Handboek DOT controleregels
|
|
|
- Saskia van der Laan
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Handboek DOT controleregels Datum: Naam: Handboek DOT controleregels
2 Inhoudsopgave Bijlage 1 Korte omschrijving DOT controleregels... 6 Bijlage 2 Lijst met afkortingen Bijlage 3 Gebruik uitgangspunten Afkeurvolgorde Codering DOT DOT controleregels Afkeuringscodes D.P.A D.P.A.99.02* (aangepast) D.P.A.99.04* (aangepast) D.P.A D.A D.P.A a* (aangepast) D.S.A.99.08b* (aangepast) D.P.A.99.08c* (aangepast) D.S.A.99.08d* (aangepast) D.P.A D.P.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A.99.17* (aangepast) D.D.A D.D.A D.D.A D.P.A D.P.A D.P.A.99.47* (aangepast) D.PS.A D.PS.A D.PS.A D.PS.A Pagina 2 van 137
3 D.PS.A D.PS.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.PS.A.99.56* (aangepast) D.P.A.99.57a D.P.A.99.58a D.P.A.99.59a D.P.A.99.60a D.P.A D.S.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.D.A D.D.A * (aangepast) D.D.A D.D.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.A.99.83* (nieuw) D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A Pagina 3 van 137
4 D.D.A D.P.A D.P.A.99.90a* (aangepast) D.P.A.99.90b* (aangepast) D.S.A.99.92* (aangepast) D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A.99.99* (aangepast) D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A * (nieuw) D.P.A * (nieuw) D.D.A D.A D.P.A * (nieuw) D.P.A * (nieuw) D.P.A * (nieuw) D.S.A * (nieuw) D.P.A * (nieuw) D.P.A * (nieuw) D.P.A * (nieuw) Goedkeuringscodes D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G * (nieuw) D.D.G Pagina 4 van 137
5 D.D.G D.D.G 99.29* (aangepast) D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G.01.34* (aangepast) D.D.G.04.35* (aangepast) D.D.G.04.36* (aangepast) D.D.G.06.37* (aangepast) D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G.27.44* (aangepast) D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G.99.81* (aangepast) D.D.G.06.82* (aangepast) D.D.G.16.88* (aangepast) D.D.G.99.98* (aangepast) D.D.G D.D.G * (nieuw) D.D.G * (nieuw) D.D.G * (nieuw) Risicoregels D.D.R D.D.R.99.13a D.D.R.99.13b D.S.R D.P.R D.P.R D.P.R.99.93* (aangepast) Pagina 5 van 137
6 D.P.R * (nieuw) Bijlage 1 Korte omschrijving DOT controleregels Controleregels D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.A D.P.A a D.S.A.99.08b D.P.A.99.08c D.S.A.99.08d D.P.A D.P.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A D.P.A D.P.A Korte omschrijving Parallelliteit Diagnose Combinatie tabel Parallelliteit dubbelzijdige aandoeningen Parallelliteit ICC Parallelliteit ICC Afkeuring overig Zorgproduct Parallelliteit overig Zorgproduct eerstelijnsdiagnostiek Seriële afkeuring overig Zorgproduct eerstelijnsdiagnostiek Parallelliteit overig Zorgproduct eerstelijnsdiagnostiek Seriële afkeuring overig Zorgproduct eerstelijnsdiagnostiek Parallelliteit IC zorgactiviteit Parallelliteit IC zorgactiviteit Duur klinisch Zorgproduct Duur niet-klinisch operatief Zorgproduct Duur niet-klinisch Zorgproduct Duur (365 dagen) niet-klinisch Zorgproduct Duur (120 dagen) niet-klinisch Zorgproduct Duur thuisbeademing Duur hemodialyse Duur blaasspoelingen Duur blaasspoelingen Duur APD/bifosfonaat Parallel chronisch long falen Parallelliteit donor Pagina 6 van 137
7 D.P.A D.PS.A Parallelliteit IC toeslag Nazorg cochleaire implantaten D.PS.A Nazorg cochleaire implantaten D.PS.A Nazorg na orgaantransplantatie D.PS.A Nazorg na orgaantransplantatie D.PS.A Nazorg stamceltransplantaties D.PS.A Nazorg stamceltransplantaties D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.PS.A D.P.A.99.57a D.P.A.99.58a D.P.A.99.59a D.P.A.99.60a D.P.A D.S.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A Parallelliteit AICD-implantatie Parallelliteit ICC-IC en IC-behandeldag Parallelliteit ordertarief/inr bepaling Toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie Parallelliteit toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie Intakecontact hartrevalidatie Parallelliteit verkeerde bed/ic-dag Parallelliteit verblijf gezonde moeder/ IC-behandeldag Parallelliteit verblijf gezonde zuigeling/ic-behandeldag Parallelliteit vervallen ziekenhuisindicatie/ic-behandeldag Parallelliteit overig traject Serialiteit Post IC-High Care Parallelliteit MRI Parallelliteit MRI Parallelliteit MRI Parallelliteit MRI Duur kinderoncologische behandelingen Duur kinderoncologische behandelingen Duur revalidatiegeneeskunde Duur geriatrische revalidatiezorg Pagina 7 van 137
8 D.P.A D.P.A Parallelliteit topreferente kinderoncologie Parallelliteit epilepsiebehandeling D.P.A Parallelliteit MRI (maximaal 2) D.P.A D.P.A D.D.A D.D.A D.D.A D.D.A Parallelliteit Specialistische Revalidatie Behandeling Parallelliteit Specialistische Revalidatie Behandeling Hart revalidatie Hart revalidatie Duur complex chronisch long falen Duur complex chronisch long falen D.D.A Incongruentie genderidentiteit fase 1 en 2 D.D.A Incongruentie genderidentiteit fase 1 en 2 D.D.A Incongruentie genderidentiteit fase 2 en 3 D.D.A Incongruentie genderidentiteit fase 2 en 3 D.P.A D.P.A D.S.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A D.P.A Parallelliteit multitrauma Parallel verpleegdag zorgactiviteit Serieel declareren van verpleegdag Parallel declareren zorgactiviteit medebehandeling Parallel declareren zorgactiviteit dagverpleging parallel declareren van zorgactiviteit dagverpleging Nazorg cochleaire implantaten, orgaantransplantaties of stamceltransplantaties Traject poliklinische bevalling Zorgactiviteit screen to screen Follow-up neonatale IC of pediatrische IC Zorgactiviteit langdurige observatie zonder overnachting OZP gezonde zuigeling parallel declareren aan klinisch ZP Kindergeneeskunde Pagina 8 van 137
9 D.P.A D.D.A D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G Parallel declareren OZP Duur complexe erfelijkheidsadvisering Duur Medicinale oncologische behandeling Duur prenatale diagnostiek en intra-uteriene ingrepen Duur neonatologie Duur cardiologie Duur cardiologie Duur COPD Duur vervolgbehandeling reumatologie Duur Specialistische Revalidatie Behandeling Duur klinische geriatrie bij CGA Duur stamceltransplantatie Duur transplantatiezorg Duur transplantatiezorg Duur intravitreale injectie Duur subretinale neovascularisatie met foto dynamische therapie Duur strabismus Duur retina defect/-retinaloslating Duur mammareconstructie Duur transplantatiesessies uitgebreide brandwonden Duur ESWL behandeling Duur IU/IVF/ICSI technieken Duur obstetrie Duur metastaseringen of recidief bij radiotherapie Duur overlijden patiënt Duur revalidatiegeneeskunde Pagina 9 van 137
10 D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.D.G D.A D.D.G Duur niet-klinische chronische verstrekking van geneesmiddelen Duur niet-klinische behandeling bloedtransfusies niet oncologische indicatie Duur niet-klinische behandeling bloedtransfusies oncologische indicatie Duur complexe erfelijkheidsadvisering Duur Medicinale Oncologische Behandelingen ESWL behandeling Behandeling plasmafiltratie en LDL aferese Duur Comprehensive Geriatric Assessment (CGA) DUUR van een Zorgproduct > 120 dagen Diagnose ADHD bij kindergeneeskunde Risico Controleregels D.D.R Duur klinisch Zorgproduct D.D.R.99.13a Duur niet-klinisch Zorgproduct zt 11 D.D.R.99.13b Duur niet-klinisch Zorgproduct zt 21 D.S.R D.P.R D.P.R ZT 11 of zt 21 binnen 365 dagen Parallel declareren eerstelijns zorgactiviteiten Parallel declareren van zorgactiviteiten dagverpleging Nieuwe Controleregels D.A Add- on geneesmiddel icm zorgproduct D.D.G Duur vervolgbehandeling reumatologie D.P.A Parallelliteit IC Dialyse toeslag D.P.A Seriële afkeuring consult bij kaakchirurgie D.P.A Parallelliteit ECMO toeslag D.P.A Parallelliteit afwezigheidsdag bij Geriatrische Revalidatiezorg (GRZ) D.P.A Parallelliteit ambulante behandeldag bij Geriatrische Revalidatiezorg (GRZ) Pagina 10 van 137
11 D.D.G D.D.G D.P.R D.D.G Duur chronische thuisbeademing Duur diagnose Psychiatrische stoornissen Zorgactiviteit i.c.m. OZP met identieke code Duur intake en assessment bij complex chronische longfalen D.S.A Serialiteit controlebezoek bij kaakchirurgie D.P.A Parallelliteit dagverpleging en verpleegdag bij kaakchirurgie D.P.A Parallelliteit dagverpleging en verpleegdag i.c.m. consult bij kaakchirurgie D.P.A Parallelliteit intermaxillaire fixatie bij kaakchirurgie Pagina 11 van 137
12 Bijlage 2 Lijst met afkortingen D.D.A.: DOT Duur Afkeuring D.D.G.: DOT Duur Goedkeuring D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring D.S.A.: DOT Seriële Afkeuring D.PS.A.: DOT Parallelle/Seriële Afkeuring D.P.R.: DOT Parallelle Risico DCT: Diagnose Combinatie Tabel ICC: Intercollegiaal consult ZT 11: Zorgtype 11 ZT 21: Zorgtype 21 ZT 13: Zorgtype 13 ZT 41: Zorgtype 41 ZT 51: Zorgtype 51 ZT 52: Zorgtype 52 OZP: Overig zorgproduct OP: Ondersteunende producten Bijlage 3 Gebruik uitgangspunten. Uitgangspunt Omschrijving.01 Controle volledig op prestatieniveau op basis van zorgproduct/overige zorgproduct.02 Controle deels op prestatieniveau op basis van zorgproduct/overige zorgproduct en deels op zorgactiviteitniveau op basis van zorgactiviteiten.03 Controle volledig op zorgactiviteitniveau op basis van zorgactiviteiten. Pagina 12 van 137
13 Voorwoord De visie van zorgverzekeraars op controle in de keten gaat uit van het zo vroeg mogelijk in de keten uitvoeren van controles door één uniforme controlefunctionaliteit. De controles in de keten worden daardoor efficiënter en doelmatiger. Achteraf vindt dan nog wel een beperkte controle plaats alsmede de materiele controles. Vanuit die visie hebben zorgverzekeraars Vektis/CHS opdracht gegeven de DOT Controlemodule (DCM ) te ontwikkelen. De ontwikkeling en exploitatie van de DCM wordt gefinancierd door zorgverzekeraars en beschikbaar gesteld voor de ziekenhuizen en ZBC s. De DCM controleert binnen een instelling alle declaraties medisch specialistische zorg (MSZ) op de NZa regelgeving. De DCM zorgt voor uniforme controles, die door alle zorgverzekeraars gehanteerd worden. Bij voorkeur wordt de DCM door de zorgaanbieder ingezet voorafgaand aan de declaratie. Daarmee wordt de juistheid van de declaraties geborgd. Vroegtijdige signalering (en correctie) in de keten, zal leiden tot minder uitval uit formele controles van zorgverzekeraars. De zorgaanbieder zal hierdoor minder werklast ondervinden uit formele controles en is middels de DCM zelf in staat om zijn declaratiegegevens te controleren zonder tussenkomst van de zorgverzekeraar. In het voorliggende handboek staan de controleregels die zorgverzekeraars hebben opgesteld en worden ingebouwd in de DCM. De controleregels zijn gebaseerd op de NZa beleidsregel- en Nadere Regel Medisch Specialistische Zorg. Indien de verplichting uit een artikel niet is gewijzigd, wordt in de verantwoording verwezen naar het NZa kenmerk van een eerdere uitgave van de regeling. Bij de verantwoording van de controleregels is aangegeven wanneer deze in werking treden, hierbij is de begin datum van de prestatie leidend. Tevens kunnen controleregels tijdelijk uit staan, dit wordt dan in de verantwoording van de controleregel aangegeven met de term on hold. Pagina 13 van 137
14 Afkeurvolgorde De controleregel beschrijft in het geval van een conflict welk gedeclareerd Zorgproduct afgekeurd dient te worden. Om in het geval van meerdere conflicten te bepalen welk gedeclareerd Zorgproduct als afgekeurd gemarkeerd kan worden is binnen de DCM een afkeuralgoritme vastgesteld. Het afkeuralgoritme bepaalt trapsgewijs de volgordelijkheid waarbinnen een gedeclareerd Zorgproduct als afgekeurd gemarkeerd kan worden. De volgorde die wordt aangehouden binnen de DCM is: 1) De met zichzelf conflicterende records (DUUR Afkeuringen): Indien een declaratie (A1) gemarkeerd wordt door een controleregel vanwege een conflict met de DUUR van de declaratie, wordt deze declaratie (A1) afgekeurd. 2) De records met de meeste conflicten: Indien een declaratie (A1 in combinatie met A2, A3 en A4) gemarkeerd wordt door een combinatie van controleregels vanwege een aantal verschillende conflictsituaties wordt de declaratie met de meeste conflicten afgekeurd. 3) Het goedkoopste bedrag Indien een combinatie van declaraties (A1 met A2) gemarkeerd wordt door een controleregel vanwege een parallel conflict wordt de declaratie met het laagste bedrag afgekeurd. 4) De laatste openingsdatum Indien een combinatie van declaraties (A1 met A2) met hetzelfde bedrag gemarkeerd wordt door een controleregel vanwege een parallel conflict wordt de declaratie met de laatste openingsdatum afgekeurd. 5) De kortste DUUR Indien een combinatie van declaraties (A1 met A2) met hetzelfde bedrag en dezelfde openingsdatum gemarkeerd wordt door een controleregel vanwege een parallel conflict wordt de declaratie met de kortste DUUR afgekeurd. 6) De laatste factuurdatum Indien een combinatie van declaraties (A1 met A2) met hetzelfde bedrag, dezelfde openingsdatum en dezelfde DUUR gemarkeerd wordt door een controleregel vanwege een parallel conflict wordt de declaratie met de laatste factuurdatum afgekeurd. 7) Het eerste identificatie prestatierecord Indien een combinatie van declaraties (A1 met A2) met hetzelfde bedrag, dezelfde openingsdatum, dezelfde DUUR en dezelfde factuurdatum gemarkeerd wordt door een controleregel vanwege een parallel conflict wordt de declaratie met het laagste nummer afgekeurd. Pagina 14 van 137
15 Codering DOT De codering van de DOT controleregels is als volgt opgebouwd: 1. Het 1 e deel van de code bestaat uit een D. Deze staat voor de DOT controle regels. 2. Het 2 e deel start met 1 of meer letters. Hierbij worden de volgende letters onderscheiden. P Betreft parallelliteit S Betreft serialiteit D Betreft de DUUR van het Zorgproduct PS Betreft zowel parallelliteit als serialiteit 3. Het 3 e deel van de code bestaat tevens uit een letter. De volgende letters worden onderscheiden: A (Afkeuringsregel) Indien sprake is van een afkeuring van het gedeclareerde Zorgproduct dan wordt dit gecodeerd met een code waarbij het 3 e deel van de code uit een A bestaat. G (Goedkeuringsregel) In sommige gevallen is sprake van een goedkeuringsregel die maakt dat een in 1 e instantie afgekeurde regel alsnog wordt goedgekeurd omdat sprake is van een uitzonderingssituatie. In dit geval bestaat het 3 e deel van de codering uit een G. Regels gecodeerd met een G zijn met name van belang om in het algemeen te kunnen controleren of met bepaalde uitzonderingssituaties rekening is gehouden. R (Risicoregel) Tot slot zijn risicoregels opgesteld. Risicoregels leiden niet tot harde afkeuringen, maar tot signaleringen. Deze controleregels zijn gecodeerd met de letter R. 4. Het 4 e deel van de code geeft het specialisme weer waarop de regel betrekking heeft. Hierbij worden de laatste twee cijfers van de AGB code van het betreffende specialisme weergegeven. Indien de regel op meerdere specialismen, of op alle specialismen betrekking heeft wordt dit weergegeven met de cijfers Het 5 e deel is een volgnummer om de betreffende code uniek te maken en heeft verder geen betekenis. 6. Het laatste deel betreft eventueel een versienummer. Pagina 15 van 137
16 Bij verandering in wet- en regelgeving of bij het verkrijgen van nieuwe inzichten zijn mutaties op controleregels mogelijk. Er zijn in deze situatie drie mogelijkheden: Er ontstaat een nieuwe controleregel met een nieuwe begindatum. De originele controleregel kan worden aangescherpt maar blijft dezelfde begindatum houden (en werkt dus met terugwerkende kracht) De originele controleregel wordt voorzien van een einddatum. De nieuwe controleregel krijgt een extra codering die refereert aan het versienummer. De nieuwe controleregel zal worden toegevoegd aan de bestaande regelset en zal tevens worden voorzien van een nieuwe ingangsdatum Ter verduidelijking is in het onderstaande voorbeeld een situatie geschetst waarin controleregel D.P.A vanwege een mutatie wijzigt. De nieuwe controleregel die ontstaat is D.P.A Mocht er daarna weer een mutatie plaatsvinden, dan zal de nieuwe controle- regel worden voorzien van een opvolgend versienummer en krijgt de oude controleregel een einddatum. Pagina 16 van 137
17 P, S, PS en D Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 7 te onderscheiden categorieën. Deze categorieën variëren van volledig parallel d.w.z. dat sprake is van een gelijke begindatum en een gelijke einddatum (P1) tot een combinatie waarbij sprake is van serieel declareren (P5, P7 en P8). Deze categorieën hebben betrekking op Zorgproducten, overige zorgproducten (OZP s) en zorgactiviteiten. P (betreft Parallelliteit) P1 Dit betreft een situatie van Zorgproducten/OZP s of zorgactiviteiten met een gelijke begin- en einddatum. P2 Dit betreft een situatie van Zorgproducten/OZP s met een gelijke begindatum maar een afwijkende einddatum. P3 Dit betreft een situatie van Zorgproducten/OZP s waarbij het 2e Zorgproduct/OZP binnen de beginen einddatum valt van het 1e Zorgproduct/OZP. P4 Dit betreft een situatie van Zorgproducten/OZP s waarbij het 2e Zorgproduct/OZP een begindatum heeft na de begin- maar voor de einddatum van het 1e Zorgproduct/OZP en waarbij de einddatum na de einddatum van het 1e Zorgproduct/OZP ligt. Pagina 17 van 137
18 S (betreft Serialiteit) P5 Dit betreft een situatie van Zorgproducten/OZP s waarbij er sprake is van slechts 1 dag overlap d.w.z. de einddatum van het 1e Zorgproduct/OZP is de begindatum van het 2e Zorgproduct/OZP. P7 Dit betreft een situatie van Zorgproducten/OZP s of zorgactiviteiten waarbij de begindatum van het 2e Zorgproduct/OZP of zorgactiviteit 1 dag na de einddatum van het 1e Zorgproduct/OZP of zorgactiviteit ligt. P 7 P8 Dit betreft een situatie van Zorgproducten/OZP s of zorgactiviteiten waarbij de begindatum van het 2e Zorgproduct/OZP of Zorgactiviteit minimaal 2 dagen (of langer met een max van 365 dagen tot en 120 dagen vanaf ) na de einddatum van het 1e Zorgproduct/OZP of Zorgactiviteit ligt. P 8 PS (betreft zowel parallelliteit als serialiteit) In sommige gevallen is de betreffende regel zowel van toepassing op parallel als op serieel gedeclareerde Zorgproducten. In dit geval wordt de betreffende regel gecodeerd met de codering PS. D (betreft DUUR) Er wordt gecontroleerd of de DUUR van het gedeclareerde Zorgproduct voldoet aan de daaraan gestelde voorwaarden (afsluitregels). Pagina 18 van 137
19 DOT controleregels Afkeuringscodes Afkeuringscodes voorzien van een * zijn nieuw of aangepast ten opzichte van de vorige release (juli 2015). D.P.A Binnen alle specialismen kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/m P4) declareren van Zorgproducten waarvan de combinatie van diagnoses voorkomt op de Diagnose Combinatie Tabel (DCT). Indien dit het geval is wordt het goedkoopste Zorgproduct afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). DCT: Diagnose Combinatie Tabel betreft een lijst van combinaties van diagnoses die niet als parallelle subtrajecten bij 1 patiënt mogen voorkomen. P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa document: NR/CU-260 Art. 8.1a Een zorgtraject met subtraject ZT 11 wordt door de poortspecialist geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een poortspecialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling of diagnostiek niet past binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat. Parallelliteit: Een parallel zorgtraject bij eenzelfde specialisme mag alleen worden geopend indien er aantoonbaar sprake is van een andere zorgvraag dan waarvoor de patiënt al wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Daarbij geldt tevens dat aan beide onderstaande voorwaarden moet worden voldaan: - Het parallelle zorgtraject dient een zorgprofiel te hebben met eigen zorgactiviteiten met: 1. minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen en/of; 2. minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1, 2 of 3. In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of; minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of; Pagina 19 van 137
20 minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen. minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie ). - De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor op de Diagnose Combinatie Tabel. D.P.A.99.02* (aangepast) Binnen alle specialismen kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/m P4) declareren van Zorgproducten met identieke diagnoses (die niet voorkomen op de DCT) indien : beiden een conservatieve behandeling betreffen. Of de ene een operatieve en de andere een conservatieve behandeling betreft Als dit wel het geval is dan wordt de goedkoopste afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en controleert deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten (Uitgangspunt.02) en op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Tabel Homogene operatieve Zorgproducten Tabel Heterogene operatieve Zorgproducten Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten Tabel Homogene operatieve Zorgproducten Tabel Heterogene operatieve Zorgproducten Tabel 42-dagenregel Zorgactiviteiten Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel 42-dagenregel zorgactiviteiten P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT). Binnen het specialisme revalidatiegeneeskunde worden SRB Zorgproducten uitgesloten van deze controle. Pagina 20 van 137
21 Parallelle combinatie van medicinale oncologische zorgproducten en stamceltransplantatie zorgproducten met dezelfde diagnose worden uitgesloten van deze controle ICC Zorgproducten met zorgtype 13 worden uitgesloten van deze controle NZa beleidsregel: NR/CU-260 Art 8.1b Een zorgtraject met subtraject ZT 11 wordt door de poortspecialist geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een poortspecialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling of diagnostiek niet past binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat. Een parallel zorgtraject bij eenzelfde specialisme mag alleen worden geopend indien er aantoonbaar sprake is van een andere zorgvraag dan waarvoor de patiënt al wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Voor parallelliteit bij dubbelzijdige aandoeningen geldt: indien sprake is van beide zijden operatief en geen identieke diagnosen in de diagnosecombinatietabel, mogen twee zorgtrajecten worden gedeclareerd. in alle andere situaties mag één zorgtraject worden gedeclareerd. Pagina 21 van 137
22 D.P.A.99.04* (aangepast) Een ICC (ZT=13) dient in alle gevallen een parallelle (P1 t/m P3) looptijd te hebben met een klinische opname van een ander poortspecialisme of een IC-behandeldag. Indien dit niet het geval is wordt het ICC zorgtraject afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en controleert deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten (Uitgangspunt.02) en op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Tabel klinische Zorgproducten Tabel IC-behandeldag Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten Tabel klinische Zorgproducten Tabel IC-behandeldag Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel Zorgactiviteit klinisch intercollegiaal consult Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel Zorgactiviteit klinisch intercollegiaal consult P1 t/m P3: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT). Looptijd: periode van begindatum tot en met einddatum Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van de ICC, zodat klinische Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring Een ICC mag in combinatie met een verblijfsdag GGZ op een PAAZ of PUK. NZa beleidsregel: NR/CU-260 Art. 8.4 Een zorgtraject met subtraject ZT 13 wordt door de poortspecialist geopend bij een intercollegiaal consult (ICC) voor een patiënt die klinisch is opgenomen. Hierbij geldt het volgende: Een ICC mag alleen worden geregistreerd bij een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen en/of IC-behandeldagen of verblijfsdagen GGZ op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd. Pagina 22 van 137
23 D.P.A Het parallel (P1 t/m P4) declareren van meerdere ICC (ZT 13) binnen hetzelfde poortspecialisme is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 de (of meerdere) ICC afgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: NR/CU-260 Art 8.4 Een zorgtraject met subtraject ZT 13 wordt door de poortspecialist geopend bij een intercollegiaal consult (ICC) voor een patiënt die klinisch is opgenomen. Hierbij geldt het volgende: - Een specialisme mag per klinische opname ten hoogste 1 ICC zorg/subtraject voor een intercollegiaal consult registreren. Bij een klinische opname kunnen wel meerdere specialismen 1 ICC zorg/subtraject openen. Pagina 23 van 137
24 D.A Een Ondersteunend product (OP)/ Overig product (OVP) met begindatum in 2012 en een Overig Zorgproduct (OZP) met begindatum vanaf wordt afgekeurd indien aan onderstaande voorwaarde wordt voldaan: De aanvrager is niet afkomstig uit de eerste lijn. of De aanvrager betreft een specialisme waarvoor de DBC-systematiek van toepassing is. Deze controleregel heeft betrekking op een Ondersteunend product (OP)/ Overig product (OVP) met een begindatum tussen en en op een Overig Zorgproduct met een begindatum vanaf en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met OP Tabel met OVP Tabel met OZP Ondersteunende producten (OP) Een ondersteunend product (OP) valt onder de categorie overige Zorgproducten. Een OP wordt uitgedrukt in een zorgactiviteit en wordt geleverd door een niet-poortspecialisme op verzoek van de eerstelijn of een ander specialisme binnen dezelfde instelling waarvoor de DBC-systematiek niet geldt of voor verpleging in de thuissituatie in het kader van medisch specialistisch zorg (zie bijlage 4 bij beleidsregel BR/CU 2045). Overige producten (OVP) Een overig product (OVP) valt onder de categorie overige Zorgproducten. Een OVP wordt uitgedrukt in een zorgactiviteit en wordt geleverd door een poortspecialisme op verzoek van de eerstelijn of een ander specialisme binnen dezelfde instelling waarvoor de DBCsystematiek niet geldt (zie bijlage 4 bij beleidsregel BR/CU 2136). NZa: BELEIDSREGEL BR/CU Art 15 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 15.3 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 8.5 Een zorgtraject met subtraject ZT41 wordt door een poortspecialisme geopend indien deze, op verzoek van de eerstelijn of een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling voor welke de DBCsystematiek niet geldt (kaakchirurgie), een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch specialistische behandeling en diagnostiek en prenatale screening levert aan een patiënt. Een overig zorgproduct kan niet los gedeclareerd worden als op dezelfde dag een zorg/subtraject wordt geopend voor dezelfde zorgvraag. De zorgactiviteit maakt in dat geval deel uit van het zorg/subtraject met ZT11. Pagina 24 van 137
25 Een overig zorgproduct uit de categorieën eerstelijns diagnostiek en paramedische behandeling en onderzoek, kan alleen in rekening worden gebracht als er sprake is van: a. Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van de eerstelijn35, waarbij dit overige zorgproduct niet op dezelfde dag leidt tot opening van een zorgtraject voor dezelfde zorgvraag, of b. Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling, waarvoor de DBC-systematiek niet geldt, of c. Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met medisch specialistische zorg zoals beschreven in de beleidsregel Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met Medischspecialistische zorg, of d. Paramedische zorg, waarbij de betreffende zorgactiviteiten niet uitgevoerd worden in het kader van een DBC-zorgproduct.36 Hierbij gaat het om: - Paramedische zorg voor een andere zorgvraag dan de zorgvraag waarvoor een zorgtraject loopt, of - Paramedische zorg die uitgevoerd wordt en waarbij tegelijkertijd geen DBC-zorgproduct wordt gedeclareerd. Voor de categorie ondersteunende producten (OP) en overige producten (OVP) en Overige Zorgproducten is in het geval van directe toegang verwijzing vanuit de 1ste lijn niet noodzakelijk. Deze producten zijn opgenomen als uitzondering: Voor de ondersteunende producten fysiotherapie ( T/M , T/M , T/M , ). Voor orthoptie ( en ) & ( en ) Voor ergotherapie ( en ) Voor logopedie ( en t/m193093) Voor dieetadvisering ( en ) Voor prenatale screening (037510, , , en 37521) Op basis van de NZa beleidsregel BR/CU-2079 artikel 4 geldt dat de verbijzondering van de nadere regel MSZ niet van toepassing is op de volgende instellingen: 50 Huisartsen laboratoria 34 Trombosediensten Pagina 25 van 137
26 D.P.A a* (aangepast) Indien een OVP een parallelle looptijd heeft (P1 t/m P4) met een Zorgproduct (ZT 11 of ZT 21) van hetzelfde specialisme, waarvan de combinatie voorkomt op de relatietabel, wordt het OVP afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 september 2012 en 31 december 2013 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproduct/zorgproduct Tabel overige zorgproducten (OVP) Tabel Zpc relatie OVP. (va ) Tabel Zpc relatie OVP. (va ) Tabel Zpc relatie OVP. (va ) Relatietabel: ZPc relatie OVP tabel betreft een lijst van combinatie van OVP s en Zorgproducten die niet als parallelle trajecten bij één patiënt mogen voorkomen. P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Bij de controle wordt de OVP afgekeurd waarbij de voorschrijver/verwijzer een poortspecialist betreft. NZa beleidsregel: NR/CU-228 Artikel 6.3 en 15.2 Een overig product (OVP) valt onder de categorie overige Zorgproducten. Een OVP wordt uitgedrukt in een zorgactiviteit en wordt geleverd door een poortspecialisme op verzoek van de eerstelijn of een ander specialisme binnen dezelfde instelling waarvoor de DBC-systematiek niet geldt of voor verpleging in de thuissituatie in het kader van medisch specialistisch zorg. Indien een betreffende zorgactiviteit uitgevoerd wordt in het kader van een zorgtraject van een hoofdbehandelaar, is er geen sprake van een OVP. De zorgactiviteiten zijn dan onderdeel van het DBC-Zorgproduct van de hoofdbehandelaar. Pagina 26 van 137
27 D.S.A.99.08b* (aangepast) Indien de einddatum van een OVP ligt binnen een week van de startdatum (P5 t/m P8) van het Zorgproduct (ZT 11 of ZT 21) van hetzelfde specialisme, waarvan de combinatie voorkomt op de relatietabel, wordt het OVP afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 september 2012 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproduct/zorgproduct Tabel Zpc relatie OVP. (va ) Relatietabel: ZPc relatie OVP tabel betreft een lijst van combinatie van OVP s en Zorgproducten die niet als seriële trajecten binnen een week bij één patiënt mogen voorkomen. P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa document: NR/CU-257 Artikel 8.3 Een zorgtraject met subtraject ZT 41 wordt door de poortspecialist geopend indien een poortspecialist op verzoek van de eerstelijn of een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling, voor welke de DBC-systematiek niet geldt (bv. kaakchirurgie) een overig product (OVP) levert aan een patiënt. Indien het OVP binnen één week leidt tot opening van een zorg-en subtraject, kan er geen OVP worden gedeclareerd. In dat geval dient het zorg- en subtraject met ZT 41 te worden gewijzigd in zorg- en subtraject met ZT 11, maakt de zorgactiviteit deel uit van het zorg- en subtraject en is er geen sprake meer van een OVP. Het DBC zorg- en subtraject krijgt hierbij als startdatum de datum waarop het OVP is uitgevoerd. Pagina 27 van 137
28 D.P.A.99.08c* (aangepast) Indien een OP een parallelle looptijd heeft (P1 t/m P4) met een Zorgproduct (ZT 11 of ZT 21), waarvan de combinatie voorkomt op de relatietabel, wordt het OP afgewezen. Inhoudelijk verantwoording: Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 september 2012 en 31 december 2013 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproduct/zorgproduct Tabel ondersteunende producten (OP) Tabel Zpc relatie OP. (va ) Relatietabel: ZPc relatie OP tabel betreft een lijst van combinatie van OP s en Zorgproducten die niet als parallelle trajecten bij één patiënt mogen voorkomen. P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Bij de controle wordt de OP afgekeurd waarbij de voorschrijver/verwijzer een poortspecialist betreft. NZa beleidsregel: NR/CU-228 Artikel 6.3 en 15.2 NZa beleidsregel: BR/CU Artikel 13 Een ondersteunend product (OP) valt onder de categorie overige Zorgproducten. Een OP wordt uitgedrukt in een zorgactiviteit en wordt geleverd door een niet-poortspecialisme op verzoek van de eerstelijn of een ander specialisme binnen dezelfde instelling waarvoor de DBC systematiek niet geldt. Een OP wordt tevens uitgedrukt in een zorgactiviteit voor verpleging in de thuissituatie in het kader van medisch specialistisch zorg. Indien de betreffende zorgactiviteit wordt uitgevoerd in het kader van een zorgtraject van een hoofdbehandelaar, is er geen sprake van een OP. De zorgactiviteiten zijn dan onderdeel van het DBC- Zorgproduct van de hoofdbehandelaar. Pagina 28 van 137
29 D.S.A.99.08d* (aangepast) Indien de einddatum van een OP ligt binnen een week van de startdatum (P5 t/m P8) van het Zorgproduct (ZT 11 of ZT 21) waarvan de combinatie voorkomt op de relatietabel, wordt het OP afgewezen. Verantwoording : Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 september 2012 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproduct/zorgproduct Tabel Zpc relatie OP. (va ) Relatietabel: ZPc relatie OP tabel betreft een lijst van combinatie van OP s en Zorgproducten die niet als seriële trajecten binnen een week bij één patiënt mogen voorkomen. P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa document: NR/CU-220 Artikel 14.5 NZa document: NR/CU-257 Artikel 8.3 Een ondersteunend product (OP) valt onder de categorie overige Zorgproducten. Een OP wordt uitgedrukt in een zorgactiviteit en wordt geleverd door een niet-poortspecialisme op verzoek van de eerstelijn of een ander specialisme binnen dezelfde instelling waarvoor de DBC systematiek niet geldt. Een OP wordt tevens uitgedrukt in een zorgactiviteit voor verpleging in de thuissituatie in het kader van medisch specialistisch zorg. Indien de betreffende zorgactiviteit wordt uitgevoerd in het kader van een zorgtraject van een hoofdbehandelaar, is er geen sprake van een OP. De zorgactiviteiten zijn dan onderdeel van het DBC- Zorgproduct van de hoofdbehandelaar. Pagina 29 van 137
30 D.P.A Het parallel (P1 t/m P4) declareren van Add-on IC activiteiten met ZT 51 of ZT 52 binnen dezelfde instelling is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de goedkoopste afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Combinatietabel Add-on IC activiteiten P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260. Art.8.6 Een zorgtraject met subtraject ZT 51 of ZT 52 wordt door de intensivist (of andere medisch eindverantwoordelijke op de IC) geopend bij opname op de IC afdeling. Hierbij geldt het volgende: Parallelle IC zorg/subtrajecten met ZT 51 of ZT 52 zijn niet toegestaan. Pagina 30 van 137
31 D.P.A Een Add-on IC zorgactiviteit dient in alle gevallen in samenhang met een Zorgproduct met ZT 11 of ZT 21 te worden gedeclareerd. Indien dit niet het geval is wordt de Add-on IC zorgactiviteit afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel Add-on IC activiteiten Samenhang betekent in deze situatie parallel en ook direct aansluitend (het IC-traject moet in deze situatie voorafgaand aan het DBC-zorgproduct gedeclareerd zijn); Parallel ( P1 t/m P4): Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Direct aansluitend (P5 of P7); P5: Dit betreft een situatie van waarbij er sprake is van slechts 1 dag overlap d.w.z. de einddatum van het 1e Zorgproduct/OZP is de begindatum van het 2e Zorgproduct/OZP. P7: Dit betreft een situatie van waarbij de begindatum van het 2e Zorgproduct/OZP 1 dag na de einddatum van het 1e Zorgproduct/OZP ligt. (Zie: Codering DOT). Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van de IC zorgactiviteit, zodat Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring. Add-on IC activiteiten met ZT 52 zijn uitgesloten van deze controleregel NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260. Art.8.6 Een zorgtraject met subtraject ZT 51 of ZT 52 wordt door de intensivist (of andere medisch eindverantwoordelijke op de IC) geopend bij opname op de IC afdeling. Hierbij geldt het volgende: Er dient een verwijzing te worden geregistreerd vanuit welk zorgtraject (= het zorgtraject van de hoofd-behandelaar) naar het IC zorg/subtraject 51 is verwezen. Een IC zorg/subtraject 51 dient namelijk altijd in samenhang met een zorgtraject van de hoofdbehandelaar te worden geregistreerd. Pagina 31 van 137
32 D.D.A Indien de DUUR van een klinisch Zorgproduct, met ZT 11 of ZT 21, < 42 dagen bedraagt (na de ontslagdatum van de laatste klinische opname), dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. De minimale looptijd is 44 dagen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Tabel klinische Zorgproducten DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 43 dagen) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten klinisch DUUR: (Eind_datumPrestatie Ontslagdatum ( 1 ste dag na laatst geregistreerde verpleegdag zorgactiviteit) +1 is kleiner dan 42 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 44 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van Zorgproducten voor chronische zorg met thuisbeademing, chronische zorg met hemodialyse is het toegestaan het Zorgproduct eerder dan 44 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van controleregels D.D.A en D.D.A In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 44 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregels. Nza beleidsregel: Nr-Cu 260 Art 10.1 a Een subtraject met een ZT11 of 21 (initiële of vervolgbehandeling) wordt gesloten Bij een klinisch subtraject met ZT11 en 21 Op de 42e dag na ontslagdatum. Wanneer binnen deze 42-dagen periode na (de laatste) ontslagdatum nog een dagverpleging (1 of meer) of operatieve ingreep (1 of meer) plaatsvindt, dan wordt toch afgesloten op de 42e dag na ontslag uit de kliniek. Wanneer binnen deze 42-dagen periode een klinische (her) opname plaatsvindt dan wordt afgesloten op de 42e dag na de ontslagdatum van de laatste klinische opname. Pagina 32 van 137
33 D.D.A Indien de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct (dagopname of polikliniek) met operatieve ingreep, met ZT 11 of ZT 21, < 42 dagen bedraagt (na de datum waarop de laatste operatieve ingreep heeft plaatsgevonden), dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. De minimale looptijd is 43 dagen Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Tabel Homogene operatieve Zorgproducten Tabel Heterogene operatieve Zorgproducten DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 43 dagen) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel 42-dagenregel zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten klinisch DUUR: (Eind_datumPrestatie Ontslagdatum ( 1 ste dag na laatst geregistreerde verpleegdag zorgactiviteit) +1 is kleiner dan 42 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van Zorgproducten voor chronische zorg met thuisbeademing, chronische zorg met hemodialyse is het toegestaan het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van controleregels D.D.A en D.D.A In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregels NZa beleidsregel: Nr-Cu 260 Art 10.1 b Algemene afsluitregels bij een niet-klinisch subtraject (dagverpleging of polikliniek) met operatieve ingrepen, met ZT 11 en ZT 21: Op de 42e dag na de datum dat de operatieve ingreep heeft plaatsgevonden. Wanneer binnen deze 42 dagen de patiënt opnieuw een operatieve ingreep ondergaat dan wordt afgesloten op de 42e dag na de datum van de laatste ingreep Pagina 33 van 137
34 D.D.A Indien de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct (dagopname of polikliniek) met een conservatieve (=niet-operatief) behandeling, met ZT 11, <90 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 90 dagen) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel 42-dagenregel zorgactiviteiten DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 90 dagen) Bij de bepaling van een niet-klinisch, niet operatief Zorgproduct (dagopname of polikliniek) wordt gekeken of het zorgproduct niet op tabel klinische ZP of Operatieve (homogeen en heterogeen) ZP staat en of de zorgactiviteit niet op tabel klinisch of 42- dagenregel zorgactiviteiten staat. In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van Zorgproducten voor chronische zorg met thuisbeademing, chronische zorg met hemodialyse of complex chronisch longfalen (CCL) is het toegestaan het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van controleregels D.D.A , D.D.A , D.D.A en D.D.A In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregels Zorgproducten binnen de specialismen revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg zijn uitgezonderd van deze controleregel als de begindatum na is. NZa beleidsregel: Nr-Cu 260 Art 10.1c Bij een niet-klinisch subtraject (dagverpleging of polikliniek) met een conservatieve (= nietoperatieve) behandeling: met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; Pagina 34 van 137
35 D.D.A Indien de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct (dagopname of polikliniek) met een conservatieve (=niet-operatief) behandeling, met ZT 21, <365 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 januari 2012 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03). DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 365 dagen) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel 42-dagenregel zorgactiviteiten DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 365 dagen) Bij de bepaling van een niet-klinisch, niet operatief Zorgproduct (dagopname of polikliniek) wordt gekeken of het zorgproduct niet op tabel klinische ZP of Operatieve (homogeen en heterogeen) ZP staat en of de zorgactiviteit niet op tabel klinisch of 42- dagenregel zorgactiviteiten staat. In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van Zorgproducten voor chronische zorg met thuisbeademing, chronische zorg met hemodialyse, blaasspoeling bij interstitiële cystitis, blaasspoeling bij blaascarcinomen en APD- of andere bisfosfonaat infusen, erfelijkheidsadvisering complex of complex chronisch longfalen (CCL) is het toegestaan het Zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van controleregels D.D.A t/m D.D.A ,D.D.A.99.85, D.D.A en D.D.A In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregels. Zorgproducten binnen de specialismen revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg zijn uitgezonderd van deze controleregel als de begindatum na is. NZa beleidsregel: Nr-Cu 240 Art 9.1 Bij een niet-klinisch subtraject (dagverpleging of polikliniek) met een conservatieve (= nietoperatieve) behandeling: Pagina 35 van 137
36 met ZT21: op de 365e dag na de opening van het subtraject D.D.A Indien de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct (dagopname of polikliniek) met een conservatieve (=niet-operatief) behandeling, met ZT 21, <120 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03). Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel 42-dagenregel zorgactiviteiten DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 120 dagen) Bij de bepaling van een niet-klinisch, niet operatief Zorgproduct (dagopname of polikliniek) wordt gekeken of de zorgactiviteit niet op tabel klinisch of 42-dagenregel zorgactiviteiten staat. In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 120 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van Zorgproducten met zorgactiviteiten voor chronische zorg met thuisbeademing of chronische zorg met hemodialyse, erfelijkheidsadvisering complex of complex chronisch longfalen (CCL) is het toegestaan het Zorgproduct eerder dan 120 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van controleregels D.D.A t/m D.D.A , D.D.A.99.85, D.D.A en D.D.A In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 120 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregels. Zorgproducten binnen de specialismen revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg zijn uitgezonderd van deze controleregel als de begindatum na is. NZa beleidsregel: Nr-Cu 260 Art 10.1c Bij een niet-klinisch subtraject (dagverpleging of polikliniek) met een conservatieve (= nietoperatieve) behandeling: met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject. Pagina 36 van 137
37 D.D.A Indien de DUUR van een Zorgproduct voor chronische zorg met thuisbeademing <30 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel chronische thuisbeademing Zorgproducten DUUR: (Eind_datum - Begin_datum + 1 kleiner dan 30 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 30 dagen af te sluiten Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2b Chronische zorg bij thuisbeademing ( ) Bij chronische zorg met thuisbeademing wordt telkens na een periode van 30 dagen afgesloten. Het zorgprofiel bevat tenminste één van de zorgactiviteiten voor thuisbeademing. De voorbereidingsfase wordt afgesloten op de dag voor de start van de chronische thuisbeademing tenzij deze niet leidt tot chronische thuisbeademing. In het laatste geval gelden de algemene regels voor afsluiting als vermeld in artikel Voor chronische zorg met thuisbeademing wordt een apart zorgtraject geopend (zo nodig parallel aan de aandoening waarvoor de chronische thuisbeademing wordt gegeven). D.D.A.99.17* (aangepast) Indien de DUUR van een Zorgproduct voor chronische zorg met hemodialyse <7 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03). Tabel chronische hemodialyse Zorgproducten DUUR: (Eind_datum - Begin_datum + 1 is kleiner dan 7 dagen) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten chronische hemodialyse DUUR: (Eind_datum - Begin_datum + 1 is kleiner dan 7 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 7 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2c Pagina 37 van 137
38 Chronische zorg met hemodialyse wordt afgesloten telkens na een periode van zeven dagen. Hetzorgprofiel bevat tenminste 1 van de zorgactiviteiten voor hemodialyse ( ). D.D.A Indien bij het specialisme urologie de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct voor behandeling met blaasspoelingen bij interstitiële cystitis <90 dagen bedraagt, wordt dit Zorgproduct afgekeurd. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 januari 2012 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel blaasspoelingen interstitiële cystitis Zorgproducten DUUR: (Eind_datum - Begin_datum + 1 is kleiner dan 90 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G NZa: beleidsregel: Nr-Cu 257 Art. 10.2d Bij niet-klinische subtrajecten Urologie voor behandeling met blaasspoelingen bij interstitiële cystitis wordt het subtraject telkens na 90 dagen afgesloten ( ). D.D.A Indien bij het specialisme urologie de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct voor behandeling met blaasspoelingen bij blaascarcinomen <90 dagen bedraagt, wordt dit Zorgproduct afgekeurd. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 januari 2012 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel blaasspoelingen blaascarcinomen Zorgproducten DUUR: (Eind_datum - Begin_datum + 1 is kleiner dan 90 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G NZa: beleidsregel: Nr-Cu 257 Art. 10.2e Bij niet-klinische subtrajecten Urologie voor behandeling met blaasspoelingen bij blaascarcinomen wordt het subtraject telkens na 90 dagen afgesloten ( ). Pagina 38 van 137
39 D.D.A Indien bij het specialisme urologie de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct voor behandelingen met APD- of andere bisfosfonaat infusen <90 dagen bedraagt, wordt dit Zorgproduct afgekeurd. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 januari 2012 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel APD- of andere bisfosfonaat infusen Zorgproducten DUUR: (Eind_datum - Begin_datum + 1 is kleiner dan 90 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G Tabel APD- of andere bisfosfonaat infusen Zorgproducten NZa: beleidsregel: Nr-Cu 257 Art. 10.2f Bij niet-klinische subtrajecten Urologie voor behandeling met APD- of andere bisfosfonaat infusen wordt het subtraject telkens na 90 dagen afgesloten ( ). D.P.A Een Zorgproduct uit de Zorgproductgroep Complex chronisch longfalen mag geen parallelle (P1 t/m P4) looptijd hebben met een ander Zorgproduct binnen deze Zorgproductgroep. Indien dit het geval is wordt het tweede of meerdere afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op DBC Zorgproducten met een begindatum tussen en en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel Zorgproducten complex chronisch longfalen P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa beleidsregel: NR/CU-220 Artikel 10.4 Indien de daartoe aangewezen instellingen DBC-Zorgproducten vanuit de Zorgproductgroep Complex chronisch longfalen declareren, dan mag er parallel aan het te declareren DBC- Zorgproduct geen ander DBC-Zorgproduct worden gedeclareerd. Pagina 39 van 137
40 D.P.A Een declaratie van het tarief voor uitname van een orgaan bij een levende donor dient een parallelle (P1 t/m P4) looptijd te hebben met de declaratie van het tarief van de ontvanger, bij de verzekeraar van en op naam van de ontvanger. Indien dit niet het geval is wordt de declaratie van het tarief voor uitname van een orgaan bij een levende donor afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproducten uitname van een orgaan bij een levende orgaandonor Tabel met Zorgproducten ontvanger van een orgaan bij een levende orgaandonor. P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 90 dagen na factuurdatum van het tarief voor uitname van een orgaan, zodat het tarief van de ontvanger die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring. NZa document: NR/CU-260 Artikel 14.6 Het tarief voor uitname van een orgaan bij een levende orgaandonor, wordt in rekening gebracht bij de verzekeraar van en op naam van de ontvanger. Pagina 40 van 137
41 D.P.A.99.47* (aangepast) Een IC-toeslag dient parallel (P1 t/m P4) met een IC-behandeldag te worden gedeclareerd. Indien dit niet het geval is wordt de IC-toeslag afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel IC-behandeldag Tabel IC-Toeslag P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: NR/CU-220 Artikel 14.3 NZa document: NR/CU-260 Artikel 15.8 Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag tariefgroep 1, 2 of 3 (190125, , ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de IC, ingedeeld in tariefgroep 1, 2 of 3. Niet als behandeldag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt op de IC, in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere post-operatieve bewaking en geen IC-behandeldag. De add-ons IC-toeslagen (190126, , , , , , , , ) mogen alleen in combinatie met IC-behandeldagen (190125, , ) worden gedeclareerd (dus niet in combinatie met de add-ons voor de neonatale IC en de pediatrische IC (190150, )). Artikel 15.8 Een add-on dialyse toeslag op de IC (190156) mag alleen in combinatie met een IC-behandeldag (190153, of ) worden gedeclareerd. Een add-on dialysetoeslag mag dus niet in combinatie met een add-on voor de neonatale IC en de pediatrische IC ( of ) worden gedeclareerd. Pagina 41 van 137
42 D.PS.A Het parallel (P1 t/m P4) of serieel (P5 t/m P8) declareren van meerdere Zorgproducten voor nazorg cochleaire implantaten door één zorgaanbieder binnen een jaar is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 januari 2012 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en controleert deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten (Uitgangspunt.02) en op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Tabel met Zorgproducten nazorg cochleaire implantaten Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgproducten nazorg cochleaire implantaten Tabel Zorgactiviteiten nazorg cochleaire implantaten Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten nazorg cochleaire implantaten P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa beleidsregel: BR/CU-2121 Artikel NZa beleidsregel: BR/CU-2136 Artikel Nazorg cochleaire implantaten ( en ) De zorgactiviteiten cochleaire implantaten nazorg volwassenen (031904) en cochleaire implantaten nazorg kinderen (031906) mogen uitsluitend door één zorgaanbieder eenmaal per jaar worden geregistreerd Nazorg cochleaire implantaten ( en ) Een zorgactiviteit cochleaire implantaten nazorg volwassenen (031904) en cochleaire implantaten nazorg kinderen (031906) mag uitsluitend door één zorgaanbieder eenmaal per 120 dagen worden geregistreerd op de dag van een polikliniekbezoek of een consult door de audioloog. Pagina 42 van 137
43 D.PS.A Het parallel (P1 t/m P4) of serieel (P5 t/m P8) declareren van meerdere Zorgactiviteiten voor nazorg cochleaire implantaten door één hoofdbehandelaar binnen 120 dagen is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03). Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten nazorg cochleaire implantaten P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa beleidsregel: BR/CU-2136 Artikel Nazorg cochleaire implantaten ( en ) Een zorgactiviteit cochleaire implantaten nazorg volwassenen (031904) en cochleaire implantaten nazorg kinderen (031906) mag uitsluitend door één zorgaanbieder eenmaal per 120 dagen worden geregistreerd op de dag van een polikliniekbezoek of een consult door de audioloog. Pagina 43 van 137
44 D.PS.A Het parallel (P1 t/m P4) of serieel (P5 t/m P8) declareren van meerdere Zorgproducten voor nazorg na één orgaantransplantatie door één hoofdbehandelaar binnen een jaar is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 januari 2012 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en controleert deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten (Uitgangspunt.02) en op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Tabel met Zorgproducten nazorg orgaantransplantatie Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgproducten nazorg orgaantransplantatie Tabel Zorgactiviteiten nazorg orgaantransplantatie Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten nazorg orgaantransplantatie P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa beleidsregel: BR/CU-2121 Artikel NZa beleidsregel: BR/CU-2136 Artikel Nazorg orgaantransplantaties ( t/m en ) Een zorgactiviteit voor nazorg na orgaantransplantaties ( t/m en ) mag per instelling door één hoofdbehandelaar eenmaal per jaar per transplantatie worden geregistreerd op de dag van een herhaal-polikliniekbezoek Nazorg orgaantransplantaties ( t/m en ) Een zorgactiviteit voor nazorg na orgaantransplantaties ( t/m en ) mag per instelling door één hoofdbehandelaar eenmaal per 120 dagen per transplantatie worden geregistreerd tijdens het eerste face-to-face contact in het kader van de nazorg. Pagina 44 van 137
45 D.PS.A Het parallel (P1 t/m P4) of serieel (P5 t/m P8) declareren van meerdere Zorgactiviteiten voor nazorg na één orgaantransplantatie door één hoofdbehandelaar binnen 120 dagen is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03). Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten nazorg orgaantransplantatie P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa beleidsregel: BR/CU-2136 Artikel Nazorg orgaantransplantaties ( t/m en ) Een zorgactiviteit voor nazorg na orgaantransplantaties ( t/m en ) mag per instelling door één hoofdbehandelaar eenmaal per 120 dagen per transplantatie worden geregistreerd tijdens het eerste face-to-face contact in het kader van de nazorg. Pagina 45 van 137
46 D.PS.A Het parallel (P1 t/m P4) of serieel (P5 t/m P8) declareren van meerdere Zorgproducten voor nazorg na een stamceltransplantatie door één zorgaanbieder binnen een jaar is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 januari 2012 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en controleert deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten (Uitgangspunt.02) en op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Tabel met Zorgproducten nazorg bij stamceltransplantatie Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgproducten nazorg bij stamceltransplantatie Tabel Zorgactiviteiten nazorg bij stamceltransplantatie Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten nazorg bij stamceltransplantatie P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa beleidsregel: BR/CU-2121 Artikel NZa beleidsregel: BR/CU-2136 Artikel Nazorg stamceltransplantaties (192079, , , ) Een zorgactiviteit post-transplantatietraject (192079, , en ) na stamceltransplantatie mag uitsluitend door één zorgaanbieder eenmaal na een transplantatie worden geregistreerd op de dag van een herhaal-polikliniekbezoek. Pagina 46 van 137
47 11.15 Nazorg stamceltransplantaties (192079, , , ) Een zorgactiviteit post-transplantatietraject (192079, , en ) na stamceltransplantatie mag uitsluitend door één zorgaanbieder gedurende maximaal 3 subtrajecten na een transplantatie worden geregistreerd tijdens het eerste face-to-face contact in het kader van de nazorg. D.PS.A Het parallel (P1 t/m P4) of serieel (P5 t/m P8) declareren van meerdere Zorgactiviteiten voor nazorg na een stamceltransplantatie door één zorgaanbieder binnen 120 dagen is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03). Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten nazorg bij stamceltransplantatie P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa beleidsregel: BR/CU-2136 Artikel Nazorg stamceltransplantaties (192079, , , ) Een zorgactiviteit post-transplantatietraject (192079, , en ) na stamceltransplantatie mag uitsluitend door één zorgaanbieder gedurende maximaal 3 subtrajecten na een transplantatie worden geregistreerd tijdens het eerste face-to-face contact in het kader van de nazorg. Pagina 47 van 137
48 D.P.A Het parallel (P1 t/m P4) declareren van meerdere Zorgproducten AICD-implantatie is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproduct AICD-implantaten P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZA document: Nr/Cu- 260 Artikel 14.8 AICD-implantatie Wanneer een cardioloog en een cardiochirurg tezamen een AICD-implantatie uitvoeren dan kan hiervoor één DBC-Zorgproduct worden gedeclareerd. Pagina 48 van 137
49 D.P.A Een ICC-IC en een IC-behandeldag mogen niet parallel (P1) gedeclareerd worden. Indien dit wel het geval is wordt de ICC-IC afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel met Add on ICC- IC P1: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel IC-consult (190129) Een intercollegiaal consult uitgevoerd door een medisch specialist vanuit de IC-afdeling (spoed en niet-spoed) aangevraagd door een specialist of andere arts die handelt onder supervisie van een medisch specialist in het ziekenhuis inclusief de afdeling spoedeisende hulp, of ongevraagd in geval van acute dreigende medische calamiteit. Indien een IC-consult leidt tot een IC-behandeldag (op dezelfde kalenderdag) mag er geen IC-consult worden geregistreerd. Pagina 49 van 137
50 D.P.A Het ordertarief per afname mag niet parallel (P1 t/m P4) worden gedeclareerd aan een INR bepaling. Indien dit het geval is wordt het ordertarief afgewezen, tenzij er een zorgactiviteit uit de tabel Laboratoriumonderzoek parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd wordt. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel Ordertarief per afname Tabel INR bepaling Tabel Laboratoriumonderzoek P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Trombosediensten (zorgverlenerssoort 3400 ) worden per uitgesloten van deze controleregel (Nr/CU- 257 Artikel 16.16). NZa beleidsregel Nr/CU- 260 Artikel NZa beleidsregel Br/CU Artikel Ordertarief per afname (079991) Afname van patiëntmateriaal (bloed, urine, et cetera) op één tijdstip of indien om medisch redenen noodzakelijk op verschillende tijdstippen. Onder afname wordt ook steeds aanname (urine, feces, et cetera) verstaan. Bij uitbesteding aan een andere interne of externe uitvoerder mag deze prestatie maar één keer in rekening worden gebracht. Deze prestatie kan bij een INR bepaling (079995) niet in rekening worden gebracht Artikel Het ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken ( en 79989) kan bij een INR bepaling (079995) niet in rekening worden gebracht. Deze declaratiebepaling is niet van toepassing op organisaties met een erkenning als trombosediensten zoals omschreven in de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). Pagina 50 van 137
51 D.P.A De toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie moet een parallelle (P1 t/m P4) looptijd hebben met enkelvoudige ergotherapie. Indien dit niet het geval is wordt de toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel Enkelvoudige ergotherapie Tabel Toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Enkelvoudige ergotherapie (193012) Enkelvoudige ergotherapeutische hulp omvat de hulp door een ergotherapeut, verbonden aan een revalidatiecentrum, verpleeghuis, algemeen ziekenhuis, categoraal instelling, universitair medisch centrum of thuiszorgorganisatie, bij de verzekerde thuis of in de behandelruimte van genoemde instellingen. Hieronder valt niet de behandeling en/of verpleging van een patiënt in het kader van een indicatie voor medisch-specialistische hulp, revalidatiebehandeling of verpleeghuiszorg. Het tarief geldt per vijftien minuten behandeltijd en de totale behandeltijd wordt daarom rekenkundig afgerond op eenheden tijdsduur van vijftien minuten. Indien op één dag meer behandelingen per patiënt plaatsvinden worden de behandeltijden opgeteld alvorens deze afronding wordt toegepast. Toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie (193013) Een toeslag voor de behandeling van een patiënt aan huis, per bezoek (maximaal éénmaal) per dag, ongeacht de duur van de behandeling. Pagina 51 van 137
52 D.P.A Het parallel (P1 t/m P4) declareren van meerdere Zorgactiviteiten toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie, ongeacht de duur van de behandeling, is niet toegestaan. Indien dit het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel Toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie P1 : Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Enkelvoudig ergotherapie (193012) Enkelvoudige ergotherapeutische hulp omvat de hulp door een ergotherapeut, verbonden aan een revalidatiecentrum, verpleeghuis, algemeen ziekenhuis, categoraal instelling, universitair medisch centrum of thuiszorgorganisatie, bij de verzekerde thuis of in de behandelruimte van genoemde instellingen. Hieronder valt niet de behandeling en/of verpleging van een patiënt in het kader van een indicatie voor medisch-specialistische hulp, revalidatiebehandeling of verpleeghuiszorg. Het tarief geldt per vijftien minuten behandeltijd en de totale behandeltijd wordt daarom rekenkundig afgerond op eenheden tijdsduur van vijftien minuten. Indien op één dag meer behandelingen per patiënt plaatsvinden worden de behandeltijden opgeteld alvorens deze afronding wordt toegepast. Toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie (193013) Een toeslag voor de behandeling van een patiënt aan huis, per bezoek (maximaal éénmaal) per dag, ongeacht de duur van de behandeling Pagina 52 van 137
53 D.PS.A.99.56* (aangepast) Het Parallel (P1 t/m P4) of Serieel (P5 t/m P8) declareren van meerdere Zorgactiviteiten Intakecontact voor enkel- of meervoudige hartrevalidatie binnen een zorgtraject is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 de (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen en en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel Intakecontact P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Hartrevalidatie ( t/m ) Conform de richtlijn van de Nederlandse Hartstichting uitvoeren van enkel- of meervoudige hartrevalidatie. Voor elk van de onderstaande onderdelen van het revalidatietraject geldt dat gedeclareerd wordt nadat de patiënt het betreffende onderdeel heeft afgerond. Intakecontact (193121) Individuele intake voor enkel- of meervoudige hartrevalidatie, bestaande uit een intakegesprek en een inspanningstest. Informatiemodule (193122) Informatiemodule voor het enkel- of meervoudige hartrevalidatieprogramma. De module is gebaseerd op een viertal informatiesessies door respectievelijk een cardioloog, een psycholoog, een diëtist en een maatschappelijk werker of verpleegkundige, voor een groep patiënten. FIT-Module met meer of minder dan tien sessies ( / ) De bewegingsmodule FIT van het enkel- of meervoudige hartrevalidatieprogramma bestaat uit een aantal sessies van ieder minimaal vijf kwartier onder begeleiding van minimaal twee fysiotherapeuten met optionele inspanningstest. Op de factuur dient het aantal door de patiënt bijgewoonde sessies expliciet te worden vermeld. Pagina 53 van 137
54 PEP-Module (193125) De PEP-module van het meervoudige hartrevalidatieprogramma bestaat uit een intake, een aantal sessies met een psycholoog en een coördinator en (telefonische) nazorg. De module is gebaseerd op individuele intake en nazorg en een viertal sessies van twee uur in groepsverband. De module kan alleen in rekening worden gebracht als de patiënt minimaal twee sessies heeft bijgewoond. Op de factuur dient het aantal door de patiënt bijgewoonde sessies expliciet te worden vermeld. D.P.A.99.57a Verkeerde bed mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan een IC-dag. Indien dit wel het geval is wordt Verkeerde bed afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel Verkeerde bed Tabel IC-behandeldagen P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel en Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag tariefgroep 1, 2 of 3 (190125, , ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de IC, ingedeeld in tariefgroep 1, 2 of 3. Niet als behandeldag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt op de IC, in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere post-operatieve bewaking en geen IC-behandeldag. Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag licht, middel of zwaar (190153, en ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een IC patiënt, ingedeeld in behandeldag licht, middel of zwaar. Verkeerde bed (190031) Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf het moment dat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie voor opname in een verpleeghuis is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is in een verpleeghuis. Pagina 54 van 137
55 D.P.A.99.58a Verblijf gezonde moeder mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan een IC-behandeldag. Indien dit wel het geval is wordt Verblijf gezonde moeder afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel Verblijf gezonde moeder Tabel IC-behandeldagen P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel en Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag tariefgroep 1, 2 of 3 (190125, , ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de IC, ingedeeld in tariefgroep 1, 2 of 3. Niet als behandeldag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt op de IC, in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere post-operatieve bewaking en geen IC-behandeldag. Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag licht, middel of zwaar (190153, en ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een IC patiënt, ingedeeld in behandeldag licht, middel of zwaar. Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in de zorginstelling, omdat haar pasgeboren kind daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Indien bij ziekte van het pasgeboren kind de behandeling wordt overgenomen door een andere specialist, kan daarom geen nieuwe opname worden geregistreerd. Pagina 55 van 137
56 D.P.A.99.59a Verblijf gezonde zuigeling mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan een ICbehandeldag. Indien dit wel het geval is wordt Verblijf gezonde zuigeling afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel Verblijf gezonde zuigeling Tabel IC-behandeldagen P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel en Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag tariefgroep 1, 2 of 3 (190125, , ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de IC, ingedeeld in tariefgroep 1, 2 of 3. Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag licht, middel of zwaar (190153, en ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een IC patiënt, ingedeeld in behandeldag licht, middel of zwaar. Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de neonatale IC van een door het ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie. Pediatrische intensive care (190151) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de pediatrische IC. Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in de zorginstelling omdat de moeder daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Indien bij ziekte van de moeder de behandeling wordt overgenomen door een andere specialist, kan daarom geen nieuwe opname worden geregistreerd. Pagina 56 van 137
57 D.P.A.99.60a Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan een IC-behandeldag. Indien dit wel het geval is wordt de Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie Tabel IC-behandeldagen P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel en Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag tariefgroep 1, 2 of 3 (190125, , ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de IC, ingedeeld in tariefgroep 1, 2 of 3. Niet als behandeldag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt op de IC, in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere post-operatieve bewaking en geen IC-behandeldag. Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag licht, middel of zwaar (190153, en ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een IC patiënt, ingedeeld in behandeldag licht, middel of zwaar. Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038) Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf het moment dat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde indicatie voor opname in een verpleeghuis) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven. Pagina 57 van 137
58 D.P.A Een Overig traject mag geen parallelle (P1 t/m P4) looptijd hebben met een ander Overig traject. Indien dit wel het geval is wordt de goedkoopste afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel Overige trajecten P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel 15 NZa document: BR/CU Artikel 15 NZa document: BR/CU Artikel 13.3 Een overig traject valt onder de categorie overige Zorgproducten. Een overig traject is een prestatie die een aaneengesloten traject betreft, waarvoor de eenheid een dag is. Deze prestaties gelden per verpleegdag en worden geregistreerd in plaats van (en onder dezelfde voorwaarden als) een reguliere verpleegdag. Deze overige trajecten kunnen naast een DBC-Zorgproduct gedeclareerd worden. Voor een aantal overige trajecten gelden er specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing. Verkeerde bed (190031) Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf het moment dat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie voor opname in een verpleeghuis is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is in een verpleeghuis. Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in de zorginstelling, omdat haar pasgeboren kind daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Indien bij ziekte van het pasgeboren kind de behandeling wordt overgenomen door een andere specialist, kan daarom geen nieuwe opname worden geregistreerd. Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in de zorginstelling omdat de moeder daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Indien bij ziekte van de moeder de behandeling wordt overgenomen door een andere specialist, kan daarom geen nieuwe opname worden geregistreerd. Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038) Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf het moment dat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde indicatie voor opname in een verpleeghuis) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven. Pagina 58 van 137
59 Toeslag post IC-high care (190152) Er is sprake van post-ic High care als na een opname op de neonatale intensive care noodzaak bestaat tot intensieve behandeling en bewaking. Dit is het geval indien sprake is van ten minste twee van de volgende behandelingen en/of vormen van bewaking: CPAP/ low flow, continue parenterale medicatie ter ondersteuning van één of meer vitale functies, meervoudige medicamenteuze therapie (exclusief vitaminen en andere voedingssupplementen), centrale lijn voor parenterale voeding, invasieve bloeddrukmeting, en blaascatheter. Er is geen sprake van een post IC-high care indien de leeftijd van het kind, inclusief de zwangerschapsduur minder dan 29 weken is of het gewicht onder de 1000 gram. De post-ic high care bedden kunnen zich ook bevinden buiten het perinatologisch centrum. D.S.A Post IC-High Care dient voorafgegaan (P5 en P7) te worden door een Neonatologie IC. Indien dit niet het geval is wordt de post IC-High Care afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel IC High Care Tabel Neonatale IC P7: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de neonatale IC van een door het ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie. Er is sprake van post-ic High care als na een opname op de neonatale intensive care noodzaak bestaat tot intensieve behandeling en bewaking. Dit is het geval indien sprake is van ten minste twee van de volgende behandelingen en/of vormen van bewaking: CPAP/ low flow, continue parenterale medicatie ter ondersteuning van één of meer vitale functies, meervoudige medicamenteuze therapie (exclusief vitaminen en andere voedingssupplementen), centrale lijn voor parenterale voeding, invasieve bloeddrukmeting, en blaascatheter. Er is geen sprake van een post IC-high care indien de leeftijd van het kind, inclusief de zwangerschapsduur minder dan 29 weken is of het gewicht onder de 1000 gram. De post-ic high care bedden kunnen zich ook bevinden buiten het perinatologisch centrum. Pagina 59 van 137
60 D.P.A MRI Hersenen mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan MRI Achterste schedelgroeve. Indien dit wel het geval is wordt de goedkoopste afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel MRI P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Voor de prestaties , , , , , , en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Daarnaast geldt: prestaties en mogen niet naast elkaar gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast gedeclareerd worden. Pagina 60 van 137
61 D.P.A MRI Abdomen mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan Echografie van de buik organen, MRI Bekken of MRI Heup (en). Indien dit wel het geval is wordt MRI Abdomen afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel MRI P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Voor de prestaties , , , , , , en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Daarnaast geldt: prestaties en mogen niet naast elkaar gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast gedeclareerd worden. Pagina 61 van 137
62 D.P.A MRI Bekken mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan Echografie van de buik organen, MRI Abdomen of MRI Heup (en). Indien dit wel het geval is wordt MRI Bekken afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel MRI P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Voor de prestaties , , , , , , en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Daarnaast geldt: prestaties en mogen niet naast elkaar gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast gedeclareerd worden. Pagina 62 van 137
63 D.P.A MRI Heup (en) mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan MRI Bekken. Indien dit wel het geval is wordt de goedkoopste afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel MRI P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Voor de prestaties , , , , , , en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Daarnaast geldt: prestaties en mogen niet naast elkaar gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast gedeclareerd worden. Pagina 63 van 137
64 D.D.A Indien de DUUR van een Zorgproduct voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor Kindergeneeskunde Oncologische behandeling met SKION stratificatie <365 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 januari 2013 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproducten kinderoncologische behandelingen met SKION stratificatie DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 365 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van de goedkeuringsregels. Nza document: NR/CU-240 Art 9.2i De looptijd van kinderoncologische subtrajecten in een centrum voor Kindergeneeskunde Oncologische behandeling met SKION stratificatie is altijd 365 dagen. D.D.A * (aangepast) Indien de DUUR van een Zorgproduct voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor Kindergeneeskunde Oncologische behandeling met SKION stratificatie <120 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten SKION DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 120 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 120 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G Pagina 64 van 137
65 In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 120 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van de goedkeuringsregels. Nza document: NR/CU-260 Art 10.2f De looptijd van kinderoncologische subtrajecten in een centrum voor Kindergeneeskunde Oncologische behandeling met SKION stratificatie is altijd 120 dagen. D.D.A Indien de DUUR van een Zorgproduct met ZT 11 of ZT 21 binnen het specialisme revalidatiegeneeskunde <42 dagen bedraagt (na de datum waarop de laatste revalidatiegeneeskundige zorgactiviteit heeft plaatsgevonden), dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. De minimale looptijd is 43 dagen Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Specialisme 0327 Revalidatiegeneeskunde DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 43 dagen) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten revalidatie DUUR: (Eind_datumPrestatie Ontslagdatum ( 1 ste dag na laatst geregistreerde revalidatie zorgactiviteit ) +1 is kleiner dan 42 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van de goedkeuringsregels. Nza beleidsregel: NR/CU-240 Art 9.2m Voor revalidatiegeneeskunde (niet zijnde geriatrische revalidatiezorg) geldt dat subtrajecten worden afgesloten op de 42e dag na de datum waarop de laatste revalidatiegeneeskundige zorgactiviteit heeft plaatsgevonden. Indien binnen deze 42-dagen periode opnieuw een verrichting plaats vindt gaat de termijn van 42-dagen opnieuw lopen en wordt deze afgesloten op de 42e dag na de datum van de laatste verrichting Pagina 65 van 137
66 D.D.A Indien de DUUR van een Zorgproduct met ZT 11 of ZT 21 binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg <43 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Specialisme 8418 Geriatrisch revalidatiezorg DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 43 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten Dit wordt ondervangen door middel van de goedkeuringsregels. Nza document: NR/CU-240 Art 9.2n Voor de geriatrische revalidatiezorg geldt dat de subtrajecten worden afgesloten op de 42e dag na de datum waarop de laatste geriatrische revalidatiezorg zorgactiviteit heeft plaatsgevonden. Indien binnen deze 42-dagen periode opnieuw een verrichting plaatsvindt gaat de termijn van 42 dagen opnieuw lopen en wordt deze afgesloten op de 42e dag na de datum van de laatste verrichting. Pagina 66 van 137
67 D.P.A Het parallel declareren (P1 t/m P4) van een DBC-Zorgproduct voor topreferente kinderoncologie met een ander DBC-Zorgproduct kindergeneeskunde uit Zorgproductgroep is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de goedkoopste afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproducten kindergeneeskunde uit Zorgproductgroep Tabel met Zorgproducten kindergeneeskunde topreferente kinderoncologie. P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Nza document: NR/CU-260 Art 14.9 Een DBC-Zorgproduct voor topreferente kinderoncologie ( , , , , , , , , , , , en ) kan niet in combinatie met een ander DBC-Zorgproduct kindergeneeskunde (Zorgproductgroep ) worden gedeclareerd. D.P.A Het parallel (P1 t/m P4) declareren van meerdere Zorgproducten uit de Zorgproductgroep epilepsiebehandeling bij kinderen is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproducten epilepsiebehandeling bij kinderen uit Zorgproductgroep P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Nza document: NR/CU-260 Art Wanneer een kinderarts en een neuroloog tezamen een epilepsie behandeling (Zorgproductgroep 69899) uitvoeren, dan kan hiervoor één DBC-Zorgproduct uit de Zorgproductgroep worden gedeclareerd. Pagina 67 van 137
68 D.P.A Voor de prestaties , , , , , ,087090, en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Indien er meer dan twee MRI codes gedeclareerd worden, wordt de goedkoopste(n) afgewezen Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel met MRI zorgactiviteit codes P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Nza document: BR/CU-2136 Art Voor de prestaties , , , , , , en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Daarnaast geldt: prestaties en mogen niet naast elkaar gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast gedeclareerd worden. D.P.A Binnen het specialisme Revalidatiegeneeskunde kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/m P4) declareren van meerdere Zorgproducten Specialistische Revalidatie Behandeling (SRB). Als dit wel het geval is wordt het 2 de (of meerdere) Zorgproduct afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op DBC Zorgproducten met een begindatum tussen en en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproducten Specialistische Revalidatie Behandeling (SRB) P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa: Specialisme specifieke toelichting Revalidatiegeneeskunde v Een SRB wordt altijd geregistreerd als een parallel zorgtraject naast een reeds lopend zorgtraject, echter nooit parallel aan een ander SRB zorgtraject Pagina 68 van 137
69 D.P.A Binnen het specialisme Revalidatiegeneeskunde dient een Zorgproduct Specialistische Revalidatie Behandeling (SRB) in alle gevallen een parallelle (P1 t/m P4) looptijd te hebben met Zorgproduct uit de behandelvorm Consultair (ICC), Poliklinisch (PRB) of Klinisch (KRB). Indien dit niet het geval is wordt het SRB Zorgproduct afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op DBC Zorgproducten met een begindatum tussen en en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproducten Specialistische Revalidatie Behandeling (SRB) Tabel met Zorgproducten Consultair (ICC), Poliklinisch (PRB) en Klinische Revalidatie Behandeling (KRB) P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa: Specialisme specifieke toelichting Revalidatiegeneeskunde v Een SRB wordt altijd geregistreerd als een parallel zorgtraject naast een reeds lopend zorgtraject, echter nooit parallel aan een ander SRB zorgtraject. Binnen de Zorgproductgroep voor revalidatiegeneeskunde zijn een aantal behandelvormen te onderscheiden: Consultair-, nazorgtraject of Intercollegiaal Consult (ICC); Specialistische Revalidatie Behandeling (SRB); Poliklinische Revalidatie Behandeling (PRB); Klinische Revalidatie Behandeling (KRB) Licht Middelzwaar Intensief Zeer intensief kortdurend Pagina 69 van 137
70 D.A.99.83* (nieuw) Een add-on geneesmiddel dient in alle gevallen met een Zorgproduct met identiek zorgtrajectnummer te worden gedeclareerd. Indien dit niet het geval is wordt de add on afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproduct/zorgproduct Tabel met Add- ons geneesmiddelen Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van de Add-on, zodat Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring. Nza document: NR/CU-260 Art 7.11 Een add-on geneesmiddel kan uitsluitend worden geregistreerd in combinatie met een zorgtraject. Nza document: NR/CU-260 Art 15.9 Bij declaratie van een add-on geneesmiddel wordt het zorgtrajectnummer van het zorgtraject waarop het betrekking heeft meegestuurd. Pagina 70 van 137
71 D.D.A Indien de DUUR van een DBC Zorgproduct hartrevalidatie met ZT 11 of ZT 21 < 365 dagen bedraagt, dient dit Zorgproduct afgewezen te worden. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 januari 2014 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproducten Hartrevalidatie DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 365 dagen) Nza document: NR/CU-240 Art 9.2j Bij hartrevalidatie (diagnose 821) wordt het subtraject afgesloten Op de 365e dag na de opening van het subtraject. D.D.A Indien de DUUR van een DBC Zorgproduct hartrevalidatie met ZT 11 of ZT 21 < 120 dagen bedraagt, dient dit Zorgproduct afgewezen te worden. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproducten Hartrevalidatie DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 120 dagen) Nza document: NR/CU-260 Art 10.2g Bij hartrevalidatie (diagnose 821) wordt het subtraject afgesloten: Op de 120e dag na de opening van het subtraject Pagina 71 van 137
72 D.D.A Indien de DUUR van een Zorgproduct voor complex chronisch longfalen (CCL), met ZT 11 of 21, < 42 dagen bedraagt (na de dag dat de laatste specifieke zorgactiviteit voor complex chronisch longfalen geregistreerd is), dient het betreffende zorgproduct te worden afgewezen. De minimale looptijd is 43 dagen Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 januari 2014 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Tabel Zorgproducten CCL DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datum Prestatie + 1 is kleiner dan 43 dagen) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten CCL DUUR: (Eind_datumPrestatie Ontslagdatum ( 1 ste dag na laatst geregistreerde longastmecentra zorgactiviteit) +1 is kleiner dan 42 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van een goedkeuringsregel. Nza beleidsregel: Nr-Cu 240 Art. 9.2 r Een subtraject voor complex chronisch longfalen (CLL) wordt afgesloten op de 42e dag na de datum waarop de laatste specifieke CCL zorgactiviteit ( t/m , en ) heeft plaatsgevonden. Indien binnen deze 42-dagen periode opnieuw een verrichting plaatsvindt, gaat de termijn van 42 dagen opnieuw lopen en wordt afgesloten op de 42ste dag na de datum van de laatste CLL zorgactiviteit. De intake en assessment maken onderdeel uit van het subtraject waarbinnen de behandeling wordt uitgevoerd. Een subtraject met alleen intake, of intake en assessment ( en ) wordt daarom niet gesloten op de 42e dag na de datum waarop de intake of assessment zorgactiviteit heeft plaatsgevonden. Als na de intake, of intake en assessment wordt besloten geen behandeling te starten, wordt de zorgactiviteit voor afgebroken behandeling (193291) geregistreerd en wordt het subtraject gesloten op de 42e dag na de datum waarop deze zorgactiviteit is geregistreerd ( ). Pagina 72 van 137
73 D.D.A Indien de DUUR van een Zorgproduct voor complex chronisch longfalen (CCL), met ZT 21, < 120 dagen, dient het betreffende zorgproduct te worden afgewezen. De vaste looptijd is 120 dagen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten CCL DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datum Prestatie + 1 is kleiner dan 120 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 120 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 120 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van een goedkeuringsregel. Nza beleidsregel: Nr-Cu 260 Art. 10.2o Complex chronische longfalen (Longastma centra) ( ) Een zorgtype 11 subtraject voor intake en assessment (zorgactiviteiten en ) bij complex chronisch longfalen (CCL) wordt afgesloten één dag voor de start van de behandeling (zorgactiviteiten t/m en ). Het zorgtype 21 subtraject voor de behandeling heeft een vaste looptijd van 120 dagen. Binnen dit zorgtype 21 subtraject moet bij het eerste face-toface contact zorgactiviteit Vervolgbehandeling na assessment longastmacentra geregistreerd worden. Deze zorgactiviteit kan eenmalig binnen een zorgtraject worden geregistreerd Pagina 73 van 137
74 D.D.A Indien een zorgproduct incongruentie genderidentiteit "fase 1 screeningstraject" met afsluitreden 28 niet direct (P7) wordt opgevolgd door een zorgproduct fase 2 "de Diagnostiek" met afsluitreden 28 (in 2014) of 33 (in 2015), dan wordt dit zorgproduct afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 januari 2014 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproducten fase 1 screening Tabel met Zorgproducten fase 2 diagnostiek Afsluitreden 28: ZT 11/21 Incongruentie genderidentiteit Afsluitreden 33: ZT 11/21 Incongruentie genderidentiteit NZa beleidsregel: Nr-Cu 240 Art. 9.2 s Voor het conservatieve deel van genderzorg wordt een apart (bij gynaecologie zo nodig parallel aan een operatief behandeltraject) zorgtraject geopend. De conservatieve behandeling bestaat uit 3 fasen: Fase 1: het screeningstraject Fase 2: de diagnostiek genderidentiteitsstoornis Fase 3: de real life of hormoon behandeling Binnen een subtraject voor fase 1 dient bij het eerste face-to-face contact met de medisch psycholoog de zorgactiviteit Intake face-to-face medisch psycholoog geregistreerd te worden. Een subtraject voor fase 1 heeft een looptijd van 365 dagen tenzij binnen 365 dagen de diagnostiek genderidentiteitsstoornis start. In dat geval wordt het subtraject afgesloten één dag voor de registratie van de zorgactiviteit Tentatieve diagnostische fase genderincongruentie. Een subtraject voor fase 2 heeft een looptijd van 365 dagen tenzij binnen 365 dagen de real life of hormoon behandeling start (fase 3). In dat geval wordt het subtraject afgesloten op de dag van de registratie van de zorgactiviteit MDO. Een subtraject voor fase 3 sluit volgens de algemene regels en wordt vervolgd zolang patiënt onder behandeling is (in principe levenslang) ( ). Pagina 74 van 137
75 D.D.A Indien een zorgproduct incongruentie genderidentiteit "fase 1 screeningstraject" met afsluitreden 33 niet direct (P7) wordt opgevolgd door een zorgproduct fase 2 "de Diagnostiek" met afsluitreden 33, dan wordt dit zorgproduct afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproducten fase 1 screening Tabel met Zorgproducten fase 2 diagnostiek Afsluitreden 33: ZT 11/21 Incongruentie genderidentiteit NZa beleidsregel: Nr-Cu 260 Art p Incongruentie gender ( ) Voor het conservatieve deel van genderzorg wordt een apart (bij gynaecologie zo nodig parallel aan een operatief behandeltraject) zorgtraject geopend. De conservatieve behandeling bestaat uit 3 fasen: Fase 1: het screeningstraject Fase 2: de diagnostiek genderidentiteitsstoornis Fase 3: de real life of hormonale behandeling Binnen een subtraject voor fase 1 dient bij het eerste face-to-face contact met de medisch psycholoog de zorgactiviteit Intake face-to-face medisch psycholoog geregistreerd te worden. Een subtraject voor fase 1 heeft een looptijd van 120 dagen, tenzij binnen 120 dagen de diagnostiek genderidentiteitsstoornis start. In dat geval wordt het subtraject afgesloten één dag voor de registratie van de zorgactiviteit Tentatieve diagnostische fase genderincongruentie. Een subtraject voor fase 2 heeft een looptijd van 120 dagen tenzij binnen 120 dagen de real life of hormoon behandeling start (fase 3). In dat geval wordt het subtraject afgesloten op de dag van registratie van de zorgactiviteit MDO. Een subtraject voor fase 3 heeft een looptijd van 120 dagen en wordt vervolgd zolang de patiënt onder behandeling is (in principe levenslang). Pagina 75 van 137
76 D.D.A Indien een zorgproduct incongruentie genderidentiteit fase 2 "de Diagnostiek" met afsluitreden 28 niet direct wordt opgevolgd (P7) door een zorgproduct fase 3 "hormoon behandeling" met afsluitreden 28 (in 2014) of 33 (in 2015), dan wordt dit zorgproduct afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een begindatum tussen 1 januari 2014 en 31 december 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproducten fase 2 diagnostiek Tabel met Zorgproducten fase 3 hormoonbehandeling Afsluitreden 28: ZT 11/21 Incongruentie genderidentiteit Afsluitreden 33: ZT 11/21 Incongruentie genderidentiteit Nza beleidsregel: Nr-Cu 240 Art. 9.2 s Voor het conservatieve deel van genderzorg wordt een apart (bij gynaecologie zo nodig parallel aan een operatief behandeltraject) zorgtraject geopend. De conservatieve behandeling bestaat uit 3 fasen: Fase 1: het screeningstraject Fase 2: de diagnostiek genderidentiteitsstoornis Fase 3: de real life of hormoon behandeling Binnen een subtraject voor fase 1 dient bij het eerste face-to-face contact met de medisch psycholoog de zorgactiviteit Intake face-to-face medisch psycholoog geregistreerd te worden. Een subtraject voor fase 1 heeft een looptijd van 365 dagen tenzij binnen 365 dagen de diagnostiek genderidentiteitsstoornis start. In dat geval wordt het subtraject afgesloten één dag voor de registratie van de zorgactiviteit Tentatieve diagnostische fase genderincongruentie. Een subtraject voor fase 2 heeft een looptijd van 365 dagen tenzij binnen 365 dagen de real life of hormoon behandeling start (fase 3). In dat geval wordt het subtraject afgesloten op de dag van de registratie van de zorgactiviteit MDO. Een subtraject voor fase 3 sluit volgens de algemene regels en wordt vervolgd zolang patiënt onder behandeling is (in principe levenslang) ( ). Pagina 76 van 137
77 D.D.A Indien een zorgproduct incongruentie genderidentiteit fase 2 "de Diagnostiek" met afsluitreden 33 niet direct wordt opgevolgd (P7) door een zorgproduct fase 3 "hormoon behandeling" met afsluitreden 33, dan wordt dit zorgproduct afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproducten fase 2 diagnostiek Tabel met Zorgproducten fase 3 hormoonbehandeling Afsluitreden 33: ZT 11/21 Incongruentie genderidentiteit Nza beleidsregel: Nr-Cu 260 Art p Incongruentie gender ( ) Voor het conservatieve deel van genderzorg wordt een apart (bij gynaecologie zo nodig parallel aan een operatief behandeltraject) zorgtraject geopend. De conservatieve behandeling bestaat uit 3 fasen: Fase 1: het screeningstraject Fase 2: de diagnostiek genderidentiteitsstoornis Fase 3: de real life of hormonale behandeling Binnen een subtraject voor fase 1 dient bij het eerste face-to-face contact met de medisch psycholoog de zorgactiviteit Intake face-to-face medisch psycholoog geregistreerd te worden. Een subtraject voor fase 1 heeft een looptijd van 120 dagen, tenzij binnen 120 dagen de diagnostiek genderidentiteitsstoornis start. In dat geval wordt het subtraject afgesloten één dag voor de registratie van de zorgactiviteit Tentatieve diagnostische fase genderincongruentie. Een subtraject voor fase 2 heeft een looptijd van 120 dagen tenzij binnen 120 dagen de real life of hormoon behandeling start (fase 3). In dat geval wordt het subtraject afgesloten op de dag van registratie van de zorgactiviteit MDO. Een subtraject voor fase 3 heeft een looptijd van 120 dagen en wordt vervolgd zolang de patiënt onder behandeling is (in principe levenslang). Pagina 77 van 137
78 D.P.A Binnen alle specialismen kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/mp4) declareren van een DBCzorgproduct multitrauma. Indien dit wel het geval is wordt de tweede afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met Zorgproduct multitrauma P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa beleidsregel: Nr-Cu 260 Art Een DBC-zorgproduct voor multitrauma ( , en ) mag per instelling door één specialisme worden gedeclareerd. D.P.A.99.90a* (aangepast) Binnen alle specialismen kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/m P4) declareren van een zorgactiviteit verpleegdag in combinatie met een zorgactiviteit verpleegdag, langdurige observatie zonder overnachting of een IC behandeldag. Indien dit wel het geval is wordt de zorgactiviteit verpleegdag afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten (Uitgangspunt.02) en op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van overige zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten. Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel IC behandeldag Tabel Zorgactiviteiten langdurige observatie Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel Zorgactiviteiten langdurige observatie P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Pagina 78 van 137
79 NZa beleidsregel: Nr-Cu 257 Art. 8.1c Bij parallelliteit tijdens een klinische periode moeten de verpleegdagen aan één subtraject worden gekoppeld. Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de specialist die verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen is niet toegestaan NZa beleidsregel: Nr-Cu 257 Art. 8.4 Tijdens de IC-opnameperiode mogen geen verpleegdagen worden geregistreerd NZa beleidsregel: Br-Cu 2134 Art Langdurige observatie zonder overnachting (190091) Een niet geplande vorm van verpleging, met als doel observatie van de patiënt, op een voor verpleging ingerichte afdeling. Elke observatie omvat ten minste een systematisch controle van de conditie van de patiënt op bepaalde parameters zoals bewustzijn, bloeddruk of lichaamstemperatuur. Deze controles dienen bij herhaling c.q. meerdere keren met tussenpozen plaats te vinden. Het doel van de observatie is het bepalen van het verdere medische beleid en moet te herleiden zijn uit het medisch dossier.17 Een langdurige observatie duurt minimaal vier aaneengesloten uren. Een langdurige observatie zonder overnachting mag niet tijdens een dagverpleging of verpleegdag (klinische opname) worden geregistreerd. Deze kenmerken maken ten minste en vanzelfsprekend deel uit van elke observatie. De verleende zorg dient dus in ieder geval deze kenmerken te omvatten, ongeacht hoe zorgverzekeraars en zorgaanbieders het begrip observatie verder afbakenen Pagina 79 van 137
80 D.P.A.99.90b* (aangepast) Binnen alle specialismen kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/m P4) declareren van een zorgactiviteit verpleegdag in combinatie met een OZP overige traject. Indien dit wel het geval is wordt de zorgactiviteit verpleegdag afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten (Uitgangspunt.02). Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van overige zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten. Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel Overige trajecten P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa beleidsregel: Nr-Cu 257 Art. 8.1c Bij parallelliteit tijdens een klinische periode moeten de verpleegdagen aan één subtraject worden gekoppeld. Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de specialist die verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen is niet toegestaan NZa beleidsregel: Br-Cu 2134 Art Een overig traject is een prestatie die een aaneengesloten traject betreft, waarvoor de eenheid een dag is. Deze prestaties gelden per verpleegdag en worden geregistreerd in plaats van (en onder dezelfde voorwaarden als) een reguliere verpleegdag. Deze overige trajecten kunnen naast een DBCzorgproduct gedeclareerd worden. Pagina 80 van 137
81 D.S.A.99.92* (aangepast) Binnen alle specialisme kan geen sprake zijn van het declareren van een zorgactiviteit verpleegdag serieel (P7) aan een zorgactiviteit verpleegdag van hetzelfde poortspecialisme. Indien dit wel het geval is wordt de tweede zorgactiviteit verpleegdag afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten klinisch P7: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). Bij een overname door een ander specialisme (hoofdbehandelaar) is het toegestaan om vanaf dat moment de verpleegdagen aan het overnemende specialisme toe te wijzen. Bij het bereiken van de maximale looptijd (afsluitreden 12) is het wel toegestaan om verpleegdagen te koppelen aan een nieuw subtraject. In geval van een nieuwe zorgvraag is het wel toegestaan om een verpleegdag te koppelen aan een nieuw subtraject. In geval van zorgproducten medicinale oncologie met afsluitreden 22 is het wel toegestaan om verpleegdagen te koppelen aan een nieuw subtraject. In geval van zorgproducten stamceltransplantatie met afsluitreden 50 is het wel toegestaan om verpleegdagen te koppelen aan een nieuw subtraject. In geval van zorgproducten cardiologie met afsluitreden 41 is het wel toegestaan om verpleegdagen te koppelen aan een nieuw subtraject. In geval van zorgproducten cardiologie met afsluitreden 43 is het wel toegestaan om verpleegdagen te koppelen aan een nieuw subtraject. In geval van zorgproducten Chronische zorg met hemodialyse met afsluitreden 26 is het wel toegestaan om verpleegdagen te koppelen aan een nieuw subtraject. In geval van zorgproducten Longgeneeskunde bij exacerbatie COPD met afsluitreden 42 is het wel toegestaan om verpleegdagen te koppelen aan een nieuw subtraject In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct af te sluiten met afsluitreden 2 NZa beleidsregel: Nr-Cu 240 Art. 7.1 c Bij parallelliteit tijdens een klinische periode moeten de verpleegdagen aan één subtraject worden gekoppeld. Verpleegdagen worden gekoppeld aan het subtraject van de specialist die verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen is niet toegestaan. Pagina 81 van 137
82 D.P.A Een zorgactiviteit medebehandeling dient in alle gevallen parallel (P1 t/m P4) te lopen met een klinische opname van een ander poortspecialisme of een IC-behandeldag. Indien dit niet het geval is wordt de zorgactiviteit medebehandeling afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten (Uitgangspunt.02) en op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van overige zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten. Tabel Zorgactiviteiten medebehandeling Tabel klinische Zorgproducten Tabel IC behandeldag Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel Zorgactiviteiten medebehandeling P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van de medebehandeling, zodat klinische Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring NZa beleidsregel: Br-Cu 2111 Art Er is sprake van medebehandeling (190017) wanneer een poortspecialist een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme tijdens een klinische opname, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit kan per face-to-face contact tussen patiënt en poortspecialist (arts of arts-assistent) in het kader van medebehandeling worden vastgelegd Pagina 82 van 137
83 D.P.A Binnen alle specialismen is het niet toegestaan een zorgactiviteit dagverpleging parallel (P1 t/m P4) aan een zorgactiviteit verpleegdag te declareren. Indien dit wel het geval is wordt de zorgactiviteit dagverpleging afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel Zorgactiviteiten dagverpleging P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa beleidsregel: Br-Cu 2111 Art Dagverpleging ( en ) Een aantal uren durende vorm van verpleging in een ziekenhuis op een voor dagverpleging ingerichte afdeling, in het algemeen voorzienbaar en noodzakelijk in verband met het op dezelfde dag plaatsvinden van een onderzoek of behandeling door een medisch specialist. Onder in het algemeen voorzienbaar wordt verstaan: dagbehandeling bij electieve zorg (vooraf ingepland). Maximaal één dagverpleging per specialisme per kalenderdag. Een dagverpleging mag niet tijdens een klinische opname worden geregistreerd D.P.A Binnen alle specialismen kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/m P4) declareren van een zorgactiviteit dagverpleging. Indien dit wel het geval is wordt de tweede afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten dagverpleging P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Nza beleidsregel: Br-Cu 2136 Art Registratiefrequentie: Maximaal één dagverpleging per specialisme per kalenderdag. Pagina 83 van 137
84 D.P.A.99.99* (aangepast) Binnen een Zorgproduct dient in alle gevallen een zorgactiviteit Nazorg cochleaire implantaten, Nazorg orgaantransplantaties of Nazorg stamceltransplantaties parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd te worden aan een zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1,2 of 3. Indien dit niet het geval is wordt de zorgactiviteit Nazorg afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel Zorgactiviteiten polikliniekbezoek Tabel Zorgactiviteiten dagverpleging Tabel Zorgactiviteiten nazorg P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Nza beleidsregel: Br-Cu 2121 Art , en Nza beleidsregel: Br-Cu 2136 Art , en Nazorg cochleaire implantaten ( en ) Een zorgactiviteit cochleaire implantaten nazorg volwassenen (031904) en cochleaire implantaten nazorg kinderen (031906) mag uitsluitend door één zorgaanbieder eenmaal per 120 dagen worden geregistreerd op de dag van een polikliniekbezoek of een consult door de audioloog Nazorg orgaantransplantaties ( t/m en ) Een zorgactiviteit voor nazorg na orgaantransplantaties ( t/m en ) mag per instelling door één hoofdbehandelaar eenmaal per 120 dagen per transplantatie worden geregistreerd tijdens het eerste face-to-face contact in het kader van de nazorg Nazorg stamceltransplantaties (192079, , , ) Een zorgactiviteit post-transplantatietraject (192079, , en ) na stamceltransplantatie mag uitsluitend door één zorgaanbieder gedurende maximaal 3 subtrajecten na een transplantatie worden geregistreerd tijdens het eerste face-to-face contact in het kader van de nazorg. Pagina 84 van 137
85 D.P.A Indien een overig traject poliklinische bevalling parallel aan een Zorgproduct (Bevalling) wordt gedeclareerd, dan wordt het overig traject poliklinische bevalling afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproduct/zorgproduct Tabel overige zorgproducten poliklinische bevalling Tabel zorgproducten bevalling P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Nza beleidsregel: Br-Cu 2121 Art Poliklinische bevalling ( t/m ) Een overig zorgproduct poliklinische bevalling is een bevalling die niet door een gynaecoloog wordt begeleid. Er is de intentie dat de kraamvrouw op dezelfde dag of de aansluitende ochtend (in de regel binnen 24 uur) het ziekenhuis verlaat. NZa Verboden Toegestaan lijst: Een ziekenhuis mag een overig zorgproduct poliklinische bevalling alleen declareren indien er geen sprake is van begeleiding door een gynaecoloog. Indien de bevalling door een gynaecoloog wordt begeleid mag het ziekenhuis alleen een DBC-zorgproduct declareren. Pagina 85 van 137
86 D.P.A Binnen een zorgproduct (ZT 11) mag een zorgactiviteit screen to screen contact alleen worden gedeclareerd na de uitvoerdatum van de zorgactiviteit eerste polikliniekbezoek. Indien dit niet het geval is wordt zorgactiviteit screen to screen contact afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteit screen to screen Tabel Zorgactiviteit eerste polikliniekbezoek P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Nza beleidsregel: Br-Cu 2121 Art Screen to screen beeldcontact tussen poortspecialist en patiënt bij een al geopende DBC ter vervanging van een fysiek herhaalconsult (190019). Een consult waarbij een patiënt in herhaling (niet voor de eerste keer) voor een bestaande zorgvraag een medisch specialist van een poortspecialisme consulteert middels een video verbinding. Dit consult dient ter vervanging van een fysiek herhaalpolikliniekbezoek. Pagina 86 van 137
87 D.P.A Indien binnen een Zorgproduct een zorgactiviteit Follow-up neonatale IC of pediatrische IC parallel aan een zorgactiviteit polikliniekbezoek wordt gedeclareerd, dan wordt de zorgactiviteit polikliniekbezoek afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten Follow-up IC Tabel Zorgactiviteiten polikliniekbezoek P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Nza beleidsregel: Br-Cu 2121 Art en Follow-up neonatale IC (190049) Een polikliniekbezoek in het kader van protocol neonatologie (langdurige nacontrole van een neonaat met een NICU voorgeschiedenis), waarbij sprake is van een face-to-face contact tussen patiënt en poortspecialist (specialist of arts-assistent), in het kader van langdurige nacontrole van een neonaat met een NICU voorgeschiedenis. Er kan geen polikliniekbezoek naast deze activiteit worden geregistreerd Follow-up pediatrische IC (190029) Een polikliniekbezoek, waarbij sprake is van een face-to-face contact tussen patiënt en poortspecialist (specialist of arts-assistent), in het kader van langdurige nacontrole van een patiënt met een PICU voorgeschiedenis. Er kan geen polikliniekbezoek naast deze activiteit worden geregistreerd. Pagina 87 van 137
88 D.P.A Binnen alle specialismen kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/m P4) declareren van een zorgactiviteit langdurige observatie zonder overnachting in combinatie met een zorgactiviteit dagverpleging of verpleegdag. Indien dit wel het geval is wordt de zorgactiviteit langdurige observatie zonder overnachting afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten langdurige observatie zonder overnachting Tabel Zorgactiviteiten dagverpleging Tabel Zorgactiviteiten klinisch P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Nza beleidsregel: Br-Cu 2121 Art Langdurige observatie zonder overnachting (190091) Een niet geplande vorm van verpleging, met als doel observatie van de patiënt, op een voor verpleging ingerichte afdeling. Elke observatie omvat ten minste een systematisch controle van de conditie van de patiënt op bepaalde parameters zoals bewustzijn, bloeddruk of lichaamstemperatuur. Deze controles dienen bij herhaling c.q. meerdere keren met tussenpozen plaats te vinden. Het doel van de observatie is het bepalen van het verdere medische beleid en moet te herleiden zijn uit het medisch dossier. Een langdurige observatie duurt minimaal vier aaneengesloten uren. Een langdurige observatie zonder overnachting mag niet tijdens een dagverpleging of verpleegdag (klinische opname) worden geregistreerd. Pagina 88 van 137
89 D.P.A Indien een overig zorgproduct (OZP) gezonde zuigeling parallel (P1 t/m P4) aan een klinisch Zorgproduct kindergeneeskunde wordt gedeclareerd, wordt het OZP gezonde zuigeling afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten (Uitgangspunt.02) Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van overige zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten. Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel OZP gezonde zuigeling P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Nza beleidsregel: Br-Cu 2136 Art Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in de zorginstelling, omdat de moeder daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Deze zorgactiviteit kan alleen tijdens het klinische traject van de moeder, tot maximaal 28 dagen na de geboorte, geregistreerd worden. Deze prestaties gelden per verpleegdag en worden geregistreerd in plaats van (en onder dezelfde voorwaarden als) een reguliere verpleegdag. Pagina 89 van 137
90 D.P.A Het parallel (P1 t/m P4) declareren van dezelfde overige zorgproducten (OZP) is niet toegestaan, indien dit wel het geval is wordt de tweede afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel overige zorgproducten (OZP) P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa Verboden Toegestaan lijst: Een dubbele claim komt neer op het tweemaal declareren van dezelfde activiteit bij dezelfde verzekeraar. D.P.A * (nieuw) Binnen alle specialisme kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/m P4) declareren van een IC Dialyse toeslag in combinatie met een zorgactiviteit dialyse. Indien dit wel het geval is wordt de IC dialyse toeslag afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert deels op prestatieniveau en deels op basis van zorgactiviteit (Uitgangspunt.02). Uitgangspunt. 02: Een controle deels op basis van zorgproducten/overige zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten. Tabel met Add -on IC dialysetoeslag Tabel Zorgactiviteiten dialyse P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: NR/CU-260 Artikel 15.8 NZa document: BR/CU-2136 Artikel Dialyse toeslag (190156) Een add-on dialyse toeslag op de IC (190156) mag alleen in combinatie met een IC-behandeldag (190153, of ) worden gedeclareerd. Een add-on dialysetoeslag mag dus niet in combinatie met een add-on voor de neonatale IC en de pediatrische IC ( of ) worden gedeclareerd. Pagina 90 van 137
91 Deze dialyse toeslag geldt per dialysedag. Een dialysedag is de kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van nierfunctievervangende therapie bij een patiënt onder de eindverantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. De dialyse toeslag kan alleen naast de IC behandeldag (190153, en ) worden gedeclareerd. De dialysetoeslag mag niet gedeclareerd worden als de uitvoering plaatsvindt vanuit de dialyseafdeling door een nefroloog. In dat geval is sprake van een dialyse DBC-zorgproduct. D.P.A * (nieuw) Indien een consult bij kaakchirurgie parallel (P1 t/m P4) aan een verrichting uit productgroep 3 t/m 8 wordt gedeclareerd, wordt het consult afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel met OZP consult kaakchirurgie Tabel met OZP productgroep 3 t/m 8 P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU Artikel Consult (234003) Een face-to-face consult met de kaakchirurg, inclusief een uitgebreid onderzoek. Integraal product In de verrichtingen zoals vermeld in productgroep 3 t/m 8 zijn begrepen de controlebezoeken, voor zover deze binnen 30 dagen na de ingreep plaatsvinden. Als algemene regel geldt dat het maximumtarief de volledige behandeling van die aandoening omvat, dat wil zeggen: de voorbehandeling; de verrichting, ongeacht of die in één of meer zittingen plaatsvindt; de nabehandeling totdat de patiënt voor de desbetreffende aandoening, waarvoor de prestatie gedeclareerd wordt, genezen is verklaard, dan wel uit de behandeling ontslagen is. Pagina 91 van 137
92 D.D.A Indien binnen het specialisme klinische genetica een zorgproduct wordt gedeclareerd met een duur > 90 dagen, maar waarbij het zorgproduct niet is gesloten op de dag van uitvoering van de zorgactiviteit erfelijkheidsadvisering complex, dan wordt dit Zorgproduct afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten erfelijkheidsadvisering complex Specialisme 0390 Klinische Genetica Nza beleidsregel: NR/CU-260 Art 10.2 n Het gehele erfelijkheidsadviseringstraject valt binnen één subtraject. Op de 90e dag na opening wordt het subtraject afgesloten als er minimaal 1 zorgactiviteit voor erfelijkheidsadvisering geregistreerd is. Als dit niet het geval is dan blijft dit subtraject maximaal 120 dagen open, tenzij de zorgactiviteit erfelijkheidsadvisering complex of erfelijkheidsadvisering enkelvoudig geregistreerd wordt. In dit laatste geval wordt het traject afgesloten op de dag van uitvoering van deze zorgactiviteit. D.A Indien de DUUR van een Zorgproduct, met ZT 11 of ZT 21, > 120 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is groter dan 120 dagen) NZa beleidsregel: NR/CU-260 Artikel 10.1d Een subtraject met een ZT11 of 21 (initiële of vervolgbehandeling) wordt gesloten: Op de 120e dag indien het subtraject na 120 dagen nog open staat. Eventueel kan op de volgende dag een volgend subtraject worden geopend. Pagina 92 van 137
93 D.P.A * (nieuw) Een Extra Corporele Membraan Oxygenatie (ECMO) toeslag dient parallel (P1 t/m P4) met een Neonatale IC of Pediatrische IC te worden gedeclareerd. Indien dit niet het geval is wordt de ECMO toeslag afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel met Add on ECMO toeslag Tabel met Add on Neonatale/Pediatrische IC P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: NR/CU-260 Artikel De ECMO toeslag kan alleen in rekening gebracht worden als op een kalenderdag op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op de Neonatale IC of de Pediatrische IC. De ECMO prestatie kan als een toeslag naast de Neonatale intensive care of Pediatrische intensive care gedeclareerd worden. D.P.A * (nieuw) Een zorgactiviteit afwezigheidsdag Geriatrische Revalidatiezorg (GRZ) mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden in combinatie met een zorgactiviteit verpleegdag GRZ. Indien dit wel het geval is wordt het zorgproduct met zorgactiviteit afwezigheidsdag GRZ afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitsniveau (Uitgangspunt.03). Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten. Tabel Zorgactiviteiten afwezigheidsdag GRZ Tabel Zorgactiviteiten verpleegdag GRZ P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU 2136 Artikel Afwezigheidsdag ( en ) De kalenderdag volgend op de nacht waarin de patiënt niet in het ziekenhuis/verpleeghuis verblijft wordt aangemerkt als afwezigheidsdag, indien geen sprake is van definitief ontslag. Het betreft een geplande afwezigheid van ten hoogste drie dagen, waarbij iedere kalenderdag waarop de patiënt niet in het ziekenhuis/verpleeghuis verblijft geregistreerd wordt als zijnde afwezigheidsdag. Het is Pagina 93 van 137
94 niet toegestaan om voor één kalenderdag zowel een afwezigheidsdag als een verpleegdag te registreren. D.P.A * (nieuw) Een zorgactiviteit ambulante behandeldag GRZ mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden in combinatie met een zorgactiviteit verpleegdag GRZ. Indien dit wel het geval is wordt het zorgproduct met zorgactiviteit ambulante behandeldag afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitsniveau (Uitgangspunt.03). Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten. Tabel Zorgactiviteiten ambulante behandeldag GRZ Tabel Zorgactiviteiten verpleegdag GRZ P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: BR/CU 2136 Artikel 11.2 Ambulante behandeldag GRZ (194805) Een controlebezoek of een beperkt aantal uren durende vorm van (groeps-)behandeling in een zorginstelling, waarbij de patiënt geen gebruik maakt van verblijfsfaciliteiten. De ambulante behandeldag is gepland en noodzakelijk in het kader van het revalidatiebehandelplan van de specialist ouderengeneeskunde. De behandeling vindt plaats in aansluiting op een intramurale opname of dagbehandeling. Per dag dat de patiënt ambulant wordt behandeld, wordt één zorgactiviteit ambulante behandeldag GRZ geregistreerd. Naast de ambulante behandeldag moet de patiëntgebonden behandeltijd van minimaal twee verschillende behandeldisciplines vastgelegd worden. Indien op de betreffende dag geen behandeling plaatsvindt door twee of meer verschillende behandeldisciplines mag de zorgactiviteit niet geregistreerd worden. D.S.A * (nieuw) Indien binnen het specialisme kaakchirurgie een controlebezoek serieel binnen 2 maanden na plaatsing MRA wordt gedeclareerd, wordt het controlebezoek afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel met OZP controlebezoek MRA Tabel met OZP MRA Bij deze controleregel wordt serieel binnen twee maanden gezien als een periode van 61 dagen. Pagina 94 van 137
95 P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa document: NR/CU-260 Artikel Controlebezoeken, al dan niet met kleine correcties aan het MRA of andere kleine verrichtingen, kunnen vanaf twee maanden na plaatsing in rekening worden gebracht (code ). D.P.A * (nieuw) Een dagverpleging kaakchirurgie mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden in combinatie met een verpleegdag. Indien dat wel het geval is wordt de dagverpleging kaakchirurgie afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel met OZP dagverpleging kaakchirurgie Tabel met OZP verpleegdag kaakchirurgie P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: NR/CU-260 Artikel Dagverpleging kaakchirurgie (231901) Deze prestatie kan niet in combinatie met prestatie Verpleegdag kaakchirurgie of prestatie Consult worden gedeclareerd. Verpleegdag kaakchirurgie (231902). Deze prestatie kan niet in combinatie met prestatie Dagverpleging kaakchirurgie of prestatie Consult worden gedeclareerd. Pagina 95 van 137
96 D.P.A * (nieuw) Een verpleegdag kaakchirurgie of een dagverpleging kaakchirurgie mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden in combinatie met een consult kaakchirurgie. Indien dat wel het geval is wordt het consult kaakchirurgie afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel met OZP dagverpleging kaakchirurgie Tabel met OZP verpleegdag kaakchirurgie Tabel met OZP consult kaakchirurgie P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). NZa document: NR/CU-260 Artikel Verpleegdag kaakchirurgie (231902). Deze prestatie kan niet in combinatie met prestatie Dagverpleging kaakchirurgie of prestatie Consult worden gedeclareerd. Dagverpleging kaakchirurgie (231901) Deze prestatie kan niet in combinatie met prestatie Verpleegdag kaakchirurgie of prestatie Consult worden gedeclareerd D.P.A * (nieuw) Een intermaxillaire fixatie mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden in combinatie met een osteotomie, een fractuurbehandeling en/of een reconstructieve behandeling. Indien dit wel het geval is wordt de intermaxillaire fixatie afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Uitgangspunt.01: Een controle op basis van overige zorgproducten Tabel met OZP intermaxillaire fixatie Tabel met OZP osteotomie behandeling Tabel met OZP fractuurbehandeling en/of een reconstructieve behandeling P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT). Pagina 96 van 137
97 NZa document: NR/CU-260 Artikel Intermaxillaire fixatie (238048) Het tarief voor intermaxillaire fixatie (238048) kan niet worden gedeclareerd in combinatie met een osteotomie, een fractuurbehandeling en/of een reconstructieve behandeling. Pagina 97 van 137
98 Goedkeuringscodes Goedkeuringscodes voorzien van een * zijn nieuw of aangepast ten opzichte van de vorige release (juli 2015). Regels gecodeerd met een G zijn met name van belang om in het algemeen te kunnen controleren of met bepaalde uitzonderingssituaties rekening is gehouden. Middels de keuringsregels D.D.A t/m D.D.A wordt de toepassing van de algemene afsluitregels zoals deze voor elk specialisme gelden gekeurd. Met de hieronder beschreven goedkeuringsregels worden de limitatieve uitzonderingen van de afkeuringen uitgesloten. D.D.G Indien een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van medicinale oncologische behandeling en afsluitreden 22 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Tabel met Zorgproducten medicinale oncologische behandeling Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten Med. Onc. Behandeling Afsluitreden 22: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Medicinale oncologische behandeling ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art. 10.2a Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen, te weten ( ): chemo-immunotherapie; immunotherapie; chemotherapie bij acute leukemie; chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren; chemotherapie bij niet gemetastaseerde tumoren; hormonale therapie bij gemetastaseerde tumoren; hormonale therapie bij niet gemetastaseerde tumoren. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor Kindergeneeskunde Oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie ). Pagina 98 van 137
99 Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten Behandeling binnen een klinisch subtraject: Een klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij: een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname; een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname; een nieuwe toediening in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek. Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. Voor orale oncologische medicatie gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 10.1). Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Bijvoorbeeld als een hormonale therapie wordt vervolgd door een chemotherapie of wanneer van orale chemotherapie wordt overgegaan op chemotherapie per infuus of injectie. Dus afsluiten 42 dagen na ontslag uit de kliniek tenzij: een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname; een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname; een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek; een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname; een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname; een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek. Behandeling binnen een niet klinisch subtraject: Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit geldt niet indien er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend. Voor orale oncologische medicatie geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit25 binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Bijvoorbeeld als een hormonale therapie wordt Pagina 99 van 137
100 vervolgd door een chemotherapie of wanneer van orale chemotherapie wordt overgegaan op chemotherapie per infuus of injectie. Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie van acute leukemie: Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het subtraject ZT21 gesloten op iedere 30ste behandeldag (klinische dag respectievelijk dagverpleging dag) of 42 dagen na de laatste behandeldag indien er minder dan 30 behandeldagen zijn geweest. D.D.G Indien binnen het specialisme gynaecologie een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van prenatale diagnostiek en intrauteriene ingrepen (diagnosen V31, V32 en V35) en afsluitreden 36 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten prenatale diagnostiek en intra-uteriene ingrepen Afsluitreden 36: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Gynaecologie bij prenatale diagnostiek en intra-uteriene ingrepen ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art. 10.2d Prenatale diagnostiek en intra-uteriene ingrepen ( ) Bij prenatale diagnostiek en intrauteriene ingrepen (diagnosen Z14, Z15 en Z16)26 wordt het subtraject gynaecologie afgesloten één dag voor de andere prenatale diagnostiek of intra-uteriene ingreep, of conform de algemene regel als vermeld in artikel 10.1 indien de andere diagnostiek of ingreep later dan dit moment start. Pagina 100 van 137
101 D.D.G Indien binnen het specialisme neonatologie een klinisch Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is en afsluitreden 38 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met (klinische) Zorgproducten neonatologie Afsluitreden 38: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Neonatologie voor klinische subtrajecten ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art. 10.2e Een subtraject wordt afgesloten op de dag van ontslag (ontslagdatum) van de neonaat uit het ziekenhuis. D.D.G Indien binnen het specialisme cardiologie een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is en afsluitreden 40 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze goedkeurregel heeft betrekking op DBC Zorgproducten met een begindatum tussen en en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Specialisme 0320 Cardiologie Afsluitreden 40: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Cardiologie ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2i NZa document: NR/CU-222 Art 8.2j Voor het specialisme cardiologie gelden voor subtrajecten met ZT 11 en ZT 21 niet de algemene afsluitregels maar wordt het subtraject als volgt afgesloten ( ): Bij opname in de kliniek of dagverpleging wordt het subtraject afgesloten: op datum van ontslag uit de kliniek of dagverpleging behalve bij vervolg subtrajecten (ZT 21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of cardioversie Pagina 101 van 137
102 wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend bij overlijden van de patiënt. Bij een poliklinisch subtraject wordt het subtraject afgesloten: subtraject met ZT 11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend. In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten. subtraject met ZT 21: op de 365e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend. In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten. bij overlijden van de patiënt. Pagina 102 van 137
103 D.D.G Indien binnen het specialisme cardiologie een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is en afsluitreden 41 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Specialisme 0320 Cardiologie Afsluitreden 41: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Cardiologie ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2g Voor het specialisme cardiologie gelden voor subtrajecten met ZT11 en ZT21 niet de algemene afsluitregels maar wordt het subtraject als volgt afgesloten: Bij opname in de kliniek of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten: - op datum van ontslag uit de kliniek, dagverpleging of langdurige observatie behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie; - wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten: - subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten. - subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten Bij hartrevalidatie (diagnose 821) wordt het subtraject afgesloten: - Op de 120e dag na de opening van het subtraject. Pagina 103 van 137
104 D.D.G Indien bij het specialisme longgeneeskunde een klinisch Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van exacerbatie van COPD en afsluitreden 42 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten exacerbatie bij COPD Afsluitreden 42: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Longgeneeskunde bij exacerbatie COPD ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art. 10.2h Wanneer bij exacerbatie van COPD een heropname plaatsvindt binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname, wordt het subtraject afgesloten en een nieuw subtraject geopend. Moment van afsluiten is 1 dag voor de start van de nieuwe klinische opname. Indien de heropname plaatsvindt na de 42e dag na ontslag, gelden de algemene afsluitregels. Pagina 104 van 137
105 D.D.G Indien bij het specialisme reumatologie een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar het betreft een vervolgbehandeling (ZT 21) waarvan de behandelsetting wijzigt en afsluitreden 44 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten reumatologische vervolgbehandeling (ZT 21) Afsluitreden 44: afsluiten ZT 21 o.b.v. uitzondering Reumatologie bij wijziging van behandelsetting ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-240 Art. 10.2l Indien bij een vervolgbehandeling (ZT 21) de behandelsetting wijzigt, wordt het subtraject afgesloten en mag een nieuw subtraject worden geopend. Moment van afsluiten is één dag voor de start van de behandeling in nieuwe setting of conform de algemene regel indien de behandeling in nieuwe setting later dan dit moment start. Echter, indien logischerwijs de behandeling in tempi wordt uitgevoerd gelden de algemene afsluitregels. Voorbeelden in tempi: het meer malen toedienen van Remicade of APD- of andere bisfosfonaat infusen. Pagina 105 van 137
106 D.D.G * (nieuw) Indien binnen het specialisme reumatologie een Zorgproduct met afsluitreden 44 wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij aansluitend (P7) een vervolgbehandeling (ZT 21) waarvan de behandelsetting is gewijzigd, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten reumatologie Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel Zorgactiviteiten dagbehandeling Tabel Zorgactiviteiten polikliniekbezoek Afsluitreden 44: afsluiten ZT 21 o.b.v. uitzondering Reumatologie bij wijziging van behandelsetting ( ) Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van het Zorgproduct, zodat Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring. NZa beleidsregel: Nr-Cu 260 Art 10.2 i Reumatologie ( ) Indien bij een vervolgbehandeling reumatologie (ZT21) de behandelsetting wijzigt, wordt het subtraject reumatologie afgesloten en mag per een daarop volgende dag een nieuw subtraject worden geopend. Moment van afsluiten is één dag voor de start van de behandeling in de nieuwe setting of conform de algemene regel (genoemd in artikel 10.1), indien de behandeling in nieuwe setting later dan dit moment start. Echter, indien logischerwijs de behandeling in tempi wordt uitgevoerd gelden de algemene regels. Voorbeelden in tempi: het meerdere malen toedienen van Remicade of APD- of andere bisfosfonaat infusen. Pagina 106 van 137
107 D.D.G Indien bij het specialisme revalidatie een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van een SRB en afsluitreden 46 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze goedkeurregel heeft betrekking op DBC Zorgproducten met een begindatum tussen en en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten Specialistische Revalidatie Behandeling (SRB) Afsluitreden 46: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Revalidatie geneeskunde bij SRB ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2l Nb.: Voor het registratiejaar 2012 geldt voor de Revalidatiegeneeskunde de bestaande uitzonderingsregel zoals geformuleerd in de specialisme specifieke toelichting. Daarnaast geldt voor de specialistische Revalidatie Behandeling (SRB) de uitzondering dat het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de start van de nieuwe SRB behandeling of conform de algemene regel indien de nieuwe behandeling later dan dit moment start. Een SRB behandeling is nooit de primaire behandelvorm en wordt altijd geregistreerd als een parallel zorgtraject naast een reeds lopend zorgtraject. D.D.G Indien bij het specialisme klinische geriatrie een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van een Comprehensive Geriatric Assessment en afsluitreden 48 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel heeft betrekking op DBC Zorgproducten met een begindatum tussen en en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten Comprehensive Geriatric Assessment Afsluitreden 48: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Klinische geriatrie bij CGA ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2m Pagina 107 van 137
108 Indien er bij de behandeling een dusdanige verergering van het probleem ontstaat waarvoor (opnieuw) een Comprehensive Geriatric Assessment (CGA) noodzakelijk is, wordt het subtraject afgesloten. Vervolgens wordt een nieuw subtraject geopend. Moment van afsluiten is één dag voor de start van de nieuwe behandeling of conform de algemene regel indien de nieuwe behandeling later dan dit moment start. D.D.G 99.29* (aangepast) Indien een Zorgproduct met afsluitreden 50 wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij aansluitend (P7) een Zorgproduct wordt gedeclareerd en beide Zorgproducten bevatten een zorgactiviteit stamceltransplantatie, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en controleert deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten (Uitgangspunt.02) en op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Tabel met Zorgproducten stamceltransplantatie Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgproducten stamceltransplantatie Tabel Zorgactiviteiten stamceltransplantatie Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten stamceltransplantatie Afsluitreden 50: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Stamceltransplantatie ( ) Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van het Zorgproduct, zodat Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring. NZa beleidsregel: Nr-Cu 240 Art 9.2 t Stamceltransplantatie ( ) Voor stamceltransplantatie (bij ontvanger) wordt een zorg/subtraject geopend (zo nodig parallel aan het medicinale (cytostatica) behandeltraject). De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden: Pagina 108 van 137
109 Fase 1: selectie/afname; Fase 2: transplantatie; Fase 3: nazorg (posttransplantatie). Na iedere fase van de behandeling wordt het subtraject afgesloten op het bij artikel 9.2.t genoemde moment. Fase 3 wordt op de 365e dag na opening van het nazorgtraject afgesloten tenzij hertransplantatie (een nieuwe fase 1 en/of 2) plaatsvindt. In dat geval wordt het subtraject van fase 3 afgesloten één dag voor de dag dat fase 1 of fase 2 start. D.D.G Indien een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van Transplantatiezorg en afsluitreden 52 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten transplantatiezorg Afsluitreden 52: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering transplantatiezorg ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Voor de begeleiding van ontvangers en donoren rond darm-, eilandjes-, (partiële) lever-, nier, nieren pancreas en pancreastransplantaties wordt door de specialismen Inwendige geneeskunde, MDLartsen en Kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorgtraject geopend. Hierbij worden 3 fasen van de behandeling onderscheiden: 1. Pretransplantatie fase/screening; 2. Transplantatiefase; 3. Posttransplantatie fase/nazorg. Na iedere fase van de behandeling die wordt gevolgd door een nieuwe/andere fase, maar ook bij het opnieuw starten van fase 1, wordt het voorafgaande transplantatie begeleidings subtraject afgesloten op het bij artikel 8.2.n genoemde moment. Pagina 109 van 137
110 D.D.G Indien een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van Transplantatiezorg en afsluitreden 52 of 53 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten transplantatiezorg Afsluitreden 52: Afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Begeleiding orgaantransplantatiezorg door beschouwende specialismen( ) Afsluitreden 53: Afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Orgaantransplantatiezorg snijdende specialismen( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art. 10.2q Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Voor de begeleiding van ontvangers en donoren rond darm-, eilandjes-, (partiële) lever-, nier, nieren pancreas en pancreastransplantaties wordt door de specialismen Inwendige geneeskunde, MDLartsen en Kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorgtraject geopend. Hierbij worden 3 fasen van de behandeling onderscheiden: 1. Pre transplantatie fase/screening 2. Transplantatiefase 3. Posttransplantatie fase/nazorg Na iedere fase van de behandeling die wordt gevolgd door een nieuwe/andere fase, maar ook bij het opnieuw starten van fase 1, wordt het voorafgaande transplantatie begeleidings subtraject afgesloten op het bij artikel 8.2.n genoemde moment. Pagina 110 van 137
111 D.D.G Indien binnen het specialisme oogheelkunde een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van behandeling met intravitreale injectie en afsluitreden 56 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten behandeling met intravitreale injectie Afsluitreden 56: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Oogheelkunde bij behandeling met intravitreale injecties ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2q Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Bij behandeling met intravitreale injecties (diagnose 503, 609, 652, 655, 657, 659, 704, 705, 707, 709, 754, 755, 757 en 759) wordt per intravitreale injectie een subtraject geopend. Wanneer de behandeling met intravitreale injecties eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende intravitreale injectie plaatsvindt. Pagina 111 van 137
112 D.D.G Indien binnen het specialisme oogheelkunde een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van behandeling van subretinale neovascularisatie met foto dynamische therapie en afsluitreden 58 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten behandeling van subretinale neovascularisatie met foto dynamische therapie Afsluitreden 58: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Oogheelkunde bij behandeling van subretinale neovascularisatie met fotodynamische therapie ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2q Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Bij behandeling van (sub)retinale pathologie (diagnose 659 en 704) met fotodynamische therapie wordt per fotodynamische therapie een subtraject geopend. Wanneer de fotodynamische therapie bij (sub)retinale pathologie eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende fotodynamische therapie plaatsvindt. Pagina 112 van 137
113 D.D.G Indien binnen het specialisme oogheelkunde een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van operatieve tempi behandeling van strabismus en afsluitreden 60 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten operatieve tempi behandeling van strabismus Afsluitreden 60: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Oogheelkunde bij behandeling van strabismus ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2q Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Wanneer de operatieve tempi behandeling van strabismus (diagnosecodes 204, 205, 209) eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende strabismus operatie plaatsvindt. Pagina 113 van 137
114 D.D.G.01.34* (aangepast) Indien binnen het specialisme oogheelkunde een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij aansluitend (P7) een Zorgproduct wordt gedeclareerd en beide Zorgproducten bevatten een operatieve in-tempi behandeling van retina defect/- retinaretinaloslating, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten operatieve behandeling van retina defect/- retinaloslating Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten Tabel met Zorgproducten operatieve behandeling van retina defect/- retinaloslating Tabel Zorgactiviteiten retinadefect Tabel diagnosecode retinadefect Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten retinadefect Tabel diagnosecode retinadefect Afsluitreden 62: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Oogheelkunde bij behandeling van retina defect/-loslating ( ) Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van het Zorgproduct, zodat Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring. NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2q Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Wanneer de operatieve tempi behandeling van retina defect/-retinaloslating (diagnosecodes 654) eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden Pagina 114 van 137
115 afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende operatieve behandeling van het retina defect/retinaloslating. D.D.G.04.35* (aangepast) Indien binnen het specialisme plastische chirurgie een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij aansluitend (P7) een Zorgproduct wordt gedeclareerd en beide Zorgproducten bevatten een operatieve in-tempi behandeling bij mammareconstructie, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten operatieve behandeling bij mammareconstructie Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten Tabel met Zorgproducten operatieve behandeling bij mammareconstructie Tabel Zorgactiviteiten mammareconstructie Tabel diagnosecode mammareconstructie Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten mammareconstructie Tabel diagnosecode mammareconstructie Afsluitreden 64: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Plastische chirurgie bij mammareconstructie ( ) Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van het Zorgproduct, zodat Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2q Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Bij mammareconstructie vindt afsluiting van het subtraject na iedere operatieve tempi behandeling plaats op het bij artikel 8.2.n genoemde moment. Pagina 115 van 137
116 D.D.G.04.36* (aangepast) Indien binnen het specialisme plastische chirurgie een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij aansluitend (P7) een Zorgproduct wordt gedeclareerd en beide Zorgproducten bevatten een transplantatiesessies bij de behandeling van uitgebreide brandwonden, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten transplantatiesessies bij de behandeling van uitgebreide brandwonden Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten Tabel met Zorgproducten transplantatiesessies bij de behandeling van uitgebreide brandwonden Tabel Zorgactiviteiten transplantatiesessies Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten transplantatiesessies Afsluitreden 66: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Plastische chirurgie bij meerdere transplantatiesessies ( ) Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van het Zorgproduct, zodat Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2q Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Bij meer transplantatiesessies bij de behandeling van uitgebreide (brand)wonden wordt na iedere transplantatiesessie het subtraject afgesloten op het bij artikel 8.2.n genoemde moment. Pagina 116 van 137
117 D.D.G.06.37* (aangepast) Indien binnen het specialisme urologie een niet klinisch Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij aansluitend (P7) een Zorgproduct wordt gedeclareerd en beide Zorgproducten bevatten een ESWL behandeling, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten ESWL behandeling of een operatieve ingreep bij urinewegstenen Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten Tabel met Zorgproducten ESWL behandeling of een operatieve ingreep bij urinewegstenen Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel Zorgactiviteiten ESWL behandeling Tabel diagnosecode ESWL behandeling Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten ESWL behandeling Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel diagnosecode ESWL behandeling Afsluitreden 68: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Urologie bij niet-klinische ESWL behandelingen ( ) Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van het Zorgproduct, zodat Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2q Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Pagina 117 van 137
118 Bij niet-klinische ESWL behandeling van urinewegstenen wordt per ESWL behandeling een subtraject geopend. Wanneer de volgende ESWL behandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven moment dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende ESWL behandeling plaatsvindt. Dit geldt ook wanneer een niet-klinische ESWL gevolgd wordt door een operatieve ingreep voor urinewegstenen. D.D.G Indien binnen het specialisme gynaecologie een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van IUI / IVF / ICSI technieken en afsluitreden 70 is gevuld dan, wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten IUI/ IVF/ ICSI technieken Afsluitreden 70: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Gynaecologie bij subtrajecten met diagnose F21 ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2q Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. De subtrajecten bij diagnose F21 gespecialiseerde technieken voor stimulatie respectievelijk de IUI/IVF/ICSI technieken en ovulatie-inductie met gonadotrofines worden per cyclus geopend en gesloten (dus 1 subtraject per cyclus). Indien de behandeling in meer ziekenhuizen (transport- IVF/ICSI) plaatsvindt opent ieder ziekenhuis de (deel)behandeling die daar wordt uitgevoerd. Pagina 118 van 137
119 D.D.G Indien binnen het specialisme gynaecologie een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van obstetrie en afsluitreden 72 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze goedkeurregel heeft betrekking op DBC Zorgproducten met een begindatum tussen en en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten obstetrie Afsluitreden 72: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Gynaecologie bij obstetrie ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. In de registratie bij obstetrie zijn drie fasen te onderscheiden; diagnosen V11/V21/V41/V42 voor zwangerschapbegeleiding, diagnose V51 voor begeleiding partus met nazorg en nacontrole, en diagnosen V60/V61 voor complicaties na partus uit de eerste/tweedelijn. Bij de overgang naar een andere fase kan het subtraject worden afgesloten op het bij artikel 8.2.n genoemde moment. Pagina 119 van 137
120 D.D.G Indien binnen het specialisme radiotherapie een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van metastaseringen of recidief en afsluitreden 74 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten metastaseringen of recidief Afsluitreden 74: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Radiotherapie bij behandeling metastasering of recidief ( ) NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2m Van de algemene afsluitregels wordt afgeweken indien (zowel) een behandeling van metastaseringen of recidief wordt gestart, als er een subtraject van radiotherapie open staat. In dat geval is het moment van afsluiten van het openstaande subtraject één dag voor de start van de nieuwe behandeling, of conform de algemene regel (zie artikel 10.1) indien de behandeling later dan dit moment start. Een behandeling bevat alle bestralingen die onderdeel uitmaken van het behandelplan. Bij radiotherapie kunnen parallelle zorgtrajecten geopend worden bij: Combinatiebehandelingen Voor combinatiebehandelingen van tele-, brachytherapie en/of hyperthermie wordt per soort behandeling een afzonderlijk (parallel) zorgtraject geopend. Uitwendige bestraling Voor uitwendige bestraling geldt dat parallelle zorgtrajecten zijn toegestaan, voor zover er sprake is van meerdere doelgebieden die niet in één bestralingsplan te omvatten zijn. Behandeling van twee isocentra betekent twee zorgtrajecten. Pagina 120 van 137
121 D.D.G Indien een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij afsluitreden 2 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Afsluitreden 2: afsluiten ZT 11 of ZT 21 bij overlijden patiënt NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art. 11.1a D.D.G.27.44* (aangepast) Indien bij het specialisme revalidatie een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van een algemene uitzondering revalidatie geneeskunde en afsluitreden 47 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel heeft betrekking zorgproducten met een begindatum tussen en en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel met overige Zorgproducten Revalidatie Behandeling Afsluitreden 47: Afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. algemene uitzondering Revalidatie geneeskunde ( ) Specialisme specifieke Toelichting op de Registratieregels Revalidatiegeneeskunde v Art NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2l Voor het registratiejaar 2012 geldt voor de Revalidatiegeneeskunde de bestaande uitzonderingsregel zoals geformuleerd in de specialisme specifieke toelichting. Pagina 121 van 137
122 D.D.G Indien binnen het specialisme kindergeneeskunde een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van niet-klinische chronische verstrekking van geneesmiddelen per infuus of per injectie (voor niet oncologische indicatie) en afsluitreden 77 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten niet-klinische chronische verstrekking van geneesmiddelen per infuus of per injectie. Afsluitreden 77: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering niet-klinische chronische verstrekking van geneesmiddelen per infuus of per injectie Nza document: NR/CU-260 Art. 10.2q Voor de niet-klinische chronische verstrekking van geneesmiddelen per infuus of per injectie (voor niet oncologische indicatie), wordt per drie verstrekkingen een subtraject geopend. Wanneer de vierde verstrekking eerder plaatsvindt dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende verstrekking per infuus of injectie plaatsvindt. D.D.G Indien binnen het specialisme kindergeneeskunde een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op niet oncologische indicatie en afsluitreden 78 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op niet oncologische indicatie. Afsluitreden 78: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op niet oncologische indicatie. Nza document: NR/CU-260 Art. 10.2q Voor de niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op niet oncologische indicatie wordt per drie bloedtransfusies een subtraject geopend. Wanneer de vierde bloedtransfusie eerder plaatsvindt dan het in artikel 8.s voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende bloedtransfusie gegeven wordt. Pagina 122 van 137
123 D.D.G Indien binnen het specialisme kindergeneeskunde een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op oncologische indicatie in centra zonder SKION stratificatie en afsluitreden 79 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel met Zorgproducten niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op oncologische indicatie in centra zonder SKION stratificatie. Afsluitreden 79: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op oncologische indicatie. Nza document: NR/CU-260 Art. 10.2q Voor de niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op oncologische indicatie in centra zonder SKION stratificatie, wordt per bloedtransfusie een subtraject geopend. Wanneer de volgende bloedtransfusie eerder plaatsvindt dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende bloedtransfusie gegeven wordt. D.D.G Indien binnen het specialisme klinische genetica een Zorgproduct wordt gedeclareerd met een duur van, >=90 en <365 dagen, maar sprake is van erfelijkheidsadvisering complex en afsluitreden 49 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel heeft betrekking op DBC Zorgproducten met een begindatum tussen en en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Specialisme 0390 Klinische Genetica. Afsluitreden 49: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. Klinische Genetica. Nza beleidsregel: NR/CU-240 Art 9.2 q Het gehele erfelijkheidsadviseringstraject valt binnen één subtraject. Op de 90e dag na opening wordt het subtraject afgesloten als er minimaal 1 zorgactiviteit voor erfelijkheidsadvisering geregistreerd is. Als dit niet het geval is dan blijft dit subtraject maximaal 365 dagen open, tenzij de zorgactiviteit erfelijkheidsadvisering complex geregistreerd wordt. In dit laatste geval wordt het traject afgesloten op de dag van uitvoering van deze zorgactiviteit. Pagina 123 van 137
124 D.D.G.99.81* (aangepast) Indien een Zorgproduct met ZT 11 en afsluitreden 22 wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij aansluitend (P7) een Zorgproduct Medicinale Oncologische behandeling wordt gedeclareerd, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en controleert deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten (Uitgangspunt.02) en op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Tabel met Zorgproducten medicinale oncologische behandeling Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgproducten medicinale oncologische behandeling Tabel Zorgactiviteiten medicinale oncologische behandeling Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten medicinale oncologische behandeling Direct aansluitend (P7) P7: Dit betreft een situatie van Zorgproducten waarbij de begindatum van het 2e Zorgproduct 1 dag na de einddatum van het 1e Zorgproduct ligt. (Zie: Codering DOT). Afsluitreden 22: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering Medicinale oncologische Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van het initiële Zorgproduct, zodat het Zorgproduct Medicinale Oncologische behandeling die later gedeclareerd wordt alsnog wordt meegenomen in de keuring. NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2a Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden. Pagina 124 van 137
125 D.D.G.06.82* (aangepast) Indien een klinisch Zorgproduct binnen het specialisme Urologie met ZT 11 of ZT 21 en afsluitreden 68 wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij aansluitend (P7) een Zorgproduct ESWL behandeling of een operatieve ingreep bij urinewegstenen wordt gedeclareerd, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en controleert deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten (Uitgangspunt.02) en op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Tabel Zorgproducten klinisch Tabel Zorgproducten ESWL behandeling of een operatieve ingreep bij urinewegstenen Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgproducten klinisch Tabel Zorgactiviteiten ESWL Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteit klinisch Tabel Zorgactiviteit ZA ESWL Tabel Zorgactiviteit ZA urologie Direct aansluitend (P7) P7: Dit betreft een situatie van Zorgproducten waarbij de begindatum van het 2e Zorgproduct 1 dag na de einddatum van het 1e Zorgproduct ligt. (Zie: Codering DOT). Afsluitreden 68: afsluiten ZT 11 of ZT 21 o.b.v. uitzondering urologie bij niet-klinische ESWL behandelingen ( ) Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van het klinische Zorgproduct, zodat het Zorgproduct ESWL behandeling of een operatieve ingreep bij urinewegstenen die later gedeclareerd wordt alsnog wordt meegenomen in de keuring NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-240 Art 9.2t Pagina 125 van 137
126 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-260 Art 10.2q Bij niet-klinische ESWL behandeling van urinewegstenen wordt per ESWL behandeling een subtraject geopend. Wanneer de volgende ESWL behandeling eerder start dan het in artikel 9.1 voorgeschreven moment dan mag het subtraject worden afgesloten één dag voor de dag dat de volgende ESWL behandeling plaatsvindt. Dit geldt ook wanneer een niet-klinische ESWL gevolgd wordt door een operatieve ingreep voor urinewegstenen. D.D.G.16.88* (aangepast) Indien binnen het specialisme kindergeneeskunde een Zorgproduct met van drie behandelingen plasmafiltratie en LDL aferese met afsluitreden 90 wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij aansluitend (P7) een Zorgproduct met drie behandelingen plasmafiltratie en LDL aferese, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) en zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Tabel Zorgproducten plasmafiltratie en LDL aferese Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten plasmafiltratie en LDL aferese Afsluitreden 90: ZT 11/21 Kindergeneeskunde plasmafitratie/ldl aferese Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van het Zorgproduct, zodat Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring Nza beleidsregel: Nr-Cu 240 Art. 9.2 t Nza beleidsregel: Nr-Cu 260 Art. 10.2q Bij behandeling middels plasmafiltratie en LDL aferese wordt per drie behandelingen een subtraject geopend. Wanneer de vierde behandeling eerder plaatsvindt dan het in paragraaf voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de vierde behandeling plaatsvindt (dus op het bij punt 20 in de Uitzonderingen op de afsluitregels in het document Registratieregels genoemde moment) ( ). Pagina 126 van 137
127 D.D.G.99.98* (aangepast) Indien bij het specialisme klinische geriatrie een zorgproduct wordt gedeclareerd, waarbij sprake is van opnieuw een Comprehensive Geriatric Assessment (CGA) en afsluitreden 29 is gevuld, dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij aansluitend (P7) een zorgproduct klinische geriatrische behandeling wordt gedeclareerd, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2014 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel Zorgproducten CGA Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgproducten CGA Tabel Zorgactiviteiten CGA Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten CGA Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 120 dagen na factuurdatum van het CGA, zodat het Zorgproduct klinische geriatrische behandeling die later gedeclareerd wordt alsnog wordt meegenomen in de keuring. Afsluitreden 29: ZT 11/21 Klinische geriatrie/ouderengeneeskunde Nza beleidsregel: Nr-Cu 240 Art. 9.2 o Nza beleidsregel: Nr-Cu 260 Art. 10.2l Indien er bij de behandeling klinische geriatrie of ouderengeneeskunde een verergering van het probleem ontstaat waarvoor opnieuw een Comprehensive Geriatric Assessment (CGA) noodzakelijk is, wordt het subtraject afgesloten. Vervolgens wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend. Het moment van afsluiten is één dag voor de start van de nieuwe behandeling of conform de algemene regel indien de nieuwe behandeling later dan dit moment start ( ). Pagina 127 van 137
128 D.D.G Indien een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van de diagnose ADHD (7601) en afsluitreden 78 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een einddatum op 31 december 2014 en een begindatum tussen 1 januari 2015 en 31 december 2015 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01). Tabel Zorgproducten ADHD Afsluitreden 78: Afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Kindergeneeskunde bij niet-klinische bloedtransfusies op niet oncologische indicatie ( ) NZa Circulaire: CI/14/69c In verband met de overheveling moeten DBC-zorgproducten met diagnose ADHD op 31 december 2014 hard afgesloten worden. Dit betreft de zorgproducten , , , en , voor zover dit de diagnose ADHD betreft. Dit hard afsluiten is nodig om het mogelijk te maken dat de kosten voor ADHD-zorg over het jaar 2014 ten laste van de Zorgverzekeringswet en over het jaar 2015 ten laste van de Jeugdwet worden gebracht. Dit houdt in dat DBC-zorgproducten met diagnose ADHD, die op basis van de geldende afsluitregels over de jaargrens heen zouden lopen, op 31 december 2014 afgesloten moeten worden. Dit geldt ook voor bijbehorend zorgtraject. Voor dit hard afsluiten is geen specifieke afsluitreden beschikbaar. Om die reden kan voor het hard afsluiten in het kader van de overheveling gebruik gemaakt worden van afsluitreden 78. Het hard afsluiten geldt ook voor DBC-zorgproducten met diagnose ADHD geopend in 2015, waarbij de patiënt gedurende jaar wordt. In dat geval moet het zorgtrajecten en subtraject hard afgesloten worden op de dag voorafgaand aan de 18 e verjaardag van de patiënt. Pagina 128 van 137
129 D.D.G * (nieuw) Indien een zorgproduct voorbereiding thuisbeademing wordt gedeclareerd, dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij aansluitend (P7) een zorgproduct chronische thuisbeademing wordt gedeclareerd, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitsniveau (Uitgangspunt.03). Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten. Tabel Zorgactiviteiten voorbereiding thuisbeademing Tabel Zorgactiviteiten chronische thuisbeademing NZa document: NR/CU- 260 Artikel 10.2b. Chronische zorg bij thuisbeademing ( ) Bij chronische zorg met thuisbeademing wordt telkens na een periode van 30 dagen afgesloten. Het zorgprofiel bevat ten minste één van de zorgactiviteiten voor thuisbeademing. De voorbereidingsfase wordt afgesloten op de dag voor de start van de chronische thuisbeademing tenzij deze niet leidt tot chronische thuisbeademing. In het laatste geval gelden dealgemene regels voor afsluiting als vermeld in artikel Voor chronische zorg met thuisbeademing wordt een apart zorgtraject geopend (zo nodig parallel aan de aandoening waarvoor de chronische thuisbeademing wordt gegeven). Pagina 129 van 137
130 D.D.G * (nieuw) Indien een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van de diagnose Psychiatrische stoornissen (7611) en afsluitreden 78 is gevuld, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel heeft betrekking op zorgproducten met een einddatum op 31 december 2015 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01).. Tabel zorgproducten psychiatrische stoornissen NZa : CI/15/33c. Psychiatrische stoornissen Het zorginstituut Nederland geeft aan dat de behandeling van psychiatrische stoornissen onder de jeugdwet vallen. In verband met de overheveling moeten DBC-zorgproducten met de diagnose psychiatrische stoornissen (diagnosecode 7611) bij jeugdigen (tot 18 jaar) op 31 december 2015 hard afgesloten worden. Dit betreft de zorgproducten , , , t/m , voor zover dit de diagnose psychiatrische stoornissen betreft. Dit houdt in dat DBC-zorgproducten met de diagnose psychiatrische stoornissen, die op basis van de geldende afsluitregels over de jaargrens heen zouden lopen, op 31 december 2015 afgesloten moeten worden. Dit geldt ook voor bijbehorend zorgtraject. Voor dit hard afsluiten is geen specifieke afsluitreden beschikbaar. Om die reden kan voor het hard afsluiten in het kader van de overheveling gebruik gemaakt worden van afsluitreden 78. Dit betreft een specifieke afsluitreden voor uitzonderingen bij kindergeneeskunde (Afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Kindergeneeskunde bij niet-klinische bloedtransfusies op niet oncologische indicatie ( )). Per 2016 zal de behandeling van psychiatrische stoornissen geleverd door kinderartsen meelopen in de reguliere inkoop van jeugd-ggz door gemeenten. De verdere uitwerking hiervan ligt niet meer op het terrein van de NZa. Pagina 130 van 137
131 D.D.G * (nieuw) Indien een zorgproduct intake en assessment bij complex chronische longfalen wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij aansluitend (P7) een zorgproduct vervolgbehandeling wordt gedeclareerd, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert op zorgactiviteitsniveau (Uitgangspunt.03). Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten. Tabel Zorgactiviteiten intake en assessment Tabel Zorgactiviteiten CCL NZa document: NR/CU- 260 Artikel 10.2o. Complex chronische longfalen (Longastma centra) ( ). Een zorgtype 11 subtraject voor intake en assessment (zorgactiviteiten en ) bij complex chronisch longfalen (CCL) wordt afgesloten één dag voor de start van de behandeling (zorgactiviteiten t/m en ). Het zorgtype 21 subtraject voor de behandeling heeft een vaste looptijd van 120 dagen. Binnen dit zorgtype 21 subtraject moet bij het eerste face-toface contact zorgactiviteit Vervolgbehandeling na assessment longastmacentra geregistreerd worden. Deze zorgactiviteit kan eenmalig binnen een zorgtraject worden geregistreerd. Pagina 131 van 137
132 Risicoregels De risicocodes voorzien van een * zijn nieuw ten opzichte van de vorige release (juli 2015). D.D.R Indien de DUUR van een klinisch Zorgproduct, met ZT 11 of ZT 21, <44 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct als risico gedefinieerd te worden (2). Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel klinische Zorgproducten DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 44 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G T/M D.D.G Zorgproducten binnen de specialismen revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg zijn uitgezonderd van deze controleregel. Zorgproducten kunnen alleen als risico gedefinieerd worden, indien deze niet zijn afgekeurd door een controleregel. 2) Interpretatie van de regelgeving leidt tot de conclusie dat klinische producten een looptijd van minimaal 44 dagen behoren te hebben. Hierover was onduidelijkheid en daarom is deze controleregel voorlopig gezet op 43 dagen. De zorgverzekeraars zijn nog in overleg om deze controle regel aan te passen en risicoregel D.D.R specifieker te formuleren. D.D.R.99.13a Indien de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct (dagopname of polikliniek) met een mogelijke operatieve ingreep, met ZT 11, >= 43 en <90 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct als risico gedefinieerd te worden. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel heterogene operatieve Zorgproducten DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is gelijk of groter Pagina 132 van 137
133 dan 43 en kleiner dan 90 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G T/M D.D.G Zorgproducten binnen de specialismen revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg zijn uitgezonderd van deze controleregel. Zorgproducten kunnen alleen als risico gedefinieerd worden, indien deze niet zijn afgekeurd door een controleregel. D.D.R.99.13b Indien de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct (dagopname of polikliniek) met een mogelijke operatieve ingreep, met ZT 21, >= 43 en <365 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct als risico gedefinieerd te worden. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) Tabel heterogene operatieve Zorgproducten DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is gelijk of groter dan 43 en kleiner dan 365 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G T/M D.D.G Zorgproducten binnen de specialismen revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg zijn uitgezonderd van deze controleregel. Zorgproducten kunnen alleen als risico gedefinieerd worden, indien deze niet zijn afgekeurd door een controleregel. Pagina 133 van 137
134 D.S.R Indien binnen 365 dagen na de einddatum (P5 t/m P8) van een Zorgproduct met ZT 11 of ZT 21, een Zorgproduct met ZT 11 met dezelfde diagnose binnen hetzelfde specialisme wordt geopend, wordt deze als risico gedefinieerd. Subtrajecten waarbij sprake is van een uitzonderingsituatie worden van deze risicoregel uitgezonderd. Deze controleregel treedt in werking op 1 september 2012 en controleert op prestatieniveau (Uitgangspunt.01) P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa document: NR/CU-220 Artikel 7 Het openen van een subtraject Een subtraject wordt geopend: Bij het openen van een zorgtraject (zie artikel 6) of; Als een reguliere behandeling of controletraject na het afsluiten van een subtraject met ZT 11 of ZT21, wordt vervolgd (zie artikel 8). Op het moment dat binnen 365 dagen na afsluiten van het voorgaande subtraject een zorgactiviteit wordt geregistreerd in het kader van de zorgvraag van het betreffende zorgtraject moet aansluitend op het voorgaande subtraject met ZT 11 of ZT 21 een vervolg subtraject worden geopend. Toelichting: Als in de periode na afsluiten van het voorgaande subtraject binnen 365 dagen geen zorgactiviteiten zijn geregistreerd in het kader van de zorgvraag van het betreffende zorgtraject, hoeft dus geen vervolg subtraject te worden geopend. Pagina 134 van 137
135 D.P.R Binnen alle ondersteunende specialismen (o.a. radiologie en pathologie) kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/m P4) declareren van dezelfde eerstelijns zorgactiviteiten. Indien dit wel het geval is wordt de tweede afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel Zorgactiviteiten eerstelijns. P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa Verboden Toegestaan lijst Voor prestaties van onder meer radiologie en pathologie is niet het begrip foto of het aantal weefsels uitgangspunt voor hoe vaak een prestatie vastgelegd wordt, maar het begrip onderzoek. Dit ongeacht hoeveel foto s er gemaakt worden en hoeveel weefsels worden verwijderd. Twee foto's van beide kanten van de bekken, mogen niet als twee prestaties afzonderlijk gedeclareerd worden. Er is sprake van één onderzoek, dus hierbij mag de radioloog maar één prestatie in rekening brengen. Pagina 135 van 137
136 D.P.R Indien een IC behandeldag parallel aan een klinisch operatief zorgproduct wordt gedeclareerd, dient de IC behandeldag als risico gedefinieerd te worden. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten (Uitgangspunt.02) Uitgangspunt.02: Een controle deels op basis van zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten. Tabel Zorgactiviteiten klinisch Tabel 42-dagenregel zorgactiviteiten Tabel IC behandeldag Zorgproducten kunnen alleen als risico gedefinieerd worden, indien deze niet zijn afgekeurd door een controleregel P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). Nza beleidsregel: Br-Cu 2121 Art Prestatiebeschrijvingen add-ons IC Niet als behandeldag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt op de IC, in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere post-operatieve bewaking en geen IC behandeldag. D.P.R.99.93* (aangepast) Indien binnen een Zorgproduct een zorgactiviteit echo, MRI of CT scan parallel (P1 t/m P4) aan een zorgactiviteit dagverpleging wordt gedeclareerd, wordt het Zorgproduct als risico gezien. Deze controleregel treedt in werking op 1 juni 2014 en controleert op zorgactiviteitniveau (Uitgangspunt.03) Uitgangspunt.03: Een controle op basis van zorgactiviteiten Tabel 42-dagenregel zorgactiviteiten en diagnostiek. Tabel Zorgactiviteiten echo, MRI of CT scan. Tabel Zorgactiviteiten dagverpleging P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). Pagina 136 van 137
137 Dagverpleging wordt alleen afgewezen indien er op de uitvoerdatum geen operatieve (ZPK 5) of diagnostische (ZPK 4) activiteiten zijn geregistreerd Zorgproducten kunnen alleen als risico gedefinieerd worden, indien deze niet zijn afgekeurd door een controleregel NZa Verboden Toegestaan lijst: De zorgactiviteit dagverpleging mag alleen vastgelegd worden bij een vorm van verpleging die een aantal uren duurt in een ziekenhuis op een voor dagverpleging ingerichte afdeling. De verpleging moet bovendien in het algemeen voorzienbaar zijn en noodzakelijk in verband met een onderzoek of behandeling door een medisch specialist op diezelfde dag. Patiënt ondergaat een echo, MRI-scan of CT-scan. Hierbij is geen sprake van (noodzaak tot) verpleging in het kader van de geleverde behandeling. Het ziekenhuis mag dan ook geen dagverpleging vastleggen D.P.R * (nieuw) Een zorgactiviteit kan niet los als overig zorgproduct gedeclareerd worden als op dezelfde dag een identieke zorgactiviteit is geregistreerd als onderdeel van een zorgproduct. Indien dit wel het geval is wordt het overig zorgproduct als risico gezien Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2015 en controleert deels op basis van prestaties en deels op basis van zorgactiviteit (Uitgangspunt.02). Uitgangspunt. 02: Een controle deels op basis van zorgproducten/overige zorgproducten en deels op basis van zorgactiviteiten. Tabel met OZP Tabel met ZA P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een prestatie met een andere prestatie van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt de combinatie ingedeeld in een van de 3 te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT). NZa document: NR/CU-260 Artikel 8.5 Een zorgtraject met subtraject ZT41 wordt door een poortspecialisme geopend indien deze, op verzoek van de eerstelijn of een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling voor welke de DBCsystematiek niet geldt (kaakchirurgie), een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch specialistische behandeling en diagnostiek en prenatale screening levert aan een patiënt. Een overig zorgproduct kan niet los gedeclareerd worden als op dezelfde dag een zorg/subtraject wordt geopend voor dezelfde zorgvraag. De zorgactiviteit maakt in dat geval deel uit van het zorg/subtraject met ZT11. Pagina 137 van 137
Handboek DOT controleregels
Handboek DOT controleregels Datum: 1-3-2016 Naam: Handboek DOT controleregels Inhoudsopgave Bijlage 1 Korte omschrijving DOT controleregels... 6 Bijlage 2 Lijst met afkortingen... 12 Bijlage 3 Gebruik
Handboek DOT controleregels
Handboek DOT controleregels Datum: Juni 2017 Naam: Handboek MSZ controles R10 Release: 10 Inhoudsopgave Voorwoord... 7 Korte omschrijving controleregels... 8 Verklarende lijst... 11 Codering DOT... 12
Handboek DOT controle regels. Date: 20-1-2014 Name: Handboek DOT controle regels version 29 revision 22 Status:
Handboek DOT controle regels Date: 20-1-2014 Name: Handboek DOT controle regels version 29 revision 22 Status: Index Handboek DOT controle regels 29022... 6 Voorwoord... 6 Afkeurvolgorde... 7 Codering
Handboek DOT Controleregels
Handboek DOT Controleregels Release 2 (mei 2013) Handboek DOT controle regels Datum: 16 mei 2013 Naam: Handboek DOT controle regels versie 29 revisie 17 Inhoudsopgave Korte omschrijving DOT controleregels...
Handboek DOT controleregels
Handboek DOT controleregels Datum: December 2016 Naam: Handboek DOT controleregels Release: 9 Inhoudsopgave Bijlage 1 Korte omschrijving DOT controleregels... 6 Bijlage 2 Lijst met afkortingen... 12 Bijlage
Addendum bij Handboek DOT Controleregels release 2
Addendum bij Handboek DOT Controleregels release 2 Vanwege een eerder dan geplande releasedatum komt er een versie van de DCM AOM beschikbaar, waarin een aantal wijzigingen is opgenomen ten opzichte van
Registratieregels RZ15a
Implementatiecongres DBC-pakket 2015 4 september 2014 Marjolein Hildebrand 2 Wijzigingen: Registratieregels Registratieaddendum Wijzigingen in de Diagnose en zorgvraagtypering toelichting 3 Aansluiting
Nadere Regel NR/CU-266. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel NR/CU-266 Regeling medisch specialistische zorg Artikel 19. Uitzonderingen op opening- en afsluitregels subtraject met ZT11 of ZT21 Van de in artikel 17 en 18 vermelde algemene afsluitregels
Registratieaddendum RZ19a
Registratieaddendum RZ19a v20180118 Concept Ingangsdatum 1 januari 2019 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...
Registratieaddendum. Ingangsdatum 1 januari v
Registratieaddendum Ingangsdatum 1 januari 2018 v20170119 Registratieaddendum v20170119 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden
Toelichting op de Afsluitreden tabel. Versie
Toelichting op de Afsluitreden tabel Versie 20120927 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.3 Afsluitredenen...
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-220. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Inwerkingtreding... 2 Artikel 4. Begrippen en afkortingen...
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-266. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Artikel 1. Reikwijdte... 3 Artikel 2. Doel van de regeling... 3 Artikel 3. Begripsbepalingen... 3 Hoofdstuk I Zorgtrajecten... 7 Artikel
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Inhoudsopgave
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 19075 29 juli 2015 Regeling medisch specialistische zorg REGELING NR/CU-263 Vastgesteld op 30 juni 2015 Inhoudsopgave
Handboek controleregels DubDec GGZ 09_2016
Handboek controleregels DubDec GGZ 09_2016 Datum : 01-09-2016 Naam : Handboek controleregels AOM GGZ Status : Definitief Inhoudsopgave 1 Inleiding handboek controleregels... 5 2 Algemene toelichting gebruikte
Erratum Addendum. Release RZ15a. Versie
Erratum Addendum Release RZ15a ersie 20141103 3 november 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Errata op document Wijzigingen DBC-release RZ15a v20140717... 4 2.1 Parallelle zorgtrajecten... 4 2.2 Parallelliteit
Registratieaddendum RZ17a
Registratieaddendum RZ17a Versie 20160701 Ingangsdatum 1 januari 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...
Handboek controleregels DubDec GGZ 01_2017
Handboek controleregels DubDec GGZ 01_2017 Datum : 01-01-2017 Naam : Handboek controleregels AOM GGZ Status : Definitief Inhoudsopgave 1 Inleiding handboek controleregels... 6 2 Algemene toelichting gebruikte
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-209. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Inwerkingtreding... 2 Artikel 4. Begrippen en afkortingen...
Registratieaddendum RZ19b
V20180920 Ingangsdatum 1 januari 2019 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie... 11 3.1 Voorbeeld afsluitregel...
Handboek controleregels DubDec GGZ
Handboek controleregels DubDec GGZ 201209-1 Datum: 7-9-2012 Naam: Handboek controleregels AOM GGZ versie 19 revisie 1 Status: Inhoudsopgave 1. Handboek controleregels DubDec GGZ... 4 Codering... 4 P (betreft
Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast.
NADERE REGEL NR/CU-201 Declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt
Registratieregels. Versie
Registratieregels Versie 20131114 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Registratiemodel en definities... 4 2.1 Registratiemodel... 4 2.1.1 Registreren... 5 2.1.2 Samenvatten...
Registratieregels. Versie
Registratieregels Versie 20120329 1 mei 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Registratiemodel en definities... 4 2.1 Registratiemodel... 4 2.1.1 Registreren... 5 2.1.2 Samenvatten... 6 2.1.3 Afleiden...
Handboek controles. Zelfonderzoek 2014. Versie: 27 mei 2015. Handboek controles - zelfonderzoek 2014 (versie 27-05-15) 1
Handboek controles Zelfonderzoek 2014 Versie: 27 mei 2015 1 Inhoudsopgave Versiebeheer... 4 Inleiding... 6 1.2 Onterecht vastleggen van een polikliniekbezoek meerdere consulten op één dag... 7 1.3 Onterecht
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-217. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Inwerkingtreding... 2 Artikel 4. Begrippen en afkortingen...
Registratieaddendum RZ16a
Registratieaddendum RZ16a Versie 20150701 Ingangsdatum 1 januari 2016 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...
Regel medisch-specialistische zorg - NR/REG-1816
Regel medisch-specialistische zorg - NR/REG-1816 Versie 1 Dit document is gepubliceerd door NZa op het publicatie platform voor uitvoering (PUC). Dit document is een afdruk van de originele versie die
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-249. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Grondslag... 2 Artikel 1. Reikwijdte... 2 Artikel 2. Doel... 2 Artikel 3. Intrekking oude regeling(en)... 2 Artikel 4. Inwerkingtreding
Regeling Medisch-specialistische zorg - NR/REG-1732
Regeling Medisch-specialistische zorg - NR/REG-1732 Versie 1 Dit document is gepubliceerd door NZa op het publicatie platform voor uitvoering (PUC). Dit document is een afdruk van de originele versie die
Wijzigingen dbc-release
Document Wijzigingen dbc-release RZ20a Ingangsdatum 1 januari 2020 v20190425 2 Inhoud 1. Inleiding 4 1.1 Verwijzingen en samenhang relevante informatie 4 1.2 Leeswijzer 5 1.3 Disclaimer 6 2. Wijzigingen
Algemene Toelichting Registratieregels. Versie
Algemene Toelichting Registratieregels Versie 20120927 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 2 Relatie tussen zorgtrajecten en subtrajecten... 5 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten
Toelichting op de Afsluitreden Tabel. Versie
Toelichting op de Afsluitreden Tabel Versie 20131114 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Wat is de functie van de tabel... 3 1.2 Afsluitredenen... 3 1.2.1 Afsluitredenen voor
Logopedie in de DBC systematiek
Logopedie in de DBC systematiek 28 november 2012 Ingeborg van Dijke/ Jolien Ewalds DBC-Onderhoud [email protected] 2 Inhoud 1. Hoezo Diagnose Behandel Combinaties (DBC s)? 2. Hoe werkt het systeem
Verduidelijking registratie en declaratie bij overloop-dbc's. Versie 2.0
Verduidelijking registratie en declaratie bij overloop-dbc's Versie 2.0 20120312 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Algemene regels overgangsperiode... 4 2.1 DBC s en subtrajecten in één zorgtraject... 4
Algemene Toelichting Registratieregels. Versie
Algemene Toelichting Registratieregels Versie 20130926 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Relatie tussen zorgtrajecten en subtrajecten... 4 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten
Algemene Toelichting Registratieregels. Versie 20140717
Algemene Toelichting Registratieregels Versie 20140717 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Relatie tussen zorgtrajecten en subtrajecten... 4 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel Versie 20120927 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3
Handboek controleregels DubDec GGZ 07_2017
Handboek controleregels DubDec GGZ 07_2017 Datum : 01-07-2017 Naam : Handboek controleregels AOM GGZ Status : Definitief Inhoudsopgave 1 Inleiding handboek controleregels... 6 2 Algemene toelichting gebruikte
Regeling medisch-specialistische zorg, NR/REG-1713 Inhoudsopgave
Regeling medisch-specialistische zorg, Inhoudsopgave Artikel 1. Reikwijdte... 3 Artikel 2. Doel van de regeling... 3 Artikel 3. Begripsbepalingen... 3 Hoofdstuk I Zorgtrajecten... 7 Artikel 4. Algemene
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 38058 21 juli 2016 Regeling medisch-specialistische zorg Vastgesteld op 21 juni 2016 REGELING NR/REG-1713 Inhoudsopgave
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Gynaecologie
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Gynaecologie v20110701 Ingangsdatum 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzonderingen op de algemene registratieregels... 4 2.1 Sluiten
Registratieregels. Versie
Registratieregels Versie 20140717 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Registratiemodel en definities... 4 2.1 Registratiemodel... 4 2.1.1 Registreren... 5 2.1.2 Samenvatten...
Specialismespecifieke toelichting op de Registratieregels Klinische Geriatrie. Versie
Specialismespecifieke toelichting op de Registratieregels Klinische Geriatrie Versie 20120329 1 mei 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzonderingen op de algemene regels... 4 2.1 Sluiten van subtraject
Algemene Toelichting Registratieregels. Versie
Algemene Registratieregels Versie 20120329 1 mei 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Relatie tussen Zorgtrajecten en Subtrajecten... 4 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten en subtrajecten... 6 3.1 Openen
Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast.
NADERE REGEL Declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling 1 van 7 Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt
Verboden-toegestaan-lijst
Verboden-toegestaan-lijst Aanleiding Op 22 mei 2014 heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de bestuurlijke afspraken met betrekking tot
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-222. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Inwerkingtreding... 2 Artikel 4. Begrippen en afkortingen...
Registratiehandleiding interne geneeskunde 2013
Registratiehandleiding interne geneeskunde 2013 versie 1.6 Een handleiding voor internisten over het registreren in het DOT-tijdperk. 2 Inhoud: 1. Wat moet worden geregistreerd? 2. Algemene registratieregels
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-240. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Doel... 2 Artikel 4. Inwerkingtreding... 2 Artikel 5. Begrippen
Veelgestelde vragen over DOT
Veelgestelde vragen over DOT Openen Mag bij een faxverwijzing alvast een zorgtraject door het secretariaat geopend worden? Kan in DOT in een vervolgtraject (met zorgtype=21) ook een klinische episode worden
BELEIDSREGEL BR/CU Verrichtingenlijst ten behoeve van DBC s
BELEIDSREGEL BR/CU-2020 Verrichtingenlijst ten behoeve van DBC s Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit
0316 Kindergeneeskunde
0316 Kindergeneeskunde 3. Wijzigingsverzoeken 3.1 Wijzigingen in regelgeving 3.1.3 Technische uitwerking 2.0307.1 F21 en toelichting 1.0000.1 blok B en D Dit wijzigingsverzoek bestaat uit aanpassingen
Handreiking Audiologische Zorg
Handreiking Audiologische Zorg Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF) 16 april 2015 Inhoud Inhoud 2 Voorwoord 3 Overwegingen 4 Handreiking Audiologische Zorg 5 Disclaimer 6 Bijlage 1 - Samenvatting
Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-237. Regeling medisch specialistische zorg
Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding...2 Artikel 1. Grondslag...2 Artikel 2. Reikwijdte...2 Artikel 3. Doel...2 Artikel 4. Inwerkingtreding...2 Artikel 5. Begrippen
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel Versie 20121120 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3
Toelichting op het koppelalgoritme. Versie
Toelichting op het koppelalgoritme Versie 20130926 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Koppelen van zorgactiviteiten aan aanvragend of uitvoerend poortspecialisme... 4 Bijlage:
Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk Directie Zorgmarkten Cure 0900 770 70 70 [email protected] CI/14/3c
Aan het bestuur van algemene ziekenhuizen (010) categorale ziekenhuizen (011) academische ziekenhuizen (020) epilepsie-instellingen (040) dialysecentra (060) audiologische centra (070) radiotherapeutische
Q&A's bij de verboden-toegestaan-lijst
Q&A's bij de verboden-toegestaan-lijst Achtergrond Op 16 juli heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de definitieve verboden-toegestaan-lijst ten behoeve van het aanvullend omzetonderzoek gepubliceerd.
Beleidsregel declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling
BELEIDSREGEL CI-949 Bijlage 8 bij A/06/177 Beleidsregel declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling 1. ALGEMEEN a. Deze beleidsregel
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel Versie 20131114 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Wat is de functie van de tabel... 3 1.1.1 Combinaties van verschillende diagnosen...
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel Versie 20150312 Ingangsdatum 1 april 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Wat is de functie van de tabel... 3 1.1.1 Combinaties van verschillende diagnosen...
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Kindergeneeskunde. Versie
Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Kindergeneeskunde Versie 20120726 1 september 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzondering op de algemene regels... 4 2.1 Sluiten van subtrajecten
Instructie DBC-registratie Klinische genetica v ingangsdatum instructie 1 januari 2012
Instructie DBC-registratie Klinische genetica v20110701 ingangsdatum instructie 1 januari 2012 Deze instructie bevat de regels die gelden voor alle DBC s die geopend zijn vanaf 1 januari 2011 en eventueel
Beleidsregel declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling
Beleidsregel declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling 1. ALGEMEEN a. Deze beleidsregel is van toepassing op organen voor gezondheidszorg
Registratieaddendum RZ16b
Registratieaddendum RZ16b Versie 20151119 Ingangsdatum 1 januari 2016 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...
Voorgenomen beleid in verband met overheveling geriatrische revalidatiezorg 12 juni 2012
Memo Onderwerp Datum Voorgenomen beleid in verband met overheveling geriatrische revalidatiezorg 12 juni 2012 Met ingang van 2013 zal geriatrische revalidatiezorg (GRZ) opgenomen worden in het Besluit
Afsluitregels Tabel Toelichting. Versie
Afsluitregels Tabel Toelichting Versie 20121120 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.2.1 Groeperingen
Algemene Toelichting Registratieregels. Versie
Algemene Toelichting Registratieregels Versie 20141113 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Relatie tussen zorgtrajecten en subtrajecten... 4 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten
Aanpassing NZa-regelgeving parallelliteit Achtergrondinformatie en afspraken over impactberekening
Gezamenlijke werkgroep Vereenvoudigen regelgeving MSZ Aanpassing NZa-regelgeving parallelliteit Achtergrondinformatie en afspraken over impactberekening April 2019 Eind 2017 zijn de NVZ, ZN, NFU en FMS
Toelichting op de Specialismespecifieke Toelichtingen. Versie
Toelichting op de Specialismespecifieke Toelichtingen Versie 20120726 1 september 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de specialistspecifieke
Declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling
Declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling 1. ALGEMEEN a. Deze beleidsregel is van toepassing op organen voor gezondheidszorg als
Wijzigingen DBC-release RZ16b
Wijzigingen DBC-release RZ16b v20151119, ingangsdatum 1 januari 2016 Inhoud 1. Inhoud van dit document 4 1.1 Verwijzingen en samenhang relevante informatie 4 1.1.1 Verwijzing naar ingediende wijzigingsverzoeken
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel v20111115. Ingangsdatum tabel 1 januari 2012
Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel v20111115 Ingangsdatum tabel 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Samenhang simuleren, schaduwdraaien
Instructie Intensive Care v (ingangsdatum instructie )
Instructie Intensive Care v20081001 (ingangsdatum instructie 1-1-2009) Contactgegevens Stichting DBC-Onderhoud Telefoon: 030-2739685 Fax: 030-2739553 E-mail Helpdesk: [email protected] Internetadres:
REGISTRATIEWIJZER TOELICHTING
REGISTRATIEWIJZER TOELICHTING De Federatie Medisch Specialisten vindt de huidige registratiesystematiek en bijbehorende registratieregels zeer complex. De registratieregels kunnen ruimte geven voor verschillende
