Begeleiding van de masterproef



Vergelijkbare documenten
Taal- en Regiostudies. Regeling van de Masterproef. 1 Opzet

Masterproef en stage kunnen worden geïntegreerd, maar de masterproef moet meer zijn dan een loutere beschrijving van de stagewerkzaamheden.

Competentie-invullingsmatrix

PROFIELWERKSTUKBOEKJE

Toetsplan Masteropleiding Midden-Oosten Studies

Opm: Bij een onvoldoende beoordeling is het invullen van het veld opmerkingen door de begeleider verplicht.

BEOORDELINGSFORMULIER

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started

Faculteit der Geesteswetenschappen Cluster Filosofie. Bachelor scriptiereglement voor de opleiding: Wijsbegeerte

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3

Beoordelingsmodel scriptie De beoordelaars gaan niet over tot een eindbeoordeling indien een van de categorieën een onvoldoende is.

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Faculteit Educatie Instituut voor Leraar en School

Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk. april 2012

Reglement Masterproef Faculteit Sociale Wetenschappen

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Faculteit Educatie Instituut voor Leraar en School

Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel

Voorblad Bachelor Thesis Eerste beoordelaar: 6 Tweede beoordelaar: 8

Studiehandleiding Ba-scriptie Kunsten, Cultuur en Media

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap

FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN

Plek onderzoeksvraag. Aanleiding handelingsprobleem/verlegenheidssituatie. Literatuur. Onderzoeksvraag. Onderzoeksopzet

Competenties Luuk van Paridon. Analyseren

Getting Started. Competentie gericht opleiden in de BIG opleidingen

Handleiding profielwerkstuk HAVO examen 2016

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap

Intervisie Wat is het? Wanneer kun je het gebruiken?

6 7 NORM= het niveau waarop het vak volgens de doelstelling van het onderwijsprogramma wordt afgesloten 8 9 Excellent

STAGES IN ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE: FEEDBACKINSTRUMENT

Vademecum bachelorwerkstuk Nederlandse taal en cultuur

Non satis scire WP 4 Pilot opzet peer feedback. Aanleiding

Handleiding profielwerkstuk 5-VWO (examen 2016)

Profielwerkstukplus HAVO

SUCCESVOL LEREN. Tips voor studenten.

Beoordelingsformulier Proeve van Bekwaamheid 2 (Rol Ontwerper) 3.12

Faculteit Geesteswetenschappen BASISGEGEVENS STAGE. onvoldoende voldoende. goed. goed. Eindoordeel (cijfer): Toelichting: ONDERTEKENING STAGEDOCENT

Examinering NEVI PLP leergang 2013/2014 (onder voorbehoud van wijzigingen)

Scriptiereglement Faculteit Rechtsgeleerdheid

Reglement bachelorwerkstuk

Beoordelingscriteria scriptie Nemas HRM

Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo. Geldig vanaf 1 augustus Crebonr.

Opleidingsspecifieke deel OER, Opleiding / programma: BA Liberal Arts and Sciences

Opleiding / programma: BA Liberal Arts and Sciences. Artikel Tekst 2.3 Colloquium doctum

Format beoordelingsformulier FEM voor geschreven afstudeerwerk: de afstudeeropdracht Toelichting over het gebruik van het formulier:

Academiejaar Masterproef Pedagogische Wetenschappen en Sociaal Werk

Rubrics onderzoeksopzet

Informatiebrochure. Profielwerkstuk HAVO Colegio Arubano

PWS - Fase 1 - Plan van aanpak Behaald 0 van de 25 punten

Ba-scriptiebrochure Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur

Voorlichting 4-HAVO. Profielwerkstuk. 7 april 2016

Regels voor het schrijven, begeleiden en beoordelen van MAscripties

Masterexamen Nederlands

Eindverslag Academische Opleidingsschool Sophianum, juni 2011

Competentie-invullingsmatrix

Het profielwerkstuk. 2. Eisen en voorwaarden Het profielwerkstuk moet aan een aantal eisen en voorwaarden voldoen:

Afdeling VAVO. Praktische opdracht HAVO/VWO. Handleiding

RICHTLIJNEN VOORBEREIDING MASTERPROEF MASTER GEOGRAFIE & MASTER GEOMATICA EN LANDMEETKUNDE

DE ENERGIEKOFFER EN ONDERZOEKSVRAGEN VERZINNEN

AP- Koninklijk Conservatorium Antwerpen Vademecum Onderzoeksproject

Scriptiereglement Faculteit Rechtsgeleerdheid

Paper beschrijft het probleem (de wens) en motiveert de keuze hiervoor, zij het enigszins schetsmatig.

Voorbereiding hbo kunstonderwijs

Deel ; Conclusie. Handleiding scripties

Wat is een sectorwerkstuk?

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die

Breidt netwerk min of meer bij toeval uit. Verneemt bij bedrijven wensen voor nieuwe

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W

Beoordelingscriteria scriptie Nemas HRM

Bachelorproject (15 EC), BSK. Docent: MSc, Drs. C. Nagtegaal

Project wiskunde: iteratie en fractalen. Naam:

Opleiding Master in de Fysica en Sterrenkunde. Procedure voor de evaluatie van de masterproef

Format voor het plan van aanpak voor het aanvragen van een ster

Handleiding bij het opstellen van een Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP)

Hoe kan de school in het algemeen werk maken van het nieuwe concept (stam + contexten)?

SECTORWERKSTUK

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels:

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

2 e Fontys Onderzoekscongres Onderzoek & Onderwijs :

Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo. Code K0125

Handleiding Scriptie Blok 1/3 Master Film- en Televisiewetenschap Universiteit Utrecht

Juridische kennis en professionele vaardigheden

Formuleren van de onderwijsdoelen van de bacheloropleidingen aan de UA

Handleiding stage, September Handleiding stage

Toetsbekwaamheid BKE november 2016

Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo. Geldig vanaf 1 augustus 2013.

Mondeling versus schriftelijk examen

De DOELSTELLING van de kunstbv-opdrachten & De BEOORDELING:

Porfolio. Politie Vormingscentrum

Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek.

Masterproef Inhoud en Evaluatie

Transcriptie:

Begeleiding van de masterproef Omschrijving De masterproef is het werkstuk waarmee een masteropleiding wordt afgerond. Het weerspiegelt de algemeen kritisch-reflecterende ingesteldheid of de onderzoeksingesteldheid van de student. Waarover gaat het? De masterproef is het werkstuk waarmee een masteropleiding wordt afgerond. Daardoor geeft een student blijk van een analytisch en synthetisch vermogen of van een zelfstandig probleemoplossend vermogen op academisch niveau. Het weerspiegelt de algemeen kritisch-reflecterende ingesteldheid en de onderzoeksingesteldheid van de student. In Vlaanderen bedraagt de studieomvang van een masterproef ten minste één vijfde van het totaal aantal studiepunten van het opleidingsprogramma, met een minimum van 15 studiepunten en een maximum van 30 studiepunten. Een masterproef bestaat in verschillende varianten naargelang de omvang en de aard van het afgeleverde product. Ze kan een omvattend geheel vormen, maar ook bestaan uit kleinere onderdelen die elkaar complementeren. Zo kan de masterproef in opleidingen waar zowel professioneel gerichte activiteiten als wetenschappelijk onderzoek belangrijk zijn, op beide aspecten afzonderlijk ingaan. Een student diept dan bijvoorbeeld een aantal problemen uit in een stagecontext en voert vervolgens op basis van zijn bevindingen in een laboratorium verder wetenschappelijk onderzoek uit. De rapportering neemt de vorm aan van een stageverslag dat op basis van theoretische bevindingen en wetenschappelijk onderzoek verder wordt uitgewerkt. Ook kunnen verschillende producten worden afgeleverd als masterproef. Zo kunnen studenten als masterproef een bepaald product ontwerpen, zoals een instrument, een lessenreeks geven, bepaalde lesmodules ontwerpen, een technologisch product realiseren, een ontwerp maken, een volledig klinisch onderzoek verrichten, een tentoonstelling opstellen, een cd-rom maken, Dit kan gelden als een masterproef met dien verstande dat daarnaast wordt voorzien in een schriftelijke rapportering waarbij aandacht wordt besteed aan de theoretische onderbouwing en kritische reflectie op hetgeen is uitgevoerd. Ook moeten de producten altijd worden gesitueerd in een wetenschappelijke vraagstelling. Deze moet voldoen aan de minimumeisen die worden vooropgesteld voor een masterproef (zie Waaruit bestaat het?). Het geven van een lessenreeks maakt dan bijvoorbeeld deel uit van een actieonderzoek waarbij als wetenschappelijke vraagstelling het effect van verschillende werkvormen wordt onderzocht. Het ontwikkelen van een cd-rom kan als masterproef gelden als bijvoorbeeld wordt vertrokken van een vraag naar het effect van het presenteren van verschillende vormen van informatie. Daarnaast kan natuurlijk ook een cd-rom worden ontwikkeld als alternatieve vorm van rapportering. Waaruit bestaat het? Aan de masterproef kunnen verschillende invullingen worden gegeven. Belangrijk is wel dat de invulling van de masterproef in overeenstemming is met de eindtermen en doelen die men met de masteropleiding beoogt. Deze eindtermen en doelen moeten op hun beurt aansluiten op de doelen van de initiële en postinitiële masteropleidingen.

Aan de K.U.Leuven worden voor de masterproef volgende criteria vooropgesteld: Doelen - De student kan een onderzoeksvraag formuleren volgens wetenschappelijke en academische standaarden. - De student kan een onderzoeksopzet uitwerken. - De student is in staat om informatie te verzamelen en relevante informatie te selecteren. - De student is in staat om de relevante informatie te synthetiseren en presenteren. - De student is in staat om op een zelfstandige wijze betekenis toe te kennen aan de verzamelde informatie. - De student geeft blijk van kritische reflectie over de verzamelde informatie, het uitgevoerde onderzoek, de resultaten van het onderzoek. Eisen voor de masterproef - De masterproef vertrekt vanuit de formulering van een onderzoeksvraag. - In de masterproef volgt de student de logisch opeenvolgende onderzoeksstappen. Dit vindt zijn schriftelijke neerslag in een methodologisch gedeelte. - De masterproef bevat verwijzingen naar relevante informatie (bibliografie). - De informatie is op een overzichtelijke wijze samengebracht. - Uit de rapportering blijkt dat de student de informatie heeft geïnterpreteerd in functie van wat relevant is voor de vraagstelling. - Verschillende standpunten worden tegenover elkaar geplaatst en het beargumenteerde standpunt van de student komt tot uiting. - Er worden kritische bedenkingen geformuleerd bij de resultaten, het uitgevoerde onderzoek. - De student kan helder rapporteren. - Zowel mondeling als schriftelijk gebeurt de rapportering volgens academische (wetenschappelijke) standaarden. Het werken aan een masterproef en de daaraan gekoppelde begeleiding verloopt in verschillende fasen: - startfase: het onderwerp wordt gekozen en afspraken gemaakt over de werkwijze en begeleiding; - ontwerpfase: formuleren van de probleemstelling en onderzoeksvragen, plan opstellen voor verzamelen en verwerken van gegevens, opstellen van tijdsplanning; - werkfase: verzamelen van empirische gegevens, verwerken van gegevens m.i.v. interpretatie, conclusies en relateren aan theorie, en - presentatiefase: vervaardigen eindproduct (tekst schrijven en eventueel presentatie voorbereiden en houden). Vervolgens wordt een beoordeling gegeven aan de masterproef. In de praktijk verloopt het werken aan een masterproef meestal niet zo systematisch en logisch zoals hier wordt gepresenteerd. Wel komt elk van de stappen aan bod. Waarvoor en hoe kan je het gebruiken? Een masterproef draagt bij tot de realisering van de doelen van een masteropleiding. In het geval van de K.U.Leuven zijn die geënt op Begeleide zelfstudie: - Studenten kunnen onderzoeksbevindingen binnen hun domein op hun waarde voor het domein inschatten. - Studenten hebben inzicht in de onderzoeksprocessen die aan deze bevindingen ten grondslag liggen, ze kunnen de bevindingen relateren aan elkaar en aan de precieze context waarin ze werden verworven, ze hebben zicht op de relatieve waarde van de bevindingen. - Studenten zijn op een dusdanige wijze ingeleid in een wetenschappelijke discipline dat ze er zowel weet van hebben als afstand kunnen nemen.

- Studenten zijn in staat om zelfstandig betekenis toe te kennen aan nieuwe informatie. Zij hebben zich geoefend in betekenisvolle en zelfstandige kennisconstructie. - Studenten zijn in staat om een eigen bijdrage te leveren tot het kennisontwikkelingsproces. - Studenten kunnen bij het afstuderen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen. Zij zijn in staat om op basis van hun kritisch inzicht in onderliggende processen tot een onderbouwd oordeel te komen en om beredeneerde maatschappelijke standpunten in te nemen. Begeleiding Qua begeleiding wordt van de begeleiders het volgende verwacht: Startfase Kiezen van een onderwerp - De keuze van een onderwerp kan gebeuren aan de hand van een lijst van onderwerpen, maar in sommige opleidingen staat men ook open voor onderwerpen die door de studenten zelf worden voorgesteld. - De begeleiding start best met een kennismakingsgesprek. In dergelijk gesprek wordt gepeild naar de interesses van de student, de motivatie voor de keuze van het onderwerp. Dit kan door in kaart te brengen wat de student wil bereiken met de masterproef. Vragen zoals Waarom kies je dit onderwerp?, Wat wil je bereiken? kunnen hierbij helpen. Door dit expliciet aan de orde te stellen, vermijdt men dat studenten in een latere fase teleurgesteld raken omdat de begeleider bijvoorbeeld sterk aanstuurt op het uitvoeren van een meer theoretisch georiënteerd onderzoek, terwijl de student vooral ambities had om tot praktijkrelevante oplossingen te komen van het gestelde probleem. - De studenten moeten voorbereid zijn op wat het maken van een masterproef van hen vereist, zowel inhoudelijk als methodologisch. De specifieke begintermen (zie steekkaart Begintermen ) voor de masterproef moeten bij aanvang worden geëxpliciteerd door de docent. Indien bepaalde tekorten optreden, kan de begeleider eventueel suggesties aanreiken om deze weg te werken. - Mogelijke stappen in het kennismakingsgesprek kunnen de volgende zijn: vragen over interesses student, vraag naar welke opleidingsonderdelen interessant waren, naar toekomstperspectieven, ambities; vragen waarom de student het onderwerp heeft gekozen; informatie over onderwerp en het te verrichten onderzoekswerk; informatie over hoe de docent begeleiding ziet en wat verwacht wordt van de student; vragen of de aard van het onderwerp past bij de interesses, en eventueel adviseren om eerst nog eens na te denken over de keuze van het onderwerp en later hierover verder te praten Afspraken maken - Wanneer de keuze van de student vastligt, maken de begeleider en de student concrete afspraken. Elementen die daarbij aandacht verdienen, zijn: de verwachtingen ten aanzien van de inbreng van de begeleider en van de student, en de structurering en timing van de werkzaamheden. - Het maken van afspraken kan beginnen tijdens het kennismakingsgesprek in de vorm van een gedachtewisseling over ideeën die student en docent hebben over de taak, het onderwerp en wat verwacht wordt van beiden. Eventueel worden de afspraken op papier gezet. Ontwerpfase Formuleren van probleemstelling en onderzoeksvragen - In sommige gevallen zijn de probleemstelling en onderzoeksvragen nog heel vaag of moeten ze nog worden geformuleerd. Dit is voor studenten niet altijd gemakkelijk. Daarom is het belangrijk om creatief gedrag bij studenten te stimuleren en hun ideeën op een kritische, maar constructieve wijze bij te sturen. De begeleider kan hiervoor volgende strategieën hanteren:

aangeven wat je aantrekt in de ideeën van de student; de opmerkingen van de student in eigen woorden herhalen; de student stimuleren om dieper na te denken; duidelijk bedenktijd nemen voor je antwoordt zodat de student ziet dat je zijn voorstellen en opmerkingen serieus overweegt, en voorbeelden geven, andere structuren aanreiken. - Soms zijn de probleemstelling en onderzoeksvragen al verder uitgewerkt. In dit geval is het ook nodig dat de student zich hierin verder verdiept. Dit kan door de student te vragen de probleemstelling en onderzoeksvragen verder uit te werken en te verantwoorden. Literatuur zoeken Aan de student wordt gevraagd een zoekplan op te maken en ter bespreking voor te leggen. Een zoekplan bestaat uit: - zoektermen; - te raadplegen informatiebronnen; - zoekmethoden, en - tijdsplanning. Op basis hiervan kan de student een leesplan met tijdsplanning opmaken. Onderzoeksopzet De studenten werken hun onderzoeksopzet op papier uit en bespreken dit met de begeleider. Aandachtspunten hierbij zijn de argumentaties voor de gekozen methodologische aanpak, het opstellen van een realistische tijdsplanning, Werkfase Tijdens deze fase verzamelt en verwerkt de student de gegevens. De resultaten worden vastgelegd in voorlopige tussenproducten die worden besproken tijdens voortgangsgesprekken. Dergelijke gesprekken bestaan uit drie onderdelen: - inventarisatie van de stand van zaken: aan de hand van de planning wordt nagegaan wat de student heeft gedaan. Ook als de student een tekst heeft ingeleverd, is het raadzaam om deze niet eerst te bespreken maar eerst een stand van zaken op te maken t.o.v. de planning. Hierbij kan men dan wel ingaan op aspecten zoals: Is het ingeleverde product volgens plan? Zijn er nog niet opgeloste problemen?; - doorpraten van de problemen en het samen zoeken naar oplossingen: hierbij is het belangrijk dat er in het gesprek ruimte is voor de student om eigen oplossingen te bedenken en te formuleren. De docent kan zich in het begin van het gesprek best beperken tot het stellen van open vragen, het herformuleren en parafraseren van wat de student inbrengt, tot het samenvatten en aangeven van sterke en zwakke punten, en - voortgangsplanning: het gesprek wordt afgesloten met het vaststellen van de vervolgwerkzaamheden en het maken van een afspraak voor een volgend gesprek. Presentatiefase Schrijven van de tekst - Tijdens deze fase is het belangrijk om actief contact te houden met de student. Het stellen van tussentijdse deadlines en het maken van tussentijdse afspraken maken dit mogelijk. De begeleider kan expliciet vragen hoe de student het schrijven aanpakt zodat hij reflecteert over hun aanpak en desnoods een andere aanpak kan proberen (zie steekkaart Metacognitie ). - Tijdens opeenvolgende besprekingen liggen verschillende versies van de teksten voor. De feedback hierop kan schriftelijk worden gegeven, in de vorm van opmerkingen in de tekst, maar ook monde-

ling (zie ook steekkaart Papers ). Dit laatste is met name voor inhoudelijke opmerkingen aangewezen. - Als studenten zich kunnen voorbereiden op de bespreking kan deze vlotter verlopen. Je kan de voorbereiding bevorderen door aan te geven wat je wil bespreken met de student. Beoordeling - Tijdens het werken aan de masterproef krijgt de student feedback, zowel over zijn manier van werken als over de voorlopige producten die hij aflevert. De uiteindelijke score voor de masterproef slaat idealiter zowel op het proces als op het (de) afgeleverde product(en). Zowel voor de beoordeling van het proces als van het product moet de opleiding criteria uitwerken. - Zowel de wijze waarop de score wordt toegekend als de criteria die worden gehanteerd om het werkstuk te beoordelen, moeten transparant zijn naar studenten toe. Studenten moeten weten welk gewicht wordt toegekend aan elk van de beoordelingscomponenten die worden onderscheiden. Ook moeten studenten inzage hebben in de beoordelingen die aan de basis liggen van de uiteindelijke score. Een kernachtige schriftelijke rapportering hierover maakt dit mogelijk. Aanbevelingen en valkuilen In sommige gevallen moet de begeleider een student overtuigen om een andere methode te hanteren. Enkele tips hierbij zijn: - Verwijzingen naar gezaghebbende literatuur zijn effectief om de student het belang van de vooropgestelde aanpak te doen inzien. - Sommige studenten willen te veel doen. Ze hebben het moeilijk om hun opzet beperkt te houden. Dit kan men opvangen door de student de opzet gedetailleerd te laten uitwerken m.i.v. het opmaken van een tijdsplanning. Een confrontatie met de tijdsinschatting van de begeleider helpt de student meestal om de ambities bij te stellen. - Als studenten om methodologische redenen een andere opzet willen dan de begeleider dan kan je de studenten vragen om beide methodologische aanpakken te vergelijken en de keuze op papier te verantwoorden. Als een masterproef mee wordt begeleid door assistenten is het noodzakelijk om op regelmatige tijdstippen met de assistenten na te gaan hoe de begeleiding van de student loopt bij de verschillende betrokkenen. Gebruik van een digitaal leerplatform Hieronder worden enkele voorbeelden gegeven van hoe een digitaal leerplatform kan worden ingezet bij de begeleiding van de masterproef: - bieden van een overzicht van mogelijke onderwerpen; - opnemen van document met facultaire afspraken omtrent de masterproef. Deze kunnen betrekking hebben op de vorm en kwaliteitsvereisten waaraan de masterproef moet voldoen. Tevens kan worden geëxpliciteerd welke verwachtingen de faculteit heeft ten aanzien van de inbreng van de begeleider en van de student, en de structurering en timing van de werkzaamheden; - indienen van voorlopige tussenproducten; - feedback op voorlopige tussenproducten; - opzetten discussiefora waarin praktische/inhoudelijke vragen i.v.m. de masterproef aan bod komen; -

Wil je er meer over weten? Masterproef. Nota van de Werkgroep meesterproef, 2002. http://www.kuleuven.be/onderwijs/beleidsinfo/intern/bama_nota7.pdf. Mirande, M.J.A. & Wardenaar, E. (1983). Scriptieproblemen. Utrecht / Antwerpen: Aula.