Rapportage CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg Dagbesteding-Interviews met cliënten De Driestroom Nijmegen. 2011 C.M.S. Huijben J.



Vergelijkbare documenten
Rapportage CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg Dagbesteding-Interviews met cliënten De Driestroom Arnhem C.M.S. Huijben J.

Van Loveren & Par tners Kwaliteit in zorg. Rapportage CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg Begeleid Werken Driestroom

Rapportage CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg Wonen Interviews met cliënten De Driestroom L. Keur C.M.S. Huijben

Rapportage CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg Wonen - Cliëntvertegenwoordigers De Driestroom L. Keur C.M.S. Huijben

Van Loveren & Par tners Kwaliteit in zorg. Rapportage CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg Begeleid Zelfstandig Wonen Driestroom

Rapportage CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg Dagbesteding- Cliëntvertegenwoordigers De Driestroom - Arnhem C.M.S. Huijben J.

Rapportage CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg Dagbesteding - Cliëntvertegenwoordigers De Driestroom - Nijmegen C.M.S. Huijben J.

Werkinstructies voor de CQI Gehandicaptenzorg Verstandelijk Gehandicapten

Rapportage Revalidatie Zorgcombinatie Zwolle C.M.S. Huijben E. Franken

Wat vinden uw cliënten van de dagbesteding?

Uitkomsten cliëntenraadpleging met de CQ-index Verstandelijke Gehandicaptenzorg

Rapportage gesprekken Vertegenwoordigers cliënten wonen

van Loveren & Partners bv

Uitkomsten cliëntenraadpleging met de CQ-index Verstandelijke Gehandicaptenzorg

Rapport Cliëntervaringsonderzoek. Hof en Hiem Totaal + spiegelinformatie. Bewoners intramuraal Verslagjaar 2014

Eindrapportage Gehandicaptenzorg. Verslagjaar Eindrapportage Gehandicaptenzorg

Ben Ik Tevreden? Meetinstrument cliënttevredenheid

Rapport Cliëntervaringsonderzoek. Hof en Hiem totaalrapportage alle locaties. PG-vertegenwoordigers Verslagjaar 2014

Rapport CQI-meting Gehandicaptenzorg - Wonen. Leger des Heils

Rapportage CQ-Index Hulp bij het Huishouden Cedrah L. Keur C.M.S. Huijben. Van Loveren & Par tners Kwaliteit in zorg

Vergelijking resultaten

Onze cliënten aan het woord onderzoek naar cliëntervaringen

Rapportage Cliëntervaringen Dagbehandeling Oranjehof Norschoten. Concept 2014 J. Cellarius-Weistra C.M.S. Huijben

Onze cliënten aan het woord

Aan bestuur en directie van de bij de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) aangesloten stichtingen en verenigingen

Rapportage CQ-Index Ambulante opvang Neos. C.M.S. Huijben J. Weistra. Van Loveren & Par tners Kwaliteit in zorg

Werkinstructies voor de CQI Gehandicaptenzorg Lichamelijk. Gehandicapten

Resultaten tevredenheidsonderzoeken cliënten en medewerkers

Rapportage CQ-Index Zorg Thuis Bethanië J.C.F.D. van Loveren C.M.S. Huijben. Van Loveren & Par tners Kwaliteit in zorg

ConsumerQuality Index Uitkomsten cliëntenraadpleging Sociale Geriatrie 1 april 2015

Wat vinden uw bewoners van de zorg?

Cliënten aan het woord

Wat vinden uw cliënten van het wonen bij Osira Amstelring?

Rapportage CQ-Index Zorg Thuis Catharina Stichting Leemgaarde C.M.S. Huijben J. Weistra

Wat vinden uw cliënten van de zorg thuis?

Rapport Cliëntervaringsonderzoek. Thuiszorg Dichtbij Groningen. Ervaringen met de Palliatieve Zorg Verslagjaar 2014

Cliënten aan het woord

CQI clientenonderzoek Sjaloom Zorg Cliënten Ambulant

Rapportage Dagverzorging Cedrah. Concept 2012 L. Keur C.M.S. Huijben. Van Loveren & Par tners Kwaliteit in zorg

Samenvatting resultaten CTO De Gelderhorst 2017

Kwaliteitsonderzoek begeleiding

Uitkomsten cliëntenraadpleging met de CQ-index Verstandelijke Gehandicaptenzorg

Overzicht kwaliteitsindicatoren gehandicaptenzorg. Versie 12 februari 2008

Rapportage CQ-Index Zorg Thuis Olcea Thuiszorg C.M.S. Huijben. Van Loveren & Par tners Kwaliteit in zorg

Rapportage CQ-Index Somatiek Zinzia Zorggroep De Rijnhof. Concept 2014 J. Cellarius-Weistra C.M.S. Huijben

Elke dag beter. Kwaliteit in de gehandicaptenzorg Cliëntenversie Visiedocument 2.0. November elke dag beter_biwerk_def.indd :20

Bijgevoegde documenten Onderstaand geeft u aan of alle voor de toetsing benodigde informatie is bijgevoegd.

Kwaliteitsrapportage 2017

Ervaringen thuiszorgcliënten V&V Huize het Oosten Gemeten met de CQI index

Rapportage CQ-Index Somatiek Zinzia Zorggroep Oranje Nassau's Oord. Concept 2014 J. Cellarius-Weistra C.M.S. Huijben

Rapportage CQ-Index PG Eilandzorg Kleinschalig wonen. december 2012 C.M.S. Huijben. Van Loveren & Par tners Kwaliteit in zorg

Rapportage CQ-Index Somatiek Bethanië J.C.F.D. van Loveren C.M.S. Huijben. Van Loveren & Par tners Kwaliteit in zorg

Rapportage gesprekken Vertegenwoordigers cliënten wonen

Wat vind jij ervan? Klantervaringsonderzoek ambulante cliënten Stichting De Driestroom. Mary van den Wijngaart Evelien Sombekke

Verkorte rapportage. Cliënten over de kwaliteit van zorg en dienstverlening van AC de Variant (InteraktContour)

Rapport CQI-meting Gehandicaptenzorg - Ambulant. Lievegoed

Ervaringen thuiszorgcliënten V&V Raffy Breda

Kwaliteit van bestaan: Methoden in de praktijk

Uitkomsten cliëntenraadpleging Korsakov

Rapport Cliëntervaringsonderzoek. Rikkers-Lubbers Groningen. Bewoners intramuraal Verslagjaar Uitgevoerd door Bureau De Bok, Franeker

Verkorte rapportage. Cliënten over de kwaliteit van de zorg en dienstverlening van activiteitencentrum Knooppunt (InteraktContour)

Ervaringen thuiszorgcliënten V&V De Leystroom

Zorg Verbeteren in Eigen Huis. Achtergrond van de methode

Ervaringen thuiszorgcliënten V&V St. Elisabeth Gemeten met de CQI index

Wat vind je van je werk in het dagactiviteitencentrum?

CarePower Cliënttevredenheidsonderzoek CarePower 2013/14

Cliëntervaringsonderzoek De Gelderhorst 2018

Elke dag beter. Kwaliteit in de gehandicaptenzorg Cliëntenversie Visiedocument 2.0

Rapport Cliëntervaringsonderzoek. Schutse Zorg Tholen St. Annaland. Cliënten Dagverzorging Verslagjaar Uitgevoerd door Bureau De Bok, Franeker

Cliëntervaringsonderzoek

Thema. De positie van de cliënt na afschaffing van het bouw regime en de rol van de inspectie

Rapport Cliëntervaringsonderzoek. Westerholm Seniorenzorg in de Wijk. Verslagjaar Uitgevoerd door Bureau De Bok, Franeker

Ervaringen met de zorg van de huisarts

Rapportage CQ-Index Hulp bij het Huishouden Betuweland J. Cellarius-Weistra C.M.S. Huijben. Van Loveren & Par tners Kwaliteit in zorg

Door Cliënten Bekeken voor Huisartsenpraktijken. Groepspraktijk Huizen

Onderzoek Huishoudelijke hulp 2011

Ondersteuning bij SEIN: woonzorg en dagbesteding

Cliënten aan het woord

Cliëntervaringsonderzoek Wmo

CLIëNTTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2011, van brief tot conclusie!!

evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave

CQ-index. Gehandicaptenzorg Ambulante ondersteuning

Patient. CQ-index (1x per 2 jaar)

CQ-Index GGZ Beschermd Wonen

Goede zorg & ondersteuning

Rapportage CQ-Index Somatiek Zinzia Zorggroep Rumah Kita. Concept 2014 J. Cellarius-Weistra C.M.S. Huijben

Onderzoek KwaliteitsErvaringen in de Langdurige Zorg. Quality Qube Overzicht

Cliëntervaringen in beeld

Rapport Cliëntervaringsonderzoek. Centraalzorg Vallei en Heuvelrug. Zorg Thuis Verslagjaar Uitgevoerd door Bureau De Bok, Franeker

Domein 1: Lichamelijk welbevinden, gem. score: 3,9

ASVZ heeft afgesproken goede zorg te willen leveren. Deze zorg kan goed of soms minder goed zijn. Dit noemen we de kwaliteit van de zorg.

Cliëntervaringsonderzoek Omega en Het Middelpunt 2016

nr. vraag Heeft uw kind in de afgelopen 12 maanden gebruik gemaakt van zorg van een revalidatiecentrum?

RAPPORTAGE CLIËNTENRAADPLEGING SOMATISCHE BEWONERS DE OPEN HOF DECEMBER 2017

Gemeente IJsselstein. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Concept 12 juli 2016

Voorbeeldvragenlijst COK

Rapportage cliëntervaringsmeting dagverzorging

Vragenlijst. Ervaringen met de farmaceutische zorg

Rekenen Groep 4-1e helft schooljaar.

Rapport Cliëntervaringsonderzoek. Zorgbureau Endless Almere. Zorg Thuis

Transcriptie:

Rapportage CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg Dagbesteding-Interviews met cliënten De Driestroom Nijmegen 2011 C.M.S. Huijben J. Weistra

2011 Van Loveren & Partners BV Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Van Loveren & Partners BV Rijstveld 5 6641 SK Beuningen Tel (024) 6779696 E-mail VLP@vanloverenpartners.nl De Driestroom (86) Industrieweg-Oost 27 6662 NE Elst Tel (0481) 366 000

Inhoudsopgave 1. Inleiding 4 2. Achtergrondinformatie over de CQ-Index 5 2.1 Visiedocument Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg 5 2.2 Ervaringen van cliënten/cliëntvertegenwoordigers met de VG 5 2.3 CQ-Index 6 3. Opzet van het onderzoek 9 4. Algemeen beeld van de cliënten 11 4.1 Geslacht 11 4.2 Leeftijd 12 4.3 Opleidingsniveau 12 4.4 Andere aandoeningen 13 4.5 Dagbesteding 14 4.6 Woonsituatie 15 4.7 Geboorteland 16 5. Oefenvragen 17 6. Ervaringen van de cliënten in uw organisatie 18 6.1 Kwaliteit van leven 19 6.2 Zorgvoorwaarden 23 7. Suggesties voor veranderingen 28 8. Evaluatie van de interviews 29 8.1 Evaluatievragen 29 9. Extra vragen 32 Bijlage 33 Conclusies en aanbevelingen 34 Beuningen augustus 2011

1. Inleiding In dit rapport kunt u lezen hoe de cliënten die een dagbesteding van De Driestroom in de regio Nijmegen bezoeken, de zorg- en dienstverlening ervaren. Het onderzoek is uitgevoerd door Van Loveren & Partners in opdracht van de directie en de cliëntenraad. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de CQ-Index Ervaringen met dagbesteding, vragenlijst voor cliënten (versie d2.0, september 2010). In de maanden juni en juli is een aantal cliënten van uw organisatie geïnterviewd. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van het Centrum Klantervaring Zorg (www.centrumklantervaringzorg.nl). De validiteit en betrouwbaarheid van de resultaten zijn daarmee geborgd. In deze rapportage zijn alle gegevens anoniem verwerkt. De antwoorden van individuele cliënten zijn niet herkenbaar. De uitkomsten van het onderzoek dienen meerdere doelen. Het belangrijkste is dat ze intern voor De Driestroom de basis vormen om op een systematische manier verbeteringen in de zorg- en dienstverlening tot stand te brengen. Het zorgkantoor gebruikt ze voor de zorginkoop. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) bekijkt de gegevens. De gegevens worden aangeleverd aan een landelijk databestand. Van daaruit worden ze doorgestuurd voor het jaardocument en voor plaatsing op www.kiesbeter.nl. Potentiële nieuwe cliënten kunnen hier terecht om zich een beeld te vormen van de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening in De Driestroom. Het rapport is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 is beschreven wat de CQ-Index precies inhoudt. In Hoofdstuk 3 kunt u lezen hoe het onderzoek is uitgevoerd. In Hoofdstuk 4 schetsen we een algemeen beeld van de deelnemers uit het onderzoek. In Hoofdstuk 5 worden de oefenvragen besproken. Hoofdstuk 6 geeft weer hoe deze cliënten de zorg- en dienstverlening ervaren en waarderen. Hoofdstuk 7 gaat in op mogelijke verbeterpunten. In Hoofdstuk 8 komt een evaluatie van de interviews aan bod. In Hoofdstuk 9 bespreken we de extra vragen die speciaal voor De Driestroom zijn opgenomen in het onderzoek. In een aparte Bijlage sluiten we af met conclusies en aanbevelingen. Deze vallen niet onder de richtlijnen van de CQ-Index en dus niet onder de accreditatie van Van Loveren & Partners. Wij hebben ze speciaal toegevoegd voor De Driestroom als handvat voor interne kwaliteitsverbetering. 4

2. Achtergrondinformatie over de CQ-Index De laatste jaren is er in de Verstandelijke Gehandicaptenzorg (VG) een toenemende vraag naar transparantie in de sector. Er werd gezocht naar een methode om de kwaliteit van de zorg meetbaar en daarmee zichtbaar te maken. Kwaliteit betekent niet alleen voldoen aan de regels en richtlijnen die zijn opgesteld door de overheid en beroepsgroepen, maar ook rekening houden met de wensen, verwachtingen en behoeften van de cliënten of hun vertegenwoordigers. 2.1 Visiedocument Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg In dat kader is in 2007 het visiedocument Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg verschenen. Het doel van het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg is het transparant maken, toetsen, verantwoorden en optimaliseren en verder ontwikkelen van het kwaliteitsniveau van de geboden zorg en ondersteuning door zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg. Daarbij worden twee uitgangspunten aangehouden: 1. Zorg en ondersteuning zijn gericht op het bevorderen dan wel in stand houden van de kwaliteit van bestaan van mensen met een beperking. 2. Eigen regie van mensen met een beperking is een centrale waarde in zorg en ondersteuning. Bij de ontwikkeling van het visiedocument Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg waren cliëntenorganisaties, beroepsorganisaties van zorgverleners, de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), Zorgverzekeraars Nederland en het Ministerie van VWS betrokken. Gezamenlijk hebben deze partijen bepaald dat er acht thema s relevant zijn voor de kwaliteit van bestaan: 1. Lichamelijk welbevinden 2. Psychisch welbevinden 3. Interpersoonlijke relaties 4. Deelname aan de samenleving 5. Persoonlijke ontwikkeling 6. Materieel welzijn 7. Zelfbepaling 8. Belangen Daarnaast zijn er vier thema s vastgesteld die betrekking hebben op de zorgvoorwaarden: 9. Zorgafspraken en ondersteuningsplan 10. Cliëntveiligheid: fysieke veiligheid, sociale en emotionele veiligheid 11. Kwaliteit van medewerkers en organisatie 12. Samenhang in zorg en ondersteuning Rond deze thema s is de CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg (VG) ontwikkeld. 2.2 Ervaringen van cliënten/cliëntvertegenwoordigers met de VG In 2006 heeft het NIVEL, in opdracht van ZonMw een benchmark voor de sector Verstandelijke Gehandicaptenzorg ontwikkeld. Daaropvolgend is er in 2008/2009, in opdracht van Zichtbare Zorg en de Inspectie voor de Gezondheidszorg, een pilotstudie uitgevoerd. Doel van deze studie was het ontwikkelen van een meetinstrument voor cliëntgebonden indicatoren in de gehandicaptenzorg, gebaseerd op de ervaringen van 5

cliënten en cliëntvertegenwoordigers. Dit heeft geresulteerd in de CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg. De CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg bestaat uit vragenlijsten voor drie verschillende zorgtypen: 1. wonen/24-uurszorg 2. dagbesteding 3. ambulante zorg Voor de vragenlijsten wonen/24-uurszorg en dagbesteding is er zowel een versie voor de cliënt (interviews) als een versie voor de ouder/cliëntvertegenwoordiger (vragenlijsten) ontwikkeld. Voor de vragenlijst ambulante zorg is alleen een versie voor cliënten ontwikkeld. De uiteindelijke vragenlijsten voor de CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg zijn ontwikkeld door het ITS, Radboud Universiteit Nijmegen. Van de in het visiedocument Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg genoemde twaalf thema s komen er elf terug in de CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg: 1. Psychisch welbevinden 2. Belangen 3. Persoonlijke ontwikkeling 4. Zorgafspraken 5. Zelfbepaling 6. Kwaliteit van medewerkers 7. Samenhang in de zorg 8. Lichamelijk welbevinden 9. Sociale relaties 10. Participatie 11. Materieel welzijn Hieronder geven we uitleg over het instrument en de toepassingen in het onderzoek. 2.3 CQ-Index De CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg is in 2010 beschikbaar gekomen. De resultaten geven een betrouwbaar beeld van de ervaren kwaliteit van zorg door de cliënten en hun vertegenwoordigers. Voorwaarde is dat de afname door een onafhankelijk goedgekeurd bureau gebeurt dat volgens vastgestelde richtlijnen te werk gaat. Deze richtlijnen zijn ontwikkeld door het Centrum Klantervaring Zorg (CKZ). Ontwikkeling De vragenlijsten zijn in 2008/2009 door het ITS Radboud Universiteit Nijmegen ontwikkeld. Tijdens de ontwikkeling van dit meetinstrument is er onder andere gebruik gemaakt van de resultaten van eerdere onderzoeken met soortgelijke instrumenten. Zo is er gekeken naar opgedane kennis aan de hand van onderzoeken van Klanq en Perspektief uit 2007. Ook hebben er gesprekken plaatsgevonden met vertegenwoordigers van betrokken partijen, experts en leden van de Stuurgroep en de Projectgroep Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg. Voor de totstandkoming van de CQ-Index Verstandelijk Gehandicaptenzorg is een pilotstudie uitgevoerd. Voor de ontwikkeling van de interviewvragenlijsten zijn er 764 cliënten bij 14 verschillende instellingen geïnterviewd. Voor de totstandkoming van de schriftelijke vragenlijst zijn er 680 6

vertegenwoordigers van cliënten van vijf instellingen aangeschreven, waarvan er uiteindelijk 388 (57%) vragenlijsten ingevuld teruggestuurd hebben. De vragenlijsten De CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg bestaat uit vijf verschillende vragenlijsten: 1. CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg Wonen, vragenlijst voor cliënten. Deze lijst bevat 55 vragen. Ook is er een evaluatieformulier voor de interviewer aan de vragenlijst toegevoegd. 2. CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg Dagbesteding, vragenlijst voor cliënten. Deze lijst bevat 37 vragen. Ook is er een evaluatieformulier voor de interviewer aan de vragenlijst toegevoegd. 3. CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg, Ervaringen met de zorg in een woonvorm, vragenlijst voor ouders/cliëntvertegenwoordigers. Deze lijst bevat 83 vragen. 4. CQ-Index Verstandelijke Gehandicaptenzorg, Ervaringen met dagbesteding, vragenlijst voor ouders/cliëntvertegenwoordigers. Deze lijst bevat 69 vragen. 5. CQ-Index Ervaringen met ambulante hulp, vragenlijst voor volwassen cliënten. Deze lijst bevat 39 vragen. Voorbeeldvragen interviewvragenlijst In de interviewvragenlijsten zijn de vragen als volgt geformuleerd: Bent u (in het algemeen) goed gezond? Zorgen de begeleiders voor u als u zich niet goed voelt op het dagcentrum? Is er een begeleider op het dagcentrum waar u bang voor bent? Nee Soms/zelden Ja Aan vragen waaruit bij de pilotstudie is gebleken dat zij lastig te begrijpen zijn door de cliënten, is een B-vraag toegevoegd. Mocht de cliënt de A-vraag niet begrijpen, kan de interviewer de B-vraag stellen. Een voorbeeld van zo n vraag staat hieronder: 21a. Vertellen de begeleiders over wat de <cliëntenraad> doet? 21b. Praten de begeleiders met u over wat de <cliëntenraad> doet? Tijdens de interviews hebben de interviewers de mogelijkheid om beeldmateriaal te gebruiken. Dit zijn plaatjes van de verschillende onderwerpen waarop de vragen betrekking hebben. Ook zijn er plaatjes voor de antwoordcategorieën, namelijk duim omhoog voor ja, duim omhoog/duim omlaag voor soms/zelden en duim omlaag voor nee. Presentatie van de gegevens In het rapport wordt per vraag aangegeven hoeveel procent van de cliënten een bepaald antwoord heeft gegeven. We geven de resultaten weer in grafieken. In de grafieken staat het paarse gedeelte voor nee, het witte gedeelte voor soms/zelden en het groene gedeelte voor ja. Verder staat er bij ieder figuur hoeveel cliënten de vraag beantwoord hebben. Tevens staat vermeld voor hoeveel cliënten deze vraag niet van toepassing is geweest. 7

Voorbeeldgrafiek Ter illustratie een voorbeeldgrafiek: Voorbeeld 12. Luisteren de begeleiders op <naam dagcentrum> goed naar u? (N=19; n.v.t.=0) 26% 37% 37% 15. Hebben de begeleiders genoeg tijd voor u? (N=19; nvt=0) 10% 55% 35% 0% 20% 40% 60% 80% 100% In bovenstaande figuur betekent dit dat een kwart van de cliënten vindt dat de begeleiders niet goed naar hen luisteren. Volgens 37% van de cliënten is dit soms of zelden zo. Ook 37% vindt dat de begeleiders wel goed naar hen luisteren. Daarnaast valt uit bovenstaande figuur op te maken dat 10% van de cliënten vindt dat de begeleiders niet genoeg tijd voor hen hebben. Volgens een derde hebben de begeleiders wel genoeg tijd voor hen. Ruim de helft van de cliënten geeft aan dat de begeleiders soms of zelden genoeg tijd hebben voor hen. Bij alle vragen staat aangegeven hoeveel cliënten deze vraag hebben beantwoord. Bij deze vragen geldt dit voor 19 cliënten. Tevens staat vermeld hoeveel cliënten 'n.v.t.' (niet van toepassing) hebben ingevuld. Het betreffende onderwerp heeft geen betrekking op hun situatie. 8

3. Opzet van het onderzoek Bij de cliënten die in een dagbesteding van De Driestroom in de regio Nijmegen bezoeken, heeft het onderzoek op twee manieren plaatsgevonden. Enerzijds zijn de cliënten geïnterviewd. Anderzijds zijn de vertegenwoordigers van de cliënten verzocht een vragenlijst in te vullen. Dit rapport heeft betrekking op de interviews die bij de cliënten van De Driestroom in en rond Nijmegen zijn gehouden. Volgens de richtlijnen van het CKZ zijn 45 cliënten die daarvoor in aanmerking kwamen (zie Deelnemers onderzoek) geïnterviewd. Het onderzoek bij de cliënten die een dagbesteding van De Driestroom in de regio Nijmegen bezoeken, vormt één van de onderdelen van het totale project binnen De Driestroom. In alle locaties is de CQ-Index toegepast. Startgesprek Bij aanvang van het project in De Driestroom heeft een startgesprek plaatsgevonden met de contactpersoon van het onderzoek. Met de contactpersoon zijn de praktische zaken voor het totale project doorgesproken. Voorlichting In de Driestroom heeft de voorlichting voor de teamverantwoordelijken centraal plaatsgevonden. Voor hen zijn er op twee verschillende dagen een voorlichtingsbijeenkomst geweest waarin uitleg is gegeven over het onderzoek. De teamverantwoordelijken hebben het onderzoek bij de medewerkers en cliënten onder de aandacht gebracht. Deelnemers onderzoek In De Driestroom Nijmegen bezochten er bij de start van het onderzoek 261 cliënten de dagverzorging. Van hen kwamen er 103 niet in aanmerking voor het onderzoek, omdat zij jonger waren dan 18 jaar (7), niet in staat tot een interview (53), ouders/cliëntvertegenwoordigers hebben bezwaar gemaakt (3) en cliënten wonen ook bij De Driestroom en doen mee aan het onderzoek wonen (40). Van de 158 bewoners die overbleven zijn er - volgens de voorschriften van het CKZ - 45 geselecteerd voor deelname. Zij zijn gemiddeld 40,4 jaar oud. De groep bestaat uit 26 mannen en 19 vrouwen. Twee cliënten wilden niet deelnemen, dertien cliënten waren afwezig tijdens de interviewdagen en twee cliënten waren ziek. Er hebben zestien cliënten van de reservelijst meegedaan. Er zijn geen interviews afgebroken na de oefenvragen. In totaal beschikken we over 44 ingevulde vragenlijsten. Bij aanlevering is de dagbesteding Arnhem samen met de dagbesteding Nijmegen aangeleverd. In totaal zijn 45 vragenlijsten aangeleverd. Daarvan zijn 45 vragenlijsten goedgekeurd. Organisatie van de interviews Bij de interviews is gebruik gemaakt van de CQ-Index 'Verstandelijke Gehandicaptenzorg Dagbesteding, vragenlijst voor cliënten', versie d2.0 (september 2010). De interviewers hebben, verspreid over negen dagen, cliënten van de dagbesteding van De Driestroom Nijmegen geïnterviewd. Specifieke situatie De Driestroom biedt volwassenen met een beperking en kinderen met een ontwikkelingsachterstand een breed pallet aan zorg en dienstverlening. De Driestroom ondersteunt en begeleidt hen bij het (zelfstandig) wonen, werken, dagbesteding, vrijetijdsbesteding en school. Het uitgangspunt bij de dagbesteding van De Driestroom is dat mensen met een verstandelijke beperking zelf keuzes maken over hun leven en hun werkzaamheden. Bij De Driestroom hebben cliënten verschillende keuzes in dagbesteding. Zo kunnen ze bijvoorbeeld begeleid werken in een supermarkt of industrieel bedrijf. Daarnaast kunnen zij begeleid en beschermd werken op verschillende 9

locaties binnen De Driestroom zelf. De Driestroom biedt ook leer- en werktrajecten aan cliënten en heeft verschillende dagcentra. 10

4. Algemeen beeld van de cliënten In dit hoofdstuk geven we een algemeen beeld van de cliënten die hebben deelgenomen aan het onderzoek. We geven een beeld van hun geslacht, leeftijd en opleidingsniveau. Ook beschrijven we de woonsituatie van de cliënten en of zij naar een dagbesteding gaan. Vervolgens geven we weer welke eventuele andere aandoeningen zij hebben, naast de verstandelijke beperking. Tot slot beschrijven we het geboorteland van de cliënten en hun vader en moeder. Al deze gegevens zijn gebaseerd op de eerste vragen uit de vragenlijst. Opgemerkt moet worden dat we in dit rapport alleen uitspraken kunnen doen over de cliënten die hebben deelgenomen aan het onderzoek. Soms spreken we over 'de cliënten van De Driestroom', maar we bedoelen steeds de cliënten die zijn geïnterviewd. 4.1 Geslacht In de volgende figuur ziet u de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in het onderzoek. geslacht client vrouw 20 man 24 18 19 20 21 22 23 24 25 11

4.2 Leeftijd In onderstaande figuur ziet u de leeftijdsverdeling van de deelnemers aan het onderzoek. Leeftijd cliënt categorieën 76 jaar of ouder 2 66 tot 75 jaar 1 56 tot 65 jaar 7 46 tot 55 jaar 7 36 tot 45 jaar 12 26 tot 35 jaar 5 25 jaar of jonger 10 0 2 4 6 8 10 12 14 De meeste cliënten zijn ouder dan 36 jaar. 4.3 Opleidingsniveau Het opleidingsniveau van de cliënten uit het onderzoek is af te lezen uit de figuur hieronder. 29. Wat is de hoogste opleiding die u heeft afgerond? weet niet 6 anders 11 lager of voorbereidend beroepsonderwijs 4 lager onderwijs 16 geen opleiding 5 0 5 10 15 20 Elke cliënt heeft aangegeven wat de hoogste opleiding is die hij of zij voltooid heeft. 12

4.4 Andere aandoeningen Aan de cliënten is gevraagd of zij ook andere aandoeningen hebben. Hun antwoorden staan in de volgende figuur. 28. Heeft u een (andere) aandoening of beperking? 3 7 16 Nee, geen (andere) aandoening of beperking. Autisme verwante stoornis. Lichamelijke handicap. 2 1 2 Slechthorendheid/doofheid. Slechtdziendheid/blindheid. Spraakstoornis. 5 Anders. Elke cliënt kon meerdere antwoorden aangeven. Het totaal aantal gegeven antwoorden hoeft dus niet overeenkomstig te zijn met het aantal deelnemers aan het onderzoek. 13

4.5 Dagbesteding Aan de cliënten is gevraagd wat zij overdag zoal doen. Hun antwoorden staan in onderstaande figuur weergegeven. 34. Wat doet u overdag? 15 6 Client verblijft op woonvorm Client gaat naar dagbesteding/activiteitencentrum Anders 39 Ook is aan de cliënten gevraagd naar wat voor soort dagcentrum zij gaan. Wat zij hierop geantwoord hebben, kunt u aflezen uit onderstaande figuur. 35. Naar wat voor soort dagcentrum gaat u? 3 5 2 39 Dagactiviteitencentrum Werkvoorziening Zorgboerderij Anders 14

Hoe vaak de cliënten naar het dagcentrum gaan, ziet u in de volgende figuur. 36. Hoe vaak gaat u naar het dagcentrum? 4-5 dagen per week 31 2-3 dagen per week 12 0 5 10 15 20 25 30 35 4.6 Woonsituatie In de volgende figuur kunt u zien in hoe de cliënten wonen. 33. Hoe woont u? onbekend 1 anders 1 bij ouder(s) of familie 11 zelfstandig 1 in woonvorm van een andere instelling 5 in woonvorm van de betreffende instelling 25 0 5 10 15 20 25 30 De meeste cliënten wonen in een w0onvorm van De Driestroom. 15

4.7 Geboorteland In onderstaande figuur ziet u waar de cliënten geboren zijn. 30. Wat is uw geboorteland? Weet niet 1 Anders 3 Nederland 38 0 5 10 15 20 25 30 35 40 Daarnaast is aan de cliënten gevraagd waar hun vader geboren is. In de volgende figuur staan de antwoorden die de cliënten gegeven hebben. 31. Wat is het geboorteland van uw vader? Anders 4 Nederland 31 0 5 10 15 20 25 30 35 Ook is aan de cliënten gevraagd waar hun moeder geboren is. Hun antwoorden zijn in de volgende figuur weergegeven. 32. Wat is het geboorteland van uw moeder? Weet niet 1 Anders 3 Nederland 31 0 5 10 15 20 25 30 35 16

5. Oefenvragen Voorafgaand aan het eigenlijke interview stelt de interviewer drie oefenvragen om te kunnen bepalen of de cliënt geïnterviewd kan worden. De antwoorden die de cliënten op de oefenvragen hebben gegeven staan hieronder vermeld. THEMA SCORE Oefenvragen 12% 21% 67% oe01. is de koffie op het dagcentrum lekker? (N = 43; n.v.t. = 0) 2% 12% 86% oe02. wie kiest er wat u doet op <naam dagcentrum>: de begeleiders of uzelf? (N = 44; n.v.t. = 0) 32% 45% 23% oe03. helpen de begeleiders u om samen te werken met uw collega's/andere deelnemers/andere clienten? (N = 43; n.v.t. = 6) 3% 5% 92% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Bij oefenvraag 2 zijn afwijkende antwoordcategorieën van toepassing. Het paarse deel betekent de begeleiders, wit staat voor de begeleiders en de cliënt samen en het groene gedeelte geeft aan hoeveel procent van de cliënten de cliënt zelf heeft geantwoord. Op basis van bovenstaande antwoorden hebben de interviewers besloten dat alle cliënten geschikt waren voor verdere deelname. 17

6. Ervaringen van de cliënten in uw organisatie In dit hoofdstuk bespreken we de ervaringen van de cliënten op de velden uit de normen voor verantwoorde zorg. We geven enerzijds een beeld van de ervaringen op het thema in zijn totaliteit (=themascore). Anderzijds bespreken we ieder kwaliteitsaspect afzonderlijk. De linker - paarse - gebieden geven aan hoeveel procent van de cliënten dit aspect negatief ervaart. De rechter - groene - gebieden geven aan hoeveel procent van de cliënten dit aspect positief ervaart. De witte gebieden geven aan hoeveel procent van de cliënten soms, zelden geantwoord heeft. Het komt erop neer dat hoe groter het groene gebied en hoe kleiner het paarse, hoe beter de ervaringen van de cliënten. Per kwaliteitsaspect is aangegeven hoeveel cliënten de betreffende vraag hebben beantwoord. Ook is steeds vermeld voor hoeveel cliënten de vraag niet van toepassing was. Dit kan betekenen dat ze geen antwoord hebben gegeven op de vraag, omdat het betreffende kwaliteitsaspect in hun situatie niet speelt. Bij verschillende vragen bestond de antwoordmogelijkheid 'weet ik niet (meer)'. Omdat deze antwoordcategorie u geen informatie geeft, is de categorie niet meegenomen in de analyse. U vindt deze categorie dan ook niet terug in de figuren. 18

6.1 Kwaliteit van leven In het visiedocument Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg wordt gesteld dat de kwaliteit van de gehandicaptenzorg primair wordt afgemeten aan de mate waarin deze zorg bijdraagt aan de kwaliteit van bestaan van de cliënt. Er worden acht thema s die relevant zijn voor iemands bestaan van leven onderscheiden. 6.1.1 Lichamelijk welbevinden Bij lichamelijk welbevinden gaat het om het optimaliseren van de gezondheid van de cliënt. Dit betekent dat de organisatie met de cliënt afspreekt waarin hij of zij ondersteund zal worden met betrekking tot zaken als (zelf-)verzorging, algemene dagelijkse levensverrichtingen, eten en drinken, algemene gezondheid en de balans tussen activiteit en voldoende ontspanning, rust en slaap. In onderstaande figuur staat of de cliënten in het algemeen goed gezond zijn en of de begeleiders voor hen zorgen als ze zich niet goed voelen. Deze vragen vormen geen themascore. Lichamelijk welbevinden 6. bent u (in het algemeen) goed gezond? (N = 44; n.v.t. = 0) 2% 5% 93% 7antw. zorgen de begeleiders voor u als u zich niet goed voelt op het dagcentrum? (N = 44; n.v.t. = 11) 3% 6% 91% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 19

6.1.2 Psychisch welbevinden Psychisch welbevinden gaat over zaken als een positief zelfbeeld hebben, zich thuis voelen in de omgeving en begrepen worden door anderen. Volgens het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg dient de ondersteuning vanuit de organisatie erop gericht te zijn om de beleving van het psychisch welbevinden door de cliënt te verbeteren, in stand te houden of verslechtering tegen te gaan. In onderstaande figuur ziet u de ervaringen van de cliënten met de ondersteuning door de organisatie bij het psychisch welbevinden. Psychisch welbevinden THEMA SCORE 2% 17% 81% 12antw. luisteren de begeleiders op <naam dagcentrum> naar u? (N = 44; n.v.t. = 0) 2% 14% 84% 13antw. leggen de begeleiders u dingen goed uit? (N = 43; n.v.t. = 0) 12% 88% 15antw. hebben de begeleiders genoeg tijd voor u? (N = 44; n.v.t. = 0) 25% 75% 18antw. houden de begeleiders op <naam dagcentrum> zich aan de afspraken? (N = 43; n.v.t. = 0) 5% 21% 74% 27antw. vindt u het fijn hier op <naam dagcentrum>? (N = 44; n.v.t. = 0) 2% 14% 84% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 20

6.1.5 Persoonlijke ontwikkeling In het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg staat dat de cliënt, indien deze daar behoefte aan heeft, ondersteund dient te worden bij het zoeken van scholing of werk en mogelijkheden om dingen te leren en ervaringen op te doen. Het gaat erom dat de cliënt nieuwe dingen kan ondernemen en zijn eigen creativiteit kan uiten. In de volgende figuur ziet u hoe de cliënten verschillende aspecten van de ondersteuning bij hun persoonlijke ontwikkeling ervaren. Deze vragen vormen samen geen themascore. Persoonlijke ontwikkeling 24. wat doet u op <naam dagcentrum>? (N = 44; n.v.t. = 0) 2% 98% 25antw. kunt u ook andere activiteiten (of ander werk) doen op <naam dagcentrum> als u dat wilt? (N = 40; n.v.t. = 6) 9% 21% 71% 26antw. helpen de begeleiders u om iets anders te doen? (N = 32; n.v.t. = 4) 4% 14% 82% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Vraag 24 heeft afwijkende antwoordcategorieën. Het paarse deel staat voor de cliënt kan geen voorbeelden van activiteiten benoemen/aanwijzen en het groene deel betekent de cliënt kan voorbeelden van activiteiten benoemen/aanwijzen. 21

6.1.8 Belangen Bij belangen gaat het om het optimaliseren van de beleving van de cliënt van zijn rechten en plichten als burger (bijvoorbeeld stemrecht) en als cliënt (bijvoorbeeld het recht om te klagen), en om maatregelen die de rechten en de positie van de cliënt versterken. Volgens het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg dient de organisatie ervoor te zorgen dat bovengenoemde rechten door de cliënt uitgeoefend kunnen worden. Daarnaast moet er voor zowel cliënten als vertegenwoordigers medezeggenschap geregeld worden. In onderstaande figuur ziet u of de cliënten weten wat een cliëntenraad is. De vragen in deze figuur vormen geen themascore. Lossevragen3 20. weet u wat een clientenraad is? (N = 44; n.v.t. = 0) 34% 66% 21antw. vertellen de begeleiders u over wat de clientenraad doet? (N = 43; n.v.t. = 0) 33% 5% 63% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Bij vraag 20 staat het paarse gedeelte voor nee. Het groene deel geeft aan hoeveel procent van de cliënten ja heeft geantwoord. In de volgende figuur ziet u de ervaringen van de cliënten met verschillende aspecten van het thema belangen. THEMA SCORE Belangen 37% 2% 61% 14. praten de begeleiders met u over de regels op <naam dagcentrum>? (N = 44; n.v.t. = 1) 19% 5% 77% 19. weet u wat u moet doen, als u niet tevreden bent? (N = 44; n.v.t. = 0) 55% 45% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Bij vraag 19 konden cliënten nee (het paarse deel) of ja (het groene gedeelte) antwoorden. 22

6.2 Zorgvoorwaarden Naast de acht thema s die relevant zijn voor iemands kwaliteit van leven, worden er in het visiedocument Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg ook vier thema s met betrekking tot zorgvoorwaarden genoemd. Deze thema s vormen de randvoorwaarden voor de zorg die de kwaliteit van bestaan van de cliënten moet waarborgen. 6.2.1 Zorgafspraken en ondersteuningsplan Voor iedere cliënt dient een individueel ondersteuningsplan beschikbaar te zijn. Dit ondersteuningsplan moet aansluiten op zijn of haar ondersteuningsvragen en moet vanuit het cliëntperspectief concrete doelen bevatten. Het ondersteuningsplan is tot stand gekomen in samenwerking met de cliënt en eventueel in overleg met de vertegenwoordiger. Aan de cliënten is gevraagd of zij afspraken hebben gemaakt over de hulp die zij krijgen en of zij die afspraken goed of slecht vinden. Hun antwoorden staan in de volgende figuur. Lossevragen4 2. heeft <naam pb'er> met u afspraken gemaakt over de hulp die u krijgt op <naam dagcentrum>? (N = 35; n.v.t. = 0) 14% 86% 5. vindt u de afspraken over de hulp goed of slecht? (N = 29; n.v.t. = 0) 21% 79% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Bij bovenstaande vragen zijn afwijkende antwoordcategorieën van toepassing. Op vraag 2 konden cliënten nee (paars) of ja (groen) antwoorden. Bij vraag 5 staat paars voor slecht, het witte gedeelte voor sommige goed, sommige slecht en het groene gedeelte voor goed. 23

Daarnaast is aan de cliënten gevraagd wat hun ervaringen zijn met betrekking tot de zorgafspraken. Wat zij hierop geantwoord hebben, ziet u in onderstaande themafiguur. THEMA SCORE Zorgafspraken 3% 8% 88% 3. praat u mee over de afspraken die worden gemaakt? (N = 30; n.v.t. = 0) 7% 17% 77% 4antw. luistert <naam pb'er> bij het maken van afspraken naar wat u wilt? (N = 28; n.v.t. = 0) 100% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 24

6.2.2 Cliëntveiligheid Veiligheid heeft betrekking op zowel de subjectieve als de objectieve component van cliëntveiligheid. De subjectieve component gaat over de veiligheid zoals de cliënt die ervaart. Deze ervaren veiligheid uit zich op terreinen als privacy, bejegening, informatie en grensoverschrijdend gedrag. De objectieve component heeft betrekking op algemeen geldende veiligheidsaspecten en maatregelen, verwoord in richtlijnen en calamiteitenplannen. De vragen die bij het thema 'veiligheid' horen, vormen samen geen themascore. De ervaringen van de cliënten met de ervaren veiligheid staan hieronder weergegeven. Veiligheid 16. is er een begeleider op <naam dagcentrum> waar u bang voor bent? (N = 44; n.v.t. = 0) 5% 5% 91% 22. gebeuren er op <naam dagcentrum> dingen die u vervelend vindt? (N = 43; n.v.t. = 0) 12% 51% 37% 23. zijn er andere collega's/andere deelnemers/andere clienten op <naam dagcentrum> waar u bang voor bent? 2% 11% (N = 44; n.v.t. = 0) 86% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Alle vragen hierboven zijn gespiegeld. Dit betekent dat het paarse gedeelte staat voor ja, het witte gedeelte voor soms, zelden en het groene gedeelte voor nee. 25

6.2.3 Kwaliteit van medewerkers en organisatie Deskundig personeel is in staat de gevraagde ondersteuning te bieden aan cliënten, voldoet aan de eisen die aan het werk in de gehandicaptenzorg worden gesteld en is bevoegd om de in het ondersteuningsplan afgesproken activiteiten adequaat uit te voeren. De ervaringen van de cliënten met de kwaliteit van de medewerkers van uw organisatie zijn in onderstaande figuur weergegeven. Deze vragen vormen geen themascore. Kwaliteit medewerkers 10. hoe heten uw begeleiders op <naam dagcentrum>? (N = 44; n.v.t. = 0) 7% 93% 11antw. vindt u de begeleiders goed in wat ze doen? (N = 43; n.v.t. = 0) 2% 12% 86% 17. werken er vaak nieuwe begeleiders op <naam dagcentrum>? (N = 44; n.v.t. = 0) 14% 39% 48% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Vraag 10 kent twee antwoordmogelijkheden, namelijk cliënt kan geen namen van begeleiders noemen (het paarse gedeelte) en cliënt kan enkele namen van begeleiders noemen (het groene gedeelte). Op vraag 11 konden de cliënten nee, niemand (het paarse gedeelte), sommige wel, sommige niet (het witte gedeelte) en ja, allemaal (het groene gedeelte) antwoorden. Vraag 17 is gespiegeld. Dit betekent dat het paarse gedeelte staat voor ja, het witte gedeelte voor soms, zelden en het groene gedeelte voor nee. 26

6.2.4 Samenhang in zorg en ondersteuning De samenhang in de zorg bestaat volgens het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg uit twee aspecten. Enerzijds dient de continuïteit gewaarborgd te worden door middel van het vermijden van overlappingen of hiaten in de zorg. Anderzijds is het van belang voor cliënten om hun dagelijkse ondersteuning zoveel mogelijk vanuit een kleine kring van bekende medewerkers te ontvangen. Aan de cliënten is gevraagd wat hun ervaringen zijn met verschillende aspecten van samenhang in de zorg. Hieronder ziet u wat zij daarop geantwoord hebben. Deze vragen vormen samen geen themascore. Samenhang in de zorg 1. is <naam pb'er> uw [persoonlijk begeleider]? (N = 40; n.v.t. = 0) 100% 8antw. kunt u met <naam pb'er> over moeilijke dingen praten? bijvoorbeeld over alleen zijn, pesten of geheime dingen? (N = 44; n.v.t. = 7) 24% 76% 9. werkt <naam pb'er> goed samen met andere begeleiders? (N = 41; n.v.t. = 0) 2%2% 95% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Op vraag 1 konden de cliënten nee (paars) of ja (groen) antwoorden. 27

7. Suggesties voor veranderingen Aan de cliënten hebben we gevraagd wat zij zouden willen veranderen aan de gang van zaken binnen de dagbesteding van De Driestroom Nijmegen. We geven hier een overzicht van hun ideeën. De suggesties die cliënten doen, zijn erg divers. Zo vindt één cliënt het soms te druk op de dagbesteding, vooral als er scholen langskomen. Eén cliënt geeft aan graag bij de vogels te willen werken. Eén cliënt vindt het erg dat gehandicapten moeten betalen aan het rijk. Volgens één cliënt zouden de stagiaires ook serieus moeten reageren in plaats van grapjes maken, want dat stoort anderen. Ook zou er niet zo veel gepraat moeten worden tijdens het haken, omdat dat volgens deze cliënt de concentratie verstoort. Eén cliënt vindt dat hij/zij door één medewerker opgefokt wordt omdat de medewerker hem/haar vaak aanspoort om op te schieten. Twee cliënten vinden dat de begeleiders het vaak te druk hebben met andere dingen in plaats van met de cliënten bezig te zijn. Eén van deze cliënten zou willen dat de begeleiders minder zich stresserig zouden gedragen. Eén andere cliënt zegt het niet fijn te vinden dat hij/zij altijd dezelfde taken doet op de dagbesteding. Graag zou deze cliënt eens andere dingen doen. Eén cliënt geeft aan graag een kamer voor zichzelf te willen op de dagbesteding, zodat hij/zij meer rust heeft. Verder zou één cliënt graag een opleiding EHBO of BHV willen volgen, in samenwerking met de persoonlijk begeleider. Daarnaast vindt één cliënt dat de bus erg hobbelt. Ook geeft deze cliënt aan graag op vrijdag vrij te willen. 28

8. Evaluatie van de interviews De vragenlijst die gebruikt wordt om cliënten die een dagbesteding bezoeken te interviewen, bevat ook enkele evaluatievragen die door de interviewer worden ingevuld. In dit hoofdstuk bespreken we deze evaluatievragen. Daarnaast besteden we aandacht aan enkele observaties die door de interviewers zijn gedaan. 8.1 Evaluatievragen De interviewers hebben aangekruist waar het interview heeft plaatsgevonden. Locatie anders 1 op dagcentrum van client 43 0 10 20 30 40 50 De interviewers hebben aangegeven of er iemand anders bij het gesprek aanwezig was, naast de cliënt en de interviewer. EvalD. Waren er andere personen dan de client zelf bij het gesprek aanwezig? ja 1 nee 43 0 10 20 30 40 50 Aan de interviewer is gevraagd of deze persoon invloed had op de antwoorden die de cliënt gaf. In dit geval had de persoon volgens de interviewer een beetje invloed op de antwoorden van de cliënt. 29

De interviewers konden aangeven hoe zij vonden dat het gesprek verliep. EvalF. Hoe verliep het gesprek? goed 31 redelijk 10 moeizaam 2 0 5 10 15 20 25 30 35 Aan de interviewers is gevraagd of zij het interview voortijdig hebben afgebroken. Hiermee wordt bedoeld ná de oefenvragen, maar vóór de laatste vraag van de vragenlijst. EvalG. Is het interview voortijdig afgebroken? Nee 38 0 5 10 15 20 25 30 35 40 Indien het interview voortijdig was afgebroken, konden de interviewers hiervoor ook de reden opgeven. 30

De interviewers konden aankruisen of de cliënten aandachtig en geconcentreerd waren. EvalI. Was de client aandachtig en geconcentreerd? ja, helemaal 31 grotendeels 10 een beetje 3 0 5 10 15 20 25 30 35 Aan de interviewers is gevraagd of zij het beeldmateriaal hebben gebruikt. Zo ja, dan konden zij ook aangeven of het beeldmateriaal een toegevoegde waarde had voor de cliënt. EvalJ. Heeft u het beeldmateriaal gebruikt? soms 4 alleen bij de oefenvragen 2 nee, nooit 36 0 5 10 15 20 25 30 35 40 EvalK. Had het beeldmateriaal een toegevoegde waarde voor de client? ja, helemaal 3 grotendeels 1 nee, helemaal niet 2 0 1 1 2 2 3 3 4 31

9. Extra vragen Dagbesteding Interviews Nijmegen, extra vragen 1. Als je liever een ander persoonlijk begeleider wil, kan dat dan? (n=44; missing=9) 34% 66% 2. Wordt er goed naar je geluisterd tijdens het groepsoverleg? (n=44; missing=4) 12% 88% 3. Wordt er iets gedaan met jouw mening? (n=44; missing=8) 8% 92% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Aan de vragenlijst zijn speciaal voor De Driestroom nog enkele vragen toegevoegd. Twee derde van de cliënten geeft aan dat zij een andere persoonlijk begeleider kunnen krijgen als zij dat willen. Volgens een derde kan dit niet. Volgens 88% van de cliënten wordt er goed naar hen wordt geluisterd tijdens het groepsoverleg. Vrijwel alle cliënten vinden dat er iets wordt gedaan met hun mening. 32

Bijlage 33

Conclusies en aanbevelingen De cliënten is gevraagd naar hun ervaringen met verschillende aspecten van de zorg- en dienstverlening bij de dagbesteding van De Driestroom in de regio Nijmegen. Hun ervaringen worden in dit hoofdstuk beknopt weergegeven. Hierbij kunnen we enkele verbeterpunten aangeven. We lopen daarbij de thema s uit het Kwaliteitskader na. We zullen in elk geval die kwaliteitsaspecten bespreken waarop meer dan 20% van de cliënten een negatief antwoord heeft gegeven tijdens de interviews. Bij deze aspecten is het belangrijk de oorzaak van de negatieve ervaringen te achterhalen en vervolgens na te gaan of en op welke manier er aan verbeteringen gewerkt zou kunnen worden. Thema s met betrekking tot kwaliteit van leven In het visiedocument Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg wordt gesteld dat de kwaliteit van de gehandicaptenzorg primair wordt afgemeten aan de mate waarin deze zorg bijdraagt aan de kwaliteit van bestaan van de cliënt. De ervaringen van de cliënten die een dagbesteding van De Driestroom bezoeken in en rond Nijmegen zijn in zijn algemeenheid zeer positief. Lichamelijk welbevinden Vrijwel alle cliënten geven aan dat zij over het algemeen goed gezond zijn. Als zij zich toch een keer niet lekker voelen op het dagcentrum, worden zij volgens negen van de tien cliënten verzorgd door de begeleiders. Het is belangrijk om dit niveau te borgen. Psychisch welbevinden Van de cliënten is 81% positief over hun psychisch welbevinden. Cliënten vinden vooral dat de begeleiders dingen goed uitleggen. Ook luisteren de begeleiders goed naar hen. Vrijwel alle cliënten vinden het fijn op het dagcentrum. Het is van belang om dit zo te houden. Persoonlijke ontwikkeling Vrijwel alle cliënten kunnen aangeven wat zij zoal doen op het dagcentrum. Ook geeft drie kwart aan dat zij andere activiteiten kunnen doen als zij dat willen en acht van de tien cliënten vinden dat de begeleiders hen daarbij helpen. Belangen Bijna twee derde van de cliënten is positief over dit thema. Drie kwart geeft aan dat de begeleiders met hen praten over de regels in huis. Echter, ruim de helft weet niet wat ze moeten doen wanneer ze ontevreden zijn. Dit zou nog eens met de cliënten besproken kunnen worden. Op de vraag of zij weten wat een cliëntenraad is, antwoordt een derde nee. Eveneens een derde van de cliënten geeft aan dat de begeleiders hen niet vertellen over wat de cliëntenraad doet. Het is aan De Driestroom om te bepalen of zij vindt dat cliënten hiervan meer op de hoogte gesteld moeten worden. Thema s met betrekking tot zorgvoorwaarden Naast acht thema s die relevant zijn voor iemands bestaan van leven, worden er in het visiedocument Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg ook vier thema s met betrekking tot zorgvoorwaarden genoemd. Deze thema s vormen de randvoorwaarden voor de zorg die de kwaliteit van bestaan van de cliënten moet waarborgen. De ervaringen van cliënten op deze thema s zijn positief. Zorgafspraken en ondersteuningsplan Opvallend bij de vragen met betrekking tot de zorgafspraken en het ondersteuningsplan is dat relatief veel cliënten weet ik niet hebben geantwoord, soms zelfs een derde van de cliënten. De cliënten van De Driestroom die de vragen wel beantwoordden, zijn in zijn 34

algemeenheid positief over de zorgafspraken. Op de vraag of zij met de persoonlijk begeleider afspraken over de hulp hebben gemaakt, antwoordt 86% ja. Alle cliënten geven aan dat de persoonlijk begeleider bij het maken van de afspraken luistert naar wat zij willen. Drie kwart geeft aan dat zij meepraten over de afspraken die worden gemaakt. Vrijwel alle cliënten vinden de afspraken over de hulp goed. Het is van belang om dit zo te houden. Wel kunnen de zorgafspraken en het ondersteuningsplan nog eens onder de aandacht van de cliënten gebracht worden, omdat niet alle cliënten hiervan op de hoogte lijken te zijn. Cliëntveiligheid Twee derde van de cliënten geeft aan dat er in huis dingen gebeuren die zij vervelend vinden. Enkele cliënten hebben aangegeven dat er andere cliënten zijn waar ze bang voor zijn. Mogelijk kan dit verder onderzocht worden. Ook hebben enkele cliënten aangegeven dat zij bang zijn voor een begeleider. Hoewel de meeste cliënten niet bang zijn voor andere cliënten of begeleiders, is het belangrijk om alert te blijven op die cliënten die zich wel angstig voelen. Het is belangrijk dat de cliënten zich veilig voelen. Kwaliteit van de medewerkers en organisatie Vrijwel alle cliënten kunnen enkele namen van begeleiders op het dagcentrum noemen. Ook geven bijna alle cliënten aan dat zij de begeleiders goed vinden in wat zij doen. Slechts een enkeling vindt dit niet. De helft van de cliënten geeft aan dat er wel eens nieuwe begeleiders op het dagcentrum werken. Dit kan voor onrust zorgen bij de cliënten. Wellicht is het mogelijk nog eens goed te kijken of de personeelswisseling nog verder te beperken is. Samenhang in zorg en ondersteuning Alle cliënten weten wie hun persoonlijk begeleider is. Ze vinden vrijwel allemaal dat deze persoonlijk begeleider goed samenwerkt met andere begeleiders. Volgens drie kwart van de cliënten kunnen zij met de persoonlijk begeleider over moeilijke dingen praten. Het is belangrijk dit zo te houden. Tot Slot De cliënten die een dagbesteding van De Driestroom in de regio Nijmegen bezoeken zijn in zijn algemeenheid positief. Zij weten wie hun persoonlijk begeleider is en zijn positief over de begeleiders op het dagcentrum. Aan de hand van de uitkomsten hebben we aangegeven op welke aspecten de zorg- en dienstverlening op de dagbesteding regio Nijmegen van De Driestroom nog verbeterd zou kunnen worden. Dit zijn kleine aandachtspunten en het is aan De Driestroom om te besluiten of zij hier verbeteracties op in wil zetten. 35