Wijzigingen DBC-release RZ16a. Versie
|
|
|
- Leona Vos
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Wijzigingen DBC-release RZ16a Versie ingangsdatum 1 januari 2016
2 Inhoudsopgave 1 Inhoud en leeswijzer Nieuwe opzet releasedocumenten Verwijzingen en samenhang relevante informatie Verwijzing naar ingediende wijzigingsverzoeken Verwijzing naar eindproducten Aanduiding specialismen Leeswijzer Wijzigingen uit projecten Interventieradiologie onderdeel traject hoofdbehandelaar Aanleiding Uitwerking Integratie kinderneurologie en neurologie kindergeneeskunde Aanleiding Uitwerking Medisch specialistische revalidatiezorg (MSRZ) Aanleiding Uitwerking Beoordeling relevantie zorgproducten Aanleiding Databronnen Uitwerking Taakherschikking Aanleiding Uitwerking Faciliteren reële prijsvorming via productstructuur Aanleiding Beschrijving situatie in Spoedeisende hulp (SEH) licht complexe zorg Herwaardering middel ambulante zorg Wijzigingen in zorgactiviteiten Wijzigingen in de standaardclusters van zorgactiviteiten Integrale zorgproducten transplantatiezorg Aanleiding Uitwerking Nederlandse Zorgautoriteit 2 250
3 2.8 Zorgprestaties wervelkolombehandeling Aanleiding Uitwerking Klinische genetica Aanleiding Uitwerking Aanspraak binnen de DBC-systematiek Aanleiding Uitwerking Overige Zorgproducten Wijzigingen in regelgeving, registratieaddendum en afsluitredenen Aangepaste pseudocode voor chronische dialyse en thuisbeademing (201712) Tabel met puntwaardes voor kaakchirurgie verbeterd (201834) Gewijzigde omschrijving afsluitredenen voor ZT13, ZT51 en ZT52 (201956) Verzamelpunt wijzigingen registratieaddendum (201975) Aanmaken afsluitreden voortijdig sluiten subtraject (201977) Afsluitredenen urologie beëindigd (201983) Wijzigingen in beleidsregel en nadere regel Wijzigingen in diagnosen en zorgvraag Nieuwe diagnosen heelkunde (201730) Correcties omschrijvingen in Elektronische Typeringslijst (201881) Verbeteren diagnosecodes gynaecologie (201896) Diagnose 0313_755 uit de Diagnose Combinatie Tabel (201907) Nieuwe diagnosecode KNO voor aandoeningen oogleden (201973) Uitbreiding DCT en nadere toelichting op het gebruik (202033) Nieuwe diagnose oorreconstructie geen agenesie ( ) DBC-zorgproduct operatie maligne huidtumoren toegankelijk gemaakt voor KNO ( )103 5 Wijzigingen in zorgactiviteiten Nieuwe zorgactiviteit voor verwijdering inwendige oortumoren (1627) Oplossing voor uitval bij IC-medebehandeling (1904) Zorgactiviteit voor registratie medisch consult in groepsverband (201700) Nieuwe zorgactiviteit meatusplastiek (201705) Aangepaste omschrijving zorgactiviteit (201715) Aanmaken zorgactiviteit CT colongrafie, MR mammografie en MRI lever (201717) Aanmaken nieuwe zorgactiviteit Therapeutische endo-echoscopie (201720) Zorgactiviteit beëindigd (201732) Gewijzigde omschrijving zorgactiviteit (201747) Zorgactiviteiten voor verstrekking Epoprostenol beëindigd (201750) Nieuwe zorgactiviteit voor aberrometrie (201793) Nederlandse Zorgautoriteit 3 250
4 5.12 Registratiemogelijkheid sluiten liquorlek in de hersenen (201844) Aanpassen prestaties nucleaire geneeskunde (201859) Nieuwe OZP s Supplementair - Add-on geneesmiddelen (201882) Opname erfelijkheidsadvisering FH in DBC-systematiek (201891) Nieuwe zorgactiviteit voor adjuvante HIPEC (201893) Nieuwe zorgactiviteit voor plaatsen maagballon (201904) Uitgebreid allergologisch interview door allergoloog of kinderallergex (201929) Aanvullende prestaties en gewijzigde toedieningsvormen oncolytica (201938) Materiaalcode voor de controle op de U-bocht bij spiraaltjes aanmaken en vermelden op de nota (201946) Correctie ingangsdatum zorgactiviteit voor Leuproreline (201947) Verzoeken in het kader van project aanpassing productstructuur kaakchirurgie (201948) Zorgactiviteiten echo s MDL gewijzigd van ZPK 7 naar ZPK 4 (201951) Zorgprofielklasse (ZPK) 21 opgeheven (201954) Nieuwe zorgactiviteiten voor stollingsfactoren (201957) Nieuwe zorgactiviteiten ingreep larynx (201969) Reguliere wijzigingen OZP s (202021) Nieuwe zorgactiviteit voor huid-spiertranspositie ( ) Nieuwe zorgactiviteit voor correctie kraakbenig skelet aan het oor ( ) Nieuwe zorgactiviteit voor verstrekking van Radium-223-chloride bij prostaattumoren ( ) Nieuwe zorgactiviteiten voor subcutaan inbrengen van anticonceptiemiddel met behulp van applicator en materiaalcode ( ) Nieuwe zorgactiviteit Tomosynthese ( ) Nieuwe zorgactiviteit bloodpatch ( ) Aangepaste omschrijving zorgactiviteit ( ) Aanmaken nieuwe zorgactiviteit voor MRI-geleide biopten ( ) Zorgactiviteiten voor tijdregistratie oefentherapeut ( ) Wijzigingen in de productstructuur Gezamenlijke DBC-zorgproducten pneumonie voor internisten en longartsen in zorgproductgroep (2053) Gezamenlijke DBC-zorgproducten TBC voor internisten en longartsen in zorgproductgroep (2054) Herdefinitie DBC-zorgproducten aortachirurgie (201731) Toevoegen zorgactiviteit aan afleiding naar zorgproduct (201740) Zorgactiviteit MDO uit zorgproductgroep verwijderd (201794) Uniformeren zorgactiviteiten en zorgproducten voor pomptherapie bij Diabetes Mellitus (201801) Twee DBC-zorgproducten toediening Immunoglobuline opgeheven (201811) Verwijderen zorgactiviteit klinisch perioperatieve zorg uit (standaard)clusters (201856) Nederlandse Zorgautoriteit 4 250
5 6.9 Registratie poliklinische zorg bij neurochirurgie (201862) Wijzigingen veneuze pathologie (201869) Zorgactiviteiten toegevoegd voor diagnose congenitale misvormingen van long (201870) Aanpassen afleiding stamceltransplantatie (201877) Correcties in zorgproductgroep Plastische chirurgie (201880) Nieuwe ambulante zorgproducten voor klinisch geriatrie (201883) Zorgactiviteit Actigrafie opgenomen in zorgproductgroep (201890) Correctie DBC-zorgproduct refertilisatie van mannen naar het vrije segment (201892) Wijzigingen in zorgactiviteiten en in zorgproductgroep voor de behandeling van varices (201897) Aangepaste uitvraag multidisciplinaire producten in zorgproductgroep (201906) Zorgproducten voor nazorg alcoholintoxicatie bij jongeren (201917) Zorgactiviteit typerend in zorgproductgroep (201918) Toevoegen zorgactiviteit in zorgproduct (201936) Zorgactiviteit leidt af naar zorgproduct (201970) Correcties consumentenomschrijvingen DBC- zorgproducten (201990) Neurostimulator en implanteerbare pomp bij pijnbestrijding ( ) Zorgactiviteit (botoxinjectie) laten afleiden in zorgproductgroep ( ) Explantatie van cochleaire implantaten bij ontsteking ( ) Afleiding neusoperaties middel in zorgproductgroep aangepast ( ) Registratiemogelijkheid revisie tracheostoma ( ) Zorgactiviteit lactose waterstof ademtest toevoegen aan cluster Ov diagnostiek ( ) Nieuwe prestatie voor leadextractie pacemaker / AICD ( ) Gewijzigde zorgproducten voor behandeling lymfeoedeem ( ) Harmoniseren afleiding dexameting door nucleair geneeskundige en radioloog ( ) Afleiding epiduroscopie naar operatief zorgproduct ( ) Clusteren van zorgactiviteiten en in de uitvraag voor DBC-zorgproduct ( ) Wijzigingen vanuit innovatie en voorwaardelijke toelating Innovatie Behandeling met leadless pacing pacemaker (201921) Barostimulatie bij therapieresistente hypertensie (201922) Endoluminale sleeve voor patiënten met gecombineerde obesitas en DM type 2 (EndoBarrier) (201923) Magnetic expansion control verstelbare groeistaaf voor corrigeren van scoliose (201924) Behandeling elektrische stimulatie sfincter bij GORZ (201925) Voorwaardelijke toelating Nederlandse Zorgautoriteit 5 250
6 7.2.1 Horen met je tanden als behandeling voor unilateraal gehoorverlies (201911) Occipitale neurostimulatie bij medicamenteus onbehandelbare chronische clusterhoofdpijn (201912) Adjuvante hoge dosis alkylerende stamceltransplantatie bij BRCA1-like borstkankerpatiënten (201913) Wijzigingen in aanspraak en WBMV Wijzigingen in aanspraak Zorgproductgroep : Knooppunt 'Correctie gemiddeld' (extremiteiten) paars kleuren (201953) Aanspraakbeperking verwijderd bij thoracoscopische longvolumereductie (202002) Aanspraakbeperking zorgactiviteit Schriftelijke informatieverstrekking aan bedrijfsarts of verzekeringsarts (202008) Aanspraakbeperking beëindigd van zorgactiviteit (202010) Aanspraakbeperking beëindigd van zorgactiviteit Regiefunctie complexe wondzorg (202016) Wijzigingen in WBMV WBMV-label voor brachytherapie, teletherapie met fotonen of electronen beëindigd (201996) Wijzigingen in ICT(-specificaties) van het DBC-systeem Het mogelijk maken dat de uitgevoerde zorgactiviteiten niet op de nota vermeld worden (201829) Gewijzigde ingangsdatum nieuwe regels in Afsluitregels Tabel Bijlage 1: Wijzigingen inhoud RZ16a ten opzichte van 2 e go Bijlage 2: Rapportage uitvalreductie RZ16a Bijlage 3: Overzicht wijzigingen in eindproducten Bijlage 4: Overzicht wijzigingen per specialisme Bijlage 5: Wijzigingen in de productstructuur voor interventieradiologie per Nederlandse Zorgautoriteit 6 250
7 1 Inhoud en leeswijzer Voor u ligt het document Wijzigingen DBC-release RZ16a v Dit document beschrijft de wijzigingen in het DBC-pakket met ingangsdatum 1 januari Nieuwe opzet releasedocumenten De releasedocumenten hebben een nieuwe opzet. De nieuwe indeling is tot stand gekomen op basis van wensen en behoeften van gebruikers van de DBC-systematiek. De verbeteringen zijn als volgt: Voortaan vindt u alle wijzigingen in één document (Wijzigingen DBC-release) in plaats van per tabel in een toelichting. De release-informatie is hierdoor overzichtelijk en sneller te vinden. De NZa levert geen toelichtingen per tabel meer uit. De Registratieregels (de algemene afsluitregels en de uitzonderingsregels) zijn geïntegreerd in de Regeling Medisch Specialistische Zorg (Nadere regel). Hierdoor is informatie in regelgeving ontdubbeld en op een plek te vinden. Het document Registratieregels wordt niet meer gepubliceerd. In de Handleiding release RZ16a vindt u een overzicht van de oude en nieuwe releasedocumenten. 1.2 Verwijzingen en samenhang relevante informatie In dit document helpen wij u op weg om alle wijzigingen in het systeem zo goed mogelijk te kunnen implementeren. Daarom vindt u in iedere paragraaf relevante verwijzingen zodat u de nieuwe informatie zo goed mogelijk kunt verwerken Verwijzing naar ingediende wijzigingsverzoeken Achter de paragraaftitels ziet u tussen haakjes een nummer staan. Ieder wijizgingsverzoek krijgt in het intakeproces een referentienummer. Dit nummer is ook gebruikt in het Besluitvormingsdocument 2 e go van deze release (te vinden op werkenmetdbcs.nza.nl). De inhoud van RZ16a is op enkele punten gewijzigd ten opzichte van de informatie in het Besluitvormingsdocument 2 e go. Wij verwijzen u naar Bijlage 1:Wijzigingen inhoud RZ16a ten opzichte van 2 e go voor meer informatie Verwijzing naar eindproducten Bij elke toelichting vindt u een verwijziging naar tabellen en/of documenten waarvoor de wijziging geldt. Dit is aangegeven onder de paragraaftitel door middel van een afkorting van de desbetreffende tabel. De volgende afkortingen zijn hierbij gehanteerd: Afkorting ACT ARDT ARGT Volledige naam Aanspraakcode Tabel Afsluitreden Tabel Afsluitregels Tabel Nederlandse Zorgautoriteit 7 250
8 Afkorting DCT ETL LLM RA RDZT BR NR TT WBMV ZA ZPG ZP Volledige naam Diagnose Combinatie Tabel Elektronische Typeringslijst Limitatieve Lijst Machtigingen Registratie Addendum Relatie Diagnose Zorgproductgroepen Tabel Beleidsregel Prestaties en tarieven Medisch Specialistische Zorg (Beleidsregel) Regeling Medisch Specialistische Zorg (Nadere regel) Tarieven Tabel WBMV Code Tabel Zorgactiviteiten Tabel Zorgproductgroepen Tabel Zorgproducten Tabel In sommige gevallen is voor een beëindigde zorgactiviteit een vertaling opgenomen naar een nieuwe, per 2016 geldende, zorgactiviteit in de Vertaaltabel Zorgactiviteiten Grouper. De nieuwe vertalingen per RZ16a worden niet in dit document beschreven. U vindt deze vertalingen in de Vertaaltabel Zorgactiviteiten Grouper v Voor een overzicht van de impact op eindproducten per project en wijzigingsverzoek, verwijzen we u naar de tabel in Bijlage 3: Aanduiding specialismen Naast een verwijzing naar de impact op eindproducten, vindt u in iedere paragraaf ook een verwijzing naar relevante specialismen. In Bijlage 4: vindt u bovendien een tabel met alle wijzigingen. Wij wijzen u erop dat deze verwijzingen een hulpmiddel zijn voor u om de release te doorgronden. Het betreft ten alle tijde een indicatie van de specialismen waarbij de beschreven zorg (het meeste) voorkomt. 1.3 Leeswijzer De informatie in dit document is verdeeld over acht hoofdstukken. In hoofdstuk 2 vindt u een beschrijving van wijzigingen die voortkomen uit projecten. De daarop volgende hoofdstukken beschrijven wijzigingen die voortkomen uit ingediende wijzigingsverzoeken via de intakeprocedure of vanwege regulier onderhoud. In hoofdstuk 3 t/m 6 vindt u respectievelijk uitleg over wijzigingen in de regelgeving, het registratieaddendum en afsluitredenen, wijzigingen in diagnosen en zorgvraag, wijzigingen in zorgactiviteiten en de productstructuur. Hoofdstuk 7 beschrijft wijzigingen vanuit innovatiedossiers en vanwege voorwaardelijke toelating. Wijzigingen in aanspraak en de WBMV vindt u in hoofdstuk 8. Tot slot staan in hoofdstuk 9 wijzigingen van technische aard. Nederlandse Zorgautoriteit 8 250
9 2 Wijzigingen uit projecten Wijzigingen die voortkomen uit projecten raken vaak meerdere onderdelen van het DBC-systeem vandaar dat ze projectmatig verwerkt worden. Het DBC-pakket 2016 omvat elf 1 projecten die aanleiding voor wijzigingen waren. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de uitwerking per project, de doorgevoerde wijzigingen en welke onderdelen van het DBC-systeem geraakt worden.voor meer informatie over de aanleiding en achtergronden van deze projecten verwijzen wij u naar de besluitvormingsdocumenten 1 e GO en 2 e GO van deze release. Ieder project is in een aparte paragraaf beschreven in de volgende opbouw: Een verwijzing naar toegewezen referentienummer in intakeprocedure, te vinden in 2e go document. Een verwijzing naar de eindproducten waar de wijzigingen van het project zijn geland. Een verwijziging naar specialismen die geraakt worden door het betreffende project. Zorgproductgroepen die geraakt worden door het betreffende project. De aanleiding van het project. Uitwerking van het project in het DBC-systeem. 2.1 Interventieradiologie onderdeel traject hoofdbehandelaar Referentienummers: , Eindproducten: ARGT, ETL, RA, RDZT, TT, ZA, ZP Specialismen: 0362 radiologie en alle specialismen waar (interventie)radiologie ondersteunende activiteiten voor uitvoert (met name heelkunde, orthopedie, inwendige geneeskunde, neurologie). Zorgproductgroepen: , 29799, en Aanleiding Een interventieradioloog behandelt op verzoek van en in overleg met een ander poortspecialisme. Daarmee is er in de regel geen sprake van hoofdbehandelaarschap en eigen zorgvraag zoals bedoeld in de geldende regelgeving. Op basis van de regelgeving kan er alleen een eigen zorgtraject geopend worden als er sprake is van hoofdbehandelaarschap. De interventies van de radioloog maken per 2016 deel uit van het zorgprofiel van de hoofdbehandelaar. De inzet van de radioloog en de bijbehorende kosten dienen gedekt te worden uit de declaratie van de hoofdbehandelaar. In die gevallen waar de interventieradioloog voldoet aan de vereisten om een eigen zorgtraject te mogen openen, blijft de mogelijkheid bestaan om gebruik te maken van de eigen typeringslijst en de zorgproducten in zorgproductgroep Er zijn tien paragrafen omdat in paragraaf 2.6 de beschrijving van twee projecten is samengevoegd die nauw aan elkaar gerelateerd zijn. Nederlandse Zorgautoriteit 9 250
10 2.1.2 Uitwerking De uitwerking voor het DBC-systeem is als volgt: Diagnosen en zorgtyperingen De typeringslijst van specialisme 0362 blijft in 2016 behouden. Zo blijft in 2016 de mogelijkheid bestaan om gebruik te maken van de eigen typeringslijst en de DBC-zorgproducten in zorgproductgroep , in die gevallen waar de interventieradioloog voldoet aan de vereisten om een eigen zorgtraject te mogen openen. Aan de typeringslijst is ook zorgtype 41 toegevoegd voor de levering van een overig zorgproduct door de interventieradioloog op verzoek van de eerste lijn of een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling dat niet werkt met de DBC-systematiek (bv kaakchirurgie). Zorgactiviteiten De zorgactiviteit Drainwissel na drainage mamma is beëindigd omdat deze door de wetenschappelijke vereniging obsoleet is verklaard. Dat wil zeggen dat de zorgactiviteit in de praktijk niet of nauwelijks wordt geregistreerd. Aan enkele zorgactiviteiten is de OZP-status (OZP Eerstelijns Diagnostiek - Medisch specialistische behandeling en diagnostiek, tarieftype 11) toegekend. Dit betreft activiteiten die op verzoek van de eerste lijn worden uitgevoerd: Zorgactiviteit Omschrijving Barbotage schouder (Needle Aspiration of Calcific Deposits, NACD), onder echocontrole Lokale injectie medicatie onder echo- of röntgengeleide Verwijderen corpus alienum onder röntgengeleide Barbotage schouder (Needle Aspiration of Calcific Deposits, NACD), onder röntgencontrole Barbotage schouder (Needle Aspiration of Calcific Deposits, NACD), onder echocontrole Drainage mamma onder echogeleide Drainwissel na abcesdrainage Drainwissel na galblaas- of galwegdrainage Drainwissel na nefrostomie. NB: De tarieven voor deze OZP s zijn op de releasedatum (van RZ16a) nog niet bekend. Deze kennen in de Tarieven Tabel v een tarief van 0,01 (1 cent) zodat duidelijk is dat het tarief van deze negen prestaties nog volgt in de update release voor het pakket 2016 (RZ16b, die beschikbaar wordt gesteld in het najaar van 2015). Bij bepaalde activiteiten die een OZP-status hadden, is de OZP-status verwijderd. Het betreft activiteiten als een Percutane Transluminale Angioplastiek, waarvan het niet aannemelijk is dat deze op verzoek van de eerste lijn worden uitgevoerd zonder een verwijzing naar de tweede lijn: Zorgactiviteit Omschrijving Nederlandse Zorgautoriteit
11 Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere niet-coronaire vaten (zie voor occlusie) Embolisatie van vaten Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Inbrengen van een aorta stentgraft in samenwerking met een chirurgisch team. Productstructuur Wanneer de interventieradioloog op verzoek van een poortspecialist interventies verricht, worden die ondersteunende verrichtingen vastgelegd binnen het zorgtraject van de hoofdbehandelaar. Om dit te faciliteren (voor zover dat nog niet het geval was) zijn de zorgactiviteiten voor interventies toegevoegd aan de knooppunten. Hiermee worden ze typerend voor bestaande DBC-zorgproducten in de relevante zorgproductgroepen. In bijlage 5 vindt u een tabel met de wijzigingen in de productstructuur per 2016 voor interventieradiologie. Per zorgactiviteit staat weergegeven in welke zorgproductgroepen deze een rol toebedeeld heeft gekregen in de productafleiding, naar welke (soort) DBCzorgproducten de zorgactiviteit kan afleiden en in welke groep (cluster) deze zorgactiviteit is opgenomen. De DBC-zorgproducten in zorgproductgroep Radiologie blijven behouden. Zo blijft de mogelijkheid bestaan om gebruik te maken van de eigen typeringslijst en de zorgproducten in zorgproductgroep , in die gevallen waar de interventieradioloog voldoet aan de vereisten om een eigen zorgtraject te mogen openen. Voor de neuro-interventies door de radioloog (hoofdbehandelaar neuroloog of neurochirurg) zijn drie nieuwe zorgproducten ontwikkeld: Neuro-interventie hoofd Nieuwv meningen/hersenen/zenuwstelsel Neuro-interventie Hart/Vaat cerebrovasculair Interventie AV-malformatie Congenitaal overig Registratieaddendum In de ESWL afsluitregel (0306.1) heeft zorgactiviteit (percutane nefrostomie) een rol. De zorgactiviteit is beschouwd als zorgactiviteit voor een poortspecialisme die inhoudelijk gelijk is aan de nefrostomieën van de interventieradioloog. De volgende interventie zorgactiviteiten hebben dezelfde rol gekregen als , in referentiegroep 3 van uitzondering : Zorgactiviteit Omschrijving Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverwijdering door de uroloog Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie. Nederlandse Zorgautoriteit
12 2.2 Integratie kinderneurologie en neurologie kindergeneeskunde Referentienummers: 2205, Eindproducten: ARDT, ARGT, ETL, RA, RDZT, TT, ZP, ZPG Specialismen: 0330 neurologie; 0316 kindergeneeskunde Zorgproductgroepen: t/m 2015: en , per 2016: Aanleiding Uit veldconsultatie bleek het bij alle partijen gewenst om het verschil in product bij dezelfde zorgvraag op te heffen, door de (pre-mdc) zorgproductgroep Kinderneurologie (excl epilepsie/ slaapstoornissen) en de (pre-mdc) zorgproductgroep Kindergeneeskunde neurologie samen te voegen. Tot en met 2015 kon vergelijkbare zorg leiden tot verschillende DBC-zorgproducten. Per 1 januari 2016 zijn zorgproductgroep Kinderneurologie (excl epilepsie/ slaapstoornissen) en Kindergeneeskunde neurologie daarom opgeheven. Daarvoor in de plaats is een nieuwe zorgproductgroep gekomen: Kinder-neurologie (excl epilepsie/ slaapstoornissen). Deze bevat in tegenstelling tot de voorgaande zorgproductgroepen alleen kinderneurologie-diagnosen Uitwerking Dit project heeft niet geleid tot wijzigingen in zorgactiviteiten en diagnosetyperingen. Er is een zorgvraagtypering geïntroduceerd en er zijn wijzigingen in de afleiding naar DBC-zorgproducten (productstructuur), registratieregels en tarieven. Zorgvraagtypering en productstructuur Nieuw is de introductie van de zorgvraag. In zorgproductgroep Kinderneurologie (excl epilepsie/ slaapstoornissen) was een leeftijdscriterium ingebouwd (t/m 17 jaar). Het bleek technisch niet mogelijk om in de nieuwe zorgproductgroep Kinder-neurologie (excl epilepsie/ slaapstoornissen) een leeftijdscriterium in te bouwen. Daarom is gekozen om de zorgvraag (als onderdeel van de DBC-typering) te introduceren: 000 Traject 100 Volwassene 200 Kind Voor alle neurologie-diagnosen moet per 2016 de zorgvraagtypering (kind of volwassene) worden vastgelegd. Daarom is ook in zorgproductgroep Zenuwstelsel - Epilepsie, status epilepticus en convulsies (wd) de uitvraag op leeftijd gewijzigd naar de uitvraag op zorgvraag. De volgende kinderoncologie diagnosetyperingen van Neurologie (0330) die afleidden naar de opgeheven zorgproductgroep , leiden per 2016 naar zorgproductgroep Kindergeneeskunde oncologie: Diagnosetypering Omschrijving 0330_0202 Primair maligne neoplasma intracerebraal 0330_0203 Secundair maligne neoplasma intracerebraal (metastase) 0330_0212 Primair neoplasma extracerebraal (benigne of maligne) Nederlandse Zorgautoriteit
13 Diagnosetypering Omschrijving 0330_0213 Secundair neoplasma extracerebraal (metastase) 0330_0222 Primair neoplasma intraspinaal (benigne of maligne) 0330_0223 Secundair neoplasma intraspinaal (metastase) 0330_0232 Primair neoplasma extraspinaal/epiduraal/wervelkolom (benigne of maligne) 0330_0233 Secundair neoplasma extraspinaal/epiduraal/wervelkolom (metastase) 0330_0242 Primaire Leptomeningeale maligniteit 0330_0243 Secundaire Leptomeningeale maligniteit 0330_0299 Overige neuro-oncologie 0330_9921 Geen neurologie, werkdiagnose neopl intracerebraal De diagnosetypering 0330_0204 Benigne neoplasma leidt naar zorgproductgroep Kindergeneeskunde overige pediatrie. Registratieregels Door deze aanpassing gelden de uitzonderingsregels voor kindergeneeskunde vanaf 1 januari 2016 ook voor kinderneurologie: oncologische behandeling in SKION-centrum ( ); niet-klinische chronische verstrekking geneesmiddel ( ) en; niet-klinische bloedtransfusies op oncologische indicatie ( ) De Afsluitregels Tabel en de omschrijving van de bijbehorende afsluitredenen in de Afsluitreden Tabel zijn hier ook op aangepast. 2.3 Medisch specialistische revalidatiezorg (MSRZ) Referentienummers: (zie ook paragraaf 2.5 taakherschikking en substitutie) Eindproducten: ZA, TT, NR Specialismen: 0327 Revalidatie Zorgproductgroep: Aanleiding De doorontwikkeling van een medisch herkenbare, consistente en transparante productstructuur voor de MSRZ kent een lange doorlooptijd. Daarom worden tussenstappen genomen vooruitlopend op de invoering van de nieuwe productstructuur voor de MSRZ. Voor 2016 zijn de wijzigingen echter beperkt. Het voornemen is om per 2016 transparantie-eisen vast te stellen ten aanzien van de registratie van de verschillende behandeldisciplines. Dit houdt concreet in dat de tijdschrijvende behandeldisciplines verplicht een AGB-code moeten vastleggen bij de zorgactiviteiten t/m Deze verplichting zien we als een kwaliteitswaarborg op basis van bevoegdheid. Door de AGB-code vast te leggen, wordt inzichtelijk wie er tijd schrijven en kan er ook controle op bevoegdheid en rechtmatigheid plaatsvinden. Nederlandse Zorgautoriteit
14 2.3.2 Uitwerking Om inzicht te krijgen in de behandeldisciplines die nu tijd verantwoorden binnen de medisch specialistische revalidatiezorg is het belangrijk dat per 2016 de volledige zorgverleners AGB-code (8 posities) van de betreffende behandelaar wordt vastgelegd. Dit wordt per 2016 verplicht voor een aantal behandeldisciplines die tijdschrijven. Deze verplichting geldt voor de volgende zorgverleners: Medisch specialist (revalidatiearts), fysiotherapeut, logopedist, ergotherapeut en maatschappelijk werker. Indien één van deze behandeldisciplines nog geen eigen AGB-code heeft en de betreffende discipline wel als behandelaar is opgenomen in het revalidatiebehandelplan, dan dient hiervoor tijdig een AGB-code aangevraagd te worden zodat deze vanaf 1 januari 2016 beschikbaar is. Indien nodig moet ook tijdig een wijzigingsaanvraag bij Vektis worden ingediend voor een nieuw type zorgverlener binnen het AGB-register. 2.4 Beoordeling relevantie zorgproducten Referentienummer: Eindproducten: ZP, TT Specialismen: alle specialismen Zorgproductgroepen: ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; Aanleiding Hanteerbaarheid is een belangrijk criterium van de productstructuur. Daarom is op basis van DIS-data onderzocht welke DBC-zorgproducten niet of nauwelijks zijn gedeclareerd in de afgelopen jaren. Een deel van de DBC-zorgproducten die uit de analyse van DIS-data naar voren kwam, is buiten beschouwing gelaten omdat ze onderdeel zijn van doorontwikkeling van zogenaamde sjablonen (wervelkolom, chemotherapie, transplantatie), omdat deze DBC-zorgproducten om (zorg)inhoudelijke redenen niet obsoleet zijn, of omdat er op basis van de beschikbare data nog onvoldoende uitspraak mogelijk is over de relevantie van een zorgproduct. Dit laatste geldt bijvoorbeeld bij relatief nieuwe zorgproducten Databronnen Een eerste analyse van het gebruik van DBC-zorgproducten is gedaan op basis van DIS-data, aangeleverd tot en met februari 2014 (gesimuleerd naar de 2015 situatie). Deze is gecombineerd met de productstructuur van RZ15a en de resulterende vulling van DBC-zorgproducten is beoordeeld. Daarna is een referentie-analyse uitgevoerd op basis van DIS-data aangeleverd tot en met oktober 2014 met verder dezelfde specificaties. Dit had geen gevolg voor de lijst van DBC-zorgproducten die mogelijk obsoleet waren. Tot slot is een analyse gedaan van Vektis-data, gegevens tot en met Ook hierdoor is de lijst met DBC-zorgproducten die mogelijk obsoleet waren, niet veranderd Uitwerking De uitwerking van dit project heeft gevolgen gehad voor de productstructuur en tarieven. Nederlandse Zorgautoriteit
15 Productstructuur Uiteindelijk zijn vijftig DBC-zorgproducten opgeheven per 1 januari 2016, verspreid over 25 zorgproductgroepen. Onderstaande tabel toont per zorgproductgroep de opgeheven DBCzorgproducten. Er is sprake van een een-op-een relatie tussen beëindigde DBC-zorgproducten en het zorgproduct waar trajecten per 2016 naar kunnen afleiden. Trajecten uit een beëindigd DBC-zorgproduct kunnen (bij gelijkblijvende karakteristiek van het traject), slechts in één ander DBC-zorgproduct landen. Beëindigd Omschrijving Trajecten leiden per 2016 Zorgproductomschrijving (per 2016) zorgproduct beëindigd zorgproduct af naar zorgproduct Klin (zeer) lang Infectie SOA Klin > 5 Infectie SOA Klin (zeer) lang Infectie virus huid/slijmvlies Maligniteit mannelijke geslachtsorganen Injectie LHRHanaloog/ -antagonist Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Blaascarcinoom Oper laparoscopisch zeer zwaar/ middel Met lymfklieroperatie Zonder VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg Aandoening speekselklieren Klin (zeer) lang Nieuwv benigne spijsvert/gr speekselkl Maligniteit slokdarm/ cardia Debulking Met VPLD >28 Nieuwv maligne spijsvertering Maligniteit slokdarm/ cardia Debulking Zonder VPLD/ Met VPLD 1-28 Nieuwv maligne spijsvertering Maligniteit maag (excl cardia) Debulking Met VPLD >28 Nieuwv maligne spijsvertering Oper maagverkleinend open Zonder VPLD Voeding onder- /overvoeding/vetzucht Snijdende specialismen Ov aandoeningen zenuw/ -wortel/ -plexus (excl CTS) Klin (zeer) lang Zenuwstelsel zenuw/-wortel/-plexus Diabetische retinopathie incl diagnose geen DRP Dag/ Klin cumulatief >5 Oog chor/retina/corp vitr/endoftalmitis Klin >5 Infectie virus huid/slijmvlies Maligniteit mannelijke geslachtsorganen Ambulant middel/ Dag Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Blaascarcinoom Oper laparoscopisch zeer zwaar/ middel Met lymfklieroperatie Nieuwv maligne nier/urineweg Aandoening speekselklieren Klin >5 Nieuwv benigne spijsvert/gr speekselkl Maligniteit slokdarm/ cardia Oper oesophagus/ maag (zeer) zwaar/ Debulking Met VPLD >28 Nieuwv maligne spijsvertering Maligniteit slokdarm/ cardia Oper oesophagus/ maag (zeer) zwaar/ Debulking Zonder VPLD/ Met VPLD 1-28 Nieuwv maligne spijsvertering Maligniteit maag (excl cardia) Debulking Nieuwv maligne spijsverternng Oper maagverkleinend open Voeding onder- /overvoeding/vetzucht Snijdende specialismen Ov aandoeningen zenuw/ -wortel/ -plexus (excl CTS) Klin >5 Zenuwstelsel zenuw/-wortel/-plexus Diabetische retinopathie incl diagnose geen DRP Dag/ Klin cumulatief >2 Oog chor/retina/corp vitr/endoftalmitis Nederlandse Zorgautoriteit
16 Beëindigd Omschrijving Trajecten leiden per 2016 Zorgproductomschrijving (per 2016) zorgproduct beëindigd zorgproduct af naar zorgproduct Afwijkingen oorschelp/ bijoortje Klin (zeer) lang Ooraandoening OMA/ OME/ tubadysfunctie Klin (zeer) lang Ooraandoening Vertigo Klin (zeer) lang Ooraandoening Perceptieve slechthorendheid Klin (zeer) lang Ooraandoening Cardiopulmonale chirurgie Holterloop operaties Zonder VPLD Hart/Vaat reumatisch en overig Cardiopulmonale chirurgie Holterloop operaties Met VPLD Hart/Vaat reumatisch en overig Cardiopulmonale chirurgie Holterloop device Met VPLD Hart/Vaat reumatisch en overig Cardiopulmonale chirurgie Longvolume reductie chirurgie Met VPLD Ademh ond luchtw chron Sinusitis Klin (zeer) lang Ademh bov luchtw overig Allergie/ hyperreactiviteit Klin (zeer) lang Ademh bov luchtw overig Cong neusafw/ reuk-/ smaakstoornis Klin (zeer) lang Ademh bov luchtw overig Vormafwijkingen Klin (zeer) lang Ademh bov luchtw overig Vormafwijkingen Klin middel Ademh bov luchtw overig Haar-/ nagelafwijkingen Dag >2/ Klin cumulatief kort Huid adnex Haar-/ nagelafwijkingen Dag >2/ Klin cumulatief (zeer) lang Huid adnex Pigmentstoornissen Oper huid/ weke delen middel/ (zeer) zwaar Klin kort Huid infectie/overig Pigmentstoornissen Oper huid/ weke delen middel/ (zeer) zwaar Klin middel Afwijkingen oorschelp/ bijoortje Klin >5 Ooraandoening OMA/ OME/ tubadysfunctie Klin >5 Ooraandoening Vertigo Klin >5 Ooraandoening Perceptieve slechthorendheid Klin >5 Ooraandoening Uitval devices/ operatie devices Cardiopulmonale chirurgie Hart / Vaat reumatisch en overig Uitval devices/ operatie devices Cardiopulmonale chirurgie Hart / Vaat reumatisch en overig Uitval devices/ operatie devices Cardiopulmonale chirurgie Hart / Vaat reumatisch en overig Cardiopulmonale chirurgie Longvolume reductie chirurgie Ademh ond luchtw chron Sinusitis Klin >5 Ademh bov luchtw overig Allergie/ hyperreactiviteit Klin >5 Ademh bov luchtw overig Cong neusafw/ reuk-/ smaakstoornis Klin >5 Ademh bov luchtw overig Vormafwijkingen Klin Ademh bov luchtw overig Vormafwijkingen Klin Ademh bov luchtw overig Haar-/ nagelafwijkingen Klin/ Dag >2 Huid adnex Haar-/ nagelafwijkingen Klin/ Dag >2 Huid adnex Pigmentstoornissen Oper huid/ weke delen middel/ (zeer) zwaar Huid infectie / overig Pigmentstoornissen Oper huid/ weke delen middel/ (zeer) zwaar Huid infectie / overig Nederlandse Zorgautoriteit
17 Beëindigd Omschrijving Trajecten leiden per 2016 Zorgproductomschrijving (per 2016) zorgproduct beëindigd zorgproduct af naar zorgproduct Huid infectie/overig Pigmentstoornissen Oper huid/ weke delen middel/ (zeer) zwaar Klin (zeer) lang Huid infectie/overig Pigmentstoornissen Dag >2/ Klin cumulatief (zeer) lang Huid infectie/overig Lesie knie Klin (zeer) lang Botspierstelsel ziekte/laat gev trauma Artrose knie Klin (zeer) lang Botspierstelsel ziekte/laat gev trauma HNP Diagnostisch Zonder beeldvorming Botspierstelsel ziekte/laat gev trauma Climacteriele problematiek Klin kort Urogenitaal vrouwelijk org Climacteriele problematiek Klin (zeer) lang Urogenitaal vrouwelijk org Climacteriele problematiek Klin middel Urogenitaal vrouwelijk org Incontinentie/ Prolaps Vrouw Klin (zeer) lang Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Klin (zeer) lang Symptoom cervixafwijking Screening familiaire tumoren Klin middel Overig screening Screening familiaire tumoren Klin (zeer) lang Overig screening Screening belaste familie anamnese Klin middel Overig screening Enkelvoudige erfelijkheidsadvisering Gynaecologie Klinische genetica Pigmentstoornissen Oper huid/ weke delen middel/ (zeer) zwaar Huid infectie / overig Pigmentstoornissen Dag >2/ Klin cumulatief >5 Huid infectie / overig Lesie knie Klin >5 Botspierstelsel ziekte/laat gev trauma Artrose knie Klin >5 Botspierstelsel ziekte/laat gev trauma HNP Diagnostisch Botspierstelsel ziekte/laat gev trauma Climacteriele problematiek Klin Urogenitaal vrouwelijke org Climacteriele problematiek Klin Urogenitaal vrouwelijke org Climacteriele problematiek Klin urogenitaal vrouwelijke org Incontinentie/ Prolaps Vrouw Klin >5 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Klin >5 Symptoom cervixafwijking Screening familiaire tumoren Klin Overig screening Screening familiaire tumoren Klin Overig screening Screening belaste familie anamnese Klin Overig screening Erfelijkheidsonderzoek/ -advisering eenvoudig/ erfelijkheidsonderzoek complex (eerste deel) Klinische genetica Man Klin (zeer) lang Infertiliteit Man Klin >5 Infertiliteit Klin >90 Gespec brandwondenzorg Klin >56 Gespec brandwodenzorg Diagn aandoeningen bewegingsapparaat Ambulant Multidisciplinair behandelen klasse Diagn aandoeningen bewegingsapparaat Ambulant Multidisciplinair behandelen klasse 5 Revalidatiegeneeskunde Nederlandse Zorgautoriteit
18 Beëindigd Omschrijving Trajecten leiden per 2016 Zorgproductomschrijving (per 2016) zorgproduct beëindigd zorgproduct af naar zorgproduct Revalidatiegeneeskunde Diagn amputaties Ambulant Multidisciplinair behandelen klasse 6 Revalidatiegeneeskunde Diagn dwarslaesie Ambulant Multidisciplinair behandelen klasse 6 Revalidatiegeneeskunde Diagn organen Ambulant Multidisciplinair behandelen klasse 6 Revalidatiegeneeskunde Diagn chron pijn/ psych stoornissen Ambulant Multidisciplinair behandelen klasse 6 Revalidatiegeneeskunde Fibromyalgie Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Diagn amputaties Ambulant Multidisciplinair behandelen klasse 5 Revalidatiegeneeskunde Diagn dwarslaesie Ambulant Multidisciplinair behandelen klasse 5 Revalidatiegeneeskunde Diagn organen Ambulant Multidisciplinair behandelen klasse 5 Revalidatiegeneeskunde Diagn chron pijn/ psych stoornissen Ambulant Multidisciplinair behandelen klasse 5 Revalidatiegeneeskunde Uitval ambulant middel Fibromyalgie Anesthesiologie Tarieven Vrijwel alle DBC-zorgproducten die komen te vervallen, zijn onderdeel van het vrije segment (Bsegment). De berekende (marginale) omzet die samenhangt met producten die vervallen in het gereguleerde segment, is toegevoegd bij de waardering van resterende producten in het A-segment. Voor meer informatie over de tariefberekening verwijzen wij u naar het document Beoordeling en Verantwoording DBC-pakket Taakherschikking Referentienummers: en Eindproducten: BR, NR, ZA Aanleiding De Minister van VWS heeft de NZa in juni 2014 een aanwijzing gestuurd om prestaties en tarieven vast te stellen voor sportgeneeskunde en hierbij zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande prestaties en tarieven. In de toelichting bij de aanwijzing staat vermeld dat de NZa prestaties en tarieven voor sportgeneeskunde vaststelt op basis van een aanvraag van zorgaanbieders en/of zorgverzekeraars. De afgelopen maanden heeft er overleg plaatsgevonden tussen de Vereniging voor Sportgeneeskunde en de NZa over deze aanvraag. Deze aanvraag houdt een verzoek in om zelfstandig een subtraject/zorgtraject te mogen openen, registreren en declareren en een polikliniekbezoek vast te leggen. Per 2015 heeft de NZa zo n verzoek van de physician assistant, verpleegkundig specialist en SEH-arts ingewilligd deze registratie- en declaratiemogelijkheden toegekend. Nederlandse Zorgautoriteit
19 2.5.2 Uitwerking Voor 2016 zijn er zowel wijzigingen in de regelgeving als binnen het DBC-systeem (zorgactiviteiten en productstructuur). Regelgeving 2016: De sportarts wordt toegevoegd aan de beroepsgroepen die zelfstandig een zorgtraject mogen openen en declareren. DBC-pakket: De sportarts gaat gebruik maken van bestaande diagnosetyperingen, bestaande zorgactiviteiten en bestaande DBC-zorgproducten. Daarnaast is een aantal wijzigingen in het DBC-pakket doorgevoerd als vervolg op de wijzigingen in het DBC-pakket 2015: Enkele wijzigingen in zorgactiviteiten Wijziging in zorgproductgroep Zenuwstelsel - Epilepsie/status epilepticus/convulsies (wd) Zorgactiviteiten Per 2016 is het teleconsult (zorgactiviteit ) opengesteld voor physician assistant en verpleegkundig specialist. Daarom is de omschrijving van deze zorgactiviteit aangepast. Omdat zorgactiviteit per 2016 is opengesteld voor verpleegkundig specialist en physician assistant, is zorgactiviteit Teleconsult verpleegkundig specialist. beëindigd. Er is geen aparte zorgactiviteit voor de verpleegkundig specialist en physician assistant meer nodig. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK-code Ingangsdatum Einddatum Mutatie Teleconsult tussen poortspecialist en patiënt (exclusief screen to screen beeldcontact, zie ) Tekstueel oud Teleconsult (exclusief screen to screen beeldcontact, zie ) Tekstueel nieuw Teleconsult verpleegkundig specialist Beëindigen Tevens is het voor de verpleegkundig specialist in 2015 mogelijk gemaakt om een eerste consult en herhaalconsult vast te leggen waardoor zorgactiviteit overbodig is en daarom wordt beëindigd. De zorgactiviteiten voor het eerste consult (190060) en het herhaalconsult (190013) zijn vanaf 2015 opengesteld voor de verpleegkundig specialist en de physician assistant. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Behandelcontact verpleegkundig specialist Beëindigen Daarnaast bleek bij vastleggen van (direct) patiëntgebonden tijd door de arts, zorgactiviteit voor de revalidatiegeneeskunde en de zorgactiviteit voor de geriatrische revalidatie niet aan te sluiten bij de gehanteerde voorwaarden voor taakherschikking. De verpleegkundig specialist en de physician assistant kunnen deze zorgactiviteiten momenteel niet registreren. In het kader van Nederlandse Zorgautoriteit
20 taakherschikking zijn de verpleegkundig specialist en physician assistant toegevoegd aan de omschrijvingen van de zorgactiviteiten. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Arts - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Tekstueel oud Revalidatiearts, verpleegkundig specialist of physician assistant - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Tekstueel nieuw Specialist ouderengeneeskunde - patiëntgebonden handelen (excl. triage door specialist ouderengeneeskunde, zie ) - geriatrische Tekstueel oud revalidatie. Specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundig specialist of physician assistant - patiëntgebonden handelen (excl. triage door specialist ouderengeneeskunde, zie ) - geriatrische Tekstueel nieuw revalidatie. In verband met vermelding op de nota is ook de consumentenomschrijving van beide zorgactiviteiten gewijzigd: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Geven van begeleiding of behandeling door de revalidatiearts - revalidatie. Geven van begeleiding of behandeling door de revalidatiearts, verpleegkundig specialist of physician assistant - revalidatie. Verrichten van patiëntgebonden handelen door een specialist ouderengeneeskunde, een beoordeling van de ernst van de klachten door een specialist ouderengeneeskunde is hierbij niet inbegrepen - geriatrische revalidatie. Verrichten van patiëntgebonden handelen door een specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundig specialist of physician assistant, een beoordeling van de ernst van de klachten door een specialist ouderengeneeskunde is hierbij niet inbegrepen - geriatrische revalidatie Tekstueel oud Tekstueel nieuw Tekstueel oud Tekstueel nieuw 2.6 Faciliteren reële prijsvorming via productstructuur Referentienummers: , , Eindproducten: ARGT, RA, TT, ZA, ZP Nederlandse Zorgautoriteit
21 Specialismen: alle specialismen, voor 2016 raakt dit met name dermatologie, gynaecologie, cardiologie en heelkunde Zorgproductgroepen: ; ; (SEH) en alle ambulante DBC-zorgproducten Aanleiding Door de verhoging van het eigen risico en het toenemend kostenbewustzijn van de patiënt wordt de roep om reële prijzen meer en meer onderdeel van het publieke debat. Vanuit consumentenperspectief zijn vooral de prijzen van licht complexe DBC-zorgproducten van belang, omdat bij declaratie van deze producten het eigen risico wordt aangesproken. De verantwoordelijkheid voor het hanteren van reële prijzen ligt primair bij zorgverzekeraars en aanbieders. De afspraken hierover komen tot stand bij de (jaarlijkse) onderhandelingen in het zorginkoopproces. Een passende productstructuur faciliteert zorgverzekeraars en zorgaanbieders in de onderhandeling. De NZa heeft verschillende signalen ontvangen van consumenten over hoge nota s, wat heeft geleid tot gericht nader onderzoek en analyse van de productstructuur. Hierbij is gebleken dat bij een aantal zorgactiviteiten vraagtekens geplaatst konden worden bij hun rol in de productafleiding. VWS heeft NZa de opdracht gegeven per 1 januari 2016 een aantal wijzigingen door te voeren in de productstructuur die bijdragen aan het tot stand komen van reële prijzen Beschrijving situatie in 2015 Er zijn in de productstructuur vier ambulante standaardclusters met zorgactiviteiten die een rol spelen in de afleiding naar ambulante DBC-zorgproducten. Het gaat om de volgende clusters: Lichte operatieve verrichtingen Overige (diagnostische) verrichtingen Dure diagnostiek (CT, MRI) Standaard diagnostiek (X-thorax ed.) Een subtraject met een zorgactiviteit uit de eerste drie groepen leidt af naar een ambulant middel DBC-zorgproduct. Een zorgactiviteit uit het vierde cluster leidt, indien er 1-2 polikliniekbezoeken waren vastgelegd, af naar een licht ambulant DBC-zorgproduct. Pas als er meer dan twee zorgactiviteiten uit het vierde cluster worden uitgevoerd zal er naar een ambulant middel DBC-zorgproduct worden afgeleid. Vanwege de doelstelling om een eerlijke en transparante zorgnota gedeclareerd te krijgen zijn twee projecten uitgevoerd. Beide projecten hebben dezelfde doelstelling en ook een gelijksoortige aanpak. Toch zullen ze vanwege de herkenbaarheid hierna in aparte paragrafen verantwoord worden. Spoedeisende hulp (SEH) licht complexe zorg Herwaardering ambulante zorgproducten (cluster ambulant middel) Na de verantwoording over beide projecten in paragraaf en 2.6.4, vindt u in paragraaf en 0 de detailinformatie over wijzigingen in zorgactiviteiten en standaardclusters van beide projecten Spoedeisende hulp (SEH) licht complexe zorg De zorgactiviteiten die betrekking hebben op de licht-complexe SEH zorg, zijn met inhoudelijk deskundigen en vertegenwoordigers van alle brancheorganisaties (ZN, NVZ, NFU) bekeken en Nederlandse Zorgautoriteit
22 herwaardeerd. Als resultaat heeft dit een drietal SEH specifieke clusters van zorgactiviteiten opgeleverd (SEH licht ambulant, SEH middel ambulant en SEH zwaar), die afhankelijk van de zorg die de patiënt gedurende de looptijd van het subtraject heeft gekregen afleiden naar een licht, een middelzwaar of een zwaar ambulant DBC-zorgproduct. Om het project hanteerbaar en uitvoerbaar te laten zijn is de scope beperkt tot de drie voor de SEH belangrijkste zorgproductgroepen te weten: Letsel/vergiftiging/gevolgen uitwendige oorzaken - Gevolgen corpus alienum via natuurlijke lichaamsopening Letsel/vergiftiging/gevolgen uitwendige oorzaken - Letsels (excl oog/zenuw/corp aliena/bevriezing/brandwonden) Letsel/vergiftiging/gevolgen uitwendige oorzaken - Bevriezing/brandwonden/etsingen Specificaties afleiding naar zorgproducten De bovengenoemde zorgproductgroepen bevatten ieder drie ambulante DBC-zorgproducten. In de nieuwe situatie blijven deze bestaan. Wel zijn de specificaties voor de afleiding naar deze DBCzorgproducten meer in lijn gebracht zodat per 2016 de lichte en zware zorg beter van elkaar onderscheiden wordt. De afleiding naar de DBC-zorgproducten is per 2016 als volgt: Ambulant licht wordt afgeleid op basis van 1-2 consulten (incl. SEH-consult) zonder of met lichte zorgactiviteiten. Ambulant middel wordt afgeleid op basis van de lijst specifieke SEH-zorgactiviteiten met 1-2 consulten (incl. SEH-consult) of 3 of meer consulten (incl. SEH-consult) zonder specifieke SEH zorgactiviteiten. Ambulant zwaar wordt afgeleid op basis van de lijst met specifieke SEH-zorgactiviteiten met 3 of meer consulten (incl. SEH-consult), of op basis van SEH-activiteiten die als zwaar zijn aangemerkt. Zorgactiviteiten Naast de beoordeling van de zorgactiviteiten op zwaarte is een aantal zorgactiviteiten gewijzigd. Dat was nodig omdat een aantal zorgactiviteiten niet een inhoudelijke beschrijving van geleverde zorg was (conservatieve behandeling), of te breed omschreven waardoor lichte en zware zorg onder dezelfde zorgactiviteit geregistreerd wordt. Dat heeft geleid tot de volgende wijzigingen: Nieuwe zorgactiviteiten voor wondbehandeling Onderscheid in verwijdering van gezwellen en verwijdering van corpora aliena Afsluiten van zorgactiviteiten met omschrijving conservatieve behandeling fracturen/luxaties en het aanmaken van zorgactiviteiten die de behandeling beschrijven. Er is nu voor elke fractuur een specifieke zorgactiviteit voor de gesloten repositie van die fractuur. Voor een overzicht van de wijzigingen in de zorgactiviteitentabel voor dit project, zie paragraaf Herwaardering middel ambulante zorg Het tweede project dat ten behoeve van een eerlijke zorgnota is uitgevoerd is het project om de zorgactiviteiten te herwaarderen die ervoor zorgen dat er direct afgeleid wordt naar een ambulant middel DBC-zorgproduct. Het project is laat in de releasecyclus van start gegaan nadat het ministerie van VWS in december 2014 een opdrachtbrief daartoe had verstuurd aan de NZa. Nederlandse Zorgautoriteit
23 Vanwege de korte beschikbare tijd is er voor 2016 gericht gekeken naar kleine aanpassingen met een groot effect. Er is aangesloten bij eerdere meldingen aan de NZa en ook is er gekeken naar bevindingen die eerder media-aandacht hebben gekregen. De bevindingen en opbrengst van het project SEH licht complexe zorg zijn meegenomen in de aanpassing van de clusters met zorgactiviteiten voor middel ambulante zorg. De (zorg)activiteiten die betrekking hebben op de licht complexe SEH zorg zijn niet voorbehouden aan de SEH. De meeste van deze activiteiten worden in meer of mindere mate ook buiten de SEH geregistreerd. Uitgangspunt in het DBC-bekostigingssysteem is en blijft dat dezelfde zorg tot een DBC-zorgproduct met eenzelfde zwaarte dient te leiden, ongeacht of deze geleverd wordt op de SEH of op de polikliniek. De tarieven van deze DBC-zorgproducten kunnen wel verschillend zijn. De wijzigingen in de clusters ambulant middel Op basis van de hierboven beschreven uitgangspunten zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd in de clusters van zorgactiviteiten ambulant middel: Doorvertaling van project SEH naar alle zorgproductgroepen Er zijn zorgactiviteiten beëindigd die betrekking hadden op de conservatieve behandeling van letsels. In overleg met de betrokken wetenschappelijke verenigingen en inhoudelijk deskundigen is besloten dat deze door overlap met andere zorgactiviteiten geen toegevoegde waarde hadden. Buiten de SEH kwamen deze zorgactiviteiten slechts sporadisch voor in andere zorgproductgroepen. Signalen binnengekomen bij de NZa over te hoge rekeningen: voor een gedeelte kennen deze signalen overlap met de wijzigingen in het project SEH. Zorgactiviteiten met een kostprijs lager dan 50 euro die meer lijken te passen in het lichte cluster, zijn verplaatst naar het cluster dat afleidt tot licht ambulante DBC-zorgproducten. Een aantal zorgactiviteiten die in de afleiding van zorgproducten specifiek (ten behoeve van een specifieke behandeling bij een specifieke diagnose(groep) worden uitgevraagd, zijn uit het cluster middel ambulant verwijderd. Voor een totaal overzicht van de wijzigingen in zorgactiviteiten en de wijzigingen binnen de standaardclusters verwijzen wij u naar paragraaf en Wijzigingen in zorgactiviteiten De wijzigingen in zorgactiviteiten betreffen drie thema s: Wondbehandeling; Conservatieve behandelingen; Onderscheid in verwijdering van gezwellen en verwijdering van corpora aliena. De zorgactiviteiten , en beschreven alle drie wondexcisies. Er zijn meerdere knelpunten gesignaleerd bij deze zorgactiviteiten: Niet eenduidig: Bij de helpdesk van DBC-Onderhoud, bij de NZa en bij NFU/NVZ werden veel vragen gesteld over hoe deze zorgactiviteiten toe te passen en in welke situaties. De zorgactiviteiten hebben een verschillende rol in de productstructuur: De verschillende zorgactiviteiten leidden naar verschillende DBC-zorgproducten naar aanleiding van de kostprijs (ten tijde van ontwikkeling van DOT). Zorgactiviteit was ingedeeld in intensief/invasief en Nederlandse Zorgautoriteit
24 zorgactiviteiten en in overig therapeutisch, waarmee de eerste in de operatieve tak tot een product leidde en de anderen in de conservatieve tak (Ambulant middel). Setting in omschrijving: in de omschrijving werd onderscheid gemaakt naar setting,. Dat is niet wenselijk omdat de geleverde zorg en niet de setting bepalend moet zijn voor de afleiding. Per 1 januari 2016 zijn de zorgactiviteiten voor wondbehandeling herzien. Zorgactiviteiten t/m zijn beëindigd en er zijn in overleg met de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH) twee nieuwe zorgactiviteiten aangemaakt waarbij het verschil in zwaarte van de wondbehandeling beter tot zijn recht komt. Wijzigingen zorgactiviteiten wondbehandeling Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Einddatum Mutatie Poliklinische wondexcisie en wondtoilet zonder verwijzing. Onder wondexcisie en wondtoilet wordt verstaan locaalanesthesie, inspectie, reiniging, excisie en/of hechting van de wond(en). Klinische wondexcisie en wondtoilet. Onder wondexcisie en wondtoilet wordt verstaan locaalanesthesie, inspectie, reiniging, excisie en/of hechting van de wond(en). Poliklinische wondexcisie en wondtoilet na verwijzing. Onder wondexcisie en wondtoilet wordt verstaan locaalanesthesie, inspectie, reiniging, excisie en/of hechting van de wond(en). Wondbehandeling van een wond kleiner of gelijk aan 5 cm zonder wondrandexcisie. Wondbehandeling van een wond met wondrandexcisie of wondbehandeling van een wond groter dan 5 cm zonder wondrandexcisie (o.a. necrotomie, debridement) Beëindigen Beëindigen Beëindigen Nieuw Nieuw De consumentenomschrijvingen van de nieuwe zorgactiviteiten zijn: Behandelen wond kleiner of gelijk aan 5 cm waarbij onderzoek, schoonmaken, eventueel plaatselijk verdoven en eventueel hechten van de wond Behandelen wond waarbij onderzoek, schoonmaken, eventueel plaatselijk verdoven, eventueel uitsnijden, eventueel hechten van één of meerdere wonden. In de volgende tabel ziet u de wijzigingen in zorgactiviteiten voor conservatieve behandelingen. Het betreft beëindigde en nieuwe zorgactiviteiten maar ook tekstuele wijzigingen van bestaande zorgactiviteiten. Voor de consumentenomschrijvingen bij de nieuwe zorgactiviteiten en de zorgactiviteiten met een tekstuele wijziging, verwijzen wij u naar de Zorgactiviteiten Tabel v De wijzigingen zijn doorgevoerd omdat conservatieve behandeling geen inhoudelijke omschrijving van de geleverde zorg bevat. Bovendien worden bij conservatieve behandeling meestal wel inhoudelijke Nederlandse Zorgautoriteit
25 zorgactiviteiten vastgelegd (zoals aanleggen gips of repositie fractuur ). Die activiteiten moeten bepalend zijn in de afleiding. Wijzigingen zorgactiviteiten conservatieve behandelingen Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Conservatieve behandeling schouderluxatie Beëindigen Repositie schouderluxatie Tekstueel oud Gesloten repositie luxatie of fractuurdislocatie schoudergewricht Tekstueel nieuw Onbloedige repositie elleboogluxatie Tekstueel oud Gesloten repositie luxatie of fractuurdislocatie ellebooggewricht Gesloten repositie fractuur proximale radius en/of ulna Conservatieve behandeling van antebrachius fractuur, ook monteggia fractuur genoemd Conservatieve behandeling van een geisoleerde fractuur van de radiusschacht Conservatieve behandeling van een geisoleerde fractuur van de ulnaschacht of het olecranon Gesloten repositie fractuur schacht radius en/of ulna Conservatieve behandeling typische radiusfractuur, met dislocatie en repositie Conservatieve behandeling typische radiusfractuur, zonder dislocatie of fractuur van het caput radii Gesloten repositie fractuur distale radius en/of ulna Conservatieve behandeling van een of meerdere fracturen van handwortelbeentjes Gesloten repositie van een of meer fracturen van handwortelbeentjes Conservatieve behandeling luxatie perilunata Tekstueel nieuw Nieuw Beëindigen Beëindigen Beëindigen Nieuw Beëindigen Beëindigen Nieuw Beëindigen Nieuw Beëindigen Gesloten repositie luxatie of Nieuw Nederlandse Zorgautoriteit
26 Wijzigingen zorgactiviteiten conservatieve behandelingen Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie fractuurdislocatie van carpale gewrichten exclusief van carpometacarpaal gewrichten (zie ) Gesloten repositie luxatie of fractuurdislocatie van een carpometacarpaal gewricht Conservatieve behandeling van fractuur van een os metacarpale met dislocatie Conservatieve behandeling van fractuur van een os metacarpale met dislocatie, ieder volgend os metacarpale Conservatieve behandeling van fractuur van Bennett Gesloten repositie fractuur van een os metacarpale Gesloten repositie luxatie of fractuurdislocatie van een metacarpofalangeaal gewricht Conservatieve behandeling van fractuur van een grondlid van een vinger met dislocatie Conservatieve behandeling van fractuur van een grondlid van iedere volgende vinger met dislocatie Gesloten repositie van fractuur van een of meer vingers Conservatieve behandeling vinger-of duimluxatie Repositie vingerluxatie onder locale anesthesie Gesloten repositie luxatie of fractuurdislocatie van een interfalangeaal gewricht van de hand Nieuw Beëindigen Beëindigen Beëindigen Nieuw Nieuw Beëindigen Beëindigen Nieuw Beëindigen Tekstueel oud Tekstueel nieuw Repositie luxatie handwortel Tekstueel oud Gesloten repositie luxatie of fractuurdislocatie handwortel Conservatieve behandeling wervelfractuur (lichaam of boog) Tekstueel nieuw Tekstueel oud Conservatieve behandeling wervelfractuur Tekstueel nieuw Nederlandse Zorgautoriteit
27 Wijzigingen zorgactiviteiten conservatieve behandelingen Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie (lichaam of boog) exclusief conservatieve behandeling eenvoudige halswervelfractuur (zie ) Conservatieve behandeling bekkenfractuur Onbloedige repositie traumatische heupluxatie Gesloten repositie traumatische luxatie of fractuurdislocatie heupgewricht Conservatieve behandeling fractuur van het collum van het femur, respectievelijk een pertrochantere fractuur Conservatieve behandeling fractuur van het collum van het femur Conservatieve behandeling fractuur van de schacht van het femur, respectievelijk een supra- en transcondylaire fractuur Nieuw Tekstueel oud Tekstueel nieuw Beëindigen Nieuw Beëindigen Gesloten repositie fractuur schacht femur Nieuw Gesloten repositie supra- of transcondylaire femur fractuur Conservatieve behandeling patella fractuur Repositie patellaluxatie inclusief behandeling met gips Gesloten repositie luxatie of fractuurdislocatie patella Conservatieve behandeling intraarticulaire tribiaplateau fractuur Gesloten repositie intra-articulaire tibiaplateau fractuur Conservatieve behandeling fractuur van de fibulaschacht Conservatieve behandeling fractuur van de tibiaschacht Conservatieve behandeling fractuur van de tibia- en fibulaschacht Gesloten repositie fractuur schacht tibia en/of fibula Nieuw Beëindigen Tekstueel oud Tekstueel nieuw Beëindigen Nieuw Beëindigen Beëindigen Beëindigen Nieuw Bimalleolaire breuk, conservatief Beëindigen Nederlandse Zorgautoriteit
28 Wijzigingen zorgactiviteiten conservatieve behandelingen Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie (eventueel trimalleolair) Gesloten repositie bimalleolaire fractuur Nieuw Conservatieve behandeling fractuur van de malleolus Gesloten repositie fractuur van de malleolus Repositie enkelluxatie met totale dislocatie van de talus Repositie enkelluxatie met gips of anderszins Gesloten repositie luxatie of fractuurdislocatie bovenste- en/of onderste spronggewricht Conservatieve behandeling fractuur van een of meerdere ossa metatarsale Gesloten repositie fractuur van een of meer ossa metatarsale Conservatieve behandeling calcaneusfractuur Beëindigen Nieuw Beëindigen Tekstueel oud Tekstueel nieuw Beëindigen Nieuw Beëindigen Gesloten repositie calcaneusfractuur Nieuw Conservatieve behandeling fractuur van een of meerdere voetwortelbeenderen Gesloten repositie fractuur van een of meer voetwortelbeenderen exclusief calcaneus (zie ) Gesloten repositie luxatie of fractuurdislocatie tarsometatarsaal gewricht Gesloten repositie luxatie of fractuurdislocatie van een metatarsofalangeaal gewricht Conservatieve behandeling met gips van fractuur van de grote teen Gesloten repositie van fractuur van de grote teen Conservatieve behandeling fractuur van een of meerdere tenen van een voet Beëindigen Nieuw Nieuw Nieuw Beëindigen Nieuw Beëindigen Gesloten repositie van fractuur van een of Nieuw Nederlandse Zorgautoriteit
29 Wijzigingen zorgactiviteiten conservatieve behandelingen Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie meer tenen exclusief gesloten repositie van fractuur van de grote teen (zie ) Gesloten repositie luxatie of fractuurdislocatie van een interfalangeaal gewricht van de voet Nieuw Intra-articulaire injectie Nieuw Zorgactiviteit is beëindigd omdat de omschrijving veel te ruim was (zowel corpora aliena als poliepen). Het verwijderen van een corpus alienum is een kleine eenvoudige handeling waarvoor geen zorgactiviteit nodig is. Het verwijderen van poliepen in de gehoorgang is nu ruimer omschreven zodat ook het verwijderen van overige aandoeningen van de uitwendige gehoorgang hieronder geregistreerd kunnen worden. Echter, het betreft aandoeningen aan de uitwendige gehoorgang en niet corpora aliena. Bovendien is excisie nu expliciet in de omschrijving opgenomen. Het verwijderen van oorsmeer, corpora aliena met zuigers, pincetten e.d. valt hier dus niet onder. Wijzigingen zorgactiviteiten corpora alinea Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Verwijdering uit de gehoorgang van een of meerdere poliepen of corpora aliena Excisie van aandoening uitwendige gehoorgang exclusief verwijderen exostosen (zie ) Beëindigen Nieuw De consumentenomschrijving van de nieuwe zorgactiviteit is Verwijderen van een aandoening van de uitwendige gehoorgang met het maken van een snede Wijzigingen in de standaardclusters van zorgactiviteiten De standaardclusters van zorgactiviteiten zijn aangepast om twee redenen: Wijziging als gevolg van beëindigen of introduceren van zorgactiviteiten; Verplaatsten van zorgactiviteiten naar Het (lichtere) cluster Routine onderzoek dat per 1 januari 2016 is hernoemd in Routine onderzoek / Ingreep licht. In onderstaande tabel staat per zorgactiviteit aangegeven welke wijziging is doorgevoerd ten aanzien van de standaardclusters. Zorgactiviteit Omschrijving Wijziging Verwijdering uit de gehoorgang van een of meerdere poliepen of corpora aliena. is afgesloten Caustische behandeling van het neusslijmvlies. naar lichtere cluster Behandeling van een neusbloeding met tamponade van voren. naar lichtere cluster Nederlandse Zorgautoriteit
30 Zorgactiviteit Omschrijving Wijziging Plaatsen spiraal (IUD, IUS). naar lichtere cluster Cardiotocografie. naar lichtere cluster Aanleggen zinklijmverband. naar lichtere cluster Op.verw. gezwellen uitgaande van cutis, subcutis en/of onderhuids vet- en bindweefsel of verwijderen corpora aliena, inwendige metalen hechtingen, apparaat volgens Ton e.d. dmv excisie. Proefexcisie (stans of mes), al of niet met coagulatie met de hyfrecator exclusief het pathologisch onderzoek. Poliklinische wondexcisie en wondtoilet zonder verwijzing. Onder wondexcisie en wondtoilet wordt verstaan locaalanesthesie, inspectie, reiniging, excisie en/of hechting van de wond(en). naar lichtere cluster naar lichtere cluster is afgesloten Poliklinische wondexcisie en wondtoilet na verwijzing. Onder wondexcisie en wondtoilet wordt verstaan locaalanesthesie, inspectie, reiniging, excisie en/of hechting van de wond(en). is afgesloten Wondbehandeling van een wond kleiner of gelijk aan 5 cm zonder wondrandexcisie. nieuwe zorgactiviteit (lichte cluster) Wondbehandeling van een wond met wondrandexcisie of wondbehandeling van een wond groter dan 5 cm zonder wondrandexcisie (o.a. necrotomie, debridement). nieuwe zorgactiviteit (cluster Overige ingrepen) Conservatieve brandwondbehandeling. naar lichtere cluster Coagulatie maligne uitwendige tumoren, alsmede de weinig tijdrovende coagulatie van kleinere tumoren van rectum, vulva of mondholte. naar lichtere cluster Manuele spiertest, beperkt. naar lichtere cluster Manuele spiertest, uitgebreid. naar lichtere cluster Specialistische orthopedische begeleiding van dansers of musici in een daartoe gesprecialiseerd centrum. Injectie LHRH (Luteinizing Hormone-Releasing Hormone)- analoog/antagonist. naar lichtere cluster naar lichtere cluster Fluorescentie-angiografie. naar lichtere cluster Desensibilisatiekuur per injectie. naar lichtere cluster Neurologische behandeling en begeleiding MS-patiënten, waarbij een intensief arts-patiëntencontact plaatsvindt Onderzoek naar de arteriële obstructies van de extremiteiten. Geregistreerde bloeddrukmeting aan armen en/of benen of penis, gebruik makend van continuous wave (CW) doppler of plethysmografische appar Onderzoek van veneuze afwijkingen aan de extremiteiten. Het registreren van veneuze continuous wave doppler signalen met inbegrip van proximale en distale compressietests en/of vasalva manoeuvres en/o naar lichtere cluster naar lichtere cluster naar lichtere cluster Doorgankelijkheidstest traanwegen (ANEL-test). naar lichtere cluster Afnemen corneakweek. naar lichtere cluster Intra-arteriële bloeddrukmeting. naar lichtere cluster Het inbrengen van een verblijfnaald ter verkrijging van arterieel bloed voor onderzoek naar po2, ph en pco2 voor en tijdens inademen van zuurstof. Het inbrengen van een verblijfnaald ter verkrijging van arterieel bloed voor onderzoek naar po2 en pco2 in rust en tijdens inspanning, zonodig ook na naar lichtere cluster naar lichtere cluster Nederlandse Zorgautoriteit
31 Zorgactiviteit Omschrijving Wijziging inademen van zuurstof Behandeling middels CPAP of BiPAP. naar lichtere cluster Eenvoudige kwantitatieve analyse electromyografisch (EMG). naar lichtere cluster Begeleiding van patiënten tijdens de behandeling met chemotherapie bij niet-oncologische diagnosen. naar lichtere cluster Begeleiding van patiënten tijdens de behandeling met immunotherapie. naar lichtere cluster Ambulante behandeling van ulcera cruris door middel van compressietherapie. naar lichtere cluster Echografie van de schildklier en/of hals. naar lichtere cluster Echografie van de buikorganen. naar lichtere cluster 2.7 Integrale zorgproducten transplantatiezorg Referentienummers: 1496, Eindproducten: ARDT, ARGT, ETL, ZA, ZP, ZPG, NR, RA, TT, DCT, RDZT, WBMV Specialismen: 0303 Heelkunde; 0313 inwendige geneeskunde; 0316 kindergeneeskunde; 0318 gastroenterologie (MDL); 0362 radiologie Zorgproductgroep: Aanleiding Transplantatiezorg is zeer complexe zorg waar vaak meerdere specialismen en zorginstellingen bij de behandeling van een patiënt betrokken zijn. Het DBC-pakket 2016 is hier beter op ingericht. Er is niet langer sprake van specifieke zorgproducten per specialisme, maar een set van integrale zorgproducten die beter aansluiten bij de zorgbehoefte van de patiënt Uitwerking Er zijn wijzigingen doorgevoerd in nagenoeg alle onderdelen van het DBC-pakket, namelijk zorgactiviteiten, diagnosetyperingen, de productstructuur en tarieven. Met de invoering van de integrale zorgproducten worden de trajecten van de chirurg en beschouwende specialist(en) samengevoegd en zijn aparte zorgactiviteiten voor de beschouwend specialist en snijdend specialist (chirurg) niet meer relevant. Daarom zijn er nieuwe uniforme zorgactiviteiten aangemaakt voor de afleiding van een integraal zorgproduct. Daarnaast is in de nieuwe structuur onderscheid gemaakt tussen de WBMV-zorg zoals wordt verleend vanuit transplantatiecentra en de niet WBMV-zorg die in perifere ziekenhuizen kan plaatsvinden. Om dit mogelijk te maken zijn een aantal zorgactiviteiten aangepast en zijn de diagnosetypering geüniformeerd. Voor enkele nieuwe activiteiten is een zorgactiviteit geïntroduceerd waaronder de transplantectomie. De huidige uitzondering voor de transplantatiezorg op de afsluitregels blijft bestaan. Nederlandse Zorgautoriteit
32 Openings- en afsluitregels Uitgaande van een en dezelfde zorgvraag en de ontwikkelde integrale zorgproducten voor de transplantatiezorg mag door slechts één transplantatiespecialisme een transplantatiezorgtraject geopend worden; het is dus niet toegestaan om een apart transplantatiezorgtraject te openen voor zowel de beschouwer als de snijder. Eventuele intercollegiale consultatie en medebehandeling van andere specialismen in het kader van de transplantatiezorgvraag maakt onderdeel uit van het door het transplantatiespecialisme geopende transplantatiezorgtraject. Hiervoor wordt dus geen apart ICC- of medebehandelingszorgtraject geopend. Uiteraard is het wel mogelijk een zorgtraject te openen voor een ICC (ZT13) of medebehandeling (ZT11) bij een niet-transplantatiegerelateerde zorgvraag. In dat geval dient het ICC subtraject getypeerd te worden met de van toepassing zijnde diagnosecode en niet de algemene ICCdiagnosecode. Voor orgaantransplantatietrajecten (exclusief hart-, long- en hartlongtransplantaties) voor ontvangers wordt door één specialisme een zorgtraject geopend, eventueel parallel aan het zorgtraject voor de onderliggende aandoening. De volgende fasen worden bij transplantatietrajecten onderscheiden: fase 1: pre-transplantatie fase/screening ontvangers; fase 2: transplantatiefase ontvangers; fase 3: posttransplantatie fase/nazorg ontvangers. Een fase wordt op de 120e dag na opening van het subtraject afgesloten tenzij eerder een andere fase aanbreekt. In dat geval wordt het subtraject gesloten één dag voor de dag van de andere fase. Ook bij het opnieuw starten van fase 1, fase 2 of fase 3, wordt het voorafgaande transplantatiesubtraject afgesloten één dag voor de dag dat fase 1, fase 2 of fase 3 start. Voor donortransplantatietrajecten wordt door één specialisme een zorgtraject geopend. De volgende drie fasen worden bij transplantatietrajecten onderscheiden: fase 1: pre-transplantatie fase/screening donoren; fase 2: transplantatiefase donoren; fase 3: posttransplantatie fase/nazorg donoren. Een fase wordt op de 120e dag na opening van het subtraject afgesloten tenzij eerder een andere fase aanbreekt. In dat geval wordt het subtraject gesloten één dag voor de dag van de nieuwe/andere fase. Door de nieuwe uitzondering voor orgaantransplantatiezorg is de oorspronkelijke uitzonderingsregel voor orgaantransplantatiezorg alleen nog geldig voor hart-, long- en hartlongtransplantaties. Dit zijn de regels Begeleiding hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg door beschouwende specialismen en Hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg snijdende specialismen. Naar aanleiding van deze wijzigingen (en die in zorgactiviteiten) zijn ook de Afsluitreden Tabel en de Afsluitregels Tabel gewijzigd. Zorgactiviteiten Er is een groot aantal wijzigingen doorgevoerd in de zorgactiviteiten voor transplantatiezorg. Zo komen de fasen van transplantatiezorg (screening, begeleiding, operatieve fase en nazorg) tot Nederlandse Zorgautoriteit
33 uitdrukking in de differentiatie van zorgactiviteiten. Daarnaast is alleen nog voor de operatieve fase onderscheid gemaakt naar welk(e) orgaan (organen) het betreft. Voor de fase-zorgactiviteiten, screening en begeleiding is dit onderscheid niet gemaakt, omdat uit de diagnosetypering blijkt welk(e) orgaan/organen het betreft. De volgende zorgactiviteiten zijn beëindigd: Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Screening niertransplantatie ontvanger Preoperatief niertransplantatie ontvanger door operateur Screening levertransplantatie ontvanger Preoperatief totale levertransplantatie ontvanger door operateur Preoperatief partiële levertransplantatie ontvanger door operateur Screening lever- en niertransplantatie ontvanger Screening pancreastransplantatie ontvanger Preoperatief pancreastransplantatie ontvanger door operateur Screening nier- en pancreastransplantatie ontvanger Preoperatief nier- en pancreastransplantatie ontvanger door operateur Screening eilandjestransplantatie ontvanger Preoperatief eilandjestransplantatie ontvanger door operateur Screening darmtransplantatie ontvanger Preoperatief darmtransplantatie ontvanger door operateur Begeleiding niertransplantatie ontvanger Begeleiding levertransplantatie ontvanger Begeleiding lever- en niertransplantatie ontvanger Begeleiding pancreastransplantatie ontvanger Begeleiding nier- en pancreastransplantatie ontvanger Begeleiding eilandjestransplantatie ontvanger Begeleiding darmtransplantatie ontvanger Nazorg niertransplantatie ontvanger Nederlandse Zorgautoriteit
34 Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Nazorg niertransplantatie donor Nazorg partiële levertransplantatie donor Nazorg partiële darmtransplantatie donor Postoperatief niertransplantatie ontvanger door operateur Nazorg levertransplantatie ontvanger Postoperatief totale levertransplantatie ontvanger door operateur Postoperatief partiële levertransplantatie ontvanger door operateur Nazorg lever- en niertransplantatie ontvanger Begeleiding partiële darmtransplantatie donor Postoperatief darmtransplantatie levende donor door operateur Postoperatief eilandjestransplantatie ontvanger door operateur Nazorg eilandjestransplantatie ontvanger Postoperatief nier- en pancreastransplantatie ontvanger door operateur Nazorg nier- en pancreastransplantatie ontvanger Postoperatief pancreastransplantatie ontvanger door operateur Nazorg pancreastransplantatie ontvanger Postoperatief darmtransplantatie ontvanger door operateur Nazorg darmtransplantatie ontvanger Screening niertransplantatie donor Preoperatief niertransplantatie levende donor door operateur Screening partiële levertransplantatie donor Preoperatief partiële levertransplantatie levende donor door operateur Screening partiële darmtransplantatie donor Preoperatief darmtransplantatie levende donor door operateur Begeleiding niertransplantatie donor Begeleiding partiële levertransplantatie donor Nederlandse Zorgautoriteit
35 Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Postoperatief niertransplantatie levende donor door operateur Postoperatief levertransplantatie levende donor door operateur De nieuwe zorgactiviteiten: Zorgactiviteit Omschrijving ZPK WBMVcode Aanspraakcode Ingangsdatum Initiële screening voorbereidend onderzoek orgaantransplantatie ontvanger exclusief screening hart- en/of longtransplantatie ontvanger (zie t/m ) Initiële screening besluitvormend orgaantransplantatie ontvanger exclusief screening hart- en/of longtransplantatie ontvanger (zie t/m ) Initiële screening voorbereidend onderzoek orgaantransplantatie donor Initiële screening besluitvormend orgaantransplantatie donor Screening patiënten wachtlijst orgaantransplantatie ontvanger exclusief screening hart- en/of longtransplantatie ontvanger (zie t/m ) Operatieve fase orgaantransplantatie ontvanger exclusief begeleiding bij hart- en/of longtransplantatie ontvanger (zie t/m ) Operatieve fase orgaantransplantatie donor Transplantatieteambespreking Nazorg regulier orgaantransplantatie ontvanger exclusief nazorg hart- en/of longtransplantatie ontvanger (zie t/m ) Nazorg met specifieke controles orgaantransplantatie ontvanger exclusief nazorg hart- en/of longtransplantatie ontvanger (zie t/m ) Nazorg regulier orgaantransplantatie donor Expertise op afstand voor transplantatiezorg bij kinderen exclusief bij hart- en/of longtransplantatie Nederlandse Zorgautoriteit
36 Zorgactiviteit Omschrijving ZPK WBMVcode Aanspraakcode Ingangsdatum Lever-, darm- en pancreastransplantatie ontvanger Transplantectomie Lever- en pancreastransplantatie ontvanger Voor de nieuwe zorgactiviteit Lever-, darm- en pancreastransplantatie ontvanger is in overleg met het Ministerie van VWS WBMV-code 2952 Zorgactiviteiten Lever-, dunne darm-, en pancreastransplantatie uitgegeven en voor zorgactiviteit Lever- en pancreastransplantatie ontvanger is WBMV-code 2951 Zorgactiviteiten Lever-, en pancreastransplantatie Art.2. uitgegeven. Diagnosetyperingen Van 39 diagnosetyperingen is de omschrijving gewijzigd: 0303 heelkunde 551 Darmtransplantatietraject ontvanger 552 Darmtransplantatietraject donor 553 Eilandjestransplantatietraject ontvanger 554 Levertransplantatietraject ontvanger 555 Partiële levertransplantatietraject ontvanger 556 Partiële levertransplantatietraject donor 557 Niertransplantatietraject ontvanger 558 Niertransplantatietraject donor 559 Nier- en pancreastransplantatietaject ontvanger 560 Pancreastransplantatietraject ontvanger 561 Lever- en niertransplantatietraject ontvanger 0313 inwendige geneeskunde 070 Darmtransplantatietraject ontvanger 071 Darmtransplantatietraject donor 072 Eilandjestransplantatietraject ontvanger 073 Levertransplantatietraject ontvanger 074 Partiële levertransplantatietraject ontvanger 075 Partiële levertransplantatietraject donor 076 Niertransplantatietraject ontvanger 077 Niertransplantatietraject donor 078 Nier- en pancreastransplantatietaject ontvanger Nederlandse Zorgautoriteit
37 079 Pancreastransplantatietraject ontvanger 081 Lever- en niertransplantatietraject ontvanger 0316 kindergeneeskunde 7901 Darmtransplantatietraject ontvanger 7902 Darmtransplantatietraject donor 7903 Eilandjestransplantatietraject ontvanger 7904 Levertransplantatietraject ontvanger 7905 Partiële levertransplantatietraject ontvanger 7906 Partiële levertransplantatietraject donor 7907 Niertransplantatietraject ontvanger 7908 Niertransplantatietraject donor 7909 Nier- en pancreastransplantatietaject ontvanger 7910 Pancreastransplantatietraject ontvanger 7911 Lever- en niertransplantatietraject ontvanger 0318 gastro-enterologie (MDL) 761 Darmtransplantatietraject ontvanger 762 Darmtransplantatietraject donor 763 Levertransplantatietraject ontvanger 764 Partiële levertransplantatietraject ontvanger 765 Partiële levertransplantatietraject donor 766 Lever- en niertransplantatietraject ontvanger Er zijn acht nieuwe diagnosetyperingen geïntroduceerd voor gecombineerde transplantaties: 0303_562 Lever- en pancreastransplantatietraject ontvanger 0303_563 Lever-, pancreas- en darmtransplantatietraject ontvanger 0313_082 Lever- en pancreastransplantatietraject ontvanger 0313_083 Lever-, pancreas- en darmtransplantatietraject ontvanger 0316_7923 Lever- en pancreastransplantatietraject ontvanger 0316_7924 Lever-, pancreas- en darmtransplantatietraject ontvanger 0318_767 Lever- en pancreastransplantatietraject ontvanger 0318_768 Lever-, pancreas- en darmtransplantatietraject ontvanger Tot slot is één nieuwe diagnosetypering aangemaakt voor radiologie, voor eilandjestransplantatie: 0362_400 Eilandjestransplantatietraject ontvanger Er is een bestaande diagnosetypering voor pancreas (0362_334). De radioloog transplanteert niet de pancreas maar spuit de eilandjes van Langerhans in (onderdeel van de pancreas). Om de betreffende diagnose inhoudelijk correcter weer te geven is deze nieuwe diagnose geïntroduceerd. Nederlandse Zorgautoriteit
38 Productstructuur Zorgproductgroep is in zijn geheel opnieuw opgebouwd met de nieuwe en gewijzigde diagnosetypering en de nieuwe zorgactiviteiten. Ook is de naam van deze zorgproductgroep gewijzigd, hieraan is de eilandjestransplantatie toegevoegd. De nieuwe naam van zorgproductgroep luidt Nier-/lever-/darm-/eilandjes-/pancreastransplantatie (incl WBMV). Er is onderscheid gemaakt tussen de zorg voor de ontvanger en zorg voor de levende donor. Beiden hebben een eigen zorgtraject en er zijn aparte DBC-zorgproducten voor geïntroduceerd. Bij de uitwerking van de DBC-zorgproducten zijn de drie te onderscheiden fasen binnen de transplantatiezorg als uitgangspunt genomen: Screening inclusief follow-up wachtlijstperiode Transplantatie / operatieve fase Nazorg Voor de drie fasen zijn specifieke DBC-zorgproducten ontwikkeld waarbij onderscheid is gemaakt naar de zorg (waaronder de WBMV-zorg) die is voorbehouden aan de transplantatiecentra en de overige niet-wbmv zorg die in de periferie kan plaatsvinden. Ten aanzien van de ontvanger is in de productstructuur onderscheid gemaakt in de kindzorg en volwassenenzorg. Ten aanzien van de donor is dit onderscheid niet relevant. Het onderscheid in de productstructuur (afleiding) wordt gemaakt op basis van de AGB-code van de behandelend hoofdspecialist waarbij de trajecten van de kinderarts afleiden naar aparte kinderzorgproducten voor zowel de screening, transplantatiefase als de nazorg. In de Zorgproductenviewer (zorgproductenviewer.nza.nl) kunt u de nieuwe zorgproductgroep zien. Bovendien vindt u op de website werkenmetdbcs.nza.nl de Conversietabel RZ15-RZ16 waarin u kunt zien waar de transplantatiezorg-trajecten uit 2015 in de nieuwe productstructuur per 2016 zullen landen. Diagnose Combinatie Tabel Voor Radiologie is de nieuwe diagnose voor eilandjestransplantatie 0362_400 als identieke combinatie aan de diagnosecombinatie tabel toegevoegd. 2.8 Zorgprestaties wervelkolombehandeling Referentienummers: 1402, 1426, 1634, , Eindproducten: ARGT, ZA, ZP, NR, RA, TT Specialismen: 0305 orthopedie; 0308 neurochirurgie Zorgproductgroepen: ; ; ; ; ; ; ; Aanleiding Bij de ontwikkeling van de huidige productstructuur (bij de introductie van DOT per 2012) is voor de productafleiding van behandeltrajecten voor aandoeningen aan de wervelkolom een zogenaamd wervelkolomsjabloon ontwikkeld. Dit sjabloon bevat zeven verschillende soorten DBC-zorgproducten voor wervelkolomoperaties (zeer complex, complex, zwaar, middelzwaar wo Hernia cervicalis, middelzwaar wo recidief HNP, middelzwaar wo HNP/ laminectomie, overig (zeer) zwaar) en een DBCzorgproduct voor conservatieve behandeltrajecten (Diagnosen/ behandeling wervelkolom Nederlandse Zorgautoriteit
39 conservatief), en dit in varianten met en varianten zonder verpleegdagen. Dit sjabloon is ingebouwd in negen verschillende zorgproductgroepen (namelijk , , , , , , , en ). De zorgproductindeling en de afleidingscriteria in deze zorgproductengroepen waren toe aan verbeteringen, omdat: Een groot aantal DBC-zorgproducten voor wervelkolombehandeling werd niet of nauwelijks gebruikt (42). De afleidingscriteria waren verschillend voor de specialismen neurochirurgie en orthopedie, waardoor er verschillende DBC-zorgproducten (met een verschillend tarief) konden worden afgeleid voor dezelfde zorg. Binnen de conservatieve DBC-zorgproducten bestond overlap in de prestatieomschrijvingen. Waar de diagnosen van neurochirurgie in enkele gevallen een directe rol speelden bij de afleiding van operatieve DBC-zorgproducten, zijn de uitgevoerde verrichtingen bepalend geworden voor de productafleiding, voor zowel de orthopedische als de neurochirurgische behandeltrajecten. Daar waar zorgactiviteiten ontbraken, zijn deze toegevoegd. In aansluiting op het project beoordeling relevantie zorgproducten (paragraaf 2.4) zijn ook de DBCzorgproducten voor behandelingen aan de wervelkolom geëvalueerd. In de volgende paragraaf leest u meer over de wijzigingen in de productstructuur Uitwerking Dit project heeft geleid tot wijzigingen in zorgactiviteiten, de productstructuur en diagnosetyperingen. Zorgactiviteiten De bestaande zorgactiviteit (re)spondylodese 1 segment is opgesplitst. Het fixeren van de craniocervicale overgang (C0-C1) of van de hoogste cervicale wervels (C1-C2) is namelijk dusdanig zwaarder van aard dan andere fixaties van 1 segment, dat een nadere specificering met zorgactiviteiten noodzakelijk was. Daarnaast wordt in sommige gevallen bij (re)spondylodese van 1 segment via één incisie in de rug- of buikzijde zowel de voor- als de achterkant van de wervel vastgezet met pennen, schroeven en/of cage(s). Dit is ook een zwaardere ingreep dan beschreven was met de zorgactiviteit voor spondylode van 1 segment. De huidige zorgactiviteit voor (re)spondylodese van 1 segment is daarom beëindigd, en hiervoor zijn drie nieuwe zorgactiviteiten in de plaats gekomen. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Eind- datum Mutatie (Re)spondylodese 1 segment Beëindigen ivm opsplitsen (Re)spondylodese 1 segment, fixatie van craniocervicale overgang (C0-C1) of hoogste cervicale wervels (C1-C2) Nieuw (Re)spondylodese 1 segment, fixatie voorste Nieuw Nederlandse Zorgautoriteit
40 Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Eind- datum Mutatie of achterste pijlers van C2-C3 of van lager gelegen wervels (voor circumferent via 1 incisie zie ) Circumferente (re)spondylodese 1 segment, fixatie van C2-C3 of van lager gelegen wervels via 1 incisie (bij meer incisies zie ) Nieuw In verband met vermelding op de nota, hebben de drie nieuwe zorgactiviteiten ook een consumentenomschrijving gekregen: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving (Opnieuw) aan elkaar vastzetten van de bovenste wervel aan de schedel of de bovenste twee wervels (Opnieuw) aan elkaar vastzetten van wervels gelegen onder de hoogste nekwervels, op één niveau (Opnieuw) rondom vastzetten van wervels gelegen onder de hoogste nekwervels, op één niveau, via één insnijopening. Met deze wijziging is er dus ook een tweede variant voor circumferente sponsylodese bijgekomen (voor fixatie van 1 segment via 1 incisie). De bestaande zorgactiviteit voor circumferente spondylodese gaat uit van incisies in zowel buik- als rugzijde voor gelijktijdige fixatie van zowel de voor- als de achterkant van de wervel, vandaar dat het minimaal aantal incisies hierin is beschreven. Dit wordt benadrukt door een tekstuele wijziging. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Eind- datum Mutatie Circumferente spondylodese (360 graden fusie middels 2 of meer incisies) Tekstueel oud Circumferente (re)spondylodese via 2 of meer incisies Tekstueel nieuw Productstructuur De volgende 10 zorgactiviteiten zijn verplaatst naar een andere zwaartegroep van operaties aan de wervelkolom. Dat betekent dat per 2016 subtrajecten met deze zorgactiviteiten afleiden naar andere DBC-zorgproducten dan in Zorgactiviteit Omschrijving Mutaties in Oper wervelkolom zwaartegroepen Thoracale discectomie anterieur. Verplaatst VAN middelzwaar HNP/laminectomie NAAR zeer complex Resectie os sacrum/os coccygis met spondylodese. Verplaatst VAN zwaar NAAR zeer complex Nederlandse Zorgautoriteit
41 Zorgactiviteit Omschrijving Mutaties in Oper wervelkolom zwaartegroepen Vertebrectomie cervicaal met spondylodese. Verplaatst VAN zwaar NAAR complex Vertebrectomie thoracaal met spondylodese. Verplaatst VAN zwaar NAAR complex Vertebrectomie lumbaal met spondylodese. Verplaatst VAN zwaar NAAR complex Thoracale discectomie posterolateraal. Verplaatst VAN middelzwaar HNP/laminectomie NAAR zwaar Extirpatie os coccygis Toegevoegd AAN middelzwaar wo HNP/ laminectomie (Re)spondylodese 1 segment, fixatie van craniocervicale overgang (C0-C1) of hoogste cervicale wervels (C1-C2) (Re)spondylodese 1 segment, fixatie voorste-of achterste pijlers van C2-C3 of van lager gelegen wervels Circumferente (re)spondylodese 1 segment, fixatie van C2-C3 of van lager gelegen wervels via 1 incisie (bij meer incisies zie ). Toegevoegd AAN complex Toegevoegd AAN zwaar Toegevoegd AAN complex Er zijn 42 DBC-zorgproducten beëindigd per 2016 omdat deze niet of nauwelijks werken geregistreerd. DBC-zorgproduct Omschrijving Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Met VPLD Infectie overig Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Zonder VPLD Infectie overig Oper wervelkolom middelzwaar wo recidief HNP Met VPLD Infectie overig Oper wervelkolom middelzwaar wo recidief HNP Zonder VPLD Infectie overig Oper wervelkolom overig (zeer) zwaar Met VPLD Infectie overig Oper wervelkolom overig (zeer) zwaar Zonder VPLD Infectie overig Conservatieve behandeling wervelkolom Klin Infectie overig Conservatieve behandeling wervelkolom Niet klin Infectie overig Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Zonder VPLD Nieuwv maligne bot/kraakb/weke delen Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Met VPLD Nieuwv maligne bot/kraakb/weke delen Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Met VPLD Nieuwv meningen/hersenen/zenuwstelsel Nederlandse Zorgautoriteit
42 DBC-zorgproduct Omschrijving Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Zonder VPLD Nieuwv meningen/hersenen/zenuwstelsel Oper wervelkolom overig (zeer) zwaar Met VPLD Nieuwv meningen/hersenen/zenuwstelsel Oper wervelkolom overig (zeer) zwaar Zonder VPLD Nieuwv meningen/hersenen/zenuwstelsel Conservatieve behandeling wervelkolom Klin Nieuwv meningen/hersenen/zenuwstelsel Conservatieve behandeling wervelkolom Niet klin Nieuwv meningen/hersenen/zenuwstelsel Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Met VPLD Nieuwv benigne/onbek ov/nno Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Zonder VPLD Nieuwv benigne/onbek ov/nno Oper wervelkolom overig (zeer) zwaar Met VPLD Nieuwv benigne/onbek ov/nno Oper wervelkolom overig (zeer) zwaar Zonder VPLD Nieuwv benigne/onbek ov/nno Conservatieve behandeling wervelkolom Klin Nieuwv benigne/onbek ov/nno Conservatieve behandeling wervelkolom Niet klin Nieuwv benigne/onbek ov/nno Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Met VPLD Congenitaal botspierstelsel Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Zonder VPLD Congenitaal botspierstelsel Oper wervelkolom middelzwaar wo recidief HNP Met VPLD Congenitaal botspierstelsel Oper wervelkolom middelzwaar wo recidief HNP Zonder VPLD Congenitaal botspierstelsel Conservatieve behandeling wervelkolom Klin Congenitaal botspierstelsel Conservatieve behandeling wervelkolom Niet klin Congenitaal botspierstelsel Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Met VPLD Congenitaal overig Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Zonder VPLD Congenitaal overig Oper wervelkolom middelzwaar wo recidief HNP Met VPLD Congenitaal overig Oper wervelkolom middelzwaar wo recidief HNP Zonder VPLD Congenitaal overig Oper wervelkolom overig (zeer) zwaar Met VPLD Congenitaal overig Oper wervelkolom overig (zeer) zwaar Zonder VPLD Congenitaal overig Conservatieve behandeling wervelkolom Klin Congenitaal overig Conservatieve behandeling wervelkolom Niet klin Congenitaal overig Nederlandse Zorgautoriteit
43 DBC-zorgproduct Omschrijving Conservatieve behandeling wervelkolom Klin Letsel complicatie behandeling Conservatieve behandeling wervelkolom Niet klin Letsel complicatie behandeling Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Met VPLD Letsel overig Oper wervelkolom middelzwaar wo Hernia cervicalis Zonder VPLD Letsel overig Conservatieve behandeling wervelkolom Klin Letsel overig Conservatieve behandeling wervelkolom Niet klin Letsel overig Voor vijf diagnosetyperingen en één zorgactiviteit is de afleiding in de productstructuur gewijzigd. Onderstaande tabel beschrijft de situatie per Diagnosetypering Omschrijving Leidt af naar: 308_2130 tumor wervelkolom: conservatieve behandeling Algemene tak conservatieve producten, in zorgproductgroep _2210 vasculaire afwijking wervelkolom/ruggemerg: conservatieve behandeling Algemene tak conservatieve producten, in zorgproductgroep _2301 trauma wervelkolom: conservatieve behandeling 308_2401 infectie wervelkolom conservatieve behandeling, incl. punctie Algemene tak conservatieve producten, in zorgproductgroep Algemene tak conservatieve producten, in zorgproductgroep _ congenitale afwijkingen wervelkolom, conservatieve behandeling Conservatieve behandeling deformiteit wervelkolom (scoliose en kyfose). Specifieke tak voor Overige congenitale aandoeningen, in zorgproductgroep Specifieke tak voor Overige congenitale aandoeningen, in zorgproductgroep Klinische genetica Referentienummers: , Eindproducten: ARGT, ETL, ZA, ZP, NR, RA, RDZT, TT Specialismen: 0390 klinische genetica, 0307 gynaecologie Zorgproductgroepen: ; ; ; ; ; ; ; Aanleiding Rondom de registratie en declaratie van erfelijkheidsadvisering zijn diverse knelpunten aangekaart, deels ook naar aanleiding van het verkorten van de maximale doorlooptijd. De prestaties riepen ook vragen op bij zorginkoop en controle: De zorgactiviteiten voor erfelijkheidsadviezen omvatten feitelijk een pakketje van zorg die verspreid over een langere periode geleverd kan worden. Deze invulling was suboptimaal: Nederlandse Zorgautoriteit
44 o De geleverde zorg werd niet transparant weergegeven in de tijd en inzicht in contactmomenten en de inzet van maatschappelijk werk ontbrak. De werkwijze riep ook vragen op over het moment van registratie. Ook leidden subtrajecten met een langere doorlooptijd dan 120 dagen tot uitval. Er waren slechts twee prestaties voor erfelijkheidsadvisering (enkelvoudig / complex), die qua inhoud onvoldoende aan leken te sluiten bij de zorgzwaarte categorieën van de praktijk Uitwerking Er is een nieuwe productindeling gemaakt met grotendeels nieuwe zorgactiviteiten. Bij deze nieuwe indeling is uitgegaan van verschillen in complexiteit en inzet voor verschillende typen adviesvragen. Naast de bestaande zorgactiviteit voor enkelvoudig erfelijkheidsadvies zijn er nieuwe zorgactiviteiten geïntroduceerd, welke typerend zijn voor DBC-zorgproducten in drie verschillende zwaartecategorieën: eenvoudig, middelmatig complex en complex. De zorgactiviteit voor complex erfelijkheidsadvies is vervallen. Hierna wordt toegelicht wat wordt verstaan onder eenvoudig, middelmatig complex en complex erfelijkheidsadvies. Eenvoudig: Enkelvoudig erfelijkheidsadvies. De verrichtingen beperken zich tot de voorbereiding, het gesprek zelf inclusief het opmaken van een stamboom, counseling en daarna afronding met een brief aan adviesvragers en aan verwijzers. Er is geen vervolgonderzoek nodig zoals bij ondergenoemde erfelijkheidsonderzoeken. Erfelijkheidsonderzoek naar autosomaal recessieve of x-linked aandoening, heterozygoot dragerschap, gendefect bekend (adviesvraag i.v.m. kinderwens) Middelmatig complex: Erfelijkheidsonderzoek naar autosomaal dominante aandoening, gendefect(en) bekend (cascadescreening: bij een familielid van de adviesvrager is al eerder een erfelijke aandoening aangetoond). Complex: Erfelijkheidsonderzoek gendefect(en) onbekend of nog niet nader geduid, wat leidt tot een langduriger traject. Deze zorgactiviteiten dienen te worden vastgelegd op het moment dat het onderzoek is afgerond. Voor de contactmomenten met de adviesvrager worden de reguliere zorgactiviteiten vastgelegd (voor polibezoeken, teleconsulten, screen-to-screen contacten e.d.). Hetzelfde geldt voor de registratie van de inzet van maatschappelijk werk (wij verwijzen u naar de Zorgactiviteiten Tabel v voor de beschikbare zorgactiviteiten). Erfelijkheidsadvies-trajecten kunnen ook een langere doorlooptijd hebben dan 120 dagen, onder andere doordat de labonderzoeken bij de meest complexe groep patiënten (gendefect(en) onbekend of nog niet nader geduid) veel doorlooptijd in beslag kunnen nemen. Door de geldende afsluitregels worden deze trajecten dan opgeknipt in twee subtrajecten. Om ervoor te zorgen dat beide subtrajecten tot een declarabel DBC-zorgproduct kunnen leiden, is er voor de complexe adviezen een Nederlandse Zorgautoriteit
45 aparte zorgactiviteit geïntroduceerd voor het intakegesprek, die naast de reguliere zorgactiviteiten voor contactmomenten vastgelegd wordt. Op basis van de zorgactiviteit voor dit intakegesprek zal er voor het eerste subtraject een DBC-zorgproduct eenvoudig erfelijkheidsadvies worden afgeleid. Voor het tweede subtraject wordt een ander DBC-zorgproduct afgeleid. Hierna worden de wijzigingen in zorgactiviteiten, de nieuwe productindeling en -afleiding voor zorgproductgroep nader toegelicht. Wijzigingen in zorgactiviteiten Er is één zorgactiviteit beëindigd en er zijn vier nieuwe zorgactiviteiten geïntroduceerd. Van één zorgactiviteit is de zorgprofielklasse (ZPK) beëindigd. De details vindt u in onderstaande tabel. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK_code Ingangsdatum Einddatum Mutatie Enkelvoudige erfelijkheidsadvisering. 6 ZPK oud Enkelvoudige erfelijkheidsadvisering. 4 ZPK nieuw Erfelijkheidsadvisering complex in klinisch genetische centra Intakegesprek erfelijkheidsonderzoek, gendefect(en) onbekend of nog niet nader geduid. Erfelijkheidsonderzoek naar autosomaal recessieve of x-linked aandoening, heterozygoot dragerschap, gendefect(en) bekend. Erfelijkheidsonderzoek naar autosomaal dominante aandoening, gendefect(en) bekend (cascadescreening). Erfelijkheidsonderzoek gendefect(en) onbekend of nog niet nader geduid (exclusief intakegesprek zie ) Beëindigd Nieuw Nieuw Nieuw Nieuw Bovenstaande zorgactiviteiten omvatten geen laboratoriumonderzoeken. De laboratoriumonderzoeken worden apart vastgelegd met behulp van de daarvoor beschikbare zorgactiviteiten. Wijzigingen in de productstructuur De productstructuur in zorgproductgroep is opnieuw opgebouwd. Er zijn per 2016 vier declarabele DBC-zorgproducten beschikbaar: Nederlandse Zorgautoriteit
46 Zorgproduct Zorgproduct omschrijving Declaratiecode verzekerde zorg Zorgproduct WBMV code Uitval standaard Klinische genetica Erfelijkheidsonderzoek complex (totaal) Klinische genetica 14E Erfelijkheidsonderzoek complex (tweede deel) Klinische genetica 14E Erfelijkheidsonderzoek middelmatig complex Klinische genetica 14E Erfelijkheidsonderzoek/ -advisering eenvoudig/ erfelijkheidsonderzoek complex (eerste deel) Klinische genetica 14E Uitval geen erfelijkheidsonderzoek/ -advisering Klinische genetica Uitval geen poli Klinische genetica Uitval geen specialisme Klinische genetica Klinische genetica Onderstaande tabel geeft weer op basis van welke zorgactiviteiten de DBC-zorgproducten per 2016 worden afgeleid. Er kan alleen een declarabel DBC-zorgproduct worden afgeleid als er minimaal 1 face-to-face contact heeft plaatsgevonden met de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitoefent. Hiervoor wordt in de afleiding ook om minimaal 1 zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1 gevraagd. Zwaarte zorgproduct Dit zorgproduct wordt afgeleid op basis van de volgende zorgactiviteit(en): Erfelijkheidsonderzoek/ - advisering eenvoudig/ erfelijkheidsonderzoek complex (eerste deel) Erfelijkheidsonderzoek middelmatig complex Erfelijkheidsonderzoek complex (totaal) Erfelijkheidsonderzoek complex (tweede deel) Enkelvoudige erfelijkheidsadvisering OF Erfelijkheidsonderzoek naar autosomaal recessieve of x-linked aandoening, heterozygoot dragerschap, gendefect(en) bekend. OF Intakegesprek erfelijkheidsonderzoek, gendefect(en) onbekend of nog niet nader geduid Erfelijkheidsonderzoek naar autosomaal dominante aandoening, gendefect(en) bekend (cascadescreening) Intakegesprek erfelijkheidsonderzoek, gendefect(en) onbekend of nog niet nader geduid. EN Erfelijkheidsonderzoek gendefect(en) onbekend of nog niet nader geduid (exclusief intakegesprek zie ) Erfelijkheidsonderzoek gendefect(en) onbekend of nog niet nader geduid (exclusief intakegesprek zie ). Zorgproductgroep bevat per 2016 alleen nog DBC-zorgproducten voor erfelijkheidsadvisering. De naam van de zorgproductgroep is daar ook op aangepast. De oude omschrijving was WBMV - Klinische genetica en overige klinische genetica. De omschrijving per 2016 is WBMV Klinische genetica. Zie wijzigingsverzoek (paragraaf 4.3) voor een beschrijving van de overheveling van de overige DBC-zorgproducten uit deze zorgproductgroep. Nederlandse Zorgautoriteit
47 Bovengenoemde producten vallen onder het gereguleerde segment en zijn dan ook voorzien van tarieven. Voor meer informatie over de totstandkoming van de tarieven verwijzen wij u naar het document Beoordeling en Verantwoording DBC-pakket Afsluitregels Per 2016 blijven vergelijkbare uitzonderingen gelden op de afsluitregels als in 2015 het geval was voor trajecten met zorgactiviteiten voor enkelvoudige en complexe erfelijkheidsadviezen. Hieronder staat weergegeven hoe afsluitregel er per 2016 uitziet. Registratieregel Op de 90e dag na opening wordt het subtraject afgesloten als minimaal één van de zorgactiviteiten voor erfelijkheidsonderzoek/advisering is geregistreerd : , , , Als dit niet het geval is dan blijft dit subtraject maximaal 120 dagen open, tenzij een van deze zorgactiviteiten geregistreerd wordt. In dit laatste geval wordt het traject afgesloten op de dag van uitvoering van deze zorgactiviteit. Uitgangspunt hierbij is dat zorgactiviteiten ( , , en ) alleen aan het einde van het erfelijkheidsadviseringstraject worden geregistreerd. Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0390 Als een ZA uit groep 1 Als de termijn vanaf openingsdatum van het subtraject en de uitvoerdatum van de eerste ZA uit groep 1 <= 90 dagen is Dan sluit het subtraject op de 90e dag vanaf openingsdatum met afsluitreden 49 Anders sluit het subtraject op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 1 met afsluitreden 49 Eind-als Anders sluit het subtraject op de 120e dag vanaf openingsdatum met afsluitreden 49 Eind-als Eind-als Referentiegroep Groep 1 Zorgactiviteit Omschrijving Enkelvoudige erfelijkheidsadvisering Erfelijkheidsonderzoek naar autosomaal recessieve of x-linked aandoening, heterozygoot dragerschap, gendefect(en) bekend Erfelijkheidsonderzoek naar autosomaal dominante aandoening, gendefect(en) bekend (cascadescreening) Erfelijkheidsonderzoek gendefect(en) onbekend of nog niet nader geduid. Nederlandse Zorgautoriteit
48 U vindt de afsluitregel in de Nadere regel en de technische uitwerking met referentiegroepen vindt u in het Registratieaddendum Aanspraak binnen de DBC-systematiek ZA, TT Referentienummers: , , , , Specialismen: alle specialismen Aanleiding In de huidige productstructuur is soms sprake van vermenging van onverzekerde en verzekerde zorg in eenzelfde DBC-zorgproduct. Dit levert nu problemen op in het veld. Hierom is het in deze situaties wenselijk om het aandeel dat wel en het aandeel dat niet voor vergoeding in aanmerking komt op grond van de Zorgverzekeringswet, apart te kunnen verrekenen. In overleg met veldpartijen is een inventarisatie gedaan naar de meest urgente knelpunten en bekeken voor welke situaties een quick fix oplossing beschikbaar kon worden gesteld die weinig of geen impact had op de bestaande DBC-systematiek. Hieruit is gebleken dat voor onderstaande situaties een oplossing geboden kan worden: verrekening meerkosten voor plaatsing van een luxer type kunststoflens dan het type kunststoflens wat de patiënt vergoed krijgt vanuit de basisverzekering verrekening meerkosten van aanvullende varicesbehandelingen en hieraan gerelateerde zorg wat de patiënt niet vergoed krijgt vanuit de basisverzekering, bijvoorbeeld omdat er geen medische indicatie is. Als quick fix oplossing is gekozen voor aparte, los declarabele prestaties waarmee het onverzekerde aandeel apart verrekend kan worden. Deze OZP s zijn ingedeeld onder een nieuwe subcategorie Bijbetaling aandeel onverzekerde zorg van de hoofdcategorie Overige verrichtingen. Deze prestaties krijgen een vrij onderhandelbaar tarief. De nieuwe prestaties staan verder beschreven in de tabellen onder Details wijzigingen in zorgactiviteitentabel en in tarieventabel. Deze nieuwe prestaties zijn specifiek bedoeld voor de verrekening van het aandeel onverzekerde zorg in bovengenoemde probleemsituaties (en niet voor a) declaratie van op zichzelf staande onverzekerde varicesbehandelingen en hieraan gerelateerde zorg b) verrekening van meerkosten voor een duurder type dan monofocale kunststoflenzen als de patiënt hiervoor wel een medische indicatie heeft.) Hiertoe wordt ook een uitleg opgenomen in de Nadere regel en declaratiebepalingen behorende bij deze prestaties Uitwerking Overige Zorgproducten De nieuwe prestaties en omschrijvingen: Code Omschrijving Consumentenomschrijving Bijbetaling i.v.m. meerkosten plaatsing multifocale in plaats van monofocale kunststof lens op verzoek patiënt (per oog). Bijbetaling i.v.m. meerkosten plaatsing multifocale in plaats van monofocale kunststof lens op verzoek patiënt (per oog). Nederlandse Zorgautoriteit
49 Code Omschrijving Consumentenomschrijving Bijbetaling i.v.m. meerkosten plaatsing monofocaal torische in plaats van monofocale kunststof lens op verzoek patiënt (per oog) Bijbetaling i.v.m. meerkosten plaatsing multifocaal torische in plaats van monofocale kunststof lens op verzoek patiënt (per oog) Bijbetaling voor supplementaire operatieve behandeling vaatlijden stamvene onderste extremiteit, open procedure, en hieraan gerelateerd zorg, op verzoek patiënt Bijbetaling voor supplementaire endoveneuze behandeling vaatlijden stamvene onderste extremiteit (exclusief Clarivein, zie ) en hieraan gerelateerde zorg, op verzoek patiënt Bijbetaling voor supplementaire flebectomie volgens Muller of transilluminated aangedreven flebectomie en hieraan gerelateerde zorg, op verzoek patiënt Bijbetaling voor supplementaire sclerocompressietherapie (exclusief echogeleide sclerocompressietherapie) en hieraan gerelateerde zorg, op verzoek patiënt Bijbetaling voor supplementaire echogeleide sclerocompressietherapie en hieraan gerelateerde zorg, op verzoek patiënt Bijbetaling voor supplementaire mechanochemische endoveneuze ablatiebehandeling (Clarivein) en hieraan gerelateerde zorg, op verzoek patiënt. Bijbetaling i.v.m. meerkosten plaatsing monofocaal torische in plaats van monofocale kunststof lens op verzoek patiënt (per oog). Bijbetaling i.v.m. meerkosten plaatsing multifocaal torische in plaats van monofocale kunststof lens op verzoek patiënt (per oog). Bijbetaling aanvullend operatief verwijderen van aandoeningen in een hoofdader van een been en hieraan gerelateerde zorg, op verzoek van de patiënt. Bijbetaling aanvullend verwijderen van aandoeningen van een hoofdader van een been met behulp van een behandeling in het vat en hieraan gerelateerde zorg, op verzoek van de patiënt. Bijbetaling aanvullend verwijderen van spataderen in een been door middel van ophalen naar buiten met een soort haaknaald en daarna afsnijden of met behulp van een buisje met licht en aan het uiteinde een mesje en hieraan gerelateerde zorg, op verzoek patiënt. Bijbetaling aanvullend inspuiten van een irriterende stof in de spataderen van een been gevolgd door dichtdrukken van deze aders met een zwachtel en hieraan gerelateerde zorg, op verzoek patiënt. Bijbetaling aanvullend inspuiten van een irriterende stof in spataderen met behulp van een echo-apparaat gevolgd door dichtdrukken van deze aders met een zwachtel en hieraan gerelateerde zorg, op verzoek patiënt. Bijbetaling aanvullend met behulp van een katheter met roterende tip verschrompelen van een afwijking in een ader en hieraan gerelateerde zorg, op verzoek patiënt. Aan bovengenoemde OZP s zijn de volgende eigenschappen toegekend: Op nota ZPK_code Aanspraak_code Tarieftype J 99 (NIET IN PROFIEL MEEGENOMEN) 1601 (Zorgactiviteiten Uitgesloten zorg) 13 (Overige verrichtingen) De OZP s die betrekking hebben op kunststoflenzen hebben de reguliere ingangsdatum gekregen van deze release, namlijk 1 januari Op verzoek van veldpartijen gaan de OZP s voor varicesbehandelingen met terugwerkende kracht in per 1 juli Nederlandse Zorgautoriteit
50 3 Wijzigingen in regelgeving, registratieaddendum en afsluitredenen In dit hoofdstuk beschrijven we wijzigingen in de afsluitregels, afsluitredenen en het registratieaddendum, in de Beleidsregel en Nadere regel. 3.1 Aangepaste pseudocode voor chronische dialyse en thuisbeademing (201712) Eindproduct: RA Voor chronische thuisbeademing wordt een subtraject telkens na een periode van 30 dagen afgesloten. Voor chronische nierdialyse wordt een subtraject telkens na 7 dagen afgesloten. Deze sluitregels zijn technisch uitgewerkt in pseudocodes in het registratieaddendum zodat subtrajecten automatisch na de genoemde periode kunnen worden gesloten. Wanneer er echter een periode van 30 dagen (bij chronische thuisbeademing) of 7 dagen (bij chronische dialyse) geen zorg is geleverd was het geautomatiseerde sluitmoment bepaald op de datum dat de eerste zorgactiviteit voor chronische thuisbeademing, respectievelijk chronische dialyse, wordt uitgevoerd. Echter; omdat deze uitzonderingen bedoeld zijn om de subtrajecten na een vaste looptijd te sluiten (30 of 7 dagen) is het logischer om de eerste zorgactiviteit niet het einde maar de start te laten zijn van het subtraject. De pseudocode is zo aangepast, dat als er binnen een periode van 30 dagen (thuisbeademing) of 7 dagen (dialyse) geen zorgactiviteit voor chronische thuisbeademing, respectievelijk dialyse, is geregistreerd, er een nieuw subtraject wordt geopend op de dag van de eerste zorgactiviteit voor chronische thuisbeademing of dialyse. 3.2 Tabel met puntwaardes voor kaakchirurgie verbeterd (201834) Specialisme: 1100 kaakchirurgie Op verzoek van ICT-leveranciers zijn enkele aanpassingen doorgevoerd in het informatieproduct voor het puntwaardesysteem van kaakchirurgie. Deze informatie wordt weergegeven in een tabel met de titel Overzicht Kaakchirurgie prestaties met bijbehorende puntwaardes, die onderdeel uitmaakt van de publicaties van de regelgeving. Om de automatiseerbaarheid te verbeteren, is het format van deze tabel aangepast. Daarnaast wordt deze tabel voortaan ook uitgeleverd in het releasepakket, zodat alle informatie die relevant is voor ICT-leveranciers op één centrale plek wordt aangeboden. Wijzigingen in het format: Alles in kolommen (geen lege regels meer) Nieuwe indeling kolommen: o Productgroep o Zorgactiviteit_code o Zorgactiviteit_omschrijving Nederlandse Zorgautoriteit
51 o Puntwaarde o Ingangsdatum o Einddatum o Mutatiecode Kolom Puntwaarde bevat enkel nog cijfers of lege velden (tekst n.v.t. is vervangen door leeg veld). 3.3 Gewijzigde omschrijving afsluitredenen voor ZT13, ZT51 en ZT52 (201956) Eindproduct: ARDT Een ICC-zorg/subtraject ZT13 wordt gesloten bij ontslag uit het ziekenhuis en een IC-zorg/subtraject ZT51 en ZT52 bij ontslag van de Intensive Care (IC) (of op de dag van de uitvoering van het ICintercollegiaal consult). Bij een langdurige opname kan de 120-dagen grens bereikt worden. In dat geval klopte de omschrijving van de afsluitredenen 14 en 18 niet helemaal omdat het subtraject dan gesloten wordt vanwege het bereiken van de maximale looptijd en niet vanwege ontslag uit de kliniek of IC-afdeling. Aan de omschrijving van afsluitreden 14 voor een ICC-zorg/subtraject ZT13, en afsluitreden 18 voor IC-zorg/subtraject ZT51 en ZT52, is toegevoegd dat er ook gesloten kan worden vanwege het bereiken van de maximale looptijd. 3.4 Verzamelpunt wijzigingen registratieaddendum (201975) Eindproduct: RA Er zijn twee wijzigingen in het registratieaddendum doorgevoerd: Pseudocode cardiologie aangepast In de pseudocode van Cardiologie is opgenomen dat een zorgtraject eerder afgesloten wordt bij het voordoen van een andere zorgvraag. Dit geldt dan dus ook voor subtrajecten met ZPK2 in het kader van diagnostiek en cardioversie. Functionele omschrijving stamceltransplantaties aangepast Aan de functionele omschrijving van de open en sluitregels voor stamceltransplantatie subtrajecten is bij fase 2 toegevoegd dat deze fase ook afgesloten wordt als een nieuwe fase 2 start. 3.5 Aanmaken afsluitreden voortijdig sluiten subtraject (201977) Eindproduct: ARDT Specialismen: alle specialismen Er ontbraken afsluitredenen voor de volgende situaties: afsluiten vanwege overheveling van zorg; afsluiten vanwege overname/faillissement van instelling. Nederlandse Zorgautoriteit
52 Mogelijk zal er in de toekomst ook overheveling van zorg plaatsvinden. Om hierop voorbereid te zijn is een nieuwe afsluitreden toegevoegd. Ook als een instelling wordt overgenomen en/of failliet gaat is het wenselijk om subtrajecten op een vastgesteld moment (eerder) af te sluiten vanwege het versnellen van de administratieve/financiële afhandeling. Het moet hierbij gaan om het volledig beëindigen van de bedrijfsactiviteiten. Om het eerder sluiten van subtrajecten te faciliteren zijn de volgende afsluitredenen toegevoegd: 87 Afsluiten zorgtype 11, 13, 21, 51 of 52 wegens beëindigen van de bedrijfsactiviteiten (bijvoorbeeld faillissement) 88 Afsluiten zorgtype 11, 13, 21, 51 of 52 i.v.m. overheveling van zorgtaken vanuit de Zvw 3.6 Afsluitredenen urologie beëindigd (201983) Eindproduct: ARDT Specialisme: 0306 urologie Met ingang van 1 januari 2015 zijn de drie urologie uitzonderingen voor behandeling met blaasspoeling en APD- of andere bisfosfonaatinfusen beëindigd in verband met verkorting van de maximale doorlooptijd. De bijbehorende afsluitredenen waren echter niet beëindigd. De afsluitredenen 30, 32 en 34 voor het afsluiten van zorgtype 11 of 21 op basis van de uitzondering urologie voor niet-klinische subtrajecten voor behandeling met blaasspoelingen en APD- of andere bisfosfonaatinfusen zijn alsnog beëindigd. 3.7 Wijzigingen in beleidsregel en nadere regel Eindproducten: BR, NR Per 1 januari 2016 zijn de beleidsregel Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg (beleidsregel) en regeling Medisch specialistische zorg (nadere regel) gewijzigd in samenhang met het DBC-pakket 2016 (RZ16a). De opmaak van de regelgeving is gewijzigd om een zuiver onderscheid te maken tussen de beleidsregel en de nadere regel. Een andere cosmetische wijziging is de integratie van de verschillende documenten over registratie en declaratie in één document. Verder zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd om de regelgeving verder te verduidelijken. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de inhoudelijke wijzigingen in de regelgeving zijn beperkt tot noodzakelijk onderhoud in het kader van de wens van het veld om rust en stabiliteit. In onderstaande tabel zijn de wijzigingen ten behoeve van de regelgeving 2016 weergegeven. In de eerste kolom staat het artikelnummer (BR of NR) en de tekst van RZ15b weergegeven, in de tweede kolom de tekst zoals in de RZ16a regelgeving en derde kolom licht toe wat de reden is van de doorgevoerde wijziging. Wellicht ten overvloede merkt de NZa op dat aan onderstaande wijzigingsinformatie geen rechten kunnen worden ontleend. De NZa benadrukt dat de beleidsregel Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg en nadere regel Regeling medisch specialistische zorg leidend zijn. Nederlandse Zorgautoriteit
53 Wijzigingen DBC-release RZ16a v RZ15b RZ16a Reden van wijziging BR artikel 7.23 en NR artikel 6.24 Onderlinge dienstverlening: Overeenkomst tussen twee of meer zorgaanbieders die betrekking heeft op het leveren van zorg aan een patiënt tegen een onderling overeen te komen tarief, waarbij één van de zorgaanbieders optreedt als eigen zorgverlener voor de patiënt en uitsluitend deze eigen zorgverlener gerechtigd is om, voor de in het kader van die overeenkomst geleverde zorg als (onderdeel van een) prestatie, een tarief bij de zorgverzekeraar of de patiënt in rekening te brengen. BR artikel 3 onderdeel b AGB-code: Een unieke code die aan de zorgverlener-, praktijk- en/of instellingsgegevens wordt toegekend en waarmee de zorgaanbieder en de praktijk of instelling kan worden geïdentificeerd. BR artikel 3 onderdeel j en NR artikel 3 onderdeel j (typerende) Diagnose: De diagnose die de geleverde zorg over de te declareren periode (het subtraject) het beste typeert. De typerende diagnose kan per subtraject verschillen. BR artikel 3 onderdeel y en NR artikel 3 onderdeel y Onderlinge dienstverlening: Het leveren van zorg als (onderdeel van een) DBC-zorgproduct door één of meerdere instellingen of medisch specialisten (niet zijnde de hoofdbehandelaar) op verzoek van de hoofdbehandelaar. Toevoegen begrip Het begrip AGB-code stond wel beschreven in de NR. Wij hebben de begrippenlijsten van de BR en de NR gelijkgetrokken. Toevoegen begrip Het begrip (typerende) Diagnose stond niet beschreven in de begrippenlijst, terwijl dit begrip wel voorkomt in de regelgeving. Wijzigen begrip Er bestond onduidelijkheid in het veld over het begrip onderlinge dienstverlening. In overleg met de brancheorganisaties hebben wij het begrip verduidelijkt. BR artikel 7.24 en NR artikel 6.25 In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel fungeren als poortspecialist en is er sprake van een eigen zorgtraject, namelijk bij radiologie (0362), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). BR artikel 7.34 en NR artikel 6.35 De zorginstelling die is toegelaten voor de functie verblijf in combinatie met behandeling. BR tabel 3 Supplementaire producten: Add-on duur geneesmiddel BR artikel 3 onderdeel z en NR artikel 3 onderdeel z In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel fungeren als poortspecialist en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390). BR artikel 3 onderdeel jj en NR artikel 3 onderdeel jj Verpleeghuis: Organisatorische verband dat op grond van artikel 5, eerste lid, WTZi is toegelaten als instelling voor verpleging als bedoeld in artikel 1.2 nummer 18, van het Uitvoeringsbesluit WTZi voor de functie verblijf in combinatie met behandeling. BR tabel 2 Supplementaire producten: Add-on geneesmiddelen Verduidelijking Wij hebben expliciet aangegeven welke ondersteunend specialisten in bepaalde gevallen kunnen fungeren als poortspecialist. Verduidelijking Wij hebben het begrip verpleeghuis verduidelijkt. Correctie Sinds 2015 maken wij geen onderscheid meer tussen dure- en weesgeneesmiddelen. Dit was nog niet Nederlandse Zorgautoriteit
54 RZ15b RZ16a Reden van wijziging Add-on weesgeneesmiddel Eerstelijns diagnostiek: Prenatale screening Overige verrichtingen: BR artikel 13.2 Als hoofdregel voor de bekostiging van een geneesmiddel in de medisch specialistische zorg geldt dat dit geneesmiddel niet apart, maar als integraal onderdeel van een DBC-zorgproduct dient te worden gedeclareerd. Dit geldt voor DBC-zorgproducten in het vrije en het gereguleerde segment. Omdat de kosten van behandeling met een geneesmiddel sterk kunnen variëren op individueel niveau en een geneesmiddel daarnaast bij verschillende indicaties (en dus bij verschillende DBC-zorgproducten) kan worden ingezet, zou dit kunnen leiden tot kosteninhomogeniteit van één of meerdere DBCzorgproducten waarbij dit middel wordt voorgeschreven. Om in dergelijke situaties negatieve gevolgen van kosteninhomogeniteit te voorkomen is - in afwijking van de hoofdregel - voor bepaalde geneesmiddelen, welke voldoen aan hierna te noemen criteria, een aparte declaratietitel gecreëerd: een add-on. De NZa stelt voor combinaties van stofnamen (werkzame stof) en indicaties van geneesmiddelen add-ons vast. Een add-on geneesmiddel is een overige zorgproduct, uitgedrukt in zorgactiviteiten, die additioneel bij een DBC-zorgproduct wordt gedeclareerd. De lijst met add-ons is opgenomen in de bijlage bij de Prestatie- en tariefbeschikking addon geneesmiddelen (hierna add-on lijst ). Eerstelijns diagnostiek Overige verrichtingen: Bijbetaling aandeel onverzekerde zorg Prenatale screening BR artikel 7a lid 1 onderdeel b Een add-on geneesmiddel is een overig zorgproduct, uitgedrukt in zorgactiviteiten, dat additioneel bij een DBC-zorgproduct wordt gedeclareerd indien de stofnaam en de indicatie van een geneesmiddel zijn vastgesteld als add-on. i. Als hoofdregel geldt dat de kosten van een geneesmiddel integraal onderdeel zijn van een DBC-zorgproduct. Indien bekostiging van een geneesmiddel niet als integraal onderdeel van een DBC-zorgproduct kan verlopen, stelt de NZa voor deze combinaties van stofnamen (werkzame stof) en indicaties add-on prestaties vast. In artikel 10 wordt beschreven wanneer een add-on wordt vastgesteld. ii. Een add-on prestatie wordt gebaseerd op de gebruikte hoeveelheid in (eenheden van) gram, units (E of IE) of becquerel (Bq) per toedieningsvorm (bijvoorbeeld infusiepoeder of injectievloeistof) per patiënt per gebruikte eenheid. iii. Het wel of niet beschikbaar zijn van een add-on geneesmiddel is geen duiding van een aanspraak of recht op vergoeding voor een individuele patiënt. iv. De NZa houdt een overzicht bij van alle add-on geneesmiddelen in de NZa Prestatie- en tarieventabel addon geneesmiddelen (hierna add-on geneesmiddelenlijst ). De add-on geneesmiddelenlijst wijzigt bij de vaststelling of verwijdering van een add-on prestatie. Het genomen besluit is opgenomen in zowel de add-on geneesmiddelenlijst als in een prestatie- en tariefbeschikking add-on. BR artikel 10 verwerkt in de regelgeving Wijziging indeling overige zorgproducten Per 1 januari 2016 valt prenatale screening onder de categorie overige verrichtingen. Toevoegen OZP overige verrichting Per 1 januari 2016 is het mogelijk het aandeel onverzekerde zorg los als OZP in rekening te brengen. Wijziging van beleid De beoordelingstermijn voor wijzigingen in de add-on lijst wordt per 1 januari 2016 aangepast. De praktijk heeft inmiddels uitgewezen dat de tijd te krap is en de door de NZa te plegen werkzaamheden te complex en omvangrijk zijn om vóór de deadline van de eerstvolgende release-vaststelling de juiste gegevens te achterhalen en op basis van die gegevens te hebben onderzocht hoe de tarieven van de relevante DBC-zorgproducten neerwaarts moeten worden bijgesteld. Vanwege de disproportioneel grote hoeveelheid werkzaamheden, die in een (te) krappe periode moeten worden verricht, heeft de NZa besloten dit beleidsonderdeel niet langer te continueren. In plaats hiervan zal de NZa de gereguleerde DBCtarieven (A-segment) reactief aanpassen. Dat houdt in dat de betreffende DBC-tarieven op een later moment, dus als de add-on prestatie en bijbehorend tarief reeds van kracht zijn, op basis van historische kostprijzen zullen worden bijgesteld/verlaagd. De wijzigingen in de opbouw van de beleidsregel en de nadere regel hebben veel invloed op de tekst uit artikel 13.2 van de huidige BR. De meeste tekst is inhoudelijk niet gewijzigd, maar herschreven of verplaatst naar de artikelsgewijze toelichting. Nederlandse Zorgautoriteit
55 RZ15b RZ16a Reden van wijziging Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvan de stofnaam én de indicatie waarvoor deze stofnaam wordt gebruikt is opgenomen op de add-on lijst, dan moet de instelling het geneesmiddel als add-on declareren. Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvan de stofnaam niet is opgenomen op de add-on lijst, dan moet de instelling het geneesmiddel declareren als onderdeel van een DBC-zorgproduct. Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvan de stofnaam wel is opgenomen op de add-on lijst, maar de indicatie van de patiënt niet is opgenomen bij deze stofnaam op de add-on lijst, dan moet de instelling het geneesmiddel declareren als onderdeel van een DBC-zorgproduct. Het proces van beoordeling tot vaststelling van opname en verwijdering van stofnamen en/of indicaties van de add-on lijst wordt in de volgende paragrafen beschreven. Het wel of niet beschikbaar zijn van een add-on voor een geneesmiddel is geen duiding van een aanspraak of recht op vergoeding voor een individuele patiënt De gebruikte hoeveelheid is de hoeveelheid die nodig is om de voorgeschreven hoeveelheid te kunnen toedienen bij gebruikmaking van de minst verspillende (combinatie van) verpakkingsgrootte(s). De gebruikte hoeveelheid is niet per definitie gelijk aan de verpakkingseenheid (bijvoorbeeld wanneer een verpakking voor meerdere patiënten gebruikt wordt; pooling). Voorbeeld 1. De NZa besluit voor welke combinaties van stofnamen en indicaties een add-on prestatie (add-on geneesmiddelenlijst) en voor welke productnamen een OZP stollingsfactor (stollingsfactorenlijst) wordt vastgesteld. Deze lijsten komen tot stand door het besluit van de NZa om: naar aanleiding van een gezamenlijke wijzigingsaanvraag van minstens één zorgaanbieder en minstens één zorgverzekeraar, al dan niet door tussenkomst van de branchepartij, de add-on geneesmiddelenlijst of de OZP stollingsfactorenlijst te wijzigen. ambtshalve de add-on geneesmiddelenlijst of de OZP stollingsfactorenlijst te wijzigen. 2. De OZP stollingsfactorenlijst zoals die met ingang van 1 januari 2016 luidt, is gebaseerd op de Indicatielijst stollingsfactoren (bijlage 5 bij de beleidsregel Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg, kenmerk BR/CU- 2136), die geldig was op 31 december Voor opname van een add-on geneesmiddel of een OZP stollingsfactor op de add-on geneesmiddelenlijst, respectievelijk de OZP stollingsfactorenlijst, hanteert de NZa de volgende criteria: Voor stofnamen en indicaties op de add-on geneesmiddelenlijst of voor stofnamen en/of indicaties waarvoor een aanvraag tot opname wordt ingediend, moet voor het corresponderende handelsproduct een handelsvergunning zijn afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. Voor productnamen op de OZP stollingsfactorenlijst of voor productnamen waarvoor een aanvraag tot opname wordt ingediend, moet een handelsvergunning zijn afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De bekostiging van de betreffende stofnaam en/of indicatie respectievelijk van de betreffende stollingsfactor als onderdeel van een DBC-zorgproduct leidt tot kosteninhomogene DBC-zorgproducten. Nederlandse Zorgautoriteit
56 RZ15b RZ16a Reden van wijziging - Voorgeschreven hoeveelheid: 32 mg - Verpakkingseenheid: 5 mg - Gebruikte hoeveelheid per patiënt per keer indien een andere patiënt niet met dezelfde verpakking kan worden behandeld: 35 mg - Gebruikte hoeveelheid indien een andere patiënt met de resterende 3 mg uit dezelfde verpakking kan worden behandeld: 32 mg De NZa besluit voor welke stofnamen en indicaties een add-on wordt vastgesteld (add-on lijst). De addon lijst komt tot stand door het besluit van de NZa om: - naar aanleiding van aanvragen van zorgaanbieder(s) en zorgverzekeraar(s) combinaties van stofnamen en indicaties op te nemen, of - naar aanleiding van aanvragen van zorgaanbieder(s) en zorgverzekeraar(s) combinaties van stofnamen en indicaties te verwijderen, of - ambtshalve combinaties van stofnamen en indicaties op te nemen of te verwijderen. De NZa hanteert de volgende criteria voor een addon declaratietitel voor geneesmiddelen: - Voor stofnamen en indicaties op de add-on lijst of voor stofnamen en/of indicaties waarvoor een verzoek tot opname wordt ingediend, is voor het corresponderende handelsproduct een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. - De NZa betrekt een gezamenlijk advies van vertegenwoordigers van zorgaanbieders (NVZ, NFU, ZKN en Actiz) en zorgverzekeraars (ZN) en de zienswijze(n) van de registratiehouder(s) in 4. Vanaf het moment dat er een positieve opinie is afgegeven door de Committee for medicinal products for human use (CHMP) kan ook een aanvraag tot opname op de add-on geneesmiddelenlijst, respectievelijk de OZP stollingsfactorenlijst, voor een nog te registeren geneesmiddel worden ingediend. Indien nog geen handelsvergunning is afgegeven, dient aanvullend het bewijs van positieve opinie te worden ingediend. De NZa hanteert een klokstop tot het moment dat voor het corresponderende handelsproduct een handelsvergunning is afgegeven. Een aanvraag is niet compleet (onvolledig), indien de NZa in het kader van die aanvraag niet op de hoogte is gesteld van de registratiedatum door een van de aanvragende partijen. Aanvragen die onvolledig zijn, kan de NZa niet in behandeling nemen. 5. Van de eis dat sprake moet zijn van een geregistreerde indicatie op de add-on geneesmiddelenlijst kan door de NZa worden afgeweken indien er sprake is van een positief en onderbouwd oordeel van Zorginstituut Nederland of van de aanvragende zorgverzekeraar(s) aangaande de stand van de wetenschap en praktijk voor wat betreft de toepassing van de stofnaam voor een niet-geregistreerde indicatie. Indien beschikbaar dient het betreffende oordeel van Zorginstituut Nederland bijgevoegd te worden bij de add-on geneesmiddel aanvraag. 6. Voor het indienen van een wijzigingsaanvraag moet aan de volgende voorwaarden en criteria zijn voldaan: Tweezijdige aanvraag: minstens één zorgaanbieder en minstens één zorgverzekeraar, al dan niet door tussenkomst van de branchepartij, kunnen een wijzigingsaanvraag indienen voor de add-on geneesmiddelenlijst en de OZP-stollingsfactorenlijst. De aanvraag dient het volledig en naar waarheid ingevulde Formulier voor indiening wijzigingsaanvraag add-on geneesmiddelenlijst of Formulier voor indiening wijzigingsaanvraag OZP stollingsfactorenlijst te bevatten. 7. Binnen twintig werkdagen na ontvangst van een compleet Nederlandse Zorgautoriteit
57 RZ15b RZ16a Reden van wijziging haar besluitvorming over een wijzigingsverzoek van de add-on lijst. Genoemd advies en zienswijze dient als motivatie van het besluit dat de NZa moet nemen over opname of verwijdering van een add-on en de ingangsdatum daarvan. Het advies moet voldoende onderbouwd zijn op basis van objectieve en verifieerbare bronnen. - Uit het advies van vertegenwoordigers van zorgaanbieders en zorgverzekeraars moet objectiveerbaar en verifieerbaar blijken: o Of de bekostiging van de betreffende stofnaam en/of indicatie als onderdeel van een DBC-zorgproduct leidt tot kostenhomogene DBC-zorgproducten; o Op welke wijze getoetst is bij de beoordeling of een add-on wel of niet als onderdeel van een DBC-zorgproduct leidt tot een kostenhomogeen DBC-zorgproduct; o Of en hoe het advies zorgvuldig en consistent met eerdere adviezen tot stand is gekomen Procedure bij aanvraag opname op add-on lijst Voor het indienen van een add-on aanvraag moet aan de volgende voorwaarden en criteria zijn voldaan: Tweezijdige aanvraag: minstens één zorgaanbieder en minstens één zorgverzekeraar, al dan niet door tussenkomst van de branchepartij, kunnen een add-on aanvraag indienen voor een geregistreerde combinatie van stofnaam en indicatie De aanvraag dient het volledig en naar waarheid ingevulde Formulier voor indiening wijzigingsaanvraag add-on geneesmiddelenlijst te bevatten. Indien het advies van vertegenwoordigers van en naar waarheid ingevuld Formulier voor indiening wijzigingsaanvraag add-on geneesmiddelenlijst respectievelijk Formulier voor indiening wijzigingsaanvraag OZP stollingsfactorenlijst : verzoekt de NZa de vertegenwoordigers van zorgaanbieders (NVZ, NFU, ZKN en Actiz) en zorgverzekeraars (ZN) een advies uit te brengen over deze aanvraag. wordt de registratiehouder door de NZa op de hoogte gesteld van de ingediende wijzigingsaanvraag tot opname dan wel verwijdering van een add-on geneesmiddel of OZP stollingsfactor. 8. De NVZ, NFU, ZKN, Actiz en ZN verstrekken uiterlijk zes weken na ontvangst van de adviesaanvraag van de NZa gezamenlijk een advies door het opsturen van een volledig en naar waarheid ingevuld Formulier Advies aan de NZa over wijzigingsverzoek add-on geneesmiddelenlijst respectievelijk het Formulier Advies aan NZa over wijzigingsaanvraag OZP stollingsfactorenlijst. Deze formulieren zijn te vinden op de website van de NZa. Gedurende de periode dat de NZa in afwachting is van het advies van de adviescommissie, ligt de beslistermijn van de NZa stil. 9. Uit het advies van vertegenwoordigers van zorgaanbieders en zorgverzekeraars moet objectiveerbaar en verifieerbaar blijken: of de bekostiging van de betreffende stofnaam en/of indicatie respectievelijk van de betreffende stollingsfactor als onderdeel van een DBC-zorgproduct leidt tot kosteninhomogene DBC-zorgproducten; op welke wijze in het kader van de advisering getoetst is of een add-on geneesmiddel respectievelijk een OZP stollingsfactor wel of niet als onderdeel van een DBCzorgproduct leidt tot een kostenhomogeen DBCzorgproduct; dat het advies zorgvuldig en consistent met eerdere adviezen tot stand is gekomen. 10. Indien de NZa uiterlijk zes weken na verzending van de Nederlandse Zorgautoriteit
58 RZ15b RZ16a Reden van wijziging zorgaanbieders en zorgverzekeraars negatief is, verzoekt de NZa de aanvragende partijen een zienswijze af te geven op het betreffende advies. Alvorens een besluit wordt genomen, stelt de NZa de registratiehouder(s) in de gelegenheid om een zienswijze naar voren te brengen over de aanvraag tot opname van een add-on. De NZa neemt vervolgens op basis van het advies en de zienswijze(n) een besluit Procedure bij aanvraag verwijdering van de add-on lijst Voor het indienen van een verzoek tot verwijderen van een add-on declaratietitel moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: Tweezijdige aanvraag: minstens één zorgaanbieder en minstens één zorgverzekeraar, al dan niet door tussenkomst van de branchepartij, kunnen een verzoek indienen voor het verwijderen van een stofnaam en/of indicatie van de add-on lijst De aanvraag dient het volledig en naar waarheid ingevulde Formulier voor indiening wijzigingsaanvraag add-on geneesmiddelenlijst te bevatten. De aanvraag voor verwijdering van een add-on met ingang van jaar t+1 kan uiterlijk 1 januari van het jaar t worden ingediend. Indien het advies van vertegenwoordigers van zorgaanbieders en zorgverzekeraars negatief is, verzoekt de NZa de aanvragende partij een zienswijze te geven over het betreffende advies. Alvorens een besluit wordt genomen, stelt de NZa de registratiehouder(s) in de gelegenheid om een zienswijze naar voren te brengen over de aanvraag tot verwijdering van een add-on. De NZa neemt vervolgens op basis van het advies en de zienswijze(n) een besluit. adviesaanvraag aan NVZ, NFU, ZKN, Actiz en ZN geen advies heeft ontvangen, verzoekt zij de genoemde partijen om alsnog binnen een redelijke termijn advies te verstrekken. De NZa kan, indien het advies in haar ogen niet volledig of onvoldoende duidelijk is, de genoemde partijen verzoeken om nader, respectievelijk aanvullend advies. Gedurende de periode dat de NZa in afwachting is van dit nader of aanvullende advies, ligt de beslistermijn van de NZa stil. 11. De registratiehouder krijgt tot uiterlijk zes weken na ontvangst van deze mededeling als bedoeld in lid 10.7 de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen over de aanvraag tot opname dan wel verwijdering van een addon geneesmiddel respectievelijk OZP stollingsfactor. De NZa betrekt deze zienswijze bij haar besluitvorming over de wijzigingsaanvraag. 12. De partijen die bij de NZa een aanvraag tot opname of verwijdering van een stofnaam en/of indicatie van de addon geneesmiddelenlijst respectievelijk van een productnaam van de OZP stollingsfactorenlijst indienen, kunnen voor zover beschikbaar het advies van zorgaanbieders en zorgverzekeraars en de zienswijze(n) van de registratiehouder(s) bijvoegen. 13. De NZa betrekt een gezamenlijk advies van vertegenwoordigers van zorgaanbieders (NVZ, NFU, ZKN en Actiz) en zorgverzekeraars (ZN) en de zienswijze(n) van de registratiehouder(s) in haar besluitvorming over een wijzigingsaanvraag van de add-on geneesmiddelenlijst of de OZP stollingsfactorenlijst. Genoemd advies dient ter onderbouwing (motivering) van het besluit dat de NZa moet nemen over opname of verwijdering van een add-on geneesmiddel of OZP stollingsfactor en de inwerkingstredingsdatum daarvan. Het advies moet voldoende onderbouwd zijn op basis van objectieve en verifieerbare bronnen. 14. De NZa neemt, op voorwaarde dat aan alle indieningsvereisten is voldaan, uiterlijk twintig werkdagen na ontvangst van het advies van NVZ, NFU, ZKN Actiz en Nederlandse Zorgautoriteit
59 RZ15b RZ16a Reden van wijziging Beoordelingstermijn en ingangsdatum opname of verwijdering add-on Binnen tien werkdagen na ontvangst van een compleet en naar waarheid ingevuld Formulier wijzigingsaanvraag add-on lijst, verzoekt de NZa de vertegenwoordigers van zorgaanbieders (NVZ, NFU, ZKN en Actiz) en zorgverzekeraars (ZN) een advies te geven over de aanvraag voor opname of verwijdering van een stofnaam en/of indicatie van de add-on lijst. Tevens wordt de registratiehouder op de hoogte gesteld van de ingediende aanvraag dan wel verwijdering van een add-on. De registratiehouder kan tot uiterlijk zes weken na ontvangst van de mededeling van de NZa over een ingediend wijzigingsverzoek een zienswijze geven op het verzoek tot aanvraag dan wel verwijdering van een add-on. Deze zienswijze wordt meegenomen in de uiteindelijke besluitvorming. De NVZ, NFU, ZKN, Actiz en ZN kunnen tevens tot uiterlijk zes weken na ontvangst van het adviesverzoek van de NZa gezamenlijk een advies verstrekken door het opsturen van een volledig en naar waarheid ingevuld formulier Formulier Advies wijzigingsaanvraag add-on lijst. Indien de NZa uiterlijk zes weken na verzending van het adviesverzoek aan NVZ, NFU, ZKN, Actiz en ZN geen advies heeft ontvangen, informeren wij betrokken partijen hierover en geven wij indien nodig een redelijke termijn om alsnog advies te geven. De partijen die bij de NZa een aanvraag tot opname of verwijdering van een stofnaam en/of indicatie van de add-on lijst indienen, kunnen gelijktijdig aan deze aanvraag het advies van zorgaanbieders en zorgverzekeraars en de zienswijze(n) van de registratiehouder(s) zoals bedoeld in artikel toevoegen. ZN een besluit over de ingediende wijzigingsaanvraag. In het besluit wordt aangegeven wat de datum van inwerkingtreding van de wijziging is. 15. Het besluit van de NZa tot opname of verwijdering wordt gepubliceerd op de website van de NZa, in de Staatscourant en wordt per post gestuurd aan de aanvragende partijen. De registratiehouder en vertegenwoordigers van zorgaanbieders en zorgverzekeraars ontvangen een afschrift van dit besluit. BR artikel 10a 1. Bij een positief besluit tot opname van een stofnaam en/of indicatie op de add-on geneesmiddelenlijst respectievelijk een productnaam op de OZP stollingsfactorenlijst, is de datum van inwerkingtreding de eerste dag van de maand volgend op de datum van vaststelling van het besluit, indien tussen deze twee data minstens vijf werkdagen zitten. 2. Indien de periode genoemd in het vorige lid minder dan vijf werkdagen bedraagt, dan is de datum van inwerkingtreding de eerste dag van de tweede maand na de datum van vaststelling van het besluit. 3. Bij een positief besluit tot verwijdering van een stofnaam en/of indicatie van de add-on geneesmiddelenlijst respectievelijk een productnaam van de OZP stollingsfactorenlijst, is de einddatum van de betreffende add-on respectievelijk OZP stollingsfactor 31 december van het jaar t. De aanvraag tot verwijdering moet dan uiterlijk 1 januari van het jaar t zijn ingediend. 4. De add-on aanvraagprocedure tot opname op de add-on lijst, zoals beschreven in artikel 10 en de leden 1 en 2 van artikel 10a, kent geen onderscheid tussen aanvragen voor nieuwe en aanvragen voor bestaande combinaties van stofnaam en indicatie(s). Onder bestaande combinaties van stofnaam en indicatie(s) wordt in dit artikel verstaan: combinaties van stofnaam en indicatie(s) die op het moment van indiening van de add-on aanvraag reeds langer dan een jaar zijn geregistreerd. 5. Overgangsbepaling Nederlandse Zorgautoriteit
60 RZ15b RZ16a Reden van wijziging De NZa neemt uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van het advies van NVZ, NFU, ZKN en ZN (inclusief een complete aanvraag waarbij is voldaan aan de procedurele en inhoudelijke voorwaarden) en de zienswijze(n) van de registratiehouder(s), een besluit over de opname of verwijdering van een stofnaam en/of indicatie op of van de add-on lijst en de datum van inwerkingtreding. Bij een negatief advies kan de NZa een aanvullende termijn vaststellen waarbinnen aanvragende partijen de gelegenheid krijgen een zienswijze af te geven. De NZa neemt uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van een zienswijze van de aanvragende partijen een besluit. Bij een positief besluit tot opname van een stofnaam en/of indicatie op de add-on lijst, is de datum van inwerkingtreding de eerste dag van de maand opvolgend op de datum van besluit, indien tussen deze twee data minstens twintig werkdagen zitten. Indien dit minder dan vijf werkdagen zijn dan is de datum van inwerkingtreding de eerste dag van de maand daarna. Indien zorgaanbieders en zorgverzekeraars, zoals bedoeld in artikel , adviseren van deze datum af te wijken kan de NZa hiertoe besluiten. Bij een positief besluit tot verwijdering van een stofnaam en/of indicatie van de add-on lijst is de einddatum van de betreffende add-on 31 december van het jaar t. De aanvraag voor verwijdering kan uiterlijk 1 januari van het jaar t worden ingediend. Voor de combinatie van een stofnamen en indicatie die langer dan een jaar geregistreerd is op het moment dat er een add-on aanvraag wordt ingediend gelden andere termijnen. Voor deze stofnamen en indicaties moet een add-on aanvraag uiterlijk 1 januari van het jaar t worden ingediend voor datum inwerkingtreding van 1 januari van t+1, indien de In afwijking van het gestelde in artikel , 8e alinea ( Voor de combinatie t/m gelijk worden gesteld. ), van de beleidsregel Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg, kenmerk BR/CU-2136, die een geldigheidsduur kent van 1 januari tot en met 31 december 2015, geldt voor add-on aanvragen voor bestaande combinaties van stofnaam en indicatie(s), die zijn ingediend tussen 1 januari en 31 december 2015 en die door de NZa zijn gehonoreerd, een inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2016 (t+1) in plaats van 1 januari 2017 (t+2). Door de NZa in 2015 afgegeven beschikkingen, die betrekking hebben op gehonoreerde add-on aanvragen voor bestaande combinaties van stofnaam en indicatie(s) en waarvan de datum van inwerkingtreding is vastgesteld op 1 januari 2017, zullen worden gewijzigd middels nieuw af te geven beschikkingen met een inwerkingtredingsdatum van 1 januari Het in de vorige zin bepaalde lijdt uitzondering, indien op grond van de datum van indiening van de add-on aanvraag een inwerkingtredingsdatum (van de door de NZa af te geven beschikking) van 1 januari 2016 redelijkerwijs niet haalbaar is, gelet op de geldende adviesen beslistermijnen. In gevallen, bedoeld in de vorige zin, geldt een inwerkingtredingsdatum zo kort mogelijk na 1 januari 2016, die voortvloeit uit toepassing van de add-on aanvraagprocedure zoals beschreven in artikel 10 en de leden 1 en 2 van artikel 10a. Nederlandse Zorgautoriteit
61 RZ15b RZ16a Reden van wijziging NZa tijdig voldoende en representatieve informatie heeft om de tarieven van betreffende DBCzorgproducten in het gereguleerde segment uiterlijk 1 juli van jaar t aan te passen. Indien dat niet het geval is zal de datum inwerkingtreding 1 januari t+2 zijn. De datum van inwerkingtreding van de aanpassing van tarieven van DBC-zorgproducten en de datum van opname van de add-on zal gelijk worden gesteld. Het besluit tot opname of verwijdering van een addon zal uiterlijk op de betreffende datum van inwerkingtreding worden vermeld op de website van de NZa De uiterste datum voor de indiening van een volledige add-on aanvraag op basis van het beleid 2014 is 1 november Add-on aanvragen die na 1 november 2014 worden ingediend, dienen te voldoen aan de add-on aanvraag criteria zoals opgenomen in artikel van deze beleidsregel. De add-on lijst die geldt op 1 januari 2015 komt tot stand op basis van stofnamen die zijn opgenomen in bijlage 5 behorend bij de op 31 december 2014 geldende beleidsregel Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. In het kader van overgangsbeleid kunnen zorgaanbieders en zorgverzekeraars vanaf 1 november 2014 een wijzigingsaanvraag van de addon lijst indienen zoals beschreven in artikel en artikel De inwerkingtreding van een besluit ten aanzien van deze aanvraag ligt op of na 1 januari Op de hiervoor omschreven voorwaarden en Nederlandse Zorgautoriteit
62 RZ15b RZ16a Reden van wijziging aanvraagprocedure voor vaststelling van een nieuwe add-on geldt de volgende uitzondering: Uitzondering bij toevoeging van een nietgeregistreerde indicatie Op de voorwaarde dat er sprake moet zijn van een geregistreerde indicatie kan een uitzondering worden gemaakt indien er sprake is van een positief en onderbouwd oordeel van het Zorginstituut Nederland of aanvragende zorgverzekeraar(s) aangaande de stand van wetenschap en praktijk voor wat betreft de toepassing van de stofnaam voor een nietgeregistreerde indicatie. BR artikel 13.4 Aan patiënten toegediende dan wel afgeleverde stollingsfactoren in het kader van een behandelplan voor hemofilie en aanverwante hemostaseziekten door een ex artikel 8 WBMV aangewezen centrum voor hemofiliebehandeling en aanverwante hemostaseziekten. De stollingsfactoren zijn gedefinieerd per toedieningseenheid en kunnen alleen in rekening worden gebracht bij indicaties welke opgenomen zijn in bijlage 5. BR artikel 7a lid 1 onderdeel c Stollingsfactoren zijn aan patiënten toegediende dan wel afgeleverde stollingsfactoren in het kader van een behandelplan voor hemofilie en aanverwante hemostaseziekten door een ex artikel 8 WBMV aangewezen centrum voor hemofiliebehandeling en aanverwante hemostaseziekten. Stollingsfactoren zijn aan patiënten toegediende dan wel afgeleverde geneesmiddelen. i. Als hoofdregel geldt dat de kosten van een geneesmiddel integraal onderdeel zijn van een DBC-zorgproduct. Indien bekostiging van een geneesmiddel niet als integraal onderdeel van een DBC-zorgproduct kan verlopen, stelt de NZa voor de productnamen OZP stollingsfactoren vast. In artikel 10 wordt beschreven wanneer een OZP stollingsfactor wordt vastgesteld. ii. Een OZP stollingsfactor wordt gebaseerd op de gebruikte hoeveelheid in (eenheden van) gram of units (E) per patiënt per toediening. iii. Het wel of niet beschikbaar zijn van een OZP stollingsfactor is geen duiding van een aanspraak of recht op vergoeding voor een individuele patiënt. iv. De NZa houdt een overzicht bij van alle OZP stollingsfactoren in de Prestatie- en tarieventabel stollingsfactoren (hierna OZP stollingsfactorenlijst ). De OZP stollingsfactorenlijst wijzigt bij de vaststelling of verwijdering Wijziging beleid Het beleid voor OZP s stollingsfactoren wordt gewijzigd per 1 januari Nederlandse Zorgautoriteit
63 RZ15b RZ16a Reden van wijziging van een OZP stollingsfactor. Het genomen besluit is opgenomen in zowel de OZP stollingsfactorenlijst als in een prestatie- en tariefbeschikking stollingsfactoren. BR artikel 17.2 In het algemeen behoren de overige zorgproducten tot het gereguleerde segment. Uitzondering hierop vormen de volgende overige zorgproducten die tot het vrije segment behoren en derhalve een vrij tarief kennen: extramurale dieetadvisering ( en ); fysiotherapie ( t/m , t/m , t/m , , en ); oefentherapie ( t/m en t/m ). BR artikel De kostenbedragen van add-on geneesmiddelen zijn gebaseerd op de lijstprijs (apotheekinkoopprijs, AIP) per milligram (mg), unit (E) of megabecquerel (MBq) per toedieningsvorm. Dit betekent dat de NZa de BR artikel 11 lid 3 In het algemeen behoren de overige zorgproducten tot het gereguleerde segment. Uitzondering hierop vormen de volgende overige zorgproducten die tot het vrije segment behoren en derhalve een vrij tarief kennen: extramurale dieetadvisering ( en ); fysiotherapie ( t/m , t/m , t/m , , en ); oefentherapie ( t/m en t/m ); bijbetaling aandeel onverzekerde zorg ( t/m en t/m ). BR artikel 12 lid 3 Tarieven kunnen aangepast worden op basis van het kostprijsmodel medisch specialistische zorg. Voor een aantal producten vindt de tariefberekening in de eerstelijn plaats. Voor de add-ons geneesmiddelen en stollingsfactoren geldt een bijzondere tariefbepaling. BR artikel 12 lid 4 Voor de volgende producten wordt aangesloten bij de tarieven die conform de tariefberekening voor de eerstelijns zorg tot stand zijn gekomen: a. Logopedie ( t/m , , , , , en t/m ) uit de categorie OZP Paramedische behandeling en onderzoek ; b. Prenatale screening (037510, , , en ) uit de categorie OZP Overige verrichtingen ; c. Bijzondere tandheelkunde ( en ). BR artikel 12 lid 5 Tariefberekening add-ons geneesmiddelen a. De kostenbedragen van add-on geneesmiddelen zijn gebaseerd op de laagste lijstprijs (apotheekinkoopprijs, AIP) per (eenheden van) gram (g), unit (E of IE) of becquerel (Bq) Toevoegen nieuwe OZP s met een vrij tarief Per 1 januari 2016 worden nieuwe OZP s geïntroduceerd voor bijbetaling aandeel onverzekerde zorg. Deze OZP s behoren tot het vrije segment en kennen derhalve een vrij tarief. Verduidelijking De tarieven voor OZP stollingsfactoren worden, net als de tarieven voor add-ons geneesmiddelen, niet berekend via het kostprijsmodel medisch specialistische zorg. Daarnaast vindt voor een aantal producten de tariefberekening in de eerstelijn plaats. Verduidelijking Wij hebben toegevoegd voor welke producten de tariefberekening in de eerstelijn plaatsvindt. Verduidelijking Hetzelfde beleid wordt op een overzichtelijkere manier weergegeven. Nederlandse Zorgautoriteit
64 RZ15b RZ16a Reden van wijziging lijstprijs omrekent naar de prijs per mg, E of MBq per toedieningsvorm. De NZa stelt één keer per jaar het maximumtarief vast op basis van de lijstprijzen. De ijkdatum voor de tarieven van jaar t is de lijstprijs van 1 april van jaar t-1. De add-on maximumtarieven zijn inclusief 6% BTW. De kostenbedragen van add-on geneesmiddelen worden gebaseerd op de lijstprijs per milligram, unit of MBq van de goedkoopste aanbieder en omgerekend vanuit de goedkoopste verpakkingseenheid. per toedieningsvorm. Dit betekent dat de NZa de lijstprijs omrekent naar de prijs per (eenheden van) g, E, IE of Bq per toedieningsvorm. b. De NZa stelt één keer per jaar het maximumtarief vast op basis van de lijstprijzen. De ijkdatum voor de tarieven van jaar t is de lijstprijs van 1 april van jaar t-1. c. De add-on geneesmiddel maximumtarieven zijn inclusief 6% BTW. BR artikel 6 en NR artikel 5 De beleidsregel 'Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg', met kenmerk BR/CU-2134, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold. Dit betekent dat voor overlopende DBC-zorgproducten (DBC s gestart in jaar t-1 en doorlopend in jaar t) de op het moment van opening van het DBC-zorgproduct geldende beleidsregel van toepassing is. NR artikel 6.27 en 7.8 De hoofdbehandelaar die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor een juiste typering van een zorgtraject/subtraject bij de geleverde zorg. De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is BR artikel 12 lid 6 De tarieven van de OZP stollingsfactoren zijn gebaseerd op de lijstprijs (apotheek inkoopprijs, AIP) per verpakkingseenheid. De NZa stelt één keer per jaar de maximumtarieven vast voor de OZP stollingsfactoren. De ijkdatum voor de tarieven van jaar t is de lijstprijs van 1 april van jaar t-1. De maximumtarieven van de OZP stollingsfactoren zijn inclusief 6% BTW. BR artikel 16 en NR artikel 40 De beleidsregel 'Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg', met kenmerk BR/CU-2136, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold. Dit betekent dat voor overlopende DBC-zorgproducten (DBC s gestart in jaar t-1 en doorlopend in jaar t) de op het moment van opening van het DBC-zorgproduct geldende beleidsregel van toepassing is. Voor zorgactiviteiten (inclusief overige zorgproducten) is de regelgeving leidend die op de uitvoerdatum geldig is. NR artikel 4 lid 2 en lid 3 De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt hij/zij zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type Toevoegen tariefberekening OZP stollingsfactoren Voor de OZP stollingsfactoren geldt een bijzondere tariefbepaling. Wij hebben toegevoegd hoe de tarieven voor stollingsfactoren tot stand komen. Verduidelijking Zorgactiviteiten en overige zorgproducten worden uitgevoerd op één kalenderdag. Wij hebben verduidelijkt dat voor registratie de op de uitvoerdatum geldende regelgeving leidend is. Verduidelijking Wij hebben verduidelijkt dat de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert de typeringslijst van een ander specialisme mag gebruiken indien de voor hem/haar beschikbare typeringslijst niet volledig is voor het type van zorg dat geleverd wordt. Nederlandse Zorgautoriteit
65 RZ15b RZ16a Reden van wijziging verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt hij/zij zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien niet beschikbaar, voor dat type van zorg. NR artikel 8.1.a en voetnoot 16 De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de diagnosecombinatietabel. Parallelle subtrajecten waarvoor de extra profieleisen gelden zijn subtrajecten die niet binnen het eerst geopende zorgtraject vallen. Hierbij is dus niet de openingsdatum van het subtraject bepalend, maar de openingsdatum van het zorgtraject. NR artikel 8.1.c Het specialisme cardiologie kent geen parallelliteit, behalve bij ICC, hartrevalidatie en begeleiding bij harten hartlongtransplantatie. NR artikel 8.2 en voetnoot 19 In sommige gevallen kan er sprake zijn van één van zorg. De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert is verantwoordelijk voor een juiste typering van een zorgtraject/ subtraject bij de geleverde zorg. Voor de meeste beroepsbeoefenaren die de poortfunctie kunnen uitvoeren, zijn door de NZa typeringslijsten vastgesteld. Indien deze typeringslijst niet volledig is, of indien er geen typeringslijst beschikbaar is voor een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, kan gebruik gemaakt worden van de typeringslijst van een ander specialisme voor dat type van zorg. NR artikel 5a lid 1 De combinatie van de (typerende) diagnoses van het reeds openstaande subtraject en het te openen subtraject van het parallelle zorgtraject mag op de openingsdatum van het te openen parallelle subtraject niet voorkomen in de diagnosecombinatietabel, zoals opgenomen in bijlage 8 van deze regeling. NR artikel 5a lid 4 Het specialisme cardiologie kent geen parallelliteit, behalve bij ICC, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie. Ook het specialisme geriatrische revalidatiezorg kent geen parallelliteit. NR artikel 5a lid 6 De diagnoses voor Screening colorectaal carcinoom omvatten alle zorgactiviteiten die uitgevoerd worden in het kader van het bevolkingsonderzoek. Deze diagnoses kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start. NR artikel 5b lid 1 Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er Verduidelijking Wij hebben verduidelijkt dat voor het openen van een parallel zorg-/subtraject de diagnose-combinatietabel die geldig is op de openingsdatum van het te openen subtraject van het parallelle zorgtraject leidend is. Volledige regelgeving In de regelgeving stond wel beschreven dat het specialisme cardiologie geen parallelliteit kent, maar niet dat dit ook geldt voor het specialisme geriatrische revalidatiezorg. Dit hebben wij toegevoegd. Toevoeging Wij hebben toegevoegd dat naast de diagnoses voor Screening colorectaal carcinoom een parallel zorgtraject geopend mag worden voor zorg voortvloeiend uit het bevolkingsonderzoek. Verwijderen van uitzondering Het beleid omtrent de interventieradioloog wordt Nederlandse Zorgautoriteit
66 RZ15b RZ16a Reden van wijziging zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen betrokken zijn als hoofdbehandelaar. In dat geval is sprake van een multidisciplinaire behandelingen opent elk (poort)specialisme een eigen zorgtraject. Er dient voor elk specialisme wel sprake te zijn van een eigen behandeling. Op de voorwaarde van hoofdbehandelaarschap geldt een uitzondering voor de interventieradioloog en radiotherapeut. NR artikel 11.1.c Voor het poortspecialisme cardiologie gelden specifieke afsluitregels voor zorgtrajecten. De afsluitregels voor subtrajecten van cardiologie (zoals omschreven in artikel 10.2.g gelden ook voor het afsluiten van zorgtrajecten cardiologie. NR artikel 8.4 Een zorgtraject met subtraject ZT13 wordt door de poortspecialist geopend bij een intercollegiaal consult (ICC) voor een patiënt die klinisch is opgenomen. Hierbij geldt het volgende: Een ICC mag alleen worden geregistreerd bij een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen en/of IC behandeldagen of verblijfsdagen GGZ op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd. NR artikel 10.3 en 11.2 Een subtraject met ZT13 (intercollegiaal consult) wordt afgesloten wanneer de klinische opname van het bijbehorende zorgtraject wordt beëindigd. Een zorgtraject met een subtraject met ZT13 (intercollegiaal consult) wordt afgesloten bij ontslag van de patiënt uit de kliniek, of uiterlijk op de 120e dag indien het subtraject na 120 dagennog openstaat. sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar een eigen behandeling uitvoeren. In dat geval opent elk (poort)specialisme een eigen zorgtraject. NR artikel 6 lid 2 Voor het poortspecialisme cardiologie gelden specifieke afsluitregels voor zorgtrajecten in verband met niet toegestane parallelliteit. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 wordt bij het poortspecialisme cardiologie afgesloten op het moment dat zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject voor cardiologie wordt geopend. NR artikel 7 lid 1 Een zorgtraject met subtraject ZT13 wordt door de medisch specialist (of arts-assistent) die de poortfunctie uitvoert geopend bij een intercollegiaal consult (ICC) voor een patiënt die klinisch is opgenomen waarbij één of meer verpleegdagen en/of IC-behandeldagen of verblijfsdagen GGZ op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd. NR artikel 8 en 20 Een zorgtraject met een subtraject met ZT13 (intercollegiaal consult) wordt afgesloten wanneer de klinische opname van het bijbehorende zorgtraject wordt beëindigd, of uiterlijk op de 120e dag. Een subtraject met ZT13 (intercollegiaal consult) wordt afgesloten wanneer de klinische opname van het bijbehorende zorgtraject wordt beëindigd, of uiterlijk op de 120 e dag. aangepast per 2016 waardoor de huidige uitzondering voor hoofdbehandelaarschap niet langer van toepassing is. Daarnaast geven radiotherapeuten aan dat zij zelf hoofdbehandelaar kunnen zijn. Dit maakt deze uitzondering voor radiotherapie overbodig. Verbetering beschrijving Wij hebben de tekst omtrent de uitzondering in afsluitregels voor het specialisme cardiologie duidelijker beschreven. Consistentie / verduidelijking De arts-assistent werd in sommige artikelen van de regelgeving wel expliciet benoemd en in andere artikelen niet. Voor de volledigheid hebben wij daarom verduidelijkt dat de arts-assistent de poortfunctie kan uitvoeren. Daarnaast kunnen medisch specialisten, niet zijnde poortspecialisten, in sommige gevallen de poortfunctie uitvoeren en ook een ZT13 openen. Consistentie In beide artikelen staat hetzelfde, aangezien een ZT13 een zorg-/subtraject is. Wij hebben de beschrijving van beide artikelen dan ook zoveel mogelijk identiek gemaakt. Nederlandse Zorgautoriteit
67 RZ15b RZ16a Reden van wijziging NR artikel 8.5 Een overig zorgproduct kan niet los gedeclareerd worden als op dezelfde dag een zorg/subtraject wordt geopend voor dezelfde zorgvraag. De zorgactiviteit maakt in dat geval deel uit van het zorg/subtraject met ZT11. NR artikel 10.1a Wanneer binnen deze 42-dagen periode een klinische (her) opname plaatsvindt dan wordt afgesloten op de 42e dag na de ontslagdatum van de laatste klinische opname. NR artikel 10.1a Wanneer binnen deze 42-dagen periode na (de laatste) ontslagdatum nog een dagverpleging (1 of meer) of operatieve ingreep (1 of meer) plaatsvindt, dan wordt toch afgesloten op de 42e dag na ontslag uit de kliniek. NR artikel 10.2.a Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor Kindergeneeskunde Oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie ). NR artikel 10.2.c Chronische zorg met dialyse wordt afgesloten telkens na een periode van zeven dagen. Het zorgprofiel bevat tenminste één van de zorgactiviteiten voor dialyse. Voor chronische dialyse wordt een apart zorgtraject geopend (zo nodig parallel aan de aandoening waarvoor de dialyse wordt gegeven). NR artikel 10.2.d Prenatale diagnostiek en intra-uteriene ingrepen ( ) Bij prenatale diagnostiek en intra-uteriene ingrepen (diagnosen Z14, Z15 en Z16)26 wordt het subtraject gynaecologie afgesloten één dag voor de andere prenatale diagnostiek of intra-uteriene ingreep, NR artikel 9 lid 2 Een overig zorgproduct kan niet los gedeclareerd worden als op dezelfde dag een zorg/subtraject wordt geopend voor dezelfde zorgvraag. De zorgactiviteit maakt in dat geval deel uit van het zorg/subtraject met ZT11. Dit geldt niet voor overige zorgproducten uit de categorie overige verrichtingen. NR artikel 17 lid 2 Wanneer binnen deze 42-dagen periode een klinische (her)opname plaatsvindt voor dezelfde zorgvraag, dan wordt afgesloten op de 42e dag na de ontslagdatum van de laatste klinische opname. NR artikel 17 lid 3 Wanneer binnen deze 42-dagen periode nog een dagverpleging (1 of meer) of operatieve ingreep (1 of meer) plaatsvindt voor dezelfde zorgvraag, dan wordt het subtraject toch afgesloten op de 42e dag na de ontslagdatum van de laatste klinisch opname. NR artikel 19 lid 1 onderdeel a Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor Kindergeneeskunde Oncologische behandeling met SKIONstratificatie gelden andere sluitingsregels (zie ). NR artikel 19 lid 3 Chronische zorg met dialyse wordt afgesloten telkens na een periode van zeven dagen. Het zorgprofiel bevat tenminste één van de zorgactiviteiten voor chronische dialyse (192048, , t/m , , en t/m ). Voor chronische dialyse wordt een apart zorgtraject geopend (zo nodig parallel aan de aandoening waarvoor de dialyse wordt gegeven). NR artikel 19 lid 4 Gynaecologie intra-uteriene ingrepen ( ) Bij intra-uteriene ingrepen (diagnosen Z24, Z25, Z27 en Z28) wordt het subtraject afgesloten één dag voor de andere intrauteriene ingreep, of conform de algemene regel als vermeld in artikel 17 en 18 indien de andere ingreep later dan dit Verduidelijking Toegevoegd dat overige zorgproducten uit de categorie overige verrichtingen (per 2016 valt prenatale screening hier ook onder) los gedeclareerd mogen worden. Verduidelijking Wij hebben verduidelijkt dat de 42-dagen regel alleen geldt bij een klinische (her)opname voor dezelfde zorgvraag. Verbetering beschrijving Wij hebben de tekst omtrent de afsluitregel van 42 dagen duidelijker beschreven. Nieuwe afsluitregelcode Deze uitzondering op de afsluitregels heeft een nieuwe afsluitregelcode gekregen. Verduidelijking Wij hebben verduidelijkt in welke gevallen de uitzondering op de algemene afsluitregels voor chronische zorg met dialyse van toepassing is door het expliciet benoemen van de zorgactiviteiten voor chronische dialyse. Wijziging uitzonderingsregel De uitzonderingsregel prenatale diagnostiek en intrauteriene ingrepen ( ) is aangepast in verband met het beëindigen van de diagnosen Z14, Z15 en Z16. Voor een verdere toelichting op deze wijziging verwijzen wij u naar het wijzigingendocument. Nederlandse Zorgautoriteit
68 RZ15b RZ16a Reden van wijziging of conform de algemene regel als vermeld in artikel 10.1 indien de andere diagnostiek of ingreep later dan dit moment start. NR artikel 10.2.f Kinderoncologie ( ) De looptijd van kinderoncologische subtrajecten in een centrum voor Kindergeneeskunde Oncologische behandeling met SKION stratificatie is altijd 120 dagen. Zie voor kindergeneeskunde ook de overige uitzonderingen in dit artikellid. NR artikel 10.2.g Cardiologie ( ) Voor het specialisme cardiologie gelden voor subtrajecten met ZT11 en ZT21 niet de algemene afsluitregels maar wordt het subtraject als volgt afgesloten27: Bij opname in de kliniek of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten: op datum van ontslag uit de kliniek, dagverpleging of langdurige observatie behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie; wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). NR artikel 10.2.j. Voor revalidatiegeneeskunde (niet zijnde geriatrische moment start. NR artikel 19 lid 6 Kindergeneeskunde en kinderneurologie oncologische behandeling in SKION centrum ( ) De looptijd van kinderoncologische subtrajecten in een centrum met SKION stratificatie is altijd 120 dagen. NR artikel 19 lid 7 onderdeel a Cardiologie ( ) Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten: a. Bij opname in de kliniek of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten: op datum van ontslag uit de kliniek, dagverpleging of langdurige observatie behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie; wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit); op de dag voorafgaand aan het herimplanteren van (een deel van) een transveneuze lead na een complexe transveneuze leadextractie. NR artikel 19 lid 10 Voor revalidatiegeneeskunde (niet zijnde geriatrische Nieuwe afsluitregelcode Deze uitzondering op de afsluitregels heeft een nieuwe afsluitregelcode gekregen. Toevoegen nieuwe zorgproductgroep Per 1 januari 2016 bestaat er een nieuwe zorgproductgroep: Kinder-neurologie (excl epilepsie/ slaapstoornissen). Deze zorgproductgroep bevat alleen kinderneurologie-diagnosen. Door deze aanpassing geldt de kindergeneeskunde uitzondering Oncologische behandeling in SKION centrum ( ) vanaf 1 januari 2016 ook voor kinderneurologie. Voor een verdere toelichting op deze wijziging verwijzen wij u naar het wijzigingendocument. Nieuwe afsluitregelcode Deze uitzondering op de afsluitregels heeft een nieuwe afsluitregelcode gekregen. Nieuwe afsluitregelcode Deze uitzondering op de afsluitregels heeft een nieuwe afsluitregelcode gekregen. Verduidelijking Wij hebben verduidelijkt wanneer subtrajecten voor Nederlandse Zorgautoriteit
69 RZ15b RZ16a Reden van wijziging revalidatiezorg) geldt dat subtrajecten worden afgesloten op de 42e dag na de datum waarop de laatste revalidatiegeneeskundige zorgactiviteit heeft plaatsgevonden. Indien binnen deze 42-dagen periode opnieuw een verrichting plaats vindt gaat de termijn van 42-dagen opnieuw lopen en wordt deze afgesloten op de 42e dag na de datum van de laatste verrichting. NR artikel 10.2.n Klinische genetica ( ) Het gehele erfelijkheidsadviseringstraject valt binnen één subtraject. Op de 90e dag na opening wordt het subtraject afgesloten als er minimaal 1 zorgactiviteit voor erfelijkheidsadvisering geregistreerd is. Als dit niet het geval is dan blijft dit subtraject maximaal 120 dagen open, tenzij de zorgactiviteit erfelijkheidsadvisering complex of erfelijkheidsadvisering enkelvoudig geregistreerd wordt. In dit laatste geval wordt het traject afgesloten op de dag van uitvoering van deze zorgactiviteit. NR artikel 10.2.q Begeleiding orgaantransplantatiezorg door beschouwende specialismen ( ) Voor de begeleiding van ontvangers rond orgaantransplantaties30 wordt door de specialismen cardiologie, inwendige geneeskunde, longgeneeskunde, MDL en kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel22) zorg/subtraject geopend. Hierbij worden drie fasen van behandeling onderscheiden: Fase 1: pretransplantatie fase/screening ontvangers; Fase 2: transplantatiefase ontvangers; Fase 3: posttransplantatie fase/nazorg ontvangers. Na iedere fase van de behandeling die wordt gevolgd door een nieuwe/andere fase, maar ook bij het opnieuw starten van fase 1 of fase 2, wordt het voorafgaande revalidatiezorg) geldt dat subtrajecten worden afgesloten op de 42e dag na de datum waarop de laatste revalidatiegeneeskundige zorgactiviteit of zorgactiviteit met zorgprofielklasse 1, 2, 3 of 19 heeft plaatsgevonden. Indien binnen deze 42-dagen periode opnieuw een verrichting plaats vindt gaat de termijn van 42-dagen opnieuw lopen en wordt deze afgesloten op de 42e dag na de datum van de laatste verrichting. NR artikel 19 lid 14 Klinische genetica ( ) Op de 90e dag na opening wordt het subtraject afgesloten als minimaal 1 zorgactiviteit voor erfelijkheidsonderzoek/advisering geregistreerd is: , , , Als geen van deze zorgactiviteiten geregistreerd is, dan blijft het subtraject maximaal 120 dagen open. In dit laatste geval wordt het traject afgesloten op de dag van uitvoering van deze zorgactiviteit. NR artikel 19 lid 17 onderdeel b en c Orgaantransplantatietrajecten (exclusief hart-, long- en hartlongtransplantatie)( ) Het is niet toegestaan om een ICC of medebehandeling uit te voeren in het kader van een transplantatiezorgvraag. Ontvangers 1. Voor orgaantransplantatietrajecten voor ontvangers wordt door één specialisme een (eventueel parallel aan het zorgtraject voor de onderliggende aandoening) zorgtraject geopend. 2. De volgende fasen worden bij transplantatietrajecten onderscheiden: Fase 1: pretransplantatie fase/screening ontvangers; deze fase breekt aan bij het beantwoorden van de vraag of de ontvanger in aanmerking komt voor transplantatie; revalidatiegeneeskunde afgesloten worden. Aanpassen van zorgproductgroep Complexe trajecten kunnen ook langer duren dan 120 dagen, onder andere doordat de labonderzoeken meer tijd kosten. Door de afsluitregels worden deze trajecten dan opgeknipt in twee subtrajecten. De productstructuur is zodanig aangepast dat beide subtrajecten tot een declarabel DBC-zorgproduct afleiden. Voor de nieuwe situatie gelden dezelfde uitzonderingen op de afsluitregels ( ) als in 2015 het geval is voor trajecten met zorgactiviteiten voor enkelvoudige en complexe adviezen ( en ). Voor een verdere toelichting op deze wijziging verwijzen wij u naar het wijzigingendocument. Aanpassen van zorgproductgroep Door de nieuwe uitzondering voor orgaantransplantatiezorg is de oorspronkelijke uitzonderingsregel voor orgaantransplantatiezorg alleen nog geldig voor hart-, long- en hartlongtransplantaties. Dit zijn de regels Begeleiding hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg door beschouwende specialismen en Hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg snijdende specialismen. Voor een verdere toelichting op deze wijziging verwijzen wij u naar het wijzigingendocument. Nieuwe afsluitregelcode Deze uitzondering op de afsluitregels heeft een nieuwe afsluitregelcode gekregen. Nederlandse Zorgautoriteit
70 RZ15b RZ16a Reden van wijziging transplantatie begeleidings subtraject afgesloten op het bij artikel 10.2.q genoemde moment. Fase 3 wordt op de 120e dag na opening van het nazorgtraject afgesloten tenzij hertransplantatie (een nieuwe fase 1 en/of 2) plaatsvindt. In dat geval wordt het subtraject van fase 3 afgesloten één dag voor de dag dat fase 1 of fase 2 start. Voor de begeleiding van donoren rond orgaantransplantaties wordt door de specialismen inwendige geneeskunde, MDL en kindergeneeskunde een eigen (eventueel) parallel) zorg/subtraject geopend. Hierbij worden drie fasen van behandeling onderscheiden: Fase 1: pretransplantatie fase/screening donoren; Fase 2: transplantatiefase donoren; Fase 3: posttransplantatie fase/nazorg donoren. Na iedere fase van de behandeling die wordt gevolgd door een nieuwe/andere fase, maar ook bij het opnieuw starten van fase 1, wordt het voorafgaande transplantatie begeleidings subtraject afgesloten op het bij artikel 10.2.q genoemde moment. Orgaantransplantatiezorg snijdende specialismen ( ) Wanneer een hertransplantatie eerder uitgevoerd wordt dan het in artikel 10.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de hertransplantatie plaatsvindt (dus op het in artikel 10.2.q genoemde moment). De initiële screening kan plaatsvinden in een transplantatiecentrum of in een niettransplantatiecentrum; De follow-up screening en besluitvorming kan alleen plaatsvinden in een transplantatiecentrum. Voor de screening van kinderen geldt dat deze uitsluitend kan plaatsvinden in de transplantatiecentra. Fase 2: transplantatiefase ontvangers; de transplantatiefase kan alleen plaatsvinden in een transplantatiecentrum. Fase 3: posttransplantatie fase/nazorg ontvangers; deze fase breekt aan: voor het transplantatiecentrum; op de dag dat het eerste polikliniekbezoek plaatsvindt in het transplantatiecentrum in het kader van de nazorg na het klinisch ontslag van de ontvanger na de transplantatie. voor het niet-transplantatiecentrum; na de transplantatie na overdracht van de patiënt voor de reguliere zorg door het transplantatiecentrum. 3. Een fase wordt op de 120 e dag na opening van het subtraject afgesloten tenzij eerder een andere fase aanbreekt. In dat geval wordt het subtraject gesloten één dag voor de dag van de andere fase. 4. Ook bij het opnieuw starten van fase 1, fase 2 of fase 3 wordt het voorafgaande transplantatie subtraject afgesloten één dag voor de dag dat fase 1, fase 2 of fase 3 start. 5. Een orgaantransplantatietraject kan eventueel parallel aan het zorgtraject voor de onderliggende aandoening worden geopend. Een zorgvraag maakt onderdeel uit van het transplantatiezorgtraject wanneer aan de volgende criteria voldaan is: - De transplantatiespecialist treedt op als hoofdbehandelaar; en - Er is sprake van een direct oorzakelijk verband met Nederlandse Zorgautoriteit
71 RZ15b RZ16a Reden van wijziging de transplantatie; en - De transplantatie gerelateerde zorgvraag doet zich voor tijdens de looptijd van het operatieve fase 2 subtraject of binnen het eerst geopende nazorgtraject van 120 dagen. Donoren 6. Voor donor transplantatietrajecten wordt door één specialisme een zorgtraject geopend. 7. De volgende drie fasen worden bij transplantatietrajecten onderscheiden: Fase 1: pretransplantatie fase/screening donoren; deze fase breekt aan bij het beantwoorden van de vraag of de donor in aanmerking komt voor transplantatie; De initiële screening voorbereidend onderzoek kan plaatsvinden in een transplantatiecentrum of in een niet-transplantatiecentrum. De initiële screening en besluitvormend onderzoek kan alleen plaatsvinden in een transplantatiecentrum. Fase 2: transplantatiefase donoren; de transplantatiefase kan alleen plaatsvinden in een transplantatiecentrum. Fase 3: posttransplantatie fase/nazorg donoren. 8. Een fase wordt op de 120 e dag na opening van het subtraject afgesloten tenzij eerder een andere fase aanbreekt. In dat geval wordt het subtraject gesloten één dag voor de dag van de andere fase. Hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg snijdende specialismen ( ) Wanneer een hart-, long- of hartlong hertransplantatie eerder uitgevoerd wordt dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de hertransplantatie plaatsvindt (dus op het in artikel 17 en 18 genoemde moment). NR artikel 19 lid 17 onderdeel d Begeleiding hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg door Aanpassen van zorgproductgroep Door de nieuwe uitzondering voor Nederlandse Zorgautoriteit
72 RZ15b RZ16a Reden van wijziging NR artikel 10.2.q Kindergeneeskunde ( ) Voor de niet-klinische chronische verstrekking van geneesmiddelen per infuus of per injectie (voor niet oncologische indicatie), wordt per drie verstrekkingen een subtraject geopend. Wanneer de vierde verstrekking eerder plaatsvindt dan het in artikel 10.1 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende verstrekking per infuus of injectie plaatsvindt (dus op het in artikel 10.2.q genoemde moment). NR artikel 10.2.q Kindergeneeskunde ( ) Voor de niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op niet oncologische indicatie wordt per drie bloedtransfusies een subtraject geopend. Wanneer de beschouwende specialismen ( ) Voor de begeleiding rond hart-, long- en hartlongtransplantaties wordt door de specialismen cardiologielonggeneeskunde en kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorg/subtraject geopend. Hierbij worden drie fasen van behandeling onderscheiden: Fase 1: pretransplantatie fase/screening ontvangers; Fase 2: transplantatiefase ontvangers; Fase 3: posttransplantatie fase/nazorg ontvangers. Na iedere fase van behandeling dit wordt gevolgd door een nieuwe/andere fase, maar ook bij het opnieuw starten van fase 1 of fase 2, wordt het voorafgaande transplantatie begeleidings subtraject afgesloten op het in artikel 18 lid 3 genoemde moment. Fase 3 wordt op de 120e dag na opening van het nazorgtraject afgesloten tenzij hertransplantatie (een nieuwe fase 1 en/of fase 2) plaatsvindt. In dat geval wordt het subtraject van fase 3 afgesloten één dag voor de dag dat fase 1 of fase 2 start. NR artikel 19 lid 17 onderdeel m Kindergeneeskunde en Kinderneurologie niet-klinische chronische verstrekking geneesmiddel ( ) Voor de niet-klinische chronische verstrekking van geneesmiddelen per infuus of per injectie (op nietoncologische medische indicatie), wordt per drie verstrekkingen een subtraject geopend. Wanneer de vierde verstrekking eerder plaatsvindt dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de vierde verstrekking per infuus of injectie plaatsvindt (dus op het in lid 17 genoemde moment). NR artikel 19 lid 17 onderdeel n Kindergeneeskunde ( ) Voor de niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op niet oncologische indicatie wordt per drie bloedtransfusies een subtraject geopend. Wanneer de vierde bloedtransfusie orgaantransplantatiezorg is de oorspronkelijke uitzonderingsregel voor orgaantransplantatiezorg alleen nog geldig voor hart-, long- en hartlongtransplantaties. Dit zijn de regels Begeleiding hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg door beschouwende specialismen en Hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg snijdende specialismen. Voor een verdere toelichting op deze wijziging verwijzen wij u naar het wijzigingendocument. Toevoegen nieuwe zorgproductgroep Per 1 januari 2016 bestaat er een nieuwe zorgproductgroep: Kinder-neurologie (excl epilepsie/ slaapstoornissen). Deze zorgproductgroep bevat alleen kinderneurologie-diagnosen. Door deze aanpassing geldt de kindergeneeskunde uitzondering Niet-klinische chronische verstrekking geneesmiddel ( ) vanaf 1 januari 2016 ook voor kinderneurologie. Voor een verdere toelichting op deze wijziging verwijzen wij u naar het wijzigingendocument. Nieuwe afsluitregelcode Deze uitzondering op de afsluitregels heeft een nieuwe afsluitregelcode gekregen. Verduidelijking Wij hebben verduidelijkt dat het subtraject wordt afgesloten één dag voor de dag dat de vierde bloedtransfusie gegeven wordt. Nederlandse Zorgautoriteit
73 RZ15b RZ16a Reden van wijziging vierde bloedtransfusie eerder plaatsvindt dan het in artikel 10.1 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende bloedtransfusie gegeven wordt (dus op het in artikel 10.2.q genoemde moment). NR artikel 10.2.q Kindergeneeskunde ( ) Voor de niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op oncologische indicatie in centra zonder SKION stratificatie, wordt per bloedtransfusie een subtraject geopend. Wanneer de volgende bloedtransfusie eerder plaatsvindt dan het in artikel 10.1 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende bloedtransfusie gegeven wordt (dus op het in artikel 10.2.q genoemde moment). NR artikel 10.3 Een subtraject met ZT13 (intercollegiaal consult) wordt afgesloten wanneer de klinische opname van het bijbehorende zorgtraject wordt beëindigd. BR artikel 11.1 Een polikliniekbezoek is één bezoek, ongeacht de tijdsduur van het bezoek en ongeacht de inhoud van het bezoek. Bij meerdere polikliniekbezoeken op één kalenderdag dient er sprake te zijn van afzonderlijke (niet aansluitende) consulten. Als er meerdere zorgvragen tijdens één consult worden besproken, mag slechts één polikliniekbezoek worden vastgelegd. eerder plaatsvindt dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de vierde bloedtransfusie gegeven wordt (dus op het in lid 17 genoemde moment). NR artikel 19 lid 17 onderdeel o Kindergeneeskunde en kinderneurologie niet-klinische bloedtransfusies op oncologische indicatie ( ) Voor de niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op oncologische indicatie in centra zonder SKION stratificatie, wordt per bloedtransfusie een subtraject geopend. Wanneer de volgende bloedtransfusie eerder plaatsvindt dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende bloedtransfusie gegeven wordt (dus op het in lid 17 genoemde moment). NR artikel 20 Een subtraject met ZT13 (intercollegiaal consult) wordt afgesloten wanneer de klinische opname van het bijbehorende zorgtraject wordt beëindigd, of uiterlijk op de 120e dag. NR artikel 24 lid 1 Een polikliniekbezoek is één bezoek, ongeacht de tijdsduur van het bezoek en ongeacht de inhoud van het bezoek. Bij meerdere polikliniekbezoeken op één kalenderdag dient er sprake te zijn van afzonderlijke (niet aansluitende) consulten. Als er meerdere zorgvragen tijdens één consult worden besproken, of wanneer meerdere patiënten aanwezig zijn tijdens één consult, mag slechts één polikliniekbezoek worden vastgelegd. NR artikel 24 lid 4 Groepsconsult tussen beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitoefent en patiënt waarbij meerdere patiënten aanwezig zijn (190040) Toevoegen nieuwe zorgproductgroep Per 1 januari 2016 bestaat er een nieuwe zorgproductgroep: Kinder-neurologie (excl epilepsie/ slaapstoornissen). Deze zorgproductgroep bevat alleen kinderneurologie-diagnosen. Door deze aanpassing geldt de kindergeneeskunde uitzondering Niet-klinische bloedtransfusies op oncologische indicatie ( )vanaf 1 januari 2016 ook voor kinderneurologie. Voor een verdere toelichting op deze wijziging verwijzen wij u naar het wijzigingendocument. Nieuwe afsluitregelcode Deze uitzondering op de afsluitregels heeft een nieuwe afsluitregelcode gekregen. Verduidelijking Wij hebben verduidelijkt dat een subtraject met ZT13 nooit langer dan de maximale doorlooptijd van 120 dagen kan openstaan. Verduidelijking Wij hebben verduidelijkt dat slechts één polikliniekbezoek mag worden geregistreerd indien meerdere patiënten aanwezig zijn tijdens één consult. Toevoegen definitie zorgactiviteit Per 1 januari 2016 wordt een zorgactiviteit voor een groepsconsult (190040) ingevoerd. Deze zorgactiviteit wordt geregistreerd in plaats van een regulier consult. Nederlandse Zorgautoriteit
74 RZ15b RZ16a Reden van wijziging BR artikel 11.6 Intensieve, niet-electieve en langdurige kindergeneeskundige zorg met thuisovernachting (190296) kan worden vastgelegd onder de volgende voorwaarden: Er is sprake van een opname van minimaal 6 uur op een voor verpleging ingerichte afdeling. Er sprake van continue verpleegkundige zorg. Van deze voorwaarden kan worden afgeweken als hierover een contractuele overeenstemming is tussen de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar. Wanneer op twee achtereenvolgende kalenderdagen deze zorgactiviteit wordt vastgelegd bij een aantal specifieke diagnoses (3202, 3208, 3210, 3303, 3308, 3317, 3320, 3327, 3328, 4110, 4112, 4113, 7101, 7112, 7199, 7110, 7405, 7606 en 8910) wordt er een kort klinisch product afgeleid. BR artikel 11.8 Verpleegdag (190200, en ) Dit gezamenlijk medisch consult wordt gehouden in plaats van een regulier consult tussen de patiënt en de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. Deze activiteit kan niet naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd. NR artikel 24 lid 10 Intensieve, niet-electieve en langdurige kindergeneeskundige zorg met thuisovernachting (190296) kan worden vastgelegd onder de volgende voorwaarden: Er is sprake van een opname van minimaal 6 uur op een voor verpleging ingerichte afdeling. Er sprake van continue verpleegkundige zorg. Van deze voorwaarden kan worden afgeweken als hierover een contractuele overeenstemming is tussen de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar. NR artikel 24 lid 12 Verpleegdag (190200, , en ) NR artikel 24 lid 15 Obstetrische high care (190219) Deze zorgactiviteit kan enkel worden vastgelegd door instellingen die vanuit het planningsbesluit van de minister toestemming hebben gekregen om een OHC-unit inclusief NICU te exploiteren. NR artikel 24 lid 16 Voor deze zorgactiviteiten is de afrondingsregel van toepassing. Per toegestane discipline zijn zorgactiviteiten gedefinieerd op basis van tijdseenheden van vijf minuten. De officiële afrondingsregel bij tijdsregistratie per vijf minuten is: In verband met deze bepaling hebben wij de definitie van deze zorgactiviteit opgenomen in de NR. Verwijderen overbodige tekst De regelgeving gaat over de voorwaarden voor registratie van zorgactiviteiten. Tot welk product geregistreerde zorgactiviteiten in combinatie met een diagnose afleiden, hoort niet thuis in de regelgeving. Consistentie Wij hebben expliciet gemaakt dat de voorwaarden die gelden voor het registreren van een verpleegdag ook gelden voor verpleegdagen kaakchirurgie. Toevoegen definitie zorgactiviteit De zorgactiviteit obstetrische high care (190219) kan niet door alle instellingen vastgelegd worden. In verband met deze bepaling hebben wij de definitie van deze zorgactiviteit opgenomen in de NR. Verduidelijking Wij hebben toegevoegd dat voor de medisch specialistische revalidatiezorg en voor de geriatrische revalidatiezorg een afrondingsregel van toepassing is. Nederlandse Zorgautoriteit
75 RZ15b RZ16a Reden van wijziging - minder dan de helft van het verschil tussen twee opeenvolgende stappen: naar beneden afronden; - gelijk of meer dan de helft: naar boven afronden. Als sprake is van een tijdsbesteding van minder dan vijf minuten, dan wordt hiervoor geen zorgactiviteit vastgelegd. NR artikel 24 lid 19 t/m 30 Initiële screening voorbereidend onderzoek orgaantransplantatie ontvanger (039180) Deze zorgactiviteit mag door één hoofdbehandelaar binnen één instelling die de voorbereidende onderzoeken uitvoert eenmaal per ontvanger per beoogde wachtlijstplaatsing worden vastgelegd op de dag van het eerste face-to-face contact met de ontvanger in het kader van deze fase. Initiële screening besluitvormend orgaantransplantatie ontvanger (039181) Deze zorgactiviteit mag per ontvanger eenmaal per beoogde wachtlijstplaatsing per transplantatie worden vastgelegd door één hoofdbehandelaar in één transplantatiecentrum die de beoordeling en besluitvorming uitvoert binnen de initiële screening van de ontvanger. Screening patiënten wachtlijst orgaantransplantatie ontvanger (039191) Deze zorgactiviteit mag per transplantatie eenmaal per 120 dagen dat de ontvanger op de wachtlijst staat worden vastgelegd door één hoofdbehandelaar in één transplantatiecentrum die de periodieke controles uitvoert. Toevoegen definitie zorgactiviteit Per 1 januari 2016 worden nieuwe zorgactiviteiten voor transplantatiezorg geïntroduceerd. Voor het registreren van deze zorgactiviteiten gelden aanvullende bepalingen die wij opgenomen hebben in de regelgeving. Operatieve fase orgaantransplantatie ontvanger (039192) Deze zorgactiviteit mag per ontvanger eenmaal per transplantatieoperatie worden vastgelegd door één hoofdbehandelaar in één transplantatiecentrum die de transplantatieoperatie uitvoert. Nazorg met specifieke controles orgaantransplantatie ontvanger (039351) Deze zorgactiviteit mag in het 1e jaar van de nazorg na de Nederlandse Zorgautoriteit
76 RZ15b RZ16a Reden van wijziging transplantatie maximaal eenmaal per 120 dagen binnen maximaal 3 subtrajecten per transplantatie worden vastgelegd door één hoofdbehandelaar in één transplantatiecentrum. Nazorg regulier orgaantransplantatie ontvanger (039350) Deze zorgactiviteit mag worden vastgelegd door één hoofdbehandelaar binnen één instelling maximaal eenmaal per 120 dagen per transplantatie. Deze activiteit mag niet gelijktijdig worden geregistreerd in een transplantatiecentrum waar gedurende het eerste jaar nazorg na de transplantatie wordt geleverd. Initiële screening voorbereidend onderzoek orgaantransplantatie donor (039182) Deze zorgactiviteit mag per donor per beoogde orgaan uitname door één hoofdbehandelaar in één instelling worden vastgelegd op de dag van het eerste face to face contact in het kader van de orgaantransplantatieprocedure. Initiële screening besluitvormend orgaantransplantatie donor (039183) Deze zorgactiviteit mag per donor per beoogde orgaan uitname door één hoofdbehandelaar in één transplantatiecentrum die de beoordeling en besluitvorming uitvoert voor de initiële screening van de donor in het kader van de orgaantransplantatieprocedure. Operatieve fase orgaantransplantatie donor (039193) Deze zorgactiviteit mag per donor eenmaal per orgaan uitname door één hoofdbehandelaar in één instelling die de operatie uitvoert worden vastgelegd. Nazorg regulier orgaantransplantatie donor (039352) Deze zorgactiviteit mag maximaal eenmaal per 120 dagen per transplantatie worden vastgelegd door één hoofdbehandelaar in één instelling. Transplantatieteambespreking (039230) Nederlandse Zorgautoriteit
77 RZ15b RZ16a Reden van wijziging Een bespreking van een ontvanger of donor in een instelling met een WBMV-vergunning voor de transplantatiezorg door het multidisciplinaire transplantatieteam waarbij systematisch de diagnostiek en het behandelplan van één ontvanger of donor wordt besproken en vastgelegd en de besluitvorming ten aanzien van de transplantatiebehandeling plaats vindt. Deze activiteit wordt eenmaal per transplantatieteambespreking vastgelegd. BR artikel Nazorg orgaantransplantaties ( t/m en ) Een zorgactiviteit voor nazorg na orgaantransplantaties ( t/m en ) mag per instelling door één hoofdbehandelaar eenmaal per 120 dagen per transplantatie worden geregistreerd tijdens het eerste face-to-face contact in het kader van de nazorg. Expertise op afstand voor transplantatiezorg bij kinderen (192110) Advies van transplantatiecentrum ten behoeve van de eigen patiënt aan niet-transplantatiecentrum/ huisarts gericht op de beoordeling van uitslagen van de uitgevoerde onderzoeken en/of in te zetten behandeling. Dit advies kan door het transplantatiecentrum worden geregistreerd als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er is sprake van een eigen patiënt. Er is sprake van een tijdsbesteding van minimaal 30 minuten direct patiëntgebonden tijd. Er dient op verifieerbare wijze in het medisch dossier te zijn te herleiden welke uitslagen zijn beoordeeld en/of behandelopties zijn geadviseerd. Het advies wordt tenminste ook schriftelijk teruggekoppeld aan het niet-transplantatiecentrum. NR artikel 24 lid 31 Nazorg orgaantransplantaties ( t/m ) Een zorgactiviteit voor nazorg na orgaantransplantaties ( t/m ) mag per instelling eenmaal per 120 dagen per transplantatie worden geregistreerd tijdens het eerste face-to-face contact in het kader van de nazorg. NR artikel 24 lid 35 Comprehensive Geriatric Assessment (CGA) (039577, en ) Correctie Zorgactiviteit bestaat niet meer, maar stond nog wel beschreven in de regelgeving. Toevoegen definitie zorgactiviteit Er stond geen beschrijving van de zorgactiviteiten met betrekking tot CGA in de regelgeving. Wij verwijzen naar Nederlandse Zorgautoriteit
78 RZ15b RZ16a Reden van wijziging BR artikel en Een multidisciplinaire bespreking tussen minimaal drie beroepsbeoefenaren die de poortfunctie uitvoeren van drie verschillende AGB-specialismen waarbij systematisch de diagnostiek en het behandelplan van één patiënt wordt besproken en vastgelegd. Deze activiteit kan door iedere betrokken beroepsbeoefenaar worden vastgelegd en maakt onderdeel uit van het DBC-zorgproduct van de hoofdbehandelaar, behorende bij de zorgvraag die wordt besproken in de multidisciplinaire bespreking. Per multidisciplinair overleg mag deze zorgactiviteit slechts eenmaal per specialisme geregistreerd worden. Een polikliniekbezoek, waarbij sprake is van een faceto-face contact tussen patiënt en minimaal twee beroepsbeoefenaren die de poortfunctie uitvoeren van verschillende AGB-specialismen. Deze activiteit kan door iedere betrokken beroepsbeoefenaar worden vastgelegd en maakt onderdeel uit van het DBCzorgproduct van de hoofdbehandelaar. De Het Comprehensive Geriatric Assessment omvat diagnostische en therapeutische aspecten conform de richtlijn CGA door de Nederlandse vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG). Deze activiteit kan niet naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd. NR artikel 24 lid 25 Longteambespreking (039580) Een bespreking van een patiënt in een instelling met een WBMV-vergunning voor cardiopulmonale chirurgie, waarbij de gegevens van de patiënt via tertiaire verwijzing worden aangeboden, met als doel te beoordelen welke patiënt welke ingreep moet ondergaan. Het gaat om een patiënt die niet onder behandeling is bij het specialisme waar de patiënt besproken wordt. Het betreft besprekingen in het kader van cardiopulmonale chirurgie en longgeneeskunde. NR artikel 24 lid 40 en 42 Een multidisciplinaire bespreking tussen minimaal drie beroepsbeoefenaren die de poortfunctie uitvoeren en/of ondersteunende specialisten van drie verschillende AGBspecialismen waarbij systematisch de diagnostiek en het behandelplan van één patiënt wordt besproken en vastgelegd. Deze activiteit kan door iedere betrokken beroepsbeoefenaar worden vastgelegd en maakt onderdeel uit van het DBC-zorgproduct van de hoofdbehandelaar, behorende bij de zorgvraag die wordt besproken in de multidisciplinaire bespreking. Per multidisciplinair overleg mag deze zorgactiviteit slechts eenmaal per specialisme geregistreerd worden. Een polikliniekbezoek, waarbij sprake is van een face-to-face contact tussen patiënt en minimaal twee beroepsbeoefenaren die de poortfunctie uitvoeren en/of ondersteunende specialisten van verschillende AGB-specialismen. Deze activiteit kan door iedere betrokken beroepsbeoefenaar worden vastgelegd en maakt onderdeel uit van het DBCzorgproduct van de hoofdbehandelaar. De hoofdbehandelaar de richtlijn CGA voor verdere toelichting op de zorgactiviteiten. Toevoegen definitie zorgactiviteit Er stond geen beschrijving van de zorgactiviteit longteambespreking in de regelgeving, maar wel van hartteambespreking. Omdat voor het registreren van deze zorgactiviteit aanvullende bepalingen gelden, hebben wij de definitie van deze zorgactiviteit opgenomen in de regelgeving. Uitbreiding Ondersteunende specialisten kunnen ook deelnemen aan een multidisciplinaire bespreking. Nederlandse Zorgautoriteit
79 RZ15b RZ16a Reden van wijziging hoofdbehandelaar mag naast deze activiteit een polikliniekbezoek vastleggen in zijn DBC-zorgproduct. Indien meerdere beroepsbeoefenaren van een specialisme deelnemen aan het multidisciplinair consult telt dit als één AGB-specialisme. Per multidisciplinair consult mag deze zorgactiviteit slechts eenmaal per specialisme geregistreerd worden. BR artikel en Een diagnostisch of screenend contact van een poortspecialist op verzoek van de hoofdbehandelaar met een patiënt tijdens een klinische opname voor een ander specialisme. Er is sprake van medebehandeling wanneer een poortspecialist een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme tijdens een klinische opname, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit kan per face-to-face contact tussen patiënt en poortspecialist (of arts-assistent) in het kader van medebehandeling worden vastgelegd. BR artikel Een polikliniekbezoek, waarbij sprake is van een faceto-face contact tussen een patiënt en poortspecialist (of arts-assistent), SEH-arts KNMG (of arts-assistent), anesthesist als pijnbestrijder (of arts-assistent), verpleegkundig specialist of physician assistant, in het kader van een beoordeling van een door een medisch specialist gestelde diagnose / voorgestelde behandeling door een tweede onafhankelijke medisch specialist die werkzaam is op hetzelfde specialisme / vakgebied als de eerste geconsulteerde medisch specialist in een andere instelling. Deze activiteit kan naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd. BR artikel Een polikliniekbezoek in het kader van protocol mag naast deze activiteit een polikliniekbezoek vastleggen in zijn DBC-zorgproduct. Per multidisciplinair consult mag deze zorgactiviteit slechts eenmaal per specialisme geregistreerd worden. NR artikel 24 lid 45 en 46 Een diagnostisch of screenend contact van een medisch specialist (of arts-assistent) die de poortfunctie uitvoert op verzoek van de hoofdbehandelaar met een patiënt tijdens een klinische opname voor een ander specialisme. Er is sprake van medebehandeling wanneer een poortspecialist (of arts assistent) een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme tijdens een klinische opname, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit kan per consult in het kader van medebehandeling worden vastgelegd. NR artikel 24 lid 47 Een polikliniekbezoek, waarbij sprake is van een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist (of artsassistent), in het kader van een beoordeling van een door een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert gestelde diagnose / voorgestelde behandeling door een tweede onafhankelijke medisch specialist (of arts-assistent) die werkzaam is op hetzelfde specialisme / vakgebied als de eerste geconsulteerde beroepsbeoefenaar in een andere instelling of als solist. Deze activiteit kan naast een polikliniekbezoek worden vastgelegd. NR artikel 24 lid 48 Een polikliniekbezoek in het kader van protocol neonatologie Uitbreiding Een ondersteunend specialist die in sommige situaties de poortfunctie uitvoert kan in die gevallen ook een ICC of medebehandeling uitvoeren. Verduidelijking Wij hebben verduidelijkt dat de zorgactiviteit medebehandeling alleen vastgelegd kan worden indien sprake is van een consult in een klinische setting. Verduidelijking In het eerste deel van de definitie werden onterecht de taakherschikkers beschreven. Het tweede deel van de definitie maakt echter duidelijk dat (ook in 2015) taakherschikkers géén second opinion mogen uitvoeren. Consistentie / verduidelijking De arts-assistent werd in sommige artikelen van de regelgeving wel expliciet benoemd en in andere artikelen niet. Voor de volledigheid hebben wij daarom verduidelijkt dat de arts-assistent de poortfunctie kan uitvoeren. Verwijderen onnodige tekst De term specialist tussen haakjes is dubbelop. Wij willen Nederlandse Zorgautoriteit
80 RZ15b RZ16a Reden van wijziging neonatologie (langdurige nacontrole van een neonaat met een NICU voorgeschiedenis), waarbij sprake is van een face-to-face contact tussen patiënt en poortspecialist (specialist of arts-assistent), in het kader van langdurige nacontrole van een neonaat met een NICU voorgeschiedenis. Er kan geen polikliniekbezoek naast deze activiteit worden geregistreerd. BR artikel Individuele intake voor enkel- of meervoudige longrevalidatie, bestaande uit een intakegesprek en een inspanningstest. BR artikel Behandelsessie FIT-Module met minder dan tien sessies (193128) of (meer dan) tien sessies (193129) BR artikel en De behandelsessie FIT van het hartrevalidatieprogramma bestaat uit een sessie van minimaal vijf kwartier onder begeleiding van minimaal twee fysiotherapeuten met optionele inspanningstest. De behandelsessie PEP van het meervoudige hartrevalidatieprogramma bestaat uit een sessie van twee uur in groepsverband onder begeleiding van een psycholoog en een coördinator. BR artikel High risk voedselprovocatietest met infuus en (langdurige nacontrole van een neonaat met een NICU voorgeschiedenis), waarbij sprake is van een face-to-face contact tussen patiënt en poortspecialist (of arts-assistent), in het kader van langdurige nacontrole van een neonaat met een NICU voorgeschiedenis. Er kan geen polikliniekbezoek naast deze activiteit worden geregistreerd. NR artikel 24 lid 50 Coördinatie bij hart- of longrevalidatie (039898) Deze zorgactiviteit wordt uitgevoerd door of onder eindverantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. NR artikel 24 lid 51 Individuele intake voor enkel- of meervoudige hartrevalidatie, bestaande uit een intakegesprek en een inspanningstest. NR artikel 24 lid 53 Behandelmodule FIT met minder dan tien sessies (193128) of (meer dan) tien sessies (193129) NR artikel 24 lid 54 en 55 De behandelsessie FIT van het hartrevalidatieprogramma bestaat uit een groepssessie van minimaal 1 uur, waarbij minimaal één erkend HR fysiotherapeut per vijf patiënten aanwezig is De behandelsessie PEP van het hartrevalidatieprogramma bestaat uit een sessie van minimaal twee uur in groepsverband, gericht op gedragsverandering onder begeleiding van een daartoe geschoolde deskundige op het gebied van motivational interviewing. onnodige tekst zoveel mogelijk uit de regelgeving verwijderen. Toevoegen definitie zorgactiviteit De zorgactiviteit coördinatie bij hart-of longrevalidatie (039898) mag alleen uitgevoerd worden door of onder eindverantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoer. In verband met deze bepaling hebben wij de definitie van deze zorgactiviteit opgenomen in de NR. Correctie In de regelgeving is per abuis opgenomen dat de zorgactiviteit intakecontact (193126) geregistreerd wordt voor longrevalidatie. Dit moet hartrevalidatie zijn. Hierover hebben wij veldpartijen geïnformeerd met een circulaire (zie circulaire met kenmerk CI/15-7c). Wijzigen zorgactiviteit omschrijving De omschrijving van deze zorgactiviteit is gewijzigd. Betere aansluiting bij de praktijk De definities in de huidige regelgeving blijken niet overeen te komen met de definities zoals deze door het voormalige DBC-Onderhoud met de beroepsgroepen zijn afgestemd. Om beter aan te sluiten bij de praktijk, worden de definities per 2016 aangepast in de NR. Verwijderen definitie zorgactiviteit Om de regelgeving overzichtelijk te houden, worden Nederlandse Zorgautoriteit
81 RZ15b RZ16a Reden van wijziging monitorbewaking bij kinderen (039107) De zorgactiviteit wordt geregistreerd bij het aanleggen van het infuus voor de high risk voedselprovocatietest. BR artikel Behandeling met methotrexaat (MTX) bij kinderen (039138) De zorgactiviteit wordt per toediening geregistreerd. BR artikel Controle van patiënt onder 18 jaar op thuis TPV, inclusief reguliere laboratoriumcontroles door MDLkinderarts. De zorgactiviteit wordt vastgelegd per behandeling. BR artikel Afname en beoordeling trilhaarbiopten door kinderlongarts (039617) Zorgactiviteit wordt geregistreerd bij kinderen met verdenking op ciliopathie. BR artikel Deze zorgactiviteit wordt geregistreerd bij het aansturen door de kinderarts van een multidisciplinair team met medisch specialisten van drie verschillende NR artikel 24 lid 57 Telemonitoring (039133) Het betreft het continu elektronisch versturen van klinische parameters (gewicht, bloeddruk etc.) door patiënten vanuit de thuissituatie aan het ziekenhuis. Het ziekenhuis analyseert deze gegevens en pleegt alleen indien noodzakelijk interventies (dagelijks (tijdens werkdagen) of 7 x 24 uur, afhankelijk van de medische noodzaak/inrichting initiatief). NR artikel 24 lid 61 Controle van patiënt onder 18 jaar op thuis TPV, inclusief reguliere laboratoriumcontroles door MDL-kinderarts. NR artikel 24 lid 70 Deze zorgactiviteit wordt geregistreerd bij het aansturen door de kinderarts van een multidisciplinair team met medisch specialisten van drie verschillende AGB-specialismen. De enkel die zorgactiviteiten in de NR beschreven waarvoor aanvullende bepalingen gelden. De definitie van zorgactiviteit blijkt al uit de omschrijving van de zorgactiviteit zelf en beschrijven wij daarom niet ook nog in de regelgeving. Deze zorgactiviteit blijft echter wel bestaan in Verwijderen definitie zorgactiviteit Om de regelgeving overzichtelijk te houden, worden enkel die zorgactiviteiten in de NR beschreven waarvoor aanvullende bepalingen gelden. Voor iedere zorgactiviteit geldt in het algemeen dat deze wordt vastgelegd per keer dat deze uitgevoerd wordt. Om deze reden beschrijven wij zorgactiviteit niet meer in de NR. Deze zorgactiviteit blijft echter wel bestaan in Toevoegen definitie zorgactiviteit Wij ontvangen vragen over wanneer de zorgactiviteit telemonitoring (039133) gedeclareerd mag worden. Omdat de definitie van deze zorgactiviteit niet logischerwijs volgt uit de omschrijving, hebben wij de definitie van deze zorgactiviteit opgenomen in de NR. Verwijderen overbodige tekst Voor iedere zorgactiviteit geldt in het algemeen dat deze wordt vastgelegd per keer dat deze uitgevoerd wordt. Wij hebben dit om deze reden niet nogmaals beschreven in de NR. Verwijderen definitie zorgactiviteit Om de regelgeving overzichtelijk te houden, worden enkel die zorgactiviteiten in de NR beschreven waarvoor aanvullende bepalingen gelden. Verduidelijking Wij hebben verduidelijkt dat de zorgactiviteit voor aansturing van een multidisciplinair team door de kinderarts (190003) eenmalig geregistreerd mag Nederlandse Zorgautoriteit
82 RZ15b RZ16a Reden van wijziging AGB-specialismen. De patiënt is door alle drie de AGBspecialismen afzonderlijk gezien en hiervan is verslag gedaan. Integratie cq. beleid op basis van de bevindingen en verslag hiervan wordt gedaan door de kinderarts. Deze zorgactiviteit mag door de aansturende kinderarts niet naast de zorgactiviteit Multidisciplinair overleg (190005) worden geregistreerd voor dezelfde zorgvraag. BR artikel Een zorgactiviteit voor wondexcisie en wondtoilet mag alleen geregistreerd worden indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: Er is sprake van locaalanesthesie, inspectie, reiniging, en Er is sprake van excisie en/of hechting van de wond(en). BR artikel Interklinisch transport < 2 uur of 2 uur ( en ) De begeleiding door een IC-arts of intensivist van een patiënt die vervoerd wordt van de IC van het ene ziekenhuis naar de IC van een ander ziekenhuis, waarbij het vervoer, inclusief de wachttijd op de ambulance, de overdracht in het ontvangende ziekenhuis en de terugreis korter duurt dan twee uur respectievelijk gelijk is aan of langer duurt dan twee uur. De geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor interklinisch transport staan in de beleidsregel Regionale ambulancevoorziening. BR artikel Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de neonatale IC van een door het ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie. patiënt is door alle drie de AGB-specialismen afzonderlijk gezien en hiervan is verslag gedaan. Integratie cq. beleid op basis van de bevindingen en verslag hiervan wordt gedaan door de kinderarts. Deze zorgactiviteit mag door de aansturende kinderarts eenmalig en niet naast de zorgactiviteit Multidisciplinair overleg (190005) worden geregistreerd voor dezelfde zorgvraag. NR artikel 25 lid 1 onderdeel d Interklinisch transport < 2 uur of 2 uur ( en ) De begeleiding door een IC-arts of medisch specialist van een patiënt met een IC-indicatie die vervoerd wordt van de ene instelling naar de IC van een andere instelling, waarbij het vervoer, inclusief de wachttijd op de ambulance, de overdracht in het ontvangende ziekenhuis en de terugreis korter duurt dan twee uur respectievelijk gelijk is aan of langer duurt dan twee uur. De geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor interklinisch transport staan in de beleidsregel Regionale ambulancevoorziening. NR artikel 25 lid 1 onderdeel d Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ICindicatie op de neonatale IC van een door het ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie. worden. Verwijderen definitie zorgactiviteit De zorgactiviteiten voor wondexcisie en wondtoilet worden per 1 januari 2016 vervangen. De omschrijving van deze nieuwe zorgactiviteiten behoeft geen verdere toelichting in de regelgeving. Loslaten van locatie vertrek Wij hebben de bepaling losgelaten dat een patiënt van de IC van een instelling naar de IC van een andere instelling vervoerd wordt. Dit omdat er situaties zijn waarbij de patiënt vanuit een andere afdeling vervoerd wordt naar de IC van een andere instelling. De nieuwe definitie maakt dit mogelijk. Uitbreiding Wij maken het mogelijk dat per 1 januari 2016 een interklinisch transport geregistreerd mag worden indien begeleiding plaatsvindt door een medisch specialist. Verduidelijking Wij hebben verduidelijkt dat de zorgactiviteiten neonatale intensive care (190150) en pediatrische intensive care (190151) alleen geregistreerd mag worden voor patiënten met een IC-indicatie. Nederlandse Zorgautoriteit
83 RZ15b RZ16a Reden van wijziging Pediatrische intensive care (190151) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de pediatrische IC. BR artikel Toeslag post IC-high care (190152) Er is sprake van post-ic High care als aansluitend aan een opname op de neonatale intensive care (NICU) noodzaak bestaat tot intensieve behandeling en bewaking. Dit is het geval indien sprake is van: een gewicht < 1200 gram, en/of; een zwangerschapsduur < 32 weken, en/of; ten minste twee van de volgende behandelingen en/of vormen van bewaking: CPAP/ low flow, continue parenterale medicatie ter ondersteuning van één of meer vitale functies, meervoudige medicamenteuze therapie (exclusief vitaminen en andere voedingssupplementen), centrale lijn voor parenterale voeding, invasieve bloeddrukmeting, en blaascatheter. Er is geen sprake van een post IC-high care indien de leeftijd van het kind, inclusief de zwangerschapsduur minder dan 30 weken is of het gewicht onder de 1000 gram. De post-ic high care bedden kunnen zich ook bevinden buiten het perinatologisch centrum. BR artikel Verkeerde bed (190031) Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf het moment dat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie voor opname in een verpleeghuis is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is in een verpleeghuis. BR artikel Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in de zorginstelling, Pediatrische intensive care (190151) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ICindicatie op de pediatrische IC. NR artikel 25 lid 3 onderdeel b Toeslag post IC-high care (190152) Er is sprake van post-ic High care als aansluitend aan een opname op de neonatale intensive care (NICU) noodzaak bestaat tot intensieve behandeling en bewaking. Dit is het geval indien sprake is van: een gewicht vanaf 1000 tot 1200 gram, en/of; een leeftijd van het kind, inclusief zwangerschapsduur, vanaf 30 tot 32 weken, en/of; ten minste twee van de volgende behandelingen en/of vormen van bewaking: CPAP/ low flow, continue parenterale medicatie ter ondersteuning van één of meer vitale functies, meervoudige medicamenteuze therapie (exclusief vitaminen en andere voedingssupplementen), centrale lijn voor parenterale voeding, invasieve bloeddrukmeting, en blaascatheter. De post-ic high care bedden kunnen zich ook bevinden buiten het perinatologisch centrum. NR artikel 25 lid 3 onderdeel b Verkeerde bed (190031) Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf het moment dat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie voor opname in een verpleeghuis is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is in een verpleeghuis. Deze indicatie is inclusief genees-, verband- en narcosemiddelen en klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken. NR artikel 25 lid 3 onderdeel b Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in de zorginstelling, omdat Verduidelijking Wij hebben de aanvullende eisen die onder de opsomming stonden (wanneer is géén sprake van een post IC-high care) verwerkt in de opsomming, zodat duidelijker zichtbaar is wanneer dit overige zorgproduct geregistreerd mag worden. Verduidelijking Wij hebben expliciet beschreven dat het overige zorgproduct verkeerde bed (190031) inclusief genees-, verband- en narcosemiddelen en klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken is. Deze onderdelen kunnen dus niet apart in rekening gebracht worden naast het overige zorgproduct verkeerde bed. Verduidelijking Wij hebben toegevoegd dat een kind tot 28 dagen na de geboorte als pasgeborene wordt beschouwd. Nederlandse Zorgautoriteit
84 RZ15b RZ16a Reden van wijziging omdat haar pasgeboren kind daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan en daarvoor klinisch wordt opgenomen. Deze zorgactiviteit kan tot maximaal 28 dagen na de bevalling geregistreerd worden. BR artikel 13.4 Aan patiënten toegediende dan wel afgeleverde stollingsfactoren in het kader van een behandelplan voor hemofilie en aanverwante hemostaseziekten door een ex artikel 8 WBMV aangewezen centrum voor hemofiliebehandeling en aanverwante hemostaseziekten. De stollingsfactoren zijn gedefinieerd per toedieningseenheid en kunnen alleen in rekening worden gebracht bij indicaties welke opgenomen zijn in bijlage 5. BR artikel MRI (081093, , , , , , , , , en ) MRI s kunnen rechtstreeks aan de zorgverzekeraar/patiënt worden gedeclareerd, tenzij deze worden geleverd als onderdeel van een DBCzorgproduct of op verzoek van een andere zorgaanbieder in het kader van onderlinge dienstverlening. Dus ook als sprake is van onderlinge dienstverlening tussen een ziekenhuis en een voor MRI s opgerichte eenheid, zijn de MRI s onderdeel van een DBC-zorgproduct. Voor de prestaties , , , , , , , en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Daarnaast geldt: haar pasgeboren kind daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan en daarvoor klinisch wordt opgenomen. Deze zorgactiviteit kan tot maximaal 28 dagen na de bevalling geregistreerd worden. Een kind wordt tot 28 dagen na de geboorte als pasgeborene beschouwd. NR artikel 25 lid 4 Stollingsfactoren( t/m ) a. De stollingsfactoren kunnen alleen in rekening worden gebracht door een door de minister ex artikel 8 WBMV aangewezen centrum voor hemofiliebehandeling en aanverwante hemostaseziekten in het kader van een behandelplan toegediende dan wel afgeleverde stollingsfactoren voor de behandeling van patiënten met de aandoeningen hemofilie A en B, Von Willebrandziekte, congenitale geïsoleerde stollingsfactordeficiënties en congenitale thrombocytopathie. b. De stollingsfactoren zijn gedefinieerd per gebruikte hoeveelheid en worden alleen in rekening gebracht bij indicaties welke opgenomen zijn in de Prestatie- en tarieventabel stollingsfactoren. NR artikel 26 lid 1 onderdeel a MRI (081093, , , , , , , , , , , , , , en ) MRI s kunnen rechtstreeks aan de zorgverzekeraar/patiënt worden gedeclareerd, tenzij deze worden geleverd als onderdeel van een DBC-zorgproduct of op verzoek van een andere zorgaanbieder in het kader van onderlinge dienstverlening. Dus ook als sprake is van onderlinge dienstverlening tussen een ziekenhuis en een voor MRI s opgerichte eenheid, zijn de MRI s onderdeel van een DBCzorgproduct. Voor de prestaties , , , , , , , en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Daarnaast geldt: Verwijderen overbodige tekst De voetnoot die in de regelgeving stond over overname door een andere specialist is verouderd en om deze reden verwijderd uit de NR. Deze tekst is ook verwijderd uit de definitie van verblijf gezonde zuigeling (190033). Verduidelijking Wij hebben verduidelijk wanneer en door wie stollingsfactoren in rekening gebracht mogen worden. Beschrijven van de juiste productcodes Per 1 januari 2016 vinden er een aantal wijzigingen plaats betreffende de productcodes voor MRI. In de NR hebben wij deze wijzigingen doorgevoerd. Voor een verdere toelichting op deze wijzigingen verwijzen wij u naar het wijzigingendocument. Nederlandse Zorgautoriteit
85 RZ15b RZ16a Reden van wijziging prestaties en mogen niet naast elkaar gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast gedeclareerd worden. prestaties en mogen niet naast elkaar gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , , , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , , , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast gedeclareerd worden. BR artikel Trombosedienst (190248, en t/m ) De prestaties , en t/m mogen uitsluitend in rekening gebracht worden door trombosediensten. Het overzicht van alle te onderscheiden prestaties voor trombosediensten, inclusief eventueel aanvullende voorwaarden, zijn te vinden in bijlage 1 bij de beleidsregel voor trombosediensten. BR artikel 15.1 Voor de overige zorgproducten ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, dieetadvisering, orthoptie en oefentherapie is ingeval van directe toegang verwijzing vanuit de eerstelijn niet noodzakelijk. BR artikel Screening (intake) orthoptie (192855) Screening (intake) is een eerste consult van een orthoptist met een patiënt die zonder verwijzing van een arts naar de zorgaanbieder gaat. Gedurende de intake inventariseert de zorgaanbieder de hulpvraag, bepaalt of er een indicatie is voor verder orthoptisch onderzoek, gaat na of er geen contraindicaties zijn en informeert of adviseert de patiënt. NR artikel 27 lid 1 Voor de overige zorgproducten ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, dieetadvisering, orthoptie en oefentherapie is vanwege directe toegang verwijzing vanuit de eerstelijn niet noodzakelijk. NR artikel 27 lid 2 onderdeel h Screening (intake) orthoptie (192855) Screening (intake) is een eerste consult van een orthoptist met een patiënt die zonder verwijzing van een arts naar de zorgaanbieder gaat. Gedurende de intake inventariseert de zorgaanbieder de zorgvraag, bepaalt of er een indicatie is voor verder orthoptisch onderzoek, gaat na of er geen contra-indicaties zijn en informeert of adviseert de patiënt. NR artikel 28 lid 1 Bijbetaling aandeel onverzekerde zorg ( t/m en t/m ) Deze overige verrichtingen kunnen enkel gedeclareerd Verwijderen definitie zorgactiviteit Om de regelgeving overzichtelijk te houden, worden enkel die prestaties in de NR beschreven waarvoor aanvullende bepalingen gelden. De genoemde prestaties zijn onderdeel van de reguliere OZP lijst en functioneel omschreven. Verduidelijking Ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, dieetadvisering, orthoptie en oefentherapie zijn direct toegankelijk zonder verwijzing vanuit de eerstelijn. Door een andere woordkeuze hebben wij dit verder willen verduidelijken. Consistentie In de regelgeving spreken wij van zorgvraag in plaats van hulpvraag. Wij hebben de term zorgvraag zoveel mogelijk consistent toegepast. Toevoegen van overige verrichtingen Per 2016 is het mogelijk om bij het leveren van onverzekerde zorg in combinatie met verzekerde zorg tijdens de looptijd van een DBC-zorgproduct het Nederlandse Zorgautoriteit
86 RZ15b RZ16a Reden van wijziging BR artikel Fractuurbehandeling De fractuurbehandeling door middel van external fixation wordt gelijkgesteld aan een operatieve fractuurbehandeling. Indien de fractuurbehandeling niet tot consolidatie leidt en klinische, röntgenologische en/of andere onderzoekingen de diagnose pseudo-arthrose doen stellen, dan kan de eerdere behandeling als afgesloten worden beschouwd (in de betekenis van volledige behandeling). BR artikel Rijbewijskeuringen ( t/m ) De standaardprestatie rijbewijskeuring ( of ) beschrijft de tijd die een specialist standaard kwijt is aan een rijbewijskeuring. In de standaardprestatie is de directe, patiëntgebonden tijd van 15 minuten meegenomen. Daarnaast is ook 15 minuten indirecte tijd (inlezen in en/of schrijven van het rapport) verwerkt. Wanneer een keuring langer duurt dan de standaard, dient de zorgverlener dit op voorhand aan te geven aan de patiënt37. Dan kan er nog een prestatie in rekening worden gebracht bij wijzen van toeslag. Deze toeslag is gebaseerd op 15 minuten directe, patiëntgebonden tijd ( en ). Alleen voor de daadwerkelijk gerealiseerde tijdbesteding mag de toeslag in rekening gebracht worden. Bij de rijbewijskeuring in geval van zowel een vorderingsprocedure (119028) als een eigen worden indien er onverzekerde zorg in combinatie met verzekerde zorg wordt geleverd tijdens de looptijd van een DBC-zorgproduct. Indien binnen de looptijd van een DBCzorgproduct uitsluitend onverzekerde of verzekerde zorg wordt geleverd, dan dient gebruik gemaakt te worden van reguliere zorgactiviteiten die binnen het DBC-zorgproduct worden vastgelegd. NR artikel 28 lid 4 onderdeel g Fractuurbehandeling (238041, , en ) De fractuurbehandeling door middel van external fixation wordt gelijkgesteld aan een operatieve fractuurbehandeling. Indien de fractuurbehandeling niet tot consolidatie leidt en klinische, röntgenologische en/of andere onderzoekingen de diagnose pseudo-arthrose doen stellen, dan kan de eerdere behandeling als afgesloten worden beschouwd (in de betekenis van volledige behandeling). NR artikel 28 lid 5 sub a Rijbewijskeuringen ( t/m ) De standaardprestaties rijbewijskeuring ( of ) beschrijven de tijd die een rijbewijskeuring minimaal duurt. In beide prestaties wordt uitgegaan van twee tijdscomponenten, te weten directe tijd en indirecte tijd. Directe tijd is de tijd die de keuringsarts met de te keuren persoon doorbrengt in het kader van het onderzoek. Indirecte tijd is de tijd die de keuringsarts nodig heeft voor het inlezen in het dossier alsmede het opstellen van zijn rapportage. Onder indirecte tijd worden uitdrukkelijk niet verstaan werkzaamheden van financiële, administratieve of secretariële aard verricht door een niet BIG-geregistreerde persoon. De standaardprestaties rijbewijskeuring ( of ) zijn opgebouwd uit 15 minuten directe tijd en 15 minuten indirecte tijd. In het geval een keuring langer duurt dan de standaard, dient de zorgverlener dit op voorhand aan te geven aan de te onverzekerde deel als overig zorgproduct in rekening te brengen. Toevoegen van de juiste productcodes Wij hebben de productcodes die betrekking hebben op fractuurbehandeling toegevoegd. Verduidelijking Als gevolg van vragen over de interpretatie van de regelgeving rondom de rijbewijskeuringen, zijn de registratiebepalingen verduidelijkt. Hierdoor wordt meer expliciet beschreven wanneer bepaalde toeslagen, in aanvulling op de standaardprestatie, in rekening gebracht mogen worden. Verplaatsen van tekst Wij hebben de tekst in het artikel geherstructureerd. Nederlandse Zorgautoriteit
87 RZ15b RZ16a Reden van wijziging verklaringsprocedure (119027) mogen de kosten voor een laboratoriumonderzoek ( t/m ) apart in rekening gebracht worden. Hierop is tariefregulering (overige zorgproducten eerstelijnsdiagnostiek) van toepassing. Onderzoeken waarbij de patiënt zelf aanwezig is (directe tijd), mogen alleen gedeclareerd worden in de vorm van de standaardkeuring of toeslagprestatie voor directe, patiëntgebonden tijd. Deze onderzoeken (directe tijd) kunnen niet apart in rekening gebracht worden. Bij de rijbewijskeuring in geval van een vorderingsprocedure (119028) mag de toeslag (119030) ook in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Voor indirecte tijd mag de toeslag maximaal vier keer in rekening worden gebracht, deze is dus gemaximeerd tot maximaal een uur extra indirecte tijd. Bij de rijbewijskeuring in geval van een eigen verklaringsprocedure (119027) mag38 de toeslag (119029) ook in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Voor indirecte tijd mag de toeslag maximaal twee keer in rekening worden gebracht, deze is dus gemaximeerd tot maximaal een half uur extra indirecte tijd. keuren persoon. Een uitzondering hierop is de vorderingsprocedure, omdat de te keuren persoon niet de opdrachtgever is. Het is in dat geval niet noodzakelijk dat de zorgverlener voor elke procedure het CBR op de hoogte brengt van de verwachte tijdbesteding. Bij langere keuringen dan de standaard kan er nog een prestatie in rekening worden gebracht bij wijze van toeslag. Deze toeslag is gebaseerd op 15 minuten directe tijd ( en ). Alleen daadwerkelijk gerealiseerde tijdbesteding mag als toeslag in rekening gebracht worden. Bij de rijbewijskeuring in geval van een vorderingsprocedure (119028) mag de toeslag (119030) ook in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Voor indirecte tijd mag de toeslag maximaal vier keer in rekening worden gebracht, deze is dus gemaximeerd tot maximaal een uur extra indirecte tijd. Bij de rijbewijskeuring in geval van een eigen verklaringsprocedure (119027) mag de toeslag (119029) ook in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Deze toeslag voor indirecte tijd in geval van een eigen verklaringsprocedure mag alleen in rekening worden gebracht bij psychiatrische en neurologische keuringen. Voor indirecte tijd mag de toeslag maximaal twee keer in rekening worden gebracht, deze is dus gemaximeerd tot maximaal een half uur extra indirecte tijd. Bij zowel een rijbewijskeuring in een vorderingsprocedure (119028) als een rijbewijskeuring in een eigen verklaringsprocedure (119027) mogen kosten voor laboratoriumonderzoek ( t/m ) apart in rekening worden gebracht. Hierop is tariefregulering (overige zorgproducten eerstelijnsdiagnostiek) van toepassing. Onderzoeken waarbij de te keuren persoon zelf aanwezig is (directe tijd), mogen alleen gedeclareerd worden in de vorm van de standaardkeuring of toeslagprestatie voor directe tijd. Deze onderzoeken (directe tijd) kunnen niet apart in rekening gebracht worden. Nederlandse Zorgautoriteit
88 RZ15b RZ16a Reden van wijziging BR artikel Klinisch-genetisch onderzoek t.b.v. erfelijkheidsadvisering (191112, en t/m ) Deze tarieven voor de klinisch genetische centra zijn uniforme tarieven voor de activiteiten op het gebied van klinische genetisch onderzoek en erfelijkheidsadvisering. Verwijderen definitie overig zorgproduct Om de regelgeving overzichtelijk te houden, worden enkel die overige zorgproducten in de NR beschreven waarvoor specifieke prestatiebeschrijvingen of aanvullende voorwaarden van toepassing zijn. NR artikel 28 lid 6 Erfelijkheidsonderzoek (191111, t/m ) De zorgactiviteiten , t/m worden geregistreerd op het moment dat het erfelijkheidsadvies is afgerond. Het enkelvoudig erfelijkheidsadvies (191111) bevat de voorbereiding, het gesprek zelf inclusief het opmaken van een stamboom, counseling en daarna afronding met een brief aan adviesvragers en aan verwijzers. Er is bij dit erfelijkheidsonderzoek geen vervolgonderzoek nodig. Zorgactiviteit wordt geregistreerd bij het eerste erfelijkheidsadviseringsgesprek voor het meest complexe erfelijkheidsonderzoek (bij onbekende gendefect(en)). Zorgactiviteit kan worden geregistreerd bij een adviesaanvraag in verband met een kinderwens in geval van een autosomaal recessieve of x-linked aandoening, waarbij sprake is van heterozygoot dragerschap en waar het/de gendefect(en) bekend is/zijn. Zorgactiviteit kan worden geregistreerd wanneer bij een familielid van de adviesvrager eerder een erfelijke aandoening is aangetoond, de zogenaamde cascadescreening. Het gaat om een middelmatig complex erfelijkheidsonderzoek in geval van een autosomaal dominante aandoening waarbij het/de gendefect(en) bekend is/zijn. Zorgactiviteit moet worden geregistreerd wanneer er een onderzoek wordt gedaan in het geval de/het gendefect(en) nog onbekend of nog niet nader geduid is/zijn. Gedurende het erfelijkheidsonderzoek worden de contactmomenten vastgelegd door middel van de reguliere zorgactiviteiten, zoals een polikliniekbezoek of telefonisch Toevoegen definitie zorgactiviteit Voor de overige zorgproducten voor erfelijkheidsonderzoek gelden aanvullende voorwaarden. Wij hebben deze voorwaarden opgenomen in de NR. Nederlandse Zorgautoriteit
89 RZ15b RZ16a Reden van wijziging consult. BR artikel Prenatale screening (037510, , en ) Het overzicht van alle te onderscheiden prestaties prenatale screening, inclusief eventueel aanvullende voorwaarden, zijn te vinden in bijlage 1 bij de beleidsregel Eerstelijnsdiagnostiek. BR artikel De werkzaamheden, bedoeld onder voorwaarde 3, mogen niet worden verricht door een organisatievorm die moet worden beschouwd als een organisatorisch verband als bedoeld in artikel 5 van de WTZi (in dat geval zou immers sprake zijn van een instelling en is een WTZi-toelating vereist). NR artikel 13.4 De zorgverlener declareert in één declaratie het totale, integrale tarief van het zorgproduct. Onderdeel van dit tarief is, voor zover van toepassing, een tussen de instelling en vrijgevestigd medisch specialist/kaakchirurg, dan wel diens rechtsgeldige vertegenwoordiger, overeengekomen vergoeding voor diens aandeel in het geleverde en in rekening gebrachte zorgproduct. NR artikel 28 lid 7 Prenatale screening (037510, , , en ) Het overzicht van alle te onderscheiden prestaties prenatale screening, inclusief eventueel aanvullende voorwaarden, is te vinden in bijlage 1 bij de beleidsregel Eerstelijnsdiagnostiek. NR artikel 30 lid 2 Voor instellingen geldt, in aanvulling op lid 1, dat zij in het bezit dienen te zijn van een toelating als bedoeld in artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). Deze eis geldt niet voor organisatorische verbanden die uitsluitend medisch specialistische zorg leveren waarop geen aanspraak bestaat ingevolge de Zorgverzekeringswet (hier wordt gedoeld op onverzekerde zorg). NR artikel 30 lid 4 De eigen zorgverlener declareert in één declaratie het totale, integrale tarief van het zorgproduct. Onderdeel van dit tarief is, voor zover van toepassing, een tussen de instelling en vrijgevestigd medisch specialist/kaakchirurg, dan wel diens rechtsgeldige vertegenwoordiger, overeengekomen vergoeding voor diens aandeel in het geleverde en in rekening gebrachte zorgproduct. NR artikel 30 lid 6 Declaratiebepalingen geneesmiddelen a. Een geneesmiddel dat intramuraal, dus binnen de muren van een instelling, wordt voorgeschreven en toegepast aan een patiënt, wordt gedeclareerd door de instelling waar dat geneesmiddel is toegepast. b. In afwijking van het gestelde onder a geldt dat: geneesmiddelen die enkel en alleen vallen onder de te verzekeren prestatie geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden als Wijziging categorie overige zorgproduct Vanaf 1 januari 2016 vallen de overige zorgproducten voor prenatale screening niet meer onder de categorie eerstelijnsdiagnostiek, maar onder de categorie overige verrichtingen. Toevoegen van overig zorgproduct Het overige zorgproduct valt ook onder prenatale screening. Correctie Er bestaan instellingen (organisatorische verbanden) die uitsluitend niet-verzekerde medisch specialistische zorg leveren. Dergelijke instellingen hebben geen WTZi toelating nodig. De huidige declaratieregels schrijven voor dat instellingen het integrale tarief slechts kunnen/mogen declareren indien zij een toegelaten instelling zijn en beschikken over een toelating. Verduidelijking Alleen de eigen zorgverlener mag een tarief in rekening brengen. De definitie van eigen zorgverlener staat opgenomen in de begrippenlijst. Verduidelijking Naar aanleiding van een uitspraak van het CBb (18 november 2013, ECLI:NL:CBB:2013:249) is er in het veld onduidelijkheid ontstaan over wie verantwoordelijk is voor de bekostiging van geneesmiddelen die worden geleverd in een instelling voor (geriatrische) revalidatiezorg, maar bij een andere indicatie behoren dan waarvoor de patiënt in de revalidatie instelling is Nederlandse Zorgautoriteit
90 RZ15b RZ16a Reden van wijziging NR artikel 15.5 Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening kan door de uitvoerende instelling geen DBC-zorgproduct of overig zorgproduct worden gedeclareerd. Alleen door de instelling waar de patiënt als eigen patiënt onder behandeling is, wordt een DBC-zorgproduct of overig zorgproduct in rekening gebracht. Deze bepaling is niet van toepassing op WBMV-zorg. In dat geval mag de uitvoerende instelling wel een DBC-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels. NR artikel 15.5 Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening kan door de uitvoerende instelling geen DBC-zorgproduct of overig zorgproduct worden gedeclareerd. Alleen door de instelling waar de patiënt als eigen patiënt onder behandeling is, wordt een DBC-zorgproduct of overig zorgproduct in rekening gebracht. Deze bepaling is niet van toepassing op WBMV-zorg. In dat geval mag de uitvoerende instelling wel een DBC-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering, en geneesmiddelen voor de behandeling van HIV, dienen te worden gedeclareerd door de zorgverlener waarvan de patiënt voor de toepassing van deze geneesmiddelen eigen patiënt is en waarvan de op deze geneesmiddelen betrekking hebbende zorg niet is overgenomen door een andere zorgverlener. c. Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een DBC-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de Prestatie- en tarieventabel add-on geneesmiddelen. NR artikel 31 lid 1 Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening kan door de uitvoerende instelling geen DBC-zorgproduct of overig zorgproduct worden gedeclareerd. Alleen door de instelling waar de patiënt als eigen patiënt onder behandeling is, wordt een DBC-zorgproduct of overig zorgproduct in rekening gebracht. Deze bepaling is niet van toepassing op WBMVzorg indien alleen de uitvoerende instelling een WBMVvergunning heeft voor het uitvoeren van de zorg. In dat geval mag de uitvoerende instelling wel een DBC-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels en kan de zorg niet middels onderlinge dienstverlening worden verrekend. NR artikel 31 lid 2 en lid 3 De bepaling zoals opgenomen in lid 1 is niet van toepassing op: a. WBMV-zorg indien alleen de uitvoerende instelling een WBMV-vergunning heeft voor het uitvoeren van de zorg; b. de situatie waarin een specialist die vanuit een categorale instelling is gedetacheerd in een ziekenhuis doorverwijst naar de categorale instelling voor gespecialiseerde zorg; c. de situatie waarin de patiënt voor (hoog)complexe zorg opgenomen. Om hier duidelijkheid over te geven hebben we in de nadere regel een nieuwe declaratiebepaling voor de geneesmiddelen toegevoegd. Verduidelijking Indien een instelling met een WBMV-vergunning in het kader van onderlinge dienstverlening een (deel van een) DBC-zorgproduct laat uitvoeren door een andere instelling met een WBMV-vergunning, mag niet door beide instellingen een eigen DBC-zorgproduct in rekening worden gebracht. Toevoeging Wij hebben toegevoegd dat situaties waarin de patiënt wordt verwezen voor gespecialiseerde zorg (in een categorale instelling) of (hoog)complexe zorg niet onder onderlinge dienstverlening vallen. Daarnaast valt een acute zorgvraag ook niet onder onderlinge dienstverlening. Verwijderen overbodige tekst De verwijderde tekst voegt niks toe aan wat in het Nederlandse Zorgautoriteit
91 RZ15b RZ16a Reden van wijziging algemeen geldende regels. NR artikel 13.6 Indien sprake is van onderlinge dienstverlening, kan de uitvoerder de vergoeding daarvoor uitsluitend in rekening brengen aan de eigen zorgverlener die de patiënt in behandeling heeft en de prestatie bij de uitvoerder heeft aangevraagd. wordt verwezen naar een andere instelling omdat de benodigde behandelfaciliteiten of kennis en/of kunde ontbreken in de instelling. d. een acute zorgvraag die behandeld wordt in een andere instelling dan de instelling waar de patiënt initieel onder behandeling is. In deze gevallen mag de uitvoerende zorgverlener wel een DBC-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels en kan de zorg niet middels onderlinge dienstverlening worden verrekend. betreffende artikel beschreven staat. Het gaat erom dat alleen de eigen zorgverlener een prestatie in rekening mag brengen. NR artikel Wanneer een kinderarts en een neuroloog samen een epilepsie behandeling (zorgproductgroep 69899) uitvoeren, dan kan hiervoor één DBC-zorgproduct uit de zorgproductgroep worden gedeclareerd. NR artikel 15.3.c Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met medisch specialistische zorg zoals beschreven in de beleidsregel Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met Medisch-specialistische zorg, of NR voetnoot 35 Als een overig zorgproduct INR-bepaling (079995) wordt uitgevoerd in het kader van een reguliere controle bij een patiënt die al in behandeling is bij een trombosedienst, is geen nieuw verzoek van de eerstelijn nodig. Bij het initieel in behandeling nemen van de Indien sprake is van onderlinge dienstverlening, kan de uitvoerder de vergoeding daarvoor uitsluitend in rekening brengen aan de eigen zorgverlener die de patiënt in behandeling heeft. NR artikel 32 lid 10 Wanneer een kinderarts en een neuroloog samen een epilepsie behandeling (zorgproductgroep 69899) of een kinderneurologische behandeling (zorgproductgroep ) uitvoeren, dan kan hiervoor één DBC-zorgproduct uit de betreffende zorgproductgroepworden gedeclareerd. NR artikel 33a lid 10 Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvan de productnaam en indicatie is opgenomen op de OZP stollingsfactorenlijst, dan moet de zorgverlener het geneesmiddel als OZP stollingsfactor declareren. NR artikel 33b lid 7 Voor de overige zorgproducten voor trombosezorg (070706, , , , , , , en t/m ) uitgevoerd door een instelling die trombosezorg levert, is een verwijzing nodig. Dit kan ook een verzoek van of (door)verwijzing vanuit de tweedelijn zijn. Toevoegen van declaratiebepaling De kinderarts en neuroloog leveren in het kader van kinderneurologische behandelingen gezamenlijk zorg en hiervoor mag dan ook slechts één zorgtraject geopend worden. Verwijderen overbodige tekst Het overige zorgproduct verpleging in de thuissituatie valt niet onder de categorieën eerstelijnsdiagnostiek of paramedische behandeling en onderzoek, maar onder de categorie overige verrichtingen. Uitbreiding Voor de overige zorgproducten voor trombosezorg is een verwijzing nodig. Dit hoeft echter geen verwijzing vanuit de eerstelijn te zijn, maar kan ook een verzoek van of (door)verwijzing vanuit de tweedelijn zijn. Nederlandse Zorgautoriteit
92 RZ15b RZ16a Reden van wijziging patiënt in een trombosedienst is wel een verzoek van de eerstelijn nodig. NR voetnoot 36 De zorgaanbieder moet altijd kunnen aantonen dat de uitgevoerde behandeling niet voortvloeit uit de zorgvraag van een bestaand subtraject. NR artikel Het overig zorgproduct injectiepen bij somatropine (199850) mag alleen worden gedeclareerd indien: het overig zorgproduct in combinatie met een addon duur geneesmiddel voor somatropine met als toedieningsvorm injectievloeistof wordt gedeclareerd, en NR artikel Bij de overige zorgproducten ten behoeve van de standaardprestatie rijbewijskeuring ( en ) kan de prestatie toeslag rijbewijskeuring ( en ) in rekening worden gebracht, wanneer de patiëntgebonden tijd meer dan 15 minuten bedraagt. De standaardprestatie bestaat uit 15 minuten indirecte tijd en 15 minuten patiëntgebonden tijd. De zorgverlener dient de patiënt te informeren wanneer hij verwacht gebruik te maken van deze toeslag bovenop de standaardprestatie. Deze toeslagprestatie kan meerdere keren in rekening worden gebracht, per 15 minuten patiëntgebonden tijd dat de keuring langer duurt dan de standaardprestatie. De toeslagprestatie mag ook in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Bij een vorderingsprocedure (119028) mag deze toeslag (119030) maximaal 4 keer in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Bij een eigen verklaringsprocedure (19027) mag de toeslag (119029), enkel indien sprake is van een neurologische of psychiatrische keuring, maximaal 2 keer in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Alleen voor NR artikel 33b lid 8 De zorgaanbieder moet altijd kunnen aantonen dat de uitgevoerde behandeling geen betrekking heeft op de zorgvraag van een openstaand subtraject. NR artikel 33d lid 3 Het overig zorgproduct injectiepen bij somatropine (199850) mag alleen worden gedeclareerd indien: het overig zorgproduct in combinatie met een add-on geneesmiddel voor somatropine met als toedieningsvorm injectievloeistof wordt gedeclareerd; en NR artikel 33d lid 4 Bij de overige zorgproducten ten behoeve van de standaardprestatie rijbewijskeuring ( en ) kan de prestatie toeslag rijbewijskeuring ( en ) in rekening worden gebracht, wanneer de directe tijd meer dan 15 minuten bedraagt. De standaardprestatie bestaat uit 15 minuten directe tijd en 15 minuten indirecte tijd. De zorgverlener dient de te keuren persoon te informeren wanneer hij verwacht gebruik te maken van de toeslag bovenop de standaardprestatie. Deze toeslagprestatie kan meerdere keren in rekening worden gebracht, per 15 minuten directe tijd dat de keuring langer duurt dan de standaardprestatie. De toeslagprestatie mag ook in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Bij een vorderingsprocedure (119028) mag deze toeslag (119030) maximaal 4 keer in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Bij een eigen verklaringsprocedure (19027) mag de toeslag (119029), enkel indien sprake is van een neurologische of psychiatrische keuring, maximaal 2 keer in rekening gebracht worden voor indirecte tijd. Alleen voor daadwerkelijk gerealiseerde tijdbesteding mogen toeslagen in rekening gebracht worden. Toevoegen van productcodes Wij hebben alle zorgproductcodes beschreven die onder trombosezorg vallen. Verduidelijking Het is mogelijk dat het bestaande subtraject waarop de zorgvraag betrekking heeft, afgesloten is. Indien er geen subtraject openstaat, mag een overig zorgproduct paramedische zorg in rekening worden gebracht. Correctie Sinds 2015 maken wij geen onderscheid meer tussen dure- en weesgeneesmiddelen. Dit was nog niet verwerkt in de regelgeving Verduidelijking Als gevolg van vragen over de interpretatie van de regelgeving rondom de rijbewijskeuringen, zijn de registratiebepalingen verduidelijkt. Hierdoor wordt meer expliciet beschreven wanneer bepaalde toeslagen, in aanvulling op de standaardprestatie, in rekening gebracht mogen worden. Nederlandse Zorgautoriteit
93 RZ15b RZ16a Reden van wijziging daadwerkelijk gerealiseerde tijdbesteding mogen toeslagen in rekening gebracht worden. NR artikel Indien meer kaakchirurgische ingrepen en/of verrichtingen in één zitting door dezelfde wond plaatsvinden, wordt alleen de ingreep of verrichting met de hoogste puntwaarde gedeclareerd. Deze puntwaarden zijn te vinden in bijlage 6 van de beleidsregel Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Indien meer kaakchirurgische ingrepen en/of verrichtingen in één zitting, maar niet door dezelfde wond plaatsvinden, wordt de ingreep of verrichting met de hoogste puntwaarde als een reguliere prestatiecode vastgelegd. Voor elke andere ingreep of verrichting (indien niet door dezelfde wond) worden prestatiecodes vastgelegd die voorzien zijn van een omschrijving uitgevoerd als verrichting met lagere puntwaarde voor zover deze beschikbaar zijn. Indien voor het laatstbedoelde geen prestatiecode beschikbaar is, dan wordt een reguliere prestatiecode vastgelegd. NR artikel Dubbelzijdige of in onder- en bovenkaak gecombineerde kaakchirurgische ingrepen en/of verrichtingen in één zitting worden eenmaal vastgelegd als een reguliere prestatiecode en eenmaal als een prestatiecode welke voorzien is van een omschrijving uitgevoerd als verrichting met lagere puntwaarde voor zover deze beschikbaar zijn. Indien voor het laatstbedoelde geen prestatiecode beschikbaar is dan wordt een reguliere prestatiecode vastgelegd. Bij een combinatie van een dubbelzijdige of in onderen bovenkaak gecombineerde kaakchirurgische ingreep of verrichting en nog een andere ingreep in dezelfde zitting door een andere wond, wordt als volgt gedeclareerd: éénmaal de reguliere prestatie met de hoogste puntwaarde vermeerderd met de andere soort NR artikel 33d lid 5 onderdeel a Indien meer kaakchirurgische ingrepen en/of verrichtingen in één zitting uit productgroep 3 t/m 8 wordt de ingreep of verrichting met de hoogste puntwaarde als een reguliere prestatiecode vastgelegd. Voor elke andere ingreep of verrichting (indien niet door dezelfde wond) worden prestatiecodes vastgelegd die voorzien zijn van een omschrijving uitgevoerd als verrichting met lagere puntwaarde voor zover deze beschikbaar zijn. Indien voor het laatstbedoelde geen prestatiecode beschikbaar is, dan wordt een reguliere prestatiecode vastgelegd. Deze puntwaarden en de indeling van prestaties naar productgroepen zijn te vinden in bijlage 6. Wijzigen declaratiebepaling De doorgevoerde wijzigingen in de declaratiebepalingen kaakchirurgie zien met name op het vereenvoudigen van de declaratieregels voor gecombineerde verrichtingen. Verwijderen overbodige tekst Deze bepalingen kunnen geschaard worden onder de bepaling indien meer kaakchirurgische ingrepen en/of verrichtingen in één zitting plaatsvinden. Nederlandse Zorgautoriteit
94 RZ15b RZ16a Reden van wijziging prestatiecodes welke voorzien zijn van een omschrijving uitgevoerd als verrichting met lagere puntwaarde voor zover deze beschikbaar zijn. Indien voor het laatstbedoelde geen prestatiecode beschikbaar is dan wordt een reguliere prestatiecode vastgelegd. NR artikel Fractuurbehandeling NR artikel 17.1.j, m en n AGB-code uitvoerend specialisme: De AGB-code van het uitvoerend specialisme wordt weergegeven middels de AGB-subberoepsgroep indeling (de AGB-code van de hoofdbehandelaar is hierbij leidend).39 Deze AGB-code bestaat uit 4 posities. AGB-code verwijzer: Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder l3, l4 en l6 dient op de declaratie een AGB-code (8 posities) van de verwijzende zorgaanbieder vermeld te worden. Dit kan een instelling, een praktijk of een natuurlijk persoon zijn. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder l5 en l7 dient op de declaratie een AGB-code (8 posities) vermeld te worden van de natuurlijke persoon die doorverwijst. AGB-code verwijzend specialisme: Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder l5, l6 of l7 dient op de declaratie ook een AGB-code (4 posities) van het verwijzend specialisme vermeld te worden. NR artikel 33d lid 5 onderdeel d Fractuurbehandeling (238041, , en ) NR artikel 33d lid 5 onderdeel g Maken meerdimensionale kaakopname (b.v. cone beam-ct (CBCT)) (239472) Het maken van een meerdimensionale kaakfoto (bijvoorbeeld met een CBCT). Deze foto dient uitsluitend te worden genomen indien het maken van een dergelijke opname een meerwaarde heeft ten opzichte van conventionele röntgendiagnostiek. NR artikel 35 lid 1 onderdeel j, m en n AGB-code uitvoerend specialisme: De AGB-code van het uitvoerend specialisme wordt weergegeven middels de AGBsubberoepsgroep indeling (de AGB-code van de hoofdbehandelaar is hierbij leidend). AGB-code verwijzer: Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder l3, l4 en l6 dient op de declaratie een AGBcode van de verwijzende zorgaanbieder vermeld te worden. Dit kan een instelling, een praktijk of een natuurlijk persoon zijn. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder l5 en l7 dient op de declaratie een AGB-code vermeld te worden van de natuurlijke persoon die doorverwijst. AGB-code verwijzend specialisme: Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder l5, l6 of l7 dient op de declaratie ook een AGB-code van het verwijzend specialisme vermeld te worden. Toevoegen van prestatiecodes Wij hebben toegevoegd welke prestatiecodes onder fractuurbehandeling vallen. Toevoegen van declaratiebepaling Per 1 januari 2016 wordt een nieuwe prestatie voor kaakchirurgie ingevoerd. Wij hebben voor deze prestatie een declaratiebepaling opgenomen in de regelgeving. Verwijderen overbodige tekst Voor de NZa is belangrijk dat de AGB-code wordt weergegeven. Wij laten los uit hoeveel posities deze AGB-code moet bestaan. Nederlandse Zorgautoriteit
95 RZ15b RZ16a Reden van wijziging NR artikel 17.1.q1 Vermelding zorgactiviteiten Indien één van de in bijlage 10 genoemde zorgactiviteiten deel uit maakt van het lokale profiel van een DBC-zorgproduct geopend na 31 mei 2014, dienen de code, consumentenomschrijving, aantal en de uitvoerdatum van deze zorgactiviteit te worden vermeld op de declaratie. NR artikel 17.1.q2 en 17.1.q3 De verplichting genoemd onder 12.3, 14.5, 17.1g en 17.1q1, blijven buiten toepassing indien de patiënt en de zorgaanbieder gezamenlijk een privacyverklaring hebben ondertekend als bedoeld in bijlage 3b. De verklaring genoemd onder q2 dient vóór, doch uiterlijk op het moment van indiening van de declaratie bij de zorgverzekeraar in het bezit te worden gesteld van de zorgverzekeraar van de patiënt. NR artikel 17.2.f, h en i AGB-code uitvoerend specialisme: De AGB-code van het uitvoerend specialisme wordt weergegeven middels de AGB-subberoepsgroep indeling (de AGB-code van de hoofdbehandelaar is hierbij leidend). Deze AGB-code bestaat uit 4 posities. AGB-code verwijzer: Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder g3, g4 en g6 dient op de declaratie een AGB-code (8 posities) van de verwijzende instelling/praktijk of natuurlijk persoon vermeld te worden. Indien er sprake is van type NR artikel 35 lid 1 onderdeel q1 Vermelding zorgactiviteiten Indien één van de in bijlage 10 genoemde zorgactiviteiten deel uit maakt van het lokale profiel van een DBC-zorgproduct geopend na 31 mei 2014, dienen de code, consumentenomschrijving, aantal en de uitvoerdatum van deze zorgactiviteit te worden vermeld op de declaratie. Bij de zorgactiviteiten t/m dient de AGB-code van de uitvoerder (natuurlijk persoon) te worden vermeld op de declaratie. Deze verplichting geldt voor de volgende zorgverleners: Medisch specialist (revalidatiearts), fysiotherapeut, logopedist, ergotherapeut en maatschappelijk werker. NR artikel 35 lid 1 onderdeel q2 De verplichting genoemd onder artikel 29 lid 4, artikel 32 lid 5, artikel 35 lid 1 onderdeel g en artikel 35 lid 1 onderdeel q sub 1, blijven buiten toepassing indien de patiënt en de zorgaanbieder gezamenlijk een privacyverklaring hebben ondertekend als bedoeld in bijlage 11. Deze verklaring dient voor de zorgverzekeraar te allen tijde opvraagbaar te zijn. NR artikel 36 lid 2 onderdeel f, h en i AGB-code uitvoerend specialisme: De AGB-code van het uitvoerend specialisme wordt weergegeven middels de AGBsubberoepsgroep indeling (de AGB-code van de hoofdbehandelaar is hierbij leidend). AGB-code verwijzer: Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder g3, g4 en g6 dient op de declaratie een AGBcode van de verwijzende instelling/praktijk of natuurlijk persoon vermeld te worden. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder g5 en g7 dient op de declaratie een AGB code van de verwijzende natuurlijk persoon vermeld te Toevoegen van informatieverplichting Vanaf 1 januari 2016 moet voor een selectie van de behandeldisciplines binnen de medische specialistische revalidatiezorg, de volledige zorgverleners AGB-code worden vermeld bij de bepaalde zorgactiviteiten op de declaratie. Toevoegen verplichting in verband met loslaten inzenden privacyverklaring Wij laten de verplichting los dat een privacyverklaring ingezonden moet worden. Daar stellen wij tegenover dat de privacyverklaring te allen tijde opvraagbaar dient te zijn voor de zorgverzekeraar. Verwijderen overbodige tekst Voor de NZa is belangrijk dat de AGB-code wordt weergegeven. Wij laten los uit hoeveel posities deze AGB-code moet bestaan. Nederlandse Zorgautoriteit
96 RZ15b RZ16a Reden van wijziging verwijzer genoemd onder g5 en g7 dient op de declaratie een AGB code (8 posities) van de verwijzende natuurlijk persoon vermeld te worden. AGB-code verwijzend specialisme: Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder g5, g6 of g7 dient op de declaratie ook een AGB-code (4 posities) van het specialisme vermeld te worden. worden. AGB-code verwijzend specialisme: Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder g5, g6 of g7 dient op de declaratie ook een AGB-code van het specialisme vermeld te worden. Nederlandse Zorgautoriteit
97 Wijzigingen DBC-release RZ16a v Wijzigingen in diagnosen en zorgvraag Dit hoofdstuk beschrijft wijzigingen in diagnose- en zorgvraagtyperingen die voortkomen uit verzoeken die zijn ingediend via de intakeprocedure Nieuwe diagnosen heelkunde (201730) Eindproducten: ETL, DCT, RDZT Specialisme: 0303 heelkunde Zorgproductgroepen: , , Er zijn drie nieuwe diagnosetyperingen aangemaakt. 0303_164 Fasciitis necroticans Zal afleiden naar zorgproductgroep Botspierstelsel-bindweefsel/Letsel - Ziekten botspierstelsel/bindweefsel en late gevolgen/vroege compl trauma (wd) en landt daar in passende DBC-zorgproducten. Het bleek niet nodig om voor kinderen op basis van deze diagnose naar zorgproductgroep Kinderchirurgie te laten afleiden, want zorgproductgroep bevat passende zorgactiviteiten en zorgproducten. 0303_125 Pylorushypertrofie Leidt voor kinderen naar zorgproductgroep Kinderchirurgie. Leidt voor volwassenen naar zorgproductgroep Spijsverteringsstelsel - Ziekten slokdarm/maag/duodenum (incl intestinale malabsorptie) Om uitval te voorkomen zijn de volgende zorgactiviteiten toegevoegd aan de afleiding in beide zorgproductgroepen: Ramstedt operatie voor pylorusstenose, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische ramstedt operatie voor pylorusstenose (zie voor open procedure). In zorgproductgroep zijn beide zorgactiviteiten typerend voor zorgproducten Oper complex ( of ). In zorgproductgroep zijn de zorgactiviteiten typerend gemaakt voor het zorgproduct oper zwaar ( ). 0303_128 Gastro-oesophagale reflux Zal voor kinderen afleiden naar zorgproductgroep Kinderchirurgie en voor volwassenen naar zorgproductgroep Ziekten van slokdarm, maag, duodenum. Deze zorgproductgroepen bevatten passende DBC-zorgproducten bij deze diagnose. De drie nieuwe diagnosetyperingen zijn als combinaties met zichzelf opgenomen in de Diagnose Combinatie Tabel. 2 In het kader van het project Integratie kinderneurologie en neurologie kindergeneeskunde zijn ook nieuwe zorgvragen geïntroduceerd. Een beschrijving daarvan vindt u in paragraaf 2.2. Nederlandse Zorgautoriteit
98 Om uitval te voorkomen zijn daarnaast in zorgproductgroep ook onderstaande zorgactiviteiten toegevoegd: Endoscopische overhechting maagperforatie (zie voor open procedure) Overhechting maagperforatie, open procedure (zie voor endoscopisch). 4.2 Correcties omschrijvingen in Elektronische Typeringslijst (201881) Eindproduct: ETL Specialisme: 0303 heelkunde, 0316 kindergeneeskunde Er zijn meerdere tekstuele correcties doorgevoerd in de Elektronische Typeringslijst. Bij eerdere correctie is een spelfout in diagnosecode 0303_124 over het hoofd gezien. Deze is alsnog gecorrigeerd. De nieuwe omschrijving luidt: 0303_124 Hernia cicatricialis Daarnaast is bij heelkunde ook een tekstuele correctie in de subgroep omschrijvingen van twee regels doorgevoerd, er was per abuis een kleine letter in plaats van een hoofdletter gebruikt. Het betreft de regels: 0303_ _143 Tot slot is voor drie regels van kindergeneeskunde een tekstuele correctie in de hoofdgroep omschrijving doorgevoerd. Er stond onterecht geen punt in vermeld. Het betreft de regels: 0316_ _ _ Verbeteren diagnosecodes gynaecologie (201896) Eindproducten: ARGT, ETL, DCT, ZA, ZP, ZPG, NR, RA, RDZT, TT Specialisme: 0307 gynaecologie Zorgproductgroepen: , Per 1 januari 2014 (RZ14a) zijn diagnosecodes geïntroduceerd om obstetrische high care (OHC) zichtbaar te maken binnen de DBC-systematiek. De uitwerking daarvan heeft echter tot veel vragen geleid. Deze onduidelijkheid was aanleiding voor revisie van de diagnosecodes begeleiding zwangerschap en bevalling. De setting is uit de omschrijving verwijderd en diagnosecodes die geen diagnose maar een verrichting beschreven zijn beëindigd. Ook de diagnosecodes voor kraambed zijn herzien, mede in verband met overlap met het overig zorgproduct voor verblijf gezonde moeder. De beëindigde diagnosecodes: Diagnosecode 0307_Z40 Omschrijving Overige begeleiding graviditeit in tweede lijn Nederlandse Zorgautoriteit
99 Diagnosecode 0307_B _K _K _K _K _K _K _K _K22 Omschrijving Overige begeleiding partus in de tweede lijn Complicatie na partus in verband met HELLP-syndroom Complicatie na partus in verband met ernstige pre-eclampsie Overige complicaties na partus uit eerste lijn met nazorg en nacontrole Overige complicaties na partus uit 2e lijn met nazorg en nacontrole Overige complicaties na partus uit 3e lijn met nazorg en nacontrole NICU kraambed wegens opname neonaat op de NICU Kraambed wegens opname neonaat voor intensieve zorg, anders dan op de NICU Kraambed in verband met congenitale afwijkingen bij het kind De nieuwe diagnosetyperingen: Diagnosecode 0307_Z _B _K23 Omschrijving Overige begeleiding graviditeit Overige begeleiding partus inclusief complicaties, nazorg en nacontrole Postnatale complicaties en/of nazorg na partus elders inclusief nacontrole Daarnaast is een nieuwe zorgactiviteit aangemaakt omdat het verblijf van een zwangere vrouw op een obstetrische high care-afdeling (OHC), derdelijns obstetrische zorg, niet zichtbaar was in de systematiek. Deze zorgactiviteit kan naast de reguliere verpleegdag worden vastgelegd en geeft weer dat de zwangere vrouw zorg heeft moeten ontvangen op een OHC-afdeling en niet op een reguliere verpleegafdeling. Door registratie van de nieuwe zorgactiviteit is het voor zorgverzekeraars inzichtelijk wanneer er sprake is geweest van opname op een OHC-afdeling. Op een OHC-afdeling geleverde zorg betreft zorg aan zwangere vrouwen die gezien hun medische voorgeschiedenis risico lopen op complicaties bij moeder en kind. Een ziekenhuis met een OHC-unit beschikt altijd ook over een Neonatal Intensive Care Unit (NICU). Deze zorg is gezien het specialistisch karakter ervan duurder dan obstetrische zorg op een tweedelijns afdeling. De zorgactiviteit kan enkel worden vastgelegd door instellingen die vanuit het planningsbesluit van de minister toestemming hebben gekregen om een OHC-unit inclusief NICU te exploiteren. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Einddatum Mutatie Obstetrische high care Nieuw Door de bovengenoemde aanpassingen in diagnosecodes en zorgactiviteiten is ook zorgproductgroep Zwangerschap/bevalling/kraambed Zwangerschap gewijzigd, er zijn DBC-zorgproducten vervallen en hernoemd. De zorgproducten onder de knooppunten begeleiding zwangerschap spec centra en begeleiding zwangerschap zijn samengevoegd. Dit betekent dat de volgende DBCzorgproducten zijn beëindigd: Prenatale diagnostiek Diagnostisch (zwaar)/ Therapeutisch licht Nederlandse Zorgautoriteit
100 Begeleiding zwangerschap spec centra Dag/ Klin cumulatief kort Begeleiding zwangerschap spec centra Aanbrengen cerclage Begeleiding zwangerschap spec centra Dag/ Klin cumulatief (zeer) lang Begeleiding zwangerschap spec centra Dag/ Klin cumulatief middel Begeleiding zwangerschap spec centra Intra-uterine shuntchirurgie Prenatale diagnostiek Dag/ Poli >2/ Routine onderzoek > Prenatale diagnostiek Licht ambulant Naast de bestaande DBC-zorgproducten, zijn er twee nieuwe DBC-zorgproducten, ongeacht tweede of derde lijns centrum, per 2016: Begeleiding zwangerschap Intra-uteriene shuntchirurgie Begeleiding zwangerschap Vruchtwaterpunctie/ chorionbiopsie Naast de diagnosecodes die een setting bevatten, zijn ook de volgende diagnosecodes beëindigd omdat ze eigenlijk een verrichting beschreven. Diagnosecode 0307_Z _Z _Z16 Omschrijving Prenatale diagnostiek counseling / preconceptioneel advies Prenatale diagnostiek invasief Intra-uteriene ingrepen 0307_Z14 Prenatale diagnostiek counseling / preconceptioneel advies Diagnosecode 0307_Z14 betreft een adviesgesprek en er vinden geen specifieke onderzoeken / verrichtingen plaats. Het gesprek in het kader van prenatale diagnostiek kan getypeerd worden met diagnose 0307_Z11 of in één van de diagnosecodes 0307_Z20 t/m Z41 omdat er sprake is van een zwangerschap (en moet dus deel uitmaken van het betreffende zorgtraject; er is één zorgvraag). 0307_Z15 Prenatale diagnostiek invasief Registratie van 0307_Z15 leidde af naar zorgproductgroep Klinische genetica. Echter de afname van foetaal materiaal ( Chorionbiopsie en Vruchtwaterpunctie) is geen WBMV-zorg en hoort daarom af te leiden naar zorgproductgroep Begeleiding zwangerschap. 0307_Z16 Intra-uteriene ingrepen Diagnose 0307_Z16 beschreef geen diagnose maar een verrichting. In plaats van Z16 kan worden vastgelegd: Z24, Z25, Z27 en Z28. Wanneer bij één van deze diagnosen zorgactiviteit Therapeutische laparoscopie, bv. ter opheffing van adhesiolysis, excisie intraabdominale cysten, endometriose (excl. bij vruchtbaarheidsproblematiek zie ) wordt vastgelegd, dan leidt het traject af naar DBC-zorgproduct (Intra-uteriene shuntchirurgie). Er is een nieuwe diagnosecode geïntroduceerd voor preconceptioneel advies: 0307_G29 Preconceptioneel advies Trajecten met deze diagnose kunnen afleiden naar de licht ambulante DBC-zorgproducten Nederlandse Zorgautoriteit
101 in zorgproductgroep Deze zorgproductgroep heette voorheen Overige contacten gezondheidszorg Anticonceptie.Dit is per 2016 gewijzigd naar Overige contacten gezondheidszorg - Hulpverlening in verband met voortplanting. Beleidsregel en nadere regel / afsluitregels De uitzonderingsregel prenatale diagnostiek en intra-uteriene ingrepen ( ) is aangepast in verband met het beëindigen van de diagnosen Z14, Z15 en Z16. De nieuwe regel beperkt zich tot het eerder sluiten van een subtraject voor een volgende intra-uteriene ingreep: Gynaecologie intra-uteriene ingrepen. Prenatale diagnostiek valt binnen het lopende subtraject van de patiënt. Diagnose Combinatie Tabel In verband met de diagnosewijzigingen zijn de combinaties in de Diagnose Combinatie Tabel die hierdoor geraakt worden omgezet naar de nieuwe diagnosen. De volgende combinaties zijn daarom opgenomen in de tabel: B41-G14 en G14-B41 B41-G28 en G28 B41 G29-G29 G29-Z11 en Z11-G29 Z41-G14 en G14-Z41 Z41-G28 en G28-Z41 Z41-Z11 en Z11-Z41 G29-Z14 en Z14-G29 G29-Z15 en Z15-G Diagnose 0313_755 uit de Diagnose Combinatie Tabel (201907) Eindproduct: DCT Specialisme: 0313 inwendige geneeskunde Het is mogelijk gemaakt dat een parallel zorgtraject wordt geopend bij stamceltransplantaties bij diagnosecode 755 MGUS van inwendige geneeskunde. Hiervoor is de combinatie 0313_ _755 in de diagnose combinatie tabel beëindigd. De einddatum is 31 december Nieuwe diagnosecode KNO voor aandoeningen oogleden (201973) Eindproducten: ETL, RDZT Specialismen: 0302 keel-, neus- en oorheelkunde KNO-artsen hadden geen passende diagnosetypering voor aandoeningen waarvoor ooglidcorrecties (blepharoplastieken) uitgevoerd worden. Voorheen bestond alleen diagnosetypering 0302_18 Afwijkingen v Nervus Facialis, terwijl er lang niet altijd sprake is van een aandoening van de nervus facialis. Nederlandse Zorgautoriteit
102 Er is een nieuwe diagnosetypering aangemaakt voor KNO: 0302_10 Pathologie oogleden Deze is gekoppeld aan zorgproductgroep Aandoeningen van ooglid, traanapparaat en orbita (incl. congenitaal, incl. orbitatumor) waar passende DBC-zorgproducten bestaan voor ooglidcorrecties. 4.6 Uitbreiding DCT en nadere toelichting op het gebruik (202033) Eindproducten: DCT, NR Uit vragen die gesteld werden, is gebleken dat het gebruik en implementatie van de Diagnose Combinatie Tabel (DCT) niet altijd duidelijk was. Het gebruik van de DCT is verduidelijkt in de nadere regel. De DCT moet worden toegepast op de startdatum van het parallelle subtraject. Ook was er vanuit beleidsmatig oogpunt behoefte om regels voor parallelliteit in de DCT op te nemen voor de situaties waarbij een diagnosetypering wordt afgesloten of vervangen door inhoudelijk vergelijkbare diagnosecodes. Voor meer informatie over de Diagnose Combinatie Tabel en enkele voorbeelden van parallelliteit verwijzen wij u naar het document ICT-eisen DBC-pakket RZ16a v Nieuwe diagnose oorreconstructie geen agenesie ( ) Eindproduct: ETL, RDZT Specialisme: 0304 plastische chirurgie Zorgproductgroep: In de praktijk komt het voor dat een gefaseerde oorreconstructie wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld na trauma of na amputatie ten gevolge van maligniteit. In de typeringslijst was alleen een diagnosecode voor oorreconstructie bij agenesie beschikbaar en bestond geen goede diagnose om deze zorg vast te leggen die qua therapie vergelijkbaar is met de (re)constructie bij agenesie. Binnen de productstructuur voor de plastische chirurgie is de behandeling van de oorreconstructie leidend voor het zorgproduct; de onderliggende oorzaak is hierbij minder relevant. Hiervan uitgaande is ervoor gekozen om de huidige diagnose code 0304_163 qua omschrijving te verbreden zodat zowel de congenitale als niet congenitale oorreconstructies hieronder vastgelegd kunnen worden. Omdat de diagnosecode wordt verbreed, is niet alleen de omschrijving maar ook de code gewijzigd. De beëindigde diagnose: 0304_163 Oorreconstructie bij agenesie per fase De nieuwe diagnosetypering: 0304_165 Oor(re)constructie per fase (bv. bij agenesie) Nederlandse Zorgautoriteit
103 Deze nieuwe diagnose heeft de plek ingenomen van de oude diagnosetypering in de productstructuur. 4.8 DBC-zorgproduct operatie maligne huidtumoren toegankelijk gemaakt voor KNO ( ) Eindproducten: ETL, DCT, RDZT Specialisme: 0302 keel-, neus- en oorheelkunde Zorgproductgroepen: en De aanvrager wenste met een diagnosetypering van KNO ook operatieve DBC-zorgproducten voor de behandeling van maligne huidtumoren te kunnen declareren. Diagnosetypering 0302_01 Infectie / huidtumor hoofd/hals is opgesplitst in twee nieuwe diagnosetyperingen: 0302_88 Maligne huidtumor hoofd/hals 0302_87 Infectie / benigne huidtumor hoofd/hals De diagnose 0302_88 Maligne huidtumor hoofd/hals kan afleiden naar zorgproductgroep Maligne aandoeningen huid, en diagnose 0302_87 Infectie / benigne huidtumor hoofd/hals leidt naar zorgproductgroep (zoals de voorloper diagnose 0302_01). De nieuwe diagnosen 0302_87 en 0302_88 zijn (net als de voorganger diagnose 0302_01) als identieke combinatie opgenomen in de Diagnose Combinatie Tabel. Nederlandse Zorgautoriteit
104 5 Wijzigingen in zorgactiviteiten Dit hoofdstuk beschrijft wijzigingen in zorgactiviteiten, inclusief Overige Zorgproducten (OZP s) en add-ons. 5.1 Nieuwe zorgactiviteit voor verwijdering inwendige oortumoren (1627) Eindproduct: ARGT, RA, ZA Specialisme: 0302 keel-, neus- en oorheelkunde Zorgproductgroep: DBC-Onderhoud kreeg het verzoek om in zorgproductgroep Nieuwvormingen - Melanoom/overige maligne neoplasmata huid/premaligne dermatosen een nieuw DBC-zorgproduct aan te maken voor de verwijdering van maligne oortumoren. Er is besloten om een nieuwe zorgactiviteit aan te maken en die typerend te maken voor een bestaand DBC-zorgproduct en geen nieuw DBC-zorgproduct aan te maken. De aantallen zijn te laag om een eigen DBC-zorgproduct te ontwikkelen. De nieuwe zorgactiviteit: Zorgactiviteit Omschrijving ZPK_ code Ingangsdatum Excisie tumor midden- en/of binnenoor (exclusief verwijdering brughoektumor, zie ) In verband met vermelding op de nota heeft de nieuwe zorgactiviteit ook een consumentenomschrijving gekregen: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Verwijderen van een aandoening/gezwel uit het inwendige deel van het oor. Deze zorgactiviteit is typerend voor twee DBC-zorgproducten: Oper lymfevaten/ Herstel huid (zeer) zwaar/ Oper midden-/ binnenoor Zonder VPLD Oper lymfevaten/ Herstel huid (zeer) zwaar/ Oper midden-/ binnenoor Met VPLD 5.2 Oplossing voor uitval bij IC-medebehandeling (1904) Eindproduct: ZA Specialisme: overstijgend Zorgactiviteiten (IC-medebehandeling) en IC-bespreking (per patiënt eenmaal te registreren) zijn per 1 januari 2015 niet meer los declarabel als OZP en kennen geen tarief meer. Doordat de zorgactiviteiten niet typerend zijn voor de afleiding, ontstaat het probleem dat bij registratie Nederlandse Zorgautoriteit
105 van deze zorgactiviteiten in een traject met zorgtype 11, uitval ontstaat. Om dit te voorkomen zijn beide zorgactiviteiten beëindigd. Andere activiteit dan medebehandeling op de IC door een specialist, kan als intercollegiaal consult (ICC) worden geregistreerd en gedeclareerd. De IC-bespreking kan daarmee voortaan als ICC traject worden gedeclareerd, mits voldaan wordt aan de algemene voorwaarden voor het Intercollegiaal Consult. Daarom is zorgactiviteit ook beëindigd. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie IC medebehandeling (voor niet-ic medebehandeling zie ) Beëindigen IC bespreking (per patiënt 1 maal te registreren) Beëindigen Als er sprake is van medebehandeling, kan zorgactiviteit geregistreerd worden. Deze geldt voor klinisch elders opgenomen patiënten, met een eigenstandige zorgvraag voor de medebehandelend specialist. Dit wordt als passend beschouwd, ook voor situaties op de IC. Zorgactiviteit is tekstueel aangepast: Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Medebehandeling (voor IC medebehandeling zie ) Medebehandeling Tekstueel oud Tekstueel nieuw Deze zorgactiviteit leidt in twee zorgproductgroepen naar een specifiek DBC-zorgproduct voor medebehandeling, voor een herkenbare declaratie in de meest voorkomende situaties ( Ademhalingsstelsel - Chronische aandoeningen onderste luchtwegen en Ademhalingsstelsel - Influenza/pneumonie/ov acute infecties onderste luchtw/sarcoidose long/interstitiele aand). Dit lijkt ook voor de IC de meest voorkomende situatie. Deze declaratie is ook toegankelijk voor bijvoorbeeld de internist in vergelijkbare situaties. Waar geen specifiek medebehandelingsproduct is ontwikkeld, geldt als ZPK 1, vergelijkbaar met een polikliniekbezoek. 5.3 Zorgactiviteit voor registratie medisch consult in groepsverband (201700) Eindproduct: ZA Specialisme: alle specialismen Bij bepaalde patiëntengroepen (HIV is hierbij als voorbeeld genoemd) worden door een poortspecialist meerdere patiënten in groepsverband gezien. Hierbij is per patiënt sprake van een medisch consult in het bijzijn van andere patiënten. Dit gezamenlijk consult wordt gehouden in plaats van een regulier consult tussen de patiënt en de medisch specialist waardoor het verzoek is om hiervoor een nieuwe zorgactiviteit aan te maken en deze qua afleiding gelijk te stellen aan een herhaalconsult. Nederlandse Zorgautoriteit
106 In overleg met de NZa is besloten om hiervoor een aparte registratieve zorgactiviteit aan te maken om inzicht te krijgen in het aantal consulten en de betreffende patiëntengroepen. Vooralsnog speelt deze nieuwe zorgactiviteit geen rol in de afleiding naar DBC-zorgproducten. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK_code ZPK_omschrijving Groepsconsult tussen beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitoefent en patiënt waarbij meerdere patiënten aanwezig zijn (gezamenlijk medisch consult). 99 NIET IN PROFIEL MEEGENOMEN Als gevolg van deze wijziging is een doublure ontstaan met het groepsconsult voor de verpleegkundig specialist. Die zorgactiviteit is daarom beëindigd. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Groepsconsult verpleegkundig specialist Beëindigen 5.4 Nieuwe zorgactiviteit meatusplastiek (201705) Eindproduct: ARGT, ZA, RA Specialisme: 0302 keel-, neus- en oorheelkunde Zorgproductgroep: Wanneer de gehoorgang is vernauwd doordat dit is aangeboren of ontstaan door ouderdom of operatie, kan de vernauwing verholpen worden met een gehoorgangverwijdingsoperatie (meatusplastiek). Deze operatie vindt plaats bij een vernauwing die zich direct bevindt aan het begin van de gehoorgang bij de overgang oorschelp naar de gehoorgang. Een vernauwde gehoorgang kan klachten geven van ophoping van oorsmeer en/of ontstekingen van de uitwendige gehoorgang. Verder kan een vernauwde gehoorgang problemen geven bij het dragen van gehoorapparaten. Het verzoek was een nieuwe zorgactiviteit te introduceren voor meatusplastiek (gehoorgangverwijdingsoperatie).. Er was inderdaad geen goed passende zorgactiviteit voor het uitvoeren van een meatusplastiek. Daarom is er een nieuwe zorgactiviteit geïntroduceerd: Zorgactiviteit Omschrijving ZPK-code ZPK-omschrijving Ingangsdatum Gehoorgangverwijdingsoperatie (meatusplastiek). 5 OPERATIEVE VERRICHTINGEN Deze zorgactiviteit heeft ook een consumentenomschrijving gekregen in verband met vermelding op de nota: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Nederlandse Zorgautoriteit
107 Gehoorgangverwijdingsoperatie. Deze nieuwe zorgactiviteit is typerend geworden voor DBC-zorgproduct Ontsteking middenoor/ gehoorgang Oper middenoor / gehoorgang zwaar Ooraandoening. 5.5 Aangepaste omschrijving zorgactiviteit (201715) Eindproduct: ZA Specialisme: 0301 oogheelkunde Er was een wijzigingsverzoek ingediend om naast de bestaande zorgactiviteit voor het plaatsen van een radioactieve plaque ook een zorgactiviteit te introduceren om het verwijderen van een radioactieve plaque mee te kunnen registreren. Plaatsing van een radioactieve plaque is een van de behandelmethoden voor patiënten met een tumor in het oog. Het betreft een operatieve ingreep waarbij een radioactieve plaque wordt geplaatst op de sclera, die doorgaans na drie tot tien dagen weer wordt verwijderd. Deze behandelmethode kan worden vastgelegd met zorgactiviteit Uit de omschrijving bleek nog niet dat het om de gehele behandeling met radioactieve plaque gaat (en niet alleen om de plaatsing), daarom is er een tekstuele wijziging doorgevoerd. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Plaatsen radioactieve plaque sclera Tekstueel oud Behandeling met radioactieve plaque op de sclera Tekstueel nieuw Ook de consumentenomschrijving is gewijzigd: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Mutatie Plaatsen van een radioactief plaatje in het oogwit. Tekstueel oud Behandeling met een radioactief plaatje op het oogwit. Tekstueel nieuw 5.6 Aanmaken zorgactiviteit CT colongrafie, MR mammografie en MRI lever (201717) Eindproducten: ARGT, RA, TT, ZA Specialisme: 0362 radiologie De Nederlandse Vereniging voor de Radiologie (NVvR) heeft vijf nieuwe zorgactiviteiten aangevraagd: CT virtuele colonoscopie Nederlandse Zorgautoriteit
108 MR mammografie MRI rectum MRI lever MRI prostaat Bij de CT virtuele colonoscopie wordt, na toediening van contrast en lucht (CO2), de dikke darm virtueel aan de binnenkant bekeken. Dit betreft een erkende techniek als aanvulling op of vervanging van de colonoscopie die onderdeel uitmaakt van de follow up bij verdenking op darmkanker naar aanleiding van het screeningsprogramma. In bijna alle klinieken heeft deze techniek het dikke darm barium onderzoek vervangen, ook ten behoeve van de eerstelijns diagnostiek. Voor de nieuwe MRI zorgactiviteiten geldt dat er sprake is van voldoende volume (> 1000 uitgevoerd per jaar) en dat alle activiteiten zijn opgenomen in richtlijnen voor diagnostiek en/of follow up van carcinomen. De aanvraag is gehonoreerd en per 2016 zijn de volgende zorgactiviteiten geïntroduceerd: Zorgactiviteit Omschrjving Ingangs- datum Mutatie CT virtuele colonoscopie Nieuw MRI lever Nieuw MRI prostaat Nieuw MRI rectum Nieuw MRI abdomen (excl. rectum, zie ) Nieuw MR mammografie Nieuw MRI thorax(wand) en mediastinum (excl. mamma, zie ) Nieuw De zorgactiviteiten krijgen een OZP-status (tarieftype 20) want deze kunnen ook uitgevoerd worden op verzoek van de eerste lijn. Twee zorgactiviteiten, tevens OZP, zijn beëindigd om overlap met de nieuwe zorgactiviteiten te voorkomen: Zorgactiviteit Omschrjving Ingangs- datum Eind- datum Mutatie MRI thorax(wand), mamma en mediastinum Beëindigen MRI abdomen Beëindigen Nederlandse Zorgautoriteit
109 5.7 Aanmaken nieuwe zorgactiviteit Therapeutische endo-echoscopie (201720) Eindproduct: ARGT, RA, ZA Specialismen: 0318 gastro-enterologie (MDL), 0303 heelkunde Zorgproductgroep: Interventies met behulp van endo-echografie komen steeds meer voor. Bij een drainage van een pseudopancreascyste wordt gebruik gemaakt van een endo-echoscoop. Hiervoor was nog geen specifieke zorgactiviteit beschikbaar. Daarom is voor een therapeutische endo-echografie van de pancreas een nieuwe zorgactiviteit aangemaakt. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Therapeutische endo-echografie van de pancreas (exclusief ETN en ETD, zie en ) In verband met vermelding op de nota, heeft deze zorgactiviteit ook een consumentenomschrijving gekregen: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Behandelen van een aandoening van de alvleesklier met echo vanuit het maagdarmkanaal. De nieuwe zorgactiviteit is typerend binnen de zorgproductgroep voor aandoeningen van de pancreas, namelijk zorgproductgroep Spijsverteringsstelsel - Aandoeningen galblaas/galwegen/pancreas, vergelijkbaar met activiteiten in het cluster GE complex. 5.8 Zorgactiviteit beëindigd (201732) Eindproduct: ARGT, RA, ZA Specialisme: 0362 radiologie In zorgproductgroep Interventieradiologie leidde zorgactiviteit Percutane transluminale angioplastiek van de nierarterie, van één nier tot uitval. Deze zorgactiviteit beschrijft een interventie door de radioloog en had in de productstructuur geen enkele typerende rol. Het verzoek was om die situatie te corrigeren. Zorgactiviteit is beëindigd. De zorgactiviteiten PTA van de niet-coronaire vaten, bij stenose en PTA van de niet-coronaire vaten, bij occlusie beschrijven in voldoende mate de PTA-ingrepen door de radioloog. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Percutane transluminale angioplastiek van de nierarterie, van één nier Beëindigen Nederlandse Zorgautoriteit
110 5.9 Gewijzigde omschrijving zorgactiviteit (201747) Eindproduct: ZA Specialismen: 0303 heelkunde, 0305 orthopedie Zorgproductgroep: Twee zorgactiviteiten vertoonden grote overlap, namelijk: Verwijderen prothese humeruskop en schouderkom en reïmplantatie nieuwe prothese Verwijderen schouderprothese en reïmplantatie nieuwe prothese. De zorgactiviteiten zijn alleen in zorgproductgroep typerend. Met een tekstuele wijziging van zorgactiviteit zijn alle vormen van vervangen van (delen van) de schouder in de zorgactiviteitentabel vertegenwoordigd. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Verwijderen schouderprothese en reïmplantatie nieuwe prothese Tekstueel oud Verwijderen prothese schouderkom en reïmplantatie nieuwe prothese Tekstueel nieuw In verband met vermelding op de nota is ook de consumentenomschrijving gewijzigd: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Operatief verwijderen van een schouderprothese en vervangen door een nieuwe prothese Tekstueel oud Operatief verwijderen van een prothese van de schouderkom en vervangen door een nieuwe prothese voor de schouderkom Tekstueel nieuw 5.10 Zorgactiviteiten voor verstrekking Epoprostenol beëindigd (201750) Eindproduct: ZA De zorgactiviteiten voor de poliklinische en klinische verstrekking van epoprostenol zijn beëindigd. Dit op basis van het uitgangspunt om geen setting in de omschrijving van een zorgactiviteit op te nemen. Daarnaast komen beide zorgactiviteiten alleen voor in de standaarduitval en zijn dus nergens zorgproductspecifiek. Het betreft daarnaast geen add-on geneesmiddel en er zijn geen geneesmiddelen overgeheveld vanuit het geneesmiddelen vergoedingen systeem (GVS) naar de Zorgverzekeringswet waar de epoprostenol onder valt (overgeheveld zijn TNF alfaremmers, groeihormonen, fertiliteitshormonen en oncolytica). Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Poliklinische verstrekking epoprostenol E.A Nederlandse Zorgautoriteit
111 Klinische verstrekking epoprostenol E.A Nieuwe zorgactiviteit voor aberrometrie (201793) Eindproducten: TT, ZA, ZP Specialisme: 0301 oogheelkunde Zorgproductgroepen: , en Op verzoek van de wetenschappelijke vereniging voor oogheelkunde (de NOG) is een nieuwe zorgactiviteit geïntroduceerd voor aberrometrie. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK-code ZPK- omschrijving Aberrometrie (wavefront analyse). 4 DIAGNOSTISCHE ACTIVITEITEN Deze zorgactiviteit heeft ook een consumentenomschrijving gekregen in verband met vermelding op de nota: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Onderzoek naar brekingsafwijkingen van het oog met behulp van een aberrometer. Aberrometrie, ook wel wavefront analyse genoemd, betreft een gecomputeriseerde oogmeting waarmee gekeken wordt hoe lichtgolven zich door het oog bewegen. Het is een onderzoek van het oog waarmee specifieke brekingsafwijkingen van het oog (aberraties) in kaart worden gebracht en geanalyseerd. Aberraties van zowel lage-orde (bijziendheid, verziendheid, cilindrische afwijkingen) als ook hogere-orde (niet te corrigeren met een bril zoals sferische, coma, trefoil of andere complexe afwijkingen) kunnen met een aberrometrie worden opgespoord. De techniek wordt ingezet in behandeltrajecten van patiënten met refractieafwijkingen, cataract of cornea-afwijkingen. Hierbij kan de wavefront analyse worden uitgevoerd enige tijd vóór of rondom een chirurgische ingreep. De nieuwe zorgactiviteit Aberrometrie (wavefront analyse) heeft een rol gekregen in de productafleiding in drie zorgproductgroepen, namelijk: Oog en adnexen - Aandoeningen lens Oog en adnexen - Visuele stoornissen, blindheid en stoornissen in refractie en accommodatie Oog en adnexen - Aandoeningen van conjunctiva, sclera, cornea, iris, corpus ciliare en oogbol (incl. letsel) In deze zorgproductgroepen speelt deze zorgactiviteit een actieve rol bij de afleiding van conservatieve producten voor die subtrajecten waarbij wel een wavefront analyse, maar (nog) geen chirurgische ingreep heeft plaatsgevonden. De afleidingscriteria in de conservatieve tak van de beslisboom zijn hiervoor zodanig aangepast dat deze subtrajecten in een Diagnostisch eenvoudig Nederlandse Zorgautoriteit
112 product (bij 2 of meer polibezoeken) of in een Poli=1 met diagnostiek product (bij 1 polibezoek) landen. Voor refractiechirurgische ingrepen, en ook voor de metingen die hieraan vooraf gaan, gelden speciale voorwaarden voor vergoeding. Zodoende heeft Zorginstituut Nederland aan zorgactiviteit een oranje aanspraakcode (2601) toegekend Registratiemogelijkheid sluiten liquorlek in de hersenen (201844) Eindproduct: ZA Specialismen: 0302 keel-, neus- en oorheelkunde, 0308 neurochirurgie Het verzoek was een mogelijkheid te bieden voor KNO om het sluiten van een liquorlek in de hersenen vast te leggen en te declareren omdat er geen passende diagnose en zorgactiviteiten bestonden. Een liquorlek van de hersenen kan ontstaan na een eerder opgelopen schedeltrauma, een opstijgende infectie van neus of oor, en heel soms als complicatie na neus/bijholtechirurgie of middenoorchirurgie. De patiënt kan bij een liquorlek last hebben van vochtverlies uit oor of neus. Na vaststelling of het liquor betreft, wordt locatie en omvang bepaald. Vervolgens kan geprobeerd worden om endonasaal of transmastoïdaal het lek te sluiten, indien geen succes, dan kan alsnog middels een craniotomie het lek gesloten worden. Voor herstel van de schedel en het harde hersenvlies, enkel via de neus of mastoïd, bij liquorlekkage is geen specifieke zorgactiviteit aanwezig. Aangezien het herstellen van de schedel en het harde hersenvlies minder invasief is dan de hersteloperatie middels een craniotomie zijn hiervoor twee nieuwe zorgactiviteiten aangemaakt. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Einddatum Mutatie Plastiek van schedeldefect met autoloog of homoloog bottransplantaat, met duraplastiek, door middel van transmastoïdale/transnasale benadering. Plastiek van schedeldefect met alloplastiek, met duraplastiek, door middel van transmastoïdale/transnasale benadering Nieuw Nieuw Deze zorgactiviteiten hebben WBMV-code 2925 meegekregen. Bij bestaande zorgactiviteiten duraplastiek is in de omschrijving opgenomen dat hier toegangsweg via craniotomie voor geldt. Nederlandse Zorgautoriteit
113 Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Eind- datum Mutatie Plastiek van schedeldefect met autoloog of homoloog bottransplantaat, zonder duratransplantaat Tekstueel oud Plastiek van schedeldefect met autoloog of homoloog bottransplantaat, zonder duratransplantaat, door middel van Tekstueel nieuw craniotomie Plastiek van schedeldefect met autoloog of homoloog bottransplantaat, met duratransplantaat Tekstueel oud Plastiek van schedeldefect met autoloog of homoloog bottransplantaat, met duratransplantaat, door middel van Tekstueel nieuw craniotomie Plastiek van schedeldefect met alloplastiek, zonder duratransplantaat Tekstueel oud Plastiek van schedeldefect met alloplastiek, zonder duratransplantaat, door middel van craniotomie Tekstueel nieuw Plastiek van schedeldefect met alloplastiek, met duratransplantaat Tekstueel oud Plastiek van schedeldefect met alloplastiek, met duratransplantaat, door middel van craniotomie Tekstueel nieuw In verband met vermelding op de nota hebben de twee nieuwe zorgactiviteiten een consumentenomschrijving gekregen en is van de zorgactiviteiten met een gewijzigde omschrijving ook de consumentenomschrijving aangepast. De consumentenomschrijvingen per 2016 luiden: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Openen van de schedel om beschadigd schedelbot met botweefsel van een andere plek te herstellen, zonder overplaatsing van hersenvlies. Openen van de schedel om een beschadiging van de schedel met eigen of vreemd bot te herstellen, met overplaatsing van hersenvlies. Openen van de schedel om een beschadiging van de schedel met lichaamsvreemd materiaal te herstellen, zonder overplaatsing van hersenvlies. Openen van de schedel om een beschadiging van de schedel met lichaamsvreemd materiaal te herstellen, met overplaatsing van hersenvlies. Herstellen van een beschadiging van de schedel met eigen of vreemd bot via het deel van het slaapbeen achter het oor of via de neus, met overplaatsing van hersenvlies. Nederlandse Zorgautoriteit
114 Herstellen van een beschadiging van de schedel met lichaamsvreemd materiaal via het deel van het slaapbeen achter het oor of via de neus, met overplaatsing van hersenvlies. Deze zorgactiviteiten (deze operaties) vallen onder het WBMV planningsbesluit Bijzondere Neurochirurgie. Daarom mogen alleen neurochirurgen deze activiteiten uitvoeren en registreren. Daarom is besloten om geen nieuwe diagnose voor KNO aan te maken. De twee nieuwe zorgactiviteiten leiden direct naar zorgproductgroep Bijzondere neurochirurgie. Ze zijn producttyperend voor zwaartegroep 1. Onderstaande DBC-zorgproducten kunnen dan worden afgeleid: Bijzondere neurochirurgie zwaartegroep 1 Met VPLD Bijzondere neurochirurgie zwaartegroep 1 Met VPLD Bijzondere neurochirurgie zwaartegroep 1 Met VPLD > Bijzondere neurochirurgie zwaartegroep 1 Zonder VPLD 5.13 Aanpassen prestaties nucleaire geneeskunde (201859) Eindproducten: ZA, TT Specialisme: 0386 nucleaire geneeskunde Op verzoek van de Nederlandse vereniging voor Nucleaire Geneeskunde (NVNG) zijn de zorgactiviteiten/ozp s voor nucleaire geneeskunde grondig herzien. Het betreft het beëindigen van niet of nauwelijks geregistreerde zorgactiviteiten, het samenvoegen van zorgactiviteiten tot een meer algemene zorgactiviteit. en het introduceren van nieuwe zorgactiviteiten. Hierdoor zijn nucleair geneeskundigen beter in staat hun zorg te beschrijven met als gevolg meer uniformiteit en transparantie. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Hersenperfusieonderzoek (statisch, hersendood) Beëindigen Skeletdensitometrie met lateral vertebral assessment (LVA) Nieuw Ejectiefractie L.V. met wandbewegingsanalyse Ejectiefractie L.V. en R.V. met wandbewegingsanalyse Beëindigen ivm samenvoegen Beëindigen ivm samenvoegen Ejectiefractie L.V. en/of R.V. met wandbewegingsanalyse Nieuw na samenvoeging Multislice CT-hart voor Ca2-meting inclusief voor- en nabespreking met cardioloog Nieuw Mucociliair transport in de longen Beëindigen Ontledigingsonderzoek van onderdelen van de maag Beëindigen Nederlandse Zorgautoriteit
115 Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Maagontledigingsonderzoek (063) Maagontledigingsonderzoek met meerdere tracers Maagontledigingsonderzoek Beëindigen ivm samenvoegen Beëindigen ivm samenvoegen Nieuw na samenvoeging Onderzoek naar bloedverlies in de tractus digestivus gedurende één dag (091) Beëindigen ivm samenvoegen Onderzoek naar bloedverlies in de tractus digestivus gedurende meerdere dagen (091) Beëindigen ivm samenvoegen Onderzoek naar bloedverlies in de tractus digestivus Nieuw na samenvoeging Parasternaal lymfeklieronderzoek Beëindigen Schildwachtklierprocedure met bijbehorende beeldvorming Beëindigen ivm samenvoegen Schildwachtklierprocedure met bijbehorende beeldvorming en ok Beëindigen ivm samenvoegen Schildwachtklierprocedure Renografie (102) Renografie met farmacologische interventie Vesico-ureterale refluxonderzoek Renografie gecombineerd met V-U reflux bepaling Renografie met klaringsonderzoek Renografie Nieuw na samenvoeging Beëindigen ivm samenvoegen Beëindigen ivm samenvoegen Beëindigen ivm samenvoegen Beëindigen ivm samenvoegen Beëindigen ivm samenvoegen Nieuw na samenvoeging Onderzoek scrotale doorbloeding (105) Beëindigen Onderzoek neuro-ectodermaal weefsel gedurende één dag Beëindigen ivm samenvoegen Onderzoek neuro-ectodermaal weefsel gedurende meerdere dagen Beëindigen ivm samenvoegen Onderzoek neuro-ectodermaal weefsel met diverse tracers Nieuw na samenvoeging Nederlandse Zorgautoriteit
116 Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Receptorenonderzoek gedurende één dag Receptorenonderzoek gedurende twee dagen Receptorenonderzoek Beëindigen ivm samenvoegen Beëindigen ivm samenvoegen Nieuw na samenvoeging Flebografie bovenste of onderste extremiteiten Beëindigen Tumorlokalisatie mbv peptiden e.d. (153) Tumorlokalisatie mbv Ga,TI, V DMSA e.d. (156) Beëindigen ivm samenvoegen Beëindigen ivm samenvoegen Tumorlokalisatie mbv radioactieve eiwitten of met radioactieve stoffen (o.a. Gallium, Thallium, 5-DMSA, Tetrofosmin) Nieuw na samenvoeging GFR (single shot-methode) Beëindigen Extracellulairvolumebepaling Beëindigen Erytrocytenoverlevingsduurbepaling Beëindigen Schilling-test Beëindigen IJzerkinetiek Beëindigen SPECT van hersendoorbloeding SPECT van receptoren in hersenen SPECT van hersenen Beëindigen ivm samenvoegen Beëindigen ivm samenvoegen Nieuw na samenvoeging SPECT van longventilatie met perfusie Beëindigen SPECT receptorenonderzoek één dag SPECT receptorenonderzoek meerdere dagen SPECT receptorenonderzoek Beëindigen ivm samenvoegen Beëindigen ivm samenvoegen Nieuw na samenvoeging Therapie pleura-exsudaat/ascites met radioactief colloid Beëindigen Behandeling pijnlijke botmetastasen met Sr Beëindigen ivm samenvoegen Nederlandse Zorgautoriteit
117 Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Behandeling pijnlijke botmetastasen met Re Behandeling pijnlijke botmetastasen met Sa Beëindigen ivm samenvoegen Beëindigen ivm samenvoegen Behandeling van pijnlijke botmetastasen met radioisotopen Nieuw na samenvoeging CT onderzoek van de bovenste extremiteiten, met of zonder intraveneus contrast. CT onderzoek van de onderste extremiteiten, met of zonder intraveneus contrast Nieuw Nieuw CT onderzoek alleen voorafgaand aan PET of SPECT Nieuw 5.14 Nieuwe OZP s Supplementair - Add-on geneesmiddelen (201882) Eindproducten: ZA, TT De NZa heeft besloten dat de specifieke declaratiebepaling voor weesgeneesmiddelen met ingang van 2015 is vervallen. Veldpartijen kunnen op deze manier zelf de gewenste spreiding en concentratie van deze weesgeneesmiddelen organiseren. Zo kan afhankelijk van het geneesmiddel en bijbehorende behandeling de zorg georganiseerd worden, zonder dat de NZa daarbij door middel van een declaratiebepaling beperkingen oplegt. Tot 1 januari 2016 is in de zorgactiviteitentabel het onderscheid tussen een duur geneesmiddel of een weesgeneesmiddel aangegeven door middel van de ZPK-codes 20 en 21. Dit onderscheid is per 1 januari 2016 opgeheven door aan de weesgeneesmiddelen in plaats van ZPK 21, ZPK 20 toe te kennen. Daarnaast is een aantal nieuwe add-on geneesmiddelen uitgegeven en opgenomen in de zorgactiviteiten- en tarieven tabel van deze release. De nieuwe add-on geneesmiddelen zijn hieronder per maand opgenomen vanaf 1 oktober 2014 tot en met maart Een nieuwe add-on voor 5-Aminolevulinezuur is declarabel met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober Zorgactiviteit Omschrijving Eenheid Aantal Indicatie Ingangsdatum toediening eenheden add-on Aminolevulinezuur, toedieningsvorm gel, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Aminolevulinezuur, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. MG 1 J MG Nederlandse Zorgautoriteit
118 Nieuwe add-ons voor Idelalisib zijn declarabel met terugwerkende kracht vanaf 1 november Idelalisib is lineair geprijsd waardoor voor alle verpakkingsvormen een prestatiecode en een zorgactiviteit wordt aangemaakt. Daarnaast zijn nieuwe add-ons voor Ibrutinib en Obinutuzumab eveneens declarabel met terugwerkende kracht vanaf 1 november Zorgactiviteit Omschrijving Eenheid Aantal Indicatie Ingangsdatum toediening eenheden add-on Idelalisib, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 100 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Idelalisib, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 150 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Idelalisib, per gebruikte eenheid van 100 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Idelalisib, per gebruikte eenheid van 150 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Ibrutinib, toedieningsvorm capsule, per gebruikte eenheid van 140 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Ibrutinib, per gebruikte eenheid van 140 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Obinutuzumab, toedieningsvorm infusievloeistof, per gebruikte eenheid van 100 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Obinutuzumab, per gebruikte eenheid van 100 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. MG 100 J MG 150 J MG MG MG 140 J MG MG 100 J MG Nieuwe add-ons voor Elosulfase alfa, Plerixafor en Nelarabine zijn declarabel met terugwerkende kracht vanaf 1 december Zorgactiviteit Omschrijving Eenheid Aantal Indicatie Ingangsdatum toediening eenheden add-on Elosulfase alfa, toedieningsvorm injectievloeistof, per gebruikte eenheid van 5 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Elosulfase alfa, per gebruikte eenheid van 5 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel MG 5 J MG Nederlandse Zorgautoriteit
119 Zorgactiviteit Omschrijving Eenheid Aantal Indicatie Ingangsdatum toediening eenheden add-on prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Plerixafor, toedieningsvorm injectievloeistof, per gebruikte eenheid van 24 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Plerixafor, per gebruikte eenheid van 24 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Nelarabine, toedieningsvorm infusievloeistof, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Nelarabine, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. MG 24 J MG MG 1 J MG Een nieuwe add-on voor Ramucirumab is declarabel met terugwerkende kracht vanaf 1 februari Zorgactiviteit Omschrijving Eenheid Aantal Indicatie Ingangsdatum toediening eenheden add-on Ramucirumab, toedieningsvorm infusievloeistof, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Ramucirumab, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. MG 1 J MG Nieuwe add-ons voor Olaparib, Secukinumab en Nintedanib zijn declarabel met terugwerkende kracht vanaf 1 maart Zorgactiviteit Omschrijving Eenheid Olaparib, toedieningsvorm capsule, per gebruikte eenheid van 50 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. toediening Aantal eenheden Indicatie add-on Ingangsdatum MG 50 J Olaparib, per gebruikte eenheid van 50 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Secukinumab, toedieningsvorm injectievloeistof, per gebruikte eenheid van 150 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Secukinumab, per gebruikte eenheid van 150 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel MG MG 150 J MG Nederlandse Zorgautoriteit
120 Zorgactiviteit Omschrijving Eenheid Aantal Indicatie Ingangsdatum toediening eenheden add-on prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Nintedanib, toedieningsvorm capsule, per gebruikte eenheid van 50 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Nintedanib, per gebruikte eenheid van 50 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. MG 50 J MG Een nieuwe add-on voor Belatacept is declarabel vanaf 1 januari Zorgactiviteit Omschrijving Eenheid Aantal Indicatie Ingangsdatum toediening eenheden add-on Belatacept, toedieningsvorm infusiepoeder, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Belatacept, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. MG 1 J MG Opname erfelijkheidsadvisering FH in DBC-systematiek (201891) Eindproduct: ZA Specialisme: 0313 inwendige geneeskunde Zorgproductgroep Per 31 december 2013 is de overheidsfinanciering van het bevolkingsonderzoek naar Familiaire Hypercholesterolemie (FH) gestopt. De erfelijkheidsadvisering van patiënten en families waar FH voorkomt moet bekostigd worden vanuit de zorgverzekeringswet (Zvw). Daarom is een zorgactiviteit aangemaakt die vastgelegd kan worden als patiënten door cardiologie of interne geneeskunde gescreend worden op FH. Erfelijkheidsonderzoek in het kader van HF door klinisch genetica wordt vastgelegd met behulp van de zorgactiviteiten voor erfelijkheidsonderzoeken. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Einddatum Mutatie Screening Familiaire Hypercholesterolemie (FH) Nieuw In verband met vermelding op de nota heeft deze zorgactiviteit ook een consumentenomschrijving gekregen: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Onderzoek doen naar een erfelijke vorm van hoog cholesterol. Nederlandse Zorgautoriteit
121 Aan deze zorgactiviteit is WBMV-code 2920 Zorgactiviteiten Klinisch genetisch onderzoek en erfelijkheidsadvisering Art.2 en aanspraakcode 2601 Zorgactiviteiten Diverse Beperkingen gekoppeld. Deze nieuwe zorgactiviteit is producttyperend in zorgproductgroep Overige contacten gezondheidszorg - Specifiek screeningsonderzoek. Wanneer deze nieuwe zorgactiviteit met diagnose 0313_026 cardiovasculaire risicofactoren wordt geregistreerd, leidt het subtraject af naar DBCzorgproduct Screening cardiovasc risicofactoren Poli 3-4/ Routine onderzoek >2 (vergelijkbaar met ambulant middel) Nieuwe zorgactiviteit voor adjuvante HIPEC (201893) Eindproduct: ARGT, RA, ZA Specialisme: 0303 chirurgie Zorgproductgroep: Dit betreft een correctie op een eerdere uitwerking voor het doelmatigheidsonderzoek naar adjuvante HIPEC na curatieve resectie van colorectaal carcinoom (referentienummer , release RZ15a) binnen het programma voor voorwaardelijke toelating. In deze eerdere uitwerking is een zorgactiviteit voor de gecombineerde ingreep aangemaakt ( Curatieve resectie colorectaal carcinoom met adjuvante hyperthermische intraperitoneale chemotherapie (HIPEC)), op basis waarvan een passend DBC-zorgproduct Oper onderste tract digest (zeer) zwaar/ debulking afgeleid wordt in zorgproductgroep Inmiddels is duidelijk geworden dat een zorgactiviteit voor de gecombineerde ingreep niet werkbaar is. Enerzijds omdat de resectie en adjuvante HIPEC behandelingen in de praktijk doorgaans in twee aparte operatieve sessies uitgevoerd worden 3. Anderzijds omdat beide ingrepen ook in twee aparte (zorg- c.q.) subtrajecten kunnen vallen als gevolg van de operatieplanning 4 of in geval er sprake is van overdracht van het hoofdbehandelaarschap aan een tertiair centrum gespecialiseerd in HIPECbehandelingen. Om de registratie en declaratie van deze zorg aan te laten sluiten op de praktijk zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De zorgactiviteit voor de gecombineerde ingreep is beëindigd. Voor de colorectale resectie zelf geldt dat, uitgaande van de uitgebreidheid van de ingreep, de exacte lokalisatie en toegepaste techniek, een van de bestaande zorgactiviteiten kan worden vastgelegd. Voor de adjuvante HIPEC is een aparte, nieuwe zorgactiviteit geïntroduceerd: Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Aanspraakcode Ingangsdatum Einddatum Mutatie 3 Tijdens de primaire resectie is het vaak nog niet duidelijk of de patiënt ook in aanmerking komt voor een adjuvante HIPEC behandeling. Dit blijkt meestal achteraf uit PA onderzoek. 4 De HIPEC wordt binnen 10 dagen na de resectie uitgevoerd, of anders pas na 5-8 weken (omdat de buik dan eerst voldoende rust moet krijgen voor er een nieuwe operatieve ingreep uitgevoerd kan worden). Door dit tijdsverschil kunnen de ingrepen onder verschillende subtrajecten komen te vallen. Nederlandse Zorgautoriteit
122 Curatieve resectie colorectaal carcinoom met adjuvante hyperthermische intraperitoneale chemotherapie (HIPEC) Adjuvante hyperthermische intraperitoneale chemotherapie (HIPEC, voor HIPEC in combinatie met cytoreductie zie ) Beëindigd Nieuw Deze zorgactiviteit kent een aanspraakcode (2601 Zorgactiviteiten Diverse Beperkingen ) die aangeeft dat er speciale voorwaarden gelden voor de vergoeding. Daarnaast zijn ook de criteria voor afleiding aangepast in zorgproductgroep o Voor subtrajecten met beide ingrepen (darmresectie + HIPEC) wordt eenzelfde DBCzorgproduct afgeleid als voorheen met de zorgactiviteit voor de gecombineerde ingreep, namelijk Oper onderste tract digest (zeer) zwaar/ debulking ( , - 033, -034, of -035). o Voor subtrajecten waarbij deze ingrepen in twee aparte subtrajecten vallen, worden dan twee afzonderlijke DBC-zorgproducten afgeleid. Voor de resectie een DBCzorgproduct Oper onderste tract digest (zeer) zwaar/ debulking ( , -033, - 034, of -035). Voor de HIPEC wordt DBC-zorgproduct Oper buikholte/ lymfklieren afgeleid Nieuwe zorgactiviteit voor plaatsen maagballon (201904) Eindproduct: ARGT, RA, ZA Specialismen: 0313 inwendige geneeskunde, 0318 gastro-enterologie (MDL) Dit verzoek is uitgewerkt in samenhang met het innovatieverzoek EndoBarrier (referentienummer , zie paragraaf 7.1.3). Een maagballon is een zachte siliconen ballon die in de maag wordt geplaatst. Omdat de maagballon in de maag zit, zorgt dit voor een snellere en langdurige verzadiging. Een maagballon kan worden geplaatst bij obesitasproblematiek of als voorbereiding op verdergaande bariatrische chirurgie. Het plaatsen van een maagballon vindt plaats met behulp van een gastroscopie via de mond in de slokdarm en maag. Het plaatsen van een maagballon is in principe geen onderdeel van het verzekerde basispakket. Daarom is aan deze zorgactiviteit een aanspraakbeperking toegekend (1602 Zorgactiviteiten Niet conform stand van de wetenschap en praktijk). Nederlandse Zorgautoriteit
123 Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Aanspraakcode Ingangsdatum Mutatie Endoscopisch inbrengen maagballon Nieuw In verband met vermelding op de nota is aan deze zorgactiviteit ook een consumentenomschrijving toegekend: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Inbrengen van een ballon in de maag door middel van een kijkoperatie via de mond door de slokdarm. Deze nieuwe zorgactiviteit is typerend gemaakt binnen zorgproductgroep Aandoeningen endocrien/voeding/stofwisseling,in het knooppunt waar deze wat betreft medische procedure het best passend is. Hiermee kan worden afgeleid naar DBC-zorgproduct GE activiteiten Uitgebreid allergologisch interview door allergoloog of kinderallergex (201929) Eindproduct: ZA Specialisme: 0316 kindergeneeskunde Voor geregistreerde allergexen, ofwel kinderartsen met door de beroepsgroep erkende expertise op het gebied van allergologie, die door allerlei omstandigheden niet de volledige erkenning als kinderarts deelspecialist allergologie hebben kunnen krijgen, voldeden niet aan de omschrijving van het uitgebreide allergologisch interview. Omdat deze expertise wel wordt ingezet is de omschrijving van deze zorgactiviteit aangepast. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Uitgebreid allergologisch interview (> 45 minuten) uitgevoerd door kinderallergoloog. Uitgebreid allergologisch interview (> 45 minuten) uitgevoerd door kinderallergoloog of geregistreerd kinderallergex Tekstueel oud Tekstueel nieuw In verband met vermelding op de nota is ook de consumentenomschrijving gewijzigd. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Afnemen van een uitgebreid allergologisch interview (>45 minuten) door een kinderallergoloog of medisch expert op dit gebied.. Afnemen van een uitgebreid allergologisch interview (>45 minuten) door een Tekstueel oud Tekstueel nieuw Nederlandse Zorgautoriteit
124 kinderallergoloog of kinderarts die geregistreerd medisch expert is op dit gebied Aanvullende prestaties en gewijzigde toedieningsvormen oncolytica (201938) Eindproducten: ZA, TT Voor add-on geneesmiddelen waarvan zorgaanbieders en/of zorgverzekeraars kenbaar hebben gemaakt dat het huidige tariefbeleid leidt tot bekostigings- en toegankelijkheidsproblemen bij nietlineair geprijsde geneesmiddelen, heeft de NZa aanvullende add-on prestaties vastgesteld. Hiermee wordt de mogelijkheid geboden om in de contractering rekening te houden met genoemde problemen in de praktijk. Voor de volgende add-on geneesmiddelen heeft de NZa met ingang van 1 januari 2015 aanvullende prestaties vastgesteld om bekostigingsproblemen op te lossen en ongelijkheid met de overheveling 2013 op te heffen. Het betreft de stofnamen: pomalidomide, afatinib, ruxolitinib, ponatinib en caspofungine. Aangezien Aangezien het niet lineair geprijsde geneesmiddelen betreft, moeten alle uitgegeven verpakkingseenheden geregistreerd kunnen worden met een eigen zorgactiviteit. Dit is van toepassing voor zowel de add-ons (de geneesmiddelen bij indicaties welke bij deze stofnaam zijn opgenomen in de NZa Prestatie- en tarieventabel add-on geneesmiddelen) als de bijbehorende zacodes voor indicaties welke bij deze stofnaam niet zijn opgenomen in de NZa Prestatie- en tarieventabel add-on geneesmiddelen. Hierna volgen de wijzigingen in zorgactiviteiten per stofnaam in een tabel. NB: voor zorgactiviteit gelden twee nieuwe regels in de zorgactiviteitentabel. Een voor 2015, met zorgprofielklasse 21 en gewijzigde toedieningsvorm, en een met ingangsdatum 1 januari 2016 met een wijziging naar zorgprofielklasse 20. Deze laatste wijziging is onder dit wijzigingsverzoek doorgevoerd bij de zorgactiviteiten voor Pomalidomide en Ponatinib. Dit in verband met het opheffen van zorgprofielklasse 21, zie ook paragraaf 5.24 voor meer informatie en een overzicht van de overige zorgactiviteiten waar ZPK 21 is vervangen. Pomalidomide Wijzigingen in zorgactiviteiten voor Pomalidomide Zorgactiviteit Omschrijving ZPK_ Eenheid Aantal Indicatie Ingangs- Eind-datum code toediening eenheden add-on datum Pomalidomide, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, toedieningsvorm capsule, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke 21 MG 1 J MG 1 J Nederlandse Zorgautoriteit
125 voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, toedieningsvorm capsule, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, toedieningsvorm capsule, per gebruikte eenheid van 2 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, toedieningsvorm capsule, per gebruikte eenheid van 2 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, per gebruikte eenheid van 2 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, per gebruikte eenheid van 2 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, toedieningsvorm capsule, per gebruikte eenheid van 3 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, toedieningsvorm capsule, per gebruikte eenheid van 3 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, per gebruikte eenheid van 3 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, per gebruikte eenheid van 3 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de 20 MG 1 J MG MG MG 2 J MG 2 J MG MG MG 3 J MG 3 J MG MG Nederlandse Zorgautoriteit
126 beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, toedieningsvorm capsule, per gebruikte eenheid van 4 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, toedieningsvorm capsule, per gebruikte eenheid van 4 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, per gebruikte eenheid van 4 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Pomalidomide, per gebruikte eenheid van 4 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 21 MG 4 J MG 4 J MG MG Afatinib en Caspofungine Zorgaanbieders en/of zorgverzekeraars hebben eind 2014 kenbaar gemaakt dat het huidige tariefbeleid voor een aantal add-on geneesmiddelen leidt tot bekostigings- en toegankelijkheidsproblemen bij niet-lineair geprijsde geneesmiddelen. Daarom heeft de NZa eind 2014 besloten om aanvullende add-on prestaties vast te stellen. Hiermee werd de mogelijkheid geboden om in de contractering rekening te houden met genoemde problemen in de praktijk. Instellingen zijn echter niet verplicht om gebruik te maken van deze aangepaste prestatie, omdat deze wijziging de inkoop raakt en pas erg laat is doorgevoerd en gecommuniceerd. Hierdoor geldt dat voor afatinib en caspofungine zorgaanbieders in 2015 kunnen kiezen welke prestaties ze gebruiken; de oude prestatie of de nieuwe prestaties op artikelniveau. Dat betekent dat afatinib 10 mg en caspofungine 1 mg pas per worden beëindigd. Wijzigingen in zorgactiviteiten voor Afatinib Zorgactiviteit Omschrijving ZPK_ code Eenheid toediening Aantal eenheden Indicatie add-on Ingangs- datum Einddatum Afatinib, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 10 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Afatinib, per gebruikte eenheid van 10 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 20 MG 10 J MG Nederlandse Zorgautoriteit
127 Afatinib, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 20 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Afatinib, per gebruikte eenheid van 20 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Afatinib, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 30 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Afatinib, per gebruikte eenheid van 30 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 20 MG 20 J MG MG 30 J MG Afatinib, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 40 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven 20 MG 40 J medisch specialistische zorg Afatinib, per gebruikte eenheid van 40 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Afatinib, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 50 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Afatinib, per gebruikte eenheid van 50 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 20 MG MG 50 J MG Wijzigingen in zorgactiviteiten voor Caspofungine Zorgactiviteit Omschrijving ZPK_ Eenheid Aantal Indicatie Ingangs- Eind- code toediening eenheden add-on datum datum Caspofungine, toedieningsvorm infusiepoeder, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Caspofungine, per gebruikte eenheid van 1 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de 20 MG 1 J MG Nederlandse Zorgautoriteit
128 beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Caspofungine, toedieningsvorm infusiepoeder, per gebruikte eenheid van 50 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Caspofungine, per gebruikte eenheid van 50 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Caspofungine, toedieningsvorm infusiepoeder, per gebruikte eenheid van 70 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Caspofungine, per gebruikte eenheid van 70 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 20 MG 50 J MG MG 70 J MG Ruxolitinib Wijzigingen in zorgactiviteiten voor Ruxolitinib Zorgactiviteit Omschrijving ZPK_ code Eenheid toediening Aantal eenheden Indicatie add-on Ingangs- datum Einddatum Ruxolitinib, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 15 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Ruxolitinib, per gebruikte eenheid van 15 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Ruxolitinib, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 20 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Ruxolitinib, per gebruikte eenheid van 20 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 20 MG 15 J MG MG 20 J MG Nederlandse Zorgautoriteit
129 Ponatinib Wijzigingen in zorgactiviteiten voor Ponatinib Zorgactiviteit Omschrijving ZPK_ Eenheid Aantal Indicatie Ingangs- Eind- code toediening eenheden add-on datum datum Ponatinib, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 45 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Ponatinib, per gebruikte eenheid van 45 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Ponatinib, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 15 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 20 MG 45 J MG MG 15 J Ponatinib, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 15 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 20 MG 15 J Ponatinib, per gebruikte eenheid van 15 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 21 MG Ponatinib, per gebruikte eenheid van 15 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 20 MG Botulinetoxine In release RZ15b is in relatie tot het geneesmiddel Botulinetoxine de volgende wijziging doorgevoerd: Wijzigingen in zorgactiviteiten voor Botulinetoxine in RZ15b Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Botulinetoxine (Azzalure), toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Beëindigen Nederlandse Zorgautoriteit
130 Botulinetoxine (Bocouture), toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine (Botox), toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine (Dysport), toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Beëindigen Beëindigen Beëindigen Nieuw Vervolgens is door de NZa besloten om de prestatie Botulinetoxine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. te vervangen door onderstaande aanvullende prestaties met ingang van 1 januari 2015 (zie het Beoordelingsrapport DBC-pakket 2015 (RZ15b)): Botulinetoxine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 50 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Botulinetoxine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 100 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Botulinetoxine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 300 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Botulinetoxine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 500 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Bovenstaand besluit overschrijft dus het eerdere besluit van de RZ15b. Op basis van de door de NZa in 2015 afgegeven Prestatie- en tariefbeschikking add-on geneesmiddelen bestaat het recht om met ingang van 1 januari 2015 deze prestaties vast te leggen en te declareren. De introductie van deze nieuwe add-on s werd op een laat moment bekend waardoor het niet mogelijk was deze wijziging al mee te nemen binnen de RZ15b Zorgactiviteiten- en Tarieven Tabel. Op basis van het laatste besluit zijn er signalen uit het veld binnengekomen. Het veld geeft aan dat de eenheden van botulinetoxine niet uitwisselbaar zijn waardoor het noodzakelijk is om te differentiëren naar de verschillende producten (zijnde Botox, Dysport, Xeomin en Neurobloc). In samenwerking met het veld is besloten om de add-on prestaties voor botulinetoxine hierop per weer aan te passen door de prestaties per gebruikte eenheid van 1, 50, 100, 300 en 500E per te beëindigen en de prestaties, gedifferentieerd naar product (i.e. Botox, Dysport, Xeomin en Neurobloc), per 2016 te (her)introduceren: Wijzigingen in zorgactiviteiten voor Botulinetoxine Zorgactiviteit Omschrijving ZPK_ Eenheid Aantal Indicatie Ingangs- Eind- code toediening eenheden add-on datum datum Botulinetoxine (Botox), toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel 20 E 1 J Nederlandse Zorgautoriteit
131 prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine (Botox), per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine (Dysport), toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine (Dysport), per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch Botulinetoxine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 50 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine, per gebruikte eenheid van 50 E bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 100 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine, per gebruikte eenheid van 100 E bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 300 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine, per gebruikte eenheid van 300 E bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 20 E E 1 J E E 1 J E 50 J E E 100 J E E 300 J E Nederlandse Zorgautoriteit
132 Botulinetoxine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 500 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine, per gebruikte eenheid van 500 E bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine (Xeomin), toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine (Xeomin), per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine (Neurobloc), toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine (Neurobloc), per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Botulinetoxine, per gebruikte eenheid van 1 E bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 20 E 500 J E E 1 J E E 1 J E E Materiaalcode voor de controle op de U-bocht bij spiraaltjes aanmaken en vermelden op de nota (201946) Eindproduct: ZA Specialisme: 0307 gynaecologie Zorgproductgroep Om de controle op de U-bocht bij spiraaltjes te faciliteren is besloten om een materiaalcode voor spiraaltjes aan te maken en op de nota te laten vermelden. Er was geen onderscheid tussen het plaatsen van een spiraal betaald door het ziekenhuis en de situatie waarin de patiënt het spiraal (na een niet succesvolle plaatsing door de huisarts) zelf meeneemt. Er is een nieuwe zorgactiviteit aangemaakt voor het materiaal en daarnaast is de bestaande zorgactiviteit voor het plaatsen van een spiraal tekstueel aangepast. Nederlandse Zorgautoriteit
133 Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Einddatum Mutatie Spiraal (I.U.D.) plaatsen Tekstueel oud Plaatsen spiraal (IUD, IUS) Tekstueel nieuw Intra-uterine device of systeem (IUD, IUS) Nieuw In verband met vermelding op de nota is de consumentenomschrijving van gewijzigd en heeft de nieuwe zorgactiviteit ook een consumentenomschrijving gekregen. De consumentenomschrijvingen per 2016 luiden: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Plaatsen van een koper- of hormoonspiraaltje in de baarmoeder Koper- of hormoonspiraaltje ter plaatsing in de baarmoeder. De nieuwe zorgactiviteit voor het materiaal is in combinatie met de bestaande zorgactiviteit Plaatsen spiraal (IUD, IUS) opgenomen in de afleiding naar DBC-zorgproduct Plaatsen spiraal (IUD). Subtrajecten met alleen zorgactiviteit Plaatsen spiraal (IUD, IUS) worden afgeleid naar DBC-zorgproduct Vrouw Licht ambulant. Hiermee wordt een splitsing aangebracht tussen subtrajecten met en zonder kosten van het materiaal voor het ziekenhuis Correctie ingangsdatum zorgactiviteit voor Leuproreline (201947) Eindproducten: ZA, TT De zorgactiviteit Leuproreline is samen met andere add-ons op verzoek van de NZa opgenomen in de uitlevering van RZ15b. Ingangsdatum van de add-ons was 1 januari 2015 maar overheveling van fertiliteitshormoon Leuproreline vanuit het Geneesmiddel Vergoeding Systeem (GVS) naar de aanspraak op geneeskundige zorg was met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus Dit is gecorrigeerd. Daarnaast is Leuprorelineper weer verwijderd van de add-on lijst van de NZa. Dit geneesmiddel kan vanaf niet meer apart van de behandeling in rekening worden gebracht. De NZa heeft dit besluit genomen naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift. Het middel leuproreline voldoet niet aan het kostencriterium voor de overgehevelde fertiliteitshormonen op de add-on lijst van minimaal gemiddeld euro per patiënt per jaar. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Leuproreline, toedieningsvorm injectievloeistof, per gebruikte eenheid van 0,01 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Ingangsdatum oud Nederlandse Zorgautoriteit
134 Leuproreline, toedieningsvorm injectievloeistof, per gebruikte eenheid van 0,01 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Leuproreline, per gebruikte eenheid van 0,01 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Leuproreline, per gebruikte eenheid van 0,01 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Ingangs- en einddatum nieuw Ingangsdatum oud Ingangs- en einddatum nieuw 5.22 Verzoeken in het kader van project aanpassing productstructuur kaakchirurgie (201948) Eindproducten: ZA, TT De NZa heeft vanuit KNMT en NVMKA diverse wijzigingsverzoeken met betrekking tot kaakchirurgie voor het jaar 2016 ontvangen. Dit wijzigingsverzoek richt zich op het aanmaken van nieuwe en/of het aanpassen van bestaande prestaties. Nieuwe prestatie CBCT onderzoek en vergroten eenduidigheid bestaande prestaties KNMT en NVMKA hebben een prestatieaanvraag ingediend voor de Cone Beam Computer Tamografie onderzoek (CBCT-onderzoek). De CBCT is een driedimensionale röntgenfoto, die naar aanleiding van een regulier röntgenonderzoek gemaakt kan worden. In 2015 kenden we de volgende prestaties voor röntgenonderzoek binnen kaakchirurgie: Kostendeel röntgengebitsonderzoek en/of röntgenschedelonderzoek, elk maximaal éénmaal per dag te declareren, geleverd door het ziekenhuis of kaakchirurgen Röntgengebitsonderzoek, ongeacht aantal en soort opnamen en inclusief eventuele controlefoto('s) - maximaal éénmaal per dag te declareren Röntgenschedelonderzoek Het voorstel was om een onderscheid aan te brengen voor 2D- en 3D-foto s, door het aanpassen van de bovenstaande prestaties voor röntgenonderzoek en het aanmaken van nieuwe prestaties voor CBCT-onderzoek (3D). Het onderscheid tussen 2D- en 3D-foto s is een onderscheid dat ook gehanteerd wordt binnen de prestaties voor mondzorg en radiologie. In analogie met de mondzorg is bij deze prestaties een onderscheid gemaakt tussen het maken en het beoordelen van de prestaties. Op basis van input vanuit KNTM en NVMKA zijn ook de omschrijvingen van een aantal andere prestaties per 2016 aangepast met als doel om de eenduidigheid in het gebruik van deze prestaties te vergroten. Het geheel aan prestatiewijzigingen ziet er als volgt uit: Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Tarieftype Ingangsdatum Einddatum Mutatie Behandeling grote diepe Tekstueel Nederlandse Zorgautoriteit
135 kaakabcessen. oud Behandeling loge-abcessen Tekstueel nieuw Excisie torus palatinus of mandibularis, grote alveolotomie en/of correctie linea mylohyoidea of processus alveolaris per kaak Excisie torus palatinus of mandibularis en/of correctie linea mylohyoidea of processus alveolaris per kaak Intermaxillaire fixatie, als zelfstandige ingreep (niet bij osteotomie, fractuur of reconstructie) - het plaatsen van boneanchors per kaak Het plaatsen van bone-anchors (Bollard of vergelijkbaar) als zelfstandige ingreep (niet bij osteotomie, fractuur of reconstructie), per kaak Kostendeel röntgengebitsonderzoek en/of röntgenschedelonderzoek, elk maximaal éénmaal per dag te declareren, geleverd door het ziekenhuis of kaakchirurgen Röntgengebitsonderzoek, ongeacht aantal en soort opnamen en inclusief eventuele controlefoto('s) - maximaal éénmaal per dag te declareren Tekstueel oud Tekstueel nieuw Tekstueel oud Tekstueel nieuw Beeindigd Beeindigd Röntgenschedelonderzoek Beeindigd Uitgebreide analyse ten behoeve van röntgenschedelonderzoek Uitgebreide analyse en verslaglegging ten behoeve van röntgenschedelonderzoek (2D) Maken röntgenfoto (2D) ten behoeve van gebitsonderzoek en/of schedelonderzoek, elk maximaal éénmaal per dag te declareren Beoordelen röntgengebitsonderzoek (2D), ongeacht aantal en soort opnamen en inclusief eventuele controlefoto(s) - maximaal éénmaal per dag te declareren Tekstueel oud Tekstueel nieuw Nieuwe code Nieuwe code Nederlandse Zorgautoriteit
136 Beoordelen röntgenschedelonderzoek (2D) Maken meerdimensionale kaakopname (b.v. cone beam-ct (CBCT)) Beoordelen meerdimensionale kaakopname (b.v. cone beam-ct (CBCT)), inclusief bespreking met de patiënt Nieuwe code Nieuwe code Nieuwe code 5.23 Zorgactiviteiten echo s MDL gewijzigd van ZPK 7 naar ZPK 4 (201951) Eindproducten: ZA, TT Bij de invoering van DOT hebben onderstaande zorgactiviteiten zorgprofielklasse (ZPK) 7 Beeldvormende technieken gekregen, omdat deze van oorsprong enkel beeldvormend waren. In de omschrijvingen van de zorgactiviteiten is op een later moment inclusief eventuele biopten toegevoegd. Daarmee zijn deze activiteiten niet enkel beeldvormend meer, daarom is de zorgprofielklasse aangepast van ZPK 7 naar ZPK 4 Diagnostische activiteiten. Tegelijkertijd zijn kleine tekstuele aanpassingen doorgevoerd. Het gaat om de volgende zorgactiviteiten: Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Einddatum Echo-oesofagoscopie (EUS), inclusief evt. biopten Echo-oesofagoscopie, inclusief eventuele biopten Echo-bronchoscopie (EBUS), inclusief evt. biopten Echo-bronchoscopie (EBUS), inclusief eventuele biopten Endo-echografie ter beoordeling bovenbuikorganen, inclusief eventuele biopten. Endo-echografie ter beoordeling bovenbuikorganen, inclusief eventuele biopten. Endo-echografie ter beoordeling van tumoren in het distale colon, inclusief eventuele biopten Endo-echografie ter beoordeling van tumoren in het distale colon, inclusief eventuele biopten Zorgprofielklasse (ZPK) 21 opgeheven (201954) Eindproducten: ZA, TT Nederlandse Zorgautoriteit
137 In de Nadere regel was het volgende opgenomen: Een add-on weesgeneesmiddel mag alleen gedeclareerd worden indien geleverd door een daartoe in een tariefbeschikking aangewezen instelling. In de Prestatie- en tariefbeschikking wass opgenomen dat add-on weesgeneesmiddelen uitsluitend in rekening mogen worden gebracht door Universitaire Medische Centra (UMC s) en door Nederlands Kankerinstituut Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKi/AvL). Per 2013 werd op verzoek van het ministerie van VWS een uitzondering op deze declaratiebepaling gemaakt voor het overgehevelde weesgeneesmiddel lenalidomide, omdat dit geneesmiddel voor de overheveling werd toegepast bij andere instellingen dan alleen UMC s en NKi/AvL. In het kader van volgende overhevelingen is de NZa verzocht meer uitzonderingen te maken op deze regel. Mede daarom is deze specifieke declaratiebepaling voor weesgeneesmiddelen met ingang van 2015 komen te vervallen. Zorgverzekeraars, zorgaanbieders en beroepsgroepen kunnen op deze manier zelf de gewenste spreiding en concentratie van deze weesgeneesmiddelen organiseren. Zo kan afhankelijk van het geneesmiddel en bijbehorende behandeling de zorg georganiseerd worden, zonder dat de NZa daarbij door middel van een declaratiebepaling beperkingen oplegt. Hiervoor zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: Bij alle weesgeneesmiddelen in de zorgactiviteiten tabel ZPK_code 21 vervangen door ZPK_code 20 DURE GENEESMIDDELEN. Deze ZPK-wijziging, per 1 januari 2016, zorgt ervoor dat de ZPK aansluit bij het vervallen van het onderscheid tussen dure en weesgeneesmiddelen zoals geëffectueerd per 1 januari 2015 j.l. Door beëindiging van ZPK 21 ontstaat een doublure tussen zorgactiviteiten en Zorgactiviteit is beëindigd aangezien deze zorgactiviteit in tegenstelling zorgactiviteit niet in de DIS gegevens voorkomt: Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatu m Einddatum Mutatie Trabectedine, toedieningsvorm infusiepoeder, per gebruikte eenheid van 0,01 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch Beëindige n specialistische zorg. Tarieftype 16 Add-on duur of wees geneesmiddel is binnen de Tarieven Tabel tekstueel gewijzigd in Add-on geneesmiddel Nieuwe zorgactiviteiten voor stollingsfactoren (201957) Eindproducten: ZA, TT Op verzoek van het Ministerie van VWS zijn aan de lijst producten voor hemofiliebehandeling en aanverwante hemostase stoornissen de middelen Cluvot en Haemocomplettan P (fabrikant CSL Behring) toegevoegd en opgenomen in de zorgactiviteiten- en tarieventabel. Dit heeft met terugwerkende kracht per geleid tot de introductie van zes nieuwe zorgactiviteiten. Zorgactiviteit Omschrijving Eenheid Aantal tarieftype Ingangs toediening eenheden datum Nederlandse Zorgautoriteit
138 Haemocomplettan P, per toedieningeenheid van 2 g bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Haemocomplettan P, per toedieningeenheid van 2 g bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Cluvot, per toedieningeenheid van 250 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Cluvot, per toedieningeenheid van 250 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Cluvot, per toedieningeenheid van 1250 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Cluvot, per toedieningeenheid van 1250 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. G G E E E E Daarnaast zijn de middelen Nuwiq, Rixubis, Feiba en Prothromplex voor verschillende toedieningseenheden toegevoegd aan dezelfde lijst producten en opgenomen in de zorgactiviteitentabel. Dit heeft geleid tot de volgende 26 nieuwe zorgactiviteiten: Zorgactiviteit Omschrijving Wbmv Tarieftype Eenheid toediening Aantal eenheden Rixubis, per toedieningeenheid van 250 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Rixubis, per toedieningeenheid van 250 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Rixubis, per toedieningeenheid van 500 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Rixubis, per toedieningeenheid van 500 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Rixubis, per toedieningeenheid van 1000 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg IE 250 IE IE 500 IE IE 1000 Nederlandse Zorgautoriteit
139 Zorgactiviteit Omschrijving Wbmv Tarieftype Eenheid toediening Aantal eenheden Rixubis, per toedieningeenheid van 1000 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Rixubis, per toedieningeenheid van 2000 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Rixubis, per toedieningeenheid van 2000 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Rixubis, per toedieningeenheid van 3000 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Rixubis, per toedieningeenheid van 3000 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Feiba, per toedieningeenheid van 500 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Feiba, per toedieningeenheid van 500 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Feiba, per toedieningeenheid van 1000 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Feiba, per toedieningeenheid van 1000 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Feiba, per toedieningeenheid van 2500 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Feiba, per toedieningeenheid van 2500 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Prothromplex, per toedieningeenheid van 600 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Prothromplex, per toedieningeenheid van 600 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Nuwiq, per toedieningeenheid van 250 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Nuwiq, per toedieningeenheid van 250 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Nuwiq, per toedieningeenheid van 500 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Nuwiq, per toedieningeenheid van 500 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Nuwiq, per toedieningeenheid van 1000 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. IE IE 2000 IE IE 3000 IE IE 500 IE IE 1000 IE IE 2500 IE IE 600 IE IE 250 IE IE 500 IE IE 1000 Nederlandse Zorgautoriteit
140 Zorgactiviteit Omschrijving Wbmv Tarieftype Eenheid toediening Aantal eenheden Nuwiq, per toedieningeenheid van 1000 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Nuwiq, per toedieningeenheid van 2000 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Nuwiq 5, per toedieningeenheid van 2000 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. IE IE 2000 IE Nieuwe zorgactiviteiten ingreep larynx (201969) Eindproduct: ARGT, RA, ZA Specialisme: 0302 keel-, neus- en oorheelkunde Zorgproductgroepen , , , , , , , en De aanvrager heeft aangegeven dat bij diagnose 0302_53 Dysfonie (in zorgproductgroep ) een zorgactiviteit ontbreekt waarbij de positie van een stilstaande stemband wordt gecorrigeerd, zodat afgeleid kan worden tot zorgproduct Ingreep Larynx. Operaties ter verwijdering of het opheffen van een aandoening in het strottenhoofd, bijvoorbeeld het corrigeren van de positie van een stilstaande stemband, waren niet specifiek beschreven in de zorgactiviteitentabel. De bestaande zorgactiviteit Laryngofissuur (032201) beschrijft het vormen van een toegangsweg en niet de operatie waarvoor de toegangsweg wordt gecreëerd. Daarnaast bevatten de bestaande zorgactiviteiten voor de therapeutische laryngoscopie ( en ) een onderscheid dat niet langer vastgelegd hoeft te worden met een aparte zorgactiviteit. De genoemde drie zorgactiviteiten zijn daarom beëindigd. Er zijn twee nieuwe zorgactiviteiten geïntroduceerd die het laryngoscopisch en het via open procedure verwijderen of opheffen van een aandoening aan de larynx beschrijven. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Einddatum Mutatie Laryngofissuur Beëindigen Therapeutische directe laryngoscopie ter verwijdering van een of meerdere gezwellen en/of corpora aliena. Therapeutische directe laryngoscopie onder de operatiemicroscoop ter verwijdering van een of meerdere gezwellen van de larynx. Verwijderen of opheffen aandoening larynx, open procedure (zie voor laryngoscopisch) Beëindigen Beëindigen Nieuw 5 In de zorgactiviteitentabel is bij deze zorgactiviteit in plaats van de stofnaam Nuwiq, ten onrechte de stofnaam Ceprotin opgenomen. Dit zal in release RZ16b worden gecorrigeerd. RZ16b heeft net als RZ16a de ingangsdatum 1 januari 2016 en zal medio november 2015 ter beschikking worden gesteld. Nederlandse Zorgautoriteit
141 Therapeutische laryngoscopie voor verwijderen of opheffen aandoening larynx (zie voor open procedure) Nieuw In verband met vermelding op de nota, hebben de twee nieuwe zorgactiviteiten ook een consumentenomschrijving gekregen: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Verwijderen of opheffen van een aandoening in het strottenhoofd via open operatie Verwijderen of opheffen van een aandoening in het strottenhoofd door middel van een kijkoperatie. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de volgende zorgproductgroepen: Nieuwvormingen - Maligne neoplasmata ademhalingsstelsel/intrathoracale organen (incl metastasen) Nieuwvormingen - Maligne neoplasmata lip/mond-/keelholte/hals Zenuwstelsel - Slaapstoornissen (wd) Congenitaal/chromosomaal - Cong misvormingen zenuwst/hart/vaatst/aangezicht/ hals/spijsvert st/gespl lip/gehemelte/ov Symptomen/afwijkende klin bevindingen/labuitslagen - Slikklachten/zwelling in de hals/diepe hals abces Symptomen/afwijkende klin bevindingen/labuitslagen - Spraak en stemaandoeningen Letsel/vergiftiging/gevolgen uitwendige oorzaken - Gevolgen corpus alienum via natuurlijke lichaamsopening Letsel/vergiftiging/gevolgen uitwendige oorzaken - Ov/niet gespec gevolgen uitw oorzaken (incl urticaria/erytheem) Letsel/vergiftiging/gevolgen uitwendige oorzaken - Letsels (excl oog/zenuw/corp aliena/bevriezing/brandwonden) 5.27 Reguliere wijzigingen OZP s (202021) Eindproducten: ZA, TT Een aantal Overige Zorgproducten (OZP s) is aangepast, beëindigd of nieuw geïntroduceerd. In onderstaande paragraaf worden deze wijzigingen nader omschreven. Aanpassing aantal gebruikte eenheid add-on geneesmiddel [90Y]-Ibritumomab-tiuxetan Bij het bereiden van dit product wordt de gehele verpakking gebruikt (zowel Zevalin als Ytracis). Om deze reden is de gebruikte eenheid met het bijbehorende aantal in de omschrijving aangepast waarbij deze gebaseerd is op de verpakkingseenheid: Code Omschrijving Tarief Eenheid Aantal Ingangs- Eind- Mutatie type datum datum Nederlandse Zorgautoriteit
142 [90Y]-Ibritumomab-tiuxetan, toedieningsvorm infusievloeistof, per gebruikte eenheid van 2 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg [90Y]-Ibritumomab-tiuxetan, toedieningsvorm infusievloeistof, per gebruikte eenheid van 3,2 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg [90Y]-Ibritumomab-tiuxetan, per gebruikte eenheid van 2 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg [90Y]-Ibritumomab-tiuxetan, per gebruikte eenheid van 3,2 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 16 MG Beëindigd 16 MG 3, Nieuw MG Beëindigd MG 3, Nieuw Aanpassing aantal en gebruikte eenheid add-on geneesmiddel Corifollitropine (alfa) Dit geneesmiddel wordt niet verstrekt in E (eenheden), maar in mg. Om deze reden is de gebruikte eenheid en bijbehorende aantal gewijzigd: Code Omschrijving Tarief type Eenheid Aantal Ingangsdatum Einddatum Mutatie Corifollitropine (alfa), toedieningsvorm 16 E Beëindigd injectievloeistof, per gebruikte eenheid van 50 E bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Corifollitropine (alfa), toedieningsvorm 16 MG 0, Nieuw injectievloeistof, per gebruikte eenheid van 0,05 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Corifollitropine (alfa), per gebruikte eenheid van 50 E Beëindigd E bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Corifollitropine (alfa), per gebruikte eenheid van 0,05 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. MG 0, Nieuw Nederlandse Zorgautoriteit
143 Aanpassing gebruikte eenheid add-on geneesmiddel Follitropine (alfa en bèta) en Menopauzegonadotrofine De geneesmiddelen Follitropine alfa en bèta, Menopauzegonadotrofine en Urofollitropine worden niet verstrekt in E (Eenheden), maar in IE (Internationale Eenheden). Dit is als volgt aangepast: Code Omschrijving Tarief type Eenheid Aantal Ingangsdatum Einddatum Mutatie Follitropine (alfa), toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 75 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Follitropine (alfa), toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 75 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Follitropine (alfa), toedieningsvorm injectievloeistof, per gebruikte eenheid van 150 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg, Follitropine (alfa), toedieningsvorm injectievloeistof, per gebruikte eenheid van 150 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg, Follitropine (bèta), toedieningsvorm injectievloeistof, per gebruikte eenheid van 50 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg, Follitropine (bèta), toedieningsvorm injectievloeistof, per gebruikte eenheid van 50 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg, Follitropine (alfa), per gebruikte eenheid van 75 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Follitropine (alfa), per gebruikte eenheid van 75 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Follitropine (alfa), per gebruikte eenheid van 150 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg, Follitropine (alfa), per gebruikte eenheid van 150 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg, Follitropine (bèta), per gebruikte eenheid van 50 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg, 16 E Eenheid oud 16 IE Eenheid nieuw 16 E Eenheid oud 16 IE Eenheid nieuw 16 E Eenheid oud 16 IE Eenheid nieuw E Eenheid oud IE Eenheid nieuw E Eenheid oud IE Eenheid nieuw E Eenheid oud Nederlandse Zorgautoriteit
144 Follitropine (bèta), per gebruikte eenheid van 50 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg, Menopauzegonadotrofine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 75 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. IE Eenheid nieuw 16 E Eenheid oud Menopauzegonadotrofine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 75 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 16 IE Eenheid nieuw Menopauzegonadotrofine, per gebruikte eenheid van 75 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Menopauzegonadotrofine, per gebruikte eenheid van 75 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Urofollitropine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 75 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Urofollitropine, toedieningsvorm injectiepoeder, per gebruikte eenheid van 75 IE bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Urofollitropine, per gebruikte eenheid van 75 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Urofollitropine, per gebruikte eenheid van 75 IE bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. E Eenheid oud IE Eenheid nieuw 16 E Eenheid oud 16 IE Eenheid nieuw E Eenheid oud IE Eenheid nieuw Aanpassing aantal gebruikte eenheid add-on geneesmiddel Tioguanine Voor de stofnaam Tioguanine is met terugwerkende kracht per 1 mei 2015 de gebruikte eenheid aangepast van 40 mg naar 10 mg. Dit geneesmiddel is alleen beschikbaar in tabletvorm met 40 mg werkzaam bestanddeel. Dit heeft geleidt tot de volgende wijzigingen: Code Omschrijving Tarief type Eenheid Aantal Ingangsdatum Eind datum Mutatie Tioguanine, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 40 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 16 MG Beëindigd Nederlandse Zorgautoriteit
145 Tioguanine, toedieningsvorm tablet, per gebruikte eenheid van 10 mg bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Tioguanine, per gebruikte eenheid van 40 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Tioguanine, per gebruikte eenheid van 10 mg bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. 16 MG Nieuw MG Beëindigd MG Nieuw Gelijktrekken terminologie omschrijvingen add-on geneesmiddelen Alle omschrijvingen voor de add-on geneesmiddelen zijn wat betreft gehanteerde terminologie gelijk gemaakt. Daar waar de term toedieningeenheid was opgenomen in de omschrijving, is deze aangepast naar gebruikte eenheid. De codes in de ranges t/m en t/m zijn hierop aangepast. Wijzigingen OZP-categorie / tarieftype Bij een aantal prestaties heeft er een wijziging naar een beter passende OZP categorie cq. tarieftype plaatsgevonden. Voor de prenatale screening geldt dat er geen aanvraag vanuit de eerstelijn hoeft te zijn. Om deze reden is aan de betreffende prestaties in plaats van tarieftype 11 OZP Eerstelijns Diagnostiek - Med. specialist. behand. en diagn. tarieftype 13 OZP- Overige verrichtingen toegekend: Code Omschrijving Tarief type Mutatie Prenatale screening: Nuchal Translucentie (NT-) meting (nekplooimeting) bij eenling en het eerste kind van een meerlingzwangerschap Prenatale screening: Nuchal Translucentie (NT-) meting (nekplooimeting) bij eenling en het eerste kind van een meerlingzwangerschap Prenatale screening: Structureel Echoscopisch Onderzoek (SEO) bij eenling en het eerste kind van een meerlingzwangerschap Prenatale screening: Structureel Echoscopisch Onderzoek (SEO) bij eenling en het eerste kind van een meerlingzwangerschap Prenatale screening: Nuchal Translucentie (NT-) meting (nekplooimeting) bij ieder volgend kind van een meerlingzwangerschap Prenatale screening: Nuchal Translucentie (NT-) meting (nekplooimeting) bij ieder volgend kind van een meerlingzwangerschap Prenatale screening: Structureel Echoscopisch Onderzoek (SEO) bij ieder volgend kind van een meerlingzwangerschap Prenatale screening: Structureel Echoscopisch Onderzoek (SEO) bij ieder volgend kind van een meerlingzwangerschap. 11 Tarieftype oud 13 Tarieftype nieuw 11 Tarieftype oud 13 Tarieftype nieuw 11 Tarieftype oud 13 Tarieftype nieuw 11 Tarieftype oud 13 Tarieftype Nieuw Nederlandse Zorgautoriteit
146 Ook voor onderstaande prestaties, voorheen ondergebracht binnen tarieftype 11 OZP Eerstelijns Diagnostiek - Med. specialist. behand. en diagn. geldt dat tarieftype 12 OZP- Supplementair Overig traject beter passend is: Code Omschrijving Tarief type Mutatie Consult niet-basispakketzorg - basis of gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg (inclusief jeugd-ggz). 11 Tarieftype oud Consult niet-basispakketzorg - basis of gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg (inclusief jeugd-ggz). 12 Tarieftype nieuw Verblijf niet-basispakketzorg - basis of gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg (inclusief jeugd ggz). 11 Tarieftype oud Verblijf niet-basispakketzorg - basis of gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg (inclusief jeugd ggz). 12 Tarieftype nieuw Zorgcoördinatie, per patiënt, per uur - jeugd geestelijke gezondheidszorg. 11 Tarieftype oud Zorgcoördinatie, per patiënt, per uur - jeugd geestelijke gezondheidszorg. 12 Tarieftype nieuw Consultatie, per patiënt, per uur - jeugd geestelijke gezondheidszorg. 11 Tarieftype oud Consultatie, per patiënt, per uur - jeugd geestelijke gezondheidszorg. 12 Tarieftype nieuw Toeslag per verblijfsdag per extreem vlucht- en beheersgevaarlijke (EVBG) TBS patiënt - forensische zorg. 11 Tarieftype oud Toeslag per verblijfsdag per extreem vlucht- en beheersgevaarlijke (EVBG) TBS patiënt - forensische zorg. 12 Tarieftype nieuw Beëindigen add-on geneesmiddel MACI MACI is niet langer geregistreerd volgens de European Medicines Agency (EMA) en CBG en is om deze reden beëindigd binnen de NZa Prestatie- en tarieventabel add-on geneesmiddelen. Dit heeft geleid tot de volgende wijzigingen: Zorgactiviteit Omschrijving Tarieftype Ingangsdatum Einddatum Mutatie MACI, toedieningsvorm implantatiematrix, per gebruikte eenheid van 1 E (= 14,5 cm2 membraan) bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg MACI, per gebruikte eenheid van 1 E (= 14,5 cm2 membraan) bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Beëindigd Beëindigd Nederlandse Zorgautoriteit
147 Beëindigen prestaties zelfmeting bloedstollingswaarden De prestaties en waren voormalige sluittarieven voor begrotingsgefinancierde trombosediensten. Voor beide prestaties bestaat echter al een vergelijkbare prestatie met een correct maximumtarief, het betreft respectievelijk de codes Zelfmeting bloedstollingswaarden: training / instructie (eenmalig). en Zelfmeting bloedstollingswaarden: begeleiding / controle (per kwartaal). Om deze reden zijn beide prestaties beëindigd: Zorgactiviteit Omschrijving Tarieftype Ingangsdatum Einddatum Mutatie Zelfmeting bloedstollingswaarden: training / instructie (eenmalig) via internet Zelfmeting bloedstollingswaarden: begeleiding / controle (per kwartaal) via internet Beëindigd Beëindigd 5.28 Nieuwe zorgactiviteit voor huid-spiertranspositie ( ) Eindproduct: ARGT, RA, ZA Specialisme: 0304 plastische chirurgie Zorgproductgroep Ter voorbereiding op de invoering van DOT is zorgactiviteit Transpositie van een huidspierlap naar defect in het bovenste rompgebied, bijvoorbeeld mammareconstructie beëindigd en vervangen door drie zorgactiviteiten voor de mammareconstructie (039054, en ). Deze drie nieuwe zorgactiviteiten zijn echter niet bruikbaar voor de vastlegging van een transpositie van een huidspierlap in het bovenste rompgebied met behulp van een andere huidspierlap of voor een andere diagnose dan de mammareconstructie. Er bestond op dit moment geen specifieke zorgactiviteit voor de vastlegging van een transpositie van een huidspierlap naar een defect in het bovenste rompgebied. Voor het onderste rompgebied bestond deze zorgactiviteit al wel (039027). Op grond hiervan is besloten om een nieuwe zorgactiviteit aan te maken voor de transpositie van een huidspierlap naar een defect in het bovenste rompgebied. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK-code Ingangsdatum Transpositie van een huidspierlap naar een defect in het bovenste rompgebied (excl. tbv mammareconstructie, zie , of ) Deze nieuwe zorgactiviteit wordt conform de zorgactiviteit voor het onderste rompgebied in combinatie met diagnose 0304_25 herstel defect met microvasculaire vrije huid / spier / bot-lap uitgevraagd binnen zorgproductgroep Plastische chirurgie onder groep 1 (algemeen; Complexe vrije lap) Nieuwe zorgactiviteit voor correctie kraakbenig skelet aan het oor ( ) Eindproducten: ARGT, RA, ZA, LLM Specialisme: 0302 KNO, 0304 plastische chirurgie Nederlandse Zorgautoriteit
148 Zorgproductgroep , Er was binnen de plastische chirurgie geen specifieke zorgactiviteit voor de correctie van het kraakbenig skelet aan het oor waarbij er geen sprake is van stand deviatie. Diagnose 162 correctie oorskelet, enkel- of dubbelzijdig betreft een algemene diagnosecode die geen onderscheid maakt naar de oorzaak waar de correctie noodzakelijk voor is. Zowel de correcties in verband met een stand deviatie als de overige correcties komen in één en hetzelfde zorgproduct terecht. Vanuit het oogpunt van de aanspraak zijn specifieke zorgactiviteiten gewenst om onderscheid inzichtelijk te kunnen maken welke correcties zijn uitgevoerd in verband met een stand deviatie. Conform het wijzigingsverzoek is een nieuwe zorgactiviteit geïntroduceerd: Zorgactiviteit Omschrijving ZPK-code Ingangsdatum Plastische correctie van de oorschelp door middel van correctie van het oorskelet (excl. bij standdeviatie zie en bij lop ear of cup ear zie ) Aan deze zorgactiviteit is de aanspraakcode 2704 Zorgactiviteiten Behandelingen van plastisch chirurgische aard, machtiging vereist toegekend. De bij deze behandeling horende diagnosecode 0304_162 correctie oorskelet enkel- of dubbelzijdig wordt uitgevraagd onder groep 28 en leidt af naar DBC-zorgproduct Diagnosen gelaat correctie oorskelet. De nieuwe zorgactiviteit is ook relevant voor het specialisme 0302 KNO. De bij deze behandeling horende diagnosecode vanuit KNO betreft 0302_011 Afwijkingen oorschelp en leidt af naar zorgproductgroep Oor en processus mastoideus - Aandoeningen oor (incl congenitaal). De correctie van het oorskelet leidt daar af naar DBC-zorgproduct Afwijkingen oorschelp/ bijoortje Correctie oorskelet. Om uitval te voorkomen is deze zorgactiviteit tevens toegevoegd aan het standaardcluster Intensieve/invasieve therapie. De nieuwe zorgactiviteit is in combinatie met zowel de diagnose van plastische chirurgie (0304_162) als die van KNO (0302_11) opgenomen op de Limitatieve Lijst Machtigingen Nieuwe zorgactiviteit voor verstrekking van Radium-223-chloride bij prostaattumoren ( ) Eindproduct: ARGT, RA, ZA Specialisme: 0306 urologie, 0313 inwendige geneeskunde Zorgproductgroep Er is een nieuwe behandeling met Radium-223-chloride bij prostaatcarcinoom dat het leven van de patiënt met enkele maanden kan verlengen. Voor het middel bestaan reeds twee zorgactiviteiten, zijnde add-ons: Nederlandse Zorgautoriteit
149 Radium-223 chloride, toedieningsvorm injectievloeistof, per gebruikte eenheid van 6 MBq bij indicaties welke voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg Radium-223 chloride, per gebruikte eenheid van 6 MBq bij indicaties welke niet voldoen aan de beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg. Wegens het ontbreken van een passende zorgactiviteit kon de inzet van de nucleair geneeskundige niet worden vastgelegd en komt deze inzet niet (herkenbaar) tot uitdrukking in de productstructuur. Er is een nieuwe zorgactiviteit geïntroduceerd: Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Verstrekking radium-223 chloride per injectie bij prostaattumoren Door het vastleggen van deze zorgactiviteit bij diagnose Prostaatcarcinoom of 0313_832 Maligniteit prostaat leidt het af naar DBC-zorgproduct Prostaatmaligniteit Toediening immunotherapie/ radium-223 chloride via infuus/ injectie Klin of Prostaatmaligniteit Intraveneuze/ intrathecale toediening chemo-immunotherapie Klin. Uit het DBC-zorgproduct kan de inzet van de nucleair geneeskundige worden vergoed Nieuwe zorgactiviteiten voor subcutaan inbrengen van anticonceptiemiddel met behulp van applicator en materiaalcode ( ) Eindproduct: ZA Specialisme: 0307 gynaecologie Zorgproductgroepen: en Er bestond geen zorgactiviteit voor het inbrengen van Implanon. Implanon is een hormoonpreparaat in de vorm van een tablet (staafje) dat wordt ingebracht onder de huid als anticonceptie. Implanon wordt ook toegepast bij diagnose 307-G11 Cyclusstoornissen. Er zijn twee nieuwe zorgactiviteiten geïntroduceerd: Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Einddatum Mutatie Subcutaan inbrengen van anticonceptiestaafje met behulp van applicator. Anticonceptiestaafje inclusief wegwerpapplicator Nieuw Nieuw In verband met vermelding op de nota hebben de twee nieuwe zorgactiviteiten ook een consumentenomschrijving gekregen: Nederlandse Zorgautoriteit
150 Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Onder de huid plaatsen van een anticonceptiestaafje met behulp van een applicator Anticonceptiestaafje inclusief wegwerpapplicator. Anticonceptiemiddelen tot een leeftijd van 21 jaar vallen onder het verzekerde basispakket en daarmee ook, tot die leeftijd, het subcutaan inbrengen van Implanon. Omdat het inbrengen van Implanon regulier door de huisarts wordt gedaan en in het ziekenhuis de handeling poliklinisch plaatsvindt was hiervoor geen zorgactiviteit aangemaakt. Het was daardoor voor zorgverzekeraars niet inzichtelijk wanneer het middel Implanon subcutaan door de gynaecoloog werd ingebracht. Dat is vooral relevant in verband met de aanspraak op basispakket. Daarom is voor het subcutaan inbrengen van een anticonceptiemiddel een aparte zorgactiviteit aangemaakt met een aanspraakbeperking. Ook is er een aparte materiaalcode aangemaakt waarmee een geplaatst anticonceptie-implantaat geregistreerd kan worden. Daarmee kan aangegeven worden wanneer het anticonceptiemiddel inclusief applicator door het ziekenhuis (ziekenhuisapotheek) en niet door de stadsapotheek is geleverd. Opname in de productstructuur Bij diagnose 0307-G18 Anticonceptie leidt de registratie van de combinatie van deze zorgactiviteiten naar een nieuw DBC-zorgproduct in zorgproductgroep , namelijk Vrouw Subcutaan inbrengen van anticonceptiestaafje. Het alleen inbrengen van het anticonceptiestaafje leidt naar zorgproduct Vrouw Licht ambulant (met aanspraakbeperking). Bij diagnose G11 Cyclusstoornissen leidt de registratie van deze zorgactiviteiten naar het nieuwe DBC-zorgproduct Cyclusstoornissen Subcutaan inbrengen van anticonceptiestaafje respectievelijk (indien alleen inbrengen) DBC-zorgproduct Cyclusstoornissen licht ambulant Nieuwe zorgactiviteit Tomosynthese ( ) Eindproducten: ZA, TT Specialisme: 0362 radiologie Tomosynthese is een nieuwe techniek waarmee het mogelijk is om aanvullend op het reguliere tweedimensionale mammogram als het ware driedimensionale foto's van de borst te maken. Vrouwen met een verhoogd risico op borstkanker komen in aanmerking voor dit aanvullend onderzoek. Deze vrouwen zijn door de huisarts doorverwezen naar de specialist. Ook vrouwen die via het bevolkingsonderzoek borstkanker zijn doorverwezen komen ervoor in aanmerking. De techniek is in meerdere wetenschappelijke onderzoeken effectief bewezen. Het verzoek vanuit meerdere ziekenhuizen was om een nieuwe zorgactiviteit aan te maken. De aanvraag is ondersteund door de Nederlandse Vereniging voor de Radiologie (NVvR). Per 1 januari 2016 is een nieuwe zorgactiviteit geïntroduceerd: Zorgactiviteit Omschrijving Ingangs- datum Eind- datum Mutatie Nederlandse Zorgautoriteit
151 Mammografie 3D (digitale borst tomosynthese, DBT) Nieuw De bestaande zorgactiviteit is tekstueel aangepast: Zorgactiviteit Omschrijving Ingangs- datum Eind- datum Mutatie Mammografie, al of niet met contrast in melkgangen Tekstueel oud Mammografie, al of niet met contrast in melkgangen (exclusief mammografie 3D, zie ) Tekstueel nieuw Zorgactiviteit heeft dezelfde rol als gekregen in de productstructuur Nieuwe zorgactiviteit bloodpatch ( ) Eindproduct: ZA Specialisme: 0389 anesthesiologie Er is een nieuwe zorgactiviteit aangevraagd voor bloodpatch, als alternatief voor de zorgactiviteit(en) voor epidurale injectie. Belangrijkste reden voor de aanvraag is dat niet zichtbaar was wanneer het om een bloodpatch ging (in het kader van een complicatie bij liquorpunctie). Ook kon deze wijze van registeren tot een aparte declaratie leiden (in het kader van pijnbestrijding), waar de bloodpatch als ondersteunende activiteit geldt, voor veelal de neuroloog, dus geen apart traject rechtvaardigt. Er is een nieuwe zorgactiviteit geïntroduceerd voor epidurale bloodpatch: Zorgactiviteit Omschrijving ZPK-code ZPK omschrijving Epidurale bloodpatch (voor overige epidurale injecties zie t/m of ). 6 OVERIGE THERAPEUTISCHE ACTIVITEITEN Bij een epidurale bloodpatch wordt een kleine hoeveelheid eigen bloed van de patiënt geïnjecteerd in de ruimte tussen het harde ruggenmergvlies en de binnenzijde van het wervelkanaal. Meestal wordt een epidurale bloodpatch verricht om hoofdpijnklachten, die ontstaan door het lekken van hersenvocht na een epidurale ingreep, te stoppen. De nieuwe zorgactiviteit is niet producttyperend Aangepaste omschrijving zorgactiviteit ( ) Eindproduct: ZA Bij de opname van zorgactiviteit Externe fixateur (distractor) in de zorgactiviteitentabel is overlap ontstaan met twee andere zorgactiviteiten waarbij sprake is van een gespecificeerde Nederlandse Zorgautoriteit
152 distractor, namelijk en De in deze zorgactiviteiten benoemde distractors zijn geëxcludeerd bij zorgactiviteit Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Externe fixateur (distractor) Tekstueel oud Externe fixateur (distractor) (excl. uitwendige kaakdistractor zie en uitwendige schedeldistractor zie ) Tekstueel nieuw 5.35 Aanmaken nieuwe zorgactiviteit voor MRI-geleide biopten ( ) Eindproducten: ZA, TT Specialisme: 0362 radiologie De aanvrager wenst een nieuwe zorgactiviteit voor MRI-geleide prostaatbiopten. De richtlijn voor prostaatcarcinoom NVU 2013 beschrijft dat een MRI-geleide biopt geadviseerd wordt, indien klinisch relevant. Tot nu toe konden MRI-geleide biopten niet specifiek worden vastgelegd. De Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR) heeft aangegeven dat behoefte is aan meerdere zorgactiviteiten voor MRI-geleide biopten en dat een algemene code wenselijk is. De voorkeur van de NVvR ging uit naar een zorgactiviteit voor biopten onder MRI-controle zonder verdere specificatie van de lokalisatie conform de bestaande zorgactiviteiten waarbij sprake is van een punctie onder CT-controle, röntgencontrole of echografische controle. Er is één nieuwe zorgactiviteit geïntroduceerd, deze is tevens als OZP met tarieftype 20 opgenomen in de Tarieven Tabel v Zorgactiviteit Omschrijving ZPK-code Ingangsdatum Diagnostische punctie of biopsie van niet palpabele afwijkingen of organen, onder MRI-controle Daarnaast zijn de bestaande zorgactiviteiten voor puncties onder echocontrole, CT-controle en röntgencontrole tekstueel aangepast zodat de mogelijkheid ontstaat om voor het afnemen van een biopt een van deze zorgactiviteiten te registreren. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Diagnostische puncties van niet palpabele afwijkingen of organen, onder MRI-controle Tekstueel oud Diagnostische punctie of biopsie van niet palpabele afwijkingen of organen, onder CT-controle Tekstueel nieuw Diagnostische puncties van niet palpabele afwijkingen of organen, onder röntgencontrole Tekstueel oud Diagnostische punctie of biopsie van niet palpabele Tekstueel Nederlandse Zorgautoriteit
153 Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie afwijkingen of organen, onder röntgencontrole. nieuw Diagnostische puncties van niet palpabele afwijkingen of organen, onder echografische controle Tekstueel oud Diagnostische punctie of biopsie van niet palpabele afwijkingen of organen, onder echografische controle Tekstueel nieuw 5.36 Zorgactiviteiten voor tijdregistratie oefentherapeut ( ) Eindproduct: ARGT, RA, ZA Specialisme: 8418 geriatrische revalidatiezorg Zorgproductgroep Binnen de Geriatrische revalidatiezorg (Grz) is de Cesar- / Mensendieck-oefentherapeut een van de behandeldisciplines die ingezet wordt voor de revalidatiebehandeling. De oefentherapeut kon echter de bestede patiëntgebonden tijd nog niet vastleggen met behulp van een eigen zorgactiviteit. Om de inzet van de Cesar- / Mensendieck-oefentherapeut in het kader van de revalidatiebehandeling inzichtelijk te maken is hiervoor een specifieke zorgactiviteit geïntroduceerd. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK-code ZPK-omschrijving Cesar / Mensendieck oefentherapie - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie. 16 GERIATRISCHE REVALIDATIE In verband met vermelding op de nota heeft deze nieuwe zorgactiviteit ook een consumentenomschrijving gekregen: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Geven van Cesar / Mensendieck oefentherapie - geriatrische revalidatie. De Cesar/Mensendieck oefentherapeut is een erkende behandeldiscipline binnen de Grz die ingezet wordt in het kader van de revalidatiebehandeling en een bijdrage levert aan de uitvoering van het behandelplan. De Cesar en Mensendieck oefentherapeuten worden in het kader van artikel 34 van de BIG beschreven en zijn opgenomen in het kwaliteitsregister Paramedici. Voor Cesar/Mensendieck oefentherapeuten is daarom deze specifieke zorgactiviteit aangemaakt voor de vastlegging van de patiëntgebonden tijd binnen de Grz-behandeling. Niet-Cesar/Mensendieck oefentherapeuten mogen de aangemaakte zorgactiviteit niet registreren. Nederlandse Zorgautoriteit
154 6 Wijzigingen in de productstructuur Er is een groot aantal wijzigingsverzoeken verwerkt met betrekking tot de afleiding naar DBCzorgproducten. Deze specifieke wijzigingen worden in dit hoofdstuk beschreven. Bij iedere paragraaf vindt u onder de titel een verwijzing naar de zorgproductgroepen en specialismen die worden geraakt door de betreffende wijziging. 6.1 Gezamenlijke DBC-zorgproducten pneumonie voor internisten en longartsen in zorgproductgroep (2053) Eindproduct: ZP Specialismen: 0313 inwendige geneeskunde, 0322 longgeneeskunde Zorgproductgroep: In zorgproductgroep Ademhalingsstelsel Influenza/pneumonie/ov acute infecties onderste luchtw/sarcoidose long/interstitiele aand bestonden aparte DBC-zorgproducten voor diagnosen 313_ 401 pneumonie nno en 313_402 interstitiële pneumonie bij interne geneeskunde en diagnose 322_1401 Pneumonie bij longgeneeskunde. De NIV vroeg zich af op welke gronden aparte zorgproducten voor interne geneeskunde en longgeneeskunde gerechtvaardigd zijn. Analyse op basis van DIS-data 2012 wijst uit dat er weinig verschil was tussen de profielen van de DBC-zorgproducten voor interne en longgeneeskunde. De Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) heeft voorgesteld om, daar waar mogelijk, de DBC-zorgproducten voor diagnose pneumonie samen te voegen. In zorgproductgroep Ademhalingsstelsel Influenza/pneumonie/ov acute infecties onderste luchtw/sarcoidose long/interstitiele aand is de uitvraag op AGB-code 322 (longgeneeskunde) en AGBcode 313 (interne geneeskunde) verwijderd en zijn diagnose 313_401 Pneumonie nno en 313_ 402 Interstitiële pneumonie toegevoegd aan de uitvraag bronchopneumonie waardoor zowel voor longgeneeskunde als interne geneeskunde een diagnose pneumonie tot hetzelfde zorgproduct afleidt. Deze wijziging heeft geleid tot de samenvoeging van onderstaande DBC-zorgproducten: Samengevoegde DBC-zorgproducten in zorgproductgroep Oud DBC-ZP Interne geneeskunde Oud DBC-ZP Longgeneeskunde Gezamenlijk DBC-ZP per Bronchopneumonie en andere infecties Klin kort Bronchopneumonie en andere infecties Klin middel Bronchopneumonie en andere infecties Klin (zeer) lang Bronchopneumonie en andere infecties Medebehandeling Bronchopneumonie en andere infecties Diagnostisch (zwaar)/ Therapeutisch licht Bronchopneumonie en andere infecties Dag/ Poli > Bronchopneumonie en andere infecties Poli 3-4/ Routine onderzoek >2 Nederlandse Zorgautoriteit
155 Bronchopneumonie en andere infecties Licht ambulant 6.2 Gezamenlijke DBC-zorgproducten TBC voor internisten en longartsen in zorgproductgroep (2054) Eindproduct: RDZT, ZP Specialismen: 0313 inwendige geneeskunde, 0322 longgeneeskunde Zorgproductgroep: , In zorgproductgroep Ademhalingsstelsel Influenza/pneumonie/ov acute infecties onderste luchtw/sarcoidose long/interstitiele aand bestonden DBC-zorgproducten voor de diagnosen tuberculose voor longgeneeskunde en in ZPG Infectie en parasitair - Overige infectieziekten bestonden ook DBC-zorgproducten voor diagnose 313_ 424 TBC voor inwendige geneeskunde. De Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) vroeg zich af op welke gronden aparte zorgproducten voor interne geneeskunde en longgeneeskunde gerechtvaardigd zijn. Analyse op basis van DIS-data 2012 wijst uit dat er weinig verschil is tussen de profielen van de zorgproducten voor interne en longgeneeskunde. De NIV stelde voor, daar waar mogelijk, de zorgproducten voor de diagnose TBC samen te voegen. Om dit te realiseren zijn de diagnosen TBC van longgeneeskunde overgeheveld van zorgproductgroep naar zorgproductgroep Het betreft de diagnosen: 322_1511 Tuberculose 322_1512 Extrapulmonale Tuberculose 322_1513 Tuberculose en HIV 322_1514 Multiresistente Tuberculose In zorgproductgroep Infectie en parasitair - Overige infectieziekten leiden de TBC-diagnosen van longgeneeskunde en interne geneeskunde af naar de volgende DBC-zorgproducten: Zorgproduct Omschrijving Dag >1 Infectie overig Klin kort Infectie overig Diagnostisch (zwaar)/ Therapeutisch licht Infectie overig Klin (zeer) lang Infectie overig Klin middel Infectie overig Dag =1/ Poli >4 Infectie overig Poli 3-4/ Routine onderzoek >2 Infectie overig DNA amplificatie Infectie overig Licht ambulant Infectie overig Nederlandse Zorgautoriteit
156 6.3 Herdefinitie DBC-zorgproducten aortachirurgie (201731) Eindproducten: ARGT, RA, ZA, ZP, TT Specialisme: 0320 cardiologie, 0362 radiologie Zorgproductgroep: De DBC-zorgproducten voor aortachirurgie in zorgproductgroep Hart en vaatstelsel - Ziekten arterien/arteriolen/capillairen (incl precerebrale arterien) (wd) bevatten meerdere knelpunten: De DBC-zorgproducten waren niet medisch herkenbaar Er bestond een prikkel om alleen op basis van een materiaalcode te declareren. Daarbij kon het voorkomen dat de interventieradioloog een ingreep deed, op basis daarvan een eigen DBCzorgproduct declareerde, en dat de vaatchirurg op basis van de materiaalcode ook een declaratie indiende (en er dus sprake was van dubbele declaratie). Om deze redenen is de afleiding in zorgproductgroep aangepast. Er zijn vier DBCzorgproducten verwijderd: Ov aandoeningen arterien Aortachirurgie Oper aorta/ bloedvat abdominaal (zeer) zwaar Zonder VPLD Ov aandoeningen arterien Aortachirurgie Oper aorta/ bloedvat abdominaal (zeer) zwaar Met VPLD Ov aandoeningen arterien Aortachirurgie Oper aorta/ endovasculaire stent Zonder VPLD Ov aandoeningen arterien Aortachirurgie Oper aorta/ endovasculaire stent Met VPLD En daarvoor zijn twee nieuwe DBC-zorgproducten geïntroduceerd, een open en een endovasculaire variant: Ov aandoeningen arterien Oper aorta/ bloedvat abdominaal/ bloedvat thoracaal Endovasculair Ov aandoeningen arterien Oper aorta/ bloedvat abdominaal/ bloedvat thoracaal Open De voorgaande DBC-zorgproducten kenden varianten met en zonder verpleegdagen. Uit analyse bleek dat dit onderscheid geen toegevoegde waarde had en daarom is dit onderscheid niet teruggekomen in de productstructuur per Er is ook een wijziging in zorgactiviteiten doorgevoerd, de zorgactiviteit voor correcties aan de intrathoracale grote vaten is gesplitst in een open en een endovasculaire variant. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Correcties aan de intra-thoracale grote vaten onder andere aortaruptuur, respectievelijk aneurysma arteria anonyma Beëindigen i.v.m. uitsplitsen Correcties aan de intrathoracale grote arteriën, o.a. aortaruptuur of aneurysma arteria anonyma, open procedure (zie voor endovasculair) Nieuw na uitsplitsing Nederlandse Zorgautoriteit
157 Endovasculaire correcties aan de intrathoracale grote arteriën, o.a. aortaruptuur of aneurysma arteria anonyma (zie voor open procedure) Nieuw na uitsplitsing De volgende zorgactiviteiten leiden af naar het DBC-zorgproduct : Zorgactiviteit Omschrijving Embolectomie van bloedvaten in de buik, endovasculair (zie voor open procedure) Reconstructie aan de aorta of haar directe zijtakken zoals arteria renales en arteria iliaca, endovasculair (zie voor open procedure). Inbrengen van een aorta-bifurcatie prothese en reconstructie van een arteria renales, endovasculair (zie voor open procedure). Inbrengen van een aorta-bifurcatie prothese en reconstructie van beide arteriae renales, endovasculair (zie voor open procedure) Endovasculaire TAAA (thoraco-abdominaal aorta aneurysma) Endovasculaire correcties aan de intra-thoracale grote vaten, o.a. aortaruptuur, aneurysma arteria anonyma (zie voor open procedure). Reconstructie van de aorta of haar directe zijtakken, zoals de arteria subclavia, endovasculair (zie voor open procedure) Percutane transluminale angioplastiek van de nierarterie Percutane transluminale angioplastiek niet-coronaire centrale arteriën exclusief de nierarterie (zie ). De volgende zorgactiviteiten leiden af naar het DBC-zorgproduct : Zorgactiviteit Omschrijving Correcties aan de intra-thoracale grote vaten, o.a. aortaruptuur, aneurysma arteria anonyma, open procedure (zie voor endovasculair). Operaties aan intra-abdominaal gelegen grote vaten, zonder herstel der continuïteit of ateriectomie, open procedure (zie voor endoscopisch). Endoscopische operaties aan intra-abdominaal gelegen grote vaten, zonder herstel der continuïteit of ateriectomie (zie voor open procedure) Dit is geen endovasculaire operatie, maar een kijkoperatie (endoscopisch). Reconstructie van de aorta of haar directe zijtakken, zoals de arteria subclavia, open procedure (zie voor endovasculair) Embolectomie van bloedvaten in de buik, open procedure (zie voor endovasculair) Reconstructie aan de aorta of haar directe zijtakken zoals arteria renales en arteria iliaca, open procedure (zie voor endovasculair). Inbrengen van een aorta-bifurcatie prothese en reconstructie van een arteria renales, open procedure (zie voor endovasculair). Inbrengen van een aorta-bifurcatie prothese en reconstructie van beide arteriae renales, open procedure (zie voor endovasculair). Nederlandse Zorgautoriteit
158 TAAA (thoraco-abdominaal aorta aneurysma), open procedure. 6.4 Toevoegen zorgactiviteit aan afleiding naar zorgproduct (201740) Specialisme: 0361 radiotherapie Zorgproductgroep: Er was een verschil in uitvraag van dure beeldvorming bij stereotactische bestraling en IMRT. Bij de uitvraag van DBC-zorgproduct A5 - IMRT met dure beeldvorming is zorgactiviteit Implanteren marker ten behoeve van positieverificatie opgenomen. Bij de uitvraag van DBC-zorgproduct A8 stereotactische bestraling was ten onrechte zorgactiviteit Implanteren marker ten behoeve van positieverificatie niet opgenomen. Om dit verschil op te heffen is zorgactiviteit Implanteren marker ten behoeve van positieverificatie toegevoegd aan de uitvraag van dure beeldvorming bij het knooppunt naar zorgproduct A8 - Stereotactische RT met dure beeldvorming bij een stereotactische bestraling. Hierdoor wordt zowel in het profiel van DBC-zorgproduct als zichtbaar of een marker ten behoeve van positieverificatie als dan niet is geïmplanteerd. 6.5 Zorgactiviteit MDO uit zorgproductgroep verwijderd (201794) Specialisme: 0330 neurologie Zorgproductgroep: De positionering van de zorgactiviteit (MDO) voor zorgproductgroep (epilepsie) sloot niet aan bij de definitie van MDO in de NZa beleidsregel. Om die reden heeft de NZa besloten deze zorgactiviteit te verwijderen als producttyperende zorgactiviteit. Voor 2016 was er een verzoek ingediend voor de introductie van een nieuwe zorgactiviteit voor MDO in het kader van epilepsie (neuroloog en vakdeskundigen) ter vervanging van oude zorgactiviteit MDO. Deze aanvraag voor een nieuwe zorgactiviteit MDO is afgewezen. Registratie van deze zorgactiviteit zorgde binnen zorgproductgroep Zenuwstelsel - Epilepsie/status epilepticus/convulsies (wd) voor afleiding naar zwaardere DBC-zorgproducten. Zorgactiviteit is hier verwijderd als verzwarende activiteit. 6.6 Uniformeren zorgactiviteiten en zorgproducten voor pomptherapie bij Diabetes Mellitus (201801) Eindproducten: ZA, ZP Specialisme: 0316 kindergeneeskunde en 0313 inwendige geneeskunde Zorgproductgroepen: en Nederlandse Zorgautoriteit
159 De zorgproducten voor pomptherapie bij diabetes mellitus voor volwassenen en kinderen zijn geüniformeerd. Om de uniformering te bewerkstelligen is een aantal zorgactiviteiten tekstueel aangepast en zijn er zorgactiviteiten beëindigd. De implanteerbare insulinepomp voor intraperitoneale toediening van insuline (CIPII) is gewijzigd in de omschrijving van de bestaande zorgactiviteiten , t/m Er zijn strikte voorwaarden voor vergoeding, de CIPII mag alleen geplaatst worden, door de chirurg, als andere therapieën/pompen niet werken. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Plaatsen subcutaan insulinepomp (IIP) Tekstueel oud Plaatsen van implanteerbare insulinepomp (CIPII) voor intraperitoneale toediening van insuline. Verwijderen of revisie subcutaan geplaatste insulinepomp (IIP). Verwijderen of revisie van implanteerbare insulinepomp (CIPII) voor intraperitoneale toediening van insuline Tekstueel nieuw Tekstueel oud Tekstueel nieuw Vervangen subcutaan geplaatste insulinepomp (IIP) Tekstueel oud Vervangen van implanteerbare insulinepomp (CIPII) voor intraperitoneale toediening van insuline Tekstueel nieuw Bijvullen subcutaan geplaatste insulinepomp (IIP) Tekstueel oud Bijvullen van implanteerbare insulinepomp (CIPII) voor intraperitoneale toediening van insuline Tekstueel nieuw De subcutane insulinepomp (CSII) wordt door de internist of kinderarts geplaatst. Dit is een pomp die op de huid geplaatst wordt met een naald subcutaan voor de toediening van insuline. De patiënt krijgt begeleiding vanuit het ziekenhuis (diëtist, specialist, verpleegkundige, psycholoog) hoe om te gaan met de pomp. Deze kan de patiënt zelf vullen. Het device voor real-time continue glucosemeting (RT- CGM) is de sensor die gebruikt wordt voor het continu meten van de glucose. Deze sensor wordt meestal gebruikt in combinatie met een subcutane pomp, maar komt ook voor zonder pomp. De sensor meet continu de glucose en geeft dit weer. De uitslagen worden continu gecontroleerd en zo nodig wordt er contact opgenomen voor bijstellen van de insuline. Dit voorkomt ziekenhuisopnames voor hyper en hypo's. De zorgactiviteiten voor implanteren en bijvullen van deze pomp en de begeleidingscodes zijn gewijzigd. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatu m Einddatum Mutatie Implanteerbare insulinepomp (IIP) Tekstueel oud Nederlandse Zorgautoriteit
160 Implanteerbare insulinepomp (CIPII) voor intraperitoneale toediening van insuline Tekstueel nieuw Bijvullen externe insulinepomp Beëindigen Begeleiding van kinderen met insulinepomp zonder sensor Beëindigen Begeleiding van kinderen met insulinepomp met sensor Beëindigen Begeleiding van patiënten met subcutane insulinepomp (CSII) Begeleiding van patiënten met sensor (RT-CGM) ten behoeve van continue glucosemeting Nieuw Nieuw In zorgproductgroep en zijn nieuwe DBC-zorgproducten aangemaakt voor deze zorg. De zorg aan kinderen landt in zorgproductgroep Kindergeneeskunde endocrinologie in de volgende DBC-zorgproducten: Groeiachterstand Klin (zeer) lang Diabetes Mellitus Met pomptherapie Begeleiden pomp (CSII) en sensor (RT-CGM) Diabetes Mellitus Met pomptherapie Begeleiden pomp (CSII) zonder sensor (RT- CGM) De zorg aan volwassenen landt in zorgproductgroep Endocrien, voeding en stofwisseling Diabetes Mellitus in de volgende DBC-zorgproducten: Chronische pomptherapie Bijvullen inwendige insulinepomp (CIPII) Chronische pomptherapie Begeleiden met plaatsen RT-CGM 6.7 Twee DBC-zorgproducten toediening Immunoglobuline opgeheven (201811) Eindproduct: ZP Specialisme: 0330 neurologie Zorgproductgroep: Per 1 januari 2013 wordt het middel Immunoglobuline bekostigd als add-on. De twee DBCzorgproducten waarbij het middel werd uitgevraagd zijn in eerste instantie behouden. Omdat het middel bekostingd kan worden als add-on geneesmiddel, is er geen noodzaak meer voor aparte DBCzorgproducten. Daarom is het knooppunt Immunoglobuline en de bijbehorende DBC-zorgproducten in zorgproductgroep opgeheven. De volgende twee DBC-zorgproducten zijn opgeheven: Polyneuropathieen/ ov aandoeningen perifieer zenuwstelsel Immunoglobuline IV Niet Klin Polyneuropathieen/ ov aandoeningen perifieer zenuwstelsel Immunoglobuline IV Klin Nederlandse Zorgautoriteit
161 6.8 Verwijderen zorgactiviteit klinisch perioperatieve zorg uit (standaard)clusters (201856) Eindproduct: ZP Specialisme: 0320 cardiologie Zorgactiviteit Klinisch peri-operatieve zorg is bedoeld voor cardiologie bij WBMV-zorg hartchirurgie. Deze zorgactiviteit werd echter breder gebruikt waar niet aan de voorwaarden van de beleidsregel werd voldaan. Om die reden zijn de mogelijkheden voor het gebruik van deze zorgactiviteit beperkt door deze op te nemen in de standaarduitval behalve voor de zorgproductgroepen van cardiologie. Cardiologie kan onder voorwaarden van de beleidsregel gebruik blijven maken van deze zorgactiviteit. 6.9 Registratie poliklinische zorg bij neurochirurgie (201862) Specialisme: 0308 neurochirurgie Het was niet altijd duidelijk wanneer de algemene poliklinische diagnosetyperingen (zie hieronder) voor neurochirurgie vastgelegd moesten worden, en wanneer de specifieke diagnosetyperingen. 0308_4830 Eenmalig poliklinisch consult m.u.v. second opinion 0308_4835 Eenmalig poliklinisch consult i.v.m. second opinion 0308_4840 Poliklinische behandeling, meerdere consulten omvattend, niet chronisch 0308_4845 Poliklinische chronische behandeling (waaronder jaarlijkse controles) Hierdoor was de poliklinische zorg sterk en willekeurig verdeeld over verschillende zorgproductgroepen. Bij de herziening van zorgproductgroep WBMV - Zenuwstelsel (incl aanverwante diagnosen) in 2013 (RZ13a) is voor de bijzondere neurochirurgie afgesproken om de poliklinische zorg onder specifieke diagnosetyperingen vast te leggen. Conservatieve vervolgtrajecten kunnen hiervoor vastgelegd worden onder de oorspronkelijke operatieve diagnose. Voor de overige neurochirurgische zorg ontbreken dergelijke afspraken. Zodoende hebben wij het nut en de noodzaak van bovenstaande algemene diagnosetyperingen onderzocht en gekeken naar een passende registratie met als doel een eenduidig gebruik van de diagnosetyperingen. Hier is de volgende lijn voor registratie uit naar voren gekomen: Conservatieve subtrajecten die volgen op een operatief behandeltraject worden vastgelegd onder de operatieve diagnosetypering van het voorafgaande operatieve subtraject (nacontroles operatie). De overige conservatieve subtrajecten worden vastgelegd onder de diagnosetypering die medisch inhoudelijk aansluit bij de zorgvraag. NB: Dit geldt ook voor second opinions. Hiervoor kan zorgactiviteit Second opinion worden vastgelegd om kenbaar te maken dat het om een second opinion gaat. Bij registratie van een second opinion is registratie van een polibezoek vereist, deze kan naast worden vastgelegd. Nederlandse Zorgautoriteit
162 Op basis van de diagnosetypering en de typerende zorgactiviteiten wordt er dan in de zorgproductgroep waar de diagnose betrekking op heeft een passend DBC-zorgproduct afgeleid (i.p.v. afleiding naar zorgproductgroep Symptomen/Ov contacten - Alg sympt (oa collaps/vergr lymfkl /malaise/vermoeidh/koorts)/observ/onderz/ziekte nno). Voor RZ17a (DBC-pakket 2017) zijn wij voornemens een vervolgactie in te zetten om diagnosetyperingen 4830, 4835, 4840 en 4845 en de bijbehorende DBC-zorgproducten en te beëindigen. Wij gaan er vanuit dat er voor alle conservatieve behandeltrajecten al medische inhoudelijk passende diagnosetyperingen beschikbaar zijn in de typeringslijst van neurochirurgie op basis waarvan passende DBC-zorgproducten afgeleid kunnen worden. Om toch een slag om de arm te houden willen we diagnosecodes 4830, 4835, 4840 en 4845 en de bijbehorende zorgproducten en nog een jaar lang behouden (tot 31 december 2016) om zorgaanbieders de gelegenheid te bieden om eventuele problemen bij het selecteren van een medisch inhoudelijk passende diagnosecode tijdig bij ons te melden Wijzigingen veneuze pathologie (201869) Eindproducten: ETL, ZA, ZP, TT, DCT, RDZT Specialismen: 0310 dermatologie, 0303 heelkunde Zorgproductgroepen: Er ontbraken passende DBC-zorgproducten en zorgactiviteiten voor ingrepen aan het diepe veneuze systeem bij acute en chronische pathologie van het diepe veneuze systeem. Voor eenduidige typering van behandeling en karakter van de aandoening is het onderscheid tussen diep en oppervlakkig veneus vaatlijden van belang, alsmede het acute of chronisch karakter (bij diep veneus vaatlijden). Dit wordt opgelost door de opheffing van een aantal bestaande zorgactiviteiten, die obsoleet worden met de introductie van de nieuwe, meer eenduidige zorgactiviteiten die beter aansluiten bij de actuele praktijk en het introduceren van nieuwe DBC-zorgproducten binnen de zorgproductgroep voor veneuze aandoeningen (099799). Daarnaast is de omschrijving van een aantal bestaande zorgactiviteiten gewijzigd voor met name arteriële interventies, waar in de omschrijving wordt gesproken van bloedvaten. Omdat het arteriële karakter niet overal expliciet zo benoemd is (en er nu een lijst van specifieke veneuze interventies is geïntroduceerd), is de omschrijving van bestaande zorgactiviteiten in een aantal gevallen aangescherpt. Elektronische Typeringslijst Voor een eenduidige typering van veneuze pathologie zijn voor de specialismen heelkunde en dermatologie nieuwe diagnosecodes aangemaakt: 0303_428 Chronische oppervlakkige veneuze pathologie/ varices 0303_429 Chronische diepe veneuze pathologie 0303_430 Acute diepe veneuze pathologie 0310_30 Chronische oppervlakkige veneuze pathologie/ varices In verband met deze nieuwe diagnosecodes zijn de volgende diagnosecodes beëindigd: 0303_423 Varices van onderste extremiteiten Nederlandse Zorgautoriteit
163 0303_424 Chronische veneuze insufficiëntie / post-trombotisch syndroom 0303_425 Diepe veneuze trombose (eventueel met longembolie) 0303_427 Ulcus cruris 0303_433 Flebitis en tromboflebitis 0310_24 Varices Zorgactiviteiten Er zijn zorgactiviteiten beëindigd en nieuwe zorgactiviteiten geïntroduceerd, ook zijn zorgativiteiten opgesplitst. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Operatieve behandeling in een of meer zittingen van de volledige chronische veneuze insufficientie van een been Beëindigen Embolisatie van bekken vene(n) Nieuw Klepreconstructie, diep veneus Nieuw Aanleggen arterioveneuze fistel centrale vaten Nieuw Opheffen arterioveneuze fistel centrale vaten Nieuw Onderbinden of vernauwen van de vena cava als zelfstandige ingreep Beëindigen ivm uitsplitsing Rekanalisatie van gecomprimeerde vena cava inferior of van haar directe zijtak(ken) Nieuw na uitsplitsing Rekanalisatie van geobstrueerde vena cava inferior of van haar directe zijtak(ken) Nieuw na uitsplitsing Rekanalisatie van geobstrueerde vena cava inferior met rekanalisatie van haar directe zijtak(ken) Nieuw na uitsplitsing Rekanalisatie van gecomprimeerde vena cava superior of van haar directe zijtak(ken) Nieuw na uitsplitsing Rekanalisatie van geobstrueerde vena cava superior of van haar directe zijtak(ken) Nieuw na uitsplitsing Veneuze thrombectomie Beëindigen ivm uitsplitsing Veneuze trombectomie, open procedure (exclusie veneuze trombectomie bij acute diepe trombose, open procedure zie ) Nieuw na uitsplitsing Veneuze trombectomie bij acute diepe trombose, open procedure (exclusie niet bij acute diepe trombose zie ) Nieuw na uitsplitsing Veneuze trombectomie met plaatsen stent bij acute diepe trombose, open procedure Nieuw na uitsplitsing Nederlandse Zorgautoriteit
164 Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Intraveneuze trombolyse (IVT) Beëindigen ivm uitsplitsing Intraveneuze trombolyse (IVT), exclusief bij acute diepe trombose (zie ) Nieuw na uitsplitsing Intraveneuze trombolyse (IVT) bij acute diepe trombose (bij niet acute diepe trombose zie ) Nieuw na uitsplitsing Intraveneuze trombolyse (IVT) met plaatsen stent bij acute diepe trombose Nieuw na uitsplitsing Correctie afwijkingen aan de grote longvaten Tekstueel oud Correctie afwijkingen aan de grote longarteriën Tekstueel nieuw Operaties aan extra-thoracaal gelegen grote vaten, zonder herstel der continuïteit arteriectomie aan de extremiteiten Tekstueel oud Operaties aan extra-thoracaal gelegen grote arteriën, zonder herstel der continuïteit arteriectomie aan de extremiteiten Tekstueel nieuw Operatie voor perifere aneurysma(ta) of arterioveneuze fistel(s), open procedure (zie voor endovasculair) Tekstueel oud Operatie voor perifere aneurysma(ta) of perifere arterioveneuze fistel(s), open procedure (zie voor endovasculair) Tekstueel nieuw Operatie voor perifere aneurysma(ta) of arterioveneuze fistel(s), endovasculair (zie voor open procedure) Tekstueel oud Endovasculaire operatie voor perifere aneurysma(ta) of perifere arterioveneuze fistel(s) (zie voor open procedure) Tekstueel nieuw Percutane transluminale angioplastiek niet-coronaire centrale vaten (zie voor niet-coronaire perifere vaten en voor cerebropetale vaten). Percutane transluminale angioplastiek niet-coronaire centrale arteriën exclusief de nierarterie (zie ). Percutane angioplastiek niet-coronaire perifere vaten (zie voor niet-coronaire centrale vaten en voor cerebropetale vaten). Percutane angioplastiek niet-coronaire perifere arterien (zie voor niet-coronaire centrale arterien) Beëindigen Nieuw Beëindigen Nieuw Nederlandse Zorgautoriteit
165 Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Percutane angioplastiek cerebropetale vaten (zie voor niet-coronaire perifere vaten en voor niet-coronaire centrale vaten). Percutane angioplastiek cerebropetale arteriën (zie voor niet-coronaire perifere arteriën en voor niet-coronaire centrale arteriën). Operaties aan intra-abdominaal gelegen grote vaten, zonder herstel der continuïteit of ateriectomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Beëindigen Nieuw Tekstueel oud Operaties aan intra-abdominaal gelegen grote arterien, zonder herstel der continuïteit of arteriectomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Tekstueel nieuw Endoscopische operaties aan intra-abdominaal gelegen grote vaten, zonder herstel der continuïteit of ateriectomie (zie voor open procedure) Tekstueel oud Endoscopische operaties aan intra-abdominaal gelegen grote arterien, zonder herstel der continuïteit of arteriectomie (zie voor open procedure) Tekstueel nieuw Productstructuur Er zijn DBC-zorgproducten beëindigd en nieuw geïntroduceerd voor de behandeling van ulcus cruris en voor de behandeling van diep veneus vaatlijden. De volgende DBC-zorgproducten voor de behandeling van ulcus cruris zijn beëindigd: Behandeling ulcus cruris Klin kort Behandeling ulcus cruris Klin (zeer) lang Behandeling ulcus cruris Klin middel Er zijn drie nieuwe DBC-zorgproducten voor de behandeling van ulcus cruris: Behandeling ulcus cruris Ambulant > Behandeling ulcus cruris Ambulant Behandeling ulcus cruris Klin Er zijn drie nieuwe DBC-zorgproducten voor de behandeling van diepe veneuze aandoeningen: Operatieve behandeling diep veneus vaatlijden zwaar Operatieve behandeling diep veneus vaatlijden middel Operatieve behandeling diep veneus vaatlijden licht Tot slot is DBC-zorgproduct Veneuze thrombectomie/ embolectomie/ oper bloedvat overig/ oper huid nieuw. Nederlandse Zorgautoriteit
166 Diagnose Combinatie Tabel Voor de behandeling van varices mogen geen parallelle zorgtrajecten geopend worden bij dubbelzijdige behandelingen vandaar dat de betreffende diagnosen niet als identieke combinatie mogen voorkomen en zijn opgenomen in de DCT. Dit betreft de combinaties: 0303_428 met 0303_ _429 met 0303_ _30 met 0310_30 Bij dermatologie mag de diagnose varices bovendien niet parallel aan de diagnose Flebologie overig en lymfologie 0310_30 met 0310_09 (en vice versa). Voor meer informatie over wijzigingen in zorgproductgroep verwijzen wij u naar paragraaf 6.17 en Zorgactiviteiten toegevoegd voor diagnose congenitale misvormingen van long (201870) Eindproduct: ZA Specialisme: 0303 heelkunde Zorgproductgroepen: en In 2014 is in het kader van het project kinderchirurgie een diagnose congenitale misvormingen van long aangemaakt (diagnose 846). Deze leidt naar de zorgproductgroepen Kinderchirurgie (patiënten leeftijd <18) en Congenitaal/chromosomaal - Cong misvormingen zenuwst/hart/vaatst/aangezicht/hals/spijsvert st/gespl lip/gehemelte/ov (patiënten leeftijd >= 18). Er was echter nog niet voorzien in DBC-zorgproducten en passende zorgactiviteiten in deze zorgproductgroepen. Voor de zorg aan volwassenen is in het kader van het project interventieradiologie (zie paragraaf 2.1) in zorgproductgroep een nieuw DBC-zorgproduct aangemaakt wordenvoor neuro-interventies. Dit DBC-zorgproduct is bedoeld om (operatieve) zorg geleverd bij congenitale aandoeningen in een passend zorgproduct te laten landen (bijvoorbeeld coiling). In dit DBC-zorgproduct worden tevens alle genoemde zorgactiviteiten m.b.t. longingrepen typerend. Voor de zorg aan kinderen zijn bestaande zorgactiviteiten typerend gemaakt in zorgproductgroep Kinderchirurgie voor de operaties matig complex, complex en zeer complex (met en zonder verpleegdagen). Voor de operaties zeer complex betreft het de zorgactiviteiten: Zorgactiviteit Omschrijving Pneumonectomie, open procedure (zie voor endoscopisch, zie voor VATS procedure) Pleuro-pneumonectomie, eventueel intracardiaal, open procedure (zie voor endoscopisch) Pneumonectomie met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor endoscopisch, Nederlandse Zorgautoriteit
167 zie voor open procedure) Endoscopische pneumonectomie (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) Bilobectomie, open procedure (zie voor thoracoscopisch, zie voor VATS procedure) Thoracoscopische bilobectomie (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) Bilobectomie met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor thoracoscopisch, zie voor open procedure) Bilaterale resectie, midsternaal Endoscopische wigresectie (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure). Voor de operaties complex betreft het de zorgactiviteiten: Zorgactiviteit Omschrijving Intrapulmonale drainage Decorticatie van de long, open procedure (zie voor endoscopisch) Thoracoscopische decorticatie van de long (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) Aanleggen pleuroperiotoneale shunt Decorticatie van de long met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor open procedure, zie voor thoracoscopisch) Pleurodese, open procedure (zie voor thoracoscopisch, zie voor VATS procedure) Pleurodese, thoracoscopisch (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) Pleurodese met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor open procedure, zie voor thoracoscopisch) Ramstedt operatie voor pylorusstenose, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische ramstedt operatie voor pylorusstenose (zie voor open procedure) Endoscopische overhechting maagperforatie (zie voor open procedure) Overhechting maagperforatie, open procedure (zie voor endoscopisch). Voor de operaties matig complex betreft het de zorgactiviteiten: Zorgactiviteit Omschrijving Endoscopische longbiopsie (zie voor open longbiopsie) Open longbiopsie (zie voor endoscopische longbiopsie) Diagnostische thoracoscopie, al dan niet met strengdoorbranding Mediastinoscopie Mediastinotomie Pleurabiopsie Video-assisted thoracic surgery (VATS) Rethoracotomie zonder extracorporale circulatie tijdens dezelfde opname. Nederlandse Zorgautoriteit
168 6.12 Aanpassen afleiding stamceltransplantatie (201877) Eindproducten: ZP, TT Specialismen: 0313 inwendige geneeskunde, 0316 kindergeneeskunde Zorgproductgroepen: In zorgproductgroep Stamceltransplantatie deed zich bij search/afname/aankoop donor het volgende probleem voor. Search en aankoop van navelstrengbloed konden niet apart gedeclareerd worden. De reden dat niet voorzien was in een apart zorgproduct voor aankoop navelstrengbloed is omdat een navelstreng maar één keer gebruikt kan worden en er dus altijd een nieuwe search nodig is. Door verkorting van de maximale doorlooptijd van subtrajecten naar 120 dagen kan de search van navelstrengbloed in het eerste subtraject vallen en de aankoop van navelstrengbloed in het tweede subtraject. Daarom is toch een apart DBC-zorgproduct voor aankoop navelstrengbloed nodig. Dit is opgelost door het uitvalproduct voor navelstrengbloed ( ) om te zetten in een declarabel DBC-zorgproduct Aankoop Navelstrengbloed Correcties in zorgproductgroep Plastische chirurgie (201880) Specialisme: 0304 plastische chirurgie Zorgproductgroepen: Tijdens het verwerken van de RZ15b wijzigingen in zorgproductgroep bleken twee correcties nodig. Zorgactiviteiten Allogene schedelplastiek peroperatief gemodelleerd (oa titanium mesh, pallacos) en Custom made schedelplastiek op basis van pre-operatieve beeldvorming zijn opgenomen in groep Prothesen. Trajecten met deze zorgactiviteiten leidden niet tot uitval maar konden - als men de bijbehorende 03-code niet registreerde - doorlopen naar de ambulante DBCzorgproducten. Een aantal zorgactiviteiten die naar aanleiding van het project kinderchirurgie (RZ14a) hadden moeten worden toegevoegd aan de afleiding in zorgproductgroep waren nog niet toegevoegd aan de afleiding naar zorgproduct Diagnosen extremiteiten Correctie gemiddeld: Zorgactiviteit Omschrijving Operatieve behandeling van pseudartrose van fibula met spongiosaplastiek Operatieve behandeling van pseudartrose tibia uitsluitend met osteosynthesemateriaal Operatieve behandeling van pseudartrose tibia met gevasculariseerd bottransplantaat van fibula Operatieve behandeling van pseudartrose tibia met botplastiek Operatieve behandeling van pseudartrose tibia met spongiosaplastiek Operatieve verlenging van het onderbeen (tibia en fibula) Operatieve verkorting van het onderbeen (tibia en fibula) Operatieve verlenging van humerus Operatieve verkorting van humerus Operatieve verlenging van de onderarm (radius met ulna). Nederlandse Zorgautoriteit
169 Zorgactiviteit Omschrijving Operatieve verkorting van de onderarm (radius met ulna) Repositie radiuskopje met osteotomie van ulna Nieuwe ambulante zorgproducten voor klinisch geriatrie (201883) Eindproduct: ZP Specialisme: 0335 klinische geriatrie 0313 inwendige geneeskunde (ouderengeneeskunde) Zorgproductgroepen: Er waren signalen dat klinisch geriaters dagverplegingszorgproducten registreerden, terwijl niet werd voldaan aan de geldende beleidsregel om een dagverplegingszorgproduct te morgen declareren. In overleg met de NZa is gekozen om de dagverplegingszorgproducten te laten vervallen en nieuwe ambulante DBC-zorgproducten te introduceren waarbij voor de zorgproductgroep Klinisch Geriatrie onderscheid is gemaakt naar Mobiliteitsproblematiek, Geheugenproblematiek en overig. De vervallen DBC-zorgproducten: Dag Mobiliteitsproblematiek Dag Geheugenproblematiek Vervolg Ambulant geriatrie Regulier Poli > Dag Algemeen De nieuwe DBC-zorgproducten per 2016: Ambulant middel / dag Mobiliteitsproblematiek Ambulant middel / dag Geheugenproblematiek Ambulant middel / dag Algemeen Vervolg Licht ambulant Regulier Poli = Zorgactiviteit Actigrafie opgenomen in zorgproductgroep (201890) Specialisme: 0330 neurologie Zorgproductgroep De zorgactiviteit Actigrafie is bij een eerder wijzigingsverzoek ( , RZ14c) onbedoeld niet opgenomen in een cluster en is als registratieve zorgactiviteit aangemerkt. Er is destijds afgestemd om actigrafie niet bij polygrafie in zorgproductgroep om te nemen, maar daarmee was het niet de bedoeling dat actigrafie helemaal niet in de afleiding zou worden opgenomen. Naast opname in het cluster KNF licht is de zorgactiviteit, door het opheffen van de registratieve status, toegevoegd aan het standaardcluster 1.8 Overige diagnostiek. Nederlandse Zorgautoriteit
170 6.16 Correctie DBC-zorgproduct refertilisatie van mannen naar het vrije segment (201892) Eindproducten: ZP, ZPG, RDZT, TT Specialisme: 0306 urologie Zorgproductgroep: en Zorgproduct Man Oper zwaar betreft de refertilisatie van mannen (de zogenaamde spijtoptanten). Dit DBC-zorgproduct was opgenomen in het gereguleerde segment (A-segment). De wetenschappelijke vereniging van urologie heeft aangegeven dat zij vindt dat dit DBC-zorgproduct in het vrije segment thuishoort. NZa heeft dit met VWS afgestemd en zijn inderdaad van mening dat dit product in het vrije segment thuishoort. DBC-zorgproduct is daarom overgeheveld naar het vrije segment en verplaatst naar zorgproductgroep Een subtraject met diagnose 096 van het specialisme Urologie (306) leidt vanaf naar zorgproductgroep Zorgproduct wordt daarmee in feite verplaatst naar zorgproductgroep en krijgt zorgproductnummer Onderstaande zorgactiviteiten zijn bepalend voor de afleiding: Reconstructie van een vas deferens na vasectomie Vaso-epididymostomie. Tevens is de naam van zorgproductgroep aangepast van Overige contacten gezondheidszorg Anticonceptie naar Overige contacten gezondheidszorg Hulpverlening in verband met voortplanting. Technisch gezien is de betreffende diagnose 0306_096 Spijtoptant van urologie aan zorgproductgroep gekoppeld en is in die zorgproductgroep een nieuw DBC-zorgproduct geïntroduceerd. DBC-zorgproduct is opgeheven. De varicocele operatie (zorgactiviteit ), die onderdeel was van de uitvraging van DBCzorgproduct , maar geen betrekking heeft op refertilisatie, is typerend geworden voor DBCzorgproduct Man Oper middel Infertiliteit. Strikt genomen was het verplaatsen van het DBC-zorgproduct naar een ICD-10 zorgproductgroep niet noodzakelijk om het product technisch toe te kennen aan het vrije segment (immers, er kan op zorgproductniveau worden aangegeven of een zorgproduct in het vrije dan wel gereguleerde segment valt). Overhevelen naar zorgproductgroep is echter zuiverder, de lijn is om alleen specifieke zorg (zoals WBMV-zorg of zorg aan kinderen) in een pre-mdc te laten landen. Reguliere zorg zou ook in een reguliere zorgproductgroep moeten vallen Wijzigingen in zorgactiviteiten en in zorgproductgroep voor de behandeling van varices (201897) Eindproducten: ARGT, RA, TT, ZA, ZP Specialismen: 0310 dermatologie, 0303 heelkunde Zorgproductgroep: Nederlandse Zorgautoriteit
171 De productstructuur voor varices wordt per 1 januari 2016 in belangrijke mate gewijzigd. Door verzekeraars is aangegeven dat er tussen zorgaanbieders grote verschillen naar voren zijn gekomen in de varices zorgproducten. De specificaties van de varices zorgproducten geven teveel ruimte voor lokale interpretaties. Zorgaanbieders hebben deze problemen bevestigd. Om deze reden wordt de opbouw van alle varices producten opnieuw vormgegeven, door de introductie van meerdere operatieve en ambulante DBC-zorgproducten. Dubbelzijdigheid en parallelliteit zijn hierdoor geen issues meer. Ook is gekozen voor een verregaande vereenvoudiging van de registratie van zorgactiviteiten bij varices. Dit heeft geleidt tot het beëindigen, tekstueel wijzigen, het samenvoegen en introduceren van nieuwe zorgactiviteiten. Aan alle nieuwe zorgactiviteiten is aanspraakcode 2604 Zorgactiviteiten Behandelingen van plastisch chirurgische aard toegekend. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Selectieve decompressie operatie aan het portasysteem, via een vaatanastomose Beëindigen Mechano-chemische endoveneuze ablatiebehandeling Tekstueel oud Mechano-chemische endoveneuze ablatiebehandeling (Clarivein), voor overige endoveneuze behandeling stamvene onderste extremiteit zie Tekstueel nieuw Excisie van een varix Beëindigen Excisie van twee varices Beëindigen Excisie van drie varices Beëindigen Excisie van meer dan drie varices Beëindigen Exerese van de gehele vena saphena magna met locale excisie van multiple varices, mits niet vallend onder code Exerese van de gehele vena saphena parva met locale excisie van multiple varices, mits niet vallend onder code Beëindigen Beëindigen Onderbinden en inspuiten naar perifeer Beëindigen (Subfasciale) perforantectomieen, mits niet vallend onder code , open procedure (zie voor endoscopisch). Operatieve behandeling vaatlijden stamvene onderste extremiteit (zie voor Clarivein en voor overige endoveneuze behandeling) Beëindigen Nieuw Endoveneuze laserbehandeling (EVLB) Beëindigen Radiofrequente obliteratie (RFO/VNUS) Beëindigen Nederlandse Zorgautoriteit
172 Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Endoveneuze behandeling vaatlijden stamvene onderste extremiteit exclusief Clarivein (zie ) Nieuw Transilluminated powered flebectomie (TIPP) Beëindigen Flebectomie volgens Muller of transilluminated powered flebectomie (TIPP). Endoscopische (subfasciale) perforantectomieen, mits niet vallend onder code (zie voor open procedure) Nieuw Beëindigen Compressie-sclerotherapie van varices volgens Fegan, eerste jaar Beëindigen ivm samenvoegen Compressie-sclerotherapie van varices volgens Fegan, ieder volgend jaar Beëindigen ivm samenvoegen Sclerocompressietherapie (exclusie echogeleide sclerocompressietherapie zie ) Nieuw na samenvoeging Echogeleide sclerocompressietherapie Nieuw na samenvoeging De consumentenomschrijvingen bij de nieuwe zorgactiviteiten zijn: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Operatief verwijderen van aandoeningen in een hoofdader van een been Verwijderen van aandoeningen van een hoofdader van een been met behulp van een behandeling in het vat Verwijderen van spataderen in een been door middel van ophalen naar buiten met een soort haaknaald en daarna afsnijden of met behulp van een buisje met licht en aan het uiteinde een mesje Inspuiten van een irriterende stof in de spataderen van een been gevolgd door dichtdrukken van deze aders met een zwachtel Inspuiten van een irriterende stof in spataderen met behulp van een echo-apparaat gevolgd door dichtdrukken van deze aders met een zwachtel. De opbouw van alle DBC-zorgproducten in zorgproductgroep Hart en vaatstelsel ziekten venen/ lymfevaten/ lymfeklieren niet elders geclassificeerd (wd) is opnieuw vormgegeven, waardoor dubbelzijdigheid en parallelliteit geen issues meer zijn. De volgende DBC-zorgproducten zijn vervallen: Zorgproduct Omschrijving Varices Varicesoperatie zwaar >1 Nederlandse Zorgautoriteit
173 Zorgproduct Omschrijving Varices Varicesoperatie zwaar = Varices Varicesoperatie middel > Varices Varicesoperatie middel = Varices Dag >2/ Klin cumulatief Varices Oper huid/ weke delen overig middel/ licht > Varices Oper huid/ weke delen overig licht Varices Laserbehandeling Varices Scleroseren varices licht Varices Ambulant middel/ Dag Varices Licht ambulant Bovenstaande producten zijn vervangen door tien operatieve en twee ambulante DBC-zorgproducten. De operatieve DBC-zorgproducten: Zorgproduct Omschrijving Varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie Oper open (bij minimaal 1 stamvene)/ endoveneus 3 of meer stamvenen Varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie Oper open (bij minimaal 1 stamvene)/ endoveneus 2 stamvenen Varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie Oper open 1 stamvene Varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie Oper endoveneus 3 of meer stamvenen Varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie Oper endoveneus 2 stamvenen Varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie Oper endoveneus 1 stamvene Varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie Flebectomie Varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie Echo-scleroseren Varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie Scleroseren Varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie Behandeling ulcus cruris Klin De ambulante DBC-zorgproducten per 2016: Varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie Ambulant nno Met diagnostiek Nederlandse Zorgautoriteit
174 Varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie Ambulant nno Zonder diagnostiek In het geval er een gecombineerde open en endoveneuze behandeling wordt uitgevoerd, is de open operatie leidend omdat in de regel bij die variant narcose wordt gegeven. Dit betekent dat, bijvoorbeeld bij 1 vene open behandeling en 1 vene endoveneus, er wordt afgeleid naar het DBCzorgproduct Voor meer informatie over wijzigingen in zorgproductgroep verwijzen wij u naar paragraaf 6.10 en Aangepaste uitvraag multidisciplinaire producten in zorgproductgroep (201906) Eindproducten: ZA, ZP, TT Specialisme: 0330 neurologie Zorgproductgroep: Er zijn twee wijzigingen per 2015 waardoor zorgproductgroep Zenuwstelsel - Epilepsie, status epilepticus en convulsies (wd) onevenredig zwaar geraakt werd: Taakherschikking: de verpleegkundig specialist telde vóór 2015 mee in de afleiding naar multidisciplinaire DBC-zorgproducten in zorgproductgroep Als gevolg van taakherschikking kan dit niet meer en was het aantal zorgactiviteiten dat werd uitgevraagd te hoog voor een goede afleiding. Verkorting doorlooptijd: de zorgproducten bij derdelijns instellingen zijn veelal lange trajecten. De uitvraag was gebaseerd op 365 dagen, met de verkorting doorlooptijd naar 120 dagen was het aantal zorgactiviteiten dat werd uitgevraagd te hoog voor een juiste afleiding. Het betreft de volgende DBC-zorgproducten: Zorgproduct Omschrijving Kinderneurologie Klin >50 Multidisciplinair zwaar Kinderneurologie Klin >50 Multidisciplinair middel/ licht/ niet multidisciplinair Kinderneurologie Klin Multidisciplinair zwaar Kinderneurologie Klin Multidisciplinair middel/ licht/ niet multidisciplinair Kinderneurologie Klin 6-13 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair zwaar/ middel Zorgvraag zwaar Kinderneurologie Klin 6-13 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair zwaar/ middel Zorgvraag regulier Kinderneurologie Klin 6-13 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair licht/ niet multidisciplinair Zorgvraag zwaar Kinderneurologie Klin 6-13 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair licht/ niet multidisciplinair Zorgvraag regulier Kinderneurologie Klin 1-5 KNF zwaar/ Psychodiagn zwaar Multidisciplinair zwaar/ middel Zorgvraag Nederlandse Zorgautoriteit
175 Zorgproduct Omschrijving zwaar Kinderneurologie Klin 1-5 KNF zwaar/ Psychodiagn zwaar Multidisciplinair zwaar/ middel Zorgvraag regulier Kinderneurologie Klin 1-5 KNF zwaar/ Psychodiagn zwaar Multidisciplinair licht/ niet multidisciplinair Zorgvraag zwaar Kinderneurologie Klin 1-5 KNF zwaar/ Psychodiagn zwaar Multidisciplinair licht/ niet multidisciplinair Zorgvraag regulier Kinderneurologie Klin 1-5 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair zwaar/ middel Zorgvraag zwaar Kinderneurologie Klin 1-5 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair zwaar/ middel Zorgvraag regulier Kinderneurologie Klin 1-5 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair licht/ niet multidisciplinair Zorgvraag zwaar Kinderneurologie Klin 1-5 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair licht/ niet multidisciplinair Zorgvraag regulier Kinderneurologie Dag/ poli KNF zwaar/ Psychodiagn zwaar/ Multidisciplinair zwaar Kinderneurologie Dag/ poli KNF middel/ Psychodiagn licht/ Multidisciplinair middel/ licht Zorgvraag zwaar Kinderneurologie Dag/ poli KNF middel/ Psychodiagn licht/ Multidisciplinair middel/ licht Zorgvraag regulier Kinderneurologie Dag/ poli KNF Geen psychodiagn Niet multidisciplinair Zorgvraag zwaar Kinderneurologie Dag/ poli KNF Geen psychodiagn Niet multidisciplinair Zorgvraag regulier Kinderneurologie Dag/ poli Geen KNF/ Geen psychodiagn Niet multidisciplinair Zorgvraag zwaar Kinderneurologie Dag/ poli Geen KNF/ Geen psychodiagn Niet multidisciplinair Zorgvraag regulier Klin >50 Multidisciplinair zwaar Klin >50 Multidisciplinair middel/ licht/ niet multidisciplinair Klin Multidisciplinair zwaar Klin Multidisciplinair middel/ licht/ niet multidisciplinair Klin 6-13 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair zwaar/ middel Zorgvraag zwaar Klin 6-13 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair zwaar/ middel Zorgvraag regulier Klin 6-13 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair licht/ niet multidisciplinair Zorgvraag zwaar Klin 6-13 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair licht/ niet multidisciplinair Zorgvraag regulier Klin 1-5 KNF zwaar/ Psychodiagn zwaar Multidisciplinair zwaar/ middel Zorgvraag zwaar Klin 1-5 KNF zwaar/ Psychodiagn zwaar Multidisciplinair zwaar/ middel Zorgvraag regulier Nederlandse Zorgautoriteit
176 Zorgproduct Omschrijving Klin 1-5 KNF zwaar/ Psychodiagn zwaar Multidisciplinair licht/ niet multidisciplinair Zorgvraag zwaar Klin 1-5 KNF zwaar/ Psychodiagn zwaar Multidisciplinair licht/ niet multidisciplinair Zorgvraag regulier Klin 1-5 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair zwaar/ middel Zorgvraag zwaar Klin 1-5 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair zwaar/ middel Zorgvraag regulier Klin 1-5 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair licht/ niet multidisciplinair Zorgvraag zwaar Klin 1-5 KNF middel/ licht/ Psychodiagn licht/ geen psychodiagn Multidisciplinair licht/ niet multidisciplinair Zorgvraag regulier Dag/ poli KNF zwaar/ Psychodiagn zwaar/ Multidisciplinair zwaar Dag/ poli KNF middel/ Psychodiagn licht/ Multidisciplinair middel/ licht Zorgvraag zwaar Dag/ poli KNF middel/ Psychodiagn licht/ Multidisciplinair middel/ licht Zorgvraag regulier Dag/ poli KNF Geen psychodiagn Niet multidisciplinair Zorgvraag zwaar Dag/ poli KNF Geen psychodiagn Niet multidisciplinair Zorgvraag regulier Dag/ poli Geen KNF/ Geen psychodiagn Niet multidisciplinair Zorgvraag zwaar Dag/ poli Geen KNF/ Geen psychodiagn Niet multidisciplinair Zorgvraag regulier De afleiding naar de DBC-zorgproducten zit in de mate van multidisciplinaire inzet/behandeling door de verschillende disciplines en het aantal contacten dat de vaktherapeuten hebben met de patiënt: groep 2.1: gedragswetenschappers, vaktherapeuten, maatschappelijk werk/ arbeidsconsulent/ onderwijskundige; groep 2.2: diëtetiek en logopedie. Door de taakherschikking telt de verpleegkundig specialist niet meer mee waardoor de contactmomenten verminderden en door de verkorting doorlooptijd lukte het niet om het aantal gevraagd contactmomenten te behalen. Het aantal multidisciplinaire behandelingen in de uitvraag is verlaagd waarmee het effect van de taakherschikking en verkorting doorlooptijd zoals hierboven genoemd is verminderd. Taakherschikking (polibezoeken) zal daarnaast een deel van de uitval oplossen in die gevallen waar door de verkorting doorlooptijd er geen face-to-face contact met de neuroloog is Zorgproducten voor nazorg alcoholintoxicatie bij jongeren (201917) Eindproducten: ETL, DCT, ZP Specialisme: 0316 kindergeneeskunde Zorgproductgroep: Om de polikliniek voor Jeugd en Alcohol beter herkenbaar te maken en de onderhandelingen voor deze zorg te faciliteren zijn er nieuwe DBC-zorgproducten gemaakt voor de geprotocolleerde Nederlandse Zorgautoriteit
177 poliklinische nazorg van jongeren die opgenomen zijn met een alcoholintoxicatie. Hiervoor zijn nieuwe DBC- zorgproducten ontwikkeld waarin de multidisciplinaire behandeling in zijn geheel wordt bekostigd. De poliklinische, de pediatrische en pediatrisch psychologische verrichtingen zullen in deze DBC-zorgproducten geheel worden vergoed. Er is een nieuwe diagnosetypering aangemaakt: 0316_8909 Acute alcoholintoxicatie / binge drinken Deze nieuwe diagnosetypering is als combinatie met zichzelf opgenomen in de Diagnose Combinatie Tabel. In zorgproductgroep Kindergeneeskunde overige pediatrie zijn vier nieuwe DBCzorgproducten aangemaakt. Allereerst een klinisch zorgproduct Acute alcoholintoxicatie/ Binge Klin voor de acute opname van een kind met alcoholintoxicatie. Dit product kan door alle ziekenhuizen worden vastgelegd. Wanneer een patiënt op de SEH komt, dan kan dit ambulante product worden vastgelegd door alle ziekenhuizen: Acute alcoholintoxicatie/ Binge Licht ambulant In ziekenhuizen met een erkende alcoholpoli, komen patiënten na enige tijd terug voor begeleiding bij de psycholoog en kinderarts. Dit kan zijn met of zonder neuropsychologisch onderzoek. Hiervoor zijn twee nieuwe zorgproducten geïntroduceerd, beide zijn voorbehouden aan erkende alcoholpoli s: Acute alcoholintoxicatie/ Binge Ambulant Met neuropsychologisch onderzoek Acute alcoholintoxicatie/ Binge Ambulant Zonder neuropsychologisch onderzoek Na een half jaar volgt bij de erkende alcoholpoli s een eindgesprek met de patiënt. Hiervoor kan het licht ambulante zorgproduct worden geregistreerd Zorgactiviteit typerend in zorgproductgroep (201918) Eindproducten: ARGT, RA Specialisme: 0313 inwendige geneeskunde Zorgproductgroep: In zorgproductgroep wordt zorgactiviteit Verstrekking biologicals of immuunglobulines per infuus of per injectie bij kinderen bij niet-oncologische diagnosen (excl. chemotherapie, chemoimmunotherapie, immunotherapie zie t/m ) uitgevraagd. Deze zorgactiviteit is bestemd voor kindergeneeskunde. Door het ontbreken van een dergelijke zorgactiviteit voor volwassenen was afleiding naar de volgende DBC-zorgproducten niet mogelijk: Ov diagnosen Poli >6 / Dag >1 Met activiteiten Hematologie specifiek Ov diagnosen Poli >6 / Dag >1 Zonder activiteiten Hematologie specifiek Ov diagnosen Ambulant middel / Dag =1 Met activiteiten Hematologie specifiek Ov diagnosen Ambulant middel / Dag =1 Zonder activiteiten Hematologie specifiek Nederlandse Zorgautoriteit
178 Vanaf 1 januari 2015 is zorgactiviteit Verstrekking biologicals per infuus of per injectie bij nietoncologische diagnosen (excl. bij kinderen zie ) beschikbaar. In plaats van zorgactiviteit (voor kinderen) kan zorgactiviteit (voor volwassenen) worden vastgelegd. Deze zorgactiviteit is met ingang van 1 januari 2016 typerend voor de afleiding naar de genoemde DBCzorgproducten Toevoegen zorgactiviteit in zorgproduct (201936) Specialisme: 0330 neurologie Zorgproductgroep: Zorgactiviteit SPECT van receptoren in hersenen (onderzoek van de hersenen tijdens een epileptische aanval) ontbrak in de afleiding voor Fase E chirurgie bij epilepsie, in zorgproductgroep Zenuwstelsel - Epilepsie, status epilepticus en convulsies (wd). Per 1 januari 2016 is zorgactiviteit beëindigd en vervangen door zorgactiviteit SPECT van de hersenen (referentienummer , zie paragraaf 5.13). De nieuwe zorgactiviteit is toegevoegd aan groep Neurodiagnostiek E-chirurgie in zorgproductgroep Hierdoor kan worden afgeleid naar DBC-zorgproduct Kinderneurologie Onderzoeksfase epilepsiechirurgie (fase 2) Zorgactiviteit leidt af naar zorgproduct (201970) Specialisme: 0302 keel-, neus- en oorheelkunde Zorgproductgroep: De aanvrager wenste dat een diagnostische oesophagoscopie in zorgproductgroep Symptomen/afwijkende klin bevindingen/labuitslagen - Slikklachten/zwelling in de hals/diepe hals abces leidt tot een operatief dbc-zorgproduct (te weten ). De aanvrager stelt voor om de bestaande zorgactiviteit Therapeutische directe laryngoscopie ter verwijdering van een of meerdere gezwellen en/of corpora aliena. uit te breiden met en/of oesophagoscopie ter verwijdering van een of meerdere gezwellen en/of corpora aliena. Zorgactiviteit leidde al af naar DBCzorgproduct Het verzoek om de bestaande zorgactiviteit uit te breiden is afgewezen. Voor een diagnostische oesophagoscopie bestaat immers een zorgactiviteit: Diagnostische endoscopie van oesofagus, maag en/of duodenum met behulp van een flexibele endoscoop, inclusief eventuele biopten. Ook voor een therapeutische scopie bestaat een zorgactiviteit: Therapeutische endoscopie van oesofagus, maag of duodenum. Het verzoek om met een diagnostische oesophagoscopie een operatief product af te kunnen leiden, zoals aanvrager voorstelt, is afgewezen. In de afleiding is een wijziging doorgevoerd, waardoor een diagnostische oesophagoscopie (034620) kan afleiden naar zorgproduct Ambulant middel/ Dag Met diagnostische scopie. Nederlandse Zorgautoriteit
179 6.23 Correcties consumentenomschrijvingen DBC- zorgproducten (201990) Eindproduct: ZP Referentienummers: , , Er zijn wijzigingen aangebracht in de consumentenomschrijving van 197 DBC-zorgproducten. Dit betreft correcties naar aanleiding van de verbeterslag van de zorgproductconsumentenomschrijvingen in de RZ15a. De wijzigingen gaan met terugwerkende kracht in per 1 januari Dus ook voor DBC-zorgproducten die worden gedeclareerd op basis van subtrajecten met openingsdatum vanaf 1 januari 2015, gelden de gecorrigeerde consumentenomschrijvingen. Wij verwijzen u naar de Zorgproducten Tabel v waar u de oude en nieuwe consumentenomschrijvingen kunt vinden Neurostimulator en implanteerbare pomp bij pijnbestrijding ( ) Eindproducten: ZA, ZP, TT Specialisme: 0389 anesthesiologie Zorgproductgroep: Er bleek onduidelijkheid over de productstructuur (afleiding) en zorgactiviteiten voor de neurostimulatie. De verwarring ontstond doordat er een apart DBC-zorgproduct was voor batterijvervanging (o.b.v. een materiaalcode voor de batterij), naast een product voor vervangen neurostimulator/pomp. Aangezien de batterij (bij de neurostimulatie) is geïntegreerd met de pulsgenerator/pomp betekende dit een dubbeling van zorgactiviteiten en DBC-zorgproducten. Het exacte verzoek om bij de omschrijving van de zorgactiviteiten voor neurostimulator het woord neurostimulator te vervangen door batterij, is in aangepaste vorm worden gehonoreerd. De term neurostimulator is van toepassing op pulsgenerator inclusief batterij. Ditzelfde geldt voor de implanteerbare pompen bij pijnbestrijding. Gezien de verwarring, is de omschrijving van bestaande zorgactiviteiten gewijzigd: Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Implanteerbare baclofenpomp Tekstueel oud Implanteerbare baclofenpomp (pomp inclusief geïntegreerde batterij) Tekstueel nieuw Implanteerbare analgeticapomp Tekstueel oud Implanteerbare analgeticapomp (pomp inclusief geïntegreerde batterij) Implanteerbare neurostimulator - oplaadbaar (excl. pulsgenerator van DBS neurostimulator zie en ) Tekstueel nieuw Tekstueel oud Nederlandse Zorgautoriteit
180 Implanteerbare neurostimulator - pulsgenerator incl. geïntegreerde oplaadbare batterij (excl. pulsgenerator van DBS neurostimulator zie en ) Implanteerbare neurostimulator - niet oplaadbaar (excl. pulsgenerator van DBS neurostimulator zie en ) Implanteerbare neurostimulator - pulsgenerator incl. geïntegreerde niet oplaadbare batterij (excl. pulsgenerator van DBS neurostimulator zie en ) Tekstueel nieuw Tekstueel oud Tekstueel nieuw De plaats van deze zorgactiviteiten in de productstructuur is ongewijzigd. Volgens de NVA komt een systeem zonder geïntegreerde batterij in de praktijk niet meer voor waardoor de zorgactiviteit voor een batterij ten behoeve van een neurostimulator of pomp obsoleet is en kon worden beëindigd. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatu m Einddatum Batterij voor implanteerbare pomp/neurostimulator Ook zijn hiermee de DBC-zorgproducten voor batterijvervanging (bij neurostimulatie en implanteerbare pompen) obsoleet geworden. Daarom zijn de volgende DBC-zorgproducten uit zorgproductgroep Anesthesiologie beëindigd: Batterijvervanging neurostimulator (excl. bij lage rugklachten) Lage rugklachten Batterijvervanging neurostimulator Batterijvervanging pompsysteem (excl. bij lage rugklachten) Lage rugklachten Batterijvervanging pompsysteem 6.25 Zorgactiviteit (botoxinjectie) laten afleiden in zorgproductgroep ( ) Eindproduct: ZP Specialisme: 0301 oogheelkunde Zorgproductgroep: Er is een beter passende waardering gerealiseerd voor behandelingen van convergentiespasmen en van scheelzien middels injecties met botulinetoxine. Zorgactiviteit Injectie botulinetoxine (excl. endoscopisch inspuiten botulinetoxine in blaas zie ) krijgt een rol in de productafleiding van conservatieve DBC-zorgproducten in zorgproductgroep Oog en adnexen - Aandoeningen van oogspieren en stoornissen in binoculaire oogbewegingen. Deze zorgactiviteit wordt voortaan uitgevraagd in de knooppunten met beslisregels voor diagnostiek, onder de knooppunten met beslisregels voor polibezoeken. Het aantal geregistreerde polibezoeken is hier medebepalend voor het DBC-zorgproduct. Als zorgactiviteit minimaal eenmaal is vastgelegd, dan leidt dit naar één van onderstaande DBC-zorgproducten: Nederlandse Zorgautoriteit
181 Poli >4 Diagnostisch uitgebreid Poli 2-4 Diagnostisch uitgebreid Poli =1 met diagnostiek Er geldt een aanspraakbeperking, aangezien zorgactiviteit aanspraakcode 2604 heeft. Dit betekent dat er speciale voorwaarden gelden voor vergoeding. Hiervoor zijn de algemene voorwaarden van toepassing dat een behandeling bewezen effectief moet zijn en medisch noodzakelijk om ten laste van het basispakket gedeclareerd te mogen worden. Zorginstituut Nederland heeft aangegeven geen specifiek standpunt uit te brengen voor deze indicaties Explantatie van cochleaire implantaten bij ontsteking ( ) Specialisme: 0302 keel-, neus- en oorheelkunde Zorgproductgroep: De aanvrager verzocht een nieuw DBC-zorgproduct voor de explantatie van cochleaire implantaten in geval van een ontsteking. Deze handeling wordt vastgelegd met zorgactiviteit Operatieve ingreep aan het rotsbeen en middenoor bij chronische ontstekingen, die beogen het oor te saneren en het gehoor te verbeteren (tympanoplastiek). Er is besloten om geen nieuw DBC-zorgproduct aan te maken, de aantallen zijn te laag om een eigen product te rechtvaardigen. Het verwijderen van een cochleair implantaat moet geregistreerd worden met zorgactiviteit Operatieve verwijdering van gezwellen, corpora aliena en dergelijke, uitgaande van of zich bevindende in dieper liggende structuren dan in code is omschreven. Deze zorgactiviteit is typerend gemaakt voor DBC-zorgproduct Perceptieve slechthorendheid Ambulant middel / dag zodat de handeling vastgelegd en gedeclareerd kan worden Afleiding neusoperaties middel in zorgproductgroep aangepast ( ) Specialisme: 0302 keel-, neus- en oorheelkunde Zorgproductgroep: De aanvrager wenste een nieuwe zorgactiviteit voor het ontlasten van een septumhaematoom of abces, het gaat om een verrichting onder narcose. Hiervoor bestaat nog geen passende zorgactiviteit en daardoor kan niet naar een operatief product worden afgeleid, aldus de aanvrager. Het gaat om een verrichting die onder narcose kan plaatsvinden (bij kinderen) maar ook bij volwassenen op de poli kan plaatsvinden. Voor de registratie van de ontlasting van een abces kan worden volstaan met zorgactiviteit Behandeling van grote diepe abcessen. De ontlasting van een septumhaematoom komt zelden voor als zelfstandige behandeling, het zal vrijwel altijd onderdeel vormen van een andere behandeling, zoals fractuurbehandeling. Het ontlasten van het haematoom hoeft dan niet met een aparte zorgactiviteit vastgelegd te worden. Nederlandse Zorgautoriteit
182 In zorgproductgroep Letsel/vergiftiging/gevolgen uitwendige oorzaken - Letsels (excl oog/zenuw/corp aliena/bevriezing/brandwonden) is zorgactiviteit Behandeling van grote diepe abcessen zoals mastitis of pectoraal phlegmone, hand- en voetphlegmone, panaritium (uitsluitend met incisie en drainage), perianaal abces en peritonsillair abces. toegevoegd aan het knooppunt Oper neus middel. Het betreft hier trauma (verwonding/beschadiging). Hierbij wordt een incisie gedaan, gevolgd door drainage en dan tamponneren. Hiermee kan worden afgeleid naar de DBCzorgproducten voor Operatie neus middel en , respectievelijk zonder en met verpleegdagen Registratiemogelijkheid revisie tracheostoma ( ) Specialisme: 0302 keel-, neus- en oorheelkunde Zorgproductgroepen: , , , De aanvrager wenste een nieuwe zorgactiviteit voor revisie tracheostoma, voor het opheffen van stenose geruime tijd na plaatsen van de tracheostoma. Voor de omschreven verrichting, kan men bestaande zorgactiviteit Endoscopisch verwijderen of opheffen aandoening trachea en/of carina registreren. Hiervan bestaat ook een open variant (zorgactiviteit ). Zorgactiviteiten en zijn in enkele zorgproductgroepen typerend gemaakt in de afleiding. Namelijk: Zorgproductgroep Nieuwvormingen maligne lip/mond-/keelholte/hals Zorgactiviteit is typerend voor DBC-zorgproduct of (oper middel); was hier al producttyperend, en voor een zwaarder product dan zorgactiviteit Zorgactiviteit is typerend gemaakt voor DBC-zorgproduct , , of (oper middel). Zorgproductgroep Symptomen/afwijkende klin bevindingen/labuitslagen Slikklachten/zwelling in de hals/diepe hals abces Zorgactiviteit is typerend voor DBC-zorgproduct oper (zeer) zwaar, Zorgactiviteiten en zijn typerend gemaakt voor DBC-zorgproduct oper (zeer) zwaar. Zorgproductgroep Symptomen/afwijkende klin bevindingen/labuitslagen Spraak en stemaandoeningen Zorgactiviteiten , en zijn typerend voor DBC-zorgproduct Ingreep larynx. Zorgproductgroep Letsel/vergifitigingen/gevolgen uitwendige oorzaken Gevolgen corpus alienum via natuurlijke lichaamsopening In deze zorgproductgroep is geen wijziging doorgevoerd. De situatie die de aanvrager beschreef, betreft patiënten waarbij een tracheostoma voor lange termijn is aangelegd. In het geval van patiënten die door een corpus alienum een tracheostoma nodig hebben gaat het echter om een acute (tijdelijke) situatie. Nederlandse Zorgautoriteit
183 Zorgactiviteit is typerend voor DBC-zorgproduct verwijderen corpus alienum (zeer) zwaar, zorgactiviteit en zorgactiviteit zijn beide niet typerend. Het zou vreemd zijn om de en op te nemen in de afleiding naar DBC-zorgproducten met de titel Verwijderen corpus alienum (zeer) zwaar. Men kan zich zelfs afvragen of de tracheotomie wel in die groep thuishoort. Deze zou mee moeten liften met de zorgactiviteit voor verwijdering van het betreffende. corpus alienum (tenzij die pas in een ander beter geëquipeerd - ziekenhuis wordt verwijderd). Zorgproductgroep Letsel/ vergifitigingen/ gevolgen uitwendige oorzaak Ov/ niet gespec gevolgen uitw oorzaken (incl urticaria/erytheem) Zorgactiviteit is typerend voor product opheffen obstructie luchtwegen (incl. operatieve diagnostiek); zorgactiviteit en zijn beide niet producttyperend in deze zorgproductgroep. Hier is geen wijziging doorgevoerd om dezelfde reden als in zorgproductgroep Zorgproductgroep Letsel/ vergifitigingen/ gevolgen uitwendige oorzaak Letsels (excl oog/ zenuw/ corp aliena / bevriezing/ brandwonden) Zorgactiviteit is typerend voor DBC-zorgproduct of oper aangezicht / keel (zeer) zwaar (resp. zonder of met verpleegdagen); Zorgactiviteit is typerend voor dezelfde zorgproducten; Zorgactiviteit was niet producttyperend. Zorgactiviteit is ook typerend gemaakt voor de DBC-zorgproducten oper aangezicht / keel (zeer) zwaar ( / ) Zorgactiviteit lactose waterstof ademtest toevoegen aan cluster Ov diagnostiek ( ) Specialisme: 0318 gastro-enterologie (MDL) Zorgproductgroepen: overstijgend Zorgactiviteit Waterstofademtest (lactose of glucose) werd niet typerend uitgevraagd in zorgproductgroepen waar deze test passend is. In principe geldt voor een dergelijke test geen eigen zorgtraject. Het traject van de poorter zal echter vaak alleen uit polikliniekbezoeken bestaan, waardoor onterecht een licht ambulant product zal worden afgeleid wanneer zorgactiviteit niet meeweegt in de afleiding. Voor deze wijziging is een zelfde uitwerking als eerder bij de introductie van vergelijkbare tests (o.m C ureum ademtest (Helicobacter pylori)) in de structuur is gekozen. De (diagnostische) zorgactiviteit Waterstofademtest (lactose of glucose) is toegevoegd aan het cluster Ov diagnostiek Nieuwe prestatie voor leadextractie pacemaker / AICD ( ) Eindproducten: ARGT, RA, TT, ZA, ZP Specialisme: 0328 cardio-pulmonale chirurgie Zorgproductgroep: Er is een zorgproduct en een zorgactiviteit geïntroduceerd voor de niet reguliere verwijdering van een lead. Het betreft daarbij met name verwijdering bij significante leadproblematiek op basis van ernstige Nederlandse Zorgautoriteit
184 infecties, noodzakelijke rekanalisatie (om ruimte te maken voor een nieuwe lead via de dezelfde route) of een jonge patiënt (< 40 jaar) met een kapotte lead die een nieuwe lead moet krijgen. Verwijderen is dan wenselijk waarbij geldt dat de lead meer dan één jaar geleden is geïmplanteerd of niet met de standaard materialen te verwijderen is. Daarnaast is verwijdering van de lead alleen mogelijk met behulp van speciale leadextractie materialen en de specifieke expertise van uitvoerder, team en omstandigheden. Zorgactiviteit Omschrijving WBMV-code Mutatie Complexe transveneuze verwijdering van endocardiale elektroden van een AICD of een pacemaker Nieuw In verband met vermelding op de nota is aan deze zorgactiviteit ook een consumentenomschrijving toegekend: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Verwijderen van vastgegroeide geleiders voor stroomstootjes in het hart van een toestel dat een sterk verstoord ritme van de hartkamers herstelt. In zorgproductgroep is een nieuw DBC-zorgproduct aangemaakt voor complexe leadextracties, namelijk Complexe transveneuze AICD-/ PM leadextractie Gewijzigde zorgproducten voor behandeling lymfeoedeem ( ) Eindproduct: ZP Specialismen: 0303 heelkunde, 0310 dermatologie, 0313 inwendige geneeskunde Zorgproductgroep: In RZ13a (DBC-pakket 2013) zijn de resultaten van het project beschrijven tertiaire zorg lymfeoedeem verwerkt. Het project heeft geresulteerd in het toevoegen van een aantal DBC-zorgproducten voor de tertiaire zorg lymfe-oedeem aan de productstructuur. Na enige tijd gewerkt te hebben met de nieuwe DBC-zorgproducten is duidelijk geworden dat er nog een aantal toevoegingen nodig waren. Deze zijn per 1 januari 2016 gerealiseerd. Het conservatief klinische DBC-zorgproduct werd afgeleid met een ZPK 3 zorgactiviteit (verpleegdag). Het komt in toenemende mate voor dat het behandelprogramma dat in de klinische fase wordt aangeboden ook via een intensief dagverplegingsprogramma kan worden geleverd. Daarom is het conservatief klinische zorgproduct veranderd in een intensief klinisch/dagverplegingsproduct, met ingang van RZ16a is dat DBC-zorgproduct Het DBC-zorgproduct voor het controletraject is aangepast, omdat het niet per sé controlepatiënten zijn waarvan trajecten in dit DBC-zorgproduct landen. De nieuwe omschrijving van DBC-zorgproduct luidt: Ambulant nno. Nederlandse Zorgautoriteit
185 Zorgactiviteit Beperkte correctie huid penis, praeputium, scrotumhuid en/of meatus urinaius is toegevoegd aan de afleiding naar de operatieve DBC-zorgproducten in zorgproductgroep Twee DBC-zorgproducten in zorgproductgroep zijn beëindigd omdat deze niet bleken te voldoen aan het criterium van face-to-face contact met de patiënt: Beoordeling door multidisciplinaire werkgroep lymfoedeem Intake lymfoedeem Voor meer informatie over wijzigingen in zorgproductgroep verwijzen wij u naar paragraaf 6.10 en Harmoniseren afleiding dexameting door nucleair geneeskundige en radioloog ( ) Eindproducten: ZA, TT Specialismen: nucleaire geneeskunde, 0362 radiologie Zorgproductgroep: Een onderzoek met DEXA-scan bij osteoporose moet ongeacht of dit door het specialisme nucleaire geneeskunde of radiologie wordt uitgevoerd tot hetzelfde zorgproduct afleiden. Dit was niet het geval. Als bij osteoporose het DEXA onderzoek door de nucleair geneeskundige werd gedaan (registratie van zorgactiviteit of ) in plaats van door de radioloog (registratie van zorgactiviteit ) leidde dit tot een DBC-zorgproduct met een lager tarief dan voor radiologie. Diagnose 313_233 Osteoporose, osteomalacie van nucleaire geneeskunde leidde namelijk af naar DBCzorgproduct en voor radiologie werd afgeleid naar DBC-zorgproduct Osteoporose Diagnostisch (zwaar) / therapeutisch licht. Dit rijmt niet, want de onderzoeken en de rest van de behandelingen zijn gelijkwaardig aan elkaar. Om dit te harmoniseren, is een nieuwe zorgactiviteit geïntroduceerd, analoog aan de zorgactiviteit Volledig botdensitometrisch onderzoek met DEXA-apparatuur, ongeacht het aantal onderzochte anatomische gebieden en ongeacht het aantal zittingen van radiologie: Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Volledig botdensitometrisch onderzoek met DEXAapparatuur, ongeacht het aantal onderzochte anatomische gebieden en ongeacht het aantal zittingen Twee bestaande zorgactiviteiten zijn beëindigd, hiervoor kan de nieuwe zorgactiviteit worden vastgelegd. Voor een botdensitometrisch onderzoek, van één of meerdere anatomische gebieden, zonder DEXA-apparatuur kan zorgactiviteit Skeletdensitometrie gehele lichaam. Hieronder valt niet het onderzoek met DEXA-apparatuur. worden geregistreerd. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Nederlandse Zorgautoriteit
186 Skeletdensitometrie heupen Skeletdensitometrie lumbale wervelkolom Afleiding epiduroscopie naar operatief zorgproduct ( ) Eindproduct: ZA Specialismen: 0308 neurochirurgie Zorgproductgroepen: en 19999, 29999,170901, , , Epiduroscopie is een pijnbestrijdingsmethode die wordt ingezet bij patiënten met uitstralende pijnklachten van de rug naar het been als gevolg van littekenweefsel wat is ontstaan na een herniaoperatie. Deze behandeling kan worden uitgevoerd door anesthesiologen, maar ook door neurochirurgen. Voor anesthesiologie was al een passende declarabele prestatiecode beschikbaar, voor neurochirurgie nog niet (trajecten leiden nu af naar een conservatief zorgproduct). Dit is aangepast. Zorgactiviteit Epiduroscopie was enkel diagnostisch van aard. Voor de beschreven therapeutische handeling met behulp van een epiduroscoop is daarom een nieuwe zorgactiviteit aangemaakt met zorgprofielklasse 5 Operatieve verrichtingen. Van de bestaande zorgactiviteit is de omschrijving aangepast en is ook de consumentenomschrijving gewijzigd, omdat deze de diagnostische aard van de zorgactiviteit niet weergaf. De aanspraakbeperking op de diagnostische variant komt te vervallen. Alleen de nieuwe zorgactiviteit voor de therapeutische epiduroscopie krijgt aanspraakcode 2601 Zorgactiviteiten Diverse Beperkingen. De wijzigingen in zorgactiviteiten: Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Einddatum Mutatie Therapeutische epiduroscopie (exclusief enkel inbrengen epiduraal katheter, epiduraal injectie of epidurale bloodpatch) Nieuw Epiduroscopie Tekstueel oud Diagnostische epiduroscopie Tekstueel nieuw De bijbehorende consumentenomschrijvingen per 2016: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Verwijderen van onder andere littekenweefsel, vetweefsel of cyste in de ruimte tussen het harde ruggenmergvlies en de binnenzijde van het wervelkanaal door middel van een kijkoperatie. Nederlandse Zorgautoriteit
187 Onderzoeken in de ruimte tussen het harde ruggenmergvlies en de binnenzijde van het wervelkanaal door middel van een kijkoperatie. De nieuwe zorgactiviteit voor therapeutische epiduroscopie is opgenomen in het standaardcluster Intensieve invasieve overige therapie, zodat productafleiding in de operatieve takken van de productstructuur mogelijk wordt. Verder is deze zorgactiviteit ook opgenomen in het cluster Specifieke intensieve invasieve therapie wat een rol speelt in de afleiding van producten voor wervelkolomchirurgie. Op basis van de geregistreerde diagnose van de neurochirurg wordt hiermee dan een passend operatief zorgproduct afgeleid Clusteren van zorgactiviteiten en in de uitvraag voor DBC-zorgproduct ( ) Eindproduct: ZP Specialisme: 0361 radiotherapie Zorgproductgroep: De afleiding naar DBC-zorgproduct Teletherapie met 3-D planning was te strikt, er was tenminste 5 maal zorgactiviteit en tenminste 5 maal zorgactiviteit benodigd. De en-uitvraag is gewijzigd in een of-uitvraag. De genoemde zorgactiviteiten blijven wel afzonderlijk bestaan, want het betreft verschillende methodes met verschillende apparatuur ten behoeve van offline positioneringscorrectieprotocol. Beide technieken kunnen wel in combinatie worden toegepast. Daar is de uitvraag op aangepast. Om deze uitvraag mogelijk te maken is een nieuw cluster U8 gemaakt bestaande uit: Gebruik van 2D Electronic Portal Imaging (EPI) t.b.v. off-line positioneringscorrectieprotocol Gebruik van 3D Cone-Beam CT (CBT) t.b.v. off-line positioneringscorrectieprotocol. Met tenminste 5 maal een zorgactiviteit uit dit nieuwe cluster kan worden afgeleid naar DBCzorgproduct A4-3-D radiotherapie. Nederlandse Zorgautoriteit
188 7 Wijzigingen vanuit innovatie en voorwaardelijke toelating Dit hoofdstuk beschrijft de wijzigingen vanuit innovatie en voorwaardelijke toelating in het DBC-pakket voor In paragraaf 7.1 staan de wijzigingen beschreven die innovatie betreffen. Wijzigingen in het DBC-systeem in verband met voorwaardelijke toelating tot het verzekerde pakket, staan beschreven in paragraaf Innovatie In RZ16a zijn vijf wijzigingen doorgevoerd in verband met innovatie Behandeling met leadless pacing pacemaker (201921) Eindproduct: ARGT, RA, ZA Specialisme: 0320 cardiologie Zorgproductgroep:099899, De MWAR (Medisch Wetenschappelijke Adviesraad) wordt geraadpleegd voor de vertaling van nieuwe medische ontwikkelingen naar de DBC-systematiek. Deze adviesraad heeft zich positief uitgesproken over de invoering van de transkatheter pacemaker. Het betreft een pacemaker voorzien van nieuwe technologie zodat deze zonder draden kan functioneren. De pacemaker wordt via de lies via een transfemorale veneuze benadering ingebracht. De eenkamer leadless pacemaker is in eerste instantie bedoeld voor langdurig gebruik met een gelijke indicatie als de huidige VVI pacemaker. Deze leadless pacemaker is geen gewone doorontwikkeling van de pacemaker. In het kader van dit wijzigingsverzoek is een tweetal zorgactiviteiten geintroduceerd voor de implementatie van het device (033259) en het device zelf(190609): Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Mutatie Inbrengen implanteerbare intracardiale pacemaker. Implanteerbare intracardiale pacemaker (transkatheter pacemaker) Nieuw Nieuw In verband met vermelding op de nota is aan zorgactiviteit ook een consumentenomschrijving toegekend: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Het inbrengen van een draadloze pacemaker zonder geleidedraden in de rechter hartkamer via de dijbeenader. Deze zorgactiviteiten zijn typerend gemaakt voor afleiding naar de bestaande DBC-zorgproducten voor 1-en 2-daadspacemakers. Dit betekent: Nederlandse Zorgautoriteit
189 In zorgproductgroep Hart en vaatstelsel - Overige hartziekten kan worden afgeleid naar DBC_zorgproduct (met verpleegdagen) en (zonder verpleegdagen) voor cardiologie, of DBC-zorgproduct (met verpleegdagen) en (zonder verpleegdagen) voor cardiothoracale chirurgie. In zorgproductgroep Kindercardiologie kan worden afgeleid naar DBC-zorgproduct: Ov diagnosen cardiologie Pacemakerimplantatie Kindergeneeskunde cardiologie Barostimulatie bij therapieresistente hypertensie (201922) Eindproducten: ZA, ZP, TT Specialismen: 0313 inwendige geneeskunde, 0320 cardiologie Zorgproductgroep: Vanuit het innovatiedossier heeft de MWAR geadviseerd om de toepassing van Barostimulatie bij therapieresistente hypertensie per 2016 op te nemen in de DBC-systematiek. Het Barostim neo systeem biedt een relatief nieuwe therapie voor patiënten met therapieresistente hypertensie. Het systeem werkt door de baroreceptoren de natuurlijke bloeddruksensoren in het lichaam die cardiovasculaire functies reguleren met elektrische signalen te stimuleren. Een pulsgenerator wordt aangebracht onder het sleutelbeen. Via een stimulatie-elektrode geeft de pulsgenerator elektrische signalen door aan de zes baroreceptoren in de wand van de arterie carotis dat via de hersenen een impuls afgeeft aan het hart waardoor de hartslagfrequentie en bloeddruk dalen. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Mutatie Implantatie van een stimulatie-elektrode in arteria carotis Nieuw Verwijderen van een stimulatie-elektrode uit arteria carotis Nieuw Barostim neo systeem (pulsgenerator, batterij en een stimulatieelektrode) Nieuw Batterij voor het barostim neo systeem Nieuw Stimulatie-elektrode voor het barostim neo systeem Nieuw In verband met vermelding op de nota is aan twee zorgactiviteiten ook een consumentenomschrijving toegekend: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Implantatie van een stimulatie-elektrode in arteria carotis Verwijderen van een stimulatie-elektrode uit arteria carotis. De registratie van de implantatie (plaatsen/vervangen), revisie, of verwijdering van de pulsgenerator kan worden vastgelegd onder de nieuwe algemene codes (respectievelijk , en ) die hiervoor zijn aangemaakt (zie beschrijving wijzigingsverzoek voor meer informatie). Nederlandse Zorgautoriteit
190 In de relevante zorgproductgroep Hypertensie was geen passend DBC-zorgproduct beschikbaar, zowel vanuit medisch inhoudelijk als financieel perspectief. Er is daarom gekozen voor de ontwikkeling van een nieuw zorgproduct in zorgproductgroep voor het plaatsen van het materiaal: DBC-zorgproduct Plaatsen/ vervangen materia(a)l(en) neuromodulator arteria carotis Endoluminale sleeve voor patiënten met gecombineerde obesitas en DM type 2 (EndoBarrier) (201923) Eindproduct: ARGT, RA, ZA Specialismen: 0313 inwendige geneeskunde, 0318 gastro-enterologie (MDL) Dit verzoek is in samenhang met het wijzigingsverzoek over de maagballon uitgewerkt (referentienummer , zie paragraaf 5.16). Vanuit de innovatieprocedure is besloten een zorgactiviteit aangevraagd voor het toepassen van de EndoBarrier, een endoluminal sleeve, duodenal-jejunal bypass voor patiënten met gecombineerde obesitas en diabetes type II. De EndoBarrier lijkt op een langwerpige en smalle mouw en wordt endoscopisch via mond, slokdarm en maag geplaatst in het spijsverteringskanaal vlak na de overgang van de maag naar de twaalfvingerige darm. Hierdoor komt het eten niet in aanraking met de twaalfvingerige darm en blijven de spijsverteringsappen in de twaalfvingerige darm aan de buitenkant van de EndoBarrier en mengen zich pas later met het voedsel. Hiermee lijkt de Endobarrier op de gastric bypass bariatrische operaties, met dat verschil dat de EndoBarrier een niet-chirurgische methode is. Het toepassen van een endoluminale sleeve is in principe geen onderdeel van het verzekerde basispakket. Daarom is aan deze zorgactiviteit een aanspraakbeperking toegekend (1602 Zorgactiviteiten Niet conform stand van de wetenschap en praktijk ). Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Aanspraakcode Ingangsdatum Mutatie Endoscopisch inbrengen endoluminale sleeve Nieuw In verband met vermelding op de nota is aan deze zorgactiviteit ook een consumentenomschrijving toegekend: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Inbrengen van een langwerpige en smalle mouw in de twaalfvingerige darm door middel van een kijkoperatie via de mond door slokdarm en de maag. De nieuwe zorgactiviteit is typerend gemaakt in zorgproductgroep (aandoeningen endocrien/voeding/stofwisseling), in het knooppunt waar deze wat betreft medische procedure het best passend is en kan afleiden naar DBC-zorgproduct Nederlandse Zorgautoriteit
191 7.1.4 Magnetic expansion control verstelbare groeistaaf voor corrigeren van scoliose (201924) Eindproduct: ZA Specialisme: 0305 orthopedie, 0308 neurochirurgie Deze wijziging betreft een innovatieverzoek tot opname van een magnetisch verstelbaar intern distractiesysteem in de DBC-systematiek. De MWAR heeft een positief advies gegeven aan het bestuur van DBC-Onderhoud met betrekking tot het opnemen in de DBC-systematiek van het MAGEC systeem. Het MAGEC (MAGnetic Expansion Controle) systeem is een verstelbare groeistaaf voor het corrigeren van op zeer jonge leeftijd ontstane scoliose en het gecontroleerd groeien/verlengen van de wervelkolom. Bij de ingreep wordt minimaal invasief, via een kleine incisie een tweetal wervels boven in de curve, en twee wervels onderin de curve, vrijgelegd. Hierin worden op de gebruikelijke wijze per wervel twee pedikel schroeven ingebracht. Onder de huid worden vervolgens een of twee steriele titanium groeistaven ingebracht, waarin een magnetische spoel is opgenomen. Na 2 tot 4 maanden kan met de hulp van een magneet op afstand en buiten het lichaam (een External Remote Controller) de staaf, en daarmee de wervelkolom worden verlengd. Dit gebeurt poliklinisch. Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Bijstelling intern distractiesysteem met behulp van een external remote controller (magneet) Intern distractiesysteem wervelkolom met ingebouwde magnetische spoel (excl. klassiek intern distractiesysteem wervelkolom zie ) Nieuw Nieuw In verband met vermelding op de nota is aan deze zorgactiviteit ook een consumentenomschrijving toegekend: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Door middel van een magneet bijstellen van een inwendig systeem voor het uit elkaar trekken van (delen van) het botstelsel. Aanvullend is de volgende tekstuele wijziging doorgevoerd om de nieuwe materiaalcode te excluderen: Zorgactiviteit Omschrijving Ingangsdatum Einddatum Mutatie Intern distractiesysteem wervelkolom Tekstueel oud Intern distractiesysteem wervelkolom (excl. intern distractiesysteem wervelkolom met ingebouwde magnetische spoel zie ) Tekstueel nieuw Nederlandse Zorgautoriteit
192 Zorgactiviteit Plaatsing intern distractiesysteem is typerend voor zorgproducten operatie wervelkolom zeer complex in zorgproductgroepen Congenitale scoliose en Ov. scoliose. Het betreft onderstaande zorgproducten: o o o o Oper wervelkolom zeer complex Met VPLD Oper wervelkolom zeer complex Zonder VPLD Oper wervelkolom zeer complex Met VPLD Oper wervelkolom zeer complex Zonder VPLD Zorgactiviteit Operatieve bijstelling intern distractiesysteem is typerend voor de volgende DBC-zorgproducten: o Oper wervelkolom middelzwaar wo HNP/ laminectomie Met VPLD Botspierstelsel ziekte/laat gev trauma o Oper wervelkolom middelzwaar wo HNP/ laminectomie Zonder VPLD Botspierstelsel ziekte/laat gev trauma o Oper wervelkolom middelzwaar wo HNP/ laminectomie Met VPLD Congenitaal botspierstelsel o Oper wervelkolom middelzwaar wo HNP/ laminectomie Zonder VPLD Congenitaal botspierstelsel Subtrajecten met zorgactiviteit voor de magnetische bijstelling landen in conservatief ambulante DBC-zorgproducten Behandeling elektrische stimulatie sfincter bij GORZ (201925) Eindproducten: ARGT, RA, TT, ZA, ZP Specialismen: 0316 kindergeneeskunde, 0318 gastro-enterologie (MDL), 0313 inwendige geneeskunde, 0320 cardiologie, 0308 neurochirurgie, 0303 chirurgie, 0306 urologie, 0307 gynaecologie. Zorgproductgroepen: , , , , , Vanuit de innovatieprocedure is besloten om nieuwe zorgactiviteiten aan te maken voor de elektrische stimulatie van de lagere oesofageale sfincter (LES) bij gastro-oesofageale refluxziekte (GORZ). De reguliere behandeling van GORZ bestaat uit het veranderen van het dieet en de levensstijl, medicatie en uiteindelijk operatief ingrijpen. Een deel van de patiënten reageert onvoldoende op bestaande behandelingen. Bij de nieuwe behandeling gaat het om een implanteerbaar, elektrisch systeem dat het onderste deel van de slokdarm stimuleert waardoor gastro-oesofageale reflux wordt tegengegaan. Hiertoe worden elektroden geïmplanteerd bij de LES. De neuromodulator, waaraan de elektroden worden gekoppeld, wordt geplaatst in het abdomen. Er zijn vijf zorgactiviteiten geïntroduceerd. Aanvullend zijn de bestaande neuromodulatie zorgactiviteiten veralgemeniseerd. Deze wijzigingen zijn opgenomen in bestaande uitwerkingen voor neuromodulatie, ten behoeve van faecale incontinentie in zorgproductgroep en bij blaasstimulatie in zorgproductgroep Het geheel aan wijzigingen in zorgactiviteiten is in onderstaande tabel opgenomen: Nederlandse Zorgautoriteit
193 Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Aanspraak Ingangs- Eind- Mutatie code datum datum Implantatie van een elektrode in de lagere oesofageale sphincter (LES) Verwijderen van een elektrode in de lagere oesofageale sphincter (LES) Subcutaan plaatsen anale neuromodulator of pacemaker Vervangen anale neuromodulator of pacemaker Revisie anale neuromodulator of pacemaker Verwijderen anale neuromodulator of pacemaker Implantatie blaas neuromodulator (oa. Finetech-Brindley, InterStim) Verwijderen of revisie van blaas neuromodulator Vervangen elektrode in het foramen sacrale, bij getransponeerde m. gracilis of bij de nervus pudendus Subcutaan plaatsen pulsgenerator (neuromodulator, pacemaker) exclusief plaatsen pulsgenerator ten behoeve van Deep Brain Stimulation en epidurale stimulatie (zie , en ) Revisie pulsgenerator (neuromodulator, pacemaker) Verwijderen subcutaan geplaatste pulsgenerator (neuromodulator, pacemaker), exclusief verwijderen pulsgenerator van DBS of epidurale neurostimulator (zie , ) Implanteerbare gastro-oesofageale neuromodulator Nieuw Nieuw Beëindigd Beëindigd Beëindigd Beëindigd Beëindigd Beëindigd Beëindigd Nieuw Nieuw Nieuw Nieuw In verband met vermelding op de nota is aan de volgende zorgactiviteiten ook een consumentenomschrijving toegekend: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Nederlandse Zorgautoriteit
194 Plaatsen van geleiders in de lagere sluitspier van de overgang slokdarm naar de maag Verwijderen van een geleider in de lagere sluitspier van de overgang slokdarm naar de maag Onder de huid plaatsen van een apparaatje voor de behandeling met neurostimulatie Corrigeren of bijvoorbeeld verplaatsen van een onder de huid geplaatst apparaatje voor de behandeling met neurostimulatie Verwijderen van een onder de huid geplaatst apparaatje voor de behandeling met neurostimulatie Implanteerbaar apparaat voor de regulering van de zenuwprikkels naar de onderste kringspier van de slokdarm. Aanvullend zijn de volgende wijzigingen aangebracht: Introductie van een zorgproduct voor implantatie van het device, als nieuw zorgproduct in zorgproductgroep (ziekten van maag/slokdarm/duodenum) in het vrij onderhandelbare segment: Plaatsen / vervangen materiaal neuromodulator lagere oesofageale sphincter LES. Interventies (verwijderen / revisie) zónder device zullen afleiden naar het bestaande zorgproduct GE activiteiten complex Klin >2 in het vrij onderhandelbare segment. 7.2 Voorwaardelijke toelating Voor 2016 is een aantal aanvragen ingediend voor voorwaardelijke toelating Horen met je tanden als behandeling voor unilateraal gehoorverlies (201911) Eindproduct: ZA Specialismen: 0302 KNO, 1900 audiologie In de studie waarvoor voorwaardelijke toelating is aangevraagd wil men effectiviteit en kosteneffectiviteit vergelijken van behandelingen met een conventioneel beengeleidingshoorstel (BAHA/ BCD=Bone Conduction Device, implanteerbaar, chirurgische ingreep) versus een nieuw nietimplanteerbaar beengeleidingshoortoestel (Soundbite; bestaande uit een externe microfoon en een intra orale transducer) bij patiënten met unilateraal gehoorverlies. Het hoorsysteem wordt niet geïmplanteerd, maar is verwijderbaar en maakt gebruik van beengeleiding, zodat geluid via de tanden kan worden doorgegeven. Het helpt patiënten die doof zijn aan één oor met hun ruimtelijke hoorvermogen. Het hoortoestel wordt op maat gemaakt zodat deze past op de tanden, daarnaast bevat het systeem een kleine microfoonunit die achter het oor wordt geplaatst. De registratie door het audiologisch centrum (uitvoering door KNO-arts of audioloog) van het plaatsen van het beengeleidingshoortoestel (inclusief het hoorsysteem) wordt met deze zorgactiviteit mogelijk. Deze zorgactiviteit heeft aanspraakcode 2601 gekregen (Zorgactiviteiten Diverse Beperkingen). Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Einddatum Mutatie Nederlandse Zorgautoriteit
195 Plaatsen van een intra-oraal beengeleidingshoortoestel - audiologisch centrum Nieuw In verband met vermelding op de nota is aan deze zorgactiviteit ook een consumentenomschrijving toegekend: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Plaatsen van een hoortoestel in de mond dat via de tanden geluid geleid dat horen mogelijk maakt, uitgevoerd in een audiologisch centrum. De inzet van de KNO-arts, audiologie-assistent en audioloog bij dit soort behandelingen zijn al declarabel binnen de DBC-systematiek in combinatie met de bestaande systemen. De nieuwe zorgactiviteit heeft een rol gekregen in de afleiding naar de bestaande BAHAzorgproducten: Ossiculaire afwijkingen Oper BAHA/ plaatsen intra-oraal beengeleidingshoortoestel Perceptieve slechthorendheid Oper BAHA/ plaatsen intra-oraal beengeleidingshoortoestel Voor deze oplossingsrichting is gekozen omdat de kosten voor deze nieuwe behandelmethode vergelijkbaar zijn met die voor plaatsing van een BAHA. De bekostiging voor de inzet van de audioloog verloopt hier, net als bij BAHA, via deze DBC-zorgproducten Occipitale neurostimulatie bij medicamenteus onbehandelbare chronische clusterhoofdpijn (201912) Eindproducten: ETL, RDZT, ZA Specialismen: 0308 neurochirurgie, 0389 anesthesiologie Zorgproductgroep: Zorginstituut Nederland heeft een voorstel binnengekregen voor een doelmatigheidsonderzoek naar occipitale neurostimulatie bij medicamenteus onbehandelbare chronische clusterhoofdpijn. Het gaat hier om multidisciplinaire zorg waar meerdere specialismen bij betrokken zijn (neurologie, neurochirurgie, anesthesiologie en radiologie). De plaatsing van het neurostimulatiesysteem valt hierbij onder de verantwoordelijkheid van een neurochirurg of anesthesioloog gespecialiseerd in pijnbestrijding. Hiervoor wordt er unilateraal of bilateraal onderhuids een electrode geplaatst, suboccipitaal, in het gebied van de perifere zenuwen. Aanvullend wordt er een pulsgenerator in het lichaam geïmplanteerd (meestal in de buikwand), die via een kabel elektrische pulsen naar de electrode stuurt. Voor de registratie en declaratie van deze zorg zijn er nieuwe, medisch inhoudelijk passende zorgactiviteiten bijgemaakt die de plaatsing, revisie en verwijdering van de electrode en van de pulsgenerator beschrijven (voor zover deze niet al beschikbaar waren, zie ook detailinformatie hieronder). Deze zorgactiviteiten leiden af naar de neurostimulatieproducten in zorgproductgroep Nederlandse Zorgautoriteit
196 Anesthesiologie / Pijnbestrijding ( , -009, -039 en -055, die eerder al ontwikkeld waren voor epidurale neurostimulatie. Om productafleiding mogelijk te kunnen maken in deze zorgproductgroep is er voor neurochirurgie een medisch inhoudelijk passende diagnosecode bijgemaakt (zie detailinformatie hieronder). Elektronische typeringslijst Onderstaande diagnosecode wordt beëindigd (per ): 308_3415 Complexe behandeling functiestoornis perifere zenuwstelsel met o.a. uitgebreide denervatie of electrostimulatie Hiervoor in de plaats zijn twee nieuwe diagnosecodes geïntroduceerd: 308_3420 Electrostimulatie bij functiestoornis perifere zenuwstelsel 308_3425 Complexe behandeling functiestoornis perifere zenuwstelsel (o.a. uitgebreide denervatie, exclusief electrosimulatie) Relatie Diagnosen Zorgproductgroepen Tabel Trajecten met diagnosecode 308_3420 leiden af naar zorgproductgroep Anesthesiologie / Pijnbestrijding en trajecten met diagnosecode 308_3425 naar dezelfde zorgproductgroep als waar 308_3415 nu ook al naar afleidt ( Zenuwstelsel - Aand zenuw/-wortels/- plexus/polyneuropath/ov aand per zenuwst (incl benigne neopl/incl letsel) (wd).) Zorgactiviteiten Voor de implantatie (plaatsing/vervanging) en voor verwijdering of revisie van de elektrode zijn onderstaande codes nieuw bijgemaakt: Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Ingangsdatum Mutatie Implantatie van een elektrode, suboccipitaal Verwijderen of revisie van een elektrode, suboccipitaal Nieuw Nieuw In verband met vermelding op de nota is aan deze zorgactiviteit ook een consumentenomschrijving toegekend: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Inbrengen van een geleider voor stroomstootjes bij de achterhoofdzenuw(en) Verwijderen of revisie van een geleider voor stroomstootjes bij de achterhoofdzenuw(en). Aan bovenstaande zorgactiviteiten is aanspraakcode 2601 Zorgactiviteiten Diverse Beperkingen toegekend. Voor de neurostimulator zelf zijn al aparte materiaalcodes beschikbaar ( voor de variant met een geïntegreerde oplaadbare batterij, en voor de variant met een niet oplaadbare batterij). De registratie van de implantatie (plaatsen/vervangen), revisie, of verwijdering van de pulsgenerator Nederlandse Zorgautoriteit
197 kan worden vastgelegd onder de nieuwe algemene codes (respectievelijk , en ) die hiervoor zijn aangemaakt (zie beschrijving wijzigingsverzoek voor meer informatie) Adjuvante hoge dosis alkylerende stamceltransplantatie bij BRCA1-like borstkankerpatiënten (201913) ZA, TT Specialisme: 0388 pathologie Zorginstituut Nederland heeft een voorstel binnengekregen voor een doelmatigheidsonderzoek naar adjuvante hoge dosis alkylerende chemotherapie en autologe stamceltransplantatie bij BRCA1-like borstkankerpatiënten. Hierbij wordt er ook een zogenaamde BRCA1-like test ingezet om te kijken of patiënten in aanmerking kunnen komen voor deze combinatiebehandeling. Voor de behandelingen zelf worden geen wijzigingen doorgevoerd in de DBC-systematiek. Voor chemobehandeling en stamceltransplantatie zijn al passende prestatiebeschrijvingen beschikbaar en de zorgactiviteiten voor stamceltransplantaties hebben ook al een kenmerk dat er speciale voorwaarden gelden voor vergoeding (oranje aanspraakcode). Wel wordt er een aparte, los declarabele prestatie gemaakt voor de BRCA1-like test (zie details hieronder). Hier is voor gekozen omdat BRCA1-like testen ook onderdeel uitmaken van de evaluatie van de studie (en niet standaard worden vergoed). Zorgactiviteiten De nieuwe zorgactiviteit is ingedeeld in zorgprofielklasse 10 (pathologie), krijgt aanspraakcode 2601 (Zorgactiviteiten Diverse Beperkingen) toegekend, en als ingangsdatum mee: Complexe moleculaire diagnostiek - onderzoek naar indicatoren voor BRCA1-pathway defecten, BRCA1-like test. Zorgactiviteit Omschrijving ZPK Aanspraak Tarieftype Ingangsdatum Mutatie Nieuw In verband met vermelding op de nota is aan deze zorgactiviteit ook een consumentenomschrijving toegekend: Zorgactiviteit Consumentenomschrijving Ingangsdatum De BRCA1-like test is een genentest waarmee voorspelt kan worden of een chemokuur effect zal hebben bij een borstkankerpatiënte Tarieven Tabel Zorgactiviteit is ingedeeld in de categorie Overige verrichtingen (met tarieftype 13) en krijgt per 1 januari 2016 een maximum tarief van 1.010,63. Nederlandse Zorgautoriteit
198 8 Wijzigingen in aanspraak en WBMV 8.1 Wijzigingen in aanspraak Zorgproductgroep : Knooppunt 'Correctie gemiddeld' (extremiteiten) paars kleuren (201953) Eindproduct: TT Specialisme: plastische chirurgie Zorgproductgroep: Per 1 januari 2015 (RZ15b) is zorgactiviteit Implantatie prothese van eerste carpometacarpale (CMC-1) gewricht toegevoegd aan het knooppunt Correctie gemiddeld in de boom voor de diagnosen extremiteiten (groep 38). Deze zorgactiviteit heeft aanspraakcode Per abuis heeft het bijbehorende DBC-zorgproduct Diagnosen extremiteiten Correctie gemiddeld alleen een declaratiecode voor verzekerde zorg gekregen. Dit is gecorrigeerd Aanspraakbeperking verwijderd bij thoracoscopische longvolumereductie (202002) Eindproducten: ZA, ZPT, TT Specialisme: 0328 cardio-pulmonale chirurgie De zorgactiviteit voor thoracoscopische LVRC (032526) had per abuis een aanspraakcode net als de zorgactiviteit voor endobronchiale LVRC (032486). Zorginstituut Nederland heeft een negatief standpunt uitgebracht dat specifiek betrekking heeft op endobronchiale longvolumereductie chirurgie. Over thoracoscopische longvolume reductie chirurgie is geen uitspraak gedaan, dus de bijbehorende zorgactiviteit had ongekleurd moeten zijn. Dit is aangepast. De aanspraakcode is verwijderd bij zorgactiviteit Thoracoscopische longvolume reductie chirurgie (LVRC), zie voor open procedure, zie voor VATS. Ook de productstructuur is hierop aangepast. De DBC-zorgproducten waarvoor deze zorgactiviteit typerend is, kennen vanaf 1 januari 2016 één declaratiecode in plaats van voorheen twee declaratiecodes voor zowel onverzekerde als verzekerde zorg (zie ook de zorgproductenviewer op zorgproductenviewer.nza.nl) Aanspraakbeperking zorgactiviteit Schriftelijke informatieverstrekking aan bedrijfsarts of verzekeringsarts (202008) Eindproduct: ZA Specialisme: 1100 kaakchirurgie Voor kaakchirurgie bestaat een zorgactiviteit voor schriftelijke informatieverstrekking aan bedrijfsarts of verzekeringsarts (239022). Deze zorgactiviteit valt niet onder de zorgverzekeringswet (vergoeding uit het basispakket), maar dit was nog niet herkenbaar in de DBC-systematiek. Dit is nu rechtgezet. Aan deze zorgactiviteit is aanspraakcode 1601 Zorgactiviteiten Uitgesloten zorg toegewezen. Nederlandse Zorgautoriteit
199 8.1.4 Aanspraakbeperking beëindigd van zorgactiviteit (202010) Eindproduct: ZA Specialisme: 0306 urologie Zorginstituut Nederland heeft een herbeoordeling uitgevoerd van het standpunt dat heeft geleid tot de aanspraakbeperking bij zorgactiviteit Endoscopisch inspuiten medicatie in blaas (excl. intravesicale chemo-/immunotherapie zie , excl. intravesicale instillatie zie ). De uitkomst van deze nieuwe beoordeling is positief, waardoor de aanspraakcode is komen te vervallen Aanspraakbeperking beëindigd van zorgactiviteit Regiefunctie complexe wondzorg (202016) Eindproduct: ZA Zorgactiviteit Regiefunctie complexe wondzorg heeft in de RZ15a per abuis een aanspraakcode (2701) meegekregen. Dit hoort echter een ongekleurde zorgactiviteit te zijn, want Zorginstituut Nederland heeft hier geen beoordeling voor gedaan. Dit is rechtgezet door de aanspraakcode per 1 januari 2016 te verwijderen. 8.2 Wijzigingen in WBMV In deze paragraaf wordt een wijziging beschreven die uitsluitend een aanpassing van WBMV-labels betreft. In hoofdstuk 2 en hoofdstuk 5 komen wijzigingen voor waarvan de uitwerking ook consequenties heeft voor WBMV-labeling van zorgactiviteiten en DBC-zorgproducten WBMV-label voor brachytherapie, teletherapie met fotonen of electronen beëindigd (201996) Eindproducten: ZA, ZP, WBMV Specialisme: 0361 radiotherapie Zorgproductgroep VWS heeft besloten dat de regeling voor behandeling van patiënten door middel van teletherapie of brachytherapie (zoals beschreven in het Planningsbesluit radiotherapie 2009), per is komen te vervallen. De WBMV-labeling van deze zorg in de DBC-systematiek is hierop aangepast met ingang van Er zal dus enige tijd een discrepantie bestaan tussen de geleverde zorg, de wettelijke regeling en de labeling in de DBC-systematiek. In dit geval is de gewijzigde wettelijke regeling leidend voor de bepaling of een instelling deze zorg mag uitvoeren (en declareren). Hieronder staan de hiermee samenhangende wijzigingen beschreven. De WBMV-code 2962 heeft in de WBMV Code Tabel een einddatum gekregen: Wijziging in de WBMV-Code Tabel WBMV-code Omschrijving Ingangsdatum Einddatum 2962 Zorgactiviteiten radiotherapie: brachytherapie, teletherapie met Nederlandse Zorgautoriteit
200 Wijziging in de WBMV-Code Tabel WBMV-code Omschrijving Ingangsdatum Einddatum fotonen of electronen art.2 Bij onderstaande elf zorgactiviteiten is de WBMV-code vervallen op Een bestralingsfractie Langdurige bestralingsfractie: totale lichaam of huid Standaard image-based positioneringscorrectie Intensieve image-based positioneringscorrectie Stereotactische bestraling Intensieve bestraling Brachytherapie geen individuele dosisberekening Brachytherapie individuele dosisberekening Brachytherapie 3D beeldvorming, contouring, planning Brachytherapie stereotactische applicatie Brachytherapie permanente implantatie. Bij onderstaande dertien DBC-zorgproducten is de WBMV-code vervallen op : B5 Brachytherapie Permanente implantatie A7 Stereotactische RT zonder dure beeldvorming A8 Stereotactische RT met dure beeldvorming B4 Brachytherapie Stereotactische applicatie B3 - Brachytherapie 3D beeldvorming / contouring / planning B2 Brachytherapie individuele dosisberekening B1 Brachytherapie geen individuele dosisberekening A2 RT standaard A1 RT standaard kort A3 RT totale lichaam / huid A6 Intensieve RT A5 IMRT met dure beeldvorming A4 3-D radiotherapie Nederlandse Zorgautoriteit
201 9 Wijzigingen in ICT(-specificaties) van het DBC-systeem 9.1 Het mogelijk maken dat de uitgevoerde zorgactiviteiten niet op de nota vermeld worden (201829) Het verzoek was om de toegestane individuele afwijkingsmogelijkheid voor het vermelden van zorgactiviteiten op de declaratie van zorgverzekeraars (privacyverklaring) geautomatiseerd te kunnen verwerken in de declaratieketen. De afwijkingsmogelijkheid staat beschreven in de Regeling medisch specialistische zorg. De landelijke grouper selecteert de zorgactiviteiten die aan de zorgverzekeraar verstuurd worden bij een declaratie. Deze zorgactiviteiten verschijnen op de nota. In sommige gevallen is een privacyverklaring overeengekomen tussen patiënt en zorgaanbieder. Door de doorgevoerde wijziging zal, in het geval van een privacyverklaring, de grouper geen zorgactiviteiten meer selecteren voor op de nota waardoor het voor de zorgaanbieder niet meer mogelijk is om de zorgactiviteiten behorende bij een DBC-zorgproduct te versturen naar de verzekeraar. Op de uiteindelijke nota verschijnen dus geen zorgactiviteiten. Daarnaast wordt een technische wijziging doorgevoerd. Voortaan is in de basis slechts één berichtversie actief en kan de grouper functionaliteiten aansturen op basis van ingangsdatum van het hoofdsubtraject. NB: Deze wijziging in de grouper is per 1 april 2015 in werking getreden en gaat in met terugwerkende kracht. Dat betekent dat deze zogenoemde opt out regeling mogelijk is voor subtrajecten met een openingsdatum vanaf 1 juni Gewijzigde ingangsdatum nieuwe regels in Afsluitregels Tabel Eindproduct: ARGT Per 2015 geldt voor subtrajecten een doorlooptijd van maximaal 120 dagen. Vanwege deze verkorte maximale doorlooptijd, wijzigt per 2016 (RZ16a) de ingangsdatum van bepaalde afsluitregels in de Afsluitregels Tabel. Voorheen kregen afsluitregels voor nieuwe zorgactiviteiten waar nodig een ingangsdatum die een jaar eerder lag dan de zorgactiviteit ingangsdatum. Vanaf 2016 (RZ16a) wordt deze periode verkort naar vier maanden (120 dagen). In de Afsluitregels Tabel v zijn afsluitregels voor dergelijke nieuwe zorgactiviteiten met een ingangsdatum van 1 september 2015 ( ) toegevoegd. Voor meer informatie over de functie en specificaties van de Afsluitregels Tabel verwijzen wij u naar het document ICT-eisen DBC-pakket RZ16a v Nederlandse Zorgautoriteit
202 Bijlage 1: Wijzigingen inhoud RZ16a ten opzichte van 2 e go Er heeft een aantal aanpassingen na de 2 e go plaats gevonden. Er zijn zes wijzigingsverzoeken afgevallen na vaststelling van de 2 e go. Hiervan zijn drie wijzigingen doorgeschoven naar RZ16b, de update release dit najaar voor het DBC-pakket Referentienummer Omschrijving Toelichting Wijzigen zorgactiviteit consumentenomschrijving RZ16a Combinatiebehandeling cytoreductieve chirurgie en HIPEC bij patienten met een maagcarcinoom en buikvliesmetastasen. (voorwaardelijke toelating) Transparante zorgnota: consumentenomschrijving OZP s Schuift door naar RZ16b. Betreft een dossier Voorwaardelijke Toelating van Zorginstituut Nederland waarvoor wij hebben bekeken welke wijzigingen nodig zijn in het DBC-systeem. Inmiddels is geconstateerd dat wij hiervoor geen wijzigingen meer door hoeven te voeren in de DBCsystematiek. Hiervoor zijn namelijk al passende prestaties beschikbaar (met een aanspraaklabeling die aangeeft dat hiervoor speciale voorwaarden gelden voor vergoeding). Schuift door naar RZ16b Verbeteren regelgeving Dit heeft niet tot wijzigingen geleid in RZ16a Consumentenomschrijvingen 2 producten revalidatie aanpassen Regulier onderhoud zorgactiviteiten RZ16 Dit betreft twee consumentenomschrijvingen van zorgproducten revalidatie (zorgproductgroep ) die onder referentienummer zijn aangepast. Schuift door naar RZ16b. De volgende issues zijn toegevoegd aan de RZ16a na de 2 e go. U vindt een beschrijving van iedere wijziging in het document Wijzigingen DBC-release RZ16a v Referentienummer Omschrijving Toelichting De puntentelling voor kaakchirurgie activiteiten uitleveren in een losse extra tabel Verzoek nieuwe zorgactiviteit voor adjuvante HIPEC in zorgproductgroep Om de automatiseerbaarheid te verbeteren is het format van deze tabel aangepast. Betreft vervolg op wijzigingsverzoek (RZ15a, voorwaardelijke toelating). In RZ15a is zorgactiviteit Curatieve resectie coloncarcinoom met adjuvante HIPEC aangemaakt, die typerend is in zorgproductgroep (waarin dus de combinatie van resectie en HIPEC wordt beschreven). De aanvrager heeft naar aanleiding van de uitwerking aangegeven dat een aparte Nederlandse Zorgautoriteit
203 zorgactiviteit voor alleen de adjuvante HIPEC wenselijk is - het is niet altijd duidelijk tijdens de primaire resectie dat er adjuvante HIPEC zal gaan volgen. Het kan dus voorkomen dat de HIPEC pas na de curatieve resectie wordt uitgevoerd Aanpassen definitie za Aan de omschrijving van zorgactiviteit is toegevoegd geregistreerde allergex : Uitgebreid allergologisch interview (> 45 minuten) uitgevoerd door kinderallergoloog of geregistreerd allergex Beëindiging WBMV-label voor brachytherapie, teletherapie met fotonen of electronen DC s 17E443 en DC 17E444 voor 2014 een maximum honorarium van resp. 80,63 en 63,39 conform 15E443 en 17E Correctie aanspraaklabeling thoracoscopische longvolumereductie Zorgactiviteit Schriftelijke informatieverstrekking aan bedrijfsarts of verzekeringsarts, krijgt rode aanspraakcode Aanspraakcode verwijderen bij ZA (Endoscopisch inspuiten medicatie in blaas) Aanmaken OZP's voor multifocaal torische implantlens Verwijderen aanspraakcode 2701 bij zorgactiviteit (regiefunctie complexe wondzorg) Reguliere aanlevering OZP s door NZa RZ16a Uitbreiding en toelichting op gebruik Diagnose Combinatie Tabel Introductie per van het maxmax tarief binnen de tarieventabel door middel van heractivering van de kolom soort_tarief. Dit betreft een wijziging in WBMV-labeling. Dit betreft een correctie voor honorarium van (2 declaratiecodes) over het jaar Dit betreft een aanspraakwijziging op verzoek van ZiNL Dit betreft een aanspraakwijziging op verzoek van ZiNL Dit betreft een aanspraakwijziging op verzoek van ZiNL Deze wijziging is één van de wijzigingen uit het project Aanspraak binnen de DBC-systematiek. Dit betreft een aanspraakwijziging op verzoek van ZiNL Dit betreffen reguliere wijzigingen en onderhoud aan OZP s. Dit betreft uitbreiding van de DCT t.b.v. overlooptrajecten. Introductie van de mogelijkheid van max-max tarieven. Nederlandse Zorgautoriteit
204 Bijlage 2: Rapportage uitvalreductie RZ16a In deze bijlage vindt u de rapportage uitvalreductie behorend bij deze release. Hieronder lichten we eerst het overzicht kort toe, daarna vindt u de rapportage in tabelvorm. Doel van het overzicht Op verzoek van het veld publiceren we de uitvalreductie wijzigingen in één overzichtelijk schema. Het kan voorkomen dat trajecten die naar de grouper worden gestuurd uitvallen, maar medisch inhoudelijk wel lijken te kloppen. Door middel van uitvalreductie bieden wij hiervoor een oplossing. De Rapportage Uitvalreductie biedt u inzicht in de wijzigingen die in dit kader zijn doorgevoerd in de voorliggende release. In deze rapportage zijn de wijzigingen in het kader van uitvalreductie gebundeld, als aanvullend overzicht bij het document Wijzigingen DBC-pakket. Ingangsdatum De Rapportage Uitvalreductie RZ16a is enkel van toepassing op subtrajecten gestart per 1 januari Vormen van uitvalreductie Er zijn twee categorieën uitvalreductie te onderscheiden: Type 1 Het toevoegen van een specifieke zorgactiviteit aan een bestaand knooppunt / bestaande uitvraag, zodat deze zorgactiviteit, vanzelfsprekend in combinatie met een passende diagnose en/of overige uitgevoerde zorgactiviteiten, zal afleiden naar een passend zorgproduct. Type 2 Het verwijderen van een specifieke zorgactiviteit uit een bestaand knooppunt / bestaande uitvraag. Dit speelt met name bij de knooppunten met als omschrijving standaarduitval. In enkele gevallen worden bepaalde zorgactiviteiten geregistreerd bij diagnosen en subtrajecten, die bij de ontwikkeling van de productstructuur niet voorzien waren. Deze zorgactiviteiten leiden tot ongewenste uitval. Door het verwijderen van de betreffende zorgactiviteit uit het knooppunt / uitvraag wordt dat subtraject afgeleid naar een passend zorgproduct, en belandt het niet meer in een uitvalproduct. Nederlandse Zorgautoriteit
205 Toelichting bij de kolommen Deze paragraaf legt uit wat elke kolom in de Rapportage Uitvalreductie betekent. Voor optimale interpretatie adviseren wij de zorgproductenviewer te raadplegen. De zorgproductenviewer geeft een visuele weergave van de situatie na de aanpassingen zoals omschreven in de Rapportage Uitvalreductie en is te raadplegen via zorgproductenviewer.nza.nl. Rapportage Uitvalreductie A: ZPG B: diagnosegroep C: knooppunt D: wijziging E: Zorgactiviteit F: omschrijving H: effect I: wijzigingsverzoek alle Oper middel toegevoegd Endoscopisch verwijderen of opheffen aandoening trachea en/of carina (zie voor open procedure). van uitval ( ) naar zorgproducten , , , Perceptieve Intensieve/ verwijderd Operatieve verwijdering van van uitval ( ) naar slechthorendheid invasieve gezwellen, corpora aliena en zorgproduct therapie dergelijke, uitgaande van of zich bevindende in dieper liggende structuren dan in code is omschreven Perceptieve Dag/ toegevoegd Operatieve verwijdering van van uitval ( ) naar slechthorendheid Diagnostisch/ gezwellen, corpora aliena en zorgproduct Therapeutisc dergelijke, uitgaande van of zich h licht/ Poli bevindende in dieper liggende >2/ Routine structuren dan in code is onderzoek >2 omschreven. Nederlandse Zorgautoriteit
206 A: ZPG B: diagnosegroep C: knooppunt D: wijziging E: Zorgactiviteit F: omschrijving H: effect I: wijzigingsverzoek alle Oper (zeer) toegevoegd Resectie aandoening trachea- en/of van uitval ( ) naar zwaar carina, open procedure (zie zorgproduct voor endoscopisch) alle Oper (zeer) toegevoegd Endoscopisch verwijderen of van uitval ( ) naar zwaar opheffen aandoening trachea en/of zorgproduct carina (zie voor open procedure) alle Ingreep toegevoegd Resectie aandoening trachea- en/of van uitval ( ) naar larynx carina, open procedure (zie zorgproduct voor endoscopisch) alle Ingreep toegevoegd Endoscopisch verwijderen of van uitval ( ) naar larynx opheffen aandoening trachea en/of zorgproduct carina (zie voor open procedure) Trauma hoofd/ Oper toegevoegd Endoscopisch verwijderen of van uitval ( ) naar aangezicht/ KNO aangezicht/ opheffen aandoening trachea en/of zorgproducten , keel (zeer) carina (zie voor open zwaar procedure) Trauma hoofd/ Oper neus toegevoegd Behandeling van grote diepe van uitval ( ) naar aangezicht/ KNO middel abcessen zoals mastitis of zorgproducten , pectoraal phlegmone, hand- en voetphlegmone, panaritium (uitsluitend met incisie en drainage), perianaal abces en peritonsillair abces. Nederlandse Zorgautoriteit
207 A: ZPG B: diagnosegroep C: knooppunt D: wijziging E: Zorgactiviteit F: omschrijving H: effect I: wijzigingsverzoek Diagnosen Correctie toegevoegd Operatieve verlenging van van uitval ( ) naar extremiteiten gemiddeld humerus. zorgproduct Diagnosen Correctie toegevoegd Operatieve verkorting van humerus. van uitval ( ) naar extremiteiten gemiddeld zorgproduct Diagnosen Correctie toegevoegd Operatieve verlenging van de van uitval ( ) naar extremiteiten gemiddeld onderarm (radius met ulna). zorgproduct Diagnosen Correctie toegevoegd Operatieve verkorting van de van uitval ( ) naar extremiteiten gemiddeld onderarm (radius met ulna). zorgproduct Diagnosen Correctie toegevoegd Repositie radiuskopje met van uitval ( ) naar extremiteiten gemiddeld osteotomie van ulna. zorgproduct Diagnosen Correctie toegevoegd Operatieve behandeling van van uitval ( ) naar extremiteiten gemiddeld pseudartrose tibia uitsluitend met zorgproduct osteosynthesemateriaal Diagnosen Correctie toegevoegd Operatieve behandeling van van uitval ( ) naar extremiteiten gemiddeld pseudartrose tibia met zorgproduct gevasculariseerd bottransplantaat van fibula Diagnosen Correctie toegevoegd Operatieve behandeling van van uitval ( ) naar extremiteiten gemiddeld pseudartrose tibia met botplastiek. zorgproduct Diagnosen Correctie toegevoegd Operatieve behandeling van van uitval ( ) naar extremiteiten gemiddeld pseudartrose tibia met zorgproduct spongiosaplastiek Diagnosen Correctie toegevoegd Operatieve behandeling van van uitval ( ) naar extremiteiten gemiddeld pseudartrose van fibula met zorgproduct spongiosaplastiek. Nederlandse Zorgautoriteit
208 A: ZPG B: diagnosegroep C: knooppunt D: wijziging E: Zorgactiviteit F: omschrijving H: effect I: wijzigingsverzoek Diagnosen Correctie toegevoegd Operatieve verkorting van het van uitval ( ) naar extremiteiten gemiddeld onderbeen (tibia met fibula). zorgproduct Diagnosen Correctie toegevoegd Operatieve verlenging van het van uitval ( ) naar extremiteiten gemiddeld onderbeen (tibia met fibula). zorgproduct alle Oper zeer toegevoegd Bilobectomie, open procedure (zie van uitval ( ) naar complex voor thoracoscopisch, zie zorgproducten , voor VATS procedure) alle Oper zeer toegevoegd Thoracoscopische bilobectomie (zie van uitval ( ) naar complex voor open procedure, zie zorgproducten , voor VATS procedure) alle Oper zeer toegevoegd Bilobectomie met behulp van video- van uitval ( ) naar complex assisted thoracic surgery (VATS, zorgproducten , zie voor thoracoscopisch, zie voor open procedure) alle Oper zeer complex toegevoegd Bilaterale resectie, midsternaal. van uitval ( ) naar zorgproducten , alle Oper zeer toegevoegd Thoracoscopische wigresectie (zie van uitval ( ) naar complex voor open procedure, zie zorgproducten , voor VATS procedure) alle Oper zeer toegevoegd Pleuro-pneumonectomie, open van uitval ( ) naar complex procedure. zorgproducten , alle Oper zeer toegevoegd Pneumonectomie, open procedure van uitval ( ) naar complex (zie voor thoracoscopisch, zorgproducten , zie voor VATS procedure). Nederlandse Zorgautoriteit
209 A: ZPG B: diagnosegroep C: knooppunt D: wijziging E: Zorgactiviteit F: omschrijving H: effect I: wijzigingsverzoek alle Oper zeer toegevoegd Thoracoscopische van uitval ( ) naar complex pneumonectomie (zie voor zorgproducten , open procedure, zie voor VATS procedure) alle Oper zeer toegevoegd Pneumonectomie met behulp van van uitval ( ) naar complex video-assisted thoracic surgery zorgproducten , (VATS, zie voor thoracoscopisch, zie voor open procedure) alle Oper complex toegevoegd Intrapulmonale drainage. van uitval ( ) naar zorgproducten , alle Oper complex toegevoegd Aanleggen pleuroperitoneale shunt. van uitval ( ) naar zorgproducten , alle Oper complex toegevoegd Decorticatie van de long, open procedure (zie voor thoracoscopisch, zie voor VATS procedure) alle Oper complex toegevoegd Thoracoscopische decorticatie van de long (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) alle Oper complex toegevoegd Decorticatie van de long met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor open procedure, zie voor thoracoscopisch). van uitval ( ) naar zorgproducten , van uitval ( ) naar zorgproducten , van uitval ( ) naar zorgproducten , Nederlandse Zorgautoriteit
210 A: ZPG B: diagnosegroep C: knooppunt D: wijziging E: Zorgactiviteit F: omschrijving H: effect I: wijzigingsverzoek alle Oper complex toegevoegd Pleurodese, open procedure (zie voor thoracoscopisch, zie voor VATS procedure) alle Oper complex toegevoegd Pleurodese, thoracoscopisch (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) alle Oper complex toegevoegd Pleurodese met behulp van videoassisted thoracic surgery (VATS, zie voor open procedure, zie voor thoracoscopisch). van uitval ( ) naar zorgproducten , van uitval ( ) naar zorgproducten , van uitval ( ) naar zorgproducten , alle Oper matig toegevoegd Open longbiopsie (zie voor van uitval ( ) naar complex endoscopische longbiopsie). zorgproducten , alle Oper matig toegevoegd Endoscopische longbiopsie (zie van uitval ( ) naar complex voor open longbiopsie). zorgproducten , alle Oper matig complex toegevoegd Mediastinotomie. van uitval ( ) naar zorgproducten , alle Oper matig toegevoegd Video-assisted thoracic surgery van uitval ( ) naar complex (VATS). zorgproducten , alle Oper matig complex alle Intensieve/ invasieve therapie toegevoegd Pleurabiopsie. van uitval ( ) naar zorgproducten , toegevoegd Pleurabiopsie. van uitval ( ) naar zorgproducten , alle Oper matig toegevoegd Rethoracotomie zonder van uitval ( ) naar complex extracorporale circulatie tijdens zorgproducten , dezelfde opname. Nederlandse Zorgautoriteit
211 A: ZPG B: diagnosegroep C: knooppunt D: wijziging E: Zorgactiviteit F: omschrijving H: effect I: wijzigingsverzoek alle Oper matig complex toegevoegd Mediastinoscopie. van uitval ( ) naar zorgproducten , alle Oper matig toegevoegd Diagnostische thoracoscopie, al van uitval ( ) naar complex dan niet met strengdoorbranding. zorgproducten , Nederlandse Zorgautoriteit
212 Bijlage 3: Overzicht wijzigingen in eindproducten In onderstaande tabel vindt u een overzicht van alle projecten en wijzigingsverzoeken referentienummers met de impact van die wijziging op tabellen en/of documenten in deze release. Deze tabel biedt u in één oogopslag een overzicht van de voor u relevante referentienummers (wijzigingen).u kunt in deze tabel bijvoorbeeld zien voor de tabel of het document dat u veel gebruikt, welke wijzigingen hier invloed op hebben per 1 januari 2016 en vervolgens de achtergrondinformatie van deze wijziging opzoeken in hoofdstuk 2 t/m 9 van dit document. NB: Achter enkele paragraaf- en referentienummers behorend bij hoofdstuk 6 staat in geen van de kolommen een kruisje. Dit betekent dat de afleiding in de productstructuur wel gewijzigd is, maar verder geen eindproducten worden geraakt door de betreffende wijziging. Ook bij de paragraaf- en referentienummers uit hoofdstuk 9 is niet in alle gevallen een eindproduct aangekruist, omdat de wijziging geen effect heeft op de hier genoemde eindproducten. ref.nr. BR NR RA ZA TT ZP ZPG WBMV ACT ARDT ARGT DCT ETL LLM RDZT X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X Nederlandse Zorgautoriteit
213 ref.nr. BR NR RA ZA TT ZP ZPG WBMV ACT ARDT ARGT DCT ETL LLM RDZT X X X X X X X X X X X X X X X 3.7 n.v.t. X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X Nederlandse Zorgautoriteit
214 ref.nr. BR NR RA ZA TT ZP ZPG WBMV ACT ARDT ARGT DCT ETL LLM RDZT X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X Nederlandse Zorgautoriteit
215 ref.nr. BR NR RA ZA TT ZP ZPG WBMV ACT ARDT ARGT DCT ETL LLM RDZT X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X Nederlandse Zorgautoriteit
216 ref.nr. BR NR RA ZA TT ZP ZPG WBMV ACT ARDT ARGT DCT ETL LLM RDZT X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X Nederlandse Zorgautoriteit
217 ref.nr. BR NR RA ZA TT ZP ZPG WBMV ACT ARDT ARGT DCT ETL LLM RDZT X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X n.v.t. X Nederlandse Zorgautoriteit
218 Bijlage 4: Overzicht wijzigingen per specialisme In onderstaande tabel vindt u een indicatie van de specialismen die geraakt worden per referentienummer (wijziging) in deze release. Bent u medisch specialist of werkt u voor één of meerdere specialismen? Dan krijgt u met deze tabel in één oogopslag een beeld van de voor u relevante referentienummers in dit document. In hoofdstuk 2 t/m 9 kunt u op basis van het referentienummer zoeken naar de achtergrond en detailinformatie van de wijziging of het project. NB: Wij willen benadrukken dat deze tabel een hulpmiddel is om u op weg te helpen bij de implementatie van de release, wij kunnen niet garanderen dat dit overzicht voor alle praktijksituaties volledig en juist is. Eerst geven we nog een overzicht van de specialismecodes in de tabel en de bijbehorende omschrijving: Specialismecodes en omschrijving Code Omschrijving Code Omschrijving 0301 Oogheelkunde 0327 Revalidatiegeneeskunde 0302 Keel-, neus- en oorheelkunde 0328 Cardio-pulmonale chirurgie 0303 Heelkunde 0330 Neurologie 0304 Plastische chirurgie 0335 Klinische geriatrie 0305 Orthopedie 0361 Radiotherapie 0306 Urologie 0362 Radiologie 0307 Gynaecologie 0386 Nucleaire geneeskunde 0308 Neurochirurgie 0388 Pathologie 0310 Dermatologie 0389 Anesthesiologie Nederlandse Zorgautoriteit
219 overstijgend Wijzigingen DBC-release RZ16a v Inwendige geneeskunde 0390 Klinische genetica 0316 Kindergeneeskunde 1100 Kaakchirurgie 0318 Gastro-enterologie (MDL) 1900 Audiologie 0320 Cardiologie 8418 Geriatrische revalidatiezorg 0322 Longgeneeskunde ref.nr X X X X X X X X X X X X X Nederlandse Zorgautoriteit
220 overstijgend Wijzigingen DBC-release RZ16a v ref.nr X X X X X X X X X X X 3.7 n.v.t. X X X X Nederlandse Zorgautoriteit
221 overstijgend Wijzigingen DBC-release RZ16a v ref.nr X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X Nederlandse Zorgautoriteit
222 overstijgend Wijzigingen DBC-release RZ16a v ref.nr X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X Nederlandse Zorgautoriteit
223 overstijgend Wijzigingen DBC-release RZ16a v ref.nr X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X Nederlandse Zorgautoriteit
224 overstijgend Wijzigingen DBC-release RZ16a v ref.nr X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X Nederlandse Zorgautoriteit
225 overstijgend Wijzigingen DBC-release RZ16a v ref.nr X X X X X X X X X X X X 9.2 n.v.t. X Nederlandse Zorgautoriteit
226 Bijlage 5: Wijzigingen in de productstructuur voor interventieradiologie per 2016 Per zorgactiviteit staat weergegeven in welke zorgproductgroepen deze een rol toebedeeld heeft gekregen in de productafleiding, naar welke (soort) DBC-zorgproducten deze zorgactiviteit kan afleiden en in welke groep (cluster) deze zorgactiviteit hiertoe is opgenomen. zorgactiviteit omschrijving zpg zorgproduct zorgproduct medische omschrijving cluster omschrijving Occlusie van een ongeruptureerd intracranieel aneurysma met behulp van coils Occlusie van een geruptureerd intracranieel aneurysma met behulp van coils Occlusie van een intracraniële vaatmalformatie met behulp van coils of lijm Occlusie van een intracraniële vaatmalformatie met behulp van coils of lijm Craniovasculaire neurointerventie met behulp van ballonocclusie Preventieve craniovasculaire neurointerventie met behulp van coil of lijm ivm de behandeling van e Neuro-interventie Hart/Vaat cerebrovasculair Neuro-interventie Neuro-interventie Hart/Vaat cerebrovasculair Neuro-interventie Neuro-interventie Hart/Vaat cerebrovasculair Neuro-interventie Interventie AV-malformatie Congenitaal overig Interventie AV-malformatie Neuro-interventie Hart/Vaat cerebrovasculair Neuro-interventie Neuro-interventie hoofd Nieuwv meningen/hersenen/zenuwstelsel Niet-electieve embolisatie van vaten Partus met complexe fluxusbehandeling OK Zwangersch/bevall/kraamb bevalling/compl Niet-electieve embolisatie van vaten Postnatale complicaties en/of nazorg na partus elders Complexe fluxusbehandeling OK Zwangersch/bevall/kraamb bevalling/compl Lokale injectie medicatie onder echo- alle diverse Door de indeling in het standaardcluster Overige of röntgengeleide. ingrepen zal hiervoor in de meeste gevallen een conservatief zorgproduct afgeleid worden "Ambulant middel/dag" of "Diagnostisch (zwaar)/therapeutisch licht". Neuro-interventie hoofd Complexe fluxusbehandeling OK Complexe fluxusbehandeling OK Overige ingrepen Nederlandse Zorgautoriteit
227 Inbrengen centrale lijn onder echo- of röntgengeleide Verwijderen corpus alienum onder röntgengeleide. alle diverse Door de indeling in het standaardcluster Overige ingrepen zal hiervoor in de meeste gevallen een conservatief zorgproduct afgeleid worden "Ambulant middel/dag" of "Diagnostisch (zwaar)/therapeutisch licht". alle diverse Door de indeling in het standaardcluster Overige ingrepen zal hiervoor in de meeste gevallen een conservatief zorgproduct afgeleid worden "Ambulant middel/dag" of "Diagnostisch (zwaar)/therapeutisch licht" RF-ablatie aandoening Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper laparoscopisch zeer zwaar/ - middel/ RF-ablatie Zonder lymfklieroperatie Zonder VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg RF-ablatie aandoening Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper laparoscopisch zeer zwaar/ - middel/ RF-ablatie Zonder lymfklieroperatie Met VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg RF-ablatie aandoening Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper laparoscopisch zeer zwaar/ - middel/ RF-ablatie Met lymfklieroperatie Zonder VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg RF-ablatie aandoening Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper laparoscopisch zeer zwaar/ - middel/ RF-ablatie Met lymfklieroperatie Met VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg RF-ablatie aandoening Overige maligniteit abdomen Oper galblaas/ pancreas/ lever (zeer) zwaar Met VPLD >28 Nieuwv maligne spijsvertering RF-ablatie aandoening Overige maligniteit abdomen Oper galblaas/ pancreas/ lever (zeer) zwaar Zonder VPLD/ Met VPLD 1-28 Nieuwv maligne spijsvertering RF-ablatie aandoening Oper bot middel Nieuwv maligne bot/kraakb/weke delen RF-ablatie aandoening Oper bot/ gewricht middel Nieuwv benigne/onbek ov/nno Overige ingrepen Overige ingrepen RF-ablatie aandoening. RF-ablatie aandoening. RF-ablatie aandoening. RF-ablatie aandoening. Oper galblaas/pancreas/lever (zeer) zwaar Oper galblaas/pancreas/lever (zeer) zwaar Oper bot middel Operaties bot/gewricht middel Nederlandse Zorgautoriteit
228 RF-ablatie aandoening Cardiologie Ambulant middel Hart/Vaat hypertensie Sympathectomie periarterieel RF-ablatie aandoening Diagnostisch (zwaar)/ Therapeutisch licht Hart/Vaat hypertensie Sympathectomie periarterieel RF-ablatie aandoening COPD - Longgeneeskunde Ther bronchoscopie zwaar/ plaatsen stent -/ RF-ablatie zonder scopie Met plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Ademh Ther bronchoscopie zwaar/ plaatsen stent -/ RF-ablatie zonder scopie ond luchtw chron RF-ablatie aandoening COPD - Longgeneeskunde Ther bronchoscopie zwaar/ RF-ablatie zonder scopie Zonder plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Ademh ond luchtw Ther bronchoscopie zwaar/ plaatsen stent -/ RF-ablatie zonder scopie chron RF-ablatie aandoening Astma Ther bronchoscopie zwaar/ plaatsen stent -/ RF-ablatie zonder scopie Met plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Ademh ond luchtw Ther bronchoscopie zwaar/ plaatsen stent -/ RF-ablatie zonder scopie chron RF-ablatie aandoening Astma Ther bronchoscopie zwaar/ RF-ablatie zonder scopie Zonder plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Ademh ond luchtw chron Ther bronchoscopie zwaar/ plaatsen stent -/ RF-ablatie zonder scopie RF-ablatie aandoening Ov chron aandoeningen Ther bronchoscopie zwaar/ plaatsen stent -/ RF-ablatie zonder scopie Met plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Ademh Ther bronchoscopie zwaar/ plaatsen stent -/ RF-ablatie zonder scopie ond luchtw chron RF-ablatie aandoening Ov chron aandoeningen Ther bronchoscopie zwaar/ RF-ablatie zonder scopie Zonder plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Ademh ond luchtw Ther bronchoscopie zwaar/ plaatsen stent -/ RF-ablatie zonder scopie chron RF-ablatie aandoening Proctologie Oper tract digest zwaar Met endoluminale scopie in operatief traject Met Oper tractus digestivus zwaar/middel VPLD >28 Spijsvertering overig RF-ablatie aandoening Proctologie Oper tract digest zwaar Met endoluminale scopie in operatief traject Met Oper tractus digestivus zwaar/middel VPLD 1-28 Spijsvertering overig RF-ablatie aandoening Proctologie Oper tract digest zwaar Met endoluminale scopie in operatief traject Zonder VPLD Spijsvertering overig Oper tractus digestivus zwaar/middel Nederlandse Zorgautoriteit
229 RF-ablatie aandoening Proctologie Oper tract digest zwaar Zonder endoluminale scopie in operatief traject Met VPLD >28 Spijsvertering overig RF-ablatie aandoening Proctologie Oper tract digest zwaar Zonder endoluminale scopie in operatief traject Met VPLD 1-28 Spijsvertering overig RF-ablatie aandoening Proctologie Oper tract digest zwaar Zonder endoluminale scopie in operatief traject Zonder VPLD Spijsvertering overig RF-ablatie aandoening Ov aandoeningen spijsverteringsst Oper tract digest zwaar Met endoluminale scopie in operatief traject Met VPLD >28 Spijsvertering overig RF-ablatie aandoening Ov aandoeningen spijsverteringsst Oper tract digest zwaar Met endoluminale scopie in operatief traject Met VPLD 1-28 Spijsvertering overig RF-ablatie aandoening Ov aandoeningen spijsverteringsst Oper tract digest zwaar Met endoluminale scopie in operatief traject Zonder VPLD Spijsvertering overig RF-ablatie aandoening Ov aandoeningen spijsverteringsst Oper tract digest zwaar Zonder endoluminale scopie in operatief traject Met VPLD >28 Spijsvertering overig RF-ablatie aandoening Ov aandoeningen spijsverteringsst Oper tract digest zwaar Zonder endoluminale scopie in operatief traject Met VPLD 1-28 Spijsvertering overig RF-ablatie aandoening Ov aandoeningen spijsverteringsst Oper tract digest zwaar Zonder endoluminale scopie in operatief traject Zonder VPLD Spijsvertering overig RF-ablatie aandoening GE activiteiten complex Niet klin/ Klin 1-2 Spijsvertering slokdarm/maag/duodenum Oper tractus digestivus zwaar/middel Oper tractus digestivus zwaar/middel Oper tractus digestivus zwaar/middel Oper tractus digestivus zwaar/middel Oper tractus digestivus zwaar/middel Oper tractus digestivus zwaar/middel Oper tractus digestivus zwaar/middel Oper tractus digestivus zwaar/middel Oper tractus digestivus zwaar/middel RF ablatie als onderdeel van GE complex Nederlandse Zorgautoriteit
230 RF-ablatie aandoening GE activiteiten complex Klin >2 Spijsvertering slokdarm/maag/duodenum Radioembolisatie met Yttrium Overige maligniteit abdomen Oper galblaas/ pancreas/ lever (zeer) zwaar Met VPLD >28 Nieuwv maligne spijsvertering Radioembolisatie met Yttrium Overige maligniteit abdomen Oper galblaas/ pancreas/ lever (zeer) zwaar Zonder VPLD/ Met VPLD 1-28 Nieuwv maligne spijsvertering Percutane transluminale angioplastiek Ther bronchoscopie met lasercoagulatie/ PTA/ (PTA) stenose van de andere nietcoronaire Embolisatie vaten/ plaatsen stent zonder scopie vaten (zie Met plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Nieuwv maligne ademh/intrathor org Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere nietcoronaire vaten (zie Ther bronchoscopie met lasercoagulatie/ PTA/ Embolisatie vaten Zonder plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Nieuwv maligne ademh/intrathor org Neuro-interventie hoofd Nieuwv meningen/hersenen/zenuwstelsel PAOD Oper perifere vaten zeer zwaar/ vaatprothese/ -stent Zonder VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Ov aandoeningen arterien Oper perifere vaten zeer zwaar Zonder VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Ov aandoeningen arterien Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair PAOD 2/ PAOD arm Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair PAOD 3 Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair RF ablatie als onderdeel van GE complex Oper galblaas/pancreas/lever (zeer) zwaar Oper galblaas/pancreas/lever (zeer) zwaar Ther bronchoscopie met lasercoagulatie/ PTA/ Embolisatie vaten Ther bronchoscopie met lasercoagulatie/ PTA/ Embolisatie vaten Neuro-interventie hoofd Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Nederlandse Zorgautoriteit
231 Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie PAOD 4 Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Aandoening vene/ lymfvat/ -klier (excl varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie) Operatieve behandeling diep veneus vaatlijden middel Hart/Vaat vene/lymfvat/lymfklier Oper perifere vaten zeer zwaar Operaties diep veneus middel Neuro-interventie Hart/Vaat cerebrovasculair Neuro-interventie Ov aandoeningen spijsverteringsst GE activiteiten complex Klin >2 Spijsvertering overig Ov aandoeningen spijsverteringsst GE activiteiten complex Niet klin/ Klin 1-2 Spijsvertering overig PTA (119499) PTA (119499) Interventie AV-malformatie Congenitaal overig Interventie AV-malformatie Ther bronchoscopie met lasercoagulatie/ PTA/ Embolisatie vaten/ plaatsen stent zonder scopie Met plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Nieuwv maligne ademh/intrathor org Ther bronchoscopie met lasercoagulatie/ PTA/ Embolisatie vaten Zonder plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Nieuwv maligne ademh/intrathor org Neuro-interventie hoofd Nieuwv meningen/hersenen/zenuwstelsel PAOD Oper perifere vaten zeer zwaar/ vaatprothese/ -stent Zonder VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Ov aandoeningen arterien Oper perifere vaten zeer zwaar Zonder VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Ther bronchoscopie met lasercoagulatie/ PTA/ Embolisatie vaten Ther bronchoscopie met lasercoagulatie/ PTA/ Embolisatie vaten Neuro-interventie hoofd Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Nederlandse Zorgautoriteit
232 Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere nietcoronaire vaten (zie Ov aandoeningen arterien Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair PAOD 2/ PAOD arm Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair PAOD 3 Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair PAOD 4 Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Aandoening vene/ lymfvat/ -klier (excl varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie) Operatieve behandeling diep veneus vaatlijden middel Hart/Vaat vene/lymfvat/lymfklier Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Operaties diep veneus middel Neuro-interventie Hart/Vaat cerebrovasculair Neuro-interventie Ov aandoeningen spijsverteringsst GE activiteiten complex Klin >2 Spijsvertering overig Ov aandoeningen spijsverteringsst GE activiteiten complex Niet klin/ Klin 1-2 Spijsvertering overig PTA (119499) PTA (119499) Interventie AV-malformatie Congenitaal overig Interventie AV-malformatie Mechanische trombectomie Neuro-interventie hoofd Nieuwv meningen/hersenen/zenuwstelsel Mechanische trombectomie PAOD Oper perifere vaten zeer zwaar/ vaatprothese/ -stent Zonder VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Mechanische trombectomie Ov aandoeningen arterien Oper perifere vaten zeer zwaar Zonder VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Neuro-interventie hoofd Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Nederlandse Zorgautoriteit
233 Mechanische trombectomie Ov aandoeningen arterien Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Mechanische trombectomie PAOD 2/ PAOD arm Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Mechanische trombectomie PAOD 3 Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Mechanische trombectomie PAOD 4 Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Mechanische trombectomie Aandoening vene/ lymfvat/ -klier (excl varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie) Operatieve behandeling diep veneus vaatlijden licht Hart/Vaat vene/lymfvat/lymfklier Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Operaties diep veneus licht Mechanische trombectomie Neuro-interventie Hart/Vaat cerebrovasculair Neuro-interventie Mechanische trombectomie Pomp/ shunt/ port-a-cath Oper zwaar Zonder Oper zwaar VPLD Urogenitaal nierinsufficientie Mechanische trombectomie Pomp/ shunt/ port-a-cath Oper zwaar Met VPLD Oper zwaar Urogenitaal nierinsufficientie Mechanische trombectomie Congenitaal/ overig Oper matig complex Zonder Oper matig complex VPLD Kinderchirurgie Mechanische trombectomie Congenitaal/ overig Oper matig complex Met Oper matig complex VPLD Kinderchirurgie Embolisatie van vaten Oper middel Nieuwv maligne mamma Oper middel Embolisatie van vaten Maligniteit cervix Oper groep 1 Met VPLD Nieuwv maligne gesl org vrouw Embolisatie van vaten Maligniteit cervix Oper groep 1 Zonder VPLD Nieuwv maligne gesl org vrouw Embolisatie van vaten Maligniteit overig Oper groep 1 Met VPLD Nieuwv maligne gesl org vrouw Embolisatie van vaten Maligniteit overig Oper groep 1 Zonder VPLD Nieuwv maligne gesl org vrouw Embolisatie van vaten Prostaatmaligniteit Oper endoscopisch Zonder VPLD Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Oper groep 1 Oper groep 1 Oper groep 1 Oper groep 1 Oper endoscopisch Nederlandse Zorgautoriteit
234 Embolisatie van vaten Prostaatmaligniteit Oper endoscopisch Met VPLD Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Embolisatie van vaten Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper endoscopisch Zonder VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg Embolisatie van vaten Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper endoscopisch Met VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg Embolisatie van vaten Blaascarcinoom Oper endoscopisch Nieuwv maligne nier/urineweg Embolisatie van vaten Benigne intestinum GE activiteiten complex Klin >2 Nieuwv benigne spijsvert/gr speekselkl Embolisatie van vaten Benigne intestinum GE activiteiten complex Niet klin/ Klin 1-2 Nieuwv benigne spijsvert/gr speekselkl Embolisatie van vaten Benigne levertumor GE activiteiten complex Nieuwv benigne spijsvert/gr speekselkl Embolisatie van vaten Ther bronchoscopie met lasercoagulatie/ PTA/ Embolisatie vaten/ plaatsen stent zonder scopie Met plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Nieuwv maligne ademh/intrathor org Embolisatie van vaten Ther bronchoscopie met lasercoagulatie/ PTA/ Embolisatie vaten Zonder plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Nieuwv maligne ademh/intrathor org Embolisatie van vaten Colorectale maligniteit GE activiteiten complex Niet klin/ Klin 1-2 Nieuwv maligne spijsvertering Embolisatie van vaten Colorectale maligniteit GE activiteiten complex Klin >2 Nieuwv maligne spijsvertering Embolisatie van vaten Maligniteit slokdarm/ cardia GE activiteiten complex Klin >2 Nieuwv maligne spijsvertering Embolisatie van vaten Maligniteit slokdarm/ cardia GE activiteiten complex Niet klin/ Klin 1-2 Nieuwv maligne spijsvertering Embolisatie van vaten Maligniteit maag (excl cardia) GE activiteiten complex Klin >2 Nieuwv maligne spijsvertering Oper endoscopisch Oper endoscopisch Oper endoscopisch Oper endoscopisch Embolisatie van vaten. Embolisatie van vaten. Embolisatie van vaten. Ther bronchoscopie met lasercoagulatie/ PTA/ Embolisatie vaten Ther bronchoscopie met lasercoagulatie/ PTA/ Embolisatie vaten Embolisatie van vaten. Embolisatie van vaten. Embolisatie van vaten. Embolisatie van vaten. Embolisatie van vaten. Nederlandse Zorgautoriteit
235 Embolisatie van vaten Maligniteit maag (excl cardia) GE activiteiten complex Niet klin/ Klin 1-2 Nieuwv maligne spijsvertering Embolisatie van vaten Overige maligniteit abdomen GE activiteiten complex Klin >2 Nieuwv maligne spijsvertering Embolisatie van vaten Overige maligniteit abdomen GE activiteiten complex Niet klin/ Klin 1-2 Nieuwv maligne spijsvertering Embolisatie van vaten Oper middel zonder reconstructie/ Reconstructie Zonder VPLD Nieuwv maligne lip/mond- /keelholte/hals Embolisatie van vaten Oper middel zonder reconstructie/ Reconstructie Met VPLD Nieuwv maligne lip/mond- /keelholte/hals Embolisatie van vaten Oper middel Met reconstructie Zonder VPLD Nieuwv maligne lip/mond-/keelholte/hals Embolisatie van vaten Oper middel Met reconstructie Met VPLD Nieuwv maligne lip/mond-/keelholte/hals Embolisatie van vaten Oper bot middel Nieuwv maligne bot/kraakb/weke delen Embolisatie van vaten Neuro-interventie hoofd Nieuwv meningen/hersenen/zenuwstelsel Embolisatie van vaten Oper bot/ gewricht middel Nieuwv benigne/onbek ov/nno Embolisatie van vaten PAOD Oper perifere vaten zeer zwaar/ vaatprothese/ -stent Zonder VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Embolisatie van vaten Ov aandoeningen arterien Oper perifere vaten zeer zwaar Zonder VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Embolisatie van vaten Ov aandoeningen arterien Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Embolisatie van vaten PAOD 2/ PAOD arm Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Embolisatie van vaten. Embolisatie van vaten. Embolisatie van vaten. Oper middel Oper middel Oper middel Oper middel Oper bot middel Neuro-interventie hoofd Operaties bot/gewricht middel Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Nederlandse Zorgautoriteit
236 Embolisatie van vaten PAOD 3 Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Oper perifere vaten zeer zwaar Embolisatie van vaten PAOD 4 Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Oper perifere vaten zeer zwaar Embolisatie van vaten Aandoening vene/ lymfvat/ -klier (excl varices/ Operaties diep veneus licht chronische oppervlakkige veneuze pathologie) Operatieve behandeling diep veneus vaatlijden licht Hart/Vaat vene/lymfvat/lymfklier Embolisatie van vaten Ther bronchoscopie zwaar/ embolisatie vaten/ plaatsen stent zonder scopie Met plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Ademh overig Ther bronchoscopie zwaar/ embolisatie vaten/ plaatsen stent zonder scopie Embolisatie van vaten Ther bronchoscopie zwaar/ embolisatie vaten Zonder plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Ademh overig Ther bronchoscopie zwaar/ embolisatie vaten/ plaatsen stent zonder scopie Embolisatie van vaten Oper mamma middel Urogenitaal mamma Oper mamma middel Embolisatie van vaten Ontstekingsprocessen vrouwelijke organen in Oper groep 2 cd bekken Oper groep 2 Urogenitaal vrouwelijk org Embolisatie van vaten Uterus en adnex Oper groep 2 Urogenitaal Oper groep 2 cd vrouwelijk org Embolisatie van vaten Impotentie/ Sexuele dysfunctie Open oper licht Oper open licht Urogenitaal gesl org man Embolisatie van vaten Oper open licht Urogenitaal gesl org man Oper open licht Embolisatie van vaten LUTS Oper endoscopisch Urogenitaal Oper endoscopisch (1) prostaat/prolaps/overig Embolisatie van vaten BPH Oper endoscopisch Urogenitaal Oper endoscopisch (1) prostaat/prolaps/overig Embolisatie van vaten Urethra-/ Overige urologische aandoeningen Oper endoscopisch (1) Oper endoscopisch Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Embolisatie van vaten Interventie AV-malformatie Congenitaal overig Interventie AV-malformatie Embolisatie van vaten Congenitaal/ overig Oper matig complex Zonder Oper matig complex VPLD Kinderchirurgie Embolisatie van vaten Congenitaal/ overig Oper matig complex Met VPLD Kinderchirurgie Oper matig complex Nederlandse Zorgautoriteit
237 Trombolyse met b.v. urokinase PAOD Diagnostisch (zwaar)/ Therapeutisch licht Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Trombolyse met b.v. urokinase Arteriele vaatafw/ stenose Diagnostisch (zwaar)/ Therapeutisch licht Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Trombolyse met b.v. urokinase Diabetische voet Diagnostisch (zwaar)/ Therapeutisch licht Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Trombolyse met b.v. urokinase Ov aandoeningen arterien Diagnostisch (zwaar)/ Therapeutisch licht Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Trombolyse met b.v. urokinase Ov aandoeningen arterien Inwendige geneeskunde/ Reumatologie Diagnostisch (zwaar)/ Therapeutisch licht Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Trombolyse met b.v. urokinase Aandoening vene/ lymfvat/ -klier (excl varices/ chronische oppervlakkige veneuze pathologie) Operatieve behandeling diep veneus vaatlijden middel Hart/Vaat vene/lymfvat/lymfklier Trombolyse met b.v. urokinase CVA niet bloedig/ TIA/ ov cerebr aand Inbrengen trombolytica Klin kort Zonder KNF Hart/Vaat cerebrovasculair Trombolyse met b.v. urokinase CVA niet bloedig/ TIA/ ov cerebr aand Inbrengen trombolytica Klin kort Met KNF Hart/Vaat cerebrovasculair Trombolyse met b.v. urokinase CVA niet bloedig/ TIA/ ov cerebr aand Inbrengen trombolytica Klin (zeer) lang Zonder KNF Hart/Vaat cerebrovasculair Trombolyse met b.v. urokinase CVA niet bloedig/ TIA/ ov cerebr aand Inbrengen trombolytica Klin (zeer) lang Met KNF Hart/Vaat cerebrovasculair Trombolyse met b.v. urokinase CVA niet bloedig/ TIA/ ov cerebr aand Inbrengen trombolytica Klin middel Zonder KNF Hart/Vaat cerebrovasculair Trombolyse met b.v. urokinase. Trombolyse met b.v. urokinase. Trombolyse met b.v. urokinase. Trombolyse met b.v. urokinase. Trombolyse met b.v. urokinase. Operaties diep veneus middel Inbrengen trombolytica Inbrengen trombolytica Inbrengen trombolytica Inbrengen trombolytica Inbrengen trombolytica Nederlandse Zorgautoriteit
238 Trombolyse met b.v. urokinase CVA niet bloedig/ TIA/ ov cerebr aand Inbrengen trombolytica Klin middel Met KNF Hart/Vaat cerebrovasculair Trombolyse met b.v. urokinase Pomp/ shunt/ port-a-cath Therapeutisch licht Urogenitaal nierinsufficientie Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, Prostaatmaligniteit Oper endoscopisch Zonder enteraal, galwegen, traanwegen). VPLD Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, Prostaatmaligniteit Oper endoscopisch Met enteraal, galwegen, traanwegen). VPLD Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper endoscopisch Zonder VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper endoscopisch Met VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg Blaascarcinoom Oper endoscopisch Nieuwv maligne nier/urineweg Ther bronchoscopie met lasercoagulatie/ PTA/ Embolisatie vaten/ plaatsen stent zonder scopie Met plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Nieuwv maligne ademh/intrathor org Neuro-interventie hoofd Nieuwv meningen/hersenen/zenuwstelsel PAOD Oper perifere vaten zeer zwaar/ vaatprothese/ -stent Zonder VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Ov aandoeningen arterien Oper perifere vaten zeer zwaar Zonder VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Ov aandoeningen arterien Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair PAOD 2/ PAOD arm Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Inbrengen trombolytica Trombolyse met b.v. urokinase. Oper endoscopisch Oper endoscopisch Oper endoscopisch Oper endoscopisch Oper endoscopisch Bronchiale/pulmonale stent Neuro-interventie hoofd Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Oper perifere vaten zeer zwaar Nederlandse Zorgautoriteit
239 Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) PAOD 3 Oper perifere vaten zeer zwaar Met VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair Oper perifere vaten zeer zwaar PAOD 4 Oper perifere vaten zeer zwaar Met Oper perifere vaten zeer VPLD Hart/Vaat arterie/arteriole/capillair zwaar Aandoening vene/ lymfvat/ -klier (excl varices/ Operaties diep veneus chronische oppervlakkige veneuze pathologie) middel Operatieve behandeling diep veneus vaatlijden middel Hart/Vaat vene/lymfvat/lymfklier Neuro-interventie Hart/Vaat cerebrovasculair Neuro-interventie COPD - Longgeneeskunde Ther bronchoscopie zwaar/ plaatsen stent -/ RF-ablatie zonder scopie Met plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Ademh ond luchtw chron Bronchiale/pulmonale stent Astma Ther bronchoscopie zwaar/ plaatsen stent Bronchiale/pulmonale stent -/ RF-ablatie zonder scopie Met plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Ademh ond luchtw chron Ov chron aandoeningen Ther bronchoscopie Bronchiale/pulmonale stent zwaar/ plaatsen stent -/ RF-ablatie zonder scopie Met plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Ademh ond luchtw chron Ther bronchoscopie zwaar/ embolisatie vaten/ Bronchiale/pulmonale stent plaatsen stent zonder scopie Met plaatsen bronchiale/ pulmonale stent Ademh overig Oper endoscopisch Urogenitaal stenen Oper endoscopisch Ureteraandoeningen Oper endoscopisch Zonder VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Oper endoscopisch Ureteraandoeningen Oper endoscopisch Met Oper endoscopisch VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Nieraandoeningen Oper endoscopisch Zonder Oper endoscopisch VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Nieraandoeningen Oper endoscopisch Met Oper endoscopisch VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Nederlandse Zorgautoriteit
240 Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) LUTS Oper endoscopisch Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Oper endoscopisch (2) BPH Oper endoscopisch Urogenitaal Oper endoscopisch (2) prostaat/prolaps/overig Urethra-/ Overige urologische aandoeningen Oper endoscopisch (2) Oper endoscopisch Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Congenitaal/ overig Oper matig complex Zonder Oper matig complex VPLD Kinderchirurgie Congenitaal/ overig Oper matig complex Met Oper matig complex VPLD Kinderchirurgie diverse diverse Deze zorgactiviteit is typerend voor "GE activiteiten GE activiteiten complex (28899, complex" zorgproducten 29199, 49999, , , , , ) Neuro-interventie Hart/Vaat cerebrovasculair Neuro-interventie Neurovasculaire coiling cerebraal aneurysma Retrograde dacryocystoplastiek (DCP, Oper traanweg Oog ooglid/traanapparaat/orbita Oper traanweg ballonkatheterdilatatie) zonder plaatsen tijdelijke stent, in Retrograde dacryocystoplastiek (DCP, Septumafwijkingen Oper overig neus middel ballonkatheterdilatatie) zonder Ademh bov luchtw overig plaatsen tijdelijke stent, in Retrograde dacryocystoplastiek (DCP, Sinusitis Oper overig middel Ademh bov luchtw ballonkatheterdilatatie) zonder overig plaatsen tijdelijke stent, in Retrograde dacryocystoplastiek (DCP, Cong neusafw/ reuk-/ smaakstoornis Oper overig ballonkatheterdilatatie) zonder neus middel Ademh bov luchtw overig plaatsen tijdelijke stent, in Percutane vertebroplastiek Lage rugklachten Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Oper overig (neus) middel Oper overig (neus) middel Oper overig (neus) middel Pijnbestrijding zwaar Nederlandse Zorgautoriteit
241 Percutane vertebroplastiek Maligniteit Pijnbestrijding zwaar Zonder VPLD Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Percutane vertebroplastiek Maligniteit Pijnbestrijding zwaar Met VPLD Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Percutane vertebroplastiek Mechanische pijn (incl wervelkolom excl lage rugklachten) Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Percutane vertebroplastiek Neurogene pijn (incl wervelkolom excl lage rugklachten) Pijnbestrijding zwaar Zonder VPLD Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Percutane vertebroplastiek Neurogene pijn (incl wervelkolom excl lage rugklachten) Pijnbestrijding zwaar Met VPLD Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Percutane vertebroplastiek Chronische pijn (incl wervelkolom excl lage rugklachten) Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Percutane vertebroplastiek CRPS Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Percutane vertebroplastiek Aangezichtspijn Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Percutane vertebroplastiek Viscerale pijn Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Percutane vertebroplastiek Pijn overig Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Percutane vertebroplastiek. diverse diverse Deze zorgactiviteit is typerend voor "Oper (19999, wervelkolom middel wo HNP / 29399, laminectomie"zorgproducten 29799, 29999, , , , , ) Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Oper wervelkolom middel wo HNP / laminectomie Nederlandse Zorgautoriteit
242 Ballon kyphoplastiek (BKP) Lage rugklachten Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Ballon kyphoplastiek (BKP) Maligniteit Pijnbestrijding zwaar Zonder VPLD Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Ballon kyphoplastiek (BKP) Maligniteit Pijnbestrijding zwaar Met VPLD Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Ballon kyphoplastiek (BKP) Mechanische pijn (incl wervelkolom excl lage rugklachten) Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Ballon kyphoplastiek (BKP) Neurogene pijn (incl wervelkolom excl lage rugklachten) Pijnbestrijding zwaar Zonder VPLD Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Ballon kyphoplastiek (BKP) Neurogene pijn (incl wervelkolom excl lage rugklachten) Pijnbestrijding zwaar Met VPLD Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Ballon kyphoplastiek (BKP) Chronische pijn (incl wervelkolom excl lage rugklachten) Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Ballon kyphoplastiek (BKP) CRPS Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Ballon kyphoplastiek (BKP) Aangezichtspijn Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Ballon kyphoplastiek (BKP) Viscerale pijn Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Ballon kyphoplastiek (BKP) Pijn overig Pijnbestrijding zwaar Anesthesiologie/ Pijnbestrijding Ballon kyphoplastiek (BKP). diverse diverse Deze zorgactiviteit is typerend voor "Oper (29399, wervelkolom middelzwaar wo recidief 29799, HNP"producten 29999, , , ) Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Pijnbestrijding zwaar Oper wervelkolom middelzwaar wo recidief HNP Nederlandse Zorgautoriteit
243 Percutane laser discusdecompressie (PLDD). diverse (19999, 29399, 29799, 29999, , , , , ) diverse Deze zorgactiviteit is typerend voor "Oper wervelkolom middel wo HNP / laminectomie"zorgproducten Oper wervelkolom middel wo HNP / laminectomie Percutane gastro- of jejunostomie, de verrichting omvat de punctie, catheterisatie en inbrengen va Percutane gastro- of jejunostomie, de verrichting omvat de punctie, catheterisatie en inbrengen va Percutane gastro- of jejunostomie, de verrichting omvat de punctie, catheterisatie en inbrengen va Drainageprocedure galblaas of galwegen, met CT Drainageprocedure galblaas of galwegen, met CT Drainageprocedure galblaas of galwegen, met CT Congenitaal/ overig Oper matig complex Zonder VPLD Kinderchirurgie Congenitaal/ overig Oper matig complex Met VPLD Kinderchirurgie diverse (28899, 29199, , , ) diverse Deze zorgactiviteit is typerend voor "GE activiteiten eenvoudig" zorgproducten Congenitaal/ overig Oper complex Zonder VPLD Kinderchirurgie Congenitaal/ overig Oper complex Met VPLD Kinderchirurgie diverse diverse Deze zorgactiviteit is typerend voor "GE activiteiten (28899, complex" zorgproducten 29199, 49999, , , , , ) Oper matig complex Oper matig complex GE activiteiten eenvoudig Oper complex Oper complex GE activiteiten complex Nederlandse Zorgautoriteit
244 Drainageprocedure galblaas of galwegen, met röntgen Drainageprocedure galblaas of galwegen, met röntgen Drainageprocedure galblaas of galwegen, met röntgen Drainageprocedure galblaas of galwegen, met echografie Drainageprocedure galblaas of galwegen, met echografie Drainageprocedure galblaas of galwegen, met echografie Drainwissel na galblaas- of galwegdrainage Drainwissel na galblaas- of galwegdrainage Drainwissel na galblaas- of galwegdrainage Congenitaal/ overig Oper complex Zonder VPLD Kinderchirurgie Congenitaal/ overig Oper complex Met VPLD Kinderchirurgie diverse diverse Deze zorgactiviteit is typerend voor "GE activiteiten (28899, complex" zorgproducten 29199, 49999, , , , , ) Congenitaal/ overig Oper complex Zonder VPLD Kinderchirurgie Congenitaal/ overig Oper complex Met VPLD Kinderchirurgie diverse (28899, 29199, 49999, , , , , ) diverse Deze zorgactiviteit is typerend voor "GE activiteiten complex" zorgproducten Congenitaal/ overig Oper laag complex Zonder VPLD Kinderchirurgie Congenitaal/ overig Oper laag complex Met VPLD Kinderchirurgie diverse diverse Deze zorgactiviteit is typerend voor "GE activiteiten (28899, eenvoudig" zorgproducten 29199, , , ) Oper complex Oper complex GE activiteiten complex Oper complex Oper complex GE activiteiten complex Oper laag complex Oper laag complex GE activiteiten eenvoudig Nederlandse Zorgautoriteit
245 Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Prostaatmaligniteit Overig instrumenteel/ (Invasieve) Diagnostiek Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Maligniteit mannelijke geslachtsorganen Ambulant middel/ Dag Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper endoscopisch Zonder VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper endoscopisch Met VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg Blaascarcinoom Oper endoscopisch Nieuwv maligne nier/urineweg Overig instrumenteel Overig instrumenteel Oper endoscopisch Oper endoscopisch Oper endoscopisch Ov ingrepen specifiek Urogenitaal stenen Ov instrumenteel Ureteraandoeningen Oper endoscopisch Zonder VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Ureteraandoeningen Oper endoscopisch Met VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Nieraandoeningen Oper endoscopisch Zonder VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Nieraandoeningen Oper endoscopisch Met VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter LUTS Oper licht 1-3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig LUTS Oper licht >3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Oper endoscopisch Oper endoscopisch Oper endoscopisch Oper endoscopisch Oper licht Oper licht Nederlandse Zorgautoriteit
246 Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverw Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT BPH Oper licht 1-3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig BPH Oper licht >3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Urethra-/ Overige urologische aandoeningen Oper licht 1-3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Urethra-/ Overige urologische aandoeningen Oper licht >3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Man Oper licht 1-3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Man Oper licht >3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Vrouw Oper licht 1-3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Vrouw Oper licht >3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Congenitaal/ overig Oper laag complex Zonder VPLD Kinderchirurgie Congenitaal/ overig Oper laag complex Met VPLD Kinderchirurgie Prostaatmaligniteit Overig instrumenteel/ (Invasieve) Diagnostiek Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Maligniteit mannelijke geslachtsorganen Ambulant middel/ Dag Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Oper licht Oper licht Oper licht Oper licht Oper licht Oper licht Oper licht Oper licht Oper laag complex Oper laag complex Overig instrumenteel Overig instrumenteel Nederlandse Zorgautoriteit
247 Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper endoscopisch Zonder VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg Oper endoscopisch Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper Oper endoscopisch endoscopisch Met VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg Blaascarcinoom Oper endoscopisch Nieuwv Oper endoscopisch maligne nier/urineweg Ov ingrepen specifiek Urogenitaal stenen Ov instrumenteel Ureteraandoeningen Oper endoscopisch Zonder VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Oper endoscopisch Ureteraandoeningen Oper endoscopisch Met Oper endoscopisch VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Nieraandoeningen Oper endoscopisch Zonder Oper endoscopisch VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Nieraandoeningen Oper endoscopisch Met Oper endoscopisch VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter LUTS Oper licht 1-3 Urogenitaal Oper licht prostaat/prolaps/overig LUTS Oper licht >3 Urogenitaal Oper licht prostaat/prolaps/overig BPH Oper licht 1-3 Urogenitaal Oper licht prostaat/prolaps/overig BPH Oper licht >3 Urogenitaal Oper licht prostaat/prolaps/overig Urethra-/ Overige urologische aandoeningen Oper licht Oper licht 1-3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Urethra-/ Overige urologische aandoeningen Oper licht Oper licht >3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Man Oper licht 1-3 Oper licht Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Man Oper licht >3 Oper licht Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Nederlandse Zorgautoriteit
248 Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Incontinentie/ Prolaps Vrouw Oper licht 1-3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Oper licht Incontinentie/ Prolaps Vrouw Oper licht >3 Oper licht Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Congenitaal/ overig Oper laag complex Zonder Oper laag complex VPLD Kinderchirurgie Congenitaal/ overig Oper laag complex Met Oper laag complex VPLD Kinderchirurgie Prostaatmaligniteit Overig instrumenteel/ Overig instrumenteel (Invasieve) Diagnostiek Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Maligniteit mannelijke geslachtsorganen Overig instrumenteel Ambulant middel/ Dag Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper Oper endoscopisch endoscopisch Zonder VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper Oper endoscopisch endoscopisch Met VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg Blaascarcinoom Oper endoscopisch Nieuwv Oper endoscopisch maligne nier/urineweg Ov ingrepen specifiek Urogenitaal stenen Ov instrumenteel Ureteraandoeningen Oper endoscopisch Zonder VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Oper endoscopisch Ureteraandoeningen Oper endoscopisch Met Oper endoscopisch VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Nieraandoeningen Oper endoscopisch Zonder Oper endoscopisch VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Nieraandoeningen Oper endoscopisch Met Oper endoscopisch VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter LUTS Oper licht 1-3 Urogenitaal Oper licht prostaat/prolaps/overig LUTS Oper licht >3 Urogenitaal Oper licht prostaat/prolaps/overig Nederlandse Zorgautoriteit
249 Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie BPH Oper licht 1-3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig BPH Oper licht >3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Urethra-/ Overige urologische aandoeningen Oper licht 1-3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Urethra-/ Overige urologische aandoeningen Oper licht >3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Man Oper licht 1-3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Man Oper licht >3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Vrouw Oper licht 1-3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Vrouw Oper licht >3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Congenitaal/ overig Oper laag complex Zonder VPLD Kinderchirurgie Congenitaal/ overig Oper laag complex Met VPLD Kinderchirurgie Prostaatmaligniteit Overig instrumenteel/ (Invasieve) Diagnostiek Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Maligniteit mannelijke geslachtsorganen Ambulant middel/ Dag Nieuwv maligne gesl org/prostaat man Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper endoscopisch Zonder VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg Maligniteit nier/ urineweg (excl blaas) Oper endoscopisch Met VPLD Nieuwv maligne nier/urineweg Blaascarcinoom Oper endoscopisch Nieuwv maligne nier/urineweg Oper licht Oper licht Oper licht Oper licht Oper licht Oper licht Oper licht Oper licht Oper laag complex Oper laag complex Overig instrumenteel Overig instrumenteel Oper endoscopisch Oper endoscopisch Oper endoscopisch Nederlandse Zorgautoriteit
250 Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Ov ingrepen specifiek Urogenitaal stenen Ov instrumenteel Ureteraandoeningen Oper endoscopisch Zonder VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Oper endoscopisch Ureteraandoeningen Oper endoscopisch Met Oper endoscopisch VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Nieraandoeningen Oper endoscopisch Zonder Oper endoscopisch VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter Nieraandoeningen Oper endoscopisch Met Oper endoscopisch VPLD Urogenitaal glomeruli/nier/ureter LUTS Oper licht 1-3 Urogenitaal Oper licht prostaat/prolaps/overig LUTS Oper licht >3 Urogenitaal Oper licht prostaat/prolaps/overig BPH Oper licht 1-3 Urogenitaal Oper licht prostaat/prolaps/overig BPH Oper licht >3 Urogenitaal Oper licht prostaat/prolaps/overig Urethra-/ Overige urologische aandoeningen Oper licht Oper licht 1-3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Urethra-/ Overige urologische aandoeningen Oper licht Oper licht >3 Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Man Oper licht 1-3 Oper licht Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Man Oper licht >3 Oper licht Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Vrouw Oper licht 1-3 Oper licht Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Incontinentie/ Prolaps Vrouw Oper licht >3 Oper licht Urogenitaal prostaat/prolaps/overig Congenitaal/ overig Oper laag complex Zonder Oper laag complex VPLD Kinderchirurgie Congenitaal/ overig Oper laag complex Met Oper laag complex VPLD Kinderchirurgie Nederlandse Zorgautoriteit
Wijzigingen DBC-release RZ16a. Versie 20150701
Wijzigingen DBC-release RZ16a Versie 20150701 ingangsdatum 1 januari 2016 Inhoudsopgave 1 Inhoud en leeswijzer... 7 1.1 Nieuwe opzet releasedocumenten... 7 1.2 Verwijzingen en samenhang relevante informatie...
Handleiding release RZ16a. Versie
Handleiding release RZ16a Versie 20150701 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Release RZ16a... 4 2.1 Nieuwe lay-out... 4 2.2 Nieuwe opzet Releaseproducten... 4 2.3 Nieuwe driedeling Releaseproducten... 4
Handleiding RZ15b. Versie 20141113
Handleiding RZ15b Versie 20141113 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitlevering RZ15b... 4 3 Inhoud release... 5 3.1 Soorten wijzigingen... 5 3.2 Informatieproducten RZ15a gelden
Zorgon BV - Postbus 44055-3006 HB Rotterdam - [email protected]. Wijzigingen DBC-release RZ16a. Versie 20150701 per Specialisme
Wijzigingen DBC-release RZ16a Versie 20150701 per Specialisme Ingangsdatum 1 januari 2016 Inhoud Algemeen... 3 0301 Oogheelkunde... 43 0302 Keel-, neus- en oorheelkunde... 46 0303 Heelkunde... 62 0304
0307 Gynaecologie Technische uitwerking F21 en toelichting blok B en D
0307 Gynaecologie 3. Wijzigingsverzoeken 3.1 Wijzigingen in regelgeving 3.1.3 Technische uitwerking 2.0307.1 F21 en toelichting 1.0000.1 blok B en D Dit wijzigingsverzoek bestaat uit aanpassingen in twee
Handleiding tweede conceptrelease RZ16a. Versie
Handleiding tweede conceptrelease RZ16a Versie 20150602 2 juni 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Tweede conceptrelease RZ16a... 4 2.1 Verschil ten opzichte van het definitieve pakket... 4 2.2 Nieuwe
RELEASE RZ17AB 0306 UROLOGIE
RELEASE RZ17AB 0306 UROLOGIE INLEIDING Op 1 juli 2016 heeft de NZa de RZ17a gepubliceerd. Een aanvulling op dit document is medio november openbaar gemaakt, de RZ17b. Dit releasedocument bevat de wijzigingen
Hoofdlijnen wijzigingen RZ16a
Hoofdlijnen wijzigingen RZ16a Besluitvormingsdocument 2e GO Versie 1.0 18 februari 2015 Inhoudsopgave 1 Doel en inhoud document... 5 2 Planning, scope en uitgangspunten release RZ16a... 6 2.1 Planning...
RELEASE RZ17AB 0316 KINDERGENEESKUNDE
RELEASE RZ17AB 0316 KINDERGENEESKUNDE INLEIDING Op 1 juli 2016 heeft de NZa de RZ17a gepubliceerd. Een aanvulling op dit document is medio november openbaar gemaakt, de RZ17b. Deze releasedocumenten bevatten
Zorgactiviteiten Implementatiecongres DBC-pakket 2015 Sonja Muchall Toinny van Schendel
Zorgactiviteiten 2015 Implementatiecongres DBC-pakket 2015 Sonja Muchall Toinny van Schendel 2 Inhoud Wijzigingen release RZ15a - Projecten en individuele verzoeken Vooruitblik release RZ15b Handboek zorgactiviteiten
Registratieregels RZ15a
Implementatiecongres DBC-pakket 2015 4 september 2014 Marjolein Hildebrand 2 Wijzigingen: Registratieregels Registratieaddendum Wijzigingen in de Diagnose en zorgvraagtypering toelichting 3 Aansluiting
Release RZ15a + RZ15b Oogheelkunde
Release RZ15a + RZ15b Oogheelkunde Op 17 juli 2014 heeft DBC-onderhoud de RZ15a gepubliceerd. In aanvulling op deze publicatie is op 17 november 2014 de RZ15b gepubliceerd. De RZ15a en RZ15b bevatten de
0318 Maag-, Darm-, Leverziekten
0318 Maag-, Darm-, Leverziekten 3. Wijzigingsverzoeken 3.1 Wijzigingen in regelgeving 3.1.3 Technische uitwerking 2.0307.1 F21 en toelichting 1.0000.1 blok B en D Dit wijzigingsverzoek bestaat uit aanpassingen
Toelichting op de Afsluitreden tabel. Versie
Toelichting op de Afsluitreden tabel Versie 20120927 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.3 Afsluitredenen...
RELEASE RZ17A 0313 INWENDIGE GENEESKUNDE
RELEASE RZ17A 0313 INWENDIGE GENEESKUNDE INLEIDING Op 1 juli 2016 heeft de NZa de RZ17a gepubliceerd. Dit releasedocument bevat de wijzigingen in het DBC pakket per 1 januari 2017. In dit document vindt
Wijzigingen productstructuur 2016. DBC-implementatiecongres
Wijzigingen productstructuur 2016 DBC-implementatiecongres Inhoud van de bijeenkomst 1. Projecten Licht complexe spoedzorg/ ambulant middel Interventieradiologie Varices 2. Overige punten Transplantatiezorg
RELEASE RZ17A - 0304 PLASTISCHE CHIRURGIE
RELEASE RZ17A - 0304 PLASTISCHE CHIRURGIE INLEIDING Op 1 juli 2016 heeft de NZa de RZ17a gepubliceerd. Dit releasedocument bevat de wijzigingen in het DBC pakket per 1 januari 2017. In dit document vindt
0322 Longgeneeskunde
0322 Longgeneeskunde 3. Wijzigingsverzoeken 3.1 Wijzigingen in regelgeving 3.1.3 Technische uitwerking 2.0307.1 F21 en toelichting 1.0000.1 blok B en D Dit wijzigingsverzoek bestaat uit aanpassingen in
Erratum Addendum. Release RZ15a. Versie
Erratum Addendum Release RZ15a ersie 20141103 3 november 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Errata op document Wijzigingen DBC-release RZ15a v20140717... 4 2.1 Parallelle zorgtrajecten... 4 2.2 Parallelliteit
Zorgproducten Tabel Toelichting. Versie
Zorgproducten Tabel Toelichting Versie 20140501 Ingangsdatum 1 juni 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.3 Algemene gegevens
Wijzigingen dbc-release
Document Wijzigingen dbc-release RZ20a Ingangsdatum 1 januari 2020 v20190425 2 Inhoud 1. Inleiding 4 1.1 Verwijzingen en samenhang relevante informatie 4 1.2 Leeswijzer 5 1.3 Disclaimer 6 2. Wijzigingen
Toelichting op de Specialismespecifieke Toelichtingen. Versie
Toelichting op de Specialismespecifieke Toelichtingen Versie 20120726 1 september 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de specialistspecifieke
RELEASE RZ17AB 0302 KNO
RELEASE RZ17AB 0302 KNO INLEIDING Op 1 juli 2016 heeft de NZa de RZ17a gepubliceerd. Een aanvulling op dit document is medio november openbaar gemaakt, de RZ17b. Deze releasedocumenten bevatten de wijzigingen
Release RZ15a + RZ15b Chirurgie
Release RZ15a + RZ15b Chirurgie Op 17 juli 2014 heeft DBC-onderhoud de RZ15a gepubliceerd. In aanvulling op deze publicatie is op 17 november 2014 de RZ15b gepubliceerd. De RZ15a en RZ15b bevatten de inhoud
Gebruikersdocument deel 1
Gebruikersdocument deel 1 Wijzigingen DBC-pakket Versie 20130305 Ingangsdatum 1 april 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Doelstelling... 3 1.2 Leeswijzer... 4 2 Inhoud RZ13c... 5 2.1 Wijzigingen grouper...
Toelichting op de (papieren) typeringslijsten per specialisme Ingangsdatum: 1 januari 2011
Toelichting op de (papieren) typeringslijsten per specialisme Ingangsdatum: 1 januari 2011 Versie 20101118 Utrecht, 18 november 2010 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld...
Hoofdlijnen wijzigingen RZ13c
Hoofdlijnen wijzigingen RZ13c Besluitvormingsdocument 2e go Versie 1.0 15 februari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Scope en uitsluitingen, mijlpalen... 4 2.1 Binnen de scope... 4 2.2 Buiten de scope...
Logopedie in de DBC systematiek
Logopedie in de DBC systematiek 28 november 2012 Ingeborg van Dijke/ Jolien Ewalds DBC-Onderhoud [email protected] 2 Inhoud 1. Hoezo Diagnose Behandel Combinaties (DBC s)? 2. Hoe werkt het systeem
Addendum bij Handboek DOT Controleregels release 2
Addendum bij Handboek DOT Controleregels release 2 Vanwege een eerder dan geplande releasedatum komt er een versie van de DCM AOM beschikbaar, waarin een aantal wijzigingen is opgenomen ten opzichte van
4 april 2011 Advies DBC-Onderhoud inzake uitbreiding B-segment 2012
Europalaan 40 3526 KS Utrecht Postbus 2774 3500 GT Utrecht Nederlandse Zorgautoriteit De heer drs. M.S. Mulder Postbus 3017 3502 GA Utrecht TELEFOON 030 285 08 00 FAX 030 285 08 01 HELPDESK 030 285 08
Zorgproducten Tabel Toelichting. Versie
Zorgproducten Tabel Toelichting Versie 20140717 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.3 Algemene
Kostenbedrag zorginstelling. Honorarium-bedrag alle specialismen. Productcode omschrijving Declaratiecode Soort product Totaalprijs
10501002 Klin kort Infectie SOA 15B903 DBC-zorgproduct B-Segment 593,07 374,80 218,27 10501003 Lasertherapie Infectie SOA 15B904 DBC-zorgproduct B-Segment 375,77 281,13 94,64 10501004 Oper licht Infectie
0313 Inwendige Geneeskunde
0313 Inwendige Geneeskunde 3. Wijzigingsverzoeken 3.1 Wijzigingen in regelgeving 3.1.3 Technische uitwerking 2.0307.1 F21 en toelichting 1.0000.1 blok B en D Dit wijzigingsverzoek bestaat uit aanpassingen
Verduidelijking registratie en declaratie bij overloop-dbc's. Versie 2.0
Verduidelijking registratie en declaratie bij overloop-dbc's Versie 2.0 20120312 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Algemene regels overgangsperiode... 4 2.1 DBC s en subtrajecten in één zorgtraject... 4
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel v20111115. Ingangsdatum tabel 1 januari 2012
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel v20111115 Ingangsdatum tabel 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Samenhang simuleren, schaduwdraaien
Handleiding dbc-pakket medisch-specialistische zorg
Handleiding dbc-pakket medisch-specialistische zorg RZ18a Ingangsdatum 1 januari 2018 V20170425 2 Inhoud 1. Inleiding 4 1.1 Release RZ18a 4 2. Inhoud release 5 2.1 Projecten 5 2.2 Wijzigingsverzoeken uit
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel Versie 20120927 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3
Toelichting op de Afsluitreden Tabel. Versie
Toelichting op de Afsluitreden Tabel Versie 20131114 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Wat is de functie van de tabel... 3 1.2 Afsluitredenen... 3 1.2.1 Afsluitredenen voor
Bijlage nadere regel medischspecialistisch. Toelichting regels afleiding
Bijlage nadere regel medischspecialistisch zorg Toelichting regels afleiding Ingangsdatum 1 januari 2019 Toelichting regels afleiding Inhoud 1. Inleiding 3 1.1 Leeswijzer 3 2. Gegevens van en naar een
Prijslijst 1 januari 2016 versie 2016.1
Prijslijst 1 januari 2016 versie 2016.1 Onderstaande zorgproducten zijn geprijsd conform de structuur 2015. Voor het gereguleerd segment zijn de maximum tarieven 2015 gehanteerd. De onderhavige prijzen
Toelichting op de Typeringslijst per specialisme
Toelichting op de Typeringslijst per specialisme Versie 20110701 Ingangsdatum: 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel...
Zorgproducten Tabel Toelichting. Versie
Zorgproducten Tabel Toelichting Versie 20130425 Ingangsdatum 1 juli 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.3 Algemene gegevens
Wijzigingen DBC-release RZ15a
Wijzigingen DBC-release RZ15a Gebruikersdocument uitlevering deel 1 Versie 20140717 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Leeswijzer... 4 1.2 Verwijzingen en samenhang relevante
Afsluitregels Tabel Toelichting. Versie
Afsluitregels Tabel Toelichting Versie 20121120 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.2.1 Groeperingen
Belangrijke wijzigingen Marnelle de Groot, NZa Frederieke Bakker, DBC-Onderhoud
Belangrijke wijzigingen 2015 Marnelle de Groot, NZa Frederieke Bakker, DBC-Onderhoud Wijzigingen 2015 2 Beleidsmatig Verkorting doorlooptijden > aparte sessie Taakherschikking Integrale Tarieven Bekostiging
Toelichting op de Limitatieve lijst Machtigingen. Versie
Toelichting op de Limitatieve lijst Machtigingen Versie 20140501 Ingangsdatum 1 juni 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel...
Verantwoording tariefswijzigingen RZ15b
Verantwoording tariefswijzigingen RZ15b Gebruikersdocument Uitlevering deel 2 Versie 20141113 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding en leeswijzer... 3 1.1 Leeswijzer... 3 2 De wijzigingen...
Registratieaddendum RZ16a
Registratieaddendum RZ16a Versie 20150701 Ingangsdatum 1 januari 2016 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...
Toelichting op de Zorgproduct Profielen. Versie
Toelichting op de Zorgproduct Profielen Versie 20121120 20 november 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.3 Algemene gegevens
Registratieregels. Versie
Registratieregels Versie 20131114 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Registratiemodel en definities... 4 2.1 Registratiemodel... 4 2.1.1 Registreren... 5 2.1.2 Samenvatten...
RELEASE RZ17AB 1100 KAAKCHIRURGIE
RELEASE RZ17AB 1100 KAAKCHIRURGIE INLEIDING Op 1 juli 2016 heeft de NZa de RZ17a gepubliceerd. De aanvulling hierop is medio november uitgebracht, de RZ17b. Deze releasedocumenten bevatten de wijzigingen
0316 Kindergeneeskunde
0316 Kindergeneeskunde 3. Wijzigingsverzoeken 3.1 Wijzigingen in regelgeving 3.1.3 Technische uitwerking 2.0307.1 F21 en toelichting 1.0000.1 blok B en D Dit wijzigingsverzoek bestaat uit aanpassingen
Zorgproducten Tabel Toelichting. Versie 20131114
Zorgproducten Tabel Toelichting Versie 20131114 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.3 Algemene
Toelichting Zorgproducten Tabel. Versie
Toelichting Zorgproducten Tabel Versie 20120726 Ingangsdatum 1 september 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.3 Algemene
Registratieaddendum RZ19b
V20180920 Ingangsdatum 1 januari 2019 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie... 11 3.1 Voorbeeld afsluitregel...
Zorgproducten Tabel Toelichting. Versie
Zorgproducten Tabel Toelichting Versie 20130926 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.3 Algemene
Verantwoording dbcrelease
Document Verantwoording dbcrelease RZ19b Ingangsdatum 1 januari 2019 v20180920 Verantwoording dbc-release RZ19b Inhoud 1. Inleiding 3 1.1 Kengetallen 3 1.2 Impact van wijzigingsverzoeken 3 1.3 Controles
Besluitvormingsdocument 2 e go RZ16b
Besluitvormingsdocument 2 e go RZ16b Versie 0.6, 22 september 2015 Inhoud 1. Inleiding 4 1.1 Updaterelease RZ16b 4 1.2 Inhoud document 4 2. Planning en scope 5 2.1 Planning RZ16b 5 2.2 Scope 5 3. Voorstel
Registratieaddendum RZ19a
Registratieaddendum RZ19a v20180118 Concept Ingangsdatum 1 januari 2019 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...
Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast.
NADERE REGEL NR/CU-201 Declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt
RELEASE RZ17AB 0307 GYNAECOLOGIE
RELEASE RZ17AB 0307 GYNAECOLOGIE INLEIDING Op 1 juli 2016 heeft de NZa de RZ17a gepubliceerd. Een aanvulling op dit document is medio november openbaar gemaakt, de RZ17b. Dit releasedocument bevat de wijzigingen
REGISTRATIEWIJZER Federatie Medisch Specialisten
REGISTRATIEWIJZER Federatie Medisch Specialisten TOELICHTING Waarom een registratiewijzer? De Federatie Medisch Specialisten vindt de huidige registratiesystematiek en bijbehorende registratieregels zeer
Wijzigingen DBC-release RZ15b
Wijzigingen DBC-release RZ15b Gebruikersdocument deel 1 Versie 20141113 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 1.1 Leeswijzer... 5 1.2 Verwijzingen en samenhang relevante informatie...
Registratieaddendum RZ17a
Registratieaddendum RZ17a Versie 20160701 Ingangsdatum 1 januari 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...
Release RZ17b Ziekenhuiszorg UPDATE
Release RZ17b Ziekenhuiszorg UPDATE 10 specialismen 21 wijzigingen 17 tips RZ17a RZ17b UPDATE & TIPS ZIEKENHUISZORG INHOUD Alstublieft. In deze unieke factsheet van Cure4 treft u alle registratiewijzigingen
Registratieaddendum. Ingangsdatum 1 januari v
Registratieaddendum Ingangsdatum 1 januari 2018 v20170119 Registratieaddendum v20170119 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden
Registratieaddendum RZ16b
Registratieaddendum RZ16b Versie 20151119 Ingangsdatum 1 januari 2016 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...
Zorgproducten Tabel Toelichting. Versie
Zorgproducten Tabel Toelichting Versie 20120927 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.3 Algemene
Toelichting op het koppelalgoritme. Versie
Toelichting op het koppelalgoritme Versie 20130926 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Koppelen van zorgactiviteiten aan aanvragend of uitvoerend poortspecialisme... 4 Bijlage:
Toelichting op de Limitatieve Lijst Machtigingen. Versie 20140717
Toelichting op de Limitatieve Lijst Machtigingen Versie 20140717 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel...
Passantentarieven Saxenburgh Groep 2014, geldig van 01-01-2014 t/m 31-12-2014
15B903 010501002 Klin kort Infectie SOA 1.333,59 257,33 1.590,92 15B904 010501003 Lasertherapie Infectie SOA 195,87 94,03 289,90 17B904 010501003 Lasertherapie Infectie SOA 178,05 94,03 272,08 15B905 010501004
Registratiehandleiding interne geneeskunde 2013
Registratiehandleiding interne geneeskunde 2013 versie 1.6 Een handleiding voor internisten over het registreren in het DOT-tijdperk. 2 Inhoud: 1. Wat moet worden geregistreerd? 2. Algemene registratieregels
RELEASE RZ17AB 0310 DERMATOLOGIE
RELEASE RZ17AB 0310 DERMATOLOGIE INLEIDING Op 1 juli 2016 heeft de NZa de RZ17a gepubliceerd. Een aanvulling op dit document is medio november openbaar gemaakt, de RZ17b. Deze releasedocumenten bevatten
RELEASE RZ18A+B 0307 GYNAECOLOGIE
RELEASE RZ18A+B 0307 GYNAECOLOGIE INLEIDING Op 1 mei 2017 heeft de NZa de RZ18a gepubliceerd. Op 21 september 2017 volgde de RZ18b. Dit releasedocument bevat de wijzigingen in het DBC pakket per 1 januari
Medische psychologie in de DOT
Medische psychologie in de DOT Marieke de Visscher DBC consulent St. Antonius Ziekenhuis 10 mei 2012 - PAZ Achtergrond - context Financiering Medische Psychologie al discussiepunt sinds start DBC systematiek
Hoofdlijnen wijzigingen RZ15b
Hoofdlijnen wijzigingen RZ15b Besluitvormingsdocument 2e GO RZ15b Versie 1.0 25 september 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Updaterelease RZ15b... 3 1.2 Doel van dit document... 3 2 Planning en scope...
Hoeveel kost mijn behandeling? De gemiddelde gedeclareerde prijzen van veel voorkomende aandoeningen
Hoeveel kost mijn behandeling? De gemiddelde gedeclareerde prijzen van veel voorkomende aandoeningen Januari 2014 Inhoudsopgave 1. Huidtumoren... 4 2. Cataract... 4 3. Hartritmestoornissen... 5 4. Spataderen...
Registratieregels. Versie
Registratieregels Versie 20120329 1 mei 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Registratiemodel en definities... 4 2.1 Registratiemodel... 4 2.1.1 Registreren... 5 2.1.2 Samenvatten... 6 2.1.3 Afleiden...
Registratieregels. Versie
Registratieregels Versie 20140717 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Registratiemodel en definities... 4 2.1 Registratiemodel... 4 2.1.1 Registreren... 5 2.1.2 Samenvatten...
Grouper en zorgactiviteiten op de nota. Inhoud presentatie. Aanleiding: hoe het begon. 29 november 2013 Congres Implementatie DBC-pakket 2014
Grouper en zorgactiviteiten op de nota Congres Implementatie DBC-pakket 2014 Tom Derks van de Ven en Marion Duut 29 november 2013 2 Inhoud presentatie 1. Aanleiding en besluit 2. Wijzigingen van DBC-producten
DOT in de medische oncologie
NVMO-informatiesheet DOT in de medische oncologie versie 2.1, september 2012 NVMO-werkgroep DOT Inleiding Per 1-1-2012 zijn de DBC s vervangen door de DBC Zorgproducten onder DOT. Onder DOT worden zorgtrajecten
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Gynaecologie
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Gynaecologie v20110701 Ingangsdatum 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzonderingen op de algemene registratieregels... 4 2.1 Sluiten
Toelichting op de Zorgproduct Profielen. Versie
Toelichting op de Zorgproduct Profielen Versie 20120927 27 september 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.3 Algemene gegevens
Wijzigingen DBC-release RZ16b
Wijzigingen DBC-release RZ16b v20151119, ingangsdatum 1 januari 2016 Inhoud 1. Inhoud van dit document 4 1.1 Verwijzingen en samenhang relevante informatie 4 1.1.1 Verwijzing naar ingediende wijzigingsverzoeken
