HOF VAN CASSATIE ARRESTEN VAN HET JAARGANG 2008 / NR. 10 MET DE CONCLUSIES EN ANNOTATIES VAN HET OPENBAAR MINISTERIE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HOF VAN CASSATIE ARRESTEN VAN HET JAARGANG 2008 / NR. 10 MET DE CONCLUSIES EN ANNOTATIES VAN HET OPENBAAR MINISTERIE"

Transcriptie

1 ARRESTEN VAN HET HOF VAN CASSATIE JAARGANG 2008 / NR. 10 MET DE CONCLUSIES EN ANNOTATIES VAN HET OPENBAAR MINISTERIE BEZORGD DOOR DE LEDEN VAN HET HOF VAN CASSATIE ARRESTEN OKTOBER 2008 NRS 514 TOT 602

2 Nr HOF VAN CASSATIE 2105 Nr KAMER - 1 oktober º DOUANE EN ACCIJNZEN - MISDRIJF - PROCES-VERBAAL - PROCES-VERBAAL LAATTIJDIG OPGESTELD - BEKLAAGDE - RECHT VAN VERDEDIGING - BEOORDELING DOOR DE BODEMRECHTER 2º RECHT VAN VERDEDIGING BELASTINGZAKEN - DOUANE EN ACCIJNZEN - MISDRIJF - PROCES-VERBAAL - BEKLAAGDE - PROCES-VERBAAL LAATTIJDIG OPGESTELD - BEOORDELING DOOR DE BODEMRECHTER 3º RECHT VAN VERDEDIGING STRAFZAKEN - DOUANE EN ACCIJNZEN - MISDRIJF - PROCES-VERBAAL - BEKLAAGDE - PROCES-VERBAAL LAATTIJDIG OPGESTELD - BEOORDELING DOOR DE BODEMRECHTER 1º, 2 en 3 De omstandigheid alleen dat een proces-verbaal waarin misdrijven inzake douane en accijnzen zijn vastgesteld, laattijdig werd opgemaakt, betekent niet automatisch dat het recht van verdediging werd miskend; het staat aan de rechter om dienaangaande naar de feiten te oordelen 1. (Artt. 267 en 268 A.W.D.A.; Algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging) (BELGISCHE STAAT - Minister van Financiën T. G. e.a.) ARREST (vertaling) (A.R. P F) I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Bergen, correctionele kamer, van 26 december De eiser voert in een memorie, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen op de strafvordering die tegen de eerste verweerder is ingesteld en op de rechtsvordering tegen de tweede verweerder, in diens hoedanigheid van burgerrechtelijk aansprakelijke voor de geldboete en de kosten: Het middel De twee eerste onderdelen: De eiser verwijt het arrest dat het de niet-ontvankelijkheid van de vervolgingen afleidt uit de ongeldigheid van het proces-verbaal dat het misdrijf vaststelt. De omstandigheid alleen dat een proces-verbaal waarin misdrijven inzake douane en accijnzen zijn vastgesteld, laattijdig werd opgemaakt, betekent niet automatisch een miskenning van het recht van verdediging. 1 Zie concl. O.M. in Pas. 2008, nr. 514.

3 2106 HOF VAN CASSATIE Nr. 514 Het staat aan de rechter om dienaangaande naar de feiten te oordelen. Om de vervolgingen niet ontvankelijk te verklaren baseert het arrest zich niet alleen op de voormelde onregelmatigheid maar op de feitelijke overweging dat het recht van de verdediging was miskend. Het arrest brengt die miskenning in verband met het feit dat de overheid, na te hebben verzuimd om tegen de verweerder een proces-verbaal op te maken, de verweerders gedurende meer dan drie jaar niet heeft vervolgd, alvorens ze beide te dagvaarden. De voormelde beoordeling die niet onder het toezicht van het Hof valt, verantwoordt de beslissingen op de rechtsvorderingen die tegen de verweerders, in hun hoedanigheid van beklaagde en burgerrechtelijk aansprakelijke, zijn ingesteld, zodat de onderdelen die de schending aanvoeren van de artikelen 267, 268, 270, 271 en 272 van de Douane en accijnzenwet, geen belang hebben en bijgevolg niet ontvankelijk zijn. (...) Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering: Vierde onderdeel: De eiser verwijt het arrest dat het geen uitspraak doet over de rechtsvordering tot invordering van de door de eerste verweerder ontdoken rechten. De burgerlijke rechtsvordering van de administratie tot betaling van de ontdoken rechten vloeit niet voort uit het misdrijf maar vindt haar rechtstreekse grondslag in de wet die de betaling van de rechten oplegt. Wanneer, krachtens artikel 283 van de Douane en Accijnzenwet, de misdrijven die in de artikelen 281 en 282 van die wet zijn bedoeld, aanleiding geven tot betaling van rechten of accijnzen, wordt daarover uitspraak gedaan door het strafgerecht dat aldus kennisneemt van een burgerlijke rechtsvordering, onverminderd de strafvordering. De rechter is bijgevolg verplicht, ook wanneer hij de strafvordering niet ontvankelijk verklaart, om uitspraak te doen over de voormelde burgerlijke rechtsvordering. Het arrest dat verzuimt uitspraak te doen over de vordering van de eiser tot betaling van de rechten en accijnzen en die tegen de verweerders bij dagvaarding is ingesteld, schendt het voormelde artikel 283. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het verzuimt uitspraak te doen over de vordering tot betaling van de rechten en accijnzen die tegen de verweerders is

4 Nr HOF VAN CASSATIE 2107 ingesteld en in zoverre het alle kosten ten laste van de Staat laat. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten van zijn cassatieberoep en ieder van de verweerders in één vierde van de kosten. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. 1 oktober kamer Voorzitter: de h. de Codt, afdelingsvoorzitter Verslaggever: de h. Dejemeppe Grotendeels gelijkluidende conclusie van de h. Leclercq, procureur-generaal Advocaten: mrs. T'Kint en M. Forges, Brussel. Nr KAMER - 1 oktober 2008 REGELING VAN RECHTSGEBIED STRAFZAKEN ALGEMEEN - STRAFVORDERING - VERJARING - VERVAL - GEEN GROND TOT REGELING VAN RECHTSGEBIED Er is geen grond tot regeling van rechtsgebied wanneer uit de rechtspleging blijkt dat de strafvordering verjaard was op het ogenblik dat het bevoegdheidsconflict is ontstaan 1. (Procureur des Konings te Dinant inzake P. T. L.) ARREST (vertaling) (A.R. P F) I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF In een verzoekschrift, waarvan een eensluidend afschrift aan dit arrest is gehecht, verzoekt de eiser om regeling van rechtsgebied ingevolge een beschikking van de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dinant van 26 januari 2007 en een vonnis van de correctionele rechtbank van dit rechtsgebied van 26 februari Raadsheer Paul Mathieu heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1 Cass., 17 aug. 1992, A.R. 6814, A.C , nr Het openbaar ministerie concludeerde, enerzijds, tot vernietiging van de beschikking van de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dinant en, anderzijds, tot verwijzing van de zaak naar de kamer van inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te Luik. Het was van mening dat het Hof, niettegenstaande alle eerbied die de arresten van het Hof en de meningen in de rechtsleer verschuldigd is, gelet op artikel 147, tweede lid van de Grondwet, zich in deze fase van de rechtspleging niet de bevoegdheid kon toe-eigenen om zelf te onderzoeken of de strafvordering al dan niet was verjaard. Het was van mening dat het eerder aan de kamer van inbeschuldigingstelling stond om dat te onderzoeken, door alle elementen, zowel in feite als in rechte, van deze problematiek te bestuderen.

5 2108 HOF VAN CASSATIE Nr. 515 Bij de voormelde beschikking heeft de raadkamer M. P. naar de correctionele rechtbank verwezen wegens laster door middel van de pers. Bij vonnis van 26 februari 2008 heeft de correctionele rechtbank zich onbevoegd verklaard om van de in de telastlegging bedoelde feiten kennis te nemen op grond dat "de feiten die te dezen aan de beklaagde ten laste worden gelegd, wel degelijk door middel van de pers waren gepleegd, vermits het gaat om verklaringen die zijn weergegeven in twee artikelen, welke op 11 juni 2003 in de kranten 'La Dernière Heure' en 'Vers L'Avenir' zijn verschenen" en "dat het wel degelijk een meningsuiting van de beklaagde betreft. Deze verklaart namelijk door zijn belastingcontroleur te zijn belaagd, waarbij hij wat dat betreft de bewoordingen van een vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dinant van 2 mei 2003 overneemt, en hij voegt daaraan toe dat zijn belastingcontroleur oneerlijk en corrupt zou zijn". Tegen de beschikking tot verwijzing staat alsnog geen rechtsmiddel open en het vonnis van de correctionele rechtbank is in kracht van gewijsde gegaan. Ofschoon het aan het Hof toekomt om het rechtsgebied te regelen opdat het recht, in het geval van een bevoegdheidsconflict, zijn loop zou krijgen, dan nog moet het die bevoegdheid alleen uitoefenen in zoverre een rechtsgeding, in strafzaken, nog wettig voor het strafgerecht kan worden ingesteld. De feiten van laster die de beklaagde ten laste worden gelegd, leveren een drukpersmisdrijf op dat bij artikel 4 van het decreet van 20 juli 1831 op de drukpers wordt gestraft, en waarvoor, krachtens artikel 150 van de Grondwet, het hof van assisen bevoegd is. Met toepassing van het voormelde artikel 4 en van artikel 12 van het decreet, verjaart de vervolging van het wanbedrijf laster jegens een openbaar ambtenaar, na verloop van drie maanden, te rekenen van de dag waarop het misdrijf werd gepleegd of de dag van de laatste gerechtelijke akte. In het geval van stuiting van de verjaring, bepaalt artikel 25, tweede lid, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, dat de duur ervan niet kan worden verlengd tot meer dan één jaar, te rekenen vanaf de dag waarop het misdrijf is gepleegd. Aangezien de feiten op 11 juni 2003 waren gepleegd, was de strafvordering, bij ontstentenis van schorsingsgrond, verjaard op de dag van de beschikking tot verwijzing. Het verzoek tot regeling van rechtsgebied heeft bijgevolg geen bestaansreden. Dictum Het Hof, Zegt dat er geen grond is tot regeling van rechtsgebied. 1 oktober kamer Voorzitter: de h. de Codt, afdelingsvoorzitter Verslaggever: de h. Mathieu Andersluidende conclusie van de h. Leclercq, procureur-generaal.

6 Nr HOF VAN CASSATIE 2109 Nr KAMER - 1 oktober 2008 MISDRIJF ALLERLEI - UITLOKKING - BEGRIP Er is geen politionele uitlokking wanneer het misdrijf voltooid was vooraleer de politie tussenbeide kwam of wanneer die zich beperkt heeft tot het creëren van de gelegenheid om de uitvoering ervan vast te stellen, mits de verdachte op elk ogenblik de mogelijkheid wordt gelaten om vrij een einde te maken aan de tenuitvoerlegging van zijn opzet 1. (L.) ARREST (vertaling) (A.R. P F) I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 27 maart De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Afdelingsvoorzitter Jean de Codt heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Het middel voert de schending aan van artikel 28bis, 2, van het Wetboek van Strafvordering, zoals het van toepassing was ten tijde van de feiten, die volgens de verwijzingsbeschikking tussen 29 maart en 15 juli 1999 zouden zijn gepleegd. Eerste en tweede onderdeel De eiser verwijt het arrest dat het de pseudokoop geldig verklaart, waarvan hij zonder voorafgaande schriftelijke toestemming door de procureur des Konings het voorwerp is geweest. Volgens het middel was dergelijke toestemming vereist wegens het proactieve karakter van de recherche. Wanneer de politie wordt ingelicht over het feit dat een welbepaald misdrijf begaan wordt of begaan werd, behoren de naspeuringen om de dader ervan te identificeren en het bewijs ervan te vergaren tot de reactieve recherche en worden ze bijgevolg niet geregeld door de regels die op de proactieve recherche van toepassing zijn. Op grond van de inlichtingen uit het aanvankelijke proces-verbaal, stelt het arrest vast dat de politie zich ertoe beperkt heeft te reageren op de informatie, afkomstig van een anonieme getuige, betreffende het te koop aanbieden, in een door hem aangeduide horecazaak, van effecten waartegen, althans voor een aantal ervan, verzet was gedaan. 1 Zie thans art. 30 W. 17 april 1878 houdende de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering; voorheen, Cass., 17 dec. 2002, A.R. P N, A.C. 2002, nr. 675; thans en voorheen, H.-D. BOSLY, D. VANDERMEERSCH en M.-A. BEERNAERT, Droit de la procédure pénale, 5de uitg., Brugge, Die Keure, 2008, p. 239 tot 241.

7 2110 HOF VAN CASSATIE Nr. 516 Het arrest wijst erop dat ten gevolge van deze inlichtingen die op een mogelijke heling wijzen, toestemming werd gevraagd aan de procureur des Konings om tot een bijzondere opsporingstechniek over te gaan. Die toestemming werd mondeling gegeven en daarna schriftelijk bevestigd. Op grond van hun feitelijke vaststellingen, waarop het Hof geen toezicht vermag uit te oefenen, beslissen de appelrechters naar recht dat het onderzoek dat in dergelijke omstandigheden is geopend, geenszins proactief was en kon worden ingesteld zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming die in artikel 28bis, 2, van het Wetboek van Strafvordering is bedoeld. De onderdelen kunnen niet worden aangenomen. Derde onderdeel De eiser verwijt het arrest dat het de pseudokoop geldig verklaart, ofschoon de procureur des Konings, in strijd met artikel 28bis, 3, van het Wetboek van Strafvordering, niet over de loyaliteit van de bewijsvoering heeft gewaakt, wegens een volledig gebrek aan toezicht op de aangewende recherchetechniek. Het arrest wijst er evenwel op dat de pseudokoop slechts na mondelinge toestemming van het openbaar ministerie werd gesloten en vervolgens schriftelijk is bevestigd. Volgens de appelrechters werd deze toestemming gegeven op grond van nauwkeurige inlichtingen die de magistraat in de mogelijkheid stellen om de proportionaliteit van de middelen te beoordelen en de noodzaak om ze aan te wenden, alsook om daadwerkelijk in alle stadia de leiding en het toezicht op de verrichting te waarborgen, vermits verslagen met dat doel aan het parket werden gericht. Uit de omstandigheid dat het dossier geen verhoor van de politie-infiltrant of het verslag van al diens contacten met de eiser bevat, kan niet worden afgeleid dat de appelrechters, op grond van de feitelijke gegevens die het arrest opsomt, niet hadden kunnen besluiten dat het parket daadwerkelijk toezicht hield op de loyaliteit van de bewijsgaring. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede middel In zoverre het middel het Hof vraagt om de feitelijke gegevens van de zaak te onderzoeken, waarvoor het niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk. Voor het overige is er geen politionele uitlokking wanneer het misdrijf voltooid was vooraleer de politie tussenbeide kwam of wanneer die zich beperkt heeft tot het creëren van de gelegenheid om de uitvoering ervan vast te stellen, mits de verdachte op elk ogenblik de mogelijkheid wordt gelaten om vrij een einde te maken aan de tenuitvoerlegging van zijn opzet. Het arrest wijst er dienaangaande op dat, in tegenstelling tot wat de eiser aanvoert, hijzelf het is die het initiatief heeft genomen tot de contacten, de voorwaarden heeft aangegeven voor de koop die hij wilde sluiten en zijn instructies heeft gegeven over de plaats en het ogenblik van de transactie, en dat hiertoe alleen werd overgegaan nadat de politie een nauwkeurige inlichting over het te koop aanbieden van effecten van verdachte oorsprong had ontvangen. De appelrechters besluiten bijgevolg naar recht dat er geen uitlokking is.

8 Nr HOF VAN CASSATIE 2111 Het middel kan dienaangaande niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. 1 oktober kamer Voorzitter en Verslaggever: de h. de Codt, afdelingsvoorzitter Gelijkluidende conclusie van de h. Leclercq, procureur-generaal Advocaat: mr. M. Bouchat, Charleroi. Nr KAMER - 1 oktober 2008 VERZET - BUITENGEWONE TERMIJN VAN VERZET - AANVANG De buitengewone termijn om in verzet te komen begint te lopen nadat de gewone termijn van verzet is verstreken 1. (Art. 187 Sv.) (Impliciet) (M.) ARREST (vertaling) (A.R. P F) I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Luik van 21 april De eiser voert in een memorie die op de griffie van het Hof op 23 september 2008 is ingekomen, een middel aan. Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie Het Hof vermag geen acht te slaan op de memorie ontvangen buiten de termijn van twee maanden, die bij artikel 420bis, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is bepaald, gezien het feit dat de zaak op 26 mei 2008 op de algemene rol werd ingeschreven. 1 Zie R. DECLERCQ, Beginselen van Strafrechtspleging, 4de editie, Mechelen, Kluwer, 2007, nr. 3080, p

9 2112 HOF VAN CASSATIE Nr. 517 Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 68 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer; - de artikelen 24 en 25, eerste lid, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering: Bij verstekvonnis van de Politierechtbank te Luik van 29 juni 2007, werd de eiser tot geldboete veroordeeld wegens overtreding van het Wegverkeersreglement op 27 maart Het vonnis werd op 22 september 2007 aan de woonplaats van de eiser betekend, die op 1 oktober 2007 kennis nam van de betekening en op 3 oktober verzet aantekende, dus vóór het verstrijken van de gewone termijn van verzet. De eiser die bij vonnis van 29 oktober 2007 op verzet is veroordeeld, stelde hoger beroep in en zag zijn veroordeling door het bestreden vonnis bevestigd. De strafvordering die voortvloeit uit een overtreding van het Wegverkeersreglement, verjaart na verloop van één jaar vanaf de laatste daad van onderzoek of van vervolging die binnen het jaar is verricht, te rekenen van de dag waarop het misdrijf werd gepleegd. Te dezen bestaat de laatste daad van stuiting van de verjaring in het dagvaardingsbevel van het openbaar ministerie van 20 maart In tegenstelling tot wat het vonnis vermeldt, werd de verjaring niet van 14 juli tot 1 oktober 2007 geschorst. De buitengewone termijn van verzet, die het voormelde gevolg heeft, is nooit ingegaan vermits de eiser verzet heeft aangetekend vóór het verstrijken van de gewone termijn. Aangezien sinds deze verjaringstuitende daad meer dan een jaar is verlopen zonder grond tot schorsing van de verjaring, schendt het bestreden vonnis, dat is gewezen op een tijdstip dat de strafvordering was verjaard, de artikelen 68 van de Wet betreffende de politie over het wegverkeer, en 24 en 25, eerste lid, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Laat de kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. 1 oktober kamer Voorzitter: de h. de Codt, afdelingsvoorzitter Verslaggever: de h. Cornelis Gelijkluidende conclusie van de h. Leclercq, procureur-generaal Advocaat: mr. P.-B. Lejeune, Luik.

10 Nr HOF VAN CASSATIE 2113 Nr KAMER - 1 oktober 2008 VREEMDELINGEN - VRIJHEIDSBEROVING - HECHTENIS - VERLENGING - BESLISSING - GEEN AUTONOME TITEL Wanneer tegen de vreemdeling een bevel is uitgevaardigd om het grondgebied te verlaten, samen met een beslissing tot teruggeleiding naar de grens en een daartoe genomen maatregel van vrijheidsberoving, en de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken heeft beslist om de hechtenis van de vreemdeling met twee maanden te verlengen, is deze beslissing tot verlenging geen autonome titel van vrijheidsberoving. (Artt. 7,eerste lid, 1, tweede, derde en vierde lid,71 en 72 Vreemdelingenwet) (D.) ARREST (vertaling) (A.R. P F) I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 augustus De eiser voert in een memorie die op 20 augustus 2008 op de griffie van het Hof is neergelegd, twee middelen aan. Afdelingsvoorzitter Jean de Codt heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling A. Cassatieberoep van de eiser Uit een brief van de Dienst Vreemdelingenzaken van 25 september 2008 blijkt dat de maatregel van vrijheidsberoving die ten aanzien van de eiser is genomen, op 29 augustus verviel, de dag waarop hij werd gerepatrieerd. Het cassatieberoep heeft bijgevolg geen bestaansreden meer. Er is geen grond om acht te slaan op de memorie van de eiser die geen verband houdt met de omstandigheid dat het cassatieberoep geen bestaansreden meer heeft. B. Cassatieberoep dat door de procureur-generaal, overeenkomstig artikel 442 van het Wetboek van Strafvordering, op de terechtzitting is ingesteld Over het middel dat de schending aanvoert van de artikelen 71 en 72 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen: Tegen de eiser werd op 10 juni 2008, met toepassing van artikel 7, eerste lid, 1, tweede en derde lid, van de Wet van 15 december 1980, een bevel uitgevaardigd om het grondgebied te verlaten, dat gepaard ging met een beslissing tot teruggeleiding naar de grens en een daartoe genomen maatregel van vrijheidsberoving.

11 2114 HOF VAN CASSATIE Nr. 518 De kamer van inbeschuldigingstelling diende uitspraak te doen over een verzoek tot invrijheidstelling met betrekking tot de hechtenis die op grond van de voormelde titel is ondergaan. De gemachtigde van de minister van Binnenlandse zaken heeft op 8 augustus 2008 beslist om de hechtenis van de eiser met twee maanden te verlengen. Deze beslissing die met toepassing van artikel 7, vierde lid, van de Wet van 15 december 1980 is genomen, is geen autonome titel van vrijheidsberoving. Tegen de aanvankelijke maatregel, waarvan de gevolgen blijven voortduren, kan tot de repatriëring het rechtsmiddel worden opgeworpen dat bij de artikelen 71 en 72 van de wet is ingevoerd, zodat de appelrechters deze bepalingen schenden door te overwegen dat wegens de verlenging van 8 augustus 2008, het verzoek geen bestaansreden meer had. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep van de eiser. Laat de kosten ten laste van de Staat. En, op het cassatieberoep van de procureur-generaal, Gelet op artikel 442 van het Wetboek van Strafvordering, Vernietigt het bestreden arrest, doch alleen in het belang van de wet. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. 1 oktober kamer Voorzitter en Verslaggever: de h. de Codt, afdelingsvoorzitter Gelijkluidende conclusie van de h. Leclercq, procureur-generaal Advocaten: mrs. T. Kelecom, Luik en Ch. Knockaert, Brussel. Nr KAMER - 2 oktober 2008 VERJARING BURGERLIJKE ZAKEN STUITING - DAGVAARDING IN RECHTE - SCHULDVORDERING TEN LASTE VAN DE STAAT - VOORWAARDE Een dagvaarding in rechte stuit slechts de verjaring van een schuldvordering ten laste van de Staat indien zij is betekend aan de schuldenaar die men wil beletten de verjaring te verkrijgen 1. (Artt. 100, eerste lid, 1 en 101, eerste lid wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd bij K.B. 17 juli 1991) (FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJK GEWEST T. ROYAL LEOPOLD CLUB n.v.) ARREST (vertaling) 1 Zie andersluidende concl. O.M. in Pas. 2008, nr Het O.M. had met name op grond van een substitutie van motieven als antwoord op het eerste onderdeel geconcludeerd tot verwerping.

12 Nr HOF VAN CASSATIE 2115 (A.R. C F) I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 21 april 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. Raadsheer Didier Batselé heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Jean-Marie Genicot heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 3, 1, 9, eerste lid, en 15 van het decreet van de Raad van de Franse Gemeenschap van 19 juli 1993, decreet II genaamd, tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie; - de artikelen 50, 2, en 71, 1, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten; - de artikelen 1 en 3 van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 10 januari 1994 betreffende het begrotings- en rekeningstelsel van de Franse Gemeenschapscommissie; - de artikelen 1, a), en 2 van de wet van 6 februari 1970 betreffende de verjaring van schuldvorderingen ten laste of ten voordele van de Staat en de provinciën (wet die niet werd opgeheven bij artikel 128, 11, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, voor zover zij van toepassing is op de Gemeenschappen en de Gewesten, aangezien voornoemde bepaling die wet slechts opheft voor de diensten bedoeld in artikel 2 van de wet van 22 mei 2003); - de artikelen 100, eerste lid, 1, en 101 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit (koninklijk besluit dat niet werd opgeheven bij artikel 127 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat voor zover het van toepassing is op de Gemeenschappen en de Gewesten, aangezien voornoemde bepaling de opheffing van de gecoördineerde wetten door dat koninklijk besluit slechts tot stand brengt voor de diensten bedoeld in artikel 2 van de wet van 22 mei 2003); - artikel 1 van het decreet van de Cultuurraad van de Franse Cultuurgemeenschap van 20 december 1976 tot regeling van de toekenning van toelagen voor bepaalde werken aan sportinstallaties; - de artikelen 9 en 10 van het koninklijk besluit van 1 april 1977 tot uitvoering van het decreet van de Franse cultuurgemeenschap van 20 december 1976 houdende regeling van de toekenning van toelagen voor bepaalde werken aan sportinstallaties; - de artikelen 1349, 1353, 1382, 1383, 2219, 2242, 2244, 2246, 2248 en 2262bis, 1, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het arrest stelt eerst de volgende feiten vast: 1 ) "De (verweerster) runt een tennis- en hockeyclub in Ukkel. Op grond van het decreet van 20 december 1976 en van zijn uitvoeringsbesluit van 1 april 1977 heeft zij bij het ministerie van de Franse Gemeenschap drie opeenvolgende subsidieaanvragen ingediend: - op 29 februari 1984, voor de installatie van een sproeier voor de tennisvelden, - op 10 juli 1984, voor de renovatie van twee tennisvelden, - op 2 oktober 1987, voor het installeren van verlichting voor het hockeyveld. Op 26 november 1986 meldde de bevoegde minister haar dat hij akkoord ging met

13 2116 HOF VAN CASSATIE Nr. 519 de eerste twee aanvragen (de enige die al op die datum waren ingediend)". 2 ) "Die twee aanvragen worden verschillend behandeld. Terwijl immers de instemming van de minister op 22 december 1986 (voor een bedrag van frank) voor de tweede aanvraag werd bevestigd, kwam er naderhand geen enkele brief van de Franse Gemeenschap om de goedkeuring te bevestigen van de eerste aanvraag waarvan de afloop aldus onduidelijk bleef. Op 28 februari 1991 schreef de inspecteur-generaal van het ministerie van Cultuur van de Franse Gemeenschap aan de (verweerster) om haar te bevestigen dat de subsidie van frank (tweede aanvraag) zo vlug mogelijk betaald zou worden op basis van de voorgelegde facturen. Op 17 juni 1991 deelde de minister echter aan de (verweerster) mee dat de vastlegging van frank geschrapt was omdat de Franse Gemeenschap op grond van de wetgeving geen verenigingen met winstoogmerk mocht subsidiëren". 3 ) "Intussen was de derde aanvraag eveneens geweigerd bij brief van 3 mei 1988 van de minister van Sport van de Franse Gemeenschap". 4 ) "De (verweerster) heeft de Franse Gemeenschap doen dagvaarden voor de eerste rechter bij exploot van 31 januari 1995 teneinde haar te doen veroordelen tot betaling van de bedragen van frank (eerste aanvraag), frank (tweede aanvraag) en frank (derde aanvraag)". 5 ) "(De verweerster) heeft de (eiseres) opgeroepen tot gedwongen tussenkomst bij dagvaarding van 14 januari 1997 teneinde laatstgenoemde dezelfde veroordeling op te leggen ingeval de Franse Gemeenschap buiten de zaak zou worden gesteld". 6 ) "De eerste rechter heeft: - de Franse Gemeenschap in wier rechten en verplichtingen de (eiseres) was getreden, buiten de zaak gesteld, - de vorderingen betreffende het tweede en derde subsidiedossier niet-ontvankelijk verklaard, aangezien drie onderscheiden vorderingen, die niet-samenhangend worden geacht, bij een en dezelfde dagvaarding waren ingesteld, - de vordering van de (verweerster) betreffende haar eerste dossier afgewezen wegens de verjaring van die vordering, de (verweerster) in de kosten veroordeeld". 7 ) "(De verweerster) stelt tegen het vonnis hoger beroep in en stelt voor het hof [van beroep] haar oorspronkelijke vorderingen opnieuw in", het oordeelt vervolgens dat "niet wordt betwist dat de (eiseres) met toepassing van artikel 3 van het decreet II van 19 juli 1993 in de rechten van de Franse Gemeenschap is getreden; (dat) de uitspraak van de eerste rechter om de Franse Gemeenschap buiten de zaak te stellen dus bevestigd moet worden", en het verklaart ten slotte het hoger beroep gegrond ten aanzien van de eiseres; "verklaart de vordering ontvankelijk en van meet af aan gegrond in de volgende mate: veroordeelt (de eiseres) tot betaling aan de (verweerster) van het bedrag van ,51 euro (d.w.z. het equivalent in euro van de bedragen van frank en van frank) vermeerderd met de compensatoire interest tegen de wettelijke rentevoet vanaf 31 januari 1995 tot de datum van dit arrest, vervolgens met de moratoire interest op het geheel tot de algehele betaling (...); veroordeelt (...) de eiseres in de kosten van de beide aanleggen met uitzondering van de appelkosten van de Franse Gemeenschap, die ten laste van de (verweerster) blijven". Het arrest grondt zijn beslissing op de onderstaande redenen; A. "De (verweerster) baseert haar vorderingen op de buitencontractuele aansprakelijkheid van de administratie die verscheidene fouten zou hebben gemaakt door haar uitdrukkelijk (tweede en derde aanvraag) of impliciet (eerste aanvraag) de subsidies te ontzeggen waarop zij meent recht te hebben, na haar te hebben laten uitschijnen dat ze haar zouden worden toegekend (althans wat betreft de eerste en tweede aanvraag). Haar schuldvorderingen zijn dus vorderingen tot betaling van schadevergoeding, d.w.z. uitgaven die niet vaststaan maar moeten 'worden overgelegd' door het voorwerp uit te maken van een specifieke vordering of van een aangifte van schuldvordering". B. "De (eiseres) voert de vijfjarige verjaring aan voor de schuldvorderingen ten laste van de Staat. Artikel 100 van het koninklijk besluit op de Rijksomptabiliteit (dat door

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 SEPTEMBER 2007 S.07.0003.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.07.0003.F A. T., Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LUIK.

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 16 APRIL 2009 C.07.0604.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.07.0604.F HOPITAL DE BRAINE-L ALLEUD WATERLOO, vzw, Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen 1. C. G. en 2. P. J. I.

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 12 OKTOBER 2009 C.08.0559.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.08.0559.F GT MANAGEMENT, bvba, Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen POLYCAR, vennootschap naar Italiaans

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 5 MEI 2008 C.05.0223.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.05.0223.F AXA BELGIUM, naamloze vennootschap, Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen 1. B. P., 2. AXA BELGIUM, naamloze

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 7 NOVEMBER 2014 C.14.0122.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.14.0122.N 1. M. H., 2. A. D. K., eisers, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van 6 januari 2014 (nr. G.13.0163.N) vertegenwoordigd

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 14 JUNI 2010 S.10.0005.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.10.0005.F N. A., Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen 1. AAGHON, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 JUNI 2012 P.12.0873.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.12.0873.F I. P. D. V., II. III. IV. P. D. V., P. D. V., P. D. V., V. P. D. V., Mrs. Cédric Vergauwen en Olivia Venet, advocaten bij de

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Duur. Burenhinder. Herstel. Rechtsvordering. Algemene verjaringstermijnen. Termijn buitencontractuele aansprakelijkheid Datum 20 januari 2011 Copyright and disclaimer

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 29 MEI 2015 C.13.0615.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.13.0615.N Ch. V., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 6 DECEMBER 2012 C.11.0654.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.11.0654.F A. V., advocaat, handelend in de hoedanigheid van curator van het faillissement van de coöperatieve vennootschap met onbeperkte

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 16 SEPTEMBER 2014 P.14.0124.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0124.N B S, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tom De Meester, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen 1. SOGETI BELGIUM

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 21 NOVEMBER 2007 P.07.1193.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.07.1193.F T. M., moeder van de minderjarge J.W., tegen W. R., vader van de minderjarige J.W. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het in

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 20 FEBRUARI 2009 C.07.0641.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.07.0641.N L.V., wonende eiser, toegelaten tot het voordeel van de kosteloze rechtspleging bij beslissing van het bureau voor rechtsbijstand

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 15 JANUARI 2010 C.08.0349.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.08.0349.F A. S., Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen D. A. M., Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 JUNI 2007 P.07.0601.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.07.0601.F I. C. D., Mrs. Raphaël D Amico en Jean-François Chefneux, advocaten bij de balie te Luik, II. C. D., III. F. B. I. RECHTSPLEGING

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 30 NOVEMBER 2006 F.05.0066.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.05.0066.F 1. G. R. en 2. V. G., Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen BELGISCHE STAAT, Minister van Financiën,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 MAART 2011 P.10.1652.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.10.1652.F I. GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, onderlinge verzekeringsmaatschappij, Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 JANUARI 2015 P.14.0564.N/l Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0564.N inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. toor te kiest,. _ advocaat bij de balie te Gent, met kan - waar de eiseres

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 JUNI 2014 C.13.0481.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.13.0481.F WESTWINSTER LTD, vennootschap naar vreemd recht, Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen IMMO-SCHUMAN

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 MEI 2011 C.10.0197.N-C.10.0205.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest I Nr. C.10.0197.N CID LINES nv, met zetel te 8900 Ieper, Waterpoortstraat 2, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 20 FEBRUARI 2009 C.08.0115.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.08.0115.N N.B., wonende te, eiseres, toegelaten tot het voordeel van de kosteloze rechtspleging bij beslissing van het bureau voor

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling hof van cassatie Onderwerp Verborgen gebreken. Actio aestimatoria. Teruggave van een gedeelte van de koopprijs. Wijze van vaststelling Datum 10 maart 2011 Copyright and disclaimer De inhoud

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België. Arrest

Hof van Cassatie van België. Arrest 16 NOVEMBER 2009 C.09.0135.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.09.0135.N LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1031 Brussel, Haachtsesteenweg 579, eiser, vertegenwoordigd door

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 24 NOVEMBER 2015 P.14.0722.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0722.N B V, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Raf Verstraeten, advocaat bij de balie te Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET

Nadere informatie

Rolnummer 4792. Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T

Rolnummer 4792. Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T Rolnummer 4792 Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 4, 2, en 6, 2, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 3 MAART 2015 P.14.0048.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0048.N L S, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Vadim Antychin, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2000

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 26 AUGUSTUS 2015 P.15.1156.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.15.1156. N K G, vreemdeling, vastgehouden, eiser, met als raadsman mr. Géraldine Debandt, advocaat bij de balie te Antwerpen, met

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 21 FEBRUARI 2014 C.13.0277.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.13.0277.F 1. AU FIL DES JOURS bvba, 2. D. F. D. L., 3. B. B., Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen 1.

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 SEPTEMBER 2014 P.14.1380.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.1380.N O D B, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Alain Vergauwen en mr. Pierre Monville, advocaten

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 28 MAART 2013 C.12.0330.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.12.0330.F BNP PARIBAS, vennootschap naar Frans recht, Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen R. L., Mr. Paul

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Bewijs van een feit. Betwisting. Opdracht van de rechter Datum 11 september 2008 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen zijn aan rechten

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 8 OKTOBER 2015 C.14.0504.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.14.0504.N ROQUETTE FRÈRES, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 62136 Lestrem (Frankrijk), rue de la Haute Loge 1, eiseres,

Nadere informatie

Hof van Cassatie LIBERCAS

Hof van Cassatie LIBERCAS Hof van Cassatie LIBERCAS 4 2012 CASSATIEBEROEP STRAFZAKEN Strafzaken Beslissingen vatbaar voor casstieberoep Strafvordering Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Ontvankelijkheid

Nadere informatie

BEWAARTERMIJNEN (EN VERJARINGSTERMIJNEN)

BEWAARTERMIJNEN (EN VERJARINGSTERMIJNEN) VLAAMSE OVERHEID DEPARTEMENT BESTUURSZAKEN AFDELING OVERHEIDSOPDRACHTEN BEWAARTERMIJNEN (EN VERJARINGSTERMIJNEN) jur. Philippe Herbosch Adjunct van de directeur tweede versie 8.7.2009 2 1. Inleiding Artikel

Nadere informatie

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T Rolnummer 5678 Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 418, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie.

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 22 JANUARI 2009 C.06.0427.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.06.0427.F A. M., Mr. Cécile Draps, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL.

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 5 DECEMBER 2008 C.07.0175.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.07.0175.N KANTERS, besloten vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 5469 PT Erp (Nederland), Pastoor van Schijndelstraat

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Rolnummer 2287 Arrest nr. 163/2001 van 19 december 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België C.09.0132.F-C.09.013.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.09.0118.F FEDERALE PARTICIPATIE- EN INVESTERINGSMAATSCHAPPIJ, afgekort F.P.I.M., naamloze vennootschap van openbaar nut, Mr. Pierre Van

Nadere informatie

Hieronder volgt dus de beknopte verklaring van enkele termen die in de arresten van het Hof worden gebruikt.

Hieronder volgt dus de beknopte verklaring van enkele termen die in de arresten van het Hof worden gebruikt. Kort lexicon tot nut van de rechtzoekende, waarin enige uitleg wordt gegeven van de meest gangbare geschreven rechtstaal van het Hof van Cassatie en van het parket bij dit Hof ( 1 ). Dit korte lexicon

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 19 NOVEMBER 2013 P.13.1765.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.13.1765.N DE FEDERALE PROCUREUR, eiser, tegen N J E, persoon krachtens wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden

Nadere informatie

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 TITEL I TOEPASSINGSGEBIED Artikel 1 Deze wet regelt een

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Faillissement, Faillissementsakkoord en gerechtelijk akkoord - Gevolgen (personen, goederen, verbintenissen) - Verbintenissen - Schuldvordering - Aangifte Gevolg -

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Rechten en verplichtingen. Echtgenoten. Feitelijke scheiding. Hulp- en bijstandsverplichting. Vordering tot onderhoudsbijdrage. Ontstaan of voortduren van de scheiding.

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 11 DECEMBER 2014 C.13.0475.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.13.0475.F HANKAR INVEST nv, Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen L ARDENNE PRÉVOYANTE nv, Mr. Jacqueline

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 JUNI 2005 S.04.0109.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.04.0109.N.- B. J., eiser, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 21 JANUARI 2008 S.06.0099.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.06.0099.F MUTUALITES SOCIALISTES DU BRABANT-WALLON, Mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen RIJKSDIENST VOOR SOCIALE

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 8 DECEMBER 2014 S.13.0099.N-S.13.0126.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest I Nr. S.13.0099.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 5 SEPTEMBER 2014 C.13.0453.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.13.0453.N CRELAN nv, met zetel te 1070 Anderlecht, Sylvain Dupuislaan 251, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 135, 3, van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Gent.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 135, 3, van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Gent. Rolnummer 1924 Arrest nr. 81/2001 van 13 juni 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 135, 3, van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Gent. Het

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 24 MEI 2012 F.11.0053.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.11.0053.N STAD BRUSSEL, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1000 Brussel, Grote Markt 1, eiseres,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 23 OKTOBER 2012 P.12.0318.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.12.0318.N I 1. STAD ANTWERPEN, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Grote

Nadere informatie

HOF VAN CASSATIE ARRESTEN VAN HET JANUARI 2011 NUMMERS 1 TOT 90

HOF VAN CASSATIE ARRESTEN VAN HET JANUARI 2011 NUMMERS 1 TOT 90 HOF VAN CASSATIE ARRESTEN VAN HET HOF VAN CASSATIE JANUARI 2011 NUMMERS 1 TOT 90 Nr. 1-3.1.11 HOF VAN CASSATIE 1 Nr. 1 3 KAMER - 3 januari 2011 BEROEPSZIEKTE - OVERHEIDSSECTOR - VERKREGEN RECHTEN - BEGRIP

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 17 FEBRUARI 2012 C.11.0451.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.11.0451.F B., Mr. François T Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen 1. D., 2. NATEUS nv, Mr. Michel Mahieu, advocaat bij

Nadere informatie

Rolnummers 4767 en 4788. Arrest nr. 53/2010 van 6 mei 2010 A R R E S T

Rolnummers 4767 en 4788. Arrest nr. 53/2010 van 6 mei 2010 A R R E S T Rolnummers 4767 en 4788 Arrest nr. 53/2010 van 6 mei 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 FEBRUARI 2015 C.14.0344.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.14.0344.N ALGEMENE BORGSTELLINGEN cvba, met zetel te 1140 Evere, Henry Dunantlaan 19-21, eiseres, vertegenwoordigd door mr. John

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 7 OKTOBER 2013 S.11.0122.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.11.0122.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd

Nadere informatie

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T Rolnummer 4045 Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 468, 3, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 21

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Arbeidsovereenkomst Aard van de wet. Toepassingssfeer - Dringende reden. - Termijnen. - Dwingende wet. - Art. 35, derde en vierde lid, Arbeidsovereenkomstenwet Datum

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 OKTOBER 2015 P.15.0305.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.15.0305.N 1. SCHIETTECATTE nv, met zetel te 9700 Oudenaarde, Wijnendaele 89, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Wim De Cuyper,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 1 FEBRUARI 2010 C.09.0248.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.09.0248.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 2, eiser,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 5 JANUARI 2006 C.04.0122.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.04.0122.N 1. ALLFIN, naamloze vennootschap, met zetel te 1040 Brussel, Kunstlaan 44, 2. G.M., eisers, vertegenwoordigd door Mr. Johan

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 14 DECEMBER 2007 F.06.0076.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.07.0076.F BELGISCHE STAAT, Minister van Financiën, Mr. François T Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen 1.H.Y. 2.C.J. I.

Nadere informatie

Rolnummer 4834. Arrest nr. 78/2010 van 23 juni 2010 A R R E S T

Rolnummer 4834. Arrest nr. 78/2010 van 23 juni 2010 A R R E S T Rolnummer 4834 Arrest nr. 78/2010 van 23 juni 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 21 april

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 5 JANUARI 2006 C.05.0190.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.05.0190.N B.J., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 26 JUNI 2014 C.13.0336.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.13.0336.N 1. SANDOZ nv, met zetel te 2870 Puurs, Lichterveld 7, 2. ACCORD HEALTHCARE bv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Huur. Bestemming tot handelsactiviteit. Plaatsing lichtreclame Datum 8 november 2013 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen zijn aan rechten

Nadere informatie

A R R E S T. samengesteld uit voorzitter R. Henneuse en de rechters-verslaggevers F. Daoût en A. Alen, bijgestaan door de griffier F.

A R R E S T. samengesteld uit voorzitter R. Henneuse en de rechters-verslaggevers F. Daoût en A. Alen, bijgestaan door de griffier F. Rolnummer 5489 Arrest nr. 155/2012 van 20 december 2012 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 15 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 28 NOVEMBER 2013 C.12.0556.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.12.0556.N 1. J., 2. G., 3. D., 4. E., 5. K., 6. I., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 1 DECEMBER 2015 P.15.0905.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.15.0905.N I E Y, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Luk Delbrouck, advocaat bij de balie te Hasselt. II 1. M Y, beklaagde, eiser,

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Vennootschap. Tekort. Zaakvoerders en andere personen die door een kennelijk grove fout hebben bijgedragen tot het faillissement. Tekort als schade wegens misdrijf.

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 MAART 2015 F.14.0086.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.14.0086.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 3 MEI 2011 P.10.1865.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.10.1865.N I E. C. beschuldigde, gedetineerd, eiseres, met als raadslieden mr. Raf Verstraeten en mr. Benjamin Gillard, advocaten bij de

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Gelijktijdige strafbaarstelling van rechtspersoon en natuurlijke persoon. Voorwaarde. Vaststelling van fout Datum 23 september 2008 Copyright and disclaimer De inhoud

Nadere informatie

Rolnummer 4418. Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4418. Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T Rolnummer 4418 Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 301, 2, tweede en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 7 van

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 30 MEI 2011 C.10.0508.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.10.0508.N 1. VLAAMS DOPING TRIBUNAAL vzw, met zetel te 9000 Gent, Zuiderlaan 13, 2. VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Bedrijfsvoorheffing. Niet-doorstorting. Aansprakelijke bestuurders of zaakvoerders. Onrechtmatige daad. Datum 5 september 2013 Copyright and disclaimer De inhoud van

Nadere informatie

Rolnummer 5552. Arrest nr. 161/2013 van 21 november 2013 A R R E S T

Rolnummer 5552. Arrest nr. 161/2013 van 21 november 2013 A R R E S T Rolnummer 5552 Arrest nr. 161/2013 van 21 november 2013 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 378 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals vervangen bij artikel 380 van

Nadere informatie

Rolnummer : 26 Arrest nr. 20 van 25 juni 1986

Rolnummer : 26 Arrest nr. 20 van 25 juni 1986 Rolnummer : 26 Arrest nr. 20 van 25 juni 1986 In zake : de prejudiciële vraag gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen bij arrest van 26 september 1985 in de zaak van de N.V. TRENAL tegen DE BUSSCHERE

Nadere informatie

HOOFDSTUK XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en scheiding van goederen

HOOFDSTUK XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en scheiding van goederen GERECHTELIJK WETBOEK - Deel IV : BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. HOOFDSTUK XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en scheiding van goederen Afdeling II. Echtscheiding door onderlinge toestemming. Art.

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 12 DECEMBER 2013 C.12.0138.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.12.0138.N BEGRO FROZEN FOODS nv, met zetel te 8850 Ardooie, Tombrugstraat 8, bus B, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes,

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Bewijs. Strafzaken. Allerlei. Camerabewaking op de werkplaats. Winkel. Bewaking beperkt tot de kassa. Doel om misdrijven vast te stellen Datum 2 maart 2005 Copyright

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Faillissement. Verklaring van verschoonbaarheid van de gefailleerde. Echtgenoot van de gefailleerde persoonlijk aansprakelijk voor de schuld van zijn echtgenoot. Bevrijding

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Verkoop van onroerende goederen tegen een maandelijkse rente. Lijfrente. Uitdrukkelijk commissoir beding. Geen betaling. Ontbinding. Teruggaven Datum 8 februari 2010

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 14 FEBRUARI 2008 F.05.0009.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.05.0009.N BEAULIEU WIELSBEKE, naamloze vennootschap, met zetel te 8710 Wielsbeke, Rijksweg 440-442, eiseres, vertegenwoordigd door

Nadere informatie

A.R. nr. 2011/AB/663. rep.nr. 2012/1332 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST. OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 MEl 2012

A.R. nr. 2011/AB/663. rep.nr. 2012/1332 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST. OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 MEl 2012 1e blad. rep.nr. 2012/1332 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 MEl 2012 7e KAMER SOCIALE ZEKERHEIDSRECHT WERKNEMERS - bijdragen werkgevers tegensprekelijk definitief in de zaak:

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 JANUARI 2014 C.12.0463.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.12.0463.N 1. WIBRA BELGIË nv, met zetel te 9140 Temse, Frank Van Dyckelaan 7A, 2. WIBRA HOLDING bv, vennootschap naar Nederlands recht,

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. Artikel 40. Verkoop met verlies. Verkoopprijs Datum 13 januari

Nadere informatie

10 OKTOBER 1967. - GERECHTELIJK WETBOEK

10 OKTOBER 1967. - GERECHTELIJK WETBOEK 10 OKTOBER 1967. - GERECHTELIJK WETBOEK - Deel IV : BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385undecies) hier : art. 1042-1121 (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-06-1985 en tekstbijwerking

Nadere informatie

Hofvan Cassatie van België

Hofvan Cassatie van België 24 SEPTE:rviBER2015 D.l4.0014.N/l Hofvan Cassatie van België Arrest Nr. D.14.0014.N 1. zetel te met 2. ) met zetel te eisers, vertegenwoordigd door mr. kantoor te advocaat bij het Hof van Cassatie, met

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 26 SEPTEMBER 2014 C.13.0407.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.13.0407.N N. K.,, eiseres, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beschikking van 29 juli 2013 (nr. G.13.0119.N), vertegenwoordigd

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Minimaliseren stedenbouwkundige problemen. Verzwijging. Bedrog. Datum 17 februari 2012 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen zijn aan

Nadere informatie

DE VERJARINGS- EN ONDERZOEKSTERMIJNEN INZAKE BTW

DE VERJARINGS- EN ONDERZOEKSTERMIJNEN INZAKE BTW DE VERJARINGS- EN ONDERZOEKSTERMIJNEN INZAKE BTW Kris Heyrman TITEL VAN DE CONFERENTIE Advocaat-vennoot Dubois, Verlinden, Wauman Berkenlaan 45, 2610 Antwerpen Voornaam & Naam van de spreker tel:03.287.06.66

Nadere informatie

Rolnummer 4237. Arrest nr. 33/2008 van 28 februari 2008 A R R E S T

Rolnummer 4237. Arrest nr. 33/2008 van 28 februari 2008 A R R E S T Rolnummer 4237 Arrest nr. 33/2008 van 28 februari 2008 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 34, 2, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, gesteld door

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Overeenkomst - Bestanddelen - Toestemming - Gebrek - Geweld - Morele dwang - Gebrekkige wil - Voorwaarde - Artt. 1109 en 1112, BW Datum 23 maart 1998 Copyright and

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Ondeelbare aard van de huurovereenkomst. Huurovereenkomst door meerdere huurders of verhuurders afgesloten. Begrip Datum 28 juni 2013 Copyright and disclaimer De inhoud

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 25 FEBRUARI 2010 C.09.0043.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.09.0043.N 1. VM INVEST, naamloze vennootschap, met zetel te 9240 Zele, Spinnerijstraat 12, 2. SEGHERS Monique, wonende te 9200 Dendermonde

Nadere informatie

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 Relevante feiten Als kaderlid van M heeft eerste eiser in 1993 aandelenopties verkregen op aandelen

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Schenkingen. Doorslaggevende beweegreden. Onvrijwillige verkeerde voorstelling van de werkelijkheid. Dwaling. Grond tot nietigheid Datum 14 januari 2013 Copyright

Nadere informatie

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten

Nadere informatie