September Financieel advies. fiscale juridische financiële advieszaken

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "September 2011. Financieel advies. fiscale juridische financiële advieszaken"

Transcriptie

1 September 2011 Financieel advies fiscale juridische financiële advieszaken

2 Inhoudsopgave Loon- en inkomstenbelasting Werkkostenregeling maakt thuiswerken minder aantrekkelijk...3 De werkruimte onder de oude regeling...3 Vrijgestelde werkruimte thuis...3 De inrichting van de werkruimte: de telewerkplek...3 Computers e.d. met bijbehorende apparatuur...4 Communicatiemiddelen...4 De werkruimte onder de werkkostenregeling...4 Voorzieningen waarvan niet gebruikelijk is die buiten de werkplek te ge- of verbruiken...5 Voorzieningen op grond van uw arbeidsomstandighedenbeleid...5 Computers en dergelijke apparatuur...5 Mobiele communicatiemiddelen...5 Commentaar...6 Advies...6 Giftenaftrek en afzien van vrijwilligersvergoeding...6 Giftenaftrek...6 Onbelaste vrijwilligersvergoeding...7 Giftenaftrek en afzien van vrijwilligersvergoeding...7 Afzien van vergoeding voor werkelijk gemaakte kosten...7 Afzien van een vrijwilligersvergoeding die niet op werkelijke kosten is gebaseerd...7 Laatste stand van zaken...7 Geen correcties giftenaftrek 2008 t/m Commentaar...8 Schenken en erven Vrijwillig vervroegd aflossen van overbedelingsschuld...9 Het ontstaan van de niet-opeisbare vordering...9 Gevolgen van vervroegd aflossen...9 Kan er sprake zijn van een schenking?...9 Kan de vervroegde aflossing een fictieve schenking zijn? Commentaar Omzetbelasting Wijziging in de BTW-regels voor het privégebruik van de auto van de zaak...10 De aanleiding Tumult De nieuwe regeling BTW-heffing over de vergoeding voor privégebruik BTW-heffing over de fictieve dienst Onduidelijkheid over de BTW-heffing bij leaseauto s Onduidelijkheid over de BTW-heffing van de margeauto Commentaar Overdrachtsbelasting De tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting Woning...12 Ondergrond, tuin en aanhorigheden

3 Terugvragen teveel betaalde overdrachtsbelasting Samenloop met de nieuwe hypotheekregels Commentaar Pensioen en lijfrente Pensioenakkoord: weer aanpassingen van pensioenregelingen Verhoging AOW-leeftijd Verhoging AOW-uitkering Flexibilisering van de AOW-ingangsdatum Naar een ander schokbestendiger pensioenstelsel Stabiele pensioenpremies Bestaande al opgebouwde pensioenrechten Stimuleringsmaatregelen voor langer doorwerken Commentaar Toekennen ontslagvergoeding: hoe het wel en niet moet De rechtszaak en hoe het niet moet De rechter geeft aan hoe het wel moet De alternatieven Omzetting in een recht op periodieke uitkeringen Commentaar Tussenoplossing ter beperking van bijbetalingsverplichting bij waardeoverdracht...17 De bijbetalingsproblematiek Conclusie Bestaande mogelijkheden om bijbetalingsverplichting te beperken Tussenoplossing op weg naar permanente oplossing Commentaar Sociale zekerheid en Arbeidsrecht De beperkte mededeelzaamheid van de bedrijfsarts bij de verzuimbegeleiding...19 Verzuimbegeleiding en re-integratieverplichtingen Bevoegdheden bedrijfsarts Vraag om deskundigenoordeel van het UWV bij meningsverschillen Commentaar Voorlopig geen verdere privatisering WGA Publieke of private verzekering WGA Voorlopige handhaving van huidige keuzemogelijkheid Commentaar Uw werknemer meldt zich ziek na een arbeidsconflict en wat nu? Ziekteverzuim en arbeidsconflict Hoor en wederhoor Interventieperiode alleen onder strikte voorwaarden Recht op loondoorbetaling Commentaar In deze brochure is de stand van zaken in wet- en regelgeving tot 25 augustus 2011 verwerkt. Hoewel ten aanzien van de inhoud de uiterste zorg is nagestreefd, kan niet volledig worden ingestaan voor eventuele (druk)fouten en onvolledigheden. Deswege wordt geen aansprakelijkheid aanvaard. 2

4 Loon- en inkomstenbelasting Werkkostenregeling maakt thuiswerken minder aantrekkelijk Thuiswerken is populair zowel onder werkgevers als onder werknemers. Werkgevers zijn enthousiast omdat werknemers thuis productiever blijken te zijn. Werknemers zijn enthousiast omdat zij werk en privé beter kunnen combineren. Ook de overheid is over thuiswerken altijd enthousiast geweest, onder meer vanwege het terugdringen van het fileleed en vanwege het milieubelang. Het thuiswerken werd steeds via fiscale maatregelen gestimuleerd. Met de komst van de werkkostenregeling lijkt dat enthousiasme bij de overheid enigszins te zijn getemperd. De werkkostenregeling maakt thuiswerken namelijk minder aantrekkelijk dan onder de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen die nog tot en met 2013 kan worden gebruikt. Hierna zetten we de belangrijkste verschillen uiteen. De werkruimte onder de oude regeling De oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen kent een vrijstelling voor de werkruimte thuis en de inrichting van die werkruimte (telewerkplek). Vrijgestelde werkruimte thuis Een werkruimte is een ruimte die voor de uitoefening van de dienstbetrekking wordt gebruikt. Een werkruimte thuis kan bijvoorbeeld zijn een kantoor, werkof studeerkamer of een zolderkamer in of bij de woning van de werknemer. De vrijstelling van de vergoeding voor het gebruik van een werkruimte thuis is echter alleen van toepassing op een zelfstandig gedeelte van de woning. Die zelfstandigheid blijkt bijvoorbeeld uit de mogelijkheid de werkruimte te verhuren, omdat de ruimte beschikt over een eigen opgang of over eigen sanitair. Als de werkruimte niet zelfstandig kan worden gebruikt, dan is een vergoeding voor het gebruik van die ruimte zonder meer belast. Als de werkruimte wel een zelfstandig deel van of bij de woning is, dan kan de vrijstelling slechts in de volgende twee situaties worden benut: 1. de werknemer heeft ergens anders, bijvoorbeeld bij u als werkgever op kantoor, een soortgelijke werkruimte en hij/zij verdient thuis 70% of meer van zijn/haar arbeidsinkomen; 2. de werknemer heeft geen soortgelijke werkruimte ergens anders, maar verdient wel voor 70% of meer van zijn/haar arbeidsinkomen in of vanuit de werkruimte thuis én ook voor 30% of meer van zijn/haar arbeidsinkomen in de werkruimte thuis. Onder arbeidsinkomen wordt verstaan het gezamenlijke bedrag van loon, winst uit onderneming en resultaat uit overige werkzaamheden. Als de vrijstelling van toepassing is, dan bedraagt deze maximaal 20% van de huur of 20% van de huurwaarde bij een eigen woning. Hierin zijn dan ook de energiekosten en de inrichtingskosten begrepen. De huurwaarde van een eigen woning is de WOZ-waarde. De inrichting van de werkruimte: de telewerkplek U kunt als werkgever ook de inrichting van de werkruimte thuis onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen, mits de ruimte zakelijk wordt gebruikt. Daarbij moet u bovendien aan de volgende voorwaarden voldoen: er is een schriftelijk thuiswerkcontract tussen u en uw werknemer die u bij de loonadministratie bewaart; daarin zijn naam en adres van de werknemer vastgelegd; daarin is de dag of zijn de dagen in de week opgenomen, waarop wordt thuis gewerkt; de onbelaste vergoeding, verstrekking of de waarde (in het economisch verkeer) van het ter beschikking gestelde bedraagt niet meer dan inclusief BTW per 5 kalenderjaren; de werknemer werkt tenminste eenmaal per week thuis zonder dat hij naar een arbeidsplaats buiten zijn/haar woning reist; de inrichting voldoet aan de eisen van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Volledigheidshalve merken we op dat voor deze vrijstelling de werkruimte dus niet een zelfstandig gedeelte van de woning hoeft te zijn. De inrichting van een werkruimte voldoet aan de eisen van het Arbeidsomstandigheden besluit als deze 3

5 zodanig is ingericht, dat uw werknemer zo veel mogelijk zittend en op een ergonomisch verantwoorde wijze zijn/haar werk kan doen. Daarvoor moet de werknemer dus een doelmatige stoel en tafel of werkblad tot zijn/ haar beschikking hebben. Daarnaast moet in de werkruimte voor voldoende verlichting zijn gezorgd. Naast de onbelaste vergoeding voor het meubilair en verlichting van de werkruimte zijn er ook nog aparte onbelaste vergoedingen of verstrekkingen voor een computer met bijbehorende apparatuur en voor telecommunicatiemiddelen mogelijk. Computers e.d. met bijbehorende apparatuur U mag uw werknemer een computer en dergelijke apparatuur met bijbehorende apparatuur onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikkingstellen als de werknemer deze voor 90% of meer zakelijk gebruikt. Onder computer e.d. valt naast desktops en laptops bijvoorbeeld ook ipads, pocket-pc s, mini-notebooks, e-readers, netbooks en navigatieapparatuur. Onder bijbehorende apparatuur wordt verstaan apparatuur die aan de computer wordt gekoppeld om informatie uit te wisselen, zoals een fax, printer, modem of docking station. Daaronder vallen bijvoorbeeld niet een smartphone, zoals een BlackBerry of iphone. Dat zijn communicatiemiddelen, waarvoor aparte regels gelden (zie hierna). Mobiele apparaten met een computer- en telefoonfunctie, waarvan de telefoonfunctie ondergeschikt is, vallen wel weer onder de regels voor een computer e.d. en bijbehorende apparatuur. De onbelaste vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling bedraagt maximaal de jaarlijkse afschrijvingskosten, als de computer en de bijbehorende apparatuur meerdere jaren wordt gebruikt. Is de kostprijs inclusief BTW echter minder dan 450, dan mag u het bedrag in een keer helemaal onbelast vergoeden of verstrekken. Als de werknemer de computer met bijbehorende apparatuur voor meer dan 10% voor privédoeleinden gebruikt, dan moet u de vergoeding tot het loon rekenen. Bij een verstrekte computer met bijbehorende apparatuur rekent u de waarde in het economisch verkeer tot het loon. Heeft u de computer en de apparatuur ter beschikking gesteld aan de werknemer, dan moet u vanaf de eerste ingebruikname drie jaar 30% van de waarde in het economisch verkeer bijtellen bij het loon van de werknemer. Communicatiemiddelen Zoals we hiervoor aangaven, bestaan er voor het onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikkingstellen van communicatiemiddelen weer aparte regels. Onder communicatiemiddelen vallen internet- en telefoonaansluitingen, maar bijvoorbeeld ook mobiele telefoons en smartphones, zoals BlackBerries en iphones. Bij de laatstgenoemde toestellen wordt er vanuit gegaan dat sprake is van een communicatiemiddel als het beeldscherm een diagonaal heeft van niet meer dan 7 inch (17,78 cm). Het beeldscherm en de invoermogelijkheden zijn bij deze apparaten te beperkt voor langdurig gebruik als computer. U heeft wel de mogelijkheid om aannemelijk te maken dat een bepaald toestel met een groter beeldscherm toch een communicatiemiddel is. Voorwaarde voor een onbelaste vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling is dat de werknemer deze middelen voor meer dan 10% zakelijk gebruikt. Dit geldt ook voor een eventuele tweede telefoonaansluiting. Als het zakelijk gebruik minder is, dan behoort de vergoeding, verstrekking of de terbeschikkingstelling tot het loon van de werknemer. Bij een verstrekking is dat de waarde in het economisch verkeer en bij terbeschikkingstelling de kosten die u maakt. Dit zijn onder meer de abonnements- en afschrijvingskosten. De werkruimte onder de werkkostenregeling Nieuw is dat in de werkkostenregeling een definitie van het begrip werkplek is opgenomen. De definitie is: iedere plek die in verband met de arbeid wordt gebruikt en waarvoor de werkgever op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verantwoordelijk is. Dat is dus niet alleen het bedrijf of het kantoor waar de werknemer werkt, ook de vergaderzalen en de kantine, maar ook de parkeerplaats die bij uw kantoor of bedrijf hoort. Bovendien valt hieronder bijvoorbeeld ook de cabine van de vrachtwagen waarin uw werknemer rijdt of de bouwplaats waar hij/zij werkt en de cockpit van een piloot. Onder het begrip werkplek valt bijvoorbeeld weer niet het café om de hoek, een park, een luchthaven, een nabijgelegen parkeergarage en de trein of de privéauto waarmee de werknemer naar zijn/haar werk reist. Er wordt op deze locaties mogelijk wel gewerkt, maar u bent niet verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden ter plaatse. Betreft het in het laatste geval echter een auto van de zaak, dan bent u wel weer verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden in de auto. Deze auto kan dan wel weer een werkplek zijn. Expliciet is bepaald dat een werkruimte in de woning van de werknemer niet als werkplek kwalificeert. De aanwezigheid van een werkplek is onder de werkkostenregeling bepalend voor de waardering van voorzieningen op de werkplek. Het uitsluiten van de 4

6 werkruimte in de woning van de werknemer voor de kwalificatie als werkplek heeft vooral grote gevolgen voor de thuiswerker die niet elders een werkplek heeft. Dat geldt dus bijvoorbeeld ook voor de directeurgrootaandeelhouder (werknemer van zijn/haar BV) die zijn onderneming uitsluitend in en vanuit zijn woning drijft. De Belastingdienst heeft echter hiervoor recent een ruimer standpunt bekendgemaakt voor de zelfstandige werkruimte. Daarvoor worden dezelfde criteria (eigen ingang en sanitair) als onder de oude regeling gehanteerd, behalve de inkomenseisen. Als een werkruimte thuis een zelfstandige ruimte is, dan kwalificeert deze wel als werkplek. De meeste werkruimtes thuis voldoen echter niet aan dit criterium. Van een aantal voorzieningen die geheel of gedeeltelijk op de werkplek worden ge- of verbruikt, is de waarde op nihil gesteld. Bij voorzieningen die doorgaans worden ge- en verbruikt bij thuiswerk, wordt hierna stilgestaan. Voorzieningen waarvan niet gebruikelijk is die buiten de werkplek te ge- of verbruiken Dit betreft de inrichting van de werkplek, waaronder het gebruik van de werkplek zelf. U kunt hierbij denken aan de vaste computer, het kopieerapparaat en de vaste telefoon, maar bijvoorbeeld ook het koffiezetapparaat en de fietsenstalling of parkeergarage bij of in uw bedrijfspand. Ook ter beschikking gestelde materialen, gereedschappen en hulpmiddelen, zoals pennen en papier, die na het werk op de werkplek blijven, worden op nihil gewaardeerd. Let op! Bij een werkruimte thuis geldt de nihilwaardering uitsluitend als de werkruimte als werkplek kan worden aangemerkt (zie hiervoor: eigen ingang en sanitair). Voorzieningen op grond van uw arbeidsomstandighedenbeleid Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet getroffen voorzieningen op de werkplek, bijvoorbeeld een speciale bureaustoel, een beeldschermwerkplek of beeldschermbril en verlichting worden ook op nihil gewaardeerd. Voor arbovoorzieningen wordt de werkruimte thuis ook als werkplek beschouwd, ook al is dat geen zelfstandige ruimte, zoals hiervoor omschreven. Computers en dergelijke apparatuur Als u de apparatuur op de werkplek ter beschikking stelt, mag u deze op nihil waarderen als uw werknemer de apparatuur voor 90% of meer zakelijk gebruikt. Gebruikt de werknemer de computer voor minder dan 90% zakelijk, dan wordt deze gewaardeerd op ofwel de factuurwaarde ofwel de waarde in het economisch verkeer (zie ook hierna). De nihilwaardering geldt ook voor apparaten die ook buiten de werkplek kunnen worden gebruikt, zoals laptops, notebooks en netbooks. Uitgangspunt is dat u deze apparatuur ter beschikking stelt aan uw werknemer. De apparatuur blijft dan dus uw eigendom en moet, bijvoorbeeld bij het einde van de dienstbetrekking, weer aan u worden teruggegeven. Als u de computer e.d. met bijbehorende apparatuur aan de werknemer verstrekt, dan wordt de werknemer in tegenstelling tot de terbeschikkingstelling, daarvan eigenaar. In dat geval is de factuurwaarde (inclusief BTW) van de computer e.d. als loon bij de werknemer belast of anders de waarde in het economische verkeer van de computer als u geen factuur (meer) heeft, tenzij er nog voldoende forfaitaire ruimte is en u ervoor kiest om het loonbestanddeel hierin onder te brengen. Als de werknemer zelf de computer e.d. heeft gekocht en u geeft hem/haar daarvoor een vergoeding, dan is die vergoeding voor werknemer belast loon, tenzij u voor onderbrenging in de forfaitaire ruimte kiest. Let op! Bij een werkruimte thuis geldt de nihilwaardering uitsluitend als de werkruimte als werkplek kan worden aangemerkt (zie hiervoor: eigen ingang en sanitair). Mobiele communicatiemiddelen De terbeschikkingstelling van een mobiele telefoon of smartphone, zoals een BlackBerry of iphone, is onbelast, mits deze geheel of gedeeltelijk op de 5

7 werkplek wordt gebruikt én voor meer dan 10% zakelijk. Voor de kwalificatie van deze toestellen als communicatiemiddelen gelden dezelfde criteria als hiervoor genoemd onder de oude regeling. Als uw werknemer de mobiele telefoon e.d. voor 10% of minder zakelijk gebruikt, vindt waardering plaats naar de factuurwaarde of de waarde in het economisch verkeer, tenzij u kiest voor onderbrenging in de forfaitaire ruimte. Gebruikt uw werknemer een eigen mobiele telefoon e.d., dan kunt u onbelast een telefoonabonnement ter beschikking stellen bij een zakelijk gebruik van meer dan 10%. Een verstrekking van of een vergoeding voor een telefoonabonnement is bij de werknemer belast loon, tenzij u kiest voor onderbrenging in de forfaitaire ruimte. Let op! Bij een werkruimte thuis geldt de nihilwaardering uitsluitend als de werkruimte als werkplek kan worden aangemerkt (zie hiervoor: eigen ingang en sanitair). Commentaar De vrijstellingen voor het gebruik en de inrichting van de werkruimte thuis (telewerkplek) zijn onder de werkkostenregeling ingrijpend gewijzigd. Het leidt in beginsel tot belast loon van de werknemer, tenzij de werknemer een zelfstandige werkruimte thuis heeft. In dat geval kunt u onbelast voorzieningen ter beschikking stellen. De vergoeding, verstrekking of ter beschikkingstelling kan ook als eindheffingsbestanddeel onbelast blijven, als u voldoende ruimte heeft in het forfait van 1,4%. Een uitzondering wordt verder gemaakt voor arbovoorzieningen in de werkruimte thuis. Die kunnen zowel bij een zelfstandige als een onzelfstandige werkruimte thuis op nihil worden gewaardeerd en dus onbelast blijven. Voor de computer en dergelijke apparatuur met bijbehorende apparatuur en voor mobiele communicatiemiddelen, wordt voor de mogelijkheid van een onbelaste terbeschikkingstelling aangesloten bij het gebruik op een werkplek én een minimaal zakelijk gebruik van respectievelijk 90% en 10%. Voor werknemers die uitsluitend in en vanuit huis werken (denk aan de DGA), betekent dit dat zij vanwege het ontbreken van een werkplek niet in aanmerking komen voor nihilwaarderingen, tenzij het een zelfstandige werkruimte betreft. De terbeschikkingstelling is dan slechts onbelast, als er nog ruimte is in het forfait. Maar dat is vaak al snel opgebruikt, waarna een eindheffing van 80% over het meerdere volgt. Advies Heeft u veel werknemers die thuiswerken en vooral werknemers die uitsluitend in en vanuit huis werken of bent u zelf een DGA die uitsluitend in en vanuit huis uw onderneming drijft en heeft u geen zelfstandige werkruimte in uw woning, dan kunt u nog tot en met 2013 uitwijken naar de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen. Let wel: u kiest tot 2014 steeds voor het gehele personeel óf voor de oude regeling óf voor de werkkostenregeling. Het is dus niet mogelijk om bijvoorbeeld alleen voor uw thuiswerkers voor de oude regeling te kiezen. Vanaf 2014 heeft u geen keuze meer en geldt de werkkostenregeling voor iedere werkgever. Giftenaftrek en afzien van vrijwilligersvergoeding De afgelopen maanden is er veel te doen geweest over de giftenaftrek en de aftrekbaarheid van een vrijwilligersvergoeding waarvan is afgezien. Aanleiding hiervoor was een uitspraak van een belastingrechter over de niet-aftrekbaarheid van een aan een stichting teruggestorte vrijwilligersvergoeding. Inmiddels is er meer duidelijkheid. Hierna gaan we eerst in op de giftenaftrek en de (onbelaste) vrijwilligersvergoeding. Daarna behandelen we de aftrekbaarheid van een vrijwilligersvergoeding waarvan is afgezien en de laatste stand van zaken in deze discussie. Giftenaftrek Giften zijn in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting alleen aftrekbaar als deze zijn gedaan aan een erkende algemeen nut beogende instelling (anbi). Deze instellingen kunt u terugvinden op de website van de Belastingdienst. Een gift aan en sociaal belang behartigende instelling (sbbi) is niet aftrekbaar. Hierna beperken we ons tot de giftenaftrek in de inkomstenbelasting. Giften aan een anbi kunnen de vorm hebben van vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen of verstrekkingen, die uiterlijk eindigen bij overlijden. Deze giften zijn aftrekbaar, mits u deze gedurende tenminste 5 jaar jaarlijks doet en bij notariële akte van schenking heeft vastgelegd. De andere giften aan anbi s zijn aftrekbaar voor zover u deze met schriftelijke bewijsstukken kunt onderbouwen en voor zover een drempelbedrag is overschreden. Verder geldt voor deze giften een maximum aftrekbaar bedrag. Het drempelbedrag bedraagt bij een verzamelinkomen (inkomen in box 1, 2 en 3 tezamen) tot minimaal 60 en maximaal 10% van dat verzamelinkomen. Als het verzamelinkomen meer bedraagt dan dan is het drempelbedrag 6

8 minimaal 1% van het verzamelinkomen met een maximum van10% van dat verzamelinkomen. Onbelaste vrijwilligersvergoeding U bent een vrijwilliger in fiscale zin als u de werkzaamheden voor een anbi verricht zonder dat u bij de anbi in dienst bent. U doet de werkzaamheden niet beroepsmatig en de vergoeding die u ervoor ontvangt, staat niet in verhouding tot de omvang van de werkzaamheden en de tijd die u eraan besteedt. Met andere woorden: uw vergoeding is geen marktconforme beloning. De vrijwilligersvergoeding is onbelast als de vergoeding en de eventueel gemaakte kosten maximaal 150 per maand en op jaarbasis bedragen. Er hoeven in dat gevallen geen bewijsstukken te worden overgelegd. Het is ook mogelijk dat de anbi u een onbelaste uurvergoeding betaalt. Zonder toetsing vooraf door de Belastingdienst mag die vergoeding maximaal 4,50 per uur bedragen voor vrijwilligers van 23 jaar en ouder en maximaal 2,50 per uur voor vrijwilligers jonger dan 23 jaar met een maximum van 150 per maand en per jaar. In het uurbedrag is een vergoeding voor de werkzaamheden en ook een vergoeding voor de eventueel werkelijk gemaakte kosten begrepen. Een hogere onbelaste uurvergoeding is in beginsel mogelijk voor zover het geen marktconforme beloning is. Het is wel raadzaam om dit eerst met de Belastingdienst af te stemmen. Als de werkelijk gemaakte kosten van de vrijwilliger meer bedraagt dan 150 per maand of per jaar, dan kan slechts een hogere onbelaste vergoeding worden betaald voor zover die hogere kosten met bewijsstukken kunnen worden onderbouwd. Giftenaftrek en afzien van vrijwilligersvergoeding U kunt als vrijwilliger in beginsel voor giftenaftrek in aanmerking komen als u afziet van een vrijwilligersvergoeding. U moet dan wel eerst een onderscheid maken tussen het afzien van een vergoeding voor werkelijk gemaakte kosten en het afzien van een vergoeding die niet op de werkelijk gemaakte kosten is gebaseerd. Afzien van vergoeding voor werkelijk gemaakte kosten U kunt de kosten die de werkzaamheden voor de anbi met zich brengen voor eigen rekening nemen. In feite vormen de niet-gedeclareerde kosten dan een gift aan de anbi. Deze gift is dan aftrekbaar voor de inkomstenbelasting als u recht had op een vergoeding, maar daarvan vrijwillig heeft afgezien. Giftenaftrek is ook mogelijk als u kosten maakt die naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen behoren te worden vergoed (zoals reiskosten en portokosten), maar waarvoor geen vergoedingsregeling is getroffen vanwege de slechte financiële positie van de anbi of waarbij u bij voorbaat vrijwillig van de vergoeding heeft afgezien. Afzien van een vrijwilligersvergoeding die niet op werkelijke kosten is gebaseerd Als u afziet van een vrijwilligersvergoeding die niet is gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten, dan komt u voor de giftenaftrek in aanmerking, als de anbi aan u een vrijwilligersverklaring afgeeft; én u feitelijk afziet van de vrijwilligersvergoeding; én voldaan wordt aan de volgende door de Belastingdienst uit te voeren toetsen: 1. of er sprake is van vrijwilligerswerk; 2. of er sprake is van een reëel recht op de vergoeding; 3. of de anbi de bedoeling heeft om de vrijwilligersvergoeding uit te betalen; 4. of de anbi de middelen heeft om de vergoeding uit te kunnen betalen; 5. of de vrijwilliger de volledige vrijheid heeft om over de vrijwilligersvergoeding te beschikken. Het berechte geval waarover we in de inleiding berichten, heeft geleid tot de bovengenoemde aanscherping van de criteria voor het afzien van een vrijwilligersvergoeding die niet op werkelijk gemaakte kosten is gebaseerd. De anbi (een stichting) kende aan de vrijwilliger aan het einde van het jaar een onbelaste vrijwilligersvergoeding toe. De vrijwilliger stortte de vergoeding vervolgens weer terug aan de anbi en claimde giftenaftrek. Uit de notulen van de vergadering van de anbi blijkt dat de vrijwilligers echter geacht worden de vergoeding niet te accepteren en terug te storten. De belastingrechter besliste dat onder die omstandigheid er geen sprake is van een reële vergoeding waarvan op vrijwillige basis afstand was gedaan. Dit uitgangspunt is gehanteerd bij de toetscriteria hierboven. Ingeval u op voorhand wordt geacht van de vrijwilligersvergoeding af te zien, heeft u daarom geen recht op giftenaftrek. Laatste stand van zaken De berechte zaak was ook aanleiding voor Kamervragen aan de Staatssecretaris over het verstrekken van een vrijwilligersverklaring, waarmee de vrijwilliger giften- 7

9 aftrek zou kunnen claimen. De anbi betaalt dan geen vrijwilligersvergoeding uit, maar geeft wel een vrijwilligersverklaring af die aan de vrijwilliger recht zou geven op een kostenvergoeding van 1.500, maar waarvan de vrijwilliger vrijwillig zou hebben afgezien. De vrijwilliger claimt voor dit bedrag dan vervolgens giftenaftrek. De Staatssecretaris heeft aangegeven dat alleen een vrijwilligersverklaring daarvoor niet voldoende is. De vrijwilliger moet een reëel recht op de vrijwilligersvergoeding hebben, waarvan hij/zij daadwerkelijk en uit vrijgevigheid afziet. De vrijwilliger moet derhalve een keuze hebben om de vergoeding te houden of terug te storten. De Staatssecretaris heeft wel aangegeven dat, in tegenstelling tot de handelwijze van sommige inspecteurs, bij de beoordeling van de giftenaftrek een reëel recht op een vergoeding van een vrijwilliger ook op andere wijze dan met statuten of het huishoudelijk reglement van de anbi aannemelijk kan worden gemaakt. Geen correcties giftenaftrek 2008 t/m 2010 Het zag er aanvankelijk naar uit dat de Belastingdienst alle als gift afgetrokken vrijwilligersvergoedingen in de periode 2008 tot en met 2010 zou gaan navorderen. Op aandringen van de Tweede Kamer is deze actie gestaakt. De Staatssecretaris heeft inmiddels laten weten dat de Belastingdienst in beginsel geen navorderingsaanslagen aan vrijwilligers over de jaren 2008 tot en met 2010 zal opleggen. Dit is alleen anders als er een zwaar vermoeden van misbruik is. Verder zal de Belastingdienst ook geen gewone aanslagen inkomstenbelasting over die jaren met betrekking tot de giftenaftrek en de vrijwilligersvergoeding opleggen en al aangebrachte correcties worden teruggenomen, voor zover aannemelijk is dat de vrijwilliger kosten heeft gemaakt. Bij de beoordeling daarvan wordt de nodige soepelheid betracht. Het gaat hierbij ook om de situatie waarin de vrijwilliger niet meer over de bewijsstukken beschikt omdat hij/zij ervan uitging dat een vrijwilligersverklaring zou volstaan. Dit geldt op verzoek ook voor de vrijwilliger van wie de aanslag al onherroepelijk vaststaat. de Tweede Kamer het logisch vond dat aan veel vrijwilligers niet meer kon worden gevraagd om over de jaren 2008 tot en met 2010 met bonnetjes van onkosten of een rittenregistratie of anderszins hun recht op giftenaftrek aan te tonen, is de Staatssecretaris uiteindelijk overstag gegaan. Dit is niet alleen goed nieuws voor de vrijwilligers die al met navordering zijn geconfronteerd of al een gecorrigeerde aanslag hebben ontvangen, maar met name ook voor de vrijwilligers die in die jaren dachten niet voor de giftenaftrek in aanmerking te kunnen komen omdat zij geen bewijsstukken hadden. Die blijken ze nu niet nodig te hebben. De Staatssecretaris geeft immers aan dat ook voor al onherroepelijk vaststaande aanslagen de vrijwilliger alleen aannemelijk hoeft te maken dat kosten zijn gemaakt. Het alsnog claimen van de giftenaftrek gebeurt dan echter alleen op verzoek, dus het initiatief ligt bij u als vrijwilliger en uw adviseur. Tot slot heeft de Staatssecretaris aangekondigd dat voor 2011 en volgende jaren de criteria voor de giftenaftrek voor vrijwilligers in samenspraak met de Nederlandse Organisatie van Vrijwilligers, verder worden verduidelijkt en in de wet opgenomen. Welke maatregelen dat concreet zullen zijn, moet blijken uit de fiscale paragraaf in de Geefwet die in het Belastingplan 2012 wordt opgenomen. Op Prinsjesdag weten we dus meer. Commentaar Aan het claimen van de giftenaftrek voor het afzien van een vergoeding voor werkelijk gemaakte kosten zijn minder stringentere voorwaarden verbonden dan aan het claimen van giftenaftrek voor het afzien van een vergoeding die niet op de werkelijk gemaakte kosten is gebaseerd. De berechte zaak was aanleiding om die toetscriteria aan te scherpen. Met name doordat 8

10 Schenken en erven Vrijwillig vervroegd aflossen van overbedelingsschuld In veel testamenten is nog een zogenoemde ouderlijke boedelverdeling opgenomen. Deze verdeling geldt sinds 2003 ook in het geval er geen testament is opgemaakt en de verdeling van de nalatenschap dus volgens de wettelijke regels van het erfrecht (de wettelijke verdeling) plaatsvindt. In beide gevallen wordt de gehele nalatenschap aan de langstlevende ouder toebedeeld en krijgen de kinderen (in beginsel) niet-opeisbare vorderingen op de langstlevende ouder. Maar wat nu als de langstlevende ouder beslist om bij leven al (een deel van) die vordering vrijwillig aan de kinderen af te lossen? Hierna behandelen we eerst kort het ontstaan van de niet-opeisbare vordering, daarna gaan we in op de gevolgen van het vervroegd aflossen door de langstlevende ouder. Het ontstaan van de niet-opeisbare vordering Als een van de ouders overlijdt dan verkrijgt de langstlevende ouder van rechtswege (als een testament ontbreekt) of op grond van het testament met ouderlijke boedelverdeling alle goederen van de nalatenschap (inclusief de schulden). De kinderen krijgen een (in beginsel) rentedragende vordering op de langstlevende ouder. De kinderen krijgen dus na het overlijden van de eerste ouder geen recht op de goederen van de nalatenschap. Zij krijgen een vordering ter grootte van hun erfdeel die pas bij overlijden of faillissement van de langstlevende ouder opeisbaar is. Het betreft hier echter regelend recht. De erflater kan dus bij testament een ander tijdstip bepalen waarop de kinderen hun vordering kunnen opeisen. De langstlevende ouder krijgt eigenlijk meer van de nalatenschap toebedeeld dan waarop hij/zij recht heeft. Daarom vormt de niet-opeisbare vordering van de kinderen voor de langstlevende ouder een overbedelingschuld. De kinderen krijgen juist minder dan waarop zij recht hebben. Daarom worden hun niet-opeisbare vorderingen aangeduid als onderbedelingsvorderingen. Hierna hanteren we steeds deze begrippen. Gevolgen van vervroegd aflossen De langstlevende ouder mag op ieder moment naar keuze overgaan tot het geheel of gedeeltelijk aan de kinderen aflossen van de overbedelingsschuld of de rente op die schuld. De aflossing komt in beginsel in mindering op de hoofdsom en daarna op de rente, tenzij de langstlevende en de kinderen anders hebben bepaald. Kan er sprake zijn van een schenking? Om te kunnen vaststellen of van een schenking sprake kan zijn, moet eerst worden vastgesteld of de overbedelingsschuld renteloos of rentedragend is. Vervolgens moet aan drie criteria worden voldaan, namelijk verrijking van de kinderen, verarming van de langstlevende ouder en er moet sprake zijn van bewuste vrijgevigheid. Als de overbedelingsschuld renteloos is en deze wordt afgelost, dan worden de kinderen verrijkt. Een renteloze vordering die pas op termijn opeisbaar is, is nu contant minder waard dan de nominale waard daarvan. De kinderen worden dus verrijkt als de langstlevende de overbedelingsschuld nu aflost. Dit betekent tevens dat de langstlevende verarmt, omdat hij/zij het levenslange genot van de vordering voortijdig prijsgeeft. Als de langstlevende ook bewust en vrijwillig voor de aflossing heeft gekozen, dan wordt aan alle vereisten van een schenking voldaan. Als de overbedelingsschuld rentedragend is, dan hangt het af van het verschil tussen de door de langstlevende verschuldigde rente en de marktrente op het moment van de aflossing, of sprake kan zijn van een schenking. Als er geen verschil bestaat tussen de nominale en contante waarde van de overbedelingschuld of de contante waarde is hoger dan de nominale waarde, dan is er geen sprake van aan een schenking. Als de contante waarde lager is dan de nominale waarde is er dus wel weer sprake van een schenking. In dat geval moet het te belasten voordeel worden vastgesteld. Daarvoor zijn in Successiewet speciale regels opgesteld. Bij vervroegde aflossing kan er dus sprake zijn van een schenking. Daarbij merken we op dat bij het vaststellen van de contante waarde rekening mag worden gehouden met de gezondheidstoestand van de langstlevende ouder. Wanneer de daadwerkelijke levensverwachting korter is dan de statistische levensverwachting, is de contante waarde hoger. Het verschil tussen nominale waarde en contante waarde van de vordering is dan kleiner. 9

11 Kan de vervroegde aflossing een fictieve schenking zijn? Sinds 1 januari 2010 is in de Successiewet een bepaling tegen bovenmatige rente opgenomen. Deze bovenmatige rente wordt als een fictieve schenking aangemerkt. De bepaling moet voorkomen dat de nalatenschap van de langstlevende ouder wordt uitgehold door op de onderbedelingsvorderingen van de kinderen een hogere samengestelde rente (rente over rente) dan 6% bij te schrijven. Een samengestelde rente van meer dan 6% komt echter niet veel voor. De bepaling blijkt echter ook van toepassing te zijn op een enkelvoudige rente (er hoeft alleen over de hoofdsom rente te worden betaald) die herrekend naar een samengestelde rente op het moment van de aflossing (meestal bij overlijden van de langstlevende) meer bedraagt dan 6%. Een enkelvoudige rente die bij overlijden van de eerstoverleden ouder niet bovenmatig is, kan dat daardoor bij het overlijden van de langstlevende ouder wel zijn. Dit doet zich voor als de langstlevende ouder eerder overlijdt dan zijn statistische levensverwachting, maar ook bij vervroegde aflossing. Op dat moment moet worden berekend wat de renteschuld zou zijn geweest als een samengestelde rente van 6% zou zijn afgesproken. Bedraagt de daadwerkelijk bijgeschreven rente (enkelvoudig of samengesteld) meer, dan is deze bovenmatige rente als fictieve schenking belast met schenkbelasting. Uw adviseur kan voor u berekenen of de rentebepaling op uw situatie van toepassing is. Hoewel deze bepaling pas op 1 januari 2010 in werking is getreden, is zij van toepassing op alle aflossingen die op of na 1 januari 2010 plaatsvinden, ongeacht of de vorderingen en de rentebijschrijvingen al voor die datum zijn ontstaan. Het aflossen van alleen de rente die tot 1 januari 2010 is gerijpt, voorkomt de fictieve schenking dus niet. Attentiepunt: Een fictieve schenking kan in beginsel wel worden voorkomen door alleen (een deel van) de hoofdsom (dus exclusief de rentebijschrijvingen) af te lossen. Commentaar Als u bijvoorbeeld uw kind in financiële nood uit de brand wilt helpen door alvast een deel van de nietopeisbare vordering aan hem/haar over te maken, denk er dan aan dat de vervroegde aflossing gevolgen kan hebben voor de schenkbelasting. Mocht er sprake zijn van bovenmatige rente, dan kan een fictieve schenking worden voorkomen door slechts (een deel van) de hoofdsom (exclusief de rentebijschrijvingen) af te lossen. Een andere oplossing kan zijn aan uw kind een separate lening tegen 6% rente te verstrekken. Omzetbelasting Wijziging in de BTW-regels voor het privégebruik van de auto van de zaak Tot 1 juli 2011 werd voor de berekening van de jaarlijkse BTW-correctie voor het privégebruik van de auto van de zaak door werknemers of ondernemers aangesloten bij de bijtelling voor de loon- en inkomstenbelasting. Voor de BTW-heffing moest u daartoe de bijtelling vermenigvuldigen met 12%. Deze systematiek is per 1 juli 2011 vervallen. Naar aanleiding van een rechtszaak werd in sneltreinvaart een nieuwe regeling tot stand gebracht, omdat de derving voor de staatskas anders te groot zou zijn. We gaan eerst kort in op de aanleiding voor de wijziging en daarna op de nieuwe regeling. De aanleiding In de loon- en inkomstenbelasting bestaan er verschillende percentages voor de bijtelling wegens privégebruik van de auto. Voor bepaalde milieuvriendelijke auto s gelden bijtellingspercentages van 20% en 14% en sinds 1 januari 2010 voor de elektrische auto zelfs 0%. Voor milieuonvriendelijke auto s geldt een bijtellingspercentage van 25%. De belastingplichtige in de rechtszaak reed in een milieuonvriendelijke auto. Hij ging in 2008 niet akkoord met de BTW-correctie op het privégebruik van de auto volgens de formule cataloguswaarde (inclusief BPM en BTW) * 25% * 12%. De belastingplichtige is van mening dat de BTW-correctie strijdig is met de BTW-wetgeving en dat het beleid voor 10

12 milieuvriendelijke auto s ten onrechte gunstiger is dan voor milieuonvriendelijke auto s. De rechter geeft hem gelijk en stelt het privégebruik vast op de formule cataloguswaarde * 14% * 12%. Als de zaak betrekking zou hebben op het belastingjaar 2010 zou de rechter het privégebruik ook kunnen hebben vastgesteld op nihil. Vanaf 1 januari 2010 geldt immers voor elektrische auto s een bijtelling van 0%. Tumult De Staatssecretaris van Financiën was met deze uitspraak uiteraard niet verheugd en kondigde medio juni 2011 aan dat hij tegen deze uitspraak in hoger beroep zou gaan en dat hij de BTW-wetgeving met terugwerkende kracht tot 1 juli 2011 zou aanpassen. Nog diezelfde dag in juni stemde de Ministerraad in met de aanstaande wijziging van de BTW-wetgeving. De nieuwe regeling De wetgeving op het punt van de BTW-correctie privégebruik auto van de zaak is inmiddels met terugwerkende kracht tot 1 juli 2011 aangepast. Doordat de regeling echter in sneltreinvaart in elkaar is gedraaid, bestaat nog veel onduidelijkheid over de praktische toepassing van de regeling. Hierna volgen daarom de hoofdlijnen met waarnodig een kanttekening. De nieuwe regeling maakt geen onderscheid meer tussen privégebruik door werknemers en door ondernemers en er is geen koppeling meer met de bijtelling in de loon- en inkomstenbelasting. De BTW-correctie voor privégebruik van de auto van de zaak is per 1 juli 2011 vervangen door een BTW-heffing over een vergoeding of een fictieve dienst. privégebruik zou worden beperkt. Wij gaan er vanuit dat er dan ook nog nadere regels komen voor het bepalen van een zakelijke vergoeding voor het privégebruik, zodat duidelijk is wanneer sprake is van misbruik. BTW-heffing over de fictieve dienst Als voor het privégebruik van de auto van de zaak geen vergoeding wordt betaald, dan wordt het privégebruik (inclusief woon-werkverkeer) als fictieve dienst belast. Als geen vergoeding wordt betaald voor het privégebruik, maar er is wel een sluitende rittenadministratie bijgehouden, dan wordt echter het privégebruik belast tegen 19% BTW over de uitgaven voor de werkelijk gereden privékilometers. Als er geen vergoeding voor privégebruik wordt betaald én een sluitende rittenadministratie ontbreekt, dan wordt de BTW forfaitair gesteld op 2,7% van de catalogusprijs (incl. BPM en BTW) van de auto. Deze BTW wordt berekend naar rato van het aantal dagen dat de auto (mede) voor privédoeleinden ter beschikking heeft gestaan en wordt in het laatste tijdvak van het kalenderjaar aangegeven. Dit laatste is ook anders dan vóór 1 juli 2011: toen werd nog aangesloten bij het boekjaar. Dit leidt met name bij bedrijven met een afwijkend boekjaar, zoals seizoensbedrijven en landbouwondernemingen, tot administratieve lastenverzwaring. Dat zal toch niet de bedoeling zijn, aangezien de regering administratieve lastenvermindering voor het bedrijfsleven hoog in het vaandel heeft staan. Wellicht volgen ook hiervoor nog nadere regels die dit effect voorkomen. BTW-heffing over de vergoeding voor privégebruik Als de werknemer of de ondernemer voor het privégebruik van de auto van de zaak een zakelijke vergoeding betaalt, dan is de betaalde vergoeding in beginsel tegen 19% BTW belast. Twee zaken zijn hierbij van belang. Ten eerste het begrip privégebruik. Onder dit begrip vallen niet alleen de echte privékilometers, maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld de regels in de loon- en inkomstenbelasting, ook de woon-werkkilometers. Slechts in enkele uitzonderingssituaties ligt dit anders, zoals bij ambulante werknemers. Ten tweede de vraag wanneer een vergoeding wel of niet zakelijk is? De Staatssecretaris heeft aangegeven dat een symbolische vergoeding geen zakelijke vergoeding is, maar hoe wel een zakelijk vergoeding moet worden bepaald, laat hij vooralsnog in het midden. Wel kondigt hij de komst van een antimisbruikmaatregel aan ingeval via een lage maar meer dan symbolische vergoeding de BTW-heffing over het 11

13 Aan de hand van onderstaand stroomschema kunt u de BTW-heffing over het privégebruik auto van de zaak vanaf 1 juli 2011 bepalen. Auto van de zaak Wordt een vergoeding betaald voor het privégebruik van de auto? Is er sprake van een margeauto? nee nee nee Sluitende kilometeradminitratie aanwezig? nee Verschuldigde BTW wordt forfaitair gesteld op 2,7% x catalogusprijs (incl. BTWen BPM) Onduidelijkheid over de BTW-heffing bij leaseauto s Het leasen van een auto is in beginsel een dienst. In dat geval kan geen sprake zijn van een BTW-heffing over het privégebruik. Enerzijds niet omdat de auto niet aan de ondernemer of werkgever is geleverd en anderzijds niet omdat de wetgever heeft aangegeven dat een heffing over het privégebruik over ingekochte diensten niet mogelijk is. Als de BTW-heffing over het privégebruik niet mogelijk is, is volgens de Staatssecretaris geen aftrek van voorbelasting mogelijk voor zover er sprake is van privégebruik. Menig BTW-adviseur vraagt zich af of dit ja ja ja Verschuldigde BTW bedraagt 19% van de betaalde vergoeding Over het privégebruik is géén BTW verschuldigd Verschuldigde BTW bedraagt 19% van de uitgaven voor werkelijk gereden privékilometers wel een houdbaar standpunt is. Wellicht dat hiervoor nog aanvullende regelgeving komt. Onduidelijkheid over de BTW-heffing van de margeauto Tot slot een belangrijke wijziging in de heffing over het privégebruik van de margeauto. Die heffing is alleen mogelijk als een vergoeding voor het privégebruik wordt betaald. Als dat niet het geval is, dan is volgens de Staatssecretaris de BTW op de gebruikskosten en het onderhoud van de auto niet aftrekbaar voor zover er sprake is van privégebruik. De goedkeuring dat in deze gevallen 75% van de BTW op deze kosten aftrekbaar is, is per 1 juli 2011 vervallen! In een oudere goedkeuring wordt dit echter ook toegestaan en die goedkeuring is (nog) niet vervallen. Kortom ook hierover bestaat onduidelijkheid. Daar gooit de Staatssecretaris nog een schepje bovenop door te stellen dat de goedkeuring is vervallen, maar dat hij in overleg met het bedrijfsleven wel bereid is om te kijken of de goedkeuring op een later tijdstip weer van kracht kan worden. Commentaar De nieuwe regeling is met een dusdanige sneltreinvaart tot stand gekomen, dat deze verre van compleet is en nog de nodige vragen oproept. De verwachting (lees: hoop) is dat de Staatssecretaris nog met aanvullende regelgeving komt. Zodra meer bekend is, informeren wij u nader. Toch sluiten we af met een lichtpunt. Het privégebruik van de auto van de zaak valt niet meer onder het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA). Dit heeft tot gevolg dat het voordeel van het privégebruik niet meer meetelt bij het berekenen van de BUA-drempel van 227 per werknemer per jaar, waardoor werknemers met een auto van de zaak deze drempel minder snel overschrijden. Overdrachtsbelasting De tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting Het zal u niet zijn ontgaan dat het tarief van de overdrachtsbelasting voor woningen tijdelijk is verlaagd van 6 naar 2%. De verlaging geldt met terugwerkende kracht van 15 juni 2011 tot en met 1 juli Hierna belichten we enkele aspecten van de regeling. Woning De tijdelijke maatregel is bedoeld voor de aankoop van woningen. De woning hoeft voor de koper geen hoofdverblijf te zijn en ook niet door hem/haar zelf te worden bewoond. Kortom ook de aankoop van een tweede woning, vakantiewoning of verhuurde woning kwalificeert voor toepassing van de maatregel. Ook bij tijdelijke leegstand van een woning, geldt de regeling onverkort. Er zijn ook onroerende zaken die niet alleen een woonbestemming hebben, bijvoorbeeld woon/ 12

14 werkpanden of woon/winkelpanden. Het uitgangspunt is dan dat alleen op de waarde van het woondeel het tarief van 2% overdrachtsbelasting wordt toegepast. Maar als een onroerende zaak qua oppervlakte nagenoeg geheel (dat is voor 90% of meer) is bestemd voor bewoning, kan op de gehele aankoop van de onroerende zaak wel het 2%-tarief worden toegepast. Ondergrond, tuin en aanhorigheden De ondergrond en de tuin behoren tot de woning. Dat geldt ook voor aanhorigheden, zoals garages, serres, tuinhuisjes, schuren, aan- en uitbouwen en tuinhekken en dergelijke die zich op hetzelfde perceel als de woning bevinden. Een garage die tot hetzelfde gebouwencomplex als de woning behoort, wordt tot de woning gerekend. Een parkeerplaats onder een door particulieren bewoond flatgebouw, wordt bijvoorbeeld ook tot de woning gerekend, afzonderlijke garageboxen echter weer niet. Ligt een garage op een afzonderlijk naastliggend perceel, dan kan het 2%-tarief toch worden toegepast als de woning en de garage samen als één geheel kunnen worden aangemerkt én tegelijkertijd bij de notaris door dezelfde verkoper aan de koper zijn overgedragen. De aankoop van een losse garage valt dus niet onder de tijdelijke regeling. Hetzelfde geldt voor de aankoop van een los stuk grond voor bijvoorbeeld een volkstuin/ moestuin. Grond die voor woningbouw wordt gekocht, valt niet onder de tijdelijke maatregel. Ook als een woning wordt gekocht om te worden gesloopt, wordt in wezen bouwgrond gekocht en dus is het 2%-tarief niet op de aankoop van toepassing. Samenloop met de nieuwe hypotheekregels Op 1 augustus 2011 zijn de aangescherpte regels voor het verstrekken van hypotheken in werking getreden. De regels houden onder meer in dat de hypotheek voor de aankoop van een eigen woning niet meer dan 110% van de marktwaarde van de woning (inclusief overdrachtsbelasting) mag bedragen. Door de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting wordt dit maximum tijdelijk verlaagd naar 106% van de marktwaarde (inclusief overdrachtsbelasting). Commentaar De tariefsverlaging van de overdrachtsbelasting is bedoeld als een tijdelijke maatregel om de stagnerende woningmarkt weer vlot te trekken. Of daarvan op 1 juli 2012 al sprake zal zijn, is nog maar afwachten. De per 1 augustus jl. aangescherpte hypotheekregels doen waarschijnlijk een deel van de impuls weer teniet. Zelfs als er wel een tijdelijke opleving van het aantal woningverkopen kan worden geconstateerd, blijft het de vraag wat er gebeurt op de woningmarkt als het tarief weer naar 6% gaat? Of zou het aanleiding zijn om de maatregel toch te verlengen? Het is niet de eerste keer dat een tijdelijk ingevoerde maatregel, eerst wordt verlengd en vervolgens alsnog een permanent karaker krijgt. Volgend jaar weten we meer. Terugvragen teveel betaalde overdrachtsbelasting De tijdelijke maatregel is van toepassing als het tekenen van de leveringsakte bij de notaris (de juridische overdracht), op of na 15 juni 2011 en voor 1 juli 2012 heeft plaatsgevonden. De datum van het tekenen van het voorlopig koopcontract is dus niet van belang. De maatregel is echter pas op 1 juli 2011 bekendgemaakt met terugwerkende kracht tot 15 juni Als u tussen 15 juni 2011 en 1 juli 2011 al een woning had gekocht, dan heeft u nog 6% overdrachtsbelasting betaald. U heeft dus 4% te veel overdrachtsbelasting betaald. Die kunt u via de notaris van de Belastingdienst terugvragen. Als u bij de aankoop van uw woning ook de 6% overdrachtsbelasting volledig heeft meegefinancierd, dan blijft de hypotheekrente volledig aftrekbaar ook als u de 4% te veel betaalde overdrachtsbelasting weer terugkrijgt. 13

15 Pensioen en lijfrente Pensioenakkoord: weer aanpassingen van pensioenregelingen Nadat vorig jaar juni de vakbonden en werkgeversorganisatie al afspraken met elkaar hadden gemaakt over pensioen en de AOW, is vlak voor het zomerreces ook het Pensioenakkoord met de regering tot stand gekomen. Daarin worden de stappen uiteengezet die het kabinet en de sociale partners gaan nemen om het pensioenstelsel veilig te stellen en betaalbaar te houden. Mensen leven langer en het aantal werkenden dat de kosten van gepensioneerden moet opbrengen, neemt af. Huidige pensioenregelingen en de AOW moeten daaraan worden aangepast. Omdat de meeste afspraken uit het Pensioenakkoord nog moeten worden uitgewerkt in concrete wetsvoorstellen die in 2013 in werking moeten treden, beperken we ons in deze bijdrage tot de hoofdlijnen. Verhoging AOW-leeftijd Het langer doorwerken van mensen wordt gezien als een van de oplossingen voor de betaalbaarheid van de kosten van de toenemende vergrijzing. Als mensen langer werken betalen ze langer premie en gaat hun pensioen later in. Daartoe wordt een eerste stap gezet op 1 januari Dan wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de stijgende levensverwachting. Dat betekent feitelijk een verhoging tot 66 jaar. Naar verwachting gaat de AOWleeftijd in 2025 naar 67 jaar, maar dat staat nu nog niet definitief vast. Dat hangt dus af van de stijgende levensverwachting, als die hoger of lager is dan nu wordt verwacht, kan de verhoging van de AOW-leeftijd daaraan worden aangepast. In tegenstelling tot veel andere maatregelen uit het Pensioenakkoord was er al wel een wetsvoorstel voor de verhoging van de AOWleeftijd ingediend. Verhoging AOW-uitkering De AOW wordt tussen 2013 en 2028 jaarlijks bovenop de gebruikelijk indexatie extra verhoogd met 0,6%. Hierdoor moet het ook voor lagere inkomensgroepen mogelijk worden om eerder te stoppen met werken (zie ook hierna). De verhoging moet onder meer met de afbouw van de ouderenkortingen worden gefinancierd. Flexibilisering van de AOW-ingangsdatum Hoewel de AOW-leeftijd wordt verhoogd, blijft het mogelijk om eerder te stoppen met werken. Bovendien wordt het ook mogelijk om maximaal 5 jaar langer door te werken. Als eerder dan met 66 jaar (vanaf 2025 waarschijnlijk 67 jaar) wordt gestopt met werken, dan wordt de AOW-uitkering gekort met 6,5% voor ieder jaar dat eerder met pensioen wordt gegaan. Als langer wordt doorgewerkt, wordt de AOW-uitkering juist verhoogd met 6,5% voor ieder jaar dat later dan met 66 jaar (67 jaar) met pensioen wordt gegaan. Naar een ander schokbestendiger pensioenstelsel Naast de AOW van de overheid bouwen werknemers vaak pensioen op bij hun werkgever. Dit aanvullende pensioen is in pensioenregelingen vastgelegd. Ook deze regelingen worden aangepast. Dit gebeurt echter niet alleen vanwege de verhoging van de pensioenleeftijd. De belangrijkste redenen voor aanpassing van het pensioenstelsel zijn de financiële crisis, de stijgende pensioenuitgaven doordat mensen langer pensioen genieten en de langdurig lage rente. Deze factoren blijken (te) grote invloed te hebben op de financiële positie van pensioenfondsen. Hoe het pensioenstelsel moet worden aangepast, is nog niet exact duidelijk. Het is in ieder geval de bedoeling om te zorgen dat schommelingen op de financiële markten minder snel tot ingrijpen leiden en dat meer wordt belegd op de lange termijn. Beleggen is nodig omdat dit op lange termijn meer oplevert dan sparen, maar de risico s zijn groter. Die worden beperkt door voor lange(re) termijnen te beleggen. Het nieuwe stelsel heeft in ieder geval tot gevolg dat pensioenen in de toekomst minder gegarandeerd zijn en meer afhankelijk worden van de beleggingsresultaten van pensioenfondsen. Stabiele pensioenpremies Verder moet de pensioenpremie stabiel blijven. Dat wil zeggen dat de premie niet automatisch wordt verlaagd als het op de financiële markt goed gaat en niet automatisch wordt verhoogd als het daar niet goed gaat. De mee- en tegenvallers worden bij de beleggingen verwerkt in de pensioenen, maar verspreid over 10 jaar. Wel kunnen werkgeversorganisaties en vakbonden bij onderhandelingen over CAO s nieuwe afspraken maken over de pensioenpremie. 14

16 Bestaande al opgebouwde pensioenrechten Tot slot moeten ook bestaande pensioenrechten van gepensioneerden en werkenden in het nieuwe pensioenstelsel worden geregeld. Daarvan moet een aantal aspecten nog worden onderzocht. Uiterlijk eind februari 2012 moet het onderzoek zijn afgerond, waarna concrete maatregelen worden getroffen. Als die wetsvoorstellen zijn aangenomen, dan moeten alle pensioenregelingen worden aangepast. De in het wetsvoorstel verhoging van de AOW-leeftijd al aangekondigde verlaging van de opbouwpercentages voor pensioenen (eindloonregeling van 2% naar 1,75% en middelloonregeling van 2,25% naar 2%) gaat voorlopig nog niet door. Stimuleringsmaatregelen voor langer doorwerken In CAO s gaan werkgeversorganisaties en vakbonden meer en betere afspraken maken over hoe werknemers langer kunnen doorwerken. De maatregelen zijn gericht op inzetbaarheid, scholing, arbeidsomstandigheden, mobiliteit, werkhervatting en productiviteit. De regering stelt verder voor een mobiliteitsbonus in te voeren voor werkgevers die oudere werknemers in dienst nemen. Daarmee moet de mobiliteit van werknemers binnen het bedrijf maar ook daarbuiten of zelfs sectoroverstijgend worden bevorderd. In 2012 moet hiervoor de eerste stap worden gezet. Verder zal de regering onderzoeken of bestaande fiscale maatregelen beter kunnen worden ingezet voor ouderenparticipatie. Zo is al aangekondigd dat de bestaande premiekortingen voor het in dienst nemen van werklozen en arbeidsgehandicapten worden verhoogd. Daarnaast komen er meer loopbaanfaciliteiten voor oudere werknemers (55-plus), zoals de verlaging van de drempel voor de fiscale aftrek van scholingsuitgaven en het invoeren van een speciale spaarregeling waarmee onder meer een periode van inkomensachteruitgang (bijvoorbeeld tussen twee banen) kan worden gefinancierd. Commentaar Alle afspraken die in het Pensioenakkoord zijn vastgelegd moeten nu nog concrete handen en voeten krijgen. Dat gaat de komende tijd gebeuren. Er ligt inmiddels een brief met de maatregelen in het kader van het zogenoemde Vitaliteitspakket en een Voorontwerp bij de Tweede Kamer voor aanpassing van het eerder ingediende wetsvoorstel verhoging AOW-leeftijd naar 66 jaar. Daarin is een groot aantal van de afspraken uit het Pensioenakkoord opgenomen. Het ligt in de bedoeling dat de maatregelen uit het Vitaliteitspakket volgend jaar inwerkingtreden. De maatregelen uit het Voorontwerp moeten, na bespreking met de Tweede Kamer, leiden tot een wetsvoorstel dat op 1 januari 2013 in werking treedt. Zodra het wetsvoorstel is aangenomen en helemaal duidelijk is hoe het nieuwe pensioenstelsel eruit gaat zien, kunnen werkgevers, pensioenfondsen en deskundigen aan de slag met weer een nieuwe ronde van aanpassingen van pensioenregelingen. Toekennen ontslagvergoeding: hoe het wel en niet moet Werkgever en werknemer kunnen afspraken maken over een ontslagvergoeding bij beëindiging van een dienstverband. Een dergelijke afspraak wordt dan meestal vastgelegd in een beëindigings- of vaststellingsovereenkomst. Onlangs bleek in een rechtszaak dat niet alle werkgevers en werknemers weten hoe invulling moet worden gegeven aan het toekennen van een ontslagvergoeding. Hierna geven we eerst kort de rechtszaak weer, waarin duidelijk wordt hoe het niet moet en daarna hoe het wel moet. Verder wijzen we u nog op enkele fiscaal aantrekkelijker alternatieven. De rechtszaak en hoe het niet moet Een werkgever was met een werknemer overeengekomen dat hij bij uitdiensttreding een netto ontslagvergoeding zou ontvangen van Dit bedrag was op basis van de kantonrechtersformule berekend. De werknemer was echter ook aandeelhouder van de moedervennootschap van de werkgever. In de beëindigingsovereenkomst was daarom tevens een regeling opgenomen om de aandelen in deze moedervennootschap over te dragen. De ontslagvergoeding zou in de vorm van een verhoging van de koopprijs van deze aandelen worden uitbetaald. Mocht de Belastingdienst het bedrag van toch als verkapt inkomen aanmerken, dan zou de werkgever tot een bedrag van maximaal de verschuldigde belasting en premies voor zijn rekening nemen. De accountant van de werkgever nam kennis van de vaststellingovereenkomst en heeft gezorgd dat het plan niet werd uitgevoerd en dat de werkgever de beëindigingsvergoeding van ( ontslagvergoeding en voor het voor zijn rekening nemen van de loonbelasting) alsnog aan de Belastingdienst heeft opgegeven. Daarover wordt aan de werkgever vervolgens een naheffingsaanslag loonbelasting van opgelegd. De werkgever wil daarvan (het verschil tussen en ) op de werknemer verhalen. De werknemer verzet zich hiertegen. Als direct open kaart was gespeeld over de ontslagvergoeding van zou de werkgever volgens hem maximaal aan 15

17 loonbelasting verschuldigd zijn geweest, waarvan dan maximaal ( minus ) op hem zou kunnen worden verhaald. De rechter geeft aan hoe het wel moet De rechter geeft aan dat de werkgever terecht naast het bedrag van ook de maximaal voor zijn rekening komende loonbelasting van als ontslagvergoeding heeft aangemerkt. Daarover is dus ook loonbelasting verschuldigd. De werkgever is daarom over de door de werknemer ontvangen ontslagvergoeding van plus een totaalbedrag van aan loonbelasting verschuldigd. Op grond van de gemaakte afspraak heeft hij daarvan terecht op de werknemer verhaald. Volgens de rechter had de werknemer bovendien, als de belastingontduikende plannen wel doorgang hadden gevonden, ook nog met een aanzienlijke vergrijpboete (of strafvervolging) kunnen worden geconfronteerd. De alternatieven De ontslagvergoeding die deze werknemer meekreeg, werd in één keer aan hem uitbetaald. Dat had onder inhouding van loonheffing moeten gebeuren, maar daarvoor was het al te laat. De gehele ontslagvergoeding (inclusief ) is progressief belast. De uitkering ineens behoort tot het inkomen uit werk en woning van box I van de inkomstenbelasting. Het nettobedrag dat na belastingheffing resteert, kan vrij worden besteed. Als het bedrag in hetzelfde jaar wordt geconsumeerd, dan is er aan het eind van het jaar geen saldo meer over dat tot de rendementsgrondslag van box III moet worden gerekend. Wordt het nettobedrag niet uitgegeven maar bijvoorbeeld op een spaarrekening gezet of in effecten belegd, dan behoort aan het eind van het jaar het spaarsaldo of de waarde van de effectenportefeuille tot de rendementsgrondslag van box III, waarover mogelijk ook weer inkomstenbelasting moet worden betaald. Omzetting in een recht op periodieke uitkeringen Als er geen noodzaak is om direct over de (gehele) ontslagvergoeding te beschikken, zijn er vanuit fiscaal oogpunt aantrekkelijker alternatieven. Let wel, deze staan alleen open voor zover de ontslagvergoeding betrekking heeft op te derven of gederfd loon. De ex-werknemer kan de ontslagvergoeding namelijk fiscaalvriendelijk in een stamrecht (een recht op een periodieke uitkeringen) laten omzetten. Dat kan ook voor een deel van de ontslagvergoeding. In de Wet op de loonbelasting (Wet LB) is daartoe de zogenoemde stamrechtvrijstelling opgenomen, die bepaalt dat het recht op de periodieke uitkeringen onder voorwaarden onbelast blijft. Niet het recht, maar de periodieke uitkeringen in de toekomst worden dan belast, zodra deze worden uitbetaald. Hiermee wordt in ieder geval bereikt dat een belastingpiek over de uitkering ineens wordt voorkomen en als de uitkeringen niet direct ingaan, wordt de belastingheffing tevens uitgesteld. Aan het onbelast omzetten van de ontslagvergoeding in een stamrecht zijn wel voorwaarden verbonden. De aanspraken op periodieke uitkeringen moeten toekomen aan de ex-werknemer en mogen niet later ingaan dan in het jaar waarin hij/zij de leeftijd van 65 jaar bereikt; Bij overlijden van de ex-werknemer mogen de uitkeringen alleen toekomen aan de (gewezen) echtgenoot, partner of kinderen jonger dan 30 jaar. De uitkeringen moeten dan direct ingaan; Het stamrecht moet worden aangekocht bij een toegestane verzekeraar. Dat kan een professionele verzekeraar zijn, een pensioenfonds of een eigen stamrecht-bv; Er moet sprake zijn van periodieke uitkeringen. Uiteraard is er ook de mogelijkheid om de ontslagvergoeding te storten op een stamrechtspaarrekening. Van groot belang voor het gebruiken van de stamrechtvrijstelling is dat de ex-werknemer niet over de ontslagvergoeding heeft kunnen beschikken. De werkgever maakt daarom de ontslagvergoeding direct over aan de verzekeraar, het pensioenfonds of de eigen stamrecht-bv van de werknemer. Als een ex-werknemer nog niet weet of hij het stamrecht bij een professionele verzekeraar of pensioenfonds of bij zijn eigen nog op te richten stamrecht-bv wil onderbrengen of als de oprichting van zijn BV nog niet is voltooid, dan kan de werkgever het bedrag op een geblokkeerde derdenrekening storten bij een advocaat of notaris. Let op: Storten bij een BV in oprichting (i.o) leidt tot belastingheffing. De werknemer wordt in dat geval geacht de ontslagvergoeding te hebben genoten. De bedenktijd die de werknemer hiermee creëert, kan hij bijvoorbeeld benutten om offertes van verzekeraars te vergelijken, om zich te laten adviseren over de te maken keuze of voor de oprichting van zijn stamrecht-bv. Dit moet hij/zij binnen een redelijke termijn van in beginsel 6 maanden hebben gedaan. De werknemer krijgt daarvoor alleen meer tijd als hij/zij de redelijkheid 16

18 daarvan kan aantonen. Zodra de keuze is gemaakt of de oprichting van de BV is voltooid, boekt de advocaat of notaris het gestorte bedrag over naar de verzekeraar, het pensioenfonds of de stamrecht-bv. Commentaar De werkgever had de ontslagvergoeding in het berechte geval onder inhouding van loonheffing aan de ex-werknemer moeten uitbetalen. De zaak was daarmee afgedaan geweest. Verhaal op de werknemer was dan niet aan de orde gekomen. De betaling van een bedrag ineens is wel de fiscaal minst aantrekkelijke optie, maar kennelijk wilde hij over het gehele bedrag ineens beschikken. Als dat echter niet nodig is, zijn er fiscaal aantrekkelijker alternatieven, waarbij de ontslagvergoeding met toepassing van de stamrechtvrijstelling wordt omgezet in een recht op periodieke uitkeringen. De ex-werknemer in het berechte geval had dan weliswaar niet in één keer over het gehele bedrag kunnen beschikken, maar had bijvoorbeeld wel een polis bij een verzekeraar kunnen sluiten, waarbij hij de periodieke uitkeringen direct had kunnen laten ingaan. Hij had dan in ieder geval de belastingpiek over de ontslagvergoeding ineens voorkomen. De werknemer had tot slot ook voor een combinatie van deze mogelijkheden kunnen kiezen, waarbij een deel van de ontslagvergoeding zou zijn uitbetaald en een deel in een stamrecht zou zijn omgezet. Tussenoplossing ter beperking van bijbetalingsverplichting bij waardeoverdracht Een werknemer die bij een andere werkgever gaat werken, heeft recht op waardeoverdracht van zijn/haar pensioenaanspraak. De werknemer koopt dan als het ware met de waarde van het tot dan toe opgebouwde pensioen bij zijn oude werkgever aanspraken in de pensioenregeling van zijn nieuwe werkgever. Het recht op waardeoverdracht van de werknemer kan voor u als werkgever een dure aangelegenheid zijn. U kunt echter uw medewerking aan de waardeoverdracht niet weigeren. Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil hier iets aan doen. Hij heeft daartoe twee voorstellen gedaan voor een tijdelijke oplossing, met de bedoeling om uiteindelijk tot een structurele oplossing te komen. Hierna staan we eerst stil bij de bijbetalingsproblematiek, daarna bij de bestaande mogelijkheden om deze te beperken en de tijdelijke oplossing die de Minister heeft aangedragen. De bijbetalingsproblematiek Als een werknemer kiest voor waardeoverdracht, dan kan dat voor de werkgever grote financiële gevolgen hebben. De overdracht kan namelijk leiden tot een bijtalingsverplichting voor de oude of de nieuwe werkgever. Dat is echter niet het geval als de pensioenaanspraken bij een pensioenfonds zijn ondergebracht. Als een pensioenaanspraak van een werknemer dan overgaat op een ander pensioenfonds, dan neemt dit fonds de eventuele bijbetalingslast voor zijn rekening. Als het pensioen echter bij een verzekeraar is ondergebracht, dan doet zich dit bijbetalingsprobleem wel voor. Dit hangt samen met de wijze waarop sinds 1 januari 2008 de overdrachtswaarde bij waardeoverdracht van pensioenaanspraken moet worden berekend. Deze overdrachtswaarde wordt sindsdien niet meer op basis van een vaste rekenrente, maar op basis van de jaarlijks wisselende marktrente berekend. Deze rekenrente geldt zowel voor de oude pensioenuitvoerder voor de berekening van de overdrachtswaarde van de over te dragen pensioenaanspraak, als voor de nieuwe pensioenuitvoerder voor de berekening van de nieuwe pensioenaanspraak. Verzekeraars waarderen pensioenverplichtingen ook tegen een rekenrente. Die bedraagt 3%. Afhankelijk van het verschil tussen de rekenrente voor de waardeoverdracht en de rekenrente die de verzekeraar voor de waardering van de pensioenverplichtingen heeft gehanteerd, kan een bijbetalingsverplichting ontstaan voor de nieuwe of de oude werkgever. De jaarlijks wisselende hoogte van de markrente en dus de jaarlijks wisselende hoogte van de rekenrente voor de waardeoverdracht, leidt ertoe dat u als werkgever in het ene jaar voor de waardeoverdracht meer moet bijbetalen dan in het andere jaar. Vindt de waardeoverdracht plaats in een jaar met een hele lage marktrente en dus lage rekenrente, kan dat betekenen dat de feitelijke waarde van de over te dragen pensioenaanspraak lager is dan de berekende overdrachtswaarde. In dat geval moet niet de nieuwe, maar de oude werkgever bijbetalen. Zo bedroeg de rekenrente voor de waardeoverdracht in ,122%, maar in 2011 bedroeg die rekenrente nog maar 2,984%. Tot en met 2010 had het verschil in de rekenrente met name grote gevolgen voor de nieuwe werkgever, omdat hij een eventueel tekort in de financiering van het pensioen moest bijbetalen. In 2011 is het plaatje op het eerste oog anders. De lagere rentestand betekent dat de bijbetalingsverplichting voor de nieuwe werkgever daalt. De voor 2011 vastgestelde rekenrente van 2,984% ligt namelijk dicht bij de 17

19 rekenrente van 3%, waarmee verzekeraars hun tarief bepalen. In 2011 moet de oude werkgever bij uitgaande waardeoverdracht naar verwachting vaker bijbetalen dan de nieuwe werkgever. Conclusie De waardeoverdracht van een verzekerd pensioen kan de werkgever een forse extra kostenpost opleveren. Zeker als het gaat om werknemers met hoge salarissen en/of oudere werknemers met lange dienstverbanden. Desondanks moet zowel de nieuwe als de oude werkgever de werknemer wijzen op de mogelijkheid van waardeoverdracht. Daarnaast leidt de nieuwe berekeningswijze met de jaarlijks wisselende rekenrente ertoe dat een waardeoverdracht in het ene jaar minder duur is dan in het andere jaar. Hoewel door de rekenrenteverlaging in 2011 het bijbetalingsprobleem minder urgent is dan in voorgaande jaren, verleden tijd is het zeker niet. Bestaande mogelijkheden om bijbetalingsverplichting te beperken Een uitzondering op de plicht om mee te werken aan een waardeoverdracht is de situatie waarin de financiële toestand van de werkgever het betalen van de bijbetalingsverplichting niet toelaat. Overigens is deze tegemoetkoming een vorm van uitstel. Als de financiële positie van de werkgever weer is verbeterd, zal alsnog moeten worden betaald. Verder zou u de werknemer ook kunnen verzoeken om van waardeoverdracht af te zien of een al ingediend verzoek daartoe in te trekken. Het is ook mogelijk om het risico op een bijbetalingsverplichting bij een pensioenverzekeraar af te dekken. De mogelijkheden worden echter weinig gebruikt en leiden niet altijd tot een oplossing. Zo zal een werknemer bij een ontwrichte arbeidsrelatie niet willen meewerken aan het verzoek van zijn/haar werkgever om van een waardeoverdracht af te zien. in financieel zwaar weer verkeren, maar daar door de bijbetalingsverplichting wel in terecht zouden komen. De tweede variant is het stellen van een grens aan de hoogte van de bijbetalingsverplichting, waarboven de pensioenuitvoerder niet verplicht is om aan een verzoek om waardeoverdracht mee te werken. Bij deze variant vindt dus ook een beperking van het recht op waardeoverdracht plaats, terwijl werkgevers na het voldoen van de bijbetalingsverplichting financieel niet in de gevarenzone terechtkomen. Commentaar De plicht van een werkgever om aan een waardeoverdracht mee te werken kan voor u grote financiële gevolgen hebben. Het gaat hierbij steeds om verzekerde pensioenen. Pensioenen die bij een pensioenfonds zijn ondergebracht kennen dit probleem niet, omdat het pensioenfonds de eventuele bijbetalingslast voor zijn rekening neemt. Dankzij de lagere rekenrentestand in 2011 is de bijbetalingsproblematiek weliswaar minder urgent, maar dat kan door de jaarlijks wisselende rekenrente van tijdelijke aard zijn. De bestaande mogelijkheden om de bijbetalingsverplichting te beperken blijken in de praktijk ontoereikend te zijn. Daarom moet er een structurele oplossing voor deze problematiek komen, waarvoor een fundamentele discussie over het recht op waardeoverdracht nodig is. Als eerste aanzet daartoe heeft Minister Kamp een tussenoplossing voorgesteld die hij in overleg met pensioenuitvoerders en sociale partners nader wil uitwerken. De tussenoplossing vergt een aanpassing van de Pensioenwet. De beoogde datum van inwerkingtreding van de wetswijziging is 1 januari Daarbij wordt tevens voorzien in overgangsrecht. Hoe dat overgangsrecht eruit gaat zien, is nu nog niet bekend. We houden u op de hoogte. Tussenoplossing op weg naar permanente oplossing Daarom moet er op termijn een structurele oplossing komen voor de bijbetalingsproblematiek. Minister Kamp heeft daartoe een eerste aanzet gedaan door een tijdelijke tussenoplossing aan de Tweede Kamer voor te leggen. De tussenoplossing bestaat uit twee varianten. In de eerste variant heeft de werknemer geen recht op waardeoverdracht zolang een werkgever door de bijbetalingsverplichting aantoonbaar in substantiële financiële problemen zou komen te verkeren. Dit is een uitbreiding van de hiervoor genoemde al bestaande uitzondering op het recht van waardeoverdracht. Met deze variant worden dan werkgevers geholpen die niet 18

20 Sociale zekerheid en Arbeidsrecht De beperkte mededeelzaamheid van de bedrijfsarts bij de verzuimbegeleiding Als uw werknemer arbeidsongeschikt raakt, dan moeten u en uw werknemer zich aantoonbaar voldoende inspannen voor een snelle, maar verantwoorde re-integratie. Als blijkt dat u dit onvoldoende doet, leidt dit tot een verlenging van uw loondoorbetalingsplicht. Om aan die re-integratieverplichtingen te kunnen voldoen, heeft u onder meer informatie nodig over de gezondheidstoestand van uw werknemer. Maar welke medische gegevens mag de bedrijfsarts en arbodienst bij de verzuimbegeleiding aan u verstrekken zonder de privacy van de werknemer te schenden? In de praktijk bestaat hierover bij veel werkgevers onduidelijkheid. De onlangs verschenen leidraad van de Nederlandse vereniging voor arbeids- en bedrijfsgeneeskunde (NVAB) en de brancheorganisatie voor arbodiensten (Boaborea), neemt een groot deel van die onduidelijkheid weg. Het is een praktische handreiking hoe bedrijfsartsen bij verzuimbegeleiding moeten omgaan met de privacygevoelige, medische gegevens van (arbeidsongeschikte) werknemers. Hierna volgen de belangrijkste punten. Verzuimbegeleiding en re-integratieverplichtingen De re-integratieverplichtingen houden onder meer maatregelen in om uw arbeidsongeschikte werknemer te laten terugkeren in de eigen arbeid of in passende arbeid binnen dan wel buiten uw bedrijf. De werknemer is verplicht om de aangeboden passende arbeid te verrichten. Als leidraad geldt dat het bij passende arbeid moet gaan om arbeid die in redelijkheid aan de werknemer kan worden opgedragen, gezien onder meer zijn arbeidsverleden, opleiding, gezondheidstoestand, de afstand tot het werk, zijn loon en hetgeen waartoe hij nog in staat is. U voldoet niet alleen aan uw re-integratieverplichtingen door de concrete maatregelen zelf te treffen, maar ook door die maatregelen tijdig te treffen. U moet tenminste uiterlijk na 6 weken ziekte een probleemanalyse door de arbodienst of ingehuurde deskundigen laten opstellen, uiterlijk na 8 weken ziekte met de werknemer een plan van aanpak hebben opgesteld en dit elke 6 weken evalueren, uiterlijk na 42 weken ziekte een ziekmelding aan het UWV hebben gezonden, na 1 jaar ziekte een evaluatie van de re-integratie-inspanningen hebben opgesteld, uiterlijk 15 weken voor het einde van de wachttijd een re-integratieverslag hebben opgesteld en dit in afschrift aan de werknemer hebben gezonden. Daarom is het van groot belang dat u een adequaat (bedrijfs- of) verzuimreglement heeft opgesteld. Om (tijdig) aan de re-integratieverplichtingen te voldoen en om vast te stellen of uw werknemer recht heeft op loondoorbetaling, heeft u gegevens nodig over de gezondheidstoestand van uw werknemer. Daarover wordt u in beginsel door de bedrijfsarts geïnformeerd. De bedrijfsarts is echter ook adviseur voor uw werknemer. Hij/zij moet dus ook zorgen dat de privacy van uw werknemer is gewaarborgd. De informatieverstrekking aan u als werkgever is door het medisch beroepsgeheim daarom beperkt. Wat mag een bedrijfsarts binnen die beperking nu en wel en niet aan u mededelen? Bevoegdheden bedrijfsarts Om die vraag te beantwoorden moet eerst worden vastgesteld of de werknemer de informatie tijdens een vrijwillig of verplicht spreekuurcontact aan de bedrijfsarts heeft verstrekt. Een vrijwillig spreekuurcontact vindt plaats op verzoek van uw werknemer, bijvoorbeeld vanwege een vraag over zijn/haar arbeidsomstandigheden of vanwege een preventief medisch onderzoek. Ook tijdens een ziekteverzuimperiode kan een vrijwillig spreekuurcontact plaatsvinden, omdat de zieke werknemer een vraag heeft die niets met zijn/haar ziekte te maken heeft of zich al bij de bedrijfsarts meldt voordat u hem/haar daartoe opdracht geeft. Op de informatie die de bedrijfsarts tijdens een vrijwillig spreekuurcontact verzamelt, is het medisch beroepsgeheim van toepassing. Dat wil zeggen dat hij/zij die informatie alleen met uitdrukkelijke toestemming van uw werknemer met u mag uitwisselen. Voordat de werknemer toestemming kan geven, moet hij/zij eerst bekend zijn met het doel, de aard en de omvang van de te verstrekken informatie, de reden waarom die 19

Prinsjesdag 2014 - fiscale actualiteiten

Prinsjesdag 2014 - fiscale actualiteiten 18 september 2014 Prinsjesdag 2014 - fiscale actualiteiten Op Prinsjesdag 2014 is het Belastingplan 2015 gepresenteerd. Het Belastingplan 2015 bevat voor specifiek de vastgoedsector weinig belangrijke

Nadere informatie

Kluwer Online Research. Nieuwe regels privégebruik ondernemingsauto in de omzetbelasting

Kluwer Online Research. Nieuwe regels privégebruik ondernemingsauto in de omzetbelasting Belastingadvies Actualiteiten auto in de omzetbelasting Nieuwe regels privégebruik ondernemingsauto in de omzetbelasting Per 1 juli 2011 geldt een nieuwe regeling voor het in de heffing betrekken van privégebruik

Nadere informatie

Naast het forfait blijven er toch vrijstellingen bestaan voor bepaalde zakelijke kosten.

Naast het forfait blijven er toch vrijstellingen bestaan voor bepaalde zakelijke kosten. Wij vinden het belangrijk u tijdig te informeren over de werkkostenregeling die op 1 januari 2011 in werking zal treden. Deze nieuwe regeling heeft veel gevolgen voor werkgevers die vergoedingen en verstrekkingen

Nadere informatie

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning Hieronder wordt ingegaan op de fiscale consequenties van de aankoop en het bezit van een recreatiewoning die zodanig met de (onder)grond is verbonden

Nadere informatie

Computers Page 1 of 1

Computers Page 1 of 1 Computers Page 1 of 1 Computers U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen U mag u aan een werknemer een computer en dergelijke apparatuur (en bijbehorende apparatuur)

Nadere informatie

De werkkostenregeling heeft als uitgangspunt dat alle vergoedingen tot het belaste loon horen.

De werkkostenregeling heeft als uitgangspunt dat alle vergoedingen tot het belaste loon horen. Toelichting werkkostenregeling 1. Nieuw loonbegrip; vergoedingen belast loon De werkkostenregeling heeft als uitgangspunt dat alle vergoedingen tot het belaste loon horen. Schema werkkostenregeling: -

Nadere informatie

Naast de vrije ruimte blijven er toch ook nog vrijstellingen bestaan voor bepaalde zakelijke kosten.

Naast de vrije ruimte blijven er toch ook nog vrijstellingen bestaan voor bepaalde zakelijke kosten. INFORMATIEBRIEF WERKKOSTENREGELING Winterswijk, 13 november 2014 Geachte relatie, Er is veel over gezegd en geschreven. Maar met ingang van 1 januari 2015 moet elke werkgever de werkkostenregeling gaan

Nadere informatie

NIEUWE BTW-REGELS VOOR PRIVÉGEBRUIK ZAKELIJKE AUTO

NIEUWE BTW-REGELS VOOR PRIVÉGEBRUIK ZAKELIJKE AUTO NIEUWE BTW-REGELS VOOR PRIVÉGEBRUIK ZAKELIJKE AUTO Gebruikt u of uw werknemer de auto van de zaak ook privé? Tot 1 juli kon u in dat geval alle btw op de gemaakte autokosten in aftrek brengen, mits u belaste

Nadere informatie

Checklist Auto van de zaak De heilige koe bij de hoorns gevat

Checklist Auto van de zaak De heilige koe bij de hoorns gevat Checklist Auto van de zaak De heilige koe bij de hoorns gevat 1. Eigen auto of auto van de zaak? Een ondernemer die een auto aanschaft en deze zowel privé als zakelijk gaat gebruiken, staat voor de volgende

Nadere informatie

4.2. De computer en de telefoon

4.2. De computer en de telefoon van het aantal zakelijke maaltijden zou moeten vaststellen. In theorie is het immers mogelijk dat een werknemer verschillende keren aansluit bij de kassa; de ene keer met een broodje, dan weer met een

Nadere informatie

De voornoemde kosten zijn voor 75% aftrekbaar van de winst van de onderneming. Een cijfervoorbeeld:

De voornoemde kosten zijn voor 75% aftrekbaar van de winst van de onderneming. Een cijfervoorbeeld: A. INKOMSTEN/VENNOOTSCHAPSBELASTING De voornoemde kosten zijn voor 75% aftrekbaar van de winst van de onderneming. Een cijfervoorbeeld: U betaalt als werkgever 1.904 inclusief BTW voor een personeelsdag

Nadere informatie

Werkkostenregeling (WKR)

Werkkostenregeling (WKR) Werkkostenregeling (WKR) 22 oktober 2014 Werkkostenregeling Inleiding Systematiek Loon Nihilwaardering Gerichte vrijstelling Vrije ruimte Administratie Voorbeelden met kansen en bedreigingen Hoe verder?

Nadere informatie

Btw-nieuwsbrief 20 december 2012. Btw-correctie Privégebruik auto

Btw-nieuwsbrief 20 december 2012. Btw-correctie Privégebruik auto Btw-nieuwsbrief 20 december 2012 Btw-correctie Privégebruik auto Inhoudsopgave Introductie 3 Privégebruik auto 4 1. Woon-werkverkeer 4 2. Werkelijk gebruik 5 3. Alleen zakelijk gebruik en woon-werkverkeer

Nadere informatie

De regeling is al goedgekeurd voor 2013. Voor 2014 maakt deze deel uit van het Belastingplan, wat nog moet worden goedgekeurd.

De regeling is al goedgekeurd voor 2013. Voor 2014 maakt deze deel uit van het Belastingplan, wat nog moet worden goedgekeurd. Particulier Toeslagen op tijd aanvragen Zorg ervoor dat de toeslagen op tijd worden aangevraagd. Als de deadline gepasseerd is heeft u geen recht meer op uitbetaling. Als u bij ons op de uitstellijst staat

Nadere informatie

De werkkostenregeling

De werkkostenregeling De werkkostenregeling Met de invoering van de nieuwe werkkostenregeling is een groot aantal fiscale regels rondom de vergoedingen en/of verstrekkingen in de loonsfeer verdwenen. Er is een nieuwe vrijstelling

Nadere informatie

Werkkostenregeling. Presentatie gemaakt door: Leijtens & Partners B.V. 1-1-2015

Werkkostenregeling. Presentatie gemaakt door: Leijtens & Partners B.V. 1-1-2015 Werkkostenregeling Presentatie gemaakt door: Leijtens & Partners B.V. 1-1-2015 1 Introductie De werkkostenregeling is op 1 januari 2011 ingegaan en vervangt het systeem van vrije vergoedingen en verstrekkingen.

Nadere informatie

SCHEMA WERKKOSTENREGELING

SCHEMA WERKKOSTENREGELING SCHEMA WERKKOSTENREGELING CapsNobel loongroep - loonadministratie & advies Bennekom - Bergen op Zoom - Breda - Goes - Halsteren Inhoudsopgave 1. Nieuw loonbegrip; vergoedingen belast loon 1. Intermediaire

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF SEPTEMBER 2015

NIEUWSBRIEF SEPTEMBER 2015 NIEUWSBRIEF SEPTEMBER 2015 Prinsjesdag 2015: belastingen gaan eindelijk omlaag! Het belastingplan 2016 staat in het "teken" van belastingverlaging. Deze verlaging komt vooral werknemers en werkgevers ten

Nadere informatie

info &boon tips & boon

info &boon tips & boon tips & boon Vermogen schenken of erven Nieuwe regels 2010 De Successiewet is per 1 januari 2010 drastisch gewijzigd. De termen successie- en schenkingsrecht zijn vervangen door erf- en schenkbelasting.

Nadere informatie

Hoe werkt de werkkostenregeling?

Hoe werkt de werkkostenregeling? Hoe werkt de werkkostenregeling? Op het eerste gezicht heel eenvoudig Op dit moment kent de Wet Loonbelasting 29 verschillende belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen die u aan uw werknemers kunt

Nadere informatie

MEMO INZAKE DE WERKKOSTENREGELING VERPLICHT PER 1 JANUARI 2015. Geachte relatie,

MEMO INZAKE DE WERKKOSTENREGELING VERPLICHT PER 1 JANUARI 2015. Geachte relatie, MEMO INZAKE DE WERKKOSTENREGELING VERPLICHT PER 1 JANUARI 2015 Geachte relatie, Op Prinsjesdag 2014 is bekend geworden dat de Werkkostenregeling vanaf 2015 verplicht is voor alle werkgevers. Ten opzichte

Nadere informatie

EINDEJAARSTIPS 2015 1/5

EINDEJAARSTIPS 2015 1/5 EINDEJAARSTIPS 2015 Particulieren...2 Vermogenstoets voor zorgtoeslag en kindgebonden budget... 2 Verlaag uw box 3 grondslag... 2 Hypotheekrente vooruit betalen... 2 Let op lagere hypotheekrente in hoogste

Nadere informatie

8. De btw. 8.2. Aftrek van voorbelasting. De btw

8. De btw. 8.2. Aftrek van voorbelasting. De btw ..1. Inleiding Een ondernemer (ook als u een zelfstandig of een vrij beroep uitoefent ) die een auto gebruikt in het kader van zijn onderneming, rekent de auto veelal tot het ondernemingsvermogen. Daarom

Nadere informatie

Overzicht gerichte vrijstellingen, noodzakelijke kosten, nihilwaarderingen en waarderingen op lagere waarde

Overzicht gerichte vrijstellingen, noodzakelijke kosten, nihilwaarderingen en waarderingen op lagere waarde Overzicht gerichte vrijstellingen, noodzakelijke kosten, nihilwaarderingen en waarderingen op lagere waarde Hierna een korte beschrijving van de kosten die de werkgever onbelast kan vergoeden en buiten

Nadere informatie

4. Wat moet ik als lid doen om een lijfrenteschenking te verstrekken?

4. Wat moet ik als lid doen om een lijfrenteschenking te verstrekken? VEELGESTELDE VRAGEN OVER DE FINANCIERINGSMOGELIJKHEDEN DOOR LEDEN 1. Zijn er methoden waarbij een lening of schenking voor ons leden fiscaal aantrekkelijk gemaakt kan worden? Ja er zijn enkele financieringsmogelijkheden

Nadere informatie

Special: Werkkostenregeling 2011

Special: Werkkostenregeling 2011 Special: Werkkostenregeling 2011 De werkkostenregeling Op dit moment zijn er allerlei regelingen voor belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen. Uitgangspunt hierbij is dat zakelijke kosten belastingvrij

Nadere informatie

Als werkgever krijg je uiterlijk in 2015 te maken met de werkkostenregeling.

Als werkgever krijg je uiterlijk in 2015 te maken met de werkkostenregeling. WERKKOSTENREGELING Als werkgever krijg je uiterlijk in 2015 te maken met de werkkostenregeling. Natuurlijk is het hierbij belangrijk om goed op de hoogte te zijn van de werkkostenregeling. We willen met

Nadere informatie

WERKKOSTENREGELING. U kunt de eindheffing van de werkkostenregeling ook als concern toepassen.

WERKKOSTENREGELING. U kunt de eindheffing van de werkkostenregeling ook als concern toepassen. WERKKOSTENREGELING Stap 1. Hoe werkt de werkkostenregeling? Met ingang van 1 januari 2015 wordt de regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen vervangen door de werkkostenregeling (WKR). In de WKR

Nadere informatie

RB EINDEJAARSTIPS EN AANDACHTSPUNTEN 2012. www.abincontrol.nl. Erven en schenken

RB EINDEJAARSTIPS EN AANDACHTSPUNTEN 2012. www.abincontrol.nl. Erven en schenken Erven en schenken Voordelen van schenken Uw erfgenamen kunnen een aanzienlijke besparing van schenk- en erfbelasting behalen als u tijdens uw leven (periodiek) aan hen schenkt. Voor de schenkbelasting

Nadere informatie

Goed om te weten voor uw personeelsadministratie 2014

Goed om te weten voor uw personeelsadministratie 2014 Goed om te weten voor uw personeelsadministratie 2014 DRV Accountants & Adviseurs 15-01-2014 Gedeeltelijke teruggave basispremie Aof Aan werkgevers wordt een gedeeltelijke teruggave verstrekt van de basispremie

Nadere informatie

People Services. De werkkostenregeling ABCD. KPMG Meijburg & Co

People Services. De werkkostenregeling ABCD. KPMG Meijburg & Co People Services De werkkostenregeling In dit memo gaan wij in op de gevolgen van de werkkostenregeling die met ingang van 1 januari 2011 in werking is getreden, en het overgangsrecht waarmee werkgevers

Nadere informatie

Werkkostenregeling (WKR)

Werkkostenregeling (WKR) Werkkostenregeling (WKR) Met ingang van 1 januari 2015 wordt de werkkostenregeling definitief ingevoerd: een nieuw systeem voor alle vergoedingen en verstrekkingen aan personeel. De WKR heeft voor werkgevers

Nadere informatie

Programma. 1. Werkkostenregeling 2. 30%-regeling 3. Beschikking geen loonheffingen 4. Stand van zaken beroepsprocedures crisisheffing

Programma. 1. Werkkostenregeling 2. 30%-regeling 3. Beschikking geen loonheffingen 4. Stand van zaken beroepsprocedures crisisheffing Loonheffingen Programma 1. Werkkostenregeling 2. 30%-regeling 3. Beschikking geen loonheffingen 4. Stand van zaken beroepsprocedures crisisheffing 2 Werkkostenregeling - Verplicht sinds 1 januari 2015

Nadere informatie

Slim Schenken en nalaten

Slim Schenken en nalaten Slim Schenken en nalaten U wilt geld schenken aan bijvoorbeeld uw kind, kleinkind, een willekeurig persoon of een goed doel. Op die manier kunt u hen financieel ondersteunen. Afhankelijk van aan wie u

Nadere informatie

De gevolgen van de keuzes en vastleggingen in de administratie komen tot uiting in de loonaangifte.

De gevolgen van de keuzes en vastleggingen in de administratie komen tot uiting in de loonaangifte. Loonheffingen Werkkostenregeling Voor wie geldt de werkkostenregeling? De werkkostenregeling kan door de inhoudingsplichtige (hierna: werkgever) worden toegepast voor de werknemers. Het gaat daarbij dus

Nadere informatie

Den Haag, 9 oktober 2015. Welkom bij de workshop

Den Haag, 9 oktober 2015. Welkom bij de workshop Den Haag, 9 oktober 2015 Welkom bij de workshop Programma en even voorstellen 1. Financieel Fit 2. Voorgestelde wijziging Box 3 Prinsjesdag 2015 3. Overdracht bij overlijden 4. Overdracht door schenken

Nadere informatie

Boersma Adviseurs - Tiede Boersma

Boersma Adviseurs - Tiede Boersma Boersma Adviseurs - Tiede Boersma Van: Boersma Adviseurs - Irma Alkema Verzonden: zaterdag 9 juli 2011 14:34 Aan: Boersma Adviseurs - Tiede Boersma Onderwerp: nieuwsmail juli 2011 Afzender: Nieuwsmail

Nadere informatie

! Het kan voordelig zijn om de ingebruikname van een nieuw pand dat gaat worden gebruikt

! Het kan voordelig zijn om de ingebruikname van een nieuw pand dat gaat worden gebruikt Omzetbelasting - eindejaarstips Geen integratieheffing meer vanaf 2014 De integratieheffing voor de btw wordt met ingang van 1 januari 2014 afgeschaft. Hiermee komt een einde aan de heffing van btw over

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting.

Overdrachtsbelasting. Overdrachtsbelasting. Vanuit de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) zijn vragen gesteld over de tijdelijke verlaging van het tarief van de overdrachtsbelasting voor woningen (zie het besluit

Nadere informatie

Soms moeten opties worden meegenomen in de cataloguswaarde. Vanaf medio 2006 geldt dat echter uitsluitend nog voor opties af-fabriek.

Soms moeten opties worden meegenomen in de cataloguswaarde. Vanaf medio 2006 geldt dat echter uitsluitend nog voor opties af-fabriek. Informatiebrief auto van de zaak en loonadministratie De belastingdienst zal bij controles over het jaar 2010 speciale aandacht besteden aan de belastingheffing over de auto van de zaak. Mede door het

Nadere informatie

De Werkkostenregeling (WKR)

De Werkkostenregeling (WKR) De Werkkostenregeling (WKR) Als freelancer of DGA in loondienst geniet u salaris uit uw vennootschap, u heeft dan te maken met de werkkostenregeling. Per 1 januari 2015 wordt in Nederland voor alle ondernemers

Nadere informatie

ONTWIKKELINGEN IN DE WERKKOSTENREGELING

ONTWIKKELINGEN IN DE WERKKOSTENREGELING Sinds 1 januari 2015 is de werkkostenregeling definitief ingevoerd, maar zijn er nog steeds veel vragen vanuit de praktijk. Hoe zat de Werkkostenregeling ook al weer in elkaar? De vrije wordt bepaald aan

Nadere informatie

Nieuwsbrief van d.d. 10-11-2010. Woon-werkverkeer is altijd zakelijk

Nieuwsbrief van d.d. 10-11-2010. Woon-werkverkeer is altijd zakelijk Nieuwsbrief van d.d. 10-11-2010 Nummer: 20 2010 Woon-werkverkeer is altijd zakelijk Het gerechtshof in Arnhem heeft bevestigd dat woon-werkverkeer met een auto van de zaak altijd zakelijk is, zelfs als

Nadere informatie

Vervallen tijdelijke verlenging doorleveringstermijn overdrachtsbelasting.

Vervallen tijdelijke verlenging doorleveringstermijn overdrachtsbelasting. 11 november 2014 Eindejaarstips 2014 Deze nieuwsbrief staat in het teken van fiscale eindejaarstips. Hieronder treft u eerst een aantal actiepunten aan. Vervolgens zijn deze actiepunten verderop in deze

Nadere informatie

Algemeen nut beogende instellingen: algemeen nuttige en commerciële activiteiten

Algemeen nut beogende instellingen: algemeen nuttige en commerciële activiteiten Algemeen nut beogende instellingen: algemeen nuttige en commerciële activiteiten 5 april 2013 mr. Carina Vrieling cv@carinavrieling.nl 1 ANBI-kwalificatie Vereisten: algemeen nut > 90% ( nagenoeg uitsluitend,

Nadere informatie

ST NIEUWSBRIEF 2015 deel 8

ST NIEUWSBRIEF 2015 deel 8 ST NIEUWSBRIEF 2015 deel 8 1. Pensioen in eigen beheer mogelijk afgeschaft Er is nog geen besluit genomen over de problemen met het pensioen in eigen beheer van 140.000 directeuren-grootaandeelhouders

Nadere informatie

Vragen&Antwoorden particulieren

Vragen&Antwoorden particulieren Vragen&Antwoorden particulieren Om een beroep te doen op de voordelen van de Geefwet, gelden bepaalde criteria. Hieronder een overzicht van de belangrijkste vragen: 2. Gedurende welke periode kan ik gebruik

Nadere informatie

Totale vergoedingen en verstrekkingen inhoudingsplichtige. Belastbaar loon. -/- door inhoudingsplichtige aangewezen belastbaar loon werknemer

Totale vergoedingen en verstrekkingen inhoudingsplichtige. Belastbaar loon. -/- door inhoudingsplichtige aangewezen belastbaar loon werknemer voor cliënten De werkkostenregeling De werkkostenregeling (hierna: WKR) betekent een volledige verandering van de fiscale regels rondom het geven van vergoedingen en verstrekkingen aan personeel. Weet

Nadere informatie

WERKKOSTENREGELING. Schematisch ziet het systeem er als volgt uit: Nieuwsbrief. werkkostenregeling per 1 januari 2015.

WERKKOSTENREGELING. Schematisch ziet het systeem er als volgt uit: Nieuwsbrief. werkkostenregeling per 1 januari 2015. WERKKOSTENREGELING Vanaf 1 januari 2015 komt er een nieuw systeem voor de fiscale behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en ter beschikking gestelde voorzieningen aan uw personeel (kortom: werkkosten).

Nadere informatie

Fiscale eindejaarstips

Fiscale eindejaarstips Fiscale eindejaarstips 1. Energiezuinig- en milieubewust investeren? Beter nu dan later Investeringen in bedrijfsmiddelen met een waarde van minder dan 2.500 komen vanaf 1 januari 2014 niet meer in aanmerking

Nadere informatie

Werkkostenregeling 2015

Werkkostenregeling 2015 Werkkostenregeling 2015 Op 1 januari 2015 wordt de werkkostenregeling definitief. Begin tijdig aan de voorbereidingen voor de overgang naar de werkkostenregeling! Zo voorkomt u dat de werkkostenregeling

Nadere informatie

Addendum bij het rapport Knelpunten werkkostenregeling: inventarisatie en mogelijke alternatieven

Addendum bij het rapport Knelpunten werkkostenregeling: inventarisatie en mogelijke alternatieven Addendum bij het rapport Knelpunten werkkostenregeling: inventarisatie en mogelijke alternatieven Op 3 juli 2014 heeft staatssecretaris Wiebes in zijn brief aan de Tweede Kamer aangekondigd dat hij met

Nadere informatie

Middels dit schrijven willen wij nogmaals uw aandacht vragen voor de werkkostenregeling (WKR).

Middels dit schrijven willen wij nogmaals uw aandacht vragen voor de werkkostenregeling (WKR). Cliëntenbrief werkkostenregeling (WKR) Onderwerp: werkkostenregeling Doel: informeren en adviseren Bestemd voor: ondernemers Eersel, november 2012 Geachte heer, mevrouw, Middels dit schrijven willen wij

Nadere informatie

1 Inleiding De Tweede Kamer is op 3 november 2009 akkoord gegaan met het wijzigen van de Successiewet.

1 Inleiding De Tweede Kamer is op 3 november 2009 akkoord gegaan met het wijzigen van de Successiewet. Memorandum nieuwe schenk- en erfbelasting / aanpassing Successiewet 1 Inleiding De Tweede Kamer is op 3 november 2009 akkoord gegaan met het wijzigen van de Successiewet. Als de Eerste Kamer in december

Nadere informatie

Financiële Planning. Nabestaandenpensioen in de SPMS regeling Erfrecht Successiewet, schenk- en erfbelasting Eigen bijdrage AWBZ

Financiële Planning. Nabestaandenpensioen in de SPMS regeling Erfrecht Successiewet, schenk- en erfbelasting Eigen bijdrage AWBZ Financiële Planning Nabestaandenpensioen in de SPMS regeling Erfrecht Successiewet, schenk- en erfbelasting Eigen bijdrage AWBZ Alisen Düzgün, financieel planner bestuursbureau SPMS advies@spms.nl 030-6937680

Nadere informatie

2014 -- Successiewet -- Deel 1

2014 -- Successiewet -- Deel 1 Successiewet les 1 programma Eén wet, twee belastingen Woonplaats Successierecht Wettelijk erfrecht en wettelijke verdeling Testamenten Wetsficties 1 Eén wet, twee belastingen De Successiewet bestaat uit:

Nadere informatie

mr. S.H. Hoogeveen Kandidaat-notaris

mr. S.H. Hoogeveen Kandidaat-notaris mr. S.H. Hoogeveen Kandidaat-notaris Uw vermogen in 2015, voorbereid op de toekomst Het beheren van uw vermogen Belastingen Eigen bijdrages De volgende generatie Het beheren van uw vermogen Wie mag uw

Nadere informatie

Auto: zakelijk of privé?

Auto: zakelijk of privé? Zeer zuinige auto s zijn nu nog vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting Auto: zakelijk of privé? "Zet ik de auto op de zaak of houd ik hem liever privé?" Een in de praktijk veel gestelde vraag waar veel

Nadere informatie

FISCAL EINDEJAARTIPS VOOR HET FAMIILEBEDRIJF(2014)

FISCAL EINDEJAARTIPS VOOR HET FAMIILEBEDRIJF(2014) FISCAL EINDEJAARTIPS VOOR HET FAMIILEBEDRIJF(2014) Het einde van het jaar is weer in zicht. Bedrijfsopvolging.nl heeft wat fiscale tips voor familiebedrijven op een rij gezet. Schenken Ieder jaar kunt

Nadere informatie

Ook dit jaar verstrekken wij u graag de eindejaarstips voor 2014, praktische tips voor u als ondernemer en/of particulier.

Ook dit jaar verstrekken wij u graag de eindejaarstips voor 2014, praktische tips voor u als ondernemer en/of particulier. Ook dit jaar verstrekken wij u graag de eindejaarstips voor 2014, praktische tips voor u als ondernemer en/of particulier. Inhoudsopgave: Wet Werk en Zekerheid Wijzigingen pensioen en lijfrente Werkkostenregeling

Nadere informatie

Adviesregeling Telewerken CAO Jeugdzorg

Adviesregeling Telewerken CAO Jeugdzorg Adviesregeling Telewerken CAO Jeugdzorg Een telewerker is een werknemer die gedurende tenminste twintig procent van de werktijd buiten het kantoor (dus niet noodzakelijk thuis) werkt, gebruikmakend van

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst van

Informatiebijeenkomst van Welkom Informatiebijeenkomst van Fiscale- en administratieve dienstverlening: - verzorging financiële administraties - samenstellen jaarrekeningen - verzorging loonadministraties - verzorging aangifte

Nadere informatie

Dit jaar let de Belastingdienst extra op de kosten van de ondernemer en wordt ook het aantal

Dit jaar let de Belastingdienst extra op de kosten van de ondernemer en wordt ook het aantal Nieuw jaar = nieuwe regels Het jaar 2014 is al weer een aantal weken oud. Een nieuw jaar zorgt ook weer voor nieuwe regels. In deze nieuwsflits een aantal belangrijke opmerkingen / wijzigingen voor 2014.

Nadere informatie

WELKOM CNV Senioren. Agenda ODP voorlichtingsmiddag

WELKOM CNV Senioren. Agenda ODP voorlichtingsmiddag WELKOM CNV Senioren Agenda ODP voorlichtingsmiddag 1. Opening door dagvoorzitter 2. Toelichting belasting aangifte 2014 3. Over pensioenen, wat er zoal speelt op dit moment 4. De Zorg Verandert 5. Sluiting

Nadere informatie

themadossier Auto werknemer/dga en de btw

themadossier Auto werknemer/dga en de btw themadossier Auto werknemer/dga en de btw Inhoudsopgave 1. Werknemer/DGA rijdt met auto van de zaak... 1 1.1 Werknemer/DGA rijdt ook privé met auto van de zaak... 1 1.1.1. Correctie op basis van fictieve

Nadere informatie

Van der Helm Consultancy

Van der Helm Consultancy Eindejaarstips 2011 Van der Helm Consultancy Graag presenteert Van der Helm Consultancy u de Eindejaarstips 2011 Wat moet u echt nog deze laatste maand doen, of juist niet, om voordeel te behalen? Mocht

Nadere informatie

Carkits, navigatiesystemen & headsets

Carkits, navigatiesystemen & headsets Carkits, navigatiesystemen & headsets (klik op logo om onze website te bezoeken) Aan de cliënten NEXUS accountants & fiscaal adviseurs BV Breda, 27 februari 2004 1. Inleiding Aan de staatssecretaris zijn

Nadere informatie

Checklist belastingaangifte particulieren 2015

Checklist belastingaangifte particulieren 2015 Checklist belastingaangifte particulieren 2015 Hieronder geven wij u een overzicht van zaken die van belang kunnen zijn voor het invullen van uw belastingaangifte 2015. Wat heeft u allemaal nodig en welke

Nadere informatie

Werkkostenregeling 2015. 18 november 2014

Werkkostenregeling 2015. 18 november 2014 Werkkostenregeling 2015 18 november 2014 Wet loonbelasting 1964 Artikel 10 wet op de loonbelasting: Loon is al het geen uit een dienstbetrekking of een vroeger dienstverband wordt genoten, daaronder mede

Nadere informatie

Privé gebruik auto. BTW: Privégebruik auto vanaf 1 juli 2011

Privé gebruik auto. BTW: Privégebruik auto vanaf 1 juli 2011 Privé gebruik auto BTW: Privégebruik auto vanaf 1 juli 2011 Wijzigingen met betrekking tot de verwerking van het privé gebruik auto voor de BTW per 1 juli 2011. Smit en de Wolf Scheveningseweg 10 2517

Nadere informatie

Verenigingen en stichtingen Fiscale actualiteiten 2014. Denk ondernemend. Denk Bol.

Verenigingen en stichtingen Fiscale actualiteiten 2014. Denk ondernemend. Denk Bol. Verenigingen en stichtingen Fiscale actualiteiten 2014 Denk ondernemend. Denk Bol. Als bestuurder zet u zich in voor uw vereniging of stichting. Daarom wilt u op de hoogte blijven van alle actualiteiten.

Nadere informatie

Autokosten en uw onderneming Spelregels kostenaftrek, BTW verrekening, privé bijtelling

Autokosten en uw onderneming Spelregels kostenaftrek, BTW verrekening, privé bijtelling Autokosten en uw onderneming Spelregels kostenaftrek, BTW verrekening, privé bijtelling (bron: belastingdienst.nl augustus 2012) Als ondernemer hebt u misschien een personenauto of een bestelauto nodig

Nadere informatie

WERKKOSTENREGELING PER 1 JANUARI 2015

WERKKOSTENREGELING PER 1 JANUARI 2015 WERKKOSTENREGELING PER 1 JANUARI 2015 Per 1 januari 2015 is de werkkostenregeling van toepassing. Deze nieuwe regeling vervangt de bestaande regeling die door de meeste werkgevers niet toegepast werd omdat

Nadere informatie

03-05-2016. Onbezorgd ouder worden. Ouder worden en zorg. Deel I Ouder worden en zorg. Wat is het probleem? Eigen bijdrage zorgkosten. Wanneer?

03-05-2016. Onbezorgd ouder worden. Ouder worden en zorg. Deel I Ouder worden en zorg. Wat is het probleem? Eigen bijdrage zorgkosten. Wanneer? Onbezorgd ouder worden Deel I Ouder worden en zorg Ouder worden en zorg Wat is het probleem? Eigen bijdrage zorgkosten Wanneer? U woont in een zorginstelling; U heeft een volledig pakket thuis of modulair

Nadere informatie

accountants adviseurs december 2013 Eindejaarsbericht 2013 Joek_nieuwsbrief.indd 39-40 07-11-13 21:53

accountants adviseurs december 2013 Eindejaarsbericht 2013 Joek_nieuwsbrief.indd 39-40 07-11-13 21:53 accountants adviseurs december 2013 Eindejaarsbericht 2013 INLEIDING Nog even en de jaarwisseling staat weer voor de deur. Het einde van het jaar is traditioneel het moment om eens terug te kijken op het

Nadere informatie

Welkom bij de workshop Vermogensplanning, waar moet u op letten. Drs Bram van Eijndthoven Hoofd fiscaal bureau ING Bank

Welkom bij de workshop Vermogensplanning, waar moet u op letten. Drs Bram van Eijndthoven Hoofd fiscaal bureau ING Bank Welkom bij de workshop Vermogensplanning, waar moet u op letten Drs Bram van Eijndthoven Hoofd fiscaal bureau ING Bank Programma, en even voorstellen 1. Financieel Fit 2. Overdracht bij overlijden 3. Overdracht

Nadere informatie

Van Wantrouwen naar Vertrouwen. 6 december 2011 Gijs van der Voet

Van Wantrouwen naar Vertrouwen. 6 december 2011 Gijs van der Voet Van Wantrouwen naar Vertrouwen 6 december 2011 Gijs van der Voet Inleiding Onderneming/BV Belastingplan 2012 Eindejaarstips 2011 Overige zaken Belastingplan 2012 Kabinet: Eenvoudiger, meer solide en fraudebestendig

Nadere informatie

Werkkostenregeling: 10 tips voor een goede implementatie

Werkkostenregeling: 10 tips voor een goede implementatie Werkkostenregeling: 10 tips voor een goede implementatie Tip 1: Inventariseer uw personeelsverstrekkingen Bij de implementatie van de werkkostenregeling (WKR) is het essentieel, dat u weet welke vergoedingen

Nadere informatie

RB EINDEJAARSTIPS & AANDACHTSPUNTEN 2014 / 2015

RB EINDEJAARSTIPS & AANDACHTSPUNTEN 2014 / 2015 RB EINDEJAARSTIPS & AANDACHTSPUNTEN 2014 / 2015 Omzetbelasting Omzetbelasting Benut verlaagd BTW-tarief voor renovatie en onderhoud tot 1 juli 2015 Het BTW-tarief op arbeidskosten bij renovatie, herstel

Nadere informatie

Btw-correctie Privégebruik auto Btw-nieuwsbrief

Btw-correctie Privégebruik auto Btw-nieuwsbrief Btw-correctie Privégebruik auto Btw-nieuwsbrief 14 januari 2014 www.bakertillyberk.nl Inhoudsopgave Introductie... 3 Privégebruik auto... 4 1. Woon-werkverkeer...4 2. Werkelijk gebruik...5 3. Alleen zakelijk

Nadere informatie

Werkkostenregeling. Werk aan de winkel! Denk ondernemend. Denk Bol.

Werkkostenregeling. Werk aan de winkel! Denk ondernemend. Denk Bol. Werkkostenregeling Werk aan de winkel! Denk ondernemend. Denk Bol. Werkgevers kunnen al vanaf 1 januari 2011 gebruikmaken van de werkkostenregeling (WKR). Toch hebben nog maar weinig werkgevers de overstap

Nadere informatie

UW ONDERNEMING, ONZE ERVARING

UW ONDERNEMING, ONZE ERVARING UW ONDERNEMING, ONZE ERVARING Werkkostenregeling Melvin Rademaker Een nieuwe kijk op vergoedingen en verstrekkingen 2 De Werkkostenregeling in vogelvlucht 3 Loonbegrip, intermediaire kosten, loon in natura

Nadere informatie

De 15 meest gestelde vragen over zakelijk rijden in 2016.

De 15 meest gestelde vragen over zakelijk rijden in 2016. De 15 meest gestelde vragen over zakelijk rijden in 2016. Bijtelling, investeringsaftrek, bpm, motorrijtuigenbelasting en btw. Wie de belastingen rondom mobiliteit een beetje wil volgen, heeft er bijna

Nadere informatie

Werkkostenregeling. Nieuwe regels onbelaste vergoedingen

Werkkostenregeling. Nieuwe regels onbelaste vergoedingen Werkkostenregeling Nieuwe regels onbelaste vergoedingen Werkkostenregeling: Wat? De vergoedingen en verstrekkingen worden belast bij de werkgever tegen een eindheffingtarief van: 80% tenzij het gaat om:

Nadere informatie

LOONHEFFINGEN. Loonheffingen...2

LOONHEFFINGEN. Loonheffingen...2 LOONHEFFINGEN Loonheffingen...2 - In 2015 meer arbeidskorting voor de hogere middeninkomens... 2 - Bent u klaar voor de werkkostenregeling?... 2 - Werkbonus vervalt... 3 - Nieuwe norm voor gebruikelijk

Nadere informatie

Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013?

Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013? Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013? Voor alle op 31 december 2012 bestaande hypotheken blijven de oude hypotheekregels van kracht. Oversluiten van een bestaande schuld

Nadere informatie

Nieuwsbrief september 2011

Nieuwsbrief september 2011 Nieuwsbrief september 2011 In dit nummer: Vast bedrag voor zelfstandigenaftrek vanaf 2012 Wetsvoorstel personenvennootschappen wordt ingetrokken Onroerende zaken en privégebruik na 2011 Afschaffing levensloopregeling

Nadere informatie

VvAA belastingworkshop. Februari/maart 2014

VvAA belastingworkshop. Februari/maart 2014 VvAA belastingworkshop Februari/maart 2014 Inhoud Hoofdlijnen belastingstelsel Boxenstelsel Fiscaal partnerschap Eigen woning Inkomensvoorzieningen Persoonsgebonden aftrek Heffingskortingen Middeling Aftrekmogelijkheden

Nadere informatie

BTW i.v.m. auto (van de zaak)

BTW i.v.m. auto (van de zaak) BTW i.v.m. auto (van de zaak) (bron: belastingdienst.nl - februari 2012) (R&D: een aantal regelingen binnen de omzetbelasting/btw wijken af van regelingen binnen de Inkomstenbelasting/IB. Deze nieuwsbrief

Nadere informatie

Werkkostenregeling (WKR) 9 december 2014 Gijs van der Voet

Werkkostenregeling (WKR) 9 december 2014 Gijs van der Voet Werkkostenregeling (WKR) 9 december 2014 Gijs van der Voet Programma Achtergrond en historie WKR WKR in hoofdlijnen WKR in de praktijk WKR stappenplan voor invoering Tips en advies Achtergrond en historie

Nadere informatie

Werkkostenregeling. Werkgeversinstituut. Bijeenkomst 25 november 2014. Jur Alberti

Werkkostenregeling. Werkgeversinstituut. Bijeenkomst 25 november 2014. Jur Alberti Werkkostenregeling Bijeenkomst 25 november 2014 Jur Alberti Inleiding Gestart op 1 januari 2011 Vrijwillig; werkgevers jaarlijks de keuze Vanaf 1 januari 2015 verplicht Nog veel onduidelijkheden en aanpassingen

Nadere informatie

In deze brochure hebben wij de volgende module(s) uitgewerkt:

In deze brochure hebben wij de volgende module(s) uitgewerkt: In deze brochure hebben wij de volgende module(s) uitgewerkt: 1. Fiscale consequentie aankoop recreatiewoning 2. Financieringsmogelijkheden 3. Verzekeringen 1. Fiscale consequentie aankoop recreatiewoning

Nadere informatie

Volkswagen Bedrijfswagensplan

Volkswagen Bedrijfswagensplan Fiscaal vriendelijk investeren Bij de aanschaf van een nieuwe bedrijfswagen kunnen interessante fiscale voordelen van toepassing zijn. Zo geldt naast de investeringsaftrek (KIA) de mogelijkheid om versneld

Nadere informatie

Wat verandert er in 2014?

Wat verandert er in 2014? Wat verandert er in 2014? In 2014 veranderen een aantal belastingregels en zijn er veranderingen voor toeslagen. Zo kunt u nog maar 1 rekeningnummer gebruiken voor de meeste belastingteruggaven en toeslagen.

Nadere informatie

Prinsjesdag 2010 Belastingplan 2011 Otto Brands

Prinsjesdag 2010 Belastingplan 2011 Otto Brands Prinsjesdag 2010 Belastingplan 2011 Otto Brands Bezemschoon opleveren Belastingplan 2011 Feest: landbouwvrijstelling Focus: Bestrijding constructies en fraude Ondernemers motor van de economie Woningmarkt

Nadere informatie

Veranderende wetgeving voor de salarisadministrateur. Deel 2: einde nihilwaardering personeelslening eigen woning

Veranderende wetgeving voor de salarisadministrateur. Deel 2: einde nihilwaardering personeelslening eigen woning Veranderende wetgeving voor de salarisadministrateur Deel 2: einde nihilwaardering personeelslening eigen woning Veranderende wetgeving voor de salarisadministrateur In eerdere whitepapers informeerden

Nadere informatie

1. Arbeidskorting nog verder omhoog in 2015 Het kabinet heeft in totaal 500 miljoen uitgetrokken om de arbeidskorting verder te kunnen verhogen.

1. Arbeidskorting nog verder omhoog in 2015 Het kabinet heeft in totaal 500 miljoen uitgetrokken om de arbeidskorting verder te kunnen verhogen. Kubus Prinsjesdag Special 2014 Via deze speciale Prinsjesdag nieuwsbrief houdt Kubus u op de hoogte van Prinsjesdag 2014. Hierna treft u de hoofdlijnen van de Miljoenennota 2015 en het Belastingplan 2015.

Nadere informatie