Verordening Subsidiering Huurdersorganisaties BESLUITEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Verordening Subsidiering Huurdersorganisaties BESLUITEN"

Transcriptie

1 Aanbiedingsformulier Onderwerp Verordening Subsidiering Huurdersorganisaties In te vullen door Bestuurssecretariaat Ontwerper Parafanten Directeuren Portefeuilleh. B&W Nr: / Dienst : BoWo BoWo ROWR circulatie Sector : Wonen Openbaar: ja Naam : W.J. van Mourik R.V nr: Tst.nr : 5980 Commissie: Datum : BESLUITEN 1. de Raad voor te stellen Verordening Subsidiering Huurdersorganisaties met terugwerkende kracht per 1 januari 2001 vast te stellen. 2. het benodigde aanvullende budget ad ,- voor de periode tot 2006 te betalen uit de voorziening sociale huurwoningen (complex 90 grondbedrijf) voor zover niet gedekt uit de reguliere begroting. 3. dit besluit toe te sturen aan de Commissie voor Sociale Infrastructuur en de Agenda Commissie. Korte overwegingen Sinds 1995 worden huurdersorganisaties gesubsidieerd door de Gemeente Leiden. Deze nieuwe verordening is opgesteld om een beter budgetteerbaar systeem te krijgen, rekening houdend met de de belangen en rol van de huurdersorganisaties. Bij besluit heeft het College van B&W besloten om een voorstel voor een nieuwe verordening aan de Gemeenteraad te doen. Formatieve consequenties n.v.t. Begrotingsconsequenties In de voorgestelde verordening wordt een subsidieplafond van ,- voorgesteld. Dit bedrag is beargumenteerd in de nota. Het budget voor bewoners-ondersteuning bedroeg in ,- en bedraagt in Voorgesteld wordt het benodigde aanvullende budget ad ,- voor de periode tot 2006 te laten betalen uit de voorziening sociale huurwoningen voor zover niet gedekt uit de reguliere begroting. Hiermee is rekening gehouden bij de bestemming van het saldo van het complex voorzieningen sociale huurwoningen.

2 Verordening Subsidiëring Huurdersorganisaties. Leiden, 3 juni Nr. : Dnst. : BOWO Inleiding De gemeente Leiden verleent geldelijke steun aan huurdersorganisaties. Daartoe is de verordening financiering huurdersverenigingen 1995 vastgesteld. Doel van deze verordening is het mogelijk maken van gemeentelijke financiële steun aan huurdersverenigingen die samenwerken met woningcorporaties. De vigerende verordening dateert van 1995 en was oorspronkelijk bedoeld voor de periode Bij raadsbesluit is de werking van de verordening verlengd naar 1998 en Bij besluit van het College van Burgemeester en Wethouders is besloten om een voorstel te doen voor een nieuwe verordening en vooruitlopend daarop voor het jaar 2000 de bestaande huurdersorganisaties subsidie uit te keren op basis van de oude verordening. 2. Evaluatie oude verordening Krachtens de oude verordening krijgen huurdersverenigingen per lid een bedrag van 5,45 1 uitgekeerd. In de praktijk blijkt dit moeizaam te werken doordat nog niet alle verenigingen een redelijk aantal leden hebben (sommige zijn pas recent opgericht) en omdat de grootte van de corporaties - en daarmee het potentiële aantal leden van een huurdersvereniging - sterk varieert. Op basis van de oude verordening is vijf jaar lang subsidie uitgekeerd. Om voldoende recht te doen aan de belangen van de huurdersverenigingen is de verordening ruimhartig toegepast. Alle bestaande huurdersorganisaties ontvangen (regulier) subsidie. Om subsidie te verkrijgen, richten de huurdersorganisaties daartoe een verzoek aan ons College. De huidige praktijk is dat dit beperkt blijft tot een brief met daarin het aantal leden en het verzoek om uitbetaling van subsidie. Tabel 1 geeft een overzicht van de uitgekeerde subsidiebedragen. Daarbij dient vermeld te worden dat de BRES in 2000 subsidie heeft ontvangen voor de jaren 1999 en Het subsidiebeslag in het jaar 2000 bedroeg daarmee ongeveer ,--. Tabel 1 Huidige situatie Subsidie per jaar (in ) Corporatie HBS de Sleutels 1.370, , ,87 HZEV Wbv ZEV 544, , , ,09 1 De genoemde bedragen zijn in deze notitie strikt omgerekend volgens de in de EU-verordening 1103/97 vastgestelde koers 1 = fl. 2,20371 en vervolgens is op- en afgerond op hele eurobedragen in het voordeel van de huurdersorganisaties.

3 HOOD Wbv Ons Doel 3.947, , , ,18 HBV Portaal 4.900, , , ,17 BRES SLS 3.702,85 Totaal 9.393, , , ,15

4 3. Overwegingen met betrekking tot een nieuwe verordening Ontwikkeling positie en rol van de Leidse huurdersorganisaties Bij het inwerking treden van de oude verordening waren er drie opgerichte huurdersorganisaties met een volledige rechtspersoonlijkheid in de vorm van een vereniging. Van een georganiseerde samenwerking tussen gemeente, corporaties en huurdersorganisaties was toen nog geen sprake. De subsidieverordening was dan ook met name bedoeld om deze huurdersorganisaties in de startfase financieel te ondersteunen, zodat zij een eigen positie in het speelveld van de Leidse volkshuisvesting konden verwerven. In het najaar van 1996 presenteerde de drie huurdersorganisaties en de toen nog bestaande bewonersraden van De Sleutels en de SLS (deze zijn inmiddels ook veranderd in formele huurdersorganisaties) de schaduwnota Commercieel concurreren of Samenwerken vanuit sociaal ondernemerschap?. Deze schaduwnota had tot doel de discussie over wonen vanuit het huurdersbelang te beïnvloeden. Na het presenteren van de schaduwnota werden de overleggen tussen de gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties geïntensiveerd en kregen steeds meer vorm en inhoud. De huurdersorganisaties werden bijvoorbeeld als klankbord betrokken bij het tot stand brengen van het inmiddels vigerende convenant prestatieafspraken tussen gemeenten en corporaties. Bovendien namen de huurdersorganisaties daarna deel aan enkele werkgroepen die gevormd werden als uitvloeisel van deze prestatieafspraken. In het najaar van 1998 vond het eerste formele driehoeksoverleg plaats tussen de gemeente, corporaties en de huurdersorganisaties, waarin de eerste contouren van een convenant voor een Drie-partijen-overleg (DPO-overleg) werden besproken. In deze periode werd ook de nota bouwen voor leegstand gepresenteerd. In de zomer van 1999 is het DPO-overleg geformaliseerd door middel van een convenant. Hierin is geregeld op welke wijze partijen op basis van gelijkwaardigheid vanuit de eigen verantwoordelijkheid een positieve bijdrage kunnen leveren aan de bevordering van de kwaliteit van de volkshuisvesting. Op dit moment zijn de huurderorganisaties betrokken bij de totstandkoming van nieuwe prestatieafspraken tussen de gemeente Leiden en de corporaties en bij het opstellen van een sociaal statuut, waarin de individuele rechten en plichten van bewoners in de sociale huursector geregeld worden in het geval van grootonderhoud, renovatie en sloop. Daarnaast vormen huurdersorganisaties voor de gemeente Leiden een belangrijke gesprekspartner bij de verdere uitvoering en uitwerking van de doelstellingen voor de programmalijn wonen uit het MOP.

5 Vergelijking met andere steden Uit een in 1998 gehouden landelijk onderzoek van de Woonbond blijkt dat van de huurdersorganisaties in Nederland slechts 14% een bijdrage van de gemeente ontvangt. Gemiddeld ontvangen huurderorganisaties van de gemeente een bedrag van 3,63 per lid of van 2,90 per woning. Het maximale bedrag dat door de gemeenten wordt uitgekeerd bedraagt 5,45 per lid of 7,71 per woning. Dit betekent dat de gemeente Leiden met haar 5,45 per lid in 1998 in ieder geval een koppositie innam wat betreft de financiële ondersteuning van de huurdersorganisaties. Het onderzoek maakt niet duidelijk of de huurdersorganisaties met een hogere subsidie in verhouding meer inspanning en kwaliteit hebben geleverd dan de huurdersorganisaties met een lagere subsidie. Op 1 december 1998 is de wet op het overleg huurder-verhuurders (de Overlegwet) van kracht geworden. Het in 1998 uitgevoerde onderzoek van de Woonbond diende in feite als een soort nulmeting van de stand van zaken met betrekking tot het overleg met de verhuurders. De bedoeling was het onderzoek na enige tijd te herhalen, zodat duidelijk wordt of de wet in de praktijk enig effect sorteert en wellicht moet worden verbeterd. Dit onderzoek wordt momenteel uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn nog niet beschikbaar. Subsidiëring conform Overlegwet Sinds de Overlegwet worden huurdersorganisaties officieel erkend als overlegpartner van de sociale en particuliere verhuurder. De Overlegwet verplicht de verhuurder van tenminste 100 woningen ertoe met de huurdersorganisatie te overleggen, haar adviezen serieus te nemen en geld beschikbaar te stellen. De Overlegwet legt daartoe vast dat de verhuurder tenminste 50% van de kosten aan de huurdersorganisatie dient te vergoeden die rechtstreeks samenhangen met en redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taken die te maken hebben met het uitoefenen van het informatie- en adviesrecht. Onder deze kosten worden mede de kosten van scholingsactiviteiten begrepen. Subsidiering door woningcorporaties Op basis van de afgesloten samenwerkingsovereenkomsten tussen de corporaties en de daaraan gelieerde huurdersorganisaties kan duidelijk worden gemaakt hoe de corporaties in Leiden inmiddels invulling hebben gegeven aan de nieuwe overlegwet. In de onderstaande tabel 2 wordt per corporatie aangegeven welke bijdragen de huurdersorganisaties van hun corporaties in 2001 hebben ontvangen. Tabel 2 Huurdersorganisaties Bijbehorende corporatie Subsidie Huurdersorganisatie Subsidie bewonerscommissies HBS Wbv de 5,45 per woning, Uit subsidie HO Sleutels Zijnde ~ ,90 HZEV Wbv Zijl en ,11, Uit subsidie HO Vliet Zijnde ~ 6,35 per woning HOOD Wst. Ons Doel ,06, 7.260,48

6 Zijnde ~ 12,71 per woning HBV Wst. Portaal 8,17 per woning, Zijnde ~ ,80 BRES St. Leidse 4,31 per woning, Studentenhuis Zijnde ,83 + -vesting 2,72 per lid, zijnde 1.021,01 op basis van schatting van 350 leden Totaal ,84 HOOD beheert dit budget ,31 HBV beheert dit budget Nog in ontwikkeling In het vigerende convenant prestatieafspraken tussen de gemeente Leiden en de corporaties zijn ooit afspraken gemaakt over de wederzijdse financiële bijdrage aan de ondersteuning van huurdersorganisaties. Daarbij werd afgesproken dat de corporaties minimaal 5,45 per lid zouden betalen aan hun huurdersorganisaties, in overeenstemming met de vigerende verordening van de gemeente. Een dergelijke afspraak blijft in de toekomst ook wenselijk. Subsidiëring door particuliere verhuurders In de gemeente Leiden worden ruim woningen verhuurd via de particuliere verhuurmarkt. Een klein gedeelte van deze particuliere verhuurders heeft een woningbezit van meer dan 100 woningen en dient volgens de Overlegwet met haar huurders overleg te voeren (bijvoorbeeld Stichting Huisvesting Werkende Jongeren, Hofjeswoningen en Philips). Op dit moment is het niet inzichtelijk of deze verhuurders ook huurders-organisaties hebben en of zij hiermee voldoende overleg voeren. In de vigerende verordening Subsidiering Huurdersorganisaties komen huurdersorganisaties van particuliere verhuurders niet voor subsidie in aanmerking. Gezien de werkingssfeer van de overlegwet is het wenselijk huurdersorganisaties van particuliere verhuurders in principe ook recht op subsidiering te geven. Algemene subsidieverordening 1998 De in raadsbesluit vastgestelde Algemene subsidieverordening 1998(ASV) stelt algemene randvoorwaarden vast voor het verstrekken van subsidies door de Gemeente Leiden. De ASV is gebaseerd op en getoetst aan de Algemene Wet Bestuursrecht. De ASV definieert diverse subsidievormen. Een waarderingsubsidie wordt gedefinieerd als een financiële bijdrage die het College voor Burgemeester en Wethouders verstrekt ter ondersteuning van het goede doel, zonder dat een concrete activiteit wordt vereist of anderszins voorwaarden worden gesteld aan de activiteiten. Ledensubsidie is een variant van de waarderingsubsidie, waarbij de hoogte van het bedrag afhankelijk is van het aantal leden. Voor de huurdersorganisaties lijkt deze Ledensubsidie de aangewezen vorm. Voor de andere subsidievormen (inputsubsidie en outputsubsidie) dient er een uitvoeringsovereenkomst te worden afgesloten en is een zware verantwoording vereist. Gelet op het totale bedrag dat met de subsidiering van huurdersorganisaties gemoeid is, lijkt een ledensubsidie de aangewezen weg. Voor meer informatie over deze subsidievorm verwijzen wij naar Deel IV van de ASV 1998.

7 Subsidiëringsmethodiek Ten aanzien van de subsidiëringsmethodiek spelen er drie belangrijke punten: Ten eerste is het voor de gemeente wenselijk om een methodiek te ontwikkelen, die beheersbaar en budgetteerbaar is. Met andere woorden: vooraf moet er duidelijkheid gecreëerd worden over de te verwachte uitgaven.

8 Ten tweede dient het aantal woningen van de corporatie waaraan de huurdersorganisatie verbonden is een rol te spelen in de hoogte van het subsidiebedrag. Het is immers logisch om te veronderstellen dat werkzaamheid bij een grotere corporatie een hogere werkdruk en daarmee hogere kosten voor de huurdersorganisatie met zich meebrengt. Aan de andere kant stimuleert de huidige regeling huurdersorganisaties om zoveel mogelijk leden te verwerven. Door het vaste bedrag per lid hebben zij daar immers een direct financieel belang bij. In het nieuwe stelsel wil ons college ook deze prikkel vasthouden. Daarom stellen wij u een gecombineerd systeem voor, waarin zowel het aantal woningen van de corporatie als het aantal leden van de corporatie een rol speelt in de bepaling van de hoogte van de subsidie. Representativiteit huurdersorganisaties De Overlegwet geeft antwoord op de vraag wanner men van een representatieve huurdersorganisatie mag spreken. Onder een huurdersorganisatie wordt verstaan een vereniging of stichting, met als doelstelling het behartigen van de belangen van de huurders van een bepaalde verhuurder. De huurderorganisatie dient vervolgens conform artikel 1, lid f van de Overlegwet te voldoen aan de volgende kwantitatieve en kwalitatieve eisen: a) bij een particuliere verhuurder dient een huurdersorganisatie te kunnen aantonen dat zij tenminste 50% van de huurders in haar werkgebied vertegenwoordigt. Dit percentage mag door de verhuurder worden verminderd en geldt niet voor sociale verhuurders; b) het bestuur wordt gekozen of aangewezen door en uit de huurders die zij vertegenwoordigt; c) de huurdersorganisatie houdt de huurders op de hoogte van haar activiteiten en betrekt hen bij haar standpuntbepaling; d) de huurdersorganisatie schrijft ten minst 1x per jaar een vergadering uit voor de huurders. In deze vergadering legt zij verantwoording af van haar activiteiten van het afgelopen jaar en bespreekt haar plannen voor het komende jaar en stelt deze vast; e) de huurdersorganisatie geeft alle huurders die wonen in de woningen die zij vertegenwoordigt de kans zicht bij haar aan te sluiten. Het is wenselijk dat de huurdersorganisaties om voor subsidie in aanmerking te komen, kunnen aantonen dat zij aan deze eisen van representativiteit voldoen. 4. Voorstel voor een nieuwe verordening subsidiering huurdersorganisaties Overwegende het bovenstaande is het wenselijk de subsidiering huurdersorganisaties te continueren. Gezien de ervaringen met de huidige subsidiemethodiek is het wel wenselijk de subsidie aan de huurdersorganisaties op een andere manier te berekenen. Hieronder wordt daarom een nieuwe subsidiemethodiek beschreven alsmede de bijbehorende financiële consequenties en uitvoering.

9 Nieuwe subsidiemethodiek Het onderstaande voorgestelde systeem gaat er vanuit dat alle huurdersorganisaties verenigingen zijn. Aangezien alle corporaties een huurdersorganisatie hebben, ligt het in de lijn der verwachting dat er geen complicaties zullen optreden. Het voorstel betreft namelijk een combinatie van een vast basisbedrag en subsidie per lid. Tevens wordt er een subsidieplafond ingesteld. a) er wordt een absoluut subsidieplafond ingesteld voor financiering van de huurdersorganisaties. Dit schept de gewenste beheersbaarheid en budgeteerbaarheid voor de gemeente. Wij stellen een subsidieplafond dat aansluit bij het huidige niveau van uitgaven. Indien gewenst, zou het College van Burgemeester en Wethouders voor meerdere jaren het subsidieplafond kunnen vaststellen (bijvoorbeeld tot 2005); b) allereerst is het wenselijk om de subsidie deels te koppelen aan het aantal woningen van de verhuurder waaraan de huurdersorganisatie verbonden is en dit als basisbedrag uit te betalen. Dit basisbedrag wordt vastgesteld door middel van een tabel; c) het resterende bedrag (subsidieplafond minus som van basisbedragen) worden uitgekeerd per lid. Hiertoe worden de aantallen leden van alle huurdersorganisaties bij elkaar opgeteld. Vervolgens wordt het resterende bedrag gedeeld door het totaal aantal leden van alle huurdersverenigingen. Elke huurdersvereniging krijgt naar rato dan, bovenop het basisbedrag, een subsidie per lid; d) ten aanzien van de verantwoording door de huurdersorganisatie lijkt het verstandig om aan te sluiten bij art 17.2 van de ASV (verplichting tot het indienen van een inhoudelijk en financieel verslag). Daarnaast stellen wij voor om het toezenden van een activiteitenplan en begroting dan wel een beleidsplan met een financiële paragraaf als voorwaarde te stellen; e) het is wenselijk alle huurderorganisatie zoals omschreven in artikel 1 van de Overlegwet de gelegenheid te geven subsidie aan te vragen. Dit betekent dat ook huurdersorganisaties van particuliere verhuurders van meer dan 100 wooneenheden subsidie kunnen aanvragen. Daaraan gekoppeld dient wel de huurdersorganisatie te kunnen aantonen te voldoen aan de gestelde eisen van representativiteit in artikel 1, lid f van de Overlegwet. Financiële consequenties nieuwe subsidiemethodiek Het bedrag dat voor deze subsidie gereserveerd wordt dient aangepast te worden aan de autonome ontwikkeling tot nu toe. Het aantal huurdersorganisaties is toegenomen alsmede de participatiegraad, wat inmiddels heeft geleid tot een hoge uitkering dan begroot. In 2000 werd door deze autonome ontwikkeling, na correctie voor de dubbele uitbetaling aan de BRES, voor ongeveer 14,975,-- aan subsidie uitgekeerd, terwijl slechts voor 9.303,-- in de begroting van 2000 was gereserveerd. Een aanpassing van de begroting naar een reservering van ,-- is daarom gewenst. Daarnaast hebben de huurdersorganisaties een blijvende rol als overlegpartner ingenomen. Vooral in het licht van de in gang gezette herstructurering van de wijken in Leiden en de daarbij benodigde participatie vanuit de bewoners is een goed toegeruste huurdersorganisatie ook in de toekomst voor de gemeente nodig en belangrijk. Van de huurdersorganisaties zal daardoor ook meer worden gevraagd en is een extra verhoging bovenop de autonome aanpassing van het subsidieplafond tot ,-- redelijk. Bovendien kan door huurdersorganisaties van particuliere verhuurders extra aanspraak worden gedaan op de gereserveerde subsidie.

10

11 Verantwoording, aanvraag en toekenning subsidie Wij stellen de volgende procedure voor met betrekking tot de subsidieaanvraag en verantwoording door de huurdersorganisaties: a) huurdersorganisaties dienen voor 1 augustus van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft een schriftelijk verzoek in bij ons college, met daarin de vermelding van het ledenaantal op 1-7 van het betreffende jaar en een bank- of gironummer; b) tevens zenden zij bij de aanvraag mee: het jaarverslag met een financiële verantwoording over het voorafgaande jaar; het activiteitenplan voor het komende jaar vergezeld van de begroting; bewijs dat zij voldoen aan de representativiteit conform artikel 1, lid f van de Overlegwet; c) voor het overige wordt aangesloten bij de ASV Wij stellen uw Raad voor het hierna in ontwerp afgedrukte besluit te nemen. De Raad der gemeente Leiden; Burgemeester en Wethouders van Leiden, de Secretaris, de wnd. Burgemeester, P.I.M. v.d. WIJNGAART. W. LEMSTRA. Gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders (raadsvoorstel nr van 2002); B E S L U I T: I. de navolgende Verordening Subsidiëring Huurdersorganisaties vast te stellen. Artikel 1 Aan huurdersorganisaties zoals omschreven in de Wet op het Overleg Huurders en Verhuurders kan in de vorm van een jaarlijkse bijdrage geldelijke steun worden verleend. Deze geldelijke steun is een ledensubsidie in de zin van art. 1 van de Algemene Subsidieverordening Artikel 2 De gemeente stelt jaarlijks een subsidieplafond vast. Voor de periode van 2001 tot en met 2005 bedraagt dit ,-- per jaar. Artikel 3 Een huurdersorganisatie dient jaarlijks voor 1 augustus een schriftelijke subsidieaanvraag in. Deze aanvraag omvat ten minste: 1.1. Het aantal leden van de huurdersorganisatie per 1 juli van het betreffende jaar. 1.2.Het bank- of girorekeningnummer van de huurdersorganisatie. Artikel 4 Bij de subsidieaanvraag wordt meegezonden: 1.3.Een jaarverslag met financiële verantwoording over het voorafgaande jaar.

12 1.4.Een activiteiten- of beleidsplan met begroting over het lopende jaar. 1.5.Bewijs van representativiteit conform artikel 1, lid f van de Overlegwet. Artikel 5 Indien de aanvraag aan de eisen in art 3 en 4 voldoet, dan kan geldelijke steun worden toegekend. Artikel 6 De hoogte van de geldelijke steun wordt als volgt vastgesteld: 6.1. Er wordt een basisbedrag toegekend op basis van het aantal in Leiden gelegen wooneenheden van de verhuurder aan wie de huurdersorganisatie verbonden is, en wel: Tabel 3 Aantal woningen Basisbedrag per Van tot en met huurdersorganisati e , , , , En meer 2.300, Na toekenning van de basisbedragen wordt het resterende budget (subsidieplafond minus de som van alle basisbedragen) aan de aanvragers toegekend naar rato van het aantal in Leiden aangesloten leden volgens art 3.1. Artikel 7 De uitvoering van deze verordening wordt opgedragen aan Burgemeester en Wethouders. Artikel 8 Waar deze Verordening geen uitsluitsel biedt, is de vigerende Algemene Subsidieverordening van kracht. Artikel 9 Deze verordening geldt vanaf 1 januari 2001 of zoveel later als zij door de Gemeenteraad wordt vastgesteld tot en met 31 december Artikel 10 Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Subsidiering Huurdersorganisaties. II. Het benodigde aanvullende budget ad voor de periode tot 2006 te betalen uit de voorziening sociale huurwoningen (complex 90 Grondbedrijf), voor zover niet gedekt uit de reguliere begroting en de daarvoor bijgevoegde benodigde begrotingswijziging over het jaar 2002 vast te stellen.

13 Gedaan ter openbare vergadering van De Griffier, De Voorzitter,