Extending the terminal gate Transition to smart network coordination Achtergrond Container terminals zijn belangrijke draaischijven voor international handel tussen Europa en de rest van de wereld. De ECT en APM terminals in de Haven van Rotterdam vormen tesamen een van de belangrijkste toegangspoorten naar de Europese markt. Het achterlandvervoer vanuit deze terminals wordt verzorgd met een combinatie van wegvervoer, spoorvervoer en binnenvaart. Spoor en binnenvaart zijn in Rotterdam belangrijke modaliteiten (in tegenstelling tot sommige andere havens in Europa), maar toch wordt wegvervoer ook nog veel gebruikt. Zonder met kustvaart rekening te houden wordt 59% van de containers per truck het achterland in vervoerd 1. De plotselinge groei van de stroom containers vanuit met name China in de periode 2000-2005 heeft aangetoond dat dit systeem van containeroverslag en achterlandvervoer relatief snel tegen capaciteitsbeperkingen aan kan lopen. Dat is met name in Rotterdam extra het geval omdat de Haven van Rotterdam zeer goed verbonden is met allerlei bestemmingen in en rond Europa. Als de containerstroom groeit, en er havens verstopt raken zijn rederijen geneigd havens over te slaan, maar dat zullen ze nooit bij Rotterdam doen: vanuit Rotterdam kunnen containers toch makkelijk overal nog naar toe. Het gevolg is dat Rotterdam in een periode van beperkte capaciteit de neiging heeft om proportioneel sneller vol te lopen dan concurrenten in de Hamburg Le Havre range. Een oplossing voor de korte tot middellange termijn is door ECT geintroduceerd met het zogenaamde Extended Gate Concept. Dit is een achterlandoplossing waarbij de zeeterminal probeert om containers pro-actief het achterland in te sturen met modaliteiten die voldoende capaciteit hebben (dwz met spoor en binnenvaart). Dit heeft als effect dat er capaciteit in de zeeterminal ontstaat, en dat de efficientie van met name de kadekranen niet beperkt wordt door een overvolle stack. In de praktijk blijkt dat het heel goed mogelijk is nieuwe intermodale verbindingen te leggen met achterlandterminals, en dat ook de douane problematiek oplosbaar is. Wat echter moeilijker te realiseren is, is de proactieve aansturing van dit concept vanuit de zeeterminal. Dit komt doordat de achterlandterminals in feite aan het stuur zitten van de logistieke stromen van containers het achterland in. Het proces vind nu plaats op basis van pull, en niet op basis van push. 1 Containerstatistieken Haven van Rotterdam
Voor de lange termijn is de standaardoplossing het bijbouwen van overslagcapaciteit. Er zijn in bijna alle grote havens in Europa projecten aan de gang om containerterminal capaciteit bij te bouwen. Echter, veel van die capaciteit zal pas over een aantal jaren beschikbaar komen, en uiteindelijk zal ook die capaciteit vollopen. Een goede, duurzame, en flexibele oplossing voor naderende capaciteitsproblemen is dus gewenst. Daarnaast is er niet alleen op de zeeterminal, maar ook op de achterlandcorridors, met name de weg, beperkte capaciteit. Deze capaciteit kan ook niet zo eenvoudig uitgebreid worden: bij de uitbreidingsplannen van de A15 zijn heel veel partijen betrokken, waardoor de besluitvorming traag verloopt. Een tweede ontsluiting over de weg staat gepland in de toekomstvisie Randstad 2040, maar de besluitvorming daarover zal nog zeker een tiental jaren of langer op zich laten wachten. Er zijn daarom duurzame oplossingen nodig om structureel meer gebruik te kunnen maken van binnenvaart en spoorvervoer, en minder van de weg. Het extended gate concept biedt die mogelijkheid. Als dit concept uitgerold kan worden naar een substantieel aantal terminals in het achterland kan binnenvaart en spoor potentieel veel meer worden benut. De stand van zaken is dat ECT op dit moment, na een geslaagde uitrol naar de trimodale terminal in Venlo, bezig is om dit concept uit te rollen naar een aantal andere terminals: Amsterdam, Moerdijk, Duisburg, Willebroek. Hier is dus een transitie aan de gang. Het is echter in deze fase cruciaal om deze transitie te begeleiden om te zorgen dat de uitkomst duurzaam is. Kenmerken van die duurzame uitkomst zijn: Brede uitrol van extended gateconcept Omzetten van pull-sturing naar push-sturing vanuit de zeeterminal Oplossen van grensoverschrijdingsproblemen (Duitsland, Belgie, Frankrijk) met lokale douaneorganisaties Ontwikkeling van achterlandnetwerk naar de betrokken terminals op basis van spoor en binnenvaart Slimme aansturing van het achterlandnetwerk door capaciteit en aanbod van lading optimaal op elkaar af te stemmen. Probleemstelling Het doel van dit voorstel is om de uitrol van het extended gate concept in het achterland van ECT te begeleiden zodat een duurzame transitie tot stand komt. De looptijd van dit project is 6 maanden. In die zes maanden zullen de volgende activiteiten uitgevoerd worden: 1. Drie bijeenkomsten van transitietafel bestaande uit vertegenwoordigers van ECT, achterland terminals en wetenschappers met als doel de
evaluatie en bijsturing van de huidige activiteiten met betrekking tot het extended gate concept. 2. Ontwikkeling van een meetmodel om de bereikbaarheidsimpact van het extended gate concept, alsmede de efficiencywinst op de zeeterminal, te meten en te analyseren 3. Identificeren van knelpunten bij een uitrol van het extended gate concept over grenzen (voor de landen Belgie, Duitsland, Frankrijk). 4. Inrichting van een afdeling bij ECT die de centrale aansturing van het exteded gate achterland zal gaan uitvoeren. Naast het daadwerkelijk inrichten van deze afdeling zal dit project de volgende subactiviteiten omvatten: a. Aanbieden van een expert course netwerkaansturing b. Evaluatie van de beschikbare IT oplossingen c. Onderzoek naar data behoefte en beschikbaarheid in de keten People, Planet en Profit in transitie Dit project draagt direct bij aan de TRANSUMO doelstellingen op het gebied van people, planet en profit. De ontwikkeling van nieuwe intelligente logistieke concepten zal voor het Nederlandse bedrijfsleven, i.c. ECT en de achterlandterminals direct concurrentie voordeel opleveren ten opzichte van andere havens in Europa en in Nederland. Hiermee wordt bijgedragen aan de doelstelling Profit. Daarnaast behelst dit concept het structureel verschuiven van containerstromen naar milieuvriendelijke modaliteiten, waardoor en passant de bereikbaarheid van de Haven van Rotterdam verbeterd wordt. Dit past binnen de doelstelling Planet. Tenslotte leidt de ontwikkeling en uitvoering van dit achterlandconcept tot een behoefte aan hoogopgeleid personeel bij zowel zee- als achterland terminals die complexe aansturingsproblemen in netwerken kunnen oplossen. In deze behoefte zal mede door activiteiten in dit project ook worden voorzien. Hiermee wordt voldaan aan de doelstelling People. De ontwikkeling van het extended gate concept is een transitie die onderweg is. Het is daarom op dit moment van cruciaal belang om die transitie goed te begeleiden om te zorgen dat de manier waarop dit concept in de praktijk zal functioneren daadwerkelijk duurzaam is. Daarbij is niet zozeer de uitrol van het concept interessant, maar de ontwikkeling van de intelligente aansturing van het achterlandnetwerk. Op dit vlak is er ook een reele academische uitdaging, aangezien dynamische netwerkoptimalisatie en sturingsconcepten hier hand in hand dienen te gaan. In dit project zal ook op dit vlak een belangrijke eerste stap worden gezet. Dit project is een opmaat naar een meerjarig onderzoeks- en ontwikkelingproject dat ingepast zal worden in de onderzoeksagenda van het topinstituut supply chains en logistiek (Commissie van Laarhoven), met name het onderzoeksveld regierol van knooppunten. Dit topinstituut zal naar
verwachting starten met activiteiten in 2010. In het hoofdstuk regierol van knooppunten is ECT een van de kennisvragers. Projectdeelnemers ECT (penvoerder) Achterland terminals: Venlo, Amsterdam, Moerdijk, Willebroek, DCT (Duisburg) Rotterdam School of Management Universiteit Eindhoven Universiteit Twente Universiteit Amsterdam Budget en planning Dit project loopt van maart tot en met september 2009. Activiteit Tijd (dagen) omschrijving Looptijd transitietafel 30+30 3 bijeenkomsten, 5 experts Maartseptember meetmodel 30 Maart-mei knelpuntanalyse 45 Maart-juni Inrichting afdeling. Expert course 35 10 deelnemers juni 5 dagen voorbereiding. Evaluatie IT 30 April-juli. Data behoefte en 30 April-juli beschikbaarheid. rapportage 20 Augustus, september. totaal dagen 250 Dit project genereert ongeveer twee maal zoveel co-financiering als nodig is voor het beoogde subsidiebedrag. Contact Dr Albert veenstra Rotterdam School of Management Tel: 0104081958 aveenstra@rsm.nl Paul Ham
ECT Tel: 0181278278 Paul.ham@ect.nl