november
27 ers. Journal of Substance Abuse Treatment, 34, Matthys, W., Vanderschuren, L. J. M. J., Nordquist, R. E., & Zonnevylle- Bender, M. J. S. (2006). Factoren die bij kinderen en adolescenten een risico vormen voor gebruik, misbruik en afhankelijkheid van middelen. Den Haag: ZonMW. Miller, W.R., & Sovereign, R.G. (1989) The check-up: A model for early intervention in addictive behaviors. In: T. Loberg, W.R. Miller, P.E. Nathan & G.A. Marlatt (Eds), Addictive behaviors: Prevention and early intervention (pp ). Amsterdam: Swets and Zeitlinger. Miller, W. R., & Rollnick, S. (2002). Motivational interviewing: Preparing people for change. New York: Guilford Press. Monshouwer, K. (2005). Intern rapport. Middelengebruik op het MBO: Een voorzichtige indicatie. Utrecht: Trimbos-instituut. Monshouwer, K., Verdurmen, J., Van Dorsselaer, S., Smit, E., Gorter, A., & Vollebergh, W. (2008). Jeugd en riskant gedrag 2007: kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek scholieren: roken, drinken, drugsgebruik en gokken onder scholieren vanaf tien jaar. Utrecht: Trimbos-instituut. Monti, P.M., Colby, S.M., Barnett, M.P., Spirito, A., et al. (1999). Brief intervention for harm reduction with alcohol-positive older adolescents in a hospital emergency department. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 67, Monti PM, Colby SM. & O'Leary TA (eds) (2001). Adolescents, alcohol, and substance abuse: Reaching teens through brief interventions (pp ). New York: The Guilford Press. Nabben, T., et al. (2007). Antenne Amsterdam: Rozenberg Publishers. Pistis, M., et al. (2004) Adolescent exposure to cannabinoids induces longlasting changes in the responses to drugs of abuse of midbrain dopamine neurons. Biological Psychiatry, 56, Prochaska, J.O., DiClemente, C.C., & Norcross, J.C. (1993). In search of how people change: applications to addictive behaviors. Journal of Addictions Nursing, 5, Resnick, M. D., Bearman, P. S., Blum, R. W., Bauman, K. E., Harris, K. M., Jones, J., et al. (1997). Protecting adolescents from harm. Findings from the National Longitudinal Study on Adolescent Health. Journal of the American Medical Association, 278(10), Rigter, H. (2006). Cannabis. Utrecht: Trimbos-instituut. Smits, F., et al. (2004). Cannabis use and the risk of later schizophrenia: a review. Addiction, 99, Stefanis, N. C., et al. (2004). Early adolescent cannabis exposure and positive and negative dimensions of psychosis. Addiction, 99, Stephens, R.S., Roffman, F.A., & Curtin, L. (2000). Comparison of extended versus brief treatments for marijuana use. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 68, Stephenson, M. T., & Helme, D. W. (2006). Authoritative parenting and sensation seeking as predictors of adolescent cigarette and marijuana use. Journal of Drug Education, 36(3), Tait, R.J., & Hulse, G.K. (2003). A systematic review of the effectiveness of brief interventions with substance using adolescents by type of drug. Drug and Alcohol Review, 99, Walker et al. (2006). Motivational enhancement therapy for adolescent marijuana users: a preliminary randomized controlled trial. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 74 (3), Wills, T. A., Cleary, S., Filer, M., Shinar, O., Mariani, J., & Spera, K. (2001). Temperament related to early-onset substance use: test of a developmental model. Prevention Science, 2(3), Werkblad beschrijving november
28 Bijlage 1. Beschrijving kenmerken en resultaten onderzoek Scoor met dit formulier elke effectstudie apart. Licht de score bij een item eventueel toe. Studie 1 Auteur : titel (jaartal) A. Waar en waarover is de studie uitgevoerd Kruis ja of nee aan Ja Nee 1 De studie is in Nederland uitgevoerd. 2 De studie betreft de hier beschreven, Nederlandse interventie (en niet een andere, soortgelijke interventie of een buitenlandse versie of variant) B. Typering methodologische kenmerken van het onderzoek Kruis voor elke uitspraak die waar is het hokje aan. Kruis in de overige gevallen (nee, niet van toepassing, onbekend, twijfel) geen hokje aan. 1 De meting is (mede) gericht op de doelen en de doelgroep van de interventie. 2 De meting is verricht met instrumenten die voldoende betrouwbaar zijn. 3 De meting is verricht met instrumenten die de doelen van de interventie valide operationaliseren. 4 Er is een voormeting (voorafgaand aan / bij start van de interventie). 5 Er is een nameting (aan het einde van de interventie). 6 De resultaten zijn met een adequate statistische techniek geanalyseerd en op significantie getoetst. 7 De resultaten zijn vergeleken met ander onderzoek naar de effecten van de gebruikelijke situatie, handelwijze of zorg (care-as-usual) of een andere zorgvorm bij een soortgelijke doelgroep. 8 Er is een (quasi-)experimentele en een controlegroep (care-as-usual) of een herhaald N=1 onderzoek met een baseline of een timeseries design met een multiple baseline of alternating treatments of een studie naar de samenhang tussen de mate waarin een interventie is toegepast en de mate waarin bedoelde uitkomsten zijn opgetreden. 9 Het onderzoek is uitgevoerd in de praktijk. 10 Er is een follow-upmeting van minimaal 6 maanden na einde interventie. 11 De experimentele en de controlegroep zijn at random samengesteld. Werkblad beschrijving november
29 Classificatie bewijskracht van het onderzoek Kruis aan van welk type de opzet is op basis van de aangekruiste antwoorden in het bovenstaande schema. Alle antwoorden in de aangegeven range moeten aangekruist zijn Niveau 5 Niveau 4 Niveau 3 Niveau 2 Niveau 1 Bewijskracht Zeer zwak Geen van de onderstaande alternatieven 1-6 Zwak Veranderingsonderzoek Matig Resultaten van veranderingsonderzoek zijn vergeleken met ander onderzoek Redelijk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design (niet in de praktijk) Vrij sterk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design in de praktijk Sterk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design in de praktijk en met follow-up Zeer sterk Onderzoek met experimenteel design in de praktijk en met follow-up Typering overige methodologische kenmerken Kruis voor elke uitspraak die waar is het hokje aan. Kruis in de overige gevallen (nee, niet van toepassing, onbekend, twijfel) geen hokje aan. 12 Er is een controlegroep zonder interventie en/of placebo. 13 Er is een controlegroep met een gespecificeerde andere, duidelijk gespecificeerde interventie. 14 Het onderzoek is uitgevoerd door anderen dan de ontwikkelaars of de aanbieders van de interventie. 15 De mate van uitval van subjecten tussen de meetmomenten is gespecificeerd. 16 De implementatiegetrouwheid is bepaald (i.e. nagegaan is wat de mate is waarin het protocol, de handleiding of de methodiek getrouw is gevolgd - ook wel behandelingsintegriteit, treatment integrity of fidelity genoemd). C. Typering resultaten van het onderzoek 0 Geen van de onderstaande rubrieken zijn van toepassing (licht toe!). 1 Positieve resultaten: De studie rapporteert positieve effecten # ten aanzien van de doelen van de interventie. 2 Effectiviteit niet aangetoond: De studie rapporteert dat er geen effecten # ten aanzien van de doelen van de interventie zijn. 3 Negatieve resultaten: De studie rapporteert negatieve effecten #. 4 Positieve en negatieve resultaten: De studie rapporteert positieve en negatieve effecten # ten aanzien van verschillende doelen van de interventie. 8 Effectiviteit onduidelijk of onbekend. # Positief effect = een of meer doelen van de interventie worden gerealiseerd en deze winst is statistisch significant. Geen effect = het doel van de interventie wordt niet gerealiseerd en wordt deels gerealiseerd maar deze winst is niet statistisch significant. Negatief effect = de interventie werkt - statistisch significant - averechts of heeft ernstige, duidelijk aantoonbare bijwerkingen. Noteer hieronder eventueel beschikbare gegevens over effectsizes Werkblad beschrijving november
30 Bijlage 1 vervolg. Beschrijving kenmerken en resultaten onderzoek Scoor met dit formulier elke effectstudie apart. Licht de score bij een item eventueel toe. Studie 2 Auteur : titel (jaartal) A. Waar en waarover is de studie uitgevoerd Kruis ja of nee aan Ja Nee 1 De studie is in Nederland uitgevoerd. 2 De studie betreft de hier beschreven, Nederlandse interventie (en niet een andere, soortgelijke interventie of een buitenlandse versie of variant) B. Typering methodologische kenmerken van het onderzoek Kruis voor elke uitspraak die waar is het hokje aan. Kruis in de overige gevallen (nee, niet van toepassing, onbekend, twijfel) geen hokje aan. 1 De meting is (mede) gericht op de doelen en de doelgroep van de interventie. 2 De meting is verricht met instrumenten die voldoende betrouwbaar zijn. 3 De meting is verricht met instrumenten die de doelen van de interventie valide operationaliseren. 4 Er is een voormeting (voorafgaand aan / bij start van de interventie). 5 Er is een nameting (aan het einde van de interventie). 6 De resultaten zijn met een adequate statistische techniek geanalyseerd en op significantie getoetst. 7 De resultaten zijn vergeleken met ander onderzoek naar de effecten van de gebruikelijke situatie, handelwijze of zorg (care-as-usual) of een andere zorgvorm bij een soortgelijke doelgroep. 8 Er is een (quasi-)experimentele en een controlegroep (care-as-usual) of een herhaald N=1 onderzoek met een baseline of een timeseries design met een multiple baseline of alternating treatments of een studie naar de samenhang tussen de mate waarin een interventie is toegepast en de mate waarin bedoelde uitkomsten zijn opgetreden. 9 Het onderzoek is uitgevoerd in de praktijk. 10 Er is een follow-upmeting van minimaal 6 maanden na einde interventie. 11 De experimentele en de controlegroep zijn at random samengesteld. Werkblad beschrijving november
31 Classificatie bewijskracht van het onderzoek Kruis aan van welk type de opzet is op basis van de aangekruiste antwoorden in het bovenstaande schema. Alle antwoorden in de aangegeven range moeten aangekruist zijn Niveau 5 Niveau 4 Niveau 3 Niveau 2 Niveau 1 Bewijskracht Zeer zwak Geen van de onderstaande alternatieven 1-6 Zwak Veranderingsonderzoek Matig Resultaten van veranderingsonderzoek zijn vergeleken met ander onderzoek Redelijk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design (niet in de praktijk) Vrij sterk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design in de praktijk Sterk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design in de praktijk en met follow-up Zeer sterk Onderzoek met experimenteel design in de praktijk en met follow-up Typering overige methodologische kenmerken Kruis voor elke uitspraak die waar is het hokje aan. Kruis in de overige gevallen (nee, niet van toepassing, onbekend, twijfel) geen hokje aan. 12 Er is een controlegroep zonder interventie en/of placebo. 13 Er is een controlegroep met een gespecificeerde andere, duidelijk gespecificeerde interventie. 14 Het onderzoek is uitgevoerd door anderen dan de ontwikkelaars of de aanbieders van de interventie. 15 De mate van uitval van subjecten tussen de meetmomenten is gespecificeerd. 16 De implementatiegetrouwheid is bepaald (i.e. nagegaan is wat de mate is waarin het protocol, de handleiding of de methodiek getrouw is gevolgd - ook wel behandelingsintegriteit, treatment integrity of fidelity genoemd). C. Typering resultaten van het onderzoek 0 Geen van de onderstaande rubrieken zijn van toepassing (licht toe!). 1 Positieve resultaten: De studie rapporteert positieve effecten # ten aanzien van de doelen van de interventie. 2 Effectiviteit niet aangetoond: De studie rapporteert dat er geen effecten # ten aanzien van de doelen van de interventie zijn. 3 Negatieve resultaten: De studie rapporteert negatieve effecten #. 4 Positieve en negatieve resultaten: De studie rapporteert positieve en negatieve effecten # ten aanzien van verschillende doelen van de interventie. 8 Effectiviteit onduidelijk of onbekend. # Positief effect = een of meer doelen van de interventie worden gerealiseerd en deze winst is statistisch significant. Geen effect = het doel van de interventie wordt niet gerealiseerd en wordt deels gerealiseerd maar deze winst is niet statistisch significant. Negatief effect = de interventie werkt - statistisch significant - averechts of heeft ernstige, duidelijk aantoonbare bijwerkingen. Noteer hieronder eventueel beschikbare gegevens over effectsizes Werkblad beschrijving november
32 Logboek Vul hieronder in wie iets met de beschrijving doet, wanneer dat gebeurt, en wat er gebeurd is. Pas bij volgende handelingen het versienummer aan, indien van toepassing. Naam Datum Handeling Documentnummer Beginnen met het maken van de beschrijving.. / 1 Werkblad beschrijving november
Jongeren van 14-21 jaar waarvan een vermoeden is dat zij problematisch cannabis gebruiken, maar die zelf (nog) geen hulpvraag hebben geuit.
Interventie Wiet-Check Samenvatting Doel Voorkomen of verminderen van problematisch cannabisgebruik onder jongeren (14-21 jaar) die reeds cannabis gebruiken. Dit kan zowel hasj als wiet zijn. Subdoelen.
Wiet-Check. Werkblad beschrijving interventie. Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad. Werkblad, versie mei 2015
Wiet-Check Werkblad beschrijving interventie Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad Werkblad, versie mei 2015 Dit is een gezamenlijk werkblad van de volgende kennisinstituten: Colofon Ontwikkelaar / licentiehouder
Effectiviteit van de Wiet-Check
Improving Mental Health by Sharing Knowledge Effectiviteit van de Wiet-Check FADO 17 november 2011 Anouk de Gee Cannabis gebruik & jongeren Actueel gebruik (laatste maand) 5,3 % van 12-16 jarigen 20,7
Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie
Interventie: Families First Deelcommissie: 1 Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier Datum vergadering: 11 april 2014 Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie De commissie
Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie
Interventie: Taallijn Deelcommissie: 3 Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier Datum vergadering: 8 oktober 2015 / 2 juni 2016 Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie
Titel interventie. Werkblad beschrijving interventie. Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad
Titel interventie Werkblad beschrijving interventie Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad Colofon Ontwikkelaar / licentiehouder van de interventie Organisatie Contactpersoon Adres Postcode Plaats E-mail
Handleiding voor het beschrijven van interventies
Handleiding voor het beschrijven van interventies Gebruik deze handleiding bij het Werkblad beschrijving interventie (www.nji.nl/jeugdinterventies/beschrijven of www.loketgezondleven.nl/kwaliteit-van-interventies/beoordeling)
Titel interventie. Werkblad beschrijving interventie. Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad. Werkblad, versie mei 2015
Titel interventie Werkblad beschrijving interventie Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad Werkblad, versie mei 2015 Dit is een gezamenlijk werkblad van de volgende kennisinstituten: Colofon Ontwikkelaar
Erkenning van interventies. Criteria voor gezamenlijke kwaliteitsbeoordeling 2015-2018
Erkenning van interventies Criteria voor gezamenlijke kwaliteitsbeoordeling 2015-2018 1 Algemeen De erkenningscommissie kan een interventie op de volgende niveaus erkennen: 1. Goed onderbouwd 2.1 Effectief
Titel interventie. Werkblad beschrijving interventie. Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad. Werkblad, versie mei 2015
Titel interventie Werkblad beschrijving interventie Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad Werkblad, versie mei 2015 Dit is een gezamenlijk werkblad van de volgende kennisinstituten: Colofon Ontwikkelaar
Titel interventie. Werkblad beschrijving interventie. Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad. Voor meer informatie en contact
Werkblad beschrijving interventie Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad Voor meer informatie en contact www.nji.nl/jeugdinterventies [email protected] www.ncj.nl/onderwerpen/233/erkenningscommissie-interventies
rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.
Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst
Beoordeling Goed Onderbouwd en Effectief
Beoordeling Goed Onderbouwd en Effectief Criteria en procedure Datum Movisie Utrecht, maart 2015, versie 1.1 Utrecht, maart 2015, versie 1.1 * Beoordeling Goed Onderbouwd en Effectief, Criteria en procedure
Samenvatting SAMENVATTING
Samenvatting 147 Samenvatting Bezorgdheid om te vallen is een algemeen probleem onder zelfstandig wonende ouderen en vormt een bedreiging voor hun zelfredzaamheid. Deze bezorgdheid is geassocieerd met
Werkblad beschrijving interventie
Werkblad beschrijving interventie Preventieve Ondersteuning Mantelzorgers Gebruik de handleiding bij dit werkblad www.nji.nl/jeugdinterventies/beschrijven of www.loketgezondleven.nl/kwaliteit-van-interventies/beoordeling
Preffi 2.0: Preventie Effectmanagement Instrument. Ontwikkeling,validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid
Preffi 2.0: Preventie Effectmanagement Instrument Ontwikkeling,validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid De gebruikers 1200 gezondheidsbevorderaars, voorlichters en preventiewerkers, werkzaam bij: GGD
Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst
Samenvatting 141 Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift. Internetbehandeling voor depressie en angst is bewezen effectief. Dit opent
SMART4U: een app om sociale contacten uit te breiden voor mensen met ernstige psychische aandoeningen. Dr. Willeke Manders Léon van Woerden MScN
SMART4U: een app om sociale contacten uit te breiden voor mensen met ernstige psychische aandoeningen Dr. Willeke Manders Léon van Woerden MScN Inhoud presentatie Wat is Smart4U Doel van het onderzoek
waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.
amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum
Werkblad beschrijving interventie
Werkblad beschrijving interventie OPEN EN ALERT Gebruik de handleiding bij dit werkblad www.nji.nl/jeugdinterventies/beschrijven of www.loketgezondleven.nl/kwaliteit-van-interventies/beoordeling Contact
samenvatting Opzet van het onderzoek
167 Angst en depressie komen vaak voor bij kinderen. Angst en depressie beïnvloeden niet alleen het huidige welbevinden van kinderen, maar kunnen ook een negatieve invloed hebben op hun verdere leven.
Eliane Duvekot. Eliane Duvekot
Eliane Duvekot Eliane Duvekot Familie Motiverende Interventie (FMI) Marijke Krikke, gezinstherapeut Maarten Smeerdijk, psycholoog René Keet, projectleider Opbouw Aanleiding familie-training gericht op
verslavingspreventie binnen het onderwijs
verslavingspreventie binnen het onderwijs In dit overzicht is per type onderwijs en de verschillende leeftijdsfasen te zien welke preventieve interventies er ingezet kunnen worden. De richtlijnen geven
Programma. 1. ADHD bij adolescenten 2. Motiverende gespreksvoering 3. Werken met Zelf Plannen
Programma 1. ADHD bij adolescenten 2. Motiverende gespreksvoering 3. Werken met Zelf Plannen ADHD BIJ ADOLESCENTEN problemen EF/motivatie ADHD gedrag Adolescentie: Middelbare school Minder oudercontrole
Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Samenvattend, depressie is een veelvoorkomende stoornis met een grote impact op zowel het
Samenvatting Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Samenvattend, depressie is een veelvoorkomende stoornis met een grote impact op zowel het individu als op populatieniveau. Effectieve
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
168 Samenvatting 169 HOOFDSTUK 1: INLEIDING Bij circa 13.5% van de ouderen komen depressieve klachten voor. Met de term depressieve klachten worden klachten bedoeld die klinisch relevant zijn, maar niet
Preventie Wat werkt? Shereen Shaban
Preventie Wat werkt? Shereen Shaban Wie zijn wij? Preventie alcohol en drugsgebruik, gamen en gokken Jellinek preventie Jeugd/MBO is er voor ouders, professionals en jongeren. Doel : Jongeren stimuleren
Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg
Screening en behandeling van psychische problemen via internet Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Online screening Online behandeling - Effectiviteit
Studie type Populatie Patiënten kenmerken Interventie Controle Dataverzameling
Evidence tabel bij ADHD in kinderen en adolescenten (studies naar adolescenten met ADHD en ) Auteurs, Gray et al., 2011 Thurstone et al., 2010 Mate van bewijs A2 A2 Studie type Populatie Patiënten kenmerken
LVB en (cannabis)gebruik
LVB en (cannabis)gebruik Bart Alders Mondriaan Preventie Programma - Koppeling van literatuur over LVB en middelengebruik en wat we zien in de praktijk - Waarom cannabisgebruik bij de LVBdoelgroep veel
Partnerschap van de familie in de behandeling. Het investeren in de kracht van naastbetrokkenen René Keet
Partnerschap van de familie in de behandeling Het investeren in de kracht van naastbetrokkenen René Keet Interventie doelen EPA (parallelle zorg) persoonlijk herstel nastreven psychiatrische symptomen
. Preventie van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap. Nickie van der Wulp
. Preventie van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap Nickie van der Wulp 7-02-2014 Disclosure belangen spreker (potentiële) belangenverstrengeling Zie hieronder Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties
Expertmeeting Alcohol en Zwangerschap 6 december 2012
Expertmeeting Alcohol en Zwangerschap 6 december 2012 Onderzoek Alcohol en Zwangerschap 2008-2012 Nickie van der Wulp, MSc 12, Ciska Hoving, PhD 2, Wim van Dalen, MSc 1, & Hein de Vries, PhD 2 1 Nederlands
Middelengebruik bij mensen met een verstandelijke beperking. Arjetta Timmer Brijder Verslavingszorg
Middelengebruik bij mensen met een verstandelijke beperking Arjetta Timmer Brijder Verslavingszorg Parnassia Bavo Groep Brijder Verslavingszorg Preventie Jeugd Zorg ambulant & klinisch Bereidheidliniaal
Improving Mental Health by Sharing Knowledge. Effectieve interventies en aanpakken voor opvoeders van adolescenten
Improving Mental Health by Sharing Knowledge Effectieve interventies en aanpakken voor opvoeders van adolescenten Alcohol en opvoeding 15 Ouders rond 2008 onderschatten alcoholgebruik van hun kinderen
Integrated treatment for Substance abuse and Partner violence (I-StoP)
Integrated treatment for Substance abuse and Partner violence (I-StoP) De effectiviteit van een gecombineerde behandeling gericht op problematisch middelengebruik en partnergeweld bij plegers van partnergeweld
Minder Drank of Drugs. Module voor cliënten met een lichte verstandelijke beperking
Minder Drank of Drugs Module voor cliënten met een lichte verstandelijke beperking Voorstellen Willy Ron Marion Agenda Uitleg over Minder Drank of Drugs Willy en Ron spelen een sessie na Uitleg over de
WORKSHOP VERSPREIDING EN IMPLEMENTATIE VAN JE PROJECT. Djoeke van Dale, CGL Renske van der Zwet, Movisie
WORKSHOP VERSPREIDING EN IMPLEMENTATIE VAN JE PROJECT Djoeke van Dale, CGL Renske van der Zwet, Movisie Doelen workshop Inzicht in wat er komt kijken bij het verspreiden en implementeren van je project.
verslavingspreventie binnen het onderwijs
verslavingspreventie binnen het onderwijs In dit overzicht is per type onderwijs en de verschillende leeftijdsfasen te zien welke preventieve interventies er ingezet kunnen worden. De richtlijnen geven
Samenvatting en conclusies
Samenvatting en conclusies Plan- en procesevaluatie van de scholing van gevangenispersoneel in Verbal Judo Het onderzoek Verbal Judo (Thompson, 1984) is een methode waarbij mensen anderen op een kalme
Motivational Interviewing 14 november DAI Artsen Van ziekte en zorg naar preventie en gezond gedrag.
Motivational Interviewing 14 november 2018 DAI Artsen Van ziekte en zorg naar preventie en gezond gedrag Rubik Nazarian www.linkedin.com/in/dai-artsen/ Beinvloedingsstijlen Communicatiestijlen Sturend
Motiverende gesprekstechnieken. zelf. redzaamheid
Motiverende gesprekstechnieken zelf redzaamheid Motiverende gesprekstechnieken Wat is motiverende gespreksvoering? Motiverende gespreksvoering is een cliëntgerichte, directieve methode om te bevorderen
Gecombineerde Leefstijl Interventie Depressieve klachten in een eerstelijns zorgvoorziening
Gecombineerde Leefstijl Interventie Depressieve klachten in een eerstelijns zorgvoorziening Onderzoeksopzet Waarom dit onderzoek? Beweging is goed voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Wetenschappelijk
218 SAMENVATTING De prevalentie van overgewicht en obesitas bij kinderen is de laatste jaren sterk toegenomen. In Nederland hebben 12.8% van de jongen
Samenvatting 217 218 SAMENVATTING De prevalentie van overgewicht en obesitas bij kinderen is de laatste jaren sterk toegenomen. In Nederland hebben 12.8% van de jongens en 14.8% van de meisjes overgewicht,
Iedereen is anders dus waarom één behandeling?
Iedereen is anders dus waarom één behandeling? Gepersonaliseerde behandeling van middelengebruik voor mensen met een lichte verstandelijke beperking Dr. Evelien Poelen Esmée Schijven, MSc Lotte Gosens,
Nederlandse cannabisbeleid
Improving Mental Health by Sharing Knowledge Het Nederlandse cannabisbeleid & de volksgezondheid: oorsprong en ontwikkeling Margriet van Laar Hoofd programma Drug Monitoring CIROC Seminar Woensdag 7 maart,
Uw kind, alcohol en drugs
Uw kind, alcohol en drugs Kelly is 13 jaar. Zij heeft vrienden die alcohol drinken. Ze kopen blikjes bier. Ze drinken het bier op straat op. Kelly drinkt nog geen alcohol. Als Kelly uw dochter was. Wat
Doelgroep Het instrument analyseert de zorg op het niveau van: met name geschikt voor Individuele basisschool Ja O O Speciale basisschool 0 Ja O
Volledige naam van het instrument De Zorgmeter Afkorting Doelgroep Het instrument analyseert de zorg op het niveau van: met name geschikt voor ook geschikt voor Individuele basisschool Ja O O Speciale
Stress Less Project. Verbinding Onderwijs & Jeugdzorg
Stress Less Project Verbinding Onderwijs & Jeugdzorg SIMONE VOGELAAR EN AMANDA VAN LOON 23 MEI 2019 Stress bij scholieren Stress bij scholieren Schoolcontext kan gevoelens van stress opwekken Gerelateerd
Hoe beweegprogramma's voor kwetsbare ouderen te implementeren?!
Hoe beweegprogramma's voor kwetsbare ouderen te implementeren?! Goede implementatiestrategieën voor interventies gericht op behoud van cognitie (45+) i.o.v. de Hersenstichting en i.s.m. Mulier Instituut
Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen
Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen Het gebruik van tabak, alcohol, cannabis en drugs bij jongens met en zonder PIJmaatregel Samenvatting Annelies Kepper Violaine Veen Karin Monshouwer
Middelen, delictgedrag en leefstijltraining. Marscha Mansvelt
Middelen, delictgedrag en leefstijltraining Marscha Mansvelt Inhoud Hoe gaat de Waag om met middelengebruik als risicofactor voor delictgedrag? Leefstijltraining 1. Alcohol is de meest sociaal geaccepteerde
Alcohol(voorlichting): een ander verhaal!
Alcohol(voorlichting): een ander verhaal! Resultaten van het evaluatieonderzoek in 2008/2009 Achtergrond De negen gemeenten van West-Friesland, de gemeente Schagen, organisaties in de preventieve gezondheidszorg,
Werkblad beschrijving interventie
Werkblad beschrijving interventie www.drinktest.nl Gebruik de handleiding bij dit werkblad www.nji.nl/jeugdinterventies/beschrijven of www.loketgezondleven.nl/kwaliteit-van-interventies/beoordeling Contact
Gedragsverandering: Doen en blijven doen, Over motivatie en weerstand.
Gedragsverandering: Doen en blijven doen, Over motivatie en weerstand. Theoretische achtergrond: - Miller en Rollnick De motivering van cliënten en het verminderen van weerstand zijn centrale thema's.
Lessons Learned bij de Pilot Verbinden Erkenningstraject Interventies en Serious Games.
Lessons Learned bij de Pilot Verbinden Erkenningstraject Interventies en Serious Games. 2015 Nederlands Jeugdinstituut Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel
Motiverende gespreksvoering
Motiverende gespreksvoering Naam Saskia Glorie Student nr. 500643719 SLB-er Yvonne Wijdeven Stageplaats Brijder verslavingszorg Den Helder Stagebegeleider Karin Vos Periode 04 september 2013 01 februari
2015 Gerard de Wit voor Psychodidact Waalwijk Bron: Stijn van Merendonk, Sergio van der Pluim, Gerard de Wit e.a. Niets uit deze uitgave mag worden
2015 Gerard de Wit voor Psychodidact Waalwijk Bron: Stijn van Merendonk, Sergio van der Pluim, Gerard de Wit e.a. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van
Hoe werkt advies? Ze weten niet wat Ze weten niet waarom Ze weten niet hoe. HersenletselCongres 2014 3 november
HersenletselCongres 2014 3 november Disclosure belangen sprekers C1 Waarom doen ze nou niet gewoon wat ik zeg! Motiveren tot gedragsverandering; wat is lastig en wat kun je als professional doen? (potentiële)
14-12-2011. Programma. Problematisch middelengebruik voorkomen bij mensen met LVB. Alcohol- en drugsgebruik bij LVB. Definitie LVB
Problematisch middelengebruik voorkomen bij mensen met LVB Marijke Dijkstra Trimbos instituut Focus op onderzoek Utrecht, 2 december 2011 Improving Mental Health by Sharing Knowledge Programma Middelengebruik
Reflectieverslag motiverende gespreksvoering
Reflectieverslag motiverende gespreksvoering Opleiding : Masteropleiding Advanced Nursing Practice (MANP) Naam : Renate Agterhof Student nummer : 1002628 E-mailadres : [email protected] Datum
Eliane Duvekot. Eliane Duvekot
Eliane Duvekot Eliane Duvekot Gezinsinterventies Het belang van een focus René Keet, psychiater GGZ Noord Holland Noord AMC Inhoud presentatie Psychosociale interventies bij schizofrenie Gezinsinterventies
Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis
Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk
Onderzoek Alcohol en Zwangerschap
Pagina 1 Onderzoek Alcohol en Zwangerschap Juni 2011 - Nieuwsbrief Nr 3 Beste verloskundige en assistente, Dit is de derde nieuwsbrief over het onderzoek Alcohol en Zwangerschap van het Nederlands Instituut
Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.
Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van
Bewezen effectief werken. Korte introductie
Bewezen effectief werken Korte introductie Gert van den Berg Brussel, 20 maart 2018 Programma Evidence-based werken Werken aan verbetering Databank en Commissie * Voorbeelden Verdere ontwikkeling 2 Achtergrond
MANTELZORG, GOED GEVOEL
UITKOMSTEN ONDERZOEK: MANTELZORG, GOED GEVOEL Inhoud: Theorie & Vragen Methode Theoretische achtergrond: Mantelzorgers zijn iets minder gelukkig dan de rest van de bevolking (CBS, 2016). Mantelzorg brengt
Waarom doen ze nou niet gewoon wat ik zeg! Workshop Motiverende Gespreksvoering Hoe werkt advies? drs. Hilde Jans psycholoog hilde.jans@cambiamo.
Waarom doen ze nou niet gewoon wat ik zeg! Workshop Motiverende Gespreksvoering Hoe werkt advies? drs. Hilde Jans psycholoog [email protected] Waarom mensen niet? Dus wat kun je doen? Ze weten niet
Inhoud. Inleiding 8. Leeswijzer 10
Inhoud Inleiding 8 Leeswijzer 10 1 Motiverende gespreksvoering: een introductie 14 1.1 Wat is motiverende gespreksvoering? 14 1.2 Kenmerken van motivatie 15 1.3 Waarom werkt motiverende gespreksvoering?
Waarom doen ze nou niet gewoon wat ik zeg! Motiveren tot gedragsverandering; Wat is lastig en wat kun je doen?
Waarom doen ze nou niet gewoon wat ik zeg! Motiveren tot gedragsverandering; Wat is lastig en wat kun je doen? Leerlingen met SOLK Effectieve gesprekken met ouders en leerlingen drs. Hilde Jans psycholoog
Cannabis preventie IrisZorg
Cannabis preventie IrisZorg Inleiding Een effectieve preventie van drugsproblemen zoals cannabis vraagt een integrale aanpak. Dat betekent dat samen met uiteenlopende beleidsterreinen en partnerorganisaties
Cannabis monitoring en evidence-informed beleid. Dr. Margriet van Laar Programmahoofd Drug Monitoring & Policy Trimbos-instituut
Cannabis monitoring en evidence-informed beleid Dr. Margriet van Laar Programmahoofd Drug Monitoring & Policy Trimbos-instituut Deze presentatie Een paar mijlpalen in het cannabisbeleid (focus op volksgezondheid)
Jaargang 2 nummer 1 16 dec 2010
Jaargang 2 nummer 1 16 dec 2010 Inhoudsopgave: Inleiding Minisymposium LVG en Verslaving De belangrijkste problemen volgens hulpverleners De ervaringen van cliënten De ervaringen van verwanten Vervolgstappen
Staat uw leven in het teken van drank en drugs? Een opname biedt uitkomst!
Staat uw leven in het teken van drank en drugs? Een opname biedt uitkomst! KLINISCHE BEHANDELING: ALS U DE CONTROLE OVER UW LEVEN TERUG WILT Onderdeel van Arkin Stoppen met alcohol of drugs en uw manier
15/04/15. Wat Werkt Echt tegen Pesten? Vandaag. Wat Werkt Echt tegen Pesten? Overzicht Uitwerking & Verkenning Discussiepunten Eerste afspraken
15/04/15 Prof. dr. Bram Orobio de Castro Prof. dr. Toon Cillessen Prof. dr. Pol van Lier Prof. dr. Rene Veenstra Prof. dr. Maja Dekovic Prof. dr. Rutger Engels Prof. dr. Ron Scholte Prof. dr. Ernest Hodges
Brijder Verslavingszorg Hoofddorp
Ons Team Ons team is zeer divers. We bestaan uit het secretariaat, psychologen, maatschappelijk werkers, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, cognitief gedragstherapeutisch werkers, ervaringsdeskundigen,
Preventieoverzicht alcohol Gezondheidswinst voor Interventie en werkwijze/producten
< 0 ar Voorlichting over de risico's van Zwangeren Voorkomen van alcoholgebruik bij STAP alcoholgebruik rondom de zwangerschap door middel van de brochure 'Zwanger?...en Alcohol?' en website www.alcoholenzwangerschap.nl
Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod
Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod U bent niet de enige Een op de tien Nederlanders heeft te maken met een persoonlijkheidsstoornis of heeft trekken hiervan. De Riagg Maastricht is gespecialiseerd
Routine Outcome Monitoring & Motiverende Gespreksvoering. Maarten Merkx
Routine Outcome Monitoring & Motiverende Gespreksvoering Maarten Merkx Programma Routine Outcome Monitoring. Motiverende Gespreksvoering Terugkoppelen resultaten. ROM Routine Outcome Monitoring Terugkoppeling
Keeping Youth in Play: the Effects of Sports-Based Interventions in the Prevention of Juvenile Delinquency A. Spruit
Keeping Youth in Play: the Effects of Sports-Based Interventions in the Prevention of Juvenile Delinquency A. Spruit Dutch summary De financiële en maatschappelijke kosten van jeugdcriminaliteit zijn
Samenvatting. Samenvatting
Samenvatting In Nederland is het Cerebro Vasculair Accident (CVA= hersenbloeding of herseninfarct) de derde doodsoorzaak. Van degenen die getroffen worden door een CVA overleeft ongeveer 75%. Veel van
BECCI: Behaviour Change Counselling Inventory
Pagina 1 van 7 BECCI: Behaviour Change Counselling Inventory Voorafgaand aan het gebruik van de BECCI checklist: Maak a.u.b. gebruik van de toegevoegde handleiding met een gedetailleerde uitleg over hoe
Nederlandse samenvatting
Cannabisgebruik en stoornissen in het gebruik van cannabis in de adolescentie en jongvolwassenheid. Cannabis is wereldwijd een veel gebruikte drug. Het gebruik van cannabis is echter niet zonder consequenties:
- Samenvatting - Kies voor Verandering
- Samenvatting - Kies voor Verandering Evaluatie van de theoretische onderbouwing, de uitvoering en uitkomsten van de training voor volwassen gedetineerden Janine Plaisier Daniëlle Bouma Allard Feddes
Tips voor Ouders van niet-drinkende pubers
Tips voor Ouders van niet-drinkende pubers 1. Bepaal uw standpunt. Eenduidigheid over de regels bij beide ouders is cruciaal. Tips: Kies als ouders samen regels voor het gezin. Bepaal als ouders vooraf
Effectieve zorg bestaat uit effectieve methodieken, maar hoe effectief is effectief? Jan Willem Veerman Ede, 28 september 2005
Effectieve zorg bestaat uit effectieve methodieken, maar hoe effectief is effectief? Jan Willem Veerman Ede, 28 september 2005 Het ideaal Er zijn problemen en/of risicofactoren Waarvoor een behandeling
Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik
Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Informatie voor mensen die hun probleem willen aanpakken 2 Kortdurende motiverende interventie en cognitieve gedragstherapie Een effectieve behandeling
Evidence-based interventies voor agressieregulatie en woedebeheersing
Evidence-based interventies voor agressieregulatie en woedebeheersing Hoe vergelijk je methodieken op basis van welke criteria? Marjolein Oudhof Mariska van der Steege 23 april 2009 Inhoud workshop Werken
Motiverende Gespreksvoering
Motiverende Gespreksvoering Gert Jan van der Burg Kinderarts - MI trainer Wie ben ik en wat doe ik? Sinds 1988 Kinderarts (Amsterdam, Blaricum, Ede) Driedaagse MI cursus in 2005 Toepassen in de praktijk
Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W
Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W 1 Naam student: Studentnummer: Datum: Naam leercoach: Inleiding Voor jou ligt het meetinstrument ondernemende houding. Met dit meetinstrument
PIEP zei de muis. Martha de Jonge (Trimbos-instituut) Yteke Braaksma (Stichting Welzijn Amersfoort) Petra Havinga (Trimbos-instituut) KOPP-KVO Quizzz
PIEP zei de muis Martha de Jonge (Trimbos-instituut) Yteke Braaksma (Stichting Welzijn Amersfoort) Petra Havinga (Trimbos-instituut) KOPP-KVO Quizzz Vraag 1: Waar staat KOPP voor? Antwoord 1 : Kids Of
Menukaart Gezonde School voortgezet onderwijs: Roken & Alcohol
Menukaart Gezonde voortgezet onderwijs: Roken & Alcohol : Plaats: Locatie: Contactpersoon: Telefoonnummer: E-mailadres: Datum invullen: Inhoud: Om op een effectieve manier invulling te geven aan gezondheidsthema
Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005. Hoe maak ik een jeugdenquête
Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005 Hoe maak ik een jeugdenquête Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Wanneer een enquête 4 Hoofdstuk 2 Hoe maak ik een enquête 5 Hoofdstuk 3 Plan van aanpak
