Burgers aan zet. Een onderzoek naar de ervaringen van burgers en institutionele actoren omtrent actief burgerschap in Het Groene Woud

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Burgers aan zet. Een onderzoek naar de ervaringen van burgers en institutionele actoren omtrent actief burgerschap in Het Groene Woud"

Transcriptie

1 Burgers aan zet Een onderzoek naar de ervaringen van burgers en institutionele actoren omtrent actief burgerschap in Het Groene Woud

2 Burgers aan zet Een onderzoek naar de ervaringen van burgers en institutionele actoren omtrent actief burgerschap in Het Groene Woud Auteur: Ruud Leeijen Radboud Universiteit Faculteit der Managementwetenschappen: Bestuurskunde E: T: In opdracht van: Streekhuis Het Groene Woud & De Meierij Keefheuvel 1a 5298 AH, Liempde T: (0411) E: Praktijkbegeleider: Peter van Oers, programmaleider Burger aan zet Begeleider Radboud Universiteit: Dr. J.K. Helderman Periode: t/m Liempde, 18 september 2013 Betrokken organisaties: Het Groene Woud Woord vooraf 2

3 Woord vooraf Het onderzoeksrapport Burgers aan zet, een onderzoek naar de ervaringen van burgers en institutionele actoren omtrent actief burgerschap in Het Groene Woud is geschreven voor de Streekraad van Het Groene Woud (HGW), de partners van HGW en voorts een ieder die geïnteresseerd is in actief burgerschap. Ik, Ruud Leeijen, heb dit onderzoeksrapport geschreven voor de opleiding Bestuurskunde, faculteit der Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit te Nijmegen. Op 18 maart 2013 ben ik begonnen met dit onderzoek rondom het thema actief burgerschap. Burgers willen meer verantwoordelijkheden, bedrijven willen maatschappelijk actief worden en maatschappelijke organisaties en overheden zien hun rol in de maatschappij veranderen. Door middel van dit onderzoek wil ik een bijdrage leveren aan de ontwikkelingen rondom het thema actief burgerschap. Vooraf wil ik een dankwoord uitspreken aan de heer van Oers, die mij de kans heeft geboden dit onderzoek uit te voeren namens het project Burger aan zet. De heer van Oers heeft mij ondersteund en begeleid vanuit het Streekhuis van HGW. Daarnaast wil ik alle andere bewoners van het Streekhuis bedanken voor de gezellige en vooral leuke periode die ze mij hebben bezorgd. Ook wil ik de heer van de Wijdeven, specialist op het gebied van actief burgerschap en hoogleraar van de Universiteit van Tilburg, bedanken voor zijn deskundige blik in het voortraject van het onderzoek. Uiteraard wil ik alle respondenten bedanken voor het deelnemen aan het onderzoek, maar voornamelijk voor de gastvrijheid, openheid, plezier en enthousiasme waarmee zij over hun ervaringen omtrent actief burgerschap hebben gesproken. Tot slot wil ik een dankwoord uitspreken richting de heer Helderman die mij tijdens het gehele onderzoekstraject heeft gestuurd en begeleid vanuit de Radboud Universiteit Nijmegen. Met zijn professionele hulp heb ik impulsen gekregen die de kwaliteit van dit rapport ten goede zijn gekomen. Ik wens u veel leesplezier, Ruud Leeijen Het Groene Woud Woord vooraf 3

4 Samenvatting In Nederland staan steeds meer burgers op die zich verenigen en zelf het heft in handen nemen. Niet alleen omdat de overheid zich door financiële omstandigheden noodgedwongen terug trekt. Maar juist ook omdat voor het oplossen van hedendaagse complexe maatschappelijke problemen de oude manieren niet meer voldoende zijn. Binnen Het Groene Woud (HGW) zijn grote stappen gezet als het gaat over actief burgerschap. Om burgers te stimuleren en ondersteunen is het project Burger aan zet gestart. Het project is erop gericht de individuele burger actief te krijgen. Het probleem is echter dat kennis en ervaringen die door actieve burgers en institutionele actoren worden opgedaan na afronding van projecten verdwijnen. Het doel van het onderzoek was inzicht krijgen in de praktijkervaringen van burgers en institutionele actoren ten einde een advies te formuleren aan de streek en haar partners over de wijze waarop het potentieel van actief burgerschap optimaal benut kan worden. De vraag die in het onderzoek centraal stond was: welke factoren zijn van belang om succesvol tot actief burgerschap te komen en hoe kan HGW met haar partners actief burgerschap ondersteunen en stimuleren? Voor het onderzoek hebben er 36 interviews plaatsgevonden. 19 met actieve burgers en 17 met institutionele actoren. Er is een op wetenschap gebaseerd theoretisch model ontwikkeld om beide groepen te bevragen. De burgers zijn bevraagd op de publieke motivatie en ervaringen met actief burgerschap. De institutionele actoren kregen vragen over hun rol en praktijkervaringen omtrent actief burgerschap. Ook heeft er een focusgroep plaatsgevonden waarbij ongeveer 30 burgers, bestuurders en professionals aanwezig waren. Tijdens de focusgroep is er over drempels voor actief burgerschap en de rol van de Streekraad gediscussieerd. Burgers creëren veelal een publieke motivatie, het idee om actief te worden voor de maatschappij, vanuit externe prikkels: bezorgdheid over wat er in hun omgeving op beleidsterreinen gebeurd. Daarnaast is de kans op een publieke motivatie groter wanneer burgers zich verbonden voelen aan hun omgeving en thema. Burgers dragen bij aan maatschappelijke doelen wanneer dit binnen hun levensovertuiging past, bijvoorbeeld omdat ze middels hun beroep in aanraking zijn gekomen met het thema. Ook informatie speelt een rol bij het ontwikkelen van de publieke motivatie. De informatiebronnen media, formele en informele gesprekken zijn door burgers gebruikt om geactiveerd te worden. Als laatst is invitatie door de sociale omgeving effectief gebleken. Invitatie voor concrete activiteiten door institutionele actoren is niet effectief. Vele burgers blijken zich niet voldoende bekwaam te voelen voor actief burgerschap; er zijn ondersteuningsbehoeften, bijvoorbeeld het leggen van juiste contact, doen van subsidieaanvraag, vinden van juiste organisatievorm of publiciteit creëren. Deze ondersteuning hoeft niet onafhankelijk georganiseerd te zijn. Daarnaast is vertrouwen in eigen kunnen en op institutionele actoren een drijfveer voor actief burgerschap. Het vertrouwen van burgers stijgt bij waardering en betrokkenheid van institutionele actoren. Ondernemers hebben weinig vertrouwen in institutionele actoren en werken daarom weinig samen wanneer het actief burgerschap betreft. De beschikbare tijd van burgers heeft Het Groene Woud Samenvatting 4

5 een minimale invloed. Het gaat namelijk om de prioriteit die de burger stelt. De netwerken van burgers zijn van cruciaal belang voor het slagen van actief burgerschap. Het gaat bij de netwerken verder dan iemand kennen. Persoonlijke contacten maken actief burgerschap succesvol. Zo is gebleken dat succesvol actief burgerschap ontstaat wanneer professionals of bestuurders van institutionele actoren deelnemen in bijvoorbeeld een werkgroep of initiatief. Burgers blijken bereid voor delen van de eigen toerusting te zorgen. Toerusting vanuit institutionele actoren maakt het voor de burger gemakkelijker actief burgerschap te vertonen. Maar burgers zijn bereid zelf voor hun toerusting te zorgen, mits dit maar binnen proporties blijft. Institutionele steun is voornamelijk gebaseerd op faciliteren. De wijze waarop er wordt gefaciliteerd speelt hierbij een rol. Wanneer er voor burgers in het proces van faciliteren drempels aanwezig zijn ervaart hij de steun als minder plezierig. Ook is de institutionele ruimte van invloed op actief burgerschap. Burgers willen de ruimte krijgen zelf actief te zijn. Ze willen daarbij zelf de inhoud bepalen. Kaderstellende regels zijn hierbij nodig en worden door burgers geaccepteerd, bijvoorbeeld hoeveelheid beschikbaar budget. Institutionele actoren hebben verschillende rollen bij actief burgerschap. De rol is per situatie afhankelijk. De Streekraad heeft de rollen loslaten en faciliteren. De provincie Noord-Brabant heeft de rollen loslaten, faciliteren en stimuleren. De rollen van Streekraad en provincie zijn regionaal. Gemeenten in HGW hebben de meeste rollen: loslaten, faciliteren, stimuleren en regisseren. Terreinbeherende organisaties (Brabants Landschap, Staatsbosbeheer etc.) en ondersteuningsorganisaties (IVN, ZLTO etc.) hebben de rollen faciliteren, stimuleren en regisseren. De coöperatie van HGW speelt geen enkele rol bij actief burgerschap. Wanneer de organisatie van de coöperatie duurzaam is opgezet willen ze in de toekomst een rol gaan spelen. Binnen de institutionele actoren spelen professionals en bestuurders een rol bij actief burgerschap. Waar vroeger de professional de rol als expert had, verandert deze nu naar de rol van procesmanager. Professionals gaan samenwerken met burgers en geven de burger ondersteuning naar wens en behoefte. Over de exacte rol van bestuurders is onduidelijkheid. De bestuurder kan de rol als strateeg, beslisser of onderhandelaar vervullen. Welke rol het meest effectief is blijft onduidelijk. Positieve ervaringen ontstaan volgens institutionele actoren door de volgende zeven do s: (1) werk samen als partners, neem geen leidende rol, (2) geef burgers verantwoordelijkheid over eigen omgeving, (3) spreek verwachtingen tussen burger en institutie uit, (4) ontwikkel een interne visie op actief burgerschap, (5) toon waardering aan actieve burgers, (6) toon betrokkenheid en (7) organiseer bijeenkomsten en training voor burgers. Negatieve ervaringen ontstaan volgens institutionele actoren door de volgende negen don ts: (1) geen interne visie op actief burgerschap, (2) wederzijdse verwachtingen tussen burger en institutie onduidelijk, (3) verwachtingen intern niet duidelijk, (4) geen zicht op bij welke initiatieven en vormen je betrokken bent, (5) denken in eigen beleid en doelstellingen, (6) top- down projecten opleggen en regie in eigen hand houden, (7) geen vast contactpersoon voor burgers, (8) te weinig contact en (9) beloof geen dingen die je niet waar kunt maken. Het Groene Woud Samenvatting 5

6 De resultaten leiden tot de volgende vijf adviezen: 1. Ontwikkel een interne visie: De rol van institutionele actoren verandert. Hierover moet met elkaar gesproken worden wat per organisatie tot een interne visie leidt. Bespreek elkaars rollen, ambitieniveau en mogelijkheden omtrent actief burgerschap. Laat vooral ook burgers meedenken over de visie. Bepaal criteria om actief burgerschap te beoordelen voor ondersteuning (bijvoorbeeld duurzaamheid of sociale inclusie). Voor de streek gelden de volgende praktische aanbevelingen: (1) maak een populaire samenvatting en verspreid dit met een aanbevelingsbrief, (2) organiseer een regionaal symposium over de visie en organisatie omtrent actief burgerschap en (3) organiseer netwerkbijeenkomsten voor de partners in HGW (bijvoorbeeld in de vorm van community of practice). 2. Organisatie optimaliseren voor actief burgerschap: geef voldoende ruimte aan professional om met actief burgerschap om te gaan. Actief burgerschap is een onvoorspelbaar proces dat veel tijd en ruimte kost. Houdt daar rekening mee. Richt de organisatie ook zo in dat het voor burgers bereikbaar en logisch is. Laat procedures, planning van vergaderingen en beschikbaarheid van ondersteuners optimaal aansluiten op de beschikbaarheid van burgers. Zorg voor een vast contactpersoon voor burgers. Organiseer intern intercollegiaal overleg tussen collega s die met actief burgerschap te maken hebben. 3. Creëer een zorgen dat houding: de houding is niet langer meer zorgen voor, maar zorgen dat. Hierbij verandert de rol van professionals en bestuurders. De professional krijgt de rol van procesmanager. Over de exacte rol van de bestuurder heerst nog onduidelijkheid. Werk samen met de burgers, maar laat de inhoud zoveel mogelijk over aan burgers. Geef daarnaast ook waardering aan burgers. Praktische adviezen aan de streek: (1) verzamel contacten van burgerinitiatieven en ondersteuningsorganisaties, ontwikkel van hieruit een netwerk van (zelfhulp)contacten, (2) organiseer trainingen en cursussen voor burgers, (3) organiseer (onafhankelijke) ondersteuning en (4) geef waardering voor initiatieven, bijvoorbeeld met Groene Handdrukken. 4. Organiseer netwerkbijeenkomsten: Maak ontmoetingen die actief burgerschap stimuleren en bevorderen mogelijk. Er zijn verschillende vormen van netwerkbijeenkomsten: (1) maatschappelijke beursvloer, (2) bijeenkomst tussen actieve burgers en (3) bijeenkomst tussen initiatiefnemers en professionals. Biedt tijdens de bijeenkomst kennis- en/of vaardigheidsontwikkeling aan. 5. Zoek kansen bij ondernemers: ondernemers voelen zich niet serieus genomen en ook de coöperatie van HGW wil een rol spelen omtrent actief burgerschap. Organiseer een stage bij de coöperatie van HGW om de materie uit te diepen en concreet te maken. Het Groene Woud Samenvatting 6

7 Inhoudsopgave 1. Inleiding Aanleiding Probleemstelling Omschrijving kernbegrippen Maatschappelijke en wetenschappelijke relevantie Voorbeschouwing theoretisch kader Voorbeschouwing methodologisch kader Leeswijzer Intermezzo Theoretisch kader Publieke motivatie Definitie publieke motivatie Factoren van invloed op de publieke motivatie Schematische weergave publieke motivatie Actief burgerschap Ontwikkeling van drie generaties van actief burgerschap Niveaus actief burgerschap Definitie actief burgerschap Factoren van invloed op actief burgerschap Schematische weergave actief burgerschap Rol van institutionele actoren Algemene rol instituties Rollen van professionals en bestuurders Conclusie rol institutionele actoren Conceptueel model Methodologie Onderzoeksstrategie Databronnen en methoden van onderzoek Het Groene Woud Inhoudsopgave 7

8 3.2.1 Databronnen Methoden van onderzoek Steekproef Technieken van onderzoek Operationalisatie variabelen Publieke motivatie Actief burgerschap Kwaliteitscriteria Burger aan zet in context Burger aan zet Het Groene Woud Ligging en omgeving Streekraad Het Groene Woud en de Meierij Conclusie Analyse Publieke motivatie Publieke motivatie Conclusie Actief burgerschap Burgerlijke capaciteit Institutionele omgeving Conclusie Rol van institutionele actoren Rol van institutionele actoren omtrent actief burgerschap Rol van professional en bestuurder omtrent actief burgerschap Conclusie Ervaringen institutionele actoren Voor- en nadelen van actief burgerschap Ervaringen institutionele actoren Het Groene Woud Inhoudsopgave 8

9 5.4.3 Conclusie Match burgers en institutionele actoren Stichting Promotie Projecten in Leefbaar Liempde (SPPiLL) Stichting de Groene Vesting Conclusie Belang van factoren van invloed op actief burgerschap Conclusie en aanbevelingen Reflectie op het onderzoek Theoretische reflectie Methodologische reflectie Mogelijkheden voor vervolgonderzoek Beantwoording empirische deelvragen Context van het onderzoek Factoren van invloed op de publieke motivatie Factoren van invloed op actief burgerschap Rol institutionele actoren Factoren van invloed volgens institutionele actoren Conclusie Aanbevelingen Aanbeveling 1: Ontwikkel een interne visie Aanbeveling 2: Organisatie optimaliseren voor actief burgerschap Aanbeveling 3: Creëer een zorgen dat houding Aanbeveling 4: Organiseer netwerkbijeenkomsten Aanbeveling 5: Zoek kansen bij ondernemers Literatuur Bijlage I: Vragenlijst voor interviews Bijlage II: Steekproef en aanmeldingen focusgroep Het Groene Woud Inhoudsopgave 9

10 1. Inleiding Actief burgerschap is de laatste jaren veelbesproken in de politiek en media in Nederland (Hurenkamp & Tonkens, 2008, p ). De laatste twee jaar is er veel aandacht en onderzoek naar actief burgerschap verricht door adviesorganen in Nederland: de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (2012), de Raad voor het Openbaar Bestuur (2012) en de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (2013). Ook internationaal wordt er veel aandacht aan het thema besteedt (Thompson & Tapscott, 2010; Dwyer, 2010; Howard, 2009). Actief burgerschap wordt als oplossing gezien voor maatschappelijke vraagstukken als sociale cohesie, asociaal gedrag, sociale uitsluiting en leefbaarheid (Tonkens, 2008, p. 5). Toch overheerst het gevoel dat de mogelijkheden van actief burgerschap niet voldoende worden benut (Van de Wijdeven, 2012, p. 10). Zo is de rol van de burger te veel gemarginaliseerd tot die van klant en consument, waardoor er een burgers actief burgerschap niet meer als vanzelfsprekend zien (Van de Wijdeven, 2012, p. 10). Er wordt daarom steeds vaker gekozen voor een horizontale samenwerking tussen burgers, maatschappelijke organisaties, ondernemers en overheden om maatschappelijke problemen op te lossen (Van der Heijden, 2010). Op deze wijze hoopt men de potentie van actief burgerschap te benutten. Dit onderzoek is gericht op actief burgerschap in Het Groene Woud (HGW), een plattelandsstreek in de provincie Noord-Brabant tussen s- Hertogenbosch, Tilburg en Eindhoven. De inleiding start met de aanleiding van het onderzoek, paragraaf 1.1. In paragraaf 1.2 is de probleemstelling uiteengezet. Hierin zijn de doel- en vraagstelling met bijbehorende deelvragen beschreven. Hierna, paragraaf 1.3, volgt de maatschappelijke en wetenschappelijke relevantie van het onderzoek. In paragraaf 1.4 is een voorbeschouwing op het theoretisch kader beschreven en in paragraaf 1.5 zijn de kernbegrippen van het onderzoek omschreven. Paragraaf 1.6 is de voorbeschouwing op het methodologisch kader. De inleiding eindigt met de opbouw van het rapport. 1.1 Aanleiding De leefbaarheid van plattelandsgebieden in Europa staat onder druk: jongeren trekken weg, nieuwe bewoners melden zich en ouderen vragen zich af hoe lang ze nog zelfstandig kunnen blijven wonen (Terluin, 2003). Ook in HGW staat het maatschappelijke vraagstuk van de leefbaarheid op het platteland centraal. Om dit vraagstuk aan te vechten stimuleert de Streekraad van HGW actief burgerschap. In de Streekraad zijn een groot aantal overheden en maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd om de koers van gebiedsontwikkeling te bepalen. Middels de projecten Rural Alliances en Burger aan zet worden burgers ondersteund en gestimuleerd om actief te worden. Gemeenschappen veranderen: niet langer kent en helpt iedereen elkaar (Rural Alliances, 2013). Het project Rural Alliances is erop gericht om bewoners van het platteland te inspireren tot actief burgerschap. Hierbij wordt getracht de leefbaarheid van de eigen plattelandsomgeving te verbeteren. Het doel van het project is om de eigen streek aantrekkelijk, gastvrij en vitaal te maken, Het Groene Woud 1. Inleiding 10

11 zodat de omgeving een stabiele toekomst biedt voor alle inwoners. Dit moet gebeuren op basis van traditionele waarden van de gemeenschap: trots, traditie, erfgoed, bruggen bouwen, cultuur, samenwerken enzovoort (Rural Alliances, 2013). Om dit te bewerkstelligen zullen er nieuwe allianties, ondernemingsvormen en relaties tussen overheid en gemeenschappen gecreëerd moeten worden. Daarnaast wordt er getracht om innovatieve manieren van financiering te onderzoeken om duurzame plattelandsontwikkeling voort te zetten. Rural Alliances heeft twaalf partners uit zes verschillende landen uit de Europese Unie (EU), zie box 1.1. Onderling wisselen de partners kennis en ervaringen uit om te leren op welke wijzen de leefbaarheid van de plattelandsgebieden, in de betrokken zes EU-landen, verbeterd kan worden. De EU steunt Rural Alliances met een subsidie van bijna 10 miljoen (Interreg IVB, 2013). Met het Interreg IVB programma stimuleert de EU actieve gemeenschappen (European Commission, 1997). Daarnaast komt het project Rural Alliances overeen met het subsidiariteitsbeginsel van de EU: beslissingen moeten zo dicht mogelijk bij de burger genomen worden (Cini & Borragán, 2010, p. 10 & van der Vleuten, 2010, p. 33). De EU ziet in Rural Alliances kansen voor plattelandsontwikkeling in heel Europa: met behulp van de resultaten van Rural Alliances gaan we op zoek naar innovatieve plattelandsontwikkeling voor heel Europa (van Rompuy, persoonlijke communicatie, 10 juli, 2012). Middels Rural Alliances zijn er verscheidene allianties gecreëerd, zie box 1.1. Zo zijn er allianties gecreëerd om duurzame energie op te wekken, de lokale omgeving schoon te houden en om plattelandsondernemers te ondersteunen. Box 1.1: Partners en gecreëerde allianties met betrekking tot Rural Alliances Partners van Rural Alliances: National Park Brecon Beacons (UK), Universiteit van Wales Trinity Saint David (UK), Stichting Streekhuis Het Groene Woud & De Meierij (NL), Stichting Streekhuis Kempenland (NL), gemeente Lochem (NL), Boerenbond vereniging voor Projecten vzw (BE), Vlaamse Landmaatschappij (BE), Philipps Universität Marburg (DE), South Kerry Development Partnership Ltd. (IE), Mayo County Council (IE) Maison de l'emploi, du Développement, de la Formation et de l'insertion du Pays de RedonBretagne Sud (MEDEFI) (FR) en Laval Mayenne Technopole (FR). Activiteiten met desbetreffende allianties: Mede-eigenaarschap van het platteland: Vlaamse Rand (BE); Onderhoud openbare ruimte: Bedrijf Beheer en Onderhoud van de Openbare Ruimte (NL) en Stichting Schone Paden (NL); Onderhouden en behouden erfgoed: Merode prinsheerlijk platteland (BE); Ondersteunen plattelandsondernemers: GROEI.kans! (BE), Pure Kempen (BE), Stichting Kempengoed (NL); Organiseren activiteiten ter verbetering sociale cohesie: Coöperatie Esbeek (NL) en Stichting Promotie Projecten in Leefbaar Liempde (NL); Toerisme en recreatie promoten, impuls geven aan gebied: Derde Berkelcompagnie (NL) en Hooge Heide (NL); Vergroten duurzaamheid: Green Valleys Community (UK), Idénergie (FR), Lochem Energie (NL) Het Groene Woud 1. Inleiding 11

12 Er zijn voldoende succesverhalen van actief burgerschap vanuit Rural Alliances. Uit onderzoek van HGW blijkt echter dat de mogelijkheden omtrent actief burgerschap niet volledig benut worden (Potten, 2011). 31% van de burgers in HGW is geïnteresseerd in actief burgerschap, maar is niet actief. Daarnaast wil 20% van de niet geïnteresseerde actief worden wanneer ze zien dat medeburgers succesvol zijn. Ook wil 41% van de niet actieve burgers via verenigingen wel actief worden. Er zijn daarom nog voldoende mogelijkheden om meer burgers actief te krijgen. Om burgers te stimuleren en te ondersteunen is het project Burger aan zet in HGW gestart. Binnen het project staan drie onderdelen centraal: (1) het stimuleren, uitvoeren en begeleiden van burgerprojecten, (2) het analyseren van de ervaringen van actieve burgers en ontwikkelen van adviezen voor de regionale ontwikkeling en (3) het ontwikkelen van een regionaal bewonerspanel middels een digitaal platform (Het Groene Woud, 2012). Dit onderzoek richt zich op het tweede onderdeel: het analyseren van ervaringen van actieve burgers en het ontwikkelen van adviezen voor de regionale ontwikkeling. De waarde van afzonderlijke projecten van actieve burgers op lokale schaal is duidelijk. Het probleem is echter dat kennis en ervaringen, die door burgers en institutionele actoren worden opgedaan, na afronding verdwijnen en niet beschikbaar komen voor anderen. Dit is bijzonder jammer voor de ontwikkeling van de regio, maar ook voor nieuwe actieve burgers en de institutionele actoren in HGW. Het is daarom noodzakelijk onderzoek te doen naar de ervaringen omtrent actief burgerschap van burgers en institutionele actoren. Middels de ervaringen kan de Streekraad en haar partners van advies worden voorzien. Box 1.2: Partners van Het Groene Woud De partners van HGW zijn dertig kernen die binnen de streek van HGW liggen, de provincie Noord-Brabant, twee waterschappen, BrabantStad, Brabants Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabantse Milieufederatie, Brabants Particulier Grondbezit, Stichting Het Groene Woud in Uitvoering, VVV Noordoost-Brabant, TOP Brabant, RECRON, ZLTO, dorpsraden en diverse organisaties op het gebied van cultuur(historie) en kunst. 1.2 Probleemstelling Middels dit onderzoek naar ervaringen van burgers en institutionele actoren omtrent actief burgerschap worden er adviezen geformuleerd voor de Streekraad en haar partners. Middels de adviezen wordt beoogd om het potentieel van actief burgerschap, wat er volgens het onderzoek van Potten (2011) is, optimaal te benutten. Het doel van dit onderzoek is: inzicht krijgen in de ervaringen van burgers en institutionele actoren omtrent actief burgerschap, teneinde een advies te formuleren aan de Streekraad en partners van Het Groene Woud over de wijze waarop het potentieel van actief burgerschap optimaal benut kan worden. Het Groene Woud 1. Inleiding 12

13 Om het doel te bereiken staan de factoren die van invloed zijn op de publieke motivatie en actief burgerschap centraal. De publieke motivatie is de drijfveer voor een burger om actief te worden. Om adviezen te formuleren moet inzichtelijk worden welke factoren de publieke motivatie en actief burgerschap bevorderen. Daarnaast is het van belang om de rol van institutionele actoren te achterhalen en succesfactoren voor actief burgerschap te formuleren. In het onderzoek staat de volgende vraag centraal: welke factoren zijn van belang om tot actief burgerschap te komen en hoe kunnen de Streekraad en haar partners van Het Groene Woud actief burgerschap ondersteunen en stimuleren? Om tot een antwoord te komen op de centrale vraag worden de volgende theoretische en empirische deelvragen beantwoord: Theoretische deelvragen: 1. Op welke wijze is de publieke motivatie in de literatuur omschreven? 2. Welke factoren hebben volgens de literatuur invloed op de publieke motivatie van een burger? 3. Op welke wijze is actief burgerschap in de literatuur omschreven? 4. Welke factoren hebben volgens de literatuur invloed op actief burgerschap? 5. Welke rollen zijn er in de literatuur voor institutionele actoren beschreven? Empirische deelvragen: 6. In welke context vindt het onderzoek plaats? 7. Welke factoren zijn van invloed op de publieke motivatie van actieve burgers in HGW? 8. Welke factoren zijn volgens actieve burgers van invloed op actief burgerschap in HGW? 9. Welke rol spelen institutionele actoren omtrent actief burgerschap op dit moment in HGW? 10. Welke factoren spelen volgens institutionele actoren een rol bij actief burgerschap in HGW? 1.3 Omschrijving kernbegrippen Het onderzoek heeft twee centrale kernbegrippen: publieke motivatie en actief burgerschap. Om actief burgerschap te vertonen moeten burgers actief willen en kunnen zijn. Actief willen zijn heeft betrekking tot de publieke motivatie. De publieke motivatie is als volgt gedefinieerd: een ongedwongen idee van één of meerdere burgers wat tot een toekomstgerichte activiteit in het publieke domein moet leiden en gericht is op de bevordering van het algemeen belang. De toekomstgerichte activiteit kan zowel met als zonder institutionele actoren worden uitgevoerd. Actief kunnen zijn heeft betrekking tot actief burgerschap. De definitie van actief burgerschap: een interactieve relatie tussen burger en institutionele actor waarin de burger consulteert, adviseert, coproduceert of cobeslist en waarbij een georganiseerde activiteit plaatsvindt die ten goede komt aan een Het Groene Woud 1. Inleiding 13

14 gemeenschappelijk doel. In hoofdstuk twee, het theoretisch kader, worden de begrippen nader toegelicht. Het onderzoek wordt uitgevoerd onder burgers en institutionele actoren. Onder burgers worden alle inwoners van HGW verstaan. Institutionele actoren zijn organisaties in het publieke domein die een rol kunnen spelen bij actief burgerschap. In het onderzoek is er een onderscheid gemaakt tussen zes groepen institutionele actoren: (1) Streekraad, (2) provincie Noord-Brabant, (3) alle gemeenten die in HGW liggen, (4) terreinbeherende organisaties (bijvoorbeeld Staatsbosbeheer en Brabants Landschap), (5) ondersteuningsorganisaties (bijvoorbeeld ZLTO en IVN) en (6) coöperatie Het Groene Woud. 1.4 Maatschappelijke en wetenschappelijke relevantie Actief burgerschap is in de hedendaagse media en politiek een veelbesproken onderwerp. Sinds 2007 verlaat er bijna elke werkdag een stuk het parlement waarin burgerschap aan de orde komt (Hurenkamp & Tonkens, 2008, p ). Over de kennis en ervaringen van actieve burgers en institutionele actoren met actief burgerschap is weinig bekend. Middels dit onderzoek komen kennis en ervaringen van burgers en institutionele actoren vrij. Er ontstaat een kennisuitwisseling tussen burgers en institutionele actoren, waardoor ze van elkaar kunnen leren hoe er effectief met actief burgerschap om kan worden gegaan. Wanneer institutionele actoren de burgers op een effectieve manier ondersteunen zal het op den duur de kloof tussen de burgers en institutionele actoren verkleinen. Het onderzoek is specifiek relevant voor de Streekraad van HGW en haar partners. De Streekraad wil actief burgerschap stimuleren en op zoek gaan naar de wijze waarop er met actief burgerschap omgegaan moet worden. Uit het onderzoek vloeien aanbevelingen aan de Streekraad en haar partners voort, waardoor duidelijk wordt wat de rol van de Streekraad en haar partners is. Ook wordt inzichtelijk wat burgers van institutionele actoren verwachten, waardoor er een kwaliteitsverbetering in de omgang met actief burgerschap mogelijk wordt. Ook is het onderzoek relevant voor internationale partners met betrekking tot het project Rural Alliances. Bij het project Rural Alliances wordt er getracht allianties te smeden tussen bijvoorbeeld burgers, ondernemers en overheden. Vanuit de ervaringen van de burgers en institutionele actoren wordt duidelijk welke rollen de partijen in de allianties zullen spelen. Middels de resultaten van dit onderzoek wordt het voor burgers en institutionele actoren mogelijk om de handen ineen te slaan en samen complexe maatschappelijke problemen aan te vechten. In de wetenschap is er veel belangstelling voor het thema actief burgerschap (o.a. Jakobsen, 2012; Pestoff & Brandsen, 2008; Bovaird & Löffler, 2005; Joshi & Moore, 2004; Alford, 2002; Langston, 1978). Ook de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid, de Raad voor Openbaar Bestuur en de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling hebben reeds onderzoek uitgevoerd naar de wijze waarop burgers ondersteund en gestimuleerd kunnen worden. Empirische bewijzen over waarom burgers actief zijn en wat er nodig is om burgers te ondersteunen zijn echter schaars. Het onderzoek is Het Groene Woud 1. Inleiding 14

15 om twee redenen wetenschappelijk relevant. De eerste is dat vele wetenschappers slechts enkele elementen die van belang zijn voor actief burgerschap onderzoeken. Actief burgerschap is echter een complexe samenhang van vele elementen, waarbij vele verschillende partijen betrokken zijn. In dit onderzoek zijn de elementen van vele wetenschappers samengevoegd tot een conceptueel model voor actief burgerschap. De elementen zijn bevraagd waardoor ervaringen van actieve burgers en institutionele actoren vrijkomen voor de wetenschap. De tweede reden heeft betrekking op de context van het onderzoek. In de wetenschappelijke literatuur is er een sterke focus op actief burgerschap in dichtbevolkte gebieden. Wetenschappelijke onderzoeken naar actief burgerschap in plattelandsstreken zijn zeer schaars. Middels dit onderzoek zal moeten blijken of actief burgerschap in plattelandsgebieden op dezelfde wijze werkt als in dichtbevolkte gebieden. Hierdoor ontstaan er mogelijkheden om te bewijzen wat er nodig is om burgers te ondersteunen dan wel te stimuleren. 1.5 Voorbeschouwing theoretisch kader Het theoretisch kader bestaat uit twee onderdelen: (1) factoren van invloed op publieke motivatie en (2) factoren van invloed op actief burgerschap. Onderstaand een omschrijving van begrippen die terugkeren in het theoretisch kader. Het eerste deel betreft factoren die van invloed zijn op de publieke motivatie. Volgens de wetenschappelijke literatuur zijn er vier factoren die invloed hebben op de publieke motivatie: (1) persoonlijke motivatie, (2) verbondenheid met de gemeenschap of een thema, (3) informatie en (4) invitatie. Wanneer al deze factoren afwezig zijn zal een burger geen publieke motivatie vertonen. De afhankelijke variabele is actief burgerschap, het tweede deel van het theoretisch kader. Om tot actief burgerschap te komen zijn er twee partijen van belang: de burger en de institutionele actoren. Er wordt verondersteld dat er zeven onafhankelijke variabelen invloed hebben op het proces van de publieke motivatie tot actief burgerschap. Er zijn vier variabelen met betrekking tot de burgerlijke capaciteit: (1) bekwaamheid, (2) vertrouwen, (3) beschikbare tijd en (4) netwerk. Daarnaast zijn er vermoedelijk drie variabelen noodzakelijk vanuit de institutionele omgeving: (1) toerusting, (2) institutionele steun en (3) institutionele ruimte. Bij de institutionele omgeving wordt er ook ingespeeld op de rollen die institutionele actoren kunnen vervullen. 1.6 Voorbeschouwing methodologisch kader Het onderzoek is diagnosticerend van aard. Diagnostisch onderzoek is toepassingsgericht, waarbij vastgesteld wordt wat de knelpunten zijn en welke factoren daar positief dan wel negatief aan bijdragen (Van Thiel, 2010, p. 24). De onderzoeksstrategie, die bij de diagnosticerende aard van het onderzoek past, is de casestudy. Actief burgerschap wordt hierbij in de natuurlijke situatie van HGW onderzocht. Het onderzoek start met een theoretische verkenning. Zo worden er theorieën omtrent de publieke motivatie, actief burgerschap en de rol van institutionele actoren beschreven. De empirische verkenning bestaat uit twee onderdelen: (1) burgers en (2) institutionele actoren. Daarbij is er sprake Het Groene Woud 1. Inleiding 15

16 van triangulatie van methoden: (1) interviews, (2) documentenonderzoek en (3) focusgroep. Voor het eerste gedeelte van de empirische verkenning is er met 19 actieve burgers gesproken over de ervaringen met actief burgerschap. In dit onderdeel staat centraal welke factoren van invloed zijn op de publieke motivatie en actief burgerschap. Voor het tweede gedeelte van de empirische verkenning is er met 17 personen die aan institutionele actoren verbonden zijn gesproken. Tijdens deze interviews stonden de rol en ervaringen van de institutionele actoren centraal. Daarnaast is er voor het tweede gedeelte gebruik gemaakt van beleidsplannen en beleidsvisies van institutionele actoren. De twee onderzoeksgedeelten zijn daarnaast aan elkaar gekoppeld middels een focusgroep, waarbij zowel burgers als institutionele actoren betrokken waren. Tijdens de focusgroep is er met ongeveer dertig personen gesproken over de drempels van actief burgerschap en de rol van de Streekraad. Vanuit de beide empirische gedeelten worden er conclusies getrokken. De conclusies vormen de input voor het advies aan de Streekraad en haar partners van HGW. Zie figuur 1.1 voor een schematische weergave van het onderzoek. Figuur 1.1: Schematische weergave onderzoek Theoretische verkenning Empirie Factoren van invloed op publieke motivatie Factoren van invloed op actief burgerschap Burgers Conclusies Aanbevelingen aan Streekraad en partners Rol institutionele Institutionele actoren actoren 1.7 Leeswijzer In deze paragraaf is uiteengezet hoe dit rapport is opgebouwd. Een korte beschrijving van elk hoofdstuk met de belangrijkste punten daarin: hoofdstuk twee is het theoretisch kader met daarin wetenschappelijke theorieën omtrent actief burgerschap. Het betreft theorieën over de publieke motivatie, actief burgerschap en de rol van institutionele actoren. In hoofdstuk drie is het methodologisch kader beschreven. In dit hoofdstuk is concreet gemaakt hoe het onderzoek is uitgevoerd, wie de respondenten zijn en zijn begrippen geoperationaliseerd tot meetbare concepten. In hoofdstuk vier is de context en het project Burger aan zet beschreven. Hoofdstuk vijf is de analyse. In dit hoofdstuk wordt er antwoord gegeven op alle empirische deelvragen. Hoofdstuk zes bevat de persoonlijke reflectie op het onderzoek, conclusie en aanbevelingen. In dit hoofdstuk wordt er antwoord gegeven op de centrale vraag en worden er aanbevelingen gedaan. In de bijlagen zijn zaken te vinden waar in het rapport naar verwezen wordt; semi- gestructureerde interviews en de selectieve steekproef. Het Groene Woud 1. Inleiding 16

17 Intermezzo In 2012 bezat Oisterwijk 800 jaar stadsrechten. Een reden voor een groot feest. Althans, zo dachten de burgers. In maart 2010 is door enkele particuliere initiatiefnemers de Stichting Oisterwijk 800 opgericht. De stichting heeft een verzoek ingediend bij het college om voor de organisatie en de uitvoering van activiteiten in de periode een eenmalig bedrag van op te nemen in de gemeentelijke meerjarenbegroting. In juli 2010 heeft de raad van de gemeente Oisterwijk besloten het voorstel niet aan te nemen. De gemeenteraad keurde anderhalf jaar voor de start alle subsidieaanvragen af, aldus een lid van stichting Oisterwijk 800. De stichting Oisterwijk 800 ging onverminderd enthousiast verder met de vormgeving en voorbereiding van activiteiten voor het jubileumjaar. Als we hadden gezegd we geloven het wel, dan was er helemaal niks gekomen, maar dat ging onze eer nabij. Dat kan toch niet?! Dus we zijn doorgegaan en hebben het flink uitgedragen. Er ontstond een brede basis van steun en betrokkenheid in de samenleving. De samenleving kreeg door: als wij niets doen, dan komt er ook niets. Zo kwamen er meer dan 130 initiatieven, waarvan zeventig procent een structureel karakter had. De totale waarde van activiteiten was ruim een half miljoen euro, dat allemaal door de samenleving zelf is opgebracht. Door de energie in de samenleving ontstond er support bij de burgermeester, waardoor de gemeentelijke organisatie volgde en er een aanspreekpunt voor de stichting kwam. Dit aanspreekpunt Box 1.3: Bloemenborder achter Gemeentekantoor in Oisterwijk Eén van de initiatieven voor de viering was de 800 bloemenborder achter het gemeentekantoor in Oisterwijk. Hierbij werd er een border ingericht met bloemen en planten vanuit de tuinen van bewoners van Heukelom, Moergestel en Oisterwijk. Na een oproep stelden de inwoners van de drie kernen ongeveer planten ter beschikking voor de bloemenborder. De border heeft een lengte van 800 voeten van 800 inwoners van Heukelom, Moergestel en Oisterwijk. Op deze manier werden de drie kernen van de gemeente Oisterwijk aan elkaar verbonden. Een bedrijf ging de bloemenborder samen met 60 vrijwilligers coördineren en verzorgen, zodat het er perfect uitzag. Op deze manier kost het de gemeente niets en levert het de gemeenschap vreugde op, aldus een lid van stichting Oisterwijk 800. Bij de aanleg van de bloemenborder hoorde een bord met daarop de 800 gemeentevoeten, de burgermeester stond er bijvoorbeeld op. We waren letterlijk bezig dat bord te plaatsen tot een ambtenaar naar buiten liep en vroeg: wat zijn jullie eigenlijk aan het doen? Heeft u wel een vergunning voor het bord?we hebben het hier over twee palen en één bord. Deze reactie viel zo slecht bij de mensen. Die hadden er zoveel moeite en energie in zitten. Allemaal voor niks, aldus een lid van stichting Oisterwijk 800. Uiteindelijk is deze reactie gecorrigeerd doordat er een aanspreekpunt was, maar het kostte de deelnemers veel ergernis. De bloemenborder werd na de viering van het jubileum in stand gehouden. Bijzonder is dat de zestig vrijwilligers hulp hebben gekregen van twintig ambtenaren en twee wethouders van de gemeente. Zij hielpen het hele jaar 2013 mee om de bloemenborder in stand te houden. Het Groene Woud Intermezzo 17

18 bleek nodig. Er kwamen namelijk situaties waarbij de stichting geen medewerking kreeg van de gemeente, zie box 1.3 voor een voorbeeld. Wat de ambtenaar in het verhaal van de bloemenborder deed was de oude manier van denken, maar het paste binnen de kaders die hij kende. Op basis van ervaringen heeft stichting Oisterwijk 800, in samenwerking met de universiteit van Tilburg, een model ontwikkelt: het Oisterwijk 800 Model, zie figuur 1.2. Het Oisterwijk Model is een nieuwe manier van samenwerken tussen een gemeente en inwoners. De overheid trekt zich steeds meer terug en het initiatief komt bij de burgers te liggen. Hierdoor verandert de rol van de overheid en de samenleving. Er zijn verscheidene stappen nodig om succesvol tot samenwerking te komen, zie figuur 1.3 voor een cartoon van de stappen. Zonder ideeën van burgers ontstaan er geen activiteiten. Één van de stappen is daarom het creëren van een idee. Hierna is het van belang dat het idee uitgedragen wordt richting de medeburgers, zodat er draagvlak in de samenleving ontstaat. Nadat er voldoende draagvlak in de samenleving is wordt de stap richting de overheidsinstantie gezet. Het idee wordt gepresenteerd en de overheidsinstantie geeft zijn medewerking aan het idee. Zo wordt, samen met de overheidsinstantie, het idee vormgegeven tot een uitvoerbare activiteit. Het is hierbij van belang dat ambtenaren coaching ontvangen over hoe ze met dergelijke initiatieven om moeten gaan. Het gaat immers om overheidsparticipatie bij burgerinitiatieven en niet om burgerparticipatie bij overheidsinitiatieven. Dit vraagt een andere manier van denken van ambtenaren. Er ontstaat een andere rol en de kracht van burgerinitiatieven moet onderkend worden. Daarnaast moeten burgers gestimuleerd worden mee te doen aan burgerinitiatieven. Hiervoor dienen burgers geïnspireerd te worden door de medeburgers en overheidsinstanties. Het is traditioneel dat 10-15% van de burgers heel actief is. Er is een middengroep van ongeveer 30% en de rest doet niets. De burgers moeten dus gestimuleerd worden mee te doen, aldus een lid van stichting Oisterwijk 800. De laatste stap is het vieren van successen. Het vieren van successen zorgt voor twee dingen. Burgers willen onderdeel zijn van succes. Door successen te vieren worden burgers gestimuleerd actief te blijven. Daarnaast worden er bij het vieren van succes nieuwe ideeën gecreëerd. Hierdoor is de cirkel rond en ontstaan er nieuwe initiatieven. Figuur 1.2: Het Oisterwijk Model Het Groene Woud Intermezzo 18

19 Figuur 1.3: Cartoon Oisterwijk Model (Art-Unit, 2012) Het Groene Woud / 19

20 2. Theoretisch kader In Het Groene Woud (HGW) wordt actief burgerschap gestimuleerd middels de projecten Rural Alliances en Burger aan zet. Bij het project Rural Alliances zijn er allianties gecreëerd tussen burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden om een impuls te geven aan het platteland. Met Rural Alliances wordt beoogd meer nieuwe allianties te creëren door bewoners van het platteland te mobiliseren ongeacht leeftijd, beroep of achtergrond door samen de beste principes van ondernemen en plattelandswaarden te combineren innovatief, netwerken, resultaatgericht, trots, cultuur, tradities om de sociale samenhang te versterken (Rural Alliances, 2013). Het project Burger aan zet gaat hierin verder en focust zich op actief burgerschap van de individuele burger. In dit theoretisch kader wordt beschreven wat er in de wetenschappelijke literatuur bekend is over de publieke motivatie, actief burgerschap en de rol van institutionele actoren. Het theoretisch kader bestaat uit vier onderdelen. In paragraaf 2.1 is omschreven wat de publieke motivatie is en welke factoren invloed uitoefenen op de publieke motivatie. In paragraaf 2.2 is beschreven wat actief burgerschap betekent en welke factoren van invloed zijn op actief burgerschap. In paragraaf 2.3 zijn theorieën omtrent de rol van de institutionele actoren beschreven. In het laatste onderdeel, paragraaf 2.4, worden er relaties gelegd tussen de drie eerdere paragrafen middels een conceptueel model. 2.1 Publieke motivatie Actief burgerschap kan niet ontstaan zonder een publieke motivatie van een burger. In deze paragraaf wordt antwoord gegeven op deelvragen één en twee: op welke wijze is de publieke motivatie in de literatuur omschreven? en welke factoren hebben volgens de literatuur invloed op de publieke motivatie? Definitie publieke motivatie De publieke motivatie is een ongedwongen idee van één of meerdere burgers dat in de toekomst plaats zou moeten vinden ten behoeve van de bevordering van het algemeen belang (Blom, Bosdriesz, van der Heijden & van Zuylen, 2010, p. 12). Buschers (2012, p. 39) stelt dat de publieke motivatie moet leiden tot toekomstige activiteiten van de burger om vorm te geven aan hun straat, buurt of stad, waarbij de burger zelf bepaalt hoe de activiteit plaats zou moeten vinden. Institutionele actoren hebben hierbij een ondersteunende rol. Sampson, MacIndoe, McAdam en Weffer-Elizondo (2005) maken een driedeling tussen verschillende typen publieke motivatie: (1) protest, (2) civic en (3) hybride. Bij protest wordt een probleem onder de aandacht gebracht en is de burger niet van plan het probleem zelf aan te pakken. Civic is de categorie ideeën die erop gericht zijn om activiteiten te organiseren die de samenleving dichter bij elkaar brengen. Hierbij is er geen sprake van mogelijke steun van de overheid. Bij de hybride publieke motivatie heeft de burger steun nodig van institutionele actoren om zijn idee Het Groene Woud 2. Theoretisch kader 20

21 tot uitvoering te kunnen brengen. Dit onderzoek richt zich op de typen civic en hybride. De burgers moeten namelijk middels de publieke motivatie een toekomstgerichte activiteit ontwikkelen. De publieke motivatie betreft het idee van de burger zich in te willen zetten voor de gemeenschap. In dit onderzoek is er sprake van de volgende definitie van de publieke motivatie: een ongedwongen idee van één of meerdere burgers wat tot een toekomstgerichte activiteit in het publieke domein moet leiden en gericht is op de bevordering van het algemeen belang. De toekomstgerichte activiteit kan zowel met als zonder institutionele actoren worden uitgevoerd Factoren van invloed op de publieke motivatie In deze subparagraaf wordt er antwoord gegeven op deelvraag twee: welke factoren hebben volgens de literatuur invloed op de publieke motivatie? In de literatuur zijn er vier factoren beschreven die van invloed zijn op de publieke motivatie van een burger: (1) persoonlijke motivatie, (2) betrokkenheid, (3) informatie en (4) invitatie. Persoonlijke motivatie Burgers hebben een persoonlijke motivatie nodig om tot een publieke motivatie te komen (Alford, 2002; 2009). De motivatie is de beweegreden of drijfveer die ons tot actie zet (Van Dale, 2013), bijvoorbeeld dat je gaat eten omdat je een hongerig gevoel hebt. Alford (2002; 2009) verdeelt de persoonlijke motivatie op in twee dimensies: de intrinsieke en extrinsieke motivatie. De intrinsieke motivatie is een motivatie die geheel afhankelijk is van de aard van de activiteit. De intrinsieke motivatie wordt meestal gestuurd door gevoelens van tevredenheid en voldoening (Vinke, 1996, p. 46). Burgers die intrinsiek gemotiveerd zijn creëren de publieke motivatie op basis van goodwill of om zichzelf te ontwikkelen (Alford, 2009). Individuele en groepswaarden die men in de maatschappij belangrijk vindt staan bij de intrinsieke motivatie centraal: altruïsme, solidariteit, loyaliteit, sociaal of kennisontwikkeling (Clary, Snyder & Stukas, 1996, p. 487; Alford, 2002, p. 45; Jakobsen, 2012, p. 35). De beloning van de uit te voeren activiteit zit in de activiteit zelf en dient niet van buitenaf gestimuleerd te worden (Ryan & Deci, 2000, p. 57), bijvoorbeeld omdat het je leuk lijkt om actief te worden voor de maatschappij. Een burger is extrinsiek gemotiveerd wanneer hij door prikkels van buitenaf tot een publieke motivatie komt. Ontevredenheid en achterstanden zijn vaak aanleiding voor de publieke motivatie (Van de Wijdeven, 2012, p. 135). De burger is ontevreden over bepaald beleid of over de kwaliteit van een publieke dienst (Pestoff, 2012, p. 21). Hiermee ondervindt de burger een probleem in de maatschappij waar hij wat aan wil doen. De prikkel komt hiermee van buitenaf, omdat de burger gemotiveerd wordt door zaken waar hij zelf geen invloed op uit kan oefenen. Burgers die extrinsiek gemotiveerd zijn maken een rationele afweging tussen de verwachte kosten en opbrengsten (van de Wijdeven, 2012, p. 122). Daarnaast kan een burger extrinsiek gemotiveerd zijn wanneer hij materiële beloningen, bijvoorbeeld geld of goederen, in het vooruitzicht ziet (Alford, 2002, p. 43). Het Groene Woud 2. Theoretisch kader 21

22 Verbondenheid Burgers worden actief wanneer het gerelateerd is aan hun persoon, dagelijks leven of identiteit. Ze dragen bij aan maatschappelijke doelen wanneer dit binnen hun eigen levensovertuiging past (Van der Heijden, Van Dam, Van Noortwijk, Salverda & Van Zanten, 2011, p.11). Een burger moet verbonden zijn met de gemeenschap of een thema om tot een publieke motivatie te komen (van de Wijdeven, 2012; Pestoff, 2012; Bolt, 2005). Bolt (2005) vindt verbondenheid met de gemeenschap de belangrijkste voorspeller van de publieke motivatie. Wanneer een burger zich thuis voelt zal het sneller tot een publieke motivatie komen. Als de burger zich verbonden voelt aan de omgeving let het scherper op zaken die zich in de omgeving afspelen en zal het sneller ongewenstheden detecteren (Van de Wijdeven, 2012, p. 136), bijvoorbeeld een vervallen plantsoen. Ook de verbondenheid met een dienst of activiteit is van belang voor de publieke motivatie (Pestoff, 2012, p. 24). Wanneer een burger voelt dat een bepaalde dienst of activiteit belangrijk voor hem is, dan zal hij eerder bereid zijn om actief te worden. Wanneer een burger zich verbonden voelt aan natuur en landschap, dan zal het eerder een idee ontwikkelen om bijvoorbeeld een oude molen op te knappen of om duurzaam energie op te wekken (Rural Alliances, 2013). Informatie Informatie heeft invloed op de publieke motivatie (Etgar, 2007; Pestoff, 2012; Verba, Schlozman & Brady, 1995). Degene die beter geïnformeerd is over maatschappelijke vraagstukken zal eerder geneigd zijn actief te worden (Verba et al., 1995). Etgar (2007) stelt dat de burger de juiste informatievoorziening moet hebben om tot ideeën te komen. De informatievoorziening kan op verschillende manieren tot stand komen, bijvoorbeeld via media of informatieavonden. Op basis van de informatievoorziening kan een burger afwegen of het nuttig is zelf oplossingen te bedenken voor maatschappelijke vraagstukken (Van de Wijdeven, 2012, p. 123). Invitatie Invitatie heeft invloed op de publieke motivatie (Verba et al, 1995). Verba et al (1995) hebben in hun onderzoek naar actief burgerschap de klassieke vraag waarom burgers actief zijn omgedraaid: ze vroegen waarom burgers niet actief zijn. Een van de antwoorden was dat de burger niet geïnviteerd wordt om een publieke motivatie te creëren. Uit het onderzoek van Potten (2011, p. 7) blijkt dat meer dan 50% van de inwoners van HGW het liefst gevraagd worden door andere actieve burgers om actief te worden. Hieruit blijkt dat invitatie een voorspeller van de publieke motivatie kan zijn Schematische weergave publieke motivatie In deze paragraaf is beschreven welke factoren volgens de literatuur invloed hebben op de publieke motivatie van burgers, zie figuur 2.1. In totaal zijn er vier factoren die invloed uit kunnen oefenen op de publieke motivatie: (1) persoonlijke motivatie, (2) verbondenheid, (3) informatie en (4) invitatie. Het Groene Woud 2. Theoretisch kader 22

23 Figuur 2.1: Schematische weergave factoren van invloed op publieke motivatie Persoonlijke motivatie Verbondenheid Informatie Publieke motivatie Invitatie 2.2 Actief burgerschap Er wordt veel gesproken over actief burgerschap (o.a. Jakobsen, 2012; Pestoff & Brandsen, 2008; Bovaird & Löffler, 2005; Joshi & Moore, 2004; Alford, 2002; Langston, 1978). Maar wat is actief burgerschap? Actief burgerschap is een doelgerichte activiteit waarin burgers, mogelijk in een relatie met een institutionele actor, deelnemen (Langton, 1978, p. 17). Zimmerman en Rappaport (1988, p. 726) definiëren actief burgerschap als betrokkenheid in een georganiseerde activiteit waarin burgers, 0zonder te betalen, een gemeenschappelijk doel nastreven. Roberts (2004, p. 320) stelt dat burgerschap het proces is waarin burgers en professionals de macht delen bij het maken van substantiële besluiten. Hierbij ondernemen ze gezamenlijk actie die de gemeenschap ten goede komt. Van de Wijdeven (2012, p. 63) stelt dat burgerschap bestaat uit een activiteit die gericht is op het publieke domein, waarbij een constante wisselwerking is van actieve sturing van professionals en bestuurders enerzijds, en reactie, initiatief en interacties van burgers anderzijds. In deze paragraaf wordt antwoord gegeven op deelvragen drie en vier: op welke wijze is actief burgerschap in de literatuur omschreven? en welke factoren hebben volgens de literatuur invloed op actief burgerschap? De antwoorden worden gegeven middels de volgende subparagrafen: de ontwikkelingen van generaties van actief burgerschap, de niveaus van actief burgerschap, de definitie van actief burgerschap en de factoren die actief burgerschap voorspellen Ontwikkeling van drie generaties van actief burgerschap In de literatuur wordt er over drie generaties van actief burgerschap gesproken (Lenos, Sturm & Vis, 2006; Van de Wijdeven, 2012), zie tabel 2.1. Actief burgerschap heeft zich de afgelopen decennia sterk ontwikkeld. De eerste generatie van actief burgerschap wordt de inspraak in besluitvormingsprocedures genoemd. Burgers zijn mondiger geworden en krijgen via wettelijk vastgelegd recht de mogelijkheid op inspraak. Op deze wijze werd het voor burgers mogelijk beleid te beïnvloeden. Bij de tweede generatie van actief burgerschap staat interactieve beleidsvorming en coproductie centraal. Volgens de theorie van de tweede generatie kregen burgers de mogelijkheid om in een vroege beleidsfase te participeren en zo het beleid mee te vormen. De institutionele actoren Het Groene Woud 2. Theoretisch kader 23

24 bepalen hierbij bij welke onderwerpen de burger wordt betrokken en welke rol de burger krijgt. Bij de derde generatie van actief burgerschap is er sprake van zelforganisatie, eigen verantwoordelijkheid en een faciliterende overheid. De burgers bepalen waarvoor zij zich in willen zetten en hoe zij dat willen doen. De drie generaties zijn geen benaderingen die elkaar door de loop der jaren hebben vervangen, maar bestaan naast elkaar (van de Wijdeven, 2012, p. 73). Tabel 2.1: drie generaties van actief burgerschap (Lenos, Sturm & Vis, 2006) Vorm van actief burgerschap 1 e generatie Inspraak: Door mondige burgers afgedwongen mogelijkheid te reageren op beleid gemaakt door de overheid. Wettelijk vastgelegd recht. 2 e generatie Interactieve beleidsvorming en coproductie: Burgers krijgen in vroege fase gelegenheid het beleid mede vorm te geven 3 e generatie Eigen verantwoordelijkheid en faciliterende overheid: Burgers nemen zelf het heft in handen (zelforganisatie). Bottom-up: burger heeft idee en voert dit zelf uit Periode Jaren 70 tot nu toe Begin jaren 90 tot nu toe Begin 2000 tot nu toe Niveaus actief burgerschap Actief burgerschap vindt plaats op verschillende niveaus (Arnstein, 1969; Edelenbos & Monnikhof, 2001). Arnstein (1969) ontwikkelde een participatieladder, waarin hij aangaf dat er verschillende niveaus van participatie zijn. De participatieladder van Arnstein bestond uit acht treden: (1) manipulatie, (2) opvoeding, (3) informeren, (4) consulteren, (5) inspraak, (6) coöperatie, (7) gedelegeerde macht en (8) burgercontrole. Op de eerste twee treden heeft de burger geen zeggenschap en wordt beleid aan de burger opgedrongen. Op de treden drie tot en met vijf is er sprake van nonparticipatie. De burger krijgt een bepaalde macht bij het maken en uitvoeren van beleid bij de treden zes tot en met acht. Ook Edelenbos en Monnikhof (2001) hebben een participatieladder ontwikkeld. De participatieladder van Edelenbos en Monnikhof telt vijf treden: (1) informeren, (2) consulteren, (3) adviseren, (4) coproduceren en (5) co-beslissen. Informeren is het laagste niveau van participatie. Informeren betreft een eenzijdige communicatie van de institutionele actor naar de burgers toe. Bij consulteren, de tweede trede, vraagt de institutionele actor een mening over specifiek beleid aan haar burgers. Op de derde trede, adviseren, krijgt de institutionele actor input van de burgers om een beleidsprobleem aan te pakken. Bij coproductie, de vierde trede, werkt de institutionele actor op gelijke basis samen met haar burgers. Co- beslissen is de hoogste vorm van burgerparticipatie. De burger heeft alle verantwoordelijkheid en organiseert zelf de besluitvorming rondom beleid. De participatieladder van het Institute of Environmental Management and Assesment (2002) telt vier treden. Op de eerste trede is er sprake van educatie en informatievoorziening. Op de tweede trede Het Groene Woud 2. Theoretisch kader 24

25 volgt er feedback op de informatievoorziening en op de derde trede wordt de burger betrokken, waarbij het een consulterende rol heeft. Op de vierde en laatste trede heeft de burger uitgebreide betrokkenheid. De Europese Commissie (2003) beschrijft drie niveaus van actief burgerschap: (1) cokennen, (2) co-denken en (3) coöperatie. Bij het co-kennen gaat het erom dat de burger geen actieve rol heeft in het proces, maar dat de burger informatie ontvangt over het proces. Bij het codenken heeft de burger input en wordt er naar de kennis van de burger geluisterd. Coöperatie is het hoogste niveau van burgerbetrokkenheid. Bij coöperatie draagt de burger actief bij aan het proces van beleidsvorming tot aan beleidsuitvoering. Tabel 2.2 is een weergave van de verscheidene niveaus van actief burgerschap. Tabel 2.2: Niveaus van actief burgerschap Participatieladder (Arnstein, 1969) Participatieladder (Edelenbos & Monnikhof, 2001) Niveaus van participatie (IEMA, 2002) Niveau van betrokkenheid (EC, 2002) Manipulatie Opvoeding Informeren Informeren Educatie en informatie Co- kennen Consulteren Consulteren Feedback Co- denken Inspraak Adviseren Betrokkenheid Coöperatie Coproduceren Uitgebreide betrokkenheid Coöperatie Gedelegeerde macht Co- beslissen Burgercontrole Definitie actief burgerschap Bij HGW is er sprake van actief burgerschap wanneer de burger minimaal consulteert. De eenzijdige communicatiestroom van informeren is niet voldoende om te spreken van actief burgerschap. De burger dient daarom een interactieve relatie met institutionele actoren te hebben of zelf publieke activiteiten onderhanden te nemen. In dit onderzoek is er sprake van de volgende definitie van actief burgerschap: Een interactieve relatie tussen burger en instituties waarin de burger consulteert, adviseert, coproduceert of co-beslist en waarbij een georganiseerde activiteit plaatsvindt die ten goede komt aan het gemeenschappelijk doel Factoren van invloed op actief burgerschap In deze subparagraaf wordt antwoord gegeven op deelvraag vier: welke factoren hebben volgens de literatuur invloed op actief burgerschap?. Allereerst wordt er ingegaan op collectieve actie, wat noodzakelijk is om tot actief burgerschap te komen, waarna de factoren die van invloed zijn op actief burgerschap worden beschreven. Het Groene Woud 2. Theoretisch kader 25

26 Uit onderzoek van Van de Wijdeven, Hendriks en Oude Vrielink (2010, p. 45) blijkt dat het cruciaal is dat burgers gesteund worden en assistentie krijgen van medeburgers. Men wil en kan vaak niet alleen een project op poten zetten. Dit blijkt ook uit het onderzoek dat Potten (2011) in HGW heeft uitgevoerd. Uit het onderzoek van Potten (2011, p. 8) blijkt dat 69% van de niet-participerende burger wil participeren in verenigingsverband. Hieruit blijkt dat burgers in staat moeten zijn om gezamenlijk een taak te kunnen volbrengen: collectieve actie. Burgers gaan niet zomaar over op collectieve actie. Om tot collectieve actie te komen dient er sprake te zijn van wederzijds vertrouwen tussen de burgers (Knottnerus et al, 2012; van de Wijdeven, 2012, p. 128). Ostrom (1990) deed onderzoek naar onder welke condities burgers in staat zijn om tot duurzame collectieve actie te komen. Uit het onderzoek van Ostrom (1990) bleek dat burgers om drie redenen niet over gaan tot collectieve actie: (1) burgers zijn passief en accepteren alles wat hen overkomt, (2) burgers weten niet wat ze met collectieve actie kunnen bereiken en (3) burgers zijn bang voor sociale dilemma s als free- rider gedrag, wat betekent dat burgers bang zijn dat andere burgers profiteren van hun collectieve actie. Om succesvol tot collectieve actie te komen dienen burgers om te gaan met problemen als free- rider gedrag, problemen met toezegging aan de collectieve actie, afspraken maken over wat de doelen en activiteiten zijn en ervoor zorgen dat alle burgers zich aan deze regels houden (Ostrom, 1990). Collectieve actie is van cruciaal belang voor burgers om actief burgerschap te kunnen vertonen. Bij collectieve actie komt het persoonlijk belang op gelijke hoogte met het algemeen belang (Helderman & Brandsen, 2012, p. 172). Hierdoor zijn burgers in staat zich in te zetten voor het algemeen belang. Collectieve actie is hiermee het verbindingselement tussen de publieke motivatie en actief burgerschap, zie figuur 2.2. Figuur 2.2: Relatie tussen publieke motivatie, collectieve actie en actief burgerschap Publieke motivatie Collectieve actie Actief burgerschap Om de stap van de publieke motivatie naar actief burgerschap te zetten, en dus collectieve actie te realiseren, zijn er factoren vanuit twee partijen van belang. De burger, die iets wil realiseren, en de institutionele actoren, die de burger vertrouwen geven, ondersteunen of faciliteren. De sleutel tot actief burgerschap zit in de interactie tussen de burger(s) en institutionele actoren (Helderman, persoonlijke communicatie, 15 april 2013). De vraag blijft wanneer burgers actief worden voor de maatschappij. In de wetenschappelijk literatuur zijn verscheidene redenen te vinden voor wanneer burgers actief worden. Burgers moeten bereid en bekwaam zijn om actief burgerschap te vertonen (Alford, 2002). Daarnaast hebben middelen en steun vanuit institutionele actoren invloed op de resultaten van actief Het Groene Woud 2. Theoretisch kader 26

27 burgerschap (Jakobsen, 2012, p. 34; Joshi & Moore, 2006; Alford, 2002). Bovaird en Loffler (2012) stellen dat er verscheidene barrières zijn die actief burgerschap afremmen. Zo moeten er voldoende middelen aanwezig zijn, moeten burgers bepaalde waarden ontwikkelen, moeten burgers over benodigde kennis beschikken en moeten professionals beleid durven los te laten. Handelingscapaciteit burger Wanneer de burger aan actief burgerschap wil doen heeft het een bepaalde burgerlijke handelingscapaciteit nodig. De burger moet namelijk in staat zijn om zijn publieke motivatie om te zetten naar actief burgerschap. De burgerlijke handelingscapaciteit bestaat uit vier factoren: (1) bekwaamheid, (2) vertrouwen, (3) beschikbare tijd en (4) netwerk. Bekwaamheid De burger dient bekwaam te zijn wil hij tot actief burgerschap komen (Alford, 2002). Een burger is bekwaam wanneer hij beschikt over de benodigde kennis, expertise en vaardigheden die van belang zijn om de activiteit uit te voeren (Alford, 2002; Needham, 2008; Bovaird & Loffler, 2012). De bekwaamheid van burgers kan worden vergroot door training en informatievoorziening of door te taak van de burger te vergemakkelijken (Alford, 2002). Vertrouwen Verba en Almond (1989, p. 206) stellen dat er een relatie is tussen het vertrouwen dat iemand heeft om invloed uit te kunnen oefenen en het daadwerkelijk actief zijn. Naarmate een burger meer vertrouwen heeft is het sneller in staat om maatschappelijke problemen op te lossen (Dekker & de Hart, 1999, p. 304). Putnam (1993, p. 169) signaleerde in de Verenigde Staten een afname van participatie en in vertrouwen. Putnam stelde hierbij dat er een relatie tussen beide trends is. Naast het vertrouwen in eigen kunnen dient de burger ook te vertrouwen op institutionele actoren (van de Wijdeven, 2012, p. 134). Wanneer een burger institutionele actoren niet vertrouwt, zal het ook niet richting de institutionele actoren stappen om zijn activiteit voor te leggen. Dit doet de burger omdat hij op voorhand denkt dat de institutionele actoren niets voor hem kunnen betekenen. Wanneer burgers geen vertrouwen hebben in een goede afloop, dan zal de burger niet actief worden voor de maatschappij. Beschikbare tijd De burger dient voldoende tijd te hebben om de activiteit uit te voeren, want zonder tijd is de burger niet in staat zich in te zetten voor de maatschappij. Daarnaast moet de burger het kunnen veroorloven om zich in te zetten voor de maatschappij en niet voor iets anders (Verba et al, 1995; Jakobsen, 2012). Het Groene Woud 2. Theoretisch kader 27

28 Netwerk Contacten met buurtbewoners, instanties in de buurt en institutionele actoren zijn cruciaal voor actief burgerschap (Denters, Tonkens, Verhoeven & Bakker, 2013). Denters et al (2013) beschrijven drie soorten netwerken die van belang zijn bij actief burgerschap: (1) contacten binnen de groep actieve burgers, (2) contacten met burgers uit de buurt en (3) contacten met organisaties uit de buurt. Wanneer één van deze drie netwerken ontbreken is het onmogelijk om tot actief burgerschap te komen. Een netwerk zorgt voor kortere lijnen en mogelijkheden om informeel afspraken te maken, wat het gemakkelijker maakt om actief burgerschap te vertonen (Denters et al, 2013). Institutionele omgeving Binnen de institutionele omgeving zijn de institutionele actoren actief. Institutionele actoren zijn organisaties in het publieke domein die een rol kunnen spelen bij actief burgerschap. De institutionele omgeving is noodzakelijk om tot actief burgerschap te komen, omdat de institutionele omgeving met de burger samenwerkt en ondersteunt in zijn activiteit. De institutionele omgeving telt drie factoren: (1) toerusting en (2) institutionele steun en (3) institutionele ruimte. Toerusting Zonder toerusting is het onmogelijk om tot actief burgerschap te komen (Jakobsen, 2012; Bovaird & Loffler, 2012). Allereerst zijn financiële middelen van belang (Jakobsen, 2012, p. 33; Bovaird & Löffler, 2012). Bij een tekort aan financiële middelen zal er geen actief burgerschap tot stand komen. De financiële middelen kunnen hierbij afkomstig zijn vanuit de overheid, maar ook vanuit bedrijven of maatschappelijke instanties: de institutionele actoren. Naast de financiële middelen is het noodzakelijk om over de benodigde materialen te beschikken (Jakobsen, 2012, p. 33) Om een alarmnummer te bellen heb je een telefoon en telefoonnetwerk nodig, dit geldt ook voor actief burgerschap. Om een plantsoen te onderhouden heb je bijvoorbeeld tuinmaterialen nodig. Alle voorgenoemde middelen vormen de input van actief burgerschap. Institutionele steun Hoe meer een burger wordt gesteund door institutionele actoren, des te groter de bereidheid om actief te zijn (Alford, 2002, p. 41). Om voldoende steun vanuit de instituties te krijgen moeten de instituties over voldoende capaciteit en competenties beschikken om de burger serieus te kunnen nemen (Joshi & Moore,2004, p. 41; Knottnerus et al, 2012). Wanneer de burger onvoldoende wordt gesteund om actief te zijn, zal hij ook niet actief zijn (Jakobsen, 2012). Er moet daarom sprake zijn van een wederzijds vertrouwen tussen burger en professional (Knottnerus et al, 2012). De institutionele actoren kunnen op verschillende manieren steun verlenen aan burgers. De Raad Openbaar Bestuur (2012, p. 67) ontwikkelde een overheidsparticipatieladder, waarmee wordt aangegeven welke rol institutionele actoren aan kunnen nemen om steun te verlenen aan actieve burgers. De ladder telt vijf treden: (1) Het Groene Woud 2. Theoretisch kader 28

29 loslaten, (2) faciliteren, (3) stimuleren, (4) regisseren en (5) reguleren. Met behulp van deze vijf rollen kunnen institutionele actoren steun bieden aan actieve burgers. Institutionele ruimte Instituties dienen te vertrouwen op burgers en ruimte te scheppen om de burgers actief te laten zijn in het publieke domein (Oude Vrielink & Verhoeven, 2011, p. 381). Bureaucratische barrières dienen te worden weggenomen in plaats van te worden gecreëerd. Burgers moeten zelf de mogelijkheid hebben om de inhoud van de activiteit te bepalen zonder dat de activiteit door een professional wordt overgenomen. Daarnaast dient de wet- en regelgeving zo te zijn opgesteld dat het ruimte biedt om activiteiten te starten (Blom et al, 2010). Wanneer een wet- of regelgeving een activiteit in de weg staat dient een professional mee te denken op welke wijze het toch mogelijk is de activiteit van de grond te kunnen brengen Schematische weergave actief burgerschap In deze paragraaf is beschreven welke factoren volgens de literatuur invloed hebben op actief burgerschap, zie figuur 2.3. Om tot actief burgerschap te komen zijn er vanuit twee partijen factoren van belang: (1) de burger en (2) de institutionele omgeving. In totaal hebben vier factoren invloed op de burgerlijke handelingscapaciteit: (1) bekwaamheid, (2) vertrouwen, (3) beschikbare tijd en (4) netwerk. Bij de institutionele omgeving zijn er drie factoren van belang: (1) toerusting, (2) institutionele steun en (3) institutionele ruimte. Figuur 2.3: Schematische weergave factoren van invloed op actief burgerschap Burgerlijke capaciteit Bekwaamheid Beschikbare tijd Vertrouwen Netwerk Publieke motivatie Toerusting Collectieve actie Institutionele ruimte Institutionele steun Institutionele omgeving Actief burgerschap Het Groene Woud 2. Theoretisch kader 29

30 2.3 Rol van institutionele actoren In deze paragraaf wordt er antwoord gegeven op deelvraag vijf van het onderzoek: welke rollen zijn er in de literatuur voor instituties beschreven? Binnen de institutionele omgeving spelen de institutionele actoren een rol. Welke rol de institutionele actoren spelen is per situatie divers. De rol die institutionele actoren spelen heeft invloed op de factoren die van belang zijn bij de institutionele omgeving: (1) toerusting, (2) institutionele steun en (3) institutionele ruimte. In deze paragraaf wordt er ingespeeld op twee onderdelen: (1) de algemene rol van instituties en (2) de rollen van professionals en bestuurders. Gezamenlijk vormen de twee onderdelen het antwoord op deelvraag vijf Algemene rol instituties Denters, Tonkens, Verhoeven en Bakker (2013) stellen dat instituties actief burgerschap via drie benaderingen kunnen steunen en stimuleren: (1) de stimulerende benadering, (2) de faciliterende benadering en (3) de coproductieve benadering. Bij de stimulerende benadering spelen professionals een actieve rol in het realiseren van burgerlijke ideeën. Dit gebeurt via bijvoorbeeld wijkbudgetten, voucherregelingen, wijkbijeenkomsten of wedstrijden voor burgerinitiatieven. De faciliterende benadering berust op het idee dat een initiatief spontaan ontstaat bij de burger en dat de institutionele omgeving, voor zover nodig, op verzoek van de burger hier ondersteuning aan biedt. Bij de coproductieve benadering ontstaat er een verregaande samenwerking tussen de burgers en de institutionele omgeving. De Raad Openbaar Bestuur (2012, p. 67) ontwikkelde een overheidsparticipatieladder, waarmee het aangeeft welke rol een institutionele actor in kan. De ladder telt vijf treden: (1) loslaten, (2) faciliteren, (3) stimuleren, (4) regisseren en (5) reguleren. Wanneer institutionele actoren loslaten bemoeien de institutionele actoren zich noch met de inhoud noch met het proces van een burgeractiviteit. De burger heeft hierbij alle macht zijn activiteit tot uitvoering te brengen. Institutionele actoren kiezen een faciliterende rol wanneer zij inzien dat de burger niet zonder hulp in staat is om zijn activiteit tot uitvoering te brengen. Bij de trede stimuleren heeft de institutie de wens dat bepaald beleid van de grond komt, maar laat het de realisatie van beleid aan anderen over. De institutionele actor zoekt hierbij slechts naar mogelijkheden om anderen in beweging te krijgen. Bij de regisserende rol hebben andere partijen dan de institutionele actor een beperktere rol. De institutionele actor houdt de regie strak in eigen hand. De laatste trede is de regulerende rol, waarbij institutionele actoren middels wet- en regelgeving de burgers iets opdragen Rollen van professionals en bestuurders Pestoff (2012) beschrijft drie soorten relaties tussen burgers en professionals: (1) afhankelijk, (2) aanvullend en (3) complementair. Bij de afhankelijke relatie kan de professional niet zonder de input van burgers. De professional is hiermee afhankelijk van wat burgers willen. Bij de aanvullende relatie vult de professional de burger aan. De professional neemt de burger serieus en helpt de burger Het Groene Woud 2. Theoretisch kader 30

31 wanneer het proces vast loopt. Bij de complementaire relatie vullen beide partijen, zowel de professional als de burger, elkaar aan. Zo kan de burger de benodigde kennis voor dienstverbetering leveren en de professional de benodigde middelen. Een plan van een burger dient daarom niet bij voorbaat afgekeurd te worden, maar de professional zal een luisterend oor moeten zijn voor elke burgeractiviteit. Pollit en Bouckaert (2011) beschrijven drie verschillende rollen van de professional: (1) autonome manager, (2) expert en (3) netwerkmanager. De autonome manager werkt op afstand van zijn bestuurder en heeft ruimte om zelf op bedrijfsmatige manier autonoom beleid te ontwikkelen. Dit beleid kan hij in samenwerking met burgers ontwikkelen, maar ook zelf. Het risico van deze rol is dat professionals loyaliteit aan bestuurders verliezen. De expert is de uitvoerder van beslissingen en beschikt over specifieke kennis van beleidsterreinen. De expert legt beleid aan de burgers op. Het risico van deze rol is dat professionals loyaliteit aan de samenleving verliezen. De netwerkmanager brengt partijen bij elkaar om tot beleid te komen. De netwerkmanager heeft hierbij geen leidende rol, maar faciliteert de netwerken. Het risico van de netwerkmanager is dat er onduidelijkheid ontstaat over de democratische verantwoording, want de managers hebben immers het laatste woord. Pollit en Bouckaert (2011) beschrijven ook drie rollen voor bestuurders: (1) strateeg, (2) beslisser en (3) onderhandelaar. De bestuurder als strateeg zet de visie en doelstellingen uiteen. Deze laten ze door professionals of andere organisaties uitvoeren. Het risico van de rol als strateeg is dat bestuurders niet kunnen loslaten. Bij de rol als beslisser neemt de bestuurder de besluiten in de organisatie. De beslisser bepaalt wat er wel, maar ook wat er niet mogelijk is. Het risico van deze rol is dat er sprake kan zijn van grillige besluitvorming door bestuurlijke wisselingen. Bij de rol van de onderhandelaar is de bestuurder bezig met compromissen sluiten. De onderhandelaar probeert zoveel mogelijk te faciliteren en is veel in gesprek met organisaties en de lokale bevolking. Het risico van de rol van onderhandelaar is dat een compromis niet altijd het beste besluit is. Een compromis hoeft namelijk niet altijd aan te sluiten op het belang van alle bewoners Conclusie rol institutionele actoren De rol die institutionele actoren spelen heeft invloed op de institutionele omgeving. In deze paragraaf is de algemene rol van institutionele actoren en de rol van de bestuurder en professional beschreven. Een institutionele actor kan vijf verschillende rollen spelen als het om actief burgerschap gaat: (1) loslaten, (2) faciliteren, (3) stimuleren, (4) regisseren en (5) reguleren. Binnen de institutionele actoren kunnen professionals drie rollen spelen: (1) autonome manager, (2) expert of (3) netwerkmanager. De bestuurder kan de rol van (1) strateeg, (2) beslisser of (3) onderhandelaar hebben. Het Groene Woud 2. Theoretisch kader 31

32 2.4 Conceptueel model Met behulp van wetenschappelijke literatuur is er middels het theoretisch kader een conceptueel model omtrent de publieke motivatie en actief burgerschap ontwikkelt, zie figuur 2.4. Het conceptueel model geeft de factoren en de relaties tussen alle factoren weer. Figuur 2.4: Conceptueel model Burgerlijke capaciteit Persoonlijke motivatie Bekwaamheid Vertrouwen Verbondenheid Publieke Beschikbare tijd Collectieve actie Netwerk Actief motivatie burgerschap Informatie Toerusting Institutionele steun Invitatie Institutionele ruimte (Rol) institutionele omgeving Het Groene Woud 2. Theoretisch kader 32

33 3. Methodologie In het hoofdstuk methodologie is beschreven op welke wijze het onderzoek is uitgevoerd. Figuur 3.1 is de schematische weergave van het onderzoek. Het onderzoek was gestart met een theoretische verkenning. De theorieën omtrent de publieke motivatie, actief burgerschap en de rol van institutionele actoren zijn hierbij beschreven. Hierna vond de empirische verkenning middels interviews, documentenanalyse en een focusgroep plaats. De empirische verkenning heeft plaats gevonden bij twee groepen respondenten: (1) de burgers en (2) de institutionele actoren. De burgers zijn ondervraagd op de factoren die van invloed zijn op de publieke motivatie en actief burgerschap. Bij de institutionele actoren stonden de rol en ervaringen omtrent actief burgerschap centraal. Vanuit de empirische verkenning zijn conclusies getrokken, waarna er aanbevelingen aan de Streekraad en haar partners zijn gedaan. In dit hoofdstuk is de methodologie van het onderzoek beargumenteerd en zijn theoretische concepten omgezet in meetbare variabelen. Het hoofdstuk start met de argumentatie van de onderzoeksstrategie, paragraaf 1.1. In paragraaf 3.2 zijn de databronnen en methoden van onderzoek beschreven. In paragraaf 3.3 is de steekproef toegelicht, waarna in paragraaf 3.4 de technieken van onderzoek zijn beschreven. In paragraaf 3.5 zijn de variabelen geoperationaliseerd naar meetbare concepten. Het hoofdstuk eindigt met de kwaliteitscriteria van het onderzoek, paragraaf 3.6. Figuur 3.1: Schematische weergave onderzoek Theoretische verkenning Empirie Factoren van invloed op publieke motivatie Factoren van invloed op actief burgerschap Burgers Conclusies Aanbevelingen aan Streekraad en partners Rol institutionele Institutionele actoren actoren 3.1 Onderzoeksstrategie Van Thiel (2010, p. 69) omschrijft vier onderzoeksstrategieën: (1) experiment, (2) enquête, (3) gevalsstudie en (4) bestaand materiaal. Het experiment is geschikt om te verklaren en hypothesen te toetsen. Het aantal onderzoekseenheden en variabelen is hierbij gering. De enquête, een vorm van kwantitatief onderzoek, is bedoeld om te beschrijven, toetsen en diagnosticeren. De enquête heeft een groot aantal onderzoekseenheden en variabelen. De gevalsstudie, een vorm van kwalitatief onderzoek, is bedoeld om te verkennen, beschrijven, diagnosticeren en evalueren. Bij de gevalsstudie is het aantal onderzoekseenheden gering, maar het aantal variabelen groot. De laatste variant is onderzoek uit bestaand materiaal. Onderzoek vanuit bestaand materiaal kan alle vormen van onderzoek aannemen, waarbij het aantal onderzoekseenheden en variabelen ook variërend zijn. Het Groene Woud 3. Methodologie 33

34 Dit onderzoek is van diagnosticerende aard. Diagnostisch onderzoek is toepassingsgericht. Er wordt vastgesteld wat het knelpunt is en welke factoren er positief of negatief aan bijdragen (Van Thiel, 2010, p. 24). Het diagnostisch onderzoek helpt bij het verkrijgen van inzichten in aanknopingspunten om het probleem aan te pakken. De onderzoeksstrategieën enquête en gevalsstudie zijn mogelijk bij diagnostisch onderzoek. In dit onderzoek had kwalitatief onderzoek de voorkeur boven kwantitatief onderzoek, de gevalsstudie. Middels kwalitatief onderzoek is het mogelijk de diepte in te gaan door middel van doorvragen. Ook is er voor kwalitatief onderzoek gekozen omdat er tientallen oorzaken en redenen kunnen zijn voor waarom burgers actief worden. Daarnaast zullen de ervaringen van burgers zeer divers zijn wat niet in een kwantitatief onderzoek gevat kan worden. De onderzoeksstrategie is de gevalsstudie, in het Engels de casestudy. De casestudy is een onderzoeksstrategie waarbij één of meerdere gevallen (cases) van het onderzoeksonderwerp in hun natuurlijke situatie wordt onderzocht (Van Thiel, 2010, p. 99; Boeije, 2005, p. 21). Een case kan van alles zijn: een individu, een groep, een dorp, een gemeente, een gebeurtenis, een relatie, maar ook zaken als een wet of een besluit. In dit onderzoek is HGW de case. Er is voor de casestudy gekozen omdat actief burgerschap zich in een natuurlijke situatie afspeelt, het betreft een actueel onderwerp in de dagelijkse realiteit. Daarnaast heeft het onderzoek een praktijkgericht karakter: er wordt getracht een bijdrage te leveren aan de ondersteuning en stimulering van actief burgerschap. De casestudy kenmerkt zich doordat er veel - vaak kwalitatieve gegevens worden verzameld over alles wat met de casus te maken heeft. Voor het verzamelen van gegevens worden meerdere methoden van dataverzameling gebruikt (Van Thiel, 2010, p. 99). Daarnaast is in de casestudy de controle op de onderzoekssituatie klein (Vennix, 2006, p. 104). Er is weinig controle over de onderzoekssituatie, omdat actief burgerschap in HGW al in volle gang is. Daarnaast hebben alle institutionele actoren een eigen zienswijze op actief burgerschap. Het is een proces waar geen controle of invloed op uit kan worden geoefend. 3.2 Databronnen en methoden van onderzoek In een casestudy worden verschillende soorten databronnen en methoden van onderzoek gebruikt om tot conclusies te komen (Vennix, 2006, p. 103). In het onderzoek dit de databronnen literatuur, personen, documenten, beleidsprogramma s en media gebruikt. De methoden van onderzoek zijn interviews, documentenanalyse en een focusgroep Databronnen Ter voorbereiding van dit onderzoek zijn theorieën over de publieke motivatie, actief burgerschap en de rol van institutionele actoren in de literatuur gezocht in de Universiteit Bibliotheek van de Radboud Universiteit Nijmegen. Bij het zoeken is er gebruik gemaakt van de termen actief burgerschap, burgerparticipatie, coproductie, doedemocratie en rol van instituties. De databron personen is de belangrijkste in dit onderzoek. De informatie die burgers en institutionele actoren gaven vormden Het Groene Woud 3. Methodologie 34

35 hoofdzakelijk de input voor de resultaten van het onderzoek. Ook is er gebruik gemaakt van documenten, zoals beleidsprogramma s van de provincie, gemeenten en maatschappelijke organisaties. Als laatst is de databron media gebruikt. Dit zijn websites en kranten waarin informatie is verkregen omtrent het onderwerp actief burgerschap in Het Groene Woud Methoden van onderzoek Tijdens het onderzoek is er gebruik gemaakt van de drie verschillende methoden van onderzoek: interview, documentenanalyse en focusgroep. Het interview is een veelgebruikte methode in casestudyonderzoek (Van Thiel, 2010, p. 108). Er zijn drie typen interviews: (1) open interview, (2) semigestructureerd interview en (3) gestructureerd interview (Van Thiel, 2010, p. 108). In het onderzoek is er gebruik gemaakt van het semigestructureerde interview. Het semigestructureerde interview is een gesprek aan de hand van een interviewhandleiding met topics. In de handleiding staan onderwerpen waarover tijdens het gesprek gesproken wordt. Voor het onderzoek zijn twee interviewhandleidingen ontwikkeld: één voor de actieve burgers en één voor institutionele actoren die met actieve burger te maken hebben. De handleidingen voor de interviews zijn te vinden in bijlage I. Ten tweede heeft er een documentenanalyse plaatsgevonden. Voor de documentenanalyse er is er gebruik gemaakt van beleidsplannen en beleidsvisies van de institutionele actoren in HGW. Met behulp van deze documenten is de rol van deze instituties in kaart gebracht. Als laatste methode is er gebruik gemaakt van de focusgroep. Een focusgroep is een open discussie over een specifiek onderwerp met meerdere respondenten (Van Thiel, 2010, p. 112). De focusgroep heeft op 26 juni 2013 plaatsgevonden. Voor de focusgroep waren professionals, bestuurders, leden van de Streekraad, actieve burgers en bedrijven uitgenodigd. In totaal hadden 30 personen zich aangemeld voor de focusgroep, zie bijlage II voor de aanmeldingen. Tijdens de focusgroep is er gesproken over drempels tot actief burgerschap en heeft er een discussie plaatsgevonden over de rol van de Streekraad omtrent actief burgerschap. 3.3 Steekproef Het onderzoek bestond uit twee onderdelen, waardoor er twee steekproeven zijn getrokken. Voor de steekproeven is gebruik gemaakt van beschikbare databestanden in het Streekhuis van HGW: adreslijst natuur en landschap, aanmeldingen achterbanbijeenkomst natuur en landschap, adreslijst Meierij themadag, aanmeldingenlijst MTD, adreslijst Streekraad HGW, aanmeldingen biodiversiteitsymposium en de adreslijst van Rural Alliances. Deze bestanden zijn gefilterd zodat er twee adreslijsten ontstonden één met actieve burgers en één met institutionele actoren van waaruit de steekproef getrokken werd. Beide steekproeven zijn te vinden in bijlage II. De eerste steekproef betrof de actieve burgers. De totale populatie (N) was 83. Er heeft een aselecte steekproef plaats gevonden, niet gebaseerd op selectie maar op toeval, omdat elke actieve Het Groene Woud 3. Methodologie 35

36 burger een dusdanig variërende activiteit uitvoerde dat het onmogelijk was om theoretisch relevante criteria op te stellen. De potentiële respondenten zijn elektronisch, telefonisch of face to face benaderd. Alle 83 actieve burgers hebben elektronisch een uitnodiging voor een interview ontvangen waarbij ze zelf de mogelijkheid hadden zich op te geven voor een interview. Daarnaast zijn er ongeveer 20 potentiële respondenten telefonisch benaderd. Als laatst zijn enkele respondenten face to face benaderd na afloop van de focusgroep. In totaal hebben er 19 interviews met burgers en plaatsgevonden, wat een steekproef (n=19) van 22,9% betekende. Voor een aselecte steekproef geldt dat ongeveer 20% van de gehele populatie bevraagd dient te worden (Van Thiel, 2010, p. 56), wat betekent dat deze steekproef een representatieve steekproef is. De tweede steekproef betrof de institutionele actoren. De totale populatie was 77. Deze steekproef is op gestratificeerde aselecte wijze gedaan. De institutionele actoren zijn onderverdeeld in zes partijen: (1) Streekraad, (2) provincie Noord-Brabant, (3) gemeenten in HGW, (4) terreinbeherende organisaties (TBO s), (5) ondersteuningsorganisaties en (6) coöperatie Het Groene Woud. Er is in totaal met drie leden van de Streekraad gesproken. Er is met één persoon van de provincie Noord-Brabant gesproken, een planbegeleider leefbaarheid die veel contacten heeft met actieve burgers en het programma leidt. Bij de gemeenten is er gesproken met, zowel ambtelijke als bestuurlijke medewerkers van de gemeenten Boxtel, - s-hertogenbosch, Schijndel en Vught. De gemeenten Boxtel, Schijndel en Vught zijn in grootte vergelijkbaar met de andere kleinere gemeente in HGW en de gemeente s-hertogenbosch is vergelijkbaar met de gemeenten Eindhoven en Tilburg. In HGW zijn er verscheidene terreinbeherende organisaties. Er is met twee organisaties gesproken: Brabants Landschap en Staatsbosbeheer. Ondersteuningsorganisaties zijn IVN, PON, RECRON, Stichting Zet, Vereniging Kleine Kernen en ZLTO. Van deze organisaties is er gesproken met personen van IVN, RECRON, Stichting Zet, Vereniging Kleine Kernen en ZLTO. Als laatst is er met iemand gesproken van de coöperatie van HGW. In totaal is er met 17 personen die aan institutionele actoren zijn verbonden gesproken. 3.4 Technieken van onderzoek Het analyseren van kwalitatieve data verloopt in drie stappen: verzamelen, ordenen en analyseren (Van Thiel, 2010, p. 156). Het verzamelen van data is middels archivering gebeurd. Alle interviews zijn met een recorder opgenomen. De data van de recorder is vervolgens middels een tekstverwerkingsprogramma omgezet in een transcript. Het doel van ordenen is om inzicht te krijgen in welke data relevant zijn voor het onderzoek en welke niet (Van Thiel, 2010, p. 160). Het conceptueel model gold als hermeneutisch tool voor het ordenen van de ervaringen van actieve burgers en institutionele actoren. Er is hierbij geordend op de volgende elf variabelen: (1) persoonlijke motivatie, (2) verbondenheid, (3) informatie, (4) invitatie, (5) Het Groene Woud 3. Methodologie 36

37 bekwaamheid, (6) vertrouwen, (7) beschikbare tijd (8) netwerk, (9) toerusting, (10) institutionele steun en (11) institutionele ruimte. De analyse heeft plaatsgevonden middels coderen, wat het mogelijk maakt om data-eenheden met elkaar te vergelijken. Een code is een beknopte weergave waar een bepaalde kwalitatieve dataeenheid betrekking op heeft en is in dit onderzoek gelijk aan de operationalisaties (Van Thiel, 2010, p. 161), zie volgende paragraaf. De codes zijn uiteindelijk in een coderingsschema ingevuld, wat de analyse van de data compleet maakte. 3.5 Operationalisatie variabelen In deze paragraaf zijn de variabelen van het onderzoek geoperationaliseerd naar meetbare concepten. De paragraaf bestaat uit de onderdelen (1) publieke motivatie en (2) actief burgerschap Publieke motivatie De publieke motivatie telt vier variabelen: (1) persoonlijke motivatie, (2) verbondenheid, (3) informatie en (4) invitatie. Persoonlijke motivatie De persoonlijke motivatie is de beweegreden of drijfveer die ervoor zorgt dat een burger tot een publieke motivatie komt. Een burger kan hierbij intrinsiek of extrinsiek gemotiveerd zijn. De intrinsieke motivatie is gekenmerkt door de beloning die in de uit te voeren activiteit zit, bijvoorbeeld plezier, loyaliteit en persoonlijke ontwikkeling. De extrinsieke motivatie ontstaat door een prikkel van buiten af, bijvoorbeeld ontevredenheid over bestaand beleid. Wanneer de initiatiefnemer niet duidelijk is of hij intrinsiek of extrinsiek is gemotiveerd wordt dit aangeduid met motivatie onduidelijk. Tabel 3.1: Operationalisatie persoonlijke motivatie Persoonlijke motivatie Begrippen Voorbeeld Intrinsieke motivatie Persoonlijke ontwikkeling, plezier, loyaal, altruïstisch, Ik vind het leuk om de gemeenschap te helpen, dus bedenk ik een burgerinitiatief. leuk, goodwill. Extrinsieke motivatie Ontevredenheid, achterstand, beloning, probleem. Ik ben ontevreden over het beleid, er moet wat aan gebeuren. Motivatie onduidelijk Termen van intrinsieke en extrinsieke motivatie worden door elkaar gebruikt. Ik ben ontevreden over het beleid, maar daarnaast vind ik het erg leuk om te doen. Verbondenheid Met verbondenheid wordt de affectie, die een burger heeft, met de gemeenschap of een thema bedoeld. Verbondenheid met de gemeenschap is de relatie die burgers met hun wijk, dorp, platteland of sociale Het Groene Woud 3. Methodologie 37

38 omgeving hebben. Burgers voelen zich thuis in de omgeving en zijn daarom verbonden met de gemeenschap. Daarnaast is er de verbondenheid met een thema. Binnen HGW betreft het de thema s natuur, landschap en leefbaarheid. Burgers kunnen daarnaast verbonden zijn aan de gemeenschap én het thema natuur, landschap of leefbaarheid, maar kunnen ook geen verbondenheid vertonen. Tabel 3.2: Operationalisatie verbondenheid Verbondenheid Termen Voorbeeld Gemeenschap Wijk, dorp en sociale omgeving. Ik woon 20 jaar in dit dorp en ben begaand met de mensen die hier wonen. Thema Natuur, landschap en leefbaarheid. De natuur heeft mij altijd getrokken en ik wil de natuur daarom in stand houden. Gemeenschap én thema Termen van zowel gemeenschap als thema. Ik voel me één met de wijk en daarnaast ben ik een natuurliefhebber. Geen verbondenheid Niet verbonden. Ik voel me niet verbonden met de gemeenschap en het thema natuur, landschap en leefbaarheid Informatie Burgers kunnen een activiteit op basis van informatie ontwikkelen. Er is sprake van een activiteit op basis van informatie wanneer de burger gebruik heeft gemaakt van één van de volgende kanalen om zijn activiteit te creëren: formele gesprekken, beleidsnotities, media en informele gesprekken. Formele gesprekken zijn officiële gesprekken met personen die aan instituties zijn verbonden. Beleidsnotities zijn officiële schriftelijke documenten van instituties. Met media worden kranten, radio en internet bedoeld. De informele gesprekken zijn gesprekken met buurtbewoners, dit kunnen ook informele gesprekken met personen van instituties zijn. Wanneer een burger geen van voorgaande kanalen heeft gebruikt om zijn initiatief te creëren heeft hij zijn idee niet gecreëerd op basis van informatie. Tabel 3.3: Operationalisatie informatie Informatie Begrippen Voorbeeld Formeel gesprek Officieel gesprek met Na een gesprek op het gemeentehuis omtrent leden van institutie bezuinigingen op natuur ben ik in actie gekomen. Beleidsnotitie Beleidsnotitie, Ik las in een beleidsnotitie dat de provincie de schriftelijk. omgeving een impuls wil geven. Media Krant, internet, radio, In de krant stond dat het niet zo goed gaat met de flora televisie. en fauna in Het Groene Woud. Informeel gesprek Wandelgang, familie, Tijdens een feest hoorde ik dat buurtbewoners ook buurtbewoners klaagden over het onderhoud van het park. Geen informatie - Ik heb geen informatie gebruikt. Het Groene Woud 3. Methodologie 38

39 Invitatie Invitatie is de uitnodiging tot actief burgerschap. Er is sprake van invitatie wanneer de burger tot actie is aangezet door de institutionele of sociale omgeving. De institutionele omgeving bestaat uit de institutionele actoren van dit onderzoek: de Streekraad, provincie Noord-Brabant, alle gemeenten die in HGW liggen, terreinbeherende organisaties, ondersteuningsorganisaties en coöperatie Het Groene Woud. De sociale omgeving bestaat uit verenigingen, vrienden, familie en buurtbewoners. Er is geen sprake van invitatie wanneer burgers op eigen initiatief een publieke motivatie creëren. Tabel 3.4: Operationalisatie invitatie Invitatie Termen Voorbeeld Institutionele omgeving Overheid, provincie, gemeente, maatschappelijke organisatie. De provincie had mij benaderd om na te denken over gebiedsontwikkeling in Het Groene Woud. Sociale omgeving Vereniging, vrienden, familie, buurtbewoners. De voetbalvereniging wilde actief worden voor de omgeving en heeft mij benaderd daarover na te denken. Geen invitatie Eigen initiatief, niet benaderd. Ik heb het idee op eigen initiatief ontwikkeld en ben niet benaderd Actief burgerschap Actief burgerschap is onderverdeeld in de burgerlijke capaciteit en de institutionele omgeving. Bij de institutionele omgeving wordt er ook ingegaan op de rol van institutionele actoren. Burgerlijke capaciteit De burgerlijke capaciteit heeft vier variabelen: (1) bekwaamheid, (2) vertrouwen, (3) beschikbare tijd en (4) netwerk. Bekwaamheid Een burger is bekwaam wanneer hij beschikt over kennis en vaardigheden die van belang zijn om de activiteit uit te voeren. Met kennis worden denkwerkzaamheden bedoeld, bijvoorbeeld op welke manier kan ik aan mijn benodigde middelen komen. Onder de vaardigheden behoren praktische handelingen zoals het planten van een boom of het onderhouden van een plantsoen. De bekwaamheid is onderverdeeld in drie categorieën: (1) goed, (2) voldoende en (3) onvoldoende. Er is sprake van een goede bekwaamheid wanneer de burgers over de benodigde kennis en vaardigheden beschikken die benodigd zijn om de activiteit uit te voeren. Wanneer de burgers middels kennis en vaardigheden door institutionele actoren ondersteund worden is er sprake van voldoende bekwaamheid. Er is sprake van onvoldoende bekwaamheid wanneer de burgers én de institutionele actoren niet over de benodigde Het Groene Woud 3. Methodologie 39

40 kennis en vaardigheden beschikken. Wanneer er sprake is van onvoldoende bekwaamheid ontstaat er geen actief burgerschap. Vertrouwen Het concept vertrouwen telt twee indicatoren: (1) vertrouwen op een goede afloop en (2) vertrouwen in institutionele actoren. Op basis van de twee dimensies is het vertrouwen onderverdeeld in drie categorieën: (1) goed, (2) voldoende en (3) onvoldoende. Er is sprake van goed vertrouwen wanneer de burger beschikt over vertrouwen in een goede afloop en wanneer de burger vertrouwt op de helpende hand van institutionele actoren. Er is sprake van voldoende vertrouwen wanneer de burger niet volledig vertrouwt op een goede afloop of de instituties niet vertrouwt, maar wel op zoek gaat naar mogelijkheden om zijn activiteit tot uitvoering te laten komen. Er is sprake van onvoldoende vertrouwen wanneer de burger niet vertrouwt op een goede afloop en ook niet vertrouwt op instituties. De burger gaat hierbij niet op zoek naar mogelijkheden om zijn activiteit tot uitvoering te laten brengen. Beschikbare tijd Burgers dienen te beschikken over voldoende tijd om actief burgerschap te kunnen vertonen. De beschikbare tijd is onderverdeeld in drie categorieën: (1) voldoende, (2) matig en (3) onvoldoende. De beschikbare tijd is voldoende wanneer een burger elke week de benodigde tijd beschikbaar heeft die nodig is om de activiteit uit te voeren. Er is sprake van matig beschikbare tijd wanneer de burger niet alle taken die hij wil verrichten uit kan voeren, maar desondanks de activiteit wel door kan gaan. Er is sprake van onvoldoende beschikbare tijd wanneer de burger niet (meer) in staat is om de activiteit uit te voeren. Netwerk Het netwerk betreft de contacten waarover een groep burgers beschikt. Burgers hebben verscheidene contacten nodig om een activiteit te starten en te continueren. In dit onderzoek is er sprake van de volgende contacten waarmee een netwerk gevormd wordt: (1) ambtelijk, (2) bestuurlijk, (3) buurtbewoners en (4) ondernemers. De contacten tezamen vormen het netwerk. Ambtelijke en bestuurlijke contacten zijn contacten met professionals en bestuurders die verbonden zijn aan instituties. Contacten met buurtbewoners en ondernemers zijn contacten met burgers en ondernemers die gebruikt kunnen worden om de activiteit uit te voeren. Institutionele omgeving Voor de institutionele omgeving zijn er drie variabelen: (1) toerusting, (2) institutionele steun en (3) institutionele ruimte. Het Groene Woud 3. Methodologie 40

41 Toerusting Burgers dienen te beschikken over de toerusting om een activiteit tot uitvoering te kunnen brengen. De toerusting kan uit financiële middelen bestaan, maar ook uit apparaten of vergunningen. De toerusting is onderverdeeld in drie categorieën: (1) toerusting door burgers, (2) toerusting door instituties en (3) toerusting door burgers en instituties gezamenlijk. Bij de toerusting door burgers hebben enkel de burgers de toerusting met eigen middelen geregeld. Bij de toerusting door instituties is er sprake van enkel toerusting door bijvoorbeeld de gemeente of provincie. Bij de toerusting door burgers en instituties gezamenlijk hebben beide partijen een bijdrage geleverd aan de toerusting. Institutionele steun De institutionele steun wordt vanuit twee opzichten benaderd: vanuit de burgers en vanuit de algemene rol van de instituties. De institutionele steun vanuit de burgers betreft de wijze waarop institutionele actoren de burgers in actief burgerschap steunen. Er is sprake van institutionele steun wanneer instituties loslaten, faciliteren, stimuleren of regisseren. Loslaten betekent dat de burger geheel op eigen wijze hun activiteit tot uitvoering kunnen brengen. De institutionele actoren bemoeien zich niet met het proces van uitvoering, waaruit blijkt dat de institutie de activiteit steunt en erop vertrouwt dat het goed afloopt. Bij de faciliterende rol ondersteunen de institutionele actoren de burgers met middelen die de burgers nodig hebben om de activiteit tot uitvoering te kunnen brengen. Middelen kunnen vergaderruimten, netwerken, vergunningen of financiële middelen zijn. Bij de stimulerende steun heeft de institutionele actor de rol als aanjager. De institutionele actor zorgt ervoor dat er voortgang in de activiteit zit en heeft een trekkende rol. De institutionele actor zoekt naar de mogelijkheid om de burger in beweging te krijgen. Bij de regisserende rol heeft de institutionele actor de hoofdrol en krijgen burgers de rol van advies en inspraak. Er is geen sprake van institutionele steun wanneer de instituties streng vasthouden aan regels waardoor burgeractiviteiten niet van de grond kunnen komen, wanneer de instituties de initiatieven niet serieus nemen en wanneer ze het initiatief afkeuren. De institutionele steun wordt ook vanuit het perspectief van de institutionele actoren bekeken. Institutionele actoren kunnen de volgende rollen aannemen: (1) loslaten, (2) faciliteren, (3) stimuleren, (4) regisseren en (5) reguleren. Bij de rol (1) loslaten heeft de institutionele actor inhoudelijk noch in het proces enige bemoeienis. Er is sprake van een (2) faciliterende rol wanneer de institutionele actor het burgerinitiatief mede mogelijk maakt. Bij de (3) stimulerende rol heeft de institutionele actor de wens dat bepaald beleid of interventie van de grond komt, maar de realisatie hiervan aan een ander overlaat. De institutionele actor is hierbij op zoek naar de mogelijkheden om anderen in beweging te krijgen. Bij de (4) regisserende rol hebben andere partijen ook een rol, maar hecht de institutionele actor er belang aan om de regie in handen te hebben. Bij de (5) regulerende rol zet de institutionele actor regulering en wet- en regelgeving in. Het heeft hierbij de mogelijkheid regels te handhaven en Het Groene Woud 3. Methodologie 41

42 overtreding ervan te sanctioneren. Een institutionele actor kan meerdere rollen vervullen omtrent de ondersteuning of realisatie van actief burgerschap. Institutionele ruimte De institutionele ruimte wordt net als de institutionele steun vanuit twee perspectieven benaderd: het perspectief van de burgers en vanuit de rollen die professionals en bestuurders spelen om ruimte te creëren. Burgers dienen voldoende ruimte te hebben om tot actief burgerschap te komen. Er mogen geen bureaucratische barrières aanwezig zijn en professionals van institutionele actoren dienen de burger ruimte te geven om actief burgerschap te vertonen. De institutionele ruimte bestaat uit drie niveaus: (1) goed, (2) voldoende en (3) onvoldoende. Er is sprake van goede institutionele ruimte wanneer burgers tegen geen enkele wet- of regelgeving aanlopen die het proces van actief burgerschap kan vertragen en de burger volledige de ruimte krijgt. Er is sprake van voldoende institutionele ruimte wanneer er wet- en regelgeving is die actief burgerschap in de weg staan, maar waarbij een professional of bestuurder van een institutionele actor meedenkt over de wijze waarop die wet- en regelgeving ontlopen kan worden. Er is sprake van onvoldoende institutionele ruimte wanneer wet- en regelgeving actief burgerschap blokkeert. Professionals en bestuurders spelen een rol bij het creëren van ruimte voor actief burgerschap. De professional kan drie rollen spelen: (1) autonome manager, (2) expert of (3) netwerkmanager. De autonome manager werkt op een bedrijfsmatige manier. Hij ontwikkelt autonoom beleid zonder dat de bestuurder er invloed op uitoefent. Dit beleid kan hij in samenwerking met burgers ontwikkelen, maar ook zelf. Er is hierbij enige institutionele ruimte. De autonome manager krijgt de ruimte om zelf met actieve burgers om te gaan. De professional als expert beschikt over specifieke kennis van beleidsterreinen. De expert legt beleid aan burgers op, waardoor er weinig institutionele ruimte is. De netwerkmanager geeft alle ruimte aan de burgers en faciliteert de netwerken. Ook de bestuurder kan drie rollen spelen: (1) strateeg, (2) beslisser of (3) onderhandelaar. De bestuurder als strateeg bepaalt de visie en doelstellingen omtrent actief burgerschap. Deze laten ze door de professionals of andere organisaties uitvoeren. Er is hierbij weinig institutionele ruimte omdat de bestuurder bepaalt welke richting de institutionele actor op gaat. Bij de rol van beslisser bepaalt de bestuurder welke actieve burgers wel en niet worden ondersteund. Ook hierbij is er weinig institutionele ruimte. De bestuurder als onderhandelaar is betrokken met de actieve burgers. De onderhandelaar gaat in gesprek met actieve burgers en probeert zoveel mogelijk te faciliteren voor burgers. Het Groene Woud 3. Methodologie 42

43 3.6 Kwaliteitscriteria De kwaliteitscriteria van het onderzoek zijn beschreven aan de hand van betrouwbaarheid en validiteit. Triangulatie van methoden is een manier om aantasting van betrouwbaarheid en validiteit tegen te gaan (Van Thiel, 2010, p. 61). In dit onderzoek was er sprake van triangulatie van methoden omdat de methoden interview, documentenanalyse en focusgroep zijn gebruikt. De betrouwbaarheid van onderzoek wordt bepaald door de nauwkeurigheid en consistentie waarmee variabelen worden gemeten (Van Thiel, 2010, p. 57). Het eerste element is nauwkeurigheid. Het gaat over de beïnvloeding van de waarnemingen door toevallige of onsystematische fouten (Boeije, 2006, p. 145). Middels de interviews was het mogelijk om door te vragen op zaken wat het onderzoek betrouwbaarder maakt. Bij de betrouwbaarheid moet de meting onafhankelijk zijn van de onderzoeker en van het gebruikte meetinstrument (Vennix, 2006, p. 186). De betrouwbaarheid van het onderzoek kan in het geding zijn gekomen doordat ik het onderzoek alleen heb uitgevoerd. De wijze waarop ik zaken interpreteer kunnen uiteenlopen met hoe een ander dit zou doen. Dit probleem heb ik opgelost door een member check; de uitwerking van de interviews zijn aan respondenten voorgelegd. Ook is er rekening gehouden met recall bias, wat inhoudt dat de geïnterviewde enkel ondervraagd is over zaken die hij exact kan herinneren (Bouter, van Dongen & Zielhuis, 2006, p. 142). Ik heb daarom enkel naar zaken gevraagd die niet verder dan twee jaar terug reiken. Het tweede onderdeel van de betrouwbaarheid, consistentie, betreft de herhaalbaarheid van het onderzoek. Bij een kleiner aantal respondenten wordt de kans op toevallige afwegingen groter. In dit onderzoek is er sprake van een goede representativiteit. Bij beide steekproeven is er met meer dan 20% van de totale populatie gesproken. Met behulp van deze technieken houd ik de betrouwbaarheid van het onderzoek hoog. De validiteit betreft systematische fouten van onderzoek (Boeije, 2005, p. 145). Het gaat om twee hoofdvormen van validiteit: interne en externe validiteit (Van Thiel, 2010, p. 58). Interne validiteit gaat erover of er gemeten is wat ik wilde meten. De operationalisatie moet een goede weergave zijn van het theoretisch construct. Dit heb ik gewaarborgd door de operationalisaties te baseren op de gebruikte theorieën. De externe validiteit betreft de generaliseerbaarheid van de resultaten. De resultaten van dit onderzoek is generaliseerbaar voor heel HGW en andere plattelandsstreken die vergelijkbaar zijn aan HGW. Het Groene Woud 3. Methodologie 43

44 4. Burger aan zet in context In dit hoofdstuk wordt er antwoord gegeven op deelvraag zes: in welke context vindt het onderzoek plaats? In dit hoofdstuk is het project Burger aan zet en de context van het onderzoek beschreven. In paragraaf 4.1 is het project Burger aan zet beschreven, daarnaast is beschreven wat Het Groene Woud is en wat Het Groene Woud doet, paragraaf 4.2. In paragraaf 4.3 volgt er een terugkoppeling naar de probleemstelling en onderzoeksvraag. 4.1 Burger aan zet Het project Burger aan zet is erop gericht om individuele burgers actief te laten zijn voor de maatschappij. De aanpak van het project bestaat uit drie onderdelen: (1) het stimuleren, uitvoeren en begeleiden van burgerprojecten, (2) het analyseren van praktijkervaringen van betrokkenen en het ontwikkelen van adviezen voor de regionale ontwikkeling en (3) het ontwikkelen van een regionaal bewonerspanel. Om dit te realiseren wordt er gewerkt vanuit de Duurzame Driehoek. De Duurzame Driehoek bestaat uit twaalf gemeenten uit Het Groene Woud en de provincie Noord-Brabant. Het doel van het samenwerkingsverband is het vergroten van de betrokkenheid van bestuurders, ambtenaren, burgerorganisaties en bedrijven die in de regio duurzaam ondernemen. Het eerste onderdeel, de burgerprojecten, vinden langs twee sporen plaats: via de burger zelf en via gemeentelijke stimuleringsprojecten. Via cofinanciering vanuit het budget van de Duurzame Driehoek worden burgers in staat gesteld om zelf, in samenwerking met andere partijen, kleinschalige projecten te realiseren (Het Groene Woud, 2012). Deze kleinschalige projecten dienen zich te richten op het thema natuur en landschap, omdat dit veel ruimte geeft voor initiatieven. Hierbij moet voorop staan dat er ruimte is voor inbreng en verantwoordelijkheid van de burger. Gelijkwaardigheid en snel reageren op initiatieven van burgers is een noodzaak. Hoe dichter bij de eigen (woon)omgeving, hoe groter de kans op participatie. Daarnaast worden burgers gestimuleerd middels gemeentelijke stimuleringsprojecten als de groene handdruk, waarbij burgerprojecten beloont worden met een label en prijs, en natuurtalenten brengen GroenDichterbij, waarbij gemeenten en waterschappen zelf op zoek gaan naar stimulerende projecten waarin burgers deel kunnen nemen. In box 4.1 een weergave van de projecten die middels het project Burger aan zet zijn ondersteund en welke op 11 juni 2013 toezegging tot ondersteuning hebben gekregen. Box 4.1: Projecten met ondersteuning vanuit Burger aan zet Vanuit Burger aan zet werden de volgende burgerprojecten ondersteund: 1. Gebied de Vleut: realisatie tien kunstzinnige banken voorzien van informatie langs ommetje De Vleut. 2. Ontwikkeling nieuwe gemeynt de Geelders : realisatie van een burgergroep die een deel van de Geelders beheerd. In ruil ervoor krijgt men kachelhout en inspraak in het beheer van desbetreffende percelen. Het Groene Woud 4. Burger aan zet in context 44

45 Box 4.1: Projecten met ondersteuning vanuit Burger aan zet (vervolg) 3. Realisatie biodiversiteitshek en insectenmuur in Haaren. 4. Realisatie vier Landpoorten in Oirschot (Buurtschap Straten): een landpoort is een hek gebaseerd op de regionale identiteit en voorzien van betreffende toponiem. 5. Bouw insectenhotel, zeven abstracte steltenbergen van lokaal populierenhout (onderdeel Landart), snipperpad en herplaatsing populieren in Schijndel. 6. Verbetering bewegwijzering en realisatie van een memorytree in landschapspark Moerenburg te Tilburg. 7. Sla acht op Isabella: burgertraject waarbij een visie op de ontwikkeling van Fort Isabella te Vught wordt gemaakt. 8. Realisatie groene speelleertuin in de Brede school en natuurgebied Meerendonk. 9. Bosch Bouwbrood: realisatie van een akker (tarwe) waarvan het graan brood wordt gebakken. Het stro wordt gebruikt als bouwmateriaal voor een huis van stro. 10. Ontwikkeling en verspreiding van educatieve groentekisten voor alle gemeenten in HGW. 11. Opstart van een energiecoöperatie in Berlicum. 12. Realisatie natuurleerpad Moerenburg. Op 11 juni 2013 zijn er prijswinnaars voor ondersteunende bijdragen geselecteerd tijdens de Groene Buurt-Initiatieven 2013: 1. Stichting Food4Bees: ontwikkelen en uitvoeren basislesprogramma voor kinderen over insecten en hun rol bij het bestuiven van gewassen. 2. Groen Schoolplein (Eindhoven): vergroenen van versteende schoolpleinen. 3. Werkboerderij Buiten Gewoon (Berlicum): werkboerderij voor mensen met verstandelijke en meervoudige beperking. Er wordt getuinierd in moestuin, pluktuin en boomgaard. 4. Bruggetje brugklas Aarle en Straten (Best): verbinding tussen twee wandelroutes middels een brug die door brugklassers van het Heerbeckcollege is ontworpen. 5. Buurt-Boomgaard Buurtschap Straten: Opzetten boomgaard met traditionele hoogstam fruitbomen en klein- fruit struiken. 6. Realisatie van permacultuur op de Graafse Akker: duurzaam inrichten van terrein. 7. Rossinistraat Schijndel: onderhoud omgeving en buurtverbindende activiteiten realiseren. 8. Boschveldtuin: tijdelijke tuin op braakliggend terrein. 9. Samen voor bomen (Vught): interactieve aanpak met burgers voor meer groen in bebouwde kom. 10. Lennisheuvel fleurigste dorp: sociale cohesie vergroten, kinderen en volwassenen samen laten werken in en aan het groen in de woonstraten en vergroten van de leefbaarheid. 11. Speel- en schoolterrein in Boskant vergroenen (natuurleerpad en belevingsmuur) Het Groene Woud 4. Burger aan zet in context 45

46 Box 4.1: Projecten met ondersteuning vanuit Burger aan zet (vervolg) 12. Tempelier tuin in Haaren: ecologisch tuinieren, buurtbewoners elkaar laten ontmoeten en kennisoverdracht aan buurtbewoners die willen leren werken in een moestuin. 13. Speelveld De Vogeltuin (Drunen): meer ruimte voor natuurbeleving. Kinderen timuleren respect voor de natuur te krijgen. 14. Behoud van Dommelbimd (Boxtel): stichting oprichten die door uitgifte van certificaten geld bij elkaar haalt voor het eigendom van de gronden. 15. Volkstuin in Tilburg: natuurpark met educatieve en recreatieve activiteiten. Het tweede onderdeel van Burger aan zet is de lerende regio. Kennis en ervaringen die burgers en institutionele actoren bij actief burgerschap opdoen gaan verloren. Dit onderzoek is erop gericht om de ervaringen van burgers en institutionele actoren te achterhalen zodat men ervan kan leren. Daarnaast is er het plan om jaarlijks een ontmoeting te organiseren tussen projecteigenaren/ actieve burgers, bestuurders van de Duurzame Driehoek en de Streekraad van Het Groene Woud. Deze ontmoeting dient ervoor om ervaringen en adviezen van praktijkdeskundigen te ontvangen. Als laatst wordt er een bewonerspanel georganiseerd. Het bewonerspanel bestaat uit vrijwilligers die de streek een goed hart toedragen en bereid zijn een steentje bij te dragen. Deze groep wordt bevraagd over centrale kwesties over de ontwikkeling van Het Groene Woud en dienen als vraagbaak voor nieuwe initiatiefnemers. Er wordt getracht een digitaal platform hiervoor te creëren. Het digitaal platform werkt uitdagend en stimulerend. Het dient als bewonersplatform, wat als klankbord voor beleidsontwikkeling in de streek kan fungeren. Daarnaast kan het digitaal platform als ondersteuner, vraagbaak en initiator voor nieuwe burgeractiviteiten fungeren. 4.2 Het Groene Woud Het project Burger aan zet wordt binnen Het Groene Woud (HGW) uitgevoerd. In deze paragraaf staat centraal waar HGW ligt en hoe de Streekraad van HGW voor streekontwikkeling zorgt Ligging en omgeving HGW is een streek in de provincie Noord-Brabant en heeft sinds 2004 de status van Nationaal Landschap (Nationale Landschappen, 2013). HGW is de achtertuin van de steden Eindhoven, Tilburg en s-hertogenbosch (Het Groene Woud, 2013a). De streek bevat de dorpskernen Berkel- Enschot, Berlicum, Best, Biezenmortel, Boskant, Boxtel, Cromvoirt, Den Dungen, Dongen, Esch, Gemonde, Haaren, Helvoirt, Heukelom, Heusden, Lennisheuvel, Liempde, Maaskantje, Middelrode, Moergestel, Nijnsel, Oirschot, Oisterwijk, Olland, Schijndel, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Son en Breugel, Spoordonk, Udenhout, Vught en Wijbosch, zie figuur 4.1. In totaal telt de streek ongeveer 250 duizend inwoners. HGW heeft een totaal oppervlakte van hectare, waarvan hectare bestaat uit natuurgebied, zoals bossen, moerassen, heide en agrarisch populierenlandschap. Dit zorgt voor een grote biodiversiteit in de streek en maakt het een waardevol landschap. Staatsbosbeheer, Het Groene Woud 4. Burger aan zet in context 46

47 Natuurmonumenten en Brabants Landschap beheren de natuurkern van HGW. Andere natuurgebieden zijn eigendom van particulieren of gemeenten (Het Groene Woud, 2013b) Figuur 4.1: Ligging van Het Groene Woud (Het Groene Woud, 2013a) Streekraad Het Groene Woud en de Meierij Binnen HGW is een Streekorganisatie werkzaam waarin een groot aantal overheden en maatschappelijke organisaties samenwerken om de kwaliteiten van HGW verder te vergroten. Deze Streekorganisatie wordt de Streekraad genoemd. De Streekraad komt vier maal per jaar bijeen om de koers voor gebiedsontwikkeling uit te zetten. De volgende partijen zijn in de Streekraad vertegenwoordigd: Provincie Noord-Brabant, Waterschappen De Dommel en Brabantse Delta, de gemeenten Best, Boxtel, Dongen, Haaren, Heusden, Loon op Zand, Oirschot, Schijndel, Sint- Oedenrode, Sint-Michielsgestel, Son en Breugel en Vught, de steden Eindhoven, s-hertogenbosch en Tilburg (onderdeel van BrabantStad), Brabants Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabantse Milieu Federatie, Brabants Particulier Grondbezit en Stichting Het Groene Woud in Uitvoering, VVV Noordoost-Brabant, TOP Brabant, RECRON, ZLTO, Coöperatie Het Groene Woud, Streekfestival Het Groene Woud, Streekrekening Het Groene Woud, Kamer van Koophandel, dorpsraden en diverse organisaties op het gebied van cultuur(historie) en kunst. Hierbij staat de Streekraad onder leiding van een onafhankelijke voorzitter (Het Groene Woud, 2013c). De Streekraad van Het Groene Woud en de Meierij is wettelijk vastgesteld in het Reglement De Streekraad Het Groene Woud en de Meierij (Provinciale Staten Noord-Brabant, 2009). De Streekraad heeft als taak adviezen te geven aan het reconstructiegebied De Meierij, het Nationaal Landschap Het Groene Woud en het LEADER- gebied, dat bestaat uit de gemeenten Schijndel en Sint-Michielsgestel. Daarbij heeft de Streekraad de specifieke taak om de uitvoering van de gebiedsontwikkeling en daaraan verwante projecten te bevorderen. Hierbij coördineert de Streekraad tussen verschillende partijen, bevordert het de inhoudelijke afstemming tussen projectplannen en stimuleert het partijen tot initiatieven die bijdragen aan gebiedsontwikkeling. Het Groene Woud 4. Burger aan zet in context 47

Nieuwsbrief. Deltaplan voor het Landschap, Moerenburg-Heukelom-Koningshoeven

Nieuwsbrief. Deltaplan voor het Landschap, Moerenburg-Heukelom-Koningshoeven Moerenburg- Inhoud: Grondeigenaren die bijdragen aan een mooi landschap Een bedrijfslandschapsplan in de praktijk Nieuw wandelpad vormt ingang Duurzaamheidsvallei, Moerenburg- Opening Duurzaamheidsvallei

Nadere informatie

Participatieverslag Nieuw & Anders

Participatieverslag Nieuw & Anders Participatieverslag Nieuw & Anders Op 26 en 31 maart vonden twee bijeenkomsten plaats met de titel Nieuw & Anders plaats. Twee bijeenkomsten die druk bezocht werden door vrijwilligers, verenigingen en

Nadere informatie

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting Een brede kijk op onderwijskwaliteit E e n o n d e r z o e k n a a r p e r c e p t i e s o p o n d e r w i j s k w a l i t e i t b i n n e n S t i c h t i n g U N 1 E K Samenvatting Hester Hill-Veen, Erasmus

Nadere informatie

MEER ZIELEN, MEER IDEEËN, MEER OPLOSSINGEN BEWONERSPARTICIPATIE IN STEDELIJKE ONTWIKKELING

MEER ZIELEN, MEER IDEEËN, MEER OPLOSSINGEN BEWONERSPARTICIPATIE IN STEDELIJKE ONTWIKKELING MEER ZIELEN, MEER IDEEËN, MEER OPLOSSINGEN BEWONERSPARTICIPATIE IN STEDELIJKE ONTWIKKELING P5, 30 januari 2014 TU DELFT - BK - RE&H/UAD Wilson Wong INHOUD - Onderwerp en context - Onderzoeksopzet - Theoretisch

Nadere informatie

LEADER Kempenland. Samen investeren in een leefbaar platteland

LEADER Kempenland. Samen investeren in een leefbaar platteland LEADER Kempenland Samen investeren in een leefbaar platteland Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling; Europa investeert in zijn platteland Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling;

Nadere informatie

CIVIC CROWDFUNDING VOOR EINDHOVEN

CIVIC CROWDFUNDING VOOR EINDHOVEN Raadsnummer 15R6401 CIVIC CROWDFUNDING VOOR EINDHOVEN Inleiding Crowdfunding is een vorm van financiering voor projecten en ondernemingen. Een grote groep mensen legt een klein bedrag in om een project

Nadere informatie

Resultaten Onderzoek September 2014

Resultaten Onderzoek September 2014 Resultaten Onderzoek Initiatiefnemer: Kennispartners: September 2014 Resultaten van onderzoek naar veranderkunde in de logistiek Samenvatting Logistiek.nl heeft samen met BLMC en VAViA onderzoek gedaan

Nadere informatie

Handleiding communicatie rondom voorzieningen

Handleiding communicatie rondom voorzieningen Handleiding communicatie rondom voorzieningen Inleiding Betrokkenheid speelt een belangrijke rol bij het opzetten en/of in stand houden van gemeenschapsvoorzieningen. Communicatie is daarbij een kritische

Nadere informatie

Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking

Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland Brussel, april 2014 CVN heeft

Nadere informatie

Voorbij de geraniums. Visiestuk over vitaliteit en vitaliteitscoaching. Paulien Vermunt, Philip Spinhoven en Rudi Westendorp

Voorbij de geraniums. Visiestuk over vitaliteit en vitaliteitscoaching. Paulien Vermunt, Philip Spinhoven en Rudi Westendorp Voorbij de geraniums Visiestuk over vitaliteit en vitaliteitscoaching Paulien Vermunt, Philip Spinhoven en Rudi Westendorp 14 maart 2014 Voorbij de geraniums Visiestuk vitaliteitsdenken en vitaliteitscoaching

Nadere informatie

10 Innovatielessen uit de praktijk 1

10 Innovatielessen uit de praktijk 1 10 Innovatielessen uit de praktijk 1 Geslaagde gastoudermeeting levert veel ideeën op voor innovatie! Wat versta ik onder innoveren? Innoveren is hot. Er zijn vele definities van in omloop. Goed om even

Nadere informatie

Profielschets. Ondernemende school

Profielschets. Ondernemende school Profielschets Ondernemende school Scholen met Succes Postbus 3386 2001 DJ Haarlem www.scholenmetsucces.nl info@scholenmetsucces.nl tel: 023 534 11 58 fax: 023 534 59 00 1 Scholen met Succes Een school

Nadere informatie

This is APP! Jongerenparticipatie Gemeente Appingedam

This is APP! Jongerenparticipatie Gemeente Appingedam This is APP! Jongerenparticipatie Gemeente Appingedam ! De gemeente Appingedam wil jongeren actiever laten participeren in beleidsvorming, zodat ze beter kan inspelen op de behoeften van jongeren. Om dit

Nadere informatie

Managementsamenvatting adviesrapport

Managementsamenvatting adviesrapport Managementsamenvatting adviesrapport Onderzoek succesfactoren, knelpunten en ondersteuningsbehoeften van Nederlandse Gemeenten rond MVO-stimulering, verduurzaming van de bedrijfsvoering en duurzaam inkopen

Nadere informatie

Samen voor een sociale stad

Samen voor een sociale stad Samen voor een sociale stad 2015-2018 Samen werken we aan een sociaal en leefbaar Almere waar iedereen naar vermogen meedoet 2015 Visie VMCA 2015 1 Almere in beweging We staan in Almere voor de uitdaging

Nadere informatie

Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG

Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG Datum 20 december 2011 Onderwerp Raadsbrief: Sociale structuurvisie Categorie B Verseonnummer 668763 / 681097 Portefeuillehouder De heer Rensen en de heer

Nadere informatie

Verslag discussies denktankbijeenkomst

Verslag discussies denktankbijeenkomst Verslag discussies denktankbijeenkomst 'Samen of liever alleen? Samenwerking tussen burgerinitiatieven en zorgorganisaties Tijdens de denktankbijeenkomst op 10 juni 2015 werd in groepjes gediscussieerd.

Nadere informatie

Kortom: Een schaatsvereniging is er dóór leden en vóór leden. De vereniging is intern gericht, waarbij de leden bepalen wat er gebeurt.

Kortom: Een schaatsvereniging is er dóór leden en vóór leden. De vereniging is intern gericht, waarbij de leden bepalen wat er gebeurt. Vrijwilligersbeleid binnen de schaatsvereniging Van beleid tot uitvoering in de praktijk Schaatsverenigingen en de vrijwilligersproblematiek De doorsnee schaatsvereniging in Nederland is een vrijwilligersorganisatie:

Nadere informatie

De gemeente van de toekomst

De gemeente van de toekomst De gemeente van de toekomst De gemeente van de toekomst Focus op strategie Sturen op verbinden Basis op orde De zorg voor het noodzakelijke Het speelveld voor de gemeente verandert. Meer taken, minder

Nadere informatie

Startnotitie. Vrijwilligerswerk Vrijwilligers maken het verschil! 2011 2014. Versie: 21 april 2011 1

Startnotitie. Vrijwilligerswerk Vrijwilligers maken het verschil! 2011 2014. Versie: 21 april 2011 1 Startnotitie Vrijwilligerswerk Vrijwilligers maken het verschil! 2011 2014 Versie: 21 april 2011 1 1. Aanleiding 1.1. Voor u ligt de startnotitie vrijwilligersbeleid, directe aanleiding voor deze startnotitie

Nadere informatie

HET LEIDERDORPPANEL OVER...

HET LEIDERDORPPANEL OVER... HET LEIDERDORPPANEL OVER... Resultaten peiling 13: Meedenken en meedoen in de openbare ruimte april 2015 Inleiding Deze nieuwsbrief beschrijft de resultaten van de 13 e peiling met het burgerpanel van

Nadere informatie

Werkplan 2014. Adviesraad Sociaal Domein Lopik

Werkplan 2014. Adviesraad Sociaal Domein Lopik Werkplan 2014 Adviesraad Sociaal Domein Lopik 18 februari 2014 Ter introductie De Adviesraad Sociaal Domein Lopik (ASDL) bestaat uit inwoners van Lopik die een actieve verhouding hebben met het sociale

Nadere informatie

1. De Vereniging - in - Context- Scan... 2. 2. Wijk-enquête... 3. 3. De Issue-scan en Stakeholder-Krachtenanalyse... 4. 4. Talentontwikkeling...

1. De Vereniging - in - Context- Scan... 2. 2. Wijk-enquête... 3. 3. De Issue-scan en Stakeholder-Krachtenanalyse... 4. 4. Talentontwikkeling... Meetinstrumenten De meetinstrumenten zijn ondersteunend aan de projecten van De Sportbank en ontwikkeld met de Erasmus Universiteit. Deze instrumenten helpen om op een gefundeerde manier te kijken naar

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college

gemeente Eindhoven Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college gemeente Eindhoven Raadsnummer Inboeknummer 13R5271 13bst00404 Beslisdatum B&W 12 maart 2013 Dossiernummer 13.11.551 RaadsvoorstelVerbindende kracht - Samen voor elkaar: de ontwikkeling van samenkracht

Nadere informatie

KOERSEN OP SUCCES Workshops strategische teamontwikkeling

KOERSEN OP SUCCES Workshops strategische teamontwikkeling KOERSEN OP SUCCES Workshops strategische teamontwikkeling Koersen op Succes Of het nu gaat om het verwezenlijken van plannen, het behalen van gestelde doelen, het leuker maken van een organisatie of het

Nadere informatie

Kaders voor burgerparticipatie

Kaders voor burgerparticipatie voor burgerparticipatie 1 Inhoud Pagina Hoofdstuk 3 1. Inleiding 1.1 Doel van deze notitie 1.2 Opbouw van deze notitie 4 2. Algemeen 2.1 Twee niveaus: uitvoering en meedenken over beleid 2.2 Tweerichtingsverkeer

Nadere informatie

Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving

Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving Jouw ervaring Neem iets in gedachten dat je nu goed kunt en waarvan je veel plezier hebt in je werk: Vertel waartoe je in staat bent. Beschrijf

Nadere informatie

Visie en Methoden Mondiaal Burgerschap

Visie en Methoden Mondiaal Burgerschap Visie en Methoden Mondiaal Burgerschap De KNVB gelooft in de maatschappelijke meerwaarde van voetbal. Voetbal brengt de samenleving in beweging. Zo n 300.000 vrijwilligers zijn in Nederland actief bij

Nadere informatie

'Maak werk van Vrije tijd in Brabant'

'Maak werk van Vrije tijd in Brabant' 'Maak werk van Vrije tijd in Brabant' OPROEP VANUIT DE VRIJETIJDSSECTOR Opgesteld door: Vrijetijdshuis Brabant, TOP Brabant, Erfgoed Brabant, Leisure Boulevard, NHTV, MKB, BKKC, Stichting Samenwerkende

Nadere informatie

Burgerparticipatie in de openbare ruimte. Juni, 2014

Burgerparticipatie in de openbare ruimte. Juni, 2014 Burgerparticipatie in de openbare ruimte Juni, 2014 Uitgave : Team Kennis en Verkenning Naam : M. Hofland Telefoonnummer : 0570-693317 Mail : m.hofland@deventer.nl 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Kader

Nadere informatie

Beleidsplan 2012 t/m 2016

Beleidsplan 2012 t/m 2016 Beleidsplan 2012 t/m 2016 Mei 2012 Beleidsplan 2012 t/m 2016 Inleiding Dit beleidsplan is het resultaat van een voortgaand proces, waar we sinds twee jaar aan werken. In die periode is het volgende gebeurd.

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Onderwerp. Status. Voorstel. Inleiding. Ag. nr.: Reg. nr.: BP16.00192 Datum: Toekomstagenda Vijf van de Meierij.

Raadsvoorstel. Onderwerp. Status. Voorstel. Inleiding. Ag. nr.: Reg. nr.: BP16.00192 Datum: Toekomstagenda Vijf van de Meierij. Datum: Onderwerp Toekomstagenda Vijf van de Meierij Status Besluitvormend Voorstel 1. De Toekomstvisie Vijf van de Meierij als vertrekpunt te hanteren voor verdere samenwerking op subregionaal niveau,

Nadere informatie

K a n s e n. voor particulier natuurbeheer i n B r a b a n t. Onderzoeksrapport. Mei 2007

K a n s e n. voor particulier natuurbeheer i n B r a b a n t. Onderzoeksrapport. Mei 2007 K a n s e n voor particulier natuurbeheer i n B r a b a n t Onderzoeksrapport Mei 2007 Opdrachtgever: Uitvoerenden: In samenwerking met: Provincie Noord-Brabant Brabants Landschap Brabants Particulier

Nadere informatie

WAT IS DE FOCUS VAN JE WENS TOT VERBETERING BEHOEFTE BEPALEN INNOVATIEVERKENNER AANLEIDING ACHTERGROND INNOVATIEVRAAG

WAT IS DE FOCUS VAN JE WENS TOT VERBETERING BEHOEFTE BEPALEN INNOVATIEVERKENNER AANLEIDING ACHTERGROND INNOVATIEVRAAG WAT IS DE FOCUS VAN JE WENS TOT VERBETERING BEHOEFTE BEPALEN INNOVATIEVERKENNER AANLEIDING ACHTERGROND INNOVATIEVRAAG WAT IS HET PROBLEEM ACHTER HET PROBLEEM BEHOEFTE BEPALEN 5X WAAROM PROBLEEMSTELLING:

Nadere informatie

BESTURINGSFILOSOFIE GEMEENTE GOOISE MEREN

BESTURINGSFILOSOFIE GEMEENTE GOOISE MEREN BESTURINGSFILOSOFIE GEMEENTE GOOISE MEREN Projectleider Afdeling Iris van Gils Kerngroep Visie/Missie Datum 28 november 2014 Planstatus Vastgesteld in de Fusieraad 24 november 2014 Opdrachtgever Stuurgroep

Nadere informatie

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

SAMENVATTING EN CONCLUSIES SAMENVATTING EN CONCLUSIES Aanleiding en vraagstelling De aanleiding van dit onderzoek is de doelstelling van het ministerie van Veiligheid en Justitie om het aantal vrijwilligers bij de Nationale Politie

Nadere informatie

RAADSBERICHT (voor de leden van de raad en de algemene raadscommissie)

RAADSBERICHT (voor de leden van de raad en de algemene raadscommissie) RAADSBERICHT (voor de leden van de raad en de algemene raadscommissie) Van Aan : het college van burgemeester en wethouders : de raads- en commissieleden Datum : 23 juni 2015 Nr. : 2015-66 Portefeuillehouder:

Nadere informatie

Van : L. de Ridder DMS nr: 11.04347 Aan : Gemeenteraad Datum : 19 mei 2011 Onderwerp : Start duurzaamheidsbeleid c.c. :

Van : L. de Ridder DMS nr: 11.04347 Aan : Gemeenteraad Datum : 19 mei 2011 Onderwerp : Start duurzaamheidsbeleid c.c. : INTERN MEMO Van : L. de Ridder DMS nr: 11.04347 Aan : Gemeenteraad Datum : 19 mei 2011 Onderwerp : Start duurzaamheidsbeleid c.c. : Aanleiding Duurzaamheid is een speerpunt in het coalitieakkoord en het

Nadere informatie

het thema kind en natuur waarmee een basis gelegd wordt voor betrokkenheid op latere leeftijd.

het thema kind en natuur waarmee een basis gelegd wordt voor betrokkenheid op latere leeftijd. Plan van Aanpak Vermaatschappelijking van groen, natuur en landschap 2016-2017 23 november 2015 Aanleiding De provincie geeft aan dat draagvlak en betrokkenheid van burgers en maatschappelijke organisaties

Nadere informatie

VISIE OP DE ORGANISATIE

VISIE OP DE ORGANISATIE VISIE OP DE ORGANISATIE WE ZIJN ER ALS ORGANISATIE VOOR PUBLIEK, ONDERNEMERS, BESTUUR EN COLLEGA S 00 INHOUDSOPGAVE 0. Inhoudsopgave 2 1. Missie visie kernwaarden 3 2. Toelichting 4 3. De kernwaarden 5

Nadere informatie

Cultuurproef. Krijg inzicht in de cultuur van uw organisatie

Cultuurproef. Krijg inzicht in de cultuur van uw organisatie Cultuurproef Krijg inzicht in de cultuur van uw organisatie De cultuurproef Met de Cultuurproef kunt u de cultuur van uw organisatie in kaart brengen. Via een vragenlijst en een cultuurmodel onderzoekt

Nadere informatie

Rapport opvolging bevindingen burgervisitatiecommissie 14ini03177

Rapport opvolging bevindingen burgervisitatiecommissie 14ini03177 Rapport opvolging bevindingen burgervisitatiecommissie 14ini03177 Inleiding De burgervisitatiecommissie heeft haar bevindingen gedeeld over hoe wij onze visie over onze veranderende rol van de gemeente

Nadere informatie

Leiderschap in planning & control

Leiderschap in planning & control Leiderschap in planning & control A3 netwerkbijeenkomst, 20 januari 2015 Henk Doeleman Leiderschap in planning & control? Minder papier Meer participatief en versterkte betrokkenheid Versterking van de

Nadere informatie

Conclusies veranderen van organisatiecultuur

Conclusies veranderen van organisatiecultuur Hoofdstuk 11 Conclusies veranderen van organisatiecultuur In dit deel heb ik de basisprincipes en ingrediënten beschreven van de voor cultuurveranderingen in organisaties. 114 Leiders in cultuurverandering

Nadere informatie

Samen werken aan een duurzame Stad (voorlopige werktitel)

Samen werken aan een duurzame Stad (voorlopige werktitel) Samen werken aan een duurzame Stad (voorlopige werktitel) 1 Aanleiding Groningen heeft een netwerk waarin burgers, organisaties, bedrijven en de gemeente zich inspannen voor een schone, veilige en zich

Nadere informatie

Leernetwerkgroep Eigen regie en vertrouwen

Leernetwerkgroep Eigen regie en vertrouwen Werken in het Westen Leernetwerkgroep Eigen regie en vertrouwen HRM ers als wegbereiders van de Gemeente als partner in de netwerksamenleving Foto: blog.eventish.com Er is op dit moment een mega-transitie

Nadere informatie

Zelfsturend leren met een puberbrein

Zelfsturend leren met een puberbrein Zelfsturend leren met een puberbrein Jacqueline Saalmink In het hedendaagse voortgezet onderwijs wordt een groot beroep gedaan op zelfsturend leren. Leerlingen moeten hiervoor beschikken over vaardigheden

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

ONDERZOEKSRAPPORT CONTENT MARKETING EEN ONDERZOEK NAAR DE BEHOEFTE VAN HET MKB IN REGIO TWENTE AAN HET TOEPASSEN VAN CONTENT MARKETING

ONDERZOEKSRAPPORT CONTENT MARKETING EEN ONDERZOEK NAAR DE BEHOEFTE VAN HET MKB IN REGIO TWENTE AAN HET TOEPASSEN VAN CONTENT MARKETING ONDERZOEKSRAPPORT CONTENT MARKETING EEN ONDERZOEK NAAR DE BEHOEFTE VAN HET MKB IN REGIO TWENTE AAN HET TOEPASSEN VAN CONTENT MARKETING VOORWOORD Content marketing is uitgegroeid tot één van de meest populaire

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel. Status: besluitvormend. Agendapunt: * Instelling Jongerenraad. Datum: 22 juni 2015. Decosnummer: 361

Initiatiefvoorstel. Status: besluitvormend. Agendapunt: * Instelling Jongerenraad. Datum: 22 juni 2015. Decosnummer: 361 Initiatiefvoorstel Status: besluitvormend Agendapunt: * Onderwerp: Instelling Jongerenraad Datum: 22 juni 2015 Portefeuillehouder: drs. H.C.P. Noten Decosnummer: 361 Informant: Jan Rooijakkers j.rooijakkers@dalfsen.nl

Nadere informatie

Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, Onderwijsinspectie 2013

Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, Onderwijsinspectie 2013 Effectief feedback geven en ontvangen Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, nderwijsinspectie 2013 Inleiding Deze handleiding is geschreven ter ondersteuning van het gebruik van het

Nadere informatie

Kennisdocument 1 Levensloop van een project

Kennisdocument 1 Levensloop van een project Kennisdocument 1 Levensloop van een project Inhoud De zes projectfases 5 1 - BELEIDSFASE 5 2 - IDENTIFICATIEFASE 6 3 - FORMULERINGSFASE 6 4 - CONTRACTFASE 7 5 - UITVOERINGSFASE EN MONITORING 7 6 - EVALUATIEFASE

Nadere informatie

omgeving wereld regie vanuit de jongere Jongeren leren organiseren

omgeving wereld regie vanuit de jongere Jongeren leren organiseren Jongeren leren organiseren Hoe kunnen jongeren regie hebben over eigen handelen en toch in verbinding zijn met alles om hen heen? Hoe verstaan jongeren de kunst om te bouwen aan netwerken, om een positie

Nadere informatie

9. Gezamenlijk ontwerpen

9. Gezamenlijk ontwerpen 9. Gezamenlijk ontwerpen Wat is het? Gezamenlijk ontwerpen betekent samen aan een nieuw product werken, meestal op een projectmatige manier. Het productgerichte geeft richting aan het proces van kennis

Nadere informatie

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015!

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Voorstellen voor onderzoekspresentaties Mbo Onderzoeksdag Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Indienen van een voorstel kan tot en met 15 mei 2015 via e-mailadres:

Nadere informatie

1. We willen doorgaan met behoud en versterking van de kwaliteiten van de IJsseldelta

1. We willen doorgaan met behoud en versterking van de kwaliteiten van de IJsseldelta Resultaten Advies en Initiatiefraad Nationaal Landschap IJsseldelta 29 november 2013 Nationaal Landschap IJsseldelta is in verandering. Transitie noemen we dat. We bereiden ons voor op een andere manier

Nadere informatie

Toelichting criteria kleine projecten Brabant C versie 18-01-2016

Toelichting criteria kleine projecten Brabant C versie 18-01-2016 Toelichting criteria kleine projecten Brabant C versie 18-01-2016 Om in aanmerking te komen voor een subsidie tussen 25.000 en 65.000 euro moet een project aan de volgende criteria voldoen: 1. het project

Nadere informatie

Civic crowdfunding: het gebeurt al, dus pak die kans

Civic crowdfunding: het gebeurt al, dus pak die kans Civic crowdfunding: het gebeurt al, dus pak die kans Door: Nicolette Ouwerling "Hoi, ik heb een goed idee. Het geld is er al en er zijn wel tweehonderd mensen die het ook graag willen. Kunnen jullie mij

Nadere informatie

Reflectieverslag. Gastcolleges periode 2

Reflectieverslag. Gastcolleges periode 2 Reflectieverslag Gastcolleges periode 2 Naam: Lisanne Schapendonk Studentennummer: 2078571 Klas: 48BK1BV Opleiding: Bestuurskunde Fase: Jaar 1, propedeuse, periode 2 Plaats: s-hertogenbosch Datum: 23 december

Nadere informatie

E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake

E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake Kijkt u eens om u heen, zit u ook met een computer, mobiele telefoon, misschien wel twee en mogelijk ook nog andere type computer zoals

Nadere informatie

Gezondheid, Welzijn & Technologie

Gezondheid, Welzijn & Technologie Kenniscentrum Gezondheid, Welzijn & Technologie Wmo werkplaats Twente, fase 2 Praktijk 2: Bundeling van diensten op het gebied van welzijn, informele zorg en formele zorg Toegang tot de Wmo Evaluatierapport

Nadere informatie

EN WIE NODIGT NU DE GASTEN UIT?

EN WIE NODIGT NU DE GASTEN UIT? EN WIE NODIGT NU DE GASTEN UIT? Onderzoek naar Toerisme & Recreatie in Bedum AANLEIDING VAN HET ONDERZOEK Onderwerp dat door burgers is aangedragen Veel beleidsvrijheid van de gemeente, passend in regionale

Nadere informatie

Summary 215. Samenvatting

Summary 215. Samenvatting Summary 215 216 217 Productontwikkeling wordt in steeds vaker georganiseerd in de vorm van consortia. Het organiseren van productontwikkeling in consortia is iets wat uitdagingen met zich meebrengt omdat

Nadere informatie

Lumina Life voor duurzame gezondheid en vitaliteit van mens en organisatie

Lumina Life voor duurzame gezondheid en vitaliteit van mens en organisatie Lumina Life voor duurzame gezondheid en vitaliteit van mens en organisatie Lumina Life is een uniek instrument dat medewerkers in de zakelijke markt helpt om duurzaam gezond en vitaal te kunnen blijven

Nadere informatie

De ontwikkeling van de Mondriaan methode VISIE OP PROFESSIONALISEREN

De ontwikkeling van de Mondriaan methode VISIE OP PROFESSIONALISEREN M.11i.0419 De ontwikkeling van de Mondriaan methode VISIE OP PROFESSIONALISEREN versie 02 M.11i.0419 Naam notitie/procedure/afspraak Visie op professionaliseren Eigenaar/portefeuillehouder Theo Bekker

Nadere informatie

Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie?

Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie? Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie? De externe omgeving wordt voor meer en meer organisaties een onzekere factor. Het is een complexe oefening voor directieteams om

Nadere informatie

Van idee naar subsidiabel projectplan

Van idee naar subsidiabel projectplan FINALEDAG 3-2-1-CO! ZORGT VOOR VERRIJKTE INNOVATIEVE IDEEËN Van idee naar subsidiabel projectplan Door: Martine van Dijk A+O fonds Gemeenten / Fotografie: Kees Winkelman Op 26 maart 2015 vond voor de tweede

Nadere informatie

Beleidsregels nieuw subsidiebeleid Gemeente Oude IJsselstreek concept 26 mei 2015 1. Inleiding. Op initiatief van de gemeenteraad en het college van burgemeesters en wethouders zijn op 3 maart en 25 maart

Nadere informatie

Nieuwsflits. Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg

Nieuwsflits. Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg Nieuwsflits Inhoud Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg 1. Adviesrapport bureau HHM is openbaar gemaakt Pagina 1 2. Conclusies en advies HHM voor toekomst Pagina 1 3. Kamerbrief

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. TITEL Toekomstgerichte media-agenda

RAADSVOORSTEL. TITEL Toekomstgerichte media-agenda RAADSVOORSTEL Van : Burgemeester en Wethouders Reg.nr. : 3802123v2 Aan : Gemeenteraad Datum : 14 juni 2011 Portefeuillehouder : Wethouder M.C. Barendregt Agendapunt : HB-6 B&W-vergadering : 31-05-2011

Nadere informatie

10 onmisbare vaardigheden voor. de ambtenaar van de toekomst. 10 vaardigheden. Netwerken. Presenteren. Argumenteren 10. Verbinden.

10 onmisbare vaardigheden voor. de ambtenaar van de toekomst. 10 vaardigheden. Netwerken. Presenteren. Argumenteren 10. Verbinden. 10 vaardigheden 3 Netwerken 7 Presenteren 1 Argumenteren 10 Verbinden Beïnvloeden 4 Onderhandelen Onderzoeken Oplossingen zoeken voor partijen wil betrekken bij het dat u over de juiste capaciteiten beschikt

Nadere informatie

Zelfsturing en vakmanschap. HR in de zorg, 2 december 2014

Zelfsturing en vakmanschap. HR in de zorg, 2 december 2014 Zelfsturing en vakmanschap HR in de zorg, 2 december 2014 Even voorstellen Tanja Hoornweg Eva van Gils Het Nieuwe Leidinggeven: vanuit een gezamenlijke visie de motivatie en het vakmanschap van medewerkers

Nadere informatie

JONGEREN IN GELDERLAND OVER

JONGEREN IN GELDERLAND OVER JONGEREN IN GELDERLAND OVER een sterk bestuur en hun gemeente Aanleiding De provincie Gelderland werkt samen met VNG Gelderland aan het project Sterk Bestuur Gelderland (SBG). In het project wordt het

Nadere informatie

Structuur regionale samenwerking in Regio Rivierenland

Structuur regionale samenwerking in Regio Rivierenland Structuur regionale samenwerking in Regio Rivierenland Gemeenteraden Ambitiebepaling, kaderstelling en controle op hoofdlijnen van beleid Besluiten over meerjarenprogramma s speerpunten Besluiten over

Nadere informatie

Gebieds- en Stedelijke Programma s. Leiding en Staf Stedelijke Programma s. Gemeente Vlaardingen RAADSVOORSTEL

Gebieds- en Stedelijke Programma s. Leiding en Staf Stedelijke Programma s. Gemeente Vlaardingen RAADSVOORSTEL RAADSVOORSTEL Registr.nr. 1423468 R.nr. 52.1 Datum besluit B&W 6juni 2016 Portefeuillehouder J. Versluijs Raadsvoorstel over de evaluatie van participatie Vlaardingen, 6juni 2016 Aan de gemeenteraad. Aanleiding

Nadere informatie

Workshop Health Impact Assessment

Workshop Health Impact Assessment Workshop Health Impact Assessment Loes Geelen, Lea den Broeder SCHAKELDAG 2014 ALLES ONDER ÉÉN DAK Wat komt vandaag aan bod? Opwarmer Wat is HIA? Theorie naar praktijk: een voorbeeld Vergeet niet na afloop

Nadere informatie

Sportweetje. Het Katwijkse. sportieve toekomst! naar een. Nieuws, trends en tips voor een gezond en sportief verenigingsleven

Sportweetje. Het Katwijkse. sportieve toekomst! naar een. Nieuws, trends en tips voor een gezond en sportief verenigingsleven Het Katwijkse Sportweetje Nieuws, trends en tips voor een gezond en sportief verenigingsleven digitale nieuwsbrief voor het verenigingsleven editie 2015.1 klik en lees het artikel van uw interesse volg

Nadere informatie

Projectplan Ouderen en Levensvragen / Zingeving Cuijk.

Projectplan Ouderen en Levensvragen / Zingeving Cuijk. Projectplan Ouderen en Levensvragen / Zingeving Cuijk. Levens- / en zingevingvragen zijn op de achtergrond geraakt in onze samenleving, soms ook in het welzijnswerk. Toch zijn kwetsbaarheid en eenzaamheid

Nadere informatie

Raamwerk communicatiebeleid gemeente Heusden 2007-2010

Raamwerk communicatiebeleid gemeente Heusden 2007-2010 Raamwerk communicatiebeleid gemeente Heusden 2007-2010 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Thema Profilering gemeente(-bestuur) 3. Thema Communicatie en samenwerking met inwoners 4. Thema Communicatief bewustzijn

Nadere informatie

Burgerparticipatie of Overheidsparticipatie?

Burgerparticipatie of Overheidsparticipatie? Burgerparticipatie of Overheidsparticipatie? Berenschot seminar Hoe dienend is uw gemeente? Even voorstellen Marieke Knobbe Openbaar bestuur Participatie Maaike Zunderdorp Procesmanagement Participatie

Nadere informatie

academie Leren en doen! Trainingen en bijeenkomsten Voorjaar 2013 www.zorgbelang-brabant.nl

academie Leren en doen! Trainingen en bijeenkomsten Voorjaar 2013 www.zorgbelang-brabant.nl academie Leren en doen! Trainingen en bijeenkomsten Voorjaar 2013 www.zorgbelang-brabant.nl Academie Zorgbelang Brabant Trainingen Welkom! Voor u ligt de brochure van Academie Zorgbelang Brabant voor het

Nadere informatie

Burgerkracht in het Groen Relatie burgerinitiatieven en gemeenten

Burgerkracht in het Groen Relatie burgerinitiatieven en gemeenten Burgerkracht in het Groen Relatie burgerinitiatieven en gemeenten Groen Dichterbij 8 november 2014 Jan Hassink, Carlijn Wentink en Evelien Janssen Jan.hassink@wur.nl Voorbeelden van groene burgerinitiatieven

Nadere informatie

Functieprofiel Young Expert

Functieprofiel Young Expert 1 Laatst gewijzigd: 20-7-2015 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1 Ervaringen opdoen... 3 1.1 Internationale ervaring in Ontwikkelingssamenwerkingsproject (OS)... 3 1.2 Nieuwe vaardigheden... 3 1.3 Intercultureel

Nadere informatie

De krachtgerichte methodiek

De krachtgerichte methodiek Het Centrum Voor Dienstverlening is u graag van dienst met: De krachtgerichte methodiek Informatie voor samenwerkingspartners van het CVD Waar kunnen we u mee van dienst zijn? Centrum Voor Dienstverlening

Nadere informatie

Op 10 oktober heeft u ons schriftelijk vragen gesteld met betrekking tot de stand van zaken pilot Sociaal Wijkteam Ospel.

Op 10 oktober heeft u ons schriftelijk vragen gesteld met betrekking tot de stand van zaken pilot Sociaal Wijkteam Ospel. Gemeentehuis Raadhuisplein 1, Nederweert PvdA fractie Nederweert Postbus 2728 6030 AA Nederweert T 14 0495 of (0495) 677 111 F (0495) 633 245 E info@nederweert.nl www.nederweert.nl NL08 BNGH 028.50.05.804

Nadere informatie

Meer doen in minder tijd én met minder stress!

Meer doen in minder tijd én met minder stress! Meer doen in minder tijd én met minder stress! Is Werken in Flow iets voor jou? Wil jij grip op je overvolle inbox? Een opgeruimde werkomgeving? Een halve tot een hele werkdag tijdswinst per week? Een

Nadere informatie

Adviesraad Sociaal Domein ADVIESRAAD GILZE EN RIJEN

Adviesraad Sociaal Domein ADVIESRAAD GILZE EN RIJEN Adviesraad Sociaal Domein ADVIESRAAD GILZE EN RIJEN Inleiding De Adviesraad Sociaal Domein is in de huidige opzet gestart sinds eind 2013. De wijze waarop voorheen de WMO raad was ingericht voldeed voor

Nadere informatie

Inhoudsopgave: Inleiding. Hoofdstuk 1: Achtergrond van de vragenlijst 1.1 : Het Team Leadership Competence Model

Inhoudsopgave: Inleiding. Hoofdstuk 1: Achtergrond van de vragenlijst 1.1 : Het Team Leadership Competence Model Inhoudsopgave: Inleiding Hoofdstuk 1: Achtergrond van de vragenlijst 1.1 : Het Team Leadership Competence Model Hoofdstuk 2: De Team Leadership Competence Questionnaire 2.1 : Opbouw van de lijst 2.2 :

Nadere informatie

Evaluatie Burgerparticipatie Gemeente Zuidhorn Mei 2016

Evaluatie Burgerparticipatie Gemeente Zuidhorn Mei 2016 Evaluatie Burgerparticipatie Gemeente Zuidhorn Mei 2016 Werkgroep evaluatie burgerparticipatie Kor de Boer Doreen Edeler Martien van der Laan Francisca Kiestra Melissa Kramer 1 Inleiding / Aanleiding In

Nadere informatie

HET PROJECTPLAN. a) Wat is een projectplan?

HET PROJECTPLAN. a) Wat is een projectplan? HET PROJECTPLAN a) Wat is een projectplan? Vrijwel elk nieuw initiatief krijgt de vorm van een project. In het begin zijn het wellicht vooral uw visie, ideeën en enthousiasme die ervoor zorgen dat de start

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Deltaplan voor het Landschap, Moerenburg-Heukelom-Koningshoeven

Nieuwsbrief. Deltaplan voor het Landschap, Moerenburg-Heukelom-Koningshoeven Moerenburg- Inhoud: Zichtbare resultaten Kavelruil Heukelom 6 Kavelruil belangrijk voor realisatie doelstellingen Toekomstige plannen Deelname aan de Nationale Natuurwerkdag Procesmanager Nellie Raedts

Nadere informatie

Medezeggenschap van Vrijwilligers

Medezeggenschap van Vrijwilligers Terugkoppeling netwerkbijeenkomst 1 december 2014 Medezeggenschap van Vrijwilligers In deze derde en laatste bijeenkomst keken we opnieuw naar verschillende mogelijkheden om meedenken en meepraten van

Nadere informatie

Instituut voor Sociale Opleidingen

Instituut voor Sociale Opleidingen Instituut voor Sociale Opleidingen Naar een nieuwe opleiding Social Work In september 2016 start Hogeschool Rotterdam met de nieuwe opleiding Social Work. Dit betekent dat eerstejaars studenten (die in

Nadere informatie

Werksessie VBG. 15 juni 2011. ZLTO gebouw Den Bosch. Dr. Henk C. van Latesteijn

Werksessie VBG. 15 juni 2011. ZLTO gebouw Den Bosch. Dr. Henk C. van Latesteijn Werksessie VBG 15 juni 2011 ZLTO gebouw Den Bosch Dr. Henk C. van Latesteijn De Brandende Vraag Welke rol kunnen gemeenten spelen bij het vormgeven van een nieuwe relatie tussen stad en platteland? 1 Inspiratie

Nadere informatie

Rapport onderzoek Afgevaardigden

Rapport onderzoek Afgevaardigden 1. Inleiding Op 30 november 2012 (herinnering op 12 december) hebben 28 afgevaardigden en 1 oudafgevaardigde van Badminton Nederland een mailing ontvangen met daarin een link naar de enquête Afgevaardigden

Nadere informatie

Werkgroep. Duurzame Inzetbaarheid van medewerkers, Lean en Vitale, Productieve medewerkers. Inventarisatie en start bijeenkomst

Werkgroep. Duurzame Inzetbaarheid van medewerkers, Lean en Vitale, Productieve medewerkers. Inventarisatie en start bijeenkomst Werkgroep Duurzame Inzetbaarheid van medewerkers, Lean en Vitale, Productieve medewerkers Inventarisatie en start bijeenkomst Dinsdagmiddag 2 september van 13.00 17.00 uur Bosweg 15 te Zwolle. Lean Innovation

Nadere informatie

CONCEPT-OPDRACHT STICHTING EINDHOVEN/BRABANT 2018

CONCEPT-OPDRACHT STICHTING EINDHOVEN/BRABANT 2018 Hoort bij raadsvoorstel 27-2012 BIJLAGE 2 APPENDIX 1. CONCEPT-OPDRACHT STICHTING EINDHOVEN/BRABANT 2018 1. Doel van de opdracht Winnen van de titel Culturele Hoofdstad van Europa voor het project 2018Brabant

Nadere informatie