Minder Boos! een preventief groepsprogramma voor kinderen met gedragsproblemen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Minder Boos! een preventief groepsprogramma voor kinderen met gedragsproblemen"

Transcriptie

1 Albert Boon, Matthijs Bogaerts, Yvonne van der Berg & Saskia de Gijsel Minder Boos! een preventief groepsprogramma voor kinderen met gedragsproblemen Een evaluatieonderzoek 1 SAMENVATTING Doelstelling: Het onderzoeken van de uitkomst van Minder Boos!, een cognitief gedragstherapeutisch preventieprogramma voor kinderen (8-12) met gedragsproblemen. Respondentgegevens: 43 deelnemers aan het preventieprogramma van De Jutters in Den Haag. Werkwijze: Bij de ouders en leerkrachten werden een voor- en nameting afgenomen. De resultaten van de onderzoeksgroep werden vergeleken met die van een referentiegroep. Bevindingen: De ouders en leerkrachten melden een sterke afname van gedragsproblemen en agressie. Conclusies: In de praktijk was al gebleken dat Minder Boos! beter aansluit bij de doelgroep van de preventieve zorg dan vergelijkbare programma s. In dit onderzoek blijkt de uitkomst van de training ongeveer gelijk aan de resultaten van bestaande trainingen. 1 Inleiding Zowel in de algemene media als in de vakliteratuur is de aandacht voor gedragsstoornissen de afgelopen jaren sterk toegenomen. Kinderen met gedragsproblemen vormen niet alleen een last voor hun directe omgeving maar ook voor de maatschappij (Boon, De Haan & De Boer, 2010). Ook in hun verdere ontwikkeling lopen zij een groot risico, omdat zonder interventie de problemen in de adolescentie en de volwassenheid kunnen leiden tot ernstige sociale problemen, antisociaal gedrag, schooluitval en persoonlijkheidsproblematiek (Loeber, Burke, Lahey, Winters & Zera, 2000; Matthys, 1999). Gedragsstoornissen ontstaan als gevolg van een complex proces waarbinnen biologische (neurologische factoren, temperament, verbaal en executief functioneren), psychologische (hechting en sociale informatieverwerking) en sociale factoren (gezinsklimaat, buurt en economische status) een rol spelen (Dishion, French & Patterson, 1995). In de richtlijnen van het JAACAP (2007) wordt op basis van etiologie en beloop geconcludeerd dat vroege interventie en preventie van groot belang zijn, omdat de kans op succesvolle behandeling afneemt naarmate de gedragsproblemen langer aanwezig zijn. Prevalentiecijfers zijn niet eenduidig en worden mede bepaald door de mate van tolerantie in de maatschappij. Van de basisscholieren voldoet 2 tot 6 procent aan de DSM-IV-TR (APA, 2000) criteria van een gedragsstoornis of een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (Matthys, 2007), maar aangenomen wordt dat de groep kinderen en jongeren met gedragsproblemen veel groter is. Van der Ploeg (2007) komt op vijftien procent, waarvan tien procent licht en vijf procent ernstig probleemgedrag vertoont. De meeste behandelingen zijn gebaseerd 116 Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 51 (2012)

2 op het sociale informatieverwerkingsmodel dat zowel de oorzakelijke als de in stand houdende factoren van gedragsproblemen verklaart (Crick & Dodge, 1994). Dodge omschrijft in zijn model zes stappen in sociale informatieverwerking die nodig zijn om een sociale situatie op een adequate manier op te lossen (zie Tabel 1). In iedere stap kan een verwerkingsfout leiden tot afwijkend en mogelijk niet-sociaal gedrag. De informatieverwerking bij jongens met gedragsproblemen blijkt bij alle stappen afwijkend te verlopen (Orobio de Castro, 2001). Kinderen met gedragsproblemen hebben een aandachtsbias voor agressie, beschikken over gebrekkige vaardigheden om sociale informatie te interpreteren, definiëren problemen in vijandige termen en kennen leeftijdsgenoten vijandige intenties toe. In sociale situaties reageren zij zonder de situatie te overzien of over alternatieve interpretaties te beschikken. Zij kunnen uit weinig alternatieve oplossingsstrategieën kiezen, hebben weinig zelfbeheersing en zij hebben de verwachting dat agressief gedrag meer oplevert dan sociaal gedrag (Lochman & Dodge, 1994; Orobio de Castro, Merk, Koops, Veerman & Bosch, 2005). Binnen het model van Dodge ligt de nadruk op cognitie. Orobio de Castro, Bosch, Veerman en Koops (2003) hebben emoties aan het model toegevoegd. Zij stellen dat emoties naast sociale cognitie een belangrijke rol spelen in het evalueren van sociale situaties en de keuze van gedrag. In het denken over agressie wordt onderscheid gemaakt tussen proactieve en reactieve agressie (Dodge & Coie, 1987) en deze concepten spelen een belangrijke rol in behandelprotocollen (Orobio de Castro et al., 2005). Reactieve agressie is gedrag dat het gevolg is van een direct waargenomen of ervaren bedreiging, waarop kinderen boos en impulsief reageren. Proactieve agressie is doelgericht, intimiderend gedrag dat gericht is op het bevredigen van de eigen behoeften. Beide concepten bieden ook een verklaring voor het in stand blijven van agressief gedrag. Reactieve agressie wordt veroorzaakt en in stand gehouden door een interactie tussen temperament, persoonlijkheidskenmerken en vroegkinderlijke leerervaringen. Proactieve agressie komt voort uit een leergeschiedenis waarin agressief gedrag belonend heeft gewerkt en wordt in stand gehouden door operante leerprincipes. Alhoewel beide vormen van agressie sterk met elkaar samenhangen, stellen Merk, Orobio de Castro, Koops en Matthys (2005), op basis van een meta-analyse, dat kinderen met reactieve agressie meer zullen profiteren van een training dan kinderen met proactieve agressie. Binnen de huidige richtlijnen voor kinderen met gedragsproblemen worden geprotocolleerde oudertrainingen geadviseerd, aangevuld met een kindgerichte training (JAACAP, 2007; Matthys, 2007). Uit een meta-analyse blijkt dat de effectgrootte voor oudertrainingen.47 is en van kindtrainingen.35 (McCart, Priester, Davies & Azen, 2006). In de praktijk blijkt het echter vaak niet mogelijk om ouders te motiveren een training te volgen. Dikwijls onderschatten zij hun eigen rol en de bijdrage die zij aan de oplossing kunnen leveren en veel ouders vinden dat hun kinderen zelf de belangrijkste oorzaak zijn van hun gedragsproblemen. Omdat hun kind ruziemaakt, pest, niet luistert en gezag niet accepteert, vinden zij dat hun kind een gerichte behandeling nodig heeft. Het is moeilijk om deze groep ouders te motiveren voor een oudertraining (Durlak, Rubin & Kahng, 2001), terwijl zij vaak wel bereid zijn hun kind mee te laten doen aan een kindgerichte training. Uit onderzoek is gebleken dat de Jeugd- GGZ er slecht in slaagt om kinderen van niet-nederlandse herkomst te bereiken. Om beter aan te sluiten bij deze doelgroep heeft de afdeling preventie van De Jutters het programma Minder Boos! ontwikkeld 117

3 Tot nu toe zijn er twee Nederlandstalige programma s, Zelfcontrole van Van Manen, Prins en Emmelkamp (2004) en Minder Boos en Opstandig van Van der Wiel et al. (2007). Beide programma s zijn onderzocht op effectiviteit in ambulante kinder- en jeugd-ggz. Voor Zelfcontrole werd een gemiddelde effectgrootte gevonden van.50 direct na het programma en.76 een jaar later (afname gedragsproblemen gerapporteerd door ouders en leerkrachten en toename sociale cognitieve vaardigheden). Het programma Zelfcontrole is ook onderzocht als preventieprogramma op school voor kinderen met milde gedragsproblemen, daarvoor werd een gemiddelde effectgrootte gevonden van.62 (Vincken, Eijkelenboom, Muris & Meesters, 2004). Het programma Minder Boos en Opstandig bestaat uit een gecombineerde kind en oudertraining. Voor de afname van externaliserend gedrag werden effectgroottes van.67 (volgens ouders) en.24 (volgens leerkrachten) gevonden. Uit onderzoek is gebleken dat de Jeugd- GGZ er slecht in slaagt om kinderen van niet-nederlandse herkomst te bereiken. Om beter aan te sluiten bij deze doelgroep heeft de afdeling preventie van De Jutters het programma Minder Boos! ontwikkeld (Boon, De Haan & De Boer 2011), en de oefeningen van de bestaande programma s bleken te ver af te staan van de belevingswereld van de Haagse (grotendeels allochtone) jeugd. In deze programma s wordt veel theorie behandeld, maar in de praktijk bleek dat bij deze doelgroep de aandachtsspanne te kort was voor het uitgebreid voor- en nabespreken van leerdoelen, huiswerkopdrachten en oefeningen. Bovendien houden deze progamma s te weinig rekening met hoe een groep kinderen met gedragsproblemen elkaar kunnen beïnvloeden. Door niet te lang stil te staan bij werkvormen en kort te benoemen wat de kern van de opdracht is en vervolgens door te gaan naar de volgende opdracht kan deze onderlinge beïnvloeding worden doorbroken. Minder Boos! onderscheidt zich doordat er meer actief wordt geoefend. De kinderen leren meer van de combinatie denken en doen dan van denken alleen. Daarom is er naast de cognitieve insteek veel ruimte voor ervaringsgericht en praktisch oefenen. De training is levendig en speels van opzet en gericht op het actief oefenen tijdens rollenspellen, samenwerkingsopdrachten, spelletjes en wedstrijdjes. Zo sluit de training aan bij de belevingswereld en ontwikkelingsleeftijd van de deelnemers (De Gijsel, 2007). Het programma wordt aangeboden als geïndiceerde preventie en beoogt daarmee verergering van gedragsproblemen te voorkomen. Minder Boos! bestaat uit meerdere theoretische bouwstenen. Het programma volgt het sociale informatieverwerkingsmodel van Dodge (Crick & Dodge, 1994). Gebaseerd op de cognitieve gedragstherapie, worden per stap vaardigheden geoefend. Zelfbeheersing oefenen kinderen middels de stappen van zelfobservatie, zelfevaluatie en zelfbekrachtiging en daarmee versterken zij hun eigen gedrag (Kanfer, 1977). Omdat kinderen met gedragsproblemen vaak een achterstand op sociaal gebied hebben en egocentrisch denken (Matthys, 2007), komen in de training elementen uit een sociale vaardigheidstraining (Omgaan met anderen, 1999) en probleemoplossingsvaardigheden terug (zie Tabel 1). Ouders worden door middel van een ouderavond, huiswerkopdrachten, een werkboek en het samen met de kinderen opstellen van de leerdoelen, bij de training betrokken. Bij de ontwikkeling van Minder Boos! is gebruikgemaakt van Omgaan met anderen (Preventie, 1999), het programma Zelfcontrole van Van Manen (2001), Alles Kidzzz van Kruuk en Hüdenpohl (2002) en Leren omgaan met Boosheid van Muller en Colijn (1999). 118

4 Het doel van dit onderzoek is het evalueren van het resultaat van Minder Boos! De vraagstelling van het onderzoek is of deelname aan de training een afname van gedragsproblemen, proactieve en reactieve agressie, zoals gerapporteerd door ouders en leerkrachten, tot gevolg heeft. Naar verwachting zal de reactieve agressie sterker afnemen dan de proactieve agressie. Verder wordt verwacht dat op externaliserend gedrag er vergelijkbare of grotere effectgroottes gevonden zullen worden dan bij Zelfcontrole en Minder Boos en Opstandig. 2 Methode 2.1 Design Bij aanvang van het onderzoek werd aan ouders en aan leerkrachten gevraagd de Strength and Difficulties Questionnaire (SDQ) en Reactieve en Proactieve Agressie vragenlijst (RPAV) in te vullen over gedragsproblemen, reactieve en proactieve agressie. Na de training werden dezelfde instrumenten nogmaals afgenomen. De groep deelnemers bestond uit 43 kinderen (37 jongens en 6 meisjes), de leeftijd varieerde tussen de acht en twaalf jaar (M=9.77, SD=.996). Bijna de helft (48.8%) van de deelnemende kinderen had een niet- Nederlandse afkomst. De deelnemers werden voor de training aangemeld omdat zij volgens ouders en leerkrachten lichte tot milde gedragsproblemen hadden die een belemmering vormden voor hun sociale en schoolse functioneren 2.2 Deelnemers De deelnemers werden voor de training aangemeld omdat zij volgens ouders en leerkrachten lichte tot milde gedragsproblemen hadden die een belemmering vormden voor hun sociale en schoolse functioneren. Ze waren door ouders, huisarts of door school aangemeld bij de afdeling preventie van Stichting De Jutters. Een deel van de kinderen was specifiek voor Minder Boos! aangemeld, andere deelnemers werden op basis van de aanmeldgegevens geïndiceerd. Kinderen met ernstiger gedragsproblemen werden verwezen naar een behandelafdeling van De Jutters. De deelnemers aan Minder Boos! waren tussen de acht en twaalf jaar oud en volgden regulier basisonderwijs. Zij hadden nog geen behandeling voor hun gedragsproblemen of andere psychische klachten gehad. Tabel 1 Onderdelen van Minder Boos! De stappen van het sociale Sociale Probleemoplosmethode informatieverwerkingsmodel Vaardigheidstraining (Crick & Dodge, 1994) 1 Waarnemen en decoderen van Luisteren, opletten en Probleemsituaties herkennen een sociale situatie houding Wat is het probleem? 2 Vormen van mentale representatie Gevoelens en situaties en interpreteren van de sociale situatie herkennen en benoemen 3 Het stellen van doelen Wat kan ik doen? 4 Responsgeneratie of het bedenken Verplaatsen in anderen van mogelijke reacties Wat zal er gebeuren als ik voor Opkomen voor jezelf en oplossing kies? 5 Kiezen van gedrag assertiviteit Wat is de beste oplossing? Kritiek geven en krijgen Hoe moet ik de situatie aanpakken? 6 Het gedrag (uitvoeren van respons en Boosheid en jezelf beheersen Hoe is het gegaan? mogelijk terugkoppeling naar stap 1) 119

5 De kinderen moesten zelf aan de groep willen deelnemen en (eventueel met behulp van ouders) eigen leerdoelen kunnen verwoorden. Vanaf januari 2008 tot juli 2009 is aan alle deelnemers gevraagd om mee te doen aan het onderzoek. Deelname aan het onderzoek was op vrijwillige basis, alle ouders hebben een informed consent formulier getekend. Vier kinderen vielen buiten het onderzoek omdat de ouders niet wilden deelnemen, maar hebben wel de training gevolgd. 2.3 Instrumenten De Strength and Difficulties Questionnaire (SDQ) Van de SDQ, ontworpen als screeningsinstrument om probleemgedrag zo vroeg mogelijk te herkennen bij kinderen van vier tot achttien jaar (Goodman, 2001), is de ouder- en leerkrachtenversie gebruikt. De vragenlijst is samengesteld op basis van veel voorkomende symptomen van DSM-classificaties. De vragenlijst meet de aanwezigheid van psychosociale en gedragsproblemen en de gevolgen daarvan op het dagelijkse functioneren. Daarnaast bevat de lijst vragen over sterke kanten van het kind. De vragenlijst bestaat uit 25 items en heeft een nagenoeg gelijke versie voor ouders en leerkrachten. Er worden vijf subschalen berekend (hyperactiviteit/aandachtstekort, emotionele problemen, problemen met leeftijdsgenoten, gedragsproblemen en prosociaal gedrag). De eerste vier subschalen vormen de totale probleemscore. Alle vragen hebben drie antwoordcategorieën; niet waar (score 0), een beetje waar (score 1) en zeker waar (score 2) (Goedhart, Treffers & Widenfelt, 2003). De impactschalen zijn in dit onderzoek niet afgenomen. Er bestaat voor ouders en leerkrachten een follow-up versie. Uit onderzoek naar validiteit en betrouwbaarheid blijkt dat de Nederlandse versie dezelfde psychometrische kwaliteiten bezit als de oorspronkelijke versie. De betrouwbaarheid en validiteit zijn voldoende (Muris, Meesters & Van den Berg, 2003; Widenfelt, Goedhart, Treffers & Goodman, 2003; NIP, 2007) De Reactieve en Proactieve Agressie vragenlijst (RPAV) De RPAV van Dodge en Coie (1987) is in het Nederlands vertaald door Orobio de Castro en collega s (Hendrickx, Crombez, Roeyers & Orobio de Castro, 2003). Dodge en Coie (1987) ontwikkelden deze korte vragenlijst voor leerkrachten zodat zij reactieve en proactieve agressie kunnen onderscheiden. De vragenlijst kan door ouders en leerkrachten van negen- tot dertienjarige kinderen worden ingevuld. De vragenlijst bestaat uit zes items. Drie items meten reactief agressief gedrag ( Reageert kwaad en wraakzuchtig bij plagerijen, Geeft andere kinderen bij ruzie de schuld en Reageert kwaad bij ongelukjes ) en drie items meten proactief agressief gedrag ( Zet anderen aan om iemand te pesten, Gebruikt fysiek geweld om de baas te zijn en Pest en bedreigt om zijn zin te krijgen ). De vragen worden gescoord op een vijfpuntsschaal (1 is nooit waar, 5 is bijna altijd waar). De subschalen reactief en proactief agressief gedrag worden berekend door de somscore van de drie items van elke schaal bij elkaar op te tellen. De betrouwbaarheid en validiteit evenals de factorstructuur worden als voldoende beoordeeld (Hendrickx et al., 2003). Er wordt geoefend met rollenspelen, registratieopdrachten, spelletjes en doe -opdrachten. Daarnaast is er psycho-educatie en zijn er groepsbeloningen. Bij aanvang van de training is er een ouderavond waar de achtergrond, de doelstelling en de opzet van de training wordt uitgelegd 2.4 Inhoud programma De training bestaat uit acht bijeenkomsten van anderhalf uur. Iedere groep 120

6 bestaat uit maximaal acht deelnemers en twee begeleiders. Alle deelnemers krijgen een eigen werkboek met het programma en de huiswerkopdrachten. In Bijlage 1 is een tabel opgenomen waarin staat wat er in de bijeenkomsten behandeld wordt en wat de doelstelling is voor de betreffende bijeenkomst. Er wordt geoefend met rollenspelen, registratieopdrachten, spelletjes en doe -opdrachten. Daarnaast is er psycho-educatie en zijn er groepsbeloningen. Bij aanvang van de training is er een ouderavond waar de achtergrond, de doelstelling en de opzet van de training wordt uitgelegd. Tijdens deze bijeenkomst wordt ook aan de ouders uitgelegd hoe ze hun kinderen kunnen ondersteunen. 2.5 Procedure Na ontvangst van het aanmeldformulier van de verwijzer of ouders werden kind en ouders uitgenodigd voor een intakegesprek met een van de trainers. Kinderen en ouders kregen bij de uitnodiging voor de intake een brief waarin de opzet en het doel van het onderzoek werd uitgelegd en waarin vermeld werd dat deelname aan het onderzoek op vrijwillige basis was. In de brief zaten ook de vragenlijsten voor de eerste meting. Ouders konden de SDQ en de RPAV thuis invullen en meenemen naar het intakegesprek. In het intakegesprek werd met het kind en de ouders bekeken of Minder Boos! een passend hulpaanbod was en er werden persoonlijke leerdoelen opgesteld. Ouders kregen een formulier waarin zij schriftelijk konden aangeven of hun zoon of dochter mee zou doen aan het onderzoek. De kinderen kregen een envelop mee voor de leerkracht met daarin uitleg over het onderzoek en de vragenlijsten. De eerste meting vond een of twee weken voor de eerste bijeenkomst van de training plaats. Na de training werden dezelfde vragenlijsten nogmaals afgenomen. Ouders en leerkrachten vulden nogmaals de SDQ en de RPAV in. De vragenlijsten werden in een envelop tijdens de laatste bijeenkomst aan de deelnemers meegegeven. Ook vond er een eindgesprek plaats waarin het verloop besproken werd en bekeken werd of er meer hulp nodig was. 2.6 Statistische analyses T-toetsen voor begin- en eindmetingen ( Paired Sampled T-Test ) zijn per onderzoeksvraag uitgevoerd met behulp van SPSS (versie 17). Om meer zicht te krijgen op eventuele behandeleffecten werden de Effect Size (ES) en de Reliable Change Index (RCI) berekend. De ES (Cohen, 1988) werd berekend door de gemiddelde score van de nameting af te trekken van de gemiddelde score op de voormeting en dit te delen door de gepoolde standaarddeviatie van voormeting en nameting. De ES geeft dan aan hoeveel eenheden van de standaarddeviatie de groep verbeterd of verslechterd is. Een positieve ES duidt op een positief effect. Een effectgrootte van kleiner dan.20 staat voor geen of zeer weinig effect, een ES van duidt op een klein effect, een ES van is middelgroot en bij een ES van.80 of hoger is er sprake van een grote ES. De RCI is een maat voor individuele verandering, de RCI wordt berekend door het verschil tussen de voor- en nameting te delen door de standaardmeetfout van het betreffende instrument. Zo kan bekeken worden of de verandering betekenisvol is en niet berust op de onbetrouwbaarheid van het instrument (Veerman, 2008). 3 Resultaten Er is een redelijke overeenstemming tussen de scores van de ouders en de leerkrachten op de SDQ en de RAPV. Op de schaal probleemgedrag totaal van de SDQ bedroeg de correlatie tussen ouders en leerkrachten.41 (p<.01), maar op de subschalen werd geen significante correlatie gevonden. Op de RAPV werd 121

7 op beide schalen een significante correlatie gevonden tussen het oordeel van de ouders en leerkrachten. De correlatie van.48 (p<.01) tussen reactieve en proactieve agressie is hoog te noemen. Ouders en leerkrachten rapporteren op de SDQ en de RAPV een vermindering van probleemgedrag. Bij de deelnemers aan Minder Boos! is er volgens ouders een afname (p<.01) van gedragsproblemen en overige probleemschalen op de SDQ en prosociaal gedrag neemt licht toe. De ES voor gedragsproblemen op de SDQ is middelgroot (.68). Voor de training bevonden de scores op de subschalen van de SDQ (op emotionele problemen na) zich zowel volgens ouders als volgens leerkrachten in het klinisch gebied (in Tabel 2 vetgedrukt). Na de training vinden we voornamelijk scores die in het normaalgebied liggen. Behalve op de schalen gedragsproblemen en prosociaal gedrag waar volgens de leerkrachten nog scores worden gehaald in het klinisch gebied. Maar ook op deze schalen is er sprake van een belangrijke vermindering van het probleemgedrag. Er is een afname van pro- en reactieve agressie op de RAPV (p<.01) bij de deelnemers. Reactieve agressie neemt relatief gezien het meest af. Er is een groot effect (ES.85). Proactieve agressie neemt minder af (ES.43). In vergelijking met de normgroep hebben de deelnemers nog wat meer reactieve agressie na de training, maar vallen zij wat proactieve agressie betreft binnen het normaalgebied. De RCI laat zien dat een groot percentage (van 34.9% tot 100%) van de deelnemers significant verbetert op alle schalen. Alle probleemschalen laten een significante afname zien bij de deelnemers. Er is ook volgens de leerkrachten een toename van prosociaal gedrag, deze toename is groter dan die door ouders van de deelnemers werd gerapporteerd. De leerkrachten zien ook een grotere afname van de problemen met leeftijdgenoten dan de ouders. De af- name van gedragsproblemen is minder groot in vergelijking met die gerapporteerd door de ouders. Op de RAPV is er een grote afname van reactieve agressie, hiervoor wordt een effectgrootte gevonden van.80, voor proactieve agressie wordt net als bij de ouders een effectgrootte gevonden van.43. De gemiddelde score voor proactieve agressie is na de training ongeveer gelijk aan die van de normgroep. 4 Discussie Minder Boos! is ontwikkeld door de afdeling Preventie van De Jutters om de kinderen die worden aangemeld een training aan te bieden die past bij de grootstedelijke jeugd. Het is belangrijk dat kinderen met gedragsproblemen tijdig worden bereikt, omdat een vroegtijdige interventie kan voorkomen dat hun ontwikkeling verder bedreigd wordt. De interventie is ontwikkeld omdat de bestaande programma s niet goed aansloten bij de doelgroep. Dit vanuit de gedachte dat praten en rollenspellen alleen niet voldoende zijn, maar dat actief en speels oefenen beter past bij het ontwikkelingsniveau en de belevingswereld van de deelnemers. In vergelijking met soortgelijke programma s is de training actiever en wordt er meer ervaringsgericht geoefend. Onderzocht is of de deelnemers van Minder Boos! volgens ouders en leerkrachten minder gedragsproblemen en reactieve en proactieve agressie laten zien. De resultaten zijn vergeleken met de uitkomsten van vergelijkbare onderzoeken. Op zowel de SDQ als de RAPV werd een robuust effect gevonden. Ouders en leerkrachten zagen minder gedragsproblemen na de training. Ook nam ander probleemgedrag gemeten met de SDQ af. Hoewel de kinderen worden aangemeld voor de training omdat zij volgens ouders en leerkrachten lichte tot milde gedragsproblemen hadden die een belem- 122

8 Binnen de Minder Boos! -groep was er een hoge correlatie tussen proactieve en reactieve agressie. Beide vormen van agressie namen af. Vooral het effect op reactieve agressie was groot. Hoewel de deelnemers na de training nog wel meer reactieve agressie lieten zien dan de normgroep. Er werd geen verschil meer gevonden tussen de scores die ouders en leerkrachten gaven voor proactieve agressie na de training. Er waren in de onderzoeksgroep geen kinderen die alleen reactieve of proactieve agressie hadden, dit komt mogelijk omdat beide soormering vormden voor hun sociale en schoolse functioneren, blijkt uit de resultaten van de SDQ dat de gemiddelde scores van deze groep op bijna alle probleemschalen in het klinisch gebied liggen. De problematiek is dus ernstig te noemen. Een groot percentage van de kinderen verbetert duidelijk. Op de meeste schalen van de SDQ en RAPV komen de scores na de training in het normaalgebied. De deelnemers scoorden dus na afloop niet veel hoger dan hun leeftijdgenoten die niet voor behandeling zijn aangemeld. Tabel 2 Vergelijking van de voor- en nameting op de SDQ en RAPV N= 52 Voormeting Nameting RCI Gem SD Gem SD t ES %vb %gv %s Ouders SDQ -Emotionele problemen ** Gedragsproblemen ** Hyperactiviteit/ aandachtstekort ** Problemen met leeftijdsgenoten ** Prosociaal gedrag*** * Probleemgedrag Totaal ** RAPV -Reactieve agressie ** Proactieve agressie ** Leerkrachten SDQ -Emotionele problemen ** Gedragsproblemen * Hyperactiviteit/ aandachtstekort ** Problemen met leeftijdsgenoten ** Prosociaal gedrag*** ** Probleemgedrag Totaal ** RAPV -Reactieve agressie ** Proactieve agressie ** In de tabel staat bij de gemiddelde scores bij voor- en nameting vet gedrukt welke waarde zich in het abnormaal gebied van de normgroep bevindt. De schalen (***) zijn gespiegeld, een negatieve t-waarde en ES staat voor toename in gedrag. *p<.05; **p<.01. RCI %vb is percentage verbetering na Minder Boos! %gv is percentage geen verandering %s is percentage slechter geworden. 123

9 ten agressie vaak samen voorkomen. Een andere mogelijkheid is dat kinderen met dit soort agressie niet zijn aangemeld. Voor de groep kinderen met beide vormen van agressie is Minder Boos! een geschikte interventie. In vergelijking met het onderzoek naar Zelfcontrole en Minder Boos en Opstandig worden vergelijkbare effectgroottes gevonden. Wanneer wordt gekeken naar afname van problemen en externaliserend gedrag is de effectgrootte van Minder Boos! ongeveer even groot als die van Minder Boos en Opstandig. De effectgrootte van Zelfcontrole is wat lager, in de berekening van het effect zijn alle meetinstrumenten opgenomen. Van Manen et al. (2004) vonden een jaar na Zelfcontrole een groter effect dan direct na de training. Mogelijk is het effect van Minder Boos! na een jaar ook groter. Binnen de theorievorming over het ontstaan en in stand houden van gedragsproblemen wordt overwogen om, naast het sociaal-cognitieve model van Dodge, emoties als factor toe te voegen (Orobio de Castro et al., 2003). Mogelijk is het inspelen op emoties en het actieve en speelse karakter van de Minder Boos! -groep het element dat bijdraagt aan het succes van het programma. Er hebben zes meisjes aan het onderzoek deelgenomen. Het overgrote deel van de literatuur gaat specifiek over jongens. Het is voor vervolgonderzoek belangrijk om te onderzoeken of de interventie even effectief is voor meisjes en of bij hen andere factoren een rol spelen. Mogelijk moeten er seksespecifieke aanpassingen aan het programma komen. Voor kinderen die worden aangemeld met gedragsproblemen is Minder Boos! een goede interventie. Het is in de praktijk ontwikkeld om beter aan te sluiten bij de doelgroep van de preventieve zorg. Uit dit onderzoek blijkt dat door het programma de gedragsproblemen verminderen. Hierdoor zullen deze problemen minder met de ontwikkelingstaken interfereren en zal de omgeving minder belast worden. Dit resulteert er uiteindelijk in dat er op de maatschappelijke kosten van het probleemgedrag bespaard wordt. In dit onderzoek is Minder Boos! niet met een controlegroep vergeleken. Dit maakt vervolgonderzoek naar de effectiviteit nodig. Er zal een Randomized Controlled Trial uitgevoerd moeten worden voordat er uitspraken over effectiviteit gedaan kunnen worden. Toch zijn de resultaten van dit onderzoek veelbelovend. NOOT 1 Dit onderzoek is uitgevoerd door Matthijs Bogaerts in het kader van zijn opleiding Klinisch Psycholoog K&J bij de RINO-groep. De auteurs willen de medewerkers van de afdeling preventie van De Jutters bedanken voor het mogelijk maken van dit onderzoek en hulp bij het verzamelen van de data. GERAADPLEEGDE LITERATUUR American Psychiatric Association (2000). Diagnostic and statistical manual of mental disorders, text revision (DSM-IV-TR). Washington D.C.: A.P.A. Boon, A.E., Haan, A.M. de & Boer, S.S.B. de (2010). Marokkaanse daderpopulaties en de Jeugd- GGZ. Onbehandelde gedragsstoornissen en maatschappelijke problemen. Maandblad Geestelijke Volksgezondheid, 65, Boon, A.E., Haan, A.M. de & Boer, S.S.B. de (2011). Te weinig kinderen van niet-westerse herkomst komen in de Jeugd-GGZ. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 50, Cohen, J. (1988). Statistical power analysis for the behavioral sciences. (2de Ed.). Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum. 124

10 Crick, N.R. & Dodge, K.A. (1994). A review and reformulation of social information-processing mechanisms in children s social adjustment. Psychological Bulletin, 115, Crowley, T.T., Mikulich, S.K., Ehlers, K.M., Hall, S.K. & Whitmore, A.E. (2003). Discriminative Validity and Clinical Utility of an Abuse-Neglect Interview for Adolescents with Conduct and Substance Use Problems. American Journal of Psychiatry, 160, Dishion, T.J., French, D.C. & Patteron, G.R. (1995). The development and ecology of antisocial behavior. In D. Cicchetti & D.J. Cohen (Eds.), Developmental psychopathology, Vol. 1. Theory and methods ( ). New York: John Wiley & Sons. Dodge, K.A. & Coie, J.D. (1987). Social-information processing factors in reactive and proactive aggression in children s peer groups. Journal of personality and social psychology, 53, Durlak, J.A., Rubin, L.A. & Kahng, R.D. (2001). Cognitive Behavioral Therapy for Children and Adolescents With Externalizing Problems. Journal of Cognitive Psychotherapy, 15, Gijsel, S. de (2007). Minder Boos. Draaiboek voor begeleiders. Den Haag: Interne uitgave Afdeling preventie, Stichting De Jutters, Centrum voor Jeugd GGZ regio Haaglanden. Goedhart, A., Treffers, F. & Widenfelt, B.M. van (2003). Vragen naar psychische problemen bij kinderen en adolescenten. De Strengths and Difficulties Questionnaire (sdq). Maandblad Geestelijke Volksgezondheid, 58, Goodman, R. (2001). Psychometric properties of the Strengths and Difficulties Questionnaire. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 40, Hendrickx, M., Crombez, G., Roeyers, H. & Orobio de Castro, B. (2003). Psychometrische evaluatie van de Nederlandse versie van de Agressie Beoordelingsschaal van Dodge en Coie (1987). Tijdschrift voor gedragstherapie, 36, JAACAP (2007). Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry. Practice Parameter for the Assessment and Treatment of Children and Adolescents With Oppositional Defiant Disorder. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 46, Kanfer, F.H. (1977). The many faces of self-control, or behaviour modification changes its focus. In R.B. Stuart (Ed.), Behavioural self-management. Strategies, Techniques and outcomes. New York: Bruner/Mazel. Kruuk, J.M.P. & Hüdenpohl, M.H. (2002). Alles Kidzzz. Trainersmap. s-hertogenbosch: Reinier van Arkel groep. Lochman, J.E. & Dodge, K.A. (1994). Social cognitive processes of severely violent, moderately aggressive, and nonaggressive boys. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 62, Loeber, R., Burke, J.D., Lahey, B.B., Winters, A. & Zera, M. (2000). Oppositional defiant and conduct disorder: A review of the past 10 years, Part I. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 39, Manen, T.G. van (2001). Zelfcontrole. Een sociaalcognitief interventieprogramma voor kinderen met agressief en oppositioneel gedrag. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum. Manen, T.G. van, Prins, P.J.M. & Emmelkamp, P.M.G. (2004). Reducing Aggressive Behavior in Boys With a Social Cognitive Group Treatment: Results of a Randomized, Controlled Trial. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, Matthys, W. (1999). Oppositioneel-opstandige en antisociale gedragsstoornissen in de kinderleeftijd: pathogenese, diagnostiek en behandeling. Tijdschrift voor Psychiatrie, 9, Matthys, W. (2007). Gedragsstoornissen. In F. Verheij, F.C. Verhulst & R.F. Ferdinand R.F. (red.), Kinder- en jeugdpsychiatrie, behandeling en begeleiding (pp ). Assen: Van Gorcum. McCart, M.R., Priester, P.E., Davies, W.H. & Azen, R. (2006). Differential effectiveness of behavioral parent-training and cognitive-behavioral therapy for antisocial youth: A meta-analysis. Journal of Abnormal Child Psychology, 34, Merk, W., Orobio de Castro, B., Koops, W. & Matthys, W. (2005). The distinction between reactive and proactive aggression: Utility for theory, diagnosis and treatment? European Journal of Developmental Psychology, 2, Muller, N. & Colijn, S. (1999). Leren omgaan met Boosheid. De Anger Control Training voor pu- 125

11 bers en adolescenten. In C. d Escury-Koenigs, A. Van der Linden & T. Snaterse (red). Preventie tot straf. Naar meer sociale vaardigheden bij jongeren (pp ). Lisse: Swets and Zeitlinger. Muris, P., Meesters, C. & Berg, F. van den (2003). The Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ): Further evidence for its reliability and validity in a community sample of Dutch children and adolescents. European Child & Adolescent Psychiatry, 12, 1-8. NIP (Nederlands Instituut van Psychologen). (2007). Documentatie van tests en testresearch in Nederland. Aanvulling 2007/2. NIP/ Boom. Omgaan met anderen Sociale vaardigheidstraining (1999). Den Haag: Interne uitgave afdeling preventie van Parnassia. Orobio de Castro, B. (2001). Emoties en sociale cognities van kinderen en jongeren met antisociale gedragsproblemen. Kind en Adolescent, 22, Orobio de Castro, B., Bosch, J.D., Veerman, J.W. & Koops, W. (2003). The Effects of Emotion Regulation, Attribution, and Delay Prompts on Aggressive Boys Social Problem Solving. Journal Cognitive Therapy and Research, 27, Orobio de Castro, B., Merk, W., Koops, W., Veerman, J.W. & Bosch, J.D. (2005). Emotions in Social Information Processing and Their Relations With Reactive and Proactive Aggression in Referred Aggressive Boys. Journal of Clinical Child & Adolescent Psychology, 34, Ploeg, J.D. van der (2007). Behandeling van gedragsproblemen. Initiatieven en inzichten. Rotterdam: Lemniscaat. Veerman, J.W. (2008). Methode voor Kwantificeren en toetsen van effecten. In T.A. Yperen & J.W. Veerman (Eds.), Zicht op effectiviteit. Handboek voor praktijkgericht onderzoek in de jeugdzorg (pp ). Delft: Eburon. Vincken, M., Eijkelenboom, A., Muris, P. & Meesters, C. (2004). Zelfcontrole. Een effectief interventie-programma voor kinderen met agressief en oppositioneel gedrag. Kind en Adolescent Praktijk, Widenfelt, B.M. van, Goedhart, A.W., Treffers, P.D.A. & Goodman, R. (2003). Dutch version of the Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ). Journal European Child & Adolescent Psychiatry, 12, Wiel, N.M.H. van der, Matthys, W., Cohen-Kettenis, P.T., Maassen, G.H., Lochman, J.E. & Engeland, H. van (2007). The effectiveness of an experimental treatment when compared to care as usual depends on the type of care as usual. Behaviour Modification, 31, OVER DE AUTEURS Dr. Albert Boon is psycholoog-onderzoeker bij Stichting De Jutters centrum voor Jeugd-GGZ Haaglanden en De Fjord centrum voor Orthopsychiatrie en Forensische Jeugdpsychiatrie. Drs. M.F. Bogaerts, is klinisch psycholoog en manager behandelzaken van het behandelcentrum Emotionele Stoornissen van Stichting De Jutters centrum voor Jeugd-GGZ Haaglanden. 126

12 Drs. Yvonne van den Berg werkt als orthopedagoog bij de afdeling preventie van Stichting De Jutters centrum voor Jeugd-GGZ Haaglanden als programmaleider collectieve en depressiepreventie. Drs. Saskia de Gijsel is Orthopedagoog-Generalist i.o. bij de afdeling Preventie van Stichting De Jutters centrum voor Jeugd- GGZ Haaglanden. Bijlage 1 Inhoud training Minder Boos (De Gijsel, 2007) Bijeenkomst Doel bijeenkomst Inhoud bijeenkomst 1. Kennismaken 2. Goed waarnemen 3. Gevoelens onderscheiden 4. Boosheid en jezelf beheersen 5. Geheugensteuntjes en probleemoplosmethode 6. Assertiviteit 7. Kritiek geven en krijgen 8. Eindbijeenkomst - Kennismaken, weten wie waarom meedoet, opstellen groepsregels, weten wat verwacht kan worden, positief aan elkaar presenteren. - Sociale tekens decoderen, leren duidelijk te praten, goed luisteren, verplaatsen in gevoel ander. - Gevoelens opnoemen en onderscheiden, woorden geven aan gevoel, start Boosheidformulier. - Zicht krijgen op eigen Boosheid, zicht krijgen op eigen gedachten, weten en merken Boosheid, beheersing krijgen. - Toepassen geheugensteuntjes, start probleemoplosmethode (komt terug in bijeenkomsten 6, 7 en 8) en toepassen hiervan. - Opkomen voor jezelf en gevolgen hiervan, reageren op provocaties. - Omgaan met en geven van feedback en kritiek. - Opnoemen wat moeilijke situaties zijn zonder Boos worden, benoemen eigen valkuilen, benoemen gedachten omtrent eigen Boosheid, weten hoe zij zichzelf kunnen beheersen, benoemen waar deelnemers goed in zijn. - Kennismaking, namenrondje, groepsregels, groepsthermometer (beloningssysteem)*, leerdoelen*, herkennen positieve eigenschappen en kwartetspel positieve eigenschappen, huiswerk*, positief afsluiten*, ontvangen eigen werkboek. - Terugblik*, luisteroefening, luisterhouding, gevoelens herkennen (in gesproken taal), verplaatsen in gedachten en gevoel van ander. - Gevoelens herkennen en benoemen (oa gezichtsuitdrukkingen). Boosheidformulier (herkennen eigen Boosheid). - Boosheidformulier, spel over Boosheidinner speech bevorderen, ontplofkaart (in kaart brengen verschillende stadia Boosheid). - Via eigen geheugensteuntje meer zelfbeheersing, probleemoplosmethode. - Uitleg over assertiviteit, oefenen nee zeggen, oefenen met opkomen voor jezelf (rollenspel en ganzenbordspel). - Groepsgesprek en tips over kritiek. Ganzenbordspel over kritiek en zelfbeheersing, kwartetspel bijeenkomst 1. - Afsluitspel (herhaling van alle onderdelen), benoemen wat geleerd is en bereikt is en hoe deelnemer voortaan moeilijke situaties aan kan pakken op manier die bij hem past. Diploma en koek en limonade. *Deze onderdelen komen iedere bijeenkomst terug. 127

Externaliserend. school

Externaliserend. school Externaliserend probleemgedrag behandelen op school Gerly de Boo & Juliëtte Liber Universiteit van Amsterdam ZonMw: Jeugd Vroegtijdige signalering & interventies evidence based interventies externaliserend

Nadere informatie

Zelfcontrole : Een effectief interventie-programma voor kinderen met agressief en oppositioneel gedrag

Zelfcontrole : Een effectief interventie-programma voor kinderen met agressief en oppositioneel gedrag Kind en Adolescent Praktijk (2003) 03:2 8 DOI 10.1007/BF03059528 ARTIKELEN Zelfcontrole : Een effectief interventie-programma voor kinderen met agressief en oppositioneel gedrag Manon Vincken Anneke Eijkelenboom

Nadere informatie

Leef je in! Een sociaal cognitieve vaardigheidstraining voor jongeren met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblemen

Leef je in! Een sociaal cognitieve vaardigheidstraining voor jongeren met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblemen Leef je in! Een sociaal cognitieve vaardigheidstraining voor jongeren met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblemen Judith Arendsen, junior onderzoeker Research & Development Programma Ontwikkeling

Nadere informatie

6 Psychische problemen

6 Psychische problemen psychische problemen 6 Psychische problemen Gonneke Stevens In onderzoek naar de gezondheid en het welzijn van jongeren is het relevant aandacht te besteden aan psychische problematiek, waarbij vaak een

Nadere informatie

Oudertraining Incredible Years effectief bij gedragsprobleem jong kind

Oudertraining Incredible Years effectief bij gedragsprobleem jong kind Foto: Martine Sprangers Investering in training weegt op tegenkostenprobleemgedrag Oudertraining Incredible Years effectief bij gedragsprobleem jong kind Door Patty Leijten, Maartje A.J. Raaijmakers, Bram

Nadere informatie

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Online screening Online behandeling - Effectiviteit

Nadere informatie

Training Routine Outcome Monitoring en het bespreken van feedback

Training Routine Outcome Monitoring en het bespreken van feedback Training Routine Outcome Monitoring en het bespreken van feedback door van Programma 1. Wat is ROM en waarom? 2. Welke vragenlijsten worden ingevuld? 3. Hoe zien de rapportages er uit? 4. Hoe kun je de

Nadere informatie

Kinderen met Internaliserende Problemen. The Effectiveness of Psychodynamic Play Group Therapy for Children. with Internalizing Problems.

Kinderen met Internaliserende Problemen. The Effectiveness of Psychodynamic Play Group Therapy for Children. with Internalizing Problems. Spelgroepbehandeling voor kinderen met internaliserende problemen De Effectiviteit van een Psychodynamische Spelgroepbehandeling bij Kinderen met Internaliserende Problemen. The Effectiveness of Psychodynamic

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Pouw, Lucinda Title: Emotion regulation in children with Autism Spectrum Disorder

Nadere informatie

Interculturele psychiatrie en jeugd-ggz

Interculturele psychiatrie en jeugd-ggz Interculturele psychiatrie en jeugd-ggz mr.dr. Lieke van Domburgh Onderzoeker Vumc, afd. Kinder- en Jeugdpsychiatrie Hoofd afdeling O&O Intermetzo prevalentie problemen: etniciteit en gender (Zwirs 2006)

Nadere informatie

Zorgmonitor boostersessie

Zorgmonitor boostersessie Programma 1. Welke vragenlijsten worden ingevuld? 2. Hoe zien de rapportages er uit? 3. Hoe kun je de rapportage met cliënten bespreken bij de intake of start van de behandeling? 4. Hoe kun je de rapportage

Nadere informatie

Zorgmodule Minder Boos en Opstandig

Zorgmodule Minder Boos en Opstandig Zorgmodule Minder Boos en Opstandig Zorgaanspraak: Zorgaanbieder: Jeugdhulp op accommodatie zorgaanbieder, groep Entreá HULPVRAAG Doelgroep De doelgroep bestaat uit normaal begaafde kinderen tussen de

Nadere informatie

ZELFCONTROLE OMSCHRIJVING VAN DE DOELGROEP ZELFCONTROLE. JONGENS en MEISJES. REACTIEF en PROACTIEF

ZELFCONTROLE OMSCHRIJVING VAN DE DOELGROEP ZELFCONTROLE. JONGENS en MEISJES. REACTIEF en PROACTIEF ZELFCONTROLE Een sociaal cognitief interventieprogramma voor kinderen met agressief en oppositioneel gedrag Teun van Manen, De Heel Zaans Medisch Centrum SOCIAAL COGNITIEF INTERVENTIE PROGRAMMA blijkt

Nadere informatie

Accare. Dr. C. Blijd PREVENTIE EN VROEG INTERVENTIE

Accare. Dr. C. Blijd PREVENTIE EN VROEG INTERVENTIE PREVENTIE EN VROEG INTERVENTIE Forensische Jeugd- en orthopsychiatrie Dr. C. Blijd hoofd behandelzaken en (forensisch kinderen jeugdpsychiater bij Forensische Jeugd- en orthopsychiatrie Groningen ( Stichting

Nadere informatie

Change Your Mindset! Petra Helmond & Fenneke Verberg Research & Development, Pluryn

Change Your Mindset! Petra Helmond & Fenneke Verberg Research & Development, Pluryn Change Your Mindset! Petra Helmond & Fenneke Verberg Research & Development, Pluryn Doel Change Your Mindset! Korte online interventie om jongeren te leren dat ze de potentie hebben om te veranderen! Theoretische

Nadere informatie

Theoretische verantwoording

Theoretische verantwoording Goed gedaan Theoretische verantwoording Malmberg Goed gedaan! Theoretische verantwoording Een preventief programma Goed gedaan! is een praktisch sociaal-emotioneel programma voor de basisschool. Het geeft

Nadere informatie

Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie

Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie Prof. dr. Chijs van Nieuwenhuizen GGzE centrum kinder- en jeugd psychiatrie Universiteit van Tilburg, Tranzo http://www.youtube.com/watch?list=pl9efc

Nadere informatie

7-10-2013. Emotieherkenning bij CI kinderen en kinderen met ESM

7-10-2013. Emotieherkenning bij CI kinderen en kinderen met ESM 7--3 Sociaal-emotioneel functioneren van kinderen met een auditieve/ communicatieve beperking Emotieherkenning bij kinderen en kinderen met Rosanne van der Zee Meinou de Vries Lizet Ketelaar Rosanne van

Nadere informatie

gegeven met informatie over risico, complexiteit, duur, ernst en een doorverwijzingsadvies.

gegeven met informatie over risico, complexiteit, duur, ernst en een doorverwijzingsadvies. Geachte, Pearson start een onderzoek naar Innerview. Innerview is een beslissingsondersteunend instrument (BOI) voor doorverwijzing in de geestelijke gezondheidszorg en is uniek in zijn soort als het gaat

Nadere informatie

Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen

Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen Het moeilijke kind stelt ons vragen: Wie is de volwassene is die hem of haar zo moeilijk vindt? Met welke ver(w)achtingen

Nadere informatie

Monitoren van resultaten en werken met prestatie-indicatoren: principes en processen

Monitoren van resultaten en werken met prestatie-indicatoren: principes en processen Monitoren van resultaten en werken met prestatie-indicatoren: principes en processen Jan Willem Veerman SEJN, 24 juni 2 Meten in de praktijk: zo doe je dat! Personele, materiële, organisatorische randvoorwaarden

Nadere informatie

Doelgroep Jeugdigen met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblemen in de leeftijd van negen tot zestien jaar en hun ouders.

Doelgroep Jeugdigen met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblemen in de leeftijd van negen tot zestien jaar en hun ouders. Interventie Samen stevig staan Samenvatting Doel Het doel van Samen Stevig Staan is het verminderen van gedragsproblemen van jeugdigen met een licht verstandelijke beperking door zowel de opvoedingsvaardigheden

Nadere informatie

Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog i.o./onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant

Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog i.o./onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog i.o./onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant Film: fragmenten Iedereen depressief (VPRO) - Depressie groot

Nadere informatie

EMOTIEREGULATIE & AUTISME SPECTRUM STOORNISSEN

EMOTIEREGULATIE & AUTISME SPECTRUM STOORNISSEN EMOTIEREGULATIE & AUTISME SPECTRUM STOORNISSEN W E T E N S C H A P P E L I J K O N D E R Z O E K B I J H O O G F U N C T I O N E R E N D E K I N D E R E N E N J O N G E R E N Janneke de Ruiter, MSc FOCUS

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Jantine Spilt, Conferentie SBOwerkverband 2012

Jantine Spilt, Conferentie SBOwerkverband 2012 Jantine Spilt, Conferentie SBOwerkverband 2012 Gedragsproblemen in context Gedragsproblemen in context Gedragsproblemen in context Gedragsproblemen in context PROBLEEM Probleemgedrag 5 Faculteit der Psychologie

Nadere informatie

Marijn Nijboer Orthopedagoog i.o.t. GZ-psycholoog Accare UCKJP

Marijn Nijboer Orthopedagoog i.o.t. GZ-psycholoog Accare UCKJP Marijn Nijboer Orthopedagoog i.o.t. GZ-psycholoog Accare UCKJP INHOUD Impulsief en agressief gedrag; normaal op jonge leeftijd? Alarmsignalen Verwijzen? Werkwijze team jonge kinderen zorglijn ADHD en gedragsstoornissen

Nadere informatie

Jeugdigen met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblemen in de leeftijd van negen tot zestien jaar en hun ouders.

Jeugdigen met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblemen in de leeftijd van negen tot zestien jaar en hun ouders. Interventie Samen Stevig Staan Samenvatting Doel Het doel van Samen Stevig Staan is het verminderen van gedragsproblemen van jeugdigen met een licht verstandelijke beperking door zowel de opvoedingsvaardigheden

Nadere informatie

EMOTIEREGULATIE. Jaarbeurs Utrecht. Boosheid, verdriet en angst bij kinderen en adolescenten met ASS, ODD, ADHD, depressie en borderline

EMOTIEREGULATIE. Jaarbeurs Utrecht. Boosheid, verdriet en angst bij kinderen en adolescenten met ASS, ODD, ADHD, depressie en borderline EMOTIEREGULATIE Boosheid, verdriet en angst bij kinderen en adolescenten met ASS, ODD, ADHD, depressie en borderline Congres Dinsdag 26 november 2013 Jaarbeurs Utrecht prof.dr. Bram Orobio de Castro prof.dr.

Nadere informatie

Jan Dirk van der Ploeg publicaties (4)

Jan Dirk van der Ploeg publicaties (4) Jan Dirk van der Ploeg publicaties (4) Artikelen in tijdschriften 2015 Effectieve interventies voor agressie bij kinderen. PsychoPraktijk, 6, 14-17. 2014 Scheiding en stress. PsychoPraktijk, 6, 22-26.

Nadere informatie

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Overige, ongespecificeerd

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Overige, ongespecificeerd Uitgebreide toelichting van het meetinstrument Utrechtse Coping Lijst (UCL) November 2012 Review: 1. A. Lueb 2. M. Jungen Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking

Nadere informatie

ADHD Centrum & behandelvormen

ADHD Centrum & behandelvormen ADHD Centrum & behandelvormen Hanneke van Aalst GZ-psycholoog/Orthopedagoog- Generalist 21 oktober 2016 Symposium ADHD 1 Psychologische theorie Genetisch Biologisch (Medicatie) Omgeving (Ouder/leerkracht

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Richtlijn / info voor ouders. Ernstige gedragsproblemen. Richtlijnen Jeugdzorg aanbevelingen voor de praktijk. NVO, NVMW en NIP

Richtlijn / info voor ouders. Ernstige gedragsproblemen. Richtlijnen Jeugdzorg aanbevelingen voor de praktijk. NVO, NVMW en NIP Richtlijn / info voor ouders Ernstige gedragsproblemen Richtlijnen Jeugdzorg aanbevelingen voor de praktijk NVO, NVMW en NIP 2013 Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers, Nederlands Instituut

Nadere informatie

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon Zelfwaardering en Angst bij Kinderen: Zijn Globale en Contingente Zelfwaardering Aanvullende Voorspellers van Angst bovenop Extraversie, Neuroticisme en Gedragsinhibitie? Self-Esteem and Fear or Anxiety

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting In deze studie is de relatie tussen gezinsfunctioneren en probleemgedrag van kinderen onderzocht. Er is veelvuldig onderzoek gedaan naar het ontstaan van probleem-gedrag van kinderen in de

Nadere informatie

ABC - Ambulant Behandelcentrum

ABC - Ambulant Behandelcentrum ABC - Ambulant Behandelcentrum Als het thuis en/of op school dreigt vast te lopen Informatie voor verwijzers Kom verder! www.ln5.nl Vergroten van sociale competenties. Vergroten zelfbeeld/zelfvertrouwen.

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

PrOP: Kortdurende psychologische interventies voor kinderen en jongeren. Nathalie Haeck & Sara Debruyne September 2014

PrOP: Kortdurende psychologische interventies voor kinderen en jongeren. Nathalie Haeck & Sara Debruyne September 2014 PrOP: Kortdurende psychologische interventies voor kinderen en jongeren Nathalie Haeck & Sara Debruyne September 2014 Behandeling van kinderen en jongeren Kortdurend (± 8 sessies), focus op coping, zelfredzaamheid

Nadere informatie

Inleiding. Wetenschappelijke verantwoording 1

Inleiding. Wetenschappelijke verantwoording 1 Inleiding Voor u ligt het draaiboek van een psycho-educatiegroep voor kinderen met ADHD van het gecombineerde type en/of het overwegend hyperactief/impulsieve type (hierna aangeduid als ADHD). Voor kinderen

Nadere informatie

Handleiding MIS (Management Informatie Systeem)

Handleiding MIS (Management Informatie Systeem) Handleiding MIS (Management Informatie Systeem) Praktikon 2016 Praktikon B.V. Postbus 6909 6503 GK Nijmegen www.praktikon.nl tel. 024 3615480 praktikon@acsw.ru.nl fax. 024 3611152 www.bergop.info 2016

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

Over onderzoek, politiek en praktijk

Over onderzoek, politiek en praktijk De toegankelijkheid van de jeugd-ggz voor migrantenkinderen Over onderzoek, politiek en praktijk In 2010 publiceerden we onderzoeksresultaten waaruit bleek dat de jeugd-ggz migrantenkinderen slecht bereikt.

Nadere informatie

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen. Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst

Nadere informatie

Veelgestelde vragen en antwoorden

Veelgestelde vragen en antwoorden Veelgestelde vragen en antwoorden Leraren en SPRINT -coördinatoren op SPRINT -scholen hebben regelmatig vragen over het SPRINT -programma. Hieronder wordt antwoord gegeven op de meest gestelde vragen,

Nadere informatie

Handycard Zorgmonitor 1 SDQ en KIDSCREEN-27

Handycard Zorgmonitor 1 SDQ en KIDSCREEN-27 Handycard Zorgmonitor 1 SDQ en KIDSCREEN-27 SDQ (Strenghts and Difficulties Questionnaire) Meet de psychosociale aanpassing van de jeugdige. De SDQ wordt ingevuld door jeugdigen zelf (11-17 jaar) en ouders

Nadere informatie

Handleiding bij de SDQ (Strenghts and Difficulties Questionnaire) Nederlandstalige versie Vragenlijst Sterke Kanten en Moeilijkheden

Handleiding bij de SDQ (Strenghts and Difficulties Questionnaire) Nederlandstalige versie Vragenlijst Sterke Kanten en Moeilijkheden Handleiding bij de SDQ (Strenghts and Difficulties Questionnaire) Nederlandstalige versie Vragenlijst Sterke Kanten en Moeilijkheden Oorsprong De SDQ is van oorsprong een Engelse vragenlijst die in 1997

Nadere informatie

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit 1 Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit Nicola G. de Vries Open Universiteit Nicola G. de Vries Studentnummer 838995001 S71332 Onderzoekspracticum scriptieplan

Nadere informatie

Kinderen in West gezond en wel?

Kinderen in West gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in West gezond en wel? 1 Wat valt op in West? Voor West zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van schooljaar

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting 179 Nederlandse Samenvatting In het promotieonderzoek stond de ontwikkeling van agressief gedrag bij kinderen in het speciaal onderwijs centraal. Het doel van het onderzoek was tweeledig. Enerzijds wilden

Nadere informatie

Brutaal, boos en agressief gedrag bij kinderen met ADHD: Psycho-educatie en opvoedingsadviezen. Walter Matthys

Brutaal, boos en agressief gedrag bij kinderen met ADHD: Psycho-educatie en opvoedingsadviezen. Walter Matthys Brutaal, boos en agressief gedrag bij kinderen met ADHD: Psycho-educatie en opvoedingsadviezen Walter Matthys Gedragsproblemen Opstandig gedrag Anderen ergeren Prikkelbaarheid, boosheid, woede, driftbui

Nadere informatie

Een PAD naar minder agressie

Een PAD naar minder agressie Een PAD naar minder agressie Dr. C.W.. van Overveld contact: kees.vanoverveld@hu.nl Sociale Informatieverwerkings Processen opnemen van informatie (horen/zien) betekenis toekenning emoties bedenken van

Nadere informatie

Gecombineerde Leefstijl Interventie Depressieve klachten in een eerstelijns zorgvoorziening

Gecombineerde Leefstijl Interventie Depressieve klachten in een eerstelijns zorgvoorziening Gecombineerde Leefstijl Interventie Depressieve klachten in een eerstelijns zorgvoorziening Onderzoeksopzet Waarom dit onderzoek? Beweging is goed voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Wetenschappelijk

Nadere informatie

Evidence-based interventies voor agressieregulatie en woedebeheersing

Evidence-based interventies voor agressieregulatie en woedebeheersing Evidence-based interventies voor agressieregulatie en woedebeheersing Hoe vergelijk je methodieken op basis van welke criteria? Marjolein Oudhof Mariska van der Steege 23 april 2009 Inhoud workshop Werken

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Samenvatting (Summary in Dutch) Achtergrond Het millenniumdoel (2000-2015) Education for All (EFA, onderwijs voor alle kinderen) heeft in ontwikkelingslanden veel losgemaakt. Het

Nadere informatie

SOCIALE INFORMATIEVERWERKING (SIP) Sociale informatieverwerking (SIP) wordt als volgt gedefinieerd: het beschrijft een set van cognitie-emotionele

SOCIALE INFORMATIEVERWERKING (SIP) Sociale informatieverwerking (SIP) wordt als volgt gedefinieerd: het beschrijft een set van cognitie-emotionele Zelfbeeld en sociale informatieverwerking bij kinderen met externaliserend probleemgedrag van negen jaar tot en met twaalf jaar die de Alles Kidzzz training volgen. Student: Khadija Ajattar Studentennummer:

Nadere informatie

Eliane Duvekot. Eliane Duvekot

Eliane Duvekot. Eliane Duvekot Eliane Duvekot Eliane Duvekot Familie Motiverende Interventie (FMI) Marijke Krikke, gezinstherapeut Maarten Smeerdijk, psycholoog René Keet, projectleider Opbouw Aanleiding familie-training gericht op

Nadere informatie

training van basis naar brug

training van basis naar brug training van basis naar brug een extra steuntje in de rug voor kinderen met autisme bij de overstap van de basisschool naar de brugklas een aanbod van de Polikliniek in Doorwerth informatie voor cliënten,

Nadere informatie

Publications. Publications

Publications. Publications Publications Publications Publications De Bildt, A., Mulder, E.J., Scheers, T., Minderaa, R.B., Tobi, H. (2006) PDD, behavior problems and psychotropic drug use in children and adolescents with MR, Pediatrics

Nadere informatie

SOVA /AR op Maat Presentatie

SOVA /AR op Maat Presentatie SOVA /AR op Maat Presentatie Doelgroep Sociale Vaardigheden op Maat Jongens en meisjes in de leeftijd van 15-21 jaar Jongeren met probleemgedrag dat o.a. voortkomt uit onvermogen tot zelfstandig en adequaat

Nadere informatie

Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG)

Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Bowman, L. (2006) "Validation of a New Symptom Impact Questionnaire for Mild to Moderate Cognitive Impairment." Meetinstrument Patient-reported

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) SAMENVATTING Jaarlijks wordt 8% van alle kinderen in Nederland prematuur geboren. Ernstige prematuriteit heeft consequenties voor zowel het kind als de ouder. Premature

Nadere informatie

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Samenvatting 141 Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift. Internetbehandeling voor depressie en angst is bewezen effectief. Dit opent

Nadere informatie

Kanjertraining: een programma om sociaal gedrag op school te bevorderen. Lilian Vliek en Annemieke Oudman. Beschrijving programma

Kanjertraining: een programma om sociaal gedrag op school te bevorderen. Lilian Vliek en Annemieke Oudman. Beschrijving programma Kanjertraining: een programma om sociaal gedrag op school te bevorderen Lilian Vliek en Annemieke Oudman Beschrijving programma Doelen De Kanjertraining heeft als doel sociaal vaardig en respectvol gedrag

Nadere informatie

Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS

Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS ADOS-training Karakter organiseert een training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS. Wat is ADOS? Het Autisme Diagnostisch

Nadere informatie

Developmental Coordination Disorder. Miriam Verstegen Kinderrevalidatiearts

Developmental Coordination Disorder. Miriam Verstegen Kinderrevalidatiearts Developmental Coordination Disorder Miriam Verstegen Kinderrevalidatiearts 11-06-2015 Inhoud Developmental Coordination Disorder Criteria Kenmerken Comorbiditeiten Pathofysiologie Behandeling Prognose

Nadere informatie

Kinderen in Centrum gezond en wel?

Kinderen in Centrum gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Centrum gezond en wel? 1 Wat valt op in Centrum? Voor Centrum zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod U bent niet de enige Een op de tien Nederlanders heeft te maken met een persoonlijkheidsstoornis of heeft trekken hiervan. De Riagg Maastricht is gespecialiseerd

Nadere informatie

Dr. Linda Zijlmans. Trainer/Science Practitioner

Dr. Linda Zijlmans. Trainer/Science Practitioner Dr. Linda Zijlmans Trainer/Science Practitioner Begeleiders in Beeld bij triple diagnose: je belangrijkste instrument ben je zelf. Even voorstellen Begeleiders in Beeld Inleiding Emotionele intelligentie

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

Factsheet Pilotstudie Tools4School April 2014

Factsheet Pilotstudie Tools4School April 2014 Factsheet Pilotstudie Tools4School April 214 Tools4School is een gedragsinterventie voor jongeren die vanwege hun gedrag dreigen uit te vallen in het VO en VSO 1. De interventie is gebaseerd op de effectieve

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting SAMENVATTING PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ADL- EN WERK- GERELATEERDE MEETINSTRUMENTEN VOOR HET METEN VAN BEPERKINGEN BIJ PATIËNTEN MET CHRONISCHE LAGE RUGPIJN. Chronische lage rugpijn

Nadere informatie

Dr. Barbara van den Hoofdakker, klinisch psycholoog - gedragstherapeut Accare Universitair Centrum Groningen. Lezing GGNet 27 juni 2013 1

Dr. Barbara van den Hoofdakker, klinisch psycholoog - gedragstherapeut Accare Universitair Centrum Groningen. Lezing GGNet 27 juni 2013 1 Dr. Barbara van den Hoofdakker, klinisch psycholoog - gedragstherapeut Accare Universitair Centrum Groningen Lezing GGNet 27 juni 2013 1 Behandelmogelijkheden bij kinderen met ADHD in de basisschoolleeftijd

Nadere informatie

Psychiatrisering en de terreur van het perfecte kind. Prof. Dr. Stijn Vanheule Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen

Psychiatrisering en de terreur van het perfecte kind. Prof. Dr. Stijn Vanheule Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Psychiatrisering en de terreur van het perfecte kind Psychiatriseren = Het moeilijke kind stelt de volwassene vragen: Wie is de volwassene is die hem of haar zo moeilijk vindt? Met welke ver(w)achtingen

Nadere informatie

Onderzoek naar het cluster 4 onderwijs: kinderen en hulpverlening. Drs. R. Stoutjesdijk & Prof. Dr. E.M. Scholte M.m.v. drs. H.

Onderzoek naar het cluster 4 onderwijs: kinderen en hulpverlening. Drs. R. Stoutjesdijk & Prof. Dr. E.M. Scholte M.m.v. drs. H. Onderzoek naar het cluster 4 onderwijs: kinderen en hulpverlening Drs. R. Stoutjesdijk & Prof. Dr. E.M. Scholte M.m.v. drs. H. Leloux-Opmeer Voorwoord Inhoudsopgave Een tijd geleden hebben Stichting Horizon

Nadere informatie

De Relatie tussen Voorschoolse Vorming en de Ontwikkeling van. Kinderen

De Relatie tussen Voorschoolse Vorming en de Ontwikkeling van. Kinderen Voorschoolse vorming en de ontwikkeling van kinderen 1 De Relatie tussen Voorschoolse Vorming en de Ontwikkeling van Kinderen The Relationship between Early Child Care, Preschool Education and Child Development

Nadere informatie

Hoofdstuk 6 Theorie sociale vaardigheidstrainingen

Hoofdstuk 6 Theorie sociale vaardigheidstrainingen 71 Hoofdstuk 6 Theorie sociale vaardigheidstrainingen 6.1 Inleiding Iemand die sociaal competent is, heeft een goede balans gevonden tussen zich aanpassen aan zijn omgeving en deze omgeving zelf positief

Nadere informatie

De SDQ: invulgedrag van ouders en leerkrachten een vergelijking tussen bevolkingsgroepen

De SDQ: invulgedrag van ouders en leerkrachten een vergelijking tussen bevolkingsgroepen De SDQ: invulgedrag van ouders en leerkrachten een vergelijking tussen bevolkingsgroepen Tamara van Batenburg-Eddes Cathelijne Mieloo, Dick Butte, Petra van de Looij-Jansen, Wilma Jansen GGD Rotterdam-Rijnmond

Nadere informatie

Richtlijn / info voor ouders. Ernstige gedragsproblemen. Richtlijnen Jeugdhulp aanbevelingen voor de praktijk. NVO, NVMW en NIP

Richtlijn / info voor ouders. Ernstige gedragsproblemen. Richtlijnen Jeugdhulp aanbevelingen voor de praktijk. NVO, NVMW en NIP Richtlijn / info voor ouders Ernstige gedragsproblemen Richtlijnen Jeugdhulp aanbevelingen voor de praktijk NVO, NVMW en NIP 2014 Nederlands Vereniging van Maatschappelijk Werkers, Nederlands Instituut

Nadere informatie

03/07/15' ADHD, ODD, CD? Wat moet ik weten en wat kan ik ermee? Programma. Begripsbepaling: Agressie. Begripsbepaling: ODD, CD en ADHD

03/07/15' ADHD, ODD, CD? Wat moet ik weten en wat kan ik ermee? Programma. Begripsbepaling: Agressie. Begripsbepaling: ODD, CD en ADHD ADHD, ODD, CD? Wat moet ik weten en wat kan ik ermee? Woensdag 29 oktober P. Deschamps Begripsbepaling: ODD, CD en ADHD Begripsbepaling: Agressie Disruptive Behavior Disorders (DBD), Disruptieve Gedragsstoornissen

Nadere informatie

GGZ aanpak huiselijk geweld

GGZ aanpak huiselijk geweld GGZ aanpak huiselijk geweld Wat is er nodig en wat helpt Jeannette van Borren Mei 2011 Film moeder en zoon van Putten Voorkomen van problemen is beter en goedkoper dan genezen Preventieve GGZ interventies

Nadere informatie

LEVENSLOOPMONITOR PROTOCOL

LEVENSLOOPMONITOR PROTOCOL LEVENSLOOPMONITOR PROTOCOL Het KAIRO project is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van ESF-Equal. Inhoud 1. Inleiding 2. Procesbewaking 3. Stappenplan 4. Overzicht gegevensverzameling 5. Onderzoeksinstrumenten

Nadere informatie

Cerebrale parese en de overgang naar de adolescentie. Beloop van het functioneren, zelfwaardering en kwaliteit van leven.

Cerebrale parese en de overgang naar de adolescentie. Beloop van het functioneren, zelfwaardering en kwaliteit van leven. * Cerebrale parese en de overgang naar de adolescentie Beloop van het functioneren, zelfwaardering en kwaliteit van leven In dit proefschrift worden de resultaten van de PERRIN CP 9-16 jaar studie (Longitudinale

Nadere informatie

Omgaan met pestgedrag voor leerlingen

Omgaan met pestgedrag voor leerlingen Omgaan met pestgedrag voor leerlingen Algemeen: Uw ROC wil door middel van eenduidige trainingen pesten structureel aanpakken. Trainingen en cursussen als maatwerk. Doelstelling: Het doel van de training

Nadere informatie

Child Care Quality in The Netherlands: From Quality Assessment to Intervention K.O.W. Helmerhorst

Child Care Quality in The Netherlands: From Quality Assessment to Intervention K.O.W. Helmerhorst Child Care Quality in The Netherlands: From Quality Assessment to Intervention K.O.W. Helmerhorst Samenvatting en Conclusies Samenvatting van het onderzoeksproject De studies die in dit proefschrift worden

Nadere informatie

Kinderen in Noord gezond en wel?

Kinderen in Noord gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Noord gezond en wel? 1 Wat valt op in Noord? Voor Noord zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van schooljaar

Nadere informatie

bij Kinderen met een Ernstige Vorm van Dyslexie of Children with a Severe Form of Dyslexia Ans van Velthoven

bij Kinderen met een Ernstige Vorm van Dyslexie of Children with a Severe Form of Dyslexia Ans van Velthoven Neuropsychologische Behandeling en Sociaal Emotioneel Welzijn bij Kinderen met een Ernstige Vorm van Dyslexie Neuropsychological Treatment and Social Emotional Well-being of Children with a Severe Form

Nadere informatie

Executieve Functies & Agressieve Gedragsproblemen Wat, bij Wie en Waarom?

Executieve Functies & Agressieve Gedragsproblemen Wat, bij Wie en Waarom? Executieve Functies & Agressieve Gedragsproblemen Wat, bij Wie en Waarom? Prof.dr. Bram Orobio de Castro Ontwikkelingspsychologie, Universiteit Utrecht Wie? - overzicht - Agressie & Disruptieve Gedragsstoornissen

Nadere informatie

Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan

Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan Psychisch functioneren bij het syndroom van Noonan drs. Ellen Wingbermühle GZ psycholoog / neuropsycholoog GGZ Noord- en Midden-Limburg Contactdag 29 september 2007 Stichting Noonan Syndroom 1 Inhoud Introductie

Nadere informatie

Voor wie zijn de kind-jongere trainingen bedoeld? Hulpaanbod

Voor wie zijn de kind-jongere trainingen bedoeld? Hulpaanbod Voor wie zijn de kind-jongere trainingen bedoeld? - Normaal begaafde kinderen van 4 tot 13 jaar, woonachtig in de regio Gelderland-Zuid, die in hun gedrag signalen afgeven die mogelijk duiden op een problematische

Nadere informatie

Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog/onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant

Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog/onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog/onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant Film: fragmenten Iedereen depressief (VPRO) Wat is een depressie?

Nadere informatie

Samenvatting 181. Samenvatting

Samenvatting 181. Samenvatting Samenvatting 179 180 Samenvatting 181 Samenvatting Depressie is een veel voorkomende psychische aandoening die leidt tot beperkingen in het sociale, emotionele en fysieke functioneren en een grote invloed

Nadere informatie

Programma Ouders van Tegendraadse Jeugd Informatie voor verwijzers

Programma Ouders van Tegendraadse Jeugd Informatie voor verwijzers Programma Ouders van Tegendraadse Jeugd Informatie voor verwijzers Ouders en verzorgers spelen vanzelfsprekend een zeer belangrijke rol in de ontwikkeling van het gedrag van hun kind. Uit onderzoek blijkt

Nadere informatie

De meester heeft de pik op mij

De meester heeft de pik op mij AGRESSIEF GEDRAG De meester heeft de pik op mij Over het denken van kinderen met agressieve gedragsstoornissen door Arga Paternotte Heel interessant jullie congres over kinderen met oppositioneel en agressief

Nadere informatie

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Executive and social cognitive functioning of mentally

Nadere informatie

Zicht op kwaliteit van de jeugdzorg Een wetenschappelijk perspectief

Zicht op kwaliteit van de jeugdzorg Een wetenschappelijk perspectief Zicht op kwaliteit van de jeugdzorg Een wetenschappelijk perspectief Jan Willem Veerman Jeugd in Onderzoek Nieuwegein, 11-03-2013 Opbouw 1. Waar gaat het over? 2. Hoe ziet het eruit? 3. Hoe wordt het gebruikt?

Nadere informatie

Kinderen in Zuid gezond en wel?

Kinderen in Zuid gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Zuid gezond en wel? 1 Wat valt op in Zuid? Voor Zuid zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van schooljaar

Nadere informatie

Proefschrift. Cannabis use, cognitive functioning and behaviour problems. Merel Griffith - Lendering. Samenvatting

Proefschrift. Cannabis use, cognitive functioning and behaviour problems. Merel Griffith - Lendering. Samenvatting Proefschrift Cannabis use, cognitive functioning and behaviour problems Merel Griffith - Lendering Samenvatting Het gebruik van cannabis is gerelateerd aan een breed scala van psychische problemen, waaronder

Nadere informatie

De effectiviteit van Braingame Brian: samenvatting van het evaluatie-onderzoek 2012 2015

De effectiviteit van Braingame Brian: samenvatting van het evaluatie-onderzoek 2012 2015 De effectiviteit van Braingame Brian: samenvatting van het evaluatie-onderzoek 2012 2015 1. Inleiding BB is een gecomputeriseerde cognitieve training voor kinderen met zelfregulatieproblemen (bv. kinderen

Nadere informatie