Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan
|
|
|
- Carla van den Velde
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Gemeente Purmerend Afdeling Stadsbeheer, Definitief, 16 April 2013
2 Samenvatting Voor u ligt het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan van de gemeente Purmerend. Het omvat de strategische, beleidsmatige uitwerking van de wettelijke planverplichting die aan de Nederlandse gemeenten is opgelegd via de Wet Milieubeheer. De gemeente geeft hierin aan hoe zij invulling wil geven aan de zorgplicht voor een doelmatige inzameling en transport van het afvalwater. Met de komst van de Wet Gemeentelijke watertaken vallen gescheiden waterstromen zoals hemelwater en grondwater niet meer onder de definitie van afvalwater. Voor hemelwater en grondwater is een zorgplicht ontstaan. In dit vgrp zijn concrete maatregelen opgenomen om invulling te geven aan de wettelijke plicht van afvalwaterzorg, het voorkomen van wateroverlast, grondwaterzorg en goede communicatie met burgers en bedrijven. De lijn van het vorige rioleringsplan ( ) wordt voortgezet. Eén van de belangrijkste projecten is de integrale rioolvervanging in de wijken Overwhere Zuid en Wheermolen. Zoals artikel 3.8 van de Waterwet voorschrijft, is het ontwerp GRP tijdens een gezamenlijk proces met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de Provincie Noord Holland tot stand gekomen. In bijlage 4 treft u de reacties op het eerder opgestelde concept plan. 1
3 Inhoudsopgave SAMENVATTING INLEIDING AANLEIDING BELEIDSDOELEN, AFBAKENING EN PLANPERIODE PROCEDURE LEESWIJZER EVALUATIE GRP INLEIDING MILIEU Achtergrond Maatregelen GROOT ONDERHOUD EN VERVANGING Achtergrond Maatregelen ONDERZOEK EN MONITORING Achtergrond Maatregelen REGULIER ONDERHOUD Achtergrond Maatregelen ORGANISATIE Achtergrond Maatregelen PURMEREND REGIONAAL EN LANDELIJK Optimalisatie Afvalwaterstudie Studie Benchmark Rioleringszorg WETTELIJK KADER INLEIDING RELEVANTE WIJZIGINGEN CONSEQUENTIES GEWENSTE SITUATIE EN TOETSINGSCRITERIA INLEIDING AFVALWATER Beoogde invulling doelstellingen Functionele eisen, maatstaven en meetmethoden HEMELWATER Beoogde invulling doelstellingen Functionele eisen, maatstaven en meetmethoden GRONDWATER Beoogde invulling doelstellingen Functionele eisen, maatstaven en meetmethoden
4 5 HUIDIGE SITUATIE EN TOETSING INLEIDING AFVALWATER Overzicht voorzieningen Toetsing Conclusie HEMELWATER Overzicht voorzieningen Toetsing Conclusie GRONDWATER Overzicht voorzieningen Toetsing Conclusie ORGANISATIE Inleiding Formatie en personele bezetting Beheersysteem Projectmatig werken Toetsing COMMUNICATIE Inleiding Voorlichting Meldingenregistratie en -afhandeling STRATEGIE EN MAATREGELEN INLEIDING STRATEGISCHE OVERWEGINGEN Regierol Integrale aanpak riolering en wegen Inzetten op onderzoeken en meten Evaluatie afkoppelen 'Effectgericht' in plaats van 'emissiegericht' Uitbreiding meldingenregistratie Regionale samenwerking MAATREGELEN Groot onderhoud en vervanging Onderzoek en monitoring Regulier beheer en onderhoud FINANCIËN INLEIDING KOSTENOVERZICHT VGRP-PERIODE DEKKING EN RIOOLHEFFING BIJLAGE 1 RIONED BENCHMARK BIJLAGE 2 NPR RICHTLIJNEN PURMEREND BIJLAGE 3 MEETPLAN GRONDWATER BIJLAGE 4 REACTIE HHNK EN PROVINCIE NOORD-HOLLAND
5 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Vanuit de Wet milieubeheer zijn gemeenten al enige jaren verplicht om cyclisch een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) op te stellen. In het kader van de verruiming van de gemeentelijke watertaken per 1 januari 2008 dient elke gemeente uiterlijk 1 januari 2013 te beschikken over een verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vgrp). De nieuwe zorgplichten brengen met zich mee dat het gemeentelijk rioleringsplan een bredere inhoud krijgt. Naast de planverplichting voor riolering dient nu ook aandacht te worden besteed aan de zorgplichten voor hemelwater en grondwater. De gemeente moet duidelijk maken welke problemen met hemelwater en grondwater zich voordoen en wat particulieren hierbij van de gemeente mogen verwachten. Ondanks de wettelijke overgangsperiode van vijf jaar, heeft de gemeente Purmerend al in het bestaande GRP, dat gaat over de periode , een voorschot genomen op deze uitbreiding van verantwoordelijkheden. Feitelijk is al sprake geweest van een 'verbreed' rioleringsplan. Behalve de aspecten op het gebied van inzameling en transport van afvalwater, is ook aandacht besteed aan de zorgplicht voor grondwater en hemelwater. In het voorliggende nieuwe Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan wordt deze lijn doorgetrokken. 1.2 Beleidsdoelen, afbakening en planperiode Het vgrp is een onmisbaar hulpmiddel voor het bepalen en uitvoeren van het rioleringsbeleid. Het dient de volgende doelen: Invulling geven aan de planverplichting uit de Wet Milieubeheer; Afstemmen van rioleringsbeleid op landelijke ontwikkelingen, nieuwe wet en regelgeving en relevante beleidsplannen van de rijksoverheid en waterschappen; Handboek voor de uitvoering van het rioleringsbeleid; Het regelen van financiële dekking voor maatregelen die voortkomen uit andere gemeentelijke plannen, zoals het basisrioleringsplan en het Stedelijk Waterplan; Financiële planning op middellange en lange termijn; Document voor bestuurlijke besluitvorming over het rioleringsbeleid en vaststelling van het tarief van de rioolheffing; Informatie voor burgers en bedrijven. Het vgrp geeft primair invulling aan gemeentelijke watertaken: de zorg voor afvalwater, hemelwater en ondiepe grondwater. Daarnaast is het gemeenschappelijke waterbeleid van de gemeente Purmerend en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) vastgelegd in het Stedelijk Waterplan Purmerend Het waterplan bepaalt de richting voor een duurzame omgang met water en heeft een bredere scope dan het vgrp (o.a. natuur & milieu en ruimtelijke inrichting). Voorliggend vgrp dient dan ook nadrukkelijk niet als vervangend waterplan na De planperiode van dit vgrp is vijf jaar en heeft betrekking op de periode 2013 tot en met
6 1.3 Procedure De Wet milieubeheer schrijft voor dat bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan afstemming wordt gezocht met de provincie Noord Holland en het Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier (HHNK). Hieraan is invulling gegeven door het verzorgen van een (ambtelijke) presentatie van de belangrijkste planontwikkelingen, alsmede het toesturen van de concept rapportage met het verzoek om een reactie. Overigens vindt met genoemde partijen al veelvuldig afstemming en samenwerking plaats bij de dagelijkse praktijk op het gebied van waterhuishouding. 1.4 Leeswijzer Evaluatie GRP Wettelijk kader Wet en regelgeving en consequenties Gewenste situatie en toetsingscriteria Wat willen we? Doelen, eisen en maatstaven Huidige situatie en toetsing Wat hebben we nu? Strategie, organisatie en opgave Wat gaan we doen? Aanleg, onderzoek en maatregelen Financiën Wat hebben we nodig? 5
7 2 Evaluatie GRP Inleiding Het afgelopen gemeentelijke rioleringsplan en de hierin opgenomen maatregelen waren met name geënt op het versneld integraal vervangen van verouderde stelsels, met als doel het zorgen voor milieuverbeteringen. Het uitvoeringsprogramma was in vijf categorieën verdeeld: milieumaatregelen, groot onderhoud & vervanging, onderzoek & monitoring, beheer & onderhoud en organisatorische maatregelen. 2.2 Milieu Achtergrond In het Stedelijk Waterplan 2005 is het doel gesteld om de emissie in 2015 te reduceren tot het afgesproken niveau. In 2008 is het maatregelenprogramma om dit doel te bereiken geactualiseerd. De belangrijkste wijziging is de integrale rioolvervanging Maatregelen In onderstaande tabel worden de maatregelen weergegeven uit de categorie milieu. MILIEUMAATREGELEN ( ) Rioleringsdistrict Maatregel Status De Koog, gemengd stelsel RD 4 Afkoppelen Van IJssendijkstraat Uitgevoerd Overwhere Noord, gemengd stelsel RD 6 Afkoppelen Ooster en Westervenne Uitgevoerd Binnenstad, gemengd stelsel, RD 7 Zuiveringsvoorzieningen Roerdomp reeds gescheiden Realisatie berging Bolhoek (150 m3) Aanpassen overstort Goudenregenstraat Ontwerp en uitvoering sturing overstorten Twee zuiveringsvoorzieningen, aanpassen overstortdrempels overige hwa uitlaten Wordt niet uitgevoerd Wordt niet uitgevoerd Wordt niet uitgevoerd Uitgevoerd Uit de tabel blijkt dat alleen de maatregelen in de binnenstad niet zijn uitgevoerd. Het doel van deze maatregelen was emissiereductie te realiseren op het oppervlaktewater, waardoor de waterkwaliteit minder negatief beïnvloed wordt. Op grond van in 2011 uitgevoerde metingen in het kader van het monitoringsprogramma waterkwaliteit hebben HHNK en de gemeente echter geconcludeerd dat het effect van de overstorten op het zuurstofgehalte in het oppervlaktewater minimaal is. Maatregelen die doelmatiger zijn hebben daarom de voorkeur. In samenspraak met het hoogheemraadschap is gekozen om te onderzoeken welke maatregelen effectief zijn om de waterkwaliteit te verbeteren. 6
8 2.3 Groot onderhoud en vervanging Achtergrond Een belangrijke uitwerking binnen het GRP is integrale vervanging geweest. Dit was ingegeven door technische mankementen en hoge onderhouds en reparatiekosten in enkele rioleringsdistricten. Het betreft hier de oudere gemengde rioolstelsels, waarin afvalwater en schoon regenwater naar de rioolwaterzuivering werden gebracht. Bij vervanging is een ander type riool aangelegd (met uitzondering van het Centrum): een verbeterd gescheiden riool en een buis voor de afvoer van grondwater Maatregelen In onderstaande tabel worden de maatregelen weergegeven uit de categorie groot onderhoud en vervanging. GROOT ONDERHOUD EN VERVANGING ( ) Rioleringsdistrict Maatregel Status Gors Zuid Repareren riolering Bloemenbuurt Uitgevoerd Repareren riolering Bekken /Rozen / Bladenbuurt Uitgevoerd Repareren riolering Varenbuurt Uitgesteld tot 2013 in het kader van programmaplanning Wegen Weidevenne, verbeterd Ontwikkeling sturing terugtoeren Uitgevoerd gescheiden stelsel RD Purmer Noord, aansluiten bij Overlanderstraat Uitgevoerd revitalisering Eenmalig, verspreid over Vervanging slechte delen Uitgevoerd Purmerend Kooimanweg Persleiding vanaf rioolgemaal Overwhere Zuid Uitgevoerd 2 vervangen, Hoornselaan (1030 m) plus nieuwe gemalen (HWA en DWA 't Plateel) Overwhere Noord, RD6 Vervangen moerriool Ooster en Westervenne Uitgevoerd Overwhere Zuid en Wheermolen Wheermolen Wheermolen, gemengd stelsel RD 3 Overnameplein renoveren Integrale vervanging (gemengd naar VGS en grondwater verzamelleiding) Herinrichting Wheermolen West buiten exploitatiegebied voor integrale vervanging Vervangen riolering J. Wagenaarstraat, circa 50 woningen Uitgevoerd In uitvoering Uitgevoerd Uitgevoerd Uit de tabel blijkt dat vrijwel alle maatregelen die voor de planperiode op de rol stonden, zijn uitgevoerd. Het budget voor vervanging van slechte delen is voornamelijk gebruikt voor het vervangen van persleidingen. In het Eendenlaantje is de persleiding voor het transport van het afvalwater voor het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein Baanstee Noord aangelegd. Hierbij is de oude persleiding vervangen. 7
9 Het project Groot Onderhoud Overwhere Zuid is in uitvoering. Dit project is opgedeeld in fasen. Momenteel is fase C1 afgerond en wordt fase C2 opgestart (zie onderstaande figuur). Bij het project Groot Onderhoud Wheermolen West is nagenoeg alle riolering vervangen. Fase C3 (2014) Fase C2 (2013) Fase C1 (2012) Overwhere Zuid Wheermolen West 2.4 Onderzoek en monitoring Achtergrond In de jaren voor het GRP werden inzichten over het functioneren van de riolering vooral gebaseerd op praktijkervaringen van medewerkers, eventuele klachten en beschikbare inspecties. In 2008 is een start gemaakt met de structurele monitoring van het functioneren van de riolering. Hiervoor werd een plan opgesteld tot en met
10 2.4.2 Maatregelen In onderstaande tabel worden de maatregelen weergegeven uit de categorie onderzoek en monitoring. ONDERZOEK EN MONITORING ( ) Rioleringsdistrict Maatregel Status Gescheiden stelsel Onderzoek foute aansluitingen Onderzoek uitgevoerd bij de Boterbloemstraat, vervolg in 2013 Gemengde rioolstelsels Monitoring riolering Metingen gemalen uitgevoerd. Peilmetingen in 2013 Alle rioolstelsels Inmeten BOB maten Uitgevoerd Gemengde rioolstelsels Modelkalibratie Uitgevoerd Heel Purmerend Opstellen nieuw GRP Uitgevoerd Centrum, Overwhere, Opstellen Basisrioleringsplan (BRP) Uitgevoerd Wheermolen en de koog Overwhere Noord Rioleringsplan Uitgevoerd Heel Purmerend Quickscan grondwater Uitgevoerd Heel Purmerend Communicatieplan Uitgevoerd Heel Purmerend KRW bijdrage onderzoeksmaatregelen Uitgevoerd Heel Purmerend Grondwaterloket Uitgevoerd De Koog, Overwhere Noord, gemengd stelsel RD 4 en 6 Ontwerp aanpassen overstorten en uitvoering overstorten Wordt niet uitgevoerd Heel Purmerend Onderzoek diffuse bronnen Wordt uitgevoerd Heel Purmerend Heel Purmerend Onderzoek aanpassing riooloverstortdrempels na afkoppelen Monitoring waterkwaliteit hwa stelsels Wordt doorgeschoven naar 2013 (meegenomen in BRP 2012) Uitgevoerd Onderzoek foute aansluitingen In de Purmer Zuid worden E coli waarden aangetroffen in wateren. Om onderzoek te doen naar foutieve aansluitingen dienen inspectiegegevens aanwezig te zijn van het hemelwaterriool. Dit is nu niet het geval. De 9
11 inspectie voor de regenwaterriolen, in de Purmer Zuid, staat voor 2013 op het programma. Parallel kan het onderzoek naar foutieve aansluitingen worden gestart. Monitoring alle rioolstelsels Purmerend Met twintig meters zijn één of twee rioleringsdistricten tegelijk intensief bemeten. Uit kalibratie is echter gebleken dat de hieruit verkregen gegevens onbetrouwbaar zijn. Pogingen van de leverancier om dit recht te zetten zijn mislukt en de leverancier is begin 2012 failliet verklaard. Het gevolg is dat er nog geen juiste data voorhanden is. In hoofdstuk 6 (strategie en maatregelen) wordt aangegeven hoe in de nabije toekomst alsnog betrouwbare gegevens kunnen worden verkregen. Onderzoek diffuse bronnen In de Algemene Plaatselijke Verordening 2003 van Purmerend zijn (aanvullende) regels opgesteld ter bescherming van het milieu. Onderzoek naar aanvullingen, ter verbetering en bescherming van het milieu, wordt momenteel uitgevoerd. In opdracht van de gemeente Purmerend heeft de Wageningen UR (University & Research Centre) onderzoek gedaan naar de voor en nadelen van alternatieven voor chemische onkruidbestrijding op verharding binnen de gemeente. De gemeente Purmerend past de zogenaamde DOB methode (duurzaam onkruidbestrijding) toe, met minimale afvloeiing van schadelijke stoffen naar het oppervlaktewater. Evaluatie van hondenuitlaatgebieden bij wateren waar E coli wordt bemeten. Monitoring waterkwaliteit hwa stelsels Er is onderzoek gedaan naar de zuurstofhuishouding in regenwaterriolen en het effect ervan op het oppervlaktewater. De continue metingen geven aan dat bij regenwaterriolen snel zuurstofloosheid kan optreden. De metingen hebben echter geen rechtstreeks verband aangetoond tussen lozingen van zuurstofloos water uit de regenwaterriolering en deze afname van de zuurstofniveaus in het ontvangende oppervlaktewater. 2.5 Regulier onderhoud Achtergrond Bij maatregelen die vallen onder reguliere beheer en onderhoudsmaatregelen van riolering moet worden gedacht aan kleine reparaties, inspecties, reinigen van riolen, kolkenonderhoud, onderhoud aan gemalen enzovoort. Deze moeten ieder jaar worden uitgevoerd en zijn niet te koppelen aan specifieke locaties. 10
12 2.5.2 Maatregelen In onderstaande tabel worden de maatregelen weergegeven uit de categorie regulier onderhoud. REGULIER ONDERHOUD ( ) Rioleringsdistrict Maatregel Status Heel Purmerend Ontstoppen en kleine reparaties Jaarlijks doorlopend Heel Purmerend Rioleringsaansluitingen bestaand Jaarlijks doorlopend Heel Purmerend Rioleringsaansluitingen nieuwbouw Jaarlijks doorlopend Heel Purmerend Uitvoeringsprogramma Jaarlijks doorlopend Heel Purmerend Inspecties Jaarlijks doorlopend Heel Purmerend Rioolbeheer Jaarlijks doorlopend Heel Purmerend Rioolafval Jaarlijks doorlopend Heel Purmerend Voorbereiding en toezicht Jaarlijks doorlopend Heel Purmerend Gemalen Jaarlijks doorlopend Heel Purmerend Geactiveerde uitgaven buiten voorziening Jaarlijks doorlopend Heel Purmerend Sluitpost/stelpost Jaarlijks doorlopend Heel Purmerend Doorbelasting overhead Jaarlijks doorlopend Heel Purmerend Rioolafval uitvoering Jaarlijks doorlopend Heel Purmerend Baggeren Jaarlijks doorlopend 2.6 Organisatie Achtergrond Onder deze noemer vallen onder andere de zorg voor voldoende personeel, actueel gegevensbeheer, klachtenafhandeling en interne en externe afstemming ten behoeve van het beheer, voorbereiding en uitvoering Maatregelen In onderstaande tabel worden de maatregelen weergegeven uit de categorie organisatie. ORGANISATIE ( ) Rioleringsdistrict Maatregel Status Heel Purmerend Verwerken revisiegegevens Uitgevoerd Heel Purmerend Overleg met hoogheemraadschap over de Uitgevoerd afvalwaterketen Heel Purmerend HIOR actueel houden Uitgevoerd In hoofdstuk worden de ontwikkelingen op het gebied van de formatie en personele bezetting weergegeven. 11
13 2.7 Purmerend regionaal en landelijk Optimalisatie Afvalwaterstudie Studie Binnen de Optimalisatie Afvalwaterstudie Beemster (OAS) is in 2004 de gehele afvalwaterketen van Beemster (rioolwaterzuiveringsinstallatie, toeleverende werken en rioolstelsels) op een kosteneffectieve wijze geoptimaliseerd. Het uitgangspunt hierbij was dat werd voldaan aan de vigerende emissienormen. Deze studie is uitgevoerd door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier samen met de acht betrokken gemeenten (Beemster, Graft de Rijp, Landsmeer, Purmerend, Schermer, Waterland, Wormerland en Zeevang). Gekozen is voor beperking van de afvoer van afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI), zodat uitbreiding van de RWZI achterwege kan blijven. Uit de OAS is een maatregelenpakket voortgekomen. Alle betrokken partijen hebben een overeenkomst gesloten. De gemeente Purmerend heeft in dit kader haar maatregelen uitgevoerd. De maatregelen waren o.a. afkoppelen van riolering en aansluiting verbeterd gescheiden stelsel op het gemaal van HHNK Benchmark Rioleringszorg In 2005 heeft de stichting RIONED voor het eerst een benchmark rioleringszorg uitgevoerd onder gemeenten in Nederland. In 2007, 2008 en 2010 is deze benchmark voortgezet. Hierin wordt aan de hand van prestatieindicatoren getoetst hoe de kwaliteit van de rioleringszorg in de gemeente is, ten opzichte van de andere deelnemende gemeenten. De gemeente Purmerend heeft deelgenomen aan de benchmark 2008 en Het rapport van de benchmark Rioned 2010 is als bijlage 1 toegevoegd. Algemene scores gemeente Purmerend in de benchmark 2008 en 2010 Prestatie indicator Toestand en functioneren Redelijk Redelijk 2. Milieu inspanning Laag Gemiddeld 3. Uitgaven De beheerkosten zijn relatief hoog, de jaarlijkse investering daarentegen is onder gemiddeld 4. Organisatievermogen De personele bezetting is relatief laag 5. Gegevensbeheer Laag Redelijk De beheerkosten zijn relatief hoog, de jaarlijkse investering daarentegen is onder gemiddeld De personele bezetting is relatief laag 6. Meldingen en klachten Gemiddeld Gemiddeld Uit de tabel blijkt dat tijdens de afgelopen planperiode de gemeentelijke inspanningen op het gebied van milieu en gegevensbeheer hebben geleid tot een verbetering van de score in 2010 ten opzichte van Voor de nieuwe planperiode van het vgrp kunnen op basis van de uitkomsten van de benchmark een aantal aandachtspunten worden genoemd: een kritische analyse van de personele bezetting; het vergroten van het inzicht in projectbeheersing zowel qua tijd als geld; een analyse van de verwerking van revisies; een analyse van het relatief hoge aantal storingen aan de rioolgemalen. 12
14 3 Wettelijk kader 3.1 Inleiding De afgelopen planperiode is nieuw beleid en regelgeving ingevoerd met consequenties voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste ontwikkelingen beschreven. 3.2 Relevante wijzigingen Wet gemeentelijke watertaken Op 1 januari 2008 is de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken in werking getreden, kortweg Wet verbrede watertaken (WVW). De kern van deze wet is dat de gemeente eerste aanspreekpunt is voor rioleringszorg, hemelwater en grondwater. Het is eigenlijk geen zelfstandige wet, maar een titel voor de wijziging van drie bestaande wetten: de Gemeentewet, de Wet milieubeheer en de Wet op de waterhuishouding. De laatstgenoemde is eind 2009 opgegaan in de Waterwet. De overgangsperiode voor de wijzigingen is gesteld op vijf jaar. Deze periode heeft Purmerend gebruikt om zich nog meer te verdiepen in haar nieuwe taken, die al zijn ingebed in het GRP Er is in dit kader onder andere een quickscan grondwater uitgevoerd. In hoofdstuk 5 wordt hier verder op ingegaan. Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet van kracht geworden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen bijvoorbeeld het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. In de wet, die een achttal wetten vervangt en integreert, wordt de watersysteembenadering centraal geplaatst. Een belangrijk uitgangspunt van de Waterwet is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. Hierbij geldt dat er geen vergunning nodig is, tenzij daar goede redenen voor zijn. Indirecte lozingen zijn niet meer vergunningplichtig bij de waterkwaliteitsbeheerder (zuiveringsbeheerder). De behandeling van deze lozingen valt daarmee onder het regime van de Wet milieubeheer en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Dit betekent dat in de meeste gevallen de gemeente bevoegd gezag is. De algemene regels zijn opgenomen in een drietal besluiten: het Besluit lozen buiten inrichtingen (1 juli 2011 vastgesteld), het Activiteitenbesluit en het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Wabo De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is sinds oktober 2010 van kracht. Deze Wet regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is de geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. Deze wet heeft gevolgen voor onder meer de regels voor indirecte lozingen in het gemeentelijke rioolstelsel. Wion De overheid heeft regels gemaakt om bij graafwerkzaamheden het aantal schades aan kabels en leidingen te verminderen. Die regels staan in de Wet Informatie uitwisseling Ondergrondse Netten (WION). Deze wet, die ook wel bekend staat de Grondroerdersregeling, is op 1 juli 2008 in werking getreden. De doelstellingen moet worden bereikt door: 13
15 betere informatie uitwisseling; betere tekeningen; zorgvuldiger graven en zorgvuldiger opdrachtgeverschap. Bouwbesluit 2012 De Woningwet regelt waarover het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening voorschriften kunnen opnemen. Op dit punt is onlangs echter het een en ander veranderd. Het Bouwbesluit schrijft nog steeds voor aan welke eisen bestaande en nieuwe gebouwen moeten voldoen, alleen is de mogelijkheid verruimd om eisen te stellen. Zo staan in het nieuwe Bouwbesluit 2012 (van kracht vanaf 1 april 2012) ook eisen voor slopen en de staat van open erven en terreinen. Deze regels stonden in de gemeentelijke bouwverordening, maar zijn nu (al dan niet gewijzigd) overgeheveld naar het Bouwbesluit Dat geldt ook voor de regels over de aansluiting van de riolering. Voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw bepaalt het Bouwbesluit 2012 nog steeds dat een bouwwerk een voorziening moet hebben die huishoudelijk afvalwater zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid afvoert (art lid 1). Het Bouwbesluit 2012 verplicht evenwel niet tot aansluiting. Artikel 6.18 lid 5 spreekt alleen over een openbaar vuilwaterriool of een ander, blijkens het GRP gelijkwaardig systeem waarop aangesloten kan worden. De aansluitplicht in de oude (model)bouwverordening is dus vervallen. Met de komst van het Bouwbesluit 2012 is geen plaats meer voor een afzonderlijke gemeentelijke aansluitverordening. Bestuursakkoord Water 2011 Op 23 mei 2011 is het Bestuursakkoord Water (BAW 2011) ondertekend door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Unie van Waterschappen (UvW) en de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin). Doel van het Bestuursakkoord Water is te blijven zorgen voor: veiligheid tegen overstromingen; een goede waterkwaliteit; voldoende zoet water. Een belangrijk element is de opgave om met minder kosten en minder bestuurlijke drukte Nederland droog en veilig te houden. Het waterbeleid moet doelmatiger. Financieel houdt dit in dat de overheden in 2020 jaarlijks 750 miljoen euro moeten besparen ( doelmatigheidswinst ). Hiervan slaat 450 miljoen euro neer op de waterketen, waarvan waterschappen en gemeenten 380 miljoen moeten realiseren. 3.3 Consequenties In het kort zijn de belangrijkste gevolgen voor gemeenten van de wijzingen in landelijke wetgeving en beleid als volgt: 1. Zorgplicht hemel en grondwater Er geldt een gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater en grondwater. Net als de klassieke rioleringszorgplicht zijn ook deze zorgplichten van belang in elke fase van de ruimtelijkeordeningsketen: de bestemmingsfase (o.a. watertoets), de inrichtingsfase (o.a. bouwrijp maken van gronden) en de beheerfase (o.a. het omgaan met wateroverlastproblemen). 2. Heffingsbevoegdheid Gemeenten hebben via de Gemeentewet een heffingsbevoegdheid voor het verhalen van de kosten van de (verruimde) gemeentelijke zorgplichten. 14
16 3. Verbreding rioleringsplan Gemeenten dienen een verbreed gemeentelijk rioleringsplan op te stellen, waarin ook aandacht aan de zorgplichten voor hemelwater en grondwater moet worden besteed. 3. Verschuivingen in grondwaterbeheer Waterschappen zijn als watersysteembeheerder in principe het bevoegde gezag voor grondwateronttrekkingen. Voor bodemenergiesystemen, industriële grondwateronttrekkingen (groter dan m3 per jaar) en onttrekkingen voor de openbare drinkwatervoorziening is de provincie het bevoegde gezag. Dit betekent dat bijvoorbeeld voor bouwputbemalingen het waterschap aanspreekpunt is, ook al zijn deze bemalingen soms heel erg fors. In de keur staan dan ook regels voor grondwateronttrekkingen en infiltraties. 4. Van vergunning naar algemene regels Lozingen op oppervlaktewater zijn ook zoveel mogelijk via algemene regels gereguleerd. Zo vallen hemelwaterlozingen uit het gemeentelijke rioolstelsel niet meer onder een vergunningsplicht, maar onder algemene regels. Het Besluit lozen buiten inrichtingen stelt algemene regels voor onder meer overstortingen en lozingen vanuit hemelwaterriolen. Bepaalde (kleinere) grondwateronttrekkingen zijn in de regel ook via algemene regels gereguleerd. 5. Samenwerken op basis van afspraken Wat de relaties tussen overheden onderling betreft, is de Waterwet vooral een samenwerkingswet. De noodzaak tot samenwerking is niet alleen in de beleidspraktijk zichtbaar, deze is ook in juridische zin onderstreept. Artikel 3.8 van de Waterwet bepaalt dat waterschappen en gemeenten hun taken en bevoegdheden op elkaar afstemmen met het oog op een doelmatig en samenhangend waterbeheer. 6. Indirecte lozingen en adviesrecht waterbeheerder Voor indirecte lozingen (in de regel lozingen op het gemeentelijk rioolstelsel) is het Wabo/Wm bevoegde gezag zowel vergunningverlener als handhaver. De Waterwet regelt niets meer voor indirecte lozingen (behalve voor lozingen in een rwzi in beheer bij een waterschap, hiervoor geldt de watervergunningsplicht). De waterbeheerder heeft sinds 22 december 2009 alleen nog een adviserende en toezichthoudende bevoegdheid. De zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater ligt in principe bij de waterschappen (art. 3.4 Waterwet). 7. Gemeente als eerste overheid en loket voor watervergunning De aanvraag van een watervergunning verloopt in principe via de gemeente (art Waterwet), ook al is zij geen bevoegd gezag op grond van de Waterwet. De gemeente verleent dus geen watervergunning, maar moet er wel voor zorgen dat een bij haar ingediende aanvraag zo snel mogelijk bij het waterschap of de provincie terechtkomt. Digitaal ingediende aanvragen gaan rechtstreeks naar het bevoegde gezag. 15
17 4 Gewenste situatie en toetsingscriteria 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de gewenste situatie. Hiertoe worden een aantal doelen gepresenteerd. Hierbij is de driedeling vanuit de zorgplichten leidend: de zorg voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Hieruit vloeien (fysieke) voorwaarden voort voor het vuilwatersysteem, hemelwatersysteem, ontwateringsysteem, maar ook voor de organisatie De wettelijke kaders, de evaluatie van het vorige GRP, het bestaande Stedelijk Waterplan en de informatie en inzichten vanuit interne en externe afstemming hebben geleid tot zeven nieuwe doelstellingen voor de planperiode 2013 tot en met Deze zeven doelen zijn weergegeven in onderstaande tabel, waarin aangegeven is op welke stelsels ze betrekking hebben. Doelen Afvalwater Hemelwater Grondwater 1. Doelmatig beheer en goed gebruik van de riolering X X X 2. Doelmatige inzameling van het stedelijk afvalwater en transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt. X 3. Doelmatige inzameling en verwerking van het ingezamelde hemelwater X X 4 Voorkomen van wateroverlast X X X 5 Doelmatige invulling geven aan de zorgplicht voor grondwater X 6 Bij ontwikkelprojecten vroegtijdig samenwerken met interne afdelingen en het X X X waterschap. 7 Duurzaam omgaan met grondstoffen, energiebronnen en leefomgeving X X X 4.2 Afvalwater Beoogde invulling doelstellingen De zorgplicht voor afvalwater heeft betrekking op stedelijk afvalwater: afvalwater dat overwegend afkomstig is van de menselijke stofwisseling en van huishoudelijke en bedrijfsmatige werkzaamheden, al dan niet gemengd met andere afvalwaterstromen. Gescheiden waterstromen zoals regenwater en grondwater vallen niet meer onder de definitie van afvalwater. Voor de zorgplicht voor het afvalwater is een wettelijke resultaatsverplichting opgelegd: gemeenten moeten het stedelijk afvalwater inzamelen en afvoeren naar een zuiveringsinstallatie. De regel is dat dit doelmatig moet zijn. Het stedelijk afvalwater in Purmerend wordt, door een ondergrondse stelsel van buizen, via een gemengd of (verbeterd) gescheiden stelsel naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Beemster afgevoerd. 16
18 De verwachting is dat dit systeem de aankomende tientallen jaren als hoofdsysteem blijft functioneren, waarbij wel steeds meer hemelwater afgekoppeld zal worden. Onderstaande figuren geven een systematische weergave aan. Bij een gemengde riolering wordt het water afkomstig van daken en straten samen met het huishoudelijke afvalwater afgevoerd naar de (RWZI). Bij een gescheiden stelsel wordt het water afkomstig van daken en straten afgevoerd naar het dichtstbijzijnde oppervlaktewater. Naast een gescheiden systeem is er ook een verbeterd gescheiden systeem. Dit systeem zorgt ervoor dat het vervuilde regenwater naar de RWZI wordt afgevoerd. In het bestaand stedelijk gebied blijft het bestaande rioleringsstelsel het belangrijkste inzamel en transportsysteem. Dit stelsel wordt beheerd en onderhouden volgens de uitgangspunten in dit GRP. Bij nieuwe en bestaande panden in het buitengebied waar nog geen voorziening aanwezig is, wordt de huidige lijn voor het buitengebied doorgezet. Dat betekent: aanleggen van drukriolering. Percelen die niet aangesloten zijn op de riolering lozen via een IBA (Individuele Behandeling van Afvalwater). Maatgevend hierbij is doelmatigheid tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Een beheersbaar systeem is nodig om het afvalwater op juiste wijze af te voeren, ook op de lange termijn. Hierbij dient overlast, in welke vorm ook, zo veel mogelijk te worden voorkomen of te worden beperkt. Het systeem dient een duidelijke en eenduidige functionaliteit te hebben, waarbij foutieve aansluitingen worden voorkomen. Inzicht in het functioneren van het systeem levert mogelijkheden op tot het aanbrengen van verbeteringen in het systeem. Lozen volgens de milieu en waterregelgeving Bij de huidige lozingsregels voor afvalwater bepaalt de doelgroep ( lozingsbron ) welk besluit van toepassing is. Daarbij is onderscheid tussen lozingen vanuit: 1. Wm inrichtingen: Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim, kortweg Activiteitenbesluit genoemd); 2. particuliere huishoudens: Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) voor lozingen vanuit particuliere huishoudens; 3. overige bronnen/openbare ruimte: Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). Dit besluit geldt voor alle lozingen die niet vallen onder een van de eerste twee categorieën. Het Blbi is sinds 1 juli 2011 van kracht. Het bevat onder meer regels voor overstorten, afspoeling van wegen en het werk van een glazenwasser. 17
19 4.2.2 Functionele eisen, maatstaven en meetmethoden Functionele eisen Maatstaven Meetmethoden Alle percelen binnen het gemeentelijke grondgebied waar afvalwater vrijkomt moeten zijn voorzien van een aansluiting op de riolering, uitgezonderd specifieke situaties waarbij lokale behandeling doelmatiger is. De objecten moeten in goede staat zijn. De afvoercapaciteit moet op alle plaatsen voldoende zijn om bij droog weer het aanbod van afvalwater te verwerken. Het afvalwater dient zonder overmatige aanrotting de RWZI te bereiken. De afstroming dient gewaarborgd te zijn. Riolen en andere objecten dienen in hoge mate waterdicht te zijn, zodanig dat de hoeveelheid intredend grondwater (lekwater) beperkt blijft. De vervuilingstoestand van de riolering dient acceptabel te zijn. De vuiluitworp door overstortingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn. Alle percelen zijn voorzien van een aansluiting op de riolering, tenzij een lokale behandeling van het afvalwater (IBA of VST) doelmatiger is. Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid en stabiliteit mogen niet voorkomen. Uitgaande van l/(inw.h) en alle afvalwater hoeveelheden van grootverbruikers (> m3/d) mag de maximale vullingsgraad in een dwa stelsel niet meer dan 30 50% bedragen. De verblijftijd van het afvalwater is maximaal 18 uur. Ingrijpmaatstaven voor afstroming mogen niet voorkomen. Alle inslagpeilen gemalen moeten onder BOK laagst inkomend riool liggen. Persleidingen moeten in of zo dicht mogelijk bij ontvangende gemalen uitmonden. Ingrijpmaatstaven voor lekkage, inhangende rubberring, verplaatsingen, beschadigingen en wortelingroei mogen niet voorkomen. Ingrijpmaatstaven voor afstroming mogen niet voorkomen. De vuiluitworp mag de doelstelling voor de oppervlaktewaterkwaliteit niet in gevaar brengen. Registratie van percelen die nog niet zijn aangesloten op de riolering en geen eigen zuivering hebben. Geënt op Tabel 5 NPR 3398 (Nederlandse Praktijk Richtlijn) aangepast op Purmerendse situatie (zie bijlage 2). Hydraulische ontwerpberekeningen. Hydraulische ontwerpberekeningen. Geënt op Tabel 5 NPR 3398 (Nederlandse Praktijk Richtlijn) aangepast op Purmerendse situatie (zie bijlage 2). Waarneming Waarneming Geënt op Tabel 5 NPR 3398 (Nederlandse Praktijk Richtlijn) aangepast op Purmerendse situatie (zie bijlage 2). Geënt op Tabel 5 NPR 3398 (Nederlandse Praktijk Richtlijn) aangepast op Purmerendse situatie (zie bijlage 2). Meting van vuiluitworp en oppervlaktewaterkwaliteit. 18
20 Riolen en andere objecten dienen in hoge mate waterdicht te zijn, zodanig dat de hoeveelheid uittredend rioolwater beperkt blijft. De bedrijfszekerheid van de gemalen en andere objecten dient in voldoende mate gewaarborgd te zijn. De stabiliteit van de riolen dient zodanig gewaarborgd te zijn dat instortingen zich niet voordoen. De riolering dient zodanig te worden ont en belucht dat overlast door stank wordt voorkomen. Overlast tijdens werkzaamheden aan de riolering dient beperkt te zijn. Ingrijpmaatstaven voor lekkage, inhangende rubberring, verplaatsingen, beschadigingen en wortelingroei mogen niet voorkomen. Het aantal storingen dient minder dan 3 maal per jaar te zijn. Storingen dienen binnen 24 uur te zijn verholpen. Gemalen dienen van een storingsmelder te zijn voorzien. Gemalen dienen voorzien te zijn van een reservepomp. Ingrijpmaatstaven voor stabiliteit mogen niet voorkomen. Er mag geen overlast door stank optreden. Er moet afstemming zijn wat betreft werkzaamheden met andere diensten en nutsbedrijven. Er wordt naar gestreefd om geen verkeersomleiding door woongebieden te hebben. Bereikbaarheid zoveel mogelijk handhaven. Geënt op Tabel 5 NPR 3398 (Nederlandse Praktijk Richtlijn) aangepast op Purmerendse situatie (zie bijlage 2). Registratie van opgetreden storingen m.b.v. telemetrie. Waarneming Waarneming Waarneming Geënt op Tabel 5 NPR 3398 (Nederlandse Praktijk Richtlijn) aangepast op Purmerendse situatie (zie bijlage 2). Registratie van klachten met betrekking tot stank. Procedures voor afstemming. Waarneming en klachten. Waarneming en klachten. 4.3 Hemelwater Beoogde invulling doelstellingen De gemeente Purmerend voert een duurzaam beleid en kiest ervoor om gescheiden stelsels aan te leggen. Eind jaren zeventig is in de gemeente Purmerend begonnen met de aanleg van gescheiden rioolstelsels: één stelsel voor het afvalwater en één stelsel voor het hemelwater. Bij nagenoeg alle nieuwbouw die sindsdien heeft plaatsgevonden zijn gescheiden rioolstelsels aangelegd. De zorgplicht voor hemelwater houdt in dat de gemeente een ontvangstplicht heeft ten aanzien van hemelwater dat een perceelseigenaar niet zelf kan afvoeren. De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft, naast het hemelwater dat door particulieren wordt aangeboden, ook betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein. De zorgplicht is een inspanningsverplichting. Bij de invulling hiervan heeft de gemeente de beleidsvrijheid om gegeven de lokale omstandigheden te bepalen op welke wijze het beste met regenwater omgegaan kan worden. Bij deze afweging spelen ook de 19
21 maatschappelijke lasten een rol. De gemeente Purmerend kiest ervoor om het hemelwater zoveel mogelijk op het oppervlaktewater te lozen of lokaal te bergen. Op particulier terrein is primair de eigenaar van het terrein verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater. Het hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater of wordt in de bodem geïnfiltreerd. Uitgangspunt hierbij is dat hemelwater schoon is. Schoon hemelwater hoeft niet te worden gezuiverd door de RWZI. Wanneer het hemelwater te verontreinigd is, dient het afvalwater ter plaatse, door de houder, te worden gezuiverd (via een IBA, een helofytenfilter, een zuiveringsfilter of een gelijksoortige voorziening). De gemeentelijke hemelwaterzorgplicht treedt in werking wanneer de houder van het verzamelde hemelwater zich er niet op een andere wijze van kan ontdoen. Deze zorgplicht omvat niet meer dan een door de gemeente aangeboden voorziening waar het hemelwater in geloosd kan worden. Het is aan de gemeente welke voorziening dat is. Dat zou ook een gemengd riool kunnen zijn, alhoewel de voorkeur gaat voor een gescheiden inzameling. Voorwaarde voor het teruggrijpen op de gemeentelijke zorgplicht is echter wel dat van de perceelseigenaar (de houder van het afstromend hemelwater) redelijkerwijs niet gevraagd kan worden het hemelwater af te voeren, bijvoorbeeld omdat er geen oppervlaktewater in de buurt is waarop geloosd kan worden en de grondwaterstand dermate hoog is dat infiltratie niet mogelijk is. Een situatie dat de perceelseigenaar het gehele perceel verhard heeft, waardoor infiltratie onmogelijk is geworden, is geen reden om een beroep te doen op de gemeentelijke zorgplicht. Afkoppelen Afkoppelen kan leiden tot minder wateroverlast en schoner water. Afkoppelen van schoon regenwater kan de waterkwaliteit verbeteren door vermindering van overstortingen en beter rendement bij de RWZI als het regenwater en de oppervlakken waarover dat stroomt schoon genoeg zijn. Afkoppelen kan helpen wateroverlast te verminderen als door de maatregelen extra regenwater opgevangen of afgevoerd kan worden. Er zijn omstandigheden te noemen waarbij besloten kan worden om niet over te gaan tot afkoppelen: als er lokaal geen problemen met de waterkwaliteit of wateroverlast zijn; als het afstromende water niet schoon is of gehouden kan worden; als de gemeente met het voor haar mogelijke beheer het aantal verkeerde aansluitingen (vuilwaterafvoer op hemelwaterriool) niet onder de 1% kan houden; als het bij lokale problemen ook op termijn duurder is dan andere maatregelen Functionele eisen, maatstaven en meetmethoden Functionele eisen Maatstaven Meetmethoden Alle percelen binnen het gemeentelijke grondgebied waar hemelwater vrijkomt, waarvan men zich wenst te ontdoen, moeten zijn voorzien van een aansluiting op de riolering. Alle percelen zijn voorzien van een aansluiting op de riolering, tenzij men zich niet van het hemelwater wil ontdoen doch het voor de lokale waterhuishouding of andere doeleinden wil gebruiken of wanneer directe lozing geoorloofd is. Registratie van percelen die nog niet zijn aangesloten op de riolering, waar men zich van het hemelwater wil ontdoen en niet direct mag lozen. 20
22 De vuiluitworp door regenwaterlozingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn. De instroming in riolen via de kolken dient ongehinderd plaats te vinden. De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om wateroverlast te voorkomen, uitgezonderd in buitengewone omstandigheden. De vuiluitworp mag de doelstelling voor de oppervlaktewaterkwaliteit niet in gevaar brengen. Plasvorming bij kolken dient beperkt te zijn. Geen water op straat bij bui 8 (T=2) uit de module C2100 Wateroverlast mag slechts 1 maal per 2 jaar voorkomen (gespecificeerd naar locatie) Meting van vuiluitworp en oppervlaktewaterkwaliteit. Waarneming, klachten. Hydraulische berekening volgens module C2100 Waarnemingen en klachtenregistratie 4.4 Grondwater Beoogde invulling doelstellingen De gemeente Purmerend streeft in haar beheergebied een grondwaterstand na waarmee structurele overlast bij de bewoners en bedrijven wordt voorkomen. Het betreft hier het voorblijven van zowel grondwateroverlast als onderlast. Bij nadelige gevolgen van de grondwaterstand wil de gemeente waar mogelijk een oplossing bieden. Ook wil de gemeente een duidelijk aanspreekpunt en adviseur zijn voor burgers en bedrijven betreffende grondwaterproblematiek en vragen over het grondwater. De gemeente Purmerend heeft ten aanzien van het ondiepe grondwater een duidelijke regiefunctie. De gemeente Purmerend wil inspelen op klimaatveranderingen, door rekening te houden met langdurige perioden van droogte en een intensivering van de buien. De gemeentelijke taak begint als er sprake is van structureel nadelige gevolgen ten gevolge van de grondwaterstand. Bij incidentele grondwaterproblemen (bijvoorbeeld bij extreme regenval) heeft de gemeente dus geen taak. In dat geval zal de perceeleigenaar zelf maatregelen moeten nemen. De gemeente beoordeelt wanneer gesproken kan worden van structurele problemen. Voorwaarde voor maatregelen is dat de grondwaterstanden geen negatieve gevolgen mogen hebben voor de bestemming (bijvoorbeeld woonfunctie). De grondwaterstand is zeker in stedelijk gebied niet volledig te sturen. Daarom heeft de grondwaterzorgplicht van de gemeente het karakter van een inspanningsverplichting ( zoveel mogelijk ) en wordt de gemeente niet verantwoordelijk voor de grondwaterstand. De gemeente kan wel aansprakelijk worden gesteld voor het (niet) nakomen van de grondwaterzorgplicht. In de afweging van gemeentelijke maatregelen moeten de financiële implicaties, de omvang en de duur van de problemen meegenomen worden, alsmede de verschillende mogelijke oplossingen om grondwateroverlast tegen te gaan (beïnvloeden van het grondwaterpeil in probleemgebieden versus laten nemen van bouwkundige maatregelen). Van de perceeleigenaar mag worden verwacht dat hij de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen neemt om grondwaterproblemen te voorkomen of te bestrijden, voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van een ander, particulier of overheid. Daarbij horen ook eigen wensen ten aanzien van het object, zoals wonen in de kelder. 21
23 De gemeentelijke zorgplicht geldt alleen voor maatregelen die niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap of de provincie behoren. Betrokken partijen De volgende partijen hebben een gedeelde verantwoordelijkheid voor de taken aangaande het stedelijk en ondiep grondwater: de gemeente, de perceeleigenaar, het waterschap en de provincie. Hieronder worden per instelling de taken en verantwoordelijkheden benoemd. a. Gemeente Purmerend: - Is verantwoordelijk voor de ontwatering van openbaar terrein, conform de gemeentelijke grondwaterzorgplicht zoals die in dit gemeentelijk rioleringsplan is vormgegeven. - Biedt particulieren de mogelijkheid zich te ontdoen van grondwater, voor zover deze daartoe geen andere mogelijkheden hebben en dit passend is binnen het gemeentelijk beleid. - Draagt zorg voor de eventuele aanleg en onderhoud van de benodigde leidingen en aansluitpunten in de openbare ruimte voor de ontwatering van het particuliere terrein. - Heeft een loket waar vragen en klachten over grondwater(overlast) binnenkomen en verstrekt informatie via een website. - Neemt naar aanleiding van klachten over grondwater(overlast) het initiatief om de oorzaak van de overlast te onderzoeken. - Stelt als initiatiefnemer in ruimtelijke plannen een waterparagraaf op. Hierin worden de aspecten van het grondwater meegenomen. Het waterschap heeft een adviserende rol voor het oppervlakte en grondwater. - Ziet erop toe dat de van 'nature' voorkomende grondwaterstanden (representatief hoogste grondwaterstand) en het anticiperen daarop door de bouwer in het watertoetsproces worden meegenomen. - Is verantwoordelijk voor het leveren van kennis en advies, zowel ten behoeve van het uitvoeren van de watertoets als bij het aanpakken van problemen in bestaand stedelijk gebied. b. Perceeleigenaar: - Is primair verantwoordelijk voor de ontwatering van zijn terrein. Hij houdt bij grondwaterstandverlagende maatregelen rekening met het gemeentelijk beleid en belangen van aangrenzende percelen. Hij kan de gemeente Purmerend verzoeken het water te mogen lozen op een gemeentelijke voorziening. De gemeente maakt daarbij een doelmatigheidsafweging. De perceeleigenaar is tevens verantwoordelijk voor de bouwkundige staat en het onderhoud van zijn bouwwerken. c. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK): - Heeft haar verantwoordelijkheid voor het kwantitatieve en kwalitatieve oppervlaktewater. Omdat grond en oppervlaktewater elkaar kunnen beïnvloeden heeft het waterschap tevens een rol in het beheer van het ondiepe grondwater. In de toelichtingen van een peilbesluit worden de effecten van peilbeheer op de grondwaterstand door de waterschappen nagegaan. - Is verantwoordelijk voor de afvoer van drainage en grondwater via het oppervlaktewater dat door de gemeente of particulieren wordt aangeboden. - Is verantwoordelijk voor het leveren van kennis en advies (waar het oppervlaktewater en ondiepe grondwater betreft), zowel ten behoeve van het uitvoeren van de watertoets c.q. waterparagraaf, als bij het aanpakken van problemen in bestaand stedelijk gebied. - Verleent vergunningen voor onttrekkingen kleiner dan m 3 /jaar en voor alle bronbemalingen. 22
24 d. Provincie Noord Holland: - De provincie is beheerder van de grondwatervoorraad. Het beheer van grondwater is met de komst van de Waterwet (2009) in handen gelegd van de waterschappen, uitgezonderd winningen voor de openbare drinkwatervoorziening, grote industriële onttrekkingen en warmte koude opslag. Voor deze onderdelen is de provincie verantwoordelijk. - De provincie is bevoegd gezag voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater op grond van de Waterwet (Kaderrichtlijn Water en Grondwaterrichtlijn) en de Wet Milieubeheer. - De provincie heeft een centrale rol in het grondwaterbeschermingsbeleid (niet van toepassing voor Purmerend) Functionele eisen, maatstaven en meetmethoden Functionele eisen Maatstaven Meetmethoden Adequate afvoer van overtollig grondwater Belemmering van de functie van publiek gebied mag niet voorkomen als gevolg van te hoge of te lage grondwaterstanden Aanwezige drainage onder particuliere grond moet kunnen worden aangesloten op het drainagestelsel van de gemeente GHG < 70 cm in bebouwd gebied mag niet voorkomen. Klachten van burgers moeten worden opgevolgd. Registratie van klachten Registratie van aansluitingen Peilfilters Registratie van klachten en opvolging. 23
25 5 Huidige situatie en toetsing 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie in Purmerend beschreven op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast wordt een overzicht weergegeven van het areaal (behalve een weergave van de lozingspunten 1 ). Deze zal worden getoetst aan de functionele eisen die in hoofdstuk 4 zijn beschreven. Daarnaast worden de interne organisatie en de communicatie belicht. 5.2 Afvalwater Overzicht voorzieningen Het centrum van Purmerend werd omstreeks 1910 reeds gerioleerd. Dit oudste deel van de riolering is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw vervangen. De uitbreidingswijken van Purmerend zijn bij de aanleg direct voorzien van riolering. Ruim een derde van de riolering is tussen twintig en dertig jaar oud. Bijna een kwart heeft een ouderdom van dertig tot veertig jaar. Circa tien procent van het areaal is ouder dan veertig jaar. Het riool in Purmerend bestaat voornamelijk uit gescheiden stelsels (maar liefst 79%). In de toekomst zal dit alleen maar toenemen door vervanging van bestaande riolering. Vooral in de oudere wijken (Overwhere, Wheermolen en Centrum) is nog gemengde riolering aanwezig. In Weidevenne en Baanstee Oost bevindt zich een verbeterd gescheiden stelsel. Onder vrijverval bereikt het afvalwater de rioolgemalen. Onder hoge druk wordt het afvalwater opgevoerd door rioolgemalen naar het overdrachtsgemaal van het waterschap. In totaal (incl. pompunits) is de gemeente eigenaar van grofweg tweehonderd rioolgemalen De gemalen pompen het afvalwater middels persleidingen naar twee overdrachtspunten: Purmerend West en Purmerend Noord. Bij het overdrachtspunt wordt het afvalwater vervolgens getransporteerd naar de RWZI Beemster. In onderstaande figuur is dit proces schematisch weergegeven. 1 Basisrioleringsplan Purmerend,
26 Persleiding [m] De voorzieningen in de buitengebieden bestaan voornamelijk uit drukriolering. In totaal ligt er ruim twaalf kilometer aan drukleiding in Purmerend met 89 pompunits. In de Baanstee Noord bevinden zich enkele boerderijen die niet zijn aangesloten op de riolering. Drukleiding Pompunits [m] 89 [st] 25
27 De eerder genoemde gemengde riolering in de wijken Overwhere, Wheermolen, Centrum en een gedeelte van de Koog beslaat een totale lengte van meer dan tachtig kilometer. Gemengd [m] De gemeente Purmerend heeft niet gekozen voor investeringen in bergbezinkvoorzieningen. De reden hiervoor is dat ze te weinig rendement opleveren voor de hoge kosten die ermee zijn gemoeid. Een gedetailleerde onderbouwing staat in het Stedelijk Waterplan van Purmerend (2005). De woonboten aan de Purmerringvaart en in de Where zijn in 2012 aangesloten op het riool. De woonboten worden in de volksmond de 'historische woonschepen genoemd. Langs de Overweerse polderdijk is in 2002 (druk)riolering aangelegd. Tot op heden lozen de woonboten hier echter nog gewoon op het oppervlaktewater. Dit is vanaf 2013 verboden. Tijdens een bewonersavond begin 2012 is dit gecommuniceerd aan de bewoners. 26
28 5.2.2 Toetsing Gemalen Het afgelopen jaar zijn 169 rioolgemalen, waarvan 9 x 1 pompsrioolgemalen, 56 x 2 pompsrioolgemalen, 9 x droge opstelling en 95 drukrioolgemalen, geïnspecteerd en beoordeeld volgens de NEN 50110, NEN 3140 en de KIWA beoordelingsrichtlijn BRL K14020/01. Gebleken is dat een kwart van de 2 pompsrioolgemalen in slechte staat verkeert. Dit betreft de wat oudere gemalen van voor Daarnaast is gebleken dat er bij vooral de drukriolering achterstallig onderhoud weggewerkt dient te worden. De meeste drukrioleringsgemalen zijn als gevolg van veroudering en aantasting door H2S gas (rioolgas) aan vervanging of grootschalige renovatie toe. Gemengde riolering Alle gemengde riolering binnen de gemeente is gedurende de afgelopen tien jaar geïnspecteerd. De inspectie geschiedt door middel van video (panoramo). Deze informatie wordt opgeslagen in het programmapakket dg DIALOG Riolering. Het pakket is opgezet conform de NPR 3220 (Buitenriolering beheer) en de NPR 3398 (Inspectie en Toestandsbeoordeling Riolering). De toepassingen in het basispakket van dg DIALOG Riolering zijn gericht op gegevensbeheer (inventariseren en raadplegen), beoordeling van het technisch functioneren en het maken van strategische planningen. De samenvatting van de toestand van de riolering is onderverdeeld in drie hoofdcategorieën: waterdichtheid, stabiliteit en afstroming. Waterdichtheid Vanwege het optreden van zettingen in de ondergrond is sprake van permanente buisvulling in een aantal riolen. In sommige riolen is er sprake van permanente vulling zodanig dat de vervuilingsnelheid hoger is dan gemiddeld. Afstroming Gezien het relatief grote percentage ingrijpmaatstaven voor de categorie stabiliteit van de betonnen riolen, ligt het voor de hand om te veronderstellen dat er een relatie is tussen de slechte afstroming en de slechte buiswand. Zolang de afstromingscondities niet verbeteren zal de aantasting zich voortzetten. Verder is er in veel riolen sprake van wortelgroei en doorstekende inlaten. 27
29 vermeden. Stabiliteit De kwaliteit van de (beton)riolen in Wheermolen en Overwhere Zuid wordt in belangrijke mate bepaald door (bio)chemische aantasting van de betonnen buizen en schades die daar het gevolg van zijn zoals scheuren. Aangetaste betonriolen hebben een beperkte reststerkte. Op een aantal plaatsen is ondergronds al sprake van calamiteiten in de vorm van rioolinstorting. Herstel is daar alleen mogelijk door rioolvervangingen. Daarnaast is op tal van plaatsen sprake van een reële kans op calamiteiten. Om risico s te verminderen, worden lokale maatregelen ingezet. Werkzaamheden die van buitenaf worden verricht, zoals het vernieuwen van aansluitingen, worden met de nodige voorzichtigheid uitgevoerd. Hak en/of boorwerk wordt Voor het beoordelen van het functioneren van de bestaande voorzieningen moeten meerdere aspecten (afstroming, afvoercapaciteit en verontreiniging oppervlaktewater/bodem) worden meegenomen. De toetsing richt zich op de twee bepalende bedrijfstoestanden: droogweer en regenweer. In de droogweersituatie moet de afstroming en daarmee de afvoer van het afvalwater worden gewaarborgd. In de Pumerendse situatie wordt, zo leert de ervaring, de afstroming het meest bedreigd door (ongelijkmatige) zettingen van de ondergrond. Om een beeld te krijgen van de zettingen worden in een cyclus van 5 10 jaar de putdekselhoogten en de binnenonderkant buis (BOB s) van aansluitende leidingen ingemeten. Door deze metingen te vergelijken met eerdere metingen wordt een beeld verkregen van de opgetreden zetting en van zettingsverschillen. De eerste meting is in 2008 uitgevoerd. De invloed van de zetting(sverschillen) wordt afgezet tegen het ontwerpprofiel van de gemengde en vuilwaterstelsels. De afstromingsmogelijkheid (met de vullingsgraad als afgeleide maatstaf) vormt het belangrijkste beoordelingscriterium. Basisrioleringsplan 2012 In het Basisrioleringsplan 2012 is het functioneren van de gemengd gerioleerde gebieden van Purmerend hydraulisch en milieutechnisch getoetst door middel van dynamische modelberekeningen met een gestandaardiseerde neerslaggebeurtenis. De stelsels zijn hydraulisch getoetst op basis van neerslaggebeurtenis 'bui 8'. Het milieutechnisch functioneren is beoordeeld aan de hand van de tienjarige rekenreeks 'de Bilt ' en vaste concentraties van vervuilende stoffen in relatie tot geloosde waterhoeveelheden. Getoetst is aan de hand van de normen gesteld door het Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier (HHNK) en Leidraad Riolering, module C2100. Er zijn drie scenario's bezien, welke alle getoetst zijn aan dezelfde criteria. Het betreft de volgende scenario's; 1. Huidige situatie met de werkelijk pompcapaciteiten en in en uitslagpeilen van de gemalen; 2. Huidige situatie met de werkelijk pompcapaciteiten, eindgemaal op de norm, en met de in en uitslagpeilen van de gemalen op de juiste hoogte; 3. Toekomstige situatie, met daarin de plannen voor gebieden Overwhere Zuid (01, 02) en Wheermolen (03) verwerkt. 28
30 Het hydraulisch functioneren in alle drie de scenario s is goed. Slechts op enkele locaties wordt 'water op straat' gesimuleerd. Dit algemene beeld komt overeen met de ervaringen in de praktijk. Alleen in de zuidwestelijke hoek van Overwhere Noord is de kans op water op straat hoog. Milieutechnisch voldoen scenario 1 en 2 niet aan de normen gesteld ten aanzien van de vuilemissie. Scenario 3 voldoet ruimschoots aan de gestelde emissienorm. In dit scenario is het afkoppelprogramma van de Overwhere Zuid en Wheermolen meegenomen. Het betreft hier een grootschalig afkoppelprogramma waarvan een deel al is uitgevoerd. Onderstaand zijn de resultaten uit simulaties weergegeven. Scenario Gekoppeld oppervlak* (ha) Externe pomp capaciteit (m³/h) Vuilemissie** (kg CZV) *Gekoppeld aan vuilwaterriool; dit water wordt dus gezuiverd. * *Jaarlijkse gemiddelde vuilvracht over 10 jaar. Met behulp van een reservoirmodel is berekend dat de norm (basisinspanning) wordt bereikt bij 125 hectare gekoppeld oppervlak. Dit biedt circa 26 ha gekoppeld oppervlak 'bewegingsruimte' ten opzichte van het oorspronkelijk ingezette afkoppelplan van scenario 3 (125 99). In hoofdstuk wordt aangegeven hoe met deze ruimte wordt omgegaan in relatie tot de herinrichting Wheermolen Conclusie In de wat oudere wijken is gebleken dat de riolering en de gemalen slecht scoren. De waterdichtheid, afstroming en stabiliteit zijn niet voldoende, maar de afvoercapaciteit voldoet wel. Alle percelen zijn aangesloten, behalve de woonboten aan de overweerse polderdijk en boerderijen in de Baanstee Noord. Onderzoek geeft aan dat de vuiluitworp niet de bepalende factor is voor de waterkwaliteit. 5.3 Hemelwater Overzicht voorzieningen De gemeente Purmerend is al in een vroeg stadium begonnen met het scheiden van regenwater. Het regenwater stroomt bij een gescheiden stelsel via de regenwateruitlaten het oppervlaktewater in. Een verbeterd gescheiden stelsel (VGS) loost het hemelwater aan het begin van de bui op het vuilwaterstelsel zodat eventuele afspoeling van verontreiniging niet in het oppervlaktewater terecht komt. Daarna loost het stelsel het regenwater op het oppervlaktewater. 29
31 HWA Riool [m] Uitlaten 314 [st] De gemeente Purmerend telt ongeveer kolken. De kolken verzamelen het regenwater wat op de straten en wegen neervalt. Op een aantal plaatsen stroomt het regenwater duidelijk zichtbaar door de goten op straat in een wadi. Dit is een bassin waarin het water wordt opgevangen en gezuiverd, voordat het in open water terecht komt. Deze wadi s liggen onder meer aan het eind van de Damiettastraat en de Ismailiastraat. Wadi 1 Ismailiastraat Damiettastraat Wadi 2 De gemeente heeft op een aantal locaties (voornamelijk bij hoofdroutes verkeer) lamellenfilters geplaatst. Met de filters wordt het vuile regenwater gezuiverd. 30
32 5.3.2 Toetsing In 2011 zijn er zuurstofmetingen verricht om de invloed van regenwaterlozingen op het oppervlaktewater te onderzoeken. Bij de onderzochte locaties zijn in het afstromende regenwater concentraties gevonden van stikstof, fosfor, koper, zink en E Coli die boven de MTR normen uitkomen. Dit komt overeen met het landelijke beeld dat uit dergelijke onderzoeken volgt. Dit geldt ook voor de concentraties die in het ontvangende oppervlaktewater zijn gevonden. In de waterbodem achter de lozingspunten zijn geen hoge concentraties van verontreinigingen waargenomen. In de Purmer Zuid zijn verhoogde E coli concentraties aangetroffen nadat er behoorlijk veel neerslag is gevallen. Dit treedt niet op na een droge periode. Uit de metingen blijkt dat de verhoogde E Coli s afkomstig zijn uit het regenwaterstelsel. Uit het onderzoek volgt dat de verdronken regenwaterstelsels bij de onderzochte locaties tijdens droge perioden vrijwel continu zuurstofloos zijn en er alleen tijdens neerslag een verhoging van het zuurstofgehalte optreedt. Er is geen duidelijk verband gevonden tussen de lozing van zuurstofloos regenwater uit het regenwaterstelsel en het zuurstofgehalte in het oppervlaktewater. Het is niet duidelijk of een eventuele zuurstofinbreng door neerslag het effect van een lozing van zuurstofloos regenwater uit het stelsel compenseert. Wadi s In 2008 is onderzoek gedaan naar het functioneren en de waterkwaliteit van de wadi s. Aanleiding waren vragen van bewoners van de Damiettastraat over de gezondheidsrisico s van de wadi in hun straat. Er is gemeten op vijf plekken: vier in de wadi s van de Damiettastraat en de Ismailiastraat en een in het oppervlaktewater. De watermonsters zijn door een laboratorium onderzocht op micro organismen die maagen darmklachten kunnen veroorzaken. Het water uit de wadi s blijkt van een kwaliteit die nagenoeg vergelijkbaar is met eisen voor zwemwater. In de praktijk is de kans op infectie door water in wadi s heel klein. Er staat namelijk maar een korte tijd na een regenbui water in. kolken De kolken worden jaarlijks gereinigd. Desondanks zijn er klachten en meldingen aangaande verstopte kolken. Door bladervuil en straatvuil raken de kolkenroosters verstopt. Door afstemming met de (straat)veegdiensten wordt dit zo vel mogelijk voorkomen. Waterdichtheid De waterdichtheid is redelijk goed. De verbindingen van rioolbuizen zijn op sommige locaties, door gehaaste aanleg, enigszins los. 31
33 Afstroming De afstroming vormt vooral in de wijk Gors een knelpunt. Door slechte grondslag in combinatie met een kleine diameter riool stroomt het regenwater niet goed weg. Stabiliteit De stabiliteit is in het algemeen goed. In de wijk Gors zijn enkele knelpunten als gevolg van slechte buisverbindingen Conclusie Het functioneren van het hemelwaterriool is redelijk goed. De capaciteit van het hemelwaterriool in de wijk Gors levert enkele knelpunten op. Door de riolering frequent door te spuiten voorkomen, wordt overlast voorkomen. De invloed van hemelwaterriolering op de oppervlaktewaterkwaliteit is nog niet goed gekwantificeerd. 32
34 5.4 Grondwater Overzicht voorzieningen In de nieuwere wijken (na 1970) met gescheiden rioleringsstelsels is drainage aangelegd voor het openbaar gebied. Verder is lokaal een aantal drainagesystemen aangelegd om wateroverlast te beperken, zoals in de wijken Gors, Overwhere en Zuiderpolder. Drainage wordt niet regulier onderhouden in de gemeente Purmerend. Er wordt op basis van klachtmeldingen onderhoud gepleegd. Doordat de drainage niet regulier is onderhouden mag verwacht worden dat de drains op veel plaatsen niet meer goed functioneren. Afgelopen tien jaar is in de wijk Weidevenne infiltratieriool toegepast. Drainage [m] Infiltratieriool 5550 [m] Toetsing Risico inschatting Er zijn onvoldoende (meet)gegevens voorhanden om onderbouwd gebieden met grondwateroverlast en onderlast aan te duiden. Er kunnen nog geen grondwateraandachtsgebieden aangewezen worden. Derhalve is op basis van de beschikbare gegevens op wijkniveau een inschatting gemaakt van het risico op grondwateroverlast en onderlast. Ingeschat is in welke wijken sprake is van een hoge/lage grondwaterstand (kans) en voor welke wijken dit tot overlast dan wel onderlast kan leiden (effect). Op basis hiervan is een prioritering vastgesteld voor de aanpak van potentiële overlastgebieden. Dit is weergegeven in de tabel op de volgende pagina. Grondwateroverlast In de binnenstad is sprake van relatief weinig oppervlaktewater. De grond is waarschijnlijk door de jaren heen opgehoogd en heeft een onbekende samenstelling. Uit oude grondwaterstandsmetingen blijkt ook dat de ontwatering in deze wijk vaak kleiner is dan de drooglegging. De bebouwing is over het algemeen oud en naar verwachting gevoelig voor vochtoverlast. Verwacht wordt dat voor deze wijk sprake is van een groot risico op grondwateroverlast. In de Zuiderpolder, Overwhere en Wheermolen is er plaatselijk een geringe drooglegging op een kleiige grond. In Overwhere en Wheermolen gaat dit samen met relatief weinig oppervlaktewater. Er zijn meldingen bekend van grondwateroverlast in Overwhere. 33
35 De bebouwing is gevoelig voor wateroverlast. Verwacht wordt dat voor deze wijken sprake is van een groot risico op grondwateroverlast. Gors is bekend als een natte wijk en heeft ook op veel plaatsen een geringe drooglegging en een venige ondergrond. Ook in deze wijk is grondwateroverlast in het verleden ervaren en is de bebouwing naar verwachting gevoelig voor vochtoverlast. Derhalve is een gemiddeld risico voor grondwateroverlast toegekend. De nieuwste wijken en gebieden Weidevenne, Baanstee, Purmer Noord en Purmer Zuid zijn weliswaar op slecht doorlatende gronden gebouwd in een gebied met kwel, maar ze zijn integraal opgehoogd met goed doorlatend zand. Er is ook veel oppervlaktewater aanwezig en er is in het openbaar gebied drainage aangelegd. Wel blijkt uit de praktijk dat in de wijken Purmer Noord en Purmer Zuid grondwateroverlast ervaren is. Vermoedelijk betreft het wateroverlast in de tuinen. De bebouwing in de wijk is (beperkt) gevoelig voor vochtoverlast. In deze wijken is sprake van een klein risico. Naar verwachting overlast in de tuin 1: groot risico 2: gemiddeld risico 3: klein risico Grondwateronderlast Grondwateronderlast voor een bebouwde omgeving ontstaat bij te lage grondwaterstanden. Oorzaken van te lage grondwaterstanden zijn bijvoorbeeld onbedoeld drainerende rioolbuizen, een te grote ontwatering of grondwateronttrekkingen. Ook tijdelijke onttrekkingen ten behoeve van bouwprojecten kunnen tijdelijk onderlast veroorzaken. Een mogelijk effect van een te lage grondwaterstand zijn (ongelijkmatige) zettingen van slappe bodemlagen, waardoor op staal gefundeerde bebouwing schade kan gaan ondervinden. Daarnaast kunnen houten paalfunderingen bij lage grondwaterstanden onopgemerkt aangetast worden, waardoor de draagkracht in de loop van de jaren kan afnemen. Het risico op grondwateronderlast is ingeschat op basis van de ouderdom van de riolering (indicatief voor de drainerende werking ervan), een inschatting van de grondwaterstand(fluctuatie), beschikbare archiefgegevens van de funderingstypen en de ouderdom van de bebouwing. Er heeft nog geen inventarisatie van funderingsgegevens plaatsgevonden. In Purmerend is vooral in de binnenstad sprake van risico op grondwateronderlast. In deze wijk zijn zowel funderingen op houten palen als ook funderingen op staal toegepast. Het centrum is gebouwd op een zettingsgevoelige ondergrond. De bebouwing is oud, waardoor het incasseringsvermogen van de funderingen mogelijk gereduceerd is. Daarnaast wordt verwacht dat in deze wijk 34
36 veel oude riolering aanwezig is met mogelijk een drainerende werking. Vanwege de slecht doorlatende bodem wordt verwacht dat de grondwaterstandfluctuatie als gevolg van de meteorologische omstandigheden groot is. De kans is hierdoor aanwezig dat de grondwaterstand tot onder het niveau van het bovenste funderingshout daalt. In de wijken en gebieden Zuiderpolder, Overwhere, Wheermolen en Baanstee zijn op veel locaties houten paalfunderingen toegepast. Gezien de ouderdom van de riolering en de bodemopbouw is ook voor deze locaties sprake van enig risico op grondwateronderlast. Kruipruimten De klachten over overlast gaan voornamelijk over natte kruipruimten door grondwater in de wijken Gors en Purmer Noord. Peilbuizen Doordat er weinig gegevens beschikbaar zijn kan er geen isohypsenkaart voor een maatgevend hoge grondwaterstand getekend worden. Wel zijn er voor de peilbuisgegevens in de binnenstad de ontwateringsdieptes voor twee data (15 januari en 29 oktober 1986) met een relatief hoge grondwaterstand berekend. Deze kunnen dienen als referentiegegevens voor nieuw onderzoek naar grondwaterrisicogebieden. Peilbuis Droogleg ging in m Ontwatering in m Datum Peilbuis 1 1,5 1,25 Peilbuis 2 1,5 0,57 Peilbuis 3 1,5 0,18 0,16 Peilbuis 4 1 0,38 0,28 Peilbuis 5 1 0,82 0,77 Peilbuis 6 2 0,29 0,31 Peilbuis 7 1,5 0,51 0,46 Peilbuis 8 1 0,67 0,56 Peilbuis 9 1 0,8 0,62 Peilbuis ,18 Peilbuis ,41 Peilbuis ,97 1,06 Peilbuis 14 0,7 1,22 Peilbuis ,21 1,05 Peilbuis 18 0,7 0,1 0,18 Ontwatering in m Datum Drainage In de afgelopen twee jaar is op basis van klachtenmeldingen de drainage doorgespoten. Dit vertaalt zich inmiddels al in een afname van klachten Conclusie Er worden op dit moment geen grondwaterstanden gemeten in de gemeente Purmerend. Tot op heden wordt invulling gegeven aan de grondwaterzorg door sturing op basis van van klachten en meldingen. Er is wel plaatselijke inzicht in de grondwaterstanden bij medewerkers, maar er is geen totaalbeeld aanwezig. Klachten over grondwater gaan voornamelijk over natte kruipruimten. De ligging van de gemeentelijke drainage is bekend, maar de toestand is niet bekend en de drainage wordt niet regulier onderhouden. In 2010 is in samenwerking met bureau Wareco een QuickScan opgesteld, waaruit blijkt dat risico s op grondwateroverlast en onderlast in de wat oudere wijken aanwezig zijn. 5.5 Organisatie Inleiding Om de (verbrede) gemeentelijke watertaken goed te kunnen blijven uitvoeren, is het belangrijk om de interne organisatie goed op orde te hebben. Het gaat hierbij naast de personele bezetting ook om het technische 35
37 beheersysteem. In 2013 doet de gemeente Purmerend weer mee aan de landelijke benchmark. Door de eigen prestaties te vergelijken met die van anderen, kan de organisatie verder worden ontwikkeld Formatie en personele bezetting Met het verbreden van de watertaken, is ook de behoefte ontstaan aan meer personeel voor watertaken. Ten opzichte van het GRP is de personele bezetting voor de rioleringszorg in Purmerend uitgebreid. De personeelsinzet is opnieuw bepaald voor het uitvoeren van het beleid en beheer en voor de voorbereiding, uitvoering en het toezicht van de water en rioleringszaken. Hiervoor heeft de geactualiseerde module D2000 uit de Leidraad Riolering model gestaan. Deze module houdt al rekening met de verbrede gemeentelijke watertaken. De benodigde personeelsinzet is berekend voor een gemeente van de omvang van Purmerend met de bijbehorende investeringen en bij een maximale uitbesteding. Het beheer van de riolering en de werkzaamheden voortvloeiend uit de gemeentelijke watertaken berusten bij het team Integraal Beheer van de afdeling Stadsbeheer. Op de peildatum 1 januari 2013 houden binnen dit team de volgende medewerkers zich bezig met het taakveld: Coördinator weg en waterbeheer 1,00 Fte Medewerker beheer riolering 2,00 Fte Coördinator Stedelijk Waterplan 0,20 Fte Het technisch beheer van de rioolgemalen is ondergebracht bij de Beheerder installaties en het bouwkundig beheer bij de Beheerder gebouwen. Ook deze twee functies horen bij het team Integraal Beheer. De taken als werkvoorbereiding, bestekgereed maken, aanbesteding, revisie en toezicht op werkzaamheden (zowel voor investeringen als voor onderhoudswerken) worden in eigen gemeentelijk beheer uitgevoerd door medewerkers van het team Voorbereiding en Toezicht van de afdeling Stadsbeheer. Ten behoeve van het eerstelijns onderhoud en storingen bestaat binnen de afdeling Uitvoering een rioleringsploeg. Daar zijn een kolkenzuiger en HD doorspoelapparatuur beschikbaar. Grotere werkzaamheden worden door marktpartijen uitgevoerd Beheersysteem Voor het reguliere en planmatige onderhoud maakt de gemeente gebruik van het onderhoudsbeheersysteem Dg dialog. In dit systeem kunnen de gegevens van objecten in de openbare ruimte goed worden vastgelegd en beheerd. Het ondersteunt daarmee diverse werkprocessen, zoals het operationeel onderhoud en inspecties van objecten. Belangrijke ondersteunende functies zijn: uitvoeringsplanning (beter opzetten en beheren); werkopdrachten en de uitvoeringsstatus (papier en tijdsbesparing van werkbonnen); eenvoudiger managementrapportages, zowel totaal als per soort en object; aanleg en renovatie van objecten. Vooral voor renovaties is het van belang te weten wat de actuele situatie is. Een direct betrouwbaar beeld maakt snellere engineering en realisatie mogelijk en voorkomt onnodige aanpassingen. Optimalisatie van objectbeheer in de planvorming door middel van risico en onderhoudsmanagement. De optimalisaties hebben betrekking op: Het bereiken van de beleidsdoelstellingen (effectiviteit), zoals beschikbaarheid, betrouwbaarheid, onderhoudbaarheid van objecten en veiligheid voor burgers en personeel; Minimaliseren van de levenscycluskosten van objecten (efficiëntie); Dit wordt ondersteund door de opgenomen gegevens in combinatie met sterke analysefuncties; Verantwoording van objectbeheer, zowel in als extern: welke objecten worden beheerd, wat is de status en hoe functioneren de objecten. Een volledige en juiste registratie op één plaats geeft meer overzicht. 36
38 5.5.4 Projectmatig werken De afgelopen jaren is het projectmatig werken op grote schaal ingevoerd binnen de gemeentelijke organisatie. De gemeente Purmerend zet in op projectmatig werken omdat projecten de programma s (de doelen en te bereiken resultaten) versterken en omdat in projecten flexibel op programmadoelen kan worden ingespeeld. Daarnaast leveren projecten een bijdrage aan de verdere ontwikkeling van de integrale uitvoering van het beleid van de gemeente Purmerend Toetsing Geconcludeerd kan worden dat de gemeente organisatorisch goed is voorbereid op de verbrede watertaken. 5.6 Communicatie Inleiding Actieve communicatie met en naar de burgers van Purmerend is van groot belang. Door voorlichting worden mensen zich meer bewust van wat zich allemaal afspeelt op het gebied van (afval)water. In het verlengde hiervan kan ook de afhandeling van bewonersmeldingen over de riolering worden genoemd Voorlichting Op diverse wijzen geeft de gemeente voorlichting over de gemeentelijke watertaken. Voorbeelden zijn de gemeentelijke website met informatie over het Waterplan, bewonersavonden bij werkzaamheden in de wijken en brochures. Via de twee laatstgenoemde kanalen kan draagvlak worden gecreëerd voor afkoppelmaatregelen in de woonwijken. In het kader van het werken 'van buiten naar binnen' worden onderhoudsplannen afgestemd met wijkkerngroepen Meldingenregistratie en afhandeling De meldingenregistratie is een goed instrument dat inzicht verschaft in de kwaliteit van de huisaansluitleidingen. Er bestaat een relatie tussen het aantal klachten enerzijds en ouderdom en kwaliteit van het rioolstelsel anderzijds. Uit de huidige registratie van de klachten (met name huisaansluitingen) is af te leiden dat circa tweederde van de klachten in straten voorkomt in de oudere wijken (Wheermolen en Overwhere). De verwachting is dat het aantal klachten beduidend minder wordt na de integrale rioolvervanging in deze twee wijken. 37
39 De randvoorwaarden voor een goede systematiek zijn: - de aard van de melding moet in een aantal eenvoudige voor iedereen duidelijke trefwoorden worden vastgelegd; - er moet onderscheid worden gemaakt naar de vermoedelijke oorzaak van de melding (huisaansluitleiding, hoofdriool of aansluiting op hoofdriool). In een aantal gevallen kan op voorhand de oorzaak van de melding niet worden ingeschat. In alle gevallen moet later, na de afhandeling, de oorzaak worden vastgesteld en in de registratie worden vastgelegd; - de meldingenenafhandeling moet zodanig zijn dat de kosten van afhandeling of reparatie naar oorzaak kunnen worden teruggevonden. Op basis van deze registraties kan informatie worden afgeleid omtrent de kwaliteit van de hoofdriolen en huisaansluitingen. Door vastlegging van de kosten van afhandeling per soort klacht is het mogelijk een financiële optimalisatie te onderbouwen tussen uitstel van vervanging met daarbij de noodzakelijke reparaties en het vervangen van hoofdriolen. 38
40 6 Strategie en maatregelen 6.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken zijn de beoogde doelen afgezet tegen de huidige situatie. Dit hoofdstuk beschrijft de strategische afwegingen die voor de komende planperiode worden gemaakt. Daarnaast worden de voorgenomen maatregelen uiteengezet, inclusief een planning waaruit duidelijk wordt in welk jaar van de planperiode deze worden uitgevoerd. 6.2 Strategische overwegingen Regierol De gemeente Purmerend heeft de ambitie om haar rioolbeheer op een hoog niveau te krijgen. Hiermee zorgt de gemeente voor een doelmatige invulling van haar zorgplicht. De gemeente neemt bij nieuwe ontwikkelingen waar mogelijk zelf de regierol en zoekt voor specialistische kennis samenwerking en ondersteuning. Op deze manier kan verdere kennis van het rioolstelsel worden opgebouwd Integrale aanpak riolering, wegen en groen In het verleden zijn (vervangings en afkoppel)plannen op het gebied van riolering in sommige wijken leidend geweest bij grootschalige werkzaamheden in de openbare ruimte, waardoor het bijvoorbeeld kon voorkomen dat wegen die nog in relatief goede staat waren werden opgebroken en vernieuwd. De komende jaren zal een meer integrale afstemming tussen riolering, wegen en groen plaatsvinden. Voor het integraal plan is een periode van tien jaar beschouwd. Dit is precies twee termijnen van een beheerplan wegen en riolering. Hierdoor zijn de overlappen op programma s duidelijk zichtbaar. De planning is samengesteld en afgewogen op basis van gegevens als inspecties, technische levensduur, efficiency, effectiviteit, maatschappelijk overlast en klachtenanalyses. Een gevolg van deze benadering is dat een deel van het rioleringsafkoppelprogramma in Wheermolen wordt doorgeschoven en nog niet in de planperiode van het voorliggende vgrp zal worden uitgevoerd. 2 Gebleken is dat nog niet alle wegen in deze wijk aan vervanging toe zijn. De oorspronkelijk geplande werkzaamheden voor 2014 en 2015 worden wel al uitgevoerd (zie hoofdstuk 6.3.1) Inzetten op onderzoeken en meten De gemeente Purmerend wil blijven inzetten in op onderzoeken en meten. Meer inspanningen op dit gebied op korte termijn betalen zich op de lange termijn uit. Met het meten in de riolering wordt beter inzicht verkregen in het functioneren van het rioleringsstelsel, zodat de juiste maatregelen ter verbetering van het functioneren kunnen worden gedimensioneerd en geëvalueerd. In de vorige GRP planperiode hebben metingen helaas niet altijd betrouwbare gegevens opgeleverd. De reden hiervan is dat de metingsmethodes veelal een experimenteel karakter hadden. Om er zeker van te zijn dat het niet opnieuw misgaat, wordt bij andere gemeenten gekeken naar systemen die zich in de praktijk al hebben bewezen. Samen met HHNK wordt er gemeten om een beter inzicht te krijgen in de interactie tussen riolering en ontvangend oppervlaktewater, waardoor de meest kosteneffectieve maatregelen kunnen worden genomen te verbetering van het integrale systeem. Ook voor het uitvoeren van de grondwaterzorgplicht gaat de gemeente eerst meten. 2 In hoofdstuk wordt al aangegeven dat er nog rek zit in het programma. 39
41 6.2.4 Evaluatie afkoppelen De afgelopen jaren zijn verschillende delen van het gemengde riool afgekoppeld. Het afkoppelen van verhard oppervlak betekent dat er minder water via de riolering naar de zuivering wordt afgevoerd en er meer op het oppervlaktewater wordt geloosd. Het is belangrijk om tussentijdse te kijken in hoeverre deze afkoppelinspanningen de gewenste resultaten op leveren. De gemeente onderzoekt daarom samen met HHNK het effect van deze maatregelen op het oppervlaktewater en op het aanbod bij de zuivering. Met de resultaten kan de strategie voor het verder afkoppelen worden bepaald 'Effectgericht' in plaats van 'emissiegericht' Binnen het waterplan hebben de gemeente Purmerend en HHNK afgesproken om zich samen in te zetten voor de verbetering van de waterkwaliteit binnen Purmerend. Hierbij gaan beide partijen uit van een effectgerichte benadering in plaats van een emissiegerichte benadering. Het voldoen aan de basisinspanning is dus niet heilig. Veel belangrijker is het doen van onderzoek om de achterliggende oorzaken van matige waterkwaliteit te achterhalen. Op basis daarvan kunnen gerichte maatregelen worden uitgewerkt. De gemeente en het waterschap hebben dergelijk onderzoek gezamenlijk gedaan en hier maatregelen op gebaseerd en uitgevoerd. Duidelijk werd dat de emissie vanuit de riolering slechts een van de oorzaken is van de matige waterkwaliteit. Andere mogelijke bronnen zijn bladval, bagger, kwaliteit inlaatwater en afspoeling hondenpoep. In gezamenlijk bestuurlijk overleg volgen de gemeente en HHNK de uitvoering van het waterplan en sturen zonodig bij Uitbreiding meldingenregistratie Vanuit de dienstverlenende taak naar de burgers zal de meldingenbehandeling in de toekomst dezelfde prioriteit moeten hebben als nu wordt aangehouden. Dit betekent een snelle responstijd en het voorkomen van achterstanden bij de afhandeling. De huidige registratie van meldingen moet bij voorkeur worden uitgebreid met een vastlegging van de oorzaak van het probleem. Dit kan op termijn een duidelijke aanwijzing zijn voor het al of niet functioneren van delen van het rioolstelsel Regionale samenwerking In het Bestuursakkoord Water 2011 is opgenomen dat in de regio's een vertaling plaatsvindt van de bevindingen uit het landelijke feitenonderzoek en de resultaten van de diverse benchmarks. Dit moet resulteren in het vergroten van de doelmatigheid, een verbetering van de kwaliteit van het beheer en het verminderen van de kwetsbaarheid in de afvalwaterketen. Om dit te bereiken zullen gemeenten onderling en samen met de waterschappen kennis en capaciteit slim moeten bundelen. In het overlegorgaan Intergemeentelijke Samenwerking Waterland (ISW) is afgesproken dat in de regio Waterland Zaanstad een ambtelijke werkgroep wordt opgestart die de mogelijkheden tot en voordelen van verdergaande regionale samenwerking moet onderzoeken. De trekker hiervan is de gemeente Purmerend. Het voorliggende vgrp biedt voldoende aanknopingspunten voor verdere intensivering van de regionale samenwerking. 6.3 Maatregelen Groot onderhoud en vervanging Binnen de planperiode worden de riolen en wegen in (een deel van de) wijken Wheermolen (2014, 2015) en Overwhere Zuid ( ) vervangen. Uit de integrale afstemming blijkt dat in deze wijken zowel de riolering als de wegen aan vervanging toe zijn. Uit de meldingenanalyse blijkt dat hier ook de meeste klachten voorkomen. Bij het vervangen van het oude riool wordt ook een groot deel van de daken en wegen afgekoppeld en aangesloten op het nieuw aan te leggen hemelwaterriool. 40
42 De insteek van het vorige gemeentelijk rioleringsplan en de maatregelen was geënt op het versneld integraal vervangen van verouderde stelsels en daarmee zorgen voor milieuverbeteringen. Metingen in het kader van het waterplan geven aan dat de huidige overstorten beperkte invloed hebben op de oppervlaktewaterkwaliteit. Omdat nog niet alle wegen en het riool in Wheermolen aan vervanging toe zijn, wordt een deel van de integrale vervanging in deze wijk uitgesteld. Hiermee wordt kapitaalvernietiging voorkomen Overwhere Zuid 2014 Wheermolen Drainage Het onderhoud van de drainage in de gemeente vindt niet structureel plaats. Om de huidige drainage beter te benutten wordt een inhaalslag voor het onderhoud van de drainage gepland. Daarnaast wordt een beheerplan opgesteld voor het op orde houden van de drainage. Oude, lekke riolering kan een onbedoelde en onbekende drainerende werking hebben. Het vervangen van lekke riolering kan leiden tot een stijging van de grondwaterstanden. De gemeente legt bij vervanging van riolen in wijken met kans op grondwateroverlast altijd een drainagesysteem met de riolering. Vervangen persleidingen De asbest cementleidingen zijn verouderd en worden meegenomen in de integrale rioolvervanging. Varenbuurt In de Varenbuurt vindt in 2013 groot onderhoud aan wegen plaats. Hierbij wordt ook een gedeelte van de riolering vervangen. De capaciteit is op een aantal locaties niet voldoende. Ook is de afstroming op een aantal locaties slecht. Nieuwe aansluitingen woonboten Overweerse polderdijk en boerderijen Baanstee Noord Om ervoor te zorgen dat bewoners van de woonboten langs de Overweerse polderdijk kunnen aansluiten op de aanwezige riolering, worden enige aanpassingen verricht aan wal. De nog niet aangesloten boerderijen in de Baanstee Noord worden aangesloten 41
43 op het riool bij de aanleg van het bedrijventerrein. Naar verwachting hebben in 2014 alle boerderijen een aansluiting. Maatregelen groot onderhoud en vervanging riolering Wheermolen en Overwhere Zuid Varenbuurt Aanpassingen woonboten Overweerse polderdijk Gemalen De huidige afstandsignalering van de gemalen voor storingen is verouderd en onderdelen zijn niet meer leverbaar. De signalering wordt vervangen in 2013 door een nieuw systeem. Over de gehele planperiode vindt groot onderhoud plaats van de gemalen en de drukriolering. Daarnaast vervangt de gemeente een aantal rioolgemalen en schakelkasten, vanwege integrale vervanging en omdat de levensduur verstreken is. Het gaat hierbij in ieder geval om de Henry Dunantstraat en Koningsvaren. Maatregelen groot onderhoud gemalen Afstandsignalering F One vervangen Groot onderhoud ROBOT gemalen Groot onderhoud drukriolering Vervangen droog opgestelde gemalen Vervangen schakelkasten Onderzoek en monitoring Metingen waterhoogte riolering Om een goed inzicht te krijgen in het functioneren worden in 2013 waterstandsmetingen in het riool aangelegd. Deze metingen worden gedurende de gehele planperiode uitgevoerd en tussentijds geanalyseerd. De metingen worden gecombineerd met de bestaande debietmetingen van rioolgemalen en van neerslagmetingen. De resultaten worden ook gebruikt voor de kalibratie van het huidige rioolmodel. Het resultaat is een inzicht water op straat en overstortgebeurtenissen. Onderzoek rioolvreemd water Bij een deel van de rioolgebieden wordt in droge perioden meer afvoer van afvalwater gemeten dan verwacht (rioolvreemd water). In de planperiode wordt achterhaald wat hiervoor de oorzaken zijn, zodat het onnodig verpompen van schoon water voorkomen kan worden. De overschatting van de gemeten droogweerafvoer (DWA) kan per gebied stap voor stap achterhaald worden door: analyse van droge/natte maanden voor het bepalen van de omvang van intredend grondwater; 42
44 analyse van het verloop van het debiet gedurende de dag (plausibel dag nacht ritme); analyse van neerslagperioden met twee verschillende typen neerslagmetingen. De prioriteit ligt bij de gemengd gerioleerde gebieden Centrum en Overwhere Noord. Het is belangrijk eerst inzicht in deze gebieden te krijgen vanwege het hier aanwezige risico op overstortingen naar het oppervlaktewater. De overige gemengd gerioleerde gebieden worden op korte termijn omgebouwd tot gescheiden gerioleerde gebieden. Onderzoek foutieve aansluitingen De gemeente voert in een aantal verdachte delen van het gescheiden stelsel een onderzoek met temperatuurkabel uit naar foutieve aansluitingen. Hiermee wordt gedetecteerd of verkeerd aangesloten vuilwaterleidingen continu op oppervlaktewater lozen. Metingen grondwater Omdat de mate van grondwateroverlast in Purmerend niet voldoende bekend is, installeert de gemeente een grondwatermeetnet. Hiermee wordt inzicht verkregen in het verloop van de grondwaterstanden. Op basis van deze informatie wordt een plan opgesteld voor het omgaan met risicogebieden grondwateroverlast. Er wordt nagegaan of voor de risicogebieden een wijkgerichte aanpak doelmatig is, dan wel een klachtgestuurde. Een wijkgerichte aanpak is vaak doelmatig voor de situaties dat in een groot deel van de wijk overlast wordt ervaren. Bij een gering aantal klachten is een klachtgestuurde aanpak vaak doelmatiger. Verbetering meldingenregistratie De gemeente stelt een plan op voor het verbeteren van de meldingenregistratie. Een duidelijke registratie van meldingen en klachten maakt het mogelijk analyses te maken van het functioneren van de verschillende voorzieningen. Praktijkwaarnemingen zijn een belangrijke aanvulling op de verificatie van modelberekeningen. Meldingen van wegverzakkingen kunnen ook aanvullende informatie opleveren over zettingen in het riool. Onderzoek verlenging levensduur riolering De gemeente onderzoekt de mogelijkheid om de levensduur van de riolering te verlengen. De vervanging van de riolering is een grote kostenpost, die in de toekomst verder toeneemt. Uitstel van niet direct noodzakelijke vervanging zorgt ervoor dat de kosten beperkt blijven. Risico s op lekkage en verminderde afstroming kunnen wel toenemen, maar ook weer beperkt worden door reparaties. In het onderzoek wordt gezocht naar manieren hoe de kosten beperkt kunnen worden tegen aanvaardbare risico s. Beheerplan gemalen De gemeente stelt een beheerplan rioolgemalen op. Onderzocht wordt of het beheer en onderhoud van de rioolgemalen in Purmerend op de juiste wijze wordt uitgevoerd en waar eventuele verbeterpunten liggen. Dit met als doel de kwaliteit van het onderhoud en beheer van de rioolgemalen zoveel mogelijk te optimaliseren voor de laagst mogelijke kosten. Bijna alle droog opgestelde gemalen hebben de levensduur van veertig jaar inmiddels ruim overschreden. Alleen de gemalen Walakker en Sneekermeer vormen hierop een uitzondering. Door aantasting van H2S gas en slijtage door langsstromend water en schoonmaakwerkzaamheden zijn alle betonnen ontvangstkelders inmiddels behoorlijk aangetast. In het verleden zijn al eens maatregelen genomen om de kelders waterdicht te houden en aantasting van de wanden zoveel mogelijk te voorkomen. Om goed onderhoud te waarborgen, de levensduur te verlengen en lekkages te voorkomen dient onderzocht te worden hoe deze kelders het beste behandeld danwel gerenoveerd kunnen worden. Ook dient verder onderzoek gedaan te worden naar (technische) manieren om stankoverlast van de rioolgemalen, in verschillende wijken, zo efficiënt mogelijk te minimaliseren. Bij het nieuwe rioolgemaal aan de Sportlaan wordt reeds een proef gedaan met een installatie waarmee Hs2 gas succesvol wordt afgebroken, waardoor stankoverlast geminimaliseerd wordt. In deze planperiode worden de testlocaties uitgebreid. 43
45 Onderzoeken aangesloten oppervlak De gemeente onderzoekt op basis van metingen en modelresultaten wat het aangesloten verhard oppervlak is. De meest bepalende factor voor wateroverlast vanuit de riolering is, naast de hoeveelheid neerslag, de hoeveelheid aangesloten verhard oppervlak. Hoewel de oppervlakken zelf goed in beeld zijn is niet goed bekend hoe de oppervlakken exact afstromen en wat het effect is van verhardingen bij bijvoorbeeld particuliere tuinen. Maatregelen onderzoek en monitoring Diverse monitoring riolering Onderzoek rioolvreemd water Onderzoek foutieve aansluitingen Onderzoek risicogebieden grondwater Grondwatermeetnet Verbetering meldingenregistratie Regulier beheer en onderhoud Onderhoudsmanagement gemalen Onderhoud is belangrijk om de civieltechnische, elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties goed te laten werken. De gemeente heeft voor het onderhoud langdurige raamcontracten afgesloten met gespecialiseerde reinigings en inspectiebedrijven. In 2013/2014 wordt de onderhoudsorganisatie verder geprofessionaliseerd, zodat het aantal onnodige emissies uit het rioolstelsel tot een minimum kan worden beperkt. Onderhoudsmanagement helpt om preventief en correctief onderhoud tegen zo laag mogelijke kosten uit te voeren. De gemeente ontwikkelt een programma dat gebaseerd is op een planmatige benadering. Als dit programma continu wordt geoptimaliseerd, is er op zeker moment een hoge graad van efficiëntie bereikt met maximaal planbaar onderhoud en een minimum aan verrassingen. Kolken reinigen De kolken worden jaarlijks minimaal 1 keer gereinigd. Bij de Centrum, en hoofdroutes wegen wordt dit tweemaal per jaar uitgevoerd. 44
46 Inspectie en reiniging van riolering Nieuw riool wordt na de opleveringsinspectie de eerste tien jaar niet geïnspecteerd. Vervolgens wordt één keer in de acht jaar de buis geïnspecteerd en gereinigd. Bij riolen waar de afstroming slecht is wordt de frequentie op reinigen aangepast. Kleine reparaties riolering De ingrijpmaatstaven die bij de toetsing naar voren zijn gekomen, en waarbij geen groot onderhoud is beoordeeld worden meegenomen in klein onderhoud. Er worden hierbij kleine reparaties verricht. Correctief onderhoud Onder correctief onderhoud wordt verstaan het onderhoud aan het rioolstelsel met een niet periodiek karakter. Dit onderhoud volgt uit klachten van burgers of wordt geïnitieerd vanuit eigen waarneming. Het is niet vooraf in te plannen. De activiteiten hebben een ad hoc karakter. Tot deze onderhoudswerkzaamheden behoren: A. Dagelijkse onderhoudswerkzaamheden, uitgevoerd onder eigen beheer, zoals: - opheffen verstoppingen - kleine reparaties aan onderdelen van het rioolstelsel (kolken; stankschermen en bodem) - herstel van gaten in het wegdek voor zover deze het gevolg zijn van de riolering - herstel van gebreken in het hoofdriool - reparaties aan putten - vervangen defecte opzetstukken, spruitstukken, standleidingen enz. B. Grotere, veelal uitbestede reparaties, zoals: - reparatie lekkende riolering en diep gelegen riool - frezen boomwortels Een deel van deze werkzaamheden is een gevolg van onvoldoende kwaliteit van het hoofdriool of van huis en kolkaansluitingen. Een ander deel heeft betrekking op kleine reparaties, die altijd zullen voorkomen. In verband met de financiële optimalisatie tussen repareren (en uitstel van de vervanging) ten opzichte van vervanging van het riool is het noodzakelijk de kosten van het correctieve onderhoud gespecificeerd te registreren. De registratie van deze kosten volgt daarmee de meldingenregistratie. Regulier beheer en onderhoud Apparaatskosten Riolering Ontstoppen en kleine reparaties Rioolaansluitingen bestaand Rioolaansluitingen nieuwbouw Uitvoeringsprogramma waarvan: onderzoek en monitoring
47 Rioolbeheer Rioolafval Voorbereiding en toezicht Gemalen Geactiveerde uitgaven buiten voorziening Rioolafval uitvoering Baggerwerkzaamheden Beheer Koemarkt kolken Totaal
48 7 Financiën 7.1 Inleiding De begroting van de gemeente Purmerend is opgebouwd conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Volgens de BBV dient het beleidsdeel van de begroting te bestaan uit een programmaplan en paragrafen. Het programmaplan bevat te realiseren programma s en het overzicht algemene dekkingsmiddelen. De programmabegroting is op 8 november 2012 vastgesteld door de raad. Aansluitend wordt de programmabegroting door de provincie beoordeeld. Ook de rioleringszorg maakt onderdeel uit van de begroting en is ondergebracht onder het programma 6 Beheer openbare ruimte bij het prestatieveld Zorg voor watertaken (voorheen PJ05). 7.2 Kostenoverzicht vgrp periode Jaar Groot onderhoud en vervanging (investeringen) Regulier onderhoud (exploitatie) * Voor het behalen van de milieudoelstellingen vanuit de riolering wordt vanuit het waterplan bijgedragen aan integrale vervanging van verouderde rioolstelsels in Wheermolen en Overwhere Zuid 7.3 Dekking en rioolheffing Binnen de systematiek van de heffing gemeentelijke watertaken van de gemeente Purmerend is sprake van een volledige kostendekking. De kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen vormen samen met de exploitatiekosten het begrotingssaldo voor het product gemeentelijke watertaken. Onder de investeringskosten vallen hoofdzakelijk de kosten van het waterplan en groot onderhoud, het betreft hierbij lasten van investeringen uit het verleden alsmede lasten voor de voorgenomen investeringen in de periode Daarnaast is bij de berekening van de heffing gemeentelijke watertaken rekening gehouden met de BTW druk op alle uitgaven (investeringen en exploitatielasten) welke weliswaar worden verrekend met het BTW compensatiefonds maar waarvoor de uitkering uit het gemeentefonds evenredig is gekort. Egalisatie De heffing gemeentelijke watertaken wordt jaarlijks gelijktijdig met de begroting door de gemeenteraad vastgesteld. Overschotten of dekkingstekorten worden op rekeningbasis geëgaliseerd en verrekend met de heffing is het volgend jaar. Afschrijvingen 47
49 De afschrijvingstermijnen zijn door de gemeenteraad vastgesteld (verordening 212 en 213a) en zijn in 2010 aangepast. De afschrijvingstermijn voor investeringen riolering is verlengd van veertig naar vijfenveertig jaar. Deze verlenging sluit beter aan bij de effectieve technische levensduur, bijkomend voordeel is daarbij dat de kosten op korte termijn lager worden. Kapitaallasten afschrijvingen rente Verwachting verloop investeringen 20 jaar Op basis van levensduur en ervaringcijfers is een inschatting gemaakt van een verloop van de investeringen voor de komende 20 jaar. De investeringen zullen in 2017 dalen en na 2017 lichtelijk (10%) stijgen tot Heffing gemeentelijke watertaken Het tarief voor zowel eigenaren als gebruikers stijgt in 2013 met name als gevolg van hogere kapitaalslasten door investeringen in het rioleringen netwerk en door een verhoging van de btw component. De stijging van het legestarief wordt gesplitst naar het tarief voor eigenaren en gebruikers conform de uitgangspunten voor de tariefsopbouw zoals die in het verleden door de gemeenteraad zijn vastgesteld. De ontwikkeling van de heffing gemeentelijke watertaken ziet er in de planperiode als volgt uit: Eigenaren 101,75 107,44 113,46 118,55 122,95 Gebruikers 59,05 62,49 66,12 69,18 71,98 Afwijking t.o.v. 1 jaar eerder: Eigenaren + 16,07 + 5,69 + 6,02 + 5,09 + 4,40 Gebruikers + 9,73 + 3,44 + 3,63 + 3,06 + 2,80 48
50 De stijging van de lasten wordt grotendeels veroorzaakt door hogere kapitaallasten voortvloeiend uit de investeringen. Verloop rioolheffing 20 jaar relatieve stijging Afhankelijk van de afschrijvingsduur van de kapitaallasten, en de verloop van de investeringen is de verwachting dat de rioolheffing (na 2017) redelijk stabiel blijft. 49
51 Bijlage 1 Rioned Benchmark
52
53
54 Bijlage 2 NPR richtlijnen Purmerend 51
55
56 Bijlage 3 Meetplan grondwater 52
57 Grondwatermeetnet Purmerend Ontwerp grondwatermeetnet gemeente Purmerend definitief Gemeente Purmerend Juli 2011
58 definitief KJ48, RAP
59 definitief Projecttitel : Ontwerp grondwatermeetnet gemeente Purmerend Projectcode : KJ48 Soort document : definitief Kenmerk : KJ48, RAP Opdrachtgever : Gemeente Purmerend Opgesteld door : drs. ing. M.J. Kuiper Senior projectleider : ir. M. Maasbommel Paraaf opsteller : Paraaf senior projectleider : Datum : 26 juli 2011 KJ48, RAP
60 definitief Inhoudsopgave Tekst pagina 1. Inleiding Aanleiding Doel meetnetontwerp Werkwijze Sectie-indeling Ontwerp meetnet Algemeen Basis meetnet Specifieke locaties peilbuizen Aanleg en exploitatie meetnet Aanleg peilbuizenmeetnet Meten van de grondwaterstand Opslaan en ontsluiten meetgegevens Analyse meetdata Kostenraming aanleg en exploitatie meetnet Budgetraming aanleg meetnet Budgetraming exploitatie meetnet Samenvatting budgetraming Advies...17 Bijlagen 1. Overzichtskaart Purmerend sectie-indeling 2. Ontwerp meetnet 3. Indicatieve budgetraming aanleg en exploitatie grondwatermeetnet 4. Processchema grondwatermeetnet 5. Voorbeeld van een ontwateringskaart KJ48, RAP
61 1 definitief 1. Inleiding 1.1. Aanleiding Op 24 februari 2011 is door de gemeente Purmerend aan Wareco schriftelijk opdracht verstrekt (uw kenmerk: ) voor het ontwerpen van een grondwatermeetnet in de gemeente Purmerend. De Wet Gemeentelijke Watertaken is op 1 januari 2008 in werking getreden en op 22 december 2009 opgenomen in de nieuwe Waterwet. Gemeenten hebben er door deze wet een grondwaterzorgplicht bij gekregen. De gemeentelijke zorgplicht ziet toe op het in het openbare gemeentelijke gebied treffen van maatregelen, teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. Om op doelmatige wijze invulling te kunnen geven aan de nieuwe zorgplicht is een goede kennis van de grondwaterstanden, -stromingen en -fluctuaties binnen het stedelijke gebied van de gemeente noodzakelijk. De gemeente is voornemens daartoe een systematisch grondwatermeetnet te realiseren. Een systematisch grondwatermeetnet is een over een groter gebied verspreid aantal peilbuizen, dat regelmatig wordt bemeten en waarvan de gegevens op een toegankelijke manier zijn opgeslagen. Een systematisch grondwatermeetnet is op maat ontworpen. Hiermee worden, tegen minimale beheerkosten, maximale meetgegevens verkregen Doel meetnetontwerp Het doel van dit project is dat op basis van de onderhavige ontwerprapportage door de gemeente een goed onderbouwde keuze gemaakt kan worden voor de inrichting van een grondwatermeetnet. Het grondwatermeetnet heeft betrekking op de freatische grondwaterstand in het bebouwde gebied van de gemeente. Het doel van het ontwerp is een grondwatermeetnet waarmee: - Inzicht wordt verkregen in de optredende freatische grondwaterstanden en beoordeeld kan worden of er (mogelijk) sprake is van overlast of onderlast. - Beoordeeld kan worden of schade mogelijk is ontstaan door grondwateroverlast of -onderlast. Andere subdoelen van het ontwerp zijn: - Inzicht in de grondwaterstanden als voorbereiding op infrastructurele werken en bouwprojecten. - Inzicht in de grondwaterstanden nabij bomen om schade aan wegen, als gevolg van hoge grondwaterstanden, in de toekomst te voorkomen. - Interactie tussen grondwater en oppervlaktewater bepalen. KJ48, RAP
62 2 definitief 1.3. Werkwijze Ten behoeve van het meetnetontwerp zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: 1. sectie-indeling Purmerend; 2. ontwerp grondwatermeetnet; 3. advies met betrekking tot aanleg en exploitatie meetnet; 4. kostenraming aanleg en exploitatie meetnet. Er is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: [1] Grondwaterplan gemeente Purmerend, inventarisatie, kenmerk: KG29, RAP , d.d. 12 maart 2010, Wareco. [2] TNO Dinoloket. [3] Grondwateronderzoek Kanaaldijk te Purmerend, kenmerk: KF98, RAP , d.d. 5 juni 2009, Wareco. [4] Purmerend in cijfers, d.d. september 2010, gemeente Purmerend. [5] met aantal heffingseenheden, ontvangen d.d. 16 mei 2011 van gemeente. De in de tekst vermelde cijfers tussen [ ] verwijzen naar bovenstaande literatuur. Op basis van [1] is een sectie-indeling uitgevoerd. Daarbij is Purmerend ingedeeld in deelgebieden, waarvan verondersteld kan worden dat veel van de gebiedskenmerken in een deelgebied gelijk zijn. Vervolgens is het ontwerp opgesteld voor een meetnet, waarbij de peilbuisdichtheid per deelgebied verschilt (afhankelijk van het risico op grondwateroverlast). Voor het ontworpen meetnet zijn de investerings- en exploitatiekosten geraamd. KJ48, RAP
63 3 definitief 2. Sectie-indeling In [1] is een inventarisatie van de gebiedskenmerken van de gemeente Purmerend uitgevoerd. De resultaten ten aanzien van grondwateroverlast van deze inventarisatie staan in tabel 1. Op basis van het risico op grondwateroverlast en andere eigenschappen van de wijken (bijvoorbeeld geplande rioolvervangingen) is een sectie-indeling gemaakt. Per sectie is de peilbuisdichtheid bepaald, per sectie is deze verschillend. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in woonwijken en bedrijventerreinen. Het bedrijventerrein in de wijk Baanstee is een aparte sectie. In bijlage 1 is de sectie-indeling weergegeven. Het buitengebied maakt geen onderdeel uit van het meetnetontwerp, ook in groen- en recreatiegebieden zijn geen peilbuizen voorzien. Tabel 1 Risicobepaling grondwateroverlast. Bron: [1] Kans op hoge grondwaterstand Effect van hoge grondwaterstand Wijk Droog legging (m) % open water [4] Grondwater stroming Bodem type Drainage? Ouderdom Bebouwing [7] Meldingen Risico overlast Binnenstad >1 1-5 Wegzijging kleiig veen nee groot voor 1900 nee gem. 1 Zuiderpolder 0,7-1, Wegzijging kleiig veen ja groot tot ±1950 nee gem. 1 Overwhere 0, Wegzijging kleiig veen ja groot ±1960 tot 1970 ja groot 1 Wheermolen 0, Wegzijging kleiig veen nee groot ±1965 nee gem. 1 Gors 0, Wegzijging venig klei ja klein ±1970 tot 1980 ja groot 2 Weidevenne 1-1, Wegzijging ophoog zand nee klein ±2000 nee klein 3 Baanstee Purmer -Noord Purmer -Zuid 1-1, Kwel ophoog zand 1-1, Kwel ophoog zand 1-1, Kwel ophoog zand ja klein ±1992 nee klein 3 ja klein ±1980 ja* gem. 3 ja klein ±1992 ja* gem. 3 * Naar verwachting overlast in de tuin 1: groot risico 2: gemiddeld risico KJ48, RAP
64 4 definitief 3: klein risico Sectie 1 omvat de wijken Binnenstad, Overwhere en Wheermolen, voornamelijk de oude bebouwing binnen Purmerend. De wijk Binnenstad bestaat uit zeer oude bebouwing (vóór 1900) en in de wijken Overwhere en Wheermolen staan rioolvervangingen gepland, waardoor inzicht in de optredende grondwaterstanden gewenst is. De kans op en het effect van een hoge grondwaterstand in deze wijken is groot. Deze wijken hebben de hoogste peilbuisdichtheid toegewezen gekregen. Sectie 2 omvat de wijken Zuiderpolder en Gors. De ouderdom van bebouwing varieert van voor 1950 tot circa Het risico op grondwateroverlast in de wijk Zuiderpolder is groot en in de wijk Gors gemiddeld. Ondanks het grote risico op grondwateroverlast in Zuiderpolder, is deze wijk toch in sectie 2 opgenomen, omdat hier (voorlopig) geen rioolvervangingen gepland staan. De wijken Gors en Zuiderpolder hebben een gemiddelde peilbuisdichtheid toegewezen gekregen. Sectie 3 omvat de wijken Weidevenne, Purmer-Noord en Purmer-Zuid. Dit betreft wijken met bebouwing van circa 1980 tot en met De kans op en het effect van een hoge grondwaterstand is klein in deze wijken. Deze wijken hebben de lage peilbuisdichtheid toegewezen gekregen. Sectie 4 omvat de wijk Baanstee. In deze wijk zijn vooral bedrijfspanden gevestigd, waar het risico op grondwateroverlast naar verwachting klein is. Deze wijk heeft de laagste peilbuisdichtheid toegewezen gekregen. KJ48, RAP
65 5 definitief 3. Ontwerp meetnet 3.1. Algemeen Voor de inrichting van het grondwatermeetnet is een ontwerp opgesteld met een peilbuisdichtheid op basis van de sectie-indeling uit hoofdstuk 2 en onze expertise ten aanzien van grondwaterbeheer en meetnetten in andere stedelijke gebieden. Ten behoeve van het ontwerp zijn reeds bestaande peilbuizen geïnventariseerd. Binnen de gemeente zijn 17 peilbuizen aanwezig in de wijk Binnenstad en enkele peilbuizen in de wijk Zuiderpolder. De laatste metingen in deze peilbuizen dateren uit de jaren 1985 en Deze peilbuizen zijn niet meer actueel en worden niet in het meetnetontwerp opgenomen, omdat onbekend is wat de staat van de peilbuizen is. Gezien de lange periode waarin de peilbuizen niet bemeten zijn, mag verwacht worden dat de peilbuizen niet zonder meer weer in gebruik kunnen worden genomen. Voor het grondwateronderzoek aan de Kanaaldijk te Purmerend [3] zijn in 2009 circa tien peilbuizen geplaatst. Mogelijk kan op deze locatie gebruik worden gemaakt van één van deze peilbuizen. In de kostenraming voor het meetnet is hier rekening meegehouden. TNO meet de stijghoogte in het matig en eerste watervoerend pakket bij enkele peilbuizen rondom Purmerend. Ten noorden is één peilbuis aanwezig (B19G0055), ten oosten één peilbuis (B19G0179) en ten zuiden één peilbuis (B19G0368) [2]. Met behulp van het statistische programma Menyanthes zijn deze peilbuizen geïnventariseerd. De laatste uitlezing dateert van december Deze peilbuizen worden niet in het meetnet meegenomen. In voorkomende gevallen kunnen de gewenste meetgegevens bij TNO opgevraagd worden Basis meetnet Het ontwerp basis meetnet is weergegeven in bijlage 2. Met dit meetnet ontstaat op wijkniveau voldoende inzicht in de grondwaterhuishouding om invulling aan de zorgplicht te geven. Voor de peilbuisdichtheid per sectie is de richtlijn uit onderstaande tabel aangehouden; deze is gebaseerd op de gebiedskenmerken en ervaringsgegevens van Wareco. De definitieve aantallen zijn afgestemd op de specifieke gebieden en kenmerken. Tabel 2 Peilbuisdichtheid basismeetnet Sectie Peilbuisdichtheid Oppervlakte Aantal peilbuizen sectie (bron: [4]) Sectie 1 hoog circa 1 peilbuis per 12 ha 415 ha 34 Sectie 2 gemiddeld circa 1 peilbuis per 17 ha 225 ha 13 Sectie 3 laag circa 1 peilbuis per 22 ha 660 ha 29 Sectie 4 laagste circa 1 peilbuis per 25 ha 100 ha 4 Op basis van deze kentallen bedraagt het totaal aantal te plaatsen peilbuizen 80. Het basis meetnet voorziet in het bereiken van het hoofddoel van het meetnet en geeft een mogelijke indicatie voor de te bereiken subdoelen van het meetnet. KJ48, RAP
66 6 definitief KJ48, RAP
67 7 definitief Bij de locatiebepaling van de nieuwe peilbuizen is rekening gehouden met de aanwezigheid van waterlopen. Peilbuizen mogen niet te dicht bij waterlopen worden geplaatst, zodat ze niet worden beïnvloed door het oppervlaktewaterregime. De peilbuislocaties in het ontwerp zijn indicatief. De exacte locatiekeuze van de peilbuizen is afhankelijk van ondermeer de bereikbaarheid (openbaar gebied), de terugvindbaarheid en de afstand tot oppervlaktewater en dient in de aanlegfase nader te worden bepaald Specifieke locaties peilbuizen De gemeente heeft aangegeven een aantal specifieke peilbuizen te willen plaatsen om de gewenste (sub)doelen te bereiken. Deze peilbuizen vallen niet binnen het basis meetnet. Geadviseerd wordt om voor deze specifieke doelen projectpeilbuizen te plaatsen en te monitoren. Een toelichting op deze projectpeilbuizen is hieronder weergegeven. Interactie grondwater oppervlaktewater De gemeente wil graag inzicht in de interactie tussen oppervlaktewater en grondwater. De gemeente kan met de meetgegevens input leveren aan het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) om de gevolgen van bijvoorbeeld peilwijzigingen te kunnen onderbouwen. Met het basis meetnet wordt niet voldoende inzicht verkregen in de interactie tussen grond- en oppervlaktewater. Geadviseerd wordt vier raaien van vier peilbuizen te plaatsen, één raai in Overwhere, Gors, Purmer-Noord en één in Purmer-Zuid. In Purmer-Noord en Purmer-Zuid is integraal opgehoogd, hetgeen interessant is in verband met de interactie tussen grond- en oppervlaktewater. De raai in Overwhere wordt voorgesteld in verband met geplande rioolvervangingen en in Gors vanwege de geringe drooglegging. Voorbeeldlocaties van de raaien zijn weergegeven in bijlage 2. Met één peilbuis wordt het oppervlaktewaterpeil gemeten, de drie andere peilbuizen worden geplaatst op een afstand x van elkaar voor het meten van de grondwaterstand. De peilbuizen worden geplaatst in het wegcunet. Bij het bepalen van de locatie en afstand tussen de peilbuizen dient rekening te worden gehouden met de volgende aspecten: - de drooglegging; - de fluctuatie in waterpeil; - de doorlatendheid van het bodemprofiel; - kwel en wegzijging. Geadviseerd wordt gedurende circa één tot drie jaar op projectbasis de grondwaterstand te monitoren. Bomen De gemeente heeft aangegeven dat op enkele locaties hoge grondwaterstanden zorgen voor schade aan wegen door wortelopdruk van bomen. De gemeente wil inzicht in de relatie tussen hoge en lage grondwaterstanden bij bomen en schade aan wegen. Dit is niet te combineren met het basis meetnet ontwerp. Mogelijk geven de peilbuizen in het basismeetnet een indicatie voor nader onderzoek op specifieke locaties. Voorgesteld wordt om op projectbasis voor een aantal locaties peilbuizen te plaatsen en gedurende circa één tot drie jaar te monitoren op locaties waar geconstateerde grondwateroverlast als gevolg van wortelopdruk plaatsvindt (opgedrukt wegdek). KJ48, RAP
68 8 definitief Bouwprojecten Voor globaal inzicht in de grondwaterstand als voorbereiding op infrastructurele werken en bouwprojecten voldoet het basis meetnet. Voor de daadwerkelijke voorbereiding van en monitoring tijdens en na het bouwproject wordt geadviseerd aanvullende projectpeilbuizen te plaatsen. Mogelijk dienen hiervoor tevens diepere peilbuizen te worden geplaatst. Wellicht is een andere uitleesfrequentie noodzakelijk, waarbij mogelijk het gebruik van een telemetrisch systeem efficiënt is. KJ48, RAP
69 9 definitief 4. Aanleg en exploitatie meetnet In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de aanleg van het meetnet, de wijze van bemeten en het opslaan en ontsluiten van de meetgegevens. In bijlage 4 is een organisatieschema opgenomen waarin het gehele proces rond een grondwatermeetnet is weergegeven Aanleg peilbuizenmeetnet Een meetnet wordt ontworpen en aangelegd voor een significant lange levensduur. Dit geldt met name voor de te plaatsen peilbuizen, welke voor tientallen jaren bruikbaar moeten zijn. Bij plaatsing wordt daarom het volgende geadviseerd: - Plaatsing peilbuis op openbaar (gemeentelijk) terrein. - Plaatsing van de peilbuizen met filterkous, omstorting met filtergrind en aanbrengen zwelklei. - Peilbuisdiameter in overeenstemming met de te gebruiken datalogger en naar keuze opdrachtgever. - Afsluiting van de peilbuis aan boven- en onderzijde met dop. - Afwerking met afsluitbare straatpot of stalen casing. - Markering met label. - Afpompen van de peilbuizen tot constante Ec na plaatsing. - Opstellen boorbeschrijvingen. - Inmeting van de locaties van de peilbuizen in x-, y- en z-richting, met voldoende nauwkeurigheid. - Fotografisch vastleggen van de peilbuislocaties (detail- en overzichtsfoto) Meten van de grondwaterstand De grondwaterstanden kunnen met verschillende methoden worden gemeten. De mogelijkheden worden hieronder kort toegelicht. Optie 1: Handmetingen De grondwaterstanden kunnen handmatig in de peilbuizen worden gemeten met een frequentie van 24 keer per jaar. Geadviseerd wordt de metingen op de 14e en 28e van de maand uit te voeren. Hierdoor is een goede aansluiting van de verzamelde meetgegevens op de gegevens van TNO (Dinoloket) en op de landelijke analysesystematiek voor Gemiddelde Hoogste Grondwaterstanden (GHG s) en Gemiddelde Laagste Grondwaterstanden (GLG s) mogelijk. Deze meetmethode is relatief arbeidsintensief. KJ48, RAP
70 10 definitief Optie 2: Dataloggers; uitlezing in het veld Het voordeel van het gebruik van dataloggers is een continue datareeks van hoge kwaliteit. De grote opslagcapaciteit van de dataloggers maakt het mogelijk om, afhankelijk van de gewenste doelstellingen, met een hoge frequentie (bijvoorbeeld éénmaal per uur) te meten. Door toepassing van hoogfrequente metingen wordt naast inzicht in de meerjarige grondwaterstandvariaties tevens inzicht verkregen in de respons van het grondwatersysteem op bijvoorbeeld neerslag en verdamping. De meetfrequentie moet voldoende hoog zijn om aan de meetdoelstelling te kunnen voldoen. Daarentegen moet voorkomen worden dat een te hoge meetfrequentie resulteert in datakerkhoven ; data waar niets mee wordt gedaan. KJ48, RAP
71 11 definitief Om de grondwaterstandfluctuatie voldoende nauwkeurig te kunnen meten en bijvoorbeeld ook de reactie op neerslag te kunnen beschouwen, wordt geadviseerd met de dataloggers een meetfrequentie te hanteren van eenmaal per uur. Verder wordt geadviseerd om de dataloggers minimaal tweemaal per jaar uit te lezen, zodat eventueel dataverlies bij uitval van loggers wordt beperkt. Dataloggers kunnen in de peilbuizen worden geïnstalleerd met datakabels (zoals de Schlumberger DDC-kabel) of met staaldraad. Met behulp van een datakabel is het mogelijk om de datalogger aan de bovenzijde van de peilbuis uit te lezen. Hierdoor is het niet nodig om de logger bij het uitlezen tijdelijk uit de peilbuis te verwijderen. Aangezien de datakabel tijdsefficiënt is en de kwetsbaarheid van de logger vermindert, wordt geadviseerd om gebruik van de datakabel te maken. Optie 3: Dataverzameling op afstand Het is mogelijk om de grondwaterstanden te monitoren met behulp van drukopnemers of dataloggers waarvan de meetgegevens op afstand (telemetrisch) verzameld kunnen worden. Dit wordt vanwege de combinatie van gebrek aan noodzaak en (nu nog) hogere kosten niet nader uitgewerkt. Advies Geadviseerd wordt om de grondwaterstanden hoogfrequent te meten met behulp van dataloggers, voorzien van datakabels. De geadviseerde meetfrequentie bedraagt eenmaal per uur. Verder wordt geadviseerd de dataloggers minimaal tweemaal per jaar uit te lezen en daarbij handmatige controlemetingen uit te voeren en te controleren of de peilbuizen en dataloggers goed functioneren. Geadviseerd wordt om na het inrichten van de meetpunten een losbladige documentatiemap van het grondwatermeetnet samen te laten stellen. Hiermee is de meetnetinformatie makkelijk toegankelijk en is deze eenvoudig aan te vullen Opslaan en ontsluiten meetgegevens Het gaat bij het beheer van de gegevens niet alleen om de grondwatermeetreeksen, maar ook om de gegevens over de peilbuizen en de dataloggers. Zowel de interne ontsluiting van de gegevens als de externe ontsluiting van de gegevens (denk bijvoorbeeld aan een grondwaterloket) spelen hierbij een rol. Het is aan te bevelen het beheer voor de langere termijn goed te organiseren. Uiteindelijk gaat het immers om goed toegankelijke en betrouwbare (meet)gegevens. Enkele mogelijkheden voor databeheer zijn hieronder weergegeven. Optie 1: Professioneel softwarepakket Overwogen kan worden om gebruik te maken van een daartoe specifiek ontworpen softwarepakket. Indien dit gewenst is, dient rekening gehouden te worden met een budget van circa voor aanschaf van bijvoorbeeld DAWACO, exclusief BTW. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met jaarlijkse licentiekosten van circa 2.000, exclusief BTW. Er zijn ook andere, goedkopere softwarepakketten op de markt, bijvoorbeeld IDEOMA en Menyanthes. IDEOMA is minder geschikt voor hoogfrequente dataloggerreeksen en het beheer van gegevens over peilbuizen en dataloggers. Menyanthes heeft, naast de analysemogelijkheden van grondwaterstandsreeksen, ook een KJ48, RAP
72 12 definitief toolbox voor meetnetbeheer. KJ48, RAP
73 13 definitief Optie 2: Aansluiten bij bestaande (interne) gemeentelijke databases Mogelijk kan bij het beheer van de data ook aangesloten worden bij bestaande gemeentelijke databases. Hiertoe zal vermoedelijk een op maat gemaakte module ontwikkeld moeten worden. Optie 3: Extern beheer en uitlezen data De meetgegevens kunnen ook door een externe partij worden uitgelezen, worden verwerkt tot grafieken en worden gerapporteerd. Het is belangrijk hierbij de juiste (rand)voorwaarden te stellen. Om te beginnen dient een goede validatie uitgevoerd te worden. Daarnaast zouden duidelijke eisen gesteld moeten worden aan de toegankelijkheid, presentatie en combinatie van meetgegevens. Effectief en efficiënt datagebruik begint met een goed georganiseerde opslag. Het inrichten van één centrale verzamelplaats voor alle meetdata is een eerste stap in het voorkomen van zogenaamde datakerkhoven. Met betrekking tot het genereren van de gewenste output wordt geadviseerd gebruik te maken van een interface die het mogelijk maakt grafieken zelf vorm te geven. Voor op maat gesneden inzicht dat past bij het doel van de gegevensbenadering bij voorkeur een interface waarbij de grafieken kunnen worden verschaald en meetreeksen met elkaar kunnen worden gecombineerd (bijvoorbeeld grondwaterstandgegevens met een neerslagreeks). Tevens bij voorkeur een interface met een exportfunctie waarbij meetdata ook geëxporteerd kan worden (naar een gangbaar formaat, bijvoorbeeld.csv). Voor het beheren van meetdata in combinatie met een gebruiksvriendelijke interface zijn verschillende toepassingen mogelijk. Ontsluiting via het internet is een mogelijkheid. Voordeel hiervan is dat gegevens daarmee overal toegankelijk zijn, er geen speciale softwarepakketten of licenties noodzakelijk zijn en met de functionaliteiten van bijvoorbeeld Google Maps data ruimtelijk georiënteerd kan worden. Het delen van data kan een wens zijn. Hierbij kan gedacht worden aan verschillende afdelingen binnen de gemeente, verschillende samenwerkende gemeenten, het waterschap of misschien zelfs burgers of aannemers en adviesbureaus. Via het internet is dit relatief eenvoudig te realiseren. Met gebruikersnamen en wachtwoorden kunnen diverse gebruikersniveaus aangemaakt worden zodat alle betrokkenen op het gewenste niveau, en met de gewenste opties data kunnen benaderen. Advies Geadviseerd wordt om de dataopslag digitaal in een centrale database te organiseren en een flexibele output met een gebruikersvriendelijke interface mogelijk te maken. Aanbevolen wordt hierbij gebruik te maken van eenvoudige visualisatiehulpmiddelen (zoals bijvoorbeeld Google Maps). Voor een goede toegankelijkheid adviseren wij gebruik te maken van een online toepassing die geen speciale software vereist. Dit maakt het tevens eenvoudig mogelijk data te delen met andere partijen. KJ48, RAP
74 14 definitief 4.4. Analyse meetdata Na de aanleg van het grondwatermeetnet conform het gemaakte ontwerp heeft de gemeente Purmerend de beschikking over een modern en goed gedocumenteerd meetnet. Een goed georganiseerd en beheerd grondwatermeetnet is een eerste behoefte wanneer inzicht in grondwater is vereist. Het beschikken over een meetnet en de bijbehorende meetreeksen biedt talloze opties tot het uitvoeren van analyses. Met behulp van de gemeten grondwaterreeksen kunnen bijvoorbeeld ontwateringsbollenkaarten vervaardigd worden. Op peilbuisniveau wordt dan de ontwateringsdiepte bepaald bij representatief hoge en lage grondwaterstanden. Met gekleurde bollen worden de ontwateringsdiepten geclassificeerd. Een voorbeeld van een dergelijke kaart is opgenomen in bijlage 5. Op eenvoudige wijze wordt met dergelijke kaarten de ontwateringsituatie gevisualiseerd. Vanwege dit belangrijke inzicht wordt geadviseerd om de meetdata na een jaar te analyseren en op basis hiervan dergelijke ontwateringsbollenkaarten op te laten stellen. KJ48, RAP
75 15 definitief 5. Kostenraming aanleg en exploitatie meetnet De kosten voor het meetnet kunnen worden gesplitst in eenmalige investeringskosten om het meetnet aan te leggen en jaarlijkse exploitatiekosten voor het uitvoeren van de metingen, het onderhoud en het beheer van de gegevens. Voor het basis meetnet en het basis meetnet met aanvullende peilbuizen zijn deze kosten indicatief bepaald. Hierbij is ervan uitgegaan dat alle peilbuizen worden voorzien van dataloggers Budgetraming aanleg meetnet De investeringskosten bestaan uit het plaatsen van de nieuwe peilbuizen, het inmeten van alle peilbuizen ten opzichte van NAP en het XY-stelsel, de aanschaf en installatie van de dataloggers en het opstellen van een documentatiemap met alle installatiegegevens. Aanbevolen wordt het meetnet gefaseerd aan te leggen, afgestemd op het budget dat beschikbaar is. Hierbij dient te worden uitgegaan dat voor de eerste fase peilbuizen verspreid over de gemeente worden geplaatst en het meetnet met elke fase wordt verdicht totdat het basis meetnet of het basis meetnet met aanvullende peilbuizen compleet is. De budgetraming is weergegeven in bijlage 3. De bedragen zijn exclusief BTW en gebaseerd op ervaringscijfers van Wareco Budgetraming exploitatie meetnet De exploitatiekosten zijn afhankelijk van de wijze waarop de grondwaterstandmetingen worden beheerd, met een professioneel softwarepakket of in een interne of externe database (zie paragraaf 4.3). De exploitatiekosten zijn hier geraamd voor uitbesteding van het uitlezen en de opslag van de gegevens en ontsluiting van de gegevens via internet. Voor reparatie en onderhoud van de meetinrichtingen is rekening gehouden met een onderhoudsbudget, waarvan geadviseerd wordt dit jaarlijks te reserveren. Op basis van onze ervaring lijkt een onderhoudsbudget per jaar ter grootte van 7% à 10% van de investeringskosten een redelijke schatting. Voor de volledigheid van het kostenoverzicht wordt hier nog vermeld dat in het onderhoudsbudget nog geen kosten zijn opgenomen als gevolg van de afschrijving van met name de dataloggers. De budgetraming is weergegeven in bijlage 3. De bedragen zijn exclusief BTW en gebaseerd op ervaringscijfers van Wareco Samenvatting budgetraming In tabel 3 is een samenvatting van het aantal peilbuizen en de geschatte kosten weergegeven voor het basis meetnet en een variant van het basis meetnet met vier aanvullende raaien peilbuizen. KJ48, RAP
76 16 definitief De weergegeven kosten zijn indicatief bepaald ter ondersteuning bij de keuze voor de aanleg van een meetnet en ten behoeve van budgetraming. Tabel 3 Samenvatting kosten aanleg en exploitatie meetnet (bedragen zijn exclusief BTW). Grondwatermeetnet gegevens Eenmalige investeringskosten Exploitatiekosten Eenmalig Jaarlijks Initiële vulling portal Verzameling en ontsluiting Reservering budget onderhoud Aantal Aantal Inrichting en Ontwerp peilbuizen loggers* documentatie Basis Basis plus 4 pb-raaien * Inclusief twee dataloggers voor barometrische (luchtdruk) compensatie In tabel 4 zijn de kosten voor aanleg en exploitatie van de twee meetnetten weergegeven per heffingseenheid. Een heffingseenheid bestaat uit één woning of, wanneer in de categorie niet-woningen, is afhankelijk van de grootte van het bedrijf. Het totaal aantal heffingseenheden bedraagt , waarvan woningen: en niet-woningen (bron: [5]). Tabel 4 Samenvatting kosten aanleg en exploitatie meetnet per heffingseenheid (bedragen zijn exclusief BTW). Grondwatermeetnet gegevens Eenmalige investeringskosten per Exploitatiekosten per heffingseenheid heffingseenheid Eenmalig Jaarlijks Initiële vulling portal Verzameling en ontsluiting Reservering budget onderhoud Aantal Inrichting en Ontwerp heffingseenheden documentatie Basis ,22 0,05 0,45 0,22 Basis plus 4 pb-raaien ,54 0,06 0,52 0,25 KJ48, RAP
77 17 definitief 6. Advies Het basis meetnet zoals in bovenstaande hoofdstukken staat omschreven volstaat om een goede invulling aan de gemeentelijke zorgplicht te geven en voldoet aan de opgestelde (hoofd)doelen van de gemeente. Geadviseerd wordt om voor de gestelde subdoelen met betrekking tot wortelopdruk door bomen, bouwprojecten en de interactie van grondwater met oppervlaktewater op projectbasis peilbuizen te plaatsen en monitoren, als aanvulling op het basis meetnet. Geadviseerd wordt om de grondwaterstanden hoogfrequent te meten met behulp van dataloggers, voorzien van datakabels. De geadviseerde meetfrequentie bedraagt eenmaal per uur. Geadviseerd wordt om de dataloggers minimaal tweemaal per jaar uit te lezen, handmatige controlemetingen uit te voeren en daarbij te controleren of de peilbuizen en dataloggers goed functioneren. Geadviseerd wordt om na het inrichten van de meetpunten een losbladige documentatiemap van het grondwatermeetnet samen te laten stellen. Ten aanzien van het beheer van de gegevens wordt geadviseerd om gebruik te maken van een algemeen toegankelijke database. Via deze database kunnen de verschillende afdelingen binnen de gemeente toegang verkrijgen tot meetnetgegevens en analyses. Om inzicht te krijgen in de grondwaterstanden en het niveau ten opzichte van het maaiveld en hierover met burgers te kunnen communiceren wordt geadviseerd jaarlijks ontwateringskaarten op te stellen. Aanbevolen wordt het meetnet gefaseerd aan te leggen, afgestemd op het budget dat beschikbaar is. Hierbij dient te worden uitgegaan dat voor de eerste fase peilbuizen verspreid over de gemeente worden geplaatst en het meetnet met elke fase wordt verdicht totdat het basis meetnet compleet is. KJ48, RAP
78 Bijlage 4 reacties HHNK en provincie Noord Holland 53
79
80
81
82
83
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2013 2017
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2013 2017 Gemeente Purmerend Afdeling Stadsbeheer, Definitief, 16 April 2013 Samenvatting Voor u ligt het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2013 2017 van de gemeente
Bijlage 3. Doelen functionele eisen en maatstaven
Bijlage 3. Doelen functionele eisen en maatstaven Tabel 3-1 Doelen, functionele eisen en maatstaven voor de rioleringszorg (stedelijk afvalwater en regenwater) Doelen Functionele Eisen Maatstaven 1. Inzameling
Samenvatting Gemeentelijk Rioleringsplan Wormerland. planperiode 2013 t/m 2017
Samenvatting Gemeentelijk Rioleringsplan Wormerland planperiode 2013 t/m 2017 13 maart 2012 1.1 Inleiding De gemeente is wettelijk verplicht een Gemeentelijk Rioleringsplan (hierna te noemen: GRP) op te
Bouwlokalen INFRA. Het riool in Veghel. Veghel in cijfers en beeld (1) Veghel in cijfers en beeld (2) Veghel in cijfers en beeld (3)
Bouwlokalen INFRA Innovatie onder het maaiveld / renovatie van rioolstelsels Het riool in Veghel Jos Bongers Beleidsmedewerker water- en riolering Gemeente Veghel 21 juni 2006 Veghel in cijfers en beeld
12 Hemelwateruitlaat of riooloverstort
12 Hemelwateruitlaat of riooloverstort 12.1 Inleiding Gemeenten hebben de taak om hemelwater en afvalwater in te zamelen. Het hemelwater wordt steeds vaker opgevangen in een separaat hemelwaterriool. Vanuit
Presentatie GRP Commissievergadering 6 oktober Peter Borkus, Susanne Naberman
Presentatie GRP 2016-2020 Commissievergadering 6 oktober Peter Borkus, Susanne Naberman Programma Inhoud Waarom een nieuw GRP? Evaluatie afgelopen planperiode Een gezonde leefomgeving Een veilige leefomgeving:
Samenhang en samenvatting vgrp+, Waterplan, BRP
Samenhang en samenvatting vgrp+, Waterplan, BRP Uden gastvrij voor water Kenmerk: 11-10044-JV 14 september 2011 Ingenieursbureau Moons 1 Inhoudsopgave 1 SAMENHANG... 3 2 SAMENVATTING... 4 2.1 KOERSWIJZIGINGEN...
BergBezinkBassin Zie toelichting in begrippenlijst bij bergbezinkbassin.
Bijlage 1 Afkortingen en begrippen Afkortingen AWZI Zie RWZI BBB (v)brp CZV DWA DOB GRP HWA / RWA IBA KRW MOR NBW (-Actueel) OAS RIONED BergBezinkBassin Zie toelichting in begrippenlijst bij bergbezinkbassin.
Basisopleiding Riolering Module 1
Basisopleiding Riolering Module 1 Cursusboek Nieuwegein, 2013 w w w. w a t e r o p l e i d i n g e n. n l Stichting Wateropleidingen, augustus 2013 Groningenhaven 7 3433 PE Nieuwegein Versie 1.1 Niets
De Veranderende Zorgplicht
De Veranderende Zorgplicht Ede 23 april 2015 Frans Debets Debets b.v. i.s.m. Een korte versie van een cursus op 14 juni 1- De Veranderende Waterwetwetgeving 1. Achtergronden en betekenis van de veranderingen
Tubbergen o. gemeente. Aan de gemeenteraad. Vergadering: 8 september 2014. Nummer: Tubbergen, 28 augustus 2014
gemeente Tubbergen o Aan de gemeenteraad Vergadering: 8 september 2014 Nummer: 9A Tubbergen, 28 augustus 2014 Onderwerp: Vaststellen verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater. Samenvatting
Omgang met hemelwater binnen de perceelgrens
Omgang met hemelwater binnen de perceelgrens Ir. Emil Hartman Senior adviseur duurzaam stedelijk waterbeheer Ede, 10 april 2014 Inhoud presentatie Wat en hoe van afkoppelen Wat zegt de wet over hemelwater
TOETSING VERBREED GRP
Dit document beschrijft de toetsing van het verbreed GRP op hoofdlijnen. De toetsing is op volledigheid en niet op inhoud. Het is een hulpmiddel bij het maken van afspraken over het proces van het opstellen
Raadsvoorstel Reg. nr : 1010217 Ag nr. : Datum : 18-05-10
Ag nr. : Onderwerp Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater Status besluitvormend Voorstel 1. Vast te stellen de Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater; 2. De kosten van het
Vragen en antwoorden Aanpak Agniesebuurt
Vragen en antwoorden Aanpak Agniesebuurt Waarom aan de slag in de Agniesebuurt? Oude stadswijken zoals de Agniesebuurt, die dichtbebouwd zijn met veel verharding en weinig open water en groen, zijn kwetsbaar
Raadsvoorstel. drs A.J. Ditewig 18 februari 2010. 05 januari 2010. De raad wordt voorgesteld te besluiten:
Portefeuillehouder Datum raadsvergadering drs A.J. Ditewig 18 februari 2010 Datum voorstel 05 januari 2010 Agendapunt Onderwerp Gemeentelijke watertaken De raad wordt voorgesteld te besluiten: het bijgaande
Functionele eisen 1. Geen (onaanvaardbaar) gezondheidsrisico. Bescherm volksgezondheid. Beperk overlast en hinder Voorkom schade.
Doelen Functionele eisen 1. Geen (onaanvaardbaar) gezondheidsrisico. 2. Geen (onaanvaardbare) economische schade of maatschappelijke hinder door wateroverlast. Bescherm volksgezondheid Beperk overlast
Watertoets De Cuyp, Enkhuizen
Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Definitief Bouwfonds Ontwikkeling Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 6 april 2009 Verantwoording Titel : Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Subtitel : Projectnummer : 275039 Referentienummer
GRP 2014-2018 Gemeente Tynaarlo. Naar een nieuw gemeentelijk rioleringsplan.
GRP 2014-2018 Gemeente Tynaarlo Naar een nieuw gemeentelijk rioleringsplan. Landelijk beleid en ontwikkelingen Gemeentelijke zorgplicht watertaken: Zorgen voor een doelmatige inzameling en een doelmatig
Bijlage 1 Watertoets en (standaard) waterparagraaf
Bijlage 1 Watertoets en (standaard) waterparagraaf datum 2-3-2017 dossiercode 20170302-4-14760 Geachte heer / mevrouw R. Zuidema, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//.
datum 27-2-2016 dossiercode 20160227-4-12526 Geachte heer / mevrouw R.G. Zuidema,
datum 27-2-2016 dossiercode 20160227-4-12526 Geachte heer / mevrouw R.G. Zuidema, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de korte
Het waterbeleid van de provincie Limburg is beschreven in het Provinciaal Waterplan Limburg, dd. 20 november 2009.
Memo Ter attentie van Project management Den Dekker B.V. Datum 03 januari 2013 Distributie Projectnummer 111850-01 Onderwerp Parkeerterrein Jumbo Heythuysen Geachte heer Bosman, 1 WATERBELEID Het streven
U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale procedure.
datum 31-3-2014 dossiercode 20140331-63-8729 Geachte heer/mevrouw Jeroen Overbeek, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale
Bijlage 1: Toelichting achtergronden en gebruik modelverordening voor de afvoer van hemelwater en grondwater
Bijlage 1: Toelichting achtergronden en gebruik modelverordening voor de afvoer van hemelwater en grondwater Met de inwerkingtreding van de Wet Gemeentelijke Watertaken per 1 januari 2008 is o.a. de Wet
RAPPORTAGE EMISSIEBEHEER RIOLERING 2012
RAPPORTAGE EMISSIEBEHEER RIOLERING 2012 Archimedesweg 1 CORSA nummer: 14.48265 postadres: versie: Definitief postbus 156 auteur: Irene van der Stap 2300 AD Leiden oplage: Digitaal telefoon (071) 3 063
Bijlage 1. Lijst met afkortingen en begrippen
Bijlage 1. Lijst met afkortingen en begrippen VERKLARENDE WOORDENLIJST Afkortingen AMvB... Algemene Maatregel van Bestuur BARIM... Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer BBB... Bergbezinkbassin
Samenvatting van de watertoets. Hieronder vindt u een samenvatting van de door u ingevulde gegevens.
Samenvatting van de watertoets De toets is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van het waterschap Regge en Dinkel. Voor algemene informatie over de watertoets van Regge en Dinkel
Raadsvergadering : 20 juni 2011 Agendanr. 13
Raadsvergadering : 20 juni 2011 Agendanr. 13 Voorstelnr. : R 6837 Onderwerp : Gemeentelijk Rioleringsplan 2010-2015 Stadskanaal, 1 juni 2011 Beslispunten 1. Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2010-2015
Gemeentelijk Riolerings Plan. Toelichting op GRP Kaag en Braassem periode 2014 t/m 2018
Gemeentelijk Riolerings Plan Toelichting op GRP Kaag en Braassem periode 2014 t/m 2018 Doel en inhoud Doel Inzicht verschaffen in de diverse elementen die hebben geleid tot het GRP 2014 t/m 2018 Inhoud
Impressie(informatieavond(rioolvervanging(Straatweg( Datum:(8(september(2015( Opstelling(verslag:(Tineke(van(Oosten(en(Sieb(de(Jong((cgOH)(
Impressie(informatieavond(rioolvervanging(Straatweg( Datum:(8(september(2015( Opstelling(verslag:(Tineke(van(Oosten(en(Sieb(de(Jong((cgOH)( Indeling(van(de(avond:(van(19.00(uur(tot(21.00(uur(konden(bewoners(van(de(Straatweg(informatie(
Beheerplan Afvalwater, Regenwater en Grondwater
@ Grontmij @ Grontmij Beheerplan Afvalwater, Regenwater en Grondwater 2006-2010 Ontwerp, september 2005 Gemeente Dordrecht Stadswerken Memo Plaats Kenmerk Houten, 30 september 2005 300905/UG 188120 Aan
Aansluitverordening van de riolering in de gemeente Krimpen aan den IJssel
Aansluitverordening van de riolering in de gemeente Krimpen aan den IJssel De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum];
Regionale samenwerking en de Omgevingswet. Gert Dekker (VNG)
Regionale samenwerking en de Omgevingswet Gert Dekker (VNG) Bestuursakkoord Water (2011-2020) We zijn halverwege De rol van het GRP in de regionale samenwerking Ø Vastleggen zorgplichten Ø Planmatige uitvoering
Gemeente Nijkerk - Verordening afvoer regenwater en grondwater
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Nijkerk. Nr. 87172 30 juni 2016 Gemeente Nijkerk - Verordening afvoer regenwater en grondwater Raadsbesluit nummer 2016-011 De raad van de gemeente Nijkerk;
Water in Eindhoven. Studiedag Lokaal waterbeleid water in balans. 28 september Water in Eindhoven - Studiedag Lokaal waterbeleid, Antwerpen
Water in Eindhoven Studiedag Lokaal waterbeleid water in balans 28 september 2010 Aanleiding voor de stedelijke wateropgaven Maatregelen Effecten van maatregelen Omgaan met nieuwe extremen 1835 1921 2004
Gemeente Bergen Noord-Holland. Gemeentelijke Rioleringsplan 2011-2015. Samenvatting. Bergingskelder onder het Pompplein, Egmond aan Zee (2011)
Gemeente Bergen Noord-Holland Gemeentelijke Rioleringsplan 2011-2015 Bergingskelder onder het Pompplein, Egmond aan Zee (2011) Samenvatting Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Gemeente Bergen (NH) 1\11
Gemeentelijk rioleringsplan Leusden
Gemeentelijk rioleringsplan Leusden Planperiode 2009-2013 Stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater Ontwerp Gemeente Leusden postbus 150 3830 AD LEUSDEN Grontmij Nederland B.V. Houten, 2 december
verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2013-2017 Ontwerp GRP
verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2013-2017 Ontwerp GRP gemeente Vlissingen 01-04-2013 eindconcept rapport Colofon: Titel : Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2013-2017 Ontwerp GRP Status : Gegevens
De 'Verordening Rioolaansluiting Gemeente Mook en Middelaar 2017' vast te stellen.
Raadsvoorstel Gemeente Mook en Middelaar Agendapuntnummer : Documentnummer : Raadsvergadering d. d. Raadscommissie Commissie d.d. Programma Onderwerp Portefeuillehouder Bijlagen 23 februari 2017 Samenleving
SONENBREUGEL GEMEENTE
GEMEENTE SONENBREUGEL De raad der gemeente van de gemeente Son en Breugel. Overwegende, dat de Wet milieubeheer de bevoegdheid biedt bij verordening regels te stellen over het brengen van afvloeiend hemelwater
Gemeentelijk Rioleringsplan Oostzaan
Gemeentelijk Rioleringsplan Oostzaan planperiode 2013 t/m 2017 ONTWERP OVER-gemeenten Afdeling Gebied- en Wijkzaken WORMER Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 20 juni 2012, revisie Verantwoording Titel :
Toelichting Watertoets
Toelichting Watertoets Zorgboerderij Schoolstraat te Dongen projectnr. 203471 revisie 00 21 januari 2010 Opdrachtgever Vieya T.a.v. de heer J.W. Revet Postbus 134 5100 AC Dongen datum vrijgave beschrijving
Gemeentelijk rioleringsplan Zoetermeer
Gemeentelijk rioleringsplan Zoetermeer Stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater Planperiode 2011-2015 Ontwerp Gemeente Zoetermeer Grontmij Nederland B.V. Houten, 30 mei 2011 Verantwoording Titel
Raadsstuk. Haarlem. Onderwerp Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan
Haarlem Raadsstuk Onderwerp Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan 2018-2023 Nummer 2017/361078 Portefeuillehouder Sikkema, C.Y. Programma/beleidsveld 5.1 Openbare ruimte en mobiliteit Afdeling GOB/BBOR
Gemeente Doetinchem. Gemeentelijk Rioleringsplan Doetinchem 2010-2015. Witteveen+Bos. van Twickelostraat 2. postbus 233.
Gemeente Doetinchem Gemeentelijk Rioleringsplan Doetinchem 2010-2015 van Twickelostraat 2 postbus 233 7400 AE Deventer telefoon 0570 69 79 11 telefax 0570 69 73 44 INHOUDSOPGAVE blz. SAMENVATTING 1 1.
Verbreed GRP Coevorden Planperiode 2010-2014
Verbreed GRP Coevorden Planperiode 2010-2014 25 augustus 2009 Verantwoording Titel Verbreed GRP Coevorden 2010-2014 Opdrachtgever Gemeente Coevorden Projectleider Nils Kappenburg Auteur(s) Jeroen van Voorn
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Hulst
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Hulst Planperiode 2010 tot en met 2015 Gemeente Hulst Postbus 49 4560 AA Hulst Grontmij Nederland B.V. Middelburg, 30 september 2009 Verantwoording Titel : Verbreed
Programma van de avond: vgrp 2015-2019 Inwonersbijeenkomst. Positie vgrp5 gemeentebeleid. Even voorstellen. Relaties met beleid / plannen
vgrp 2015-2019 Inwonersbijeenkomst 8 Januari 2015 19:45 20:00 20:05 20:15 22:00 Programma van de avond: Welkom en voorstelronde Toelichting doel bijeenkomst Wat is een vgrp? Gesprek met de inwoners adv
Voorstel aan : Gemeenteraad van 14 december 2009 Door tussenkomst
Voorstel aan : Gemeenteraad van 14 december 2009 Door tussenkomst van Nummer : : Raadscommissie van 2 december 2009 Onderwerp : Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2010-2014 Bijlage(n) : 1. Gemeentelijk
Gemeentelijk Rioleringsplan Wormerland
Gemeentelijk Rioleringsplan Wormerland planperiode 2013 t/m 2017 ONTWERP ONTWERP OVER-gemeenten Afdeling Gebied- en Wijkzaken WORMER Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 13 maart 2012, revisie Verantwoording
De uitkomsten van het onderzoek van TAUW en de toetsing aan het huidige beleid, zijn in deze memo samengevat.
MEMO Datum : 24 mei 2016 Aan Van : Stadsdeelcommissie Noord : Hans van Agteren Onderwerp : Grondwateroverlast Enschede Noord Inleiding In het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) zijn zeven gebieden benoemd
Water- en Rioleringsplan
Water- en Rioleringsplan 2017-2021 Inleiding Hemelwater Oppervlaktewater overstort Afvalwater Grondwater Drinkwater Beleidskader Wet Milieubeheer afname- en zorgplicht voor afvalwater verplichting WRP
Van rioleringszaak naar gemeentelijke watertaak. De Wet gemeentelijke watertaken toegelicht
Van rioleringszaak naar gemeentelijke watertaak De Wet gemeentelijke watertaken toegelicht Van rioleringszaak naar gemeentelijke watertaak De Wet gemeentelijke watertaken toegelicht Inhoudsopgave Samenvatting
Juist (nu) aansluiten
Samenvatting aanpak project Juist (nu) aansluiten Opsteller: M.J.M. Wansink Status: definitief Projectfase: initiatie Datum: 9-3-2011 Versie: 0.2 Kopie: Opdrachtgever Projectteam Projectdossier (origineel)
Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijkerland Vendelweg XE Steenwijk Steenwijk, 19 mei 2009 Nummer voorstel: 2009/58
Voorstel aan de raad Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijkerland Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Steenwijk, 19 mei 2009 Nummer voorstel: 2009/58 Voor raadsvergadering d.d.: 02-06-2009 Agendapunt: Onderwerp:
Managementsamenvatting. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Valkenswaard
Managementsamenvatting Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Valkenswaard 2013-2017 mei 2012 Inhoudsopgave 1. Waarom een verbreed GRP? 5 2. Wat zijn de kaders van het vgrp? 7 3. Wat willen we bereiken?
Uitwerking hemelwaterbeleid gemeente Leeuwarderadeel
Uitwerking hemelwaterbeleid gemeente Leeuwarderadeel Voor: Opgesteld door: Versie 1 (14-06-2012) Uitwerking hemelwaterbeleid gemeente Leeuwarderadeel Dit document bevat 11 bladzijden. Ons kenmerk: 19312RA-MW-LED
Inhoudsopgave. 1 Inleiding 4. Gemeentelijk rioleringsplan Den Helder 2013-2017
Gemeente Den Helder Gemeentelijk Rioleringsplan 2013-2017 Den Helder, september 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 1.1 Wettelijk kader 4 1.2 Planhorizon 4 1.3 Belangrijkste relevant beleidskader voor de
Gemeente Beemster. B e l e i d s d o c u m e n t. j u n i 2 0 1 2 / O n t w e r p G R P
Gemeente Beemster B e l e i d s d o c u m e n t Gemeentelijk Rioleringsplan Beemster Planperiode 2012-2016 j u n i 2 0 1 2 / O n t w e r p G R P Gemeente Beemster B e l e i d s d o c u m e n t Gemeentelijk
dat het met name in het buitengebied, wijken met een apart vuilwaterriool en op bedrijventerreinen wenselijk is om dit verbod te laten gelden;
CONCEPT Besluit gebiedsaanwijzing afvoer hemelwater (artikel 4:44 APV) Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn; Overwegende dat artikel 4:44, eerste lid jo artikel 4:43 van de Algemene
ADVIES BURGEMEESTER EN WETHOUDERS. Datum B&W-vergadering : 10-11-2009 Openbaar Onderwerp : Grondwaterbeleid
ADVIES BURGEMEESTER EN WETHOUDERS Datum B&W-vergadering : 10-11-2009 Openbaar Onderwerp : Grondwaterbeleid Portefeuillehouder(s) : F.J.W. Saelman, Afdelingshoofd/hoofd OW: F. Hottinga Paraaf : Paraaf:
17 mei 2011. Thema avond Gemeentelijk Rioolplan
FLO/2011/8572 17 mei 2011 Thema avond Gemeentelijk Rioolplan Doel van het rioolstelsel: Volksgezondheid en milieu; Afvoer vuil water naar waterzuivering; Afvoer schoon regenwater. Wettelijke regels en
Gemeentelijk RioleringsPlan. 2009 t/m 2013
Gemeentelijk RioleringsPlan 2009 t/m 2013 Gemeentelijk Rioleringsplan planperiode 2009 t/m 2013 voor de gemeente Heemskerk Concept ONTWERP Pagina 1 van 40 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 1.1 Aanleiding...
Water in Tiel. 1 Naast regionale wateren die in beheer zijn bij de waterschappen, zijn er rijkswateren (de hoofdwateren
Water in Tiel Waterbeleid Tiel en Waterschap Rivierenland Water en Nederland zijn onafscheidelijk. Eigenlijk geldt hetzelfde voor water en Tiel, met de ligging langs de Waal, het Amsterdam Rijnkanaal en
Afvalwaterbeleidsplan BMWE/NZV
Afvalwaterbeleidsplan BMWE/NZV Afvalwaterteam BMWE/NZV, 27 november 2013 Inhoud Aanleiding Ketenbenadering Maatregelen Kosten en Baten Specificatie Bedum Organisatie Aanleiding BMWE samenwerking Vier nieuwe
Aan u wordt voorgesteld bijgevoegd verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan 2011-2015 vast te stellen.
Raadsvoorstel: Nummer: 2010-633 Onderwerp: Vaststellen verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan 2011-2015(vGRP2011-2015) Datum: 6 april 2011 Portefeuillehouder: A.J. Rijsdijk/ T. van der Torren Raadsbijeenkomst:
Zoals aangegeven zijn de gemeente Lelystad en het havenbedrijf Amsterdam de ontwikkelaars van het bedrijventerrein.
Notitie Contactpersoon Jeroen Lasonder Datum 24 mei 2013 Kenmerk N008-1213242JLO-gdj-V022 Flevokust: Watertoets 1 Inleiding De gemeente Lelystad en Havenbedrijf Amsterdam ontwikkelen samen bedrijventerrein
Bijlage 1: Afkortingen en begrippen
Bijlage 1: Afkortingen en begrippen Afkortingen AWZI Zie RWZI BBB (v)brp CZV DWA DOB GRP HWA IBA KRW NBW NW4 BergBezinkBassin Zie toelichting in begrippenlijst bij bergbezinkbassin. (verbreed) BasisRioleringsPlan
Rioleringsbeheerplan Terschelling
Rioleringsbeheerplan Terschelling 2016-2020 augustus 2016 Team Techniek en Uitvoering 1 2 Inhoudsopgave 1 Samenvatting...4 2 Inleiding...5 2.1 Doelen...5 2.2 Afvalwater...5 2.3 Hemelwater...5 2.4 Grondwater...6
Colofon. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Hardenberg. Planperiode: 2014 2018. Afdeling Openbaar Gebied Team Water & Team Civiel, riolering
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Gemeente Hardenberg 2014-2018 Colofon Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Hardenberg Planperiode: 2014 2018 Opdrachtgever: Opgesteld door: Gemeente Hardenberg Bestuursdienst
Verordening hemelwater en grondwater s-hertogenbosch 2017
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente 's-hertogenbosch Nr. 229214 22 december 2017 Verordening hemelwater en grondwater s-hertogenbosch 2017 De gemeenteraad van s-hertogenbosch heeft op 31 januari
Bijlagen: Gemeentelijk Rioleringsplan , inclusief samenvatting
svoorstel Onderwerp: Vaststellen Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2010-2015 Portefeuillehouder: J. Kuper Dienst Gebied Inrichting en beheer J. Vos, telefoon (0591-68 52 82) Aan de gemeenteraad Voorgesteld
Uitleg deze workshop. Succes! Geschiedenis
Uitleg deze workshop. Wetgeving wordt vaak als droge kost ervaren. Erg moeilijk door te lezen en soms vrij onbegrijpelijk. Toch hebben we in de procesindustrie ook met wetgeving te maken. In deze workshop
Module A1000 Beleid en regelgeving op hoofdlijnen. Inhoud
Module A1000 Beleid en regelgeving op hoofdlijnen Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Verantwoording 3 1.2 Wat is veranderd? 5 1.3 Opstellers en begeleidingscommissie 5 1.4 Leeswijzer 6 2 Rioleringszorg in haar beleidscontext
Notitie. 1. Beleidskader Water
Notitie Ingenieursbureau Bezoekadres: Galvanistraat 15 Postadres: Postbus 6633 3002 AP Rotterdam Website: www.gw.rotterdam.nl Van: ir. A.H. Markus Kamer: 06.40 Europoint III Telefoon: (010) 4893361 Fax:
Verordening afvoer hemelwater en grondwater gemeente Leeuwarden 2014
Verordening afvoer hemelwater en grondwater gemeente Leeuwarden 2014 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
Aansluitverordening Riolering Gemeente Heerlen Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen AANSLUITVERORDENING RIOLERING GEMEENTE HEERLEN 2006.
CVDR Officiële uitgave van Heerlen. Nr. CVDR13202_1 12 juli 2016 Aansluitverordening Riolering Gemeente Heerlen 2006 Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen AANSLUITVERORDENING RIOLERING GEMEENTE HEERLEN 2006.
E u r o p e e s w a t e r b e l e i d N a t i o n a a l W a t e r b e l e i d
B i j l a g e 1 : Beleidskader water Europees waterbeleid Kaderrichtlijn Water (KRW) De kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater.
Feiten over de riolering
Feiten over de riolering Prestaties Middelen en mensen Samenhangen Schaalverschillen Doeltreffendheid en doelmatigheid Stichting RIONED, februari 21 T.b.v. het feitenonderzoek in het kader van doelmatig
Notitie. Visiedocument GRP/BRP Brummen. 1 Inleiding - 15.004012 -
Notitie Contactpersoon Gwendolijn Vugs Datum 1 mei 2015 Kenmerk N001-1229319GBV-avd-V02-NL Visiedocument GRP/BRP Brummen 1 Inleiding Het huidig Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van de gemeente Brummen
Datum 14 januari 2011 Opgemaakt door afdeling Planvorming. Huidige samenwerking in de Veluwse afvalwaterketen
Datum 14 januari 2011 Opgemaakt door afdeling Planvorming Huidige samenwerking in de Veluwse afvalwaterketen Blad 2 van 6 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Huidige situatie; wat is er al bereikt?... 4
: gemeente Heerde : Evert de Lange : Rob Boshouwers (DHV), Jasper Timmer (Waterschap Veluwe)
ogo MEMO Aan Van Kopie Dossier Project Betreft : gemeente Heerde : Evert de Lange : Rob Boshouwers (DHV), Jasper Timmer (Waterschap Veluwe) : BA7950-100-100 : Bedrijventerrein Wapenveld Noord : Watertoetsnotitie
150 Doel en status Leidraad riolering Gaat over hoe u de Leidraad riolering kunt gebruiken en over de status van de informatie.
200 Inhoudsopgave 100 Voorwoord Voorwoord van de voorzitter van Stichting RIONED en de minister van VROM. 200 Inhoudsopgave Geeft een overzicht en omschrijving van de modules. 150 Doel en status Leidraad
Aansluitverordening riolering gemeente Overbetuwe Onderwerp: Aansluitverordening riolering gemeente Overbetuwe 2012
CVDR Officiële uitgave van Overbetuwe. Nr. CVDR252238_1 13 februari 2018 Aansluitverordening riolering gemeente Overbetuwe 2012 Onderwerp: Aansluitverordening riolering gemeente Overbetuwe 2012 Ons kenmerk:
