1
Inleiding Werksituaties veranderen voortdurend door nieuwe leidinggevenden, reorganisaties, aanpassingen aan de werkplek, nieuwe collega s etc. Het is van belang om tijdig te signaleren wanneer sprake is van een risicovolle werksituatie, zodat de medewerker met autisme optimaal kan blijven functioneren. De is vormgegeven als quickscan. Dit heeft als voordeel dat snel inzicht kan worden verkregen in mogelijk aanwezige risico s. Mocht het nodig zijn, dan kan later alsnog een uitgebreidere analyse plaats vinden. Doel: De vragenlijst heeft als doel veranderingen in de werksituatie van de werknemer met autisme vroegtijdig te signaleren, waardoor mogelijke uitval wordt voorkomen en deze werknemer optimaal kan blijven functioneren. De risicovolle situaties zijn onderverdeeld in vier aandachtsgebieden: 1. Communicatie in de werkomgeving 2. De werkplek 3. De werkzaamheden / takenpakket 4. Privéomstandigheden in relatie tot werk Op het moment dat alle vier de aandachtsgebieden geanalyseerd zijn en de risico s voor de werknemer in kaart zijn gebracht, inclusief een plan van aanpak gericht op actuele risico s, spreken we van een autiproof werkplek. Werkwijze: Deze kan op verschillende wijzen en momenten worden ingezet. De jobcoach zal deze lijst in de regel binnen het bedrijf introduceren. Doel is uiteindelijk dat de werkgever of een HARRIE deze lijst ook kan gebruiken. De is opgesteld om de werkgever te ondersteunen bij het herkennen van mogelijke risico s in de werksituatie van de werknemer met autisme. Daarnaast kan dit instrument de communicatie tussen de werknemer met autisme en de werkgever ondersteunen. In eerste instantie speelt de jobcoach hierin een belangrijke ondersteunende rol. De werkwijze met de is als volgt: I. Neem bij de start van een dienstverband of bij aankomende veranderingen de lijst met mogelijke risico s door. II. Bekijk welke verandering mogelijk een gevolg kan hebben voor je werknemer met autisme. III. Vink aanwezige risicovolle situaties aan en schrijf deze in de tabel met de aanwezige risico s. IV. Bespreek de tabel met risicovolle situaties met de werknemer met autisme en maak een plan hoe om te gaan met deze veranderingen. V. Spreek af hoe vaak en wanneer deze lijst doorgenomen moet worden. 2
NB. Dit instrument is dynamisch van karakter. Het is dus aan te bevelen deze lijst regelmatig (bijv. eens per twee maanden) door te nemen. Hieronder een voorbeeld van hoe een actueel risico kan worden uitgewerkt in het plan van aanpak. Vragen Wat is het risico? Voorbeeld Er komt een nieuwe collega Wat is het doel, dus welk gedrag wil je zien? De werknemer met autisme kan op dezelfde wijze blijven functioneren als hiervoor. Hoe ga je dit realiseren? - Er worden afspraken gemaakt dat bijvoorbeeld de werknemer met autisme met eventuele ondersteuning van een Harrie / of jobcoach vertelt dat hij / zij autisme heeft. - De nieuwe collega informeren over autisme, zodat hij / zij hier rekening mee kan houden. Wie doet wat (taakverdeling)? Werknemer met ASS: Geeft uitleg aan de nieuwe collega. Eventueel ondersteunt door de Harrie of jobcoach. De Harrie: Zorgt dat de nieuwe collega wanneer nodig wat extra uitleg krijgt. Wanneer? De jobcoach: De jobcoach zal wanneer nodig de werknemer met autisme ondersteunen. Aangezien de nieuwe collega een directe collega gaat worden, zal het op de eerste werkdag meegedeeld worden en wordt op die dag een afspraak gemaakt op welk moment meer uitleg gegeven gaat worden. Resultaat: 1. Het resultaat is een autiproof werkplek met een plan van aanpak. 2. De werknemer functioneert optimaal. 3
1. Communicatie in de werkomgeving Welke veranderingen in mijn (werk)omgeving hebben invloed op mij? Communicatie verandert Bijvoorbeeld: in plaats van overlegstructuur wordt het een opdracht structuur, door verandering van personeel kan taalgebruik veranderen (abstract taalgebruik, letterlijkheid taalgebruik). Ja De werkgever verandert van persoon Bijvoorbeeld: Dit kan een andere leidinggevende zijn. De werkbegeleider verandert van persoon De naaste collega verandert, er komt een nieuwe collega Aansturing gaat mondeling i.p.v. schriftelijk Aansturing gaat schriftelijk i.p.v. mondeling HARRIE verdwijnt Bijvoorbeeld: de naaste collega (de Harrie) vertrekt, waardoor een ander collega de Harrie rol op zich moet nemen. Pauze momenten veranderen Bijvoorbeeld: andere tijden, andere invulling, andere ruimte, verwachtingen. Door het weg gaan van een vaste pauze partner valt er een gat. Samenwerking wordt gewenst i.p.v. solitaire functie Kennis over autisme verdwijnt Bijvoorbeeld: er moet samen gewerkt gaan worden voor eindproduct, er wordt klantcontact verwacht. Sociale interacties veranderen Bijvoorbeeld: er wordt een beroep gedaan op sociale inleving, bedrijf gaat gebruik maken van een energizer, er moet koffie gehaald worden voor de collega s. Jobcoach verdwijnt of verandert van persoon Andere opzet vergaderingen/besprekingen Bijvoorbeeld: andere opzet, andere frequentie, andere inbreng en/of andere ruimte. Andere opzet functioneringsgesprekken Bijvoorbeeld: het instellen van functioneringsgesprekken, beoordelingssystemen veranderen. Anders, namelijk: 4
2. Werkplek Welke veranderingen in mijn (werk)omgeving hebben invloed op mij? De werktijden veranderen. Bijvoorbeeld: later beginnen of andere pauze indeling. Ja De werkplek wordt aangepast. Bijvoorbeeld: eigen werkplek veranderd in kantoortuin. Geluiden op de werkplek veranderen. Bijvoorbeeld: radio, meer mensen, ander telefoon deuntje, maar ook bouwwerkzaamheden. Het licht / verlichting op de werkplek verandert. Bijvoorbeeld: meer zon in kamer, andere of kapotte verlichting, maar ook veranderen van beeldscherm. De geuren op de werkplek veranderen. Bijvoorbeeld: er komt een vrouwelijke collega die een parfum gebruikt. De aankleding op de werkplek verandert Bijvoorbeeld: bureaus, stoelen en indeling veranderd, schilderijen aan de muur. De bezetting op de werkplek gaat veranderen Bijvoorbeeld: meerdere mensen moeten gebruik maken van een ruimte. Bedrijf gaat verhuizen of verbouwen Bijvoorbeeld: bouwbedrijf komt onderhoudswerkzaamheden uitvoeren. Werkattributen veranderen Bijvoorbeeld: nieuwe telefoon, computer, maar ook materiaal wat eerst persoonlijk gebonden was moet nu gedeeld worden. Er gaan andere machines gebruikt worden Bijvoorbeeld: een ander kopieerapparaat of koffieapparaat. Het materiaal of gereedschap wordt op een andere plek terug gelegd. Bijvoorbeeld: collega leent gereedschap en legt het niet terug of de opslag van papier wordt verplaatst. Anders, namelijk: 5
3. Werkzaamheden / takenpakket Welke veranderingen in mijn (werk)omgeving hebben invloed op mij? Het takenpakket verandert Bijvoorbeeld: meer taken, andere taken, zelfde taken die anders gedaan moeten worden. Ja Werkdruk verandert door target Bijvoorbeeld: er moet een hogere productie of productieprijs geleverd worden. Werkdruk verandert door tijd Bijvoorbeeld: er komt een tijdslimiet op de uitvoering van taken. Werkdruk verandert door takenpakket Er wordt meer beroep gedaan op eigen initiatief Er moet alleen gewerkt worden Er moet samengewerkt worden Er moet een nieuwe collega ingewerkt worden Bijvoorbeeld: werknemer moet hierin participeren Anders, namelijk: 6
4. Privéomstandigheden in relatie tot werk Welke veranderingen in mijn situatie hebben invloed op mij? Er zijn lichamelijke veranderingen O.a. ouder worden, bijkomen, afvallen, ziek zijn. Ja Er zijn veranderingen in de relationele sfeer Overlijden, huwelijk, scheiden, nieuwe relatie, geboorte. Er zijn veranderingen in de financiële sfeer Schulden, sanering, bewindvoering. Er zijn veranderingen van lichamelijke aard Blessures, dokter bezoek, ziekenhuis, tandarts Woonbegeleiding verdwijnt of verandert van persoon en/of intensiteit. Er wordt ineens meer zelfstandigheid verwacht, dagritme verandert. Ik ga verhuizen Er zijn veranderingen in het sociale netwerk Bijvoorbeeld: school kinderen, kennissenkring, winkels die sluiten. ER zijn veranderingen in het woonwerkverkeer Anders, namelijk: Bijvoorbeeld: Reisproblemen met openbaarvervoer, omdat tijden veranderen / vertraging.. Wegwerkzaamheden, waardoor gebruikelijke route niet meer mogelijk is. 7
5.Plan van aanpak t.a.v. de aanwezige risico s Omschrijf hieronder per categorie: 1. Wat het risico is 2. Wat het doel is (welk gedrag wil je zien?). 3. Hoe je dit gaat realiseren 4. Wie wat doet (taakverdeling) Categorie 1. Communiceren in de werkomgeving (kies het belangrijkste risico) 1. Wat is het risico: 2. Wat is het doel, dus welk gedrag wil je zien 3. Hoe ga je dit realiseren 4. Wie doet wat (taakverdeling) Categorie 2. De werkplek (kies het belangrijkste risico) 1. Wat is het risico: 2. Wat is het doel, dus welk gedrag wil je zien 3. Hoe ga je dit realiseren 4. Wie doet wat (taakverdeling) 8
Categorie 3. Werkzaamheden / takenpakket (kies het belangrijkste risico) 1. Wat is het risico: 2. Wat is het doel, dus welk gedrag wil je zien 3. Hoe ga je dit realiseren 4. Wie doet wat (taakverdeling) Categorie 4. Privéomstandigheden in relatie tot werk (kies het belangrijkste risico) 1. Wat is het risico: 2. Wat is het doel, dus welk gedrag wil je zien 3. Hoe ga je dit realiseren 4. Wie doet wat (taakverdeling) 9