Kennismakingsprocedure BeroepsPraktijkVorming



Vergelijkbare documenten
Bijlage 2 Kennismakingsprocedure BPV

Kinderopvang Heyendael

Praktijk oriëntatie. Maatschappelijke zorg. Niveau 3 + 4

Beroepspraktijkvorming

Stappenplan om een stageplaats te vinden

BPV infomap Dikkertje Dap

Stappenplan om een stageplaats te vinden

Stappenplan om een stageplaats te vinden

Het BeroepsPraktijkVormings-plan (BPV)

OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER SPECIFIEKE DOELGROEPEN OPLEIDING PERSOONLIJK BEGELEIDER GEHANDICAPTENZORG

Convenant Kindercentra & ROC s Groningen en Noord-Drenthe. Informatiegids voor Stagiairs

STAGEWERKBOEK. 1. Functies bij de praktijkopleiding

Stagebeleid Stagebeleid Gastouderbureau Gideon s Kids 1 Versie: februari 2018

Kinderverblijf Het Strand. Organisatie: 1e locatie Burgemeester Amersfoordtlaan DM Badhoevedorp

Stagewijzer. Stagiairs

Stageboek Derde jaar BOL Verpleegkunde

Protocol Stagiaires / BPV

Stagebeleid. Elite Gastouderbureau

Stagebeleid KINDERDAGVERBLIJF MENEER KOEKEPEER. Versie 1.0 januari 2016 door Mijke Hoofs

Beroepspraktijkvorming (BPV)

DE ZES-STAPPENMETHODE ZELF WERKEN AAN JE WERKPROCESSEN. Illustraties: Corien Bögels

maandag 11 mei inleveren! STAGE BOEK 2015 VAN.AFDELING...

METHODE ZELF WERKEN AAN JE BPV- OPDRACHTEN

Inhoud en competenties leer-werkboeken

BPV Stagebeleid Kinderopvang t Olefantje Nieuwegracht

Sociaal Agogisch Werk BOL BPV Hoe en Wat?

Beleid Inzet pedagogisch medewerkers en stagiaires in opleiding versie

Werkboek LINTSTAGE NAAM: KLAS:

Handboek TMO. Tussen de middagopvang voor overblijfkrachten. SKSG Kinderopvang

Heb je opmerkingen over deze BPV-wijzer of tips om de inhoud te verbeteren? Geef het door aan de BPV-coördinator van je opleiding.

Beroeps Praktijk Vormingsplan

Het BeroepsPraktijkVormings-plan (BPV)

Wanneer je goed voorbereid bent, zul je merken dat je tijdens het gesprek minder gespannen bent.

BPV Styling Design 1e jaars

Handboek maatschappelijke stage MAATSCHAPPELIJKE STAGES, BEST TE DOEN!

Informatiegids stagiaires

Voorwoord Bieden van zorg en ondersteuning op basis van een werkplanning

Versie 1.06 Datum Informatieboekje Gastouderbureau Beiler Sprookjesboom

employabilityscan Vul de employabilityscan in op Impuls Intranet Op de employabilityscan krijg je automatisch feedback.

Kinderopvang Dikkertje Dap. BPV Beleidsplan. Document: 3.12 Eigenaar: Gerrie Behet. Versie: Pagina 1 van 8

10/05/2012. Project evalueren studenten in het UZA. Hoe is dit gegroeid?? Wat is de achtergrond en het doel van evalueren

5. De wegwijzer (een stappenplan voor het uitvoeren van een opdracht/prestatie) Hulpmiddel bij het reflecteren : STARRT-methode 11

Voortraject stageplaats bij gastouder

Stichtse Vrije School Voortgezet onderwijs Socrateslaan GL Zeist Telefoon: mail:

Naam: Stageplek: Klas:

maandag 11 mei inleveren!

BPV Styling Design 3e jaars cohort

Werkgroep portfolio & coaching. portfolio handleiding

STAGEBOEK 2014 VAN AFDELING..

STAGEBOEK BEROEPSGERICHT D&P LEERJAAR 3 SAENREDAM COLLEGE

Het participeren in een voortgangsgesprek van een stagiaire

BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 5 Persoonlijke ontwikkeling Samenwerken

STAGEVERSLAG VMBO LEERLING INSTRUCTIE

STARTDOCUMENT STAGE JAAR 1 Basisdocument voor student, werk-/praktijkbegeleider en instellingsdocent

Stagebeleid Kindercentrumoverhoven 2012

BPV werkboek. Technicus elektrotechnische industriële installaties en systemen niveau 4 BBL Crebonummer: BPV-werkboek 25262/versie sept.

PROFIELWERKSTUK CHARLEMAGNE COLLEGE EIJKHAGEN HANDLEIDING / 4 VMBO-TL NAAM LEERLING:. NAAM BEGELEIDER:... BEOORDELING: VOLDOENDE / GOED

Zorg & Welzijn Opleiding Verzorgende IG Periode 3-1 integrale opdracht

Begeleide interne stage

STER opdracht huishoudkunde

De Beroepsgerichte Stage.

Praktijk oriëntatie. Maatschappelijke zorg. Niveau 3 + 4

Maatschappelijke Stage

Stageboek Ilex college

Maatschappelijke stage op het Trias 1. Verschil tussen maatschappelijke stage en beroepsoriënterende stage 2. Tips voor ouders 3

Domein ICT. Werkboek BPV. Applicatie- en Mediaontwikkelaar. Niveau 4 BOL Leerjaar 2 Crebo Cohort 2017

Praktijkinstructie Bedrijfsoriëntatie 1 (CAL01.1/CREBO:50240)

2. Hoe ga je aan de slag met beroepsprestaties + aanmeldformulier beoordeling beroepsprestatie aanmeldformulier beoordeling reflectieverslag

Algemene voorwaarden Kinderdagverblijven MIMIKO Kinderopvang

Beoordelingsformulieren BPV

Competentieprofiel werkbegeleider

Voorwoord Algemene informatie Begeleiding vanuit school en BPV instelling Stappenplan bij begeleiden stagiaire...

Competenties verbonden aan het ComPas

Stage op Praktijkschool Breda

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Gevorderd

Het maken van een casus is een onderdeel van beroepsprestatie 1.5 Zorgen voor veiligheid in onverwachte situaties

Stageboek Ilex college

Competentieprofiel Werkbegeleider

Pedagogisch werkplan. Kinderdagverblijven

STAGE LOGBOEK 3MAVO Naam: Klas:

Maatschappelijke Stage Boekje voor leerlingen en organisaties

Beoordelingsformulier beroepspraktijkvorming

Ondersteunen bij activiteiten

Als je in zorg of welzijn werkt, krijg je veel te maken met zorgvragers die ondersteunt moeten worden in hun persoonlijke verzorging/adl.

Beoordeling en evaluatie

BPV HANDLEIDING. Voor de opleidingen verpleegkunde, AG, VIG/MZ3. Scholen voor Zorg en Welzijn

BPV Voorbereiding. Leerjaar 1. (Herziene versie voor KD 2012)

Vrijwilligersbeleid Elite Gastouderbureau

LINT STAGEBOEK VAN ZORG EN WELZIJN

Kerntaak 1 Bieden van zorg en ondersteuning op basis van een werkplanning. STER opdracht huishoudkunde

4 HAVO, 4 VWO EN 5 VWO

BEROEPSPRAKTIJKVORMING IN. Informatiegids voor student, docent en bedrijf

Stagebedrijf: Klik hier als u tekst wilt invoeren. Leerroute: Klik hier als u tekst wilt invoeren. Naam: Klik hier als u tekst wilt invoeren.

Stagehandleiding. Faculteit der Sociale Wetenschappen

BPV-praktijkboek. Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent

Stagewijzer. Stagebegeleiders en leidinggevenden

Aan het einde van je stageperiode is het de bedoeling dat je het onderstaande eindverslag invult.

Transcriptie:

Kennismakingsprocedure BeroepsPraktijkVorming

Inhoudsopgave bijlage 2; Kennismakingsprocedure studenten; Titel Pagina Inhoudsopgave 1 Gegevens van de student en de instelling 2 Gegevens van de opleiding 3 1. Inleiding. 4 2. Wat neemt de student mee tijdens de introductie/kennismaking. 5 2.1 Doel van het kennismakingsgesprek. 5 3. Doel van de kennismakingsperiode. 5 3.1 Kennis maken met collegae. 5 3.2 Kennis maken met de kinderen. 5 3.3 Voorstellen aan de ouders. 6 3.4 Meelopen met de praktijkopleider/werkbegeleider. 6 4. Voorbeelden van introductieopdrachten. 6 Opdracht 2,3,4,5,6 7 Opdracht 7 7 5. Evaluatie van de kennismakingsperiode. 8 6. Gesprekken. 8 7. Afsprakenlijst BPV Sociaal Agogisch Werk niveau 3 en 4. 10 8. Waarden - en normenlijst BPV Sociaal- Agogisch Werk niveau 3 en 4. 12 8.1 Realisatie van de geplande doelen. 12 8.2 De student is zelf verantwoordelijk voor het eigen leerproces. 12 8.3 Het onderkennen van eisen en grenzen in eigen functioneren. 12 8.4 Het tijdig om hulp en begeleiding vragen. 13 8.5 Het leerelement uit gedane ervaringen halen. 13 8.6 De student dient zich te houden aan de gestelde eisen en doelen van de opleiding. 13 8.7 Het samenwerken met anderen. 13 8.8 Het tonen van professioneel gedrag naar de doelgroep, ouders/verzorgers, collegae. 13 8.9 Nauwkeurig werken. 14 8.10 Schriftelijke en mondelinge communicatie. 14 8.11 Het organiseren van eigen werk. 14 8.12 Het dragen van verantwoordelijkheid voor de aan de student toegewezen doelgroep. 14 8.13 Kledingcode. 14 8.14 De positie van de student. 15 8.15 Stagevergoeding. 15 8.16 Vluchtplan: brand/calamiteit. 15 1

Gegevens Naam van de student Adres Woonplaats Telefoonnummer Mobiel-nummer E-mailadres (Gilde) Geboortedatum Bank - of gironummer Naam van de instelling... Adres Postcode/Plaats Telefoonnummer Naam praktijkopleider E-mailadres praktijkopleider Telefoonnummer praktijkopleider Naam werkbegeleider E-mailadres werkbegeleider Telefoonnummer werkbegeleider........ 2

Naam opleiding Stageperiode Schooldag(en) Stagedagen Leerbegeleider Telefoonnummer leerbegeleider E-mailadres leerbegeleider.. van tot... 3

1. Inleiding. Kinderopvang heeft de toekomst! De opvang van jonge kinderen is belangrijk en er worden steeds meer en hogere eisen aan de kinderopvang gesteld. Wij werken mee aan het opleiden van goed gekwalificeerde en professionele pedagogisch medewerkers voor de kinderopvang. Voordat studenten aan de stageperiode beginnen, is het belangrijk dat ze algemene zaken weten. Met elkaar kennis maken kan een grote stap zijn naar vertrouwen in elkaar, dat vervolgens moet groeien. Van groot belang is het samenwerken, zodat de stageperiode prettig en soepel verloopt voor alle partijen en de student zich thuis en veilig voelt binnen de instelling. Daarnaast staat voorop dat de student, student kan en mag zijn en kansen en mogelijkheden krijgt aangeboden om te leren. De student is te allen tijde boventallig. 4

2. Wat neemt de student mee naar de introductie/ kennismaking. Een kopie van een geldig identiteitsbewijs, bijvoorbeeld een kopie van het paspoort Een kopie van de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) Gegevens van bank/giro i.v.m. de stagevergoeding (voor 2 de, 3 de en 4 de jaars BOLstudenten) Een kennismakingsbrief, profielschets, en/of cv, met daarin sterke en minder sterke punten en de leerpunten uit de vorige stage (mits van toepassing) 2.1 Doel van het kennismakingsgesprek. Tijdens de introductie/ het kennismakingsgesprek wordt aan de student uitgelegd, wat zij van de instelling kan verwachten en besproken wat de instelling van de student kan en mag verwachten. De profielschets is de basis van het kennismakingsgesprek. 3. Doel van de kennismakingsperiode. Wat verwacht de instelling van de student? Weten wie haar collegae zijn. Zicht krijgen op de instelling en haar positie binnen de instelling. Kennis maken met de kinderen en de ouders/verzorgers. De manier van werken en de regels, die gehanteerd worden, binnen de instelling, leren kennen. Eigen taken en werkzaamheden leren kennen. Weten wat er van verwacht wordt, als zijnde student pedagogisch medewerker of helpende zorg-welzijn. Eerste aanzet tot samenwerking. Welke leerstijl ervaart de student (eventueel leerstijlentest van Kolb afnemen tijdens de introductieperiode), mede ook om de begeleiding indien nodig, daarop aan te passen. Het streven is, om bovenstaand doel binnen 1 maand te bereiken, zodat de student kennis en vaardigheden kan gaan toepassen in het functioneren. De kinderen op deze manier ook de tijd te geven, om aan hun nieuwe pedagogisch medewerker te wennen. Zowel de student als de werkbegeleider ervaren in deze kennismakingsperiode, of de stageplek geschikt is. 3.1 Kennis maken met collegae. De student weet de namen van de medewerkers, waarmee zij gaat samenwerken. De student stelt zich voor aan collegae en andersom. De student houdt een (kennismakings-) gesprek met de praktijkopleider/werkbegeleider, waarin zij het een en ander over zichzelf vertelt en eventueel vragen stelt. De praktijkopleider/werkbegeleider leidt de student rond door de instelling. 5

3.2. Kennis maken met de kinderen. De student leert de namen, de persoonlijke aard en het karakter van de kinderen kennen. De student geeft de kinderen de kans aan haar te wennen, door samen met hen te spelen en hen goed te observeren. Door de instelling verder uit te breiden. 3.3 Voorstellen aan de ouders. Voor ouders is het van belang, dat ze weten aan wie ze hun kind toevertrouwen. Voor de student is het noodzakelijk, te ontdekken welk kind bij welke ouder(s) hoort. Ouders worden op de hoogte gebracht dat er een student in de groep is. De student stelt zich persoonlijk voor aan alle ouders, door hen een hand te geven en de naam te noemen. De voorstellingsbrief van de student wordt op het informatiebord van de groep gehangen. Door de instelling verder uit te breiden. 3.4 Meelopen met de praktijkopleider/werkbegeleider. De student ontvangt van de praktijkopleider/werkbegeleider de nodige informatie en kan met vragen terecht. Het waar, waarom, wat, hoe en wanneer van allerlei werkzaamheden wordt uitgelegd en voorgedaan. De student leert al doende de regels en afspraken, in overleg met de werkbegeleider en andere collegae. De student krijgt inzicht in de dagindeling en de werkmethode. De student helpt mee, daar waar dat kan en neemt daarin zelf initiatief. Door de instelling verder uit te breiden 4. Voorbeelden van introductieopdrachten. Door middel van het uitvoeren van onderstaande opdrachten krijgt de student zicht in de instelling, de visie en doelstelling. Het zijn praktische opdrachten die de student, tijdens het werken op de groep, kan uitvoeren. Ze helpen stapsgewijs kennis te maken met de kinderopvang, de groep, het pedagogisch beleid, de organisatiestructuur enz. 6

Opdracht 1 Opdracht met betrekking tot oudercontacten. De student stelt zich voor aan iedere ouder, door hen een hand te geven, de naam te noemen en te vermelden dat ze stage komt lopen. Kijk goed naar collegae als zij contact hebben met ouders tijdens de breng- en haalmomenten. Op welke wijze maken ze contact? Wat doet of zegt de medewerker richting ouders? Schrijft voor jezelf 3 punten op, hoe je contact kunt leggen met ouders. Wat zou je kunnen zeggen/vragen en hoe doe je dat? Opdracht 2 Opdracht met betrekking tot veiligheid. Wie is de BHV-coördinator en wie is/zijn BHV-er(s) binnen de instelling? Ga op zoek naar brandblussers en schrijf op waar ze hangen. Vraag iemand van de groepsleiding of de Bedrijfshulpverlener( BHVer), hoe de brandblusser werkt en noteer dat. Vraag naar het brandplan. Schrijf de 6 belangrijkste stappen op die je moet uitvoeren bij brand. Ga op zoek naar de EHBO-kist en kijk wat er in zit. Opdracht 3 Opdracht met betrekking tot de instelling. Ga zelf op zoek naar de knutselmaterialen. Kijk en noteer welke spullen aanwezig zijn. Ga op zoek naar de voorraad levensmiddelen. Kijk en noteer wat allemaal aanwezig is. Vraag na wie de boodschappen bestelt, wanneer en hoe dat gebeurt. Ga na waar de dichtstbijzijnde winkel is, om eventueel boodschappen te doen. Vraag na bij welke huisartsenpraktijk de instelling aangesloten is, in geval van nood. Vraag na waar het buitenspeelgoed staat en welke afspraken over het gebruik van buitenspeelgoed zijn gemaakt. Vraag na waar linnengoed ligt en hoe vaak beddengoed, handdoeken en theedoeken enz. worden verschoond. Laat je uitleggen hoe de wasmachine werkt en hoe de taakverdeling hierin is. Opdracht 4 Opdracht met betrekking tot de organisatiestructuur Vraag aan enkele pedagogisch medewerkers wat hun taken zijn. Kijk in de cao wat de taakomschrijving is van een pedagogisch medewerker. Noteer de samenstelling van het team. Welke functies en disciplines zijn er binnen de instelling nog meer aanwezig, vraag naar het organogram van de instelling. 7

Opdracht 5 Opdracht met betrekking tot het pedagogisch beleid van de instelling Vraag de praktijkopleider of werkbegeleider naar het pedagogisch beleid van de instelling en neem dit door. Beantwoord aan de hand van het pedagogisch beleid de volgende vragen. Wat is de doelstelling en de visie van de instelling? Waar kun je protocollen vinden? Noteer hoe er wordt omgegaan met een ziek kind in het kinderdagverblijf en met medicijngebruik. Noteer hoe er wordt omgegaan met corrigeren en belonen. Opdracht 6: Opdracht met betrekking tot een stappenplan. Loop/ kijk met de praktijkopleider/werkbegeleider mee als ze; een fles gaat klaarmaken een kind de fles gaat geven een kind gaat verschonen een kind begeleidt naar het toilet een kind naar bed gaat brengen fruit gaat schillen en de tafel klaarmaakt voor het eetmoment. een activiteit aanbiedt aan de kinderen. Kijk goed wat de pedagogisch medewerker doet en hoe ze zichzelf en de kinderen voorbereidt. Beschrijf van één van de onderwerpen de uit te voeren stappen. Opdracht 7 Opdracht met betrekking tot de Leerstijlentest. Bij aanvang van de beroepspraktijkvorming ( BPV ) wordt er gestart met een leerstijlentest. Aan de hand van deze test, krijgt de praktijkopleider/ werkbegeleider, inzicht in de manier van leren van de student. In deze opdracht is het de bedoeling dat de student de leerstijlentest digitaal uitvoert, het resultaat uitprint en meeneemt voor de praktijkopleider/werkbegeleider. www.thesis.nl Klik de dia Belbin en Kolb aan. De leerstijlentest naar Kolb. Klik in het rechtervenster van testen, Kolb test aan. Lees de uitleg van de leerstijlentest van Kolb en print de test uit. De introductieopdrachten worden in de eerste 2 weken uitgevoerd. De praktijkopleider/werkbegeleider geeft in overleg aan, op welke momenten de student de opdrachten kan uitvoeren. 8

5. Evaluatie van de kennismakingsperiode. Om na te gaan of het doel van de introductie/kennismakingsperiode bereikt is, zal er aan het einde van de introductie/kennismakingsperiode, een evaluatiegesprek plaatsvinden. In dit gesprek zal voor de praktijkopleider/werkbegeleider en de student, a.h.v. functioneren en het uitvoeren van de opdrachten, duidelijk moeten zijn of het doel van de introductie/kennismaking is behaald. 6. Gesprekken. Gedurende de BPV periode vinden er met regelmaat gesprekken plaats. Zie onderstaand overzicht van de verschillende gesprekken. Minimaal 1 keer in de 2 weken ( bij de 2 de, 3 de en 4 de jaars) vindt er een begeleidingsgesprek plaats tussen werkbegeleider en student. Bij de 1 ste jaars is dat minimaal 1 keer in de 3 weken. Aan de hand van een door de student gemaakte agenda, worden vragen gesteld, ervaringen en informatie uitgewisseld, beroepsprestaties en onduidelijkheden besproken. De student is zelf verantwoordelijk voor het op tijd inleveren van de agenda en het aanvragen van het begeleidingsgesprek. Soort gesprek Kennismakingsgesprek. Oriëntatiegesprek/bijeenkomst. Begeleidingsgesprek. Beoordelingsgesprek. Wanneer Doel Aanpak Rol Wie Voordat de student begint. Eerste week dat de student aanwezig is, of vóór aanvang van de BPV. 1 x Per 14 dagen. 2 Weken na het afsluiten van de beroepsprestaties. Introduceren van de student bij de instelling. Onderzoeken wat de beginsituatie is van de student. Ondersteunen van de student bij het leerproces en uitvoeren van beroepsprestaties Bepalen van het wel of niet behalen van een kernactiviteit of beroepsprestaties Wegwijs maken, informatie verstrekken en vragen beantwoorden. Gerichte vragen stellen. Stimuleren, doorvragen, uitleggen en informatie geven aan de student. Doorvragen naar, toelichten van de te behalen criteria. Informerend en steunend. Peilend en leidend. Ondersteunend, controlerend, coachend, reflecterend, feedback verstrekkend. Beoordelend, reflecterend, coachend, feedback verstrekkend. Praktijkopleider en/of werkbegeleider. Praktijkopleider. Praktijkopleider en/of werkbegeleider. Praktijkopleider en/of werkbegeleider. 9

Tussenevaluatie Eindgesprek. 1 of 2 keer per BPV periode. 1 keer op het einde van de BPV periode. Bespreken van vorderingen van de student. Beoordelend. Welke BP s de student heeft afgerond, alles ondertekenen, (scorelijsten, bewijsstukken, reflectieverslagen en urenlijst). Leerpunten meegeven. Onderzoeken en doorvragend. Voeren van een gesprek n.a.v. evaluatieformulieren. Toetsend, leidend. Toetsend, leidend en beoordelend. Praktijkopleider en/of werkbegeleider en leerbegeleider van de opleiding. Praktijkopleider en/of werkbegeleider en leerbegeleider van de opleiding. 7. Afsprakenlijst BPV Sociaal Agogisch Werk niveau 3 en 4. BPV-coördinator - heeft met de student de begeleidingsgesprekken. /praktijkopleider - heeft contact met de traject- of leerbegeleider van de opleiding. - heeft contact met de werkbegeleiders van de groepen, coacht en stuurt hen. - regelt de erkenningen met de consulent van Calibris. Werkbegeleider - Is het vaste aanspreekpunt van de student in de groep en met school. - Evalueert het functioneren van de student minimaal één keer in de 2 weken evt. d.m.v. een begeleidingsgesprek. Werktijden - De werktijden worden in onderling overleg afgesproken. Ziek - De student meldt zich zelf ziek bij de werkbegeleider en op school. - Is de werkbegeleider er niet, dan meldt de student zich af bij een andere collega van de eigen groep. - Ziekmelden gebeurt een half uur vóór aanvang van de werktijd. - Indien nodig neemt de werkbegeleider of praktijkopleider contact op met de student i.v.m. afspraken/opdrachten. - Het is niet toegestaan dat de student zich ziek meldt d.m.v. een sms-bericht. 10

Roken - Volgens afspraak van de instelling. Positie van de student - De student wordt te allen tijde boventallig ingezet. Verzekering - De student is gedurende de stageperiode WA- verzekerd via de BPV-instelling. Werkbespreking/ - Aanwezigheid wordt aangemoedigd en in overleg gepland. locatieoverleg Vrije dagen - Het opnemen van vrije dagen, gebeurt pas na overleg met de leerbegeleider. De student zal op de stageplaats d.m.v. een ondertekend briefje van de leerbegeleider, aantonen dat ze vrij kan nemen. - Het aantal vrije dagen van de opleiding wordt in principe overgenomen. Er wordt geprobeerd rekening te houden met de wensen van de student. - Het kan echter zijn dat in de vakantie, van de student wordt verwacht, één of enkele dagenaanwezig te zijn, o.a. om te laten ervaren hoe het is om in vakanties te werken en/of om bij een eventueel tekort aan stage-uren, deze in te halen. - Vrije dagen worden verspreid en in onderling overleg met de praktijkopleider/werkbegeleider opgenomen. Thema-avond - Wanneer de student betrokken is bij een themaavond, ouderavond of feest van de instelling tijdens de BPV- periode, wordt het op prijs gesteld en aangeraden daaraan deel te nemen. - De gemaakte uren worden geteld als zijnde stage-uren. Privacy kinderen/ - In verslagen mogen niet de volledige namen van kinderen/ ouders en collegae ouders en collegae worden genoemd. - Gebruik van media bijv. Foto s maken, volgens de regels van de instelling (zie privacy-protocol van de instelling). Lunchen - Volgens de regels van de instelling. Pauzetijden - Volgens de regels van de instelling. De pauze wordt niet meegeteld als zijnde stage uren. Toedienen medicijnen - De student mag geen medicijnen toedienen. Voorstellen - Bij aanvang van de stage, maakt de student een schriftelijke presentatie, met daarin enkele gegevens en een foto van zichzelf. Deze presentatie komt bv. bij/op de deur van de groep te hangen. 11

BPV-overleg - Minimaal één keer per 2 weken heeft de student een begeleidingsgesprek met de werkbegeleider. Daarnaast wordt er naar gestreefd, dagelijks een kort gesprek te voeren met de werkbegeleider. Tip: laat de student een notitieschrift meebrengen, dat wordt gebruikt om bijzonderheden, leerpunten, complimenten en afspraken in te noteren. Telefoon/tassen - De telefoon zit in de tas/of locker en mag gebruikt worden tijdens de pauze ( niet in de groep). Ook de tas wordt niet mee genomen in de groep. Gebruik van mobiele telefoon bij calamiteit in overleg met de praktijkopleider/ werkbegeleider. Er mogen geen foto s/films gemaakt worden met de mobiele telefoon. Zie de regels van de instelling. Beoordeling - De beoordelings-scorelijsten van de beroepsprestaties, (BP s) worden door de praktijkopleider en/of werkbegeleider ingevuld. Deze beoordelingslijsten worden besproken en ondertekend door de praktijkopleider en/of werkbegeleider, student en leerbegeleider tijdens het beoordelingsgesprek. Oppassen/babysitten - Afspraak volgens de regels van de instelling Social Media - Afspraak volgens de regels van de instelling. Hyves/Facebook Traktatie - Afspraak volgens de regels van de instelling Waardering stage - Aan het einde van de stageperiode, wordt de student gevraagd, een waarderingsformulier in te vullen, betreffende de stageplaats. 8. Waarden en normenlijst BPV Sociaal- Agogisch Werk niveau 3 en 4. Hoe gaat de student om met; 8.1 Realisatie van de geplande doelen. Nakomen van gemaakte afspraken in het kennismakingsgesprek en de begeleidingsgesprekken betreffende: Algemene leerdoelen. Persoonlijke leerdoelen. Afdelings-groepsleerdoelen. Rekening houden met randvoorwaarden, worden de afspraken wel of niet nagekomen. 12

8.2 De student is zelf verantwoordelijk voor het eigen leerproces. Het nemen van initiatief in het eigen leerproces. Alert zijn op voorkomende leermomenten. Kritische en gerichte vragen stellen. Met regelmaat leerdoelen, werkprocessen en beroepsprestaties voorleggen. Gemaakte afspraken nakomen. Rapportageformulieren laten invullen door praktijkopleider/werkbegeleider. Beroepsprestaties en leerdoelen bespreken. Vragen, problemen en ervaringen bespreken. Het eigen werk organiseren/plannen. 8.3 Het onderkennen van eisen en grenzen in eigen functioneren. Verantwoordelijk handelen, nadenken voordat men handelt. De ernst inschatten van de gevolgen en de eventuele complicaties van de uitgevoerde handelingen; de student zal eerst overleg dienen te plegen, als ze niet zeker is over het handelen. Tijdig aangeven wanneer eigen grenzen zijn bereikt, ook als dit niet de grenzen zijn van de instelling en opleiding. 8.4 Het tijdig om hulp en begeleiding vragen. De deskundigheid en professionaliteit van collega s inroepen; de student hoeft het niet alleen te doen; samenwerken met en voor elkaar. Sterke en minder sterkte kanten van zichzelf kunnen aangeven in relatie tot haar functioneren. 8.5 Het leerelement uit gedane ervaringen halen. Geleerde vaardigheden ook daadwerkelijk toepassen. Relevante leermomenten kunnen aangeven. Vragen of men het geleerde in de praktijk mag uitvoeren (onder begeleiding). Inzicht hebben in de vorderingen van het leerproces en deze kunnen hanteren op wisselende momenten en in andere omstandigheden en werkprocessen. Theorie en praktijk integreren; het één kan niet zonder het ander. Om kunnen gaan met positieve en negatieve feedback. 8.6 De student dient zich te houden aan de gestelde eisen en doelen van de opleiding. Zich houden aan de voorschriften en regels met betrekking tot de opleiding. Consequenties van het student zijn, bespreken en hanteren. Alleen het e-mailadres van de opleiding gebruiken op de BPV- instelling en op school. Voor verslagen of notities, de formulieren van de opleiding gebruiken. 13

8.7 Het samenwerken met anderen. Een samenwerkingsrelatie aan kunnen gaan met collega s en ouders. Zich houden aan onderlinge afspraken. Vragen om hulp en begeleiding. Kunnen functioneren binnen een teamverband. Betrokkenheid, enthousiasme en interesse tonen in het vak en voor collegae en ouders. Flexibiliteit tonen. Overleg plegen met collega s en ouders. Zich mede verantwoordelijk voelen voor de gang van zaken op de groep. Binnen de kinderopvang rekening houden met het beleid van de instelling. Een mening en het functioneren ter discussie kunnen stellen. Participeren in een werkoverleg. 8.8 Het tonen van professioneel gedrag naar de doelgroep, ouders/verzorgers, collegae. Respect tonen en rekening houden met de specifieke behoeften en verlangens van de doelgroep. Rekening houden met wensen van de ouders/verzorgers en de kinderen. Rekening houden met het recht op privacy van de doelgroep, ouders/verzorgers. Het zorgvuldig hanteren van het beroepsgeheim. Zorgvuldig omgaan met informatie die door derden is toevertrouwd. Informatie inwinnen over nieuwe ontwikkelingen en veranderde omstandigheden. 8.9 Nauwkeurig werken. Volgens het beleid/de regels/protocollen/afspraken van de instelling. Zorgvuldig en efficiënt omgaan met artikelen, instrumenten en apparatuur van de instelling. 8.10 Schriftelijke en mondelinge communicatie. Mondelinge gesprekken en schriftelijke verslagen in correct Nederlands, zowel qua stijl, spelling als zinsconstructies. Leesbaar en overzichtelijk. Gebruik maken van de juiste, door de opleiding geïntroduceerde formulieren voor verslaglegging. Eenduidig en duidelijk taalgebruik. Respectvol en betrouwbaar. Individueel en in groepsverband. 8.11 Het organiseren van eigen werk. Prioriteiten kunnen stellen: hoofd- en bijzaken van elkaar kunnen onderscheiden. Werktempo aan kunnen passen aan de situatie. Beslissingen kunnen en durven nemen voor de student zelf en op eigen niveau. Aan de juiste persoon zaken delegeren. Eigen grenzen aangeven; assertiviteit. Zorgen voor een correcte en juiste planning en zich daar ook aan houden. Verantwoordelijkheid nemen voor de planning. 14

8.12 Het dragen van verantwoordelijkheid voor de aan de student toegewezen doelgroep. 1 ste en 2 de jaars niveau 3-4: onder begeleiding in laagcomplexe situaties. 1 ste jaars; werkervaring opdoen en ervaren of dit de doelgroep is waar de student mee wilt gaan werken: geen beoordeling. 2 de jaars; keuze is al gemaakt voor de doelgroep en aan het functioneren zit ook een beoordeling vast. De student begint dit jaar met het uitvoeren van beroepsprestaties, als ze van de opleiding een Go heeft ontvangen. 3 de jaars niveau 3: zelfstandig in laagcomplexe situaties en onder begeleiding in complexe situaties. 4 de jaars niveau 4: zelfstandig in laag- en complexe situaties; groeps-overstijgende taken. dit alles rekening houdend, met de al dan niet behaalde leerdoelen en beroepsprestaties. 8.13 Kledingcode. Er wordt belang gehecht aan uitstraling en representativiteit richting onze klanten, tevens in het kader van veiligheid en hygiëne. Er wordt geen aanstootgevende kleding gedragen; te korte rok, te bloot, geen badkleding. De kleding dient fris en schoon te zijn (eventueel wordt er reservekleding meegenomen). Er wordt geen draagt geen zichtbare onderkleding gedragen. Geen diepe decolleté en te lage broeken. Geen lange en liefst ook geen gelakte nagels. Lange haren liefst vast. Geen te lange, te grote en overdadige juwelen. Piercing en tatoeages zijn toegestaan; echter zoveel mogelijk bedekt; volgens regels van de instelling. Draag zorg voor een compleet verzorgd uiterlijk. Ben voorzichtig met ringen, tijdens het verschonen van kinderen, zowel wat veiligheid als hygiëne betreft. Door de instelling verder uit te breiden. 8.14 De positie van de student. De student wordt boventallig ingezet. Van de student verwachten we, dat ze zich opstelt als een beroepsbeoefenaar in opleiding. Gedurende het leerproces zal de student, afhankelijk van haar capaciteiten, competenties en ervaringen, een verruiming van verantwoordelijkheden toegewezen krijgen: van begeleid, naar geleid, naar zelfstandig. 8.15 Stagevergoeding. De BOL-(beroeps-opleidende-leerweg)student, ontvangt maximaal een vergoeding van 40 euro per week als ze 4 dagen in de week stage loopt. Deze vergoeding geldt voor de 2 de, 3 de en 4 de jaars studenten. De student Helpende Zorg Welzijn ontvangt geen stagevergoeding. 15

8.16 Vluchtplan: brand/calamiteit. De student stelt zich de 1st week van de stage, op de hoogte van het calamiteitenplan van de betreffende locatie en wat haar taak daarin is. Zie introductieopdracht 2. 16