Hoofdstuk 1. De periode voorafgaandelijk aan het huwelijk......... 1 Sectie 1. Het samenwonen van de toekomstige echtgenoten... 3 A. het vertrek uit de ouderlijke woonst... 3 B. Betaling van een onderhoudbijdrage.... 7 1. Inleiding....... 7 2. Betaling in natura.... 9 3. Afzonderlijk huishouden.... 15 4. De staat van behoeftigheid........ 19 5. Bepaling van het fiscaal voordeel... 24 5.1 Vrijgesteld aandeel voor kinderen ten laste.... 24 5.2 Aftrek van de onderhoudsbijdrage...... 25 Sectie 2. Het huwelijkscontract en de toetreding tot een huwelijksstelsel... 26 A. Het stelsel van de wettelijke gemeenschap.... 27 1. Er zijn drie vermogens.... 28 2. De rechten van de schuldeisers..... 29 B. Het stelsel van de scheiding van goederen... 33 1. Er zijn maar twee vermogens...... 33 2. Gevolgen...... 33 C. Het stelsel van de universele gemeenschap......... 35 1. Ee n enkel vermogen...... 35 2. Gevolgen...... 35 D. Andere mogelijke vermogensstelsels... 35 1. Clausules ter uitbreiding van het gemeenschappelijk actief..... 36 2. De vooruitneming.... 36 3. De clausules van ongelijke verdeling van het gemeenschappelijk vermogen...... 37 Sectie 3. De beheersbevoegdheden van de echtgenoten, fiscale weerslag.... 37 A. Het stelsel van de wettelijke gemeenschap.... 38 1. De verschillende wijzen van beheer...... 38 2. Fiscale weerslag..... 38 2.1 Aangifte.... 39 2.2 Bezwaar en gerechtelijk verhaal..... 39 B. Het stelsel van scheiding van goederen..... 41 1. De verschillende beheerswijzen..... 41 2. Fiscale weerslag..... 42 2.1 Aangifte.... 42 2.2 Bezwaar en gerechtelijk verhaal..... 42 C. Het stelsel van de universele gemeenschap......... 43 1. De verschillende beheerswijzen..... 43 2. Fiscale weerslag..... 43 2.1 Bezwaar en gerechtelijk verhaal..... 43 Huwelijk en fiscus V
Sectie 4. De huwelijkskosten....... 43 Hoofdstuk 2. Het huwelijk.... 47 Sectie 1. Het jaar van het huwelijk...... 49 A. Aanslag en invordering..... 49 1. Aanslag van twee alleenstaanden.... 49 1.1 Gemeenschappelijke inkomsten..... 50 1.2 Meewerkende echtgenote......... 52 1.3 De vergoede echtgenoot... 53 1.4 De inkomsten van kinderen........ 55 2. Invordering.... 56 2.1 Wanneer men verwijst naar het W.I.B. en naar het standpunt van de Administratie...... 56 2.2 Beschikkingen van het Burgerlijk Wetboek ter zake van huwelijksvermogensstelsels... 57 3. Verhaal....... 59 B. De keuze van de huwelijksdatum..... 59 C. Personen ten laste..... 60 1. De kinderen.... 61 2. De mede-echtgenoot..... 65 3. Andere personen ten laste......... 66 4. Belastingkrediet..... 66 Sectie 2. De voorgaande jaren...... 67 A. Van het principe van cumul naar de volledige decumul van de inkomsten..... 68 B. Het huwelijksquotie nt... 71 1. Toepasselijkheidvoorwaarden...... 73 1.1 Ee n enkele van de mede-echtgenoten heeft beroepsinkomsten 74 1.2 De twee echtgenoten hebben beroepsinkomsten........ 74 1.3 In aanmerking te nemen beroepsinkomsten... 75 1.4 Verhaalbare beroepsverliezen...... 77 1.5 Voorbeelden (het basisbedrag van 6 700 EUR zal worden gebruikt)... 79 2. Internationale ambtenaren........ 85 C. De meewerkende echtgenoot........ 86 1. Toepassingsvoorwaarden......... 89 1.1 Gemeenschappelijke aanslag....... 89 1.2 Winsten of baten.... 89 1.3 De echtgenoot moet daadwerkelijk de belastingplichtige bijstaan...... 90 1.4 Het bedrag van de vergoeding...... 92 1.5 Begrenzing tot 30 %...... 93 1.6 Maximumbedrag van de nettoberoepsinkomsten...... 94 1.7 Praktische modaliteiten van de toekenning.... 94 2. Voorbeeld..... 96 D. Aftrekbare lasten...... 97 1. De nog niet afgetrokken verliezen... 97 VI Kluwer
2. Lasten die aanleiding geven tot belastingvermindering... 97 3. Aftrekbare uitgaven van het geheel der netto-inkomsten...... 99 3.1 De onderhoudsuitkeringen........ 99 3.2 De vrijgevigheden.... 100 3.3 De bezoldigingen van huisbedienden.... 100 3.4 De oppaskosten voor kinderen..... 100 3.5 De kosten aan geklasseerde gebouwen... 101 3.6 De eenmalige aftrek voor de verwerving of het behoud van de woning..... 101 3.7 Overgangsbepalingen ter zake van aanvullende aftrek van interesten... 104 3.8 De wijze van uitvoering van deze aftrekken.... 108 E. Kinderen ten laste..... 110 1. Voorwaarden... 110 1.1 Deel uitmaken van het huishouden van de belastingplichtige 110 1.2 Inkomsten die 1 800 EUR niet overtreffen.... 111 1.3 Gecumuleerde inkomsten......... 118 1.4 Kinderen vergoed door de belastingplichtige... 118 2. Bedrag van de toegekende verminderingen....... 119 2.1 Vermeerdering van het vrijgesteld aandeel..... 119 2.2 Hoe wordt de vermeerdering van het vrijgesteld aandeel toegepast?.... 120 F. Het langetermijnsparen en het bouwsparen......... 121 1. Vermindering voor het langetermijnsparen....... 122 2. Verhoogde vermindering voor bouwsparen (art. 526 2 al. 2 W.I.B. 1992).... 123 3. Onderzoek van de verschillende beschikkingen.... 128 3.1 Premies gestort ter uitvoering van een contract van individuele levensverzekering (oud art. 145/1 28, 145/4 en 145/6 W.I.B. 1992)........ 128 3.2 Groepsverzekeringen en pensioenfondsen (art. 145/1 18 en 145/3 W.I.B. 1992)... 132 3.3 Het pensioensparen (art. 145/1 58 en 145/8 tot 145/16 W.I.B. 1992)...... 133 3.4 Verwerving van aandelen en deelbewijzen van de vennootschap-werkgeefster (art. 145/1 48 en 145/7 W.I.B. 1992)... 134 3.5 Afschrijvingen en wedersamenstelling van hypothecaire leningen (art. 145/1 38 en 145/5 en 145/6 W.I.B. 1992).... 135 4. Gemengd gebruik van het gebouw...... 147 G. Uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen en voor prestaties betaald met dienstencheques....... 147 H. Energiesparende uitgaven... 148 I. Uitgaven voor vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid......... 149 J. Verwerving van obligaties uitgegeven door het kringloopfonds... 149 K. Verwerving van obligaties uitgegeven door het startersfonds.... 149 Huwelijk en fiscus VII
Hoofdstuk 3. De scheiding fiscale aspecten........151 Sectie 1. De kinderen ten laste en de onderhoudsbijdragen... 154 A. De kinderen ten laste... 154 1. Exclusieve omgangsregeling bij e én van de ouders (betreffende ouderlijke macht en verblijf)....... 155 2. De gezamenlijke omgangsregeling (betreffende ouderlijke macht en een hoofd- en ondergeschikte omgangsregeling)..... 155 3. Co-ouderschap (gezamenlijk ouderlijk gezag en afwisselend verblijf op gelijke wijze)...... 158 B. De onderhoudsbijdragen.... 159 1. Bijdragen onder echtgenoten....... 160 1.1 Bijstandsverplichting...... 160 1.2 Afzonderlijk huishouden......... 162 1.3 Terbeschikkingstelling van een gebouw... 162 1.4 Regelmatige betaling...... 164 2. Bijdragen betaald aan kinderen..... 166 Sectie 2. Vestiging van twee afzonderlijke aanslagen.... 168 Hoofdstuk 4. De belasting in hoofde van de feitelijk gescheiden echtgenoten, vestiging en invordering van de belasting.........169 Sectie 1. Het principe van de belasting van de inkomsten der echtelieden... 171 A. Wetteksten... 171 1. Onderscheid gehuwden-echtgenoten..... 171 2. Het huishouden..... 172 3. Het vestigen van e e n of twee aanslagen... 172 B. De gevaren van de terminologie...... 173 C. Vaststelling, invordering en feitelijke scheiding...... 174 1. De fiscus vervolgt de invordering van de belastingen gevestigd ten name van de twee echtgenoten (gemeenschappelijke aanslag) (hypothese A).... 175 2. De fiscus vervolgt de invordering van de belastingen afzonderlijk gevestigd ten name van elke echtgenoot (afzonderlijke aanslagen) (hypothese B)... 176 3. De fiscus vervolgt de invordering van onderscheiden aanslagen elk gevestigd ten name van de twee echtgenoten (hypothese C). 178 Sectie 2. De invordering van de belasting gevestigd op de twee echtgenoten. 179 A. Analyse van de gemeenrechtelijke invorderingsprocedure...... 179 1. Wettelijke bepalingen en overgangsmaatregelen.... 179 2. Gezamenlijk karakter van de betalingsverplichting..... 181 3. Uitbreiding van de regel naar het stadium van de invordering.. 181 4. Weerslag van het huwelijksvermogensstelsel...... 182 4.1 Artikel 394 van het W.I.B. 1992 refereert aan de beschikkingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot huwelijksvermogensstelsels...... 182 4.2 Artikel 394 van het W.I.B. 1992 werd gewijzigd door artikel 7 van de Wet van 4 mei 1999........ 183 5. Belastingschuld = gemeenschappelijke schuld, behalve....... 184 VIII Kluwer
5.1 De aard van de fiscale schuld (vo o r het aanslagjaar 2000). 185 5.2 De aard van de belastingschuld (vanaf het aanslagjaar 2000) 186 5.3 Het bewijs van de eigenheid van de goederen waarop de ontvanger zinnens is tot uitvoering over te gaan (vo o r het dienstjaar 2000)..... 187 5.4 Het bewijs van de eigenheid van de goederen waarop de ontvanger zinnens is de invordering te vervolgen (vanaf het aanslagjaar 2000).... 188 6. Invordering op de goederen van de kinderen...... 189 B. De problematiek verbonden met de feitelijke scheiding.... 189 1. Moeilijkheden van praktische aard...... 189 2. Moeilijkheden van juridische aard.... 192 2.1 Algemene beginselen...... 192 2.2 De feitelijke scheiding..... 194 2.3 Procedure-elementen...... 194 Sectie 3. De invordering van de ingekohierde aanslag op naam van e e n der echtgenoten..... 218 A. Grondslag.... 218 B. Rechtspraak.......... 219 C. Tussenkomsten van de wetgever...... 220 1. Wet van 4 mei 1999...... 220 2. De Wet van 10 augustus 2001...... 223 D. Verhaal van de mede-echtgenoot..... 223 Hoofdstuk 5. De belasting van de uit de echt gescheiden echtgenoten......229 Hoofdstuk 6. Het overlijden van de mede-echtgenoot...233 Sectie 1. Aanslag van twee alleenstaanden........ 235 Sectie 2. Vermeerdering van het vrijgesteld aandeel..... 236 Sectie 3. Successierechten......... 236 Hoofdstuk 7. Het concubinaat........239 Sectie 1. Inleiding.... 241 Sectie 2. De vermogensrechtelijke gevolgen....... 244 A. De levensgemeenschap...... 244 1. Eigen goederen en in gemeenschap gebrachte goederen....... 244 2. Bewijzen van eigendom.... 246 2.1 De onroerende goederen......... 247 2.2 De andere goederen...... 247 B. De rechten van derden...... 247 1. De schuldeisers..... 248 1.1 Het recht om zich te beroepen op de verwarring....... 248 1.2 Verhaal van de partner-eigenaar.... 248 2. De erfgenamen en erfgerechtigden.... 251 C. De rechten van de overlenvende partner.... 251 1. Afwezigheid van wettelijke beschikkingen........ 251 2. De contractuele of testamentaire beschikkingen.... 252 Huwelijk en fiscus IX
2.1 Contractuele beschikkingen........ 252 2.2 De testamentaire beschikkingen..... 253 2.3 Andere werkwijzen en oplossingen...... 255 Sectie 3. Fiscale gevolgen......... 264 A. Voordelen van de belasting van twee alleenwonenden..... 266 1. Kinderen ten laste.... 266 2. Bijkomende aftrek en afschrijving van hypothecaire leningen... 270 3. Invordering.... 271 B. Nadelen van de aanslag van twee alleenstaanden.... 271 1. Huwelijksquotie nt en meewerkende echtgenoot.... 271 2. Tenlasteneming en aftrek van de lasten... 272 3. Onderhoudsbijdragen betaald aan de kinderen.... 273 4. Uitkeringen tussen partners....... 274 5. Uitkeringen betaald aan andere personen........ 275 Hoofdstuk 8. De successierechten...... 277 Sectie 1. De aangifte van nalatenschap... 279 Sectie 2. De tarieven...... 281 A. Waals Gewest........ 281 B. Brussels Hoofdstedelijk Gewest...... 284 C. Vlaams Gewest....... 286 1. Wijzigingen aan de nalatenschappen in rechte lijn en tussen echtgenoten.... 287 2. Tarief in de zijlijn en tussenpersonen zonder graad van verwantschap......... 289 Sectie 3. De overdracht van onderneming wegens overlijden......... 290 A. Het toepasselijk stelsel binnen het Vlaams Gewest... 290 B. Toepasselijk stelsel in het Waals Gewest.... 291 C. Toepasselijk stelsel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest...... 292 X Kluwer