Handboek DOT Controleregels

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Handboek DOT Controleregels"

Transcriptie

1 Handboek DOT Controleregels Release 2 (mei 2013)

2 Handboek DOT controle regels Datum: 16 mei 2013 Naam: Handboek DOT controle regels versie 29 revisie 17

3 Inhoudsopgave Korte omschrijving DOT controleregels... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Voorwoord... 5 Codering DOT... 6 Afkeurvolgorde Afkeuringscodes D.P.A Parallelliteit Diagnose Combinatie tabel D.P.A Parallelliteit dubbelzijdige aandoeningen D.P.A Parallelle afkeuring D.P.A Parallelliteit ICC D.P.A * D.P.A Parallelliteit ICC D.A Afkeuring overig zorgproduct D.A * D.P.A a Parallelliteit overig zorgproduct eerstelijnsdiagnostiek D.S.A.99.08b Seriële afkeuring overig zorgproduct eerstelijnsdiagnostiek D.P.A.99.08c Parallelliteit overig zorgproduct eerstelijnsdiagnostiek D.S.A.99.08d Seriële afkeuring overig zorgproduct eerstelijnsdiagnostiek D.P.A Parallelliteit IC zorgactiviteit D.P.A Parallelliteit IC zorgactiviteit D.D.A Duur klinisch zorgproduct D.D.A Duur niet-klinisch zorgproduct D.D.A Duur niet-klinisch zorgproduct D.D.A Duur niet-klinisch zorgproduct D.D.A Duur thuisbeademing D.D.A Duur hemodialyse D.D.A Duur blaasspoelingen D.D.A Duur blaasspoelingen D.D.A Duur APD/bifosfonaat D.P.A Parallel chronisch long falen D.P.A Parallelliteit donor D.P.A Parallelliteit IC toeslag D.PS.A Nazorg cochleaire implantaten D.PS.A Nazorg na orgaantransplantatie D.PS.A Nazorg stamceltransplantaties D.P.A Parallelliteit AICD-implantatie D.P.A Parallelliteit ICC-IC en IC-behandeldag D.P.A Parallelliteit ordertarief/inr bepaling Pagina 2 van 80

4 D.P.A Toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie D.P.A Parallelliteit toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie D.PS.A Intakecontact hartrevalidatie D.P.A.99.57a Parallelliteit verkeerde bed/ic-dag D.P.A.99.58a Parallelliteit verblijf gezonde moeder/ IC-behandeldag D.P.A.99.59a Parallelliteit verblijf gezonde zuigeling/ic-behandeldag D.P.A.99.60a Parallelliteit vervallen ziekenhuisindicatie/ic-behandeldag D.P.A Parallelliteit overig traject D.S.A Serialiteit Post IC-High Care D.S.A VERVALLEN D.P.A Parallelliteit MRI D.P.A Parallelliteit MRI D.P.A Parallelliteit MRI D.P.A Parallelliteit MRI D.D.A.16.68* Duur kinderoncologische behandelingen D.D.A.27.69* Duur revalidatiegeneeskunde D.D.A * Duur geriatrische revalidatiezorg D.P.A.16.74* Parallelliteit topreferente kinderoncologie D.P.A.99.75* Parallelliteit epilepsiebehandeling D.P.A.99.76* Parallelliteit MRI (maximaal 2) D.P.A.27.78* Parallelliteit Specialistische Revalidatie Behandeling Goedkeuringscodes D.D.G Duur Medicinale oncologische behandeling D.D.G Duur prenatale diagnostiek en intra-uteriene ingrepen D.D.G Duur neonatologie D.D.G Duur cardiologie D.D.G Duur COPD D.D.G Duur vervolgbehandeling reumatologie D.D.G Duur Specialistische Revalidatie Behandeling D.D.G Duur klinische geriatrie bij CGA D.D.G Duur stamceltransplantatie D.D.G Duur transplantatiezorg D.D.G * D.D.G Duur intravitreale injectie D.D.G Duur subretinale neovascularisatie met foto dynamische therapie D.D.G Duur strabismus D.D.G Duur retina defect/-retinaloslating D.D.G Duur mammareconstructie D.D.G Duur transplantatiesessies uitgebreide brandwonden Pagina 3 van 80

5 D.D.G Duur ESWL behandeling D.D.G Duur IU/IVF/ICSI technieken D.D.G Duur obstetrie D.D.G Duur metastaseringen of recidief bij radiotherapie D.D.G Duur overlijden patiënt D.D.G Duur revalidatiegeneeskunde D.D.G.16.71* Duur niet-klinische chronische verstrekking van geneesmiddelen D.D.G.16.72* Duur niet-klinische behandeling bloedtransfusies niet oncologische indicatie D.D.G.16.73* Duur niet-klinische behandeling bloedtransfusies oncologische indicatie D.D.G.90.77* Duur complexe erfelijkheidsadvisering Risicoregels D.D.R Duur klinisch zorgproduct D.D.R.99.13a Duur niet-klinisch zorgproduct zt D.D.R.99.13b Duur niet-klinisch zorgproduct zt D.S.R.99.63* ZT 11 of zt 21 binnen 365 dagen *Nieuw ten opzicht van de vorige versie Pagina 4 van 80

6 Voorwoord De visie van zorgverzekeraars op controle in de keten gaat ervan uit dat controles zo vroeg mogelijk in de keten plaatsvinden. Dit betekent dat zorgaanbieders in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor het leveren van gepaste zorg en daarbij behorende correcte declaraties. Dit kan gedeeltelijk worden vormgegeven door het zo vroeg mogelijk in de keten uitvoeren van controles door één uniforme controlefunctionaliteit. De controles in de keten worden daardoor efficiënter en doelmatiger. Achteraf vindt dan nog wel een beperkte controle plaats door zorgverzekeraars alsmede de materiele controles. Vanuit die visie hebben zorgverzekeraars Vektis/CHS opdracht gegeven de DOT Controlemodule (DCM ) te ontwikkelen. De ontwikkeling en exploitatie van de DCM wordt gefinancierd door zorgverzekeraars en beschikbaar gesteld voor de ziekenhuizen en ZBC s. De DCM controleert alle declaraties medisch specialistische zorg (MSZ) op de NZa regelgeving. De DCM zorgt voor uniforme controles, die door alle zorgverzekeraars gehanteerd worden. Bij voorkeur wordt de DCM door de zorgaanbieder ingezet voorafgaand aan de declaratie. Daarmee wordt de juistheid van de declaraties geborgd. Vroegtijdige signalering (en correctie) in de keten, leidt tot minder uitval uit formele controles van zorgverzekeraars. De zorgaanbieder ondervindt hierdoor minder werklast uit formele controles en is middels de DCM zelf in staat om zijn declaratiegegevens te controleren zonder tussenkomst van de zorgverzekeraar. In het voorliggende handboek staan de controleregels die zorgverzekeraars hebben opgesteld en ingebouwd zijn in de DCM. De controleregels zijn gebaseerd op de NZa beleidsregel- en Nadere Regel Medisch Specialistische Zorg. De controleregels zijn afgestemd met zorgaanbieders via de landelijke werkgroep controle MSZ, bestaande uit vertegenwoordigers van ziekenhuizen, zorgverzekeraars, NVZ, NFU, ZKN, OMS, ZN en CHS. Zorgaanbieders vertegenwoordigd in deze landelijke werkgroep hebben aangegeven te kunnen instemmen met de interpretatie van de NZa regelgeving en daarop gebaseerde controleregels. Daarbij is de volgende kanttekening gemaakt. Met de komst van DOT zijn er vaste afsluitregels geïntroduceerd. Zorgverzekeraars hebben regels opgesteld om de duur van de DBC-zorgproducten te controleren (zie de controleregels D.D.A t/m D.D.A en D.D.A t/m D.D.A.06.20). De zorgverzekeraars hebben nu nog geen informatie over de zorgactiviteiten binnen een subtraject, daarom wordt voor de controles gebruik gemaakt van tabellen. Deze tabellen zijn zo zorgvuldig mogelijk opgesteld op basis van de bij zorgverzekeraars beschikbare informatie. Daarbij zijn DBCzorgproducten ingedeeld naar wel/niet klinisch en wel/niet operatief. Er zijn echter zorgproducten die niet eenduidig zijn in te delen, maar zogenaamd "heterogeen" zijn. Ook blijkt uit de omschrijving van een aantal zorgproducten onvoldoende wat voor type product het betreft. Ervaringen van ziekenhuizen die de DCM al gebruiken, zijn gebruikt om de tabellen te optimaliseren. Er is echter altijd een kans dat DBC-zorgproducten onterecht worden afgekeurd. In dat geval kunnen de ziekenhuizen in gesprek gaan met betreffende zorgverzekeraar en duidelijkheid geven over de geregistreerde zorgactiviteit. Uiteraard wordt ook verdere feedback gebruikt om de tabellen nog nauwkeuriger te maken en onterechte afwijzingen in de toekomst te voorkomen. Op korte termijn gaan zorgverzekeraars de controles zoals opgenomen in dit handboek uitzetten. Daarnaast wordt bekeken of er nog aanvullende en nieuwe controleregels ontwikkeld moeten worden die voorafgaand aan de declaratie ingezet kunnen worden bij de zorgaanbieder. De landelijke werkgroep controle MSZ blijft betrokken bij de verdere ontwikkeling van controles van zorgverzekeraars. Nieuwe controleregels worden afgestemd, bestaande controleregels geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. De werkgroep kan ook tot de conclusie komen dat de regelgeving niet helder is en vervolgens de NZa vragen regelgeving aan te passen. Pagina 5 van 80

7 Codering DOT De codering van de DOT controleregels is als volgt opgebouwd: 1. Het 1 e deel van de code bestaat uit een D. Deze staat voor de DOT controle regels. 2. Het 2 e deel start met 1 of meer letters. Hierbij worden de volgende letters onderscheiden. P Betreft parallelliteit S Betreft serialiteit D Betreft de DUUR van het Zorgproduct PS Betreft zowel parallelliteit als serialiteit 3. Het 3 e deel van de code bestaat tevens uit een letter. De volgende letters worden onderscheiden: A (Afkeuringsregel) Indien sprake is van een afkeuring van het gedeclareerde Zorgproduct dan wordt dit gecodeerd met een code waarbij het 3 e deel van de code uit een A bestaat. G (Goedkeuringsregel) In sommige gevallen is sprake van een goedkeuringsregel die maakt dat een in 1 e instantie afgekeurde regel alsnog wordt goedgekeurd omdat sprake is van een uitzonderingssituatie. In dit geval bestaat het 3 e deel van de codering uit een G. Regels gecodeerd met een G zijn met name van belang om in het algemeen te kunnen controleren of met bepaalde uitzonderingssituaties rekening is gehouden. R (Risicoregel) Tot slot zijn risicoregels opgesteld. Risicoregels leiden niet tot harde afkeuringen, maar tot signaleringen. Deze controlerelgels zijn gecodeerd met de letter R. 4. Het 4 e deel van de code geeft het specialisme weer waarop de regel betrekking heeft. Hierbij worden de laatste twee cijfers van de AGB code van het betreffende specialisme weergegeven. Indien de regel op meerdere specialismen, of op alle specialismen betrekking heeft wordt dit weergegeven met de cijfers Het 5 e deel is een volgnummer om de betreffende code uniek te maken en heeft verder geen betekenis. 6. Het laatste deel betreft eventueel een versienummer. Pagina 6 van 80

8 Bij verandering in wet- en regelgeving of bij het verkrijgen van nieuwe inzichten zijn mutaties op controleregels mogelijk. Er zijn in deze situatie drie mogelijkheden: Er ontstaat een nieuwe controleregel met een nieuwe begindatum. De originele controleregel kan worden aangescherpt maar blijft dezelfde begindatum houden (en werkt dus met terugwerkende kracht) De originele controleregel wordt voorzien van een einddatum. De nieuwe controleregel krijgt een extra codering die refereert aan het versienummer. De nieuwe controleregel zal worden toegevoegd aan de bestaande regelset en zal tevens worden voorzien van een nieuwe ingangsdatum Ter verduidelijking is in het onderstaande voorbeeld een situatie geschetst waarin controleregel D.P.A vanwege een mutatie wijzigt. De nieuwe controleregel die ontstaat is D.P.A Mocht er daarna weer een mutatie plaatsvinden, dan zal de nieuwe controle- regel worden voorzien van een opvolgend versienummer en krijgt de oude controleregel een einddatum. Pagina 7 van 80

9 P, S, PS en D Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 7 te onderscheiden categorieën. Deze categorieën variëren van volledig parallel d.w.z. dat sprake is van een gelijke begindatum en een gelijke einddatum (P1) tot een combinatie van Zorgproducten waarbij sprake is van serieel declareren (P8). In de categorie (P5) is sprake van slechts 1 dag overlap d.w.z. dat de einddatum van de 1 e declaratie de begindatum van de volgende is. Deze categorie wordt evenals de categorie (P7 en P8) beoordeeld met de keuringsregels die van toepassing zijn op seriële declaraties. P (betreft Parallelliteit) In sommige gevallen is de betreffende regel zowel van toepassing op parallel als op serieel gedeclareerde Zorgproducten. In dit geval wordt de betreffende regel gecodeerd met de codering PS. P1 Dit betreft een situatie van Zorgproducten met een gelijke begin- en einddatum. P2 Dit betreft een situatie van Zorgproducten met een gelijke begindatum maar een afwijkende einddatum. P3 Dit betreft een situatie van Zorgproducten waarbij het 2e Zorgproduct binnen de begin- en einddatum valt van het 1e Zorgproduct. P4 Dit betreft een situatie van Zorgproducten waarbij het 2e Zorgproduct een begindatum heeft na de begin- maar voor de einddatum van het 1e Zorgproduct en waarbij de einddatum na de einddatum van het 1e Zorgproduct ligt. Pagina 8 van 80

10 *S (betreft Serialiteit) P5 Dit betreft een situatie van Zorgproducten waarbij er sprake is van slechts 1 dag overlap d.w.z. de einddatum van het 1e Zorgproduct is de begindatum van het 2e Zorgproduct. P7 Dit betreft een situatie van Zorgproducten waarbij de begindatum van het 2e Zorgproduct 1 dag na de einddatum van het 1e Zorgproduct ligt. P 7 P8 Dit betreft een situatie van Zorgproducten waarbij de begindatum van het 2e Zorgproduct minimaal 2 dagen (of langer met een max van 365 dagen) na de einddatum van het 1e Zorgproduct ligt. P 8 PS (betreft zowel parallelliteit als serialiteit) In sommige gevallen is de betreffende regel zowel van toepassing op parallel als op serieel gedeclareerde Zorgproducten. In dit geval wordt de betreffende regel gecodeerd met de codering PS. D (betreft DUUR) Er wordt gecontroleerd of de DUUR van het gedeclareerde Zorgproduct voldoet aan de daaraan gestelde voorwaarden (afsluitregels). *Deze categorie bestaan uit de codes P5, P7 en P8. In deze selectie is ervoor gekozen de P6 categorie niet te gebruiken. De reden hiervoor is dat de P6 categorie nog in zijn oude vorm wordt gebruikt in de DBC keuringen. Om verwarring te voorkomen is ervoor gekozen om de P6 categorie niet te gebruiken Pagina 9 van 80

11 Afkeurvolgorde De controleregel beschrijft in het geval van een conflict welk gedeclareerd zorgproduct afgekeurd dient te worden. Om in het geval van meerdere conflicten te bepalen welk gedeclareerd zorgproduct als afgekeurd gemarkeerd kan worden is binnen de DCM een afkeuralgoritme vastgesteld. Het afkeuralgoritme bepaalt trapsgewijs de volgordelijkheid waarbinnen een gedeclareerd zorgproduct als afgekeurd gemarkeerd kan worden. De volgorde die wordt aangehouden binnen de DCM is: 1) De met zichzelf conflicterende records (DUUR Afkeuringen): Indien een declaratie (A1) gemarkeerd wordt door een controleregel vanwege een conflict met de DUUR van de declaratie, wordt deze declaratie (A1) afgekeurd. 2) De records met de meeste conflicten: Indien een declaratie (A1 in combinatie met A2, A3 en A4) gemarkeerd wordt door een combinatie van controleregels vanwege een aantal verschillende conflictsituaties wordt de declaratie met de meeste conflicten afgekeurd. 3) Het goedkoopste bedrag Indien een combinatie van declaraties (A1 met A2) gemarkeerd wordt door een controleregel vanwege een parallel conflict wordt de declaratie met het laagste bedrag afgekeurd. 4) De laatste openingsdatum Indien een combinatie van declaraties (A1 met A2) met hetzelfde bedrag gemarkeerd wordt door een controleregel vanwege een parallel conflict wordt de declaratie met de laatste openingsdatum afgekeurd. 5) De kortste DUUR Indien een combinatie van declaraties (A1 met A2) met hetzelfde bedrag en dezelfde openingsdatum gemarkeerd wordt door een controleregel vanwege een parallel conflict wordt de declaratie met de kortste DUUR afgekeurd. 6) De laatste factuurdatum Indien een combinatie van declaraties (A1 met A2) met hetzelfde bedrag, dezelfde openingsdatum en dezelfde DUUR gemarkeerd wordt door een controleregel vanwege een parallel conflict wordt de declaratie met de laatste factuurdatum afgekeurd. Pagina 10 van 80

12 Afkeuringscodes Afkeuringscodes voorzien van een * zijn nieuw ten opzichte van de vorige release (September 2012). D.P.A Binnen alle specialismen kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/m P4) declareren van Zorgproducten waarvan de combinatie van diagnoses voorkomt op de Diagnose Combinatie Tabel (DCT). Indien dit het geval is wordt het goedkoopste Zorgproduct afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring DCT: Diagnose Combinatie Tabel betreft een lijst van combinaties van diagnoses die niet als parallelle subtrajecten bij 1 patiënt mogen voorkomen. P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). NZa document: NR/CU D Art 6.1a NZa document: NR/CU-222 Art 6.1a Registratieregels v ; blz.16 Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de poortspecialist geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een poortspecialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling of diagnostiek niet past binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat. Parallelliteit: Een parallel zorgtraject bij eenzelfde specialisme mag alleen worden geopend indien er aantoonbaar sprake is van een andere zorgvraag dan waarvoor de patiënt al wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Daarbij geldt tevens dat aan beide onderstaande voorwaarden moet worden voldaan: - Het parallelle zorgtraject dient een zorgprofiel te hebben met eigen zorgactiviteiten met: 1. minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen en/of, 2. minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1, 2 of 3. In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of, minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of, Pagina 11 van 80

13 minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen. - De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komt niet voor op de Diagnose Combinatie Tabel. D.P.A Binnen alle specialismen kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/m P4) declareren van Zorgproducten met identieke diagnoses (die niet voorkomen op de DCT) indien : beiden een conservatieve behandeling betreffen. of de ene een operatieve en de andere een conservatieve behandeling betreft Als dit wel het geval is dan wordt de goedkoopste afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring DCT: Diagnose Combinatie Tabel betreft een lijst van combinaties van diagnoses die niet als parallelle subtrajecten bij 1 patiënt mogen voorkomen. P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). DBC-Onderhoud: Registratieregels v NZa document: NR/CU D Art 6.1b NZa document: NR/CU-222 Art 6.1b Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de poortspecialist geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een poortspecialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling of diagnostiek niet past binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat. Een parallel zorgtraject bij eenzelfde specialisme mag alleen worden geopend indien er aantoonbaar sprake is van een andere zorgvraag dan waarvoor de patiënt al wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Pagina 12 van 80

14 Voor parallelliteit bij dubbelzijdige aandoeningen geldt: Indien sprake is van beide zijden operatief en geen identieke diagnosen in de diagnosecombinatietabel, mogen twee zorgtrajecten worden gedeclareerd. In alle andere situaties mag één zorgtraject worden gedeclareerd. D.P.A Binnen alle specialismen kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/m P4) declareren van een Zorgproduct, indien: Het parallelle Zorgproduct een zorgprofiel heeft waarin geen zorgactiviteiten uit zorgprofielklasse 1,2 of 3 voorkomen of Het parallelle Zorgproduct een zorgprofiel heeft waarin geen zorgactiviteiten uit de groep operatieve verrichtingen voorkomen. Als dit wel het geval is wordt het parallelle Zorgproduct afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). DBC-Onderhoud: Registratieregels v NZa document: NR/CU D Art 6.1a NZa document: NR/CU-222 Art 6.1a Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de poortspecialist geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een poortspecialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling of diagnostiek niet past binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat. Parallelliteit: Een parallel zorgtraject bij eenzelfde specialisme mag alleen worden geopend indien er aantoonbaar sprake is van een andere zorgvraag dan waarvoor de patiënt al wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Daarbij geldt tevens dat aan beide onderstaande voorwaarden moet worden voldaan: Pagina 13 van 80

15 - Het parallelle zorgtraject dient een zorgprofiel te hebben met eigen zorgactiviteiten met: 1. minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen en/of, 2. minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1, 2 of 3. In uitzondering hierop geldt dat ook in de volgende situaties aan deze voorwaarde wordt voldaan: minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing en/of, minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie en/of, minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen. - De combinatie van de (typerende) diagnoses van beide parallelle subtrajecten komen niet voor op de Diagnose Combinatie Tabel. D.P.A Een ICC (ZT13) dient in alle gevallen een parallelle (P1 t/m P3 looptijd te hebben met een klinisch Zorgproduct van een ander poortspecialisme. Indien dit niet het geval is wordt het ICC zorgtraject afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op een ICC (ZT13) met een begindatum tussen en D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring ZT13: Zorgtype 13 Tabel klinische Zorgproducten P1 t/m P3: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Looptijd: periode van begindatum tot en met einddatum Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 90 dagen na factuurdatum van de ICC, zodat klinische Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring DBC-Onderhoud: Registratieregels v NZa document: NR/CU D Art 6.2 Een zorgtraject met subtraject ZT13 wordt door de poortspecialist geopend bij een intercollegiaal consult (ICC) voor een patiënt die klinisch is opgenomen. Hierbij geldt het volgende: - Bij een dagverpleging mag geen ICC zorg/subtraject worden geopend. Pagina 14 van 80

16 D.P.A * Rekening houdend met controledatum is declaratiedatum + 90 dagen Een ICC (ZT13) dient in alle gevallen een parallelle (P1 t/m P3) looptijd te hebben met een klinisch Zorgproduct van een ander poortspecialisme of een IC-behandeldag. Indien dit niet het geval is wordt het ICC zorgtraject afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring ZT13: Zorgtype 13 Tabel klinische Zorgproducten Tabel IC-behandeldag P1 t/m P3: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Looptijd: periode van begindatum tot en met einddatum Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 90 dagen na factuurdatum van de ICC, zodat klinische Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring DBC-Onderhoud: Registratieregels v NZa document: NR/CU D Art 6.2 NZa document: NR/CU-222 Art 6.2 Een zorgtraject met subtraject ZT13 wordt door de poortspecialist geopend bij een intercollegiaal consult (ICC) voor een patiënt die klinisch is opgenomen. Hierbij geldt het volgende: - Een ICC mag alleen worden geregistreerd bij een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen en/of IC behandeldagen zijn geregistreerd. - Bij een dagverpleging mag geen ICC zorg/subtraject worden geopend Rekening houdend met controledatum is declaratiedatum + 90 dagen Pagina 15 van 80

17 D.P.A Het parallel (P1 t/m P4) declareren van meerdere ICC (ZT13) binnen hetzelfde poortspecialisme is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 de (of meerdere) ICC afgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring ZT13: Zorgtype 13 ICC: Intercollegiaal consult P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). DBC-Onderhoud: Registratieregels v NZa document: NR/CU D Art 6.2 Een zorgtraject met subtraject ZT13 wordt door de poortspecialist geopend bij een intercollegiaal consult (ICC) voor een patiënt die klinisch is opgenomen. Hierbij geldt het volgende: - Een specialisme mag per klinische opname ten hoogste 1 ICC zorg/subtraject voor een intercollegiaal consult registreren. Bij een klinische opname kunnen wel meerdere specialismen 1 ICC zorg/subtraject openen. Pagina 16 van 80

18 D.A Een Ondersteunend product (OP)/ Overig product (OVP) wordt afgekeurd indien aan onderstaande voorwaarde wordt voldaan: De aanvrager is niet afkomstig uit de eerste lijn. of De aanvrager betreft een specialisme waarvoor de DBC-systematiek van toepassing is. Deze controleregel heeft betrekking op een Ondersteunend product (OP)/ Overig product (OVP) met een begindatum tussen en D.A. DOT Afkeuring Ondersteunende producten (OP) Een ondersteunend product (OP) valt onder de categorie overige zorgproducten. Een OP wordt uitgedrukt in een zorgactiviteit en wordt geleverd door een nietpoortspecialisme op verzoek van de eerstelijn of een ander specialisme binnen dezelfde instelling waarvoor de DBC-systematiek niet geldt of voor verpleging in de thuissituatie in het kader van medisch specialistisch zorg (zie bijlage 4 bij beleidsregel BR/CU 2045). Overige producten (OVP) Een overig product (OVP) valt onder de categorie overige zorgproducten. Een OVP wordt uitgedrukt in een zorgactiviteit en wordt geleverd door een poortspecialisme op verzoek van de eerstelijn of een ander specialisme binnen dezelfde instelling waarvoor de DBC-systematiek niet geldt (zie bijlage 4 bij beleidsregel BR/CU 2045). DBC-Onderhoud: Registratieregels v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 14.5 en 14.6 NZa: BELEIDSREGEL BR/CU-2045: Art. 13. en 14. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat een OP/OVP alleen in rekening wordt gebracht als er sprake is van: a) Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van de eerstelijn, waarbij dit overige zorgproduct niet leidt tot een zorgtraject, of b) Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling, waarvoor de DBC systematiek niet geldt, of c) Directe toegang tot ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, dieetadvisering, of orthoptie, waarbij betreffende zorgactiviteiten niet uitgevoerd worden in het kader van een zorgtraject of op aanvraag van een hoofdbehandelaar. Pagina 17 van 80

19 Indien het OVP leidt tot overname van de behandeling door de medisch specialist, kan er geen Overig product worden gedeclareerd. In dat geval dient het ZT41 te worden gewijzigd in ZT11, maakt de zorgactiviteit deel uit van dat zorgtraject en is er geen sprake meer van een OVP. Let op: Wanneer een poortspecialist in de rol van ondersteuner op verzoek van een specialisme van de eigen instelling een OP/OVP levert, dan zijn de zorgactiviteiten onderdeel van het zorg-profiel van het aanvragend specialisme en mogen deze niet als OVP worden gedeclareerd. De zorgactiviteiten dienen bij het zorgtraject van de aanvragende specialist te worden vastgelegd. Ten algemene wil de NZa ook opmerken dat de regelgeving omtrent het in rekening brengen van OP s/ovp s in geval van een verzoek vanuit de eerste lijn niet gewijzigd is. Ook voor 2012 gold dat indien sprake was van diagnostiek op verzoek van de eerste lijn, en dit tot overname van de behandeling leidde, er geen overig of ondersteunend product gedeclareerd mocht worden (zie ook: artikel 6.4d van NR/CU-201). Voor de categorie ondersteunende producten (OP) en overige producten (OVP) is in het geval van directe toegang verwijzing vanuit de 1 ste lijn niet noodzakelijk. Deze producten zijn opgenomen als uitzondering: Voor de ondersteunende producten fysiotherapie ( T/M , T/M , T/M , ). Voor orthoptie ( en ) Voor ergotherapie ( en ) Voor logopedie ( en t/m193093) Voor dieetadvisering ( en ) Voor prenatale screening (037510, , , ). Behandelingen met hyperbare zuurstof (039995). Voor MRI s (081093, , , , , , ,085090, , , ). Op basis van de NZa beleidsregel BR/CU-2079 artikel 4 geldt dat de verbijzondering van de nadere regel MSZ niet van toepassing is op de volgende instellingen: 50 Huisartsen laboratoria 34 Trombosediensten Pagina 18 van 80

20 D.A * Een Overig Zorgproduct uit de hoofdcategorieën Eerstelijnsdiagnostiek, Paramedische behandeling en onderzoek en Overige Verrichtingen wordt afgekeurd indien aan onderstaande voorwaarde wordt voldaan: De aanvrager is niet afkomstig uit de eerste lijn. Of De aanvrager betreft een specialisme waarvoor de DBC-systematiek van toepassing is. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 D.A. DOT Afkeuring NZa: BELEIDSREGEL BR/CU-2081 Art 12 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU-222 Art 15.2 Een overig zorgproduct uit de categorieën eerstelijns diagnostiek, paramedische zorg en behandeling en overige verrichtingen, kan alleen in rekening worden gebracht als er sprake is van: a. Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van de eerstelijn, waarbij dit overige zorgproduct niet binnen één week na uitvoering leidt tot opening van een zorgtraject, of b. Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling, waarvoor de DBC-systematiek niet geldt, of c. Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met medisch specialistische zorg zoals beschreven in de beleidsregel Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met Medisch-specialistische zorg, of d. Directe toegang tot ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, dieetadvisering, orthoptie of prenatale screening, waarbij betreffende zorgactiviteiten niet uitgevoerd worden in het kader van een zorgtraject of op aanvraag van een hoofdbehandelaar. Voor een aantal categorieën is in het geval van directe toegang verwijzing vanuit de 1 ste lijn niet noodzakelijk. Deze producten zijn opgenomen als uitzondering: Voor de ondersteunende producten fysiotherapie ( T/M , T/M , T/M , ). Voor orthoptie ( en ) Voor ergotherapie ( en ) Voor logopedie ( en t/m193093) Voor dieetadvisering ( en ) Voor prenatale screening (037510, , , ). Behandelingen met hyperbare zuurstof (039995). Voor MRI s (081093, , , , , , ,085090, , , ). Pagina 19 van 80

21 Op basis van de NZa beleidsregel BR/CU-2079 artikel 4 geldt dat de verbijzondering van de nadere regel MSZ niet van toepassing is op de volgende instellingen: 50 Huisartsen laboratoria 34 Trombosediensten D.P.A a Indien een OVP een parallelle looptijd heeft (P1 t/m P4) met een zorgproduct (ZT11 of ZT21) van hetzelfde specialisme, waarvan de combinatie voorkomt op de relatietabel, wordt het OVP afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring ZT11: Zorgtype 11 ZT21: Zorgtype 21 OVP: Overige producten Relatietabel: ZPc relatie OVP tabel betreft een lijst van combinatie van OVP s en Zorgproducten die niet als parallelle trajecten bij één patiënt mogen voorkomen. o Tabel Zpc relatie OVP. (va ) o Tabel Zpc relatie OVP. (va ) o Tabel Zpc relatie OVP. (va ) P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). NZa document: NR/CU-209 Artikel 6.3 en 14.6 NZa document: NR/CU-217 Artikel 6.3 en 14.6 NZa document: NR/CU-220 Artikel 6.3 en 14.6 NZa document: BR/CU Artikel 14 NZa document: BR/CU Artikel 14 NZa document: BR/CU Artikel 14 Een overig product (OVP) valt onder de categorie overige zorgproducten. Een OVP wordt uitgedrukt in een zorgactiviteit en wordt geleverd door een poortspecialisme op verzoek van de eerstelijn of een Pagina 20 van 80

22 ander specialisme binnen dezelfde instelling waarvoor de DBC systematiek niet geldt of voor verpleging in de thuissituatie in het kader van medisch specialistisch zorg. Indien een betreffende zorgactiviteit uitgevoerd wordt in het kader van een zorgtraject van een hoofdbehandelaar, is er geen sprake van een OVP. De zorgactiviteiten zijn dan onderdeel van het DBC-zorgproduct van de hoofdbehandelaar. D.S.A.99.08b Indien de einddatum van een OVP ligt binnen een week van de startdatum (P5 t/m P8) van het zorgproduct (ZT 11 of 21) van hetzelfde specialisme, waarvan de combinatie voorkomt op de relatietabel, wordt het OVP afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 september 2012 D.S.A.: DOT Seriële Afkeuring ZT11: Zorgtype 11 ZT21: Zorgtype 21 OVP: Overige producten Relatietabel: ZPc relatie OVP tabel betreft een lijst van combinatie van OVP s en Zorgproducten die niet als seriële trajecten binnen een week bij één patiënt mogen voorkomen. o Tabel Zpc relatie OVP. (va ) P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). NZa document: NR/CU-209 Artikel 6.3 en 14.6 NZa document: NR/CU-217 Artikel 6.3 en 14.6 NZa document: NR/CU-220 Artikel 6.3 en 14.6 NZa document: BR/CU Artikel 14 NZa document: BR/CU Artikel 14 NZa document: BR/CU Artikel 14 Een zorgtraject met subtraject ZT41 wordt door de poortspecialist geopend indien een poortspecialist op verzoek van de eerstelijn of een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling, voor welke de DBC-systematiek niet geldt (bv. kaakchirurgie) een overig product (OVP) levert aan een patiënt. Pagina 21 van 80

23 Indien het OVP binnen één week leidt tot opening van een zorg-en subtraject, kan er geen OVP worden gedeclareerd. In dat geval dient het zorg- en subtraject met ZT41 te worden gewijzigd in zorg- en subtraject met ZT11, maakt de zorgactiviteit deel uit van het zorg- en subtraject en is er geen sprake meer van een OVP. Het DBC zorg- en subtraject krijgt hierbij als startdatum de datum waarop het OVP is uitgevoerd. D.P.A.99.08c Indien een OP een parallelle looptijd heeft (P1 t/m P4) met een zorgproduct (ZT11 of ZT21), waarvan de combinatie voorkomt op de relatietabel, wordt het OP afgewezen. Inhoudelijk verantwoording: Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring ZT11: Zorgtype 11 ZT21: Zorgtype 21 OP: Ondersteunende producten Relatietabel: ZPc relatie OP tabel betreft een lijst van combinatie van OP s en Zorgproducten die niet als parallelle trajecten bij één patiënt mogen voorkomen. o Tabel Zpc relatie OP. (va ) P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). NZa document: NR/CU-209 Artikel 14.5 NZa document: NR/CU-217 Artikel 14.5 NZa document: NR/CU-220 Artikel 14.5 NZa document: BR/CU Artikel 13 NZa document: BR/CU Artikel 13 NZa document: BR/CU Artikel 13 Een ondersteunend product (OP) valt onder de categorie overige zorgproducten. Een OP wordt uitgedrukt in een zorgactiviteit en wordt geleverd door een niet-poortspecialisme op verzoek van de eerstelijn of een ander specialisme binnen dezelfde instelling waarvoor de DBC systematiek niet geldt. Een OP wordt tevens uitgedrukt in een zorgactiviteit voor verpleging in de thuissituatie in het kader van medisch specialistisch zorg. Pagina 22 van 80

24 Indien de betreffende zorgactiviteit wordt uitgevoerd in het kader van een zorgtraject van een hoofdbehandelaar, is er geen sprake van een OP. De zorgactiviteiten zijn dan onderdeel van het DBCzorgproduct van de hoofdbehandelaar. D.S.A.99.08d Indien de einddatum van een OP ligt binnen een week van de startdatum (P5 t/m P8) van het zorgproduct (ZT 11 of 21) waarvan de combinatie voorkomt op de relatietabel, wordt het OP afgewezen. Verantwoording : Deze controleregel treedt in werking op 1 september 2012 D.S.A.: DOT Seriële Afkeuring ZT11: Zorgtype 11 ZT21: Zorgtype 21 OP: Ondersteunende producten Relatietabel: ZPc relatie OP tabel betreft een lijst van combinatie van OP s en Zorgproducten die niet als seriële trajecten binnen een week bij één patiënt mogen voorkomen. o Tabel Zpc relatie OP. (va ) P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). NZa document: NR/CU-209 Artikel 14.5 NZa document: NR/CU-217 Artikel 14.5 NZa document: NR/CU-220 Artikel 14.5 NZa document: BR/CU Artikel 13 NZa document: BR/CU Artikel 13 NZa document: BR/CU Artikel 13 Een ondersteunend product (OP) valt onder de categorie overige zorgproducten. Een OP wordt uitgedrukt in een zorgactiviteit en wordt geleverd door een niet-poortspecialisme op verzoek van de eerstelijn of een ander specialisme binnen dezelfde instelling waarvoor de DBC systematiek niet geldt. Een OP wordt tevens uitgedrukt in een zorgactiviteit voor verpleging in de thuissituatie in het kader van medisch specialistisch zorg. Pagina 23 van 80

25 Indien de betreffende zorgactiviteit wordt uitgevoerd in het kader van een zorgtraject van een hoofdbehandelaar, is er geen sprake van een OP. De zorgactiviteiten zijn dan onderdeel van het DBCzorgproduct van de hoofdbehandelaar. D.P.A Het parallel (P1 t/m P4) declareren van identieke IC zorgactiviteiten met ZT51 en/of ZT52 binnen dezelfde instelling is niet toegestaan. In dit geval wordt de goedkoopste afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A. DOT Parallelle Afkeuring ZT 51: Zorgtype 51 ZT 52: Zorgtype 52 IC zorgactiviteiten: NZa beleidsregel BR/CU-2045: Art (Add-ons Intensive Care bijlage 4 bij beleidsregels BR/CU 2045). P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). DBC-Onderhoud: Registratieregels v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 6.4 NZa: BELEIDSREGEL BR/CU-2045: Art Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist (of andere medisch eindverantwoordelijke op de IC) geopend bij opname op de IC afdeling. Hierbij geldt het volgende: Parallelle IC zorg/subtrajecten met ZT51 of ZT52 zijn niet toegestaan. Pagina 24 van 80

26 D.P.A Een IC zorgactiviteit met ZT51 dient in alle gevallen in samenhang met een Zorgproduct met ZT11 of ZT21 te worden gedeclareerd. Indien dit niet het geval is wordt het zorgactiviteit met ZT51 afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A. DOT Parallelle Afkeuring ZT11: Zorgtype 11 ZT21: Zorgtype 21 ZT51: Zorgtype 51 IC zorgactiviteiten: NZa beleidsregel BR/CU-2045: Art (Add-ons Intensive Care bijlage 4 bij beleidsregels BR/CU 2045). Samenhang betekent in deze situatie parallel en ook direct aansluitend; Parallel ( P1 t/m P4): Deze categorieën variëren van volledig parallel d.w.z. dat er sprake is van een samenvallende begindatum en een samenvallende einddatum (P1), tot een combinatie van Zorgproducten waarbij het 2e Zorgproduct een begindatum heeft na de begindatum van het 1e Zorgproduct, maar voor de einddatum van het 1e Zorgproduct (P4). Direct aansluitend (P5 of P7); P5: Dit betreft een situatie van Zorgproducten waarbij er sprake is van slechts 1 dag overlap d.w.z. de einddatum van het 1e Zorgproduct is de begindatum van het 2e Zorgproduct. P7: Dit betreft een situatie van Zorgproducten waarbij de begindatum van het 2e Zorgproduct 1 dag na de einddatum van het 1e Zorgproduct ligt. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 90 dagen na factuurdatum van de IC zorgactiviteit, zodat Zorgproducten die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring. DBC-Onderhoud: Registratieregels v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 6.4 NZa: BELEIDSREGEL BR/CU-2045: Art Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist (of andere medisch eindverantwoordelijke op de IC) geopend bij opname op de IC afdeling. Hierbij geldt het volgende: Pagina 25 van 80

27 Er dient een verwijzing te worden geregistreerd vanuit welk zorgtraject (= het zorgtraject van de hoofdbehandelaar) naar het IC zorg/subtraject 51 is verwezen. Een IC zorg/subtraject 51 dient namelijk altijd in samenhang met een zorgtraject van de hoofdbehandelaar te worden geregistreerd. D.D.A Indien de DUUR van een klinisch Zorgproduct, met ZT11 of ZT21, <43 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen (1). Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.A. DOT Duur Afkeuring ZT11: Zorgtype 11 ZT21: Zorgtype 21 DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 43 dagen) Tabel klinische Zorgproducten In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G T/M D.D.G DBC-Onderhoud: Registratieregels v Nza document: NR/CU D Art 8.1a Algemene afsluitregels bij een klinisch subtraject met ZT11 en ZT21: Op de 42e dag na ontslagdatum. Wanneer binnen deze 42-dagen periode na (de laatste) ontslagdatum nog een dagverpleging (1 of meer) of operatieve ingreep (1 of meer) plaatsvindt, dan wordt toch afgesloten op de 42e dag na ontslag uit de kliniek. Wanneer binnen deze 42-dagen periode een klinische (her) opname plaatsvindt dan wordt afgesloten op de 42e dag na de ontslagdatum van de laatste klinische opname. 1) Interpretatie van de regelgeving leidt tot de conclusie dat klinische producten een looptijd van minimaal 44 dagen behoren te hebben. Hierover was onduidelijkheid en daarom is deze controleregel voorlopig gezet op 43 dagen. De zorgverzekeraars zijn nog in overleg om deze controle regel aan te passen en risicoregel D.D.R specifieker te formuleren. Pagina 26 van 80

28 D.D.A Indien de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct (dag opname of polikliniek) met operatieve ingreep, met ZT11 of ZT21, <43 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen (3). Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.A. DOT Duur Afkeuring ZT11: Zorgtype 11 ZT21: Zorgtype 21 DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 43 dagen) Tabel Homogene operatieve Zorgproducten Tabel Heterogene operatieve Zorgproducten In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G T/M D.D.G DBC-Onderhoud: Registratieregels v NZa document: NR/CU D Art 8.1b Algemene afsluitregels bij een niet-klinisch subtraject (dagverpleging of polikliniek) met operatieve ingrepen, met ZT11 en ZT21: Op de 42e dag na de datum dat de operatieve ingreep heeft plaatsgevonden. Wanneer binnen deze 42 dagen de patiënt opnieuw een operatieve ingreep ondergaat dan wordt afgesloten op de 42e dag na de datum van de laatste ingreep. 3) In de Landelijke Werkgroep MSZ is aangegeven dat bij veel zorgproducten onduidelijk is of deze al dan niet een operatieve zorgactiviteit bevat. Om deze reden is eind 2012 de controleregel geherformuleerd en keurt nu te veel goed. De zorgverzekeraars zijn nog in overleg om de controle- en risicoregels m.b.t scherper te formuleren. D.D.A Indien de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct (dag opname of polikliniek) met een conservatieve (=niet-operatief) behandeling, met ZT11, <90 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Pagina 27 van 80

29 Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.A. DOT Duur Afkeuring ZT11: Zorgtype 11 DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 90 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van Zorgproducten voor chronische zorg met thuisbeademing, chronische zorg met hemodialyse, is het toegestaan het zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen doormiddel van controleregels D.D.A en D.D.A In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G T/M D.D.G Zorgproducten binnen de specialismen revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg zijn uitgezonderd van deze controleregel. DBC-Onderhoud: Registratieregels v NZa document: NR/CU D Art 8.1c Algemene afsluitregels bij een niet-klinisch subtraject (dagverpleging of polikliniek) met een conservatieve (= niet-operatieve) behandeling: met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; met ZT21: op de 365e dag na de opening van het subtraject. D.D.A Indien de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct (dag opname of polikliniek) met een conservatieve (=niet-operatief) behandeling, met ZT21, <365 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.A. DOT Duur Afkeuring ZT21: Zorgtype 21 DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 365 dagen) In geval van Zorgproducten voor chronische zorg met thuisbeademing, chronische zorg met hemodialyse, blaasspoeling bij interstitiële cystitis, blaasspoeling bij Pagina 28 van 80

30 blaascarcinomen en APD- of andere bisfosfonaat infusen is het toegestaan het zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen doormiddel van controleregels D.D.A t/m D.D.A In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G T/M D.D.G Zorgproducten binnen de specialismen revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg zijn uitgezonderd van deze controleregel. DBC-Onderhoud: Registratieregels v NZa document: NR/CU D Art 8.1c Algemene afsluitregels bij een niet-klinisch subtraject (dagverpleging of polikliniek) met een conservatieve (= niet-operatieve) behandeling: met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; met ZT21: op de 365e dag na de opening van het subtraject. D.D.A Indien de DUUR van een Zorgproduct voor chronische zorg met thuisbeademing <30 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.A. DOT Duur Afkeuring DUUR: (Eind_datum - Begin_datum + 1 kleiner dan 30 dagen) Tabel chronische thuisbeademing Zorgproducten In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 30 dagen af te sluiten Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2b Bij chronische zorg met thuisbeademing wordt telkens na een periode van 30 dagen afgesloten. Het zorgprofiel bevat tenminste 1 van de zorgactiviteiten voor thuisbeademing. De voorbereidingsfase wordt afgesloten op de dag voor de start van de chronische thuisbeademing tenzij deze niet leidt tot chronische thuisbeademing. In het laatste geval gelden de algemene regels voor afsluiting( ). Pagina 29 van 80

31 D.D.A Indien de DUUR van een Zorgproduct voor chronische zorg met hemodialyse <7 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.A. DOT Duur Afkeuring DUUR: (Eind_datum - Begin_datum + 1 is kleiner dan 7 dagen) Tabel chronische hemodialyse Zorgproducten In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 7 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2c Chronische zorg met hemodialyse wordt afgesloten telkens na een periode van zeven dagen. Het zorgprofiel bevat tenminste 1 van de zorgactiviteiten voor hemodialyse ( ). D.D.A Indien bij het specialisme urologie de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct voor behandeling met blaasspoelingen bij interstitiële cystitis <90 dagen bedraagt, wordt dit Zorgproduct afgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.A. DOT Duur Afkeuring DUUR: (Eind_datum - Begin_datum + 1 is kleiner dan 90 dagen) Tabel blaasspoelingen interstitiële cystitis Zorgproducten In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2d Bij niet-klinische subtrajecten Urologie voor behandeling met blaasspoelingen bij interstitiële cystitis wordt het subtraject telkens na 90 dagen afgesloten ( ). Pagina 30 van 80

32 D.D.A Indien bij het specialisme urologie de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct voor behandeling met blaasspoelingen bij blaascarcinomen <90 dagen bedraagt, wordt dit Zorgproduct afgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.A. DOT Duur Afkeuring DUUR: (Eind_datum - Begin_datum + 1 is kleiner dan 90 dagen) Tabel blaasspoelingen blaascarcinomen Zorgproducten In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2e Bij niet-klinische subtrajecten Urologie voor behandeling met blaasspoelingen bij blaascarcinomen wordt het subtraject telkens na 90 dagen afgesloten ( ). D.D.A Indien bij het specialisme urologie de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct voor behandelingen met APD- of andere bisfosfonaat infusen <90 dagen bedraagt, wordt dit Zorgproduct afgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.A. DOT Duur Afkeuring DUUR: (Eind_datum - Begin_datum + 1 is kleiner dan 90 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G Tabel APD- of andere bisfosfonaat infusen Zorgproducten DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2f Bij niet-klinische subtrajecten Urologie voor behandeling met APD- of andere bisfosfonaat infusen wordt het subtraject telkens na 90 dagen afgesloten ( ). Pagina 31 van 80

33 D.P.A Een Zorgproduct uit de Zorgproductgroep Complex chronisch longfalen mag geen parallelle (P1 t/m P4) looptijd hebben met een ander Zorgproduct binnen deze Zorgproductgroep. Indien dit het geval is wordt het tweede of meerdere afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel met zorgproducten complex chronisch long falen. NZa document: NR/CU-209 Artikel 10.4 NZa document: NR/CU-217 Artikel 10.4 NZa document: NR/CU-220 Artikel 10.4 Indien de daartoe aangewezen instellingen DBC-zorgproducten vanuit de zorgproductgroep Complex chronisch long falen declareren, dan mag er parallel aan het te declareren DBCzorgproduct geen ander DBC-zorgproduct worden gedeclareerd. D.P.A Een declaratie van het tarief voor uitname van een orgaan bij een levende donor dient een parallelle (P1 t/m P4) looptijd te hebben met de declaratie van het tarief van de ontvanger, bij de verzekeraar van en op naam van de ontvanger. Indien dit niet het geval is wordt de declaratie van het tarief voor uitname van een orgaan bij een levende donor afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel met zorgproducten uitname van een orgaan bij een levende orgaandonor. Tabel met zorgproducten ontvanger van een orgaan bij een levende orgaandonor. Pagina 32 van 80

34 Bij de controle wordt rekening gehouden met een vertraging van 90 dagen na factuurdatum van het tarief voor uitname van een orgaan, zodat het tarief van de ontvanger die later gedeclareerd worden alsnog worden meegenomen in de keuring. NZa document: NR/CU-209 Artikel 13.6 NZa document: NR/CU-217 Artikel 13.6 NZa document: NR/CU-220 Artikel 13.6 Het tarief voor uitname van een orgaan bij een levende orgaandonor, wordt in rekening gebracht bij de verzekeraar van en op naam van de ontvanger. Pagina 33 van 80

35 D.P.A Een IC-toeslag dient parallel (P1 t/m P4) met een IC-behandeldag te worden gedeclareerd. Indien dit niet het geval is wordt de IC-toeslag afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 mei 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). IC-behandeldag: NZa beleidsregel BR/CU-2076: Art (Add-ons Intensive Care bijlage 4 bij beleidsregels BR/CU 2076) IC-toeslag: NZa beleidsregel BR/CU-2076: Art (Add-ons Intensive Care bijlage 4 bij beleidsregels BR/CU 2076) NZa document: NR/CU-217 Artikel 14.3 NZa document: NR/CU-220 Artikel 14.3 Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag tariefgroep 1, 2 of 3 (190125, , ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de IC, ingedeeld in tariefgroep 1, 2 of 3. Niet als behandeldag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt op de IC, in plaats van op de verkoeverafdeling,21 voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere postoperatieve bewaking en geen IC-behandeldag. De add-ons IC-toeslagen (190126, , , , , , , , ) mogen alleen in combinatie met IC-behandeldagen (190125, , ) worden gedeclareerd (dus niet in combinatie met de add-ons voor de neonatale IC en de pediatrische IC (190150, )). D.PS.A Het parallel (P1 t/m P4) of serieel (P5 t/m P8) declareren van meerdere Zorgproducten voor nazorg cochleaire implantaten door één zorgaanbieder binnen een jaar is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 Pagina 34 van 80

36 D.PS.A.: DOT Parallelle/Seriële Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel met zorgproducten nazorg cochleaire implantaten NZa document: BR/CU-2045 Artikel NZa document: BR/CU-2068 Artikel NZa document: BR/CU-2076 Artikel Nazorg cochleaire implantaten ( en ) De zorgactiviteiten cochleaire implantaten nazorg volwassenen (031904) en cochleaire implantaten nazorg kinderen (031906) mogen uitsluitend door één zorgaanbieder eenmaal per jaar worden geregistreerd D.PS.A Het parallel (P1 t/m P4) of serieel (P5 t/m P8) declareren van meerdere Zorgproducten voor nazorg na orgaantransplantatie door één hoofdbehandelaar binnen een jaar is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.PS.A.: DOT Parallelle/Seriële Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel met zorgproducten nazorg na orgaantransplantatie Pagina 35 van 80

37 NZa document: BR/CU-2045 Artikel NZa document: BR/CU-2068 Artikel NZa document: BR/CU-2076 Artikel Orgaantransplantaties ( t/m , , , , ) Een zorgactiviteit voor nazorg na orgaantransplantaties ( t/m , , , , ) mag per instelling door één hoofdbehandelaar eenmaal per jaar worden geregistreerd. D.PS.A Het parallel (P1 t/m P4) of serieel (P5 t/m P8) declareren van meerdere Zorgproducten voor nazorg bij stamceltransplantaties door één zorgaanbieder binnen een jaar is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.PS.A.: DOT Parallelle/Seriële Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8) Tabel met zorgproducten nazorg bij beenmerg-/stamceltransplantatie NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Nazorg stamceltransplantaties (192079, , , ) Een zorgactiviteit post-transplantatietraject (192079, , , ) na stamceltransplantatie mag uitsluitend door één zorgaanbieder eenmaal na een transplantatie worden geregistreerd Pagina 36 van 80

38 D.P.A Het parallel (P1 t/m P4) declareren van meerdere zorgproducten AICD-implantatie is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel met zorgproduct AICD-implantaten NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel AICD-implantatie Wanneer een cardioloog en een cardiochirurg tezamen een AICD implantatie uitvoeren dan kan hiervoor één DBC-zorgproduct worden gedeclareerd. D.P.A Het Zorgproduct ICC-IC en een IC-behandeldag mogen niet parallel (P1) gedeclareerd worden. Indien dit wel het geval is wordt de ICC-IC afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring ICC-IC: Intercollegiaal consult IC IC-behandeldag: NZa beleidsregel BR/CU-2076: Art (Add-ons Intensive Care bijlage 4 bij beleidsregels BR/CU 2076) P1: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Pagina 37 van 80

39 Tabel met zorgproduct ICC IC NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel IC-consult (190129) Een intercollegiaal consult uitgevoerd door een medisch specialist vanuit de IC-afdeling (spoed en niet-spoed) aangevraagd door een specialist of andere arts die handelt onder supervisie van een medisch specialist in het ziekenhuis inclusief de afdeling spoedeisende hulp, of ongevraagd in geval van acute dreigende medische calamiteit. Indien een IC-consult leidt tot een IC-behandeldag (op dezelfde kalenderdag) mag er geen IC-consult worden geregistreerd. D.P.A Het ordertarief per afname mag niet parallel (P1 t/m P4) worden gedeclareerd aan een INR bepaling. Indien dit het geval is wordt het ordertarief afgewezen, tenzij er een zorgactiviteit uit de tabel Laboratoriumonderzoek parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd wordt. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel Ordertarief per afname Tabel INR bepaling Tabel Laboratoriumonderzoek NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Ordertarief per afname (079991) Afname van patiëntmateriaal (bloed, urine, et cetera) op één tijdstip of indien om medisch redenen noodzakelijk op verschillende tijdstippen. Onder afname wordt ook steeds aanname (urine, feces, et Pagina 38 van 80

40 cetera) verstaan. Bij uitbesteding aan een andere interne of externe uitvoerder mag deze prestatie maar één keer in rekening worden gebracht. Deze prestatie kan bij een INR bepaling (079995) niet in rekening worden gebracht. D.P.A De toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie moet een parallelle (P1 t/m P4) looptijd hebben met enkelvoudig ergotherapie. Indien dit niet het geval is wordt de toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel Enkelvoudige ergotherapie Tabel Toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Enkelvoudig ergotherapie (193012) Enkelvoudige ergotherapeutische hulp omvat de hulp door een ergotherapeut, verbonden aan een revalidatiecentrum, verpleeghuis, algemeen ziekenhuis, categoraal instelling, universitair medisch centrum of thuiszorgorganisatie, bij de verzekerde thuis of in de behandelruimte van genoemde instellingen. Hieronder valt niet de behandeling en/of verpleging van een patiënt in het kader van een indicatie voor medisch-specialistische hulp, revalidatiebehandeling of verpleeghuiszorg. Het tarief geldt per vijftien minuten behandeltijd en de totale behandeltijd wordt daarom rekenkundig afgerond op eenheden tijdsduur van vijftien minuten. Indien op één dag meer behandelingen per patiënt plaatsvinden worden de behandeltijden opgeteld alvorens deze afronding wordt toegepast. Toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie (193013) Een toeslag voor de behandeling van een patiënt aan huis, per bezoek (maximaal éénmaal) per dag, ongeacht de duur van de behandeling Pagina 39 van 80

41 D.P.A Het parallel (P1 t/m P4) declareren van meerdere Zorgactiviteiten toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie, ongeacht de duur van de behandeling, is niet toegestaan. Indien dit niet het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 : Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel Toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Enkelvoudig ergotherapie (193012) Enkelvoudige ergotherapeutische hulp omvat de hulp door een ergotherapeut, verbonden aan een revalidatiecentrum, verpleeghuis, algemeen ziekenhuis, categoraal instelling, universitair medisch centrum of thuiszorgorganisatie, bij de verzekerde thuis of in de behandelruimte van genoemde instellingen. Hieronder valt niet de behandeling en/of verpleging van een patiënt in het kader van een indicatie voor medisch-specialistische hulp, revalidatiebehandeling of verpleeghuiszorg. Het tarief geldt per vijftien minuten behandeltijd en de totale behandeltijd wordt daarom rekenkundig afgerond op eenheden tijdsduur van vijftien minuten. Indien op één dag meer behandelingen per patiënt plaatsvinden worden de behandeltijden opgeteld alvorens deze afronding wordt toegepast. Toeslag thuisbehandeling enkelvoudige ergotherapie (193013) Een toeslag voor de behandeling van een patiënt aan huis, per bezoek (maximaal eenmaal) per dag, ongeacht de duur van de behandeling D.PS.A Het Parallel (P1 t/m P4) of Serieel (P5 t/m P6) declareren van meerdere Zorgactiviteiten Intakecontact voor enkel- of meervoudige hartrevalidatie binnen een zorgtraject is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 de (of meerdere) afgewezen. Pagina 40 van 80

42 Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.PS.A.: DOT Parallelle/Seriële Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel Intakecontact NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Hartrevalidatie ( t/m ) Conform de richtlijn van de Nederlandse Hartstichting uitvoeren van enkel- of meervoudige hartrevalidatie. Voor elk van de onderstaande onderdelen van het revalidatietraject geldt dat gedeclareerd wordt nadat de patiënt het betreffende onderdeel heeft afgerond.31 Intakecontact (193121) Individuele intake voor enkel- of meervoudige hartrevalidatie, bestaande uit een intakegesprek en een inspanningstest. Informatiemodule (193122) Informatiemodule voor het enkel- of meervoudige hartrevalidatieprogramma. De module is gebaseerd op een viertal informatiesessies door respectievelijk een cardioloog, een psycholoog, een diëtist en een maatschappelijk werker of verpleegkundige, voor een groep patiënten. FIT-Module met meer of minder dan tien sessies ( / ) De bewegingsmodule FIT van het enkel- of meervoudige hartrevalidatieprogramma bestaat uit een aantal sessies van ieder minimaal vijf kwartier onder begeleiding van minimaal twee fysiotherapeuten met optionele inspanningstest. Op de factuur dient het aantal door de patiënt bijgewoonde sessies expliciet te worden vermeld. PEP-Module (193125) De PEP-module van het meervoudige hartrevalidatieprogramma bestaat uit een intake, een aantal sessies met een psycholoog en een coördinator en (telefonische) nazorg. De module is gebaseerd op individuele intake en nazorg en een viertal sessies van twee uur in groepsverband. De module kan alleen in rekening worden gebracht als de patiënt minimaal twee sessies heeft bijgewoond. Op de factuur dient het aantal door de patiënt bijgewoonde sessies expliciet te worden vermeld. Pagina 41 van 80

43 D.P.A.99.57a Verkeerde bed mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan een IC-dag. Indien dit wel het geval is wordt Verkeerde bed afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel Verkeerde bed Tabel IC-behandeldagen IC-behandeldag: NZa beleidsregel BR/CU-2076: Art (Add-ons Intensive Care bijlage 4 bij beleidsregels BR/CU 2076) NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag tariefgroep 1, 2 of 3 (190125, , ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de IC, ingedeeld in tariefgroep 1, 2 of 3. Niet als behandeldag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt op de IC, in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere postoperatieve bewaking en geen IC-behandeldag. Verkeerde bed (190031) Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf het moment dat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie voor opname in een verpleeghuis is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is in een verpleeghuis. Pagina 42 van 80

44 D.P.A.99.58a Verblijf gezonde moeder mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan een IC-behandeldag. Indien dit wel het geval is wordt Verblijf gezonde moeder afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel Verblijf gezonde moeder Tabel IC-behandeldagen IC-behandeldag: NZa beleidsregel BR/CU-2076: Art (Add-ons Intensive Care bijlage 4 bij beleidsregels BR/CU 2076) NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag tariefgroep 1, 2 of 3 (190125, , ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de IC, ingedeeld in tariefgroep 1, 2 of 3. Niet als behandeldag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt op de IC, in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere postoperatieve bewaking en geen IC-behandeldag. Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in de zorginstelling, omdat haar pasgeboren kind daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Indien bij ziekte van het pasgeboren kind de behandeling wordt overgenomen door een andere specialist, kan daarom geen nieuwe opname worden geregistreerd. Pagina 43 van 80

45 D.P.A.99.59a Verblijf gezonde zuigeling mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan een ICbehandeldag. Indien dit wel het geval is wordt Verblijf gezonde zuigeling afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel Verblijf gezonde zuigeling IC-behandeldag: NZa beleidsregel BR/CU-2076: Art (Add-ons Intensive Care bijlage 4 bij beleidsregels BR/CU 2076) NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag tariefgroep 1, 2 of 3 (190125, , ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de IC, ingedeeld in tariefgroep 1, 2 of 3. Niet als behandeldag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt op de IC, in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere postoperatieve bewaking en geen IC-behandeldag. Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in de zorginstelling omdat de moeder daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Indien bij ziekte van de moeder de behandeling wordt overgenomen door een andere specialist, kan daarom geen nieuwe opname worden geregistreerd. Pagina 44 van 80

46 D.P.A.99.60a Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan een IC-behandeldag. Indien dit wel het geval is wordt de Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie Tabel IC-behandeldagen IC-behandeldag: NZa beleidsregel BR/CU-2076: Art (Add-ons Intensive Care bijlage 4 bij beleidsregels BR/CU 2076) NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Prestatiebeschrijvingen add-ons IC IC-behandeldag tariefgroep 1, 2 of 3 (190125, , ) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de IC, ingedeeld in tariefgroep 1, 2 of 3. Niet als behandeldag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt op de IC, in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere postoperatieve bewaking en geen IC-behandeldag. Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038) Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf het moment dat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde indicatie voor opname in een verpleeghuis) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven. D.P.A Een Overig traject mag geen parallelle (P1 t/m P4) looptijd hebben met een ander Overig traject. Indien dit wel het geval is wordt de goedkoopste afgewezen. Pagina 45 van 80

47 Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel Overige trajecten NZa document: BR/CU Artikel 15 NZa document: BR/CU Artikel 15 NZa document: BR/CU Artikel 15 Een overig traject valt onder de categorie overige zorgproducten. Een overig traject is een prestatie die een aaneengesloten traject betreft, waarvoor de eenheid een dag is. Deze prestaties gelden per verpleegdag en worden geregistreerd in plaats van (en onder dezelfde voorwaarden als) een reguliere verpleegdag. Deze overige trajecten kunnen naast een DBC-zorgproduct gedeclareerd worden. Voor een aantal overige trajecten gelden er specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing Verkeerde bed (190031) Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf het moment dat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie voor opname in een verpleeghuis is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is in een verpleeghuis Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in de zorginstelling, omdat haar pasgeboren kind daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Indien bij ziekte van het pasgeboren kind de behandeling wordt overgenomen door een andere specialist, kan daarom geen nieuwe opname worden geregistreerd Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in de zorginstelling omdat de moeder daar een onderzoek of behandeling moet ondergaan. Indien bij ziekte van de moeder de behandeling wordt overgenomen door een andere specialist, kan daarom geen nieuwe opname worden geregistreerd Vergoeding vervallen ziekenhuisindicatie, geen verpleeghuisindicatie (190038) Vergoeding die in rekening kan worden gebracht vanaf het moment dat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde indicatie voor opname in een verpleeghuis) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis moet blijven tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven. Pagina 46 van 80

48 Toeslag post IC-high care (190152) Er is sprake van post-ic High care als na een opname op de neonatale intensive care noodzaak bestaat tot intensieve behandeling en bewaking. Dit is het geval indien sprake is van ten minste twee van de volgende behandelingen en/of vormen van bewaking: CPAP/ low flow, continue parenterale medicatie ter ondersteuning van één of meer vitale functies, meervoudige medicamenteuze therapie (exclusief vitaminen en andere voedingssupplementen), centrale lijn voor parenterale voeding, invasieve bloeddrukmeting, en blaaskatheter. Er is geen sprake van een post IC-high care indien de leeftijd van het kind, inclusief de zwangerschapsduur minder dan 29 weken is of het gewicht onder de 1000 gram. De post-ic high care bedden kunnen zich ook bevinden buiten het perinatologisch centrum. D.S.A Post IC-High Care dient voorafgegaan (P5 en P7) te worden door een Neonatologie IC. Indien dit niet het geval is wordt de post IC-High Care afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.S.A.: DOT Seriële Afkeuring P7: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel IC High Care Neonatale IC: NZa beleidsregel BR/CU-2076: Art (Add-ons Intensive Care bijlage 4 bij beleidsregels BR/CU 2076) NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel NZa document: BR/CU Artikel Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt op de neonatale IC van een door het ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie. Er is sprake van post-ic High care als na een opname op de neonatale intensive care noodzaak bestaat tot intensieve behandeling en bewaking. Dit is het geval indien sprake is van ten minste twee van de volgende behandelingen en/of vormen van bewaking: CPAP/ low flow, continue parenterale medicatie ter ondersteuning van één of meer vitale functies, meervoudige medicamenteuze therapie (exclusief vitaminen en andere voedingssupplementen), centrale lijn voor parenterale voeding, invasieve bloeddrukmeting, en blaaskatheter. Er is geen sprake van een post IC-high care indien de leeftijd van het kind, inclusief de zwangerschapsduur minder dan 29 weken is of het gewicht onder Pagina 47 van 80

49 de 1000 gram. De post-ic high care bedden kunnen zich ook bevinden buiten het perinatologisch centrum. Pagina 48 van 80

50 D.S.A VERVALLEN Indien binnen 365 dagen na de einddatum (P5 t/m P8) van een zorgproduct met ZT 11 of ZT 21, een zorgproduct met ZT 11 met dezelfde diagnose binnen hetzelfde specialisme wordt geopend, wordt deze afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 september 2012 D.S.A.: DOT Seriële Afkeuring ZT11: Zorgtype 11 ZT21: Zorgtype 21 P 8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). NZa document: NR/CU-220 Artikel 7 Het openen van een subtraject Een subtraject wordt geopend: Bij het openen van een zorgtraject (zie artikel 6) of; Als een reguliere behandeling of controletraject na het afsluiten van een subtraject met ZT11 of ZT21, wordt vervolgd (zie artikel 8). Op het moment dat binnen 365 dagen na afsluiten van het voorgaande subtraject een zorgactiviteit wordt geregistreerd in het kader van de zorgvraag van het betreffende zorgtraject moet aansluitend op het voorgaande subtraject met ZT11 of ZT21 een vervolg subtraject worden geopend. Toelichting: Als in de periode na afsluiten van het voorgaande subtraject binnen 365 dagen geen zorgactiviteiten zijn geregistreerd in het kader van de zorgvraag van het betreffende zorgtraject, hoeft dus geen vervolg subtraject te worden geopend. Pagina 49 van 80

51 D.P.A MRI Hersenen mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan MRI Achterste schedelgroeve. Indien dit wel het geval is wordt de goedkoopste afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring Tabel MRI P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8) NZa document: BR/CU Artikel Voor de prestaties , , , , , , en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Daarnaast geldt: prestaties en mogen niet naast elkaar gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast gedeclareerd worden. D.P.A MRI Abdomen mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan Echografie van de buik organen, MRI Bekken of MRI Heup (en). Indien dit wel het geval is wordt MRI Abdomen afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring Tabel MRI P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8) NZa document: BR/CU Artikel Voor de prestaties , , , , , , en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Pagina 50 van 80

52 Daarnaast geldt: prestaties en mogen niet naast elkaar gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast gedeclareerd worden. D.P.A MRI Bekken mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan Echografie van de buik organen, MRI Abdomen of MRI Heup (en). Indien dit wel het geval is wordt MRI Bekken afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring Tabel MRI P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8) NZa document: BR/CU Artikel Voor de prestaties , , , , , , en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Daarnaast geldt: prestaties en mogen niet naast elkaar gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast gedeclareerd worden. D.P.A MRI Heup (en) mag niet parallel (P1 t/m P4) gedeclareerd worden aan MRI Bekken. Indien dit wel het geval is wordt de goedkoopste afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring Tabel MRI P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8) NZa document: BR/CU Artikel Pagina 51 van 80

53 Voor de prestaties , , , , , , en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Daarnaast geldt: prestaties en mogen niet naast elkaar gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast gedeclareerd worden. D.D.A.16.68* Indien de DUUR van een Zorgproduct voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor Kindergeneeskunde Oncologische behandeling met SKION stratificatie <365 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 D.D.A. DOT Duur Afkeuring DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 365 dagen) Tabel met zorgproducten kinderoncologische behandelingen met SKION stratificatie In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van de goedkeuringsregels. Nza document: NR/CU-222 Art 8.2i De looptijd van kinderoncologische subtrajecten in een centrum voor Kindergeneeskunde Oncologische behandeling met SKION stratificatie is altijd 365 dagen. D.D.A.27.69* Indien de DUUR van een Zorgproduct binnen het specialisme revalidatiegeneeskunde <43 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 D.D.A. DOT Duur Afkeuring Specialisme 0327 Revalidatiegeneeskunde Pagina 52 van 80

54 DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 43 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van de goedkeuringsregels. Nza document: NR/CU-222 Art 8.2m Voor revalidatiegeneeskunde (niet zijnde geriatrische revalidatiezorg) geldt dat subtrajecten worden afgesloten op de 42e dag na de datum waarop de laatste revalidatiegeneeskundige zorgactiviteit heeft plaatsgevonden. Indien binnen deze 42-dagen periode opnieuw een verrichting plaats vindt gaat de termijn van 42-dagen opnieuw lopen en wordt deze afgesloten op de 42e dag na de datum van de laatste verrichting D.D.A * Indien de DUUR van een Zorgproduct binnen het specialisme geriatrische revalidatiezorg <43 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct te worden afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 D.D.A. DOT Duur Afkeuring Specialisme 8418 Geriatrisch revalidatiezorg. DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 43 dagen) In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten Dit wordt ondervangen door middel van de goedkeuringsregels. Nza document: NR/CU-222 Art 8.2n Voor de geriatrische revalidatiezorg geldt dat de subtrajecten worden afgesloten op de 42e dag na de datum waarop de laatste geriatrische revalidatiezorg zorgactiviteit heeft plaatsgevonden. Indien binnen deze 42-dagen periode opnieuw een verrichting plaatsvindt gaat de termijn van 42 dagen opnieuw lopen en wordt deze afgesloten op de 42e dag na de datum van de laatste verrichting. Pagina 53 van 80

55 D.P.A.16.74* Het parallel declareren (P1 t/m P4) van een DBC-zorgproduct voor topreferente kinderoncologie met een ander DBC-zorgproduct kindergeneeskunde uit zorgproductgroep is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de goedkoopste afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel met zorgproducten kindergeneeskunde uit zorgproductgroep Tabel met zorgproducten kindergeneeskunde topreferente kinderoncologie. Nza document: NR/CU-222 Art 14.8 Een DBC-zorgproduct voor topreferente kinderoncologie ( , , , , , , , , , , , en ) kan niet in combinatie met een ander DBC-zorgproduct kindergeneeskunde (zorgproductgroep ) worden gedeclareerd. D.P.A.99.75* Het parallel (P1 t/m P4) declareren van meerdere zorgproducten uit de zorgproductgroep epilepsiebehandeling bij kinderen is niet toegestaan. Indien dit wel het geval is wordt de 2 e (of meerdere) afgewezen. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel met zorgproducten epilepsiebehandeling bij kinderen uit zorgproductgroep Nza document: NR/CU-222 Art 14.9 Wanneer een kinderarts en een neuroloog tezamen een epilepsie behandeling (zorgproductgroep 69899) uitvoeren, dan kan hiervoor één DBC-zorgproduct uit de zorgproductgroep worden gedeclareerd. Pagina 54 van 80

56 D.P.A.99.76* Voor de prestaties , , , , , ,087090, en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Indien er meer dan twee MRI codes gedeclareerd worden, wordt de goedkoopste(n) afgewezen Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel met MRI zorgactiviteit codes Nza document: BR/CU-2081 Art Voor de prestaties , , , , , , en geldt dat er per zitting maximaal twee MRI codes gedeclareerd kunnen worden. Daarnaast geldt: prestaties en mogen niet naast elkaar gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast , of gedeclareerd worden; prestatie mag niet naast gedeclareerd worden. D.P.A.27.78* Binnen het specialisme Revalidatiegeneeskunde kan geen sprake zijn van het parallel (P1 t/m P4) declareren van meerdere Zorgproducten Specialistische Revalidatie Behandeling (SRB). Als dit wel het geval is wordt het 2 de (of meerdere) Zorgproduct afgewezen. Deze controleregel heeft betrekking op DBC zorgproducten met een begindatum tussen en D.P.A.: DOT Parallelle Afkeuring P1 t/m P4: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de 4 te onderscheiden categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). Tabel met zorgproducten Specialistische Revalidatie Behandeling (SRB) DBC-Onderhoud: Specialisme specifieke toelichting Revalidatiegeneeskunde v Een SRB wordt altijd geregistreerd als een parallel zorgtraject naast een reeds lopend zorgtraject, echter nooit parallel aan een ander SRB zorgtraject Pagina 55 van 80

57 Goedkeuringscodes Regels gecodeerd met een G zijn met name van belang om in het algemeen te kunnen controleren of met bepaalde uitzonderingssituaties rekening is gehouden. Middels de keuringsregels D.D.A t/m D.D.A wordt de toepassing van de algemene afsluitregels zoals deze voor elk specialisme gelden gekeurd. Met de hieronder beschreven goedkeuringsregels worden de limitatieve uitzonderingen van de afkeuringen uitgesloten. D.D.G Indien een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van medicinale oncologische behandeling en afsluitreden 22 is gevuld, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten medicinale oncologische behandeling Afsluitreden 22: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Medicinale oncologische behandeling ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2a Behandeling binnen een klinisch subtraject Een klinisch subtraject met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij: Een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname; Een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname; Een nieuwe toediening in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek. Het subtraject wordt in deze situaties 1 dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. Voor orale oncologische medicatie geldt de algemene regel dat het subtraject 42 dagen na ontslag uit de kliniek afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale Pagina 56 van 80

58 oncologische behandeling of een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Bijvoorbeeld als een hormonale therapie wordt vervolgd door een chemotherapie of wanneer van orale chemotherapie wordt overgegaan op chemotherapie per infuus of injectie. Dus afsluiten 42 dagen na ontslag uit de kliniek tenzij: Een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname Een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname; Een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek; Een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname; Een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname; Een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek. Behandeling binnen een niet klinisch subtraject Een niet klinisch subtraject met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit geldt niet indien er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend. Voor orale oncologische medicatie geldt dat het subtraject 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit9 binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Bijvoorbeeld als een hormonale therapie wordt vervolgd door een chemotherapie of wanneer van orale chemotherapie wordt overgegaan op chemotherapie per infuus of injectie. Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie van acute leukemie Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het subtraject gesloten op iedere 30ste behandeldag (klinische dag respectievelijk dagverpleging dag in combinatie met verstrekkingscode10) of 42 dagen na de laatste behandeldag indien er minder dan 30 behandeldagen zijn geweest. Pagina 57 van 80

59 D.D.G Indien binnen het specialisme gynaecologie een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van prenatale diagnostiek en intrauteriene ingrepen (diagnosen V31, V32 en V35) en afsluitreden 36 is gevuld, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten prenatale diagnostiek en intra-uteriene ingrepen Afsluitreden 36: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Gynaecologie bij prenatale diagnostiek en intra-uteriene ingrepen ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2g Bij prenatale diagnostiek en intra-uteriene ingrepen (diagnosen V31 t/m V35) wordt het subtraject afgesloten 1 dag voor de andere prenatale diagnostiek of intra-uteriene ingreep, of conform de algemene afsluitregels (NR/CU D Art 8.1) indien de andere diagnostiek of ingreep later dan dit moment start. Pagina 58 van 80

60 D.D.G Indien binnen het specialisme neonatologie een klinisch zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is en afsluitreden 38 is gevuld, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met (klinische) zorgproducten neonatologie Afsluitreden 38: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Neonatologie voor klinische subtrajecten ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2h Een subtraject wordt afgesloten op de dag van ontslag (ontslagdatum) van de neonaat uit het ziekenhuis. D.D.G Indien binnen het specialisme cardiologie een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is en afsluitreden 40 is gevuld dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten cardiologie Afsluitreden 40: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Cardiologie ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2i Pagina 59 van 80

61 NZa document: NR/CU-222 Art 8.2j Voor het specialisme cardiologie gelden voor subtrajecten met ZT11 en ZT21 niet de algemene afsluitregels maar wordt het subtraject als volgt afgesloten ( ): Bij opname in de kliniek of dagverpleging wordt het subtraject afgesloten: op datum van ontslag uit de kliniek of dagverpleging behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of cardioversie wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend bij overlijden van de patiënt. Bij een poliklinisch subtraject wordt het subtraject afgesloten: subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend. In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten. subtraject met ZT21: op de 365e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend. In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten. bij overlijden van de patiënt D.D.G Indien bij het specialisme longgeneeskunde een klinisch zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van exacerbatie van COPD en afsluitreden 42 is gevuld dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten exacerbatie bij COPD Afsluitreden 42: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Longgeneeskunde bij exacerbatie COPD ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2j Wanneer bij exacerbatie van COPD een heropname plaatsvindt binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname, wordt het subtraject afgesloten en een nieuw subtraject geopend. Moment Pagina 60 van 80

62 van afsluiten is 1 dag voor de start van de nieuwe klinische opname. Indien de heropname plaatsvindt na de 42e dag na ontslag, gelden de algemene afsluitregels. D.D.G Indien bij het specialisme reumatologie een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar het betreft een vervolgbehandeling (zorgtype 21) waarvan de behandelsetting wijzigt en afsluitreden 44 is gevuld dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten reumatologische vervolgbehandeling (zorgtype 21) Afsluitreden 44: afsluiten zorgtype 21 o.b.v. uitzondering Reumatologie bij wijziging van behandelsetting ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2k Indien bij een vervolgbehandeling (zorgtype 21) de behandelsetting wijzigt, wordt het subtraject afgesloten en mag een nieuw subtraject worden geopend. Moment van afsluiten is één dag voor de start van de behandeling in nieuwe setting of conform de algemene regel indien de behandeling in nieuwe setting later dan dit moment start. Echter, indien logischerwijs de behandeling in tempi wordt uitgevoerd gelden de algemene afsluitregels. Voorbeelden in tempi: het meer malen toedienen van Remicade of APD- of andere bisfosfonaat infusen. D.D.G Indien bij het specialisme revalidatie een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van een SRB en afsluitreden 46 is gevuld, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze goedkeurregel heeft betrekking op DBC zorgproducten met een begindatum tussen en D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Pagina 61 van 80

63 Tabel met zorgproducten Specialistische Revalidatie Behandeling (SRB) Afsluitreden 46: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Revalidatie geneeskunde bij SRB ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2l Nb.: Voor het registratiejaar 2012 geldt voor de Revalidatiegeneeskunde de bestaande uitzonderingsregel zoals geformuleerd in de specialisme specifieke toelichting. Daarnaast geldt voor de specialistische Revalidatie Behandeling (SRB) de uitzondering dat het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de start van de nieuwe SRB behandeling of conform de algemene regel indien de nieuwe behandeling later dan dit moment start. Een SRB behandeling is nooit de primaire behandelvorm en wordt altijd geregistreerd als een parallel zorgtraject naast een reeds lopend zorgtraject. D.D.G Indien bij het specialisme klinische geriatrie een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van een Comprehensive Geriatric Assessment en afsluitreden 48 is gevuld, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten Comprehensive Geriatric Assessment Afsluitreden 48: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Klinische geriatrie bij CGA ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2m Indien er bij de behandeling een dusdanige verergering van het probleem ontstaat waarvoor (opnieuw) een Comprehensive Geriatric Assessment (CGA) noodzakelijk is, wordt het subtraject afgesloten. Vervolgens wordt een nieuw subtraject geopend. Moment van afsluiten is één dag voor de start van de nieuwe behandeling of conform de algemene regel indien de nieuwe behandeling later dan dit moment start. Pagina 62 van 80

64 D.D.G Indien een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van Stamceltransplantatie en afsluitreden 50 is gevuld, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten Stamceltransplantatie Afsluitreden 50: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Stamceltransplantatie ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Voor stamceltransplantatie (bij ontvanger) wordt een (zo nodig parallel aan het medicinale (cytostatica) behandeltraject) zorg/subtraject geopend. De volgende 3 fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden: - fase 1: selectie/afname - fase 2: transplantatie - fase 3: nazorg (posttransplantatie) Na iedere fase van de behandeling, maar ook bij het opnieuw starten van een eerdere fase, wordt het subtraject afgesloten op het bij artikel 8.2n genoemde moment. Pagina 63 van 80

65 D.D.G Indien een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van Transplantatiezorg en afsluitreden 52 is gevuld, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten transplantatiezorg Afsluitreden 52: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering transplantatiezorg ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Voor de begeleiding van ontvangers en donoren rond darm-, eilandjes-, (partiële) lever-, nier, nieren pancreas en pancreastransplantaties wordt door de specialismen Inwendige geneeskunde, MDLartsen en Kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorgtraject geopend. Hierbij worden 3 fasen van de behandeling onderscheiden: 1. Pretransplantatie fase/screening 2. Transplantatiefase 3. Posttransplantatie fase/nazorg Na iedere fase van de behandeling die wordt gevolgd door een nieuwe/andere fase, maar ook bij het opnieuw starten van fase 1, wordt het voorafgaande transplantatie begeleidings subtraject afgesloten op het bij artikel 8.2.n genoemde moment. Pagina 64 van 80

66 D.D.G * Indien een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van Transplantatiezorg en afsluitreden 52 of 53 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten transplantatiezorg Afsluitreden 52: Afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Begeleiding orgaantransplantatiezorg door beschouwende specialismen( ) Afsluitreden 53: Afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Orgaantransplantatiezorg snijdende specialismen( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Voor de begeleiding van ontvangers en donoren rond darm-, eilandjes-, (partiële) lever-, nier, nieren pancreas en pancreastransplantaties wordt door de specialismen Inwendige geneeskunde, MDLartsen en Kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorgtraject geopend. Hierbij worden 3 fasen van de behandeling onderscheiden: 1. Pre transplantatie fase/screening 2. Transplantatiefase 3. Posttransplantatie fase/nazorg Na iedere fase van de behandeling die wordt gevolgd door een nieuwe/andere fase, maar ook bij het opnieuw starten van fase 1, wordt het voorafgaande transplantatie begeleidings subtraject afgesloten op het bij artikel 8.2.n genoemde moment. Pagina 65 van 80

67 D.D.G Indien binnen het specialisme oogheelkunde een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van behandeling met intravitreale injectie en afsluitreden 56 is gevuld dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten behandeling met intravitreale injectie Afsluitreden 56: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Oogheelkunde bij behandeling met intravitreale injecties ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Bij behandeling met intravitreale injecties (diagnose 503, 609, 652, 655, 657, 659, 704, 705, 707, 709, 754, 755, 757 en 759) wordt per intravitreale injectie een subtraject geopend. Wanneer de behandeling met intravitreale injecties eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende intravitreale injectie plaatsvindt. Pagina 66 van 80

68 D.D.G Indien binnen het specialisme oogheelkunde een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van behandeling van subretinale neovascularisatie met foto dynamische therapie en afsluitreden 58 is gevuld dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten behandeling van subretinale neovascularisatie met foto dynamische therapie Afsluitreden 58: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Oogheelkunde bij behandeling van subretinale neovascularisatie met fotodynamische therapie ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Bij behandeling van (sub)retinale pathologie (diagnose 659 en 704) met fotodynamische therapie wordt per fotodynamische therapie een subtraject geopend. Wanneer de fotodynamische therapie bij (sub)retinale pathologie eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende fotodynamische therapie plaatsvindt. Pagina 67 van 80

69 D.D.G Indien binnen het specialisme oogheelkunde een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van operatieve tempi behandeling van strabismus en afsluitreden 60 is gevuld dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten operatieve tempi behandeling van strabismus Afsluitreden 60: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Oogheelkunde bij behandeling van strabismus ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Wanneer de operatieve tempi behandeling van strabismus (diagnosecodes 204, 205, 209) eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende strabismus operatie plaatsvindt. D.D.G Indien binnen het specialisme oogheelkunde een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van operatieve tempi behandelingen van retina defect retina/- retinaloslating en afsluitreden 62 is gevuld, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Pagina 68 van 80

70 Tabel met zorgproducten operatieve behandeling van retina defect/- retinaloslating Afsluitreden 62: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Oogheelkunde bij behandeling van retina defect/-loslating ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Wanneer de operatieve tempi behandeling van retina defect/-retinaloslating (diagnosecodes 654) eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende operatieve behandeling van het retina defect/retinaloslating. D.D.G Indien binnen het specialisme plastische chirurgie een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van operatieve behandeling bij mammareconstructie en afsluitreden 64 is gevuld dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten operatieve behandeling bij mammareconstructie Afsluitreden 64: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Plastische chirurgie bij mammareconstructie ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Pagina 69 van 80

71 Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Bij mammareconstructie vindt afsluiting van het subtraject na iedere operatieve tempi behandeling plaats op het bij artikel 8.2.n genoemde moment. D.D.G Indien binnen het specialisme plastische chirurgie een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van transplantatiesessies bij de behandeling van uitgebreide brandwonden en afsluitreden 66 is gevuld dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten transplantatiesessies bij de behandeling van uitgebreide brandwonden Afsluitreden 66: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Plastische chirurgie bij meerdere transplantatiesessies ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Bij meer transplantatiesessies bij de behandeling van uitgebreide (brand)wonden wordt na iedere transplantatiesessie het subtraject afgesloten op het bij artikel 8.2.n genoemde moment. Pagina 70 van 80

72 D.D.G Indien binnen het specialisme urologie een niet klinisch zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van ESWL behandeling of een operatieve ingreep bij urinewegstenen en afsluitreden 68 is gevuld dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten ESWL behandeling of een operatieve ingreep bij urinewegstenen Afsluitreden 68: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Urologie bij niet-klinische ESWL behandelingen ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Bij niet-klinische ESWL behandeling van urinewegstenen wordt per ESWL behandeling een subtraject geopend. Wanneer de volgende ESWL behandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven moment dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende ESWL behandeling plaatsvindt. Dit geldt ook wanneer een niet-klinische ESWL gevolgd wordt door een operatieve ingreep voor urinewegstenen. Pagina 71 van 80

73 D.D.G Indien binnen het specialisme gynaecologie een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van IUI / IVF / ICSI technieken en afsluitreden 70 is gevuld dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten IUI/ IVF/ ICSI technieken Afsluitreden 70: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Gynaecologie bij subtrajecten met diagnose F21 ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. De subtrajecten bij diagnose F21 gespecialiseerde technieken voor stimulatie respectievelijk de IUI/IVF/ICSI technieken en ovulatie-inductie met gonadotrofines worden per cyclus geopend en gesloten (dus 1 subtraject per cyclus). Indien de behandeling in meer ziekenhuizen (transport- IVF/ICSI) plaatsvindt opent ieder ziekenhuis de (deel)behandeling die daar wordt uitgevoerd. D.D.G Indien binnen het specialisme gynaecologie een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van obstetrie en afsluitreden 72 is gevuld, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze goedkeurregel heeft betrekking op DBC zorgproducten met een begindatum tussen en Pagina 72 van 80

74 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten obstetrie Afsluitreden 72: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Gynaecologie bij obstetrie ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. In de registratie bij obstetrie zijn drie fasen te onderscheiden; diagnosen V11/V21/V41/V42 voor zwangerschap begeleiding, diagnose V51 voor begeleiding partus met nazorg en nacontrole, en diagnosen V60/V61 voor complicaties na partus uit de eerste/tweedelijn. Bij de overgang naar een andere fase kan het subtraject worden afgesloten op het bij artikel 8.2.n genoemde moment. D.D.G Indien binnen het specialisme radiotherapie een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van metastaseringen of recidief en afsluitreden 74 is gevuld dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten metastaseringen of recidief Afsluitreden 74: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering Radiotherapie bij behandeling metastasering of recidief ( ) DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 Pagina 73 van 80

75 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2n Bij de in tempi behandelingen van diverse specialismen mag het subtraject na elke deelbehandeling worden afgesloten. Wachten op het algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 is hier niet nodig. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment, dan mag het subtraject worden afgesloten 1 dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later dan de algemeen geldende sluitmoment als omschreven in artikel 8.1 start geldt deze algemene regel. Bij behandeling van metastaseringen of recidief wordt na elke behandeling het subtraject afgesloten op het bij artikel 8.2.n genoemde moment. D.D.G Indien een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij afsluitreden 2 is gevuld, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Afsluitreden 2: afsluiten zorgtype 11 of 21 bij overlijden patiënt NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 9.1a D.D.G Indien bij het specialisme revalidatie een zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van een algemene uitzondering revalidatie geneeskunde en afsluitreden 47 is gevuld, dan wordt dit zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met overige zorgproducten Revalidatie Behandeling Afsluitreden 47: Afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. algemene uitzondering Revalidatie geneeskunde ( ). DBC-Onderhoud: Registratieaddendum v Specialisme specifieke Toelichting op de Registratieregels Revalidatiegeneeskunde v Art NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.1 NZa: BELEIDSREGEL NR/CU D Art 8.2l Pagina 74 van 80

76 Voor het registratiejaar 2012 geldt voor de Revalidatiegeneeskunde de bestaande uitzonderingsregel zoals geformuleerd in de specialisme specifieke toelichting. D.D.G.16.71* Indien binnen het specialisme kindergeneeskunde een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van niet-klinische chronische verstrekking van geneesmiddelen per infuus of per injectie (voor niet oncologische indicatie) en afsluitreden 77 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten niet-klinische chronische verstrekking van geneesmiddelen per infuus of per injectie. Afsluitreden 77: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering niet-klinische chronische verstrekking van geneesmiddelen per infuus of per injectie Nza document: NR/CU-222 Art 8.2s Voor de niet-klinische chronische verstrekking van geneesmiddelen per infuus of per injectie (voor niet oncologische indicatie), wordt per drie verstrekkingen een subtraject geopend. Wanneer de vierde verstrekking eerder plaatsvindt dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende verstrekking per infuus of injectie plaatsvindt. D.D.G.16.72* Indien binnen het specialisme kindergeneeskunde een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op niet oncologische indicatie en afsluitreden 78 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op niet oncologische indicatie. Afsluitreden 78: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. uitzondering niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op niet oncologische indicatie. Nza document: NR/CU-222 Art 8.2s Voor de niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op niet oncologische indicatie wordt per drie bloedtransfusies een subtraject geopend. Wanneer de vierde bloedtransfusie eerder plaatsvindt dan het in artikel 8.s voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende bloedtransfusie gegeven wordt. Pagina 75 van 80

77 D.D.G.16.73* Indien binnen het specialisme kindergeneeskunde een Zorgproduct wordt gedeclareerd dat niet conform de algemene afsluitregels gesloten is, maar waarbij sprake is van niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op oncologische indicatie in centra zonder SKION stratificatie en afsluitreden 79 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Tabel met zorgproducten niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op oncologische indicatie in centra zonder SKION stratificatie. Afsluitreden 79: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op oncologische indicatie. Nza document: NR/CU-222 Art 8.2s Voor de niet-klinische behandeling met bloedtransfusies op oncologische indicatie in centra zonder SKION stratificatie, wordt per bloedtransfusie een subtraject geopend. Wanneer de volgende bloedtransfusie eerder plaatsvindt dan het in artikel 8.1 voorgeschreven afsluitmoment dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende bloedtransfusie gegeven wordt. D.D.G.90.77* Indien binnen het specialisme klinische genetica een zorgproduct wordt gedeclareerd met een duur van, >=90 en <365 dagen, maar sprake is van erfelijkheidsadvisering complex en afsluitreden 49 is gevuld, dan wordt dit Zorgproduct goedgekeurd. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2013 D.D.G. DOT Duur Goedkeuring Specialisme 0390 Klinische Genetica. Afsluitreden 49: afsluiten zorgtype 11 of 21 o.b.v. Klinische Genetica. Nza document: NR/CU-222 Art 8.2q Het gehele erfelijkheidsadviseringstraject valt binnen één subtraject. Op de 90e dag na opening wordt het subtraject afgesloten als er minimaal 1 zorgactiviteit voor erfelijkheidsadvisering geregistreerd is. Als dit niet het geval is dan blijft dit subtraject maximaal 365 dagen open, tenzij de zorgactiviteit erfelijkheidsadvisering complex geregistreerd wordt. In dit laatste geval wordt het traject afgesloten op de dag van uitvoering van deze zorgactiviteit. Pagina 76 van 80

78 Risicoregels De risicocodes voorzien van een * zijn nieuw ten opzichte van de vorige release (September 2012). D.D.R Indien de DUUR van een klinisch Zorgproduct, met ZT 11 of ZT21, <44 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct als risico gedefinieerd te worden (2). Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.R. DOT Duur Risico ZT11: Zorgtype 11 ZT21: Zorgtype 21 DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is kleiner dan 44 dagen) Tabel klinische Zorgproducten In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 43 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G T/M D.D.G Zorgproducten binnen de specialismen revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg zijn uitgezonderd van deze controleregel. Zorgproducten kunnen alleen als risico gedefinieerd worden, indien deze niet zijn afgekeurd door een controleregel. 2) Interpretatie van de regelgeving leidt tot de conclusie dat klinische producten een looptijd van minimaal 44 dagen behoren te hebben. Hierover was onduidelijkheid en daarom is deze controleregel voorlopig gezet op 43 dagen. De zorgverzekeraars zijn nog in overleg om deze controle regel aan te passen en risicoregel D.D.R specifieker te formuleren. Pagina 77 van 80

79 D.D.R.99.13a Indien de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct (dagopname of polikliniek) met een mogelijke operatieve ingreep, met ZT11, >= 43 en <90 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct als risico gedefinieerd te worden. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.R. DOT Duur Risico ZT11: Zorgtype 11 ZT21: Zorgtype 21 DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is gelijk of groter dan 43 en kleiner dan 90 dagen) Tabel heterogene operatieve Zorgproducten In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 90 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G T/M D.D.G Zorgproducten binnen de specialismen revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg zijn uitgezonderd van deze controleregel. Zorgproducten kunnen alleen als risico gedefinieerd worden, indien deze niet zijn afgekeurd door een controleregel. Pagina 78 van 80

80 D.D.R.99.13b Indien de DUUR van een niet-klinisch Zorgproduct (dagopname of polikliniek) met een mogelijke operatieve ingreep, met ZT21, >= 43 en <365 dagen bedraagt, dient het betreffende Zorgproduct als risico gedefinieerd te worden. Deze controleregel treedt in werking op 1 januari 2012 D.D.R. DOT Duur Risico ZT11: Zorgtype 11 ZT21: Zorgtype 21 DUUR: (Eind_datumPrestatie - Begin_datumPrestatie + 1 is gelijk of groter dan 43 en kleiner dan 365 dagen) Tabel heterogene operatieve Zorgproducten In geval van overlijden is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G In geval van een uitzondering op de algemene afsluitregel is het toegestaan om het Zorgproduct eerder dan 365 dagen af te sluiten. Dit wordt ondervangen door middel van goedkeuringsregel D.D.G T/M D.D.G Zorgproducten binnen de specialismen revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg zijn uitgezonderd van deze controleregel. Zorgproducten kunnen alleen als risico gedefinieerd worden, indien deze niet zijn afgekeurd door een controleregel. Pagina 79 van 80

81 D.S.R.99.63* Indien binnen 365 dagen na de einddatum (P5 t/m P8) van een zorgproduct met ZT 11 of ZT 21, een zorgproduct met ZT 11 met dezelfde diagnose binnen hetzelfde specialisme wordt geopend, wordt deze als risico gedefinieerd. Subtrajecten waarbij sprake is van een uitzonderingsituatie worden van deze risicoregel uitgezonderd. Deze controleregel treedt in werking op 1 september 2012 D.S.R.: DOT Seriële Risico ZT11: Zorgtype 11 ZT21: Zorgtype 21 P5 t/m P8: Aan de hand van het al dan niet samenvallen van een Zorgproduct met een ander Zorgproduct van hetzelfde specialisme bij dezelfde instelling wordt het Zorgproduct ingedeeld in een van de te onderscheiden seriële categorieën. (Zie: Codering DOT, Pagina 7-8). NZa document: NR/CU-220 Artikel 7 Het openen van een subtraject Een subtraject wordt geopend: Bij het openen van een zorgtraject (zie artikel 6) of; Als een reguliere behandeling of controletraject na het afsluiten van een subtraject met ZT11 of ZT21, wordt vervolgd (zie artikel 8). Op het moment dat binnen 365 dagen na afsluiten van het voorgaande subtraject een zorgactiviteit wordt geregistreerd in het kader van de zorgvraag van het betreffende zorgtraject moet aansluitend op het voorgaande subtraject met ZT11 of ZT21 een vervolg subtraject worden geopend. Toelichting: Als in de periode na afsluiten van het voorgaande subtraject binnen 365 dagen geen zorgactiviteiten zijn geregistreerd in het kader van de zorgvraag van het betreffende zorgtraject, hoeft dus geen vervolg subtraject te worden geopend. Pagina 80 van 80

82

Handboek DOT controle regels. Date: 20-1-2014 Name: Handboek DOT controle regels version 29 revision 22 Status:

Handboek DOT controle regels. Date: 20-1-2014 Name: Handboek DOT controle regels version 29 revision 22 Status: Handboek DOT controle regels Date: 20-1-2014 Name: Handboek DOT controle regels version 29 revision 22 Status: Index Handboek DOT controle regels 29022... 6 Voorwoord... 6 Afkeurvolgorde... 7 Codering

Nadere informatie

Addendum bij Handboek DOT Controleregels release 2

Addendum bij Handboek DOT Controleregels release 2 Addendum bij Handboek DOT Controleregels release 2 Vanwege een eerder dan geplande releasedatum komt er een versie van de DCM AOM beschikbaar, waarin een aantal wijzigingen is opgenomen ten opzichte van

Nadere informatie

Handboek DOT controleregels

Handboek DOT controleregels Handboek DOT controleregels Datum: 6-1-2016 Naam: Handboek DOT controleregels Inhoudsopgave Bijlage 1 Korte omschrijving DOT controleregels... 6 Bijlage 2 Lijst met afkortingen... 12 Bijlage 3 Gebruik

Nadere informatie

Handboek DOT controleregels

Handboek DOT controleregels Handboek DOT controleregels Datum: 1-3-2016 Naam: Handboek DOT controleregels Inhoudsopgave Bijlage 1 Korte omschrijving DOT controleregels... 6 Bijlage 2 Lijst met afkortingen... 12 Bijlage 3 Gebruik

Nadere informatie

Handboek DOT controleregels

Handboek DOT controleregels Handboek DOT controleregels Datum: December 2016 Naam: Handboek DOT controleregels Release: 9 Inhoudsopgave Bijlage 1 Korte omschrijving DOT controleregels... 6 Bijlage 2 Lijst met afkortingen... 12 Bijlage

Nadere informatie

Handboek DOT controleregels

Handboek DOT controleregels Handboek DOT controleregels Datum: Juni 2017 Naam: Handboek MSZ controles R10 Release: 10 Inhoudsopgave Voorwoord... 7 Korte omschrijving controleregels... 8 Verklarende lijst... 11 Codering DOT... 12

Nadere informatie

Registratieregels RZ15a

Registratieregels RZ15a Implementatiecongres DBC-pakket 2015 4 september 2014 Marjolein Hildebrand 2 Wijzigingen: Registratieregels Registratieaddendum Wijzigingen in de Diagnose en zorgvraagtypering toelichting 3 Aansluiting

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-220. Regeling medisch specialistische zorg

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-220. Regeling medisch specialistische zorg Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Inwerkingtreding... 2 Artikel 4. Begrippen en afkortingen...

Nadere informatie

Erratum Addendum. Release RZ15a. Versie

Erratum Addendum. Release RZ15a. Versie Erratum Addendum Release RZ15a ersie 20141103 3 november 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Errata op document Wijzigingen DBC-release RZ15a v20140717... 4 2.1 Parallelle zorgtrajecten... 4 2.2 Parallelliteit

Nadere informatie

Toelichting op de Afsluitreden tabel. Versie

Toelichting op de Afsluitreden tabel. Versie Toelichting op de Afsluitreden tabel Versie 20120927 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.3 Afsluitredenen...

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Inhoudsopgave

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Inhoudsopgave STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 19075 29 juli 2015 Regeling medisch specialistische zorg REGELING NR/CU-263 Vastgesteld op 30 juni 2015 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Registratieaddendum RZ19a

Registratieaddendum RZ19a Registratieaddendum RZ19a v20180118 Concept Ingangsdatum 1 januari 2019 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-266. Regeling medisch specialistische zorg

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-266. Regeling medisch specialistische zorg Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Artikel 1. Reikwijdte... 3 Artikel 2. Doel van de regeling... 3 Artikel 3. Begripsbepalingen... 3 Hoofdstuk I Zorgtrajecten... 7 Artikel

Nadere informatie

Veelgestelde vragen over DOT

Veelgestelde vragen over DOT Veelgestelde vragen over DOT Openen Mag bij een faxverwijzing alvast een zorgtraject door het secretariaat geopend worden? Kan in DOT in een vervolgtraject (met zorgtype=21) ook een klinische episode worden

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-209. Regeling medisch specialistische zorg

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-209. Regeling medisch specialistische zorg Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Inwerkingtreding... 2 Artikel 4. Begrippen en afkortingen...

Nadere informatie

Registratieaddendum. Ingangsdatum 1 januari v

Registratieaddendum. Ingangsdatum 1 januari v Registratieaddendum Ingangsdatum 1 januari 2018 v20170119 Registratieaddendum v20170119 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden

Nadere informatie

Nadere Regel NR/CU-266. Regeling medisch specialistische zorg

Nadere Regel NR/CU-266. Regeling medisch specialistische zorg Nadere Regel NR/CU-266 Regeling medisch specialistische zorg Artikel 19. Uitzonderingen op opening- en afsluitregels subtraject met ZT11 of ZT21 Van de in artikel 17 en 18 vermelde algemene afsluitregels

Nadere informatie

Logopedie in de DBC systematiek

Logopedie in de DBC systematiek Logopedie in de DBC systematiek 28 november 2012 Ingeborg van Dijke/ Jolien Ewalds DBC-Onderhoud [email protected] 2 Inhoud 1. Hoezo Diagnose Behandel Combinaties (DBC s)? 2. Hoe werkt het systeem

Nadere informatie

Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Gynaecologie

Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Gynaecologie Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Gynaecologie v20110701 Ingangsdatum 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzonderingen op de algemene registratieregels... 4 2.1 Sluiten

Nadere informatie

Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast.

Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast. NADERE REGEL NR/CU-201 Declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt

Nadere informatie

Registratieregels. Versie

Registratieregels. Versie Registratieregels Versie 20120329 1 mei 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Registratiemodel en definities... 4 2.1 Registratiemodel... 4 2.1.1 Registreren... 5 2.1.2 Samenvatten... 6 2.1.3 Afleiden...

Nadere informatie

Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie

Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel Versie 20120927 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3

Nadere informatie

Registratieregels. Versie

Registratieregels. Versie Registratieregels Versie 20131114 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Registratiemodel en definities... 4 2.1 Registratiemodel... 4 2.1.1 Registreren... 5 2.1.2 Samenvatten...

Nadere informatie

Algemene Toelichting Registratieregels. Versie 20140717

Algemene Toelichting Registratieregels. Versie 20140717 Algemene Toelichting Registratieregels Versie 20140717 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Relatie tussen zorgtrajecten en subtrajecten... 4 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten

Nadere informatie

Handboek controles. Zelfonderzoek 2014. Versie: 27 mei 2015. Handboek controles - zelfonderzoek 2014 (versie 27-05-15) 1

Handboek controles. Zelfonderzoek 2014. Versie: 27 mei 2015. Handboek controles - zelfonderzoek 2014 (versie 27-05-15) 1 Handboek controles Zelfonderzoek 2014 Versie: 27 mei 2015 1 Inhoudsopgave Versiebeheer... 4 Inleiding... 6 1.2 Onterecht vastleggen van een polikliniekbezoek meerdere consulten op één dag... 7 1.3 Onterecht

Nadere informatie

Registratieaddendum RZ17a

Registratieaddendum RZ17a Registratieaddendum RZ17a Versie 20160701 Ingangsdatum 1 januari 2017 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...

Nadere informatie

Algemene Toelichting Registratieregels. Versie

Algemene Toelichting Registratieregels. Versie Algemene Registratieregels Versie 20120329 1 mei 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Relatie tussen Zorgtrajecten en Subtrajecten... 4 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten en subtrajecten... 6 3.1 Openen

Nadere informatie

Toelichting op het koppelalgoritme. Versie

Toelichting op het koppelalgoritme. Versie Toelichting op het koppelalgoritme Versie 20130926 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Koppelen van zorgactiviteiten aan aanvragend of uitvoerend poortspecialisme... 4 Bijlage:

Nadere informatie

Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie

Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel Versie 20131114 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Wat is de functie van de tabel... 3 1.1.1 Combinaties van verschillende diagnosen...

Nadere informatie

Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie

Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel Versie 20150312 Ingangsdatum 1 april 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Wat is de functie van de tabel... 3 1.1.1 Combinaties van verschillende diagnosen...

Nadere informatie

Verduidelijking registratie en declaratie bij overloop-dbc's. Versie 2.0

Verduidelijking registratie en declaratie bij overloop-dbc's. Versie 2.0 Verduidelijking registratie en declaratie bij overloop-dbc's Versie 2.0 20120312 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Algemene regels overgangsperiode... 4 2.1 DBC s en subtrajecten in één zorgtraject... 4

Nadere informatie

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk Directie Zorgmarkten Cure 0900 770 70 70 [email protected] CI/14/3c

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk Directie Zorgmarkten Cure 0900 770 70 70 vragencure@nza.nl CI/14/3c Aan het bestuur van algemene ziekenhuizen (010) categorale ziekenhuizen (011) academische ziekenhuizen (020) epilepsie-instellingen (040) dialysecentra (060) audiologische centra (070) radiotherapeutische

Nadere informatie

Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie

Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel. Versie Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel Versie 20121120 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3

Nadere informatie

Registratiehandleiding interne geneeskunde 2013

Registratiehandleiding interne geneeskunde 2013 Registratiehandleiding interne geneeskunde 2013 versie 1.6 Een handleiding voor internisten over het registreren in het DOT-tijdperk. 2 Inhoud: 1. Wat moet worden geregistreerd? 2. Algemene registratieregels

Nadere informatie

Toelichting op de Afsluitreden Tabel. Versie

Toelichting op de Afsluitreden Tabel. Versie Toelichting op de Afsluitreden Tabel Versie 20131114 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Wat is de functie van de tabel... 3 1.2 Afsluitredenen... 3 1.2.1 Afsluitredenen voor

Nadere informatie

Afsluitregels Tabel Toelichting. Versie

Afsluitregels Tabel Toelichting. Versie Afsluitregels Tabel Toelichting Versie 20121120 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de tabel... 3 1.2.1 Groeperingen

Nadere informatie

Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast.

Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast. NADERE REGEL Declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling 1 van 7 Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt

Nadere informatie

Handboek controleregels DubDec GGZ 09_2016

Handboek controleregels DubDec GGZ 09_2016 Handboek controleregels DubDec GGZ 09_2016 Datum : 01-09-2016 Naam : Handboek controleregels AOM GGZ Status : Definitief Inhoudsopgave 1 Inleiding handboek controleregels... 5 2 Algemene toelichting gebruikte

Nadere informatie

Instructie DBC-registratie Klinische genetica v ingangsdatum instructie 1 januari 2012

Instructie DBC-registratie Klinische genetica v ingangsdatum instructie 1 januari 2012 Instructie DBC-registratie Klinische genetica v20110701 ingangsdatum instructie 1 januari 2012 Deze instructie bevat de regels die gelden voor alle DBC s die geopend zijn vanaf 1 januari 2011 en eventueel

Nadere informatie

Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel v20111115. Ingangsdatum tabel 1 januari 2012

Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel v20111115. Ingangsdatum tabel 1 januari 2012 Toelichting op de Diagnose Combinatie Tabel v20111115 Ingangsdatum tabel 1 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Samenhang simuleren, schaduwdraaien

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-217. Regeling medisch specialistische zorg

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-217. Regeling medisch specialistische zorg Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Inwerkingtreding... 2 Artikel 4. Begrippen en afkortingen...

Nadere informatie

Algemene Toelichting Registratieregels. Versie

Algemene Toelichting Registratieregels. Versie Algemene Toelichting Registratieregels Versie 20120927 Ingangsdatum 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 2 Relatie tussen zorgtrajecten en subtrajecten... 5 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten

Nadere informatie

Registratieaddendum RZ19b

Registratieaddendum RZ19b V20180920 Ingangsdatum 1 januari 2019 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie... 11 3.1 Voorbeeld afsluitregel...

Nadere informatie

Algemene Toelichting Registratieregels. Versie

Algemene Toelichting Registratieregels. Versie Algemene Toelichting Registratieregels Versie 20130926 Ingangsdatum 1 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Relatie tussen zorgtrajecten en subtrajecten... 4 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten

Nadere informatie

Wijzigingen dbc-release

Wijzigingen dbc-release Document Wijzigingen dbc-release RZ20a Ingangsdatum 1 januari 2020 v20190425 2 Inhoud 1. Inleiding 4 1.1 Verwijzingen en samenhang relevante informatie 4 1.2 Leeswijzer 5 1.3 Disclaimer 6 2. Wijzigingen

Nadere informatie

Beleidsregel declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling

Beleidsregel declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling BELEIDSREGEL CI-949 Bijlage 8 bij A/06/177 Beleidsregel declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling 1. ALGEMEEN a. Deze beleidsregel

Nadere informatie

Handboek controleregels DubDec GGZ 01_2017

Handboek controleregels DubDec GGZ 01_2017 Handboek controleregels DubDec GGZ 01_2017 Datum : 01-01-2017 Naam : Handboek controleregels AOM GGZ Status : Definitief Inhoudsopgave 1 Inleiding handboek controleregels... 6 2 Algemene toelichting gebruikte

Nadere informatie

0316 Kindergeneeskunde

0316 Kindergeneeskunde 0316 Kindergeneeskunde 3. Wijzigingsverzoeken 3.1 Wijzigingen in regelgeving 3.1.3 Technische uitwerking 2.0307.1 F21 en toelichting 1.0000.1 blok B en D Dit wijzigingsverzoek bestaat uit aanpassingen

Nadere informatie

DOT in de medische oncologie

DOT in de medische oncologie NVMO-informatiesheet DOT in de medische oncologie versie 2.1, september 2012 NVMO-werkgroep DOT Inleiding Per 1-1-2012 zijn de DBC s vervangen door de DBC Zorgproducten onder DOT. Onder DOT worden zorgtrajecten

Nadere informatie

Specialismespecifieke toelichting op de Registratieregels Klinische Geriatrie. Versie

Specialismespecifieke toelichting op de Registratieregels Klinische Geriatrie. Versie Specialismespecifieke toelichting op de Registratieregels Klinische Geriatrie Versie 20120329 1 mei 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzonderingen op de algemene regels... 4 2.1 Sluiten van subtraject

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-222. Regeling medisch specialistische zorg

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-222. Regeling medisch specialistische zorg Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Inwerkingtreding... 2 Artikel 4. Begrippen en afkortingen...

Nadere informatie

Registratieregels. Versie

Registratieregels. Versie Registratieregels Versie 20140717 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Registratiemodel en definities... 4 2.1 Registratiemodel... 4 2.1.1 Registreren... 5 2.1.2 Samenvatten...

Nadere informatie

Beleidsregel declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling

Beleidsregel declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling Beleidsregel declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling 1. ALGEMEEN a. Deze beleidsregel is van toepassing op organen voor gezondheidszorg

Nadere informatie

Verboden-toegestaan-lijst

Verboden-toegestaan-lijst Verboden-toegestaan-lijst Aanleiding Op 22 mei 2014 heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de bestuurlijke afspraken met betrekking tot

Nadere informatie

Instructie Intensive Care v (ingangsdatum instructie )

Instructie Intensive Care v (ingangsdatum instructie ) Instructie Intensive Care v20081001 (ingangsdatum instructie 1-1-2009) Contactgegevens Stichting DBC-Onderhoud Telefoon: 030-2739685 Fax: 030-2739553 E-mail Helpdesk: [email protected] Internetadres:

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-249. Regeling medisch specialistische zorg

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-249. Regeling medisch specialistische zorg Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Grondslag... 2 Artikel 1. Reikwijdte... 2 Artikel 2. Doel... 2 Artikel 3. Intrekking oude regeling(en)... 2 Artikel 4. Inwerkingtreding

Nadere informatie

Aanpassing NZa-regelgeving parallelliteit Achtergrondinformatie en afspraken over impactberekening

Aanpassing NZa-regelgeving parallelliteit Achtergrondinformatie en afspraken over impactberekening Gezamenlijke werkgroep Vereenvoudigen regelgeving MSZ Aanpassing NZa-regelgeving parallelliteit Achtergrondinformatie en afspraken over impactberekening April 2019 Eind 2017 zijn de NVZ, ZN, NFU en FMS

Nadere informatie

Q&A's bij de verboden-toegestaan-lijst

Q&A's bij de verboden-toegestaan-lijst Q&A's bij de verboden-toegestaan-lijst Achtergrond Op 16 juli heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de definitieve verboden-toegestaan-lijst ten behoeve van het aanvullend omzetonderzoek gepubliceerd.

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-240. Regeling medisch specialistische zorg

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-240. Regeling medisch specialistische zorg Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding... 2 Artikel 1. Grondslag... 2 Artikel 2. Reikwijdte... 2 Artikel 3. Doel... 2 Artikel 4. Inwerkingtreding... 2 Artikel 5. Begrippen

Nadere informatie

REGISTRATIEWIJZER Federatie Medisch Specialisten

REGISTRATIEWIJZER Federatie Medisch Specialisten REGISTRATIEWIJZER Federatie Medisch Specialisten TOELICHTING Waarom een registratiewijzer? De Federatie Medisch Specialisten vindt de huidige registratiesystematiek en bijbehorende registratieregels zeer

Nadere informatie

Registratieaddendum RZ16a

Registratieaddendum RZ16a Registratieaddendum RZ16a Versie 20150701 Ingangsdatum 1 januari 2016 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Wijzigingen ten opzichte van vorige versie... 10 3 Nadere toelichtingen, voorbeelden en hiërarchie...

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-237. Regeling medisch specialistische zorg

Inhoudsopgave. Nadere Regel NR/CU-237. Regeling medisch specialistische zorg Nadere Regel Regeling medisch specialistische zorg Inhoudsopgave Inleiding...2 Artikel 1. Grondslag...2 Artikel 2. Reikwijdte...2 Artikel 3. Doel...2 Artikel 4. Inwerkingtreding...2 Artikel 5. Begrippen

Nadere informatie

Handboek controleregels DubDec GGZ

Handboek controleregels DubDec GGZ Handboek controleregels DubDec GGZ 201209-1 Datum: 7-9-2012 Naam: Handboek controleregels AOM GGZ versie 19 revisie 1 Status: Inhoudsopgave 1. Handboek controleregels DubDec GGZ... 4 Codering... 4 P (betreft

Nadere informatie

Regel medisch-specialistische zorg - NR/REG-1816

Regel medisch-specialistische zorg - NR/REG-1816 Regel medisch-specialistische zorg - NR/REG-1816 Versie 1 Dit document is gepubliceerd door NZa op het publicatie platform voor uitvoering (PUC). Dit document is een afdruk van de originele versie die

Nadere informatie

Regeling Medisch-specialistische zorg - NR/REG-1732

Regeling Medisch-specialistische zorg - NR/REG-1732 Regeling Medisch-specialistische zorg - NR/REG-1732 Versie 1 Dit document is gepubliceerd door NZa op het publicatie platform voor uitvoering (PUC). Dit document is een afdruk van de originele versie die

Nadere informatie

Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Kindergeneeskunde. Versie

Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Kindergeneeskunde. Versie Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Kindergeneeskunde Versie 20120726 1 september 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzondering op de algemene regels... 4 2.1 Sluiten van subtrajecten

Nadere informatie

Handboek controleregels DubDec GGZ 07_2017

Handboek controleregels DubDec GGZ 07_2017 Handboek controleregels DubDec GGZ 07_2017 Datum : 01-07-2017 Naam : Handboek controleregels AOM GGZ Status : Definitief Inhoudsopgave 1 Inleiding handboek controleregels... 6 2 Algemene toelichting gebruikte

Nadere informatie

BELEIDSREGEL BR/CU Verrichtingenlijst ten behoeve van DBC s

BELEIDSREGEL BR/CU Verrichtingenlijst ten behoeve van DBC s BELEIDSREGEL BR/CU-2020 Verrichtingenlijst ten behoeve van DBC s Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Instructie DBC-registratie Allergologie v

Instructie DBC-registratie Allergologie v Instructie DBC-registratie Allergologie v20110701 ingangsdatum instructie 1 januari 2012 Deze instructie bevat de regels die gelden voor alle DBC s die geopend zijn vanaf 1 januari 2011 en eventueel doorlopen

Nadere informatie

Handreiking Audiologische Zorg

Handreiking Audiologische Zorg Handreiking Audiologische Zorg Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF) 16 april 2015 Inhoud Inhoud 2 Voorwoord 3 Overwegingen 4 Handreiking Audiologische Zorg 5 Disclaimer 6 Bijlage 1 - Samenvatting

Nadere informatie

Instructie DBC-registratie Consultatieve psychiatrie v

Instructie DBC-registratie Consultatieve psychiatrie v Instructie DBC-registratie Consultatieve psychiatrie v20110701 ingangsdatum instructie 1 januari 2012 Deze instructie bevat de regels die gelden voor alle DBC s die geopend zijn vanaf 1 januari 2011 en

Nadere informatie

Regeling medisch-specialistische zorg, NR/REG-1713 Inhoudsopgave

Regeling medisch-specialistische zorg, NR/REG-1713 Inhoudsopgave Regeling medisch-specialistische zorg, Inhoudsopgave Artikel 1. Reikwijdte... 3 Artikel 2. Doel van de regeling... 3 Artikel 3. Begripsbepalingen... 3 Hoofdstuk I Zorgtrajecten... 7 Artikel 4. Algemene

Nadere informatie

Algemene Toelichting Registratieregels. Versie

Algemene Toelichting Registratieregels. Versie Algemene Toelichting Registratieregels Versie 20141113 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Relatie tussen zorgtrajecten en subtrajecten... 4 3 Openen en sluiten van zorgtrajecten

Nadere informatie

Toelichting op de Specialismespecifieke Toelichtingen. Versie

Toelichting op de Specialismespecifieke Toelichtingen. Versie Toelichting op de Specialismespecifieke Toelichtingen Versie 20120726 1 september 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voor wie is dit document bedoeld... 3 1.2 Wat is de functie van de specialistspecifieke

Nadere informatie

Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Reumatologie. Versie

Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Reumatologie. Versie Specialismespecifieke Toelichting op de Registratieregels Reumatologie Versie 20120726 1 september 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzondering op de algemene registratieregels... 4 2.1 Sluiten van

Nadere informatie

Instructie DBC-registratie Reumatologie v ingangsdatum instructie 1 januari 2012

Instructie DBC-registratie Reumatologie v ingangsdatum instructie 1 januari 2012 Instructie DBC-registratie Reumatologie v20110701 ingangsdatum instructie 1 januari 2012 Deze instructie bevat de regels die gelden voor alle DBC s die geopend zijn vanaf 1 januari 2011 en eventueel doorlopen

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 38058 21 juli 2016 Regeling medisch-specialistische zorg Vastgesteld op 21 juni 2016 REGELING NR/REG-1713 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Toelichting op de uitzondering op de Registratieregels voor Medicinale oncologische behandeling. Versie

Toelichting op de uitzondering op de Registratieregels voor Medicinale oncologische behandeling. Versie Toelichting op de uitzondering op de Registratieregels voor Medicinale oncologische behandeling Versie 20120329 1 mei 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitzonderingen op de Algemene Registratieregels...

Nadere informatie

Declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling

Declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling Declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling 1. ALGEMEEN a. Deze beleidsregel is van toepassing op organen voor gezondheidszorg als

Nadere informatie