Continu beleidsondersteunend onderzoek

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Continu beleidsondersteunend onderzoek"

Transcriptie

1 Continu beleidsondersteunend onderzoek De effectiviteit van de topsportscholen in Vlaanderen: een vergelijking van het loopbaantraject van topsporters al dan niet in een context van een topsportschool 0-meting Onderzoek in opdracht van het Vlaams Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media Veerle De Bosscher, Stephanie De Croock V r i j e U n i v e r s i t e i t B r u s s e l F a c u l t e i t L i c h a m e l i j k e O p v o e d i n g & K i n e s i t h e r a p i e ( L K ) V a k g r o e p S p o r t b e l e i d e n S p o r t m a n a g e m e n t ( S B M A ) P l e i n l a a n 2, B r u s s e l O O 3 2 ( 2 ) E - m a i l : V e e r l e. D e. B o s s c h e v u b. a c. b e

2 in Vlaanderen: vergelijking van het loopbaantraject van topsporters al dan niet in een context van een topsportschool 0-meting Veerle De Bosscher en Stephanie De Croock Vrije Universiteit Brussel Faculteit Lichamelijke Opvoeding & Kinesitherapie (LK) Vakgroep Sportbeleid & Sportmanagement (SBMA) Pleinlaan Brussel Tel. 0032(2) Veerle De Bosscher: Stephanie De Croock: Met dank aan het Vlaams Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, het Bloso, de federaties met een topsportschool, topsportcoördinatoren, trainers evenals de topsporters die de tijd konden vrijmaken voor het invullen van de vragenlijst.

3 Inhoudsopgave Inleiding Achtergrond van het onderzoek naar de evaluatie van de topsportscholen doelstelling en Onderzoeksvragen Onderzoeksvragen voor de afgestudeerde (top)sporters aan de topsportschool en drop outs: Onderzoeksvragen voor de (top)sporters naast de topsportschool: Theoretisch kader Onderzoekmethodologie Onderzoekspopulatie Het onderzoeksinstrument Opstellen van de vragenlijst Inhoud van de vragenlijsten Interviews Onderzoeksprocedure Invullen van de vragenlijsten Verwerken van de gegevens Analyse van de responsgroepen Geslacht leeftijd AANTAL JAREN TOPSPORTSCHOOL Huidige leefsituatie van de (top)sporters Statuut van de topsporters Vroegtijdige beëindiging van de (top)sportcarrière Besluit Niveau van de (top)sporters Huidig niveau Hoogst behaalde niveau Hoogst haalbare ambitie Behaalde doelstelling van de federatie Besluit Pijler 4: talentontwikkeling Inleiding Topsportscholen: een evaluatie door de afgestudeerden Selectiecriteria voor participatie in een topsportschool In- en uitstroom aan de topsportschool Concept van de topsportschool Traininguren tijden de topsportschool De sterke en zwakke punten van de topsportschool Belemmeringen om naar een topsportschool te gaan Studierichtingen binnen de topsportschool

4 2.10 Ondersteuning en extra sportieve begeleiding ondersteuning Sporttakoverschrijdende beoordeling Sportspecifieke beoordeling Extra sportieve begeleiding Sporttakoverschrijdende beoordeling Bijzondere studiefaciliteiten Samenwerking tussen de verschillende (top)sportactoren binnen de topsportschool Besluit pijler 4: Talentontwikkeling Pijler 5: de ondersteuning tijdens de topsportcarrière Individuele leefsituatie van de (top)sporter Topsport en hogere studies Sterke en zwakke punten van de opvolging na de topsportschool ondersteuning en extra spotieve begeleiding Ondersteuning Extra sportieve begeleiding Besluit Pijler 5: Atletische carrière Pijler 6: Trainingsfaciliteiten en infrastructuur binnen en buiten de topsportschool Sporttakoverschrijdende beoordeling Sportspecifieke beoordeling nettoscores van pijler 6 per sport Besluit pijler 6: Trainingsfaciliteiten en infrastructuur binnen en buiten de topsportschool 105 Pijler 7: Deskundigheidsniveau van de trainer in en naast de topsportschool Deskundigheid van de trainer tijdens de talentontwikkelingsfase (pijler 4) Deskundigheid van de trainer tijdens de atletische carrière (pijler 5) pijler 7 per sport Besluit pijler 7: Deskundigheidsniveau van de trainer in en naast de topsportschool Pijler 1: De financiële input van de (top)sporters tijdens de talentontwikkeling Algemene conclusie Niveau van de topsporters (OUTPUTS) Het (sportieve) carrièreverloop van topsporters uit de topsportschool Processen van talentontwikkeling van topsporters in en naast de topsportschool (Pijler 4) Concept van de topsportschool Selectiecriteria en instapleeftijd in de topsportschool Ondersteuning en extra sportieve begeleiding in en naast topsportschool Relaties tussen de topsportactoren binnen de topsportschool De atletische carrière van de afgestudeerde (top)sporters en (top)sporters naast de topsportschool (Pijler 5) Ondersteuning en extra sportieve begeleiding Hogere studie en tewerkstelling Trainingsfaciliteiten/accommodaties in, na en naast de topsportschool (pijler 6) Pijler 7: Deskundigheid van de trainer tijdens, na en naast de topsportschool Aanbevelingen

5 Samenvattend overzicht per sporttak Pijler 4: Talentontwikkeling IN en naast de topsportschool Concept van de topsportschool Selectiecriteria voor de topsportschool Ondersteuning en extra sportieve begeleiding in en naast de topsportschool Relaties tussen de verschillende topsportactoren Bijzondere studiefaciliteiten Pijler 5: De atletische carrière van de afgestudeerde (top)sporters en de (top)sporters naast de topsportschool Ondersteuning en extra sportieve begeleiding na en naast de topsportschool Pijler 6: Trainingsfaciliteiten en infrastructuur binnen en buiten de topsportschool Pijler 7: Deskundigheid van de trainer binnen en buiten de topsportschool Literatuur WYLLEMAN, P., DE KNOP, P., MAESCHALCK, J. en TAKS, M.,(2002). Sport en carrièreontwikkeling, in P. DE KNOP, B. VANREUSEL en J. SCHEERDER (eds.), Sportsociologie: Het spel en de spelers, (p ) Bijlage Bijlage

6 Inleiding 1. ACHTERGROND VAN HET ONDERZOEK NAAR DE EVALUATIE VAN DE TOPSPORTSCHOLEN Sinds 1998 zijn de topsportscholen in werking met als doel de talenten de kans te bieden zich in hun sport optimaal te ontwikkelen in combinatie met hun studies. Dit houdt in dat leerlingen binnen het lessenpakket wekelijks afhankelijk van de sporttak- een totaal van minstens 6-8 lesuren voor de eerste graad en 12 lesuren vanaf de tweede graad worden vrijgemaakt voor de sportspecifieke trainingen, met behoud van de bereikte leerplandoelstellingen. Daarnaast kunnen ze genieten van een aantal dagen per jaar gewettigde afwezigheid voor internationale stages en competities, kwaliteitsvolle trainingen via de federatie, medische, paramedische (mentaal, voeding) en wetenschappelijke begeleiding, carrièrebegeleiding alsook een sterk geïndividualiseerde begeleiding op studievlak. Dit wordt wettelijk geregeld via een convenant dat onder meer de oprichting van specifieke topsportrichtingen regelt, de organisatie van trainingsflexibiliteiten, de wijze vastlegt waarop het topsportonderwijs georganiseerd en gefinancierd wordt en welke flexibiliteiten er aan de leerlingen/topsporters verleend worden. Belangrijk daarbij is dat afspraken werden gemaakt door enerzijds de Vlaamse Minister van Onderwijs en anderzijds Vlaamse Minister van Sport. Zonder een dergelijke wettelijke regeling hangt een topsporter af van individuele initiatieven en bereidwilligheid van scholen, zoals het in het verleden het geval was, en in veel landen nog steeds zo is. Leerlingen in de topsportschool krijgen een A of B-statuut. Daarnaast kunnen, overeenkomstig het convenant, ook leerlingen buiten de topsportschool een topsportstatuut toegekend krijgen, wat hen vooral toelaat gewettigd afwezig te zijn. Momenteel zijn er echter elf sportfederaties die enkel nog statuten toekennen onder voorwaarde dat de leerling zich inschrijft in de topsportschool. Dit systeem van de Vlaamse topsportscholen is vrij uniek en werd in een internationaal vergelijkende studie met zes landen (Be, Can, It, Nl, Nor, VK) als het beste systeem geëvalueerd (De Bosscher,V.,P.De Knop & M. van Bottenburg, 2008b). De volgende tabel vat samen wat de kenmerken van de Vlaamse topsportscholen zijn in vergelijking met deze andere landen. 5

7 VLA NL NOR WAL Tabel 1: kenmerken van topsport- en studiesystemen in zes pilootlanden (De Bosscher et al., 2008) Positieve punten "Topsportscholen" - gecentraliseerd: de beste topsporters trainen samen - financiële middelen komen zowel van de sportsector als van onderwijs - atletische begeleiding/training gebeurt door federatie, onderwijsbegeleiding door de school - alle leeftijden (<12-18 jaar), afhankelijk van de vereisten van de sport - wonen, studeren en trainen op 1 plek - wettelijke basis "LOOT-scholen - regionaal verspreid: dicht bij huis - gedecentraliseerd: bereikt veel topsporters - alle leeftijden - wettelijke basis 2 systemen: gecentraliseerd (15 toppiddrettsgymnas) en gedecentraliseerd - financiering door ministerie van onderwijs en onderzoek en atleten gerekruteerd door federatie - studieresultaten zijn een voorwaarde om tot de topsport gymnasia te mogen toetreden - lange traditie: sinds gedecentraliseerd: flexibele regeling aangepast aan de individuele noden van atleten - systeem gecoördineerd door de federatie Negatieve punten - internaatsysteem: kinderen weg van huis - beperking in studierichtingen: niet alle jonge talenten bereikt - vrij recent initiatief (1998) - beste topsporters trainen niet samen in 1 centrum - atletische begeleiding/training gebeurt door clubs: voldoende expertise aanwezig? Merk op dat pilootprojecten zijn opgezet om studeren, trainen en sporten op 1 plek mogelijk te maken - topsport gymnasia worden mede gefinancierd door de atleet en zijn duur - start relatief laat (15 jaar) - te kort aan logistieke ondersteuning voor de federaties: moeten alles zelf regelen - gebrek aan coördinatie - systeem is beperkt tot erkenning vanwege het ministerie en wat financiële ondersteuning; beperkte studieondersteuning Wat deze tabel laat zien, is dat het heel moeilijk is om een optimaal topsport- en studiesysteem te hebben. Elk voordeel heeft vaak ook nadelen. Zo biedt de gecentraliseerde aanpak in Vlaanderen voor de meeste sporttakken (op uitzondering van voetbal en basketbal) als belangrijk voordeel dat de beste jongeren samen kunnen trainen, onder de best mogelijke omstandigheden. Het nadeel is echter dat atleten meestal op internaat zitten, weg zijn van huis. In dat kader heeft het Vlaams topsportbeleid sinds het bestaan van de topsportscholen continu keuzes moeten maken. Het doel is om zoveel mogelijk jongeren de aan de Vlaamse selectiecriteria voldoen, de kans te geven om gebruik te kunnen maken van de faciliteiten in de topsportschool en hen de meest optimale sportieve- en studiebegeleiding te geven. Tijdens het schooljaar gingen de topsportscholen hun 12 e schooljaar in. Het aantal deelnemende sportfederaties is gestegen van 12 in naar 17 in het huidige schooljaar ( ), gespreid over zes locaties die de erkenning als topsportschool in Vlaanderen hebben. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende locaties van de topsportscholen. 6

8 Atletiek Basketbal Gymnastiek Judo Tennis Volleybal Zwemmen Wielrennen Handbal Badminton Triatlon Schermen Golf Taekwondo Tafeltennis Ski/snowboard Voetbal Effectiviteit van de topsportscholen Tabel 2: overzicht van de verschillende locaties van de topsportscholen Brugge x Gent x x x x x x Antwerpen x x X x x x x Hasselt x x x Genk x Leuven x x x Ook het aantal leerlingen ingeschreven in de topsportschool is sterk geëvolueerd. In 1998 schreven slechts 201 leerlingen/topsporters zich in een topsportschool in. Voor het huidige schooljaar zijn dat er 683. Daarnaast is het aantal uitgereikte statuten geëvolueerd van 399 in naar 814 voor het schooljaar Hiermee gingen toegenomen subsidies gepaard, die stegen van EURO in 1998 naar EURO in Onderstaande tabel geeft een overzicht van de aanvullende subsidies voor Vlaamse unisportfederaties voor topsportscholen per jaar. Tabel 3: overzicht van de aanvullende subsidies Vlaamse sportfederaties voor topsportscholen (Bron: jaarverslagen Bloso) Bloso: Aanvullende subsidies Vlaamse sportfederaties voor topsportscholen (x1000 EURO) Daar de topsportscholen al een hele evolutie hebben afgelegd dringt de vraag zich op welk traject de afgestudeerde leerlingen/topsporters (en de drop outs) ondertussen hebben afgelegd, dit zowel op sportief- als op studievlak. Uit de evaluatie van het topsportklimaat in Vlaanderen (De Bosscher, Truyens, Bogaert & De Knop, 2008) bleek dat er van de 59 topsporters die in aanmerking kwamen om naar een topsportschool te gaan (op basis van sporttak en leeftijd) er 20 effectief naar de topsportschool gingen (=33%). In de loop der jaren heeft de topsportschool alvast meer kwaliteit kunnen afleveren. Dat het rendement van de topsportscholen steeds beter wordt, is merkbaar in de positieve evolutie op jeugdkampioenschappen voornamelijk binnen de TSS. Zo behaalde België in 2009 op het European Youth Olympic festival in Tampere 12 medailles waarvan acht door leerling/atleten uit de topsportschool (Auxipress, 2010). Na 12 jaar topsportscholen dringt de noodzaak voor een evaluatie zich op. Er is immers weinig geweten over waar de afgestudeerde topsporters terecht kwamen, alsook hoe het gesteld is met de topsporters die er niet voor kozen om naar een topsportschool te gaan. Dit onderzoek heeft tot doel de effectiviteit van de topsportscholen na te gaan, vanuit het perspectief van de topsporter. Daarbij worden de topsporters bevraagd die sinds 1998 naar een topsportschool zijn geweest, alsook de topsporters die niet gingen maar er wel voor in aanmerking kwamen. Er 7

9 wordt nagegaan hoe beide doelgroepen hun talentontwikkelingsfase hebben doorlopen en eveneens gekeken wat er na de topsportschool gebeurde, op vlak van studies en sportief gezien. Ook in onderzoek dienen keuzes te worden gemaakt. Er werd in dit onderzoek voor gekozen om de topsporters te bevragen, omdat zij het best kunnen oordelen over de services die ze krijgen. Het betrekken van de belangrijkste stakeholders wordt als essentieel beschouwd in de literatuur over kwaliteit (Chelladurai & Chang, 2000) en effectiviteit (Chelladurai, 2001; Papadimitriou & Taylor, 2000) en gebeurt ook in andere landen, onder meer in het Verenigd Koninkrijk, Australië, Nederland. Deze resultaten dienen terug gekoppeld te worden aan de visie van experts, omdat zoals ook de literatuur aangeeft- topsporters niet steeds weten welke services noodzakelijk zijn. De voorliggende studie is een zogenaamde 0-meting van de evaluatie van de topsportschool. Het is belangrijk dit mee te nemen bij het lezen van dit rapport; immers er is in 12 jaar ontzettend veel veranderd in de organisatie en aanpak van de topsportscholen in Vlaanderen. Deze worden intern door het beleid immers continu geëvalueerd. Dat betekent dat de resultaten moeten gespiegeld worden aan mogelijke wijzigingen die zich hebben voorgedaan, om aan de behoeften van de jonge topsporters tegemoet te komen. Om deze reden zal in dit onderzoek de vergelijking worden gemaakt tussen topsporters die vóór en na 2005 zijn ingestapt in een topsportschool. Enkele doorslaggevende beslissingen in het beleid met betrekking tot de topsportscholen worden in de volgende tabel per schooljaar samengevat. Als belangrijkste noteren we de uitbreidingen van sporttakken, uitbreiding naar eerste graad en lagere school en uitbreiding van de studierichtingen. Daarnaast worden jaarlijks acties ondernomen om de kwaliteit van zowel de studiebegeleiding als sportieve begeleiding te optimaliseren. Een regelmatige en continue evaluatie is in navolging van deze 0-meting aangewezen. 8

10 Tabel 4: overzichtstabel van de belangrijkste structurele veranderingen per schooljaar convenant topsportscholen - Start topsportscholen: 12 sporttakken in 8 topsportscholen atletiek, badminton, basketbal, gymnastiek, handbal, judo, paardrijden, skiën, tennis, voetbal, volleybal, zeilen/surfen Start topsportschool tafeltennis en golf Start topsportschool wielrennen en zwemmen Start topsportschool taekwondo tweede convenant topsportscholen - Uitbreiding topsportscholen naar de eerste graad (atletiek, badminton, golf, gymnastiek, handbal, judo, tafeltennis, tennis en zwemmen) en naar de basisschool (tennis en gymnastiek) - uitbreiding trainingstechnisch programma: mogelijkheid gecreëerd om naast de 12 uur binnen het curriculum, nog 12 bijkomende uren buiten het curriculum gesubsidieerd te krijgen (2de en 3de graad) - uitbreiding van het aantal studierichtingen binnen ASO (Wetenschappen Topsport, 2e + 3e graad; Moderne talen Topsport, 3e graad; Wiskunde Topsport, 3e graad) en binnen TSO (Topsport, 2e +3e graad; Handel Topsport, 2e + 3e graad) Twee sporttakken stoppen met de topsportschool: zeilen/windsurfen (geen talentdetectiesysteem) en paardrijden - Uitbreiding naar de basisschool bij zwemmen - Basketbal en volleybal breiden hun topsportwerking uit met een middenschool - Selectiecriteria van de topsportscholen worden scherper gesteld - Start topsportschool triatlon Basketbal breidt uit met twee middenscholen Start topsportschool schermen - Aanstellen topsportschoolcoördinator geen belangrijke wijzigingen - geen belangrijke wijzigingen 9

11 2. DOELSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN Het doel van het onderzoek is tweedelig. Ten eerste willen we achterhalen welke topsporters die ooit naar een topsportschool gingen de finale doelstellingen van het Vlaamse topsportbeleid behaalden, en welk sportief en studietraject ze na de topsportschool volgden. Ten tweede willen we bekijken hoeveel talentvolle jongeren de instapcriteria van de topsportschool behalen maar er voor kiezen niet in te stappen en wat hiervoor de redenen zijn. In een latere (derde) fase dient ook onderzocht te worden of er een goed topsportklimaat heerst in de topsportschool en hoe dit verder kan geoptimaliseerd worden. Dit onderdeel maakt geen deel uit van dit onderzoeksrapport. Centraal in dit onderzoek staan drie onderzoeksvragen: 1. Draagt de topsportschool voldoende bij tot het behalen van de sportieve en educatieve doelstellingen van de Vlaamse overheid? 2. Is in elke sporttak de topsportschool een geschikte aanpak om de einddoelstellingen te behalen? 3. Is er een verschil in ondersteuning (sportief en studie) tussen topsporters die wel en niet het traject van de topsportschool doorlopen? Voor beide doelgroepen kunnen we de onderzoeksvragen als volgt specifiëren. 2.1 Onderzoeksvragen voor de afgestudeerde (top)sporters aan de topsportschool en drop outs: Hoeveel topsporters die naar een topsportschool gingen, voldeden aan de finale doelstellingen van het Vlaamse topsportbeleid, met name de top 12 van de wereld en top 8 van Europa? Hoeveel topsporters vatten na de topsportschool hogere studies aan en slagen erin topsport en studie succesvol te combineren? Wat zijn de voornaaste redenen van de uitstappers (einde studie, niet voldoen aan criteria, kwetsuren, attitude, )? Hoe verloopt de opvolging, begeleiding en ondersteuning tijdens maar ook na de topsportschool, met betrekking tot: o o o o o o o De sportieve begeleiding De (para) medische begeleiding Psychosociale en psychologische begeleiding Kwaliteit van de relatie tussen de verschillende stakeholders; Kwaliteit van de begeleiding tijdens wedstrijden, trainingen, stages; Kwaliteit van de begeleiding trainers; Wat zijn de noodzakelijke noden? Wat moet zeker nog ingevuld worden? Hebben de topsportscholen bijgedragen tot het verbeteren van de sportieve carrière en de studiecarrière? 10

12 2.2 Onderzoeksvragen voor de (top)sporters naast de topsportschool: Hoeveel talentvolle jongeren die niet zijn ingestapt in de topsportschool voldoen aan de finale doelstellingen van het Vlaamse topsportbeleid, met name de top 12 van de wereld en top 8 van Europa Hoeveel van de topsporters die internationaal presteren hadden de mogelijkheid om naar de topsportschool te gaan en verkozen om niet in te stappen (top down)? Wat zijn de redenen voor niet-participatie in de topsportscholen? Hoeveel atleten vatten hogere studies aan en hoeveel slagen erin topsport en studie succesvol te combineren? Hoe verloopt de opvolging, begeleiding en ondersteuning tijdens het secundair onderwijs en in de verdere educatieve ontwikkeling: o o o o o o o De sportieve begeleiding De (para) medische begeleiding Psychosociale en psychologische begeleiding Kwaliteit relatie tussen de verschillende stakeholders; Kwaliteit begeleiding tijdens wedstrijden, trainingen, stages; Kwaliteit begeleiding trainers; Wat zijn de noodzakelijke noden? Wat moet zeker nog ingevuld worden? In welke mate verschilt de ontwikkeling en ondersteuning van de sportieve en studiecarrière voor atleten die wel en niet naar een topsportschool gaan? 11

13 Theoretisch kader Wanneer er bij succesvolle topsporters wordt gevraagd naar de sleutel van hun succes komt dikwijls het belang van de trainer, omkadering en de steun vanuit de federatie, land naar voor. Over de wijze waarop topsportprestaties beïnvloedbaar zijn, is er in de literatuur echter weinig gekend (De Bosscher, 2007). In welke mate topsportsucces maakbaar is, is dan ook moeilijk te bepalen. Van Bottenburg (2008) stelt dat het een basisfeit van het menselijke samenleven is dat mensen fundamenteel van elkaar afhankelijk zijn. Talent, of het nu in de sport, kunst, economie of wetenschap is, is een individuele eigenschap, die alleen in een specifieke sociale omgeving tot zijn recht komt. In die zin is topsportsucces maakbaar of in elk geval beïnvloedbaar. Daar steeds meer landen geloven in de maakbaarheid van topsportsucces wordt er internationaal steeds meer geïnvesteerd in een strategische aanpak van het topsportbeleid (De Bosscher, Bingham, Shibli, Van Bottenburg & De Knop, 2008). Ook het Vlaamse topsportbeleid heeft de voorbije jaren een vooruitstrevende rol gespeeld. Nooit eerder werd zoveel in sport en topsport geïnvesteerd, en nooit eerder werd zo diep nagedacht over een planmatig, systematische en rationele aanpak van het topsportbeleid (De Bosscher & De Knop, 2009). Het Vlaamse topsportbeleid heeft dan ook een positieve evolutie gekend op diverse vlakken. Dit vraagt om continue evaluatie en bijsturing. Topsportprestaties worden door een veelheid aan factoren bepaald. Om de invloed van het sportbeleid in het juiste perspectief te plaatsen, kunnen we drie niveaus onderscheiden: de topsporter en zijn of haar directe omgeving (microniveau), het sportbeleid (mesoniveau) en de maatschappelijke, economische, culturele en fysieke omgeving (macroniveau). Op het microniveau beïnvloeden allerlei factoren de kans van individuele topsporters op topsportsucces: van genetische kenmerken tot het milieu (ouders, partner, vrienden) waarin de topsporter opgroeit. Tot het mesoniveau behoren de factoren die in het kader van het topsportbeleid worden uitgevoerd om het topsportklimaat te verbeteren en de kans op topsportsucces te vergroten. Tot het macroniveau behoren factoren zoals bevolkingsomvang, het welvaartsniveau en de geografische variatie in een land (De Bosscher et al., 2006). Ongeveer de helft van de verschillen in het topsportsucces tussen afzonderlijke landen kan worden verklaard op grond van macrofactoren, in het bijzonder het bruto binnenlands product en de bevolkingsomvang 1. Voor het beleid heeft dit weinig betekenis: al deze factoren vallen grotendeels of geheel buiten de invloed van het topsportbeleid. Bovendien groeit de consensus onder onderzoekers dat de macrofactoren minder goede voorspellers zijn van de afzonderlijke landenprestaties naarmate het topsportbeleid in de verschillende landen strategischer wordt gericht op de meso-variabelen. Van alle factoren die het topsportsucces bepalen, zijn deze op het mesoniveau de enige waar effectief iets kan aan gedaan worden. Vanuit wetenschappelijk onderzoek is het heel moeilijk om de precieze invloed van deze factoren na te gaan. Door benchmarken, -d.i. kijken hoe andere landen hun topsportbeleid structureren en aanpakkenproberen landen te leren en imiteren van elkaar, met als gevolg dat topsportsystemen steeds homogener worden. Echter met kleine verschillen, die vaak een groot verschil voor de atleet kunnen betekenen. Op basis van een uitgebreide analyse van de literatuur, deskresearch, eigen 1 zie onder meer Bernard & Busse, 2004; De Bosscher, De Knop & Heyndels, 2003 a & b; Hoffmann et al., 2002; Kuper & Sterken, 2001; Van Bottenburg,

14 Nationale sportfederaties Effectiviteit van de topsportscholen onderzoek en een internationaal vergelijkende studie, kwam De Bosscher et al. (2006; 2007; 2008) tot de conclusie dat alle prestatiebepalende factoren uit het topsportbeleid de kritische succesfactoren (KSF)-, kunnen ingedeeld worden in negen prestatiebepalende dimensies of pijlers van het topsportbeleid 2. Dit model het zogeheten SPLISS model- wordt als vertrekbasis genomen voor dit onderzoek. De volgende figuur is een grafische weergave, voorgesteld als een smalle selectie van een beperkt aantal topsporters uit een brede basis, zoals voor de meeste sporttakken in Vlaanderen het geval is. Figuur 1: SPLISS-model: de prestatiebepalende pijlers van topsport (De Bosscher, et al., 2006) Omgeving van topsport: media & sponsoring Pijler 5: perfectie Na-carrière beter topsportklimaat Pijler 9: sportwetenschappelijke ondersteuning Atletische carrière Pijler 8 : (Inter)nationale competitie Pijler 4: prestatie Pijler 7: voorzieningen en opleiding van coaches Pijler 6: trainingsfaciliteiten Talentontwikkeling Talent identificatie systeem Georganiseerde sport (clubs) Niet georganiseerde sportbeoefening en lichamelijke opvoeding op school Pijler 3: initiatie Participatie INPUT Deze negen pijlers situeren zich volgens de literatuur over effectiviteit op drie niveau s: inputs (middelen) - throughputs (processen) en outputs (resultaten). Alle pijlers vormen een onderdeel van de throughputs of de processen die tot een bepaald resultaat leiden. De output wordt gevormd door het resultaat en geeft de graad van effectiviteit weer. De inputs zijn de investeringen in sport en topsport, weergegeven in pijler 1. Pijlers 2-9 zijn de processen (throughputs) die weergeven op welke wijze de middelen worden geïnvesteerd en aldus de kansen op succes kunnen verhogen. Dit 2 Het SPLISS model is gebaseerd op een uitgebreide literatuurstudie over (1) topsportsystemen van landen (zie onder meer Broom, 1986; Riordan, 1989, 1991 & 1994; Digel et al., 2003 & 2004; Oakley & Green, 2001; Green & Houlihan, 2005), over prestatiebepalende factoren (Clumpner, 1994; Larose & Haggerty, 1996; Oakley & Green, 2001) en studies naar de bevorderende en remmende factoren voor het individueel succes van atleten (zie onder meer Conzelmann & Nagel, 2003; Duffy, Lyons, Moran et al., 2001; Gibbons, McConnel, Forster et al., 2003; Nys, De Bosscher & De Knop, 2002; Unierzyski, 2002; Van Bottenburg, 2000). Deze werd aangevuld met twee experimentele vooronderzoeken bij Vlaamse atleten, trainers en federaties en bij internationale (tennis)experts. Dit model werd getoetst in een internationale vergelijking van het topsportbeleid van zes landen. 13

15 verwijst naar de efficiëntie van het topsportbeleid, namelijk hoe de inputs optimaal worden gemanaged om de vereiste outputs te realiseren. Deze prestatiebepalende pijlers van het topsportbeleid interageren met elkaar. De één kan vaak niet zonder de ander, het moet voor een topsporter allemaal goed zitten. Ook zal het belang van elke pijler zeer sport-afhankelijk zijn. Het succes of falen van een topsporter hangt dan ook vaak samen met kleine elementen uit de topsportcarrière. Dit onderzoek focust slechts op één bepaalde fase van de topsportcarrière: de fase waarin topsporters investeren in twee loopbanen: hun sportieve- en hun schoolloopbaan. Dat betekent dat in deze studie vooral de pijlers vier (talentontwikkeling), vijf (atletische carrière), zes (topsportfaciliteiten) en zeven (trainers) aan bod komen. Pijler 4: talentidentificatie en ontwikkelingssysteem. Pijler 4 start wanneer jonge sporters met bijzondere begaafdheden worden ontdekt en speciale aandacht krijgen. Een goed talentidentificatiesysteem moet ervoor zorgen dat het maximale potentieel aan talenten wordt bereikt. Nadien volgt de periode van talentontwikkeling en topsportbeoefening die een periode van gemiddeld acht tot tien jaar aan intensieve training en aangepaste begeleiding omvat. Deze fase vergt een goed doordachte aanpak. Zo moeten er niet alleen per ontwikkelingsfase maar zelfs per trainings- en competitieperiode welbepaalde trainingsvolumes en intensiteiten afgewerkt worden. Dit is enkel mogelijk mits voldoende ondersteuning die vaak vanuit club en/of federatie komt. Pijler 5: atletische carrière en post-carrière. Na de talentontwikkeling komt de (top)sporter in de perfectiefase die slechts door enkele atleten wordt bereikt. In een beperkt aantal sporten kunnen topsporters leven van hun inkomsten als topsporter. Het is dan ook belangrijk dat er na de ontwikkelingsfase voldoende ondersteuning aanwezig is om te kunnen doorgroeien naar internationaal niveau. Pijler 6: trainingsfaciliteiten. De uitvoering van trainings- en wedstrijdprogramma s vereist vanzelfsprekend kwalitatieve en beschikbare trainingsfaciliteiten en wedstrijdaccommodaties. Voor topsporters liggen de eisen van de accommodaties dan ook hoger dan voor de breedtesport. Pijler 7: voorzieningen en opleidingen van coaches. Goede coaches zijn op elk niveau van de piramide belangrijk. Een trainer kan dan ook beschouwd worden als de rode draad doorheen de ontwikkeling van de topsportercarrière. Van alle betrokken partijen heeft hij de meeste invloed op de prestaties van zijn atleet (Veerle De Bosscher et al, 2008). Een goede coach is dan ook een belangrijke factor doorheen de sportieve carrière van een topsporter. 14

16 Onderzoekmethodologie 1. ONDERZOEKSPOPULATIE Het doel van dit onderzoek is een vergelijkende studie te maken tussen het loopbaantraject van (top)sporters afgestudeerd aan de TSS (TSS) 3 en de drop-outs enerzijds en (top)sporters die niet gestudeerd hebben aan de TSS anderzijds. Daarbij onderzochten we de omkadering vanuit de federatie en/of de club, de trainingsintensiteit, het niveau van de trainers en organisatorische aspecten. In eerste instantie werd er gestart met de analyse van categorie I sporten (excl. voetbal 4 ): atletiek, basketbal, gymnastiek, judo, tennis, volleybal, wielrennen en zwemmen. De andere sporten met een TSS werden in een latere fase geanalyseerd: badminton, triatlon, golf, handbal, schermen, ski/snowboard, taekwondo en tafeltennis. De (top)sporters werden zorgvuldig uitgezocht aan de hand van volgende criteria: (a) Afgestudeerde (top)sporters en drop outs aan de TSS Dit zijn alle leerlingen/topsporters die zijn afgestudeerd aan de TSS, of die deze vroegtijdig hebben verlaten, sinds 1998 in de eerder vermelde sporttakken. (b) (Top)sporters naast de TSS Dit zijn (top)sporters die verkozen om niet in te stappen in de TSS, maar wel voldoen/voldeden aan de criteria. We maakten gebruik van een bottum up en top down analyse. Bottom up: (top)sporters die ooit tijdens de jeugdjaren een topsportstatuut A of B hebben verkregen via het Bloso (top)sporters die geselecteerd werden vanuit de federatie voor EYOF, EK s, WK s bij de jeugd sinds 1998 Top down: (top)sporters die geselecteerd werden door de federatie voor EK s, WK s, OS of andere grote tornooien als senior de voorbije vier jaar en die geboren zijn in het jaar 1983 of later. 3 In de hieraanvolgende tekst zal topsportschool worden afgekort als TSS 4 Daar voetbal pas in 2009 een erkende topsportfederatie in Vlaanderen had, werd deze sporttak niet in dit onderzoek opgenomen. 15

17 2. HET ONDERZOEKSINSTRUMENT 2.1 Opstellen van de vragenlijst Omdat het onderzoek nastreefde om een grote populatie te bereiken, werd gebruik gemaakt van half gestructureerde vragenlijsten met open en gesloten vragen. Per doelgroep (TSS en naast de TSS) werd op basis van documentenanalyses en literatuuronderzoek een schriftelijke vragenlijst opgesteld, waarbij de vragen tussen beide doelgroepen grotendeels overeen kwamen. De kernpunten werden op eenzelfde wijze verwerkt, zodat een vergelijking mogelijk werd. Om een zo hoog mogelijke responsgraad te verkrijgen werden de vragenlijsten zowel schriftelijk als digitaal opgemaakt. Deze vragenlijst werd in een vooronderzoek getoetst bij enkele respondenten die aan de nodige criteria voldeden. 2.2 Inhoud van de vragenlijsten Voor beide doelgroepen (TSS en naast de TSS) werden vragen opgenomen over de achtergrondkenmerken en sportachtergrond van de respondenten, alsook over de prestatiebepalende factoren (De Bosscher et al., 2007, 2008). De vragenlijsten bevatten zowel objectieve gegevens (leeftijd, studies, niveau, aantal trainingsuren, ) alsook subjectieve gegevens (beoordelingen van ondersteuning zowel tijdens de talentontwikkeling als tijdens de periode als (top)sporter, kwaliteit van trainingsfaciliteiten, ). De respondenten konden de tevredenheid uitdrukken aan de hand van een vijf punten Likertschaal. Deze vragenlijsten werden besproken met medewerkers van het departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media en van het Bloso. De eerder vernoemde pijlers dienen als leidraad voor de structuur van de vragenlijst. Door het feit dat dit onderzoek een 0-meting betreft, werd gekozen voor een uitdieping van verschillende momenten doorheen een topsportcarrière, namelijk zowel tijdens de periode van het secundair onderwijs als de periode na de topsportschool. Dat heeft gevolgen voor de lengte van de vragenlijst, met als nadeel dat de respondenten na enige tijd het invullen moe worden (De Pelsmacker & Van Kenhove, 1999). Om hieraan zoveel mogelijk tegemoet te komen, werd bij de digitale versie van de vragenlijst gewerkt met een timingbalk die de resterende invultijd aangeeft en konden de topsporters tussentijds hun antwoorden opslaan. 2.3 Interviews Om een zo breed mogelijk beeld te verkrijgen over de topsportwerking hebben we ervoor geopteerd om een aantal topsportcoördinatoren alsook een aantal trainers/experts, betrokken bij het traject naast de TSS, te bevragen. Aan de hand van een half gestructureerd interview werden deze trainers bevraagd over hun visie met betrekking tot drie fasen van een (top)sportcarrière namelijk: talentdetectie, talentontwikkeling en de topsportcarrière. Via een inductieve analyse werden de belangrijkste punten uit het uitgeschreven interview gehaald en verwerkt. In totaal werden 5 experts geïnterviewd verbonden aan de TSS en 4 experts niet verbonden aan de TSS. In een latere fase werden ook 14 diepergaande interviews afgenomen van topsportcoördinatoren. 16

18 3. ONDERZOEKSPROCEDURE 3.1 Invullen van de vragenlijsten Aan de (top)sporters die voldeden aan de bovenvermelde criteria werd een persoonlijke gestuurd waarin het onderzoek gekaderd werd met tevens de link naar een digitale vragenlijst. Om de responsgraad te verhogen werd twee maand later nog een herinnering verstuurd en werden alle (top)sporters herhaaldelijk telefonische gecontacteerd. De gymfederatie opteerde om zelf de vragenlijst te versturen waardoor we zelf geen contact met de gymnasten konden leggen. Adressen werden in eerste instantie bekomen via Bloso en voornamelijk herhaaldelijk telefonisch contact met de federaties en persoonlijke contacten. Een gebrek aan geupdate databestanden heeft ons echter niet toegelaten alle geselecteerde (top)sporters te contacteren. In totaal werden 1135 vragenlijsten verstuurd, waarvan 641 naar afgestudeerden/drop outs aan de TSS en 494 naar (top)sporters die niet zijn ingestapt aan de TSS. 3.2 Verwerken van de gegevens Via Osucre, het programma dat werd gebruikt voor het invullen van de digitale vragenlijst, werden alle data in eerste instantie weergegeven in een Excel file. De statistische verwerking gebeurde in het statistisch programma SPSS. Voor gesloten objectieve en subjectieve vragen werd gebruik gemaakt van de beschrijvende statistiek door middel van frequentietabellen en figuren. Voor het toetsen van significante verschillen tussen de sporten onderling werd gebruik gemaakt van de Kruskall-Wallis test met als post hoc de Man-Whitney test. In de vergelijking wordt uitgegaan van een gewenst significantieniveau van 1 procent. Tenslotte werden de antwoorden op de open vragen via inductieve analyse samengevoegd tot een beperkt aantal antwoordcategorieën en aan de andere bekomen resultaten gelinkt. Om vervolgens meer duiding te krijgen bij de betekenis van de antwoorden, werden scores berekend op basis van vooraf bepaalde categorieën. Deze zijn verschillend voor objectieve en subjectieve vragen. Voor het verwerken van subjectieve vragen (likertschaal) werd gebruik gemaakt van nettoscores. Dit maakt het mogelijk om sporten op meer objectieve wijze met elkaar of ten opzichte van het sporttakoverschrijdende gemiddelde te situeren. Deze nettoscore is het verschil tussen het procentueel aantal tevreden en ontevreden respondenten, gedeeld door tien. Op deze wijze krijgen we een schaal die kan variëren tussen -10 tot +10. We illustreren deze werkwijze aan de hand van onderstaand voorbeeld. 17

19 Tabel 5: voorbeeld voor het bereken van de nettoscore sport x sport y Sport Z zeer slecht A 50% 10% 0% slecht B 50% 5% 0% neutraal 0% 30% 0% goed C 0% 15% 20% zeer goed D 0% 40% 80% A+B 100% 15% 0% C+D 0% 55% 100% C+D - A+B -100% 40% 100% Netto-score Dit onderzoeksrapport bevat de belangrijkste resultaten met betrekking tot de nulmeting van de evaluatie van de topsportscholen. Daarnaast kunnen meer gedetailleerde resultaten per sporttak geraadpleegd worden via het detailrapport. 4. ANALYSE VAN DE RESPONSGROEPEN In totaal werden 641 topsporters (inclusief dropouts) aangeschreven die sinds 1998 ooit naar een topsportschool gingen. Hiervan hebben er 408 (64%) de vragenlijst terug gestuurd. Naast de topsportschool werden 494 vragenlijsten verstuurd en was de respons 69 procent (n=494). Deze respons is niet optimaal, maar zeker zeer degelijk voor dergelijk onderzoek met een doelgroep die vaak moeilijk te bereiken is, door het drukke tijdschema en de vele buitenlandse missies. Om de betekenis van de respons te bepalen, hebben we de responsgroepen op verschillende manieren vergeleken. Ten eerste is de responsgroep van de (top)sporters per sporttak vergeleken met het totaal aantal verstuurde vragenlijsten. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verstuurde en ontvangen vragenlijsten per sport. 18

20 Tabel 6: overzicht van de responsgraad Afgestudeerde (top)sporters/ (top)sporters naast de TSS drop outs aan de TSS Verstuurd ontvangen verstuurd Ontvangen Atletiek (82%) (92%) Basketbal (34%) (52%) Gymnastiek (53%) 4 2 (50%) Judo (73%) (61%) Tennis ( 54%) (62%) Volleybal (63%) (67%) Wielrennen (73%) (72%) Zwemmen (71%) (76%) Handbal (69%) (61%) Badminton (75%) 4 1(25%) Ski/snowboard (59%) 8 5 (63%) Triatlon 10 9 (90%) 5 5 (100%) Schermen 3 3(100%) 3 3 (100%) Golf 12 8 (67%) 2 1 (50%) Taekwondo 7 5 (71%) 0 0 Tafeltennis 13 8 (62%) 3 1 (33%) TOTAAL (64%) (69%) Het feit dat niet elke sporttak evenveel topsporters of jonge talenten heeft, maakt uiteraard dat niet elke sporttak gelijk vertegenwoordigd is in de steekproef. In de responsgroep van topsporters zijn 16 verschillende takken van sport vertegenwoordigd. Oververtegenwoordigd zijn de atleten, volleyballers en handballers. Ondervertegenwoordigd zijn de (top)sporters bij triatlon, schermen, taekwondo, golf en tafeltennis. Dit laatste is te wijten zijn aan de latere opstart van de TSS voor deze sporten. Deze bevindingen kunnen de algemene resultaten beïnvloeden. Bijgevolg zijn sporttakspecifieke analyses in dit onderzoek des te belangrijk. Daarnaast vergelijken we de responsgroep van de topsporters met betrekking tot geslacht, leeftijd, huidige toestand van de (top)sporter/context en de in/uitstroom. 19

21 5. GESLACHT De responsgroep van de afgestudeerde (top)sporters van de TSS bestaat uit 54 procent vrouwen en 46 procent mannen. Voor de (top)sporters naast de TSS is de responsgroep op vlak van geslacht vergelijkbaar, namelijk 50 procent vrouwen en mannen. 6. LEEFTIJD De onderstaande figuur geeft de verdeling weer in drie leeftijdscategorieën. Figuur 2: overzicht van de leeftijd van de bevraagde populatie 70,0% 66,5% 60,0% 50,0% 51,3% 40,0% 40,3% 30,0% 23,0% 20,0% 10,0% 10,5% 8,4% 0,0% <18 jaar jaar jaar afgestudeerde (top)sporters/drop outs (n=209) (top)sporters naast de TSS (n=154) Een belangrijke vaststelling is dat de meerderheid (67 %, n=139)) van de afgestudeerde (top)sporters aan de topsportschool tussen de 18 en 23 jaar oud is. 23 procent (n=22) is tussen de 24 en 28 jaar oud. Doordat de dropouts uit de TSS mee zijn bevraagd, zijn er een aantal jonger dan 18 jaar, namelijk 11 procent (n=48). Deze grote jonge populatie zal een invloed hebben op het niveau en de leefsituatie van de (top)sporters. In totaal zijn er 133 drop outs bevraagd, dat betekent topsporters die de TSS vroegtijdig hebben verlaten. Deze leeftijden liggen iets anders bij de (top)sporters naast de TSS: hier blijkt de populatie ouder, wat de resultaten mogelijk kan beïnvloeden. Vooral een groter aantal topsporters (40%, n=62) is tussen de leeftijd van jaar. De meerderheid (51%, n=79) is eveneens tussen de 18 en 23 jaar oud en 8 procent (n=13) heeft de leeftijd jonger dan 18 jaar. Meerdere elementen kunnen dit leeftijdsverschil tussen topsporters uit de TSS en ernaast verklaren. Ten eerste is er de verschillende respons per sporttak. Zo bevat de populatie uit dit onderzoek meer gymnasten uit de topsportscholen en meer wielrenners naast de topsportscholen. 20

22 Gymnasten zijn doorgaans jonger en wielrenners doorgaans ouder. Er zijn in verhouding ook meer handballers en badmintonners onder de respondenten die naar een TSS gingen. Dit kan mogelijk ook verband houden met de leeftijd waarop jonge talenten via een TSS worden geselecteerd, waardoor het naast de TSS langer duurt vooraleer een topsporter tot topatleet uitgroeit (zoals de definitie van deze onderzoekspopulatie bepaalt, p.10). Ook bestaat de kans dat bij de opstart van de topsportscholen in 1998, de (top)sporters die reeds in de derde graad zaten een schoolwissel van het reguliere onderwijs naar de TSS (verandering van school en studierichting) niet zagen zitten. 7. AANTAL JAREN TOPSPORTSCHOOL Gemiddeld zit een leerling topsport 2,8 jaar op de TSS, gaande van 4,3 jaar bij tafeltennis, 3,1 jaar bij gymnastiek, 3,4 jaar bij tennis en 3,1 bij handbal tot 1,9 jaar bij du/trialton, 1,3 jaar bij schermen en 2,0 jaar bij wielrenen. Ook na 2005 blijkt de topsporter gemiddeld 2,8 jaar op de TSS te zitten. Dat betekent dat de impact van deze TSS op de totale topsportcarrière van een topsporter niet mag onderschat, maar ook niet mag overschat worden. Zoals weergegeven in onderstaande figuur zat het grootste gedeelte van de (top)sporters tussen de drie en de vijf jaar op een TSS, 149 (top)sporters zaten minder dan twee jaar op de TSS. Daar er pas in 2004 een uitbreiding van de TSS was naar de eerste graad is het pas sinds dit schooljaar ( ) mogelijk het volledige traject van zes jaar te doorlopen. Verder dient men ook rekening te houden dat de TSS schermen en triatlon pas later is opgestart. Onderstaande figuur geeft een overzicht van het aantal jaren een (top)sporter gemiddeld op een TSS zit. Figuur 3:gemiddeld aantal jaar op een TSS jaar 3-5 jaar >5 jaar 11 21

23 8. HUIDIGE LEEFSITUATIE VAN DE (TOP)SPORTERS In totaal is 61 procent (n=164) van de bevraagde topsporters uit de topsportschool momenteel. Van deze niet actieve topsporters, is er 58 procent ook effectief afgestudeerd aan de topsportschool en hieronder zijn er 42 procent dropouts. Dat betekent dat ze de topsportschool vroegtijdig hebben verlaten. Naast de topsportschool zijn er slechts 52 topsporters (15%) niet meer actief. (a) Afgestudeerde (top)sporters van de topsportschool Momenteel is 11 procent (n=19) van de afgestudeerde (top)sporters voltijds met zijn sport bezig. 55 procent (n=95) combineert (top)sport met studie 11% van de afgestudeerde (top)sporters (halftijds of voltijds). 18 procent (n=31) combineert van de TSS is fulltime topsporter, 14% bij (top)sport met een half- of voltijdse job. de (top)sporter naast de TSS (b) (top)sporters naast de topsportschool Bij de topsporters naast de TSS vinden we gelijkaardige cijfers. 14 procent (n=27) is voltijds (top)sporter. De helft van de respondenten (n=98) combineert (top)sport met studie (halftijds of voltijds) en één vierde (n=50) combineert (top)sport met een half- of voltijds job. 9. STATUUT VAN DE TOPSPORTERS Een (top)sporter kan in Vlaanderen een erkend statuut als (top)sporter krijgen via verschillende kanalen. Dit kan gaan over een tewerkstellingscontract via Bloso of Topsport Vlaanderen waarbij de topsporters worden tewerkgesteld via een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur en daarbij de mogelijkheid krijgen om voltijds met hun sport bezig te zijn. Bij Topsport Defensie genieten de topsporters van het statuut van militair met de daaraan verbonden rechten en plichten. Sinds het schooljaar is het Bloso-topsportstudentenproject Hoger Onderwijs een volwaardige opvulling van het Bloso-tewerkstellingscontract Topsport. Het voorziet de Vlaamse topsporter in een aantal maatregelen om hun topsportloopbaan verder uit te bouwen in combinatie met volwaardig, zij het gespreide studies. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal Bloso-tewerkstellingscontracten en Bloso-topsportstudentencontract ooit uitgedeeld aan topsporters uit de onderzoekspopulatie. 22

24 Tabel 7: overzicht van het aantal Bloso-tewerkstellingscontracten en Bloso-topsportstudentencontracten Bloso-tewerkstellingscontract Blosotopsportstudentencontract Afgestudeerde topsporters van de TSS 8 (1wielrenner, 1 beach volley, 1 zwemmer, 1 gymast, 1 judoka, 13 (3 volleyballers, 2 zwemmers, 4 gymnasten, 2 atleten) 3 tennissers) Topsporters naast de TSS 12 (3 wielrenners, 1 zwemmers, 5 atleten, 2 judoka s, 1 tennisser) 13 (2 wielrenners, 4 zwemmers, 1 gymnast, 5 atleten, 1 judoka) Iets meer topsporters naast de topsportschool beschikken/beschikten over een Blosotewerkstellingscontract. Het zijn voornamelijk de laatspecialisatiesporten atletiek en wielrennen waar meer topsporters naast de topsportschool over een terwerkstellingscontract beschikken/beschikten. Zowel dertien afgestudeerde topsporters aan de TSS als topsporters naast de TSS kunnen/konden gebruik maken van een Bloso-topsportstudencontract. Verder kunnen studerende (top)sporters in sommige universiteiten en hoge scholen een statuut topsport student krijgen. Zo kunnen de (top)sporters beroep doen op studieflexibiliteiten, sportieve en logistieke faciliteiten voor het optimaliseren van hun hogere studies en competitiebeoefening op hoog niveau. Dit betreffen (veelal beperkte) initiatieven van (enkele) universiteiten en hogescholen om topsporters te steunen. In deze context werd in de vragenlijst aan de (top)sporter gevraagd wie van enige topsportfaciliteiten van hun onderwijsinstelling konden genieten. In totaal kregen 200 topsporters (=53%) een dergelijk statuut. Hiervan zijn er 117 (56%) naar een topsportschool geweest en 83 (49%) niet. 23

25 10. VROEGTIJDIGE BEËINDIGING VAN DE (TOP)SPORTCARRIÈRE De sociaal-maatschappelijke positie en het welbevinden van vroege uitvallers en oud-topsporters komen vaak weinig aan de orde binnen het topsportbeleid. De afwezigheid van resultaten op dit gebied kwam ook tot uiting bij de topsportklimaatmetingen in Vlaanderen (De Bosscher, Truyens et al. 2008). Niettemin is de aandacht voor maatschappelijke loopbaankansen tijdens en na de topsportcarrière de afgelopen jaren toegenomen. Zo werd er in 2007 door het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media gefinancierd project carrièrebegeleiding het leven in geroepen met als doel de kansen op topsportsucces te verhogen, het optimaliseren van zowel de studie- en werkresultaten, de leefsituatie voor (ex) topsporters als (en vooral) het optimaal voorbereiden van de topsporter op de na-carrière. De reden waarom (top)sporters stoppen met hun carrière worden in dit hoofdstuk besproken. Vanuit de literatuur is geweten dat topsporters stoppen om verschillende redenen. Sommige stoppen noodgedwongen vanwege blessure of gezondheidsproblemen, geen profcontract of selectie meer hebben. Men spreekt dan van non-normatieve carrièrebeëindiging. Andere stoppen vrijwillig zoals het kiezen voor studies of gebrek aan motivatie en ambitie, dit is de normatieve carrièrebeëindiging (Wylleman & Lavalle, 2003). Ook aan vormen van vrijwillige carrièrebeëindiging kunnen minder vrijwillige aspecten als niet goed meer zijn of psychologische factoren als faalangst ten grondslag liggen (Wylleman & Lavallee, 2003). Vooral wanneer investeringen in de topsport en de prestatieprogressie verstoord raakt, krijgen talenten te maken met motivatieproblemen, die kunnen leiden tot beëindiging van de topsportcarrière. Vaak is er sprake van meerdere demotiverende reden en is het afscheid eerder een proces dan een momentopname (Van Bottenburg, 2009). Voor de meeste talenten is afscheid moeten nemen echter een onvermijdelijk vooruitzicht, omdat er uiteindelijk slechts enkele talenten de overstap kunnen maken naar de echte top of een professionele sportcarrière. (Taylor & Ogilvie, 1998; Wylleman & Lavalee, 2004). In de vragenlijst werden de (top)sporters gevraagd of ze nog actief zijn als topsporter en wat de eventuele reden was voor het beëindigen van hun topsportcarrière. In totaal zijn 154 bevraagde (top)sporters (sinds 1998) gestopt met topsport. We bespreken dit afzonderlijk voor de (top)sporters wel en niet naar een topsportschool zijn geweest. 24

26 Afgestudeerde (top)sporters van de topsportschool Van de (top)sporters die aan de TSS zijn gestart (afgestudeerden + vroegtijdig beëindigd) is er momenteel 38 procent (n=102) gestopt met 27% van de afgestudeerde (top)sporters topsport. Bij de afgestudeerde (top)sporters geef 27 aan de TSS en 15% naast de TSS is niet procent (n=59) aan niet meer actief te zijn als meer actief als topsporter topsporter. Bij de vroege specialisatiesporten, tennis en gymnastiek evenals judo, golf (n=2) en tafeltennis (n=3) is de helft of meer dan de helft niet meer actief als topsporter. De meest genoemde reden om te stoppen met (top)sport was blessureleed (inclusief gezondheidsproblemen) (30%, n=30). Na blessure was de noodzaak of keuze voor een maatschappelijke carrière (school/werk) het meest doorslaggevend. 26 procent (n=26) van de respondenten gaf studie aan als reden terwijl voor 6 procent (n=6) van de respondenten werk de aanleiding was om de topsportcarrière te beëindigen. Het gebrek aan motivatie en ambitie lag voor 23 procent (n=23) van de respondenten aan de basis van het stoppen met (top)sport. Andere redenen die werden aangehaald zijn onder meer de werksituatie, geen selectie bij het nationale team, gebrek aan vrije tijd, gebrek aan financiële steun en het stichten van een gezin. (top)sporters naast de topsportschool Van de ondervraagde (top)sporters die niet zijn ingestapt in de TSS is 15 procent (n=52) gestopt met (top)sport. Bij tennis is de helft van de respondenten niet meer actief. De reden waarom dit percentage bij de (top)sporters naast de TSS lager ligt dan bij de afgestudeerde topsporters van de TSS, ondanks hun hogere leeftijd, is niet bekend. De meest genoemde redenen voor het beëindigen komen grotendeels overeen met de afgestudeerde (top)sporters. Een blessure (inclusief gezondheidsproblemen) (27%), was het meest voorkomend, gevolgd door de noodzaak of keuze voor een maatschappelijke carrière (school/werk) het meest doorslaggevend. Het gebrek aan motivatie en ambitie lag voor 11 procent van de respondenten aan de basis van het stoppen met (top)sport. Andere redenen die werden aangehaald zijn onder meer te weinig vrije tijd, te veel eisend, gebrek aan financiële steun, gezin stichten, geen profcontract meer, gebrekkige begeleiding en metaal te zwaar. 25

27 11. BESLUIT In totaal werden 408 topsporters (64%) bevraagd die sinds het bestaan in 1998 naar een topsportschool zijn geweest en 341 (69%) topsporters die hun topsportcarrière naast de topsportschool hebben doorlopen. Deze komen uit 14 verschillende sporttakken. Een belangrijke vaststelling binnen het profiel van deze populatie is dat de meerderheid jonger is dan 23 jaar: 77 procent van de afgestudeerde (top)sporters en 60 procent naast de topsportschool. Bovendien zijn de (top)sporters naast de topsportschool significant ouder: een grotere groep (40%, n=62) is tussen de 24 en 28 jaar oud tegenover 23 procent van de afgestudeerden. Het aantal profstatuten ligt iets hoger bij de afgestudeerde topsporters naast de topsportschool. 11 procent (n=19) van de afgestudeerde respondenten van de topsportschool is voltijds (top)sporter waarvan vier zijn of werden tewerkgesteld bij Bloso, vier bij Topsport Defensie en drie bij topsport Vlaanderen. 18 procent (n=31) combineert (top)sport met job en de helft combineert (top)sport met studie. Iets meer topsporters naast de topsportschool zijn voltijds sporter namelijk 14 procent (n=27) is voltijds topsporter. Zeven zijn of werden tewerkgesteld bij Bloso, 1 bij Topsport Defensie en 14 binnen Topsport Vlaanderen. Éen vijfde combineert het met een job en ongeveer de helft combineert (top)sport met studie. Opmerkelijk is dat van de afgestudeerde (top)sporters aan de topsportschool sinds 1998 momenteel 38 procent (n=102) is gestopt met topsport. De meest genoemde reden om te stoppen met (top)sport was een blessure (inclusief gezondheidsproblemen) (30%, n=30); vervolgens was de noodzaak of keuze voor een maatschappelijke carrière (school/werk) het meest doorslaggevend. 26 procent (n=26) van de respondenten gaf studie aan als reden terwijl voor 6 procent (n=6) van de respondenten werk de aanleiding was om de topsportcarrière te beëindigen. Het gebrek aan motivatie en ambitie lag voorts voor 23 procent (n=23) van de respondenten aan de basis voor hun carrièrebeëindiging. Van de ondervraagde (top)sporters die niet zijn ingestapt in de topsportschool is slechts 15 procent (n=52) gestopt met (top)sport. Bij tennis is de helft van de respondenten niet meer actief. De reden waarom dit percentage bij de (top)sporters naast de topsportschool veel lager ligt dan bij de afgestudeerde topsporters van de topsportschool, ondanks hun hogere leeftijd, is niet bekend. De meest genoemde redenen voor het beëindigen komen grotendeels overeen met de afgestudeerde (top)sporters. 26

28 Niveau van de (top)sporters Of de topsportschool voldoende bijdraagt tot het behalen van de finale doelstellingen van de Vlaamse overheid is een centrale vraag binnen dit onderzoek. Deze prangende vraag wordt ook vaak gesteld in de media. In dit deel brengen vergelijken we het huidig niveau en het hoogst behaalde niveau van zowel de afgestudeerde (top)sporters als de (top)sporters naast de topsportschool. In de loop der jaren heeft de topsportschool steeds meer kwaliteit kunnen leveren waardoor steeds meer potentiële topsporters de stap naar de topsportschool zetten. Dat het rendement van de topsportscholen steeds beter wordt is merkbaar in de positieve evolutie van jeugdkampioenschappen voornamelijk binnen de topsportschool. Zo behaalde België in 2009 op het European Youth Olympic Festival in Tampere twaalf medailles, waarvan acht door leerlingen uit de Vlaamse topsportscholen (Auxipress, 2010). Zoals weergegeven in de rapporten per sporttak is er bij de meeste sporten een positieve evolutie merkbaar in de resultaten van de jeugdkampioenschappen. We mogen ons echter niet blind staren op de resultaten op jeugdkampioenschappen. Gezien het feit dat Vlaanderen zeer weinig topsporters heeft en een probleem heeft met het vormen topsporters zal er moeten afgewacht worden of deze positieve evolutie in jeugdkampioenschappen ook resulteert in meer Vlaamse topsporters. 27

29 1. HUIDIG NIVEAU Om het huidig niveau van de volledige onderzoekspopulatie 5 te bepalen, werden alle geleverde prestaties op een EK, WK of OS in kaart gebracht, met andere woorden van alle topsporters die sinds 1998 wel en niet naar een topsportschool zijn geweest en die momenteel nog als topsporter actief zijn. Daar niet alle kampioenschappen jaarlijks plaatsvinden werd zowel 2008 als 2009 in rekening gebracht voor het bepalen van het huidig niveau. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de kampioenschappen die gebruikt werden per sport. Voor tennis werd zoals door het beleid bepaald, de top 100 op ATP/WTA of plaatsen op grand slams genomen. Voor wintersporten keken we enkel naar WK en Olympische spelen. Tabel 8: overzicht van de criteria per sport Sport Kampioenschappen Atletiek EK, WK, OS outdoor Gymnastiek EK, WK, OS Judo EK, WK, OS Tennis Top 100 ATP/WTA, plaats op grand slams Zwemmen EK, WK, OS Wielrennen EK, WK, OS (piste) Badminton EK, WK, OS Ski WK, OS Snowboard WK, OS Triatlon EK, WK, OS Schermen EK, WK, OS Golf EK, WK, OS Taekwondo EK, WK, OS Tafeltennis EK, WK, OS 5 Onderzoekspopulatie= respons + non-respons 28

30 Figuur 4 geeft voor de individuele sporten de vergelijking weer tussen het huidig niveau van de afgestudeerde topsporters van de topsportschool en de topsporters naast de topsportschool. Figuur 4 Vergelijking van het huidig niveau tussen de afgestudeerde (top)sporter van de TSS en de (top)sporter naast de TSS voor de individuele sporten Top 3 WK Top 12 WK Top 3 EK Top 8 EK internat.selectie Huidig niveau afgestudeerde topsporters Huidig niveau topsporters naast de TSS Hieruit kunnen we afleiden dat het aantal afgestudeerde topsporters dat een selectie behaalde voor een EK, WK of OS hoger ligt dan de topsporters naast de TSS, namelijk 33 afgestudeerde topsporters ten opzichte van 27 topsporters naast de TSS. Het aantal topsporters dat minimaal een top 8 plaats op een Europees kampioenschap behaalde ligt eveneens hoger bij de afgestudeerde topsporters. Samenvattend kunnen we stellen dat van alle (top)sporters die minimaal een top acht plaats van Europa behalen (n=29), er 21 naar een topsportschool zijn geweest en 11 niet naar een Van alle topsporters die minimaal een top acht plaats van Europa behalen, gingen er 19 naar een TSS en 11 niet. topsportschool zijn geweest. Wat overigens opvalt is dat beduidend meer topsporters die een medaille behalen naar een topsportschool zijn geweest, namelijk negen op een totaal van elf. Om het niveau van de topsporters beter te duiden, wordt onderstaand een overzicht per sporttak gegeven. 29

31 ATL GYM JUD TEN ZWE WIE BAD SKI SNO TRI SCH GOL TAE TAF Effectiviteit van de topsportscholen (a) Afgestudeerde (top)sporters aan de topsportschool De volgende tabel geeft een overzicht van alle afgestudeerde (top)sporters die momenteel ( ) tot de top acht van Europa behoren. Eenvoudigheidshalve wordt een top 12 tijdens een WK als een hoger niveau beschouwd dan een top acht van Europa, wat zeker niet voor elke sporttak altijd het geval is. Hier dient wel opgemerkt te worden dat de TSS schermen en triatlon nog maar aan hun respectievelijk derde en vijfde schooljaar bezig zijn wat het huidig niveau kan beïnvloeden. Tabel 9: Overzicht van het aantal afgestudeerde (top)sporters van de TSS die in tot de top 8 van Europa behoorden (voor de individuele sporten) Top 3 WK Top 12 WK Top 3 EK Top 8 EK Internat. selectie Totaal (n) Totaal n (afgestudeerden) Aantal jaren TSS In totaal maken 19 afgestudeerde (top)sporters aan de TSS deel uit van de top acht van Europa (incluis WK). Sportspecifiek zijn het negen gymnasten, twee snowboarders, twee zwemmers, twee atleten, twee tennisser, één judoka en één wielrenner die deze finaliteit van de Vlaamse overheid behaalden. Het hoge aantal gymnasten kan onder meer verklaard worden door de gouden teammedaille op het WK Ook bottum up kunnen we deze cijfers bekijken. Van de 386 potentiële topsporters 6 die we in dit onderzoek konden registreren die ooit naar een topsportschool zijn geweest, hebben er op dit ogenblik in totaal 19 (4,9%) de top acht van Europa bereikt potentiële topsporters: het aantal afgestudeerde topsporters uit de individuele sporten die in dit onderzoek werden aangeschreven. Het effectieve aantal afgestudeerde topsporters ligt hoger dan

32 ATL GYM JUD TEN ZWE WIE BAD SKI SNO TRI SCH GOL TAE TAF Effectiviteit van de topsportscholen (b) (top)sporters naast de topsportschool De volgende tabel geeft een overzicht van alle (top)sporters naast de topsportschool die momenteel ( ) tot de top acht van Europa behoren. Tabel 10: Overzicht van het aantal (top)sporters naast de TSS die in tot de top 8 van Europa behoorden (voor de individuele sporten) Top 3 WK Top 12 WK Top 3 EK Top 8 EK Internat. selectie Totaal (n) Hieruit blijkt dat elf (top)sporters, die niet zijn ingestapt in een TSS, deel uitmaken van de top acht van Europa. Sportspecifiek zijn het vijf wielrenners, drie zwemmers, twee atleten en één gymnast die deze finaliteit van de Vlaamse overheid behaalden. Van de 305 potentiële topsporters 7, uit de individuele sporten, die we in dit onderzoek konden registreren die niet naar een topsportschool zijn geweest, hebben er op dit ogenblik in totaal 11 (3,6%) de top acht van Europa bereikt. (c) Vergelijking tussen het huidig niveau van de afgestudeerde (top)sporters en de (top)sporters naast de topsportschool Het huidig niveau van de topsporters die de finaliteit van de Vlaamse overheid behalen ligt iets hoger bij de afgestudeerde (top)sporters van de TSS. Deze topsporters zijn voornamelijk afkomstig uit gymnastiek. Bij wielrennen alsook atletiek ligt het niveau van de topsporters naast de topsportschool hoger. Een belangrijke verklaring hiervoor is het feit dat deze twee sporten zogenaamde laatspecialisatie sporten zijn, wat het voor het beleid niet altijd gemakkelijk maakt een keuze te nemen voor één bepaald traject. Een andere verklaring voor het niveauverschil bij atletiek kan te wijten zijn aan het feit dat de populatie afgestudeerde (top)sporters jonger is dan de populatie (top)sporters naast de topsportschool. Het zijn voornamelijk de afgestudeerde gymnasten en wielrenners naast de TSS die het hoogste niveau behalen potentiële topsporters; het aantal topsporters naast de TSS uit de individuele sporten die in dit onderzoek werden aangeschreven. Het effectieve aantal afgestudeerde topsporters ligt hoger dan

33 2. HOOGST BEHAALDE NIVEAU Daar een deel van de topsporters niet meer actief is of enkel recreatief de sport nog verder beoefent, werd van de onderzoekpopulatie het hoogst behaalde niveau op EK, WK en OS sinds 2005 in kaart gebracht. De volgende figuur geeft de vergelijking weer van het hoogst behaalde niveau sinds 2005 tussen de afgestudeerde (top)sporters aan de TSS en de (top)sporters naast de TSS. Tabel 11: Vergelijking van het hoogst behaalde niveau (sinds 2005) tussen de afgestudeerde (top)sporter van de TSS en de (top)sporter naast de TSS voor de individuele sporten Hoe ver staan we met het topsportbeleid? Top 3 WK Top 12 WK Top 3 EK Top 8 EK internat.selectie Hoogste niveau afgestudeerde topsporters Hoogste niveau topsporters naast de TSS Hieruit kunnen we afleiden dat het aantal afgestudeerde topsporters of topsporters dat naast de TSS sinds 2005 minimaal een selectie behaalde voor een EK, WK of OS ongeveer gelijk verdeeld is, namelijk 33 afgestudeerde topsporters ten opzichte van 36 topsporters naast de TSS. Het aantal topsporters dat minimaal een top 8 plaats op een Europees kampioenschap behaalde ligt net iets hoger bij de afgestudeerde topsporters. We kunnen stellen dat van alle (top)sporters die minimaal ooit de top acht van Europa behaalden (n=35), er 19 naar Een top 8 plaats van Europa werd een topsportschool zijn geweest en 16 niet naar een ooit behaald door 19 afgestudeerde topsportschool zijn geweest. Wat net zoals bij het huidig topsporters van de TSS en door 16 niveau opvalt, is dat ook hier beduidend meer topsporters (top)sporters naast de TSS die een medaille behalen naar een topsportschool zijn geweest, namelijk 10 op een totaal van 12. Om het niveau van de topsporters beter te duiden, wordt onderstaand een overzicht per sporttak gegeven. 32

34 ATL GYM JUD TEN ZWE WIE BAD SKI SNO TRI SCH GOL TAE TAF ATL GYM JUD TEN ZWE WIE BAD SKI SNO TRI SCH GOL TAE TAF Effectiviteit van de topsportscholen (a) Afgestudeerde (top)sporters aan de topsportschool De volgende tabel geeft een overzicht van alle afgestudeerde (top)sporters die sinds 2005 de finaliteit van de Vlaamse overheid behaalde. Opnieuw dient men er rekening mee te houden dat de TSS schermen en triatlon nog maar aan hun respectievelijk derde en vijfde schooljaar bezig zijn. Tabel 12: Overzicht van het aantal afgestudeerde (top)sporters van de TSS die ooit de top 8 van Europa behaalde (individuele sporten) Top 3 WK Top 12 WK Top 3 EK Top 8 EK Internat. selectie Totaal (n) Totaal n (afgestudeerden) Aantal jaren TSS Een belangrijke vaststelling is dat er geen wijzigingen zijn in aantallen en namen van de afgestudeerde topsporters tussen het huidige en hoogst behaalde niveau. Sinds 2005 maakten 19 afgestudeerde (top)sporters aan de TSS deel uit van de top acht van Europa. Sportspecifiek zijn het negen gymnasten, twee snowboarders, twee zwemmers, twee atleten, twee tennissers, één judoka en één wielrenner die deze finaliteit van de Vlaamse overheid behaalden. Ook bottum up kunnen we deze cijfers bekijken. Van de 386 potentiële topsporters die we in dit onderzoek konden registreren die ooit naar een topsportschool zijn geweest hebben er in totaal 19 (5,2%) ooit de top acht van Europa bereikt. (b) (top)sporters naast de topsportschool Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle (top)sporters naast de topsportschool die sinds 2005 de finaliteit van de Vlaamse overheid behaalde. Tabel 13: Overzicht van het aantal (top)sporters naast de TSS die ooit de top 8 van Europa behaalde (individuele sporten) Top 3 WK Top 12 WK Top 3 EK Top 8 EK Internat. selectie Totaal (n)

35 Hieruit blijkt dat 16 (top)sporters, die niet zijn ingestapt in een TSS, sinds 2005 minimaal een top 8 plaats op een Europees kampioenschap. Sportspecifiek zijn het vijf wielrenners, vier zwemmers, vier atleten, twee gymnasten en één judoka die deze finaliteit van de Vlaamse overheid behaalden. Van de 305 potentiële topsporters die we in dit onderzoek konden registreren die niet naar een topsportschool zijn geweest, hebben er in totaal 16 (5,2%) ooit de top acht van Europa bereikt. 3. HOOGST HAALBARE AMBITIE Afgestudeerde (top)sporters In de vragenlijst vroegen we de afgestudeerde (top)sporters naar het hoogst haalbare niveau dat ze ambiëren. 5 procent (n=16) van de respondenten vindt de ambitie om een podiumplaats op een wereldkampioenschap te behalen haalbaar, 14 procent (n=48) om een top twaalf plaats van de wereld te behalen. Volgens 18 procent (n=63) is een podiumplaats op een Europees kampioenschap een haalbare kaart, 34 procent (n=119) is van mening dat een top acht plaats op een Europees kampioenschap een realistische ambitie is. 66 procent (n=233) geeft aan dat een internationale selectie haalbaar is. De hoogste ambities vinden we terug bij wielrennen, gymnastiek en ski/snowboard waar één vierde een podiumplaats en ongeveer 40 procent een top twaalf plaats op een wereldkampioenschap als haalbare ambitie aangeeft. (top)sporters naast de topsportschool Voor 9 procent (n=29) van de (top)sporters die niet zijn ingestapt in een TSS is een podiumplaats op een wereldkampioenschap een haalbare ambitie, 22 procent (n=68) geeft een top twaalf plaats dan weer aan als een haalbare kaart. Een podiumplaats op een Europees kampioenschap is voor 22 procent (n=70) realistisch, een top acht plaats is volgens 45 procent (n=142) een haalbare ambitie. De hoogste ambities vinden we terug bij atletiek, judo, zwemmen en wielrennen waar meer dan de helft een top acht plaats op een Europees kampioenschap als haalbaar inschatten. Meer dan één derde van de (top)sporters bij judo, zwemmen en zelfs meer dan de helft van de wielrenners gelooft in zijn kansen voor een top twaalf plaats op een wereldkampioenschap. Vergelijking tussen de hoogst haalbare ambitie van de afgestudeerde (top)sporters en de (top)sporters naast de topsportschool Blijkens onze gegevens, geloven de atleten die niet zijn ingestapt in een TSS significant meer in hun kansen om een podiumplaats of een top acht plaats op een Europees kampioenschap te behalen dan de afgestudeerde atleten van een TSS (34% ten opzichte van 45%). Ook significante meer wielrenners naast de TSS vinden een internationale selectie een haalbare kaart. 34

36 4. BEHAALDE DOELSTELLING VAN DE FEDERATIE Een andere manier om de prestaties van de afgestudeerde (top)sporters te evalueren, kan gebeuren aan de hand van de vooropgestelde doelstellingen geformuleerd vanuit de federatie. De criteria om in aanmerking te komen voor het Bloso tewerkstellingscontract Topsport of het Bloso Topsportstudentenproject Hoger onderwijs worden als aanknopingspunt genomen voor het behalen van de einddoelstelling van de topsportcarrière van de leerling/topsporters. Dit houdt in dat er tussendoelen opgesteld moeten worden in functie van deze einddoelstellingen. Deze tussendoelstellingen werden opgesteld door de federatie en zijn zeer sportspecifiek. Om een beeld te krijgen van de verdere sportieve evolutie werden de oud-leerlingen/topsport na hun uitstroom uit de TSS gevraagd of ze de doelstellingen na de derde graad en/of de tussentijdse doelstellingen en/of de einddoelstellingen hebben bereikt. Onderstaande figuur geeft een algemeen overzicht. Tabel 14: overzicht van de behaalde doelstellingen van de afgestudeerde (top)sporter van de TSS 60,0% 54,7% 50,0% 48,6% 47,5% 40,0% 42,4% 39,6% 30,0% 31,8% 29,7% 27,0% 22,3% 27,8% 31,3% 25,2% 26,6% 20,0% 10,0% 17,6% 11,5% 11,5% 17,4% 16,7% 12,5% 12,5% 11,5% 15,8% 6,5% 12,2% 0,0% Doelstelling derde graad Tussendoelstelling Tussendoelstelling (19-20j) (21-22j) Einddoelstelling (19-20j) Einddoelstelling (20-21j) Einddoelstelling (ouder dan 23j) ja nee ik weet het niet nvt 49 procent (n=72) van de afgestudeerde (top)sporters geeft aan na het verlaten van de TSS de sportspecifieke doelstelling van de federatie in derde graad te behalen. 18 procent behaalt dit niet, 12 procent weet het niet en 22 procent geeft aan dat dit niet van toepassing was. Het percentage aan (top)sporters die ligt het hoogst bij triatlon (60%, n=3), handbal (80%, n=12), basketbal (67%, n=8), volleybal (70%, n=16) en judo (63%, n=10). Het zijn opnieuw volleybal, basketbal en handbal waar de meeste (top)sporters de tussentijdse doelstellingen behalen. De einddoelstelling, aangegeven door de federatie, wordt door 17 procent behaald op de leeftijd van 19 tot 20 jaar, terwijl ook hier een lager percentage (12%) de einddoelstelling behaalt op de leeftijd van 20 tot 21 jaar en nog minder (top)sporters (7%) behaalt de einddoelstelling op de leeftijd van 23 jaar of ouder. Dat onze jonge populatie aan afgestudeerden (67% tussen 18 en 23 35

37 jaar) verkaart deels het lage percentage aan (top)sporters die de einddoelstelling heeft behaald. Een groot deel van deze (top)sporters heeft nog een groeipotenteel. 5. BESLUIT Of de topsportschool voldoende bijdraagt tot het behalen van de finale doelstellingen van de Vlaamse overheid is een centrale vraag binnen dit onderzoek. Deze prangende vraag wordt ook vaak gesteld in de media. In behaalden bij de individuele sporten 19 afgestudeerde topsporters van de topsportschool minimaal een top 8 plaats op een Europees kampioenschap waarbij de gymnasten het hoogste niveau behalen. Sommigen zijn ervan overtuigd dat er geen topsportschool nodig is om topsportsucces te behalen. Voor 11 topsporters, naast de topsportschool, die in minimaal een top 8 plaats op een Europees kampioenschap hebben behaald blijkt dit ook het geval te zijn maar dikwijls worden deze topsporters wel ondersteund vanuit de federatie of overheid. In verschillende gevallen kan de topsporter ook gebruik maken van onder andere de faciliteiten, trainingen en de trainer van de topsportschool. Het zijn de wielrenners naast de topsportschool die het hoogste niveau behalen. Toch blijft een kritische noot dat het aantal topsporters in Vlaanderen die de internationale top behalen zeer beperkt is. In de loop der jaren heeft de topsportschool steeds meer kwaliteit kunnen leveren waardoor steeds meer potentiële topsporters de stap naar de topsportschool zetten. Dat het rendement van de topsportscholen steeds beter wordt is merkbaar in de positieve evolutie van jeugdkampioenschappen voornamelijk binnen de topsportschool. Zo behaalde België in 2009 op het European Youth Olympic Festival in Tampere twaalf medailles, waarvan acht door leerlingen uit de Vlaamse topsportscholen (Auxipress, 2010). De subjectieve peiling naar hoogst haalbare ambities reikt iets hoger bij de respondenten naast de topsportschool, met een significantie voor atletiek. 142 (45%) van deze (top)sporters en 119 (34%) van de afgestudeerde (top)sporters gelooft in hun kansen om een top acht plaats van Europa te behalen. 36

38 Pijler 4: talentontwikkeling 1. INLEIDING Pijler 4 start wanneer jonge sporters met bijzondere begaafdheden worden ontdekt en speciale aandacht krijgen. Een goed talentidentificatiesysteem moet ervoor zorgen dat het maximale potentieel aan talenten wordt bereikt. Nadien volgt de periode van talentontwikkeling en topsportbeoefening die een periode van gemiddeld acht tot tien jaar aan intensieve training en aangepaste begeleiding vereist (Bloom, 1985; Ericsson, 2003; Ericsson & Charness, 1994). De overgang van jong talent naar topsporter is niet alleen lang maar ook complex. Een topsportcarrière verloopt doorheen verschillende fasen waarbij de sportieve fase ook parallel loopt met, en beïnvloed wordt door, de ontwikkeling van de jonge atleet op andere domeinen (Wylleman & Lavallee, 2004). De onderstaande figuur van Wylleman & Lavallee illustreert deze verschillende fasen in de topsportcarrière en welke transities zich voordoen op atletisch, psychologisch, psychosociaal en academisch niveau. Figuur 5: Ontwikkelingsmodel van de transities ervaren door een atleet op atletisch, psychologisch, psychosociaal en academisch niveau (Wylleman & Lavallee, 2003) Leeftijd Atletische ontwikkeling Initiatie Ontwikkeling Perfectie Discontinuatie Psychologische ontwikkeling Schoolkind Puberteit Adolescentie Volwassen Psychosociale ontwikkeling Ouders Broer/zus Leeftijdsgenoten Leeftijdsgenoten Coach Ouders Partner Coach Familie (Coach) Leeftijdsgenoten Studie/beroepsontwikkeli ng Lager Onderwijs Middelbaar Onderwijs Universiteit of Vervolgopleiding Beroepscarrière Talentrijke kinderen kunnen door middel van een goed talentidentificatiesysteem herkend worden als potentiële topsporter en belanden zo in de ontwikkelingsfase van een mogelijke topsportcarrière. De ontwikkeling van jeugdige talenten op sportief vlak hangt nauw samen met de ontwikkeling die ze op andere domeinen doorlopen. Specifiek voor ons onderzoek is de transitie op academisch en beroepsniveau. Aangezien jongeren in België schoolplichtig zijn tot 18 jaar bestaan er overlappingen tussen het lager en secundair onderwijs en de initiatie- en talentontwikkelingsfase. Deze dubbele rol van student en atleet zet individuen in situaties waar men al de beschikbare tijd en energie moet steken in het ontwikkelen van deze twee gebieden (Wylleman, De Knop, Verdet, Erpic,2007). 37

39 Om hieraan tegemoet te komen werden in 1998 in Vlaanderen de topsportscholen opgericht met als doel een zo optimaal mogelijke combinatie tussen topsport en studie te faciliteren. Deze periode vergt een goed doordachte aanpak. Zo moeten er niet alleen per ontwikkelingsfase maar zelfs per trainings- en competitieperiode welbepaalde trainingsvolumes en intensiteiten afgewerkt worden. Dit is enkel mogelijk mits voldoende ondersteuning die vaak vanuit club en/of federatie komt. In dit hoofdstuk gaan we hier dieper op in. Uit de 1-meting van het topsportklimaat in Vlaanderen (De Bosscher et al., 2008) bleek namelijk dat 61 procent van de atleten en 70 procent van de trainers aangeven dat de ondersteuning die ze in Vlaanderen krijgen als aankomend talent onvoldoende is om het hoogst bereikbare niveau te behalen. Ook geven 41 procent van de coaches en 47 procent van de atleten aan dat de éérste aandacht van de club of federatie voor de jeugdige talenten te laat komt. In het eerste deel gaan we dieper in op het traject dat de topsporter aflegt vooraleer deze in een TSS komt en proberen we te achterhalen in welke mate de respondenten oordelen dat ze voldoende ondersteuning kregen om hun hoogst haalbare niveau te bereiken. 2. TOPSPORTSCHOLEN: EEN EVALUATIE DOOR DE AFGESTUDEERDEN 2.1 Selectiecriteria voor participatie in een topsportschool Het aantal leerlingen ingeschreven in een TSS, steeg van 477 in het schooljaar naar 683 in het schooljaar De TSS is echter niet voor elke sporttak/discipline per definitie het meest aangewezen instrument om de talentontwikkeling in deze leeftijdscategorie optimaal in te vullen (topsportactieplan Vlaanderen II, ). De topsportscholen hebben al een hele evolutie afgelegd, ook op vlak van de selectiecriteria. De talentdetectie speelt hier een belangrijke rol. Overeenkomstig het actieplan verwijst talentdetectie naar alle maatregelen en initiatieven met betrekking tot de instroom van getalenteerde jongeren in een topsportprogramma. Talentdetectie vereist expertise en een gerichte werking per sporttak inzake (1) de identificatie van talent aan de hand van talentidentificatie parameters ( welke kenmerken moeten we observeren/meten op welke leeftijd/ontwikkelingsfase? ), (2) de opsporing van talenten in een ruimere groep ( hoe wordt het zoeken naar jongeren met de geschikte kenmerken effectief en efficiënt georganiseerd? ) en (3) de selectie van een beperkte groep getalenteerde jongeren voor deelname aan een topsportprogramma ( Welke selectiecriteria of normen worden op welke leeftijd/ontwikkelingsfase opgelegd? ) (topsportactieplan Vlaanderen II, ). Om een TSS op te starten en/of verder te blijven investeren in een bestaande TSS zal er in de toekomst aan een aantal criteria voldaan moeten worden. Zo zal de TSS moeten kaderen in een volledig traject/programma van talentontwikkeling. In het traject van detectie van een topsporttalent tot het behalen van internationaal topsportsucces, dient een TSS een deel van het geheel te vormen. De nadruk moet liggen op doorstroommogelijkheden in verdere samenwerking met de topsportfederatie. De selectiecriteria moeten ook gericht zijn op het behalen van een internationaal niveau. De finaliteit van de selectiecriteria dient per graad ondubbelzinnig vastgelegd te worden in een convenant tussen Bloso en de betrokken federatie. De criteria dienen voldoende 38

40 streng gesteld te worden, zodat uitsluitend leerlingen/topsporters van voldoende hoog niveau in functie van doorgroeimogelijkheden weerhouden worden. Selectiecriteria voor de TSS In dit deel gaan we na of de topsporters al dan niet op de hoogte waren van de selectiecriteria gehanteerd door de TSS alsook de beoordeling van de haalbaarheid van deze criteria. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat gemiddeld 73 procent (n=248) van de afgestudeerde (top)sporters op de hoogte was van de selectiecriteria gehanteerd door de TSS. Bij tennis, basketbal en badminton geeft echter minder dan de helft aan hiervan op de hoogte te zijn geweest. Deze criteria worden door gemiddeld 43 procent (n=145) van de afgestudeerde (top)sporters als correct tot zeer correct beschouwd, 43 procent 73% van de afgestudeerde (top)sporters van de TSS was op de hoogte van de selectiecriteria. 43% beoordeelt deze als (n=143) is hieromtrent neutraal terwijl 14 correct tot zeer correct, 43% als neutraal en procent (n=46) de criteria als moeilijk tot zeer 14% als moeilijk tot zeer moeilijk haalbaar moeilijk haalbaar aanschouwen. Dat deze selectiecriteria zeer sportspecifiek zijn uit zich in de beoordeling tussen de verschillende sporten. Tabel 11 geeft hiervan een overzicht per sporttak. Tabel 15: percentage van de afgestudeerde (top)sporters die op de hoogte waren van de selectiecriteria van de TSS Atl. Jud. Ten. Wie. Zwe. Vol. Gym. Bas. N=62 N=36 N=19 N=15 N=19 N=45 N=27 N=26 ja 75,8% 86,1% 47,4% 80,0% 84,2% 68,9% 74,1% 46,2% nee 24,2% 13,9% 52,6% 20,0% 15,8% 31,1% 25,9% 53,8% Han. Ski. Sno. Bad. Gol. Sch. Tae. Tri. Taf. Gem N=40 N=6 N=3 N=14 N=8 N=3 N=4 N=7 N=7 N=341 ja 85,0% 66,7% 66,7% 42,9% 100,0% 66,7% 100,0% 85,7% 57,1% 72,7% nee 15,0% 33,3% 33,3% 57,1% 0,0% 33,3% 0,0% 14,3% 42,9% 27,3% Slechts één tennisser oordeelt de selectiecriteria als correct terwijl zeven tennissers de selectiecriteria als moeilijk tot zeer moeilijk haalbaar bestempelen. Ook bij zwemmen liggen de meningen verdeeld. Acht zwemmers zijn van oordeel dat de selectiecriteria correct tot zeer correct zijn terwijl zeven zwemmers deze als moeilijk haalbaar bestempelen. De grote meerderheid van de (top)sporters (88%) paste zijn trainingen niet aan voor het behalen van de criteria. De meeste aanpassingen gebeurden bij gymnastiek waar één derde van de gymnasten (n=9) aangeeft meer en anders te hebben getraind in voorbereiding van het behalen van de selectienorm. Van de (top)sporters die niet zijn ingestapt in de TSS was 76 procent op de hoogte van de selectiecriteria die door de grote meerderheid als haalbaar tot zeer goed haalbaar bestempeld worden. 76 procent kreeg ook de kans om naar de TSS te gaan. 76% van de (top)sporters naast de TSS kreeg de kans om naar een TSS te gaan en was op de hoogte van de selectiecriteria die door de meerderheid als haalbaar bestempeld worden 39

41 Tot slot polsten we bij de afgestudeerde topsporters welk traject er vooraf ging aan hun selectie voor de TSS. Ongeveer één derde van de bevraagde (top)sporters (uit de TSS) geeft aan geen oproep vanuit de federatie te hebben ontvangen om eerst deel te nemen aan een training alvorens geselecteerd te worden voor de TSS. Zoals blijkt uit onderstaande tabel liggen deze percentages het hoogst bij atletiek (49%), wielrennen (46%), basketbal (59%), ski (100%, n=5) en triatlon (80%, n=4). Meer dan 40 procent had bovendien nog nooit deelgenomen aan een stage of werd opgeroepen voor een selectie vanuit de federatie alvorens geselecteerd te worden voor de TSS. Tabel 16: aantal trainingen vanuit de federatie alvorens de (top)sporter geselecteerd werd voor de TSS Aantal Atl. Jud. Ten. Wie. Zwe. Vol. Gym. Bas. N=41 N=19 N=12 N=13 N=16 N=34 N=14 N= ,8% 36,8% 16,7% 46,2% 25,0% 22,9% 35,7% 58,8% ,4% 26,3% 41,7% 46,2% 56,3% 48,6% 35,7% 35,3% >3 26,8% 36,8% 41,7% 7,7% 18,8% 28,6% 28,6% 5,9% Aantal Han. Ski Sno. Bad. Gol. Sche. Tae. Tri. Taf. totaal N=23 N=4 N=1 N=11 N=8 N=3 N=2 N=5 N=5 N= ,3% 100% 100% 10,0% 12,5% 0,0% 50,0% 80,0% 25,0% 35,9% ,4% 0,0% 0,0% 30,0% 25,0% 33,3% 0,0% 0,0% 0,0% 35,0% >3 26,3% 0,0% 0,0% 60,0% 62,5% 66,7% 50,0% 20,0% 75,0% 29,1% Deze cijfers lagen voor stages het hoogst bij wielrennen (67%), basketbal (77%) en Één derde van afgestudeerde (top)sporters van ski/snowboard (67%). Voor selecties lag het cijfer het hoogst bij atletiek (63%). Vandaag de dag werken federaties steeds meer de TSS kreeg geen oproep om deel te nemen aan een training, meer dan 40% voor een stage of selectie alvorens in te stappen in de TSS een meer aan het optimaliseren van hun talentdetectiesysteem. We vergelijken daarom de verschillen vóór en na Toch geeft gemiddeld nog 22 procent van de (top)sporters die in 2005 of later zijn uitgestapt aan geen selectie gehad te hebben voor een training, stage of selectie alvorens in te stappen in de topsportschool. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal percentage voor en na uitstap 2005 die aangeven geen niet geselecteerd te zijn geweest voor een training, stage of wedstrijd. Aantal Trainingen Stage Selectie Voor 2005 Na 2005 Voor 2005 Na 2005 Voor 2005 Na ,1(n=26) 30,8 (n=36) 57,9(n=33) 38,8(n=47) 44,1(n=26) 37,3(n=47) ,1 (n=15) 35,0(n=41) 33,4(n=19) 42,2(n=51) 33,9(n=20) 43,7(n=55) >3 24,8(n=13) 34,2(n=40) 8,7(n=5) 19,0(n=23) 22,0(n=13) 19,0(n=22) Wel dienen we er rekening mee te houden dat dit een retrospectief onderzoek is, waarbij de respondenten gevraagd wordt terug te blikken op het verleden en we bijgevolg voor ogen moeten houden dat men zich dit mogelijk niet meer herinnert. Ook bestaat de mogelijkheid dat de topsporter niet altijd op de hoogte is van sommige selectieprocedure zoals scouting. Dit zijn desalniettemin belangrijke vaststellingen die grondig dienen opgevolgd te worden. 40

42 Het actieplan Vlaanderen II (Muyters,2010) stelt namelijk dat de selectiecriteria voldoende streng dienen gesteld te worden, zodat uitsluitend leerlingen/topsporters van voldoende hoog niveau in functie van doorgroeimogelijkheden weerhouden worden. Het is dan ook belangrijk dat de federaties het potentieel van de talenten die voor de TSS in aanmerking komen goed kennen, en deze talenten gedurende een lange periode op de voet worden gevolgd vooraleer de stap naar een TSS te zetten. 2.2 In- en uitstroom aan de topsportschool In dit deel bekijken we het traject dat een topsporter doorheen zijn carrière heeft doorlopen. De onderstaande figuur geeft een overzicht van het carrièreverloop van afgestudeerde topsporters bij de cat I sporten aangevuld met handbal. Bij de andere sporten ligt het aantal respondenten te laag om een correct beeld weer te geven, opgesplitst per categorie. Hierbij kunnen we een aantal zaken vaststellen. Doorgaans komen de topsporters bij vroegspecialistatiesporten, zoals tennis, gymnastiek en zwemmen ook vroeger in contact met hun sporttak en opvallend genoeg- hebben deze topsporters ook (gemiddeld) vóór de leeftijd van 18 jaar de TSS verlaten. Initiatiefase, contact met de sport en specialisatie De initiatiefase ligt bij de afgestudeerde (top)sporters van de TSS het vroegst bij tennis, gymnastiek en zwemmen en deze ligt gemiddeld tussen de leeftijd van 5 en 7 jaar. Het zijn ook deze drie sporten waar de (top)sporter zich het vroegst enkel op zijn sport toelegt. Bij wielrennen ligt de initiatie fase (11 jarige leeftijd) het laatst. Gemiddeld 41 procent van de afgestudeerde (top)sporters aan de TSS beoefende naast hun sport als (top)sporter nog gemiddeld 6 jaar een andere sport tijdens hun jeugdjaren. Voetbal, zwemmen, basketbal, gymnastiek en atletiek zijn hierbij de meest populaire sporten. Bij (top)sporters naast de TSS is dit de helft. Gemiddeld zit een leerling topsport 2,8 jaar op de TSS, gaande van 4,3 jaar bij tafeltennis, 3,1 jaar bij gymnastiek, 3,4 jaar bij tennis en 3,1 bij handbal tot 1,9 jaar bij trialton, 1,3 jaar bij schermen en 2,0 jaar bij wielrennen. Ook na 2005 blijkt de topsporter gemiddeld 2,8 Gemiddeld zit een leerling/topsport 2,8 jaar op een TSS jaar op een topsporterschool zitten. Daar pas in 2004 de uitbreiding naar de eerst graad plaats vond is het pas sinds dit schooljaar mogelijk ( ) het volledige traject van het eerste t.e.m. het zesde studiejaar af te leggen binnen de TSS. Verder dient ook rekening gehouden te worden dat de TSS schermen en triatlon pas later zijn opgestart. Dit alles betekent dat de impact van deze TSS op de totale topsportcarrière van een topsporter niet mag onderschat, maar ook niet mag overschat worden. Voorafgaand aan de TSS legt de (top)sporter gemiddeld 6 jaar af waarin deze zich specialiseert in zijn huidige sport. Ook blijkt uit onze gegevens dat 41 procent van de afgestudeerden van de TSS gemiddeld 6,1 jaren een andere sport heeft beoefend tijdens de jeugdjaren. Bij de twee zogenaamde vroegspecialisatiesporten, namelijk tennis en gymnastiek, en bij wielrennen heeft minder dan één derde nog een andere sport beoefend. Bij de (top)sporters naast de TSS heeft de helft tijdens zijn jeugdjaren nog 5,8 jaren een andere sport beoefend. 41

43 Het tijdsverloop tussen het moment waarop men met de sporttak voor het eerst in contact komt en het waarop men zich in de huidige sporttak specialiseert, is gemiddeld 3,1 jaren. 2.3 Instap topsportschool De instapleeftijd aan de TSS ligt grotendeels tussen 14 en 16 jaar. Bij vroegspecialisatie sporten zoals tennis en gymnastiek evenals tafeltennis (n=4) zien we dat meer dan de helft van de (top)sporters is ingestapt op de leeftijd van 12 jaar. Bij wielrennen stapte de helft (n=7) in op de leeftijd van 16 jaar. Bij sporten zoals judo (n=29), handbal (n=22), wielrennen (n=10), volleybal (n=36), ski/snowboard (n=5), golf (n=5), triatlon (n=4) en taekwondo (n=3) verliet meer dan 70 procent de TSS na het zesde jaar. Bij tennis, zwemmen, gymnastiek en basketbal ligt dit meer verdeeld over de jaren heen. Figuur 6: carrièreverloop van de cat. I sporten + handbal 18 17,7 17, ,4 12, ,6 11,3 11,2 16,1 14,9 14,8 14,9 13,9 14,1 13,5 12,8 12,3 17,4 17, ,5 15,8 15,6 15, ,7 9,1 8,5 8,0 7,4 6,5 5,9 9,3 8,4 5 contact sport enkel huidige sport instap TSS verlaten TSS atletiek basketbal gymnastiek judo tennis volleybal zwemmen wielrennen handbal 42

44 Aan de respondenten werd gevraagd om deze instapleeftijd te beoordelen. Tabel 17: beoordeling van de instapleeftijd in de TSS per sporttak Atl. Jud. Ten. Wie. Zwe. Vol. Gym. Bas. Han. N= 61 N= 36 N=18 N=15 N=19 N=44 N=27 N=26 N=39 net goed 62,3% 61,1% 61,1% 53,3% 68,4% 61,4% 51,9% 57,7% 53,8% te laat 19,7% 27,8% 16,7% 33,3% 10,5% 22,7% 33,3% 26,9% 30,8% te vroeg 18,0% 11,1% 22,2% 13,3% 21,1% 15,9% 14,8% 15,4% 15,4% Ski Sno. Bad. Gol. Sch. Tae. Tri. Taf. Tot. N=6 N=3 N=14 N=8 N=3 N=4 N=7 N=7 N=337 net goed 50,0% 100,0% 64,3% 75,0% 33,3% 100,0% 28,6% 57,1% 59,6% te laat 33,3% 0,0% 0,0% 12,5% 66,7% 0,0% 71,4% 28,6% 24,3% te vroeg 16,7% 0,0% 35,7% 12,5% 0,0% 0,0% 0,0% 14,3% 16,0% 60 procent (n=201) is van mening dat hun instapleeftijd in de TSS net goed was. 24 procent (n=82) vindt dat zijn of haar instapleeftijd te laat was waaronder één derde (n=9) van de respondenten bij gymnastiek, twee (op 3) schermers en vijf (op 7) triatlon. Dat de topsportschool schermen en triatlon pas recent is opgestart is hiervoor een verklaring. Ook delen onder andere nog twaalf andere atleten, tien judoka s, tien volleyballers en zeven basketballers deze mening. We vroegen de (top)sporters hun antwoord toe te lichten. Daarbij geven vijf (top)sporters aan dat een vroegere professionele begeleiding beter was geweest of een betere ontwikkeling tot gevolg zou gehad hebben. Volgens drie respondenten is een techniek aanleren op vroege leeftijd belangrijk. Volgens vier respondenten zou een vroegere instap ertoe geleid hebben dat ze meer uit hun carrière gehaald zouden hebben. Verder geven drie (top)sporters aan teveel trainingsachterstand gehad te hebben en vijf andere (top)sporters geven aan dat ze door hun late instap te weinig ontwikkeld waren. Anderzijds vond 16 procent (n=54) hun instapleeftijd te vroeg. Dit zijn voor het merendeel tennissers (22%, n=4), zwemmers (21%, n=4) en badmintonners (36%, n=5). Verder vonden ook onder andere elf atleten, zeven volleyballers, zes handballers hun instapleeftijd te vroeg. Van deze (top)sporters, geven elf (top)sporters aan dat ze te 60% vond de instapleeftijd aan jong waren voor een grote trainingshoeveelheid. Zes de TSS net goed, respondenten had nog een groeiachterstand of gaf aan een 24% te laat en 16% te vroeg laatbloeier te zijn, volgens hen was een latere instap beter geweest. Drie (top)sporters benadrukken dat de grote drop out te wijten is aan het te veel op te vroege leeftijd. Verder zijn er ook 2 (top)sporters die het mentaal te zwaar hadden en 2 andere (top)sporters vinden dat jonge (top)sporters nog nood hebben aan hun ouders. Volgens hen waren ze te jong om hun eigen leven te leiden. Onderstaande tabel geeft een gedetailleerd beoordeling van de instapleeftijd weer. Grote verschillen in beoordeling van de instapleeftijd tussen de uitstappers na 2005 en de selectietopsporters met de andere (top)sporters zijn er niet te vinden. 62 procent van de uitstappers na 2005 en 59 procent van de selectie-topsporters beoordelen hun instapleeftijd als goed. 14 procent 43

45 van de uitstappers na 2005 en 16 procent van de selectie-topsporters is van mening dat hun instapleeftijd te vroeg was tegenover 25 procent van de uitstappers na 2005 en 24 procent van de selectie-topsporters beoordeelt hun instapleeftijd als te laat. 2.4 Drop outs Wanneer we vervolgens dieper ingaan op het moment waarop de (top)sporters de TSS 41 procent heeft de TSS vroegtijdig verlaten verlaten, blijkt 41 procent (n=133) de TSS op gemiddelde leeftijd van 15,5 jaar vroegtijdig te hebben verlaten op de gemiddelde leeftijd van 15,5 jaar. We vroegen de (top)sporters om uit een reeks van antwoordmogelijkheden de reden aan te duiden. De onderstaande figuur geeft de verschillende redenen weer die hiervoor door de topsporters werden aangehaald. Figuur 7: redenen van het vroegtijdig verlaten van de TSS 40,0% 35,0% 35,9% 30,0% 27,6% 25,0% 20,0% 18,8% 15,0% 10,0% 8,2% 9,4% 5,0% 0,0% kwetsuren niet voldaan aan criteria TSS omwille van andere studierichting moeilijke combinatie topsport-studie andere reden Voor gemiddeld 28 procent (n=47) van de (top)sporters is een kwetsuur de aanleiding geweest voor het vroegtijdig verlaten van de 28% van de (top)sporters verliet de TSS vroegtijdig TSS. Deze (top)sporters situeren omwille van kwetsuur, 19% omwille van het niet behalen zich vooral bij gymnastiek (n=16) en atletiek (n=9). 19 procent (n=34) van criteria, 8% omwille van studierichtingen en 9% omwille van de combinatie tss topsport en studie voldeed niet meer aan de selectiecriteria gehanteerd door de TSS. Deze (top)sporters situeren zich het meest bij atletiek (n=7), tennis (n=7), basketbal (n=5) en zwemmen (n=4). Een andere reden die via de gesloten vraag werd aangeboden is de moeilijke combinatie tussen topsport en studie evenals het verkiezen van een andere studierichting. Voor net iets minder dan 10 procent van de (top)sporters was dit de reden voor het vroegtijdig verlaten van de TSS. Meer dan één derde van de (top)sporters gaf zelf nog andere oorzaken aan. De andere redenen werden geclusterd in volgende thema s: 44

46 heimwee, geen toffe groep, niet leuk meer vinden, verkeerde mentaliteit: 39% (n=22) verkeerde trainingsmethode of geen verbetering merkbaar: 14% (n=8) internaat: 5% (n=3) te weinig vrije tijd: 7 % (n=4) wrijvingen met topsportactoren, geen communicatie, geen geloof in topsporter :12% (n=7) medische redenen: 5% (n=3) verandering van locatie/ naar buitenland/ te ver: 12% (n=7) ongekende reden, niet meegedeeld: 4% (n=2) We gingen dieper in op het niveau van de (top)sporters die de topsportschool vroegtijdig hebben verlaten. Zeven (top)sporters geven aan momenteel tot de top 8 van Europa te behoren. Bij 5 van deze topsporters was een blessure de aanleiding om te stoppen. 1 topsporter wou de lat op studieniveau hoger leggen en een andere topsporter verliet de TSS vroegtijdig omwille van een C- attest. 2.5 Concept van de topsportschool Het doel van de topsportscholen is de jongeren de kans te bieden hun sport op hoog niveau te beoefenen in combinatie met hun studies. Binnen de 66% van de (top)sporters is zeer TSS leeft de leerling/topsporter samen met andere tevreden, 20% matig en 14% beloftevolle jongeren en kan hij/zij genieten van ontevreden over het concept van de TSS aangepast onderwijs en deskundige trainingsbegeleiding in kwalitatieve trainingscentra. We gingen dan ook na hoe tevreden de afgestudeerde (top)sporters zijn over de TSS in zijn totaliteit: het concept, de studiebegeleiding en de sportieve begeleiding. Zoals weergegeven in de onderstaande figuur blijkt dat de afgestudeerde (top)sporters tamelijk tevreden zijn over het totale concept van de TSS. 66 procent is (zeer) tevreden, 20 procent matig tevreden terwijl 14 procent ontevreden gestemd is. 45

47 Figuur 8: beoordeling van het concept van de TSS 80,0% 70,0% 66,0% 69,4% 60,0% 50,0% 40,0% 34,0% 39,3% 30,0% 26,7% 20,0% 10,0% 14,4% 19,6% 11,1% 16,5% 0,0% concept TSS studiebegeleiding sportieve begeleiding (helemaal) ontevreden noch ontevreden, noch tevreden (helemaal) tevreden De sportieve begeleiding binnen de TSS wordt algemeen redelijk goed beoordeeld. 69 procent is hier (zeer) tevreden over, 17 procent matig terwijl 11 procent ontevreden is. 66 procent (n=186) is van mening dat de TSS veel tot zeer veel heeft bijgedragen tot de sportieve prestaties. Bij volleybal, gymnastiek, basketbal, handbal en taekwondo (n=3) geeft minder dan 5 procent van de (top)sporters aan dat de TSS weinig heeft tot hun sportieve prestaties. Minst tevreden zijn de respondenten bij tennis waar 43 procent (n=6) aangeeft dat de TSS weinig heeft bijgedragen tot hun sportieve prestaties. Daar het over een longitudinaal onderzoek gaat en de topsportscholen een evolutie doormaken, werden de data ook opgesplitst tussen de topsporters die de TSS voor en na 2005 hebben verlaten. Er werd voor 2005 gekozen daar er in 2004 een tweede topsportconvenant werd afgesloten waarbij een aantal maatregelen werden getroffen m.b.t. de werking van de TSS Er werden echter geen significante verschillen terug gevonden tussen de beoordeling van de topsporters vóór en na In tegenstelling tot de sportieve begeleiding is de (top)sporter minder tevreden over de studiebegeleiding. Slechts 39 procent is tevreden over deze begeleiding, 34 procent is matig tevreden terwijl 27 procent ontevreden is. Opvallend is dat slechts 13 procent vindt dat de TSS veel tot zeer veel heeft bijgedragen tot de studieprestaties, 60 procent is van mening dat de TSS hier weinig heeft toe bijgedragen. Hierbij dient opgemerkt dat in 2007 er in de TSS een topsportschoolcoördinator werd aangesteld, een maatregel die bedoeld was om dit pijnpunt aan te pakken. Dankzij onder meer deze maatregel is er wel een positieve evolutie merkbaar tussen de beoordeling van de topsporters voor en na 2005, namelijk 44 procent van de uitstappers na 2005 beoordeelt de studiebegeleiding goed tot zeer goed terwijl 22 procent deze als slecht beoordeelt. 46

48 Sportspecifiek zijn de (top)sporters bij 66% is tevreden over het concept van de TSS, 69% volleybal, gymnastiek, handbal, schermen over de sportieve begeleiding en 39% over de en triatlon het meest tevreden over het studiebegeleiding binnen de TSS. concept, de sportieve- en 66% vindt dat de TSS veel heeft bijgedragen tot de studiebegeleiding van de TSS. De sportieve prestaties, 13% tot de studieprestaties. nettoscore ligt hier boven de gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscore. Verder zijn ook de atleten, golfers en ski/snowboarders tevreden over het totaalplaatje van de TSS. Minder positief zijn de tennissers waar slechts 5 (top)sporters (36%) tevreden zijn over het concept van de TSS. Negatieve nettoscores zijn enkel terug te vinden voor de studiebegeleiding bij wielrennen, basketbal, golf en tafeltennis. De (top)sporters bij zwemmen (47%,n=8), ski/snowboard (78%,n=7), triatlon (71%,n=5) zijn het meest tevreden over de studiebegeleiding binnen de TSS. Bij de vraag of de TSS heeft bijgedragen tot de studieprestaties krijgen we slechts bij twee sporten, triatlon en taekwondo, een positieve nettoscore, wat betekent dat we bij de andere sporten kunnen stellen dat de meerderheid van de respondenten van mening zijn dat de studiebegeleiding zeker voor verbetering vatbaar is. 2.6 Traininguren tijden de topsportschool Dat het aantal trainingsuren zowel leeftijdsgebonden als sportspecifiek is, blijkt uit onderstaande figuur. De afgestudeerde (top)sporters werd gevraagd naar het aantal trainingsuren tijdens de TSS. Algemeen liggen de hoogste trainingsuren tijdens de talentontwikkeling bij gymnastiek en tennis. Voor de leeftijd van 12 tot 14 jaar zijn het de respondenten van de vroegspecialisatie sporten, namelijk gymnastiek, tennis en zwemmen die de hoogste trainingsuren weergeven. De trainingsuren bij wielrennen liggen tijdens deze fase het laagst. Naar het einde van de ontwikkelingsfase zijn het nog steeds de gymnasten met de meeste trainingsuren. De respondenten bij judo, tennis, volleybal en zwemmen trainen gemiddeld tussen de 19 en 23. Voor atletiek, basketbal en wielrennen ligt dit gemiddeld tussen 14 en

49 Figuur 9: grafisch overzicht van het aantal trainingsuren tijdens de talentontwikkeling 35,0 30,0 30,8 29,9 28,3 25,0 20,0 15,0 14,5 16,015,5 19,0 21,6 17,4 24,0 22,7 21,5 19,1 14,9 14,1 14,0 15,0 10,0 11,5 8,1 8,6 9,0 8,7 10,7 5,0 5,3 0,0 Atletiek Basketbal Gymnastiek Judo Tennis Volleybal Zwemmen Wielrennen Totaal u/week jaar Totaal u/week jaar Totaal u/week jaar De totale trainingsuren kunnen we opsplitsen in sportspecifieke trainingsvormen en begeleidingsvormen. De trainingsvormen omvatten de zowel de conditietraining als de sportspecifieke vormen. Onder begeleidingsvormen zitten de medische-, mentale en voedingsbegeleiding. Onderstaande tabellen geven per leeftijdscategorie een overzicht van het aantal trainingsuren dat de respondenten besteden aan de verschillende trainingsvormen. Tabel 18: overzicht van het aantal trainingsuren tussen de leeftijd van 12 tot 14 jaar jaar Gem. Atl. Bas. Gym. Jud. Ten. Vol. Zwe. Wie. Totaal week/u 12,5 8,1 8,6 29,9 9,0 17,4 8,7 14 5,3 Conditietraining 3,2 3,0 1,4 6,0 2,2 5,6 2,9 2,6 3,0 Sportspecifiek 6,5 4,0 4,7 21,0 7,4 7,9 5,6 5,1 2,2 Medische begeleiding 0,4 0,2 0,2 0,9 0,3 2,7 0,0 0,1 0 Mentale begeleiding 0,3 0,1 0,0 0,6 0,0 2,6 0,0 0,3 0 Voedingsbegeleiding 0,3 0,1 0,0 1,3 0,1 2,3 0,3 0,4 0 Tabel 19: overzicht van het aantal trainingsuren tussen de leeftijd van 14 tot 16 jaar jaar Gemi. Atl. Bas. Gym. Jud. Ten. Vol. Zwe. Wie. Totaal week/u 16,5 11,5 16,0 30,8 19,0 24,0 14,1 14,9 10,7 Conditietraining 5,1 5,0 3,6 6,1 5,2 8,0 4,8 4,4 7,0 Sportspecifiek 9,5 5,3 10,2 21,0 11,7 10,0 8,6 5,4 4,6 Medische begeleiding 0,9 0,7 0,9 1,4 0,6 2,3 0,6 0,3 0,4 Mentale begeleiding 0,5 0,1 0,6 0,9 0,2 3,8 0,6 0,2 0 Voedingsbegeleiding 0,4 0,4 0,1 0,3 0,2 2,7 0,4 0,6 0 48

50 Tabel 20: overzicht van het aantal trainingsuren tussen de leeftijd van 16 tot 18 jaar jaar Gem. Atl. Bas. Gym. Jud. Ten. Vol. Zwe. Wie. Totaal week/u 19,1 14,5 15,5 28,3 21,6 22,7 21,5 19,1 15,0 Conditietraining 6,6 5,8 3,7 5,3 6,7 8,2 6,9 5,5 12,5 Sportspecifiek 10,4 7,2 10,4 22,0 11,9 10,8 12,2 11,6 4,4 Medische begeleiding 1,3 1,5 1,1 1,1 1,5 1,7 0,8 1,2 0,8 Mentale begeleiding 0,6 0,5 0,7 0,8 0,3 1,5 0,7 0,8 0,6 Voedingsbegeleiding 0,5 0,7 0,8 0 0,3 0,9 0,7 0,5 0,1 49

51 2.7 De sterke en zwakke punten van de topsportschool Om meer diepgang te bekomen vroegen we bij wijze van inleiding in een open vraag aan de (top)sporters om aan te geven wat volgens hen de drie sterke en drie zwakke punten zijn van de TSS. Deze werden inductief verwerkt, en geclusterd in categorieën. (a) Afgestudeerde (top)sporters van de topsportschool Sterke punten van de topsportschool In totaal werden er door de afgestudeerde (top)sporters 492 positieve opmerkingen geformuleerd over de TSS. Een overzicht na groepering wordt weergegeven in de onderstaande figuur. Figuur 10: de sterke punten van de TSS volgens de afgestudeerde (top)sporters (n=492) trainingsmogelijkheden (n=28), 5,7% sfeer (n=29), 5,9% deelname buitenlandse stages/wedstrijden (n=32), 6,5% trainingsparntners (n=39), 7,9% vervoer/ligging (n=9), 1,8% trainingsniveau (n=13), 2,6% zelfstandigheid (n=7), 1,4% internaat (n=8), 1,6% financieel aspect (n=2), 0,4% begeleiding (n=136), 27,6% trainingsfaciliteiten (n=42), 8,5% trainingsintensiteit (n=49), 10,0% combinatie topsport en sudie (n=98), 19,9% 28 procent (n=136) van de sterke punten van een TSS heeft betrekking op de begeleiding van de afgestudeerde (top)sporter. Onder begeleiding verstaan we alle vormen van begeleiding gaande van begeleiding van de persoonlijke trainer, medische begeleiding, psychologische/mentale begeleiding, persoonlijke begeleiding, voedingsbegeleiding, studiebegeleiding tot begeleiding na de TSS. Meer bepaald geven (top)sporters hier aan dat deze begeleidingsvormen een meerwaarde zijn van de TSS. De centralisatie van de kennis en de bekwaamheid van de verschillende actoren, is voor een deel van de respondenten dan ook het sterkste punt van de TSS. Binnen deze groep (top)sporters is voor 52 respondenten de trainers binnen de TSS een sterk punt. De positieve bemerkingen betreffende de trainingen kunnen we opdelen op verschillende niveaus. Volgens 9 procent (n=42) van de respondenten zijn de trainingsfaciliteiten een sterk punt en 50

52 volgens 10 procent (n=49) de trainingsintensiteit. Ook het kunnen samen trainen met partners van hetzelfde niveau of in groep trainen is volgens 8 procent (n=39) een meerwaarde. 6 procent (n=28) van de respondenten vindt dat er een ruim aanbod aan trainingsmogelijkheden is en 3 procent (n=13) ervaart de kwaliteit van de trainingen als sterk punt. De combinatie van topsport en studie binnen de TSS wordt door 20 procent (n=98) aangegeven als een sterk punt. Volgens 7 procent (n=32) is er binnen de TSS meer mogelijkheid tot deelname internationale tornooien/stages. Ook de sfeer binnen de TSS wordt door 6 procent (n=29) als een positief element beschouwd. Zwakke punten van de topsportschool Vervolgens vroegen we ook naar de belangrijkste zwakken punten van de TSS. In totaal werden er door de afgestudeerde (top)sporters 449 negatieve opmerkingen geformuleerd over de TSS. Een overzicht wordt weergegeven in onderstaande figuur. Figuur 11: de zwakke punten van de TSS volgens de afgestudeerde (top)sporters van de TSS studiemogelijkheden (n=12), 3% mentale druk (n=16), 4% combinatie topsportstudie (n=10), 2% afzondering lln (n=10), 2% trainingsfaciliteiten (n=8), 2% organisatie (n=7), 2% begeleiding (n=172), 37% vervoer (n=17), 4% weinig vrije tijd (n=18), 4% internaat (n=22), 5% communicatie/ samenwerking (n=34), 8% andere (n=37), 8% trainingsintensiteit (n=38), 8% studieniveau (n=48), 11% Dat de meningen van de respondenten verdeeld liggen, is duidelijk te zien in bovenstaande figuur. De clusters die werden gevormd voor de sterke punten van de TSS zijn grotendeels terug te vinden bij de zwakke punten van de TSS. 37 procent (n=172) van de zwakke punten van een TSS heeft betrekking tot de begeleiding van de (top)sporter. Ook hier is de term begeleiding overkoepelend gaande van persoonlijke begeleiding van de trainer, medische begeleiding, psychologische/mentale begeleiding, persoonlijke begeleiding, voedingsbegeleiding, studiebegeleiding tot begeleiding na de TSS. Meer bepaalt trekken (top)sporters de begeleiding in twijfel of achten deze als onvoldoende. Een ander zwak punt volgens 11 procent (n=48) van de afgestudeerde (top)sporters is het lage studieniveau. Daarnaast geeft ook 3 procent (n=12) van de respondenten aan dat er binnen de TSS te weinig studiemogelijkheden zijn. 51

53 Op vlak van trainingen vindt 8 procent (n=38) van de respondenten dat de trainingsintensiteit te hoog was, 4 procent (n=18) vindt dan ook dat er te weinig tijd was voor rust of ontspanning. Acht respondenten (2%) zijn van mening dat de focus van de TSS te eenzijdig is. Volgens 6 procent (n=25) is er te weinig samenwerking met de club en de clubtrainer. Het internaat verbonden aan de TSS is dan weer voor 5 procent (n=22) een zwak punt. Daarbij komt dat 4 procent (n=14) de voeding op de TSS of het internaat ondermaats vindt. Andere zwakke punten die aan bod komen zijn de mentale druk (4%), de ligging van de TSS (2%), de moeilijke combinatie van topsport en studie (2%), de afzondering van gewone leerlingen (2%), de organisatie binnen de TSS (2%), trainingsfaciliteiten (2%), vriendjespolitiek (2%) en communicatie met de ouders (12%). (b) (top)sporters naast de topsportschool Sterke punten van de topsportschool In totaal werden er door de (top)sporters naast de TSS 432 positieve opmerkingen geformuleerd over de TSS. Een overzicht na groepering wordt weergegeven in de onderstaande figuur. Figuur 12: de sterke punten van de TSS volgens de (top)sporters naast de TSS (n=199) andere (n=15); 3,0% traininsgniveau (n=16); 3,2% selectie-stages (n=22); 4,3% vervoer n=6); 1,2% financieel aspect (n=5); 1,0% internaat (n=1); 0,2% begeleiding (n=199); 39,3% trainingsmethode (n=22); 4,3% trainingsintensiteit (n=40); 7,9% trainingsfaciliteiten (n=41); 8,1% Sfeer (n=69); 13,6% combinatie topsportstudie (n=71); 14,0% Volgens 39 procent (n=199) van de (top)sporters naast de TSS werd de begeleiding binnen de TSS aanzien als een sterk punt. De begeleiding omvat alle vormen van medische- en paramedische begeleiding, wetenschappelijke begeleiding tot de sportieve begeleiding. Het centraliseren van goede trainers, kennis en een professionele begeleiding van (top)sporters wordt door een groot deel van de respondenten aanschouwd als een sterk punt van de TSS. Een andere sterk punt volgens een deel van de respondenten (14%, n=71) is de combinatie tussen topsport en studie. Daarnaast is 14 procent (n=69) van oordeel dat de sfeer rond de TSS een sterk 52

54 punt is. Onder sfeer bedoelden de respondenten het samen kunnen trainen, een goede groepssfeer, een hechte groep en het sociaal contact. De positieve bemerkingen betreffende de trainingen kunnen we opdelen in drie onderdelen: de trainingsintensiteit, het trainingsniveau en de trainingsmethode. De trainingsintensiteit, het aantal uren training, is volgens 8 procent (n=40) een meerwaarde binnen de TSS. Verder geloven 4 procent (n=22) van de respondenten in de trainingsmethoden en 3 procent (n=16) beoordeelt het trainingsniveau binnen de TSS als een sterk punt. Zwakke punten De (top)sporters naast de TSS formuleerden in totaal ook 443 negatieve opmerkingen over de TSS. Onderstaande figuur geeft een overzicht. Figuur 13: de zwakke punten van de TSS volgens de (top)sporters naast de TSS (n=443) Trainingsniveau (n=10); 2,3% Begeleiding na TSS (n=16); 3,6% te vroege instap (n=8); 1,8% Financieel aspect (n=6); 1,4% Faciliteiten (n=4); 0,9% combinatie topsport en studie (n=2); 0,5% studieniveau (n=93); 21,0% Selectiecriteria (n=19); 4,3% Internaat (n=19); 4,3% Vervoer (n=24); 5,4% Trainingsmethodes (n=25); 5,6% andere (n=27); 6,1% studiemogelijkheden (n=34); 7,7% Sfeer (n=38); 8,6% Begeleiding (n=46); 10,4% Trainingsintensiteit (n=72); 16,3% Het studieniveau wordt volgens 21 procent (n=93) het vaakst aangegeven als een zwak punt van de TSS. Veel (top)sporters trekken de kwaliteit van het onderwijs in twijfel en zijn van mening dat het studieniveau te laag is om nadien hogere studies aan te vatten. Volgens 16 procent (n=72) van de (top)sporters is de trainingsintensiteit binnen de TSS te hoog op jonge leeftijd wat volgens hen kan leiden tot overbelasting, blessure en zelfs overtraining. Voor sommige (top)sporters (n=8) gebeurt de instapleeftijd aan de TSS op te vroege leeftijd. In contrast met de sterke punten (n=194) van de TSS beschouwt 10 procent (n=46) van de (top)sporters de trainingsbegeleiding als een minpunt. Men is van mening dat er teveel prestatiegericht wordt gewerkt. 9 procent (n=38) oordeelt de sfeer als zwak punt. Onder sfeer bedoelen deze atleten het te competitief zijn van of tussen de (top)sporters, de sfeer en mentaliteit binnen de TSS, het verminderde sociaal contact evenals een minimum aan vrije tijd. 53

55 2.8 Belemmeringen om naar een topsportschool te gaan De (top)sporters die niet zijn ingestapt hadden de mogelijkheid om via een open vraag de drie voornaamste belemmeringen voor instap aan de TSS weer te geven. De antwoorden stemmen grotendeels overeen met de door hen geformuleerde zwakke punten van de TSS. Voor 24 procent (n=133) zijn de studiemogelijkheden, het studieniveau of het niet willen veranderen van school de grootste belemmering om niet in te stappen. 11 procent (n=64) trekt de trainingsfrequentie en intensiteit in twijfel. De centralisatie van de TSS is dan weer voor 13 procent een hinderpaal. Ook het gemis van de omgeving en ouders wordt door 13 procent als een belemmering weergegeven. Volgende citaten illustreren dit: Er was geen studierichting die ik kon volgen Ik kreeg van mijn club en school alle begeleiding die ik nodig had Minder vrijheid op het gebied van trainen en plannen Ik kan niet tegen de constante prestatiedruk Ook werd de (top)sporter via een gesloten vraag verschillende antwoorden aangeboden als mogelijke reden voor het niet instappen in een TSS. Meer dan de helft van de aangehaalde redenen blijkt organisatorisch van aard. De voornaamste reden voor het niet instappen aan een TSS blijkt de studierichtingen te zijn. 17 procent stapte niet in omwille van de begeleiding binnen de TSS en bij 10 procent had het een sociale reden. Nog eens 20 procent gaf nog een andere reden aan. Ook de verplaatsingen, internaat, studiebegeleiding en het vinden dat de TSS hen geen meerwaarde biedt wordt steeds door meer dan 50 (top)sporters aangehaald. De volgende tabel vat de resultaten samen. Figuur 14: overzicht van de belemmeringen voor instap in een TSS organisatorische Begeleiding in de TSS Sociale redenen Andere redenen -Studierichting (n=166) - Studiebegeleiding (n=56) -Missen van vrienden (n=32) -Geen meerwaarde (n=84) Verplaatsing school - thuis - Samenwerking trainer TSS- -Gemis familiale sfeer -Financiële reden (n=43) training (n=71) persoonlijke trainer (n=40) (n=30) -Internaat -Sportieve begeleiding -Andere (n=15) -Andere (n=27) (n=56) (n=18) -Hoeveelheid training (n=46) -Andere (n=13) -Niet functioneren in groep (n=1) -Andere (n=40) -Medische/paramedische begeleiding (n=3) -Planning training (n=26) -Infrastructuur (n=10) Totaal: n=415 (53%) Totaal: n=130 (17%) Totaal: n=78 (10%) Totaal: n=154 (20%) Iets meer dan de helft van de (top)sporters (54%) die niet zijn ingestapt in een TSS zijn van mening een trainingsvoordeel gehad te hebben indien ze toch waren ingestapt. 54

56 2.9 Studierichtingen binnen de topsportschool In de vragenlijst werd de (top)sporters de vraag gesteld of ze nood hadden aan een uitgebreider studiepakket binnen de TSS. Iets meer dan de helft (55%) beantwoordde deze vraag positief (zie tabel 14). Een (top)sporter maakt volgende kanttekening; Daar we vaak in het buitenland zitten voor stages en internationale wedstrijden zouden meer talen welkom zijn. Tabel 21: overzicht van (top)sporters die nood hadden aan een uitgebreider studiepakket binnen de TSS Atl. Jud. Ten. Wie. Zwe. Vol. Gym. Bas. Han. N= 61 N= 36 N=18 N=14 N=19 N=43 N=26 N=26 N=39 ja 59,0% 61,1% 44,4% 57,1% 63,2% 51,2% 38,5% 46,2% 71,4% nee 41,0% 38,9% 55,6% 42,9% 36,8% 48,8% 61,5% 53,8% 28,6% Ski Sno. Bad. Gol. Sch. Tae. Tri. Taf. Tot. N=6 N=3 N=14 N=8 N=2 N=4 N=7 N=7 N=334 ja 66,7 0,0% 71,4% 62,5% 50,0% 0,0% 71,4% 57,1% 54,8% nee 33,3 100% 28,6% 37,5% 50,0% 100,0% 28,6% 42,9% 45,2% In het algemeen was er nood aan meer keuzemogelijkheden binnen ASO en TSO met name wiskunde, wetenschappen en talen. Dit euvel is reeds deels opgelost door één van de realisaties binnen het aangepast Topsportconvenant. Sinds het schooljaar is er de uitbreiding van bestaande studierichting in het ASO en TSO met de richtingen Wiskunde Topsport (3 e graad ASO), Moderne talen (3 e graad ASO), Handel-Topsport (2 e en 3 e graad TSO) en de basisoptie (2 de leerjaar 1 e graad). Toch is nog steeds 52,7 procent van de topsporters die in 2005 of later de TSS hebben verlaten van mening dat het studiepakket mag uitgebreid worden. Volgens gemiddeld 50 procent van de respondenten is hun studierichting niet bepalend geweest voor de keuze van de TSS. Dit is voor gemiddeld 36 procent van de respondenten wel het geval. Deze verhoudingen vinden we ook sportspecifiek terug. Meer dan 40% van de (top)sporters bij tennis, wielrennen, zwemmen en volleybal geeft aan dat hun studierichting bepalend is geweest voor de keuze van de TSS. 55

57 2.10 Ondersteuning en extra sportieve begeleiding ONDERSTEUNING (a) Afgestudeerde (top)sporters tijdens de topsportschool Als aankomend talent is een goede ondersteuning tijdens de ontwikkelingsfase van zeer groot belang. Binnen de TSS wordt een kader gecreëerd om de (top)sporters zo goed mogelijk te ondersteunen. Dit gebeurt voornamelijk door de federatie. De vraag werd aan de topsporters gesteld of ze vinden dat ze over voldoende ondersteuning konden beschikken. Aan elke ondersteuningsvorm werd een nettoscore toegekend, overeenkomstig de eerder besproken methode. SPORTTAKOVERSCHRIJDENDE BEOORDELING Onderstaande figuur geeft een overzicht van de sporttakoverschrijdende nettoscore per ondersteuningsvorm. Hieruit blijkt dat sommige ondersteuningsvormen binnen de TSS voldoende aanwezig zijn, andere vormen zijn volgens de (top)sporters voor verbetering vatbaar. Figuur 15: sporttakoverschrijdende beoordeling van de mate van ondersteuning tijdens de TSS kleding en materiaal n=282 46,8% 20,2% 30,8% 2,1% vervoer n=282 49,6% 20,8% 24,6% 4,9% deelname internat. wedstrijden n=286 49,6% 15,4% 31,8% 3,1% betere trainingsfac. n=282 69,9% 14,5% 13,1% 2,5% trainings-/wedstrijdschema's n=281 60,6% 15,5% 20,8% 3,2% extra conditie/krachttraining n=286 70,6% 10,8% 15,7% 2,8% trainen in aparte groep/privé-trainen n=283 54,1% 15,9% 24,4% 5,7% vaker/ intensiever trainen n=286 84,7% 4,9% 8,3% 2,1% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (meer dan) voldoende noch onvoldoende, noch voldoende (zeer )onvoldoende niet nodig 85 procent van de (top)sporters vindt voldoende ondersteuning te hebben gekregen om vaker en intensiever te trainen. Ook de ondersteuning op vlak van De afgestudeerde (top)sporters zijn algemeen tevreden over extra conditie- of krachttraining de ondersteuning binnen de TSS. Deelname aan wordt als voldoende beschouwd. internationale wedstrijden is voor verbetering vatbaar. Iets minder tevreden zijn de (top)sporters over de trainings- en wedstrijdschema s (60 procent) en het trainen in aparte groep/privétraining (54 procent). 56

58 ATL JUD TEN VOL ZWE WIE GYM BAS HAN SKI SNO BAD GOL SCH TAE TRI TAF Effectiviteit van de topsportscholen De ondersteuning op vlak van vervoer, deelname aan internationale wedstrijden, kleding en materiaal is zeker voor verbetering vatbaar. Minder dan de helft van de (top)sporter beoordeelt deze ondersteuning binnen de TSS als voldoende aanwezig. De gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscores liggen dan ook het laagst voor deze drie vormen van ondersteuning. Ook voor de beoordeling van de ondersteuning werd een opsplitsing gemaakt de (top)sporters die de TSS vóór en na 2005 hebben verlaten. Er werden echter geen noemenswaardige verschillen Er zijn geen noemenswaardige versschillen in vastgesteld tussen voor en na de beoordeling van de ondersteuningsvormen door de uitstappers voor en na 2005 Een andere opsplitsing in de data werd gebaseerd op twee criteria namelijk, het verschil tussen de drop outs (topsporters die de TSS vroegtijdig hebben verlaten) en de afgestudeerde topsporters aan de TSS, en het verschil tussen de selectietopsporters en de niet selectie- (top)sporters. De criteria voor het bepalen van selectie- topsporters stemt enerzijds overeen met de criteria vastgelegd in het reeds eerder besproken hoofdstuk omtrent het niveau van de topsporters (selectie EK, WK, OS) en anderzijds werden ook de topsporters met een profstatuut bij Bloso, Topsport Vlaanderen of Topsport Defensie hieraan toegevoegd. Er waren geen significante verschillen. Een net niet significant verschil (.06) werd enkel terug gevonden voor de beoordeling van de trainingsfaciliteiten waarbij de afgestudeerde topsporters deze ondersteuning beter beoordelen in vergelijking met de drop outs. SPORTSPECIFIEKE BEOORDELING Deze tendens specifieert zich per sporttak in de volgende tabel. Tabel 22: samenvatting van de nettoscores per sporttak voor de beoordeling van de ondersteuning tijdens TSS Vaker en intensiever trainen Aparte groep/privétraining Extra conditie-, krachttraining Trainings-/ wedstrijdschema s Betere trainingsfaciliteiten Deelname aan internat. wed. 9 4,8 4,3 7,8 10 8,5 8,1 5,5 10 1,7 10 9,2 7, , ,1 5,7 3,1 5,5 4,1 3,2-3, ,7 3,3 10 1,4 0 8,5 5,2 2,1 7,6 6,7 6,9 7,3 2,7 3,5-3,3 10 6,9 0 3,3 10 3,3 5 6,5 0,3 1,5 4,4 5,3 3,8 4,1 1,9 5,2-3,3 10 4,6 0 3, ,3 5,7 5 2,1 7,3 8,1 4,6 7,6 5,9 7,1-3,3 3,3 6,9 2,9 3,3 10 5,7 4 0,9 4,8 0 2,5 4,1-7,5 4,8-1 -0,3 3,3 3,3 7,7 0 3,3 10 1,4-1,7 Vervoer 3,5 1 3,6 1,1 5,9-2,3 6,1-1,5 1,3 3,3 10 5,4 4, ,4 6 Kleding en materiaal 2,3 0,7-3,6-3 3,5-0,8 3,9 2,9 3,7 1,7 / 3,8 1,7 10 6,7-1,4 10 Totale nettoscore (som 8 items) 5,3 2,6 0,6 4,2 6,2 2,0 5,9 2,6 4,2-0,4 8,1 5,6 2,2 5,8 9,6 3,5 5,2 57

59 Minst tevreden zijn de (top)sporters over deelname aan internationale wedstrijden. Dit resulteert in een negatieve nettoscore bij wielrennen, basketbal, handbal en tafeltennis. Minder belangrijk maar ook een negatieve nettoscore vinden we terug voor kleding en materiaal bij tennis, volleybal, wielrennen en triatlon. Daarnaast zijn algemeen de (top)sporters bij wielrennen, basketbal en triatlon niet tevreden over de ondersteuning die ze kregen op vlak van vervoer. Op deelname aan internationale wedstrijden na, blijken al de negatieve nettoscores ook negatief te blijven bij de opsplitsing na Bij judo zijn er zelfs nog meer negatieve nettoscore terug te vinden. Wanneer we een vergelijking maken van de nettoscore per sporttak tegenover de gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscore zijn het de zwemmers, taekwondoërs (n=3), badmintonners en gymnasten die het meest positief zijn. De nettoscores voor alle items liggen gelijk of boven de gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscore en neemt voor minstens vijf items een hogere nettoscore dan 5 aan. Dit in tegenstelling tot de nettoscores bij tennis en judo waar 7 items onder de gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscore liggen. Ook de (top)sporters bij triatlon, golf (n=3), snowboard, basketbal en wielrennen liggen met minstens 5 items onder het sporttakoverschrijdende gemiddelde. De onderstaande tabel geeft een samenvatting van de nettoscores per sporttak. Naast de federatie zijn de meeste topsporters in de TSS verbonden aan hun club, waar ze weliswaar veelal beperkt- eveneens trainen. Uit de éénmeting van het topsportklimaat in Vlaanderen (De Bosscher et al., 2008) bleek namelijk dat 60 procent van de topsporters pas vanaf de leeftijd van 16 jaar extra aandacht krijgt vanuit de federatie. De ondersteuning vanuit de club verliep gemiddeld twee jaar vroeger. 41 procent van de coaches en 47 procent van de atleten gaf bovendien aan dat de eerste aandacht van de federatie voor de jeugdige talenten te laat komt. Hier kan verondersteld worden dat een deel atleten tot 16 jaar te weinig begeleid wordt in de talentontwikkeling. Om deze reden werd in dit onderzoek ingezoomd op de subjectieve beoordeling van deze ondersteuning en begeleiding. 58

60 Figuur 16: : sporttakoverschrijdende beoordeling van de mate van ondersteuning vanuit de club kleding en materiaal 42,6% 20,7% 29,1% 7,6% vervoer 39,2% 23,3% 29,9% 7,6% deelname internat. wedstrijden 26,9% 20,3% 45,0% 8,0% trainings-/wedstrijdschema's 41,8% 25,2% 27,0% 6,1% betere trainingsfac. 51,6% 17,2% 25,8% 5,4% extra conditie/krachttraining 25,2% 20,1% 47,1% 7,6% trainen in aparte groep/privé- 36,1% 17,9% 36,5% 9,6% vaker/intensiever trainen 52,5% 16,1% 27,2% 4,3% 0% 20% 40% 60% 80% 100% (meer dan) voldoende noch onvoldoende, noch voldoende (zeer )onvoldoende niet nodig Zoals weergegeven in bovenstaande figuur worden in dit onderzoek de ondersteuningsvormen vanuit de club minder positief beoordeeld. Slechts voor De ondersteuning vanuit de club wordt twee ondersteuningsvormen, namelijk vaker en minder positief beoordeeld dan tijdens intensiever trainen en betere trainingsfaciliteiten meent de TSS. meer dan de helft van de afgestudeerde (top)sporters hiervoor voldoende ondersteuning te hebben gekregen vanuit de club. Voor deelname aan internationale wedstrijden en extra conditie- of krachttraining is dit minder dan dertig procent. De gemiddelde nettoscores voor alle items vanuit de club liggen dan ook lager dan de nettoscores voor de items vanuit de TSS. Toch is dit sportspecifiek niet bij elke sport het geval. Dat blijkt uit de onderstaande samenvattende tabel, waarbij de nettoscores worden weergeven voor de beoordeling van de ondersteuningsvormen vanuit de club. 59

61 ATL JUD TEN VOL ZWE WIE GYM BAS HAN SKI SNO BAD GOL SCH TAE TRI TAF Effectiviteit van de topsportscholen Tabel 23: samenvatting van de nettoscores per sporttak voor de beoordeling van de ondersteuning vanuit de club Vaker en intensiever trainen Aparte groep/privétraining Extra conditie-, krachttraining Trainings-/ wedstrijdschema s Betere trainingsfaciliteiten Deelname aan internat. wed. 4,3 2,9 7,9-0,6 5,6 5,6 5,9 3,6-1,7-2,0 10 0,9 0,0 10,0 0,0 0,0-10 1,9 0,7 7,1-4 1,3 4,4 3,9-0,9-4,5-4,0 10-5,5 6,7 3, ,5-0,2-2,6 0,0-5,1-1,9 6,3 4,3-3,8-6,5-6,0 10-6,4-3,3-3, ,0-10 3,8 1,3 1,5 4,9 5,6 4,4 5,0 4,8-0,3-6,0 10-2,7-3,3 6,7 5,0 2,0-5,0 1,3-1,0 4,6 1,4 0,0 5,0 2,4 2,9 0,0 0,0 10 2,7 7,1 0,0 0,0 5,0-2,5-3,1 0,3 0,8-5,0-1,2 0,9-3,2-3,5-3,7 8,0 3,3-1,8 0,0 6,7 0,0-2,0-2,5 Vervoer -0,2 2,4-3,8 2,2-2,4 8,0 4,0 0,5 1,2 2,0 10-3,0-3,3 3,3 0,0 0,0 2,5 Kleding en materiaal Totale nettosore (som 8 items) -2,4 2,6 0,0 4,3-1,3 8,0 3,6 2,4 0,0 4,0 / 1,0-2, ,0 5,0 5,0 0,7 0,8 2,3-0,2 0,7 5,3 3,2 0,8-1,9-0,5 9,0-1,9 0,1 2,1 0,6 1,0-3,8 Bij wielrennen en tennis worden vijf items binnen de club beter beoordeeld dan vanuit de TSS. Bij tennis wordt enkel de ondersteuning voor het vervoer, trainings- en wedstrijdschema s evenals de extra conditie- en krachttraining binnen de TSS beter beoordeeld vanuit de club. Bij wielrennen gaat dit om vaker en intensiever trainen, extra conditie- en krachttraining. Atletiek, handbal, badminton en tafeltennis zijn de sporten waar alle ondersteuningsvormen binnen de TSS beter worden beoordeeld dan vanuit de club. 60

62 (b) (top)sporters naast de topsportschool Sporttakoverschrijdende beoordeling Ook aan de (top)sporters naast de TSS werd gevraagd of ze tijdens hun fase van talentontwikkeling gebruik konden maken van bepaalde vormen van ondersteuning aangeboden door de federatie, de club of een andere organisatie(s). De onderstaande grafiek geeft de sporttakoverschrijdende resultaten weer. Figuur 17: sporttakoverschrijdende beoordeling van de mate van de ondersteuning voor de (top)sporters naast de TSS aangeboden door de federatie, sportclub of andere organisatie(s) kleding/ materiaal 8,3% 36,1% 19,4% 36,1% vervoer 8,4% 23,2% 18,8% 49,6% deelname internat. 55,8% 17,5% 5,6% 21,1% betere trainingsfac. 18,0% 25,2% 4,0% 52,8% trainings- /wedstrijdschema's 7,7% 47,8% 10,1% 34,4% extra conditie/ krachttraining 10,7% 37,5% 19,8% 32,0% trainen in aparte groep/ 15,6% 40,4% 10,2% 33,6% vaker/ intensiever trainen 25,1% 47,0% 8,8% 19,1% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% ja, federatie ja, club ja, andere nee Gemiddeld 35 procent van de (top)sporters naast de TSS heeft als aankomend talent geen ondersteuning gekregen vanuit de federatie, club of andere organisatie(s). Dit percentage ligt nog hoger voor de ondersteuning op vlak van betere trainingsfaciliteiten, vervoer, kleding en materiaal. Opvallend is dat de selectie- topsporters, die voldoen aan voorafgaande criteria, duidelijk meer ondersteuning kregen op vlak van betere trainingsfaciliteiten en het trainen in aparte groep. Dit kan deels te wijten zijn aan het feit dat de topsporters afkomstig zijn uit de sporten waar de talentontwikkeling goed verloopt. Gemiddeld 35% van de (top)sporters naast de TSS kreeg geen ondersteuning. De mate van ondersteuning is afhankelijk van het behaalde De (top)sporters die van enige ondersteuning niveau konden genieten beoordelen deze algemeen positief. Meer dan 70 procent vindt dat hij/zij voldoende aandacht kreeg om vaker en intensiever te trainen, extra conditie of krachttraining en trainings- en wedstrijdschema s. Ongeveer 60 procent is tevreden over de ondersteuning voor deelname aan internationale wedstrijden, betere 61

63 ATL JUD TEN VOL ZWE WIE GYM BAS TRI SCH HAN BAD SKI/SNO TAF Effectiviteit van de topsportscholen trainingsfaciliteiten en voor kleding en materiaal. Minst tevreden zijn de (top)sporters over de ondersteuning op vlak van vervoer waar minder dan de helft deze ondersteuning voldoende vindt. Sportspecifieke beoordeling Voor de ondersteuningsvormen tijdens de talentontwikkelingsfase stellen er zich bij de (top)sporters naast de topsportschool geen problemen bij atletiek, judo, volleybal, zwemmen, wielrennen als basketbal. Zowel de tennissers als triatleten zijn van mening dat er onvoldoende ondersteuning was om deel te nemen aan internationale wedstrijden. De handballers vinden de ondersteuning op vlak van trainings- en wedstrijdschema s evenals betere trainingsfaciliteiten onvoldoende. Tabel 24: samenvatting van de nettoscores per sporttak voorde beoordeling van de ondersteuning door de (top)sporters naast de TSS Vaker en intensiever trainen Aparte groep/privétraining Extra conditie-, krachttraining Trainings-/ wedstrijdschema s Betere trainingsfaciliteiten Deelname aan internat. wed. 8,5 7,2 3,6 7,7 8,5 5,0 5,0 8, ,2-10 0,0 10 8,2 5,6 1,0 5,8 8,5 6,0 5,0 7,9 6,7 10 4,4 0,0 10 1O 8,5 6,8 4,0 6,6 6,4 4,8 0,0 9,1 10 0,0 5,3-10 0,0 10 7,8 4,7 1,0 7,8 8,5 7,2 5,0 8, , / 5,4 6,4 1,0 7,0 3,3 3,8 0,0 7, , ,9 6,3-2,2 6,3 5,0 5,6 0,0 6,7-5,0 10 3,6 10 0,0 0,0 Vervoer 2,9 6,1-7,8 1,9 0,0 5,0 0,0 4,7 0,0 10 2,7 0,0 10 / Kleding en materiaal 4,4 0,0 1,0 3,8 2,9 7,4-5,0 5,0 3,3 0,0 3,6 10 0,0 10 Totale nettoscore (som 8 items) 6,1 5,4 0,2 5,9 5,4 5,6 1,3 7,2 5,6 7,5 2,4-2,5 5,0 10 (c) Vergelijking tussen de beoordeling van de ondersteuningsvormen tijdens en naast de topsportschool Om een vergelijkend beeld te kunnen schetsen van (top)sporters die wel en niet naar een TSS gingen, plaatsen we hierna de resultaten in een radargrafiek. Deze geeft voor elke vorm van ondersteuning een nettoscore weer. We moeten er echter rekening mee houden dat een groot deel topsporters naast de topsportschool van deze ondersteuningsvormen niet kon gebruikmaken, en deze dus ook niet kon beoordelen. 62

64 Figuur 18: Vergelijking van de nettoscores voor de beoordeling van de ondersteuning tijdens de TSS en naast de TSS kleding en materiaal vervoer vaker en intensiever trainen aparte groep/privétraining extra conditie en krachttraining internationale wedstrijden trainings- en wedstrijdschema's trainingsfaciliteiten gemiddelde nettoscore tijdens TSS gemiddelde nettoscore (top)sporters naast TSS Allereerst blijkt uit deze grafiek dat er voor geen enkele vorm van ondersteuning een zeer grote ontevredenheid heerst, met negatieve nettoscore. Wat wel opvalt, is dat (top)sporters naast de TSS voor zes items een hogere score vertonen ten opzichte van de (top)sporters tijdens de TSS. Dat betekent dat zij deze ondersteuningsvormen positiever beoordelen. Deze kloof is vreemd genoeg het grootst bij het trainen in aparte groep, deelname aan internationale wedstrijden en de trainings- en wedstrijdschema s, drie domeinen waaraan in een TSS bijzondere aandacht dient verleend te worden. Zelfs wat vaker en intensiever trainen betreft, is het oordeel van (top)sporters buiten de TSS even positief als (top)sporters binnen de TSS. Hier kunnen meerdere verklaringen aan ten grondslag liggen. Enerzijds is het mogelijk dat (top)sporters niet naar een TSS gaan, omdat ze zich in een omgeving bevinden waar ze voldoende intensief en in aparte groep kunnen trainen. Voor hen is een TSS mogelijkerwijs een onvoldoende meerwaarde en waren ze dan ook niet ontevreden over de ondersteuning die ze kregen. Anderzijds mogen we niet uitsluiten dat de (top)sporters naast de TSS zich zo mogelijk niet of minder bewust zijn van de tekorten die ze op vlak van ondersteuning hebben genoten omdat ze niet kunnen vergelijken. Ook gaat het over (top)sporters naast de TSS die konden genieten van enige ondersteuning. Steeds meer dan één vijfde gaf aan hiervan geen ondersteuning te hebben gekregen. Wanneer we dieper ingaan op deze scores per sport, is het belangrijk te noteren dat de nettoscores bij de judoka s en basketballers naast de TSS voor minstens zeven items boven de nettoscores van de judoka s en basketballers afgestudeerd aan de TSS uitstijgen. Dit in tegenstelling tot gymnastiek waar op de trainings- en wedstrijdschema s na, de nettoscores van de verschillende 63

65 ondersteuningsvormen tijdens de TSS hoger liggen. Deze gegevens zijn per sporttak uitgewerkt en worden besproken in het detailrapport EXTRA SPORTIEVE BEGELEIDING Naast de trainingondersteuning kunnen topsporters gebruik maken van verschillende vormen van extra sportieve begeleiding, die noodzakelijk zijn in aanvulling op de training en competities. Dit betreft de extra sportieve begeleiding op zowel medisch- en paramedisch vlak als studiebegeleiding. De vraag werd eveneens aan de topsporters gesteld of ze vinden dat ze over voldoende extra sportieve begeleiding konden beschikken. (a) afgestudeerde t(op)sporters tijdens de TSS SPORTTAKOVERSCHRIJDENDE BEOORDELING Algemeen worden de extra sportieve begeleidingsvormen binnen de TSS minder positief beoordeeld en zijn deze dus zeker voor verbetering vatbaar. Figuur 19: sporttakoverschrijdende beoordeling van de mate van extra sportieve begeleiding tijdens de TSS studiebegeleiding n=284 35,5% 23,6% 28,9% 2,1% carrière begeleiding n=284 20,7% 20,8% 54,6% 3,9% medische opvolging n=283 48,7% 16,3% 33,6% 1,4% medische begeleiding n=285 64,6% 10,2% 24,9% 0,4% voedingbegeleiding n=283 39,3% 17,3% 39,9% 3,5% mentale begeleiding n=285 37,0% 12,6% 37,5% 3,9% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (meer dan) voldoende noch voldoende, noch onvoldoende (meer dan) onvoldoende niet nodig 64

66 65 procent van de (top)sporters vindt dat ze voldoende medische begeleiding kregen binnen de TSS, de medische opvolging wordt door net iets minder dan de helft als voldoende aanschouwd. Minder tevreden zijn de (top)sporters over de studie-, voedings- en mentale begeleiding waar minder dan 40 procent oordeelt dat ze deze extra sportieve begeleidingsvormen voldoende kregen. Dit bleek ook eerder al bij het aangeven Algemeen kunnen we stellen dat de extra sportieve van de zwakke punten van de TSS. begeleidingsvormen binnen de TSS zeker voor Betreffende studiebegeleiding is men vaak verbetering vatbaar zijn. Enkel de medische afhankelijk van individuele initiatieven van begeleiding wordt door meer dan de helft als geëngageerde vakleerkrachten. Dat men voldoende aanwezig beschouwd. bewust is van dit probleem blijkt uit de remediëring van de TSS via maatregelen op vlak van het onderwijs (Topsportactieplan Vlaanderen II, ). Enerzijds zijn meer TSS- en netoverschrijdende initiatieven inzake het ter beschikking stellen van geïnformatiseerde studiepakketten en het uitwerken van aangepaste leermethodes noodzakelijk. Anderzijds dient er een profiel van de leerkracht opgesteld te worden, aangepast aan de specifieke noden en behoeften van de leerling/topsporter, dat als leidraad kan aangebonden worden aan de verschillende topsportscholen. Extra individuele tutoring/mentoring tijdens (buitenlandse) stages en competities voor de leerlingen/topsporters die veelvuldig en lang in het buitenland verblijven. Dat slechts één vijfde van de respondenten van mening is dat carrièrebegeleiding voldoende aanwezig was binnen de TSS kent zijn oorzaak in het feit dat carrièrebegeleiding pas in 2007 is opgericht en bijgevolg een groot deel van de respondenten daar nog geen gebruik van kon maken. Dit resulteert dan ook in een negatieve sporttakoverschrijdende nettoscore. Dit geldt ook voor voedingsbegeleiding. Nochtans kunnen federaties beroep doen op initiatieven van het Bloso om de extra sportieve begeleiding op vlak van voeding te ondersteunen. Dat de verschillende initiatieven een positief De extra sportieve begeleidingsvormen binnen gevolg kennen, blijkt uit de positieve evolutie. de TSSS worden positiever beoordeeld door de De (top)sporters die zijn afgestudeerd in 2005 uitstappers na 2005, met een significant of later beoordelen algemeen de verschillende verschil voor de mentale- en carrièrebegeleiding extra sportieve begeleidingsvormen positiever. Voor de mentale- en carrièrebegeleiding is er zelf een significant verschil merkbaar. Het verschil voor de voedingsbegeleiding is net niet significant. Op carrièrebegeleiding na zijn de nettoscores voor de verschillende extra sportieve begeleidingsvormen positief na Verder beoordelen ook de afgestudeerde (top)sporters de mentale begeleiding positiever, weliswaar net niet significant (.03), dan de drop outs. Ook de selectie- topsporters beoordelen de begeleidingsvormen lichtjes positiever dan de niet-selectie (top)sporters. 65

67 ATL JUD TEN VOL ZWE WIE GYM BAS HAN SKI SNO BAD GOL SCH TAE TRI TAF Effectiviteit van de topsportscholen Sportspecifieke beoordeling De hierna volgende tabel geeft de samenvatting van de nettoscores per sport, waarvan in het detailrapport de bespreking van elk item is opgenomen. Tabel 25:samenvatting van de nettoscores per sporttak voor de beoordeling van de extra sportieve begeleiding door de (top)sporters tijdens de TSS Mentale 1,7-4,3-3,8 1,4 3,5-2,3 1,8 0,5 3,7-10 / 3,8 1, ,1 1,7 begeleiding Voedings- -1,8-3,9-0,7 3,5 6,3-6,9-0,5-1,8 2,4-10 0,0 4,2-1, ,1 6 begeleiding Medische 5,9 1,6 2,9 0 4,7-4,6 4,1 5,5 7,7 0,0 3,3 6,2 8,6-3,3 10 7,1 10 begeleiding Medische 2,5-1,3 1,4-1,1 2,4-2,3 2,7 2,4 4,0-8,3 5,0 2,3 2, ,1 10 opvolging Carrière -3,8-5,9 0,7-3,8-2,9-6,2 0-5,2-2, ,4 0-6,7-6,7 8,3-8 begeleiding Studie- 0,2-0,3 1,4 4,3 7,1-3,3 3,2-0,5 1,9 1,7 6,7-2,3 8,6-10 6,7 5,7-2 begeleiding Totale nettoscore 0,8-2,4 0,3 0,7 3,5-4,3 1,9 0,2 2,9-6,1 1,0 1,5 3,3-6,7 5,0 7,1 3,0 (som 6 items) Wanneer we deze gegevens nader analyseren zijn het de (top)sporters bij judo (n=30), wielrennen (n=12), ski (n=6) en schermen (n=3) die de extra sportieve begeleidingsvormen het minst positief beoordelen. Voor deze sporten zijn de nettoscores voor minstens vier van de zes items negatief. Daar ski een niet gesubsidieerde federatie is, is er ook hier geen extra sportieve begeleiding voor handen. Bij wielrennen zijn alle nettoscores negatief. Dit in tegenstelling tot triatlon waar geen enkele extra sportieve begeleidingsvorm een negatieve nettoscore kent. Zoals weergegeven in onderstaande tabel is het voornamelijk atletiek, gymnastiek en handbal die na 2005 een positieve evolutie kennen. Toch is er slecht één significant verschil vast te stellen, namelijk de atleten met uitstap in 2005 of later beoordelen de voedingbegeleiding significant beter. Voor de voedingsbegeleiding is het verschil bij handbal net niet significant. Bij de overige sporten blijft het aantal negatieve nettoscore gelijk, bij judo stijgt het aantal negatieve nettoscores zelfs na Tabel 26: nettoscores voor de beoordeling van de extra sportieve begeleiding voor en na 2005 ATL ATL GYM GYM HAN HAN VOL VOL voor na voor na voor na voor na Mentale begeleiding 0,5 4,5-3,3 3,6-0,8 1,0 1,8 1,0 Voedingsbegeleiding -3,8 1,5-3,3-2,3 0,8 3,6 6,4 1,4 Medische begeleiding 5,7 7,0-3,3 5,7 5,4 9,4-2,7 1,0 Medische opvolging 2,9 3,2-3,3 3,6 1,5 5,3-2,7 1,0 Carrière begeleiding -4,5-3,2-6,7-0,8-5,5 0,0-4,5-2,9 Studiebegeleiding -0,5 1,4 3,3 3,8 1,5 1,9 4,5 4,8 66

68 Bij de vergelijking van de sporttakken tegenover de gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscores zijn de zwemmers, gymnasten, handballers en triatleten het meest positief waar de nettoscores voor minstens 5 items boven de gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscore uitstijgt. Minst positief zijn de (top)sporters bij judo, wielrennen, tennis, ski en schermen (n=3), waar de nettoscores voor vijf of meer (van de zes) items onder de gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscore ligt. Opnieuw bekeken we de extra sportieve begeleidingsvormen ook vanuit de club. Figuur 20: sporttakoverschrijdende beoordeling van de mate van extra sportieve begeleiding vanuit de club voor topsporters uit de TSS studiebegeleiding n= ,2% 13,8% 57,1% 14,9% carrière begeleiding n= ,9% 16,0% 59,6% 13,5% medische opvolging n=276 16,3% 15,9% 57,3% 10,5% medische begeleiding n=275 22,9% 13,5% 54,9% 8,7% voedingbegeleiding n=276 7,9% 11,2% 68,5% 12,3% mentale begeleiding n=277 12,2% 11,9% 65,0% 10,8% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (meer dan) voldoende noch voldoende, noch onvoldoende (meer dan) onvoldoende niet nodig Hoewel uit reeds eerder vermelde gegevens uit het topsportklimaat bleek dat het belangrijk is dat ook de clubs moeten kunnen instaan voor de extra sportieve begeleiding van (top)sporters blijkt uit volgende tabel dat deze extra sportieve begeleidingsvormen duidelijk nog minder positief beoordeeld. Elke vorm wordt door meer dan de helft als onvoldoende beschouwd wat overeenstemt met een negatieve nettoscore voor elk item. De gemiddelde nettoscores voor alle extra sportieve begeleidingsvormen vanuit de club liggen dan ook lager dan de nettoscores voor de extra sportieve begeleidingsvormen vanuit de TSS. Sportspecifiek vinden we wel bij wielrennen en ski vier items terug, namelijk de mentale-, voedings-, carrièrebegeleiding en de medische opvolging, waarbij de nettoscores voor deze extra sportieve begeleidingsvormen vanuit de club hoger liggen. 67

69 (b) (top)sporters naast de topsportschool Sporttakoverschrijdende beoordeling Aan de (top)sporters naast de TSS werd eveneens gevraagd of ze tijdens hun fase van talentontwikkeling gebruik konden maken van bepaalde extra sportieve begeleidingsvormen aangeboden door de federatie, de club of andere organisatie(s). De resultaten worden onderstaand weergegeven. Figuur 21 sporttakoverschrijdende beoordeling van de mate van extra sportieve begeleiding door de (top)sporters naast de TSS studiebegeleiding n= 250 3,6% 4,4% 14,8% 77,2% carrière begeleiding n= 252 4,4% 6,0% 9,1% 80,6% medische opvolging n=252 8,3% 14,3% 19,0% 58,3% medische begeleiding n=257 13,2% 31,9% 23,3% 31,5% voedingbegeleiding n=254 10,6% 12,6% 11,8% 65,0% mentale begeleiding n=252 8,7% 7,9% 2,8% 80,6% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% federatie club andere nee Meer dan 75 procent heeft als aankomend talent geen studie-, carrière- en mentale begeleiding gekregen. Twee derden kreeg dan weer geen voedingsbegeleiding. De meeste ondersteuning kreeg de (top)sporter op vlak van medische begeleiding waar minder dan één derde geen begeleiding voor kreeg. Dit in tegenstelling tot de opvolging waar meer dan de helft aangeeft dat Meer dan 75 procent heeft als aankomend talent geen studie-, carrière- en mentale begeleiding gekregen. Twee derden kreeg dan weer geen voedingsbegeleiding. Dit ligt lager bij de selectie- topsporters. deze niet aanwezig was. Wanneer we kijken naar het verschil in extra sportieve begeleiding tussen de selectie- topsporters en de andere niet-selectie (top)sporters kunnen we vaststellen dat op studiebegeleiding na de selectie- topsporters meer ondersteuning kregen. De grootste verschillen zijn terug te vinden voor de mentale- en voedingsbegeleiding waar respectievelijk 53 procent en 47 procent van de selectietopsporters aangeeft hiervoor als aankomend talent geen ondersteuning te hebben gekregen. Figuur 24 geeft weer hoe de topsporters die toch van enige ondersteuning konden genieten deze beoordelen. Hierbij wordt enkel de medische begeleiding en opvolging als redelijk positief ervaren. 68

70 ATL JUD TEN VOL ZWE WIE GYM BAS TRI HAN SKI TAF Effectiviteit van de topsportscholen 82 procent vond de medische begeleiding voldoende, iets minder (66%) was tevreden over de opvolging. Ongeveer de helft beoordeelt de voedingsbegeleiding als voldoende. Minder tevreden is men over de mentale-, studie- en carrièrebegeleiding. Opvallend is dat 50 procent van de respondenten naast de TSS dit niet nodig vindt. Dit geldt ook voor 38 procent wat betreft carrièrebegeleiding. Figuur 22: sporttakoverschrijdende beoordeling van de beoordeling van de extra sportive begeleidingsvormen bij (top)sporters naast de TSS studiebegeleiding n= ,7% 11,9% 21,1% 30,3% carrière begeleiding n= ,4% 13,8% 20,2% 37,6% medische opvolging n=125 65,6% 16,0% 8,0% 10,4% medische begeleiding n=144 82,0% 11,2% 2,8% 4,2% voedingbegeleiding n=106 49,1% 12,3% 10,4% 28,3% mentale begeleiding n=99 32,4% 8,1% 9,1% 50,5% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (meer dan) voldoende noch voldoende, noch onvoldoende (meer dan) onvoldoende niet nodig Sportspecifieke beoordeling Onderstaande tabel geeft een overzicht van de nettoscore per sport door de (top)sporters die van enige extra sportieve begeleidingsondersteuning konden genieten. Tabel 27: samenvatting van de nettoscores per sporttak voor de beoordeling van de extra sportieve begeleiding door de (top)sporters naast de TSS Mentale begeleiding 8,8 7, , / Voedingsbegeleiding 5, ,6 5,8 4,2-10 3,8 10 3,3 / Medische begeleiding 8,5 7,5 6,7 8,7 6, ,3 5 7, Medische opvolging 6,6 5,7 5 7,1 6,4 6,7 10 5,3 / 4 / 10 Carrière begeleiding -0,7 2,9-2,5 2,9 1,4 2, / Studiebegeleiding 2,4 1,7-2,5 4,7 2,9-1, / / Totale nettoscore (som 6 items) 5,2 5,6 3,1 5,7 4,9 3,2 1,7 3,4 6,3 2,5-7,

71 Minst tevreden zijn de (top)sporters naast de topsportschool over zowel de mentale als carrièrebegeleiding waar de respondenten bij drie sporten deze extra sportieve begeleiding als onvoldoende achten. (c) Vergelijking tussen de beoordeling van de ondersteuningsvormen tijdens en na de topsportschool De (top)sporters in de TSS kunnen over het algemeen meer gebruik maken van verschillende vormen van extra sportieve begeleiding. Kennelijk heeft de TSS hier op vlak van talentontwikkeling de grootste ondersteuning betekend. Toch is zijn een aantal ondersteuningsvormen voor verbetering vatbaar. Voor het grootste deel van de (top)sporters naast de TSS ontbrak de structuur om in deze vormen van extra sportieve begeleiding te voorzien. De rol van de club blijft hier veelal beperkt tot medische begeleiding. In onderstaande radargrafiek plaatsen we de resultaten van de (top)sporters die wel en niet naar een TSS gingen, voor de beoordeling van deze extra sportieve begeleidingsvormen. Daarbij dient opnieuw rekening te worden gehouden dat het aantal respondenten naast de topsportschool zich beperkt tot diegenen die de begeleiding ontvingen. Alle zes de extra sportieve begeleidingsvormen beoordelen de (top)sporters naast de TSS beter dan tijdens de TSS. Dit geeft deels een vertekend beeld weer daar het slechts over een beperkt aantal (top)sporters naast de TSS gaat (n=gaande van 53 tot 167 ) die van enige ondersteuning kan genieten. We kunnen dus wel stellen dat de (top)sporters naast de TSS die over een extra sportieve begeleidingsvorm kon genieten daar meer tevreden over zijn dan de (top)sporters tijdens de TSS. Bij de atleten, judoka s, volleyballers, wielrenners en basketballers naast de TSS liggen de nettoscores voor alle items hoger dan de nettoscores tijdens de TSS. 70

72 Figuur 23: vergelijking van de nettoscores voor de beoordeling van de extra sportieve begeleidingsvormen tijdens de TSS en naast de TSS studiebegeleiding mentale begeleiding voedingsbegeleiding carrièreplanning medische begeleiding gemiddelde nettoscore tijdens TSS medische opvolging gemiddelde nettoscore (top)sporters naast TSS 2.11 Bijzondere studiefaciliteiten (a) Afgestudeerde (top)sporters van de topsportschool Om de combinatie tussen topsport en studie te optimaliseren kan de (top)sporter binnen de TSS gebruik maken van bijzondere topsportfaciliteiten zoals een flexibel lessenrooster waar de trainingen worden ingepast, verminderde aanwezigheidsplicht in functie van een wedstrijd/stage met de federatie, examen en/of overgangsreglementen en individuele studiebegeleiding. 71

73 Sporttakoverschrijdende beoordeling De onderstaande figuur geeft een overzicht hoe de afgestudeerde topsporters deze bijzondere topsportfaciliteiten beoordelen. Figuur 24: beoordeling van de bijzondere studiefaciliteiten binnen de TSS individuele studiebegeleiding (n=262) 42,4% 27,4% 23,5% 6,8% examenregeling (n=273) 73,0% 17,4% 6,4% 3,2% verminderde aanwezigheidsplicht ifv stage/wedstrijden 71,2% 13,8% 5,4% 9,6% flexibele lessenroosters (n=282) 69,5% 20,9% 8,1% 1,4% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (zeer)goed redelijk (zeer)slecht nvt Op de individuele studiebegeleiding na, beoordeelt drie vierden deze studiefaciliteiten goed tot zeer goed. De gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscore voor deze drie items ligt dan ook hoog. Zoals eerder gebleken, is de individuele Meer dan 70% van de respondenten was studiebegeleiding een werkpunt binnen de tevreden over de flexibele lessenrooster, de (top)sportschool. Minder dan de helft van de (top)sporters (n=161) is hieromtrent tevreden. verminderde aanwezigheidsplicht ivf stage en wedstrijden en de examenregeling tijdens de TSS. Minder dan de helft was De vier studiefaciliteiten, met name de individuele tevreden over de studiebegeleiding. studiebegeleiding, worden algemeen positiever beoordeeld na Het verschil voor een flexibeler lessenrooster is net niet significant. Opvallend is ook dat deze vier faciliteiten positiever worden beoordeeld door de selectie- (top)sporters waarbij het verschil voor de studiebegeleiding net niet significant is bevonden. Verder beoordelen, weliswaar ook niet significant, de afgestudeerde (top)sporters aan de TSS de vier studiefaciliteiten beter dan de drop outs. 72

74 ATL JUD TEN VOL ZWE WIE GYM BAS HAN Ski SNO BAD GOL SCH TAE TRI Taf Effectiviteit van de topsportscholen Sportspecifieke beoordeling Zoals blijkt uit onderstaande tabel, waar per sporttak een overzicht wordt gegeven, liggen de nettoscores voor de vier items boven de gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscore bij atletiek, zwemmen, ski, snowboard en triatlon. Dit in tegenstelling tot basketbal en badminton waar de nettoscore bij de vier items onder de gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscore ligt. Toch zijn de basketters en badmintonners, op de studiebegeleiding na, redelijk tevreden over de studiefaciliteiten binnen de TSS. Op triatlon na wordt bij elke sport de individuele studiebegeleiding het minst positief ervaren. Dit resulteert in een negatieve nettoscore bij tennis, wielrennen, basketbal en tafeltennis. Enkel de nettoscore bij tennis evolueert positief na Tabel 28: samenvatting van de nettoscores per sporttak voor de beoordeling van de studiefaciliteiten binnen de TSS Flexibele lessenrooster Verminderde aanwezigheidsplicht ivf stage/wedstrijd 7,9 6,5 4,3 6,6 7,6 7,7 5,2 4,0 4, ,1 5,7 6,7 10 8,6 6,7 8,2 6 7,1 8,8 8,1 5,0 7,8 5,6 5, ,9 4,3 10 6,7 10 8,3 Examenregeling 8,5 6,8 7,5 6 7,6 5,4 7,4 4,7 5, ,2 6,7 10 6,7 8,6 5,0 Individuele studiebegeleiding Totale nettoscore (som 4 items) 2,4 0,6-2,3 3,8 5,9-2,5 0,9-1,1 2,9 5,0 10 1,5 2,9 0,0 3,3 10-2,0 6,8 5,0 4,2 6,3 7,3 3,9 5,3 3,3 4,6 8,8 10 4,4 4,9 6,7 6,7 9,3 4,5 5,05,0 4,2 6,3 7,3 3,9 5,3 3,3 4,6 73

75 Via een open vraag werd aan de afgestudeerde (top)sporter gevraagd van welke vormen van studiefaciliteiten hij of zij meer gebruik hadden willen maken. Zoals weergegeven in onderstaande tabel wil de (top)sporter vooral meer begeleiding. Dit omvat zowel de mentale-, voeding-, medische- en studiebegeleiding als meer individuele begeleiding en een betere begeleiding na de TSS. Tabel 29: overzicht van studiefaciliteiten dat de topsporter meer had willen hebben binnen de TSS (open vraag) Aantal percentage Begeleiding: 66 70% Mentale begeleiding 15 16,0% Studiebegeleiding 14 14,9% Medische begeleiding 12 12,8% Voedingsbegeleiding 9 9,6% Meer individuele begeleiding 8 8,5% Begeleiding na TSS 4 4,3% Betere trainingsfaciliteiten 13 14% Vrije tijd/ontspanning 4 4,3% Trainers 4 4,3% Vakkundige trainers: 2 2,1% Meer trainers 1 1,1% Betere communicatie tussen trainers 1 1,1% Internationale wedstrijden 3 3,2% Carrière advies 2 2,1% Vervoer 1 1,1% Spreiding lessen 1 1,1% (b) (top)sporters naast de topsportschool Sporttakoverschrijdende beoordeling Binnen het reguliere onderwijs zijn deze bijzondere studiefaciliteiten geen evidentie en meestal afhankelijk van de goodwill van de school. Voor minstens één vijfde van de (top)sporters naast de TSS waren de studiefaciliteiten niet van toepassing op hen. Eén derde van de (top)sporters kon geen gebruik maken van individuele studiebegeleiding. Ook zijn er geen verschillen vast te stellen in gebruik van de faciliteiten tussen de selectie- topsporters en de niet-selectie (top)sporters. Van de (top)sporters die gebruik konden maken van één van de studiefaciliteiten blijkt één vijfde tevreden te zijn over de studiebegeleiding en het flexibel lessenrooster. Ongeveer 40 procent is dan weer tevreden over de examenregeling en de verminderde aanwezigheidspicht in functie van een stage of wedstrijd met de federatie. Meest tevreden over deze faciliteiten zijn de zwemmers en volleyballers, minst tevreden de atleten en wielrenners. 38 procent beoordeelt het flexibele lessenrooster en 29 procent de individuele studiebegeleiding als slecht. 74

76 ATL JUD TEN VOL ZWE WIE GYM BAS TRI SCH GOL HAN BAD Ski TAF Effectiviteit van de topsportscholen Figuur 25: sporttakoverschrijdende beoordeling van de bijzondere studiefaciliteiten naast de TSS individuele studiebegeleiding (n=265) 20,0% 16,6% 28,7% 34,7% examenregeling (n=266) 39,4% 21,2% 18,2% 21,2% verminderde aanwezigheidsplicht ifv stage/wedstrijden (n=266) 41,4% 19,5% 19,2% 19,9% flexibele lessenroosters (n=266) 19,9% 13,2% 37,9% 28,9% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (zeer)goed redelijk (zeer)slecht nvt Sportspecifieke beoordeling De onderstaande tabel geeft een overzicht van de nettoscores per sporttak. Van de (top)sporters die van enige faciliteiten konden genieten zijn het vooral de atleten, wielrenners en triatleten die de faciliteiten binnen het reguliere onderwijs als slecht beoordelen. Het zijn vooral de flexibele lessenrooster evenals de studiebegeleiding die als slecht aanzien worden. Figuur 26: samenvatting van de nettoscore per sporttak voor de beoordeling van de studiefaciliteiten naast de TSS Flexibele lessenrooster -4,9-2,7 1,1 2,3 0-5,4 10-3, / -1, / Verminderde aanwezigheidsplicht ivf stage/wedstrijd Examenregeling Individuele studiebegeleiding -1,4 3, , ,1-3, , ,4 0-1,3 3,8 4,6-3, / -1,4-1,2 0 1,8 4,3-4,1 / -1,5-10 6,7 / 3,3-10 3,3 / 75

77 2.12 Samenwerking tussen de verschillende (top)sportactoren binnen de topsportschool Binnen een TSS zijn er verscheidene interacties die rechtstreeks en onrechtstreeks de topsporters kunnen beïnvloeden. Een goede samenwerking, coördinatie en communicatiesysteem tussen de verschillende topsportactoren vormt dan ook de basis van een goed werkende TSS. Daar de TSS als doel heeft het optimaliseren van topsport en studie is er nood aan een goede samenwerking tussen de actoren binnen de onderwijsinstelling en de sportspecifieke instanties. Sporttakoverschrijdende beoordeling We bespreken hoe de (top)sporters verschillende relaties beoordelen. De onderstaande grafiek geeft de beoordeling weer. Figuur 27: beoordeling van de samenwerking tussen de verschillende actoren binnen de TSS topsporter-andere lln topsporters- topsporter-vakleerkracht topsporter-internaat school-internaat trainer-ouders trainer-vakleerkracht trainer-persoonlijke trainer trainer-psychologische trainer-medische begeleiding trainers onderling 63,4% 58,0% 63,5% 40,5% 37,5% 47,5% 39,0% 28,0% 21,6% 45,1% 52,1% 64,3% 17,9% 21,9% 19,0% 13,5% 4,0% 21,4% 16,0% 4,6% 22,0% 11,0% 3,5% 16,9% 24,7% 18,4% 22,3% 29,4% 22,7% 0,4% 27,7% 29,8% 3,5% 31,6% 18,8% 19,1% 26,2% 9,6% 25,5% 18,4% 3,9% 23,7% 9,9% 2,1% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (zeer) goed redelijk (zeer) slecht nvt Ongeveer 60 procent van de afgestudeerde (top)sporters vond de samenwerking tussen de trainers onderling goed tot zeer goed en was tevreden over hun relatie met de vakleerkracht, topsportschoolcoördinator en de andere leerlingen. Bij geen enkele sport is de nettoscore voor deze relaties negatief. Minder tevreden is men over de samenwerking met het internaat (voornamelijk in Hasselt) en de relatie tussen de trainer en vakleerkrachten en de trainer met de medische- en mentale begeleider. De stroeve samenwerking met het internaat werd ook vastgesteld in het topsportactieplan waardoor volgende maartregelen prioritair zijn in de realisatie van een topsportvriendelijk internaat: (1) het internaat verbonden aan een TSS dient andere omkaderingsnormen te krijgen voor leerling/topsporters die in het internaat verblijven. Leerling/topsporters vragen immers grote flexibiliteit van het opvoedend personeel. Het voorstel is om 1 opvoeder/begeleider per 76

78 aangevangen reeks van 15 leerling/topsporters in plaats van 1 op 21. (2) Bovendien dient er gestreefd te worden naar om enkel opvoeders aan te stellen die beantwoorden aan een specifiek profiel. Een grote vorm van topsportmindedness bij de opvoeders is van essentieel belang (Muyters,2010) Het minst tevreden is de (top)sporter over de samenwerking tussen de trainer van de TSS en de persoonlijke trainer van de (top)sporter wat resulteert in een negatief sporttakoverschrijdende nettoscore. Hoewel dit geen evidentie is, en vanuit het standpunt van persoonlijke trainers veelal begrijpelijk, is het belangrijk dat de topsportscholen hier aandacht aan besteden. De meeste relaties kennen een positieve evolutie na Het zijn vooral de relaties tussen de topsporter en het internaat, topsporter en vakleerkracht, topsporter en topsportschoolcoördinator en de relatie tussen de topsporters en de andere leerlingen die positiever worden beoordeeld. Deze verschillen zijn net niet significant. Significante verschillen zijn wel vast te stellen tussen de selectie- topsporters en de niet-selectie topsporters waarbij deze laatste groep de relaties tussen de trainer en de psychologische begeleiding, de topsporter en de topsportschoolcoördinator en de topsporter en de andere leerlingen beter beoordelen. Sportspecifieke beoordeling In onderstaande tabel geven we een overzicht van de nettoscores per sporttak. De nettoscore voor de relatie tussen de trainer van de TSS en persoonlijke trainer is negatief bij vijf sporten namelijk judo, tennis, volleybal, wielrennen en tafeltennis. Ook bij deze vijf sporten beoordelen de uitstappers in 2005 of later deze relatie negatief. Verder verliep volgens de afgestudeerde (top)sporters de relatie tussen de trainer van de TSS en de vakleerkracht niet goed. Bij maar liefst negen sporten is de nettoscore voor deze samenwerking negatief. Deze zijn terug te vinden bij atletiek, judo, tennis, wielrennen, gymnastiek, basketbal, schermen en tafeltennis. Ook na 2005 blijft op atletiek en tennis na, deze nettoscores negatief. De relatie tussen school en internaat en tussen (top)sporter en internaatverantwoordelijke verliep, ook na 2005, het minst vlot bij atletiek, wielrennen, handbal en golf. Algemeen verliep volgens de afgestudeerde (top)sporters de samenwerking tussen de verschillende actoren het best bij zwemmen, badminton, taekwondo (n=3) en tafeltennis waar de nettoscore bij minstens tien items boven de gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscore ligt. 77

79 ATL JUD TEN VOL ZWE WIE GYM BAS HAN SKI SNO BAD GOL SCH TAE TRI TAF Effectiviteit van de topsportscholen Figuur 28:samenvatting van de nettoscore per sporttak voor de beoordeling van de samenwerking binnen de TSS Trainer onderling 6,0 5,2 5 6,9 4,1 0,8 4,5 5,2 8,1 0,0 0,0 6,2 7, ,3 Trainer - med.begeleiding Trainer -psycho. begeleiding Trainer pers. trainer Trainer - vakleerkracht Trainer ouders School internaat (Top)sporter internaatverantw. (Top)sporter vakleerkracht (Top)sporterschoolcoörd (Top)sporter andere lln 4,9-2,1 4,3 0,9 6,5-1,8 2,2 4,3 6,7 0,0 10 5, ,7 2,7-5 1,7 1,8 7,1 0 0,5 0,0 5,2-10 / 5,4 4, ,6 5,0 0,4-5,4-1,5-2,1 0,6-2,5 1,2 2,1 0,0 0,0 / 0,0 2,9 10 3,3 6,0-7,5-0,2-0,6-0,7 3,1 6,5-2,3-3 -2,1 2,9-2,0 10 3,8 2,9-5 6,7 7,1-4,0 3,2 1,6 3,8 1,7 3,5 0,0 2,6 0,0 3,9 1,7 10 3,8 5,7-6,7 6,7 5,7-3,3 0,6 2,7 6,4 1,7 7,9 1,7 4,5 0,7-0,9 / 10 3,1 0,0-10 3,3 7,1 1,7-1,3 4,8 8,2 2,8 7,7 0,0 5,7 2,3-1,9 / 10 6,9 0,0 10 3,3 10 0,0 5,0 6,1 3,1 6,1 5,9 3,3 3,9 4,3 4, ,9 8, ,0 1,6 3,0 1,5 6,3 6,3 5,4 2,2 3,7 7,1 4,0 10 5,4 10 6,7 10 2,9 2,5 4,0 6,3 2,5 3,0 7,5 6,9 6,5 7,9 3,6 5,0 3,3 6,2 10 6,7 10 7,1 0,0 De nettoscore voor de relatie tussen de trainer van de TSS en persoonlijke trainer is negatief bij vijf sporten namelijk judo, tennis, volleybal, wielrennen en tafeltennis. Ook bij deze vijf sporten beoordelen de uitstappers in 2005 of later deze relatie negatief. Verder verliep volgens de afgestudeerde (top)sporters de relatie tussen de trainer van de TSS en de vakleerkracht niet goed. Bij maar liefst negen sporten is de nettoscore voor deze samenwerking negatief. Deze zijn terug te vinden bij atletiek, judo, tennis, wielrennen, gymnastiek, basketbal, schermen en tafeltennis. Ook na 2005 blijft op atletiek en tennis na, deze nettoscores negatief. De relatie tussen school en internaat en tussen (top)sporter en internaatverantwoordelijke verliep, ook na 2005, het minst vlot bij atletiek, wielrennen, handbal en golf. Algemeen verliep volgens de afgestudeerde (top)sporters de samenwerking tussen de verschillende actoren het best bij zwemmen, badminton, taekwondo (n=3) en tafeltennis waar de nettoscore bij minstens tien items boven de gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscore. 78

80 2.13 Besluit pijler 4: Talentontwikkeling De sportieve ontwikkeling van jeugdige talenten loopt parallel met de ontwikkeling die ze op andere domeinen doorlopen. Specifiek de transitie op academische vlak zorgt ervoor dat de individuen in hun dubbele rol als student en topsporter in situaties komen waar men al de beschikbare tijd en energie moet steken in het ontwikkelen van deze twee gebieden (Wylleman, De Knop, Verdet, Erpic, 2007). Om hieraan tegemoet te komen werden in 1998 de topsportscholen in Vlaanderen opgericht. Om de instroom naar de topsportschool te optimaliseren is er nood aan een goed talentdetectiesysteem dat ervoor moet zorgen dat het maximale potentieel aan talent wordt ontdekt. Toch is het opmerkelijk dat ongeveer 30 procent van de respondenten aangeeft, ook na 2005, nooit geselecteerd te zijn geweest voor een training, stage of selectie alvorens geselecteerd te worden voor de topsportschool. Hier dient er wel rekening gehouden te worden met het feit dat het gaat over een retrospectief onderzoek waarbij de respondenten gevraagd werden terug te blikken op het verleden en we bijgevolg voor ogen moeten houden dat men zich dit mogelijk niet meer herinnert. Ook bestaat de mogelijkheid dat de topsporter niet altijd op de hoogte was van de selectieprocedure, zoals scouting. Om een topsportschool op te starten en/of verder in te blijven investeren zal de topsportschool moeten kaderen in een volledig traject/programma van talentontwikkeling waarbij de criteria moeten gericht zijn op het behalen van een internationaal niveau. Ondanks dat het actieplan Vlaanderen II stelt dat de selectiecriteria voldoende streng dienen gesteld te worden, beschouwde slechts 14 procent (n=46) van de afgestudeerde (top)sporters van de topsportschool ze als moeilijk haalbaar. De instapleeftijd in de topsportschool ligt grotendeels tussen 14 en 16 jaar. De in de literatuur beschreven vroegspecialisatiesporten zoals tennis, zwemmen en gymnastiek, blijken ook de sporten te zijn waarbij de topsporters het vroegst in te stappen. Voorafgaand aan de topsportschool legt de (top)sporter gemiddeld 6 jaar af waarin deze zich specialiseert in zijn huidige sport. Na de talentdetectie volgt een periode van talentontwikkeling dat acht tot tien jaar aan intensieve training en aangepaste begeleiding vereist (Bloom, 1985; Ericsson,2003; Ericsson & Charnes, 1994). Uit ons onderzoek blijkt dat gemiddeld een topsporter 2,8 jaar op een topsportschool zit. Dit wil zeggen dat het aandeel van de topsportschool tijdens de talentontwikkeling niet onderschat maar ook niet overschat mag worden. Dit aandeel zal in de toekomst wel vergroot worden daar er in 2004 een uitbreiding was naar de eerste graad. De verschillende ondersteuningsvormen worden algemeen positief beoordeeld. Volgens de (top)sporters mag er wel meer aandacht besteed worden aan deelname aan internationale wedstrijden. Vaak is het gebrek aan internationale wedstrijden een financiële kwestie. Daar het over een longitudinaal onderzoek gaat en de topsportscholen al een evolutie hebben doorgemaakt, werd de data ook opgesplitst tussen de topsporters die de topsportschool voor en na 79

81 2005 hebben verlaten. Echter, op vlak van ondersteuningsvormen werden er geen noemenswaardige verschillen vastgesteld tussen voor en na Een andere opsplitsing in de data is gebaseerd op twee criteria, namelijk 1) het verschil tussen de drop outs (topsporters die de TSS vroegtijdig hebben verlaten) en de afgestudeerde (top)sporters aan de topsportschool, en 2) het verschil tussen de selectie- topsporters die als senior een hoog niveau behalen en de niet-selectie (top)sporters. Een net niet significant verschil werd enkel teruggevonden bij de beoordeling van de trainingsfaciliteiten waarbij de afgestudeerde topsporters deze ondersteuning beter beoordelen in vergelijking met de drop outs. Naast de topsportschool zijn de meeste topsporters ook aangesloten bij een club, dewelke duidelijk minder positief beoordeeld worden. Verder geeft steeds meer dan 20 procent van de topsporters naast de TSS aan geen ondersteuning te krijgen tijdens de talentontwikkeling. Ongeveer de helft kreeg zelf geen ondersteuning voor betere trainingsfaciliteiten. De (top)sporters die wel van enige ondersteuning konden genieten beoordelen deze wel als voldoende. Opvallend is dat de selectie- topsporters, die voldoen aan voorafgaande criteria, duidelijk meer ondersteuning kregen op vlak van betere trainingsfaciliteiten en het trainen in aparte groep. Dit kan deels te wijten zijn aan het feit dat de topsporters voornamelijk afkomstig zijn uit de sporten waar de talentontwikkeling beter verloopt. In tegenstelling tot de ondersteuningsvormen worden de extra sportieve begeleidingsvormen binnen de topsportschool niet zo positief beoordeeld waarbij voornamelijk de voedings-, mentaleen carrièrebegeleiding voor verbetering vatbaar zijn. Dit blijkt uit de zwakke punten van de topsportschool aangegeven door de afgestudeerde topsporters. De topsportschool maakt op vlak van omkadering een hele evolutie door en federaties zoeken steeds naar een betere omkadering en/of het verder op punt stellen daarvan. Dit is ook merkbaar in de positieve evolutie na 2005 waarbij alle extra sportieve begeleidingsvormen beter worden beoordeeld. Een significant verschil is merkbaar bij zowel de mentale- als de carrièrebegeleiding. De beoordeling van de voedingsbegeleiding is net niet significant bevonden. Verder beoordelen de afgestudeerde (top)sporters de mentale begeleiding positiever, weliswaar net niet significant, dan de drop outs. Ook de selectie- topsporters beoordelen de extra sportieve begeleidingsvormen licht positiever dan de niet-selectie (top)sporters. Sportspecifiek zijn het voornamelijk atletiek, gymnastiek, handbal en volleybal die een positieve evolutie kennen na Toch is er slechts één significant verschil vast te stellen, waarbij de atleten met uitstap in 2005 of later de voedingbegeleiding significant beter beoordelen. Voor de voedingsbegeleiding is het verschil bij handbal net niet significant. Hoewel eerder vermelde gegevens uit het topsportklimaat aantonen dat het belangrijk is dat ook de clubs moeten instaan voor de begeleiding tijdens de fase van talentontwikkeling is de rol van de club hierin veelal beperkt tot medische begeleiding. Drie vierden van de (top)sporters naast de topsportschool heeft als aankomend talent geen studie, carrière- en mentale begeleiding gekregen. Twee derden kreeg dan weer geen voedingsbegeleiding. De (top)sporters die van enige 80

82 ondersteuning konden genieten, ervaren enkel de medische begeleiding en opvolging als redelijk positief. Wanneer we kijken naar het verschil in extra sportieve begeleiding tussen de selectie- topsporters en de niet selectie- (top)sporters kunnen we vaststellen dat op studiebegeleiding na de selectietopsporters meer ondersteuning kregen. De grootste verschillen zijn terug te vinden voor de mentale- en de voedingsbegeleiding waar respectievelijk 53 procent en 47 procent van de selectietopsporters aangeeft hiervoor als aankomend talent geen ondersteuning te hebben gekregen. Naast de ondersteunings- en begeleidingsvormen kunnen de (top)sporters ook gebruik maken van bijzondere topsportfaciliteiten zoals een flexibel lessenrooster, verminderde aanwezigheid in functie van stage en wedstrijden, examenregeling en individuele studiebegeleiding. Opnieuw komt hier de studiebegeleiding als pijnpunt naar boven. Over de andere topsportfaciliteiten die hen werden aangeboden zijn de (top)sporters zeer tevreden. De vier topsportfaciliteiten, met name de individuele studiebegeleiding, worden algemeen positiever beoordeeld na Opvallend is ook dat deze vier faciliteiten positiever worden beoordeeld door de (top)sporters die het vooropgestelde niveau als senior niet behalen waarbij het verschil voor de studiebegeleiding net niet significant is bevonden. Verder beoordelen, weliswaar ook niet significant, de afgestudeerde topsporters aan de TSS de vier faciliteiten beter dan de drop outs. Binnen het reguliere onderwijs zijn deze topsportfaciliteiten geen evidentie en vaak afhankelijk van de goodwill van de school. Een groot deel kon geen gebruik maken van enige vorm van ondersteuning dewelke ook niet zo positief wordt beoordeeld. Om het concept van de topsportschool optimaal te laten functioneren is er nood aan een goede samenwerking tussen de verschillende actoren binnen zowel de onderwijsinstelling als de sportspecifieke instanties. Algemeen worden de relaties positief beoordeeld. Zoals ook vastgesteld werd in het topsportactieplan Vlaanderen II is de samenwerking met het internaat en de vakleerkracht voor verbetering vatbaar. Het meest ontevreden zijn de afgestudeerde (top)sporters over de relatie tussen de trainer van de topsportschool en de persoonlijke trainer. Hoewel het geen evidentie is, en vanuit het standpunt van persoonlijke trainers veelal begrijpelijk, is het belangrijk aandacht te besteden aan de relatie tussen de trainer van de topsportschool en de persoonlijke trainer. Verder kennen de meeste relaties ook een positieve evolutie na Het zijn vooral de relaties tussen de topsporter en het internaat, topsporter en vakleerkracht, topsporter en topsportschoolcoördinator en de relatie tussen de topsporters en de andere leerlingen die positiever worden beoordeeld. Deze verschillen zijn net niet significant. Significante verschillen zijn wel vast te stellen tussen de selectie- topsporters en de niet selectie- (top)sporters waarbij deze laatste groep de relaties tussen de trainer en de psychologische begeleiding, de topsporter en de topsportschoolcoördinator en de topsporter en de andere leerlingen beter beoordelen. 81

83 Pijler 5: de ondersteuning tijdens de topsportcarrière Na de talentontwikkeling komt de (top)sporter in de perfectiefase; die wordt slechts door enkele atleten bereikt. Slechts in een beperkt aantal sporten kunnen topsporters leven van hun inkomsten als topsporter. Het is dan ook belangrijk dat er na de ontwikkelingsfase, voor een selectie van topsporters voldoende ondersteuning aanwezig is om te kunnen doorgroeien naar internationaal niveau. 1. INDIVIDUELE LEEFSITUATIE VAN DE (TOP)SPORTER Van de afgestudeerde (top)sporters geeft 11 procent (n=19) aan voltijds met zijn sport bezig te zijn. 55 procent (n=98) combineert (top)sport met studie (halftijds of voltijds). 18 procent (n=31) combineert (top)sport met een half- of voltijdse job. Bij de (top)sporters naast de TSS is 14 procent (n=27) voltijds (top)sporter. De helft van de (top)sporters (n=98) combineert (top)sport met studie (halftijds of voltijds) en één vijfde (n=50) combineert (top)sport met een half- of voltijds job. 2. TOPSPORT EN HOGERE STUDIES Uit de bevraging blijkt dat 78 procent van de afgestudeerde (top)sporters uit de TSS hogere studies heeft aangevat. Een interessant gegeven is dat dit voor de (top)sporters naast de TSS ook 75 procent is. Van de afgestudeerde (top)sporters ging 62 procent naar een hogeschool, 34 procent naar een universiteit en 4 procent verkiest nog een andere instelling. Bij de (top)sporters die niet zijn ingestapt gaat 45 78% van de afgestudeerde (top)sporters procent naar een hogeschool en 49 procent voor een en 74% van de (top)sporters naast de universiteit. TSS vatte hogere studies aan. Van deze 75 procent van de afgestudeerde (top)sporters die laatste gaat wel hoger percentage naar niet hebben verder gestudeerd was dit wel van plan. een universiteit. Van de 12 afgestudeerde (top)sporters die ooit of momenteel binnen een programma werden tewerkgesteld (Bloso, Topsport Vlaanderen of Topsport Defensie), hebben 8 hogere studies ondernomen waarvan er 3 vroegtijdig zijn gestopt. Van de 4 respondenten bij Topsport Defensie heeft er maar één hogere studies aangevat en deze vroegtijdig stopgezet. Twee van de drie respondenten tewerkgesteld bij Atletiek Vlaanderen hebben hun studies afgewerkt. Momenteel hebben al 85 (45%) (top)sporters hun hogere studies na de TSS beëindigd, 23 (12%) (top)sporters hebben deze vroegtijdig beëindigd. Aan de afgestudeerde (top)sporters van de TSS werd ook gevraagd of hun sportieve carrière nadelen heeft ondervonden door de studiekeuze na de TSS. Voor gemiddeld 14 procent was deze vraag niet van toepassing, 56 procent beantwoordde deze vraag negatief terwijl 30 procent aangeeft dat hun sportieve carrière wel nadelen heeft ondervonden. Voor 20 (top)sporters lag tijdsgebrek aan basis. 11 (top)sporters geven aan dat ze hun studie hebben laten primeren. 82

84 Andere oorzaken zijn terug te vinden in een slechte lessenrooster (n=8), fysiek te zwaar (n=5) en stages/wedstrijden moesten wijken (n=7) Ook heeft voor 37 procent van de afgestudeerde (top)sporters het studietraject nadelen ondervonden door hun sportieve carrière. De meest aangehaalde reden was hier het studieniveau (n=21) gevolgd door tijdsgebrek (n=14). Acht (top)sporters gaven aan dat ze dikwijls lessen missen en zes (top)sporters heeft voorrang gegeven aan zijn sport. 3. STERKE EN ZWAKKE PUNTEN VAN DE OPVOLGING NA DE TOPSPORTSCHOOL Binnen de TSS kunnen topsporters gebruik maken van verschillende ondersteunings- en begeleidingsvormen. Ook na de TSS blijft voldoende ondersteuning belangrijk om te kunnen doorgroeien naar internationaal niveau. In een open vraag werd aan de afgestudeerde (top)sporters gevraagd naar de drie sterkste en zwakste punten van hoe volgens hen de opvolging na de TSS verliep. Figuur 29: grafische voorstelling van de sterke punten van de opvolging van de (top)sporters na de TSS Begeleiding; 9,1% Connecties; 5,8% carrièrebegeleidng; 4,1% Andere; 19,8% trainingsfaciliteiten; 9,9% contact met de TSS/ training TSS; 15,7% Zelfstandigheid/vrijheid 10,7% Trainers; 12,4% studiebegeleidng; 12,4% 83

85 Figuur 30 : grafische voorstelling van de zwakke punten van de opvolging van de (top)sporters na de TSS contact met de TSS; 8,8% begeleiding; 3,9% trainers; 3,9% financieel; 5,9% carrièrebegeleidng; 1,0% trainingsfaciliteiten; 29,4% federatie; 9,8% andere; 16,9% studiebegeleidng; 17,6% Voor 12 procent (n=15) van de bevraagde (top)sporters was de studiebegeleiding een sterk punt na de TSS. 5 (top)sporters verwijzen hier specifiek naar de goede samenwerking tussen de federatie en de universiteit. Toch geven meer (top)sporters (18%,n=18) de studiebegeleiding als een zwak punt aan. De combinatie tussen topsport en studie is voor sommige (top)sporters een struikelblok. 16 procent (n=19) geeft aan dat er nog een positief contact is met de TSS. Dit gaat over het contact met de trainers, kiné en de mogelijkheid tot training in de TSS. Iets minder dan 10 procent (n=9) geeft het weinig of geen contact meer hebben met de TSS aan als een zwak punt. Ook de trainer na de TSS is voor sommige (top)sporters een sterk punt, 4 (top)sporters (4 procent) vinden dit dan weer een zwakte na de (top)sportschool. Volgens 29 procent (n=30) zijn de trainingsfaciliteiten na de TSS een zwakte terwijl 10 procent (n=12) dit als een sterkte van de opvolging beschouwt. 41 procent van de afgestudeerde (top)sporters vindt dat hij/zij momenteel 41% van de afgestudeerde (top)sporters aan de voldoende ondersteuning krijgt om te TSS, 42% van de (top)sporters naast de TSS presteren op het hoogst mogelijke niveau. Iets meer dan de helft (54%, n=118) van de afgestudeerde (top)sporters is echter ook van vinden dat ze momenteel voldoende aandacht krijgen om te presteren op hun hoogst mogelijke niveau. mening dat een betere omkadering na de TSS tot betere prestaties had kunnen leiden. Bij judo, wielrennen, ski/snowboard, golf en triatlon deelt zelfs meer dan 70 procent deze mening. Dit in tegenstelling tot bij schermen (n=3) waar geen enkele schermer aangeeft dat een betere omkadering tot betere prestaties hadden kunnen leiden. Van de (top)sporters die niet zijn ingestapt in een TSS vindt 42 procent de Volgens 54% van de afgestudeerde (top)sporters aan de TSS had een betere omkadering tot betere ondersteuning waar ze momenteel van prestaties kunnen leiden. kunnen genieten voldoende om te presteren op het hoogst mogelijke niveau. 84

86 4. ONDERSTEUNING EN EXTRA SPOTIEVE BEGELEIDING 4.1 Ondersteuning Zoals reeds eerder besproken dient er per ontwikkelingsfase welbepaalde trainingsvolumes en intensiteiten afgewerkt te worden. Dit is enkel mogelijk mits voldoende ondersteuning/ extra sportieve begeleiding zowel tijdens de ontwikkelingsfase als tijdens de topsportcarrière. In dit deel bevragen we (top)sporters naar de ondersteuning waarvan ze kunnen genieten tijdens hun topsportcarrière (+18jaar). (a) Afgestudeerde (top)sporters Uit de resultaten blijkt in de volgende tabel dat steeds meer dan 40 procent van de afgestudeerde (top)sporters na de TSS geen extra aandacht of ondersteuning krijgt voor onderstaande ondersteuningsvormen. Figuur 31: Grafische voorstelling van de ondersteuningsvormen na de TSS aangeboden door federatie, sportclub of andere organisatie(s) kleding/materiaal 8,2% 24,0% 15,5% 52,4% vervoer 9,4% 17,6% 12,0% 60,9% deelname internat. wedstrijden 29,1% 12,2% 6,8% 51,9% betere trainingsfac. 18,3% 20,0% 8,9% 52,8% trainings-/wedstrijdschema's 14,9% 36,6% 8,9% 39,6% extra conditie/krachttraining 13,9% 22,8% 18,1% 45,1% trainen in aparte groep/privé- 14,6% 26,8% 10,0% 48,5% vaker/intensiever trainen 21,9% 30,2% 7,0% 40,9% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% ja, federatie ja, club ja, andere nee 85

87 ATL JUD TEN VOL ZWE WIE GYM BAS HAN Ski SNO BAD GOL SCH TAE TRI TAF Effectiviteit van de topsportscholen Meer dan 40 procent krijgt geen extra ondersteuning tijdens de atletische carrière. Op vlak van deelname aan internationale wedstrijden, betere trainingsfaciliteiten, vervoer, kledij en materiaal geeft meer dan de helft aan hiervoor geen ondersteuning te krijgen. Op deelname aan internationale wedstrijden, kledij en materiaal na, vanwaar de meeste ondersteuning vanuit de federatie komt, geven de (top)sporters aan de meeste ondersteuning te krijgen vanuit de club. De ondersteuning vanuit club, federatie of andere organisatie(s) is duidelijk verschillend naargelang het Meer dan 40% van de niveau van de atleet. Dit blijkt ook uit de resultaten. Gemiddeld 29 procent van de selectie- topsporters geeft aan geen ondersteuning te krijgen terwijl dit bij de niet selectie- (top)sporters net iets meer dan de helft is (51%). Voornamelijk op vlak van trainen in een aparte groep, de conditie- en krachttraining, betere trainingsfaciliteiten en afgestudeerde (top)sporters en 27% van de (top)sporters naast de TSS krijgen geen extra ondersteuning tijdens de atletische carrière De ondersteuning stijgt naargelang het niveau. deelname aan internationale wedstrijden krijgen de selectie- topsporters meer ondersteuning. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het percentage aan (top)sporters per sport die geen extra ondersteuning krijgen vanuit de federatie, club of andere organisatie(s). Tabel 30: percentage van afgestudeerde (top)sporters die tijdens de atletische carrière oordelen dat ze geen extra ondersteuning krijgen Percentagevan topsporters die geen ondersteuning krijgen Vaker en intensiever trainen (% geen ondersteuning) Trainen in aparte groep/privétraining (% geen ondersteuning) Extra conditie- & krachttraining (% geen ondersteuning) Trainings- en wedstrijdschema s (% geen ondersteuning) Betere trainingsfaciliteiten (% geen ondersteuning) Deelname aan internationale wedstrijden (% geen ondersteuning) Vervoer (% geen ondersteuning) Kleding en materiaal (% geen ondersteuning)

88 Sportspecifiek vinden we de meeste extra ondersteuning terug bij zwemmen, golf, badminton, taekwondo (n=3), tafeltennis en schermen (n=3) waar algemeen minder dan 40 procent van de respondenten aangeeft geen extra ondersteuning te krijgen. Aan de afgestudeerde (top)sporters van de TSS die kunnen genieten van enige ondersteuningsvormen werd vervolgens ook de vraag gesteld deze vormen te beoordelen. Figuur 32: sporttakoverschrijdende beoordeling van de afgestudeerde (top)sporters voor ondersteuningsvormen tijdens de atletische carrière kleding/ materiaal n=109 47,5% 13,1% 18,8% 20,6% vervoer n=158 44,9% 16,5% 20,9% 17,7% deelname internat. wedstrijden n=163 44,1% 16,6% 20,2% 19,0% betere trainingsfac. n=159 54,7% 15,7% 14,5% 15,1% trainings-/wedstrijdschema's n=169 65,7% 11,8% 11,8% 10,7% extra conditie/krachttraining n=165 57,6% 15,2% 14,5% 12,7% trainen in aparte groep/privé-trainen n=169 59,1% 10,7% 14,8% 15,4% vaker/intensiever trainen n=173 65,9% 11,6% 9,3% 13,3% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (meer dan) voldoende noch onvoldoende, noch voldoende (zeer )onvoldoende niet nodig Zoals weergegeven in bovenstaande figuur zijn de (top)sporters meest tevreden over de ondersteuning die wordt aangeboden om vaker, intensiever te trainen en over de trainings- en wedstrijdschema s waar 66 procent deze ondersteuningsvormen voldoende vindt. Ook de extra conditie of krachttraining, de betere trainingsfaciliteiten en de extra kracht- of conditieschema s wordt door meer dan de helft als voldoende beschouwd. Minder tevreden zijn de (top)sporters voor de ondersteuning op vlak van materiaal en kledij, deelname aan internationale wedstrijden en vervoer waar minder dan de helft deze ondersteuning als voldoende beschouwt. Het aantal (top)sporters dat de ondersteuningsvormen Het aantal (top)sporters met extra ondersteuning als onvoldoende vindt is beperkt en ligt beoordelen deze algemeen als voldoende aanwezig. tussen de twaalf en twintig procent. Elke ondersteuningsvorm wordt door minstens 10 procent als niet nodig beschouwd. Sportspecifiek worden de ondersteuningsvormen het best beoordeeld door de volleyballers, zwemmers, badmintonners en schermers (n=3) waar de nettoscore voor alle ondersteuningsvormen boven de gemiddelde sporttakoverschrijdende nettoscore uitstijgt. Dit in tegenstelling tot judo, ski en golf waar de nettoscore voor minstens zeven items onder de gemiddelde sporttakoverstijgende nettoscore ligt. 87

89 41 procent van de afgestudeerde (top)sporters is van mening voldoende ondersteuning te krijgen, 32 procent oordeelt onvoldoende ondersteuning te krijgen om te presteren op het hoogst mogelijke niveau. Het zijn de wielrenners die het meest tevreden zijn over de huidige ondersteuning. Dit in tegenstelling tot judo, tennis en golf waar minder dan één vierde tevreden is over de huidige ondersteuning om te presteren op het hoogst mogelijke niveau. (b) (top)sporters naast de topsportschool In tegenstelling tot tijdens de talentontwikkelingsfase, ligt de ondersteuning bij de (top)sporters naast de topsportschool hoger dan de afgestudeerde (top)sporters na de topsportschool. De club zorgt nog steeds voor de meeste ondersteuning. Figuur 33: Grafische voorstelling van de ondersteuningsvormen voor de (top)sporters naast de TSS tijdens de atletische carrière aangeboden door federatie, sportclub of andere organisatie(s) kleding/ materiaal 7,5% 49,7% 14,3% 28,6% vervoer 3,8% 31,0% 12,0% 53,2% deelname internat. wedstrijden 40,6% 24,4% 4,4% 30,6% betere trainingsfac. 15,9% 32,5% 7,0% 44,6% trainings-/wedstrijdschema's 12,5% 48,1% 11,3% 28,1% extra conditie/krachttraining 13,0% 41,4% 16,0% 29,6% trainen in aparte groep/privé-trainen 18,0% 37,0% 9,3% 34,8% vaker/intensiever trainen 18,6% 45,3% 7,5% 28,6% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% ja, federatie ja, club ja, andere nee 28 procent van de (top)sporters naast de topsportschool geeft aan geen extra aandacht of ondersteuning te krijgen noch vanuit de federatie, noch vanuit club- voor vaker en intensiever te trainen, extra conditie- of krachttraining, trainings- en wedstrijdschema s, deelname aan internationale wedstrijden, kleding en materiaal. 45 procent krijgt geen ondersteuning voor betere trainingsfaciliteiten en iets meer dan de helft krijgt geen ondersteuning op vlak van vervoer. De selectie- topsporters naast de TSS geven ook aan meer ondersteuning te krijgen vanuit de club, federatie of andere organisatie(s) in vergelijking met de andere (top)sporters waarbij respectievelijk 19 procent en 36 procent aangeeft geen ondersteuning te krijgen. Voornamelijk op vlak van vaker en intensiever trainen, trainen in aparte groep, wedstrijd- en trainingsschema s en betere trainingsfaciliteiten krijgen de selectie- topsporters meer ondersteuning. 88

90 ATL JUD TEN VOL ZWE WIE BAS TRI HAN Ski Effectiviteit van de topsportscholen Onderstaande tabel geeft een overzicht van het percentage aan (top)sporters per sport dat geen extra ondersteuning krijgt vanuit de federatie, club of andere organisatie(s). Tabel 31:percentage van (top)sporters naast de TSS die tijdens de atletische carrière geen extra ondersteuning krijgen Percentages van topsporters die geen extra ondersteuning krijgen Vaker en intensiever trainen (% geen ondersteuning) Trainen in aparte groep/privétraining (% geen ondersteuning) Extra conditie- & krachttraining (% geen ondersteuning) Trainings- en wedstrijdschema s (% geen ondersteuning) Betere trainingsfaciliteiten (% geen ondersteuning) Deelname aan internationale wedstrijden (% geen ondersteuning) Vervoer (% geen ondersteuning) Kleding en materiaal (% geen ondersteuning) Sportspecifiek vinden we de meeste extra ondersteuning terug bij atletiek, zwemmen, wielrennen en triatlon (n=3) waar minder algemeen minder dan 30 procent van de respondenten aangeeft geen extra ondersteuning te krijgen. Vervolgens werd aan de (top)sporters naast de topsportschool die kunnen genieten van ondersteuningsvormen de vraag gesteld deze te beoordelen. Onderstaande figuur geeft een overzicht van de resultaten. 89

91 Figuur 34: sporttakoverschrijdende beoordeling van de (top)sporters naast de TSS voor de ondersteuningsvormen tijdens de atletische carrière kleding en materiaal 67,5% 12,2% 16,3% 4,1% vervoer 53,8% 14,2% 21,7% 10,4% deelname internat. 56,6% 15,6% 18,0% 9,8% betere trainingsfac. 62,8% 16,8% 5,3% 15,0% trainings-/ wedstrijdschema's extra conditie/ krachttraining 76,9% 79,6% 10,7% 1,6% 10,7% 11,4% 3,2% 5,7% trainen in aparte groep/privé- 69,8% 14,3% 5,0% 10,9% vaker/ intensiever trainen 81,8% 8,3% 4,9% 5,0% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (meer dan) voldoende noch onvoldoende, noch voldoende (zeer )onvoldoende niet nodig De (top)sporters die van een ondersteuningsvorm kunnen genieten, beoordelen deze algemeen goed. Meer dan drie vierden van de (top)sporters beoordeelt het vaker en intensiever kunnen trainen, de extra conditie of krachttraining en de trainings- en wedstrijdschema s als voldoende tot meer dan voldoende. Minst tevreden zijn de (top)sporters over het vervoer waar iets meer dan de helft tevreden over is terwijl 22 procent deze ondersteuningsvorm onvoldoende beoordeelt. Uit de analyse per sport blijkt dat de basketballers en triatleten meest tevreden zijn over de ondersteuningsvormen. Dit in tegenstelling tot handbal en ski waar de nettoscores voor minstens acht items onder het gemiddelde ligt. De nettoscores voor deelname aan internationale wedstrijden, vervoer, kleding en materiaal zijn negatief. 43 procent van (top)sporters naast de TSS is van mening dat hij/zij voldoende ondersteuning krijgen om te presteren op het hoogst mogelijke niveau. Het zijn de handballers, zwemmers, volleyballers en triatleten die het meest tevreden zijn over de huidige ondersteuning. 90

92 4.2 Extra sportieve begeleiding Opnieuw werden de (top)sporters gevraagd van welke extra sportieve begeleidingsvormen (gaande van medische begeleiding op opvolging, mentale- en voedingsbegeleiding tot studie- en carrièrebegeleiding ze gebruik konden maken en hoe ze deze beoordelen. We bevragen (top)sporters naar de begeleiding waarvan ze kunnen genieten tijdens hun topsportcarrière (+18 jaar). (a) afgestudeerde (top)sporters van de topsportschool Onderstaande grafiek geeft een overzicht van het aantal afgestudeerde (top)sporters die na de TSS gebruik kunnen maken van begeleidingsvormen aangeboden door de federatie, club of andere organisatie(s). Figuur 35: sporttakoverschrijdende beoordeling van de mate van ondersteuning voorafgestudeerde (top)sporters na de TSSaangeboden door de federatie, club of andere organisatie(s) studiebegeleiding n= 230 8,4% 4,8% 15,0% 71,8% carrière begeleiding n= 230 7,9% 4,8% 9,2% 78,2% medische opvolging n=230 13,0% 13,0% 10,8% 63,2% medische begeleiding n=231 16,1% 18,3% 15,2% 50,4% voedingbegeleiding n=229 10,4% 4,8% 8,7% 76,1% mentale begeleiding n=227 11,3% 5,2% 7,8% 75,7% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% federatie club andere nee Meer dan de helft van de afgestudeerde (top)sporters krijgt na de TSS geen ondersteuning voor één van bovenvermelde extra sportieve begeleidingsvormen. Voor voeding-, mentale-, studie- als carrière ligt dit zelf Meer dan drie vierden van de (top)sporters krijgt geen voedings-, mentale-,studie- als boven 70 procent. De extra sportieve carrièrebegeleiding. Deze extra sportieve begeleidingsvormen worden zowel vanuit de club, begeleiding stijgt wel naargelang het niveau. federatie als vanuit een andere organisatie aangeboden. Net zoals bij de ondersteuningsvormen is ook hier de extra sportieve begeleiding vanuit de club, federatie of andere organisatie(s) duidelijk verschillend naargelang het niveau van de atleet. Gemiddeld 48 procent van de selectie- topsporters geeft aan geen ondersteuning te krijgen terwijl 71 procent van de andere (top)sporters geen extra sportieve begeleiding krijgt. Voornamelijk op 91

93 ATL JUD TEN VOL ZWE WIE GYM BAS HAN SKI SNO BAD GOL SCH TAE TRI TAF Effectiviteit van de topsportscholen vlak van mentale-, voedingsbegeleiding en medische opvolging krijgen de selectie- topsporters meer begeleiding. Tabel 32: percentage van afgestudeerde (top)sporters die tijdens de atletische carrière geen extra sportieve begeleiding krijgt Percentages van topsporters die geen extra sportieve begeleiding krijgen Mentale begeleiding (% geen ondersteuning) Voedingsbegeleiding (% geen ondersteuning) Medische begeleiding (% geen ondersteuning) Medische opvolging (% geen ondersteuning) Carrière advies (% geen ondersteuning) Studiebegeleiding (% geen ondersteuning) Sportspecifiek vinden we de meeste extra sportieve begeleiding terug bij zwemmen en triatlon waar respectievelijk 44 procent en 26 procent van de respondenten aangeeft geen extra sportieve begeleiding te krijgen. De minste begeleiding vinden we terug bij ski, judo en tafeltennis. We willen we wel meegeven dat de extra sportieve begeleiding afhankelijk is van het niveau van de topsporter. Vervolgens werd opnieuw gevraagd de extra sportieve begeleiding die ze kregen te beoordelen. Onderstaande figuur geeft hiervoor de resultaten. 92

94 Figuur 36: Grafische voorstelling van de beoordeling van de extra sportieve begeleidingsvormen na de TSS studiebegeleiding n= 82 42,9% 10,3% 15,9% 31,0% carrière begeleiding n= 81 34,4% 10,4% 17,6% 37,6% medische opvolging n=90 54,1% 11,1% 11,8% 23,0% medische begeleiding n=94 65,5% 7,7% 8,4% 18,3% voedingbegeleiding n=80 33,9% 12,9% 20,9% 32,3% mentale begeleiding n=78 36,1% 11,5% 18,0% 34,4% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (meer dan) voldoende noch voldoende, noch onvoldoende (meer dan) onvoldoende niet nodig Bij vraag naar de beoordeling van deze extra sportieve begeleidingsvormen wordt enkel de medische begeleiding en opvolging door meer dan de helft van de (top)sporters als voldoende beschouwd. Ongeveer één derde van de (top)sporters is tevreden over de voedings-, mentale- en carrièrebegeleiding. Een deel van de (top)sporters acht ondersteuning als niet nodig. Sportspecifiek worden de extra sportieve begeleidingsvormen het best beoordeeld bij zwemmen, wielrennen, tennis, handbal, ski/snowboard en triatlon. Minder tevreden over deze extra sportieve begeleidingsvormen zijn de atleten, judoka s waar de voedings- en mentale begeleiding als onvoldoende wordt beschouwd. Ook de gymnasten zijn ontevreden over de voedingsbegeleiding. Bij golf wordt zowel de medische begeleiding als medische opvolging als onvoldoende beschouwd. 93

95 (b) (top)sporters naast de topsportschool Dezelfde vragen werden eveneens gesteld aan de topsporters naast de TSS. Onderstaande grafiek geeft een overzicht van de resultaten. Figuur 37: Grafische voorstelling van de extra sportieve begeleidingsvormen voor de (top)sporters naast de TSS aangeboden door federatie, sportclub of andere organisatie(s) studiebegeleiding n= 217 3,7% 4,6% 16,6% 75,1% carrière begeleiding n= 220 4,5% 6,8% 10,0% 78,6% medische opvolging n=220 8,6% 15,0% 21,4% 55,0% medische begeleiding n=220 14,0% 28,4% 26,1% 31,5% voedingbegeleiding n=221 11,8% 13,1% 13,6% 61,5% mentale begeleiding n=219 10,0% 8,2% 3,2% 78,5% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% federatie club andere nee Op de medische begeleiding na geeft meer dan meer dan de helft van de (top)sporters naast de TSS aan tijdens hun atletische carrière geen ondersteuning te krijgen voor één van bovenvermelde begeleidingsvormen. Voor mentale-, studie- als carrièrebegeleiding ligt dit zelf boven 75 procent. De extra sportieve begeleidingsvormen worden zowel vanuit club, federatie als vanuit een andere organisatie aangeboden. Ook de selectie- topsporters geven aan meer extra sportieve begeleiding te krijgen vanuit de club, federatie of andere organisatie(s). Gemiddeld 32 procent van de selectie- topsporters geeft aan geen ondersteuning te krijgen terwijl dit bij de andere (top)sporters 62 procent is. Dit uit zich voornamelijk bij de mentale-, voedingsbegeleiding en medische opvolging. 94

96 ATL JUD TEN VOL ZWE WIE BAS TRI HAN BAD Ski Effectiviteit van de topsportscholen Tabel 33: percentage van (top)sporters naast de TSS die tijdens de atletische carrière geen extra sportieve begeleiding krijgt Percentages van topsporters die geen extra sportieve begeleiding krijgen Mentale begeleiding Voedingsbegeleiding Medische begeleiding Medische opvolging Carrièrebegeleiding Studiebegeleiding Sportspecifiek vinden we de meeste extra sportieve begeleiding terug bij zwemmen en triatlon waar respectievelijk 33 procent en 22 procent van de respondenten aangeeft geen extra sportieve begeleiding te krijgen. De minste extra sportieve begeleiding vinden we terug bij ski, tennis en badminton. Ook hier willen we opnieuw meegeven dat de extra sportieve begeleiding stijgt naargelang het niveau van de topsporter. Bij de vraag naar de beoordeling van deze extra sportieve begeleidingsvormen wordt enkel de medische begeleiding en opvolging door meer dan de helft van de (top)sporters als voldoende beschouwd. Minder dan 30 procent van de (top)sporters is tevreden over de studie- en carrière begeleiding. Meer dan één derde acht de voedings-, mentale-, studie- als carrièrebegeleiding niet nodig. Figuur 38: Grafische voorstelling van de beoordeling van de extra sportieve begeleidingsvormen door de (top)sporters naast de TSS tijdens de atletische carrière studiebegeleiding n= 81 29,7% 11,1% 18,5% 40,7% carrière begeleiding n= 51 27,9% 11,6% 19,8% 40,7% medische opvolging n=84 57,3% 17,7% 12,5% 12,5% medische begeleiding n=104 76,0% 12,0% 8,4% 3,7% voedingbegeleiding n=59 42,7% 9,0% 14,6% 33,7% mentale begeleiding n=52 34,9% 16,9% 10,8% 37,3% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (meer dan) voldoende noch voldoende, noch onvoldoende (meer dan) onvoldoende niet nodig 95

97 5. BESLUIT PIJLER 5: ATLETISCHE CARRIÈRE De helft van de bevraagde topsporters is nog steeds student. Ondanks het ongenoegen over het studieniveau binnen de topsportschool vatte 78 procent (n=186) van de afgestudeerden hogere studies aan waarvan 62 procent aan een hoge school, 34 procent start(te) aan de universiteit en 4 procent nog aan een andere instelling. Momenteel zijn reeds 85 (45%) afgestudeerd en 23 (12%) hebben hun studies vroegtijdig stopgezet. Bij de (top)sporters naast de topsportschool vatte 74 procent hogere studies aan, waarvan 45 procent aan een hoge school, 50 procent aan de universiteit en 5 procent aan een andere instelling. De topsportfaciliteiten vanuit de onderwijsinstellingen zijn onvoldoende aanwezig. 46 procent van de (top)sporters kon geen gebruik maken van enige faciliteit om de combinatie tussen topsport en studie te optimaliseren. Ongeveer één derde is dan ook van mening dat de hun sportieve carrière nadelen heeft ondervonden door hun studiekeuze en omgekeerd. Uit de resultaten blijkt verder dat de ondersteuning en extra sportieve begeleiding vanuit de federatie, club of andere organisatie(s) tijdens de atletische carrière beperkt aanwezig is. Gemiddeld geeft 40 procent van de afgestudeerde (top)sporters aan na de topsportschool geen ondersteuning te krijgen. Dit is 27 procent naast de topsportschool. Op deelname aan internationale wedstrijden, kledij en materiaal na, komt de meeste ondersteuning vanuit de club. Sportspecifiek zijn het de volleyballers, zwemmers, badmintonners en schermers (n=3) die aangeven de meeste ondersteuning te krijgen. Bij de vraag of de (top)sporter van mening is of hij/zij voldoende ondersteuning krijgt om te presteren op het hoogste niveau beantwoordt 41 procent deze vraag positief, 32 procent beantwoordt deze vraag negatief. Hoewel het percentage aan (top)sporters zonder ondersteuning lager ligt bij de selectietopsporters, die reeds geselecteerd waren voor een EK, WK, OS bij de senioren of tewerkgesteld zijn binnen een programma, geeft toch ook gemiddeld 29 procent aan geen ondersteuning te krijgen. In tegenstelling tot de talentontwikkeling, ligt de ondersteuning tijdens de atletische carrière lichtjes hoger bij de (top)sporters naast de topsportschool, waar gemiddeld 35 procent aangeeft geen ondersteuning te krijgen vanuit de federatie, club of andere organisatie(s). Ook hier ligt dit percentage beduiden lager bij de selectie- topsporters waarbij gemiddeld 19 procent aangeeft geen extra ondersteuning te krijgen. Eveneens kunnen we besluiten dat tijdens de atletische carrière slechts weinig (top)sporters gebruik kunnen maken van extra sportieve begeleiding (zoals medische, mentale, voedings, carrière en studiebegeleiding) vanuit de federatie, club of andere organisatie(s). Ondanks dat de (top)sporters aangeven de meeste extra sportieve begeleiding te krijgen op medische vlak geeft nog meer dan de helft van de afgestudeerde (top)sporters aan dat dit niet het geval was. Voor mentale-, voedings-, carrière- en studiebegeleiding krijgt meer dan 70 procent geen extra sportieve begeleiding. Opvallend is ook dat 48 procent van de selectie- topsporters aangeeft geen trainingsbegeleiding te krijgen. Deze tendens is ook vast te stellen bij de (top)sporters naast de 96

98 topsportschool waar enkel voor de medische begeleiding meer dan de helft aangeeft begeleiding te krijgen. Bij de vraag naar de sterkten en zwakten van de opvolging na de topsportschool liggen de meningen verdeeld. Voor 12 procent (n=15) was de studiebegeleiding na de topsportschool een sterk punt waarbij verschillende (top)sporters verwijzen naar de goede samenwerking tussen federatie en universiteit. Toch zien net iets meer (top)sporters (18%, n=18) de studiebegeleiding als een zwak punt van de opvolging na de topsportschool. Ook een blijvend contact met de topsportschool wordt door 16 procent aanzien als een sterkte, terwijl een aantal (top)sporters (n=9) aangeven dat er te weinig contact is met de topsportschool. Verder worden ook de trainingsfaciliteiten aanzien als zowel een sterkte en zwakte van de topsportschool. 97

99 Pijler 6: Trainingsfaciliteiten en infrastructuur binnen en buiten de topsportschool De uitvoering van trainings- en wedstrijdprogramma s vereist vanzelfsprekend kwalitatieve en beschikbare trainingsfaciliteiten en wedstrijdaccommodaties. Voor topsporters liggen de eisen van de accommodaties dan ook hoger dan voor de breedtesport. In het onderzoek werden de (top)sporters bevraagd naar hun oordeel over enerzijds de kwaliteit en anderzijds de beschikbaarheid van de trainings-, wedstrijdfaciliteiten en accommodaties binnen hun sporttak. We vergelijken opnieuw de situatie voor (top)sporters die naar de TSS gingen met deze erbuiten. Ook vergelijken we de afgestudeerde topsporters tijdens de periode van de topsportscholen met de periode nadien. 1. SPORTTAKOVERSCHRIJDENDE BEOORDELING Ondanks een algemeen redelijk positief oordeel over de hele lijn voornamelijk bij (top)sporters in de TSS, blijven diverse (top)sporters van mening dat de faciliteiten en accommodaties voor verbetering vatbaar zijn. Binnen de TSS zijn er geen noemenswaardige problemen vast te stellen. Verder zijn er ook geen grote verschillen vast te stellen tussen de beoordeling van de uitstappers voor en na Dat de topsporters hoge eisen stellen, blijkt ook uit het verschil in beoordeling tussen de selectie- topsporters en de niet selectie- (top)sporters waarbij de selectie- topsporters zowel de kwaliteit als de beschikbaarheid minder positief beoordelen. Deze verschillen zijn echter net niet significant bevonden (kwaliteit,.05 en beschikbaarheid.02). De volgende figuur toont de resultaten van de topsporters die naar een TSS zijn geweest. 98

100 Figuur 39: beoordeling van de kwaliteit en beschikbaarheid van de trainingsfaciliteiten/infrastructuur tijdens en na de TSS (door( top)sporters uit de TSS) kwaliteit tijdens TSS 67,1% 25,7% 7,1% beschikbaarheid tijdens TSS 65,2% 26,5% 8,3% kwaliteit na TSS 48,7% 35,7% 15,5% beschikbaarheid na de TSS 49,1% 31,1% 19,8% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (zeer)goed redelijk (zeer)slecht De kwaliteit en beschikbaarheid van de trainings- en wedstrijdfaciliteiten/accommodaties binnen de TSS wordt door 67 procent als goed tot zeer goed beoordeeld. Ongeveer één vierde van de respondenten oordeelt zowel de kwaliteit als de beschikbaarheid als redelijk, minder dan 10 procent geeft een negatieve beoordeling weer. Er zijn geen grote verschillen vast te stellen tussen voor en na Na de TSS is er eveneens nood aan kwalitatieve en De kwaliteit en beschikbaarheid van de trainings- en wedstrijdfaciliteiten/ beschikbare trainings- en wedstrijdfaciliteiten/ accommodaties tijdens de TSS wordt accommodaties. Deze faciliteiten/accommodaties worden algemeen als goed beschouwd. minder positief beoordeeld dan tijdens de TSS. Zowel de kwaliteit als de beschikbaarheid wordt door iets minder dan de helft als goed tot zeer goed beoordeeld. Ondanks dat sommige (top)sporters die niet zijn ingestapt in de topsportschool gebruik kunnen maken van de trainingsfaciliteiten/accommodaties beoordelen deze (top)sporters de trainingsfaciliteiten/accommodaties minder positief. De volgende figuur geeft hiervan de resultaten weer. 99

101 Figuur 40: beoordeling van de kwaliteit en beschikbaarheid van de trainingsfaciliteiten/infrastructuur door de topsporters naast de TSS beschikbaarheid naast TSS 40,6% 39,1% 20,3% kwaliteit naast TSS 44,0% 37,7% 18,3% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (zeer)goed redelijk Zoals blijkt uit deze figuur zijn de (top)sporters die niet zijn ingestapt in een TSS minder tevreden over de kwaliteit en beschikbaarheid van de trainingsfaciliteiten/accommodaties. Slechts 44 procent beoordeelt de kwaliteit en 41 procent de beschikbaarheid als goed tot zeer goed. Ongeveer één op vijf (top)sporters vindt de faciliteiten slecht tot zeer slecht. Ook hier beoordelen, weliswaar niet significant, de selectie- topsporters zowel de kwaliteit als de beschikbaarheid minder positief. 100

Onderzoek naar het topsportklimaat in Vlaanderen

Onderzoek naar het topsportklimaat in Vlaanderen Onderzoek naar het topsportklimaat in Vlaanderen Is in Vlaanderen een klimaat aanwezig voor topsporters om goed te presteren? Met welke omgevingsfactoren hebben topsporters te maken en in hoeverre kunnen

Nadere informatie

5/18/2011. Inhoud. Nationale sportfederaties. Bepalen van prestatiebepalende beleidsfactoren op sporttakspecifiek niveau, met atletiek als case study

5/18/2011. Inhoud. Nationale sportfederaties. Bepalen van prestatiebepalende beleidsfactoren op sporttakspecifiek niveau, met atletiek als case study Inhoud Ontwikkeling van een model om landen te benchmarken op sporttakspecifiek niveau: atletiek als case study 2008 2011 Jasper Truyens, Prof. Dr. Veerle De Bosscher Vakgroep Sportbeleid en Management

Nadere informatie

VVG. GolfVlaanderen.be. slagkrachtig & doelgericht. VVG Junior Golf. Topsportschool

VVG. GolfVlaanderen.be. slagkrachtig & doelgericht. VVG Junior Golf. Topsportschool Vlaamse Vereniging voor Golf VVG GolfVlaanderen.be slagkrachtig & doelgericht VVG Junior Golf Korte historiek School en topsport is niet eenvoudig! INHOUD HISTORIEK NUT VAN TOPSPORTSCHOLEN INSCHRIJVEN

Nadere informatie

TRENDS IN HET VLAAMS TOPSPORTKLIMAAT EVALUATIE VOLGENS TOPSPORTERS, TRAINERS EN TOPSPORTCOÖRDINATOREN: 2-METING (2003-2007-2011)

TRENDS IN HET VLAAMS TOPSPORTKLIMAAT EVALUATIE VOLGENS TOPSPORTERS, TRAINERS EN TOPSPORTCOÖRDINATOREN: 2-METING (2003-2007-2011) TRENDS IN HET VLAAMS TOPSPORTKLIMAAT EVALUATIE VOLGENS TOPSPORTERS, TRAINERS EN TOPSPORTCOÖRDINATOREN: 2-METING (2003-2007-2011) Veerle De Bosscher en Stephanie De Croock Colofon Trends in het Vlaams topsportklimaat

Nadere informatie

Waarom is Nederland succesvol in topsport en Vlaanderen niet?

Waarom is Nederland succesvol in topsport en Vlaanderen niet? Waarom is Nederland succesvol in topsport en Vlaanderen niet? Paul De Knop, Veerle De Bosscher, Sylvie Leblicq, Vrije Universiteit Brussel, dept. SBMA Maarten van Bottenburg, Bas Rijnen Mulier Insituut

Nadere informatie

Bestemd voor de sportmedische keuring en begeleiding van topatleten, topsportbeloften en leerlingen van een topsportschool

Bestemd voor de sportmedische keuring en begeleiding van topatleten, topsportbeloften en leerlingen van een topsportschool CONSENSUS TESTFREQUENTIE Bestemd voor de sportmedische keuring en begeleiding van topatleten, topsportbeloften en leerlingen van een topsportschool INLEIDING De begeleiding van topatleten, topsportbeloften

Nadere informatie

Ontwikkelingen in het topsportklimaat in Vlaanderen

Ontwikkelingen in het topsportklimaat in Vlaanderen Ontwikkelingen in het topsportklimaat in Vlaanderen Verslag van de 1-meting (2007) en vergelijking met de 0-meting (2003) van het topsportklimaat in Vlaanderen Projectleiding: Dr. Veerle De Bosscher, Prof

Nadere informatie

VVG. GolfVlaanderen.be. slagkrachtig & doelgericht. VVG Junior Golf. Carrièrebegeleiding

VVG. GolfVlaanderen.be. slagkrachtig & doelgericht. VVG Junior Golf. Carrièrebegeleiding Vlaamse Vereniging voor Golf VVG GolfVlaanderen.be slagkrachtig & doelgericht VVG Junior Golf Carrièrebegeleiding INLEIDING Wat na de Topsportschool? 18+ programma INHOUD Eens de speler de leeftijd van

Nadere informatie

Wat na de Topsportschool?

Wat na de Topsportschool? Wat na de Topsportschool? Theorie > praktijk Competenties & randvoorwaarden Hoger onderwijs of iets anders? Als topsporter in het HO Actie! Moeilijk gaat ook Ontwikkelingsmodel topsporter Wylleman, P.,

Nadere informatie

Een exploratieve studie naar de prestatiebepalende factoren in het paardrijden: een benchmarkstudie tussen Vlaanderen en Nederland

Een exploratieve studie naar de prestatiebepalende factoren in het paardrijden: een benchmarkstudie tussen Vlaanderen en Nederland Arenberggebouw Arenbergstraat 5 1000 Brussel Tel: 02 209 47 21 Fax: 02 209 47 15 Een exploratieve studie naar de prestatiebepalende factoren in het paardrijden: een benchmarkstudie tussen Vlaanderen en

Nadere informatie

Actieplan voorbereiding Vlaamse topsporters op de Olympische Spelen 2016. Persconferentie woensdag 21 april 2004 Hotel Errera Brussel

Actieplan voorbereiding Vlaamse topsporters op de Olympische Spelen 2016. Persconferentie woensdag 21 april 2004 Hotel Errera Brussel Actieplan voorbereiding Vlaamse topsporters op de Olympische Spelen 2016 Persconferentie woensdag 21 april 2004 Hotel Errera Brussel Stuurgroep Topsport Paul De Knop Paul Rowe Carla Galle Albert Gryseels

Nadere informatie

SELECTIECRITERIA SECUNDAIR ONDERWIJS TOPSPORTSCHOOL GOLF 2015 2016

SELECTIECRITERIA SECUNDAIR ONDERWIJS TOPSPORTSCHOOL GOLF 2015 2016 SELECTIECRITERIA SECUNDAIR ONDERWIJS TOPSPORTSCHOOL GOLF 2015 2016 Vlaamse Vereniging voor Golf Leuvensesteenweg 643, 1930 Zaventem Tel. 02/752.83.30 Fax. 02/752.83.39 www.golfvlaanderen.be INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Dossier: Jongeren en sport

Dossier: Jongeren en sport Dossier: Jongeren en sport 101 Het recht van een getalenteerd kind om al dan niet sportkampioen te worden. Het kan in Vlaanderen via topsport en studie! Ivo Van Aken*, Prof. dr. Paul Wylleman**, Kristel

Nadere informatie

RAPPORTERING 2013 - TOPSPORTFEDERATIES

RAPPORTERING 2013 - TOPSPORTFEDERATIES RAPPORTERING 2013 - TOPSPORTFEDERATIES RICHTLIJNEN VOOR HET INDIENEN VAN UW DOSSIER Uw dossier (niet ingebonden) dient vóór 1 april 2014 per post toegestuurd te worden aan: BLOSO - afdeling topsport Arenberggebouw

Nadere informatie

Behoefte onderzoek naar een overbruggingsen/of pensioenregeling voor topsporters

Behoefte onderzoek naar een overbruggingsen/of pensioenregeling voor topsporters Uitkomsten enquête overbruggings- en pensioenregeling Nederlandse topsporters Behoefte onderzoek naar een overbruggingsen/of pensioenregeling voor topsporters Colofon NOC*NSF Atletencommissie Juni 2014

Nadere informatie

vergadering C18 zittingsjaar 2014-2015 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media

vergadering C18 zittingsjaar 2014-2015 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media vergadering C18 zittingsjaar 2014-2015 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media van 9 oktober 2014 6 Commissievergadering nr. C18 (2014-2015) 9 oktober 2014 VRAAG

Nadere informatie

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING Studiedienst en Prospectief Beleid 1 Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Vlaamse Overheid Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030

Nadere informatie

Het nieuwe topsportconvenant

Het nieuwe topsportconvenant Het nieuwe topsportconvenant Stéphanie PIEN Avocate Vanden Eynde Legal Avenue de la Toison d'or, 77 1060 Bruxelles Tél : + 32 / (0)2.290.04.00 Fax : +32 / (0)2.290.04.10 contact : sp@vdelegal.be Web site

Nadere informatie

De opleiding tot topsporter en het waterpolo opleidingscentrum

De opleiding tot topsporter en het waterpolo opleidingscentrum De opleiding tot topsporter en het waterpolo opleidingscentrum HET WATERPOLO OPLEIDINGSCENTRUM: DE OPLEIDING TOT TOPSPORTER Het Waterpolo Opleidingscentrum (WOC) streeft er naar spelers en speelsters in

Nadere informatie

Koersplan. Highschool Eindhoven

Koersplan. Highschool Eindhoven Koersplan Highschool Eindhoven 1 Inleiding Frits Philips lyceum- mavo is een toekomstgerichte school met de focus op talentontwikkeling. Leerlingen krijgen volop de mogelijkheid om hun talenten te ontdekken

Nadere informatie

Wie doet aan sport? Een korte analyse van sportparticipatie uit het Vlaams Tijdsbestedingsonderzoek 2013

Wie doet aan sport? Een korte analyse van sportparticipatie uit het Vlaams Tijdsbestedingsonderzoek 2013 Wie doet aan sport? Een korte analyse van sportparticipatie uit het Vlaams Tijdsbestedingsonderzoek 2013 Situering Onze maatschappij houdt ons graag een ideaalbeeld voor van een gezonde levensstijl, waarbij

Nadere informatie

DOPINGBESTRIJDING IN VLAANDEREN: de plichten van de elitesporters binnen het nieuwe antidopingdecreet van 25 mei 2012. Brussel 30 november 2012

DOPINGBESTRIJDING IN VLAANDEREN: de plichten van de elitesporters binnen het nieuwe antidopingdecreet van 25 mei 2012. Brussel 30 november 2012 DOPINGBESTRIJDING IN VLAANDEREN: de plichten van de elitesporters binnen het nieuwe antidopingdecreet van 25 mei 2012 Brussel 30 november 2012 overzicht - Elitesporter: wie? - Elitesporter: plichten -

Nadere informatie

BLOSO CARRIÈREBEGELEIDING WAT NA DE TOPSPORTSCHOOL?

BLOSO CARRIÈREBEGELEIDING WAT NA DE TOPSPORTSCHOOL? BLOSO CARRIÈREBEGELEIDING WAT NA DE TOPSPORTSCHOOL? AANBOD INDIVIDUELE CB TOPSPORT Topsport & Studie Topsport & Werk Topsportprestatie Wat beoogt Carrièrebegeleiding? Je bent niet de eerste die de combinatie

Nadere informatie

Opleidingen Reanimeren en defibrilleren voor sportclubs. Vragenlijst

Opleidingen Reanimeren en defibrilleren voor sportclubs. Vragenlijst Opleidingen Reanimeren en defibrilleren voor sportclubs Vragenlijst Beste sporter, trainer, bestuurslid, supporter, Met steun van de Vlaamse overheid biedt Rode Kruis-Vlaanderen 225 sportclubs een opleiding

Nadere informatie

Studeren en sporten Centrum voor Topsport en Onderwijs Eindhoven

Studeren en sporten Centrum voor Topsport en Onderwijs Eindhoven Studeren en sporten Centrum voor Topsport en Onderwijs Eindhoven Aanleiding Ambitie Nederlandse sport en overheid: - Nederland bij de Top 10 van de wereld - Nederland op Olympisch niveau in 2016 Minimaal

Nadere informatie

Scala college en Leonardo College worden Topsport Talentschool

Scala college en Leonardo College worden Topsport Talentschool Nieuwsbrief -7- mei 2011 Inhoudsopgave: Talentontwikkeling Scala college en Leonardo College worden Topsport Talentschool Beleidsbrief sport Waterpolo festival 2012 WOC meisjes < 15 jaar op stage naar

Nadere informatie

Vlaamse Trainersschool (VTS)

Vlaamse Trainersschool (VTS) Infosessie Vlaamse Kwalificatiestructuur 1 (VTS) Infosessie Impulssubsidies 2 Te bespreken punten Structuur en aanbod Sterktes van competentieprofielen voor Sport Welk traject werd er afgelegd Huidige

Nadere informatie

Beleid Talentontwikkeling 2012-2020

Beleid Talentontwikkeling 2012-2020 Beleid Talentontwikkeling 2012-2020 Datum: Thursday 15 December 2011 Auteur: Boudewijn van Opstal en Jeroen Spaans Inhoudsopgave Aanleiding 1. Ambitie KNRB en doel talentontwikkeling 2. Begrippen 3. Visie

Nadere informatie

Selectiecriteria & Selectieprocedures. Vlaamse Volleybalschool. Schooljaar 2012 2013

Selectiecriteria & Selectieprocedures. Vlaamse Volleybalschool. Schooljaar 2012 2013 Selectiecriteria & Selectieprocedures Vlaamse Volleybalschool Schooljaar 2012 2013 Bepaling van de beginsituatie De leerlingen worden geselecteerd uit de provinciale en landelijke jeugdselecties. Atleten

Nadere informatie

Studiedag Topsportbeleid en topsportklimaat in de lage landen

Studiedag Topsportbeleid en topsportklimaat in de lage landen Een initiatief van Studiedag Topsportbeleid en topsportklimaat in de lage landen Stand van zaken, overeenkomsten en verschillen tussen Vlaanderen en Nederland toegelicht! Woensdag 25 juni 2008 Recreatie-

Nadere informatie

VVG. GolfVlaanderen.be. slagkrachtig & doelgericht. VVG Junior Golf. Regionale trainingen

VVG. GolfVlaanderen.be. slagkrachtig & doelgericht. VVG Junior Golf. Regionale trainingen Vlaamse Vereniging voor Golf VVG GolfVlaanderen.be slagkrachtig & doelgericht VVG Junior Golf Regionale trainingen INLEIDING Regionale trainingen INHOUD INLEIDING p3 Naast de clubtrainingen is het de taak

Nadere informatie

Evaluatie van een 24-uur-niet-roken actie

Evaluatie van een 24-uur-niet-roken actie Evaluatie van een 24-uur-niet-roken actie De onderzoeksresultaten van de pre- en post-vragenlijsten December 2011 Uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen, in opdracht van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie

Nadere informatie

Vlaamse Trainersschool

Vlaamse Trainersschool Vlaamse Trainersschool Opleiding Aspirant-Initiator Draaiboek voor de organisatie van erkende cursus Aspirant-Initiator voor organisatoren (geldend vanaf 13 februari 2015) Afdeling Sportkaderopleiding

Nadere informatie

G-sp rt. Sport voor personen met een handicap: gewoon doen!

G-sp rt. Sport voor personen met een handicap: gewoon doen! G-sp rt Sport voor personen met een handicap: gewoon doen! Alles over G-sport Steunpunt G-Sport Vlaanderen tel. 03 240 62 97 www.gsportvlaanderen.be Psylos vzw Vlaamse federatie voor sport en recreatie

Nadere informatie

Getty Images. Topsportscholieren zijn soms al op hun achttiende opgebrand. Gella Vandecaveye, ex-topsportcoördinator judo

Getty Images. Topsportscholieren zijn soms al op hun achttiende opgebrand. Gella Vandecaveye, ex-topsportcoördinator judo Getty Images Topsportscholieren zijn soms al op hun achttiende opgebrand Gella Vandecaveye, ex-topsportcoördinator judo Op zoek naar goud Resultaten van topsportscholen blijven uit» Atleten bereiken de

Nadere informatie

Leidraad voor het beleidsplan 2015-2016. Erkende sportfederaties

Leidraad voor het beleidsplan 2015-2016. Erkende sportfederaties Leidraad voor het beleidsplan 2015-2016 Erkende sportfederaties LUIK I en II van het beleidsplan dient uiterlijk 1 september 2014 aangetekend of tegen ontvangstbewijs bij het Bloso ingediend te worden:

Nadere informatie

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten Effecten van cliëntondersteuning Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten MEE Nederland, 4 februari 2014 1. Inleiding In deze samenvatting beschrijven

Nadere informatie

Dag van de VTS-medewerker - Workshop 4 12 december 2009

Dag van de VTS-medewerker - Workshop 4 12 december 2009 Dag van de VTS-medewerker - Workshop 4 Dag van de VTS-medewerker - Workshop 4 1 Dag van de VTS-medewerker Workshop 4: Denkcelwerking en -structuur Dag van de VTS-medewerker - Workshop 4 2 Inleiding Denkcelwerking

Nadere informatie

Coach Profession Profile

Coach Profession Profile Arenberggebouw Arenbergstraat 5 1000 Brussel Tel: 02 209 47 21 Fax: 02 209 47 15 Coach Profession Profile AUTEUR PROF. DR. HELMUT DIGEL / PROF. DR. ANSGAR THIEL VERTALING PUT K. INSTITUUT Katholieke Universiteit

Nadere informatie

S t u u r g r o e p T o p s p o r t. Actieplan voorbereiding Vlaamse topsporters op O.S. 2016 (Opdracht Keulen/Somers)

S t u u r g r o e p T o p s p o r t. Actieplan voorbereiding Vlaamse topsporters op O.S. 2016 (Opdracht Keulen/Somers) S t u u r g r o e p T o p s p o r t Actieplan voorbereiding Vlaamse topsporters op O.S. 2016 (Opdracht Keulen/Somers) Brussel, 6 april 2004 Inhoud Inleiding... 3 1. Algemeen kader en fasering... 3 2. Vastleggen

Nadere informatie

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Jaarverslag Herplaatsingsfonds 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Het Herplaatsingsfonds financiert de outplacementbegeleiding van alle ontslagen werknemers tewerkgesteld in bedrijven in het Vlaamse

Nadere informatie

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011)

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Verkeerskundige interpretatie van de belangrijkste tabellen (Analyserapport) D. Janssens, S. Reumers, K. Declercq, G. Wets Contact: Prof. dr. Davy

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek dienstverlening gemeente Groningen op het gebied van sport

Klanttevredenheidsonderzoek dienstverlening gemeente Groningen op het gebied van sport B A S I S V O O R B E L E I D Klanttevredenheidsonderzoek dienstverlening gemeente Groningen op het gebied van sport Onderzoek en Statistiek Groningen heeft als kernactiviteiten instrumentontwikkeling

Nadere informatie

Rapport. Werkbaarheidsprofiel voor zelfstandige ondernemers in de horeca 2013. Brussel, februari 2015. Ria Bourdeaud hui, Stephan Vanderhaeghe.

Rapport. Werkbaarheidsprofiel voor zelfstandige ondernemers in de horeca 2013. Brussel, februari 2015. Ria Bourdeaud hui, Stephan Vanderhaeghe. Rapport Werkbaarheidsprofiel voor zelfstandige ondernemers in de horeca 2013 Brussel, februari 2015 Ria Bourdeaud hui, Stephan Vanderhaeghe. Dit rapport verstrekt informatie uit de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Er zijn momenteel 19 ambitieuze projecten geselecteerd. Hieronder vindt u meer informatie betreffende het project van de Vlaamse Atletiekliga.

Er zijn momenteel 19 ambitieuze projecten geselecteerd. Hieronder vindt u meer informatie betreffende het project van de Vlaamse Atletiekliga. BE-GOLD Op weg naar Olympisch succes in 2012 en 2016 Met het Be Gold project worden talentvolle jonge sporters klaargestoomd voor de Olympische Spelen van 2012/2016. De sportwereld blijft niet aan de zijlijn

Nadere informatie

SIRE. Rapport. "Geef kinderen hun spel terug" Jonneke Heins. C0521b 29 oktober 2007

SIRE. Rapport. Geef kinderen hun spel terug Jonneke Heins. C0521b 29 oktober 2007 Grote Bickersstraat 74 3 KS Amsterdam Postbus 247 AE Amsterdam t 2 522 54 44 f 2 522 53 33 e info@tnsnipo.com www.tnsnipo.com Rapport SIRE "Geef kinderen hun spel terug" Jonneke Heins C52b 29 oktober 27

Nadere informatie

Topsportlicentie Handbal - Semiproflicentie

Topsportlicentie Handbal - Semiproflicentie Topsportlicentie Handbal - Semiproflicentie Binnen het nieuwe topsportproject 16-20 is de rol van de clubs in de topsportpiramide beduidend groter dan voordien. Met het op termijn sluiten van de topsportschool

Nadere informatie

Link met het secundair onderwijs

Link met het secundair onderwijs Link met het secundair onderwijs 1. Instroomprojecten 'Tutoraat' en 'Klimop' De moeizame doorstroom in het secundair onderwijs en de instroom naar het hoger onderwijs van kansarme en allochtone jongeren

Nadere informatie

bloed, zweet en tranen

bloed, zweet en tranen bloed, zweet en tranen en een moment van glorie 3-meting topsportklimaat in Nederland ISBN 978-90-5472-199-4 NUR 488 Auteurs Prof. dr. Maarten van Bottenburg (USBO) Bake Dijk, MA (USBO) Dr. Agnes Elling

Nadere informatie

Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg

Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg 2013 Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg Ipsos Public Affairs 24/06/2013 1 Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg

Nadere informatie

2. Kan de minister een overzicht bezorgen van het aantal personen dat reeds een initiatiesessie gevolgd heeft sinds de opstart van het project?

2. Kan de minister een overzicht bezorgen van het aantal personen dat reeds een initiatiesessie gevolgd heeft sinds de opstart van het project? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 736 van PETER WOUTERS datum: 4 augustus 2015 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Project Motiverend Coachen - Participatie In de beleidsnota

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Sportief directeur explosieve disciplines

Sportief directeur explosieve disciplines Sportief directeur explosieve disciplines Taakomschrijving Beleidsontwikkeling Uitbouwen van een efficiënte en kwaliteitsvolle elitewerking. Instaan voor de adequate opvolging, ondersteuning, advies en

Nadere informatie

Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT

Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT 10 september 2014 INHOUDSOPGAVE 1. TECHNISCH RAPPORT...3 1.1. Universum en steekproef...

Nadere informatie

Jong Volwassenen. Een behoud voor de hockeysport. De samenvatting

Jong Volwassenen. Een behoud voor de hockeysport. De samenvatting Jong Volwassenen Een behoud voor de hockeysport De samenvatting Sophie Benus Universiteit Utrecht Faculteit : Bestuurs- en Organisatiewetenschappen Utrecht, 2008 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze

Nadere informatie

Bijzonder topsportconvenant

Bijzonder topsportconvenant Bijzonder topsportconvenant Afgesloten tussen: De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, De topsportschool: Onze-Lieve-Vrouwecollege Mechelsestraat 7 1800 Vilvoorde De unisportfederatie: Vlaamse Volleybalbond

Nadere informatie

Project Carrièrebegeleiding - Topsport Vlaanderen

Project Carrièrebegeleiding - Topsport Vlaanderen Project - Topsport Vlaanderen Sophie cools Van theorie naar praktijk vlnr: Kristel Taelman (Carrièrebegeleider Topsport en Studie), Iris Ulenaers (Carrièrebegeleider Topsport en Tewerkstelling en de Na-topsportcarrière)

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179-

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179- Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179- VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN FRANK VANDENBROUCKE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN WERK, ONDERWIJS

Nadere informatie

Alles voor de sport!?

Alles voor de sport!? Alles voor de sport!? (Gestopte) topsporttalenten en hun ouders over investeringen, opbrengsten en offers in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Roelien Luijt Niels Reijgersberg

Nadere informatie

Dag van de VTS-medewerker - Workshop 3 12 december 2009

Dag van de VTS-medewerker - Workshop 3 12 december 2009 Dag van de VTS-medewerker Workshop : Nieuwe opleidingsinitiatieven en bijscholingen 2 Nieuwe opleidingsinitiatieven en bijscholingen. Nieuwe opleidingsinitiatieven VTS 2. Opleidingsaanbod VTS. Bijscholingen

Nadere informatie

Welke leerlingen komen in aanmerking voor GON-begeleiding?

Welke leerlingen komen in aanmerking voor GON-begeleiding? Wat is GON-begeleiding? GON: Geïntegreerd Onderwijs. Geïntegreerd onderwijs is een samenwerkingsverband tussen het gewoon- en het buitengewoon onderwijs. De GON-begeleider biedt extra ondersteuning aan

Nadere informatie

Studieaanbod binnen het studiegebied Sport

Studieaanbod binnen het studiegebied Sport Studieaanbod binnen het studiegebied Sport Screening van de studierichtingen in het studiegebied Sport in het voltijds secundair onderwijs 23 april 2015 Inhoudstafel Inleiding... 5 1 Beeld van het studiegebied...

Nadere informatie

Welk flexibel individueel leertraject is mogelijk in het SO?

Welk flexibel individueel leertraject is mogelijk in het SO? Informatie bijgewerkt tot september 2014. Welk flexibel individueel leertraject is mogelijk in het SO? Individuele VRIJSTELLINGEN van (onderdelen van) 1 of meer secundaire vakken/leerplandoelstellingen

Nadere informatie

Wervings- en selectieprocedures en discriminatie: een bevraging van HRpersoneel. Lieve Eeman en Miet Lamberts - HIVA

Wervings- en selectieprocedures en discriminatie: een bevraging van HRpersoneel. Lieve Eeman en Miet Lamberts - HIVA Wervings- en selectieprocedures en discriminatie: een bevraging van HRpersoneel Lieve Eeman en Miet Lamberts - HIVA OVERZICHT 1. Situering en onderzoeksvragen 2. Methode 3. Wervings- en selectieprocedures

Nadere informatie

KLANTENTEVREDENHEIDSONDERZOEK FACULTATIEVE OPDRACHT PRIORITEITENBELEID. Resultaten

KLANTENTEVREDENHEIDSONDERZOEK FACULTATIEVE OPDRACHT PRIORITEITENBELEID. Resultaten KLANTENTEVREDENHEIDSONDERZOEK FACULTATIEVE OPDRACHT PRIORITEITENBELEID Resultaten Dienstverlening m.b.t. de facultatieve opdracht prioriteitenbeleid in het kader van het decreet van 13 juli 2001 en het

Nadere informatie

Coach Information Supply

Coach Information Supply Arenberggebouw Arenbergstraat 5 1000 Brussel Tel: 02 209 47 21 Fax: 02 209 47 15 Coach Information Supply AUTEUR VERTALING INSTITUUT PROF. DR. MANFRED MUCKENHAUPT PUT KOEN Katholieke Universiteit Leuven,

Nadere informatie

Samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over de onderwerpen die in dit proefschrift worden behandeld.

Samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over de onderwerpen die in dit proefschrift worden behandeld. 155 Sport- en spelactiviteiten bevorderen over het algemeen de gezondheid. Deze fysieke activiteiten kunnen echter ook leiden tot blessures. Het proefschrift beschrijft de ontwikkeling en evaluatie van

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

MISSIE en VISIE Koninklijke Voetbal Club Haacht

MISSIE en VISIE Koninklijke Voetbal Club Haacht MISSIE en VISIE Koninklijke Voetbal Club Haacht MISSIE K.V.C. HAACHT SENIORS: MET EIGEN JEUGD ZO HOOG MOGELIJK SPELEN JEUGD: ZORGEN VOOR EEN KWALITEITSVOLLE JEUGDOPLEIDING MET OOK AANDACHT VOOR DE MINDERE

Nadere informatie

Voorwaarden voor het secundair onderwijs

Voorwaarden voor het secundair onderwijs studie beurs Koken kost geld. En studeren ook. Een studiebeurs kan helpen. Velen laten die kans liggen. Misschien is het toch de moeite om een aanvraag in te dienen. De reglementering voor het hoger onderwijs

Nadere informatie

IWT KLANTENTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2013 Executive summary redactie door IWT. Uitgevoerd door: GfK Belgium Opgesteld voor:

IWT KLANTENTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2013 Executive summary redactie door IWT. Uitgevoerd door: GfK Belgium Opgesteld voor: IWT KLANTENTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2013 Executive summary redactie door IWT Uitgevoerd door: GfK Belgium Opgesteld voor: 1 Onderzoeksopzet Om bij de verdere ontwikkeling van zijn werking beter rekening

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Onderwijsbegeleiding Oost Nederland

Tevredenheidsonderzoek Onderwijsbegeleiding Oost Nederland heidsonderzoek Onderwijsbegeleiding Oost Nederland Mei 2015 Inleiding Stichting Onderwijsbegeleiding biedt aan jongeren en hun ouders, van wie de inkomenssituatie en/of thuissituatie onvoldoende is, de

Nadere informatie

Ronde Tafel Vlaamse sportfederaties 2020. Verslagen thematafels

Ronde Tafel Vlaamse sportfederaties 2020. Verslagen thematafels Ronde Tafel Vlaamse sportfederaties 2020 op 3 december 2013 Verslagen thematafels Thema 2: Wat zijn in 2020 de kerntaken van een sportfederatie? Moderator: Koen HOEYBERGHS Verslaggever: Chris MASSEZ 1.

Nadere informatie

IWT Klantentevredenheid 2011 Executive summary

IWT Klantentevredenheid 2011 Executive summary IWT Klantentevredenheid 2011 Executive summary Onderzoeksopzet De beheersovereenkomst tussen IWT en de voogdijminister voorziet in een 2-jaarlijkse klantentevredenheidsanalyse. Midden 2011 werd een eerste

Nadere informatie

High School Breda 2015-2016. Geeft talent een kans. By Graaf Engelbrecht

High School Breda 2015-2016. Geeft talent een kans. By Graaf Engelbrecht High School Breda 2015-2016 Geeft talent een kans By Graaf Engelbrecht Inleiding Graaf Engelbrecht staat bekent om haar sportprofiel binnen VO Breda. Als één van de eerste scholen in Nederland, biedt zij

Nadere informatie

Regionale Talentontwikkeling

Regionale Talentontwikkeling Regionale Talentontwikkeling 1 Kaders Regionale Talentontwikkeling Instroomprogramma s voor Talenten onder regie van de sportbond 1.1 Inleiding Het Masterplan Talentontwikkeling heeft voor een enorme impuls

Nadere informatie

Vlaamse Regering. Addendum. bij het. Protocol van samenwerking

Vlaamse Regering. Addendum. bij het. Protocol van samenwerking Vlaamse Regering Addendum bij het Protocol van samenwerking In het kader van het economisch impulsplan herstel het vertrouwen van de Vlaamse regering goedgekeurd op 14 november 2008 Tussen de Vlaamse Regering

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

Stagebegeleiders. Mensaert Charlotte Ugent, 3 de bachelor L.O. en bsw

Stagebegeleiders. Mensaert Charlotte Ugent, 3 de bachelor L.O. en bsw Mensaert Charlotte Ugent, 3 de bachelor L.O. en bsw April 2011 Stagebegeleiders Guido Steens Eva Vonck 1 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Doelstelling... 3 3. Dataverzameling... 3 4. Kwantitatieve analyse...

Nadere informatie

Het mentale aspect voor optimale prestaties

Het mentale aspect voor optimale prestaties Optimaal presteren door geïntegreerd en preventief denken Het mentale aspect voor optimale prestaties Bloso Expertenplatform Sportpsychologie Els Snauwaert Mentale Aspect voor Optimale prestatie J. Loehr

Nadere informatie

1 ONTWIKKELINGSTESTEN

1 ONTWIKKELINGSTESTEN 1 ONTWIKKELINGSTESTEN INLEIDING Ontwikkelingstesten in de clubs hebben een dubbele functie. Enerzijds blijft dit de eerste fase in de talentdetectie, anderzijds is dit een ideale tool om de progressie

Nadere informatie

Informatie 2016. www.erasmussport.nl Facebook.com/erasmus.sport Twitter@ erasmussport Instagram @ erasmussport #eursport #makeithappen

Informatie 2016. www.erasmussport.nl Facebook.com/erasmus.sport Twitter@ erasmussport Instagram @ erasmussport #eursport #makeithappen Informatie 2016 www.erasmussport.nl Facebook.com/erasmus.sport Twitter@ erasmussport Instagram @ erasmussport #eursport #makeithappen Voorwoord Maart 2016, Rotterdam Dit informatiepakket is bedoeld voor

Nadere informatie

Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT

Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT 10 september 2014 INHOUDSOPGAVE 1. TECHNISCH RAPPORT...3 1.1. Universum en steekproef...

Nadere informatie

Analyse van het Wereldkampioenschap Jeugd Jongens Volleybal 2007

Analyse van het Wereldkampioenschap Jeugd Jongens Volleybal 2007 Arenberggebouw Arenbergstraat 5 1000 Brussel Tel: 02 209 47 21 Fax: 02 209 47 15 Analyse van het Wereldkampioenschap Jeugd Jongens Volleybal 2007 Evaluatie van de spelonderdelen AUTEUR(S) VANMEDEGAEL STEVEN,

Nadere informatie

CLUBFICHE 2013 IN DRUKLETTERS INVULLEN A.U.B. ...

CLUBFICHE 2013 IN DRUKLETTERS INVULLEN A.U.B. ... IN DRUKLETTERS INVULLEN A.U.B. NAAM CLUB: AFKORTING: Adres maatschappelijke zetel: Provincie: E-mail:. Website:. Rekeningnummer:.../..../ Rechtsvorm: feitelijke vereniging vzw andere:.. Datum oprichting:.

Nadere informatie

LTAD model als kapstok voor talentbegeleiding. Trainerscongres NLcoach, NSTV en KNSB Epe, 14 april 2012 Jeroen van der Lee

LTAD model als kapstok voor talentbegeleiding. Trainerscongres NLcoach, NSTV en KNSB Epe, 14 april 2012 Jeroen van der Lee LTAD model als kapstok voor talentbegeleiding Trainerscongres NLcoach, NSTV en KNSB Epe, 14 april 2012 Jeroen van der Lee Wie? Bewegingswetenschapper Programmamanager sportontwikkeling Trainer/coach (ST5)

Nadere informatie

Opleiding en vorming voor trainers en lesgevers (voor specifieke doelgroepen) in. Eva Vonck 6 december 2012

Opleiding en vorming voor trainers en lesgevers (voor specifieke doelgroepen) in. Eva Vonck 6 december 2012 1 Opleiding en vorming voor trainers en lesgevers (voor specifieke doelgroepen) in jouw gemeente Eva Vonck 6 december 2012 2 Inhoud Vlaamse Trainersschool: wie zijn we? Begeleidingsgerichte opleidingen

Nadere informatie

Uitvoering beleid onder 13. Verhogen trainingskwaliteit en omvang van talenten onder 13 jaar

Uitvoering beleid onder 13. Verhogen trainingskwaliteit en omvang van talenten onder 13 jaar Uitvoering beleid onder 13 Verhogen trainingskwaliteit en omvang van talenten onder 13 jaar Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Visie - missie doestellingen 3. Uitgangspunten 4. Toelichting op de uitgangspunten

Nadere informatie

adviesnota de 20-20-doelstelling m.b.t. de hogeronderwijsmobiliteit

adviesnota de 20-20-doelstelling m.b.t. de hogeronderwijsmobiliteit adviesnota de 20-20-doelstelling m.b.t. de hogeronderwijsmobiliteit definities en criteria die gebruikt worden om de studentenmobiliteit te meten en te registreren 1/6 Situering Het Leuven / Louvain-la-Neuve

Nadere informatie

G E E F T I J D E N K A N S E N A A N J O N G E V O E T B A L L E R S

G E E F T I J D E N K A N S E N A A N J O N G E V O E T B A L L E R S p. 1 StampMedia dossier Laure Van Gestel 20 april 2010 G E E F T I J D E N K A N S E N A A N J O N G E V O E T B A L L E R S Het nationaal elftal van België staat momenteel op de 68ste plaats op de FIFAwereldranglijst,

Nadere informatie

Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen in de sport in Vlaanderen en Nederland

Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen in de sport in Vlaanderen en Nederland Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen in de sport in Vlaanderen en Nederland Een retrospectieve zelfrapportering van ervaringen met psychisch, fysiek en seksueel in de sport voor de leeftijd

Nadere informatie

Competitie als ondersteuning in de opleiding van een sporter in plaats van een slechte leermeester.

Competitie als ondersteuning in de opleiding van een sporter in plaats van een slechte leermeester. Competitie als ondersteuning in de opleiding van een sporter in plaats van een slechte leermeester. Aangezien het proces van LTAD voor sport evolueert, ontstaan gaandeweg evenveel antwoorden als nieuwe

Nadere informatie

Een snapshot van de 4de Pijler in Vlaanderen

Een snapshot van de 4de Pijler in Vlaanderen SAMENVATTING Een snapshot van de 4de Pijler in Vlaanderen 4de Pijlersteunpunt/11.11.11 - Jacques Mevis - Januari 2016 Actuele en representatieve cijfers over de 4de Pijler in Vlaanderen zijn belangrijk.

Nadere informatie

Integrale Kwaliteitszorg (IKZ)... 1. Inhoud... 2. Lijst met tabellen... 4. Deel 1: Syntheserapport... 7

Integrale Kwaliteitszorg (IKZ)... 1. Inhoud... 2. Lijst met tabellen... 4. Deel 1: Syntheserapport... 7 INTEGRALE KWALITEITSZORG (IKZ) Rapport over de IKZ bevragingen van de VTS-opleidingen in 2011 INHOUD Integrale Kwaliteitszorg (IKZ)... 1 Inhoud... 2 Lijst met tabellen... 4 Deel 1: Syntheserapport... 7

Nadere informatie

Welkom. Lancering 'Topsport met visie. 27 april 2014. Annemiek Langius Topsportcoördinator

Welkom. Lancering 'Topsport met visie. 27 april 2014. Annemiek Langius Topsportcoördinator Welkom Lancering 'Topsport met visie 27 april 2014 Annemiek Langius Topsportcoördinator Doelstellingen algemeen* Nederland is in 2016 een toonaangevend owhockeyland waarin ruim 750 mensen actief zijn.

Nadere informatie

Huis Sofia 22 november 2011

Huis Sofia 22 november 2011 Huis Sofia 22 november 2011 Overzicht presentatie Antwerpen in cijfers OCMW Antwerpen in cijfers Studenten in Antwerpen Strategische visie en doelstelling Visie en uitgangspunten Wie woont er? Wat betekent

Nadere informatie

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL!

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! Aanleiding Het Vervangingsfonds voert regelmatig grootschalige projecten of programma s uit om een extra impuls te geven aan de aanpak van het ziekteverzuim in

Nadere informatie

Levenslang leren becijferd: wie, wat en waarom (niet)?

Levenslang leren becijferd: wie, wat en waarom (niet)? Levenslang leren becijferd: wie, wat en waarom (niet)? Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, administratie Planning en Statistiek, VRIND 2001. 1 Reeds sinds het begin van de jaren negentig is het thema

Nadere informatie

Talentherkenning en -ontwikkeling

Talentherkenning en -ontwikkeling Talentherkenning en -ontwikkeling Laatste stand van zaken Dr. Marije Elferink-Gemser Met dank aan: Chris Visscher Laura Jonker, Barbara Huijgen, Rianne Kannekens, Tynke Toering, Sebastiaan Platvoet, Tjeerd

Nadere informatie