Sociale stijging in de volkshuisvesting

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Sociale stijging in de volkshuisvesting"

Transcriptie

1 Vakgemeenschap Corpovenista Sociale stijging in de volkshuisvesting Perspectieven voor woningcorporaties Vasco Lub (Bureau voor Sociale Argumentatie) Radboud Engbersen (Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting) Startnotitie Vakgemeenschap Sociale stijging Corpovenista September 2011

2 Inhoud 1. Inleiding Sociale stijging als maatschappelijk vraagstuk Sociale stijging in relatie tot de volkshuisvesting Het effect van sociale stijgingsprojecten Nader te onderzoeken perspectieven voor woningcorporaties Aanvullende discussiepunten Geraadpleegde literatuur

3 1. Inleiding Sociale stijging op de corporatieagenda Mede op basis van het rapport van de VROM-raad over sociale stijging (Stad en stijging, 2006) heeft het platform Corpovenista het thema sociale stijging op de eigen (onderzoeks)agenda gezet. Kern van het VROM-raad advies: investeer niet alleen in de woningen van een wijk, maar ook in het vooruitkomen van bewoners. Immers, vitale wijken zijn wijken waar het bewoners goed gaat. Het rapport van de VROM-raad paste in een trend om sociale mobiliteit in het sociaal beleid weer een prominente plaats te geven. De VROM-raad onderscheidde vier stijgingskanalen: op de domeinen van leren (onderwijs), werken, wonen en vrije tijd. Platform Corpovenista vroeg vervolgens de DSPgroep een 16-tal sociale stijgingsprojecten tegen het licht te houden en te kijken wat de effecten ervan waren op de buurt. Die zestien projecten waren verdeeld over de eerder genoemde vier domeinen. Het onderzoek resulteerde in het rapport Sociale stijging tussen droom en daad (2010). Vakgemeenschap Corpovenista Corpovenista organiseert rond dit thema een vakgemeenschap van professionals die in hun werk direct betrokken zijn bij sociale stijgingsprojecten op de onderscheiden domeinen. De eerste bijeenkomst gaat in september 2011 van start. Het doel van de vakgemeenschap is het versterken van de effectiviteit en professionaliteit van het werk van corporaties waar het gaat om het participeren in sociale stijgingsprojecten. De bijeenkomsten bieden de kans om kaf van koren te scheiden en de rol van corporaties op dit terrein te verdiepen en te preciseren. De uitkomsten van het DSP onderzoek en de lessen uit de bijeenkomsten dienen daarbij als input. Welke (beleids)perspectieven hebben woningcorporaties als het gaat om het vooruit helpen van bewoners? Op welke stijgingsdomeinen valt een effectieve bijdrage van corporaties te verwachten? Wat is hierin realistisch? En welke activiteiten of beleidsdoelen kunnen beter worden losgelaten? Naar reële beleidsperspectieven De Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) is gevraagd om de vakgemeenschap logistiek en inhoudelijk te begeleiden en zorg te dragen voor een degelijk onderbouwd eindproduct. Voorliggende notitie is bedoeld als startdocument voor de zes bijeenkomsten. Op basis van de beschikbare literatuur en enkele verkennende interviews (zie kaders) gaan we dieper in op het vraagstuk van sociale stijging en de relatie met de volkshuisvesting. In het slot van dit paper presenteren we enkele nader te onderzoeken perspectieven voor woningcorporaties. De oogst van de bijeenkomsten (casuïstiek, discussiepunten, lessen enzovoort) dienen als input om de perspectieven verder te concretiseren en om het document tot een voldragen eindpublicatie te brengen. Het slotdocument is een concluderende tekst dat eindigt met een mission statement van de deelnemers. Hierin worden de ambities verwoord ten aanzien van het in de toekomst inhoud geven aan sociale stijging in de volkshuisvesting. 2

4 2. Sociale stijging als maatschappelijk vraagstuk Opwaartse mobiliteit in Nederland onder druk? Sociale stijging is in Nederland in politieke zin weer op de agenda gekomen toen het proces in kwantitatieve zin enigszins stokte. Na decennia van naoorlogse positieverbetering van groepen burgers laten recente cijfers een lichte kentering zien. De eerste tekenen van sociale daling doen zich voor. Uit een recente studie van de Nijmeegse sociologen Tolsma en Wolbers (2010) blijkt dat vanaf 1970 tot 1984 voor bijna 20 procent van de mannen tussen de 26 en 40 jaar gold dat zij het opleidingsniveau van hun ouders niet evenaarden. In voorgaande generatiecohorten lag dit percentage nog rond de 10 procent. Ook de stappen die mannen zetten op de onderwijsladder worden kleiner. Voor vrouwen zijn de cijfers redelijk constant gebleven of is juist een omgekeerd beeld zichtbaar. Vrouwen stijgen vaker en dalen minder. Voorts bestaat er een vrij sterke samenhang tussen het opleidingsniveau van ouders en het opleidingsniveau van hun kinderen. Nederland verschilt daarin van andere westerse landen die op dat gebied meer mobiliteit laten zien (Fischer, 2009). Ten slotte wordt in Nederland het thema sociale stijging nadrukkelijk in verband gebracht met het minderhedendebat. Van diverse zijden is gewaarschuwd voor het ontstaan van een etnische onderklasse en voor concentratie van werkloosheid, armoede en schooluitval bij allochtonen (zie Snel, 2006). Hoewel er verbeteringen zichtbaar zijn, en vooral allochtone jonge vrouwen de achterstand inhalen, blijven de prestaties van niet-westerse allochtonen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt achter bij die van autochtonen (CBS, 2010). Sociale stijging minder vanzelfsprekend Nog steeds is Nederland - in termen van sociale mobiliteit een zeer open samenleving. Ons land kent geen rigide klassen of standen, en maatschappelijk succes wordt in hoge mate bepaald door individuele capaciteiten en prestaties. Paradoxaal genoeg kunnen de eerste tekenen van naoorlogse daling zelfs worden gezien als een logisch gevolg van de bereikte stijging (Herweijer, 2010). Steeds meer mensen hebben hoogopgeleide ouders en een grotere kans op sociale daling ligt daarmee voor de hand, omdat die groepen een plafond hebben bereikt. Volgens de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) vertoont de vanzelfsprekende belofte van sociale stijging evenwel rafelranden. In het recente rapport Nieuwe ronden, nieuwe kansen (2011) betoogt de raad zich mede baserend op cijfers van Tolsma en Wolbers - dat meer dan voorheen economische, sociale en culturele hulpbronnen het verschil maken ten koste van het onderwijs als traditioneel verheffingsinstrument. Ofschoon het rapport aan de hand van de cijfers niet altijd kan overtuigen dat er sprake is van een urgent maatschappelijk probleem, waarschuwt men voor een toenemende padafhankelijkheid. De relatief vroege selectie in het onderwijs en de beperkte mogelijkheden voor het stapelen van opleidingen zouden een voorsorterende uitwerking hebben op kinderen uit verschillende lagen van de bevolking. Bovendien wordt de vanzelfsprekendheid van sociale stijging via het onderwijs ingeperkt door concurrentie op de arbeidsmarkt, aldus de raad. Een goede opleiding zou niet langer een garantie vormen voor een goede maatschappelijke positie. Het gaat ook om aanvullende competenties. Volgens de RMO laten deze ontwikkelingen zien dat de belofte van voortdurende en onbelemmerde sociale stijging in Nederland minder vanzelfsprekend is dan wellicht gedacht. Maatschappelijke positieverbetering via het onderwijs zou onvoldoende grond bieden voor de toekomst. Ter bevordering van optimale talentontwikkeling, zonder hinder van de (subtiele of versluierde) invloed van sociale afkomst, 3

5 adviseert de raad de vroege selectie op scholen te heroverwegen, het stapelen van opleidingen te bevorderen en extra in te zetten op ondersteunende contexten om de aanwezigheid van hulpbronnen te vergroten (permanente nascholing, weekendscholen, enzovoort). 3. Sociale stijging in relatie tot de volkshuisvesting In de volkshuisvesting wordt al langer nagedacht over de inzet van ondersteunende contexten of hulpbronnen om achterblijvers vooruit te helpen (zie bijvoorbeeld Engbersen e.a. 2008). Waar de omvang van sociale stijging/daling als maatschappelijk probleem nog twijfelachtig is, lijkt het vraagstuk in kwetsbare stadswijken niet ter discussie te staan. Juist in de meest kwetsbare gebieden waar sprake is van (toenemende) concentratie van armoede en etniciteit is steeds vaker het doel de sociaal-maatschappelijke positie van bewoners te verbeteren, of op zijn minst voorwaarden te scheppen voor opwaartse mobiliteit. Het eerder genoemde VROM advies Stad en stijging (2006) pleitte in dit verband voor een wisseling van perspectief in de stedelijke vernieuwing. Het accent zou moeten liggen op het faciliteren van stijgingsaspiraties van bewoners en het wegnemen van belemmeringen die het realiseren van die aspiraties in de weg staan. Daarbij zou sociale stijging niet alleen moeten worden opgevat als economische stijging maar ook als de mate van zelfontplooiing en gevoelens van maatschappelijke zekerheid van mensen. Tegen deze achtergrond werkte de raad vier stijgingsroutes uit: onderwijs, arbeidsmarkt, wonen en vrije tijd. Het perspectief van binding van bewoners met hun woonomgeving (vertrouwdheid, thuis voelen, herkenning en erkenning) sneed hier als een vijfde thema doorheen. Hieronder staan we uitgebreider stil bij de stijgingsroutes van de VROM raad, en kijken we of er zich verbindingslijnen aftekenen met de ondersteunde contexten voor sociale stijging van de RMO. Aansluitend kunnen we een eerste inschatting maken van de bijdragen van woningcorporaties op dit terrein. Onderwijs Evenals de RMO hecht het VROM-advies veel waarde aan de stapelmogelijkheden van leerlingen ( doorstroomroutes ) in het onderwijs en het volgen van bijscholing en cursussen voor volwassenen. In kwetsbare wijken wordt de voorsorterende uitwerking van de vroege selectie in het Nederlandse onderwijs mogelijk uitvergroot. De selectieve verwachtingen van leerkrachten over de (latere) prestaties van leerlingen vallen daar vaak lager uit. Zo krijgen allochtone basisschoolleerlingen die gemiddeld vaker in een achterstandswijk wonen - met dezelfde CITO-score als autochtone klasgenoten doorgaans een lager schooladvies (Van Schoonhoven, 2008). Probleem is bovendien dat juist van kinderen afkomstig uit kwetsbare gezinnen, die van huis uit nauwelijks ondersteuning krijgen, veel zelfstandigheid wordt gevraagd. De VROM raad acht daarom interventies als mentorprojecten en huiswerkbegeleiding van groot belang. Dit zijn concrete voorbeelden van de ondersteunende contexten waar de RMO over spreekt. Dit duwtje in de rug kan het verschil maken tussen een succesvolle en niet-succesvolle loopbaan, aldus de VROM-raad. De VROM raad benoemt daarnaast de voortschrijdende etnische segregatie op scholen en het ontbreken van een kwalitatief hoogwaardig onderwijsaanbod (Havo/Vwo, Hbo) in kwetsbare delen van de stad als belemmeringen in de onderwijsroute. 4

6 Je moet jongeren onderwijs in de wijk aanbieden in plaats van de jongeren uit de wijk te halen. Het gaat om een herstel van de relatie met de buurt. Gesprek met Piet Boekhoud, directeur Rotterdams Offensief Het Rotterdams Offensief (RO) is een instituut op het gebied van grootstedelijke educatie. Doel is om overbelaste jongeren op positieve wijze te betrekken bij hun sociale en fysieke omgeving, en hen terug te begeleiden naar school of werk. Directeur Piet Boekhoud werkte 40 jaar in het beroepsonderwijs, eerst als leraar, daarna in diverse directeurschappen. Anderhalf jaar geleden stopte hij als directeur bij het Albeda College en richtte hij samen met anderen het Rotterdams Offensief op. Het RO is initiator van de zogenoemde wijkscholen op. Dit zijn scholen in achterstandswijken die tussen de 9 en 12 maanden voortgezet beroepsonderwijs aanbieden aan kansarme leerlingen uit de wijk. Iedere wijkschool heeft 100 plaatsen, er zijn er nu twee operationeel. Je moet die jongeren onderwijs in de wijk aanbieden in plaats van de jongeren uit de wijk te halen. Het gaat om een herstel van de relatie met de buurt. Voor de ontwikkeling van de jongeren in de wijkscholen hanteert Boekhoud vijf uitgangspunten: jongeren moeten nadenken over hun loopbaan (1), ze moeten onderwijs krijgen in een contextrijke omgeving; bedrijvigheid in de wijk (2), er moet sprake zijn van een pedagogisch klimaat; de schoolmeester moet zijn vak beheersen maar ook kunnen opvoeden (3), ondernemerschap moet worden gestimuleerd (4) en er moet een relatie zijn met zorg (5). Wijkscholen moeten worden gezien als het voorportaal van de vakscholen. In de Afrikaanderbuurt maakten de jongens van de wijkschool bijvoorbeeld meubeltjes voor de buurt. Een groot succes, aldus Boekhoud, wat voor meer binding met de wijk zorgde: de jongeren keken anders naar de wijk (je kunt in een wijk ook werk verzetten) en bewoners keken anders naar de jongeren (ze zorgen niet alleen voor overlast, ze kunnen ook iets positiefs betekenen). Om voor een wijkschool in aanmerking te komen moeten leerlingen een jaar uitgevallen zijn in het regulier onderwijs en op minstens twee levensgebieden een probleem hebben. Onderzoeksinstituut TIER evalueerde de eerste wijkscholen positief. 64% van de jongeren stroomde succesvol door naar vervolgonderwijs, en dat is 24% meer dan regulier Vmbo-onderwijs (significant verschil). Boekhoud is een voorstander van meer ambachtelijk onderwijs (een vak leren) en het bieden van structuur en regelmaat in scholen. Je moet een stevig pedagogisch klimaat neerzetten. Daar is het personeel ook op getraind. Als je dat goed traint, kan ook heel veel van het ondersteunend zorgpersoneel weg. Corporaties zijn in de wijk nabij dus ze kunnen stageplekken bieden, vertelt Boekhoud. Wat de docenten bovendien in de scholen nastreven - structuur bieden, pedagogisch klimaat - dat kunnen corporaties nastreven in de wijk, een stukje fatsoen in de buitenruimte. Bijvoorbeeld via huismeesters. Corporaties zijn voor mij belangrijke partners om de leefbaarheid in de buurt te verbeteren. 5

7 Arbeidsmarkt Het kenniskapitaal van bewoners in achterstandswijken schiet over het algemeen te kort. Hierdoor is men vaak afhankelijk van tijdelijke banen of banen die gevoeliger zijn voor schommelingen in de conjunctuur. De VROM-raad schetst verschillende ontwikkelingen die de kansen op het vooruitkomen op de arbeidsmarkt beperken. De opkomst van de kenniseconomie stelt steeds hogere eisen aan de startkwalificaties van jongeren. Veel jongeren in achterstandswijken zijn juist op dit punt kwetsbaar. Werkgelegenheid trekt zich steeds meer terug in grootschalige werkgebieden, productiearbeid verdwijnt soms helemaal uit de steden. Mensen in kwetsbare wijken komen zo minder in aanraking met passend werk. Bovendien verdwijnen gesubsidieerde banen voor een groep mensen die voor reguliere arbeid niet in aanmerking komt. De VROM raad ziet de betrokkenheid van ondernemers bij de wijk als een kans (bedrijven in de stad kunnen een brug slaan met de hen omringende burgers) en hecht veel waarde aan het scheppen van ruimte voor wijkeconomie (functiemenging). Dit zou de jeugd op jonge leeftijd met werk in aanraking laten komen. De aanwezigheid van bedrijven zou bovendien de levendigheid en vitaliteit van de wijk als geheel versterken. Concreet stelt de raad dat gemeenten en corporaties niet alleen ruimte moeten behouden voor economie in de wijk maar hiervoor ook ruimte moeten maken in stedelijke vernieuwingsplannen. Woningmarkt Het spreekt voor zich dat de mogelijkheden om te stijgen op de woningmarkt sterk zijn ingegeven door de financiële mogelijkheden van mensen (inkomen, vermogen en kredietverlening). Hierbij tekenen zich evenwel grote verschillen af tussen eigenaar-bewoners (relatief hoog inkomen, veel vermogen) en huurders (relatief laag inkomen, weinig vermogen). De VROM-raad acht deze dichotomie te extreem en ziet in veel steden treden op de woonladder ontbreken. Door een tekort aan woningtypen en woonmilieus wordt de woningmarkt als stijgingsroute beperkt. Zo is de entree van starters een welbekende ontbrekende trede. Diverse arrangementen worden hiervoor inmiddels ontwikkeld, maar met name in de grote steden blijft de problematiek voorlopig bestaan. De lange wachtlijsten in de huursector en vooral - de hoge koopprijzen maken het voor starters moeilijk om een eerste stap op de ladder te maken. Daarnaast moet er volgens de raad aandacht zijn voor de huisvesting van sociale stijgers die graag in de eigen wijk een woning willen kopen. De bouw van (goedkopere) middeldure huurwoningen kan in die behoefte voorzien. Ook geven nieuwe koophuurarrangementen zittende bewoners de mogelijkheid om een woning in de eigen wijk te kopen. Vrije tijd De gedachtelijn van de VROM-raad over vrije tijd als sociale stijgingsroute, start vanuit de premisse dat recreatie, sport en cultuur de zelfontplooiing van mensen stimuleren. Hierbij openbaart zich de aanname dat sociale stijging niet alleen moet worden gezien als economische stijging maar ook als de mate van zelfontplooiing van mensen. De RMO spreekt van het belang van beleefde sociale mobiliteit. Het gaat dan om de mate waarin mensen het idee hebben dat zij mogelijkheden hebben voor stijging. Het ligt in de rede dat zelfontplooiing via vrije tijdsactiviteiten hieraan een bijdrage kan leveren. De VROM raad noemt als belangrijkste stijgingsroutes de verbreding van eigen capaciteiten, interesses en netwerken, van hobby of sport je werk maken en van vrijwilligerswerk doorstromen naar regulier werk. Belemmeringen in de vrijetijdsroute omvatten onder meer het tekort aan speelruimte voor de jeugd, de verschuiving van sport en groen uit stadsdelen naar de stadsrand en het schrale culturele aanbod in kwetsbare wijken (gebrek aan bibliotheken, theaters, muziekscholen 6

8 enzovoorts). Om deze obstakels weg te nemen, moet volgens de raad niet alleen worden geïnvesteerd in de aanleg van speelruimte voor de jeugd maar ook in het onderhoud en beheer van openbare ruimte. Daarnaast zou er meer stad in de wijk moeten komen door stedelijke culturele voorzieningen in de wijk te vestigen. 7

9 De hardware en software van een wijk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daardoor blijft er een rol bestaan voor woningcorporaties. Gesprek met Ilja van Holsteijn, Johan Cruijf Foundation Ilja van Holsteijn is vanuit de Cruyff Foundation betrokken bij het verankeren van Cruyff courts in de wijken. De Cruyff Foundation investeert euro in de courts, gemeenten en corporaties leggen de rest bij. Het totale bedrag komt op euro. De Cruyff Foundation werkt op veel plekken samen met woningcorporaties. Van Holsteijn geeft als voorbeeld de samenwerking met Com.wonen in Capelle aan de IJssel. Daar financiert Com.wonen het beheer van de court. Elders financieren corporaties activiteitenprogramma s op de courts. Van Holsteijn vindt het interessant om met corporaties meer structureel samen te gaan werken, maar merkt dat ze zich recentelijk hebben teruggetrokken op kerntaken. Corporaties die zijn meer van de fysieke infrastructuur, wordt vaak aangenomen. Maar de hardware en software in een wijk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dit feit moet met het oog op sociale stijging niet vergeten worden. Daardoor blijft er een rol bestaan voor woningcorporaties. Zonder goede infrastructuur kunnen mensen elkaar niet ontmoeten bijvoorbeeld, en zonder een goed parkje heb je geen kwalitatieve vrije tijdsactiviteiten. Voor de aanleg van courts reageert De Cruijf Foundation op vragen. Vaak komen die van gemeenten. De gemeente benadert vervolgens de corporatie als partij om de court mee te financieren. De Foundation stelt een aantal eisen aan het realiseren van een court. Beheer, onderhoud en activiteitenprogrammering moeten voor 10 jaar zijn veiliggesteld, voor minimaal 6 uur per week. Je moet uiteindelijk programmeren. Er moet een professional op staan vanuit het buurtwerk of jongerenwerk. Maar ook de buurt zelf moet er achter staan. Het veldje moet van iedereen zijn en de buurt moet er trots op zijn. Hebben we het idee dat dat niet het geval is, dan gaat het niet door. De courts liggen voor het merendeel in lage statuswijken. Onderzoek van het Pim Mullier Instituut en de Erasmus Universiteit Rotterdam leverden positieve evaluaties op van de courts. Van Holsteijn ziet ook cultuur (muziek, dans, enzovoort) als een belangrijk domein binnen vrije tijdsinfrastructuur ( Sport en cultuur kunnen dezelfde rol vervullen ). Het gaat om mensen bij elkaar brengen, maar ook om talentontwikkeling. Van Holsteijn heeft een voorkeur voor plekken waar een hoog ambitieniveau is. In het kader van het programma Meedoen Leren Winnen zijn op courts programma s van twee maanden uitgevoerd. Kern: jongeren zelf activiteiten laten organiseren. Uitblinkers krijgen een scholarship aangebonden. De Foundation betaalt het collegegeld, jongeren verrichten als tegenprestatie 100 uren werk op een court als stagiair. De route kan via studie (scholarship) naar werk leiden. Zo geef je vorm aan sociale stijging, aldus Van Holsteijn. Je moet echt met die gasten aan de gang. Nu ligt dat werk nog erg in de sfeer van welzijn, maar denkbaar is dat ook talent zou kunnen doorstromen naar communicatie, marketing en ondernemerschap en financiële banen. Wellicht is het een idee om juist op dit punt sterker de samenwerking aan te gaan met corporaties. Wellicht hebben zij ook stageplekken te bieden. 8

10 4. Het effect van sociale stijgingsprojecten In dit deel bespreken we de voornaamste uitkomsten van het DSP-rapport Sociale stijging: tussen droom en daad (Groenendijk e.a. 2010). Onderzoekers namen daarin een 16-tal sociale stijgingsprojecten waarin corporaties participeerden onder de loep. De thematisering van de 16 onderzochte projecten vertoont veel overeenkomsten met de vier stijgingskanalen van de VROMraad. Onder de projecten bevinden zich leerwerk- en coachingstrajecten voor specifieke doelgroepen, leerwerkbedrijven gericht op de sociaaleconomische ontwikkeling van buurtbewoners, mentorprojecten, woonbegeleiding, buurtkamerprojecten en verschillende 'achter de voordeur' interventies. Uitkomsten DSP-evaluatie nader bekeken Het eerste dat opvalt binnen de onderzochte projecten, is dat corporaties vooral een initiërende, regisserende, faciliterende of financiële rol hebben. De inzet van de corporatie beperkt zich meestal tot het beschikbaar stellen van vastgoed, geld of tijd. De daadwerkelijke uitvoering van het project wordt veelal aan andere partijen overgelaten (welzijn, zorg, onderwijs enzovoort). Voorts blijkt uit de evaluatie van DSP dat de doelen van sociale stijgingsprojecten waarin corporaties participeren een hoog ambitieniveau hebben, maar vaag zijn in hun concrete beschrijving. Welk effect precies wordt beoogd, blijft vaak onduidelijk. Ook lopen in de meeste projecten verschillende doelstellingen door elkaar heen. Gaat een bepaald project bijvoorbeeld daadwerkelijk om vooruitkomen of heeft het eerder betrekking op het vergroten van de sociale samenhang in de wijk? De onduidelijke en meervoudige doelformulering maakt het lastig om opbrengsten te evalueren. Exemplarisch is het gebiedsgerichte mentorproject VoorUit!. In naam heeft dit project de meeste verwantschap met het thema sociale stijging, maar diens geformuleerde hoofddoel is het bevorderen van integratie, wat op zichzelf weinig met opwaartse mobiliteit te maken heeft. Kijken we naar de output van de projecten (dat wil zeggen: wat er is gedaan, niet wat er is bereikt), dan lijkt het erop dat de projecten met een vaste fysieke basis in de wijk het grootste bereik hebben onder bewoners. Projecten met een gebiedsgerichte benadering, zoals BOOT (125 studenten actief), Bewonersadviseurs Staalkans (200 huisbezoeken) en XPoint (650 huisbezoeken) hebben een relatief grote actieradius. De Cruijff Courts bereiken gemiddeld tussen de 17 en 33% van de jongeren in een wijk. De projecten met een individuele persoonsgerichte benadering zoals Individueel Begeleid Zelfstandig Wonen (zeven huishoudens) en Restylen Huishoudens (zes huishoudens) bereiken vooralsnog geen grote aantallen. Over de outcome van de projecten (dat wil zeggen: de sociale stijgingseffecten die optreden als gevolg van de interventies) zijn op basis van de DSP-evaluatie niet direct uitspraken te doen. Het rapport bevat bijvoorbeeld geen gegevens over het aantal bewoners dat door huisbezoeken een stap op de maatschappelijke ladder heeft gezet. Of hoeveel jongeren door huiswerkbegeleiding van studenten het beter zijn gaan doen op school. Men draagt hiervoor een aantal redenen aan. Bijvoorbeeld doordat van te voren niet altijd heldere doelen zijn geformuleerd, er geen structurele voormetingen zijn uitgevoerd en het moeilijk is om effecten van projecten te kwantificeren. Wel menen de auteurs van het DSP-rapport dat de aandacht die bewoners krijgen in projecten specifiek gericht op persoonlijke ontwikkeling, een positief effect teweeg brengt. Deelnemers zien hun participatie als kans om een stap verder te komen in het leven. De aandacht voor de persoonlijke 9

11 ervaringen van bewoners is begrijpelijk (vergelijk de eerder genoemde beleefde sociale mobiliteit van de RMO). Maar hierdoor ontstaat wel het risico dat uiteenlopende subjectieve percepties van bewoners worden aangemerkt als sociale stijgingseffecten. Of een bewoner daadwerkelijk aantoonbare stappen heeft gezet op de maatschappelijke ladder, blijft onbeslist. De ambivalentie in het gerapporteerde resultaat wordt deels veroorzaakt door de definitie van sociale stijging die DSP hanteert. In die definitie is zowel de objectieve als de ervaren verbeterde sociaaleconomische positie van bewoners meegenomen. Tot slot de succes- en faalfactoren die men identificeerde in de uitvoering van projecten. Een belangwekkende succesfactor van sociale stijgingsinterventies is het centraal stellen van de vraag van de individuele bewoner. Niet het aanbod moet domineren, maar individuele trajecten rond werk, vrije tijd, opleiding en wonen, dienen voorop te staan. Het rapport benoemt ook de mogelijkheid tot samenwerking met andere disciplines als succesfactor, maar de vraag is of samenwerking als een eigenstandige succesfactor moet worden gezien. Het is immers geen wetmatigheid dat de effectiviteit van sociale stijgingsinterventies afhangt van de mate van interorganisationele samenwerking. Een derde succesfactor is de betrokkenheid van enthousiaste en gedreven professionals in de uitvoering. Zonder hen is een goed lopend project nauwelijks mogelijk, zo concludeert het rapport. Een risicofactor is dat projecten zich teveel richten op de bovenkant van de onderkant, dat wil zeggen de sterksten onder de sociaal zwakkeren. Dit gebeurde soms bij leerwerktrajecten waar deelnemers via de dienst sociale zaken en werkgelegenheid of een reintegratiebedrijf worden aangemeld. Bij deze projecten werden doelen in termen van aantallen gehaald, maar lag het risico op de loer dat een andere doelgroep dan de beoogde werd verder geholpen. 10

12 Sociale stijging is geen add-on die corporaties toepassen op hun kerntaak. Het ís hun kerntaak. Gesprek met Steven de Waal, oprichter van Public Space Steven de Waal is oprichter van Public Space, een denktank die zich richt op ondernemerschap in het publieke domein. Hij is tevens lid van de Visitatiecommissie Wijkenaanpak, dat onlangs haar eindrapport indiende over het functioneren van de wijkaanpak in de 40 krachtwijken ( Doorzetten en loslaten ). De Waal vindt het gezichtspunt van corporaties die zich gaan bezighouden met sociale stijging, alsof het iets extra s is bovenop hun eigenlijke taken, fundamenteel verkeerd. Sociale stijging is niet een soort add-on die corporaties toepassen op hun kerntaak. Het ís al hun kerntaak. Nu het thema sociale stijging op de agenda staat, kun je wel allerlei educatieve programma s gaan verzinnen maar dat vind ik zo paternalistisch. Volgens De Waal zijn corporaties te laat geweest in het teruggeven van de waardevermeerdering aan de huurders. Woningcorporaties zijn ooit ontstaan omdat arbeiders geen toegang hadden tot de kapitaalmarkt. Daardoor konden zij niet voorzien in hun eigen huisvesting. Decennia van waardevermeerdering van het vastgoed heeft echter niet zijn weg teruggevonden naar de huurders. Het te gelde maken van dat kapitaal is óók sociale stijging! Ook na de privatisering in de jaren negentig hebben de corporaties te lang gewacht met terug investeren. Zij zijn op die bak met geld en stenen blijven zitten. De Waal acht de tijd rijp voor een mentaliteitsverandering binnen de corporatiewereld. Waardevermeerdering moet altijd worden gebruikt om te herinvesteren in de wijk of daar waar de corporatie elders bezit heeft. Dat is juist mogelijk omdat ze geen profit-organisatie is. Men moet niet doen alsof dat wél zo is. Het kapitaal waarover woningcorporaties beschikken, is ten koste van de huurders opgebouwd. Daarom is ook investeren in maatschappelijk vastgoed mijns inziens een kerntaak van corporaties. Geld en stenen zijn een middel om sociale doeleinden te bereiken, geen doel op zich. Volgens De Waal moeten corporaties aanwezig zijn in de wijk maar tegelijkertijd terughoudendheid betrachten. Het gaat vooral om het aanspreken van de eigen kracht van bewoners. Waarom hebben corporaties een klussendienst? Waarom is daar een professionele dienst voor? Dat zijn zaken die burgers prima zelf kunnen doen. Is zijn pleidooi voor particulier initiatief en burgerkracht niet wat te hoog gegrepen voor achterstandswijken? De Waal: Je kunt het civil society concept inderdaad niet overal op loslaten. In de meest kwetsbare stadswijken of complexen waar veel aan de hand is, is dit vaak niet goed mogelijk. Maar veel vaker is het wél mogelijk. Mijn stelling is: men kijkt niet goed en men is heel terughoudend om de burger de ruimte te geven. 11

13 5. Nader te onderzoeken perspectieven voor woningcorporaties Zoals het DSP-rapport terecht stelt, zijn sociale stijgingsactiviteiten nauw verbonden met de eigen geschiedenis van corporaties (zie ook kadertekst Steven de Waal). Het verheffen van achterstandsgroepen via vormen van bemoeizorg en activerende woonmilieus is van oudsher een taak van woningcorporaties. Maar dat betekent nog niet dat elke mogelijke bijdrage aan sociale stijging moet worden opgepakt. Godfried en Radboud Engbersen (2011) introduceerden in dit verband het concept van de slimme corporatie. Een slimme corporatie beschrijven zij als een corporatie die optimaal gebruik maakt van de eigen kwaliteiten maar geen tijd, geld en energie verspilt aan zaken waar ze niet voor gekwalificeerd is of waar ze niet effectief op kan opereren. In de geest van de slimme corporatie doen we hieronder een voorzet voor sociale stijgingsbijdragen in de volkshuisvesting, in de vorm van acht perspectieven. De perspectieven dienen als input voor de discussiebijeenkomsten en zijn uiteraard vatbaar voor herziening. Perspectief 1: participeren in achter de voordeur aanpakken In Nederland is in een kort tijdsbestek de achter de voordeur aanpak opgekomen. De DSP-evaluatie laat zien dat corporaties volop participeren in dergelijke arrangementen. Met het oog op sociale stijging is een voor de hand liggend oogmerk verbetering van de sociaaleconomische positie van kwetsbaren (armoedebestrijding). Door hulpvragen van kwetsbare bewoners te inventariseren, is het mogelijk hen door te verwijzen naar de juiste instantie of kunnen zij gebruik maken van bepaalde armoedemaatregelen. Die hulp wordt vaak niet geboden door de corporatie zelf, maar door zorg en welzijnsinstellingen. Maar achter de voordeur interventies zijn niet onomstreden. Men hanteert vaak onduidelijke doelstellingen waarbij de verschillende referentiekaders van de ketenpartners corporaties, welzijn, zorg, gemeente - voor verwarring kunnen zorgen in de uitvoering (zie Hermanns e.a. 2010; Rekenkamer Amsterdam, 2010). Het zet bovendien weinig zoden aan de dijk als het alleen bij signalering en crisisinterventie blijft (Schelling en Lupi, 2010). Voorts is het effect van de interventies nog onduidelijk. De verschillende onderzoeksrapporten die recentelijk op dit terrein zijn verschenen, concluderen dat sociaaleconomische verbetering moeilijk meetbaar is vanwege de vele factoren die een rol spelen en omdat die verbetering soms pas op de lange termijn zichtbaar is. Niettemin is het belangrijk om na te denken hoe de interventie (het huisbezoek) bijdraagt aan het gestelde maatschappelijke doel (de sociaaleconomische verbetering), en wat ieders rol hierin is. Zoals gezegd hebben corporaties veelal een secundaire rol in achter de voordeur interventies. Tegelijkertijd hebben zij een grote verantwoordelijkheid. Het zijn immers hun huurders waar het om gaat en mede dankzij de corporaties krijgen zorginstanties toegang tot kwetsbare groepen. Bool (2011) stelt dat als je iets wilt bereiken met huisbezoeken, je er op zijn minst precieze doelstellingen aan moet verbinden, bijvoorbeeld verbetering wat betreft opleiding, werkervaring, kennis en vaardigheden, sociaal netwerk of een verbeterde economische positie. Met indicatoren kan vervolgens worden nagegaan of die doelstellingen worden bereikt. Het moet dus niet alleen maar gaan over het feit óf een huisbezoek wordt afgelegd. 12

14 Perspectief 2: investeren in presentie in de wijk Een lichter perspectief dan de achter de voordeur aanpak is sociale signalering, in de vorm van presentie in de wijk. Hieronder verstaan we de inzet van sociale professionals die oog hebben voor de leefsituatie van kwetsbare bewoners. Steeds meer woningcorporaties hebben in naoorlogse decennia de huismeester wegbezuinigd. Toch is een corporatie die zichtbaar aanwezig is in de wijk en daarbij zorg en aandacht heeft voor de situatie van de individuele (kwetsbare) huurder cruciaal (zie ook van Arum e.a., 2006). Het geeft bewoners een aanspreekpunt en corporaties ogen en oren in de wijk. Bij presentie in de wijk gaat het dus niet om een indringende aanpak (bemoeizorg), maar om relatief laagdrempelig contact tussen corporatie en huurder. Doordat een professional van de corporatie een oogje in het zeil houdt, kan deze met relatief eenvoudige interventies het sociaal kapitaal van bewoners vergroten. Professionals kunnen via subtiele ingrepen de keuzemogelijkheden van huurders vergoten zodat zij niet alleen hun materieel welzijn (een goede woning, een veilige wijk) vergroten, maar ook kunnen werken aan verbetering van hun sociaal-maatschappelijke positie. Het uitgangspunt is daarbij de eigen kracht van bewoners (zie ook kadertekst Steven de Waal). Denk bijvoorbeeld aan het toerusten van huurders op technisch vlak, zodat zij bepaalde klussendiensten in een complex zelf kunnen uitvoeren of het doorverwijzen naar educatieve programma s van lokale onderwijsinstellingen. Daarnaast gaat presentie in de wijk om het bij elkaar brengen van de sporen hardware en software (zie kadertekst Ilja van Holsteijn). De hardware (fysieke infrastructuur) en software (sociale infrastructuur) in een wijk zijn met elkaar verbonden, en daardoor blijft ook op dit vlak een rol bestaan voor woningcorporaties. Zonder goede fysieke infrastructuur kunnen mensen elkaar bijvoorbeeld niet ontmoeten, maar zonder kwalitatieve sociale programmering blijft die buitenruimte zonder betekenis. Perspectief 3: investeren in sociale netwerken Met name sinds het verschijnen van het WRR rapport Vertrouwen in de buurt (2005) ontplooien woningcorporaties samenlevingsopbouw-achtige praktijken. Het gaat daarbij veelal om aan het wonen gelieerde activiteiten, om presentie in de wijk en om het inzetten van sociale projecten en rituelen (schoonmaakacties, straatactiviteiten enzovoorts.). Hoe belangrijk is het om te investeren in de sociale netwerken van bewoners? En welk resultaat mag worden verwacht in termen van sociale stijging? Het idee dat de buurt er iets zou doen op het gebied van sociale contacten of op het gebied van werk lijkt in deze tijd achterhaald (zie bijvoorbeeld Blokland, 2006; Van Stokkom & Toenders, 2010). Sociaalgeografisch onderzoek van Pinkster (2008) laat echter zien dat er wel degelijk een relatie bestaat tussen het wonen in een achterstandswijk, buurtgebonden sociale contacten en arbeidsmarktparticipatie. Op basis van kwantitatief onderzoek in Den Haag concludeert Pinkster dat de buurt juist voor kansarme bewoners in sociale zin een belangrijke plek is. Buurtcontacten maken een belangrijk deel uit van de sociale netwerken van sociale huurders. Dit geldt vooral voor werk-gerelateerde steun: respondenten in achterstandswijken richtten zich relatief vaak op buurtbewoners voor informatie en advies op het gebied van werk. Daarnaast is er een negatief verband tussen het wonen in een achterstandswijk en de sociaaleconomische diversiteit van het sociale netwerk van bewoners. Bewoners in een achterstandswijk hebben een minder divers sociaal netwerk dan bewoners in een sociaaleconomisch meer gemengde wijk. Het VROM perspectief van binding van bewoners met hun woonomgeving is dus niet alleen relevant voor onderlinge vertrouwdheid, herkenning en erkenning. Het oefent indirect ook invloed uit op de sociale stijgingskansen van bewoners. De beperkte sociaaleconomische diversiteit van de 13

15 sociale netwerken van kansarme bewoners in achterstandswijken vormt evenwel een belemmering voor het vinden van werk. Volgens Pinkster bieden laagdrempelige welzijns en opbouwarrangementen in de buurt weliswaar kansen aan bewoners om werk te vinden, maar blijven zij hierdoor wel hangen in hun eigen netwerk. Anders gezegd, de positieve kant van het investeren in sociale netwerken in achterstandswijken is dat het voor achterblijvers de kans op het vinden van een baan vergemakkelijkt en dus de drempel naar de arbeidsmarkt wordt verlaagd. Maar door de beperkte reikwijdte van deze informele netwerken wordt op de langere termijn de doorstroommogelijkheden van bewoners naar andere bedrijven of bedrijfstakken verkleind, en daarmee de kans op sociale mobiliteit (Pinkster, 2008: 73). Wellicht dat gemengd bouwen (influx middenklasse, zie ook perspectief 6) en tegelijk investeren in sociale netwerken van kansarme bewoners een vruchtbare combinatie is. De kans wordt daarmee vergroot dat kansarmen profiteren van werkgerelateerde steun van middengroepen. Het opbouwwerk dient daarbij wel een zekere vorm van contactleggingskunde (Uyterlinde e.a. 2007) aan de dag te leggen om achterblijvers en middengroepen meer met elkaar in contact te brengen. Want contact tussen middengroepen en achterblijvers gaat niet vanzelf (Veldboer e.a. 2008). Perspectief 4: investeren in wijkeconomie Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw was economie zichtbaar in wijken. Er waren bedrijfjes, opslagplaatsen, garages en vooral veel middenstand. In de decennia daarna is veel bedrijvigheid uit buurten verdwenen en zijn veel bedrijven de toegang tot woonwijken ontzegd. Ontmenging of functiescheiding het uit elkaar halen van werken, wonen, recreëren werd de dominante trend en het sturende principe in de ruimtelijke ordening - zie de nieuwe wijken die na de oorlog gebouwd zijn. Maar ook in de wijken van voor de oorlog heeft dit principe huis gehouden. De stadsvernieuwing uit de jaren zeventig heeft veel bedrijvigheid uit de vooroorlogse wijken gehaald en daarmee ook de ervaring van werk die in een wijk opgedaan kan worden. Deze ontwikkeling ging gepaard met macroeconomische ontwikkelingen. Door het toenemende naoorlogse consumptie- en productieniveau, barstten de bedrijven in de oude stadswijken uit hun voegen waardoor ze wel naar de stadsranden moesten verhuizen. Kortom, anno 2011 is werk vaak niet langer tastbaar op straat aanwezig, maar ligt het ergens ver weg buiten de wijk. Piet Boekhoud (zie kadertekst 1) heeft in zijn rol van bestuursvoorzitter van het ROC Albeda College, gewezen op de negatieve gevolgen van deze ontwikkeling voor jongeren van het Vmbo. Thans zien we de trend keren. Werk en wonen worden weer meer samengetrokken. Na een lange periode van ontmenging is functiemenging weer het parool. In eerste instantie is dit zichtbaar in de oude centrumwijken of wijken die dicht tegen het centrum aanzetten. Hoe ouder de buurt in Nederland, hoe sterker de menging van wonen en werken. Maar functiemenging is ook steeds meer elders zichtbaar, bijvoorbeeld in de vroegnaoorlogse wijken en wijken uit de jaren zeventig (bloemkoolwijken, woonerfwijken) waar corporaties veel bezit hebben. Ook daar begint zich bedrijvigheid te ontwikkelen. De opgave is aan te sluiten bij de dynamiek van het ondernemerschap in de wijk of economie naar deze wijk te brengen waar jongeren zonder startkwalificaties of meer algemeen mensen zonder werk van kunnen profiteren. Corporaties kunnen via het strategisch inzetten van hun maatschappelijk vastgoed startende ondernemers faciliteren. Zij kunnen dit ook doen door bepalingen over ruimtegebruik in het huurcontract te versoepelen. Denk bijvoorbeeld aan het onder voorwaarden laten gebruiken van sociale huurwoningen voor bedrijfsdoeleinden. Voorts kunnen corporaties werkervarings- en 14

16 stageplaatsen aanbieden en via culturele interventies de wijk economische impulsen geven. Zo financiert woningcorporatie Vestia in de Afrikaanderwijk (Rotterdam Zuid) het project Freehouse van de kunstenares Jeanne van Heezwijk. In haar werk gaan artistieke ambities nauw samen met scholing en het stimuleren van ondernemerschap. In Freehouse is plaats voor een wijkatelier, taxidiensten en een wijkkeuken. Zowel de wijkkeuken als het naaiatelier leveren ambachtelijke producten af. Dergelijke locaties kunnen functioneren als plekken van sociale activering van mensen zonder werk of mensen die in een isolement geraakt zijn, maar ook als opleidingen en kweekvijvers voor ondernemerstalent. Zo is de succesvolle winkel Suzy s Season Cake s in de Afrikaanderwijk uit Freehouse voortgekomen. Veel culturele interventies hebben wijkeconomische doelstellingen en ambities. De NICIS-studie De Kracht van Cultuur (2011) maakt duidelijk dat culturele interventies een belangrijke economische betekenis hebben. Ze genereren niet alleen werk, maar ook waardestijging van het vastgoed en dus mogelijkheden voor bewoners om opwaarts mobiel te worden. Perspectief 5: investeren in secundaire educatie Educatie is primair een taak van scholen en opleidingsinstituten en in mindere mate het welzijnswerk (bijvoorbeeld als het gaat om voorlichting, cursussen). Met betrekking tot de sociale stijgingsbijdrage van corporaties spreken we hier dan ook over secundaire educatie. Het gaat om bijscholing bovenop het reguliere onderwijsaanbod, ter bevordering van optimale talentontwikkeling. De DSP-evaluatie laat zien dat veel corporaties rechtstreeks of zijdelings participeren in sociale stijgingsprojecten met een educatief karakter. Denk aan de mentorprojecten en huiswerkbegeleiding voor kansarme jongeren door studenten in achterstandswijken. Juist omdat educatie op het eerste gezicht voor corporaties geen voor de hand liggende bijdrage betreft, verdient het nadere uitwerking. Een slimme corporatie laat bijvoorbeeld studenten tegen een gereduceerd huurtarief kamers in een achterstandswijk betrekken, maar vraagt als tegenprestatie een paar uur huiswerkbegeleiding voor kansarme jongeren uit de buurt. Ook duurzamere mentorprojecten zijn een optie, om zowel jongeren als volwassenen de aanvullende competenties eigen te maken die van belang zijn in de verwerving van een goede maatschappelijke positie (zie het standpunt van de RMO hierover in de inleiding van dit essay). Vooral het werken aan de zelfwerkzaamheid en soft skills van de doelgroep is belangrijk. In de regio Rotterdam-Rijnmond bijvoorbeeld, vormt een gebrek aan zelfwerkzaamheid en sociale vaardigheden van (allochtone) jongeren uit achterstandswijken een belangrijke hindernis voor werkgelegenheid (zie het rapport Kwaliteitssprong Zuid). Jongeren die staan ingeschreven in de UWV -en gemeentebestanden ontbreekt het vaak aan vaardigheden die van belang zijn bij het vervullen van vacatures in het lagere segment van de zakelijke dienstverlening (bijvoorbeeld callcenter werk). Het gaat dan om zaken als op tijd komen, doorzettingsvermogen, netheid, omgangsvormen, luisteren en organiseren. Bij een aantal bedrijven in de regio Rotterdam kwam dit naar voren als een belangrijke reden om jongeren van Zuid af te wijzen. Scholen in het voortgezet onderwijs kunnen meer aandacht besteden aan de ontwikkeling van soft skills van jongeren door garant te staan voor een pedagogisch klimaat (zie kadertekst Piet Boekhoud). Onderzoek naar sociale mentoraatsprojecten leert bovendien dat intensief contact met geslaagde burgers of studenten, kansarme jongeren in staat stelt meer greep te krijgen op de impliciete mechanismen die bijdragen tot hun sociale stijging (zie bijvoorbeeld Uyterlinde e.a. 2009a). Een te sterke focus op de functionele invulling van toerusting van jongeren via het onderwijs is wellicht niet voldoende, zoals de RMO reeds voorziet. Het zijn vooral vrijwillige mentoren die het verschil kunnen maken. Niet voor niets belandde het fenomeen van mentoring in 2006 met stipt op één in de Sociale 15

17 Agenda, waarbij het werd beoordeeld als de meest beloftevolle bijdrage aan de emancipatie van de onderklasse. Woningcorporaties kunnen wellicht sterker op inzetten op mentoring-achtige praktijken. Perspectief 6: faciliteren van sociale stijgers In veel stedelijke vernieuwingsgebieden is de beleidsdoelstelling voor sociale stijging tweeledig. Enerzijds moet de vernieuwing bijdragen aan het bevorderen van sociale stijging van kansarme bewoners uit de buurt zelf. Anderzijds is de vernieuwing erop gericht om sociale stijgers in het gebied vast te houden. Zij verlaten nu vaak noodgedwongen de buurt omdat ze er geen passende woning kunnen vinden. De VROM raad hecht veel waarde aan het faciliteren van de woonbehoefte van sociale stijgers in de buurt maar werkt haar gewenste remedie zorg voor verschillende woningtypen- en milieus niet concreet uit. Op basis van veldonderzoek in Amsterdam-Nieuw West reiken Uyterlinde e.a. (2009b) een aantal perspectieven voor corporaties aan. Als het gaat om het huisvesten van sociale stijgers in de buurt, is het zaak om diversiteit te creëren die het mogelijk maakt voor bewoners om een wooncarrière op te bouwen. In het bijzonder dient een corporatie oog te hebben voor de woonwensen van doelgroepen die over opwaartse mobiliteit beschikken. Dit klinkt vanzelfsprekend, maar is het niet. Sociale stijgers vormen geen uniforme groep. En omdat deze categorieën zich niet rechtstreeks laten vertalen naar woningmarktcategorieën dient een corporatie heel precies naar hun wensen te kijken om er adequaat op in te spelen. Uyterlinde e.a. onderscheiden onder andere de aanstormende middenklasse (starters en stellen zonder kinderen), de working class heroes (arbeidershuishoudens met twee stabiele inkomens), huishoudens met kinderen en empty nesters. Deze laatste categorie betreft vitale ouderen, stellen die na het uitvliegen van de kinderen nadenken over een volgende stap op de woningmarkt. In de praktijk kunnen deze categorieën natuurlijk overlappen en hun manifestatie zal per locatie verschillen. Maar door de diversiteit en woonwensen van sociale stijgers nauwgezet in beeld te brengen en hier op in te spelen met gepaste woningtypen- en milieus, kunnen sociale stijgers wellicht beter worden gefaciliteerd. Vraag is wel in hoeverre nieuwe wetgeving van de Europese Unie een spaak in het wiel steekt. Sinds 1 januari van dit jaar moet 90 procent van alle sociale huurwoningen worden verhuurd aan huishoudens met een inkomen tot euro. Vooral de lagere middeninkomens (lees: aanstormende middenklasse, working class heroes) en ouderen die kleiner willen wonen (lees: empty nesters), komen daardoor niet meer in aanmerking voor een sociale huurwoning. Deze groep sociale stijgers dreigt tussen wal en schip te vallen omdat zij vaak te rijk is om te huren maar te arm om te kopen. Perspectief 7: investeren in onderhoud en beheer van publieke ruimte Een voor de hand liggende bijdrage van corporaties ligt op het gebied van onderhoud en beheer van de publieke ruimte. Vanzelfsprekend hebben corporaties vastgoed in het bezit en dus de mogelijkheid om hierin te investeren. De link met sociale stijging is op het eerste gezicht niet evident, maar indirect speelt een veilige, goed onderhouden en een enigszins esthetisch aansprekende buitenruimte een voorname rol in de sociale stijgingsaspiraties van bewoners. Menig onderzoek toont aan dat een verloederd straatbeeld gevoelens van sociale onveiligheid in de hand werkt (zie bijvoorbeeld Skogan, 1990; Sampson & Raudenbush, 1999, en recent in Nederland: Kleinhans en Bolt, 2010). Gevoelens van onveiligheid werken niet bevorderlijk voor de sociale weerbaarheid, en dus kansen voor opwaartse mobiliteit. Veel corporaties die bezit hebben in achterstandswijken doen 16

18 sinds het verschijnen van het WRR rapport Vertrouwen in de buurt (2005) veel aan onderhoud en beheer. Maar nog altijd zijn er woningcorporaties die louter oog hebben voor de woontechnische staat van de buitenruimte, en bijvoorbeeld een verloederd aanzicht van woningblokken niet per definitie als problematisch ervaren (zie Lub e.a. 2009). Naast een verhoogd sociaal veiligheidsgevoel, leidt het investeren in de openbare ruimte tot waardecreatie. Onderzoek van Brouwer (2011) laat een sterk verband zien tussen de algemene score voor leefbaarheid in de buurt en de gemiddelde woningwaarde op wijkniveau. Een punt erbij ten aanzien van de leefbaarheid genereert al gauw een extra waarde van euro (zie Brouwer, 2011: 45). Door te investeren in de leefbaarheid van de publieke ruimte krijgt de vermogensopbouw van die bewoners die hun woning gekocht hebben dus een impuls (ook al is die impuls maar bescheiden) en wordt de wijk aantrekkelijker voor sociale stijgers en kopers van buitenaf. De neerwaartse spiraal van armoedeconcentratie kan daardoor worden doorbroken. Evenals bij het investeren in maatschappelijk vastgoed (perspectief 8) is het bij onderhoud en beheer zaak een strategische alliantie aan te gaan met relevante partners en belanghebbenden. Een corporatie kan bijvoorbeeld de portieken van een woonblok opknappen. Het lokale opbouwwerk kan vervolgens ondersteuning bieden bij het opstellen van leefregels zodat bewoners er onderling voor zorgen dat de portieken ook na renovatie in goede staat blijven. Perspectief 8: investeren in maatschappelijk vastgoed Een eveneens voor de hand liggende bijdrage van corporaties aan sociale stijging ligt op het gebied van maatschappelijk vastgoed (zie ook kadertekst Steven de Waal). Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed met een maatschappelijke functie. Bijvoorbeeld scholen, bibliotheken en culturele voorzieningen. Maar bijvoorbeeld ook woon-zorg zones. Corporaties zijn bekend met de wereld van stenen en grondexploitatie en een bijdrage op dit terrein benut relevante expertise. Door de huidige overheidsbezuinigingen worden in veel achterstandswijken bijvoorbeeld buurtbibliotheken opgeheven, vaak onder protest van bewoners (bijvoorbeeld in het Oude Noorden, Rotterdam en in Kruiskamp, Amersfoort). Wellicht dat hier een kans ligt voor corporaties om deze maatschappelijke leemte te vullen. Samen met een gemeente kan bijvoorbeeld worden bekeken of een bibliotheek niet toch voor de wijk behouden kan worden. Een belangrijke vraag is wel in wélk maatschappelijk vastgoed men zou moeten investeren. Niet alles is haalbaar en niet elke voorziening draagt noodzakelijkerwijs bij tot opwaartse mobiliteit. Woon-zorg zones bijvoorbeeld zijn vanuit humanitaire redenen nastrevenswaardig. Zorgbehoevenden blijven daardoor enigszins in verbinding met de wijk. Maar het draagt op zichzelf niet bij aan sociale stijging van achterblijvers. Ook is de programmering heel belangrijk. Slechts een gebouw ter beschikking stellen is niet voldoende. Over wát er in het gebouw wordt georganiseerd moeten goede afspraken worden gemaakt met relevante partners uit het welzijnswerk of onderwijs. Alleen: een corporatie kan de kar niet alleen trekken. Het is een lokale opgave om samen met belanghebbenden de waarde van maatschappelijk vastgoed te verzilveren teneinde sociale stijging mogelijk te maken. 17

19 Onderstaande tabel geeft de acht beleidsperspectieven voor woningcorporaties weer, naar de stijgingsroutes van de VROM-raad. In de perspectieven worden vaak verschillende stijgingsroutes met elkaar worden verbonden (zie tabel). Tabel: beleidsperspectieven voor woningcorporaties naar sociale stijgingsroutes Stijgingsroutes > Leren Werk Wonen Vrije tijd Perspectieven: 1. Achter de voordeur X X X 2. Presentie in de wijk X X 3. Sociale netwerken X X X 4. Wijkeconomie X X 5. Secundaire educatie X X X 6. Sociale stijgers X 7. Publieke ruimte X X 8. Maatschappelijk vastgoed X X 18

20 6. Aanvullende discussiepunten Aan het slot van dit document presenteren we een aantal aanvullende discussiepunten rond het thema sociale stijging. De punten zijn deels perspectief overstijgend en met opzet vragend - en hier en daar provocatief - geformuleerd. In overleg met de vakgemeenschap willen we de punten graag verder uitwerken. 1) Wanneer is sprake van sociale stijging? Het kan waardevol zijn wanneer kwetsbare bewoners door sociaal beleid een hoger gevoel van zelfwaardering krijgen (zie bijvoorbeeld Veldboer e.a. 2007). Maar gepercipieerde verbetering van het eigen perspectief is nog geen sociale stijging de facto. Nadruk op ervaren of beleefde sociale stijging brengt een risico met zich mee. Wanneer een zeer ruime definitie wordt gehanteerd van sociale stijging - zonder specificatie van doelstellingen - kunnen uiteenlopende uitkomsten worden aangemerkt als sociaal stijgingseffect. Maar in de praktijk worden bewoners wellicht niet vooruit geholpen. Kortom, wanneer is sprake van sociale stijging? In hoeverre moet sociale stijging niet alleen worden opgevat als economische stijging maar ook als de mate van zelfontplooiing en gevoelens van maatschappelijke zekerheid van mensen? En hoe hoog moet de lat worden gelegd? 2) Wat is de doelgroep? Zonder specificatie van doelstellingen is sociaal stijgingsbeleid een schot hagel. Dit geldt evenzeer voor de specificatie van doelgroepen. Moet het beleid zich richten op de allerzwaksten of juist de wat sterkeren? Is het sociale stijging verplicht voor alle kwetsbare groepen in achterstandsgebieden? Wie krijgt dispensatie van sociale stijging? De vraag is gerechtvaardigd of voor iedere bewoner en in iedere situatie altijd gestreefd moet worden naar maatschappelijke positieverbetering. Soms is het voorkomen van sociale daling het hoogst haalbare (sociale consolidatie in plaats van stijging) en is een beleid van pappen en nathouden zo gek nog niet (Hoenderkamp, 2008). En áls je ervoor kiest met een bepaalde categorie bewoners aan de slag te gaan, hoe zorg je er dan voor dat het rendement van het beleid bij de juiste groep terecht komt? Investeren in wijkeconomie is bijvoorbeeld begrijpelijk, maar in hoeverre profiteren achterblijvers hiervan? Zijn zij wel klaar voor echt werk? En is vraagsturing een gepast vertrekpunt? Bij het centraal stellen van de vraag van de individuele bewoner wordt verondersteld dát bewoners sociaal willen stijgen. In de praktijk hoeft dit echter niet het geval te zijn, wat voor frictie kan zorgen. Denk in dit verband ook aan de welbekende problematiek van de zorgmijders (Schout, 2007). 3) Is het een vereiste dat sociale stijgingsbeleid projectmatig wordt vormgegeven? De DSP-evaluatie laat zien dat ook corporaties bij een nieuw sociaalmaatschappelijk probleem al snel in de projectreflex schieten (probleem = project). Maar bijvoorbeeld investeren in maatschappelijk vastgoed, bouwen voor stijgers en het investeren in onderhoud en beheer van de publieke ruimte zijn zaken die corporaties structureel kunnen uitvoeren. Hiervoor hoeft geen slinger te worden gegeven aan de projectencarrousel (zie ook kadertekst Steven de Waal). Met andere woorden, is het een vereiste dat sociale stijgingsbijdragen de vorm krijgen van een project? Wat kan/moet in het bestaande beleid worden geïntegreerd en wat moet projectmatig? 19

SOCIAAL PERSPECTIEF. sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020

SOCIAAL PERSPECTIEF. sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 SOCIAAL PERSPECTIEF sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 SOCIAAL PERSPECTIEF sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 De sociale ambitie: Zaanstad manifesteert zich binnen de metropoolregio Amsterdam

Nadere informatie

Visie Jongerenwerk Leidschendam-Voorburg

Visie Jongerenwerk Leidschendam-Voorburg Visie Jongerenwerk Leidschendam-Voorburg Juni 2014 Waarom een visie? Al sinds het bestaan van het vak jongerenwerk is er onduidelijkheid over wat jongerenwerk precies inhoudt. Hierover is doorgaans geen

Nadere informatie

Bijdrage van woningcorporaties aan leefbare buurten in Amsterdam

Bijdrage van woningcorporaties aan leefbare buurten in Amsterdam Pagina 1 / 6 Bijdrage van woningcorporaties aan leefbare buurten in Amsterdam Veel gehoord en gelezen is dat inzet op leefbaarheid geen verantwoordelijkheid en kerntaak meer is van woningcorporaties. Handen

Nadere informatie

Via de wijk aan het werk

Via de wijk aan het werk Via de wijk aan het werk Focus op de arbeidsmarkt Naast het erkennen van leerbedrijven is Calibris verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van kwalificaties in de sectoren zorg, welzijn en sport.

Nadere informatie

Rotterdam: volop in beweging. Godfried Engbersen Erasmus Universiteit

Rotterdam: volop in beweging. Godfried Engbersen Erasmus Universiteit Rotterdam: volop in beweging Godfried Engbersen Erasmus Universiteit Rotterdam: volop in beweging 1 Een eeuwige bruiloft in Rotterdam 2 Stedelijke vernieuwing in de tijd 3 De toekomst van de stedelijke

Nadere informatie

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013,

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013, KOERS 2014-2015 3 Het (zorg)landschap waarin wij opereren verandert ingrijpend. De kern hiervan is de Kanteling, wat inhoudt dat de eigen kracht van burgers over de hele breedte van de samenleving uitgangspunt

Nadere informatie

Presentatie Mariëtte Bouwer Ymere Maatschappelijk Vastgoed. 19 april 2012 pagina 1

Presentatie Mariëtte Bouwer Ymere Maatschappelijk Vastgoed. 19 april 2012 pagina 1 Presentatie Mariëtte Bouwer Ymere Maatschappelijk Vastgoed 19 april 2012 pagina 1 Strategie van Ymere Missie Ymere werkt als maatschappelijke onderneming aan wijken met perspectief, waar bewoners willen

Nadere informatie

Woonstad Rotterdam Woonstad Rotterdam Onze missie Wonen in een stad waar je trots op kunt zijn. Woonstad Rotterdam heeft de ervaring en het vernuft om dat te realiseren. De mensen van Woonstad Rotterdam

Nadere informatie

Het verbeteren van de maatschappelijke positie van individuele deelnemers via arbeid en/of praktijkopleiding

Het verbeteren van de maatschappelijke positie van individuele deelnemers via arbeid en/of praktijkopleiding Een beschrijving door: Leren-werken gemaakt: 9 oktober 2012 bron: http://www.watwerktindewijk.nl/index.cfm/interventie/details?id=313&pdf Leerwerktrajecten zijn trajecten waarbinnen kansarme jongeren of

Nadere informatie

Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Kosten

Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Kosten Algemene doelstelling Utrecht Vernieuwt - Krachtwijken Verbetering van de woon- en leefsituatie van een aantal buurten in Utrecht, de Krachtwijken in het bijzonder: Kanaleneiland, Overvecht, Ondiep, Zuilen-Oost

Nadere informatie

Workshop Werk aan de Winkel in oude wijken: en met name aan de particuliere woningvoorraad

Workshop Werk aan de Winkel in oude wijken: en met name aan de particuliere woningvoorraad Workshop Werk aan de Winkel in oude wijken: en met name aan de particuliere woningvoorraad Hans van den Hombergh Bianca Oude Groeniger 1. Introductie Woonlab en deelnemers workshop Woonlab Woonlab is een

Nadere informatie

Wat is er aan de Hand op zuid?

Wat is er aan de Hand op zuid? 1 Wat is er aan de Hand op zuid? 2 VOORUIT Op Zuid wonen tweehonderdduizend mensen: 166 verschillende nationaliteiten. Al die mensen hebben stuk voor stuk de wil en de potentie om iets van hun leven te

Nadere informatie

Kennisdag HAN Sociaal 2013

Kennisdag HAN Sociaal 2013 Kennisdag HAN Sociaal 2013 Praktijkkennis in de aanbieding! Martha van Biene Marion van Hattum 1 HAN Sociaal Bevorderen participatie door, voor en met kwetsbare burgers in de samenleving Meedenken, meedoen,

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

Gemeenschapstuinen. RadarGroep. Duurzaam instrument voor integrale wijkaanpak, sociale cohesie, participatie en re-integratie.

Gemeenschapstuinen. RadarGroep. Duurzaam instrument voor integrale wijkaanpak, sociale cohesie, participatie en re-integratie. RadarGroep Gemeenschapstuinen Duurzaam instrument voor integrale wijkaanpak, sociale cohesie, participatie en re-integratie. Bureau voor sociale vraagstukken Wie zaait zal oogsten is een veelgehoord gezegde.

Nadere informatie

Echt thuis. Ondernemingsplan 2011-2015

Echt thuis. Ondernemingsplan 2011-2015 Echt thuis Ondernemingsplan 2011-2015 2 INLEIDING Mooiland is een woningcorporatie met circa 27.000 woningen verspreid over ruim 150 gemeenten in heel Nederland. Daarmee zijn wij een van de twintig grootste

Nadere informatie

WIJKVISIE STADSKANAAL NOORD 2011-2020

WIJKVISIE STADSKANAAL NOORD 2011-2020 WIJKVISIE STADSKANAAL NOORD 2011-2020 Vastgesteld in de raadsvergadering van 18 juni 2012. Verkorte versie wijkvisie Stadskanaal Noord 2011-2020 1 Wijkvisie Stadskanaal Noord 2011-2020 In de wijkvisie

Nadere informatie

Oegstgeest aan de Rijn: realisatie van een woningbouwbehoefte

Oegstgeest aan de Rijn: realisatie van een woningbouwbehoefte Oegstgeest aan de Rijn: realisatie van een woningbouwbehoefte Stap 1 van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking schrijft voor dat een stedelijke ontwikkeling past binnen de regionale behoefte. Provincie

Nadere informatie

WIJKACCOMMODATIES: BREDER EN BETER Groeiend nut en noodzaak van het netwerk van wijkaccommodaties in de stad Groningen

WIJKACCOMMODATIES: BREDER EN BETER Groeiend nut en noodzaak van het netwerk van wijkaccommodaties in de stad Groningen STRATEGISCHE VISIE BBOG zomer 2010 WIJKACCOMMODATIES: BREDER EN BETER Groeiend nut en noodzaak van het netwerk van wijkaccommodaties in de stad Groningen 1. BBOG Het BBOG staat voor Buurtcentra Besturen

Nadere informatie

Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam

Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam Afdeling Onderwijs, Jeugd en Educatie Team Onderwijs VO Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam Betrokken partijen: De instellingen voor Beroepsonderwijs

Nadere informatie

Vooruit naar de oorsprong

Vooruit naar de oorsprong Vooruit naar de oorsprong strategisch kader 2014-2016 1 Strategisch kader in 12 puntjes 1 We zien goed en plezierig wonen als basis van bestaan 2 We bieden mensen met lagere inkomens goede, passende woonruimte

Nadere informatie

volledige kaart voor Wat zijn voor verschillende belanghebbenden voor en tegen het mengen van leerlingen in het basisonderwijs?

volledige kaart voor Wat zijn voor verschillende belanghebbenden voor en tegen het mengen van leerlingen in het basisonderwijs? Wat zijn verschillende belanghebbenden argumenten en tegen het mengen van leerlingen in het basisonderwijs? Mengen vergroot de ontwikkelingskansen van leerlingen Zwakkere leerlingen kunnen zich optrekken

Nadere informatie

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Fact sheet nummer 1 januari 211 Eigen woningbezit 1e en Aandeel stijgt, maar afstand blijft Het eigen woningbezit in Amsterdam is de laatste jaren sterk toegenomen. De

Nadere informatie

ONINGWET WAT BETEKENT DIT VOOR DE GEMEENTE?

ONINGWET WAT BETEKENT DIT VOOR DE GEMEENTE? ONINGWET WAT BETEKENT DIT VOOR DE GEMEENTE? WWW.AEDES.NL MAART 2015 DE NIEUWE ONINGWET Vanaf 1 juli 2015 gelden nieuwe regels voor woningcorporaties. De invoering van de nieuwe Woningwet betekent dat ook

Nadere informatie

Nieuwe kans op extra instroom

Nieuwe kans op extra instroom Nieuwe kans op extra instroom Focus op de arbeidsmarkt Naast het erkennen van leerbedrijven is Calibris verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van kwalificaties in de sectoren zorg, welzijn en

Nadere informatie

Verkoop door woningcorporaties

Verkoop door woningcorporaties 2 14 Ruim 22.000 corporatiewoningen verkocht Vanaf 199 tot en met de eerste helft van 14 hebben de woningcorporaties ruim 22.000 bestaande woningen verkocht aan particulieren. Het aantal verkopen kwam

Nadere informatie

Verkiezingsprogramma PvdA Feijenoord

Verkiezingsprogramma PvdA Feijenoord Verkiezingsprogramma PvdA Feijenoord Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van de Partij van de Arbeid. Wij staan voor een spreiding van kennis, macht

Nadere informatie

Belanghoudersbijeenkomst

Belanghoudersbijeenkomst V e r s l a g Belanghoudersbijeenkomst Donderdag 17 november was u met ruim 30 andere genodigden aanwezig bij de belanghoudersbijeenkomst van Woningstichting Bergh. Een bijeenkomst waarbij wij graag twee

Nadere informatie

Bijlage 1: Woningbouwprogramma Dommelkwartier en relatie Lage Heide. 2010-2020 Segment Nieuwbouw Sloop Verkoop Totaal

Bijlage 1: Woningbouwprogramma Dommelkwartier en relatie Lage Heide. 2010-2020 Segment Nieuwbouw Sloop Verkoop Totaal Bijlage 1: Woningbouwprogramma Dommelkwartier en relatie Lage Heide Volgens de laatste Provinciale Prognose (2011) bedraagt de woningbouw behoefte in Valkenswaard een netto toevoeging van 1.230 woningen

Nadere informatie

weer thuis in de stad

weer thuis in de stad weer thuis in de stad Wonen boven winkels Een levendige binnenstad is aantrekkelijk voor bezoekers, levert woongenot voor specieke groepen mensen, is een broedplaats voor kenniseconomie en cultuur en vormt

Nadere informatie

Kennis- en experimentenprogramma Langer Thuis

Kennis- en experimentenprogramma Langer Thuis Kennis- en experimentenprogramma Langer Thuis Vervolg 2016 2017 Platform31 In samenwerking met Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg Den Haag, 21 maart 2016 Inhoudsopgave Langer Thuis in eigen buurt: activiteiten

Nadere informatie

Ondernemingsstrategie woonstad rotterdam 2012-2015

Ondernemingsstrategie woonstad rotterdam 2012-2015 Ondernemingsstrategie woonstad rotterdam 2012-2015 Onze visie Woonstad Rotterdam gelooft in de mogelijkheden van Rotterdam en zijn inwoners. Een wereldstad die niet stuk te krijgen is. Waar iedereen, ongeacht

Nadere informatie

Kiezen, Delen én Doen Samen voor een sterke woningmarkt. platform woningcorporaties noord-holland noord

Kiezen, Delen én Doen Samen voor een sterke woningmarkt. platform woningcorporaties noord-holland noord Kiezen, Delen én Doen Samen voor een sterke woningmarkt platform woningcorporaties noord-holland noord Voorwoord Op 15 december 2011 is door ruim 20 corporaties uit de subregio s Noordkop, West-Friesland,

Nadere informatie

Wij zijn Brabantse Waard

Wij zijn Brabantse Waard Wij zijn Brabantse Waard Gastvrij wonen Inhoudsopgave 3 Wie is Brabantse Waard 4 Een organisatie met een transparante structuur 5 Onze missie en visie 5 Doelstellingen waarin de gast centraal staat 6 Onze

Nadere informatie

Uitdagingen ICT markt

Uitdagingen ICT markt Uitdagingen ICT markt Kwalitatieve verstoring arbeidsmarkt Kwantitatieve verstoring arbeidsmarkt Sociaal-Maatschappelijke frictie door veranderende visie op arbeid Traditionele organisatie modellen zijn

Nadere informatie

Verkoop door woningcorporaties

Verkoop door woningcorporaties 34 Afspraken over verkoop van sociale huurwoningen Sinds 1998 worden in Amsterdam sociale huurwoningen verkocht. Aanleiding was de sterk veranderde samenstelling en woningbehoefte van de Amsterdamse bevolking.

Nadere informatie

Speech Annet Bertram,DG Wonen, namens de minister van VROM bij Jubileumbijeenkomst SVN 5 oktober 2006 te Rotterdam

Speech Annet Bertram,DG Wonen, namens de minister van VROM bij Jubileumbijeenkomst SVN 5 oktober 2006 te Rotterdam Speech Annet Bertram,DG Wonen, namens de minister van VROM bij Jubileumbijeenkomst SVN 5 oktober 2006 te Rotterdam thema; financiering van de woningmarkt Ik ben blij dat ik deze bijeenkomst kan bijwonen

Nadere informatie

van maatschappelijke verandering

van maatschappelijke verandering Hier Platform31 Passende kan een ambities rapport titel komen Hier Woningcorporaties kan een subtitel en komen sociale stijging in tijden van maatschappelijke verandering Woningcorporaties en sociale stijging

Nadere informatie

Wat is het effect van mentoring?

Wat is het effect van mentoring? Wat is het effect van mentoring? Februari 2016 HET IS AANNEMELIJK DAT MENTORING DE WERKLOOSHEID ONDER MIGRANTENJONGEREN KAN VERMINDEREN De werkloosheid onder jongeren van niet-westerse herkomst is veel

Nadere informatie

Verslag Inspiratielab Zevenaar (Zonnemaat)

Verslag Inspiratielab Zevenaar (Zonnemaat) Verslag Inspiratielab Zevenaar (Zonnemaat) Programma: - 15:00: Ontvangst in wijkcentrum De Maatjes, Kardinaal de Jongstraat 4, 6904 BE te Zevenaar. - 15:15: Bespreken van de startnotitie door Henk Jan

Nadere informatie

Woensel West. Focus op emancipatie in een ander decor

Woensel West. Focus op emancipatie in een ander decor Focus op emancipatie in een ander decor Stadsvernieuwing Achterstandswijk Probleem cumulatiegebied Stagnatiegebied Hoerenbuurt. Probleemwijk Impulsbuurt Groot stedenbeleid Integraal wijkvernieuwingsgebied

Nadere informatie

Uitdagingen ICT markt

Uitdagingen ICT markt Uitdagingen ICT markt Kwalitatieve verstoring arbeidsmarkt Kwantitatieve verstoring arbeidsmarkt Sociaal-Maatschappelijke frictie door veranderende perceptie van arbeid Traditionele organisatie modellen

Nadere informatie

Onderzoeksresultaten. Hebben bestuurders wél vertrouwen in de toekomst? kfofkfokofk

Onderzoeksresultaten. Hebben bestuurders wél vertrouwen in de toekomst? kfofkfokofk Onderzoeksresultaten Hebben bestuurders wél vertrouwen in de toekomst? kfofkfokofk Onderzoek naar vertrouwen (1/2) Van de respondenten is een ruime meerderheid er van overtuigd dat de eigen Titel onderneming

Nadere informatie

Verankering laaggeletterdheid in gemeentelijk beleid. Soler Berk Stichting Lezen & Schrijven

Verankering laaggeletterdheid in gemeentelijk beleid. Soler Berk Stichting Lezen & Schrijven Verankering laaggeletterdheid in gemeentelijk beleid Soler Berk Stichting Lezen & Schrijven Dinsdag 30 oktober 2012 Stichting Lezen & Schrijven Stichting Lezen & Schrijven initiatief van H.K.H. Prinses

Nadere informatie

voorkomt schooluitval en afstand tot de arbeidsmarkt voorkomt jeugdwerkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid

voorkomt schooluitval en afstand tot de arbeidsmarkt voorkomt jeugdwerkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid voorkomt schooluitval en afstand tot de arbeidsmarkt voorkomt jeugdwerkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid biedt jongeren Entreeopleiding- / Startkwalificatie biedt leerwerk-trajecten, stages en baangaranties;

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 In de Eemsdelta zijn verschillende ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de leefbaarheid.

Nadere informatie

2 -/ OKT 2008. Gemeente Gouda. T.a.v. mevr. Drs. J.M. Holdijk Raadsadviseur Griffie gemeente Gouda. Dinsdag 15 oktober 2008, Gouda.

2 -/ OKT 2008. Gemeente Gouda. T.a.v. mevr. Drs. J.M. Holdijk Raadsadviseur Griffie gemeente Gouda. Dinsdag 15 oktober 2008, Gouda. ggmeente gouda Ingekomen ~fdoling ~ Gemeente Gouda - / UVa Naam T.a.v. mevr. Drs. J.M. Holdijk Raadsadviseur Griffie gemeente Gouda 2 -/ OKT 2008 Huurdersvereniging Beter Wonen Gouda Heemskerkstraat 41

Nadere informatie

Sociale stijging: tussen droom en daad. Joost Groenendijk, Marieke de Groot & Martin van der Gugten

Sociale stijging: tussen droom en daad. Joost Groenendijk, Marieke de Groot & Martin van der Gugten Sociale stijging: tussen droom en daad Joost Groenendijk, Marieke de Groot & Martin van der Gugten De opdracht voor dit onderzoek is verstrekt door Platform Corpovenista en de SEV Platform Corpovenista

Nadere informatie

De gemeenteraad aan zet Wat wilt u weten over de jongeren met een beperking in uw regio?

De gemeenteraad aan zet Wat wilt u weten over de jongeren met een beperking in uw regio? De gemeenteraad aan zet Wat wilt u weten over de jongeren met een beperking in uw regio? Transities sociale domein Gemeenten staan zoals bekend aan de vooravond van drie grote transities: de decentralisatie

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Aandacht voor jouw ambitie!

Aandacht voor jouw ambitie! Aandacht voor jouw ambitie! ROC Rivor is hét opleidingscentrum van regio Rivierenland. Wij bieden een breed scala aan opleidingen, cursussen en trainingen voor jongeren en volwassenen. Toch zijn we een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 186 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan

Nadere informatie

Krimp in Fryslân. Inwonertal

Krimp in Fryslân. Inwonertal Krimp in Fryslân Bevolkingsdaling, lokaal en regionaal, is een vraagstuk van nu én de komende jaren. Hoewel pas over enkele decennia de bevolking van Fryslân als geheel niet meer zal groeien, is in sommige

Nadere informatie

Bijlage 6. Consultatie moskee Omar El Faroek en Moskee Anwar-e-Quba

Bijlage 6. Consultatie moskee Omar El Faroek en Moskee Anwar-e-Quba Bijlage 6 Consultatie moskee Omar El Faroek en Moskee Anwar-e-Quba Samenvatting en reacties uit "Moskee-project" Consultatie inwoners de Gagel via interviews, de Surinaamse Anwar-e-Quba moskee en de Omar

Nadere informatie

Nieuwe koers brede school

Nieuwe koers brede school bijlage bij beleidsvoorstel Brede Talentontwikkeling in de Kindcentra 28 mei 2013 Nieuwe koers brede school (november 2012) 1. Waarom een nieuwe koers? De gemeente Enschede wil investeren in de jeugd.

Nadere informatie

Het is bijna voorbij.. Dat is het perspectief van Oost.

Het is bijna voorbij.. Dat is het perspectief van Oost. Jij komt nooit meer terug, voorbij, het ging allemaal zo vlug, al die kennissen die vragen, hoe het met ons gaat. Het is te laat, het is te laat. Dit zongen wij samen met snik in onze stem onder uw aanvoering

Nadere informatie

GEBIEDEN. 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5

GEBIEDEN. 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5 GEBIEDEN 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5 Probleemwijken Groot aandeel sociale huurwoningen Slechte kwaliteit woonomgeving Afname aantal voorzieningen Toename asociaal gedrag Sociale en etnische spanningen

Nadere informatie

tijdelijke en betaalbare woonruimte voor mensen met een urgente woonvraag

tijdelijke en betaalbare woonruimte voor mensen met een urgente woonvraag tijdelijke en betaalbare woonruimte voor mensen met een urgente woonvraag 02 Visie Er is in Noord-Limburg nauwelijks geschikte tijdelijke en betaalbare woonruimte voor mensen met een urgente woonvraag.

Nadere informatie

Rotterdam: er werken is OK, er wonen NEE!

Rotterdam: er werken is OK, er wonen NEE! Rotterdam: er werken is OK, er wonen NEE! OBR onderzoek naar HBO-jongeren en de arbeidsmarkt Dick Markvoort, Guido Walraven en anderen, Hogeschool INHolland 1 HBO-studenten die wonen en studeren in de

Nadere informatie

SPORTIEVE KRACHT IN DE WIJK

SPORTIEVE KRACHT IN DE WIJK SPORTIEVE KRACHT IN DE WIJK Onderwerpen Niels Hermens en Erik Puyt De Buurtsportvereniging Positief opvoed- en opgroeiklimaat Sport en het sociaal domein: Vier beleidsterreinen met wetenschappelijk effect

Nadere informatie

Wijkcentrum De Weijenbelt. Schelto Bus (VVD)

Wijkcentrum De Weijenbelt. Schelto Bus (VVD) Verslag U bent aan de buurt Berkum 29 mei 2013 Aanvang Locatie Aanwezige functionarissen Aanwezig vanuit de politiek 20.00 uur Wijkcentrum De Weijenbelt Hans Kempenaar (voorzitter) Erik Dannenberg (wijkwethouder)

Nadere informatie

Van een stempel een sterk punt maken. De Werkschool. Worden wie je bent. De Werkschool. Worden wie je bent

Van een stempel een sterk punt maken. De Werkschool. Worden wie je bent. De Werkschool. Worden wie je bent Van een stempel een sterk punt maken Postbus 95359 2509 CJ Den Haag info@werkscholen.nl De Werkschool Worden wie je bent De Werkschool Worden wie je bent jongeren in een uitkeringssituatie terug te dringen.

Nadere informatie

De arbeidsmarkt klimt uit het dal

De arbeidsmarkt klimt uit het dal Trends en ontwikkelingen arbeidsmarkt en onderwijs De arbeidsmarkt klimt uit het dal Het gaat weer beter met de arbeidsmarkt in, ofschoon de werkgelegenheid wederom flink daalde. De werkloosheid ligt nog

Nadere informatie

Resolutie Corporatiesector

Resolutie Corporatiesector Resolutie Corporatiesector Indiener: Woordvoerder: Auteurs: David Struik (PC Wonen en Ruimtelijke Ordening) David Struik (PC Wonen en Ruimtelijke Ordening) Maarten van t Hek, Paul Le Doux, David Struik,

Nadere informatie

Tijd voor keuzes in Noord-Holland Noord

Tijd voor keuzes in Noord-Holland Noord Tijd voor keuzes in Noord-Holland Noord Samen kiezen voor een sterke woningmarkt Martin Hoiting/Rob Ravestein 14 oktober 2013 verandering in denken: één woningportefeuille welke woningen hebben we nodig

Nadere informatie

Model Beroepsprofiel Cliëntondersteuner voor mensen met een beperking

Model Beroepsprofiel Cliëntondersteuner voor mensen met een beperking Model Beroepsprofiel Cliëntondersteuner voor mensen met een beperking Het doel van deze beschrijving is om enerzijds houvast te geven voor het borgen van de unieke expertise van de cliëntondersteuner voor

Nadere informatie

IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP

IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP IBN biedt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt meer kansen door het optimaal benutten van talenten,

Nadere informatie

Management samenvatting Ongekend Talent. De woorden Ongekend Talent zijn begonnen om een verhaal te vertellen

Management samenvatting Ongekend Talent. De woorden Ongekend Talent zijn begonnen om een verhaal te vertellen Management samenvatting Ongekend Talent De woorden Ongekend Talent zijn begonnen om een verhaal te vertellen De managementsamenvatting van Ongekend Talent is mede mogelijk gemaakt door Equal subsidiering

Nadere informatie

Woonruimtebemiddeling: samen leven met minder regels

Woonruimtebemiddeling: samen leven met minder regels POSITION PAPER Woonruimtebemiddeling: samen leven met minder regels VNG-INZET VOOR DE NIEUWE HUISVESTINGSWET Inleiding In delen van het land is nog steeds sprake van knelpunten op de woningmarkt, met gevolgen

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

MEER ZIELEN, MEER IDEEËN, MEER OPLOSSINGEN BEWONERSPARTICIPATIE IN STEDELIJKE ONTWIKKELING

MEER ZIELEN, MEER IDEEËN, MEER OPLOSSINGEN BEWONERSPARTICIPATIE IN STEDELIJKE ONTWIKKELING MEER ZIELEN, MEER IDEEËN, MEER OPLOSSINGEN BEWONERSPARTICIPATIE IN STEDELIJKE ONTWIKKELING P5, 30 januari 2014 TU DELFT - BK - RE&H/UAD Wilson Wong INHOUD - Onderwerp en context - Onderzoeksopzet - Theoretisch

Nadere informatie

Iedereen in s-hertogenbosch doet volwaardig mee in de samenleving. Breed Welzijn s-hertogenbosch. Nieuwe combinaties in een nieuwe tijd

Iedereen in s-hertogenbosch doet volwaardig mee in de samenleving. Breed Welzijn s-hertogenbosch. Nieuwe combinaties in een nieuwe tijd Nieuwe combinaties in een nieuwe tijd Iedereen in s-hertogenbosch doet volwaardig mee in de samenleving Breed Welzijn s-hertogenbosch Juvans Maatschappelijk Werk en Dienst verlening // Welzijn Divers //

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel PvdA-GroenLinks

Initiatiefvoorstel PvdA-GroenLinks Initiatiefvoorstel PvdA-GroenLinks Onderwerp: social return en inbesteden Datum commissie: 6 juni 2013 Datum raad: Nummer: Documentnummer: Steller: Eric Dammingh Fractie: PvdA-GroenLinks Samenvatting Meedoen

Nadere informatie

STICHTING ADDICTS FOR ADDICTS (A4A) voor het bieden van hulp en ondersteuning aan mensen met verslavingsproblemen BELEIDSPLAN 2014

STICHTING ADDICTS FOR ADDICTS (A4A) voor het bieden van hulp en ondersteuning aan mensen met verslavingsproblemen BELEIDSPLAN 2014 1 STICHTING ADDICTS FOR ADDICTS (A4A) voor het bieden van hulp en ondersteuning aan mensen met verslavingsproblemen BELEIDSPLAN 2014 Oss 12 december 2013 1 2 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave 2 1. Inleiding

Nadere informatie

Bedrijventerrein De Mient (Capelle a/d IJssel) Maatschappelijke waarde. Met de Kamer van Koophandel weet je wel beter

Bedrijventerrein De Mient (Capelle a/d IJssel) Maatschappelijke waarde. Met de Kamer van Koophandel weet je wel beter Bedrijventerrein De Mient (Capelle a/d IJssel) Maatschappelijke waarde Met de Kamer van Koophandel weet je wel beter Bedrijventerrein De Mient, gemeente Capelle a/d IJssel A. Inleiding Deze factsheet geeft

Nadere informatie

Geachte collega raadsleden, Dagelijks bestuur, Publiek op de tribune, En misschien ook publiek thuis via de webcam,

Geachte collega raadsleden, Dagelijks bestuur, Publiek op de tribune, En misschien ook publiek thuis via de webcam, Geachte collega raadsleden, Dagelijks bestuur, Publiek op de tribune, En misschien ook publiek thuis via de webcam, Deze voorjaarsnota is de eerste stap naar drastische bezuinigingen voor de komende jaren.

Nadere informatie

Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling

Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling Inleiding Stedelijke herontwikkeling Voor de ruimtelijke ontwikkeling van Utrecht is de Nieuwe Ruimtelijke Strategie opgesteld die in 2012 door de Raad

Nadere informatie

Advies. Doorstroming ouderen op woningmarkt Katwijk aan Zee

Advies. Doorstroming ouderen op woningmarkt Katwijk aan Zee Advies Doorstroming ouderen op woningmarkt Katwijk aan Zee INHOUDSOPGAVE pagina 1. Aanleiding.2 2. Oorzaken geringe doorstroming.2 3. Mogelijke oplossing...3 4. Wat in Leiden kan, kan in Katwijk ook..4

Nadere informatie

1. We willen doorgaan met behoud en versterking van de kwaliteiten van de IJsseldelta

1. We willen doorgaan met behoud en versterking van de kwaliteiten van de IJsseldelta Resultaten Advies en Initiatiefraad Nationaal Landschap IJsseldelta 29 november 2013 Nationaal Landschap IJsseldelta is in verandering. Transitie noemen we dat. We bereiden ons voor op een andere manier

Nadere informatie

-diensten. licht van de crisis valt dat niet altijd mee. Juist nu kan het handig zijn

-diensten. licht van de crisis valt dat niet altijd mee. Juist nu kan het handig zijn -diensten Inzicht in kwetsbare doelgroepen Analyse Ken uw doelgroep dé onderbouwing van uw beleid Meedoen in de maatschappij is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Gemeenten, bibliotheken en andere maatschappelijke

Nadere informatie

De Afrikaanderwijk in 2020 Een wijk om trots op te zijn

De Afrikaanderwijk in 2020 Een wijk om trots op te zijn De Afrikaanderwijk in 2020 Een wijk om trots op te zijn Praat mee over de toekomst van uw Afrikaanderwijk! Vestia en de deelgemeente Feijenoord hebben - met de hulp van Bewonersorganisatie Afrikaanderwijk

Nadere informatie

Verslag Woonvisiebijeenkomst Vught 12 oktober 2015

Verslag Woonvisiebijeenkomst Vught 12 oktober 2015 Verslag Woonvisiebijeenkomst Vught 12 oktober 2015 Locatie: De Spie, gemeentekantoor Vught Tijd: 19.30 uur-22.00 uur 1. Inleiding Op maandagavond 12 oktober jl. vond de inwonersbijeenkomst plaats over

Nadere informatie

Achtergrondinformatie Woonsymposium WONEN IN STAD.NL. SESSIE Stad maken

Achtergrondinformatie Woonsymposium WONEN IN STAD.NL. SESSIE Stad maken Achtergrondinformatie Woonsymposium WONEN IN STAD.NL SESSIE Stad maken donderdag 19 maart 2015 Stad maken Duiding en context De traditionele rollen binnen het ontwikkeltraject veranderen. De corporaties,

Nadere informatie

Aan de raad AGENDAPUNT 11. Doetinchem, 4 juli 2009. Economische visie en actieplan Dynamisch Duurzaam Doetinchem

Aan de raad AGENDAPUNT 11. Doetinchem, 4 juli 2009. Economische visie en actieplan Dynamisch Duurzaam Doetinchem Aan de raad AGENDAPUNT 11 Economische visie en actieplan Dynamisch Duurzaam Doetinchem Voorstel: 1. de foto van de sociaal-economische situatie in Doetinchem voor kennisgeving aannemen; 2. het beleidskader

Nadere informatie

Onbekommerd wonen in Breda

Onbekommerd wonen in Breda Onbekommerd wonen in Breda Verslag van de aanpak GWI 1998-2015 Geschikt Wonen voor Iedereen 2 Aanleiding In Nederland is sprake van een dubbele vergrijzing. Het aantal ouderen neemt flink toe en ze worden

Nadere informatie

Lessen uit 13 jaar tevredenheidonderzoek onder huurders in Nederland

Lessen uit 13 jaar tevredenheidonderzoek onder huurders in Nederland Lessen uit 13 jaar tevredenheidonderzoek onder huurders in Nederland Verwachtingen van huurders en uitdagingen voor corporaties Dit jaar is het alweer 13 jaar geleden dat USP Marketing Consultancy startte

Nadere informatie

28 SPECIAL>> VEILIG ONDERNEMEN juli-augustus 2008. INTERVIEW Onderzoek naar invloed van wijkeconomie voor de leefbaarheid. Krachtwijken.

28 SPECIAL>> VEILIG ONDERNEMEN juli-augustus 2008. INTERVIEW Onderzoek naar invloed van wijkeconomie voor de leefbaarheid. Krachtwijken. 28 SPECIAL>> VEILIG ONDERNEMEN juli-augustus 2008 INTERVIEW Onderzoek naar invloed van wijkeconomie voor de leefbaarheid Ondernemer moet Krachtwijken steuntje in de rug geven secondant #3/4 juli-augustus

Nadere informatie

Opgave 1 Heeft het vrijwilligerswerk toekomst?

Opgave 1 Heeft het vrijwilligerswerk toekomst? Opgave 1 Heeft het vrijwilligerswerk toekomst? Bij deze opgave horen tekst 1 en 2 en de tabellen 1 tot en met 3 uit het bronnenboekje. Inleiding In Nederland zijn ruim 4 miljoen mensen actief in het vrijwilligerswerk.

Nadere informatie

Stichting VraagWijzer Nederland. Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein

Stichting VraagWijzer Nederland. Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein Stichting VraagWijzer Nederland Notitie Resultaatgericht werken in het Sociale Domein Per 1 januari 2015 hebben de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo 2015 hun intrede gedaan. De invoering van deze

Nadere informatie

Taal verbindt mensen Wij verbinden mensen met taal Want Taal doet meer dan schrijven, spreken en lezen Het is de sleutel naar een nieuwe toekomst!

Taal verbindt mensen Wij verbinden mensen met taal Want Taal doet meer dan schrijven, spreken en lezen Het is de sleutel naar een nieuwe toekomst! Taal verbindt mensen Wij verbinden mensen met taal Want Taal doet meer dan schrijven, spreken en lezen Het is de sleutel naar een nieuwe toekomst! Taal doet meer In Utrecht wonen meer dan 15.000 volwassenen

Nadere informatie

Voorzitter, Er is al heel veel gezegd. Dat gaat de VVD niet doen.

Voorzitter, Er is al heel veel gezegd. Dat gaat de VVD niet doen. Er is al heel veel gezegd. Dat gaat de VVD niet doen. Toen wij over het coalitieakkoord spraken, telde de VVD Den Haag haar zegeningen. Er werd ruimte geboden voor een aantal van onze ideeën. Bijvoorbeeld

Nadere informatie

Scholen die fuseren, moeten wel bij elkaar passen

Scholen die fuseren, moeten wel bij elkaar passen Scholen die fuseren, moeten wel bij elkaar passen Vierde gesprek over de toekomst van de basisscholen in de gemeente Wijchen, 25 februari in de kern Wijchen Het aantal basisschoolleerlingen in de gemeente

Nadere informatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie DEEL ARMOEDEBESTRIJDING Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie Actie 1 : Het OCMW zorgt er, zelfstandig of

Nadere informatie

Corpovenista project student en stadsbuurt: projectevaluatie

Corpovenista project student en stadsbuurt: projectevaluatie Inplaatsing, Woensel West, Eindhoven Titel project Inplaatsing, Woensel West, Eindhoven Locatie stadsbuurt/stad Woensel West, Eindhoven Doorlooptijd Inmiddels 2 jaar Organisatie Woningcorporatie Trudo

Nadere informatie

Bijlage bij brief Modernisering Huurbeleid

Bijlage bij brief Modernisering Huurbeleid Bijlage bij brief Modernisering Huurbeleid Inleiding Om inzicht te krijgen in de effecten van het beleid op segregatie, is het noodzakelijk de lokale situatie en de samenstelling van de voorraad in ogenschouw

Nadere informatie

Hoe in de toekomst om te gaan met sociaal ondernemers als huurder van gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed?

Hoe in de toekomst om te gaan met sociaal ondernemers als huurder van gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed? Hoe in de toekomst om te gaan met sociaal ondernemers als huurder van gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed? 1. Context In het Coalitieakkoord Utrecht maken we samen hecht de gemeente Utrecht veel waarde

Nadere informatie

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Martijn Souren Ongeveer 7 procent van de werknemers met een verleent zelf mantelzorg. Ze maken daar slechts in beperkte mate gebruik van aanvullende

Nadere informatie