Registratieaddendum RZ16b
|
|
|
- Pieter-Jan Cools
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Registratieaddendum RZ16b Versie Ingangsdatum 1 januari 2016
2 Inhoudsopgave 1 Inleiding Wijzigingen ten opzichte van vorige versie Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie Voorbeeld afsluitregel Tellen in de registratieregels (datumvoorbeelden in niet-schrikkeljaar) Hiërarchie afsluitregels Algemene regels Regel Overlijden Regel Klinisch Regel Niet-klinisch operatief Regel Niet-klinisch, niet-operatief Regel Looptijd van 120 dagen Regel Parallelliteit, verschillende diagnosen (D1, D2) in Diagnose Combinatie Tabel Regel Parallelliteit bij dubbelzijdige aandoeningen met identieke diagnosen (D, D) Uitzonderingsregels Regel Medicinale oncologische behandeling Regel Chronische zorg met thuisbeademing Regel Chronische zorg met dialyse Regel Klinische geriatrie/ouderengeneeskunde Regel Complex chronisch longfalen Regel Incongruentie genderidentiteit Regel Kindergeneeskunde en kinderneurologie Oncologische behandeling in SKION centrum Regel Gynaecologie intra-uteriene ingrepen Nederlandse Zorgautoriteit 2 200
3 5.9 Regel Neonatologie Regel Cardiologie Regel Longgeneeskunde Regel Reumatologie Regel Revalidatiegeneeskunde Regel Klinische genetica Regel Geriatrische revalidatiezorg Regel Stamceltransplantatie (bij ontvanger) Regel Orgaantransplantatietrajecten (exclusief hart-, long- en hartlongtransplantatie) Transplantatietrajecten ontvangers Transplantatiezorg voor donoren Regel Begeleiding hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg door beschouwende specialismen Regel Hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg snijdende specialismen Regel Kindergeneeskunde en Kinderneurologie niet-klinische chronische verstrekking geneesmiddel Regel Kindergeneeskunde en kinderneurologie niet-klinische bloedtransfusies op oncologische indicatie Regel Oogheelkunde Intravitreale injecties Regel Oogheelkunde Fotodynamische therapie Regel Oogheelkunde Strabismus Regel Oogheelkunde Retinadefect/loslating Regel Plastische chirurgie mammareconstructie Regel Plastische chirurgie (brand)wonden Regel Urologie ESWL Regel Gynaecologie F Regel Kindergeneeskunde niet-klinische bloedtransfusies op niet-oncologische indicatie Regel Kindergeneeskunde plasmafiltratie/ldl aferese Nederlandse Zorgautoriteit 3 200
4 Bijlage 1: 42-dagenregel zorgactiviteiten Nederlandse Zorgautoriteit 4 200
5 1 Inleiding In dit document zijn de afsluitregels voor subtrajecten met ZT 11 of ZT 21 uit de Regeling medisch specialistische zorg technisch uitgewerkt met de daarvoor vereiste groepen van medisch inhoudelijke referentietabellen. De afsluitregels voor subtrajecten met ZT13, ZT41, ZT51 en ZT52 zijn beschreven in de Regeling medisch specialistische zorg en hier niet nader gespecificeerd. Dit document is een aanvulling op de Regeling medisch specialistische zorg. De daar beschreven regels zijn te allen tijde leidend. Op basis van de in een subtraject geregistreerde zorgactiviteiten, diagnose en het specialisme wordt door de ICT-systemen in het ziekenhuis, via een uitvraging op de referentietabellen, afgeleid op welk moment een lopend subtraject automatisch kan worden afgesloten. In de technische uitwerking wordt de verwijzing gemaakt naar de door het ICT-systeem toegepaste afsluitregel. Een voorbeeld van een technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0304 en een diagnosecode uit groep 1 en een ZA uit groep 2 en een 2e (dezelfde of een andere) ZA uit groep 2 met latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA met afsluitreden xx en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA Eind-als De meeste afsluitregels zijn automatiseerbaar via de technische uitwerking en onderliggende referentietabellen. Als gevolg van de doorontwikkeling binnen de productstructuur en de Regeling medisch specialistische zorg zal de automatiseringsgraad verder kunnen toenemen. Hierdoor verminderen de administratieve lasten, neemt de eenduidigheid van de afsluitregels verder toe en behoeven declaraties niet onnodig lang open te blijven staan. Specifieke referentiegroepen, dit zijn groepen waarvan de codes zijn vermeld in het registratieaddendum, zijn opgenomen in de Afsluitregels tabel. De begindatum van het subtraject is bepalend voor welke codes in de Afsluitregels tabel geldig zijn voor de referentiegroep. Bij de referentiegroep van een zorgprofielklasse moet de Zorgactiviteiten tabel gebruikt worden en is de uitvoerdatum van de zorgactiviteit bepalend voor het toepassen van de zorgprofielklasse. Nederlandse Zorgautoriteit 5 200
6 Opbouw van het Registratieaddendum Het registratieaddendum bestaat uit: Een toelichting op de afsluitregels waarin met praktijkvoorbeelden is aangegeven hoe geteld moet worden en welk type afsluitregels voorkomen. De volgorde van uitvragen is beschreven in de paragraaf Hiërarchie afsluitregels. De bijlage 42-dagenregel zorgactiviteiten bevat een referentietabel, die gezien de omvang en/of herhaald gebruik, als bijlage is opgenomen. De overige referentietabellen zijn specifiek voor één beslis (afsluit)regel en daarom in de paragraaf van de betreffende afsluitregel zelf opgenomen. Niet opgenomen in het addendum zijn de reguliere NZa brontabellen: de Zorgactiviteiten tabel, met o.a zorgprofielklassen ZPK3 en ZPK19, de Afsluitredentabel en de Diagnose Combinatie tabel. Hiervoor wordt verwezen naar werkenmetdbcs.nza.nl. In hoofdstuk 4 volgen de algemene regels en de afsluitregels bij parallelliteit. Tenslotte zijn in hoofdstuk 5 de uitzonderingsregels, voor zover deze automatiseerbaar zijn, opgenomen. Zie tabel in hoofdstuk 1 voor het totaaloverzicht van de afsluitregels en de (in dit stadium) automatiseerbaarheid ervan. Toelichting identificerende codes voor de afsluitregels. De code die voor de identificatie van een afsluitregel wordt gehanteerd bestaat uit maximaal 10 posities: a.bbcc.d-- (bv ). De betekenis hiervan is als volgt: a: het type uitzondering (0=algemene regel, 1=uitzonderingsregel, 2=in tempi uitzondering) bb: 00=specialisme onafhankelijk, 03 is de aanduiding dat het een specialisme betreft cc: het betreffende specialisme (24 staat bijvoorbeeld voor reumatologie) d: het volgnummer van de betreffende regel Zorg- en subtrajecten In het Registratieaddendum hebben we het uitdrukkelijk niet over zorgproducten. Zorgproducten ontstaan als resultaat van aan een grouper aangeleverde subtrajecten die via de productstructuur in een grouper worden vertaald naar zorgproducten. Het Registratieaddendum gaat over het openen en sluiten van zorg- en subtrajecten. Specialisme overstijgende en specialisme specifieke afsluitregels Er zijn specialisme overstijgende en specialisme specifieke afsluitregels. Het doel van de huidige DBC-systematiek (registratieregels en productstructuur) is dat zoveel mogelijk afsluitregels uiteindelijk algemeen geldig en specialisme overstijgend zijn. Zie de tabel hierna. Nederlandse Zorgautoriteit 6 200
7 Tabel automatiseerbaar (j/n), specialisme overstijgend (j/n) en technische uitwerking aanwezig (j/n) Voor de volledigheid zijn in de navolgende tabel de algemene en de uitzonderingsregels opgenomen, zowel de automatiseerbare als de (in dit stadium van de ontwikkeling) nog niet te automatiseren afsluitregels. Code Algemene afsluitregels (alle specialismen) Automatiseerbaar Specialisme overstijgend Technische uitwerking Exclusieve uitzondering Overlijden patiënt nee ja ja Klinisch ja ja ja Niet-klinisch, operatief (ambulant, intensief) ja ja ja Niet-klinisch, niet operatief (ambulant, conservatief) ja ja ja Afsluiten subtraject na 120 dagen ja ja ja Afsluiten subtraject na afsluiten zorgtraject ja ja nee Parallelliteit verschillende diagnosen nee ja ja Parallelliteit gelijke diagnosen nee ja ja Code Uitzonderings afsluitregels Automatiseerbaar Specialisme overstijgend Technische uitwerking Exclusieve uitzondering Medicinale oncologische behandeling (specialisme breed) ja ja ja alleen blok V, C, D, E Chronische zorg met thuisbeademing ja ja ja Chronische zorg met dialyse ja ja ja Klinische geriatrie/ouderengeneeskunde CGA ja ja ja Complex chronisch longfalen longastmacentra ja ja ja ja Nederlandse Zorgautoriteit 7 200
8 Code Uitzonderings afsluitregels Automatiseerbaar Specialisme overstijgend Technische uitwerking Exclusieve uitzondering Incongruentie genderidentiteit ja ja ja ja Kindergeneeskunde en kinderneurologie oncologisch behandeling SKION centrum ja nee ja ja Gynaecologie ja nee ja Neonatologie ja nee ja ja Cardiologie gedeeltelijk nee ja ja Longgeneeskunde semi nee ja Reumatologie ja nee ja Revalidatiegeneeskunde ja nee ja ja Klinische genetica ja nee ja ja Geriatrische revalidatiezorg gedeeltelijk nee ja ja Code In tempibehandelingen Automatiseerbaar Specialisme overstijgend Technische uitwerking Exclusieve uitzondering Stamceltransplantatie ja ja ja alleen blok Orgaantransplantatietrajecten (exclusief hart-, long- en hartlongtransplantatie) ja ja ja ja Begeleiding hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg beschouwende specialismen ja ja ja alleen beslisregel 6 e blok Hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg snijdende specialismen ja ja ja Nederlandse Zorgautoriteit 8 200
9 Code In tempibehandelingen Automatiseerbaar Specialisme overstijgend Technische uitwerking Exclusieve uitzondering Kindergeneeskunde en kinderneurologie niet-klinische chronische verstrekking geneesmiddel Kindergeneeskunde en kinderneurologie niet-klinische bloedtransfusies op oncologische indicatie ja ja ja ja ja ja Oogheelkunde intravitreale injecties ja nee ja Oogheelkunde (sub)retinale pathologie ja nee ja Oogheelkunde strabismus ja nee ja Oogheelkunde retina defect / loslating ja nee ja Plastische chirurgie (mamma reconstructie) ja nee ja Plastische chirurgie ((brand)wonden) ja nee ja Urologie ESWL ja nee ja Gynaecologie ja nee ja ja Kindergeneeskunde bloedtransfusies op niet-oncologische indicatie ja nee ja Kindergeneeskunde plasmafiltratie/aferese ja nee ja Radiotherapie nee nee nee N.B.: de technische uitwerking voor het automatiseren van de sluitingsregels gaat uit van de DBC-diagnosen van de typeringslijsten per specialisme en zorgactiviteiten in de ZA-tabel; indien in de ziekenhuisautomatisering nog andere mogelijkheden tot automatiseren van de afsluitregels bestaan, kunnen deze uiteraard worden benut. Nederlandse Zorgautoriteit 9 200
10 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie In dit hoofdstuk vindt u een korte opsomming van de wijzigingen die zijn doorgevoerd in het registratieaddendum. 5 Uitzonderingsregels Chronische zorg met dialyse In de technische uitwerking is in het statement van de pseudocode groep 1 gecorrigeerd in groep 2 (.volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2) Cardiologie In de technische uitwerking is in het 3 e statement van de pseudocode een regel toegevoegd voor het openen van het volgende subtraject (. en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2). Aan referentiegroep 2 is zorgactiviteit toegevoegd. De gewijzigde omschrijving van zorgactiviteit is aangepast Revalidatiegeneeskunde In referentiegroep 1 zijn de zorgactiviteiten , , , , , , en beëindigd. De ervoor in de plaats gekomen zorgactiviteiten zijn niet (meer) in de uitzonderingsregel opgenomen omdat het add-on geneesmiddelen betreft (los declarabele producten (OZP)). Daarnaast is de gewijzigde omschrijving van zorgactiviteit aangepast Geriatrische revalidatiezorg De gewijzigde omschrijving van zorgactiviteit is aangepast Orgaantransplantatietrajecten (exclusief hart-, long- en hartlongtransplantatie) In de technische uitwerking bij (Transplantatiezorg voor donoren) is in het 4 e statement van de pseudocode groep 6 gecorrigeerd in groep 7 (. Dan sluit het lopende subtraject de 120e dag na de openingsdatum van het subtraject met een ZA uit groep 7 met afsluitreden 51). Nederlandse Zorgautoriteit
11 Nederlandse Zorgautoriteit
12 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie 3.1 Voorbeeld afsluitregel Als het subtraject een diagnose uit groep 1 bevat (B1) en één of meer ZA uit groep 2 bevat (B2) Als de termijn vanaf de openingsdatum van het subtraject en de uitvoerdatum van de eerste ZA uit groep 2 <= 7 dagen is (B3) Dan het subtraject sluiten op de 7e dag na openen van het subtraject met als afsluitreden 26 (A1) Anders het subtraject sluiten op de dag van de eerste ZA uit groep 2 met als afsluitreden 26 (A2) Eind-als Eind-als Nederlandse Zorgautoriteit
13 3.2 Tellen in de registratieregels (datumvoorbeelden in niet-schrikkeljaar) Nederlandse Zorgautoriteit
14 Nederlandse Zorgautoriteit
15 Nederlandse Zorgautoriteit
16 Nederlandse Zorgautoriteit
17 Registratieaddendum v Hiërarchie afsluitregels Nederlandse Zorgautoriteit
18 Registratieaddendum v0.3 Start Bepaal exclusieve uitzondering van kracht Exclusieve uitzondering: als één uitzondering van kracht is niet naar andere uitzonderingen kijken, behalve bij cardiologie in relatie met In onderstaande volgorde doorlopen. Stamceltransplantatie ( e blok) 4e blok van uitzondering toepassing? ja Beoogde einddatum volgens 4e blok van uitzondering Afsluitreden 50 nee Orgaantransplantatie (excl. hart-, long-, hartlong) ( ) Uitzondering toepassing? ja Beoogde einddatum volgens uitzondering Afsluitreden 51 Transplantatiezorg hart-, long-, hartlong door beschouwers ( e blok) nee 6e blok van uitzondering toepassing? ja Beoogde einddatum volgens 6e blok van uitzondering Afsluitreden 54 nee Kindergeneeskunde en kinderneurologie Oncologische behandeling in SKION centrum ( ) Uitzondering van toepassing? ja Beoogde einddatum volgens uitzondering Afsluitreden 35 Med.Onc.Beh ( blok V, C, D, E, niet klinisch) nee Blok V, C, D of E van uitzondering van toepassing? ja Beoogde einddatum volgens blok V,C, D of E van uitzondering Afsluitreden 22 nee Chronisch complex longfalen ( ) Uitzondering van toepassing? ja Beoogde einddatum volgens uitzondering Afsluitreden 31 nee Incongruentie gender ( ) Uitzondering van toepassing? ja Beoogde einddatum volgens uitzondering Afsluitreden 33 nee Cardiologie ( ) Specialisme 0320? ja Uitzondering van toepassing? ja Geen exclusieve uitzondering nee nee Beoogde einddatum volgens uitzondering Afsluitreden 43 Neonatologie ( ) Uitzondering van toepassing? ja Beoogde einddatum volgens uitzondering Afsluitreden 38 nee Revalidatiegeneeskunde ( ) Uitzondering van toepassing? ja Beoogde einddatum volgens uitzondering Afsluitreden 45 nee Klinische Genetica ( ) Uitzondering van toepassing? ja Beoogde einddatum volgens uitzondering Afsluitreden 49 Geriatrische revalidatie ( ) nee Uitzondering van toepassing? ja Beoogde einddatum volgens uitzondering Afsluitreden 76 Gynaecologie F21 ( ) nee Uitzondering van toepassing? ja Beoogde einddatum volgens uitzondering Afsluitreden 70 nee Geen exclusieve uitzondering Einde Bepaal exclusieve uitzondering van kracht Nederlandse Zorgautoriteit
19 Start Bepaal beoogde einddatum o.b.v. algemene regels ZA uit ZPK3 of ZPK19 Klinisch subtraject? ja Beoogde eindatum volgens algemene regels klinisch subtraject ( ) Afsluitreden 04 nee (Geen ZA met ZPK 3 of ZPK19) en ZA groep uit 42-dagenregel zorgactiviteiten Niet klinisch, operatief? ja Beoogde einddatum volgens algemene regels niet-klinisch en operatief ( ) Afsluitreden 06 (Geen ZA uit ZPK 3 of ZPK19) en Geen ZA groep uit 42-dagenregel zorgactiviteiten nee ZT11? ja Beoogde einddatum volgens algemene regel niet klinisch, conservatief ( ) nee Afsluitreden 08 Beoogde einddatum volgens algemene regel op maximale looptijd ( ) Afsluitreden 12 Einde Bepaal beoogde einddatum o.b.v. algemene regels Nederlandse Zorgautoriteit
20 Start Bepaal inclusieve uitzondering van kracht Doorloop alle inclusieve uitzonderingen en bepaal het eerst mogelijke afsluitmoment Doorloop alle inclusieve uitzonderingen 1 of meer uitzonderingen van toepassing? ja Beoogde einddatum is de eerst mogelijke datum van inclusieve uitzondering nee Einde Bepaal inclusieve uitzondering van kracht Afsluitreden afhankelijk van uitzondering Nederlandse Zorgautoriteit
21 4 Algemene regels 4.1 Regel Overlijden Registratieregel Wanneer de patiënt is overleden mogen het zorgtraject en het subtraject direct worden afgesloten. Technische uitwerking Als het subtraject heeft zorgtype = 11 of 21 en patiënt komt te overlijden Dan wordt het subtraject afgesloten op de overlijdensdatum met als afsluitreden 02 Eind-als 4.2 Regel Klinisch Registratieregel Een klinisch subtraject met ZT11 en 21 wordt afgesloten op de 42e dag na de ontslagdatum. Wanneer binnen deze 42-dagen periode na (de laatste) ontslagdatum nog een dagverpleging (1 of meer) of operatieve ingreep (1 of meer) plaatsvindt, dan wordt toch afgesloten op de 42e dag na ontslag uit de kliniek. Wanneer binnen deze 42-dagen periode een klinische (her)opname plaatsvindt dan wordt afgesloten op de 42e dag na de ontslagdatum van de laatste klinische opname. Technische uitwerking Als het subtraject heeft zorgtype = 11 of 21 en het subtraject bevat 1 of meer zorgactiviteiten uit (<ZPK3> of <ZPK19>) Dan wordt het subtraject afgesloten op de 42e dag na de ontslagdatum met als afsluitreden 04 Eind-als Definities Een klinische dag is gedefinieerd als een dag met een zorgactiviteit uit <ZPK3> of <ZPK19>. Nederlandse Zorgautoriteit
22 Ontslagdatum kliniek is gedefinieerd als de laatste dag in het subtraject die nog een zorgactiviteit uit (<ZPK3> of <ZPK19>) bevat, zonder dat aansluitend een afwezigheidsdag is geregistreerd. Bij klinische overdracht naar een ander specialisme geldt overdracht als ontslag (dus de laatste ZPK3 of ZPK19) (verkeerde beddagen en afwezigheidsdagen tellen niet als verpleegdag). Ontslagdatum IC is gedefinieerd als de laatste dag in het subtraject die nog een zorgactiviteit uit <ZPK19> bevat. Referentiegroepen <ZPK 3> <ZPK 19> Zie de Zorgactiviteitentabel Zie de Zorgactiviteitentabel (IC-behandeldagen) 4.3 Regel Niet-klinisch operatief Registratieregel Een niet-klinisch subtraject (dagverpleging of polikliniek) met operatieve ingrepen (42-dagenregel zorgactiviteiten) met ZT11 en ZT21 wordt afgesloten op de 42e dag na de datum dat de operatieve ingreep heeft plaatsgevonden. Wanneer binnen deze 42 dagen de patiënt opnieuw een operatieve ingreep (42- dagenregel zorgactiviteit) ondergaat dan wordt afgesloten op de 42e dag na de datum van de laatste ingreep. Technische uitwerking Als het subtraject heeft zorgtype = 11 of 21 en er zijn geen zorgactiviteiten binnen het subtraject uit (<ZPK3> of <ZPK19>) en er zijn wel zorgactiviteiten uit groep 1 Dan wordt het subtraject afgesloten op de 42e dag na de laatste operatieve ingreep met als afsluitreden 06 Eind-als Referentiegroepen <ZPK 3> <ZPK 19> Zie de Zorgactiviteitentabel Zie de Zorgactiviteitentabel (IC-behandeldagen) Groep 1 <42-dagenregel zorgactiviteiten> Deze referentietabel is als afzonderlijke bijlage opgenomen Nederlandse Zorgautoriteit
23 4.4 Regel Niet-klinisch, niet-operatief Registratieregel Een niet-klinisch subtraject (dagverpleging of polikliniek) met een conservatieve (niet-operatieve) behandeling met zorgtype 11 wordt afgesloten op de 90e dag na opening van een subtraject. Een niet-klinisch subtraject (dagverpleging of polikliniek) met een conservatieve (niet-operatieve) behandeling met zorgtype 21 wordt afgesloten op de 120e dag na opening van een subtraject. N.B.: de 1e teldag is de openingsdatum van het subtraject Technische uitwerking Als het subtraject heeft zorgtype = 11 en er zijn geen zorgactiviteiten binnen het subtraject uit (<ZPK3> of <ZPK19>) en er zijn geen zorgactiviteiten uit groep 1 Dan wordt het subtraject afgesloten op de 90e dag na het openen van het subtraject met als afsluitreden 08 Eind-als Als het subtraject heeft zorgtype = 21 en er zijn geen zorgactiviteiten binnen het subtraject uit (<ZPK3> of <ZPK19>) en er zijn geen zorgactiviteiten uit groep 1 Dan wordt het subtraject afgesloten op de 120e dag na het openen van het subtraject met als afsluitreden 12 Eind-als Referentiegroepen <ZPK 3> <ZPK 19> Zie de Zorgactiviteitentabel Zie de Zorgactiviteitentabel (IC-behandeldagen) Groep 1 <42-dagenregel zorgactiviteiten> Deze referentietabel is als afzonderlijke bijlage opgenomen Nederlandse Zorgautoriteit
24 4.5 Regel Looptijd van 120 dagen Registratieregel Een subtraject wordt uiterlijk gesloten op de 120e dag na openen van het subtraject. Technische uitwerking Als het subtraject heeft zorgtype = 11 of 21 en de termijn vanaf openingsdatum van het subtraject >120 dagen is Dan sluit het subtraject op de 120e dag vanaf openingsdatum subtraject met afsluitreden 12 Eind-als 4.6 Regel Parallelliteit, verschillende diagnosen (D1, D2) in Diagnose Combinatie Tabel Registratieregel Doorgaans heeft een patiënt per specialisme slechts één zorgtraject open. Een parallel zorgtraject bij een zelfde specialisme mag alleen worden geopend indien er aantoonbaar, vanuit het medisch dossier, sprake is van een andere zorgvraag dan waar de patiënt voor wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Daarbij geldt tevens dat aan onderstaande voorwaarden moet worden voldaan: 1. het subtraject van het parallelle zorgtraject dient een eigen zorgprofiel te hebben met eigen zorgactiviteiten waarvan: minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen (bijlage 42-dagenregel zorgactiviteiten) en/of, minimaal één zorgactiviteit uit ZPK1 of ZPK2 of ZPK3* * In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische thuisbeademing of chronische dialyse (zie regels en ) en/of, minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of, minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen en/of minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit ( t/m ) waarbij sprake is van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten. 2. de combinatie van de (typerende) diagnosen van beide parallelle subtrajecten komt niet voor in de Diagnose Combinatie Tabel Technische uitwerking Als en een zorgtraject een typerende diagnose D1 bevat daarna wordt een typerende diagnose D2 met (D1 <> D2) gesteld Nederlandse Zorgautoriteit
25 en de diagnosecombinatie (D1, D2) komt niet voor in de Diagnose combinatietabel en het te openen parallelle subtraject bevat een ZA uit ZPK1 of ZPK2 of ZPK3 of een ZA uit de groep '42-dagenregel zorgactiviteiten' (zie bijlage 42- dagenregel zorgactiviteiten), of een ZA uit één van de groepen chronische thuisbeademing, of chronische dialyse of, verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie, of één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen, of minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie ) waarbij sprake is van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten. Dan open een tweede parallel zorgtraject met een subtraject ZT11 met diagnose D2 Eind-als Referentiegroepen <Diagnose Combinatie Tabel> Zie website werkenmetdbcs.nza.nl <ZPK 1> Zie de Zorgactiviteitentabel <ZPK 2> Zie de Zorgactiviteitentabel <ZPK 3> Zie de Zorgactiviteitentabel <42-dagenregel zorgactiviteiten> Zie de bijlage in dit document <zorgactiviteiten chronische thuisbeademing> Zie referentiegroepen 1 en 2 van regel <zorgactiviteiten chronische dialyse> Zie referentiegroep 2 van regel <zorgactiviteiten verstrekking oncologische medicatie per infuus of per injectie> Zie referentiegroepen 9 en 10 van regel <zorgactiviteiten gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen> Zie referentiegroepen 2 t/m 9 van regel <zorgactiviteiten audiologie> Zorgactiviteiten t/m Regel Parallelliteit bij dubbelzijdige aandoeningen met identieke diagnosen (D, D) Registratieregel Een klinisch of niet-klinisch operatief subtraject met een diagnose die niet, in combinatie met zich zelf, voorkomt in de Diagnose Combinatie Tabel en een operatieve (42-dagenregel) zorgactiviteit wordt volgens de algemene regels afgesloten, tenzij er een tweede operatieve (42-dagenregel) zorgactiviteit wordt uitgevoerd bij een dubbelzijdige aandoening waarvoor geen dubbelzijdig product bestaat, dan wordt op de dag van uitvoering van de tweede ZA een tweede parallel zorgtraject geopend voor deze tweede ingreep en wordt het eerste zorgtraject op de 42e dag na de datum van de eerste zorgactiviteit afgesloten met als afsluitreden 06. N.B.: Afsluitreden 06 sluit niet helemaal aan bij de omschrijving, maar is voor nu het meest passend. Nederlandse Zorgautoriteit
26 Opmerking: 1. In geval van een dubbelzijdige aandoening waarvoor een dubbelzijdig zorgproduct bestaat (dus één zorgtraject), gelden de algemene afsluitregels (zie de Regeling medisch specialistische zorg) 2. Indien de tweede operatieve (42-dagenregel) zorgactiviteit een heroperatie is, betreft het eenzelfde zorgvraag en mag geen nieuw zorg/subtraject worden geopend Technische uitwerking Registratieregel is niet automatiseerbaar, deze moet worden ondersteund door een administratieve procedure die moet voldoen aan de onderstaande voorwaarden. 1. De diagnose mag niet in combinatie met zichzelf voorkomen in de Diagnosecombinatie tabel. Daarnaast zijn de voorwaarden van kracht die gelden voor parallelliteit bij verschillende diagnosen. 2. Het parallelle zorgtraject betreft, aantoonbaar vanuit het dossier, een nieuwe zorgvraag. 3. Het parallelle zorgtraject is nodig voor diagnostiek en behandeling. 4. Het subtraject van het parallelle zorgtraject heeft een zorgprofiel met eigen ZA s met minimaal 1 ZA uit ZPK1, ZPK2, ZPK3 of een ZA uit de lijst operatieve (42-dagenregel zorgactiviteiten) verrichtingen (bijlage 42-dagenregel zorgactiviteiten), of een ZA uit één van de groepen chronische thuisbeademing,of chronische dialyse, of verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie, of één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen, of minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit ( t/m ) waarbij sprake is van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten. Voor parallelliteit met gelijke diagnosen (zie bovenstaande beslisregel) geldt bovenop de punten 1 tot en met 4: 5. De 1e ZA uit de groep operatieve verrichtingen (42-dagenregel zorgactiviteiten) en de 2e ZA uit de groep operatieve verrichtingen (42-dagenregel zorgactiviteiten) zijn de ZA' s die worden uitgevoerd ter behandeling van de dubbelzijdige aandoening. 6. Het betreft een dubbelzijdige aandoening waarvoor geen dubbelzijdig product bestaat. 7. De tweede ZA betreft geen heroperatie. Referentiegroepen <Diagnose Combinatie Tabel> <ZPK 1> <ZPK 2> Zie werkenmetdbcs.nza.nl Zie de Zorgactiviteitentabel Zie de Zorgactiviteitentabel Nederlandse Zorgautoriteit
27 <ZPK 3> Zie de Zorgactiviteitentabel <42-dagenregel zorgactiviteit> Zie de betreffende bijlage in dit document <zorgactiviteiten chronische thuisbeademing> Zie referentiegroepen 1 en 2 van regel <zorgactiviteiten chronische dialyse> Zie referentiegroep 2 van regel <zorgactiviteiten verstrekking oncologische medicatie per infuus of per injectie> Zie referentiegroepen 9 en 10 van regel <zorgactiviteiten gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen> Zie referentiegroepen 2 t/m 9 van regel <zorgactiviteiten audiologie> Zorgactiviteiten t/m Nederlandse Zorgautoriteit
28 5 Uitzonderingsregels 5.1 Regel Medicinale oncologische behandeling Registratieregel De volgende behandelingen vallen onder de definitie van medicinale oncologische behandeling: chemo-immunotherapie; immunotherapie; chemotherapie bij acute leukemie; chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren; chemotherapie bij niet gemetastaseerde tumoren; hormonale therapie bij gemetastaseerde tumoren; hormonale therapie bij niet gemetastaseerde tumoren; verstrekking radium-223 chloride per injectie bij prostaattumoren. Let op: voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor Kinderoncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitregels (zie ). Opmerking 1: Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt dient voor het stamceltransplantatietraject een parallel subtraject (zie ook regel Stamceltransplantatie) met dezelfde diagnose te worden geopend. Opmerking 2: De regels voor medicinale oncologische behandelingen zijn niet van toepassing op blaasspoelingen. Nederlandse Zorgautoriteit
29 (voortraject van) Medicinale oncologische behandeling binnen een (ZT11) initieel subtraject (waarbij de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling later is dan de startdatum van het subtraject) Registratieregel V Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden. Technische uitwerking V Als het subtraject heeft ZT 11 en het subtraject een diagnose bevat uit groep 1 of groep 2 en het subtraject bevat een (1e) ZA uit groep 3 t/m 10 met een latere uitvoerdatum dan de startdatum van het subtraject en geen ZA uit groep 11 Dan sluit het subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de eerste ZA uit groep 3 t/m 10 met afsluitreden 22 en open een subtraject ZT 21 op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 3 t/m 10 Eind-als Vanaf dit moment gelden de registratieregels oncologie (C, D en E) of (A, B) en de klinische registratieregel Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten (of binnen initiële (ZT11) subtrajecten waarbij de uitvoerdatum van de eerste oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) Behandeling binnen een klinisch zorgtype 21 subtraject (of een klinisch zorgtype 11 subtraject waarbij de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) Registratieregel A Een klinisch subtraject met zorgtype 21 (of een klinisch subtraject met zorgtype 11 waarbij de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie - behalve bij acute leukemie - wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten. Dus afsluiten bij: - een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname - een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname Nederlandse Zorgautoriteit
30 - een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek Het subtraject wordt dan één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een volgend subtraject geopend. Voor het afsluiten van een klinisch subtraject met medicinale behandeling per infuus of injectie - behalve bij acute leukemie - waarbij géén nieuwe toediening binnen 42 dagen na ontslag plaatsvindt gelden de algemene regels (i.e. op de 42e dag na ontslagdatum). Technische uitwerking A Als het subtraject is ZT21 (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van 1e zorgactiviteit uit groep 9 gelijk is aan de startdatum van het subtraject) en en het subtraject bevat een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 9 en subtraject bevat een 2e (dezelfde of een andere) ZA uit groep 9 met een latere uitvoerdatum en een ZA uit (ZPK3 of ZPK19) en geen ZA uit groep 11 Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA uit groep 9 met afsluitreden 22 en volgend subtraject openen met dezelfde diagnose op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA uit groep 9 Eind-als Registratieregel B Voor orale oncologische medicatie gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject met zorgtype 21 (of zorgtype 11 waarbij de uitvoerdatum van de eerste orale medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Bijvoorbeeld als een hormonale therapie wordt vervolgd door een chemotherapie of wanneer van orale chemotherapie wordt overgegaan op chemotherapie per infuus of injectie. Dus afsluiten 42 dagen na ontslag uit de kliniek tenzij: een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname een toediening per infuus of injectie in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek. Nederlandse Zorgautoriteit
31 Technische uitwerking B Als het subtraject is ZT21 (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van 1e ZA uit groep 3 t/m 8 gelijk is aan de startdatum van het subtraject) en het subtraject bevat een diagnose uit groep 1 of groep 2 en een ZA uit groep 3 t/m 8 (X) (*) en een 2e (een andere) ZA uit groep 3 t/m 8 met een latere uitvoerdatum (Y) (*) en een ZA uit (ZPK3 of ZPK19) en geen ZA uit groep 11 Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA met afsluitreden 22 en volgend subtraject openen met dezelfde diagnose op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA Eind-als (*) Hierbij is X =één van de groepen 3 t/m 8 en Y = één van de groepen 3 t/m 8 met X Y. Indien ZA's uit groep 3 t/m 8 dezelfde uitvoerdatum hebben (binnen X of Y), dan dienen alle combinaties tussen de twee behandeldagen gecontroleerd te worden: als de dag de ZA's x1, x2,... heeft en de eerstvolgende dag met ZA's heeft y1, y2,..., dan moeten alle combinaties x1-y1, x1-y2, x2-y1, x2-y2, etc gecontroleerd worden. Als het subtraject is ZT21 (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van 1e ZA uit groep 3 t/m 8 gelijk is de startdatum van het subtraject) en het subtraject bevat een diagnose uit groep 1 of groep 2 en een ZA uit groep 3 t/m 8 en een ZA uit groep 9 met een latere uitvoerdatum en een ZA uit (ZPK3 of ZPK19) en geen ZA uit groep 11 Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 9 met afsluitreden 22 en volgend subtraject openen met dezelfde diagnose op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 9 Eind-als Behandeling binnen een niet-klinisch zorgtype 21 subtraject (of een niet-klinisch zorgtype 11 subtraject waarbij de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) Registratieregel C Een niet-klinisch zorgtype 21 subtraject (of een niet-klinisch zorgtype 11 waarbij de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt 42 dagen na Nederlandse Zorgautoriteit
32 toediening per infuus of injectie afgesloten - behalve bij acute leukemie - tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen de 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch dan wel niet-klinisch gebeurt. Het subtraject wordt dan één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en een volgend subtraject wordt geopend. Technische uitwerking C Als het subtraject is ZT21 (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van 1e ZA uit groep 9 gelijk is aan de startdatum van het subtraject) en het subtraject bevat een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 9 en een 2e (dezelfde of een andere) ZA uit groep 9 met een latere uitvoerdatum en er zijn geen zorgactiviteiten binnen het subtraject uit (<ZPK3> of <ZPK19>) en geen ZA uit groep 11 Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA uit groep 9 met afsluitreden 22 en volgend subtraject openen met dezelfde diagnose op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA uit groep 9 Eind-als Als het subtraject is ZT21 (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van 1e ZA uit groep 9 gelijk is aan de startdatum van het subtraject) en het subtraject bevat een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 9 en er zijn geen zorgactiviteiten binnen het subtraject uit (<ZPK3> of <ZPK19>) en geen ZA uit groep 11 Dan sluit het lopende subtraject 42 dagen na de uitvoerdatum van de ZA uit groep 9 met afsluitreden 22 Eind-als Registratieregel D Voor orale oncologische medicatie geldt dat het zorgtype 21 (of zorgtype 11 waarbij de uitvoerdatum van de eerste orale medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) subtraject 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Bijvoorbeeld als een hormonale therapie wordt vervolgd door een chemotherapie of wanneer van orale chemotherapie wordt overgegaan op chemotherapie per infuus of injectie. Nederlandse Zorgautoriteit
33 Technische uitwerking D Als het subtraject is ZT21 (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van 1e ZA uit groep 3 t/m 8 gelijk is aan de startdatum van het subtraject) en het subtraject bevat een diagnose uit groep 1 of groep 2 en een ZA uit groep 3 t/m 8 (X) (*) en een 2e (een andere) ZA uit groep 3 t/m 8 met een latere uitvoerdatum (Y) (*) en er zijn geen zorgactiviteiten binnen het subtraject uit (<ZPK3> of <ZPK19>) en geen ZA uit groep 11 dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA met afsluitreden 22 en volgend subtraject openen met dezelfde diagnose op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA Eind-als (*) Hierbij is X =één van de groepen 3 t/m 8 en Y = één van de groepen 3 t/m 8 met X Y. Indien ZA's uit groep 3 t/m 8 dezelfde uitvoerdatum hebben (binnen X of Y), dan dienen alle combinaties tussen de twee behandeldagen gecontroleerd te worden: als de dag de ZA's x1, x2,... heeft en de eerstvolgende dag met ZA's heeft y1, y2,..., dan moeten alle combinaties x1-y1, x1-y2, x2-y1, x2-y2, etc gecontroleerd worden. Als het subtraject is ZT21 (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van 1e ZA uit groep 3 t/m 8 gelijk is aan de startdatum van het subtraject) en het subtraject bevat een diagnose uit groep 1 of groep 2 en een ZA uit groep 3 t/m 8 en een ZA uit groep 9 of groep 10 met een latere uitvoerdatum en er zijn geen zorgactiviteiten binnen het subtraject uit (<ZPK3> of <ZPK19>) en geen ZA uit groep 11 Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 9 of groep 10 met afsluitreden 22 en volgend subtraject openen met dezelfde diagnose op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 9 of groep 10 Eind-als Als het subtraject is ZT21 (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van 1e ZA uit groep 3 t/m 8 gelijk is aan de startdatum van het subtraject) en het subtraject bevat een diagnose uit groep 1 of groep 2 en een ZA uit groep 3 t/m 8 en er zijn geen zorgactiviteiten binnen het subtraject uit (<ZPK3> of <ZPK19>) en geen ZA uit groep 11 Dan sluit het lopende subtraject 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste ZA uit groep 3 t/m 8 met afsluitreden 22 Nederlandse Zorgautoriteit
34 Eind-als Sluitingsregels voor zorgtype 21 subtrajecten (of een zorgtype 11 subtraject waarbij de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) bij medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie van acute leukemie Registratieregel E Bij een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie van acute leukemie wordt het zorgtype 21 subtraject (of zorgtype 11 waarbij de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op iedere 30e behandeldag (klinische dag respectievelijk dagverpleging) of 42 dagen na de laatste behandeldag indien er geen 30 behandeldagen hebben plaatsgevonden. Technische uitwerking E Als het subtraject is ZT 21 (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van 1e ZA uit groep 10 gelijk is aan de startdatum van het subtraject) en het subtraject bevat een diagnose uit groep 2 en een ZA uit groep 10 en geen ZA uit groep 11 en het aantal ZA's met (ZPK2 of ZPK3 of ZPK19) =30 Dan sluit het lopende subtraject op de uitvoerdatum van de 30e behandeldag met afsluitreden 22 Eind-als Als het subtraject is ZT 21 (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van 1e ZA uit groep 10 gelijk is aan de startdatum van het subtraject) en het subtraject bevat een diagnose uit groep 2 en een ZA uit groep 10 en geen ZA uit groep 11 en het aantal ZA's met (ZPK2 of ZPK3 of ZPK19) <30 Dan het subtraject sluiten 42 dagen na de laatste ZA uit ZPK2 of ZPK3 of ZPK19 met afsluitreden 22 Eind-als Nederlandse Zorgautoriteit
35 Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0302_20 Brughoektumor 0302_21 Maligne tumoren oor 0302_42 Tumor voorste schedelbasis 0302_60 Maligne cavum oris tumor stadium I en II 0302_61 Maligne cavum oris tumor stadium III en IV 0302_62 Maligne orofarynx tumor stadium I en II 0302_63 Maligne orofarynx tumor stadium III en IV 0302_64 Maligne hypofarynxtumor stadium I en II 0302_65 Maligne hypofarynxtumor stadium III en IV 0302_66 Maligne larynxtumoren stadium I en II 0302_67 Maligne larynxtumoren stadium III en IV 0302_68 Maligne nasofarynxtumor stadium I en II 0302_69 Maligne nasofarynxtumor stadium III en IV 0302_72 Maligne tumor speekselklieren 0302_84 Maligne tumor hals 0302_88 Maligne huidtumoren hoofd/hals 0303_303 Maligne neoplasma schildklier 0303_306 Maligne neoplasma speekselklieren 0303_310 Mediastinoscopie / -tomie of thoracoscopie Nederlandse Zorgautoriteit
36 Diagnosecode 0303_313 Neoplasma bronchus, long 0303_314 Neoplasma mediastinaal / pleura (mesothelioom) 0303_318 Maligne neoplasma mamma 0303_319 Maligne neoplasma oesofagus/cardia 0303_331 Maligne neoplasma galblaas 0303_332 Maligne neoplasma pancreas / galwegen 0303_333 Maligne neoplasma colon (exclusief sigmoïd / rectum) 0303_334 Maligne neoplasma recto-sigmoïd overgang 0303_335 Maligne neoplasma rectum 0303_346 Maligne neoplasma maag, exclusief cardia 0303_347 Peritonitis carcinomatosa van colorectaal carcinoom zonder uitzaaiingen elders (HIPEC) 0303_349 Overige maligne neoplasmata abdomen 0303_350 Maligne melanoom van huid 0303_352 Maligne neoplasma weke delen 0303_353 Ziekte van Hodgkin, non-hodgkin 0303_357 Kiemceltumor 0303_358 Neuroblastoom 0303_359 Overige oncologische diagnosen 0303_360 Metastase bot 0303_363 Maligne neoplasma skelet (exclusief metastase) 0303_367 Maligne neoplasma lever (inclusief metastase) Nederlandse Zorgautoriteit
37 Diagnosecode 0303_370 Wilm's tumor 0305_1110 Metastase in bot 0305_1140 Maligne skelet 0305_1150 Maligne weke delen 0306_010 (bij)niertumor 0306_016 Lymfnodi niertumor 0306_020 Uretertumor 0306_025 Lymfnodi uretertumor 0306_030 Blaastumor 0306_040 Prostaatcarcinoom 0306_045 Lymfnodi prostaatcarcinoom 0306_048 Prostaatcarcinoom (orchidectomie) 0306_050 Peniscarcinoom 0306_060 Testistumor 0306_069 Lymfnodi testistumor 0306_070 Urethratumor 0306_078 Lymfnodi urethratumor 0306_084 Lymfnodi blaastumor 0306_092 Lymfnodi peniscarcinoom 0307_M _M12 Maligniteit vulva Maligniteit vagina Nederlandse Zorgautoriteit
38 Diagnosecode 0307_M _M _M _M _M _M99 Maligniteit cervix Maligniteit endometrium Maligniteit myometrium Maligniteit ovarium / tuba Choriocarcinoom/persisterende trofoblast Maligniteit overige 0310_14 Maligne dermatosen 0310_17 Premaligne dermatosen 0313_214 Maligniteit schildklier 0313_264 Maligniteit bijnier 0313_291 MENsyndroom 0313_621 Maligniteit, kleincellig carcinoom bronchus 0313_622 Maligniteit, grootcellig carcinoom bronchus 0313_623 Maligniteit thymoom 0313_624 Maligniteit pleura 0313_629 Overige maligniteiten thorax nno 0313_751 Hodgkin lymfoom 0313_752 Non Hodgkinlymfoom (NHL) laaggradig 0313_753 Non Hodgkin lymfoom (NHL) intermediair/hooggradig 0313_754 Multipel myeloom/primaire amyloïdose 0313_755 Monoklonale gammopathie (MGUS) Nederlandse Zorgautoriteit
39 Diagnosecode 0313_757 CLL, Waldenström, Hairy cell leukemie 0313_759 Overige lymfoproliferatieve aandoeningen nno 0313_762 RAEB 0313_763 Myelodyplasie overige nno 0313_771 Chronische myeloïde leukemie (CML) 0313_772 Polycytemia vera, essentiële trombocytose 0313_773 CMMoL 0313_774 Myelofibrose 0313_779 Overige myeloproliferatieve aandoeningen nno 0313_801 Maligniteit hoofd-hals 0313_802 Maligniteit CZS (primair) 0313_811 Maligniteit mamma 0313_821 Maligniteit ovarium 0313_822 Maligniteit cervix 0313_823 Maligniteit endometrium 0313_831 Maligniteit testis 0313_832 Maligniteit prostaat 0313_833 Maligniteit urinewegen 0313_834 Maligniteit nier/grawitz 0313_839 Overige maligniteiten tractus uro/genitalis 0313_841 Maligniteit bot en gewrichtskraakbeen Nederlandse Zorgautoriteit
40 Diagnosecode 0313_842 Maligniteit huid/melanoom 0313_843 Maligniteit weke delen 0313_899 Maligniteit nno 0313_904 Maligniteit slokdarm/cardia 0313_914 Maligniteit maag (exclusief cardia) 0313_927 Maligniteit colorectaal 0313_955 Levertumor nno 0313_964 Maligniteit pancreas 0313_979 Overige maligniteiten tractus digestivus 0316_6107 Maligniteit bot 0316_6112 Maligne lymfoom 0316_6113 Maligniteit CZS 0316_6114 Neuroblastoom 0316_6115 Retinoblastoom 0316_6116 Maligniteit nier 0316_6118 Maligniteit lever 0316_6119 Maligniteit weke delen 0316_6120 Kiemceltumoren/gonadale tumoren 0316_6121 Carcinomen (overig) 0316_6122 Overige en/of niet gespecificeerde maligniteiten m.u.v. carcinomen zoals geclassificeerd bij _6123 Histiocytose Nederlandse Zorgautoriteit
41 Diagnosecode 0316_6124 Beenmergfalen 0316_6150 Verdenking maligniteit 0318_307 Oesofagus/cardia maligniteit 0318_407 Maagcarcinoom, exclusief cardiacarcinoom 0318_408 Lymfoom 0318_610 Colorectale maligniteit 0318_712 Maligniteit in lever 0318_735 Cholangiocarcinoom 0318_755 Pancreasneoplasieën 0318_810 Oncologische behandeling bij G.I. maligniteit 0318_906 Oncologie, niet G.E. 0322_1301 Litteken 0322_1303 Tumoren NSCLC 0322_1304 Tumoren SCLC 0322_1305 Mesothelioom 0322_1306 Mediastinale tumoren 0322_1307 Overige tumoren 0322_1308 Metastasen van proces elders 0330_0202 Primair maligne neoplasma intracerebraal 0330_0203 Secundair maligne neoplasma intracerebraal (metastase) 0330_0212 Primair neoplasma extracerebraal (benigne of maligne) Nederlandse Zorgautoriteit
42 Diagnosecode 0330_0213 Secundair neoplasma extracerebraal (metastase) 0330_0222 Primair neoplasma intraspinaal (benigne of maligne) 0330_0223 Secundair neoplasma intraspinaal (metastase) 0330_0232 Primair neoplasma extraspinaal/epiduraal/wervelkolom (benigne of maligne) 0330_0233 Secundair neoplasma extraspinaal/epiduraal/wervelkolom (metastase) 0330_0242 Primaire Leptomeningeale maligniteit 0330_0243 Secundaire Leptomeningeale maligniteit 0330_0299 Overige neuro-oncologie 0330_9921 Geen neurologie, werkdiagnose neopl intracerebraal Groep 2 Diagnosecode 0313_756 Acute lymfatisch leukemie 0313_761 Acute myeloïde leukemie/raeb-t 0316_6111 Leukemie Groep Begeleiding tijdens de behandeling met immunotherapie, alle toedieningsvormen exclusief per infuus of per injectie (zie ) (excl. behandeling met methotrexaat (MTX) bij kinderen zie ). Nederlandse Zorgautoriteit
43 Groep Begeleiding van patiënten tijdens de behandeling met hormoontherapie bij niet gemetastaseerde tumoren. Groep Begeleiding van patiënten tijdens de behandeling met hormoontherapie bij gemetastaseerde tumoren. Groep Begeleiding tijdens de behandeling met chemotherapie, alle toedieningsvormen exclusief per infuus of per injectie (zie ), bij nietgemetastaseerde tumoren. Begeleiding tijdens de behandeling met chemotherapie, alle toedieningsvormen exclusief per infuus of per injectie (zie ), bij acute leukemie. Groep Begeleiding tijdens de behandeling met chemotherapie, alle toedieningsvormen exclusief per infuus of per injectie (zie ), bij gemetastaseerde tumoren. Groep Begeleiding tijdens de behandeling met chemo-immunotherapie, alle toedieningsvormen exclusief per infuus of per injectie (zie ). Nederlandse Zorgautoriteit
44 Groep Verstrekking chemotherapie per infuus of per injectie bij niet-gemetastaseerde tumoren Verstrekking chemotherapie per infuus of per injectie bij gemetastaseerde tumoren Verstrekking chemo-immunotherapie per infuus of per injectie Verstrekking immunotherapie per infuus of per injectie (excl. desensibilisatie middels immunotherapie bij kinderen zie , excl. behandeling met methotrexaat (MTX) bij kinderen zie ) Verstrekking hormoontherapie per infuus of per injectie bij niet-gemetastaseerde tumoren Verstrekking hormoontherapie per infuus of per injectie bij gemetastaseerde tumoren Verstrekking tumor infiltrerende lymfocytentherapie (TIL) per infuus of per injectie bij gemetastaseerde tumoren Verstrekking dendritische cellen (DC) immunotherapie per infuus of per injectie bij gemetastaseerde tumoren Verstrekking radium-223 chloride per injectie bij prostaattumoren. Groep Verstrekking chemotherapie per infuus of per injectie bij acute leukemie. Groep Selectie stamcellen allogeen onverwante donor bij stamceltransplantatie Selectie allogeen navelstrengbloed bij stamceltherapie Harvest stamcellen dmv leukaferese tbv autologe stamceltransplantatie Toedienen groeifactoren autologe stamceltransplantatie. Nederlandse Zorgautoriteit
45 Stamcellen allogeen onverwante donor bij stamceltransplantatie Stamcellen allogeen navelstrengbloed bij stamceltherapie Stamceltransplantatie/hertransplantatie allogeen, verwante donor Stamceltransplantatie/hertransplantatie allogeen, niet verwante donor Stamceltransplantatie/hertransplantatie allogeen, navelstrengbloed Stamceltransplantatie autoloog Post-transplantatietraject stamceltransplantatie allogeen, verwante donor Post-transplantatietraject stamceltransplantatie allogeen, niet-verwante donor Post-transplantatietraject stamceltransplantatie allogeen, navelstrengbloed Post-transplantatietraject stamceltransplantatie autoloog. 5.2 Regel Chronische zorg met thuisbeademing Registratieregel Bij chronische zorg met thuisbeademing wordt het subtraject telkens na een periode van 30 dagen afgesloten. Het zorgprofiel bevat tenminste één van de zorgactiviteiten voor thuisbeademing. De voorbereidingsfase wordt afgesloten op de dag voor de start van de chronische thuisbeademing tenzij deze niet leidt tot chronische thuisbeademing. In het laatste geval gelden de algemene regels voor afsluiting. Voor chronische zorg met thuisbeademing wordt een apart zorgtraject geopend (zo nodig parallel aan de aandoening waarvoor de thuisbeademing wordt gegeven). N.B.: als er binnen een periode van 30 dagen geen zorgactiviteit voor chronische thuisbeademing is geregistreerd wordt het subtraject gesloten één dag voor de datum van de eerste zorgactiviteit voor chronische thuisbeademing. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. N.B.: de openingsdatum van het subtraject is de eerste teldag Nederlandse Zorgautoriteit
46 Technische uitwerking Als het subtraject één of meer ZA's uit groep 1 bevat Als de termijn vanaf de openingsdatum van het subtraject en de uitvoerdatum van de eerste ZA uit groep 1 <= 30 dagen is Dan het subtraject sluiten op de 30e dag na openen van het subtraject met afsluitreden 24 Anders het subtraject sluiten 1 dag voor de uitvoerdatum van de eerste ZA uit groep 1 met als afsluitreden 24 en volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 1 Eind-als Eind-als Als het subtraject een ZA uit groep 2 bevat en daarna een ZA uit groep 1 Dan het subtraject sluiten 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 1 met afsluitreden 24 en volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 1 Eind-als Referentiegroepen Groep Begeleiding chronische thuisbeademing, 1 apparaat Begeleiding chronische thuisbeademing, 1 apparaat, complex (0-16 jaar of volwassenen met ALS/PSMA) Begeleiding chronische thuisbeademing, meer dan 1 apparaat Instellen op beademing incl. overstappen op andere beademingswijze cq. ander type beademingsapparatuur Instellen op beademing incl. overstappen op andere beademingswijze cq. ander type beademingsapparatuur, complex (kind 0-16 jaar of volwassenen met ALS/PSMA) Chronische beademing bijstellen, excl. overstappen op andere beademingswijze c.q. ander type beademingsapparatuur Klinisch verblijf chronische beademing op sociaal maatschappelijke indicatie. Nederlandse Zorgautoriteit
47 Groep Voorbereiding chronische thuisbeademing. 5.3 Regel Chronische zorg met dialyse Registratieregel Chronische zorg met dialyse wordt afgesloten telkens na een periode van 7 dagen. Het zorgprofiel bevat tenminste één van de zorgactiviteiten voor chronische dialyse. Voor chronische dialyse wordt een apart zorgtraject geopend (zo nodig parallel aan de aandoening waarvoor de dialyse wordt gegeven). De zorgactiviteit voor dialyse mag maar eenmaal per dialyse worden geregistreerd. Deze zorgactiviteit wordt gekoppeld aan het zorgtraject waarvoor de dialyse wordt uitgevoerd. Indien de patiënt tijdelijk dialyseert in een andere instelling dan de instelling waar de patiënt regulier in behandeling is, mogen beide instellingen een eigen zorgtraject registreren. N.B.: als er binnen een periode van 7 dagen geen zorgactiviteit voor chronische dialyse is geregistreerd wordt het subtraject gesloten één dag voor de datum van de eerste zorgactiviteit voor chronische dialyse. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. N.B.: de openingsdatum van het subtraject is de eerste teldag Technische uitwerking Als het subtraject een diagnose uit groep 1 bevat en het subtraject één of meer ZA's uit groep 2 bevat Als de termijn vanaf openingsdatum van het subtraject en de uitvoerdatum van de eerste ZA uit groep 2 <= 7 dagen is Dan het subtraject sluiten op de 7e dag na openen van het subtraject met afsluitreden 26 Anders het subtraject sluiten 1 dag voor de uitvoerdatum van de eerste ZA uit groep 2 met afsluitreden 26 en volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 Eind-als Eind-als Nederlandse Zorgautoriteit
48 Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0313_331 Continue ambulante peritoneale dialyse (CAPD) 0313_332 Automatische peritoneale dialyse (APD) 0313_336 Chronische hemodialyse thuis 0313_339 Chronische hemodialyse in instelling 0316_4006 Nierinsufficiëntie, chronische Groep Nachtelijke hemodialyse Nachtelijke hemodialyse met epo Hemodialyse Hemodialyse met EPO Thuishemodialyse Thuishemodialyse met EPO Thuishemodialyse met verpleegkundige dialyse assistentie (VDA) Thuishemodialyse met EPO en VDA Nachtelijke thuishemodialyse Nachtelijke thuishemodialyse met epo CAPD inclusief dialysemiddelen, excl. EPO. Nederlandse Zorgautoriteit
49 CAPD inclusief dialysemiddelen en EPO CCPD inclusief dialysemiddelen, excl EPO CCPD inclusief dialysemiddelen en EPO Actieve centrum hemodialyse zonder EPO Passieve centrum hemodialyse zonder EPO Opleiding centrum hemodiayse zonder EPO Actieve centrum hemodialyse met EPO Passieve centrum hemodialyse met EPO Opleiding centrum hemodialyse met EPO. 5.4 Regel Klinische geriatrie/ouderengeneeskunde Registratieregel Indien er bij de behandeling een verergering van het probleem ontstaat waarvoor opnieuw een Comprehensive Geriatric Assessment (CGA) noodzakelijk is wordt het subtraject afgesloten. Vervolgens wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend. Moment van afsluiten is één dag voor de start van de nieuwe behandeling of conform de algemene regel indien de nieuwe behandeling later dan dit moment start. Technische uitwerking Als het subtraject heeft ZT11 en een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 2 en een 2e ZA uit groep 2 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA met afsluitreden 29 en open een volgend ZT21 subtraject op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA uit groep 2 Nederlandse Zorgautoriteit
50 Eind-als Als het subtraject heeft ZT21 en een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 2 met een latere uitvoerdatum dan de startdatum van het subtraject Dan sluit het ZT21 subtraject 1 dag voor uitvoerdatum van de ZA met afsluitreden 29 en open een volgend ZT21 subtraject op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0313_090 Multipele orgaanstoornissen 0313_091 Geheugenproblemen en dementie 0313_092 Delier 0313_093 Aandoeningen van bewegingsstelsel en bindweefsel 0313_094 Collaps e.c.i. (analyse collaps anders dan in het kader van ouderengeneeskunde zie code 005) 0313_095 Loopstoornis (mobiliteitsproblematiek) 0335_101 Multipele orgaanstoornissen 0335_201 Infectieziekten en parasitaire ziekten 0335_211 Nieuwvormingen 0335_221 Endocriene en voedingsstoornissen 0335_222 Diabetes Mellitus 0335_223 Dehydratie / hypovolemie 0335_224 Calorie/eiwitten ondervoeding Nederlandse Zorgautoriteit
51 Diagnosecode 0335_231 Aandoeningen bloed en bloedvormende organen 0335_232 Anemie 0335_241 Psychische stoornissen 0335_242 Geheugenproblemen en dementie 0335_243 Delier 0335_244 Depressieve stoornissen 0335_245 Gedragsstoornissen 0335_251 Aandoeningen zenuwstelsel en zintuigen 0335_252 Parkinson / Parkinsonisme 0335_261 Aandoeningen hartvaatstelsel 0335_262 Decompensatio cordis 0335_263 CVA / TIA 0335_271 Aandoeningen ademhalingswegen 0335_272 COPD 0335_273 Pneumonie 0335_281 Aandoeningen van het spijsverteringsstelsel 0335_301 Aandoeningen van het urogenitaal systeem 0335_311 Aandoeningen van huid en subcutis 0335_312 Decubitis 0335_321 Aandoeningen van bewegingsstelsel en bindweefsel 0335_322 Osteoporose Nederlandse Zorgautoriteit
52 Diagnosecode 0335_323 Artrose 0335_332 Collaps e.c.i. 0335_333 Loopstoornis 0335_334 Afwijkende bloedchemie 0335_341 Stoornissen door ongevallen en vergiftigingen 0335_342 Bijwerkingen medicatie en intoxicaties 0335_352 Palliatieve zorg Groep Comprehensive Geriatric Assessment (CGA). 5.5 Regel Complex chronisch longfalen Registratieregel Een zorgtype 11 subtraject voor intake en assessment (zorgactiviteiten en ) bij complex chronisch longfalen (CCL) wordt afgesloten één dag voor de start van de behandeling (zorgactiviteiten t/m en ). Het zorgtype 21 subtraject voor de behandeling heeft een vaste looptijd van 120 dagen. Binnen dit zorgtype 21 subtraject moet bij het eerste face-to-face contact zorgactiviteit Vervolgbehandeling na assessment - longastmacentra. geregistreerd worden, deze zorgactiviteit kan eenmalig binnen een zorgtraject worden geregistreerd. Technische uitwerking Als het subtraject heeft ZT 11 en een ZA uit groep 1 Als ZA uit groep 2 na uitvoerdatum van ZA uit groep 1 Nederlandse Zorgautoriteit
53 Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 met afsluitreden 31 en open een volgend subtraject op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 Anders sluit op de 120e dag na openen van het subtraject met afsluitreden 31 Eind-als Eind-als Als het subtraject heeft ZT 21 en het subtraject bevat 1 of meer zorgactiviteiten uit groep 1 of groep 2 Dan sluit op de 120e dag na openen van het subtraject met afsluitreden 31 Eind-als Referentiegroepen Groep Intake - longastmacentra Assessment - longastmacentra. Groep Module fysieke fitheid basis - longastmacentra Module fysieke fitheid uitgebreid - longastmacentra Module beweeggedrag in de dagelijkse praktijk - longastmacentra Module aanvullende buitensporten individueel - longastmacentra Module watertherapie - longastma centra Module voeding basis - longastmacentra Module voeding aanvullend, gewichtsstoornis - longastmacentra. Nederlandse Zorgautoriteit
54 Module dyspneumanagement basis - longastmacentra Module dyspneu uitgebreid, IMT - longastmacentra Module exacerbatiemanagement basis - longastmacentra Module exacerbatiemanagement uitgebreid - longastmacentra Module exacerbatie - longastmacentra Module functionele training basis - longastmacentra Module functionele training uitgebreid - longastmacentra Module dagbesteding uitbreiding - longastmacentra Module medicatie en inhalatie basis - longastmacentra Module medicatie en inhalatie aanvullend - longastmacentra Module systeemproblematiek basis - longastmacentra Module systeemproblematiek uitgebreid - longastmacentra Module ziektecognities - longastmacentra Module coping basis - longastmacentra Module acceptatie en verwerkingsproblematiek - longastmacentra Module stemmingsproblematiek - longastmacentra Module rookstop - longastmacentra Module arbeidsreintegratie - longastmacentra Module medicatie afbouw - longastmacentra Module hooggebergte - longastmacentra Module allergie, eczeem - longastmacentra. Nederlandse Zorgautoriteit
55 Module opstart zeer laag belastbaar ADL (ziekte) - longastmacentra Module dyspneu uitgebreid, ademregulatie - longastmacentra Module allergie, voeding - longastmacentra Module dyspneu uitgebreid, mucus en sputum en hoest - longastmacentra Module coping uitgebreid - longastmacentra Module blessurebehandeling - longastmacentra Module motorische stoornis kinderen aanvullend - longastmacentra Module gedragsstoornis kinderen aanvullend - longastmacentra Langdurige behandelende kinderdiagnostiek astma - longastmacentra. 5.6 Regel Incongruentie genderidentiteit Registratieregel Voor het conservatieve deel van genderzorg wordt een apart (bij gynaecologie zo nodig parallel aan een operatief behandeltraject) zorgtraject geopend. De conservatieve behandeling bestaat uit 3 fasen: Fase 1: het screeningstraject Fase 2: de diagnostiek genderidentiteitsstoornis Fase 3: de real life of hormonale behandeling a. Binnen een subtraject voor fase 1 dient bij het eerste face-to-face contact met de medisch psycholoog de zorgactiviteit Intake face-to-face medisch psycholoog geregistreerd te worden. b. Een subtraject voor fase 1 heeft een looptijd van 120 dagen tenzij binnen 120 dagen de diagnostiek genderidentiteitsstoornis start. In dat geval wordt het subtraject afgesloten één dag voor de registratie van de zorgactiviteit Tentatieve diagnostische fase genderincongruentie. c. Een subtraject voor fase 2 heeft een looptijd van 120 dagen tenzij binnen die 120 dagen de real life of hormoon behandeling start (fase 3). In dat geval wordt het subtraject afgesloten op de dag van registratie van de zorgactiviteit MDO. Nederlandse Zorgautoriteit
56 d. Een subtraject voor fase 3 heeft een looptijd van 120 dagen en wordt vervolgd zolang patiënt onder behandeling is (in principe levenslang). N.B.: voor subtrajecten voor de operatieve genderbehandelingen gelden de algemene regels. Technische uitwerking Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 2 Als ZA uit groep 3 na uitvoerdatum van ZA uit groep 2 Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 3 met afsluitreden 33 en open een volgend subtraject op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 3 Anders sluit op de 120e dag na openen van het subtraject met afsluitreden 33 Eind-als Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 3 Als ZA uit groep 4 na uitvoerdatum van ZA uit groep 3 Dan sluit het lopende subtraject op de uitvoerdatum van de ZA uit groep 4 met afsluitreden 33 Anders sluit op de 120e dag na het openen van het subtraject met afsluitreden 33 Eind-als Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en geen ZA uit groep 2, 3 of 4 Dan sluit op de 120e dag na het openen van het subtraject met afsluitreden 33 Eind-als Nederlandse Zorgautoriteit
57 Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0307_G31 Incongruentie genderidentiteit 0313_049 Incongruentie genderidentiteit 0316_8930 Incongruentie genderidentiteit Groep Intake face-to-face medisch psycholoog Groep Tentatieve diagnostische fase incongruentie van genderidentiteit. Groep Multidisciplinair overleg (MDO). 5.7 Regel Kindergeneeskunde en kinderneurologie Oncologische behandeling in SKION centrum Registratieregel De looptijd van kinderoncologische subtrajecten in een centrum met SKION stratificatie is altijd 120 dagen. Nederlandse Zorgautoriteit
58 Opmerking: Bij het eerste face-to-face contact binnen het zorgtype 11 subtraject dient de zorgactiviteit SKION stratificatie - oncologische behandeling in afwachting van SKION stratificatie. geregistreerd te worden. Binnen ieder subtraject waarbinnen activiteiten plaatsvinden dient minimaal één van de SKION zorgactiviteiten t/m geregistreerd te zijn. Technische uitwerking Als het subtraject een diagnose bevat uit groep 1 en een zorgvraagcode uit groep 2 en een ZA uit groep 3 Dan het subtraject sluiten op de 120e dag na het openen van het subtraject met afsluitreden 35 Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0316_6107 Maligniteit bot 0316_6111 Leukemie 0316_6112 Maligne lymfoom 0316_6113 Maligniteit CZS 0316_6114 Neuroblastoom 0316_6115 Retinoblastoom 0316_6116 Maligniteit nier 0316_6118 Maligniteit lever 0316_6119 Maligniteit weke delen 0316_6120 Kiemceltumoren/gonadale tumoren Nederlandse Zorgautoriteit
59 Diagnosecode 0316_6121 Carcinomen (overig) 0316_6122 Overige en/of niet gespecificeerde maligniteiten m.u.v. carcinomen zoals geclassificeerd bij _6123 Histiocytose 0316_6124 Beenmergfalen 0316_6150 Verdenking maligniteit 0330_0202 Primair maligne neoplasma intracerebraal 0330_0203 Secundair maligne neoplasma intracerebraal (metastase) 0330_0212 Primair neoplasma extracerebraal (benigne of maligne) 0330_0213 Secundair neoplasma extracerebraal (metastase) 0330_0222 Primair neoplasma intraspinaal (benigne of maligne) 0330_0223 Secundair neoplasma intraspinaal (metastase) 0330_0232 Primair neoplasma extraspinaal/epiduraal/wervelkolom (benigne of maligne) 0330_0233 Secundair neoplasma extraspinaal/epiduraal/wervelkolom (metastase) 0330_0242 Primaire Leptomeningeale maligniteit 0330_0243 Secundaire Leptomeningeale maligniteit 0330_0299 Overige neuro-oncologie 0330_9921 Geen neurologie, werkdiagnose neopl intracerebraal Groep 2 Zorgvraagcode 0316_061 Kind 0330_200 Kind Nederlandse Zorgautoriteit
60 Groep 3 Zorgactivitetcode SKION stratificatie - licht behandelprotocol SKION stratificatie - medium behandelprotocol SKION stratificatie - zwaar behandelprotocol SKION stratificatie - follow up SKION stratificatie - oncologische behandeling in afwachting van SKION stratificatie Uitgebreide diagnostiek door kinderoncoloog bij verdenking op maligniteit. 5.8 Regel Gynaecologie intra-uteriene ingrepen Registratieregel Bij intra-uteriene ingrepen wordt het subtraject afgesloten één dag voor de andere intra-uteriene ingreep, of conform de algemene regel zoals vermeld in artikel 17 en 18 van de Regeling medisch specialistische zorg, indien de andere ingreep later dan dit moment start. Technische uitwerking Als diagnose uit groep 1 en ZA uit groep 2 en 2e ZA uit groep 2 met een latere uitvoerdatum Dan subtraject afsluiten 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA uit groep 2 met afsluitreden 37 en volgend subtraject openen op dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA uit groep 2 Eind-als Nederlandse Zorgautoriteit
61 Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 307_Z24 307_Z25 307_Z27 307_Z28 Begeleiding graviditeit in verband met congenitale afwijkingen bij het kind Begeleiding graviditeit in verband met foetale hartritmestoornis met specifieke bewakingsbehoefte Begeleiding graviditeit in verband met transfuseur-transfusésyndroom Begeleiding graviditeit in verband met overige foetale indicatie Groep Therapeutische laparoscopie, bv. ter opheffing van adhesiolysis, excisie intra-abdominale cysten, endometriose (excl. bij vruchtbaarheidsproblematiek zie ). 5.9 Regel Neonatologie Registratieregel Een subtraject wordt afgesloten op de dag van ontslag (ontslagdatum) van de neonaat uit het ziekenhuis. Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0316 en een zorgvraagcode uit groep 1 en een ZA uit (ZPK3 of ZPK19) Dan het subtraject sluiten op de dag van de laatste ZA uit (ZPK3 of ZPK19) met afsluitreden 38 Eind-als Nederlandse Zorgautoriteit
62 Referentiegroepen Groep 1 Zorgvraagcode 505 Prematuriteit onder 28 weken 515 Prematuriteit 28 tot 30 weken 525 Prematuriteit 30 tot 32 weken 530 Prematuriteit 32 tot 34 weken zonder sectio 540 Prematuriteit 32 tot 34 weken met sectio 550 Prematuriteit 34 tot 37 weken zonder sectio 560 Prematuriteit 34 tot 37 weken met sectio 570 A terme ouder dan 37 weken zonder sectio 580 A terme ouder dan 37 weken met sectio 5.10 Regel Cardiologie Registratieregel Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten: Bij opname in de kliniek of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten: 1. op datum van ontslag uit kliniek, dagverpleging of langdurige observatie behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie. 2. wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet, waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor de opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten. 3. op de dag voorafgaand aan het herimplanteren van een (deel van) een transveneuze lead na een complexe transveneuze leadextractie. Nederlandse Zorgautoriteit
63 Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten: 4. subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet, waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten. 5. subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet, waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten. Bij hartrevalidatie (diagnose 821): 6. op de 120e dag na de opening van het subtraject Let op; de uitzondering voor de begeleiding bij hart-, long en hartlongtransplantatie ( ) geldt ook voor cardiologie en gaat voor op de uitzonderingen cardiologie Automatiseerbaar is alleen de regel voor ontslag uit de kliniek of dagverpleging (de regel 1), sluiten voor het herimplanteren van een transveneuze lead (regel 3) en hartrevalidatie (de regel 6). De regels 2, 4 en 5 vragen een besluit door de arts (nieuwe zorgvraag). Bij cardiologie is altijd (behalve bij overlijden) afsluitreden 43 van toepassing. Alle subtrajecten worden namelijk afgesloten o.b.v. de uitzondering Cardiologie. N.B.: Bij cardiologie is ontslag gedefinieerd als ontslag uit de kliniek of dagverpleging. Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0320 Als het subtraject heeft diagnose uit groep 1 Dan het subtraject sluiten op de 120e dag na opening subtraject met afsluitreden 43 Anders Als zich tijdens de looptijd van een subtraject een nieuwe zorgvraag voordoet Dan sluit het subtraject 1 dag voor de opening van het nieuwe zorgtraject Anders Als het subtraject bevat een ZA uit groep 2 met uitvoerdatum na de openingsdatum van het subtraject Nederlandse Zorgautoriteit
64 Dan het subtraject sluiten 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 met als afsluitreden 43 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 Eind-als Als het subtraject heeft ZT11 Als het subtraject bevat 1 of meer ZA's met ZPK2, ZPK3 of ZPK19 Dan het subtraject sluiten op de dag van de laatste ZA met (ZPK2 of ZPK3 of ZPK19) met afsluitreden 43 Anders het subtraject sluiten op de 90e dag na opening subtraject met afsluitreden 43 Eind-als Eind-als Eind-als Eind-als Als het subtraject heeft ZT21 Als het subtraject bevat 1 of meer ZA s uit ZPK3 of ZPK19 of het subtraject bevat een ZA met ZPK2 én het subtraject bevat geen ZA uit groep 3 op de uitvoerdatum van ZPK2 Dan het subtraject sluiten op de dag van de laatste ZA met ZPK3 of ZPK19, of op de dag van de ZA met ZPK 2 zonder ZA uit groep 3 op de uitvoerdatum van de ZPK 2 met afsluitreden 43 Anders het subtraject sluiten op de 120 e dag na opening subtraject met afsluitreden 43 Eind-als Eind-als Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0320_821 Hartrevalidatie Nederlandse Zorgautoriteit
65 Groep Complexe transveneuze verwijdering van endocardiale elektroden van een pacemaker met gebruik van specifieke extractietools Complexe transveneuze verwijdering van endocardiale elektroden van een subcutane automatische defibrillator (AICD) met gebruik van specifieke extractietools. Groep Behandeling met de cardioverter Catheterisatie van het rechter hart, inclusief eventuele drukmeting, O2-bepaling, angiografie (veneuze hartcatheterisatie), aansluiting van een uitwendige pacemaker. Catheterisatie linker en evt. rechter hart, inclusief evt. angiografie (coronair en/of hart en/of arteria pulmonalis), drukmeting, O2-bepaling (arterieel en/of hart), aortografie, aansl.uitw.pm Hisbundel electrocardiografie Atrial pacing + hisbundel-electrocardiografie Begeleiding en interpretatie door cardioloog bij multislice CT-hart inclusief voor- en nabespreking met radioloog Begeleiding en interpretatie door cardioloog bij multislice CT-hart voor Ca2+-meting inclusief voor- en nabespreking met radioloog Multislice CT-hart inclusief voor- en nabespreking met cardioloog Multislice CT-hart tbv Ca2+-bepaling inclusief voor- en nabespreking met cardioloog MRI-hart MRI-hart met dobutamine stress-test Ejectiefractie L.V. en/of R.V. met wandbewegingsanalyse Ejectiefractiemeting bij meerdere inspanningsniveau's First-pass-hartonderzoek. Nederlandse Zorgautoriteit
66 SPECT van myocard rust SPECT van myocard inspanning met stress-test SPECT van myocard vitaliteit SPECT van hartkamers ECG-getriggerd, rust met EF- berekening (244) SPECT van hartkamers ECG-getriggerd met EF-berekening, inspanning en stress-test (244) Regel Longgeneeskunde Registratieregel Wanneer bij exacerbatie van COPD een heropname plaatsvindt binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname, wordt het subtraject afgesloten en een nieuw subtraject geopend. Moment van afsluiten is één dag voor de start van de nieuwe klinische opname. Indien de heropname plaatsvindt na de 42e dag na ontslag, gelden de algemene regels. N.B.: uitgangspunt bij deze afsluitregel is dat er sprake is van een exacerbatie; dat is niet vanuit de tabellen afleidbaar, de regel is daarom semiautomatiseerbaar Technische uitwerking Als het subtraject een diagnose uit groep 1 bevat en een ZA uit (ZPK3 of ZPK19) en gevolgd door een ZA uit (ZPK3 of ZPK19) met als datum: minimaal 2 dagen na datum laatste ZA uit (ZPK3 of ZPK19) Dan het subtraject sluiten een dag voor de nieuwe ZA uit (ZPK3 of ZPK19) met afsluitreden 42 en volgend subtraject openen met dezelfde diagnose op de dag van de uitvoerdatum van de volgende ZA uit (ZPK3 of ZPK19) Eind-als Nederlandse Zorgautoriteit
67 Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0322_1241 COPD 5.12 Regel Reumatologie Registratieregel Indien bij een vervolgbehandeling (zorgtype 21) de behandelsetting wijzigt 1, wordt het subtraject afgesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. Moment van afsluiten is één dag voor de start van de behandeling in de nieuwe setting of conform de algemene regel (genoemd in artikel 17 en 18 van de Regeling Medisch Specialistische zorg), indien de behandeling in nieuwe setting later dan dit moment start. Echter, indien logischerwijs de behandeling in tempi wordt uitgevoerd, gelden de algemene regels. Voorbeelden in tempi: het meermaals toedienen van Remicade of APD- of andere bisfosfonaat infusen. Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0324 en een zorgtype 21 en geen ZA uit groep 1 en een ZA uit ZPK3 of ZPK19 en een ZA uit ZPK2 met een latere uitvoerdatum of een ZA uit ZPK1 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit ZPK2 of ZPK1 met afsluitreden 44 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit ZPK2 of ZPK1 Eind-als Als het subtraject bevat specialismecode 0324 en een zorgtype 21 1 Wijziging behandelsetting: wanneer een patiënt van bijv. een klinische behandeling naar een dagbehandeling of poliklinische behandeling gaat. Nederlandse Zorgautoriteit
68 en geen ZA uit groep 1 en een ZA uit ZPK2 en een ZA uit ZPK1 met een latere uitvoerdatum of een ZA uit ZPK3 of ZPK19 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit ZPK1 of ZPK3 of ZPK19 met afsluitreden 44 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit ZPK1 of ZPK3 of ZPK19 Eind-als Als het subtraject bevat specialismecode 0324 en een zorgtype 21 en geen ZA uit groep 1 en een ZA uit ZPK1 en een ZA uit ZPK2 met een latere uitvoerdatum of een ZA uit ZPK3 of ZPK19 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit ZPK2 of ZPK3 of ZPK19 met afsluitreden 44 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit ZPK2 of ZPK3 of ZPK19 Eind-als Referentiegroepen Groep Venasectie Verstrekking biologicals per infuus of per injectie bij niet-oncologische diagnosen (excl. bij kinderen zie ) Verstrekking chemotherapie per infuus of per injectie bij niet-oncologische diagnosen Verstrekking immunotherapie per infuus of per injectie (excl. desensibilisatie middels immunotherapie bij kinderen zie , excl. behandeling met methotrexaat (MTX) bij kinderen zie ) Intraveneuze verstrekking van bisfosfonaten. Nederlandse Zorgautoriteit
69 5.13 Regel Revalidatiegeneeskunde Registratieregel Een subtraject wordt afgesloten op de 42e dag na de datum waarop de laatste revalidatiegeneeskunde- of zorgprofielklasse 1, 2, 3 of 19 zorgactiviteit heeft plaatsgevonden. Indien binnen deze 42-dagen periode opnieuw een zorgactiviteit plaatsvindt gaat de termijn van 42 dagen opnieuw lopen en wordt afgesloten op de 42e dag na de datum van de laatste zorgactiviteit. Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0327 en een ZA uit groep 1 of met ZPK1, ZPK2, ZPK3 of ZPK19 Dan sluit het subtraject 42 dagen na uitvoerdatum van de laatst uitgevoerde ZA uit groep 1 of met ZPK1, ZPK2, ZPK3 of ZPK19 met afsluitreden 45 Eind-als Referentiegroepen Groep MRI hersenen bij epilepsie - uitgebreid MRI hersenen - met contrast MRI hersenen - standaard CT onderzoek van de hersenen en/of schedel met of zonder intraveneus contrastmiddel CT onderzoek van de aangezichtsschedel, met of zonder intraveneus contrast CT onderzoek van de wervelkolom MRI cervicale wervelkolom en/of hals inclusief craniovertebrale overgang MRI thoracale wervelkolom MRI lumbosacrale wervelkolom CT onderzoek van de bovenste extremiteit(en), met of zonder intraveneus contrast. Nederlandse Zorgautoriteit
70 MRI schouder(s)/bovenste extremiteit(en) CT onderzoek van de thorax, het hart en grote vaten inclusief inbrengen contrastmiddel CT onderzoek van het abdomen, retroperitoneum, inclusief inbegrepen orale en/of rectale contraststof, met of onder toediening van een intraveneus contrastmiddel MRI bekken MR mammografie MRI prostaat MRI rectum MRI abdomen (excl. rectum, zie ) CT van het bekken inclusief inbrengen orale en/of rectale contraststof. Met of zonder toediening van een intraveneus contrastmiddel MRI heup(en)/ onderste extremiteit(en) CT onderzoek van de onderste extremiteiten, met of zonder intraveneus contrast Revalidatiebehandeling Revalidatiebehandeling complexe hartrevalidatie Intercollegiaal consult arts - revalidatie Anesthesie bij botulinetoxine behandeling - revalidatie Intrathecale (baclofen)pomp instellen/vullen/bijstellen - revalidatie Elektro-ejaculatie - revalidatie Anesthesie bij elektro-ejaculatie - revalidatie Injecties onder radiologische geleiding - revalidatie Klinische verpleging - decubitus wondverzorging - revalidatie Klinische verpleging - mictie en defaecatie regulering - revalidatie. Nederlandse Zorgautoriteit
71 Klinische verpleging - ademhaling ondersteuning (zuurstof geven, airstacken (longvolume op peil houden), longen uitzuigen) - revalidatie Klinische verpleging - infusies verzorgen (waaronder perifeerinfuus, CVC en TPV) - revalidatie Fysiotherapie - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Ergotherapie - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Logopedie - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Maatschappelijk werk - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Psychologie - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Orthopedagogie - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Activiteiten begeleiding - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Bewegingsagoog/sportbegeleiding - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Therapeutische peuterleiders - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Hydrotherapie - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Diëtetiek - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Muziektherapie - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Psychologisch medewerker - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Cognitief trainer - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Niet klinische verpleging - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Therapie assistenten - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Geestelijke verzorging - indirect patiëntgebonden handelen - revalidatie Arts - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Fysiotherapie - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie. Nederlandse Zorgautoriteit
72 Ergotherapie - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Logopedie - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Maatschappelijk werk - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Psychologie - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Orthopedagogie - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Activiteiten begeleiding - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Bewegingsagoog/sportbegeleiding - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Therapeutische peuterleiders - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Hydrotherapie - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Diëtetiek - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Muziektherapie - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Psychologisch medewerker - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Cognitief trainer - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Niet klinische verpleging - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Therapie assistenten - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Geestelijke verzorging - direct patiëntgebonden handelen - revalidatie Toeslag brandwonden - revalidatie Toeslag dwarslaesie - revalidatie Toeslag beademing - revalidatie Poliklinische longrevalidatie Poliklinische longrevalidatie bij een groep Nederlandse Zorgautoriteit
73 Intakecontact Informatiemodule FIT-module < tien sessies FIT-module > tien sessies PEP-module Regel Klinische genetica Registratieregel Op de 90e dag na opening wordt het subtraject afgesloten als minimaal één zorgactiviteit voor erfelijkheidsonderzoek/advisering geregistreerd is: , , ,of Als geen van deze zorgactiviteiten geregistreerd is, dan blijft het subtraject maximaal 120 dagen open. In dit laatste geval wordt het traject afgesloten op de dag van uitvoering van deze zorgactiviteit. N.B.: Uitgangspunt is dat zorgactiviteiten (191111, , en ) alleen aan het einde van het erfelijkheidsadviseringstraject worden geregistreerd. Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0390 Als een ZA uit groep 1 Als de termijn vanaf openingsdatum van het subtraject en de uitvoerdatum van de eerste ZA uit groep 1 <= 90 dagen is Dan sluit het subtraject op de 90e dag vanaf openingsdatum met afsluitreden 49 Anders sluit het subtraject op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 1 met afsluitreden 49 Eind-als Anders sluit het subtraject op de 120e dag vanaf openingsdatum met afsluitreden 49 Eind-als Nederlandse Zorgautoriteit
74 Eind-als Referentiegroepen Groep Enkelvoudige erfelijkheidsadvisering Erfelijkheidsonderzoek naar autosomaal recessieve of x-linked aandoening, heterozygoot dragerschap, gendefect(en) bekend Erfelijkheidsonderzoek naar autosomaal dominante aandoening, gendefect(en) bekend (cascadescreening) Erfelijkheidsonderzoek gendefect(en) onbekend of nog niet nader geduid Regel Geriatrische revalidatiezorg Registratieregel Een subtraject wordt afgesloten op de 42e dag na de datum waarop de laatst geriatrische revalidatiezorg zorgactiviteit heeft plaatsgevonden. Indien binnen deze 42-dagen periode opnieuw een verrichting plaatsvindt, gaat de termijn van 42 dagen opnieuw lopen en wordt afgesloten op de 42e dag na de datum van de laatste verrichting. In bijzondere gevallen kan de zorgverzekeraar toestaan dat er langer dan zes maanden GRZ wordt geleverd. Deze situatie kan zich voordoen wanneer er sprake is van een nieuwe zorgvraag die ontstaat tijdens een lopend GRZ zorgtraject. Indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan, mag (vanwege niet toegestane parallelliteit) het lopende subtraject voor de oorspronkelijke zorgvraag (handmatig) afgesloten worden: de zorgverzekeraar heeft schriftelijk toestemming gegeven voor het openen van een nieuw zorgtraject voor de nieuwe zorgvraag én; het nieuwe zorgtraject wordt voorafgegaan door een noodzakelijk ziekenhuisverblijf in verband met de nieuwe zorgvraag Het moment van afsluiten van het lopende subtraject voor de oorspronkelijke zorgvraag, is de dag voorafgaand aan de eerste zorgactiviteit voor de nieuwe zorgvraag. Nederlandse Zorgautoriteit
75 Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 8418 en een ZA uit groep 1 dan sluit het subtraject 42 dagen na uitvoerdatum van de laatst uitgevoerde ZA uit groep 1 met afsluitreden 76 Eind-als Referentiegroepen Groep Verpleegdag - geriatrische revalidatie Specialist ouderengeneeskunde, sportarts, verpl. specialist of physician assistant - patiëntgebonden handelen (excl. triage door specialist ouderengeneeskunde, zie ) - geriatrische revalidatie Fysiotherapie - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Ergotherapie - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Logopedie - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Maatschappelijk werk - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Psychologie - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Activiteiten begeleiding - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Bewegingsagoog/sportbegeleiding - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Hydrotherapie - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Diëtetiek - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Muziektherapie - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Psychologisch medewerker - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Cognitief trainer - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie. Nederlandse Zorgautoriteit
76 Therapie assistenten - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Geestelijke verzorging - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Transmurale begeleiding - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Cesar / Mensendieck oefentherapie - patiëntgebonden handelen - geriatrische revalidatie Klinische verpleging - decubitus wondverzorging - geriatrische revalidatie Klinische verpleging - mictie en defaecatie regulering - geriatrische revalidatie Klinische verpleging - ademhaling ondersteuning - geriatrische revalidatie Klinische verpleging - infusies verzorgen - geriatrische revalidatie Klinische verpleging - voedingsondersteuning - geriatrische revalidatie Klinische verpleging - begeleiding gedragsproblematiek - geriatrische revalidatie Regel Stamceltransplantatie (bij ontvanger) Registratieregel Voor stamceltransplantatie (bij ontvanger) wordt een apart zorgtraject geopend (zo nodig parallel aan het medicinale (cytostatica) behandeltraject). De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden: fase 1: selectie/afname (groep 1) fase 2: transplantatie (groep 2) fase 3: nazorg (posttransplantatie) (groep 3) Na iedere fase van de behandeling die wordt gevolgd door een nieuwe/andere fase, maar ook bij het opnieuw opstarten van fase 1 of fase 2, wordt het subtraject afgesloten op het in artikel 19, lid 17, van de Regeling medisch specialistische zorg genoemde moment. Fase 3 wordt op de 120e dag na opening van het nazorgtraject afgesloten tenzij hertransplantatie (een nieuwe fase 1 en/of 2) plaatsvindt. In dat geval wordt het subtraject van fase 3 afgesloten één dag voor de dag dat fase 1 of fase 2 start. Nederlandse Zorgautoriteit
77 Opmerking: Voor de nazorg van stamceltransplantatie geldt dat een zorgactiviteit post-transplantatietraject (192079, , en ) uitsluitend door één zorgaanbieder binnen maximaal 3 subtrajecten na een transplantatie geregistreerd mag worden. Functionele beschrijving van openings en sluitingsregels stamcel subtrajecten 1. Een stamcel subtraject fase 1 wordt afgesloten als er een ZA uit fase 2 (groep 2) of fase 3 (groep 3) wordt vastgelegd. 2. Een stamcel subtraject fase 2 wordt afgesloten als er een ZA uit fase 1 (groep 1) of fase 2 (groep 2) of fase 3 (groep 3) wordt vastgelegd. 3. Fase 3 wordt op de 120e dag na de openingsdatum van een traject met een ZA uit fase 3 (groep 3) afgesloten tenzij eerder opnieuw een fase 1 of 2 volgt (een volgende stamceltransplantatie). Opmerking: 1. Indien de selectie/afname plaatsvindt bij een verwante donor, dan wordt voor de donor een eigen zorg/subtraject geopend. Omdat de patiënt (ontvanger) kostendrager is komt de rekening van het zorgtraject van de verwante donor ten laste van de zorgverzekeraar van de ontvanger. Voor afsluiting van het zorgtraject van de verwante donor gelden de algemene regels. N.B. Onderstaande afsluitregels hebben dus alleen betrekking op het afsluiten van de zorg/subtrajecten van de ontvanger. Technische uitwerking Als een ZA uit groep 1 en een ZA uit groep 2 of groep 3 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 of groep 3 met afsluitreden 50 en een volgend stamcel subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 of groep 3 Eind-als Als een ZA uit groep 2 en een ZA uit groep 1 of groep 2 of groep 3 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 1 of groep 2 of groep 3 met afsluitreden 50 en een volgend stamcel subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 1 of groep 2 of groep 3 Eind-als Als een ZA uit groep 3 en een ZA uit groep 1 of groep 2 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 1 of groep 2 met afsluitreden 50 Nederlandse Zorgautoriteit
78 en een volgend stamcel subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 1 of groep 2 Eind-als Als een ZA uit groep 3 en geen ZA uit groep 1 of groep 2 Dan sluit het lopende subtraject op de 120e dag na de openingsdatum van het traject met een ZA uit groep 3 met afsluitreden 50 Eind-als Referentiegroepen Groep 1: Search/ aankoop (subtraject ontvanger) (fase 1) Selectie stamcellen allogeen onverwante donor bij stamceltransplantatie Selectie allogeen navelstrengbloed bij stamceltherapie Harvest stamcellen dmv leukaferese tbv autologe stamceltransplantatie Toedienen groeifactoren autologe stamceltransplantatie Stamcellen allogeen onverwante donor bij stamceltransplantatie Stamcellen allogeen navelstrengbloed bij stamceltherapie. Groep 2: De transplantatie bij ontvanger (fase 2) Stamceltransplantatie/hertransplantatie allogeen, verwante donor Stamceltransplantatie/hertransplantatie allogeen, niet verwante donor. Nederlandse Zorgautoriteit
79 Stamceltransplantatie/hertransplantatie allogeen, navelstrengbloed Stamceltransplantatie autoloog. Groep 3: Nazorg bij ontvanger (fase 3) Post-transplantatietraject stamceltransplantatie allogeen, verwante donor Post-transplantatietraject stamceltransplantatie allogeen, niet-verwante donor Post-transplantatietraject stamceltransplantatie allogeen, navelstrengbloed Post-transplantatietraject stamceltransplantatie autoloog Regel Orgaantransplantatietrajecten (exclusief hart-, long- en hartlongtransplantatie) Transplantatietrajecten ontvangers Registratieregel Voor orgaantransplantatietrajecten voor ontvangers wordt door één specialisme een (eventueel parallel aan het zorgtraject voor de onderliggende aandoening) zorgtraject geopend. De volgende fasen worden bij transplantatietrajecten onderscheiden: fase 1: pretransplantatie fase/screening ontvangers; fase 2: transplantatiefase ontvangers; fase 3: posttransplantatie fase/nazorg ontvangers. Een fase wordt op de 120e dag na opening van het subtraject afgesloten tenzij eerder een andere fase aanbreekt. In dat geval wordt het subtraject gesloten één dag voor de dag van de andere fase. Ook bij het opnieuw starten van fase 1, fase 2 of fase 3, wordt het voorafgaande transplantatiesubtraject afgesloten één dag voor de dag dat fase 1, fase 2 of fase 3 start. Nederlandse Zorgautoriteit
80 Opmerking: voor nazorg (fase 3) geldt dat de zorgactiviteit voor nazorg na orgaantransplantatie met specifieke controles (039351) in het 1e jaar van de nazorg na de transplantatie maximaal eenmaal per 120 dagen binnen maximaal 3 subtrajecten per transplantatie mag worden vastgelegd door één hoofdbehandelaar in één transplantatiecentrum. De zorgactiviteit voor reguliere nazorg orgaantransplantatie (039350) mag door één hoofdbehandelaar binnen één instelling maximaal eenmaal per 120 dagen per transplantatie worden vastgelegd. Technische uitwerking Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 3 en een ZA uit groep 2 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 met afsluitreden 51 en een volgend transplantatie subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 2 óf groep 3 en een ZA uit groep 4 óf groep 5 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 4 óf groep 5 met afsluitreden 51 en een volgend transplantatie subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 4 óf groep 5 Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 2 óf groep 3 óf een ZA uit groep 2 en een ZA uit groep 3 met een latere uitvoerdatum en geen ZA met een latere uitvoerdatum uit groep 4 of groep 5 Dan sluit het lopende subtraject de 120e dag na de openingsdatum van het subtraject met een ZA uit groep 2 óf groep 3 óf een ZA uit groep 2 en een ZA uit groep 3 met een latere uitvoerdatum met afsluitreden 51 Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 4 en een 2e (dezelfde of een andere) ZA uit groep 4 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA uit groep 4 met afsluitreden 51 Nederlandse Zorgautoriteit
81 en een volgend transplantatie subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA uit groep 4 Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 4 en een ZA uit groep 2 óf groep 3 óf groep 5 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 óf groep 3 óf groep 5 met afsluitreden 51 en een volgend transplantatie subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 óf groep 3 óf groep 5 Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 4 en geen ZA met een latere uitvoerdatum uit groep 2 óf groep 3 óf groep 4 óf groep 5 Dan sluit het lopende subtraject de 120e dag na de openingsdatum van het subtraject met een ZA uit groep 4 met afsluitreden 51 Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 5 en een ZA uit groep 2 óf groep 3 óf groep 4 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 óf groep 3 óf groep 4 met afsluitreden 51 en een volgend transplantatie subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 óf groep 3 óf groep 4 Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 5 en geen ZA met een latere uitvoerdatum uit groep 2 óf groep 3 óf groep 4 Dan sluit het lopende subtraject de 120e dag na de openingsdatum van het subtraject met een ZA uit groep 5 met afsluitreden 51 Eind-als Nederlandse Zorgautoriteit
82 Transplantatiezorg voor donoren Registratieregel Voor donortransplantatietrajecten wordt door één specialisme een zorgtraject geopend. De volgende drie fasen worden bij transplantatietrajecten onderscheiden: fase 1: pretransplantatie fase/screening donoren; fase 2: transplantatiefase donoren; fase 3: posttransplantatie fase/nazorg donoren. Een fase wordt op de 120e dag na opening van het subtraject afgesloten tenzij eerder een andere fase aanbreekt. In dat geval wordt het subtraject gesloten één dag voor de dag van de nieuwe/andere fase. Opmerking: Voor nazorg geldt dat de zorgactiviteit voor nazorg (039352) maximaal eenmaal per 120 dagen per transplantatie mag worden vastgelegd door één hoofdbehandelaar in één instelling. Technische uitwerking Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 6 en een ZA uit groep 7 óf groep 8 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 7 óf groep 8 met afsluitreden 51 en een volgend transplantatie subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 7 óf groep 8 Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 6 en geen ZA met een latere uitvoerdatum uit groep 7 of groep 8 Dan sluit het lopende subtraject de 120e dag na de openingsdatum van het subtraject met een ZA uit groep 6 met afsluitreden 51 Eind-als (fase 2 gevolgd door fase 3, naar fase 1 niet knippen) Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 7 Nederlandse Zorgautoriteit
83 en een ZA uit groep 8 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 8 met afsluitreden 51 en een volgend transplantatie subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 8 Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 7 en geen ZA met een latere uitvoerdatum uit groep 8 Dan sluit het lopende subtraject de 120e dag na de openingsdatum van het subtraject met een ZA uit groep 7 met afsluitreden 51 Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 8 Dan sluit het lopende subtraject de 120e dag na de openingsdatum van het subtraject met een ZA uit groep 8 met afsluitreden 51 Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0303_551 Darmtransplantatietraject ontvanger 0303_552 Darmtransplantatietraject donor 0303_553 Eilandjestransplantatietraject ontvanger 0303_554 Levertransplantatietraject ontvanger 0303_555 Partiële levertransplantatietraject ontvanger 0303_556 Partiële levertransplantatietraject donor 0303_557 Niertransplantatietraject ontvanger 0303_558 Niertransplantatietraject donor Nederlandse Zorgautoriteit
84 Diagnosecode 0303_559 Nier- en pancreastransplantatietraject ontvanger 0303_560 Pancreastransplantatietraject ontvanger 0303_561 Lever- en niertransplantatietraject ontvanger 0303_562 Lever- en pancreastransplantatietraject ontvanger 0303_563 Lever-, pancreas- en darmtransplantatietraject ontvanger 0313_070 Darmtransplantatietraject ontvanger 0313_071 Darmtransplantatietraject donor 0313_072 Eilandjestransplantatietraject ontvanger 0313_073 Levertransplantatietraject ontvanger 0313_074 Partiële levertransplantatietraject ontvanger 0313_075 Partiële levertransplantatietraject donor 0313_076 Niertransplantatietraject ontvanger 0313_077 Niertransplantatietraject donor 0313_078 Nier- en pancreastransplantatietraject ontvanger 0313_079 Pancreastransplantatietraject ontvanger 0313_081 Lever- en niertransplantatietraject ontvanger 0313_082 Lever- en pancreastransplantatietraject ontvanger 0313_083 Lever-, pancreas- en darmtransplantatietraject ontvanger 0316_7901 Darmtransplantatietraject ontvanger 0316_7902 Darmtransplantatietraject donor 0316_7903 Eilandjestransplantatietraject ontvanger Nederlandse Zorgautoriteit
85 Diagnosecode 0316_7904 Levertransplantatietraject ontvanger 0316_7905 Partiële levertransplantatietraject ontvanger 0316_7906 Partiële levertransplantatietraject donor 0316_7907 Niertransplantatietraject ontvanger 0316_7908 Niertransplantatietraject donor 0316_7909 Nier- en pancreastransplantatietraject ontvanger 0316_7910 Pancreastransplantatietraject ontvanger 0316_7911 Lever- en niertransplantatietraject ontvanger 0316_7923 Lever- en pancreastransplantatietraject ontvanger 0316_7924 Lever-, pancreas- en darmtransplantatietraject ontvanger 0318_761 Darmtransplantatietraject ontvanger 0318_762 Darmtransplantatietraject donor 0318_763 Levertransplantatietraject ontvanger 0318_764 Partiële levertransplantatietraject ontvanger 0318_765 Partiële levertransplantatietraject donor 0318_766 Lever- en niertransplantatietraject ontvanger 0318_767 Lever- en pancreastransplantatietraject ontvanger 0318_768 Lever-, pancreas- en darmtransplantatietraject ontvanger 0362_400 Eilandjestransplantatietraject ontvanger Nederlandse Zorgautoriteit
86 Groep Initiële screening voorbereidend onderzoek orgaantransplantatie ontvanger (exclusief screening hart- en/of longtransplantatie ontvanger zie t/m ). Groep Initiële screening besluitvormend orgaantransplantatie ontvanger (exclusief screening hart- en/of longtransplantatie ontvanger zie t/m ) Screening patiënten wachtlijst orgaantransplantatie ontvanger (exclusief screening hart en/of longtransplantatie ontvanger zie t/m ). Groep Operatieve fase orgaantransplantatie ontvanger (exclusief begeleiding bij hart en/of longtransplantatie ontvanger zie t/m ). Groep Nazorg regulier orgaantransplantatie ontvanger (exclusief nazorg hart- en/of longtransplantatie ontvanger zie t/m ) Nazorg met specifieke controles orgaantransplantatie ontvanger (exclusief nazorg hart- en/of longtransplantatie ontvanger zie t/m ). Groep 6 Nederlandse Zorgautoriteit
87 Initiële screening voorbereidend onderzoek orgaantransplantatie donor Initiële screening besluitvormend orgaantransplantatie donor. Groep Operatieve fase orgaantransplantatie donor. Groep Nazorg regulier orgaantransplantatie donor Regel Begeleiding hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg door beschouwende specialismen Registratieregel Voor de begeleiding rond hart-, long- en hartlongtransplantaties wordt door de specialismen cardiologie, longgeneeskunde en kindergeneeskunde een (eventueel parallel aan het zorgtraject van de onderliggende aandoening) zorgtraject geopend. De volgende drie fasen worden bij transplantatiebegeleiding onderscheiden: fase 1: pretransplantatiefase/screening ontvangers (groep 2) fase 2: transplantatiefase ontvangers (groep 3) fase 3: posttransplantatie fase/nazorg ontvangers (groep 4) Na iedere fase van de behandeling die wordt gevolgd door een nieuwe/andere fase, maar ook bij het opnieuw starten van fase 1 of fase 2, wordt het voorafgaande transplantatie begeleidings subtraject afgesloten op het in artikel 19, lid 17, van de Regeling medisch specialistische zorg genoemde moment. Fase 3 wordt op de 120e dag na opening van het nazorgtraject afgesloten tenzij hertransplantatie (een nieuwe fase 1 en/of fase 2) plaatsvindt. In dat geval wordt het subtraject van fase 3 afgesloten één dag voor de dag dat fase 1 of fase 2 start. Nederlandse Zorgautoriteit
88 Opmerking: voor nazorg (fase 3) geldt dat de zorgactiviteit voor nazorg na orgaantransplantatie ( t/m ) per instelling door één hoofdbehandelaar eenmaal per 120 dagen per transplantatie, mag worden geregistreerd. Functionele beschrijving van openings en sluitingsregels transplantatiesubtrajecten ontvangers 1. Een transplantatiesubtraject fase 1 wordt afgesloten - en een volgend subtraject fase 1 wordt geopend - als binnen het profiel het aantal ZA s uit fase 1 (groep 2) = 2. De fase 1 wordt afgesloten 1 dag voor de uitvoeringsdatum van de tweede ZA uit fase 1. Een volgend subtraject fase 1 wordt geopend op de dag van de tweede ZA uit fase Een transplantatiesubtraject fase 1 (ZA uit groep 2) wordt afgesloten als er een ZA uit fase 2 (groep 3) of fase 3 (groep 4) wordt vastgelegd. 3. Een transplantatiesubtraject fase 2 wordt afgesloten en een volgend subtraject fase 2 geopend als binnen het profiel het aantal ZA s uit fase 2 (groep 3) = 2. De fase 2 wordt afgesloten 1 dag voor de uitvoeringsdatum van de tweede ZA uit fase 2. Een volgend subtraject fase 2 wordt geopend op de dag van de tweede ZA uit fase Een transplantatiesubtraject fase 2 (ZA uit groep 3) wordt afgesloten als er een ZA uit fase 3 (groep 4) of een ZA uit fase 1 (groep 2) wordt vastgelegd. 5. Fase 3 wordt op de 120e dag na de openingsdatum van een traject met een ZA uit fase 3 (groep 4) afgesloten tenzij eerder opnieuw een fase 1 of 2 volgt (een hertransplantatie). Technische uitwerking Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 2 en een 2e (dezelfde of een andere) ZA uit groep 2 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA met afsluitreden 54 en een volgend transplantatie subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 2 en een ZA uit groep 3 of groep 4 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 3 respectievelijk groep 4 met afsluitreden 54 en een volgend transplantatie subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 3 respectievelijk groep 4 Eind-als Als een diagnose uit groep 1 Nederlandse Zorgautoriteit
89 en een ZA uit groep 3 en een 2e (dezelfde of een andere) ZA uit groep 3 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA met afsluitreden 54 en een volgend transplantatie subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 3 en een ZA uit groep 2 of groep 4 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 respectievelijk groep 4 met afsluitreden 54 en een volgend transplantatie subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 respectievelijk groep 4 Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 4 en een ZA uit groep 2 of groep 3 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 of groep 3 met afsluitreden 54 en een volgend transplantatie subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 of groep 3 Eind-als Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 4 en geen ZA uit groep 2 of groep 3 Dan sluit het lopende subtraject de 120e dag na de openingsdatum van het subtraject met een ZA uit groep 4 met afsluitreden 54 Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode Nederlandse Zorgautoriteit
90 0316_7920 Begeleiding harttransplantatie 0316_7921 Begeleiding longtransplantatie 0316_7922 Begeleiding hartlongtransplantatie 0320_903 Begeleiding harttransplantatie 0320_904 Begeleiding hartlongtransplantatie 0322_2201 Begeleiding longtransplantatie 0322_2202 Begeleiding hartlongtransplantatie Groep Screening longtransplantatie ontvanger Screening hartlongtransplantatie ontvanger Screening harttransplantatie ontvanger Groep Begeleiding longtransplantatie ontvanger Begeleiding hartlongtransplantatie ontvanger Begeleiding harttransplantatie ontvanger Groep Nazorg longtransplantatie ontvanger Nederlandse Zorgautoriteit
91 Nazorg hartlongtransplantatie ontvanger Nazorg harttransplantatie ontvanger 5.19 Regel Hart-, long- en hartlongtransplantatiezorg snijdende specialismen Registratieregel Wanneer een hart-, long- of hartlonghertransplantatie eerder uitgevoerd wordt dan het in artikel 17 en 18 van de Regeling medisch specialistische zorg voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de hertransplantatie plaatsvindt (dus op het in artikel 19, lid 17, van de Regeling medisch specialistische zorg genoemde moment). N.B.. Het plaatsen van een lange termijn steunhart wordt beschouwd als een (voortraject) orgaantransplantatie. Dus ook bij het vervangen van een steunhart geldt bovenstaande sluitregel. Technische uitwerking Als een diagnose uit groep 1 en een ZA uit groep 2 en een 2e ZA uit groep 2 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA met afsluitreden 55 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0328_2910 Harttransplantatie 0328_2920 Longtransplantatie Nederlandse Zorgautoriteit
92 0328_2930 Hart-longtransplantatie 0328_2940 Implantatie lange termijn steunhart Groep Implanteren en aansluiten device voor korte termijn circulatoire ondersteuning hart Implantatie Ventricular Assist Device (VAD) - lange termijn ondersteuning hart Implantatie BiVentricular Assist Device (BiVAD) - lange termijn ondersteuning hart Harttransplantatie/hertransplantatie Hart-longtransplantatie Longtransplantatie Regel Kindergeneeskunde en Kinderneurologie niet-klinische chronische verstrekking geneesmiddel Registratieregel Voor de niet-klinische chronische verstrekking van geneesmiddelen per infuus of per injectie (op niet-oncologische medische indicatie) wordt per drie verstrekkingen een subtraject geopend. Wanneer de vierde verstrekking eerder plaatsvindt dan het in artikel 17 en 18 van de Regeling medisch specialistische zorg voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de vierde verstrekking per infuus of injectie plaatsvindt (dus op het in artikel 19, lid 17, van de Regeling medisch specialistische zorg genoemde moment). Technische uitwerking Als het subtraject een een diagnosecode bevat uit groep 1 en een zorgvraagcode uit groep 2 en er zijn geen ZA's binnen het subtraject uit ZPK3 of ZPK19 en het aantal ZA's uit groep 3 binnen het subtraject met ieder een verschillende uitvoerdatum = 4 Dan sluit het subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 4e ZA met afsluitreden 57 en een vervolg subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 4e ZA uit groep 3 Nederlandse Zorgautoriteit
93 Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0316_3109 Allergische aandoeningen luchtwegen 0316_3304 Coeliakie 0316_3314 Inflammatoire darmziekte (colitis ulcerosa / Morbus Crohn) 0316_3504 Guillain-Barré 0316_3507 Hydrocefalus 0316_3511 Meningitis / encefalitis (CZS-infectie) 0316_3515 Neuromusculaire aandoeningen 0316_4001 (glomerulo)nefritis 0316_4002 Hematurie 0316_3516 Perifere zenuwaandoeningen (ook obstetrisch) 0316_3599 Overige neurologische aandoeningen 0316_4003 Hypertensie 0316_4004 Nefrotisch syndroom 0316_4008 Afwijking plasmaproteïne 0316_4099 Overige nefrologische aandoeningen 0316_5002 Henoch-Schönlein 0316_5003 JCA / JIA 0316_5004 Kawasaki Nederlandse Zorgautoriteit
94 Diagnosecode 0316_5099 Overige autoimmuun-/reumatologische aandoeningen 0316_6004 Hemofilie 0316_6005 ITP 0316_6006 Stollingsstoornissen (overige) 0316_6007 Trombose 0316_6008 Von Willebrand 0316_6099 Overige hematologische aandoeningen 0316_6201 IgA- en/of IgG-subklasse deficiëntie 0316_6202 Immuundeficiëntie waarvoor immuunglobuline iv.-indicatie 0316_6203 Immuundeficiënties (overige) 0316_6299 Overige immunologische aandoeningen 0316_7503 Metabole ziekte 0316_8918 Insectenallergie 0316_8919 Atopisch syndroom 0330_0101 Meningitis bacterieel 0330_0102 Meningitis niet-bacterieel 0330_0111 Encefalitis 0330_0121 Abces, empyeem, cerebritis 0330_0131 Perifere zenuwen (inclusief wortels) 0330_0191 Specifieke neuro-infecties 0330_0199 Overige neuro-infecties Nederlandse Zorgautoriteit
95 Diagnosecode 0330_0251 Paraneoplastische aandoening 0330_0312 Neurologische complicatie systeemziekte 0330_0521 Voorhoornaandoeningen 0330_0531 Multiple sclerose 0330_0542 Ruggemergaandoeningen nno 0330_0543 Cervicale myelopathie 0330_0591 Hydrocefalus 0330_0599 Overige systeemaandoeningen CZS 0330_0801 Nervus medianus (inclusief CTS) 0330_0802 Nervus ulnaris 0330_0803 Nervus femoralis 0330_0804 Nervus peroneus 0330_0805 Mononeuritis anderszins 0330_0809 Overige plexus / perifere zenuwaand. 0330_0811 Polyneuropathie infectieus (GBS/CIDP) 0330_0812 Polyneuropathie anderszins 0330_0821 Oogbewegingsstoornissen (Nervus III, IV, VI) 0330_0822 Nervus V 0330_0823 Nervus VII 0330_0829 Overige hersenzenuwen 0330_0901 Spierziekten / myopathie Nederlandse Zorgautoriteit
96 Diagnosecode 0330_0911 Myasthenia gravis en myasthene syndromen 0330_0999 Overige neuromusculaire aandoeningen 0330_1001 Nervus Opticus 0330_1011 Vestibulaire aandoeningen (w.o. BPPD) 0330_1021 Gehoorsstoornissen, tinnitus 0330_1099 Overige aandoeningen zintuigsystemen 0330_1121 Resttoestand (verworven hersenletsel) 0330_1201 Radiculair syndroom / HNP cervicaal 0330_1202 Pseudoradiculair syndroom cervicaal 0330_1203 Radiculair syndroom / HNP lumbaal-thoracaal 0330_1204 Pseudoradiculair syndroom lumbo-sacraal 0330_1211 Spinale stenose lumbaal 0330_1231 Lumbago 0330_1299 Overige aandoeningen bewegingsstelsel 0330_1399 Overige congenitale afwijkingen 0330_1401 Schedelfractuur 0330_1402 Commotio / contusio cerebri 0330_1409 Overig letsel hoofd 0330_1411 Letsel wervelkolom / ruggemerg 0330_1412 Multitrauma SEH 0330_1421 Whiplash injury Nederlandse Zorgautoriteit
97 Diagnosecode 0330_1422 Late gevolgen trauma anderszins 0330_1431 Intoxicatie 0330_1499 Overig letsel, intoxicatie 0330_9902 Pijn, niet elders classificeerbaar 0330_9903 Duizeligheid, niet elders classificeerbaar 0330_9909 Neurologie, niet elders classificeerbaar 0330_9911 Screening/onderzoek 0330_9919 Geen neurologie, werkdiagnose overige 0330_9920 Geen neurologie, werkdiagnose multiple sclerose 0330_9922 Geen neurologie, werkdiagnose meningitis bacterieel 0330_9924 Geen neurologie, werkdiagnose polyneuropathie anderszins Groep 2 Zorgvraagcode 0316_061 Kind 0330_200 Kind Groep Verstrekking geneesmiddelen per infuus of per injectie bij kinderen bij niet-oncologische diagnosen (excl. chemotherapie, chemoimmunotherapie, immunotherapie zie t/m ). Nederlandse Zorgautoriteit
98 5.21 Regel Kindergeneeskunde en kinderneurologie niet-klinische bloedtransfusies op oncologische indicatie Registratieregel Voor de niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op oncologische indicatie in centra zonder SKION-stratificatie, wordt per bloedtransfusie een subtraject geopend. Wanneer de volgende bloedtransfusie eerder plaatsvindt dan het in artikel 17 en 18 van de Regeling medisch specialistische zorg voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende bloedtransfusie gegeven wordt (dus op het in artikel 19, lid 17, van de Regeling medisch specialistische zorg genoemde moment). N.B.. Voor de behandeling met bloedtransfusies dient tenminste zorgactiviteit 'Begeleiding van kinderen bij de toediening van bloedtransfusies' (maximaal een keer per kalenderdag) te worden geregistreerd (om een geautomatiseerde afsluiting mogelijk te maken en het juiste zorgproduct af te kunnen leiden). Technische uitwerking Als het subtraject bevat geen ZA uit ZPK3 of ZPK19 en het subtraject bevat geen ZA uit groep 3 en een diagnosecode uit groep 1 en een zorgvraagcode uit groep 2 en een ZA uit groep 4 en een volgende ZA uit groep 4 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de volgende ZA met afsluitreden 59 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de volgende ZA Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0316_6107 Maligniteit bot 0316_6111 Leukemie Nederlandse Zorgautoriteit
99 Diagnosecode 0316_6112 Maligne lymfoom 0316_6113 Maligniteit CZS 0316_6114 Neuroblastoom 0316_6115 Retinoblastoom 0316_6116 Maligniteit nier 0316_6118 Maligniteit lever 0316_6119 Maligniteit weke delen 0316_6120 Kiemceltumoren/gonadale tumoren 0316_6121 Carcinomen (overig) 0316_6122 Overige en/of niet gespecificeerde maligniteiten m.u.v. carcinomen zoals geclassificeerd bij _6123 Histiocytose 0316_6124 Beenmergfalen 0330_0202 Primair maligne neoplasma intracerebraal 0330_0203 Secundair maligne neoplasma intracerebraal (metastase) 0330_0212 Primair neoplasma extracerebraal (benigne of maligne) 0330_0213 Secundair neoplasma extracerebraal (metastase) 0330_0222 Primair neoplasma intraspinaal (benigne of maligne) 0330_0223 Secundair neoplasma intraspinaal (metastase) 0330_0232 Primair neoplasma extraspinaal/epiduraal/wervelkolom (benigne of maligne) 0330_0233 Secundair neoplasma extraspinaal/epiduraal/wervelkolom (metastase) 0330_0242 Primaire Leptomeningeale maligniteit Nederlandse Zorgautoriteit
100 Diagnosecode 0330_0243 Secundaire Leptomeningeale maligniteit 0330_0299 Overige neuro-oncologie 0330_9921 Geen neurologie, werkdiagnose neopl intracerebraal Groep 2 Zorgvraagcode 0316_061 Kind 0330_200 Kind Groep SKION stratificatie - licht behandelprotocol SKION stratificatie - medium behandelprotocol SKION stratificatie - zwaar behandelprotocol Uitgebreide diagnostiek door kinderoncoloog bij verdenking op maligniteit SKION stratificatie - follow up SKION stratificatie - oncologische behandeling in afwachting van SKION stratificatie. Groep Begeleiding van kinderen bij de toediening van bloedtransfusies. Nederlandse Zorgautoriteit
101 5.22 Regel Oogheelkunde Intravitreale injecties Registratieregel Bij behandeling met intravitreale injecties (bij de diagnosen 503, 609, 652, 655, 657, 659, 704, 705, 707, 709, 754, 755, 757 en 759) wordt per intravitreale injectie een subtraject geopend. Wanneer de behandeling met intravitreale injecties eerder start dan het in artikel 17 en 18 van de Regeling medisch specialistische zorg voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten één dag voor de dag dat de volgende intravitreale injectie plaatsvindt. Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0301 en een diagnosecode uit groep 1 en een ZA uit groep 2 en een 2e (dezelfde of een andere) ZA uit groep 2 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA met afsluitreden 56 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0301_503 Uveïtis posterior / panuveïtis 0301_609 Overige pathologie CV 0301_652 (chorio)retinitis / vasculitis 0301_655 Retinopathie (excl. DRP) 0301_657 Vaatafsluiting Nederlandse Zorgautoriteit
102 Diagnosecode 0301_659 Overige pathologie retina 0301_704 Subretinale neovascularisatie 0301_705 Maculopathie 0301_707 Maculadegeneratie 0301_709 Overige pathologie macula 0301_754 NPDRP 0301_755 Preprolif. DRP 0301_757 PDRP 0301_759 Overige pathologie DRP Groep Intravitreale injectie van medicatie Regel Oogheelkunde Fotodynamische therapie Registratieregel Bij behandeling van (sub)retinale pathologie (diagnose 659 en 704) met fotodynamische therapie wordt per fotodynamische therapie een subtraject geopend. Wanneer de fotodynamische therapie bij (sub)retinale pathologie eerder start dan het in artikel 17 en 18 van de Regeling medisch specialistische zorg voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten één dag voor de dag dat de volgende fotodynamische therapie plaatsvindt. Nederlandse Zorgautoriteit
103 Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0301 en een diagnosecode uit groep 1 en een ZA uit groep 2 en een 2e (dezelfde of een andere) ZA uit groep 2 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA met afsluitreden 58 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0301_704 Subretinale neovascularisatie 0301_659 Overige pathologie retina Groep Foto-dynamische therapie, subretinaal Regel Oogheelkunde Strabismus Registratieregel Wanneer de operatieve in tempi behandeling van strabismus (diagnosecodes 204, 205, 209) eerder start dan het in artikel 17 en 18 van de Regeling medisch specialistische zorg voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten één dag voor de dag dat de volgende strabismus operatie plaatsvindt. Nederlandse Zorgautoriteit
104 Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0301 en een diagnosecode uit groep 1 en een ZA uit groep 2 en een 2e (dezelfde of een andere) ZA uit groep 2 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA met afsluitreden 60 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0301_204 Concomitant scheelzien 0301_205 Incomitant scheelzien 0301_209 Overige afwijkingen binoculaire functie Groep Scheelzien operatie (voor operatie van schuine oogspieren zie , voor operaties van paralytische vormen zie , voor vier spieren operatie zie ). Scheelzienoperatie schuine oogspieren (voor operaties van paralytische vormen zie , voor vier spieren operatie zie , voor overige operaties zie ). Scheelzienoperatie paralytisch (voor operatie van schuine oogspieren zie , voor vier spieren operatie zie , voor overige operaties zie ). Vier spieren operatie (voor operatie van schuine oogspieren zie , voor operaties van paralytische vormen zie , voor overige operaties zie ). Nederlandse Zorgautoriteit
105 5.25 Regel Oogheelkunde Retinadefect/loslating Registratieregel Wanneer de operatieve in tempi behandeling van retinadefect/retinaloslating (diagnosecode 654) eerder start dan het in artikel 17 en 18 van de Regeling medisch specialistische zorg voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten één dag voor de dag dat de volgende operatieve behandeling van het retinadefect/retinaloslating plaatsvindt. Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0301 en een diagnosecode uit groep 1 en een ZA uit groep 2 en een 2e (dezelfde of een andere) ZA uit groep 2 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA met afsluitreden 62 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0301_654 Retinadefect / retinaloslating Groep Coagulatie van intra-oculaire aandoeningen, mits niet vallend onder of Nederlandse Zorgautoriteit
106 Coagulatie van intra-oculaire aandoeningen d.m.v. focale laserbehandeling Coagulatie van intra-oculaire aandoeningen d.m.v. panretinale laserbehandeling Foto-dynamische therapie, subretinaal Verwijdering van een of meerdere intra-oculaire corpora aliena Pars plana vitrectomie (zie de codes en voor pars plana vitrectomie bij behandeling van ablatio retinae) Pars plana vitrectomie bij behandeling van ablatio retinae (zie code voor pars plana vitrectomie bij behandeling ablatio retinae inclusief verwijderen tractiemembranen). Pars plana vitrectomie bij behandeling van ablatio retinae incl. verwijderen tractiemembranen (zie code voor pars plana vitrectomie bij ablatio retinae excl. verwijderen tractiemembr.) Verwijderen siliconenolie Behandeling ablatio retinae middels uitwendige techniek Biopsie met incisie intra-oculaire structuur Regel Plastische chirurgie mammareconstructie Registratieregel Bij mammareconstructie vindt afsluiting van het subtraject na iedere operatieve tempi behandeling plaats op het in artikel 19 lid 17 van de Regeling medisch specialistische zorg genoemde moment. Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0304 en een diagnosecode uit groep 1 en een ZA uit groep 2 en een 2e (dezelfde of een andere) ZA uit groep 2 met een latere uitvoerdatum Nederlandse Zorgautoriteit
107 dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA met afsluitreden 64 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0304_221 Inbrengen prothese, vervangen prothese, enkel- of dubbelzijdig 0304_222 Inbrengen tissue expander enkelzijdig + insuflaties 0304_223 Inbrengen tissue expander, dubbelzijdig + insuflaties 0304_224 Axiale (huid/spier)lap reconstructie, zoals TRAM of LD +/- prothese enkelzijdig 0304_225 Microchirurgische vrije lap reconstructie 0304_226 Tepel(hof) reconstr. chirurgisch of tatouage/dermatografie per behandeling enkel of dubbelz. 0304_230 Overige technieken bij mammareconstructie Groep Chirurgische tepel(hof) reconstructie Mammareconstructie d.m.v. BRAVA-AFT systeem (Autologous Fat Transfer) Plastische correctie deformiteit van mamma d.m.v. Autologe Vet Transplantatie na eerdere mammareconstructie of mammasparende operatie Wisselen tissue expander met definitieve mammaprothese ter borstreconstructie Inbrengen tijdelijke prothese voor weefselexpansie (i.e. tissue expander) Mammareconstructie d.m.v. vrije flap. Nederlandse Zorgautoriteit
108 Mammareconstructie d.m.v. LD-flap, zonder prothese Mammareconstructie d.m.v. LD-flap, met prothese Mammareconstructie d.m.v. gesteelde TRAM-flap Regel Plastische chirurgie (brand)wonden 2 Registratieregel Bij meer transplantatiesessies bij de behandeling van uitgebreide (brand)wonden wordt na iedere transplantatiesessie het subtraject afgesloten op het in artikel 19 lid 17 van de Regeling medisch specialistische zorg, genoemde moment. Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0304 en een ZA uit groep 1 en een 2e (dezelfde of een andere) ZA uit groep 1 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA met afsluitreden 66 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA Eind-als Referentiegroepen Groep Grote en/of gecompliceerde transplantatie: groter dan 1%, kleiner dan 3% van het lichaamsoppervlak. 2 zie voor plastische chirurgie ook Nederlandse Zorgautoriteit
109 Zeer grote en/of zeer gecompliceerde transplantatie: groter dan 3% van het lichaamsoppervlak Kleinere en/of weinig gecompliceerde transplantatie: kleiner dan 1% van het lichaamsoppervlak, niet in een functioneel gebied Matig grote en/of gecompliceerde transplantatie: kleiner dan 1% van het lichaamsoppervlak in een functioneel gebied Regel Urologie ESWL Registratieregel Bij niet-klinische ESWL behandeling van urinewegstenen wordt per ESWL behandeling een subtraject geopend. Wanneer de volgende ESWL behandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 van de Regeling medisch specialistische zorg voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten één dag voor de dag dat de volgende ESWL behandeling plaatsvindt. Dit geldt ook wanneer een niet-klinische ESWL gevolgd wordt door een operatieve ingreep voor urinewegstenen. Definitie niet-klinische ESWL: een dag bevattende een ZA uit groep 2 en niet bevattende een ZA uit ZPK3 of ZPK19 Technische uitwerking Niet klinisch, niet operatief (behalve ESWL) subtraject Als het subtraject bevat specialismecode 0306 en een diagnosecode uit groep 1 en geen ZA uit (ZPK3 of ZPK19 of groep 3) en een ZA uit groep 2 en een 2e ZA uit groep 2 met een latere uitvoerdatum Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 2e ZA uit groep 2 met afsluitreden 68 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 2e ZA uit groep 2 Eind-als Klinisch of operatief subtraject Als het subtraject bevat specialismecode 0306 Nederlandse Zorgautoriteit
110 en een diagnosecode uit groep 1 en een ZA uit ZPK3 of ZPK19 of uit groep 3 en een ZA uit groep 2 Als de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 eerder is dan de startdatum van de klinische periode of de ZA uit groep 3 Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de opnamedatum van de klinische periode of de uitvoerdatum van de ZA uit groep 3 met afsluitreden 68 en een volgend subtraject openen op de startdatum van het klinisch subtraject of de uitvoerdatum van de ZA uit groep 3 Anders Als de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 valt binnen de periode van 42 dagen na de ontslagdatum of valt binnen de periode van 42 dagen na de uitvoerdatum van de laatste ZA uit groep 3 Dan sluit het lopende subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 met afsluitreden 68 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de ZA uit groep 2 Eind-als Eind-als Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0306_011 Niersteen 0306_021 Uretersteen 0306_031 Blaassteen/corpus alienum 0306_074 Urethrasteen/corpus alienum Groep Extracorporele Shock Wave Lithotrypsie (ESWL) voor urinewegstenen (zie voor ESWT bot- en spierstelsel). Nederlandse Zorgautoriteit
111 Groep Nefrotomie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische nefrotomie (zie voor open procedure) Laparoscopische nefrotomie na operatieve ingreep aan dezelfde nier Pyelotomie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische pyelotomie (zie voor open procedure) Percutane nefrolitholapaxie (PNL, PCNV) Percutane nefrostomie Retrograde endoscopische plaatsing van een stent (oa JJ), al dan niet met dilatatie van de ureter Endoscopische uretersteenbehandeling (dmv ureterorenoscopie) Ureter operatie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Ureter operatie na operatieve ingreep aan dezelfde ureter of in hetzelfde gebied Laparoscopische ureter operatie (zie voor open procedure) Ureterorenoscopie, inclusief eventuele proefexcisie(s) Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverwijdering door de uroloog. Nederlandse Zorgautoriteit
112 5.29 Regel Gynaecologie F21 Registratieregel De subtrajecten bij diagnose F21 gespecialiseerde technieken voor stimulatie respectievelijk de IUI/IVF/ICSI technieken en ovulatie-inductie met gonadotrofines worden per cyclus geopend en gesloten (dus 1 subtraject per cyclus). Indien de behandeling in meer ziekenhuizen (transport-ivf/icsi) plaatsvindt opent ieder ziekenhuis de (deel)behandeling die daar wordt uitgevoerd. Het subtraject wordt gesloten op de 42e dag na start van de behandelcyclus tenzij binnen 42 dagen een nieuwe behandelcyclus start. Het subtraject wordt dan één dag voor de datum van start van de nieuwe behandelcyclus gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. Functionele beschrijving van de uitzondering Uitgangspunt: één subtraject per cyclus De voor de sluitingsregel van toepassing zijnde infertiliteitbehandelingen: 1. IVF/ICSI fase 1 referentie groep 3 stimulatie Het betreft een andere (volgende) cyclus wanneer hierop een nieuwe fase 1, een IUI/KI(D), een cryocyclus (= cryocyclus monitoring en/of cryolaboratoriumfase (met of zonder terugplaatsing)) of een gonadotrofinebehandeling volgt. Andere (deel)behandeling(en) - normaliter volgend op fase 1 - heeft dan elders plaatsgevonden of geen doorgang kunnen vinden. 2. IVF/ICSI fase 2 referentie groep 4 punctie Het betreft een andere (volgende) cyclus wanneer hierop een nieuwe fase 2, een fase 1, een IUI/KI(D), een cryocyclus (= cryocyclus monitoring en/of cryolaboratoriumfase (met of zonder terugplaatsing)) of een gonadotrofinebehandeling volgt. Andere (deel)behandeling(en) - normaliter volgend op fase 2 - heeft dan elders plaatsgevonden of geen doorgang kunnen vinden. 3. IVF/ICSI fase 3 referentie groep 5 laboratorium Het betreft een andere (volgende) cyclus wanneer hierop een nieuwe fase 3, een fase 2, een fase 1, een IUI/KI(D), een cryocyclus (= cryocyclus monitoring en/of cryolaboratoriumfase (met of zonder terugplaatsing)) of een gonadotrofinebehandeling volgt. Andere (deel)behandeling(en) - normaliter volgend op fase 3 - heeft dan elders plaatsgevonden of geen doorgang kunnen vinden 4. IVF/ICSI fase 4 referentie groep 6 terugplaatsing Het betreft een andere (volgende) cyclus wanneer hierop een nieuwe fase 4, een fase 3, een fase 2, een fase 1, een IUI/KI(D), een cryocyclus (= cryocyclus monitoring en/of cryolaboratoriumfase (met of zonder terugplaatsing)) of een gonadotrofinebehandeling volgt. Nederlandse Zorgautoriteit
113 Infertiliteitsbehandeling volgend op fase 4 impliceert een volgende (nieuwe) poging (andere cyclus) 5. overig IUI/KI(D) referentie groep 2 Het betreft een andere (volgende) cyclus wanneer hierop een nieuwe IUI/KI(D), een fase 1, een fase 2, een fase 3, een fase 4, een cryocyclus (= cryocyclus monitoring en/of cryolaboratoriumfase (met of zonder terugplaatsing)) of een gonadotrofinebehandeling volgt. Een nieuwe IUI/KI(D) danwel overgang naar (een fase van) IVF/ICSI behandeling impliceert een volgende (nieuwe) poging (andere cyclus) 6. overig cryolaboratoriumfase referentie groep 7 Het betreft een andere (volgende) cyclus wanneer hierop een nieuwe cryocyclus (= cryocyclus monitoring en/of cryolaboratoriumfase (met of zonder terugplaatsing)), een fase 1, een fase 2, een fase 3, een IUI/KI(D) of een gonadotrofinebehandeling volgt. Een nieuwe cryocyclus (= cryocyclus monitoring en/of cryolaboratoriumfase (met of zonder terugplaatsing)) danwel overgang naar (een fase (m.u.v. fase 4) van) IVF/ICSI behandeling of IUI/KI(D) impliceert een volgende (nieuwe) poging (andere cyclus) 7. overig gonadotrofine referentie groep 8 Het betreft een andere (volgende) cyclus wanneer hierop een nieuwe gonadotrofinebehandeling, een fase 1, een fase 2, een fase 3, een fase 4, een cryocyclus (= cryocyclus monitoring en/of cryolaboratoriumfase (met of zonder terugplaatsing)) volgt. Een nieuwe gonadotrofinebehandeling danwel overgang naar (een fase van) IVF/ICSI behandeling of een cryocyclus impliceert een volgende (nieuwe) poging (andere cyclus) 8. overig cryocyclus monitoring referentie groep 9 Het betreft een andere (volgende) cyclus wanneer hierop een nieuwe cryocyclus monitoring, een fase 1, een fase 2, een fase 3, een IUI/KI(D) of een gonadotrofinebehandeling volgt. Een nieuwe cryocyclus monitoring danwel overgang naar (een fase (m.u.v. fase 4) van) IVF/ICSI behandeling of IUI/KI(D) impliceert een volgende (nieuwe) poging (andere cyclus) Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0307 en diagnose uit groep 1 en een of meerdere ZA's uit groep 2 t/m 9 (definieer de eerste als komend uit groep X) herhaling Nederlandse Zorgautoriteit
114 Als een of meerdere ZA's uit groep 2 t/m 9 met een latere uitvoerdatum dan X (definieer de eerstvolgende ZA als komend uit groep Y), waarbij Y valt binnen de periode van 42 dagen na de allereerste X Als de combinatie van X en Y voorkomt in de tabel Dan sluit subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van Y met afsluitreden 70 Anders definieer dat Y wordt hernoemd naar X en begin vanaf herhaling Eind-als Anders sluit het subtraject op de 42e dag na de allereerste ZA uit groep 2 t/m 9 met afsluitreden 70 Eind-als Einde-als N.B. 1: Indien ZA's uit groep 2 t/m 9 dezelfde uitvoerdatum hebben, dan dienen alle combinaties tussen de twee dagen gecontroleerd te worden: als de dag de ZA's x1, x2,... heeft en de eerstvolgende dag met ZA's heeft y1, y2,..., dan moeten alle combinaties x1-y1, x1-y2, x2-y1, x2-y2, etc gecontroleerd worden. Als ook maar één van deze combinaties in de onderstaande x,y tabel voorkomt, dan moet het subtraject afgesloten worden 1 dag voor de dag met y1, y2,... N.B. 2: ZA's uit groep 2 t/m 9 met dezelfde uitvoerdatum horen per definitie bij dezelfde cyclus (ook al zou een combinatie van deze ZA's voorkomen in de x, y tabel). N.B. 3: Elke twee opeenvolgende ZA's uit groep 2 t/m 9 moeten als koppel volgens de X en Y tabel gecontroleerd worden (impliciete herhaling). Hierbij kunnen de volgende combinaties van x,y voorkomen: x= 2 y=2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 x= 3 y=2, 3, 7, 8, 9 x= 4 y=2, 3, 4, 7, 8, 9 x= 5 y=2, 3, 4, 5, 7, 8, 9 x= 6 y=2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 x= 7 y=2, 3, 4, 5, 7, 8, 9 x= 8 y=3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 x= 9 y=2, 3, 4, 5, 8, 9 Nederlandse Zorgautoriteit
115 Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0307_F21 Gespecialiseerde technieken Groep Kunstmatige inseminatie, eenvoudige homoloog (KI) danwel kunstmatige donor inseminatie (KID) IUI met en zonder stimulatie. Groep IVF fase I, volledige behandeling, intake, echoscopieen en evt. noodzakelijke verrichtingen, de begeleiding van de hormoonstimulatie en de overige begeleiding van man en vrouw. Groep IVF fase II, volledige behandeling, echoscopieen en de follikelaspiratie. Groep IVF-laboratoriumfase ICSI-laboratoriumfase Nederlandse Zorgautoriteit
116 Groep IVF fase IV, volledige behandeling, terugplaatsing embryo's, begeleiding van de luteale fase, evt. behandeling overstimulatie, pijnklachten en evaluatie eventuele vroege zwangerschap dmv echoscopie. Groep IVF-cryolaboratoriumfase. Groep Behandeling met gonadotrofines, pulsatiel GnRH Groep Cryocyclus monitoring Regel Kindergeneeskunde niet-klinische bloedtransfusies op niet-oncologische indicatie Registratieregel Voor de niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op niet-oncologische indicatie wordt per drie bloedtransfusies een subtraject geopend. Wanneer de vierde bloedtransfusie eerder plaatsvindt dan het in artikel 17 en 18 van de Regeling medisch specialistische zorg voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de vierde bloedtransfusie gegeven wordt (dus op het in artikel 19, lid 17, van de Regeling medisch specialistische zorg genoemde moment). Nederlandse Zorgautoriteit
117 N.B.. Voor de behandeling met bloedtransfusies dient tenminste zorgactiviteit "Begeleiding van kinderen bij de toediening van bloedtransfusies" (maximaal een keer per kalenderdag) te worden geregistreerd om een geautomatiseerde afsluiting mogelijk te maken en het juiste zorgproduct af te kunnen leiden. Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0316 en een diagnosecode uit groep 1 en er zijn geen ZA's binnen het subtraject uit ZPK3 of ZPK19 en het aantal ZA's uit groep 2 binnen het subtraject met ieder een verschillende uitvoerdatum = 4 Dan sluit het subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 4e ZA met afsluitreden 78 en een volgend subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 4e ZA uit groep 2 Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0316_6001 Anemie, ijzergebrek 0316_6003 Anemie, overig Groep Begeleiding van kinderen bij de toediening van bloedtransfusies. Nederlandse Zorgautoriteit
118 5.31 Regel Kindergeneeskunde plasmafiltratie/ldl aferese Registratieregel Bij behandeling middels plasmafiltratie en LDL aferese wordt per drie behandelingen een subtraject geopend. Wanneer de vierde behandeling eerder plaatsvindt dan het in artikel 17 en 18 van de Regeling medisch specialistische zorg voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de vierde behandeling plaatsvindt (dus op het in artikel 19, lid 17, van de Regeling medisch specialistische zorg genoemde moment). Technische uitwerking Als het subtraject bevat specialismecode 0316 en een diagnosecode uit groep 1 en een ZA uit groep 2 en het aantal ZA's uit groep 2 binnen het subtraject met ieder een verschillende uitvoerdatum = 4 Dan sluit het subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de 4e ZA met afsluitreden 90 en een vervolg subtraject openen op de dag van de uitvoerdatum van de 4e ZA uit groep 2 Eind-als Referentiegroepen Groep 1 Diagnosecode 0316_4001 (glomerulo)nefritis 0316_4002 Hematurie 0316_4003 Hypertensie 0316_4004 Nefrotisch syndroom 0316_4008 Afwijking plasmaproteïne 0316_4099 Overige nefrologische aandoeningen Nederlandse Zorgautoriteit
119 Groep LDL (low-density-lipoproteine) aferese Plasmafiltratie Nederlandse Zorgautoriteit
120 Bijlage 1: 42-dagenregel zorgactiviteiten Operatieve behandeling van acuut trauma capitis, extraduraal Craniotomie vanwege een of meerdere epidurale haematomen Neurovasculaire decompressie achterste schedelgroeve (o.a. Janetta) Craniotomie vanwege acuut subduraal/intracerebraal traumatisch hematoom Craniotomie vanwege subacuut/chronisch subduraal hematoom Operatief herstel gecompliceerde impressiefractuur schedel Exploratie orbita dmv craniotomie Operatieve behandeling intraparenchymale aandoening supratentorieel oppervlakkig (oa tumor, cavernoom) zonder betrokkenheid ventrikel, basale kernen, thalamus Operatieve behandeling extra-axiale aandoening supratentorieel convexiteit (oa tumor, AV-fistel) zonder betrokkenheid falx of veneuze sinusssen Endoscopische operatieve behandeling aandoening intra- en paraventriculair Subcutaan plaatsen pulsgenerator van DBS neurostimulator bij dwangstoornissen (zie voor overige aandoeningen) Plaatsen elektrode intracranieel van DBS neurostimulator bij dwangstoornissen (zie voor overige aandoeningen) (Re)exploratie schedel Boorgat schedel (oa voor drainage epidurale en/of subdurale ruimte) Callosotomie Plaatsen diepte-elektroden tbv epilepsie chirurgie (of tbv chronische corticografie) Plaatsen elektrodenmat of stripelektroden tbv epilepsie chirurgie (of tbv chronische corticografie) Verwijderen elektrodenmat, stripelektroden of diepte-elektroden, inclusief duraplastiek Decompressie dmv craniotomie wgs verhoogde intracraniele druk Decompressie dmv craniectomie wgs verhoogde intracraniele druk. Nederlandse Zorgautoriteit
121 Verwijderen epileptogeen gebied Functionele hemisferectomie, totaal of partieel Navigatiegeleide of stereotactische plaatsing intracerebrale devices (oa drains, catheters of naalden) Stereotactische operatie voor de anesthesioloog inclusief de hulp bij ventriculografie en coagulatie Biopsie aandoening hersenen dmv craniotomie Navigatiegeleide of stereotactische biopsie aandoening hersenen Functionele stereotactische operatie, hersenen (zie voor stereotactische biopsie) Behandeling van oppervlakkige osteomyelitis van het schedeldak Tracto-nucleotomie centrale zenuwstelsel Excisie aandoening schedeldak Open biopsie schedeldak Percutane biopsie schedel Navigatie- of echogeleide punctie hersenabces Vervangen elektrode(s) intracranieel van DBS neurostimulator Verwijderen of verplaatsen elektrode(s) intracranieel van DBS neurostimulator Operatieve behandeling intraparenchymale aandoening supratentorieel diep (oa tumor, cavernoom) met betrokkenheid 1e,2e of 3e ventrikel, insula thalamus Operatieve behandeling intraparenchymale aandoening infratentorieel diep (oa tumor, cavernoom), bodem 4e ventrikel, medulla oblongata en hersenstam Operatieve behandeling extra-axiale tumor infratentorieel met betrokkenheid foramen magnum, sinussen of brughoek Operatieve behandeling extra-axiale aandoening supratentorieel convexiteit (oa tumor, AV-fistel) met betrokkenheid falx of veneuze sinussen Operatieve behandeling schedelbasis tumor centraal, achterste schedelgroeve, clivus, open procedure Endovasculaire behandeling tumor schedelbasis (zie voor open procedure, zie met radionucleaire techniek) Behandeling tumor schedelbasis met radionucleaire technieken (zie voor open procedure, zie voor endovasculair). Nederlandse Zorgautoriteit
122 Operatieve behandeling intraparenchymale aandoening infratentorieel oppervlakkig (oa tumor, cavernoom ) in cerebellaire hemisfeer Behandeling hersentumor met radionucleaire technieken (zie voor operatieve behandeling) Operatieve behandeling glomustumor (chemodectoom, bijvoorbeeld glomus jugulare, tympanicum of caroticum) Operatieve behandeling tumor schedelbasis frontaal, sphenoid, hypofyse, orbita Distractie schedelbeenderen bij craniosynostose Zaagsnedes maken en/of herpositionering schedelbeenderen bij craniosynostose Verwijderen distractiemateriaal na craniosynostosebehandeling Plastiek van schedeldefect met autoloog of homoloog bottransplantaat, zonder duratransplantaat Plastiek van schedeldefect met autoloog of homoloog bottransplantaat, met duratransplantaat Plastiek van schedeldefect met alloplastiek, zonder duratransplantaat Plastiek van schedeldefect met alloplastiek, met duratransplantaat Subcutaan plaatsen pulsgenerator van DBS neurostimulator (excl. bij dwangstoornissen zie ) Plaatsen elektrode(s) intracranieel van DBS neurostimulator (excl. bij dwangstoornissen zie ) Stereotactische radiochirurgische behandeling intracraniële tumoren met Gamma Knife (zie voor stereotactische radiochirurgie bij AVM intracraniële vaten) Operatie wegens craniële meningocele Duraverwijdingsplastiek Externe liquordrainage cranieel Externe liquordrainage spinaal Duraplastiek spinaal Plastiek van schedeldefect met autoloog of homoloog bottransplantaat, met duraplastiek, door middel van transmastoïdale/transnasale benadering Plastiek van schedeldefect met alloplastiek, met duraplastiek, door middel van transmastoïdale/transnasale benadering Vervangen (deel van) liquorshunt. Nederlandse Zorgautoriteit
123 Drainage cyste hersenen met aanleggen shunt Fenestratie cyste hersenen d.m.v. craniotomie Operatie wegens encephalocele Ventriculostomie Inbrengen ventrikelreservoir cranieel (oa Ommaya) Inbrengen drukmeter onder de schedel Revisie of verwijderen liquorshunt of ventrikelreservoir tbv liquordrainage (zonder implantatie nieuw materiaal) Liquordrainage dmv interne liquordrain cranieel Liquordrainage dmv interne liquordrain spinaal Endoscopische fenestratie binnen of buiten liquorsysteem Formeren toegangsweg via neus en/of mond voor ander poortspecialisme Formeren toegangsweg via mastoid/oor voor ander poortspecialisme Formeren peridurale toegangsweg voor ander poortspecialisme Operatie wegens vaat-malformatie aan het ruggemerg of wegens tethered cord, endovasculair (zie voor open procedure) Re-exploratie spinaal liquorlek of nabloeding Operatieve behandeling wegens tethered cord, open procedure Vertebrectomie cervicaal met spondylodese Vertebrectomie thoracaal met spondylodese Vertebrectomie lumbaal met spondylodese Vertebrectomie spinaal wegens myelumcompressie met spondylodese Laminectomie, 1 niveau, (uitgezonderd bij HNP of stenose zie ) Laminectomie, 1 niveau, bij HNP of stenose (zie voor overige aandoeningen). Nederlandse Zorgautoriteit
124 Laminectomie, 2 of meer niveau's, (uitgezonderd bij HNP of stenose zie ) Laminectomie, 2 of meer niveau's, bij HNP of stenose (voor overige aandoeningen zie ) Verwijderen aandoening extramedullair (oa spinale tumor, vaatafwijking, hematoom) Verwijderen aandoening intramedullair (oa spinale tumor, vaatafwijking) Operatie wegens spinale meningocele Operatie wegens spina bifida Eenvoudige coagulatie van het ganglion Gasseri Stereotactische uitschakeling van het ganglion Gasseri Implantatie van een elektrode, suboccipitaal Verwijderen of revisie van een elektrode, suboccipitaal Neurectomie bij Morton's metatarsalgie Extrapelvine of intrapelvine resectie van de nervus obturatorius Sensibile desinnervatie van de heup Zenuwdoorsnijding of exerese, bijvoorbeeld de nervus cutaneus femoris lateralis anterior Cross face zenuwtransplantatie Jump anastomose nervus hypoglossus - nervus facialis Primair hechten kleinere (o.a. digitale) zenuw Primair hechten grotere (plexus/stam o.a. medianus) zenuw Anastomosering van een of meerdere hersenzenuwen intracranieel Secundair hechten kleinere (o.a. digitale) zenuw Secundair hechten grotere (plexus/stam o.a.medianus) zenuw Reconstructie van kleinere (o.a. digitale) zenuw m.b.v. autoloog zenuwtransplantaat. Nederlandse Zorgautoriteit
125 Reconstructie van grotere (plexus/stam o.a.medianus) zenuw m.b.v. autoloog zenuwtransplantaat Eenvoudige neurolysen, zonder operatiemicroscoop of loupevergroting Meer gecompliceerde neurolysen, met behulp van operatiemicroscoop of loupevergroting Exploratie van een tumor van een perifere zenuw Decompressie zenuw, per zenuw, exclusief neurolysen (zie en ) Operatieve behandeling neuroom of zenuwtumor (excisie of transpositie) Reconstructie van kleinere (o.a. digitale zenuw) m.b.v. lichaamsvreemd materiaal Reconstructie van grotere (plexus/stam o.a.medianus) zenuw m.b.v. lichaamsvreemd materiaal Transpositie van zenuw Transpositie nervus ulnaris Reconstructie plexus brachialis met behulp van zenuwtransplantaat Operatie aan de plexus cervicobrachialis Cervicale sympathectomie Lumbale sympathectomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Sacrale sympathectomie Thoracale sympathectomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Lumbale sympathectomie als onderdeel van een vaatreconstructie, abdominaal, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische lumbale sympathectomie (zie voor open procedure) Endoscopische thoracale sympathectomie (zie voor open procedure) Endoscopische lumbale sympathectomie als onderdeel van een vaatreconstructie, abdominaal (zie voor open procedure) Implantatie van een stimulatie-elektrode in arteria carotis Verwijderen van een stimulatie-elektrode uit arteria carotis. Nederlandse Zorgautoriteit
126 Sympathectomie aan de arteria carotis communis Peri-arteriële sympathectomie Neurolytische blokkade van een of meer perifere zenuwen Percutane facetdenervatie met behulp van thermolaesies onder beeldvormende techniek, inclusief prognostische blokkade, cervicaal Percutane facetdenervatie met behulp van thermolaesies onder beeldvormende techniek, inclusief prognostische blokkade, thoracaal Percutane facetdenervatie met behulp van thermolaesies onder beeldvormende techniek, inclusief prognostische blokkade, lumbosacraal Percutane thermolaesie van het dorsale ganglion, ongeacht het aantal, inclusief prognostische blokkade cervicaal Percutane thermolaesie van het dorsale ganglion, ongeacht het aantal, inclusief prognostische blokkade, thoracaal Percutane thermolaesie van het dorsale ganglion, ongeacht het aantal, inclusief prognostische blokkade, lumbosacraal Percutane thermolaesie van het dorsale ganglion, ongeacht het aantal, inclusief prognostische blokkades, een tweede wortel in een aparte zitting, binnen een half jaar Selectieve thermolaesie van het ganglion Gasseri Epidurale of subarachnoidale injecties van een neurolytische vloeistof Cryolaesie van het ganglion sphenopalatinum, onder beeldvormende techniek Percutane chordotomie, onder beeldvormende techniek Therapeutische epiduroscopie (exclusief enkel inbrengen epiduraal katheter, epiduraal injectie of epidurale bloodpatch) Neurolytisch thoracaal symphaticusblok, onder beeldvormende techniek Neurolytisch splanchnicusblok, onder beeldvormende techniek Neurolytisch lumbaal sympathicusblok, onder beeldvormende techniek Inbrengen getunnelde epiduraal- of spinaalcatheter Thermolaesie discus intervertebrale (IDET) Thermolaesie ganglion stellatum Thermolaesie ganglion sphenopalatinum. Nederlandse Zorgautoriteit
127 Intradiscale biaccuplasty (zie voor IDET) Radiofrequente behandeling SI gewricht Endoscopische subtotale strumectomie (oa. MIVAT) Endoscopische totale strumectomie (oa. MIVAT) Subtotale strumectomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Totale strumectomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Extirpatie van een of meerdere nodi uit de schildklier Endoscopische exploratie of verwijderen autotransplantaat glandulae parathyreoidiae Extirpatie van een of meerdere tumoren, uitgaande van de glandulae parathyreoideae, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische extirpatie van een of meerdere tumoren, uitgaande van de glandulae parathyreoideae (zie voor open procedure) Re-exploratie glandulae parathyreoidiae, inclusief sternomotie Bijnier operatie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische bijnier operatie (zie voor open procedure) Resectie bijnier, met of zonder excisie omliggend weefsel, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische resectie bijnier met of zonder excisie omliggend weefsel (zie voor open procedure) Partiële of totale hypofysectomie transsfenoïdaal (zie voor transcraniële benadering hypofyse) Operatieve decompressie van de orbita zonder orbitotomie (laterale orbitotomie zie , anterieure orbitotomie zie ) Laterale orbitotomie Anterieure orbitotomie Exenteratio orbitae Orbitectomie (operatief verwijderen afwijking(en) uit de orbita inclusief verwijderen (delen van) de benige oogkas) Verwijderen plombe/explant na ablatiochirurgie. Nederlandse Zorgautoriteit
128 Reconstructie orbita m.b.v. gevasculariseerd bot transplantaat Reconstructie orbita m.b.v. vrij bot transplantaat Operatieve behandeling orbita bodemfractuur Coagulatie van intra-oculaire aandoeningen, mits niet vallend onder of Coagulatie van intra-oculaire aandoeningen d.m.v. focale laserbehandeling Coagulatie van intra-oculaire aandoeningen d.m.v. panretinale laserbehandeling Behandeling van intra-oculaire aandoeningen d.m.v. YAG-laser (zie voor operatief verwijderen nastaar) Foto-dynamische therapie, subretinaal Enucleatio bulbi Evisceratio bulbi Plaatsen van een secundair oogbol implantaat Primaire behandeling van ernstige perforerende verwondingen van de oogbol inclusief herstel van irisprolaps Verwijdering van een of meerdere intra-oculaire corpora aliena Scheelzien operatie (voor operatie van schuine oogspieren zie , voor operaties van paralytische vormen zie , voor vier spieren operatie zie ). Scheelzienoperatie schuine oogspieren (voor operaties van paralytische vormen zie , voor vier spieren operatie zie , voor overige operaties zie ) Scheelzienoperatie paralytisch (voor operatie van schuine oogspieren zie , voor vier spieren operatie zie , voor overige operaties zie ) Vier spieren operatie (voor operatie van schuine oogspieren zie , voor operaties van paralytische vormen zie , voor overige operaties zie ) Verwijderen van een of meerdere tumoren van de cornea met plastiek Verwijdering van een of meerdere tumoren van de cornea zonder plastiek Overhechting ulcus cornea Hoornvlieshechting. Nederlandse Zorgautoriteit
129 Perforerende hoornvliestransplantatie (full thickness graft, penetrerende keratoplastiek (PKP)) Voorste lamellaire hoornvliestransplantatie (diepe anterieure lamellaire keratoplastiek (DALK)) Achterste lamellaire hoornvliestransplantatie (posterieure lamellaire keratoplastiek (PLK), o.a. DLEK, DSEK) Verwijdering van een of meerdere corpora aliena, behandeling van een combustio, erosie of etsing van hoornvlies of bindvlies Tatouage van het hoornvlies Natrium-EDTA spoeling van het hoornvlies Herstel operatie corneaflap Corneale collageen cross-linking (CXL) Phototherapeutische keratectomie (PTK) Photorefractieve keratectomie (PRK) Laser assisted in situ keratomileusis (LASIK) Plaatsen intrastromale corneale ringsegmenten (ICR) Laser assisted epithelial keratomileusis (LASEK) Epitheliaal laser assisted in situ Keratomileusis (epi-lasik) Plaatsen radioactieve plaque sclera Sclerahechting Verwijdering van iriscyste of iristumor Iridotomie of iridectomie Herstel iridodialysis Herstel prolapsus iridis Maken van nieuwe pupil-opening, diaphragmectomie Needling filterblaas (bleb). Nederlandse Zorgautoriteit
130 Glaucoom operatie (voor goniotomie zie , voor filtrerende operatie met plaatsen van filterimplant zie ) Filtrerende operatie voorste oogkamer met plaatsen filterimplant (voor goniotomie zie , voor overige glaucoomoperaties zie ) Goniotomie (voor filtrerende operatie voorste oogkamer met plaatsen filterimplant zie , voor overige glaucoomoperaties zie ) Verwijderen corpus alienum uit voorste oogkamer Spoelen voorste oogkamer Losmaken iris van cornea, inclusief een eventuele iridectomie Nastaardiscisie, operatief verwijderen nastaar (zie voor behandeling van intra-oculaire aandoeningen d.m.v. YAG-laser) Cataractoperatie extracapsulair, met inbrengen van kunststoflens Cataractoperatie extracapsulair, met inbrengen van kunststoflens, m.b.v. niet standaard materialen of technieken, of uitgevoerd in de amblyogene leeftijd Verwijdering van geluxeerde lens Cataractoperatie intracapsulair Cataractoperatie intracapsulair, met inbrengen van kunststoflens Cataractoperatie extracapsulair Implanteren van extra kunststoflens bij faak oog Implanteren van extra kunststoflens bij pseudofaak oog Implanteren van kunststoflens bij afaak oog Refractieve lensverwisseling Het verwijderen van een kunststoflens Operatieve repositie van een geluxeerde kunststoflens Voorsegmentsvitrectomie Pars plana vitrectomie (zie de codes en voor pars plana vitrectomie bij behandeling van ablatio retinae) Pars plana vitrectomie bij behandeling van ablatio retinae (zie code voor pars plana vitrectomie bij behandeling ablatio retinae inclusief verwijderen tractiemembranen). Nederlandse Zorgautoriteit
131 Pars plana vitrectomie bij behandeling van ablatio retinae incl. verwijderen tractiemembranen (zie code voor pars plana vitrectomie bij ablatio retinae excl. verwijderen tractiemembr.) Verwijderen siliconenolie Behandeling ablatio retinae middels uitwendige techniek Verwijdering van een of meerdere corpora aliena subconjunctivaal, extra-orbitaal (excl. verwijderen plombe/explant na ablatiochirurgie zie ) Verwijdering van een of meerdere tumoren van de conjunctiva, met plastiek Verwijdering van een of meerdere tumoren van de conjunctiva zonder plastiek Opheffen symblepharon met transplantatie Vrije plastiek van de conjunctiva met lip of ander slijmvlies Opheffen symblepharon zonder transplantatie Verwijdering van een of meer chalazia per zitting Verwijderen aandoening ooglid zonder reconstructie (zie code voor verwijderen of correctie aandoening ooglid inclusief reconstructie) Verwijderen of correctie aandoening ooglid inclusief reconstructie met zwaailap of trans- of implantaat (zie code voor verwijderen aandoening ooglid zonder reconstructie) Implantatie goudgewichtje in bovenooglid Fornix verdiepende hechtingen Desinsertie oogspieren bovenooglid Correctie floppy eyelid Operatieve behandeling blepharospasme Herstel laceratie ooglid Ectropion operatie Entropion operatie Verkleining lidspeet, eventueel totale sluiting Transnasale mediale canthopexie. Nederlandse Zorgautoriteit
132 Electrische epilatie van oogharen, totale behandeling Blepharoplastiek Correctie ptosis wenkbrauw - extern (zie voor endoscopisch) Correctie ptosis wenkbrauw - endoscopisch (zie voor extern) Canthusreconstructie Frontalis suspensie Levator plastiek Fasanella-servat procedure Opheffen van de verkleining van de ooglidspleet respectievelijk van een gesloten lidspleet Sondage van een of meerdere traanwegstenosen Herstel traanpunt Inbrengen plug punctum lacrimale Verwijderen van een traanzak Maken van een verbinding tussen neus en conjunctivaalzak, overige (o.a. buisjes van Jones, voor Ex-DCR zie , voor En-DCR zie ) Dacryo-cysto-rhinostomie - uitwendig (Ex-DCR, zie code voor endonasaal, zie voor maken van een verbinding tussen neus en conjunctivaalzak, overige). Dacryo-cysto-rhinostomie - endonasaal (En-DCR, zie code voor extern, zie voor maken van een verbinding tussen neus en conjunctivaalzak, overige) Reconstructie canaliculus Excisie van een of meer exostosen met los-prepareren van de gehoorgang Gehoorgangverwijdingsoperatie (meatusplastiek) Excisie van aandoening uitwendige gehoorgang exclusief verwijderen exostosen (zie ) Reconstructie oorschelp met autoloog weefsel (Nagata procedures) Plastische correctie van de oorschelp bij cup ear of lop ear deformiteit. Nederlandse Zorgautoriteit
133 Plastische correctie van een standdeviatie van de oorschelp door middel van correctie van het oorskelet Plastische correctie van een standdeviatie van de oorschelp door middel van excisie van weke delen Plastische correctie van de oorschelp door middel van correctie van het oorskelet (excl. bij standdeviatie zie en bij lop ear of cup ear zie ) Paracentese Transmeatale drainage van het middenoor met behulp van een polytheen buisje volgens fowler of daarmede vergelijkbare techniek. Inclusief eventuele adenotomie Operatieve ingreep aan het oor met exploratie van het cavum tympani en/of het trommelvlies, die beogen het gehoor te verbeteren Operatieve ingreep aan het oor met exploratie van het cavum tympani en/of trommelvlies, uitgevoerd als tweede tempo na een ingreep als genoemd bij de codes tot en met Epitympanale mastoid operatie met ruim openen van de koepel holte, c.q. attico antrotomie bij chronische ontstekingsprocessen Mastoid operatie met inbegrip van eventuele complicaties Radicaal operatie met inbegrip van eventuele complicaties Excisie tumor midden- en/of binnenoor (exclusief verwijdering brughoektumor, zie ) Gehoorverbeterende operatie bij otosclerose door middel van de techniek van Shea, waarbij een piston door de voetplaat wordt gebracht Gehoorverbeterende operaties bij otosclerose door middel van stapedectomie en interpositie Gehoorverbeterende operatie bij otosclerose door middel van stapedolyse, technieken van Rosen, Fowler enzovoort Myringoplastiek Exploratieve tympanotomie Gehoorverbeterende operatie bij otosclerose door middel van fenestratie van de horizontale booggang Operatieve ingreep aan het rotsbeen en middenoor bij chronische ontstekingen, die beogen het oor te saneren en het gehoor te verbeteren (tympanoplastiek) Exploratie van de nervus facialis in het rotsbeen en/of het middenoor bij facialisparalyse of -parese Exploratie van de nervus facialis in het rotsbeen en/of het middenoor bij facialisparalyse of -parese met plastiek van de zenuw wegens continuiteitsverlies Labyrinth destructie via het masto d Cochleaire implantaten (pre-)implantatie bij volwassenen. Nederlandse Zorgautoriteit
134 Cochleaire implantaten (pre-)implantatie bij kinderen Plaatsen implantaat in het rotsbeen t.b.v. een botverankerd hoortoestel (BAHA) Plaatsen koppelstuk (abutment) op implantaat t.b.v. een botverankerd hoortoestel (BAHA) Vervangen botverankerd hoortoestel (BAHA) Ozaena operatie Rhinotomie ter verwijdering van een of meerdere gezwellen uit de neusholten Verwijdering van een of meerdere neuspoliepen, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische verwijdering van een of meerdere neuspoliepen (zie voor open procedure) Caustische behandeling van het neusslijmvlies Submuceuze venster septum resectie, incl.evt. conchotomie. Verwijderen crista septi, welke over de gehele diepte van de neus verloopt, met los prepareren van de slijmvliesbladen valt hieronder Conchotomie, christotomie, spinectomie, concha-luxatie of concha infractie Correctief chirurgische behandeling van de deformiteiten aan het benig neusskelet met laterale osteotomie Correctief chirurgische behandeling van deformiteiten aan het benig neusskelet met laterale osteotomie, gecombineerd met ingrepen ter correctie van het septum en/of het vestibulum nasi Correctieve ingrepen aan cartilagines laterales en/of ter correctie van de neusvleugels en vestibulum nasi Septum correctie met mobilisatie en repositie van kraakbeen met mediale osteotomie en eventuele conchotomie Septum correctie, als bedoeld bij code gecombineerd met correctie van de neusvleugels en het vestibulum nasi, als bedoeld bij code Repositie van verse, naar buiten geperforeerde, neusfractuur met uitgebreid wondtoilet Uitgebreide bloedige repositie bij verse septumfractuur. Onder uitgebreid wordt verstaan het mobiliseren, corrigeren en zonodig implanteren van kraakbeen Neusreconstructie: sluiten huiddefect d.m.v. lokale transpositielap Neusreconstructie: sluiten huiddefect d.m.v. voorhoofdslap Neusreconstructie: reconstructie binnenbekleding neus d.m.v. transpositielap of huidtransplantaat Neusreconstructie: reconstructie neusskelet m.b.v. kraakbeen en/of bot. Nederlandse Zorgautoriteit
135 Endonasale sinus maxillaris operatie, bijvoorbeeld volgens Claou of Mikulicz Kaakspoeling Radicale sinus maxillaris operatie, bijvoorbeeld volgens Caldwell-Luc Kaakspoeling bij kinderen onder 15 jaar onder algehele anesthesie Endonasale sinus frontalis operatie, bijvoorbeeld volgens Halle, Mosher of Vacher Operatie bij acute sinusitis frontalis (van buiten af) Radicale sinus frontalis operatie Endonasale sinus ethmoidalis operatie Uitwendige operatie van de sinus ethmoidalis Endonasale sinus sphenoidalis operatie Pansinusitis (inclusief ethmoid en kaakholte volgens Lima). Hieronder wordt verstaan de behandeling van een ontsteking van drie of meer neusbijholten aan een zijde Plastische sluiting van een of meerdere bijholtefistels aan een zijde Tracheotomie Inbrengen transtracheale zuurstofcatheter met behulp van punctie en dilatatie, een zogenaamde mini-tracheotomie Inbrengen ventiel-stemprothese na eerdere larynxextirpatie (zie voor larynxextirpatie) Verwisselen ventiel-stemprothese Verwijderen of opheffen aandoening larynx, open procedure (zie voor laryngoscopisch) Therapeutische laryngoscopie voor verwijderen of opheffen aandoening larynx (zie voor open procedure) Adamsappel reductie (tracheal shaving) Halfzijdige larynxextirpatie Pharynx-larynxextirpatie Resectie aandoening trachea- en/of carina, open procedure (zie voor endoscopisch). Nederlandse Zorgautoriteit
136 Endoscopisch verwijderen of opheffen aandoening trachea en/of carina (zie voor open procedure) Hoofdcarina reconstructie Tonsillectomie, bij personen tot en met 10 jaar, inclusief eventuele adenotomie Tonsillectomie, bij personen van 11 tot en met 15 jaar, inclusief eventuele adenotomie Tonsillectomie, bij personen van 16 jaar en ouder, inclusief eventuele adenotomie Adenotomie Verwijdering van een branchiogene cyste of glomustumor Verwijdering van een mediane halscyste of halsfistel Verwijdering van een rhinopharynx-fibroom Opheffing choanale-atresie bij kinderen Therapeutische of diagnostische sondage met een bronchiale katheter Operatie van sulcus superior (Pancoast) tumoren, open procedure (zie voor thoracoscopisch) Thoracoscopische operatie van sulcus superior (Pancoast) tumoren (zie voor open procedure) Sleeve-resectie, open procedure (zie voor thoracoscopisch, voor VATS procedure) Thoracoscopische sleeve-resectie (zie voor open procedure en voor VATS procedure) Sleeve-resectie met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor thoracoscopisch, zie voor open procedure) Bronchoplastiek of hechten bronchusruptuur, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopisch(e) bronchoplastiek of hechten bronchusruptuur (zie voor open procedure) Therapeutische bronchoscopie, zoals verwijderen van corpora alinea, afzuigen van secretie of installatie van medicamenten Therapeutische bronchoscopie met laser-coagulatie, zoals bij behandeling van een tumor of bloeding, en / of stentplaatsing Endobronchiale longvolume reductie (BLVR, zie voor bronchiale thermoplastiek en voor chirurgische LVR zie t/m ) Bronchiale thermoplastiek (LVR dmv RF ablatie, zie voor overige minder-invasieve LVR). Nederlandse Zorgautoriteit
137 Intrapulmonale drainage Aanleggen pleuroperitoneale shunt Bilobectomie, open procedure (zie voor thoracoscopisch, zie voor VATS procedure) Thoracoscopische bilobectomie (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) Bilobectomie met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor thoracoscopisch, zie voor open procedure) Longvolume reductie chirurgie (LVRC), open procedure (zie voor thoracoscopisch, zie voor VATS procedure) Thoracoscopische longvolume reductie chirurgie (LVRC), zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) Longvolume reductie chirurgie (LVRC) met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS), zie voor thoracoscopisch, zie voor open procedure) Bullectomie met partiele pleurectomie, open procedure (zie voor endoscopisch, zie voor VATS procedure) Lobectomie of segmentresectie, open procedure (zie voor thoracoscopisch, zie voor VATS procedure) Wigresectie, open procedure (zie voor endoscopisch, zie voor VATS procedure) Bilaterale resectie, midsternaal Bullectomie met partiële pleurectomie met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor endoscopisch, zie voor open procedure) Endoscopische bullectomie met partiele pleurectomie (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) Thoracoscopische lobectomie of segmentresectie (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) Lobectomie of segmentresectie met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor thoracoscopisch, zie voor open procedure) Endoscopische wigresectie (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) Wigresectie met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor endoscopisch, zie voor open procedure) Pleuro-pneumonectomie, open procedure Pneumonectomie, open procedure (zie voor endoscopisch, zie voor VATS procedure) Pneunomectomie met lymfklieruitruiming, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische pneumonectomie (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure). Nederlandse Zorgautoriteit
138 Endoscopische pneunomectomie met lymfklieruitruiming (zie voor open procedure) Pneumonectomie met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor endoscopisch, zie voor open procedure) Aanleggen pneumothorax, inclusief periodiek bijvullen, open procedure (zie voor endoscopisch, zie voor VATS procedure) Extrapleurale pneumolyse Endoscopisch aanleggen pneumothorax, inclusief periodiek bijvullen (zie voor VATS procedure, zie voor open procedure) Aanleggen pneumothorax met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS), inclusief periodiek bijvullen (zie voor endoscopisch, zie voor open procedure) Open longbiopsie (zie voor endoscopische longbiopsie) Endoscopische longbiopsie (zie voor open longbiopsie) Operatieve behandeling van een empyema thoracis, open procedure (zie voor VATS procedure) Proefthoracotomie (zie voor proefthoracoscopie) Operatieve behandeling van een empyema thoracis met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor open procedure) Proefthoracoscopie (zie voor proefthoracotomie) Sluiten bronchusfistel of bronchopleurale fistel, open procedure (zie voor thoracoscopisch, zie voor VATS procedure) Sluiten bronchusfistel of bronchopleurale fistel, thoracoscopisch (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) Sluiten bronchusfistel of bronchopleurale fistel met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor open procedure, zie voor thoracoscopisch) Sluiten fistel thoraxwand Verwijderen van een of meerdere corpora aliena uit de pleuraholte, inclusief het eventueel hechten van longweefsel, open procedure (zie voor thoracoscopisch). Thoracoscopisch verwijderen van een of meerdere corpora aliena uit de pleuraholte, inclusief het eventueel hechten van longweefsel (zie voor open procedure) Mediastinotomie Operatie van een of meerdere mediastinumtumoren met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS), eventueel midsternaal (zie voor endoscopisch, zie voor open procedure) Open operatie van een of meerdere mediastinumtumoren, eventueel midsternaal (zie voor endoscopisch, zie voor VATS procedure). Nederlandse Zorgautoriteit
139 Endoscopische operatie van een of meerdere mediastinumtumoren, eventueel midsternaal (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) Decorticatie van de long, open procedure (zie voor thoracoscopisch, zie voor VATS procedure) Thoracoscopische decorticatie van de long (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) Decorticatie van de long met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor open procedure, zie voor thoracoscopisch) Pleurodese, open procedure (zie voor thoracoscopisch, zie voor VATS procedure) Pleurodese, thoracoscopisch (zie voor open procedure, zie voor VATS procedure) Pleurodese met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor open procedure, zie voor thoracoscopisch) Grote borstwandresectie in verband met een doorgegroeide maligniteit Sluiten open thoraxverwonding Thoracoscopische excisie aandoening thoraxwand (zie voor VATS procedure) Excisie aandoening thoraxwand met behulp van video-assisted thoracic surgery (VATS, zie voor thoracoscopisch) Video-assisted thoracic surgery (VATS) Openen van het hartzakje zonder ingreep aan het hart, eventueel drainage van een pericarditis, via een thoracotomie, open procedure (zie voor percutaan en voor thoracoscopisch) Partiele pericardresectie Subtotale pericardresectie Rethoracotomie zonder extracorporale circulatie tijdens dezelfde opname Thoracoscopisch openen van het hartzakje zonder ingreep aan het hart, eventueel drainage van een pericarditis (zie voor open procedure en voor percutaan) Onderbinding ductus botalli, open procedure (via hartkatheterisatie zie ) Endoscopische onderbinding ductus botalli via hartkatheterisatie (zie voor open procedure) Operatie coarctatio aortae (isthmus-stenose), tot 15 jaar Operatie coarctatio aortae (isthmus-stenose), vanaf 15 jaar. Nederlandse Zorgautoriteit
140 Intrathoracale correctie abnormale vaatringen Correctie afwijkingen aan de grote longvaten Operatie tetralogie van Fallot of shunt-operatie bij cyanotische hartgebreken, bijvoorbeeld volgens Waterstone Blalock, Glenn of Potts 'Banding' arteria pulmonalis Septectomie volgens Blalock-Hanlon of met 'inflow-occlusie' Open commissurotomie arteria pulmonalis of aorta Hisbundel-catheterablatie Catheterablatie rechter atrium Catheterablatie accessoire bundel Catheterablatie linker ventrikel Catheterablatie rechter ventrikel Catheterablatie linker atrium Katheterablatie congenitaal vitium exclusief ductus botalli (zie ) Operatie wegens een perforerende hartverwonding Verwijderen corpora aliena uit het hart (intracardiaal materiaal) met 'inflow-occlusie' (katheters) Ballonpomp per punctie als zelfstandige ingreep Ballonpomp per punctie als bijkomende ingreep Ballonpomp per open procedure als zelfstandige ingreep Ballonpomp per open procedure als bijkomende ingreep Percutaan inbrengen hartpomp (o.a. Impella) Trachearesectie met reimplantatie linker hoofdbronchus Trachearesectie met inhechten prothese. Nederlandse Zorgautoriteit
141 Operatie recidief coarctatio aortae Operatie tricuspidaal-atresie volgens Fontan Cardiomyectomie Correctie van een infundibulaire en/of valvulaire pulmonalisstenose Correctie van een valvulaire aortastenose (commissurotomie) Correctie van een subvalvulaire membraneuze aortastenose Correctie van een musculaire subvalvulaire aortastenose Operatie voor ziekte van ebstein, inclusief klepvervanging Correctie van een supravalvulaire aortastenose Sluiten van een atrium-septum defect, type Correctie van partieel abnormale longvenen Sluiten van een eenvoudig ventrikel-septum defect Correctie van abnormale coronairverbindingen zoals fistels of een abberante oorsprong Correctie van een atrium-septum defect, type Correctie van een cor triatrium Correctie van totaal abnormale longvenen Sluiten van een ventrikel-septum defect, onder andere opheffing van 'banding' Percutane mechanische linker hartoor sluiting Correctie van een ruptuur van de sinus valsalvae Correctie van een atrio-ventriculair kanaal Sluiten van een atrium-septum defect type 2 + correctie abnormale longvenen met behulp van 'patch' Volledige correctie van een tetralogie van Fallot. Nederlandse Zorgautoriteit
142 Correctie van een double-outlet rechter ventrikel Correctie van een aorta-insufficientie + een ventrikel-septum defect Aanleggen van een verbinding tussen rechter ventrikel en arteria pulmonalis volgens Rastelli Norwood procedure bij HLHS (hypoplastisch linker hartsyndroom) Grote correctieve procedures voor gecompliceerde congenitale afwijkingen Arteriële switch operatie Correctie truncus arteriosus MAZE-procedure, open Endoscopische MAZE-procedure Hartklepplastiek, open procedure Hartklepvervanging, open procedure Thoracoscopische plastiek of vervanging van hartklep TAAA (thoraco-abdominaal aorta aneurysma), open procedure Endovasculaire TAAA (thoraco-abdominaal aorta aneurysma) Vervanging aorta descendens thoracalis, open procedure Endovasculaire vervanging aorta descendens thoracalis Vervanging aorta ascendens met aortaboog Vervanging aortaboog Vervanging aortawortel, aorta ascendens en aortaboog Vervanging aortawortel Vervanging aortaklep, aortawortel en aorta ascendens Vervanging aorta ascendens zonder circulatiestilstand. Nederlandse Zorgautoriteit
143 Vervanging aorta ascendens met circulatiestilstand Aortocoronaire bypass operatie met uitsluitend veneuze graft(s) en/of kunststof materiaal Aortocoronaire bypass met 1 arteriële graft, inclusief eventuele veneuze graft(s) en/of kunststof materiaal Aortocoronaire bypass operatie met 2 arteriële grafts, inclusief eventuele veneuze graft(s) en/of kunststof materiaal Aortocoronaire bypass operatie met 3 of meer arteriële grafts, inclusief eventuele veneuze graft(s) en/of kunststof materiaal Resectie aneurysma van de linkerventrikel Sluiten van een ventrikel-septum perforatie Sluiten van een ventrikel-septum perforatie in dezelfde zitting als een andere verrichting met extracorporale circulatie Operatie wegens een of meerdere tumoren van het atrium, onder andere myxomen Operatie wegens een of meerdere tumoren van de ventrikel Embolectomie uit de arteria pulmonalis, respectievelijk correctie perifere arteria pulmonalis Correcties aan de intrathoracale grote arteriën, o.a. aortaruptuur of aneurysma arteria anonyma, open procedure (zie voor endovasculair) Endovasculaire correcties aan de intrathoracale grote arteriën, o.a. aortaruptuur of aneurysma arteria anonyma (zie voor open procedure) Rethoracotomie met extracorporale circulatie tijdens dezelfde opname PTCA eentak ter opheffing/verwijdering stenosen coronaire arterien PTCA meertak of hoofdstam ter opheffing/verwijdering stenosen coronaire arterien PTCA ter opheffing/verwijdering chronische occlusie coronaire arterien PTCA met passage coronaire arterien graft PTCA ter sluiting coronaire fistel Stamceltherapie d.m.v. lokale infusie in het myocard Acute PTCA ter opheffing/verwijdering stenosen coronaire Alcoholablatie HOCM. Nederlandse Zorgautoriteit
144 Catheterdilatatie van hartklep Cathetersluiting CQ dilatatie van congenitaal of verworven hartvitium Percutane hartklep implantatie Transkatheter hartklepimplantatie, open procedure Percutane hartklepplastiek, exclusief catheterdilatatie van hartklep (zie ) Intracoronaire Optische Coherentie Tomografie (OCT) (voor FFR zie ,voor IVUS zie ) Complexe transveneuze verwijdering van endocardiale elektroden van een pacemaker met gebruik van specifieke extractietools Complexe transveneuze verwijdering van endocardiale elektroden van een subcutane automatische defibrillator (AICD) met gebruik van specifieke extractietools Inbrengen implanteerbare intracardiale pacemaker Atrial pacing + therapeutische uitwendige pacemaker Hisbundel-electrocardiografie + therapeutische uitwendige pacemaker Atrial pacing + hisbundel-electrocardiografie + therapeutische uitwendige pacemaker Het inbrengen van een stimulatie-elektrode en het aansluiten van een uitwendige pacemaker Het inbrengen van een stimulatie-elektrode en het aansluiten van een subcutaan geplaatste pacemaker Het inbrengen van twee endocardiale elektroden en het aansluiten van een subcutaan geplaatste pacemaker Het inbrengen van twee endocardiale elektroden en één sinus coronarius elektrode, en het aansluiten en het afregelen van een biventriculaire pacemaker Het inbrengen van twee endocardiale elektroden en het aansluiten van een subcutane automatische defibrillator, inclusief het aansluitend testen van de defibrillatiedrempel onder algehele anesthesie. Het inbrengen van een of twee endocardiale elektroden plus sinuscoronarius elektrode en aansluiten subcut.automatische defibrillator, incl. aansluitend testen van defibrillator onder alg.anesthesie Vervanging van een pacemaker Verwijdering van een pacemaker Het bevestigen van een stimulatie-elektrode op het epicard na het openen van het hartzakje en het aansluiten van een subcutaan geplaatste pacemaker. Nederlandse Zorgautoriteit
145 Inbrengen endocard.elektrode en bevestigen tweede elektrode op het epicard, of bevestigen beide elektroden op epicard na openen hartzakje en aansluiten subc.pacemaker Vervangen van subcutane automatische defibrillator (AICD) excl. elektroden, incl. aansluiten elektroden en afregelen van defibrillator Implanteren en aansluiten device voor korte termijn circulatoire ondersteuning hart Implantatie Ventricular Assist Device (VAD) - lange termijn ondersteuning hart Implantatie BiVentricular Assist Device (BiVAD) - lange termijn ondersteuning hart Implantatie van subcutane automatische defibrillator (AICD) excl. elektroden, incl. aansluiten elektroden en afregelen van defibrillator Endocardresectie of destructie aandoening endocard.m.b.v. laser of cryocoagulatie Embolectomie van intrathoracale bloedvaten, open procedure (zie voor endovasculair) Embolectomie van intrathoracale bloedvaten, endovasculair (zie voor open procedure) Reconstructie van de aorta of haar directe zijtakken, zoals de arteria subclavia, open procedure (zie voor endovasculair) Reconstructie van de aorta of haar directe zijtakken, zoals de arteria subclavia, endovasculair (zie voor open procedure) Percutane transluminale angioplastiek niet-coronaire centrale arteriën exclusief de nierarterie (zie ) Percutane transluminale angioplastiek van de nierarterie Embolectomie van bloedvaten van hoofd, hals en hersenbasis Therapeutische punctie arterioveneuze malformatie (zie voor open procedure, zie voor endoscopisch) Craniotomie voor high-flow bypass Craniotomie voor aanleggen distale bypass (oa stamca) en/of desobstructie intracranieel vat Operatieve behandeling intracranieel aneurysma achterste deel cirkel van Willis Operatieve behandeling intracranieel aneurysma voorste deel cirkel van Willis, frontotemporale benadering Craniotomie voor verwijderen arterioveneuze malformatie, diep gelegen of SM-graad 3 of hoger Craniotomie voor verwijderen arterioveneuze malformatie, oppervlakkig cerebraal of cerebellair, SM-graad 1 of Arterioveneuze malformatie, open procedure (zie voor endoscopisch, zie voor intracraniële vaten). Nederlandse Zorgautoriteit
146 Endoscopische behandeling arterioveneuze malformatie (zie voor open procedure, zie voor intracraniële vaten) Operatieve behandeling extracraniële aneurysmata Occlusie van een ongeruptureerd intracranieel aneurysma met behulp van coils Occlusie van een geruptureerd intracranieel aneurysma met behulp van coils Occlusie van een intracraniële vaatmalformatie met behulp van coils of lijm Craniovasculaire neurointerventie met behulp van ballonocclusie Preventieve craniovasculaire neurointerventie met behulp van coil of lijm ivm de behandeling van een meningeoom Endovasculair herstel intracraniële aneurysmata (zie d.m.v. craniotomie) Operatief herstel intracraniële arterioveneuze fistel d.m.v. craniotomie Herstel intracraniële arterioveneuze fistel m.b.v. endovasculaire of radionucleaire technieken Endovasculaire behandeling arterio-veneuze malformatie intracraniële vaten (voor excisie zie , voor radionucleair zie , voor overige vaten, zie ). Radionucleaire behandeling arterio-veneuze malformatie intracraniële vaten (stereotactische radiochirurgie, voor excisie zie , voor endovasc. zie , voor overige vaten en ) Reconstructie aan een slagader zoals arteria carotis door middel van transplantaat, endarteriectomie of patch Extracraniele onderbinding van een der halsslagaders als zelfstandige ingreep bij verwondingen Carotis onderbinding bij cerebrale vaatafwijkingen, inclusief het opzetten en op een later tijdstip verwijderen van de selverstone-klem (volledige behandeling) Navigatiegeleide, endoscopische of stereotactische evacuatie intracerebraal hematoom Percutane angioplastiek cerebropetale arteriën (zie voor niet-coronaire perifere arteriën en voor niet-coronaire centrale arteriën) Evacuatie intracerebraal hematoom, supratentorieel, niet traumatisch (zie voor infratentorieel) Evacuatie intracerebraal hematoom, infratentorieel, niet traumatisch (zie voor supratentorieel) Embolectomie van bloedvaten in de buik, open procedure (zie voor endovasculair) Embolectomie van bloedvaten in de buik, endovasculair (zie voor open procedure) Embolisatie van bekken vene(n). Nederlandse Zorgautoriteit
147 Klepreconstructie, diep veneus Operaties aan intra-abdominaal gelegen grote vaten, zonder herstel der continuïteit of ateriectomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische operaties aan intra-abdominaal gelegen grote vaten, zonder herstel der continuïteit of ateriectomie (zie voor open procedure) Reconstructie aan de aorta of haar directe zijtakken zoals arteria renales en arteria iliaca, open procedure (zie voor endovasculair) Reconstructie aan de aorta of haar directe zijtakken zoals arteria renales en arteria iliaca, endovasculair (zie voor open procedure) Inbrengen van een aorta-bifurcatie prothese en reconstructie van een arteria renales, open procedure (zie voor endovasculair) Inbrengen van een aorta-bifurcatie prothese en reconstructie van een arteria renales, endovasculair (zie voor open procedure) Inbrengen van een aorta-bifurcatie prothese en reconstructie van beide arteriae renales, open procedure (zie voor endovasculair) Inbrengen van een aorta-bifurcatie prothese en reconstructie van beide arteriae renales, endovasculair (zie voor open procedure) Aanleggen arterioveneuze fistel centrale vaten Opheffen arterioveneuze fistel centrale vaten Mechano-chemische endoveneuze ablatiebehandeling (Clarivein), voor overige endoveneuze behandeling stamvene onderste extremiteit zie Rekanalisatie van gecomprimeerde vena cava inferior of van haar directe zijtak(ken) Rekanalisatie van geobstrueerde vena cava inferior of van haar directe zijtak(ken) Rekanalisatie van geobstrueerde vena cava inferior met rekanalisatie van haar directe zijtak(ken) Rekanalisatie van gecomprimeerde vena cava superior of van haar directe zijtak(ken) Rekanalisatie van de geobstrueerde vena cava superior of van haar directe zijtak(ken) Embolectomie van perifere bloedvaten Inbrengen van een port-a-cath systeem Veneuze trombectomie, open procedure, exclusief bij acute diepe trombose (zie ) Veneuze trombectomie bij acute diepe trombose, open procedure (bij niet acute diepe trombose zie ) Veneuze trombectomie met plaatsen stent bij acute diepe trombose, open procedure. Nederlandse Zorgautoriteit
148 Intraveneuze trombolyse (IVT) bij acute diepe trombose (bij niet acute diepe trombose zie ) Intraveneuze trombolyse (IVT) met plaatsen stent bij acute diepe trombose Operatieve behandeling vaatlijden stamvene onderste extremiteit, open procedure (zie voor endoveneuze behandeling) Endoveneuze behandeling vaatlijden stamvene onderste extremiteit (zie voor operatieve behandeling) Flebectomie volgens Muller of transilluminated aangedreven flebectomie (TIPP) Sclerocompressietherapie (exclusief echogeleide sclerocompressietherapie zie ) Echogeleide sclerocompressietherapie Operaties aan extra-thoracaal gelegen grote vaten, zonder herstel der continu teit arteriectomie aan de extremiteiten Onderbinden van een groot bloedvat of lymfevat Rekanalisatie van geobstrueerde vena femoralis of van haar directe diep veneuze zijtak(ken) Endov.reconstr.van perifere slagader d.m.v.transplant., endarteriectomie, endostent of patch (zie voor open reconstr.m.b.v. operatiemicr., zie voor open reconstr.zonder operatiemicr.). Open reconstructie van een perifere slagader d.m.v. transplantaat, endarteriectomie of patch m.b.v. operatiemicroscoop (zie voor reconstructie zonder operatiemicrosc., zie voor endov.). Open reconstructie van een perifere slagader door middel van transplantaat, endarteriectomie of patch (zie voor reconstructie m.b.v. operatiemicroscoop, zie voor endov.) Percutane angioplastiek niet-coronaire perifere arteriën (zie voor niet-coronaire centrale arteriën) Aanleggen axillo-bifemorale bypass Aanleggen axillo-femorale bypass Aanleggen cross-over arteria subclavia of arteria femoralis Aanleggen femoro-popliteale bypass, open procedure (zie voor endovasculair) Endovasculaire behandeling femoro-popliteale traject (zie voor open procedure) Aanleggen femoro-tibiale bypass, open procedure (zie voor endovasculair) Endovasculaire behandeling femoro-tibiale traject (zie voor open procedure). Nederlandse Zorgautoriteit
149 Operatie voor perifere aneurysma(ta) of arterioveneuze fistel(s), open procedure (zie voor endovasculair) Operatie voor perifere aneurysma(ta) of arterioveneuze fistel(s), endovasculair (zie voor open procedure) Reconstructie van perifere (slag)ader zonder transplantaat, open procedure (zie voor endovasculair) Reconstructie van perifere (slag)ader zonder transplantaat, endovasculair (zie voor open procedure) Aanleggen intraperitoneale shunt ten behoeve van continue ambulante peritoneale dialyse (CAPD), open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopisch aanleggen intraperitoneale shunt ten behoeve van continue ambulante peritoneale dialyse (CAPD, zie voor open procedure) Aanleggen uitwendige arterioveneuze shunt, per zitting Aanleggen inwendige arterioveneuze shunt, per zitting Aanleggen inwendige arterioveneuze shunt, met bypass, per zitting Opheffen uitwendige arterioveneuze shunt Opheffen inwendige arterioveneuze shunt Reconstructie arteriële of veneuze pool bij in- of uitwendige arterioveneuze shunt exclusief revisie inwendige arterioveneuze shunt (zie en ) Revisie inwendige arterioveneuze shunt, endovasculair (zie voor open procedure) Revisie inwendige arterioveneuze shunt, open procedure (zie voor endovasculair) Revisie intraperitoneale shunt ten behoeve van continue ambulante peritoneale dialyse (CAPD), open procedure (zie voor laparoscopisch) Revisie intraperitoneale shunt ten behoeve van continue ambulante peritoneale dialyse, laparoscopisch (CAPD, zie voor open procedure) Para-aortale lymfklieruitruiming, open procedure (zie voor laparoscopisch) Stagerings lymfadenectomie van het kleine bekken, open procedure (zie voor laparoscopisch niet retroperitoneaal, zie voor laparoscopisch retroperitoneaal) Laparoscopische para-aortale lymfklieruitruiming (zie voor open procedure) Laparoscopische stagerings lymfadenectomie van het kleine bekken (zie voor open procedure, zie voor laparoscopisch retroperitoneaal) Laparoscopische retroperitoneale stagerings lymfadenectomie van het kleine bekken (zie voor open procedure, zie voor laparoscopisch niet retroperitoneaal) Therapeutische verwijdering van alle lymfklieren tussen onderkaak en clavicula met medenemen van de musculus sternocleidomastoideus en vena jugularis. Nederlandse Zorgautoriteit
150 Regionale klierdissectie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische regionale lymfklierextirpatie (zie voor open procedure) Een of meerdere lymfatico-veneuze anastomosen van een volledige extremiteit Diagnostische lymfklierextirpatie, supra of infraclaviculair Verwijderen poortwachterklier, open procedure (sentinel node procedure) (zie voor laparoscopisch) Laparoscopisch verwijderen poortwachterklier (sentinel node procedure) (zie voor open procedure) Miltoperatie, waaronder extirpatie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische miltoperatie, waaronder extirpatie (zie voor open procedure) Stageringslaparotomie bijvoorbeeld maligne lymfomen inclusief miltextirpatie en eventuele fixatie van de ovariae (zie voor stageringslaparoscopie) Miltextirpatie als onderdeel van een laparotomie om andere redenen, open procedure (zie voor laparoscopisch) Stageringslaparoscopie bijvoorbeeld maligne lymfomen inclusief miltextirpatie en eventuele fixatie van de ovariae (zie voor stageringslaparotomie) Laparoscopische miltextirpatie als onderdeel van een laparoscopie om andere redenen (zie voor open procedure) Locale excisie mammatumor met vriescoupe of onder rontgencontrole onder algehele anesthesie Conusexcisie van de mamma (Subcutane) mastectomie met of zonder huidreductie, zonder okseltoilet Gynaecomastie-extirpatie Mamma amputatie met verwijderen van oksellymfklieren Mamma amputatie met uitruiming van axillaire infraclaviculaire en retrosternale lymfklieren Plastische correctie van een deformiteit van de mamma Chirurgische tepel(hof) reconstructie Mammareconstructie d.m.v. BRAVA-AFT (Autologous Fat Transfer) systeem Plastische correctie deformiteit van mamma d.m.v. Autologe Vet Transplantatie na eerdere mammareconstructie of mammasparende operatie. Nederlandse Zorgautoriteit
151 Operatieve verwijdering van een of meerdere geretineerde tandelementen Plastiek Frenulum linguae door middel van opschuif- of Z-plastiek Extirpatie van een gedeelte van de tong Primaire behandeling van gehemeltespleten in het voorste gedeelte van het palatum Primaire behandeling van gehemeltespleten in het achterste gedeelte van het palatum Sluiten palatumfistel Aanspannen lip d.m.v. wig excisie Uvulopalatofaryngoplastiek (UPPP) Laser-geassisteerde uvulopalatoplastiek (LAUP) Uvulopalateale flap (UPF) Radiofrequente thermotherapie van de tongbasis (RFTB) Hyoïdthyroïdpexie (HTP, hyoïdsuspensie) Extirpatie tumor weke delen van de mond Verwijdering van een of meerdere speekselstenen, per klier en/of ductus Partiele extirpatie van het opppervlakkig deel van de glandula parotis Totale extirpatie van het oppervlakkig deel van de glandula parotis Extirpatie van de glandula submandibularis of de glandula sublingualis Totale parotidectomie Operatie van een speekselfistel Operatieve behandeling oesophagusstenose, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische operatie cardiospasmus Endoscopische operatieve behandeling oesophagusstenose (zie voor open procedure). Nederlandse Zorgautoriteit
152 Endoscopische oesophagotomie (zie voor open procedure) Oesophagotomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Operatieve behandeling oesophagus-divertikel volgens Zenker, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische operatieve behandeling oesophagus-divertikel volgens Zenker (zie voor open procedure) Behandeling van een oesophagus-divertikel met laserchirurgie Oesofago-oesofagostomie Endoscopische radiofrequente ablatie (RF-ablatie) aandoening oesophagus (voor endoscopische mucosectomie zie ) Resectie van oesophaguscarcinoom Oesophagusresectie, open procedure (zie voor thoracoscopisch) Thoracoscopische oesophagusresectie (zie voor open procedure) Oesophagusresectie met colonimplantatie (met jejunuminterpositie zie , met gastric pull-up zie ) Operatieve behandeling oesophagus atresie Endoscopische operatieve behandeling oesofagusatresie ( zie voor open procedure, excl. operatieve behandeling van long gap oesofagusatresie zie en ) Operatieve behandeling oesophagusperforatie Implantatie van een elektrode in de lagere oesofageale sphincter (LES) Verwijderen van een elektrode in de lagere oesofageale sphincter (LES) Endo-echografie ter beoordeling bovenbuikorganen, inclusief eventuele biopten Endo-echografie ter beoordeling van tumoren in het distale colon, inclusief eventuele biopten Behandeling Zenker-divertikel Therapeutische endoscopie van oesofagus, maag of duodenum Therapeutische endo-echografie van de pancreas (exclusief ETN en ETD, zie en ) Oesophagusresectie met jejunuminterpositie (met colonimplantatie zie , met gastric pull-up zie ). Nederlandse Zorgautoriteit
153 Oesophagusresectie met gastric pull-up (met jejunuminterpositie zie , met colonimplantatie zie ) Endoscopisch inbrengen maagballon Gastrotomie (bijvoorbeeld voor het verwijderen van een of meerdere poliepen of corpora aliena), open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische gastrotomie (bijvoorbeeld voor het verwijderen van een of meerdere poliepen of corpora aliena) (zie voor open procedure) Ramstedt operatie voor pylorusstenose, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische ramstedt operatie voor pylorusstenose (zie voor open procedure) Stamvagotomie plus antrumresectie Maagresectie Maagresectie in combinatie met cholecystectomie R2-resectie van de maag Reconstructieve operatie aan de resectiemaag volgens bijvoorbeeld Henley of Roux-Y Totale maagresectie, thoracaal of abdominaal Volumereductieoperatie maag, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische volumereductieoperatie maag (zie voor open procedure) Laparoscopische gastric bypass operatie (oa. biliopancreatische deviatie, duodenale switch) Laparoscopisch inbrengen maagband Laparoscopisch verwijderen maagbandje Fundoplicatie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische fundoplicatie (zie voor open procedure) Gastrostomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Aanleggen gastrostomie als onderdeel van een laparotomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische gastrostomie (zie voor open procedure). Nederlandse Zorgautoriteit
154 Endoscopisch aanleggen gastrostomie als onderdeel van een laparoscopie (zie voor open procedure) Operatief sluiten van gastroschisis (voor sluiten omfalocele zie ) Gastro-enterostomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische gastro-enterostomie (zie voor open procedure) Endoscopische stamvagotomie plus gastro-enterostomie als zelfstandige verrichting Operatief sluiten van omfalocele (voor sluiten gastroschisis zie ) Endoscopisch opheffen van een gastro-enterostomie, als zelfstandige verrichting Operatie bij maagdarmcolonfistel, open procedure Overhechting maagperforatie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische overhechting maagperforatie (zie voor open procedure) Enterotomie bijvoorbeeld voor het verwijderen van een of meerdere poliepen of corpora aliena, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische enterotomie bijvoorbeeld voor het verwijderen van een of meerdere poliepen of corpora aliena (zie voor open procedure) Resectie meckel's divertikel, inclusief eventuele appendectomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische resectie meckel's divertikel, inclusief eventuele appendectomie (zie voor open procedure) Endoscopisch inbrengen endoluminale sleeve Beklemde breuk + darmresectie Dunne darmresectie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische dunne darmresectie (zie voor open procedure) Endoscopische mucosectomie Capsule endoscopie Endoscopische retrograde (pancreatico-)cholangioscopie (ERCP) Enteroscopie (b.v. enkel- of dubbelballon) met behulp van een flexibele endoscoop inclusief eventuele biopten en poliepectomie. Nederlandse Zorgautoriteit
155 Endoscopisch plaatsen stent in tractus digestivus (proximaal of distaal) Interventie-coloscopie (behandeling bloeding, dilatatie) niet zijnde stentplaatsing (zie ) Adjuvante hyperthermische intraperitoneale chemotherapie (HIPEC, voor HIPEC in combinatie met cytoreductie zie ) Totale colectomie plus rectumamputatie, open procedure (zie voor endoscopisch) Totale colectomie met ileorectale anastomose, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische totale colectomie plus rectumamputatie (zie voor open procedure) Endoscopische totale colectomie met ileorectale anastomose (zie voor open procedure) Colonresectie, al dan niet met coecostomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische colonresectie, al dan niet met coecostomie (zie voor open procedure) Aanleggen van een anus preaternaturalis na laparotomie bijvoorbeeld bij ileus of peritonitis, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopisch aanleggen van een anus preaternaturalis na laparotomie bijvoorbeeld bij ileus of peritonitis (zie voor open procedure) Enterostomie als onderdeel van een laparotomie of om andere redenen, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische enterostomie als onderdeel van een laparoscopie of om andere redenen (zie voor open procedure) Ileostomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische ileostomie (zie voor open procedure) Enterostomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische enterostomie (zie voor open procedure) Entero-anastomose operatie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische entero-anastomose operatie (zie voor open procedure) Ileorectale anastomose, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische ileorectale anastomose (zie voor open procedure) Duodeno-duodenostomie, open procedure (zie voor laparoscopisch). Nederlandse Zorgautoriteit
156 Laparoscopische duodeno-duodenostomie (zie voor open procedure) Overhechten darmperforatie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Reconstructie anus praeternaturalis van het colon, intraperitoneaal Reconstructie anus praeternaturalis van het colon, extraperitoneaal Laparoscopisch overhechten darmperforatie (zie voor open procedure) Opheffen van anus praeternaturalis door middel van colonresectie, waarna buikwandplastiek Sluiten van een anus praeternaturalis, extraperitoneaal Opheffen van een entero- of ileostomie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopisch opheffen van een entero- of ileostomie (zie voor open procedure) Klieven laddse banden en darmen in non-rotatie stand brengen, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopisch klieven laddse banden en darmen in non-rotatie stand brengen (zie voor open procedure) Ileusoperatie zonder resectie of anastomose, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische ileusoperatie zonder resectie of anastomose (zie voor open procedure) Resectie darmweefsel levende donor Operatie van appendiculair abces, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische operatie van appendiculair abces, zie voor open procedure) Appendectomie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Endoscopische appendectomie (zie voor open procedure) Electro-coagulatie of cryochirurgische behandeling rectumcarcinoom, de eerste behandeling Electro-coagulatie of cryochirurgische behandeling rectumcarcinoom, iedere volgende behandeling binnen een jaar Verwijderen aandoening m.b.v. transanale endoscopische microchirurgie (TEM, zie voor opheffen recto-vaginale fistel m.b.v. TEM) Operatie rectumprolaps bij volwassenen, resectie anaal. Nederlandse Zorgautoriteit
157 Operatie rectumprolaps bij volwassenen, abdominaal Operatie rectumprolaps bij kinderen Anterior resectie van het rectosigmoid, al dan niet met coecostomie of tijdelijke anus praeternaturalis, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische anterior resectie van het rectosigmoid, al dan niet met coecostomie of tijdelijke anus praeternaturalis (zie voor open procedure) Rectum-extirpatie, inclusief aanleggen anus praeternaturalis, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische rectum-extirpatie, inclusief aanleggen anus praeternaturalis (zie voor open procedure) Implantatie artificial bowel sphincter Vervangen (deel van) artificial bowel sphincter Revisie (deel van) artificial bowel sphincter Verwijderen (deel van) artificial bowel sphincter Excisie van een fissura ani Operatie van een fistula ani Operatie recidief fistula ani Post anal repair Niet operatieve ambulante behandeling van haemorrhoïden door middel van scleroseren, bandligatie, infraroodcoagulatie of cryochirurgie. De eerste behandeling. Niet operatieve ambulante behandeling van haemorrhoïden door middel van scleroseren, bandligatie, infraroodcoagulatie of cryochirurgie. Iedere volgende behandeling binnen een jaar Operatie van haemorrhoïden (niet het scleroseren) Behandeling haemorrhoïden door middel van manuele dilatatie onder narcose Posterieure sagittale anorectaal plastiek (PSARP), open procedure (zie voor ASARP, zie voor LARP) Anterieure sagittale anorectaal plastiek (ASARP), open procedure (zie voor PSARP, zie voor LARP) Laparoscopische anorectale pull-through plastiek (LARP) (zie voor PSARP, zie voor ASARP) Operatieve behandeling atresia ani in een of meerdere zittingen. Nederlandse Zorgautoriteit
158 Operatie rectumprolaps bij volwassenen, sphincterplastiek, open procedure (zie voor endoscopisch) Secundaire sphincter reconstructie in verband met fecale incontinentie, open procedure Endoscopische operatie rectumprolaps bij volwassenen, sphincterplastiek (zie voor open procedure) Endoscopische leveroperatie wegens een of meerdere abcessen, cysten of een ruptuur (zie voor open procedure) Open leveroperatie wegens een of meerdere abcessen, cysten of een ruptuur (zie voor endoscopisch) Kwabresectie lever, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische kwabresectie lever (zie voor open procedure) Resectie leverweefsel levende donor Radiofrequentie ablatie (RF-ablatie) aandoening lever (zie voor tumorablatie algemeen) Cryochirurgie aandoening lever Heropenen van de galwegen, eventueel papilla Vateri-plastiek, open procedure Primair openen van de galwegen met bilidigestieve anastomose al of niet met cholecystectomie, open procedure Heropenen van de galwegen met bilidigestieve anastomose Hepatico-jejunostomie Resectie choledochuscyste en herstel van galwegen Galblaas drainage, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische galblaas drainage (zie voor open procedure) Cholecystectomie Cholecystectomie inclusief choledochotomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Cholecystectomie plus appendectomie, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische operatieve behandeling long gap oesofagusatresie (zie voor open procedure) Operatieve behandeling long gap oesofagusatresie, open procedure (zie voor endoscopisch). Nederlandse Zorgautoriteit
159 Cholecystectomie per laparoscoop, inclusief eventueel peroperatief te verrichten cholangiogram Endoscopische cholecystectomie inclusief choledochotomie (zie voor open procedure) Endoscopische cholecystectomie plus appendectomie (zie voor open procedure) Endoscopische transluminale necrosectomie (ETN) pancreas (zie voor ETD pancreas) Endoscopische transluminale drainage (ETD) pancreas (zie voor ETN pancreas) Pancreas extirpatie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische pancreas extirpatie (zie voor open procedure) Pancreatico-duodenectomie volgens Whipple Pancreas operatie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische pancreas operatie (zie voor open procedure) Proeflaparotomie Plaatsen subcutaan insulinepomp (IIP) Verwijderen of revisie subcutaan geplaatste insulinepomp (IIP) Vervangen subcutaan geplaatste insulinepomp (IIP) Excisie vet en operatieve correctie van huiddeformiteit van de onderbuik, met of zonder behandeling van een navelbreuk, de zogenaamde vetschortoperatie Therapeutische laparoscopie, bv. ter opheffing van adhesiolysis, excisie intra-abdominale cysten, endometriose (excl. bij vruchtbaarheidsproblematiek zie ) Therapeutische laparoscopie bij vruchtbaarheidsproblematiek Diagnostische laparoscopie, inclusief eventuele proefexcisie(s) (excl. bij vruchtbaarheidsproblematiek, zie ) Diagnostische laparoscopie bij vruchtbaarheidsproblematiek (inclusief tubatesten) Laparoscopische behandeling endometriosis, cyste punctie Laparoscopische of laparotomische behandeling endometriosis, uitgebreide chirurgie in een stadium IV-V Laparoscopische of laparotomische behandeling endometriosis, cysteverwijdering. Nederlandse Zorgautoriteit
160 Hernia inguinalis, open procedure (zie voor laparoscopisch) Hernia incarcerata, zonder darmresectie, open procedure (zie voor endoscopisch) Recidief hernia inguinalis, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische operatie hernia inguinalis (zie voor open procedure Endoscopische operatie hernia incarcerata, zonder darmresectie (zie voor open procedure) Endoscopische operatie recidief hernia inguinalis (zie voor open procedure) Hernia femoralis, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische operatie hernia femoralis (zie voor open procedure) Hernia cicatricialis, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische operatie hernia cicatricialis (zie voor open procedure) Hernia epigastrica, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische operatie hernia epigastrica (zie voor open procedure) Hernia umbilicalis bij personen vanaf 12 jaar, open procedure (zie voor endoscopisch) Hernia umbilicalis bij personen tot 12 jaar, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische operatie hernia umbilicalis bij personen vanaf 12 jaar (zie voor open procedure) Endoscopische operatie hernia umbilicalis bij personen tot 12 jaar (zie voor open procedure) Hernia diaphragmatica, abdominaal, open procedure (zie voor endoscopisch, zie voor open fundoplicatie) Operatie wegens hernia diaphragmatica inclusief cholecystectomie, al dan niet met het openen van de galwegen, open procedure (zie voor endoscopisch) Operatie recidief hernia diaphragmatica, abdominaal Uitgebreide thoraco-frenico-laparotomie t.b.v.een orthopedische verrichting aan voorzijde van thoracolumbale wervelkolom, inclusief evt.sluiten incisie (aandeel chirurg bij Zielke oper.) Endoscopische operatie hernia diaphragmatica, abdominaal (zie voor open procedure, zie voor laparoscopische fundoplicatie) Endoscopische operatie wegens hernia diaphragmatica inclusief cholecystectomie, al dan niet met het openen van de galwegen, (zie voor open Nederlandse Zorgautoriteit
161 procedure) Hernia diaphragmatica, thoracaal, open procedure (zie voor endoscopisch, zie voor open fundoplicatie) Operatie recidief hernia diaphragmatica, thoracaal Endoscopische operatie hernia diaphragmatica, thoracaal (zie voor open procedure, zie voor laparoscopische fundoplicatie) Operatieve behandeling spierhernia Nefrostomie, open procedure Nefrotomie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische nefrotomie (zie voor open procedure) Laparoscopische nefrotomie na operatieve ingreep aan dezelfde nier Endoscopische excisie of coagulatie aandoening nier en pyelum (excl. verwijderen van nierstenen of niercysten) (zie voor percutaan) Pyelotomie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische pyelotomie (zie voor open procedure) Partiële nefrectomie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Partiële nephrectomie na operatieve ingreep aan dezelfde nier Laparoscopische partiële nefrectomie (zie voor open procedure) Laparoscopische niercysteoperatie Nephrectomie voor maligne niertumoren, anders dan langs lumbale weg, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische nephrectomie voor maligne niertumoren (zie voor open procedure) Nephrectomie na operatieve ingreep aan dezelfde nier, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische nephrectomie na operatieve ingreep aan dezelfde nier (zie voor open procedure) Nefrectomie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Partiele nefrectomie met totale ureterectomie door aparte incisie, open procedure (zie voor laparoscopisch). Nederlandse Zorgautoriteit
162 Nefrectomie levende donor, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische nefrectomie (zie voor open procedure) Laparoscopische nefrectomie levende donor (zie voor open procedure) Laparoscopische partiele nefrectomie met totale ureterectomie door aparte incisie (zie voor open procedure) Laparoscopische totale nefrectomie met totale ureterectomie door aparte incisie (zie voor open procedure) Totale nefrectomie met totale ureterectomie door aparte incisie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Pyelumplastiek, open procedure (zie voor laparoscopisch) Pyelumplastiek na operatieve ingreep aan dezelfde nier, open procedure Laparoscopische pyelumplastiek Operatieve behandeling hoefijzernier, inclusief klieven brug, eventuele steenverwijdering en/of pyelumplastiek Endoscopische pyelumplastiek of pyelotomie Nephropexie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Nephropexie, laparoscopisch (zie voor open procedure) Lymfocele-operatie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische lymfocele-operatie (zie voor open procedure) Laparoscopische nierbiopsie Percutane nefrolitholapaxie (PNL, PCNV) Percutane nefrostomie Percutane excisie of coagulatie aandoening nier en pyelum (excl. verwijderen van nierstenen of niercysten) (zie voor endoscopisch) Operatieve drainage van een paranephritisch abces, inclusief nabehandeling Operatieve drainage van een subphrenisch abces, inclusief nabehandeling, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische operatieve drainage van een subphrenisch abces, inclusief nabehandeling (zie voor open procedure). Nederlandse Zorgautoriteit
163 Nieroperatie met behulp van koeling en bloedleegte, bijvoorbeeld bij koraalsteen Hechten nierruptuur Uretero-cutaneostomie Implanteren van een of beide ureteren in een ge soleerd darmsegment Transuretero-ureterostomie Stomacorrectie bij prolaps of stenose van het urinestoma Secundaire urinedevierende ingreep, bijvoorbeeld omzetten ureterosigmoideostomie of transuretero-ureterostomie in Brickerlis Correctie van stenose overgang ureter op ileumlis Corr. stenose ureter-ileumlisovergang d.m.v. endolum. endosc Ureterimplantatie in darm, open procedure (zie voor laparoscopisch) Ureterimplantatie in darm, laparoscopisch (zie voor open procedure) Ureterimplantatie in blaas, open procedure (zie voor laparoscopisch) Ureterimplantatie in blaas, laparoscopisch (zie voor open procedure) Gedeeltelijk of geheel vervangen van de ureter door darmsegment, open procedure (zie voor laparoscopisch) Gedeeltelijk of geheel vervangen van de ureter door darmsegment, laparoscopisch (zie voor open procedure) Transurethrale behandeling van een ureterocele Operatieve behandeling van een ureterocele Recalibratie van de ureteren bijvoorbeeld volgens Hendren Retrograde endoscopische plaatsing van een stent (oa JJ), al dan niet met dilatatie van de ureter Ureterolysis, bijvoorbeeld bij retroperitoneale fibrose, open procedure (zie voor laparoscopisch) Ureterolysis, bijvoorbeeld bij retroperitoneale fibrose, laparoscopisch (zie voor open procedure) Aanleggen van een continent urostoma met nieuw urinereservoir (pouch), exclusief aanleggen van catheteriseerbaar urostoma (zie ). Nederlandse Zorgautoriteit
164 Aanleggen catheteriseerbaar urostoma op bestaande urineblaas (b.v. volgens Mitranoff of Monti) Endoscopisch inspuiten bulking agent in ureter(ostium), STING Endoscopische uretersteenbehandeling (dmv ureterorenoscopie) Ureter operatie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Ureter operatie na operatieve ingreep aan dezelfde ureter of in hetzelfde gebied Laparoscopische ureter operatie (zie voor open procedure) Antegrade sondage en dilatatie van de ureter en/of het plaatsen van een stent (endoprothese) Operatief verwijderen van een of meerdere corpora aliena uit de blaas Cystopexie dmv laparoscopie Operatief aanleggen van een blaasfistel (suprapubische katheter) Operatieve behandeling maligne blaastumor met behulp van interstitiele radiotherapie via cystotomie Endovesicale electrocoagulatie of lasercoagulatie Transurethrale proefexcisie uit de blaaswand Transurethrale resectie van de blaashals, respectievelijk de sphincter externus Transurethrale resectie van een of meerdere grote papillomen en/of maligne blaastumoren Myotomie blaaswand (voor myectomie blaaswand zie ) Excisie urachuscyste open procedure(zie voor laparoscopisch) Laparoscopische excisie urachuscyste (zie voor open procedure) Myectomie blaaswand (voor myotomie blaaswand zie ) Diverticulectomie met inbegrip van operatieve behandeling van obstructies in urethra posterior, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische diverticulectomie met inbegrip van operatieve behandeling van obstructies in urethra posterior (zie voor open procedure) Laparoscopische diverticulectomie blaaswand (zie voor open procedure). Nederlandse Zorgautoriteit
165 Diverticulectomie blaaswand, open procedure (zie voor laparoscopisch) Blaasdistensie, bijvoorbeeld volgens Helmstein Operatieve behandeling van een blaasruptuur, open procedure (zie voor laparoscopische hechting van een blaasruptuur) Laparoscopische hechting van een blaasruptuur (zie voor open procedure) Partiële cystectomie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische partiële cystectomie (zie voor open procedure) Totale cystectomie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Cystectomie met eenvoudige deviatie van de urinewegen Totale cystectomie met urinedeviatie door middel van het implanteren van een of beide ureteren in een geisoleerd darmsegment, in een zitting Totale cystectomie met aanleggen van een continent urostoma, in een zitting Undiversion Laparoscopische totale cystectomie (zie voor open procedure) Totale blaasvervanging met behulp van een geisoleerd darmsegment zonder stoma, open procedure (zie voor laparoscopisch) Totale blaasvervanging met behulp van een geisoleerd darmsegment zonder stoma, inclusief de cystectomie, laparoscopisch (zie voor open procedure) Implantatie van een permanente elektrode in het foramen sacrale of bij de nervus pudendus, inclusief eventuele proefcystometrie Lithotrypsie blaasstenen Verwijderen elektrode in het foramen sacrale, bij getransponeerde m. gracilis of bij de nervus pudendus Sluiten van de blaas bij exstrophia vesicae Sluiten blaashals (excl. sluiten van de blaas bij exstrophia vesicae zie ) Y-V plastiek van de blaashals Blaasaugmentatie Urethrotomia externa. Nederlandse Zorgautoriteit
166 Perineale urethrostomie Meatotomie Anti incontinentie chirurgie:plaatsen sling urethra bij man Operatieve behandeling van een of meerdere urethradivertikels Operatieve behandeling van een of meerdere urethrafistels Secundaire sluiting van eerder aangelegde urethrafistel wegens hoge urethrastrictuur Primaire operatieve, niet endoscopische behandeling van een urethraruptuur of urethrastrictuur, perineaal Primaire operatieve, niet endoscopische behandeling van een urethraruptuur of urethrastrictuur, abdominaal Secundaire operatieve, niet endoscopische behandeling van een urethraruptuur of urethrastrictuur Secundaire operatieve, niet endoscopische behandeling van een urethraruptuur of urethrastrictuur door middel van het aanleggen van een urethrafistel met behulp van (scrotum-) huidplastiek Endoscopisch inspuiten bulking agent in urethra of sphincter urethrae Urethrotomia interna blind Urethrotomia interna à-vue, bijvoorbeeld volgens Sachse Transurethrale resectie of coagulatie urethrale kleppen Uretrectomie, open procedure Transurethrale prostaatresectie Transurethrale coagulatie prostaat (oa bij bloeding) (excl. cryocoagulatie zie ) Fotoselectieve vaporisatie van de prostaat (PVP) met behulp van laser Enucleatie van het prostaatadenoom, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische enucleatie van het prostaatadenoom (zie voor open procedure) Totale prostatectomie, inclusief kapsel, open procedure (zie voor laparoscopisch) Verwijderen prostaatweefsel mbv cryocoagulatie (overige coagulatiemethoden zie ). Nederlandse Zorgautoriteit
167 Ballondilatatie voor prostaatobstructie Laparoscopische totale prostatectomie, inclusief kapsel (zie voor open procedure) Operatie prostaat t.b.v. brachytherapie Plaatsing van een anti-obstructieveer in de urethra prostatica Hydro-of spermatocele operatie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Hydrocele operatie met verzorging van een liesbreuk Laparoscopische hydro-of spermatocele operatie (zie voor open procedure) Varicocele operatie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Varicocele operatie met verzorging van een hernia inguinalis, open procedure Laparoscopische varicocele operatie (zie voor open procedure) Radicale amputatie van het scrotum, verplaatsing van de urethra en extirpatie van de inguinale lymfklieren Partiële orchidectomie, scrotaal, open procedure (zie voor laparoscopisch, voor inguinaal, open procedure) Laparascopische partiële orchidectomie (zie voor open procedure, zie voor inguinaal, open procedure) Partiële orchidectomie, inguinaal, open procedure (zie voor scrotaal, voor laparoscopisch) Verwijderen Mullerse resten open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparascopisch verwijderen Mullerse resten (zie voor open procedure) Excisie aandoening van testis Totale orchidectomie, scrotaal, open procedure (zie voor inguinaal, open procedure, voor laparoscopisch) Totale orchidectomie, inguinaal, open procedure (zie voor scrotaal, open procedure, voor laparoscopisch) Totale laparoscopische orchidectomie (zie voor scrotaal, open procedure en voor inguinaal, open procedure) Orchidopexie, open procedure (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische orchidopexie (zie voor open procedure). Nederlandse Zorgautoriteit
168 Implantatie testisprothese Implantatie incontinentie-prothese Sterilisatie door middel van vasectomie Epididymectomie Vaso-epididymostomie Reconstructie van een vas deferens na vasectomie Microchirurgische epididymale sperma aspiratie (MESA) Percutane epididymale sperma aspiratie (PESA) Excisie spermagranuloom Circumcisie Verwijdingsplastiek van het praeputium met behulp van transpositie van huid Frenulumplastiek van de penis Dorsale klieving (dorsal slit) voorhuid Penis amputatie Penis amputatie met uitgebreide verwijdering van de inguinale lymfklieren Primaire chirurgische behandeling van hypospadie, excisie van de chorde en strekking van de penis Primaire chirurgische behandeling van hypospadie met reconstructie van de urethra Operatieve behandeling van epispadie Saphenaplastiek bij priapisme Inbrengen penis-prothese Revascularisatie van de penis met behulp van de operatiemicroscoop Correctie van de penis-curvatuur bij morbus peyroni. Nederlandse Zorgautoriteit
169 Reconstructie penis Replantatie penis Replantatie testikel Secundaire correctie huid penis, praeputium, scrotumhuid en/of meatus urinaius Feminiserende genitoplastiek bij Disorders of Sexual Development ((DSD) excl. vaginoplastiek met huid of darmtransplantaat zie respectievelijk en ) Genderchirurgie man-vrouw, penisamputatie, castratie en gelijktijdig constructie van vrouwelijk geslachtsorgaan Genderchirurgie vrouw-man, voorbereiden phalloplastiek, vaginectomie en 1e tempo urethraverlenging Genderchirurgie vrouw-man, (re)constructie mannelijk geslachtsorgaan met behulp van gesteelde of microvasculaire lappen (verlengen urethra 2e tempo), inclusief scrotoplastiek Genderchirurgie vrouw-man, formeren penis en verlengen urethra, metaidoioplastiek (phalloplastiek met lokaal weefsel) Uitgebreide secundaire correcties bij genderchirurgie Endoscopische operatie aan het adnexum in verband met een ovariumtumor of ontstekingen (zie voor open procedure) Operatie aan het adnexum in verband met een ovariumtumor of ontstekingen, open procedure (zie voor endoscopisch) Second-look operatie na abdominaal carcinoom, open procedure Plastische reconstructie van de tubae met behulp van de operatiemicroscoop, open procedure, niet na sterilisatie (zie voor microchirurgische refertilisatie, open procedure) Plastische reconstructie van de tubae via laparoscopie, niet na sterilisatie (zie voor laparoscopische refertilisatie) Refertilisatie door microchirurgische reconstructie van de tubae, open procedure (zie voor microchirurgische reconstructie, open procedure, niet na sterilisatie) Refertilisatie door laparoscopische reconstructie van de tubae (zie voor laparoscopische reconstructie niet na sterilisatie) Sterilisatie van de vrouw via laparotomie of kolpotomie Sterilisatie van de vrouw via laparoscopie of culdoscopie Supravaginale uterus amputatie Abdominale uterus extirpatie. Nederlandse Zorgautoriteit
170 Abdominale uterusextirpatie met pelviene lymfadenectomie Laparoscopische uterus extirpatie, LAVH/LASH Operatie carcinoma cervicis uteri volgens schauta en wertheim Uterus extirpatie in verband met carcinoma in-situ cervicis Vaginale uterus extirpatie Abdominale uterus extirpatie met aansluitend een abdominale urethrosuspensie operatie Abdomino-vaginale radicale uterus extirpatie met volledige bekken-lymphadenectomie Operatieve behandeling endometrium carcinoom zonder bekken-lymphadenectomie Debulking operatie Aandeel chirurg in debulking operatie Enucleatie van een of meerdere myomen volgens bonney Therapeutische hysteroscopie, kleine verrichtingen, zoals: conventionele poliepectomie, verwijdering van een intra-uterine device of een focale coagulatie Sterilisatie m.b.v. hysteroscopische plaatsing siliconen (Ovabloc) Sterilisatie m.b.v. hysteroscopische plaatsing micro-insert (Essure) Transcervicale endochirurgie m.b.v. hysteroscoop, type a. Endoresectie enkelvoudige en zuiver submuceuze myomen (type 0), resectie enkelvoudige adhaesies en endoresectie grotere poliepen. Transcervic.endochir.mbv hysterosc.type b. Resectie multipl.e/o intramuraal geloc.myomen, synechiolysis uitgebr.intra-uterine adhaesies, septumresectie, verw.intram.ingegroeid iud en endometriumres Aanbrengen van B-Lynch hechtingen Curettage Electroconisatie van de portio, respectievelijk lis-excisie overgangszone Portio amputatie, respectievelijk conische cervix excisie Operatieve behandeling cervixscheuren Operatie volgens Pozzi-Emmet, respectievelijk Shirodkarcerclage. Nederlandse Zorgautoriteit
171 Normale prolaps operatie, voor- en achterwandplastiek. Een eenvoudige voor- en achterwandplastiek, al dan niet in combinatie met het aanbrengen van reefhechtingen tegen licht incontinentia urinea Prolaps operatie, voor- en achterwandplastiek en portioamputatie Prolaps operatie, voor- en achterwandplastiek en vaginale uterus extirpatie Prolaps operatie, voor- en achterwandplastiek, en abdominale uterus extirpatie Vaginale reconstructieve prolapschirurgie: voor- óf achterwandplastiek met enkelvoudige mesh (tension-free vaginal mesh (TVM-procedure), intra-vaginale sling (IVS)) Vaginale reconstructieve prolapschirurgie: voor- én achterwandplastiek met meervoudige mesh (tension-free vaginal mesh (TVM)-procedure) Kolpotomie Vaginoplastiek met huidtransplantaat bij vaginale agenesie of hypoplasie (bij Disorders of Sexual Development (DSD), voor overige feminiserende genitoplastiek operaties zie ). Vaginoplastiek met darmtransplantaat bij vaginale agenesie of hypoplasie (bij Disorders of Sexual Development (DSD), voor overige feminiserende genitoplastiek operaties zie ) Openen longitudinaal vagina septum( zie voor openen transversaal) Openen transversaal vagina septum( zie voor openen longitudinaal) Operatie vaginale en para-urethrale cysten Operatie recto-vaginale fistel Operatie vesico-vaginale fistel Endoscopische uitgebreide incontinentia urinae behandeling, inclusief voor- en achterwandplastiek Anti incontinentie chirurgie: midurethrale sling (oa TVT, TOT), exclusief voor- en/of achterwandplastiek Anti incontinentie chirurgie: midurethrale sling (oa TVT, TOT), inclusief voor- en/of achterwandplastiek Anti incontinentie chirurgie: open procedure (bijvoorbeeld Burch, Marshall-Marchetti-Krantz), exclusief voor- en/of achterwandplastiek Anti incontinentie chirurgie: open procedure (bijvoorbeeld Burch, Marshall-Marchetti-Krantz), inclusief voor- en/of achterwandplastiek Enterocele operatie, abdominaal of vaginaal Abdominale retroperitoneale fixatie van de vaginatop (of operatie volgens Rust). Nederlandse Zorgautoriteit
172 Abdominale sacropexie, open procedure, inclusief voor- en/of achterwandplastiek Abdominale sacropexie, open procedure, exclusief voor- en/of achterwandplastiek Laparoscopische sacropexie, inclusief voor- en/of achterwandplastiek Laparoscopische sacropexie, exclusief voor- en/of achterwandplastiek Vaginale sacrospinale fixatie, inclusief voor- en/of achterwandplastiek Vaginale sacrospinale fixatie, exclusief voor- en/of achterwandplastiek Vaginismus operatie Operatieve behandeling condylomata accuminata Operatie glandula Bartholini Vulvectomie, zonder extirpatie van de lieslymfklieren Reductie labia majora - minora Operaties wegens carcinoma vulvae, met medeneming van de inguinale lymfklieren Plastische correctie van een oude totaalruptuur Abortus verwijdering (excl. curettage waarbij achteraf uit PA-onderzoek abortus blijkt zie , excl. selectieve intra-uteriene meerlingreductie zie ) Selectieve intra-uteriene reductie meerlingzwangerschap Open operatie wegens extra-uterine graviditeit (zie voor laparoscopisch) Laparoscopische operatie wegens extra-uterine graviditeit (zie voor open procedure) Spontane partus, niet meerling, niet stuitligging Spontane partus, stuitligging Spontane partus, meerling Kunstverlossing, niet meerling, niet stuitligging Kunstverlossing, stuitligging. Nederlandse Zorgautoriteit
173 Kunstverlossing, meerling Sectio caesarea Manuele placentaverwijdering, digitale intra-uteriene manipulatie Hechten perineumruptuur met sfincterlaesie graad 3B en hoger Intra Uteriene Tamponade Genioglossus advancement Verlengen mandibula met vrij bottransplantaat Verlengen mandibula met vrij gevasculariseerd bottransplantaat Verlengen mandibula middels distractie osteogenese Resectie van halve bovenkaak Resectie van halve onderkaak Commando-operatie. Dit is de resectie en-bloc van een gedeelte van de mandibula in combinatie met een radicale halsklierdissectie inclusief eventuele tracheotomie Mediane faciotomie Fronto-faciale advancement (monoblock osteotomie) Bovenkaaksverbredingsosteotomie Osteotomie/distractie maxilla volgens le Fort I Overbruggen van een gnathoschisis met bottransplantaat of kaakreconstructie met allo- of autotransplantaat Osteotomie/distractie maxilla volgens le Fort II Osteotomie/distractie maxilla volgens le Fort III Maxillomandibulaire osteotomie (bimaxillaire osteotomie) Operatieve behandeling van een meervoudige mandibula fractuur Zygoma osteotomie. Nederlandse Zorgautoriteit
174 Artrolyse kaakgewricht Torticollis operatie Acromionresectie Operatieve behandeling epicondylitis Osteotomie van humerus, zonder osteosynthese Cineplastiek van de bovenarm Beenplastiek humerus: multiple osteotomieën in verband met deformiteiten Operatieve behandeling pseudarthrose aan de schoudergordel en/of de bovenarm, met beentransplantaat Osteotomie van de humerus, met osteosynthese Operatieve verlenging van humerus Operatieve verkorting van humerus Operatieve behandeling clavicula fractuur Operatieve behandeling condylaire humerus fractuur Operatieve behandeling epicondylaire humerus fractuur Operatieve behandeling humerusschacht fractuur door middel van ostheosynthese Operatieve behandeling subcapitale humerus fractuur Operatieve behandeling van luxatiefractuur van het caput humeri Operatieve behandeling supra- of intracondylaire humerus fractuur Artrotomie van schoudergewricht Schouderresectie respectievelijk arthrodese Bloedige repositie verouderde humerus luxatie Operatieve behandeling acromioclaviculaire of sternoclaviculaire luxatie. Nederlandse Zorgautoriteit
175 Operatie habituele schouderluxatie Recidief operatie habituele schouderluxatie Verwijderen prothese humeruskop en reïmplantatie nieuwe prothese Verwijderen prothese humeruskop en schouderkom en reïmplantatie nieuwe prothese Prothese implantatie humeruskop Prothese implantatie humeruskop en schouderkom Verwijderen prothese humeruskop Verwijderen prothese humeruskop en schouderkom Schouder resurfacing Verwijderen schouderprothese en reïmplantatie nieuwe prothese Operatieve behandeling schouderblad hoogstand Operatie herstel cuffrupturen Operatieve behandeling schouderblad hoogstand bij geboorteverlammingen Operatieve ingrepen aan bursa schouder Amputatie bovenarm Exarticulatie bovenarm met scapula Exarticulatie bovenarm zonder scapula Osteotomie van radius-of ulnaschacht (zie voor osteotomie met distractie) Resectie distale ulna uiteinde Osteotomie van radius-of ulnaschacht met distractie Beenplastiek radius en/of ulna, multiple osteotomieën in verband met deformiteiten Operatieve behandeling pseudarthrose aan de elleboog en/of de onderarm, met beentransplantaat. Nederlandse Zorgautoriteit
176 Operatieve behandeling pseudarthrose aan de elleboog en/of onderarm, zonder beentransplantaat Operatieve verlenging van de onderarm (radius met ulna) Operatieve verkorting van de onderarm (radius met ulna) Repositie radiuskopje met osteotomie van ulna Operatieve behandeling van antebrachius fractuur, ook monteggia fractuur genoemd Operatieve behandeling van een fractuur van het caput radii, bloedige repositie Operatieve behandeling van een fractuur van het olecranon Operatieve behandeling van een geisoleerde fractuur van de radius- of ulnaschacht Operatieve behandeling van fractuur distale radius Artrotomie van ellebooggewricht Synovectomie van het ellebooggewricht Arthrodese of plastiek van de elleboog Bloedige repositie van een verouderde elleboogluxatie Verwijderen prothese distale ulna-of radiuskop en reïmplantatie nieuwe prothese Prothese implantatie distale ulna-of radiuskop Prothese implantatie elleboog Verwijderen prothese distale ulna-of radiuskop Verwijderen prothese elleboog Verwijderen elleboogprothese en reïmplantatie nieuwe prothese Extirpatie van de bursa olecrani Amputatie onderarm Exarticulatie in de elleboog. Nederlandse Zorgautoriteit
177 Implantatie prothese van eerste carpometacarpale (CMC-1) gewricht Extirpatie van handwortelbeentjes Proximale rij-carpectomie Verwijderen prothese uit vinger of hand en reïmplantatie nieuwe prothese Verwijderen handwortelprothese en reïmplantatie nieuwe prothese Verwijderen prothese metacarpo-phalangeaal gewricht en reïmplantatie nieuwe prothese Operatieve behandeling pseudarthrose hand en/of pols, met bottransplantaat Prothese implantatie interphalangeaal gewricht Prothese implantatie van een metacarpo-phalangeaal gewricht Prothese implantatie handwortelbeentje Verwijderen van een prothese uit een vinger of hand Verwijderen prothese metacarpo-phalangeaal gewricht Verwijderen prothese handwortelbeentje Prothese implantatie polsgewricht Verwijderen prothese polsgewricht Correctie-osteotomie van phalanx of os metacarpale Osteotomie van phalanx of os metacarpale met distractie Percutane behandeling van een of meerdere fracturen van handwortelbeentjes met K-draad en/of schroef fixatie Percutane behandeling van fractuur van een grondlid van een vinger met K-draad en/of schroef fixatie Operatieve behandeling van fractuur van een grondlid van een vinger met K-draad en/of schroef- en/of plaatfixatie, open procedure Percutane behandeling luxatie carpalia met K-draad en/of schroef fixatie Operatieve behandeling luxatie carpalia met K-draad en/of schroef- en/of plaatfixatie, open procedure. Nederlandse Zorgautoriteit
178 Operatieve behandeling van een of meerdere fracturen van handwortelbeentjes met K-draad en/of schroef- en/of plaatfixatie, open procedure Operatieve behandeling carpaaltunnel syndroom, open procedure (zie voor endoscopisch) Endoscopische operatieve behandeling carpaaltunnel syndroom (zie voor open procedure) Totale synovectomie van het gehele polsgewricht Denervatie polsgewricht Percutane behandeling fractuur van een os metacarpale met K-draad en/of schroef fixatie Operatieve behandeling fractuur van een os metacarpale met K-draad en/of schroef- en/of plaatfixatie, open procedure Percutane behandeling fractuur van Bennett met K-draad en/of schroef fixatie Operatieve behandeling fractuur van Bennett met K-draad en/of schroef- en/of plaatfixatie, open procedure Arthrodese van metacarpocarpaal-1 of metacarpofalangeaal-1 gewricht Arthrodese van een interphalangeaal gewricht Arthrodese van tenminste drie interphalangeaal gewrichten in een zitting Arthrodese van het polsgewricht Operatieve behandeling vinger-of duimluxatie Operatieve repositie metacarpocarpaal-2 gewricht Artrolyse polsgewricht Artrolyse handgewricht Percutane behandeling scaphoidfractuur met K-draad en/of schroef fixatie Verwijderen prothese polsgewricht en reïmplantatie nieuwe prothese Percutane behandeling luxatie perilunata met K-draad en/of schroef fixatie Operatieve behandeling luxatie perilunata met K-draad en/of schroef- en/of plaatfixatie, open procedure Excisie boventallige vinger. Nederlandse Zorgautoriteit
179 Intercarpale artrodese Straalsgewijze excisie fascia palmaris Intrinsic release'-desinsertie van kleine handspieren bij zogenaamde intrinsieke contracturen Operatieve behandeling scaphoidfractuur met K-draad en/of schroef- en/of plaatfixatie, open procedure Percutane naaldfasciotomie Synovectomie van de flexorpezen in de handpalm en volair aan de pols Synovectomie van de strekkers van de handrug met synoviectomie van een of twee metacarpophalangeaal gewrichten Operatieve behandeling van een ruptuur van collaterale banden van het metacarpofalangeale, carpometacarpale of interfalangeale gewricht (DIP, PIP) Kapselplastiek bij luxatie metacarpofalangeale, carpometacarpale of interfalangeale gewricht (DIP, PIP) Arthroplastiek van een metacarpofalangeaal gewricht met synovectomie en verplanten van de extensorpees Arthroplastiek van twee of drie metacarpofalangeaal gewrichten met synviectomie en verplanten van de extensorpees Operatieve behandeling contractuur van dupuytren door middel van excisie van de fascia palmaris en multipele transposities van huid (Z-plastieken) Arthroplastiek van een metacarpofalangeaal of interfalangeaal gewricht m.b.v. autoloog materiaal Arthroplastiek van een metacarpofalangeaal of interfalangeaal gewricht inclusief gewrichtsprothese Primair peesherstel in de flexorloge Synovectomie van tenminste 3 metacarpofalangeaal gewrichten met gelijktijdige verlegging van de strekpezen ter bestrijding van de ulnaire deviatie Gevasculariseerde vingertransplantatie (vrije vinger-duim, vinger-vinger transplantatie) Amputatie of exarticulatie van de hand Amputatie of exarticulatie van een vinger of een deel van een vinger Amputatie van een vinger met bijbehorende gehele os metacarpale, de zogenaamde smalle hand Replantatie of transplantatie en revascularisatie van een (sub)totaal geamputeerde vinger met behulp van operatiemicroscoop Pollicisatie, chirurgische reconstructie van een duim. Nederlandse Zorgautoriteit
180 Handversmalling: amputatie van een vinger met bijbehorend os metacarpale met straaltranspositie Zaag-of snijverwondingen met (sub)totale amputatie twee vingers of twee stralen van de hand, waarbij microchirurgisch herstel van letsels van verschillende structuren. Zaag-of snijverwondingen met amputatie drie of meer vingers of drie of meer stralen hand of doorsnijding volaire zijde pols waarbij microchirurgisch herstel van letsels van verschillende structuren Klieving van een totale syndactylie van twee vingers Costotransversectomie of anterolaterale decompressie bij spondylitis Extirpatie os coccygis Benige halsribresectie Chemonucleolysis hernia nuclei pulposi Partiële thoracoplastiek Resectie van de 1e rib bij costaclaviculair compressiesyndroom of van een van de overige ribben Operatieve behandeling ribfractuur Operatieve behandeling fladderthorax Herstel contourdefect thorax, Ravitch procedure (zie voor Nuss procedure, voor siliconenimplantaat) Herstel contourdefect thorax, Nuss procedure (zie voor Ravitch procedure, voor siliconenimplantaat) Herstel contourdefect thorax d.m.v. subcutaan inbrengen siliconenimplantaat (zie voor Ravitch procedure, voor Nuss procedure) Operatieve behandeling bekkenfractuur Operatieve behandeling van acetabulumfractuur, al of niet gecombineerd met repositie heupluxatie Operatieve behandeling sternumfractuur Refixatie sternum Uitwendige fixatie wervel(s) inclusief eventuele tractie (bijvoorbeeld halosysteem) Ballon kyphoplastiek (BKP) Percutane vertebroplastiek. Nederlandse Zorgautoriteit
181 Discectomie lumbosacraal 1 segment, open procedure (endoscopische discectomie lumbosacraal, zie of ) Percutane transforaminale endoscopische discectomie (PTED), lumbosacraal (MED, zie en discectomie lumbosacraal via open procedure, zie of ) Cervicale discectomie Micro-endoscopische behandeling HNP Laserbehandeling HNP Recidief operatie hernia nuclei pulposi Thoracale discectomie anterieur Thoracale discectomie posterolateraal Columnotomie bij verstijving wervelkolom Resectie os sacrum met os coccygis inclusief spondylodese Arthrodese sacro-iliacaal gewricht (Re)spondylodese 2 of 3 segmenten (Re)spondylodese 4 of meer segmenten (Re)spondylodese 1 segment, fixatie van craniocervicale overgang (C0-C1) of van hoogste cervicale wervels (C1-C2) (Re)spondylodese 1 segment, fixatie voorste- of achterste pijlers van C2-C3 of van lager gelegen wervels (voor circumferent via 1 incisie zie ) Circumferente (re)spondylodese 1 segment, fixatie van C2-C3 of van lager gelegen wervels via 1 incisie (bij meer incisies zie ) Circumferente spondylodese (360 graden fusie middels 2 of meer incisies) Verwijderen osteosynthesemateriaal wervelkolom (bijvoorbeeld discusprothese, scoliosestaaf, cage) Resectie sacrococcygeaal teratoom Discectomie lumbosacraal 2 of meer segmenten, open procedure (endoscopische discectomie lumbosacraal, zie of ) Transorale exploratie atlanto-axiale afwijking Scalenotomie. Nederlandse Zorgautoriteit
182 Scalenectomie Uitgebreide transplantatie van rug- of buikspieren Operatieve plaatsing intern distractiesysteem wervelkolom Operatieve bijstelling intern distractiesysteem wervelkolom Resectie tuber ischii Resectie os sacrum Kop-hals resectie Spongiosa uitruiming volgens Vogl, Camera of Trueta Subcapitale intercapsulaire wigresectie bij verouderde epiphysiolyse van de heup Verwijdering heuppen Intertrochantaire verschuivingsosteotomie zonder osteosynthese Kop-hals resectie met angulatie osteotomie in een zitting Operatieve behandeling ter verbetering van de stand door middel van osteotomie van de femurschacht of supracondylair Subtrochantaire osteotomie volgens Schanz Valgiserende of variserende en/of deroterende osteotomie, type Pauwels Beenplastiek van het femur Intertrochantaire verschuivingsosteotomie met ostheosynthese Pseudarthrose operatie fractuur van het collum van het femur door middel van transplantatie of osteotomie Pseudarthrose operatie femurschacht door middel van transplantaat of osteotomie Operatieve verlenging of verkorting van het bovenbeen Trochanter verplaatsing naar distaal met osteosynthese Operatieve behandeling fractuur van het collum van het femur. Nederlandse Zorgautoriteit
183 Operatieve behandeling, ongeacht de techniek, fractuur van de schacht van het femur, respectievelijk een supra-of transcondylaire fractuur en/of epiphysiolysis distaal Operatieve behandeling van per- en intertrochantaire fractuur van het femur Osteotomie van os ischium met os ilium en met os pubis (triple osteotomie, Ganz) Osteotomie van os ilium, periarticulair Osteotomie van os ilium, exclusief periarticulair zie Artrotomie van heupgewricht Capsulectomie + arthrolysis van het heupgewricht Pandakplastiek Osteosynthese bij symphyseolysis of symphysectomie Acetabuloplastiek Arthrodese van het heupgewricht Interpositie van een cup Pandakplastiek met osteotomie in een zitting Vervanging van de femurkop Vervanging van de femurkop en het acetabulum Verwijderen total hip bij een niet aan de operatie aansluitende infectie Verwijderen van een ge mplanteerde total hip + re mplantatie nieuwe total hip Vervangen onderdeel van heupprothese Omkeerplastiek van onderbeen naar bovenbeen Uitgebreide spiertransplantatie van heup of bovenbeen Transpositie van de musculus iliopsoas bij heupdyspladie, bijvoorbeeld volgens Sharrard of Mustard Quadricepsplastiek. Nederlandse Zorgautoriteit
184 Amputatie bovenbeen Exarticulatie van het heupgewricht Hemipelvectomie Bloedige repositie heupluxatie( zie voor Onbloedige repositie traumatische heupluxatie) Inbrengen intramedullaire pen in femur ten behoeve van endo-exo klikprothese na onderbeenamputatie Verbeteren weke delen stomp bovenbeen en plaatsen klikadapter ten behoeve van endo-exo klikprothese na onderbeenamputatie Operatieve behandeling ter verbetering van de stand van het onderbeen door middel van osteotomie, zonder osteosynthese Operatieve behandeling van pseudartrose tibia uitsluitend met osteosynthesemateriaal Operatieve behandeling ter verbetering van de stand van het onderbeen door middel van osteotomie, met osteosynthese Operatieve behandeling Morbus Osgood Schlatter Operatieve behandeling van pseudartrose tibia met gevasculariseerd bottransplantaat van fibula Operatieve behandeling van pseudartrose tibia met botplastiek Operatieve behandeling van pseudartrose tibia met spongiosaplastiek Roterende osteotomie van het bekken dubbelzijdig Beenplastiek tibia en/of fibula Epiphysiodese door middel van wegnemen van de groeischijf Operatieve behandeling van pseudartrose van fibula met spongiosaplastiek Definitieve percutane epifysiodese door middel van wegnemen (deel) van epifyse Epiphysiodese met operatieve modulatie groeischijf (epifysairschijf) door middel van implantaat Operatieve verkorting van het onderbeen (tibia en fibula) Operatieve verlenging van het onderbeen (tibia en fibula) Operatieve behandeling intra-articulaire tibiaplateau fractuur. Nederlandse Zorgautoriteit
185 Operatieve behandeling bi- of trimalleolaire fractuur Operatieve behandeling fractuur van de malleolus Operatieve behandeling fractuur van de tibiaschacht Operatieve behandeling distale tibiafractuur, respectievelijk pilonfractuur Operatieve behandeling patella fractuur Operatieve behandeling fractuur van tibia- en fibulaschacht Eenvoudige arthrotomie of achterste capsulotomie Uitgebreide artrotomie, patellectomie, cheilectomie, synovectomie en kruisbandplastiek van de knie Voorste en/of achterste kruisbandplastiek met transplantaat Totale of partiële meniscectomie Afscheuring ligamentum patellae Operatieve behandeling bandlaesie van de enkel of de knie Operatieve behandeling letsels collaterale banden van de knie met behulp van plastiek Klieven retinaculum patellae Knie resectie, respectievelijk arthrodese Operatieve behandeling van habituele patellaluxatie Prothese implantatie kniegewricht Verwijderen prothese kniegewricht Verwijderen knieprothese + reimplantatie nieuwe prothese Vervangen onderdeel van knieprothese Operatie volgens Silfverskjold, transpositie van verschillende bovenbeenspieren, eventueel in combinatie met een neurectomie bij patiënten met verkregen of aangeboren spasticiteit Afscheuring van de musculus quadriceps. Nederlandse Zorgautoriteit
186 Extirpatie bursa poplitea Extirpatie bursa praepatellaris Hechten achillespees na traumatische doorsnijding Open Z-vormige verlenging van de achillespees Operatieve behandeling van een zogenaamde spontane ruptuur van de gedegenereerde achillespees Subcutane tenotomie van de achillespees Amputatie van het onderbeen Exarticulatie van het onderbeen Extirpatie van os tibiale externum of sesambeen Haglund exostose Osteotomie os metatarsale of decapitatie os metatarsale (zie voor osteotomie met distractie) Osteotomie os metatarsale of decapitatie os metatarsale met distractie Percutane behandeling fractuur grote teen met K-draad en/of schroef fixatie Operatieve behandeling fractuur grote teen met K-draad en/of schroef- en/of plaatfixatie, open procedure Percutane behandeling fractuur van een andere dan de grote teen met K-draad en/of schroef fixatie Operatieve behandeling fractuur van een andere dan de grote teen met K-draad en/of schroef- en/of plaatfixatie, open procedure Percutane behandeling fractuur van een os metatarsale met K-draad en/of schroef fixatie Operatieve behandeling fractuur van een os metatarsale met K-draad en/of schroef- en/of plaatfixatie, open procedure Operatieve behandeling calcaneus fractuur Operatieve behandeling fracturen van de voetwortel, uitgezonderd de calcaneus Artrotomie van enkelgewricht Resectie capitula metatarsale, inkorten ossa metatarsalia, enzovoorts. Nederlandse Zorgautoriteit
187 Wegnemen 5e straal voet Operatie hallux valgus Operatie hallux rigidus Operatie hamerteen, digitus superductus of digitus V-varus Uitgebreide operatie wegens misvormingen aan de voet. Combinatie van arthrodese met arthrolysis, peesverlenging en peesverplanting Minder samengestelde operaties wegens hol- of platvoet Subtalaire artrorisis Arthrodese van een interphalangeaal gewricht van de voet Arthrodese voetwortel met aanliggende gewrichten, bijvoorbeeld triple arthrodese Panarthrodese Arthrodese van het talo-cruraal gewricht Bunionectomie Prothese implantatie enkelgewricht Prothese implantatie eerste metatarso-phalangeaal gewricht Verwijderen prothese enkelgewricht Verwijderen enkelprothese en reïmplantatie nieuwe prothese Verwijderen prothese eerste metatarso-phalangeaal gewricht en reïmplantatie nieuwe prothese Excisie boventallige teen Gevasculariseerde teentransplantatie (vrije teen-duim, teen-vinger transplantatie) Amputatie in de voetwortel Amputatie of exarticulatie van een teen Exarticulatie van de voet. Nederlandse Zorgautoriteit
188 Exarticulatie volgens chopart of lisfranc, respectievelijk amputatie transmetatarsaal Wegnemen 5e teen plus metatarsale V met uitzondering van de basis Openbeitelen voor diagnostische doeleinden van kleine beenderen, zoals vingers, middenhand, tenen en middenvoet Verkrijgen van autotransplantaat van kleine beenderen Excochleatie en/of sequestrotomie van kleine beenderen Openbeitelen voor diagnostische doeleinden van middelgrote beenderen, niet behorend tot de onder code en genoemde beenderen, zoals handen voetwortelbeenderen Verkrijgen van autotransplantaat van middelgrote beenderen Excochleatie en/of sequestrotomie van middelgrote beenderen Openbeitelen voor diagnostische doeleinden van grote beenderen, zoals femur, humerus, bekken en wervellichamen Verkrijgen van autotransplantaat van grote beenderen Excochleatie en/of sequestrotomie van grote beenderen (excl. van wervellichaam zie ) Excochleatie en/of sequestrotomie van een wervellichaam Verwijderen van een of meerdere exostosen van kleinere beenderen Verwijderen van een of meerdere exostosen van middelgrote beenderen zoals hand- en voetwortel Verwijderen van een of meerdere exotosen van grote beenderen Verkrijgen van autologe chondrocyten Synovectomie met behulp van radioactieve stof, gesloten procedure Synovectomie met behulp van chemische stof, gesloten procedure Verwijdering van centrale mergpen uit een bot Verwijdering van cerclages of K-draad uit een bot Verwijdering krammen na een epiphysiodese Verwijdering plaat en schroeven uit een bot. Nederlandse Zorgautoriteit
189 Verwijdering een of meerdere schroeven uit een bot Operatieve verwijdering van kaakdistractor Operatieve verwijdering van schedeldistractor Beenplastiek van andere beenderen dan lange pijpbeenderen van arm of been Continuiteitsresectie gevolgd door autotransplantaat, bij kleine beenderen Continuiteitsresectie gevolgd door arthrodese of arthroplastiek van aangrenzend gewricht, bij kleine beenderen Continuiteitsresectie gevolgd door autotransplantaat, bij middelgrote beenderen Continuiteitsresectie gevolgd door arthrodese of arthroplastiek van aangrenzend gewricht bij middelgrote beenderen Continuiteitsresectie gevolgd door autotransplantaat, bij grote beenderen Continuiteitsresectie gevolgd door arthrodese of arthroplastiek van aangrenzend gewricht, bij grote beenderen Continuiteitsresectie zonder implantaat, inclusief weke delen plastiek, bij kleine beenderen Continuiteitsresectie zonder implantaat, inclusief weke delen plastiek, bij middelgrote beenderen Continuiteitsresectie zonder implantaat, inclusief weke delen plastiek, bij grote beenderen Subcutaan plaatsen pulsgenerator (neuromodulator, pacemaker) exclusief plaatsen pulsgenerator ten behoeve van Deep Brain Stimulation en epidurale stimulatie (zie , en ) Revisie pulsgenerator (neuromodulator, pacemaker) Verwijderen subcutaan geplaatste pulsgenerator (neuromodulator, pacemaker), exclusief verwijderen pulsgenerator van DBS of epidurale neurostimulator (zie , ) Blootleggen en doorsnijden van pezen of spieren Behandeling van grote diepe abcessen zoals mastitis of pectoraal phlegmone, hand- en voetphlegmone, panaritium (uitsluitend met incisie en drainage), perianaal abces en peritonsillair abces Decompressie (fasciotomie) onderste of bovenste extremiteit Operatieve behandeling tendovaginitis stenosans Operatieve A1-pulley release. Nederlandse Zorgautoriteit
190 Extracorporele Shock Wave Therapie (ESWT) voor bot- en spierstelsel (excl. voor galwegstenen zie , excl. voor urinewegstenen zie ) Secundair herstel extensor Hechten van een of twee strekpezen, per pees Hechten van derde en volgende strekpezen, per pees Hechten van een of twee buigpezen, per pees Hechten van derde en volgende buigpezen, per pees Tenolyse extensor pols Endoscopisch verlengen, verkorten of uitsnijden van pezen, fascien of spieren (zie voor open procedure) Verlengen, verkorten of uitsnijden van pezen, fascien of spieren, open procedure (zie voor endoscopisch) Tenolyse extensor vinger/handpalm Tenolyse flexorpees pols Tenolyse flexorpees vinger/handpalm Transpositie van een pees, verzetten van de insertie Peesplastiek met transplantaat Reconstructie van een buigpeesruptuur in de peesschede met behulp van een silastic rod, primaire behandeling Pulley reconstructie Plastiek Triangulare Fibrocartilage Complex Stabilisatie distale ulna met peestransplantaat of transpositie Verbeteren stomp van kleine ledematen Verbeteren stomp van grote ledematen (excl. verbeteren weke delen stomp bovenbeen ten behoeve van plaatsen endo-exo klikprothese na onderbeenamputatie, zie ) Ligament reconstructie pols inclusief peestransplantaat Operatieve verwijdering van gezwellen door middel van Moh's chirurgie. Nederlandse Zorgautoriteit
191 Operatie van grote en gecompliceerde gezwellen, excl. Moh's chirurgie Op.verw. gezwellen uitgaande van cutis, subcutis en/of onderhuids vet- en bindweefsel of verwijderen corpora aliena, inwendige metalen hechtingen, apparaat volgens Ton e.d. dmv excisie. Operatieve verwijdering van gezwellen, corpora aliena en dergelijke, uitgaande van of zich bevindende in dieper liggende structuren dan in code is omschreven Proefexcisie (stans of mes), al of niet met coagulatie met de hyfrecator exclusief het pathologisch onderzoek Excisie ambigue externe genitalia Partiele nagelbedexcisie van de grote teen Totale excisie van een nagelbed Wondbehandeling van een wond met wondrandexcisie of wondbehandeling van een wond groter dan 5 cm zonder wondrandexcisie (o.a. necrotomie, debridement) Operatie sinus pilonidalis of sacraal dermoid Secundaire neus/columella correctie bij behandeling congenitale lipspleet Wisselen tissue expander met definitieve mammaprothese ter borstreconstructie Alloplastieken bijvoorbeeld ter reconstructie van een oorschelp Voorsnijden (pre-fabricatie) lap met aanpassing van 1 weefseltype Voorsnijden (pre-fabricatie) lap met aanpassing van meerdere weefseltypen Transpositie van een huidspierlap naar een defect in het bovenste rompgebied (excl. tbv mammareconstructie, zie , of ) Grote en/of gecompliceerde transplantatie: groter dan 1%, kleiner dan 3% van het lichaamsoppervlak Zeer grote en/of zeer gecompliceerde transplantatie: groter dan 3% van het lichaamsoppervlak Kleinere en/of weinig gecompliceerde transplantatie: kleiner dan 1% van het lichaamsoppervlak, niet in een functioneel gebied Matig grote en/of gecompliceerde transplantatie: kleiner dan 1% van het lichaamsoppervlak in een functioneel gebied Meloplastiek wang Abdominoplastiek, inclusief navel reinsertie en reven fascia abdominalis. Nederlandse Zorgautoriteit
192 Abdominoplastiek met fleur de lis correctie, inclusief navel reinsertie en reven fascia abdominalis Circulaire abdominoplastiek, inclusief navel reinsertie en reven fascia abdominalis Vetschortresectie (dermolipectomie), zonder navelreinsertie Mini-abdominoplastiek Het losprepareren van de oorspronkelijke donorplaats, het praeciseren en in het defect inhechten van een in een eerdere zitting getransplanteerde direct of indirect gesteelde huidlap Kleine en/of weinig gecompliceerde transpositie, transpositie van huid of opschuifplastiek Matig grote en/of matig gecompliceerde transpositie, door middel van direct of indirect gesteelde transpositie van huid Grote en/of gecompliceerde transpositie door middel van direct of indirect gesteelde transpositie van huid Zeer grote en/of gecompliceerde transpositie door direct of indirect gesteelde transpositie van huid Primaire operatieve behandeling van ernstige verwondingen door middel van direct gesteelde transpositie van huid. Een verwonding vergelijkbaar met een decollement of een scalpeer-verwonding Dermolipectomie van de bovenarm Dermolipectomie van het bovenbeen Shaving van een rhinophyma Dermolipectomie borsten of buik (dogearcorrectie) Uitgebreide blepharo-orbitaplastiek, inhoudende: huid- en spierreductie, openen septum orbitale, repositie en/of reductie van vet en recreatie van de supratarsale plooi Lysis van een 'transpositie'-lap Transpositie van een huidspierlap naar een defect in mondholte, pharynx, larynx en/of oesophagus Transpositie van een huidspierlap naar een defect in het onderste romp-, bekken en heupgebied Transpositie van een huidspierlap naar een defect op de extremiteiten Inbrengen tijdelijke prothese voor weefselexpansie (i.e. tissue expander) Transplantatie van derma en/of vet. Nederlandse Zorgautoriteit
193 Transplantatie van fascie Transplantatie van bot of kraakbeen Transpositie van derma en/of vet Transpositie van fascie Transpositie van bot of kraakbeen Vrij spiertransplantaat, gevasculariseerd met zenuwaansluiting Transpositie m. temporalis spier-fascielap Capsulotomie/capsulectomie met verwijderen mammaprothese na augmentatie Inbrengen mammaprothese ter augmentatie Capsulotomie/capsulectomie met vervangen mammaprothese na augmentatie Capsulotomie/capsulectomie met herplaatsen mammaprothese na augmentatie Eenvoudige vrij gevasculariseerde weefseltransplantatie of replantatie en/of revascularisatie, bijvoorbeeld een vinger Matig gecompliceerde vrij gevasculariseerde weefseltransplantatie of replantatie en/of revascularisatie bijvoorbeeld een deel van de hand of meerdere vingers Gecompliceerde vrij gevasculariseerde weefseltransplantatie of replantatie en/of revascularisatie, bv. hand of voet, inclusief verkrijgen multipele weefseltransplantaten van buiten het wondgebied. Zeer gecompliceerde vrij gevasculariseerde weefseltransplantatie of replantatie en/of revascularisatie, bv. arm of been, inclusief verkrijgen multipele weefseltransplantaten van buiten het wondgebied Secundaire lip correctie bij behandeling congenitale lipspleet Primaire behandeling van congenitale lipspleten Pharyngoplastiek Mammareconstructie d.m.v. vrije flap Mammareconstructie d.m.v. LD-flap, zonder prothese Mammareconstructie d.m.v. LD-flap, met prothese Liposuctie van het submentale gebied. Nederlandse Zorgautoriteit
194 Liposuctie van de regio pectoralis Liposuctie van het onderbeen Liposuctie van de onderarm Coagulatie van eenvoudige benigne aandoeningen Cryotherapie, diathermienaald-hyfrecator, eenvoudige behandeling van bijvoorbeeld een naevus of wrat Mammareconstructie d.m.v. gesteelde TRAM-flap Coagulatie van maligne tumoren van rectum, vulva of mondholte als uitgebreide ingreep Coagulatie maligne uitwendige tumoren, alsmede de weinig tijdrovende coagulatie van kleinere tumoren van rectum, vulva of mondholte Hechten en reven platysma (platysmaplastiek) Transplantatie in vitro geëxpandeerde chondrocyten Abrasie van huidgebied groter dan 1% van het lichaamsoppervlak Facelift, respectievelijk rhytidectomie van gelaat en hals Abrasie van huidgebied kleiner dan 1% van het lichaamsoppervlak Fotodynamische therapie (fotochemische lichttherapie van (pre-)maligniteiten) Rhytidectomie van het gehele voorhoofd Deroofing voor behandeling ernstige hydradenitis suppurativa (syn. acne ectopia) Dermatografie (tatouage bij bijvoorbeeld tepelhofreconstructie, littekencorrectie, kleurafwijkingen huid) Tijdelijke opslag botweefsel binnen eigen lichaam Liposuctie van de buikhuid Liposuctie van het trochantergebied, de heup en/of de bil Liposuctie van de mediala zijde van de knie en/of binnenzijde van het bovenbeen of de lende of de flank Endoscopische voorhoofdslift - wenkbrauwlift. Nederlandse Zorgautoriteit
195 Endoscopisch katheteriseren of sonderen van nierbekken of ureter Diagnostische hysteroscopie, inclusief eventuele proefexcisie(s) en/of inclusief eventuele endometriumbiopsie(en) en/of het verwijderen van een enkelvoudige poliep voor pathologisch onderzoek Ureterorenoscopie, inclusief eventuele proefexcisie(s) Mediastinoscopie Diagnostische thoracoscopie, al dan niet met strengdoorbranding Peritoneoscopie Choledochoscopie tijdens galblaasoperatie Suboccipitaalpunctie Artroscopie van de knie Arthroscopie van de knie in combinatie met een heelkundige ingreep aan dezelfde knie in een zitting Artroscopie van de schouder Artroscopie van de schouder in combinatie met een heelkundige ingreep aan dezelfde schouder in een zitting Artroscopie van de elleboog Artroscopie van de elleboog in combinatie met een heelkundige ingreep aan dezelfde elleboog in een zitting Artroscopie van de pols Artroscopie van de pols in combinatie met een heelkundige ingreep aan dezelfde pols in een zitting Artroscopie van de heup Artroscopie van de heup in combinatie met een heelkundige ingreep aan dezelfde heup in een zitting Artroscopie van de enkel Artroscopie van de enkel in combinatie met een heelkundige ingreep aan dezelfde enkel in een zitting Vervangen pulsgenerator van DBS neurostimulator Verwijderen of verplaatsen pulsgenerator van DBS neurostimulator. Nederlandse Zorgautoriteit
196 Biopsie met incisie intra-oculaire structuur Biopsie met incisie extra-oculaire structuur Subcutaan plaatsen epidurale neurostimulator (oa. ESES, SCS) Vervangen subcutaan geplaatste epidurale neurostimulator (oa. ESES, SCS) Verwijderen of revisie subcutaan geplaatste epidurale neurostimulator (oa. ESES, SCS) Plaatsen epiduraal elektrode voor aansluiting neurostimulator (oa. ESES, SCS) Vervangen epiduraal elektrode voor aansluiting neurostimulator (oa. ESES, SCS) Verwijderen of revisie epiduraal elektrode voor aansluiting neurostimulator (oa. ESES, SCS) Subcutaan plaatsen intrathecale pomp (oa. baclofen, analgetica) Vervangen subcutaan geplaatste intrathecale pomp (oa. baclofen, analgetica) Plaatsen intrathecaal catheter voor aansluiting pomp (oa. baclofen, analgetica) Vervangen intrathecaal catheter voor aansluiting pomp (oa. baclofen, analgetica) Verwijderen of revisie intrathecaal catheter voor aansluiting pomp (oa. baclofen, analgetica) Bijvullen subcutaan geplaatste intrathecale pomp (oa. baclofen, analgetica) Verwijderen of revisie subcutaan geplaatste intrathecale pomp (oa. baclofen, analgetica) Fractional Flow Reserve (FFR) IntraVasculaire UltraSound (IVUS) Implantatie nervus vagus stimulator Vervangen nervus vagus stimulator Verwijderen of revisie nervus vagus stimulator Dermatologische behandeling met laser: tot ongeveer 1/2 % van het lichaamsoppervlak (4 x 5 cm), onder locale anesthesie Dermatologische behandeling met laser: tussen 1/2 en 1 % van het lichaamsoppervlak, onder locale of algehele anesthesie. Nederlandse Zorgautoriteit
197 Dermatologische behandeling met laser: groter dan 1 % van het lichaamsoppervlak, onder lokale of algehele anesthesie Epiduraal tijdens de partus Tumorablatie (zie voor RF-ablatie leveraandoening) Inbrengen van een subcutaan geplaatste hartritmemonitor (ILR) Verwijderen van een subcutaan geplaatste hartritmemonitor (ILR) Subconjunctivale injectie van medicatie Intravitreale injectie van medicatie Urologische behandeling met laser (uitwendig) Urologische behandeling met cryotherapie (uitwendig) Urologische behandeling met fotodynamische therapie Lokale hyperthermie blaaswand in combinatie met intravesicale chemotherapie (Synergo) Transurethrale Magnetron Therapie (TUMT) Hyperthermische intraperitoneale chemotherapie (HIPEC) in combinatie met cytoreductie Niet-electieve embolisatie van vaten RF-ablatie aandoening Laser-ablatie aandoening Radioembolisatie met Yttrium Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere niet-coronaire vaten (zie voor occlusie) Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere niet-coronaire vaten (zie voor stenose) Mechanische trombectomie Embolisatie van vaten Trombolyse met behulp van medicatie (bijvoorbeeld urokinase, streptokinase). Nederlandse Zorgautoriteit
198 Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen) Inbrengen van een aorta stentgraft in samenwerking met een chirurgisch team Neurovasculaire coiling cerebraal aneurysma Retrograde dacryocystoplastiek (DCP, ballonkatheterdilatatie) zonder plaatsen tijdelijke stent, inclusief opspuiten Retrograde dacryocystoplastiek (DCP, ballonkatheterdilatatie) met plaatsen tijdelijke stent, inclusief opspuiten Percutane vertebroplastiek Ballon kyphoplastiek (BKP) Percutane laser discusdecompressie (PLDD) Percutane gastro- of jejunostomie, de verrichting omvat de punctie, catheterisatie en inbrengen van de catheter Nefrostomie plus dilateren van het kanaal inclusief begeleiding door de radioloog van de steenverwijdering door de uroloog Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met CT Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met röntgen Nefrostomie bij afvloedbelemmering, met echografie Een bestralingsfractie Langdurige bestralingsfractie: totale lichaam of huid Standaard image-based positioneringscorrectie Intensieve image-based positioneringscorrectie Stereotactische bestraling Intensieve bestraling Intra-operatieve radiotherapie Brachytherapie - geen individuele dosisberekening Brachytherapie - individuele dosisberekening. Nederlandse Zorgautoriteit
199 Brachytherapie - 3D beeldvorming, contouring, planning Brachytherapie - stereotactische applicatie Brachytherapie - permanente implantatie H1 Oppervlakkige hyperthermie behandeling H2 Diepe/regionale hyperthermie behandeling H3 Totale lichaam hyperthermie behandeling H4 Interstitiële hyperthermie behandeling H5 Bijzondere hyperthermie behandeling Intensieve, niet-electieve en langdurige kindergeneeskundige zorg met thuisovernachting Harttransplantatie/hertransplantatie Hart-longtransplantatie Longtransplantatie Longkwabtransplantatie Pancreastransplantatie ontvanger Eilandjestransplantatie ontvanger Nier- en pancreastransplantatie ontvanger Stamceltransplantatie autoloog Stamceltransplantatie/hertransplantatie allogeen, verwante donor Stamceltransplantatie/hertransplantatie allogeen, niet verwante donor Stamceltransplantatie/hertransplantatie allogeen, navelstrengbloed Totale levertransplantatie ontvanger postmortale donor Partiële levertransplantatie ontvanger levende donor. Nederlandse Zorgautoriteit
200 Partiële levertransplantatie ontvanger postmortale donor Darmtransplantatie ontvanger Niertransplantatie ontvanger levende donor Niertransplantatie ontvanger postmortale donor Lever- en niertransplantatie ontvanger mbv postmortale donor Lever-, darm- en pancreastransplantatie ontvanger Transplantectomie Lever- en pancreastransplantatie ontvanger. Nederlandse Zorgautoriteit
Registratieaddendum. Ingangsdatum 1 januari v
Registratieaddendum Ingangsdatum 1 januari 2018 v20170119 Registratieaddendum v20170119 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden
Registratieaddendum RZ19b
V20180920 Ingangsdatum 1 januari 2019 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie... 11 3.1 Voorbeeld afsluitregel...
Registratieaddendum RZ16a
Registratieaddendum RZ16a Versie 20150701 Ingangsdatum 1 januari 2016 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...
Registratieaddendum RZ19a
Registratieaddendum RZ19a v20180118 Concept Ingangsdatum 1 januari 2019 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...
Registratieaddendum RZ17a
Registratieaddendum RZ17a Versie 20160701 Ingangsdatum 1 januari 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...
Nadere Regel NR/CU-266. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel NR/CU-266 Regeling medisch specialistische zorg Artikel 19. Uitzonderingen op opening- en afsluitregels subtraject met ZT11 of ZT21 Van de in artikel 17 en 18 vermelde algemene afsluitregels
Toelichting op de uitzondering op de Registratieregels voor Medicinale oncologische behandeling. Versie
Toelichting op de uitzondering op de Registratieregels voor Medicinale oncologische behandeling Versie 20120329 1 mei 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzonderingen op de Algemene Registratieregels...
DOT in de medische oncologie
NVMO-informatiesheet DOT in de medische oncologie versie 2.1, september 2012 NVMO-werkgroep DOT Inleiding Per 1-1-2012 zijn de DBC s vervangen door de DBC Zorgproducten onder DOT. Onder DOT worden zorgtrajecten
Registratieregels RZ15a
Implementatiecongres DBC-pakket 2015 4 september 2014 Marjolein Hildebrand 2 Wijzigingen: Registratieregels Registratieaddendum Wijzigingen in de Diagnose en zorgvraagtypering toelichting 3 Aansluiting
Erratum Addendum. Release RZ15a. Versie
Erratum Addendum Release RZ15a ersie 20141103 3 november 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Errata op document Wijzigingen DBC-release RZ15a v20140717... 4 2.1 Parallelle zorgtrajecten... 4 2.2 Parallelliteit
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-220. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Inwerkingtreding... 2 Artikel 4. Begrippen en afkortingen...
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Inhoudsopgave
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 19075 29 juli 2015 Regeling medisch specialistische zorg REGELING NR/CU-263 Vastgesteld op 30 juni 2015 Inhoudsopgave
Registratiehandleiding interne geneeskunde 2013
Registratiehandleiding interne geneeskunde 2013 versie 1.6 Een handleiding voor internisten over het registreren in het DOT-tijdperk. 2 Inhoud: 1. Wat moet worden geregistreerd? 2. Algemene registratieregels
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-209. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Inwerkingtreding... 2 Artikel 4. Begrippen en afkortingen...
Toelichting op de Specialismespecifieke Toelichtingen. Versie
Toelichting op de Specialismespecifieke Toelichtingen Versie 20120726 1 september 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de specialistspecifieke
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Reumatologie. Versie
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Reumatologie Versie 20120726 1 september 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzondering op de algemene registratieregels... 4 2.1 Sluiten van
Afsluitregels Tabel Toelichting. Versie
Afsluitregels Tabel Toelichting Versie 20121120 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.2.1 Groeperingen
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Longgeneeskunde
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Longgeneeskunde v20110701 Ingangsdatum 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzonderingen op de algemene registratieregels... 4 2.1
Toelichting op de Afsluitreden tabel. Versie
Toelichting op de Afsluitreden tabel Versie 20120927 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.3 Afsluitredenen...
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-266. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Artikel 1. Reikwijdte... 3 Artikel 2. Doel van de regeling... 3 Artikel 3. Begripsbepalingen... 3 Hoofdstuk I Zorgtrajecten... 7 Artikel
Registratieregels. Versie
Registratieregels Versie 20120329 1 mei 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Registratiemodel en definities... 4 2.1 Registratiemodel... 4 2.1.1 Registreren... 5 2.1.2 Samenvatten... 6 2.1.3 Afleiden...
Handboek DOT controle regels. Date: 20-1-2014 Name: Handboek DOT controle regels version 29 revision 22 Status:
Handboek DOT controle regels Date: 20-1-2014 Name: Handboek DOT controle regels version 29 revision 22 Status: Index Handboek DOT controle regels 29022... 6 Voorwoord... 6 Afkeurvolgorde... 7 Codering
Handboek DOT Controleregels
Handboek DOT Controleregels Release 2 (mei 2013) Handboek DOT controle regels Datum: 16 mei 2013 Naam: Handboek DOT controle regels versie 29 revisie 17 Inhoudsopgave Korte omschrijving DOT controleregels...
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-217. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Inwerkingtreding... 2 Artikel 4. Begrippen en afkortingen...
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Gynaecologie
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Gynaecologie v20110701 Ingangsdatum 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzonderingen op de algemene registratieregels... 4 2.1 Sluiten
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-222. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Inwerkingtreding... 2 Artikel 4. Begrippen en afkortingen...
Addendum bij Handboek DOT Controleregels release 2
Addendum bij Handboek DOT Controleregels release 2 Vanwege een eerder dan geplande releasedatum komt er een versie van de DCM AOM beschikbaar, waarin een aantal wijzigingen is opgenomen ten opzichte van
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Kindergeneeskunde. Versie
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Kindergeneeskunde Versie 20120726 1 september 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzondering op de algemene regels... 4 2.1 Sluiten van subtrajecten
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Oogheelkunde. v
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Oogheelkunde v20110701 Ingangsdatum 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzonderingen op de algemene registratieregels... 4 2.1 Sluiten
Registratieregels. Versie
Registratieregels Versie 20131114 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Registratiemodel en definities... 4 2.1 Registratiemodel... 4 2.1.1 Registreren... 5 2.1.2 Samenvatten...
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-237. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding...2 Artikel 1. Grondslag...2 Artikel 2. Reikwijdte...2 Artikel 3. Doel...2 Artikel 4. Inwerkingtreding...2 Artikel 5. Begrippen
Zorg dat je niet indot
Zorg dat je niet indot Moderator Ineke van der Jagt 1st author / speaker Annet Duin, RZA Co-authors Bram Bexkens Belangenverklaring In overeenstemming met de regels van de Inspectie van de Gezondheidszorg
Veelgestelde vragen over DOT
Veelgestelde vragen over DOT Openen Mag bij een faxverwijzing alvast een zorgtraject door het secretariaat geopend worden? Kan in DOT in een vervolgtraject (met zorgtype=21) ook een klinische episode worden
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Plastische Chirurgie
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Plastische Chirurgie v20110701 Ingangsdatum 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzonderingen op de algemene regels... 4 2.1 Sluiten
0316 Kindergeneeskunde
0316 Kindergeneeskunde 3. Wijzigingsverzoeken 3.1 Wijzigingen in regelgeving 3.1.3 Technische uitwerking 2.0307.1 F21 en toelichting 1.0000.1 blok B en D Dit wijzigingsverzoek bestaat uit aanpassingen
Handboek DOT controleregels
Handboek DOT controleregels Datum: 6-1-2016 Naam: Handboek DOT controleregels Inhoudsopgave Bijlage 1 Korte omschrijving DOT controleregels... 6 Bijlage 2 Lijst met afkortingen... 12 Bijlage 3 Gebruik
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-240. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Doel... 2 Artikel 4. Inwerkingtreding... 2 Artikel 5. Begrippen
Handboek DOT controleregels
Handboek DOT controleregels Datum: 1-3-2016 Naam: Handboek DOT controleregels Inhoudsopgave Bijlage 1 Korte omschrijving DOT controleregels... 6 Bijlage 2 Lijst met afkortingen... 12 Bijlage 3 Gebruik
Verduidelijking registratie en declaratie bij overloop-dbc's. Versie 2.0
Verduidelijking registratie en declaratie bij overloop-dbc's Versie 2.0 20120312 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Algemene regels overgangsperiode... 4 2.1 DBC s en subtrajecten in één zorgtraject... 4
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Heelkunde. v20110701
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Heelkunde v20110701 Ingangsdatum 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Dubbelzijdige behandelingen... 4 2.1 Zorgtrajecten bij dubbelzijdigheid...
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-249. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Grondslag... 2 Artikel 1. Reikwijdte... 2 Artikel 2. Doel... 2 Artikel 3. Intrekking oude regeling(en)... 2 Artikel 4. Inwerkingtreding
Regel medisch-specialistische zorg - NR/REG-1816
Regel medisch-specialistische zorg - NR/REG-1816 Versie 1 Dit document is gepubliceerd door NZa op het publicatie platform voor uitvoering (PUC). Dit document is een afdruk van de originele versie die
Regeling Medisch-specialistische zorg - NR/REG-1732
Regeling Medisch-specialistische zorg - NR/REG-1732 Versie 1 Dit document is gepubliceerd door NZa op het publicatie platform voor uitvoering (PUC). Dit document is een afdruk van de originele versie die
Algemene Toelichting Registratieregels. Versie 20140717
Algemene Toelichting Registratieregels Versie 20140717 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Relatie tussen zorgtrajecten en subtrajecten... 4 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten
Algemene Toelichting Registratieregels. Versie
Algemene Registratieregels Versie 20120329 1 mei 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Relatie tussen Zorgtrajecten en Subtrajecten... 4 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten en subtrajecten... 6 3.1 Openen
Handboek DOT controleregels
Handboek DOT controleregels Datum: Juni 2017 Naam: Handboek MSZ controles R10 Release: 10 Inhoudsopgave Voorwoord... 7 Korte omschrijving controleregels... 8 Verklarende lijst... 11 Codering DOT... 12
Handboek DOT controleregels
Handboek DOT controleregels Datum: December 2016 Naam: Handboek DOT controleregels Release: 9 Inhoudsopgave Bijlage 1 Korte omschrijving DOT controleregels... 6 Bijlage 2 Lijst met afkortingen... 12 Bijlage
Algemene Toelichting Registratieregels. Versie
Algemene Toelichting Registratieregels Versie 20120927 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 2 Relatie tussen zorgtrajecten en subtrajecten... 5 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten
Toelichting op de Afsluitreden Tabel. Versie
Toelichting op de Afsluitreden Tabel Versie 20131114 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Wat is de functie van de tabel... 3 1.2 Afsluitredenen... 3 1.2.1 Afsluitredenen voor
Wijzigingen dbc-release
Document Wijzigingen dbc-release RZ20a Ingangsdatum 1 januari 2020 v20190425 2 Inhoud 1. Inleiding 4 1.1 Verwijzingen en samenhang relevante informatie 4 1.2 Leeswijzer 5 1.3 Disclaimer 6 2. Wijzigingen
Prijslijst 1 januari 2016 versie 2016.1
Prijslijst 1 januari 2016 versie 2016.1 Onderstaande zorgproducten zijn geprijsd conform de structuur 2015. Voor het gereguleerd segment zijn de maximum tarieven 2015 gehanteerd. De onderhavige prijzen
Specialismespecifieke toelichting op de Registratieregels Klinische Geriatrie. Versie
Specialismespecifieke toelichting op de Registratieregels Klinische Geriatrie Versie 20120329 1 mei 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzonderingen op de algemene regels... 4 2.1 Sluiten van subtraject
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 38058 21 juli 2016 Regeling medisch-specialistische zorg Vastgesteld op 21 juni 2016 REGELING NR/REG-1713 Inhoudsopgave
RELEASE RZ17A 0313 INWENDIGE GENEESKUNDE
RELEASE RZ17A 0313 INWENDIGE GENEESKUNDE INLEIDING Op 1 juli 2016 heeft de NZa de RZ17a gepubliceerd. Dit releasedocument bevat de wijzigingen in het DBC pakket per 1 januari 2017. In dit document vindt
Regeling medisch-specialistische zorg, NR/REG-1713 Inhoudsopgave
Regeling medisch-specialistische zorg, Inhoudsopgave Artikel 1. Reikwijdte... 3 Artikel 2. Doel van de regeling... 3 Artikel 3. Begripsbepalingen... 3 Hoofdstuk I Zorgtrajecten... 7 Artikel 4. Algemene
0318 Maag-, Darm-, Leverziekten
0318 Maag-, Darm-, Leverziekten 3. Wijzigingsverzoeken 3.1 Wijzigingen in regelgeving 3.1.3 Technische uitwerking 2.0307.1 F21 en toelichting 1.0000.1 blok B en D Dit wijzigingsverzoek bestaat uit aanpassingen
Toelichting op de Typeringslijst per specialisme
Toelichting op de Typeringslijst per specialisme Versie 20110701 Ingangsdatum: 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel...
Registratieregels. Versie
Registratieregels Versie 20140717 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Registratiemodel en definities... 4 2.1 Registratiemodel... 4 2.1.1 Registreren... 5 2.1.2 Samenvatten...
Agenda. 17.15-17.45 uur DOT en wijzigingen 2015 (Jaap Stam, DBC Onderhoud)
Agenda 17.15-17.45 uur DOT en wijzigingen 2015 (Jaap Stam, DBC Onderhoud) 17.45-18.45 uur Praktijkvoorbeelden DOT Hematologie en medische oncologie (deel 1): Registratieproces, dilemma s en definities
Algemene Toelichting Registratieregels. Versie
Algemene Toelichting Registratieregels Versie 20130926 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Relatie tussen zorgtrajecten en subtrajecten... 4 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten
RELEASE RZ17AB 0306 UROLOGIE
RELEASE RZ17AB 0306 UROLOGIE INLEIDING Op 1 juli 2016 heeft de NZa de RZ17a gepubliceerd. Een aanvulling op dit document is medio november openbaar gemaakt, de RZ17b. Dit releasedocument bevat de wijzigingen
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel Versie 20120927 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3
Prijslijst 2013 : deurprijzen geldig voor behandelingen gestart tussen 01-07-2013 t/m 31-12-2013 VOORWAARDEN
VOORWAARDEN Op alle door het ziekenhuis en door de daaraan verbonden vrijgevestigd medisch specialisten met patiënten gesloten behandelingsovereenkomsten, voorzover deze werkzaamheden binnen het kader
Toelichting op de uitzondering op de Registratieregels voor Stamceltransplantatie. Versie
Toelichting op de uitzondering op de Registratieregels voor Stamceltransplantatie Versie 20120329 1 mei 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzonderingen op de algemene registratieregels... 4 2.1 Stamceltransplantatie...
0313 Inwendige Geneeskunde
0313 Inwendige Geneeskunde 3. Wijzigingsverzoeken 3.1 Wijzigingen in regelgeving 3.1.3 Technische uitwerking 2.0307.1 F21 en toelichting 1.0000.1 blok B en D Dit wijzigingsverzoek bestaat uit aanpassingen
Passantentarieven Saxenburgh Groep 2014, geldig van 01-01-2014 t/m 31-12-2014
15B903 010501002 Klin kort Infectie SOA 1.333,59 257,33 1.590,92 15B904 010501003 Lasertherapie Infectie SOA 195,87 94,03 289,90 17B904 010501003 Lasertherapie Infectie SOA 178,05 94,03 272,08 15B905 010501004
Bijlage 9. Toelichting op tabel indeling DKG s
Toelichting op tabel indeling DKG s Bijlage 9 Indeling in ndxg 173,174 en 176 is gebaseerd op de in de tabel genoemde DBC-behandelcodes. Indeling in ndxg 175 is gebaseerd op in de tabel genoemde DBC-diagnosecodes
0307 Gynaecologie Technische uitwerking F21 en toelichting blok B en D
0307 Gynaecologie 3. Wijzigingsverzoeken 3.1 Wijzigingen in regelgeving 3.1.3 Technische uitwerking 2.0307.1 F21 en toelichting 1.0000.1 blok B en D Dit wijzigingsverzoek bestaat uit aanpassingen in twee
Handleiding RZ15b. Versie 20141113
Handleiding RZ15b Versie 20141113 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitlevering RZ15b... 4 3 Inhoud release... 5 3.1 Soorten wijzigingen... 5 3.2 Informatieproducten RZ15a gelden
Toelichting op het koppelalgoritme. Versie
Toelichting op het koppelalgoritme Versie 20130926 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Koppelen van zorgactiviteiten aan aanvragend of uitvoerend poortspecialisme... 4 Bijlage:
Bijlage nadere regel medischspecialistisch. Toelichting regels afleiding
Bijlage nadere regel medischspecialistisch zorg Toelichting regels afleiding Ingangsdatum 1 januari 2019 Toelichting regels afleiding Inhoud 1. Inleiding 3 1.1 Leeswijzer 3 2. Gegevens van en naar een
Uw brief van Uw kenmerk Datum maart Ons kenmerk Behandeld door Doorkiesnummer PAK/ mw. drs. A.J. Link (020)
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport t.a.v. mevrouw D.M.J.J. Monissen Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG Uw brief van Uw kenmerk Datum ---- ---- 31 maart 2008 Ons kenmerk Behandeld door Doorkiesnummer
Instructie DBC-registratie Klinische genetica v ingangsdatum instructie 1 januari 2012
Instructie DBC-registratie Klinische genetica v20110701 ingangsdatum instructie 1 januari 2012 Deze instructie bevat de regels die gelden voor alle DBC s die geopend zijn vanaf 1 januari 2011 en eventueel
Algemene Toelichting Registratieregels. Versie
Algemene Toelichting Registratieregels Versie 20141113 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Relatie tussen zorgtrajecten en subtrajecten... 4 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Maag-Darm-Leverartsen
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Maag-Darm-Leverartsen v20110701 Ingangsdatum 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Toelichting diagnosetypering... 4 3 Zorgactiviteiten...
Tarieven 2014 Antoni van Leeuwenhoek Ingangsdatum: 1 april 2014
Tarieven 2014 Antoni van Leeuwenhoek Ingangsdatum: 1 april 2014 DBCzorgproductcode 19999007 6 tot maximaal 28 verpleegligdagen bij Een infectieziekte 15B932 11.286,44 10.283,87 1.002,57 20107006 Operatie
Zorgactiviteiten Implementatiecongres DBC-pakket 2015 Sonja Muchall Toinny van Schendel
Zorgactiviteiten 2015 Implementatiecongres DBC-pakket 2015 Sonja Muchall Toinny van Schendel 2 Inhoud Wijzigingen release RZ15a - Projecten en individuele verzoeken Vooruitblik release RZ15b Handboek zorgactiviteiten
Prijslijst per 1 mei 2012 DBC zorgproducten 2012
Prijslijst per 1 mei 2012 DBC producten 2012 instelling Infectie en parasitair - Infecties met hoofdzakelijk seksuele overdracht Binnen deze productgroep vallen de trajecten voor de volgende diagnoses:
Vertaaltabel Zorgactiviteiten Grouper Toelichting. Versie 20151119
Vertaaltabel Zorgactiviteiten Grouper Toelichting Versie 20151119 Ingangsdatum 1 januari 2016 Vertaaltabel Zorgactiviteiten Grouper Toelichting v20151119 Inhoud 1. Inleiding 4 1.1 Voor wie is dit document
